Overzicht
Bekijk alles over de fractie VB. Bekijk leden en activiteit in de plenaire vergaderingen.
Leden
De fractie [object Object] bestaat uit 20 actieve leden. Hieronder ziet u een oplijsting van deze leden. U kan doorklikken op een persoon, om meer details over deze persoon te krijgen.
Katleen Bury (42)
Vlaams-Brabant
Ortwin Depoortere (55)
Oost-Vlaanderen
Marijke Dillen (65)
Antwerpen
Britt Huybrechts (27)
Vlaams-Brabant
Dieter Keuten (38)
Limburg
Kurt Moons (62)
Vlaams-Brabant
Barbara Pas (45)
Oost-Vlaanderen
Annick Ponthier (54)
Limburg
Kurt Ravyts (58)
West-Vlaanderen
Ellen Samyn (45)
Antwerpen
Dominiek Sneppe (52)
West-Vlaanderen
Werner Somers (52)
Oost-Vlaanderen
Frank Troosters (55)
Limburg
Francesca Van Belleghem (31)
Oost-Vlaanderen
Alexander Van Hoecke (32)
Oost-Vlaanderen
Reccino Van Lommel (40)
Antwerpen
Sam Van Rooy (41)
Antwerpen
Kristien Verbelen (44)
West-Vlaanderen
Lode Vereeck (61)
Antwerpen
Wouter Vermeersch (41)
West-Vlaanderen
Activiteit (plenaire vergaderingen)
Het parlementair werk van een fractie bestaat deels uit mondelinge vragen die de leden stellen tijdens de plenaire vergaderingen, en ook uit voorstellen die leden van de fractie indienen.
Bekijk al het parlementair werk van de fractie VB rond een specifiek onderwerp.
Vragen gesteld door VB in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Vraag: Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
Vraag: De flexi-jobs
Vraag: De woede van de horeca
Vraag: De evaluatie van de flexi-jobregeling
Vraag: Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
horecaDe uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
De flexi-jobs
De woede van de horeca
De evaluatie van de flexi-jobregeling
Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
Flexi-jobs: beleid, evaluatie en impact op horeca en sociale bijdragen summaryExplanationGesteld door
VB Kurt Moons
Anders. Steven Coenegrachts
cd&v Nathalie Muylle
PS Patrick Prévot
PVDA-PTB Nadia Moscufo
DéFI François De Smet
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister David Clarinval verdedigt de uitbreiding van flexi-jobs als een noodzakelijke flexibilisering van de arbeidsmarkt, met steun van cijfers die aantonen dat het vooral voltijdse werknemers en gepensioneerden aanvullend inkomen biedt, maar kritiek van collega’s Vincent Van Peteghem en Jan Jambon noopt tot twijfel over de budgettaire houdbaarheid en mogelijke vervanging van vaste jobs. Oppositieleiders zoals Kurt Moons en Patrick Prévot beweren dat de regering-De Wever ondoordacht handelde zonder impactanalyse, terwijl sectoren zoals horeca waarschuwen voor faillissementen door stijgende kosten en dalende consumptie, met name door de verhoogde BTW en onzekerheid rond flexi-jobs. Nathalie Muylle en Nadia Moscufo benadrukken dat flexi-jobs symptomen maskeren van structurele problemen zoals te lage lonen, ontoereikende pensioenen en een te dure arbeidsmarkt, waarbij Muylle pleit voor lastenverlaging en gelijk speelveld voor bijverdienen. François De Smet en Steven Coenegrachts wijzen op interne regeringstegenstrijdigheden en eisen focus op economische groei in plaats van ad-hocmaatregelen, met Coenegrachts die hoopt op een "zinnige" stem bij begrotingsonderhandelingen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, deze vraag was oorspronkelijk gericht aan de eerste minister, maar naar goede gewoonte schuift hij moeilijke vragen over heibel binnen zijn regering op een laffe manier door naar een van zijn acolieten. Goed nieuws over Volvo Car Gent, dat ging nog net. We komen dus bij u terecht, mijnheer de minister.
Nog maar twee weken geleden werden de flexi-jobs uitgebreid naar alle sectoren. Sinds maandag staat de regering echter weer onder hoogspanning. Uw collega, minister van Begroting Van Peteghem, op zoek naar vele miljarden, verklaarde doodgemoedereerd dat flexi-jobs de sociale zekerheid en de welvaartsstaat doen ontsporen. Zijn eigen partij, cd&v, keurde die uitbreiding enkele weken eerder nochtans nog volmondig goed. Dat wordt daar precies een gewoonte: we zijn er eigenlijk tegen, maar stemmen toch voor.
De antwoorden van andere ministers lieten niet lang op zich wachten. Minister Jambon liet weten open te staan om flexi-jobs alleen nog toe te laten voor voltijds werkende werknemers, terwijl zijn fractieleider, de heer Ronse, voordien had gezegd dat er geen enkele reden was om het systeem te herbekijken. Hij slikte die woorden trouwens 24 uur later weer in.
U was wel duidelijk. Op Instagram verklaarde u letterlijk: " Hors question de remettre en cause le système ," maar intussen weet niemand nog hoe het verder moet, de regering-De Wever blijkbaar ook niet.
Mijnheer de minister, graag verneem ik van u het volgende. Wordt er binnen de regering al onderhandeld over een aanpassing van het systeem? Zo ja, in welke richting? Deelt u de visie van minister Van Peteghem dat de fiscaal gunstige regeling van de flexi-jobs moet worden teruggeschroefd vanwege de begrotingsdoelstellingen? Is het eerlijk tegenover mensen die al in het nieuwe systeem zijn gestapt om nu de spelregels te wijzigen? Waarom werd vooraf geen regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd alvorens een uitzonderingsregeling zo drastisch te veralgemenen?
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, al jaren verschijnen rapporten waarin staat dat de Belgische arbeidsmarkt dringend flexibeler moet worden. De voorbije jaren hebben we daarvoor een zeer succesvolle maatregel uitgewerkt, namelijk de flexi-jobs. Vandaag oefenen 260.000 mensen een flexi-job uit. Het overgrote deel werkt voltijds en doet daar dus nog een extra job bij.
Ondernemingen hebben eindelijk een manier gevonden om hun piekmomenten op te vangen, ten voordele van een betere dienstverlening aan de klant. Ik denk dat iedereen die de voorbije zonnige dagen op een terras heeft gezeten, de voordelen daarvan heeft kunnen vaststellen.
Kortom, iedereen is dus enthousiast over die flexi-jobs, zelfs zo enthousiast dat we hier enkele weken geleden de veralgemeende invoering van de flexi-jobs hebben goedgekeurd.
Vandaag lijkt het alsof iedereen, inclusief de N-VA, daartegen is, of er minstens reserves bij heeft. Van minister Van Peteghem, van de tsjeven, kan men nog verwachten dat ze op drie weken van mening veranderen, of op drie dagen zelfs, want nog maar drie dagen geleden kwam mevrouw Muylle in de commissie pleiten om ook de organist in de kerk als flexi-jobber aan de slag te laten gaan. Het gaat dus allemaal bijzonder snel.
Collega's, mensen die werken, zijn nooit het probleem. Mensen die werken, zijn altijd de oplossing.
De echte problemen in ons land zijn de 140.000 openstaande vacatures, de energieprijzen die door het dak gaan, een half miljoen langdurig zieken. Weet u wat de oplossing van minister Van Peteghem daarvoor is? Niemand weet dat. Hij ook niet, want hij heeft daar niet over nagedacht. Het is veel gemakkelijker om mensen die werken extra te belasten.
Mijnheer de minister, mogen we nog op u rekenen? Mogen die flexi-jobbers nog op u rekenen? Zult u garant staan voor de flexi-jobs?
Nathalie Muylle:
Voorzitter, collega's, Jan heeft studerende kinderen die op kot gaan en hij wil bijklussen. Hij wil dat doen in de horeca. 300 uur per jaar, goed voor 5.000 euro.
Doet hij dat vandaag als flexi-jobber, dan verdient hij 5.000 euro bruto, wat ook netto is. Zijn werkgever betaalt 6.400 euro en hij bouwt pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag via vrijwillige overuren, dan krijgt hij eveneens 5.000 euro. Zijn werkgever betaalt iets minder, maar hij bouwt geen pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag met een vast contract – we hebben dat hier een paar weken geleden goedgekeurd, voor zes uur per week – dan betaalt zijn werkgever ongeveer evenveel als bij een flexi-job. Zelf houdt hij netto 2.173 euro over, minder dan de helft van wat hij via overuren of een flexi-job zou verdienen.
Ik kan nog andere voorbeelden geven van flexibele vormen van arbeid, zoals studentenarbeid. Studenten betalen vandaag een beperkte sociale bijdrage, maar bouwen geen sociale rechten op. Kijk ook naar het verenigingswerk. Daar betaalt men 10 à 20 % bijdragen, maar ook daar worden geen rechten opgebouwd. Zo kan ik nog even verdergaan.
Collega's, wij hebben in dit Parlement elke vorm van flexibel werken gesteund en we zullen dat ook blijven doen, omdat we ervan overtuigd zijn dat een moderne arbeidsmarkt die flexibiliteit nodig heeft. Pieken in onze economie moeten kunnen worden opgevangen. Mensen willen die flexibiliteit ook.
In elk debat heb ik echter, en dat blijkt ook uit het verslag, telkens gezegd dat er voor ons een gelijk speelveld moet komen tussen alle vormen van bijklussen. De excessen moeten eruit. Wie vandaag ziek of werkloos is, kan geen flexi-job uitoefenen.
Eigenlijk is dit echter een debat in de marge. De kern van de zaak is dat arbeid in ons land gewoon veel te duur is. De lasten op arbeid moeten omlaag. De eerste stap die we vandaag met deze fiscale hervorming hebben gezet, moet worden uitgevoerd. Wat ons betreft, mag die niet worden vertraagd. We willen bovendien verder gaan.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u daarnaar? Bent u bereid ook een verdere lastenverlaging op arbeid te steunen?
Dank u.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, le secteur de l'horeca tire la langue et ne veut plus de fausses promesses. Il vous demande simplement d'arrêter de lui compliquer la vie. J'en prends pour preuve le président de l'horeca bruxellois, qui vient de vous adresser une lettre accablante. Son constat est sans appel: le contrat de confiance avec l'Arizona est rompu.
Pendant ce temps-là, les faillites s'accumulent. Vous êtes devenu le gouvernement des faillites. Chaque semaine, des cafés, des restaurants et des hôtels baissent le rideau. Derrière chaque fermeture, il y a des femmes et des hommes qui travaillent 12, 13 ou 14 heures par jour sans même savoir s'ils pourront encore ouvrir demain.
Aujourd'hui, ils voient également leurs clients disparaître. Pourquoi, me direz-vous? Parce que vous tapez dans les poches des travailleurs et que vos mesures grèvent les finances des ménages. Quand les Belges doivent compter chaque euro, ils renoncent d'abord à aller au restaurant, à prendre un verre avec des amis ou à partir quelques jours en vacances. Ce sont les familles qui se privent, et c'est l'horeca qui trinque.
Quelle est votre réponse à tout cela? Vous répondez par une hausse de la TVA sur les hôtels, par des menaces sur d'autres taux de TVA et par une généralisation des flexi-jobs que le secteur lui-même vous demande de revoir. Bref, vous ne soutenez pas l'Horeca; vous vous contentez seulement de lui présenter l'addition.
Monsieur le ministre, combien de faillites faudra-t-il encore attendre avant que vous ne changiez enfin de cap? Allez-vous continuer à affaiblir le pouvoir d'achat des ménages qui affecte tous les secteurs, dont celui de l'horeca? Enfin, allez-vous redonner de l'oxygène à celles et ceux qui créent de l'emploi, de l'activité et de la convivialité partout en Belgique?
Nadia Moscufo:
Monsieur le ministre, vous avez dit lors d'une interview vidéo que les flexi-jobs étaient l'huile dans le moteur économique. Je suis tout à fait d'accord avec vous. Toutefois, vous vous en servez surtout pour frotter les pompes des grands patrons, en leur offrant de la main-d'œuvre bon marché et hyper flexible.
Pourquoi les gens travaillent-ils en flexi-job? D'une part, il y a ceux qui n'ont pas assez, non pour vivre, mais pour survivre. Pourquoi n'ont-ils pas assez? Parce que vous leur avez bloqué les salaires depuis des années. D'autre part, il y a les retraités. Vous avez déclaré entendre de nombreux de retraités se plaindre du fait qu'ils manquaient de contacts sociaux, de liens sociaux. Je ne sais pas quels pensionnés vous fréquentez. Pour ma part, monsieur le ministre, je représente les millions de retraités qui se plaignent de ne pas avoir assez de pension. Savez-vous quelle est la pension moyenne des salariés dans ce pays? je vais vous le dire: 1565 euros net! Et c'est sans compter le malus, avec lequel ce sera encore pire. Alors non, monsieur le ministre, les gens ne travaillent pas en flexi-job parce qu'ils s'ennuient le samedi et le dimanche.
Votre ministre du Budget parle d'un dérapage dans le budget de la sécurité sociale. Je me suis demandé si ce dérapage dans le budget de la sécurité sociale n'était pas, en réalité, votre but véritable. Entretemps, nous avons pris connaissance d'une étude qui indique clairement que, désormais, les flexi-jobs remplaçaient les contrats classiques. Quelle est la position du gouvernement par rapport à cette étude?
François De Smet:
Monsieur le ministre, 13 jours à peine après l'entrée en vigueur de votre réforme sur la généralisation des flexi-jobs, votre collègue le ministre du Budget, monsieur Van Peteghem, déclare que le système est en train de déraper et que notre État-providence ne restera pas soutenable. Mieux encore, hier, le ministre des Finances, monsieur Jambon, lui a emboîté le pas, disant vouloir examiner si le système nuit à l'emploi régulier. Cela fait quand même deux vice-premiers de votre coalition!
Je reste fasciné par la capacité de ce gouvernement à réfléchir après avoir pris les mesures. Plus que jamais, dans l'Arizona, on tire d'abord, on réfléchit ensuite! Vous avez balayé ces critiques, vous allez sûrement le refaire dans une minute. Pourtant, la concurrence des flexi-jobs sur l'emploi classique est une vraie question, et je vous invite à regarder quelques indicateurs.
Une entreprise sur huit ayant recours aux flexi-jobs n'emploie plus aucun travailleur fixe. Le commerce concentre 34 % des emplois directs en flexi-jobs contre 17 % en 2021, tandis que l'horeca, lui, plafonne à 40 %, preuve que la croissance se fait en dehors du secteur d'origine. Les syndicats chiffrent le manque à gagner en cotisations et impôts à plus de 500 millions par an après la généralisation.
Alors, soyons clairs, les flexi-jobs, c'est génial dans certains secteurs, notamment l'horeca, qui serait en très grande difficulté sans cela. Mais leur généralisation est un danger et, quand l'horeca lui-même attire l'attention là-dessus, il faut l'écouter. Le danger d'une substitution massive par petit volume existe, le tout dans un régime où le travailleur ouvre des droits à la pension, mais ne verse pas de cotisations personnelles.
Monsieur le ministre, quel est l'impact net, selon vous, sur le financement de la sécurité sociale, manque à gagner, substitution et droits dérivés compris? Pouvez-vous vraiment nier tout effet de substitution? Il n'y a pas de honte à se remettre en question, monsieur le ministre, surtout si la moitié du gouvernement doute déjà.
Je vous remercie.
David Clarinval:
Chers collègues, je vous remercie de m'interroger sur ce dossier des flexi-jobs, car il va me permettre de remettre un peu de rationalité dans le débat.
Permettez-moi de commencer par quelques chiffres particulièrement pertinents. Le premier est que les flexi-jobbers pensionnés de 65 ans et plus représentent aujourd'hui 28,7 % du volume total de travail en flexi-jobs, soit près d'un tiers de ce volume. Parmi les flexi-jobbers non pensionnés, 83 % travaillent à temps plein. Ce n'est que 17 % des flexi-jobbers non pensionnés qui ont un taux d'emploi de base compris entre 80 % et 95 %.
Il est exact que 7 % des employeurs recourent exclusivement à des flexi-jobbers, mais cela est tout à fait normal, car il s'agit principalement de microentreprises, d'indépendants travaillant seuls qui débutent leur activité et sont en pleine phase de croissance. Il y a très peu de flexi-jobs dans les grandes entreprises et, a fortiori , dans les multinationales. Les flexi-jobs sont conçus comme un revenu d'appoint venant compléter une activité principale. Les flexi-jobbers qui ne sont pas pensionnés travaillent en moyenne 190 heures par an et gagnent un peu moins de 3 000 euros par an grâce à leur flexi-job.
Il est dès lors illogique de vouloir réduire volontairement les revenus issus de cette activité principale en passant d'un emploi à temps plein à un quatre cinquièmes dans le seul but de compenser ensuite cette perte par un flexi-job. Une telle démarche est en effet peu intéressante sur le plan financier. Une réduction du temps de travail a des conséquences non seulement sur le salaire, mais également sur la prime de fin d'année, le pécule de vacances, le nombre de jours de congé, les bonus et les autres avantages liés à l'emploi principal.
Enfin, afin d'éviter tout usage abusif de ce dispositif, une période d'attente anti-abus de six mois est déjà prévue pour les travailleurs qui réduisent leur temps de travail avant de pouvoir exercer un flexi-job. Il serait donc complètement irrationnel de quitter un cinq cinquièmes fixe avec tous les avantages qui y sont liés pour s'engager dans quelques heures de flexi-job non structurel au terme de cette période d'attente de six mois.
S'agissant du prétendu effet de substitution, l'avis du CNT s'appuie principalement sur l'évaluation du secteur horeca. Celle-ci montre que l'éventuelle substitution entre les flexi-jobs et l'emploi régulier est limitée et temporaire et qu'elle ne se ferait qu'au détriment d'autres formes flexibles de travail, en particulier le travail intérimaire ou le travail occasionnel. En ce qui concerne l'éventuel impact sur le budget, rappelons qu'il existe une cotisation patronale spéciale de 28 %. Les flexi-jobbers contribuent pleinement au financement de la sécurité sociale, notamment par le biais de leur activité principale.
Les flexi-jobs permettent aux entreprises d'absorber plus facilement les pics d'activité. Cette flexibilité leur offre la possibilité de répondre à une demande accrue, de transformer une activité ponctuelle en croissance structurelle et, à terme, de créer davantage d'emplois.
Les flexi-jobs contribuent ainsi au financement de la sécurité sociale. Les revenus complémentaires générés par les flexi-jobs créent évidemment de l'activité économique. Pour les pensionnés, les flexi-jobs représentent en effet plus qu'un simple complément de revenus: ils constituent aussi une source de contacts sociaux.
Wat de analyse van de NAR betreft, die hebben we gisteren ontvangen. De analyse zelf bevat uiteindelijk weinig nieuwe elementen. De analyses van het Federaal Planbureau hebben hoofdzakelijk betrekking op de horecasector. De NAR roept er overigens toe op voorzichtig te zijn alvorens deze resultaten te extrapoleren naar de andere sectoren. Het advies bevat inderdaad de vraag om de evaluatiewerkzaamheden voort te zetten. Dat is nu net wat de nieuwe wet al voorziet. Er zijn twee evaluaties gepland. De eerste zal worden uitgevoerd door de sectoren zelf en zal betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden, de veiligheid en arbeidsongevallen. Een tweede evaluatie zal de gevolgen van de hervorming voor alle sectoren analyseren.
Ik wens tevens opnieuw het engagement van minister Vandenbroucke en mijzelf te benadrukken om elk misbruik van de flexi-jobs te bestrijden. Het is met name onverantwoord dat personen zich arbeidsongeschikt verklaren tegenover hun werkgever, terwijl zij tegelijkertijd een flexi-job uitoefenen bij een andere werkgever. Een dergelijke situatie is strijdig met de geest van het systeem en kan niet worden getolereerd.
Tot slot wil ik met klem benadrukken dat met de uitbreiding van de flexi-jobs uitvoering wordt gegeven aan het regeerakkoord. Die uitbreiding werd overigens niet willekeurig beslist. Ze komt tegemoet aan een duidelijke vraag vanuit het terrein. Zowel werkgevers als werknemers vragen al jaren dat dit systeem wordt uitgebreid naar andere sectoren. Laten we deze hervorming de tijd geven om haar effecten op het terrein te tonen en de evaluatie op basis van de feiten te laten plaatsvinden, zodat we eventueel kunnen bijsturen op basis van objectieve elementen en niet op druk (…)
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik stel vast dat de onenigheid, en dus de onzekerheid binnen de regering, blijft. We merken ook een duidelijk patroon bij deze regering-De Wever. U lanceert ondoordacht wetsontwerpen, zonder enige voorafgaande impactanalyse. U luistert ook nooit naar rationele argumenten van de oppositie. Het Vlaams Belang wees immers al maanden op de risico’s, namelijk kannibalisatie van reguliere jobs, zware kosten voor de schatkist, fiscale ongelijkheid en fraudegevoeligheid. We werden niet gehoord;
Als deze regering de spelregels nu al zou veranderen, is dat een listige truc. Ze verleidt mensen naar een voordeliger statuut en verhoogt daarna de fiscaliteit ter zake. Daarenboven zijn het overwegend Vlamingen die dit systeem gebruiken. Zij zullen dus ook weer de factuur betalen.
Mijnheer de minister, deze regering-De Wever hangt met haken en ogen aaneen. Dit land is onbestuurbaar. Het loopt op de financiële klippen. En de Vlaming is het beu altijd opnieuw op te draaien voor de rekeningen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw felle verdediging van de flexi-jobs. Ze verdienen het. U stelt me toch een beetje gerust dat er één zinnige mens aan tafel zit als er over de begroting gesproken zal worden.
Mijnheer de minister, al noemen sommigen dit een discussie in de marge, weliswaar een discussie in de marge die de eigen vicepremier op de voorpagina’s van kranten gaat voeren, ik ben het er eigenlijk mee eens dat dit een discussie in de marge zou moeten zijn. Waar het vandaag echt over moet gaan, is de economische groei. Hoe doen we onze economie groeien, zodat onze welvaartstaat ondersteund wordt, zodat onze gezondheidszorg betaalbaar blijft. Dat is waar een minister van doordrongen moet zijn, of hij economie in zijn portefeuille heeft, of sociale zaken, maar zeker als hij begroting in zijn portefeuille heeft.
Dat is waar deze regering wakker van moet liggen. Ik hoop, samen met iedereen hierbuiten, dat u daar na de zomer eindelijk eens werk van maakt.
Nathalie Muylle:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
U hebt de flexi-jobs heel sterk verdedigd. Veel van uw argumenten volgen we ook volledig. Het is ook goed dat u een opening laat om de excessen uit het systeem te halen, zoals mensen die arbeidsongeschikt zijn en flexi-jobben. Ik kan er nog meer noemen. Arbeidsongeschikten kunnen vandaag perfect zelfstandige worden, 23.000 euro verdienen en geen eurocent van hun uitkering verliezen. Er liggen heel wat voorstellen in het Parlement. U hoeft in uw oefening dus eigenlijk niet zo ver te gaan.
Collega Coenegrachts, de kern van de zaak is dat economische groei ongelooflijk belangrijk is. We zouden ons daarvoor hier met alle 150 moeten inzetten. Voor ons is een cruciaal onderdeel daarvan ook de lastenverlaging. Daarover heb ik jammer genoeg niets gehoord. Voor ons is het echter heel duidelijk. De excessen moeten eruit en er moet een gelijk speelveld komen voor alle vormen van bijverdienen. Die lastenverlaging moet er ook komen. Die agenda moet worden uitgevoerd en mag niet worden vertraagd.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, votre réponse confirme exactement ce que les secteurs dénoncent: vous n'écoutez plus celles et ceux qui créent de l'emploi. Concernant les flexi-jobs, c'est inédit. L'opposition vous a mis en garde, tout comme les partenaires sociaux et même votre propre collègue, Vincent Van Peteghem, auquel le ministre Jambon emboîte maintenant le pas. Désormais, c'est l'horeca lui-même qui vous dit que cette réforme est une erreur, mais vous, vous continuez à faire la sourde oreille.
Votre gouvernement a augmenté la TVA sur les hôtels à 12 %, alors que ce secteur représente plus de 35 000 emplois et fait vivre toute notre économie touristique. À l'approche d'un nouveau conclave budgétaire, le secteur craint qu'une fois de plus, vous ne remettiez le couvert. Vous prétendez soutenir l'économie, mais vos décisions freinent la consommation. Et quand la consommation recule, ce sont toujours les indépendants qui paient l'addition!
L'horeca, monsieur le ministre, ne demande pas de privilèges. Le secteur vous demande d'arrêter de lui envoyer la facture de vos choix budgétaires. Donc, monsieur le ministre, écoutez enfin celles et ceux qui travaillent!
Nadia Moscufo:
Vous me faites toujours rire, monsieur le ministre, parce que vous venez toujours avec toute votre conviction et avec des chiffres pour défendre votre projet. Or vos chiffres confirment notre thèse. Vous dites que 83 % du volume total des flexi-jobs sont occupés par des gens qui travaillent à temps plein. Vous en êtes satisfait, car c'est votre modèle du travail.
Notre modèle du travail suppose que les gens qui travaillent à temps plein ne doivent pas avoir besoin d'un job supplémentaire pour pouvoir non seulement boucler ses fins de mois, mais même aller en vacances. Vous allez partir en vacances, n'est-ce pas, monsieur le ministre? Quelqu'un qui travaille dans ce pays a aussi le droit de partir en vacances. Il est inacceptable que quelqu'un doive prendre un flexi-job pour aller en vacances ou pour offrir un cadeau à ses enfants.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. J’y entends beaucoup de conviction et assez peu de place au doute. Cela me conforte dans l’idée que l’Arizona est une gigantesque opération d’expérimentation sociale. Je vous invite à regarder l’ensemble du paysage. Avec votre réforme du chômage, on compte deux fois plus d’exclus du chômage en Wallonie et à Bruxelles que d’emplois disponibles. Vous avez aussi libéralisé le travail étudiant. Nous enregistrons un nombre record de faillites et de précarité. C’est dans ce contexte-là et dans ce paysage-là que deux de vos vice-premiers ministres vous adressent des mises en garde qui, à mon avis, devraient être davantage prises au sérieux. Je vous remercie.
-
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorg
Vraag: De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
Vraag: De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
gezondheid en welzijnDe besparingen op de gezondheidszorg
De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
Financiële hervormingen en besparingen in de gezondheidszorg summaryExplanationGesteld door
VB Dominiek Sneppe
Anders. Alexia Bertrand
PVDA-PTB Sofie Merckx
PS Caroline Désir
MR Daniel Bacquelaine
Vooruit Jan Bertels
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 16 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Frank Vandenbroucke verwerpt categorisch een franchise van 500 euro voor kankerpatiënten en benadrukt dat de begrotingskloof niet op de rug van zieken mag worden gedicht, terwijl hij hervormingen zoals een rechtvaardigere verhoogde tegemoetkoming en ziekenhuisfinanciering voorstelt. Kritische oppositiepartijen, waaronder Dominiek Sneppe en Alexia Bertrand, beweren dat de regering-De Wever met maatregelen zoals hogere remgelden, groeinormverlaging en langere betalingstermijnen voor werkgevers vooral de middenklasse, chronisch zieken en werkenden wil laten opdraaien, zonder structurele verspilling of fraude aan te pakken. Sofie Merckx en Caroline Désir wijzen op eerdere besparingen in de gezondheidszorg (zoals hogere medicijnprijzen en 125 miljoen euro extra remgeld) en vrezen dat patiënten opnieuw de rekening zullen betalen, ondanks Vandenbrouckes belofte dat de zorg betaalbaar blijft. Daniel Bacquelaine en Sarah Schlitz pleiten voor diepgaande hervormingen, zoals aanpassing van de BIM-toegang, mutuelle-kosten en preventieve gezondheidsinvesteringen, maar verschillen van mening over de methode: Bacquelaine wil taboes doorbreken, terwijl Schlitz meer focus vraagt op preventie en eerste lijnszorg.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, gisteren bleek uit het gelekte rapport van het RIZIV dat de regering-De Wever kankerpatiënten tot 500 euro voor hun medische kosten zelf wil laten betalen. N-VA-minister Weyts zou opwerpen dat het maar 500 euro is. Intussen blijkt dat er nog veel meer op tafel ligt: de verdubbeling van het remgeld bij huisartsen, het verder terugschroeven van de groeinorm en het langer laten betalen voor zieke werknemers door werkgevers zou samen 6 miljard euro moeten opleveren.
Mijnheer de minister, komaan zeg, dat is geen gezondheidsbeleid meer. Dat is een zoektocht naar wie nog kan betalen, naar wie nog meer kan worden gepluimd. De patiënt betaalt meer, de chronisch zieke betaalt meer, de werknemer betaalt meer en de werkgever betaalt meer. Over de echte problemen horen we echter niets. Over de moddervette overheid horen we niets. Over verspilling en fraude, over overbodige structuren, over de gratis toegang tot onze sociale zekerheid voor tienduizenden gelukszoekers, over een log en versnipperd Belgisch gezondheidsmodel, dat handenvol geld kost en door de regering alleen maar verder wordt uitgebreid, daarover horen we niets.
De regering zegt wel dat ze de gezondheidszorg wil hervormen, maar telkens opnieuw betekent hervormen blijkbaar dat de rekening naar onze mensen gaat. Ondertussen is de regering hopeloos verdeeld. Voor Vooruit luidt het: franchise, over mijn lijk, cd&v sluit zich daarbij aan, maar weet het nog niet helemaal goed en de N-VA stelt geen enkel voorstel te willen uitsluiten. Mijnheer de minister, wie spreekt hier nu eigenlijk nog namens de regering?
Welke van de opgesomde maatregelen liggen vandaag echt op tafel en zijn dus bespreekbaar? Garandeert u dat chronisch zieken, mensen met een laag inkomen en gewone werkende gezinnen niet opnieuw de rekening van de begroting zullen moeten betalen?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, het RIZIV kwam gisteren met een opmerkelijk verslag. De opvallendste maatregel kennen we ondertussen allemaal: een franchise van 500 euro, die door de patiënt zelf zalmoeten worden betaald. De socialisten van Vooruit zeggen alvast: niet met ons. Laat het duidelijk zijn: ook niet met ons, mijnheer de minister. Wie betaalt alweer het gelag? Dat is de middenklasse, zoals al veel te vaak met de regering-De Wever is gebeurd.
Eigenlijk gaat het hier om een valse discussie. Als u het rapport goed hebt gelezen – u kennende, meester Frank, hebt u dat zeker gedaan –, dan hebt u ook een andere passage goed gelezen. Ik citeer het rapport: "Het RIZIV is zich bewust van de noodzaak om de verhoogde tegemoetkoming te hervormen." Dat systeem is compleet ontspoord. Vandaag krijgen namelijk 2,5 miljoen mensen – een jaar geleden waren ze nog met 2,2 miljoen – voordeel na voordeel, de ene korting na de andere. Ook bij de dokter betalen ze slechts 1 euro.
Wat hebt u daaraan gedaan, mijnheer de minister? Niets. Nee, dat is niet helemaal waar. U hebt dat systeem zelfs uitgebreid. Ik hoor in de wandelgangen dat u op zoek bent naar nieuwe voordelen onder andere op het vlak van energie voor de betrokkenen. U zoekt dus naar manieren om het systeem verder uit te breiden.
U bent tegen de franchise en dat is goed – wij ook –, maar waar bent u dan voor? Onze voorstellen zijn duidelijk. Pak de overconsumptie aan. Zet de groeinorm op nul, zodat u 2,6 miljard euro bespaart, en vooral zet het mes in de verhoogde tegemoetkoming. Wanneer zult u dat eindelijk doen?
Sofie Merckx:
Année après année, exercice budgétaire après exercice budgétaire, l'Arizona va toujours chercher l'argent dans la poche des gens, mais aussi dans les soins de santé. En effet, vous avez déjà augmenté le prix des médicaments, des hôpitaux doivent fermer, la norme de croissance n'est pas à la hauteur des besoins et, pour trouver 125 millions d'euros, vous avez déjà un accord de principe visant à augmenter les tickets modérateurs.
Hier, une proposition choc est arrivée: celle d'une franchise de 500 euros en assurance maladie, un peu sur le modèle d'une assurance automobile. En pratique, si vous tombez malade, les premiers 500 euros seraient à votre charge et ce n'est qu'au-delà de ce montant que vous seriez remboursé. Vous imaginez bien que j'ai reçu de nombreux témoignages et beaucoup de réactions inquiètes.
Il serait extrêmement grave d'instaurer une telle taxe sur les malades. Cela reviendrait à augmenter le montant du ticket modérateur, et de manière générale, la part des frais de santé supportée par les patients. C'est une mauvaise idée pour la santé publique. En effet, lorsque l'on demande aux patients de contribuer de plus en plus, ils reportent parfois des soins et finissent par développer des problèmes de santé plus graves, comme dans le cas du diabète. Au final, cela coûte davantage à la sécurité sociale.
Mais nous savons aussi, monsieur le ministre, comment se déroulent les négociations budgétaires. On commence par mettre sur la table une proposition choc, une proposition particulièrement grave, pour ensuite nous dire: "Ah oui, mais nous n'avons finalement pas fait cela. Il faudra quand même que les patients contribuent. On augmentera quand même peut-être le ticket modérateur chez le médecin généralistes ou chez le spécialiste. On touchera peut-être au statut BIM, etc."
Monsieur le ministre, vous avez déjà indiqué que vous étiez opposé à cette franchise. Mais êtes-vous également opposé à une augmentation de la part des frais de santé à charge des patients? Cette piste est-elle aujourd'hui sur la table des négociations?
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, 6 milliards d'euros: c'est le montant hallucinant de la liste des économies que l'INAMI a compilées dans un rapport qui est aujourd'hui sur la table du gouvernement – un catalogue des horreurs et une attaque d'une violence jamais vue contre notre modèle des soins de santé.
On apprend dans le même temps, monsieur le ministre, que vous auriez finalisé la lettre de mission que le gouvernement doit adresser aux partenaires de l'INAMI en vue de l'élaboration de leur proposition de budget des soins de santé pour 2027.
Selon les informations publiées, cette lettre de mission prévoirait un montant de 638 millions d'euros d'économies, conformément à la trajectoire budgétaire fixée par l'Arizona. Cette trajectoire vise, pour rappel, plus de 2 milliards d'euros d'économies dans ce secteur. Je me permets de vous le redire, cette trajectoire est difficilement conciliable, vous en conviendrez, avec votre promesse d'une norme de croissance de 3 %.
Monsieur le ministre, je souhaiterais donc vous poser les questions suivantes. Premièrement, à ce stade, quel est le montant exact des économies que le secteur des soins de santé devra effectivement assumer? Pouvez-vous nous dire si la lettre de mission que vous avez rédigée sera approuvée ou non par le gouvernement?
Deuxièmement, pouvez-vous garantir que dans le cadre de l'effort d'austérité de 10 milliards d'euros annoncé par l'Arizona, le secteur de la santé sera préservé et que la facture des patients, que vous avez déjà considérablement augmentée, restera stable?
Enfin, monsieur le ministre, qui a commandé ce rapport? Vous avez déclaré dans la presse que l'INAMI avait réalisé cet exercice à la demande des autres partis. S'agit-il là d'une procédure habituelle? Autrement dit, l'INAMI répond-il à une autre autorité que la vôtre, monsieur le ministre? Je vous remercie.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, nous n'avons jamais autant joué avec les milliards. D'une part, dans votre lettre de mission, vous évoquez un effort budgétaire de 638 millions d'euros à l'horizon 2029. D'autre part, l'INAMI avance des pistes visant à réaliser jusqu'à 6 milliards d'euros d'économies. Cette différence appelle des éclaircissements. En effet, ce "jeu" n'est guère porteur de rationalité ni de rigueur. Une clarification s'impose donc.
Monsieur le ministre, je ne vous interrogerai pas sur la franchise, car je connais votre position à ce sujet. Du reste, je considère moi-même que cette mesure est peu pertinente, voire source de surconsommation.
En revanche, j'aimerais vous entendre au sujet de plusieurs pistes évoquées par l'INAMI. Où en est la réforme absolument indispensable du statut BIM, qui concerne près de 2,5 millions de personnes? Comment pouvons-nous réformer ce système, notamment la procédure d'accès à ce statut?
Où en est également la réforme du paysage hospitalier, qui aura un impact direct sur le budget de l'INAMI? Qu'en est-il de l'adaptation des tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis plus de 20 ans? Où en sont les réformes que vous préconisez et qui auront un impact direct sur le budget de l'INAMI?
Je pense en effet que ce budget de l'INAMI mérite une analyse sérieuse ainsi que la mise en œuvre des réformes nécessaires afin que chaque euro soit utilisé le plus efficacement possible, dans l'intérêt du patient et de la qualité des soins.
