Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Arthur Orlians in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De managementvennootschappen
Vraag: De 'vervennootschappelijking'
De managementvennootschappen
De 'vervennootschappelijking'
Vennootschapsrecht en managementstructuren summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Arthur Orlians bekritiseert dat de regering onder leiding van Vincent Van Peteghem en Jan Jambon herhaaldelijk zelfstandigen en managementvennootschappen zwaarder belast, terwijl hij vraagt of nieuwe belastingverzwaringen op 150.000 vennootschappen (van architecten tot IT'ers) gepland zijn. Dieter Vanbesien wijst op een begrotingstekort door dalende inkomsten en noemt managementvennootschappen – die volgens gouverneur Pierre Wunsch en Van Peteghem de overheidsfinanciën ondermijnen – als een Belgisch belastingontwijkingsfenomeen dat oneerlijke concurrentie creëert ten opzichte van loontrekkenden. Jan Jambon benadrukt dat vennootschappen economische groei stimuleren en dat hogere belastingen op arbeid het echte probleem zijn, maar belooft misbruik aan te pakken zonder ondernemerschap te schaden. Orlians herhaalt dat lastenverlaging in de personenbelasting de oplossing is, niet extra belastingen, terwijl Vanbesien eist dat alle belastingontwijkingsconstructies (zoals salariswagens en cafetariaplannen) drastisch worden ingeperkt om de middenklasse te ontlasten.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, deze regering heeft al veel maatregelen ingevoerd die schadelijk zijn voor zelfstandigen en ondernemers. De meerwaardebelasting, die jarenlang niet werd ingevoerd, is door de arizonaregering ingevoerd. De effectentaks is door de arizonaregering verdubbeld. De roerende voorheffing voor kleine managementvennootschappen is door de arizonaregering verhoogd van 15 % naar 18 %, een verhoging met 20 %.
Alsof dat nog niet genoeg is – want volgens sommigen is dat zo –, lees ik in de krant dat deze regering bij de nieuwe begrotingsonderhandelingen, die keer op keer worden uitgesteld, misschien ook wil kijken naar de managementvennootschappen en nagaan of die niet nog zwaarder kunnen worden belast. De minister van Begroting heeft dat ook met zoveel woorden gezegd.
Mijn vraag is eenvoudig. Klopt dat? Klopt het dat u overweegt de 150.000 managementvennootschappen in dit land opnieuw zwaarder te belasten? Het gaat over architecten, advocaten, bakkers, beenhouwers, aannemers, dakwerkers, IT'ers en boekhouders. Dat zijn geen mensen die een werkloosheidsuitkering ontvangen. Dat zijn geen mensen die een hoge ziekte-uitkering krijgen. Dat zijn geen mensen die hoge opzeggingsvergoedingen ontvangen. Dat zijn geen mensen die zichzelf een dertiende maand kunnen uitbetalen of vakantiegeld krijgen. Dat zijn geen mensen die extra taksen verdienen. Dat zijn mensen die respect verdienen, die onze economie doen groeien, meerwaarde creëren en mensen tewerkstellen.
Mijn vraag is dus heel duidelijk. Kunt u bevestigen dat u deze mensen niet nog extra zult belasten in een land waar al veel te veel belastingen worden geheven? Dank u wel.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, uw begroting lekt en ze lekt aan de kant van de inkomsten. Het is ondertussen bijna een jaar geleden dat uw collega, minister Van Peteghem, aan de alarmbel trok. Minister Van Peteghem zegt dat als dat lek niet wordt gestopt, alle harde besparingen op kap van de bevolking voor niets zijn geweest, omdat we dan nog steeds met een groot begrotingstekort zitten.
Dat wordt bevestigd door gouverneur Wunsch van de Nationale Bank. Hij zegt dat de inkomsten van de overheid tegen 2028 nog eens met een extra 1,2 % van het bbp zullen dalen. Dat is 7,5 miljard euro. Stop die verdere daling van de inkomsten en misschien vindt u nog een volledig begrotingsakkoord tegen 21 juli.
Die linkse rakker Wunsch zegt daar nog bij dat steeds meer werkenden worden betaald via een managementvennootschap, dat is een fenomeen dat op termijn de overheidsfinanciën zou kunnen ondermijnen. Mensen met een zeer goed betaald profiel, zoals dokters en IT'ers, laten zich uitbetalen via zo'n vennootschap. Zo betalen die mensen minder belastingen dan gewone loontrekkenden, terwijl ze veel meer verdienen. Het aantal managementvennootschappen in België is sinds 2019 met 74,5 % gestegen. Nergens anders in Europa vindt men zulke cijfers. Dit is een Belgisch fenomeen.
Mijnheer de minister, wat doet u daaraan? U verhoogt het minimumloon dat die vennootschap moet uitkeren van 45.000 euro naar 50.000 euro. Wauw. Ik denk dat we allebei weten dat we deze trend niet zullen stoppen met alleen die maatregel.
Wat is uw ambitie om het gebruik van vennootschappen waarvoor ze niet bedoeld zijn, tegen te gaan? Op welke manier zult u dat doen?
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, beste collega's, ik wil graag nog eens vermelden dat de term managementvennootschap in geen enkel fiscaal of juridisch handboek voorkomt. Die term is uitgevonden, dat is een roepnaam. Vanuit juridisch oogpunt bestaat die term echter niet.
Ten tweede wil ik nog eens benadrukken dat een vennootschap voor mij geen negatieve connotatie heeft. Integendeel, elke euro die wij hier in dit Parlement kunnen uitgeven en hopelijk goed mogen besteden is een euro die werd gegenereerd in het bedrijfsleven. Stop dus met de hevige kritiek op het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven zorgt voor tewerkstelling en voor een enorme toegevoegde waarde aan onze economie. Dat moeten we in de eerste plaats koesteren. Dat is onze opdracht. Het is hun geld dat wij als eersten mogen besteden. U weet goed genoeg dat elke euro die wij mogen uitgeven, is gerealiseerd in het bedrijfsleven.
Mijnheer Vanbesien, het klopt dat er de voorbije jaren inderdaad veel nieuwe vennootschappen zijn bijgekomen. De redenen daarvoor kunnen uiteenlopen. Dat kan zowel fiscaal als niet-fiscaal zijn. Een vennootschap zorgt bijvoorbeeld voor de bescherming van het privévermogen en de mogelijkheid om duurzaam verder te groeien en te investeren. Ze biedt ondernemers zuurstof om door de risico's van de economie te navigeren. Daarnaast zou een vennootschap kunnen worden opgericht omwille van fiscale redenen.
De waarheid rond het gebruik en eventueel misbruik van wat jullie managementvennootschappen noemen zal zoals altijd wel ergens in het midden liggen. Dat is natuurlijk een gevolg van de zeer hoge belastingdruk op arbeid. Op een bepaald moment zijn de belastingen zó hoog dat mensen op zoek gaan naar alternatieve pistes. Daarom moet deze regering de belastingdruk op arbeid verder verlagen. Straks wordt hierover het debat gevoerd en hopelijk volgt dan de stemming om dat inderdaad te realiseren.
Als dat vehikel nog steeds wordt gebruikt om belastingen te omzeilen, dan moet daar natuurlijk de nodige aandacht aan worden besteed. Er zijn al verschillende maatregelen genomen, zoals de beperking van de overmatige toekenning van forfaitaire voordelen of de verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging. Laten we de gevolgen van deze maatregelen afwachten, evalueren en bekijken wat die opleveren.
Echter, daar stopt het debat niet. De komende weken en maanden zal het nog verder daarover gaan. We moeten met deze regering in het algemeen misbruiken aanpakken om de begroting op orde te zetten, maar we mogen de economische groei en het ondernemerschap zeker niet fnuiken.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord. Ik hoop dat u datzelfde standpunt blijft verkondigen tijdens de begrotingsonderhandelingen en dat u inderdaad uw pijlen niet gaat richten op de managementvennootschappen. Men moet immers toch een klein beetje van het padje zijn om te denken dat het probleem in ons land aan de inkomstenzijde zit en niet aan de uitgavenzijde. Het is evident dat onze economie meer zuurstof nodig heeft. De managementvennootschappen zijn niet probleem, het probleem in ons land zijn de vele belastingen.
Als mensen managementvennootschappen oprichten omdat de lasten op arbeid in de personenbelasting te hoog zijn, dan moet men die belasting aanpakken in plaats van zijn pijlen te richten op de managementvennootschappen. U moet dat ook op korte termijn doen en niet zeggen dat we nu taksen invoeren en dat er binnen een paar jaar een lastenverlaging in de personenbelasting zal komen, die in veel gevallen een habbekrats zal zijn. We moeten echt naar een stevige lastenverlaging in de personenbelasting gaan.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, wat hebben de volgende fenomenen met elkaar gemeen: salariswagens, managementvennootschappen, auteursrechten voor informatici, cafetariaplannen en flexi-jobs? Het zijn allemaal manieren om de belasting op arbeid te omzeilen. Het probleem is dat de mensen die daar geen gebruik van kunnen maken, wel steeds de volle pot moeten betalen. Zo krijgt men dus een situatie waarbij de hoogste lonen minder belasting betalen dan de middenklasse. Dat is onaanvaardbaar. Stop met harde besparingen op de kap van de bevolking en zorg dat iedereen eerlijk bijdraagt. Vanavond ligt er hier een wet ter stemming voor om de belasting op arbeid te verlagen. Ik vraag u om van die gelegenheid gebruik te maken om al die uitwijkmogelijkheden drastisch in te perken. Stop de lekken in de inkomsten, stop het rotten.
