Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Jan Bertels in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorg
Vraag: De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
Vraag: De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
gezondheid en welzijnDe besparingen op de gezondheidszorg
De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
Financiële hervormingen en besparingen in de gezondheidszorg summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 16 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Frank Vandenbroucke verwerpt categorisch een franchise van 500 euro voor kankerpatiënten en benadrukt dat de begrotingskloof niet op de rug van zieken mag worden gedicht, terwijl hij hervormingen zoals een rechtvaardigere verhoogde tegemoetkoming en ziekenhuisfinanciering voorstelt. Kritische oppositiepartijen, waaronder Dominiek Sneppe en Alexia Bertrand, beweren dat de regering-De Wever met maatregelen zoals hogere remgelden, groeinormverlaging en langere betalingstermijnen voor werkgevers vooral de middenklasse, chronisch zieken en werkenden wil laten opdraaien, zonder structurele verspilling of fraude aan te pakken. Sofie Merckx en Caroline Désir wijzen op eerdere besparingen in de gezondheidszorg (zoals hogere medicijnprijzen en 125 miljoen euro extra remgeld) en vrezen dat patiënten opnieuw de rekening zullen betalen, ondanks Vandenbrouckes belofte dat de zorg betaalbaar blijft. Daniel Bacquelaine en Sarah Schlitz pleiten voor diepgaande hervormingen, zoals aanpassing van de BIM-toegang, mutuelle-kosten en preventieve gezondheidsinvesteringen, maar verschillen van mening over de methode: Bacquelaine wil taboes doorbreken, terwijl Schlitz meer focus vraagt op preventie en eerste lijnszorg.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, gisteren bleek uit het gelekte rapport van het RIZIV dat de regering-De Wever kankerpatiënten tot 500 euro voor hun medische kosten zelf wil laten betalen. N-VA-minister Weyts zou opwerpen dat het maar 500 euro is. Intussen blijkt dat er nog veel meer op tafel ligt: de verdubbeling van het remgeld bij huisartsen, het verder terugschroeven van de groeinorm en het langer laten betalen voor zieke werknemers door werkgevers zou samen 6 miljard euro moeten opleveren.
Mijnheer de minister, komaan zeg, dat is geen gezondheidsbeleid meer. Dat is een zoektocht naar wie nog kan betalen, naar wie nog meer kan worden gepluimd. De patiënt betaalt meer, de chronisch zieke betaalt meer, de werknemer betaalt meer en de werkgever betaalt meer. Over de echte problemen horen we echter niets. Over de moddervette overheid horen we niets. Over verspilling en fraude, over overbodige structuren, over de gratis toegang tot onze sociale zekerheid voor tienduizenden gelukszoekers, over een log en versnipperd Belgisch gezondheidsmodel, dat handenvol geld kost en door de regering alleen maar verder wordt uitgebreid, daarover horen we niets.
De regering zegt wel dat ze de gezondheidszorg wil hervormen, maar telkens opnieuw betekent hervormen blijkbaar dat de rekening naar onze mensen gaat. Ondertussen is de regering hopeloos verdeeld. Voor Vooruit luidt het: franchise, over mijn lijk, cd&v sluit zich daarbij aan, maar weet het nog niet helemaal goed en de N-VA stelt geen enkel voorstel te willen uitsluiten. Mijnheer de minister, wie spreekt hier nu eigenlijk nog namens de regering?
Welke van de opgesomde maatregelen liggen vandaag echt op tafel en zijn dus bespreekbaar? Garandeert u dat chronisch zieken, mensen met een laag inkomen en gewone werkende gezinnen niet opnieuw de rekening van de begroting zullen moeten betalen?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, het RIZIV kwam gisteren met een opmerkelijk verslag. De opvallendste maatregel kennen we ondertussen allemaal: een franchise van 500 euro, die door de patiënt zelf zalmoeten worden betaald. De socialisten van Vooruit zeggen alvast: niet met ons. Laat het duidelijk zijn: ook niet met ons, mijnheer de minister. Wie betaalt alweer het gelag? Dat is de middenklasse, zoals al veel te vaak met de regering-De Wever is gebeurd.
Eigenlijk gaat het hier om een valse discussie. Als u het rapport goed hebt gelezen – u kennende, meester Frank, hebt u dat zeker gedaan –, dan hebt u ook een andere passage goed gelezen. Ik citeer het rapport: "Het RIZIV is zich bewust van de noodzaak om de verhoogde tegemoetkoming te hervormen." Dat systeem is compleet ontspoord. Vandaag krijgen namelijk 2,5 miljoen mensen – een jaar geleden waren ze nog met 2,2 miljoen – voordeel na voordeel, de ene korting na de andere. Ook bij de dokter betalen ze slechts 1 euro.
Wat hebt u daaraan gedaan, mijnheer de minister? Niets. Nee, dat is niet helemaal waar. U hebt dat systeem zelfs uitgebreid. Ik hoor in de wandelgangen dat u op zoek bent naar nieuwe voordelen onder andere op het vlak van energie voor de betrokkenen. U zoekt dus naar manieren om het systeem verder uit te breiden.
U bent tegen de franchise en dat is goed – wij ook –, maar waar bent u dan voor? Onze voorstellen zijn duidelijk. Pak de overconsumptie aan. Zet de groeinorm op nul, zodat u 2,6 miljard euro bespaart, en vooral zet het mes in de verhoogde tegemoetkoming. Wanneer zult u dat eindelijk doen?
Sofie Merckx:
Année après année, exercice budgétaire après exercice budgétaire, l'Arizona va toujours chercher l'argent dans la poche des gens, mais aussi dans les soins de santé. En effet, vous avez déjà augmenté le prix des médicaments, des hôpitaux doivent fermer, la norme de croissance n'est pas à la hauteur des besoins et, pour trouver 125 millions d'euros, vous avez déjà un accord de principe visant à augmenter les tickets modérateurs.
Hier, une proposition choc est arrivée: celle d'une franchise de 500 euros en assurance maladie, un peu sur le modèle d'une assurance automobile. En pratique, si vous tombez malade, les premiers 500 euros seraient à votre charge et ce n'est qu'au-delà de ce montant que vous seriez remboursé. Vous imaginez bien que j'ai reçu de nombreux témoignages et beaucoup de réactions inquiètes.
Il serait extrêmement grave d'instaurer une telle taxe sur les malades. Cela reviendrait à augmenter le montant du ticket modérateur, et de manière générale, la part des frais de santé supportée par les patients. C'est une mauvaise idée pour la santé publique. En effet, lorsque l'on demande aux patients de contribuer de plus en plus, ils reportent parfois des soins et finissent par développer des problèmes de santé plus graves, comme dans le cas du diabète. Au final, cela coûte davantage à la sécurité sociale.
Mais nous savons aussi, monsieur le ministre, comment se déroulent les négociations budgétaires. On commence par mettre sur la table une proposition choc, une proposition particulièrement grave, pour ensuite nous dire: "Ah oui, mais nous n'avons finalement pas fait cela. Il faudra quand même que les patients contribuent. On augmentera quand même peut-être le ticket modérateur chez le médecin généralistes ou chez le spécialiste. On touchera peut-être au statut BIM, etc."
Monsieur le ministre, vous avez déjà indiqué que vous étiez opposé à cette franchise. Mais êtes-vous également opposé à une augmentation de la part des frais de santé à charge des patients? Cette piste est-elle aujourd'hui sur la table des négociations?
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, 6 milliards d'euros: c'est le montant hallucinant de la liste des économies que l'INAMI a compilées dans un rapport qui est aujourd'hui sur la table du gouvernement – un catalogue des horreurs et une attaque d'une violence jamais vue contre notre modèle des soins de santé.
On apprend dans le même temps, monsieur le ministre, que vous auriez finalisé la lettre de mission que le gouvernement doit adresser aux partenaires de l'INAMI en vue de l'élaboration de leur proposition de budget des soins de santé pour 2027.
Selon les informations publiées, cette lettre de mission prévoirait un montant de 638 millions d'euros d'économies, conformément à la trajectoire budgétaire fixée par l'Arizona. Cette trajectoire vise, pour rappel, plus de 2 milliards d'euros d'économies dans ce secteur. Je me permets de vous le redire, cette trajectoire est difficilement conciliable, vous en conviendrez, avec votre promesse d'une norme de croissance de 3 %.
Monsieur le ministre, je souhaiterais donc vous poser les questions suivantes. Premièrement, à ce stade, quel est le montant exact des économies que le secteur des soins de santé devra effectivement assumer? Pouvez-vous nous dire si la lettre de mission que vous avez rédigée sera approuvée ou non par le gouvernement?
Deuxièmement, pouvez-vous garantir que dans le cadre de l'effort d'austérité de 10 milliards d'euros annoncé par l'Arizona, le secteur de la santé sera préservé et que la facture des patients, que vous avez déjà considérablement augmentée, restera stable?
Enfin, monsieur le ministre, qui a commandé ce rapport? Vous avez déclaré dans la presse que l'INAMI avait réalisé cet exercice à la demande des autres partis. S'agit-il là d'une procédure habituelle? Autrement dit, l'INAMI répond-il à une autre autorité que la vôtre, monsieur le ministre? Je vous remercie.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, nous n'avons jamais autant joué avec les milliards. D'une part, dans votre lettre de mission, vous évoquez un effort budgétaire de 638 millions d'euros à l'horizon 2029. D'autre part, l'INAMI avance des pistes visant à réaliser jusqu'à 6 milliards d'euros d'économies. Cette différence appelle des éclaircissements. En effet, ce "jeu" n'est guère porteur de rationalité ni de rigueur. Une clarification s'impose donc.
Monsieur le ministre, je ne vous interrogerai pas sur la franchise, car je connais votre position à ce sujet. Du reste, je considère moi-même que cette mesure est peu pertinente, voire source de surconsommation.
En revanche, j'aimerais vous entendre au sujet de plusieurs pistes évoquées par l'INAMI. Où en est la réforme absolument indispensable du statut BIM, qui concerne près de 2,5 millions de personnes? Comment pouvons-nous réformer ce système, notamment la procédure d'accès à ce statut?
Où en est également la réforme du paysage hospitalier, qui aura un impact direct sur le budget de l'INAMI? Qu'en est-il de l'adaptation des tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis plus de 20 ans? Où en sont les réformes que vous préconisez et qui auront un impact direct sur le budget de l'INAMI?
Je pense en effet que ce budget de l'INAMI mérite une analyse sérieuse ainsi que la mise en œuvre des réformes nécessaires afin que chaque euro soit utilisé le plus efficacement possible, dans l'intérêt du patient et de la qualité des soins.
Jan Bertels:
Collega’s, in Amerika kan een bevalling tot 100.000 dollar kosten. Een operatie voor een by-pass kan van 44.000 dollar tot 445.000 dollar kosten. Een levensnoodzakelijke kankerbehandeling is onbetaalbaar. Ze kost meer dan 500.000 dollar. Amerikanen moeten zich in de schulden werken als zij zorg nodig hebben of, erger nog, stellen die zorg uit schrik voor de factuur uit.
Laat het heel duidelijk zijn, wij, socialisten, passen voor zo’n systeem. Het voorstel met betrekking tot een franchise van 500 euro per patiënt, dat hier op tafel ligt, gaat voor ons meteen de vuilnisbak in. De beste en betaalbare zorg voor iedereen is voor ons socialisten immers essentieel. Ze is gegrond op een principe dat voor ons heilig is, namelijk solidariteit, vormgegeven door Achille Van Acker.
Collega's, ik kom uit een eenvoudig arbeidersgezin van vier kinderen met één arbeidsinkomen. Volgens het bewuste voorstel zouden mijn ouders eerst zelf 3.000 euro hebben moeten ophoesten voor noodzakelijke zorg. Dat zou voor hen de financiële hel zijn geweest. Een heel gezin zou uitgesloten zijn geweest van degelijke gezondheidszorg vanwege de factuur. Ik kan dan ook niet anders dan herhalen: niet met mij, niet met ons, niet met Vooruit.
Ook vandaag zullen wij socialisten onze sociale zekerheid en onze sterke zorg blijven beschermen, want niemand kiest ervoor om ziek te worden of een operatie te ondergaan of een kankerbehandeling te volgen. Daar zijn wij het toch over eens?
Mijnheer de minister, mijn vraag is eenvoudig. Kunt u bevestigen dat het onzinnige voorstel voor een franchise van tafel gaat?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, pour boucler votre budget, vous et votre gouvernement êtes à la recherche de 10 milliards d'euros. Or il apparaît de plus en plus clairement que vous puiserez de l'argent dans les soins de santé. Certes, ce ne sera clairement pas via cette mesure loufoque visant à mettre en place une franchise de 500 euros – nous savons très bien que ce n'est pas cela qui décidé –, mais via des économies, comme vous en avez déjà prévu: à savoir un montant de 638 millions d'euros d'ici 2029, qui sera déjà difficile à atteindre. Ces économies ont non seulement été acceptées par des partis comme Les Engagés, qui avaient pourtant promis d'augmenter le budget de la santé, soit dit en passant, mais vous en préparez d'autres, alors qu'il faudrait faire exactement le contraire. Nous vivons en effet dans un pays où une personne sur deux reporte des soins, faute de moyens, alors que nous connaissons la nécessité de se soigner rapidement pour éviter des surcoûts ultérieurs, dans un pays où il faut attendre six mois pour obtenir un rendez-vous chez l'ophtalmologue, dans un pays où 60 % des infirmières ne travaillent pas en tant qu'infirmières, dans un pays où les services d'urgence débordaient voici à peine deux semaines en raison de la vague de chaleur.
Vous l'aurez compris, monsieur le ministre, je ne veux pas savoir si vous allez instaurer une franchise de 500 euros. En revanche, je souhaite savoir quel montant vous comptez récupérer dans le secteur des soins de santé. Quelle facture arrivera, in fine , sur la table des patients? Comptez-vous également plafonner le salaire des soignants, dégrader leur qualité de vie ou augmenter leur temps de travail? Bref, dites-nous ce qui est sur la table en matière d'économies dans les soins de santé.
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, laat ik meteen bijzonder duidelijk zijn, we zullen het gat in de begroting nooit dichten op de rug van zieke mensen. Met mij in de federale regering zal dat niet gebeuren. Het is gemakkelijk en laf te zeggen dat met de idee van zo’n franchise we mensen die ziek worden en voor elk ziek kind en voor elke zieke partner meteen laten betalen om zo enkele miljarden te verzamelen. Dat is zo laf, zo brutaal, zo onrechtvaardig. Nooit.
Collega's, wellicht zijn er andere partijen die daar anders over denken, want anders was de instructie niet gegeven aan het RIZIV om dat te berekenen. Men heeft gevraagd waar dat vandaan komt. Wel, de eerste minister en de minister van Begroting hebben voorstellen ingezameld van de partijen. De partijen hebben voorstellen ingediend en blijkbaar waren daar ook deze voorstellen bij. Het RIZIV heeft instructie gekregen om dit te berekenen. Dat is dus ook geen rapport van het RIZIV. Als u dat leest, zult u inderdaad zien dat ook bij de medewerkers van het RIZIV zonder veel twijfel vragen rezen over wat hier nu eigenlijk werd voorgesteld.
Laten we wel beseffen dat we voor een buitengewoon moeilijke begrotingsopdracht staan. Ik denk dat we duidelijk moeten zijn over de doelstelling en over de methode. De doelstelling is de welvaartsstaat een toekomst te geven en ervoor te zorgen dat die overeind blijft, niet om hem kapot te maken. De doelstelling is ook om in de toekomst te kunnen blijven investeren in gezondheidszorg, in betere tandzorg, in betere geestelijke gezondheidszorg, in nieuwe, noodzakelijke en vaak dure geneesmiddelen, en in het zorgpersoneel. We moeten ruimte houden om die noodzakelijke investeringen te doen. Daarvoor moet men hervormen. Daarvoor moet men ook het budget op orde hebben. Dat is de doelstelling, geen andere.
Collega's, over de methode wil ik het volgende zeggen. We zullen er niet geraken als we meteen allerlei taboes opwerpen of zeggen wat niet kan. Laat ons dus eerlijk en duidelijk zijn.
We zullen op een rechtvaardige manier bijkomende inkomsten moeten zoeken en nadenken over de uitgaven. Alle ministers zullen met voorstellen moeten komen, of het nu gaat over Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, Openbaar Ambt, Sociale Zaken of Gezondheidszorg. Iedereen zal voorstellen moeten doen. Ik ben daar zelf ook volop mee bezig en bereid me daarop voor.
Ik heb wel één taboe. Het moet namelijk rechtvaardig zijn. De doelstelling is de gezondheidszorg overeind te houden. Dus iedereen op een brutale manier laten voorschieten voor gezondheidszorg, is totaal onrechtvaardig.
Dat is inderdaad ons taboe.
Donc, que les choses soient claires: jamais nous ne comblerons le déficit budgétaire sur le dos des personnes malades. Cela n'arrivera pas, tant que je ferai partie du gouvernement fédéral. Comme je viens de le dire, une tâche difficile nous attend. Il faudra agir dans tous les secteurs, partout, sans aucun doute, mais la justice sociale, l'équité dans l'effort est pour nous un tabou essentiel.
Ik kom tot een paar vragen die gesteld zijn.
Mijnheer Bacquelaine, we hebben met de ministers van Volksgezondheid krachtlijnen vastgelegd voor een belangrijke verbetering van het ziekenhuislandschap. We bespreken die ook in de verschillende regeringen. Ik denk niet dat we daar, noch in de federale regering, noch in de deelregeringen, vóór het zomerreces uit zullen raken, maar die besprekingen schieten goed op. Ik hoop dat we daar in september rond mee zullen zijn. We zijn bezig met belangrijke besprekingen over de hervorming van de ziekenhuisfinanciering en de nomenclatuur.
Mevrouw Bertrand, ik heb in de regering inderdaad ook een hervorming voorgelegd met betrekking tot de verhoogde tegemoetkoming, maar wel met de bedoeling dat systeem eerlijker en rechtvaardiger te maken, niet met de bedoeling het leven nog moeilijker te maken voor mensen die het moeilijk hebben en zwak staan. Dat is niet de doelstelling. Als er mensen zijn die een verhoogde tegemoetkoming genieten, maar over een zeer belangrijk vermogen beschikken of een belangrijke participatie in een vennootschap hebben, dan moet men dat veranderen. Dat voorstel ligt al weken bij de regering.
Ik hoop dat we dat soort voorstellen bij de opmaak van de begroting zullen kunnen bespreken, om te hervormen wat moet worden hervormd, om recht te zetten wat moet worden rechtgezet en vooral om te zorgen voor meer sociale rechtvaardigheid, nu en in de toekomst.
Voorzitter:
Dank u, mijnheer de minister. Ik ben buitensporig tolerant geweest. Laten we zeggen dat dat een eindejaarsgeschenk is.
Dominiek Sneppe:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Nooit met Vooruit, waarvan akte uiteraard. Mijnheer de minister, ik hoorde u ook zeggen dat het maar een berekening is en dat er nog niets is beslist. Zo begint het natuurlijk wel altijd. Eerst is het een technische oefening, dan is het een denkpiste, vervolgens wordt het – zoals u zelf zegt – een buitengewoon moeilijke, maar noodzakelijke maatregel. Uiteindelijk krijgt de burger de factuur. U zegt wel dat de zorg betaalbaar moet blijven. Daarin volg ik u, de patiënt mag niet meer betalen.