Jan Bertels:
Collega’s, in Amerika kan een bevalling tot 100.000 dollar kosten. Een operatie voor een by-pass kan van 44.000 dollar tot 445.000 dollar kosten. Een levensnoodzakelijke kankerbehandeling is onbetaalbaar. Ze kost meer dan 500.000 dollar. Amerikanen moeten zich in de schulden werken als zij zorg nodig hebben of, erger nog, stellen die zorg uit schrik voor de factuur uit.
Laat het heel duidelijk zijn, wij, socialisten, passen voor zo’n systeem. Het voorstel met betrekking tot een franchise van 500 euro per patiënt, dat hier op tafel ligt, gaat voor ons meteen de vuilnisbak in. De beste en betaalbare zorg voor iedereen is voor ons socialisten immers essentieel. Ze is gegrond op een principe dat voor ons heilig is, namelijk solidariteit, vormgegeven door Achille Van Acker.
Collega's, ik kom uit een eenvoudig arbeidersgezin van vier kinderen met één arbeidsinkomen. Volgens het bewuste voorstel zouden mijn ouders eerst zelf 3.000 euro hebben moeten ophoesten voor noodzakelijke zorg. Dat zou voor hen de financiële hel zijn geweest. Een heel gezin zou uitgesloten zijn geweest van degelijke gezondheidszorg vanwege de factuur. Ik kan dan ook niet anders dan herhalen: niet met mij, niet met ons, niet met Vooruit.
Ook vandaag zullen wij socialisten onze sociale zekerheid en onze sterke zorg blijven beschermen, want niemand kiest ervoor om ziek te worden of een operatie te ondergaan of een kankerbehandeling te volgen. Daar zijn wij het toch over eens?
Mijnheer de minister, mijn vraag is eenvoudig. Kunt u bevestigen dat het onzinnige voorstel voor een franchise van tafel gaat?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, pour boucler votre budget, vous et votre gouvernement êtes à la recherche de 10 milliards d'euros. Or il apparaît de plus en plus clairement que vous puiserez de l'argent dans les soins de santé. Certes, ce ne sera clairement pas via cette mesure loufoque visant à mettre en place une franchise de 500 euros – nous savons très bien que ce n'est pas cela qui décidé –, mais via des économies, comme vous en avez déjà prévu: à savoir un montant de 638 millions d'euros d'ici 2029, qui sera déjà difficile à atteindre. Ces économies ont non seulement été acceptées par des partis comme Les Engagés, qui avaient pourtant promis d'augmenter le budget de la santé, soit dit en passant, mais vous en préparez d'autres, alors qu'il faudrait faire exactement le contraire. Nous vivons en effet dans un pays où une personne sur deux reporte des soins, faute de moyens, alors que nous connaissons la nécessité de se soigner rapidement pour éviter des surcoûts ultérieurs, dans un pays où il faut attendre six mois pour obtenir un rendez-vous chez l'ophtalmologue, dans un pays où 60 % des infirmières ne travaillent pas en tant qu'infirmières, dans un pays où les services d'urgence débordaient voici à peine deux semaines en raison de la vague de chaleur.
Vous l'aurez compris, monsieur le ministre, je ne veux pas savoir si vous allez instaurer une franchise de 500 euros. En revanche, je souhaite savoir quel montant vous comptez récupérer dans le secteur des soins de santé. Quelle facture arrivera, in fine , sur la table des patients? Comptez-vous également plafonner le salaire des soignants, dégrader leur qualité de vie ou augmenter leur temps de travail? Bref, dites-nous ce qui est sur la table en matière d'économies dans les soins de santé.
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, laat ik meteen bijzonder duidelijk zijn, we zullen het gat in de begroting nooit dichten op de rug van zieke mensen. Met mij in de federale regering zal dat niet gebeuren. Het is gemakkelijk en laf te zeggen dat met de idee van zo’n franchise we mensen die ziek worden en voor elk ziek kind en voor elke zieke partner meteen laten betalen om zo enkele miljarden te verzamelen. Dat is zo laf, zo brutaal, zo onrechtvaardig. Nooit.
Collega's, wellicht zijn er andere partijen die daar anders over denken, want anders was de instructie niet gegeven aan het RIZIV om dat te berekenen. Men heeft gevraagd waar dat vandaan komt. Wel, de eerste minister en de minister van Begroting hebben voorstellen ingezameld van de partijen. De partijen hebben voorstellen ingediend en blijkbaar waren daar ook deze voorstellen bij. Het RIZIV heeft instructie gekregen om dit te berekenen. Dat is dus ook geen rapport van het RIZIV. Als u dat leest, zult u inderdaad zien dat ook bij de medewerkers van het RIZIV zonder veel twijfel vragen rezen over wat hier nu eigenlijk werd voorgesteld.
Laten we wel beseffen dat we voor een buitengewoon moeilijke begrotingsopdracht staan. Ik denk dat we duidelijk moeten zijn over de doelstelling en over de methode. De doelstelling is de welvaartsstaat een toekomst te geven en ervoor te zorgen dat die overeind blijft, niet om hem kapot te maken. De doelstelling is ook om in de toekomst te kunnen blijven investeren in gezondheidszorg, in betere tandzorg, in betere geestelijke gezondheidszorg, in nieuwe, noodzakelijke en vaak dure geneesmiddelen, en in het zorgpersoneel. We moeten ruimte houden om die noodzakelijke investeringen te doen. Daarvoor moet men hervormen. Daarvoor moet men ook het budget op orde hebben. Dat is de doelstelling, geen andere.
Collega's, over de methode wil ik het volgende zeggen. We zullen er niet geraken als we meteen allerlei taboes opwerpen of zeggen wat niet kan. Laat ons dus eerlijk en duidelijk zijn.
We zullen op een rechtvaardige manier bijkomende inkomsten moeten zoeken en nadenken over de uitgaven. Alle ministers zullen met voorstellen moeten komen, of het nu gaat over Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, Openbaar Ambt, Sociale Zaken of Gezondheidszorg. Iedereen zal voorstellen moeten doen. Ik ben daar zelf ook volop mee bezig en bereid me daarop voor.
Ik heb wel één taboe. Het moet namelijk rechtvaardig zijn. De doelstelling is de gezondheidszorg overeind te houden. Dus iedereen op een brutale manier laten voorschieten voor gezondheidszorg, is totaal onrechtvaardig.
Dat is inderdaad ons taboe.
Donc, que les choses soient claires: jamais nous ne comblerons le déficit budgétaire sur le dos des personnes malades. Cela n'arrivera pas, tant que je ferai partie du gouvernement fédéral. Comme je viens de le dire, une tâche difficile nous attend. Il faudra agir dans tous les secteurs, partout, sans aucun doute, mais la justice sociale, l'équité dans l'effort est pour nous un tabou essentiel.
Ik kom tot een paar vragen die gesteld zijn.
Mijnheer Bacquelaine, we hebben met de ministers van Volksgezondheid krachtlijnen vastgelegd voor een belangrijke verbetering van het ziekenhuislandschap. We bespreken die ook in de verschillende regeringen. Ik denk niet dat we daar, noch in de federale regering, noch in de deelregeringen, vóór het zomerreces uit zullen raken, maar die besprekingen schieten goed op. Ik hoop dat we daar in september rond mee zullen zijn. We zijn bezig met belangrijke besprekingen over de hervorming van de ziekenhuisfinanciering en de nomenclatuur.
Mevrouw Bertrand, ik heb in de regering inderdaad ook een hervorming voorgelegd met betrekking tot de verhoogde tegemoetkoming, maar wel met de bedoeling dat systeem eerlijker en rechtvaardiger te maken, niet met de bedoeling het leven nog moeilijker te maken voor mensen die het moeilijk hebben en zwak staan. Dat is niet de doelstelling. Als er mensen zijn die een verhoogde tegemoetkoming genieten, maar over een zeer belangrijk vermogen beschikken of een belangrijke participatie in een vennootschap hebben, dan moet men dat veranderen. Dat voorstel ligt al weken bij de regering.
Ik hoop dat we dat soort voorstellen bij de opmaak van de begroting zullen kunnen bespreken, om te hervormen wat moet worden hervormd, om recht te zetten wat moet worden rechtgezet en vooral om te zorgen voor meer sociale rechtvaardigheid, nu en in de toekomst.
Voorzitter:
Dank u, mijnheer de minister. Ik ben buitensporig tolerant geweest. Laten we zeggen dat dat een eindejaarsgeschenk is.
Dominiek Sneppe:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Nooit met Vooruit, waarvan akte uiteraard. Mijnheer de minister, ik hoorde u ook zeggen dat het maar een berekening is en dat er nog niets is beslist. Zo begint het natuurlijk wel altijd. Eerst is het een technische oefening, dan is het een denkpiste, vervolgens wordt het – zoals u zelf zegt – een buitengewoon moeilijke, maar noodzakelijke maatregel. Uiteindelijk krijgt de burger de factuur. U zegt wel dat de zorg betaalbaar moet blijven. Daarin volg ik u, de patiënt mag niet meer betalen.
U zegt ook dat we inkomsten en besparingen moeten zoeken. Dat is inderdaad waar. Pak dan de verspilling aan, pak de fraude aan, schaf structuren af die niets opleveren, maak eindelijk werk van een eenvoudiger, efficiënter en dus Vlaams zorgmodel en scherm onze sociale zekerheid af voor wie geen cent heeft bijgedragen. Stop met telkens opnieuw te kijken naar de patiënt, de werknemer, de werkgever en de werkende mens. Wie ziek is, heeft zorg nodig en geen extra factuur.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, zoals mijn collega Irina De Knop hier gisteren heeft gezegd, is die franchise een bliksemafleider. U hebt zelf gezegd dat dat laf zou zijn, dat het een gemakskeuze zou zijn. Dat is niet de echte discussie. Even laf is het om de mensen die de welvaart creëren in dit land weg te zetten als profiteurs en fraudeurs. Die mensen zijn de melkkoe van onze Staat. Dat zijn de flexi-jobbers, de mensen die werken, sparen en ondernemen. Dat zijn de mensen die via een managementvennootschap risico nemen. Dat zijn de ondernemers die aan hun zwembad liggen. Als de doelstelling is - zoals u zegt – om de welvaartsstaat overeind te houden, dan zal dat zo niet lukken, mijnheer de minister.
Wat moet u dan wel doen? Hervorm de verhoogde tegemoetkoming. Ik sta hier al een jaar op de bühne met mijn partij om te zeggen dat dat systeem totaal ontploft is. Wat hebt u gedaan? U maakt het probleem nog groter. Dat moet u aanpakken. Dat zou een moedige hervorming zijn.
Sofie Merckx:
Ten eerste, mijnheer de minister, u zei dat het rechtvaardig moet zijn, maar het is niet rechtvaardig wat de arizonaregering vandaag doet. Het is compleet niet rechtvaardig. Jullie gaan het geld halen bij de gewone mensen, in de pensioenen en nu ook in de gezondheidszorg.
De enige minister in deze regering die niet moet besparen, die geld mag uitgeven zoals hij wil, is de heer Theo Francken. Alle andere ministers moeten besparen. U hebt trouwens al beslist om 2,6 miljard te besparen op de langdurig zieken. U hebt ook de prijs van medicatie al verhoogd. U hebt al een akkoord over 125 miljoen aan remgeldverhogingen.
Ik heb vandaag wel gehoord dat u niet voor de franchise bent, maar ik heb geen rode lijn gehoord inzake de verhoging van de remgelden. De Belgen geven nochtans al keiveel geld uit aan gezondheidszorg. Het gaat om 20 %. Dat is meer dan in Duitsland, dat is meer dan in Frankrijk. De mensen betalen dat uit eigen zak, en dat bedrag moet verminderen.
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Merckx.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, vous êtes clair concernant votre refus sur la franchise de 500 euros, et c'est tant mieux. Pour le reste, je ne suis pas du tout rassurée par votre réponse. En effet, vous savez parfaitement qu'il sera très difficile, pour ne pas dire impossible, d'épargner durablement les soins de santé si on ne recherche pas en même temps de nouvelles recettes pour absorber le déficit massif que votre gouvernement est en train de creuser. Vous pouvez bien multiplier les déclarations d'intention mais les chiffres, eux, sont têtus.
Quand on annonce des économies à grande échelle et qu'on serre la vis budgétaire dans tous les secteurs, il est évident que la santé ne pourra pas être préservée par de simples incantations. À un moment donné, ce sont les patients, les soignants et les assurés sociaux qui payent l'addition.
Monsieur le ministre, votre parti, comme Les Engagés, vous avez présenté la santé comme une priorité devant les électeurs. Ce qu'on voit aujourd'hui pourtant, c'est que vous êtes dans un gouvernement qui a comme marque de fabrique les économies, la pression sur les soins et l'augmentation de la facture pour les patients.
Daniel Bacquelaine:
Effectivement, il faudra être équitable. Mais être équitable, c'est aussi être responsable. Je pense qu'aujourd'hui, nous avons un devoir de responsabilité, car chaque euro en matière de santé doit être utilisé en faveur de la qualité des soins et des patients. Nous devons donc avoir le courage de laisser tomber les tabous et les dogmes. Une norme de croissance ne concerne en rien la qualité des soins. Une norme de croissance ne concerne en rien la rigueur que l'on met dans l'utilisation des budgets des soins de santé.
Nous devons sortir de cela et avoir le courage de vraies réformes, lesquelles doivent notamment porter sur l'automaticité de l'accès au BIM, tout à fait scandaleuse aujourd'hui – les fraudes sont connues –, sur une révision du rôle des mutuelles qui, comme on l'a dit plusieurs fois, coûtent très cher aujourd'hui – plus d'un milliard par an pour les frais administratifs des mutuelles –, sur une adaptation de nos tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis 20 ans et, enfin, sur une réforme du paysage hospitalier.
Jan Bertels:
Dank u voor uw duidelijke antwoord, mijnheer de minister.
Voor Vooruit en voor u is het heel duidelijk: geen gezondheidszorg op basis van de dikte van je portemonnee. Collega's, deze discussie toont duidelijk aan waarom Vooruit in deze regering nodig is: om toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg te blijven beschermen.
Het verbaasde mij dat andere partijen gisteren een groot drama maakten van de zelf besliste 80 miljoen euro voor de farmasector. Tegelijkertijd verklaarde dezelfde partij dat ze 7,1 miljard wil besparen op de kap van zieke patiënten. Dat is dezelfde partij, Anders. Dat zal Vooruit nooit aanvaarden. We zullen blijven doen wat we al hebben gedaan en dat is blijven investeren in ons systeem van gezondheidszorg en durven te hervormen. Daarin geef ik de heer Bacquelaine gelijk. We moeten durven te hervormen. Dat zullen we doen en dat zullen we blijven doen, voor de beste en betaalbare zorg voor iedereen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Savez-vous ce qui rapporte gros? Une population en bonne santé et bien soignée. Avec ce gouvernement, vous devez effectuer un travail de pédagogie pour investir davantage dans la prévention. Car ce gouvernement continue à donner des dérogations qui exposent nos citoyens à des pesticides et des substances néfastes, alors qu'on peut protéger leur santé. Vous pouvez par exemple interdire la publicité pour la malbouffe, il y a des tas de choses qu'on peut faire dans ce genre. Ensuite, vous pouvez faire en sorte qu'il y ait davantage de spécialistes, et réduire les délais d'attente. C'est essentiel pour soigner assez tôt les pathologies. Troisièmement, vous pouvez soutenir les dispositifs de première ligne, comme les maisons médicales qui, le rapport du KCE le prouve, font faire des économies au secteur des soins de santé. Ou encore agir pour le bien-être au travail plutôt que d'en demander toujours plus aux travailleurs et aux travailleuses. Voilà un plan de bataille efficace et utile sur le long terme!
-
Vraag: De zoektocht van de regering naar 10 miljard euro voor de begroting tegen oktober
Vraag: De zoektocht van de regering naar 10 miljard euro
Vraag: De tiramisu van 10 miljard voor de begroting tegen oktober
Vraag: De begrotingsvooruitzichten
Vraag: De begroting 2027
Vraag: ?Het volgende rapport van het Monitoringcomité
Vraag: De begroting
economie en werkDe zoektocht van de regering naar 10 miljard euro voor de begroting tegen oktober
De zoektocht van de regering naar 10 miljard euro
De tiramisu van 10 miljard voor de begroting tegen oktober
De begrotingsvooruitzichten
De begroting 2027
?Het volgende rapport van het Monitoringcomité
De begroting
Overheidsfinanciën en begrotingsplanning 2024-2027 summaryExplanationGesteld door
PS Paul Magnette
VB Barbara Pas
DéFI François De Smet
MR Georges-Louis Bouchez
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Anders. Kjell Vander Elst
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Paul Magnette en Raoul Hedebouw bekritiseren dat premier Bart De Wever vasthoudt aan bezuinigingsbeleid dat het koopkrachtverlies verergert en het tekort verdubbelt, terwijl alternatieven zoals belasting op grootvermogens, fraudebestrijding en defensiebesparingen 20 miljard zouden opleveren zonder de burger te raken. Barbara Pas en Georges-Louis Bouchez wijten het falend budgetbeleid aan structurele problemen zoals de vergrijzing, te hoge sociale uitgaven en gebrek aan fiscale autonomie, en eisen ingrijpende hervormingen zoals splitsing van de sociale zekerheid. François De Smet en Sarah Schlitz benadrukken respectievelijk het belang van efficiëntere belastinginning en klimaatinvesteringen, terwijl De Wever verdedigt dat zijn regering ondanks een "meedogenloos" internationaal klimaat de schuldgroei beperkt en denkt op lange termijn, maar erkent dat acute maatregelen nodig zijn om de Europese normen te halen. Kritiek op uitstelgedrag en gebrek aan concrete plannen blijft centraal.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, la question que tous les Belges se posent est la suivante: à quel moment allez-vous enfin reconnaître que vous vous êtes trompé? On vous l'a dit dès le début de votre gouvernement, votre politique ne va pas fonctionner. Vous allez droit dans le mur. Vous allez tuer l'économie et vous allez doubler le déficit.
Aujourd'hui, tous les rapports officiels nous montrent que, malheureusement, nous avons eu raison. Vous allez doubler le déficit et céder 40 milliards à ceux qui vont vous suivre. L'économie est en berne, pas de croissance, pas de création d'emplois. Il n'y a que les prix qui augmentent!
Et pendant ce temps-là, vous continuez en martelant que la seule solution, c'est de continuer à faire la même chose. Ou bien que c'est la faute du contexte international. Mais il a bon dos le contexte international! Toute l'Europe est confrontée au même contexte international. Alors, pourquoi votre gouvernement est-il le pire élève de la classe européenne? À un moment donné, c'est peut-être aussi votre responsabilité. Et c'est logique, avec les mesures de votre gouvernement, neuf Belges sur 10 ont vu leur pouvoir d'achat diminuer.
Et que font les gens quand ils ont moins d'argent? Ils dépensent moins. Et comme ils dépensent moins, l'économie tourne au ralenti, les créations d'emplois se raréfient, les recettes de l' É tat diminuent, les déficits se creusent et c'est la spirale infernale.
Vous nous répétez qu'il n'y a pas d'alternative. Et pourtant, on ne cesse de vous en proposer: taxer enfin les grosses fortunes rapporterait six milliards; augmenter les salaires de 1 % par an rapporterait quatre milliards; ralentir les dépenses en matière d'armement rapporterait trois milliards; faire contribuer les banques, le secteur de l'énergie rapporterait deux milliards; lutter enfin efficacement contre la grande fraude fiscale rapporterait trois milliards, mettre de l'ordre dans les aides aux entreprises rapporterait deux milliards. Vous voyez, on peut trouver 20 milliards sans prendre un euro dans la poche des travailleurs et des pensionnés! Alors il est plus que temps de s'y mettre!
Monsieur le premier ministre, il n'y a pas de honte à reconnaître qu'on s'est trompé. Mais il est temps, il est plus que temps!
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, u zei ooit dat u de Belgische Titanic niet kunt repareren. Dat blijkt nu ook uit het nieuwe rapport van het Monitoringcomité deze week. Uw regering, die zichzelf als budgettaire reddingsploeg profileerde, mislukt daar volledig in. Het rotten is niet gestopt. Uw aangekondigde maatregelen, uw taksen en centenindexen op kap van de Vlamingen voldoen allemaal niet. De begroting ontspoort gewoon verder en de Belgische schuldgraad stijgt. Uw Titanic, kapitein De Wever, stevent recht op een ijsberg af.
Volgens het Monitoringcomité is er minstens 7,7 miljard euro nodig om aan de Europese uitgavennorm te voldoen. Volgens u is een tiramisu van 10 miljard perfect haalbaar zonder de economische groei onderuit te halen. Welke economische groei? De recentste cijfers van de Nationale Bank tonen aan dat die economische groei vrijwel onbestaand is en die 10 miljard is ook onvoldoende. Onder andere het Rekenhof heeft eerder al gezegd dat er voor een echte sanering 15 tot 20 miljard aan structurele inspanningen nodig zijn.
Is het uw ambitie nog om echt te saneren? Dat was de bestaansreden van uw regering. U hebt daarvoor al uw communautaire beloftes overboord gekieperd. Mijn vraag is dus of u daar nog in gelooft. Gelooft u dat u budgettaire orde op zaken kunt stellen in dit land zonder fiscale autonomie en zonder een splitsing van de sociale zekerheid? Zo ja, hoe gaat u die Belgische Titanic dan precies repareren? Zo neen, waarom maakt u de mensen dat dan in godsnaam wijs?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, dans cet hémicycle, à gauche, il y a ceux qui vous disent: "Levons de nouvelles taxes, créons de nouveaux impôts", dans ce pays qui est déjà le plus taxé du monde. Et, à droite, il y a ceux qui vont vous dire: "Non, coupons encore dans les dépenses sociales, rabotons encore la sécurité sociale et les soins de santé", dans ce pays qui est déjà plombé par la précarité. Et puis, au milieu du gué, il y a vous, coincé entre ces deux pressions et qui voyez inexorablement l'eau de la dette et du déficit monter.
Heureusement, il existe une troisième voie, entre ceux qui veulent toujours plus d'impôts et ceux qui veulent moins d'État, il y a un chemin, une voie qui ne consiste ni à matraquer le contribuable ni à sacrifier nos retraités et nos soins de santé. Une voie qui consiste simplement à être plus efficaces, à mieux percevoir les recettes normales et à aller chercher l'argent là où il se trouve.
Je remobilise ici Paul De Grauwe, qui n'est pas exactement le dernier des bolchéviques, selon lequel le problème, depuis 2013, dans notre pays, ce n'est pas le niveau de dépenses, c'est l'érosion des recettes: 21 milliards d'euros disparaissent chaque année, non pas parce que nos taux seraient trop bas, mais parce que l'assiette fuit de toute part. À force de multiplier les régimes dérogatoires, les niches fiscales, les hauts revenus qui basculent en sociétés de management, les recettes ont fondu et, dans cette jungle de dérogations, ce sont les plus modestes et la classe moyenne, celle qui ne peut pas échapper à cette captation de l'impôt, qui payent l'addition. Voilà l'anomalie.
Des solutions sont à portée de main: le resserrement réel des régimes des revenus définitivement taxés (RDT) et des montages de holdings, le recouvrement effectif de la TVA existante, plutôt que la hausse d'un point ou deux, un parquet national financier doté de moyens suffisants pour fonctionner; et pas le parquet national de papier qui est pour l'instant celui de l'Arizona. Voilà où se trouve l'argent. Rien qu'avec ces leviers-là, vous pourriez trouver plusieurs milliards.
Monsieur le premier ministre, voici la seule question qui compte encore aujourd'hui. Entre les hauts cris de bonne guerre de gauche et ceux de droite, vous et vos partenaires aurez-vous le courage de faire primer la raison sur l'idéologie, aurez-vous le courage d'être simplement efficaces?
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, on a l'impression que, selon certains, le déficit est né hier dans notre pays. On nous explique que c'est à cause des décisions en termes de défense, par exemple, oubliant que, quand nos concitoyens donnent 100 euros à l'État, 22 euros sont utilisés pour les retraites, 17 euros pour la politique sociale, 11 euros pour l'enseignement et seulement 3,5 euros pour la défense.
La réalité est que notre pays a une structure de coûts qui ne fonctionne pas, parce qu'il y a 40 ans, on a fait des mauvais choix. On a fait deux grands mauvais choix. Le premier, c'est de choisir un système de retraites par répartition et pas par capitalisation, comme l'ont fait les Pays-Bas. Le deuxième, c'est d'avoir fait en sorte que les prestations sociales soient déconnectées des prestations de travail.
Enfin, sous le gouvernement Vivaldi, avec des cadeaux supplémentaires voulus par la gauche, nous en sommes arrivés au modèle que nous connaissons. Regardez ce graphique – parce que beaucoup ont du mal à voir la réalité. Regardez, monsieur Magnette. Vous voyez, à l'époque de M. Michel, les dépenses correspondaient quasiment aux recettes. Et puis, que s’est-il passé? Là, on a le Tourmalet, ou la cour Magnette. Vous voyez une explosion des dépenses. Je me suis suffisamment opposé au sein de ce gouvernement pour ne pas devoir l'assumer.
Pour le reste, prenons les chiffres. Ils sont très clairs, par rapport à ceux qui veulent fiscaliser encore plus. Les dépenses ont augmenté de 66 % en 10 ans. Nos recettes ont augmenté de 50 % alors que le PIB a progressé d'à peine 20 %.
Monsieur le premier ministre, c'est très clair. Aujourd'hui, nous devons réduire les dépenses et (…)
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, alors que votre gouvernement avait promis de remettre le budget sur les rails, le déficit, tel un train hors de contrôle, fonce vers les 38 milliards d'euros d'ici 2029, soit près du double du bilan de la Vivaldi. Alors, oui, c'est un échec cuisant pour un gouvernement dont le seul objectif avoué est l'équilibre budgétaire. Pourtant, des alternatives existent, mais votre gouvernement refuse obstinément de les prendre en compte.
Monsieur le premier ministre, l'angle mort de vos politiques budgétaires, c'est le climat. En ce 9 juillet, la troisième canicule vient de débuter. Et la seule façon de vous entendre sur le climat, c'est de vous parler de gros sous.
Alors, me voilà, monsieur le premier ministre! Opposer investissement dans l'adaptation climatique et équilibre budgétaire constitue une erreur monumentale. Refuser d'investir aujourd'hui, c'est envoyer une facture cinq fois plus élevée aux générations futures, qui devront faire face à des destructions d'infrastructures, des dépenses qui exploseront dans la santé et dans la dégradation de notre économie. Parce que, oui, monsieur le premier ministre, et je vais vous le redire dans un langage qui vous touche, une journée à 32 degrés, c'est l'équivalent pour l'économie d'une demi-journée de grève nationale.
Mais le plus grave est que cette inaction a un coût en termes de vies. Près de 1 800 décès sont survenus durant la canicule de juin. Je trouve terrible de devoir vous rappeler aujourd'hui que votre job en tant que premier ministre est de protéger la population. En l'espèce, je suis désolée de vous dire que vous n'avez pas été à la hauteur. Pas un mot de votre part! Pas un mot, alors qu'on fait face à une crise sanitaire digne de celle du covid.
Monsieur le premier ministre, le climat figurera-t-il à la table des négociations budgétaires?
Kjell Vander Elst:
Premier, u geeft niet vaak interviews, maar gisteren was het nog eens zover. Iedereen was in blijde verwachting, want misschien was er vóór de zomer toch nog een plan om het land op orde te zetten, een van uw grote beloftes, voor de vorming van de regering. Wat was echter uw boodschap? U leeft op hoop, hoop –hou u vast, collega's –dat u morgen een kalender kunt vastleggen en de komende zomerperiode het voorbereidende werk voor de begroting kunt doen. Dat is heel vreemd, want drie dagen geleden heeft uw onzichtbare vice-eersteminister van Begroting gezegd dat er al heel veel werk is gebeurd, dat het voorbereidende werk klaarligt en dat u aan de slag kunt.
Wat is het nu eigenlijk, premier? Wat hebt u de voorbije maanden gedaan? 2025 was een verloren begrotingsjaar. Maandenlang hebt u bestuurd met voorlopige kredieten. De ene na de andere lelijke kameel werd geproduceerd, de ene na de andere taks werd voorgesteld en ingevoerd. Nu dreigen opnieuw maanden van stilstand, opnieuw een verloren begrotingsjaar, want uw regering en u vertrekken op vakantie. Intussen geeft u de boodschap dat u er tijdens de vakantie aan zult denken en dat u op hoop leeft.
Is dat uw boodschap aan alle zelfstandigen en ondernemers? Is dat uw boodschap aan de hardwerkende Vlaming en Belg? Terwijl u voortdurend op de rem staat en temporiseert, slaagt u erin te zeggen: nee, 7,7 miljard, niets van, ik heb een tiramisu van 10 miljard klaarstaan.
Als alles klaarstaat, premier, waarom ligt hier dan niets? Waarom moet u uw begroting over de zomer tillen? Mijnheer de premier, de tijd van analyses maken is voorbij. U staat niet meer aan de zijlijn, u bent aan het besturen. U moet niet meer goochelen met cijfers, u moet beslissen.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, le Comité de monitoring est assez clair, vous nous aviez promis un budget en ordre. La droite allait montrer qu'elle sait gérer le budget, mais c'est le record: 38,3 milliards de déficit en 2029! Franchement, vous avez promis un gouvernement d'ingénieurs, mais je dois dire que vous cassez la baraque, monsieur le premier ministre!
C'est incroyable. Et le pire, c'est que vous en déduisez comme conclusion qu'il faut reprendre les mêmes mesures. "Il n'y a pas d'alternative, there is no alternative ". Vous servez à quoi, alors, s'il n'y a pas d'alternative? Mettez un ordinateur à la place! Sérieusement, pourquoi paie-t-on les ministres? On paie les ministres pour trouver des alternatives. " There is no alternative ". On va augmenter la TVA, on va augmenter les taxes, on va toucher à l'index, aux salaires. "Il n'y a pas d'alternative". Bien sûr qu'il y a des alternatives.
Le Bureau du Plan vous a donné 160 alternatives, et vous n'écoutez pas. Ce qui est intéressant, monsieur le premier ministre, c'est qu'il y a plein d'alternatives. Vous pouvez diminuer les dépenses militaires. Vous pouvez revenir sur tous les cadeaux que vous avez faits au moyen du tax shift . Des milliards de cadeaux qui n'ont même pas créé d'emplois de qualité. Vous pourriez le faire.
Et même plus, vous pouvez aller chercher chez les super-riches. Et ça, c'est intéressant, monsieur le premier ministre. Ce n’était que le PTB qui le réclamait à l'origine. On était seuls, il y a 20 ans, avec la taxe des millionnaires. Et, petit à petit, ça pousse. C'est vrai que le PS l'avait dans son programme. Après, chaque fois qu'il négocie un gouvernement, il la met à la poubelle. Mais ça, c'est une autre affaire qu’on réglera au niveau de la gauche. Mais j'entends que M. Prévot, M. Verougstraete, Les Engagés sont maintenant pour la taxe des millionnaires.
Mais c'est magnifique!
Collega’s van Vooruit, uw voorzitter had een breekpunt van de miljonairstaks gemaakt! Weet u dat nog, daar in dat kasteel?
Mijnheer de eerste minister, tussen ons gezegd en gezwegen, wat is uw gevoel bij de miljonairstaks? Hebt u het gevoel dat dat allemaal wat voor de show is?
Est-ce pour faire avaler la pilule, comme l'a fait comprendre M. Prévot ? Est-ce pour que tout le monde avale l'austérité? Ou alors aurons-nous réellement une taxe des millionnaires?
Bart De Wever:
Je vous remercie, chers collègues, pour vos questions.
Le Comité de monitoring a présenté lundi l’actualisation de ses prévisions budgétaires. Les chiffres s’inscrivent dans la marge attendue par le gouvernement, ce dont nous tenons déjà compte depuis un certain temps. À l’horizon 2029, un effort supplémentaire de 7,7 milliards d’euros sera nécessaire pour respecter la norme européenne en matière de dépenses. À l’horizon 2031, cet effort s’élèvera à 9,8 milliards d’euros.
Tout cela s’ajoute aux efforts budgétaires déjà réalisés par le gouvernement, des efforts substantiels, que vous n’appréciez pas, monsieur Magnette, mais qui sont salués par chaque institution chargée du suivi de notre pays sur le plan socio-économique.
Il est possible que le FMI se trompe, comme vous pensez que je me trompe, mais je ne le crois pas. Nos efforts permettront, au cours des prochaines années, de réduire de plusieurs dizaines de milliards d’euros l’augmentation de notre dette par rapport à la situation dont ce gouvernement a hérité. Tous les rapports le confirment.
Et nous y parvenons malgré l’augmentation des dépenses de défense, qui est inévitable dans le contexte mondial actuel, malgré une importante réduction des charges sur le travail, dont il est déjà tenu compte, et malgré un contexte géopolitique exceptionnellement défavorable que le FMI qualifie d’ unforgiving environment – un environnement impitoyable.
Bovendien bevestigde de Vergrijzingscommissie nogmaals hoe de maatregelen van de regering, zeker op de lange termijn, een bijzonder positieve impact op de begroting zullen hebben. Voor het eerst sinds lang denkt de regering niet louter in termen van volgend jaar – dan is het gemakkelijk om op vakantie te vertrekken –, maar in termen van decennia.
Op de korte termijn – dit kan niemand ontkennen – zitten we in zeer grote moeilijkheden. Ik heb hier horen zeggen dat de Titanic op de ijsberg afstevent, maar de Titanic heeft in dit land de ijsberg al lang geleden geraakt. In die situatie moeten we trachten het schip opnieuw zeewaardig te maken. Dat is zeer moeilijk. Dat zal niemand ontkennen.
Partijen, zoals die van de eerste spreker, die nu moord en brand roepen van op de oppositiebanken, zouden zich toch moeten beraden over hoe ze het in de afgelopen decennia zover hebben laten komen. De cijfers liegen er niet om: als men met zo’n hoge schuld zit en de rente stijgt, valt de hamer die zij hebben klaargelegd en lag te wachten.
Daarom zeg ik dat de regering de nieuwe uitdaging inzake de begroting niet langer uit de weg mag gaan. Er is al heel wat technisch werk geleverd, dat klopt, en we zullen in de komende tijd dat werk voortzetten en op zoek gaan naar een consensus over een verstandig pakket aan maatregelen in de coalitie.
Ik roep op tot realisme en voluntarisme bij alle coalitiepartners om van die opdracht, die niet aangenaam is en waarvan de uitkomst niet prettig zal zijn, toch een succes te maken. Ik besef dat het geen eenvoudige opdracht wordt, maar als de angst om het probleem op te lossen, ons verlamt, zullen we genadeloos worden afgerekend op onze onverantwoordelijkheid.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, avant de vous répondre, je voudrais féliciter M. Bouchez pour sa prestation, parce que nous expliquer que tout vient du gouvernement précédent, quand vous présidez un parti qui est au gouvernement depuis 27 ans et qui, plus qu'aucun autre, a détenu les départements des Finances et du Budget, franchement, il fallait oser! Et vous avez osé!
Pour le reste, monsieur le premier ministre, depuis le début j'ai un doute, parce que vous êtes un nationaliste, ce qui est votre droit le plus strict. Vous voulez la fin de la solidarité entre tous les Belges. Et, finalement, quand ça va mal, ça vous arrange! Dans trois ans, vous direz que vous avez essayé mais que cela n'a pas marché, que la Belgique est en faillite et qu'il faut scinder la sécurité sociale, car c'est la seule solution. Ceux qui n'ont pas encore compris ça, c'est le MR et Les Engagés, qui vous regardent avec un grand sourire, les bras en l'air, comme le ravi de la crèche. Mais nous, nous ne sommes pas dupes, et nous ne vous laisserons pas faire.
Barbara Pas:
Overmorgen is het 11 juli, de Vlaamse feestdag. Dat is geen betaalde feestdag, zoals de regering nochtans had beloofd. Bovendien hebben de Vlamingen niets te vieren, mijnheer de eerste minister.
Met uw regering blijft de Vlaming nog altijd de melkkoe van het Belgische systeem. In Vlaanderen bedraagt de werkzaamheidsgraad bijna 80 %. Waarom moeten de Vlamingen van u dan nog meer bijdragen om de Waalse en Brusselse putten te vullen? Het is niet de Vlaming die te weinig betaalt, maar de overheid die te veel uitgeeft. Het geld is niet op, België is op.
Als u zegt dat de Belgische Titanic aan het zinken is, dan moet u overstappen op een ander schip. U moet werk maken van fiscale autonomie en van een splitsing van de sociale zekerheid. U hebt dat zelf vóór de verkiezingen aan al uw kiezers beloofd, maar u hebt er niets mee gedaan. Doe dat in plaats van te morrelen in de marge op de kap van de Vlamingen, zoals u nu al een jaar bezig bent.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie de votre réponse.