-
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
Vraag: De onderwijsprotesten en het geweld
Vraag: Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
Vraag: De rellen in Brussel
Vraag: De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De uit de hand gelopen betoging in Brussel
Vraag: De rellen in Brussel
De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
De onderwijsprotesten en het geweld
Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
De rellen in Brussel
De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De uit de hand gelopen betoging in Brussel
De rellen in Brussel
Geweld en protesten tegen besparingen in Franstalig onderwijs en politieoptreden in Brussel summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Raoul Hedebouw
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait rond de escalerende rellen tijdens onderwijsprotesten in Brussel, waarbij zowel politiegeweld als vandalisme door relschoppers centraal staan. Linkse partijen zoals PS en Ecolo bekritiseren disproportioneel politieoptreden tegen vreedzame betogers, waaronder minderjarigen, en eisen transparantie over klachten over excessief geweld, terwijl ze de onderliggende woede over onderwijshervormingen benadrukken. Rechts en Vlaams-nationalistisch (Vlaams Belang, N-VA) wijzen de schuld aan "allochtone relschoppers" en extreemlinks, pleiten voor hardere strafmaatregelen zoals casseur-payeur en bootcamps, en beschuldigen PVDA van betrokkenheid bij het geweld. Minister Quintin (MR) verdedigt de politie, belooft onderzoek naar beide kanten maar benadrukt dat "wie kapotmaakt, betaalt", terwijl hij de democratische legitimiteit van de hervormingen verdedigt en oproept tot respect voor politiebevelen, ondanks kritiek op gebrek aan de-escalatie en kinderbescherming.
Voorzitter:
Gelet op het aantal vragen heeft de minister gevraagd of hij 7,5 minuten antwoordtijd krijgt. Naar goede gewoonte wordt de repliektijd ook met het helft verhoogd.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le ministre, dans une démocratie comme la nôtre, manifester est un droit et défendre son école ne doit pas être un crime. Ce n'est pas un crime!
Depuis des semaines, des milliers d'enseignants, de parents et de jeunes, profondément choqués par la situation de l'enseignement en Fédération Wallonie-Bruxelles, descendent dans la rue pour défendre, pacifiquement et souvent avec beaucoup de créativité et d'originalité, l'avenir de l'école francophone.
Pourquoi? Parce qu'ils refusent le démantèlement progressif de leur enseignement; parce qu'ils refusent que l'on sacrifie la qualité de l'école, les conditions de travail des enseignantes et des enseignants, ou que l'on durcisse les conditions d'accès à l'enseignement supérieur ou universitaire; parce qu'ils ont le sentiment aussi de ne jamais être entendus, de faire face à une absence de concertation, à un manque de considération et, surtout, à beaucoup de mépris.
Alors, soyons clairs: ceux qui cassent, qui incendient, qui agressent, doivent être poursuivis et sanctionnés. Mais soyons tout aussi clairs: quelques casseurs ne feront jamais taire des milliers de manifestants pacifiques.
Rappelons-le: nos policières et nos policiers effectuent un travail essentiel pour la cohésion sociale et la vie en société; et la très grande majorité l'accomplit avec sérieux et respect.
Mais les vidéos qui circulent depuis une semaine nous ont aussi montré une violence inouïe dans le chef de certains policiers. Quand des mamans sont plaquées au sol, quand des gamins de 14 ans sont gazés, menottés et humiliés, quand des insultes racistes, sexistes, transphobes ou homophobes sont prononcées, il s'agit bien plus que d'une simple accumulation de faits isolés.
Des enquêtes ont rapidement été ouvertes et doivent faire toute la transparence. C'est nécessaire, mais ce n'est pas suffisant. Monsieur le ministre, ma question est claire et elle est simple. Qu'allez-vous tirer comme leçons des événements de ces dernières semaines en ce qui concerne le maintien de l'ordre public? Qu'allez-vous faire? Quels actes allez-vous poser pour faire en sorte qu'il n'y ait pas d'impunité (…)
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik hoop dat u goed op uw stoel zit. Ik hoop ook dat de collega’s de adem even inhouden, want ik heb hier een symbool mee dat volgens extreemlinks de opmars van het rechtsextremisme moet aantonen binnen de politie: een kruisje. Ongelooflijk. Dat is de wereld op zijn kop. Want wat hebben we in de afgelopen dagen meegemaakt, hier in Brussel? Brandstichting, vandalisme, blind geweld, plundering van winkels, vernielingen, tot en met het aanvallen van onze brandweerdiensten.
Neen, niet de politie moet geviseerd worden, het allochtoon crapuul moet geviseerd worden. Ik ben dus blij dat sommige individuele politici de ogen openen. De heer Rousseau heeft het Vlaams Belangvoorstel overgenomen om bootcamps in te richten. De heer Francken heeft een goed voorstel van het Vlaams Belang overgenomen om die allochtone relschoppers te doen betalen voor de schade die ze aangericht hebben. Dat zijn goede gezondverstandvoorstellen, die ook in daden moeten worden omgezet.
Ik houd echter mijn hart vast, want slechts 23 van deze relschoppers zijn ter beschikking gesteld van het parket. Ze worden dus nog niet vervolgd, ze zijn gewoon ter beschikking gesteld.
Ik vraag me dus af, mijnheer de minister, waar de zogenaamde taskforce is, die zo goed recht en orde zou brengen in Brussel? Waar is de premier eigenlijk? Ik heb de premier, Bart De Wever, zelfs nog niet gehoord over deze rellen.
Ik vraag u dus, mijnheer de minister, wanneer zal deze regering erkennen dat allochtonen in samenwerking met extreemlinks de oorzaak zijn van de systematische rellen? Wanneer zal deze regering de grote middelen inzetten om hier paal en perk aan te stellen?
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Depoortere.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, cela fait maintenant des mois que des enseignants, des directeurs d'école, des parents et des jeunes se mobilisent pour défendre un enseignement de qualité. Ils se mobilisent parce que le MR – votre parti – et Les Engagés veulent faire travailler davantage les enseignants gratuitement, réduire les moyens consacrés à l'enseignement et augmenter le minerval à 1 200 euros. Ils se mobilisent parce qu'ils refusent un enseignement à deux vitesses et qu'ils veulent préserver un enseignement accessible à tous. Le gouvernement sait qu'il n'a pas de soutien pour sa politique, c'est pourquoi il a forcé le vote illégalement.
C'est dans ce contexte que se sont déroulés les événements de jeudi et du week-end. Et je vais être très clair pour éviter tout malentendu: je me distancie totalement de ceux qui sont venus pour agresser des pompiers ou brûler des trottinettes et des abribus. Mais vous conviendrez comme moi, monsieur le ministre, que les agissements d'une minorité ne peuvent servir à justifier ce qui a suivi: des parents qui racontent avoir sorti une enfant de 13 ans d'un nuage de gaz, les yeux rouges et gonflés, au bord du malaise. Nous avons entendu des témoignages de jeunes filles traitées de "sales putes" par des policiers. Des enseignants frappés alors qu'ils encadraient leurs élèves. Des directeurs d'école qui disent simplement: "Nous avions peur, nous ne comprenions même pas ce qui nous arrivait." Le Comité P constate lui-même une hausse des plaintes pour usage disproportionné de la force et d'agressivité de certains policiers. Il rappelle aussi qu'avec des mineurs, le réflexe de protection de l'enfant doit être appliqué systématiquement.
La grande majorité des personnes présentes étaient là parce qu'elles avaient analysé la réforme et qu'elles en voient les conséquences. Elles se sont mobilisées pour défendre l'avenir de notre société.
Monsieur le ministre, j'ai deux questions. Quelles mesures allez-vous prendre pour faire toute la lumière sur les interventions policières visant des jeunes et des enseignants lors de ces mobilisations? Estimez-vous ces interventions proportionnées? Êtes-vous préoccupé par l'effet dissuasif que de telles pratiques peuvent avoir sur le droit de manifester et, en particulier, sur des mineurs?
François De Smet:
Monsieur le ministre, arrêtons de dire que ce qui s'est produit jeudi dernier, ce sont des émeutes. Les mots ont un sens. Ce que Bruxelles mais aussi Namur ou d'autres endroits ont connu, ce sont d'abord des manifestations d'enseignants, d'élèves mais aussi de parents, près de 3 000 personnes qui ont protesté contre des mesures qu'ils ressentent comme profondément injustes, prises par une majorité MR-Engagés, majorité Azur ou plutôt has been , en Fédération Wallonie-Bruxelles.
C'est aussi une colère contre une méthode, un passage en force au mépris du règlement démocratique de l'institution parlementaire de la Fédération. Mais l'écrasante majorité de ces jeunes, de ces profs, a manifesté pacifiquement. On a même vu des enseignantes former des chaînes humaines, parfois pour protéger leurs élèves, mais aussi pour faire barrage aux casseurs. Cela aussi, c'est la réalité de cette manifestation. Oui, il faut le dire, des casseurs s'y sont invités et infiltrés, le plus souvent étrangers au mouvement, convoqués par les réseaux sociaux avec des cocktails Molotov prêts à l'emploi. Et soyons clairs, monsieur le ministre, chacun d'eux doit être identifié, poursuivi et doit payer pour les dégâts. Là-dessus, aucune complaisance: sur le principe du casseur-payeur, nous vous soutiendrons.
Mais il y a l'autre versant. Et là encore, comme pour les profs, comme pour les jeunes, ne jetons pas le bébé avec l'eau du bain! La majorité des policiers font bien leur travail, qui est difficile. Mais oui, hélas, il y a aussi eu un usage interpellant de gaz et de matraques face à des cortèges remplis d'adolescents. Il y a eu un recours à la technique de la nasse, pourtant jugée illégale. Il y a eu des insultes inqualifiables proférées par quelques policiers pour lesquels des plaintes ont été déposées au Comité P.