U zegt ook dat we inkomsten en besparingen moeten zoeken. Dat is inderdaad waar. Pak dan de verspilling aan, pak de fraude aan, schaf structuren af die niets opleveren, maak eindelijk werk van een eenvoudiger, efficiënter en dus Vlaams zorgmodel en scherm onze sociale zekerheid af voor wie geen cent heeft bijgedragen. Stop met telkens opnieuw te kijken naar de patiënt, de werknemer, de werkgever en de werkende mens. Wie ziek is, heeft zorg nodig en geen extra factuur.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, zoals mijn collega Irina De Knop hier gisteren heeft gezegd, is die franchise een bliksemafleider. U hebt zelf gezegd dat dat laf zou zijn, dat het een gemakskeuze zou zijn. Dat is niet de echte discussie. Even laf is het om de mensen die de welvaart creëren in dit land weg te zetten als profiteurs en fraudeurs. Die mensen zijn de melkkoe van onze Staat. Dat zijn de flexi-jobbers, de mensen die werken, sparen en ondernemen. Dat zijn de mensen die via een managementvennootschap risico nemen. Dat zijn de ondernemers die aan hun zwembad liggen. Als de doelstelling is - zoals u zegt – om de welvaartsstaat overeind te houden, dan zal dat zo niet lukken, mijnheer de minister.
Wat moet u dan wel doen? Hervorm de verhoogde tegemoetkoming. Ik sta hier al een jaar op de bühne met mijn partij om te zeggen dat dat systeem totaal ontploft is. Wat hebt u gedaan? U maakt het probleem nog groter. Dat moet u aanpakken. Dat zou een moedige hervorming zijn.
Sofie Merckx:
Ten eerste, mijnheer de minister, u zei dat het rechtvaardig moet zijn, maar het is niet rechtvaardig wat de arizonaregering vandaag doet. Het is compleet niet rechtvaardig. Jullie gaan het geld halen bij de gewone mensen, in de pensioenen en nu ook in de gezondheidszorg.
De enige minister in deze regering die niet moet besparen, die geld mag uitgeven zoals hij wil, is de heer Theo Francken. Alle andere ministers moeten besparen. U hebt trouwens al beslist om 2,6 miljard te besparen op de langdurig zieken. U hebt ook de prijs van medicatie al verhoogd. U hebt al een akkoord over 125 miljoen aan remgeldverhogingen.
Ik heb vandaag wel gehoord dat u niet voor de franchise bent, maar ik heb geen rode lijn gehoord inzake de verhoging van de remgelden. De Belgen geven nochtans al keiveel geld uit aan gezondheidszorg. Het gaat om 20 %. Dat is meer dan in Duitsland, dat is meer dan in Frankrijk. De mensen betalen dat uit eigen zak, en dat bedrag moet verminderen.
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Merckx.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, vous êtes clair concernant votre refus sur la franchise de 500 euros, et c'est tant mieux. Pour le reste, je ne suis pas du tout rassurée par votre réponse. En effet, vous savez parfaitement qu'il sera très difficile, pour ne pas dire impossible, d'épargner durablement les soins de santé si on ne recherche pas en même temps de nouvelles recettes pour absorber le déficit massif que votre gouvernement est en train de creuser. Vous pouvez bien multiplier les déclarations d'intention mais les chiffres, eux, sont têtus.
Quand on annonce des économies à grande échelle et qu'on serre la vis budgétaire dans tous les secteurs, il est évident que la santé ne pourra pas être préservée par de simples incantations. À un moment donné, ce sont les patients, les soignants et les assurés sociaux qui payent l'addition.
Monsieur le ministre, votre parti, comme Les Engagés, vous avez présenté la santé comme une priorité devant les électeurs. Ce qu'on voit aujourd'hui pourtant, c'est que vous êtes dans un gouvernement qui a comme marque de fabrique les économies, la pression sur les soins et l'augmentation de la facture pour les patients.
Daniel Bacquelaine:
Effectivement, il faudra être équitable. Mais être équitable, c'est aussi être responsable. Je pense qu'aujourd'hui, nous avons un devoir de responsabilité, car chaque euro en matière de santé doit être utilisé en faveur de la qualité des soins et des patients. Nous devons donc avoir le courage de laisser tomber les tabous et les dogmes. Une norme de croissance ne concerne en rien la qualité des soins. Une norme de croissance ne concerne en rien la rigueur que l'on met dans l'utilisation des budgets des soins de santé.
Nous devons sortir de cela et avoir le courage de vraies réformes, lesquelles doivent notamment porter sur l'automaticité de l'accès au BIM, tout à fait scandaleuse aujourd'hui – les fraudes sont connues –, sur une révision du rôle des mutuelles qui, comme on l'a dit plusieurs fois, coûtent très cher aujourd'hui – plus d'un milliard par an pour les frais administratifs des mutuelles –, sur une adaptation de nos tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis 20 ans et, enfin, sur une réforme du paysage hospitalier.
Jan Bertels:
Dank u voor uw duidelijke antwoord, mijnheer de minister.
Voor Vooruit en voor u is het heel duidelijk: geen gezondheidszorg op basis van de dikte van je portemonnee. Collega's, deze discussie toont duidelijk aan waarom Vooruit in deze regering nodig is: om toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg te blijven beschermen.
Het verbaasde mij dat andere partijen gisteren een groot drama maakten van de zelf besliste 80 miljoen euro voor de farmasector. Tegelijkertijd verklaarde dezelfde partij dat ze 7,1 miljard wil besparen op de kap van zieke patiënten. Dat is dezelfde partij, Anders. Dat zal Vooruit nooit aanvaarden. We zullen blijven doen wat we al hebben gedaan en dat is blijven investeren in ons systeem van gezondheidszorg en durven te hervormen. Daarin geef ik de heer Bacquelaine gelijk. We moeten durven te hervormen. Dat zullen we doen en dat zullen we blijven doen, voor de beste en betaalbare zorg voor iedereen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Savez-vous ce qui rapporte gros? Une population en bonne santé et bien soignée. Avec ce gouvernement, vous devez effectuer un travail de pédagogie pour investir davantage dans la prévention. Car ce gouvernement continue à donner des dérogations qui exposent nos citoyens à des pesticides et des substances néfastes, alors qu'on peut protéger leur santé. Vous pouvez par exemple interdire la publicité pour la malbouffe, il y a des tas de choses qu'on peut faire dans ce genre. Ensuite, vous pouvez faire en sorte qu'il y ait davantage de spécialistes, et réduire les délais d'attente. C'est essentiel pour soigner assez tôt les pathologies. Troisièmement, vous pouvez soutenir les dispositifs de première ligne, comme les maisons médicales qui, le rapport du KCE le prouve, font faire des économies au secteur des soins de santé. Ou encore agir pour le bien-être au travail plutôt que d'en demander toujours plus aux travailleurs et aux travailleuses. Voilà un plan de bataille efficace et utile sur le long terme!
-
Vraag: De hervorming van de ziekenhuisfinanciering
Vraag: De opsplitsing tussen honorarium en kostendeel
gezondheid en welzijnDe hervorming van de ziekenhuisfinanciering
De opsplitsing tussen honorarium en kostendeel
Modernisering van ziekenhuisfinanciering en tariefstructuur summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Een recent rapport bevestigt dat de ziekenhuisfinanciering en artsenvergoedingen ondoorzichtig en inefficiënt zijn, waarbij 35% van de specialistenhonoraria (4 miljard van 12) nu naar ziekenhuizen vloeit voor praktijkkosten in plaats van zuivere medische prestaties. Minister Vandenbroucke stelt voor om dit te hervormen met een vaste verdeling van 65% voor artsenlonen en 35% voor kosten, gebaseerd op gedetailleerd onderzoek, en belooft transparantere facturen en een einde aan onnodige prestaties om financiering te genereren, maar Gijbels (N-VA) vreest middelenverschuivingen tussen regio’s en waarschuwt dat artsen hun inspraak in ziekenhuisbeleid dreigen te verliezen als hun financiële bijdrage wegvalt. Bertels (Vooruit) juicht de plannen toe als een stap naar eerlijkere vergoedingen en het uitbannen van misbruik, terwijl Gijbels benadrukt dat artsen, ondanks hun bezorgdheid over de veranderingen, betrokken moeten blijven om kwaliteitszorg te garanderen.
Jan Bertels:
Collega's, na een opname in een ziekenhuis of na een operatie krijgen patiënten vaak een onduidelijke factuur. Niet alleen voor hen, maar zelfs voor de directie van de ziekenhuizen en de artsen is de ziekenhuisfinanciering een kluwen. Die zit vandaag veel te ingewikkeld in elkaar en dat moet transparanter en eenvoudiger.
Eindelijk werd begin deze week een studie, in alle transparantie, voorgesteld aan de Medicomut en de overeenkomstencommissie ziekenhuizen-verzekeringsinstellingen. Die toont zwart op wit aan hoe dat kan. Zoals ook in de media werd bericht, vloeit maar liefst 4 van de 12 miljard euro aan erelonen van de specialisten terug naar de ziekenhuizen. Dit rapport geeft eindelijk duidelijkheid over wat binnen de huidige erelonen van de specialisten dient als zuiver ereloon voor hun intellectuele prestaties en wat dient om de praktijkkosten, zoals materiaal en ondersteunend personeel van de medische verstrekkingen en prestaties te betalen.
De studie toont echter vooral aan dat het systeem van ziekenhuisfinanciering en de nomenclatuur, de terugbetaling aan de artsen, hervormd moet worden in het belang van wie zorg nodig heeft, van onze artsen en van onze ziekenhuizen. Die hervorming is een werk van lange adem. De studie heeft lang aangesleept. We kunnen daar immers niet over een nacht ijs gaan. Voor de Vooruit-fractie is het belangrijk dat we deze essentiële hervorming doen met het oog op de beste en een betaalbare zorg voor iedereen. We moeten investeren en hervormen in de zorg.
Mijnheer de minister, we weten allemaal dat u een hervormer bent. U hervormt als geen ander onze gezondheidszorg om die te versterken. Ik heb een vraag voor u. Dit langverwachte rapport is essentieel voor onze hervormingstrein. Hoe zult u hier verder mee omgaan? Hoe gaat u ermee aan de slag? Hoe blijven de actoren hierbij betrokken?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, de uitdagingen in onze zorg zijn vandaag al groot en morgen zullen ze nog groter worden. Mensen worden ouder. Dat is een goede zaak, maar daardoor nemen de zorgnoden toe. Onze zorg wordt ook complexer en innovatiever en bijgevolg duurder. Wij willen onze zorg morgen natuurlijk ook nog kunnen blijven betalen. Daarbij mogen wij niet inboeten op de kwaliteit van onze zorg. Ze moet top blijven. Daarvoor betalen wij volgens mij allemaal samen genoeg aan de sociale zekerheid en aan onze staatskas.
Onze zorg zit heel complex in elkaar en de ziekenhuisfinanciering is daarvan inderdaad een toonbeeld. Dat is een ondoorzichtig kluwen waaraan weinig touw vast te knopen is. In het regeerakkoord hebben wij ook beslist dat wij dat kluwen willen ontwarren. Het rapport dat nu is uitgekomen, toont aan dat inderdaad meer dan een derde van de artsenlonen naar de ziekenhuizen gaat om de werking van die ziekenhuizen te financieren. Van die afdrachten willen wij af.
U hebt nu aangegeven dat u daarmee vaart wilt maken. Ik heb daarover wel een aantal vragen.
Ten eerste, kunt u bevestigen dat er inderdaad een einde zal komen aan die afdrachten? Zal dat systeem volledig worden stopgezet?
Ten tweede, hoe zullen wij, als wij die afdrachten stopzetten, voorkomen dat middelen verschuiven? Wij weten dat er vandaag grote verschillen bestaan, zowel in de supplementen als in de afdrachten, tussen de verschillende ziekenhuizen, maar ook tussen de verschillende gemeenschappen. Op welke manier zullen wij ervoor zorgen dat er geen verschuiving van middelen zal zijn vanuit Vlaanderen naar Wallonië of naar de Brusselse ziekenhuizen?
Tot slot, vandaag beslissen artsen mee over de manier waarop het geld van de ziekenhuizen wordt besteed. Welke apparatuur wordt aangekocht? Welke infrastructuur is nodig? Welk personeel moet worden aangeworven? Dat is ook essentieel om de kwaliteit van de zorg te kunnen waarborgen. Als artsen morgen niet meer rechtstreeks meebetalen aan de ziekenhuizen, op welke manier zult u er dan voor zorgen dat zij toch inspraak kunnen blijven hebben?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt vier minuten spreektijd om op de vragen te reageren.
Frank Vandenbroucke:
Geachte leden, dit is inderdaad een bijzonder belangrijke hervorming. De inzet is een eerlijke vergoeding voor alle artsen, eerlijk voor de tijd die ze in hun patiënten steken, voor de complexiteit van de gevallen waarmee ze worden geconfronteerd en voor de verantwoordelijkheid die ze daarbij opnemen. Daarvoor moeten ze allemaal eerlijk worden vergoed. Vandaag bestaan er verschillen in vergoedingen tussen artsen die nog moeilijk uit te leggen zijn.
Daarnaast willen we ook een eerlijke financiering van de ziekenhuizen, inderdaad een eenvoudige en doorzichtige financiering waarbij wat ziekenhuizen nodig hebben om hun uitrusting te laten draaien niet wordt betaald door een vermenigvuldiging van onderzoeken en prestaties, maar op basis van de noden van de patiënten die er verblijven.
Ten slotte willen we voor de patiënten een eerlijke en doorzichtige factuur, waarbij we ervoor zorgen dat excessen inzake ereloonsupplementen uit de wereld kunnen verdwijnen. Parallel met die hervorming zullen we ook onderhandelen over een beperking van de ereloonsupplementen.
Wat vandaag voorligt, is het resultaat van jarenlang monnikenwerk. Vooreerst hebben we objectief in kaart gebracht welke kosten verbonden zijn aan medische prestaties. Het gaat dan over materiaalkosten, machinekosten en kosten voor verpleegkundig personeel. We hebben via een zeer gedetailleerde analyse zowel de directe als de indirecte kosten in kaart gebracht.
Daarnaast hebben we in kaart gebracht welke kosten vandaag al worden gedekt door het basisbudget van de ziekenhuizen, dat rechtstreeks aan de ziekenhuizen wordt gefinancierd. Zo hebben we vastgesteld dat er een belangrijk deel van die kosten niet wordt gedekt. Dat moet vandaag worden opgevangen via de honoraria en wordt in de ziekenhuizen inderdaad gefinancierd via afdrachten.
Dat is zorgvuldig becijferd. We zijn tot de conclusie gekomen – dat is ook voorgelegd aan de medicomut – dat van het totale artsenhonorariabudget afgerond 65 % beschikbaar moet zijn voor de zuivere honoraria, dus uitsluitend voor de vergoeding van de inzet van de artsen, en 35 % voor de kosten. Voor alle duidelijkheid, dat geldt niet alleen voor ziekenhuizen, maar ook voor praktijkkosten, bijvoorbeeld voor een oogarts of een orthopedist met een ambulante praktijk. Kortom, 65 % dient voor de zuivere vergoeding voor de tijd die men in de patiënt steekt, voor de complexiteit van het onderzoek en voor de verantwoordelijkheid die men opneemt, en 35 % dient voor de kosten. Dat is een heel belangrijke stap. We hebben dat zorgvuldig gedocumenteerd. Ik ben overigens meteen bereid om dat lijvige onderzoek ook aan het Parlement te bezorgen.
De vraag aan de artsenvertegenwoordigers, de ziekenfondsen en de ziekenhuiskoepels was om naar de resultaten van die methodologie te kijken.
We hebben niet gevraagd om dat meteen goed te keuren, maar om te bekijken of we daarvan kunnen vertrekken.
In een volgende stap zullen we alle medische prestaties die artsen leveren in een relatieve waarderingsschaal uitzetten. De resterende 65°% van het artsenbudget moet daarvoor dan worden gebruikt. Die volgende stap moeten we in de loop van de komende maanden zetten. Dat zal alleszins na de zomer zijn.
We werken daar overigens al enkele jaren aan, samen met focusgroepen van artsen en vertegenwoordigers van artsen. We hebben per discipline overigens ook alle artsen persoonlijk bevraagd over de voorlopige resultaten betreffende de onderlinge waardering. Dit is een ongezien participatietraject.
Mevrouw Gijbels, ik denk, maar ik zie dat mijn tijd om is (…)
Voorzitter:
Uw spreektijd is inderdaad om, mijnheer de minister.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, ik onthoud drie zaken.
Ten eerste, het rapport is een beginpunt en laat toe om de ziekenhuisfactuur en de ziekenhuisfinanciering duidelijker, begrijpbaarder en eerlijker te maken. Dat is een goede zaak. Daardoor kunnen fabeltjes als zoals we onlangs in de Pano -reportage zagen over het onnodig nemen van scans omwille van de financiering, uit de wereld geholpen worden, want we kunnen daarmee komaf maken.
Ten tweede, u hebt er naar verwezen, door de herijking van de nomenclatuur komt er een eerlijke en correcte verdeling van de zuivere erelonen voor alle specialisten. Alle specialisten moeten hun eerlijk deel krijgen.
Ten derde, als het plan uitgevoerd wordt, en dat moeten we doen, dan hoeven er geen ereloonsupplementen meer gevraagd te worden voor de financiering van de ziekenhuizen. Dan zal het voor eens en altijd duidelijk zijn dat wanneer er een ereloon gevraagd wordt, dat bedoeld is ter verhoging van het inkomen van de specialist.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Er verandert natuurlijk ontzettend veel op heel korte tijd in de gezondheidszorg. Er zijn inderdaad veranderingen nodig om die zorg morgen nog te kunnen blijven garanderen. Maar die veranderingen zorgen ook voor veel ongerustheid op het terrein. De artsen zijn echt bezorgd over hoe de zorg van morgen eruit zal zien. Ze willen zich natuurlijk volop blijven smijten voor een kwaliteitsvolle zorg. Ze moeten daar dan ook de nodige ruimte voor blijven hebben. Volgens mij moet de artsen mee kunnen beslissen over hoe de zorg er zal uitzien. Ik meen daarom dat we meer inspanningen moeten doen om hen aan boord te houden. Blijf dus zeker met hen in overleg. Luister naar de bezorgdheden, die vaak een grond hebben, want we hebben echt nood aan artsen die zich dag en nacht blijven geven voor de patiënten. Dat is nodig voor de kwaliteit van de zorg en dat is nodig voor elke patiënt.
-
Vraag: De werking van de noodcentrale 112
Vraag: De noodcentrale 112
Vraag: De wachttijd bij 112
veiligheid, justitie en defensieDe werking van de noodcentrale 112
De noodcentrale 112
De wachttijd bij 112
Noodoproepen en hulpverlening via 112 summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens de recente hittegolf en storm leidden overbelaste noodcentrales tot wachttijden van soms 10 minuten voor 112-oproepen, wat parlementsleden als “onaanvaardbaar” bestempelden, vooral in acute noodsituaties zoals hartaanvallen of blikseminslagen. Minister Quintin erkende de piekbelasting (tot 19.300 oproepen/dag, normaal ~6.000) maar benadrukte dat 76% binnen 60 seconden werd beantwoord en dat 10 minuten uitzonderlijk was; hij wees op lopende wervingscampagnes (16 nieuwe medewerkers in opleiding) en structurele plannen zoals een gescheiden werkingsmodel voor urgente (112) en niet-urgente (1733) oproepen, maar gaf toe dat acute tekorten blijven bestaan. Kritiekpunten waren de trage uitvoering van aanbevelingen uit het Witboek na de overstromingen van 2021 (Gatelier) en het ontbreken van concrete korte-termijnmaatregelen voor de aankomende hittegolf, ondanks beloftes over extra middelen en snellere rekrutering (Van Keymolen, Bertels). Bertels en Gatelier drongen aan op betere federale coördinatie en een structurele hervorming van de triage en noodnummers, terwijl de minister de verantwoordelijkheid deels bij lokale overheden legde en benadrukte dat samenwerking tussen alle bestuursniveaus cruciaal is voor toekomstige crisissen.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, in de afgelopen week werd heel Europa overspoeld door een hittegolf, ook ons land. In de Kempen ging de temperatuur tot 40 graden. Na de hitte kwam er code oranje voor een storm die over ons land raasde. Die storm had heel wat gevolgen, zoals onbewoonbare woningen door blikseminslagen, extra nood aan zorg voor bijvoorbeeld oudere mensen met uitdrogingsverschijnselen, evacuatie van festivalgangers.