Je retiens votre vibrant appel à ce que vos partenaires de majorité cessent d'être paralysés par la peur. C'est tout l'enjeu, quand même, pour vos partenaires de coalition. Vont-ils réussir à se dépasser? Vont-ils arriver à penser parfois même contre leurs propres intérêts ou ceux de ce qu'ils pensent être leur électorat? Par exemple, le MR, dont chacun aura noté qu'il est le seul parti de gouvernement à vous avoir interrogé, et dont on aura aussi remarqué que M. Bouchez ne vous a pas spécialement applaudi, va-t-il être capable de parvenir à des compromis et d'oublier qu'on ne gouverne pas pour faire campagne, mais qu'on fait campagne pour gouverner?
Il y a un philosophe, Jean-Paul Sartre, qui disait que le plus difficile en philosophie est de parvenir à penser contre soi-même. Eh bien, je crois que, pour parvenir à diriger la Belgique, singulièrement quand il faut opérer des choix extrêmement difficiles, et la nature des choix, personne ne la conteste, c'est un moment extrêmement difficile, il faut arriver à pouvoir gouverner contre soi-même. C'est tout le mal que je vous souhaite.
Georges-Louis Bouchez:
Vous savez, je crois que, dans la vie, il faut parfois accepter de se laisser insulter par les tricheurs pour ne pas faire partie de l'un d'eux. En tout cas, je trouve toujours assez drôle de recevoir des leçons de gestion de quelqu'un qui a mis Charleroi en faillite et qui préside un parti qui a conduit la Wallonie et Bruxelles à être les régions avec les plus faibles taux d'emploi, les plus hauts niveaux de déficit et de pauvreté, et de venir nous expliquer qu'il détient maintenant toutes les solutions, depuis qu'il a quitté le pouvoir voici quelques mois.
Plus sérieusement, monsieur le premier ministre, nous avons un accroissement de nos dépenses de sécurité sociale de 88 % en 10 ans, soit le triple de l'inflation. Cela représente 66 % du budget de l'État, soit le double de l'inflation, pour une croissance de moins de 20 %. Notre problème, mesdames et messieurs, n'est pas idéologique; il est mathématique: nous avons une structure de coûts qui est devenue intenable.
Nous devons relancer la croissance, faire en sorte que les Belges fassent leurs courses en Belgique. À cette fin, nous devons baisser les impôts et les (…)
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, la ficelle est un peu grosse! Dans le cadre de votre projet, votre budget ne tient pas la route, en raison de vos choix politiques. Même les observateurs les plus frileux ont bien dû l'admettre: on ne peut pas imputer ce déficit budgétaire à la guerre en Iran.
Pourtant, vous allez une nouvelle fois nous expliquer qu'il faut encore réduire les dépenses et mettre l'État au régime. Mais en quoi cela consiste-t-il? Diminuer les dépenses du fédéral et réduire les mécanismes de solidarité. Bingo, cela correspond exactement à votre projet nationaliste flamand!
Eh bien, monsieur le premier ministre, je dois avouer que j'aurais préféré vous voir, dans la nuit de lundi à mardi, célébrer la victoire avec nos Diables rouges. Mais après tout, personne ne peut vous y contraindre.
En revanche, rester silencieux face aux victimes de la crise climatique et ne pas anticiper la menace qui pèse sur la population, eh bien c'est (…)
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, uw verwijzing naar de geopolitieke situatie is te gemakkelijk. U doet alsof de vorige regering een heel goede en gemakkelijke geopolitieke situatie had geërfd. Die verwijzing is heel goedkoop.
Uw tijdlijn klopt ook niet. Terwijl u continu op de rem staat, hebben wij te maken met een recordaantal faillissementen in ons land. Terwijl u deadline na deadline mist en uw ploeg rustig op vakantie gaat, stapelen we de tekorten op en blijft u achter met het grootste begrotingstekort van de eurozone. Uw antwoord daarop is dat u tijdens uw vakantie aan ons zult denken.
Er is uitstel na uitstel na uitstel. U lijdt aan uitstelgedrag en dat is in de huidige tijden onverantwoord. Onze economie bloedt en onze zelfstandigen en ondernemers zien af. Stop met temporiseren en kom met een begroting naar het Parlement. Mijn generatie en de toekomstige generaties zullen immers al die tekorten, schulden en belastingen moeten afbetalen.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, de vraag is toch duidelijk? Vanwaar moet het geld komen? Het geld kan van de werkende klasse komen. In dat geval zult u het geld nogmaals halen bij de gepensioneerden, bij een btw-verhoging, bij gemorrel aan de index of bij de openbare diensten. Dat is de consensus, namelijk "there is no alternative" . Dat is uw programma. Het geld kan echter ook bij de sterkste schouders worden gehaald. Het geld moet ergens vandaan komen. De PVDA stelt een positief aspect vast, namelijk dat er eindelijk ook door andere partijen over wordt nagedacht om de rijken echt te doen betalen. De vraag is of het opnieuw om symboolpolitiek gaat en wij opnieuw de mensen zullen doen betalen. "Sire, taxons les pauvres: ils sont plus nombreux." Cela fait des années que l'on mène cette politique-là, car c'est la plus simple. En revanche, pour oser aller chercher l'argent chez les plus riches, il n'y a personne au balcon. Dat is de keuze. Economisch gezien gaan wij kapot omdat wij niet meer kunnen investeren in onze economie, omdat u het geld niet durft te gaan halen waar het zit. (…)
-
Vraag: De hittedoden en het uitblijven van gecoördineerde klimaatmaatregelen
Vraag: Het initiatief van minister Crucke voor meer interfederale coördinatie rond hitteplannen
klimaat, energie en landbouwDe hittedoden en het uitblijven van gecoördineerde klimaatmaatregelen
Het initiatief van minister Crucke voor meer interfederale coördinatie rond hitteplannen
Interfederale coördinatie van hitteplannen en klimaatmaatregelen summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Jeroen Van Lysebettens
VB Kurt Ravyts
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 9 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Jeroen Van Lysebettens bekritiseert de regering scherp voor haar passiviteit tijdens de hittecrisis met 1.747 doden, eist urgente maatregelen zoals een Nationale Crisisraad en noemt het gebrek aan actie "crimineel", terwijl Frank Vandenbroucke benadrukt dat hitte een brede maatschappelijke uitdaging is die gecoördineerde actie op alle bestuursniveaus vereist, met concrete stappen zoals een geïntegreerd hitteplan en versterking van noodcentrales. Kurt Ravyts wijst interfederale coördinatie af als overbodige complexiteit en pleit voor efficiëntie binnen bestaande bevoegdheden, terwijl hij de N-VA bekritiseert voor haar steun aan "belgicistische" initiatieven uit het regeerakkoord. Van Lysebettens herhaalt dat de regering te traag handelt en de bevolking aan haar lot overlaat, terwijl Vandenbroucke benadrukt dat alle overheden en sectoren hun verantwoordelijkheid moeten opnemen om kwetsbare groepen te beschermen.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, hoeveel doden moeten er eigenlijk vallen voordat de premier komt antwoorden op vragen? Mensen zijn aan het sterven door de hitte en u komt niet verder dan "drink water". Ondertussen zijn er 1.747 doden geteld en u komt niet verder dan "gebruik uw gezond verstand". Ondertussen zijn mensen aan het afzien in een veel te warme woning, in een veel te warme ziekenhuiskamer of in een veel te warm rusthuis. Het ergste van al is dat u doet alsof deze hittecrisis niet uw probleem is.
Mensen worden zot van de gelatenheid waarmee deze regering beleid voert. De premier daagt niet op en u en uw collega-ministers halen de schouders op en zeggen dat het een maatschappelijk probleem is, terwijl ze bakkeleien over wat al dan niet hun bevoegdheid is. Dat is onaanvaardbaar.
Stop met de mensen aan hun lot over te laten. Voer nu eindelijk eens een echt klimaat- en hittebeleid. Deze hittecrisis komt niet uit de lucht gevallen, maar is een gevolg van politieke keuzes. Onze bevolking is kwetsbaar en er is nood aan urgente maatregelen. Wij verwachten dat deze regering maatregelen neemt. Roep om te beginnen al de Nationale Crisisraad samen, stel een taskforce samen, maak werk van een gecoördineerde aanpak met alle regeringen, een alle-hens-aan-dekmentaliteit.
Het gebrek aan klimaatbeleid van Arizona was al stuitend, maar het gebrek aan verantwoordelijkheidszin tijdens deze hittecrisissen is gewoon crimineel. De mensen hebben de vorige hittecrisis nog niet verteerd en we zijn al begonnen aan de volgende.
Mijnheer de minister, wat zal deze regering deze zomer doen om de bevolking te beschermen tegen de gevolgen van extreme hitte en klimaatopwarming?
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, naar aanleiding van het hoge aantal overlijdens tijdens het laatste weekend van juni hebt u gepleit voor een betere coördinatie door het Nationaal Crisiscentrum. U bereikte blijkbaar ook een akkoord over de overname van het beheer van het noodnummer 1733. Voilà, een federale minister die federale bevoegdheden uitvoert. Maar uw collega, minister Crucke, ervaart blijkbaar, los van het actieradius van het Nationaal Crisiscentrum ter zake, een gebrek aan interfederale coördinatie. Hij wil een interfederaal actieplan inzake extreme weersomstandigheden. De Vlaamse regering reageerde, terecht, vrij afwijzend.
Twee weken geleden was ik naïef, mijnheer de minister. Ik meende dat de premier niet wilde antwoorden op mijn vraag inzake het grote Franstalige verlangen naar interfederalisering omdat hij daar niet zo happig op was. Dat zou overigens terecht zijn. Maar tot mijn ontsteltenis moet ik vandaag milder zijn voor minister Crucke. Nu blijkt immers dat het initiatief van minister Crucke voor een interfederale versterking gewoon deel uitmaakt van het federale regeerakkoord. Daarover is dus door de N-VA mee onderhandeld en N-VA heeft dat mee goedgekeurd. Het staat op pagina 96 van het federale regeerakkoord, mijnheer Wollants. Ik was dus zeer naïef, twee weken geleden.
Voor een goed begrip, mijnheer de minister, we hebben op zich geen probleem met al die voor onze bevolking noodzakelijke maatregelen. Alleen vinden we dat ze moeten worden uitgevoerd door de niveaus die ervoor bevoegd zijn, met name de deelstaten, het lokale niveau, en het federale niveau. Simple comme bonjour. De kwetsbare mensen die getroffen worden door extreme weersomstandigheden zitten inderdaad niet te wachten op extra federale complexiteit.
Mijnheer de premier. Ik bedoel, mijnheer de minister … Ik meende al dat u de premier was. Ik wil het al geruime tijd de premier vragen. Wat is uw reactie op het interfederaal initiatief van minister Crucke?
Voorzitter:
Dank u, mijnheer Ravyts. De heer Wollants is zo vriendelijk om geen persoonlijk feit in te roepen. Houden zo, zou ik zeggen.
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer Van Lysebettens, mijnheer Ravyts, wat wij eind juni 2026 hebben gezien, zullen wij in de toekomst helaas nog vaker meemaken. Ik durf wel te stellen dat in de gezondheidssector hard is gewerkt en dat de zorgsector ook klaarstond.
Extreme hitte is echter uiteraard niet uitsluitend een gezondheidsvraagstuk. Het is een brede maatschappelijke uitdaging voor de hele samenleving met gevolgen voor de zorg, het welzijn, bedrijven en arbeiders, voor de wereld van het werk, voor onderwijs, mobiliteit, infrastructuur, lokale besturen en noodhulpverlening. Het is een verantwoordelijkheid waarmee beleidsmakers en politici in alle sectoren en op alle niveaus te maken hebben en waarin zij moeten optreden.
Op al die verschillende niveaus is sterke actie nodig. De hitte treft de samenleving ongelijk. Dat is een reden te meer waarom het een politieke verantwoordelijkheid is die met het nodige realisme maar ook doeltreffend moet worden opgenomen.
Mijnheer Van Lysebettens en mijnheer Ravyts, ik richt mij tot u, maar natuurlijk evenzeer tot de eerste minister en al mijn collega's in de hele regering. Het is duidelijk dat er nood is aan meer structuur en meer coördinatie als we willen vermijden dat zoveel mensen worden getroffen door een hittegolf. Daarom vraag ik aan de eerste minister dat het Nationaal Crisiscentrum zijn rol kan spelen en dat binnen de regering goede taakafspraken worden gemaakt.
Op die manier kunnen alle sectoren, maar ook alle overheden, gaande van burgemeesters en gouverneurs tot ministers in de verschillende regeringen, goed gecoördineerde maatregelen nemen wanneer zich een hittecrisis aandient. Iedereen moet mee aan de bak. Een hittegolf is geen taak van de ministers van Volksgezondheid alleen.
De cijfers zijn duidelijk. Wij hebben een uitzonderlijke hittegolf gekend met zware gevolgen. De luchtkwaliteit was bijzonder ongezond. Dat heeft ons op scherp gezet. We moeten alles doen om kwetsbare mensen te beschermen.
Dat is onlosmakelijk verbonden met de klimaatopwarming. Vanzelfsprekend is er dus nood aan sterke klimaatmaatregelen. Op dat vlak is ook een belangrijke rol weggelegd voor de ministers van Leefmilieu en Klimaat. Mijn collega-minister Crucke neemt daarin ook zijn rol op. Het spreekt voor zich dat een goede samenwerking tussen Volksgezondheid en Leefmilieu belangrijk is.
Ik zie overigens dat steden en gemeenten al mooie initiatieven nemen, zoals zorgen voor koelteplekken en ervoor zorgen dat mensen contact hebben met elkaar. Mutualiteiten bellen oudere leden op of gaan hen zelfs bezoeken. Dergelijke initiatieven moeten wij op veel meer plaatsen zien. We moeten vermijden dat mensen in een ambulance moeten stappen en naar het ziekenhuis moeten worden gebracht.
Daarnaast is het belangrijk dat mijn collega, minister Quintin, aan de slag gaat om ervoor te zorgen dat de noodcentrales, zoals de 112, goed gewapend zijn, ook op piekmomenten. Ik wil hem daarbij ook helpen. Ik ben al in uitgebreid overleg met de huisartsen om ervoor te zorgen dat de 1733 goed kan functioneren, maar ook om de 112-centrales te ontlasten wanneer dat nodig is. Ieder moet zijn rol spelen.
Afgelopen woensdag is de IMC Volksgezondheid samengekomen om zich te buigen over de aanbevelingen van de Risk Management Group. We hebben beslist dat de Risk Management Group verder moet werken aan een meer uitgewerkt en geïntegreerd hitteplan, gebaseerd op de richtlijnen van de WHO. De WHO pleit voor een brede aanpak over alle sectoren heen. De ministers van Volksgezondheid vragen ook zeer uitdrukkelijk dat het Nationaal Crisiscentrum daarin zijn verantwoordelijkheid opneemt. De ministers van Volksgezondheid hebben onderstreept dat een verdere uitwerking van de alarmfase nodig is en, indien nodig, ook een federale crisisfase, met duidelijke rollen voor onder meer de Risk Assessment Group, de Risk Management Group, het Nationaal Crisiscentrum en de regionale crisisstructuren.
Dit is inderdaad een verantwoordelijkheid van ons allen. Het is niet eenvoudig, er zijn geen wonderoplossingen, maar we moeten samen alles doen wat we kunnen. Het is de taak van alle politieke verantwoordelijken op alle niveaus om kwetsbare mensen zo goed mogelijk te beschermen.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega's, welk surrealistisch land is dit eigenlijk? De eerste minister antwoordt niet alleen niet op mijn vragen, maar hij antwoordt zelfs niet op de vragen van zijn vicepremier. De realiteit is dat we aan de volgende hittegolf zijn begonnen en dat er op het terrein geen maatregelen zijn genomen om de impact te verzachten. De ministers zijn met elkaar aan het overleggen wat ze al dan niet zullen onderzoeken, maar ondertussen lopen de temperaturen weer op en zitten de mensen opnieuw in veel te warme ruimtes. Als ze dan terecht klagen of om beleid vragen, worden ze door Marie-Antoinette Francken en zijn lakeien van Vooruit in hun gezicht uitgelachen. Binnen twee weken komt Sciensano dan weer met een rapport over oversterfte en dan staat iedereen hier weer te praten.
Mijnheer de minister, sta op, handel in het belang van de volksgezondheid en neem wel maatregelen.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, het gros van de bevoegdheden rond klimaatadaptatie bevindt zich al geruime tijd bij de gewesten en zelfs bij de lokale besturen. Ook op het vlak van informatie, communicatie en sensibilisering ter zake neemt Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid. Ik hoop dat Wallonië dat ook doet. Kwetsbare ouderen en zwaar zieken, bewoners van onze woon-zorgcentra, aan extreme hitte blootgestelde werknemers, kortom iedereen die extra te lijden heeft onder extreme weersomstandigheden, heeft enkel en alleen nood aan beleid dat effectief op het terrein wordt uitgevoerd, niet aan extra praatbarakken. Het is bijzonder opmerkelijk dat de N-VA, conform het regeerakkoord blijkbaar, meegaat in die overbodige interfederale, zeg maar belgicistische recuperatie.
-
Vraag: De opening van een open terugkeercentrum in Nazareth-De Pinte
De opening van een open terugkeercentrum in Nazareth-De Pinte
Gesteld door
Beantwoord door
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 9 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Ortwin Depoortere bekritiseert dat minister Anneleen Van Bossuyt ondanks eerdere beloftes om hotelopvang af te bouwen nu een Van der Valk-hotel omvormt tot een open terugkeercentrum voor 300 asielzoekers, wat volgens hem de lokale bevolking in De Pinte-Nazareth en Deinze extra belast en vragen oproept over veiligheid, transport (zoals geruchten over aparte buslijnen) en de effectiviteit van terugkeer naar andere EU-landen. Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat het centrum secundaire migratie moet ontmoedigen en de terugkeer versnellen (gemiddeld 41 dagen verblijf), zonder extra opvangcapaciteit toe te voegen, en ontkent speciale buslijnen, terwijl ze claimt dat 1.254 opvangplaatsen al zijn afgebouwd conform het regeerakkoord. Depoortere noemt het beleid van de regering onder Bart De Wever hypocriet, stelt dat beloftes over streng asielbeleid niet zijn nagekomen en eist een migratiestop in plaats van nieuwe opvanginitiatieven. Van Bossuyt wijst erop dat het Vlaams Belang eerder om zo’n centrum vroeg, maar Depoortere repliceert dat inwoners "eerlijkheid en minder asielzoekers" verdienen.
Ortwin Depoortere:
Mevrouw de minister, om meteen alle onduidelijkheid weg te nemen, is het Vlaams Belang tegen terugkeercentra om asielzoekers die hier niet thuishoren terug te sturen? Uiteraard niet. Met de opening dit najaar van het zogenaamde Dublincentrum belast u echter de lokale bevolking wel voor de zoveelste keer. Bij uw aantreden beloofde u plechtig dat het gedaan zou zijn met de hotelopvang in dit land. Hotel Belgica zou de deuren sluiten. Maar na vakantieparken-Van Bossuyt helpt u nu een hoteleigenaar in slechte financiële papieren door een hotel van Van der Valk om te vormen tot een open asielcentrum, een open centrum voor 300 asielzoekers die via een ander EU-land België zijn binnengekomen.
Dat roept uiteraard vragen op, mevrouw de minister, zowel wat de locatie als wat de exacte modaliteiten betreft, vragen die ook leven in De Pinte-Nazareth, waar het hotel zich bevindt, alsook in andere gemeenten, bijvoorbeeld Deinze. Het hotel is namelijk niet alleen via de E17 bereikbaar, maar ook via achterwegen, zowel letterlijk als figuurlijk.
Mevrouw de minister, hoeveel van de volgens de pers 300 bewoners verwacht u effectief te kunnen overdragen aan een ander EU-land? Want dat moet toch de bedoeling zijn.
Binnen welke termijn zal dat gebeuren?
Waarom verspreidde u uw communicatie zo rijkelijk laat bij de lokale besturen?
Klopt het gerucht, mevrouw de minister, dat er aparte buslijnen zullen worden ingericht voor die asielzoekers, terwijl De Lijn buslijnen aan het afschaffen is voor de eigen bevolking? Dat is toch wraakroepend.
Hoe garandeert u de veiligheid (…)
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Depoortere, het nieuwe Europese terugkeercentrum ontraadt secundaire migratie en verhoogt de terugkeer naar de betrokken lidstaat. Die doelstellingen deelt u met ons. Ik veronderstel dat dat de reden is waarom uw partijgenote, mevrouw Van Belleghem, mij in de commissie voor Binnenlandse Zaken, die u zeer gedegen voorzit, al meerdere keren gevraagd heeft wanneer er zo'n bijkomend centrum zou komen.
De inrichting van het Europese terugkeercentrum betekent niet dat er opvangcapaciteit bij komt, in tegenstelling tot het bijzonder nieuws dat u en uw partij daarover op sociale media verspreiden. Sinds begin dit jaar werden al 1.254 plaatsen afgebouwd en we zullen dat de volgende maanden en jaren blijven doen.
Conform het regeerakkoord zochten Fedasil en de DVZ een locatie voor het terugkeercentrum. Het gebouw dat door Van der Valk werd aangeboden, komt tegemoet aan die doelstelling. De hotelfunctie wordt stopgezet, de inrichting wordt sober, bedden worden vervangen door stapelbedden en de nodige veiligheidsmaatregelen en een omheining worden voorzien. We werken snel en prijsbewust.
De gemiddelde verblijfsduur in zo'n terugkeercentrum bedraagt amper 41 dagen. Alles staat in het teken van een snelle terugkeer. We zullen daarvoor geen speciale buslijnen inzetten. We bekijken nu de verdere uitwerking van het Europese terugkeercentrum met het oog op een opstart in het najaar en staan daarvoor in nauw contact met zowel het lokaal bestuur als Van der Valk.
Ortwin Depoortere:
Mevrouw de minister, de N-VA-regering onder leiding van Bart De Wever beloofde het strengste asielbeleid ooit. Wat een klucht! Ze is zowat de meest lakse regering op het vlak van asiel en migratie. Werkelijk niets krijgt u voor elkaar: niet de woonstbetredingen om alle illegalen op te pakken, niet de uitwijzing van criminele vreemdelingen en niet de migratiestop voor alle gelukszoekers in de wereld. Vandaag wordt onder de regering-De Wever een hotel omgebouwd tot een open asielcentrum. De inwoners van Nazareth-De Pinte en Deinze verdienen eerlijkheid. Ze verdienen beter. Ze verdienen vooral een beleid dat niet meer opvang organiseert, maar minder asielzoekers toelaat. Daarvoor kunnen ze alleen rekenen op het Vlaams Belang.
-
Vraag: Het politieoptreden in Antwerpen
Vraag: Het politiegeweld in Antwerpen
Vraag: Het politieoptreden in Antwerpen
veiligheid, justitie en defensieHet politieoptreden in Antwerpen
Het politiegeweld in Antwerpen
Het politieoptreden in Antwerpen
Politieoptreden en -geweld in Antwerpen summaryExplanationGesteld door
PVDA-PTB Peter Mertens
Ecolo-Groen Meyrem Almaci
VB Sam Van Rooy
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Peter Mertens en Meyrem Almaci bekritiseren het hardhandig optreden van de Antwerpse politie tegen vreedzame pro-Palestijnse betogers, waaronder het gebruik van nekklemmen en geweld tegen zwangere vrouwen, en beschuldigen minister Quintin en burgemeester De Wever (N-VA) van het systematisch onderdrukken van protestrechten, met steun op rapporten van Amnesty en de VN over mensenrechtenschendingen. Mertens stelt dat Antwerpen een testcase wordt voor het inperken van demonstratierechten en wijst op een politieke alliantie tussen MR, N-VA en Vlaams Belang om Israël te steunen via repressie, terwijl Almaci Quintin verwijten maakt dat hij de politie als instrument tegen kritische stemmen inzet en eist dat hij de nekklem als illegitiem veroordeelt. Sam Van Rooy (Vlaams Belang) daartegen beargumenteert dat pro-Palestijnse betogers—gelinkt aan "islamocommunisten" en jihadistische oproepen—systematisch geweld plegen tegen politie en joden, en eist "nultolerantie" en manu militari-optreden, waarbij hij de islamisering van Antwerpen als oorzakelijke dreiging voor de westerse samenleving afschildert. Minister Quintin benadrukt dat protestrecht fundamenteel is maar vreedzaam moet blijven, verdedigt het politieoptreden als proportioneel wegens verstoring van de openbare orde, en stelt dat instructies moeten worden opgevolgd, zonder expliciet de nekklem of het beleid van De Wever te veroordelen.
Peter Mertens:
Mijnheer de minister, normaal zouden we dit debat niet hoeven te voeren, want normaal zouden we al alle banden met Israël moeten verbreken. Normaal zou een vlag van de genocide niet aan een stadhuis mogen wapperen. Normaal zou de N-VA het niet op een akkoordje mogen gooien met extreemrechts, om die vlag toch per se te laten wapperen. Normaal zou het recht om daartegen te protesteren, een grondrecht moeten zijn en geen gunst van een burgemeester. Normaal zou de politie zich bezig moeten houden met de bescherming van de burgers in plaats van opgetrommeld te worden om een genocidaire vlag te beschermen.
Wat er maandag in Antwerpen gebeurde, was echter niet normaal. Zwangere vrouwen werden door de politie geslagen. Mensen werden met nekklemmen uit de betoging gehaald. Er waren gemaskerde politieagenten aanwezig die, in Metallica-T-shirts, vreedzame betogers uit de betoging hebben gehaald.
Hoe kijkt u als minister van Binnenlandse Zaken naar het feit dat men tegenwoordig, weken aan een stuk, de nekklem als arrestatiemiddel gebruikt, zoals in de Verenigde Staten? Zit dat in de opleiding van politieagenten? Dat zou ik graag willen weten.
Ik zou ook graag weten hoe u kijkt naar het rapport van Amnesty International en de Liga voor Mensenrechten, waarin staat dat een overheid niet alleen het recht op protest moet respecteren, maar ook moet beschermen en faciliteren.
U zou hier straks als minister van Binnenlandse Zaken moeten opstaan om het recht op protest te verdedigen. Ik hoop dus dat u uw democratische plicht als minister zult vervullen en zult zeggen dat het recht op protest in ons land onder de regering-De Wever zal worden gevrijwaard en dat u zult bekijken hoe we dat recht kunnen beschermen in plaats van in te perken, mijnheer de minister.
Meyrem Almaci:
We need to talk about Antwerp. In 2017 zei iemand: "Als je zwijgt op een moment dat politici in de gevangenis worden gegooid omdat ze gewoon een punt maken, omdat ze een opinie hebben, en als er geweld tegen burgers wordt gepleegd, dan is dat gewoon schuldig verzuim." Die iemand was toen burgemeester van Antwerpen en is vandaag eerste minister.
Men mag nooit zwijgen als fundamentele rechten worden aangetast. Het recht op protest is een fundamenteel recht. Dat recht staat ernstig onder druk in onze koekenstad. Door de hitte geldt code rood, maar voor de democratie in onze stad geldt dat evenzeer. Ik heb dat al meermaals persoonlijk aan den lijve ondervonden. Elk protest in onze stad krijgt dezelfde hardhandige behandeling. Of het nu gaat over een bomenkap, de verlieslatende luchthaven van Deurne of het beleid tegenover een land dat een genocide uitvoert en kinderen gewoon, terwijl ze borstvoeding krijgen, door het hoofd schiet – lees het bloedstollende rapport van de Verenigde Naties van vorige week maar –, elke keer worden burgers geconfronteerd met een massale politieovermacht, van tientallen combi's en oproerpolitie tot waterkanonnen, alsof ze losgeslagen hooligans zijn, van onherkenbare gemaskerde speciale agenten tot spotters die proactief de nekklem gebruiken tegen vreedzame betogers, alsof het routine is. Dat zijn Amerikaanse toestanden. Alleen mag men voor het Witte Huis wel maandenlang in een wit tentje protesteren en zelfs kamperen om zijn protest te laten horen. Op de Grote Markt van Antwerpen kan en mag er echter niets.
Hebt u de beelden gezien, mijnheer de minister? Vindt u dat allemaal nog normaal? Vindt u dat een proportionele inzet van de politie? Als de wet voorschrijft dat de politie het recht op protest moet faciliteren, hoe kadert u dan het gebruik van de nekklem in die manier van werken? Hoe beoordeelt u het eenzijdig en willekeurig uitroepen van de Grote Markt tot zogenaamd neutraal terrein? Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat de politie geen instrument wordt tegen betogers in plaats van (…)
Sam Van Rooy:
Wat er nu in Antwerpen gebeurt, illustreert typisch het gezegde zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Jarenlang laat de Antwerpse N-VA-burgemeester toe dat jihadistisch en antisemitisch tuig oproept tot een intifada, oftewel dodelijk jihadistisch terrorisme. Onlangs nog werd zelfs een bord omhooggehouden met de tekst: "Steun het gewapend verzet van Hamas en Hezbollah." Dat is een symptoom van een dieperliggend existentieel probleem, namelijk de islamisering en dus ook de palestinisering van onze samenleving. Het gevolg is steeds meer haat tegen joden, tegen de politie en in feite tegen de hele westerse vrije samenleving.
Jarenlang al laat de Antwerpse burgemeester toe dat jihadistisch en antisemitisch tuig zich niet aan afspraken houdt. Ze mogen uiteraard demonstreren, alleen niet op de Grote Markt. Daardoor gedragen die zogenaamd pro-Palestijnse demonstranten, aangevuurd door islamocommunisten en door gif-Groen, zich steeds agressiever en gewelddadiger. Nogmaals, zachte heelmeesters maken stinkende wonden.
Normale burgers en hardwerkende horecamensen zijn het spuugzat, en al zeker onze politieagenten. Zij worden door pro-Palestijnse demonstranten ongevraagd gefilmd, geïntimideerd en telkens opnieuw als pispaal gebruikt. Ik citeer een politieagent: "Met pro-Palestijnse activisten valt simpelweg niet te praten."
Mijnheer de minister, wie telkens opnieuw agressief is tegen de politie, zich steeds opnieuw niet aan de gemaakte afspraken houdt en oproept tot dodelijk jihadistisch terrorisme, moet keihard worden aangepakt. Genoeg is (…)
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Almaci, mijnheer Mertens, mijnheer Van Rooy, sta mij toe te beginnen met één zaak klaar en duidelijk te stellen. Het recht op vrije meningsuiting en het recht om te betogen zijn fundamentele pijlers van onze democratie. Iedereen moet de vrijheid hebben om zijn of haar mening te uiten en op straat te komen. Dat recht staat niet ter discussie, maar het moet altijd op een vreedzame en respectvolle manier worden uitgeoefend. Dat is de beste manier om dat recht te beschermen.
Het zijn de lokale autoriteiten en meer bepaald de burgemeesters die toestemming verlenen voor het organiseren en houden van een manifestatie in een stad of gemeente. In het concrete geval werd volgens informatie van de lokale politie van Antwerpen voorbije dinsdag 30 juni 2026 toestemming gegeven om samen te komen op het Steenplein en vervolgens af te zakken richting de Suikerrui om daar te demonstreren. Dat is de inschatting en de verantwoordelijkheid van het lokaal bestuur.
De lokale politie zette preventief de Grote Markt en de Suikerrui af. Rond 19.00 uur kwamen ongeveer 200 mensen samen op het kruispunt van de Kaasrui en de Torfbrug. Volgens de politie verstoorden de manifestanten de openbare orde en veiligheid en blokkeerden ze een belangrijke doorgangsweg naar het historische stadscentrum. Daarom werd eerst via bemiddeling gevraagd om zich naar de Groenplaats te begeven, waar de betoging in veilige omstandigheden kon worden voortgezet. Na twintig minuten bemiddeling zou duidelijk zijn geworden dat de manifestanten niet bereid waren om mee te werken. Daarop werden zij teruggeleid richting de Groenplaats. Twaalf personen werden administratief aangehouden wegens verstoring van de openbare orde.
De politie werkt elke dag om iedereen te dienen en iedereen te beschermen. Ik steun haar in haar werk en ook in haar vorming. Laat mij echter ook één punt herhalen. Als de politie een instructie of bevel geeft, moet iedereen dat opvolgen, punt. Dat geldt voor iedereen, voor parlementsleden en ook voor partijvoorzitters.
Peter Mertens:
Il est en train de se former quelque chose ici avec le MR, la N-VA et le Vlaams Belang pour défendre ensemble l'État génocidaire d'Israël. Puisqu'après trois ans de génocide, on n'arrive plus à faire passer ce soutien par la voie démocratique, on va utiliser la matraque. Vous, monsieur le ministre, vous ne condamnez pas cela!
Ce qui doit nous inquiéter, c'est qu'Anvers est en train de devenir un terrain d'expérimentation pour votre proposition de loi visant à limiter le droit de manifester. Cela doit nous inquiéter ici, en effet, parce que vous allez recevoir à nouveau le soutien de la N-VA et du Vlaams Belang. Mais je vais déjà vous dire que cela ne marchera pas, ni à Anvers ni ailleurs!
Meyrem Almaci:
Bent u de woordvoerder van de burgemeester van Antwerpen of bent u minister? Ik was daar aanwezig. De politie heeft terecht het monopolie op geweld, maar dat mag geen vrijgeleide worden om haar in te zetten tegen elk protest dat u niet zint. Op dat vlak meet de N-VA met twee maten en twee gewichten. Destijds over de Catalanen mocht het wel, maar als het over Gaza gaat, is het plots iets helemaal anders.
Mijnheer de minister, waar is uw moed? Uw voorgangster, mevrouw Verlinden, heeft hier in 2022 gezegd dat de techniek van de nekklem sterk wordt afgeraden, maar dat in bepaalde extreme gevallen van wettige zelfverdediging, wanneer de veiligheid van de politieagent of van een andere persoon in gevaar is, het inzetten ervan legitiem kan zijn. Er was geen enkele politieagent in gevaar. Er was geen enkele agressie. Iedereen kan die beelden bekijken. Die nekklem is illegitiem gebruikt. U moet dat durven zeggen en u moet durven ingrijpen ten aanzien van een burgemeester die haar korps tegen haar burgers inzet. Dat is wat u moet doen als minister van Binnenlandse Zaken.
Sam Van Rooy:
Zopas werd bekend dat al in de helft van de Antwerpse districten autochtone Vlamingen een minderheid zijn geworden in eigen stad en dat al bijna een derde van de bevolking in Antwerpen moslim is. Dat is wat ook de rest van dit land te wachten staat. Terwijl de beleidspartijen dit lieten en laten gebeuren, proberen de groene en linkse partijen meer dan ooit de islamitische kiezer te paaien. Wat is het gevolg daarvan? Meer agressie en meer geweld, zeker tegen hulpverleners en onze politie. Mijnheer de minister, de overheid moet niet alleen pal achter onze politie staan, ze moet agenten ook de opdracht geven tot nultolerantie, namelijk manu militari optreden tegen pro-Palestijnse activisten die relschoppen, de politie intimideren of oproepen tot jihadistische terreur. Want wie niet horen wil, moet voelen.
