Overzicht
Bekijk alles over de fractie Anders.. Bekijk leden en activiteit in de plenaire vergaderingen.
Leden
De fractie [object Object] bestaat uit 8 actieve leden. Hieronder ziet u een oplijsting van deze leden. U kan doorklikken op een persoon, om meer details over deze persoon te krijgen.
Alexia Bertrand (47)
Brussel-Hoofdstad
Steven Coenegrachts (41)
Limburg
Irina De Knop (48)
Vlaams-Brabant
Sandro Di Nunzio (43)
Oost-Vlaanderen
Katja Gabriëls (51)
Oost-Vlaanderen
Arthur Orlians (30)
Antwerpen
Kjell Vander Elst (31)
Vlaams-Brabant
Vincent Van Quickenborne (52)
West-Vlaanderen
Paul Van Tigchelt (52)
Antwerpen
Activiteit (plenaire vergaderingen)
Het parlementair werk van een fractie bestaat deels uit mondelinge vragen die de leden stellen tijdens de plenaire vergaderingen, en ook uit voorstellen die leden van de fractie indienen.
Bekijk al het parlementair werk van de fractie Anders. rond een specifiek onderwerp.
Vragen gesteld door Anders. in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Vraag: Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
Vraag: De flexi-jobs
Vraag: De woede van de horeca
Vraag: De evaluatie van de flexi-jobregeling
Vraag: Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
horecaDe uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
De flexi-jobs
De woede van de horeca
De evaluatie van de flexi-jobregeling
Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
Flexi-jobs: beleid, evaluatie en impact op horeca en sociale bijdragen summaryExplanationGesteld door
VB Kurt Moons
Anders. Steven Coenegrachts
cd&v Nathalie Muylle
PS Patrick Prévot
PVDA-PTB Nadia Moscufo
DéFI François De Smet
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister David Clarinval verdedigt de uitbreiding van flexi-jobs als een noodzakelijke flexibilisering van de arbeidsmarkt, met steun van cijfers die aantonen dat het vooral voltijdse werknemers en gepensioneerden aanvullend inkomen biedt, maar kritiek van collega’s Vincent Van Peteghem en Jan Jambon noopt tot twijfel over de budgettaire houdbaarheid en mogelijke vervanging van vaste jobs. Oppositieleiders zoals Kurt Moons en Patrick Prévot beweren dat de regering-De Wever ondoordacht handelde zonder impactanalyse, terwijl sectoren zoals horeca waarschuwen voor faillissementen door stijgende kosten en dalende consumptie, met name door de verhoogde BTW en onzekerheid rond flexi-jobs. Nathalie Muylle en Nadia Moscufo benadrukken dat flexi-jobs symptomen maskeren van structurele problemen zoals te lage lonen, ontoereikende pensioenen en een te dure arbeidsmarkt, waarbij Muylle pleit voor lastenverlaging en gelijk speelveld voor bijverdienen. François De Smet en Steven Coenegrachts wijzen op interne regeringstegenstrijdigheden en eisen focus op economische groei in plaats van ad-hocmaatregelen, met Coenegrachts die hoopt op een "zinnige" stem bij begrotingsonderhandelingen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, deze vraag was oorspronkelijk gericht aan de eerste minister, maar naar goede gewoonte schuift hij moeilijke vragen over heibel binnen zijn regering op een laffe manier door naar een van zijn acolieten. Goed nieuws over Volvo Car Gent, dat ging nog net. We komen dus bij u terecht, mijnheer de minister.
Nog maar twee weken geleden werden de flexi-jobs uitgebreid naar alle sectoren. Sinds maandag staat de regering echter weer onder hoogspanning. Uw collega, minister van Begroting Van Peteghem, op zoek naar vele miljarden, verklaarde doodgemoedereerd dat flexi-jobs de sociale zekerheid en de welvaartsstaat doen ontsporen. Zijn eigen partij, cd&v, keurde die uitbreiding enkele weken eerder nochtans nog volmondig goed. Dat wordt daar precies een gewoonte: we zijn er eigenlijk tegen, maar stemmen toch voor.
De antwoorden van andere ministers lieten niet lang op zich wachten. Minister Jambon liet weten open te staan om flexi-jobs alleen nog toe te laten voor voltijds werkende werknemers, terwijl zijn fractieleider, de heer Ronse, voordien had gezegd dat er geen enkele reden was om het systeem te herbekijken. Hij slikte die woorden trouwens 24 uur later weer in.
U was wel duidelijk. Op Instagram verklaarde u letterlijk: " Hors question de remettre en cause le système ," maar intussen weet niemand nog hoe het verder moet, de regering-De Wever blijkbaar ook niet.
Mijnheer de minister, graag verneem ik van u het volgende. Wordt er binnen de regering al onderhandeld over een aanpassing van het systeem? Zo ja, in welke richting? Deelt u de visie van minister Van Peteghem dat de fiscaal gunstige regeling van de flexi-jobs moet worden teruggeschroefd vanwege de begrotingsdoelstellingen? Is het eerlijk tegenover mensen die al in het nieuwe systeem zijn gestapt om nu de spelregels te wijzigen? Waarom werd vooraf geen regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd alvorens een uitzonderingsregeling zo drastisch te veralgemenen?
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, al jaren verschijnen rapporten waarin staat dat de Belgische arbeidsmarkt dringend flexibeler moet worden. De voorbije jaren hebben we daarvoor een zeer succesvolle maatregel uitgewerkt, namelijk de flexi-jobs. Vandaag oefenen 260.000 mensen een flexi-job uit. Het overgrote deel werkt voltijds en doet daar dus nog een extra job bij.
Ondernemingen hebben eindelijk een manier gevonden om hun piekmomenten op te vangen, ten voordele van een betere dienstverlening aan de klant. Ik denk dat iedereen die de voorbije zonnige dagen op een terras heeft gezeten, de voordelen daarvan heeft kunnen vaststellen.
Kortom, iedereen is dus enthousiast over die flexi-jobs, zelfs zo enthousiast dat we hier enkele weken geleden de veralgemeende invoering van de flexi-jobs hebben goedgekeurd.
Vandaag lijkt het alsof iedereen, inclusief de N-VA, daartegen is, of er minstens reserves bij heeft. Van minister Van Peteghem, van de tsjeven, kan men nog verwachten dat ze op drie weken van mening veranderen, of op drie dagen zelfs, want nog maar drie dagen geleden kwam mevrouw Muylle in de commissie pleiten om ook de organist in de kerk als flexi-jobber aan de slag te laten gaan. Het gaat dus allemaal bijzonder snel.
Collega's, mensen die werken, zijn nooit het probleem. Mensen die werken, zijn altijd de oplossing.
De echte problemen in ons land zijn de 140.000 openstaande vacatures, de energieprijzen die door het dak gaan, een half miljoen langdurig zieken. Weet u wat de oplossing van minister Van Peteghem daarvoor is? Niemand weet dat. Hij ook niet, want hij heeft daar niet over nagedacht. Het is veel gemakkelijker om mensen die werken extra te belasten.
Mijnheer de minister, mogen we nog op u rekenen? Mogen die flexi-jobbers nog op u rekenen? Zult u garant staan voor de flexi-jobs?
Nathalie Muylle:
Voorzitter, collega's, Jan heeft studerende kinderen die op kot gaan en hij wil bijklussen. Hij wil dat doen in de horeca. 300 uur per jaar, goed voor 5.000 euro.
Doet hij dat vandaag als flexi-jobber, dan verdient hij 5.000 euro bruto, wat ook netto is. Zijn werkgever betaalt 6.400 euro en hij bouwt pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag via vrijwillige overuren, dan krijgt hij eveneens 5.000 euro. Zijn werkgever betaalt iets minder, maar hij bouwt geen pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag met een vast contract – we hebben dat hier een paar weken geleden goedgekeurd, voor zes uur per week – dan betaalt zijn werkgever ongeveer evenveel als bij een flexi-job. Zelf houdt hij netto 2.173 euro over, minder dan de helft van wat hij via overuren of een flexi-job zou verdienen.
Ik kan nog andere voorbeelden geven van flexibele vormen van arbeid, zoals studentenarbeid. Studenten betalen vandaag een beperkte sociale bijdrage, maar bouwen geen sociale rechten op. Kijk ook naar het verenigingswerk. Daar betaalt men 10 à 20 % bijdragen, maar ook daar worden geen rechten opgebouwd. Zo kan ik nog even verdergaan.
Collega's, wij hebben in dit Parlement elke vorm van flexibel werken gesteund en we zullen dat ook blijven doen, omdat we ervan overtuigd zijn dat een moderne arbeidsmarkt die flexibiliteit nodig heeft. Pieken in onze economie moeten kunnen worden opgevangen. Mensen willen die flexibiliteit ook.
In elk debat heb ik echter, en dat blijkt ook uit het verslag, telkens gezegd dat er voor ons een gelijk speelveld moet komen tussen alle vormen van bijklussen. De excessen moeten eruit. Wie vandaag ziek of werkloos is, kan geen flexi-job uitoefenen.
Eigenlijk is dit echter een debat in de marge. De kern van de zaak is dat arbeid in ons land gewoon veel te duur is. De lasten op arbeid moeten omlaag. De eerste stap die we vandaag met deze fiscale hervorming hebben gezet, moet worden uitgevoerd. Wat ons betreft, mag die niet worden vertraagd. We willen bovendien verder gaan.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u daarnaar? Bent u bereid ook een verdere lastenverlaging op arbeid te steunen?
Dank u.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, le secteur de l'horeca tire la langue et ne veut plus de fausses promesses. Il vous demande simplement d'arrêter de lui compliquer la vie. J'en prends pour preuve le président de l'horeca bruxellois, qui vient de vous adresser une lettre accablante. Son constat est sans appel: le contrat de confiance avec l'Arizona est rompu.
Pendant ce temps-là, les faillites s'accumulent. Vous êtes devenu le gouvernement des faillites. Chaque semaine, des cafés, des restaurants et des hôtels baissent le rideau. Derrière chaque fermeture, il y a des femmes et des hommes qui travaillent 12, 13 ou 14 heures par jour sans même savoir s'ils pourront encore ouvrir demain.
Aujourd'hui, ils voient également leurs clients disparaître. Pourquoi, me direz-vous? Parce que vous tapez dans les poches des travailleurs et que vos mesures grèvent les finances des ménages. Quand les Belges doivent compter chaque euro, ils renoncent d'abord à aller au restaurant, à prendre un verre avec des amis ou à partir quelques jours en vacances. Ce sont les familles qui se privent, et c'est l'horeca qui trinque.
Quelle est votre réponse à tout cela? Vous répondez par une hausse de la TVA sur les hôtels, par des menaces sur d'autres taux de TVA et par une généralisation des flexi-jobs que le secteur lui-même vous demande de revoir. Bref, vous ne soutenez pas l'Horeca; vous vous contentez seulement de lui présenter l'addition.
Monsieur le ministre, combien de faillites faudra-t-il encore attendre avant que vous ne changiez enfin de cap? Allez-vous continuer à affaiblir le pouvoir d'achat des ménages qui affecte tous les secteurs, dont celui de l'horeca? Enfin, allez-vous redonner de l'oxygène à celles et ceux qui créent de l'emploi, de l'activité et de la convivialité partout en Belgique?
Nadia Moscufo:
Monsieur le ministre, vous avez dit lors d'une interview vidéo que les flexi-jobs étaient l'huile dans le moteur économique. Je suis tout à fait d'accord avec vous. Toutefois, vous vous en servez surtout pour frotter les pompes des grands patrons, en leur offrant de la main-d'œuvre bon marché et hyper flexible.
Pourquoi les gens travaillent-ils en flexi-job? D'une part, il y a ceux qui n'ont pas assez, non pour vivre, mais pour survivre. Pourquoi n'ont-ils pas assez? Parce que vous leur avez bloqué les salaires depuis des années. D'autre part, il y a les retraités. Vous avez déclaré entendre de nombreux de retraités se plaindre du fait qu'ils manquaient de contacts sociaux, de liens sociaux. Je ne sais pas quels pensionnés vous fréquentez. Pour ma part, monsieur le ministre, je représente les millions de retraités qui se plaignent de ne pas avoir assez de pension. Savez-vous quelle est la pension moyenne des salariés dans ce pays? je vais vous le dire: 1565 euros net! Et c'est sans compter le malus, avec lequel ce sera encore pire. Alors non, monsieur le ministre, les gens ne travaillent pas en flexi-job parce qu'ils s'ennuient le samedi et le dimanche.
Votre ministre du Budget parle d'un dérapage dans le budget de la sécurité sociale. Je me suis demandé si ce dérapage dans le budget de la sécurité sociale n'était pas, en réalité, votre but véritable. Entretemps, nous avons pris connaissance d'une étude qui indique clairement que, désormais, les flexi-jobs remplaçaient les contrats classiques. Quelle est la position du gouvernement par rapport à cette étude?
François De Smet:
Monsieur le ministre, 13 jours à peine après l'entrée en vigueur de votre réforme sur la généralisation des flexi-jobs, votre collègue le ministre du Budget, monsieur Van Peteghem, déclare que le système est en train de déraper et que notre État-providence ne restera pas soutenable. Mieux encore, hier, le ministre des Finances, monsieur Jambon, lui a emboîté le pas, disant vouloir examiner si le système nuit à l'emploi régulier. Cela fait quand même deux vice-premiers de votre coalition!
Je reste fasciné par la capacité de ce gouvernement à réfléchir après avoir pris les mesures. Plus que jamais, dans l'Arizona, on tire d'abord, on réfléchit ensuite! Vous avez balayé ces critiques, vous allez sûrement le refaire dans une minute. Pourtant, la concurrence des flexi-jobs sur l'emploi classique est une vraie question, et je vous invite à regarder quelques indicateurs.
Une entreprise sur huit ayant recours aux flexi-jobs n'emploie plus aucun travailleur fixe. Le commerce concentre 34 % des emplois directs en flexi-jobs contre 17 % en 2021, tandis que l'horeca, lui, plafonne à 40 %, preuve que la croissance se fait en dehors du secteur d'origine. Les syndicats chiffrent le manque à gagner en cotisations et impôts à plus de 500 millions par an après la généralisation.
Alors, soyons clairs, les flexi-jobs, c'est génial dans certains secteurs, notamment l'horeca, qui serait en très grande difficulté sans cela. Mais leur généralisation est un danger et, quand l'horeca lui-même attire l'attention là-dessus, il faut l'écouter. Le danger d'une substitution massive par petit volume existe, le tout dans un régime où le travailleur ouvre des droits à la pension, mais ne verse pas de cotisations personnelles.
Monsieur le ministre, quel est l'impact net, selon vous, sur le financement de la sécurité sociale, manque à gagner, substitution et droits dérivés compris? Pouvez-vous vraiment nier tout effet de substitution? Il n'y a pas de honte à se remettre en question, monsieur le ministre, surtout si la moitié du gouvernement doute déjà.
Je vous remercie.
David Clarinval:
Chers collègues, je vous remercie de m'interroger sur ce dossier des flexi-jobs, car il va me permettre de remettre un peu de rationalité dans le débat.
Permettez-moi de commencer par quelques chiffres particulièrement pertinents. Le premier est que les flexi-jobbers pensionnés de 65 ans et plus représentent aujourd'hui 28,7 % du volume total de travail en flexi-jobs, soit près d'un tiers de ce volume. Parmi les flexi-jobbers non pensionnés, 83 % travaillent à temps plein. Ce n'est que 17 % des flexi-jobbers non pensionnés qui ont un taux d'emploi de base compris entre 80 % et 95 %.
Il est exact que 7 % des employeurs recourent exclusivement à des flexi-jobbers, mais cela est tout à fait normal, car il s'agit principalement de microentreprises, d'indépendants travaillant seuls qui débutent leur activité et sont en pleine phase de croissance. Il y a très peu de flexi-jobs dans les grandes entreprises et, a fortiori , dans les multinationales. Les flexi-jobs sont conçus comme un revenu d'appoint venant compléter une activité principale. Les flexi-jobbers qui ne sont pas pensionnés travaillent en moyenne 190 heures par an et gagnent un peu moins de 3 000 euros par an grâce à leur flexi-job.
Il est dès lors illogique de vouloir réduire volontairement les revenus issus de cette activité principale en passant d'un emploi à temps plein à un quatre cinquièmes dans le seul but de compenser ensuite cette perte par un flexi-job. Une telle démarche est en effet peu intéressante sur le plan financier. Une réduction du temps de travail a des conséquences non seulement sur le salaire, mais également sur la prime de fin d'année, le pécule de vacances, le nombre de jours de congé, les bonus et les autres avantages liés à l'emploi principal.
Enfin, afin d'éviter tout usage abusif de ce dispositif, une période d'attente anti-abus de six mois est déjà prévue pour les travailleurs qui réduisent leur temps de travail avant de pouvoir exercer un flexi-job. Il serait donc complètement irrationnel de quitter un cinq cinquièmes fixe avec tous les avantages qui y sont liés pour s'engager dans quelques heures de flexi-job non structurel au terme de cette période d'attente de six mois.
S'agissant du prétendu effet de substitution, l'avis du CNT s'appuie principalement sur l'évaluation du secteur horeca. Celle-ci montre que l'éventuelle substitution entre les flexi-jobs et l'emploi régulier est limitée et temporaire et qu'elle ne se ferait qu'au détriment d'autres formes flexibles de travail, en particulier le travail intérimaire ou le travail occasionnel. En ce qui concerne l'éventuel impact sur le budget, rappelons qu'il existe une cotisation patronale spéciale de 28 %. Les flexi-jobbers contribuent pleinement au financement de la sécurité sociale, notamment par le biais de leur activité principale.
Les flexi-jobs permettent aux entreprises d'absorber plus facilement les pics d'activité. Cette flexibilité leur offre la possibilité de répondre à une demande accrue, de transformer une activité ponctuelle en croissance structurelle et, à terme, de créer davantage d'emplois.
Les flexi-jobs contribuent ainsi au financement de la sécurité sociale. Les revenus complémentaires générés par les flexi-jobs créent évidemment de l'activité économique. Pour les pensionnés, les flexi-jobs représentent en effet plus qu'un simple complément de revenus: ils constituent aussi une source de contacts sociaux.
Wat de analyse van de NAR betreft, die hebben we gisteren ontvangen. De analyse zelf bevat uiteindelijk weinig nieuwe elementen. De analyses van het Federaal Planbureau hebben hoofdzakelijk betrekking op de horecasector. De NAR roept er overigens toe op voorzichtig te zijn alvorens deze resultaten te extrapoleren naar de andere sectoren. Het advies bevat inderdaad de vraag om de evaluatiewerkzaamheden voort te zetten. Dat is nu net wat de nieuwe wet al voorziet. Er zijn twee evaluaties gepland. De eerste zal worden uitgevoerd door de sectoren zelf en zal betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden, de veiligheid en arbeidsongevallen. Een tweede evaluatie zal de gevolgen van de hervorming voor alle sectoren analyseren.
Ik wens tevens opnieuw het engagement van minister Vandenbroucke en mijzelf te benadrukken om elk misbruik van de flexi-jobs te bestrijden. Het is met name onverantwoord dat personen zich arbeidsongeschikt verklaren tegenover hun werkgever, terwijl zij tegelijkertijd een flexi-job uitoefenen bij een andere werkgever. Een dergelijke situatie is strijdig met de geest van het systeem en kan niet worden getolereerd.
Tot slot wil ik met klem benadrukken dat met de uitbreiding van de flexi-jobs uitvoering wordt gegeven aan het regeerakkoord. Die uitbreiding werd overigens niet willekeurig beslist. Ze komt tegemoet aan een duidelijke vraag vanuit het terrein. Zowel werkgevers als werknemers vragen al jaren dat dit systeem wordt uitgebreid naar andere sectoren. Laten we deze hervorming de tijd geven om haar effecten op het terrein te tonen en de evaluatie op basis van de feiten te laten plaatsvinden, zodat we eventueel kunnen bijsturen op basis van objectieve elementen en niet op druk (…)
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik stel vast dat de onenigheid, en dus de onzekerheid binnen de regering, blijft. We merken ook een duidelijk patroon bij deze regering-De Wever. U lanceert ondoordacht wetsontwerpen, zonder enige voorafgaande impactanalyse. U luistert ook nooit naar rationele argumenten van de oppositie. Het Vlaams Belang wees immers al maanden op de risico’s, namelijk kannibalisatie van reguliere jobs, zware kosten voor de schatkist, fiscale ongelijkheid en fraudegevoeligheid. We werden niet gehoord;
Als deze regering de spelregels nu al zou veranderen, is dat een listige truc. Ze verleidt mensen naar een voordeliger statuut en verhoogt daarna de fiscaliteit ter zake. Daarenboven zijn het overwegend Vlamingen die dit systeem gebruiken. Zij zullen dus ook weer de factuur betalen.
Mijnheer de minister, deze regering-De Wever hangt met haken en ogen aaneen. Dit land is onbestuurbaar. Het loopt op de financiële klippen. En de Vlaming is het beu altijd opnieuw op te draaien voor de rekeningen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw felle verdediging van de flexi-jobs. Ze verdienen het. U stelt me toch een beetje gerust dat er één zinnige mens aan tafel zit als er over de begroting gesproken zal worden.
Mijnheer de minister, al noemen sommigen dit een discussie in de marge, weliswaar een discussie in de marge die de eigen vicepremier op de voorpagina’s van kranten gaat voeren, ik ben het er eigenlijk mee eens dat dit een discussie in de marge zou moeten zijn. Waar het vandaag echt over moet gaan, is de economische groei. Hoe doen we onze economie groeien, zodat onze welvaartstaat ondersteund wordt, zodat onze gezondheidszorg betaalbaar blijft. Dat is waar een minister van doordrongen moet zijn, of hij economie in zijn portefeuille heeft, of sociale zaken, maar zeker als hij begroting in zijn portefeuille heeft.
Dat is waar deze regering wakker van moet liggen. Ik hoop, samen met iedereen hierbuiten, dat u daar na de zomer eindelijk eens werk van maakt.
Nathalie Muylle:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
U hebt de flexi-jobs heel sterk verdedigd. Veel van uw argumenten volgen we ook volledig. Het is ook goed dat u een opening laat om de excessen uit het systeem te halen, zoals mensen die arbeidsongeschikt zijn en flexi-jobben. Ik kan er nog meer noemen. Arbeidsongeschikten kunnen vandaag perfect zelfstandige worden, 23.000 euro verdienen en geen eurocent van hun uitkering verliezen. Er liggen heel wat voorstellen in het Parlement. U hoeft in uw oefening dus eigenlijk niet zo ver te gaan.
Collega Coenegrachts, de kern van de zaak is dat economische groei ongelooflijk belangrijk is. We zouden ons daarvoor hier met alle 150 moeten inzetten. Voor ons is een cruciaal onderdeel daarvan ook de lastenverlaging. Daarover heb ik jammer genoeg niets gehoord. Voor ons is het echter heel duidelijk. De excessen moeten eruit en er moet een gelijk speelveld komen voor alle vormen van bijverdienen. Die lastenverlaging moet er ook komen. Die agenda moet worden uitgevoerd en mag niet worden vertraagd.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, votre réponse confirme exactement ce que les secteurs dénoncent: vous n'écoutez plus celles et ceux qui créent de l'emploi. Concernant les flexi-jobs, c'est inédit. L'opposition vous a mis en garde, tout comme les partenaires sociaux et même votre propre collègue, Vincent Van Peteghem, auquel le ministre Jambon emboîte maintenant le pas. Désormais, c'est l'horeca lui-même qui vous dit que cette réforme est une erreur, mais vous, vous continuez à faire la sourde oreille.
Votre gouvernement a augmenté la TVA sur les hôtels à 12 %, alors que ce secteur représente plus de 35 000 emplois et fait vivre toute notre économie touristique. À l'approche d'un nouveau conclave budgétaire, le secteur craint qu'une fois de plus, vous ne remettiez le couvert. Vous prétendez soutenir l'économie, mais vos décisions freinent la consommation. Et quand la consommation recule, ce sont toujours les indépendants qui paient l'addition!
L'horeca, monsieur le ministre, ne demande pas de privilèges. Le secteur vous demande d'arrêter de lui envoyer la facture de vos choix budgétaires. Donc, monsieur le ministre, écoutez enfin celles et ceux qui travaillent!
Nadia Moscufo:
Vous me faites toujours rire, monsieur le ministre, parce que vous venez toujours avec toute votre conviction et avec des chiffres pour défendre votre projet. Or vos chiffres confirment notre thèse. Vous dites que 83 % du volume total des flexi-jobs sont occupés par des gens qui travaillent à temps plein. Vous en êtes satisfait, car c'est votre modèle du travail.
Notre modèle du travail suppose que les gens qui travaillent à temps plein ne doivent pas avoir besoin d'un job supplémentaire pour pouvoir non seulement boucler ses fins de mois, mais même aller en vacances. Vous allez partir en vacances, n'est-ce pas, monsieur le ministre? Quelqu'un qui travaille dans ce pays a aussi le droit de partir en vacances. Il est inacceptable que quelqu'un doive prendre un flexi-job pour aller en vacances ou pour offrir un cadeau à ses enfants.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. J’y entends beaucoup de conviction et assez peu de place au doute. Cela me conforte dans l’idée que l’Arizona est une gigantesque opération d’expérimentation sociale. Je vous invite à regarder l’ensemble du paysage. Avec votre réforme du chômage, on compte deux fois plus d’exclus du chômage en Wallonie et à Bruxelles que d’emplois disponibles. Vous avez aussi libéralisé le travail étudiant. Nous enregistrons un nombre record de faillites et de précarité. C’est dans ce contexte-là et dans ce paysage-là que deux de vos vice-premiers ministres vous adressent des mises en garde qui, à mon avis, devraient être davantage prises au sérieux. Je vous remercie.
-
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorg
Vraag: De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
Vraag: De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
gezondheid en welzijnDe besparingen op de gezondheidszorg
De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
Financiële hervormingen en besparingen in de gezondheidszorg summaryExplanationGesteld door
VB Dominiek Sneppe
Anders. Alexia Bertrand
PVDA-PTB Sofie Merckx
PS Caroline Désir
MR Daniel Bacquelaine
Vooruit Jan Bertels
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 16 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Frank Vandenbroucke verwerpt categorisch een franchise van 500 euro voor kankerpatiënten en benadrukt dat de begrotingskloof niet op de rug van zieken mag worden gedicht, terwijl hij hervormingen zoals een rechtvaardigere verhoogde tegemoetkoming en ziekenhuisfinanciering voorstelt. Kritische oppositiepartijen, waaronder Dominiek Sneppe en Alexia Bertrand, beweren dat de regering-De Wever met maatregelen zoals hogere remgelden, groeinormverlaging en langere betalingstermijnen voor werkgevers vooral de middenklasse, chronisch zieken en werkenden wil laten opdraaien, zonder structurele verspilling of fraude aan te pakken. Sofie Merckx en Caroline Désir wijzen op eerdere besparingen in de gezondheidszorg (zoals hogere medicijnprijzen en 125 miljoen euro extra remgeld) en vrezen dat patiënten opnieuw de rekening zullen betalen, ondanks Vandenbrouckes belofte dat de zorg betaalbaar blijft. Daniel Bacquelaine en Sarah Schlitz pleiten voor diepgaande hervormingen, zoals aanpassing van de BIM-toegang, mutuelle-kosten en preventieve gezondheidsinvesteringen, maar verschillen van mening over de methode: Bacquelaine wil taboes doorbreken, terwijl Schlitz meer focus vraagt op preventie en eerste lijnszorg.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, gisteren bleek uit het gelekte rapport van het RIZIV dat de regering-De Wever kankerpatiënten tot 500 euro voor hun medische kosten zelf wil laten betalen. N-VA-minister Weyts zou opwerpen dat het maar 500 euro is. Intussen blijkt dat er nog veel meer op tafel ligt: de verdubbeling van het remgeld bij huisartsen, het verder terugschroeven van de groeinorm en het langer laten betalen voor zieke werknemers door werkgevers zou samen 6 miljard euro moeten opleveren.
Mijnheer de minister, komaan zeg, dat is geen gezondheidsbeleid meer. Dat is een zoektocht naar wie nog kan betalen, naar wie nog meer kan worden gepluimd. De patiënt betaalt meer, de chronisch zieke betaalt meer, de werknemer betaalt meer en de werkgever betaalt meer. Over de echte problemen horen we echter niets. Over de moddervette overheid horen we niets. Over verspilling en fraude, over overbodige structuren, over de gratis toegang tot onze sociale zekerheid voor tienduizenden gelukszoekers, over een log en versnipperd Belgisch gezondheidsmodel, dat handenvol geld kost en door de regering alleen maar verder wordt uitgebreid, daarover horen we niets.
De regering zegt wel dat ze de gezondheidszorg wil hervormen, maar telkens opnieuw betekent hervormen blijkbaar dat de rekening naar onze mensen gaat. Ondertussen is de regering hopeloos verdeeld. Voor Vooruit luidt het: franchise, over mijn lijk, cd&v sluit zich daarbij aan, maar weet het nog niet helemaal goed en de N-VA stelt geen enkel voorstel te willen uitsluiten. Mijnheer de minister, wie spreekt hier nu eigenlijk nog namens de regering?
Welke van de opgesomde maatregelen liggen vandaag echt op tafel en zijn dus bespreekbaar? Garandeert u dat chronisch zieken, mensen met een laag inkomen en gewone werkende gezinnen niet opnieuw de rekening van de begroting zullen moeten betalen?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, het RIZIV kwam gisteren met een opmerkelijk verslag. De opvallendste maatregel kennen we ondertussen allemaal: een franchise van 500 euro, die door de patiënt zelf zalmoeten worden betaald. De socialisten van Vooruit zeggen alvast: niet met ons. Laat het duidelijk zijn: ook niet met ons, mijnheer de minister. Wie betaalt alweer het gelag? Dat is de middenklasse, zoals al veel te vaak met de regering-De Wever is gebeurd.
Eigenlijk gaat het hier om een valse discussie. Als u het rapport goed hebt gelezen – u kennende, meester Frank, hebt u dat zeker gedaan –, dan hebt u ook een andere passage goed gelezen. Ik citeer het rapport: "Het RIZIV is zich bewust van de noodzaak om de verhoogde tegemoetkoming te hervormen." Dat systeem is compleet ontspoord. Vandaag krijgen namelijk 2,5 miljoen mensen – een jaar geleden waren ze nog met 2,2 miljoen – voordeel na voordeel, de ene korting na de andere. Ook bij de dokter betalen ze slechts 1 euro.
Wat hebt u daaraan gedaan, mijnheer de minister? Niets. Nee, dat is niet helemaal waar. U hebt dat systeem zelfs uitgebreid. Ik hoor in de wandelgangen dat u op zoek bent naar nieuwe voordelen onder andere op het vlak van energie voor de betrokkenen. U zoekt dus naar manieren om het systeem verder uit te breiden.
U bent tegen de franchise en dat is goed – wij ook –, maar waar bent u dan voor? Onze voorstellen zijn duidelijk. Pak de overconsumptie aan. Zet de groeinorm op nul, zodat u 2,6 miljard euro bespaart, en vooral zet het mes in de verhoogde tegemoetkoming. Wanneer zult u dat eindelijk doen?
Sofie Merckx:
Année après année, exercice budgétaire après exercice budgétaire, l'Arizona va toujours chercher l'argent dans la poche des gens, mais aussi dans les soins de santé. En effet, vous avez déjà augmenté le prix des médicaments, des hôpitaux doivent fermer, la norme de croissance n'est pas à la hauteur des besoins et, pour trouver 125 millions d'euros, vous avez déjà un accord de principe visant à augmenter les tickets modérateurs.
Hier, une proposition choc est arrivée: celle d'une franchise de 500 euros en assurance maladie, un peu sur le modèle d'une assurance automobile. En pratique, si vous tombez malade, les premiers 500 euros seraient à votre charge et ce n'est qu'au-delà de ce montant que vous seriez remboursé. Vous imaginez bien que j'ai reçu de nombreux témoignages et beaucoup de réactions inquiètes.
Il serait extrêmement grave d'instaurer une telle taxe sur les malades. Cela reviendrait à augmenter le montant du ticket modérateur, et de manière générale, la part des frais de santé supportée par les patients. C'est une mauvaise idée pour la santé publique. En effet, lorsque l'on demande aux patients de contribuer de plus en plus, ils reportent parfois des soins et finissent par développer des problèmes de santé plus graves, comme dans le cas du diabète. Au final, cela coûte davantage à la sécurité sociale.
Mais nous savons aussi, monsieur le ministre, comment se déroulent les négociations budgétaires. On commence par mettre sur la table une proposition choc, une proposition particulièrement grave, pour ensuite nous dire: "Ah oui, mais nous n'avons finalement pas fait cela. Il faudra quand même que les patients contribuent. On augmentera quand même peut-être le ticket modérateur chez le médecin généralistes ou chez le spécialiste. On touchera peut-être au statut BIM, etc."
Monsieur le ministre, vous avez déjà indiqué que vous étiez opposé à cette franchise. Mais êtes-vous également opposé à une augmentation de la part des frais de santé à charge des patients? Cette piste est-elle aujourd'hui sur la table des négociations?
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, 6 milliards d'euros: c'est le montant hallucinant de la liste des économies que l'INAMI a compilées dans un rapport qui est aujourd'hui sur la table du gouvernement – un catalogue des horreurs et une attaque d'une violence jamais vue contre notre modèle des soins de santé.
On apprend dans le même temps, monsieur le ministre, que vous auriez finalisé la lettre de mission que le gouvernement doit adresser aux partenaires de l'INAMI en vue de l'élaboration de leur proposition de budget des soins de santé pour 2027.
Selon les informations publiées, cette lettre de mission prévoirait un montant de 638 millions d'euros d'économies, conformément à la trajectoire budgétaire fixée par l'Arizona. Cette trajectoire vise, pour rappel, plus de 2 milliards d'euros d'économies dans ce secteur. Je me permets de vous le redire, cette trajectoire est difficilement conciliable, vous en conviendrez, avec votre promesse d'une norme de croissance de 3 %.
Monsieur le ministre, je souhaiterais donc vous poser les questions suivantes. Premièrement, à ce stade, quel est le montant exact des économies que le secteur des soins de santé devra effectivement assumer? Pouvez-vous nous dire si la lettre de mission que vous avez rédigée sera approuvée ou non par le gouvernement?
Deuxièmement, pouvez-vous garantir que dans le cadre de l'effort d'austérité de 10 milliards d'euros annoncé par l'Arizona, le secteur de la santé sera préservé et que la facture des patients, que vous avez déjà considérablement augmentée, restera stable?
Enfin, monsieur le ministre, qui a commandé ce rapport? Vous avez déclaré dans la presse que l'INAMI avait réalisé cet exercice à la demande des autres partis. S'agit-il là d'une procédure habituelle? Autrement dit, l'INAMI répond-il à une autre autorité que la vôtre, monsieur le ministre? Je vous remercie.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, nous n'avons jamais autant joué avec les milliards. D'une part, dans votre lettre de mission, vous évoquez un effort budgétaire de 638 millions d'euros à l'horizon 2029. D'autre part, l'INAMI avance des pistes visant à réaliser jusqu'à 6 milliards d'euros d'économies. Cette différence appelle des éclaircissements. En effet, ce "jeu" n'est guère porteur de rationalité ni de rigueur. Une clarification s'impose donc.
Monsieur le ministre, je ne vous interrogerai pas sur la franchise, car je connais votre position à ce sujet. Du reste, je considère moi-même que cette mesure est peu pertinente, voire source de surconsommation.
En revanche, j'aimerais vous entendre au sujet de plusieurs pistes évoquées par l'INAMI. Où en est la réforme absolument indispensable du statut BIM, qui concerne près de 2,5 millions de personnes? Comment pouvons-nous réformer ce système, notamment la procédure d'accès à ce statut?
Où en est également la réforme du paysage hospitalier, qui aura un impact direct sur le budget de l'INAMI? Qu'en est-il de l'adaptation des tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis plus de 20 ans? Où en sont les réformes que vous préconisez et qui auront un impact direct sur le budget de l'INAMI?
Je pense en effet que ce budget de l'INAMI mérite une analyse sérieuse ainsi que la mise en œuvre des réformes nécessaires afin que chaque euro soit utilisé le plus efficacement possible, dans l'intérêt du patient et de la qualité des soins.
Jan Bertels:
Collega’s, in Amerika kan een bevalling tot 100.000 dollar kosten. Een operatie voor een by-pass kan van 44.000 dollar tot 445.000 dollar kosten. Een levensnoodzakelijke kankerbehandeling is onbetaalbaar. Ze kost meer dan 500.000 dollar. Amerikanen moeten zich in de schulden werken als zij zorg nodig hebben of, erger nog, stellen die zorg uit schrik voor de factuur uit.
Laat het heel duidelijk zijn, wij, socialisten, passen voor zo’n systeem. Het voorstel met betrekking tot een franchise van 500 euro per patiënt, dat hier op tafel ligt, gaat voor ons meteen de vuilnisbak in. De beste en betaalbare zorg voor iedereen is voor ons socialisten immers essentieel. Ze is gegrond op een principe dat voor ons heilig is, namelijk solidariteit, vormgegeven door Achille Van Acker.
Collega's, ik kom uit een eenvoudig arbeidersgezin van vier kinderen met één arbeidsinkomen. Volgens het bewuste voorstel zouden mijn ouders eerst zelf 3.000 euro hebben moeten ophoesten voor noodzakelijke zorg. Dat zou voor hen de financiële hel zijn geweest. Een heel gezin zou uitgesloten zijn geweest van degelijke gezondheidszorg vanwege de factuur. Ik kan dan ook niet anders dan herhalen: niet met mij, niet met ons, niet met Vooruit.
Ook vandaag zullen wij socialisten onze sociale zekerheid en onze sterke zorg blijven beschermen, want niemand kiest ervoor om ziek te worden of een operatie te ondergaan of een kankerbehandeling te volgen. Daar zijn wij het toch over eens?
Mijnheer de minister, mijn vraag is eenvoudig. Kunt u bevestigen dat het onzinnige voorstel voor een franchise van tafel gaat?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, pour boucler votre budget, vous et votre gouvernement êtes à la recherche de 10 milliards d'euros. Or il apparaît de plus en plus clairement que vous puiserez de l'argent dans les soins de santé. Certes, ce ne sera clairement pas via cette mesure loufoque visant à mettre en place une franchise de 500 euros – nous savons très bien que ce n'est pas cela qui décidé –, mais via des économies, comme vous en avez déjà prévu: à savoir un montant de 638 millions d'euros d'ici 2029, qui sera déjà difficile à atteindre. Ces économies ont non seulement été acceptées par des partis comme Les Engagés, qui avaient pourtant promis d'augmenter le budget de la santé, soit dit en passant, mais vous en préparez d'autres, alors qu'il faudrait faire exactement le contraire. Nous vivons en effet dans un pays où une personne sur deux reporte des soins, faute de moyens, alors que nous connaissons la nécessité de se soigner rapidement pour éviter des surcoûts ultérieurs, dans un pays où il faut attendre six mois pour obtenir un rendez-vous chez l'ophtalmologue, dans un pays où 60 % des infirmières ne travaillent pas en tant qu'infirmières, dans un pays où les services d'urgence débordaient voici à peine deux semaines en raison de la vague de chaleur.
Vous l'aurez compris, monsieur le ministre, je ne veux pas savoir si vous allez instaurer une franchise de 500 euros. En revanche, je souhaite savoir quel montant vous comptez récupérer dans le secteur des soins de santé. Quelle facture arrivera, in fine , sur la table des patients? Comptez-vous également plafonner le salaire des soignants, dégrader leur qualité de vie ou augmenter leur temps de travail? Bref, dites-nous ce qui est sur la table en matière d'économies dans les soins de santé.
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, laat ik meteen bijzonder duidelijk zijn, we zullen het gat in de begroting nooit dichten op de rug van zieke mensen. Met mij in de federale regering zal dat niet gebeuren. Het is gemakkelijk en laf te zeggen dat met de idee van zo’n franchise we mensen die ziek worden en voor elk ziek kind en voor elke zieke partner meteen laten betalen om zo enkele miljarden te verzamelen. Dat is zo laf, zo brutaal, zo onrechtvaardig. Nooit.
Collega's, wellicht zijn er andere partijen die daar anders over denken, want anders was de instructie niet gegeven aan het RIZIV om dat te berekenen. Men heeft gevraagd waar dat vandaan komt. Wel, de eerste minister en de minister van Begroting hebben voorstellen ingezameld van de partijen. De partijen hebben voorstellen ingediend en blijkbaar waren daar ook deze voorstellen bij. Het RIZIV heeft instructie gekregen om dit te berekenen. Dat is dus ook geen rapport van het RIZIV. Als u dat leest, zult u inderdaad zien dat ook bij de medewerkers van het RIZIV zonder veel twijfel vragen rezen over wat hier nu eigenlijk werd voorgesteld.
Laten we wel beseffen dat we voor een buitengewoon moeilijke begrotingsopdracht staan. Ik denk dat we duidelijk moeten zijn over de doelstelling en over de methode. De doelstelling is de welvaartsstaat een toekomst te geven en ervoor te zorgen dat die overeind blijft, niet om hem kapot te maken. De doelstelling is ook om in de toekomst te kunnen blijven investeren in gezondheidszorg, in betere tandzorg, in betere geestelijke gezondheidszorg, in nieuwe, noodzakelijke en vaak dure geneesmiddelen, en in het zorgpersoneel. We moeten ruimte houden om die noodzakelijke investeringen te doen. Daarvoor moet men hervormen. Daarvoor moet men ook het budget op orde hebben. Dat is de doelstelling, geen andere.
Collega's, over de methode wil ik het volgende zeggen. We zullen er niet geraken als we meteen allerlei taboes opwerpen of zeggen wat niet kan. Laat ons dus eerlijk en duidelijk zijn.
We zullen op een rechtvaardige manier bijkomende inkomsten moeten zoeken en nadenken over de uitgaven. Alle ministers zullen met voorstellen moeten komen, of het nu gaat over Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, Openbaar Ambt, Sociale Zaken of Gezondheidszorg. Iedereen zal voorstellen moeten doen. Ik ben daar zelf ook volop mee bezig en bereid me daarop voor.
Ik heb wel één taboe. Het moet namelijk rechtvaardig zijn. De doelstelling is de gezondheidszorg overeind te houden. Dus iedereen op een brutale manier laten voorschieten voor gezondheidszorg, is totaal onrechtvaardig.
Dat is inderdaad ons taboe.
Donc, que les choses soient claires: jamais nous ne comblerons le déficit budgétaire sur le dos des personnes malades. Cela n'arrivera pas, tant que je ferai partie du gouvernement fédéral. Comme je viens de le dire, une tâche difficile nous attend. Il faudra agir dans tous les secteurs, partout, sans aucun doute, mais la justice sociale, l'équité dans l'effort est pour nous un tabou essentiel.
Ik kom tot een paar vragen die gesteld zijn.
Mijnheer Bacquelaine, we hebben met de ministers van Volksgezondheid krachtlijnen vastgelegd voor een belangrijke verbetering van het ziekenhuislandschap. We bespreken die ook in de verschillende regeringen. Ik denk niet dat we daar, noch in de federale regering, noch in de deelregeringen, vóór het zomerreces uit zullen raken, maar die besprekingen schieten goed op. Ik hoop dat we daar in september rond mee zullen zijn. We zijn bezig met belangrijke besprekingen over de hervorming van de ziekenhuisfinanciering en de nomenclatuur.
Mevrouw Bertrand, ik heb in de regering inderdaad ook een hervorming voorgelegd met betrekking tot de verhoogde tegemoetkoming, maar wel met de bedoeling dat systeem eerlijker en rechtvaardiger te maken, niet met de bedoeling het leven nog moeilijker te maken voor mensen die het moeilijk hebben en zwak staan. Dat is niet de doelstelling. Als er mensen zijn die een verhoogde tegemoetkoming genieten, maar over een zeer belangrijk vermogen beschikken of een belangrijke participatie in een vennootschap hebben, dan moet men dat veranderen. Dat voorstel ligt al weken bij de regering.
Ik hoop dat we dat soort voorstellen bij de opmaak van de begroting zullen kunnen bespreken, om te hervormen wat moet worden hervormd, om recht te zetten wat moet worden rechtgezet en vooral om te zorgen voor meer sociale rechtvaardigheid, nu en in de toekomst.
Voorzitter:
Dank u, mijnheer de minister. Ik ben buitensporig tolerant geweest. Laten we zeggen dat dat een eindejaarsgeschenk is.
Dominiek Sneppe:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Nooit met Vooruit, waarvan akte uiteraard. Mijnheer de minister, ik hoorde u ook zeggen dat het maar een berekening is en dat er nog niets is beslist. Zo begint het natuurlijk wel altijd. Eerst is het een technische oefening, dan is het een denkpiste, vervolgens wordt het – zoals u zelf zegt – een buitengewoon moeilijke, maar noodzakelijke maatregel. Uiteindelijk krijgt de burger de factuur. U zegt wel dat de zorg betaalbaar moet blijven. Daarin volg ik u, de patiënt mag niet meer betalen.