Monsieur le ministre, estimez-vous qu'il y a eu, oui ou non, juste proportion des moyens utilisés? Condamnez-vous l'usage de la nasse et les propos tenus par certains agents? Votre circulaire "réflexe mineur" que vous avez prise en mai dernier a-t-elle été respectée et comment comptez-vous l'évaluer? Il est temps, monsieur le ministre, pour vous, mais aussi pour nous, de réconcilier l'ordre et la concorde..
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, wat was dat met die betogingen vorige week? Een paar tientallen relschoppers, die immers niet kwamen om te betogen, zijn erin geslaagd een vredevol protest te kapen met vernielzucht en brutaliteit. Fietsen en steps gingen de brandstapel op. Winkelruiten en bushokjes werden volledig gesloopt. Voorbijgangers werden bekogeld met kasseien. U zult er als brave betoger maar tussenlopen.
De politie trad op. Dat was nodig. Ik heb er alle respect voor want dat zal wel niet evident zijn. Er waren echter ook meldingen van disproportioneel optreden van de politie.
Collega’s, dat kan ook niet. Vooruit rekent er dan ook op dat elke klacht ernstig wordt genomen en grondig wordt onderzocht. Of iemand nu op straat komt omdat hij of zij bezorgd is om het onderwijs, de koopkracht of het klimaat, wie op straat komt om zijn stem te laten horen, moet dat altijd en overal veilig kunnen doen.
Laat mij duidelijk zijn. Jonge gasten die op straat komen om hun stem te laten horen, is fantastisch. Ik heb dat zelf ook nog gedaan toen ik op de middelbare school zat. Mijn eerste betoging was hier in Brussel tegen de oorlogspolitiek van Bush. Dat was fantastisch. Ik heb daarvoor zelfs gespijbeld. Ik verontschuldig mij daarvoor. Ik was een jaar of zestien.
(…) : (…).
Brent Meuleman:
Ik geef het toe. Ik was een jaar of zestien. Echter, hier in Brussel liep deze week een mannetje van dertien jaar met een bus benzine tussen relschoppers op een betoging.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u zich nog kunt herinneren wat u deed toen u dertien jaar was. Toen ik dertien jaar was, was ik, als ik niet op school of thuis was, aan het voetballen op het pleintje of zat ik in de jeugdbeweging. Ik wil hier niet veralgemenen. Het gaat om uitzonderingen. Die rotte appels zijn enkelingen. Ik heb echter twee vragen voor u.
Wat zult u doen tegen die relschoppers die keer op keer vreedzame protesten om zeep helpen? Zal er een onderzoek komen naar de meldingen van disproportioneel politiegeweld?
Voorzitter:
Mijnheer Meuleman, zo ziet u maar wat er van iemand komt die spijbelt. Dan belandt hij hier.
Victoria Vandeberg:
Monsieur le ministre, dans une démocratie, manifester est effectivement un droit fondamental mais, par contre, casser ne l'est pas, et cela devient une fâcheuse habitude. À chaque manifestation, des dégradations de biens publics sont à constater, du fait de casseurs ou de manifestants qui viennent exercer leur droit fondamental. Ici, une étape supplémentaire a été franchie: plusieurs jeunes, étrangers à l'objet de la manifestation, ont pénétré par effraction dans une enceinte démocratique. Ces personnes ne défendaient pas la cause mais ne faisaient que l'abîmer.
Si le maintien de l'ordre suppose évidemment de la fermeté, il suppose aussi de la proportionnalité, et c'est cette double exigence qui fonde la confiance dans l'État de droit. Mais justement, parce que nous sommes dans un État de droit, chacun doit aussi en respecter les règles, et celles et ceux qui sur le terrain représentent cet État de droit, ce sont les policiers, qui ont également le monopole de l'usage légal de la contrainte.
Dans ce débat, monsieur le ministre, il ne faut donc pas les oublier. Lors de ces débordements, des policiers sont aussi blessés physiquement, parfois psychologiquement. En première ligne, ils sont pris pour cibles, insultés et confrontés à des moments de tensions extrêmes.
Valoriser le métier de policier, c'est aussi rappeler que, derrière l'uniforme, il y a des femmes et des hommes qui exercent une mission difficile mais essentielle au maintien de l'ordre public et à celui de nos libertés. Dans ce contexte, plusieurs outils peuvent être mis en œuvre pour mieux documenter les faits, identifier les fauteurs de troubles, agir plus rapidement.
Quel bilan, monsieur le ministre, tirez-vous de ces manifestations? Connaissez-vous le nombre de policiers qui ont été blessés lors de celles-ci? Quel rôle les bodycams pourraient jouer pour davantage objectiver les interventions et protéger à la fois les citoyens et les policiers? Qu'attendez-vous concrètement des prochaines semaines pour identifier et responsabiliser les fauteurs de troubles?
Claire Hugon Lecharlier:
"Je suis un des plus grands défenseurs du droit de manifester". Monsieur le ministre, ces mots, c'est vous qui les avez prononcés il y a quelques jours. L'affirmer, c'est bien, mais encore faut-il que les actes suivent. Pour l'instant, j'avoue que je les cherche encore.
La liberté de manifester est sous pression. Jeudi, des professeurs et leurs élèves qui venaient rejoindre la manifestation ont fait demi-tour en voyant l'important dispositif policier déployé. Ils ont donc été dissuadés d'exercer leur droit. Jeudi et les jours qui ont suivi, des centaines de manifestants pacifiques ont été confrontés à des réponses disproportionnées de la part de la police. Nasses, gaz lacrymogènes, coups de matraque, contrôles, arrestations, chiens non muselés, interventions de policiers qui, pour beaucoup d'entre eux, ne portaient ni nominettes ni matricules.
Je ne doute pas que vous allez faire la liste des dégradations et des infractions commises en marge des manifestations. Bien entendu, les auteurs de ces actes doivent faire l'objet de réponses adéquates de la part des autorités, de réponses ciblées, individualisées et proportionnées. Pour l'instant, ce n'est pourtant pas ce que nous avons vu. Nous avons vu des actions collectives, des interventions indiscriminées et disproportionnées. Cela justifie que l'on parle de violences policières. La deuxième chose qui m'inquiète, c'est le développement d'un récit qui prive les enfants et les jeunes du droit d'exprimer leur opinion. On conteste leur légitimité à avoir un avis sur des réformes qui les concernent directement. "Ils n'avaient qu'à être devant leurs cahiers." "S'ils sont ici, ce ne sont pas des enfants, mais des criminels."
Où va-t-on avec de tels propos? Le droit de manifester bénéficie aux mineurs au même titre qu'aux adultes. Ils doivent même bénéficier de protections particulières lorsqu'ils exercent leurs droits. Nous savons, par exemple, que les gaz lacrymogènes peuvent être plus dangereux pour les enfants.
Monsieur le ministre, je voudrais donc vous demander quel bilan vous tirez de la gestion des dernières manifestations par la police. Quelle a été l'articulation entre vous et le bourgmestre de Bruxelles dans cette gestion? La gestion négociée de l'espace public demeure-t-elle la doctrine privilégiée? Que comptez-vous mettre en place pour que nos concitoyens n'aient pas peur de venir exprimer leur opinion dans la rue? Le Comité P demande un "réflexe enfant" dans les interactions avec la police. Quelle suite comptez-vous donner à cette recommandation?
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, wat we in Brussel hebben gezien, was opnieuw onaanvaardbaar. We moeten zeggen opnieuw, want we schrikken er zelfs niet meer van. Deze keer is de onderwijshervorming de aanleiding, de volgende keer zal het iets anders zijn.
Wat zien we telkens na die rellen? We zien telkens dat sommigen de rellen proberen goed te praten of de relschoppers zeker niet kordaat veroordelen. Anderen kiezen ervoor stoere verklaringen af te leggen in de pers en nieuwe ideeën te lanceren. De relschoppers zouden naar het leger moeten gaan of naar bootcamps. U vraagt in de krant om een nieuwe wet casseurs-payeurs , zodat relschoppers de schade zouden moeten betalen. Elk goed wetsontwerp dat daarvoor voorligt, zullen wij vanuit onze fractie steunen.
We mogen echter niet vergeten dat de huidige wetgeving al heel wat mogelijkheden biedt. U kunt relschoppers nu al de schade laten betalen. Er is geen nieuwe wet nodig om gemaskerde personen uit betogingen te halen. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende probleemfiguren preventief een plaatsverbod op te leggen. Er is geen nieuwe wet nodig om bepaalde groeperingen verantwoordelijk te stellen voor het systematische geweld tijdens hun betogingen. Er is geen nieuwe wet nodig om bijkomende gevangenisplaatsen te creëren. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende groeperingen beter op te volgen. Er is geen nieuwe wet nodig om hoge boetes uit te schrijven. Er is geen nieuwe wet nodig om gewelddadige betogers collectief te vervolgen in plaats van individueel. Er is geen nieuwe wet nodig om snelrecht toe te passen.
Mijnheer de minister, mijn vraag over de rellen is dan ook heel duidelijk. Hoeveel mensen zijn er sindsdien aangehouden? Welke gevolgen hebben de feiten tot nu toe voor hen gehad? Hoe zult u de straffeloosheid aanpakken? Niet met nieuwe ideeën en nieuwe wetsontwerpen, maar op basis van de bestaande wetten, die we vooral veel meer en veel beter moeten handhaven. Ik dank u.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, we zien nu al enkele maanden dat elk protest in dit land gekaapt wordt door extreemlinkse bendes die vandalisme plegen en, nog frappanter, door extreemlinkse bendes die gesteund worden door de PVDA. Ik geef een overzicht. Het is zeer lang, maar het is nodig.