-
Vraag: Toegangspoortjes en controles op de perrons
Vraag: De boetes voor treinreizigers zonder geldig vervoerbewijs
Vraag: Het tariefbeleid van de NMBS en de verkoop van tickets op de trein
Vraag: Boetes voor personen zonder vervoerbewijs op het perron
mobiliteit en transportToegangspoortjes en controles op de perrons
De boetes voor treinreizigers zonder geldig vervoerbewijs
Het tariefbeleid van de NMBS en de verkoop van tickets op de trein
Boetes voor personen zonder vervoerbewijs op het perron
Controle, tarieven en boetes voor treinreizigers zonder geldig ticket summaryExplanationGesteld door
N-VA Dorien Cuylaerts
PVDA-PTB Robin Tonniau
PS Dimitri Legasse
VB Frank Troosters
Beantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De NMBS schaft de ticketverkoop aan boord af om fraude (70-80 miljoen euro jaarlijks) en agressie tegen personeel te bestrijden, maar kritiek groeit omdat reizigers met technische problemen of tijdsdruk nu automatische boetes van 90 euro riskeren, wat volgens oppositiepartijen als discriminerend en onrechtvaardig wordt ervaren. Minister Crucke belooft een pragmatische aanpak en evaluatie tegen eind 2024, maar erkent dat de maatregel zonder overleg met personeel of reizigersorganisaties werd ingevoerd, wat extra weerstand uitlokt bij parlementsleden zoals Tonniau en Legasse, die het beleid als "strafgericht" en "klantonvriendelijk" afschilderen. Ondanks negatief advies van het Raadgevend Comité blijft een proefproject met toegangspoortjes in vijf grote stations op tafel, met name om veiligheid en fraude te controleren, hoewel vakbonden en mobiliteitsdeskundigen de haalbaarheid en toegankelijkheid betwijfelen. Voorstanders zoals Cuylaerts (N-VA) en Troosters (Vlaams Belang) benadrukken dat poortjes in probleemstations agressie kunnen verminderen, terwijl tegenstanders vrezen voor extra hindernissen voor kwetsbare groepen en drukke reizigers. De minister stelt dat een evenwicht tussen fraudebestrijding, veiligheid en toegankelijkheid centraal staat, maar parlementsleden zoals Legasse (PS) en Tonniau (Ecolo-Groen) beschuldigen de regering ervan de NMBS-besparingen op de rug van reizigers en personeel af te wentelen, met een "neem de trein niet"-boodschap als resultaat. De definitieve beslissing over poortjes hangt af van een kosten-batenanalyse in september, maar de spanning tussen veiligheidsbelangen en dienstverlening blijft onopgelost.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, sinds gisteren verkoopt de NMBS geen tickets meer aan boord van de treinen. Dat betekent dat reizigers vóór het instappen al over een geldig vervoersbewijs moeten beschikken en dat de NMBS controles zal uitvoeren in de stations en op de perrons. Daardoor maakt de toegang tot de trein nu meer dan vroeger deel uit van de controle en de aanpak van zwartrijden en overlast.
Onze fractie pleit al langer voor een ernstige evaluatie van toegangspoortjes in de grote stations, niet als wondermiddel, maar wel als ondersteunende maatregel om de controles te vergemakkelijken en discussies op de treinen tegen te gaan. Die piste is ook letterlijk opgenomen in het regeerakkoord. Daarin staat dat de regering inzet op ticketcontrole binnen de stations en daarbij ook de mogelijkheid van toegangspoortjes zal bekijken.
U kondigde eerder aan dat een proefproject zou starten in de vijf grote stations. Intussen bracht het Raadgevend Comité van de Treinreizigers echter een negatief advies uit. Het Comité wijst terecht op onder meer de toegankelijkheid, de doorstroming en de publieke functies van de stations. Dat zijn allemaal terechte aandachtspunten, maar wie niet halsstarrig ergens van proeft, weet ook nooit of iets goed of slecht is. Net daarom blijft het proefproject voor ons broodnodig, niet om de poortjes meteen overal uit te rollen, maar wel om gericht te bekijken onder welke voorwaarden dat werkt of net niet werkt.
Zult u de piste van de toegangspoortjes in de grote stations, zoals opgenomen in het regeerakkoord, nu effectief nader uitwerken?
Hoe neemt u de bezorgdheden van het Raadgevend Comité van de Treinreizigers mee zonder de toegangspoortjes vooraf al af te voeren?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, stel dat de batterij van je gsm plat is, dat je geen internet hebt, dat de app van de NMBS crasht, dat de ticketautomaat defect is of dat er tien mensen staan aan te schuiven terwijl je trein gaat vertrekken. Vroeger kon men dan gewoon opstappen en een ticket kopen bij de treinbegeleider. Als men dat vandaag doet, riskeert men een boete van 90 euro, die zelfs kan oplopen tot 500 euro. Met andere woorden, de NMBS behandelt klanten die te goeder trouw zijn, op dezelfde manier als zwartrijders. Dat is geen betere dienstverlening, maar vooral een beleid van wantrouwen en bestraffing tegenover de klanten.
De NMBS beweert dat deze maatregel nodig is om de agressie tegenover treinbegeleiders te verminderen. Die treinbegeleiders zeggen echter net het tegenovergestelde. Zij zullen namelijk veel meer in conflict komen met reizigers die zich onrechtvaardig behandeld voelen. Vroeger gingen de discussies over de toeslag van 9 euro op de trein. Vandaag zullen die discussies gaan over een boete van 90 euro. Denkt u dat men daarmee meer veiligheid creëert op de trein?
Deze beslissing is trouwens genomen zonder ernstig overleg met de werknemers en zonder overleg met de reizigersorganisaties. Er is niet eens een impactstudie gemaakt over de gevolgen van de maatregel voor het treinpersoneel. Waarom bent u niet in overleg gegaan met het treinpersoneel, met de mensen op het terrein? Waarom werd er geen impactstudie opgemaakt?
Bent u bereid die beslissing terug te draaien? Is de NMBS daartoe bereid, zodat reizigers die te goeder trouw zijn niet langer automatisch als fraudeurs worden behandeld?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, depuis le 1 er juillet, chaque voyageur doit avoir acheté son ticket de transport avant de monter dans le train. Vous allez me dire que c'est normal, mais ce n'est pas si simple.
Si vous êtes légèrement en retard, que l'appareil est en rade ou s'il n'y a tout simplement pas d'automate – car une quinzaine de gares n'en ont pas –, vous vous retrouvez dans la situation où vous montez dans le train sans ticket. Alors qu'il y avait moyen d'acheter un ticket à bord, c'est fini! Certes, un supplément de 9 euros était compté, mais maintenant c'est une amende de 90 euros, pour laquelle on reçoit un QR code. Si on ne paye pas dans les 15 jours, l'amende passe à 250 euros, voire davantage! On ne parle plus d'amendes, mais carrément de sévices: d'autres que moi ont dit que la SNCB n'était plus là pour servir, mais pour sévir.
Vous rendez-vous compte, monsieur le ministre, qu'on dit aux gens qui n'ont pas d'abonnement, ne maîtrisent pas l'utilisation du smartphone ou n'en ont pas, de ne plus prendre le train? Voilà votre message! Vous avez des messages particuliers en cas de canicule, et des messages particuliers pour les utilisateurs du train, convenons-en.
Navetteurs.be parle d'une faute morale. Le mot est peut-être faible à vos yeux, mais il me semble assez fort. L'entreprise publique discrimine les voyageurs de bonne foi et les assimile à des fraudeurs. Monsieur le ministre, ma question n'est pas de savoir si vous comptez retirer le dispositif, mais quand vous allez supprimer cette mesure complètement discriminatoire.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, het Raadgevend Comité voor de treinreizigers heeft op eigen initiatief een advies uitgebracht over het eventueel plaatsen van toegangspoortjes in de Belgische treinstations. Dat advies was zeer negatief. Het comité gaf daarvoor een achttal redenen aan. Zo zou het te duur, te moeilijk en te complex zijn. Het zou ook hinderlijk zijn voor mensen die met de fiets reizen en voor personen met een beperkte mobiliteit. Bovenal kwam het tot de vreemde conclusie dat het plaatsen van toegangspoortjes in de stations wellicht slechts in beperkte mate zou leiden tot een vermindering van het zwartrijden.
Het Vlaams Belang durft dat echter te betwijfelen. Het gaat immers niet alleen over zwartrijden, wat uiteraard een ernstig probleem is. We weten ook dat heel wat incidenten met spoorpersoneel, zowel verbale als fysieke agressie, ontstaan uit discussies over het al dan niet beschikken over een geldig vervoersbewijs. Voor ons gaat het dus ook over veiligheid. Veiligheid is belangrijk. We hebben daar al heel vaak vragen over gesteld en voorstellen gedaan, onder meer om de personeelsbezetting van Securail te verhogen en de uitrusting ervan te verbeteren, de procedures te versoepelen, de samenwerking te versterken en de verweermiddelen uit te breiden. We hebben in het verleden ook al voorgesteld om toegangspoortjes in treinstations te plaatsen. De NMBS was daar aanvankelijk niet echt enthousiast over. Ze heeft zelf een studie uitgevoerd en geconcludeerd dat de kosten te hoog zijn en dat ze dat niet zou doen.
Voor alle duidelijkheid, we pleiten er niet voor om in alle stations toegangspoortjes te plaatsen. Dat is natuurlijk weinig zinvol in een station zoals pakweg Bokrijk of Langdorp. In bepaalde clusters van met elkaar verbonden stations, waar we weten dat er problemen zijn met zwartrijden, criminaliteit en agressie, zou dat echter wel een deel van de oplossing kunnen zijn. We zijn u daarover blijven bevragen. Daarna hebt u aangegeven dat het misschien toch zinvol zou zijn om een proefproject op te zetten in een vijftal stations. Mijn vragen zijn dan ook de volgende.
Zult u dat proefproject effectief uitvoeren? Zult u rekening houden met het advies? Zo ja, waar zult u dat proefproject doen en wanneer?
Jean-Luc Crucke:
Geachte Kamerleden, allereerst wil ik eraan herinneren dat ik al meerdere keren zowel mondeling als schriftelijk heb gereageerd op vragen over de afschaffing van de ticketverkoop op de trein. Dat besluit van de NMBS heeft een tweeledig doel, met name de veiligheid van het treinpersoneel versterken en de strijd tegen fraude intensifiëren, waarvan de kosten voor de NMBS voor de afgelopen drie jaar worden geschat op 70 tot 80 miljoen euro per jaar, vanwege mensen die niet te goeder trouw zijn. Het zou inconsequent zijn om van de NMBS besparingen te eisen en tegelijkertijd af te zien van de bestrijding van fraude die zwaar op haar financiën drukt.
Le point le plus sensible reste la majoration de 90 euros imputée en l’absence d’un titre de transport valable. Si cette mesure peut avoir un effet dissuasif, elle ne peut pas pénaliser les voyageurs de bonne foi confrontés à un automate défectueux, à un problème technique, à un automate inexistant. J’attends donc de la SNCB qu’elle fasse preuve, comme elle s’y est engagée, de pragmatisme et de discernement dans le traitement des contestations.
Une première évaluation est prévue d’ici la fin de l’année. Je serai attentif à trois questions. La fraude a-t-elle diminué? Les voyageurs de bonne foi sont-ils traités équitablement? Les agressions à l’égard du personnel ont-elles reculé?
Naast die hervormingen blijft het ons doel om de veiligheid in de stations en op de treinen te versterken. Bijna de helft van de interventies van Securail houdt verband met het ontbreken van een geldig vervoersbewijs en die situaties leiden maar al te vaak tot incidenten of agressie. Door fraude terug te dringen, kan ook de operationele capaciteit van Securail worden versterkt, wat ten goede komt aan alle reizigers. Met dat doel voor ogen analyseert de NMBS momenteel verschillende opties om de toegang tot het netwerk beter te controleren, waaronder de installatie – niet de eventuele installatie – van poortjes in bepaalde grote stations. Eind september zullen de conclusies van de studies over de kosten en baten van een dergelijke maatregel aan de raad van bestuur worden voorgelegd, zowel wat betreft de veiligheid en fraudebestrijding als wat betreft de reizigerservaring, de doorstroming van het verkeer en de toegankelijkheid, met name voor personen met beperkte mobiliteit en reizigers die moeten overstappen.
Parallèlement à l'annonce de la fin de la vente des tickets à bord, la SNCB a indiqué vouloir renforcer les contrôles sur les quais et au niveau des accès aux quais, en application de la réglementation existante qui n'avait jamais été réellement opérationnalisée. Cette décision n'a pas été prise en concertation avec notre cabinet et a été portée à notre connaissance par voie de presse.
Ceci dit, les modalités pratiques de ces contrôles n'ont pas encore été définies. J'ai donc invité la SNCB à me les transmettre, ainsi qu'au conseil d'administration, avant de les appliquer. Je ne manquerai pas de m'assurer que l'humanité et le pragmatisme nécessaires à leur mise en application soient assurés. La mise en œuvre de la mesure sera donc progressive et ne débutera que sous condition du respect de ce que j'ai précédemment indiqué.
L'enjeu est de trouver le juste équilibre entre la lutte contre la fraude, le renforcement de la sécurité et le maintien d'un service public ferroviaire accessible à tous. C'est bien dans cet esprit que je suivrai ce dossier et que j'attendrai les conclusions des études en cours avant toute décision complémentaire.
Dorien Cuylaerts:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Die fraude wordt terecht aangepakt. Wij steunen dat volledig.
Ik ben ook blij om te horen dat de installatie van poortjes daadwerkelijk op de agenda staat. In heel veel Westerse landen zijn die al jaar en dag ingeburgerd, ook in de Brusselse metro. Bij De Lijn in Antwerpen staan ze ook voor de premetro. Wij zijn blij dat die toegangspoortjes in onze treinstations geen taboe meer blijken te zijn.
Enkele maanden geleden heb ik hier nog gezegd dat ik het gevoel had dat de grootste weerstand vanuit de vakbonden kwam, omdat zij strijden tegen alles wat volgens hen de werkgelegenheid zou kunnen ondermijnen. Die toegangspoortjes in de treinstations zijn natuurlijk een syndicale windmolen. Ik ben dan ook heel om blij te horen dat dit van de baan is. Het gaat ook nog maar om een proefproject, niemand hoeft daar bang voor te zijn. (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, wil de NMBS daarmee eigenlijk meer reizigers aantrekken of gewoon meer inkomsten genereren? Dat laatste is immers het gevoel dat ik bij zulke maatregelen krijg.
Voor ons is het duidelijk. We hebben nood aan meer personeel op het terrein, in de treinen en in de stations, aan een betere dienstverlening, maar ook aan wat meer vertrouwen in de reizigers. We hebben geen nood aan een beleid dat reizigers en spoorwegpersoneel tegen elkaar opzet.
Mijnheer de minister, chèr Jean-Luc, we nemen al eens dezelfde trein in het mooie Ronse. U ziet toch ook elke dag, wanneer u de trein neemt, de lange rijen aan de ticketautomaat? U ziet toch ook de vele mensen die nog roepen dat ze hun trein willen halen en aan de conducteur vragen wat ze moeten doen. U ziet toch ook de discussies die op de trein ontstaan. Die conducteurs willen de treinreizigers helpen, niet bestraffen. (…)
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, c'est incroyable. En fait, ce n'est jamais vous. Ce n'est jamais de votre faute. Cette décision n'est pas vraiment la vôtre. Pendant ce temps, les utilisateurs de train passeront à la caisse et compenseront les économies massives que votre gouvernement impose à la SNCB. Vous n'arrêtez pas de rendre la vie plus difficile aux voyageurs, l'accès aux trains plus compliqué et vous validez par ailleurs les économies massives dont nous venons de parler.
Vous attaquez le personnel avec des réformes importantes et, maintenant, vous acceptez de faire payer les voyageurs 90 euros de plus, ou même davantage, en disant ouvertement: "Ne prenez plus le train, débrouillez-vous"! C'est votre message. Vous prétendiez le contraire, et je vous croyais sincère, mais là, clairement, c'est le contraire que vous faites. Où est votre politique en faveur du chemin de fer? On ne veut pas sauver le climat avec des réunions de communication ou des réunions ministérielles, et on ne veut pas aider la SNCB à rendre le train plus accessible. C'est désolant.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik wil u vragen om naar de echte experts te luisteren. De echte experts zijn, voor alle duidelijkheid, niet de mensen die veilig achter hun bureau verscholen zitten. Het zijn de mensen die dagelijks in de frontlinie staan, op de perrons en in de treinen. Zij moeten soms heel moeilijke discussies voeren over het al dan niet beschikken over een geldig vervoerbewijs. Dat mondt soms zelfs uit in verbale of fysieke agressie tegen hen. Ik heb het over het treinpersoneel, in het bijzonder de Securailagenten en de treinbegeleiders. Hun veiligheid is essentieel. Als die niet is gegarandeerd, geldt dat ook voor de veiligheid van de treinreizigers. Maak daarom alstublieft heel snel werk van het proefproject met de toegangspoortjes in de stations. Laat u niet vertragen of ompraten of beïnvloeden. Het is essentieel dat de veiligheid van het spoorpersoneel wordt gegarandeerd. Die veiligheid is onbetaalbaar. Daar staat geen prijs op.
-
Vraag: De gedwongen terugkeer naar Afghanistan sinds het overleg met de taliban
internationale politiek en migratieDe gedwongen terugkeer naar Afghanistan sinds het overleg met de taliban
Gesteld door
Beantwoord door
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Francesca Van Belleghem bekritiseert minister Van Bossuyt omdat slechts één Afghaanse crimineel in 1,5 jaar ministerschap gedwongen werd teruggestuurd, terwijl er dagelijks vier illegale Afghanen bijkomen die volgens haar criminaliteit plegen, en stelt dat het huidige tempo onvoldoende is om het probleem aan te pakken. Van Bossuyt verdedigt haar beleid door te benadrukken dat technische gesprekken met de taliban constructief verliepen, dat juridische voorwaarden voor uitzetting strikt worden nageleefd en dat er in 2025 al 25% meer gedetineerden in illegaal verblijf werden teruggestuurd, met een record van 959 uitzettingen in zes maanden. Van Belleghem werpt tegen dat het beleid faliekant tekortschiet, wijst op de toename van drugs- en seksueel geweld door illegalen en beschuldigt de minister ervan daders boven slachtoffers te verkiezen door traag te handelen. Van Bossuyt houdt vol dat pragmatische oplossingen voor reisdocumenten en uitzetting van gevaarlijke individuen prioriteit hebben, maar erkent impliciet dat concrete resultaten voor Afghanen beperkt blijven.
Francesca Van Belleghem:
26 januari 2025, minister, herinnert u het zich nog? Op de nationale tv zei toenmalig staatssecretaris Nicole de Moor dat ze een oplossing had om alle illegale Afghanen terug te sturen naar het land van herkomst. Intussen zijn we ruim 500 dagen later. In de periode waarin u minister bent, zijn er echter 2.168 illegale Afghanen bij gekomen. Dat zijn er gemiddeld 4 per dag bij, 4 illegalen, die onze straten onveilig maken, die zedendelicten plegen, die drugs dealen, die aan zwartwerk doen.
In dezelfde periode, minister, zijn er in Duitsland al 138 Afghanen op het vliegtuig gezet, terug naar Kaboel. Dat aantal zal nog verder stijgen, want Duitsland zal per maand 3 chartervluchten vullen, en het zal ook lijnvluchten met illegale Afghanen vullen.
Op 23 juni waren de taliban in Brussel voor een technisch overleg inzake de terugkeer. Mijn vraag is dus eigenlijk superlogisch. Zijn er effectief al illegale Afghanen gedwongen teruggestuurd naar het land van herkomst sinds dat overleg, eerder, of later?
Zo ja, waren ook uw coalitiepartners toen op de hoogte van dat vertrek? Werd dat besproken in de ministerraad? U had dat destijds aangekondigd in de commissie.
Is er eigenlijk al een regeringsstandpunt over het terugsturen van illegale Afghanen, wel of niet via de de-factoautoriteiten daar?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, twee weken geleden heb ik hier in de plenaire vergadering uitgelegd waarom de terugkeer van criminele Afghanen in illegaal verblijf noodzakelijk is. Onze regering zoekt een pragmatische oplossing om de nodige reisdocumenten te verkrijgen om die terugkeer mogelijk te maken.
De technische gesprekken tussen enerzijds vertegenwoordigers van de Europese Commissie en 15 lidstaten, waaronder België, en anderzijds de-factoautoriteiten van Afghanistan zijn constructief verlopen en hebben de basis gelegd om de volgende stappen te zetten voor die terugkeer. Ik zal ook de nodige stappen nemen.
Voor de regering is de uitzetting van gevaarlijke individuen in illegaal verblijf een absolute prioriteit, ongeacht het land van oorsprong, zolang aan alle juridische checks is voldaan.
Ik kan u meedelen dat intussen een eerste veroordeelde Afghaanse drugscrimineel in illegaal verblijf vanuit een gesloten centrum gedwongen is teruggestuurd naar Afghanistan. Zijn beschermingsstatuut en zijn verblijfsrecht werden ingetrokken om redenen van openbare orde. Zowel het CGVS, de DVZ als de RVV oordeelde dat geen schending van artikel 3 EVRM aannemelijk was. De betrokkene was ook in het bezit van alle nodige documenten voor zijn terugkeer.
De maatregelen die de regering neemt, werken. In 2025 werd 25 % meer gedetineerden in illegaal verblijf teruggestuurd na hun straf. Tot en met juni van dit jaar werden al 959 personen teruggestuurd, het hoogste aantal ooit na zes maanden. Vorige week werd dus de eerste Afghaanse crimineel in illegaal verblijf gedwongen teruggestuurd.
Francesca Van Belleghem:
Herinnert u zich dit lege blad nog, minister? Daarop staat het aantal illegale Syriërs dat u gedwongen hebt teruggestuurd. Wel, u mag daar nu één cijfer bij tellen, namelijk één. Op anderhalf jaar tijd dat u aan de macht bent, hebt u welgeteld één criminele illegale Afghaan gedwongen teruggestuurd. Als u aan dat tempo verdergaat, minister, zult u nog 3 098 jaar minister moeten blijven om alle illegale Afghanen terug te sturen naar hun land van herkomst. Elke dag komen er meer illegalen bij dan er vertrekken. Dat is de kern van de zaak. Sommige politici zijn dan verwonderd dat er meer seksueel geweld is of dat het drugsgeweld escaleert. Wel, minister, elke dag dat u nog langer wacht, kiest u voor de daders boven de slachtoffers.
-
Vraag: De nationale coördinatie inzake hitte en de samenwerking met andere overheden
Vraag: De hittegolf, de apathie van de regering en het uitblijven van federale coördinatie
Vraag: Het overleg met de gewesten over het klimaatplan
Vraag: Het standpunt van de regering over het hitteplan en de hoge energieprijzen
Vraag: De nationale coördinatie inzake hitte
Vraag: Het hitteplan
Vraag: De coördinatie van het hitteplan
Vraag: De strategie van België en de EU ten aanzien van de impact van de klimaatverandering
Vraag: Het gebrek aan coördinatie in het kader van het hitteplan
gezondheid en welzijnDe nationale coördinatie inzake hitte en de samenwerking met andere overheden
De hittegolf, de apathie van de regering en het uitblijven van federale coördinatie
Het overleg met de gewesten over het klimaatplan
Het standpunt van de regering over het hitteplan en de hoge energieprijzen
De nationale coördinatie inzake hitte
Het hitteplan
De coördinatie van het hitteplan
De strategie van België en de EU ten aanzien van de impact van de klimaatverandering
Het gebrek aan coördinatie in het kader van het hitteplan
Klimaatbeleid, hitteplannen en coördinatie tussen overheden en EU summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Stefaan Van Hecke
PS Patrick Prévot
VB Kurt Ravyts
ONAFH Jean-Marie Dedecker
cd&v Tine Gielis
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Anders. Alexia Bertrand
Les Engagés Marc Lejeune
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 25 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de acute onvoorbereidheid van België op de extreme hittegolf, die ziekenhuizen, openbaar vervoer, scholen en kwetsbare groepen zwaar treft, terwijl de regering volgens critici enkel oppervlakkige adviezen zoals "drink water" geeft en structurele oplossingen ontbreken. Klimaatminister Crucke (Les Engagés) stelt 12 concrete actiepunten voor en pleit voor interfederaal overleg, maar zijn initiatief wordt door de N-VA geblokkeerd met het argument dat klimaatbeleid regionaal moet blijven, wat door oppositiepartijen als partijpolitieke obstructie wordt bekritiseerd. Theo Francken (N-VA) wordt fel aangevallen voor zijn bagatelliserende opmerking dat burgers "moeten stoppen met klagen en een pintje aan het zwembad moeten drinken", terwijl anderen wijzen op energiecrisissen (dure gascentrales, gesloten kerncentrales) en slechte infrastructuur (oververhitte treinen, gebouwen zonder koeling). Oppositie en groene partijen eisen korte-termijnmaatregelen (gratis toegang tot koelplekken, aanpassing arbeidsregels) en langetermijnplannen (isolatie, klimaatadaptatie), maar de regering wordt verweten geen urgentie te tonen en de crisis communautair te politiseren in plaats van samen op te lossen.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, we beleven een ongeziene hittegolf. Iedereen heeft het warm, maar voor veel mensen is het totaal onleefbaar. Denk aan mensen die wonen in een klein appartement zonder terras, zonder zonnewering. Denk aan mensen in huizen die niet geïsoleerd zijn en aan mensen die zware fysieke arbeid verrichten, elke dag opnieuw in de bouw, als afvalophaler of als wegenwerker. Denk ook aan mensen die ervoor zorgen dat oververhitte gebouwen worden gepoetst. Denk aan ouderen in een woonzorgcentrum die de hele dag achter de gordijnen zitten, hopend op een koelere nacht. Blijkbaar heeft ook Bart De Wever veel last van de hitte en kan hij vandaag niet komen werken.
Wat is het antwoord van de regering? Drink voldoende water en zorg voor elkaar. Dat doen we elke dag van het jaar, maar blijkbaar is dat ook het antwoord van de regering op een acute en uitzonderlijke crisis. Wat moeten we denken, collega's, van het advies van minister Francken? Drink een pint aan uw zwembad, leef en stop met zagen. Leef!
Vanmorgen vernamen we dat er ziekenhuizen zijn waar operaties moeten worden stilgelegd en niet kunnen doorgaan. In het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en het Sint-Lucas Ziekenhuis in Gent heeft deze hitte een grote impact. Operaties worden uitgesteld, spoeddiensten draaien overuren, schoolgebouwen zijn ovens en sluiten vroeger, en ook crèches ondervinden hinder. Treinen worden geschrapt omdat er geen airconditioning is. De hitte heeft een grote impact op de hele samenleving en maakt één ding duidelijk: ons land is niet klaar om dat soort extreem weer goed te managen.
Als er dan een minister is die wil samenzitten met de collega's en 21 uitnodigingen verstuurt, wordt hij wandelen gestuurd door de N-VA en uitgelachen. Voor Arizona is het blijkbaar veel gemakkelijker om de taliban aan tafel te krijgen dan samen te zitten met de regionale ministers om klimaatbeleid te voeren. Dat is de realiteit.
Mijnheer de minister, hoe zult u die crisis aanpakken? Hoe zult u samenwerken (…)
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, cette semaine, la Belgique étouffe. Des personnes âgées restent enfermées chez elles, les services de secours sont sous pression et, dans nos immeubles en béton, la chaleur s’installe, s’accumule et ne redescend plus. Quant à nos villes, elles suffoquent.
Que fait votre gouvernement face à cela? Le Centre de crise conseille aux Belges de boire de l’eau et de porter des vêtements légers. Nous vous remercions pour ce conseil, car, sans vous, nous aurions sûrement opté pour le bonnet et la doudoune. Cependant, monsieur le ministre, les Belges n’ont pas besoin d’un mode d’emploi pour survivre à l’été, mais attendent des actes.
Sur le climat, votre gouvernement n’a aucune vision. Vous échangez des courriers, vous tentez d’élaborer un plan, et vous attendez que les régions vous répondent, alors même que vous dirigez ces mêmes régions. Cherchez l’erreur!
Pourtant, les 11 millions de Belges n’attendent qu’une chose: que quelqu’un prenne enfin ses responsabilités. Pendant ce temps, votre collègue Théo Francken conseille de profiter du beau temps avec une bière et les pieds dans une piscine. Avez-vous avez une piscine, vous? Moi, non. Pour la plupart des Belges, la réalité n’est pas une piscine, mais bien un appartement ou une maison transformé en four.
Monsieur le ministre, force est de constater que, depuis l’arrivée de l’Arizona le défi climatique s’évapore. Pendant que certains ironisent sur le réchauffement climatique, les Belges, eux, tirent la langue. Ils s’inquiètent pour leurs grands ‑ parents, pour leurs enfants dans les cr è ches, pour leurs trajets quand les transports en commun s ’ arr ê tent, et pour tenir au travail quand il fait 35 ° C dans une classe, un bureau ou un atelier.
Monsieur le ministre, vous répondez aujourd’hui au nom du gouvernement. Dites ‑ nous donc o ù est votre plan chaleur? Quelles mesures concr è tes prenez ‑ vous pour prot é ger la population? Et surtout, o ù est la strat é gie climatique permettant de faire face à la multiplication d ’é v é nements extr ê mes qui, eux, ne nous laissent aucun r é pit.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, er lijken verkiezingen op komst te zijn. Les Engagés vertoeven blijkbaar in campagnemodus. Daarin passen ook de uitlatingen van uw collega, partijgenoot en klimaatminister, Jean-Luc Crucke. Hij vindt dat er onvoldoende interfederale coördinatie is inzake de extreme weersomstandigheden. De heer Crucke wil blijkbaar 21 ministers samenbrengen.
Mijnheer de minister, Vlaanderen wil, heel terecht, zijn klimaatbeleid voeren vanuit zijn eigen bevoegdheden. Er is geen nood aan een Belgicistisch interfederaal hitteplan, dat vooral veel complexiteit dreigt toe te voegen zonder de besluitvorming te versterken. Alleen is het wel merkwaardig dat de heer Crucke binnen een regering waarin de N-VA de grootste meerderheidspartij is, ter zake zomaar eigengereid kan optreden en voorstellen voor meer interfederalisme de ether in kan sturen, die dan vervolgens door de door de N-VA geleide Vlaamse regering worden afgeschoten.
Tegelijkertijd stellen we vast dat ook ons energiebeleid niet voorbereid is op de extreme weersomstandigheden. Het elektriciteitsverbruik piekt. Wanneer de zon ondergaat, draaien de airco’s, heel begrijpelijk, verder. Het is windstil. Het aanbod aan hernieuwbare energie is er dan niet langer. Ook de import van elektriciteit uit kernenergie botst op zij grenzen. Daardoor komen we terecht bij dure piekcentrales. Dat zijn gascentrales. Eergisteren kwam 52 % van onze elektriciteit uit een gascentrale, met alle gevolgen voor de stroomprijs. Ondertussen ligt het nucleaire park in België, dat voor stabiele productie en minder prijsfluctuatie kan zorgen, drie zomers lang volledig stil.
Mijnheer de minister, wat zult u doen als zich in de volgende weken of maanden nog hittegolven aandienen?
Zal binnen de regering de heer Crucke aangaande zijn interfederale wensdromen worden teruggefloten?
Erkent u dat de piekende elektriciteitsprijzen wel degelijk ook te maken hebben met (…)
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, ik zal het niet hebben over de hitte. Ik nodig iedereen uit in de mooiste gemeente aan de kust. Daar is er een fantastisch briesje en een Middellandse Zeeklimaat.
Ik zal het hebben over de catastrofe die zich vandaag in de energiesector voltrekt. In de winter is er soms sprake van een dunkelflaute. Dat betekent dat onze energiesector zo kwetsbaar is geworden dat als de hernieuwbare energie in de winter uitvalt, we allemaal in de kou zitten. Nu valt de energie ook uit in de zomer: er is sprake van een Hitzeflaute , een fantastisch woord. De Duitsers noemen dat een Kühlkraftkrise . Dat betekent dat de koelkast in crisis is en ook de airco in crisis verkeert.
Zelf heb ik last van een appelflauwte, mijnheer de minister. Dat komt door de hoge energieprijzen, door u allemaal.
(Tumult)
Nee, u niet; dat is juist.
Door de sluiting van de kerncentrales zijn we vandaag afhankelijk geworden van gascentrales. Wat gebeurt er dan? We hebben een back-up nodig. Anders krijgen we situaties zoals in Spanje, waar de elektriciteit op 28 april 2025 uitviel. We moeten dat compenseren, want ons elektriciteitsnet moet voortdurend in evenwicht zijn. Daartoe verstoken we gas. In Flémalle hebben we een centrale gebouwd waarvoor 900 miljoen euro subsidie werd toegekend. Toch is dat niet genoeg, mijnheer de minister. De vorige regering heeft zelfs acht straalmotoren moeten inschakelen. U hoort het goed, acht straalmotoren die elk voor 7.000 euro kerosine per uur verbruiken, opdat we genoeg energie zouden hebben en het licht 's avonds niet zou uitgaan. Hoe belachelijk kan het vandaag worden?
Mijnheer de minister, wat zult u daaraan doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, het WK voetbal lijken we niet te zullen winnen, maar voor de wereldtitel van warmste treinwagon zijn we voorlopig wel nog in de running, want wie vandaag de trein neemt, voelt zich als een sardientje in een heel warm blik. Ik pendel zelf van de Kempen naar Brussel en zie elke dag welke problemen dat geeft: geschrapte treinen, overvolle rijtuigen en wagons die aanvoelen als sauna's.
Nu zelfs Groen fan van airco's blijkt te zijn, kan ons openbaar vervoer niet achterblijven. Hittegolven zullen vaker terugkeren. Ons land blijkt onvoldoende uitgerust voor dit extreme weer. Ook in de winter zien we immers dat, als er enkele sneeuwvlokjes neerdwarrelen, een halve dienstverlening ontregeld dreigt te worden.
Volgens cd&v moet en kan dat beter. Het gaat immers om meer dan alleen de NMBS. Het gaat over investeringen in treinen en stations, maar ook in scholen, ziekenhuizen, woonzorgcentra en publieke gebouwen.
Mijnheer de minister, de vraag is dus niet of er vandaag een hitteplan bestaat. De vraag is of België voldoende robuust is voor de zomers van morgen. Een land dat klaar wil zijn voor de toekomst, mag niet smelten bij de eerste hittegolf.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, we beleven een van de ergste hittegolven van de afgelopen jaren. Mensen moeten werken in temperaturen tot 35 graden op de werkplekken.
En wat horen we als tip van regeringslid Theo Francken, minister van Defensie? Cool! Doe normaal en stop met klagen. We moeten allemaal doen zoals de minister van Defensie en à l’aise aan het zwembad gaan liggen in de tuin met een pintje.
Monsieur le ministre, vous rendez-vous compte que nous sommes en plein cœur de l'une des pires vagues de chaleur de ces dernières années et que les gens doivent travailler sous 35 °? Dans ces conditions, que nous dit notre ministre de la Défense? "Que les gens arrêtent de se plaindre, faites comme moi. Qu'on s'installe dans son jardin, près de sa piscine, et qu'on boive une petite bière tranquille."
Dans quel monde vit-il? C'est facile pour lui de dire cela, il a une piscine! Que pense-t-il, que tout le monde a une piscine à la maison? Que tout le monde a la possibilité de boire un verre tranquillement chez soi? Que les journées sont composées de petites réunions entre ministres avec de l'air conditionné toute la journée? Ce n'est pas la vie des Belges! Comment peut-on vivre dans un monde complètement coupé de la réalité?
Pour les gens, ce n'est pas de la rigolade: pour ceux qui travaillent sur les chantiers, sur les routes, dans les crèches, dans les écoles, pour tous ces gens qui travaillent dans le secteur des soins sous 30 °, il n'y a pas toujours d'air conditionné. Malgré le fait que le ministre dise qu'il suffit de se mettre près de sa piscine dans le jardin, ce n'est pas une blague.
Hier, une réunion de trois heures s'est tenue, avec comme conclusion et comme conseil à la population: "Buvez de l'eau." Vous allez faire comme en France? "Vous ouvrez le robinet, vous fermez le robinet, etc". Mais enfin, vous vous moquez des gens! Vous êtes payés pour trouver un plan canicule, et le conseil que vous donnez aux gens, c'est de boire de l'eau. Tiens, il fait chaud, nous n'avions pas pensé à boire de l'eau! Chers ministres, merci pour vos conseils.
Quel est le plan canicule du gouvernement belge?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, klimaatbeleid is een ernstige aangelegenheid, te ernstig om ermee te lachen op de socials en te ernstig om er een communautaire kwestie van te maken. Wat zijn de gevolgen immers? Wij zien de concrete gevolgen: treinen worden geschrapt, scholen sluiten, mensen hebben geen kinderopvang en zieke mensen zien hun operaties uitgesteld.
Wat verwacht de burger dan van de overheid? Hij verwacht geen duizend regeltjes. Hij verwacht geen betutteling. Hij verwacht oplossingen. Hij verwacht uiteraard dat de overheid aan die oplossingen begint. Wat moeten wij doen? Wij moeten samenwerken en oplossingen zoeken voor de toekomst.
Mijnheer de minister, de kerntaken van de overheid komen in het gedrang. Er is inderdaad geen magische oplossing. Wij zullen het probleem niet in een-twee-drie oplossen. Wij moeten er wel aan beginnen. Wij moeten de infrastructuur aanpassen, wij moeten innoveren, wij moeten inzetten op klimaatadaptatie.
De heer Crucke komt met een plan. Wij kunnen daarover spreken. Hij steekt dus de hand uit. Doch het antwoord luidt dan: u wilt samenzitten, maar dat zullen wij zeker niet doen; u wilt samenwerken, maar dat zullen we niet doen, want dat is niet nodig. Mijnheer de minister, mijn vraag is dus heel eenvoudig. Wat vindt u van een Vlaams-nationalist die het probleem verdrinkt in communautaire spelletjes door te weigeren met een federale collega te spreken?
