Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Dominiek Sneppe in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorg
Vraag: De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
Vraag: De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
gezondheid en welzijnDe besparingen op de gezondheidszorg
De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
Financiële hervormingen en besparingen in de gezondheidszorg summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 16 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Frank Vandenbroucke verwerpt categorisch een franchise van 500 euro voor kankerpatiënten en benadrukt dat de begrotingskloof niet op de rug van zieken mag worden gedicht, terwijl hij hervormingen zoals een rechtvaardigere verhoogde tegemoetkoming en ziekenhuisfinanciering voorstelt. Kritische oppositiepartijen, waaronder Dominiek Sneppe en Alexia Bertrand, beweren dat de regering-De Wever met maatregelen zoals hogere remgelden, groeinormverlaging en langere betalingstermijnen voor werkgevers vooral de middenklasse, chronisch zieken en werkenden wil laten opdraaien, zonder structurele verspilling of fraude aan te pakken. Sofie Merckx en Caroline Désir wijzen op eerdere besparingen in de gezondheidszorg (zoals hogere medicijnprijzen en 125 miljoen euro extra remgeld) en vrezen dat patiënten opnieuw de rekening zullen betalen, ondanks Vandenbrouckes belofte dat de zorg betaalbaar blijft. Daniel Bacquelaine en Sarah Schlitz pleiten voor diepgaande hervormingen, zoals aanpassing van de BIM-toegang, mutuelle-kosten en preventieve gezondheidsinvesteringen, maar verschillen van mening over de methode: Bacquelaine wil taboes doorbreken, terwijl Schlitz meer focus vraagt op preventie en eerste lijnszorg.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, gisteren bleek uit het gelekte rapport van het RIZIV dat de regering-De Wever kankerpatiënten tot 500 euro voor hun medische kosten zelf wil laten betalen. N-VA-minister Weyts zou opwerpen dat het maar 500 euro is. Intussen blijkt dat er nog veel meer op tafel ligt: de verdubbeling van het remgeld bij huisartsen, het verder terugschroeven van de groeinorm en het langer laten betalen voor zieke werknemers door werkgevers zou samen 6 miljard euro moeten opleveren.
Mijnheer de minister, komaan zeg, dat is geen gezondheidsbeleid meer. Dat is een zoektocht naar wie nog kan betalen, naar wie nog meer kan worden gepluimd. De patiënt betaalt meer, de chronisch zieke betaalt meer, de werknemer betaalt meer en de werkgever betaalt meer. Over de echte problemen horen we echter niets. Over de moddervette overheid horen we niets. Over verspilling en fraude, over overbodige structuren, over de gratis toegang tot onze sociale zekerheid voor tienduizenden gelukszoekers, over een log en versnipperd Belgisch gezondheidsmodel, dat handenvol geld kost en door de regering alleen maar verder wordt uitgebreid, daarover horen we niets.
De regering zegt wel dat ze de gezondheidszorg wil hervormen, maar telkens opnieuw betekent hervormen blijkbaar dat de rekening naar onze mensen gaat. Ondertussen is de regering hopeloos verdeeld. Voor Vooruit luidt het: franchise, over mijn lijk, cd&v sluit zich daarbij aan, maar weet het nog niet helemaal goed en de N-VA stelt geen enkel voorstel te willen uitsluiten. Mijnheer de minister, wie spreekt hier nu eigenlijk nog namens de regering?
Welke van de opgesomde maatregelen liggen vandaag echt op tafel en zijn dus bespreekbaar? Garandeert u dat chronisch zieken, mensen met een laag inkomen en gewone werkende gezinnen niet opnieuw de rekening van de begroting zullen moeten betalen?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, het RIZIV kwam gisteren met een opmerkelijk verslag. De opvallendste maatregel kennen we ondertussen allemaal: een franchise van 500 euro, die door de patiënt zelf zalmoeten worden betaald. De socialisten van Vooruit zeggen alvast: niet met ons. Laat het duidelijk zijn: ook niet met ons, mijnheer de minister. Wie betaalt alweer het gelag? Dat is de middenklasse, zoals al veel te vaak met de regering-De Wever is gebeurd.
Eigenlijk gaat het hier om een valse discussie. Als u het rapport goed hebt gelezen – u kennende, meester Frank, hebt u dat zeker gedaan –, dan hebt u ook een andere passage goed gelezen. Ik citeer het rapport: "Het RIZIV is zich bewust van de noodzaak om de verhoogde tegemoetkoming te hervormen." Dat systeem is compleet ontspoord. Vandaag krijgen namelijk 2,5 miljoen mensen – een jaar geleden waren ze nog met 2,2 miljoen – voordeel na voordeel, de ene korting na de andere. Ook bij de dokter betalen ze slechts 1 euro.
Wat hebt u daaraan gedaan, mijnheer de minister? Niets. Nee, dat is niet helemaal waar. U hebt dat systeem zelfs uitgebreid. Ik hoor in de wandelgangen dat u op zoek bent naar nieuwe voordelen onder andere op het vlak van energie voor de betrokkenen. U zoekt dus naar manieren om het systeem verder uit te breiden.
U bent tegen de franchise en dat is goed – wij ook –, maar waar bent u dan voor? Onze voorstellen zijn duidelijk. Pak de overconsumptie aan. Zet de groeinorm op nul, zodat u 2,6 miljard euro bespaart, en vooral zet het mes in de verhoogde tegemoetkoming. Wanneer zult u dat eindelijk doen?
Sofie Merckx:
Année après année, exercice budgétaire après exercice budgétaire, l'Arizona va toujours chercher l'argent dans la poche des gens, mais aussi dans les soins de santé. En effet, vous avez déjà augmenté le prix des médicaments, des hôpitaux doivent fermer, la norme de croissance n'est pas à la hauteur des besoins et, pour trouver 125 millions d'euros, vous avez déjà un accord de principe visant à augmenter les tickets modérateurs.
Hier, une proposition choc est arrivée: celle d'une franchise de 500 euros en assurance maladie, un peu sur le modèle d'une assurance automobile. En pratique, si vous tombez malade, les premiers 500 euros seraient à votre charge et ce n'est qu'au-delà de ce montant que vous seriez remboursé. Vous imaginez bien que j'ai reçu de nombreux témoignages et beaucoup de réactions inquiètes.
Il serait extrêmement grave d'instaurer une telle taxe sur les malades. Cela reviendrait à augmenter le montant du ticket modérateur, et de manière générale, la part des frais de santé supportée par les patients. C'est une mauvaise idée pour la santé publique. En effet, lorsque l'on demande aux patients de contribuer de plus en plus, ils reportent parfois des soins et finissent par développer des problèmes de santé plus graves, comme dans le cas du diabète. Au final, cela coûte davantage à la sécurité sociale.
Mais nous savons aussi, monsieur le ministre, comment se déroulent les négociations budgétaires. On commence par mettre sur la table une proposition choc, une proposition particulièrement grave, pour ensuite nous dire: "Ah oui, mais nous n'avons finalement pas fait cela. Il faudra quand même que les patients contribuent. On augmentera quand même peut-être le ticket modérateur chez le médecin généralistes ou chez le spécialiste. On touchera peut-être au statut BIM, etc."
Monsieur le ministre, vous avez déjà indiqué que vous étiez opposé à cette franchise. Mais êtes-vous également opposé à une augmentation de la part des frais de santé à charge des patients? Cette piste est-elle aujourd'hui sur la table des négociations?
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, 6 milliards d'euros: c'est le montant hallucinant de la liste des économies que l'INAMI a compilées dans un rapport qui est aujourd'hui sur la table du gouvernement – un catalogue des horreurs et une attaque d'une violence jamais vue contre notre modèle des soins de santé.
On apprend dans le même temps, monsieur le ministre, que vous auriez finalisé la lettre de mission que le gouvernement doit adresser aux partenaires de l'INAMI en vue de l'élaboration de leur proposition de budget des soins de santé pour 2027.
Selon les informations publiées, cette lettre de mission prévoirait un montant de 638 millions d'euros d'économies, conformément à la trajectoire budgétaire fixée par l'Arizona. Cette trajectoire vise, pour rappel, plus de 2 milliards d'euros d'économies dans ce secteur. Je me permets de vous le redire, cette trajectoire est difficilement conciliable, vous en conviendrez, avec votre promesse d'une norme de croissance de 3 %.
Monsieur le ministre, je souhaiterais donc vous poser les questions suivantes. Premièrement, à ce stade, quel est le montant exact des économies que le secteur des soins de santé devra effectivement assumer? Pouvez-vous nous dire si la lettre de mission que vous avez rédigée sera approuvée ou non par le gouvernement?
Deuxièmement, pouvez-vous garantir que dans le cadre de l'effort d'austérité de 10 milliards d'euros annoncé par l'Arizona, le secteur de la santé sera préservé et que la facture des patients, que vous avez déjà considérablement augmentée, restera stable?
Enfin, monsieur le ministre, qui a commandé ce rapport? Vous avez déclaré dans la presse que l'INAMI avait réalisé cet exercice à la demande des autres partis. S'agit-il là d'une procédure habituelle? Autrement dit, l'INAMI répond-il à une autre autorité que la vôtre, monsieur le ministre? Je vous remercie.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, nous n'avons jamais autant joué avec les milliards. D'une part, dans votre lettre de mission, vous évoquez un effort budgétaire de 638 millions d'euros à l'horizon 2029. D'autre part, l'INAMI avance des pistes visant à réaliser jusqu'à 6 milliards d'euros d'économies. Cette différence appelle des éclaircissements. En effet, ce "jeu" n'est guère porteur de rationalité ni de rigueur. Une clarification s'impose donc.
Monsieur le ministre, je ne vous interrogerai pas sur la franchise, car je connais votre position à ce sujet. Du reste, je considère moi-même que cette mesure est peu pertinente, voire source de surconsommation.
En revanche, j'aimerais vous entendre au sujet de plusieurs pistes évoquées par l'INAMI. Où en est la réforme absolument indispensable du statut BIM, qui concerne près de 2,5 millions de personnes? Comment pouvons-nous réformer ce système, notamment la procédure d'accès à ce statut?
Où en est également la réforme du paysage hospitalier, qui aura un impact direct sur le budget de l'INAMI? Qu'en est-il de l'adaptation des tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis plus de 20 ans? Où en sont les réformes que vous préconisez et qui auront un impact direct sur le budget de l'INAMI?
Je pense en effet que ce budget de l'INAMI mérite une analyse sérieuse ainsi que la mise en œuvre des réformes nécessaires afin que chaque euro soit utilisé le plus efficacement possible, dans l'intérêt du patient et de la qualité des soins.
Jan Bertels:
Collega’s, in Amerika kan een bevalling tot 100.000 dollar kosten. Een operatie voor een by-pass kan van 44.000 dollar tot 445.000 dollar kosten. Een levensnoodzakelijke kankerbehandeling is onbetaalbaar. Ze kost meer dan 500.000 dollar. Amerikanen moeten zich in de schulden werken als zij zorg nodig hebben of, erger nog, stellen die zorg uit schrik voor de factuur uit.
Laat het heel duidelijk zijn, wij, socialisten, passen voor zo’n systeem. Het voorstel met betrekking tot een franchise van 500 euro per patiënt, dat hier op tafel ligt, gaat voor ons meteen de vuilnisbak in. De beste en betaalbare zorg voor iedereen is voor ons socialisten immers essentieel. Ze is gegrond op een principe dat voor ons heilig is, namelijk solidariteit, vormgegeven door Achille Van Acker.
Collega's, ik kom uit een eenvoudig arbeidersgezin van vier kinderen met één arbeidsinkomen. Volgens het bewuste voorstel zouden mijn ouders eerst zelf 3.000 euro hebben moeten ophoesten voor noodzakelijke zorg. Dat zou voor hen de financiële hel zijn geweest. Een heel gezin zou uitgesloten zijn geweest van degelijke gezondheidszorg vanwege de factuur. Ik kan dan ook niet anders dan herhalen: niet met mij, niet met ons, niet met Vooruit.
Ook vandaag zullen wij socialisten onze sociale zekerheid en onze sterke zorg blijven beschermen, want niemand kiest ervoor om ziek te worden of een operatie te ondergaan of een kankerbehandeling te volgen. Daar zijn wij het toch over eens?
Mijnheer de minister, mijn vraag is eenvoudig. Kunt u bevestigen dat het onzinnige voorstel voor een franchise van tafel gaat?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, pour boucler votre budget, vous et votre gouvernement êtes à la recherche de 10 milliards d'euros. Or il apparaît de plus en plus clairement que vous puiserez de l'argent dans les soins de santé. Certes, ce ne sera clairement pas via cette mesure loufoque visant à mettre en place une franchise de 500 euros – nous savons très bien que ce n'est pas cela qui décidé –, mais via des économies, comme vous en avez déjà prévu: à savoir un montant de 638 millions d'euros d'ici 2029, qui sera déjà difficile à atteindre. Ces économies ont non seulement été acceptées par des partis comme Les Engagés, qui avaient pourtant promis d'augmenter le budget de la santé, soit dit en passant, mais vous en préparez d'autres, alors qu'il faudrait faire exactement le contraire. Nous vivons en effet dans un pays où une personne sur deux reporte des soins, faute de moyens, alors que nous connaissons la nécessité de se soigner rapidement pour éviter des surcoûts ultérieurs, dans un pays où il faut attendre six mois pour obtenir un rendez-vous chez l'ophtalmologue, dans un pays où 60 % des infirmières ne travaillent pas en tant qu'infirmières, dans un pays où les services d'urgence débordaient voici à peine deux semaines en raison de la vague de chaleur.
Vous l'aurez compris, monsieur le ministre, je ne veux pas savoir si vous allez instaurer une franchise de 500 euros. En revanche, je souhaite savoir quel montant vous comptez récupérer dans le secteur des soins de santé. Quelle facture arrivera, in fine , sur la table des patients? Comptez-vous également plafonner le salaire des soignants, dégrader leur qualité de vie ou augmenter leur temps de travail? Bref, dites-nous ce qui est sur la table en matière d'économies dans les soins de santé.
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, laat ik meteen bijzonder duidelijk zijn, we zullen het gat in de begroting nooit dichten op de rug van zieke mensen. Met mij in de federale regering zal dat niet gebeuren. Het is gemakkelijk en laf te zeggen dat met de idee van zo’n franchise we mensen die ziek worden en voor elk ziek kind en voor elke zieke partner meteen laten betalen om zo enkele miljarden te verzamelen. Dat is zo laf, zo brutaal, zo onrechtvaardig. Nooit.
Collega's, wellicht zijn er andere partijen die daar anders over denken, want anders was de instructie niet gegeven aan het RIZIV om dat te berekenen. Men heeft gevraagd waar dat vandaan komt. Wel, de eerste minister en de minister van Begroting hebben voorstellen ingezameld van de partijen. De partijen hebben voorstellen ingediend en blijkbaar waren daar ook deze voorstellen bij. Het RIZIV heeft instructie gekregen om dit te berekenen. Dat is dus ook geen rapport van het RIZIV. Als u dat leest, zult u inderdaad zien dat ook bij de medewerkers van het RIZIV zonder veel twijfel vragen rezen over wat hier nu eigenlijk werd voorgesteld.
Laten we wel beseffen dat we voor een buitengewoon moeilijke begrotingsopdracht staan. Ik denk dat we duidelijk moeten zijn over de doelstelling en over de methode. De doelstelling is de welvaartsstaat een toekomst te geven en ervoor te zorgen dat die overeind blijft, niet om hem kapot te maken. De doelstelling is ook om in de toekomst te kunnen blijven investeren in gezondheidszorg, in betere tandzorg, in betere geestelijke gezondheidszorg, in nieuwe, noodzakelijke en vaak dure geneesmiddelen, en in het zorgpersoneel. We moeten ruimte houden om die noodzakelijke investeringen te doen. Daarvoor moet men hervormen. Daarvoor moet men ook het budget op orde hebben. Dat is de doelstelling, geen andere.
Collega's, over de methode wil ik het volgende zeggen. We zullen er niet geraken als we meteen allerlei taboes opwerpen of zeggen wat niet kan. Laat ons dus eerlijk en duidelijk zijn.
We zullen op een rechtvaardige manier bijkomende inkomsten moeten zoeken en nadenken over de uitgaven. Alle ministers zullen met voorstellen moeten komen, of het nu gaat over Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, Openbaar Ambt, Sociale Zaken of Gezondheidszorg. Iedereen zal voorstellen moeten doen. Ik ben daar zelf ook volop mee bezig en bereid me daarop voor.
Ik heb wel één taboe. Het moet namelijk rechtvaardig zijn. De doelstelling is de gezondheidszorg overeind te houden. Dus iedereen op een brutale manier laten voorschieten voor gezondheidszorg, is totaal onrechtvaardig.