U zegt ook dat we inkomsten en besparingen moeten zoeken. Dat is inderdaad waar. Pak dan de verspilling aan, pak de fraude aan, schaf structuren af die niets opleveren, maak eindelijk werk van een eenvoudiger, efficiënter en dus Vlaams zorgmodel en scherm onze sociale zekerheid af voor wie geen cent heeft bijgedragen. Stop met telkens opnieuw te kijken naar de patiënt, de werknemer, de werkgever en de werkende mens. Wie ziek is, heeft zorg nodig en geen extra factuur.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, zoals mijn collega Irina De Knop hier gisteren heeft gezegd, is die franchise een bliksemafleider. U hebt zelf gezegd dat dat laf zou zijn, dat het een gemakskeuze zou zijn. Dat is niet de echte discussie. Even laf is het om de mensen die de welvaart creëren in dit land weg te zetten als profiteurs en fraudeurs. Die mensen zijn de melkkoe van onze Staat. Dat zijn de flexi-jobbers, de mensen die werken, sparen en ondernemen. Dat zijn de mensen die via een managementvennootschap risico nemen. Dat zijn de ondernemers die aan hun zwembad liggen. Als de doelstelling is - zoals u zegt – om de welvaartsstaat overeind te houden, dan zal dat zo niet lukken, mijnheer de minister.
Wat moet u dan wel doen? Hervorm de verhoogde tegemoetkoming. Ik sta hier al een jaar op de bühne met mijn partij om te zeggen dat dat systeem totaal ontploft is. Wat hebt u gedaan? U maakt het probleem nog groter. Dat moet u aanpakken. Dat zou een moedige hervorming zijn.
Sofie Merckx:
Ten eerste, mijnheer de minister, u zei dat het rechtvaardig moet zijn, maar het is niet rechtvaardig wat de arizonaregering vandaag doet. Het is compleet niet rechtvaardig. Jullie gaan het geld halen bij de gewone mensen, in de pensioenen en nu ook in de gezondheidszorg.
De enige minister in deze regering die niet moet besparen, die geld mag uitgeven zoals hij wil, is de heer Theo Francken. Alle andere ministers moeten besparen. U hebt trouwens al beslist om 2,6 miljard te besparen op de langdurig zieken. U hebt ook de prijs van medicatie al verhoogd. U hebt al een akkoord over 125 miljoen aan remgeldverhogingen.
Ik heb vandaag wel gehoord dat u niet voor de franchise bent, maar ik heb geen rode lijn gehoord inzake de verhoging van de remgelden. De Belgen geven nochtans al keiveel geld uit aan gezondheidszorg. Het gaat om 20 %. Dat is meer dan in Duitsland, dat is meer dan in Frankrijk. De mensen betalen dat uit eigen zak, en dat bedrag moet verminderen.
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Merckx.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, vous êtes clair concernant votre refus sur la franchise de 500 euros, et c'est tant mieux. Pour le reste, je ne suis pas du tout rassurée par votre réponse. En effet, vous savez parfaitement qu'il sera très difficile, pour ne pas dire impossible, d'épargner durablement les soins de santé si on ne recherche pas en même temps de nouvelles recettes pour absorber le déficit massif que votre gouvernement est en train de creuser. Vous pouvez bien multiplier les déclarations d'intention mais les chiffres, eux, sont têtus.
Quand on annonce des économies à grande échelle et qu'on serre la vis budgétaire dans tous les secteurs, il est évident que la santé ne pourra pas être préservée par de simples incantations. À un moment donné, ce sont les patients, les soignants et les assurés sociaux qui payent l'addition.
Monsieur le ministre, votre parti, comme Les Engagés, vous avez présenté la santé comme une priorité devant les électeurs. Ce qu'on voit aujourd'hui pourtant, c'est que vous êtes dans un gouvernement qui a comme marque de fabrique les économies, la pression sur les soins et l'augmentation de la facture pour les patients.
Daniel Bacquelaine:
Effectivement, il faudra être équitable. Mais être équitable, c'est aussi être responsable. Je pense qu'aujourd'hui, nous avons un devoir de responsabilité, car chaque euro en matière de santé doit être utilisé en faveur de la qualité des soins et des patients. Nous devons donc avoir le courage de laisser tomber les tabous et les dogmes. Une norme de croissance ne concerne en rien la qualité des soins. Une norme de croissance ne concerne en rien la rigueur que l'on met dans l'utilisation des budgets des soins de santé.
Nous devons sortir de cela et avoir le courage de vraies réformes, lesquelles doivent notamment porter sur l'automaticité de l'accès au BIM, tout à fait scandaleuse aujourd'hui – les fraudes sont connues –, sur une révision du rôle des mutuelles qui, comme on l'a dit plusieurs fois, coûtent très cher aujourd'hui – plus d'un milliard par an pour les frais administratifs des mutuelles –, sur une adaptation de nos tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis 20 ans et, enfin, sur une réforme du paysage hospitalier.
Jan Bertels:
Dank u voor uw duidelijke antwoord, mijnheer de minister.
Voor Vooruit en voor u is het heel duidelijk: geen gezondheidszorg op basis van de dikte van je portemonnee. Collega's, deze discussie toont duidelijk aan waarom Vooruit in deze regering nodig is: om toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg te blijven beschermen.
Het verbaasde mij dat andere partijen gisteren een groot drama maakten van de zelf besliste 80 miljoen euro voor de farmasector. Tegelijkertijd verklaarde dezelfde partij dat ze 7,1 miljard wil besparen op de kap van zieke patiënten. Dat is dezelfde partij, Anders. Dat zal Vooruit nooit aanvaarden. We zullen blijven doen wat we al hebben gedaan en dat is blijven investeren in ons systeem van gezondheidszorg en durven te hervormen. Daarin geef ik de heer Bacquelaine gelijk. We moeten durven te hervormen. Dat zullen we doen en dat zullen we blijven doen, voor de beste en betaalbare zorg voor iedereen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Savez-vous ce qui rapporte gros? Une population en bonne santé et bien soignée. Avec ce gouvernement, vous devez effectuer un travail de pédagogie pour investir davantage dans la prévention. Car ce gouvernement continue à donner des dérogations qui exposent nos citoyens à des pesticides et des substances néfastes, alors qu'on peut protéger leur santé. Vous pouvez par exemple interdire la publicité pour la malbouffe, il y a des tas de choses qu'on peut faire dans ce genre. Ensuite, vous pouvez faire en sorte qu'il y ait davantage de spécialistes, et réduire les délais d'attente. C'est essentiel pour soigner assez tôt les pathologies. Troisièmement, vous pouvez soutenir les dispositifs de première ligne, comme les maisons médicales qui, le rapport du KCE le prouve, font faire des économies au secteur des soins de santé. Ou encore agir pour le bien-être au travail plutôt que d'en demander toujours plus aux travailleurs et aux travailleuses. Voilà un plan de bataille efficace et utile sur le long terme!
-
Vraag: De zoektocht van de regering naar 10 miljard euro voor de begroting tegen oktober
Vraag: De zoektocht van de regering naar 10 miljard euro
Vraag: De tiramisu van 10 miljard voor de begroting tegen oktober
Vraag: De begrotingsvooruitzichten
Vraag: De begroting 2027
Vraag: ?Het volgende rapport van het Monitoringcomité
Vraag: De begroting
economie en werkDe zoektocht van de regering naar 10 miljard euro voor de begroting tegen oktober
De zoektocht van de regering naar 10 miljard euro
De tiramisu van 10 miljard voor de begroting tegen oktober
De begrotingsvooruitzichten
De begroting 2027
?Het volgende rapport van het Monitoringcomité
De begroting
Overheidsfinanciën en begrotingsplanning 2024-2027 summaryExplanationGesteld door
PS Paul Magnette
VB Barbara Pas
DéFI François De Smet
MR Georges-Louis Bouchez
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Anders. Kjell Vander Elst
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Paul Magnette en Raoul Hedebouw bekritiseren dat premier Bart De Wever vasthoudt aan bezuinigingsbeleid dat het koopkrachtverlies verergert en het tekort verdubbelt, terwijl alternatieven zoals belasting op grootvermogens, fraudebestrijding en defensiebesparingen 20 miljard zouden opleveren zonder de burger te raken. Barbara Pas en Georges-Louis Bouchez wijten het falend budgetbeleid aan structurele problemen zoals de vergrijzing, te hoge sociale uitgaven en gebrek aan fiscale autonomie, en eisen ingrijpende hervormingen zoals splitsing van de sociale zekerheid. François De Smet en Sarah Schlitz benadrukken respectievelijk het belang van efficiëntere belastinginning en klimaatinvesteringen, terwijl De Wever verdedigt dat zijn regering ondanks een "meedogenloos" internationaal klimaat de schuldgroei beperkt en denkt op lange termijn, maar erkent dat acute maatregelen nodig zijn om de Europese normen te halen. Kritiek op uitstelgedrag en gebrek aan concrete plannen blijft centraal.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, la question que tous les Belges se posent est la suivante: à quel moment allez-vous enfin reconnaître que vous vous êtes trompé? On vous l'a dit dès le début de votre gouvernement, votre politique ne va pas fonctionner. Vous allez droit dans le mur. Vous allez tuer l'économie et vous allez doubler le déficit.
Aujourd'hui, tous les rapports officiels nous montrent que, malheureusement, nous avons eu raison. Vous allez doubler le déficit et céder 40 milliards à ceux qui vont vous suivre. L'économie est en berne, pas de croissance, pas de création d'emplois. Il n'y a que les prix qui augmentent!
Et pendant ce temps-là, vous continuez en martelant que la seule solution, c'est de continuer à faire la même chose. Ou bien que c'est la faute du contexte international. Mais il a bon dos le contexte international! Toute l'Europe est confrontée au même contexte international. Alors, pourquoi votre gouvernement est-il le pire élève de la classe européenne? À un moment donné, c'est peut-être aussi votre responsabilité. Et c'est logique, avec les mesures de votre gouvernement, neuf Belges sur 10 ont vu leur pouvoir d'achat diminuer.
Et que font les gens quand ils ont moins d'argent? Ils dépensent moins. Et comme ils dépensent moins, l'économie tourne au ralenti, les créations d'emplois se raréfient, les recettes de l' É tat diminuent, les déficits se creusent et c'est la spirale infernale.
Vous nous répétez qu'il n'y a pas d'alternative. Et pourtant, on ne cesse de vous en proposer: taxer enfin les grosses fortunes rapporterait six milliards; augmenter les salaires de 1 % par an rapporterait quatre milliards; ralentir les dépenses en matière d'armement rapporterait trois milliards; faire contribuer les banques, le secteur de l'énergie rapporterait deux milliards; lutter enfin efficacement contre la grande fraude fiscale rapporterait trois milliards, mettre de l'ordre dans les aides aux entreprises rapporterait deux milliards. Vous voyez, on peut trouver 20 milliards sans prendre un euro dans la poche des travailleurs et des pensionnés! Alors il est plus que temps de s'y mettre!
Monsieur le premier ministre, il n'y a pas de honte à reconnaître qu'on s'est trompé. Mais il est temps, il est plus que temps!
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, u zei ooit dat u de Belgische Titanic niet kunt repareren. Dat blijkt nu ook uit het nieuwe rapport van het Monitoringcomité deze week. Uw regering, die zichzelf als budgettaire reddingsploeg profileerde, mislukt daar volledig in. Het rotten is niet gestopt. Uw aangekondigde maatregelen, uw taksen en centenindexen op kap van de Vlamingen voldoen allemaal niet. De begroting ontspoort gewoon verder en de Belgische schuldgraad stijgt. Uw Titanic, kapitein De Wever, stevent recht op een ijsberg af.
Volgens het Monitoringcomité is er minstens 7,7 miljard euro nodig om aan de Europese uitgavennorm te voldoen. Volgens u is een tiramisu van 10 miljard perfect haalbaar zonder de economische groei onderuit te halen. Welke economische groei? De recentste cijfers van de Nationale Bank tonen aan dat die economische groei vrijwel onbestaand is en die 10 miljard is ook onvoldoende. Onder andere het Rekenhof heeft eerder al gezegd dat er voor een echte sanering 15 tot 20 miljard aan structurele inspanningen nodig zijn.
Is het uw ambitie nog om echt te saneren? Dat was de bestaansreden van uw regering. U hebt daarvoor al uw communautaire beloftes overboord gekieperd. Mijn vraag is dus of u daar nog in gelooft. Gelooft u dat u budgettaire orde op zaken kunt stellen in dit land zonder fiscale autonomie en zonder een splitsing van de sociale zekerheid? Zo ja, hoe gaat u die Belgische Titanic dan precies repareren? Zo neen, waarom maakt u de mensen dat dan in godsnaam wijs?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, dans cet hémicycle, à gauche, il y a ceux qui vous disent: "Levons de nouvelles taxes, créons de nouveaux impôts", dans ce pays qui est déjà le plus taxé du monde. Et, à droite, il y a ceux qui vont vous dire: "Non, coupons encore dans les dépenses sociales, rabotons encore la sécurité sociale et les soins de santé", dans ce pays qui est déjà plombé par la précarité. Et puis, au milieu du gué, il y a vous, coincé entre ces deux pressions et qui voyez inexorablement l'eau de la dette et du déficit monter.
Heureusement, il existe une troisième voie, entre ceux qui veulent toujours plus d'impôts et ceux qui veulent moins d'État, il y a un chemin, une voie qui ne consiste ni à matraquer le contribuable ni à sacrifier nos retraités et nos soins de santé. Une voie qui consiste simplement à être plus efficaces, à mieux percevoir les recettes normales et à aller chercher l'argent là où il se trouve.
Je remobilise ici Paul De Grauwe, qui n'est pas exactement le dernier des bolchéviques, selon lequel le problème, depuis 2013, dans notre pays, ce n'est pas le niveau de dépenses, c'est l'érosion des recettes: 21 milliards d'euros disparaissent chaque année, non pas parce que nos taux seraient trop bas, mais parce que l'assiette fuit de toute part. À force de multiplier les régimes dérogatoires, les niches fiscales, les hauts revenus qui basculent en sociétés de management, les recettes ont fondu et, dans cette jungle de dérogations, ce sont les plus modestes et la classe moyenne, celle qui ne peut pas échapper à cette captation de l'impôt, qui payent l'addition. Voilà l'anomalie.
Des solutions sont à portée de main: le resserrement réel des régimes des revenus définitivement taxés (RDT) et des montages de holdings, le recouvrement effectif de la TVA existante, plutôt que la hausse d'un point ou deux, un parquet national financier doté de moyens suffisants pour fonctionner; et pas le parquet national de papier qui est pour l'instant celui de l'Arizona. Voilà où se trouve l'argent. Rien qu'avec ces leviers-là, vous pourriez trouver plusieurs milliards.
Monsieur le premier ministre, voici la seule question qui compte encore aujourd'hui. Entre les hauts cris de bonne guerre de gauche et ceux de droite, vous et vos partenaires aurez-vous le courage de faire primer la raison sur l'idéologie, aurez-vous le courage d'être simplement efficaces?
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, on a l'impression que, selon certains, le déficit est né hier dans notre pays. On nous explique que c'est à cause des décisions en termes de défense, par exemple, oubliant que, quand nos concitoyens donnent 100 euros à l'État, 22 euros sont utilisés pour les retraites, 17 euros pour la politique sociale, 11 euros pour l'enseignement et seulement 3,5 euros pour la défense.
La réalité est que notre pays a une structure de coûts qui ne fonctionne pas, parce qu'il y a 40 ans, on a fait des mauvais choix. On a fait deux grands mauvais choix. Le premier, c'est de choisir un système de retraites par répartition et pas par capitalisation, comme l'ont fait les Pays-Bas. Le deuxième, c'est d'avoir fait en sorte que les prestations sociales soient déconnectées des prestations de travail.
Enfin, sous le gouvernement Vivaldi, avec des cadeaux supplémentaires voulus par la gauche, nous en sommes arrivés au modèle que nous connaissons. Regardez ce graphique – parce que beaucoup ont du mal à voir la réalité. Regardez, monsieur Magnette. Vous voyez, à l'époque de M. Michel, les dépenses correspondaient quasiment aux recettes. Et puis, que s’est-il passé? Là, on a le Tourmalet, ou la cour Magnette. Vous voyez une explosion des dépenses. Je me suis suffisamment opposé au sein de ce gouvernement pour ne pas devoir l'assumer.
Pour le reste, prenons les chiffres. Ils sont très clairs, par rapport à ceux qui veulent fiscaliser encore plus. Les dépenses ont augmenté de 66 % en 10 ans. Nos recettes ont augmenté de 50 % alors que le PIB a progressé d'à peine 20 %.
Monsieur le premier ministre, c'est très clair. Aujourd'hui, nous devons réduire les dépenses et (…)
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, alors que votre gouvernement avait promis de remettre le budget sur les rails, le déficit, tel un train hors de contrôle, fonce vers les 38 milliards d'euros d'ici 2029, soit près du double du bilan de la Vivaldi. Alors, oui, c'est un échec cuisant pour un gouvernement dont le seul objectif avoué est l'équilibre budgétaire. Pourtant, des alternatives existent, mais votre gouvernement refuse obstinément de les prendre en compte.
Monsieur le premier ministre, l'angle mort de vos politiques budgétaires, c'est le climat. En ce 9 juillet, la troisième canicule vient de débuter. Et la seule façon de vous entendre sur le climat, c'est de vous parler de gros sous.
Alors, me voilà, monsieur le premier ministre! Opposer investissement dans l'adaptation climatique et équilibre budgétaire constitue une erreur monumentale. Refuser d'investir aujourd'hui, c'est envoyer une facture cinq fois plus élevée aux générations futures, qui devront faire face à des destructions d'infrastructures, des dépenses qui exploseront dans la santé et dans la dégradation de notre économie. Parce que, oui, monsieur le premier ministre, et je vais vous le redire dans un langage qui vous touche, une journée à 32 degrés, c'est l'équivalent pour l'économie d'une demi-journée de grève nationale.
Mais le plus grave est que cette inaction a un coût en termes de vies. Près de 1 800 décès sont survenus durant la canicule de juin. Je trouve terrible de devoir vous rappeler aujourd'hui que votre job en tant que premier ministre est de protéger la population. En l'espèce, je suis désolée de vous dire que vous n'avez pas été à la hauteur. Pas un mot de votre part! Pas un mot, alors qu'on fait face à une crise sanitaire digne de celle du covid.
Monsieur le premier ministre, le climat figurera-t-il à la table des négociations budgétaires?
Kjell Vander Elst:
Premier, u geeft niet vaak interviews, maar gisteren was het nog eens zover. Iedereen was in blijde verwachting, want misschien was er vóór de zomer toch nog een plan om het land op orde te zetten, een van uw grote beloftes, voor de vorming van de regering. Wat was echter uw boodschap? U leeft op hoop, hoop –hou u vast, collega's –dat u morgen een kalender kunt vastleggen en de komende zomerperiode het voorbereidende werk voor de begroting kunt doen. Dat is heel vreemd, want drie dagen geleden heeft uw onzichtbare vice-eersteminister van Begroting gezegd dat er al heel veel werk is gebeurd, dat het voorbereidende werk klaarligt en dat u aan de slag kunt.
Wat is het nu eigenlijk, premier? Wat hebt u de voorbije maanden gedaan? 2025 was een verloren begrotingsjaar. Maandenlang hebt u bestuurd met voorlopige kredieten. De ene na de andere lelijke kameel werd geproduceerd, de ene na de andere taks werd voorgesteld en ingevoerd. Nu dreigen opnieuw maanden van stilstand, opnieuw een verloren begrotingsjaar, want uw regering en u vertrekken op vakantie. Intussen geeft u de boodschap dat u er tijdens de vakantie aan zult denken en dat u op hoop leeft.
Is dat uw boodschap aan alle zelfstandigen en ondernemers? Is dat uw boodschap aan de hardwerkende Vlaming en Belg? Terwijl u voortdurend op de rem staat en temporiseert, slaagt u erin te zeggen: nee, 7,7 miljard, niets van, ik heb een tiramisu van 10 miljard klaarstaan.
Als alles klaarstaat, premier, waarom ligt hier dan niets? Waarom moet u uw begroting over de zomer tillen? Mijnheer de premier, de tijd van analyses maken is voorbij. U staat niet meer aan de zijlijn, u bent aan het besturen. U moet niet meer goochelen met cijfers, u moet beslissen.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, le Comité de monitoring est assez clair, vous nous aviez promis un budget en ordre. La droite allait montrer qu'elle sait gérer le budget, mais c'est le record: 38,3 milliards de déficit en 2029! Franchement, vous avez promis un gouvernement d'ingénieurs, mais je dois dire que vous cassez la baraque, monsieur le premier ministre!
C'est incroyable. Et le pire, c'est que vous en déduisez comme conclusion qu'il faut reprendre les mêmes mesures. "Il n'y a pas d'alternative, there is no alternative ". Vous servez à quoi, alors, s'il n'y a pas d'alternative? Mettez un ordinateur à la place! Sérieusement, pourquoi paie-t-on les ministres? On paie les ministres pour trouver des alternatives. " There is no alternative ". On va augmenter la TVA, on va augmenter les taxes, on va toucher à l'index, aux salaires. "Il n'y a pas d'alternative". Bien sûr qu'il y a des alternatives.
Le Bureau du Plan vous a donné 160 alternatives, et vous n'écoutez pas. Ce qui est intéressant, monsieur le premier ministre, c'est qu'il y a plein d'alternatives. Vous pouvez diminuer les dépenses militaires. Vous pouvez revenir sur tous les cadeaux que vous avez faits au moyen du tax shift . Des milliards de cadeaux qui n'ont même pas créé d'emplois de qualité. Vous pourriez le faire.
Et même plus, vous pouvez aller chercher chez les super-riches. Et ça, c'est intéressant, monsieur le premier ministre. Ce n’était que le PTB qui le réclamait à l'origine. On était seuls, il y a 20 ans, avec la taxe des millionnaires. Et, petit à petit, ça pousse. C'est vrai que le PS l'avait dans son programme. Après, chaque fois qu'il négocie un gouvernement, il la met à la poubelle. Mais ça, c'est une autre affaire qu’on réglera au niveau de la gauche. Mais j'entends que M. Prévot, M. Verougstraete, Les Engagés sont maintenant pour la taxe des millionnaires.
Mais c'est magnifique!
Collega’s van Vooruit, uw voorzitter had een breekpunt van de miljonairstaks gemaakt! Weet u dat nog, daar in dat kasteel?
Mijnheer de eerste minister, tussen ons gezegd en gezwegen, wat is uw gevoel bij de miljonairstaks? Hebt u het gevoel dat dat allemaal wat voor de show is?
Est-ce pour faire avaler la pilule, comme l'a fait comprendre M. Prévot ? Est-ce pour que tout le monde avale l'austérité? Ou alors aurons-nous réellement une taxe des millionnaires?
Bart De Wever:
Je vous remercie, chers collègues, pour vos questions.
Le Comité de monitoring a présenté lundi l’actualisation de ses prévisions budgétaires. Les chiffres s’inscrivent dans la marge attendue par le gouvernement, ce dont nous tenons déjà compte depuis un certain temps. À l’horizon 2029, un effort supplémentaire de 7,7 milliards d’euros sera nécessaire pour respecter la norme européenne en matière de dépenses. À l’horizon 2031, cet effort s’élèvera à 9,8 milliards d’euros.
Tout cela s’ajoute aux efforts budgétaires déjà réalisés par le gouvernement, des efforts substantiels, que vous n’appréciez pas, monsieur Magnette, mais qui sont salués par chaque institution chargée du suivi de notre pays sur le plan socio-économique.
Il est possible que le FMI se trompe, comme vous pensez que je me trompe, mais je ne le crois pas. Nos efforts permettront, au cours des prochaines années, de réduire de plusieurs dizaines de milliards d’euros l’augmentation de notre dette par rapport à la situation dont ce gouvernement a hérité. Tous les rapports le confirment.
Et nous y parvenons malgré l’augmentation des dépenses de défense, qui est inévitable dans le contexte mondial actuel, malgré une importante réduction des charges sur le travail, dont il est déjà tenu compte, et malgré un contexte géopolitique exceptionnellement défavorable que le FMI qualifie d’ unforgiving environment – un environnement impitoyable.
Bovendien bevestigde de Vergrijzingscommissie nogmaals hoe de maatregelen van de regering, zeker op de lange termijn, een bijzonder positieve impact op de begroting zullen hebben. Voor het eerst sinds lang denkt de regering niet louter in termen van volgend jaar – dan is het gemakkelijk om op vakantie te vertrekken –, maar in termen van decennia.
Op de korte termijn – dit kan niemand ontkennen – zitten we in zeer grote moeilijkheden. Ik heb hier horen zeggen dat de Titanic op de ijsberg afstevent, maar de Titanic heeft in dit land de ijsberg al lang geleden geraakt. In die situatie moeten we trachten het schip opnieuw zeewaardig te maken. Dat is zeer moeilijk. Dat zal niemand ontkennen.
Partijen, zoals die van de eerste spreker, die nu moord en brand roepen van op de oppositiebanken, zouden zich toch moeten beraden over hoe ze het in de afgelopen decennia zover hebben laten komen. De cijfers liegen er niet om: als men met zo’n hoge schuld zit en de rente stijgt, valt de hamer die zij hebben klaargelegd en lag te wachten.
Daarom zeg ik dat de regering de nieuwe uitdaging inzake de begroting niet langer uit de weg mag gaan. Er is al heel wat technisch werk geleverd, dat klopt, en we zullen in de komende tijd dat werk voortzetten en op zoek gaan naar een consensus over een verstandig pakket aan maatregelen in de coalitie.
Ik roep op tot realisme en voluntarisme bij alle coalitiepartners om van die opdracht, die niet aangenaam is en waarvan de uitkomst niet prettig zal zijn, toch een succes te maken. Ik besef dat het geen eenvoudige opdracht wordt, maar als de angst om het probleem op te lossen, ons verlamt, zullen we genadeloos worden afgerekend op onze onverantwoordelijkheid.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, avant de vous répondre, je voudrais féliciter M. Bouchez pour sa prestation, parce que nous expliquer que tout vient du gouvernement précédent, quand vous présidez un parti qui est au gouvernement depuis 27 ans et qui, plus qu'aucun autre, a détenu les départements des Finances et du Budget, franchement, il fallait oser! Et vous avez osé!
Pour le reste, monsieur le premier ministre, depuis le début j'ai un doute, parce que vous êtes un nationaliste, ce qui est votre droit le plus strict. Vous voulez la fin de la solidarité entre tous les Belges. Et, finalement, quand ça va mal, ça vous arrange! Dans trois ans, vous direz que vous avez essayé mais que cela n'a pas marché, que la Belgique est en faillite et qu'il faut scinder la sécurité sociale, car c'est la seule solution. Ceux qui n'ont pas encore compris ça, c'est le MR et Les Engagés, qui vous regardent avec un grand sourire, les bras en l'air, comme le ravi de la crèche. Mais nous, nous ne sommes pas dupes, et nous ne vous laisserons pas faire.
Barbara Pas:
Overmorgen is het 11 juli, de Vlaamse feestdag. Dat is geen betaalde feestdag, zoals de regering nochtans had beloofd. Bovendien hebben de Vlamingen niets te vieren, mijnheer de eerste minister.
Met uw regering blijft de Vlaming nog altijd de melkkoe van het Belgische systeem. In Vlaanderen bedraagt de werkzaamheidsgraad bijna 80 %. Waarom moeten de Vlamingen van u dan nog meer bijdragen om de Waalse en Brusselse putten te vullen? Het is niet de Vlaming die te weinig betaalt, maar de overheid die te veel uitgeeft. Het geld is niet op, België is op.
Als u zegt dat de Belgische Titanic aan het zinken is, dan moet u overstappen op een ander schip. U moet werk maken van fiscale autonomie en van een splitsing van de sociale zekerheid. U hebt dat zelf vóór de verkiezingen aan al uw kiezers beloofd, maar u hebt er niets mee gedaan. Doe dat in plaats van te morrelen in de marge op de kap van de Vlamingen, zoals u nu al een jaar bezig bent.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie de votre réponse.
Je retiens votre vibrant appel à ce que vos partenaires de majorité cessent d'être paralysés par la peur. C'est tout l'enjeu, quand même, pour vos partenaires de coalition. Vont-ils réussir à se dépasser? Vont-ils arriver à penser parfois même contre leurs propres intérêts ou ceux de ce qu'ils pensent être leur électorat? Par exemple, le MR, dont chacun aura noté qu'il est le seul parti de gouvernement à vous avoir interrogé, et dont on aura aussi remarqué que M. Bouchez ne vous a pas spécialement applaudi, va-t-il être capable de parvenir à des compromis et d'oublier qu'on ne gouverne pas pour faire campagne, mais qu'on fait campagne pour gouverner?
Il y a un philosophe, Jean-Paul Sartre, qui disait que le plus difficile en philosophie est de parvenir à penser contre soi-même. Eh bien, je crois que, pour parvenir à diriger la Belgique, singulièrement quand il faut opérer des choix extrêmement difficiles, et la nature des choix, personne ne la conteste, c'est un moment extrêmement difficile, il faut arriver à pouvoir gouverner contre soi-même. C'est tout le mal que je vous souhaite.
Georges-Louis Bouchez:
Vous savez, je crois que, dans la vie, il faut parfois accepter de se laisser insulter par les tricheurs pour ne pas faire partie de l'un d'eux. En tout cas, je trouve toujours assez drôle de recevoir des leçons de gestion de quelqu'un qui a mis Charleroi en faillite et qui préside un parti qui a conduit la Wallonie et Bruxelles à être les régions avec les plus faibles taux d'emploi, les plus hauts niveaux de déficit et de pauvreté, et de venir nous expliquer qu'il détient maintenant toutes les solutions, depuis qu'il a quitté le pouvoir voici quelques mois.
Plus sérieusement, monsieur le premier ministre, nous avons un accroissement de nos dépenses de sécurité sociale de 88 % en 10 ans, soit le triple de l'inflation. Cela représente 66 % du budget de l'État, soit le double de l'inflation, pour une croissance de moins de 20 %. Notre problème, mesdames et messieurs, n'est pas idéologique; il est mathématique: nous avons une structure de coûts qui est devenue intenable.
Nous devons relancer la croissance, faire en sorte que les Belges fassent leurs courses en Belgique. À cette fin, nous devons baisser les impôts et les (…)
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, la ficelle est un peu grosse! Dans le cadre de votre projet, votre budget ne tient pas la route, en raison de vos choix politiques. Même les observateurs les plus frileux ont bien dû l'admettre: on ne peut pas imputer ce déficit budgétaire à la guerre en Iran.
Pourtant, vous allez une nouvelle fois nous expliquer qu'il faut encore réduire les dépenses et mettre l'État au régime. Mais en quoi cela consiste-t-il? Diminuer les dépenses du fédéral et réduire les mécanismes de solidarité. Bingo, cela correspond exactement à votre projet nationaliste flamand!
Eh bien, monsieur le premier ministre, je dois avouer que j'aurais préféré vous voir, dans la nuit de lundi à mardi, célébrer la victoire avec nos Diables rouges. Mais après tout, personne ne peut vous y contraindre.
En revanche, rester silencieux face aux victimes de la crise climatique et ne pas anticiper la menace qui pèse sur la population, eh bien c'est (…)
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, uw verwijzing naar de geopolitieke situatie is te gemakkelijk. U doet alsof de vorige regering een heel goede en gemakkelijke geopolitieke situatie had geërfd. Die verwijzing is heel goedkoop.
Uw tijdlijn klopt ook niet. Terwijl u continu op de rem staat, hebben wij te maken met een recordaantal faillissementen in ons land. Terwijl u deadline na deadline mist en uw ploeg rustig op vakantie gaat, stapelen we de tekorten op en blijft u achter met het grootste begrotingstekort van de eurozone. Uw antwoord daarop is dat u tijdens uw vakantie aan ons zult denken.
Er is uitstel na uitstel na uitstel. U lijdt aan uitstelgedrag en dat is in de huidige tijden onverantwoord. Onze economie bloedt en onze zelfstandigen en ondernemers zien af. Stop met temporiseren en kom met een begroting naar het Parlement. Mijn generatie en de toekomstige generaties zullen immers al die tekorten, schulden en belastingen moeten afbetalen.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, de vraag is toch duidelijk? Vanwaar moet het geld komen? Het geld kan van de werkende klasse komen. In dat geval zult u het geld nogmaals halen bij de gepensioneerden, bij een btw-verhoging, bij gemorrel aan de index of bij de openbare diensten. Dat is de consensus, namelijk "there is no alternative" . Dat is uw programma. Het geld kan echter ook bij de sterkste schouders worden gehaald. Het geld moet ergens vandaan komen. De PVDA stelt een positief aspect vast, namelijk dat er eindelijk ook door andere partijen over wordt nagedacht om de rijken echt te doen betalen. De vraag is of het opnieuw om symboolpolitiek gaat en wij opnieuw de mensen zullen doen betalen. "Sire, taxons les pauvres: ils sont plus nombreux." Cela fait des années que l'on mène cette politique-là, car c'est la plus simple. En revanche, pour oser aller chercher l'argent chez les plus riches, il n'y a personne au balcon. Dat is de keuze. Economisch gezien gaan wij kapot omdat wij niet meer kunnen investeren in onze economie, omdat u het geld niet durft te gaan halen waar het zit. (…)
-
Vraag: De managementvennootschappen
Vraag: De 'vervennootschappelijking'
De managementvennootschappen
De 'vervennootschappelijking'
Vennootschapsrecht en managementstructuren summaryExplanationGesteld door
Anders. Arthur Orlians
Ecolo-Groen Dieter Vanbesien
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Arthur Orlians bekritiseert dat de regering onder leiding van Vincent Van Peteghem en Jan Jambon herhaaldelijk zelfstandigen en managementvennootschappen zwaarder belast, terwijl hij vraagt of nieuwe belastingverzwaringen op 150.000 vennootschappen (van architecten tot IT'ers) gepland zijn. Dieter Vanbesien wijst op een begrotingstekort door dalende inkomsten en noemt managementvennootschappen – die volgens gouverneur Pierre Wunsch en Van Peteghem de overheidsfinanciën ondermijnen – als een Belgisch belastingontwijkingsfenomeen dat oneerlijke concurrentie creëert ten opzichte van loontrekkenden. Jan Jambon benadrukt dat vennootschappen economische groei stimuleren en dat hogere belastingen op arbeid het echte probleem zijn, maar belooft misbruik aan te pakken zonder ondernemerschap te schaden. Orlians herhaalt dat lastenverlaging in de personenbelasting de oplossing is, niet extra belastingen, terwijl Vanbesien eist dat alle belastingontwijkingsconstructies (zoals salariswagens en cafetariaplannen) drastisch worden ingeperkt om de middenklasse te ontlasten.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, deze regering heeft al veel maatregelen ingevoerd die schadelijk zijn voor zelfstandigen en ondernemers. De meerwaardebelasting, die jarenlang niet werd ingevoerd, is door de arizonaregering ingevoerd. De effectentaks is door de arizonaregering verdubbeld. De roerende voorheffing voor kleine managementvennootschappen is door de arizonaregering verhoogd van 15 % naar 18 %, een verhoging met 20 %.
Alsof dat nog niet genoeg is – want volgens sommigen is dat zo –, lees ik in de krant dat deze regering bij de nieuwe begrotingsonderhandelingen, die keer op keer worden uitgesteld, misschien ook wil kijken naar de managementvennootschappen en nagaan of die niet nog zwaarder kunnen worden belast. De minister van Begroting heeft dat ook met zoveel woorden gezegd.
Mijn vraag is eenvoudig. Klopt dat? Klopt het dat u overweegt de 150.000 managementvennootschappen in dit land opnieuw zwaarder te belasten? Het gaat over architecten, advocaten, bakkers, beenhouwers, aannemers, dakwerkers, IT'ers en boekhouders. Dat zijn geen mensen die een werkloosheidsuitkering ontvangen. Dat zijn geen mensen die een hoge ziekte-uitkering krijgen. Dat zijn geen mensen die hoge opzeggingsvergoedingen ontvangen. Dat zijn geen mensen die zichzelf een dertiende maand kunnen uitbetalen of vakantiegeld krijgen. Dat zijn geen mensen die extra taksen verdienen. Dat zijn mensen die respect verdienen, die onze economie doen groeien, meerwaarde creëren en mensen tewerkstellen.
Mijn vraag is dus heel duidelijk. Kunt u bevestigen dat u deze mensen niet nog extra zult belasten in een land waar al veel te veel belastingen worden geheven? Dank u wel.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, uw begroting lekt en ze lekt aan de kant van de inkomsten. Het is ondertussen bijna een jaar geleden dat uw collega, minister Van Peteghem, aan de alarmbel trok. Minister Van Peteghem zegt dat als dat lek niet wordt gestopt, alle harde besparingen op kap van de bevolking voor niets zijn geweest, omdat we dan nog steeds met een groot begrotingstekort zitten.
Dat wordt bevestigd door gouverneur Wunsch van de Nationale Bank. Hij zegt dat de inkomsten van de overheid tegen 2028 nog eens met een extra 1,2 % van het bbp zullen dalen. Dat is 7,5 miljard euro. Stop die verdere daling van de inkomsten en misschien vindt u nog een volledig begrotingsakkoord tegen 21 juli.
Die linkse rakker Wunsch zegt daar nog bij dat steeds meer werkenden worden betaald via een managementvennootschap, dat is een fenomeen dat op termijn de overheidsfinanciën zou kunnen ondermijnen. Mensen met een zeer goed betaald profiel, zoals dokters en IT'ers, laten zich uitbetalen via zo'n vennootschap. Zo betalen die mensen minder belastingen dan gewone loontrekkenden, terwijl ze veel meer verdienen. Het aantal managementvennootschappen in België is sinds 2019 met 74,5 % gestegen. Nergens anders in Europa vindt men zulke cijfers. Dit is een Belgisch fenomeen.
Mijnheer de minister, wat doet u daaraan? U verhoogt het minimumloon dat die vennootschap moet uitkeren van 45.000 euro naar 50.000 euro. Wauw. Ik denk dat we allebei weten dat we deze trend niet zullen stoppen met alleen die maatregel.
Wat is uw ambitie om het gebruik van vennootschappen waarvoor ze niet bedoeld zijn, tegen te gaan? Op welke manier zult u dat doen?
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, beste collega's, ik wil graag nog eens vermelden dat de term managementvennootschap in geen enkel fiscaal of juridisch handboek voorkomt. Die term is uitgevonden, dat is een roepnaam. Vanuit juridisch oogpunt bestaat die term echter niet.
Ten tweede wil ik nog eens benadrukken dat een vennootschap voor mij geen negatieve connotatie heeft. Integendeel, elke euro die wij hier in dit Parlement kunnen uitgeven en hopelijk goed mogen besteden is een euro die werd gegenereerd in het bedrijfsleven. Stop dus met de hevige kritiek op het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven zorgt voor tewerkstelling en voor een enorme toegevoegde waarde aan onze economie. Dat moeten we in de eerste plaats koesteren. Dat is onze opdracht. Het is hun geld dat wij als eersten mogen besteden. U weet goed genoeg dat elke euro die wij mogen uitgeven, is gerealiseerd in het bedrijfsleven.
Mijnheer Vanbesien, het klopt dat er de voorbije jaren inderdaad veel nieuwe vennootschappen zijn bijgekomen. De redenen daarvoor kunnen uiteenlopen. Dat kan zowel fiscaal als niet-fiscaal zijn. Een vennootschap zorgt bijvoorbeeld voor de bescherming van het privévermogen en de mogelijkheid om duurzaam verder te groeien en te investeren. Ze biedt ondernemers zuurstof om door de risico's van de economie te navigeren. Daarnaast zou een vennootschap kunnen worden opgericht omwille van fiscale redenen.
De waarheid rond het gebruik en eventueel misbruik van wat jullie managementvennootschappen noemen zal zoals altijd wel ergens in het midden liggen. Dat is natuurlijk een gevolg van de zeer hoge belastingdruk op arbeid. Op een bepaald moment zijn de belastingen zó hoog dat mensen op zoek gaan naar alternatieve pistes. Daarom moet deze regering de belastingdruk op arbeid verder verlagen. Straks wordt hierover het debat gevoerd en hopelijk volgt dan de stemming om dat inderdaad te realiseren.
Als dat vehikel nog steeds wordt gebruikt om belastingen te omzeilen, dan moet daar natuurlijk de nodige aandacht aan worden besteed. Er zijn al verschillende maatregelen genomen, zoals de beperking van de overmatige toekenning van forfaitaire voordelen of de verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging. Laten we de gevolgen van deze maatregelen afwachten, evalueren en bekijken wat die opleveren.
Echter, daar stopt het debat niet. De komende weken en maanden zal het nog verder daarover gaan. We moeten met deze regering in het algemeen misbruiken aanpakken om de begroting op orde te zetten, maar we mogen de economische groei en het ondernemerschap zeker niet fnuiken.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord. Ik hoop dat u datzelfde standpunt blijft verkondigen tijdens de begrotingsonderhandelingen en dat u inderdaad uw pijlen niet gaat richten op de managementvennootschappen. Men moet immers toch een klein beetje van het padje zijn om te denken dat het probleem in ons land aan de inkomstenzijde zit en niet aan de uitgavenzijde. Het is evident dat onze economie meer zuurstof nodig heeft. De managementvennootschappen zijn niet probleem, het probleem in ons land zijn de vele belastingen.
Als mensen managementvennootschappen oprichten omdat de lasten op arbeid in de personenbelasting te hoog zijn, dan moet men die belasting aanpakken in plaats van zijn pijlen te richten op de managementvennootschappen. U moet dat ook op korte termijn doen en niet zeggen dat we nu taksen invoeren en dat er binnen een paar jaar een lastenverlaging in de personenbelasting zal komen, die in veel gevallen een habbekrats zal zijn. We moeten echt naar een stevige lastenverlaging in de personenbelasting gaan.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, wat hebben de volgende fenomenen met elkaar gemeen: salariswagens, managementvennootschappen, auteursrechten voor informatici, cafetariaplannen en flexi-jobs? Het zijn allemaal manieren om de belasting op arbeid te omzeilen. Het probleem is dat de mensen die daar geen gebruik van kunnen maken, wel steeds de volle pot moeten betalen. Zo krijgt men dus een situatie waarbij de hoogste lonen minder belasting betalen dan de middenklasse. Dat is onaanvaardbaar. Stop met harde besparingen op de kap van de bevolking en zorg dat iedereen eerlijk bijdraagt. Vanavond ligt er hier een wet ter stemming voor om de belasting op arbeid te verlagen. Ik vraag u om van die gelegenheid gebruik te maken om al die uitwijkmogelijkheden drastisch in te perken. Stop de lekken in de inkomsten, stop het rotten.
-
Vraag: De NAVO-top
Vraag: De uitspraak van de eerste minister over de NAVO-top
Vraag: De resultaten van de NAVO-top
Vraag: De NAVO-top in Ankara
De NAVO-top
De uitspraak van de eerste minister over de NAVO-top
De resultaten van de NAVO-top
De NAVO-top in Ankara
De NAVO-top, uitspraken en resultaten summaryExplanationGesteld door
Anders. Kjell Vander Elst
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Les Engagés Benoît Lutgen
N-VA Darya Safai
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens de NAVO-top in Ankara benadrukten politici de herbevestigde steun aan Oekraïne en de 2%-defensienorm, maar het Monitoringcomité waarschuwde dat België met 1,93% onder die norm dreigt te zakken, wat Theo Francken erkende als een "non-negotiable" minimum, hoewel hij creativiteit in de begroting toegeven. Raoul Hedebouw bekritiseerde de NAVO als een Amerikaans machtsinstrument en noemde recente bombardementen op Iran door de VS en Israël – zonder NAVO-mandaat – als bewijs van imperialistische agressie, terwijl Benoît Lutgen pleitte voor een versterkte Europese strategische autonomie binnen de alliantie. Darya Safai prees de regeringsinvesteringen in defensie als essentieel voor vrede en afschrikking, maar Kjell Vander Elst waarschuwde dat boekhoudkundige trucs om de 2%-norm te halen op termijn tot gênante tekortkomingen zullen leiden. Francken bevestigde Europese defensiesamenwerking via aankopen zoals NASAMS, maar wees op groeiende druk van buurlanden die naar 3,5% streven.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, de NAVO-top in Ankara is net gepasseerd en er heerst een kumbayasfeer. Iedereen is tevreden; er is algemene tevredenheid en iedereen staat mooi op de foto met Trump. Misschien was dat voor u iets moeilijker na de overwinning met 4-1 van de Rode Duivels. Dat zal wat gevoeliger hebben gelegen.
Over één zaak ben ik ook heel tevreden. Dat is de steun aan Oekraïne. Wij hebben die steun aan Oekraïne herbevestigd en opnieuw uitgesproken. Ook de Verenigde Staten zullen de steun aan Oekraïne hoog houden. Dat is nodig in de strijd tegen Poetin en in de strijd tegen Rusland, want dat is onze oorlog en dat is onze vijand, de vijand van Europa. Dat was het goede nieuws.