Een van de organisatoren van Mars Attacks, betrokken bij de recente rellen in Brussel, is Pauline Forges, voormalig kandidaat van de PVDA. Op VRT NWS verklaarde ze onomwonden dat het goed is dat de revolutie bezig is en dat geweld daarbij hoort. Progress Lawyers Network, het advocatennetwerk van de PVDA, vertegenwoordigt al die relschoppers en gaat zelfs in toga mee betogen. Dat is hallucinant.
Er is ook het vandalisme dat we aan de UGent zagen. Woordvoerder Youlian Burnham is lid van de PVDA. Basile Peeters, een andere vandaal, is ook lid van de PVDA. De woordvoerder van die vandalen aan de UGent is bovendien dezelfde woordvoerder als die van Code Rood, dat al verschillende bedrijven in dit land heeft gevandaliseerd. Daardoor kon de EU-commissaris voor Defensie afgelopen week zelfs geen bedrijf in Herstal bezoeken, omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Dat is een absolute blamage voor dit land.
Er is ook goed nieuws, mijnheer de minister. U ziet dat de heer Hedebouw hier met de peut zit. Deze week zijn immers een aantal kameraden, collega's van hem, geconfronteerd met een huiszoeking en worden ze eindelijk vervolgd. Dat is historisch en goed nieuws. Dank u dat de federale politie eindelijk capaciteit vrijmaakt om de strijd tegen extreemlinks geweld te voeren, mijnheer de minister.
Hoe zult u die strijd nog versterken? Zult u ook onderzoek voeren naar de financiële stromen achter dat geweld? We moeten onze veiligheid immers kunnen garanderen tegenover dat extreemlinks geweld van de PVDA.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt 7,5 minuten om te antwoorden op de diverse opmerkingen.
Bernard Quintin:
Mesdames et Messieurs les députés, je vous remercie pour vos différentes questions. Les débordements auxquels nous avons assisté en marge des protestations des derniers jours étaient évidemment inacceptables. Notre capitale a une nouvelle fois été saccagée, d'autres villes ont également été abîmées, et ce n'est malheureusement plus un cas isolé – j'y reviendrai.
Alleen al in Brussel is de materiële schade aanzienlijk: minstens acht politievoertuigen werden beschadigd, een ruit van een MIVB-bus werd ingegooid en aan het station Brussel-Centraal werden tientallen elektrische fietsen en deelsteppen in brand gestoken. Ook publieke infrastructuur, privaatvoertuigen en een grootwarenhuis liepen schade op.
Afgelopen donderdag en vrijdag alleen al werden in Brussel, volgens informatie die mij werd bezorgd, 36 gerechtelijke arrestaties verricht, waarvan 29 minderjarigen betroffen. Er waren ook 106 administratieve arrestaties, waarvan 99 minderjarigen betroffen.
Je souhaite être très clair d'emblée: nos concitoyens n'ont pas à payer pour les méfaits de groupes d'agités. Conformément aux engagements pris au sein de la majorité, le principe du "casseur-payeur" doit pleinement et rapidement être appliqué. Le coût des dégradations doit être récupéré auprès de celles et ceux qui sont responsables des violences et des dommages qu'ils ont causés. C'est très simple: qui casse paye. Punt. Basta. Pas besoin d'en parler plus longuement.
We stellen vast dat de relschoppers zich alsmaar vaker mengen onder vreedzame betogers, niet om hun stem te laten horen, maar om geweld te plegen, schade aan te richten en de stad kort en klein te slagen. Ook in het verleden zagen we dat hardleerse amokmakers naar Brussel afzakten om betogingen te kapen en vandalisme en geweld te plegen. Voor de hardliners en recidivisten moeten we een manifestatieverbod afkondigen.
Mesdames et messieurs les députés, le 4 juin, un fait m'a particulièrement marqué. Dans un contexte tendu depuis le début de la journée, des délinquants se sont introduits dans un parlement par effraction. Chacun de nous doit prendre la mesure de ce que cela signifie: une institution élue démocratiquement par le peuple a été attaquée par la force, alors même, ironie du sort, que les manifestants étaient harangués depuis les fenêtres de cette même assemblée.
C'est une attaque contre notre démocratie, c'est un fait politique grave, c'est tout simplement inadmissible – ici comme de l'autre côté de l'Atlantique, d'ailleurs – et cela doit tous nous indigner. Depuis plusieurs mois, à chaque manifestation, des faits de violence doivent malheureusement être déplorés. Ces faits ne peuvent jamais, au grand jamais, être justifiés ni cautionnés. Il est aussi de la responsabilité de l'ensemble de la classe politique d'appeler au calme.
Je peux tout à fait entendre que les mesures adoptées – à un autre niveau de pouvoir, par ailleurs – puissent ne pas susciter l'adhésion au sein d'une partie de la population. Mais il faut également pouvoir reconnaître que les différents gouvernements de ce pays disposent d'une majorité dans les assemblées pour voir notre pays se réformer. C'est là aussi un principe fondamental de la démocratie, et cela doit valoir que l'on soit dans la majorité ou dans l'opposition.
Mesdames et messieurs les députés, je constate depuis plusieurs jours des déferlantes de haine envers nos corps de police. Comme je le répète à chaque fois, je veux une police respectable et respectueuse. Comme à chaque fois, la police est contrôlée par les organes internes et par ceux de votre Parlement. Mais surtout, elle est soumise aux réseaux sociaux et à leurs regards souvent biaisés. Comme chaque fois, des enquêtes ont été lancées par la zone de police de Bruxelles chargée du dispositif d'ordre sur son territoire. Oui, elles seront menées avec le plus grand sérieux et, comme chaque fois, les conclusions seront tirées par les autorités. Nous prenons nos responsabilités à cet égard. Manifestement, nous n'avons pas la même lecture des chiffres du Comité P pour ce qui concerne ces faits. Toutefois, je le répète encore une fois, je veux une police respectée.
Sommigen hier zouden zich de moeten stellen welk signaal we geven wanneer een volledig korps van 10.000 mannen en vrouwen publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? Dezelfde mannen en vrouwen zijn bij manifestaties geregeld het doelwit zijn van geweld, maar trekken elke dag opnieuw hun uniform aan om ons te beschermen, soms met gevaar voor eigen leven.
Nous les soutenons. Nous les soutenons quand ils agissent. Nous les soutenons quand ils sont attaqués et blessés, que ce soit sur le plan juridique ou le plan psychologique. Et oui, les bodycams doivent aussi aider à protéger nos policiers et, en effet, à livrer une image de ce qu’il se passe réellement sur le terrain sans que cela soit biaisé.
Mesdames et messieurs les députés, oui, la majorité des manifestants sont venus exercer calmement leur droit légitime à contester, tout comme l’immense majorité des policiers ont exercé leur métier avec une totale probité et un grand professionnalisme.
Mais permettez-moi de rappeler ici un principe somme toute assez simple. Quand la police donne un ordre, il faut le respecter. C’est aussi simple que cela.
(Applaudissements.)
Comme je l’ai déjà répété à de multiples reprises: oui, en tant que libéral et ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, je serai toujours défenseur des libertés fondamentales, de la liberté d’expression et du droit de manifester. Mais vous me trouverez pareillement toujours, comme l’ensemble de ce gouvernement, sur le chemin de ceux qui, par la multiplication des débordements, semblent vouloir faire de la société un champ de ruines, parfois par bêtise, mais de plus en plus souvent par une option politique de chaos.
Ja, we voeren de strijd tegen de extremen verder, ook op het terrein van de financiële geldstromen.
Nous ne laisserons jamais le diktat de la violence s'imposer.
Je vous remercie. Ik dank u.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse. Comme je l'ai dit tout à l'heure, au Parti socialiste, les choses sont claires: aucune violence ne sera jamais acceptée, ni dans la rue, ni de la part de policiers ou de policières, ni au sein d'enceintes parlementaires telles que notre Parlement et cette séance plénière. La violence peut aussi, monsieur le ministre, chers collègues, résider dans les décisions politiques qui sont prises et dans la manière dont elles sont communiquées à une partie de la population.
Monsieur le ministre, j'ai entendu que des enquêtes sont en cours, qu'elles devront être menées à leur terme et que des sanctions devront être prises. Il y va, je pense, de l'image, du crédit, mais aussi du respect dû aux forces de l'ordre. En effet, dans une démocratie, dans un État de droit, comment combattre la violence et l'insécurité lorsque celles et ceux qui doivent protéger sont perçus, ou peuvent être perçus, comme une menace par une partie pacifique de la population?
On ne peut pas rester aveugle face aux images qui circulent depuis une semaine. On ne peut pas rester sourd aux témoignages de parents, d'enseignants, d'avocates et d'avocats, de professeurs d'université qui ont analysé les faits et les images et qui nous ont dit clairement qu'il y avait eu un problème de proportionnalité et de technique dans la manière dont le maintien de l'ordre a été assuré ces dernières semaines. Je vous remercie de votre attention.
Ortwin Depoortere:
Collega's, valt het u ook op? De minister niet, de linkse partijen al zeker niet, maar zelfs de N-VA heeft het er niet over. Er is één taboe in dit Parlement, namelijk wat de oorzaak van die rellen is. Wat is de systematiek van die rellen? Hoofdzakelijk allochtone relschoppers zijn keer op keer verantwoordelijk voor de vernielingen, het vandalisme, het geweld. Dat is het failliet van de multiculturele samenleving. We zien dat in alle West-Europese steden. Dat is het rechtstreekse gevolg van de ongebreidelde massa-immigratie, waar deze en de voorgaande regeringen schuldig aan is en waren.