Dat is inderdaad ons taboe.
Donc, que les choses soient claires: jamais nous ne comblerons le déficit budgétaire sur le dos des personnes malades. Cela n'arrivera pas, tant que je ferai partie du gouvernement fédéral. Comme je viens de le dire, une tâche difficile nous attend. Il faudra agir dans tous les secteurs, partout, sans aucun doute, mais la justice sociale, l'équité dans l'effort est pour nous un tabou essentiel.
Ik kom tot een paar vragen die gesteld zijn.
Mijnheer Bacquelaine, we hebben met de ministers van Volksgezondheid krachtlijnen vastgelegd voor een belangrijke verbetering van het ziekenhuislandschap. We bespreken die ook in de verschillende regeringen. Ik denk niet dat we daar, noch in de federale regering, noch in de deelregeringen, vóór het zomerreces uit zullen raken, maar die besprekingen schieten goed op. Ik hoop dat we daar in september rond mee zullen zijn. We zijn bezig met belangrijke besprekingen over de hervorming van de ziekenhuisfinanciering en de nomenclatuur.
Mevrouw Bertrand, ik heb in de regering inderdaad ook een hervorming voorgelegd met betrekking tot de verhoogde tegemoetkoming, maar wel met de bedoeling dat systeem eerlijker en rechtvaardiger te maken, niet met de bedoeling het leven nog moeilijker te maken voor mensen die het moeilijk hebben en zwak staan. Dat is niet de doelstelling. Als er mensen zijn die een verhoogde tegemoetkoming genieten, maar over een zeer belangrijk vermogen beschikken of een belangrijke participatie in een vennootschap hebben, dan moet men dat veranderen. Dat voorstel ligt al weken bij de regering.
Ik hoop dat we dat soort voorstellen bij de opmaak van de begroting zullen kunnen bespreken, om te hervormen wat moet worden hervormd, om recht te zetten wat moet worden rechtgezet en vooral om te zorgen voor meer sociale rechtvaardigheid, nu en in de toekomst.
Voorzitter:
Dank u, mijnheer de minister. Ik ben buitensporig tolerant geweest. Laten we zeggen dat dat een eindejaarsgeschenk is.
Dominiek Sneppe:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Nooit met Vooruit, waarvan akte uiteraard. Mijnheer de minister, ik hoorde u ook zeggen dat het maar een berekening is en dat er nog niets is beslist. Zo begint het natuurlijk wel altijd. Eerst is het een technische oefening, dan is het een denkpiste, vervolgens wordt het – zoals u zelf zegt – een buitengewoon moeilijke, maar noodzakelijke maatregel. Uiteindelijk krijgt de burger de factuur. U zegt wel dat de zorg betaalbaar moet blijven. Daarin volg ik u, de patiënt mag niet meer betalen.
U zegt ook dat we inkomsten en besparingen moeten zoeken. Dat is inderdaad waar. Pak dan de verspilling aan, pak de fraude aan, schaf structuren af die niets opleveren, maak eindelijk werk van een eenvoudiger, efficiënter en dus Vlaams zorgmodel en scherm onze sociale zekerheid af voor wie geen cent heeft bijgedragen. Stop met telkens opnieuw te kijken naar de patiënt, de werknemer, de werkgever en de werkende mens. Wie ziek is, heeft zorg nodig en geen extra factuur.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, zoals mijn collega Irina De Knop hier gisteren heeft gezegd, is die franchise een bliksemafleider. U hebt zelf gezegd dat dat laf zou zijn, dat het een gemakskeuze zou zijn. Dat is niet de echte discussie. Even laf is het om de mensen die de welvaart creëren in dit land weg te zetten als profiteurs en fraudeurs. Die mensen zijn de melkkoe van onze Staat. Dat zijn de flexi-jobbers, de mensen die werken, sparen en ondernemen. Dat zijn de mensen die via een managementvennootschap risico nemen. Dat zijn de ondernemers die aan hun zwembad liggen. Als de doelstelling is - zoals u zegt – om de welvaartsstaat overeind te houden, dan zal dat zo niet lukken, mijnheer de minister.
Wat moet u dan wel doen? Hervorm de verhoogde tegemoetkoming. Ik sta hier al een jaar op de bühne met mijn partij om te zeggen dat dat systeem totaal ontploft is. Wat hebt u gedaan? U maakt het probleem nog groter. Dat moet u aanpakken. Dat zou een moedige hervorming zijn.
Sofie Merckx:
Ten eerste, mijnheer de minister, u zei dat het rechtvaardig moet zijn, maar het is niet rechtvaardig wat de arizonaregering vandaag doet. Het is compleet niet rechtvaardig. Jullie gaan het geld halen bij de gewone mensen, in de pensioenen en nu ook in de gezondheidszorg.
De enige minister in deze regering die niet moet besparen, die geld mag uitgeven zoals hij wil, is de heer Theo Francken. Alle andere ministers moeten besparen. U hebt trouwens al beslist om 2,6 miljard te besparen op de langdurig zieken. U hebt ook de prijs van medicatie al verhoogd. U hebt al een akkoord over 125 miljoen aan remgeldverhogingen.
Ik heb vandaag wel gehoord dat u niet voor de franchise bent, maar ik heb geen rode lijn gehoord inzake de verhoging van de remgelden. De Belgen geven nochtans al keiveel geld uit aan gezondheidszorg. Het gaat om 20 %. Dat is meer dan in Duitsland, dat is meer dan in Frankrijk. De mensen betalen dat uit eigen zak, en dat bedrag moet verminderen.
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Merckx.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, vous êtes clair concernant votre refus sur la franchise de 500 euros, et c'est tant mieux. Pour le reste, je ne suis pas du tout rassurée par votre réponse. En effet, vous savez parfaitement qu'il sera très difficile, pour ne pas dire impossible, d'épargner durablement les soins de santé si on ne recherche pas en même temps de nouvelles recettes pour absorber le déficit massif que votre gouvernement est en train de creuser. Vous pouvez bien multiplier les déclarations d'intention mais les chiffres, eux, sont têtus.
Quand on annonce des économies à grande échelle et qu'on serre la vis budgétaire dans tous les secteurs, il est évident que la santé ne pourra pas être préservée par de simples incantations. À un moment donné, ce sont les patients, les soignants et les assurés sociaux qui payent l'addition.
Monsieur le ministre, votre parti, comme Les Engagés, vous avez présenté la santé comme une priorité devant les électeurs. Ce qu'on voit aujourd'hui pourtant, c'est que vous êtes dans un gouvernement qui a comme marque de fabrique les économies, la pression sur les soins et l'augmentation de la facture pour les patients.
Daniel Bacquelaine:
Effectivement, il faudra être équitable. Mais être équitable, c'est aussi être responsable. Je pense qu'aujourd'hui, nous avons un devoir de responsabilité, car chaque euro en matière de santé doit être utilisé en faveur de la qualité des soins et des patients. Nous devons donc avoir le courage de laisser tomber les tabous et les dogmes. Une norme de croissance ne concerne en rien la qualité des soins. Une norme de croissance ne concerne en rien la rigueur que l'on met dans l'utilisation des budgets des soins de santé.
Nous devons sortir de cela et avoir le courage de vraies réformes, lesquelles doivent notamment porter sur l'automaticité de l'accès au BIM, tout à fait scandaleuse aujourd'hui – les fraudes sont connues –, sur une révision du rôle des mutuelles qui, comme on l'a dit plusieurs fois, coûtent très cher aujourd'hui – plus d'un milliard par an pour les frais administratifs des mutuelles –, sur une adaptation de nos tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis 20 ans et, enfin, sur une réforme du paysage hospitalier.
Jan Bertels:
Dank u voor uw duidelijke antwoord, mijnheer de minister.
Voor Vooruit en voor u is het heel duidelijk: geen gezondheidszorg op basis van de dikte van je portemonnee. Collega's, deze discussie toont duidelijk aan waarom Vooruit in deze regering nodig is: om toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg te blijven beschermen.
Het verbaasde mij dat andere partijen gisteren een groot drama maakten van de zelf besliste 80 miljoen euro voor de farmasector. Tegelijkertijd verklaarde dezelfde partij dat ze 7,1 miljard wil besparen op de kap van zieke patiënten. Dat is dezelfde partij, Anders. Dat zal Vooruit nooit aanvaarden. We zullen blijven doen wat we al hebben gedaan en dat is blijven investeren in ons systeem van gezondheidszorg en durven te hervormen. Daarin geef ik de heer Bacquelaine gelijk. We moeten durven te hervormen. Dat zullen we doen en dat zullen we blijven doen, voor de beste en betaalbare zorg voor iedereen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Savez-vous ce qui rapporte gros? Une population en bonne santé et bien soignée. Avec ce gouvernement, vous devez effectuer un travail de pédagogie pour investir davantage dans la prévention. Car ce gouvernement continue à donner des dérogations qui exposent nos citoyens à des pesticides et des substances néfastes, alors qu'on peut protéger leur santé. Vous pouvez par exemple interdire la publicité pour la malbouffe, il y a des tas de choses qu'on peut faire dans ce genre. Ensuite, vous pouvez faire en sorte qu'il y ait davantage de spécialistes, et réduire les délais d'attente. C'est essentiel pour soigner assez tôt les pathologies. Troisièmement, vous pouvez soutenir les dispositifs de première ligne, comme les maisons médicales qui, le rapport du KCE le prouve, font faire des économies au secteur des soins de santé. Ou encore agir pour le bien-être au travail plutôt que d'en demander toujours plus aux travailleurs et aux travailleuses. Voilà un plan de bataille efficace et utile sur le long terme!
-
Vraag: De forfaitaire tegemoetkoming voor thuisverpleegkundige diensten
Vraag: De werkbaarheid van het RIZIV-proefproject inzake thuisverpleging
gezondheid en welzijnDe forfaitaire tegemoetkoming voor thuisverpleegkundige diensten
De werkbaarheid van het RIZIV-proefproject inzake thuisverpleging
Forfaitaire tegemoetkoming en werkbaarheid RIZIV-thuisverpleging summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Kathleen Depoorter bekritiseert dat 50 miljoen euro jaarlijks naar thuisverpleegkundige groepen gaat zonder controle op besteding of patiëntvoordeel, terwijl grote organisaties onevenredig veel subsidie ontvangen en kleine zelfstandigen achtergesteld dreigen te raken. Dominiek Sneppe waarschuwt dat het nieuwe RIZIV-proefproject (44 miljoen euro) de belangen van zelfstandige verpleegkundigen miskent door een steekproef met schaalnadelen voor kleine praktijken en risico’s op meer administratie, en eist garanties dat het model pas definitief wordt als het voor alle zorgverleners en patiënten werkt. Minister Vandenbroucke benadrukt dat de premies bedoeld zijn voor begeleiding en vorming, wijst op een daling van het gemiddelde bedrag per groep door prijsstijgingen en meer aanvragers, en belooft evaluatie zonder extra administratieve last, maar stelt dat het proefproject breed gedragen wordt door de sector. Depoorter en Sneppe blijven kritisch en vreesden dat grote organisaties zoals Wit-Gele Kruis bevoordeeld worden ten koste van zelfstandigen en patiëntgerichte zorg.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, thuisverpleegkundige zorg is absoluut essentieel voor onze patiënten en voor onze artsen. Thuisverpleegkundigen zijn de schakel tussen de arts en de patiënt binnen de eerstelijnszorg. Zij komen bij de patiënt, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Ondanks het feit dat er vandaag ook negatieve berichten zijn gepubliceerd, moeten we blijven onderstrepen dat het overgrote deel van de thuisverpleegkundigen met hart en ziel voor hun patiënten werkt en de focus op de zorgtaak altijd behoudt.
Als thuisverpleegkundige kan men alleen werken of in een groep. Wanneer men in een groep werkt, neemt die groep de administratieve taken voor haar rekening. Die groep wordt daarvoor ook betaald, zelfs vrij goed. Ik heb die cijfers opgevraagd. U zei dat er jaarlijks 50 miljoen euro per jaar, een verdubbeling in de laatste tien jaar, gaat naar de groepen die de thuisverpleegkunde organiseren voor onze verpleegkundigen.
Men kan zich afvragen of dat de patiënt volledig ten goede komt en of dat wordt gecontroleerd. Wat mij bijzonder verwonderde in uw antwoord, was dat het eigenlijk niet wordt gecontroleerd. Er gebeurt geen evaluatie van de manier waarop die 50 miljoen euro wordt besteed in het kader van de zorgtaken. Daarover wordt ook niet gerapporteerd.
Vindt u niet dat meten weten is en dat het, zeker in tijden van budgettaire schaarste, belangrijk is om na te gaan of die 50 miljoen euro wel goed wordt besteed ten behoeve van onze patiënten? Ook de verdeling tussen de verschillende groepen roept vragen op. Een organisatie met 300 voltijds equivalenten verschilt immers sterk van een organisatie met 7 voltijds equivalenten.
Mijnheer de minister, wilt u samen met ons nagaan of het geld dat naar de patiënten gaat in dezen optimaal wordt besteed?
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, op 1 juni is het RIZIV-proefproject rond een nieuw financieringsmodel voor de thuisverpleging effectief gestart. Dat project moet nagaan of een financiering op basis van tijdbesteding beter werkt dan het huidige systeem op basis van prestaties.
De thuisverpleging staat onder zware druk; dat is een feit. Net daarom moet zo’n hervorming bijzonder zorgvuldig gebeuren. In de vakpers heeft men het over een proefproject van meer dan 44 miljoen euro, gebaseerd op een steekproef waarvan de representativiteit door het RIZIV zelf in vraag wordt gesteld.
De kleine zelfstandige thuisverpleegkundigen uiten terecht ernstige bezorgdheden, zoals het overwicht van grote gestructureerde organisaties, het onevenwicht tussen loontrekkenden en zelfstandigen en de vrees dat kleine zelfstandige praktijken ondervertegenwoordigd zijn.
Daar wringt het schoentje, want grote organisaties beschikken over administratie, software en coördinatieteams en hebben schaalvoordelen. De zelfstandige thuisverpleegkundige werkt vaak alleen of in een kleine praktijk en combineert zorg met planning, permanentie en administratie.
Als dat project de basis wordt van de toekomstige financiering, mag het zeker geen model worden op maat van grote structuren, maar moet het de echte terreinrealiteit weerspiegelen.
Mijnheer de minister, bevestigt u dat het proefproject meer dan 44 miljoen euro vertegenwoordigt? Hoe is dat bedrag samengesteld?
Erkent u, net zoals het RIZIV zelf, dat de steekproef een onevenwicht bevat op het vlak van zelfstandigen, loontrekkenden en praktijkgrootte? Zult u daarmee rekening houden bij de evaluatie van het project?
Hoe voorkomt u dat het nieuwe model leidt tot meer administratie, meer controlelast en minder tijd bij de patiënt?
Kunt u garanderen dat er geen definitieve hervorming komt zolang niet objectief is aangetoond dat het model werkbaar is voor kleine zelfstandige thuisverpleegkundigen en dat het model ook beter is voor de patiënt?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Depoorter, mevrouw Sneppe, we zijn het erover eens dat de thuisverpleegkundigen, die zich zo hard inzetten voor hun patiënten, al ons respect verdienen, evenals alle mogelijke vormen van nuttige ondersteuning. Zeker in een samenleving waarin de thuisverpleging ook een stuk zwaarder en complexer wordt, vraagt dat begeleiding en vorming.
Mevrouw Depoorter, de premie waarnaar u verwijst, dient om inspanningen inzake begeleiding en vorming van verpleegkundigen in een samenwerkingsverband te ondersteunen. Daar vallen ook zelfstandige groepspraktijken onder. Verpleegkundigen die in een samenwerkingsverband zitten, krijgen daarvoor ondersteuning.
Sta me toe om toch even op de cijfers in te gaan. U zegt dat het bedrag is verdubbeld, maar dat kan ook op een andere manier worden bekeken. Het aantal samenwerkingsverbanden dat daarop een beroep doet, is verdubbeld van 72 naar 138. Als we dus het gemiddelde bedrag nemen, al weet ik dat we met gemiddelden moeten opletten, en rekening houden met het feit dat de prijzen ondertussen zijn gestegen, dan is het gemiddelde bedrag met een kwart gedaald. U had mij dus ook kunnen interpelleren over de droevige vaststelling dat het gemiddelde bedrag van die premie voor de groeiende groep van samenwerkingsverbanden, waaronder ook zelfstandigen die daarop een beroep doen, met een kwart is gedaald. Er is daar dus helemaal geen explosie bezig. Dat feit wilde ik alvast verduidelijken.