Marc Lejeune:
Monsieur le vice-premier ministre, cher collègue, je ne vais pas vous apprendre que le réchauffement climatique existe. Je ne vais sûrement pas vous dire que les vagues de chaleur sont uniquement l'occasion de sortir le barbecue et une petite bière pour en profiter. Les gens étouffent et ne sont pas suffisamment préparés. Nous devons nous en inquiéter. Avec 38 degrés annoncés, les écoles et les commerces ferment. Les hôpitaux s'encombrent. La vague de chaleur que nous connaissons aujourd'hui n'est pas un simple épisode météorologique. Elle met sous pression nos services d'urgence et nos hôpitaux. Elle touche encore plus les personnes âgées, les malades, les travailleurs exposés et les personnes détenues. Elle a aussi un impact direct sur la productivité de notre économie et sur notre cohésion sociale.
Le réchauffement climatique est un enjeu environnemental qui touche aussi à la santé et, carrément, aux droits humains. Plus inquiétant encore, les scientifiques nous rappellent que cet été sera sans doute le plus frais de notre vie. Soyons clairs: notre pays s'est davantage adapté au froid qu'aux fortes chaleurs, et les citoyens en paient le prix fort ces derniers jours. Face à cette réalité, la Belgique ne peut évidemment pas agir seule. Le réchauffement climatique ne connaît pas de frontières.
J'ai donc quelques questions, monsieur le ministre. Comment la Belgique compte-t-elle renforcer la coopération, je l'ai entendu tantôt, entre les régions, les communautés et nos partenaires européens pour faire face aux vagues de chaleur de manière plus structurelle, être mieux préparée, se parler, disposer d'un plan concerté et d'une stratégie globale? Comment notre pays défend-il, aux plans européen et international, les politiques d'adaptation aux chaleurs extrêmes? Enfin, la Belgique soutient-elle une approche qui considère les vagues de chaleur non seulement comme un défi environnemental, mais aussi comme un enjeu de santé publique et de compétitivité?
Je voudrais également répondre à quelques-uns des intervenants précédents. Je voudrais vous rappeler et vous confirmer que le ministre Crucke travaille sérieusement, avec application, et consacre toute son énergie à la transition pour décarboner nos usages et diminuer notre production de CO ₂ . Pas par dogmatisme, mais par réalisme et par nécessité stratégique. Je vous remercie.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre des Affaires étrangères, quand même, quel spectacle! On savait déjà que votre gouvernement n'avait pas placé le climat dans son top 5 des priorités, voire peut-être pas dans le top 100. Certes. Mais maintenant que nous sommes confrontés à cette vague de chaleur qui frappe de plein fouet la population, il n’y a plus personne.
Le premier ministre ne veut pas répondre aux questions ici au Parlement. Il se cache. Il renvoie vers le ministre du Climat, qu’il sait absent. C'est donc vous qui êtes envoyé au feu pour venir répondre aux questions des parlementaires et assumer.
Que lisons-nous? "J'ai envoyé des courriers, mais personne ne m'a répondu. Que voulez-vous que je fasse? J'aimerais bien, mais je ne peux point."
Pourtant, monsieur le ministre, vous avez des leviers concrets ici, rien qu'au niveau fédéral. Que nous proposez-vous – enfin plutôt, que proposez-vous à la population? Des actes individuels – ou plutôt une culpabilité individuelle. "Buvez de l'eau, n'oubliez pas d'appeler votre grand-mère pour savoir si elle va bien."
Mais les populations qui, aujourd'hui, vivent dans des bouilloires thermiques, qui sont dans des appartements sur lesquels personne n'a pensé à mettre des pare-soleils, qui attendent le bus place Saint-Lambert – où, hier, a été mesurée une température au sol de 73°C, sans un arbre autour pour leur faire de l'ombre –, ces populations-là en attendent davantage que d'entendre simplement qu'il faut mettre une casquette.
Monsieur le ministre, pourquoi votre gouvernement ne met-il pas sur la table aujourd'hui, par exemple, un plan avec la Régie foncière? Vous avez des bâtiments à disposition. Ils peuvent constituer un point fraîcheur pour des populations qui habitent aux alentours. C'est possible.
Quid des navetteurs? Des personnes se retrouvent dans des gares, parfois pendant des heures en raison de trains annulés. Il faut mettre en place des points d'eau et s'assurer qu'il y ait un point refuge fraîcheur.
Les musées fédéraux également peuvent être rendus gratuits, comme certaines villes l'ont fait, pour (...)
Maxime Prévot:
Beste collega’s, ons land wordt al enkele dagen geconfronteerd met een hittegolf van uitzonderlijke intensiteit. Laat ik het duidelijk zeggen: het gaat niet om een gewoon weersverschijnsel. Het is niet louter een zomer die iets warmer is dan andere. Wat we vandaag meemaken, is een concreet gevolg van de klimaatverandering.
Te lang is klimaatverandering voorgesteld als een toekomstig risico. Vandaag is het een dagelijkse realiteit. Ze heeft nu al gevolgen voor de gezondheid van onze medeburgers, voor onze infrastructuur, voor onze openbare diensten en voor onze economie.
Wat we vandaag zien, is waarschijnlijk slechts een voorproefje van wat ons morgen te wachten staat. De vraag is dus niet langer of we ons moeten aanpassen. De vraag is of we bereid zijn op te treden op een manier die recht doet aan de uitdagingen, die voor ons liggen.
Experten waarschuwen ons al jaren. Het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (Cerac) heeft ons gewaarschuwd. Het Federaal Planbureau heeft ons gewaarschuwd. Gezondheidsdeskundigen waarschuwen ons. De veiligheidsdiensten waarschuwen ons. De signalen zijn overal. Daarom is niets doen geen optie meer.
L'absence de coordination ne peut plus être une excuse. C'est précisément pour cette raison que mon collègue Jean-Luc Crucke a pris l'initiative, voici plus d'un an déjà, de tenter de réunir l'ensemble des autorités concernées afin de préparer notre pays aux conséquences des phénomènes météorologiques extrêmes. Il a effectivement adressé des courriers aux différents niveaux de pouvoir. Il a proposé un dialogue, une méthode, un plan de travail. Il a tendu la main. Malheureusement, cette main – l'honnêteté m'impose de le dire – n'a pas toujours été saisie. Certaines autorités ont estimé qu'une telle coordination n'était pas nécessaire. D'autres ont considéré qu'il ne fallait pas ouvrir ce chantier. Certains ont même explicitement refusé de participer à l'élaboration d'un plan interfédéral sur les phénomènes météorologiques extrêmes.
Ik respecteer uiteraard iedereens bevoegdheden, maar we kunnen niet om de feiten heen. Een hittegolf stopt niet aan de grenzen tussen gewesten. Droogte houdt geen rekening met de verdeling van bevoegdheden. Een bosbrand vraagt niet of het betreffende perceel onder de bevoegdheid van de federale overheid, het gewest of een gemeente valt. Het klimaat kent geen administratieve grenzen noch regeringsmeerderheden.
Als we met een gemeenschappelijke dreiging worden geconfronteerd, moet het antwoord collectief zijn. Daarom heeft minister Crucke opnieuw zijn verantwoordelijkheid genomen. Op 1 juli vindt een interfederale vergadering plaats. Ik heb één eenvoudige wens: ik hoop dat iedereen aanwezig zal zijn. Onze medeburgers verwachten immers geen institutionele debatten van ons. Ze willen niet weten wie waarvoor bevoegd is. Ze zitten niet te wachten op bevoegdheidsconflicten. Ze verwachten dat wij hen beschermen. Ze verwachten dat wij anticiperen. Ze verwachten dat wij samenwerken. De vergadering moet tot concrete resultaten leiden.
Minister Crucke heeft twaalf voorstellen op tafel gelegd, twaalf pragmatische maatregelen, twaalf actiepunten waarmee we onmiddellijk aan de slag kunnen, want we moeten de zaken nu onder ogen zien. Voorts zijn de ministers Vandenbroucke en Quintin sinds maandag ook bezig met de coördinatie van acties via het Nationaal Crisiscentrum. Het Nationaal Crisiscentrum neemt in nauw overleg met de FOD Volksgezondheid de nodige initiatieven en volgt de situatie op.
À ceux qui appellent au déclenchement d'une phase fédérale, je rappelle que la phase d'alerte a déjà été proclamée lundi par le Risk Management Group. Ceci n'implique pas pour autant un plan national avec de nouvelles mesures mais, au contraire, une phase mettant surtout l'accent sur la sensibilisation et les recommandations.
Aanpassing aan de klimaatverandering is geen ondergeschikt onderwerp meer.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, ik hoor mooie, duidelijke woorden over de ernst van de situatie, maar ik zie geen daden. Meer nog, u bevestigt dat coördinatie en overleg worden geweigerd, terwijl veel mensen vandaag nood hebben aan concrete oplossingen.
Heel veel burgers hebben vandaag nood aan koele plekken en alle overheden weten dat. Ze beschikken over veel gebouwen waar het koel is, zoals musea, bibliotheken en andere publieke gebouwen. Stel die open, ook ’s nachts, voor wie thuis niet weet waar te kruipen, en dat zijn veel mensen. Niet iedereen heeft een zwembad zoals Theo Francken om even af te koelen. Regel het dus vandaag, niet morgen.
De regering gaat ervan uit dat de crisis over drie dagen voorbij is, dat de kous daarmee af is en dan tot de orde van de dag overgaat. Zij vergist zich. Er is nood aan niet alleen crisismaatregelen, maar ook aan structureel beleid om de klimaatcrisis af te remmen. Vandaag is het extreem warm, maar laat het niet de koelste zomer van de rest van ons leven worden.
Patrick Prévot:
C'est donc au ministre qui a la plus grosse empreinte carbone du gouvernement que revient l'honneur de répondre à cette question sur la canicule que nous sommes en train de vivre! Soyons de bon compte, je n'ai pas entendu chez vous l'envie ou le besoin d'évoquer une pause dans la politique climatique – je pense qu'il faudrait pour cela être aveugle ou climatosceptique. C'est pourtant ce qu'avait fait votre ministre Clarinval, il y a moins d'un an.
On constate qu'avec le gouvernement Arizona, le climat a disparu des priorités. Au niveau de l'Europe, on ralentit. En Wallonie on détricote et, au fédéral, on réduit le climat à une ligne dans un tableau Excel: les contraintes pour les entreprises. Et pourtant, les conséquences pour les gens sont bien présentes: des maisons et des appartements qui ressemblent à des fours.
Vous avez annoncé une réunion interfédérale climat le 1 er juillet prochain. Permettez-moi de vous donner un petit conseil pour cette réunion: enfermez les ministres, coupez la climatisation et peut-être que même les plus climatosceptiques autour de la table viendront enfin avec de vraies solutions.
Kurt Ravyts:
Het raadsel is opgelost waarom premier De Wever niet kwam antwoorden. Kan hij zich akkoord verklaren met de tekst die minister Prévot zonet gebracht heeft? Kan de N-VA, als grootste meerderheidspartij, zich er akkoord mee verklaren? Ik denk van niet.
De federale bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de federale regering. De Vlaamse bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de Vlaamse regering, en de Waalse door de Waalse regering. We hebben geen nood aan partijpolitieke profilering inzake deze klimaattoestand. We hebben wel nood aan een beleid dat de meest kwetsbaren onder ons helpt bij deze weersomstandigheden.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, er bestaat zoiets als klimaatadaptatie. Ik heb een goede raad voordat de acht straalmotoren in Noordschote, Zelzate en zelfs Deux-Acren stilvallen en voor de kerosine op is: open de kerncentrales. Met alle nu geplande hernieuwbare energie komt men in 2037 immers amper aan 37 %. Open de kerncentrales dus nu.
Ik heb ook een boodschap voor de heer Hedebouw. Adaptatie, mijnheer Hedebouw! U weet dat uw Chinese vrienden na de dood van Mao drie airco’s hadden in China. Drie! Die stonden bij de communistische partij in Zhongnanhai. In 2023 stonden er 863 miljoen, en het energieagentschap verwacht tegen 2050 dat er 4,5 miljard airco’s zullen zijn in het communistische gebied.
Groene deugneuzen, luister, en investeer in klimaatadaptatie. Iedereen een airco! (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat minister Crucke aan de slag zal gaan met twaalf actiepunten. Ik ga ervan uit dat eentje daarvan het openbaar vervoer is, met name de NMBS. Over de hydration breaks in het voetbal zijn de meningen erg verdeeld, maar op onze treinen denkt iedereen vandaag hetzelfde: afkoeling, nú. Vooral voor onze ouderen, kinderen en mensen met gezondheidsproblemen moeten we alles op alles blijven zetten om ons land hittebestendiger te maken en vooral ons openbaar vervoer. Daarvoor rekenen we op u.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le ministre, j’aurais voulu vous voir arriver avec des solutions. Or ce n’est pas le cas. Le PTB vous a pourtant apporté des pistes, parmi lesquelles des solutions à court, moyen et long terme.
À court terme, il faut adapter les règlements de travail. Lorsque la chaleur devient excessive, les travailleurs devraient pouvoir interrompre la journée ou prendre congé. C’est intenable autrement. À court terme également, il faut rendre gratuites les piscines et l’accès aux musées pour permettre à chacun de se rafraîchir. En cas de fermeture des écoles, les parents devraient pouvoir bénéficier de congés pour accueillir leurs enfants. Voilà des mesures à court terme. Il faut aussi un plan de climatisation pour les crèches, les écoles et les hôpitaux. Tout cela est à faire à court terme.
À moyen terme, il nous faut un véritable plan d’isolation des bâtiments et de verdurisation de nos villes.
À long terme, il faudra enfin s’attaquer à la racine du problème climatique: arrêter de laisser les multinationales extraire des millions de tonnes de pétrole et rejeter ensuite le CO ₂ dans l ’ atmosph è re, contribuant ainsi à la destruction de notre plan è te. Voil à les solutions.
Monsieur le ministre, je ne sais pas si vous allez y arriver avec 21 ministres, mais en tout cas (…)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, dank voor uw woorden. Dergelijke hitte wordt het nieuwe normaal. Ik denk niet dat Bart De Wever dezelfde woorden had kunnen uitspreken. Dus dank voor de realitycheck. De waarheid is dat we niet klaar zijn voor de nieuwe realiteit. Om onze kritieke infrastructuur aan te passen, hebben we samenwerking nodig. De burger ligt niet wakker van wie iets beslist, maar wel van de hitte. Dus bedankt voor de bevestiging.
Het wordt puur communautair gespeeld, ten koste van de belangen van de burgers. Ik dacht dat de communautaire demonen weg waren, maar ik zie dat ze, ondanks spiegelregeringen in alle gewesten, helemaal terug zijn.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, sortons un peu des slogans. Cette vague de chaleur nous rappelle que la lutte contre les températures extrêmes est un véritable enjeu de société, qui attend une réponse collective; une réponse collective pour nous adapter, aussi. On ne peut plus considérer les vagues de chaleur comme un simple phénomène météorologique passager. Il faut au contraire les traiter comme un véritable enjeu géopolitique européen.
On l'a dit ici, nous sommes tous touchés, mais pas tous égaux face aux températures infernales. Combien de personnes sont encore mal logées, vivent sous les toits, sans moyen de se rafraîchir? Ces phénomènes extrêmes vont revenir comme un boomerang. Vous l'avez dit, nous ne sommes plus dans les probabilités, c'est aujourd'hui notre réalité et on n'est qu'au début.
Monsieur le ministre, nos concitoyens ont besoin d'une réponse collective, hors conflits de compétences, comme le rappelle sans cesse le ministre du Climat, qui y travaille. J'exhorte donc, monsieur le ministre, votre gouvernement à avoir une politique climatique volontariste, soutenue par l'ensemble des partenaires. Et je compte sur eux.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous nous parlez ici d'une réunion le 1 er juillet. Aux personnes qui sont en train de suffoquer dans des appartements surchauffés, avec des enfants dont les écoles sont fermées et un boulot à gérer, vous dites que vous allez vous réunir dans six jours pour discuter. On n'est pas du tout à la hauteur de la situation! Ce qu'il se passe actuellement est la conséquence de choix politiques, ou plutôt d'inaction politique coupable. La bonne nouvelle, c'est qu'il y a des leviers concrets qui doivent être activés par le politique. Pour cette raison, nous avons rédigé avec Ecolo un plan "fraîcheur", qui reprend des actions qui se déclinent au niveau fédéral, au niveau régional et au niveau communal. Il y a 69 bourgmestres Les Engagés; au niveau régional et communautaire, vous avez des ministres des Bâtiments scolaires, de la Santé, de l'Accueil de la petite enfance. Vous avez le pouvoir d'agir. Utilisez les leviers qui sont à votre disposition, monsieur le ministre!
-
Vraag: De invoering van een antiachterlaatsysteem voor kinderzitjes
De invoering van een antiachterlaatsysteem voor kinderzitjes
Gesteld door
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 25 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Britt Huybrechts (Vlaams Belang) bekritiseert dat cd&v en de meerderheidspartijen haar voorstel voor verplichte, goedkope alarmsystemen in kinderzitjes jarenlang weggestemd hebben, terwijl cd&v nu plots hetzelfde idee omarmt en zij dit als politiek opportunisme ziet. Minister Maxime Prévot erkent dat dergelijke systemen een nuttig vangnet kunnen zijn, maar benadrukt dat internationale regelgeving cruciaal is en dat preventie even belangrijk blijft als technologie. Huybrechts werpt tegen dat de vertraging door politieke spelletjes kinderlevens in gevaar brengt en dringt aan op onmiddellijke overname van haar voorstel, zonder partijbelang. Volgens haar toont cd&v pas interesse nu het politiek voordelig is, terwijl Vlaams Belang consistent kiest voor kinderveiligheid.
Britt Huybrechts:
Minister, de voorbije jaren werden we meermaals geconfronteerd met het verschrikkelijke nieuws van jonge kinderen die stierven doordat ze in een te hete wagen waren achtergelaten. Vaak gaat het om een tragische menselijke vergissing. Net daarom moeten we bekijken hoe bestaande technologie dergelijke drama's kan helpen voorkomen. Er bestaan namelijk alarmsystemen die het detecteren wanneer een kind in een voertuig achterblijft en de bestuurder onmiddellijk waarschuwen. Italië heeft die stap jaren geleden al gezet. Daar zijn dergelijke systemen verplicht voor jonge kinderen. Ze zijn bovendien spotgoedkoop.
Daarom heeft Vlaams Belang hierover in de vorige legislatuur en ook deze legislatuur al een voorstel ingediend. Dat werd zowel vorige legislatuur als recent, eerder dit jaar, door alle meerderheidspartijen verworpen.
Vandaag mochten we echter vaststellen dat cd&v plots met hetzelfde idee naar buiten komt. Blijkbaar heeft men daar eindelijk het licht gezien en beseft men dat het een goede maatregel is. Dat is natuurlijk positief nieuws, maar tegelijk bijzonder wrang. Dezelfde partij die vandaag het idee omarmt, heeft het de voorbije jaren meermaals weggestemd.
Daarom heb ik de volgende vragen. Is het voorstel vooraf afgestemd met u of met de regering of speelt cd&v hier soloslim, terwijl die partij enkele maanden geleden nog beweerde dat politici zich beter niet op dit thema zouden profileren? Het kan verkeren. Bent u bereid om zelf werk te maken van een wettelijk kader hieromtrent?
Als u hier effectief werk van wilt maken, wil ik u bovendien wat werk besparen, want u mag ons voorstel gerust kopiëren en opnieuw indienen. Voor ons maakt het namelijk niet uit wie er met de eer gaat lopen. Het belangrijkste is dat er geen kinderen meer sterven terwijl er allang betaalbare oplossingen bestaan.
Maxime Prévot:
Laat mij eerst stilstaan bij de families die met dergelijke drama's geconfronteerd worden. Het verlies van een kind is altijd een absolute tragedie, maar zeker in deze omstandigheden, die ons eraan herinneren hoe enkele minuten onoplettendheid onomkeerbare gevolgen kunnen hebben.
Hoewel dergelijke ongevallen gelukkig zeer zeldzaam blijven, is één dodelijk slachtoffer er al een te veel. Daarom verdient elke oplossing die de veiligheid van kinderen kan vergroten onze zorgvuldige aandacht. Waarschuwingssystemen die aangeven dat er een kind in een voertuig aanwezig is, vormen in dat opzicht een veelbelovende mogelijkheid. Ze zullen de waakzaamheid van ouders nooit vervangen, maar ze kunnen een extra vangnet vormen in situaties van vergeetachtigheid, die helaas in verschillende landen zijn gedocumenteerd.
Aangezien de normen voor voertuigen grotendeels op internationaal en Europees niveau worden vastgesteld, is het essentieel om binnen een geharmoniseerd kader te handelen. In de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties wordt momenteel gewerkt aan de ontwikkeling van een regelgevend kader voor deze systemen. België volgt die werkzaamheden op de voet en zal elke stap ondersteunen die de veiligheid van kinderen concreet kan versterken, maar naast technologie blijven preventie en bewustmaking van essentieel belang.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, ik weet dat de partijen van de regering-De Wever politieke spelletjes niet schuwen, maar een politiek spelletje op kap van kinderlevens is een nieuw dieptepunt. Zowel cd&v als alle andere meerderheidspartijen hebben ons voorstel voor alarmsystemen voor kinderzitjes dit jaar immers weggestemd. Vanmorgen doet cd&v dan alsof zij het warm water hebben uitgevonden. Men moet het maar durven. Daardoor is kostbare tijd verloren gegaan. Het is goed dat men ons nu wel wil volgen, want zoals u weet bestaan die systemen al. Ze werken en zijn spotgoedkoop. Kijk maar naar Italië. Neem ons voorstel dus gewoon over en wij zullen het met veel overtuiging goedkeuren, want in tegenstelling tot velen in het halfrond beoordelen wij wetgevend werk op zijn inhoud, niet op basis van de indiener. Als de enige echte gezinspartij van dit land zullen wij altijd blijven inzetten op de veiligheid van kinderen, niet alleen wanneer dat politiek goed uitkomt. Daarvoor moet u blijkbaar bij een andere partij zijn.
-
Vraag: De zoektocht naar een tweederdemeerderheid voor communautaire aangelegenheden
De zoektocht naar een tweederdemeerderheid voor communautaire aangelegenheden
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Werner Somers bekritiseert dat premier De Wever het beloofde confederalisme niet actief nastreeft en dat de afschaffing van de Senaat enkel lukt met steun van het Vlaams Belang, wat hij als een eigen tegenstrijdigheid in het regeerakkoord aanwijst. De Wever werpt tegen dat Somers’ partij (N-VA) zelf hervormingen zoals tweetaligheid in het Grondwettelijk Hof blokkeerde en stelt dat Somers structureel weigert mee te werken, terwijl hijzelf wel risico’s neemt. Somers repliceert dat De Wever door zijn weigering om met het Vlaams Belang te onderhandelen elke institutionele hervorming onmogelijk maakt, ondanks de retorische toezeggingen in het regeerakkoord. Beide beschuldigen elkaar van hypocrisie en het saboteren van staatshervormingen door politiek-tactische keuzes.
Werner Somers:
Mijnheer de eerste minister, in het verkiezingsprogramma van 2024 van uw partij stond te lezen dat een confederale paradigmashift absoluut noodzakelijk was om budgettair orde op zaken te stellen en de Vlaamse welvaart veilig te stellen. Bij de regeringsonderhandelingen hebt u het confederalisme echter niet eens op tafel gelegd. In het regeerakkoord bleef het bij de belofte dat u wetteksten zou voorbereiden over de bevoegdheidsverdeling en de financieringsregels, met als doel vanaf de volgende legislatuur een nieuwe staatsstructuur met een homogenere en efficiëntere bevoegdheidsverdeling in werking te laten treden.
U zou vervolgens de nodige contacten leggen om de vereiste meerderheden te bereiken, zonder dat daarvoor een beroep zou moeten worden gedaan op wat extremistische stemmen werden genoemd. De enige noemenswaardige institutionele trofee die zwart op wit in het regeerakkoord stond, was de afschaffing van de Senaat. De daartoe benodigde grondwetswijzigingen zouden volledig en onmiddellijk moeten worden goedgekeurd aan het begin van de legislatuur.
Wat bleek gisteren tijdens de stemming in de commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing? Voor de afschaffing van de Senaat kunt u de vereiste tweederdemeerderheid alleen bereiken met de steun van het Vlaams Belang, aangezien de PS heeft aangekondigd tegen de afschaffing van de Senaat te zullen stemmen.
Mijnheer de eerste minister, hoever staat het met de voorbereiding van een vernieuwde staatsstructuur? Hoe denkt u aan de benodigde tweederdemeerderheden te raken voor institutionele hervormingen, waaronder de afschaffing van de Senaat? En last but not least, zult u daarover praten met het Vlaams Belang?
Bart De Wever:
Dank u wel voor de vraag, die mij nogal bekend voorkomt, want u brengt ze in geactualiseerde vorm in zowat elke commissievergadering die ik bijwoon. Dat is geen probleem. Recyclage is een deugd.
Ik zou kunnen verwijzen naar de verslagen van al die commissievergaderingen waar u mijn repliek bij herhaling hebt gehoord en die u opnieuw kunt raadplegen. Het is zeker waar dat het absoluut niet evident is om een tweederdemeerderheid in dit Huis samen te krijgen en het wordt er ook niet gemakkelijker op. Voor sommige fracties is zelfs het mobiliseren van een gewone meerderheid een onoverkomelijke hindernis.
U hebt recent met het Vlaams Belang de kans gehad om een tweederdemeerderheid te leveren, met communautaire winst, namelijk een verplichte tweetaligheid voor rechters in het Grondwettelijk Hof, maar u hebt er samen met de PS voor gekozen om die hervorming niet te steunen.
Over de afschaffing van de Senaat zegt u in al die commissievergadering ongeveer alles en ook het tegenovergestelde in één betoog. Ik leid daaruit af dat u ook in deze geen onderdeel van de oplossing zult noch wilt zijn. U doet maar. Ik heb in het verleden nooit op u of uw fractie gerekend en ik zal dat ook in de toekomst nooit doen.
Er zijn mensen in de politiek die risico's durven te nemen in de hoop zaken te veranderen en mogelijk te maken. Er zijn er die aan de zijlijn kritiek geven en nooit iets realiseren. Ik denk dat we allebei weten tot welk kamp we behoren. De rest is tijdverlies.
Werner Somers:
Wat tijdverlies is, mijnheer De Wever, is dat we urenlang vergaderen in de commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing over de afschaffing van de Senaat, terwijl we allemaal weten dat, zoals de kaarten momenteel op tafel liggen, er van de afschaffing van de Senaat helemaal niets in huis zal komen. U bent dus degene die niets zal bereiken. U kiest daar zelf voor door de stemmen van het Vlaams Belang te weigeren, want daar komt het eigenlijk op neer. U hebt zichzelf met handen en voeten gebonden door in het regeerakkoord te laten inschrijven dat er geen beroep mag worden gedaan op zogenaamde extremistische stemmen om aan een tweederdemeerderheid te geraken. Welnu, u zult de afschaffing van de Senaat, alsook alle andere institutionele hervormingen, waarvoor een tweederdemeerderheid is vereist, op uw buik mogen schrijven. Wilt u eigenlijk nog werk maken van de afschaffing van de Senaat? Wilt u nog werk maken van een staatshervorming? Zo ja, dan zal dat enkel en alleen kunnen met de steun van het Vlaams Belang.
-
Vraag: De veiligheid in de stations
Vraag: De veiligheid in de stations
Vraag: De veiligheid in de stations
mobiliteit en transportDe veiligheid in de stations
De veiligheid in de stations
De veiligheid in de stations
Veiligheid op en rond stations summaryExplanationGesteld door
N-VA Maaike De Vreese
VB Frank Troosters
cd&v Franky Demon
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Maaike De Vreese (N-VA) en Frank Troosters (Vlaams Belang) bekritiseren het gebrek aan reactie van oppositiepartijen zoals PS, Ecolo-Groen en PTB/PVDA op extreemlinkse doodsbedreigingen en geweld tegen Securail-personeel, terwijl ze nultolerantie en meer middelen eisen voor de onderbemande spoorwegpolitie. Minister Bernard Quintin bevestigt drie klachten over bedreigingen, kondigt gerichte maatregelen aan zoals bodycams, wapenstokken en betere samenwerking tussen Securail en politie, maar benadrukt dat justitie en structurele wetgeving nog nodig zijn om radicale groepen aan te pakken. Troosters blijft kritisch en stelt dat de regering te veel beloftes maakt zonder concrete resultaten, zoals het ontbreken van spoorwegpolitie in Antwerpen-Centraal tijdens recente incidenten. Franky Demon (CD&V) en De Vreese steunen de plannen van de minister, maar dringen aan op snelle uitvoering van een geïntegreerd veiligheidsplan voor alle stations, met nadruk op samenwerking en financiering.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, collega's, onze veiligheidsdiensten, Securail en onze politie staan voor een loodzware taak, namelijk instaan voor de veiligheid in onze stations. Die mensen doen dat met hart en ziel, maar zij willen 's avonds ook gewoon veilig thuiskomen. Zij vragen zich af wie voor hun veiligheid zal zorgen.
Vorige week waren er heel wat geweldsincidenten tegen het personeel van Securail. Daarbij zien we nu zelfs doodsbedreigingen uit extreemlinkse hoek. Uit die hoek horen we zeggen: een goede Securailmedewerker is een dode Securailmedewerker, en we zullen niet langer wachten om jullie neer te steken. Zo ver gaat het geweld van extreemlinks.
Collega's, ik kan hier niet anders dan zeggen dat het ongelooflijk stil is bij sommige oppositiepartijen. Men is nochtans soms bijzonder luid als men denkt dat er door onze veiligheidsdiensten geweld zou zijn gepleegd, maar als het gaat over extreemlinkse doodsbedreigingen, blijft het oorverdovend stil. Daarvoor kijk ik naar de PS, Ecolo-Groen en dan spreek ik nog niet over de PTB/PVDA. Het blijft oorverdovend stil. U zou veel luider moeten klinken, want dat zijn geen geïsoleerde incidenten. We zagen tijdens de voorbije betogingen al wat onze politiediensten moeten doorstaan.
Mijnheer de minister, we kunnen dit niet tolereren. Er moet nultolerantie zijn voor geweld tegen onze diensten.
Ondertussen is onze spoorwegpolitie op het terrein onderbemand. Securail heeft niet de middelen en noch de bevoegdheden om het nodige werk uit te voeren.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om de mensen die dagelijks instaan voor onze veiligheid te ondersteunen en te versterken?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, de agenten van Securail spannen zich dagelijks in om de veiligheid binnen het spoorgebeuren te garanderen. Ze doen dat in de stations, op de perrons en in de treinen. Daar worden ze geconfronteerd met verbale en soms seksuele intimidatie, concrete bedreigingen, zelfs vanuit extreemlinkse antifahoek, en met agressie en geweld, waarvan ze steeds vaker zelf het slachtoffer worden.
De voorbije week hebben zich in de Brusselse stations verschillende incidenten voorgedaan. Bij een van die incidenten werd een agent van Securail in de arm gebeten, met een zware bijtwonde tot gevolg. Er was ook een incident in het station Antwerpen-Centraal, een van de grote stations van ons land. Daar deelden twee Securailagenten in de klappen. Ze raakten gewond, met arbeidsongeschiktheid tot gevolg. De dader kon ontkomen, omdat er geen spoorwegpolitie aanwezig was in Antwerpen-Centraal. Hij werd gelukkig later buiten het station gearresteerd door de lokale politie, opnieuw met een gewonde politieagent tot gevolg, maar er was dus geen spoorwegpolitie aanwezig in een van de grootste stations van ons land.
Het Vlaams Belang heeft daar in het verleden al veel vragen over gesteld. Ik heb u ook al ondervraagd, net als uw voorgangers, over het feit dat de voorziene personeelskaders bij de spoorwegpolitie maar niet ingevuld raken. Afgelopen week hadden we in de commissie voor Mobiliteit een hoorzitting over de veiligheid binnen het spoor met de nieuwe leidinggevende van Securail en enkele leidinggevenden van de NMBS. Zij gaven spontaan aan dat ze te weinig ondersteuning krijgen van de spoorwegpolitie, dat er te weinig mankracht is en dat hun agenten soms onvoldoende worden ondersteund.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om de personeelskaders bij de spoorwegpolitie volledig in te vullen? Hoe zult u voldoende steun geven aan de agenten van Securail? Hoe zult u de veiligheid in de stations garanderen?
Franky Demon:
Mijnheer de minister, onze stationsbuurten blijven een plek van onveiligheid. Dat tonen de verschillende incidenten van de voorbije weken opnieuw aan. Crapuul valt agenten, inwoners en personeel fysiek aan.
We moeten onmiddellijk verdere actie ondernemen. Cd&v pleit al langer voor een alomvattend veiligheidskader voor alle stations. Dat is allang geen probleem meer van enkele grootsteden. Wie de trein neemt, moet dat ons inziens zonder schrik kunnen doen. Dat is toch maar heel normaal. Er zijn intussen positieve stappen gezet. De politie kan nu camerabeelden van de NMBS inkijken. Treinbegeleiders en Securailagenten zullen binnenkort bodycams kunnen gebruiken. We moeten echter verder gaan.
Mijnheer de minister, proficiat, u wordt bevoegd voor Securail. Grijp dat aan om te komen tot een geïntegreerd veiligheidsbeleid. Versterk de samenwerking tussen Securail en de spoorwegpolitie. Zorg ervoor dat ze als één team samenwerken. Versterk de onderbezette spoorwegpolitie en zorg ervoor dat lokale politiezones niet telkens de problemen moeten opvangen die eigenlijk federaal moeten worden aangepakt.
Deze regering heeft van veiligheid terecht een prioriteit gemaakt. Laten wij samen doen wat nodig is en de veiligheid in en rond de stations verbeteren, want dat verdienen onze pendelaars.
Welke initiatieven zult u op korte termijn nemen om te komen tot een duidelijk en werkbaar veiligheidsplan voor alle stations in ons land?
Bernard Quintin:
Mevrouw De Vreese, mijnheer Demon, mijnheer Troosters, net als de meesten onder u ben ook ik geschokt door de beelden uit het station Antwerpen-Centraal, waarbij een agente van Securail werd aangepakt. Geweld tegen agenten die instaan voor de veiligheid van treinreizigers in een station is absoluut onaanvaardbaar. Ik veroordeel dit geweld dan ook met de grootste klem. De daders moeten geïdentificeerd en zwaar gestraft worden. Daarvoor reken ik op een kordaat optreden van Justitie.
Met betrekking tot de doodsbedreigingen aan het adres van de NMBS en Securailagenten kan ik bevestigen dat de spoorwegpolitie recent drie klachten heeft ontvangen. Twee klachten werden op 10 juni 2026 ingediend en een derde klacht werd eergisteren, op 16 juni 2026, doorgegeven door een verantwoordelijke van de NMBS.
De klachten gaan over bedreigingen die werden geuit via het elektronisch loket van de klantendienst van de NMBS. De processen-verbaal werden voor nader onderzoek bezorgd aan de politiezone Brussel-Zuid. Er werd ook een referentiemagistraat bij het parket van Brussel aangeduid. Het is nu aan Justitie om daaraan verder te werken en te communiceren.
U weet dat de SPC Antwerpen kampt met dezelfde problemen om te rekruteren als alle federale diensten in Antwerpen. Misschien zijn er een paar vragen die daarbij belangrijk zijn.
Om de veiligheid in en rond het station nog te versterken, bekijk ik samen met mijn collega van Mobiliteit op welke manier wij Securail beter kunnen inpassen in ons veiligheidsbeleid, zoals voorzien in het regeerakkoord. Er liggen nog verschillende pistes op tafel maar het moet gaan om gerichte maatregelen, zoals specifieke actieplannen, een versterkte aanwezigheid op hotspots en gezamenlijke patrouilles van Securail met de federale of lokale politie.
Op een ander vlak wordt naast het gebruik van bodycams ook bekeken op welke manier de uitrusting van Securailagenten kan worden versterkt. Persoonlijk denk ik daarbij onder meer aan de mogelijkheid om het gebruik van een wapenstok toe te laten, misschien in het kader van een aanpassing van de wet op de private veiligheid indien nodig en afhankelijk van de politieke en structurele beslissingen die wij zullen nemen.
Het doel is duidelijk, namelijk de veiligheid van reizigers en personeel beter te garanderen. Ik hoop dat wij daartoe snel knopen kunnen doorhakken. Qua budgetten ben ik er zeker van dat alle partijen mij zullen steunen. Op het niveau van de regering ben ik heel blij.
Met betrekking tot de bedreiging in naam van Antifa kan ik bevestigen dat België momenteel niet over een afzonderlijke terrorismedienst beschikt. Terrorismeonderzoeken vallen onder de bevoegdheid van Justitie. In de Joint Decision Centers wordt informatie van alle veiligheidsdiensten samengebracht, waarna de gerechtelijke autoriteiten hun verantwoordelijkheid opnemen.