Ironisch genoeg stemmen we vandaag over het omvolkingspact, dat nog meer massa-immigratie in de hand zal werken, een omvolkingspact dat het volk niet wil. De meer dan 50.000 ondertekenaars van de petitie tegen het omvolkingspact bewijzen dat. Het volk wil geen nieuwe immigratie, het volk wil remigratie en het kan daarvoor rekenen op het Vlaams Belang.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous avez parlé pendant sept minutes et demie. Vous avez dit qu'un fait vous avait particulièrement marqué. Moi j'ai pensé que c'était le fait que des mineurs de 14 ans se sont retrouvés dans la rue. Non, pas du tout, pas un mot. Vous n'avez même pas pris le temps de parler de tous ces mineurs.
Vous avez parlé des vidéos qui seraient des regards biaisés. Elles ne sont pas biaisées, monsieur le ministre. Elles montrent les dysfonctionnements.
Et puis, vous avez parlé des casseurs payeurs. Voilà votre réponse. Est-ce vraiment votre réponse à celles et ceux qui se mobilisent pour l'enseignement? Est-ce votre réponse aux directeurs d'école qui ont eu peur pour leurs élèves et leur établissement? Aux enseignants – je suis un fils de prof – qui demandent simplement les moyens d'instruire correctement? Et aux jeunes à qui on dit tous les jours qu'ils ont le droit à la parole et qui, quand ils l'exercent, se font gazer?
Et je le dis clairement, ce débat concerne également la police. Je suis en contact, comme vous, monsieur le ministre, avec de nombreux policiers qui font leur travail correctement, professionnellement, et qui ne se reconnaissent pas dans les images, dans les témoignages qu'on a vus ces derniers jours.
Ce qu'on attend de votre part, monsieur le ministre, ce n'est pas une défense aveugle ni un déni, mais de la clarté, de la transparence et des règles respectées. Parce que ce n'est pas un débat police versus jeunes, c'est un débat de la confiance démocratique. Et on ne va pas restaurer la confiance avec des camps de redressement militaire, ça ne marche pas. Si vous avez de l'argent, mettez-le dans l'enseignement. Votre solution, c'est toujours plus de répression; et, ça, ça montre votre faiblesse.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Concernant les casseurs: qui casse paye, on est d'accord, n'ergotons pas là-dessus.
J'aurais préféré, par contre, entendre de vous une plus grande distanciation par rapport à la petite musique qu'on entend dans votre majorité depuis quelques jours. Quand on entend parler à ce point d'émeutes, de racailles ou de camps de rééducation, c'est qu'on rate, à mon avis, une partie du diagnostic.
Vous avez rappelé que, quand la police donne un ordre, il faut évidemment le respecter. Bien sûr, et on a besoin d'une police qui soit davantage respectée. Mais, si on a demain une police dont les citoyens – et je parle des honnêtes citoyens – ont de plus en plus peur, nous aurons vraiment perdu quelque chose. J'attire votre attention là-dessus parce que, d'après les témoignages que j'entends de plus en plus, il existe dans ce pays une jeunesse qui ne casse pas et qui pourtant a davantage peur de la police aujourd'hui qu'hier. Il ne faut pas que ça continue parce que ça, c'est un échec collectif, et nous devons y travailler.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, geweld, in welke vorm ook, en van welke kant ook, mogen we gewoon nooit normaal vinden, al zeker niet bij mensen op zo’n jonge leeftijd. Als burgemeester heb ik in de afgelopen jaren heel veel geleerd, maar zeker één ding, namelijk dat men zulke gasten niet mag loslaten. Men moet aan de slag gaan met die gasten, in een intensief traject naar herstel. Punt.
Wie erop uit is de boel te verzieken en om zeep te helpen, moet daarvoor bestraft worden. Punt. Maar als blijkt dat er bij de politie mensen zijn die hun macht misbruiken en die disproportioneel te werk gaan, moeten die ook verantwoordelijk gesteld worden. Punt.
Laat het duidelijk zijn, voor Vooruit mogen we geweld – of het politiek is of niet, of het van links of van rechts komt, van boven of van onder – nooit normaal vinden. Punt.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour toutes ces précisions. J'entends quelques protestations sur les bancs de la gauche et de l'extrême gauche, qui réduisent ce débat à la seule question des violences policières. Lorsque de telles accusations sont formulées, elles doivent évidemment être examinées. Il faut toutefois aussi refuser cette ritournelle qui consiste à attiser les tensions, à ne pas respecter les injonctions des forces de l'ordre, à filmer l'ensemble des interventions, puis à en extraire quelques images sorties de leur contexte pour les instrumentaliser.
À gauche, les réactions sont d'ailleurs diverses. Une partie semble considérer que les enfants ont davantage leur place dans la rue que sur les bancs de l'école. C'est une certaine vision du monde et une belle vision de l’éducation qui nous ne partageons pas. D'autres tiennent un discours différent. Malheureusement, nous ne l'avons pas entendu aujourd'hui, mais un député socialiste a évoqué la possibilité d'empêcher les fauteurs de troubles d'arriver sur les lieux des manifestations. Le sujet n'est pourtant pas de les empêcher d'y arriver, mais bien de les empêcher de casser et de faire en sorte qu'ils répondent concrètement de leurs actes, selon le principe du casseur payeur.
Dans une démocratie, nous avons le droit de manifester, de contester et de nous opposer. La vie en société implique toutefois aussi des devoirs: le respect des biens publics, des institutions, de la liberté d'expression de chacun, mais aussi, et surtout, le respect des forces de l'ordre.
Claire Hugon Lecharlier:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je constate toutefois qu'elles n'ont apporté que peu d'éléments aux questions que j'avais posées. À vous entendre, rien ne semble devoir être reproché à la police. Elle aurait permis à chacun de manifester en sécurité et assuré la protection des manifestants. Je ne vous ai pourtant pas entendu évoquer l'absence de désescalade ni exprimer le moindre mot de solidarité à l'égard des victimes – enfants, jeunes, enseignants, parents, journalistes et même avocats – qui dénoncent un usage excessif de la force. Pour ma part, je n'ai pas vécu cette manifestation depuis la fenêtre de mon bureau, mais sur le terrain. On ne peut pas prétendre défendre le droit de manifester tout en laissant se produire ce qui s'est passé ni en relativisant des images qui ont pourtant été vérifiées.
Nous avons bien compris que certains élus du MR considèrent que ces violences relèvent du fantasme et qu'il n'y a pas lieu d'éprouver de l'empathie pour les victimes, même lorsqu'elles sont mineures. Je trouve particulièrement choquant de constater que de plus en plus d'élus considèrent que les manifestants l'ont bien cherché, qu'ils n'avaient qu'à rester chez eux et que toute personne qui manifeste doit assumer les risques qui en découlent. Une démocratie en bonne santé ne devrait pas craindre la contestation pacifique.
Je trouve également très choquant qu'un élu de cette Assemblée, membre de la majorité, puisse me qualifier de "petite verte crapuleuse qui a eu ce qu'elle méritait", et qu'il puisse se réjouir publiquement du fait que j'aie été personnellement attaquée et blessée par un policier. Je ne sais pas quelle vision de la démocratie cela traduit, ou plutôt, je le sais trop bien.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Desalniettemin heb ik soms het gevoel dat we ons er te gemakkelijk van afmaken door nieuwe wetsvoorstellen en nieuwe ideeën te lanceren. Vandaag bestaan er al heel wat wetten waarmee u aan de slag kunt gaan om de straffeloosheid aan te pakken. Er is de ouderlijke verantwoordelijkheid, maar een politieke verantwoordelijkheid om met de bestaande wetten aan de slag te gaan.
In mijn thuishaven Mechelen gebeurt er ook wel eens een rel of wordt er in sociale woonwijken op oudejaarsavond ook wel eens met vuurwerk naar de politie gegooid, weliswaar niet zo vaak en niet zo hevig als in Brussel of Antwerpen, en dan proberen we daar zo kordaat mogelijk tegen op te treden. We starten dan zelfs een procedure om de dader uit zijn sociale woning te zetten. Vandaag bestaan er dus al heel veel mogelijkheden. De grootste slachtoffers van die relschoppers zijn immers de kwetsbaarste buurtbewoners. Het is dus nodig om hard op te treden en we kunnen ons er niet van afmaken met wetsvoorstellen en ideeën voor de toekomst. Nu is er immers al zeer veel mogelijk. Men moet daarmee aan de slag gaan, want anders creëert men een gevoel van straffeloosheid en zullen we hier volgende week tijdens het WK voetbal opnieuw dezelfde vragen moeten stellen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank voor uw zeer duidelijke en correcte antwoord. We steunen u daar volledig in. In de commissie voor Justitie liggen al een aantal wetsvoorstellen van collega De Wit die uw visie mee zullen helpen realiseren. Uiteraard moet zwaar machtsmisbruik eveneens worden aangepakt.
Welke prioriteiten schuift de linkse oppositie hier naar voren, zoals ook altijd in de commissie voor Binnenlandse Zaken? Al dagen wordt onze hoofdstad Brussel gevandaliseerd en u vindt het blijkbaar belangrijker om al onze politiemensen aan te vallen dan te zeggen dat die relschoppers moeten worden aangepakt!
Collega Hugon Lecharlier, als u zegt dat de politie geen traangas meer mag gebruiken, dan vind ik dat hallucinant. Op een moment dat onze hoofdstad al dagen wordt gevandaliseerd, dat een zone ontruimd is en dat de politie het waterkanon inzet, vindt u het nog nodig om u tussen die relschoppers te mengen en opruiende taal te verkopen. Dat is uw zaak, maar wij steunen volledig dat de politie op een dergelijk moment traangas mag gebruiken. We staan achter onze politie en we veroordelen de (woord geschrapt op verzoek van de voorzitter) mensen in dit Parlement die zich tussen relschoppers mengen.
( Rumoer in de zaal )
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, in uw geval was er geen sprake van een persoonlijk feit. In het geval van mevrouw Hugon Lecharlier wel.