Hoewel dat gemiddelde bedrag ondertussen met een kwart is gedaald, omdat er prijsstijgingen zijn geweest en omdat veel meer samenwerkingsverbanden er een beroep op doen, moeten we toch nagaan of het geld goed wordt besteed.
Het is belangrijk dat er een goede controle is op de voorwaarden. De vraag rijst echter wel – en ik leg die ook u voor – of we nu nog eens allerlei paperassenwerk moeten organiseren waarbij uur per uur, minuut per minuut, elke vormingssessie, elke begeleidingsinspanning en elke peerreview wordt gedocumenteerd met verslagen en notulen. Dat gaan we toch niet doen?
Waarmee ik het wel eens ben, is dat we moeten evalueren of het systeem goed in elkaar zit. Die afspraak is ook gemaakt. Er zal dus een evaluatie plaatsvinden in de Overeenkomstencommissie. Evalueren moet dus zeker, maar liefst niet met te veel paparassen voor de thuisverpleegkundigen. Laat hen bezig zijn met hun patiënten. Vorming, begeleiding en ondersteuning zijn zeker belangrijk.
Gemiddeld is dat bedrag, omdat er veel meer samenwerkingsverbanden zijn, jammer genoeg gedaald. Dat is echter geen reden om niet goed te kijken of het geld goed wordt besteed.
Mevrouw Sneppe, nu kom ik tot uw vragen. Het is voor de hele sector van de thuisverpleging duidelijk dat de manier waarop we de sector financieel ondersteunen, moet worden herbekeken. Daar schort inderdaad iets aan. U geeft dat ook aan.
Samen met de hele sector is een pilootproject uitgewerkt om een andere financieringswijze te testen die minder fraudegevoelig zou zijn en beter zou tegemoetkomen aan de nood aan hoogstaande goede zorg en aan tijd voor de patiënt. Dat pilootproject wordt wetenschappelijk opgevolgd door het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Er is een begeleidingscomité opgericht, de administratieve haalbaarheid is onderzocht en iedereen kan deelnemen. Kortom, de kritiek die u daarop geeft, is dus niet terecht. Het gaat om een pilootproject. Laten we vertrouwen geven aan een sector die mij heeft gevraagd om een pilootproject te kunnen organiseren in het belang van de patiënten die worden geholpen en om op een goede manier te kunnen werken in de thuisverpleegkunde. Dat is de kern en daarover zijn we het vandaag volgens mij eens.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, het venijn zit altijd in de details. U had het over gemiddelden. Er zijn echter gemiddelden en medianen. Uit mijn analyse van de weliswaar voorlopig onvolledige cijfers die ik van u heb ontvangen, kan ik alleen maar vaststellen dat een klein aantal grote organisaties, gelinkt aan bepaalde mutualiteiten, een substantieel hoge subsidie krijgt. Ik ben dan ook zeer blij dat u aangeeft dat u in de Overeenkomstencommissie zult bepleiten om te evalueren of de middelen effectief optimaal worden besteed en of de middelen daadwerkelijk naar zorg voor de patiënten gaan. Mijnheer de minister, paperassen hebben we inderdaad niet nodig. Excelbestanden hebben onze patiënten niet nodig. Wel hebben patiënten een verpleegkundige nodig die aan hun bed staat en voor hen zorgt.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, een hervorming mag niet vertrekken vanuit een model dat vooral haalbaar is voor grote organisaties zoals het Wit-Gele Kruis of i-mens, met administratieve diensten en informaticateams. De zelfstandig thuisverpleegkundige mag in dat project niet vergeten worden. Zij zijn het vertrouwde gezicht bij kwetsbare patiënten, ook in Vlaanderen en ook op plaatsen waar grote structuren niet vanzelfsprekend aanwezig zijn. Als het RIZIV zelf erkent dat er onevenwichtigheden zijn in de steekproef, dan moet u daar politieke conclusies uit trekken en moet u vandaag al garanderen dat de resultaten niet blind worden doorgetrokken naar de hele sector. Voor het Vlaams Belang is het zeer duidelijk: zorg ervoor dat dit proefproject geen opstap wordt naar meer administratie, minder zelfstandigheid en een financiering op maat van grote structuren. Ik wil hier een ballonnetje oplaten voor de patiënt en de thuisverpleegkundige op het terrein. Zij moeten centraal staan. Dat moeten uw partners rond de tafel zijn en niemand anders.
Voorzitter:
Mevrouw Sneppe, uw beeldspraak is vandaag ongepast.
-
Vraag: De ongeziene situatie bij het Verzekeringscomité door het uitblijven van een akkoord
Vraag: De RIZIV-begroting
Vraag: De RIZIV-begroting en het voorstel van het Verzekeringscomité
gezondheid en welzijnDe ongeziene situatie bij het Verzekeringscomité door het uitblijven van een akkoord
De RIZIV-begroting
De RIZIV-begroting en het voorstel van het Verzekeringscomité
Financiële en bestuurlijke uitdagingen binnen RIZIV en Verzekeringscomité door gebrek aan akkoorden summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De Belgische regering plant 907 miljoen euro te besparen in de gezondheidszorg tegen 2026, ondanks massale protesten van ziekenhuizen, zorgverleners, mutualiteiten en patiëntenorganisaties, die waarschuwen voor overbelaste staf, gesloten afdelingen, langere wachttijden en hogere eigen bijdragen—met name voor kwetsbare groepen. Minister Vandenbroucke benadrukt "gerichte investeringen" (1,5 miljard extra, inclusief indexering en betere terugbetalingen), maar critici ontmaskeren dit als schijninvesteringen: 469 miljoen van de beloofde 756 miljoen ontbreekt in de begroting, terwijl de echte besparingen neerkomen op bezuinigingen op personeel, medicijnen en consultaties, wat de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg verder uitholt. Het historische vertrouwensverlies in het overlegmodel (RIZIV) is compleet: de sector weigert de opgelegde, niet-onderhandelbare besparingsdoelen, beschuldigt de regering van topdown-beleid zonder draagvlak en ziet dit als een "doodsteek voor de solidariteit" in de zorg. De oppositie eist meer transparantie, echte investeringen in personeel en geestelijke gezondheidszorg—en niet "besparen op Excel-cijfers ten koste van patiënten"—maar Vandenbroucke houdt vast aan "meer gezondheid voor ons geld", zonder concrete oplossingen voor de acute crisis in ziekenhuizen en eerste lijn.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, votre gouvernement prévoit d'économiser deux milliards d'euros sur nos soins de santé d'ici 2029 et près d'un milliard rien que pour 2026. Je ne sais pas pourquoi d'ailleurs, mais je sens que ce sera pire que ce que vous annoncez.
Depuis des mois, pourtant, nous vous mettons en garde. Les économies que vous imposez auront des conséquences dramatiques sur les hôpitaux, sur les soignants et sur les patients. Aujourd'hui, tous les acteurs du secteur tirent la sonnette d'alarme: hôpitaux, mutualités, médecins, syndicats, associations de patients, absolument tous. Et pour la première fois depuis 20 ans, le Comité de l'assurance, qui réunit mutualités, hôpitaux et prestataires de soins, n'a pas réussi à trouver un consensus sur le budget santé 2026. Un blocage historique, donc, mais aussi un message qui est clair: le malaise est profond. En effet, les économies que vous exigez sont à la fois irréalistes et socialement inacceptables. Pourquoi? Parce qu'aujourd'hui déjà, les soignants sont épuisés, les hôpitaux sont à la corde et les délais d'attente chez les spécialistes ne cessent de s'allonger.
Je voudrais d'ailleurs ajouter que, en cette semaine de la santé mentale, les services pédopsychiatriques sont saturés, laissant des centaines d'enfants et de jeunes seuls avec leur détresse. Je vous le demande donc solennellement, monsieur le ministre, après avoir décidé d'augmenter le prix des médicaments, allez-vous vraiment oser augmenter le prix des consultations chez le médecin? Allez-vous vraiment oser augmenter les tickets modérateurs? Il est encore temps de changer de cap, d'arrêter cela, parce que vous le savez comme moi, chaque euro de plus, c'est un frein de plus pour ceux qui ont besoin de soins, c'est une inégalité de plus entre ceux qui peuvent payer et ceux qui doivent renoncer – et on le sait, ils sont nombreux. Aujourd'hui, c'est vous et votre gouvernement qui détenez les cartes pour élaborer le budget des soins de santé 2026. Et je vous le dis sans détour, cela ne nous rassure pas du tout. Par conséquent, quelles horreurs allez-vous imposer demain au secteur de la santé alors qu'elle a besoin (...)
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister Vandenbroucke, u wilt een ongeziene besparingsoperatie doorvoeren in de zorg. De grote arizonashow van investeren in de zorg loopt helemaal ten einde. U wilt in 2026 907 miljoen euro besparen op de kap van het zorgpersoneel en de patiënten.
U beweert dat u respect hebt voor de helden van de zorg. U hebt meegedaan met het goedkope applaus. Hoe vertaalt dat respect zich echter in daden? U wilt besparen op de ziekenhuizen. Dat betekent dat afdelingen worden gesloten en personeel wordt afdankt. Voor de zorgkundigen die overblijven, stijgt de werkdruk nog meer, hoewel die nu al ondraaglijk is.
U beweert dat u respect hebt, maar het zorgpersoneel moet langer werken voor een lager pensioen en altijd maar flexibeler worden. U blokkeert de lonen en valt de nachtpremies aan. Wanneer het zorgpersoneel op het einde van de rit uitvalt en zelf ziek wordt, kreunend onder uw beleid en uw besparingen, wilt u die mensen nog eens opjagen en sanctioneren. U hebt geen enkel respect voor de helden van de zorg.
Voor de patiënten betekenen de besparingen nog langere wachttijden, hogere ereloonsupplementen, een hoger remgeld bij de artsen en een hoger remgeld voor medicatie. Alle zorg die u niet meer financiert, moeten de mensen immers uit eigen zak betalen. Zij die het geluk hebben om een privéverzekering te hebben, zoals ieder van u hier, ondervinden geen probleem. Alle anderen zullen moeten beginnen sparen en hopen dat ze niet ziek worden.
U wilt 907 miljoen euro besparen en u hebt de opdracht gegeven aan de sector, maar die sector heeft de opdracht maandag terecht geweigerd. Wat u wilt doen, is volgens de mutualiteiten, de ziekenhuizen en de artsen een doodsteek voor de zorg. Zij hebben gesteld dat zij hun waardigheid willen behouden en die besparingen niet zullen doen. Als u dat wilt doen, moet u het voor hen maar zelf doen en zelf de volle verantwoordelijkheid dragen.
Mijn vraag is eenvoudig. De bal ligt nu opnieuw in uw kamp. U hebt het mes in handen. Zult u, zoals wij ondertussen van u gewend zijn, (...)
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, hetgeen afgelopen week in het Verzekeringscomité gebeurde, is symptomatisch voor de manier waarop u omgaat met overleg en verantwoordelijkheid in de gezondheidszorg. Een besparingsplan van 900 miljoen euro is niet min en het betreft keuzes die rechtstreekse gevolgen hebben voor de zorgcontinuïteit, de aantrekkelijkheid van het beroep en uiteindelijk ook de patiënt. Zulke beslissingen vragen overleg, draagvlak en transparantie.
De overlegpartners hebben, zoals verwacht, het voorstel verworpen. Dat is ongezien. Men deed dat niet omdat men niet bereid was tot inspanning, maar wel omdat het zogezegde overleg in feite niet meer was dan een afvinkvergadering. Men kreeg uw vooraf uitgeschreven opdrachtenbrief, met een besparingsbedrag dat al vastlag, zonder ruimte om te onderhandelen of alternatieven aan te reiken. De artsen spreken over een ontsporing van het overlegmodel en stellen dat u en uw kabinet zich de bevoegdheden van het Verzekeringscomité toemeten.
Mijnheer de minister, het RIZIV-overlegmodel was ooit de ruggengraat van onze gezondheidszorg. U breekt die ruggengraat echter wervel voor wervel af, en dat in een periode waarin ziekenhuizen, huisartsen en zelfstandige zorgverleners op hun tandvlees zitten en patiënten geconfronteerd worden met langere wachttijden en hogere kosten.
Waarom laat u het sociaal overleg zijn werk niet doen?
Wat zult u doen om het vertrouwen in het overlegmodel in het Verzekeringscomité te herstellen, zodat de patiënt niet de dupe wordt van de vertrouwensbreuk? Met andere woorden, hoe moet het nu verder, mijnheer de minister?
Frank Vandenbroucke:
Geachte Kamerleden, wij investeren in de gezondheidszorg. Er komt volgend jaar anderhalf miljard euro bij. Dat laat toe om alle vergoedingen volledig te indexeren. Het laat toe om meer mensen te verzorgen. Het laat toe om meer medicamenten terug te betalen. We investeren dus.
Die investeringen moeten we wel zorgvuldig gebruiken. Het kraantje gewoon openzetten en het water laten lopen, is het slechtste wat we kunnen doen. Daarom hebben we, zoals altijd, gevraagd aan de artsenorganisaties, de tandartsenorganisaties, de kinesitherapeuten, de logopedisten en de ziekenfondsen om na te denken over hoe we het bijkomend anderhalf miljard euro zo goed mogelijk kunnen gebruiken voor de gezondheid van de mensen en voor de toegankelijkheid van de gezondheidszorg.
Daar was helaas geen overeenkomst over, en de normale spelregels van het overleg gelden. De regering zal dus een voorstel doen aan de Algemene Raad van het RIZIV, waarin de sociale partners zetelen. Ik hoop dat er daar wel een draagvlak komt voor een ernstige en goede investering in de gezondheidszorg.
Wat mij betreft, is het motto eigenlijk eenvoudig: meer geld voor de gezondheidszorg, maar ook meer gezondheid voor ons geld.
Wat men volgens mij toch moet aanvaarden, is dat een euro maar één keer kan worden uitgeven. We investeren enorm in geestelijke gezondheidszorg. Daar heeft de Christelijke Mutualiteit gisteren nog een interessant rapport over gepubliceerd. Die investering in de geestelijke gezondheidszorg is enorm. We zijn ook aan het investeren in kinderpsychiatrie. Dat vraagt geld. De euro's die we zinloos uitgeven aan maagzuurremmers, zullen we niet kunnen besteden aan geestelijke gezondheidszorg. Het geld dat we uitgeven aan een medicament dat misschien wel een beetje nuttig is, onder het motto 'baat het niet, dan schaadt het niet', kunnen we vandaag beter aan andere medicatie besteden die hard nodig is en die een enorme meerwaarde heeft, maar die nog niet terugbetaald wordt, hoewel patiënten erop zitten te wachten.
Solidariteit is de basis van gezondheidszorg. Daar moeten we zeer zorgvuldig mee omgaan. De doodsteek van de solidariteit is er kwistig mee zijn en het kraantje gewoon openzetten. Daarover gaat het. In moeilijke tijden die solidariteit hooghouden en de juiste prioritaire noden eerst bedienen, dat is de inzet. Dat vraag van iedereen een inspanning.
Si, historiquement, on peut dire que nos soins de santé sont solides, c’est parce qu’ils reposent exactement sur cette solidarité, mais nous devons en faire un usage judicieux. Judicieux signifie utiliser les ressources disponibles. Celles-ci sont croissantes. Il faut utiliser ces ressources à bon escient et de manière ciblée, et ne pas simplement laisser les vannes ouvertes. Au contraire, si nous voulons une marge pour bien investir dans les soins de santé, pour continuer à investir, également dans le personnel soignant, nous devons porter un regard critique sur les dépenses qui ont lieu aujourd'hui. Et cela, il est vrai, c’est un effort conséquent et pas facile que nous demandons à tous les acteurs, à chacun d’entre eux. S’ils ne tombent pas d'accord, c’est à nous d’agir. J’espère donc que lors du Conseil général, il y aura de nouveau un consensus pour un investissements solide, bien ciblé, dans les soins de santé.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, vous nous répétez systématiquement la même chose à cette tribune, mais les investissements sont insuffisants pour répondre aux besoins de la population, et vous le savez très bien. Les économies qui sont demandées aujourd'hui aux acteurs sont déraisonnables, et on en voit le résultat. On se demande vraiment dans quel monde vit le gouvernement. Allez passer une nuit dans un hôpital avec un infirmière qui tient à bout de bras son service toute seule pendant la nuit ! Dans quel monde peut-on imaginer faire porter de tels charges sur le dos des patients, des soignants et des hôpitaux? Comment peut-on imaginer demander autant d’efforts à un secteur dans lequel il faudrait au contraire investir davantage? Dans ce secteur les besoins sont criants, immenses et urgents. Nous ne voulons pas que la santé soit une variable d’ajustement budgétaire. Elle est le pilier de notre cohésion sociale, et le pilier de notre bien-être collectif.