Wat wel bestaat, is de gemeenschappelijke gegevensbank Terrorisme, Extremisme en Radicaliseringsproces of GGB T.E.R. Daarin kunnen personen of groepen worden opgenomen als ze voldoen aan de wettelijk bepaalde criteria. Het zijn de veiligheidsdiensten die evalueren of die criteria al dan niet vervuld zijn.
Inzake Antifa geeft het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse of OCAD, het orgaan dat de dreiging in ons land analyseert, aan dat het niet gaat om één samenhangende of homogene organisatie maar om een geheel van bewegingen, groepen en individuen. De term Antifa is dus vooral een label of een communicatiemiddel, en Antifa is geen gestructureerde groep op zich. Dit past in de strategie waarbij men verantwoordelijkheid probeert te verhullen, wat opsporing bemoeilijkt. Dit neemt niet weg dat sommige groepen die zich op dat label beroepen duidelijk potentieel gevaarlijke links-extremistische kenmerken vertonen.
Het is dus belangrijk om niet te focussen op een vaag label, maar op de concrete feiten: gewelddadige groepen en personen die een reële dreiging vormen voor onze samenleving en onze burgers. Net daarom blijven onze diensten waakzaam.
Wat de maatregelen betreft, verwijs ik naar de bestaande Strategie T.E.R., de coördinatie door het NCCN en de instrumenten voor de handhaving van de openbare orde. Daarnaast werk ik verder aan een voorontwerp van wet die een kader moet creëren om gevaarlijk radicale organisaties te kunnen verbieden. Het werk is aan de gang op het niveau van de regering.
Onze lijn, mijn lijn, is heel duidelijk. Wie bedreigt, intimideert of geweld gebruikt tegen treinpersoneel, Securail of onze politie zal worden opgevolgd en aangepakt.
Maaike De Vreese:
Minister, het is duidelijk, Arizona en u maken een topprioriteit van veiligheid. Dat is wel degelijk nodig. Het gebeurde niet enkel en alleen in Antwerpen, ook in Aalst is er een incident geweest waarbij twee politiemensen gewond zijn geraakt. Daar is de lokale politie onmiddellijk te hulp geschoten.
Ik meen dat het zeer belangrijk is dat zowel de lokale politie als de federale politie samen met Securail de zaken aanpakken. U bent bevoegd, maar ook de ministers van Mobiliteit en van Justitie en in vele gevallen ook de minister van Asiel en Migratie zijn bevoegd. Het zal een kwestie zijn van de krachten te bundelen om deze thematiek aan te pakken. Daarvoor hebt u zeker en vast onze steun, want wij staan als één blok achter de mensen op het terrein en achter ons veiligheidspersoneel.
Ik vind het zeer goed dat u ons veiligheidsbeleid naar de 21 ste eeuw wilt brengen, met bodycams, met camera’s en met beelden die uitgewisseld worden.
Mijnheer de minister, van ons krijgt u absoluut alle steun voor wat u vandaag op het terrein moet en zult verwezenlijken.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Securailagenten, het andere spoorpersoneel en de treinreizigers willen in alle veiligheid gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. Zij willen zich veilig voelen in de stations en hun werk op een veilige manier kunnen doen. Daarvoor hebben ze voldoende ondersteuning nodig. Die ondersteuning moet komen van de spoorwegpolitie en die valt onder uw verantwoordelijkheid. Ik heb het gevoel dat de regering-De Wever een beetje aan dezelfde kwaal lijdt als de vorige regering van Alexander De Croo: veel grote woorden, veel aankondigingen, maar geen concrete resultaten.
Er was geen spoorwegpolitie aanwezig in een groot station als Antwerpen-Centraal. Daarom vragen wij u werk te maken van een echt veiligheidsplan voor het spoor, de capaciteit binnen de spoorwegpolitie aanzienlijk te verhogen, te zorgen voor een keiharde aanpak en bestraffing van geweldplegers en voldoende ondersteuning te bieden aan het spoorpersoneel. Securailagenten en treinreizigers zijn geen boksballen of bijtworsten.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoorden. De uitdagingen op het vlak van veiligheid zijn absoluut niet min. De veiligheid in de stationsomgevingen blijft een bezorgdheid voor vele pendelaars en lokale besturen, en dat niet alleen in onze grote steden. Laten we daarom echt werk maken van een geïntegreerde veiligheidsaanpak voor alle stations, met een sterke rol voor Securail en de politie. Als we straks de financiering van de lokale politie hervormen en de KUL-norm aanpassen, lijkt het mij van cruciaal belang dat stations en pendelaars daarin ook meewegen. U hebt al heel wat inspanningen geleverd en ik zie aan uw mimiek dat u zin hebt om de kar te blijven trekken voor veiligere stations. Ga zo verder. Op de steun van cd&v kunt u alvast rekenen.
-
Vraag: De forfaitaire tegemoetkoming voor thuisverpleegkundige diensten
Vraag: De werkbaarheid van het RIZIV-proefproject inzake thuisverpleging
gezondheid en welzijnDe forfaitaire tegemoetkoming voor thuisverpleegkundige diensten
De werkbaarheid van het RIZIV-proefproject inzake thuisverpleging
Forfaitaire tegemoetkoming en werkbaarheid RIZIV-thuisverpleging summaryExplanationGesteld door
N-VA Kathleen Depoorter
VB Dominiek Sneppe
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Kathleen Depoorter bekritiseert dat 50 miljoen euro jaarlijks naar thuisverpleegkundige groepen gaat zonder controle op besteding of patiëntvoordeel, terwijl grote organisaties onevenredig veel subsidie ontvangen en kleine zelfstandigen achtergesteld dreigen te raken. Dominiek Sneppe waarschuwt dat het nieuwe RIZIV-proefproject (44 miljoen euro) de belangen van zelfstandige verpleegkundigen miskent door een steekproef met schaalnadelen voor kleine praktijken en risico’s op meer administratie, en eist garanties dat het model pas definitief wordt als het voor alle zorgverleners en patiënten werkt. Minister Vandenbroucke benadrukt dat de premies bedoeld zijn voor begeleiding en vorming, wijst op een daling van het gemiddelde bedrag per groep door prijsstijgingen en meer aanvragers, en belooft evaluatie zonder extra administratieve last, maar stelt dat het proefproject breed gedragen wordt door de sector. Depoorter en Sneppe blijven kritisch en vreesden dat grote organisaties zoals Wit-Gele Kruis bevoordeeld worden ten koste van zelfstandigen en patiëntgerichte zorg.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, thuisverpleegkundige zorg is absoluut essentieel voor onze patiënten en voor onze artsen. Thuisverpleegkundigen zijn de schakel tussen de arts en de patiënt binnen de eerstelijnszorg. Zij komen bij de patiënt, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Ondanks het feit dat er vandaag ook negatieve berichten zijn gepubliceerd, moeten we blijven onderstrepen dat het overgrote deel van de thuisverpleegkundigen met hart en ziel voor hun patiënten werkt en de focus op de zorgtaak altijd behoudt.
Als thuisverpleegkundige kan men alleen werken of in een groep. Wanneer men in een groep werkt, neemt die groep de administratieve taken voor haar rekening. Die groep wordt daarvoor ook betaald, zelfs vrij goed. Ik heb die cijfers opgevraagd. U zei dat er jaarlijks 50 miljoen euro per jaar, een verdubbeling in de laatste tien jaar, gaat naar de groepen die de thuisverpleegkunde organiseren voor onze verpleegkundigen.
Men kan zich afvragen of dat de patiënt volledig ten goede komt en of dat wordt gecontroleerd. Wat mij bijzonder verwonderde in uw antwoord, was dat het eigenlijk niet wordt gecontroleerd. Er gebeurt geen evaluatie van de manier waarop die 50 miljoen euro wordt besteed in het kader van de zorgtaken. Daarover wordt ook niet gerapporteerd.
Vindt u niet dat meten weten is en dat het, zeker in tijden van budgettaire schaarste, belangrijk is om na te gaan of die 50 miljoen euro wel goed wordt besteed ten behoeve van onze patiënten? Ook de verdeling tussen de verschillende groepen roept vragen op. Een organisatie met 300 voltijds equivalenten verschilt immers sterk van een organisatie met 7 voltijds equivalenten.
Mijnheer de minister, wilt u samen met ons nagaan of het geld dat naar de patiënten gaat in dezen optimaal wordt besteed?
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, op 1 juni is het RIZIV-proefproject rond een nieuw financieringsmodel voor de thuisverpleging effectief gestart. Dat project moet nagaan of een financiering op basis van tijdbesteding beter werkt dan het huidige systeem op basis van prestaties.
De thuisverpleging staat onder zware druk; dat is een feit. Net daarom moet zo’n hervorming bijzonder zorgvuldig gebeuren. In de vakpers heeft men het over een proefproject van meer dan 44 miljoen euro, gebaseerd op een steekproef waarvan de representativiteit door het RIZIV zelf in vraag wordt gesteld.
De kleine zelfstandige thuisverpleegkundigen uiten terecht ernstige bezorgdheden, zoals het overwicht van grote gestructureerde organisaties, het onevenwicht tussen loontrekkenden en zelfstandigen en de vrees dat kleine zelfstandige praktijken ondervertegenwoordigd zijn.
Daar wringt het schoentje, want grote organisaties beschikken over administratie, software en coördinatieteams en hebben schaalvoordelen. De zelfstandige thuisverpleegkundige werkt vaak alleen of in een kleine praktijk en combineert zorg met planning, permanentie en administratie.
Als dat project de basis wordt van de toekomstige financiering, mag het zeker geen model worden op maat van grote structuren, maar moet het de echte terreinrealiteit weerspiegelen.
Mijnheer de minister, bevestigt u dat het proefproject meer dan 44 miljoen euro vertegenwoordigt? Hoe is dat bedrag samengesteld?
Erkent u, net zoals het RIZIV zelf, dat de steekproef een onevenwicht bevat op het vlak van zelfstandigen, loontrekkenden en praktijkgrootte? Zult u daarmee rekening houden bij de evaluatie van het project?
Hoe voorkomt u dat het nieuwe model leidt tot meer administratie, meer controlelast en minder tijd bij de patiënt?
Kunt u garanderen dat er geen definitieve hervorming komt zolang niet objectief is aangetoond dat het model werkbaar is voor kleine zelfstandige thuisverpleegkundigen en dat het model ook beter is voor de patiënt?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Depoorter, mevrouw Sneppe, we zijn het erover eens dat de thuisverpleegkundigen, die zich zo hard inzetten voor hun patiënten, al ons respect verdienen, evenals alle mogelijke vormen van nuttige ondersteuning. Zeker in een samenleving waarin de thuisverpleging ook een stuk zwaarder en complexer wordt, vraagt dat begeleiding en vorming.
Mevrouw Depoorter, de premie waarnaar u verwijst, dient om inspanningen inzake begeleiding en vorming van verpleegkundigen in een samenwerkingsverband te ondersteunen. Daar vallen ook zelfstandige groepspraktijken onder. Verpleegkundigen die in een samenwerkingsverband zitten, krijgen daarvoor ondersteuning.
Sta me toe om toch even op de cijfers in te gaan. U zegt dat het bedrag is verdubbeld, maar dat kan ook op een andere manier worden bekeken. Het aantal samenwerkingsverbanden dat daarop een beroep doet, is verdubbeld van 72 naar 138. Als we dus het gemiddelde bedrag nemen, al weet ik dat we met gemiddelden moeten opletten, en rekening houden met het feit dat de prijzen ondertussen zijn gestegen, dan is het gemiddelde bedrag met een kwart gedaald. U had mij dus ook kunnen interpelleren over de droevige vaststelling dat het gemiddelde bedrag van die premie voor de groeiende groep van samenwerkingsverbanden, waaronder ook zelfstandigen die daarop een beroep doen, met een kwart is gedaald. Er is daar dus helemaal geen explosie bezig. Dat feit wilde ik alvast verduidelijken.
Hoewel dat gemiddelde bedrag ondertussen met een kwart is gedaald, omdat er prijsstijgingen zijn geweest en omdat veel meer samenwerkingsverbanden er een beroep op doen, moeten we toch nagaan of het geld goed wordt besteed.
Het is belangrijk dat er een goede controle is op de voorwaarden. De vraag rijst echter wel – en ik leg die ook u voor – of we nu nog eens allerlei paperassenwerk moeten organiseren waarbij uur per uur, minuut per minuut, elke vormingssessie, elke begeleidingsinspanning en elke peerreview wordt gedocumenteerd met verslagen en notulen. Dat gaan we toch niet doen?
Waarmee ik het wel eens ben, is dat we moeten evalueren of het systeem goed in elkaar zit. Die afspraak is ook gemaakt. Er zal dus een evaluatie plaatsvinden in de Overeenkomstencommissie. Evalueren moet dus zeker, maar liefst niet met te veel paparassen voor de thuisverpleegkundigen. Laat hen bezig zijn met hun patiënten. Vorming, begeleiding en ondersteuning zijn zeker belangrijk.
Gemiddeld is dat bedrag, omdat er veel meer samenwerkingsverbanden zijn, jammer genoeg gedaald. Dat is echter geen reden om niet goed te kijken of het geld goed wordt besteed.
Mevrouw Sneppe, nu kom ik tot uw vragen. Het is voor de hele sector van de thuisverpleging duidelijk dat de manier waarop we de sector financieel ondersteunen, moet worden herbekeken. Daar schort inderdaad iets aan. U geeft dat ook aan.
Samen met de hele sector is een pilootproject uitgewerkt om een andere financieringswijze te testen die minder fraudegevoelig zou zijn en beter zou tegemoetkomen aan de nood aan hoogstaande goede zorg en aan tijd voor de patiënt. Dat pilootproject wordt wetenschappelijk opgevolgd door het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Er is een begeleidingscomité opgericht, de administratieve haalbaarheid is onderzocht en iedereen kan deelnemen. Kortom, de kritiek die u daarop geeft, is dus niet terecht. Het gaat om een pilootproject. Laten we vertrouwen geven aan een sector die mij heeft gevraagd om een pilootproject te kunnen organiseren in het belang van de patiënten die worden geholpen en om op een goede manier te kunnen werken in de thuisverpleegkunde. Dat is de kern en daarover zijn we het vandaag volgens mij eens.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, het venijn zit altijd in de details. U had het over gemiddelden. Er zijn echter gemiddelden en medianen. Uit mijn analyse van de weliswaar voorlopig onvolledige cijfers die ik van u heb ontvangen, kan ik alleen maar vaststellen dat een klein aantal grote organisaties, gelinkt aan bepaalde mutualiteiten, een substantieel hoge subsidie krijgt. Ik ben dan ook zeer blij dat u aangeeft dat u in de Overeenkomstencommissie zult bepleiten om te evalueren of de middelen effectief optimaal worden besteed en of de middelen daadwerkelijk naar zorg voor de patiënten gaan. Mijnheer de minister, paperassen hebben we inderdaad niet nodig. Excelbestanden hebben onze patiënten niet nodig. Wel hebben patiënten een verpleegkundige nodig die aan hun bed staat en voor hen zorgt.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, een hervorming mag niet vertrekken vanuit een model dat vooral haalbaar is voor grote organisaties zoals het Wit-Gele Kruis of i-mens, met administratieve diensten en informaticateams. De zelfstandig thuisverpleegkundige mag in dat project niet vergeten worden. Zij zijn het vertrouwde gezicht bij kwetsbare patiënten, ook in Vlaanderen en ook op plaatsen waar grote structuren niet vanzelfsprekend aanwezig zijn. Als het RIZIV zelf erkent dat er onevenwichtigheden zijn in de steekproef, dan moet u daar politieke conclusies uit trekken en moet u vandaag al garanderen dat de resultaten niet blind worden doorgetrokken naar de hele sector. Voor het Vlaams Belang is het zeer duidelijk: zorg ervoor dat dit proefproject geen opstap wordt naar meer administratie, minder zelfstandigheid en een financiering op maat van grote structuren. Ik wil hier een ballonnetje oplaten voor de patiënt en de thuisverpleegkundige op het terrein. Zij moeten centraal staan. Dat moeten uw partners rond de tafel zijn en niemand anders.
Voorzitter:
Mevrouw Sneppe, uw beeldspraak is vandaag ongepast.
-
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
Vraag: De onderwijsprotesten en het geweld
Vraag: Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
Vraag: De rellen in Brussel
Vraag: De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De uit de hand gelopen betoging in Brussel
Vraag: De rellen in Brussel
veiligheid, justitie en defensieDe manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
De onderwijsprotesten en het geweld
Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
De rellen in Brussel
De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De uit de hand gelopen betoging in Brussel
De rellen in Brussel
Geweld en protesten tegen besparingen in Franstalig onderwijs en politieoptreden in Brussel summaryExplanationGesteld door
PS Pierre-Yves Dermagne
VB Ortwin Depoortere
PVDA-PTB Julien Ribaudo
DéFI François De Smet
Vooruit Brent Meuleman
MR Victoria Vandeberg
Ecolo-Groen Claire Hugon Lecharlier
Anders. Arthur Orlians
N-VA Jeroen Bergers
Beantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Raoul Hedebouw
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait rond de escalerende rellen tijdens onderwijsprotesten in Brussel, waarbij zowel politiegeweld als vandalisme door relschoppers centraal staan. Linkse partijen zoals PS en Ecolo bekritiseren disproportioneel politieoptreden tegen vreedzame betogers, waaronder minderjarigen, en eisen transparantie over klachten over excessief geweld, terwijl ze de onderliggende woede over onderwijshervormingen benadrukken. Rechts en Vlaams-nationalistisch (Vlaams Belang, N-VA) wijzen de schuld aan "allochtone relschoppers" en extreemlinks, pleiten voor hardere strafmaatregelen zoals casseur-payeur en bootcamps, en beschuldigen PVDA van betrokkenheid bij het geweld. Minister Quintin (MR) verdedigt de politie, belooft onderzoek naar beide kanten maar benadrukt dat "wie kapotmaakt, betaalt", terwijl hij de democratische legitimiteit van de hervormingen verdedigt en oproept tot respect voor politiebevelen, ondanks kritiek op gebrek aan de-escalatie en kinderbescherming.
Voorzitter:
Gelet op het aantal vragen heeft de minister gevraagd of hij 7,5 minuten antwoordtijd krijgt. Naar goede gewoonte wordt de repliektijd ook met het helft verhoogd.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le ministre, dans une démocratie comme la nôtre, manifester est un droit et défendre son école ne doit pas être un crime. Ce n'est pas un crime!
Depuis des semaines, des milliers d'enseignants, de parents et de jeunes, profondément choqués par la situation de l'enseignement en Fédération Wallonie-Bruxelles, descendent dans la rue pour défendre, pacifiquement et souvent avec beaucoup de créativité et d'originalité, l'avenir de l'école francophone.
Pourquoi? Parce qu'ils refusent le démantèlement progressif de leur enseignement; parce qu'ils refusent que l'on sacrifie la qualité de l'école, les conditions de travail des enseignantes et des enseignants, ou que l'on durcisse les conditions d'accès à l'enseignement supérieur ou universitaire; parce qu'ils ont le sentiment aussi de ne jamais être entendus, de faire face à une absence de concertation, à un manque de considération et, surtout, à beaucoup de mépris.
Alors, soyons clairs: ceux qui cassent, qui incendient, qui agressent, doivent être poursuivis et sanctionnés. Mais soyons tout aussi clairs: quelques casseurs ne feront jamais taire des milliers de manifestants pacifiques.
Rappelons-le: nos policières et nos policiers effectuent un travail essentiel pour la cohésion sociale et la vie en société; et la très grande majorité l'accomplit avec sérieux et respect.
Mais les vidéos qui circulent depuis une semaine nous ont aussi montré une violence inouïe dans le chef de certains policiers. Quand des mamans sont plaquées au sol, quand des gamins de 14 ans sont gazés, menottés et humiliés, quand des insultes racistes, sexistes, transphobes ou homophobes sont prononcées, il s'agit bien plus que d'une simple accumulation de faits isolés.
Des enquêtes ont rapidement été ouvertes et doivent faire toute la transparence. C'est nécessaire, mais ce n'est pas suffisant. Monsieur le ministre, ma question est claire et elle est simple. Qu'allez-vous tirer comme leçons des événements de ces dernières semaines en ce qui concerne le maintien de l'ordre public? Qu'allez-vous faire? Quels actes allez-vous poser pour faire en sorte qu'il n'y ait pas d'impunité (…)
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik hoop dat u goed op uw stoel zit. Ik hoop ook dat de collega’s de adem even inhouden, want ik heb hier een symbool mee dat volgens extreemlinks de opmars van het rechtsextremisme moet aantonen binnen de politie: een kruisje. Ongelooflijk. Dat is de wereld op zijn kop. Want wat hebben we in de afgelopen dagen meegemaakt, hier in Brussel? Brandstichting, vandalisme, blind geweld, plundering van winkels, vernielingen, tot en met het aanvallen van onze brandweerdiensten.
Neen, niet de politie moet geviseerd worden, het allochtoon crapuul moet geviseerd worden. Ik ben dus blij dat sommige individuele politici de ogen openen. De heer Rousseau heeft het Vlaams Belangvoorstel overgenomen om bootcamps in te richten. De heer Francken heeft een goed voorstel van het Vlaams Belang overgenomen om die allochtone relschoppers te doen betalen voor de schade die ze aangericht hebben. Dat zijn goede gezondverstandvoorstellen, die ook in daden moeten worden omgezet.
Ik houd echter mijn hart vast, want slechts 23 van deze relschoppers zijn ter beschikking gesteld van het parket. Ze worden dus nog niet vervolgd, ze zijn gewoon ter beschikking gesteld.
Ik vraag me dus af, mijnheer de minister, waar de zogenaamde taskforce is, die zo goed recht en orde zou brengen in Brussel? Waar is de premier eigenlijk? Ik heb de premier, Bart De Wever, zelfs nog niet gehoord over deze rellen.
Ik vraag u dus, mijnheer de minister, wanneer zal deze regering erkennen dat allochtonen in samenwerking met extreemlinks de oorzaak zijn van de systematische rellen? Wanneer zal deze regering de grote middelen inzetten om hier paal en perk aan te stellen?
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Depoortere.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, cela fait maintenant des mois que des enseignants, des directeurs d'école, des parents et des jeunes se mobilisent pour défendre un enseignement de qualité. Ils se mobilisent parce que le MR – votre parti – et Les Engagés veulent faire travailler davantage les enseignants gratuitement, réduire les moyens consacrés à l'enseignement et augmenter le minerval à 1 200 euros. Ils se mobilisent parce qu'ils refusent un enseignement à deux vitesses et qu'ils veulent préserver un enseignement accessible à tous. Le gouvernement sait qu'il n'a pas de soutien pour sa politique, c'est pourquoi il a forcé le vote illégalement.
C'est dans ce contexte que se sont déroulés les événements de jeudi et du week-end. Et je vais être très clair pour éviter tout malentendu: je me distancie totalement de ceux qui sont venus pour agresser des pompiers ou brûler des trottinettes et des abribus. Mais vous conviendrez comme moi, monsieur le ministre, que les agissements d'une minorité ne peuvent servir à justifier ce qui a suivi: des parents qui racontent avoir sorti une enfant de 13 ans d'un nuage de gaz, les yeux rouges et gonflés, au bord du malaise. Nous avons entendu des témoignages de jeunes filles traitées de "sales putes" par des policiers. Des enseignants frappés alors qu'ils encadraient leurs élèves. Des directeurs d'école qui disent simplement: "Nous avions peur, nous ne comprenions même pas ce qui nous arrivait." Le Comité P constate lui-même une hausse des plaintes pour usage disproportionné de la force et d'agressivité de certains policiers. Il rappelle aussi qu'avec des mineurs, le réflexe de protection de l'enfant doit être appliqué systématiquement.
La grande majorité des personnes présentes étaient là parce qu'elles avaient analysé la réforme et qu'elles en voient les conséquences. Elles se sont mobilisées pour défendre l'avenir de notre société.
Monsieur le ministre, j'ai deux questions. Quelles mesures allez-vous prendre pour faire toute la lumière sur les interventions policières visant des jeunes et des enseignants lors de ces mobilisations? Estimez-vous ces interventions proportionnées? Êtes-vous préoccupé par l'effet dissuasif que de telles pratiques peuvent avoir sur le droit de manifester et, en particulier, sur des mineurs?
François De Smet:
Monsieur le ministre, arrêtons de dire que ce qui s'est produit jeudi dernier, ce sont des émeutes. Les mots ont un sens. Ce que Bruxelles mais aussi Namur ou d'autres endroits ont connu, ce sont d'abord des manifestations d'enseignants, d'élèves mais aussi de parents, près de 3 000 personnes qui ont protesté contre des mesures qu'ils ressentent comme profondément injustes, prises par une majorité MR-Engagés, majorité Azur ou plutôt has been , en Fédération Wallonie-Bruxelles.
C'est aussi une colère contre une méthode, un passage en force au mépris du règlement démocratique de l'institution parlementaire de la Fédération. Mais l'écrasante majorité de ces jeunes, de ces profs, a manifesté pacifiquement. On a même vu des enseignantes former des chaînes humaines, parfois pour protéger leurs élèves, mais aussi pour faire barrage aux casseurs. Cela aussi, c'est la réalité de cette manifestation. Oui, il faut le dire, des casseurs s'y sont invités et infiltrés, le plus souvent étrangers au mouvement, convoqués par les réseaux sociaux avec des cocktails Molotov prêts à l'emploi. Et soyons clairs, monsieur le ministre, chacun d'eux doit être identifié, poursuivi et doit payer pour les dégâts. Là-dessus, aucune complaisance: sur le principe du casseur-payeur, nous vous soutiendrons.
Mais il y a l'autre versant. Et là encore, comme pour les profs, comme pour les jeunes, ne jetons pas le bébé avec l'eau du bain! La majorité des policiers font bien leur travail, qui est difficile. Mais oui, hélas, il y a aussi eu un usage interpellant de gaz et de matraques face à des cortèges remplis d'adolescents. Il y a eu un recours à la technique de la nasse, pourtant jugée illégale. Il y a eu des insultes inqualifiables proférées par quelques policiers pour lesquels des plaintes ont été déposées au Comité P.
Monsieur le ministre, estimez-vous qu'il y a eu, oui ou non, juste proportion des moyens utilisés? Condamnez-vous l'usage de la nasse et les propos tenus par certains agents? Votre circulaire "réflexe mineur" que vous avez prise en mai dernier a-t-elle été respectée et comment comptez-vous l'évaluer? Il est temps, monsieur le ministre, pour vous, mais aussi pour nous, de réconcilier l'ordre et la concorde..
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, wat was dat met die betogingen vorige week? Een paar tientallen relschoppers, die immers niet kwamen om te betogen, zijn erin geslaagd een vredevol protest te kapen met vernielzucht en brutaliteit. Fietsen en steps gingen de brandstapel op. Winkelruiten en bushokjes werden volledig gesloopt. Voorbijgangers werden bekogeld met kasseien. U zult er als brave betoger maar tussenlopen.
De politie trad op. Dat was nodig. Ik heb er alle respect voor want dat zal wel niet evident zijn. Er waren echter ook meldingen van disproportioneel optreden van de politie.
Collega’s, dat kan ook niet. Vooruit rekent er dan ook op dat elke klacht ernstig wordt genomen en grondig wordt onderzocht. Of iemand nu op straat komt omdat hij of zij bezorgd is om het onderwijs, de koopkracht of het klimaat, wie op straat komt om zijn stem te laten horen, moet dat altijd en overal veilig kunnen doen.
Laat mij duidelijk zijn. Jonge gasten die op straat komen om hun stem te laten horen, is fantastisch. Ik heb dat zelf ook nog gedaan toen ik op de middelbare school zat. Mijn eerste betoging was hier in Brussel tegen de oorlogspolitiek van Bush. Dat was fantastisch. Ik heb daarvoor zelfs gespijbeld. Ik verontschuldig mij daarvoor. Ik was een jaar of zestien.
(…) : (…).
Brent Meuleman:
Ik geef het toe. Ik was een jaar of zestien. Echter, hier in Brussel liep deze week een mannetje van dertien jaar met een bus benzine tussen relschoppers op een betoging.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u zich nog kunt herinneren wat u deed toen u dertien jaar was. Toen ik dertien jaar was, was ik, als ik niet op school of thuis was, aan het voetballen op het pleintje of zat ik in de jeugdbeweging. Ik wil hier niet veralgemenen. Het gaat om uitzonderingen. Die rotte appels zijn enkelingen. Ik heb echter twee vragen voor u.
Wat zult u doen tegen die relschoppers die keer op keer vreedzame protesten om zeep helpen? Zal er een onderzoek komen naar de meldingen van disproportioneel politiegeweld?
Voorzitter:
Mijnheer Meuleman, zo ziet u maar wat er van iemand komt die spijbelt. Dan belandt hij hier.
Victoria Vandeberg:
Monsieur le ministre, dans une démocratie, manifester est effectivement un droit fondamental mais, par contre, casser ne l'est pas, et cela devient une fâcheuse habitude. À chaque manifestation, des dégradations de biens publics sont à constater, du fait de casseurs ou de manifestants qui viennent exercer leur droit fondamental. Ici, une étape supplémentaire a été franchie: plusieurs jeunes, étrangers à l'objet de la manifestation, ont pénétré par effraction dans une enceinte démocratique. Ces personnes ne défendaient pas la cause mais ne faisaient que l'abîmer.
Si le maintien de l'ordre suppose évidemment de la fermeté, il suppose aussi de la proportionnalité, et c'est cette double exigence qui fonde la confiance dans l'État de droit. Mais justement, parce que nous sommes dans un État de droit, chacun doit aussi en respecter les règles, et celles et ceux qui sur le terrain représentent cet État de droit, ce sont les policiers, qui ont également le monopole de l'usage légal de la contrainte.
Dans ce débat, monsieur le ministre, il ne faut donc pas les oublier. Lors de ces débordements, des policiers sont aussi blessés physiquement, parfois psychologiquement. En première ligne, ils sont pris pour cibles, insultés et confrontés à des moments de tensions extrêmes.
Valoriser le métier de policier, c'est aussi rappeler que, derrière l'uniforme, il y a des femmes et des hommes qui exercent une mission difficile mais essentielle au maintien de l'ordre public et à celui de nos libertés. Dans ce contexte, plusieurs outils peuvent être mis en œuvre pour mieux documenter les faits, identifier les fauteurs de troubles, agir plus rapidement.
Quel bilan, monsieur le ministre, tirez-vous de ces manifestations? Connaissez-vous le nombre de policiers qui ont été blessés lors de celles-ci? Quel rôle les bodycams pourraient jouer pour davantage objectiver les interventions et protéger à la fois les citoyens et les policiers? Qu'attendez-vous concrètement des prochaines semaines pour identifier et responsabiliser les fauteurs de troubles?
Claire Hugon Lecharlier:
"Je suis un des plus grands défenseurs du droit de manifester". Monsieur le ministre, ces mots, c'est vous qui les avez prononcés il y a quelques jours. L'affirmer, c'est bien, mais encore faut-il que les actes suivent. Pour l'instant, j'avoue que je les cherche encore.
La liberté de manifester est sous pression. Jeudi, des professeurs et leurs élèves qui venaient rejoindre la manifestation ont fait demi-tour en voyant l'important dispositif policier déployé. Ils ont donc été dissuadés d'exercer leur droit. Jeudi et les jours qui ont suivi, des centaines de manifestants pacifiques ont été confrontés à des réponses disproportionnées de la part de la police. Nasses, gaz lacrymogènes, coups de matraque, contrôles, arrestations, chiens non muselés, interventions de policiers qui, pour beaucoup d'entre eux, ne portaient ni nominettes ni matricules.
Je ne doute pas que vous allez faire la liste des dégradations et des infractions commises en marge des manifestations. Bien entendu, les auteurs de ces actes doivent faire l'objet de réponses adéquates de la part des autorités, de réponses ciblées, individualisées et proportionnées. Pour l'instant, ce n'est pourtant pas ce que nous avons vu. Nous avons vu des actions collectives, des interventions indiscriminées et disproportionnées. Cela justifie que l'on parle de violences policières. La deuxième chose qui m'inquiète, c'est le développement d'un récit qui prive les enfants et les jeunes du droit d'exprimer leur opinion. On conteste leur légitimité à avoir un avis sur des réformes qui les concernent directement. "Ils n'avaient qu'à être devant leurs cahiers." "S'ils sont ici, ce ne sont pas des enfants, mais des criminels."
Où va-t-on avec de tels propos? Le droit de manifester bénéficie aux mineurs au même titre qu'aux adultes. Ils doivent même bénéficier de protections particulières lorsqu'ils exercent leurs droits. Nous savons, par exemple, que les gaz lacrymogènes peuvent être plus dangereux pour les enfants.
Monsieur le ministre, je voudrais donc vous demander quel bilan vous tirez de la gestion des dernières manifestations par la police. Quelle a été l'articulation entre vous et le bourgmestre de Bruxelles dans cette gestion? La gestion négociée de l'espace public demeure-t-elle la doctrine privilégiée? Que comptez-vous mettre en place pour que nos concitoyens n'aient pas peur de venir exprimer leur opinion dans la rue? Le Comité P demande un "réflexe enfant" dans les interactions avec la police. Quelle suite comptez-vous donner à cette recommandation?
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, wat we in Brussel hebben gezien, was opnieuw onaanvaardbaar. We moeten zeggen opnieuw, want we schrikken er zelfs niet meer van. Deze keer is de onderwijshervorming de aanleiding, de volgende keer zal het iets anders zijn.
Wat zien we telkens na die rellen? We zien telkens dat sommigen de rellen proberen goed te praten of de relschoppers zeker niet kordaat veroordelen. Anderen kiezen ervoor stoere verklaringen af te leggen in de pers en nieuwe ideeën te lanceren. De relschoppers zouden naar het leger moeten gaan of naar bootcamps. U vraagt in de krant om een nieuwe wet casseurs-payeurs , zodat relschoppers de schade zouden moeten betalen. Elk goed wetsontwerp dat daarvoor voorligt, zullen wij vanuit onze fractie steunen.
We mogen echter niet vergeten dat de huidige wetgeving al heel wat mogelijkheden biedt. U kunt relschoppers nu al de schade laten betalen. Er is geen nieuwe wet nodig om gemaskerde personen uit betogingen te halen. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende probleemfiguren preventief een plaatsverbod op te leggen. Er is geen nieuwe wet nodig om bepaalde groeperingen verantwoordelijk te stellen voor het systematische geweld tijdens hun betogingen. Er is geen nieuwe wet nodig om bijkomende gevangenisplaatsen te creëren. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende groeperingen beter op te volgen. Er is geen nieuwe wet nodig om hoge boetes uit te schrijven. Er is geen nieuwe wet nodig om gewelddadige betogers collectief te vervolgen in plaats van individueel. Er is geen nieuwe wet nodig om snelrecht toe te passen.
Mijnheer de minister, mijn vraag over de rellen is dan ook heel duidelijk. Hoeveel mensen zijn er sindsdien aangehouden? Welke gevolgen hebben de feiten tot nu toe voor hen gehad? Hoe zult u de straffeloosheid aanpakken? Niet met nieuwe ideeën en nieuwe wetsontwerpen, maar op basis van de bestaande wetten, die we vooral veel meer en veel beter moeten handhaven. Ik dank u.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, we zien nu al enkele maanden dat elk protest in dit land gekaapt wordt door extreemlinkse bendes die vandalisme plegen en, nog frappanter, door extreemlinkse bendes die gesteund worden door de PVDA. Ik geef een overzicht. Het is zeer lang, maar het is nodig.
Een van de organisatoren van Mars Attacks, betrokken bij de recente rellen in Brussel, is Pauline Forges, voormalig kandidaat van de PVDA. Op VRT NWS verklaarde ze onomwonden dat het goed is dat de revolutie bezig is en dat geweld daarbij hoort. Progress Lawyers Network, het advocatennetwerk van de PVDA, vertegenwoordigt al die relschoppers en gaat zelfs in toga mee betogen. Dat is hallucinant.
Er is ook het vandalisme dat we aan de UGent zagen. Woordvoerder Youlian Burnham is lid van de PVDA. Basile Peeters, een andere vandaal, is ook lid van de PVDA. De woordvoerder van die vandalen aan de UGent is bovendien dezelfde woordvoerder als die van Code Rood, dat al verschillende bedrijven in dit land heeft gevandaliseerd. Daardoor kon de EU-commissaris voor Defensie afgelopen week zelfs geen bedrijf in Herstal bezoeken, omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Dat is een absolute blamage voor dit land.