Het moet echter ongetwijfeld ook over de centen gegaan zijn. Wij kennen allemaal de discussie over de NAVO-norm, zijnde 2 %, 3,5 % of 5 %. Die cijfers en percentages kennen wij allemaal. Eén zaak is zeker, de NAVO zal niemand toelaten onder die 2 % te duiken, terecht. Dat is logisch. Niemand doet dat. In de huidige fase van de strijd gaat niemand onder die 2 %. Zelfs de meest kritische, de meest defensiekritische en de meest linkse regeringen van de NAVO doen dat niet.
Toen kwam het Monitoringcomité deze week met een rapport. Uit dat rapport blijkt dat wij die 2 % op dit moment niet halen. Wij zitten aan 1,93 %. De prognoses zijn dat wij als wij op deze manier blijven uitgeven, nog lager zullen eindigen. Ik heb u daarvoor gewaarschuwd. U doet kunst- en vliegwerk met de begroting. Er zijn zaken die niet structureel worden uitgegeven en u doet aan creatieve boekhouding. U gaat shoppen bij andere departementen om dat geld in te schrijven op de defensiefactuur.
Ten eerste, weet de NAVO dat? Ten tweede, wat zult u daaraan doen?
Voorzitter:
Collega's, ik wil tussendoor even iets meegeven. Er zijn nog niet zo heel veel leden aanwezig of er zijn nog een aantal leden die kunnen stemmen in zaal 3 over de zaken die daarstraks zijn aangekondigd. Gelieve u daarheen te begeven als u dat nog niet zou hebben gedaan.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister van Defensie, u bent net terug van de NAVO-top in Ankara. Blijkbaar heerste daar een goede sfeer. Als we de eerste minister mogen geloven, was er enthousiasme. Er was geen valse noot te bespeuren en er was een grote eensgezindheid. De heer Trump zei zelf dat er veel liefde in de zaal aanwezig was. Love is in the air .
Dat is fantastisch, mijnheer de minister, maar dan begrijp ik niet waarom de heer Trump tijdens de top een EU-lidstaat, Spanje, begon te bedreigen met handelssancties.
Mijnheer Francken, het is wel belangrijk wat ik hier zeg.
Tijdens de top zegt de heer Trump dat hij Groenland wil inpalmen, maar wat zegt u? Er was grote eensgezindheid. Er was geen valse noot. Tijdens de top besliste de heer Trump om Iran opnieuw te bombarderen. Het staakt-het-vuren wordt gewoon in de vuilbak gegooid. De prijzen zullen hier opnieuw de pan uit rijzen. Wat zegt de minister van Defensie? Wat zegt de heer De Wever? Eensgezindheid, geen valse noot. Waar zijn we mee bezig, mijnheer de minister?
De heer Rutte zei dat de bombardementen noodzakelijk zijn. De NAVO steunt de bombardementen in Iran. Met welk mandaat zegt de heer Rutte dat? Hebt u dat mandaat gegeven? Dat is toch een belangrijke vraag. We zijn lid van de NAVO en de NAVO zegt dat die bombardementen noodzakelijk zijn. De heer Rutte zegt zelf dat er vanuit Europese basissen 5.000 bombardementen op Iran zijn uitgevoerd. Is dat onze buitenlandse politiek, mijnheer de minister?
Mijn vraag is dus duidelijk. Was daar grote eensgezindheid? Was er volgens u geen valse noot te bespeuren? Leg dat eens uit.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, vous l'avez vu ces derniers jours: il suffit d'un coup de téléphone de M. Trump, et l'on supprime un carton rouge. On arrive au Sommet de l'OTAN et on remet en cause l'article 5, ce qui n'est pas rien puisqu'il consacre la solidarité entre les pays, la confiance au sein de l'OTAN, qui est essentielle, par-delà la force militaire d'engagement. Ce qu'il se passe dans le football doit nous interpeller, parce que cela se retrouve aussi dans le droit international. M. Trump est finalement très prévisible, beaucoup plus qu'on ne le dit. C'est chaque fois la même histoire: la loi, c'est moi, point barre!
Dans ce contexte, l'autonomie stratégique européenne est plus qu'essentielle, et c'est un ami des Américains qui vous parle. Pour renforcer cette autonomie stratégique, je voudrais savoir quels sont les contacts que vous avez eus durant ce Sommet de l'OTAN, afin de voir avec nos amis européens comment renforcer cette force militaire au sein de l'Union européenne.
Vous avez procédé à différents achats – ce qui est une très bonne chose. Ce sont des achats historiques, comme vous l'avez dit. J'aurais voulu savoir, dans ce contexte, si vous êtes aussi bon vendeur qu'acheteur: vendez-vous aussi bien la réalité de la production et de l'industrie militaires wallonnes?
Concernant le cloud de combat, avez-vous pris des contacts avec nos partenaires européens afin de vous assurer que le stockage des données militaires garantisse l'autonomie européenne? Il est essentiel de garantir en la matière l'autonomie stratégique de l'Union européenne.
Plus globalement, quelles avancées ont-elles été actées lors de ce Sommet de l'OTAN? Vous connaissez l'adage des Chasseurs ardennais: "Résiste et mords!". Je pense que, par rapport à des gens qui enfreignent sans cesse des lois, il faut résister et mordre.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, na jaren van slechte rapporten en evaluaties van ons land die vooral met een rode pen werden geschreven, kon u deze week met opgeheven hoofd naar de jaarlijkse hoogmis van het trans-Atlantische bondgenootschap trekken. Eindelijk een pluim die deze regering op haar hoed mag steken.
Meer dan tien jaar na de oorspronkelijke toezegging maakt deze federale regering een oude belofte waar: we investeren 2 % van ons bbp in Defensie. Daarmee betalen we opnieuw ons lidgeld voor de internationale club die onze veiligheid al decennialang verzekert.
Die extra investeringen vertalen zich nu in belangrijke aankopen. Het beste en meest recente voorbeeld daarvan is de aanschaf van luchtafweer. Bovendien is die aankoop een mooi voorbeeld van Europese defensiesamenwerking, in dit geval met Noorwegen en Nederland. Velen praten erover, maar wij doen het.
Beste collega's, deze top was natuurlijk een top van de uitvoering en van de herbevestiging van de eenheid binnen het bondgenootschap, in een wereld waarin de dreigingen talrijker en concreter worden.
Gouverner, c'est prévoir . Daarom luidt mijn vraag, mijnheer de minister: welke boodschappen neemt u mee naar de regeringstafel naar aanleiding van uw deelname aan deze NAVO-top?
Theo Francken:
Mijn excuses, collega’s dat ik iets later was. Ik was met Jan in de koffiekamer aan het praten.
Résiste et mords , het zou bijna een slogan van de PTB kunnen zijn, mijnheer Hedebouw. Het is echter de slagzin van de Chasseurs Ardennais. Ik vind het een prachtige slagzin. Ze betekent dat men moet durven protesteren, durven bijten en durven weerstaan. Laat dat net de boodschap zijn van de NAVO. We leven in geopolitiek moeilijke tijden. We moeten ons durven verzetten en weerstand bieden aan die dreiging. Dat is onze taak. Dat is onze hoofdopdracht.
Wij zijn een defensieve alliantie. Collectieve verdediging is opnieuw onze basisopdracht geworden. Na vele expeditionaire zendingen naar Afrika en andere continenten is het nu in de eerste plaats onze opdracht om Europa en het NAVO-grondgebied zelf te verdedigen.
Dat is ook net wat we doen en dat is ook de conclusie van die NAVO-top. Iedereen verhoogt het defensiebudget, koopt goede wapensystemen aan en is bezig met innovatie en technologie.
Le slogan "Résiste et mords!" des Chasseurs ardennais est véritablement en train de s'implanter dans la pratique au sein de l’OTAN.
De vraag werd gesteld, als de 2 %-norm niet wordt gehaald, hoe het dan zit met het budgettaire traject. Ik heb het rapport van het Monitoringcomité ook gelezen en denk niet dat het over 2026 gaat. Voor dit jaar zal de besteding van 2 % van het bbp aan defensie geen probleem zijn. Wel heeft het Monitoringcomité in het kader van de interne normering voor de komende jaren een terechte opmerking gemaakt. Ik meen dat u en anderen in de commissie tijdens de begrotingsbesprekingen over het meerjarentraject die opmerking eveneens hebben gemaakt.
De begrotingsbesprekingen vinden plaats in het najaar en dat zullen we daar dus ook verder aankaarten. Die norm van 2 % is immers non-negotiable . Dat is het absolute minimum. We kunnen het ons niet veroorloven om daar onder te gaan en zouden ons enorm veel ellende op de hals halen indien we dat wel zouden doen. Dat is ook aangenomen binnen de regering. Daarover hebben we de laatste weken nog intens gesproken. Natuurlijk moet het begrotingstraject nog worden afgeklopt, maar onder de 2 %-norm gaan zou op dit moment echt onverantwoord zijn.
Het is op zich al problematisch dat we geen verder groeitraject hebben voor de komende jaren. Er wordt naar een concreet pad gevraagd. Dat hebben we voorlopig nog niet. Ik hoop dat we dat in de komende maanden kunnen uitstippelen. Dat zal nodig zijn, zeker voor de volgende NAVO-top, waar de druk zal worden verhoogd. Die druk zal niet alleen van de Amerikanen komen, maar vooral van de andere Europese partners, die meer doen. Al onze buurlanden geven meer uit aan defensie, want zij hebben een traject dat uitmondt op 3,5 %, waardoor ze ons zullen bevragen. De druk zal dus niet zozeer van Amerika komen, maar vooral van de Europese bondgenoten die vinden dat België solidair moet zijn, omdat arbeiders in Frankrijk, Duitsland of Litouwen ook inspanningen leveren en tegen besparingen aankijken om die norm van 3,5 % te halen. We mogen ons daarvan dus niet desolidariseren. Het is een moeilijk debat, dat al vaak is gevoerd, en dat we zullen blijven voeren.
Over Iran werd er eveneens gepraat. In de conclusie van de NAVO-top staan er één of twee zinnen over Iran. We zijn er allen van overtuigd dat Iran geen nucleair wapen mag hebben, want de dreiging die daarvan uitgaat zou nefast zijn voor de wereldvrede, voor de situatie in het Midden-Oosten en voor de veiligheidssituatie in Europa, gelet op het feit dat Iran over ballistische langeafstandsraketten beschikt die duizenden kilometers ver reiken en potentieel ook onze hoofdsteden hier kunnen treffen. Voor het overige staat er niets in heel dat verhaal.
Er is geen NAVO-mandaat. Het is immers geen NAVO-operatie. Epic Fury is een operatie van de Verenigde Staten en Israël. Het is geen operatie waarbij de NAVO betrokken is of over geconsulteerd werd.
Quant au renforcement du pilier européen au sein de l’OTAN, c’est précisément ce que nous avons entrepris. J’ai signé 10 contrats avec des partenaires européens. Qu’il s’agisse du MRTT, de l’A400M, des NASAMS, le système de défense aérienne, nous avons concrètement renforcé notre coopération européenne.
Et je peux vous l'affirmer, monsieur Lutgen, je vais continuer dans cette direction.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik ben voor een stuk tevreden met uw antwoord. U erkent dat er terechte opmerkingen zijn van het Monitoringcomité, overigens niet de minste opmerkingen, aangezien het Monitoringcomité letterlijk zegt dat we onder de 2 % zullen duiken. U klopt zichzelf steeds op de borst en zegt dat u die 2 % zult halen. Ik ben de eerste vanuit de oppositie om te zeggen dat we ons lidgeld moeten betalen. U moet echter nu al boekhoudkundige trucs toepassen om aan die 2 % te komen. Het Monitoringcomité toont aan dat we er niet zullen geraken.
Mijnheer de minister, zorg ervoor dat uw kunst- en vliegwerk en uw boekhoudkundige fictie kloppen en dat alles NAVO-aanrekenbaar is. Zorg ervoor dat het geld ook naar defensie en ons defensiepersoneel gaat. Anders zult u op de volgende NAVO-top in affronten vallen, want van dit budgettaire werk wordt echt niemand beter.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, de NAVO is een platform dat de Verenigde Staten toelaat om hun macht wereldwijd te projecteren. Dat is juist wat de heer Rutte, secretaris-generaal van de NAVO, heeft gezegd. De NAVO is helemaal geen defensiealliantie, maar wel een platform om de VS hun kracht wereldwijd te projecteren. Dat is precies wat de Verenigde Staten in Libië, Syrië en Afghanistan hebben gedaan en nu in Iran doen.
U wilt hetzelfde model uitbouwen in België. U wilt veel middelen, want Spanje en Groenland worden bedreigd, maar wat doet u? U kijkt de andere kant op en koopt Amerikaanse wapens, met het idee om onze eigen kracht te projecteren in Afrika, waar we onze eigen imperialistische belangen zullen garanderen. Dat is dezelfde logica als in Amerika en het Europees imperialisme. Dat zal ons naar een volgende wereldoorlog brengen. Het globale zuiden, twee derde van de mensheid, gaat niet meer akkoord met die wereldorde. Stop daarmee, mijnheer Francken.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, je voudrais vous remercier, parce que votre conclusion est rassurante dans cette direction pour appuyer l’autonomie stratégique européenne. Cela va totalement dans le bon sens.
L’engagement au sein de l’OTAN est bien sûr budgétaire, avec la fameuse règle des 2 %; mais l’engagement dans l’OTAN n’est pas que budgétaire. L’engagement dans l’OTAN, c’est d’être solidaires. L’engagement dans l’OTAN, c’est de ne pas menacer l’Espagne. L’engagement dans l’OTAN, c’est de ne pas avoir des velléités à l’égard du Groenland.
L’engagement dans l’OTAN, c’est autre chose qu’uniquement un engagement budgétaire. C’est la solidarité. C’est la coopération. C’est la défense. C’est la protection de l’ensemble des 33 États qui en font partie. C’est cela qu’il faut pouvoir rappeler aussi. Personne ne peut enfreindre cette règle ou mettre à mal cet état d’esprit protecteur.
C’est cela que je vous demande. Je connais votre force. Vous avez redonné de la force à la Belgique au sein de l’OTAN. Je ne peux que vous en remercier, ainsi que l’ensemble du gouvernement.
Darya Safai:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, een sterke defensie is een cruciale voorwaarde om zaken te beschermen die we allemaal belangrijk vinden, zoals individuele vrijheid, economische groei en een uitgebreid sociaal vangnet. Een sterke defensie is geen keuze voor oorlog, maar een investering in vrede. Een geloofwaardige defensie werkt als afschrikmiddel en voorkomt conflicten, voordat ze uitbreken. Juist om de vrede te bewaren, moeten we blijven investeren in onze veiligheid. Aan degenen die de militaire investeringen afdoen als geldverspilling, stel ik één vraag: hoeveel meer zullen we moeten betalen als we onze defensie verwaarlozen en uiteindelijk in een oorlog terechtkomen. De vrede bewaren is altijd goedkoper dan oorlog voeren. Mijnheer de minister, ik dank u. Doe vooral zo voort.
-
Vraag: De vakantie, de relance en de begroting
Vraag: De competitiviteit en de groei van de farmasector
gezondheid en welzijnDe vakantie, de relance en de begroting
De competitiviteit en de groei van de farmasector
De vakantie, relance, begroting, farmaceutische competitiviteit en groei summaryExplanationGesteld door
Anders. Kjell Vander Elst
cd&v Koen Van den Heuvel
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Kjell Vander Elst (N-VA) bekritiseert de regering-Arizona scherp voor het recordaantal faillissementen, de vertraging in de begrotingsvorming en het ontbreken van een relanceplan, en stelt dat de overheid ondernemers "verstikt" met belastingen in plaats van de economie te stimuleren. Bart De Wever (N-VA) benadrukt dat hervormingen het begrotingstekort al met 50 miljard verminderd hebben maar waarschuwt voor aanhoudende budgettaire risico’s door geopolitieke schokken, terwijl hij groeibeleid via arbeidsmarkt en Europese vereenvoudiging verdedigt. Koen Van den Heuvel (CD&V) hamert op slimme bezuinigingen met focus op innovatie, vooral voor de cruciale farmasector, en pleit voor een hogere werkzaamheidsgraad en fiscale hervormingen om groei te bevorderen. Vander Elst blijft ontevreden over het uitblijven van concrete actie en een volwaardige begroting, die hij noemt als "een schuld voor toekomstige generaties".
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, onze ondernemers en zelfstandigen zien af. Na het verbreken van het stakingsrecord, het recordaantal belastingen dat we in dit land hebben en het grootste begrotingstekort van de eurozone, hebben we een nieuw record: 6.267 faillissementen in de eerste helft van dit jaar. Dat is opnieuw een record, opnieuw een triest dieptepunt.
Voor de socialisten van Vooruit is dat allemaal zo erg niet. We moeten niet te veel compassie hebben met die zelfstandigen en ondernemers. Ze hebben geld genoeg en zitten toch maar slapend rijk te worden aan hun zwembad.
De realiteit, mijnheer de premier, is echter anders. Achter dat recordaantal faillissementen schuilen persoonlijke drama's. Mensen steken bloed, zweet en tranen in hun zaak. Stuk voor stuk zorgen zij voor welvaart en jobs.
Premier, ik heb drie trefwoorden voor u, maar een daarvan past niet in het rijtje: begroting, relance en stilstand. Ik heb het over dat laatste, stilstand. Dat is wat u aan het creëren bent. Binnen minder dan drie weken is 21 juli voorbij en gaan de boeken toe, akkoord of geen akkoord. Het is toch allemaal niet zo dringend. We zullen wel zien wanneer de begroting komt. De deadline is wanneer we klaar zijn. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van uw minister van Begroting.
Van een relanceplan voor onze economie en industrie is zelfs geen sprake meer. Wat doet Arizona vandaag wel? Taks, taks, taks! Les Engagés heeft net een voorstel neergelegd voor een rijkentaks voor mensen die 500.000 euro bij elkaar gespaard hebben. Zelfs de communisten zijn jaloers op dat voorstel.
Premier, dat geeft onze economie geen zuurstof. Integendeel, u verstikt en perst haar uit. Daarom heb ik één concrete vraag: wanneer begint u eraan? Wanneer komt u met een volwaardige begroting naar dit Parlement?
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, vorige week mochten we u nog ontvangen in het mooie Puurs om 60 jaar Novartis in ons land te vieren. Die viering onderstreepte nogmaals de onschatbare waarde van die sector voor ons land. De farma-industrie is immers een belangrijke levensader van onze economie. Ze zorgt voor duizenden kwalitatieve jobs in ons land, dicht bij huis. Ze is een van de krachtigste motoren van onze economie, want sinds 2000 groeit de farmasector vijf keer sneller, collega's, dan de Belgische economie gemiddeld. Intussen is de farmasector tweemaal zo groot als de chemische sector, een andere sector die ons in groot-Antwerpen na aan het hart ligt. Het is dus heel duidelijk dat we die motor van onze economie niet mogen laten sputteren.
Er zijn duidelijk drie uitdagingen als we de farmasector in ons land en in Europa willen houden en niet willen zien vertrekken naar Amerika of China. We moeten blijven inzetten op digitaal klinisch onderzoek, werk maken van een snelle terugbetaling van innovatieve geneesmiddelen en blijven inzetten op de ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling. Dat brengt mij, mijnheer de premier, bij de uitdaging waarvoor deze regering de volgende weken staat: de begrotingsopmaak. Die oefening is niet eenvoudig, maar het is cruciaal om daarbij voldoende oog te hebben voor groeistimulerende maatregelen. Voor cd&v is het heel duidelijk: wij staan voor een verstandige en slimme aanpak van die oefening. Dat wil zeggen dat we voldoende oog moeten hebben voor maatregelen die de innovatiekracht en de productiviteit van onze economie stimuleren en onze economie op een duurzame manier laten groeien. Dat is onze bekommernis en we hopen dat u die de volgende weken en maanden in het achterhoofd houdt.
Bart De Wever:
Collega's, vorige week vrijdag heeft de regering een toelichting gekregen van het IMF en de Nationale Bank over de stand van zaken van onze economische en budgettaire toestand. Die analyse luidde niet anders dan de vorige publieke rapporten ter zake.
Ten eerste, de al doorgevoerde hervormingen van de regering verbeteren de tekortprognoses voor de komende jaren significant ten opzichte van de prognoses waarmee we van start zijn gegaan. Volgens het IMF hebben de hervormingen onze schuldopbouw tegen 2031 al met 50 miljard euro verminderd, uitgedrukt in euro's van vandaag. Dat is dus een aanzienlijke inspanning. Dat gebeurt niet door een stijging van de inkomsten, maar wel door een forse daling van de uitgaven. De cijfers van de Nationale Bank tonen dat zeer helder aan.
Ten tweede, de verbetering van het saldo had forser kunnen zijn, ware het niet dat we worden geconfronteerd met een opeenstapeling van geopolitieke schokken. Het IMF spreekt in zijn presentatie letterlijk van een unforgiving environment . De kans bestaat, en is eigenlijk zelfs heel reëel, dat we daardoor nog extra tegenvallers zullen moeten incasseren.
Ten derde, en dat volgt uit de vorige twee vaststellingen, we zijn absoluut niet uit de budgettaire gevarenzone. Integendeel, er zal een serieuze inspanning moeten gebeuren. Het rapport van het Monitoringcomité, dat volgende week wordt verwacht, zal ons wijzer maken over de precieze omvang van die inspanning. Het laat zich echter voorspellen, het zal niet min zijn.
Met die vaststellingen gaat de regering aan de slag, om zo snel mogelijk een pakket maatregelen uit te werken om ons land weg te houden van gevaarlijke scenario's. Het gevaarlijkste scenario is uiteraard de beruchte rentesneeuwbal. Als die begint te rollen, verloopt dat niet incrementeel, maar exponentieel. Dat is dus echt gevaarlijk en vormt een reëel gevaar.
Tot het pakket binnen de regering is afgerond, kan ik daar uiteraard niet op ingaan. Dat zult u wel begrijpen.
Het spreekt voor zich dat onze budgettaire doeleinden onmogelijk te realiseren zijn zonder economische groei. Ons arbeidsmarktbeleid is dan ook niet toevallig gericht op het versterken van die groei, net zoals de ondernemersvriendelijke en productiviteitsverhogende maatregelen die we gerealiseerd hebben en waarvoor we uitdrukkelijk heel veel lof krijgen van het IMF. Verder blijven we maatregelen bespreken en nastreven binnen het MAKE 2025-2030 platform, waar we afstemmen met alle relevante sectoren en met de deelstaten.
Uiteraard is de farmasector daarbij heel sterk vertegenwoordigd, want de farma-industrie is een van de steunpilaren van onze economie. Zoals ik daarover vorige week in de commissie heel uitgebreid met u heb kunnen spreken, maar het is niet erg om dat in de plenaire vergadering nog eens over te doen, kan die sector rekenen op onze bijzondere aandacht. Er vindt een heel regelmatige afstemming plaats met de sector en met de belangrijkste bedrijven. Zoals u hebt aangegeven, ga ik in Groot-Antwerpen ook weleens hier en daar en ook daarbuiten op bezoek.
Zoals geweten, zie ik ook op Europees niveau nog grote potentiële winsten op het vlak van economische groei, met name de uitrol van het One Market Project . Zeker de farma zou daar wel bij varen. Samen met de collega's uit Duitsland en Italië neem ik namens ons land een voortrekkersrol op om competitiviteit structureel helemaal boven de agenda van de Europese Raad te houden. Dat zorgde al voor resultaten, zoals de goedkeuring van vijf omnibuspakketten inzake administratieve vereenvoudiging. Er zitten er nog vijf in de pijplijn en we pleiten ervoor om er nog nieuwe te lanceren. Bijvoorbeeld inzake permitting denk ik dat er nog veel fruit te plukken valt.
De tijd is op, maar ik beloof het vuur brandend te houden om verdere economische groeimaatregelen te realiseren. Ik kan mij vinden in de uitgangspunten die u hebt geschetst, Koen. We moeten dat doen in ons land en in Europa.
Kjell Vander Elst:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de premier. U maakt opnieuw een analyse, een grotendeels juiste analyse, maar onze ondernemers blijven niet wachten op analyses. Ondertussen bent u het opnieuw die ons geen uitsluitsel kan geven over een volwaardige begroting tegen 21 juli. U bent het die maanden hebt met voorlopige twaalfden bestuurd. U bent het die op dit moment met de slechtste begroting van de eurozone zit. Wat krijgen wij ondertussen? Belastingen, industrie die wegvlucht, zelfstandigen die failliet gaan en een begroting die mijn generatie en de komende generaties zullen moeten betalen.
Mijnheer de premier, dit is het moment van rapporten en deliberaties. Mijn vader zit hier in de zaal. Mocht ik met uw tussentijds rapport na twee jaar Arizona thuiskomen, dan zou dat niet mijn beste dag geweest zijn. Premier, maak er werk van. Geef zuurstof aan onze zelfstandigen en ondernemers en trek onze economie uit het slop.
Jean-Marie Dedecker:
(…)
Voorzitter:
Collega's, buiten is het warm, maar ik stel toch voor om de basisbeleefdheid aan de dag te leggen om collega Van den Heuvel zijn volle minuut te gunnen.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, dank u wel voor uw antwoord. De uitdaging is om de volgende weken de begroting op orde te krijgen en duurzaam te saneren. Dat wil voor cd&v niet zeggen blind snoeien, maar wel op een slimme en verstandige manier snoeien, met voldoende oog voor innovatie. We moeten onderzoek en ontwikkeling in ons land blijven stimuleren. Dat is heel belangrijk voor de farmaceutische sector. We moeten inzetten op productiviteit, op duurzame groei en absoluut ook op groei van de werkzaamheid. We moeten naar een werkzaamheidsgraad van 80 %. Dat is absoluut nodig voor onze begroting. Het is voor cd&v heel belangrijk om de fiscale hervorming, waardoor werken meer moet opbrengen, onverkort uit te voeren.
-
Vraag: De mismatch tussen de RIZIV-nummers en het toegangsexamen voor geneeskunde
Vraag: Het teveel aan afstuderende geneeskundestudenten
gezondheid en welzijnDe mismatch tussen de RIZIV-nummers en het toegangsexamen voor geneeskunde
Het teveel aan afstuderende geneeskundestudenten
Overaanbod geneeskundestudenten en RIZIV-toelatingsproblematiek summaryExplanationGesteld door
Anders. Irina De Knop
PVDA-PTB Natalie Eggermont
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens een debat bekritiseerden Irina De Knop en Natalie Eggermont minister Vandenbroucke omdat zijn planningsbeleid voor artsenquota (maximaal 1.427 RIZIV-nummers vanaf 2034) het zorgtekort verergert, ondanks de recordinstroom van 1.900 geneeskundestudenten in Vlaanderen, en ze vragen hoe hij 7.000 examenkandidaten kan uitleggen dat ze na hun studie mogelijk geen job krijgen in een sector met schreeuwende noden zoals gesloten bevallingsafdelingen en patiëntenstops bij huisartsen. Vandenbroucke verdedigde de quota als objectief gebaseerd op demografische projecties en waarschuwde voor risico’s van overaanbod, benadrukkend dat de deelstaten verantwoordelijk zijn voor specialisatieverdeling en geografische spreiding, terwijl hij pleitte voor betere afstemming tussen federale en regionale beleidsniveaus en efficiënter zorgorganisatie via praktijkondersteuning en multidisciplinariteit. De Knop noemde zijn "inhaalbeweging" schijnheilig en wees op de realiteit van overbelaste artsen, wachtlijsten en een zorgsysteem op instorten, terwijl Eggermont de Planningscommissie als onrealistisch bestempelde en een structurele oplossing eiste, zoals één bevoegd gezondheidsminister in plaats van acht om de beleidsverlamming te doorbreken.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, vandaag leggen 7.000 studenten het toelatingsexamen voor de opleiding geneeskunde af. Ze willen allemaal in de toekomst een loopbaan uitbouwen in de zorg. Dat is goed nieuws, want de bevolking veroudert en de zorgvraag neemt almaar toe. Een derde van de huisartsen is vandaag al ouder dan 60 jaar. Alle studies bevestigen dan ook dat we afstevenen op een zorginfarct.
Het resultaat is vandaag al pijnlijk zichtbaar. Steeds meer Belgen vinden geen huisarts meer. Huisartsenpraktijken nemen geen nieuwe patiënten meer aan. De wachtlijsten worden telkens langer. Vlaanderen laat dit jaar bijna 1.900 studenten starten aan de opleiding geneeskunde, net omdat we meer artsen nodig hebben. De vraag is zelfs of dat aantal zal volstaan.
U, mijnheer de minister, werkt echter tegen. U werkt het huisartsentekort en de tsunami die op ons afkomt nog verder in de hand. Samen met de federale Planningscommissie houdt u vast aan maximaal 1.427 RIZIV-nummers vanaf 2034. Dat is onbegrijpelijk en heel moeilijk uit te leggen, in de eerste plaats aan de 7.000 studenten die vandaag hun kans wagen, maar zeker ook aan de patiënten die geen arts vinden.
Mijnheer de minister, de uitdagingen zijn immens. Hoe kunt u nu verwachten dat het artsentekort wordt aangepakt, de wachtlijsten worden weggewerkt en de toegang tot de zorg wordt verzekerd als u blijft vasthouden aan een systeem dat de broodnodige instroom van artsen beperkt?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, terwijl wij hier zitten, zijn 7.000 studenten bezig aan hun ingangsexamen geneeskunde, op de Heizel, met pen en papier, muisstil. Ik wens hun heel veel succes toe. Het is een prachtige opleiding.
Twee weken geleden moesten die studenten in de krant lezen dat het niet zeker is dat als ze slagen voor het ingangsexamen en daarna hun hele opleiding met succes afmaken, effectief aan de slag zullen kunnen gaan als arts.
Jullie laten meer mensen toe om aan de studie te beginnen dan er aan het einde van de rit RIZIV-nummers zijn. Na zes jaar blokken, stages, wachtdiensten en een masterproef kunnen zij te horen krijgen: sorry, zes jaar in de vuilnisbak, u mag er niet aan beginnen, want de Planningscommissie heeft berekend dat er te veel dokters zouden zijn.
Ik weet niet op welke planeet jullie leven, maar leg dat eens uit aan de mensen die geen huisarts vinden, of aan de mensen die maanden moeten wachten op een afspraak met een specialist, of aan de dokters die de poten vanonder hun lijf lopen maar de tijd niet hebben om goed hun werk te doen en voor hun patiënten te zorgen.
Eén op twee huisartsenpraktijken heeft vandaag al een patiëntenstop of beperkt het aantal patiënten. In het AZ West in Veurne zijn ze met bevallingen gestopt omdat ze geen gynaecologen meer hebben. Ga maar naar Oostende!
Als het over zorgpersoneel gaat, mijnheer de minister, is er geen teveel, maar een tekort. Het probleem is dat de Planningscommissie uitgaat van een systeem dat nu al tekorten heeft. Als men van tekorten vertrekt, zal men natuurlijk tekorten blijven produceren.
We moeten heel die logica omkeren, en vertrekken van wat de patiënten effectief nodig hebben, inclusief de noden die vandaag onvervuld blijven. Daar horen dan ook voldoende middelen bij voor universiteiten en ziekenhuizen, om die artsen op te leiden.
Mijnheer de minister, wat zegt u vandaag tegen al die studenten die alles geven om dokter te worden, maar die na zes jaar studeren misschien te horen zullen krijgen dat er geen plaats is voor hen, in een sector die hen keihard nodig heeft?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u beschikt over vier minuten antwoordtijd.
Frank Vandenbroucke:
Collega's, de federale regering heeft de artsenquota voor de jaren 2032-2033 en de tandartsenquota voor de hele periode van 2031 tot en met 2036 zeer zorgvuldig vastgelegd. Daarbij is uitgegaan van de adviezen van de Federale Planningscommissie aan de hand van objectieve gegevens over de zorgnoden van de bevolking, waarbij rekening wordt gehouden met de demografie, de veroudering, de instroom en uitstroom van de zorgverleners, de activiteitsgraad van de zorgverleners, de wijzigende werkpatronen en de noden per discipline. Dat is een zeer objectief onderzoek en daarvan zijn we vertrokken.
Het uitgangspunt is inderdaad dat er voldoende artsen en tandartsen voorhanden zijn om de zorg te garanderen. Men moet natuurlijk ook vermijden dat men op termijn een overaanbod krijgt. Zowel een onderaanbod als een overaanbod is slecht voor de kwaliteit van de opleiding, de kwaliteit van de zorg en de doelmatigheid van de gezondheidszorg.
Ik onderstreep dat de artsenquota ten opzichte van vorig jaar opnieuw worden verhoogd. Met name voor Vlaanderen wordt, net zoals de voorbije jaren en op basis van de adviezen, een belangrijke inhaalbeweging doorgezet. Die was de voorbije jaren al aanzienlijk. De federale artsenquota stegen van 1.848 in het startjaar 2022 naar 2.516 in het startjaar 2026.
Ik merk op dat alle experten die zich in het publieke debat hebben gemanifesteerd, waaronder de heer Jan De Maeseneer – en niemand zal zijn inzet voor de toegankelijkheid, de sociale geneeskunde en de huisartsgeneeskunde in twijfel trekken – ervoor hebben gewaarschuwd dat de quota misschien te groot aan het worden zijn en dat we misschien een overaanbod zullen krijgen. Hoe dan ook hebben we de Federale Planningscommissie gevolgd.
Daar voeg ik, ten eerste, aan toe dat de quota van vandaag pas over 9 jaar extra aanbod opleveren. Dat is dus geen onmiddellijke oplossing, maar wel belangrijk voor de planning op termijn.
Ten tweede, het is uiterst belangrijk, zelfs essentieel dat de deelstaten binnen hun bevoegdheden, als we te weinig huisartsen hebben, zorgen voor een goede verdeling tussen de specialismen. Dat is de bevoegdheid van de deelstaten. Dat geldt ook voor een goede spreiding over het grondgebied, waarover de deelstaten echt mee moeten waken en waarvoor zij belangrijke hefbomen hebben, als zij dat willen.
Ten slotte, meer in het algemeen – daarin hebben wij met de federale ziekteverzekering ook een verantwoordelijkheid –, moeten wij ervoor zorgen dat we met de beschikbare mensen het aanbod zo sterk mogelijk maken. We moeten hen helpen zich zo goed mogelijk te organiseren, met praktijkondersteuning, de bevordering van multidisciplinariteit in de eerste lijn en de terbeschikkingstelling van klinisch psychologen bij huisartsen.
Het aantal studenten dat in Vlaanderen aan de opleiding mag beginnen, is een verantwoordelijkheid van de Vlaamse regering. U weet dat ik al jaren ervoor pleit dat we daarover zorgvuldig met elkaar overleggen, zodat het ene op het andere goed is afgestemd.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u spreekt over een inhaalbeweging. Wat de Rode Duivels gisteren gepresteerd hebben door na een 0-2 achterstand alsnog te winnen, dat is een inhaalbeweging! Als u echter met uw inhaalbeweging ervoor zorgt dat het op het einde van de match nog steeds 0-2 is, is dat geen inhaalbeweging.
Wat u dus vertelt, mijnheer de minister, is de theorie. In de praktijk verloopt het anders. Ons zorgvuldig uitgebouwde zorgsysteem staat op springen. Er zijn te weinig artsen en de artsen, die er zijn, worden overspoeld met werk, lange wachtlijsten, administratieve ballast en een slechte organisatie van de eerste lijn. De spoeddiensten kreunen onder een toevloed van patiënten.
Mijnheer de minister, u bent de olifant in de Kamer. U bent al zo lang bevoegd voor Volksgezondheid en de tekorten nemen jaar na jaar toe. Het kleinste kind kan zien dat het systeem dat u hanteert met de Planningscommissie… (…)
Voorzitter:
Mevrouw De Knop, uw tijd is om.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, de Planningscommissie is objectief, zegt u, maar er wordt met heel veel onvervulde noden in de maatschappij geen rekening gehouden. Er wordt bijvoorbeeld ook gezegd dat artsen veel dingen doen die ze ook al zouden kunnen delegeren. Op zichzelf is dat waar, maar het is niet dat er een overvloed aan verpleegkundigen rondloopt aan wie men kan delegeren. Dat is geen objectief uitgangspunt, dat is uitgangspunt in sprookjesland. Uiteindelijk hebt u ook niet geantwoord op mijn vraag wat u doet met de studenten die vandaag van uw collega's aan Vlaamse zijde mogen starten, maar die aan het einde van de rit van u niet aan de slag zullen mogen gaan. U zei gewoon dat Vlaanderen dat beslist en dat we misschien wat beter moeten overleggen. Dat is inderdaad zo. Ons land heeft acht ministers van Volksgezondheid en we raken er niet uit. Ik stel dus voor dat we naar één minister van Gezondheid gaan. Dan worden dergelijke problemen meteen opgelost en kunnen we al het geld dat we daarmee besparen, investeren in de opleiding en de omkadering van ons zorgpersoneel, mijnheer de minister.
-
Vraag: De nationale coördinatie inzake hitte en de samenwerking met andere overheden
Vraag: De hittegolf, de apathie van de regering en het uitblijven van federale coördinatie
Vraag: Het overleg met de gewesten over het klimaatplan
Vraag: Het standpunt van de regering over het hitteplan en de hoge energieprijzen
Vraag: De nationale coördinatie inzake hitte
Vraag: Het hitteplan
Vraag: De coördinatie van het hitteplan
Vraag: De strategie van België en de EU ten aanzien van de impact van de klimaatverandering
Vraag: Het gebrek aan coördinatie in het kader van het hitteplan
gezondheid en welzijnDe nationale coördinatie inzake hitte en de samenwerking met andere overheden
De hittegolf, de apathie van de regering en het uitblijven van federale coördinatie
Het overleg met de gewesten over het klimaatplan
Het standpunt van de regering over het hitteplan en de hoge energieprijzen
De nationale coördinatie inzake hitte
Het hitteplan
De coördinatie van het hitteplan
De strategie van België en de EU ten aanzien van de impact van de klimaatverandering
Het gebrek aan coördinatie in het kader van het hitteplan
Klimaatbeleid, hitteplannen en coördinatie tussen overheden en EU summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Stefaan Van Hecke
PS Patrick Prévot
VB Kurt Ravyts
ONAFH Jean-Marie Dedecker
cd&v Tine Gielis
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Anders. Alexia Bertrand
Les Engagés Marc Lejeune
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 25 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de acute onvoorbereidheid van België op de extreme hittegolf, die ziekenhuizen, openbaar vervoer, scholen en kwetsbare groepen zwaar treft, terwijl de regering volgens critici enkel oppervlakkige adviezen zoals "drink water" geeft en structurele oplossingen ontbreken. Klimaatminister Crucke (Les Engagés) stelt 12 concrete actiepunten voor en pleit voor interfederaal overleg, maar zijn initiatief wordt door de N-VA geblokkeerd met het argument dat klimaatbeleid regionaal moet blijven, wat door oppositiepartijen als partijpolitieke obstructie wordt bekritiseerd. Theo Francken (N-VA) wordt fel aangevallen voor zijn bagatelliserende opmerking dat burgers "moeten stoppen met klagen en een pintje aan het zwembad moeten drinken", terwijl anderen wijzen op energiecrisissen (dure gascentrales, gesloten kerncentrales) en slechte infrastructuur (oververhitte treinen, gebouwen zonder koeling). Oppositie en groene partijen eisen korte-termijnmaatregelen (gratis toegang tot koelplekken, aanpassing arbeidsregels) en langetermijnplannen (isolatie, klimaatadaptatie), maar de regering wordt verweten geen urgentie te tonen en de crisis communautair te politiseren in plaats van samen op te lossen.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, we beleven een ongeziene hittegolf. Iedereen heeft het warm, maar voor veel mensen is het totaal onleefbaar. Denk aan mensen die wonen in een klein appartement zonder terras, zonder zonnewering. Denk aan mensen in huizen die niet geïsoleerd zijn en aan mensen die zware fysieke arbeid verrichten, elke dag opnieuw in de bouw, als afvalophaler of als wegenwerker. Denk ook aan mensen die ervoor zorgen dat oververhitte gebouwen worden gepoetst. Denk aan ouderen in een woonzorgcentrum die de hele dag achter de gordijnen zitten, hopend op een koelere nacht. Blijkbaar heeft ook Bart De Wever veel last van de hitte en kan hij vandaag niet komen werken.
Wat is het antwoord van de regering? Drink voldoende water en zorg voor elkaar. Dat doen we elke dag van het jaar, maar blijkbaar is dat ook het antwoord van de regering op een acute en uitzonderlijke crisis. Wat moeten we denken, collega's, van het advies van minister Francken? Drink een pint aan uw zwembad, leef en stop met zagen. Leef!
Vanmorgen vernamen we dat er ziekenhuizen zijn waar operaties moeten worden stilgelegd en niet kunnen doorgaan. In het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en het Sint-Lucas Ziekenhuis in Gent heeft deze hitte een grote impact. Operaties worden uitgesteld, spoeddiensten draaien overuren, schoolgebouwen zijn ovens en sluiten vroeger, en ook crèches ondervinden hinder. Treinen worden geschrapt omdat er geen airconditioning is. De hitte heeft een grote impact op de hele samenleving en maakt één ding duidelijk: ons land is niet klaar om dat soort extreem weer goed te managen.
Als er dan een minister is die wil samenzitten met de collega's en 21 uitnodigingen verstuurt, wordt hij wandelen gestuurd door de N-VA en uitgelachen. Voor Arizona is het blijkbaar veel gemakkelijker om de taliban aan tafel te krijgen dan samen te zitten met de regionale ministers om klimaatbeleid te voeren. Dat is de realiteit.
Mijnheer de minister, hoe zult u die crisis aanpakken? Hoe zult u samenwerken (…)
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, cette semaine, la Belgique étouffe. Des personnes âgées restent enfermées chez elles, les services de secours sont sous pression et, dans nos immeubles en béton, la chaleur s’installe, s’accumule et ne redescend plus. Quant à nos villes, elles suffoquent.
Que fait votre gouvernement face à cela? Le Centre de crise conseille aux Belges de boire de l’eau et de porter des vêtements légers. Nous vous remercions pour ce conseil, car, sans vous, nous aurions sûrement opté pour le bonnet et la doudoune. Cependant, monsieur le ministre, les Belges n’ont pas besoin d’un mode d’emploi pour survivre à l’été, mais attendent des actes.
Sur le climat, votre gouvernement n’a aucune vision. Vous échangez des courriers, vous tentez d’élaborer un plan, et vous attendez que les régions vous répondent, alors même que vous dirigez ces mêmes régions. Cherchez l’erreur!
Pourtant, les 11 millions de Belges n’attendent qu’une chose: que quelqu’un prenne enfin ses responsabilités. Pendant ce temps, votre collègue Théo Francken conseille de profiter du beau temps avec une bière et les pieds dans une piscine. Avez-vous avez une piscine, vous? Moi, non. Pour la plupart des Belges, la réalité n’est pas une piscine, mais bien un appartement ou une maison transformé en four.
Monsieur le ministre, force est de constater que, depuis l’arrivée de l’Arizona le défi climatique s’évapore. Pendant que certains ironisent sur le réchauffement climatique, les Belges, eux, tirent la langue. Ils s’inquiètent pour leurs grands ‑ parents, pour leurs enfants dans les cr è ches, pour leurs trajets quand les transports en commun s ’ arr ê tent, et pour tenir au travail quand il fait 35 ° C dans une classe, un bureau ou un atelier.
Monsieur le ministre, vous répondez aujourd’hui au nom du gouvernement. Dites ‑ nous donc o ù est votre plan chaleur? Quelles mesures concr è tes prenez ‑ vous pour prot é ger la population? Et surtout, o ù est la strat é gie climatique permettant de faire face à la multiplication d ’é v é nements extr ê mes qui, eux, ne nous laissent aucun r é pit.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, er lijken verkiezingen op komst te zijn. Les Engagés vertoeven blijkbaar in campagnemodus. Daarin passen ook de uitlatingen van uw collega, partijgenoot en klimaatminister, Jean-Luc Crucke. Hij vindt dat er onvoldoende interfederale coördinatie is inzake de extreme weersomstandigheden. De heer Crucke wil blijkbaar 21 ministers samenbrengen.
Mijnheer de minister, Vlaanderen wil, heel terecht, zijn klimaatbeleid voeren vanuit zijn eigen bevoegdheden. Er is geen nood aan een Belgicistisch interfederaal hitteplan, dat vooral veel complexiteit dreigt toe te voegen zonder de besluitvorming te versterken. Alleen is het wel merkwaardig dat de heer Crucke binnen een regering waarin de N-VA de grootste meerderheidspartij is, ter zake zomaar eigengereid kan optreden en voorstellen voor meer interfederalisme de ether in kan sturen, die dan vervolgens door de door de N-VA geleide Vlaamse regering worden afgeschoten.