Vous me permettrez, chers collègues des Engagés, de me tourner vers vous, parce que nous ne croyons plus en vos promesses. Vous disiez, et vous avez encore osé le répéter aujourd'hui, que vous ne toucheriez jamais à la santé. Mais regardez ce qui est en train de se passer. On y touche en plein cœur et sans le moindre état d’âme!
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, u komt altijd met hetzelfde riedeltje dat we investeren, maar u liegt. Die zogezegde grote investeringen bestaan enkel in woorden en op sociale media. Die bestaan alleen in de bubbel waarin u leeft. U zegt dat de groeinorm 2 % bedraagt en dat er 756 miljoen euro bijkomt in 2026. Het rapport van de Commissie voor Begrotingscontrole van het RIZIV van twee weken geleden stelt dat volgend jaar meer dan de helft van dat bedrag niet gefinancierd is. Van de 756 miljoen euro die u belooft, is 469 miljoen euro niet te vinden in de begroting en de budgetten. Dat loopt op tot een half miljard tegen het einde van de legislatuur, waardoor er voor het sociaal akkoord voor het zorgpersoneel geen rotte frank overblijft. Zijn dat dan uw prioriteiten? Die loze woorden betekenen niets. De waarheid staat in de tabellen: er wordt bijna een miljard bespaard en er wordt nog geen 300 miljoen geïnvesteerd. Dat is de waarheid.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, de regering zal een voorstel doen aan de Algemene Raad. Dat is uw overlegmodel: de regering zal beslissen. Als u de spelregels van het overlegmodel herschrijft, hoeft het u niet te verbazen dat niemand nog wil meespelen. Dit gaat over de kern van ons solidariteitsmodel. Zonder vertrouwen van en in de zorg is er geen zorg, enkel frustratie en kwaliteitsverlies. In de gezondheidszorg, mijnheer de minister, bespaart men niet op cijfertjes en Exceltabellen, maar op mensen. Wie bespaart op de dokter, moet durven toegeven dat de patiënt de factuur zal betalen. Het Vlaams Belang is voorstander van overleg, evidencebased beleid en vertrouwen in het systeem. U en uw kabinet doen echter net het omgekeerde: centralisering, wantrouwen, top-downsturing en vooral egobased beleid. Tegenover dit socialistisch beleid stelt het Vlaams Belang een zorgbeleid met gezond verstand: minder kabinet, meer overleg, minder Excel, meer mens.
-
Vraag: De kaderwet waarmee de deur opengezet wordt naar staatsgeneeskunde
Vraag: De noodzaak van overleg in het kader van de hervorming van de gezondheidszorg
Vraag: De ereloonsupplementen
Vraag: Het risico voor de medische vrije beroepen in het kader van het voorontwerp van kaderwet
Vraag: De ongerustheid bij de artsen
Vraag: Het voorontwerp van kaderwet
De kaderwet waarmee de deur opengezet wordt naar staatsgeneeskunde
De noodzaak van overleg in het kader van de hervorming van de gezondheidszorg
De ereloonsupplementen
Het risico voor de medische vrije beroepen in het kader van het voorontwerp van kaderwet
De ongerustheid bij de artsen
Het voorontwerp van kaderwet
Hervorming Gezondheidszorg en Medische Beroepen. summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister Vandenbroucke ontkent dat zijn hervorming van de gezondheidszorg leidt tot staatsgeneeskunde en benadrukt dat de therapeutische vrijheid en conventiekeuze behouden blijven, maar de oppositie en coalitiepartners beschuldigen hem van top-down beleid, gebrek aan overleg en een autoritaire aanpak die artsen demotiveert en patiënten in gevaar brengt. De kern van het conflict draait om ereloonsupplementen (symptoom) versus structurele hervormingen (nomenclatuur, ziekenhuisfinanciering, eerlijke vergoedingen), waarbij de minister belooft eerst de tarieven te herzien (2026-2028) alvorens supplementen aan te pakken—maar artsen voelen zich niet gehoord en vrezen voor wachtlijsten, bureaucratie en kwaliteitsverlies. De sfeer is grimmig, met dreigende stakingen en een diep wantrouwen tussen sector en overheid, terwijl alle partijen claimen dezelfde doelen (betaalbare, kwaliteitsvolle zorg) na te streven. De concertatiekloof en haastige communicatie verergeren de polarisatie, met als inzet wie de regie over de zorg behoudt: de politiek of de beroepsgroep.
Irina De Knop:
"Ik sta perplex van uw vraag. U ziet echt spoken," zo luidde uw antwoord tijdens een vragenuurtje, eind maart, mijnheer de minister. U deed er zelfs een beetje lacherig over. Maar voor mij en ook voor heel veel mensen in de sector was het toen al bittere ernst. Ook toen al was duidelijk dat het pad naar staatsgeneeskunde ingeslagen was. U was formeel: daar was niets van aan. Meer dan 25.000 artsen hadden het absoluut bij het verkeerde eind. Ze zagen spoken. Mijnheer de minister, u gaat met een hele sector in conflict om uw model, dat van socialistische staatsgeneeskunde, door te duwen.
Het is ook schandalig hoe u artsen aanvalt. U focust nu in al uw interventies op de ereloonsupplementen. Dat doet het goed bij uw achterban. Maar u weet zeer goed, mijnheer de minister – u bent intelligent - dat die slechts een symptoom zijn. De echte uitdaging is een hervorming van het ziekenhuislandschap, de financiering en de nomenclatuur. Maar daar begint u niet mee. Daar hebt u het bijna niet over. Volgens collega Bertels is het trouwens allemaal in kannen en kruiken.
Mijnheer de minister, u hebt vandaag een hele sector tegen u. Zou het kunnen dat er echt iets grondig fout is met uw beleid? Of zien we opnieuw spoken?
Kiest u nu echt voor ruzie met een beroepsgroep die niet ruziemaken, maar mensen helpen in zijn DNA heeft? Drijft u het zover dat het tot een staking komt, mijnheer de minister?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, je m'exprime aujourd'hui en tant que médecin généraliste mais aussi au nom de nombreux soignants interpellés, comme moi, par votre avant-projet de loi-programme. Ce texte, qui touche au cœur de notre système de santé, suscite autant de questions sur le fond que sur la méthode employée.
Vous le savez, les soins de santé sont une priorité pour les Engagés. Nous avons défendu et obtenu le refinancement, même dans un contexte budgétaire extrêmement tendu, parce que nous croyons qu'une médecine de qualité, accessible à tous est un pilier essentiel de justice sociale.
Oui, nous soutenons le renforcement du conventionnement, la limitation des suppléments, le recours au tiers payant. Oui, nous partageons le besoin de simplification et de meilleure coordination, pour des médecins devant les patients, pas devant leurs écrans.
Mais toute réforme, aussi légitime soit-elle, ne peut être menée sans concertation. Et aujourd'hui, plusieurs organisations représentatives du secteur disent n'avoir pas été consultées avant la communication publique de votre projet. C'est là que le bât blesse.
Si la réforme est nécessaire, elle doit être coconstruite. La politique responsable, c'est écouter ceux qui vivent les réalités du terrain et non décider en huis clos, toutes écoutilles fermées. La politique, ce n'est pas faire la leçon, c'est tirer des leçons.
Monsieur le ministre, nos médecins, nos soignants sont déjà sous tension. Ils veulent être entendus, pas mis devant le fait accompli. Leur implication est une condition sine qua non à la réussite de toute réforme. Sans eux, rien ne tiendra.
Mes questions sont donc simples et essentielles. Allez-vous renforcer la concertation avec les acteurs de terrain afin de garantir une réforme qui réponde à la fois aux besoins des patients et aux réalités quotidiennes du monde médical?
Comment vous engagez-vous à éviter toute dérive vers une uniformisation rigide et une déconnexion des réalités du terrain, que les Engagés refuseront catégoriquement? Nous voulons une réforme juste, construite avec les soignants.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, de ereloonsupplementen waren de voorbije dagen een belangrijk thema. De afbouw ervan staat ook in het regeerakkoord. Er is echter een belangrijke maar. Het is belangrijk dat men, wanneer men een doelwit heeft, onderweg eerst de obstakels wegwerkt. Mijnheer de minister, u kent die obstakels. Het gaat om de manier waarop artsen vandaag worden vergoed, die vaak niet in overeenstemming is met de realiteit, en om de ziekenhuisfinanciering, die helaas niet duurzaam is en zelfs de kwaliteit in het gedrang kan brengen. Voor cd&v is het uiteraard belangrijk dat de betaalbaarheid voor elke patiënt wordt gegarandeerd. Het kan voor ons niet dat een patiënt die honderden euro’s extra kan betalen, voorrang voor een consultatie op een patiënt die dat niet kan, krijgt.
We moeten wel beginnen bij het begin. De dominoblokjes moeten in de juiste volgorde vallen. Er zijn nog heel wat hervormingen waarop de sector en de patiënten wachten. Het is dan ook niet aanvaardbaar dat vandaag een conflict escaleert ten koste van zeer kwetsbare patiënten. Het is niet aanvaardbaar dat patiënten de krant vandaag openslaan en lezen over een mogelijke staking, terwijl ze zich in een van de meest kwetsbare periodes van hun leven bevinden.
Daarom wil ik hier toch beklemtonen, mijnheer de minister, dat het belangrijk is om met respect voor de sector het overleg aan te gaan. Er moet respect zijn voor alle actoren aan tafel: de ziekenhuizen, de zorgverstrekkers en de patiënten, die niet het slachtoffer mogen worden. Ik roep u dan ook op tot overleg en hoop dat u snel tot een akkoord kunt komen. Mijn vraag is dan ook helder: wat heeft het overleg van vanochtend met de artsenorganisaties opgebracht?
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, nous avons souvent mis en avant la performance de notre système de soins. Il est fondé sur l'autonomie professionnelle, la liberté de choix et la responsabilisation de tous les acteurs.
Depuis la publication de votre avant-projet, nous percevons des inquiétudes très fortes quant au sens des réformes proposées et quant à leur compatibilité avec l'accord de gouvernement. Rarement les prestataires de soins ont ressenti un tel sentiment, un tel climat de déconsidération. Vous avez déjà réagi en affirmant que sans réforme, il ne sera pas possible de maintenir des soins de qualité accessibles à tous. Sans doute avez-vous raison, mais encore faut-il alors que ces réformes aillent dans le bon sens.
Ce n'est pas le cas de la suppression du conventionnement partiel, qui aboutirait à réduire le nombre de conventionnés et allongerait les délais pour obtenir un rendez-vous, suite à la suppression de nombreuses consultations. Ce n'est pas le cas non plus de la suppression et de la limitation des primes INAMI aux seuls conventionnés qui transforme ces incitants à la qualité et à l'innovation en vulgaires outils de pression. Ce n'est pas le cas non plus du plafonnement extrême du supplément d'honoraires, qui ne peut s'envisager sans la réforme de la nomenclature, sans la réforme du financement des hôpitaux, à moins de provoquer des difficultés financières majeures pour un très grand nombre d'entre eux. Ce n'est pas le cas non plus d'une mesure visant à lier le financement des organisations professionnelles au nombre de membres conventionnés, mesure qui bafoue l'indépendance des syndicats et qui pousse un libéral à rappeler l'importance du droit syndical à un ministre socialiste. Ce n'est pas non plus le cas lorsqu'on utilise l'indexation des prestations comme moyen de pression.
Les prestataires de soins ont le sentiment d'assister à une dérive autoritaire de la gestion du système de santé et à une difficulté d'établir une réelle concertation.
Monsieur le ministre, comment comptez-vous rétablir un climat de confiance avec les prestataires de soins? Quand allez-vous présenter les réformes indispensables reprises dans l'accord de gouvernement?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, steeds meer mensen zijn ongerust omdat ze moeilijk een dokter vinden. We horen regelmatig dat men het gevoel heeft dat er hogere prijzen worden gevraagd of dat er minder wordt terugbetaald. Ook de dokters zijn vandaag ongerust, omdat ze vrezen dat de voorstellen die in het voorontwerp van kaderwet staan de leefbaarheid van hun beroep in gevaar zullen brengen en dus ook de zorg voor hun patiënten.
De uitdagingen zijn vandaag inderdaad niet min. We moeten de juiste recepten vinden om onze zorg betaalbaar te houden en daarover moeten we met alle belanghebbenden samen nadenken. Dit voorontwerp van kaderwet zorgt voor veel onrust, ook omdat een aantal maatregelen niet in het regeerakkoord staan. Ik denk bijvoorbeeld aan het beperken van de supplementen voor ambulante zorgen voor wie niet geconventioneerd is. Voor sommige disciplines kan dat grote problemen opleveren, omdat de officiële tarieven niet zijn aangepast aan de werkelijke kosten van de behandelingen. Ook dat is niet ten bate van de patiënten. Ook een aantal andere voorgestelde maatregelen kunnen voor ongewensten effecten zorgen, zoals het verdwijnen van de partiële conventie. We moeten erover waken dat er daardoor geen vlucht van artsen uit de ziekenhuizen ontstaat.
Mijnheer de minister, de ongerustheid bij de artsen is bijzonder groot. Er is zelfs sprake van stakingsbereidheid. Dat is iets wat ik in mijn carrière als zorgverstrekker nog nooit heb meegemaakt. Ik denk echter dat we dezelfde doelstellingen hebben. We willen namelijk een kwaliteitsvolle en duurzame gezondheidszorg. De patiënt is degene waarrond het moet draaien. Ook dokters en andere zorgverstrekkers hebben diezelfde doelstelling, daar ben ik voor 100 % van overtuigd.
Bent u bereid om te luisteren naar hun bezorgdheden? Zult u de constructieve voorstellen die worden geformuleerd door de zorgverleners meenemen?
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, uw zogenaamde hervormingswet zet de medische wereld in rep en roer. U belooft een modernisering van de gezondheidszorg, maar in de praktijk krijgen we iets totaal anders. Het gaat om een door en door centralistisch model waarin u, als hoofdrolspeler, de tarieven, de afspraken en het ritme van de zorgverlening bepaalt, zonder ruimte te laten voor een echte dialoog en zonder regionale autonomie.
Een golf van terechte onrust trekt momenteel door de zorgsector. Het regent open brieven en opiniestukken van bezorgde zorgverleners. Men voelt zich niet gehoord. Men verliest het vertrouwen. Uw hervorming staat voor een afbraak van onze kwaliteitsvolle zorg. Uw hervorming is een machtsgreep. In die zin gaat het inderdaad om een hervorming, maar ze houdt geen verbetering in.
Zorgverleners worden verplicht zich te conformeren aan centrale regels, met sancties als ze daarvan afwijken. Het overlegmodel wordt uitgehold. De vrijheid van conventie wordt gerelativeerd. U kunt bovendien binnenkort het RIZIV-nummer van tegendraadse zorgverleners afnemen. Dat zagen we reeds tijdens de coronacrisis. Wie het overheidsnarratief durfde te betwisten, werd kaltgestellt, gebroodroofd. Hallucinant en vooral dictatoriaal. U doet dat onder het mom van efficiëntie en toegankelijkheid.
We weten evenwel waar dat toe leidt: ellenlange wachtlijsten, burn-outs bij artsen, een bureaucratisch monster dat zorg op maat onmogelijk maakt. Dat zijn geen doembeelden, mijnheer de minister, dat is de realiteit in landen die die weg reeds zijn opgegaan, zoals het Verenigd Koninkrijk, zoals Nederland.
Twee vragen, mijnheer de minister. Wie wordt er beter van deze hervorming? De patiënt op de wachtlijst, de overwerkte zorgverlener of uzelf en uw kabinet, de technocraat in Brussel? Een tweede vraag, die misschien al half is beantwoord, is of dat alles eigenlijk wel doorgesproken is met alle coalitiepartners.
Frank Vandenbroucke:
Collega's, deze regering moet belangrijke hervormingen doorvoeren op het vlak van werkloosheid, pensioenen, arbeidsmarkt en gezondheidszorg. Die laatste is een sector waarin we ook zeer sterk investeren. Het betreft hervormingen die van iedereen inspanningen vragen. Zoals steeds bij ingrijpende hervormingen ontstaat er veel onrust en zijn er veel vragen. Daarom is zeer goed overleg nodig. Dat zal deze regering moeten organiseren, zowel wat betreft de arbeidsmarkt en de pensioenen als zeker ook de gezondheidszorg.
