Overzicht
Bekijk alles over de fractie Vooruit. Bekijk leden en activiteit in de plenaire vergaderingen.
Leden
De fractie [object Object] bestaat uit 13 actieve leden. Hieronder ziet u een oplijsting van deze leden. U kan doorklikken op een persoon, om meer details over deze persoon te krijgen.
Jan Bertels (57)
Antwerpen
Nele Daenen (51)
Vlaams-Brabant
Achraf El Yakhloufi (27)
Antwerpen
Fatima Lamarti (59)
Vlaams-Brabant
Annick Lambrecht (56)
West-Vlaanderen
Brent Meuleman (38)
Oost-Vlaanderen
Funda Oru (41)
Limburg
Oskar Seuntjens (27)
Antwerpen
Jeroen Soete (42)
West-Vlaanderen
Niels Tas (42)
Oost-Vlaanderen
Anja Vanrobaeys (57)
Oost-Vlaanderen
Axel Weydts (44)
West-Vlaanderen
Alain Yzermans (59)
Limburg
Jinnih Beels (49)
Antwerpen
Melissa Depraetere (34)
West-Vlaanderen
Joris Vandenbroucke (49)
Oost-Vlaanderen
Frank Vandenbroucke (70)
Vlaams-Brabant
Activiteit (plenaire vergaderingen)
Het parlementair werk van een fractie bestaat deels uit mondelinge vragen die de leden stellen tijdens de plenaire vergaderingen, en ook uit voorstellen die leden van de fractie indienen.
Bekijk al het parlementair werk van de fractie Vooruit rond een specifiek onderwerp.
Vragen gesteld door Vooruit in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: Het recht op sociale bescherming voor busbegeleiders tijdens schoolvakanties
veiligheid, justitie en defensieHet recht op sociale bescherming voor busbegeleiders tijdens schoolvakanties
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Anja Vanrobaeys wijst op de onzekerheid bij buschauffeurs en -begeleiders in het buitengewoon onderwijs, die door wisselende contracten en tegenstrijdige RVA-beslissingen (zoals weigering van zomeruitkeringen en dreigende terugvorderingen) zonder inkomen dreigen te vallen, terwijl zij essentiële zorg dragen voor kwetsbare kinderen. David Clarinval benadrukt dat de werkloosheidsregels theoretisch uitkeringen toelaten bij contracten van tien maanden, maar dat de concrete toepassing afhangt van individuele arbeidsomstandigheden en dat uitbetalingsinstellingen zoals vakbonden verantwoordelijk zijn voor correcte informatie, zonder in te gaan op de organisatorische problemen achter de contracten. Vanrobaeys bekritiseert dat de verantwoordelijkheid voor een goed statuut tussen federale en regionale overheden wordt doorgeschoven en dringt aan op uniforme regels en een structurele oplossing, nu buschauffeurs zoals Patricia zelfs afhaken ondanks hun cruciale rol. Clarinval duidt de kwestie niet als een reglementair maar als een organisatorisch probleem, zonder concrete toezeggingen voor overleg of statuutverbetering.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, op de laatste schooldag stond ik samen met busbegeleiders en buschauffeurs op de parking van de Blaarmeersen in Gent. Kinderen uit het buitengewoon onderwijs stappen daar elke ochtend over van de ene bus op de andere om de ritten korter te maken. Patricia, die al tientallen jaren buschauffeur is, vertelde mij: "Ik doe dit met heel mijn hart, maar de onzekerheid wordt veel te groot. Vroeger kreeg ik een uitkering tijdens de zomervakantie, maar de RVA in Gent weigert die nu, terwijl mijn collega's in Antwerpen daar geen problemen mee ervaren. De RVA dreigt er zelfs mee mijn uitkeringen van de vorige zomers terug te vorderen. Vroeger hadden we bovendien een contract van tien maanden, maar nu krijgen we vijf kortlopende contracten, van vakantie tot vakantie. We dreigen daardoor elke schoolvakantie zonder inkomen te vallen, want tijdelijke werkloosheid mag niet."
Collega's, voor veel kinderen in het buitengewoon onderwijs zijn die busbegeleiders en buschauffeurs vertrouwde gezichten 's ochtends bij het vertrek naar school en 's avonds op weg naar huis. Dat is een enorme verantwoordelijkheid. De zomervakantie is al begonnen en die buschauffeurs leven nog altijd in onzekerheid.
Mijnheer de minister, wanneer komt er eindelijk een duidelijke toepassing van de regels, zodat buschauffeurs ten minste weten waar ze aan toe zijn? Zult u op korte termijn overleggen met de regio's, zodat de hervorming van het leerlingenvervoer niet alleen leidt tot kortere busritten, maar ook tot meer zekerheid voor de mensen die elke dag voor die kinderen zorgen?
David Clarinval:
Mevrouw Vanrobaeys, de werkloosheidsreglementering bepaalt dat wie werkt in bijvoorbeeld een onderwijsinstelling of in het kader van activiteiten die daaraan verbonden zijn de gebruikelijke periodes van inactiviteit, zoals schoolvakanties, mag dekken met tijdelijke of volledige werkloosheidsuitkeringen.
Een werkloosheidsuitkering is geen vakantiegeld. Dit verbod geldt echter niet wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt en de arbeidsonderbreking meer dan 30 dagen duurt. Werknemers zoals buschauffeurs die beschikken over een contract van tien maanden kunnen dus, voor zover zij aan alle andere reglementaire voorwaarden voldoen, aanspraak maken op uitkeringen als volledig werklozen tijdens de zomervakantie. Dat betekent voldoende arbeidsdagen gepresteerd hebben en aan de reglementaire voorwaarden voldoen.
De concrete toepassing hangt uiteraard af van de individuele situatie van de werknemer, namelijk of hij voltijds dan wel deeltijds werkt, hoeveel uren hij werkt, of hij vrijwillig deeltijds werkt, dan wel het behoud van zijn rechten heeft gevraagd, of hij al dan niet een inkomensgarantie-uitkering ontvangt. Het is de rol van de uitbetalingsinstellingen, waaronder de vakbonden, om de werknemer op basis van zijn concrete situatie te informeren over zijn recht op uitkeringen en over de te vervullen stappen.
Anderzijds stelt zich de ruimere vraag naar de organisatie van dit soort tewerkstelling in en rond het onderwijs. Dat is echter geen kwestie van de werkloosheidsreglementering, maar heeft betrekking op de manier waarop diensten worden georganiseerd, toegewezen en gefinancierd.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, voor Vooruit is het eenvoudig, goed leerlingenvervoer gaat over kortere busritten en over nieuwe routes, maar dat begint ook met de mensen die elke dag met een gerust hart hun werk moeten kunnen doen. De regels zijn duidelijk, maar ze moeten overal uniform worden toegepast. Die buschauffeurs moeten ook een goed statuut krijgen. Patricia heeft ander werk gevonden, terwijl ze echt wel broodnodig is. In Vlaanderen zorgt Vooruit voor een goed statuut voor de busbegeleiders, maar voor de buschauffeurs verwijst de Vlaams minister van Onderwijs naar u. Dat is elkaar telkens opnieuw de zwartepiet toespelen. Zoek een oplossing voor die mensen, zet u rond de tafel. Wie elke dag zo'n verantwoordelijkheid heeft en zorgt voor die kinderen, die verdient zekerheid, respect, maar vooral een goed statuut.
-
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorg
Vraag: De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
Vraag: De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
gezondheid en welzijnDe besparingen op de gezondheidszorg
De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
Financiële hervormingen en besparingen in de gezondheidszorg summaryExplanationGesteld door
VB Dominiek Sneppe
Anders. Alexia Bertrand
PVDA-PTB Sofie Merckx
PS Caroline Désir
MR Daniel Bacquelaine
Vooruit Jan Bertels
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 16 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Frank Vandenbroucke verwerpt categorisch een franchise van 500 euro voor kankerpatiënten en benadrukt dat de begrotingskloof niet op de rug van zieken mag worden gedicht, terwijl hij hervormingen zoals een rechtvaardigere verhoogde tegemoetkoming en ziekenhuisfinanciering voorstelt. Kritische oppositiepartijen, waaronder Dominiek Sneppe en Alexia Bertrand, beweren dat de regering-De Wever met maatregelen zoals hogere remgelden, groeinormverlaging en langere betalingstermijnen voor werkgevers vooral de middenklasse, chronisch zieken en werkenden wil laten opdraaien, zonder structurele verspilling of fraude aan te pakken. Sofie Merckx en Caroline Désir wijzen op eerdere besparingen in de gezondheidszorg (zoals hogere medicijnprijzen en 125 miljoen euro extra remgeld) en vrezen dat patiënten opnieuw de rekening zullen betalen, ondanks Vandenbrouckes belofte dat de zorg betaalbaar blijft. Daniel Bacquelaine en Sarah Schlitz pleiten voor diepgaande hervormingen, zoals aanpassing van de BIM-toegang, mutuelle-kosten en preventieve gezondheidsinvesteringen, maar verschillen van mening over de methode: Bacquelaine wil taboes doorbreken, terwijl Schlitz meer focus vraagt op preventie en eerste lijnszorg.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, gisteren bleek uit het gelekte rapport van het RIZIV dat de regering-De Wever kankerpatiënten tot 500 euro voor hun medische kosten zelf wil laten betalen. N-VA-minister Weyts zou opwerpen dat het maar 500 euro is. Intussen blijkt dat er nog veel meer op tafel ligt: de verdubbeling van het remgeld bij huisartsen, het verder terugschroeven van de groeinorm en het langer laten betalen voor zieke werknemers door werkgevers zou samen 6 miljard euro moeten opleveren.
Mijnheer de minister, komaan zeg, dat is geen gezondheidsbeleid meer. Dat is een zoektocht naar wie nog kan betalen, naar wie nog meer kan worden gepluimd. De patiënt betaalt meer, de chronisch zieke betaalt meer, de werknemer betaalt meer en de werkgever betaalt meer. Over de echte problemen horen we echter niets. Over de moddervette overheid horen we niets. Over verspilling en fraude, over overbodige structuren, over de gratis toegang tot onze sociale zekerheid voor tienduizenden gelukszoekers, over een log en versnipperd Belgisch gezondheidsmodel, dat handenvol geld kost en door de regering alleen maar verder wordt uitgebreid, daarover horen we niets.
De regering zegt wel dat ze de gezondheidszorg wil hervormen, maar telkens opnieuw betekent hervormen blijkbaar dat de rekening naar onze mensen gaat. Ondertussen is de regering hopeloos verdeeld. Voor Vooruit luidt het: franchise, over mijn lijk, cd&v sluit zich daarbij aan, maar weet het nog niet helemaal goed en de N-VA stelt geen enkel voorstel te willen uitsluiten. Mijnheer de minister, wie spreekt hier nu eigenlijk nog namens de regering?
Welke van de opgesomde maatregelen liggen vandaag echt op tafel en zijn dus bespreekbaar? Garandeert u dat chronisch zieken, mensen met een laag inkomen en gewone werkende gezinnen niet opnieuw de rekening van de begroting zullen moeten betalen?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, het RIZIV kwam gisteren met een opmerkelijk verslag. De opvallendste maatregel kennen we ondertussen allemaal: een franchise van 500 euro, die door de patiënt zelf zalmoeten worden betaald. De socialisten van Vooruit zeggen alvast: niet met ons. Laat het duidelijk zijn: ook niet met ons, mijnheer de minister. Wie betaalt alweer het gelag? Dat is de middenklasse, zoals al veel te vaak met de regering-De Wever is gebeurd.
Eigenlijk gaat het hier om een valse discussie. Als u het rapport goed hebt gelezen – u kennende, meester Frank, hebt u dat zeker gedaan –, dan hebt u ook een andere passage goed gelezen. Ik citeer het rapport: "Het RIZIV is zich bewust van de noodzaak om de verhoogde tegemoetkoming te hervormen." Dat systeem is compleet ontspoord. Vandaag krijgen namelijk 2,5 miljoen mensen – een jaar geleden waren ze nog met 2,2 miljoen – voordeel na voordeel, de ene korting na de andere. Ook bij de dokter betalen ze slechts 1 euro.
Wat hebt u daaraan gedaan, mijnheer de minister? Niets. Nee, dat is niet helemaal waar. U hebt dat systeem zelfs uitgebreid. Ik hoor in de wandelgangen dat u op zoek bent naar nieuwe voordelen onder andere op het vlak van energie voor de betrokkenen. U zoekt dus naar manieren om het systeem verder uit te breiden.
U bent tegen de franchise en dat is goed – wij ook –, maar waar bent u dan voor? Onze voorstellen zijn duidelijk. Pak de overconsumptie aan. Zet de groeinorm op nul, zodat u 2,6 miljard euro bespaart, en vooral zet het mes in de verhoogde tegemoetkoming. Wanneer zult u dat eindelijk doen?
Sofie Merckx:
Année après année, exercice budgétaire après exercice budgétaire, l'Arizona va toujours chercher l'argent dans la poche des gens, mais aussi dans les soins de santé. En effet, vous avez déjà augmenté le prix des médicaments, des hôpitaux doivent fermer, la norme de croissance n'est pas à la hauteur des besoins et, pour trouver 125 millions d'euros, vous avez déjà un accord de principe visant à augmenter les tickets modérateurs.
Hier, une proposition choc est arrivée: celle d'une franchise de 500 euros en assurance maladie, un peu sur le modèle d'une assurance automobile. En pratique, si vous tombez malade, les premiers 500 euros seraient à votre charge et ce n'est qu'au-delà de ce montant que vous seriez remboursé. Vous imaginez bien que j'ai reçu de nombreux témoignages et beaucoup de réactions inquiètes.
Il serait extrêmement grave d'instaurer une telle taxe sur les malades. Cela reviendrait à augmenter le montant du ticket modérateur, et de manière générale, la part des frais de santé supportée par les patients. C'est une mauvaise idée pour la santé publique. En effet, lorsque l'on demande aux patients de contribuer de plus en plus, ils reportent parfois des soins et finissent par développer des problèmes de santé plus graves, comme dans le cas du diabète. Au final, cela coûte davantage à la sécurité sociale.
Mais nous savons aussi, monsieur le ministre, comment se déroulent les négociations budgétaires. On commence par mettre sur la table une proposition choc, une proposition particulièrement grave, pour ensuite nous dire: "Ah oui, mais nous n'avons finalement pas fait cela. Il faudra quand même que les patients contribuent. On augmentera quand même peut-être le ticket modérateur chez le médecin généralistes ou chez le spécialiste. On touchera peut-être au statut BIM, etc."
Monsieur le ministre, vous avez déjà indiqué que vous étiez opposé à cette franchise. Mais êtes-vous également opposé à une augmentation de la part des frais de santé à charge des patients? Cette piste est-elle aujourd'hui sur la table des négociations?
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, 6 milliards d'euros: c'est le montant hallucinant de la liste des économies que l'INAMI a compilées dans un rapport qui est aujourd'hui sur la table du gouvernement – un catalogue des horreurs et une attaque d'une violence jamais vue contre notre modèle des soins de santé.
On apprend dans le même temps, monsieur le ministre, que vous auriez finalisé la lettre de mission que le gouvernement doit adresser aux partenaires de l'INAMI en vue de l'élaboration de leur proposition de budget des soins de santé pour 2027.
Selon les informations publiées, cette lettre de mission prévoirait un montant de 638 millions d'euros d'économies, conformément à la trajectoire budgétaire fixée par l'Arizona. Cette trajectoire vise, pour rappel, plus de 2 milliards d'euros d'économies dans ce secteur. Je me permets de vous le redire, cette trajectoire est difficilement conciliable, vous en conviendrez, avec votre promesse d'une norme de croissance de 3 %.
Monsieur le ministre, je souhaiterais donc vous poser les questions suivantes. Premièrement, à ce stade, quel est le montant exact des économies que le secteur des soins de santé devra effectivement assumer? Pouvez-vous nous dire si la lettre de mission que vous avez rédigée sera approuvée ou non par le gouvernement?
Deuxièmement, pouvez-vous garantir que dans le cadre de l'effort d'austérité de 10 milliards d'euros annoncé par l'Arizona, le secteur de la santé sera préservé et que la facture des patients, que vous avez déjà considérablement augmentée, restera stable?
Enfin, monsieur le ministre, qui a commandé ce rapport? Vous avez déclaré dans la presse que l'INAMI avait réalisé cet exercice à la demande des autres partis. S'agit-il là d'une procédure habituelle? Autrement dit, l'INAMI répond-il à une autre autorité que la vôtre, monsieur le ministre? Je vous remercie.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, nous n'avons jamais autant joué avec les milliards. D'une part, dans votre lettre de mission, vous évoquez un effort budgétaire de 638 millions d'euros à l'horizon 2029. D'autre part, l'INAMI avance des pistes visant à réaliser jusqu'à 6 milliards d'euros d'économies. Cette différence appelle des éclaircissements. En effet, ce "jeu" n'est guère porteur de rationalité ni de rigueur. Une clarification s'impose donc.
Monsieur le ministre, je ne vous interrogerai pas sur la franchise, car je connais votre position à ce sujet. Du reste, je considère moi-même que cette mesure est peu pertinente, voire source de surconsommation.
En revanche, j'aimerais vous entendre au sujet de plusieurs pistes évoquées par l'INAMI. Où en est la réforme absolument indispensable du statut BIM, qui concerne près de 2,5 millions de personnes? Comment pouvons-nous réformer ce système, notamment la procédure d'accès à ce statut?
Où en est également la réforme du paysage hospitalier, qui aura un impact direct sur le budget de l'INAMI? Qu'en est-il de l'adaptation des tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis plus de 20 ans? Où en sont les réformes que vous préconisez et qui auront un impact direct sur le budget de l'INAMI?
Je pense en effet que ce budget de l'INAMI mérite une analyse sérieuse ainsi que la mise en œuvre des réformes nécessaires afin que chaque euro soit utilisé le plus efficacement possible, dans l'intérêt du patient et de la qualité des soins.
Jan Bertels:
Collega’s, in Amerika kan een bevalling tot 100.000 dollar kosten. Een operatie voor een by-pass kan van 44.000 dollar tot 445.000 dollar kosten. Een levensnoodzakelijke kankerbehandeling is onbetaalbaar. Ze kost meer dan 500.000 dollar. Amerikanen moeten zich in de schulden werken als zij zorg nodig hebben of, erger nog, stellen die zorg uit schrik voor de factuur uit.
Laat het heel duidelijk zijn, wij, socialisten, passen voor zo’n systeem. Het voorstel met betrekking tot een franchise van 500 euro per patiënt, dat hier op tafel ligt, gaat voor ons meteen de vuilnisbak in. De beste en betaalbare zorg voor iedereen is voor ons socialisten immers essentieel. Ze is gegrond op een principe dat voor ons heilig is, namelijk solidariteit, vormgegeven door Achille Van Acker.
Collega's, ik kom uit een eenvoudig arbeidersgezin van vier kinderen met één arbeidsinkomen. Volgens het bewuste voorstel zouden mijn ouders eerst zelf 3.000 euro hebben moeten ophoesten voor noodzakelijke zorg. Dat zou voor hen de financiële hel zijn geweest. Een heel gezin zou uitgesloten zijn geweest van degelijke gezondheidszorg vanwege de factuur. Ik kan dan ook niet anders dan herhalen: niet met mij, niet met ons, niet met Vooruit.
Ook vandaag zullen wij socialisten onze sociale zekerheid en onze sterke zorg blijven beschermen, want niemand kiest ervoor om ziek te worden of een operatie te ondergaan of een kankerbehandeling te volgen. Daar zijn wij het toch over eens?
Mijnheer de minister, mijn vraag is eenvoudig. Kunt u bevestigen dat het onzinnige voorstel voor een franchise van tafel gaat?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, pour boucler votre budget, vous et votre gouvernement êtes à la recherche de 10 milliards d'euros. Or il apparaît de plus en plus clairement que vous puiserez de l'argent dans les soins de santé. Certes, ce ne sera clairement pas via cette mesure loufoque visant à mettre en place une franchise de 500 euros – nous savons très bien que ce n'est pas cela qui décidé –, mais via des économies, comme vous en avez déjà prévu: à savoir un montant de 638 millions d'euros d'ici 2029, qui sera déjà difficile à atteindre. Ces économies ont non seulement été acceptées par des partis comme Les Engagés, qui avaient pourtant promis d'augmenter le budget de la santé, soit dit en passant, mais vous en préparez d'autres, alors qu'il faudrait faire exactement le contraire. Nous vivons en effet dans un pays où une personne sur deux reporte des soins, faute de moyens, alors que nous connaissons la nécessité de se soigner rapidement pour éviter des surcoûts ultérieurs, dans un pays où il faut attendre six mois pour obtenir un rendez-vous chez l'ophtalmologue, dans un pays où 60 % des infirmières ne travaillent pas en tant qu'infirmières, dans un pays où les services d'urgence débordaient voici à peine deux semaines en raison de la vague de chaleur.
Vous l'aurez compris, monsieur le ministre, je ne veux pas savoir si vous allez instaurer une franchise de 500 euros. En revanche, je souhaite savoir quel montant vous comptez récupérer dans le secteur des soins de santé. Quelle facture arrivera, in fine , sur la table des patients? Comptez-vous également plafonner le salaire des soignants, dégrader leur qualité de vie ou augmenter leur temps de travail? Bref, dites-nous ce qui est sur la table en matière d'économies dans les soins de santé.
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, laat ik meteen bijzonder duidelijk zijn, we zullen het gat in de begroting nooit dichten op de rug van zieke mensen. Met mij in de federale regering zal dat niet gebeuren. Het is gemakkelijk en laf te zeggen dat met de idee van zo’n franchise we mensen die ziek worden en voor elk ziek kind en voor elke zieke partner meteen laten betalen om zo enkele miljarden te verzamelen. Dat is zo laf, zo brutaal, zo onrechtvaardig. Nooit.
Collega's, wellicht zijn er andere partijen die daar anders over denken, want anders was de instructie niet gegeven aan het RIZIV om dat te berekenen. Men heeft gevraagd waar dat vandaan komt. Wel, de eerste minister en de minister van Begroting hebben voorstellen ingezameld van de partijen. De partijen hebben voorstellen ingediend en blijkbaar waren daar ook deze voorstellen bij. Het RIZIV heeft instructie gekregen om dit te berekenen. Dat is dus ook geen rapport van het RIZIV. Als u dat leest, zult u inderdaad zien dat ook bij de medewerkers van het RIZIV zonder veel twijfel vragen rezen over wat hier nu eigenlijk werd voorgesteld.
Laten we wel beseffen dat we voor een buitengewoon moeilijke begrotingsopdracht staan. Ik denk dat we duidelijk moeten zijn over de doelstelling en over de methode. De doelstelling is de welvaartsstaat een toekomst te geven en ervoor te zorgen dat die overeind blijft, niet om hem kapot te maken. De doelstelling is ook om in de toekomst te kunnen blijven investeren in gezondheidszorg, in betere tandzorg, in betere geestelijke gezondheidszorg, in nieuwe, noodzakelijke en vaak dure geneesmiddelen, en in het zorgpersoneel. We moeten ruimte houden om die noodzakelijke investeringen te doen. Daarvoor moet men hervormen. Daarvoor moet men ook het budget op orde hebben. Dat is de doelstelling, geen andere.
Collega's, over de methode wil ik het volgende zeggen. We zullen er niet geraken als we meteen allerlei taboes opwerpen of zeggen wat niet kan. Laat ons dus eerlijk en duidelijk zijn.
We zullen op een rechtvaardige manier bijkomende inkomsten moeten zoeken en nadenken over de uitgaven. Alle ministers zullen met voorstellen moeten komen, of het nu gaat over Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, Openbaar Ambt, Sociale Zaken of Gezondheidszorg. Iedereen zal voorstellen moeten doen. Ik ben daar zelf ook volop mee bezig en bereid me daarop voor.
Ik heb wel één taboe. Het moet namelijk rechtvaardig zijn. De doelstelling is de gezondheidszorg overeind te houden. Dus iedereen op een brutale manier laten voorschieten voor gezondheidszorg, is totaal onrechtvaardig.
Dat is inderdaad ons taboe.
Donc, que les choses soient claires: jamais nous ne comblerons le déficit budgétaire sur le dos des personnes malades. Cela n'arrivera pas, tant que je ferai partie du gouvernement fédéral. Comme je viens de le dire, une tâche difficile nous attend. Il faudra agir dans tous les secteurs, partout, sans aucun doute, mais la justice sociale, l'équité dans l'effort est pour nous un tabou essentiel.
Ik kom tot een paar vragen die gesteld zijn.
Mijnheer Bacquelaine, we hebben met de ministers van Volksgezondheid krachtlijnen vastgelegd voor een belangrijke verbetering van het ziekenhuislandschap. We bespreken die ook in de verschillende regeringen. Ik denk niet dat we daar, noch in de federale regering, noch in de deelregeringen, vóór het zomerreces uit zullen raken, maar die besprekingen schieten goed op. Ik hoop dat we daar in september rond mee zullen zijn. We zijn bezig met belangrijke besprekingen over de hervorming van de ziekenhuisfinanciering en de nomenclatuur.
Mevrouw Bertrand, ik heb in de regering inderdaad ook een hervorming voorgelegd met betrekking tot de verhoogde tegemoetkoming, maar wel met de bedoeling dat systeem eerlijker en rechtvaardiger te maken, niet met de bedoeling het leven nog moeilijker te maken voor mensen die het moeilijk hebben en zwak staan. Dat is niet de doelstelling. Als er mensen zijn die een verhoogde tegemoetkoming genieten, maar over een zeer belangrijk vermogen beschikken of een belangrijke participatie in een vennootschap hebben, dan moet men dat veranderen. Dat voorstel ligt al weken bij de regering.
Ik hoop dat we dat soort voorstellen bij de opmaak van de begroting zullen kunnen bespreken, om te hervormen wat moet worden hervormd, om recht te zetten wat moet worden rechtgezet en vooral om te zorgen voor meer sociale rechtvaardigheid, nu en in de toekomst.
Voorzitter:
Dank u, mijnheer de minister. Ik ben buitensporig tolerant geweest. Laten we zeggen dat dat een eindejaarsgeschenk is.
Dominiek Sneppe:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Nooit met Vooruit, waarvan akte uiteraard. Mijnheer de minister, ik hoorde u ook zeggen dat het maar een berekening is en dat er nog niets is beslist. Zo begint het natuurlijk wel altijd. Eerst is het een technische oefening, dan is het een denkpiste, vervolgens wordt het – zoals u zelf zegt – een buitengewoon moeilijke, maar noodzakelijke maatregel. Uiteindelijk krijgt de burger de factuur. U zegt wel dat de zorg betaalbaar moet blijven. Daarin volg ik u, de patiënt mag niet meer betalen.
U zegt ook dat we inkomsten en besparingen moeten zoeken. Dat is inderdaad waar. Pak dan de verspilling aan, pak de fraude aan, schaf structuren af die niets opleveren, maak eindelijk werk van een eenvoudiger, efficiënter en dus Vlaams zorgmodel en scherm onze sociale zekerheid af voor wie geen cent heeft bijgedragen. Stop met telkens opnieuw te kijken naar de patiënt, de werknemer, de werkgever en de werkende mens. Wie ziek is, heeft zorg nodig en geen extra factuur.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, zoals mijn collega Irina De Knop hier gisteren heeft gezegd, is die franchise een bliksemafleider. U hebt zelf gezegd dat dat laf zou zijn, dat het een gemakskeuze zou zijn. Dat is niet de echte discussie. Even laf is het om de mensen die de welvaart creëren in dit land weg te zetten als profiteurs en fraudeurs. Die mensen zijn de melkkoe van onze Staat. Dat zijn de flexi-jobbers, de mensen die werken, sparen en ondernemen. Dat zijn de mensen die via een managementvennootschap risico nemen. Dat zijn de ondernemers die aan hun zwembad liggen. Als de doelstelling is - zoals u zegt – om de welvaartsstaat overeind te houden, dan zal dat zo niet lukken, mijnheer de minister.
Wat moet u dan wel doen? Hervorm de verhoogde tegemoetkoming. Ik sta hier al een jaar op de bühne met mijn partij om te zeggen dat dat systeem totaal ontploft is. Wat hebt u gedaan? U maakt het probleem nog groter. Dat moet u aanpakken. Dat zou een moedige hervorming zijn.
Sofie Merckx:
Ten eerste, mijnheer de minister, u zei dat het rechtvaardig moet zijn, maar het is niet rechtvaardig wat de arizonaregering vandaag doet. Het is compleet niet rechtvaardig. Jullie gaan het geld halen bij de gewone mensen, in de pensioenen en nu ook in de gezondheidszorg.
De enige minister in deze regering die niet moet besparen, die geld mag uitgeven zoals hij wil, is de heer Theo Francken. Alle andere ministers moeten besparen. U hebt trouwens al beslist om 2,6 miljard te besparen op de langdurig zieken. U hebt ook de prijs van medicatie al verhoogd. U hebt al een akkoord over 125 miljoen aan remgeldverhogingen.
Ik heb vandaag wel gehoord dat u niet voor de franchise bent, maar ik heb geen rode lijn gehoord inzake de verhoging van de remgelden. De Belgen geven nochtans al keiveel geld uit aan gezondheidszorg. Het gaat om 20 %. Dat is meer dan in Duitsland, dat is meer dan in Frankrijk. De mensen betalen dat uit eigen zak, en dat bedrag moet verminderen.
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Merckx.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, vous êtes clair concernant votre refus sur la franchise de 500 euros, et c'est tant mieux. Pour le reste, je ne suis pas du tout rassurée par votre réponse. En effet, vous savez parfaitement qu'il sera très difficile, pour ne pas dire impossible, d'épargner durablement les soins de santé si on ne recherche pas en même temps de nouvelles recettes pour absorber le déficit massif que votre gouvernement est en train de creuser. Vous pouvez bien multiplier les déclarations d'intention mais les chiffres, eux, sont têtus.
Quand on annonce des économies à grande échelle et qu'on serre la vis budgétaire dans tous les secteurs, il est évident que la santé ne pourra pas être préservée par de simples incantations. À un moment donné, ce sont les patients, les soignants et les assurés sociaux qui payent l'addition.
Monsieur le ministre, votre parti, comme Les Engagés, vous avez présenté la santé comme une priorité devant les électeurs. Ce qu'on voit aujourd'hui pourtant, c'est que vous êtes dans un gouvernement qui a comme marque de fabrique les économies, la pression sur les soins et l'augmentation de la facture pour les patients.
Daniel Bacquelaine:
Effectivement, il faudra être équitable. Mais être équitable, c'est aussi être responsable. Je pense qu'aujourd'hui, nous avons un devoir de responsabilité, car chaque euro en matière de santé doit être utilisé en faveur de la qualité des soins et des patients. Nous devons donc avoir le courage de laisser tomber les tabous et les dogmes. Une norme de croissance ne concerne en rien la qualité des soins. Une norme de croissance ne concerne en rien la rigueur que l'on met dans l'utilisation des budgets des soins de santé.
Nous devons sortir de cela et avoir le courage de vraies réformes, lesquelles doivent notamment porter sur l'automaticité de l'accès au BIM, tout à fait scandaleuse aujourd'hui – les fraudes sont connues –, sur une révision du rôle des mutuelles qui, comme on l'a dit plusieurs fois, coûtent très cher aujourd'hui – plus d'un milliard par an pour les frais administratifs des mutuelles –, sur une adaptation de nos tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis 20 ans et, enfin, sur une réforme du paysage hospitalier.
Jan Bertels:
Dank u voor uw duidelijke antwoord, mijnheer de minister.
Voor Vooruit en voor u is het heel duidelijk: geen gezondheidszorg op basis van de dikte van je portemonnee. Collega's, deze discussie toont duidelijk aan waarom Vooruit in deze regering nodig is: om toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg te blijven beschermen.
Het verbaasde mij dat andere partijen gisteren een groot drama maakten van de zelf besliste 80 miljoen euro voor de farmasector. Tegelijkertijd verklaarde dezelfde partij dat ze 7,1 miljard wil besparen op de kap van zieke patiënten. Dat is dezelfde partij, Anders. Dat zal Vooruit nooit aanvaarden. We zullen blijven doen wat we al hebben gedaan en dat is blijven investeren in ons systeem van gezondheidszorg en durven te hervormen. Daarin geef ik de heer Bacquelaine gelijk. We moeten durven te hervormen. Dat zullen we doen en dat zullen we blijven doen, voor de beste en betaalbare zorg voor iedereen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Savez-vous ce qui rapporte gros? Une population en bonne santé et bien soignée. Avec ce gouvernement, vous devez effectuer un travail de pédagogie pour investir davantage dans la prévention. Car ce gouvernement continue à donner des dérogations qui exposent nos citoyens à des pesticides et des substances néfastes, alors qu'on peut protéger leur santé. Vous pouvez par exemple interdire la publicité pour la malbouffe, il y a des tas de choses qu'on peut faire dans ce genre. Ensuite, vous pouvez faire en sorte qu'il y ait davantage de spécialistes, et réduire les délais d'attente. C'est essentiel pour soigner assez tôt les pathologies. Troisièmement, vous pouvez soutenir les dispositifs de première ligne, comme les maisons médicales qui, le rapport du KCE le prouve, font faire des économies au secteur des soins de santé. Ou encore agir pour le bien-être au travail plutôt que d'en demander toujours plus aux travailleurs et aux travailleuses. Voilà un plan de bataille efficace et utile sur le long terme!
-
Vraag: Het gebrek aan inspanningen van bedrijven om een collectief re-integratiebeleid uit te werken
Vraag: De re-integratie van langdurig zieken
gezondheid en welzijnHet gebrek aan inspanningen van bedrijven om een collectief re-integratiebeleid uit te werken
De re-integratie van langdurig zieken
Bedrijfsmatige tekortkomingen in collectieve re-integratie van langdurig zieken summaryExplanationGesteld door
Vooruit Anja Vanrobaeys
cd&v Nahima Lanjri
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Anja Vanrobaeys en Nahima Lanjri bekritiseren dat slechts 12% van de bedrijven een verplicht collectief re-integratiebeleid uitvoert, waardoor langdurig zieke werknemers zoals kankerpatiënten vaak zonder ondersteuning vallen, wat hun herstel en werkhervatting bemoeilijkt. Zij pleiten voor een menselijkere, op maat gemaakte aanpak met minder administratie en meer flexibiliteit, waarbij werkgevers actiever betrokken worden en preventie centraal staat, met kritiek op standaardprocedures die te star en inefficiënt zouden zijn. David Clarinval bevestigt dat de naleving van de verplichting toeneemt en kondigt strengere handhaving, versnelde re-integratietrajecten vanaf dag één (in plaats van na drie maanden) en uitgebreide ondersteuning aan, zoals hervormingen in het welzijnsbeleid, verplichte evaluaties na acht weken ziekte en sancties voor werkgevers die nalaten een traject op te starten. Hij benadrukt ook de rol van arbeidsartsen en het Terug-naar-werkfonds, dat vanaf 2026 breder inzetbaar wordt. Vanrobaeys dringt aan op versnelling en mentaliteitsverandering bij werkgevers, met hervorming van preventiediensten om het huidige tempo – dat volgens haar pas in 2055 tot volledige naleving zou leiden – drastisch te verhogen. Lanjri voegt daaraan toe dat preventie en maatwerk essentieel zijn, met voorstellen zoals flexibelere preventieonderzoeken en verlengde re-integratietermijnen waar nodig, om herhalende uitval te voorkomen.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, iets minder dan de helft van de bedrijven kan werknemers geen aangepast werk aanbieden. Iemand met kanker die na een slepende of langdurige behandeling, of als deel van het herstel, weer aan het werk wil, botst op het werk op muren: geen ondersteuning, geen flexibiliteit en geen aangepast werk. Dat is ongelooflijk schrijnend.
Een sterk re-integratiebeleid is dan ook echt belangrijk. Er zijn bedrijven die aantonen dat het wel kan. In een artikel in de krant vanmorgen ging het over Dirk die bij Remondis in Reet werkt. Hij kon na zijn kankerdiagnose stap voor stap weer aan de slag. Eerst werkte hij 20 %. Vandaag werkt hij halftijds, met aangepaste taken en de mogelijkheid tot thuiswerk. Dat gaat niet vanzelf. De werkgever heeft een plan, luistert naar de werknemer en neemt ook de collega's mee aan boord. Zo gaan ze samen op zoek naar oplossingen voor wat nog wel kan. Dirk getuigde vanmorgen in de krant dat dat tot zijn herstel heeft bijgedragen.
Mijnheer de minister, Dirk is niet alleen. Daarom zijn bedrijven ook al vier jaar verplicht om een collectief re-integratieplan op te stellen. Toch voldoet vandaag maar 12 % van de ondernemingen aan die verplichting.
Mijnheer de minister, mijn vraag is vrij eenvoudig. Hoe gaat u ervoor zorgen dat veel meer ondernemingen het voorbeeld van Remondis volgen, zodat succesvolle re-integratie niet de uitzondering blijft, maar de regel wordt?
Nahima Lanjri:
Collega's, mijnheer de minister, langdurig zieken zijn niet alleen cijfers. We hebben het in de eerste plaats over mensen. Mensen die zodra ze genezen zijn opnieuw aan de slag willen gaan, het liefst ook bij hun eigen werkgever, omdat ze weten wat ze kunnen en wat ze waard zijn.
Alleen loopt dat in de praktijk niet altijd zo. Zo ken ik Linda uit Leuven, die acht maanden ziek is geweest. Toen ze opnieuw aan de slag wilde gaan bij haar werkgever, een grote bank, bleek dat niemand haar in die acht maanden had gecontacteerd en dat ze aan haar lot was overgelaten. Hoe wilt u dat iemand zoals Linda zich dan vlot re-integreert?
Werkgevers zijn verplicht een collectief re-integratiebeleid uit te werken dat erop gericht is uitval te vermijden en te zorgen voor kwalitatief en werkbaar werk. Alleen schiet die preventie in de praktijk vaak tekort.
Soms worden mensen ziek en vallen ze uit. Als dat gebeurt, moeten we er alles aan doen om hun opnieuw de kans te geven aan het werk te gaan, met een traject op maat. Dat vraagt tijd, moeite en menselijkheid; geen standaardprocedures of checklists die moeten worden afgevinkt, maar maatwerk.
Vandaag is dat veel te complex en te administratief. Slechts 12 % van de bedrijven slaagt erin zo'n plan voor te leggen. Vier op de tien zeggen dat het niet lukt. Dat is niet altijd onterecht. Een bakker met maar één medewerker kan natuurlijk geen aangepaste uren of ander werk aanbieden.
Daarom roep ik u op, mijnheer de minister, om voor een menselijke aanpak te zorgen. Denk niet vanuit uniforme kokers. Zorg ervoor dat werknemers en werkgevers samen die re-integratie echt kunnen doen slagen.
Daarom is mijn vraag aan u: wat wilt u nog doen om preventie een centrale plaats te geven op de werkvloer en ervoor te zorgen dat re-integratie echt lukt door sneller en vooral menselijker te re-integreren?
David Clarinval:
Mevrouw Vanrobaeys, mevrouw Lanjri, het klopt inderdaad dat het aantal werkgevers dat formeel een collectief re-integratiebeleid heeft, momenteel beperkt is. We zien echter jaar na jaar een stijging van het aantal bedrijven dat die aanpak hanteert. Via de inspectiediensten zal ik de verplichting voor de werkgever om een collectief re-integratiebeleid te voeren, beter laten handhaven.