Tegelijkertijd stellen we vast dat ook ons energiebeleid niet voorbereid is op de extreme weersomstandigheden. Het elektriciteitsverbruik piekt. Wanneer de zon ondergaat, draaien de airco’s, heel begrijpelijk, verder. Het is windstil. Het aanbod aan hernieuwbare energie is er dan niet langer. Ook de import van elektriciteit uit kernenergie botst op zij grenzen. Daardoor komen we terecht bij dure piekcentrales. Dat zijn gascentrales. Eergisteren kwam 52 % van onze elektriciteit uit een gascentrale, met alle gevolgen voor de stroomprijs. Ondertussen ligt het nucleaire park in België, dat voor stabiele productie en minder prijsfluctuatie kan zorgen, drie zomers lang volledig stil.
Mijnheer de minister, wat zult u doen als zich in de volgende weken of maanden nog hittegolven aandienen?
Zal binnen de regering de heer Crucke aangaande zijn interfederale wensdromen worden teruggefloten?
Erkent u dat de piekende elektriciteitsprijzen wel degelijk ook te maken hebben met (…)
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, ik zal het niet hebben over de hitte. Ik nodig iedereen uit in de mooiste gemeente aan de kust. Daar is er een fantastisch briesje en een Middellandse Zeeklimaat.
Ik zal het hebben over de catastrofe die zich vandaag in de energiesector voltrekt. In de winter is er soms sprake van een dunkelflaute. Dat betekent dat onze energiesector zo kwetsbaar is geworden dat als de hernieuwbare energie in de winter uitvalt, we allemaal in de kou zitten. Nu valt de energie ook uit in de zomer: er is sprake van een Hitzeflaute , een fantastisch woord. De Duitsers noemen dat een Kühlkraftkrise . Dat betekent dat de koelkast in crisis is en ook de airco in crisis verkeert.
Zelf heb ik last van een appelflauwte, mijnheer de minister. Dat komt door de hoge energieprijzen, door u allemaal.
(Tumult)
Nee, u niet; dat is juist.
Door de sluiting van de kerncentrales zijn we vandaag afhankelijk geworden van gascentrales. Wat gebeurt er dan? We hebben een back-up nodig. Anders krijgen we situaties zoals in Spanje, waar de elektriciteit op 28 april 2025 uitviel. We moeten dat compenseren, want ons elektriciteitsnet moet voortdurend in evenwicht zijn. Daartoe verstoken we gas. In Flémalle hebben we een centrale gebouwd waarvoor 900 miljoen euro subsidie werd toegekend. Toch is dat niet genoeg, mijnheer de minister. De vorige regering heeft zelfs acht straalmotoren moeten inschakelen. U hoort het goed, acht straalmotoren die elk voor 7.000 euro kerosine per uur verbruiken, opdat we genoeg energie zouden hebben en het licht 's avonds niet zou uitgaan. Hoe belachelijk kan het vandaag worden?
Mijnheer de minister, wat zult u daaraan doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, het WK voetbal lijken we niet te zullen winnen, maar voor de wereldtitel van warmste treinwagon zijn we voorlopig wel nog in de running, want wie vandaag de trein neemt, voelt zich als een sardientje in een heel warm blik. Ik pendel zelf van de Kempen naar Brussel en zie elke dag welke problemen dat geeft: geschrapte treinen, overvolle rijtuigen en wagons die aanvoelen als sauna's.
Nu zelfs Groen fan van airco's blijkt te zijn, kan ons openbaar vervoer niet achterblijven. Hittegolven zullen vaker terugkeren. Ons land blijkt onvoldoende uitgerust voor dit extreme weer. Ook in de winter zien we immers dat, als er enkele sneeuwvlokjes neerdwarrelen, een halve dienstverlening ontregeld dreigt te worden.
Volgens cd&v moet en kan dat beter. Het gaat immers om meer dan alleen de NMBS. Het gaat over investeringen in treinen en stations, maar ook in scholen, ziekenhuizen, woonzorgcentra en publieke gebouwen.
Mijnheer de minister, de vraag is dus niet of er vandaag een hitteplan bestaat. De vraag is of België voldoende robuust is voor de zomers van morgen. Een land dat klaar wil zijn voor de toekomst, mag niet smelten bij de eerste hittegolf.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, we beleven een van de ergste hittegolven van de afgelopen jaren. Mensen moeten werken in temperaturen tot 35 graden op de werkplekken.
En wat horen we als tip van regeringslid Theo Francken, minister van Defensie? Cool! Doe normaal en stop met klagen. We moeten allemaal doen zoals de minister van Defensie en à l’aise aan het zwembad gaan liggen in de tuin met een pintje.
Monsieur le ministre, vous rendez-vous compte que nous sommes en plein cœur de l'une des pires vagues de chaleur de ces dernières années et que les gens doivent travailler sous 35 °? Dans ces conditions, que nous dit notre ministre de la Défense? "Que les gens arrêtent de se plaindre, faites comme moi. Qu'on s'installe dans son jardin, près de sa piscine, et qu'on boive une petite bière tranquille."
Dans quel monde vit-il? C'est facile pour lui de dire cela, il a une piscine! Que pense-t-il, que tout le monde a une piscine à la maison? Que tout le monde a la possibilité de boire un verre tranquillement chez soi? Que les journées sont composées de petites réunions entre ministres avec de l'air conditionné toute la journée? Ce n'est pas la vie des Belges! Comment peut-on vivre dans un monde complètement coupé de la réalité?
Pour les gens, ce n'est pas de la rigolade: pour ceux qui travaillent sur les chantiers, sur les routes, dans les crèches, dans les écoles, pour tous ces gens qui travaillent dans le secteur des soins sous 30 °, il n'y a pas toujours d'air conditionné. Malgré le fait que le ministre dise qu'il suffit de se mettre près de sa piscine dans le jardin, ce n'est pas une blague.
Hier, une réunion de trois heures s'est tenue, avec comme conclusion et comme conseil à la population: "Buvez de l'eau." Vous allez faire comme en France? "Vous ouvrez le robinet, vous fermez le robinet, etc". Mais enfin, vous vous moquez des gens! Vous êtes payés pour trouver un plan canicule, et le conseil que vous donnez aux gens, c'est de boire de l'eau. Tiens, il fait chaud, nous n'avions pas pensé à boire de l'eau! Chers ministres, merci pour vos conseils.
Quel est le plan canicule du gouvernement belge?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, klimaatbeleid is een ernstige aangelegenheid, te ernstig om ermee te lachen op de socials en te ernstig om er een communautaire kwestie van te maken. Wat zijn de gevolgen immers? Wij zien de concrete gevolgen: treinen worden geschrapt, scholen sluiten, mensen hebben geen kinderopvang en zieke mensen zien hun operaties uitgesteld.
Wat verwacht de burger dan van de overheid? Hij verwacht geen duizend regeltjes. Hij verwacht geen betutteling. Hij verwacht oplossingen. Hij verwacht uiteraard dat de overheid aan die oplossingen begint. Wat moeten wij doen? Wij moeten samenwerken en oplossingen zoeken voor de toekomst.
Mijnheer de minister, de kerntaken van de overheid komen in het gedrang. Er is inderdaad geen magische oplossing. Wij zullen het probleem niet in een-twee-drie oplossen. Wij moeten er wel aan beginnen. Wij moeten de infrastructuur aanpassen, wij moeten innoveren, wij moeten inzetten op klimaatadaptatie.
De heer Crucke komt met een plan. Wij kunnen daarover spreken. Hij steekt dus de hand uit. Doch het antwoord luidt dan: u wilt samenzitten, maar dat zullen wij zeker niet doen; u wilt samenwerken, maar dat zullen we niet doen, want dat is niet nodig. Mijnheer de minister, mijn vraag is dus heel eenvoudig. Wat vindt u van een Vlaams-nationalist die het probleem verdrinkt in communautaire spelletjes door te weigeren met een federale collega te spreken?
Marc Lejeune:
Monsieur le vice-premier ministre, cher collègue, je ne vais pas vous apprendre que le réchauffement climatique existe. Je ne vais sûrement pas vous dire que les vagues de chaleur sont uniquement l'occasion de sortir le barbecue et une petite bière pour en profiter. Les gens étouffent et ne sont pas suffisamment préparés. Nous devons nous en inquiéter. Avec 38 degrés annoncés, les écoles et les commerces ferment. Les hôpitaux s'encombrent. La vague de chaleur que nous connaissons aujourd'hui n'est pas un simple épisode météorologique. Elle met sous pression nos services d'urgence et nos hôpitaux. Elle touche encore plus les personnes âgées, les malades, les travailleurs exposés et les personnes détenues. Elle a aussi un impact direct sur la productivité de notre économie et sur notre cohésion sociale.
Le réchauffement climatique est un enjeu environnemental qui touche aussi à la santé et, carrément, aux droits humains. Plus inquiétant encore, les scientifiques nous rappellent que cet été sera sans doute le plus frais de notre vie. Soyons clairs: notre pays s'est davantage adapté au froid qu'aux fortes chaleurs, et les citoyens en paient le prix fort ces derniers jours. Face à cette réalité, la Belgique ne peut évidemment pas agir seule. Le réchauffement climatique ne connaît pas de frontières.
J'ai donc quelques questions, monsieur le ministre. Comment la Belgique compte-t-elle renforcer la coopération, je l'ai entendu tantôt, entre les régions, les communautés et nos partenaires européens pour faire face aux vagues de chaleur de manière plus structurelle, être mieux préparée, se parler, disposer d'un plan concerté et d'une stratégie globale? Comment notre pays défend-il, aux plans européen et international, les politiques d'adaptation aux chaleurs extrêmes? Enfin, la Belgique soutient-elle une approche qui considère les vagues de chaleur non seulement comme un défi environnemental, mais aussi comme un enjeu de santé publique et de compétitivité?
Je voudrais également répondre à quelques-uns des intervenants précédents. Je voudrais vous rappeler et vous confirmer que le ministre Crucke travaille sérieusement, avec application, et consacre toute son énergie à la transition pour décarboner nos usages et diminuer notre production de CO ₂ . Pas par dogmatisme, mais par réalisme et par nécessité stratégique. Je vous remercie.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre des Affaires étrangères, quand même, quel spectacle! On savait déjà que votre gouvernement n'avait pas placé le climat dans son top 5 des priorités, voire peut-être pas dans le top 100. Certes. Mais maintenant que nous sommes confrontés à cette vague de chaleur qui frappe de plein fouet la population, il n’y a plus personne.
Le premier ministre ne veut pas répondre aux questions ici au Parlement. Il se cache. Il renvoie vers le ministre du Climat, qu’il sait absent. C'est donc vous qui êtes envoyé au feu pour venir répondre aux questions des parlementaires et assumer.
Que lisons-nous? "J'ai envoyé des courriers, mais personne ne m'a répondu. Que voulez-vous que je fasse? J'aimerais bien, mais je ne peux point."
Pourtant, monsieur le ministre, vous avez des leviers concrets ici, rien qu'au niveau fédéral. Que nous proposez-vous – enfin plutôt, que proposez-vous à la population? Des actes individuels – ou plutôt une culpabilité individuelle. "Buvez de l'eau, n'oubliez pas d'appeler votre grand-mère pour savoir si elle va bien."
Mais les populations qui, aujourd'hui, vivent dans des bouilloires thermiques, qui sont dans des appartements sur lesquels personne n'a pensé à mettre des pare-soleils, qui attendent le bus place Saint-Lambert – où, hier, a été mesurée une température au sol de 73°C, sans un arbre autour pour leur faire de l'ombre –, ces populations-là en attendent davantage que d'entendre simplement qu'il faut mettre une casquette.
Monsieur le ministre, pourquoi votre gouvernement ne met-il pas sur la table aujourd'hui, par exemple, un plan avec la Régie foncière? Vous avez des bâtiments à disposition. Ils peuvent constituer un point fraîcheur pour des populations qui habitent aux alentours. C'est possible.
Quid des navetteurs? Des personnes se retrouvent dans des gares, parfois pendant des heures en raison de trains annulés. Il faut mettre en place des points d'eau et s'assurer qu'il y ait un point refuge fraîcheur.
Les musées fédéraux également peuvent être rendus gratuits, comme certaines villes l'ont fait, pour (...)
Maxime Prévot:
Beste collega’s, ons land wordt al enkele dagen geconfronteerd met een hittegolf van uitzonderlijke intensiteit. Laat ik het duidelijk zeggen: het gaat niet om een gewoon weersverschijnsel. Het is niet louter een zomer die iets warmer is dan andere. Wat we vandaag meemaken, is een concreet gevolg van de klimaatverandering.
Te lang is klimaatverandering voorgesteld als een toekomstig risico. Vandaag is het een dagelijkse realiteit. Ze heeft nu al gevolgen voor de gezondheid van onze medeburgers, voor onze infrastructuur, voor onze openbare diensten en voor onze economie.
Wat we vandaag zien, is waarschijnlijk slechts een voorproefje van wat ons morgen te wachten staat. De vraag is dus niet langer of we ons moeten aanpassen. De vraag is of we bereid zijn op te treden op een manier die recht doet aan de uitdagingen, die voor ons liggen.
Experten waarschuwen ons al jaren. Het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (Cerac) heeft ons gewaarschuwd. Het Federaal Planbureau heeft ons gewaarschuwd. Gezondheidsdeskundigen waarschuwen ons. De veiligheidsdiensten waarschuwen ons. De signalen zijn overal. Daarom is niets doen geen optie meer.
L'absence de coordination ne peut plus être une excuse. C'est précisément pour cette raison que mon collègue Jean-Luc Crucke a pris l'initiative, voici plus d'un an déjà, de tenter de réunir l'ensemble des autorités concernées afin de préparer notre pays aux conséquences des phénomènes météorologiques extrêmes. Il a effectivement adressé des courriers aux différents niveaux de pouvoir. Il a proposé un dialogue, une méthode, un plan de travail. Il a tendu la main. Malheureusement, cette main – l'honnêteté m'impose de le dire – n'a pas toujours été saisie. Certaines autorités ont estimé qu'une telle coordination n'était pas nécessaire. D'autres ont considéré qu'il ne fallait pas ouvrir ce chantier. Certains ont même explicitement refusé de participer à l'élaboration d'un plan interfédéral sur les phénomènes météorologiques extrêmes.
Ik respecteer uiteraard iedereens bevoegdheden, maar we kunnen niet om de feiten heen. Een hittegolf stopt niet aan de grenzen tussen gewesten. Droogte houdt geen rekening met de verdeling van bevoegdheden. Een bosbrand vraagt niet of het betreffende perceel onder de bevoegdheid van de federale overheid, het gewest of een gemeente valt. Het klimaat kent geen administratieve grenzen noch regeringsmeerderheden.
Als we met een gemeenschappelijke dreiging worden geconfronteerd, moet het antwoord collectief zijn. Daarom heeft minister Crucke opnieuw zijn verantwoordelijkheid genomen. Op 1 juli vindt een interfederale vergadering plaats. Ik heb één eenvoudige wens: ik hoop dat iedereen aanwezig zal zijn. Onze medeburgers verwachten immers geen institutionele debatten van ons. Ze willen niet weten wie waarvoor bevoegd is. Ze zitten niet te wachten op bevoegdheidsconflicten. Ze verwachten dat wij hen beschermen. Ze verwachten dat wij anticiperen. Ze verwachten dat wij samenwerken. De vergadering moet tot concrete resultaten leiden.
Minister Crucke heeft twaalf voorstellen op tafel gelegd, twaalf pragmatische maatregelen, twaalf actiepunten waarmee we onmiddellijk aan de slag kunnen, want we moeten de zaken nu onder ogen zien. Voorts zijn de ministers Vandenbroucke en Quintin sinds maandag ook bezig met de coördinatie van acties via het Nationaal Crisiscentrum. Het Nationaal Crisiscentrum neemt in nauw overleg met de FOD Volksgezondheid de nodige initiatieven en volgt de situatie op.
À ceux qui appellent au déclenchement d'une phase fédérale, je rappelle que la phase d'alerte a déjà été proclamée lundi par le Risk Management Group. Ceci n'implique pas pour autant un plan national avec de nouvelles mesures mais, au contraire, une phase mettant surtout l'accent sur la sensibilisation et les recommandations.
Aanpassing aan de klimaatverandering is geen ondergeschikt onderwerp meer.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, ik hoor mooie, duidelijke woorden over de ernst van de situatie, maar ik zie geen daden. Meer nog, u bevestigt dat coördinatie en overleg worden geweigerd, terwijl veel mensen vandaag nood hebben aan concrete oplossingen.
Heel veel burgers hebben vandaag nood aan koele plekken en alle overheden weten dat. Ze beschikken over veel gebouwen waar het koel is, zoals musea, bibliotheken en andere publieke gebouwen. Stel die open, ook ’s nachts, voor wie thuis niet weet waar te kruipen, en dat zijn veel mensen. Niet iedereen heeft een zwembad zoals Theo Francken om even af te koelen. Regel het dus vandaag, niet morgen.
De regering gaat ervan uit dat de crisis over drie dagen voorbij is, dat de kous daarmee af is en dan tot de orde van de dag overgaat. Zij vergist zich. Er is nood aan niet alleen crisismaatregelen, maar ook aan structureel beleid om de klimaatcrisis af te remmen. Vandaag is het extreem warm, maar laat het niet de koelste zomer van de rest van ons leven worden.
Patrick Prévot:
C'est donc au ministre qui a la plus grosse empreinte carbone du gouvernement que revient l'honneur de répondre à cette question sur la canicule que nous sommes en train de vivre! Soyons de bon compte, je n'ai pas entendu chez vous l'envie ou le besoin d'évoquer une pause dans la politique climatique – je pense qu'il faudrait pour cela être aveugle ou climatosceptique. C'est pourtant ce qu'avait fait votre ministre Clarinval, il y a moins d'un an.
On constate qu'avec le gouvernement Arizona, le climat a disparu des priorités. Au niveau de l'Europe, on ralentit. En Wallonie on détricote et, au fédéral, on réduit le climat à une ligne dans un tableau Excel: les contraintes pour les entreprises. Et pourtant, les conséquences pour les gens sont bien présentes: des maisons et des appartements qui ressemblent à des fours.
Vous avez annoncé une réunion interfédérale climat le 1 er juillet prochain. Permettez-moi de vous donner un petit conseil pour cette réunion: enfermez les ministres, coupez la climatisation et peut-être que même les plus climatosceptiques autour de la table viendront enfin avec de vraies solutions.
Kurt Ravyts:
Het raadsel is opgelost waarom premier De Wever niet kwam antwoorden. Kan hij zich akkoord verklaren met de tekst die minister Prévot zonet gebracht heeft? Kan de N-VA, als grootste meerderheidspartij, zich er akkoord mee verklaren? Ik denk van niet.
De federale bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de federale regering. De Vlaamse bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de Vlaamse regering, en de Waalse door de Waalse regering. We hebben geen nood aan partijpolitieke profilering inzake deze klimaattoestand. We hebben wel nood aan een beleid dat de meest kwetsbaren onder ons helpt bij deze weersomstandigheden.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, er bestaat zoiets als klimaatadaptatie. Ik heb een goede raad voordat de acht straalmotoren in Noordschote, Zelzate en zelfs Deux-Acren stilvallen en voor de kerosine op is: open de kerncentrales. Met alle nu geplande hernieuwbare energie komt men in 2037 immers amper aan 37 %. Open de kerncentrales dus nu.
Ik heb ook een boodschap voor de heer Hedebouw. Adaptatie, mijnheer Hedebouw! U weet dat uw Chinese vrienden na de dood van Mao drie airco’s hadden in China. Drie! Die stonden bij de communistische partij in Zhongnanhai. In 2023 stonden er 863 miljoen, en het energieagentschap verwacht tegen 2050 dat er 4,5 miljard airco’s zullen zijn in het communistische gebied.
Groene deugneuzen, luister, en investeer in klimaatadaptatie. Iedereen een airco! (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat minister Crucke aan de slag zal gaan met twaalf actiepunten. Ik ga ervan uit dat eentje daarvan het openbaar vervoer is, met name de NMBS. Over de hydration breaks in het voetbal zijn de meningen erg verdeeld, maar op onze treinen denkt iedereen vandaag hetzelfde: afkoeling, nú. Vooral voor onze ouderen, kinderen en mensen met gezondheidsproblemen moeten we alles op alles blijven zetten om ons land hittebestendiger te maken en vooral ons openbaar vervoer. Daarvoor rekenen we op u.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le ministre, j’aurais voulu vous voir arriver avec des solutions. Or ce n’est pas le cas. Le PTB vous a pourtant apporté des pistes, parmi lesquelles des solutions à court, moyen et long terme.
À court terme, il faut adapter les règlements de travail. Lorsque la chaleur devient excessive, les travailleurs devraient pouvoir interrompre la journée ou prendre congé. C’est intenable autrement. À court terme également, il faut rendre gratuites les piscines et l’accès aux musées pour permettre à chacun de se rafraîchir. En cas de fermeture des écoles, les parents devraient pouvoir bénéficier de congés pour accueillir leurs enfants. Voilà des mesures à court terme. Il faut aussi un plan de climatisation pour les crèches, les écoles et les hôpitaux. Tout cela est à faire à court terme.
À moyen terme, il nous faut un véritable plan d’isolation des bâtiments et de verdurisation de nos villes.
À long terme, il faudra enfin s’attaquer à la racine du problème climatique: arrêter de laisser les multinationales extraire des millions de tonnes de pétrole et rejeter ensuite le CO ₂ dans l ’ atmosph è re, contribuant ainsi à la destruction de notre plan è te. Voil à les solutions.
Monsieur le ministre, je ne sais pas si vous allez y arriver avec 21 ministres, mais en tout cas (…)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, dank voor uw woorden. Dergelijke hitte wordt het nieuwe normaal. Ik denk niet dat Bart De Wever dezelfde woorden had kunnen uitspreken. Dus dank voor de realitycheck. De waarheid is dat we niet klaar zijn voor de nieuwe realiteit. Om onze kritieke infrastructuur aan te passen, hebben we samenwerking nodig. De burger ligt niet wakker van wie iets beslist, maar wel van de hitte. Dus bedankt voor de bevestiging.
Het wordt puur communautair gespeeld, ten koste van de belangen van de burgers. Ik dacht dat de communautaire demonen weg waren, maar ik zie dat ze, ondanks spiegelregeringen in alle gewesten, helemaal terug zijn.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, sortons un peu des slogans. Cette vague de chaleur nous rappelle que la lutte contre les températures extrêmes est un véritable enjeu de société, qui attend une réponse collective; une réponse collective pour nous adapter, aussi. On ne peut plus considérer les vagues de chaleur comme un simple phénomène météorologique passager. Il faut au contraire les traiter comme un véritable enjeu géopolitique européen.
On l'a dit ici, nous sommes tous touchés, mais pas tous égaux face aux températures infernales. Combien de personnes sont encore mal logées, vivent sous les toits, sans moyen de se rafraîchir? Ces phénomènes extrêmes vont revenir comme un boomerang. Vous l'avez dit, nous ne sommes plus dans les probabilités, c'est aujourd'hui notre réalité et on n'est qu'au début.
Monsieur le ministre, nos concitoyens ont besoin d'une réponse collective, hors conflits de compétences, comme le rappelle sans cesse le ministre du Climat, qui y travaille. J'exhorte donc, monsieur le ministre, votre gouvernement à avoir une politique climatique volontariste, soutenue par l'ensemble des partenaires. Et je compte sur eux.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous nous parlez ici d'une réunion le 1 er juillet. Aux personnes qui sont en train de suffoquer dans des appartements surchauffés, avec des enfants dont les écoles sont fermées et un boulot à gérer, vous dites que vous allez vous réunir dans six jours pour discuter. On n'est pas du tout à la hauteur de la situation! Ce qu'il se passe actuellement est la conséquence de choix politiques, ou plutôt d'inaction politique coupable. La bonne nouvelle, c'est qu'il y a des leviers concrets qui doivent être activés par le politique. Pour cette raison, nous avons rédigé avec Ecolo un plan "fraîcheur", qui reprend des actions qui se déclinent au niveau fédéral, au niveau régional et au niveau communal. Il y a 69 bourgmestres Les Engagés; au niveau régional et communautaire, vous avez des ministres des Bâtiments scolaires, de la Santé, de l'Accueil de la petite enfance. Vous avez le pouvoir d'agir. Utilisez les leviers qui sont à votre disposition, monsieur le ministre!
-
Vraag: De door Les Engagés voorgestelde rijkentaks en het risico op kapitaalvlucht
Vraag: De door Les Engagés voorgestelde taks op de activa van bedrijven
Vraag: De suggesties aan de inkomstenzijde om de bloedrode begroting recht te trekken
Vraag: De zoektocht naar nieuwe fiscale ontvangsten
Vraag: De inspanningen van de rijkste 5 %: sociale rechtvaardigheid, evenwicht en voorstellen
economie en werkDe door Les Engagés voorgestelde rijkentaks en het risico op kapitaalvlucht
De door Les Engagés voorgestelde taks op de activa van bedrijven
De suggesties aan de inkomstenzijde om de bloedrode begroting recht te trekken
De zoektocht naar nieuwe fiscale ontvangsten
De inspanningen van de rijkste 5 %: sociale rechtvaardigheid, evenwicht en voorstellen
Fiscale hervormingen en sociale rechtvaardigheid in België summaryExplanationGesteld door
Anders. Vincent Van Quickenborne
DéFI François De Smet
N-VA Charlotte Verkeyn
PVDA-PTB Sofie Merckx
Les Engagés Ismaël Nuino
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne (Open Vld) bekritiseert fel het voorstel van Les Engagés voor een rijkentaks op vermogens boven 500.000 euro, dat volgens hem zelfstandigen en ondernemers oneerlijk treft en welvaartcreatie ondermijnt, terwijl François De Smet (MR) het idee principieel verdedigt mits onderscheid tussen "werkend kapitaal" (ondernemers) en "slapend kapitaal" (renteniers). Sofie Merckx (PTB) juicht de maatregel toe als langverwachte "justice fiscale" en pleit voor een drempel van 5 miljoen euro, terwijl N-VA (Verkeyn) en Open Vld elke vermogensbelasting afwijzen als schadelijk voor investeringen en economische groei. Minister Van Peteghem (CD&V) belooft objectieve analyse van alle voorstellen, maar neemt geen standpunt in, terwijl Les Engagés (Nuino) benadrukt dat alleen de "breedste schouders" moeten bijdragen, zonder ondernemers te straffen. De discussie draait uiteindelijk om de spanningsveld tussen fiscale rechtvaardigheid, economische groei en de vraag wie de begrotingslasten moet dragen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de zelfstandigen en de ondernemers zijn het beu. Ze worden langs alle kanten gepluimd. Eerst was er de afschaffing van de federale woonaftrek, dan heeft men de effectentaks verdubbeld en de roerende voorheffing op kleine vennootschappen (VVPRbis) met 30 % verhoogd. Daarna kwam de meerwaardetaks en toen ik dacht dat het plafond bereikt was, kwam daar plots de rijkentaks. Ik vroeg me af of dat van de PVDA, van de communisten kwam, maar dat was niet het geval. Ik vroeg me af of dat dan misschien van de neocommunisten van Vooruit kwam, maar neen, het kwam ook niet van hen. De rijkentaks kwam van de centristen, van Les Engagés, Ecolo in de peau van een mouton .
Het voorstel van Les Engagés is waanzin. Iedereen die 500.000 euro vermogen of aandelen heeft, moet een rijkentaks betalen. Een zelfstandige die heel zijn leven spaart om een pensioen te hebben op het niveau van een ambtenaar, moet de rijkentaks betalen. Iemand met een vennootschap, een bakker, een beenhouwer, een architect, een aannemer, noem maar op, moet de rijkentaks betalen. Vous êtes devenu fou ? Bent u gek geworden bij Les Engagés? Denkt u nu werkelijk dat als u al die mensen die welvaart creëren in ons land, al die zelfstandigen en ondernemers, samen met hun team, attaqueert, u daarmee alles oplost?
Het onderwijs, uw Franstalig onderwijs, de ambtenaren, de wegen, wie betaalt dat? De zelfstandigen, de ondernemers en hun team. Mijnheer de minister, de zelfstandigen zijn dat beu, niet alleen in Vlaanderen, maar zeker in Wallonië. De heer Fabien Pinckaers van Odoo zegt " ça suffit ", maar zo zijn er honderdduizenden zelfstandigen die zeggen " ça suffit" .
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag voor u. Bent u voor of tegen de rijkentaks van uw zusterpartij, van die andere tjeven? Ik vraag u om mij geen tjevenantwoord te geven.
François De Smet:
Monsieur le ministre, il faut avouer qu’avec l’Arizona, nous ne nous ennuyons jamais. En effet, à cause de votre quête perpétuelle d'assainissements budgétaires, le débat fiscal est devenu permanent. Heureusement pour l’opposition, aucun président de parti ne respecte la consigne du premier ministre de s’abstenir de lancer des idées.
J’en viens donc à cette proposition des Engagés de taxer les patrimoines de plus de 500 000 euros. Pour moi, c’est l’exemple type d’une intention louable qui débouche sur une mauvaise idée. Pourquoi est-ce une intention louable? Parce qu’il est vrai qu’aujourd’hui, le capital produit davantage de richesses que le travail. Et donc, taxer moins les revenus du travail pour taxer davantage les revenus du capital, cela va dans le bon sens. En revanche, il faut s’entendre sur ce que l’on appelle le capital.
L’erreur des Engagés, c’est de confondre les entrepreneurs et les rentiers. C’est d'ailleurs exactement la même erreur que l’Arizona avait commise avec la taxe sur les plus ‑ values. L ’ entrepreneur qui poss è de des actifs immobilis é s, qui lui permettent d ’ avoir un effet de levier et de cr é er de la richesse, ne dispose pas n é cessairement de liquidit é s. Taxer ce capital ‑ l à revient dont à se tirer une balle dans le pied, car ce capital produit des richesses, cr é e des emplois et g é n è re des taxes et des cotisations sociales.
Je sais que le débat fiscal est explosif, parce qu’il cristallise toutes les tensions d’une société. Qu’appelle ‑ t ‑ on le m é rite? Qu ’ appelle ‑ t ‑ on l ’ effort? Qu ’ appelle ‑ t ‑ on ê tre riche? Pour moi, la cl é est de diff é rencier clairement les entrepreneurs et les rentiers.
S’il y a vraiment dans ce pays plus de 500 000 euros qui dorment sur un compte bancaire sans créer la moindre activité, alors oui, il y a une justification pour que ces sommes contribuent par principe, pour que les épaules les plus larges participent, mais aussi comme levier pour pousser à ce que ces sommes soient investies dans notre économie. Par contre, si ce patrimoine est un actif financier qui sert à créer de la richesse, alors cela n’a aucun sens, chers collègues. Les seuls à qui l’on peut demander un effort supplémentaire aujourd’hui, ce sont les rentiers. Dans notre pays, nous ne pouvons taxer davantage ni les travailleurs ni les entrepreneurs.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, collega’s, ik begin met een bekentenis. Ik sta hier vandaag voor u met enorm veel hoofdpijn. De reden is niet de warme temperatuur maar de takshysterie, die al een hele week bezig is. Plots voelt iedereen hier in ons midden de drang om zijn briljante licht te laten schijnen op het genereren van inkomsten om de dramatische begroting te redden. Welnu, een vraag van algemeen nut, kunnen we daar alstublieft mee ophouden, collega's?
Dat briljante licht doet immers niet alleen pijn aan mijn eigen hoofd, maar ook aan onze welvaart. Alleen al het lanceren van bepaalde boodschappen jaagt investeerders weg. Kameraden van de communisten, u zit hier te applaudisseren, maar vanochtend nog hoorde ik een topondernemer, die zijn eigen centen in zijn bedrijf steekt. Hij geeft honderden mensen werk, honderden gezinnen die aan het einde van de maand brood op de plank willen. Hij spendeert daar zijn eigen geld aan. Is dat hetgeen wij willen? Voor de N-VA mag werken voor welvaart lonen. Dat is ons standpunt van gisteren, dat is ons standpunt van vandaag en dat zal morgen ook ons standpunt zijn.
Vorige week gingen zelfs stemmen op om de lastenverlaging op arbeid van 4 miljard te schrappen, in een land waar de lasten op arbeid de hoogste zijn. Wij begrijpen het niet meer, collega's. Ik heb één simpele vraag voor onze minister. Mijnheer de minister, u kent ons standpunt. Wat is uw standpunt?
Sofie Merckx:
Étant donné que nous sommes dans les confidences, je vous ferai une également: je suis de bonne humeur. En effet, Les Engagés ont rejoint le front pour la justice fiscale.
Taxer les riches, taxer les millionnaires, c'est ce que demande le PTB depuis 2009. Au début, nous étions bien seuls. Depuis, toute la gauche nous a rejoints et, aujourd'hui, Les Engagés. Bienvenue à vous.
Il est bien normal que cette idée prenne aujourd'hui une telle ampleur: trois Belges sur quatre veulent une taxe sur les millionnaires. Il y a deux raisons à cela.
La première est le problème budgétaire. Aujourd'hui, on demande des efforts aux pensionnés, aux travailleurs, aux enseignants, aux enfants, mais pas aux ultra-riches. Eux, ils échappent à tout.
La deuxième est la justice fiscale. La Belgique est aujourd'hui un enfer fiscal pour les travailleurs et un paradis fiscal pour les ultra-riches. Ceux qui travaillent paient vite 40 voire 50 % d'impôts. Mais certains sont assis sur 5 milliards d'euros et se plaignent en disant qu'ils ne veulent pas payer 0,6 %. Mais, mon Dieu, c'est scandaleux. Comment osent-ils dire une chose pareille?
Ils menacent de s'exiler. Mais, monsieur le ministre, vous conviendrez – même Vooruit l'a dit et toutes les études le montrent – qu'en réalité, l'exil fiscal est limité dans le cadre de l'impôt sur les fortunes et que des mesures peuvent être prises à cet encontre.
Monsieur le ministre, le débat est désormais ouvert. Que ferons-nous? Quelle forme prendra ce genre de taxe? Il est en effet important de viser vraiment les ultra-riches, ce fameux 1 %. C'est ce que nous proposons: taxer à partir de 5 millions d'euros.
Voilà, monsieur le ministre, nous attendons votre réponse.
Ismaël Nuino:
Monsieur le ministre, nous connaissons la situation budgétaire de la Belgique, il n'est pas nécessaire que je vous la rappelle. Le défi est gigantesque et nous ne voulons pas laisser cette dette aux suivants. Pour y arriver, ce gouvernement s'est déjà engagé à réaliser 30 milliards d'euros d'économies, pour rendre l'État plus efficace et pour dépenser moins.
Malheureusement, ce n'est pas suffisant. Dans les prochaines semaines, nous allons devoir trouver plusieurs milliards d'euros supplémentaires afin de protéger les suivants.
Chers collègues, nous devons être honnêtes: nous ne pouvons pas faire croire que nous pourrons fournir des efforts budgétaires supplémentaires sans encore toucher aux gens. C'est faux.
Nous allons devoir nous poser cette question collectivement et avec responsabilité: à qui allons-nous demander de consentir cet effort? D’autant que beaucoup ont déjà largement contribué. Chez Les Engagés, nous pensons que les plus nantis doivent eux aussi prendre leur part de cet effort historique. Non pas pour les stigmatiser, mais simplement parce que c’est une question de justice.
J'entends énormément de caricatures et de quolibets dans l'Assemblée. De quoi parle-t-on concrètement? Je connais personnellement quelqu’un qui a un million d'euro en sa possession, et je ne parle pas d'immobilier ou de ce qu'il a économisé pour acheter sa maison. Il a un million d'euro qu'il a investi. Sur ces trois dernières années, le rendement moyen par an est de 10 %, il a donc gagné 100 000 euros par année sans rien faire.
Monsieur le ministre, est-ce injuste de lui demander de donner 750 euros sur ces 100 000 euros? Je ne crois pas. Est-ce injuste étant donné que l'on a demandé à tout le monde de faire des efforts? Est-ce injuste alors que nous avons demandé aux fonctionnaires de fournir des efforts, que nous avons demandé aux travailleurs de voir leur salaire moins indexé, que nous avons demandé aux demandeurs d'emploi ainsi qu'aux professeurs de faire des efforts?
Monsieur le ministre, je ne crois pas que cela soit injuste. L'effort qui vient sera compliqué, mais nous avons ici une proposition améliorable et modifiable. Je pense qu'elle est juste.
Vincent Van Peteghem:
Collega’s, ik moet ook iets bekennen. Ik had nog geen hoofdpijn voor ik naar de Kamer kwam. Dat is enigszins veranderd.
Als u zoals ik weet voor welke enorme begrotingsuitdaging wij staan, dan is het logisch dat zowel de uitgaven- als de inkomstenzijde onder de loep moet worden genomen. Dat bevestigen de analyses van verschillende nationale en internationale instellingen. Het huidige debat maakt duidelijk dat iedereen daarbij uiteraard vrij is om voorstellen te doen. Dat is eigen aan het democratische debat.
De oefening waarvoor wij vandaag staan om ons land morgen, maar ook overmorgen opnieuw weerbaar te maken en onze welvaart te verzekeren, is bijzonder omvangrijk.
À cet égard, le gouvernement doit être attentif à notre protection sociale, mais tout autant à la productivité, aux investissements et à la compétitivité. Des finances publiques saines et une économie forte se renforcent mutuellement. Ce n’est qu’en conciliant les deux que nous pourrons garantir notre prospérité à long terme.
Het is dan ook onze verantwoordelijkheid om elk voorstel dat op tafel ligt van nabij te bekijken en uiteraard ook te bespreken binnen de regering. Voor verschillende van die voorstellen maakt het Federaal Planbureau momenteel trouwens berekeningen, zodat het debat kan worden gevoerd op basis van objectieve analyses, rekening houdend met de budgettaire impact.
U kunt er dus op rekenen dat de regering die verantwoordelijkheid zal opnemen. We zullen de nodige keuzes maken op een zorgvuldige, evenwichtige en onderbouwde manier, met respect voor zowel de houdbaarheid van onze financiën, als de koopkracht van onze burgers en de toekomst van onze economie.
Vincent Van Quickenborne:
Eerst mevrouw Verkeyn, u zegt dat u hoofdpijn krijgt van al die ballonnetjes van uw coalitiepartners. Weet u waar al die ondernemers en zelfstandigen hoofdpijn van krijgen? Van al die belastingen en taksen die u invoert.
Collega's, deze regering heeft trouwens twee exittaksen ingevoerd voor ondernemers die naar het buitenland verhuizen. U hebt dat ingevoerd, dat is uw verantwoordelijkheid.
Mijnheer de minister, u bent een echte tjeef. U hebt opnieuw een tjevenantwoord gegeven. U sluit niet uit dat de rijkentaks van Les Engagés er komt. Ik zie de heer Mahdi in de zaal zitten en zie hem ook ja knikken. Collega's, wat is het probleem? Deze regering wordt opgejaagd door de socialisten, die zeggen dat al die ondernemers luiaards zijn, profiteurs aan hun zwembad, met de Porsche voor de deur. Collega's, in plaats van alsmaar taksen op te leggen, moet men besparen, zoals wij hebben voorgesteld in ons besparingsplan, 17 miljard euro. Mijnheer de minister, u en ik kunnen naar de dokter gaan voor 5 euro. Als we daarvan 10 euro maken, halen we 2 miljard euro op. Dat is besparen, in plaats van de welvaart te taxeren. Dat moeten we doen.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre. J'aurai quand même vécu assez vieux pour vivre cet instant baroque d'un axe Anders. -- N-VA, d'un côté – pourquoi pas? –, et un axe PTB-Les Engagés, de l'autre. C'est assez rare pour être souligné. Le problème, monsieur Nuino, c'est qu'à mon avis cet axe ne va pas frapper réellement les riches, mais uniquement ceux qui veulent le devenir. Je comprends votre intention, mais j'y insiste: taxer le capital qui dort – là, je pourrais vous suivre –, ce n'est pas la même chose que taxer le capital qui travaille.
Concernant le capital qui dort, on pourrait légitimement dire que, de la même manière que, quand la force de travail n'est pas utilisée, on force les gens à trouver un moyen de travailler et on met fin aux allocations de chômage, le capital qui dort doit aussi contribuer. C'est très clair.
Mais, en vous attaquant au capital que des entrepreneurs misent, alors qu'ils n'ont pas de liquidités, pour créer, développer de l'emploi et pour que toute la collectivité s'enrichisse, vous frappez à côté de la cible. À mon avis, c'est très contreproductif, mais on se doute que cette idée ne sera pas totalement suivie par le gouvernement.
Charlotte Verkeyn:
Dank u, collega Van Quickenborne, maar ik heb goed nieuws, mijn hoofdpijn is al verbeterd. Dankzij kameraad Merckx is het voor mij toch een geruststelling dat ik niet bij de partij van de armoede zit. Dat is immers wat u doet. Door tal van dergelijke voorstellen is uw slogan ‘iedereen arm’. Dat zal nooit de slogan van onze partij worden. Ons standpunt is dat wie werkt voor welvaart daar ook mag voor worden beloond.
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U onderschrijft de standpunten van uw regering. We kunnen maar gezond worden wanneer er ook gekeken wordt naar de moeilijke beslissingen die er nog aan zullen komen. Dit omhelst ook de taksen als we de sociale hervormingen volhouden. Er mag ook eens worden gekeken naar hoe we kunnen besparen op ons eigen staatsapparaat.
Voorzitter:
Collega Van Quickenborne oefent het medische beroep onrechtmatig uit. Ik vrees dat u zich achter uw parlementaire onschendbaarheid zult moeten verschuilen om deze wetsovertreding goed te praten. Maar mevrouw Merckx mag dat wel doen.
Sofie Merckx:
Madame Verkeyn, rendez-vous compte, il s'agit ici de quelqu'un qui possède une entreprise valant 10 milliards d'euros, et qui détient 5 milliards. Chaque année, la richesse croit de 4 à 5 % chez la plupart des millionnaires. Et vous affirmez ici que, si on les taxe à hauteur de 2 %, ils vont devenir pauvres. Ce n'est pas du tout le cas! D'ailleurs, les études prouvent que les 1 % les plus riches paient en moyenne 23 % d'impôts sur leurs revenus, alors que les travailleurs en paient 43 %. Est-ce là votre vision de la justice fiscale, vous qui réduisez le pouvoir d'achat des travailleurs dès que leur salaire atteint 4 000 euros bruts? Il est évidemment grand temps de faire payer les riches: Tax the rich now!
Ismaël Nuino:
Chers collègues, il faut éviter les caricatures. Personne ne veut pénaliser l'effort, personne ne veut pénaliser l'entrepreneuriat. Oui, l'entrepreneuriat est synonyme de création d'emplois et de création de richesses. Mais, par ailleurs, si l'on veut préserver notre modèle social, celui-ci nécessite aussi de la justice fiscale. Alors, vous connaissez Les Engagés. Notre proposons une solution, mais nous ne sommes pas dogmatiques. Si nous pouvons l'améliorer et faire en sorte qu'elle vise plus juste et qu'elle évite de pénaliser ceux qui créent de la richesse tous les jours, nous devons pouvoir en débattre et, si nous le pouvons, faire contribuer ceux qui ont les épaules les plus larges. À ceux qui sont étonnés de me voir tenir de tels propos aujourd'hui, je réponds que c'est cela être "engagé". Dans des temps historiquement si difficiles, nous devons être capables de voir loin, de parler vrai et, surtout, d'agir juste!
-
Vraag: De centenindex, een volgende lelijke kameel
De centenindex, een volgende lelijke kameel
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Kjell Vander Elst bekritiseert de centenindex als een overhaast, complex en schadelijk beleidsmonster dat door vrijwel iedereen – ondernemers, vakbonden, experten en zelfs de eigen partij van minister Clarinval – wordt afgewezen en nu voor chaos zorgt, met oproepen tot uitstel of afschaffing. Minister Clarinval erkent praktische problemen bij enkele energiebedrijven maar wijst op succesvolle implementatie elders en belooft soepele handhaving, zonder concrete bijsturing tot er sectorale vragen komen. Vander Elst blijft hameren op de schadelijke gevolgen voor ondernemers en noemt de maatregel symptomatisch voor een regering die volgens hem blind doordramt met slecht doordachte, economisch remmende regelgeving. Clarinval houdt vol dat er ruimte is voor pragmatische aanpassingen maar sluit afschaffing niet expliciet uit.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, drie weken geleden stond ik hier ook en heb ik u gewaarschuwd: stop de invoering van de centenindex, dat complexe gedrocht, de zoveelste lelijke kameel die slecht is voor ondernemers, slecht voor onze loonkosten en slecht voor onze economie. Bedrijven en zelfstandigen zijn tegen. Hele sectoren zijn tegen. Vakbonden zijn tegen. Alle experten en alle adviezen zijn tegen. Uw eigen partij en uw partijvoorzitter zijn tegen. Cd&v – het soepkieken van Sammy Mahdi – is tegen. Wat doet u en uw regering? U doet koppig voort.
Samen met heel veel mensen binnen en buiten het halfrond heb ik u daarvoor gewaarschuwd. Nu, drie weken later, blijkt wat iedereen voorspeld had, namelijk dikke miserie en pure chaos.