Het doel is duidelijk, namelijk betaalbare gezondheidszorg en een eerlijke, correcte vergoeding voor zorgverleners, met name artsen. We zijn al bijna drie jaar bezig met de voorbereiding van een fundamentele hervorming en verbetering van de artsenvergoedingen. We gaan de erelonen volledig herbekijken en in evenwicht brengen. Het kan niet dat kinderartsen, jeugdpsychiaters of geriaters systematisch minder goed worden bedeeld dan bijvoorbeeld radiologen of nefrologen.
We treffen daarvoor al drie jaar lang voorbereidingen. We hebben focusgroepen opgericht met talloze artsen en specialisten die daarover aan tafel zitten. Dat proces is lopende. Ik zal ook heel 2026 besteden aan overleg en onderhandelingen over een beter en eerlijk systeem van erelonen.
Collega's, natuurlijk is er iets dat daarmee samenhangt. Als de erelonen, de officiële tarieven, echt het anker en de spil van het systeem moeten zijn, dan moet men het natuurlijk ook eens zijn over de mate waarin daarvan kan worden afgeweken en over de manier waarop daarover wordt onderhandeld. Dat brengt ons bij de vraag naar het conventiemodel en de visie op ereloonsupplementen.
Alles wat het regeerakkoord daarover voorstelt en wat ik hier probeer in uitvoering te brengen, moet volgens het regeerakkoord tegen eind 2025 als wetgeving klaar liggen. Dat proberen we te realiseren. Tegelijkertijd heb ik aan de betrokken artsen gezegd dat de hervorming van het conventiemodel en de ereloonsupplementen iets is dat pas vanaf 2028 van kracht zal worden.
We moeten inderdaad eerst heel veel tijd en energie steken in eerlijke en correcte erelonen, echter op voorwaarde dat we het er op voorhand over eens zijn dat dit het anker van het systeem is. Als men het daar op voorhand niet over eens is, dan weet men eigenlijk niet waarover men overlegt en onderhandelt.
Mevrouw De Knop, u ziet dus inderdaad spoken. Er verandert echt niets aan het zelfstandige karakter van de meeste artsen, niets aan de therapeutische vrijheid, niets aan het besluitvormingsmodel in de Medicomut. Wat daarover verteld wordt, is gewoon onjuist, want daar verandert niets aan. Integendeel, de vrije keuze voor de conventie blijft behouden. Integendeel, ik stel voor dat de geconventioneerde arts meer flexibiliteit en vrijheid krijgt in zijn tarieven en niemand vermeldt dat. Dat is nochtans wat ik voorstel. Daar verandert dus niets aan.
Van staatsgeneeskunde is geen sprake en ik ben daar alleszins hartgrondig tegen, net zoals mevrouw Sneppe. Ik zou meteen een petitie ondertekenen waarin werd vastgesteld dat een minister eigenhandig artsen van de rol kan schrappen. Dat is totaal van de pot gerukt, want dat staat nergens. Ik denk wel dat als een arts bijvoorbeeld ernstig verslaafd is – wat soms gebeurt, net zoals bij andere mensen in de samenleving – en een gevaar vormt voor zijn patiënten, men moet kunnen zeggen dat die arts niet langer mag factureren. Anders blijven patiënten denken dat die arts nog steeds actief is.
Collega's, de overdrijvingen of excessen inzake supplementen bij een kleine minderheid moeten eruit. Men krijgt het niet uitgelegd dat een bevalling in het ene ziekenhuis 700 euro aan ereloonsupplementen betekent en in een ander ziekenhuis 2.200 euro. Men kan evenmin uitleggen dat een appendicitis in het ene ziekenhuis 450 euro aan ereloonsupplementen kost en in een ander ziekenhuis 2.500 of 3.500 euro. Daar moeten we afspraken over maken, met de bedoeling goede en betaalbare zorg te garanderen.
Par ailleurs, la concertation est organisée. Je l’ai initiée de manière informelle en avril. L’architecture de cette proposition, certes sans les détails et les chiffres, a été présentée à tous les acteurs à ce moment-là.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. We hebben afgesproken dat we de spreektijden vandaag strikt respecteren.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, volgens u zie ik spoken. Welnu, ik meen dat u liegt. Als u verklaart dat de vrijheid van artsen niet aan banden wordt gelegd met uw nieuwe kaderwet, dan liegt u.
U hervormt niet; u zoekt ruzie. U bouwt geen bruggen; u blaast ze op. U luistert niet; u duwt uw visie gewoon door. En dan zouden wij, in de oppositie, spoken zien? Uw collega's van de arizonapartijen zien in dat geval ook spoken. Ik heb namelijk heel goed geluisterd naar wat zij u hier hebben gevraagd.
Het is inderdaad juist dat dringend werk moet worden gemaakt van een correcte vergoeding. Begin daar dan mee! Daar wachten we net op. We wachten op een hervorming van de lonen, niet op wat hier nu gebeurt.
Dat de N-VA meewerkt aan die staatsgeneeskunde die wij nu (…)
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos explications, même si elles ont été écourtées.
Je ne reviendrai pas sur le fond de votre avant-projet, parce qu'il me faudrait au moins 30 ou 40 minutes et que M. le président n'est pas prêt à me les accorder. Cela dit, je tiens absolument à insister sur la forme. Les acteurs de terrain demandent à être consultés. J'ai entendu que vous parliez du mois d'avril. En tout cas, il m'est revenu que certains syndicats n'avaient pas été informés avant le 3 juin. Cela met quelque peu le feu aux poudres. Il faut absolument consulter le secteur, car cette réforme l'inquiète véritablement.
Ce qui est en jeu, monsieur le ministre, ce n'est pas simplement une réforme budgétaire ou administrative, mais une nouvelle vision de la médecine – sur laquelle je suis prêt à travailler avec vous, parce qu'il est vrai qu'il faut voir les choses différemment. Oui, cette réforme est nécessaire, mais elle ne doit pas être pragmatique; elle doit être respectueuse et tenir compte des acteurs du terrain.
Monsieur le ministre, vous pouvez compter sur moi et Les Engagés, mais les médecins et les soignants le peuvent également pour que nous servions de relais déterminé s'ils sont mis de côté.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, afgaande op uw antwoord lijkt het enigszins op een gecreëerd conflict. Daarnet, tijdens mijn vraagstelling, heb ik gezegd dat het belangrijk is om de dominostenen op de juiste manier te laten vallen. In uw antwoord hoor ik nu dat dat inderdaad de wijze is waarop u te werk wilt gaan.
Het is dan wel zonde en jammer dat er in de pers werd geschreeuwd, geroepen en getierd dat de ereloonsupplementen zouden worden beperkt, zonder te spreken over de broodnodige hervormingen die daaraan moeten voorafgaan. Het is zonde dat de zorgsector vandaag in chaos verkeert. Het is zonde dat patiënten vandaag met heel wat angst zitten.
Mijnheer de minister, ik hoop oprecht dat u dat rechtzet en dat u het afgesproken tempo aanhoudt: eerst de duurzame hervormingen, daarna verdergaan.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, (…) pas contre tout ce qui est repris dans l'accord de l'Arizona. Mais ce n'est pas exactement ce qui se trouve dans votre projet. Et cela, pour nous, n'est pas acceptable. Démolir le conventionnement partiel serait une grave erreur pour l'organisation des soins. Limiter les suppléments à des taux que vous fixez dès maintenant, en dehors de la réforme de la nomenclature, en dehors de la réforme du financement des hôpitaux, ne repose sur aucun fondement! Voilà ce que nous regrettons.
Nous assistons aujourd'hui à un découragement et à un désengagement des professions de santé, à un moment où on doit augmenter l'attractivité de ces professions. Et c'est un grave problème. Il faut absolument que l'on rétablisse une collaboration correcte avec le corps médical et que l'on évite des dérives bureaucratiques et coercitives.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, het is niet goed als er een tweespalt tussen burgers en zorgverstrekkers ontstaat. Er moet vertrouwen zijn, ook ten aanzien van de regering. We willen geen staking. U wilt geen staking, ik wil geen staking; patiënten willen geen staking en eigenlijk willen de zorgverstrekkers dat zelf ook niet. We kunnen er alleen samen uitkomen en dat is echt in het belang van onze patiënten.
Mijnheer de minister, natuurlijk moet misbruik eruit, moet verspilling eruit, maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien. Ik ben ervan overtuigd dat u ook de zorg op een juiste manier op de rails wilt zetten, waarbij we behouden wat vandaag bewezen heeft goed te werken, zoals de vrijheid van het beroep van de zorgverstrekker.
Er zal nog heel wat overleg nodig zijn over de gevolgen van de hervorming op het terrein. Ik wil ook aandringen om dat in de juiste volgorde af te werken. Ik vraag u om intensief overleg met de zorgsector te voeren. De N-VA zal haar werk doen in het overleg tussen de kabinetten. We hopen van harte dat dit op een heel constructieve (…)
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, ze liegen, geen staatsgeneeskunde, het zijn misverstanden, angsten, ingegeven door desinformatie. Wat roept u nog meer in? Met alle respect, het wantrouwen komt niet van een of andere obscure groep op sociale media, maar komt van het terrein zelf, van artsen, verpleegkundigen, specialisten, patiëntenverenigingen. Zij voelen wat u blijkbaar niet ziet of niet wilt zien: de patiënt wordt van die hervormingen de dupe. De patiënt verdient een zorgverlener die tijd mag nemen, die mag nadenken, die vrij mag handelen om zorg op maat te bieden. De zorgverlener verdient vertrouwen van de patiënt, maar zeker ook van u, van de overheid. Deze regering maakt van artsen bureaucraten en van patiënten nummers. Onze patiënten verliezen. Onze zorgverleners verliezen. Vlaanderen betaalt. Stop deze waanzin.
-
Vraag: De vrijgave van het mailverkeer over corona
gezondheid en welzijnDe vrijgave van het mailverkeer over corona
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 15 mei 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Dominiek Sneppe eist volledige transparantie over Vandenbrouckes sms’en, e-mails en chatberichten tijdens de coronacrisis, verwijzend naar het Europees Hof dat Von der Leyen veroordeelt voor gebrek aan openheid over vaccindeals, en stelt dat burgers recht hebben op inzage in besluitvorming die hun vrijheden beperkte. Vandenbroucke wijst dit af, beroepend op Belgische wetgeving (beraadslagingsgeheim, privacy, bedrijfsgeheimen) en benadrukt dat alle officiële adviezen wel publiek zijn, maar dat onvolledige of vertrouwelijke communicatie niet vrijgegeven kan worden. Sneppe kaart dit aan als “beschamende arrogantie” en doofpotpolitiek, eisend dat beleidscommunicatie—geen privézaken—openbaar moet zijn om vertrouwen en verantwoording te waarborgen. De kernconflict blijft: openbaar belang vs. juridische beperkingen, met Sneppe die dwingende transparantie opeist en Vandenbroucke zich verschuilt achter procedures en uitzonderingen.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de voorzitter, de Europese instellingen kregen deze week een duidelijk signaal van het Europees Hof: transparantie is geen optie, het is een verplichting. Mevrouw von der Leyen wordt door het Hof op de vingers getikt omdat ze halsstarrig weigert haar communicatie – haar e-mails, haar sms'en – over de vaccindeals vrij te geven. De burgers hebben recht op duidelijkheid over hoe beslissingen tot stand kwamen die hun levens beïnvloedden en hun vrijheden beknotten.
Dat roept onvermijdelijk de vraag op hoe het nu zit in België. Er werd een procedure ingediend bij de Raad van State door HLN om ook uw communicatie tijdens de coronacrisis, zoals e-mails, sms’en en whatsapps, op tafel te krijgen. Die zaak zou ondertussen afgesloten zijn, zonder volledige transparantie. Blijkbaar beschouwt u daarmee het hoofdstuk als afgesloten. U hebt zelfs hemel en aarde bewogen om hier vandaag niet op mijn vraag te moeten antwoorden.
Mijnheer de minister, voor ons is de kous niet af. U hebt in volle crisis verregaande beslissingen genomen: avondklokken, sluitingen, vaccinbeleid, op basis van adviezen en overlegmomenten die niet transparant waren. De bevolking heeft offers gebracht, vrijheid ingeleverd en vertrouwen gesteld in een overheid die haar zou beschermen. Wie regeert met bevelen, moet verantwoorden met bewijzen. Het minste dat u kunt doen, is openheid geven over hoe en met wie die beslissingen tot stand kwamen. Aangezien er in het verleden door uw grootste coalitiepartner veel vragen over werden gesteld, zal dat nu waarschijnlijk geen probleem zijn.
Mijnheer de minister, zult u, in het licht van de Europese rechtspraak en uit respect voor het democratisch recht op transparantie, uw sms’en, e-mails, whatsapps en dergelijke alsnog vrijwillig en integraal publiek maken? Of wacht u verdere gerechtelijke stappen af?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Sneppe, ik licht even toe waarom de Europese Commissie in het ongelijk wordt gesteld door het Europees Hof van Justitie. Het Hof zegt dat de Commissie gewoon niet kan uitleggen waarom zij niet in het bezit zou zijn van de gevraagde documenten. Daarover gaat het. Dat is iets heel anders dan de principiële discussie over de openbaarheid van documenten waarvan men zegt dat men ze in zijn bezit heeft.
We leven in een rechtsstaat en we moeten ons in dit land dus absoluut en scrupuleus houden aan onze wetgeving inzake openbaarheid van bestuur. Die legt verplichtingen op die duidelijk gekaderd zijn, bijvoorbeeld voor e-mails. Men moet rekening houden met het geheim van beraadslaging van de federale regering. Dat verhindert om bepaalde documenten en mails publiek te maken. Men moet de persoonlijke levenssfeer beschermen van personen betrokken bij of vermeld in e-mails. Men moet het beroepsgeheim van advocaten die deelnemen aan e-mailverkeer respecteren. Men mag de federale internationale betrekkingen van België niet in gevaar brengen. Men moet het vertrouwelijk karakter van bedrijfsgeheimen en intellectuele eigendom respecteren. Men moet rekening houden met het onvolledige karakter van heel wat werkdocumenten.
Dat alles zegt de Belgische wetgeving inzake openbaarheid van bestuur. Dat zijn de principes en ik vind dat ik en eender welke minister ze moet respecteren. Ik doe dat ook in procedures die lopen zoals procedures in een rechtsstaat moeten lopen. Daarover gaat het. Als u hier nu, bij wijze van voetnoot, komt beweren dat de adviezen uit de covidperiode niet publiek zijn, dan is dat totaal onjuist. Alle adviezen die door officiële instanties werden verstrekt, zijn publiek.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, als een minister in crisistijd beslissingen neemt die miljoenen mensen raken en die honderden miljoenen euro belastinggeld kosten, dan hoort daar transparantie bij en geen doofpot. Als het Europees Hof zelfs de voorzitter van de Europese Commissie op de vingers tikt, is het ronduit beschamend dat u hier blijft zwijgen over uw eigen communicatie. Sms'jes, mails, appjes, overleg met farmabedrijven, het gebeurde allemaal achter gesloten deuren. U vraagt vertrouwen van de burger maar weigert zelf open kaart te spelen. Dit is pure arrogantie. Wij vragen niet om privézaken, wij vragen inzage in het beleid en de besluitvorming die onze grondrechten hebben beperkt. Als u echt niets te verbergen hebt, gooi die sms'jes, appjes en e-mails dan op tafel. De waarheid is dat het hoofdstuk pas is afgesloten als het volledig gelezen is. Dat kan pas als alle informatie op tafel ligt.