Er is ook goed nieuws, mijnheer de minister. U ziet dat de heer Hedebouw hier met de peut zit. Deze week zijn immers een aantal kameraden, collega's van hem, geconfronteerd met een huiszoeking en worden ze eindelijk vervolgd. Dat is historisch en goed nieuws. Dank u dat de federale politie eindelijk capaciteit vrijmaakt om de strijd tegen extreemlinks geweld te voeren, mijnheer de minister.
Hoe zult u die strijd nog versterken? Zult u ook onderzoek voeren naar de financiële stromen achter dat geweld? We moeten onze veiligheid immers kunnen garanderen tegenover dat extreemlinks geweld van de PVDA.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt 7,5 minuten om te antwoorden op de diverse opmerkingen.
Bernard Quintin:
Mesdames et Messieurs les députés, je vous remercie pour vos différentes questions. Les débordements auxquels nous avons assisté en marge des protestations des derniers jours étaient évidemment inacceptables. Notre capitale a une nouvelle fois été saccagée, d'autres villes ont également été abîmées, et ce n'est malheureusement plus un cas isolé – j'y reviendrai.
Alleen al in Brussel is de materiële schade aanzienlijk: minstens acht politievoertuigen werden beschadigd, een ruit van een MIVB-bus werd ingegooid en aan het station Brussel-Centraal werden tientallen elektrische fietsen en deelsteppen in brand gestoken. Ook publieke infrastructuur, privaatvoertuigen en een grootwarenhuis liepen schade op.
Afgelopen donderdag en vrijdag alleen al werden in Brussel, volgens informatie die mij werd bezorgd, 36 gerechtelijke arrestaties verricht, waarvan 29 minderjarigen betroffen. Er waren ook 106 administratieve arrestaties, waarvan 99 minderjarigen betroffen.
Je souhaite être très clair d'emblée: nos concitoyens n'ont pas à payer pour les méfaits de groupes d'agités. Conformément aux engagements pris au sein de la majorité, le principe du "casseur-payeur" doit pleinement et rapidement être appliqué. Le coût des dégradations doit être récupéré auprès de celles et ceux qui sont responsables des violences et des dommages qu'ils ont causés. C'est très simple: qui casse paye. Punt. Basta. Pas besoin d'en parler plus longuement.
We stellen vast dat de relschoppers zich alsmaar vaker mengen onder vreedzame betogers, niet om hun stem te laten horen, maar om geweld te plegen, schade aan te richten en de stad kort en klein te slagen. Ook in het verleden zagen we dat hardleerse amokmakers naar Brussel afzakten om betogingen te kapen en vandalisme en geweld te plegen. Voor de hardliners en recidivisten moeten we een manifestatieverbod afkondigen.
Mesdames et messieurs les députés, le 4 juin, un fait m'a particulièrement marqué. Dans un contexte tendu depuis le début de la journée, des délinquants se sont introduits dans un parlement par effraction. Chacun de nous doit prendre la mesure de ce que cela signifie: une institution élue démocratiquement par le peuple a été attaquée par la force, alors même, ironie du sort, que les manifestants étaient harangués depuis les fenêtres de cette même assemblée.
C'est une attaque contre notre démocratie, c'est un fait politique grave, c'est tout simplement inadmissible – ici comme de l'autre côté de l'Atlantique, d'ailleurs – et cela doit tous nous indigner. Depuis plusieurs mois, à chaque manifestation, des faits de violence doivent malheureusement être déplorés. Ces faits ne peuvent jamais, au grand jamais, être justifiés ni cautionnés. Il est aussi de la responsabilité de l'ensemble de la classe politique d'appeler au calme.
Je peux tout à fait entendre que les mesures adoptées – à un autre niveau de pouvoir, par ailleurs – puissent ne pas susciter l'adhésion au sein d'une partie de la population. Mais il faut également pouvoir reconnaître que les différents gouvernements de ce pays disposent d'une majorité dans les assemblées pour voir notre pays se réformer. C'est là aussi un principe fondamental de la démocratie, et cela doit valoir que l'on soit dans la majorité ou dans l'opposition.
Mesdames et messieurs les députés, je constate depuis plusieurs jours des déferlantes de haine envers nos corps de police. Comme je le répète à chaque fois, je veux une police respectable et respectueuse. Comme à chaque fois, la police est contrôlée par les organes internes et par ceux de votre Parlement. Mais surtout, elle est soumise aux réseaux sociaux et à leurs regards souvent biaisés. Comme chaque fois, des enquêtes ont été lancées par la zone de police de Bruxelles chargée du dispositif d'ordre sur son territoire. Oui, elles seront menées avec le plus grand sérieux et, comme chaque fois, les conclusions seront tirées par les autorités. Nous prenons nos responsabilités à cet égard. Manifestement, nous n'avons pas la même lecture des chiffres du Comité P pour ce qui concerne ces faits. Toutefois, je le répète encore une fois, je veux une police respectée.
Sommigen hier zouden zich de moeten stellen welk signaal we geven wanneer een volledig korps van 10.000 mannen en vrouwen publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? Dezelfde mannen en vrouwen zijn bij manifestaties geregeld het doelwit zijn van geweld, maar trekken elke dag opnieuw hun uniform aan om ons te beschermen, soms met gevaar voor eigen leven.
Nous les soutenons. Nous les soutenons quand ils agissent. Nous les soutenons quand ils sont attaqués et blessés, que ce soit sur le plan juridique ou le plan psychologique. Et oui, les bodycams doivent aussi aider à protéger nos policiers et, en effet, à livrer une image de ce qu’il se passe réellement sur le terrain sans que cela soit biaisé.
Mesdames et messieurs les députés, oui, la majorité des manifestants sont venus exercer calmement leur droit légitime à contester, tout comme l’immense majorité des policiers ont exercé leur métier avec une totale probité et un grand professionnalisme.
Mais permettez-moi de rappeler ici un principe somme toute assez simple. Quand la police donne un ordre, il faut le respecter. C’est aussi simple que cela.
(Applaudissements.)
Comme je l’ai déjà répété à de multiples reprises: oui, en tant que libéral et ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, je serai toujours défenseur des libertés fondamentales, de la liberté d’expression et du droit de manifester. Mais vous me trouverez pareillement toujours, comme l’ensemble de ce gouvernement, sur le chemin de ceux qui, par la multiplication des débordements, semblent vouloir faire de la société un champ de ruines, parfois par bêtise, mais de plus en plus souvent par une option politique de chaos.
Ja, we voeren de strijd tegen de extremen verder, ook op het terrein van de financiële geldstromen.
Nous ne laisserons jamais le diktat de la violence s'imposer.
Je vous remercie. Ik dank u.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse. Comme je l'ai dit tout à l'heure, au Parti socialiste, les choses sont claires: aucune violence ne sera jamais acceptée, ni dans la rue, ni de la part de policiers ou de policières, ni au sein d'enceintes parlementaires telles que notre Parlement et cette séance plénière. La violence peut aussi, monsieur le ministre, chers collègues, résider dans les décisions politiques qui sont prises et dans la manière dont elles sont communiquées à une partie de la population.
Monsieur le ministre, j'ai entendu que des enquêtes sont en cours, qu'elles devront être menées à leur terme et que des sanctions devront être prises. Il y va, je pense, de l'image, du crédit, mais aussi du respect dû aux forces de l'ordre. En effet, dans une démocratie, dans un État de droit, comment combattre la violence et l'insécurité lorsque celles et ceux qui doivent protéger sont perçus, ou peuvent être perçus, comme une menace par une partie pacifique de la population?
On ne peut pas rester aveugle face aux images qui circulent depuis une semaine. On ne peut pas rester sourd aux témoignages de parents, d'enseignants, d'avocates et d'avocats, de professeurs d'université qui ont analysé les faits et les images et qui nous ont dit clairement qu'il y avait eu un problème de proportionnalité et de technique dans la manière dont le maintien de l'ordre a été assuré ces dernières semaines. Je vous remercie de votre attention.
Ortwin Depoortere:
Collega's, valt het u ook op? De minister niet, de linkse partijen al zeker niet, maar zelfs de N-VA heeft het er niet over. Er is één taboe in dit Parlement, namelijk wat de oorzaak van die rellen is. Wat is de systematiek van die rellen? Hoofdzakelijk allochtone relschoppers zijn keer op keer verantwoordelijk voor de vernielingen, het vandalisme, het geweld. Dat is het failliet van de multiculturele samenleving. We zien dat in alle West-Europese steden. Dat is het rechtstreekse gevolg van de ongebreidelde massa-immigratie, waar deze en de voorgaande regeringen schuldig aan is en waren.
Ironisch genoeg stemmen we vandaag over het omvolkingspact, dat nog meer massa-immigratie in de hand zal werken, een omvolkingspact dat het volk niet wil. De meer dan 50.000 ondertekenaars van de petitie tegen het omvolkingspact bewijzen dat. Het volk wil geen nieuwe immigratie, het volk wil remigratie en het kan daarvoor rekenen op het Vlaams Belang.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous avez parlé pendant sept minutes et demie. Vous avez dit qu'un fait vous avait particulièrement marqué. Moi j'ai pensé que c'était le fait que des mineurs de 14 ans se sont retrouvés dans la rue. Non, pas du tout, pas un mot. Vous n'avez même pas pris le temps de parler de tous ces mineurs.
Vous avez parlé des vidéos qui seraient des regards biaisés. Elles ne sont pas biaisées, monsieur le ministre. Elles montrent les dysfonctionnements.
Et puis, vous avez parlé des casseurs payeurs. Voilà votre réponse. Est-ce vraiment votre réponse à celles et ceux qui se mobilisent pour l'enseignement? Est-ce votre réponse aux directeurs d'école qui ont eu peur pour leurs élèves et leur établissement? Aux enseignants – je suis un fils de prof – qui demandent simplement les moyens d'instruire correctement? Et aux jeunes à qui on dit tous les jours qu'ils ont le droit à la parole et qui, quand ils l'exercent, se font gazer?
Et je le dis clairement, ce débat concerne également la police. Je suis en contact, comme vous, monsieur le ministre, avec de nombreux policiers qui font leur travail correctement, professionnellement, et qui ne se reconnaissent pas dans les images, dans les témoignages qu'on a vus ces derniers jours.
Ce qu'on attend de votre part, monsieur le ministre, ce n'est pas une défense aveugle ni un déni, mais de la clarté, de la transparence et des règles respectées. Parce que ce n'est pas un débat police versus jeunes, c'est un débat de la confiance démocratique. Et on ne va pas restaurer la confiance avec des camps de redressement militaire, ça ne marche pas. Si vous avez de l'argent, mettez-le dans l'enseignement. Votre solution, c'est toujours plus de répression; et, ça, ça montre votre faiblesse.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Concernant les casseurs: qui casse paye, on est d'accord, n'ergotons pas là-dessus.
J'aurais préféré, par contre, entendre de vous une plus grande distanciation par rapport à la petite musique qu'on entend dans votre majorité depuis quelques jours. Quand on entend parler à ce point d'émeutes, de racailles ou de camps de rééducation, c'est qu'on rate, à mon avis, une partie du diagnostic.
Vous avez rappelé que, quand la police donne un ordre, il faut évidemment le respecter. Bien sûr, et on a besoin d'une police qui soit davantage respectée. Mais, si on a demain une police dont les citoyens – et je parle des honnêtes citoyens – ont de plus en plus peur, nous aurons vraiment perdu quelque chose. J'attire votre attention là-dessus parce que, d'après les témoignages que j'entends de plus en plus, il existe dans ce pays une jeunesse qui ne casse pas et qui pourtant a davantage peur de la police aujourd'hui qu'hier. Il ne faut pas que ça continue parce que ça, c'est un échec collectif, et nous devons y travailler.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, geweld, in welke vorm ook, en van welke kant ook, mogen we gewoon nooit normaal vinden, al zeker niet bij mensen op zo’n jonge leeftijd. Als burgemeester heb ik in de afgelopen jaren heel veel geleerd, maar zeker één ding, namelijk dat men zulke gasten niet mag loslaten. Men moet aan de slag gaan met die gasten, in een intensief traject naar herstel. Punt.
Wie erop uit is de boel te verzieken en om zeep te helpen, moet daarvoor bestraft worden. Punt. Maar als blijkt dat er bij de politie mensen zijn die hun macht misbruiken en die disproportioneel te werk gaan, moeten die ook verantwoordelijk gesteld worden. Punt.
Laat het duidelijk zijn, voor Vooruit mogen we geweld – of het politiek is of niet, of het van links of van rechts komt, van boven of van onder – nooit normaal vinden. Punt.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour toutes ces précisions. J'entends quelques protestations sur les bancs de la gauche et de l'extrême gauche, qui réduisent ce débat à la seule question des violences policières. Lorsque de telles accusations sont formulées, elles doivent évidemment être examinées. Il faut toutefois aussi refuser cette ritournelle qui consiste à attiser les tensions, à ne pas respecter les injonctions des forces de l'ordre, à filmer l'ensemble des interventions, puis à en extraire quelques images sorties de leur contexte pour les instrumentaliser.
À gauche, les réactions sont d'ailleurs diverses. Une partie semble considérer que les enfants ont davantage leur place dans la rue que sur les bancs de l'école. C'est une certaine vision du monde et une belle vision de l’éducation qui nous ne partageons pas. D'autres tiennent un discours différent. Malheureusement, nous ne l'avons pas entendu aujourd'hui, mais un député socialiste a évoqué la possibilité d'empêcher les fauteurs de troubles d'arriver sur les lieux des manifestations. Le sujet n'est pourtant pas de les empêcher d'y arriver, mais bien de les empêcher de casser et de faire en sorte qu'ils répondent concrètement de leurs actes, selon le principe du casseur payeur.
Dans une démocratie, nous avons le droit de manifester, de contester et de nous opposer. La vie en société implique toutefois aussi des devoirs: le respect des biens publics, des institutions, de la liberté d'expression de chacun, mais aussi, et surtout, le respect des forces de l'ordre.
Claire Hugon Lecharlier:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je constate toutefois qu'elles n'ont apporté que peu d'éléments aux questions que j'avais posées. À vous entendre, rien ne semble devoir être reproché à la police. Elle aurait permis à chacun de manifester en sécurité et assuré la protection des manifestants. Je ne vous ai pourtant pas entendu évoquer l'absence de désescalade ni exprimer le moindre mot de solidarité à l'égard des victimes – enfants, jeunes, enseignants, parents, journalistes et même avocats – qui dénoncent un usage excessif de la force. Pour ma part, je n'ai pas vécu cette manifestation depuis la fenêtre de mon bureau, mais sur le terrain. On ne peut pas prétendre défendre le droit de manifester tout en laissant se produire ce qui s'est passé ni en relativisant des images qui ont pourtant été vérifiées.
Nous avons bien compris que certains élus du MR considèrent que ces violences relèvent du fantasme et qu'il n'y a pas lieu d'éprouver de l'empathie pour les victimes, même lorsqu'elles sont mineures. Je trouve particulièrement choquant de constater que de plus en plus d'élus considèrent que les manifestants l'ont bien cherché, qu'ils n'avaient qu'à rester chez eux et que toute personne qui manifeste doit assumer les risques qui en découlent. Une démocratie en bonne santé ne devrait pas craindre la contestation pacifique.
Je trouve également très choquant qu'un élu de cette Assemblée, membre de la majorité, puisse me qualifier de "petite verte crapuleuse qui a eu ce qu'elle méritait", et qu'il puisse se réjouir publiquement du fait que j'aie été personnellement attaquée et blessée par un policier. Je ne sais pas quelle vision de la démocratie cela traduit, ou plutôt, je le sais trop bien.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Desalniettemin heb ik soms het gevoel dat we ons er te gemakkelijk van afmaken door nieuwe wetsvoorstellen en nieuwe ideeën te lanceren. Vandaag bestaan er al heel wat wetten waarmee u aan de slag kunt gaan om de straffeloosheid aan te pakken. Er is de ouderlijke verantwoordelijkheid, maar een politieke verantwoordelijkheid om met de bestaande wetten aan de slag te gaan.
In mijn thuishaven Mechelen gebeurt er ook wel eens een rel of wordt er in sociale woonwijken op oudejaarsavond ook wel eens met vuurwerk naar de politie gegooid, weliswaar niet zo vaak en niet zo hevig als in Brussel of Antwerpen, en dan proberen we daar zo kordaat mogelijk tegen op te treden. We starten dan zelfs een procedure om de dader uit zijn sociale woning te zetten. Vandaag bestaan er dus al heel veel mogelijkheden. De grootste slachtoffers van die relschoppers zijn immers de kwetsbaarste buurtbewoners. Het is dus nodig om hard op te treden en we kunnen ons er niet van afmaken met wetsvoorstellen en ideeën voor de toekomst. Nu is er immers al zeer veel mogelijk. Men moet daarmee aan de slag gaan, want anders creëert men een gevoel van straffeloosheid en zullen we hier volgende week tijdens het WK voetbal opnieuw dezelfde vragen moeten stellen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank voor uw zeer duidelijke en correcte antwoord. We steunen u daar volledig in. In de commissie voor Justitie liggen al een aantal wetsvoorstellen van collega De Wit die uw visie mee zullen helpen realiseren. Uiteraard moet zwaar machtsmisbruik eveneens worden aangepakt.
Welke prioriteiten schuift de linkse oppositie hier naar voren, zoals ook altijd in de commissie voor Binnenlandse Zaken? Al dagen wordt onze hoofdstad Brussel gevandaliseerd en u vindt het blijkbaar belangrijker om al onze politiemensen aan te vallen dan te zeggen dat die relschoppers moeten worden aangepakt!
Collega Hugon Lecharlier, als u zegt dat de politie geen traangas meer mag gebruiken, dan vind ik dat hallucinant. Op een moment dat onze hoofdstad al dagen wordt gevandaliseerd, dat een zone ontruimd is en dat de politie het waterkanon inzet, vindt u het nog nodig om u tussen die relschoppers te mengen en opruiende taal te verkopen. Dat is uw zaak, maar wij steunen volledig dat de politie op een dergelijk moment traangas mag gebruiken. We staan achter onze politie en we veroordelen de (woord geschrapt op verzoek van de voorzitter) mensen in dit Parlement die zich tussen relschoppers mengen.
( Rumoer in de zaal )
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, in uw geval was er geen sprake van een persoonlijk feit. In het geval van mevrouw Hugon Lecharlier wel.
Collega's, het noemen van een naam volstaat niet om van een persoonlijk feit te spreken. Aan mevrouw Hugon Lecharlier werden intenties toegedicht en zij heeft het recht daarop te reageren.
( Rumoer in de zaal )
Mijnheer Hedebouw, uw naam werd één keer genoemd, nee, uw fractie werd genoemd. Dat is geen persoonlijk feit. Uw naam werd één keer genoemd op een manier die niet denigrerend was.
Ik stel voor dat uw mevrouw Hugon Lecharlier haar recht op een persoonlijk feit laat uitoefenen.
Mevrouw Hugon heeft 2 min 30. Madame Hugon, vous avez la parole.
Fait personnel
Persoonlijk feit
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je vous remercie de me permettre de répondre (mots supprimés à la demande du président) .
(Brouhaha)
Voorzitter:
Collega's! Nee, u hebt niet het woord, mijnheer Ronse!
(Rumoer in de zaal)
Collega’s, straks zal de heer Bergers, zoals dat gebruikelijk is bij een persoonlijk feit, een repliek kunnen geven. De sfeer is echter duidelijk opgewonden. Ik vraag aan iedereen, dus ook aan collega’s Hugon Lecharlier en Bergers, om zich op een parlementaire manier te gedragen. Dat geldt voor iedereen, hoewel ik persoonlijke animositeiten begrijp.
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je voudrais préciser, comme je l'ai déjà fait publiquement, que la raison de ma présence vendredi n’était pas que j'étais parmi les manifestants, mais que je suis arrivée sur les lieux et que j’ai vu le risque d’escalade.
J’ai souhaité rester, dans le cadre ce que je considère être mon mandat démocratique de vigilance et de contrôle de l’exécutif, non seulement ici, mais aussi sur le terrain, pour documenter ce qu’il se passait. Je voyais très bien que, derrière certains policiers, une nasse était en cours. Or il s'agit d'une technique illégale.
Je n’accepte pas que des collègues viennent ici se réjouir publiquement et m’insultent à propos d’actions menées dans le cadre de mon mandat démocratique. Cela fait partie de notre mission que de veiller à ce que tout se passe bien et à documenter comment les choses se passent.
Je suis à la fois scandalisée de ce qu’il peut se dire ici, dans les rangs de la majorité, et du peu du désolidarisation que je remarque à l'endroit de ces propos qui sont complètement scandaleux. J’en perds mes mots, sérieusement.
J’aurais aimé, monsieur le président, que vous puissiez condamner, en tant que président d’assemblée, les insultes qui peuvent être prononcées à mon égard, alors que j'étais dans le cadre de mon mandat démocratique.
Jeroen Bergers:
Mevrouw Hugon Lecharlier (woorden geschrapt op verzoek van de voorzitter) . Elk voorstel om relschoppers aan te pakken, is volgens uw partij en volgens de andere linkse oppositiepartijen fascisme. Ik denk daar het mijne van.
U zei op sociale media heel duidelijk dat u niet van plan was om naar die betoging te gaan, maar u was er dan. U bent gedurende drie uur gebleven. Op een gegeven moment heeft de politie een bepaalde zone vanwege vandalisme en de ontstane rellen ontruimd. Het waterkanon werd ingezet en zelfs terwijl het waterkanon werd ingezet, bleef u nog agressief doen tegen de politie. Dat er dan iets gebeurt, lijkt mij nogal redelijk normaal.
Voorzitter:
Collega’s, ik richt mij tot u allen, en ik herhaal het ook ten aanzien van collega Bergers. In de vragenronde is het de bedoeling om vragen te stellen en zich tot de minister te richten. Daarbij kunnen scherpe politieke standpunten worden ingenomen. Ik denk dat dat niet alleen toegestaan is, maar dat het af en toe zelfs de bedoeling is, ter profilering. Daarbij moet men toch in acht nemen om collega’s niet te viseren.
Wanneer ik mij niet vergis, maar ik heb een zeer slecht geheugen, is er in het geval van collega Hedebouw een scherpe aanval geweest op zijn partij of zijn fractie, maar dat valt niet onder het gegeven van een persoonlijk feit.
(Protest in de zaal)
Als beweerd wordt dat u schrik hebt en u zegt dat u helemaal geen schrik hebt, dan zal ik dat als een persoonlijk feit beschouwen. Mijnheer Hedebouw, u hebt het woord.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de voorzitter, ik zou niet hebben gereageerd wegens een persoonlijk feit als ik niet had geweten dat behalve de heer Bergers ook de minister van Defensie, de heer Francken, exact dezelfde argumenten gebruikt tegen de PVDA.
De heer Francken heeft op televisie verklaard dat er een link is tussen de PVDA en de gewelddadige acties die plaatsvinden. Daarvoor is geen enkel bewijs. Op zich is het al erg dat een minister dat vandaag stelt. Hij beweert zelfs dat het OCAD vaststelt dat er een link is, hoewel dat niet het geval is.
Collega’s, de bedoeling van de N-VA, van de heer Francken en van de heer Bergers, is gewoon de oppositie criminaliseren. Dat is er aan de gang.
De heer Francken voelt heel goed dat het draagvlak voor de genocide tegen de Palestijnse bevolking wegsmelt, dat het draagvlak voor de miljardeninvesteringen in oorlog in Vlaanderen wegsmelt en dat ook het draagvlak voor de ondersteuning van de Amerikaanse bombardementen in Iran wegsmelt. Zelfs de sympathie voor het Amerikaanse imperialisme smelt weg.
In die context weten de heer Francken en de heer Bergers natuurlijk dat de PVDA een actieve rol speelt in de samenleving. Ik vind het dan ook heel erg dat er vandaag aantijgingen zijn als zou de PVDA achter dat geweld staat, hoewel dat helemaal niet het geval is en er geen bewijzen zijn. Ik heb dat allemaal al verduidelijkt. Alsof er advocaten van de PVDA betrokken zijn, en dergelijke, al die voorbeelden die vernoemd zijn, een kartel dat we in 2012 hadden gevormd. Zijn jullie nu verantwoordelijk voor alles wat cd&v tegenwoordig doet? Helemaal niet. U weet allemaal dat er geen bewijzen zijn.
Nogmaals, als een parlementslid dat zou opperen, dan zou ik dat nog kunnen plaatsen onder een politiek debat. Dat een minister echter op televisie dergelijke aantijgingen zonder bewijs naar voren schuift, is democratisch gevaarlijk. Ik vertel dat tegen iedereen. De bedoeling is om de oppositie te criminaliseren. Dat is democratisch echt gevaarlijk.
Laten we daar niet aan meedoen, beste collega's. Dat stellen we duidelijk.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u om mij het woord te verlenen.
Laat mij duidelijk zijn, ik heb geen enkel probleem met vreedzaam protest. Integendeel, dat is een goede zaak. Vreedzaam protest moet altijd mogelijk zijn. Waarmee ik wel een probleem heb, is wanneer protest niet vreedzaam verloopt, maar wanneer gekozen wordt voor geweld.
Mijnheer Hedebouw, u stelt dat u zich niet wilt verantwoorden voor mensen die in 2012 op uw lijst stonden. Laat mij het dan eenvoudiger stellen. Youlian Burnham heeft de UGent gevandaliseerd. Basile Peeters heeft de UGent gevandaliseerd. Zijn dat leden van uw partij, ja of neen? Het zijn leden van uw partij.
Wanneer in een normale democratische partij geweld wordt gepleegd tijdens betogingen of wanneer leden relschoppen, wordt een tuchtprocedure opgestart tegen die geweld plegende leden. Ik kan alleen maar vaststellen dat dat in de PVDA niet gebeurt; dat wordt gesteund. Kijk naar het aantal mensen van Progress Lawyers Network die nu ook de relschoppers verdedigen. Kijk hoeveel van hen op uw lijst hebben gestaan. Dat is ongelooflijk. De bewijzen zijn er dus wel degelijk naar.
Als u zegt dat u niet geconfronteerd wilt worden met het relschopgedrag van uw eigen partijleden, zet hen dan uit uw partij.
(Tumult)
Voorzitter:
Collega's, ik zal het verslag van deze vergadering nalezen en eventuele aantijgingen en beledigende formuleringen eruit verwijderen. Daarvan zal ik u volgende week in kennis stellen.
-
Vraag: De onenigheid in de regering over de terugkeerverordening
De onenigheid in de regering over de terugkeerverordening
Gesteld door
Beantwoord door
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Francesca Van Belleghem bekritiseert minister Van Bossuyt omdat België zich bij de EU-terugkeerverordening onthoudt en daardoor volgens haar samen met Spanje het minst strenge migratiebeleid voert, terwijl Van Bossuyt eerder harde standpunten innam over asiel en terugkeer. Van Bossuyt verdedigt dat België weliswaar onthouding stemde door interne coalitiegeluiden (met name Les Engagés, die de verordening "onaanvaardbaar" noemen), maar stelt dat de regeling toch verplicht wordt en België al concrete maatregelen neemt zoals meer detentie en terugkeerakkoorden. Van Belleghem werpt tegen dat Les Engagés actief het terugkeerbeleid saboteert door rechtszaken, weigering van Afghanen-terugkeer en dwangsommen, en noemt hen "vijanden in eigen gelederen" die België in een geïsoleerde positie duwen.
Francesca Van Belleghem:
Meestal ontstaat er oproer na mijn tussenkomst en het is fijn dat het ook eens omgekeerd kan.
Mevrouw de minister, ik geef u drie citaten: “Geen geloofwaardig asielbeleid zonder effectieve terugkeer”. Uw woorden. “Tachtig procent van de illegalen keert niet terug en dat is onaanvaardbaar.” Uw woorden. “België verwelkomt de terugkeerhubs buiten de EU.” Uw woorden.
Vorig jaar nam premier De Wever voor het eerst deel aan de informele vergadering van de zogenaamde migratierealistische landen, met Italië, Nederland, Denemarken en Oostenrijk. Het is een schande dat de premier hier vandaag geen antwoord wil geven op deze regeringskwestie, want België schaarde zich toen aan de kant van de landen die migratie terecht ernstig nemen. Gisteren stond de Europese terugkeerverordening op de agenda van de voorbereidende vergadering van de EU-ambassadeurs, het Coreper. Dat is de allerlaatste stap voor de formele goedkeuring door de Raad van ministers.
U wilde gisteren niet antwoorden op mijn vraag. Ik begrijp waarom, maar ik stel ze u vandaag gewoon opnieuw. Welk standpunt heeft de Belgische ambassadeur gisteren ingenomen? Welke andere landen onthielden zich en welke stemden tegen? Welk standpunt zal de Belgische delegatie innemen bij de formele stemming in de Raad van ministers?
Anneleen Van Bossuyt:
Mevrouw Van Belleghem, het klopt, het voorstel van terugkeerverordening dateerde van 2008. De terugkeerrichtlijn vervangen was absoluut nodig.
België heeft actief gewogen op de onderhandelingen hierover. Ik denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid om er een levenslang inreisverbod in op te nemen en ook aan het invoeren van meer detentiegronden.
Het is geen geheim dat er ook zaken in staan die voor sommige coalitiepartners moeilijker liggen. Daarover hebben we intern vaak heel stevig gediscussieerd. Daar we het niet over alle onderdelen van de tekst eens waren, volgde er eind 2025 een onthouding bij de stemming over het Raadsmandaat om in trialoge onderhandelingen te treden.
De finale tekst is na de trialoog grotendeels ongewijzigd gebleven en daardoor was de kans klein om van een onthouding naar een voorstem te gaan, hoewel dat mijn voorkeur is. Ik heb dat ook duidelijk gemaakt binnen de regering.
Ik verwijs graag naar uw verklaring van gisteren tijdens de plenaire vergadering. U zei toen dat België niet zal meedoen aan de terugkeerverordening. Nu, die verordening zal worden goedgekeurd, dus die wetgeving komt er sowieso, en daar een verordening rechtstreekse werking heeft, zullen we die niet alleen kunnen maar moeten toepassen. De bespreking over de modaliteiten van die toepassing zal binnen de regering gevoerd worden.
Ik breng ook graag in herinnering dat we intussen wel degelijk stappen ondernemen inzake de terugkeer. Denk maar aan de uitbreiding van het aantal plaatsen in de gesloten centra, het grootste aantal teruggekeerde gedetineerde illegalen in de voorbije zeven jaar, de terugkeerakkoorden die we afsluiten met derde landen en volgende week ons wetsontwerp inzake de woonstbetredingen.
Francesca Van Belleghem:
Uw broek zakt toch af als u dat hoort. Alle landen in de Europese Unie voeren een strenger migratiebeleid, behalve Spanje, dat 500.000 illegalen regulariseert, en dit land, dat niet meedoet aan die terugkeerverordening. Dat is immers wat die onthouding betekent, mevrouw de minister. In de krant noemde u Les Engagés loyale partners. Ik zal u echter zeggen wat dat betekent. Voorzitter Verougstraete noemt de terugkeerverordening onaanvaardbaar. Minister Matz betaalt dwangsommen uit aan asielzoekers tegen uw wil in. Les Engagés blokkeert de terugkeer van illegale Afghanen en steunt rechtszaken tegen uw eigen regeringsbeleid. Dat is vier keer sabotage door uw eigen coalitiepartner en de reden waarom België vandaag aan de kant staat van het linkse Spanje. Mevrouw de minister, met zulke vrienden hebt u geen vijanden meer nodig.
-
Vraag: De 264 begrotingsmaatregelen van het Federaal Planbureau
Vraag: De 264 door het Federaal Planbureau voorgestelde begrotingsmaatregelen
Vraag: De waarschuwing van het Federaal Planbureau
Vraag: Het advies van onafhankelijke experts voor de begrotingsopmaak
economie en werkDe 264 begrotingsmaatregelen van het Federaal Planbureau
De 264 door het Federaal Planbureau voorgestelde begrotingsmaatregelen
De waarschuwing van het Federaal Planbureau
Het advies van onafhankelijke experts voor de begrotingsopmaak
Federaal Planbureau: begrotingsmaatregelen, adviezen en waarschuwingen summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Dieter Vanbesien
PVDA-PTB Sofie Merckx
PS Frédéric Daerden
VB Wouter Vermeersch
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie bekritiseert dat de regering-De Wever vasthoudt aan het "TINA-principe" (there is no alternative) en eenzijdig bespaart op gezondheidszorg, onderwijs en sociale uitkeringen, terwijl het Planbureau 264 alternatieven aandraagt, zoals het sluiten van fiscale niches, belasten van miljoenairs en afbouwen van fossiele subsidies. Volgens critici zoals Merckx (PTB) en Daerden (PS) zijn de stijgende defensie-uitgaven een hoofdreden voor de begrotingscrisis, terwijl Vermeersch (Vlaams Belang) pleit voor besparingen op migratie en een Vlaamse herverdeling van belastinggeld. Minister Van Peteghem (Vooruit) verdedigt de aanpak door te benadrukken dat het Planbureau transparantie en expertise brengt, maar stelt dat de politieke keuzes bij de regering liggen, zonder concrete maatregelen te beloven. Oppositiepartijen eisen dat de regering de sterkste schouders (multinationals, vermogenden) belast in plaats van burgers en werknemers, maar Vanbesien (Groen) en Merckx wijzen op de interne regeringsverdeeldheid, die effectieve actie blokkeert.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, beste collega's, kennen jullie Tina nog? Tina is de goede vriendin van onze eerste minister. Ze zijn onafscheidelijk. Tina staat voor there is no alternative .
Volgens De Wever zijn er maar vier mogelijke maatregelen om de begroting op orde te zetten, namelijk een btw-verhoging, een indexsprong, besparen op langdurig zieken en besparen op gezondheidszorg. Dat is zijn klavertje vier en er zijn volgens hem geen alternatieven mogelijk.
Mijnheer de minister, u en ik weten dat dat onzin is. U komt zelf regelmatig met alternatieven naar voren. Onze fractie legt regelmatig alternatieven op tafel. Maar ja, als Vanbesien dat zegt, maakt dat niet veel indruk. Als Van Peteghem dat zegt, maakt dat al wat meer indruk, maar nog niet voldoende.
De vraag is dus hoe we Tina wegkrijgen uit de Wetstraat 16 zonder op de tenen van de eerste minister te trappen. U hebt daar een oplossing voor gevonden. U hebt het Planbureau ingeschakeld, een onafhankelijk en ernstig instituut dat de regering helpt met het cijferwerk. Via het Planbureau hebt u ideeën gevraagd aan een hoop experts, aan academici, economen en fiscalisten. U hebt nu een rapport ontvangen met 264 alternatieven, 264 ideeën om de begroting op orde te krijgen.
Daarbovenop krijgt u nog de hulp van Europa, dat gisteren ook een aantal aanbevelingen gaf, onder andere een afbouw van subsidies op fossiele brandstoffen en een beperking van het gebruik van bedrijfswagens. Opnieuw, als Europa dat zegt, maakt dat toch alweer wat meer indruk dan wanneer Vanbesien dat zegt.
Mijnheer de minister, wat zult u doen met die 264 ideeën? Wanneer mogen we een begroting verwachten die gebruikmaakt van ten minste een deel van die 264 alternatieven? Ik kijk uit naar uw antwoord.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, cette semaine, nous avons appris deux choses. D’un côté, le budget n’est pas du tout en ordre. Le gouvernement allait mettre les comptes en ordre, mais la situation est de pire en pire.
De l’autre côté, vous dites – et M. De Wever le dit très souvent – qu’il n'y a pas d'alternative à votre politique d'austérité et de recherche d'argent dans la poche des gens et des pensionnés. Cette semaine, nous avons appris qu’en fait, ce n'est pas vrai.
Le gouvernement lui-même a demandé l'avis au Bureau du Plan et aux experts. Le Bureau du Plan a publié une liste de 264 propositions. Il est clair qu'il y a des alternatives.
J'en donne quelques-unes, un peu différentes de celles de mon collègue Vanbesien: fermer les niches fiscales, réduire les subsides accordés aux grandes entreprises et taxer les millionnaires, bien sûr. C'est aussi dans la liste. Il est donc tout à fait possible de faire autrement.
Mais le Bureau du Plan dit aussi autre chose, monsieur le ministre. Le Bureau du Plan nous dit clairement que la hausse des dépenses s'explique très largement par la hausse des dépenses en défense.
Tout le monde le remarque. Aujourd'hui, les enseignants, le non-marchand étaient encore dans les rues; et ils le voient. D'un côté, il n'y a pas d'argent pour l'enseignement. Il n'y a pas d'argent pour nos étudiants. Des hôpitaux craignent la fermeture. Les pompiers n'ont même pas de moyens. Les pompiers, vous l'avez entendu, ont dit qu'ils n'avaient même pas les moyens de faire face aux inondations. Mais de l'autre côté, pour M. Francken, pour les F-35, c'est open bar. Il y a de l'argent.