Collega's, het noemen van een naam volstaat niet om van een persoonlijk feit te spreken. Aan mevrouw Hugon Lecharlier werden intenties toegedicht en zij heeft het recht daarop te reageren.
( Rumoer in de zaal )
Mijnheer Hedebouw, uw naam werd één keer genoemd, nee, uw fractie werd genoemd. Dat is geen persoonlijk feit. Uw naam werd één keer genoemd op een manier die niet denigrerend was.
Ik stel voor dat uw mevrouw Hugon Lecharlier haar recht op een persoonlijk feit laat uitoefenen.
Mevrouw Hugon heeft 2 min 30. Madame Hugon, vous avez la parole.
Fait personnel
Persoonlijk feit
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je vous remercie de me permettre de répondre (mots supprimés à la demande du président) .
(Brouhaha)
Voorzitter:
Collega's! Nee, u hebt niet het woord, mijnheer Ronse!
(Rumoer in de zaal)
Collega’s, straks zal de heer Bergers, zoals dat gebruikelijk is bij een persoonlijk feit, een repliek kunnen geven. De sfeer is echter duidelijk opgewonden. Ik vraag aan iedereen, dus ook aan collega’s Hugon Lecharlier en Bergers, om zich op een parlementaire manier te gedragen. Dat geldt voor iedereen, hoewel ik persoonlijke animositeiten begrijp.
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je voudrais préciser, comme je l'ai déjà fait publiquement, que la raison de ma présence vendredi n’était pas que j'étais parmi les manifestants, mais que je suis arrivée sur les lieux et que j’ai vu le risque d’escalade.
J’ai souhaité rester, dans le cadre ce que je considère être mon mandat démocratique de vigilance et de contrôle de l’exécutif, non seulement ici, mais aussi sur le terrain, pour documenter ce qu’il se passait. Je voyais très bien que, derrière certains policiers, une nasse était en cours. Or il s'agit d'une technique illégale.
Je n’accepte pas que des collègues viennent ici se réjouir publiquement et m’insultent à propos d’actions menées dans le cadre de mon mandat démocratique. Cela fait partie de notre mission que de veiller à ce que tout se passe bien et à documenter comment les choses se passent.
Je suis à la fois scandalisée de ce qu’il peut se dire ici, dans les rangs de la majorité, et du peu du désolidarisation que je remarque à l'endroit de ces propos qui sont complètement scandaleux. J’en perds mes mots, sérieusement.
J’aurais aimé, monsieur le président, que vous puissiez condamner, en tant que président d’assemblée, les insultes qui peuvent être prononcées à mon égard, alors que j'étais dans le cadre de mon mandat démocratique.
Jeroen Bergers:
Mevrouw Hugon Lecharlier (woorden geschrapt op verzoek van de voorzitter) . Elk voorstel om relschoppers aan te pakken, is volgens uw partij en volgens de andere linkse oppositiepartijen fascisme. Ik denk daar het mijne van.
U zei op sociale media heel duidelijk dat u niet van plan was om naar die betoging te gaan, maar u was er dan. U bent gedurende drie uur gebleven. Op een gegeven moment heeft de politie een bepaalde zone vanwege vandalisme en de ontstane rellen ontruimd. Het waterkanon werd ingezet en zelfs terwijl het waterkanon werd ingezet, bleef u nog agressief doen tegen de politie. Dat er dan iets gebeurt, lijkt mij nogal redelijk normaal.
Voorzitter:
Collega’s, ik richt mij tot u allen, en ik herhaal het ook ten aanzien van collega Bergers. In de vragenronde is het de bedoeling om vragen te stellen en zich tot de minister te richten. Daarbij kunnen scherpe politieke standpunten worden ingenomen. Ik denk dat dat niet alleen toegestaan is, maar dat het af en toe zelfs de bedoeling is, ter profilering. Daarbij moet men toch in acht nemen om collega’s niet te viseren.
Wanneer ik mij niet vergis, maar ik heb een zeer slecht geheugen, is er in het geval van collega Hedebouw een scherpe aanval geweest op zijn partij of zijn fractie, maar dat valt niet onder het gegeven van een persoonlijk feit.
(Protest in de zaal)
Als beweerd wordt dat u schrik hebt en u zegt dat u helemaal geen schrik hebt, dan zal ik dat als een persoonlijk feit beschouwen. Mijnheer Hedebouw, u hebt het woord.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de voorzitter, ik zou niet hebben gereageerd wegens een persoonlijk feit als ik niet had geweten dat behalve de heer Bergers ook de minister van Defensie, de heer Francken, exact dezelfde argumenten gebruikt tegen de PVDA.
De heer Francken heeft op televisie verklaard dat er een link is tussen de PVDA en de gewelddadige acties die plaatsvinden. Daarvoor is geen enkel bewijs. Op zich is het al erg dat een minister dat vandaag stelt. Hij beweert zelfs dat het OCAD vaststelt dat er een link is, hoewel dat niet het geval is.
Collega’s, de bedoeling van de N-VA, van de heer Francken en van de heer Bergers, is gewoon de oppositie criminaliseren. Dat is er aan de gang.
De heer Francken voelt heel goed dat het draagvlak voor de genocide tegen de Palestijnse bevolking wegsmelt, dat het draagvlak voor de miljardeninvesteringen in oorlog in Vlaanderen wegsmelt en dat ook het draagvlak voor de ondersteuning van de Amerikaanse bombardementen in Iran wegsmelt. Zelfs de sympathie voor het Amerikaanse imperialisme smelt weg.
In die context weten de heer Francken en de heer Bergers natuurlijk dat de PVDA een actieve rol speelt in de samenleving. Ik vind het dan ook heel erg dat er vandaag aantijgingen zijn als zou de PVDA achter dat geweld staat, hoewel dat helemaal niet het geval is en er geen bewijzen zijn. Ik heb dat allemaal al verduidelijkt. Alsof er advocaten van de PVDA betrokken zijn, en dergelijke, al die voorbeelden die vernoemd zijn, een kartel dat we in 2012 hadden gevormd. Zijn jullie nu verantwoordelijk voor alles wat cd&v tegenwoordig doet? Helemaal niet. U weet allemaal dat er geen bewijzen zijn.
Nogmaals, als een parlementslid dat zou opperen, dan zou ik dat nog kunnen plaatsen onder een politiek debat. Dat een minister echter op televisie dergelijke aantijgingen zonder bewijs naar voren schuift, is democratisch gevaarlijk. Ik vertel dat tegen iedereen. De bedoeling is om de oppositie te criminaliseren. Dat is democratisch echt gevaarlijk.
Laten we daar niet aan meedoen, beste collega's. Dat stellen we duidelijk.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u om mij het woord te verlenen.
Laat mij duidelijk zijn, ik heb geen enkel probleem met vreedzaam protest. Integendeel, dat is een goede zaak. Vreedzaam protest moet altijd mogelijk zijn. Waarmee ik wel een probleem heb, is wanneer protest niet vreedzaam verloopt, maar wanneer gekozen wordt voor geweld.
Mijnheer Hedebouw, u stelt dat u zich niet wilt verantwoorden voor mensen die in 2012 op uw lijst stonden. Laat mij het dan eenvoudiger stellen. Youlian Burnham heeft de UGent gevandaliseerd. Basile Peeters heeft de UGent gevandaliseerd. Zijn dat leden van uw partij, ja of neen? Het zijn leden van uw partij.
Wanneer in een normale democratische partij geweld wordt gepleegd tijdens betogingen of wanneer leden relschoppen, wordt een tuchtprocedure opgestart tegen die geweld plegende leden. Ik kan alleen maar vaststellen dat dat in de PVDA niet gebeurt; dat wordt gesteund. Kijk naar het aantal mensen van Progress Lawyers Network die nu ook de relschoppers verdedigen. Kijk hoeveel van hen op uw lijst hebben gestaan. Dat is ongelooflijk. De bewijzen zijn er dus wel degelijk naar.
Als u zegt dat u niet geconfronteerd wilt worden met het relschopgedrag van uw eigen partijleden, zet hen dan uit uw partij.
(Tumult)
Voorzitter:
Collega's, ik zal het verslag van deze vergadering nalezen en eventuele aantijgingen en beledigende formuleringen eruit verwijderen. Daarvan zal ik u volgende week in kennis stellen.
-
Vraag: De initiatieven van de eerste minister om een rentesneeuwbal te voorkomen
Vraag: De peiling van de VRT en De Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Vraag: Het gebrek aan draagvlak voor de indexsprongen
Vraag: De peiling van de VRT en de Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Vraag: De onenigheid over de centenindex
De initiatieven van de eerste minister om een rentesneeuwbal te voorkomen
De peiling van de VRT en De Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Het gebrek aan draagvlak voor de indexsprongen
De peiling van de VRT en de Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
De onenigheid over de centenindex
Peilingen en maatregelen rond economisch beleid en draagvlak summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie bekritiseert premier De Wever scherp voor zijn onpopulaire begrotingsmaatregelen—met name de centenindex, die volgens peilingen door 70% van de bevolking, sociale partners, werkgevers en zelfs coalitiepartners wordt afgewezen, maar desondanks wordt doorgedrukt. Critici (Hedebouw, Van Lysebettens, Pas) beweren dat de regering democratisch gezag mist (maatregelen stonden niet in verkiezingsprogramma’s), koopkracht aantast (dubbele indexsprong: centenindex plus stiekem voorbereide "afgevlakte index") en economische groei ondermijnt door extra belastingen op bedrijven en burgers, terwijl alternatieven van sociale partners genegeerd worden. De Wever erkent de ernst van het begrotingstekort (5,8% in 2029, schuld 122%) en de dreigende rentesneeuwbal, maar wijst op positieve signalen van ratingbureaus voor zijn langetermijnbeleid en roept op tot snelle, pijnlijke saneringen—zelfs als die onpopulair zijn—om de welvaartsstaat te redden. Hij ontwijkt concrete antwoorden over de rente- en groeistrategie, benadrukt geheimhouding tijdens onderhandelingen en verdedigt de maatregelen als "algemeen belang", terwijl oppositie en coalitiepartners hem hypocrisie en koppigheid verwijten.