-
Vraag: De oproep van de ziekenhuisdirecteurs om de zorgsector te hervormen
Vraag: De ziekenhuisfinanciering
Vraag: De oproep van de ziekenhuisdirecteurs en de nood aan hervormingen
Vraag: De financiële situatie van de ziekenhuizen in 2023
Vraag: De ziekenhuisfinanciering
gezondheid en welzijnDe oproep van de ziekenhuisdirecteurs om de zorgsector te hervormen
De ziekenhuisfinanciering
De oproep van de ziekenhuisdirecteurs en de nood aan hervormingen
De financiële situatie van de ziekenhuizen in 2023
De ziekenhuisfinanciering
Ziekenhuisfinanciering en hervorming summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 12 december 2024
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De Belgische gezondheidszorg staat aan de rand van een diepe crisis door financiële tekorten, personeelstekort en inefficiënties, blijkt uit een rapport van ziekenhuisdirecteurs dat 16,6 miljard euro verspilling aan kaart brengt door prestatiegeneeskunde (onnodige scans, langdurige opnames) en gebrek aan preventie, digitalisering en resultaatgerichte zorg. Minister Vandenbroucke erkent de noodzaak van hervormingen (minder bedden, meer dagzorg, kwaliteitsfinanciering) en investeringen (5.100 extra VTE’s via het Zorgpersoneelfonds, betere lonen), maar de oppositie (o.a. N-VA, Vlaams Belang) wijst op falend beleid: ondanks recordbudgetten verslechteren de problemen, met sluitingen, ontslagen (bv. HELORA-groep) en een overbelast personeel. De politieke tegenstellingen zijn scherp: rechtse partijen eisen besparingen, splitsing van de gezondheidszorg en aanpak verspillingen (met name in Wallonië), terwijl linkse partijen waarschuwen voor Arizona-bezuinigingen (loonblok, premiekortingen) die de sector verder ondermijnen. Vakbonden kondigen maandelijkse acties aan tegen de "afbraakregering". Kernpunt: Hervorm *nu* (minder prestatiedrang, meer preventie/tech) of riskeer instorting – maar geld alleen lost niets op zonder structurele verandering.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, we stevenen af op een diepe crisis in onze gezondheidszorg. We moeten veranderen om te overleven. Mijnheer de minister, dat staat in dit rapport. Dat is de noodkreet van de Belgische ziekenhuizen vandaag. We moeten hervormen. We moeten nu hervormen. Dat is de diagnose en die is al lang duidelijk. Uw remedie, die linkse recepten, ze werken niet, mijnheer de minister. De sector vandaag, de studie van PwC, eerder nog het IMF, allemaal hebben ze dezelfde duidelijke conclusie: meer is niet het antwoord.
Ook ik heb u hier al een aantal keren diezelfde boodschap gebracht. Er wordt hier ook met groeivoeten gegoocheld: 2, 2,5, 3 %, en dat op 40 miljard per jaar. Geen klein bedrag als u het mij vraagt. Het lijkt wel alsof we hier op een voddenmarkt staan te zwaaien met al die percentages.
Wat moeten we wel doen? Inzetten op preventie, op efficiëntie, op nieuwe technologie. Dat is niet alleen goed voor de patiënt, maar we kunnen op die manier ook nog eens 5 miljard euro per jaar besparen, mijnheer de minister, gewoon door goed in te zetten op preventie, door een andere vorm van gezondheidszorg aan te bieden. Zorg voor een gezondheidszorg die klaar is voor de toekomst. Dat is de vraag vanuit de sector en dat is de vraag aan ons, of beter gezegd, aan u en aan uw arizonacollega's.
Zorg ervoor dat verpleegkundigen zich kunnen focussen.
Voorzitter:
Collega's, alsjeblieft, mag ik respect vragen voor de spreker? Mevrouw De Knop, u heeft nog enkele seconden om af te ronden.
Irina De Knop:
Zorg ervoor dat verpleegkundigen zich kunnen focussen op hun taak. Neem maatregelen tegen de overconsumptie en zorg voor samenwerking tussen ziekenhuizen. Dat is wat de sector vraagt, mijnheer de minister.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs trekken aan de alarmbel. Hun rapport over de toekomst van de Belgische gezondheidszorg stelt glashelder vast wat wij al jaren weten: ons zorgsysteem staat onder druk en is niet langer houdbaar. In plaats van noodzakelijke hervormingen door te voeren, blijven wij vastzitten in oude structuren die niet werken. Wij blijven onterecht vasthouden aan het verouderde fee-for-servicemodel dat niet gericht is op de uitkomst van de zorg maar op het aantal geleverde diensten. Dat zorgt voor een verspilling van middelen en het zorgt voor een stijging van de kosten. Volgens het rapport van de ziekenhuisdirecteurs gaat het om een verspilling van 16,6 miljard. 16,6 miljard, laat dat even doordringen.
Wij moeten dus weg van het prestatiegerichte model om te kunnen evolueren naar een resultaatgericht model, aldus de ziekenhuisdirecteurs. Een zorgmodel dat zich dus richt op het verbeteren van de patiëntresultaten in plaats van op de kosten voor het bereiken van dit resultaat.
Ook de digitalisering van ons zorgsysteem moet veel beter en veel sneller. De verschillende systemen moeten op elkaar afgestemd worden zodat de verschillende zorgverstrekkers gemakkelijker kunnen communiceren.
Tot slot, zoals wij allen ook weten, moet er meer ingezet worden op preventie. Keer op keer wordt preventie genoemd als de oplossing voor de toegenomen zorgvraag en voor de stijgende kosten, maar de middelen blijven ondermaats.
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs trappen met hun rapport heel wat open deuren in, maar het is goed dat zij er nog eens op wijzen, en dat ze een aantal door de sector gedragen voorstellen naar voren schuiven.
Ik heb dan ook twee vragen voor u. Wat bent u van plan met dat rapport? Hoe zult u paal en perk stellen aan de verspilling van 16,6 miljard euro?
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, de ziekenhuisdirecteurs hebben vanmorgen een belangrijk rapport verspreid. Ze brachten een dubbele boodschap. Ten eerste vroegen ze om te blijven hervormen. Blijven hervormen, mevrouw De Knop. Ten tweede uitten ze terecht hun zorgen over het tekort aan zorgpersoneel. Als we op ziekenhuisbezoek gaan of als we zelf in het ziekenhuis terechtkomen, voelen we dit allemaal aan. Patiënten vragen handen aan het bed. De druk op het zorgpersoneel zal alleen toenemen en daar moeten we iets aan doen.
Die regering met socialisten – ik weet niet of jullie daarbij waren – heeft al maatregelen genomen met het Zorgpersoneelfonds en heeft een sociaal akkoord uitgevoerd. We hebben toen het moeilijk ging maatregelen genomen, tegen de wind in, bijvoorbeeld bij de verpleegkundeopleidingen. Zijn we er al? Nee, absoluut niet. Moet we verdergaan? Absoluut. Stilstaan is achteruitgaan en we kunnen ons geen stilstand veroorloven.
We moeten dit samen met het terrein doen en vooruitgaan om ervoor te zorgen dat we een kwalitatieve, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg kunnen blijven aanbieden, zoals de ziekhuisdirecteurs vragen. Dat hebben we nodig. In het verleden hebben we daarvoor met alle actoren een toekomstagenda uitgewerkt en zeer ruim onderzocht welke maatregelen er genomen konden worden, met innovatie, andere methodes en nieuwe technologieën.
Mijnheer de minister, hoe gaat u verder werken aan de uitvoering van die toekomstagenda?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, dat de ziekenhuizen door zwaar weer gaan, is helaas geen nieuws. Jaar na jaar zijn wij getuige van de precaire financiële situatie van de ziekenhuizen. 2023 werd afgesloten met een globaal verlies van 174 miljoen. Ook de personeelsproblematiek blijft aanslepen en er worden afdelingen in de ziekenhuizen gesloten.
Nochtans wordt er sinds vorige legislatuur via het Zorgpersoneelfonds 400 miljoen per jaar extra uitgetrokken om ervoor te zorgen dat er meer mensen aan de slag gaan en blijven in de zorg. Afgelopen week kreeg ik cijfers van uw kabinet waaruit blijkt dat het Zorgpersoneelfonds helemaal niet heeft gezorgd voor 5.000 extra voltijdse equivalenten, waarvan u steeds beweert dat ze er zijn. Er is zelfs een daling van het aantal verpleegkundigen in de ziekenhuizen ten opzichte van 2019. Bij de zorgkundigen is er slechts een beperkte toename.
Het is niet verwonderlijk dat de personeelsdirecteurs nu aan de alarmbel trekken. Ze beseffen goed dat er al heel veel geld gaat naar de gezondheidszorg en vragen eigenlijk ook niet om extra geld, maar wel om een echte aanpak van de problematiek. Hun verzuchtingen zijn ook niet nieuw. Ze vragen om te focussen op de kwaliteit van de zorg door te meten, de kosten tegen de baten af te wegen en goede praktijken uit te wisselen en toe te passen. Ze vragen om meer transparantie in de financiering van de zorg en dringen erop aan om een einde te maken aan de versnippering van het zorglandschap.
Mijnheer de minister, deelt u de analyse van de ziekenhuisdirecteurs?
Hoe komt het dat, terwijl er onder de vivaldiregering meer geld dan ooit naar de zorg is gegaan, de problemen er groter dan ooit zijn?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, de zorgsector is in crisis. Vandaag, een maand nadat het zorgpersoneel massaal op straat kwam, trekken de ziekenhuisdirecteurs aan de alarmbel.
Volgens hen dreigt er een existentiële crisis, als we een aantal belangrijke problemen niet aanpakken. Als we de vergrijzing het hoofd willen bieden, moet het budget voor de zorg jaar na jaar stijgen. We hebben daarvoor de groeinorm, die vandaag onder vuur ligt. Heel wat zorgpersoneel verlaat de zorgsector wegens de hoge werkdruk, de flexibiliteit en de moeilijke combinatie tussen werk en gezin, wat leidt tot een personeelstekort. Het personeel is op. Voorts is er de ernstige financiële situatie van onze ziekenhuizen.
Je ne sais pas, chers collègues, si vous voyez à quel point la situation est grave aujourd'hui. Nous voyons même un nombre important de licenciements dans le secteur. C’est du jamais vu! Le groupe HELORA, dont fait partie l’hôpital de Jolimont à La Louvière, a annoncé le licenciement de 60 personnes, juste avant les fêtes. C’est révoltant. Cela va encore augmenter la pression sur ceux qui restent. Ils n’en peuvent plus. Nous sommes à 100 % avec ceux et celles qui sont touchés et leurs familles.
De situatie is dus ernstig en de sector kijkt naar de volgende regering voor oplossingen. Wat heeft de arizonaregering echter in petto voor de zorgsector? Tekorten aan budget! De groeinorm, die nu al te laag is, ligt nog verder onder vuur, want de rechtse partijen willen op de zorg besparen. Dat is onaanvaardbaar.
Daarnaast zal de druk op het personeel verder toenemen. Het personeel zal harder moeten werken voor minder loon, door een loonblokkering. De rechtse partijen raken aan de premies voor nacht- en weekendwerk. Dat is een regelrechte aanval op hardwerkende zorgpersoneelsleden. Zij moeten langer werken voor minder pensioen en meer flexibilisering. Er komt binnenkort een echt vergiftigd geschenk onder de kerstboom. Dat heeft de vakbond meteen gezegd.
Mijnheer de minister, u zit mee aan de onderhandelingstafel. Gaat u ermee akkoord dat wat op tafel ligt in de arizonaregering, haaks staat op de noden van de zorgsector? Wat zult u daaraan doen?
Frank Vandenbroucke:
Het rapport dat vanochtend gepubliceerd werd over de ziekenhuizen is een uitstekend rapport. Het verwijst immers naar een reeks lopende hervormingen en geeft aan welke hervormingen nog nodig zijn. Die moeten allemaal gebeuren. Het is dus een uitstekend rapport.
Mevrouw De Knop, u spreekt over 'linkse recepten'. Ik denk dat het rapport dan wel vol staat met 'linkse recepten'. U moet dat echter eens goed bekijken, want ik zie dat niet zo. Het rapport staat gewoon vol met goede recepten die we moeten uitvoeren. Het is dus een uitstekend rapport.
Vervolgens denk ik dat de gezondheidszorg voor zeer grote uitdagingen staat in een ouder wordende samenleving, waarin er meer behoefte is aan zorg en waarin men personeel tekortkomt. We moeten dus blijven investeren en hervormen in de gezondheidszorg. We hebben al geïnvesteerd. Mevrouw Gijbels, ongetwijfeld niet voldoende, maar het Zorgpersoneelfonds heeft gezorgd voor 5.100 extra mensen in de ziekenhuizen, geteld in voltijdse equivalenten. Er was misschien verwarring over cijfers die ik heb gegeven, maar er zijn dus 5.100 extra mensen dankzij dat fonds. Het loon waarmee men vandaag begint te werken als verpleegkundige, zorgkundige of administratief medewerker, is ook aanzienlijk beter dan dat waarmee men vijf jaar geleden begon.
We moeten echter blijven investeren. Het is inderdaad vaak investeren in mensen. Investeren in mensen, collega's, mevrouw De Knop, kost geld. Dus ook in een volgende regering moet er wat mij betreft een betekenisvolle investering kunnen gebeuren in een nieuw sociaal akkoord voor het zorgpersoneel om de lonen en arbeidsomstandigheden te verbeteren. Een nieuw sociaal akkoord, mijnheer Bertels, zou ook moeten worden geïnspireerd door een overleg dat we gedurende vele maanden achter de schermen hebben gevoerd met de werkgevers en de vakbonden van de sector. We hebben daarbij een toekomstagenda op punt gesteld, die onder meer de nadruk legt op de kwaliteit van het werk, de rol van technologie, de digitalisering en de vermindering van onnodige lasten. Die toekomstagenda ligt dus klaar en ik wens dat de volgende regering een betekenisvol budget heeft om die toekomstagenda ook om te zetten in een sociaal akkoord.
We moeten echter ook hervormen in het beroep. Verpleegkunde moet interessanter en aantrekkelijker worden. Verpleegkundigen moeten meer dan vandaag dingen kunnen doen waar ze perfect toe bekwaam zijn. Er moeten minder onnodige lasten zijn voor hen en ze moeten minder werk doen dat ook door andere mensen kan gebeuren. Dat is maar één voorbeeld.
We moeten ook hervormen in de organisatie van de ziekenhuizen. Het rapport zegt heel terecht dat de huidige financiering van de ziekenhuizen er vaak gewoon toe aanzet dat men onderzoeken vermenigvuldigt. Er gebeuren te veel CT-scans. Hoe vaak moeten wij dat nog zeggen? Dat staat ook in het rapport. Wij moeten dus weg van de prestatiegeneeskunde, mevrouw De Knop. Dat staat in dat rapport waar u zo mee hebt gezwaaid. Dat staat erin.
Dat betekent bijvoorbeeld dat wij, als het gaat over scans, de ziekenhuizen het geld zullen geven dat nodig is op basis van de behoeften van de bevolking die zij bedienen. Wij kunnen niet de eindeloze vermenigvuldiging van onderzoeken en prestaties blijven financieren. Dat staat in het rapport. Is dat links, is dat rechts? Neen, dat is gewoon modern.
Zo zullen we nog andere dingen in de financiering ook moeten hervormen. Wij moeten veel meer financieren op basis van kwaliteit. Dat staat ook in het rapport. Wij moeten verder verschuiven naar een dagziekenhuis, ook om verpleegkundigen niet nodeloos nachtenlang te laten werken met loutere surveillanceopdrachten omdat mensen in een ziekenhuis verblijven. Meer en meer mensen kunnen thuis verblijven. Dat moeten wij ook doen.
Ik wil ten slotte nog iets toevoegen dat niet in het rapport staat, omdat ik alles wil zeggen. Wij moeten niet alleen verder verschuiven naar daghospitalisatie. Er is te veel beddenhuis. Wij moeten nadenken over welk aantal bedden waar mensen overnachten nog nodig zal zijn op de lange termijn en hoe wij die bedden meer kunnen inzetten voor mensen die langdurige zorg nodig hebben en minder voor het soort acute zorg waarvoor mensen vandaag nog in een ziekenhuis overnachten. Wij zullen dus ook moeten durven concentreren, ook in het belang van het verpleegkundig personeel. Wij moeten dus durven hervormen.
Ik rond af. De vorming van een nieuwe regering is een moment waarop men een zeer (…)
Voorzitter:
Uw tijd is ook op, mijnheer de minister.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, uw antwoord vat samen wat wij net hebben gezegd: u wil meer, meer, meer… Ik heb gehoord dat er meer geld nodig is om de mensen nog beter te belonen. Ik deel de conclusie dat mensen waar voor hun geld moeten krijgen of goed betaald moeten worden voor verricht werk. (Minister Vandenbroucke protesteert.)
Dat vergt echter een hervorming. U moet daar nu niet aan beginnen. Wat hebt u de afgelopen vijf jaar gedaan? U bent er niet in geslaagd om te hervormen. We moeten opnieuw meer geld uitgeven. Blijkbaar mag de waarheid niet worden gezegd. (Rumoer)
Ik maakte geen deel uit van die regering. Ik stel vast… (Hilariteit)
Voorzitter:
U hebt gereageerd op tussenkomsten. Dat telt mee voor uw minuut van repliek. Het staat iedereen vrij de beschikbare minuut te gebruiken zoals hij of zij dat wil.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, werven, werven en nog eens werven, maar 16,6 miljard euro verspilling, dat is niet niets. Laat me even focussen op die verspillingen. Laten we man en paard noemen. Waar vooral liggen de verspillingen? Het is typerend dat geen enkele Franstalige collega hierover een vraag stelt, want de verspillingen liggen natuurlijk vooral in het zuiden van het land. Daar zien we hogere ereloonsupplementen, langere en meer ziekenhuisopnames, minder eerstelijnszorg, meer specialistische zorg, minder digitalisering, minder preventie.