We wisten dat die hittegolf eraan kwam. We wisten dat er onweer zou komen. Gelet op de ervaringen uit het verleden konden we vermoeden dat er meer oproepen naar onze noodcentrales zouden komen. Toch stonden mensen vorig weekend op een bepaald, gelukkig uitzonderlijk, moment soms tien minuten in de wacht als ze 112 belden om noodhulp. Tien minuten is lang als de bliksem inslaat. Dat is lang als je bejaarde vader, een hartpatiënt, onwel geworden is door de hitte. Dat is lang als je kampvuur onder water staat.
Net op zulke momenten rekenen mensen op een sterke overheid die hen helpt, die hen ondersteunt en die klaarstaat wanneer het echt nodig is. We zijn het erover eens, meen ik, op zulke momenten kan men gewoonweg niet wachten. Dan duurt elke seconde ellenlang.
Mijnheer de minister, de zomervakantie is gestart. Volgende week, weten we nu al, zal de temperatuur opnieuw stijgen en dus heb ik, voor de bescherming van onze inwoners, onze patiënten, onze zorg en onze hulpverleners, de volgende vraag voor u. Kan de bemanning van de noodcentrales versterkt worden wanneer dat nodig is, zodat mensen die bellen om hulp, die ook meteen kunnen krijgen? Hoe kunnen we de capaciteit van onze noodcentrales optimaal krijgen?
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, de temperaturen piekten vorige week. Dat leidde ook tot een piek in de oproepen bij de noodcentrales. Jammer genoeg had dat ook tot gevolg dat mensen tijdens de hittegolf soms tot tien minuten moesten wachten voor hun oproep werd beantwoord. Dat is onaanvaardbaar, want wie de 112 belt, doet dat niet zomaar, maar belt voor iemand in acute nood. Dat zijn situaties waarin elke seconde telt en waarin tien minuten een eeuwigheid zijn.
Met de nieuwe hittegolf die volgende week al in aantocht is, moeten we er alles aan doen om die wachttijden te vermijden. Met cd&v waarderen we het dat deze regering het probleem ernstig neemt. Ik verwijs naar het masterplan NCU. Er zijn extra middelen vrijgemaakt en er wordt sneller gerekruteerd. Dat zijn goede stappen. De realiteit toont echter aan dat dat vandaag nog niet volstaat. Zeker ook in mijn eigen provincie Oost-Vlaanderen blijft de situatie problematisch.
U kondigde eerder aan te zullen laten onderzoeken of er een nieuw werkingsmodel moet komen, met een eengemaakte calltaking, een scheiding tussen echte noodoproepen en planbare interventies en een reductie van het aantal noodnummers. Uw collega, de minister van Volksgezondheid, heeft het voorstel geopperd om personeel in uitzonderlijke omstandigheden op te vorderen. Er liggen dus heel wat interessante ideeën op tafel. Er moeten echter ook concrete acties volgen, zodat onze burgers sneller kunnen worden geholpen.
Mijnheer de minister, welke maatregelen neemt u op korte termijn om ervoor te zorgen dat mensen tijdens de volgende hittegolf niet meer zo lang moeten wachten? Wat is de stand van zaken van het nieuwe werkingsmodel voor de noodcentrales? Wanneer mogen we daarover meer duidelijkheid verwachten?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, notre pays vient de traverser une vague de chaleur exceptionnelle. Cette situation a fortement sollicité les médecins généralistes, les services d'urgence, les hôpitaux, mais aussi la centrale d'urgence 112.
Hier, en commission de la Santé, le ministre nous a communiqué un chiffre particulièrement préoccupant. Lors du dernier week-end de juin, en pleine canicule, il fallait, en moyenne, dix minutes pour obtenir un opérateur du 112, alors qu'en temps normal, ce délai est inférieur à une minute. Dix minutes d'attente lorsqu'une personne appelle pour un infarctus, un AVC, un accident grave ou un incendie, c'est tout simplement inacceptable! D'autant plus que cette vague de chaleur était annoncée depuis plusieurs jours.
Cette situation rappelle, malheureusement, les conclusions du Livre blanc rédigé après les inondations de juillet 2021. Ce rapport identifiait déjà les centrales 112 comme l'un des maillons les plus fragiles de notre sécurité civile et recommandait un renforcement structurel des effectifs, afin de garantir une prise en charge rapide des appels d'urgence. Quatre ans plus, tard, force est de constater que ces recommandations ne semblent pas avoir produit les effets attendus.
Monsieur le ministre, comment expliquez-vous que les effectifs des centrales 112 n'aient pas été renforcés de manière suffisante malgré ces recommandations? Quel est, aujourd'hui, le déficit réel de personnel dans les centrales d'urgence? Quelles mesures structurelles comptez-vous prendre pour y remédier, notamment sur le plan budgétaire?
Enfin, nous ne sommes qu'au début de l'été. Si une nouvelle vague de chaleur survient dans les prochaines semaines, quelles mesures immédiates allez-vous prendre pour éviter que nos concitoyens ne doivent, à nouveau, attendre dix minutes avant qu'un opérateur du 112 ne puisse répondre à un appel d'urgence?
Bernard Quintin:
Dames en heren volksvertegenwoordigers, op 22 juni 2026 heeft de Risk Management Group van Volksgezondheid vastgesteld dat aan de voorwaarden was voldaan om het waarschuwingsniveau van het Nationaal Ozon- en Hitteplan te activeren. Overeenkomstig de bestaande procedures werd het Nationaal Crisiscentrum daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht door de FOD Volksgezondheid.
Reeds de volgende ochtend organiseerde het Nationaal Crisiscentrum een eerste coördinatievergadering met alle betrokken federale en deelstatelijke partners, in het bijzonder met de diensten van de FOD Volksgezondheid. Het doel was om een duidelijk en gecoördineerd beeld van de situatie te verkrijgen.
Die coördinatie werd de hele week voortgezet, zodat de situatie van uur tot uur nauwgezet kon worden opgevolgd en waar nodig snel kon worden bijgestuurd.
Ces réunions n'ont pas conduit à l'identification de la nécessité de déclencher une phase fédérale. Les mesures nécessaires ont été prises, en effet, par les niveaux de pouvoir compétents, à savoir les bourgmestres et les gouverneurs de provinces. L'approche choisie était proportionnée, ciblée et conforme aux mécanismes existants, en fonction des réalités locales, qui étaient différentes partout dans le pays. Le Centre de crise national a très bien joué son rôle de sensibilisation et a diffusé largement une série de recommandations auprès de nos concitoyens, tout comme les différents départements de la Santé publique l'ont fait.
Wat betreft uw vragen over de 112-noodcentrales, ik wil in de eerste plaats alle operatoren bedanken die zich de voorbije dagen hebben ingezet om onze burgers te helpen. Tijdens het voorbije weekend kregen de noodcentrales te maken met een uitzonderlijk hoog aantal oproepen. Op nationaal niveau ontvingen de 112-noodcentrales op vrijdag en zaterdag telkens ongeveer 12.000 oproepen. Op zondag liep dat aantal op tot bijna 19.300 oproepen, terwijl het gemiddelde rond 6.000 oproepen per dag ligt.
Face à une telle quantité d'appels – il est question d'un pic d'environ 4 000 appels en 60 minutes – certains citoyens ont dû attendre plus longtemps que d'habitude.
De manière globale, parce qu'il faut quand même remettre les chiffres en place, au cours de ce week-end et selon les chiffres m'ayant été communiqués, 47 % des appels ont été pris en charge endéans les 20 secondes et 76 % endéans les 60 secondes. Le temps d'attente moyen sur l'ensemble du week-end s'est élevé à 61 secondes.
Les 10 minutes évoquées – je n'ai malheureusement pas eu l'occasion d'écouter mon collègue Vandenbroucke en commission –, certes trop longues, sont donc l'exception. Uitzonderlijk, zoals gezegd, je pense qu'il est non seulement faux, mais aussi dangereux de prétendre que le temps de prise en charge moyen des appels est de 10 minutes.
Concernant la question du staffing de nos centrales d'appel, des campagnes de recrutement sont régulièrement menées et se poursuivront bien évidemment. Seize personnes ont été engagées et ont commencé leur formation. Ce nombre reste toutefois insuffisant, j'en conviens avec vous, mais je lance un appel solennel: si vous avez des solutions miracles pour recruter plus de personnes, je vous en prie. Cela fait des années que ce problème existe, et je le prends à bras-le-corps. Cependant, je n'ai pas d'imprimante 3D pour faire apparaître des calltakers .
Des investissements sont également engagés dans le renforcement des technologies. Il s'agit d'un travail qui prend du temps. Ce sont des gens qui doivent être formés. En effet, le travail de calltaker ne s'improvise pas: il faut donc non seulement trouver des personnes qui puissent l'accomplir, mais il faut également prendre le temps de les former convenablement afin d'offrir le service nécessaire à la population.
Concernant la question relative au numéro 1733, pour lequel j'ai pu lire qu'il y avait un délai de réponse supplémentaire, j'aimerais en profiter pour souligner la différence entre le numéro d'urgence, destiné à répondre aux urgences médicales – vous avez notamment évoqué les crises cardiaques –, et les numéros de non-urgence. Il me paraît quand même assez normal que, lors d'une période d'urgence pendant laquelle le nombre d'appels double, voire triple, la priorité soit réservée aux appels les plus urgents. Les numéros 1733 et 1722 sont actuellement pris en charge par les mêmes opérateurs que le 112.
Je poursuis la réflexion avec mon collègue ministre de la Santé pour revoir le système 1733 afin qu'il soit intégralement pris en charge par le SPF Santé publique, de sorte que le 112 et les centrales d'urgence puissent se consacrer pleinement aux appels d'urgence, qu'ils concernent la police, les pompiers ou les services ambulanciers.
Pour le reste, il est évident que nous devons nous préparer – ce que nous faisons avec toutes les autorités publiques – pour apporter aux inévitables futures canicules – proches ou lointaines – des réponses qui devront être collectives, de l'autorité fédérales aux entités fédérées, en passant par les autorités locales. Chacune et chacun devra assumer ses responsabilités. Je vous remercie de votre attention. Ik dank u voor uw aandacht.
Jan Bertels:
De coördinatie door het Nationaal Crisiscentrum, op basis van de vragen en aanbevelingen van de RMG, was er. De RMG zal vandaag ook aanbevelingen formuleren om de coördinatie in de toekomst te verbeteren. Er ligt ook al een vraag voor van de Federale Raad voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening om sneller de alarmfases en de rampenfases af te kondigen, zodat de nationale overheid of de gouverneurs als dat nodig is mensen kunnen opvorderen.
Mijnheer de minister, we moeten onze hulpverleners en zorgverleners de nodige middelen geven om hun werk goed te doen. Een goede triage van de hulp- en zorgvragen is daarbij essentieel. Die triage en de werking van 1733, waarnaar u in uw antwoord hebt verwezen, zijn al jaren namelijk niet optimaal, en dat is zacht uitgedrukt. Dat moet gewoon beter. We moeten daarvoor een structureel systeem uitwerken, zodat het geld dat van Volksgezondheid naar Binnenlandse Zaken gaat goed wordt besteed.
Phaedra Van Keymolen:
Dank u voor uw antwoord en ook voor uw engagement in dit dossier. Ik hoor dat u de problemen ernstig neemt en dat er inspanningen worden geleverd. Dat is goed.
Ik wil nog één punt benadrukken. Voor de burger telt uiteindelijk maar één cijfer: hoe snel de telefoon wordt opgenomen wanneer er zich een crisis- of noodsituatie voordoet.
Ik ben er, samen met u, absoluut van overtuigd, mijnheer de minister, dat de operatoren en de mensen die daar werken hun uiterste best hebben gedaan en op dat moment alles hebben gegeven. De zomer is echter nog lang. De volgende hitteperiode kondigt zich alweer aan. Ik reken er dan ook op dat de maatregelen er liefst nog voor die nieuwe piek komen. Cd&v zal u daarin alleszins steunen, want wie naar de noodcentrale belt, verdient geen wachtmuziekje, maar snelle hulp. Dank u wel.
Jean-François Gatelier:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre. Je suis moi-même bourgmestre et médecin, et sachez, comme vous l'avez dit, que les pouvoirs locaux, les bourgmestres et les gouverneurs ont pris en charge correctement cette canicule. En revanche, il est dommage que le message ne soit pas le même partout. C'est pour cette raison qu'une coordination fédérale me paraît fondamentale. Elle l'est d'autant plus que vous nous avez rassurés, puisque vos chiffres semblent loin de ceux qui m'ont été annoncés hier en commission de la Santé. Cela montre donc vraiment bien qu'au sein du gouvernement fédéral, vous n'avez déjà ni la même communication ni les mêmes chiffres. Ce constat renforce d'autant plus mon propos selon lequel cette coordination fédérale est essentielle. Il faut savoir qui gère finalement la boutique dans cette histoire. Merci, monsieur le ministre.
-
Vraag: Het RVT-statuut als belangrijk instrument voor de toegang tot zorg
Vraag: De verhoogde tegemoetkoming
Vraag: De verhoogde tegemoetkoming
Vraag: De ongebreidelde toekenning van het RVT-statuut
gezondheid en welzijnHet RVT-statuut als belangrijk instrument voor de toegang tot zorg
De verhoogde tegemoetkoming
De verhoogde tegemoetkoming
De ongebreidelde toekenning van het RVT-statuut
Toegang tot zorg en tegemoetkomingen in RVT-statuut summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de toegang tot en misbruik van het BIM-statuut (verhoogde tegemoetkoming voor gezondheidszorg), dat volgens critici te ruim en inefficiënt is toegekend, met 400.000 extra begunstigden in vijf jaar. Gatelier (Les Engagés) en Bertels (Vooruit) erkennen het belang van het systeem voor kwetsbaren maar eisen strengere controles op vermogen en inkomens (zoals dividenden of tweede woningen) om misbruik door welgestelden tegen te gaan, terwijl Bertrand (Open Vld) het huidige automatisme als "onbetaalbaar en asociaal" afschildert en een vermogenstoets vereist. Minister Vandenbroucke belooft drie hervormingen: uitschakeling van bestuurders met grote vennootschapsbelangen en eigenaars van meerdere woningen, plus systematische controle op roerende inkomens en vermogen, maar wijst erop dat Bertrand eerder tegen dergelijke maatregelen stemde. Bacquelaine (MR) bekritiseert de "banalisering van solidariteit" door automatische toekenning en pleit voor striktere inkomensanalyses, terwijl Bertrand de minister van leugenachtigheid beschuldigt door gebrek aan eerdere actie. De meerderheid steunt de plannen, maar de oppositie blijft verdeeld over de uitvoering.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, le nombre de bénéficiaires du statut BIM continue d’augmenter. Nous avons vu les chiffres: plus 400 000 au cours de ces cinq dernières années, sans doute en raison de la paupérisation de la population.
Non, nous ne souhaitons pas remettre en question ce mécanisme, qui participe à l’accessibilité des soins pour certains publics vulnérables et qui doit être préservé. Mais oui, nous voulons évaluer cette mesure afin de trouver une solution aux deux problèmes auxquels nous sommes confrontés aujourd’hui. D’une part, certaines personnes bénéficient du statut BIM alors qu’elles sont dans une situation financière confortable. D’autre part, certaines n’en bénéficient pas alors qu’elles se trouvent dans une situation financière difficile.
Monsieur le ministre, allez ‑ vous é valuer cette mesure, notamment en concertation avec les mutuelles, et r é pondre à ces deux probl è mes, afin de veiller à ce que ce m é canisme, auquel nous tenons, remplisse effectivement son objectif d ’ accessibilit é aux soins, qui constitue un enjeu essentiel?
Monsieur le ministre, vous nous rappelez souvent que chaque euro d é pens é en sant é doit l ’ê tre avec efficience. Or, actuellement, j ’ ai le sentiment que le m é canisme d ’ octroi du BIM n ’ est pas efficient. Il y a quelques semaines, j’ai déposé une proposition de résolution, avec le groupe Les Engagés, visant à garantir que l’intervention majorée soit octroyée à ceux qui en ont réellement besoin. Je me permets de profiter de l'occasion pour vous en remettre une copie, afin de vous aider.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, mijn vader werkte jarenlang als bouwvakker in de Kempen, tot hij langdurig thuis moest blijven met zware rugproblemen. Veel doktersbezoeken, veel ziekenhuiskosten, veel pijn. De verhoogde tegemoetkoming was zijn en mijn redding om de noodzakelijke zorg te krijgen. Dat is maar één verhaal.
De verhoogde tegemoetkoming maakt elke dag het verschil voor heel wat gezinnen. Die verhoogde tegemoetkoming zorgt er immers voor dat ze niet de volle pot moeten betalen voor een doktersbezoek of voor geneesmiddelen. Ze zorgt er ook voor dat ze toegang krijgen tot de beste, betaalbare, zorg. Dat is voor ons van Vooruit een absolute prioriteit.
Ja, wij zijn er fier op dat we in de vorige regering, met de steun van de toenmalige coalitiepartners, dat statuut versterkt hebben, zodat sommigen nu automatisch recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming. Ze is essentieel om ons gezondheidszorgsysteem voor iedereen toegankelijk te maken.
Even essentieel is dat de steun terechtkomt bij wie die echt nodig heeft, dus niet bij zaakvoerders die zichzelf een minimumloon uitkeren en tegelijkertijd rondrijden met een Porsche van de vennootschap, noch bij mensen die meerdere huizen in het buitenland bezitten. Die voorbeelden komen voor alle duidelijkheid niet van mij, ze komen van de voorzitter van een Vlaams artsensyndicaat, een huisarts.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Wat zult u doen om dat schrijnende misbruik van onze sociale zekerheid aan te pakken?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, bijna 2,5 miljoen mensen in ons land krijgen via de verhoogde tegemoetkoming tal van sociale voordelen: voor 1 euro naar de dokter, gratis cultuur, gratis sport en bijna gratis op tram en bus. Daar stopt het niet: goedkope kinderopvang, goedkope vuilniszakken, de UiTPAS, verminderde provinciale belastingen enzovoort. 400.000 Brusselaars vallen onder dat systeem; dat is een op drie. Wie betaalt daarvoor? De andere twee en dat zijn niet de sterkste schouders, maar mensen die hard werken en ook mensen met lage lonen die net meer verdienen dan de drempel voor de verhoogde tegemoetkoming.
U hebt nu nog een toegangspoort tot dat statuut ingevoerd. Aan wie alleenstaand en drie maanden werkloos of ziek is, wordt het statuut automatisch toegekend, op een schoteltje gegeven, of die persoon daar nu nood aan heeft of niet. De verhoogde tegemoetkoming moet zelfs niet worden aangevraagd. (Tumult)
Het resultaat is 60.000 rechthebbenden erbij in minder dan één jaar tijd, en de teller loopt. Mijnheer de minister, dat is onhoudbaar, onbetaalbaar en asociaal beleid, vandaar mijn wetsvoorstel. (Luid protest van de heer Ronse)
Zwijg eens, mijnheer Ronse, een beetje respect.
Hulp moet terechtkomen bij wie het echt nodig heeft, zoals de papa van de heer Bertels. Dat zijn de juiste mensen. Schaf het anders af.
U zult opwerpen dat wij dat mee hebben goedgekeurd, maar u weet zeer goed, als u van goede trouw bent, mijnheer Ronse, dat ik daar nooit akkoord mee ben gegaan. Ik heb keer op keer gewaarschuwd voor de gevolgen en de budgettaire impact. We zien vandaag dat het budget daarvoor is ontspoord.
Mijnheer de minister, u zei dat u hier niet veel over te vertellen hebt. Blijft u achter het statuut staan? Hoe legt u dat uit?