Zoals u bovendien weet, vormt het beleid rond langdurig arbeidsongeschikten een belangrijke werf van deze regering. Samen met minister Vandenbroucke werk ik een heel pakket maatregelen uit om een betere terugkeer naar werk van langdurig zieken mogelijk te maken. Binnen die grote werf ben ik meer bepaald verantwoordelijk voor het preventieve luik, met name de begeleiding binnen de bedrijven. Ik kan u al meegeven dat de aanpassingen van de codex over het welzijn op het werk het sinds 1 januari 2026 mogelijk maken om de re-integratietrajecten te optimaliseren. Daarbij geven we de werkgevers bijkomende tools.
De arbeidsarts moet actie ondernemen voor elke werknemer die minstens één maand afwezig is wegens ziekte om de re-integratie op het werk te bevorderen. Na acht weken zal de werkgever het arbeidspotentieel moeten laten evalueren door de externe preventiedienst, om zo snel mogelijk een re-integratietraject op te starten.
Daarnaast is een snellere reactie door de werkgever mogelijk. In plaats van de huidige verplichte wachttijd van drie maanden zullen werkgevers de mogelijkheid hebben om formeel of informeel een re-integratietraject op te starten vanaf de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid, mits de werknemer daarmee akkoord gaat. In het kader van de vierde golf gaan we daarin verder en zetten we sterk in op preventie binnen bedrijven, om afwezigheden te vermijden.
Specifiek binnen mijn bevoegdheidsdomein kan ik de volgende maatregelen onderstrepen. We wensen een efficiëntere en kwaliteitsvollere opvolging van de werknemers te verzekeren, dankzij een hervorming van het preventieve gezondheidstoezicht en van de rol van de arbeidsarts en de preventiediensten. We steunen werkgevers bij de uitvoering van de risicoanalyse, zodat zij de nodige actie kunnen ondernemen. OiRA, het online risicoanalyse-instrument, zal nog worden uitgebreid.
De werking van het Terug-naar-werkfonds zal in 2026 ook worden geëvalueerd. We breiden de doelgroep uit tot iedereen die minstens zes maanden als arbeidsongeschikte is erkend. We indexeren ook het bedrag van de voucher voor de betaling van de dienstverlener.
We streven er ook naar dat de voucher via de werkgever kan worden opgevraagd. Op die wijze kan gerichte ondersteuning binnen het bedrijf worden gefaciliteerd.
Werkgevers spelen natuurlijk eveneens een cruciale rol om de kansen op werkhervatting te verhogen. Het is mijns inziens ook in het belang van de werkgever om in te zetten op preventie en re-integratie.
Naast de uitbreiding van de ondersteuning voor werkgevers nemen we dan ook responsabiliserende maatregelen. Ik verwijs naar de solidariteitsbijdrage voor werkgevers met arbeidsongeschikte werknemers, de sanctie voor werkgevers met twintig of meer werknemers die geen re-integratietraject hebben opgestart na zes maanden arbeidsongeschiktheid en de verplichting om in het arbeidsreglement een afspraak rond het afwezigheidsbeleid op te nemen, zodat werkgevers contact houden met zieke werknemers.
De re-integratie van langdurig zieken op de werkvloer is een doelstelling die alleen kan worden bereikt als alle actoren zich ten volle daarvoor inzetten.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik ben het met u eens. Een re-integratiebeleid moet werkbaar zijn, maar ook menselijk en op maat. Werkgevers spelen daarin een cruciale rol, want de gemakkelijkste weg is langdurig zieke werknemers aan hun lot overlaten. Daarom moet de overheid hen beschermen, wat nu gebeurt met het verplichte collectieve re-integratiebeleid.
Aan dit tempo duurt het echter nog tot 2055 voor alle bedrijven daarmee klaar zijn. Mijnheer de minister, pak dat aan, zit samen met de werkgevers, zet in op een mentaliteitsverandering, hervorm het gezondheidstoezicht en moderniseer de externe preventiediensten. Dat is bijzonder belangrijk. Mensen die langdurig ziek zijn geweest, hebben alle kansen en perspectief op werk nodig. Dat helpt echt bij hun herstel.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, u zult het met mij eens zijn dat voorkomen altijd beter is dan genezen. Dat geldt ook hier. Preventie staat centraal, zowel voor de werkgever als voor de werknemer. De werkgever speelt daarin een centrale rol door te zorgen voor werkbaar en kwalitatief werk. Een andere belangrijke suggestie is om af te stappen van de klassieke preventieve onderzoeken die de preventiediensten jaarlijks moeten uitvoeren. Niet iedereen heeft een half uur nodig. Bij de ene zal dat vijf minuten duren, bij de andere misschien een uur. Sommige mensen kunnen onmiddellijk worden doorverwezen naar bijvoorbeeld een ergonoom. Dat zal veel meer opleveren dan bij iedereen gewoon een lijst af te vinken en vast te stellen dat die persoon gezond is. Zorg ook voor meer maatwerk bij re-integratie. Ik heb vanmorgen toevallig nog samengezeten met een externe preventiedienst. Daar zei men dat het informele traject van zes maanden soms net iets te kort is. Zorg dus voor uitzonderingen. Pak de oorzaken van de uitval aan, zodat u vermijdt dat mensen opnieuw uitvallen.
-
Vraag: De erkenning van Palestina
Vraag: De erkenning van de Palestijnse Staat
Vraag: De erkenning van Palestina
Vraag: De erkenning van Palestina en het invoerverbod
Vraag: De erkenning van Palestina door de Belgische regering
Vraag: Het importverbod voor producten uit de door Israël bezette gebieden
economie en werkDe erkenning van Palestina
De erkenning van de Palestijnse Staat
De erkenning van Palestina
De erkenning van Palestina en het invoerverbod
De erkenning van Palestina door de Belgische regering
Het importverbod voor producten uit de door Israël bezette gebieden
Erkenning van Palestina en importverbod uit bezette gebieden summaryExplanationGesteld door
ONAFH Jean-Marie Dedecker
Vooruit Achraf El Yakhloufi
cd&v Els Van Hoof
PVDA-PTB Sofie Merckx
PS Christophe Lacroix
Ecolo-Groen Meyrem Almaci
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 9 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie en een deel van de meerderheid dringen erop aan dat België Palestina onmiddellijk erkent nu volgens hen beide voorwaarden uit het regeringsakkoord van september 2023 vervuld zijn: de vrijlating van Israëlische gijzelaars en het aftreden van Hamas in Gaza, wat Maxime Prévot bevestigde maar nog wil verifiëren via diplomatieke kanalen. Kritiek spitst zich toe op de vertragingstactieken, met name de koppeling van het importverbod op nederzettingsproducten aan ongerelateerde dossiers zoals flexi-jobs, wat Jean-Marie Dedecker en Achraf El Yakhloufi als "schandalig" en "degoutant" bestempelen, terwijl Sofie Merckx de regering beschuldigt van "compliciteit met genocide" door uitstel. Els Van Hoof en Meyrem Almaci benadrukken dat 156 landen Palestina al erkennen en eisen dat België het koninklijk besluit voor het reces uitvaardigt, terwijl Prévot belooft "op korte termijn" te handelen mits bevestiging van Hamas’ daadwerkelijke terugtrekking, maar de oppositie zijn "effectieve daden" betwijfelt. De discussie ontaardt in felle beschuldigingen over moreel falen, met name gericht aan N-VA en MR, die volgens critici de erkenning bewust saboteren ondanks de humanitaire noodsituatie in Gaza en de Westelijke Jordaanoever.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, het is precies één jaar geleden dat we uit het reces werden teruggeroepen wegens een minicrisis. U zult zich dat nog herinneren. De heer Mahdi was uit vakantie teruggekeerd omdat wij Palestina als staat zouden erkennen, nadat Frankrijk dat had gedaan. De eerste minister werd opgeroepen uit Zuid-Afrika terug te komen, maar is wijselijk niet gekomen.
Wat is er toen gebeurd? We hebben toen, midden augustus, een commissievergadering gehouden. U hebt daar een toespraak van anderhalf à twee uur gehouden, waarin u zich uitsprak voor de tweestatenoplossing. Als men een tweestatenoplossing wil, heeft men echter twee staten nodig. Momenteel is er maar één staat, namelijk de staat Israël, een zionistische apartheidsstaat, geleid door een roedel fascisten, om de heren Ben-Gvir, Smotrich en zelfs Benjamin Netanyahu maar niet te noemen.
Nu doet zich de kans voor om een tweede staat te erkennen, namelijk Palestina. Dat hebben we in principe al gedaan in 1988. Daarna zijn de Oslo-akkoorden gekomen en is alles blijven stilstaan. Nu doet die kans zich opnieuw voor. U hebt toen vergaderd en begin september heeft de ministerraad beslist dat België Palestina zou erkennen onder twee voorwaarden. Ten eerste moest Hamas uit het bestuursorgaan van Gaza treden. Ten tweede moesten alle Israëlische gijzelaars vrijkomen. Ondertussen is dat gebeurd. Dat is nu gebeurd.
Als we willen dat er een einde komt aan het uitmoorden van de Palestijnse bevolking – sinds 1 januari van dit jaar zijn immers opnieuw 74 kinderen in Gaza en 53 in de Palestijnse gebieden op de Westelijke Jordaanoever vermoord – dan is dit het moment om als regering te handelen. Aan de twee voorwaarden die toen werden gesteld, is immers voldaan. Zal de regering zich houden aan het woord dat ze in september vorig jaar heeft gegeven en zal ze nu eindelijk overgaan tot de erkenning van Palestina?
Achraf El Yakhloufi:
Mohamed al-Wahidi, het is een naam die waarschijnlijk niemand kent. Hij plaatste een gigantisch scherm boven op het puin in Gaza om de wedstrijd Argentinië-Egypte te bekijken. Egypte toonde na de overwinning duidelijk de Palestijnse vlag, maar Mohamed heeft die wedstrijd niet gezien, want hij werd enkele minuten voordat de match begon door Israëlische luchtaanvallen vermoord.
Sinds dat zogenaamde staakt-het-vuren, collega's, zijn meer dan duizend mensen vermoord. Zeventig procent van Gaza wordt bezet door Israël. Ik zwijg dan nog over Zuid-Libanon, waar Israël exact hetzelfde doet.
Het vredesplan zit muurvast. Er staat een neutraal nieuw bestuur klaar voor Gaza, volgens de letter van het vredesakkoord, maar Israël laat hen niet binnen. Israël zegt: "Wij willen geen vrede." Netanyahu wil geen vrede. Netanyahu wil geen akkoord. Netanyahu wil zeker geen vredesakkoord met een tweestatenoplossing en een erkend Palestina.
De wereld kijkt weg. Europa doet niets. België doet veel te weinig. Nochtans kunnen we meer doen. Een jaar geleden sloten we een duidelijk akkoord, mijnheer de minister, met twee duidelijke voorwaarden. Eén, alle gijzelaars moeten vrijgelaten worden. Twee, Hamas moet uit het bestuur gezet worden. Welnu, collega's, dat is gebeurd. Dus geen excuses meer, geen smoesjes meer, zoals sommigen hier in het verleden altijd hadden, want alle voorwaarden zijn nu vervuld.
Mijnheer de minister, u kondigde begin deze week aan dat u daar eindelijk werk van wilt maken. Mijn oprechte dank daarvoor. Ik hoop dat het niet bij woorden blijft, mijnheer de minister. Wanneer mogen we het koninklijk besluit verwachten? Wanneer mag België (...)
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, volgende week begint het bouwverlof, het traditionele moment waarop aannemers hun werven afronden. Bij ons is er één regeringswerf die al een tijdje aansleept, de uitvoering van het Gaza-akkoord. U kent het zeer goed, dit akkoord bevat een duidelijke belofte, namelijk dat Palestina formeel zal worden erkend op twee voorwaarden: alle gijzelaars vrij, done , en Hamas weg uit het bestuur van Gaza. Maandag ontbond Hamas zijn bestuursorgaan. Also done .
Daarom, mijnheer de minister, vragen we u om de daad bij het woord te voegen, het woord dat u deze week bekendgemaakt hebt. Pleiten voor een tweestatenoplossing en de ene staat onvoorwaardelijk erkennen, maar de andere staat hoge morele standaarden opleggen, is gewoon hypocriet. Het Palestijnse volk verdient dezelfde toekomst als het Israëlische volk, in vrede en gelijkheid, in veiligheid. We moeten de daad bij het woord voegen. Want ondertussen leven de Gazanen als haringen in een rotte ton, worden kinderen afgeschoten als in een schietkraam en zien we dat de West Bank etnisch gezuiverd wordt, en gewelddadig bezet.
Luister beter eens naar Alexander De Croo. Hij is daar deze week geweest en hij zei dat hij nog nooit zoiets ergs had gezien in zijn leven. Dat wil al veel zeggen voor die man, die heel wat landen bezocht heeft. Voeg de daad bij het woord! Voer het akkoord uit dat we vorig jaar afgesloten hebben!
Mijn vragen zijn heel eenvoudig. Wanneer wordt de Palestijnse staat formeel erkend? Wanneer wordt de importban voor producten uit de illegale nederzettingen formeel ingevoerd? Wat ons betreft, moet deze werf klaar zijn voor ons reces.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, nous avons franchi un cap sinistre ce week-end: 1 000 jours de génocide, 73 000 Palestiniens assassinés et, depuis la rupture de la trêve, plus de 1 000 personnes supplémentaires ont perdu la vie.
Le dernier rapport de la commission d'enquête des Nations Unies est sans appel: le génocide se poursuit et les enfants sont particulièrement ciblés. Vingt mille enfants ont été tués.
L'année dernière, sous la forte pression du mouvement de solidarité avec la Palestine, le gouvernement s'est vu contraint d'annoncer qu'il reconnaîtrait l'État de Palestine, en posant deux conditions inédites en droit international: la libération du dernier otage détenu par le Hamas et le retrait du Hamas de la gouvernance de Gaza.
Aujourd'hui, ces deux conditions sont remplies. Pourtant, qu'entends-je encore ce matin? Vous hésitez.
Nous savons pourquoi vous hésitez. Au sein de ce gouvernement, le MR et la N-VA apportent un soutien inconditionnel à Israël. L'année passée, vous avez aussi dit que vous alliez interdire l'importation des produits issus des colonies, ce qui n'a toujours pas été mis en place, toujours à cause du blocage du MR et de la N-VA.
Monsieur le ministre, vous avez dit à la radio ce matin que la Belgique est à la pointe en ce qui concerne la reconnaissance de la Palestine. C'est faux! À ce jour, 150 pays reconnaissent l'État de Palestine et la Belgique n'en fait toujours pas partie. Il y a deux semaines, vous avez même dit à la VRT qu'Israël est un État partenaire. Comment osez-vous dire cela d'un État génocidaire?
Monsieur le ministre, quand allez-vous mettre en œuvre l'engagement que vous avez pris l'année dernière en reconnaissant l'État de Palestine?
Christophe Lacroix:
Je souhaitais interroger le premier ministre pour entendre la position du gouvernement, mais il s'est une fois de plus débiné. Peut-être que si je parlais de la Catalogne, s'il y avait eu un mort en Catalogne, peut-être serait-il là aujourd'hui pour me répondre, que cela l'aurait intéressé. Quand c'est la Palestine, il se débine.
Monsieur le ministre, vous avez annoncé il y a deux jours avoir demandé à votre administration de préparer la reconnaissance de la Palestine puisque le Hamas a annoncé quitter le pouvoir à Gaza. Et, là, je me suis dit: "Voilà, on se prépare à reconnaître la Palestine. Enfin!" Et puis, rien! Car, comme d'habitude, le soufflé est retombé. Et les réactions du MR et de la N-VA m'ont complètement refroidi.
Nous, les socialistes, étions pour une reconnaissance sans condition de la Palestine. L'été dernier, vous avez affirmé avoir franchi un grand pas vers la reconnaissance, mais il y avait derrière ces belles déclarations des conditions, comme dans les contrats d'assurances, en bas de page. Ces conditions dont le MR et la N-VA disaient qu'elles étaient peu susceptibles d'être satisfaites. Et, aujourd'hui, nous y sommes. Le doute sur les réelles intentions de la Belgique est permis car ces mêmes partis n'ont pas du tout l'air d'être prêts à reconnaître la Palestine, alors que ces conditions sont remplies! C'est pour cela que je voulais entendre le premier ministre. Car on en a un peu marre des effets d'annonces et de tout ce blabla.
Alors, monsieur le ministre, quand la Belgique va-t-elle reconnaître formellement et définitivement la Palestine? Et où en est concrètement votre gouvernement dans le suivi des décisions du kern du 2 septembre 2025, notamment s'agissant de l'interdiction des produits des colonies israéliennes?
Meyrem Almaci:
Collega's, alle voorwaarden zijn vervuld. Het is stilaan de laatste kans van de regering om Palestina te erkennen, voordat er van het Palestijnse volk geen sprake meer is. Al een jaar wachten wij op de langverwachte uitvoering van het akkoord in de regering. Dat is een jaar waarin Israël nieuwe vormen van gruwel heeft uitgevonden en op ongelooflijk snel tempo verder koloniseert om de Palestijnse staat onmogelijk te maken.
Gewone Palestijnen proberen ondertussen in die waanzin, tussen het bloed van hun geliefden, een vorm van normaliteit te vinden. Het genocidaire regime van Israël is echter vastbesloten elke toekomst en elke vorm van leven onmogelijk te maken. Er is de dood van Mohamed al-Wahidi. Er is ook het VN-rapport over het doelbewust vermoorden van kinderen en baby's. Er is ook het bericht van afgelopen week dat de Palestijnse kinderarts Hussam Abu Safia na maandenlange folteringen op dit moment misschien zijn laatste adem uitblaast. De genocide duurt voort en helaas ook de lafheid van onze leiders.
Collega's van de MR en de N-VA, ik weet dat u niet harteloos bent. Ik weiger dat te denken. Uw aller stilzwijgen, uw mist spuien, ook nu weer, uw gesleep met de voeten en uw sabotage vallen echter niet meer uit te leggen. Uw weigering om gewelddadige kolonisten aan te pakken en uw bevriezing van de evacuaties uit Gaza zijn allang niet meer te verdedigen. Ook nu opnieuw durft u niet na te komen wat u zelf hebt beslist.
Mijn vragen zijn dan ook eenvoudig. Blijft de regering wegkijken van de gruwel? Blijft ze saboteren? Wat is eigenlijk het effectieve regeringsstandpunt? Zal de regering Palestina erkennen? Zal ze het importverbod van toepassing maken? Zal ze de rest van het akkoord uitvoeren dat ze een jaar geleden heeft afgesproken, hoewel het toen al te laat was?
Voorzitter:
Dat geeft de minister maximaal vijf minuten spreektijd om te reageren.
Maxime Prévot:
Mesdames et messieurs les parlementaires, l’accord que j’ai forcé au sein du gouvernement en septembre dernier prévoit une approche en trois temps.
D’abord, la reconnaissance politique et diplomatique de l’État de Palestine, au moyen d’un message clair et sans équivoque prononcé à la tribune des Nations Unies. Ce message a été porté par notre premier ministre, urbi et orbi , à New York en septembre dernier. Il a été bien entendu. Je ne compte d’ailleurs plus les fois où mes homologues étrangers nous en félicitent.
Aux yeux du monde, y compris des autorités palestiniennes, cette reconnaissance par la Belgique est acquise. Sa légitimité a été affirmée et assumée. Elle ne fait pas débat sur la scène internationale. La question de l’arrêté royal constitue en effet essentiellement un débat interne.
Vervolgens voorziet het akkoord in een tweede fase in een meer technische en juridische stap, de formalisering van de erkenning in het nationaal recht via een koninklijk besluit. Het akkoord van september legt daarvoor twee voorwaarden vast, zijnde de vrijlating van alle gijzelaars en de uitsluiting van terroristische organisaties zoals Hamas uit het bestuur van Palestina. In de praktijk gaat het om de uitsluiting van Hamas uit het bestuur van Gaza, aangezien de Westelijke Jordaanoever reeds wordt bestuurd door de Palestijnse Autoriteit. Meer nog, het betreft het deel van Gaza dat niet onder Israëlische controle staat.
La libération de tous les otages vivants et décédés est confirmée depuis janvier, tandis que les autorités du Hamas, après 20 ans au pouvoir, viennent d'annoncer, ce 6 juillet, leur renonciation à administrer la bande de Gaza, la dissolution de l'organe en charge de cette administration et, enfin, la démission de son responsable; et ce, afin de laisser pleinement la gestion de Gaza au Comité national pour l'administration de Gaza, validé par le Conseil de sécurité des Nations Unies, composé d'experts technocrates et apolitiques.
Quelle que soit la sensibilité de chacun sur ce dossier, l'honnêteté impose désormais de reconnaître que cette annonce conduit a priori à cocher la deuxième condition. C'est pour cette raison que j'ai demandé à mon administration de préparer un dossier en vue de l'adoption de l'arrêté royal – et ce dossier est prêt.
Je ne peux cependant raisonnablement pas considérer que l'expression de responsables du Hamas uniquement lors d'une conférence de presse suffise à garantir son retrait effectif. C'est pourquoi je vais charger nos postes diplomatiques de faire un examen rapide de la situation effective sur place, afin de s'assurer que les paroles sont bien suivies d'actes concrets, afin que personne ne puisse en douter et en utiliser l'argument. Auquel cas, je pourrais proposer l'arrêté royal avec conviction et à brève échéance. Et j'entends à ce moment que chaque partie de la majorité respecte avec honneur les termes de notre accord politique.
Ten slotte, ter herinnering, de normalisering van onze betrekkingen, bijvoorbeeld door de opening van een ambassade, zal pas in een derde fase plaatsvinden, naarmate de demilitarisering van Hamas vordert. Die demilitarisering staat overigens los van de tweede fase, zoals duidelijk is bepaald in het akkoord van september.
Wat het verbod op de invoer uit de Israëlische nederzettingen betreft, verwijs ik u voor de inhoudelijke aspecten graag naar mijn collega’s Jambon en Clarinval. Het dossier lijkt in beginsel rijp voor politieke goedkeuring door de ministerraad, maar het is een publiek geheim dat het momenteel politiek wordt gekoppeld aan een ander dossier en dat betreur ik.
Jean-Marie Dedecker:
Ik bedank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Ik noteer vooral uw laatste zinnetje. Waar zijn we eigenlijk mee bezig? Hier wordt vlakaf in de plenaire vergadering gezegd dat het dossier over de invoer van goederen uit de bezette gebieden wordt gekoppeld aan het dossier over de flexi-jobs. Welke schaamte moet de regeringsleden overvallen om die dossiers aan elkaar te koppelen?
We praten hier over de erkenning van een staat voor een volk dat in 1948 met de Nakba werd aangevallen en waarvan 750.000 mensen van hun land werden verdreven, en discussiëren we nog altijd over de erkenning van het recht op hun eigen land, dat zij terug moeten krijgen.
Waar zijn we mee bezig? Ondertussen zijn er niet 73.000, maar honderdduizenden mensen vermoord, zijn er opgesloten (…)
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat alle voorwaarden vervuld zijn. Het is nu echt tijd om Palestina te erkennen. We zullen daarbij uw partner zijn. Ik roep ook mijn coalitiepartners – jammer genoeg is de heer Bouchez al vertrokken – op om de afspraken, die we hebben gemaakt, correct en loyaal uit te voeren. De tijd van excuses is al lang voorbij.
Mijnheer de minister, ook het importverbod, dat op tafel ligt, is van cruciaal belang. Ik geef dan ook twee meerderheidspartijen de volgende boodschap mee. Het is schandalig dat er spelletjes worden gespeeld en dat aangelegenheden die hier niets mee te maken hebben, eraan worden gelinkt. Elke dag sterven er mensen in Palestina. Elke dag. In het licht van de normen en waarden waar we in het vrije Westen voor staan, is het degoutant dat men hier nog steeds een politiek spelletje speelt. Er moet nu iets gebeuren, mijnheer de minister.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, het is onethisch om de importban te koppelen aan de annualisering van de arbeidstijd. Cd&v spreekt daarover ook duidelijke taal.
Read the lips of Hamas. Hamasvertegenwoordigers hebben hun ontslag ingediend. Er mag een overgangsbestuur komen. Dat is heel belangrijk. Ik zie u knikken. Het is dan ook belangrijk dat we niet opnieuw allerlei mitsen en maren toevoegen, onder andere een bezoek op het terrein zelf. Alle andere landen, Canada, Australië, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Luxemburg hadden dat niet nodig. De situatie op het terrein is immers verschrikkelijk.
We geven een rode kaart aan Netanyahu en Trump. Het moet gedaan zijn. Voer het akkoord uit! Geef de Palestijnen waarop ze recht hebben. Voer het internationaal recht uit. Doe wat we ook vorig jaar in september hebben gezegd. Doe het nu, vóór het reces.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, je pense que la véritable question s’adresse à Vooruit, aux Engagés, au cd&v. Les paroles que vous avez prononcées aujourd'hui sont-elles sérieuses? Ê tes-vous sérieux lorsque vous dites au peuple palestinien que vous voulez reconnaître son É tat? Cette déclaration sera-t-elle suivie d'actes? Les Palestiniens n'ont besoin ni de vos lamentations ni de vos déclarations à la tribune de l'ONU. Ils ont besoin d'actes concrets!
Aujourd'hui, ils ont besoin que l'on mette fin au génocide et que la Belgique cesse toute forme de complicité. C'est à ce sujet qu'ils attendent des actes. Il est possible de prendre des initiatives, par exemple en reconnaissant l’État de Palestine.
Maxime Prévot:
(…)
Sofie Merckx:
Que dites-vous? Cela ne va rien changer? Non, mais vous avez tenté de nous faire croire que cette reconnaissance était déjà acquise. Il faut signer cet arrêté royal pour reconnaître l' É tat de Palestine! (…)
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous ai écouté attentivement, mais votre réponse illustre précisément le problème: encore des intentions, encore des délais et, oserais-je dire, encore un formulaire à signer par le Hamas pour bien expliciter clairement qu'il se retire du pouvoir en Palestine. Chaque jour qui passe rend plus difficile l'existence même de l' É tat palestinien que vous dites vouloir reconnaître.
Au fond, ce gouvernement donne l'impression d'avoir perdu sa boussole. Je veux parler de la boussole du droit international, qui ne devrait pas varier en fonction des rapports de force politiques du moment, et de la boussole morale qui devrait nous permettre de distinguer clairement l'urgence humanitaire des calculs diplomatiques. Et enfin, et peut-être même surtout, je veux parler de la boussole politique qui devrait permettre à la Belgique d'agir quand il en est encore temps. Vous réclamez de l'honneur! Mais, monsieur le ministre, c'est plutôt au déshonneur et à l'horreur de marchandages politiques sur le sang des dizaines de milliers de Palestiniens à terre que nous assistons aujourd'hui!
Meyrem Almaci:
Collega's, hoe pijnlijk kan het worden? Een minister moet in de plenaire vergadering oproepen om het door de regering gesloten akkoord na te komen en sommige regeringspartijen staan hier bijna te smeken. De beslissingen van deze regering zijn fata morgana’s. Haar morele lat ligt al lang ver onder nul. Telkens komen dezelfde discussies terug en uiteindelijk doet de N-VA gewoon haar zin. Zo fors als die partij destijds was over de Catalanen en het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren, zo laf is ze nu wanneer een soeverein volk het bestaan onmogelijk wordt gemaakt. De excuses zijn op, de woorden zijn op, het moorden gaat door en Arizona staat erbij en kijkt ernaar. Zelfs de stinkende kameel is ondertussen bezweken aan het geweld. Voer uw eigen akkoord uit, onder uw eigen voorwaarden. Dat moet u doen. Inmiddels hebben 156 landen Palestina al erkend. Stop met die ordinaire tapijtenmarkt. Moraal vormt het ethische fundament van de politiek. (…)
-
Vraag: De hervorming van de ziekenhuisfinanciering
Vraag: De opsplitsing tussen honorarium en kostendeel
gezondheid en welzijnDe hervorming van de ziekenhuisfinanciering
De opsplitsing tussen honorarium en kostendeel
Modernisering van ziekenhuisfinanciering en tariefstructuur summaryExplanationGesteld door
Vooruit Jan Bertels
N-VA Frieda Gijbels
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Een recent rapport bevestigt dat de ziekenhuisfinanciering en artsenvergoedingen ondoorzichtig en inefficiënt zijn, waarbij 35% van de specialistenhonoraria (4 miljard van 12) nu naar ziekenhuizen vloeit voor praktijkkosten in plaats van zuivere medische prestaties. Minister Vandenbroucke stelt voor om dit te hervormen met een vaste verdeling van 65% voor artsenlonen en 35% voor kosten, gebaseerd op gedetailleerd onderzoek, en belooft transparantere facturen en een einde aan onnodige prestaties om financiering te genereren, maar Gijbels (N-VA) vreest middelenverschuivingen tussen regio’s en waarschuwt dat artsen hun inspraak in ziekenhuisbeleid dreigen te verliezen als hun financiële bijdrage wegvalt. Bertels (Vooruit) juicht de plannen toe als een stap naar eerlijkere vergoedingen en het uitbannen van misbruik, terwijl Gijbels benadrukt dat artsen, ondanks hun bezorgdheid over de veranderingen, betrokken moeten blijven om kwaliteitszorg te garanderen.
Jan Bertels:
Collega's, na een opname in een ziekenhuis of na een operatie krijgen patiënten vaak een onduidelijke factuur. Niet alleen voor hen, maar zelfs voor de directie van de ziekenhuizen en de artsen is de ziekenhuisfinanciering een kluwen. Die zit vandaag veel te ingewikkeld in elkaar en dat moet transparanter en eenvoudiger.
Eindelijk werd begin deze week een studie, in alle transparantie, voorgesteld aan de Medicomut en de overeenkomstencommissie ziekenhuizen-verzekeringsinstellingen. Die toont zwart op wit aan hoe dat kan. Zoals ook in de media werd bericht, vloeit maar liefst 4 van de 12 miljard euro aan erelonen van de specialisten terug naar de ziekenhuizen. Dit rapport geeft eindelijk duidelijkheid over wat binnen de huidige erelonen van de specialisten dient als zuiver ereloon voor hun intellectuele prestaties en wat dient om de praktijkkosten, zoals materiaal en ondersteunend personeel van de medische verstrekkingen en prestaties te betalen.
De studie toont echter vooral aan dat het systeem van ziekenhuisfinanciering en de nomenclatuur, de terugbetaling aan de artsen, hervormd moet worden in het belang van wie zorg nodig heeft, van onze artsen en van onze ziekenhuizen. Die hervorming is een werk van lange adem. De studie heeft lang aangesleept. We kunnen daar immers niet over een nacht ijs gaan. Voor de Vooruit-fractie is het belangrijk dat we deze essentiële hervorming doen met het oog op de beste en een betaalbare zorg voor iedereen. We moeten investeren en hervormen in de zorg.
Mijnheer de minister, we weten allemaal dat u een hervormer bent. U hervormt als geen ander onze gezondheidszorg om die te versterken. Ik heb een vraag voor u. Dit langverwachte rapport is essentieel voor onze hervormingstrein. Hoe zult u hier verder mee omgaan? Hoe gaat u ermee aan de slag? Hoe blijven de actoren hierbij betrokken?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, de uitdagingen in onze zorg zijn vandaag al groot en morgen zullen ze nog groter worden. Mensen worden ouder. Dat is een goede zaak, maar daardoor nemen de zorgnoden toe. Onze zorg wordt ook complexer en innovatiever en bijgevolg duurder. Wij willen onze zorg morgen natuurlijk ook nog kunnen blijven betalen. Daarbij mogen wij niet inboeten op de kwaliteit van onze zorg. Ze moet top blijven. Daarvoor betalen wij volgens mij allemaal samen genoeg aan de sociale zekerheid en aan onze staatskas.
Onze zorg zit heel complex in elkaar en de ziekenhuisfinanciering is daarvan inderdaad een toonbeeld. Dat is een ondoorzichtig kluwen waaraan weinig touw vast te knopen is. In het regeerakkoord hebben wij ook beslist dat wij dat kluwen willen ontwarren. Het rapport dat nu is uitgekomen, toont aan dat inderdaad meer dan een derde van de artsenlonen naar de ziekenhuizen gaat om de werking van die ziekenhuizen te financieren. Van die afdrachten willen wij af.
U hebt nu aangegeven dat u daarmee vaart wilt maken. Ik heb daarover wel een aantal vragen.
Ten eerste, kunt u bevestigen dat er inderdaad een einde zal komen aan die afdrachten? Zal dat systeem volledig worden stopgezet?
Ten tweede, hoe zullen wij, als wij die afdrachten stopzetten, voorkomen dat middelen verschuiven? Wij weten dat er vandaag grote verschillen bestaan, zowel in de supplementen als in de afdrachten, tussen de verschillende ziekenhuizen, maar ook tussen de verschillende gemeenschappen. Op welke manier zullen wij ervoor zorgen dat er geen verschuiving van middelen zal zijn vanuit Vlaanderen naar Wallonië of naar de Brusselse ziekenhuizen?
Tot slot, vandaag beslissen artsen mee over de manier waarop het geld van de ziekenhuizen wordt besteed. Welke apparatuur wordt aangekocht? Welke infrastructuur is nodig? Welk personeel moet worden aangeworven? Dat is ook essentieel om de kwaliteit van de zorg te kunnen waarborgen. Als artsen morgen niet meer rechtstreeks meebetalen aan de ziekenhuizen, op welke manier zult u er dan voor zorgen dat zij toch inspraak kunnen blijven hebben?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt vier minuten spreektijd om op de vragen te reageren.
Frank Vandenbroucke:
Geachte leden, dit is inderdaad een bijzonder belangrijke hervorming. De inzet is een eerlijke vergoeding voor alle artsen, eerlijk voor de tijd die ze in hun patiënten steken, voor de complexiteit van de gevallen waarmee ze worden geconfronteerd en voor de verantwoordelijkheid die ze daarbij opnemen. Daarvoor moeten ze allemaal eerlijk worden vergoed. Vandaag bestaan er verschillen in vergoedingen tussen artsen die nog moeilijk uit te leggen zijn.
Daarnaast willen we ook een eerlijke financiering van de ziekenhuizen, inderdaad een eenvoudige en doorzichtige financiering waarbij wat ziekenhuizen nodig hebben om hun uitrusting te laten draaien niet wordt betaald door een vermenigvuldiging van onderzoeken en prestaties, maar op basis van de noden van de patiënten die er verblijven.
Ten slotte willen we voor de patiënten een eerlijke en doorzichtige factuur, waarbij we ervoor zorgen dat excessen inzake ereloonsupplementen uit de wereld kunnen verdwijnen. Parallel met die hervorming zullen we ook onderhandelen over een beperking van de ereloonsupplementen.
Wat vandaag voorligt, is het resultaat van jarenlang monnikenwerk. Vooreerst hebben we objectief in kaart gebracht welke kosten verbonden zijn aan medische prestaties. Het gaat dan over materiaalkosten, machinekosten en kosten voor verpleegkundig personeel. We hebben via een zeer gedetailleerde analyse zowel de directe als de indirecte kosten in kaart gebracht.
Daarnaast hebben we in kaart gebracht welke kosten vandaag al worden gedekt door het basisbudget van de ziekenhuizen, dat rechtstreeks aan de ziekenhuizen wordt gefinancierd. Zo hebben we vastgesteld dat er een belangrijk deel van die kosten niet wordt gedekt. Dat moet vandaag worden opgevangen via de honoraria en wordt in de ziekenhuizen inderdaad gefinancierd via afdrachten.
Dat is zorgvuldig becijferd. We zijn tot de conclusie gekomen – dat is ook voorgelegd aan de medicomut – dat van het totale artsenhonorariabudget afgerond 65 % beschikbaar moet zijn voor de zuivere honoraria, dus uitsluitend voor de vergoeding van de inzet van de artsen, en 35 % voor de kosten. Voor alle duidelijkheid, dat geldt niet alleen voor ziekenhuizen, maar ook voor praktijkkosten, bijvoorbeeld voor een oogarts of een orthopedist met een ambulante praktijk. Kortom, 65 % dient voor de zuivere vergoeding voor de tijd die men in de patiënt steekt, voor de complexiteit van het onderzoek en voor de verantwoordelijkheid die men opneemt, en 35 % dient voor de kosten. Dat is een heel belangrijke stap. We hebben dat zorgvuldig gedocumenteerd. Ik ben overigens meteen bereid om dat lijvige onderzoek ook aan het Parlement te bezorgen.
De vraag aan de artsenvertegenwoordigers, de ziekenfondsen en de ziekenhuiskoepels was om naar de resultaten van die methodologie te kijken.
We hebben niet gevraagd om dat meteen goed te keuren, maar om te bekijken of we daarvan kunnen vertrekken.
In een volgende stap zullen we alle medische prestaties die artsen leveren in een relatieve waarderingsschaal uitzetten. De resterende 65°% van het artsenbudget moet daarvoor dan worden gebruikt. Die volgende stap moeten we in de loop van de komende maanden zetten. Dat zal alleszins na de zomer zijn.
We werken daar overigens al enkele jaren aan, samen met focusgroepen van artsen en vertegenwoordigers van artsen. We hebben per discipline overigens ook alle artsen persoonlijk bevraagd over de voorlopige resultaten betreffende de onderlinge waardering. Dit is een ongezien participatietraject.
Mevrouw Gijbels, ik denk, maar ik zie dat mijn tijd om is (…)
Voorzitter:
Uw spreektijd is inderdaad om, mijnheer de minister.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, ik onthoud drie zaken.
Ten eerste, het rapport is een beginpunt en laat toe om de ziekenhuisfactuur en de ziekenhuisfinanciering duidelijker, begrijpbaarder en eerlijker te maken. Dat is een goede zaak. Daardoor kunnen fabeltjes als zoals we onlangs in de Pano -reportage zagen over het onnodig nemen van scans omwille van de financiering, uit de wereld geholpen worden, want we kunnen daarmee komaf maken.
Ten tweede, u hebt er naar verwezen, door de herijking van de nomenclatuur komt er een eerlijke en correcte verdeling van de zuivere erelonen voor alle specialisten. Alle specialisten moeten hun eerlijk deel krijgen.
Ten derde, als het plan uitgevoerd wordt, en dat moeten we doen, dan hoeven er geen ereloonsupplementen meer gevraagd te worden voor de financiering van de ziekenhuizen. Dan zal het voor eens en altijd duidelijk zijn dat wanneer er een ereloon gevraagd wordt, dat bedoeld is ter verhoging van het inkomen van de specialist.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Er verandert natuurlijk ontzettend veel op heel korte tijd in de gezondheidszorg. Er zijn inderdaad veranderingen nodig om die zorg morgen nog te kunnen blijven garanderen. Maar die veranderingen zorgen ook voor veel ongerustheid op het terrein. De artsen zijn echt bezorgd over hoe de zorg van morgen eruit zal zien. Ze willen zich natuurlijk volop blijven smijten voor een kwaliteitsvolle zorg. Ze moeten daar dan ook de nodige ruimte voor blijven hebben. Volgens mij moet de artsen mee kunnen beslissen over hoe de zorg er zal uitzien. Ik meen daarom dat we meer inspanningen moeten doen om hen aan boord te houden. Blijf dus zeker met hen in overleg. Luister naar de bezorgdheden, die vaak een grond hebben, want we hebben echt nood aan artsen die zich dag en nacht blijven geven voor de patiënten. Dat is nodig voor de kwaliteit van de zorg en dat is nodig voor elke patiënt.