Op preventie moeten we inderdaad vooral inzetten, maar ook daar zien we andere prioriteiten. We zien ook dat de kosten vooral voor de gemeenschappen zijn en de baten voor het federale niveau. Jarenlange Vlaamse solidariteit brengt dus niets op.
Graag wil ik hier een boodschap herhalen die men – hallo N-VA – mee kan nemen naar de onderhandelingen. Stop die verspilling en maak werk van de volledige splitsing van de gezondheidszorg, zodat elke gemeenschap niet alleen haar eigen prioriteiten kan bepalen (…)
Jan Bertels:
Collega's, als socialisten hebben wij geïnvesteerd in de gezondheidszorg en hebben wij die hervormd. Dat zullen we gewoon blijven doen, als het van ons afhangt. Wij zullen blijven strijden tegen inefficiënties. Wij zullen ervoor zorgen dat er een nieuwe, andere financiering komt die veel meer patiëntgericht is, voor patiëntgerichte zorg, geïntegreerde zorg rond de patiënt.
Van sommige uitspraken die ik hier hoor, val ik van mijn stoel. Daarom hoop ik dat als wij die hervormingen doorvoeren, de eerste kleine of grote belangengroep die een probleem opwerpt, niet vertolkt wordt door u, mevrouw De Knop, om die hervorming in het Parlement tegen te houden. Daar hoop ik dan echt op. In dat opzicht stel ik voor dat u ook doet wat u net zei. Houd het niet tegen. Keur een begroting voor de gezondheidszorg goed en dan kunnen die mensen verder hervormen. Nu blokkeert u die gewoon.
Frieda Gijbels:
Collega Eggermont, ik kan u geruststellen. Wij willen niet besparen in de zorg, maar we vinden wel dat geld goed en verstandig moet worden besteed. Geld alleen is echter niet genoeg. We hebben vooral correcte data, een correcte analyse nodig. We moeten zorgen voor zorgkwaliteit. Dat moet voorop staan.
Mijnheer de minister, we hebben al zo vaak gevraagd naar meer transparantie, naar meer data en naar meer data-uitwisseling. Het is heel illustratief dat uw antwoord op mijn vraag naar het aantal extra voltijdse equivalenten in de ziekenhuizen in tegenspraak is met wat u in de pers verkondigt. Ik vind die 5.000 extra voltijdse equivalenten niet terug in uw antwoord op mijn vraag. Daarin is er maar sprake van 1.000 extra zorgkundigen en zelfs van 110 minder verpleegkundigen in de ziekenhuizen. Dat illustreert hoe fout het zit en hoe weinig zicht wij hebben op het systeem van onze gezondheidszorg.
Natalie Eggermont:
Collega Gijbels, het is misschien eens de moeite om het interview van uw collega Francken in Humo te lezen, waarin hij er wél voor pleit om te besparen in de sociale zekerheid om dat geld te kunnen gebruiken voor Defensie. Dat is interessante lectuur. Mijnheer de minister, u hebt niet echt geantwoord op mijn vraag wat we zullen doen met de maatregelen van Arizona. Het is duidelijk dat u niet wilt luisteren, maar wij zullen u doen luisteren. Morgen, op vrijdag 13 december, is er een eerste vakbondsactie gepland tegen de afbraakregering die eraan komt. Het is de eerste actie van vele, want er zal elke maand een actie zijn. De vakbonden zeggen neen tegen de afbraakregering, neen tegen besparen in onze zorg en op de sociale zekerheid, neen tegen de aanvallen op onze lonen en pensioenen en neen tegen meer flexibilisering. Wij zullen er zijn, want we kunnen en moeten Arizona tegenhouden. Het is nog niet te laat om de juiste kant te kiezen, mijnheer de minister.
-
Vraag: Het akkoord tussen de eerste minister en de koninklijk formateur over de RIZIV-begroting 2025
Vraag: Het standpunt van de regering inzake de RIZIV-begroting 2025
Vraag: De noodbegroting en het RIZIV-budget
gezondheid en welzijnHet akkoord tussen de eerste minister en de koninklijk formateur over de RIZIV-begroting 2025
Het standpunt van de regering inzake de RIZIV-begroting 2025
De noodbegroting en het RIZIV-budget
Regeringsakkoord over RIZIV-begroting 2025 summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De demissionaire regering-De Croo blokkeert de goedkeuring van het RIZIV-budget 2025 (met een beloofde groeinorm van 2,5% en 216 miljoen euro besparingen), ondanks dringende vraag van zorgsector, oppositie en eigen coalitiepartners, door een veto van Open Vld—volgens critici om partijbelang (en mogelijk farmalobby) boven patiënten, ziekenhuizen en financiële zekerheid te stellen. De Croo schuift de verantwoordelijkheid door naar de toekomstige "Arizona-regering" (nog niet gevormd), argumenterend dat een demissionaire regering geen langetermijnkeuzes mag maken, maar garandeert wel dat het budget uiterlijk mid-december (zoals in 2011) goedgekeurd wordt—zonder paniek te zaaien. Oppositie (De Smet, Sneppe, Merckx) eist onmiddellijke goedkeuring, wijzend op juridische bevoegdheid, beloften aan de sector en risico’s van uitstel (onzekerheid, blokkade besparingen, protesten zorgpersoneel). Kernconflict: politieke hygiëne (De Croo: "nieuwe regering beslist") vs. dringende zorgcrisis (oppositie: "demissionair kabinet moet handelen, nu"). Formateur De Wever probeert ruimte voor onderhandelingen, maar geen zekerheid op tijdige oplossing. Standpunt De Croo: Budget komt er, maar liever door opvolgers; oppositie: onverantwoord vertragingstactiek die zorg ondermijnt.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, voici trois jours, vous avez réuni votre gouvernement et vous avez échoué à vous mettre d'accord sur un budget dédié aux soins de santé. Pourtant, un budget existe, puisqu'il a été élaboré par le Comité de l'assurance de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité (INAMI) et qu'il a été recalé parce qu'un seul parti, le vôtre, a mis son veto.
Ce fait soulève un vrai problème politique que nous avions déjà relevé il y a un mois. Il se confirme aujourd'hui que, lorsque vous avez décidé voici un mois d'apposer le veto de l'Open Vld sur ce budget, vous ne l'avez pas fait pour votre gouvernement – il suffit d'écouter ce qu'en disent PS et Ecolo. Vous ne l'avez pas fait non plus pour le futur gouvernement Arizona – il suffit d'écouter ce qu'en disent Vooruit ou même Les Engagés. Vous l'avez fait pour vous-même, l'Open Vld, peut-être pour le MR et, selon certains, pour le secteur pharmaceutique. En tout cas, il me paraît clair que, ce jour-là, vous êtes sorti de votre mandat de premier ministre en affaires courantes. Vous avez émis un veto particratique et complètement irresponsable pour les soins de santé, les hôpitaux, les mutuelles, les prestataires de soins, les patients eux-mêmes. Cerise sur le gâteau: c'est même irresponsable pour les finances publiques. En effet, rappelons que le projet de budget qui est sur la table prévoit des économies à hauteur de 216 millions d'euros.
Pour ma part, je ne pense pas que l'on puisse continuer de la sorte. Je sais que vous êtes convenu d'une nouvelle réunion en date du 9 décembre. Car même vous, vous concédez qu'il n'y aura pas de majorité Arizona dans moins de dix jours.
Mes questions sont simples, monsieur le premier ministre. Reconnaissez-vous qu'avec ce veto, vous êtes sorti de votre rôle de premier ministre contre l'avis de votre propre gouvernement? Ne pensez-vous pas qu'il faut arrêter de jouer au poker avec les soins de santé, qu'il faut sortir le secteur de l'incertitude et laisser enfin voter ce budget? Je crois que les patients, les prestataires et les hôpitaux le méritent.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, hier staan we weer. Een tijd geleden werd het RIZIV-budget goedgekeurd in het Verzekeringscomité. Helaas overleefde het de algemene vergadering niet, omdat uw partij, Open Vld, tegenstemde. U stelde vorige week nog in de commissie dat het niet aan de regering in lopende zaken is om dat budget vast te leggen, maar aan de nieuwe regering, die er vooralsnog niet is. Onze gezondheidszorg heeft geen nood aan dit kinderachtige spel van doorschuiven van de zwarte piet. Onze gezondheidszorg heeft nood aan daadkracht en verantwoordelijkheid.
De gezondheidszorgbegroting is een onderhandelde begroting, tussen zorgverstrekkers, mutualiteiten en de overheid. Die overheid, nota bene de vivaldiregering, heeft aan het zorgpersoneel en aan heel de zorgsector beloofd dat de groeinorm opnieuw op 2,5 % zou worden gebracht. Die groeinorm van 2,5 % is nodig om onder andere de uitdaging van de vergrijzing aan te kunnen.
Dit alles en nog veel meer staat nu op de helling, omdat u en uw partijtje liever politieke spelletjes spelen dan verantwoordelijkheid opnemen. Nochtans, staatssecretaris van Begroting Bertrand beweerde deze week in De Ochtend dat er geen vuiltje aan de lucht is, want die RIZIV-begroting zal uiteindelijk toch wel goedgekeurd worden, hetzij door de nieuwe ploeg, die er vooralsnog niet is, hetzij door de regering in lopende zaken.
Mijnheer de eerste minister, als uw staatssecretaris van Begroting beweert dat u uw verantwoordelijkheid uiteindelijk toch zult opnemen en de begroting, met de beloofde 2,5 % groeinorm, zult goedkeuren, waarom houdt u dan het been alsnog stijf en weigert u dit nu goed te keuren?
Sofie Merckx:
Mijnheer de eerste minister, mijn moeder zei altijd tegen mij: belofte maakt schuld. U hebt met uw vivaldiregering aan het zorgpersoneel beloofd dat de groeinorm opnieuw op 2,5 % gebracht zou worden. Dat staat zelfs in de wet geschreven. Maar nu bent u dat dossier al weken aan het blokkeren.
Wij herinneren ons allemaal de covidcrisis nog. Elke avond was er applaus voor het zorgpersoneel. Het zou allemaal veranderen; het zou nooit meer hetzelfde zijn. Wij hebben immers gezien wat de besparingen in de zorg hadden opgeleverd. Er zou nooit meer bespaard worden op de gezondheidszorg. Moet ik u eraan herinneren dat er drie weken geleden 30.000 mensen van de zorgsector op straat gekomen zijn? Dat was omdat de situatie in de ziekenhuizen onhoudbaar is. Elke patiënt en elke zorgverlener kan daarvan getuigen.
Wij hebben die groeinorm in de gezondheidszorg nodig. Dat is een enorm belangrijk discussiepunt. Wij hebben die norm nodig omdat de bevolking veroudert. Er is ook technologische evolutie, dus er is elk jaar extra budget nodig om alle mensen te kunnen verzorgen. Het Planbureau heeft berekend dat de groeinorm voor volgend jaar eigenlijk 3,2 % zou moeten bedragen, maar er was 2,5 % beloofd; dat had u beloofd en dat is in de wet opgenomen. Nu blokkeert u dat dossier echter al vier weken.
Mijnheer de eerste minister, mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Wanneer, mijnheer De Croo, zult u stoppen met een politiek spel te spelen op de kap van de zorgverleners en op de kap van de patiënten? Wanneer zult u het RIZIV-budget goedkeuren? Ik meen dat het tijd is kleur te bekennen. Zal er in 2025 een groeinorm zijn van 2,5 %, ja of neen?
Alexander De Croo:
Laat mij beginnen met te herhalen wat ik hier in de plenaire vergadering gezegd heb op 24 oktober: er zal een begroting zijn voor het RIZIV voor 2025. De zaken zullen op welke manier dan ook operationeel zijn. Patiënten zullen worden terugbetaald. Artsen zullen hun vergoeding krijgen en ziekenhuizen zullen blijven functioneren. De paniekzaaierij daarover is totaal onverantwoord. Ik vind het onverantwoord dat men mensen de schrik op het lijf jaagt, want daartoe is geen enkele reden.
Ik zal u een voorbeeld geven dat aantoont dat dat niet nodig is. In 2011 heeft de toenmalige premier Di Rupo, die net premier geworden was, de begroting voor 2012 goedgekeurd op 12 december 2011. Op 12 december werd die beslissing dus genomen en alles is perfect gelopen. Ik ben het dus absoluut niet eens met degenen die nu zeggen dat ik voor onzekerheid zorg. Het is onverantwoord om patiënten en de sector op die manier schrik aan te jagen, want er is geen enkele reden om dat te doen.
Zoals daarnet al aangegeven werd de algemene begroting in twaalfden deze week goedgekeurd binnen de regering. Het is normaal dat dat op dit moment moet gebeuren, want die moet een heel traject doorlopen. Ze moet langs het Rekenhof passeren – daarover zijn daarnet vragen gesteld – en uiteindelijk hier in deze plenaire vergadering goedgekeurd worden. Ik heb dat gedaan in nauw overleg met de formateur, die probeert zo snel mogelijk een regering op de been te brengen.
Ik heb het met hem ook gehad over hoe we de RIZIV-begroting moeten aanpakken. Dat is namelijk niet niets, het gaat over 45 miljard euro op de in totaal ongeveer 170 miljard van de federale begroting. Ik ben het dus absoluut niet eens met zij die zeggen dat dit geen politieke keuze is en dat men dat gewoon moet goedkeuren. De formateur en ikzelf waren het beiden eens dat die keuze bij voorkeur gemaakt wordt door de partijen die verantwoordelijk zullen zijn voor 2025 en de jaren daarna. In alle transparantie moet ik echter ook zeggen dat de formateur mij gezegd heeft dat hij vindt dat hij die beslissing moet nemen, maar dat hij niet kan garanderen dat hij erin zal slagen om die beslissing te kunnen nemen. Hij vroeg echter de politieke ruimte om dat te doen. Dat is altijd mijn houding geweest. Een ontslagnemende regering moet alles doen om voldoende politieke ruimte te creëren voor diegenen die een regering proberen te vormen. Het is zo al moeilijk genoeg om een regering te vormen in ons land. Men moet de ruimte geven zodat zij een regering kunnen vormen en – dat is belangrijk – de juiste politieke keuzes kunnen maken.
Inzake begroting van het RIZIV gaat het niet alleen over hoeveel de groeivoet is. Het gaat ook over welk beleid men wil voeren, welke hervormingen men daarin wil opnemen, op welke manier men zorgt dat de kwaliteit van onze gezondheidszorg verbeterd wordt. Dat, dames en heren, is een beslissing die in principe niet toekomt aan de ontslagnemende regering, een regering die niet meer het vertrouwen van het Parlement heeft. Het is niet aan haar om politieke keuzes te maken voor de komende vijf jaar, het is aan diegenen die een regering aan het vormen zijn. Het lijkt me dus absoluut een kwestie van politieke hygiëne dat een uittredende regering, zolang het kan, ruimte geeft aan de onderhandelende partijen om de juiste keuze te maken.
Ik besluit met wat ik in het begin heb gezegd. We moeten geen paniek zaaien. We moeten patiënten, zorgverstrekkers, ziekenhuizen en industrie geruststellen. Die begroting 2025 zal er komen, bij voorkeur beslist door de partijen die de regering zullen vormen. Als blijkt dat dat niet mogelijk is in de komende twee weken, zal de uittredende regering haar verantwoordelijkheid nemen. Ik hoop dat het de wens is van iedereen dat de formerende partijen erin slagen om daarover tot een akkoord te komen.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour votre réponse. Non, nous ne pouvons pas attendre le 12 décembre au plus tard. Pourquoi? Parce que contrairement à ce qui s’est passé avant, il est question d’un budget d’économies. Les prestataires de soins, l’INAMI, les mutuelles ont prévu 216 millions d’économies. Chaque jour où vous décidez de ne pas approuver ce budget, vous entravez la possibilité de mettre en œuvre des mesures qui permettent de faire ces économies.
En effet, une dépêche Belga d’il y a quelques jours confirme ce que vous dites: "Le premier ministre démissionnaire Alexander De Croo et le formateur Bart De Wever ont fait savoir que la discussion sur le budget de l’assurance-maladie 2025 devrait être tranchée par les partis de la coalition Arizona et pas par le Parlement sortant".