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, je ne vais pas le répéter: 400 000 BIM en cinq ans, soit à peu près 100 000 BIM supplémentaires chaque année. Alors, je ne veux pas dire que le résultat de votre action sociale pendant cinq ans, c'est 100 000 BIM de plus tous les ans, parce que cela préjugerait de ce que votre action sociale pendant les cinq prochaines années, ce soit de nouveau 500 000 BIM en plus. J'espère quand même qu'à un moment donné, on va prendre la réalité en considération!
Il est nécessaire de veiller à que la solidarité s'exprime vis-à-vis de ceux qui en ont réellement besoin. Il faut lutter contre la banalisation de la solidarité. C'est une valeur essentielle qui n'a rien à voir avec l'assistanat. C'est une valeur essentielle que nous devons défendre aujourd'hui, en évitant notamment les pièges à l'emploi et tout ce qui gravite autour de l'attribution du statut BIM aujourd'hui, qui touche des domaines qui n'ont rien à voir avec la santé (le transport public, les crèches et encore bien d'autres choses). Il faut en revenir à l'essentiel. Et l'essentiel, c'est de faire en sorte que ceux qui ont besoin de la solidarité puissent en bénéficier pleinement. Aujourd'hui, ce n'est plus tout à fait le cas. On est dans un système d'automaticité qui ne permet pas de cibler la solidarité de façon correcte.
Je vous demande donc, monsieur le ministre, d'agir de façon à ce que nous revoyions les critères d'attribution du statut BIM, notamment en matière d'automaticité, qui est une mauvaise méthode. Il faut que ceux qui en ont réellement besoin puissent en bénéficier et que la solidarité soit une valeur capitale. Or, aujourd'hui, le système fait que beaucoup de médecins reçoivent des patients qui sont étonnés eux-mêmes d'être BIM. Ils ne comprennent pas qu'ils le soient. C'est quand même le comble du comble! Les médecins reçoivent aujourd'hui des patients (...)
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, geachte leden, gezondheidszorg moet betaalbaar zijn, betaalbaar voor iedereen en zeker ook voor mensen die het financieel moeilijk hebben.
Daarvoor dient de verhoogde tegemoetkoming, zodat mensen niet wachten om naar de dokter te gaan of om medicamenten te kopen omdat het geld dat zij daarvoor nodig hebben niet in hun portemonnee zit.
Een deel van de mensen ontvangt dat statuut automatisch,. Dat gebeurt altijd op basis van een volledig inkomensonderzoek. Dat hebben we samen beslist. Dat lijkt me normaal, want als mensen een recht hebben moeten ze dat recht ook kunnen genieten. Dat wordt bovendien elk jaar opnieuw gecontroleerd.
Wat is het probleem? Bij de toekenning van de verhoogde tegemoetkoming wordt geen rekening gehouden met het vermogen. Ook worden niet alle inkomens systematisch aangegeven; die blijven dus buiten beschouwing.
Les revenus mobiliers, en particulier, sont un angle mort. En théorie, monsieur Bacquelaine, une personne peut toucher 100 000 euros de dividendes ou réaliser 100 000 euros de plus-value sur des cryptomonnaies et avoir malgré tout droit à l'intervention majorée.
Il faut donc avoir une vision globale de l’ensemble des revenus et du patrimoine des personnes, afin que le droit à l’intervention majorée soit attribué de manière correcte et équitable, et que nous soyons certains qu’il bénéficie aux personnes qui en ont réellement besoin.
Dokter Jos Vanhoof heeft gezegd dat een zaakvoerder van een bouwbedrijf die zichzelf een minimumloon uitkeert, maar strak in het pak rondrijdt met een Porsche van de vennootschap geen verhoogde tegemoetkoming mag krijgen. Ik ben het helemaal eens met hem. Hij krijgt mijn woord dat we dat, met uw steun, tot op de letter zullen uitvoeren.
Ik ben vragende partij om een beter zicht te krijgen op alle inkomens en vermogens, zodat we zeker zijn dat de mensen die ze nodig hebben de verhoogde tegemoetkoming krijgen en de mensen die ze niet nodig hebben ze niet krijgen.
Ik werk aan drie voorstellen die ik op de regeringstafel zal neerleggen. Ten eerste, ik wil dat bij de aanvraag en de verlenging van het recht op verhoogde tegemoetkoming automatisch wordt nagegaan welke roerende inkomens en welk roerend vermogen een gezin heeft, zodat we met die twee correct rekening kunnen houden. Ten tweede, ik stel voor dat bestuurders met een belangrijk belang in een vennootschap automatisch uitgesloten worden van het recht op verhoogde tegemoetkoming. Het kan niet de bedoeling zijn dat iemand die een managementvennootschap bestuurt, en dat misschien heel goed doet, recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming. Ten derde, ik stel voor dat iemand die meer dan één substantieel onroerend vermogen heeft, bijvoorbeeld twee mooie woningen, automatisch wordt uitgesloten.
Mevrouw Bertrand, het automatisch systeem dat u nu aanklaagt, hebt u niet alleen mee goedgekeurd, maar toen ik in de vorige regering herhaaldelijk formeel voorstelde – jawel, mijnheer Van Quickenborne – dat wie twee onroerende inkomens bezit uitgesloten zou worden, hebben u en de MR dat niet gesteund, maar nu bent u … anders.
Dus ik vraag uw steun wanneer ik opnieuw zal voorstellen dat wie twee woningen bezit, geen recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming.
Bovendien zijn er ook inkomens waarmee wij rekening moeten houden en waarmee we vandaag geen rekening moeten houden, zoals een doctoraatsbeurs of een flexi-job. Laten we daar ook rekening mee houden, zodat de mensen die het nodig hebben het recht kunnen genieten, beschermd worden en zonder zorgen naar de dokter en apotheker kunnen gaan, en zodat wie het niet nodig heeft en de kantjes ervan af loopt, effectief wordt uitgesloten. Dat is niet zo moeilijk. U kunt dat beslissen, maar daartoe is politieke wil nodig.
De drie voorstellen zal ik aan de regering doen. Ik reken op uw steun, die ik hier zie, niet alleen van de meerderheid maar ook van de oppositie.
Jean-François Gatelier:
Je vous remercie, monsieur le ministre.
Le statut BIM doit en effet aider les plus fragiles, et non ceux qui peuvent se permettre d'acheter une voiture de luxe. J’ai entendu votre réponse. Finalement, vous répondez aux attentes des Engagés. En effet, faire en sorte que les personnes disposant d’un patrimoine global suffisant, les administrateurs de sociétés et les propriétaires de plusieurs biens immobiliers ne bénéficient pas de ce statut contribuera, en partie, à répondre à ce que vivent quotidiennement les soignants avec cette incohérence. Encore dernièrement, j’ai été interpellé par une gynécologue étonnée de voir sa patiente ricaner en ne payant que 3 euros pour une consultation de trois quarts d’heure chez un médecin spécialiste, alors qu’elle venait de régler 70 euros en cash à son ostéopathe. Finalement, tout ce dont les soignants sont témoins, nous pouvons y remédier.
En tout cas, sachez que Les Engagés soutiendront cette future réforme.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.
Ik geef u alle steun en ik heb alle vertrouwen in uw aanpak om misbruik door profiteurs hard aan te pakken en een echte vermogenstoets in te voeren, want iedereen verdient de beste zorg, zonder angst voor de factuur. Zorg wordt niet bepaald door de portemonnee. Daarover zijn we het volmondig eens. Zo simpel is het.
Voor Vooruit is dat ook de reden waarom we in de arizonaregering zitten. We zullen elke aanval op ons sociaal systeem afslaan en het blijven verdedigen tegen iedereen die het aanvalt.
Mevrouw Bertrand, puur uit mijn geheugen, bloemen verwelken, schepen vergaan, maar bij Open Vld bleef de liefde voor rijke profiteurs bestaan. Ik hoop echt dat het met Anders. anders wordt.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, u moet het maar durven. U hebt zich niet aan de afspraken gehouden. In de notificatie stond duidelijk dat een rechthebbende systematisch en voorafgaandelijk van de ambtshalve toekenning zou worden uitgesloten als hij eigenaar van een ander onroerend goed is. U bent uw beloftes niet nagekomen.
Frank Vandenbroucke:
Neen.
Alexia Bertrand:
Dat is absoluut wel zo.
Er moesten controles komen en die zijn er niet. Als men iets van de overheid krijgt, moet daar iets tegenover staan. Of men nu een Porsche of een tweede huis in Marokko heeft, dat kan mij niet schelen, het profitariaat moet eruit.
U bent plots wakker geschoten, mijnheer de minister. Ik heb het probleem aangekaart en u bent wakker geschoten. U hebt gisteren nog in Het Laatste Nieuws verklaard dat daar niets over te vertellen valt en dat u niet zult hervormen.(…)
Daniel Bacquelaine:
(…) de ces quelques polémiques. Je pense que la solidarité mérite une gestion rigoureuse de nos données publiques et que cette solidarité doit s'orienter vers ceux qui en ont le plus besoin. On ne peut pas banaliser la solidarité. Et je pense que l'automaticité banalise et dévalue la solidarité. La solidarité sans contrôle crée l'injustice. Il est absolument nécessaire que l'on travaille sur l'analyse des ressources financières de ceux qui prétendent pouvoir bénéficier de statuts particuliers, parce que, sinon, ce sont tous les autres que l'on dévalorise. Je crois vraiment, monsieur le ministre, qu'il est temps de revoir le système d'attribution du statut BIM dans notre pays. Notez que, quand on interdit des suppléments pour les bénéficiaires de l'intervention majorée, on fragilise toute la chaîne de la médecine ambulatoire. (…)
-
Vraag: De rol van de RIZIV-inspectiediensten en de ziekenfondsen in het voorkomen van sociale fraude
Vraag: De controles door het RIZIV
Vraag: De controles door het RIZIV en de sociale fraude
Vraag: Het plafond op verstrekkingen van thuisverpleegkundigen en de vrijwaring van het vrij beroep
Vraag: De controles door het RIZIV
Vraag: De controles door het RIZIV
Vraag: De controles door het RIZIV
gezondheid en welzijnDe rol van de RIZIV-inspectiediensten en de ziekenfondsen in het voorkomen van sociale fraude
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV en de sociale fraude
Het plafond op verstrekkingen van thuisverpleegkundigen en de vrijwaring van het vrij beroep
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
Toezicht en fraudebestrijding door RIZIV en ziekenfondsen, controles en regelgeving thuisverpleging summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
Dominiek Sneppe
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Een thuisverpleegkundige fraudeerde acht jaar lang voor 3,5 miljoen euro (90+ gefactureerde consulten/dag, luxeleven met 17 Porsches), terwijl waarschuwingen sinds 2017 (RIZIV, mutualiteiten) werden genegeerd en pas na mediadruk actie kwam—te laat en te zwak. Minister Vandenbroucke verdedigt zich met "nieuwe maatregelen" (omgekeerde bewijslast, plafonds, RIZIV-nummers intrekken), maar oppositie en sector wijzen op structureel falen: controles bestonden al, werden niet toegepast, en eerlijke verpleegkundigen lijden reputatieschade terwijl fraudeurs ongestraft bleven. Kern: systeemfaal door laks toezicht, politieke vertraging en gebrek aan daadkracht, ondanks herhaalde signalen.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, elke dag zetten duizenden thuisverpleegkundigen zich met hart en ziel voor hun patiënten in. De job van die mensen werd deze week door een extreme fraudeur besmeurd. Aan al die mensen die hun job goed en eerlijk doen, zijn we het verplicht om duidelijkheid te scheppen.
Dat die fraude kon gebeuren, dat het jarenlang aan de gang was, dat het geweten was, is hallucinant, onaanvaardbaar en moet worden aangepakt. We kunnen alleen maar vaststellen dat u na de feiten, opnieuw, zeer reactief reageert. In een schijnbare opwelling kondigt u plots een breed pakket aan. Dat u actie onderneemt, is goed, doe dat gericht en zorgvuldig, maar opnieuw loopt u achter de feiten aan en treedt u pas op wanneer er een schandaal in de pers komt.
In die case stonden alle knipperlichten aan. Het was pijnlijk duidelijk. Meer dan 90 verplegingen per dag, dag in, dag uit, week na week, jaar na jaar, dat is gewoonweg fysiek niet mogelijk en moet er zo snel mogelijk worden uitgehaald, zeker als er plots zeventien Porsches voor de deur staan.
Hoe kon dat gebeuren, mijnheer de minister? De mutualiteiten trokken bij het RIZIV al in 2017 aan de alarmbel. Vandaag wordt er ingegrepen. In 2020 sprak het RIZIV al over meer dan een miljoen euro fraude. U schreef er deze zomer een brief over aan de artsen, maar u grijpt niet in op het terrein.
Uw huidige maatregelen verscherpen opnieuw de controle, terwijl dat niet het probleem was. Er is niets gebeurd met wat er uit de controle kwam. Waarom niet?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, ik ken veel zelfstandig thuisverpleegkundigen en u wellicht ook. Ik ken er weliswaar geen die met een Ferrari rijdt, laat staan 17 Ferrari’s. Ze laten zich evenmin rondvliegen in een helikopter of gaan op een jacht op reis. Neen, het zijn mensen die om 05.00 uur opstaan, dan hun eerste patiënten zien en die men om 22.00 uur nog eens tegenkomt, omdat ze dat laatste spuitje of dat laatste pilletje toch nog zijn gaan toedienen. Het zijn ondernemers. Het zijn zelfstandigen.
De bom in de sector was dan ook bijzonder groot toen het nieuws over die frauduleuze verpleegster aan het licht kwam. Het is crimineel. Er is ook sprake van afpersing van patiënten. Dat kunnen we niet tolereren, dat moeten we aanpakken. Daarover zijn we het absoluut eens.
Wat ik echter niet uitgelegd krijg, is dat een organisatie als het RIZIV, met een budget van 40 miljard euro, met 1.200 medewerkers, van wie 243 bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de alarmsignalen, die er waren, die bekend waren, niet krachtdadig heeft gebruikt, dat het niet onmiddellijk is opgetreden. Ik kan dat niet uitleggen, mijnheer de minister, want ik begrijp het niet.
Er zijn drempelwaarden. We willen het ondernemerschap van de zelfstandigen niet beknotten. Er is een drempelwaarde, er is een V-waarde. Die verpleegster heeft die waarden tientallen keren overschreden, maar toch werd niet tot actie overgegaan, hoewel dat mogelijk was. Ze werd slechts één keer geschorst, de derde-betalersregeling werd geschorst. Pas na zes jaar is men naar de arbeidsauditeur gestapt. Het heeft gewoon veel te lang geduurd. Ondertussen kon die verpleegster blijven frauderen. Ze heeft zich aangesloten bij een groepering, maar ook die kan worden geschorst.
Mijnheer de minister, kunt u mij en al die mensen die te goeder trouw werken, uitleggen hoe dat onder de radar kon blijven?
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, acht jaar lang werd er gefraudeerd binnen onze sociale zekerheid en dat voor een bedrag van 3,5 miljoen euro. Dat geld dient voor de meest kwetsbaren in onze samenleving, voor de zieken, voor de patiënten die extra zorg nodig hadden en voor de oudere mensen die thuis extra hulp nodig hadden.
Ik vind het degoutant en ik ben enorm boos dat dat zo lang heeft kunnen aanslepen. Al die tijd kon die verpleegkundige onze sociale zekerheid bestelen en zichzelf verwennen met luxewagens, luxereisjes en luxehandtassen, terwijl kwetsbare mensen haar vertrouwden voor hun verzorging. Ik hoef u niet te vertellen dat die problematiek vandaag breed uitgesmeerd wordt in de media. Het imago van de zorgsector staat op het spel. Als ik vandaag twee slachtoffers moet benoemen, dan is het ten eerste de zorgsector zelf, terwijl nochtans heel veel zorgverstrekkers dag en nacht op pad zijn om duizenden patiënten te helpen, en ten tweede de patiënt. Oudere mensen durven vandaag hun deur niet meer opendoen omdat ze schrik hebben van de persoon die hen zorg komt bieden. Het vertrouwen is helemaal weg.
Mijnheer de minister, ik heb heel veel vragen die vandaag onbeantwoord blijven. De ziekenfondsen zeggen dat ze hun controlefunctie hebben opgenomen, het RIZIV zegt dat het alle middelen waarover het beschikt heeft ingezet. Zo werd de derde-betalersregeling geschorst en werden er financiële sancties uitgevaardigd. De grote vraag is hoelang het kabinet al op de hoogte was. Wat hebt u gedaan om die diefstal te stoppen?
Julie Taton:
Monsieur le ministre, la fraude sociale est, malheureusement, présente partout. Lorsqu'une faille apparaît dans notre système, l'être humain a tendance à en abuser. Le plus triste dans cette histoire est qu'à force d'en abuser, on finit par le fragiliser, alors que ce système est, au départ, censé nous aider.
Cette fois-ci, il est question d'une infirmière indépendante – ma collègue Nawal me semble en avoir bien parlé à l'instant, car elle a employé les bons mots – qui aurait facturé plus de 90 consultations par jour. Cela lui aurait permis de gagner et détourner beaucoup d'argent. On parle de plusieurs millions d'euros – soit un montant que notre sécurité sociale n'a pas reçu. Ces faits mettent à nouveau tristement en lumière un mauvais fonctionnement du contrôle, étant donné que la limite raisonnable pour pratiquer de bons soins de santé s'élève à une vingtaine de consultations journalières.
En réaction à cette affaire, monsieur le ministre, vous avez annoncé vouloir fixer un plafond du nombre de patients par jour pour un soignant à domicile. Oui, il faut prendre des mesures contre la fraude, et elles doivent être prises rapidement. Pour autant, il nous paraît essentiel de garantir une bonne concertation avec le secteur des infirmiers à domicile, car celui-ci souffre en ce moment et est mis sous pression. Il ne faut surtout pas l'abandonner.
Mes questions, monsieur le ministre, seront très simples. Il semblerait que l'INAMI avait déjà reçu un signalement en 2017 pour des soupçons de fraude. Manifestement, il n'y a pas eu de suivi. Comment pouvez-vous l'expliquer? Comment évaluez-vous ce dispositif de suivi? Combien de dossiers en ce domaine sont-ils ouverts par l'INAMI?
Vous avez annoncé plusieurs mesures relatives au plafonnement des prestations. À ce titre, envisagez-vous vraiment une concertation avec le secteur? Vous dites aussi souhaiter renforcer le contrôle des mutuelles. Or elles sont juge et partie puisque certaines offrent des services de soins à domicile. Tous les infirmiers seront-ils logés à la même enseigne et égaux face à ces contrôles?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, hoeveel hoofdstukken moeten we nog toevoegen aan het blunderboek van het RIZIV? U bent al zes jaar de verantwoordelijke minister. Twee maanden geleden zei collega Ronse hier dat er 12.000 langdurig zieken in het buitenland verblijven, van Pattaya tot Benidorm, die nooit gecontroleerd worden. Een maand geleden spraken we hier ook over het RIZIV: 529.000 langdurig zieken, 150.000 mensen met lage rugpijn – een bevolking zonder ruggengraat blijkbaar – en 195.000 mensen met psychische problemen. Verder zijn 260.000 mensen arbeidsongeschikt tot aan hun pensioen. Vervolgens ging de FOD eens controleren en toen bleek dat 16,7 % terecht arbeidsongeschikt was, 27,2 % onterecht en bij 55,6 % werd de erkenning ingekort.
Een week geleden vernamen naar aanleiding van een televisie-uitzending dat iemand die acht jaar geleden over een hondendrol is uitgegleden sindsdien thuisblijft met een ziekte-uitkering. Wat doet het RIZIV? Niets. Wat horen we nu? Acht jaar lang lichtte de verpleegkundige Stefanie Sander uit het landelijke Houthulst de boel op. Acht jaar! Al sinds het eerste jaar, 2017, zijn er klachten over 14.475 aangerekende prestaties. Er wordt gecontroleerd en er wordt in beroep gegaan. Wat gebeurt er vervolgens? Niks. De vrouw in kwestie moest een bedrag terugbetalen, maar dat deed ze niet. Wat doet het RIZIV daaraan? Niks.