-
Vraag: De werking van de noodcentrale 112
Vraag: De noodcentrale 112
Vraag: De wachttijd bij 112
veiligheid, justitie en defensieDe werking van de noodcentrale 112
De noodcentrale 112
De wachttijd bij 112
Noodoproepen en hulpverlening via 112 summaryExplanationGesteld door
Vooruit Jan Bertels
cd&v Phaedra Van Keymolen
Les Engagés Jean-François Gatelier
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens de recente hittegolf en storm leidden overbelaste noodcentrales tot wachttijden van soms 10 minuten voor 112-oproepen, wat parlementsleden als “onaanvaardbaar” bestempelden, vooral in acute noodsituaties zoals hartaanvallen of blikseminslagen. Minister Quintin erkende de piekbelasting (tot 19.300 oproepen/dag, normaal ~6.000) maar benadrukte dat 76% binnen 60 seconden werd beantwoord en dat 10 minuten uitzonderlijk was; hij wees op lopende wervingscampagnes (16 nieuwe medewerkers in opleiding) en structurele plannen zoals een gescheiden werkingsmodel voor urgente (112) en niet-urgente (1733) oproepen, maar gaf toe dat acute tekorten blijven bestaan. Kritiekpunten waren de trage uitvoering van aanbevelingen uit het Witboek na de overstromingen van 2021 (Gatelier) en het ontbreken van concrete korte-termijnmaatregelen voor de aankomende hittegolf, ondanks beloftes over extra middelen en snellere rekrutering (Van Keymolen, Bertels). Bertels en Gatelier drongen aan op betere federale coördinatie en een structurele hervorming van de triage en noodnummers, terwijl de minister de verantwoordelijkheid deels bij lokale overheden legde en benadrukte dat samenwerking tussen alle bestuursniveaus cruciaal is voor toekomstige crisissen.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, in de afgelopen week werd heel Europa overspoeld door een hittegolf, ook ons land. In de Kempen ging de temperatuur tot 40 graden. Na de hitte kwam er code oranje voor een storm die over ons land raasde. Die storm had heel wat gevolgen, zoals onbewoonbare woningen door blikseminslagen, extra nood aan zorg voor bijvoorbeeld oudere mensen met uitdrogingsverschijnselen, evacuatie van festivalgangers.
We wisten dat die hittegolf eraan kwam. We wisten dat er onweer zou komen. Gelet op de ervaringen uit het verleden konden we vermoeden dat er meer oproepen naar onze noodcentrales zouden komen. Toch stonden mensen vorig weekend op een bepaald, gelukkig uitzonderlijk, moment soms tien minuten in de wacht als ze 112 belden om noodhulp. Tien minuten is lang als de bliksem inslaat. Dat is lang als je bejaarde vader, een hartpatiënt, onwel geworden is door de hitte. Dat is lang als je kampvuur onder water staat.
Net op zulke momenten rekenen mensen op een sterke overheid die hen helpt, die hen ondersteunt en die klaarstaat wanneer het echt nodig is. We zijn het erover eens, meen ik, op zulke momenten kan men gewoonweg niet wachten. Dan duurt elke seconde ellenlang.
Mijnheer de minister, de zomervakantie is gestart. Volgende week, weten we nu al, zal de temperatuur opnieuw stijgen en dus heb ik, voor de bescherming van onze inwoners, onze patiënten, onze zorg en onze hulpverleners, de volgende vraag voor u. Kan de bemanning van de noodcentrales versterkt worden wanneer dat nodig is, zodat mensen die bellen om hulp, die ook meteen kunnen krijgen? Hoe kunnen we de capaciteit van onze noodcentrales optimaal krijgen?
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, de temperaturen piekten vorige week. Dat leidde ook tot een piek in de oproepen bij de noodcentrales. Jammer genoeg had dat ook tot gevolg dat mensen tijdens de hittegolf soms tot tien minuten moesten wachten voor hun oproep werd beantwoord. Dat is onaanvaardbaar, want wie de 112 belt, doet dat niet zomaar, maar belt voor iemand in acute nood. Dat zijn situaties waarin elke seconde telt en waarin tien minuten een eeuwigheid zijn.
Met de nieuwe hittegolf die volgende week al in aantocht is, moeten we er alles aan doen om die wachttijden te vermijden. Met cd&v waarderen we het dat deze regering het probleem ernstig neemt. Ik verwijs naar het masterplan NCU. Er zijn extra middelen vrijgemaakt en er wordt sneller gerekruteerd. Dat zijn goede stappen. De realiteit toont echter aan dat dat vandaag nog niet volstaat. Zeker ook in mijn eigen provincie Oost-Vlaanderen blijft de situatie problematisch.
U kondigde eerder aan te zullen laten onderzoeken of er een nieuw werkingsmodel moet komen, met een eengemaakte calltaking, een scheiding tussen echte noodoproepen en planbare interventies en een reductie van het aantal noodnummers. Uw collega, de minister van Volksgezondheid, heeft het voorstel geopperd om personeel in uitzonderlijke omstandigheden op te vorderen. Er liggen dus heel wat interessante ideeën op tafel. Er moeten echter ook concrete acties volgen, zodat onze burgers sneller kunnen worden geholpen.
Mijnheer de minister, welke maatregelen neemt u op korte termijn om ervoor te zorgen dat mensen tijdens de volgende hittegolf niet meer zo lang moeten wachten? Wat is de stand van zaken van het nieuwe werkingsmodel voor de noodcentrales? Wanneer mogen we daarover meer duidelijkheid verwachten?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, notre pays vient de traverser une vague de chaleur exceptionnelle. Cette situation a fortement sollicité les médecins généralistes, les services d'urgence, les hôpitaux, mais aussi la centrale d'urgence 112.
Hier, en commission de la Santé, le ministre nous a communiqué un chiffre particulièrement préoccupant. Lors du dernier week-end de juin, en pleine canicule, il fallait, en moyenne, dix minutes pour obtenir un opérateur du 112, alors qu'en temps normal, ce délai est inférieur à une minute. Dix minutes d'attente lorsqu'une personne appelle pour un infarctus, un AVC, un accident grave ou un incendie, c'est tout simplement inacceptable! D'autant plus que cette vague de chaleur était annoncée depuis plusieurs jours.
Cette situation rappelle, malheureusement, les conclusions du Livre blanc rédigé après les inondations de juillet 2021. Ce rapport identifiait déjà les centrales 112 comme l'un des maillons les plus fragiles de notre sécurité civile et recommandait un renforcement structurel des effectifs, afin de garantir une prise en charge rapide des appels d'urgence. Quatre ans plus, tard, force est de constater que ces recommandations ne semblent pas avoir produit les effets attendus.
Monsieur le ministre, comment expliquez-vous que les effectifs des centrales 112 n'aient pas été renforcés de manière suffisante malgré ces recommandations? Quel est, aujourd'hui, le déficit réel de personnel dans les centrales d'urgence? Quelles mesures structurelles comptez-vous prendre pour y remédier, notamment sur le plan budgétaire?
Enfin, nous ne sommes qu'au début de l'été. Si une nouvelle vague de chaleur survient dans les prochaines semaines, quelles mesures immédiates allez-vous prendre pour éviter que nos concitoyens ne doivent, à nouveau, attendre dix minutes avant qu'un opérateur du 112 ne puisse répondre à un appel d'urgence?
Bernard Quintin:
Dames en heren volksvertegenwoordigers, op 22 juni 2026 heeft de Risk Management Group van Volksgezondheid vastgesteld dat aan de voorwaarden was voldaan om het waarschuwingsniveau van het Nationaal Ozon- en Hitteplan te activeren. Overeenkomstig de bestaande procedures werd het Nationaal Crisiscentrum daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht door de FOD Volksgezondheid.
Reeds de volgende ochtend organiseerde het Nationaal Crisiscentrum een eerste coördinatievergadering met alle betrokken federale en deelstatelijke partners, in het bijzonder met de diensten van de FOD Volksgezondheid. Het doel was om een duidelijk en gecoördineerd beeld van de situatie te verkrijgen.
Die coördinatie werd de hele week voortgezet, zodat de situatie van uur tot uur nauwgezet kon worden opgevolgd en waar nodig snel kon worden bijgestuurd.
Ces réunions n'ont pas conduit à l'identification de la nécessité de déclencher une phase fédérale. Les mesures nécessaires ont été prises, en effet, par les niveaux de pouvoir compétents, à savoir les bourgmestres et les gouverneurs de provinces. L'approche choisie était proportionnée, ciblée et conforme aux mécanismes existants, en fonction des réalités locales, qui étaient différentes partout dans le pays. Le Centre de crise national a très bien joué son rôle de sensibilisation et a diffusé largement une série de recommandations auprès de nos concitoyens, tout comme les différents départements de la Santé publique l'ont fait.
Wat betreft uw vragen over de 112-noodcentrales, ik wil in de eerste plaats alle operatoren bedanken die zich de voorbije dagen hebben ingezet om onze burgers te helpen. Tijdens het voorbije weekend kregen de noodcentrales te maken met een uitzonderlijk hoog aantal oproepen. Op nationaal niveau ontvingen de 112-noodcentrales op vrijdag en zaterdag telkens ongeveer 12.000 oproepen. Op zondag liep dat aantal op tot bijna 19.300 oproepen, terwijl het gemiddelde rond 6.000 oproepen per dag ligt.
Face à une telle quantité d'appels – il est question d'un pic d'environ 4 000 appels en 60 minutes – certains citoyens ont dû attendre plus longtemps que d'habitude.
De manière globale, parce qu'il faut quand même remettre les chiffres en place, au cours de ce week-end et selon les chiffres m'ayant été communiqués, 47 % des appels ont été pris en charge endéans les 20 secondes et 76 % endéans les 60 secondes. Le temps d'attente moyen sur l'ensemble du week-end s'est élevé à 61 secondes.
Les 10 minutes évoquées – je n'ai malheureusement pas eu l'occasion d'écouter mon collègue Vandenbroucke en commission –, certes trop longues, sont donc l'exception. Uitzonderlijk, zoals gezegd, je pense qu'il est non seulement faux, mais aussi dangereux de prétendre que le temps de prise en charge moyen des appels est de 10 minutes.
Concernant la question du staffing de nos centrales d'appel, des campagnes de recrutement sont régulièrement menées et se poursuivront bien évidemment. Seize personnes ont été engagées et ont commencé leur formation. Ce nombre reste toutefois insuffisant, j'en conviens avec vous, mais je lance un appel solennel: si vous avez des solutions miracles pour recruter plus de personnes, je vous en prie. Cela fait des années que ce problème existe, et je le prends à bras-le-corps. Cependant, je n'ai pas d'imprimante 3D pour faire apparaître des calltakers .
Des investissements sont également engagés dans le renforcement des technologies. Il s'agit d'un travail qui prend du temps. Ce sont des gens qui doivent être formés. En effet, le travail de calltaker ne s'improvise pas: il faut donc non seulement trouver des personnes qui puissent l'accomplir, mais il faut également prendre le temps de les former convenablement afin d'offrir le service nécessaire à la population.
Concernant la question relative au numéro 1733, pour lequel j'ai pu lire qu'il y avait un délai de réponse supplémentaire, j'aimerais en profiter pour souligner la différence entre le numéro d'urgence, destiné à répondre aux urgences médicales – vous avez notamment évoqué les crises cardiaques –, et les numéros de non-urgence. Il me paraît quand même assez normal que, lors d'une période d'urgence pendant laquelle le nombre d'appels double, voire triple, la priorité soit réservée aux appels les plus urgents. Les numéros 1733 et 1722 sont actuellement pris en charge par les mêmes opérateurs que le 112.
Je poursuis la réflexion avec mon collègue ministre de la Santé pour revoir le système 1733 afin qu'il soit intégralement pris en charge par le SPF Santé publique, de sorte que le 112 et les centrales d'urgence puissent se consacrer pleinement aux appels d'urgence, qu'ils concernent la police, les pompiers ou les services ambulanciers.
Pour le reste, il est évident que nous devons nous préparer – ce que nous faisons avec toutes les autorités publiques – pour apporter aux inévitables futures canicules – proches ou lointaines – des réponses qui devront être collectives, de l'autorité fédérales aux entités fédérées, en passant par les autorités locales. Chacune et chacun devra assumer ses responsabilités. Je vous remercie de votre attention. Ik dank u voor uw aandacht.
Jan Bertels:
De coördinatie door het Nationaal Crisiscentrum, op basis van de vragen en aanbevelingen van de RMG, was er. De RMG zal vandaag ook aanbevelingen formuleren om de coördinatie in de toekomst te verbeteren. Er ligt ook al een vraag voor van de Federale Raad voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening om sneller de alarmfases en de rampenfases af te kondigen, zodat de nationale overheid of de gouverneurs als dat nodig is mensen kunnen opvorderen.
Mijnheer de minister, we moeten onze hulpverleners en zorgverleners de nodige middelen geven om hun werk goed te doen. Een goede triage van de hulp- en zorgvragen is daarbij essentieel. Die triage en de werking van 1733, waarnaar u in uw antwoord hebt verwezen, zijn al jaren namelijk niet optimaal, en dat is zacht uitgedrukt. Dat moet gewoon beter. We moeten daarvoor een structureel systeem uitwerken, zodat het geld dat van Volksgezondheid naar Binnenlandse Zaken gaat goed wordt besteed.
Phaedra Van Keymolen:
Dank u voor uw antwoord en ook voor uw engagement in dit dossier. Ik hoor dat u de problemen ernstig neemt en dat er inspanningen worden geleverd. Dat is goed.
Ik wil nog één punt benadrukken. Voor de burger telt uiteindelijk maar één cijfer: hoe snel de telefoon wordt opgenomen wanneer er zich een crisis- of noodsituatie voordoet.
Ik ben er, samen met u, absoluut van overtuigd, mijnheer de minister, dat de operatoren en de mensen die daar werken hun uiterste best hebben gedaan en op dat moment alles hebben gegeven. De zomer is echter nog lang. De volgende hitteperiode kondigt zich alweer aan. Ik reken er dan ook op dat de maatregelen er liefst nog voor die nieuwe piek komen. Cd&v zal u daarin alleszins steunen, want wie naar de noodcentrale belt, verdient geen wachtmuziekje, maar snelle hulp. Dank u wel.
Jean-François Gatelier:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre. Je suis moi-même bourgmestre et médecin, et sachez, comme vous l'avez dit, que les pouvoirs locaux, les bourgmestres et les gouverneurs ont pris en charge correctement cette canicule. En revanche, il est dommage que le message ne soit pas le même partout. C'est pour cette raison qu'une coordination fédérale me paraît fondamentale. Elle l'est d'autant plus que vous nous avez rassurés, puisque vos chiffres semblent loin de ceux qui m'ont été annoncés hier en commission de la Santé. Cela montre donc vraiment bien qu'au sein du gouvernement fédéral, vous n'avez déjà ni la même communication ni les mêmes chiffres. Ce constat renforce d'autant plus mon propos selon lequel cette coordination fédérale est essentielle. Il faut savoir qui gère finalement la boutique dans cette histoire. Merci, monsieur le ministre.
-
Vraag: De fiscale gevolgen van het einde van de rulings voor maaltijdkoeriers
economie en werkDe fiscale gevolgen van het einde van de rulings voor maaltijdkoeriers
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Anja Vanrobaeys bekritiseert dat maaltijdplatforms als Uber Eats en Deliveroo het peer-to-peerstatuut misbruiken om koeriers als zelfstandigen te laten werken, terwijl Takeaway hen wel als werknemers in dienst neemt met sociale rechten, wat volgens haar tot oneerlijke concurrentie leidt die de koeriers benadeelt. Minister Jan Jambon bevestigt dat fiscale rulings voor peer-to-peer zijn stopgezet, maar benadrukt dat de belasting van inkomsten afhangt van individuele omstandigheden en sociale kwalificatie, waarvoor minister Vandenbroucke bevoegd is, en dat het bestaande 20%-tarief voor erkende platformen blijft gelden. Vanrobaeys stelt dat de huidige aanpak multinationals bevoordeelt die regels ontwijken ten koste van koeriers en eist dat alle maaltijdbezorgers als werknemers worden erkend, met een duidelijke keuze van de overheid om hen te beschermen in plaats van de platformen. Jambon wijst op de afhankelijkheid van arbeidsrechtelijke beslissingen, zonder concrete toezeggingen te doen over het afdwingen van werknemersstatuut.
Anja Vanrobaeys:
Bienvenue Jules, Jean, Eric et Jonas .
Mijnheer de minister, dat zijn vier maaltijdkoeriers van bij Takeaway. Buiten is het bakken en braden, maar al die maaltijdkoeriers brengen op hun fiets nog altijd eten aan huis. Takeaway heeft er echter voor gekozen hen als werknemers in dienst te nemen, met een arbeidsovereenkomst, met sociale bescherming, met werknemersrechten.
Dat zou de normaalste zaak van de wereld moeten zijn, maar dat is het niet, want de concurrenten, Uber Eats en Deliveroo, hebben jarenlang het peer-to-peersysteem misbruikt, dat eigenlijk bedoeld is voor vriendendiensten, bijvoorbeeld het gras maaien of boodschappen doen voor de buurvrouw.
Daardoor komen bedrijven als Takeaway onder druk te staan. Die druk voelen die maaltijdkoeriers als eersten. Vroeger kregen ze een bedrijfsfiets, nu moeten ze hun eigen fiets gebruiken. Vroeger waren er hubs waar ze konden schuilen of iets fris drinken, nu verdwijnen die. De concurrentie is moordend.
Gelukkig, mijnheer de minister, zijn de rulings inzake peer-to-peer afgelopen. Ik vind het echt een stap vooruit dat dit achterpoortje gesloten is. De maaltijdkoeriers rekenen echter op een sterke overheid die hun bescherming afdwingt. Hun platformen staan nog altijd op de lijst van erkende deelplatformen.
Vandaar mijn vragen, mijnheer de minister. Bent u bereid om duidelijk te stellen dat het peer-to-peerstatuut voor maaltijdbezorging niet langer aanvaard wordt en te garanderen dat de gevolgen daarvan niet worden afgewenteld op de maaltijdkoeriers?
Jan Jambon:
Mevrouw Vanrobaeys, de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken heeft mij inderdaad bevestigd dat de rulings zijn stopgezet. De fiscale situatie van zowel de platformen als de koeriers, in het bijzonder de fiscale kwalificatie van hun inkomsten, moet worden beoordeeld rekening houdend met de specifieke omstandigheden van elk afzonderlijk geval en met de beoordeling van de rechtspraak op sociaal vlak.
De sociale kwalificatie van die inkomsten – hoewel dat niet onder mijn bevoegdheid valt, maar onder die van minister Vandenbroucke – evenals de evolutie van de wetgeving in het kader van de genoemde Europese richtlijn, zijn eveneens criteria waarmee rekening wordt gehouden bij de beoordeling.
Er bestaat al sinds 20 december 2020 een fiscaal stelsel waarbij inkomsten uit de deeleconomie worden belast aan 20 % na aftrek van een kostenforfait van 50 %. Dat blijft bestaan. In dat geval moet het gaan om erkende digitale deeleconomieplatformen. Het niet langer afleveren van een ruling zal er dus niet automatisch toe leiden dat die inkomsten worden belast als beroepsinkomsten aan de progressieve tarieven. Zoals ik al zei, hangt dat af van arbeidsrechtelijke beslissingen. In die zin kan de fiscale behandeling afhankelijk zijn van sociaalrechtelijke beslissingen.
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Mevrouw Vanrobaeys, we waren een beetje blind aan het varen, maar u bent binnen uw twee minuten gebleven.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik vind het eigenlijk wel straf. Als men de regels respecteert, gaat men ten onder, zoals Takeaway.com. Als men de regels omzeilt, wint men op de kap van de fietskoeriers. Nu zegt u eigenlijk dat we daarmee verdergaan. Het zijn niet de multinationals die opnieuw de prijs betalen, maar wel de fietskoeriers die verder kunnen worden uitgebuit, die zonder enige bescherming op straat moeten blijven fietsen en die telkens opnieuw naar de rechtbank moeten trekken om hun rechten af te dwingen. Eerlijk gezegd, voor mij ça suffit . Vooruit is daar zeer duidelijk over: alle maaltijdkoeriers moeten werknemers zijn. Mijnheer de minister, de keuze is echt aan u. Wie beschermt u vandaag eigenlijk: Jonas, Erik, Jules en Jean of de platformen die telkens opnieuw valsspelen?
-
Vraag: De justitiële aanpak van de verspreiding van intieme beelden zonder toestemming
veiligheid, justitie en defensieBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Funda Oru kaart het groeiende probleem aan van mannen die stiekem intieme beelden van partners of dochters delen op digitale platformen, zoals het geval van Valerie die vier jaar wacht op justitie terwijl haar foto’s nog altijd online circuleren, en vraagt om snellere hulp en Europese samenwerking. Minister Verlinden benadrukt dat justitie dergelijk gedrag als "volstrekt laakbaar" bestempelt, het als verzwarende omstandigheid behandelt en versneld optreedt, met extra juridische bijstand, opleidingen en slachtofferbegeleiding om daders sneller te vervolgen en schaamte bij slachtoffers weg te nemen. Oru prijst de maatregelen maar blijft als moeder en vrouw bezorgd over de toename van dit "nieuwe seksuele geweld" binnen vertrouwensrelaties en dringt aan op nog krachtiger optreden. Verlinden belooft daders sneller verantwoordelijk te houden en slachtoffers beter te beschermen, met nadruk op respectvolle begeleiding en versnelde procedures.
Funda Oru:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, het verhaal van Valerie dat afgelopen week bekend werd, liet niemand onberoerd. Valerie deelde twintig jaar lang haar leven met een man die zij volledig vertrouwde, tot zij ontdekte dat die man, ook de vader van haar kinderen, haar jarenlang stiekem had gefotografeerd. Het ging om foto's van haar meest intieme momenten, om foto's onder de douche en om foto’s terwijl ze sliep. Hij nam duizenden ongepaste beelden en naaktfoto's, collega's, die hij vervolgens online ook met andere mannen deelde. Niet alleen die beelden deelde hij, ook haar naam en gegevens over haar werk, zodat iedereen wist wie Valerie was en vooral waar men haar kon vinden. Ik heb daar maar één woord voor, afschuwelijk.
Het erge is dat Valerie vandaag niet alleen is. Mevrouw de minister, in ons land zijn minstens twintig dergelijke digitale platformen actief waarop mannen duizenden foto's en naaktbeelden van meisjes en vrouwen met elkaar delen. Veel slachtoffers, als ze al weten dat dergelijke foto’s van hen circuleren, durven de stap naar de hulpverlening niet te zetten, omdat zij bang zijn, zich schamen of van mening zijn dat toch niets met hun klacht wordt gedaan.
Wie de moed wel vindt, zoals Valerie, moeten wij snel helpen. Valerie wacht vandaag echter al vier jaar op een proces. Al vier jaar leeft zij in angst. Al vier jaar circuleren de foto's online. De dader blijft al vier jaar buiten schot.
U kondigde gisteren aan dat slachtoffers van seksuele misdrijven vanaf het eerste verhoor kunnen rekenen op juridische bijstand. Dat is natuurlijk een heel goede zaak, maar daarmee zijn Valerie en alle andere vrouwen die vandaag op een proces wachten, niet geholpen.
Is er al overleg geweest met Europese collega's, aangezien het fenomeen niet alleen hier voorkomt?
Wat zult u bijkomend doen om vrouwen ook tegen dergelijk seksueel misbruik te beschermen?
Annelies Verlinden:
Collega Oru, de schokkende getuigenissen over mannen die zonder toestemming intieme beelden van hun partner op onlineplatformen delen, roepen terecht grote verontwaardiging op . Als samenleving kunnen we hierover maar één boodschap geven: dat is volstrekt laakbaar en normloos gedrag. Ik spreek mij uiteraard niet uit over individuele dossiers en lopende onderzoeken.
Eén zaak staat echter vast: justitie neemt het fenomeen bijzonder ernstig. Het maken van intieme beelden zonder toestemming en het verspreiden daarvan zijn strafbare feiten. Wanneer die feiten plaatsvinden binnen een familiale relatie of andere vertrouwensrelatie, wordt dat vandaag terecht als een verzwarende omstandigheid beschouwd. Eind vorig jaar werd door justitie bovendien bevestigd dat in die dossiers sneller zal worden opgetreden. Dat is belangrijk, want voor elk slachtoffer telt elke dag.
Bovendien mogen slachtoffers zich niet nog eens verloren voelen, als ze de stap naar justitie zetten. Daarom nemen we vandaag samen met de politie en advocatenordes stappen om slachtoffers al vanaf het eerste verhoor juridische ondersteuning te bieden in het systeem van de rechtsbijstand. Daarnaast investeren we in opleidingen voor politie en magistraten en zorgen we ervoor dat er voldoende mensen zijn om dat soort dossiers te behandelen. We investeren ook in welzijnsloketten in gerechtsgebouwen, in slachtofferonthaalruimtes en in duidelijke communicatie, zodat slachtoffers op de hoogte worden gehouden van elke volgende stap in hun dossier.
Tot slot richt ik mij tot alle slachtoffers van seksueel geweld. Ik besef hoe moeilijk het is om aangifte te doen. Toch wil ik hen daartoe aanmoedigen, want zoals mevrouw Gisèle Pelicot treffend zei, moet de schaamte van kamp veranderen. Niet het slachtoffer moet zich schamen, maar de dader. Daaraan wil ik als minister van Justitie elke dag bijdragen door slachtoffers beter te beschermen en hen met respect en zorg te begeleiden enerzijds, en door daders zo snel mogelijk verantwoordelijk te houden voor hun daden anderzijds.
Funda Oru:
Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord en ben zeer tevreden over de stappen en maatregelen die u wilt nemen om meisjes en vrouwen tegen dat nieuwe seksuele geweld te beschermen. Ik blijf echter, in alle eerlijkheid, bezorgd als vrouw en als mama van een dochter, omdat het fenomeen waarbij vaders, partners, echtgenoten dergelijke beelden van de vrouwen, meisjes waarmee er een vertrouwensrelatie is, verspreiden, inderdaad toeneemt. Dat mogen we natuurlijk nooit aanvaarden. Mevrouw de minister, u hebt de sleutel in handen om ervoor te zorgen dat daders snel worden aangepakt en vrouwen sneller worden geholpen.
-
Vraag: De ondertekening van het akkoord tussen de VS en Iran
De ondertekening van het akkoord tussen de VS en Iran
Gesteld door
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 18 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Annick Lambrecht bekritiseert de "onzinnige oorlog" in Iran die volgens haar door Trump werd ontketend, met duizenden doden, economische schade en versterkte ayatollahs als gevolg, en noemt extreemrechts een gevaar voor vrijheid en koopkracht. Ze vraagt minister Prévot naar het regeringsstandpunt over de voorlopige, niet-bindende overeenkomst en de impact op de koopkracht. Prévot reageert voorzichtig optimistisch over het akkoord, dat een einde maakt aan vijandelijkheden en kernambities van Iran uitschakelt, maar benadrukt dat de gevolgen voor België nog onduidelijk zijn. Lambrecht herhaalt haar kritiek op Trump, wijst op aanhoudend geweld in de regio (o.a. Israël-Libanon) en betwijfelt of de overeenkomst duurzame vrede brengt met "extreme figuren" zoals Trump, Netanyahu en de ayatollahs.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, na maanden van verwoestingen, na maanden van bommen, na duizenden doden – moeders, vaders, kinderen – komt er nu toch een einde aan de onzinnige oorlog die Trump startte in Iran. Na die ellende blijft er maar één vraag: waarom? Waarom was deze oorlog nodig? De Straat van Hormuz was open, er was handel. Vandaag staan de extreem religieuze ayatollahs sterker dan ooit voorheen. De economische gevolgen zijn gigantisch. De democratie en de mensenrechten blijven onderdrukt.
Deze oorlog is het zoveelste bewijs dat extreemrechts een gevaar is, een gevaar voor onze vrijheid, een gevaar voor onze veiligheid en een gevaar voor onze koopkracht. De eerste slachtoffers van al dat vreselijke geweld zijn immers de onschuldige burgerslachtoffers.
Ook hier bij ons waren de gevolgen voelbaar en zagen de mensen de prijzen aan de pomp stijgen. Laten we nu hopen dat iedereen zich aan deze voorlopige overeenkomst houdt. U hebt immers kunnen lezen dat het slechts een aanzet is, het is betekent juridisch niets. Het is niet bindend.
Laten we hopen dat er opnieuw rust komt.
(Geroezemoes op de Vlaams Belangbanken)
Het is niet grappig, hoor.
(…) : (…)?
Annick Lambrecht:
Maar ik ben wel afgeleid. Ik ga verder. Ik hoop dat ik de verloren tijd mag inhalen.
(…) : (…)
Annick Lambrecht:
Gaan jullie dat hier bepalen?
Voorzitter:
Collega Lambrecht, ik geef u vijf seconden meer, maar …
Annick Lambrecht:
Laten we hopen dat er opnieuw rust komt, rust voor de mensen daar en rust in de economie, zodat de prijzen opnieuw onder controle geraken.
Mijnheer de minister, ik heb twee vragen voor u. Ten eerste, wat is het standpunt van de regering over deze voorlopige overeenkomst? Ten tweede, welke gevolgen zal ze hebben voor de koopkracht van de gezinnen en de bedrijven?
Maxime Prévot:
Mevrouw Lambrecht, zoals u weet, hebben we de deal tussen Iran en de VS gisteren uitgebreid besproken in de commissie. Beide presidenten hebben vannacht het MoU formeel ondertekend. De technische onderhandelingen gaan morgen in Genève van start.
Zoals ik gisteren zei, zijn we voorzichtig optimistisch en blijven we de situatie nauwlettend opvolgen. Het onmiddellijke einde van de vijandelijkheden door alle partijen en op alle fronten, inclusief in Libanon, evenals de geplande terugkeer van ongehinderde navigatie in de Straat van Hormuz en Irans toezegging om geen kernwapens te verwerven, zijn uitstekend nieuws.
België zal inspanningen voor een positieve uitkomst van de onderhandelingen ondersteunen en is ook, zoals u weet, bereid om bij te dragen aan een internationale coalitie als voldaan is aan de voorwaarden die de regering heeft vastgesteld.
Het is nog een beetje te vroeg om de gevolgen voor onze bevolking en bedrijven te evalueren.
Annick Lambrecht:
We hielden gisteren inderdaad een actualiteitsdebat, maar de ondertekening heeft pas vannacht plaatsgevonden. Trump zegt het ene moment dit en het andere moment dat. Voor hetzelfde geld had hij er niet mee doorgezet. Trump ontketende die onzinnige oorlog en de gevolgen daarvan zijn desastreus: duizenden slachtoffers, een land in puin en prijzen aan de pomp die ook hier de hoogte in gaan. De oorlog gaat elders gewoon door. Dat wil ik benadrukken. Israël blijft Libanon bombarderen en er volgen telkens tegenreacties van Hezbollah. We kunnen dus enkel hopen dat de voorlopige overeenkomst uitmondt in duurzame vrede en stabiliteit voor de hele regio. Met extreme figuren zoals Trump, Netanyahu en al die ayatollahs weet je maar nooit.
-
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
economie en werkDe pensioensplit
De pensioensplit
De pensioensplit
De pensioensplit
Pensioensplitsing summaryExplanationGesteld door
cd&v Nahima Lanjri
Vooruit Anja Vanrobaeys
PVDA-PTB Robin Tonniau
N-VA Eva Demesmaeker
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Nahima Lanjri (cd&v) en Anja Vanrobaeys (Vooruit) pleiten voor een automatische pensioensplit om de pensioenkloof bij scheiding te dichten, omdat vrouwen die zorgtaken opnemen nu vaak met een armoedepensioen achterblijven, terwijl het regeerakkoord slechts een vrijblijvende oplossing voorziet. Robin Tonniau (PTB) bekritiseert de split als een "brute besparing" die ongelijkheid herverdeelt en vrouwen onder de armoedegrens duwt, vooral door afschaffing van het echtscheidingspensioen, en wijt de problematiek aan eerdere "vrouwonvriendelijke" N-VA-hervormingen. Minister Jan Jambon bevestigt dat de split pas in 2026 komt, na aanpak van gemengde loopbanen, en benadrukt dat het om een aanmoediging via huwelijkscontracten gaat, terwijl oppositie en regeringspartijen als cd&v een verplichte, automatische regeling eisen om alle vrouwen te beschermen. Critici zoals Tonniau vragen om transparantie over de besparingsimpact, terwijl Eva Demesmaeker (N-VA) de focus legt op eigen verantwoordelijkheid binnen gezinnen en bescherming enkel bij scheiding.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, in heel veel gezinnen gaat een van de twee partners, zodra er kinderen zijn, minder werken om voor de kinderen te zorgen. Meestal is dat nog steeds de vrouw. Ook al gaat het om een keuze van het koppel in het belang van de kinderen, de gevolgen ervan draagt men niet samen: wie zorgt en minder uren uit gaat werken, krijgt later natuurlijk minder pensioen, doorgaans een kwart minder. Dat is pijnlijk, maar het wordt nog pijnlijker, als er dan een echtscheiding komt en de vrouw er tegen haar pensioen alleen voor staat. Dan krijgt zij een pensioen van twee keer niets. Dat is onrechtvaardig. Waarom zou de zorg die een vrouw heeft gegeven, waardoor zij minder buitenshuis kon werken, minder waard zijn dan het werk van de man die voltijds is blijven werken? Waarom kan ook die vrouw niet genieten van een deftig pensioen?
Daarom hebben we als cd&v altijd gepleit voor een pensioensplit. Het principe is heel eenvoudig. De pensioenrechten die de partners gedurende de jaren dat ze samenwonen, opbouwen, worden gesplitst, zowel voor het wettelijk als voor het aanvullend pensioen, of men nu samenblijft, dan wel scheidt. In landen zoals Canada doet men dat al jaren. In het regeerakkoord voorzien we alleen een vrijblijvende split. Dat is absoluut onvoldoende. Erop vertrouwen dat men daarover maar afspraken bij de notaris laat vastleggen, is niet genoeg. Wat met de vrouwen die geen huwelijkscontract hebben? De meerderheid heeft geen huwelijkscontract of samenlevingscontract. Wat met vrouwen die met hun echtgenoot samenblijven en te horen krijgen dat ze, als ze geld uitgeven, dat doen op kosten van de man, omdat ze afhankelijk zijn van zijn pensioen? Veel vrouwen ervaren dat als onrechtvaardig.
Wanneer komt u met de pensioensplit naar het Parlement? Zult u ervoor zorgen dat die echt werkt?
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, thuis zorgen voor de kinderen terwijl de partner carrière maakt, dat is van de school naar de hobby's crossen, eten maken, de was en de plas doen, kortom alle ballen tegelijk in de lucht houden voor het gezin.
Natuurlijk maakt men die keuze met twee, met dien verstande dat vooral vrouwen de zorgtaken in het gezin op zich nemen, maar wat als de relatie op de klippen loopt? Dan betaalt de vrouw daarvoor de prijs in haar pensioen. Doordat zij de boel thuis draaiend houdt, bouwt zij immers minder pensioen op, terwijl haar man meestal carrière maakt, dankzij het werk dat zijn vrouw thuis doet en daardoor een goed pensioen kan opbouwen.
Vooruit vindt dat onaanvaardbaar. Voor ons kan het niet dat een vrouw die jarenlang thuis de boel draaiend houdt, na een scheiding wordt afgestraft in haar pensioen. Daarom hebben we tijdens de regeringsonderhandelingen keihard gestreden om de pensioensplit in het regeerakkoord in te schrijven. Dat berust op een helder principe: als men de taken in het gezin op een bepaalde manier verdeelt, moet dat later ook in het pensioen tot uiting komen, zodat vrouwen die zorgtaken opnemen, ook na een relatiebreuk beschermd zijn.
Mijnheer de minister, het regeerakkoord voorziet in de pensioensplit. Tegen wanneer mogen we een eerste voorstel verwachten? Zal de pensioensplit automatisch worden uitgevoerd?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, we moeten eens praten over uw pensioensplit, het laatste idee om te besparen op de pensioenen. De mensen thuis denken misschien dat u uw pensioen zult splitsen, dat u uw pensioenbonus in tweeën zult hakken en dat u de helft aan de mensen zult geven. Dat is het echter niet: u wilt de pensioenen van de werkende mensen splitsen.
De regering heeft nog maar pas de meest vrouwonvriendelijke pensioenhervorming ooit doorgevoerd. De N-VA krijgt daardoor klappen in de peilingen en wil nu haar imago wat oppoetsen door te doen alsof ze de pensioenen van vrouwen zal redden.
Wat betekent de pensioensplit concreet? Jef krijgt een pensioen van 1.700 euro netto. Maria moet het stellen met ocharme 1.300 euro per maand. Na uw split krijgen zij elk 1.500 euro. Daarmee zitten ze allebei onder de armoededrempel in België. U zult de ongelijkheid niet wegwerken, u zult die gewoon herverdelen. De pensioensplit is een brute besparing, want om die in te voeren, moet u natuurlijk ook het echtscheidingspensioen afschaffen. Dat echtscheidingspensioen zorgt ervoor dat het pensioen van zowel Jef als van Maria bij een scheiding vandaag boven de armoededrempel uitkomt, alletwee.
Het is eigenlijk heel simpel. U duwt vrouwen die deeltijds hebben gewerkt, met de pensioenmalus de armoede in en u zegt aan de man dat het zijn fout is. Het is echter niet de schuld van de man dat het pensioen van zijn vrouw te laag is. Dat is uw schuld, dat is uw verantwoordelijkheid, mijnheer Jambon.
Hoeveel zult u besparen door de afschaffing van het echtscheidingspensioen en de invoering van de pensioensplit?
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, we hebben zware debatten, tot zelfs in de nacht, over de pensioenhervorming achter de rug. Daarin hadden we het af en toe over de houdbaarheid van het systeem, maar nog veel vaker over de genderkloof. Ondanks dat we herhaaldelijk uitlegden en aantoonden dat vrouwen voortaan veel hogere pensioenrechten opbouwen dan in het verleden, blijft het pensioen van vrouwen iets lager dan dat van mannen.
Dat komt niet door de hervorming, maar vooral door de keuzes die in het gezin gemaakt worden. Natuurlijk is het in eerste instantie onze bedoeling dat die keuzes niet gemaakt moeten worden, dat vrouwen niet hoeven te kiezen om thuis te blijven, dat we de arbeidsmarkt flexibel genoeg maken en dat er voldoende kinderopvang is, zodat werk en gezin volledig gecombineerd kunnen worden.
Als er dan toch voor gekozen wordt om thuis te blijven om de kinderen naar school te brengen en af te halen of om zorgtaken op zich te nemen, dan vinden wij het maar fair dat die keuzes later ook gedragen worden door datzelfde gezin. Immers, in onze ogen is er geen probleem wanneer partners gelukkig samenblijven – dan worden de liefde en het geld gedeeld –, maar natuurlijk wordt het pas echt problematisch wanneer er een scheiding volgt, want dan is degene die zich heeft opgeofferd om thuis te blijven voor de kinderen in het nadeel, aangezien die pensioenrechten mist.
Daarom is het fair dat daarvoor een oplossing komt. Wij hebben de pensioensplit ook in het regeerakkoord opgenomen.
Mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Wij hebben de pensioenhervorming nu achter de rug. Wanneer komt de pensioensplit eraan?