Arthur Orlians:
Beste premier, u bent naar eigen zeggen premier van dit land geworden om de begroting te redden en om het rotten te stoppen. De waarheid is echter dat de begroting elke dag slechter en slechter wordt. Uit het Rapport van het Rekenhof leren we dat we nu de slechtste begroting hebben van heel de eurozone, dat het begrotingstekort en de schuldgraad de komende jaren nog zullen oplopen tot 5,8 % respectievelijk 122 % en dat een rentesneeuwbal gevaarlijk dichtbij komt.
De rente op onze schuld dreigt sneller te stijgen dan onze economische groei of de inflatie. Daarom zijn mijn vragen heel duidelijk.
Ten eerste, welke begrotingsinspanningen zijn er volgens u nog nodig om een rentesneeuwbal te vermijden? Is het bedrag van 7 miljard, waarnaar u op zoek zou zijn, genoeg? Veel experts waarschuwen dat de uitdaging eigenlijk veel groter is.
Ten tweede, hoe zult u de economische groei versterken? Dat is minstens even belangrijk als begrotingsmaatregelen ter waarde van 7 miljard, waarbij het ongetwijfeld alleen maar gaat om nieuwe taksen, taksen op bedrijven en nieuwe regels, om de rentesneeuwbal te voorkomen.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, veel smelt vandaag weg door het warme weer. Ook het draagvlak voor uw beleid smelt weg. Uit de peiling van de vrt en De Standaard in verband met de maatregelen die u hebt genomen, blijkt dat er voor de centenindex, de aanval op de koopkracht van wie meer dan 4.000 euro bruto verdient, 30 % steun is in België. Twee derde van de ondervraagden is tegen de centenindex en toch wilt u die hier vandaag goedkeuren. Een btw-verhoging krijgt 20 % steun en acht op de tien Belgen zijn er dus tegen, maar toch wilt u de goedkeuring forceren.
Beste collega's, interessant in die peiling is de evolutie in één jaar tijd. Zo is het draagvlak voor de malus op pensioenen, die vandaag ter stemming ligt, in één jaar tijd met 10 à 12 % afgekalfd.
Specialisten veronderstellen dat, nu de inhoud van de hervormingen het voorbije jaar duidelijk is geworden, de steun onder de burgers afneemt. Met andere woorden, hoe meer de mensen begrijpen wat uw beleid inhoudt, hoe meer informatie daarover in de gemeenschap circuleert, hoe meer de mensen beseffen dat ze daar niet achter kunnen staan.
Men heeft ook gepeild naar de houding van de ondervraagden ten opzichte van het sociaal protest. In Vlaanderen bijvoorbeeld steunde vorig jaar 59 % het sociaal protest, vandaag is dat 67 %. Mijnheer de eerst minister, het sociaal protest is vandaag inderdaad de locomotief van onze samenleving.
Mijnheer de premier, u hebt de strijd om de publieke opinie verloren. Ik vraag u om daaruit conclusies trekken bij de stemming die u vandaag wilt forceren.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega's, mijnheer de premier, niemand steunt de centenindex, de werkgevers niet, de werknemers niet, de mensen niet. Uit een bevraging van De Standaard en de VRT blijkt dat 70 % van de mensen niet achter dat voorstel staat, maar de regering volhardt in de boosheid. Flashback naar vorige week: de afgevlakte index van de sociale partners is in uw ogen, premier, en in die van minister Vandenbroucke onrechtvaardig. Die index treft sommigen zelfs dubbel: de kleine pensioenen, de kleine lonen enzovoort. Daarom houdt Arizona vast aan de centenindex, dixit minister Vandenbroucke en de premier. Gisteren kreeg minister Vandenbroucke een eenvoudige vraag. Kan hij garanderen dat er tijdens de komende begrotingsonderhandelingen geen aanpassingen aan de index komen? Geen antwoord, alleen de mantra dat de regering vasthoudt aan de centenindex.
Vandaag echter kunnen we lezen dat de federale regering via Statbel al twee jaar werkt aan die zogenaamde afgevlakte index in het kader van de Europese harmonisering. Dus terwijl men het voorstel van de sociale partners in de media afbrandt, wordt in het geniep in de achterkamers hetzelfde voorbereid, niet zoals de sociale partners om de middenklasse beter te beschermen, maar wel om een dubbele besparing op kap van de mensen door te voeren, eerst via de centenindex en daarbovenop via de afgevlakte index. Dat is precies het voorstel dat u hebt weggezet als asociaal en onverantwoord. Collega's, die hypocrisie is toch hallucinant?
Mijnheer de premier, wat is nu echt het plan van de regering, de middenklasse twee keer laten betalen, eerst via de centenindex en dan nog eens via de afgevlakte index?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, u weet ongetwijfeld wat er vandaag op het menu staat van het Parlement. Dat is het soepkieken van de cd&v, de zoveelste trofee van Vooruit, de centenindex. Uw coalitiepartners zijn tegen, vakbonden en werkgevers zijn tegen, zelfstandigen, ondernemers, mensen en bedrijven die dat allemaal moeten implementeren zijn tegen, alle economen zijn tegen. Uit de bevraging van de VRT blijkt nu dat ook de bevolking tegen die maatregelen is. De mensen hebben hun buik vol van al dat broddelwerk, van al die lelijke kamelen, van de btw-brol tot het gedrocht van die centenindex.
Iedereen zegt: doe dat niet. Dat complexe gedrocht zal de mensen geld kosten en de loonkosten ook doen stijgen. Het is onwerkbaar en het is eerlijk gezegd een simpele, platte belastingverhoging.
Het ergste van al, mijnheer de premier, is dat er een alternatief van de sociale partners op tafel ligt, een alternatief dat eenvoudiger, eerlijker en beter voor de begroting is. Een akkoord tussen vakbonden en werkgevers, dat is historisch in dit land, maar u en uw partij, samen met de socialisten, aan het handje van meester Frank, doen koppig voort met dat complex gedrocht, tegen beter weten in.
Dat moet er allemaal door. We hebben nog een paar dagen, want 1 juni staat voor de deur. Een heel belangrijke sector in dit land zegt nu al dat ze dat niet gerealiseerd, niet geïmplementeerd krijgt. De energiesector, FEBEG, krijgt dat niet geïmplementeerd. Klopt het, mijnheer de premier, dat een van de belangrijkste sectoren in dit land dat niet geïmplementeerd zal krijgen?
Mijnheer de premier, u hebt nog een laatste kans. De stemming heeft nog niet plaatsgevonden, het is nog niet te laat. Zult u koppig blijven doorduwen en dat soepkieken uitvoeren, of zult u over uw eigen schaduw heen stappen en rond de tafel gaan zitten met de sociale partners?
Barbara Pas:
België is het enige land ter wereld waar meer dan de helft van het loon naar de Staat gaat. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de burgers graag minder belastingen willen. Dat werd hun onder andere door u beloofd voor de verkiezingen, maar vandaag krijgen ze van u en uw regering btw-verhogingen, extra taksen, extra accijnzen, een centenindex en een meerwaardetaks die zelfs de PS niet durfde invoeren.
Mijnheer de premier, niet alleen het Vlaams Belang kan uw maatregelen niet smaken, zoals uit de resultaten van De Stemming blijkt, brokkelt ook de maatschappelijke steun massaal af. Een overgrote meerderheid kant zich tegen de centenindex. Dat is uiteraard niet te verwonderen. Dat gemorrel aan de index zorgt voor extra kosten voor de werkgever en treft ongeveer de helft van de werkende bevolking, vooral Vlamingen.
De bevraging van de VRT weerspiegelt zich ook in het gebrek aan draagvlak ervoor binnen uw eigen regering. Naast uzelf en Frank Vandenbroucke is er blijkbaar niemand die uw dubbele indexsprong nog steunt: twee derde van de bevolking niet, de sociale partners niet, maar ook uw eigen coalitiepartners niet. Enerzijds is het een soepkieken dat zo snel mogelijk verdronken moet worden, maar anderzijds gaat cd&v straks wel op het groene knopje drukken om het goed te keuren. Tjeven blijven tjeven.
Mijnheer de premier, uw regeringsleden blijven elkaar tot vandaag nog altijd tegenspreken over de vraag of de centenindex opnieuw op tafel zal komen te liggen of niet. Kunt u daar eindelijk duidelijkheid over geven? Waarom blijft u in godsnaam vasthouden aan zo’n slecht idee waar totaal geen draagvlak voor is?
Voorzitter:
Voilà, mijnheer de premier, daarmee hebben we vijf vragen. Dat geeft u ook vijf minuten om erop te reageren.
Bart De Wever:
Mijnheer Orlians, proficiat met uw eerste tussenkomst in dit vragenuurtje. Ik dank u ook om mij te herinneren aan wat mijn voorganger heeft nagelaten. De toestand is inderdaad niet goed. De macro-economische omstandigheden waarin wij moeten werken, zijn tamelijk dramatisch en zullen op korte termijn spijtig genoeg niet verbeteren.
Ik begrijp dat u mij veel vragen stelt over hoe we dat gaan aanpakken, al gingen de meeste vragen eigenlijk over de programmawet. Ik denk echter dat u daar toch al grondig over gediscussieerd hebt en dat we daar straks over zullen stemmen. Laten we naar de toekomst kijken. U zult wel begrijpen dat ik daarover nu nog niet in detail kan treden. Ik kan alleen toejuichen dat de ernst van het begrotingsprobleem nu echt wel bij iedereen lijkt door te dringen, ook bij de partijen die jarenlang, om niet te zeggen decennialang, in ontkenning hebben geleefd over het probleem en de wonden hebben laten etteren tot de bijzonder ernstige toestand van vandaag.