Bent u dan Calimero, mijnheer de minister? U bent al zes jaar verantwoordelijkheid voor het RIZIV en ik zeg u wat er in één à twee maanden in het Parlement al werd aangekaart. Begin uw werk te doen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, ons land werd deze week opgeschrikt door een fraudeschandaal van een thuisverpleegkundige dat zijn gelijke niet kent. Een dame slaagde erin om gedurende acht jaar miljoenen euro’s ten onrechte aan te rekenen aan het RIZIV en de mutualiteiten. Er was sprake van facturatie van niet-geleverde prestaties, tot meer dan een miljoen euro per jaar. Ze zette patiënten ook onder druk en foefelde met identiteitskaarten.
Blijkbaar bestaat die fraude reeds sinds 2017, toen het RIZIV een controleonderzoek instelde en op dat moment reeds fraude vaststelde. Toch kon die persoon haar frauduleuze praktijken verderzetten zonder verdere controle door het RIZIV en kon ze er een zeer luxueus leven op nahouden. Blijkbaar hebben de controlemechanismen van uw diensten helemaal niet gewerkt. Dit betreft echt een structureel falen van het beleid. Het gaat trouwens om een voortzetting van jarenlang falend beleid, ook van uw voorgangers.
Onze partij en ook de sector zelf waarschuwen al vele jaren voor dergelijke misbruiken. Ze vragen betere datagedreven detectie, objectieve monitoring en tijdige interventies. Al die waarschuwingen werden door de zogenoemde beleidspartijen vakkundig straal genegeerd. Integendeel, door uw geplande aanpak stigmatiseert u nu zelfs de vele duizenden hardwerkende thuisverpleegkundigen.
Daarom heb ik een aantal vragen.
Hoe is het mogelijk dat dergelijke fraude gedurende acht jaar onder de radar is gebleven, terwijl er al lang voldoende signalen aanwezig waren? Welke controles zijn uitgevoerd? Welke signalen werden er gemist en door wie? Waarom werd er niets ondernomen door het RIZIV, het ziekenfonds of uw administratie en is het pas op het moment waarop een arbeidsauditeur het dossier naar zich toetrekt dat de bal aan het rollen gaat? Hoe zult u er verder voor zorgen dat de correct werkende thuisverpleegkundigen niet langer reputatieschade ondervinden van dergelijke fraudeurs? Sinds wanneer was u op de hoogte van deze hallucinante praktijken? Wat hebt u gedaan en welke acties hebt u ondernomen?
Voorzitter:
Collega's, mag ik het woord geven aan de heer Bertels? (Rumoer)
Mijnheer Bertels, u hebt recht op twee minuten spreektijd.
Jan Bertels:
Collega's, wat wij de voorbije dagen konden lezen, moet ons allemaal verontwaardigen. Ik ben blij dat u die verontwaardiging deelt. Een thuisverpleegkundige die voor miljoenen fraudeert, dat kunnen wij niet aanvaarden. Het systeem werd en wordt daardoor van binnenuit ondergraven, op verschillende manieren.
Zij zette patiënten onder druk om hun identiteitskaart onder de deurmat of in de brievenbus te leggen. Lag er geen identiteitskaart klaar, dan werd de medicatie stopgezet of werd daarmee gedreigd. Op die manier kon ze tot 90 patiënten per dag zien. Zij factureerde bezoeken en streek zelfs premies op die voor haar patiënten of voor zorgkundigen bedoeld waren. Ze waren niet voor haar bestemd, maar zij streek ze toch op.
Sancties werden omzeild. Het RIZIV trad wel degelijk op, zij het misschien niet hard genoeg. Daarover kunnen wij discussiëren. Het streed echter wel met de middelen die wij, wetgevers, het hebben gegeven. Die wapens volstaan niet. Ik hoop dat wij het daar nu allemaal over eens zijn en blijven.
Ook de wapens die het RIZIV aan het ministerie van Financiën geeft om te innen, volstaan niet. Er wordt niet genoegd gedaan met de verslagen die het RIZIV aan het parket bezorgt. Wij moeten daar eerlijk over zijn. Daar wordt niet genoeg mee gedaan. Ook op dat vlak moeten er prioriteiten worden gesteld met betrekking tot socialefraudebestrijding. Fraude is immers onaanvaardbaar. Alle hardwerkende thuisverpleegkundigen komen daardoor in een slecht daglicht. Daarom moeten wij het systeem hervormen en een handhavingsplan opstellen en uitvoeren.
Voorzitter:
Ik geef het woord aan de vicepremier om te antwoorden. Hij heeft daarvoor vijf minuten spreektijd.
Frank Vandenbroucke:
Geachte Kamerleden, fraude is diefstal, of het nu om fiscale fraude of sociale fraude gaat, het is in feite een vorm van gangsterisme in de ziekteverzekering. Dat is diefstal. Het is intriest voor talloze hardwerkende thuisverpleegkundigen die het beste voor hebben met hun patiënten. Dat is de reden waarom we keihard moeten optreden.
Is de inspectie van het RIZIV opgetreden? Ja, onmiddellijk. Ik zal de gedetailleerde tijdslijn bezorgen aan het secretariaat van de Kamer. Onmiddellijk nadat moedige mensen uit de omgeving van die thuisverpleegkundige in 2017 hadden gemeld dat er iets niet in orde was, is een onderzoek gestart. Dat is een moeizaam onderzoek waarbij men patiënten thuis moet opzoeken om vast te stellen dat er inderdaad is gefraudeerd. Enkele maanden later werd een proces-verbaal opgesteld. Er is een zware boete opgelegd en onterecht verkregen geld werd teruggevorderd, waarvan een deel werd terugbetaald. Men is die zaak blijven opvolgen. Na nieuwe klachten is men opnieuw opgetreden. Al meer dan twee en een half jaar geleden werd, na sterk aandringen, het parket aan zet gebracht. Het RIZIV is dus opgetreden, onmiddellijk en herhaaldelijk, maar met wapens die tegenover dat soort gangsterisme veel te zwak zijn. Dat is toch juist?!
Maar nu wordt het interessant. Wilt u de wapens tegen dat soort diefstal versterken of niet? Dat is de vraag voor u. Wilt u de middelen versterken om dat soort diefstal aan te pakken of niet? Dat is absoluut nodig.
Overigens, mijnheer Van Lysebettens, dat is allemaal reeds beslist en we gaan het uitvoeren. Om te beginnen wordt de bewijslast omgekeerd, zodat men niet talloze patiënten thuis moet opzoeken om te bewijzen dat er is gefraudeerd. Wanneer een zelfstandig thuisverpleegkundige voor meer dan 229.000 euro aan facturen indient, meer dan tweemaal zoveel als het gemiddelde van een hardwerkende voltijds verpleegkundige, dan mag men om uitleg vragen, zodanig dat de betrokkene moet bewijzen dat hij of zij niet fraudeert. Dat is beslist. Die wetgeving, mijnheer Van Lysebettens, is al tot stand gebracht, dat koninklijk besluit is meer dan een jaar geleden gepubliceerd en we zullen het vanaf nu toepassen. Ja, dat is onder Vivaldi beslist, mét u beslist, en is vanaf nu van toepassing.
Ten tweede, collega’s van het Vlaams Belang, u vraagt wanneer ik van het geval op de hoogte was, maar ik heb tegenover mevrouw Sneppe maanden geleden net het voorbeeld van die frauderende zelfstandige gegeven om tegen uw weerstand in de wapens aan te scherpen. U wilde niet dat we het nummer zouden kunnen intrekken. U vond dat vreselijk. (rumoer en protest in de zaal)
Ik heb met handen en voeten uitgelegd dat het nodig is om dat soort draaimolen te stoppen, door het nummer waarop men factureert gewoon in te trekken. Ik heb van op dit spreekgestoelte het voorbeeld gegeven aan mevrouw Sneppe, om haar te overtuigen.
Ten derde, we moeten ook de patiënten wapenen. We zullen er dus systematisch voor zorgen dat vanaf nu de patiënten geïnformeerd worden, ook wanneer men in derde-betaler factureert, ook in de thuisverpleging.
Morgen ligt op de ministerraad een wetsontwerp voor waarbij onder meer de mutualiteiten voor 100 miljoen euro borg zullen moeten staan voor acties tegen fraude. Dat ligt klaar. We hebben dus niet gewacht.
Het punt is dat men de samenleving moet willen wapenen tegen diefstal. De flauwe en leugenachtige verhalen die ik hier bij de voorgaande mondelinge vraag gehoord heb, dat we zogezegd in de rekeningen zouden gaan kijken, dat zijn leugens.
U liegt. U liegt om diefstal mogelijk te laten zijn. Daarmee beschermt u niet de gewone burger, maar wel drugscriminelen die geld witwassen. Wie u beschermt, als u tegen het principe van de plafonds bent, zijn gangsters in de ziekteverzekering.
Geachte Kamerleden, u zult kleur moeten bekennen, u allemaal, in de meerderheid en in de oppositie. Zult u de inspectie de wapens geven op te treden (…)
Jeroen Van Lysebettens:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Over twee zaken zijn we het eens: fraude is diefstal en het RIZIV heeft ten minste een probleem gesignaleerd. Bij andere partijen maken ze van een Porsche Queen een raadslid.
U hebt mij echter op een aantal punten verkeerd begrepen. Mijn punt was niet dat er geen beslissing is genomen, mijn punt is dat beslissingen niet worden uitgevoerd. Het RIZIV heeft sinds 2020 weet van die zaak van miljoenenfraude en toch kan en mag de persoon in kwestie blijven voortdoen. U zegt dat men onmiddellijk ingrijpt, maar we zijn vijf jaar later.
Ik stel vast dat het hier hetzelfde is als met fraude in andere domeinen: u zit met het sleepnet achter de kleine garnalen en de grote vissen zwemmen ongehinderd verder. Dat is hier zo. Dat zal straks ook zo zijn bij de arbeidsmarktfraude die de heer Mertens aankaart (…)
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, iedereen wist het, maar de wapens, die er zijn, zijn gewoon niet gebruikt. De wapens zijn er, maar ze zijn niet voldoende gebruikt. Er is te lang gewacht. Een inspecteur kan na een melding meteen overgaan tot een onderzoek. Dat onderzoek kan leiden tot een schorsing van de derde-betalersregel en vervolgens kan men onmiddellijk naar de arbeidsauditeur stappen. Dat is niet gebeurd, mijnheer de minister. Er zit zes jaar tussen! Zes jaar!
Ik heb weet van fraudedossiers van 50.000 euro – dat is het gemiddelde van de fraudedossiers – en die worden onmiddellijk afgehandeld. Hoe komt het dat het hier om miljoenen euro's gaat en dat men zoveel geduld heeft gehad met die mevrouw? Dat is schandalig.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het was een luid antwoord. Er zat veel passie in. Het gaat hier over het belastinggeld van hardwerkende mensen. Mensen gaan ervan uit dat het belastinggeld goed beheerd wordt en dat het voor de juiste zaken wordt ingezet. In de sociale zekerheid zijn dat de meest kwetsbaren, hulpbehoevende ouderen, die zich vaak niet kunnen verweren.
U zegt dat alle middelen zijn gebruikt. Uw collega, Jan Bertels, zegt dat ze misschien niet hard genoeg zijn ingezet. Wel, ik ben het daar volledig mee eens. Er had veel straffer en veel sneller moeten worden gereageerd.
Als u het hebt over de strijd tegen fraude, dan zult u in cd&v een partner vinden, of het nu gaat over fiscale fraude, fraude met managementvennootschappen, sociale fraude of het aangehaalde type fraude: het moet sneller, harder en u moet (…)
Julie Taton:
À mon tour de vous dire merci pour ces réponses, monsieur le ministre, qui étaient très vivantes. Je suis assez d'accord avec mes collègues. Je voudrais juste ajouter qu'il est très important pour nous de défendre la profession libérale des infirmiers, et de les rassurer. La fraude est là, nous l'avons bien compris. Vous allez la combattre, c'est sûr. Mais il faut aussi rassurer le secteur, il faut l'écouter, échanger avec les infirmiers et leur faire passer le message que nous ne sommes pas contre eux. Nous n'allons pas faire la chasse aux infirmiers, mais nous allons faire la chasse à la fraude. Il y a beaucoup de travail.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, u bent de grootste calimero van dit halfrond. U maakt mevrouw Sneppe hier verwijten – ik heb haar niet te verdedigen - maar zij zit in de oppositie en heeft niets te zeggen. U bent degene die zijn werk niet heeft gedaan. U hoeft het ook niet politiek te spelen, want mevrouw Sanders stond in 2018 op de lijst van de socialisten voor de verkiezingen. Stop daar dus mee.
Waarover gaat het hier? U bent zes jaar minister en nu zegt dat u iets gaat doen, dat u gaat ingrijpen. Gedurende zes jaar hebt u het door de vingers gezien, hebt u gekeken naar de mensen die een pint te veel drinken of een sigaret te veel roken, maar de fraude bij het RIZIV... Hoeveel controleurs heeft het RIZIV trouwens? Ze hebben er 243. Hoeveel controles hebben die uitgevoerd in 2023? Ik zal het u zeggen, het waren er precies 705. Dat zijn drie controles per persoon in een jaar tijd. En u beweert dat u uw werk hebt gedaan. Proficiat.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, u wordt kwaad. Dat is normaal als uw onbekwaamheid op deze manier geëtaleerd wordt. Ik denk dat dat inderdaad normaal is. U reageert nooit vooraf, steeds na de feiten. U spreekt over diefstal, maar de mogelijke maatregelen zijn wel degelijk beschikbaar. Er moet geen verharding plaatsvinden. U hebt tweeënhalf jaar gewacht om de auditeur in te lichten. Hoe is dat mogelijk? Er moet dus geen verharding van de maatregelen komen.
Mijnheer de minister, hoeveel moet er nog gebeuren voordat u zelf uw conclusies trekt? Er was een overfinanciering van het covid-testplatform voor 60 miljoen euro. Daarna was er de vernietiging van miljoenen ongebruikte covidvaccins. Vervolgens de donatie van vervallen geneesmiddelen aan Oekraïne, de Medista-affaire, de artsenstaking, het donorschandaal en nu het fraudedossier van thuisverpleegkundigen. Het zou passend zijn mocht u de eer aan uzelf houden.
Jan Bertels:
Collega's, stop met fraudeurs en bedriegers goed te praten. Ze zit bij jullie. Ik heb begrepen dat we niet moeten rekenen op het Vlaams Belang. Laten we als Parlement ons werk doen. Laten we die fraude aanpakken.
( Rumoer in het halfrond )
Voorzitter:
Ik vraag om de klok even te stoppen. Collega's, de heer Bertels heeft het woord.
Jan Bertels:
Laten we die fraude aanpakken en laten we eindelijk beslissen om het mogelijk te maken een RIZIV-nummer te schorsen wanneer er een vermoeden van fraude is. Late we dat doen. Het Parlement kan dat, dus doe het gewoon.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, ik zal niet roepen zoals u, maar proberen zeer rustig te blijven.
Het eerste persoonlijk feit dat u aanhaalde, was dat u het voorbeeld hebt gegeven van die dame. U hebt inderdaad een voorbeeld gegeven van een frauderende verpleegkundige. Ik ben natuurlijk Madame Blanche niet.
Frank Vandenbroucke:
(…)
Dominiek Sneppe:
Dat hebt u er niet bij gezegd en dat doet overigens niet ter zake. Ik ben geen Madame Blanche, ik kan dat niet weten. U zit aan de knoppen als minister. U zit aan de knoppen van het RIZIV, niet ik. Ik kan toch niet weten dat er ergens in dit land een verpleegkundige aan het frauderen is? Uw voorbeeld gaat dus niet op.
U wist het nochtans en u had dan beter haar naam genoemd, dan hadden we onmiddellijk kunnen optreden. Dat hebt u echter nagelaten. Zeven à acht jaar hebt u nagelaten daar iets aan te doen en nu wijst u in onze richting. Sorry, u bent in de fout gegaan en niemand anders dan u.
Ik kom tot het andere persoonlijk feit. Mijnheer de minister, fraude moet worden aangepakt. Dat klopt, collega Bertels. Als u die grondig aanpakt en zoals het moet, dan zult u in het Vlaams Belang een partner vinden. Wat stellen we echter vast? De bestaande fraudebestrijdingsmiddelen zijn gewoon niet gebruikt. Ze zijn niet ten volle uitgeput. Nu komt u met iets anders op de proppen, iets wat u eigenlijk al heel lang in gedachten hebt. U misbruikt deze problematiek nu om alweer uw gedacht door te drukken. Mijnheer de minister, ik wist al van bij het begin dat het afpakken van die RIZIV-nummers in de kaderwet zou komen, want zo zit u nu eenmaal in elkaar: uw gedacht en dat van niemand anders.
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Sneppe, voor alle duidelijkheid, ik heb dat voorbeeld gegeven zonder te weten over wie het ging. Dat zegt men niet. Ik wist niet dat het om een vrouwelijke verpleegkundige ging. Ik wist niet over wie het ging. Dit is een anoniem voorbeeld. Ik heb u er zo drie gegeven. Ik wist niet dat die dame nog op de lijst van mijn partij en uw partij had gestaan. Dat heeft inderdaad geen belang. Uw partij heeft daarin zeer correct opgetreden. Daar gaat het niet over. Het punt is onze verantwoordelijkheid. U bent hier voortduren tussengekomen om te zeggen dat het opschorten van die RIZIV-nummers een slecht idee was en u herhaalt dat hier weer. Ik zeg u dat u dit soort draaimolen, met gangsters die altijd opnieuw beginnen met facturen te sturen, niet kan stoppen zonder de wettelijke basis om die betalingen stop te zetten. Degenen in dit halfrond die niet willen dat RIZIV-nummers worden opgeschort bij zo’n grote fraude, die beschermen de dieven. Ze beschermen de dieven! Als u de dieven wilt pakken, dan moet u daarvoor de nodige wapens hebben. Wij zullen daarom die RIZIV-nummers opschorten, werken met plafonds en de bewijslast omkeren. Ik hoor hier allerlei loze argumenten van u en van anderen in de oppositie. Die loze argumenten dienen enkel om de dieven te beschermen. Dat is onze verantwoordelijkheid, ervoor zorgen dat dit niet gebeurt.
-
Vraag: Een eerlijke bijdrage van de farma-industrie
Vraag: De teloorgang van de farma-industrie
Vraag: De begrotingsgesprekken en de volksgezondheid
economie en werkEen eerlijke bijdrage van de farma-industrie
De teloorgang van de farma-industrie
De begrotingsgesprekken en de volksgezondheid
Financiële verantwoordelijkheid, uitdagingen en budgettaire impact van de farmaceutische sector op volksgezondheid summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de eerlijke bijdrage van de farmaceutische industrie aan de betaalbaarheid van de gezondheidszorg, waarbij Vooruit (Bertels) pleit voor een verplichte winstafdracht (80 miljoen euro besparing) om explosieve geneesmiddelenkosten te beteugelen en solidariteit te waarborgen. Oppositie (De Knop, N-VA) waarschuwt dat lineaire bezuinigingen innovatie en patiëntentoegang bedreigen en de sector—een economische troef—ondermijnen, terwijl coalitiepartner Depoorter (Open Vld) dialoog en afgewogen maatregelen eist, met kritiek op het ontbreken van overleg bij de ministeriële aankondiging. Minister Vandenbroucke verdedigt de noodzaak van ingrijpen (prijsverlagingen, remgeldhervorming, voorschrijfbeleid) om verspilling tegen te gaan en prioriteiten zoals tandzorg en zorgpersoneel te financieren, met een ultieme heffing op de industrie bij budgetoverschrijding, maar benadrukt dat creatieve sectorvoorstellen nog steeds mogelijk zijn.