Jan Jambon:
Wij hebben in het regeerakkoord inderdaad afgesproken dat ik in de loop van 2026 – daarmee beantwoord ik meteen de vraag naar de timing – met een voorstel kom. Drie van de vier vraagstellers zijn heel actieve leden van de commissie voor Pensioenen en zullen zich mijn toelichting in commissie herinneren dat wij eerst de gemengde loopbanen met de minimumpensioenen aanpakken. Vervolgens zal ik – 2026 zal nog niet voorbij zijn – samen met de minister van Justitie en de minister van Middenstand, Zelfstandigen en Kmo’s met maatregelen komen om de pensioensplit aan te moedigen door in het huwelijkscontract of het wettelijk samenlevingscontract een regeling op te nemen voor de verdeling van pensioenen in geval van een echtscheiding.
Net zoals bij andere afspraken engageer ik mij ertoe de afspraken uit het regeerakkoord uit te voeren.
Ik stel vast dat men van alle zijden, ook van regeringspartijen, nog andere voorstellen bepleit. Dat kan; dat is gewettigd. Die voorstellen moeten op de tafel van de regering komen. Daarna zullen wij bekijken over welke voorstellen wij een consensus kunnen vinden en zal ik met maatregelen naar het Parlement komen.
Op de vraag wanneer wij dat zullen doen, antwoord ik dus dat wij eerst het probleem van de gemengde loopbanen oplossen. Daarna komen wij met de pensioensplit.
Nahima Lanjri:
Dank u wel, mijnheer de minister. In het regeerakkoord staat inzake de pensioensplit, waar cd&v ook voor gepleit heeft, dat we die gaan aanmoedigen. Dat is juist het probleem. Dat is onvoldoende. Daarin stond cd&v echter alleen. Intussen zijn de geesten wel gerijpt. Dat is goed.
We hebben in de commissie van de experts, onder meer Devolder en Hendricks, gehoord dat de vrijwilligheid niets zal opleveren. Dat zeggen wij ook al heel lang. Dat wordt ook bewezen door het voorbeeld van Canada. Wij willen dat elke vrouw erop vooruitgaat en dus moet elke vrouw een fatsoenlijk pensioen krijgen. En nee, mijnheer Tonniau, het is niet de bedoeling mensen onder de armoedegrens te duwen. Dat gaan we niet doen, dat zullen we niet tolereren.
Het moet meer zijn dan enkel een huwelijkscontract afsluiten bij de notaris. Volgens de cijfers heeft immers maar 31 % van de gehuwden een huwelijkscontract en van de samenwonenden 0,6 %. Daarmee zullen we het dus niet redden. Dan lossen we het alleen maar op voor de (…)
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kijk uiteraard uit naar het resultaat.
Maar, beste collega’s van de N-VA, voor ons verdient eerlijk gezegd iedereen die zorgtaken opneemt een eerlijk deel van het pensioen. Dat mag niet afhangen van het feit of men een sterke advocaat kan betalen om de kleine lettertjes van een huwelijkscontract in te vullen of van het feit of men een rechtszaak kan betalen. Dat eerlijke deel van het pensioen moet automatisch toegekend worden aan iedereen die zorgtaken verleent.
Zo’n wetsvoorstel heb ik al voor Vivaldi ingediend. Het kan vandaag al. De overheid heeft al die gegevens. Het is perfect mogelijk. Waarom zouden we dan in godsnaam mensen op kosten jagen?
Voor Vooruit is het glashelder: wie zorgt voor het gezin, meestal de vrouwen, moet automatisch beschermd worden, zonder ingewikkelde procedures, zonder (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, u hebt geantwoord over het tijdspad en op de vragen van mijn collega's, maar u hebt niet geantwoord op mijn vraag hoeveel de invoering van de pensioensplit kost. Het staat in de begroting. De invoering van de pensioensplit is een besparing, want u schaft natuurlijk ook het echtscheidingspensioen af. Daarover zegt u niets. Komaan, N-VA!
Het echtscheidingspensioen bestaat voor mensen die scheiden. Het dient om het pensioen van het slachtoffer van de scheiding met het laagste pensioen op te trekken. U verwijst naar de verantwoordelijkheid en de keuzes die gemaakt worden binnen een gezin. Veel gezinnen hebben vandaag evenwel geen keuze. Als kinderopvang te duur is, heeft een gezin geen keuze. Als de Vlaamse overheid bespaart op het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs en die bus gewoon afschaft, dan heeft een gezin geen keuze, dan moet er iemand thuisblijven om voor de kinderen te zorgen.
U flexibiliseert de arbeidsmarkt. U bespaart op alle mogelijke openbare diensten, Vlaams en federaal, het kan niet op. En dan het lef hebben om te zeggen dat de schuld bij de mensen ligt (…)
Eva Demesmaeker:
Dank u wel voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik heb inderdaad wel wat variaties gehoord en dat mag ook, denk ik. We komen er samen wel uit. Misschien is er ook wel een verschil in visie. Ik hoor sommige collega's ervoor pleiten dat de maatschappij het gat vult. Die visie deel ik helemaal niet. En als het de bedoeling is om in een huwelijk in te breken in goed gemaakte afspraken, dan deel ik die visie ook niet. Wat wel absoluut belangrijk is, is dat wanneer binnen een gezin bepaalde keuzes zijn gemaakt en het daarna fout loopt, de partner absoluut beschermd wordt. Die bescherming moet de norm worden, zowel voor wettelijk samenwonenden als voor gehuwden. Daar zijn we het volgens mij over eens. Het zullen nog boeiende commissievergaderingen worden. Ik kijk ernaar uit om er samen werk van te maken.
-
Vraag: Het beleid van Belfius inzake phishing
economie en werkHet beleid van Belfius inzake phishing
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Jeroen Soete bekritiseert Belfius omdat de bank in haar voorwaarden de wettelijke verplichting om onmiddellijk phishing-slachtoffers te vergoeden omkeert en eerst grove nalatigheid onderzoekt, wat volgens hem en Europese rechtspraak sinds 2007 illegaal is, terwijl Belfius claimt de wet te volgen en verwijst naar recent Antwerps recht. Minister Jan Jambon beaamt dat de wet eist dat banken eerst betalen en daarna pas discussiëren, meldt dat er een transversaal actieplan en nieuw wetgevend initiatief komt, maar wijst voor bevoegdheid naar minister Beenders. Soete benadrukt dat bankiers via hun eed uit 2019 wettelijk verplicht zijn Europese regels na te leven, met ontzetting als risico voor ceo’s die dit negeren. Jambon steunt de oproep tot strengere handhaving maar beperkt zich tot ondersteunende rol binnen zijn bevoegdheden.
Jeroen Soete:
Goedemiddag, we moeten het nog eens over phishing hebben. Hebt u in de krant gelezen dat Belfius, een overheidsbank, zwart op wit in haar algemene voorwaarden zegt dat zij eerst grove nalatigheid bij phishing zal onderzoeken, vervolgens de schuld snel bij het slachtoffer zal leggen en daarna niet zal terugbetalen? Dat is het omgekeerde van wat de wet voorschrijft, collega's. U weet dat nog van vorige week. De wet is duidelijk, in gevallen van niet-toegestane transacties moet de bank onmiddellijk terugbetalen. Nadien kan de bank eventueel terugvorderen als zij meent dat de klant grof nalatig is geweest.
Dat is straffe kost; een overheidsbank die zo'n loopje neemt met de Belgische wetgeving. We hebben Belfius uiteraard opgeroepen zich in regel te stellen met de Belgische wetgeving. Dat lijkt mij geen overbodige luxe. We hopen uiteraard dat alle collega's hier, evenals de minister, die oproep delen.
Nog belangrijker en fundamenteler in deze discussie is echter de reactie van Belfius gisteren. Die bestond uit twee elementen. Ten eerste zei Belfius dat zij het wettelijk kader volgt. Ten tweede stelde zij dat de rechtspraak evolueert en verwees zij naar het baanbrekende arrest van vorige week van de ondernemingsrechtbank in Antwerpen, dat expliciet bevestigt dat de onmiddellijke terugbetaling wettelijk verplicht is.
Collega's, klopt dat verhaal wel? Is dat een fabeltje of niet? Ik denk het laatste, want ik heb hier een vonnis bij me van 6 januari 2024, dus van meer dan twee jaar geleden. Ook daarin zegt de ondernemingsrechtbank in Antwerpen expliciet dat er onmiddellijk moet worden terugbetaald. We gaan echter nog verder terug in de tijd. In 2023 stelde het Hof van Justitie van de Europese Unie eveneens dat eerst moet worden betaald en pas daarna geargumenteerd. Het Hof zegt zelfs dat die verplichting al sinds 2007 van kracht is.
Voor mij zijn er dan eigenlijk maar twee opties. Ofwel zijn de banken bijzonder traag van begrip en hebben zij na 19 jaar nog altijd niet door hoe de wet luidt. Ofwel is er een economische logica. (…)
Jan Jambon:
Mijnheer Soete, ik heb eigenlijk geen vraag gehoord, maar wel een topic dat u hebt aangehaald. Ik ben het helemaal met u eens dat die problematiek kordaat moet worden aangepakt en dat we alle mogelijke middelen moeten inzetten.
Vorige week was er het vonnis van de rechtbank in kort geding over de wettelijke principes. Dat was duidelijk, eerst betalen en pas daarna discussiëren. De wet is duidelijk. Slachtoffers van phishing moeten hun geld binnen de dag terugkrijgen. Daarna onderzoekt de bank de feiten en kan worden bekeken wie uiteindelijk de schade draagt.
Zoals u ongetwijfeld weet, werken alle bevoegde kabinetten momenteel samen aan een transversale aanpak. Ook minister Beenders is daarbij betrokken. Die aanpak focust niet alleen op de banksector, want het probleem is spijtig genoeg ruimer dan de banksector alleen. Daarnaast is Febelfin zelf bezig met een actieplan ter voorkoming van fraude.
De strijd tegen phishing valt niet onder mijn bevoegdheden. De wet bepaalt expliciet dat de FSMA en de NBB niet bevoegd zijn voor relaties tussen financiële instellingen en individuele cliënten. Ik verwijs daarom naar de antwoorden van minister Beenders van 26 mei in de commissie voor Economie, Consumentenbescherming en Digitalisering. Hij meldde dat de banken op zijn vraag werken aan een actieplan om hun klanten beter te beschermen tegen phishing. Een eerste maatregel is de lancering van een phishingtelefoonnummer, nog deze maand. Collega Beenders meldde in de commissie ook dat hij nieuwe wetgevende initiatieven zal nemen. Consumenten verdienen bescherming die niet alleen op papier bestaat, maar ook in de praktijk wordt gerespecteerd. Vanzelfsprekend zal ik hem daarbij binnen mijn bevoegdheden helpen.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, ik heb goed nieuws voor u. U bent toch niet voor niets gekomen. Politici en dokters leggen een eed af, maar weet u wie ook een eed aflegt? De bankiers. Dat werd ingevoerd naar aanleiding van de Dexia-onderzoekscommissie. Er is daar toch het een en ander fout gelopen. We hebben hier in 2019 een wet tot invoering van een bankierseed en – niet oninteressant – een tuchtregeling voor de banksector goedgekeurd.
Wat zegt die eed? Wat wordt er verwacht van bankiers? Dat zij eerlijk en integer zijn, dat ze de wet moeten volgen en dat ze geen informatie mogen verhullen voor de klanten, maar vooral artikel 7 is interessant voor de ceo's van de banken. Ik hoop dat ze luisteren. Artikel 7 zegt dat de ceo's erop moeten toezien dat de wettelijke bepalingen uitgevaardigd door het Europees Hof van Justitie en de Europese regelgever moeten gerespecteerd worden, op straffe van ontzetting uit hun functie.
Voorzitter:
Dank u, mijnheer Soete. Trouwens, los van uw bijzonder boeiende interventie is de minister hoe dan ook niet voor niets gekomen, want ik heb ook nog een vraag van de heer Di Nunzio.
-
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
Vraag: De onderwijsprotesten en het geweld
Vraag: Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
Vraag: De rellen in Brussel
Vraag: De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De uit de hand gelopen betoging in Brussel
Vraag: De rellen in Brussel
veiligheid, justitie en defensieDe manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
De onderwijsprotesten en het geweld
Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
De rellen in Brussel
De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De uit de hand gelopen betoging in Brussel
De rellen in Brussel
Geweld en protesten tegen besparingen in Franstalig onderwijs en politieoptreden in Brussel summaryExplanationGesteld door
PS Pierre-Yves Dermagne
VB Ortwin Depoortere
PVDA-PTB Julien Ribaudo
DéFI François De Smet
Vooruit Brent Meuleman
MR Victoria Vandeberg
Ecolo-Groen Claire Hugon Lecharlier
Anders. Arthur Orlians
N-VA Jeroen Bergers
Beantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Raoul Hedebouw
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait rond de escalerende rellen tijdens onderwijsprotesten in Brussel, waarbij zowel politiegeweld als vandalisme door relschoppers centraal staan. Linkse partijen zoals PS en Ecolo bekritiseren disproportioneel politieoptreden tegen vreedzame betogers, waaronder minderjarigen, en eisen transparantie over klachten over excessief geweld, terwijl ze de onderliggende woede over onderwijshervormingen benadrukken. Rechts en Vlaams-nationalistisch (Vlaams Belang, N-VA) wijzen de schuld aan "allochtone relschoppers" en extreemlinks, pleiten voor hardere strafmaatregelen zoals casseur-payeur en bootcamps, en beschuldigen PVDA van betrokkenheid bij het geweld. Minister Quintin (MR) verdedigt de politie, belooft onderzoek naar beide kanten maar benadrukt dat "wie kapotmaakt, betaalt", terwijl hij de democratische legitimiteit van de hervormingen verdedigt en oproept tot respect voor politiebevelen, ondanks kritiek op gebrek aan de-escalatie en kinderbescherming.
Voorzitter:
Gelet op het aantal vragen heeft de minister gevraagd of hij 7,5 minuten antwoordtijd krijgt. Naar goede gewoonte wordt de repliektijd ook met het helft verhoogd.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le ministre, dans une démocratie comme la nôtre, manifester est un droit et défendre son école ne doit pas être un crime. Ce n'est pas un crime!
Depuis des semaines, des milliers d'enseignants, de parents et de jeunes, profondément choqués par la situation de l'enseignement en Fédération Wallonie-Bruxelles, descendent dans la rue pour défendre, pacifiquement et souvent avec beaucoup de créativité et d'originalité, l'avenir de l'école francophone.
Pourquoi? Parce qu'ils refusent le démantèlement progressif de leur enseignement; parce qu'ils refusent que l'on sacrifie la qualité de l'école, les conditions de travail des enseignantes et des enseignants, ou que l'on durcisse les conditions d'accès à l'enseignement supérieur ou universitaire; parce qu'ils ont le sentiment aussi de ne jamais être entendus, de faire face à une absence de concertation, à un manque de considération et, surtout, à beaucoup de mépris.
Alors, soyons clairs: ceux qui cassent, qui incendient, qui agressent, doivent être poursuivis et sanctionnés. Mais soyons tout aussi clairs: quelques casseurs ne feront jamais taire des milliers de manifestants pacifiques.
Rappelons-le: nos policières et nos policiers effectuent un travail essentiel pour la cohésion sociale et la vie en société; et la très grande majorité l'accomplit avec sérieux et respect.
Mais les vidéos qui circulent depuis une semaine nous ont aussi montré une violence inouïe dans le chef de certains policiers. Quand des mamans sont plaquées au sol, quand des gamins de 14 ans sont gazés, menottés et humiliés, quand des insultes racistes, sexistes, transphobes ou homophobes sont prononcées, il s'agit bien plus que d'une simple accumulation de faits isolés.
Des enquêtes ont rapidement été ouvertes et doivent faire toute la transparence. C'est nécessaire, mais ce n'est pas suffisant. Monsieur le ministre, ma question est claire et elle est simple. Qu'allez-vous tirer comme leçons des événements de ces dernières semaines en ce qui concerne le maintien de l'ordre public? Qu'allez-vous faire? Quels actes allez-vous poser pour faire en sorte qu'il n'y ait pas d'impunité (…)
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik hoop dat u goed op uw stoel zit. Ik hoop ook dat de collega’s de adem even inhouden, want ik heb hier een symbool mee dat volgens extreemlinks de opmars van het rechtsextremisme moet aantonen binnen de politie: een kruisje. Ongelooflijk. Dat is de wereld op zijn kop. Want wat hebben we in de afgelopen dagen meegemaakt, hier in Brussel? Brandstichting, vandalisme, blind geweld, plundering van winkels, vernielingen, tot en met het aanvallen van onze brandweerdiensten.
Neen, niet de politie moet geviseerd worden, het allochtoon crapuul moet geviseerd worden. Ik ben dus blij dat sommige individuele politici de ogen openen. De heer Rousseau heeft het Vlaams Belangvoorstel overgenomen om bootcamps in te richten. De heer Francken heeft een goed voorstel van het Vlaams Belang overgenomen om die allochtone relschoppers te doen betalen voor de schade die ze aangericht hebben. Dat zijn goede gezondverstandvoorstellen, die ook in daden moeten worden omgezet.
Ik houd echter mijn hart vast, want slechts 23 van deze relschoppers zijn ter beschikking gesteld van het parket. Ze worden dus nog niet vervolgd, ze zijn gewoon ter beschikking gesteld.
Ik vraag me dus af, mijnheer de minister, waar de zogenaamde taskforce is, die zo goed recht en orde zou brengen in Brussel? Waar is de premier eigenlijk? Ik heb de premier, Bart De Wever, zelfs nog niet gehoord over deze rellen.
Ik vraag u dus, mijnheer de minister, wanneer zal deze regering erkennen dat allochtonen in samenwerking met extreemlinks de oorzaak zijn van de systematische rellen? Wanneer zal deze regering de grote middelen inzetten om hier paal en perk aan te stellen?
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Depoortere.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, cela fait maintenant des mois que des enseignants, des directeurs d'école, des parents et des jeunes se mobilisent pour défendre un enseignement de qualité. Ils se mobilisent parce que le MR – votre parti – et Les Engagés veulent faire travailler davantage les enseignants gratuitement, réduire les moyens consacrés à l'enseignement et augmenter le minerval à 1 200 euros. Ils se mobilisent parce qu'ils refusent un enseignement à deux vitesses et qu'ils veulent préserver un enseignement accessible à tous. Le gouvernement sait qu'il n'a pas de soutien pour sa politique, c'est pourquoi il a forcé le vote illégalement.
C'est dans ce contexte que se sont déroulés les événements de jeudi et du week-end. Et je vais être très clair pour éviter tout malentendu: je me distancie totalement de ceux qui sont venus pour agresser des pompiers ou brûler des trottinettes et des abribus. Mais vous conviendrez comme moi, monsieur le ministre, que les agissements d'une minorité ne peuvent servir à justifier ce qui a suivi: des parents qui racontent avoir sorti une enfant de 13 ans d'un nuage de gaz, les yeux rouges et gonflés, au bord du malaise. Nous avons entendu des témoignages de jeunes filles traitées de "sales putes" par des policiers. Des enseignants frappés alors qu'ils encadraient leurs élèves. Des directeurs d'école qui disent simplement: "Nous avions peur, nous ne comprenions même pas ce qui nous arrivait." Le Comité P constate lui-même une hausse des plaintes pour usage disproportionné de la force et d'agressivité de certains policiers. Il rappelle aussi qu'avec des mineurs, le réflexe de protection de l'enfant doit être appliqué systématiquement.
La grande majorité des personnes présentes étaient là parce qu'elles avaient analysé la réforme et qu'elles en voient les conséquences. Elles se sont mobilisées pour défendre l'avenir de notre société.
Monsieur le ministre, j'ai deux questions. Quelles mesures allez-vous prendre pour faire toute la lumière sur les interventions policières visant des jeunes et des enseignants lors de ces mobilisations? Estimez-vous ces interventions proportionnées? Êtes-vous préoccupé par l'effet dissuasif que de telles pratiques peuvent avoir sur le droit de manifester et, en particulier, sur des mineurs?
François De Smet:
Monsieur le ministre, arrêtons de dire que ce qui s'est produit jeudi dernier, ce sont des émeutes. Les mots ont un sens. Ce que Bruxelles mais aussi Namur ou d'autres endroits ont connu, ce sont d'abord des manifestations d'enseignants, d'élèves mais aussi de parents, près de 3 000 personnes qui ont protesté contre des mesures qu'ils ressentent comme profondément injustes, prises par une majorité MR-Engagés, majorité Azur ou plutôt has been , en Fédération Wallonie-Bruxelles.
C'est aussi une colère contre une méthode, un passage en force au mépris du règlement démocratique de l'institution parlementaire de la Fédération. Mais l'écrasante majorité de ces jeunes, de ces profs, a manifesté pacifiquement. On a même vu des enseignantes former des chaînes humaines, parfois pour protéger leurs élèves, mais aussi pour faire barrage aux casseurs. Cela aussi, c'est la réalité de cette manifestation. Oui, il faut le dire, des casseurs s'y sont invités et infiltrés, le plus souvent étrangers au mouvement, convoqués par les réseaux sociaux avec des cocktails Molotov prêts à l'emploi. Et soyons clairs, monsieur le ministre, chacun d'eux doit être identifié, poursuivi et doit payer pour les dégâts. Là-dessus, aucune complaisance: sur le principe du casseur-payeur, nous vous soutiendrons.
Mais il y a l'autre versant. Et là encore, comme pour les profs, comme pour les jeunes, ne jetons pas le bébé avec l'eau du bain! La majorité des policiers font bien leur travail, qui est difficile. Mais oui, hélas, il y a aussi eu un usage interpellant de gaz et de matraques face à des cortèges remplis d'adolescents. Il y a eu un recours à la technique de la nasse, pourtant jugée illégale. Il y a eu des insultes inqualifiables proférées par quelques policiers pour lesquels des plaintes ont été déposées au Comité P.
Monsieur le ministre, estimez-vous qu'il y a eu, oui ou non, juste proportion des moyens utilisés? Condamnez-vous l'usage de la nasse et les propos tenus par certains agents? Votre circulaire "réflexe mineur" que vous avez prise en mai dernier a-t-elle été respectée et comment comptez-vous l'évaluer? Il est temps, monsieur le ministre, pour vous, mais aussi pour nous, de réconcilier l'ordre et la concorde..
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, wat was dat met die betogingen vorige week? Een paar tientallen relschoppers, die immers niet kwamen om te betogen, zijn erin geslaagd een vredevol protest te kapen met vernielzucht en brutaliteit. Fietsen en steps gingen de brandstapel op. Winkelruiten en bushokjes werden volledig gesloopt. Voorbijgangers werden bekogeld met kasseien. U zult er als brave betoger maar tussenlopen.
De politie trad op. Dat was nodig. Ik heb er alle respect voor want dat zal wel niet evident zijn. Er waren echter ook meldingen van disproportioneel optreden van de politie.
Collega’s, dat kan ook niet. Vooruit rekent er dan ook op dat elke klacht ernstig wordt genomen en grondig wordt onderzocht. Of iemand nu op straat komt omdat hij of zij bezorgd is om het onderwijs, de koopkracht of het klimaat, wie op straat komt om zijn stem te laten horen, moet dat altijd en overal veilig kunnen doen.
Laat mij duidelijk zijn. Jonge gasten die op straat komen om hun stem te laten horen, is fantastisch. Ik heb dat zelf ook nog gedaan toen ik op de middelbare school zat. Mijn eerste betoging was hier in Brussel tegen de oorlogspolitiek van Bush. Dat was fantastisch. Ik heb daarvoor zelfs gespijbeld. Ik verontschuldig mij daarvoor. Ik was een jaar of zestien.
(…) : (…).
Brent Meuleman:
Ik geef het toe. Ik was een jaar of zestien. Echter, hier in Brussel liep deze week een mannetje van dertien jaar met een bus benzine tussen relschoppers op een betoging.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u zich nog kunt herinneren wat u deed toen u dertien jaar was. Toen ik dertien jaar was, was ik, als ik niet op school of thuis was, aan het voetballen op het pleintje of zat ik in de jeugdbeweging. Ik wil hier niet veralgemenen. Het gaat om uitzonderingen. Die rotte appels zijn enkelingen. Ik heb echter twee vragen voor u.
Wat zult u doen tegen die relschoppers die keer op keer vreedzame protesten om zeep helpen? Zal er een onderzoek komen naar de meldingen van disproportioneel politiegeweld?
Voorzitter:
Mijnheer Meuleman, zo ziet u maar wat er van iemand komt die spijbelt. Dan belandt hij hier.
Victoria Vandeberg:
Monsieur le ministre, dans une démocratie, manifester est effectivement un droit fondamental mais, par contre, casser ne l'est pas, et cela devient une fâcheuse habitude. À chaque manifestation, des dégradations de biens publics sont à constater, du fait de casseurs ou de manifestants qui viennent exercer leur droit fondamental. Ici, une étape supplémentaire a été franchie: plusieurs jeunes, étrangers à l'objet de la manifestation, ont pénétré par effraction dans une enceinte démocratique. Ces personnes ne défendaient pas la cause mais ne faisaient que l'abîmer.
Si le maintien de l'ordre suppose évidemment de la fermeté, il suppose aussi de la proportionnalité, et c'est cette double exigence qui fonde la confiance dans l'État de droit. Mais justement, parce que nous sommes dans un État de droit, chacun doit aussi en respecter les règles, et celles et ceux qui sur le terrain représentent cet État de droit, ce sont les policiers, qui ont également le monopole de l'usage légal de la contrainte.
Dans ce débat, monsieur le ministre, il ne faut donc pas les oublier. Lors de ces débordements, des policiers sont aussi blessés physiquement, parfois psychologiquement. En première ligne, ils sont pris pour cibles, insultés et confrontés à des moments de tensions extrêmes.
Valoriser le métier de policier, c'est aussi rappeler que, derrière l'uniforme, il y a des femmes et des hommes qui exercent une mission difficile mais essentielle au maintien de l'ordre public et à celui de nos libertés. Dans ce contexte, plusieurs outils peuvent être mis en œuvre pour mieux documenter les faits, identifier les fauteurs de troubles, agir plus rapidement.
Quel bilan, monsieur le ministre, tirez-vous de ces manifestations? Connaissez-vous le nombre de policiers qui ont été blessés lors de celles-ci? Quel rôle les bodycams pourraient jouer pour davantage objectiver les interventions et protéger à la fois les citoyens et les policiers? Qu'attendez-vous concrètement des prochaines semaines pour identifier et responsabiliser les fauteurs de troubles?
Claire Hugon Lecharlier:
"Je suis un des plus grands défenseurs du droit de manifester". Monsieur le ministre, ces mots, c'est vous qui les avez prononcés il y a quelques jours. L'affirmer, c'est bien, mais encore faut-il que les actes suivent. Pour l'instant, j'avoue que je les cherche encore.
La liberté de manifester est sous pression. Jeudi, des professeurs et leurs élèves qui venaient rejoindre la manifestation ont fait demi-tour en voyant l'important dispositif policier déployé. Ils ont donc été dissuadés d'exercer leur droit. Jeudi et les jours qui ont suivi, des centaines de manifestants pacifiques ont été confrontés à des réponses disproportionnées de la part de la police. Nasses, gaz lacrymogènes, coups de matraque, contrôles, arrestations, chiens non muselés, interventions de policiers qui, pour beaucoup d'entre eux, ne portaient ni nominettes ni matricules.
Je ne doute pas que vous allez faire la liste des dégradations et des infractions commises en marge des manifestations. Bien entendu, les auteurs de ces actes doivent faire l'objet de réponses adéquates de la part des autorités, de réponses ciblées, individualisées et proportionnées. Pour l'instant, ce n'est pourtant pas ce que nous avons vu. Nous avons vu des actions collectives, des interventions indiscriminées et disproportionnées. Cela justifie que l'on parle de violences policières. La deuxième chose qui m'inquiète, c'est le développement d'un récit qui prive les enfants et les jeunes du droit d'exprimer leur opinion. On conteste leur légitimité à avoir un avis sur des réformes qui les concernent directement. "Ils n'avaient qu'à être devant leurs cahiers." "S'ils sont ici, ce ne sont pas des enfants, mais des criminels."
Où va-t-on avec de tels propos? Le droit de manifester bénéficie aux mineurs au même titre qu'aux adultes. Ils doivent même bénéficier de protections particulières lorsqu'ils exercent leurs droits. Nous savons, par exemple, que les gaz lacrymogènes peuvent être plus dangereux pour les enfants.
Monsieur le ministre, je voudrais donc vous demander quel bilan vous tirez de la gestion des dernières manifestations par la police. Quelle a été l'articulation entre vous et le bourgmestre de Bruxelles dans cette gestion? La gestion négociée de l'espace public demeure-t-elle la doctrine privilégiée? Que comptez-vous mettre en place pour que nos concitoyens n'aient pas peur de venir exprimer leur opinion dans la rue? Le Comité P demande un "réflexe enfant" dans les interactions avec la police. Quelle suite comptez-vous donner à cette recommandation?
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, wat we in Brussel hebben gezien, was opnieuw onaanvaardbaar. We moeten zeggen opnieuw, want we schrikken er zelfs niet meer van. Deze keer is de onderwijshervorming de aanleiding, de volgende keer zal het iets anders zijn.
Wat zien we telkens na die rellen? We zien telkens dat sommigen de rellen proberen goed te praten of de relschoppers zeker niet kordaat veroordelen. Anderen kiezen ervoor stoere verklaringen af te leggen in de pers en nieuwe ideeën te lanceren. De relschoppers zouden naar het leger moeten gaan of naar bootcamps. U vraagt in de krant om een nieuwe wet casseurs-payeurs , zodat relschoppers de schade zouden moeten betalen. Elk goed wetsontwerp dat daarvoor voorligt, zullen wij vanuit onze fractie steunen.
We mogen echter niet vergeten dat de huidige wetgeving al heel wat mogelijkheden biedt. U kunt relschoppers nu al de schade laten betalen. Er is geen nieuwe wet nodig om gemaskerde personen uit betogingen te halen. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende probleemfiguren preventief een plaatsverbod op te leggen. Er is geen nieuwe wet nodig om bepaalde groeperingen verantwoordelijk te stellen voor het systematische geweld tijdens hun betogingen. Er is geen nieuwe wet nodig om bijkomende gevangenisplaatsen te creëren. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende groeperingen beter op te volgen. Er is geen nieuwe wet nodig om hoge boetes uit te schrijven. Er is geen nieuwe wet nodig om gewelddadige betogers collectief te vervolgen in plaats van individueel. Er is geen nieuwe wet nodig om snelrecht toe te passen.
Mijnheer de minister, mijn vraag over de rellen is dan ook heel duidelijk. Hoeveel mensen zijn er sindsdien aangehouden? Welke gevolgen hebben de feiten tot nu toe voor hen gehad? Hoe zult u de straffeloosheid aanpakken? Niet met nieuwe ideeën en nieuwe wetsontwerpen, maar op basis van de bestaande wetten, die we vooral veel meer en veel beter moeten handhaven. Ik dank u.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, we zien nu al enkele maanden dat elk protest in dit land gekaapt wordt door extreemlinkse bendes die vandalisme plegen en, nog frappanter, door extreemlinkse bendes die gesteund worden door de PVDA. Ik geef een overzicht. Het is zeer lang, maar het is nodig.
Een van de organisatoren van Mars Attacks, betrokken bij de recente rellen in Brussel, is Pauline Forges, voormalig kandidaat van de PVDA. Op VRT NWS verklaarde ze onomwonden dat het goed is dat de revolutie bezig is en dat geweld daarbij hoort. Progress Lawyers Network, het advocatennetwerk van de PVDA, vertegenwoordigt al die relschoppers en gaat zelfs in toga mee betogen. Dat is hallucinant.
Er is ook het vandalisme dat we aan de UGent zagen. Woordvoerder Youlian Burnham is lid van de PVDA. Basile Peeters, een andere vandaal, is ook lid van de PVDA. De woordvoerder van die vandalen aan de UGent is bovendien dezelfde woordvoerder als die van Code Rood, dat al verschillende bedrijven in dit land heeft gevandaliseerd. Daardoor kon de EU-commissaris voor Defensie afgelopen week zelfs geen bedrijf in Herstal bezoeken, omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Dat is een absolute blamage voor dit land.
Er is ook goed nieuws, mijnheer de minister. U ziet dat de heer Hedebouw hier met de peut zit. Deze week zijn immers een aantal kameraden, collega's van hem, geconfronteerd met een huiszoeking en worden ze eindelijk vervolgd. Dat is historisch en goed nieuws. Dank u dat de federale politie eindelijk capaciteit vrijmaakt om de strijd tegen extreemlinks geweld te voeren, mijnheer de minister.
Hoe zult u die strijd nog versterken? Zult u ook onderzoek voeren naar de financiële stromen achter dat geweld? We moeten onze veiligheid immers kunnen garanderen tegenover dat extreemlinks geweld van de PVDA.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt 7,5 minuten om te antwoorden op de diverse opmerkingen.
Bernard Quintin:
Mesdames et Messieurs les députés, je vous remercie pour vos différentes questions. Les débordements auxquels nous avons assisté en marge des protestations des derniers jours étaient évidemment inacceptables. Notre capitale a une nouvelle fois été saccagée, d'autres villes ont également été abîmées, et ce n'est malheureusement plus un cas isolé – j'y reviendrai.
Alleen al in Brussel is de materiële schade aanzienlijk: minstens acht politievoertuigen werden beschadigd, een ruit van een MIVB-bus werd ingegooid en aan het station Brussel-Centraal werden tientallen elektrische fietsen en deelsteppen in brand gestoken. Ook publieke infrastructuur, privaatvoertuigen en een grootwarenhuis liepen schade op.
Afgelopen donderdag en vrijdag alleen al werden in Brussel, volgens informatie die mij werd bezorgd, 36 gerechtelijke arrestaties verricht, waarvan 29 minderjarigen betroffen. Er waren ook 106 administratieve arrestaties, waarvan 99 minderjarigen betroffen.
Je souhaite être très clair d'emblée: nos concitoyens n'ont pas à payer pour les méfaits de groupes d'agités. Conformément aux engagements pris au sein de la majorité, le principe du "casseur-payeur" doit pleinement et rapidement être appliqué. Le coût des dégradations doit être récupéré auprès de celles et ceux qui sont responsables des violences et des dommages qu'ils ont causés. C'est très simple: qui casse paye. Punt. Basta. Pas besoin d'en parler plus longuement.
We stellen vast dat de relschoppers zich alsmaar vaker mengen onder vreedzame betogers, niet om hun stem te laten horen, maar om geweld te plegen, schade aan te richten en de stad kort en klein te slagen. Ook in het verleden zagen we dat hardleerse amokmakers naar Brussel afzakten om betogingen te kapen en vandalisme en geweld te plegen. Voor de hardliners en recidivisten moeten we een manifestatieverbod afkondigen.
Mesdames et messieurs les députés, le 4 juin, un fait m'a particulièrement marqué. Dans un contexte tendu depuis le début de la journée, des délinquants se sont introduits dans un parlement par effraction. Chacun de nous doit prendre la mesure de ce que cela signifie: une institution élue démocratiquement par le peuple a été attaquée par la force, alors même, ironie du sort, que les manifestants étaient harangués depuis les fenêtres de cette même assemblée.
C'est une attaque contre notre démocratie, c'est un fait politique grave, c'est tout simplement inadmissible – ici comme de l'autre côté de l'Atlantique, d'ailleurs – et cela doit tous nous indigner. Depuis plusieurs mois, à chaque manifestation, des faits de violence doivent malheureusement être déplorés. Ces faits ne peuvent jamais, au grand jamais, être justifiés ni cautionnés. Il est aussi de la responsabilité de l'ensemble de la classe politique d'appeler au calme.
Je peux tout à fait entendre que les mesures adoptées – à un autre niveau de pouvoir, par ailleurs – puissent ne pas susciter l'adhésion au sein d'une partie de la population. Mais il faut également pouvoir reconnaître que les différents gouvernements de ce pays disposent d'une majorité dans les assemblées pour voir notre pays se réformer. C'est là aussi un principe fondamental de la démocratie, et cela doit valoir que l'on soit dans la majorité ou dans l'opposition.
Mesdames et messieurs les députés, je constate depuis plusieurs jours des déferlantes de haine envers nos corps de police. Comme je le répète à chaque fois, je veux une police respectable et respectueuse. Comme à chaque fois, la police est contrôlée par les organes internes et par ceux de votre Parlement. Mais surtout, elle est soumise aux réseaux sociaux et à leurs regards souvent biaisés. Comme chaque fois, des enquêtes ont été lancées par la zone de police de Bruxelles chargée du dispositif d'ordre sur son territoire. Oui, elles seront menées avec le plus grand sérieux et, comme chaque fois, les conclusions seront tirées par les autorités. Nous prenons nos responsabilités à cet égard. Manifestement, nous n'avons pas la même lecture des chiffres du Comité P pour ce qui concerne ces faits. Toutefois, je le répète encore une fois, je veux une police respectée.
Sommigen hier zouden zich de moeten stellen welk signaal we geven wanneer een volledig korps van 10.000 mannen en vrouwen publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? Dezelfde mannen en vrouwen zijn bij manifestaties geregeld het doelwit zijn van geweld, maar trekken elke dag opnieuw hun uniform aan om ons te beschermen, soms met gevaar voor eigen leven.
Nous les soutenons. Nous les soutenons quand ils agissent. Nous les soutenons quand ils sont attaqués et blessés, que ce soit sur le plan juridique ou le plan psychologique. Et oui, les bodycams doivent aussi aider à protéger nos policiers et, en effet, à livrer une image de ce qu’il se passe réellement sur le terrain sans que cela soit biaisé.
Mesdames et messieurs les députés, oui, la majorité des manifestants sont venus exercer calmement leur droit légitime à contester, tout comme l’immense majorité des policiers ont exercé leur métier avec une totale probité et un grand professionnalisme.
Mais permettez-moi de rappeler ici un principe somme toute assez simple. Quand la police donne un ordre, il faut le respecter. C’est aussi simple que cela.
(Applaudissements.)
Comme je l’ai déjà répété à de multiples reprises: oui, en tant que libéral et ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, je serai toujours défenseur des libertés fondamentales, de la liberté d’expression et du droit de manifester. Mais vous me trouverez pareillement toujours, comme l’ensemble de ce gouvernement, sur le chemin de ceux qui, par la multiplication des débordements, semblent vouloir faire de la société un champ de ruines, parfois par bêtise, mais de plus en plus souvent par une option politique de chaos.
Ja, we voeren de strijd tegen de extremen verder, ook op het terrein van de financiële geldstromen.
Nous ne laisserons jamais le diktat de la violence s'imposer.
Je vous remercie. Ik dank u.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse. Comme je l'ai dit tout à l'heure, au Parti socialiste, les choses sont claires: aucune violence ne sera jamais acceptée, ni dans la rue, ni de la part de policiers ou de policières, ni au sein d'enceintes parlementaires telles que notre Parlement et cette séance plénière. La violence peut aussi, monsieur le ministre, chers collègues, résider dans les décisions politiques qui sont prises et dans la manière dont elles sont communiquées à une partie de la population.