Mais vous inventez quelque chose de nouveau. Vous avez eu la confiance du Parlement. L’Arizona ne l’a pas. Moi, je regarde les ordres du jour du Parlement attentivement. Je n’ai pas voté la confiance à un gouvernement Arizona. La cogestion entre un premier ministre démissionnaire et un formateur, ça n’existe pas. Je l’ai dit il y a trois semaines. Soit il y a un gouvernement, soit il n’y en a pas. Là, il y en a un qui est démissionnaire, mais qui a la compétence d’approuver ce budget, le budget que les prestataires, les mutuelles et les hôpitaux veulent. Votez-le!
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de eerste minister, u bent ondanks uw verkiezingsnederlaag wel nog steeds de eerste minister van de vivaldiregering. U moet zich dan ook als dusdanig gedragen. Roep dus uw whatsappregering bijeen en keur die groeinorm van 2,5 % goed. Wacht niet tot 12 december en stop met die politieke spelletjes. Stop met het gijzelen van de zorgsector, stop ermee patiënten in tariefonzekerheid te duwen. Met een groeinorm van 2,5 % wordt de toegankelijkheid, de kwaliteit en de continuïteit van de zorg voor de toekomstige generaties gewaarborgd.
Ook ten aanzien van de formateur, die zopas nog aanwezig was, maar nu jammer genoeg niet, heb ik een boodschap: maak eindelijk werk van een deftige staatshervorming, zodat gezondheidszorg volledig bij de deelstaten komt te liggen. Vijf minuten politieke moed, dat is de enige juiste politieke keuze. Doe het voor de betaalbaarheid van onze gezondheidszorg, doe het voor onze zorgverstrekkers, doe het voor onze patiënten.
Sofie Merckx:
Mijnheer De Croo, u zegt dat er een begroting zal zijn. De vraag is echter hoe die begroting er zal uitzien. Daar komt de onzekerheid vandaan. De paniekzaaierij is niet onverantwoord. Wat onverantwoord is, is dat u soloslim aan het spelen bent, mijnheer De Croo. U wilt eigenlijk, uw collega's in de commissie verwijzen er vaak naar, besparen in de gezondheidszorg, net zoals de arizonaregering dat ook wil doen. D á t is compleet onverantwoord.
Vorige keer hebt u gezegd dat het onder mevrouw Wilmès pas op 22 november werd goedgekeurd. Nu hebt u gevonden dat dit bij de heer Di Rupo pas in december werd goedgekeurd. U kunt het ook op 31 december goedkeuren, mijnheer De Croo.
Voor iedereen is duidelijk. Het is aan de regering in lopende zaken om die beslissing te nemen. Daarover zijn alle politicologen het eens. Dat heeft in alle kranten gestaan. U moet die beslissing nemen en ik vraag dan ook dat u die neemt.
Voorzitter:
Dank u mevrouw Merckx. Dank u ook voor het vertrouwen in onze pers.
-
Vraag: Het akkoord artsen-ziekenfondsen over het RIZIV-budget
Vraag: De overschrijding van het RIZIV-budget
Vraag: De ontsporing van de begroting van de ziekteverzekering
gezondheid en welzijnHet akkoord artsen-ziekenfondsen over het RIZIV-budget
De overschrijding van het RIZIV-budget
De ontsporing van de begroting van de ziekteverzekering
RIZIV-budget en ziekteverzekeringsbegroting summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 oktober 2024
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De ontspoorde gezondheidszorgbegroting (153 miljoen overschrijding in 2024, 217 miljoen maatregelen voor 2025) staat centraal, met kritiek op het uitblijven van structurele hervormingen en ad-hocbesparingen (tandartsen, radiologen) die de echte oorzaken—vergrijzing, technologische kosten en regionale verschillen—negeren. Minister Vandenbroucke benadrukt de noodzaak van een 2025-begroting binnen de 2,5%-groeinorm (via overleg ziekenfondsen/zorgverstrekkers) en waarschuwt voor politiek falen, terwijl oppositiepartijen efficiëntiewinsten, migratiebeperking en betere arbeidsomstandigheden eisen. De zorgsector dreigt met protest (7/11) tegen besparingen, terwijl onderhandelingen voor een nieuwe regering de toekomstige groeinorm (3% vs. 3,2%) en duurzame financiering onder druk zetten.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, we hebben in ons land een uitstekende gezondheidszorg, die bovendien betaalbaar is voor de patiënt. Dat is absoluut iets wat we moeten koesteren, want dat is helemaal niet in alle landen het geval.
Er gaat echter ook een gigantisch budget mee gepaard: 40 miljard euro op jaarbasis, plus nog 2,5 %, boven op de inflatie. Dat betekent dus ook, mijnheer de minister, dat elke ontsporing van dat budget meteen belangrijke financiële gevolgen heeft.
Laten we eerlijk zijn, we weten al een tijdje dat het budget ontspoort. We hebben nu echter ook een concreet cijfer. Voor 2024 gaat het over 153 miljoen euro.
Tot nu toe, mijnheer de minister, hebt u geen maatregelen afgekondigd, ook al wist u dat die overschrijdingen er waren. Gisteren vernamen we echter dat de artsen en mutualiteiten een voorstel klaar hebben voor 2025. Het zou gaan over 217 miljoen euro, maar dat is nog geen besparing. Dat is gewoon een maatregel die ervoor moet voor zorgen dat het budget niet nog verder ontspoort.
We weten allemaal dat de uitdagingen voor de begroting in het algemeen, maar voor de gezondheidszorg in het bijzonder, echt enorm zijn. Dit voorstel is dus maar een eerste stap van vele andere belangrijke stappen die moeten worden genomen.
Waarom nam u tot nu toe geen maatregelen voor 2024? U bent namelijk nog altijd in volheid van bevoegdheid. Wat denkt u over het besparingsvoorstel dat de artsen en mutualiteiten op tafel hebben gelegd?
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, de ziekenfondsen en de artsen hebben een voorlopig akkoord bereikt over het budget van het RIZIV voor 2025. Daarin wordt een aantal besparingen voorgesteld, maar de groeinorm van 2,5 % zou worden behouden.
Mijn bezorgdheid betreft niet alleen volgend jaar, maar ook de jaren nadien. In De Standaard hebben we gelezen dat er bij de onderhandelingen voor de nieuwe arizonaregering sprake zou zijn van 300 miljoen euro besparingen in de zorg en een groeinorm van 3 % in 2029, maar u weet ook dat er volgens het Federaal Planbureau eigenlijk een groeinorm van 3,2 % nodig is vanaf 2025 tot 2029. Als men die groeinorm niet toepast, komt dat eigenlijk neer op besparingen. Dat weet u ook.
In de zorgsector is de situatie echt dramatisch. De groeinorm is nodig om tegemoet te komen aan de noden van de verouderende bevolking en de technologische ontwikkeling. Het zal u voorts ook niet ontgaan zijn dat er een crisis in de zorgsector is. Op 7 november zal het zorgpersoneel opnieuw op straat komen, omdat het betere werkvoorwaarden wil en ook gekant is tegen mogelijke besparingen. Hoe kunt u dan ook meestappen in een verhaal van besparingen in de gezondheidszorg?
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, het budget van de ziekteverzekering dreigt te ontsporen. In juni bedroeg de overschrijding nog 79 miljoen euro, nu zou het al bijna drie keer zoveel zijn. Het is vooral de versnelling van die toename die ons zorgen moet baren.
De grote boosdoeners zouden volgens u vooral tandartsen, radiologen en implantaten zijn. Blijkbaar zitten die sectoren in uw vizier, want ook in de vorige legislatuur had u uw pijlen al daarop gericht. Weet u echter wat de echte oorzaak is van deze ontsporing, mijnheer de minister? Het is gemakkelijk om bepaalde sectoren met de vinger te wijzen en als boeman naar voren te schuiven, maar wij hebben de indruk dat er slechts wat gemorreld wordt in de marge: hier wordt er wat afgesnoept van de tandartsen, daar wat van de radiologen en dan wordt er nog wat bespaard op de oncologie.
Er zijn inderdaad misbruiken, mijnheer de minister, maar dat heeft men in alle sectoren en niet alleen bij tandartsen of radiologen. Is het dan niet beter om de rotte appels eruit te halen in de plaats van de hele sector te straffen?
Een beetje eerlijkheid gebiedt u toch om toe te geven dat de vergrijzing daar ook voor iets tussen zit, mijnheer de minister. Vergrijzing betekent meer polypathologieën, meer werk en dus meer kosten.
De vraag die we ons moeten stellen, is of het budget van de ziekteverzekering nog aan die vergrijzing aangepast is, en ook aan de technologische innovatie die ook een grote hap uit het budget pakt. Hoe wordt daarmee, in deze besparingsronde, rekening gehouden? Denkt u het budget van de ziekteverzekering op lange termijn onder controle te houden, met een dergelijk gemorrel in de marge?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt vijf minuten repliektijd.
Frank Vandenbroucke:
Collega's, we hebben de voorbije jaren zeer veel in gezondheidszorg geïnvesteerd. We hebben ook de noodzakelijke hervormingen voorbereid. Dat is de weg die we verder moeten gaan.
Het is wel absoluut cruciaal voor de patiënten, voor de zorgverstrekkers, voor de ziekenhuizen, dat er nog deze maand oktober een begroting voor de ziekteverzekering voor volgend jaar op punt wordt gesteld. Dat wordt zo door de wet opgelegd. Alleen als er een begroting wordt afgeklopt, kunnen we ervoor zorgen dat de ziekteverzekering doet wat ze moet doen, namelijk de zorgverstrekkers eerlijk vergoeden en de patiënten een betaalbare, solidaire gezondheidszorg aanbieden.
Het zou getuigen van een zeer groot gebrek aan verantwoordelijkheidszin – zelfs al zijn we in lopende zaken – mochten we deze maand oktober geen begroting voor 2025 voor de ziekteverzekering kunnen afkloppen. Dat zou een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheidszin tonen ten aanzien van patiënten, zorgverstrekkers, ziekenhuizen, van iedereen die deze gezondheidszorg nodig heeft.
Dat betekent ook dat men de overschrijding, die onlangs werd aangekondigd en waarbij de uitgaven hoger zouden zijn dan de groeinorm van 2,5 %, in de hand houdt en corrigeert.
De wet bepaalt ook hoe dat in de hand houden moet gebeuren. In een eerste stap is het Verzekeringscomité van het RIZIV aan zet, op basis van overleg tussen de ziekenfondsen en alle zorgverstrekkers. Die eerste stap werd gisteren gezet.
Toen duidelijk werd dat er overschrijdingen zouden komen van de 2,5 %-groeinorm, heb ik meteen aan de ziekenfondsen gevraagd om maatregelen voor te stellen om het budget op het goede spoor te houden binnen die norm van 2,5 %, niet minder, maar ook niet meer.
Ik ben tevreden dat ziekenfondsen en zorgverstrekkers gehoor hebben gegeven aan mijn vraag en gisteren op het Verzekeringscomité een reeks maatregelen hebben voorgesteld. Dat is de eerste stap die moet worden genomen. Dat lijkt mij bijzonder belangrijk. Collega’s, ik wil duidelijk zijn: dat is slechts de eerste stap.
De tweede stap wordt gezet op 21 oktober 2024, namelijk de derde maandag van oktober. Op die datum zijn uiteindelijk de sociale partners en de regering aan zet. Op dat moment moet de begroting 2025 voor de ziekteverzekering worden afgeklopt en moet de zekerheid worden geboden aan patiënten, zorgverstrekkers en ziekenhuizen dat de ziekteverzekering haar werk zal doen.
Ik roep dus ook niet alleen de sociale partners, maar ook mijn collega’s in de regering op die verantwoordelijkheid te nemen. Het voorstel dat uit het Verzekeringscomité komt, is een eerste aanzet en is nooit wat uiteindelijk wordt beslist. Dat voorstel wordt altijd nog bekeken. De regering gaat altijd met dat voorstel aan de slag, bekijkt het ook politiek en zal er vervolgens voor zorgen dat de begroting kan worden opgesteld. Ik roep dus mijn collega’s op om ter zake ook hun verantwoordelijkheid te nemen, ook al is de regering in lopende zaken.
We moeten ervoor zorgen dat er een robuuste, duurzame, correcte basis is, opdat patiënten worden terugbetaald op een correcte manier en opdat zorgverstrekkers de vergoedingen krijgen waarop ze recht hebben en die op een correcte manier zijn afgesproken. Daarvoor moeten de betrokken partijen de begroting op het goede spoor houden, en blijven investeren in die groeinorm van 2,5 %, maar moeten zij tegelijkertijd ook dat spoor nauwkeurig bewaken. Dat is de inzet voor de komende weken. Daar ga ik ook voor.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, dit thema is een debat waard. Een minuut is te kort om ten gronde te kunnen reageren.
Eerst en vooral wil ik zeggen dat ook voor Open Vld gezondheidszorg een echte kerntaak is voor de overheid en dat onze mensen het verdienen dat we daar ernstig mee omgaan. Wel is het natuurlijk zo dat de budgettaire impact enorm is en dat het zomaar toepassen van de groeinorm niet voor structurele efficiëntiewinsten zorgt. Nochtans is dat wat we nodig hebben.
Ik stel aan de arizonapartijen hier aanwezig dus voor om werk te maken van een regeringsakkoord en ervoor te zorgen dat er echte hervormingen komen in de gezondheidszorg, zodat die ook in de toekomst gewaarborgd blijft. Wij zullen vooralsnog, zoals we dat altijd gedaan hebben, onze verantwoordelijkheid nemen. Het moet dan wel om echte efficiëntiewinsten gaan; we willen niet alleen maar meer geld uitgeven.
Sofie Merckx:
Effectivement, un accord est proposé. C'est positif dans un premier temps. Mais l'avenir des soins de santé nous inquiète. Le personnel est à bout. Quand vous parlez avec des patients, des médecins, des infirmières, tous évoquent des temps d'attente trop longs. On nous avait promis d'investir dans les soins de santé. Vous aviez dit que vous faisiez de la santé une priorité. Or, quand je vois les plans de l'Arizona ou ceux du parti Les Engagés qui est en train de négocier, je constate qu'aujourd'hui, vous mangez votre parole. Ce qui se trouve dans la super note de M. De Wever, c'est une norme de croissance de 3 % seulement en 2029. C'est inacceptable! Le 7 novembre 2024, le personnel des soins de santé sera dans la rue et le PTB sera là pour le soutenir car nous disons non aux économies dans les soins de santé!
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, als de kosten de pan uit swingen, moet er inderdaad naar oplossingen worden gezocht. Wij hebben echter de indruk dat u niet zoekt naar de echte oorzaak van de problemen. U morrelt wat in de marge. Ik vermeldde al de vergrijzing als mogelijke oorzaak van de overschrijding. Daarop kunnen en mogen we uiteraard niet besparen. Een andere oorzaak is volgens ons de grote discrepantie tussen het noorden en het zuiden van dit land. Dat wordt al te vaak vergeten. Vlaanderen mag dan nog zo zuinig omspringen met de budgetten als het wil, het betaalt toch mee de factuur van het verspillende zuiden. Een derde oorzaak is de migratie. Niemand hier in het halfrond durft erop te wijzen dat de migratietsunami ervoor zorgt dat onze sociale zekerheid op springen staat. De hele wereld heeft toegang tot onze sociale zekerheid en dus ook tot onze gezondheidszorg. Daarop kan heel wat worden bespaard. Splits onze sociale zekerheid en sluit ze af voor gelukzoekers. Bespaar daarop, maar niet op de kap (…).
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Dominiek Sneppe als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg om een einde te maken aan de terugbetalingsverschillen naargelang van de conventiestatus van de gezondheidszorgbeoefenaar (792/4)
}Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg om een einde te maken aan de terugbetalingsverschillen naargelang van de conventiestatus van de gezondheidszorgbeoefenaar (792/4)
Bekijk dossier 792
-
Voorstel: Voorstel van resolutie betreffende de overdraagbaarheid van het ouderschapsverlof op de langstlevende partner (225/2)
}Voorstel van resolutie betreffende de overdraagbaarheid van het ouderschapsverlof op de langstlevende partner (225/2)
Bekijk dossier 225
Stemmingen
Recente stemmingen van Dominiek Sneppe in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'Het jaarrapport 2025 van de vicegouverneur van Brussel' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Kjell Vander Elst over 'De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Jeroen Van Lysebettens over 'De consequenties en de kosten van het blijvende uitstel van de PEZ1' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het ontoereikende rendement, de vertraagde investeringsstrategie en de bestuurscrisis bij Hedera' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het aanvullen van onze strategische gasvoorraden' details → | nee |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico's, Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt, Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en houdende diverse bepalingen details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 3 van Caroline Désir cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 4 van François De Smet op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 6 van Nadia Moscufo cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz cs op artikel 4. details → | nee |
Commissies
Dominiek Sneppe is lid van de volgende commissies.