Jan Bertels:
Collega’s, iedereen weet dat we voor moeilijke budgettaire jaren staan. We moeten hervormen om de rekeningen van ons land op orde te brengen, om zo de koopkracht van onze bevolking te beschermen, onze sociale zekerheid veilig te stellen voor de toekomst en onze gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Dat vraagt een inspanning van iedereen. Mensen begrijpen dat en zijn bereid hun steentje bij te dragen. Ik hoor op straat wel steeds dat zij dat willen doen op voorwaarde dat iedereen een inspanning levert. Die mensen hebben gelijk. Voor Vooruit is het de normaalste zaak van de wereld dat ook de sterkste schouders eerlijk bijdragen. Elk zijn deel is niks te veel.
Wij willen de facturen in onze gezondheidszorg voor iedereen betaalbaar houden. Daarom is het van groot belang dat ook de grote farmaceutische industrie haar duit in het zakje doet. Die industrie verricht goed werk, vaak letterlijk van levensbelang. Maar waar eindigen de macht en de winst van sommige farmaceutische bedrijven? Wat vinden wij nog aanvaardbaar? Verhalen zoals dat van baby Pia liggen nog vers in het geheugen. De stabiele hoge winstcijfers tonen aan dat de sector de voorbije jaren goed geboerd heeft. Van die industrie mogen we dan ook een eerlijke bijdrage verwachten om onze gezondheidszorg voor iedereen betaalbaar te houden. De industrie weet dat zelf ook.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat die industrie een eerlijke bijdrage levert aan onze gezondheidszorg?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, welkom terug, een nieuw parlementair jaar en een nieuwe aanval van Vooruit. Ditmaal zijn het de farmaceutische bedrijven die het gelag moeten betalen. We zijn dat van Vooruit gewoon. Mensen die ondernemen, die het land zuurstof geven, die investeren in gezondheid en economie, het zijn jullie natuurlijke vijanden.
Mijnheer de minister, zoals we dat enigszins van u gewend zijn, u gaat eenzijdig en zonder overleg 80 miljoen euro aan inkomsten weghalen bij die sector. Ik heb goed geluisterd naar wat u zei over hervormen, maar dit is niet hervormen. Dit lijkt eerder op het uitroeien van een sector. Laat ons daarover eens nadenken, mijnheer de minister. Wat levert de strategie die u voert economisch gezien op? Wat levert de strategie die u voert ons op het vlak van de gezondheidsdoelstellingen op?
We zijn zeer ongerust en ik heb begrepen dat premier De Wever even ongerust is als wij. Dit betreft immers een sector waar ons land vandaag internationaal koploper is. Hier worden geneesmiddelen ontwikkeld. Hier worden klinische studies uitgevoerd. Dat alles leidt ertoe – of moet ik zeggen leidde ertoe - dat patiënten in België snel toegang kregen tot nieuwe geneesmiddelen. Door de acties die u onderneemt en door het pleidooi dat u voert, mijnheer Bertels, zorgt u er echter voor dat de sector echt op de helling komt te staan met het beleid dat de minister voert.
Weet u dat slechts in 50 % van de gevallen waarin innovatieve geneesmiddelen worden aangeboden, dit ook effectief leidt tot terugbetaling? Dat is slecht voor de innovatie, dat is slecht voor de bedrijven, maar vooral slecht voor de patiënten die daar nood aan hebben en geen toegang krijgen tot innovatieve geneesmiddelen. Wat is daarvoor uw remedie, mijnheer de minister?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de farmaceutische industrie is hoogwetenschappelijk, levensreddend en zeer belangrijk voor de welvaart van ons land.
Deze ochtend las ik in de krant een brief waarin bezorgdheid wordt geuit over een door u aangekondigde besparingsmaatregel van 80 miljoen euro. Dat die besparing er zou komen, was bekend. De sector werd ook gevraagd om voorstellen in te dienen. Die voorstellen zijn ingediend en vervolgens geanalyseerd, onder meer door het RIZIV en het Verzekeringscomité. De voorstellen blijken niet toereikend te zijn.
Mijnheer de minister, de brief kwam dan toch als een verrassing, want het betrof een lineaire maatregel, een besparing zonder meer. Wij hebben samen al een lange weg afgelegd en zijn het niet altijd volledig eens met elkaar, maar wij maken wel deel uit van dezelfde coalitie. Het is dus onze taak om samen zowel de kwaliteit van de gezondheidszorg als het gezondheidsbudget te bewaken.
Ik stel mij de vraag, gelet op het feit dat de begrotingsconclaven en -gesprekken nog moeten beginnen, of u niet enigszins voorbarig bent geweest. Hoe is die brief tot stand gekomen en verstuurd? Ik had graag van u vernomen welke voorstellen niet weerhouden zijn door het RIZIV en door uw diensten. Hebt u deze voorstellen besproken met uw collega’s in het kernkabinet? Met andere woorden, gaat het hier om een aankondiging van een besparing die door de regering is beslist of niet? Ten slotte, mijnheer de minister, in het regeerakkoord is opgenomen dat wij alle maatregelen in dialoog met de farmaceutische sector zouden nemen. Is er opnieuw plaats voor dialoog om die maatregelen af te kloppen? Dank u wel.
Frank Vandenbroucke:
Geachte leden, we investeren zeer belangrijke sommen geld in de gezondheidszorg: volgend jaar 1,5 miljard euro extra. Het is belangrijk dat die investeringen goed terechtkomen, daar waar de noden echt zijn. Ze mogen zeker niet opgaan aan verspilling.
Als we het kraantje gewoon laten openstaan, loopt het water weg in de verkeerde richting. We moeten dus ingrijpen. Een zeer belangrijk probleem is dat we voor een echte explosie van de uitgaven voor geneesmiddelen staan. Dat mogen we niet laten gebeuren. Anders gaat een groot deel van het extra geld daarnaartoe en komt het niet terecht bij tandzorg of geestelijke gezondheidszorg. We zullen het dan ook niet kunnen aanwenden om te investeren in het zorgpersoneel.
We hebben in februari in de regering de afspraak gemaakt – die staat ook op papier – dat we een belangrijke inspanning zouden vragen aan de farmaceutische industrie. In de regering is afgesproken dat we onder meer aan de farmaceutische industrie zouden vragen om met voorstellen te komen om op een verstandige manier te besparen in dat budget, ten belope van 80 miljoen euro. Als er geen goede voorstellen komen, zullen we op een lineaire manier de prijzen die wij vanuit de sociale zekerheid aan de farmaceutische industrie betalen, verminderen. Dat is afgesproken in de regering.
Er is voortdurend uitvoerig overleg met de farmaceutische industrie. Die heeft voorstellen ingediend en de administratie van het RIZIV heeft het resultaat van het onderzoek daarvan meegedeeld aan het Verzekeringscomité. De voorstellen zijn echter ofwel absoluut niet wenselijk, omdat ze ertoe zullen leiden dat bepaalde geneesmiddelen van de markt zullen verdwijnen, ofwel niet uitvoerbaar op korte termijn. Daarom val ik terug op de afspraak die we samen gemaakt hebben. We kiezen daarmee voor een eenvoudige maatregel: de prijzen die we aan de farmaceutische industrie betalen, zullen overal een klein beetje verlaagd worden.
Dat is in verhouding tot een budget van 6,8 miljard euro volgend jaar. Dat is precies geen bijzonder grote inspanning.
Inderdaad, we moeten wel verder durven denken. We moeten af van een bepaald soort pillenverslaving. We zijn kampioenen in het gebruik van cholesterolremmers. Die worden veel te veel gebruikt. We zijn ook kampioenen in het gebruik van maagzuurremmers. Die worden ook veel te veel gebruikt. Al het geld dat wij betalen voor maagzuurremmers gaat niet naar de geestelijke gezondheidszorg, niet naar tandzorg en zal niet geïnvesteerd worden in het zorgpersoneel. Daar moet dus worden ingegrepen. Dat is de reden waarom we enerzijds tegen de artsen zeggen dat er meer moet worden gesproken over het voorschrijfgedrag. Anderzijds willen we ook een signaal geven aan de burger dat dat geld kost aan de samenleving. Om die reden herzien we ook categorieën van het remgeld. Ik heb daarbij geen taboes. Het is zoals de premier daarnet zei, ik kan dat letterlijk herhalen: ʺ Dit is een beleid zonder dogma’s en zonder taboes ʺ .
Bovendien is het belangrijk, vermits we inderdaad heel wat maatregelen moeten nemen en het gros van die maatregelen gericht zal zijn op het tegengaan van een explosie in het geneesmiddelenbudget, dat we de garantie hebben dat we daarin zullen slagen. Er is in de regering dus ook afgesproken dat de farmaceutische industrie in haar geheel een spijkerharde garantie moet geven. Als de maatregelen onvoldoende zijn en het afgesproken budget van 6,8 miljard euro overschreden wordt, dan zal de industrie dat tekort zelf helpen dekken met een heffing op haar omzet. Dat is inderdaad een inspanning, maar een inspanning die vermeden kan worden als de farmaceutische bedrijven zelf met creatieve en geloofwaardige voorstellen komen. Die hebben we tot nu toe nog niet gezien. Daarom zal ik het regeerakkoord en de afspraken in de regering stipt uitvoeren.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, overleg is nodig, maar overleg moet ook tot resultaten leiden.
Mevrouw De Knop, natuurlijk steunen wij onze farmaceutische industrie. In België krijgen patiënten goede zorgen, zelfs de beste zorgen, en daar draagt de farmaceutische sector toe bij. Het budget voor de terugbetaalde geneesmiddelen is de voorbije jaren met 2 miljard euro gestegen. Natuurlijk dragen wij daartoe bij. Om nader in te gaan op wat eerder is opgemerkt, wij geven ook innovatieondersteuning, heel veel zelfs, aan de farmaceutische industrie. Het gaat om honderden miljoenen euro voor innovatie.
Mevrouw De Knop, er is echter één groot verschil en ik ben blij dat dat hier duidelijk gemaakt is. Wij willen dat van de grote winsten een deel terugvloeit naar de bevolking om te investeren in de gezondheidszorg. Dat is solidariteit en de farmaceutische industrie weet dat ook. Zij is het daarmee eens. Daarover verschillen wij van mening. Wij zijn solidair, u bent dat niet.
Voorzitter:
Wellicht is het toeval, of niet, maar mevrouw De Knop heeft nu het woord.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De conclusie is duidelijk en is iedere keer dezelfde. Deze week is de farmaceutische sector de boeman; de vorige weken waren het de artsen. Het is heel duidelijk, het model van uw partij is een model van afgunst.
U blijft de actoren in de gezondheidszorg beschouwen als vijanden in plaats van ze te zien als partners. Wij kunnen u dat evenwel niet kwalijk nemen, want dat is hoe u en uw partij naar de wereld kijken, namelijk de ondernemer aan zijn zwembad en de arts die fraudeert.
Eén zaak is duidelijk, namelijk dat de patiënt daar niet beter van wordt. In plaats van u te richten op politieke profilering, zou u beter een beleid voeren dat inzet op innovatie, dat ervoor zorgt dat de medicijnen beschikbaar blijven en dat België aan de top blijft op het vlak van klinische onderzoeken.
Dat komt de patiënt ten goede en daarom ben ík wel solidair.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de uitdagingen zijn groot. Dat we de overconsumptie van medicijnen moeten aanpakken, daar zijn we het absoluut over eens. Dat we het budget in balans moeten proberen te houden, daarover zijn we het ook eens. Het is inderdaad de patiënt om wie het draait. Het gaat om die therapie, die toegang tot therapie, die toegang tot innovatie, maar ook die toegang tot generische geneesmiddelen die nu vaak ontbreken. We moeten ervoor zorgen dat de farmaceutische sector overeind blijft. Ook dat hebt u aangehaald. Als er dan voorstellen komen vanuit de sector, vind ik het essentieel dat we die gezamenlijk bekijken. Samen weten we altijd een beetje meer dan alleen. Als we daarover samen kunnen debatteren, kunnen we ook beslissingen nemen die er daadwerkelijk voor zorgen dat die toegankelijkheid behouden blijft en de betaalbaarheid voor de ganse maatschappij gegarandeerd is.
-
Vraag: Het zorgpersoneel
Vraag: De betoging van de zorg- en de non-profitsector
gezondheid en welzijnHet zorgpersoneel
De betoging van de zorg- en de non-profitsector
Protesten in zorg en non-profit summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de noodkreten van het zorgpersoneel en de politieke reacties op personeelstekorten, werkdruk en pensioenhervormingen. Vooruit (Bertels/Vandenbroucke) benadrukt 3,9 miljard extra investeringen, loonindexering, administratieve verlichting en een sociaal akkoord om het beroep aantrekkelijker te maken, terwijl Merckx (ptb) de onhaalbare pensioenleeftijd (67 jaar), gebrek aan concrete verbeteringen op de werkvloer en hypocrisie van de regering aanklaagt, die volgens haar mee de sociale afbraak bestuurt. De minister belooft wettelijke garanties voor lonen en opleidingen, maar Merckx blijft sceptisch over de praktische uitvoerbaarheid en impact op langdurige zorgverleners.
Jan Bertels:
Met je ziek kind naar de huisarts, met je zwangere echtgenote op controle of met je ouders of grootouders naar de spoed omdat ze gevallen zijn, Vooruit weet maar al te goed hoe belangrijk onze zorgverleners zijn. Zij staan dag en nacht klaar om anderen te helpen. Hun werk is essentieel. We kunnen niet zonder. Zonder zorgpersoneel geen zorg, zonder artsen geen zorg.
Het valt niet te ontkennen dat zij in uitdagende tijden werken. Er zijn personeelstekorten en onze bevolking wordt steeds ouder. Dat is het mooiste bewijs dat onze welvaartsstaat werkt, maar het zet ons systeem wel onder druk. Net daarom moeten we de bezorgdheden van ons zorgpersoneel ernstig nemen door te blijven investeren en te hervormen, niet door alles bij het oude te laten.
Met Vooruit zullen we dat blijven doen, ook nu, want dat is nodig. We investeren meer dan 3,9 miljard extra in de zorg en hervormen voor betere werkomstandigheden. We maken het beroep aantrekkelijker en zorgen voor een doorgedreven samenwerking, zoals de zorgsector dat vraagt. Samenwerking, mevrouw De Knop. We maken komaf met tijdrovende administratie en paperassen, zodat ons zorgpersoneel de tijd heeft om te doen wat het het liefst doet, namelijk zorg dragen voor anderen.
Mijnheer de minister, de zorgsector kwam vandaag op straat. Wij begrijpen hun bezorgdheden. Zij rekenen op Vooruit en op u om hen te beschermen en te ondersteunen. Wat zult u doen voor ons zorgpersoneel?
Sofie Merckx:
Ce matin, j'étais dans les rues de Bruxelles avec énormément de soignants. Des gens venus du Nord, du Sud, des maisons de repos, des hôpitaux, du secteur de la petite enfance et des entreprises de travail adapté. Franchement, cela m'a vraiment donné la pêche! Je me suis dit: "Ensemble, on va faire reculer ce gouvernement".
Ce matin, j'ai rencontré Julienne, une personne vraiment fantastique, solaire. Elle m'a dit: "Sophie, moi le matin, je vais à la maison de repos. Je suis contente de mon travail. J'adore mon travail. Les résidents sont contents de me voir et je suis contente de les voir."
Mais elle est inquiète. Elle me dit: "Sophie, on doit toujours en faire plus avec moins. J'ai 47 ans, comment vais-je faire pour encore travailler 20 ans de plus, jusqu'à mes 67 ans?" Elle me dit: "Les ministres, ils ne se rendent pas compte. Qu'ils viennent travailler, ne serait-ce qu'une semaine, pour voir à quel point la charge de travail est lourde. Laver les résidents, leur donner à manger, les changer, c'est un travail extrêmement lourd."
Selon Les Engagés, la santé est la priorité, mais je vous le demande: où est l'argent pour les soins de santé? En quelques semaines, vous avez trouvé des milliards pour la guerre! Où est l'argent pour les soins de santé? On ne le voit pas sur le terrain. C'est ce que les gens disent.
Monsieur le ministre, ne pensez-vous pas qu'avec vos mesures concernant les pensions, vous allez aggraver la pénurie? Un accord social est-il prévu pour (...)
Frank Vandenbroucke:
Collega's, één conclusie kan getrokken worden uit de grote betoging in Brussel: we moeten zorg dragen voor ons zorgpersoneel. In ziekenhuizen, woon-zorgcentra en de thuisverpleging staan er mensen dag en nacht klaar voor ons. Wij moeten dan ook dag en nacht klaarstaan voor hen.
Wij moeten inderdaad hun koopkracht beschermen. Mevrouw Merckx, niet voor niets heeft het kernkabinet vannacht beslist dat we zeer duidelijk zullen maken in de wetgeving dat aan de indexering van de lonen van het personeel in de ziekenhuizen niets zal veranderen. Daarover moet men zich geen zorgen maken. Overigens, met betrekking tot alle cao's van toepassing op werknemers die werken in de non-profitsector, er zal niets veranderen aan het indexeringsmechanisme. U hoeft die vraag dus zelfs niet meer te stellen. Dat zal heel duidelijk worden in de wetgeving, zo hebben we vannacht beslist.
We moeten er inderdaad voor zorgen dat voldoende mensen kiezen voor de zorg. Het is dus ook niet voor niets dat vannacht in het kernkabinet bevestigd werd dat mensen ook in een situatie van werkloosheid, studies zullen kunnen voleindigen die leiden naar kritieke functies in de zorg. Het is heel belangrijk om dat duidelijk te hebben voor de toekomst. Net alleen in woorden, maar ook in praktische daden moeten we zorgen voor het zorgpersoneel.
We moeten inderdaad verder gaan. U hebt gelijk, mijnheer Bertels. Eerlijke en goede verloning is essentieel. De werkdruk moet verminderd worden, niet alleen door te zorgen voor instroom dankzij opleidingen waartoe mensen aangetrokken worden, maar ook door te investeren in een nieuw sociaal akkoord. Daarin zal ongetwijfeld de vraag om nog meer zorgpersoneel aan de orde zijn.
We moeten deze beroepen inderdaad hervormen om ze interessanter te maken, om ze te bevrijden van allerlei paperasserij en lasten, om toe te laten dat mensen op een vlotte manier samenwerken, iedereen met betrekking tot waarvoor die opgeleid is, met betrekking tot haar of zijn roeping. Daarvoor moeten we zorgen.
Collega's, we zullen inderdaad investeren in een sociaal akkoord en we zullen dat doen in overleg met de werkgevers en de werknemers uit de betrokken sectoren. De voorbereidingen zijn al gestart en er zijn reeds contacten gelegd. Tijdens de vorige legislatuur hebben we achter de schermen samen met de werkgevers en werknemers uit de hele federale gezondheidszorg talrijke vergaderingen georganiseerd om een duidelijke agenda uit te werken. Wat zijn de prioriteiten? Wat zijn de grootste bezorgdheden van het zorgpersoneel? Het gaat om een eerlijke verloning, om de werkdruk, om voldoende handen aan het bed, om meer ondersteuning en minder administratieve rompslomp, om interessante opleidingsmogelijkheden en, inderdaad, om respect voor bestaande cao’s en voor de geldende indexeringsprincipes. Daar strijden we voor, dag na dag, in deze regering, net zoals in de vorige.
Jan Bertels:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw concrete antwoorden. Ze tonen duidelijk aan waar we het verschil maken.
Wij, de Vooruitfractie, en u als minister begrijpen als geen ander de bezorgdheden van ons zorgpersoneel, gisteren, vandaag en morgen. Andere partijen roepen vanaf de zijlijn en zaaien angst en paniek. Dat is gemakkelijk. Vooruit neemt wel zijn verantwoordelijkheid en blijft in de regering onvermoeibaar strijden voor ons zorgpersoneel. U hebt zonet de concrete voorbeelden gehoord: extra middelen voor het zorgpersoneel en investeringen in een sociaal akkoord.