Monsieur le ministre, j'ai entendu que des enquêtes sont en cours, qu'elles devront être menées à leur terme et que des sanctions devront être prises. Il y va, je pense, de l'image, du crédit, mais aussi du respect dû aux forces de l'ordre. En effet, dans une démocratie, dans un État de droit, comment combattre la violence et l'insécurité lorsque celles et ceux qui doivent protéger sont perçus, ou peuvent être perçus, comme une menace par une partie pacifique de la population?
On ne peut pas rester aveugle face aux images qui circulent depuis une semaine. On ne peut pas rester sourd aux témoignages de parents, d'enseignants, d'avocates et d'avocats, de professeurs d'université qui ont analysé les faits et les images et qui nous ont dit clairement qu'il y avait eu un problème de proportionnalité et de technique dans la manière dont le maintien de l'ordre a été assuré ces dernières semaines. Je vous remercie de votre attention.
Ortwin Depoortere:
Collega's, valt het u ook op? De minister niet, de linkse partijen al zeker niet, maar zelfs de N-VA heeft het er niet over. Er is één taboe in dit Parlement, namelijk wat de oorzaak van die rellen is. Wat is de systematiek van die rellen? Hoofdzakelijk allochtone relschoppers zijn keer op keer verantwoordelijk voor de vernielingen, het vandalisme, het geweld. Dat is het failliet van de multiculturele samenleving. We zien dat in alle West-Europese steden. Dat is het rechtstreekse gevolg van de ongebreidelde massa-immigratie, waar deze en de voorgaande regeringen schuldig aan is en waren.
Ironisch genoeg stemmen we vandaag over het omvolkingspact, dat nog meer massa-immigratie in de hand zal werken, een omvolkingspact dat het volk niet wil. De meer dan 50.000 ondertekenaars van de petitie tegen het omvolkingspact bewijzen dat. Het volk wil geen nieuwe immigratie, het volk wil remigratie en het kan daarvoor rekenen op het Vlaams Belang.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous avez parlé pendant sept minutes et demie. Vous avez dit qu'un fait vous avait particulièrement marqué. Moi j'ai pensé que c'était le fait que des mineurs de 14 ans se sont retrouvés dans la rue. Non, pas du tout, pas un mot. Vous n'avez même pas pris le temps de parler de tous ces mineurs.
Vous avez parlé des vidéos qui seraient des regards biaisés. Elles ne sont pas biaisées, monsieur le ministre. Elles montrent les dysfonctionnements.
Et puis, vous avez parlé des casseurs payeurs. Voilà votre réponse. Est-ce vraiment votre réponse à celles et ceux qui se mobilisent pour l'enseignement? Est-ce votre réponse aux directeurs d'école qui ont eu peur pour leurs élèves et leur établissement? Aux enseignants – je suis un fils de prof – qui demandent simplement les moyens d'instruire correctement? Et aux jeunes à qui on dit tous les jours qu'ils ont le droit à la parole et qui, quand ils l'exercent, se font gazer?
Et je le dis clairement, ce débat concerne également la police. Je suis en contact, comme vous, monsieur le ministre, avec de nombreux policiers qui font leur travail correctement, professionnellement, et qui ne se reconnaissent pas dans les images, dans les témoignages qu'on a vus ces derniers jours.
Ce qu'on attend de votre part, monsieur le ministre, ce n'est pas une défense aveugle ni un déni, mais de la clarté, de la transparence et des règles respectées. Parce que ce n'est pas un débat police versus jeunes, c'est un débat de la confiance démocratique. Et on ne va pas restaurer la confiance avec des camps de redressement militaire, ça ne marche pas. Si vous avez de l'argent, mettez-le dans l'enseignement. Votre solution, c'est toujours plus de répression; et, ça, ça montre votre faiblesse.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Concernant les casseurs: qui casse paye, on est d'accord, n'ergotons pas là-dessus.
J'aurais préféré, par contre, entendre de vous une plus grande distanciation par rapport à la petite musique qu'on entend dans votre majorité depuis quelques jours. Quand on entend parler à ce point d'émeutes, de racailles ou de camps de rééducation, c'est qu'on rate, à mon avis, une partie du diagnostic.
Vous avez rappelé que, quand la police donne un ordre, il faut évidemment le respecter. Bien sûr, et on a besoin d'une police qui soit davantage respectée. Mais, si on a demain une police dont les citoyens – et je parle des honnêtes citoyens – ont de plus en plus peur, nous aurons vraiment perdu quelque chose. J'attire votre attention là-dessus parce que, d'après les témoignages que j'entends de plus en plus, il existe dans ce pays une jeunesse qui ne casse pas et qui pourtant a davantage peur de la police aujourd'hui qu'hier. Il ne faut pas que ça continue parce que ça, c'est un échec collectif, et nous devons y travailler.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, geweld, in welke vorm ook, en van welke kant ook, mogen we gewoon nooit normaal vinden, al zeker niet bij mensen op zo’n jonge leeftijd. Als burgemeester heb ik in de afgelopen jaren heel veel geleerd, maar zeker één ding, namelijk dat men zulke gasten niet mag loslaten. Men moet aan de slag gaan met die gasten, in een intensief traject naar herstel. Punt.
Wie erop uit is de boel te verzieken en om zeep te helpen, moet daarvoor bestraft worden. Punt. Maar als blijkt dat er bij de politie mensen zijn die hun macht misbruiken en die disproportioneel te werk gaan, moeten die ook verantwoordelijk gesteld worden. Punt.
Laat het duidelijk zijn, voor Vooruit mogen we geweld – of het politiek is of niet, of het van links of van rechts komt, van boven of van onder – nooit normaal vinden. Punt.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour toutes ces précisions. J'entends quelques protestations sur les bancs de la gauche et de l'extrême gauche, qui réduisent ce débat à la seule question des violences policières. Lorsque de telles accusations sont formulées, elles doivent évidemment être examinées. Il faut toutefois aussi refuser cette ritournelle qui consiste à attiser les tensions, à ne pas respecter les injonctions des forces de l'ordre, à filmer l'ensemble des interventions, puis à en extraire quelques images sorties de leur contexte pour les instrumentaliser.
À gauche, les réactions sont d'ailleurs diverses. Une partie semble considérer que les enfants ont davantage leur place dans la rue que sur les bancs de l'école. C'est une certaine vision du monde et une belle vision de l’éducation qui nous ne partageons pas. D'autres tiennent un discours différent. Malheureusement, nous ne l'avons pas entendu aujourd'hui, mais un député socialiste a évoqué la possibilité d'empêcher les fauteurs de troubles d'arriver sur les lieux des manifestations. Le sujet n'est pourtant pas de les empêcher d'y arriver, mais bien de les empêcher de casser et de faire en sorte qu'ils répondent concrètement de leurs actes, selon le principe du casseur payeur.
Dans une démocratie, nous avons le droit de manifester, de contester et de nous opposer. La vie en société implique toutefois aussi des devoirs: le respect des biens publics, des institutions, de la liberté d'expression de chacun, mais aussi, et surtout, le respect des forces de l'ordre.
Claire Hugon Lecharlier:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je constate toutefois qu'elles n'ont apporté que peu d'éléments aux questions que j'avais posées. À vous entendre, rien ne semble devoir être reproché à la police. Elle aurait permis à chacun de manifester en sécurité et assuré la protection des manifestants. Je ne vous ai pourtant pas entendu évoquer l'absence de désescalade ni exprimer le moindre mot de solidarité à l'égard des victimes – enfants, jeunes, enseignants, parents, journalistes et même avocats – qui dénoncent un usage excessif de la force. Pour ma part, je n'ai pas vécu cette manifestation depuis la fenêtre de mon bureau, mais sur le terrain. On ne peut pas prétendre défendre le droit de manifester tout en laissant se produire ce qui s'est passé ni en relativisant des images qui ont pourtant été vérifiées.
Nous avons bien compris que certains élus du MR considèrent que ces violences relèvent du fantasme et qu'il n'y a pas lieu d'éprouver de l'empathie pour les victimes, même lorsqu'elles sont mineures. Je trouve particulièrement choquant de constater que de plus en plus d'élus considèrent que les manifestants l'ont bien cherché, qu'ils n'avaient qu'à rester chez eux et que toute personne qui manifeste doit assumer les risques qui en découlent. Une démocratie en bonne santé ne devrait pas craindre la contestation pacifique.
Je trouve également très choquant qu'un élu de cette Assemblée, membre de la majorité, puisse me qualifier de "petite verte crapuleuse qui a eu ce qu'elle méritait", et qu'il puisse se réjouir publiquement du fait que j'aie été personnellement attaquée et blessée par un policier. Je ne sais pas quelle vision de la démocratie cela traduit, ou plutôt, je le sais trop bien.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Desalniettemin heb ik soms het gevoel dat we ons er te gemakkelijk van afmaken door nieuwe wetsvoorstellen en nieuwe ideeën te lanceren. Vandaag bestaan er al heel wat wetten waarmee u aan de slag kunt gaan om de straffeloosheid aan te pakken. Er is de ouderlijke verantwoordelijkheid, maar een politieke verantwoordelijkheid om met de bestaande wetten aan de slag te gaan.
In mijn thuishaven Mechelen gebeurt er ook wel eens een rel of wordt er in sociale woonwijken op oudejaarsavond ook wel eens met vuurwerk naar de politie gegooid, weliswaar niet zo vaak en niet zo hevig als in Brussel of Antwerpen, en dan proberen we daar zo kordaat mogelijk tegen op te treden. We starten dan zelfs een procedure om de dader uit zijn sociale woning te zetten. Vandaag bestaan er dus al heel veel mogelijkheden. De grootste slachtoffers van die relschoppers zijn immers de kwetsbaarste buurtbewoners. Het is dus nodig om hard op te treden en we kunnen ons er niet van afmaken met wetsvoorstellen en ideeën voor de toekomst. Nu is er immers al zeer veel mogelijk. Men moet daarmee aan de slag gaan, want anders creëert men een gevoel van straffeloosheid en zullen we hier volgende week tijdens het WK voetbal opnieuw dezelfde vragen moeten stellen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank voor uw zeer duidelijke en correcte antwoord. We steunen u daar volledig in. In de commissie voor Justitie liggen al een aantal wetsvoorstellen van collega De Wit die uw visie mee zullen helpen realiseren. Uiteraard moet zwaar machtsmisbruik eveneens worden aangepakt.
Welke prioriteiten schuift de linkse oppositie hier naar voren, zoals ook altijd in de commissie voor Binnenlandse Zaken? Al dagen wordt onze hoofdstad Brussel gevandaliseerd en u vindt het blijkbaar belangrijker om al onze politiemensen aan te vallen dan te zeggen dat die relschoppers moeten worden aangepakt!
Collega Hugon Lecharlier, als u zegt dat de politie geen traangas meer mag gebruiken, dan vind ik dat hallucinant. Op een moment dat onze hoofdstad al dagen wordt gevandaliseerd, dat een zone ontruimd is en dat de politie het waterkanon inzet, vindt u het nog nodig om u tussen die relschoppers te mengen en opruiende taal te verkopen. Dat is uw zaak, maar wij steunen volledig dat de politie op een dergelijk moment traangas mag gebruiken. We staan achter onze politie en we veroordelen de (woord geschrapt op verzoek van de voorzitter) mensen in dit Parlement die zich tussen relschoppers mengen.
( Rumoer in de zaal )
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, in uw geval was er geen sprake van een persoonlijk feit. In het geval van mevrouw Hugon Lecharlier wel.
Collega's, het noemen van een naam volstaat niet om van een persoonlijk feit te spreken. Aan mevrouw Hugon Lecharlier werden intenties toegedicht en zij heeft het recht daarop te reageren.
( Rumoer in de zaal )
Mijnheer Hedebouw, uw naam werd één keer genoemd, nee, uw fractie werd genoemd. Dat is geen persoonlijk feit. Uw naam werd één keer genoemd op een manier die niet denigrerend was.
Ik stel voor dat uw mevrouw Hugon Lecharlier haar recht op een persoonlijk feit laat uitoefenen.
Mevrouw Hugon heeft 2 min 30. Madame Hugon, vous avez la parole.
Fait personnel
Persoonlijk feit
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je vous remercie de me permettre de répondre (mots supprimés à la demande du président) .
(Brouhaha)
Voorzitter:
Collega's! Nee, u hebt niet het woord, mijnheer Ronse!
(Rumoer in de zaal)
Collega’s, straks zal de heer Bergers, zoals dat gebruikelijk is bij een persoonlijk feit, een repliek kunnen geven. De sfeer is echter duidelijk opgewonden. Ik vraag aan iedereen, dus ook aan collega’s Hugon Lecharlier en Bergers, om zich op een parlementaire manier te gedragen. Dat geldt voor iedereen, hoewel ik persoonlijke animositeiten begrijp.
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je voudrais préciser, comme je l'ai déjà fait publiquement, que la raison de ma présence vendredi n’était pas que j'étais parmi les manifestants, mais que je suis arrivée sur les lieux et que j’ai vu le risque d’escalade.
J’ai souhaité rester, dans le cadre ce que je considère être mon mandat démocratique de vigilance et de contrôle de l’exécutif, non seulement ici, mais aussi sur le terrain, pour documenter ce qu’il se passait. Je voyais très bien que, derrière certains policiers, une nasse était en cours. Or il s'agit d'une technique illégale.
Je n’accepte pas que des collègues viennent ici se réjouir publiquement et m’insultent à propos d’actions menées dans le cadre de mon mandat démocratique. Cela fait partie de notre mission que de veiller à ce que tout se passe bien et à documenter comment les choses se passent.
Je suis à la fois scandalisée de ce qu’il peut se dire ici, dans les rangs de la majorité, et du peu du désolidarisation que je remarque à l'endroit de ces propos qui sont complètement scandaleux. J’en perds mes mots, sérieusement.
J’aurais aimé, monsieur le président, que vous puissiez condamner, en tant que président d’assemblée, les insultes qui peuvent être prononcées à mon égard, alors que j'étais dans le cadre de mon mandat démocratique.
Jeroen Bergers:
Mevrouw Hugon Lecharlier (woorden geschrapt op verzoek van de voorzitter) . Elk voorstel om relschoppers aan te pakken, is volgens uw partij en volgens de andere linkse oppositiepartijen fascisme. Ik denk daar het mijne van.
U zei op sociale media heel duidelijk dat u niet van plan was om naar die betoging te gaan, maar u was er dan. U bent gedurende drie uur gebleven. Op een gegeven moment heeft de politie een bepaalde zone vanwege vandalisme en de ontstane rellen ontruimd. Het waterkanon werd ingezet en zelfs terwijl het waterkanon werd ingezet, bleef u nog agressief doen tegen de politie. Dat er dan iets gebeurt, lijkt mij nogal redelijk normaal.
Voorzitter:
Collega’s, ik richt mij tot u allen, en ik herhaal het ook ten aanzien van collega Bergers. In de vragenronde is het de bedoeling om vragen te stellen en zich tot de minister te richten. Daarbij kunnen scherpe politieke standpunten worden ingenomen. Ik denk dat dat niet alleen toegestaan is, maar dat het af en toe zelfs de bedoeling is, ter profilering. Daarbij moet men toch in acht nemen om collega’s niet te viseren.
Wanneer ik mij niet vergis, maar ik heb een zeer slecht geheugen, is er in het geval van collega Hedebouw een scherpe aanval geweest op zijn partij of zijn fractie, maar dat valt niet onder het gegeven van een persoonlijk feit.
(Protest in de zaal)
Als beweerd wordt dat u schrik hebt en u zegt dat u helemaal geen schrik hebt, dan zal ik dat als een persoonlijk feit beschouwen. Mijnheer Hedebouw, u hebt het woord.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de voorzitter, ik zou niet hebben gereageerd wegens een persoonlijk feit als ik niet had geweten dat behalve de heer Bergers ook de minister van Defensie, de heer Francken, exact dezelfde argumenten gebruikt tegen de PVDA.
De heer Francken heeft op televisie verklaard dat er een link is tussen de PVDA en de gewelddadige acties die plaatsvinden. Daarvoor is geen enkel bewijs. Op zich is het al erg dat een minister dat vandaag stelt. Hij beweert zelfs dat het OCAD vaststelt dat er een link is, hoewel dat niet het geval is.
Collega’s, de bedoeling van de N-VA, van de heer Francken en van de heer Bergers, is gewoon de oppositie criminaliseren. Dat is er aan de gang.
De heer Francken voelt heel goed dat het draagvlak voor de genocide tegen de Palestijnse bevolking wegsmelt, dat het draagvlak voor de miljardeninvesteringen in oorlog in Vlaanderen wegsmelt en dat ook het draagvlak voor de ondersteuning van de Amerikaanse bombardementen in Iran wegsmelt. Zelfs de sympathie voor het Amerikaanse imperialisme smelt weg.
In die context weten de heer Francken en de heer Bergers natuurlijk dat de PVDA een actieve rol speelt in de samenleving. Ik vind het dan ook heel erg dat er vandaag aantijgingen zijn als zou de PVDA achter dat geweld staat, hoewel dat helemaal niet het geval is en er geen bewijzen zijn. Ik heb dat allemaal al verduidelijkt. Alsof er advocaten van de PVDA betrokken zijn, en dergelijke, al die voorbeelden die vernoemd zijn, een kartel dat we in 2012 hadden gevormd. Zijn jullie nu verantwoordelijk voor alles wat cd&v tegenwoordig doet? Helemaal niet. U weet allemaal dat er geen bewijzen zijn.
Nogmaals, als een parlementslid dat zou opperen, dan zou ik dat nog kunnen plaatsen onder een politiek debat. Dat een minister echter op televisie dergelijke aantijgingen zonder bewijs naar voren schuift, is democratisch gevaarlijk. Ik vertel dat tegen iedereen. De bedoeling is om de oppositie te criminaliseren. Dat is democratisch echt gevaarlijk.
Laten we daar niet aan meedoen, beste collega's. Dat stellen we duidelijk.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u om mij het woord te verlenen.
Laat mij duidelijk zijn, ik heb geen enkel probleem met vreedzaam protest. Integendeel, dat is een goede zaak. Vreedzaam protest moet altijd mogelijk zijn. Waarmee ik wel een probleem heb, is wanneer protest niet vreedzaam verloopt, maar wanneer gekozen wordt voor geweld.
Mijnheer Hedebouw, u stelt dat u zich niet wilt verantwoorden voor mensen die in 2012 op uw lijst stonden. Laat mij het dan eenvoudiger stellen. Youlian Burnham heeft de UGent gevandaliseerd. Basile Peeters heeft de UGent gevandaliseerd. Zijn dat leden van uw partij, ja of neen? Het zijn leden van uw partij.
Wanneer in een normale democratische partij geweld wordt gepleegd tijdens betogingen of wanneer leden relschoppen, wordt een tuchtprocedure opgestart tegen die geweld plegende leden. Ik kan alleen maar vaststellen dat dat in de PVDA niet gebeurt; dat wordt gesteund. Kijk naar het aantal mensen van Progress Lawyers Network die nu ook de relschoppers verdedigen. Kijk hoeveel van hen op uw lijst hebben gestaan. Dat is ongelooflijk. De bewijzen zijn er dus wel degelijk naar.
Als u zegt dat u niet geconfronteerd wilt worden met het relschopgedrag van uw eigen partijleden, zet hen dan uit uw partij.
(Tumult)
Voorzitter:
Collega's, ik zal het verslag van deze vergadering nalezen en eventuele aantijgingen en beledigende formuleringen eruit verwijderen. Daarvan zal ik u volgende week in kennis stellen.
-
Vraag: Phishing
Phishing
Gesteld door
Beantwoord door
Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 4 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Jeroen Soete bekritiseert dat banken 90% van phishing-slachtoffers weigeren te compenseren en de wet negeren door klanten standaard de schuld te geven, terwijl de wet onmiddellijke terugbetaling verplicht tenzij grove nalatigheid wordt bewezen. Minister Rob Beenders bevestigt dat banken ondanks zijn overleg en een recent vonnis weigeren hun beleid aan te passen, ondanks de wettelijke plicht, en kondigt strengere wetgeving aan om hen te dwingen slachtoffers te beschermen en eerlijk te behandelen. Soete reageert teleurgesteld en kondigt een wetsvoorstel met sancties aan om het vonnis te verankeren, benadrukkend dat dit een ethische plicht is die boven politiek staat. Beenders roept banken op hun menselijke verantwoordelijkheid te nemen, maar signaleert dat ze nog steeds weigeren de wet te respecteren.
Jeroen Soete:
Negen op de tien slachtoffers van phishing zien niets van hun geld terug. Negen op de tien slachtoffers krijgen geen hulp van hun bank. Negen op de tien slachtoffers krijgen van hun bank te horen: eigen schuld, dikke bult. Collega's, dat is compleet onaanvaardbaar. Het gaat ook in tegen de wet, want die is vandaag duidelijk. Banken moeten bij niet-toegestane transacties meteen terugbetalen. Alleen achteraf, in tweede instantie, als ze kunnen bewijzen dat de klant eventueel grof nalatig is geweest, kunnen ze proberen dat geld terug te vorderen. Dat is de wet vandaag, niet omgekeerd.
Mijnheer de minister, in de afgelopen maanden waarin ik met dit thema bezig ben geweest, heb ik heel wat schrijnende verhalen gehoord. Een alleenstaande mama met twee kinderen uit Ichtegem, niet ver van waar ik woon, zag in één nacht 60.000 euro, al het spaargeld, de toekomst van haar kinderen, weggesluisd worden. Die vrouw is gebroken en zit volledig aan de grond. Het wordt dus hoog tijd dat de banken hun maatschappelijke rol opnemen, maar vooral dat ze de wet respecteren.
Gelukkig was er in dit verband deze week eindelijk goed nieuws. Voor de eerste keer heeft een rechter de banken klaar en duidelijk gewezen op hun wettelijke verplichting. Ze moeten meteen terugbetalen, punt. Mijnheer de minister, u weet echter ook dat één vonnis de lente niet maakt. We kunnen moeilijk verwachten dat al die slachtoffers dure procedures voor de rechter aanspannen om hun hun rechten af te dwingen en hun geld terug te krijgen. U zat daarom vandaag samen met de banken om hen aan te sporen hun inspanningen op te drijven, maar ook in de hoop hun beleid bij te sturen.
Ik heb dus maar één vraag voor u, mijnheer de minister. Wat is het resultaat van dat overleg?
Rob Beenders:
Mijnheer Soete, ik had vanmiddag inderdaad een overleg met de banken, omdat ze op mijn vraag werken aan een actieplan dat tegen de zomer klaar moet zijn. Daarin moeten ze versneld bijkomende veiligheidsmaatregelen nemen om het geld van de klanten beter te beschermen, zodat criminelen niet meer met een rekening kunnen doen dan de klant zelf. Het is immers onverantwoord dat een crimineel sneller meer geld kan overschrijven dan de klant zelf, boven de limieten die de klant heeft ingesteld.
Ik heb hen ook aangesproken over de vonnissen die deze week in de media kwamen en ik heb hen gevraagd om hun interne werking aan te passen en zich aan de wet te houden, net zoals u en ik dat ook moeten doen. Het antwoord was helaas niet positief, teleurstellend zelfs. Er werd geen enkel signaal gegeven dat men zich aan de wet wil aanpassen. De wet bepaalt nochtans dat mensen moeten worden terugbetaald nadat een klacht wegens phishing is ingediend, waarna een onderzoek kan worden gevoerd om te bepalen of verdere procedures nodig zijn.
Daarom heb ik de banken ook laten weten dat er nieuwe wetgeving komt. Ik ben daarover momenteel in overleg met de regering, niet omdat de huidige wetgeving onduidelijk is, maar omdat het gewoon nog strenger en duidelijker moet worden voor de banken.
Ik wil ook een oproep doen aan de banken. Phishing gaat over mensen. Men zal vandaag maar het slachtoffer van phishing zijn. Stel dat u bij een bank werkt en u moet een dossier behandelen van uw mama of papa, uw zoon of dochter, uw tante of nonkel. Wat wilt u dan dat er op dat moment gebeurt? Wilt u dat de wet wordt gerespecteerd, dat die persoon zijn geld terugkrijgt en een eerlijk onderzoek krijgt om na te gaan of die persoon al dan niet fout is? Of wilt u dat de banken doen wat ze vandaag doen? Zij zeggen nu vanaf dag één: u bent gephished, het is uw fout, u bent dom of naïef. Ik hoop dat de banken recht in de spiegel kijken, hier een antwoord op geven en hun processen eindelijk aanpassen.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor al uw inspanningen op dit vlak. Ik had gehoopt dat de banken eindelijk de boodschap begrepen zouden hebben, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Dat is enorm teleurstellend. Dit is dermate urgent en actueel, collega’s van de N-VA, dat Vooruit vandaag een wetsvoorstel indient om het baanbrekend vonnis van deze week wettelijk te verankeren, met boetes en sancties. Weet u waarom? Omdat niemand boven de wet staat. Slachtoffers van phishing hebben rechten en verdienen onze bescherming. Dat is geen kwestie van links of rechts, dat is een ethische kwestie en ik hoop dat eenieder van u ons voorstel in eer en geweten zal steunen.
-
Vraag: De terugval van de opbrengsten in de strijd tegen zware fiscale fraude
Vraag: De dalende inkomsten van de strijd tegen fiscale fraude
economie en werkDe terugval van de opbrengsten in de strijd tegen zware fiscale fraude
De dalende inkomsten van de strijd tegen fiscale fraude
Afnemende effectiviteit in de aanpak van fiscale fraude summaryExplanationGesteld door
Vooruit Niels Tas
cd&v Koen Van den Heuvel
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tas en Van den Heuvel bekritiseren dat België met de slechtste begroting van Europa en dalende fraudebestrijdingsresultaten (laagste in 10 jaar) onvoldoende actie onderneemt, terwijl fraudeurs volgens hen straffeloos geld onttrekken aan eerlijke belastingbetalers—met de middenklasse als slachtoffer. Jambon verdedigt zijn aanpak, wijzend op concrete maatregelen (o.a. antimisbruikwetten, FIOD-oprichting, digitale tools en extra aanwervingen) en benadrukt dat procedurele vertragingen (rechtzaken) en compliance (minder conflictmodel) de cijfers vertekenen, maar belooft hard op te treden tegen georganiseerde fraude. Tas (Vooruit) blijft sceptisch en eist extra maatregelen, verwijzend naar succesvollere sociale fraudebestrijding onder Beenders, terwijl Van den Heuvel (CD&V) hamert op structurele inkomstenverhoging zonder nieuwe belastingen en waarschuwt voor politiek gemakzucht ("Griekse geschenken"). De minister houdt vol dat zijn loyale uitvoering van afspraken voldoende is, maar kritiek op gebrek aan resultaten blijft.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, steeds meer mensen maken zich zorgen over hun eigen portefeuille, maar ook over die van de overheid. Dat is terecht, want België heeft nu officieel de slechtste begroting in Europa. Deze regering staat dus voor een historische keuze. Schuiven we, net als vorige generaties politici, de rekening en de problemen door naar onze kinderen en kleinkinderen, of pakken we deze uitdaging met beide handen aan?
De cijfers over de aanpak van fiscale fraude in dit land schetsen voorlopig geen fraai beeld. Terwijl gewone mensen elke dag keihard werken en hun eerlijk deel bijdragen, is er een kleine groep valsspelers, fraudeurs en criminelen die er alles aan doen om aan hun eerlijk deel te ontsnappen. Het strafste van al is dat het hen nog lukt ook. Zij nemen geld af van wie wel eerlijk bijdraagt.
Daarom hebben we samen bij het begin van deze regering afgesproken om niet één, maar drie versnellingen hoger te schakelen, met een verstrengde aanpak en extra digitale tools, met extra inspecteurs en met de oprichting van een nationaal fiscaal parket.
De resultaten blijven echter uit, want voor het tweede jaar op rij heeft de BBI, de fiscus, veel te weinig binnengehaald. Voor het tweede jaar op rij gaat het om het laagste cijfer en het absolute dieptepunt in meer dan tien jaar fraudebestrijding.
Mijnheer de minister, onze strijd is nog lang niet gestreden. Zult ook u mee een voortrekker zijn en bijkomende maatregelen naar voren schuiven, of zult u de geschiedenisboeken ingaan als de minister die valsspelers hun gang heeft laten gaan?
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, zoals u weet is de budgettaire toestand in ons land alarmerend. Om het Europese uitgaventraject te respecteren, moet er minstens 7 miljard worden gevonden. Het Rekenhof spreekt van een inspanning van 15 à 20 miljard als we het tekort duurzaam willen terugdringen tot ongeveer 3 % van het bbp.
Collega’s, het is veelzeggend dat de schuldratio van Griekenland, een land dat 15 jaar geleden nog op de rand van het faillissement stond, in 2029 onder de schuldratio van ons land zal duiken. Hoeveel alarmbellen moeten er nog afgaan? Om de begroting duurzaam op orde te krijgen, mag het geen of-ofverhaal worden, maar moeten het een en-enverhaal worden. De uitgaven zullen moeten worden beheerst en ook de inkomsten zullen op peil moeten blijven.
Om de inkomsten op peil te houden, is de strijd tegen de fiscale fraude een absolute prioriteit. Zo rekenen we op 600 miljoen extra inkomsten in 2029 door de strijd tegen de fiscale fraude. Het Rekenhof zegt ons in het jongste rapport evenwel dat er nog enige onduidelijkheid bestaat over de concrete uitvoering van dat actieplan.
Collega's, in plaats van steeds opnieuw nieuwe belastingen uit te vinden, moeten we eerst en vooral ervoor zorgen dat fraudeurs worden aangepakt en dat inkomsten niet langer wegvloeien via allerlei achterpoortjes en koterijen. Elke euro belastinggeld die niet binnenkomt, zal immers door de middenklasse moeten worden opgehoest. Dat is voor cd&v onaanvaardbaar.
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot het actieplan tegen fraudebestrijding?
Jan Jambon:
Collega's, ik kan u geruststellen, want fraudebestrijding blijft ook voor mij een absolute prioriteit.
Ik wil u wel vragen om naar álle cijfers te kijken, want de resultaten worden soms sterk beïnvloed door uitzonderlijke dossiers of door betwistingen voor hoven en rechtbanken.
We hebben meerdere acties ondernomen in de strijd tegen fraude. Ik som ze even op. De programmawet van vorig jaar bevatte antimisbruikbepalingen voor de effectentaks. We hebben daarmee de aanbevelingen van het Rekenhof uit 2024 omgezet in wet. We hebben datamining op het CAP mogelijk gemaakt. Velen onder u zullen zich de debatten daarover nog herinneren. Er is al een operationeel actieplan voor fiscale en sociale fraudebestrijding in uitvoering, een vruchtbare samenwerking met collega Beenders. Het actieplan tegen witwassen, het zogenaamde GAFI-actieplan zal ik nog voor deze zomer naar de ministerraad brengen. Eerder al, namelijk volgende week, staat het wetsontwerp over de oprichting van de FIOD, de Financiële Opsporingsdienst, ook op de agenda van de ministerraad. Ook daarvoor zullen bijkomende aanwervingen plaatsvinden. Daarnaast zetten we stappen om de verschillende colleges en comités voor fraudebestrijding samen te voegen en zo efficiënter informatie te delen. Zoals u weet, versterken we ook de BBI en de controleurs van de douane in hun strijd. Om die controlecapaciteit op peil te houden, stellen we volgende maandag al een hele reeks nieuwe vacatures open.
Met andere woorden, er is al veel werk verzet en er staat nog veel werk in de steigers. Ik voer steeds en loyaal de gemaakte afspraken uit en ik zal dat blijven doen. Zelfs de PS toonde zich in de commissie tevreden over onze antifraudeplannen, al had ik daar niet op gerekend.
Naast fraudebestrijding bestaat er natuurlijk zoiets als compliance, want niet elke belastingplichtige is een verdachte. We moeten af van het conflictmodel. We moeten willen inzetten op verdere digitalisering, zoals we bijvoorbeeld gedaan hebben met de uitrol van e-facturatie, de verdere uitbreiding van PEPPOL, maar ook meer samenwerking en meer horizontaal toezicht. Wie alles correct doet, verdient immers ons vertrouwen.
Verder moeten we er rekening mee houden dat steeds meer zaken worden aangevochten voor de rechtbank. Dat doet zich ook inzake fraudebestrijding voor, wat het verschil verklaart tussen inkohieringen en effectieve inningen. Daarom blijft het belangrijk dat we bijvoorbeeld blijven werken aan procedurele verbeteringen om het aantal geschillen naar beneden te krijgen.
Kortom, alles zal in het werk gesteld worden om de keten van georganiseerde fiscale criminaliteit te kraken, want tegen diegenen die er bewust voor kiezen om te frauderen, zullen we hard optreden. Dat is de collectieve opdracht van deze regering en ik zal die loyaal uitvoeren.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Onder druk van Vooruit heeft deze regering al tal van maatregelen genomen, waarnaar u ook hebt verwezen, maar de cijfers spreken boekdelen. Er zullen nog bijkomende maatregelen nodig zijn om de in de begroting voorziene opbrengsten in de strijd tegen fiscale fraude ook te behalen.
U kunt een voorbeeld nemen aan minister Beenders, die ervoor zorgt dat we in de strijd tegen sociale fraude voorliggen op de begrotingscijfers en tegen 2030 zelfs 300 miljoen euro extra zullen ophalen. We nemen met Vooruit onze verantwoordelijkheid in deze regering, maar wel op één voorwaarde, namelijk dat de inspanningen eerlijk en rechtvaardig verdeeld worden. Valsspelers moeten eruit, want wie wel netjes bijdraagt, verdient bescherming.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw heldere antwoord. Ik was alleen lichtjes verontrust toen u zei dat de PS u hiervoor bloemetjes toewerpt, want als de Grieken met geschenken komen, wees dan op uw hoede, luidt de klassieke waarschuwing. Dat geldt in dit dossier misschien ook. Alle gekheid op een stokje, het is een absolute prioriteit om daar werk van te maken. Een duurzame sanering van onze begroting is alleen mogelijk als de uitgavenkant onder controle blijft en tevens de ontvangsten op peil blijven. Daarom is fraudebestrijding voor ons een absolute prioriteit. Het kan niet langer dat belastinggeld wegstroomt via allerlei achterpoortjes en koterijen, want de middenklasse is daarvan het grootste slachtoffer en dat is voor ons onaanvaardbaar. Ik wens u veel moed en daadkracht in de strijd tegen de fiscale fraude.
-
Vraag: De lange doorlooptijden voor asielaanvragen
internationale politiek en migratieDe lange doorlooptijden voor asielaanvragen
Gesteld door
Beantwoord door
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
Matti Vandemaele
op 28 mei 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
El Yakhloufi bekritiseert de gemiddelde wachttijd van 17 maanden voor asielbeslissingen als "mensonwaardig" en dringt aan op versnelling naar 6 maanden via het Europees Migratiepact, met steun voor efficiëntere procedures en duidelijke terugkeer voor afgewezenen. Minister Van Bossuyt wijt de vertraging aan de "erfde achterstand van Vivaldi" (57.000 openstaande dossiers) en benadrukt extra personeel (290+ medewerkers bij DVZ/CGVS) om de termijnen in te korten, ondanks 80% weigeringen die meer tijd vragen. Vandemaele (Groen) ontkent de schuldvraag en bekritiseert besparingen (1,8% op migratiediensten), terwijl El Yakhloufi (Vooruit) investeringen verdedigt en Groens "opengrenzenbeleid" afwijst als onrealistisch, met focus op strengere controle en integratie. De polarisatie blijft: versnelling vs. besparingskritiek.
Achraf El Yakhloufi:
17 maanden, 533 dagen, 12.792 uren, zo lang duurt het gemiddeld vooraleer men een antwoord krijgt op een aanvraag. Achter die aanvragen zitten mensen, vaders, moeders en kinderen. Vaders en moeders die de taal aan het leren zijn, waarschijnlijk een opleiding volgen. Kinderen die al een paar jaar lager onderwijs hebben gevolgd, mogelijk ook de kleuterschool. Zij hebben vriendjes gemaakt: Sarah, Lisa, Anneleen, misschien Achraf. Dat is wat er gebeurt. Soms krijgen zij pas na zeven jaar een antwoord, een antwoord op de vraag of zij al dan niet mogen blijven.
Mevrouw de minister, ik denk dat u het met mij eens bent dat dit veel te lang is, dat dit een groot probleem is. Onze asielcentra zitten vol. Dat creëert chaos en het is mensonwaardig. Dat is voor niemand goed, daarvan wordt niemand beter, niet degenen die wel recht hebben om te blijven, niet degenen die geen recht hebben om te blijven, maar zeker ook niet de mensen hier, onze samenleving. Een correct asielbeleid moet mensen snel duidelijkheid geven, moet mensen snel zekerheid bieden.
Volgende week zullen we over het Europees Migratiepact stemmen. Als gevolg daarvan zouden de asielprocedures korter moeten worden. In plaats van 17 maanden zou die termijn nog 6 maanden mogen bedragen. Mevrouw de minister, ik ben oprecht benieuwd of we daarin zullen slagen.
Mijn vragen aan u zijn heel duidelijk. Zijn de diensten hierop voorbereid? Gaat u ervoor zorgen dat die asielprocedures korter worden? Dat is immers waar de mensen, de Vlaming en de Belg, echt achterstaan.
Anneleen Van Bossuyt:
Dank u wel, mijnheer El Yakhloufi. De reden voor de te lange doorlooptijd in asieldossiers is natuurlijk de enorme achterstand die ik van de vivaldiregering heb geërfd. Haar opengrenzenagenda, mijnheer Vandemaele, heeft deze crisis veroorzaakt.
Jaarlijks kunnen de diensten ongeveer 30.000 dossiers verwerken. Bij mijn aantreden lagen er 57.000 dossiers op de stapel. Onder de Zweedse regering werd de werkachterstand bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) nochtans volledig weggewerkt. Het ging toen van 18.400 naar 5.000 dossiers bij het CGVS, wat beschouwd wordt als een normale werkvoorraad. Intussen zijn er dus opnieuw meer dan 25.000 dossiers.
Een tweede factor is dat steeds meer asielaanvragen worden geweigerd. Ongeveer acht op de tien verzoekers krijgen momenteel geen asiel, wat een uitvoerige motivering en dus meer tijd vraagt. Een erkenning als vluchteling moet daarentegen niet worden gemotiveerd.
Ik bespaar niet op de migratiediensten die de dossiers verwerken, integendeel zelfs. De groene leugens in de pers moet u dus absoluut niet geloven. Ik zal het u bewijzen. In 2025, dus vorig jaar, kreeg de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een versterking met 185 medewerkers. Dit jaar komen daar nog eens 58 medewerkers bij. Bij het CGVS was er een opschaling met 47 voltijdse medewerkers en dit jaar komen daar nog eens twee keer 47 medewerkers extra bij. Ook voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) is extra personeelsbudget voorzien.
Daarmee zetten we alles in het werk om de doorlooptijd te verkorten, in het belang van zowel de asielzoekers als onze samenleving. We willen zo ook voldoen aan onze verplichtingen van het pact en tegelijk de vivaldiputten wegwerken.
Achraf El Yakhloufi:
Dank u wel, mevrouw de minister. Ik ben blij dat u het met mij eens bent. We moeten ervoor zorgen dat de procedures duidelijker en beter worden.
Hoe komt dat? De mensen in ons land willen dat migratie duidelijker wordt. Ze willen dat er geen chaos meer is. We kunnen naar het verleden wijzen – dat is een keuze – maar ik ben samen met u in de regering gestapt om opnieuw grip te krijgen op migratie. We doen dat om duidelijkheid te brengen. De mensen die hier mogen blijven, moeten de kans krijgen om de taal te leren, te werken en bij te dragen aan onze samenleving. Daarom doen we dat. De mensen die geen recht hebben om hier te blijven – daar wil ik heel duidelijk in zijn – moeten terugkeren naar hun land van herkomst, zodat ze daar hun leven opnieuw kunnen opbouwen. Daarom doen we dat.