Ik mag hopen dat diezelfde partijen geïnspireerd worden om de uitrol van sanerende maatregelen niet langer nodeloos te vertragen. Dat zou geweldig helpen. De rapporten van de ratingbureaus – ik beveel u allen de lectuur daarvan aan – duiden het trage parlementaire doorloopproces immers als een zwak punt aan. Het kan erg amusant zijn om hier te filibusteren, maar dat is niet bepaald in het algemeen belang. Wel in het algemeen belang zijn de maatregelen die deze regering het voorbije anderhalf jaar heeft genomen. Die maatregelen worden door de ratingbureaus wel bejubeld als zeer positief, in het bijzonder op de lange termijn. Lees het rapport van Fitch daarover eens. Dat rapport is eigenlijk zeer inzichtelijk over wat ze goed vinden – met name ons beleid – en waar ze de risico’s zien. De waarheid heeft echter haar rechten. De geopolitieke en macro-economische toestand is dermate problematisch, dat wat wij tot heden gedaan hebben onvoldoende is om op korte termijn, met 2029 als perspectief, uit de problemen te komen.
Daarom zijn wij begonnen met de voorbereidingswerken van een nieuwe begrotingsoefening voor het budget van volgend jaar en het meerjarenbudget, met als doelstelling het begrotingstekort opnieuw structureel met meerdere miljarden te reduceren. Ik heb uiteraard persoonlijk ideeën over hoe we dat zouden kunnen doen en waar we die miljarden kunnen vinden, maar als eerste minister kan ik hier enkel spreken namens de regering. Binnen de regering en de meerderheid moet daarover eerst nog een akkoord worden gevonden. Dat oogt – dat hebt u uitgebreid toegelicht met citaten en verwijzingen – uiteraard bijzonder moeilijk. Het tegendeel zou wel zeer eigenaardig zijn, gezien de toestand.
Als we dat akkoord bereiken, zullen we zoals altijd naar dit Huis komen om daar in alle transparantie over te debatteren. Tot zolang beroep ik mijzelf alleszins op de discretie van de lopende onderhandelingen. Ik roep iedereen aan de kant van de meerderheid op om die maximaal te helpen respecteren. We zullen zien. Ik denk alleszins dat het helpt om de slaagkansen te behouden.
Wat het draagvlak betreft, er is veel discussie geweest over specifieke maatregelen. Als men een sanering van deze omvang moet doen, wellicht de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog in dit land, is het redelijk onvermijdelijk dat als men daar met vijf partijen over onderhandelt in dit zeer complexe land, er maatregelen zullen doorkomen die niet populair zijn bij de ene of de andere zijde van het politieke spectrum.
Ik moest even glimlachen toen iemand zei dat de centenindex de trofee van Vooruit was. Als men lang genoeg leeft, maakt men alles mee. Ik denk niet dat dat echt waar is.
Er zullen dus ook maatregelen bij zijn die niemand heel leuk vindt. Ik schrik er zelf nog van dat 20 % van de bevolking ze steunt, omdat ze gewoon niet aangenaam zijn. Er is een waarheid waar men niet aan ontsnapt. Saneren in dit land is geen walk in the park . Het is geen aangename wandeling. De uitdaging is om het draagvlak te behouden. Het toverwoord is handelen in het algemeen belang.
Ik stel wel vast, mijnheer Hedebouw, dat u zedig zwijgt over de maatregelen waarvoor bij de bevolking wél een enorm draagvlak gemeten is, zoals de aanpak van de werkloosheid en de langdurige ziekte. Daarover hebt u niets vermeld. Daar blijkt een enorme appreciatie voor te bestaan.
Alleszins zal de regering de komende tijd opnieuw werk maken van een zo gebalanceerd en rechtvaardig mogelijk pakket aan maatregelen, telkens met het algemeen belang voor ogen: een gezonde begroting en een economie die onze welvaartsstaat veiligstelt voor onze kinderen en kleinkinderen. Dank u wel.
Arthur Orlians:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
De rentevraag en hoe u daarmee zult omgaan in de toekomst, hebt u niet echt beantwoord. Ik begrijp uiteraard de discretie, maar de beste manier om het renteprobleem aan te pakken, is het begrotingstekort aanpakken. Wij zien dat dat tot nu toe alleen maar gebeurt met extra inkomsten en extra taksen.
Er wordt hier gevraagd en gehoopt dat wij vanuit de oppositie de saneringsvoorstellen mee zullen goedkeuren en niet verder zullen vertragen. Dat zullen wij absoluut doen. Wij vinden de centenindex echter geen sanering. Wij vinden dat een platte belastingverhoging, die geen goed idee is.
Voorzitter:
De heer Orlians laat zijn verschijning hier niet ongemerkt voorbijgaan. Hij heeft gisteren eigenlijk al voor het eerst het woord tot ons gericht, maar stelt nu wel zijn eerste officiële vraag. Het is de eerste van ongetwijfeld vele vragen.
(Applaus.)
De heer Hedebouw is, naar ik meen, geen beginneling.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, c’est fou. Vous êtes en train de dire: "Je sais que je prends plein de mesures dont aucun Belge ne veut, même pas 20 %". Et vous foncez quand même. C’est fou à quel point vous mettez la démocratie de côté.
Ce n’était déjà même pas dans vos programmes. Les gens n’ont pas voté pour augmenter la TVA. Les gens n’ont pas voté pour un malus pension. Ce n’était pas dans vos programmes. Les gens n’ont pas voté pour la taxe sur l’indexation des salaires. Ce n’était pas dans vos programmes, donc il n’y avait pas de légitimité.
Un sondage montre que cela diminue encore; et vous foncez. C’est fou. D’autant plus – et là, vous n’avez pas réagi – que le soutien au mouvement social est passé de 55 ou 60 % à 70 ou 80 %, selon les régions. C'est-à-dire que plus vous attaquiez les manifestations, plus les gens soutenaient. Plus vous pointiez du doigt tout le mouvement social que se mobilisait, plus les gens ont apporté leur soutien. Aucune réponse à cela.
Vous me dites que les mesures tapant sur les plus faibles sont plus succesvol . Évidemment: vous divisez le peuple pour mieux régner. Mais vous n’avez aucune légitimité; et vous avez encore quelques heures pour recoller avec la démocratie.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega’s, ziehier het plan-Arizona. Vandaag stemt u over de centenindex, morgen verspreidt de premier zijn nieuwe besparingsnota met de afgevlakte index, de volgende besparing op de koopkracht. 1 mei is voorbij, Rerum novarum is afgelopen en zo ook de sociale bekommernissen van de premier en zijn bende. Of ze nu tot Vooruit of cd&v behoren, allemaal willen ze de koopkracht van de mensen verder beperken. Collega’s, er is één manier om die evolutie te voorkomen, namelijk door straks die centenindex weg te stemmen en aan de slag te gaan met de sociale partners om de koopkracht te beschermen.
Kjell Vander Elst:
Dank u, premier, voor uw antwoord. U zegt dat u maatregelen nodig hebt om de loonkosten te doen vertragen, maar die centenindex zal die loonkosten doen stijgen. Op de vraag over de invoering van die index op 1 juni in heel belangrijke sectoren die daar niet klaar voor zijn, geeft u geen antwoord. 1 juni is al binnen een aantal dagen. Ik hoop dat u dat beseft. Voor de rest is uw antwoord wel duidelijk. U doet koppig voort en gaat de zoveelste lelijke kameel invoeren. Wie onderneemt, moet bloeden en wie de handen uit de mouwen steekt, zal moeten betalen.
Collega’s, ik begrijp absoluut niet de collega’s van Arizona en specifiek van cd&v. Ik hoor heel veel stoere, ronkende verklaringen, heel veel woorden, maar zie weinig daden. Straks zult u van Arizona allemaal braaf op dat groene knopje duwen. Daar is maar één woord voor, hypocrisie. Gelukkig heeft de bevolking dat door.
Barbara Pas:
Uw taksmaatregelen hebben geen draagvlak. U beloofde in ruil 1.000 euro netto extra loon tegen 2030. Door die extra energietaksen, door die centenindex en door allerhande belastingen zullen onze mensen net niet meer, maar minder overhouden. Het ergste is dat u daarmee helemaal geen gezonde begroting krijgt. U hebt het grootste begrotingstekort van de hele eurozone. Uw plannen om het roer om te gooien, zijn zo ongeloofwaardig dat de kredietratings van België voor het eerst in vijftien jaar werden verlaagd. Doe wat u moet doen, mijnheer de premier. Doe wat u de kiezer beloofde en dat is orde op zaken stellen door institutioneel te hervormen, door fiscale autonomie in plaats van telkens opnieuw in de zakken van de Vlamingen te zitten, terwijl dat nergens voor nodig is.
Voorstellen
Arthur Orlians heeft nog geen voorstellen ingediend als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
Stemmingen
Recente stemmingen van Arthur Orlians in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'Het jaarrapport 2025 van de vicegouverneur van Brussel' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Kjell Vander Elst over 'De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Jeroen Van Lysebettens over 'De consequenties en de kosten van het blijvende uitstel van de PEZ1' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het ontoereikende rendement, de vertraagde investeringsstrategie en de bestuurscrisis bij Hedera' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het aanvullen van onze strategische gasvoorraden' details → | nee |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico's, Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt, Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en houdende diverse bepalingen details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 3 van Caroline Désir cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 4 van François De Smet op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 6 van Nadia Moscufo cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz cs op artikel 4. details → | nee |