Om de eerste minister even te parafraseren: we vertellen geen sprookjes, we maken niet alleen filmpjes voor sociale media, maar we besturen en we maken het verschil op het terrein.
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, u hebt een van de vragen die ik heb gesteld handig ontweken. Ik heb u gevraagd hoe een verpleegkundige van 47 jaar die al twintig jaar werkt het zal moeten volhouden om tot de leeftijd van 67 jaar te blijven werken. U weet immers ook dat dat niet haalbaar is. Iedereen weet dat dat niet haalbaar is. Hoeveel vrouwen werken er niet halftijds in de zorg, waardoor zij de pensioenmalus zullen moeten ondergaan? U verplicht iedereen om tot 67 jaar te werken, maar dat is onhaalbaar. U hebt het over verantwoordelijkheid nemen en aan de zijlijn staan. Ik sta tussen de mensen en tussen het zorgpersoneel om te vechten tegen de maatregelen van Vooruit. U beweert op de rem van de sociale afbraak te staan, maar u zit mee aan het stuur. Zonder de stemmen van uw partij heeft de huidige regering immers geen meerderheid om onze pensioenen af te breken en aan de index te morrelen. Die meerderheid is er dan niet. Daarom zullen wij blijven strijden. Wij vragen ons oprecht af waarom dat (…)
-
Vraag: Patiënten met verhoogde tegemoetkoming die steeds vaker geweigerd worden door artsen en tandartsen
gezondheid en welzijnPatiënten met verhoogde tegemoetkoming die steeds vaker geweigerd worden door artsen en tandartsen
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 3 april 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Jan Bertels (Vooruit) bekritiseert dat zorgverleners patiënten met een verhoogde tegemoetkoming weigeren omdat ze geen supplementen mogen aanrekenen, wat volgens hem leidt tot onwettige cashbetalingen en een schending van de zorgcontinuïteit, en dringt aan op handhaving van het verbod op ereloonsupplementen. Minister Frank Vandenbroucke benadrukt dat de basiszorg voldoende gefinancierd is dankzij een budgetverhoging van 50% (500 miljoen euro) en noemt de weigering van zorg door winstbejag "onwettelijk en een leugen", met aankondiging van streng toezicht door de Federale Toezichtcommissie. Bertels steunt de minister en herhaalt dat de afbouw van supplementen en handhaving van afspraken cruciaal zijn voor betaalbare zorg voor iedereen. Beide partijen beloven verdere investeringen en wettelijke handhaving om zorgtoegang te garanderen.
Jan Bertels:
Collega's, hetgeen we vanochtend lazen, is tenenkrommend. Kinderen met een beperking, ouderen met een klein pensioen, kortom mensen met een verhoogde tegemoetkoming, krijgen simpelweg de boodschap dat ze niet langer welkom zijn bij hun arts of tandarts. Ze krijgen dus niet langer toegang tot de zorg die ze nodig hebben. Waarom is dat? Dat is omdat ze geen dikke portefeuille hebben, omdat artsen en tandartsen geen supplementen, geen extra's mogen aanrekenen aan die zorgbehoevenden. En het kan helaas nog erger. Sommige artsen en tandartsen vragen dan maar om cash onder de tafel te betalen.
Mijnheer de minister, voor Vooruit is dat onaanvaardbaar. Iedereen heeft recht op betaalbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke zorg. Als partij van de zorg voeren wij de strijd daartoe al jaren en zullen we dat blijven doen. Daarom investeert de regering, met Vooruit, terecht miljarden in de zorg.
Het is ook terecht dat de praktijken van extra's wettelijk verboden zijn. Wij hebben ervoor gezorgd dat patiënten alleen nog het remgeld moeten betalen, geen extra's voor basiszorg. De wet ter zake kreeg ook vorm in een akkoord tussen artsen en ziekenfondsen.
Mijnheer de minister, vandaag sluiten sommige zorgverleners sommige mensen uit van de zorg die ze nodig hebben. Zij zorgen voor een breuk in de continuïteit van de zorg en lappen de deontologie van een mooi beroep aan hun laars. Wat zult u daaraan doen?
Frank Vandenbroucke:
Collega's, iedereen heeft recht op goede tand- en mondzorg. Dat is ook de reden waarom we nu een enorme investering doen in tand- en mondzorg. In de voorbije regeringsperiode hebben we daarvoor 500 miljoen euro aan extra middelen uitgetrokken. Dat is een stijging van bijna 50 % van het budget voor tand- en mondzorg. Sinds het begin van dit jaar is er een verbod op ereloonsupplementen voor een welbepaald aantal prestaties van tandartsen. Geen enkele van die prestaties is ondergefinancierd.
Wanneer een tandarts in Hasselt beweert dat die prestaties ondergefinancierd zijn en dat hij, omdat hij geen supplementen mag vragen, bepaalde mensen niet meer kan helpen, dan is dat onjuist, onwaar, met andere woorden een leugen. Het is een leugen. Het is ook onaanvaardbaar om mensen uit te sluiten en bepaalde prestaties niet te leveren, omdat men daar net niet genoeg winst op maakt. Het is niet alleen onjuist en onaanvaardbaar, het is ook volstrekt onwettelijk.
De wetgeving, die een aantal jaren geleden werd aangenomen, stelt dat men patiënten moet blijven verzorgen. De Federale Toezichtcommissie zal zich daarmee bezighouden, en terecht. Ziekenfondsen en ikzelf hebben dat ook al aangekaart bij de Federale Toezichtcommissie. We zullen onwettelijkheid dus niet tolereren, net omdat mensen die zwak staan, daarvan het slachtoffer zijn, terwijl ook zij recht hebben op goede zorg, goede tand- en mondzorg. Het gevecht gaat verder. Als het van mij afhangt, zullen we nog extra investeren in tand- en mondzorg. We zullen het verbod op ereloonsupplementen in de toekomst verder uitrollen.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord en voor uw inzet voor onze strijd. Iedereen heeft recht op de beste en betaalbare zorg. Dat waarmaken is voor ons prioritair. We zullen die strijd samen blijven voeren. In het regeerakkoord staat, dankzij Vooruit, heel duidelijk dat we de ereloonsupplementen in de zorg verder moeten afbouwen. Dat zullen we doen. Een sterke overheid moet er samen met de ziekenfondsen op toezien dat de gemaakte afspraken gerespecteerd worden. Wetten moeten nageleefd worden, ook door artsen en tandartsen die onterecht beweren dat ze onderbetaald worden. Samen met u blijven we gaan voor zorg voor iedereen.
-
Vraag: De oproep van de ziekenhuisdirecteurs om de zorgsector te hervormen
Vraag: De ziekenhuisfinanciering
Vraag: De oproep van de ziekenhuisdirecteurs en de nood aan hervormingen
Vraag: De financiële situatie van de ziekenhuizen in 2023
Vraag: De ziekenhuisfinanciering
gezondheid en welzijnDe oproep van de ziekenhuisdirecteurs om de zorgsector te hervormen
De ziekenhuisfinanciering
De oproep van de ziekenhuisdirecteurs en de nood aan hervormingen
De financiële situatie van de ziekenhuizen in 2023
De ziekenhuisfinanciering
Ziekenhuisfinanciering en hervorming summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 12 december 2024
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De Belgische gezondheidszorg staat aan de rand van een diepe crisis door financiële tekorten, personeelstekort en inefficiënties, blijkt uit een rapport van ziekenhuisdirecteurs dat 16,6 miljard euro verspilling aan kaart brengt door prestatiegeneeskunde (onnodige scans, langdurige opnames) en gebrek aan preventie, digitalisering en resultaatgerichte zorg. Minister Vandenbroucke erkent de noodzaak van hervormingen (minder bedden, meer dagzorg, kwaliteitsfinanciering) en investeringen (5.100 extra VTE’s via het Zorgpersoneelfonds, betere lonen), maar de oppositie (o.a. N-VA, Vlaams Belang) wijst op falend beleid: ondanks recordbudgetten verslechteren de problemen, met sluitingen, ontslagen (bv. HELORA-groep) en een overbelast personeel. De politieke tegenstellingen zijn scherp: rechtse partijen eisen besparingen, splitsing van de gezondheidszorg en aanpak verspillingen (met name in Wallonië), terwijl linkse partijen waarschuwen voor Arizona-bezuinigingen (loonblok, premiekortingen) die de sector verder ondermijnen. Vakbonden kondigen maandelijkse acties aan tegen de "afbraakregering". Kernpunt: Hervorm *nu* (minder prestatiedrang, meer preventie/tech) of riskeer instorting – maar geld alleen lost niets op zonder structurele verandering.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, we stevenen af op een diepe crisis in onze gezondheidszorg. We moeten veranderen om te overleven. Mijnheer de minister, dat staat in dit rapport. Dat is de noodkreet van de Belgische ziekenhuizen vandaag. We moeten hervormen. We moeten nu hervormen. Dat is de diagnose en die is al lang duidelijk. Uw remedie, die linkse recepten, ze werken niet, mijnheer de minister. De sector vandaag, de studie van PwC, eerder nog het IMF, allemaal hebben ze dezelfde duidelijke conclusie: meer is niet het antwoord.
Ook ik heb u hier al een aantal keren diezelfde boodschap gebracht. Er wordt hier ook met groeivoeten gegoocheld: 2, 2,5, 3 %, en dat op 40 miljard per jaar. Geen klein bedrag als u het mij vraagt. Het lijkt wel alsof we hier op een voddenmarkt staan te zwaaien met al die percentages.
Wat moeten we wel doen? Inzetten op preventie, op efficiëntie, op nieuwe technologie. Dat is niet alleen goed voor de patiënt, maar we kunnen op die manier ook nog eens 5 miljard euro per jaar besparen, mijnheer de minister, gewoon door goed in te zetten op preventie, door een andere vorm van gezondheidszorg aan te bieden. Zorg voor een gezondheidszorg die klaar is voor de toekomst. Dat is de vraag vanuit de sector en dat is de vraag aan ons, of beter gezegd, aan u en aan uw arizonacollega's.
Zorg ervoor dat verpleegkundigen zich kunnen focussen.
Voorzitter:
Collega's, alsjeblieft, mag ik respect vragen voor de spreker? Mevrouw De Knop, u heeft nog enkele seconden om af te ronden.
Irina De Knop:
Zorg ervoor dat verpleegkundigen zich kunnen focussen op hun taak. Neem maatregelen tegen de overconsumptie en zorg voor samenwerking tussen ziekenhuizen. Dat is wat de sector vraagt, mijnheer de minister.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs trekken aan de alarmbel. Hun rapport over de toekomst van de Belgische gezondheidszorg stelt glashelder vast wat wij al jaren weten: ons zorgsysteem staat onder druk en is niet langer houdbaar. In plaats van noodzakelijke hervormingen door te voeren, blijven wij vastzitten in oude structuren die niet werken. Wij blijven onterecht vasthouden aan het verouderde fee-for-servicemodel dat niet gericht is op de uitkomst van de zorg maar op het aantal geleverde diensten. Dat zorgt voor een verspilling van middelen en het zorgt voor een stijging van de kosten. Volgens het rapport van de ziekenhuisdirecteurs gaat het om een verspilling van 16,6 miljard. 16,6 miljard, laat dat even doordringen.
Wij moeten dus weg van het prestatiegerichte model om te kunnen evolueren naar een resultaatgericht model, aldus de ziekenhuisdirecteurs. Een zorgmodel dat zich dus richt op het verbeteren van de patiëntresultaten in plaats van op de kosten voor het bereiken van dit resultaat.
Ook de digitalisering van ons zorgsysteem moet veel beter en veel sneller. De verschillende systemen moeten op elkaar afgestemd worden zodat de verschillende zorgverstrekkers gemakkelijker kunnen communiceren.
Tot slot, zoals wij allen ook weten, moet er meer ingezet worden op preventie. Keer op keer wordt preventie genoemd als de oplossing voor de toegenomen zorgvraag en voor de stijgende kosten, maar de middelen blijven ondermaats.
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs trappen met hun rapport heel wat open deuren in, maar het is goed dat zij er nog eens op wijzen, en dat ze een aantal door de sector gedragen voorstellen naar voren schuiven.
Ik heb dan ook twee vragen voor u. Wat bent u van plan met dat rapport? Hoe zult u paal en perk stellen aan de verspilling van 16,6 miljard euro?
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs hebben vanmorgen een belangrijk rapport verspreid. Ze brachten een dubbele boodschap. Ten eerste vroegen ze om te blijven hervormen. Blijven hervormen, mevrouw De Knop. Ten tweede uitten ze terecht hun zorgen over het tekort aan zorgpersoneel. Als we op ziekenhuisbezoek gaan of als we zelf in het ziekenhuis terechtkomen, voelen we dit allemaal aan. Patiënten vragen handen aan het bed. De druk op het zorgpersoneel zal alleen toenemen en daar moeten we iets aan doen.
Die regering met socialisten – ik weet niet of jullie daarbij waren – heeft al maatregelen genomen met het Zorgpersoneelfonds en heeft een sociaal akkoord uitgevoerd. We hebben toen het moeilijk ging maatregelen genomen, tegen de wind in, bijvoorbeeld bij de verpleegkundeopleidingen. Zijn we er al? Nee, absoluut niet. Moet we verdergaan? Absoluut. Stilstaan is achteruitgaan en we kunnen ons geen stilstand veroorloven.
We moeten dit samen met het terrein doen en vooruitgaan om ervoor te zorgen dat we een kwalitatieve, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg kunnen blijven aanbieden, zoals de ziekhuisdirecteurs vragen. Dat hebben we nodig. In het verleden hebben we daarvoor met alle actoren een toekomstagenda uitgewerkt en zeer ruim onderzocht welke maatregelen er genomen konden worden, met innovatie, andere methodes en nieuwe technologieën.
Mijnheer de minister, hoe gaat u verder werken aan de uitvoering van die toekomstagenda?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, dat de ziekenhuizen door zwaar weer gaan, is helaas geen nieuws. Jaar na jaar zijn wij getuige van de precaire financiële situatie van de ziekenhuizen. 2023 werd afgesloten met een globaal verlies van 174 miljoen. Ook de personeelsproblematiek blijft aanslepen en er worden afdelingen in de ziekenhuizen gesloten.
Nochtans wordt er sinds vorige legislatuur via het Zorgpersoneelfonds 400 miljoen per jaar extra uitgetrokken om ervoor te zorgen dat er meer mensen aan de slag gaan en blijven in de zorg. Afgelopen week kreeg ik cijfers van uw kabinet waaruit blijkt dat het Zorgpersoneelfonds helemaal niet heeft gezorgd voor 5.000 extra voltijdse equivalenten, waarvan u steeds beweert dat ze er zijn. Er is zelfs een daling van het aantal verpleegkundigen in de ziekenhuizen ten opzichte van 2019. Bij de zorgkundigen is er slechts een beperkte toename.
Het is niet verwonderlijk dat de personeelsdirecteurs nu aan de alarmbel trekken. Ze beseffen goed dat er al heel veel geld gaat naar de gezondheidszorg en vragen eigenlijk ook niet om extra geld, maar wel om een echte aanpak van de problematiek. Hun verzuchtingen zijn ook niet nieuw. Ze vragen om te focussen op de kwaliteit van de zorg door te meten, de kosten tegen de baten af te wegen en goede praktijken uit te wisselen en toe te passen. Ze vragen om meer transparantie in de financiering van de zorg en dringen erop aan om een einde te maken aan de versnippering van het zorglandschap.
Mijnheer de minister, deelt u de analyse van de ziekenhuisdirecteurs?
Hoe komt het dat, terwijl er onder de vivaldiregering meer geld dan ooit naar de zorg is gegaan, de problemen er groter dan ooit zijn?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, de zorgsector is in crisis. Vandaag, een maand nadat het zorgpersoneel massaal op straat kwam, trekken de ziekenhuisdirecteurs aan de alarmbel.
Volgens hen dreigt er een existentiële crisis, als we een aantal belangrijke problemen niet aanpakken. Als we de vergrijzing het hoofd willen bieden, moet het budget voor de zorg jaar na jaar stijgen. We hebben daarvoor de groeinorm, die vandaag onder vuur ligt. Heel wat zorgpersoneel verlaat de zorgsector wegens de hoge werkdruk, de flexibiliteit en de moeilijke combinatie tussen werk en gezin, wat leidt tot een personeelstekort. Het personeel is op. Voorts is er de ernstige financiële situatie van onze ziekenhuizen.
Je ne sais pas, chers collègues, si vous voyez à quel point la situation est grave aujourd'hui. Nous voyons même un nombre important de licenciements dans le secteur. C’est du jamais vu! Le groupe HELORA, dont fait partie l’hôpital de Jolimont à La Louvière, a annoncé le licenciement de 60 personnes, juste avant les fêtes. C’est révoltant. Cela va encore augmenter la pression sur ceux qui restent. Ils n’en peuvent plus. Nous sommes à 100 % avec ceux et celles qui sont touchés et leurs familles.
De situatie is dus ernstig en de sector kijkt naar de volgende regering voor oplossingen. Wat heeft de arizonaregering echter in petto voor de zorgsector? Tekorten aan budget! De groeinorm, die nu al te laag is, ligt nog verder onder vuur, want de rechtse partijen willen op de zorg besparen. Dat is onaanvaardbaar.
Daarnaast zal de druk op het personeel verder toenemen. Het personeel zal harder moeten werken voor minder loon, door een loonblokkering. De rechtse partijen raken aan de premies voor nacht- en weekendwerk. Dat is een regelrechte aanval op hardwerkende zorgpersoneelsleden. Zij moeten langer werken voor minder pensioen en meer flexibilisering. Er komt binnenkort een echt vergiftigd geschenk onder de kerstboom. Dat heeft de vakbond meteen gezegd.
Mijnheer de minister, u zit mee aan de onderhandelingstafel. Gaat u ermee akkoord dat wat op tafel ligt in de arizonaregering, haaks staat op de noden van de zorgsector? Wat zult u daaraan doen?
Frank Vandenbroucke:
Het rapport dat vanochtend gepubliceerd werd over de ziekenhuizen is een uitstekend rapport. Het verwijst immers naar een reeks lopende hervormingen en geeft aan welke hervormingen nog nodig zijn. Die moeten allemaal gebeuren. Het is dus een uitstekend rapport.
Mevrouw De Knop, u spreekt over 'linkse recepten'. Ik denk dat het rapport dan wel vol staat met 'linkse recepten'. U moet dat echter eens goed bekijken, want ik zie dat niet zo. Het rapport staat gewoon vol met goede recepten die we moeten uitvoeren. Het is dus een uitstekend rapport.
Vervolgens denk ik dat de gezondheidszorg voor zeer grote uitdagingen staat in een ouder wordende samenleving, waarin er meer behoefte is aan zorg en waarin men personeel tekortkomt. We moeten dus blijven investeren en hervormen in de gezondheidszorg. We hebben al geïnvesteerd. Mevrouw Gijbels, ongetwijfeld niet voldoende, maar het Zorgpersoneelfonds heeft gezorgd voor 5.100 extra mensen in de ziekenhuizen, geteld in voltijdse equivalenten. Er was misschien verwarring over cijfers die ik heb gegeven, maar er zijn dus 5.100 extra mensen dankzij dat fonds. Het loon waarmee men vandaag begint te werken als verpleegkundige, zorgkundige of administratief medewerker, is ook aanzienlijk beter dan dat waarmee men vijf jaar geleden begon.
We moeten echter blijven investeren. Het is inderdaad vaak investeren in mensen. Investeren in mensen, collega's, mevrouw De Knop, kost geld. Dus ook in een volgende regering moet er wat mij betreft een betekenisvolle investering kunnen gebeuren in een nieuw sociaal akkoord voor het zorgpersoneel om de lonen en arbeidsomstandigheden te verbeteren. Een nieuw sociaal akkoord, mijnheer Bertels, zou ook moeten worden geïnspireerd door een overleg dat we gedurende vele maanden achter de schermen hebben gevoerd met de werkgevers en de vakbonden van de sector. We hebben daarbij een toekomstagenda op punt gesteld, die onder meer de nadruk legt op de kwaliteit van het werk, de rol van technologie, de digitalisering en de vermindering van onnodige lasten. Die toekomstagenda ligt dus klaar en ik wens dat de volgende regering een betekenisvol budget heeft om die toekomstagenda ook om te zetten in een sociaal akkoord.