Mevrouw de minister, 12 juni is niet meer veraf. Zeventien maanden is nu de gemiddelde termijn. We moeten enorm veel werk verzetten. Investeer in migratie. Zorg ervoor dat het efficiënter en beter wordt. Alleen zo zullen we ervoor zorgen dat de instroom daalt en de uitstroom toeneemt.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
Mevrouw de minister, hebt u de naam Vandemaele genoemd? Ik heb alleen Groen gehoord. Dan geef ik de heer Vandemaele het woord voor een persoonlijk feit. Gelieve er in de toekomst op te letten, mevrouw de minister.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik had verwacht dat u dat zou zeggen. Alles is de schuld van Vivaldi. Alles wat verkeerd gaat in het asiel- en migratiebeleid is de schuld van Vivaldi. Dat zegt u nu al twee jaar. U zult dat wellicht ook blijven zeggen tot het einde van de rit. Het is echter niet Vivaldi die nu 1,8 % bespaart op alle diensten, ook de diensten waarover het gaat. Het gaat dus niet alleen om besparingen bij Fedasil, maar ook bij het CGVS zijn er besparingen.
Ik hoor collega El Yakhloufi zeggen dat we moeten investeren. Wat deze regering doet, is echter net het omgekeerde. U investeert niet, u bespaart. De besparingen in de meerjarenbegroting, zoals ze hier gepresenteerd zijn, zijn draconisch als het gaat over asiel en migratie. Hier het riedeltje komen afsteken dat men moet investeren, is gewoon onzin.
Daarnaast wil ik u feliciteren, mijnheer El Yakhloufi.
Voorzitter:
Mijnheer Vandemaele, ik moet u het woord ontnemen. U hebt het woord gevraagd omdat de minister een persoonlijk feit heeft gecreëerd en u begint een polemiek met een collega. Dan is het einde zoek.
Die felicitatie zal er dan afvallen, maar dit is niet de manier waarop we met een persoonlijk feit omgaan.
Anneleen Van Bossuyt:
Kort, mijnheer de voorzitter. Mijnheer Vandemaele, als u zegt dat er alleen maar wordt bespaard, dan zeg ik dat er bij Fedasil inderdaad heel veel zal worden bespaard, want wij willen die instroom naar beneden halen en dus minder opvangplaatsen hebben. U gaat echter zonder enige gêne op de radio zeggen dat wij besparen op personeel, terwijl ik hier net heb gezegd hoeveel extra medewerkers er bijkomen om meer dossiers te kunnen verwerken en op die manier de doorlooptijd te verkorten, in het belang van iedereen. Blijft u die leugens maar verkondigen. Wij zullen het tegendeel in de praktijk bewijzen.
Voorzitter:
Ik geef de heer El Yakhloufi nog het woord, maar ik zal de heer Vandemaele niet meer laten repliceren, want hij is buiten de techniek van het persoonlijk feit gegaan.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, eerst en vooral is het met ons en de huidige regering van bij het begin ons doel geweest om grip te krijgen op migratie. Waarom is dat? Vooruit is de partij die durft te benoemen dat er op migratie uitdagingen zijn. Ook de mensen die op ons hebben gestemd, geven duidelijk aan dat er opnieuw grip moet komen op migratie. Mijnheer Vandemaele, u kunt hier zagen en klagen, maar de feiten zijn heel duidelijk. De regering heeft geïnvesteerd in meer mensen die de procedures versnellen. Wij zorgen ervoor dat weinig tot geen mensen op straat slapen. Dat zijn wij aan het doen. Ik weet dat u met Groen liever Kumbaya zou willen zingen rond een kampvuur en alles maar toelaten. Wij zijn duidelijk een regering die ervoor wil zorgen dat migratie beter verloopt. Wij zullen de fouten uit het verleden vermijden want dat is wat u wilt en dat is niet waar wij voor staan.
-
Vraag: De aanrijding van een kind door een politievoertuig in Antwerpen
veiligheid, justitie en defensieDe aanrijding van een kind door een politievoertuig in Antwerpen
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Brent Meuleman bekritiseert dat politieagenten enkel theorie en geen praktijklessen krijgen voor prioritair rijden, ondanks herhaalde ongevallen en dringende vragen uit het korps, en dringt aan op snelle hervormingen. Minister Bernard Quintin bevestigt dat er sinds mei 2024 nieuwe richtlijnen gelden die achtervolgingen moeten beperken en veiligheid verbeteren, en belooft een hervorming van de politieopleiding, maar geeft geen concrete timing. Meuleman noemt dit onvoldoende en wijst op zijn wetsvoorstel voor verplichte praktijkopleidingen, dat brede politieke steun geniet. Quintin erkent de noodzaak maar blijft vaag over directe actie, terwijl Meuleman urgentie benadrukt.
Brent Meuleman:
"Jongen van zes zwaar gewond na aanrijding door politievoertuig tijdens klasuitstap in Antwerpen."
Mijnheer de minister, als u als ouder zo’n bericht ziet binnenkomen, staat uw hart even stil. Dat is een drama voor iedereen die daarbij betrokken is: voor dat kleine ventje, voor de juffen, voor de schoolkinderen, maar uiteraard ook voor de betrokken agenten. Ik ga hier vandaag geen grote uitspraken doen over het ongeval zelf en over de vraag of het al dan niet kon worden vermeden. Er wordt een onderzoek gevoerd en ik denk dat het belangrijk is dat dat in alle sereniteit kan gebeuren. Dat niemand dit heeft gewild, mag duidelijk zijn. Helaas, mijnheer de minister, is dit het zoveelste ernstige ongeval met een prioritair voertuig.
Wat dat eigenlijk nog erger maakt, is dat we kunnen zeggen dat het niet eens verrassend is. Tot op vandaag krijgen agenten in hun opleiding geen praktijklessen prioritair rijden of achtervolgen. Ze krijgen daarover alleen theorielessen. Dat is toch absurd, collega’s? Agenten moeten dagelijks snelle interventies uitvoeren en iedereen verwacht dat ze snel ter plaatse zijn. Daarom vraagt ook de politie zelf al jarenlang om die praktijklessen in de opleiding op te nemen. Dat is gewoon de logica zelf.
Mijnheer de minister, dit is het zoveelste ongeval met een prioritair voertuig. Dat zijn gevaarlijke en schrijnende situaties voor alle betrokkenen. Hoeveel ongevallen moeten er nog gebeuren vooraleer er wordt ingegrepen?
Ik heb daarom maar één eenvoudige vraag voor u. Wanneer zullen onze politieagenten eindelijk ook praktijklessen krijgen voor achtervolgingen, zoals ze zelf al jarenlang vragen?
Ik dank u.
Bernard Quintin:
Beste mijnheer Meuleman, vooreerst wil ik het slachtoffer dat gewond raakte bij een dramatisch ongeval met een politievoertuig deze week veel beterschap wensen. Ook aan de familie wil ik mijn steun betuigen.
Zonder in te gaan op alle details en de specifieke omstandigheden deel ik uw bekommernis dat elk verkeersongeval waarbij een prioritair voertuig betrokken is, maximaal vermeden dient te worden. Vanuit die bekommernis heb ik midden 2025 al aan het Coördinatiecomité van de Geïntegreerde Politie de opdracht gegeven om nationale richtlijnen uit te werken. Er werd meteen een werkgroep opgericht met experten en ervaringsdeskundigen van de lokale en federale politie. De bestaande richtlijnen, good practices en instructiefiches werden samen met het juridisch kader gestructureerd en getoetst aan de hedendaagse toepasbaarheid en de risico’s die verbonden zijn aan dit soort politieprocedures.
Het resultaat van de vele overlegmomenten werd geformaliseerd in een nieuwe omzendbrief, die op 8 mei door de Raad van Burgemeesters zeer positief werd onthaald, in tegenstelling tot de eerdere negatieve adviezen van de syndicale partners. Mijn ambitie is evenwel om te komen tot een duidelijk kader dat gedragen wordt door zowel de politieleiding als de syndicale organisaties, een kader dat de veiligheid van alle weggebruikers beschermt, inclusief voetgangers en de eventuele vluchter, maar tegelijk ook voldoende bescherming biedt aan onze politieagenten. Daarom legt de omzendbrief nog meer nadruk op alternatieve manieren om vluchters te identificeren en op interceptie in de diepte. Zo kunnen achtervolgingen op een zo veilig mogelijke manier verlopen en waar mogelijk in duur worden beperkt. Dat staat ook centraal in de aanpassing van de politievorming die ik aan het voorbereiden ben. Het is heel belangrijk dat onze politiemensen de gepaste vorming krijgen. Dat wordt ook meegenomen in een herstructurering van de politieacademie, maar ik ben daarmee bezig.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het ongeval in Antwerpen toont nog maar eens de urgentie aan van de hervormingen waarover u het hebt. Ik blijf echter op mijn honger zitten. U hebt het over omzendbrieven, instructiefiches en andere, maar ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat er maar een weg vooruit is en dat is de opleiding hervormen en zorgen voor praktijkopleidingen. Dat is wat de politieagenten zelf al heel lang vragen. De urgentie bestaat, maar ik zie ze hier precies niet. Gelukkig is Vooruit niet blijven stilzitten. Ik heb een wetsvoorstel ingediend om prioritair rijden in te kantelen in de opleiding. Ik heb daarvoor Kamerbrede steun gekregen van al mijn collega’s en ik zie ze hier allemaal knikken. Ik stel voor dat we er werk van maken en die wet zo snel mogelijk goedkeuren.
-
Vraag: De strijd tegen homofoob geweld
Vraag: Het gebrek aan actie van de regering ten aanzien van geweld tegen lgbt's en reactionair discours
veiligheid, justitie en defensieDe strijd tegen homofoob geweld
Het gebrek aan actie van de regering ten aanzien van geweld tegen lgbt's en reactionair discours
LGBT+-rechten en bestrijding van geweld en discriminatie summaryExplanationGesteld door
Vooruit Axel Weydts
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Beantwoord door
Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 13 mei 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Axel Weydts (Vooruit) bekritiseert de normalisering van homofobie in België, wijst op stijgende haatincidenten (zoals de aanval op een 14-jarige biseksuele jongen) en hekelt de straffeloosheid bij klachten, terwijl hij het Vlaams Belang beschuldigt van actieve tegenwerking van LHBTQI+-rechten. Minister Rob Beenders (Gelijke Kansen) erkent de ernstige cijfers (1 melding per dag bij Unia) en verdedigt het regeringsbeleid met lopende sensibiliseringscampagnes, een interfederaal actieplan en de belofte van strengere aanpak, maar Sarah Schlitz (Ecolo) werpt tegen dat België in rankings zakt door gebrek aan concrete vooruitgang, zoals het uitblijven van een verbod op niet-medisch noodzakelijke operaties bij intersekse minderjarigen en juridische erkenning voor non-binaire personen. Beide oppositieleden benadrukken dat symbolische steun (regenboogvlaggen) ontoereikend is zolang haatspraak en geweld onbestraft blijven en eisen daden in plaats van woorden, terwijl Weydts extreemrechts en religieus extremisme als bronnen van homofobie aanwijst.
Axel Weydts:
"Je bent niet normaal als je homo bent." "Vuile homo." "Vuile janet." Ik heb het voor alle duidelijkheid niet tegen u, mijnheer de minister. Het zijn wel woorden die ik al vaak naar mijn hoofd geslingerd heb gekregen op straat, vaak gekoppeld aan dreigementen. Als politicus zijn we het ondertussen gewoon geworden om verwijten te krijgen. We hebben een olifantenvel gekregen. Voor heel veel mensen in onze maatschappij en in onze community is dat echter dagelijkse kost. Dat mogen we nooit aanvaarden, dat mogen we nooit normaal vinden.
Gelukkig staat België nog altijd bovenaan in de rankings als het gaat over rechten voor onze community. Er zijn echter ook alarmsignalen, ernstige alarmsignalen. We zakken een plaats. Deze week kwam er een noodkreet uit het onderwijs. Vandaag raakte ook een aanval bekend in Turnhout op een jongen van 14 jaar die op school werd mishandeld vanwege zijn biseksualiteit.
Mijnheer de minister, regenboogvlaggen en zebrapaden zijn fantastisch, hoewel het Vlaams Belang die vandaag blijkbaar ook al wil verbieden. Het zal echter meer moeten zijn dan dat. (Rumoer op de banken van het Vlaams Belang) Men wordt blijkbaar al nerveus bij het Vlaams Belang.
Straffeloosheid mogen we nooit aanvaarden, maar dat is vandaag een probleem. Ik heb zelf ooit klacht ingediend tegen bedreigingen en tegen verwensingen die naar mijn hoofd werden geslingerd. Ik kreeg een eenvoudig bericht van het parket dat de zaak geseponeerd werd zonder gevolg, zonder enige uitleg. Dat is niet goed. Dat is een slecht signaal. Voor de daders is dat een slecht signaal, want die krijgen de boodschap dat ze hun gang kunnen gaan. Voor de slachtoffers in kwestie is het ook een slecht signaal, want eigenlijk zegt het parket dat zij hun plan moeten trekken.
Mijnheer de minister, die straffeloosheid mogen we nooit aanvaarden. Wat zullen u en de regering doen om homofobie te bestrijden, zodat iedereen zich altijd en overal veilig kan voelen? (...)
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous avez filé un peu vite tout à l'heure à la cérémonie qui célébrait les 30 ans de la première Pride belge. Par conséquent, je vous ai ramené un petit gâteau et puis, surtout, quelques recommandations qui ont été énoncées par les associations. Certes, en 30 ans, on en a parcouru du chemin! Il y a 30 ans, la première Pride belge n'avait même pas le droit de circuler dans le centre de Bruxelles, sous peine de faire fuir les clients des commerces.
Aujourd’hui, la Pride rassemble des centaines de milliers de personnes et nous bénéficions d’un cadre légal solide: une législation antidiscrimination parmi les plus avancées d’Europe, le droit au mariage, à l’adoption. Mais, comme le rappellent les associations et les collectifs LGBTQIA+, c'est qu'un cadre légal fort ne doit pas occulter les difficultés que beaucoup rencontrent encore au quotidien.
Ces enjeux sont nombreux: 80 % des personnes transgenres, aujourd'hui, déclarent encore subir des discriminations. Des discours de haine masculinistes continuent de prospérer et s'en prennent frontalement aux droits des personnes LGBT. Les guet-apens homophobes se multiplient, les personnes intersexes – des mineurs – sont encore, à l'heure actuelle, opérées sans aucune justification médicale. Et puis, les personnes non binaires n'ont encore aucune existence légale dans notre pays.
Mais qu'a fait ce gouvernement depuis sa mise en place? En fait, rien! C'est ce que dit le classement des pays qui mesure le niveau de protection des droits des personnes LGBT. Il montre que la Belgique n'a pas gagné un seul point, pas un iota et donc, cela nous fait redescendre de deux places dans le classement.
Dès lors, monsieur le ministre, où en est votre plan pour défendre les droits des personnes LGBTQIA+? Où en sont les interdictions des mutilations des mineurs intersexes et allez-vous maintenir un cadre de financement structurel pour soutenir les associations et les personnes concernées?
Rob Beenders:
Geachte Kamerleden, ik dank u voor uw vragen.
Laat me duidelijk stellen, elk geval van homofoob geweld is er uiteraard een te veel; ik spreek namens heel de regering. Als er een iets duidelijk is, is dat ieder van ons, ongeacht wat hij denkt, wat zijn geaardheid is en wat zijn genderexpressie is, vrij moet kunnen leven in dit land. De regering staat daarvoor garant.
De cijfers die vandaag werden gepubliceerd door Unia en door het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen tonen dat de situatie wel ernstig blijft. Uit de cijfers van Unia blijkt dat 1 melding per dag binnenkwam in 2025 en dat het bij de 4 op de 10 afgesloten dossiers ging over strafbare feiten, zoals slagen en verwondingen of intimidatie. Die cijfers baren mij grote zorgen, net als de toenemende polarisatie en de normalisering van haatdragende discours, onder meer online.
Je partage donc cette inquiétude, mais je rejette l'idée que ce gouvernement ne fait rien. L'accord de gouvernement est clair: la Belgique continue à s'engager pour l'égalité des droits, le respect et l'inclusion. Elle accorde une attention particulière à la protection des personnes LGBTI+, à la sensibilisation, à un meilleur accompagnement des victimes et à une approche ferme envers les auteurs.
Dans le récent Rainbow Index, la Belgique maintient son très bon score de 85 %, ce qui nous place parmi les meilleurs élèves européens. Toutefois, cet index, tout comme les chiffres d'Unia et de l'Institut, nous adressent aussi un signal clair: nous pouvons faire mieux.
Als minister van Gelijke Kansen neem ik daarin mijn verantwoordelijkheid op binnen de bevoegdheden die ik heb. Ik werk aan sensibilisering en bewustmaking, online en bij jongeren, omdat haat vaak begint waar ze genormaliseerd wordt. Sensibilisering blijft essentieel om ervoor te zorgen dat mensen meldingen doen. Wat niet gemeld of geregistreerd wordt, kan immers moeilijk worden opgevolgd.
We hebben onlangs een heel sterke campagne op sociale media afgerond. Dat was een testcase met influencers die op een heel krachtige manier de boodschap hebben gebracht om meldingen te doen. We evalueren de impact van die campagne momenteel, maar ik ben ervan overtuigd dat dat de weg is die we moeten volgen. De megafoon van haatdragende taal moet met een nog grotere megafoon van tolerantie worden beantwoord. Sociale media zijn daarin cruciaal.
Die strijd beperkt zich uiteraard niet tot sensibilisering. Ze vergt ook een transversale aanpak met de politie, Justitie, Slachtofferzorg, Onderwijs, Werk en Digitale Veiligheid. Daarom hebben we een nieuw interfederaal lgbtqi+-actieplan opgesteld, dat bijna klaar is. Dat zal de komende maanden worden afgerond. Ik zal daarin de trekkersrol opnemen om alle federale maatregelen uit te voeren. Daarbij is ook rekening gehouden met de input van Unia en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.
Die voorstellen liggen momenteel bij mijn collega-ministers, omdat elk lid van de regering binnen zijn of haar bevoegdheden een rol te spelen heeft. Ik verwacht, en ik ben ervan overtuigd, dat mijn collega's dezelfde ambitie tonen als ik om er samen voor te zorgen dat die cijfers dalen, dat we haatdragende taal in de kiem smoren en dat we slachtoffers de bescherming bieden die nodig is. Tegelijk moeten we kordaat optreden tegen degenen die de grenzen overschrijden.
Ons doel is immers duidelijk. Die vlag is heel duidelijk geplant. België is en blijft een land waar iedereen zichzelf kan zijn, zonder angst en absoluut vrij van geweld.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord en vooral ook voor de acties die u aankondigt.
Helaas zit homofobie overal, beste collega's, in onze straten, bij extreme gelovigen, op sociale media, bij aanhangers van extreemrechts, in onze scholen, bij extreme geïndoctrineerde jongeren die op TikTok in de manosfeer terechtkomen en daar vreemde filmpjes te zien krijgen, maar ook bij extreemrechts, ook in onze parlementen.
In het Europees Parlement wordt vandaag een voorstel van resolutie ingediend om regenboogvlaggen aan officiële gebouwen te verbieden. Dat initiatief komt van Tom Vandendriessche van het Vlaams Belang. Ook vandaag zijn er nog altijd mensen binnen het Vlaams Belang die vinden dat homo's best niet huwen en dat homo's best geen kinderen krijgen, omdat dat volgens hen abnormaal is. (De spreker toont een affiche.) Homofobie zit in 2026 nog altijd overal, ook in onze parlementen. Met Vooruit zullen we dat nooit aanvaarden en zullen we dat altijd blijven bestrijden.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous avez dit tout à l’heure, devant les associations: "Quand on n’avance pas, on recule". Je trouvais cette réponse un peu plus honnête que celle que vous venez de nous fournir ici maintenant. Vos discours, nous les connaissons. Nous avons lu vos notes de politique générale. Mais maintenant, cela fait plus d’un an et demi que votre gouvernement est en place, et vous n’avancez pas. Je sais que vous n’êtes pas seul, et j’adresse d’ailleurs ce message à l’ensemble des partenaires de majorité ici, qui étaient tout à l’heure à la réception, en train de prendre des photos. C’est super que vous soyez venus, mais aujourd'hui, ce que vous devez faire, c’est avancer sur la protection des législations. Oui, nous avons un secteur associatif robuste, qui se bat, qui défend les droits. Mais seul, il ne peut pas tout. Nous avons donc besoin d'être à ses côtés, comme c’est le cas depuis des années… Vous êtes le porteur du témoin d’une course-relais pour défendre ces droits. Vous ne devez pas le laisser au fond de votre poche. Vous devez l’en sortir et avancer pour continuer à défendre les droits des personnes LGBTQIA+, monsieur le ministre.
-
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: De stopzetting van de ontmanteling van de kerncentrales en de nucleaire strategie
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: Het akkoord met ENGIE en het kernenergiepark
Vraag: Het akkoord met ENGIE en het kernenergiepark
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: De ENGIE-deal
klimaat, energie en landbouwHet akkoord met ENGIE
De stopzetting van de ontmanteling van de kerncentrales en de nucleaire strategie
Het akkoord met ENGIE
Het akkoord met ENGIE
Het akkoord met ENGIE
Het akkoord met ENGIE
Het akkoord met ENGIE en het kernenergiepark
Het akkoord met ENGIE en het kernenergiepark
Het akkoord met ENGIE
Het akkoord met ENGIE
De ENGIE-deal
Nucleaire strategie en akkoord met ENGIE summaryExplanationGesteld door
N-VA Bert Wollants
Les Engagés Marc Lejeune
Anders. Steven Coenegrachts
PVDA-PTB Roberto D'Amico
ONAFH Jean-Marie Dedecker
cd&v Phaedra Van Keymolen
MR Christophe Bombled
DéFI François De Smet
Vooruit Oskar Seuntjens
VB Barbara Pas
Ecolo-Groen Jeroen Van Lysebettens
Beantwoord door
N-VA Bart De Wever (Eerste minister)
MR Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 30 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om het principieel akkoord met ENGIE over de mogelijke overname van Belgische kerncentrales om ze langer open te houden, na jaren van ontmanteling en afhankelijkheid van buitenlandse energie. Bart De Wever (N-VA) en Mathieu Bihet (MR) benadrukken dat dit een strategische stap is voor energiezekerheid, lagere prijzen en minder afhankelijkheid, met stopzetting van afbraakwerken en onafhankelijke studies naar haalbaarheid, maar geen definitieve beslissing—kritiek komt van PTB (D’Amico), die vreest voor genationaliseerde verliezen en eist dat ENGIE de ontmantelingskosten draagt, terwijl Groen/links (o.a. Hedebouw) kernenergie afwijzen. Liberalen (Coenegrachts, Bombled) steunen de stap voorzien van strenge financiële voorwaarden en een plan B, terwijl Vlaams Belang (Pas) en Dedecker de vertraagde actie en hoge kosten door vorig beleid hekelen, maar de koerswijziging toejuichen. cd&v (Van Keymolen) en Les Engagés (Lejeune) zien het als historische kans voor soevereiniteit, mits transparantie en focus op nieuwe reactoren (SMR’s) en hernieuwbare energie. Kritische punten blijven de onderhandelingspositie tegenover ENGIE, de kostprijs voor de belastingbetaler en het ontbreken van concrete timing.
Bert Wollants:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, collega’s, al van bij het begin van de regering-De Wever hebben we heel duidelijk aangegeven dat we in het energiebeleid een serieuze bocht wilde maken, waarbij we niet meer enkel inzetten op hernieuwbare energie, maar ook op kernenergie, omdat die leidt tot stabiele prijzen, meer bevoorradingszekerheid en minder afhankelijkheid van het buitenland. Dat is natuurlijk een enorm verschil met de antinucleaire visie bij sommigen, die ons al heel veel geld gekost heeft.
In de vorige en huidige crisissen moeten we vaststellen dat afhankelijkheid een behoorlijke kostprijs heeft, die vandaag betaald wordt door onze gezinnen en onze bedrijven. Dan is het bijna wraakroepend dat de vorige regering nog heeft ingezet op nieuwe gascentrales om het gat dicht te rijden.
Met het nieuws dat er een principieel akkoord gevonden is met ENGIE over het onderzoek naar de overdracht van de kerncentrales om er op die manier voor te zorgen dat de kerncentrales langer open kunnen blijven en dat de aan de gang zijnde afbraakwerken stopgezet worden, nemen we een belangrijke horde om onze energie opnieuw in eigen handen te nemen en daarmee aan de slag te kunnen gaan. ( Protest van de heer Hedebouw )
We weten natuurlijk allemaal dat dat maar een eerste kleine stap is in de bijsturing van ons energiebeleid en dat er nog vele stappen moeten volgen. Hoe dan ook betonen wij met die stap nu de moed en het lef om het verschil te maken.
Mijnheer de eerste minister, op welke manier gaan we hier in de toekomst mee om?
Wat staat er juist in het akkoord? Kunt u dat nader toelichten?
Welke stappen kunnen naar verwachting in de komende maanden gedaan worden om dichter bij ons doel te komen?
Op welke manier zal de hele operatie ervoor zorgen dat we onze welvaart veiliger kunnen stellen?
Marc Lejeune:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, reprendre la main sur nos activités nucléaires, reprendre notre avenir en main, reprendre finalement ce qu'on n'aurait jamais dû abandonner, c'est historique! Il y a des décennies où rien ne se passe, et il y a des semaines où des décennies se produisent!
L'annonce de ce matin de la signature d'une lettre d'intention avec ENGIE marque un tournant historique pour notre pays. Nous pouvons enfin ramener le centre de décision de Paris à Bruxelles et rejoindre le clan des pays qui contrôlent leur énergie, leur autonomie et leur souveraineté. Le nucléaire doit être une composante importante de notre mix énergétique – vous savez que c'est essentiel pour Les Engagés –, une énergie abordable, décarbonée, qui renforce notre autonomie.
Dès 2023, nous envisagions un rachat par l'État belge de nos centrales et, il y a encore deux semaines, je demandais d'arrêter le démantèlement de Tihange 1. Alors, vous comprenez que je me réjouis que Les Engagés aient été entendus. Cette décision apporte enfin un peu d'espoir, enfin un peu d'ambition, mais cette opération reste particulièrement complexe, nous le savons.
La période à venir sera cruciale et rentrera dans les annales de l'histoire énergétique belge. Dès lors, monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, pouvez-vous nous préciser les points suivants?
Comment le gouvernement envisage-t-il et évalue-t-il la faisabilité technique et financière, notamment au regard des passifs liés au démantèlement? Savez-vous déjà vers quel mécanisme on se dirigerait pour retrouver le contrôle, et avec quels exploitants?
Qu'est-ce qui a changé pour qu'on considère aujourd'hui que la relance est possible, alors qu'ENGIE nous affirmait toujours le contraire? Même si c'est un peu rapide, nous pouvons déjà y penser!
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, als liberaal ben ik van nature geen grote voorstander van nationalisaties, zoals u wel zult begrijpen, maar ik denk dat u in dit geval een logische, volgende stap zet. Nadat de vorige regering de levensduur van twee kerncentrales heeft verlengd, werken we nu verder met de onwillige partner die ENGIE Electrabel is en dan moet de volgende logische stap worden gezet. De kritieke infrastructuur moet worden beschermd en in België worden verankerd voor de economie, zodat de bevoorradingszekerheid gegarandeerd blijft en onze afhankelijkheid van het buitenland vermindert. Vandaag hebt u gezegd dat u principieel akkoord gaat met ENGIE Electrabel om onderhandelingen daarover op te starten.
Natuurlijk, the devil is in the details , zeker bij dit soort onderhandelingen. We zijn dan ook benieuwd naar de kostprijs. Zal de overheid zelf kerncentrales uitbaten? Kunnen we dat wel? Beschikken we over de nodige expertise? Wat zal het effect zijn op de energiemarkt? Blijft het bij de twee centrales die vandaag open zijn of overweegt u om er meerdere te heropenen? Er blijft veel onduidelijk en er moet nog veel worden uitgeklaard.
De vraag is dan ook, mijnheer de premier, mijnheer de minister: wat is de timing en wat zijn de volgende stappen? Tegen wanneer kunnen we onze economie en onze burgers de duidelijke en exacte zekerheid bieden dat kernenergie permanent in ons land wordt verankerd? Dank u wel.
Roberto D'Amico:
Messieurs les ministres, depuis le début, nous disons avec le PTB que nous avons besoin d’un secteur public de l’énergie pour garantir une énergie verte et bon marché. C’est une bonne chose d’avoir aujourd’hui un débat sur la propriété de ce secteur essentiel. Mais s’il s’agit uniquement de nationaliser les pertes et de transférer tous les risques vers le contribuable, nous ne sommes pas d’accord car, en réalité, nous avons déjà payé quatre fois ces centrales nucléaires.
Premièrement, dans les années 80 et 90, elles ont été amorties sur le dos des consommateurs, puis vendues à ENGIE. Ensuite, ENGIE en a tiré 15 milliards de profits jusqu’en 2020. Nous avons aussi payé des milliards de surprofits pendant la précédente crise énergétique, en 2022 et en 2023. Enfin, avec l’ENGIE deal, après la crise, nous avons repris la facture des déchets nucléaires, tout en garantissant ces profits pour les deux réacteurs prolongés. Messieurs les ministres, nous n’allons quand même pas payer une cinquième fois pour ces centrales!
Si nous nationalisons le nucléaire, cela doit se faire pour un euro symbolique. La facture du démantèlement doit rester chez ENGIE. Nous subventionnons quasiment tous les moyens de production dans le secteur. L’éolien offshore est subventionné. Les centrales à gaz existantes et les nouvelles sont subventionnées. Les panneaux photovoltaïques sont subventionnés. Les parcs à batteries sont subventionnés. Même la centrale hydroélectrique de Coo est subventionnée.
Si nous subventionnons tout, reprenons l’ensemble du secteur pour que la population profite aussi des avantages et pas seulement des coûts.
Messieurs les ministres, si vous voulez nationaliser le nucléaire, pourquoi ne nationalisez-vous pas l’ensemble du secteur énergétique en Belgique?
Jean-Marie Dedecker:
Beste groene verdwaasde collega’s, weet u, mijnheer de premier, sinds 1 april schijnt de zon en waait de wind voortdurend. Weet u hoeveel elektriciteit we sinds het begin van deze maand hebben moeten invoeren? Dat was 42 % van al onze elektriciteit, op 18 april zelfs 58 %. Waar hebben we die gekocht? In Frankrijk, want daar draaien nog altijd kerncentrales.
Mijnheer Coenegrachts, ik hoor u graag bezig. Paars-groen heeft onze hele energiesector kapot gemaakt. Dat is begonnen toen uw praeses, de heer Verhofstadt, aan de macht was in 2003. U hebt de boel verkocht voor een appel en een ei. Electrabel is verkocht aan de Fransen. Er was nog een terugfluitmogelijkheid voor de bevoorrading in 2014, maar alle partijen hebben dat laten passeren. Iedereen heeft hier boter op het hoofd. In 2023 heb ik hier de grootste verdwazing meegemaakt in de 25 jaar die ik hier zit. Men heeft toen beslist om alle reactoren te sluiten. Gelukkig is er nadien nog een soort deus ex machina opgedoken en is beslist om nog twee kerncentrales open te houden.
Vandaag staan we waar we staan. Destijds heeft het duo Tinne Van der Straeten, die men zou moeten opsluiten voor schuldig verzuim, en de heer De Croo, een wurgcontract getekend met ENGIE van 1.000 pagina’s dik. Elke stap die we vandaag zetten, moeten we betalen aan ENGIE. Ze hebben de zaak al afgekocht: alleen al het ontmantelen van de kerncentrales kost tussen 40 en 60 miljard euro. De Fransen hebben dat afgekocht voor 15 miljard euro. Waar vandaag Tihange 1 staat, moet een gascentrale komen. Groene jongens, een gascentrale stoot 41 keer meer CO ₂ uit dan een kerncentrale, die nul CO ₂ uitstoot. Ik hoop dat de nucleaire verdwazing in uw hoofd eindelijk is verdwenen en (…)
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, mijnheer de minister, collega’s, nadat ons land jarenlang een knipperlichtrelatie met zijn kerncentrales is het tijd voor een volgende stap. Vanochtend werd het dan ook officieel: de Belgische Staat en ENGIE hebben zich verloofd en zullen nu verder onderhandelen over het huwelijkscontract.
Het is een belangrijk contract, want het gaat over onze strategische autonomie. We zitten momenteel in de tweede energiecrisis in minder dan vier jaar tijd en er volgen ongetwijfeld nog crises. We moeten dus zorgen voor structurele oplossingen. Keer op keer blijkt hoe kwetsbaar we zijn. We moeten minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen en van Moskou, van Riyaad en van Washington. Dat kan alleen, als we onze energiebevoorrading in eigen handen nemen, door zelf te beslissen over de toekomst van onze kerncentrales en door een turbo te zetten op hernieuwbare energie. Dat is de beste garantie om onze gezinnen en onze bedrijven te beschermen tegen toekomstige energiecrisissen. Strategische onafhankelijkheid betekent ook dat we verder moeten inzetten op de volgende generatie reactoren, de SMR’s, waarvoor we hier in België, in de Kempen, de kennis in huis hebben.
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het is goed dat we onze energie in eigen handen nemen en dat we onze mensen beschermen in tijden van crisis. Voor het huwelijksfeest kijken we echter best ook naar de factuur en naar de kleine lettertjes in het huwelijkscontract. Hoe snel weten we of het huwelijk plaats zal vinden of niet en tegen welke prijs?
Christophe Bombled:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre de l'Énergie, je tiens tout d'abord à saluer la décision stratégique du gouvernement d'assumer dans un futur proche la propriété directe de l’ensemble des activités nucléaires d'ENGIE et d'Electrabel, couvrant les sept réacteurs, le personnel, les filiales et l'ensemble des actifs et passifs associés, y compris les obligations de démantèlement et de déclassement. Dans le même mouvement, on va interrompre les opérations de démantèlement qui empêcheraient le redémarrage des réacteurs.
Cette orientation va clairement dans le sens d'un État stratège, soucieux de la sécurité d'approvisionnement, des objectifs climatiques, de la résilience industrielle et de la prospérité socio-économique à long terme de notre pays, ce que notre famille libérale a toujours défendu lorsqu'elle plaidait pour la prolongation du nucléaire et le développement de nouvelles capacités sur notre territoire.
Pouvez-vous préciser au Parlement de quelle manière vous entendez garantir que cette transaction – dont la lettre d'attention encadre désormais des négociations exclusives – permettra de bâtir une activité nucléaire durable, financièrement viable et pleinement cohérente avec nos objectifs climatiques et industriels de long terme, tout en préservant l'équilibre financier global des partenaires privés, comme le prévoit le communiqué?
Par ailleurs, pourriez-vous détailler comment la suspension convenue des travaux de démantèlement et de déclassement, décidée pour maintenir toutes les options ouvertes pour l'État belge, sera mise à profit concrètement pour sécuriser à la fois la continuité de production, la sûreté des installations et l'accompagnement des travailleurs concernés tout au long de ce processus?
François De Smet:
Messieurs les ministres, soyons honnêtes, cette lettre d’intention mérite d’être saluée. Elle le mérite d’abord parce qu’elle a pour effet immédiat d’arrêter le démantèlement des sites existants. Et surtout, la décision stratégique d’assumer la propriété directe des actifs nucléaires constitue un pas dans la bonne direction.
Oui, il faut investir dans notre autonomie énergétique, pour la même raison qu’il faut investir dans notre défense. Ces deux enjeux sont comparables. D’abord, parce qu’il s’agit d’assurer davantage d’autonomie dans un environnement devenu plus hostile et incertain; ensuite, parce qu’il faut rattraper des dizaines d’années d’erreurs et d’inaction; enfin, en raison de l’ampleur gigantesque des enjeux financiers.
En revanche, sur ce dernier point, le communiqué n’est pas tout à fait rassurant. Derrière cet accord de principe se cachent quelques zones d’ombre financières qui pourraient s’avérer vertigineuses pour le contribuable.
D’abord, le texte précise que la transaction ne doit pas avoir "d’impact indu ni négatif ni positif sur la situation financière globale d’ENGIE". On a rarement vu dans une lettre d’intention une clause aussi péremptoire, d’autant qu’aucune précaution comparable relative à la situation financière de l’État belge – qui, comme chacun le sait, se porte très bien – n’apparaît dans le texte. Cela ressemble donc furieusement à un chèque en blanc.
Ensuite, nous avons la question du coût de la remise aux normes. ENGIE affirmait encore récemment que le redémarrage de réacteurs comme Tihange 1 nécessiterait des travaux gigantesques pour répondre aux normes de sécurité.
Enfin, comme tout le monde l'a lu dans votre communiqué, cette lettre d'intention ne constitue pas un engagement ferme. Dès-lors, avez-vous un plan B si jamais, à l’automne prochain, cela ne fonctionne pas?
Je pense qu'il faut investir dans notre autonomie énergétique. Il y a, pour un État, bien davantage de cohérence à être propriétaire d’outils de production énergétique que de banques, par exemple. Cependant, il est essentiel que ce gouvernement nous indique ce que cette acquisition représentera pour le contribuable et la manière dont elle sera financée. À ce stade, nous n’en avons aucune idée. Et j’espère que vous, au moins, vous en avez une.
Oskar Seuntjens:
Op de vooravond van 1 mei mogen wij lezen dat de regering energie opnieuw wil nationaliseren.
Als socialisten kunnen wij, in tegenstelling tot andere partijen, natuurlijk onmogelijk tegen een overheid zijn die haar verantwoordelijkheid wil nemen. Ik las dat Groen vanochtend opnieuw in een kramp schoot omdat het over kernenergie ging.
De waarheid is echter dat wij vandaag geen ruimte hebben voor taboes. De realiteit is wat ze vandaag is. Wij zijn vandaag veel te afhankelijk van anderen en van onbetrouwbare partners als het over onze energie gaat.
De oplossing daarvoor is behoorlijk eenvoudig. Wij moeten onze energie opnieuw in eigen handen krijgen. Vandaag zien we de prijzen immers door het dak gaan en is de onzekerheid bij gezinnen, alleenstaanden en bedrijven veel te groot.
Het is dus goed dat wordt gesproken tussen de overheid en ENGIE om een deal te sluiten, maar die deal moet natuurlijk wel onder voorwaarden worden gesloten. De deal moet ervoor zorgen dat onze energiezekerheid toeneemt, dat de duurzaamheid van onze energie verbetert en dat energie opnieuw betaalbaar wordt.
Het kan niet zijn dat het een deal wordt waarbij de winsten worden geprivatiseerd, maar de risico’s genationaliseerd.
Heren ministers, kunt u uitleg geven over de onderhandelingen tussen ENGIE en de overheid?