Er is chaos omdat uw gedrocht te complex in elkaar zit. Dat wordt nu pijnlijk duidelijk, want heel wat bedrijven en sectoren krijgen het gewoon niet rond. Energiebedrijven krijgen het niet uitgevoerd. Het VBO trekt aan de alarmbel, aan de noodrem, en zegt letterlijk dat dit de meest complexe wetgeving is die het ooit gezien heeft. Al die ondernemers en bedrijven vragen uitstel, bijsturing en een overgangsperiode.
Mijnheer de minister, gaat u opnieuw uw middenvinger opsteken naar de sociale partners? Gaat u opnieuw al die adviezen naast u neerleggen? Gaat u opnieuw geen rekening houden met alle noodkreten van zelfstandigen, ondernemers en sectoren of gaat u eindelijk wel gehoor geven aan alles en iedereen die u gewaarschuwd heeft voor de zoveelste lelijke kameel die de centenindex is?
David Clarinval:
Mijnheer Vander Elst, er zijn inderdaad deze week in de pers enkele berichten verschenen over werkgevers die niet klaar zijn met de programmering van de centenindex. Het gaat dan vooral over energiebeheerders zoals Elia, Fluxys en Fluvius, die werken met een maandelijks indexatiesysteem.
Hoewel ik begrip ervoor kan opbrengen dat het niet evident is om alles tijdig te programmeren en dat dat enig werk vereist, stel ik wel vast dat alle erkende sociale secretariaten en sommige andere privébedrijven wel klaar zijn met alle programmeringswerken.
Een concrete vraag van de sector heeft mij nog niet bereikt. Als die er nog komt, zullen we ze uiteraard grondig bestuderen en nadenken over haalbare en eerlijke oplossingen.
Tot slot – en dat is de belangrijkste boodschap, mijnheer Vander Elst – kan ik aangeven dat de RSZ zowel via de inspectiedienst als via de interne controlediensten bij de controle op lonen en verschuldigde bijdragen in de beginfase van de nieuwe regelgeving met de nodige soepelheid en omzichtigheid zal optreden. Zoals gebruikelijk wanneer nieuwe wetgeving in werking treedt, zal ze pragmatisch en realistisch toegepast worden. Het is dan ook geenszins de bedoeling om bij eventuele fouten in juni onmiddellijk repressief op te treden.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het zou er maar aan mankeren dat u zich soepel opstelt! U hebt deze wet er eind vorige maand door geramd om hem een paar dagen later al van kracht te laten zijn. Het is dan ook redelijk logisch dat u enige soepelheid aan de dag legt. Ik sta hier niet om mijn gelijk te halen, maar wel om op te komen voor al de ondernemers en zelfstandigen in dit land. Zij zijn de dupe van de maatregel en van dit beleid. Uw regering produceert kameel na kameel, lelijke kameel na lelijke kameel, taks na taks, broddelwerk na broddelwerk. Dat u niet naar mij of naar het Parlement wilt luisteren, tot daaraan toe, maar luister alstublieft naar de noodkreten van zelfstandigen en ondernemers die dit land recht houden. Luister naar het argument dat de centenindex de zoveelste complexe maatregel is die de bedrijven en onze economie afremt. Mijnheer de minister, stop ook met de koppigheid van dat beleid tegen beter weten in. Stuur de centenindex bij of, wat ons betreft nog beter, schaf hem gewoon af.
-
Vraag: De onzekerheid over de beursgang van Belfius
economie en werkDe onzekerheid over de beursgang van Belfius
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Steven Coenegrachts bekritiseert minister Jambon omdat hij Belgische spaarders via de wet-Cooreman-De Clercq naar de beurs wil lokken, maar Belfius-aandelen enkel via een private plaatsing aan rijke beleggers en buitenlandse partijen verkoopt, niet aan kleine spaarders zoals leerkrachten of zelfstandigen. Jambon verdedigt de private verkoop van 20% Belfius met argumenten als voorspelbaarheid, flexibiliteit en strategische meerwaarde voor de bank en belastingbetaler, maar sluit een latere beursgang niet uit, zonder nu details prijs te geven om onderhandelingen niet te schaden. Coenegrachts stelt dat Jambons keuze voor overheidszekerheid ten koste gaat van de middenklasse en pleit voor een heroverweging om Belfius-aandelen toegankelijk te maken voor Belgische spaarders. Jambon wijst erop dat zijn beleid consistent bekritiseerd wordt, ongeacht de gekozen aanpak.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, de beurs is een belangrijke motor van onze economie. Het is waar spaarders op lange termijn meer kunnen verdienen dan met een spaarboekje. Het is waar bedrijven kapitaal ophalen om te investeren in groei, welvaart en jobs. Ik weet dat u het daarmee eens bent, want in het regeerakkoord staat dat u de wet-Cooreman-De Clercq opnieuw zult activeren. U hebt gezegd dat de Einsteinrekening van Anders. daarvoor inspirerend is en dat de groeirekening die Voka voorstelt voor de uitvoering van een en ander gebruikt kan worden. U wilt er dus werk van maken om Belgen te stimuleren om meer te sparen op de beurs.
Opvallend is wel dat u de Belgische spaarder naar de beurs wilt brengen, terwijl u Belgische bedrijven van de beurs wilt weghouden. Belfius, een van onze kroonjuwelen, is een goed draaiende bank met een mooie dividendpolitiek. Daarvan zult u 20 % verkopen. Aan wie verkoopt u die? Verkoopt u die aan de leerkracht die voor zijn kinderen spaart op de beurs? Verkoopt u die aan grootouders die sparen voor hun kleinkinderen? Verkoopt u die aan de bakker en de slager, die zelf voor hun pensioen moeten zorgen? Neen, dat doet u niet. U verkoopt aan rijke families, aan grote beleggers en aan grote buitenlandse beleggers. Die krijgen Belfius in handen, maar niet de Belgische spaarders, die u nochtans met de wet Cooreman-De Clercq en met de Einsteinrekening wilt stimuleren om op de beurs te beleggen.
Mijnheer de minister, u moet mij dat echt uitleggen. Waarom mogen de leerkracht, de bakker en de slager niet beleggen in Belfius? Waarom kiest u voor rijke beleggers en rijke families?
Jan Jambon:
Het is ook nooit goed. De ene keer komt Anders. op voor de rijke mensen en dus doe ik het niet goed, de andere keer is het weer anders. Het is dus nooit goed.
Mijnheer de voorzitter, ik heb gisteren in de commissie al uitgebreid op die vraag geantwoord. Ik zal het antwoord opnieuw geven, maar ik vraag me af wat de zin is van hard werken in een commissie. Goed, repetitio est mater studiorum.
In de commissie heb ik geantwoord dat de regering inderdaad heeft geopteerd om een minderheidsbelang in Belfius te verkopen. Zoals ik vorige week al zei, zal de verkoop van 20 % van de participatie in Belfius via een private plaatsing gebeuren en dus niet via een publieke plaatsing op de beurs.
Een private plaatsing biedt een aantal voordelen. Ze biedt meer voorspelbaarheid en meer flexibiliteit in de uitvoering, aangezien ze minder afhankelijk is van marktomstandigheden en beursvensters en doorgaans sneller kan worden gerealiseerd.
Onze analyse geeft verder aan dat die aanpak meer voordelen biedt voor de ontwikkeling van de bank en voor haar cliënten. Daar is het uiteindelijk om te doen, om die de bank verder laten ontwikkelen. De cliënten, dat is het Belgische publiek. Tegelijk zal die aanpak meerwaarde creëren voor de staat als aandeelhouder, zonder de toekomstige opties van Belfius te beperken. Op die manier kunnen we aandeelhouders betrekken die de verdere ontwikkeling van Belfius ondersteunen, onder meer via relevante expertise en strategische begeleiding. Dat betekent dus dat de Belgische belastingbetaler volgens de huidige analyse het best gediend is met die private plaatsing.
Wat betreft uw vraag of ik alsnog de optie van een beursgang wil overwegen, ik sluit niet uit dat we op een later tijdstip onze analyse moeten herevalueren en de optie van een beursgang opnieuw bekijken.
Ondertussen is er een nieuw feit. Er is namelijk iets in de krant verschenen. U begrijpt dat ik een heel slechte verkoper zou zijn als ik mijn kaarten op tafel zou leggen voordat eventuele onderhandelingen beginnen. We houden uiteraard rekening met de bekommernissen (…)
Voorzitter:
Bedankt, mijnheer de minister.
De fractie van de heer Coenegrachts heeft dat nieuwe feit inderdaad als argument gebruikt om dit punt vandaag te laten agenderen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, wij zijn anders. Wij kiezen voor de middenklasse en u kiest duidelijk voor de voordelen voor de overheid zelf. Waar wij kiezen voor de kleine spaarder, de kleine belegger, voor mensen die zorgen voor hun familie, voor zichzelf en voor hun eigen pensioen, kiest u voor de zekerheid van de overheid. Wij kiezen voor de middenstand. U kiest voor de zekerheid van de overheid, wij kiezen voor de kleinkinderen. Mijnheer de minister, ik vraag u toch om die optie die u naar voren hebt geschoven te heroverwegen. Zorg ervoor dat dat aandeel en die dividenden terechtkomen bij de Belgische spaarder en niet bij rijke families of institutionele beleggers in het buitenland. Belgisch geld bij de Belgische spaarder, daar gaan wij voor. Mijnheer de minister, overdenk dat nog eens.
-
Vraag: Abortus en het expertenrapport van de Belgische universiteiten
Vraag: De onenigheid in uw regering over de ethische dossiers
Vraag: Vrijwillige zwangerschapsafbreking
Vraag: De hervorming van de abortuswet
Vraag: De zwangerschapsafbreking
gezondheid en welzijnAbortus en het expertenrapport van de Belgische universiteiten
De onenigheid in uw regering over de ethische dossiers
Vrijwillige zwangerschapsafbreking
De hervorming van de abortuswet
De zwangerschapsafbreking
Abortus, ethische debatten en wettelijke hervormingen in België summaryExplanationGesteld door
PS Caroline Désir
Anders. Katja Gabriëls
cd&v Nawal Farih
PVDA-PTB Sofie Merckx
Ecolo-Groen Stefaan Van Hecke
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Caroline Désir (PS) en Katja Gabriëls (Open Vld) bekritiseren dat de regering het wetenschappelijk consensusrapport van 35 experts negeert, dat een abortuslimiet van 18 weken en afschaffing van het verplichte bedenktijd aanbeveelt, terwijl het CD&V-voorstel vastzit op 14 weken (met uitzondering voor verkrachting) en de bedenktijd behoudt. Nawal Farih (CD&V) verdedigt de 14-wekengens als "ethische grens" en benadrukt de fysieke en morele impact van late abortussen, terwijl Sofie Merckx (Ecolo) en Stefaan Van Hecke (Groen) de hypocrisie aanklagen van een regering die wetenschap en parlementsmeerderheid (voor 18 weken) buitenspel zet door CD&V’s ideologisch veto. Premier De Wever (N-VA) ontkent dat er al regeringsovereleg was over het voorstel van minister Verlinden (CD&V) en wijst naar een uitgesteld debat, maar vermijdt duidelijke standpunten, terwijl oppositiepartijen eisen dat het Parlement vrij mag stemmen over de wetenschappelijk onderbouwde voorstellen. Critici beschuldigen Vooruit, MR en Les Engagés ervan hun beloftes te breken door toe te geven aan CD&V’s conservatieve lijn, ondanks eerdere toezeggingen om de wetenschap te volgen.
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, brader les droits des femmes, piétiner le consensus scientifique, voilà ce que fait le CD&V par la voix de Mme Verlinden, encore une fois au nom du sacrosaint compromis entre les progressistes et les conservateurs de ce gouvernement. Bien qu'ici, en réalité, le CD&V ne fasse qu'un compromis avec lui-même.
Mais vous, chers collègues de Vooruit, du MR, des Engagés, vous qui affirmiez que, cette fois-ci, vous respecteriez le consensus scientifique, que faites-vous aujourd'hui? Vous vous laissez à nouveau prendre en otage. Vous pliez, vous reculez.
Il y a trois ans, 35 experts ont remis leur rapport d'évaluation sur l'IVG. Des recommandations adoptées dans un consensus total. Et, aujourd'hui, ce gouvernement décide de jeter ce rapport à la poubelle. On parle d'experts et d'expertes francophones, néerlandophones, de médecins, de juristes, psychologues, philosophes, éthiciens, issus de toutes les universités du pays, y compris de la KUL et de l'UCL. Ces experts recommandent un allongement du délai légal à au moins 18 semaines. Et que prévoit ce gouvernement? Un allongement à 14 semaines! Le CD&V a uniquement retenu le chiffre de 18 semaines pour les femmes violées.
Le rapport recommande également la suppression du délai de réflexion obligatoire. Que prévoit le gouvernement? Son maintien. Ces experts demandent enfin que l'IVG soit traitée comme un véritable soin de santé. Et que fait ce gouvernement? Il continue à l'enfermer dans des marchandages politiques malsains. Pas d'avancées sur l'IVG sans avancées sur la contraception, nous dit le CD&V.
Monsieur le premier ministre, reconnaissez-vous aujourd'hui que, sur l'IVG, ce n'est pas la science qui a guidé le gouvernement, mais bien le veto idéologique du CD&V?
Katja Gabriëls:
Collega's, 20.000 vrouwen kiezen jaarlijks voor een abortus in dit land. Laten we dat taboe nu ook maar eens doorbreken. Vijfhonderd van hen hebben jaarlijks meer tijd nodig om die keuze te maken. Wij helpen hen niet, we sturen hen weg, terwijl de zorg hier optimaal is.
Al jaren worden er allerlei procedurespelletjes gespeeld door cd&v en de N-VA, om toch maar niet te moeten stemmen. Op de dag dat het wetenschappelijk rapport klaar was, met een unaniem advies voor 18 weken, zaten 6 partijen rond de tafel. Waar zat cd&v? Mevrouw van Hoof zat toen al in de studio van Terzake te verklaren dat voor hen de grens op 14 weken lag. Diezelfde dag al, van een tapijtenmarkt gesproken.
Vandaag doen ze het nog eens over. Eerst een persbericht sturen met een veto, zogezegd niet besproken met de coalitie, maar dat weet ik niet. Ik heb vandaag zelfs geen vraag, want het antwoord van cd&v ligt al drie jaar in de schuif. Minister Verlinden verklaarde dit weekend dat haar grens ligt op 14 weken. Het gaat er niet om waar de grens van mevrouw Verlinden ligt en ook niet waar mijn grens ligt. Het gaat er om waar de grens ligt van al die vrouwen, die nooit lichtzinnig beslissen. Ook zij hebben een ethisch kompas én de steun van de wetenschap.
Ik heb maar één oproep. Ik heb respect voor iedereen die een andere keuze zal maken en neen zal stemmen in dit Parlement. Wanneer is er respect van cd&v en de N-VA voor de ja-stem, voor die 500 vrouwen die we jaarlijks wegsturen in alle miserie en eenzaamheid? Mijnheer de premier, laat de 150 vertegenwoordigers van het volk nu eens zelf op de knop duwen. Ons voorstel ligt klaar, volgende week in commissie en deze maand nog in de Kamer.
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, in dit Huis gaat het niet over partijen die voor of tegen abortus zijn. In dit Huis gaat het ook niet over partijen die voor of tegen de keuzevrijheid van vrouwen zijn. De realiteit is dat de verschillende fracties elk hun eigen ethische grens hebben. Bij sommigen ligt die grens op 12 tot 14 weken en bij anderen op 18 tot 21 weken.
Collega's, als we spreken over vrijwillige zwangerschapsafbreking, dan moeten we ook de rauwe waarheid durven te delen. Een foetus van 18 weken is 20 centimeter groot. Die heeft volledig ontwikkelde armen en beentjes, draait, schopt en heeft volledig ontwikkelde gezichtskenmerken. Als wij met cd&v een ethische grens trekken, hoeven we ons daarvoor niet te schamen.
Ik zal nog een rauwe waarheid delen. Abortusmedicatie en curettages zijn een aanslag op het vrouwelijk lichaam. Hoe later die plaatsvinden in de zwangerschap, hoe zwaarder ze zijn. Dat is de waarheid die vaak onbesproken blijft en die vaak onder de mat wordt geschoven. Die realiteit moeten we in het debat meenemen.
Als vrouw word ik ook moe van het feit dat er altijd naar de standaard in Nederland wordt verwezen, waar de grens 21 weken is. In alle andere Europese landen ligt het gemiddelde tussen 10 en 14 weken. Dus neen, wij schamen ons niet voor de grens die we hebben getrokken.
Ik heb één vraag voor u, mijnheer de premier. Zult u het akkoord dat we hebben gemaakt respecteren?
Sofie Merckx:
Monsieur le premier ministre, cela fait des années que les centres de planning familial, la société civile et les mouvements féministes demandent que l'on change la loi sur l'IVG. En 2019, nous avions une majorité parlementaire. Le texte fut voté deux fois en commission, avant que n'interviennent les manœuvres de blocage avec les renvois successifs au Conseil d'État.
Par la suite, le gouvernement Vivaldi a demandé à des experts scientifiques d'établir un rapport. Ce rapport est sorti en 2023 et a étayé d'un consensus scientifique la demande de la société civile. Oui, un consensus scientifique! Tous les experts se sont prononcés en faveur d'un délai de 18 semaines sans délai d'attente ni sanction pour les femmes.
C'est donc la science même que la proposition du CD&V rejette, piétinant le droit des femmes à disposer de leur corps et ignorant aussi la réalité des 400 femmes qui, chaque année, doivent traverser la frontière pour subir une intervention médicale à laquelle elles n'ont pas droit ici, en rassemblant jusqu'à 1 500 euros, pour la pratiquer comme des voleuses. Non, nous ne pouvons plus accepter cette hypocrisie. Il faut que les choses changent!
Monsieur le premier ministre, confirmez-vous l'affirmation de Mme Farih selon laquelle le gouvernement s'est mis d'accord sur 14 semaines? Ne pensez-vous pas qu'il est temps d'écouter la science? N'est-il pas temps de laisser les femmes décider librement de leur corps?
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, nog altijd gaan elk jaar 400 vrouwen naar Nederland voor een abortus en dus voor levensbepalende zorg waarop zij recht hebben. Dat is de realiteit voor heel veel vrouwen vandaag.
Nog altijd worden vrouwen betutteld. Vrouwen die toekomen in een abortuscentrum, krijgen vandaag te horen dat zij zes dagen later nog eens moeten terugkeren.
Geen enkele vrouw neemt lichtzinnig de beslissing om een abortus te laten uitvoeren. Nog altijd kan een abortus in ons land slechts tot 12 weken. Er is nochtans een brede wetenschappelijke consensus om die termijn uit te breiden naar minstens 18 weken. Heel veel vrouwen ontdekken te laat dat zij zwanger zijn, met alle gevolgen van dien. Ook dat is een realiteit.
In geval van een zwangerschap door verkrachting, bepaalt het voorstel van cd&v dat een abortus plots wel toegelaten is tot 18 weken. Waarom is er dat onderscheid? Zo lijkt het alsof tot abortus beslissen verschilt in moeilijkheidsgraad wanneer een vrouw in een noodsituatie of in een moeilijke familiale situatie zit of wanneer een vrouw verkracht werd. Wie moet vaststellen of aan de voorwaarde van verkrachting is voldaan? Komt die beslissing de arts toe die de abortus zal uitvoeren? Dat kan uiteraard niet, want dat is werk voor justitie.
Mijnheer de premier, in het regeerakkoord staat dat een voorstel zou worden uitgewerkt in consensus en op basis van het wetenschappelijk rapport. Uw minister van Justitie trekt zich daar echter niets van aan. Zij komt met een conservatief cd&v-voorstel. Alle vrouwen die vandaag nood hebben aan hulp en zorg en die in de kou staan, blijven in de kou staan. Laat ze maar voort naar Nederland te rijden. Dat is de boodschap van cd&v.
Mevrouw de cd&v-fractieleider, u kondigde op 8 oktober in de commissie voor Justitie aan dat de minister vóór het reces naar het Parlement zou komen met een tekst.
Mijnheer de premier, mijn vragen zijn eenvoudig. Steunt u het voorstel van minister Verlinden? Wat is het standpunt van de regering? Zal er een tekst zijn? Welk akkoord hebt u gemaakt?
Voorzitter:
Gezien het aantal vragen heeft de premier maximaal vijf minuten om te reageren.
Bart De Wever:
Chers collègues, merci pour vos questions. Dans l’accord de gouvernement, plus précisément à la p. 130, vous pouvez retrouver la volonté du gouvernement d’apporter des modifications ciblées à la législation relative à ce que nous avons pris l’habitude d’appeler, en politique, "les thèmes éthiques". Plusieurs sujets sont abordés dans ce même chapitre.
Au sein du gouvernement, la ministre de la Justice a la responsabilité d’élaborer des propositions à cet égard. Celles-ci seront ensuite examinées au sein du gouvernement. Nous souhaitons dégager un consensus le plus large possible autour de ces propositions au sein de ce Parlement.
Tout comme vous, j’ai lu dans la presse que la ministre avait préparé une proposition concernant l’interruption volontaire de grossesse.
Dat voorstel is, voor alle duidelijkheid, dus nog niet op de regeringstafel gelegd. Er heeft in de regering nog geen enkel overleg over plaatsgevonden. Als eerste minister kan ik hier alleen het standpunt van de regering vertolken. Dat standpunt kan ik u bijgevolg niet meedelen, wat u ongetwijfeld zult begrijpen.
Het is geen geheim dat de zogeheten ethische thema’s maatschappelijk zeer gevoelig liggen en dat de standpunten daarover in het Parlement soms heel ver uit elkaar liggen. Persoonlijk ben ik er een groot voorstander van om discussies over die thema’s met de grootst mogelijke sereniteit met elkaar te proberen voeren. Het gaat hier letterlijk over zaken van leven en dood. Volgens mij lenen die zich niet tot politieke profilering. Verbale knokpartijen met stemverheffingen, applaus en tegenapplaus over dergelijke delicate onderwerpen vind ik persoonlijk te vermijden, maar dat is uiteraard een persoonlijk standpunt.
Er is mij meegedeeld dat er begin deze week in de Conferentie van voorzitters, waarin alle fracties vertegenwoordigd zijn, een consensus was om mondelinge vragen over het onderwerp uit te stellen tot volgende week, zodat de bevoegde minister, die vandaag in het buitenland is, zelf toelichting zou kunnen geven over de status van de voorstellen die zij aan het uitwerken is. Mijn antwoord hebt u bij dezen gekregen. Ik laat het aan uw wijsheid over om de bevoegde minister volgende week alsnog om meer uitleg te verzoeken.
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, le problème n'est en effet pas le CD&V. Celui-ci défend aujourd'hui exactement ce qu'il défendait hier. De ce parti, nous n'attendons plus rien: il ne veut pas faire avancer le droit des femmes, il ne respecte pas la liberté des femmes et il ne fait pas confiance aux experts scientifiques. Le problème se trouve aujourd'hui chez ses partenaires de gouvernement: chez Vooruit, chez Les Engagés et au MR, chez celles et ceux qui disaient qu'ils respecteraient le consensus scientifique et qu'ils garantiraient la liberté de vote à leurs membres.
Alors, ce que je vous demande aujourd'hui, chers collègues de Vooruit, des Engagés et du MR, c'est de respecter, pour une fois, votre parole. Ne cédez pas à ce chantage, n'acceptez pas cette prise d'otages, refusez cette proposition du CD&V, n'acceptez pas cet accord au rabais. Sinon, ce sera un enterrement de première classe pour cet important dossier éthique.
Je vous remercie.
Katja Gabriëls:
In alle rust, ik heb alle respect getoond voor de andere mening, maar ik heb weinig respect gehoord van de andere kant.
Collega’s van Vooruit, jarenlang stond u op de barricaden, samen met de liberalen. Grootse verklaringen en straffe verkiezingsbeloften, daar bent u goed in. Intussen schreef u in een Atomaschriftje dat 14 weken ook wel oké is, zolang Arizona maar kon starten. Alle principes overboord, de ethische thema’s zijn geen prioriteit meer voor Vooruit. Dat is duidelijk. Ondertussen blijft u communiceren, gisteren nog bij monde van mevrouw Gennez. Waar bent u nu in het federaal Parlement? Wat een hypocrisie.
Mijnheer de eerste minister, er is zelfs nog geen overleg geweest over dit dossier. Kom niet af met de frase dat er over alles een akkoord moet zijn. Wat betekent dat eigenlijk? Is dat het koppelen van ethische thema’s? Van een koehandel gesproken. U moest beschaamd zijn.
Wij liberalen blijven onze principes trouw. Beslissingen over leven en dood zet men niet in een Atomaschriftje. Dat verdient een sereen debat en een vrije stemming.
Nawal Farih:
Mijnheer de eerste minister, ik heb hier heel veel over wetenschap horen spreken, maar het is niet de wetenschap die het politiek beleid zal bepalen. Het is aan ons om ons af te vragen in welke samenleving we willen leven. Dat cd&v de bescherming van het ongeboren kind niet als randfactor ziet, daar ben ik fier op, omdat dit leven ook verdient beschermd te worden na een bepaalde termijn.
Ik heb daarnet ook al verteld over abortusmedicatie en curettages. Hoe later in de zwangerschap, hoe groter de aanslag op het lichaam van de vrouw. Zouden wij hier niet in de eerste plaats moeten spreken over hoe we zo min mogelijk ongewenste zwangerschappen hebben in ons land?
Premier, u weet wat de afspraken zijn en wij hopen dat u die respecteert.
Sofie Merckx:
Mijnheer de eerste minister, het is duidelijk dat mevrouw Farih voor haar beurt spreekt, en alleen voor haar partij, en dat er geen akkoord is binnen de regering over dit dossier.
U roept op tot sereniteit. Ik hoop dat mevrouw Farih uw oproep gehoord heeft.
Mevrouw Farih, het komt u niet toe om te bepalen wanneer een vrouw wel of niet een abortus wil laten uitvoeren. Stop alstublieft met hier wetenschappelijke onzin te verkopen. Alstublieft!
Nawal Farih:
(…)
Sofie Merckx:
Jullie weten het beter dan de wetenschappelijke experts en dan alle gynaecologen in dit land? U weet het beter? Echt?
U hoort de sereniteit, mijnheer De Wever. Wij reiken u de hand, want er is een meerderheid in het Parlement, maar cd&v zult u niet overtuigd krijgen. Neem dus onze handreiking aan en laat het Parlement beslissen.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, u hebt het voorstel van uw minister dus ook gelezen in de media. Het is goed dat u de media volgt. Klopt het evenwel wat mevrouw Farih daarnet twee keer tegen u zei? Ze roept u op om u te houden aan de afspraak. Welke afspraak hebt u dan gemaakt met mevrouw Farih of binnen de regering? Daar antwoordt u niet op. Is er een afspraak om het bij 14 weken te houden en dus af te wijken van het Wetenschappelijk Comité? U vraagt sereniteit. Mijnheer de premier, misschien moet u die vragen aan mevrouw Verlinden, want zij heeft, door haar voorstel te lanceren, heel het debat losgelaten. Collega's, er is een grote meerderheid in het Parlement om de abortustermijn van 12 naar 18 weken te verlengen, en andere wijzigingen door te voeren. Ik heb één boodschap, na al die debatten: laat eindelijk het Parlement beslissen. De voorstellen liggen er. Laat de 150 parlementsleden in eer en geweten beslissen. Dat is wat democratie inhoudt.
-
Vraag: Het alternatief van minister Jambon voor de Einstein- of groeirekening
Het alternatief van minister Jambon voor de Einstein- of groeirekening
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Sandro Di Nunzio bekritiseert de dalende economische groei en stelt voor om de 300 miljard euro op spaarrekeningen via zijn Einsteinrekening productief te maken, waardoor jongeren tot 150.000 euro of 1,5 miljoen euro kunnen opbouwen, wat volgens hem de wooncrisis en staatsinkomsten ten goede komt. Minister Jan Jambon bevestigt dat hij de analyse deelt en werkt aan een Cooreman-De Clercq 2.0-wet om spaargeld te activeren, geïnspireerd door zowel de Einsteinrekening als Voka’s groei-rekening, met een concreet voorstel "voor eerstdaags" beloofd. Di Nunzio uit hoop maar ook twijfel, wijt Jambons aarzeling aan regeringspartner Vooruit die beleggingen als "vies" zou afwijzen, en biedt samenwerking aan om het plan door te drukken. Jambon blijft vaag over timing maar benadrukt dat de filosofie – fiscaal gunstig beleggen – behouden blijft, zonder expliciete toezegging over Di Nunzio’s specifieke voorstel.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, u weet dat onze economie helaas in slechte papieren zit. De economische groei daalt en de investeringen lopen terug. Als klein land zitten we bovendien gekneld tussen grootmachten zoals China en de VS, die met geld strooien om hun eigen economie te stutten. Dat is een bijzonder moeilijke situatie en een probleem, want als de economische groei daalt, hebben we minder inkomsten voor de staatskas. Dat is niet goed voor onze begroting.
U weet wat de oplossing is, mijnheer de minister. Er staat 300 miljard euro geparkeerd op spaarrekeningen. Dat geld brengt niets op, want de rente ligt lager dan de inflatie. Daardoor verarmen we collectief. Dat geld moet richting de beurs gaan, want vandaag komt het onvoldoende in onze economie. Daarom hebben we enkele maanden geleden een wetsvoorstel ingediend met betrekking tot de lancering van onze Einsteinrekening. Op die manier willen we ervoor zorgen dat dat geld productief wordt. Met onze Einsteinrekening wordt het mogelijk om maandelijks een bedrag te beleggen waarmee een kapitaal kan worden opgebouwd tot 150.000 euro tegen de leeftijd van 25 jaar, zodat een eigen woning kan worden gekocht, wat noodzakelijk is in tijden van wooncrisis. Men kan ook blijven beleggen tot de leeftijd van 65 jaar, waardoor een vermogen van 1,5 miljoen euro kan worden opgebouwd.
Onze Einstein-rekening heeft blijkbaar ook bij Voka tot inspiratie geleid. Voka heeft nu het voorstel van een groeirekening gelanceerd, wat wij een bijzonder goed voorstel vinden. Het gaat om een fiscaal gunstige beleggingsrekening. U hebt daarop geantwoord dat u dat een goed idee vindt, dat u daarmee aan de slag wilt gaan en dat u het wilt ondersteunen. Ik was niet gerustgesteld, omdat ik de dag nadien in De Standaard las dat uw kabinet niet kon bevestigen dat u dat effectief steunde. Mijn vraag aan u, mijnheer de minister, is dan ook zeer eenvoudig. Zult u daar effectief mee aan de slag gaan? Wanneer komt u effectief met een dergelijke fiscaal gunstige beleggingsrekening?
Jan Jambon:
Mijnheer Di Nunzio, ten eerste, we delen de analyse dat er te veel geld op de spaarboekjes staat en dat dit moet kunnen worden geactiveerd.
Ten tweede, het regeerakkoord zegt ook dat we met een variant op de wet Cooreman-De Clercq moeten komen om dat te activeren, dat kan breed gaan, dus een wet Cooreman-De Clercq 2.0.
Ten derde, zoals ik al gezegd heb in de commissie, ben ik bezig met de voorbereiding, zodat ik het op de tafel van de regering kan leggen. Ik heb toen ook gezegd dat uw Einsteinrekening inspirerend kan werken. Hetzelfde geldt voor de groeirekening waarmee Voka is gekomen. Ook dat is zeker en vast een goede insteek.
Het is nu aan ons om een voorstel uit te werken en op de regeringstafel te brengen. Dat zal voor eerstdaags zijn.
Sandro Di Nunzio:
Mijnheer de minister, het is hoopgevend, nog niet volledig overtuigend maar wel hoopgevend, dat u ermee aan de slag wilt gaan. Mocht u nog twijfelen, praat dan zeker met ons en laat u door ons overtuigen dat economische groei goed is voor onze welvaart en ook voor de begroting, waarover u moeilijke onderhandelingen moet voeren. Ik begrijp dat u een klein beetje twijfelt, want u zit in uw regering natuurlijk samen met de socialisten van Vooruit. We horen bij de socialisten dat sommigen onder hen er eigenlijk fier op zijn dat ze weinig van de beurs en van beleggingen kennen, want de beurs is iets vies waarvan we moeten afblijven. Ik begrijp dus de vertwijfeling. Wij reiken u de hand. Wij zijn uw partner om dat op poten te zetten. Ga aan de slag met ons wetsvoorstel, met de Einsteinrekening. Als u dat niet goed vindt, kom dan gerust met uw eigen voorstel. Laat ons het desnoods de Jambonrekening noemen, zolang de filosofie maar gerespecteerd blijft, namelijk een fiscaal gunstige beleggingsrekening die het spaargeld van de mensen aan het werk zet in onze economie.
-
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
Vraag: De onderwijsprotesten en het geweld
Vraag: Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
Vraag: De rellen in Brussel
Vraag: De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De uit de hand gelopen betoging in Brussel
Vraag: De rellen in Brussel
veiligheid, justitie en defensieDe manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
De onderwijsprotesten en het geweld
Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
De rellen in Brussel
De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De uit de hand gelopen betoging in Brussel
De rellen in Brussel
Geweld en protesten tegen besparingen in Franstalig onderwijs en politieoptreden in Brussel summaryExplanationGesteld door
PS Pierre-Yves Dermagne
VB Ortwin Depoortere
PVDA-PTB Julien Ribaudo
DéFI François De Smet
Vooruit Brent Meuleman
MR Victoria Vandeberg
Ecolo-Groen Claire Hugon Lecharlier
Anders. Arthur Orlians
N-VA Jeroen Bergers
Beantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Raoul Hedebouw
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait rond de escalerende rellen tijdens onderwijsprotesten in Brussel, waarbij zowel politiegeweld als vandalisme door relschoppers centraal staan. Linkse partijen zoals PS en Ecolo bekritiseren disproportioneel politieoptreden tegen vreedzame betogers, waaronder minderjarigen, en eisen transparantie over klachten over excessief geweld, terwijl ze de onderliggende woede over onderwijshervormingen benadrukken. Rechts en Vlaams-nationalistisch (Vlaams Belang, N-VA) wijzen de schuld aan "allochtone relschoppers" en extreemlinks, pleiten voor hardere strafmaatregelen zoals casseur-payeur en bootcamps, en beschuldigen PVDA van betrokkenheid bij het geweld. Minister Quintin (MR) verdedigt de politie, belooft onderzoek naar beide kanten maar benadrukt dat "wie kapotmaakt, betaalt", terwijl hij de democratische legitimiteit van de hervormingen verdedigt en oproept tot respect voor politiebevelen, ondanks kritiek op gebrek aan de-escalatie en kinderbescherming.
Voorzitter:
Gelet op het aantal vragen heeft de minister gevraagd of hij 7,5 minuten antwoordtijd krijgt. Naar goede gewoonte wordt de repliektijd ook met het helft verhoogd.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le ministre, dans une démocratie comme la nôtre, manifester est un droit et défendre son école ne doit pas être un crime. Ce n'est pas un crime!
Depuis des semaines, des milliers d'enseignants, de parents et de jeunes, profondément choqués par la situation de l'enseignement en Fédération Wallonie-Bruxelles, descendent dans la rue pour défendre, pacifiquement et souvent avec beaucoup de créativité et d'originalité, l'avenir de l'école francophone.
Pourquoi? Parce qu'ils refusent le démantèlement progressif de leur enseignement; parce qu'ils refusent que l'on sacrifie la qualité de l'école, les conditions de travail des enseignantes et des enseignants, ou que l'on durcisse les conditions d'accès à l'enseignement supérieur ou universitaire; parce qu'ils ont le sentiment aussi de ne jamais être entendus, de faire face à une absence de concertation, à un manque de considération et, surtout, à beaucoup de mépris.
Alors, soyons clairs: ceux qui cassent, qui incendient, qui agressent, doivent être poursuivis et sanctionnés. Mais soyons tout aussi clairs: quelques casseurs ne feront jamais taire des milliers de manifestants pacifiques.
Rappelons-le: nos policières et nos policiers effectuent un travail essentiel pour la cohésion sociale et la vie en société; et la très grande majorité l'accomplit avec sérieux et respect.
Mais les vidéos qui circulent depuis une semaine nous ont aussi montré une violence inouïe dans le chef de certains policiers. Quand des mamans sont plaquées au sol, quand des gamins de 14 ans sont gazés, menottés et humiliés, quand des insultes racistes, sexistes, transphobes ou homophobes sont prononcées, il s'agit bien plus que d'une simple accumulation de faits isolés.
Des enquêtes ont rapidement été ouvertes et doivent faire toute la transparence. C'est nécessaire, mais ce n'est pas suffisant. Monsieur le ministre, ma question est claire et elle est simple. Qu'allez-vous tirer comme leçons des événements de ces dernières semaines en ce qui concerne le maintien de l'ordre public? Qu'allez-vous faire? Quels actes allez-vous poser pour faire en sorte qu'il n'y ait pas d'impunité (…)
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik hoop dat u goed op uw stoel zit. Ik hoop ook dat de collega’s de adem even inhouden, want ik heb hier een symbool mee dat volgens extreemlinks de opmars van het rechtsextremisme moet aantonen binnen de politie: een kruisje. Ongelooflijk. Dat is de wereld op zijn kop. Want wat hebben we in de afgelopen dagen meegemaakt, hier in Brussel? Brandstichting, vandalisme, blind geweld, plundering van winkels, vernielingen, tot en met het aanvallen van onze brandweerdiensten.
Neen, niet de politie moet geviseerd worden, het allochtoon crapuul moet geviseerd worden. Ik ben dus blij dat sommige individuele politici de ogen openen. De heer Rousseau heeft het Vlaams Belangvoorstel overgenomen om bootcamps in te richten. De heer Francken heeft een goed voorstel van het Vlaams Belang overgenomen om die allochtone relschoppers te doen betalen voor de schade die ze aangericht hebben. Dat zijn goede gezondverstandvoorstellen, die ook in daden moeten worden omgezet.
Ik houd echter mijn hart vast, want slechts 23 van deze relschoppers zijn ter beschikking gesteld van het parket. Ze worden dus nog niet vervolgd, ze zijn gewoon ter beschikking gesteld.
Ik vraag me dus af, mijnheer de minister, waar de zogenaamde taskforce is, die zo goed recht en orde zou brengen in Brussel? Waar is de premier eigenlijk? Ik heb de premier, Bart De Wever, zelfs nog niet gehoord over deze rellen.
Ik vraag u dus, mijnheer de minister, wanneer zal deze regering erkennen dat allochtonen in samenwerking met extreemlinks de oorzaak zijn van de systematische rellen? Wanneer zal deze regering de grote middelen inzetten om hier paal en perk aan te stellen?
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Depoortere.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, cela fait maintenant des mois que des enseignants, des directeurs d'école, des parents et des jeunes se mobilisent pour défendre un enseignement de qualité. Ils se mobilisent parce que le MR – votre parti – et Les Engagés veulent faire travailler davantage les enseignants gratuitement, réduire les moyens consacrés à l'enseignement et augmenter le minerval à 1 200 euros. Ils se mobilisent parce qu'ils refusent un enseignement à deux vitesses et qu'ils veulent préserver un enseignement accessible à tous. Le gouvernement sait qu'il n'a pas de soutien pour sa politique, c'est pourquoi il a forcé le vote illégalement.
C'est dans ce contexte que se sont déroulés les événements de jeudi et du week-end. Et je vais être très clair pour éviter tout malentendu: je me distancie totalement de ceux qui sont venus pour agresser des pompiers ou brûler des trottinettes et des abribus. Mais vous conviendrez comme moi, monsieur le ministre, que les agissements d'une minorité ne peuvent servir à justifier ce qui a suivi: des parents qui racontent avoir sorti une enfant de 13 ans d'un nuage de gaz, les yeux rouges et gonflés, au bord du malaise. Nous avons entendu des témoignages de jeunes filles traitées de "sales putes" par des policiers. Des enseignants frappés alors qu'ils encadraient leurs élèves. Des directeurs d'école qui disent simplement: "Nous avions peur, nous ne comprenions même pas ce qui nous arrivait." Le Comité P constate lui-même une hausse des plaintes pour usage disproportionné de la force et d'agressivité de certains policiers. Il rappelle aussi qu'avec des mineurs, le réflexe de protection de l'enfant doit être appliqué systématiquement.
La grande majorité des personnes présentes étaient là parce qu'elles avaient analysé la réforme et qu'elles en voient les conséquences. Elles se sont mobilisées pour défendre l'avenir de notre société.
Monsieur le ministre, j'ai deux questions. Quelles mesures allez-vous prendre pour faire toute la lumière sur les interventions policières visant des jeunes et des enseignants lors de ces mobilisations? Estimez-vous ces interventions proportionnées? Êtes-vous préoccupé par l'effet dissuasif que de telles pratiques peuvent avoir sur le droit de manifester et, en particulier, sur des mineurs?
François De Smet:
Monsieur le ministre, arrêtons de dire que ce qui s'est produit jeudi dernier, ce sont des émeutes. Les mots ont un sens. Ce que Bruxelles mais aussi Namur ou d'autres endroits ont connu, ce sont d'abord des manifestations d'enseignants, d'élèves mais aussi de parents, près de 3 000 personnes qui ont protesté contre des mesures qu'ils ressentent comme profondément injustes, prises par une majorité MR-Engagés, majorité Azur ou plutôt has been , en Fédération Wallonie-Bruxelles.
C'est aussi une colère contre une méthode, un passage en force au mépris du règlement démocratique de l'institution parlementaire de la Fédération. Mais l'écrasante majorité de ces jeunes, de ces profs, a manifesté pacifiquement. On a même vu des enseignantes former des chaînes humaines, parfois pour protéger leurs élèves, mais aussi pour faire barrage aux casseurs. Cela aussi, c'est la réalité de cette manifestation. Oui, il faut le dire, des casseurs s'y sont invités et infiltrés, le plus souvent étrangers au mouvement, convoqués par les réseaux sociaux avec des cocktails Molotov prêts à l'emploi. Et soyons clairs, monsieur le ministre, chacun d'eux doit être identifié, poursuivi et doit payer pour les dégâts. Là-dessus, aucune complaisance: sur le principe du casseur-payeur, nous vous soutiendrons.
Mais il y a l'autre versant. Et là encore, comme pour les profs, comme pour les jeunes, ne jetons pas le bébé avec l'eau du bain! La majorité des policiers font bien leur travail, qui est difficile. Mais oui, hélas, il y a aussi eu un usage interpellant de gaz et de matraques face à des cortèges remplis d'adolescents. Il y a eu un recours à la technique de la nasse, pourtant jugée illégale. Il y a eu des insultes inqualifiables proférées par quelques policiers pour lesquels des plaintes ont été déposées au Comité P.
Monsieur le ministre, estimez-vous qu'il y a eu, oui ou non, juste proportion des moyens utilisés? Condamnez-vous l'usage de la nasse et les propos tenus par certains agents? Votre circulaire "réflexe mineur" que vous avez prise en mai dernier a-t-elle été respectée et comment comptez-vous l'évaluer? Il est temps, monsieur le ministre, pour vous, mais aussi pour nous, de réconcilier l'ordre et la concorde..
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, wat was dat met die betogingen vorige week? Een paar tientallen relschoppers, die immers niet kwamen om te betogen, zijn erin geslaagd een vredevol protest te kapen met vernielzucht en brutaliteit. Fietsen en steps gingen de brandstapel op. Winkelruiten en bushokjes werden volledig gesloopt. Voorbijgangers werden bekogeld met kasseien. U zult er als brave betoger maar tussenlopen.
De politie trad op. Dat was nodig. Ik heb er alle respect voor want dat zal wel niet evident zijn. Er waren echter ook meldingen van disproportioneel optreden van de politie.
Collega’s, dat kan ook niet. Vooruit rekent er dan ook op dat elke klacht ernstig wordt genomen en grondig wordt onderzocht. Of iemand nu op straat komt omdat hij of zij bezorgd is om het onderwijs, de koopkracht of het klimaat, wie op straat komt om zijn stem te laten horen, moet dat altijd en overal veilig kunnen doen.
Laat mij duidelijk zijn. Jonge gasten die op straat komen om hun stem te laten horen, is fantastisch. Ik heb dat zelf ook nog gedaan toen ik op de middelbare school zat. Mijn eerste betoging was hier in Brussel tegen de oorlogspolitiek van Bush. Dat was fantastisch. Ik heb daarvoor zelfs gespijbeld. Ik verontschuldig mij daarvoor. Ik was een jaar of zestien.
(…) : (…).
Brent Meuleman:
Ik geef het toe. Ik was een jaar of zestien. Echter, hier in Brussel liep deze week een mannetje van dertien jaar met een bus benzine tussen relschoppers op een betoging.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u zich nog kunt herinneren wat u deed toen u dertien jaar was. Toen ik dertien jaar was, was ik, als ik niet op school of thuis was, aan het voetballen op het pleintje of zat ik in de jeugdbeweging. Ik wil hier niet veralgemenen. Het gaat om uitzonderingen. Die rotte appels zijn enkelingen. Ik heb echter twee vragen voor u.
Wat zult u doen tegen die relschoppers die keer op keer vreedzame protesten om zeep helpen? Zal er een onderzoek komen naar de meldingen van disproportioneel politiegeweld?