We moeten echter ook hervormen in het beroep. Verpleegkunde moet interessanter en aantrekkelijker worden. Verpleegkundigen moeten meer dan vandaag dingen kunnen doen waar ze perfect toe bekwaam zijn. Er moeten minder onnodige lasten zijn voor hen en ze moeten minder werk doen dat ook door andere mensen kan gebeuren. Dat is maar één voorbeeld.
We moeten ook hervormen in de organisatie van de ziekenhuizen. Het rapport zegt heel terecht dat de huidige financiering van de ziekenhuizen er vaak gewoon toe aanzet dat men onderzoeken vermenigvuldigt. Er gebeuren te veel CT-scans. Hoe vaak moeten wij dat nog zeggen? Dat staat ook in het rapport. Wij moeten dus weg van de prestatiegeneeskunde, mevrouw De Knop. Dat staat in dat rapport waar u zo mee hebt gezwaaid. Dat staat erin.
Dat betekent bijvoorbeeld dat wij, als het gaat over scans, de ziekenhuizen het geld zullen geven dat nodig is op basis van de behoeften van de bevolking die zij bedienen. Wij kunnen niet de eindeloze vermenigvuldiging van onderzoeken en prestaties blijven financieren. Dat staat in het rapport. Is dat links, is dat rechts? Neen, dat is gewoon modern.
Zo zullen we nog andere dingen in de financiering ook moeten hervormen. Wij moeten veel meer financieren op basis van kwaliteit. Dat staat ook in het rapport. Wij moeten verder verschuiven naar een dagziekenhuis, ook om verpleegkundigen niet nodeloos nachtenlang te laten werken met loutere surveillanceopdrachten omdat mensen in een ziekenhuis verblijven. Meer en meer mensen kunnen thuis verblijven. Dat moeten wij ook doen.
Ik wil ten slotte nog iets toevoegen dat niet in het rapport staat, omdat ik alles wil zeggen. Wij moeten niet alleen verder verschuiven naar daghospitalisatie. Er is te veel beddenhuis. Wij moeten nadenken over welk aantal bedden waar mensen overnachten nog nodig zal zijn op de lange termijn en hoe wij die bedden meer kunnen inzetten voor mensen die langdurige zorg nodig hebben en minder voor het soort acute zorg waarvoor mensen vandaag nog in een ziekenhuis overnachten. Wij zullen dus ook moeten durven concentreren, ook in het belang van het verpleegkundig personeel. Wij moeten dus durven hervormen.
Ik rond af. De vorming van een nieuwe regering is een moment waarop men een zeer (…)
Voorzitter:
Uw tijd is ook op, mijnheer de minister.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, uw antwoord vat samen wat wij net hebben gezegd: u wil meer, meer, meer… Ik heb gehoord dat er meer geld nodig is om de mensen nog beter te belonen. Ik deel de conclusie dat mensen waar voor hun geld moeten krijgen of goed betaald moeten worden voor verricht werk. (Minister Vandenbroucke protesteert.)
Dat vergt echter een hervorming. U moet daar nu niet aan beginnen. Wat hebt u de afgelopen vijf jaar gedaan? U bent er niet in geslaagd om te hervormen. We moeten opnieuw meer geld uitgeven. Blijkbaar mag de waarheid niet worden gezegd. (Rumoer)
Ik maakte geen deel uit van die regering. Ik stel vast… (Hilariteit)
Voorzitter:
U hebt gereageerd op tussenkomsten. Dat telt mee voor uw minuut van repliek. Het staat iedereen vrij de beschikbare minuut te gebruiken zoals hij of zij dat wil.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, werven, werven en nog eens werven, maar 16,6 miljard euro verspilling, dat is niet niets. Laat me even focussen op die verspillingen. Laten we man en paard noemen. Waar vooral liggen de verspillingen? Het is typerend dat geen enkele Franstalige collega hierover een vraag stelt, want de verspillingen liggen natuurlijk vooral in het zuiden van het land. Daar zien we hogere ereloonsupplementen, langere en meer ziekenhuisopnames, minder eerstelijnszorg, meer specialistische zorg, minder digitalisering, minder preventie.
Op preventie moeten we inderdaad vooral inzetten, maar ook daar zien we andere prioriteiten. We zien ook dat de kosten vooral voor de gemeenschappen zijn en de baten voor het federale niveau. Jarenlange Vlaamse solidariteit brengt dus niets op.
Graag wil ik hier een boodschap herhalen die men – hallo N-VA – mee kan nemen naar de onderhandelingen. Stop die verspilling en maak werk van de volledige splitsing van de gezondheidszorg, zodat elke gemeenschap niet alleen haar eigen prioriteiten kan bepalen (…)
Jan Bertels:
Collega's, als socialisten hebben wij geïnvesteerd in de gezondheidszorg en hebben wij die hervormd. Dat zullen we gewoon blijven doen, als het van ons afhangt. Wij zullen blijven strijden tegen inefficiënties. Wij zullen ervoor zorgen dat er een nieuwe, andere financiering komt die veel meer patiëntgericht is, voor patiëntgerichte zorg, geïntegreerde zorg rond de patiënt.
Van sommige uitspraken die ik hier hoor, val ik van mijn stoel. Daarom hoop ik dat als wij die hervormingen doorvoeren, de eerste kleine of grote belangengroep die een probleem opwerpt, niet vertolkt wordt door u, mevrouw De Knop, om die hervorming in het Parlement tegen te houden. Daar hoop ik dan echt op. In dat opzicht stel ik voor dat u ook doet wat u net zei. Houd het niet tegen. Keur een begroting voor de gezondheidszorg goed en dan kunnen die mensen verder hervormen. Nu blokkeert u die gewoon.
Frieda Gijbels:
Collega Eggermont, ik kan u geruststellen. Wij willen niet besparen in de zorg, maar we vinden wel dat geld goed en verstandig moet worden besteed. Geld alleen is echter niet genoeg. We hebben vooral correcte data, een correcte analyse nodig. We moeten zorgen voor zorgkwaliteit. Dat moet voorop staan.
Mijnheer de minister, we hebben al zo vaak gevraagd naar meer transparantie, naar meer data en naar meer data-uitwisseling. Het is heel illustratief dat uw antwoord op mijn vraag naar het aantal extra voltijdse equivalenten in de ziekenhuizen in tegenspraak is met wat u in de pers verkondigt. Ik vind die 5.000 extra voltijdse equivalenten niet terug in uw antwoord op mijn vraag. Daarin is er maar sprake van 1.000 extra zorgkundigen en zelfs van 110 minder verpleegkundigen in de ziekenhuizen. Dat illustreert hoe fout het zit en hoe weinig zicht wij hebben op het systeem van onze gezondheidszorg.
Natalie Eggermont:
Collega Gijbels, het is misschien eens de moeite om het interview van uw collega Francken in Humo te lezen, waarin hij er wél voor pleit om te besparen in de sociale zekerheid om dat geld te kunnen gebruiken voor Defensie. Dat is interessante lectuur. Mijnheer de minister, u hebt niet echt geantwoord op mijn vraag wat we zullen doen met de maatregelen van Arizona. Het is duidelijk dat u niet wilt luisteren, maar wij zullen u doen luisteren. Morgen, op vrijdag 13 december, is er een eerste vakbondsactie gepland tegen de afbraakregering die eraan komt. Het is de eerste actie van vele, want er zal elke maand een actie zijn. De vakbonden zeggen neen tegen de afbraakregering, neen tegen besparen in onze zorg en op de sociale zekerheid, neen tegen de aanvallen op onze lonen en pensioenen en neen tegen meer flexibilisering. Wij zullen er zijn, want we kunnen en moeten Arizona tegenhouden. Het is nog niet te laat om de juiste kant te kiezen, mijnheer de minister.
-
Vraag: Werelddiabetesdag
Vraag: Het nieuwe monitoringmodel voor diabetes
gezondheid en welzijnWerelddiabetesdag
Het nieuwe monitoringmodel voor diabetes
Werelddiabetesdag, diabetessemonitoring summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de verbetering van diabeteszorg, met focus op type 2-patiënten. Het huidige multidisciplinaire zorgtraject (gratis educatie, diëtist, podoloog, mondzorg) is succesvol (115.000 deelnemers), maar vraagt betere toegankelijkheid, huisartsbetrokkenheid en digitale innovatie zoals zelfmonitoring en veilige datadeling. Slimme technologie (mobiele apps, continue monitoring) toont kostbesparingen (12%) en gezondheidswinst, maar moet breder en betaalbaar worden ingevoerd. Patiëntregie, preventie en solidair zorgbeleid blijven kernpunten, met oproepen tot verdere hervormingen en investeringen.
Jan Bertels:
Keer op keer je suikerspiegel controleren, erop letten of je wel of net niet eet en natuurlijk die insulinepen, want je weet maar nooit. Collega's, suikerziekte is misschien voor veel mensen onzichtbaar, maar men draagt het altijd bij zich. Het verandert iemands leven, zeker als men er op latere leeftijd mee te maken krijgt.
Patiënten lieten vorige week nog van zich horen op hun congres Speak Up. Vandaag doen ze dat opnieuw, want het is Werelddiabetesdag. We weten wat de oorzaken zijn. We weten hoe lastig het is om dit aan te pakken. We weten hoe essentieel het opvolgen is nadat de ziekte is vastgesteld.
Diabetes tekent patiënten voor het leven. Een slechte opvolging van de aandoening tekent hen nog meer. Daarom besloot de regering met de socialisten voor een stevige opvolging van diabetes type 2-patiënten in dit land. Dat maakt het aangenamer voor die mensen om te leven, met een ondersteuning van een diëtist, met een preventief mondonderzoek, want zo garanderen we betaalbare zorg voor iedereen. Dat is solidariteit in de praktijk. De sleutel in dit traject is de patiënt, als mederegisseur, samen met het zorgpersoneel. Zo geeft men die mensen terug controle over hun leven.
Mijnheer de minister, welke lessen kunt u trekken uit de eerste periode van het zorgtraject? Wat is er vooral nodig om het zorgtraject van die diabetespatiënten te versterken?
Katleen Bury:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik sluit aan bij de vorige spreker.
Diabetes type 2 treft bijna 8 % van de volwassen bevolking en vergt een aanzienlijk deel, namelijk 7,4 %, van het budget voor de nationale gezondheid. Dat is een aanzienlijke last voor ons systeem, wat duidelijk maakt dat we zeker nieuwe kostenefficiënte benaderingen nodig hebben. Uit een recente studie blijkt dat door innovatieve monitoring tot wel 12 % zou kunnen worden bespaard op de diabetesgerelateerde uitgaven.
Onlangs is door het AZ Maria Middelares, i-mens, Z-plus en andere zorgpartners een project uitgevoerd waarin slimme technologie en zelfmonitoring door patiënten centraal staan. De resultaten zijn opvallend. Er zijn immers minder vervolgconsulten, er is een aanzienlijke besparing op de consultkosten en er is vooral een directe verbetering van de gezondheid bij de patiënten. Zij zien een verbetering in hun bloedsuikerspiegel en bloeddruk, ze worden continu gemonitord en kunnen veel sneller door artsen worden bijgestuurd. Dat verhoogt ook de therapietrouw, met artsen die niet pas maanden later ingrijpen wanneer iets is misgegaan.
Daarom heb ik de hiernavolgende vragen aan u.
Ziet u de mogelijkheid om die innovatieve aanpak voor zelfmonitoring breder in te zetten in onze gezondheidszorg?
Wat moet volgens u gebeuren om de technologie toegankelijk te maken voor alle mensen met chronische aandoeningen? Vandaag was er zelfs nog een voorbeeld over COPD.
Tot slot – heel belangrijk –, kan de overheid een veilige datadeling tussen zorginstellingen bevorderen om op die manier gepersonaliseerde zorg te bieden, zonder de privacy van patiënten te schenden?
Frank Vandenbroucke:
Diabetes is inderdaad een ziekte die heel veel mensen treft en die een zeer goede opvolging en zorg vergt. De voorbije 25 jaar hebben we belangrijke stappen vooruit gezet in de zorg van patiënten met diabetes. Ik ben zeer dankbaar voor de inzet van heel veel diabetespatiëntenverenigingen en van de experts die met die verenigingen hebben samengewerkt om een nieuwe aanpak uit te werken, die dan door de overheid ook is uitgerold. Zo is het vaak in zijn werk gegaan.
De voorbije jaren hebben we nog bijkomende stappen gezet, waarbij een heel belangrijke stap het opstarttraject was. Het betreft een nieuw traject voor mensen die de diagnose krijgen van diabetes type 2. Voor al die mensen maken we het mogelijk dat een multidisciplinair zorgteam aan de slag gaat. Dat betekent concreet dat die mensen vier keer per jaar gratis diabeteseducatie kunnen krijgen, om te leren voor zichzelf te zorgen. Twee keer per jaar kunnen ze gratis naar een diëtist voor dieetadvies. Indien de patiënten risico’s inzake de voeten hebben, kunnen ze twee keer per jaar gratis naar de podoloog. Voor alle patiënten met de diagnose diabetes type 2 is het preventieve mondonderzoek daarnaast ook gratis. We zorgen dus ook voor toegankelijkheid.
Mijnheer Bertels, die aanpak is ondertussen echt een succes gebleken. Sinds 1 januari, dus sinds het begin van het nieuwe opstarttraject, zijn er meer dan 115.000 mensen in het traject gestapt – ik tel tot 31 augustus. Het lijkt me een belangrijk succes dat meer dan 115.000 mensen met de diagnose diabetes type 2 in dat nieuwe, omvangrijke zorgtraject zijn gestapt.
U vraagt naar de lessen die we trekken en wat we nog moeten doen. Nogmaals, de inzet van de patiëntenverenigingen, de Diabetes Liga, is cruciaal. Ik ben hun dankbaar voor die inzet. Tegelijkertijd is het erg belangrijk dat onze huisartsen kort op de bal spelen, oog hebben voor de problematiek, de trajecten kennen en patiënten op weg helpen naar die trajecten. Daarbij is het natuurlijk belangrijk dat alle mensen de weg vinden naar de huisarts. Dat is nog niet overal het geval, er bestaan nog gewestelijke verschillen. We staan wat dat betreft voor een heel belangrijke opdracht: de uitbouw van een sterke, omvattende eerstelijnsgezondheidszorg.
Mevrouw Bury, een mobiele toepassing, het initiatief waarnaar u verwijst, is interessant. In de ziekteverzekering hebben we reeds een procedure die dergelijke mobiele toepassingen toelaat, waarbij data gedeeld worden en de zorg voor de patiënten kan worden verbeterd. In de procedure kan daarvoor ook een terugbetaling gebeuren. Over die reeds bestaande procedure vindt u meer uitleg op de website van het RIZIV. Ik kan u trouwens zeggen dat over dat concrete initiatief ook al overleg heeft plaatsgevonden tussen het RIZIV, i-mens en Z-plus, om te kijken hoe aan de voorwaarden van terugbetaling van de mobiele toepassing kan worden voldaan.
U hebt gelijk dat een breed debat nodig is over het delen van gegevens en data. Ik stel voor dat we dat debat voortzetten in de commissie voor Gezondheid, want dan moet ik het met u hebben over onder andere het Belgian Integrated Health Record en over alles wat nodig is voor onze roadmap digitalisering. Dat vergt allemaal nog zeer veel werk, maar inderdaad, gegevens op een veilige manier delen en interessante mobiele toepassingen toegankelijk maken voor alle patiënten, is ook een stuk van het verhaal. Dat moet, zoals uzelf en ook de heer Bertels zei, altijd gebeuren met de patiënt mee aan het stuur om voor zichzelf een (…)
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt uw spreektijd van vier minuten volledig gevuld.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik ben blij dat het beleid werkt, maar ik ben evenzeer blij dat u zegt dat we samen met de patiënten het beleid moeten voortzetten, aangezien het werk niet af is.
Collega's, we spreken hier vandaag over diabetespatiënten, maar voor de Vooruitfractie is het duidelijk dat nog veel meer mensen leven met een levenslange ziekte en zodoende lasten met zich meedragen. Juist daarom is het essentieel dat we de patiënten mee aan het stuur zetten en opnieuw regisseur maken van hun eigen leven. Die taak moet mede gedragen worden door een sterke overheid.
Voor Vooruit moet een volgende regering daar absoluut werk van maken en dat werk voortzetten. We moeten investeren én hervormen in de gezondheidszorg, om zodoende meer mensen echt te helpen. Alleen zo, mijnheer Francken, gaat iedereen erop vooruit.
Voorzitter:
Collega Bertels, bedankt voor uw repliek en ook voor uw goede raad aan de volgende coalitie. Dat is altijd mooi meegenomen.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, ik dank u voor de uitleg over uw opstartproject, maar daar wisten we al veel over. U zegt dat er een overleg is geweest over het toegankelijker maken van die mobiele toepassing, in eerste instantie voor al de diabetespatiënten en daarna voor andere chronisch zieken. U ziet de noodzaak ervan in om dat verder in de commissie te bespreken. Op Werelddiabetesdag staan we stil bij het feit dat leven met diabetes een voltijdse inspanning is, 24/7. Daarom is het ook noodzakelijk om voor de diabetespatiënten zo snel mogelijk een monitoring te voorzien, een echte vereenvoudiging in het leven, en om de zorg voor mensen met diabetes te verbeteren en hen bij hun dagelijkse inspanningen te ondersteunen.
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Jan Bertels als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Wetsvoorstel houdende diverse dringende begrotingsbepalingen inzake gezondheidszorg (1195/9)
Wetsvoorstel houdende diverse dringende begrotingsbepalingen inzake gezondheidszorg (1195/9)
Bekijk dossier 1195
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving betreffende de vergoedingspensioenen en de wetgeving betreffende de herstelpensioenen ingevolge daden van terrorisme (973/5)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving betreffende de vergoedingspensioenen en de wetgeving betreffende de herstelpensioenen ingevolge daden van terrorisme (973/5)
Bekijk dossier 973
-
Voorstel: Voorstel van resolutie betreffende de ondersteuning van belastingplichtigen bij het invullen van de aangifte in de personenbelasting bij het overlijden van een partner (759/4)
Voorstel van resolutie betreffende de ondersteuning van belastingplichtigen bij het invullen van de aangifte in de personenbelasting bij het overlijden van een partner (759/4)
Bekijk dossier 759
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector (944/6)
Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector (944/6)
Bekijk dossier 944
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector (433/3)
Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector (433/3)
Bekijk dossier 433
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 9 oktober 2023 tot wijziging van de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen voor wat betreft het verduurzamen van de griepvaccinatie door de officina-apothekers van publiek opengestelde apotheken (231/2)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 9 oktober 2023 tot wijziging van de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen voor wat betreft het verduurzamen van de griepvaccinatie door de officina-apothekers van publiek opengestelde apotheken (231/2)
Bekijk dossier 231
Stemmingen
Recente stemmingen van Jan Bertels in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'Het jaarrapport 2025 van de vicegouverneur van Brussel' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Kjell Vander Elst over 'De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Jeroen Van Lysebettens over 'De consequenties en de kosten van het blijvende uitstel van de PEZ1' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het ontoereikende rendement, de vertraagde investeringsstrategie en de bestuurscrisis bij Hedera' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het aanvullen van onze strategische gasvoorraden' details → | ja |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico's, Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt, Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en houdende diverse bepalingen details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 3 van Caroline Désir cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 4 van François De Smet op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 6 van Nadia Moscufo cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz cs op artikel 4. details → | nee |
Commissies
Jan Bertels is lid van de volgende commissies.