Barbara Pas:
Na de sale-and-lease-backconstructie van Guy Verhofstadt hebben we nu de allicht even dure sale-and-buy-backconstructie. Het Vlaams Belang werd jarenlang als linkse partij weggezet omdat we strategische sectoren zoals energie willen nationaliseren. Dat is exact wat u vandaag gaat doen. Ik hoor nu iedereen zeggen hoe belangrijk het is om energie in eigen handen te houden. Aan alle partijen die daar vandaag enthousiast over zijn, wij hebben dat altijd al gezegd. Het is wel bijzonder jammer dat u eerst twee energiecrisissen nodig hebt gehad om het gezond verstand te laten werken.
Waarom nu pas? Er is trouwens nog geen echt akkoord, het is een intentieverklaring zonder verplichting om tot een transactie te komen. De vraag is wat er zal gebeuren met de ontmanteling van die vijf centrales, die ondertussen al is ingezet. Die afbraak herstellen kost misschien wel miljarden en het zal ook jaren duren voor die opnieuw operationeel zullen zijn. De factuur van die ellenlange besluiteloosheid mag niet naar de belastingbetaler gaan. Net zoals bij de vorige onderhandelingen zit u echter in de zwakste onderhandelingspositie. U hebt nood aan capaciteit, terwijl ENGIE in een zetel zit.
Die ontmantelingsactiviteiten van ENGIE worden eindelijk stopgezet. De vraag is of u ook die ontmantelingskosten zult overnemen. ENGIE heeft al die jaren de exploitatiewinsten gehad, het moet dan ook opdraaien voor de afbraakfactuur.
Dat bestaande capaciteit wordt opengehouden, is een goede zaak. Mijn vraag is echter wanneer u werk gaat maken van nieuwe capaciteit. Minister Bihet heeft deze legislatuur nog helemaal niets gedaan. Eigenlijk had u dat onder de Zweedse regering al kunnen doen. Het is meer dan dringend nodig.
Voorzitter:
Dan is het woord aan de jarige collega Van Lysebettens. (Applaus)
Net als collega Frank gisteren mag ook u uw verjaardag te midden van vele vrienden vieren!
Jeroen Van Lysebettens:
Collega’s, heren ministers, het is vandaag mijn verjaardag, maar vanochtend dacht ik dat het de verjaardag van ENGIE was. De regering geeft ENGIE immers een groot cadeau. Niet ENGIE, maar de Belgische Staat zal opdraaien voor de dure sanering van oude kerncentrales, voor de dure renovatie van Tihange 3 en Doel 4 en voor de wensdromen om ook nog andere centrales op te lappen.
De vorige regering onderhandelde nog dat ENGIE zou moeten opdraaien voor de ontmanteling van die oude reactoren, een kost van meer dan 10 miljard euro. Het is duidelijk dat de deal van Bart De Wever een goede deal is voor ENGIE, maar is het ook een goede deal voor de Belgische Staat? De kosten die ENGIE vermijdt, zullen uiteindelijk hoe dan ook moeten worden betaald. Bij een nationalisatie is het de belastingbetaler die ervoor betaalt, wij allemaal, u, iedereen hier. Zo ver zijn we nog niet. België heeft alleen een optie genomen om alle kerncentrales over te nemen. Die piste wordt nu verder onderzocht.
Heren ministers, wat kost deze optie vandaag al aan de Belgische Staat? Ik lees in de krant dat de Belgische Staat tijdens de duur van de optie een vergoeding aan ENGIE betaalt als compensatie voor de kosten die het bedrijf ondertussen al maakt. Hoeveel bedraagt die vergoeding? Klopt het dat alle kerncentrales in de optie zitten, inclusief de scheurtjescentrales? Er wordt nu een grondig onderzoek gedaan naar de boeken van ENGIE. Wie zal dat doen? Wie bouwt de businesscase voor een eventuele overname en hoe gebeurt dat?
Voorzitter:
Dat zijn veel vragen, mijnheer de eerste minister. U hebt vijf minuten om daarop te reageren.
Bart De Wever:
Geachte Kamerleden, het zal onmogelijk zijn om in vijf minuten spreektijd op alle vragen te antwoorden, maar dit zal ook wel niet het laatste debat daarover zijn.
Gisteren heb ik met mijn vriend, strijdmakker, kameraad Mathieu, de minister voor Energie, een letter of intent ondertekend tussen de federale overheid en ENGIE, met als doel een volledige overname van het nucleaire park door de overheid. Die intentieverklaring heeft op dit moment niet meer dan twee reële gevolgen, ten eerste, alle ontmantelingsactiviteiten worden gestopt en, ten tweede, we zullen een grondig en onafhankelijk studiewerk opstarten dat ons als overheid objectieve informatie zal verschaffen over de staat van de kernreactoren in ons land.
Dat laatste is belangrijk, want tot voor kort waren we daarvoor grotendeels afhankelijk van de uitbater. De uitbater had sinds de jammerlijke wet op de kernuitstap een businessmodel gebouwd met het oogpunt van een nucleaire exit. De uitbater wenst niet terug te komen op dat businessmodel, wat begrijpelijk is gezien de onzekerheid over de toekomst van kernenergie die in dit land twee decennia heel bewust vanuit sommige groepen werd gezaaid.
Die afhankelijkheid voor informatie van de uitbater leidde in het verleden tot foutieve inschattingen vanwege de voorgaande regeringen. Kerncentrales werden zelfs weggezet als lijken die niet meer gereanimeerd konden worden, zelfs de centrales waarvan men daarna de openingsduur heeft verlengd.
Bovendien heeft ons dat in een bijzonder nadelige positie gebracht wat betreft de uitvoering van de regeringsstrategie om volop in te zetten op kernenergie. Er was inderdaad een deal van bijna 1.000 bladzijden, maar dat heeft ons niet geholpen.
Met de schrapping van de wet op de kernuitstap heeft dit Parlement een eerste belangrijke stap gezet in de broodnodige mentaliteitsshift die ons land nu doormaakt inzake kernenergie.
Cette déclaration d'intention marque désormais une nouvelle phase. Pour l'instant, le gouvernement ne s'engage encore à rien. Cette première phase se limite à arrêter toutes les activités de démantèlement et à lancer les études nécessaires. Celles-ci ont pour but d'examiner l'état des réacteurs et ce qu'il est encore possible d'en faire, d'évaluer le coût d'une remise en service en essayant de voir combien de temps cela prendrait. Cela concerne uniquement l'aspect technique. Pour le reste, nous analysons également ce que représenterait une éventuelle reprise sur le plan financier et juridique. Il y a donc beaucoup de travail en perspective.
L'accord conclu hier nous permet d'ouvrir une nouvelle ère. C'est pourquoi ce projet se nomme "Aurora". Si les études se montrent positives, une estimation du parc nucléaire suivra, en tenant compte de tous les risques et des coûts prévisibles. Une grande partie des coûts attendus est déjà couverte par le fonds Hedera pour le stockage des déchets et par le fonds Synatom pour un éventuel démantèlement. Un montant de quelque 25 milliards d'euros est déjà réservé à cette fin. Les éventuels coûts supplémentaires seront identifiés par les études à venir et intégrés ensuite dans l'accord final.
Cette reprise ne doit donc pas nécessairement constituer une charge structurelle pour le budget, certainement pas si l'on tient également compte des coûts de la dépendance énergétique. Il s'agit d'un investissement qui rapportera. En cas d'accord définitif, après des décennies dans le giron français, nous reprendrons nous-mêmes le contrôle de nos centrales nucléaires et pourrons décider de leur avenir. À terme, nous pouvons éventuellement envisager une collaboration avec d'autres partenaires.
By the way, degenen die nu spreken over nationalisering – sommigen juichend, anderen smalend – moeten beseffen dat onze kerncentrales de facto al genationaliseerd zijn, maar dan door Frankrijk en niet door ons. Ik heb dat altijd een bijzonder dwaas idee gevonden. Ik heb als student nog betoogd tegen de verkoop van Tractebel en daarna Electrabel, maar Verhofstadt deed maar voort.
In tijden waarin we de geopolitieke context steeds meer lijken te moeten ondergaan, met alle gevolgen van dien voor onze energiebevoorrading en de prijzen, kan een herwinning van de controle over onze stroommix strategisch uiteraard een belangrijk houvast bieden. Daar gaan wij voor. Wij willen immers een zekere, betaalbare en duurzame energievoorziening, waarvoor we zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van anderen. Ik dank u.
Mathieu Bihet:
Monsieur le président, chers collègues, aujourd'hui, la Belgique pose un acte fort; un acte par lequel notre pays décide de reprendre en main son avenir énergétique pour garantir sa sécurité d’approvisionnement.
Pendant trop longtemps, nous avons hésité. Trop longtemps, nous avons été dépendants. Alors que les repères géopolitiques se redessinent profondément, cela n’est plus tenable. L’énergie est une question de puissance. L’énergie est une question de sécurité. Mais l’énergie est aussi une question de prospérité.
Aujourd'hui, la Belgique a décidé de ne plus être spectatrice. En engageant cette démarche, nous faisons le choix ambitieux de la maîtrise, de la responsabilité, mais surtout – et c’est ce qui manquait – d’une vision à long terme.
Il y a moins d’un an, ce Parlement adoptait la loi qui ouvrait le champ des possibles. L’ouverture des négociations officielles avec ENGIE est possible parce que vous avez permis cette voie.
Aujourd'hui, nous actons une étape importante: la suspension des activités de démantèlement. Elle vise à préserver toutes les options, à protéger la valeur de nos actifs et à donner à la Belgique le temps et les moyens de décider en pleine connaissance de cause.
Pour faire du nucléaire en Belgique, nous devons disposer des outils, des compétences et de l’expertise.
Wij hebben een keuze gemaakt, een keuze voor onze toekomst in kernenergie. We doen dat niet voor onszelf of uit electorale overwegingen. De wet op de kernenergie werd met een heel erg ruime meerderheid goedgekeurd. Ons beleid voeren wij over partijgrenzen heen, over taalgrenzen heen en over politieke grenzen heen. Ons handelen staat in het teken van het algemeen belang en heeft tot doel de welvaart van ons land te versterken, zowel in het noorden als in het zuiden.
Mon équipe et celle du premier ministre, que je remercie chaleureusement ici, ont travaillé et travailleront encore sans relâche.
Chers collègues, nous ouvrons le champ des possibles. Nous voulons une Belgique qui produit davantage d'électricité qu'elle n'en dépend. Nous voulons une production massive d'énergie décarbonée.
Ik wil echter duidelijk zijn: de intentieverklaring is een eerste stap, het begin van een traject dat we voor vele maanden aangaan. De gesprekken zullen veeleisend zijn en er zal een grondige analyse gemaakt worden. Er zal geen definitieve beslissing worden genomen zonder stevige garanties.
Une chose est certaine, aujourd'hui le cap est fixé: une Belgique capable de soutenir son industrie avec une énergie compétitive; une Belgique qui atteint ses objectifs climatiques sans sacrifier sa prospérité; une Belgique qui croit en son savoir-faire, en ses ingénieurs, en son excellence scientifique et technologique. Et ce choix est un choix de confiance dans notre capacité à maîtriser des technologies complexes, de confiance dans notre industrie, de confiance dans nos talents et, surtout, de confiance dans notre avenir.
Et à ceux qui doutaient encore de la place du nucléaire dans notre pays, je le dis sans détour: le débat appartient désormais au passé, le temps est aujourd'hui à l'action. La Belgique ne subira plus son avenir énergétique. À partir d'aujourd'hui, elle le construit.
Bert Wollants:
Dank u wel, mijnheer de eerste minister. Dank u wel, mijnheer de minister. Wat ik hier in de zaal gehoord heb, leert mij dat er een zeer ruim draagvlak is om kernenergie in onze energiemix op te nemen.
Wij zullen alsmaar vaker kernenergie gebruiken; we hebben die energie nodig om onze welvaart veilig te stellen, onze industrie aan te drijven en onze gezinnen met stroom te bevoorraden. Dat wil zeggen dat we het traject moeten starten.
Vandaag starten we een traject dat inderdaad niet makkelijk zal zijn, want onze voorgangers hebben het ons niet makkelijk gemaakt. Met dat traject kijken we naar de toekomst. We hadden dat al jaren geleden moeten opstarten, maar we kunnen niet terug in de tijd. We moeten vooruit. We moeten inderdaad die stap doen.
Voor iedereen hier, op één partij na, is het orderwoord dat we vooruit moeten en dat kernenergie een deel is van onze energiemix. Laten we daar met zijn allen achterstaan en de regering vooruit stuwen in haar betrachting onze energie veilig te maken voor de toekomst.
Marc Lejeune:
Merci monsieur le ministre et monsieur le premier ministre. Dans le nucléaire, il faut déclencher, et surtout maîtriser, une réaction en chaîne. Aujourd'hui, nous pouvons maîtriser notre avenir. Nous avons dans le passé délégué notre souveraineté à une multinationale au sein de laquelle on ne maîtrisait plus rien. Aujourd'hui, nous corrigeons cette erreur.
Cela demande du courage et de l'audace. Mais nous avons, dans notre pays, une histoire forte et des compétences évidentes dans ces matières nucléaires. Aujourd'hui, nous reprenons véritablement notre avenir en main. Cette reprise de nos installations nucléaires entraîne effectivement de grandes responsabilités, mais c'est le propre d'un gouvernement qui prend ses responsabilités et qui s'assume. Nous lui souhaitons plein succès.
Steven Coenegrachts:
Dank u voor de antwoorden, mijnheer de premier, mijnheer de minister. We staan vandaag inderdaad aan het begin van een lang, maar ook zeer onzeker traject. We zijn niet zeker van de uitkomst. We weten niet waar het zal eindigen. We weten niet of het überhaupt mogelijk zal zijn om met ENGIE tot een akkoord te komen.
Ik wil u daarbij alle succes wensen, maar ik vraag u toch ook om over een plan B na te denken. Wat als het niet lukt? Wat als men niet slaagt? Als we er allemaal van uitgaan dat alles al beklonken is, zit ENGIE pas echt in een zetel. U moet op elk moment neen durven te zeggen, omdat het onder de voorgestelde voorwaarden niet kan. Blijf dus voorzichtig en sluit die deal onder de juiste voorwaarden. We zullen dat de volgende weken zeker samen opvolgen.
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, vous reconnaissez officiellement que laisser les secteurs de l'énergie au privé était une erreur. C'est déjà une victoire en soit. Aujourd'hui, voir des libéraux reconnaître que laisser l'énergie au privé est une erreur, c'est un beau cadeau!
Le secteur de l'énergie est crucial pour les gens, pour l'industrie et pour le climat. On ne peut pas laisser un secteur aussi important au privé. Ce que vous proposez aujourd'hui, ce n'est pas de reprendre le contrôle sur le secteur pour assurer des prix bas et des investissements pour la transition, mais de nationaliser les pertes et les risques, en privatisant les profits. Je vous le redis pour la cinquième fois, ce sont encore les travailleurs qui vont payer. Nous ne sommes pas d'accord avec ça.
Jean-Marie Dedecker:
Premier, na 25 jaar energiebeleid van paars-groen zitten we momenteel met de grootste CO 2 -uitstoot en de duurste energie. Later op de agenda volgen vragen over de verhuizing van de petrochemie. Voor onze gas betalen we vier keer de prijs die de rest van Europa betaalt wegens het hier gevoerde beleid.
Daarom feliciteer ik u, echt waar, met de beslissing om eindelijk opnieuw de overstap te maken naar kernenergie. We hebben de kennis. Laat u niet in de zak zetten door de Fransen. We hebben de kennis. Haal die 450 ingenieurs die nu in Gravelines werken, in Duinkerke, en die vroeger in Doel zaten, terug. Zij kunnen het. Oude kerncentrales die stil lagen, zijn al opnieuw opgestart. Ga maar eens kijken naar Three Mile Island in Amerika. Laat u dus niet in de zak zetten. Ik weet dat het kwaad kersen eten is met de Fransen, aangezien zij, dankzij iedereen die hier voor mij zit, dat contract hebben afgesloten dat ontzettend nefast is voor ons. Ik wens u veel succes.
Phaedra Van Keymolen:
Heren ministers, met cd&v zeggen we vandaag ja. Een ja-woord is echter geen blanco cheque. We verwachten een deal die strategisch sterk en transparant is, want het huwelijk moet ook op lange termijn standhouden. Dat is althans de bedoeling. Maak dus werk van dat akkoord. Ga voor de bijkomende verlengde openingsduur van de jongste centrales. Maak ook werk van die nieuwe generatie reactoren en zet de turbo op hernieuwbare energie in het kader van onze energiemix en onze strategische onafhankelijkheid. Hoe sneller we onafhankelijk worden, hoe beter.
Christophe Bombled:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre de l’Énergie, le groupe MR salue cette étape décisive. En effet, l’État fait le choix de la responsabilité. Oui, le choix de la responsabilité, avec un double objectif à long terme: la sécurité d’approvisionnement et la compétitivité de notre économie.
Nous concrétisons ainsi la vision que nous défendons depuis des années. Quelle est-elle? Eh bien! c’est celle d’un État stratège, qui sécurise une énergie bas carbone, fiable et maitrisée, au service des ménages, des entreprises et du climat.
François De Smet:
Merci pour vos réponses.
Je tiens à relever trois choses. Tout d'abord, vous avez parlé d’une étude approfondie de l’outil à réaliser par des experts indépendants. Je serais assez intéressé de savoir de qui il s’agit. Ce serait précieux.
Ensuite, j’entends l’idée que cela n’aboutira pas nécessairement à une charge en plus pour l’État belge, vu les provisions existantes. Ce serait la moindre des choses, puisque ces réacteurs ont effectivement déjà été amortis plusieurs fois .
Enfin, je suis heureux, monsieur Bihet, que le MR conçoive désormais qu’il est possible de gérer publiquement avec efficacité. Petite devinette. Qui a dit: "L’État est le plus mauvais actionnaire du monde"? C'était M. Bouchez au sujet de Proximus. Je vous remercie pour ce virage prometteur.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, het is goed dat de verschillende pistes worden bekeken. Dat de politiek het niet bij woorden houdt maar ook concrete acties onderneemt, is nog beter. De federale regering gaat nu onderhandelen met ENGIE. De Vlaamse regering heeft een belangrijk akkoord afgesloten over Ventilus, wat nodig is om de elektriciteit van zee aan land te brengen. Natuurlijk moeten we ook verder bouwen aan de Prinses Elisabethzone, de windmolens op zee, zodat we onze burgers en bedrijven kunnen blijven verzekeren dat er ook in de toekomst zekere, duurzame en betaalbare energie zal zijn in dit land.
Barbara Pas:
Eindelijk deelt men het standpunt van het Vlaams Belang dat kernenergie de beste garantie is voor duurzame, betrouwbare en betaalbare energie.
Aan iedereen die hier vandaag zo blij is dat er eindelijk iets gebeurt wat eigenlijk 10 jaar geleden al had moeten gebeuren, het is door uw wanbeleid dat dit vandaag veel meer zal kosten aan de belastingbetaler. Die onnodige afbraak herstellen kost geld. U moet dat trouwens niet op de vorige regering steken, onder Vivaldi was het kalf allang verdronken. De laatste kans om die kernuitstap terug te draaien was onder de Zweedse regering. Toen vond de N-VA dat echter geen breekpunt waard.
Energie in eigen handen houden is een goede zaak, maar het zou nog beter en duurzamer zijn als u dringend werk maakt van nieuwe, moderne Vlaamse kerncentrales. Ik zou daar aan de overkant ook eens werk van maken, premier.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega's, ik kan het eigenlijk niet beter zeggen dan minister Bihet: c’est une choix de confiance, vertrouwen dat we deze keer met ENGIE wel een deal kunnen sluiten die goed is voor de begroting, vertrouwen dat de MR-ministers, zoals Bihet en Marghem, deze keer wel extra capaciteit zullen ontwikkelen, vertrouwen dat de overheid kerncentrales kan uitbaten waarvan de privé zegt dat ze niet meer te redden zijn. Collega's, ondertussen krijg ik op mijn eenvoudigste vragen geen antwoord. Hoeveel kost deze tijdelijke deal? Wie zal die onafhankelijke studies doen? Op welke businesscase baseert men zich? Daarover blijft het stil. Dat geeft mij alvast vertrouwen in één ding, het zal ons allemaal heel veel geld kosten. Ondertussen zullen de partijen van de meerderheid de besparingen nog wat verder aandraaien, zodat het de burger zal zijn die hier dubbel voor zal betalen. Als het van ons afhangt, zal dat niet gebeuren.
-
Vraag: Het jobverlies in onze maakindustrie
Vraag: De 1 meivieringen en de aanvallen van de arizonacoalitie op de werknemers
Vraag: De taskforce voor Volvo Car Gent
Vraag: De toekomst van de maakindustrie en de taskforce voor Volvo Car Gent
Vraag: De Belgische maakindustrie
Vraag: De modernisering van de arbeid, met de uitbuiting van de werknemers
Vraag: De 1 meivieringen en het jobverlies in de maakindustrie
economie en werkHet jobverlies in onze maakindustrie
De 1 meivieringen en de aanvallen van de arizonacoalitie op de werknemers
De taskforce voor Volvo Car Gent
De toekomst van de maakindustrie en de taskforce voor Volvo Car Gent
De Belgische maakindustrie
De modernisering van de arbeid, met de uitbuiting van de werknemers
De 1 meivieringen en het jobverlies in de maakindustrie
De toekomst van de Belgische maakindustrie, arbeidsmodernisering en werknemersrechten summaryExplanationGesteld door
N-VA Lieve Truyman
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Vooruit Anja Vanrobaeys
PVDA-PTB Robin Tonniau
cd&v Tine Gielis
PS Sophie Thémont
VB Kurt Moons
Beantwoord door
N-VA Bart De Wever (Eerste minister)
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 30 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de toekomst van de Belgische industrie en arbeidsmarkt, met Volvo Gent en Nike Laakdal als pijnpunten waar duizenden jobs op de helling staan. Critici (o.a. PS, Vooruit, PVDA) bekritiseren de regering-De Wever voor verzwakte arbeidsrechten (uitbreiding nachtwerk, flexibele contracten, lagere werkloosheidsuitkeringen) en verlies aan koopkracht, terwijl ze bedrijven bevoordelen met belastingverlagingen en subsidies—zonder garantie op jobbehoud. De regering (N-VA, MR) verdedigt haar competitiviteitsplan (loonkostenverlaging, energiekortingen, taskforces voor Volvo/Nike) als noodzakelijk om industrie te behouden, maar ontkent dat sociale afbouw de oplossing is; De Wever benadrukt discrete bedrijfsdialogen en langetermijninvesteringen (bv. e-mobiliteit), terwijl Clarinval wijst op 1 miljard euro loonkostenverlaging en hervormingen zoals flexi-jobs. Kernconflict: Welvaartcreatie vs. sociale bescherming—moet België concurreren via lagere lasten (regering) of sociale normen versterken (oppositie) om jobs en koopkracht te redden?
Lieve Truyman:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, sinds jaren vormt de industrie in ons land een fundament voor onze welvaart en werkgelegenheid. Geopolitiek zitten wij echter in woelig water. Dat vertaalt zich jammer genoeg in een onstabiele economie, die steeds grotere uitdagingen met zich brengt, met name veel te dure energie, torenhoge loonlasten en een gigantische regeldruk. Investeringen blijven uit en ons concurrentievermogen daalt. Ons fundament dreigt te barsten. Dat horen wij in het hele economische landschap, van de auto-industrie tot de chemie- en farmasector.
De industrie ligt u na aan het hart, maar de erfenis is niet min. De arizonaregering pakt het anders aan. Mijnheer de premier, in februari 2026 bracht u in Antwerpen en in Alden Biesen de Europese leiders samen om de competitiviteit van onze industrie te bespreken. U gaat geen moeilijke uitdagingen uit de weg. U gaat in gesprek met Engie om het nucleaire park opnieuw over te nemen. Er is ook een taskforce opgericht rond Volvo Cars Gent om de toekomst van de site en de jobs van meer dan 6.000 werknemers te verzekeren. U en uw regering kijken dus niet de kat uit de boom.
De arizonaregering gaat proactief te werk en biedt opnieuw opportuniteiten. Wij zijn het erover eens dat onze productiviteit omhoog moet. Alleen op die manier kunnen wij werkzekerheid bieden en jobs behouden. Daarop moet de focus liggen op de Dag van de Arbeid.
Ik heb slechts één vraag. Welvaart is de ruggengraat van onze samenleving. Hoe krijgen wij onze welvaartcreatie opnieuw op kruissnelheid?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre à la veille du 1 er mai, que le MR s'apprête à fêter à Blegny-Mine, je vous ai préparé un petit briefing. Il sera peut-être utile aussi pour M. le premier ministre, qui y fera peut-être une apparition surprise.
Le charbonnage a été ouvert en 1779. On y travaillait 12 heures par jour, même la nuit, sauf le dimanche et les jours fériés. Évidemment, ces jours n'étaient pas rémunérés, ni les jours de non-travail ni les jours de maladie. Les enfants descendaient à la base dans la mine dès huit ans. Puis l'âge minimum a été progressivement relevé à 10 ans, puis à 12 ans, puis à 15 ans, puis à 18 ans seulement en 1983. C'est récent.
Le travail de nuit dans la mine a été interdit pour les jeunes dès 1889, puis dans tous les secteurs dans les années 70.
Les travailleurs se sont organisés, ils se sont battus pour défendre leurs droits, pour avoir le droit de grève, pour la journée de huit heures, pour des congés payés, pour des primes de nuit; bref, pour pouvoir protéger leurs droits et dégager du temps pour eux. Dans ce Parlement, des générations de ministres, de parlementaires, se sont succédé pour faire ce travail de synthèse entre les besoins et les intérêts de différents groupes présents dans la société, et trouver un équilibre.
Mais aujourd'hui, force est de constater qu'il n'y a qu'un certain patronat qui obtienne voix au chapitre dans votre travail. Le travail de nuit est réintroduit dans tous les secteurs, le travail du dimanche revient, l'assurance chômage est également réduite, l'augmentation du temps de travail est généralisé, et on assiste à la multiplication de différentes formes de travail précaires.
À la veille du 1 er mai, alors qu'une manifestation nationale d'ampleur se prépare, que les mouvements sociaux se déclenchent chez Aldi, chez bpost, chez les pilotes d'avions, dans les écoles, réalisez-vous que les travailleurs et les travailleuses n'ont pas voté pour ce programme? (…)
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, Joran woont net zoals ik in Aalst en werkt bij Volvo. De voorbije week stond hij om vier uur ’s ochtends op, klaar voor de werkdag, net zoals zijn collega’s. Op de radio hoorde hij zijn baas vertellen dat er een probleem is met Volvo Gent. Alle alarmbellen gingen af. Volvo is immers meer dan een autofabriek. Het is de levenslijn voor Joran, voor zijn 6.500 collega’s en voor de duizenden gezinnen bij de toeleveranciers, die afhankelijk zijn van wat daar van de band rolt. Als die band stopt met draaien, weten we wat er gebeurt. We hebben dat gezien bij Renault Vilvoorde, Opel Antwerpen, Ford Genk en Audi Brussel. Dat zijn sociale drama’s, levenslange littekens.
Vandaag gaat het om meer dan een bedrijfsbeslissing. Onze industrie staat onder druk door een internationale handelsoorlog, importtarieven, de oorlog in Iran en stijgende energieprijzen. Dat sijpelt door naar de werkvloer in Gent. Onze werknemers dreigen opnieuw de prijs te betalen voor de waanzin van Trump. Volvo Gent is net wat België nodig heeft: vakmanschap, kennis en innovatie. We moeten er alles aan doen om de laatste autofabriek in België te behouden.
Hoe zult u ervoor zorgen dat vandaag niet het einde van een tijdperk wordt, maar het begin van een sterk en innovatief industriebeleid, zodat de industrie in België blijft, met goede jobs?
Robin Tonniau:
Mijnheer De Wever, morgen zal ik 1 mei vieren in Gent, aan de Zuid en onder de schaapstal. Ik zal daar naar strijdbare speeches luisteren en de Internationale zingen met kameraden, maar ik zal daar ook een pintje drinken met mijn oud-collega’s van Volvo en met syndicalisten van Volvo en de toeleveringsbedrijven.
Ik heb daar zelf zeven jaar gewerkt, bodies gekapt, vloeren gelast, kofferrubbers gemonteerd en pedalen gestoken, allemaal werk dat ik met mijn twee handen heb uitgevoerd. Ik heb vroege en late shifts en de vaste nacht gedaan. Vorig jaar hebben ze bij Volvo Cars Gent alleen al 212.000 auto’s gebouwd. Kunt u zich dat voorstellen? Die werknemers bekopen dat met hun gezondheid. Dat is hard werk, zowel fysiek als mentaal, en die arbeiders verdienen niet te veel. Ze hebben al loon ingeleverd, ze werken al langer en hun pauzes zijn al ingekort.
Mijnheer De Wever, u moet eens opzoeken hoeveel winst Volvo Cars Gent de jongste jaren heeft geboekt dankzij het werk van die arbeiders en hoe weinig van die winst terugvloeit naar de arbeiders zelf. Wat heeft Volvo immers gedaan? Het heeft al die winsten vanuit Gent gebruikt om een nieuwe fabriek te bouwen in Slovakije. Nu die fabriek in Slovakije bijna klaar is, zegt Volvo dat het met een groot probleem van overproductie zit.
Mijnheer De Wever, iedereen had dat hier zien aankomen. Die winsten uit Gent hadden in Gent geïnvesteerd moeten worden, in nieuwe technologie, zoals die megacasting.
Mijnheer de premier, wat is uw visie op onze maakindustrie? Hoe zult u de tewerkstelling bij Volvo Cars Gent veiligstellen?
Tine Gielis:
Heren ministers, gisteren ging een schokgolf door Laakdal en de Kempen toen Nike aankondigde dat 325 jobs op de helling staan, boven op de 411 jobs waarvan eerder al werd aangegeven dat ze bedreigd zijn. Nike is met een tewerkstelling van bijna 5.000 mensen een enorm belangrijke werkgever in onze streek. Die aankondiging betekent helaas dat er vanmorgen in honderden gezinnen stiltes zijn gevallen aan de ontbijttafel en dat vele honderden werknemers een slapeloze nacht achter de rug hebben en zich bijzonder onzeker voelen over wat de toekomst voor hen zal betekenen.
Als burgemeester van Laakdal raakt die situatie me persoonlijk erg en heb ik tal van bezorgde berichten ontvangen. Ik ben zelf in gesprek met de directie en hoor zowel van hen als van de vakbonden dat ze alle kansen willen geven aan het sociaal overleg. Het is bijzonder belangrijk dat ieders stem wordt gehoord en dat er samen wordt nagedacht over de toekomst van dat mooie bedrijf. Ik hoop dan ook dat er snel duidelijkheid komt voor alle betrokkenen.
Dat nieuws komt echter in een periode van grote economische onzekerheid in verschillende sectoren. De voorbije weken hebben we het al gehad over de chemiesector en ook de toekomst van Volvo Gent staat vandaag hoog op de politieke agenda.
Heren ministers, voor cd&v is het duidelijk: we mogen de maakindustrie en de logistieke sector in dit land niet loslaten. We moeten blijven inzetten op maximaal jobbehoud. Mijn vraag aan u beiden is dan ook of u bereid bent om dat dossier van zeer nabij op te volgen. Dank u wel.
Sophie Thémont:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, demain, ce sera le 1 er mai. Les travailleurs vont littéralement crouler sous le poids des cadeaux gouvernementaux. Nous ne savons, du reste, par où commencer parce que nous n'avons que l'embarras du choix.
Vous promettez un double saut d'index, alors que les prix explosent et qu'on annonce une inflation de 4 %. Cadeau! Vous généralisez le travail de nuit et vous supprimez les primes entre 20 et 23 h pour tous les secteurs de la distribution, entraînant des pertes jusqu'à 500 euros par mois. Cadeau! Vous réintroduisez la période d'essai et vous limitez le préavis afin qu'on puisse licencier encore plus facilement. Encore un cadeau! Vous réduisez la durée minimum du contrat de travail, trois heures par semaine, de sorte que les travailleurs n'auront plus qu'à cumuler les petits contrats et s'épuiser sans aucune sécurité de revenu. Cadeau! Vous encouragez les heures supplémentaires sans sursalaire ni cotisations sociales. Cadeau! Vous autorisez l'ouverture des commerces sept jours sur sept, si bien que les travailleurs n'auront plus de vie. Encore une cadeau! Vous instaurez un malus pension et vous durcissez les conditions de carrière: travailler plus longtemps pour gagner moins. Cadeau! Vous ne prenez plus en compte la pénibilité des métiers pour la pension. Et je rappelle quand même que nous serons encore le seul pays d'Europe dans ce cas. Donc, se tuer au travail et travailler plus longtemps, c'est encore un cadeau!
Messieurs les ministres, c'est donc cela, votre modernisation du travail, vos récompenses accordées aux travailleurs. Ma question est très simple: qu'allez-vous encore leur offrir dans les prochains mois?
Kurt Moons:
Heren ministers, morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid, een dag die het Vlaams Belang vanuit de traditie van ons volksnationalisme al jaar en dag viert, met aandacht voor de koopkracht, de waardigheid en de zelfontplooiing van de werkende Vlaming. We zien echter telkens opnieuw hetzelfde. Degenen die zich het luidst opwerpen als verdedigers van de werkende mens, vergeten diezelfde werkende mens zodra ze aan de beleidsknoppen zitten.
Ook de regering-De Wever heeft voor de werkende mens vooral één boodschap: u mag werken, u mag betalen en u mag vooral niet te veel terugverwachten. Met de programmawet haalt u via de centenindex en een reeks nieuwe belastingen opnieuw geld uit de zakken van de vijf miljoen werkenden in dit land, die vorige week trouwens al werden afgescheept met een bijzonder beperkte energiesteun. Tegelijk kreunen onze bedrijven onder torenhoge loon- en energiekosten. Volvo Gent, waar 6.500 jobs op de helling staan, is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Intussen zitten we met de grootste faillissementsgolf in jaren.
Ik vraag mij af wat een Volvo taskforce vol ministers baat, als u aan de basis niets anders doet dan extra belastingen verzinnen. Wat baat het om nachtarbeid extra te belasten, terwijl net die bedrijven nachtarbeid nodig hebben om competitief te blijven? Wat baat het om de indexering van werknemers via de centenindex af te romen en naar extra sociale bijdragen door te sluizen?
Mijnheer de minister, een welvarende bevolking bestaat slechts dankzij sterke, productieve bedrijven die jobs creëren, investeren en hun personeel degelijk kunnen vergoeden. Ik heb hierover twee vragen. Wanneer maakt u eindelijk werk van een ernstig, regionaal aangepast arbeidsmarktbeleid dat de koopkracht van de burger echt kan beschermen? Wanneer gaat u eindelijk snoeien in de overheidsuitgaven, in plaats van telkens opnieuw te graaien in de portefeuille van de hardwerkende burger?
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour vos questions. Le ministre de l’Économie et de l’Emploi, mon ami David, y répondra dans un instant de manière plus détaillée et approfondie.
Je me limiterai aux questions concernant la task force et aux considérations générales. Je peux confirmer qu’au début de cette année, une task force a été créée sous ma direction afin d’engager un dialogue stratégique et structurel avec Volvo Cars.
Avec son usine de Gand, Volvo est l’un des plus grands employeurs industriels de notre pays et également le dernier constructeur automobile. La création de cette task force n’a pas été motivée par un danger immédiat, mais vise plutôt à anticiper des préoccupations plus larges concernant l’avenir de l’industrie en Europe, en particulier l’industrie automobile.
Gelet op de bekende uitdagingen van onze industrie leek het me verstandig om met zo’n cruciale speler een open dialoog permanent gaande te houden met het oog op de lange termijn, eerder dan pas te beginnen spreken als het te laat is, zoals dat in het verleden vaak gebeurd is. We voeren ook gesprekken over maatregelen op de korte termijn, voor alle duidelijkheid. Die stellen ons in staat de problemen op de lange termijn beter in te schatten en de problemen op korte termijn goed op de radar te krijgen.
We willen vooral ook – het is eigenlijk een positief verhaal – het economische klimaat op de best mogelijke manier faciliteren, toekomstige investeringen aanmoedigen en werk maken van een breder ecosysteem voor de elektrischewagensector. Daar hebben we wel wat troeven voor. We hebben een strategische ligging. We hebben een ontsluiting via de haven van Gent. Er is onze logistieke kennis ter zake en de kunde van onze arbeidskrachten. Dit zijn daartoe gigantische hefbomen.
We moeten echter toegeven dat we ook zwakheden hebben. Het zou interessant zijn om daar heel diep op in te gaan, specifiek voor de betrokken fabriek en de betrokken sector, maar dat kan nu niet. Zo’n dialoog voert men in vertrouwen en dat vertrouwen is gebaseerd op discretie.
Ik ontvang heel veel bedrijven. Voor mij had dit niet in de openbaarheid moeten komen. Er lopen heel veel permanente dialogen met bedrijven in de Wetstraat nr. 16. Men kan er dus op rekenen dat de discretie in nr. 16 altijd gegarandeerd is en gerespecteerd wordt. Dit is nu naar buiten gekomen, maar ik zou hier niet graag verantwoording afleggen over alle bedrijven en alle dialogen die we voeren. Ik begrijp de vragen, maar u moet ook mijn positie begrijpen.
Wat de opmerking over Nike in Laakdal betreft, de onderhandelingen tussen de vakbonden en de directie zijn lopende. Dat hebt u aangehaald. Het is logisch dat we afwachten of ze resultaat opleveren, maar weet wel dat mijn deur openstaat. Ik heb de directie van Nike al ontvangen, enkele maanden geleden. Ik voelde eerlijk gezegd de bui toen al een beetje hangen. Ik heb toen ook gezegd dat mijn deur voor hen openstaat, om problemen te helpen opvolgen. Die deur blijft openstaan, voor alle duidelijkheid.
Ik wil afsluiten met een antwoord op de algemene beschouwingen, of op het betoog dat sommigen hier hebben gevoerd. Het lijstje horrormaatregelen waarmee de regering volgens de PS bezig is, klopt niet. Ik meen dat we in feite, los van de leugenachtige dingen die verteld zijn, bezig zijn aan een lijst hervormingen die werken meer logisch en lonend maken. Dan is het aan de andere kant natuurlijk ook belangrijk om ervoor te willen zorgen dat er voldoende werkgelegenheid is die welwillende mensen in staat stelt een goede job te vinden. In die zin vind ik de verwijten uit de extreemlinkse hoek toch wel enigszins ironisch, zeker als 1 mei daarbij wordt betrokken, met allerlei slogans die oproepen tot massale stakingen.
Sommigen menen blijkbaar nog altijd dat dit land aantrekkelijk wordt voor industriële en andere werkgevers als wij ons tot de stakingskampioen van Europa blijven kronen, wat wij zijn. De economische realiteit is volgens mij anders.
Dans l’intérêt des travailleurs, ce gouvernement s’efforce de mener une politique qui maintient le moteur de l’emploi en marche, tout en incitant chacun à continuer à le faire tourner. Cet équilibre n’est pas toujours évident, mais avec cette large coalition, je suis convaincu qu’avec de la bonne volonté, nous pouvons continuer à trouver le juste équilibre.
David Clarinval:
Chers collègues, la situation de Volvo Car Gent – et plus généralement celle de toute l’industrie européenne – est au cœur de l’action du gouvernement. Elle nous interpelle également car elle touche à l’emploi, à notre tissu économique et à notre capacité à produire en Europe.