Voorzitter:
Mijnheer Meuleman, zo ziet u maar wat er van iemand komt die spijbelt. Dan belandt hij hier.
Victoria Vandeberg:
Monsieur le ministre, dans une démocratie, manifester est effectivement un droit fondamental mais, par contre, casser ne l'est pas, et cela devient une fâcheuse habitude. À chaque manifestation, des dégradations de biens publics sont à constater, du fait de casseurs ou de manifestants qui viennent exercer leur droit fondamental. Ici, une étape supplémentaire a été franchie: plusieurs jeunes, étrangers à l'objet de la manifestation, ont pénétré par effraction dans une enceinte démocratique. Ces personnes ne défendaient pas la cause mais ne faisaient que l'abîmer.
Si le maintien de l'ordre suppose évidemment de la fermeté, il suppose aussi de la proportionnalité, et c'est cette double exigence qui fonde la confiance dans l'État de droit. Mais justement, parce que nous sommes dans un État de droit, chacun doit aussi en respecter les règles, et celles et ceux qui sur le terrain représentent cet État de droit, ce sont les policiers, qui ont également le monopole de l'usage légal de la contrainte.
Dans ce débat, monsieur le ministre, il ne faut donc pas les oublier. Lors de ces débordements, des policiers sont aussi blessés physiquement, parfois psychologiquement. En première ligne, ils sont pris pour cibles, insultés et confrontés à des moments de tensions extrêmes.
Valoriser le métier de policier, c'est aussi rappeler que, derrière l'uniforme, il y a des femmes et des hommes qui exercent une mission difficile mais essentielle au maintien de l'ordre public et à celui de nos libertés. Dans ce contexte, plusieurs outils peuvent être mis en œuvre pour mieux documenter les faits, identifier les fauteurs de troubles, agir plus rapidement.
Quel bilan, monsieur le ministre, tirez-vous de ces manifestations? Connaissez-vous le nombre de policiers qui ont été blessés lors de celles-ci? Quel rôle les bodycams pourraient jouer pour davantage objectiver les interventions et protéger à la fois les citoyens et les policiers? Qu'attendez-vous concrètement des prochaines semaines pour identifier et responsabiliser les fauteurs de troubles?
Claire Hugon Lecharlier:
"Je suis un des plus grands défenseurs du droit de manifester". Monsieur le ministre, ces mots, c'est vous qui les avez prononcés il y a quelques jours. L'affirmer, c'est bien, mais encore faut-il que les actes suivent. Pour l'instant, j'avoue que je les cherche encore.
La liberté de manifester est sous pression. Jeudi, des professeurs et leurs élèves qui venaient rejoindre la manifestation ont fait demi-tour en voyant l'important dispositif policier déployé. Ils ont donc été dissuadés d'exercer leur droit. Jeudi et les jours qui ont suivi, des centaines de manifestants pacifiques ont été confrontés à des réponses disproportionnées de la part de la police. Nasses, gaz lacrymogènes, coups de matraque, contrôles, arrestations, chiens non muselés, interventions de policiers qui, pour beaucoup d'entre eux, ne portaient ni nominettes ni matricules.
Je ne doute pas que vous allez faire la liste des dégradations et des infractions commises en marge des manifestations. Bien entendu, les auteurs de ces actes doivent faire l'objet de réponses adéquates de la part des autorités, de réponses ciblées, individualisées et proportionnées. Pour l'instant, ce n'est pourtant pas ce que nous avons vu. Nous avons vu des actions collectives, des interventions indiscriminées et disproportionnées. Cela justifie que l'on parle de violences policières. La deuxième chose qui m'inquiète, c'est le développement d'un récit qui prive les enfants et les jeunes du droit d'exprimer leur opinion. On conteste leur légitimité à avoir un avis sur des réformes qui les concernent directement. "Ils n'avaient qu'à être devant leurs cahiers." "S'ils sont ici, ce ne sont pas des enfants, mais des criminels."
Où va-t-on avec de tels propos? Le droit de manifester bénéficie aux mineurs au même titre qu'aux adultes. Ils doivent même bénéficier de protections particulières lorsqu'ils exercent leurs droits. Nous savons, par exemple, que les gaz lacrymogènes peuvent être plus dangereux pour les enfants.
Monsieur le ministre, je voudrais donc vous demander quel bilan vous tirez de la gestion des dernières manifestations par la police. Quelle a été l'articulation entre vous et le bourgmestre de Bruxelles dans cette gestion? La gestion négociée de l'espace public demeure-t-elle la doctrine privilégiée? Que comptez-vous mettre en place pour que nos concitoyens n'aient pas peur de venir exprimer leur opinion dans la rue? Le Comité P demande un "réflexe enfant" dans les interactions avec la police. Quelle suite comptez-vous donner à cette recommandation?
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, wat we in Brussel hebben gezien, was opnieuw onaanvaardbaar. We moeten zeggen opnieuw, want we schrikken er zelfs niet meer van. Deze keer is de onderwijshervorming de aanleiding, de volgende keer zal het iets anders zijn.
Wat zien we telkens na die rellen? We zien telkens dat sommigen de rellen proberen goed te praten of de relschoppers zeker niet kordaat veroordelen. Anderen kiezen ervoor stoere verklaringen af te leggen in de pers en nieuwe ideeën te lanceren. De relschoppers zouden naar het leger moeten gaan of naar bootcamps. U vraagt in de krant om een nieuwe wet casseurs-payeurs , zodat relschoppers de schade zouden moeten betalen. Elk goed wetsontwerp dat daarvoor voorligt, zullen wij vanuit onze fractie steunen.
We mogen echter niet vergeten dat de huidige wetgeving al heel wat mogelijkheden biedt. U kunt relschoppers nu al de schade laten betalen. Er is geen nieuwe wet nodig om gemaskerde personen uit betogingen te halen. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende probleemfiguren preventief een plaatsverbod op te leggen. Er is geen nieuwe wet nodig om bepaalde groeperingen verantwoordelijk te stellen voor het systematische geweld tijdens hun betogingen. Er is geen nieuwe wet nodig om bijkomende gevangenisplaatsen te creëren. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende groeperingen beter op te volgen. Er is geen nieuwe wet nodig om hoge boetes uit te schrijven. Er is geen nieuwe wet nodig om gewelddadige betogers collectief te vervolgen in plaats van individueel. Er is geen nieuwe wet nodig om snelrecht toe te passen.
Mijnheer de minister, mijn vraag over de rellen is dan ook heel duidelijk. Hoeveel mensen zijn er sindsdien aangehouden? Welke gevolgen hebben de feiten tot nu toe voor hen gehad? Hoe zult u de straffeloosheid aanpakken? Niet met nieuwe ideeën en nieuwe wetsontwerpen, maar op basis van de bestaande wetten, die we vooral veel meer en veel beter moeten handhaven. Ik dank u.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, we zien nu al enkele maanden dat elk protest in dit land gekaapt wordt door extreemlinkse bendes die vandalisme plegen en, nog frappanter, door extreemlinkse bendes die gesteund worden door de PVDA. Ik geef een overzicht. Het is zeer lang, maar het is nodig.
Een van de organisatoren van Mars Attacks, betrokken bij de recente rellen in Brussel, is Pauline Forges, voormalig kandidaat van de PVDA. Op VRT NWS verklaarde ze onomwonden dat het goed is dat de revolutie bezig is en dat geweld daarbij hoort. Progress Lawyers Network, het advocatennetwerk van de PVDA, vertegenwoordigt al die relschoppers en gaat zelfs in toga mee betogen. Dat is hallucinant.
Er is ook het vandalisme dat we aan de UGent zagen. Woordvoerder Youlian Burnham is lid van de PVDA. Basile Peeters, een andere vandaal, is ook lid van de PVDA. De woordvoerder van die vandalen aan de UGent is bovendien dezelfde woordvoerder als die van Code Rood, dat al verschillende bedrijven in dit land heeft gevandaliseerd. Daardoor kon de EU-commissaris voor Defensie afgelopen week zelfs geen bedrijf in Herstal bezoeken, omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Dat is een absolute blamage voor dit land.
Er is ook goed nieuws, mijnheer de minister. U ziet dat de heer Hedebouw hier met de peut zit. Deze week zijn immers een aantal kameraden, collega's van hem, geconfronteerd met een huiszoeking en worden ze eindelijk vervolgd. Dat is historisch en goed nieuws. Dank u dat de federale politie eindelijk capaciteit vrijmaakt om de strijd tegen extreemlinks geweld te voeren, mijnheer de minister.
Hoe zult u die strijd nog versterken? Zult u ook onderzoek voeren naar de financiële stromen achter dat geweld? We moeten onze veiligheid immers kunnen garanderen tegenover dat extreemlinks geweld van de PVDA.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt 7,5 minuten om te antwoorden op de diverse opmerkingen.
Bernard Quintin:
Mesdames et Messieurs les députés, je vous remercie pour vos différentes questions. Les débordements auxquels nous avons assisté en marge des protestations des derniers jours étaient évidemment inacceptables. Notre capitale a une nouvelle fois été saccagée, d'autres villes ont également été abîmées, et ce n'est malheureusement plus un cas isolé – j'y reviendrai.
Alleen al in Brussel is de materiële schade aanzienlijk: minstens acht politievoertuigen werden beschadigd, een ruit van een MIVB-bus werd ingegooid en aan het station Brussel-Centraal werden tientallen elektrische fietsen en deelsteppen in brand gestoken. Ook publieke infrastructuur, privaatvoertuigen en een grootwarenhuis liepen schade op.
Afgelopen donderdag en vrijdag alleen al werden in Brussel, volgens informatie die mij werd bezorgd, 36 gerechtelijke arrestaties verricht, waarvan 29 minderjarigen betroffen. Er waren ook 106 administratieve arrestaties, waarvan 99 minderjarigen betroffen.
Je souhaite être très clair d'emblée: nos concitoyens n'ont pas à payer pour les méfaits de groupes d'agités. Conformément aux engagements pris au sein de la majorité, le principe du "casseur-payeur" doit pleinement et rapidement être appliqué. Le coût des dégradations doit être récupéré auprès de celles et ceux qui sont responsables des violences et des dommages qu'ils ont causés. C'est très simple: qui casse paye. Punt. Basta. Pas besoin d'en parler plus longuement.
We stellen vast dat de relschoppers zich alsmaar vaker mengen onder vreedzame betogers, niet om hun stem te laten horen, maar om geweld te plegen, schade aan te richten en de stad kort en klein te slagen. Ook in het verleden zagen we dat hardleerse amokmakers naar Brussel afzakten om betogingen te kapen en vandalisme en geweld te plegen. Voor de hardliners en recidivisten moeten we een manifestatieverbod afkondigen.
Mesdames et messieurs les députés, le 4 juin, un fait m'a particulièrement marqué. Dans un contexte tendu depuis le début de la journée, des délinquants se sont introduits dans un parlement par effraction. Chacun de nous doit prendre la mesure de ce que cela signifie: une institution élue démocratiquement par le peuple a été attaquée par la force, alors même, ironie du sort, que les manifestants étaient harangués depuis les fenêtres de cette même assemblée.
C'est une attaque contre notre démocratie, c'est un fait politique grave, c'est tout simplement inadmissible – ici comme de l'autre côté de l'Atlantique, d'ailleurs – et cela doit tous nous indigner. Depuis plusieurs mois, à chaque manifestation, des faits de violence doivent malheureusement être déplorés. Ces faits ne peuvent jamais, au grand jamais, être justifiés ni cautionnés. Il est aussi de la responsabilité de l'ensemble de la classe politique d'appeler au calme.
Je peux tout à fait entendre que les mesures adoptées – à un autre niveau de pouvoir, par ailleurs – puissent ne pas susciter l'adhésion au sein d'une partie de la population. Mais il faut également pouvoir reconnaître que les différents gouvernements de ce pays disposent d'une majorité dans les assemblées pour voir notre pays se réformer. C'est là aussi un principe fondamental de la démocratie, et cela doit valoir que l'on soit dans la majorité ou dans l'opposition.
Mesdames et messieurs les députés, je constate depuis plusieurs jours des déferlantes de haine envers nos corps de police. Comme je le répète à chaque fois, je veux une police respectable et respectueuse. Comme à chaque fois, la police est contrôlée par les organes internes et par ceux de votre Parlement. Mais surtout, elle est soumise aux réseaux sociaux et à leurs regards souvent biaisés. Comme chaque fois, des enquêtes ont été lancées par la zone de police de Bruxelles chargée du dispositif d'ordre sur son territoire. Oui, elles seront menées avec le plus grand sérieux et, comme chaque fois, les conclusions seront tirées par les autorités. Nous prenons nos responsabilités à cet égard. Manifestement, nous n'avons pas la même lecture des chiffres du Comité P pour ce qui concerne ces faits. Toutefois, je le répète encore une fois, je veux une police respectée.
Sommigen hier zouden zich de moeten stellen welk signaal we geven wanneer een volledig korps van 10.000 mannen en vrouwen publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? Dezelfde mannen en vrouwen zijn bij manifestaties geregeld het doelwit zijn van geweld, maar trekken elke dag opnieuw hun uniform aan om ons te beschermen, soms met gevaar voor eigen leven.
Nous les soutenons. Nous les soutenons quand ils agissent. Nous les soutenons quand ils sont attaqués et blessés, que ce soit sur le plan juridique ou le plan psychologique. Et oui, les bodycams doivent aussi aider à protéger nos policiers et, en effet, à livrer une image de ce qu’il se passe réellement sur le terrain sans que cela soit biaisé.
Mesdames et messieurs les députés, oui, la majorité des manifestants sont venus exercer calmement leur droit légitime à contester, tout comme l’immense majorité des policiers ont exercé leur métier avec une totale probité et un grand professionnalisme.
Mais permettez-moi de rappeler ici un principe somme toute assez simple. Quand la police donne un ordre, il faut le respecter. C’est aussi simple que cela.
(Applaudissements.)
Comme je l’ai déjà répété à de multiples reprises: oui, en tant que libéral et ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, je serai toujours défenseur des libertés fondamentales, de la liberté d’expression et du droit de manifester. Mais vous me trouverez pareillement toujours, comme l’ensemble de ce gouvernement, sur le chemin de ceux qui, par la multiplication des débordements, semblent vouloir faire de la société un champ de ruines, parfois par bêtise, mais de plus en plus souvent par une option politique de chaos.
Ja, we voeren de strijd tegen de extremen verder, ook op het terrein van de financiële geldstromen.
Nous ne laisserons jamais le diktat de la violence s'imposer.
Je vous remercie. Ik dank u.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse. Comme je l'ai dit tout à l'heure, au Parti socialiste, les choses sont claires: aucune violence ne sera jamais acceptée, ni dans la rue, ni de la part de policiers ou de policières, ni au sein d'enceintes parlementaires telles que notre Parlement et cette séance plénière. La violence peut aussi, monsieur le ministre, chers collègues, résider dans les décisions politiques qui sont prises et dans la manière dont elles sont communiquées à une partie de la population.
Monsieur le ministre, j'ai entendu que des enquêtes sont en cours, qu'elles devront être menées à leur terme et que des sanctions devront être prises. Il y va, je pense, de l'image, du crédit, mais aussi du respect dû aux forces de l'ordre. En effet, dans une démocratie, dans un État de droit, comment combattre la violence et l'insécurité lorsque celles et ceux qui doivent protéger sont perçus, ou peuvent être perçus, comme une menace par une partie pacifique de la population?
On ne peut pas rester aveugle face aux images qui circulent depuis une semaine. On ne peut pas rester sourd aux témoignages de parents, d'enseignants, d'avocates et d'avocats, de professeurs d'université qui ont analysé les faits et les images et qui nous ont dit clairement qu'il y avait eu un problème de proportionnalité et de technique dans la manière dont le maintien de l'ordre a été assuré ces dernières semaines. Je vous remercie de votre attention.
Ortwin Depoortere:
Collega's, valt het u ook op? De minister niet, de linkse partijen al zeker niet, maar zelfs de N-VA heeft het er niet over. Er is één taboe in dit Parlement, namelijk wat de oorzaak van die rellen is. Wat is de systematiek van die rellen? Hoofdzakelijk allochtone relschoppers zijn keer op keer verantwoordelijk voor de vernielingen, het vandalisme, het geweld. Dat is het failliet van de multiculturele samenleving. We zien dat in alle West-Europese steden. Dat is het rechtstreekse gevolg van de ongebreidelde massa-immigratie, waar deze en de voorgaande regeringen schuldig aan is en waren.
Ironisch genoeg stemmen we vandaag over het omvolkingspact, dat nog meer massa-immigratie in de hand zal werken, een omvolkingspact dat het volk niet wil. De meer dan 50.000 ondertekenaars van de petitie tegen het omvolkingspact bewijzen dat. Het volk wil geen nieuwe immigratie, het volk wil remigratie en het kan daarvoor rekenen op het Vlaams Belang.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous avez parlé pendant sept minutes et demie. Vous avez dit qu'un fait vous avait particulièrement marqué. Moi j'ai pensé que c'était le fait que des mineurs de 14 ans se sont retrouvés dans la rue. Non, pas du tout, pas un mot. Vous n'avez même pas pris le temps de parler de tous ces mineurs.
Vous avez parlé des vidéos qui seraient des regards biaisés. Elles ne sont pas biaisées, monsieur le ministre. Elles montrent les dysfonctionnements.
Et puis, vous avez parlé des casseurs payeurs. Voilà votre réponse. Est-ce vraiment votre réponse à celles et ceux qui se mobilisent pour l'enseignement? Est-ce votre réponse aux directeurs d'école qui ont eu peur pour leurs élèves et leur établissement? Aux enseignants – je suis un fils de prof – qui demandent simplement les moyens d'instruire correctement? Et aux jeunes à qui on dit tous les jours qu'ils ont le droit à la parole et qui, quand ils l'exercent, se font gazer?
Et je le dis clairement, ce débat concerne également la police. Je suis en contact, comme vous, monsieur le ministre, avec de nombreux policiers qui font leur travail correctement, professionnellement, et qui ne se reconnaissent pas dans les images, dans les témoignages qu'on a vus ces derniers jours.
Ce qu'on attend de votre part, monsieur le ministre, ce n'est pas une défense aveugle ni un déni, mais de la clarté, de la transparence et des règles respectées. Parce que ce n'est pas un débat police versus jeunes, c'est un débat de la confiance démocratique. Et on ne va pas restaurer la confiance avec des camps de redressement militaire, ça ne marche pas. Si vous avez de l'argent, mettez-le dans l'enseignement. Votre solution, c'est toujours plus de répression; et, ça, ça montre votre faiblesse.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Concernant les casseurs: qui casse paye, on est d'accord, n'ergotons pas là-dessus.
J'aurais préféré, par contre, entendre de vous une plus grande distanciation par rapport à la petite musique qu'on entend dans votre majorité depuis quelques jours. Quand on entend parler à ce point d'émeutes, de racailles ou de camps de rééducation, c'est qu'on rate, à mon avis, une partie du diagnostic.
Vous avez rappelé que, quand la police donne un ordre, il faut évidemment le respecter. Bien sûr, et on a besoin d'une police qui soit davantage respectée. Mais, si on a demain une police dont les citoyens – et je parle des honnêtes citoyens – ont de plus en plus peur, nous aurons vraiment perdu quelque chose. J'attire votre attention là-dessus parce que, d'après les témoignages que j'entends de plus en plus, il existe dans ce pays une jeunesse qui ne casse pas et qui pourtant a davantage peur de la police aujourd'hui qu'hier. Il ne faut pas que ça continue parce que ça, c'est un échec collectif, et nous devons y travailler.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, geweld, in welke vorm ook, en van welke kant ook, mogen we gewoon nooit normaal vinden, al zeker niet bij mensen op zo’n jonge leeftijd. Als burgemeester heb ik in de afgelopen jaren heel veel geleerd, maar zeker één ding, namelijk dat men zulke gasten niet mag loslaten. Men moet aan de slag gaan met die gasten, in een intensief traject naar herstel. Punt.
Wie erop uit is de boel te verzieken en om zeep te helpen, moet daarvoor bestraft worden. Punt. Maar als blijkt dat er bij de politie mensen zijn die hun macht misbruiken en die disproportioneel te werk gaan, moeten die ook verantwoordelijk gesteld worden. Punt.
Laat het duidelijk zijn, voor Vooruit mogen we geweld – of het politiek is of niet, of het van links of van rechts komt, van boven of van onder – nooit normaal vinden. Punt.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour toutes ces précisions. J'entends quelques protestations sur les bancs de la gauche et de l'extrême gauche, qui réduisent ce débat à la seule question des violences policières. Lorsque de telles accusations sont formulées, elles doivent évidemment être examinées. Il faut toutefois aussi refuser cette ritournelle qui consiste à attiser les tensions, à ne pas respecter les injonctions des forces de l'ordre, à filmer l'ensemble des interventions, puis à en extraire quelques images sorties de leur contexte pour les instrumentaliser.
À gauche, les réactions sont d'ailleurs diverses. Une partie semble considérer que les enfants ont davantage leur place dans la rue que sur les bancs de l'école. C'est une certaine vision du monde et une belle vision de l’éducation qui nous ne partageons pas. D'autres tiennent un discours différent. Malheureusement, nous ne l'avons pas entendu aujourd'hui, mais un député socialiste a évoqué la possibilité d'empêcher les fauteurs de troubles d'arriver sur les lieux des manifestations. Le sujet n'est pourtant pas de les empêcher d'y arriver, mais bien de les empêcher de casser et de faire en sorte qu'ils répondent concrètement de leurs actes, selon le principe du casseur payeur.
Dans une démocratie, nous avons le droit de manifester, de contester et de nous opposer. La vie en société implique toutefois aussi des devoirs: le respect des biens publics, des institutions, de la liberté d'expression de chacun, mais aussi, et surtout, le respect des forces de l'ordre.
Claire Hugon Lecharlier:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je constate toutefois qu'elles n'ont apporté que peu d'éléments aux questions que j'avais posées. À vous entendre, rien ne semble devoir être reproché à la police. Elle aurait permis à chacun de manifester en sécurité et assuré la protection des manifestants. Je ne vous ai pourtant pas entendu évoquer l'absence de désescalade ni exprimer le moindre mot de solidarité à l'égard des victimes – enfants, jeunes, enseignants, parents, journalistes et même avocats – qui dénoncent un usage excessif de la force. Pour ma part, je n'ai pas vécu cette manifestation depuis la fenêtre de mon bureau, mais sur le terrain. On ne peut pas prétendre défendre le droit de manifester tout en laissant se produire ce qui s'est passé ni en relativisant des images qui ont pourtant été vérifiées.
Nous avons bien compris que certains élus du MR considèrent que ces violences relèvent du fantasme et qu'il n'y a pas lieu d'éprouver de l'empathie pour les victimes, même lorsqu'elles sont mineures. Je trouve particulièrement choquant de constater que de plus en plus d'élus considèrent que les manifestants l'ont bien cherché, qu'ils n'avaient qu'à rester chez eux et que toute personne qui manifeste doit assumer les risques qui en découlent. Une démocratie en bonne santé ne devrait pas craindre la contestation pacifique.
Je trouve également très choquant qu'un élu de cette Assemblée, membre de la majorité, puisse me qualifier de "petite verte crapuleuse qui a eu ce qu'elle méritait", et qu'il puisse se réjouir publiquement du fait que j'aie été personnellement attaquée et blessée par un policier. Je ne sais pas quelle vision de la démocratie cela traduit, ou plutôt, je le sais trop bien.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Desalniettemin heb ik soms het gevoel dat we ons er te gemakkelijk van afmaken door nieuwe wetsvoorstellen en nieuwe ideeën te lanceren. Vandaag bestaan er al heel wat wetten waarmee u aan de slag kunt gaan om de straffeloosheid aan te pakken. Er is de ouderlijke verantwoordelijkheid, maar een politieke verantwoordelijkheid om met de bestaande wetten aan de slag te gaan.
In mijn thuishaven Mechelen gebeurt er ook wel eens een rel of wordt er in sociale woonwijken op oudejaarsavond ook wel eens met vuurwerk naar de politie gegooid, weliswaar niet zo vaak en niet zo hevig als in Brussel of Antwerpen, en dan proberen we daar zo kordaat mogelijk tegen op te treden. We starten dan zelfs een procedure om de dader uit zijn sociale woning te zetten. Vandaag bestaan er dus al heel veel mogelijkheden. De grootste slachtoffers van die relschoppers zijn immers de kwetsbaarste buurtbewoners. Het is dus nodig om hard op te treden en we kunnen ons er niet van afmaken met wetsvoorstellen en ideeën voor de toekomst. Nu is er immers al zeer veel mogelijk. Men moet daarmee aan de slag gaan, want anders creëert men een gevoel van straffeloosheid en zullen we hier volgende week tijdens het WK voetbal opnieuw dezelfde vragen moeten stellen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank voor uw zeer duidelijke en correcte antwoord. We steunen u daar volledig in. In de commissie voor Justitie liggen al een aantal wetsvoorstellen van collega De Wit die uw visie mee zullen helpen realiseren. Uiteraard moet zwaar machtsmisbruik eveneens worden aangepakt.
Welke prioriteiten schuift de linkse oppositie hier naar voren, zoals ook altijd in de commissie voor Binnenlandse Zaken? Al dagen wordt onze hoofdstad Brussel gevandaliseerd en u vindt het blijkbaar belangrijker om al onze politiemensen aan te vallen dan te zeggen dat die relschoppers moeten worden aangepakt!
Collega Hugon Lecharlier, als u zegt dat de politie geen traangas meer mag gebruiken, dan vind ik dat hallucinant. Op een moment dat onze hoofdstad al dagen wordt gevandaliseerd, dat een zone ontruimd is en dat de politie het waterkanon inzet, vindt u het nog nodig om u tussen die relschoppers te mengen en opruiende taal te verkopen. Dat is uw zaak, maar wij steunen volledig dat de politie op een dergelijk moment traangas mag gebruiken. We staan achter onze politie en we veroordelen de (woord geschrapt op verzoek van de voorzitter) mensen in dit Parlement die zich tussen relschoppers mengen.
( Rumoer in de zaal )
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, in uw geval was er geen sprake van een persoonlijk feit. In het geval van mevrouw Hugon Lecharlier wel.
Collega's, het noemen van een naam volstaat niet om van een persoonlijk feit te spreken. Aan mevrouw Hugon Lecharlier werden intenties toegedicht en zij heeft het recht daarop te reageren.
( Rumoer in de zaal )
Mijnheer Hedebouw, uw naam werd één keer genoemd, nee, uw fractie werd genoemd. Dat is geen persoonlijk feit. Uw naam werd één keer genoemd op een manier die niet denigrerend was.
Ik stel voor dat uw mevrouw Hugon Lecharlier haar recht op een persoonlijk feit laat uitoefenen.
Mevrouw Hugon heeft 2 min 30. Madame Hugon, vous avez la parole.
Fait personnel
Persoonlijk feit
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je vous remercie de me permettre de répondre (mots supprimés à la demande du président) .
(Brouhaha)
Voorzitter:
Collega's! Nee, u hebt niet het woord, mijnheer Ronse!
(Rumoer in de zaal)
Collega’s, straks zal de heer Bergers, zoals dat gebruikelijk is bij een persoonlijk feit, een repliek kunnen geven. De sfeer is echter duidelijk opgewonden. Ik vraag aan iedereen, dus ook aan collega’s Hugon Lecharlier en Bergers, om zich op een parlementaire manier te gedragen. Dat geldt voor iedereen, hoewel ik persoonlijke animositeiten begrijp.
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je voudrais préciser, comme je l'ai déjà fait publiquement, que la raison de ma présence vendredi n’était pas que j'étais parmi les manifestants, mais que je suis arrivée sur les lieux et que j’ai vu le risque d’escalade.
J’ai souhaité rester, dans le cadre ce que je considère être mon mandat démocratique de vigilance et de contrôle de l’exécutif, non seulement ici, mais aussi sur le terrain, pour documenter ce qu’il se passait. Je voyais très bien que, derrière certains policiers, une nasse était en cours. Or il s'agit d'une technique illégale.
Je n’accepte pas que des collègues viennent ici se réjouir publiquement et m’insultent à propos d’actions menées dans le cadre de mon mandat démocratique. Cela fait partie de notre mission que de veiller à ce que tout se passe bien et à documenter comment les choses se passent.
Je suis à la fois scandalisée de ce qu’il peut se dire ici, dans les rangs de la majorité, et du peu du désolidarisation que je remarque à l'endroit de ces propos qui sont complètement scandaleux. J’en perds mes mots, sérieusement.
J’aurais aimé, monsieur le président, que vous puissiez condamner, en tant que président d’assemblée, les insultes qui peuvent être prononcées à mon égard, alors que j'étais dans le cadre de mon mandat démocratique.
Jeroen Bergers:
Mevrouw Hugon Lecharlier (woorden geschrapt op verzoek van de voorzitter) . Elk voorstel om relschoppers aan te pakken, is volgens uw partij en volgens de andere linkse oppositiepartijen fascisme. Ik denk daar het mijne van.
U zei op sociale media heel duidelijk dat u niet van plan was om naar die betoging te gaan, maar u was er dan. U bent gedurende drie uur gebleven. Op een gegeven moment heeft de politie een bepaalde zone vanwege vandalisme en de ontstane rellen ontruimd. Het waterkanon werd ingezet en zelfs terwijl het waterkanon werd ingezet, bleef u nog agressief doen tegen de politie. Dat er dan iets gebeurt, lijkt mij nogal redelijk normaal.
Voorzitter:
Collega’s, ik richt mij tot u allen, en ik herhaal het ook ten aanzien van collega Bergers. In de vragenronde is het de bedoeling om vragen te stellen en zich tot de minister te richten. Daarbij kunnen scherpe politieke standpunten worden ingenomen. Ik denk dat dat niet alleen toegestaan is, maar dat het af en toe zelfs de bedoeling is, ter profilering. Daarbij moet men toch in acht nemen om collega’s niet te viseren.
Wanneer ik mij niet vergis, maar ik heb een zeer slecht geheugen, is er in het geval van collega Hedebouw een scherpe aanval geweest op zijn partij of zijn fractie, maar dat valt niet onder het gegeven van een persoonlijk feit.
(Protest in de zaal)
Als beweerd wordt dat u schrik hebt en u zegt dat u helemaal geen schrik hebt, dan zal ik dat als een persoonlijk feit beschouwen. Mijnheer Hedebouw, u hebt het woord.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de voorzitter, ik zou niet hebben gereageerd wegens een persoonlijk feit als ik niet had geweten dat behalve de heer Bergers ook de minister van Defensie, de heer Francken, exact dezelfde argumenten gebruikt tegen de PVDA.
De heer Francken heeft op televisie verklaard dat er een link is tussen de PVDA en de gewelddadige acties die plaatsvinden. Daarvoor is geen enkel bewijs. Op zich is het al erg dat een minister dat vandaag stelt. Hij beweert zelfs dat het OCAD vaststelt dat er een link is, hoewel dat niet het geval is.
Collega’s, de bedoeling van de N-VA, van de heer Francken en van de heer Bergers, is gewoon de oppositie criminaliseren. Dat is er aan de gang.
De heer Francken voelt heel goed dat het draagvlak voor de genocide tegen de Palestijnse bevolking wegsmelt, dat het draagvlak voor de miljardeninvesteringen in oorlog in Vlaanderen wegsmelt en dat ook het draagvlak voor de ondersteuning van de Amerikaanse bombardementen in Iran wegsmelt. Zelfs de sympathie voor het Amerikaanse imperialisme smelt weg.
In die context weten de heer Francken en de heer Bergers natuurlijk dat de PVDA een actieve rol speelt in de samenleving. Ik vind het dan ook heel erg dat er vandaag aantijgingen zijn als zou de PVDA achter dat geweld staat, hoewel dat helemaal niet het geval is en er geen bewijzen zijn. Ik heb dat allemaal al verduidelijkt. Alsof er advocaten van de PVDA betrokken zijn, en dergelijke, al die voorbeelden die vernoemd zijn, een kartel dat we in 2012 hadden gevormd. Zijn jullie nu verantwoordelijk voor alles wat cd&v tegenwoordig doet? Helemaal niet. U weet allemaal dat er geen bewijzen zijn.
Nogmaals, als een parlementslid dat zou opperen, dan zou ik dat nog kunnen plaatsen onder een politiek debat. Dat een minister echter op televisie dergelijke aantijgingen zonder bewijs naar voren schuift, is democratisch gevaarlijk. Ik vertel dat tegen iedereen. De bedoeling is om de oppositie te criminaliseren. Dat is democratisch echt gevaarlijk.
Laten we daar niet aan meedoen, beste collega's. Dat stellen we duidelijk.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u om mij het woord te verlenen.
Laat mij duidelijk zijn, ik heb geen enkel probleem met vreedzaam protest. Integendeel, dat is een goede zaak. Vreedzaam protest moet altijd mogelijk zijn. Waarmee ik wel een probleem heb, is wanneer protest niet vreedzaam verloopt, maar wanneer gekozen wordt voor geweld.
Mijnheer Hedebouw, u stelt dat u zich niet wilt verantwoorden voor mensen die in 2012 op uw lijst stonden. Laat mij het dan eenvoudiger stellen. Youlian Burnham heeft de UGent gevandaliseerd. Basile Peeters heeft de UGent gevandaliseerd. Zijn dat leden van uw partij, ja of neen? Het zijn leden van uw partij.
Wanneer in een normale democratische partij geweld wordt gepleegd tijdens betogingen of wanneer leden relschoppen, wordt een tuchtprocedure opgestart tegen die geweld plegende leden. Ik kan alleen maar vaststellen dat dat in de PVDA niet gebeurt; dat wordt gesteund. Kijk naar het aantal mensen van Progress Lawyers Network die nu ook de relschoppers verdedigen. Kijk hoeveel van hen op uw lijst hebben gestaan. Dat is ongelooflijk. De bewijzen zijn er dus wel degelijk naar.
Als u zegt dat u niet geconfronteerd wilt worden met het relschopgedrag van uw eigen partijleden, zet hen dan uit uw partij.
(Tumult)
Voorzitter:
Collega's, ik zal het verslag van deze vergadering nalezen en eventuele aantijgingen en beledigende formuleringen eruit verwijderen. Daarvan zal ik u volgende week in kennis stellen.
-
Vraag: De staking van de luchtverkeersleiders
Vraag: De staking van de luchtverkeersleiders en de gegarandeerde dienstverlening bij skeyes
Vraag: De staking bij skeyes
economie en werkDe staking van de luchtverkeersleiders
De staking van de luchtverkeersleiders en de gegarandeerde dienstverlening bij skeyes
De staking bij skeyes
Staking luchtverkeersleiders en dienstverlening bij skeyes summaryExplanationGesteld door
ONAFH Jean-Marie Dedecker
Anders. Kjell Vander Elst
N-VA Bert Wollants
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 4 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Jean-Marie Dedecker, Kjell Vander Elst en Bert Wollants bekritiseren de stakende luchtverkeersleiders scherp als "gijzeling" en "chantage", wijzend op hun hoge salarissen (tot €13.000/maand), vroege pensioen en extra voordelen, terwijl hun acties volgens hen tienduizenden reizigers en de economie (miljoenenschade per dag) treffen. Zij eisen een wettelijke minimale dienstverlening, vergelijkbaar met NMBS en De Lijn, om herhaling te voorkomen, en verwijten de vakbonden procedurele schendingen en misbruik van stakingsrecht. Minister Prévot (namens Crucke) bevestigt dat er al een beperkte minimale dienst geldt voor noodgevallen en humanitaire vluchten, maar erkent dat een uitgebreidere regeling (zoals bij NMBS) wetgevend moet worden ingevoerd; de regering onderzoekt dit nu in overleg met skeyes en vakbonden. Hij benadrukt dat het conflict voortkomt uit een onderbroken sociaal akkoord over de centralisatie van verkeersleiding in Namen, waarbij vakbonden volgens hem de afgesproken procedures negeerden.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, er zijn 300 verkeersleiders in ons land. Een paar van hen moeten verhuizen van de luchthavens van Luik en Charleroi naar de supermoderne verkeerstoren in Namen. Die lui behoren tot de best betaalde ambtenaren van het land, met weddes van 13.000 euro per maand en pensioen op 55 jaar.
Omdat een paar van hen moet verhuizen, gaan die 300 verkeersleiders in staking, ondanks het feit dat zij een premie krijgen van 16 % opslag, een forfaitaire toelage van 254 euro per maand, een extra kilometervergoeding en twee extra vakantiedagen.
Wij zouden kunnen zeggen dat het in principe nooit genoeg is. Waar stopt de graaicultuur en waarom staken zij? Mevrouw Merckx, dat is eigenlijk geen staking, dat is een gijzeling.
Het is niet de eerste keer dat dat gebeurt. In 2023 is al een staking vermeden en in 2019 hebben zij ook al een week gestaakt. Toen is die staking gebroken door luchtvaartmaatschappij Ryanair, die naar de rechter stapte en een dwangsom verkreeg van 250.000 euro per uur dat het luchtruim gesloten was.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om dergelijke chantagemiddelen en de gijzeling van tienduizenden mensen in de toekomst te verhinderen? De economische kostprijs voor ons land is enorm. Bent u bereid om een minimumdienstverlening in werking te stellen?
Ik vraag u niet te doen zoals president Ronald Reagan in de Verenigde Staten in 1981, die toen 11.389 stakende verkeersleiders heeft ontslagen en vervangen door militairen. Ik vraag u alleen wat u in de toekomst zult doen met een dwangsom of met een minimumdienstverlening om dergelijke situaties te vermijden? Het gaat hier immers niet om een staking maar om een gijzeling.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, als ons land records begint te verbreken, is dat meestal geen goed teken. Vorig jaar zijn alle stakingsrecords op de luchthaven van Zaventem verbroken: 2.400 geannuleerde vluchten, 330.000 reizigers gekloot, 25 miljoen euro schade per stakingsdag.
Dit jaar gaat men gewoon op dat elan verder. Vandaag staken de luchtverkeersleiders van skeyes. Laat het duidelijk zijn, verkeersleider is een belangrijke functie en de verkeersleiders worden redelijk goed betaald, maar ze hebben letterlijk de volledige luchthaven platgelegd. Dat veroorzaakt imago- en reputatieschade voor de luchthaven en wekt bijzonder veel terechte frustratie bij de reizigers, die al niet meer door de paspoortcontrole geraken, omdat geen enkele vlucht nog landt of vertrekt, om nog maar te zwijgen van de economische schade. Het is echt niet normaal dat één dienst de hele luchthaven plat kan leggen. Zij doen alsof de luchthaven werkt zoals een knipperlicht, dat men aan en uit kan zetten. Zo werkt een luchthaven niet, mijnheer de minister.
We moeten aan oplossingen werken en die oplossing ligt voor de hand, met name de gegarandeerde dienstverlening. Een minimale dienstverlening bestaat al bij De Lijn en de NMBS. Overigens, de trein rijdt nooit stipter dan op stakingsdagen bij de NMBS wanneer de gegarandeerde dienstverlening van toepassing is.
Mijnheer de minister, bent u, omwille van alle luchtreizigers en onze economie, bereid om met uw regering de gegarandeerde dienstverlening bij de luchtverkeersleiding in te voeren?
Bert Wollants:
Mijnheer de minister, er heerste de voorbije dagen totale chaos op de luchthaven. Tot tweemaal toe werd het luchtverkeer stilgelegd door acties van de luchtverkeersleiders. Honderden vluchten werden geschrapt. Dat leidt natuurlijk tot economische miljoenenschade.
Luchtverkeersleiders dragen een grote verantwoordelijkheid, maar worden daarvoor ook zeer goed beloond. Dus iedereen zou er toch wel een beetje op mogen rekenen dat zij gewoon hun job doen. Zij veroorzaken nu enorme schade, op een bijzonder drieste manier, want het was een heel brutale aanval op de luchthaven en de hele sector. Dat raakt onze luchthavengemeenschap recht in het hart.
De luchthaven is de tweede economische motor van dit land. Wie daarmee speelt, wie economische schade uitstrooit alsof het hem niet interesseert, wie duizenden passagiers keihard treft, moet op geen enkel begrip rekenen. Dan hoeft men ook niet verbaasd te zijn dat alle ruiten zijn ingegooid.
Mijnheer de minister, er moet worden ingegrepen. Er moeten stappen worden gezet. Al jarenlang vragen verschillende partijen om de minimale dienstverlening in te voeren. Ook mijn fractie heeft daar altijd voor gepleit. Die roep wordt alleen maar luider en luider en dat is niet meer dan terecht.
Mijnheer de minister, welke stappen zet de regering om dat een realiteit te maken?
Maxime Prévot:
Geachte collega’s, de spontane staking van de luchtverkeersleiders in de nacht van 1 op 2 juni en in de middag van 2 juni heeft een aanzienlijke impact gehad op de werking van de luchthavens. Er waren meer dan 200 vluchten gepland voor deze periode van werkonderbreking, wat belangrijke vertragingen tot gevolg had voor de reizigers en voor de luchtvaartmaatschappijen.
Deze staking kwam er naar aanleiding van de invoering van een centrum van digitale torens voor de luchthavens van Luik en Charleroi, in Namen, een mooie stad. Voor deze transitie is het afsluiten van een sociaal akkoord noodzakelijk. Daarover werd onderhandeld binnen de sociale dialoog binnen het bedrijf.
Deze dialoog is al enkele maanden aan de gang en heeft geleid tot een voorakkoord dat werd ondertekend door de belangrijkste vakorganisatie die de luchtverkeersleiders vertegenwoordigt. Dit voorakkoord moest aan het paritair comité worden voorgelegd op 12 juni. De spontane actie heeft dit proces jammer genoeg onderbroken.
Het syndicale statuut voorziet nochtans in duidelijke procedures, die strikt moeten worden nageleefd bij sociale acties. Volgens de beschikbare informatie werden deze procedures in dit geval niet gevolgd. Skeyes heeft intussen de nodige stappen ondernomen om de rust te herstellen en blijft zich engageren voor een constructieve dialoog met de representatieve vakorganisaties. Er wordt trouwens een minimale dienstverlening gewaarborgd via het beheerscontract. Dit verplicht skeyes in alle omstandigheden de essentiële dienstverlening van het luchtverkeer te waarborgen, met name voor bijstand aan vliegtuigen in nood, vluchten voor humanitaire doeleinden, zoek- en reddingsmissies die door de bevoegde overheid werden goedgekeurd, gedwongen terugkeer, vluchten die uitgevoerd worden door de douane, de politie of het Belgisch leger en medische vluchten.
Deze minimale dienstverlening werd gewaarborgd tijdens de stakingen van 1 en 2 juni. In tegenstelling tot andere sectoren, zoals het spoor of bepaalde overheidsdiensten zoals de gevangenissen, wordt er in dit stadium niet voorzien in het behoud van een gedeeltelijk aanbod voor de gebruikers. Elke eventuele uitbreiding van deze minimale dienstverlening naar een uitgebreider model, dat tot doel heeft een gedeeltelijke continuïteit van de dienstverlening aan de passagiers te waarborgen, naar het voorbeeld van wat bij de NMBS bestaat, vereist een wetgevend initiatief.
De diensten van minister Crucke analyseren de mogelijkheid van een dergelijke optie om een juist evenwicht te waarborgen tussen enerzijds de naleving van het stakingsrecht en anderzijds de nood om de impact van de sociale acties op de gebruikers en op de economie te beperken, rekening houdend met het essentiële karakter van de controle van het luchtverkeer. Minister Crucke heeft de CEO van skeyes eveneens gevraagd om zich bij dit initiatief aan te sluiten, dat ik essentieel en gerechtvaardigd acht. Het spreekt voor zich dat dit onderwerp, dat tot doel heeft de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, het voorwerp zal uitmaken van een grondig overleg met alle betrokken partijen.
Jean-Marie Dedecker:
Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik hoor u dat graag zeggen, maar ik zou liever zien dat er een echt wetgevend initiatief komt dat verder reikt dan het huidige beheerscontract.
U zegt dat er een beheerscontract bestaat, maar dat het niet werd nageleefd. Het werd voorgelegd aan de vakbonden, maar ook dat werd niet gevolgd. Geef de vakbonden rechtspersoonlijkheid en dan zullen ze het wel volgen.
Het gaat erom een minimale dienstverlening te garanderen voor iedereen, zowel voor onze economie als voor het vrachtverkeer en de passagiers. Dat moet gebeuren. Er moet een minimale dienstverlening komen zodat de luchthavens niet meer moeten sluiten.
Kjell Vander Elst:
Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Collega's, ik hoor hier vaak dat er een wetgevend initiatief nodig is. Dat wetgevend initiatief ligt klaar: een wetsvoorstel tot invoering van een gegarandeerde dienstverlening bij skeyes, ingediend door de Andersfractie in het Parlement. Ik hoop dus dat degenen die zeggen dat we een wetgevend initiatief nodig hebben, zoals onder meer de collega's van de N-VA, ervoor zullen zorgen dat we dat voorstel zo snel mogelijk kunnen goedkeuren.
Mijnheer de minister, staken is een recht, maar er bestaat geen recht op misbruik van het stakingsrecht. Het feit dat één dienst, een goedbetaalde dienst, de hele luchthavengemeenschap kan platleggen, kan niet door de beugel. Dat schaadt onze economie, onze reizigers en onze luchthavengemeenschap. We hebben al genoeg tijd verloren, mijnheer de minister. In het belang van onze luchthaven, onze reizigers en onze economie hoop ik dat we snel kunnen overgaan tot de gegarandeerde dienstverlening bij skeyes.
Bert Wollants:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik denk dat het voor iedereen duidelijk is welke stappen er moeten worden gezet. We moeten evolueren naar een uitgebreidere minimale dienstverlening, om ervoor te zorgen dat we onze luchthavens kunnen beschermen tegen dit soort acties. Ik ben blij dat minister Crucke daarin het voortouw zal nemen en verdere stappen zal zetten. Hij is bovendien zeer goed geplaatst om dat te doen. Toen hij minister was in de Waalse regering, bevoegd voor de luchthavens, was hij immers een van de eersten die op tafel klopten om de minimale dienstverlening te eisen. Laten we dat verhaal opnieuw naar voren brengen en er samen voor zorgen dat gebeurt wat eigenlijk iedereen in deze zaal wil, namelijk dat we op onze luchthaven en op onze luchtverkeersleiders kunnen rekenen en dat de luchthaven als economische motor maximaal kan blijven draaien. Daar moeten we voor gaan en daarin zullen wij de minister absoluut steunen.
-
Vraag: Het ronselen van nieuwe rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming
Vraag: De verhoogde tegemoetkoming
Vraag: De schokkende ronselpraktijken van ziekenfondsen met betrekking tot de RVT-status
gezondheid en welzijnHet ronselen van nieuwe rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming
De verhoogde tegemoetkoming
De schokkende ronselpraktijken van ziekenfondsen met betrekking tot de RVT-status
Misbruik en ronselpraktijken rond verhoogde tegemoetkoming en RVT-status summaryExplanationGesteld door
Anders. Alexia Bertrand
N-VA Frieda Gijbels
MR Daniel Bacquelaine
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 4 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Alexia Bertrand (N-VA) bekritiseert dat 2 miljoen Belgen (20% van de bevolking) – waaronder bijna een minister – ten onrechte verhoogde tegemoetkomingen ontvangen, terwijl het armoederisico slechts 10% bedraagt, en noemt het proactief benaderen door ziekenfondsen "hallucinant" en "démarchage". Minister Vandenbroucke (Vooruit) verdedigt het systeem: de brief aan minister Simonet was gebaseerd op onvolledige fiscale gegevens (haar parlementair inkomen ontbrak), en hij wijst de schuld af door te stellen dat zijn voorstel voor automatische inkomencontroles (via een vermogenskadaster) door dezelfde critici wordt geblokkeerd. Bacquelaine (MR) en Gijbels (N-VA) eisen strengere controles en een onafhankelijk orgaan, beschuldigen ziekenfondsen van commerciële belangenvermenging en noemen het huidige systeem "lek als een zeef" en "kaduuk", terwijl Vandenbroucke hun hypocrisie aanwijst omdat ze zijn oplossing weigeren.
Alexia Bertrand:
Collega’s, 2 miljoen mensen in ons land genieten van de verhoogde tegemoetkoming. Dat is 20 % van onze bevolking. Eén op de drie Brusselaars geniet ervan, hetzelfde geldt voor Antwerpen. Nochtans ligt het armoederisico in dit land slechts op 10 %. Toch krijgen dubbel zoveel mensen dat voordeel. Dat kost miljarden per jaar aan de sociale zekerheid. Het heeft immers tal van sociale voordelen: voor 1 euro naar de dokter, goedkopere energieprijzen, gratis sportkampen, noem maar op.
Deze week konden we vernemen dat we bijna een minister met dat statuut hadden. Het is hallucinant. Mevrouw Simonet werd gecontacteerd door haar ziekenfonds om te bekijken of ze in aanmerking komt voor dat statuut. Ik viel van mijn stoel. Ik weet niet of ze met een Porsche rijdt of aan haar zwembad lag, want ik weet dat dat belangrijk is voor de socialisten, maar ik veronderstel dat haar inkomen gekend is.
Dat mutualiteiten klanten ronselen, wisten we al. Er is een opbod. Solidaris, de socialistische mutualiteit, betaalt zelfs het remgeld terug. Remgeld, het woord heeft nochtans een betekenis. Mijnheer de minister, dat is echter een nieuwe en zeer verregaande stap.
We kunnen ons afvragen dat als een minister gecontacteerd wordt, wie nog proactief wordt gecontacteerd. Hoeveel brieven werden door de ziekenfondsen verstuurd?
Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van die praktijk en wat zult u eraan doen?
Frieda Gijbels:
Ja, hallo? Ach, minister Vandenbroucke, het is Frieda hier, de dossierbeheerder van uw ziekenfonds. U hebt misschien al gehoord dat we uw collega, minister Simonet, wat extra sociale voordelen hebben willen aanbieden. We zijn u niet vergeten. We willen u eigenlijk hetzelfde voorstel doen. We hebben namelijk nog een paar verhoogde tegemoetkomingen in de aanbieding. Die zijn echt superpopulair. Eén op vijf heeft daar al op ingetekend. In Brussel is dat één op drie. Brussel loopt, zoals we weten, altijd een beetje voor op de rest van België. We weten ook dat de N-VA zegt dat we daar wat zuiniger mee moeten zijn en dat we die verhoogde tegemoetkomingen niet aan iedereen moeten toekennen, maar die mensen willen het niet begrijpen, mijnheer de minister. Dat sociaal statuut dient eigenlijk om te voorkomen dat men ooit een risico loopt op armoede. Eigenlijk is het dus een statuut voor iedereen. We weten wel, mijnheer de minister, dat u nu minister bent, maar wat zal het morgen zijn?
Even serieus, dat was natuurlijk een kleine sketch. Moeten we dat normaal vinden? Onze sociale zekerheid kost 150 miljard euro per jaar. We doen moeite om dat potje elk jaar opnieuw te vullen, om solidair te kunnen zijn met wie dat nodig heeft. Maar het systeem blijkt zo lek als een zeef. Ziekenfondsen hebben echt een rol te spelen in onze samenleving. Ze moeten hun leden informeren. Ze moeten hen op weg zetten naar een goede gezondheidszorg. Ze moeten hen helpen om zo gezond mogelijk te blijven. Wat ze niet moeten doen, is ministers contacteren om te bekijken of die misschien sociale voordelen nodig hebben. Dat is een slag in het gezicht van ons allemaal, maar zeker van de mensen die het moeilijk hebben.
Mijnheer de minister, wilt u samen met ons nadenken om dat systeem, dat toch compleet kaduuk blijkt te zijn, volledig te hervormen?
Daniel Bacquelaine:
Nous sommes évidemment favorables à la solidarité. Le BIM, l’intervention majorée, est un système qui permet cette solidarité. Toutefois, nous avons le devoir éthique et moral d’utiliser correctement les ressources de la sécurité sociale en faveur des personnes les plus vulnérables, de celles qui en ont réellement besoin. Or nous assistons aujourd’hui à un laxisme irresponsable de certaines mutualités en ce qui concerne le contrôle de l’attribution du statut BIM. Ce n’est plus un contrôle, cela se transforme en démarche commerciale, en démarche de concurrence non régulée, ce qui conduit les mutualités à se partager un marché. Ce n’est pas acceptable et ce contrôle doit être renforcé.
Monsieur le ministre, nous savons qu’après une période d’énervement face à ces questions – nous l’avons bien compris –, vous avez désormais pris à bras-le-corps la réalité de ce problème. Vous avez annoncé votre intention d’entreprendre un certain nombre de démarches. Je souhaiterais donc connaître aujourd’hui la manière dont vous allez enfin faire en sorte que ce système soit contrôlé efficacement.
Quelles démarches allez-vous entreprendre à l’égard des mutualités, notamment en ce qui concerne leur déontologie? Ce contrôle devrait-il être effectué par un organisme public indépendant qui ne soit pas soumis à cette logique commerciale des mutualités? Quelles mesures concrètes allez-vous prendre afin que la solidarité bénéficie effectivement à celles et ceux qui en ont le plus besoin?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, er werden u drie vragen voorgeschoteld. Dat betekent dat u vijf minuten spreektijd hebt om te antwoorden.
Frank Vandenbroucke:
Chers collègues, ce qui circule à propos de l’intervention majorée devient de plus en plus absurde. Selon certaines informations, la ministre Simonet aurait déclaré hier que sa mutualité voulait lui accorder l’intervention majorée. Selon mes informations, ce n’est pas ce qui s’est passé. Mme Simonet n’aurait d’ailleurs jamais reçu l’intervention majorée, et à juste titre, car j’aurais été le premier à le dénoncer.
Que s’est ‑ il donc pass é dans son cas? En 2025, alors qu ’ elle é tait ministre, elle a re ç u une lettre de sa mutualit é l ’ informant que, sur la base des donn é es fiscales disponibles, elle pourrait avoir droit à l ’ intervention major é e et qu ’ elle pouvait contacter sa mutualit é pour examiner la question. La mutualit é pr é cise clairement qu ’ il faut tenir compte de tous ses revenus ainsi que de ceux de toutes les personnes de son ménage et qu’elle devra, si elle le souhaite, remplir une déclaration sur l’honneur concernant l’ensemble de ses revenus.
Mme Simonet a reçu cette lettre d’invitation sur la base des données fiscales connues pour l’année 2024. À l’époque, elle était avocate et députée. Je ne me prononcerai pas sur ses revenus déclarés en tant qu’avocate – peut ‑ ê tre doit ‑ elle é claircir cela – mais les revenus parlementaires ne sont pas repris dans le flux fiscal classique. L ’ administration fiscale n ’ a donc pas tenu compte, lors de la notification à la mutualit é , de son revenu parlementaire. La mutualit é a envoy é le courrier sur la base des donn é es connues.
Que les choses soient claires! Mme Simonet n’aurait jamais bénéficié de l’intervention majorée. Si elle ne répond pas à la lettre d’invitation, la mutualité ne lui accorde pas le droit. Et si elle avait répondu malgré tout, la mutualité aurait mené une enquête sur ses revenus et elle aurait dû déclarer son salaire parlementaire ainsi que ses autres revenus dans sa déclaration sur l’honneur. Il n'est donc pas question de démarchage ni d'octroi automatique et non demandé.
De plus, cette lettre d’invitation n’aurait jamais été envoyée si la mutualité avait pu obtenir des signaux des bases de données disponibles concernant l’ensemble de ses revenus.
Que faut-il faire, monsieur Bacquelaine, madame Gijbels, madame Bertrand, pour ne plus avoir de cas tels que celui-là? Vous trouvez cela tellement scandaleux qu'on ait proposé le statut BIM à Mme Simonet. C'est simple comme bonjour: acceptez la proposition que j'ai faite au gouvernement!
J'ai proposé formellement que toutes les bases de données disponibles soient utilisées pour garantir que les personnes qui en ont besoin bénéficient de l'intervention majorée, mais que les personnes qui n'en ont pas besoin n'en bénéficient pas. C'est équitable et solidaire. Il se fait que les trois partis qui se manifestent ici et trouvent cette situation scandaleuse sont les trois partis qui empêchent la solution.
Il y aura encore beaucoup de "cas Simonet", sauf si vous acceptez ma proposition qui élimine le problème.
Collega’s, de mutualiteit in kwestie heeft gedaan wat ze moest doen. Ze heeft een brief gestuurd om te melden dat de fiscale gegevens die zij ontvangt, aangeven dat de betrokkene een bijzonder laag inkomen heeft en een beroep kan doen op dat statuut, indien zij dat wenst. Indien mevrouw Simonet niet had gereageerd, was er overigens geen enkel probleem geweest. Indien zij dat statuut had willen verkrijgen, had zij al haar inkomsten moeten aangeven en die waren uiteraard veel te hoog.
Als we die middeleeuwse rompslomp in de eenentwintigste eeuw willen vermijden, stel ik voor om die fiscale gegevens automatisch en op een vertrouwelijke manier beschikbaar te maken. Dat is wat ik heb voorgesteld, maar u bent daar alle drie absoluut tegen. Hoe hypocriet kunt u zijn, mijnheer Bacquelaine, mevrouw Bertrand en mevrouw Gijbels?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, uw systeem is gewoon totaal ontspoord, totaal ontploft. Twee van de drie partijen die dat schandalig vinden, zitten in uw meerderheid. Ik hoor hen niet applaudisseren voor een vermogenskadaster.
Mijnheer de minister, als de ziekenfondsen de tijd hebben om een minister te vragen of zij dat statuut nodig heeft, dan zit er nog vet op de soep. Ik wens u veel succes met de begroting, met deze sfeer in de meerderheid.
Ja, u gebruikt dit als een instrument om uw vermogenskadaster erdoor te krijgen. De situatie met mevrouw Simonet is echter het beste bewijs dat u geen vermogenskadaster nodig hebt. U kunt op basis van haar inkomen weten dat dit absoluut onrechtvaardig is. Mensen proactief contacteren is gewoon een démarchage . U hebt niet gezegd of u op de hoogte was van die praktijk. Waarom niet? Omdat u niet alleen op de hoogte bent, u moedigt het ook aan. Dit is het resultaat van uw beleid.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, het is gewoon een feit dat ziekenfondsen zoveel mogelijk middelen uit de sociale zekerheid proberen op te zuigen, om die vervolgens onder hun leden te verdelen. Dat is gewoon een commerciële logica die daar speelt. Dit kan niet, want dit leidt tot belangenvermenging. Dit leidt tot overconsumptie van middelen die we elders keihard nodig hebben.
Wie denkt sociale voordelen te mogen genieten, moet die ook aanvragen. Die persoon moet dan wel enige transparantie bieden. Dat hoeft niet proactief te gebeuren. Daar hoeven geen ziekenfondsen tussen te zitten. Als ziekenfondsen vandaag ministers contacteren om te bekijken of sociale voordelen nodig zijn, dan zijn we echt verkeerd bezig.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, vous avez préféré passer votre temps de réponse à calomnier et à suspecter votre collègue, dont je n'avais d'ailleurs pas cité le nom et dont je n'avais pas soumis le cas. Je constate cette nervosité et cette façon de faire. Vous n'avez pas plus de déontologie que les mutualités, manifestement. Je le constate. J'ai déposé une proposition de loi qui précise exactement qu'il faut tenir compte, pour l'attribution du statut BIM, de la situation matérielle globale des personnes qui prétendent pouvoir bénéficier de l'intervention majorée. J'ai défendu cette proposition. Actuellement, vous n'avez manifestement entrepris aucune démarche. En tout cas, vous ne nous le dites pas. C'est cela qui est scandaleux: laisser perdurer une situation tout à fait inacceptable et irresponsable de la part des mutualités en matière de contrôle de l'attribution du statut BIM.
-
Vraag: De initiatieven van de eerste minister om een rentesneeuwbal te voorkomen
Vraag: De peiling van de VRT en De Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Vraag: Het gebrek aan draagvlak voor de indexsprongen
Vraag: De peiling van de VRT en de Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Vraag: De onenigheid over de centenindex
economie en werkDe initiatieven van de eerste minister om een rentesneeuwbal te voorkomen
De peiling van de VRT en De Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Het gebrek aan draagvlak voor de indexsprongen
De peiling van de VRT en de Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
De onenigheid over de centenindex
Peilingen en maatregelen rond economisch beleid en draagvlak summaryExplanationGesteld door
Anders. Arthur Orlians
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Ecolo-Groen Jeroen Van Lysebettens
Anders. Kjell Vander Elst
VB Barbara Pas
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie bekritiseert premier De Wever scherp voor zijn onpopulaire begrotingsmaatregelen—met name de centenindex, die volgens peilingen door 70% van de bevolking, sociale partners, werkgevers en zelfs coalitiepartners wordt afgewezen, maar desondanks wordt doorgedrukt. Critici (Hedebouw, Van Lysebettens, Pas) beweren dat de regering democratisch gezag mist (maatregelen stonden niet in verkiezingsprogramma’s), koopkracht aantast (dubbele indexsprong: centenindex plus stiekem voorbereide "afgevlakte index") en economische groei ondermijnt door extra belastingen op bedrijven en burgers, terwijl alternatieven van sociale partners genegeerd worden. De Wever erkent de ernst van het begrotingstekort (5,8% in 2029, schuld 122%) en de dreigende rentesneeuwbal, maar wijst op positieve signalen van ratingbureaus voor zijn langetermijnbeleid en roept op tot snelle, pijnlijke saneringen—zelfs als die onpopulair zijn—om de welvaartsstaat te redden. Hij ontwijkt concrete antwoorden over de rente- en groeistrategie, benadrukt geheimhouding tijdens onderhandelingen en verdedigt de maatregelen als "algemeen belang", terwijl oppositie en coalitiepartners hem hypocrisie en koppigheid verwijten.
Arthur Orlians:
Beste premier, u bent naar eigen zeggen premier van dit land geworden om de begroting te redden en om het rotten te stoppen. De waarheid is echter dat de begroting elke dag slechter en slechter wordt. Uit het Rapport van het Rekenhof leren we dat we nu de slechtste begroting hebben van heel de eurozone, dat het begrotingstekort en de schuldgraad de komende jaren nog zullen oplopen tot 5,8 % respectievelijk 122 % en dat een rentesneeuwbal gevaarlijk dichtbij komt.
De rente op onze schuld dreigt sneller te stijgen dan onze economische groei of de inflatie. Daarom zijn mijn vragen heel duidelijk.
Ten eerste, welke begrotingsinspanningen zijn er volgens u nog nodig om een rentesneeuwbal te vermijden? Is het bedrag van 7 miljard, waarnaar u op zoek zou zijn, genoeg? Veel experts waarschuwen dat de uitdaging eigenlijk veel groter is.
Ten tweede, hoe zult u de economische groei versterken? Dat is minstens even belangrijk als begrotingsmaatregelen ter waarde van 7 miljard, waarbij het ongetwijfeld alleen maar gaat om nieuwe taksen, taksen op bedrijven en nieuwe regels, om de rentesneeuwbal te voorkomen.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, veel smelt vandaag weg door het warme weer. Ook het draagvlak voor uw beleid smelt weg. Uit de peiling van de vrt en De Standaard in verband met de maatregelen die u hebt genomen, blijkt dat er voor de centenindex, de aanval op de koopkracht van wie meer dan 4.000 euro bruto verdient, 30 % steun is in België. Twee derde van de ondervraagden is tegen de centenindex en toch wilt u die hier vandaag goedkeuren. Een btw-verhoging krijgt 20 % steun en acht op de tien Belgen zijn er dus tegen, maar toch wilt u de goedkeuring forceren.
Beste collega's, interessant in die peiling is de evolutie in één jaar tijd. Zo is het draagvlak voor de malus op pensioenen, die vandaag ter stemming ligt, in één jaar tijd met 10 à 12 % afgekalfd.
Specialisten veronderstellen dat, nu de inhoud van de hervormingen het voorbije jaar duidelijk is geworden, de steun onder de burgers afneemt. Met andere woorden, hoe meer de mensen begrijpen wat uw beleid inhoudt, hoe meer informatie daarover in de gemeenschap circuleert, hoe meer de mensen beseffen dat ze daar niet achter kunnen staan.
Men heeft ook gepeild naar de houding van de ondervraagden ten opzichte van het sociaal protest. In Vlaanderen bijvoorbeeld steunde vorig jaar 59 % het sociaal protest, vandaag is dat 67 %. Mijnheer de eerst minister, het sociaal protest is vandaag inderdaad de locomotief van onze samenleving.
Mijnheer de premier, u hebt de strijd om de publieke opinie verloren. Ik vraag u om daaruit conclusies trekken bij de stemming die u vandaag wilt forceren.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega's, mijnheer de premier, niemand steunt de centenindex, de werkgevers niet, de werknemers niet, de mensen niet. Uit een bevraging van De Standaard en de VRT blijkt dat 70 % van de mensen niet achter dat voorstel staat, maar de regering volhardt in de boosheid. Flashback naar vorige week: de afgevlakte index van de sociale partners is in uw ogen, premier, en in die van minister Vandenbroucke onrechtvaardig. Die index treft sommigen zelfs dubbel: de kleine pensioenen, de kleine lonen enzovoort. Daarom houdt Arizona vast aan de centenindex, dixit minister Vandenbroucke en de premier. Gisteren kreeg minister Vandenbroucke een eenvoudige vraag. Kan hij garanderen dat er tijdens de komende begrotingsonderhandelingen geen aanpassingen aan de index komen? Geen antwoord, alleen de mantra dat de regering vasthoudt aan de centenindex.
Vandaag echter kunnen we lezen dat de federale regering via Statbel al twee jaar werkt aan die zogenaamde afgevlakte index in het kader van de Europese harmonisering. Dus terwijl men het voorstel van de sociale partners in de media afbrandt, wordt in het geniep in de achterkamers hetzelfde voorbereid, niet zoals de sociale partners om de middenklasse beter te beschermen, maar wel om een dubbele besparing op kap van de mensen door te voeren, eerst via de centenindex en daarbovenop via de afgevlakte index. Dat is precies het voorstel dat u hebt weggezet als asociaal en onverantwoord. Collega's, die hypocrisie is toch hallucinant?
Mijnheer de premier, wat is nu echt het plan van de regering, de middenklasse twee keer laten betalen, eerst via de centenindex en dan nog eens via de afgevlakte index?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, u weet ongetwijfeld wat er vandaag op het menu staat van het Parlement. Dat is het soepkieken van de cd&v, de zoveelste trofee van Vooruit, de centenindex. Uw coalitiepartners zijn tegen, vakbonden en werkgevers zijn tegen, zelfstandigen, ondernemers, mensen en bedrijven die dat allemaal moeten implementeren zijn tegen, alle economen zijn tegen. Uit de bevraging van de VRT blijkt nu dat ook de bevolking tegen die maatregelen is. De mensen hebben hun buik vol van al dat broddelwerk, van al die lelijke kamelen, van de btw-brol tot het gedrocht van die centenindex.
Iedereen zegt: doe dat niet. Dat complexe gedrocht zal de mensen geld kosten en de loonkosten ook doen stijgen. Het is onwerkbaar en het is eerlijk gezegd een simpele, platte belastingverhoging.
Het ergste van al, mijnheer de premier, is dat er een alternatief van de sociale partners op tafel ligt, een alternatief dat eenvoudiger, eerlijker en beter voor de begroting is. Een akkoord tussen vakbonden en werkgevers, dat is historisch in dit land, maar u en uw partij, samen met de socialisten, aan het handje van meester Frank, doen koppig voort met dat complex gedrocht, tegen beter weten in.
Dat moet er allemaal door. We hebben nog een paar dagen, want 1 juni staat voor de deur. Een heel belangrijke sector in dit land zegt nu al dat ze dat niet gerealiseerd, niet geïmplementeerd krijgt. De energiesector, FEBEG, krijgt dat niet geïmplementeerd. Klopt het, mijnheer de premier, dat een van de belangrijkste sectoren in dit land dat niet geïmplementeerd zal krijgen?
Mijnheer de premier, u hebt nog een laatste kans. De stemming heeft nog niet plaatsgevonden, het is nog niet te laat. Zult u koppig blijven doorduwen en dat soepkieken uitvoeren, of zult u over uw eigen schaduw heen stappen en rond de tafel gaan zitten met de sociale partners?
Barbara Pas:
België is het enige land ter wereld waar meer dan de helft van het loon naar de Staat gaat. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de burgers graag minder belastingen willen. Dat werd hun onder andere door u beloofd voor de verkiezingen, maar vandaag krijgen ze van u en uw regering btw-verhogingen, extra taksen, extra accijnzen, een centenindex en een meerwaardetaks die zelfs de PS niet durfde invoeren.
Mijnheer de premier, niet alleen het Vlaams Belang kan uw maatregelen niet smaken, zoals uit de resultaten van De Stemming blijkt, brokkelt ook de maatschappelijke steun massaal af. Een overgrote meerderheid kant zich tegen de centenindex. Dat is uiteraard niet te verwonderen. Dat gemorrel aan de index zorgt voor extra kosten voor de werkgever en treft ongeveer de helft van de werkende bevolking, vooral Vlamingen.
De bevraging van de VRT weerspiegelt zich ook in het gebrek aan draagvlak ervoor binnen uw eigen regering. Naast uzelf en Frank Vandenbroucke is er blijkbaar niemand die uw dubbele indexsprong nog steunt: twee derde van de bevolking niet, de sociale partners niet, maar ook uw eigen coalitiepartners niet. Enerzijds is het een soepkieken dat zo snel mogelijk verdronken moet worden, maar anderzijds gaat cd&v straks wel op het groene knopje drukken om het goed te keuren. Tjeven blijven tjeven.
Mijnheer de premier, uw regeringsleden blijven elkaar tot vandaag nog altijd tegenspreken over de vraag of de centenindex opnieuw op tafel zal komen te liggen of niet. Kunt u daar eindelijk duidelijkheid over geven? Waarom blijft u in godsnaam vasthouden aan zo’n slecht idee waar totaal geen draagvlak voor is?
Voorzitter:
Voilà, mijnheer de premier, daarmee hebben we vijf vragen. Dat geeft u ook vijf minuten om erop te reageren.
Bart De Wever:
Mijnheer Orlians, proficiat met uw eerste tussenkomst in dit vragenuurtje. Ik dank u ook om mij te herinneren aan wat mijn voorganger heeft nagelaten. De toestand is inderdaad niet goed. De macro-economische omstandigheden waarin wij moeten werken, zijn tamelijk dramatisch en zullen op korte termijn spijtig genoeg niet verbeteren.
Ik begrijp dat u mij veel vragen stelt over hoe we dat gaan aanpakken, al gingen de meeste vragen eigenlijk over de programmawet. Ik denk echter dat u daar toch al grondig over gediscussieerd hebt en dat we daar straks over zullen stemmen. Laten we naar de toekomst kijken. U zult wel begrijpen dat ik daarover nu nog niet in detail kan treden. Ik kan alleen toejuichen dat de ernst van het begrotingsprobleem nu echt wel bij iedereen lijkt door te dringen, ook bij de partijen die jarenlang, om niet te zeggen decennialang, in ontkenning hebben geleefd over het probleem en de wonden hebben laten etteren tot de bijzonder ernstige toestand van vandaag.
Ik mag hopen dat diezelfde partijen geïnspireerd worden om de uitrol van sanerende maatregelen niet langer nodeloos te vertragen. Dat zou geweldig helpen. De rapporten van de ratingbureaus – ik beveel u allen de lectuur daarvan aan – duiden het trage parlementaire doorloopproces immers als een zwak punt aan. Het kan erg amusant zijn om hier te filibusteren, maar dat is niet bepaald in het algemeen belang. Wel in het algemeen belang zijn de maatregelen die deze regering het voorbije anderhalf jaar heeft genomen. Die maatregelen worden door de ratingbureaus wel bejubeld als zeer positief, in het bijzonder op de lange termijn. Lees het rapport van Fitch daarover eens. Dat rapport is eigenlijk zeer inzichtelijk over wat ze goed vinden – met name ons beleid – en waar ze de risico’s zien. De waarheid heeft echter haar rechten. De geopolitieke en macro-economische toestand is dermate problematisch, dat wat wij tot heden gedaan hebben onvoldoende is om op korte termijn, met 2029 als perspectief, uit de problemen te komen.
Daarom zijn wij begonnen met de voorbereidingswerken van een nieuwe begrotingsoefening voor het budget van volgend jaar en het meerjarenbudget, met als doelstelling het begrotingstekort opnieuw structureel met meerdere miljarden te reduceren. Ik heb uiteraard persoonlijk ideeën over hoe we dat zouden kunnen doen en waar we die miljarden kunnen vinden, maar als eerste minister kan ik hier enkel spreken namens de regering. Binnen de regering en de meerderheid moet daarover eerst nog een akkoord worden gevonden. Dat oogt – dat hebt u uitgebreid toegelicht met citaten en verwijzingen – uiteraard bijzonder moeilijk. Het tegendeel zou wel zeer eigenaardig zijn, gezien de toestand.
Als we dat akkoord bereiken, zullen we zoals altijd naar dit Huis komen om daar in alle transparantie over te debatteren. Tot zolang beroep ik mijzelf alleszins op de discretie van de lopende onderhandelingen. Ik roep iedereen aan de kant van de meerderheid op om die maximaal te helpen respecteren. We zullen zien. Ik denk alleszins dat het helpt om de slaagkansen te behouden.
Wat het draagvlak betreft, er is veel discussie geweest over specifieke maatregelen. Als men een sanering van deze omvang moet doen, wellicht de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog in dit land, is het redelijk onvermijdelijk dat als men daar met vijf partijen over onderhandelt in dit zeer complexe land, er maatregelen zullen doorkomen die niet populair zijn bij de ene of de andere zijde van het politieke spectrum.
Ik moest even glimlachen toen iemand zei dat de centenindex de trofee van Vooruit was. Als men lang genoeg leeft, maakt men alles mee. Ik denk niet dat dat echt waar is.
Er zullen dus ook maatregelen bij zijn die niemand heel leuk vindt. Ik schrik er zelf nog van dat 20 % van de bevolking ze steunt, omdat ze gewoon niet aangenaam zijn. Er is een waarheid waar men niet aan ontsnapt. Saneren in dit land is geen walk in the park . Het is geen aangename wandeling. De uitdaging is om het draagvlak te behouden. Het toverwoord is handelen in het algemeen belang.
Ik stel wel vast, mijnheer Hedebouw, dat u zedig zwijgt over de maatregelen waarvoor bij de bevolking wél een enorm draagvlak gemeten is, zoals de aanpak van de werkloosheid en de langdurige ziekte. Daarover hebt u niets vermeld. Daar blijkt een enorme appreciatie voor te bestaan.
Alleszins zal de regering de komende tijd opnieuw werk maken van een zo gebalanceerd en rechtvaardig mogelijk pakket aan maatregelen, telkens met het algemeen belang voor ogen: een gezonde begroting en een economie die onze welvaartsstaat veiligstelt voor onze kinderen en kleinkinderen. Dank u wel.
Arthur Orlians:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
De rentevraag en hoe u daarmee zult omgaan in de toekomst, hebt u niet echt beantwoord. Ik begrijp uiteraard de discretie, maar de beste manier om het renteprobleem aan te pakken, is het begrotingstekort aanpakken. Wij zien dat dat tot nu toe alleen maar gebeurt met extra inkomsten en extra taksen.
Er wordt hier gevraagd en gehoopt dat wij vanuit de oppositie de saneringsvoorstellen mee zullen goedkeuren en niet verder zullen vertragen. Dat zullen wij absoluut doen. Wij vinden de centenindex echter geen sanering. Wij vinden dat een platte belastingverhoging, die geen goed idee is.
Voorzitter:
De heer Orlians laat zijn verschijning hier niet ongemerkt voorbijgaan. Hij heeft gisteren eigenlijk al voor het eerst het woord tot ons gericht, maar stelt nu wel zijn eerste officiële vraag. Het is de eerste van ongetwijfeld vele vragen.
(Applaus.)
De heer Hedebouw is, naar ik meen, geen beginneling.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, c’est fou. Vous êtes en train de dire: "Je sais que je prends plein de mesures dont aucun Belge ne veut, même pas 20 %". Et vous foncez quand même. C’est fou à quel point vous mettez la démocratie de côté.
Ce n’était déjà même pas dans vos programmes. Les gens n’ont pas voté pour augmenter la TVA. Les gens n’ont pas voté pour un malus pension. Ce n’était pas dans vos programmes. Les gens n’ont pas voté pour la taxe sur l’indexation des salaires. Ce n’était pas dans vos programmes, donc il n’y avait pas de légitimité.
Un sondage montre que cela diminue encore; et vous foncez. C’est fou. D’autant plus – et là, vous n’avez pas réagi – que le soutien au mouvement social est passé de 55 ou 60 % à 70 ou 80 %, selon les régions. C'est-à-dire que plus vous attaquiez les manifestations, plus les gens soutenaient. Plus vous pointiez du doigt tout le mouvement social que se mobilisait, plus les gens ont apporté leur soutien. Aucune réponse à cela.
Vous me dites que les mesures tapant sur les plus faibles sont plus succesvol . Évidemment: vous divisez le peuple pour mieux régner. Mais vous n’avez aucune légitimité; et vous avez encore quelques heures pour recoller avec la démocratie.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega’s, ziehier het plan-Arizona. Vandaag stemt u over de centenindex, morgen verspreidt de premier zijn nieuwe besparingsnota met de afgevlakte index, de volgende besparing op de koopkracht. 1 mei is voorbij, Rerum novarum is afgelopen en zo ook de sociale bekommernissen van de premier en zijn bende. Of ze nu tot Vooruit of cd&v behoren, allemaal willen ze de koopkracht van de mensen verder beperken. Collega’s, er is één manier om die evolutie te voorkomen, namelijk door straks die centenindex weg te stemmen en aan de slag te gaan met de sociale partners om de koopkracht te beschermen.
Kjell Vander Elst:
Dank u, premier, voor uw antwoord. U zegt dat u maatregelen nodig hebt om de loonkosten te doen vertragen, maar die centenindex zal die loonkosten doen stijgen. Op de vraag over de invoering van die index op 1 juni in heel belangrijke sectoren die daar niet klaar voor zijn, geeft u geen antwoord. 1 juni is al binnen een aantal dagen. Ik hoop dat u dat beseft. Voor de rest is uw antwoord wel duidelijk. U doet koppig voort en gaat de zoveelste lelijke kameel invoeren. Wie onderneemt, moet bloeden en wie de handen uit de mouwen steekt, zal moeten betalen.
Collega’s, ik begrijp absoluut niet de collega’s van Arizona en specifiek van cd&v. Ik hoor heel veel stoere, ronkende verklaringen, heel veel woorden, maar zie weinig daden. Straks zult u van Arizona allemaal braaf op dat groene knopje duwen. Daar is maar één woord voor, hypocrisie. Gelukkig heeft de bevolking dat door.
Barbara Pas:
Uw taksmaatregelen hebben geen draagvlak. U beloofde in ruil 1.000 euro netto extra loon tegen 2030. Door die extra energietaksen, door die centenindex en door allerhande belastingen zullen onze mensen net niet meer, maar minder overhouden. Het ergste is dat u daarmee helemaal geen gezonde begroting krijgt. U hebt het grootste begrotingstekort van de hele eurozone. Uw plannen om het roer om te gooien, zijn zo ongeloofwaardig dat de kredietratings van België voor het eerst in vijftien jaar werden verlaagd. Doe wat u moet doen, mijnheer de premier. Doe wat u de kiezer beloofde en dat is orde op zaken stellen door institutioneel te hervormen, door fiscale autonomie in plaats van telkens opnieuw in de zakken van de Vlamingen te zitten, terwijl dat nergens voor nodig is.
-
Vraag: De initiatieven van de eerste minister om een rentesneeuwbal te voorkomen
Vraag: De peiling van de VRT en De Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Vraag: Het gebrek aan draagvlak voor de indexsprongen
Vraag: De peiling van de VRT en de Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Vraag: De onenigheid over de centenindex
economie en werkDe initiatieven van de eerste minister om een rentesneeuwbal te voorkomen
De peiling van de VRT en De Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Het gebrek aan draagvlak voor de indexsprongen
De peiling van de VRT en de Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
De onenigheid over de centenindex
Peilingen en maatregelen rond economisch beleid en draagvlak summaryExplanationGesteld door
Anders. Arthur Orlians
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Ecolo-Groen Jeroen Van Lysebettens
Anders. Kjell Vander Elst
VB Barbara Pas
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie bekritiseert premier De Wever scherp voor zijn onpopulaire begrotingsmaatregelen—met name de centenindex, die volgens peilingen door 70% van de bevolking, sociale partners, werkgevers en zelfs coalitiepartners wordt afgewezen, maar desondanks wordt doorgedrukt. Critici (Hedebouw, Van Lysebettens, Pas) beweren dat de regering democratisch gezag mist (maatregelen stonden niet in verkiezingsprogramma’s), koopkracht aantast (dubbele indexsprong: centenindex plus stiekem voorbereide "afgevlakte index") en economische groei ondermijnt door extra belastingen op bedrijven en burgers, terwijl alternatieven van sociale partners genegeerd worden. De Wever erkent de ernst van het begrotingstekort (5,8% in 2029, schuld 122%) en de dreigende rentesneeuwbal, maar wijst op positieve signalen van ratingbureaus voor zijn langetermijnbeleid en roept op tot snelle, pijnlijke saneringen—zelfs als die onpopulair zijn—om de welvaartsstaat te redden. Hij ontwijkt concrete antwoorden over de rente- en groeistrategie, benadrukt geheimhouding tijdens onderhandelingen en verdedigt de maatregelen als "algemeen belang", terwijl oppositie en coalitiepartners hem hypocrisie en koppigheid verwijten.
Arthur Orlians:
Beste premier, u bent naar eigen zeggen premier van dit land geworden om de begroting te redden en om het rotten te stoppen. De waarheid is echter dat de begroting elke dag slechter en slechter wordt. Uit het Rapport van het Rekenhof leren we dat we nu de slechtste begroting hebben van heel de eurozone, dat het begrotingstekort en de schuldgraad de komende jaren nog zullen oplopen tot 5,8 % respectievelijk 122 % en dat een rentesneeuwbal gevaarlijk dichtbij komt.
De rente op onze schuld dreigt sneller te stijgen dan onze economische groei of de inflatie. Daarom zijn mijn vragen heel duidelijk.
Ten eerste, welke begrotingsinspanningen zijn er volgens u nog nodig om een rentesneeuwbal te vermijden? Is het bedrag van 7 miljard, waarnaar u op zoek zou zijn, genoeg? Veel experts waarschuwen dat de uitdaging eigenlijk veel groter is.
Ten tweede, hoe zult u de economische groei versterken? Dat is minstens even belangrijk als begrotingsmaatregelen ter waarde van 7 miljard, waarbij het ongetwijfeld alleen maar gaat om nieuwe taksen, taksen op bedrijven en nieuwe regels, om de rentesneeuwbal te voorkomen.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, veel smelt vandaag weg door het warme weer. Ook het draagvlak voor uw beleid smelt weg. Uit de peiling van de vrt en De Standaard in verband met de maatregelen die u hebt genomen, blijkt dat er voor de centenindex, de aanval op de koopkracht van wie meer dan 4.000 euro bruto verdient, 30 % steun is in België. Twee derde van de ondervraagden is tegen de centenindex en toch wilt u die hier vandaag goedkeuren. Een btw-verhoging krijgt 20 % steun en acht op de tien Belgen zijn er dus tegen, maar toch wilt u de goedkeuring forceren.
Beste collega's, interessant in die peiling is de evolutie in één jaar tijd. Zo is het draagvlak voor de malus op pensioenen, die vandaag ter stemming ligt, in één jaar tijd met 10 à 12 % afgekalfd.
Specialisten veronderstellen dat, nu de inhoud van de hervormingen het voorbije jaar duidelijk is geworden, de steun onder de burgers afneemt. Met andere woorden, hoe meer de mensen begrijpen wat uw beleid inhoudt, hoe meer informatie daarover in de gemeenschap circuleert, hoe meer de mensen beseffen dat ze daar niet achter kunnen staan.
Men heeft ook gepeild naar de houding van de ondervraagden ten opzichte van het sociaal protest. In Vlaanderen bijvoorbeeld steunde vorig jaar 59 % het sociaal protest, vandaag is dat 67 %. Mijnheer de eerst minister, het sociaal protest is vandaag inderdaad de locomotief van onze samenleving.
Mijnheer de premier, u hebt de strijd om de publieke opinie verloren. Ik vraag u om daaruit conclusies trekken bij de stemming die u vandaag wilt forceren.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega's, mijnheer de premier, niemand steunt de centenindex, de werkgevers niet, de werknemers niet, de mensen niet. Uit een bevraging van De Standaard en de VRT blijkt dat 70 % van de mensen niet achter dat voorstel staat, maar de regering volhardt in de boosheid. Flashback naar vorige week: de afgevlakte index van de sociale partners is in uw ogen, premier, en in die van minister Vandenbroucke onrechtvaardig. Die index treft sommigen zelfs dubbel: de kleine pensioenen, de kleine lonen enzovoort. Daarom houdt Arizona vast aan de centenindex, dixit minister Vandenbroucke en de premier. Gisteren kreeg minister Vandenbroucke een eenvoudige vraag. Kan hij garanderen dat er tijdens de komende begrotingsonderhandelingen geen aanpassingen aan de index komen? Geen antwoord, alleen de mantra dat de regering vasthoudt aan de centenindex.
Vandaag echter kunnen we lezen dat de federale regering via Statbel al twee jaar werkt aan die zogenaamde afgevlakte index in het kader van de Europese harmonisering. Dus terwijl men het voorstel van de sociale partners in de media afbrandt, wordt in het geniep in de achterkamers hetzelfde voorbereid, niet zoals de sociale partners om de middenklasse beter te beschermen, maar wel om een dubbele besparing op kap van de mensen door te voeren, eerst via de centenindex en daarbovenop via de afgevlakte index. Dat is precies het voorstel dat u hebt weggezet als asociaal en onverantwoord. Collega's, die hypocrisie is toch hallucinant?
Mijnheer de premier, wat is nu echt het plan van de regering, de middenklasse twee keer laten betalen, eerst via de centenindex en dan nog eens via de afgevlakte index?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, u weet ongetwijfeld wat er vandaag op het menu staat van het Parlement. Dat is het soepkieken van de cd&v, de zoveelste trofee van Vooruit, de centenindex. Uw coalitiepartners zijn tegen, vakbonden en werkgevers zijn tegen, zelfstandigen, ondernemers, mensen en bedrijven die dat allemaal moeten implementeren zijn tegen, alle economen zijn tegen. Uit de bevraging van de VRT blijkt nu dat ook de bevolking tegen die maatregelen is. De mensen hebben hun buik vol van al dat broddelwerk, van al die lelijke kamelen, van de btw-brol tot het gedrocht van die centenindex.
Iedereen zegt: doe dat niet. Dat complexe gedrocht zal de mensen geld kosten en de loonkosten ook doen stijgen. Het is onwerkbaar en het is eerlijk gezegd een simpele, platte belastingverhoging.
Het ergste van al, mijnheer de premier, is dat er een alternatief van de sociale partners op tafel ligt, een alternatief dat eenvoudiger, eerlijker en beter voor de begroting is. Een akkoord tussen vakbonden en werkgevers, dat is historisch in dit land, maar u en uw partij, samen met de socialisten, aan het handje van meester Frank, doen koppig voort met dat complex gedrocht, tegen beter weten in.
Dat moet er allemaal door. We hebben nog een paar dagen, want 1 juni staat voor de deur. Een heel belangrijke sector in dit land zegt nu al dat ze dat niet gerealiseerd, niet geïmplementeerd krijgt. De energiesector, FEBEG, krijgt dat niet geïmplementeerd. Klopt het, mijnheer de premier, dat een van de belangrijkste sectoren in dit land dat niet geïmplementeerd zal krijgen?
Mijnheer de premier, u hebt nog een laatste kans. De stemming heeft nog niet plaatsgevonden, het is nog niet te laat. Zult u koppig blijven doorduwen en dat soepkieken uitvoeren, of zult u over uw eigen schaduw heen stappen en rond de tafel gaan zitten met de sociale partners?
Barbara Pas:
België is het enige land ter wereld waar meer dan de helft van het loon naar de Staat gaat. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de burgers graag minder belastingen willen. Dat werd hun onder andere door u beloofd voor de verkiezingen, maar vandaag krijgen ze van u en uw regering btw-verhogingen, extra taksen, extra accijnzen, een centenindex en een meerwaardetaks die zelfs de PS niet durfde invoeren.
Mijnheer de premier, niet alleen het Vlaams Belang kan uw maatregelen niet smaken, zoals uit de resultaten van De Stemming blijkt, brokkelt ook de maatschappelijke steun massaal af. Een overgrote meerderheid kant zich tegen de centenindex. Dat is uiteraard niet te verwonderen. Dat gemorrel aan de index zorgt voor extra kosten voor de werkgever en treft ongeveer de helft van de werkende bevolking, vooral Vlamingen.
De bevraging van de VRT weerspiegelt zich ook in het gebrek aan draagvlak ervoor binnen uw eigen regering. Naast uzelf en Frank Vandenbroucke is er blijkbaar niemand die uw dubbele indexsprong nog steunt: twee derde van de bevolking niet, de sociale partners niet, maar ook uw eigen coalitiepartners niet. Enerzijds is het een soepkieken dat zo snel mogelijk verdronken moet worden, maar anderzijds gaat cd&v straks wel op het groene knopje drukken om het goed te keuren. Tjeven blijven tjeven.
Mijnheer de premier, uw regeringsleden blijven elkaar tot vandaag nog altijd tegenspreken over de vraag of de centenindex opnieuw op tafel zal komen te liggen of niet. Kunt u daar eindelijk duidelijkheid over geven? Waarom blijft u in godsnaam vasthouden aan zo’n slecht idee waar totaal geen draagvlak voor is?
Voorzitter:
Voilà, mijnheer de premier, daarmee hebben we vijf vragen. Dat geeft u ook vijf minuten om erop te reageren.