La task force mise en place autour de Volvo Car Gent illustre l’engagement du gouvernement à préserver l’avenir du secteur automobile en recherchant, avec les acteurs concernés, des solutions pour renforcer sa compétitivité dans un contexte international exigeant. Cette démarche s’inscrit dans une stratégie plus large visant à soutenir durablement l’industrie en agissant à la fois sur les coûts, l’innovation, la formation et l’adaptation du marché du travail.
Face à ces défis, le gouvernement agit avec détermination. Plusieurs mesures importantes ont déjà été engagées. Nous avons décidé de réduire d’un milliard d’euros les coûts salariaux afin de redonner de l’oxygène à nos entreprises et de renforcer leur capacité à investir et à créer de l’emploi.
Wij hebben ook een energienorm ingevoerd die is aangepast aan elektro-intensieve industrieën om een competitief kader te garanderen ten aanzien van onze Europese buren. Gelijklopend wordt de arbeidsmarkt hervormd om die flexibeler, aantrekkelijker en beter aangepast te maken aan de huidige economische realiteit, iets waarover wij gisteren nog hebben gedebatteerd.
Madame Thémont, à la longue liste que vous avez citée, vous pouvez ajouter le fait que nous avons décidé, ce matin, de transmettre au Parlement la réforme ambitieuse des flexi-jobs. Elle pourra ainsi être votée rapidement car elle est attendue.
Met het competitiviteitsplan 2025-2030 geven we de industriële heropleving duidelijk een centrale plaats in onze economische strategie. Het werk moet doorgaan. De uitdagingen zijn talrijk en vergen standvastigheid, dialoog en ambitie.
Al die werven moeten samen één doelstelling verwezenlijken: de competitiviteit van onze industrie duurzaam herstellen en onze arbeidsmarkt verbeteren. In aanloop naar 1 mei, het Feest van de Arbeid, is het essentieel eraan te herinneren dat het beleid van de regering erop gericht is de werkgelegenheid te beschermen en te versterken, onze werknemers te ondersteunen en een solide industriële toekomst voor ons land te garanderen. In die geest zullen we blijven handelen, met verantwoordelijkheid en vastberadenheid.
Lieve Truyman:
De houding en de daadkrachtige acties van de arizonaregering tonen aan dat u de urgentie voelt. ( Rumoer op de banken van de Vlaams Belangfractie ) Collega’s van het Vlaams Belang, de werknemers van Volvo lachen niet met uw houding.
Onze troeven zijn bekend. We hebben in ons land de kennis en de innovatiekracht. Met onze havens beschikken we ook over een geografisch toegankelijke ligging, een belangrijke poort naar Europa en de wereld. Voor duizenden gezinnen en werknemers is de bezorgdheid over werkzekerheid en over een toekomstperspectief niet theoretisch, maar concreet. Ik heb er alle vertrouwen in. Blijf die belangen met overtuiging verdedigen, voor onze jobs en voor onze welvaart.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Premièrement, aujourd’hui, c'est un leurre de continuer à prétendre que le travail coûte trop cher, car, d’une part nous avons résorbé notre handicap salarial et, d’autre part, la fiscalité élevée est compensée par des milliards de subsides versés aux plus grandes entreprises.
Deuxièmement, dans un marché néolibéral globalisé tel qu’il fonctionne aujourd’hui, nous ne pouvons pas gagner au jeu de l’affaiblissement des normes sociales et des conditions de travail. Nous devons au contraire assumer notre responsabilité de pays occidental en relevant les standards. Nous devons faire en sorte que nous ne nous retrouvions plus – comme c’est le cas aujourd’hui – avec des enfants de neuf ans travaillant dans des ateliers qui fabriquent des jeans pour Shein, pour 80 centimes par jour. Là, nous disposons de leviers pour agir. Nous ne gagnerons pas, nous ne créerons pas d’emplois en jouant ce jeu du nivellement par le bas. Ce n’est souhaitable pour personne, ni ici, ni ailleurs.
Anja Vanrobaeys:
Heren ministers, bedankt voor uw antwoord. De kwestie gaat inderdaad ruimer dan Volvo Car Gent. Eigenlijk luidt de fundamentele vraag of we in België nog zelf dingen zullen maken dan wel enkel nog zullen invoeren, en worden we afhankelijk van wereldleiders die elke dag van koers veranderen. Het Vlaams Belang toetert hier wel veel, maar is wel al jaren bevriend met Trump, die onze welvaart bedreigt. Waarover gaat het hier in de eerste plaats? Het gaat over zovele mannen en vrouwen die in vroege en late ploegendienst werken en onze band laten draaien. Zij zijn de motor van onze economie.
Morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid. Voor Vooruit is het duidelijk. Een sterk industriebeleid is een sociaal beleid. Investeren in onze fabrieken beschermt onze gezinnen, onze koopkracht en onze toekomst. Daarvoor neemt Vooruit zijn verantwoordelijkheid. Daarvoor zal Vooruit altijd strijden, niet alleen morgen op 1 mei, maar elke dag opnieuw.
Robin Tonniau:
Vooreerst herinner ik de heer Moens van het Vlaams Belang eraan dat 1 mei geen feestdag is van de Vlaamse nationalisten. Het is een feestdag van de arbeiders. Op 1 mei zingen we de Internationale. Op 1 mei zingen we antifascistische liederen. Het is onze feestdag. Het is de feestdag van de socialisten, een strijddag. Het is een strijddag voor tijd, voor loon en voor goede werkomstandigheden, voor alle arbeiders wereldwijd.
Mijnheer De Wever, wat Volvo Car Gent betreft, als we willen dat elektrificatie werkt, als we willen dat er een afzet is voor die wagens in ons land, moeten we dat plannen. Waar is het plan? Waar zijn de laadpalen? Waar is de infrastructuur? Bovendien zijn de wagens die verkocht worden, veel te duur. We moeten dat eigenlijk (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, ik onthoud dus vooral dat uw deur openstaat, ook voor Nike. Dat stemt mij alleszins tevreden, want het is en blijft onze rol en opdracht als overheid en beleidsmakers om de juiste omstandigheden te creëren waarin bedrijven, in welke sector dan ook, kunnen groeien en bloeien. Daar worden we inderdaad allemaal beter van.
Het thema van dit debat is weerom een eyeopener. We moeten elkaar hierin kennen en net daarom is sociaal overleg zo belangrijk. Overheid, werkgevers en werknemers hebben een gedeeld belang. We moeten zorgen voor bloeiende bedrijven die kwalitatieve jobs in onze regio opleveren. Laten we daar samen voor blijven gaan.
Sophie Thémont:
Je trouve, monsieur Clarinval, votre humour déplacé. Vous m'avez en effet rappelé que j'avais oublié la flexibilité dans ma liste. Vous connaissez le nombre de faillites, qui atteint un record actuellement: 3 048 entreprises ont déposé le bilan au premier trimestre 2026, et 34 238 emplois ont été perdus en 2025!
Toutes vos réformes de modernisation du travail, comme vous dites, c'est un chèque en blanc pour l'exploitation sans limite des travailleurs. La démolition pure et dure des acquis sociaux. Et, en plus, vous êtes incapable de préserver l'emploi. On vient de parler de Volvo, mais je peux aussi vous parler des fonderies liégeoises, où 140 emplois ont été perdus chez Marichal Ketin. Alors, oui, nous continuerons ici à nous battre et à défendre les travailleurs et les travailleuses!
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, een echt regionaal arbeidsmarktbeleid, met financiële verantwoordelijkheid voor de gewesten, dat zou pas verandering brengen voor de hardwerkende burgers in dit land. Dat staat echter niet in het regeerakkoord en werd ook niet geëist door de N-VA. Wat wel in dat akkoord staat, is duidelijk, namelijk extra accijnzen, extra belastingen en speciaal voor Volvo en Nike een verhoging van de lasten op ploegenarbeid en nachtwerk. Daarbovenop komt nog de centenindex.
De regering-De Wever is geen hervormingsregering, maar een belastingregering. Ze beweert dat het geld op is maar er zit nog genoeg vet op de soep. Denk aan de migratiefactuur, aan het leefloon voor niet-Belgen en aan het uitblijven van een aparte sociale zekerheid voor migranten, zoals die in Denemarken werd gerealiseerd, met socialisten trouwens. De Vlamingen zijn de meest gepluimde kippen van Europa. Zij zijn het beu te moeten opdraaien voor een asociaal beleid dat werkenden belast en profiteurs ontziet.
Wanneer komt eindelijk de hoogstnodige ommezwaai?
Voorzitter:
Ik bevrijd de premier van zijn opdracht hier in de plenaire vergadering. De heer Clarinval moet echter nog even blijven.
-
Vraag: De overwinstbelasting
Vraag: De overwinstbelasting
Vraag: De Trumptaks of de overwinstbelasting voor big oil
Vraag: Het budget van 80 miljoen euro voor energiemaatregelen
Vraag: De regeringsmaatregelen met betrekking tot de energieprijzen
Vraag: De energiesteunmaatregelen
Vraag: De rente, het primaire saldo en de begroting
Vraag: Het Europese initiatief voor een belasting op de overwinsten van energiebedrijven
Vraag: De overwinstbelasting
klimaat, energie en landbouwDe overwinstbelasting
De overwinstbelasting
De Trumptaks of de overwinstbelasting voor big oil
Het budget van 80 miljoen euro voor energiemaatregelen
De regeringsmaatregelen met betrekking tot de energieprijzen
De energiesteunmaatregelen
De rente, het primaire saldo en de begroting
Het Europese initiatief voor een belasting op de overwinsten van energiebedrijven
De overwinstbelasting
Belasting op overwinsten en overheidsmaatregelen voor energie en begroting summaryExplanationGesteld door
Anders. Steven Coenegrachts
Vooruit Oskar Seuntjens
Ecolo-Groen Jeroen Van Lysebettens
PS Éric Thiébaut
DéFI François De Smet
ONAFH Jean-Marie Dedecker
N-VA Axel Ronse
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
VB Lode Vereeck
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de energiecrisis en de reactie van de regering, met scherpe tegenstellingen over overwinstbelastingen, accijnsverlagingen en begrotingsdiscipline. Vooruit, Groen en PTB eisen een onmiddellijke overwinstbelasting op oliebedrijven (met 11-20 miljard euro winsten) en kritiseren de regering voor te kleine, te late maatregelen (80 miljoen euro steun vs. miljarden in Spanje/Nederland), terwijl N-VA en LDD dit afdoen als "socialistische roofzucht" en pleiten voor bezuinigingen en accijnsverlagingen (17-27 cent/liter). MR-minister Clarinval verdedigt het tijdelijke, gerichte akkoord (kilometervergoedingen, sociale fondsen) en wacht op Europese afstemming over de overwinstbelasting, wat PTB en Groen als "vertragingstactiek" afschilderen. Kritiek op de regering (traagheid, gebrek aan visie, "Arizona-chaos") en onderlinge beschuldigingen (N-VA: "geen nieuwe belastingen"; Vooruit: "bedrijven als boeman") domineren, met geen concrete oplossing voor de stijgende energiekosten of structurele energieonafhankelijkheid.
Steven Coenegrachts:
Mijnheerde minister, drie weken geleden heeft Arizona de meerwaardetaks, het meerwaardemonster, goedgekeurd. Ik weet, mijnheer de minister, dat het wat tegen uw goesting was. De leden van de N-VA van de MR hebben met lange tanden op dat groene knopje moeten duwen, denkende: un moment de honte est vite passé, dan zijn we er vanaf en kunnen we eindelijk vooruit met Arizona.
Drie weken later komt Vooruit echter opnieuw met een voorstel om een nieuwe belasting in te voeren. Als een bedrijf meer winst maakt dan gedacht, dan moet dat wegbelast worden. Collega Seuntjens, het is mooi vandaag weer. Er zijn ijsjesverkopers die dat niet hadden ingeschat, die verkopen vandaag meer ijsjes dan ze hadden ingeschat en maken meer winst dan ze hadden ingeschat. Collega’s, collega Seuntjens vindt dat men dat moet wegbelasten. Volgende week gaat het regenen. Er zijn mensen die paraplu’s verkopen en die hadden dat ook niet ingeschat. Die gaan dus volgende week meer winst maken. Collega Seuntjens vindt dat men dat moet wegbelasten.
Van Vooruit verwacht ik dat nog, dat is eigenlijk niet het probleem. De heer Georges-Louis Bouchez beloofde echter pas de nouvelles taxes . Ik geloofde hem, totdat hij dinsdag onze premier naar de Europese top stuurde en vroeg om hem een plezier te doen en in Europa te pleiten pour une nouvelle taxe . Ik begrijp daar niks van, collega’s.
Mijnheer de minister, ik wil van u het volgende weten. Kunt u hier bevestigen dat u eindelijk gaat stoppen met het invoeren van nieuwe belastingen en eindelijk gaat besparen waar het geld echt zit, namelijk bij de overheid?
.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de minister, de energiecrisis veroorzaakt door Trump wordt door iedereen gevoeld. Dat weet iedereen ook. Iedereen beseft ook dat een klein land als België die stijgende energiekosten niet zomaar kan wegtoveren. Een regering die er een erezaak van heeft gemaakt om werken meer te doen lonen, moet ook op de juiste momenten durven in te grijpen, zeker voor de mensen die het hardst getroffen zijn. Denk maar aan de dokwerker die elke dag naar de haven moet, denk maar aan de thuisverpleegkundige die om 6 uur opstaat om mensen te gaan helpen of aan de alleenstaande moeder die haar energiefactuur ziet ontsporen. Die mensen helpen we nu.
Maar dat is niet genoeg. Tegelijkertijd, mijnheer Coenegrachts, zijn er anderen die miljarden binnenrijven. In een recent rapport van Transport & Environment staat dat de overwinst in 2026 in Europa van de petroleumsector alleen al op meer dan 20 miljard wordt geraamd. Die overwinst wordt geboekt ten koste van anderen, zonder dat daar iets tegenover staat. Blijkbaar gesteund door Anders. denken die aandeelhouders laat maar komen, en dat op de kap van de mensen die zich blauw betalen. Mijnheer Coenegrachts, dat is onrechtvaardig, dat is oneerlijk en daar moet de regering iets aan doen. Daarom hebben we er met Vooruit inderdaad voor gepleit om met België een voortrekkersrol te spelen en in Europa te pleiten voor een sterke overwinstbelasting.
Mijnheer de minister, mijn vraag is dan ook eenvoudig. Wanneer komt die eerlijke overwinstbelasting er?
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, de roekeloze en illegale oorlog die Trump is begonnen in het Midden-Oosten bedreigt de energiebevoorrading in Europa, met stijgende energierekeningen als gevolg. De oorlog toont hoe afhankelijk fossiele brandstoffen ons maken van autoritaire regimes en hoe onze zuurverdiende euro’s de oliebaronnen verder spijzen. Die oliebedrijven hebben ondertussen meer dan 37 miljard euro overwinsten gemaakt in Europa, zonder iets te doen. Dat is bijzonder onrechtvaardig want die bedrijven zijn bovendien de grootste veroorzakers van de klimaatopwarming en van natuurvervuiling.
Voor Groen is de oplossing helder. Op heel korte termijn moeten wij onze energieonafhankelijkheid verzekeren door te investeren in zon en wind en door mensen te helpen overstappen naar elektriciteit. Om dat te financieren, is het niet meer dan rechtvaardig dat ook wordt gekeken naar een eerlijke bijdrage op de extreme winsten die Total en co maken. Wij hebben dat zelf gedaan in de vorige regering. Groen bepleit dat al sinds het begin van de huidige crisis.
Als deel van het akkoord rond de energiemaatregelen kondigde de regering nu eindelijk aan om actief te kijken naar een Trumptaks op Europees niveau. Dat is goed, maar niet voldoende. Ook de regering zelf kan vandaag al maatregelen treffen. De Belgische wet van 16 december 2022 voerde al een dergelijke bijdrage in voor extreme winsten op aardolieproducten, uitgewerkt en geïnd door de FOD Financiën en goedgekeurd door MR en Anders.
In afwachting van het resultaat van de eerste minister kan de regering het wetgevende werk al op orde zetten, zodat ook dat niet in het zwarte gat van eindeloze arizonavertragingen verdwijnt.
Mijn vraag is eenvoudig. Onderneemt de regering vandaag wetgevende actie om de Trumptaks te realiseren?
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, les mesures annoncées par votre gouvernement sont à la fois trop limitées et trop tardives. Où est le cliquet inversé, cher au MR? Je ne le vois pas. Où est le blocage des prix annoncé par Les Engagés? Je ne le vois pas. Où est la taxe sur les surprofits, chère à Vooruit? Je ne la vois pas non plus.
Finalement, pendant sept semaines, nous n’avons assisté qu’à de l’inaction, hormis de la musculation sur les réseaux sociaux et dans les médias. Sept semaines à ne rien faire pour, finalement, arriver à des mesurettes qui aideront peut ‑ ê tre une partie des travailleurs.
Monsieur le ministre, vos mesures aideront-elles les aides ‑ soignantes, les infirmi è res et les travailleuses des titres ‑ services? Non. Vos mesures aideront-elles les enseignants qui doivent faire le plein pour aller travailler? Non. Vos mesures aideront-elles les pensionn é s qui doivent aller chercher les petits ‑ enfants, faire leurs courses et se rendre à l ’ h ô pital? Non. Qui bénéficiera de vos mesures en matière de chauffage, sachant qu’en Wallonie un habitant sur deux se chauffe au mazout?
On nous dit qu’il n’y a pas d’argent. Pourtant, ExxonMobil et Total ont distribué 15 milliards d’euros de dividendes en trois ans. L’Espagne met cinq milliards sur la table pour aider la population, et les Pays ‑ Bas un milliard.
Monsieur le ministre, maintenant que nous connaissons votre plan de communication, quand aurons-nous votre vrai plan pour aider les gens?
François De Smet:
Monsieur le ministre, ce gouvernement a le mérite de rappeler une réalité de nature zoologique: un chameau qui pue a toujours au moins deux bosses. En effet, après cette réforme incompréhensible de la TVA sur les pizzas à emporter, vous avez décidé d'essayer d'aider les citoyens et les entreprises de ce pays, dans ce contexte de crise énergétique, au moyen d'une nouvelle usine à gaz.
Alors qu'il aurait été si simple d'enclencher le cliquet inversé, vous avez opté, après six semaines, pour une voie tordue qui, en réalité, ne va pas aider grand monde. Pour les travailleurs, vous vous targuez de consacrer 60 millions d'euros au trajet domicile-travail, mais de quoi parle-t-on? On parle de mesures qui vont rapporter en définitive 20 euros mensuels par travailleur. De plus, vous placez la charge sur les employeurs, en comptant sur leur bon vouloir pour avancer l'argent, alors qu'ils subissent eux-mêmes la crise de plein fouet. Pour les indépendants, comme d'habitude, ce sera un cadeau empoisonné. On leur propose un report de cotisations sociales, mais reporter ce n'est pas aider; c'est simplement déplacer le problème, alourdir leur situation financière et même affecter leurs droits sociaux, notamment en matière de pension.
Et puis, monsieur le ministre, cette séquence interroge une fois encore la crédibilité de l'Arizona. Vous avez mis six semaines à prendre des mesures alambiquées à hauteur de 60 millions, en passant à nouveau par la séquence des crisettes, du spectacle lamentable des ultimatums et des déchirements publics qui font, a posteriori , passer la Vivaldi pour un club de boy-scouts. Sommes-nous vraiment supposés croire que la même équipe va trouver 5 milliards avant l'été et qu'elle va surmonter les crises d'égo, arrêter de faire campagne et commencer enfin à gouverner? Non, monsieur le ministre, parce que le problème le plus grave de ce gouvernement n'est même pas votre manque de vision, mais bien votre manque de maturité.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, de toestand in dit land is blijkbaar hopeloos, maar nog altijd niet ernstig.
Drie weken geleden stonden we hier allemaal om de meerwaardetaks goed te keuren, althans de meerderheid moest dat doen, om met de opbrengst van dat geld, wat ik onteigening van de spaarder en de belegger noem, het gat in de begroting te dichten, een gat dat bijna een bomkrater is. Twee weken geleden vernamen we dat we het grootste tekort van de eurozone hebben, zo’n 34 miljard euro. Vorige week verlaagde Moody’s onze rating, wat ons twee miljard per jaar kost. Eergisteren las ik dat de faillissementsgolf in ons land de ergste is van de laatste 20 jaar.
Maar wat doet deze regering? Ze zal geld uitdelen. Ze heeft niets, maar ze zal voor Sinterklaas spelen en wie zal dat in de eerste plaats betalen? De ondernemers, want zij moeten dat voorschieten voor het woon-werkverkeer, en dat ten bedrage van 60 miljoen euro. Binnen twee jaar kunnen ze dat via hun belastingen terugkrijgen, tenminste als ze winst maken en nog niet failliet zijn, want anders zijn ze het definitief kwijt.
Sinterklaas doet nog meer, met 15 miljoen voor de OCMW’s. Waarschijnlijk zal dat zoals gewoonlijk voor Brussel en Antwerpen zijn. Tot mijn verwondering lees ik dat zelfs de Boerenbond iets krijgt, want de boeren mogen ook aan de kassa passeren. Mijnheer de minister, u bent van de stad, maar weet u dat de boeren met rode mazout rijden en daar al geen accijnzen op betalen?
Zo is er opnieuw 80 miljoen verdwenen, terwijl dit land - ik gebruik de woorden van de eerste minister - virtueel failliet is. Wij doen dat alleen maar om onze achterban te plezieren, want er bestaat een index, die de koopkracht beschermt. Daar zitten stookolie, gas en elektriciteit in en als de index stijgt, dan wordt de koopkracht gecompenseerd. Ik begrijp het allemaal niet meer.
Axel Ronse:
Ik ben blij dat mijn goeie vriend Jean-Marie hier net aan bod kwam, want voor zijn tussenkomst vroeg ik me af wat voor een absurde situatie dit hier is. We worden met rapporten om de oren geslagen dat dit land megafailliet is, dat het leent om leningen af te betalen en dat het interest op interest betalen is. Die interest stijgt steeds meer. Het is totaal hopeloos.
Veel collega’s stellen hier echter vragen om geld uit te geven. Het is vanzelfsprekend dat mensen in miserie geholpen moeten worden. Wie vindt echter dat we geld moeten uitgeven dat we niet hebben? We moeten vooral kijken naar onze begroting, anders gaan alle belastingen naar interest. De N-VA-fractie heeft een voorstel, un grand accord de dépilarisation , een ontzuilingsakkoord, zoal collega De Wit het heeft genoemd.
In dit land zitten we terecht in met en zorgen we voor mensen die het moeilijk hebben, die ziek zijn en die hun werk niet meer kunnen doen. Het probleem is echter dat we de poortwachter, degene die de controle moet doen, niet meer kunnen vertrouwen. Daar zijn zware disfuncties en doorlichtingen en rapporten werden verborgen gehouden, onder andere door de ziekenkassen. Als men er ten minste voor zorgt dat de controle correct gebeurt, dan kan men ervoor zorgen dat het geld terechtkomt bij de mensen die het echt nodig hebben. Dan doet men niemand pijn. Ik kan mij niet voorstellen dat er hier iemand tegen ons ontzuilingsvoorstel is.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le ministre, les prix à la pompe deviennent impayables. Cela fait déjà plusieurs semaines. C'est plus de 2,2 euros le litre. C'est impayable. Le MR nous avait annoncé qu'il allait faire des choses, un cliquet inversé ou une diminution des accises. Et que fait-on? Il n'y a pas de diminution d'accises, rien du tout. On va aller chercher 80 millions d'aide.
950 miljoen in Nederland, 5 miljard in Spanje.
Mais que font le MR, le cd&v, la N-VA? Qu'avez-vous raconté pendant toute la campagne, et ces dernières semaines? C'est incroyable.
Mijnheer de minister, ik begrijp echt niet dat er zo weinig gebeurt. U komt steeds met het argument dat er geen geld is. Wij betalen meer aan de pomp, waar gaat dat geld heen? Dat geld gaat toch ergens heen? Dat geld gaat gewoon naar die grote oliebedrijven. Die hebben sinds het begin van de oorlog en die duurt nog geen maanden, 11,4 miljard overwinst gerealiseerd, 6,9 miljard upstream met ruwe olie en 4,5 miljard downstream in de raffinaderijen, in totaal 11 miljard overwinst in de sector.
Dan rijst de vraag of we dat geld daar niet moeten halen, in plaats van uit de zakken van de werkende klasse in ons land. Ik hoor dan – een positief puntje - dat men aan Europa zal vragen om een overwinstbelasting in te voeren. De Commissie antwoordde daarop dat dit niet haar bevoegdheid is en dat de lidstaten dat mogen doen. U speelt dus gewoon pingpong. Accijnzen verhogen, is geen probleem. Dat is gewoon voetbal, paf in de goal. Maar met betrekking tot overwinstbelasting wordt pingpong gespeeld.
Cela ne va pas, monsieur le ministre!
Zo gaat dat niet, mijnheer de minister. De lidstaten kunnen die overwinstbelastingen zelf organiseren. Italië, Spanje, Griekenland, het Verenigd Koninkrijk, Roemenië, Bulgarije hebben het in de vorige crisis allemaal gedaan. Waarom doet België dat niet autonoom? We kunnen zelf die overwinst belasten. Waarom doen we dat niet, mijnheer de minister?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, overwinst is eigenlijk het gevolg van toeval, niet van verdiensten of ondernemerschap. Overwinst kan in theorie dus volledig weg worden belast, zonder dat het de economie schaadt. Het heeft geen enkele invloed op productie of investeringen, om de eenvoudige reden dat er gewoon niet op werd gerekend.
In de praktijk is het onderscheid tussen winst en overwinst echter niet zo duidelijk, met uitzondering van de nucleaire rente. Welke bedrijven boeken bijvoorbeeld overwinst in de olie-industrie? Zitten die in de ontginning, in de raffinage, in het transport? De meeste overwinst zit in de beginfase, in de ontginning en dus in het buitenland, bij multinationals en bij staatsbedrijven die niet door de Belgische fiscus worden gevat. Het is dus, om het in het Frans te zeggen, een fausse bonne idée . Vergeet ook niet dat er naast overwinsten ook onderwinsten of verliezen kunnen opduiken, als er te duur is ingekocht.
Voor ons is het duidelijk, energie is een basisbehoefte, een basisrecht dat voor iedereen betaalbaar moet blijven, niet alleen voor werkenden zonder tankkaart. Om de koopkracht te beschermen, is een verlaging van de accijnzen op brandstof de meest aangewezen oplossing, de simpelste ook. Een verlaging met 9 cent per liter kost de Schatkist niets, want dat wordt volledig door stijgende btw-opbrengsten gecompenseerd. Een verlaging met 17 cent, zoals in Duitsland, kost 85 miljoen euro per maand. Dat is niet onoverkomelijk. Europa laat zelfs toe om accijnzen te verlagen met 27 cent.
Echter, het geld is op, zingen de N-VA-toppers in koor. Dat is natuurlijk onzin. De overheid heeft bijna 300 miljard euro aan inkomsten. Het geld is helemaal niet op. Het wordt gewoon uitgegeven aan de verkeerde dingen en niet aan onze mensen.
Mijnheer de minister, zult u echt pleiten voor een overwinstbelasting? Waarom worden de accijnzen aan de pomp niet verlaagd?
David Clarinval:
Chers collègues, tout d'abord, avant de répondre sur le fond, je tiens à signaler que le premier ministre et le ministre de l'Énergie sont tous deux absents, l'un à Chypre, l'autre à Madrid, afin de défendre la Belgique sur ces questions importantes en matière d'énergie.
Chers collègues, ce mardi, le gouvernement a pris ses responsabilités. Nous avons dégagé un accord concret pour protéger le pouvoir d'achat, en particulier celui des personnes qui travaillent et des personnes les plus vulnérables, face à la hausse du prix de l'énergie. Outre les mécanismes existants, spécifiques au système belge, comme l'indexation automatique des salaires, le tarif social et le système de plafonnement des prix, qui constituent déjà des remparts solides pour protéger le pouvoir d'achat des citoyens, nous avons décidé de prendre des mesures additionnelles. Celles-ci sont ciblées, temporaires et responsables, pour un montant de 80 millions d'euros sur trois mois.
Pourquoi 80 millions? Tout simplement, monsieur Hedebouw, parce que ces montants correspondent aux recettes fiscales supplémentaires engrangées par l'État via la hausse des prix des carburants. Cette enveloppe pourra être augmentée si la crise se prolonge. Nous faisons le choix de l'efficacité et non celui de la démagogie. Concrètement, nous agissons là où la pression est la plus forte. Tout d'abord, en ce qui concerne les déplacements domicile-lieu de travail, avec, d'une part, un incitant totalement déductible fiscalement pour l'employeur afin d'augmenter les indemnités kilométriques des travailleurs et, d'autre part, en renforçant temporairement le forfait kilométrique des déplacements de service. En outre, nous agissons pour les ménages vulnérables qui dépendent des énergies fossiles, et nous octroyons un soutien accru des fonds sociaux, ainsi que le report de certaines hausses d'accises. Par ailleurs, nous n'oublions pas les indépendants et les agriculteurs, qui bénéficieront de facilités de paiement et de mesures fiscales ciblées, comme le carry-back .
Ces mesures relèvent des compétences ministérielles de mes collègues Jambon et Bihet, qui assureront leur mise en œuvre rapide et efficace.
Voor de regering is het van essentieel belang dat al die steunmaatregelen zo snel mogelijk terechtkomen bij de begunstigden, die momenteel onder de crisis lijden.
Naast de urgentie is onze koers duidelijk: we beperken ons niet tot het beheersen van de crisis, we bereiden de toekomst voor. Dat betekent dat we op budgettair vlak geen maatregelen nemen die massale en permanente uitgaven impliceren die de staatsbegroting belasten, zoals in het verleden al te vaak is gebeurd, maar wel gerichte en tijdelijke interventies. Daarnaast versterken we onze energieproductie met offshore windenergie, kernenergie en de veiligstelling van de gasvoorziening vanuit het buitenland. We zullen ook een communicatiecampagne opstarten om een verstandige vermindering van het verbruik te bevorderen.
Omdat die uitdagingen onze grenzen overstijgen, handelt België volledig binnen het Europese kader. Dat is de reden waarom onze collega Jean-Luc Crucke naar Colombia zal reizen in het kader van het initiatief Transition Away from Fossil Fuels , met het oog op een transitie naar energie die minder afhankelijk is van fossiele brandstoffen.
Wat de overwinsten betreft, heeft de regering bovendien beslist dat we ons zullen afstemmen op de toolbox van de Europese Commissie, die nog moet worden beslist.
À l'heure où je vous parle, il n'y a en effet rien de décidé à ce sujet-là.
Geachte Kamerleden, met dit akkoord maakt de regering een duidelijke keuze, namelijk van bescherming zonder onverantwoordelijkheid, van solidariteit zonder budgettaire blindheid, van een duurzame energiezekerheid voor ons land.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Als bedrijven in een jaar winst maken, onverwacht, per toeval, staat Vooruit klaar om dat weg te belasten. Als bedrijven in een jaar per toeval, per ongeluk, verlies maken, zegt Vooruit: mij niet bellen.
Die logica om ondernemers als boeman te zien in onze samenleving, zit als een sluipend gif in deze coalitie, mijnheer de minister. Uw akkoord houdt 10 cent extra per kilometer voor de werknemers in, maar wel op kosten van de werkgever. Dat is een extra belasting. Telewerk wordt verplicht, maar dat is een betutteling voor onze ondernemingen. Waarom doet u zoiets?
Ik wil u dus het volgende vragen.
Au nom de ma formation politique, monsieur le ministre, pas de nouvelles taxes!
Oskar Seuntjens:
Mijnheer Coenegrachts, ik weet niet of u geheugenverlies hebt, maar uw partij heeft exact hetzelfde gedaan tijdens de coronacrisis. Nu doen we opnieuw hetzelfde.
U zegt dat we niet voor de bedrijven zijn, maar deze regering beslist voor bijna 1 miljard euro een energiekorting te geven aan energie-intensieve bedrijven. Welnu, ik ben heel blij dat u het verschil toont tussen Vld en Vooruit. Jullie zijn voor een volledige indexsprong. Jullie willen de mensen vandaag niet helpen.
Mijnheer de minister, wij staan nog voor een fundamenteel probleem. Dit is op vier jaar tijd de tweede keer dat we een majeure energiecrisis meemaken in dit land. Als we een fundamentele oplossing willen, moeten we in dit land zelf meer energie bouwen. Ik ben blij dat u dat ook aanhaalt, want elke windmolen die we bouwen, elk zonnepaneel dat we leggen, elke kabel die we trekken, zal ons sterker, onafhankelijker en weerbaarder maken. Daar moet deze regering absoluut een prioriteit van maken.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer Ronse, de Trump-taks betreft inkomsten. Dat levert op voor de begroting, dat is geen uitgave.
Mijnheer de minister, uw antwoord zegt eigenlijk veel en ik hoop dat de collega’s van Vooruit geluisterd hebben. Er is nog niets beslist over de Trump-taks. De premier neemt het mee naar Europa. Ik geef het u op een briefje, dat is gewoon een vertragingsmanoeuvre om niets te beslissen, om opnieuw het geld in de verkeerde zakken te gaan zoeken, de zakken van de burgers.
Dat is het bilan van deze Vooruitregering. Dat is de kant die men stelselmatig kiest, de kant van de vervuiler, van de oliesector, van Trump.
Mijnheer de minister, ik kan u alleen maar oproepen om met de regering zelf wel iets te doen. Bereid uw wetsontwerp voor de Trump-taks voor. Dien het in, ga aan de slag en zoek het geld in de juiste zakken.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, il faut arrêter de dire qu'il n'y a pas d'argent. Il faut oser aller chercher l'argent dans la poche de ceux qui font des surprofits indécents sur le dos de cette crise énergétique. Chaque jour, rien que sur les carburants, les sociétés pétrolières font 2,3 millions d'euros de bénéfices. C'est indécent! Et vous parlez de 80 millions. Sous la précédente législature, le gouvernement avait quand même été chercher 600 millions sur les surprofits rien qu'en deux ans. Donc, ne me dites pas que ce n'est pas possible!
Comme pour la TVA, on avait besoin d'un cheval de course, et vous avez de nouveau donné naissance à un chameau qui pue. Bravo!
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Il y a les mesures prises et il y a l'anticipation des prochaines crises. Il y a un point commun entre la Vivaldi et l'Arizona, c'est que ces deux gouvernements se sont fait surprendre par une crise énergétique engendrée par un conflit à l'étranger. C'est assez remarquable de voir que dans vos mesures, vous en profitez pour dire que vous allez accélérer sur le redéploiement nucléaire, sur les appels d'offres pour le renouvelable et l'île Princesse Élisabeth. N'est-ce pas un peu curieux d'attendre une telle crise pour enfin passer la seconde sur les dossiers du nucléaire et du renouvelable?
Vous vous êtes laissé surprendre par cette crise, c'est aussi votre devoir pour l'avenir de faire en sorte que notre pays et l'Europe de manière générale soient moins impactés par les énergies fossiles et d'avancer de manière beaucoup plus volontariste sur ces deux chantiers-là.
Jean-Marie Dedecker:
Collega’s, ik hoor hier een heel hoge graad van hypocrisie. Mijn hele leven al heb ik de benzineprijs zien stijgen, met als doel dat we minder zouden verbruiken. Vandaag móeten we minder verbruiken, maar nu vraagt men subsidies om opnieuw met de benzinewagen te kunnen rijden.
Ik hoor de groene collega hier sterk pleiten voor duurzame energie. Als we vandaag het gas moeten subsidiëren, komt dat echter doordat u vijf van de zeven kernreactoren hebt gesloten. In plaats daarvan zijn er windmolens op zee gekomen, beste vriend, maar daar moet ook iets tegenover staan, namelijk gascentrales. Vandaag moeten we dus gas invoeren en opnieuw subsidiëren. Dat is de realiteit.
Mijnheer de minister, als we een oplossing willen, moeten we snijden in de uitgaven en niet kijken naar de inkomsten.
Axel Ronse:
Een modaal West-Vlaams gezin – ik ben West-Vlaming – dat aan de keukentafel zit en ons debat volgt, zal zeggen: "Ze zijn weer allemaal aan het klappen geld uitgeven dat ze niet hebben en dan zitten er ook nog van die slimmeriken tussen die zeggen dat er geen geld meer is en dat ze het dan maar uit andere zakken moeten halen. Stop daarmee!" (uitgesproken met West-Vlaamse tongval)
Het is eigenlijk zeer simpel: ons ontzuilingsakkoord. Daarover heb ik hier geen woord kritiek gehoord. Dat is misschien het allereerste consensusvoorstel. Niemand in het Parlement kan het daarmee oneens zijn. Iedereen is het toch eens met mij?
Mijnheer Hedebouw, het eerste principe is dat we geen geld afnemen van kwetsbare mensen. Het tweede principe is dat de controle over het geld dat we geven aan kwetsbare mensen, correct verloopt. Ik garandeer u dat dat miljarden euro’s zal opleveren, in de pocket. Daarom wijs ik op ons ontzuilingsakkoord. Het is vijf na twaalf. Mijnheer de minister, let’s go.
Voorzitter:
Over het eerste deel van uw repliek, collega Ronse, hebben de tolken toch enige bezwaren geuit.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, beste collega’s, hier wordt voortdurend gesproken over de uitgaven van de staat, uitgaven, uitgaven, uitgaven, maar spreekt iemand hier ook over de uitgaven van de gezinnen? Wie spreekt over de uitgaven van de werkende klasse die elke dag naar het werk moet rijden en steeds meer moet betalen? Dat is blijkbaar geen probleem, daar kan iedereen blijkbaar mee slapen.
Daar ga ik niet mee akkoord. Die uitgaven worden onbetaalbaar voor die mensen. Wie naar de mensen luistert, weet dat het onbetaalbaar wordt, maar dat is hier taboe.
Le deuxième tabou, ce sont évidemment les rentrées. Le tabou! Trente-deux secondes de réponse sur la question des rentrées, bravo! Sur cinq minutes, cela a pris trente-deux secondes pour nous dire que vous allez attendre la Commission européenne. Mais en fait, vous savez que vous n'allez rien faire. Vous le savez.
David Clarinval:
(…)
Raoul Hedebouw:
Il vient de dire: "Exact." Le gouvernement est clair. Je vous remercie de votre honnêteté, monsieur le ministre.
Geen overwinstbelasting. Dat is het feit van deze namiddag. Collega’s van Vooruit, laat u niet doen. Ga ervoor (…)
Lode Vereeck:
Collega’s, de regering-De Wever is echt een historische regering. Ze zal de geschiedenis ingaan als de grootste oplichterij van de bevolking. Er wordt 1.000 euro extra nettoloon voor tweeverdieners beloofd in 2030, dus na de volgende verkiezingen. Gepensioneerde eenverdieners, gescheiden ouders en uitkeringstrekkers gaan er netto echter op achteruit en zelfs van die 1.000 euro extra netto voor tweeverdieners schiet er op het einde niets over, integendeel. Dat komt door de hogere energieprijzen, de hogere energietaksen, de hogere belastingen op van alles en nog wat en door de centenindex. Dan nog kan die regering het rotten niet stoppen. Er werd beloofd dat het land op orde zou worden gezet, maar de schuld explodeert, terwijl u niet eens uw eigen mensen kunt helpen. Mijnheer de minister, trek uw conclusies. Bespaar zelf energie en trek de stekker eruit.
Vooruit heeft nog geen voorstellen ingediend als hoofdauteur.