Bart De Wever:
Mijnheer Orlians, proficiat met uw eerste tussenkomst in dit vragenuurtje. Ik dank u ook om mij te herinneren aan wat mijn voorganger heeft nagelaten. De toestand is inderdaad niet goed. De macro-economische omstandigheden waarin wij moeten werken, zijn tamelijk dramatisch en zullen op korte termijn spijtig genoeg niet verbeteren.
Ik begrijp dat u mij veel vragen stelt over hoe we dat gaan aanpakken, al gingen de meeste vragen eigenlijk over de programmawet. Ik denk echter dat u daar toch al grondig over gediscussieerd hebt en dat we daar straks over zullen stemmen. Laten we naar de toekomst kijken. U zult wel begrijpen dat ik daarover nu nog niet in detail kan treden. Ik kan alleen toejuichen dat de ernst van het begrotingsprobleem nu echt wel bij iedereen lijkt door te dringen, ook bij de partijen die jarenlang, om niet te zeggen decennialang, in ontkenning hebben geleefd over het probleem en de wonden hebben laten etteren tot de bijzonder ernstige toestand van vandaag.
Ik mag hopen dat diezelfde partijen geïnspireerd worden om de uitrol van sanerende maatregelen niet langer nodeloos te vertragen. Dat zou geweldig helpen. De rapporten van de ratingbureaus – ik beveel u allen de lectuur daarvan aan – duiden het trage parlementaire doorloopproces immers als een zwak punt aan. Het kan erg amusant zijn om hier te filibusteren, maar dat is niet bepaald in het algemeen belang. Wel in het algemeen belang zijn de maatregelen die deze regering het voorbije anderhalf jaar heeft genomen. Die maatregelen worden door de ratingbureaus wel bejubeld als zeer positief, in het bijzonder op de lange termijn. Lees het rapport van Fitch daarover eens. Dat rapport is eigenlijk zeer inzichtelijk over wat ze goed vinden – met name ons beleid – en waar ze de risico’s zien. De waarheid heeft echter haar rechten. De geopolitieke en macro-economische toestand is dermate problematisch, dat wat wij tot heden gedaan hebben onvoldoende is om op korte termijn, met 2029 als perspectief, uit de problemen te komen.
Daarom zijn wij begonnen met de voorbereidingswerken van een nieuwe begrotingsoefening voor het budget van volgend jaar en het meerjarenbudget, met als doelstelling het begrotingstekort opnieuw structureel met meerdere miljarden te reduceren. Ik heb uiteraard persoonlijk ideeën over hoe we dat zouden kunnen doen en waar we die miljarden kunnen vinden, maar als eerste minister kan ik hier enkel spreken namens de regering. Binnen de regering en de meerderheid moet daarover eerst nog een akkoord worden gevonden. Dat oogt – dat hebt u uitgebreid toegelicht met citaten en verwijzingen – uiteraard bijzonder moeilijk. Het tegendeel zou wel zeer eigenaardig zijn, gezien de toestand.
Als we dat akkoord bereiken, zullen we zoals altijd naar dit Huis komen om daar in alle transparantie over te debatteren. Tot zolang beroep ik mijzelf alleszins op de discretie van de lopende onderhandelingen. Ik roep iedereen aan de kant van de meerderheid op om die maximaal te helpen respecteren. We zullen zien. Ik denk alleszins dat het helpt om de slaagkansen te behouden.
Wat het draagvlak betreft, er is veel discussie geweest over specifieke maatregelen. Als men een sanering van deze omvang moet doen, wellicht de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog in dit land, is het redelijk onvermijdelijk dat als men daar met vijf partijen over onderhandelt in dit zeer complexe land, er maatregelen zullen doorkomen die niet populair zijn bij de ene of de andere zijde van het politieke spectrum.
Ik moest even glimlachen toen iemand zei dat de centenindex de trofee van Vooruit was. Als men lang genoeg leeft, maakt men alles mee. Ik denk niet dat dat echt waar is.
Er zullen dus ook maatregelen bij zijn die niemand heel leuk vindt. Ik schrik er zelf nog van dat 20 % van de bevolking ze steunt, omdat ze gewoon niet aangenaam zijn. Er is een waarheid waar men niet aan ontsnapt. Saneren in dit land is geen walk in the park . Het is geen aangename wandeling. De uitdaging is om het draagvlak te behouden. Het toverwoord is handelen in het algemeen belang.
Ik stel wel vast, mijnheer Hedebouw, dat u zedig zwijgt over de maatregelen waarvoor bij de bevolking wél een enorm draagvlak gemeten is, zoals de aanpak van de werkloosheid en de langdurige ziekte. Daarover hebt u niets vermeld. Daar blijkt een enorme appreciatie voor te bestaan.
Alleszins zal de regering de komende tijd opnieuw werk maken van een zo gebalanceerd en rechtvaardig mogelijk pakket aan maatregelen, telkens met het algemeen belang voor ogen: een gezonde begroting en een economie die onze welvaartsstaat veiligstelt voor onze kinderen en kleinkinderen. Dank u wel.
Arthur Orlians:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
De rentevraag en hoe u daarmee zult omgaan in de toekomst, hebt u niet echt beantwoord. Ik begrijp uiteraard de discretie, maar de beste manier om het renteprobleem aan te pakken, is het begrotingstekort aanpakken. Wij zien dat dat tot nu toe alleen maar gebeurt met extra inkomsten en extra taksen.
Er wordt hier gevraagd en gehoopt dat wij vanuit de oppositie de saneringsvoorstellen mee zullen goedkeuren en niet verder zullen vertragen. Dat zullen wij absoluut doen. Wij vinden de centenindex echter geen sanering. Wij vinden dat een platte belastingverhoging, die geen goed idee is.
Voorzitter:
De heer Orlians laat zijn verschijning hier niet ongemerkt voorbijgaan. Hij heeft gisteren eigenlijk al voor het eerst het woord tot ons gericht, maar stelt nu wel zijn eerste officiële vraag. Het is de eerste van ongetwijfeld vele vragen.
(Applaus.)
De heer Hedebouw is, naar ik meen, geen beginneling.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, c’est fou. Vous êtes en train de dire: "Je sais que je prends plein de mesures dont aucun Belge ne veut, même pas 20 %". Et vous foncez quand même. C’est fou à quel point vous mettez la démocratie de côté.
Ce n’était déjà même pas dans vos programmes. Les gens n’ont pas voté pour augmenter la TVA. Les gens n’ont pas voté pour un malus pension. Ce n’était pas dans vos programmes. Les gens n’ont pas voté pour la taxe sur l’indexation des salaires. Ce n’était pas dans vos programmes, donc il n’y avait pas de légitimité.
Un sondage montre que cela diminue encore; et vous foncez. C’est fou. D’autant plus – et là, vous n’avez pas réagi – que le soutien au mouvement social est passé de 55 ou 60 % à 70 ou 80 %, selon les régions. C'est-à-dire que plus vous attaquiez les manifestations, plus les gens soutenaient. Plus vous pointiez du doigt tout le mouvement social que se mobilisait, plus les gens ont apporté leur soutien. Aucune réponse à cela.
Vous me dites que les mesures tapant sur les plus faibles sont plus succesvol . Évidemment: vous divisez le peuple pour mieux régner. Mais vous n’avez aucune légitimité; et vous avez encore quelques heures pour recoller avec la démocratie.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega’s, ziehier het plan-Arizona. Vandaag stemt u over de centenindex, morgen verspreidt de premier zijn nieuwe besparingsnota met de afgevlakte index, de volgende besparing op de koopkracht. 1 mei is voorbij, Rerum novarum is afgelopen en zo ook de sociale bekommernissen van de premier en zijn bende. Of ze nu tot Vooruit of cd&v behoren, allemaal willen ze de koopkracht van de mensen verder beperken. Collega’s, er is één manier om die evolutie te voorkomen, namelijk door straks die centenindex weg te stemmen en aan de slag te gaan met de sociale partners om de koopkracht te beschermen.
Kjell Vander Elst:
Dank u, premier, voor uw antwoord. U zegt dat u maatregelen nodig hebt om de loonkosten te doen vertragen, maar die centenindex zal die loonkosten doen stijgen. Op de vraag over de invoering van die index op 1 juni in heel belangrijke sectoren die daar niet klaar voor zijn, geeft u geen antwoord. 1 juni is al binnen een aantal dagen. Ik hoop dat u dat beseft. Voor de rest is uw antwoord wel duidelijk. U doet koppig voort en gaat de zoveelste lelijke kameel invoeren. Wie onderneemt, moet bloeden en wie de handen uit de mouwen steekt, zal moeten betalen.
Collega’s, ik begrijp absoluut niet de collega’s van Arizona en specifiek van cd&v. Ik hoor heel veel stoere, ronkende verklaringen, heel veel woorden, maar zie weinig daden. Straks zult u van Arizona allemaal braaf op dat groene knopje duwen. Daar is maar één woord voor, hypocrisie. Gelukkig heeft de bevolking dat door.
Barbara Pas:
Uw taksmaatregelen hebben geen draagvlak. U beloofde in ruil 1.000 euro netto extra loon tegen 2030. Door die extra energietaksen, door die centenindex en door allerhande belastingen zullen onze mensen net niet meer, maar minder overhouden. Het ergste is dat u daarmee helemaal geen gezonde begroting krijgt. U hebt het grootste begrotingstekort van de hele eurozone. Uw plannen om het roer om te gooien, zijn zo ongeloofwaardig dat de kredietratings van België voor het eerst in vijftien jaar werden verlaagd. Doe wat u moet doen, mijnheer de premier. Doe wat u de kiezer beloofde en dat is orde op zaken stellen door institutioneel te hervormen, door fiscale autonomie in plaats van telkens opnieuw in de zakken van de Vlamingen te zitten, terwijl dat nergens voor nodig is.
-
Vraag: Het akkoord van de Groep van Tien over een volwaardig alternatief voor de centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De weigering om het alternatief voor de centenindex van de Groep van Tien in overweging te nemen
Vraag: De centenindex en het sociaal overleg
Vraag: De centenindex
Het akkoord van de Groep van Tien over een volwaardig alternatief voor de centenindex
De centenindex
De weigering om het alternatief voor de centenindex van de Groep van Tien in overweging te nemen
De centenindex en het sociaal overleg
De centenindex
Het akkoord, de centenindex en het sociaal overleg binnen de Groep van Tien summaryExplanationGesteld door
Anders. Vincent Van Quickenborne
VB Kurt Moons
DéFI François De Smet
cd&v Nawal Farih
PVDA-PTB Robin Tonniau
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne (Open Vld) en andere oppositieleden bekritiseren de centenindex als een "belastingverhoging" voor werknemers, gepensioneerden en ondernemers, die volgens hen door Frank Vandenbroucke (Vooruit) wordt opgelegd en economisch schadelijk is, terwijl de sociale partners een beter alternatief voorstellen. Premier De Wever (N-VA) houdt vast aan het omstreden plan, ondanks kritiek uit eigen coalitie (cd&v, MR, Les Engagés) en experten, met als argumenten budgettaire risico’s, juridische bezwaren en koopkrachtbescherming voor lage inkomens, maar zijn standpunt wankelt door gebrek aan steun. Cd&v (Farih) belooft het alternatief van de sociale partners alsnog te verdedigen tijdens begrotingsonderhandelingen, maar wordt door oppositie beschuldigd van hypocrisie omdat ze de centenindex waarschijnlijk toch zullen goedkeuren. De discussie toont een diepe kloof tussen de regering en zowel vakbonden als werkgevers, met als kernvraag waarom het sociaal overleg genegeerd wordt ten gunste van een maatregel die zelfs binnen de meerderheid weinig draagvlak heeft.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik heb u al veel vragen gesteld over de centenindex, maar één vraag werd nog niet beantwoord. Waarom laat u zich gijzelen door de socialisten? Waarom laat u de wet dicteren door Frank Vandenbroucke? Ik heb erover nagedacht en ik denk dat het antwoord duidelijk is. De centenindex is gewoon een gigantische belastingverhoging op kap van de werknemers en de ondernemers. Het is vintage socialisten.
Het is belastingverhoging voor de werknemers, omdat iedereen die een loon heeft dat hoger is dan het gemiddelde, meer belastingen betaalt, een inflatietaks. Het is ook een belastingverhoging voor gepensioneerden, want mensen met een pensioen van meer dan 1.700 euro netto krijgen boven dat bedrag geen index meer. Het is ook een belastingverhoging voor ondernemers, want het is een loonkostenverhoging van een half miljard euro.
Ik denk dat de socialisten intussen al een volgende social klaar hebben staan om de ondernemers nog eens te bashen. Ik heb een suggestie voor de socialisten: centenindex, minder loon voor de werknemers en meer kosten voor de werkgevers, met de groetjes van Vooruit.
Mijnheer de eerste minister, hoe langer het dossier aansleept, hoe absurder het wordt. Vanochtend las ik in de krant dat de overheid als werkgever niet klaar is om het systeem in te voeren en om uitstel vraagt, terwijl dezelfde overheid het vanavond zal invoeren. Ik ben veel surrealisme gewoon, maar dat is niet één, maar meerdere bruggen te ver. Ik begrijp dat niet.
Mijnheer de eerste minister, vorige week antwoordde u dat er drie bezwaren zijn tegen het indexvoorstel dat werd voorgesteld door de sociale partners van werkgevers en werknemers. De sociale partners hebben begin deze week die bezwaren vakkundig, een voor een, weerlegd. Ze hebben zelfs aangetoond dat hun voorstel de Schatkist gemiddeld 100 miljoen euro extra oplevert.
Mijnheer de eerste minister, dat Frank Vandenbroucke graag de belastingen verhoogt, weten we, maar u bent niet verplicht die man te volgen. Waarom houdt u die man niet tegen?
Kurt Moons:
Mijnheer de eerste minister, vorige week verdedigde u hier de centenindex met drie argumenten. Volgens u voldeed het alternatief van de groep van Tien immers niet aan de doelstellingen van de regering. Ten eerste, de koopkracht van de meest kwetsbaren zou onvoldoende worden beschermd. Ten tweede, de competitiviteit van onze ondernemingen zou niet verbeteren. Ten derde, het budgettaire doel zou niet worden gehaald.
Intussen hebben diverse experten die argumenten compleet onderuitgehaald. Een correctere verwerking van de energiekosten in de index is niet sociaal onrechtvaardig. Integendeel, op langere termijn komt dat iedereen ten goede. Een stabielere indexering zonder pieken geeft werkgevers meer voorspelbaarheid over de loonkosten en vermijdt bovendien bijkomende belastingen op niet-uitbetaald loon.
Eergisteren stelde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bovendien dat het alternatief jaarlijks 100 tot 133 miljoen euro meer kan opleveren voor de schatkist. Ook de juridische bezwaren werden door grondwetspecialisten van tafel geveegd. Tegelijkertijd wordt een enorme administratieve rompslomp vermeden.
Mijnheer de premier, het is dus duidelijk dat geen van uw oorspronkelijke argumenten nog standhoudt. Ook in uw regering staan de neuzen niet langer in dezelfde richting. Sommigen lijken zelfs de neus op te trekken voor een volgende stinkende kameel, om in uw eigen terminologie te blijven. Waarom houdt u dan vast aan een systeem waarvan ondertussen zowat iedereen stelt dat het slechter is? De programmawet ligt vandaag voor, maar fouten toegeven is nooit te laat.
Mijn vraag is dus eenvoudig. Behoudt u de centenindex, ondanks dat uw argumenten zijn weerlegd of schrapt u de centenindex en vervangt u hem door het voorstel van de groep van Tien? Krijgen wij misschien opnieuw compromiswerk à la belge , met name een knip- en plakoperatie waaruit niemand nog wijs geraakt?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, notre pays s'est toujours distingué par une démocratie sociale assez active et stable, fondée sur un dialogue permanent entre patrons, syndicats, bref entre partenaires sociaux. On peut la critiquer lorsqu'un blocage se manifeste. Au demeurant, en de tels cas, le gouvernement intervient. Or, en l'occurrence, c'est en ce moment le contraire: lorsque les partenaires sociaux aboutissent à un accord de réforme qui, de plus, est équilibré, c'est le gouvernement qui bloque. C'est quand même paradoxal! D'un côté, nous avons des employeurs et des syndicats qui semblent constituer une force de réforme dans ce pays. De l'autre, nous avons un gouvernement qui incarne la force de blocage.
Tout le monde le sait, votre double saut d'index ou double plafonnement d'index est un nouveau "chameau qui pue", pour reprendre votre propre expression. Sammy Mahdi a recouru, me semble-t-il, à l'expression d'un "poulet qu'il fallait noyer dans la soupe" – c'est une expression néerlandophone que je ne connaissais pas. Il est amusant de constater que ce sont surtout les partenaires de l'Arizona qui trouvent toujours les meilleures métaphores animalières pour qualifier les mesures de l'Arizona.
La contre-proposition du Groupe des 10 était pourtant raisonnable: un lissage de douze mois sur les prix de l'énergie dans le calcul de l'index, le maintien du principe de l'index automatique, une simplification administrative évidente par rapport à votre propre mécanisme, un impact budgétaire équivalent à celui de la réforme Arizona – voire meilleur que le sien.
Alors que les partenaires sociaux démontrent leur capacité à élaborer des compromis équilibrés, pourquoi l'Arizona n'y parvient-elle pas? Pourquoi ne suivez-vous pas cette réforme? Pourquoi continuer à refuser une proposition raisonnable que même les employeurs, parce que ce sera inapplicable en effet, vous supplient de suivre?
Monsieur le premier ministre, pourquoi refusez-vous à ce point de vous simplifier vous-même la vie?
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, de index staat al lang ter discussie in de regering en ook in het huis hier. Het zijn al moeilijke onderhandelingen geweest. Telkens er een indexsprong op tafel lag, hebben wij met cd&v steeds een rode lijn getrokken: er zou geen indexsprong komen. Wij hebben altijd één principe aan tafel verdedigd, met name het inkomen van de werkende middenklasse moet worden gevrijwaard en beschermd. Dat resulteerde in – eerlijk is eerlijk – een compromis.
Vandaag doet het sociaal overleg wat het al jaren geleden had moeten doen, een akkoord tot stand brengen waarin zowel werkgevers en werknemers zich kunnen vinden, een alternatief dat blijkbaar beter zou zijn voor de competitiviteit van onze werkgevers en de koopkracht van onze werknemers en dat ook voor onze begroting positiever blijkt te zijn, mijnheer de premier.
Het sociaal overleg is voor cd&v geen kiezel in onze schoen. Het sociaal overleg is de brug tussen het middenveld en de politiek. Het sociaal overleg is voor ons de brug tussen de huishoudens en ons huis hier, tussen de beslissingen die wij hier maken, en de directe impact daarvan op het leven.
Ik heb slechts een oproep voor u, mijnheer de premier. Geef het alternatief van de groep van Tien een eerlijke kans in de aanloop naar de begrotingsonderhandelingen. (Applaus van de cd&v-fractie en de oppositie)
Voorzitter:
Mijnheer Tonniau, de applauslat ligt hoog, maar u mag toch proberen.
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier, het verzet tegen de centenindex groeit met de dag. We weten al lang dat de bevolking tegen is en beetje bij beetje begint dat door te sijpelen in de politieke bubbel.
We hebben de heer Mahdi, voorzitter van cd&v, afgelopen zondag goed gehoord op VTM Nieuws . Hij noemde de centenindex een soepkieken, dat men best zo snel mogelijk in de soep zou verdrinken. Dat is straffe taal, mijnheer de premier, maar wat mij vooral choqueert, is de manier waarop u omgaat met de lonen van de mensen. U speelt met de lonen van de mensen alsof het de uwe zijn. Eerst sluit de regering een akkoord over de centenindex, zonder te overleggen met de werkgevers- en de werknemersfederaties. Vervolgens komen die sociale partners met een alternatief voorstel en u schiet dat meteen af, zonder het ook maar ernstig te bestuderen. En wat zien we nu? De MR, Les Engagés en cd&v trekken hun steun voor die centenindex in, maar Vooruit en de N-VA doen koppig voort.
Hand in hand met minister Vandenbroucke kiest u ervoor om het sociaal overleg naast u neer te leggen. Het gaat zelfs zover dat minister Vandenbroucke de vakbonden aanvalt in plaats van ze te verdedigen. Hoe zijn we hier in godsnaam in beland? Vooruit hand in hand met de N-VA tegen de vakbonden.
Mijn vraag is eenvoudig. Mijnheer de premier, waarom vraagt de regering eigenlijk advies aan de sociale partners om er daarna toch geen rekening mee te houden? Voor de PVDA is het duidelijk: blijf met uw handen af van de index, respecteer het sociaal overleg en laat dat soepkieken in godsnaam verdrinken.
Bart De Wever:
Monsieur le président, je ne pense pas que j'aurai besoin de cinq minutes pour répondre.
Je remercie tous les collègues pour les questions. J'ai déjà largement répondu, la semaine dernière, à toutes les imprécisions qui circulent autour de ce thème. En outre, monsieur Van Quickenborne, il existe également des solutions en ce qui concerne d'éventuels freins techniques liés au déploiement de l'index plafonné; il n'y a donc pas d'obstacle non plus à cet égard. Je pense que rien n'a changé depuis la semaine dernière dans la position du gouvernement. Je résume encore brièvement.
Wat het alternatief van de sociale partners betreft, is het me niet duidelijk, mijnheer Tonniau, of u dat steunt. Misschien moet u dat in uw replieken verduidelijken. We hebben dat alternatief goed bekeken. We hebben dat welwillend bekeken. We zijn blij dat het sociaal overleg functioneert. We botsen echter op drie problemen die overeind blijven.
Ten eerste blijven onafhankelijke berekeningen op basis van realistische parameters - dat zijn twee belangrijke voorwaarden - wijzen op een groot budgettair risico.
Ten tweede is er een negatief juridisch advies van zowel de FOD Sociale Zekerheid als de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dat vormt toch een groot struikelblok. In het voorstel van de sociale partners is de indexmaatregel niet meer algemeen van karakter. Dan zal men dus een onderscheid moeten maken tussen de private en de publieke sector. De vraag is dan of men dat wil doen. Voor de publieke sector is dat dan dubbelop. Stel dat men het zou willen doen. Kan dat dan wettelijk? Dat kan. Dan moet men echter alle regionale en lokale overheden, naast de federale overheid, afzonderlijk voor hun personeel vragen om die centenindex in te voeren. Ik weet niet of dat realistisch is, tenzij de collega's van Anders. mij nu bijvoorbeeld zouden bevestigen dat ze dat in de coalitie met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregeld zouden krijgen met de collega's van de PS en zich nu engageren om het alternatief van de sociale partners, als Anders. samen met de PS in Brussel, door te voeren, en tenzij de heer Magnette, die de krant leest, zich engageert om dat in alle steden en gemeenten te doen waar de PS bestuurt. Ik heb daar mijn twijfels bij. Diegenen die het voorstel van de sociale partners verdedigen, moeten consequent zijn en moeten zeggen dat ze dat alternatief zullen toepassen, juridisch correct, en zich ertoe engageren om dat overal waar zij besturen aan het personeel op te leggen. Ik denk dat dat moeilijk is.
Derde probleem, last but not least, zoals ik vorige week aanstipte, was voor de regering de sociale correctie, de sociale component, essentieel. We willen met die maatregel niet raken aan mensen die gaan werken voor een laag tot een mediaan loon. We willen met die maatregel niet raken aan de koopkracht van mensen die moeten leven met een bescheiden pensioen. Hoe men het ook draait of keert, het alternatief zou dat op korte termijn wel degelijk doen, en dat wensen wij niet.
Gezien die drie problemen moeten wij helaas vaststellen dat het voorstel van de sociale partners geen geldig alternatief is voor wat wij hebben beslist en dus blijven we bij het originele akkoord.
Ik geef een kleine historische parenthese mee, want ik heb toch nog tijd. Onze inspiratie hebben we trouwens gehaald bij wat de regeringen onder Martens in de jaren 1980 hebben gedaan. Daar zaten geen socialisten in. Dat was u, mijnheer Van Quickenborne, samen met de christendemocraten, in 1984, 1985 en 1986. Toen voerde u drie keer een indexsprong door waarvan het voordeel voor de bedrijven voor 100 % is afgeroomd door de overheid. Dat was voor 100 % taks, taks en nog eens taks. Wij laten de helft van het voordeel bij de bedrijven, die daar uiteraard globaal competitiviteitswinst aan overhouden. Dat is het verschil. Als ons voorstel vintage socialisme is, dan moet u in de repliek maar eens uitleggen wat u destijds zelf hebt gedaan, niet eens gehinderd door de aanwezigheid van socialisten in de regering. (Gelach) Ik bedoel in zijn optiek, collega’s; niet muggenziften alstublieft.
Permettez-moi enfin d'ajouter qu'à la suite de la précédente crise énergétique, Eurostat a recommandé, en 2024 déjà, à tous les États membres d'adapter la méthodologie relative l'intégration des prix de l'énergie dans l'indice harmonisé des prix à la consommation. La Commission de l'indice de Statbel se penche d'ailleurs sur cette question depuis un certain temps déjà. Ce dernier élément est peut-être important à relever.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, bij de indexsprong van de jaren ’80 was er geen centenindex. Daar was geen centenindex. Absoluut niet. Die vergelijking slaat nergens op.
Mijnheer de eerste minister, u zei dat er geen nieuwe feiten zijn. Er zijn wel nieuwe feiten. Ten eerste, de sociale partners hebben een voorstel op tafel gelegd dat budgettair beter is dan uw voorstel. Ten tweede, uw eigen coalitiepartner, cd&v, heeft gezegd dat ze daar niet meer aan mee doen.
Mevrouw Farih, wat ik moedig vind van u is dat u intervenieert. Maar ik begrijp niet goed wat u zegt. U zegt dat het een soepkip is. Dat is juist. Inderdaad, het is een soepkip. Goed beschreven. Uw voorzitter, die u goed kent, heeft het goed geformuleerd. Maar u zult die soepkip hier straks wel opdienen. U zult voor stemmen. Die soepkip wordt opgediend.
Er is ook uw dreigementje om daar bij de begroting op terug te komen. Hoe absurd is dat? Eerst gaat u die centenindex invoeren. Die kost miljoenen aan de ondernemers. Kafka tot en met. En dan, over twee maanden gaat u zeggen dat het maar om te lachen was. Allez, neem uzelf toch een beetje ernstig. Mevrouw Farih, cd&v, recht uw rug en toon dat het u menens is.
Kurt Moons:
Mijnheer de eerste minister, dank u voor uw antwoorden, maar het is duidelijk dat er nergens nog enig draagvlak bestaat voor uw dubbele indexsprong. Blijkbaar ook niet binnen uw eigen regering. De heer en mevrouw Mahdi vallen u openlijk af. Les Engagés en de MR zwijgen, maar hun enthousiasme is ver te zoeken. Enkel minister Vandenbroucke, uw enige overblijvende compagnon de route, blijft herkenbaar koppig volhouden. Uiteindelijk staat u daar alleen met de socialisten. Het kan verkeren.
Maar wat wrang blijft, is dat deze maatregel opnieuw onevenredig hard de Vlaming treft, de werkende Vlaming, de ondernemende Vlaming en de gepensioneerde Vlaming. Dat weet u. Ik raad u dan ook aan toch voor één keer uw vermeende politieke behendigheid te gebruiken, maar dan eindelijk eens voor de Vlaming. Want het ironische is dat zonder Vooruit meer dan 90 % van de Belgen gewonnen is voor het alternatief.
Kortom, mijnheer de eerste minister, profiteer ervan dat heel België het voor één keer eens is met de maatregel die de Vlaming beter beschermt.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour votre réponse.
C'est intéressant: à la fin de votre intervention, vous avez comparé votre mesure aux trois sauts d’index des gouvernements Martens. C’est intéressant parce, jusqu’il y a cinq minutes, toute la communication de l’Arizona était de nous dire que cette mesure n'a rien à voir avec un saut d'index. Merci pour cet aveu.
Ensuite, sur le fond, je crois que c’est une occasion manquée pour la concertation sociale et aussi pour les employeurs. Pourquoi M. Timmermans et la Fédération des Entreprises de Belgique (FEB) se battent-ils contre cette mesure? Parce que, nous expliquent-ils, la cotisation de modération salariale va coûter plus d’un milliard aux entreprises. C’est donc aussi une mauvaise nouvelle pour la compétitivité. Et donc, à tous niveaux, ceci est une occasion manquée!
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
Obstakels in de politiek zijn er om te overwinnen. Dat is onze opdracht, zeker wanneer wij merken dat wij op die manier de middenklasse kunnen beschermen. Dat is trouwens een hoofdlijn die cd&v altijd opnieuw op tafel zal leggen.
Dat ik hier sta, is trouwens omdat ik mijn rug recht. Wij zullen straks inderdaad tot de stemming overgaan. Wij hebben echter wel duidelijk aangegeven dat wij het dossier opnieuw op tafel zullen leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. Wij zullen het opnieuw op tafel leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. (Tumult) Collega’s, mag ik nog een boodschap meegeven?
Voorzitter:
Collega's, mevrouw Farih heeft het woord. Mag mevrouw Farih haar betoog afronden?
Nawal Farih:
Graag kreeg ik nog twintig seconden spreektijd want ik zie de heer Vandenbroucke naar mij grimassen.
Mijnheer Vandenbroucke, ik meende en hoopte dat u ook in het sociaal overleg zou geloven. Helaas zijn wij vandaag de enige partij in de regering die daar wel voor vecht. Daarom zit cd&v in de huidige regering.
Robin Tonniau:
Mijnheer De Wever, u hebt geantwoord dat er niets is veranderd in de regering. Ik weet niet of u net hebt opgelet maar de laatste twee minuten is er heel veel gebeurd. U hebt geen steun voor de centenindex die op tafel ligt. U hebt geen steun van de MR, geen steun van Les Engagés en geen steun van cd&v. Mevrouw Farih, het is wel superhypocriet om in de media te verkondigen dat uw partij tegen de centenindex is, maar de maatregel straks wel mee goedkeuren. U moet juist niets in de regering. Er staat niets in het regeerakkoord over de centenindex. U hoeft niets te veranderen aan de automatische loonindexering die vandaag bestaat. Er is niets wat u verplicht om straks hier in de Kamer daarover te stemmen. Dus ga straks gerust een soepkieken eten hier in de buurt. Cd&v hoeft hier niet te zijn. Duw niet op het stemknopje en er verandert juist niets voor de bevolking.
-
Vraag: De onenigheid over de centenindex
Vraag: De staking van 12 mei
Vraag: De staking van 12 mei
economie en werkDe onenigheid over de centenindex
De staking van 12 mei
De staking van 12 mei
Loonconflicten en arbeidsacties in België summaryExplanationGesteld door
Anders. Vincent Van Quickenborne
PVDA-PTB Natalie Eggermont
PS Ludivine Dedonder
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne bekritiseert de centenindex als onuitvoerbaar en schadelijk voor competitiviteit, terwijl hij het alternatief van de sociale partners verdedigt, dat volgens het Planbureau budgettair voordeliger en haalbaarder is, maar premier De Wever houdt vast aan de originele plannen omwille van budgettaire, juridische en koopkrachtredenen. Natalie Eggermont en Ludivine Dedonder beschuldigen de regering van een discriminerende pensioenhervorming die vrouwen onevenredig hard treft, gestut door kritiek van de Raad van State, het Planbureau en de Raad voor Gelijke Kansen, maar krijgen geen direct antwoord op hun eis om de pensioenmalus af te schaffen. De Wever benadrukt dat budgettaire discipline en sociale correcties vooropstaan, maar wijst alternatieven af wegens juridische risico’s en tekorten, terwijl oppositie en vakbonden de hervormingen als onrechtvaardig en neoliberaal bestempelen en eisen ze in te trekken. De discussie draait om twee centrale conflicten: de haalbaarheid van de centenindex versus het sociaal alternatief, en de weerstand tegen pensioenaanpassingen die volgens critici armoede verergeren en vrouwen benadelen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, is er eigenlijk – behalve schaduwpremier Frank Vandenbroucke en uzelf – nog iemand die voor de centenindex is? De sociale partners zijn tegen, de werkgevers zijn tegen, UNIZO is tegen, Voka, het VBO, alle bedrijven zijn tegen en zelfs de sociale secretariaten, die daar geld aan verdienen, zijn ook tegen. De oppositie is tegen – dat is niets nieuws –, maar zelfs binnen de meerderheid zijn partijen tegen. De MR, mijnheer Bouchez, is zelf geen voorstander van die centenindex. De heer Clarinval evenmin. Cd&v, bij monde van de heer Mahdi, zegt letterlijk vandaag in de krant: "We zijn tegen, want het stoort ons mateloos dat uw partijen, N-VA en Vooruit, blijven vasthouden aan die centenindex. U zit in een ivoren toren." Hij heeft gelijk, dat dossier is ontworpen door theoretici en is op de werkvloer onuitvoerbaar.
De sociale partners hebben de moed gehad om te zeggen dat dat slecht is, maar ze hebben vooral een alternatief voorstel geformuleerd om de pieken uit te vlakken, te zorgen voor meer competitiviteit. Alle economen, mijnheer de eerste minister, zeggen dat dat een goed voorstel is. Voor het eerst wordt werk gemaakt van een hervorming van de index. Het Planbureau heeft daarover een definitieve beslissing genomen. Die is u doorgestuurd, mijnheer de eerste minister, met de cijfers erbij. Wat blijkt? Het voorstel van de sociale partners is voor de globale overheid budgettair zelfs iets beter dan de centenindex in 2030. Met dat verschil dat de centenindex complete Kafka is, onuitvoerbaar en de loonkosten voor de werkgevers, mijnheer Bouchez, met 800 miljoen euro verhoogt.
Mijnheer de eerste minister, er is een alternatief. Vraag aan de sociale partners, en vooral aan de vakbonden, om die stakingen – die ons land veel geld kosten – te stoppen, in ruil voor die hervormde index. Dan zorgt u voor sociale vrede en voor stabiliteit.
Ik heb maar één vraag. Wat houdt u tegen om op dat voorstel in te gaan? Dank u.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de premier, gisteren kwamen 75.000 mensen op straat tegen uw pensioendiefstal en indexdiefstal. Ik was op de betoging en ik heb gesproken met An, een nachtverpleegster, met Roxanne, havenarbeidster, en met Annelies, lasser in een metaalbedrijf. Allemaal zeiden ze me dat het onmogelijk is om tot 67 jaar te werken, dat ze dat niet willen en gewoon niet kunnen. Gisteren was de vijftiende nationale actiedag. Dat is ongezien. Al achttien maanden lang komen mensen in beweging en met resultaat. Dankzij de druk heeft de regering al moeten terugkrabbelen. Zo wordt ziekte nu niet meer afgestraft en is er nog altijd niets gestemd.
Ondanks alle aanpassingen, mijnheer de premier, is de pensioenhervorming nog altijd fundamenteel onrechtvaardig. Bovendien is ze discriminerend voor vrouwen. Bijna vier op de tien vrouwen die niet tot 67 kunnen werken, riskeren een malus, drie keer meer dan mannen. Daardoor riskeren ze tot een kwart van hun pensioen te verliezen. Weet u, mijnheer de premier, dat vandaag al een op de drie vrouwen die met pensioen gaan een pensioen onder de armoedegrens heeft? Daar wilt u nu nog eens extra op inhakken. Zo worden mensen die heel hun leven gewerkt hebben de armoede ingeduwd.
Neen, de oplossing is niet dat vrouwen zich moeten aanpassen. De oplossing is dat u uw beleid aanpast. Dat zeggen niet alleen de vakbonden en de PVDA, dat zeggen verschillende officiële adviesorganen. Er was kritiek van de Raad van State, van het Planbureau en nu ook van de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen, die bevestigt dat de pensioenhervorming discriminerend is voor vrouwen. Die laatste heeft een heel duidelijk advies: "De Raad dringt aan op de afschaffing van de malus."
Mijnheer de premier, mijn vraag is heel duidelijk. Erkent u dat de pensioenhervorming discriminerend is voor vrouwen en hen harder treft? Zult u luisteren naar het advies en de pensioenmalus afschaffen?
Ludivine Dedonder:
Hier, dans les rues de Bruxelles, encore une fois, comme à chaque grève, les travailleurs et les travailleuses ont crié leur colère à propos de vos réformes, toutes plus violentes les unes que les autres.
Dans la manifestation, il y avait évidemment beaucoup de femmes, des infirmières, des aides ménagères, des aides familiales, des accueillantes d'enfants, des enseignantes, des cheminotes, des chercheuses, des jeunes, des moins jeunes. Et elles étaient toutes remontées contre votre casse sociale.
Double saut d'index, destruction du monde du travail, mise à sac de nos pensions! Avec vous, tout augmente, sauf les salaires et les pensions!
Et sur les pensions, justement, les femmes sont particulièrement révoltées, parce qu'elles savent qu'elles vont se prendre votre réforme en pleine figure, comme si elles ne subissaient pas déjà assez de violence, comme si les inégalités qu'elles affrontent déjà tout au long de leur carrière ne suffisaient pas.
Un nouvel avis du Centre pour l'égalité des chances est d'ailleurs venu s'ajouter à l'avis du Conseil d'État et à celui du Bureau du Plan. Comme les autres, il confirme la profonde injustice de votre réforme des pensions. Il confirme que vos mesures – malus, durcissement des carrières, limitation des périodes assimilées, suppression de la prise en compte de la pénibilité – vont aggraver l'écart de pension entre les femmes et les hommes. Il confirme ce que je vous répète depuis des mois: votre réforme, votre double saut d'index et votre réforme du travail sont des impasses sociales.
Pour tous ces travailleurs, pour toutes ces femmes qui s'adaptent chaque jour de leur vie, je vous demande du respect, je vous demande de la reconnaissance. Cela s'entend par le retrait de votre réforme des pensions et de votre double saut d'index.
Bart De Wever:
Chers collègues, merci pour vos questions.
En ce qui concerne la réforme des pensions, je renvoie au débat qui est en cours en séance plénière et qui reprendra dans deux semaines. Le ministre Jambon répondra, comme toujours, de manière approfondie à toutes vos questions.
Dans le temps limité qui m'est imparti, je vais d'abord répondre plus particulièrement à la question relative au plafonnement de l'index. Celle-ci a déjà été largement débattue. Le ministre Vandenbroucke y a répondu hier au cours du débat sur la loi-programme. Toutefois, bien volontiers, je vais résumer une nouvelle fois la position du gouvernement.
De doelstelling van de maatregel van de centenindex was drieledig. Ten eerste moet die het saldo van de begroting verbeteren met een vooropgesteld bedrag. Ten tweede moet die de competitiviteit van de ondernemingen versterken. Ten derde moet die maximaal de koopkracht van de meest kwetsbaren beschermen. Als we de maatregel, zoals we die hebben uitgewerkt, willen vervangen door een alternatief, dan zullen we dat alternatief afmeten aan die drie voorwaarden.
De sociale partners hebben potentieel een alternatief opgesteld, waarvoor mijn oprechte hulde en dank. Dat voorstel werd door de regering welwillend bekeken en objectief uitgebreid doorgelicht door het Federaal Planbureau, de FOD Sociale Zekerheid en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Die doorlichtingen hebben drie problemen met het alternatieve voorstel aan het licht gebracht.
Ten eerste is er een probleem met de impact op de lage en middellonen en op de lage en middenpensioenen. In tegenstelling tot het ontwerp van de regering zou de koopkracht in dat alternatief wel geraakt worden.
Ten tweede is er een juridisch probleem. Op basis van precedenten stelt het juridische advies van de RSZ en de FOD Sociale Zekerheid dat het onderscheid in het voorstel van de Groep van Tien tussen de publieke en de private sector wellicht niet zal standhouden voor het Grondwettelijk Hof. Dat maakt het voorstel juridisch wankel. Bovendien – en dit is belangrijk – blijft in het voorstel van de Groep van Tien de centenindex voor de publieke sector en de gepensioneerden behouden en komt die maatregel voor die groep er nog bovenop. Laat dat heel duidelijk zijn, want daarover zijn andere verklaringen afgelegd die niet met de werkelijkheid overeenstemmen.
Ten derde is er ook een budgettair probleem. Het Federaal Planbureau heeft berekend dat het alternatieve voorstel een structureel gat in de begroting zou slaan van honderden miljoenen euro. Er zijn veel verschillende berekeningen gemaakt op basis van optimistische en minder optimistische parameters, maar het resultaat is altijd hetzelfde. Het alternatieve voorstel voldoet niet aan de budgettaire doelstelling die door de regering is vooropgesteld, zelfs niet in de meest optimistische prognose waarmee sommigen hier graag komen zwaaien. In tijden waarin ratingbureaus ons berispen voor de toestand van onze begroting en we dus nog een miljardenberg te beklimmen hebben, is het geen goed idee om extra gaten te slaan in de al zeer broze begrotingstoestand van ons land.
Om al die redenen blijft de regering bij de gemaakte afspraak en de drie besliste uitgangspunten: budget, competitiviteit en last but not least sociale correctie.
Permettez-moi cependant encore d'apporter quelques précisions, qui répondront d'ailleurs aux questions sur les manifestations d'hier. Le gouvernement examinera toujours avec bienveillance les propositions alternatives des partenaires sociaux. Dans la mise en œuvre de notre politique, nous avons déjà tenu compte, à plusieurs reprises, des remarques issues de la société civile. Des corrections sociales sont toujours possibles, mais elles doivent, dans ce cas, être compensées ailleurs. J'appelle donc l'ensemble des partenaires sociaux, lorsqu'ils formulent des propositions, à toujours tenir compte du cadre budgétaire global, car un déficit budgétaire hors de contrôle est un fardeau que nous portons tous ensemble, employeurs comme travailleurs. Il est donc dans l'intérêt général de réduire le déficit. Le gouvernement continuera à faire primer cet intérêt général.
Je vous remercie.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, u zegt dat er drie criteria zijn: de verbetering van het budgettair saldo, de competitiviteit en de koopkracht.
Ten eerste, over de verbetering van het saldo zegt het Federaal Planbureau in zijn definitief besluit dat het voorstel van de sociale partners voor de globale overheid beter is, in 2030, dan de centenindex. Ik zie dat de heer Bouchez ja knikt. Het is juist.
Ten tweede, de competitiviteit. Uw voorstel inzake de centenindex verhoogt de loonkosten met 800 miljoen euro. Het voorstel van de sociale partners doet dat niet. Uw voorstel is slecht voor de competitiviteit.
Ten derde, de koopkracht. Uw voorstel inzake de centenindex maakt boven 1.700 euro netto pensioen een indexsprong. Tegen mensen met een pensioen van 1.700 euro netto zegt u dat zij geen index meer krijgen. Toch spreekt u hier over koopkrachtbescherming, over behoud van de koopkracht?
Doe wat onder meer de heer Bouchez zegt, wat minister Clarinval zegt, wat alle economen zeggen, en kies voor het voorstel van de sociale partners. Kies voor sociale vrede, en laat die stakingen stoppen.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de premier, mijn vraag was gericht aan minister Jambon. U hebt gezegd dat u mijn vraag wilt beantwoorden, en uw antwoord is: minister Jambon zal antwoorden. Komaan!
Uw stilte hierover is echt wel veelzeggend. U weet dat deze hervorming discriminerend is voor vrouwen. Het probleem is dat u daar geen antwoord op hebt. U zwijgt, in de hoop dat het wel zal overwaaien. Ik kan u echter verzekeren dat het niet zal overwaaien. De woede van de mensen zal niet wegebben. Integendeel, ze neemt alsmaar toe. De sociale beweging staat enorm sterk en heeft de regering al verschillende keren doen terugkrabbelen. Dat zal zo blijven.
U hebt geen democratische legitimiteit voor wat u aan het doen bent. Negen op tien mensen geven aan dat ze niet willen werken tot 67 jaar. Peiling na peiling toont dat aan.
Dat u daarover zwijgt, verbaast me niet, maar zullen Vooruit, cd&v, en Les Engagés zwijgen, of zullen ze het advies van de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen vastnemen en de pensioenmalus afschaffen?
Ludivine Dedonder:
Je vous avais demandé du respect. Je vous avais demandé de la reconnaissance pour les travailleuses et les travailleurs. La réponse que vous m'apportez… En fait, il n'y en a pas. Vous ne daignez même pas répondre à la question sur la réforme des pensions. Vous êtes mal à l'aise? Ça, je peux le comprendre! La seule chose que vous nous dites, c'est en quelque sorte: "On n'a pas le choix, il faut réduire le déficit." Les options que vous proposez, c'est le double saut d'index et c'est de vous attaquer aux pensionnés. Je vous dis que oui, c'est un choix politique. Votre choix politique, c'est de prendre dans la poche des pensionnés, des travailleurs et des malades. Les pensions, c'est 1,8 % du PIB. Vous achetez pour 34 milliards d'armes. Vous achetez des missiles américains pour 4 milliards. Eh bien, 4 milliards, c'est ce que vous prenez dans la poche des pensionnés pour ajuster votre budget!
Anders. heeft nog geen voorstellen ingediend als hoofdauteur.