Ma question est claire. Allez-vous revoir les dépenses militaires?
Frédéric Daerden:
Monsieur le vice-premier, plus le temps passe, plus la situation budgétaire de notre pays se dégrade. La semaine dernière, la Cour des comptes rappelait que la Belgique figurera parmi les plus mauvais élèves de la zone euro. Les messages du Bureau du Plan sont clairs. D'une part, votre gouvernement d'ingénieurs travaille comme des amateurs. Consulter à la va-vite des experts, car vous êtes en manque d'idées, ce n'est pas une méthode de travail sérieuse. D'autre part, votre politique ne fonctionne pas.
Prenons les chiffres. Le déficit atteignait 17 milliards d'euros en 2024, avant l'Arizona; il sera de 38 milliards en 2030. Le déficit a plus que doublé: 16 milliards d'écart entre votre accord de gouvernement, estimé à 22 milliards, et le déficit réel. Face à cela, vous cherchez un responsable: les taux d'intérêt, la défense, l'Iran, la situation internationale, les mutualités. Mais un écart de 16 milliards d'euros entre vos promesses et la réalité, ce n'est plus de la malchance. C'est simplement l'échec de votre politique.
Et qui paie la facture? Ce sont les travailleurs, les pensionnés, les services publics, les soins de santé; jamais les ultra-riches, jamais les multinationales, jamais ceux qui ont les épaules les plus larges!
Dès lors, j'aimerais vous poser deux questions simples, monsieur le ministre. Allez-vous enfin être efficace et chercher l'argent là où il est? Comptez-vous déposer certaines mesures du Bureau du Plan qui vont dans ce sens, notamment en matière de taxation des revenus du patrimoine et du capital?
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, het Planbureau heeft uw huiswerk teruggegeven. Het rapport zegt wat iedereen al wist, namelijk dat de Belgische begroting in brand staat, de rentelasten exploderen en deze regering niet langer mag treuzelen.
U probeert experts voor uw regeringskar te spannen, met meer dan 250 maatregelen als resultaat. Het is een menukaart zo dik als een telefoonboek, maar zonder prijzen, zonder rangorde en zonder politieke keuzes. Met andere woorden, de experts mochten koken, maar de regering durft nog altijd niet te bestellen.
Intussen spreken de cijfers voor zich. Minstens 7 miljard euro moet gevonden worden om Europa tevreden te houden. Volgens het Rekenhof is zelfs 15 tot 20 miljard euro nodig om de begroting nog enigszins recht te trekken. De rentelasten stijgen naar 17 miljard euro tegen het einde van de legislatuur. Dat is geen col buiten categorie meer oprijden, maar recht het ravijn in rijden.
Wat ligt er op tafel? Hogere btw, belastingen op huurinkomsten, het schrappen van fiscale voordelen, verder morrelen aan de index, duurdere doktersbezoeken en belastingen op kinderbijslag. De gewone Vlaming mag weer eens opdraaien voor het Belgische wanbeheer. Uw regering beloofde de zwaarste sanering uit de moderne geschiedenis, zonder stijging van de belastingdruk. Dat staat letterlijk in uw regeerakkoord. Vandaag zien we echter vooral werkgroepen, politieke koehandel en uitstelgedrag.
Mijnheer de minister, wanneer zal deze regering eindelijk zelf politieke keuzes maken? Garandeert u hier dat de begrotingsoefening niet opnieuw zal gebeuren via hogere belastingen voor de hardwerkende en sparende Vlamingen?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Vanbesien, mevrouw Merckx, mijnheer Dardenne en mijnheer Vermeersch, dank voor uw vragen.
Ik denk inderdaad dat de boodschap van het Planbureau duidelijk is: there is no time to waste . Met het rapport van het Planbureau doen we exact wat velen al jarenlang bepleiten. We maken ons begrotingsproces grondiger, transparanter en professioneler. Dat hebben we trouwens al gedaan door verder te kijken dan één begrotingsjaar en door de samenwerking met de deelstaten te versterken. Ook nu betrekken we systematisch expertise.
De voorstellen van het Planbureau leggen natuurlijk geen kant-en-klaar begrotingsakkoord op tafel. Dat was trouwens ook niet de opdracht. Het Planbureau brengt pistes, budgettaire hefbomen en uitdagingen in kaart. Het bevestigt inderdaad een realiteit die niemand nog kan ontkennen, namelijk dat de uitdaging groot is en dat er weinig tijd is om in te grijpen.
Ce rapport réserve-t-il de grandes surprises? Non! Cela démontre précisément qu’un consensus existe quant aux défis auxquels nous sommes confrontés, ainsi que sur les leviers dont nous disposons, tant en matière de dépenses que de recettes. La nouveauté ne réside donc pas dans une proposition en particulier, mais dans la méthode.
Voor het eerst wordt expertise ingeroepen uit de academische wereld en bij onafhankelijke instellingen zoals het Federaal Planbureau, de Nationale Bank van België en de administraties, om op een gestructureerde manier de begrotingsopmaak te ondersteunen.
Cela garantit une plus grande transparence, des choix plus clairs et une préparation mieux structurée. Mais qu'il n'y ait aucun malentendu: les experts émettent des avis; c'est le gouvernement qui décide.
We zijn de werkgroepen binnen de regering inderdaad al gestart om na te gaan hoe we de uitdaging met betrekking tot de hier al opgesomde onderwerpen zullen aangaan. Het Federaal Planbureau heeft zijn werk gedaan en zal op vraag van de regering nog een aantal voorstellen becijferen. Het is aan de regering om haar verantwoordelijkheid te nemen en de noodzakelijke keuzes te maken.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, we weten allebei dat het probleem niet schuilt in een gebrek aan ideeën. Uw coalitiepartners lachen u ten onrechte uit met uw plan om inspiratie op te doen bij de experten. Luisteren naar experten is altijd een goed idee. Het probleem ligt echter in de tegenstellingen binnen uw regering. Die 264 voorstellen die u hebt gekregen, vormen een buffet waaruit men kan kiezen. Wat voor de socialisten een lekker hapje is, is voor de N-VA onverteerbaar en omgekeerd. Niemand durft echter uit zijn schaduw te treden.
Mijnheer de minister, neem het heft in handen. Stop met geld te halen bij de gewone mensen. Zij hebben al genoeg gegeven, hun zakken zijn leeg. Richt uw aandacht op de sterkste schouders, zijnde de grote techgiganten die hier geen euro bijdragen, de grote vervuilers en de overwinsten van de oliebedrijven. Ga het eindelijk eens in de juiste zakken zoeken.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, je tiens tout de même à vous remercier. L’idée que vous avez eue de demander l’avis des experts et du Bureau fédéral du Plan montre clairement qu’il existe des alternatives. C’est aussi pour cette raison que je souhaitais aujourd’hui entendre la réponse du premier ministre, M. De Wever, car la question est de savoir quel choix le gouvernement va faire. Une chose est claire, aujourd’hui, les enseignants, les travailleurs du non-marchand et les élèves sont dans la rue. Ils demandent des moyens pour nos écoles et nos soins de santé, et non pour la guerre. Le Bureau fédéral du Plan le dit également, les dépenses militaires sont trop importantes.
Au sein même du gouvernement, cette question suscite des divergences, notamment chez Vooruit et au cd&v. Vous l’avez dit vous-même. Il faut le reconnaître et en tirer les conséquences. Pour notre part, nous serons dans la rue le 14 juin pour demander l’arrêt de la militarisation de notre société.
Frédéric Daerden:
Monsieur le ministre, j’entends votre réponse. Il est donc temps de prendre vos responsabilités. Pour le Bureau fédéral du Plan, tout est une question de choix politiques. Or quels sont vos choix? Rester spectateurs, imposer des sauts d’index et bloquer les salaires, réduire les pensions, notamment celles des femmes, épargner les ultra-riches, fragiliser les enseignants et compromettre l’avenir de nos jeunes. Ceux-ci sont aujourd’hui mobilisés et c’est aussi à ce gouvernement qu’ils s’adressent. La Belgique figure parmi les plus mauvais élèves de la zone euro. Monsieur le ministre, à force de protéger les privilégiés et de faire payer les travailleurs, vous n’avez réussi qu’une seule chose, affaiblir notre économie et dégrader nos finances publiques.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, u mag bij wijze van spreken nog 100 experten voorstellen laten formuleren. Politiek is keuzes maken. Als er keuzes moeten worden gemaakt om de financiële puinhopen van de regering-De Wever en de voorgaande Belgische regeringen op te ruimen, dan moeten de taboes nu eindelijk op tafel. Bespaar op asielzoekers en niet op onze mensen. Bespaar op het politieke systeem en niet op de hardwerkende Vlaming. Maak een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers en behoud de rechten van de Vlamingen die jarenlang hebben gewerkt en bijgedragen. Zelfs de experten raden u aan om te besparen op het politieke systeem en op asiel en migratie. Laatst maar niet in het minst, iedere expert zal u vertellen dat u de boekhouding van dit land niet op orde kunt krijgen zonder te kijken naar de structuur van dit onwerkbare land. Vlaams belastinggeld moet in Vlaamse handen blijven.
-
Vraag: Het vertrek van de directeur van de gevangenis van Haren
Vraag: De kritiek van de IF op de geplande maatregelen tegen de overbevolking van de gevangenissen
Vraag: De overbevolking van de gevangenis van Haren
Vraag: De overbevolking van de gevangenissen
Vraag: De directiewissel in de gevangenis van Haren
veiligheid, justitie en defensieHet vertrek van de directeur van de gevangenis van Haren
De kritiek van de IF op de geplande maatregelen tegen de overbevolking van de gevangenissen
De overbevolking van de gevangenis van Haren
De overbevolking van de gevangenissen
De directiewissel in de gevangenis van Haren
Gevangenisproblematiek in Haren en bredere penitentiaire uitdagingen summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Claire Hugon Lecharlier
VB Marijke Dillen
DéFI François De Smet
PS Khalil Aouasti
PVDA-PTB Julien Ribaudo
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de catastrofale overbevolking en mensonwaardige omstandigheden in Belgische gevangenissen, met Haren als symbool van structureel falend beleid. Kritici zoals Claire Hugon Lecharlier, Khalil Aouasti en François De Smet benadrukken dat de prison van Haren – ooit geprezen als "toekomstmodel" – nu een "sardineblik" is, met 740 grondslapers landelijk, geweld tegen personeel, gebrek aan medische zorg en recidivecijfers van 70%. Zij beschuldigen de regering van dure, ineffectieve noodmaatregelen (zoals enkelbanden) die de crisis verergeren, terwijl de Inspectie van Financiën de plannen "illusoir" noemt en waarschuwt voor meer overbevolking. Minister Annelies Verlinden erkent de crisis maar verdedigt het compromisakkoord van maart 2024 als "kunst van het mogelijke", met focus op versnelde uitzetting van illegale gedetineerden, elektronisch toezicht voor laagrisicogevangenen en extra investeringen. Critici zoals Marijke Dillen (N-VA) eisen harder optreden (snellere uitzetting, stopzetting ontwikkelingshulp aan weigerlanden) en wijzen straffeloosheid door enkelbanden af, terwijl linkse opposanten radicale systeemverandering eisen in plaats van "privatisering en meer cellen". De woede onder personeel en gevangenen is tastbaar: het ontslag van de Haren-directeur, die de omstandigheden "schofterig" noemt, en waarschuwingen voor dodelijke incidenten onderstrepen de urgentie, maar de minister blijft vasthouden aan geleidelijke, gefragmenteerde oplossingen zonder structurele doorbraak.
Claire Hugon Lecharlier:
Madame la ministre, le directeur de la prison de Haren vient de démissionner. En quittant ses fonctions, il a déclaré: "On m'a demandé d'ouvrir ici une prison aussi humaine que possible, où il y avait une réelle possibilité de travailler à la réinsertion des détenus, or je me retrouve à diriger une boîte à sardines". Mais au fond, qui peut encore être surpris? Qui pouvait sincèrement croire que ce mastodonte, de 1 100 détenus, construit en partenariat peu transparent avec le privé, pensé selon une logique industrielle de gestion de la détention, ouvert avant d'être pourvu en personnel en suffisance, serait la prison humaine du futur? L'échec était écrit d'avance et même ses plus fervents défenseurs devraient se rendre à l'évidence. Les chiffres sont accablants: plus de 1 500 personnes incarcérées aujourd'hui dans cette prison de 1 100 places.
La prison de Saint-Gilles n'a toujours pas été fermée. Il serait même question de rouvrir d'autres ailes. Près de 250 personnes dorment aujourd'hui sur des matelas par terre à Haren. Au niveau belge, c'est plus de 740 personnes.
À Haren, rien ne va. Conditions de détention, conditions de travail du personnel pénitentiaire, manque de matériel, dysfonctionnements technologiques, équipe médicale surchargée; mener des politiques de formation et de réinsertion dans de telles conditions est évidemment impossible.
Mais Haren n'est qu'une illustration, certes emblématique, du dysfonctionnement systémique du système carcéral en Belgique. Cela fait des dizaines d'années qu'on prétend vouloir endiguer la surpopulation tout en prenant des décisions politiques qui produisent de façon entièrement prévisible l'effet inverse.
Je veux faire un lien avec la manifestation dont je reviens, qui est en cours devant le Parlement de la Communauté française pour protester contre les coupes brutales et néfastes dans l'enseignement menées par le MR et Les Engagés.
Victor Hugo disait: "Ouvrir une école, c'est fermer une prison". Qu'est-ce qu'il dirait aujourd'hui en voyant vos gouvernements définancer les écoles et investir toujours plus dans les prisons? Madame la ministre, que répondez-vous au cri d'alerte de M. Van Poecke?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, uw aanpak van de overbevolking en de grondslapers in onze gevangenissen wil maar niet lukken. Gisteren zaten er 13.731 gedetineerden in de gevangenissen. Dat is een overschrijding van de capaciteit van meer dan een vijfde. Er waren 738 grondslapers.
U werkt nu blijkbaar aan een nieuwe noodwet, die de uitstroom van gedetineerden via elektronisch toezicht moet versnellen. Gelukkig zijn er nog uitzonderingen die niet onder de toepassing van het elektronisch toezicht zullen vallen, gelukkig maar, want anders zou de straffeloosheid helemaal zegevieren.
Volgens perslekken zit de regering duidelijk helemaal niet op één lijn en krijgt u niet van alle partijen de nodige steun. Er is echter meer. Uw plannen kunnen ook op weinig genade rekenen bij de Inspectie van Financiën. Sterker nog, de Inspectie van Financiën maakt werkelijk brandhout van uw plannen. Ik citeer: "Geconfronteerd met de harde realiteit van de cijfers lijkt dit doel onhaalbaar en zelfs illusoir," zo luidt het vernietigende advies. Verder stelt de IF: "Het aantal grondslapers zal zelfs toenemen."
Mevrouw de minister, hoe is het toch mogelijk dat uw plannen steeds gedoemd zijn te mislukken? Wanneer zal de regering eindelijk een echte oplossing voor de overbevolking en de grondslapers bieden? Daarmee bedoel ik uiteraard niet dat de vele gedetineerden die veroordeeld zijn tot een effectieve gevangenisstraf, worden vrijgelaten met een enkelband. Dat is immers absoluut geen kordate aanpak van de criminaliteit. Dat vraagt onze bevolking niet.
François De Smet:
Madame la ministre, "crise humanitaire", "catastrophe humaine": ce ne sont pas mes mots, mais ceux qu'a employés le Conseil central de surveillance pénitentiaire. Il est vrai que nous commençons à manquer de mots pour qualifier l’état de la surpopulation dans nos prisons: 13 000 détenus pour 11 000 places; 750 personnes qui dorment par terre. Parlons aussi des astreintes, qui se chiffrent en dizaines et dizaines de millions d'euros. On parle même de 45 millions d'euros pour la seule prison de Haren.
Haren, parlons-en. Effectivement, le directeur de la prison de Haren vient de démissionner. On lui avait demandé de transformer des cellules individuelles en cellules doubles, en installant des lits superposés. Il démissionne en nous disant qu'il aurait ainsi eu l'impression d'officialiser cette surpopulation.
Madame le ministre, soyons honnêtes. Vous avez répondu par une série de mesures, essentiellement par un plus grand recours au bracelet électronique. Mais là aussi, ça bloque; faute de moyens, semble-t-il, et faute d'un accord avec les communautés. Comme nous sommes en Belgique, rien n'est simple. L'application de la surveillance électronique relève des entités fédérées, mais son financement du fédéral. Or, semble-t-il, vous ne parvenez pas à trouver une solution technique pour que ces bracelets puissent être préfinancés, y compris en Flandre. Qu'en est-il?
Madame la ministre, cette surpopulation est intenable. Elle est intenable, bien sûr, pour les prisonniers concernés parce que, même si ce n'est jamais populaire à dire et à répéter, l'honneur d'un pays se mesure aussi à la manière dont il traite ses détenus. Mais c'est aussi un danger pour toute la société. C'est un danger pour les gardiens pénitentiaires, qui sont une population mal rémunérée, exposée en première ligne et qui devrait au moins pouvoir bénéficier de conditions de travail dignes. Et puis, c'est un danger pour toute la société, parce que nos prisons aujourd'hui sont des machines à récidive. Ce sont des lieux dont les gens ressortent pires que l'état dans lequel ils arrivent.
Quand allez-vous passer la seconde, madame la ministre? Quand allez-vous refaire de ce pays un État de droit, dans lequel les agents pénitentiaires n'ont plus peur d'aller travailler et où les détenus ne dorment plus par terre? Je vous remercie.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, chers collègues, on nous promettait une prison modèle, une prison humaine, une prison qui réinsère ses détenus. Mais, aujourd'hui, j'ouvre les guillemets "Haren n'est qu'une boîte à sardines". Ce ne sont pas mes mots, mais ceux de son désormais ex-directeur qui, pour dénoncer les conditions de vie des détenus et de travail des agents pénitentiaires, a décidé de démissionner de ses fonctions.
Or, à Haren, comme dans toutes les prisons du pays, on entasse les détenus. Malgré 155 nouveaux lits, 254 détenus dorment encore aujourd'hui au sol. À Haren, comme dans toutes les prisons du pays, les détenus n'ont pas accès aux soins, singulièrement aux soins de santé psychiatriques. Certains détenus n'ont pas vu de psychiatre ou d'expert depuis trois mois.
À Haren, comme dans toutes les prisons du pays, les détenus ne mangent pas à leur faim, les quantités sont insuffisantes, la chaîne du froid n'est pas respectée et les prix de la cantine sont exorbitants, de sorte que seuls ceux qui ont les moyens peuvent compléter ces repas déjà indigents.
À Haren, comme dans toutes les prisons du pays, il n'y a pas assez d'agents pénitentiaires, et ceux qui y travaillent ne se sentent pas en sécurité. Aujourd'hui, il manque 100 agents à la prison de Haren. En outre, il y a deux mois, quatre membres du personnel ont encore été violemment agressés.
Alors, madame la ministre, je vais vous le dire, je suis en colère. En colère, mais je ne me résignerai jamais. Je ne me résignerai jamais et je n'abandonnerai jamais les détenus et les agents pénitentiaires à leur sort. Je ne cesserai jamais de venir à cette tribune pour dénoncer la situation dans les prisons, pour vous indiquer que vos lois d'urgence – deux lois d'urgence! – ne fonctionnent pas et que les coups de com' de toute la majorité, à 1 milliard d'euros, ne suffisent pas à endiguer cette gangrène.
Madame la ministre, je n'abdiquerai pas. Je n'aurai de cesse de vous rappeler votre devoir le plus fondamental, celui d'assurer la dignité humaine. Alors, quand allez-vous cesser de détourner le regard et quand allez-vous engager des moyens dans les prisons?
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, lorsqu'on a construit la prison de Haren, on nous a vendu la prison du futur, pas une prison classique, un village pénitentiaire, un lieu pensé pour la réinsertion, un lieu pensé pour préparer le retour dans la société. Quatre années plus tard, le directeur claque la porte. Et ses paroles sont terribles: "Je n'ai pas eu d'autre choix que de créer une autre boîte à sardines. Je dis non! C'est honteux! C'est dégueulasse!" Et c'est un directeur de prison qui croyait en ce projet qui abandonne.
Madame la ministre, il y a trois jours, vous étiez à Haren. Vous avez pu constater vous ‑ m ê me les conditions de d é tention qui y r è gnent. Notre pays compte 13 773 d é tenus pour 11 000 places: cela signifie que 740 personnes dorment litt é ralement à m ê me le sol. À Haren, un seul agent doit parfois g é rer jusqu ’à 70 d é tenus. Vous vous rendez compte!
Chaque jour, il y a des agressions. Hier encore, une agression à Haren. Le week ‑ end dernier, trois agressions dans deux é tablissements p é nitentiaires. Les agents se rendent au travail la boule au ventre. Les détenus, eux, passent parfois jusqu’à 22 heures sur 24 dans une cellule de 9 m ² occup é e par trois personnes. Ce n ’ est plus de la d é tention, ce n ’ est plus de la r é insertion, c ’ est la gestion de la mis è re humaine. Dans notre pays, sept détenus sur dix récidivent. Nous avons touché le fond, et vous prenez votre pelle pour continuer de creuser.
La loi d’urgence, qui était censée atténuer les effets de la crise, a en réalité produit l’effet inverse. En moins d’un an, le nombre de personnes dormant au sol a triplé. Sur le terrain, agents, directions et administration répètent que la situation est devenue dangereuse. Quant à l’Inspection des finances, elle a littéralement démoli votre avant ‑ projet de loi, estimant que ses objectifs sont irr é alisables voire illusoires.
Madame la ministre, pourquoi continuer à défendre des mesures qui ne fonctionnent pas? Allez-vous enfin écouter ceux qui travaillent sur le terrain et changer de cap? Et allez-vous prendre au sérieux la détresse des agents qui tiennent encore le système à bout de bras?
Annelies Verlinden:
Monsieur le président, chers collègues, la surpopulation carcérale est un problème que plus personne ne peut nier. Nous connaissons les chiffres: 692 détenus dorment aujourd'hui à même le sol. Les condamnations pour conditions de détention inhumaines et les plus de 200 millions d'euros d'astreintes qui pèsent sur notre pays si nous restons inactifs sont tout aussi éloquents.
Mais derrière ces chiffres se cache une réalité concrète: la surpopulation met à rude épreuve le personnel et les directions et fragilise le fonctionnement global de nos prisons. Il ne s'agit donc pas uniquement d'une question de capacité mais bien de fonctionnement du système pénitentiaire, d'exécution des peines et, en fin de compte, de sécurité de notre société.
Daarom heb ik vanaf dag één van deze kwestie een prioriteit gemaakt. Ons land en onze strafrechtketen verdienen beter. Ik heb dit dossier op de tafel van de regering gelegd, en samen met de regeringspartners heb ik gewerkt aan oplossingen die een tastbaar verschil kunnen maken voor het personeel en de gedetineerden op het terrein, en die de veiligheid in onze samenleving versterken.
Dat heeft geleid tot een eerste pakket maatregelen, waaronder de noodwet van vorig jaar. Die noodwet heeft geleid tot een oplossing om de aanzienlijke wachtlijst van veroordeelden, aangelegd door mijn voorganger, die niet opgeroepen werden om hun straf uit te zitten, te verkleinen van 5.000 tot 2.300.
Omdat het probleem daardoor, zoals ik steeds zei, niet zou verdwijnen, was meer nodig. In maart bereikte de regering vervolgens een bijkomend akkoord over verdere maatregelen om de overbevolking terug te dringen.
Je tiens à être honnête à ce sujet. Comme je l’ai dit depuis le début, l’accord du 20 mars n’est pas l’accord Verlinden. J’ai toujours défendu des mesures plus ambitieuses, plus importantes et plus durables.
Cet accord est néanmoins le fruit d’un compromis politique au sein d’une coalition. Dans une démocratie, il faut déterminer ensemble ce qui est faisable. Toutes les mesures approuvées en mars sont le résultat de cette responsabilité commune.
J’ai dû m’en tenir à l’idée selon laquelle la politique est l’art du possible. En ce sens, je n’ai donc pas été surprise par l’avis de l’Inspection des Finances. Pour la problématique des détenus dormant à même le sol, il a été décidé de prolonger les mesures d’urgence de 2025 en les combinant avec des sorties supplémentaires sous surveillance électronique pour certaines catégories de condamnés.
Un principe reste toutefois inchangé: les peines doivent être purgées. Certains condamnés seront placés sous surveillance électronique dans des conditions strictes, de manière à libérer des places en prison pour ceux qui représentent un risque plus élevé pour la société et pour ceux dont le maintien en détention reste indispensable.
De premier was over het specifieke onderdeel van het akkoord dat moet inzetten op de vermindering van het aantal grondslapers heel duidelijk in zijn communicatie. The proof of the pudding is in the eating . De effecten van dit onderdeel van het afgesproken maatregelenpakket zullen dan ook heel nauwgezet worden opgevolgd.
Het is belangrijk om te onderstrepen dat het akkoord van maart verder gaat dan de maatregelen uit de hervormde noodwet. Vorig jaar is al een plan goedgekeurd voor bijkomende investeringen door de Regie der Gebouwen, een akkoord over een versnelde uitstroom van geïnterneerden naar aangepaste zorgvoorzieningen en over maatregelen om veroordeelden zonder wettig verblijf sneller te laten terugkeren naar hun land van herkomst. Zonder de inspanningen van mijn collega-ministers bevoegd voor de Regie der Gebouwen, Volksgezondheid en Asiel en Migratie zal het immers niet mogelijk zijn om de overbevolking structureel aan te pakken.
Chers collègues, les conséquences de cette surpopulation se font avant tout ressentir sur le terrain, parmi le personnel et les équipes de direction. Cela vaut bien entendu également pour la prison de Haren. La décision du directeur Van Poecke de se tourner vers de nouveaux horizons au sein des établissements pénitentiaires avait été annoncée il y a déjà plusieurs semaines. Les services concernés en ont été informés en temps utile et les préparatifs nécessaires à cette transition ont dès lors été engagés.
Malheureusement, la situation de surpopulation n’est pas étrangère aux décisions que certaines personnes prennent quant à la poursuite ou non de leur carrière dans certains établissements pénitentiaires. Mardi dernier, je me suis rendue à la prison de Haren, où j’ai pu m’entretenir avec la responsable ad interim de l’établissement ainsi qu’avec les équipes présentes sur le terrain. La direction est actuellement assurée à titre temporaire. Dans le même temps, la procédure visant à pourvoir définitivement ce poste a été lancée et fait l’objet d’un traitement prioritaire.
Ten slotte wil ik mijn waardering uitdrukken voor alle medewerkers van het gevangeniswezen. Zij leveren elke dag belangrijk werk, in moeilijke omstandigheden. Het is onze verantwoordelijkheid om hen daarin maximaal te ondersteunen. Daarom blijven we onverminderd werken aan de aanpak van de overbevolking.
Claire Hugon Lecharlier:
Madame la ministre, je vous remercie. Vous l'avez rappelé, une loi d'urgence l'été dernier, un nouveau plan d'urgence supplémentaire annoncé en mars que l'Inspection des finances vient récemment de qualifier d'irréaliste voire d'illusoire, je dois reconnaître que vous êtes lucide sur le fait que cela ne suffit vraiment pas. On sait bien que la prison est la réponse à la fois la plus coûteuse et la moins efficace contre la récidive. À long terme, cela ne protège donc ni les victimes ni la société, d'autant plus dans les conditions actuelles.
Pourtant, on continue à y engloutir des centaines de millions d'euros. C'est un des seuls domaines de politique publique pour lesquels il y a de l'argent, alors que dans les autres on est à l'os et on ne peut plus rien faire. Je ne parle même pas des astreintes que vous avez également mentionnées.
Ce dont on a besoin, ce n'est pas de plans d'urgence successifs qui échouent les uns après les autres à répondre à la catastrophe humanitaire, sociale, financière du système carcéral. Ce dont on a besoin aujourd'hui, ce n'est pas de nouvelles prisons non plus mais d'un changement radical de logiciel.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de Inspectie van Financiën is duidelijk. U rekent zich rijk. U bent niet in staat om een inschatting te maken van de impact van het nieuwe voorstel. In werkelijkheid zult u het tegenovergestelde bereiken. Er zal een toename komen van de gevangenispopulatie in plaats van een afname.
Erger is nog dat de regering de straffeloosheid niet aanpakt. Een gevangenisstraf moet een gevangenisstraf blijven en moet volledig worden uitgezeten. In het andere geval zal de straffeloosheid alleen maar zegevieren.
Illegale en buitenlandse gedetineerden vormen het grote probleem van de overbevolking. U weet dat net zo goed als ik. Zij moeten versneld worden teruggestuurd naar hun land van herkomst in plaats van, zoals nu gebeurt, bij mondjesmaat. Weigeren die landen? Pak dan hun toelagen voor ontwikkelingssamenwerking af en zet alle handelsakkoorden stop. Maak daarvan versneld werk. Enkel dat is kordaat beleid.
François De Smet:
Merci, madame la ministre, pour votre réponse. Une réponse qu'honnêtement, on a sentie peu empreinte de solidarité gouvernementale. Vous avez rappelé à quel point l'accord de mars n'était pas entièrement satisfaisant pour vous. On a aussi noté l'appel fait à vos collègues, notamment à celle en charge de l'Asile et de la Migration pour pouvoir renvoyer des détenus qui n'ont pas de titre de séjour. Cela confirme quand même une impression que l'on a depuis le début de ce gouvernement, à savoir que la politique pénitentiaire n'est pour l'Arizona qu'une variable d'ajustement.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, je vous ai entendue et très sincèrement, à ce stade, je n'ai toujours pas de réponse. Le directeur de la prison de Haren démissionne. Le président du tribunal de première instance de Liège démissionne. Deux responsables d'institutions fondamentales dans le monde carcéral et dans le monde de la justice vous indiquent qu'ils démissionnent tous les deux pour les mêmes motifs: l'absence de moyens suffisants pour remplir leurs fonctions et assurer la mission de service public qu'est la mission de justice.
Et que répondez-vous? Vous répondez que l'accord sur la surpopulation n'est pas l'accord Verlinden. Effectivement, cet accord, nous l'avions dénoncé. Vous l'aviez pourtant beaucoup endossé. On vous avait dit qu'il ne réglerait rien et aujourd'hui, on a les chiffres. Vraisemblablement, votre accord permettra de libérer trois personnes sur une population de 13 000 détenus. Dire que l'accord sur la surpopulation n'est pas l'accord Verlinden me renvoie finalement à un proverbe chinois, madame la ministre, qui dit que sans responsabilité, on se sent le corps léger. Avoir le corps léger n'est pas suffisant. Ici, ce qu'il faut, c'est prendre des décisions.
Julien Ribaudo:
Ma question était pourtant simple, madame la ministre. Quand allez-vous arrêter de faire l'autruche et reconnaître que votre politique ne fonctionne pas? Et vous me répondez: "Ce n'est pas moi, ce sont les autres". Vous savez que construire toujours plus de prisons et ouvrir la porte au privé ne réglera rien du tout. Vous savez que la situation est dangereuse et votre administration vous a dit qu'il y aura des morts. À Haren, vous avez expliqué aux travailleurs que le gouvernement ne pourra pas faire plus. Que doivent alors faire les agents? Vous dites qu'il n'y a pas d'argent pour revaloriser les travailleurs, mais il y en a pour faire la guerre. Il y en a pour payer 2 millions par mois pour une prison vide à Anvers. Il y en a pour payer 415 euros par jour pour des détenus qui dorment à même le sol à Haren. C'est de l'argent public qui finit dans les poches du privé. Madame la ministre, vous êtes en train de fabriquer une bombe à retardement pour les détenus, pour les travailleurs et pour la société en général. Et pour reprendre les mots de l'ancien directeur de la prison de Haren, c'est tout simplement honteux et dégueulasse!
-
Vraag: Niet-samendrukbare straffen in België voor gruwelijke misdaden
Vraag: De zaak-Horion
Niet-samendrukbare straffen in België voor gruwelijke misdaden
De zaak-Horion
Zware onherroepelijke straffen voor ernstige misdrijven in België summaryExplanationGesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Bouchez en Van Hoecke bekritiseren scherp dat gevaarlijke misdadigers zoals moordenaars (o.a. Kabunda, Horion) en terroristen (Bakkali) te vroeg vrijkomen door zwakke strafuitvoering, ondanks levenslange straffen of adviezen over hoog recidiverisico, wat volgens hen het vertrouwen in justitie ondermijnt. Verlinden benadrukt dat rechters binnen het wettelijk kader handelen en dat politieke inmenging in individuele zaken de rechtsstaat aantast, maar staat open voor debat over strafrechthervorming via wetswijzigingen (bv. Ducarmes voorstel). Bouchez eist snellere invoering van peines incompressibles (zoals in het regeerakkoord beloofd) en wijst op de plicht om de samenleving te beschermen, terwijl Van Hoecke de regering beschuldigt van gebrek aan daadkracht en vraagt wie strafverzwarende maatregelen blokkeert. Beide oppositieleden stellen dat het huidige systeem slachtoffers en burgers in de steek laat.
Georges-Louis Bouchez:
Merci monsieur le président. Il est intéressant que ce thème suive le précédent. J'ai entendu des collègues qui, manifestement, ont des grandes idées sur le monde: la prison ne serait plus adaptée. Donc, assumez de faire sortir ces gens en rue, des gens qui représentent des dangers publics manifestes. Je vais vous donner deux petits exemples au hasard, issus de l'actualité.
Il y a, d'abord, M. Kabunda. Ne riez pas, parce que votre parti a une fameuse responsabilité! M. Kabunda, c'est quelqu'un qui a tué une petite fille de 18 mois. Il a laissé sa compagne pour morte, après avoir tué la grand-mère de celle-ci. Il a été condamné à la réclusion à perpétuité en 2010. Eh bien! Figurez-vous, mesdames et messieurs, qu'il va pouvoir sortir en 2026. La vie d'une petite fille de 18 mois, d'une dame âgée qui n'avait rien demandé, la situation de sa compagne, cela vaut 16 ans en Belgique. Après ça, vous pouvez sortir, cela ne pose aucune difficulté…
L'autre cas, très intéressant, est celui de M. Bakkali. Figurez-vous que M. Bakkali est l'un des cerveaux des attentats du 13 novembre 2015 et également de l'attentat déjoué dans le Thalys. Il a été condamné en France. Les Français n'étaient pas très enthousiastes à l'idée de nous le transférer, parce qu'ils connaissent notre système. Figurez-vous qu'il va pouvoir bénéficier de congés pénitentiaires, parce qu'on espère peut-être que cette personne va un jour retrouver le droit chemin et le sens de nos valeurs communes.
Alors, madame la ministre, je voudrais vous dire une chose. Votre rôle n'est pas de faire sortir des gens de prison. Votre rôle est de faire en sorte que les personnes dangereuses pour la société y restent; parce que, oui, et mon parti l'assume, il y a des gens qui ne sont pas réinsérables. C'est la raison pour laquelle je vous interroge aujourd'hui pour savoir quand nous allons appliquer les peines incompressibles prévues dans l'accord de gouvernement, parce que, pour les terroristes, les pédophiles, les violeurs et certains meurtriers, la prison est la seule solution.
Alexander Van Hoecke:
Een seriemoordenaar vermoordt op de meest gruwelijke wijze 6 personen, waaronder een 13-jarig meisje en een heel gezin. Die seriemoordenaar wordt terecht veroordeeld tot een levenslange celstraf. Een paar jaar later beslissen gerechtspsychiaters dat die seriemoordenaar niet meer gevaarlijk is en dus het recht heeft de gevangenis te verlaten. Om overduidelijke redenen, mevrouw de minister, wordt die seriemoordenaar niet meteen vrijgelaten. Wat gebeurt er dan? Die seriemoordenaar start met zijn advocaten een procedureslag. Daardoor wordt de Belgische belastingbetaler uiteindelijk veroordeeld tot het betalen van dwangsommen, namelijk 1.000 euro per dag dat die seriemoordenaar nog in de gevangenis zit. Die dwangsommen zijn ondertussen opgelopen tot 750.000 euro.
Dat is, mevrouw de minister, het verhaal van seriemoordenaar Freddy Horion, dat iedereen hier ondertussen kent. Vandaag mag Horion de gevangenis verlaten met een enkelband, ondanks dat het openbaar ministerie een advies gaf aan de rechter waarin heel duidelijk en letterlijk stond dat Horion een tikkende tijdbom is met een zeer hoog risico op recidive. De rechtbank heeft dat advies gewoon genegeerd en naast zich neergelegd. Vandaag mag Freddy Horion naar een zorghuis.
U bent de minister van Justitie van dit land. Hoe is dat mogelijk? Hoe legt u dat uit aan de mensen? Hoe legt u dat uit aan de slachtoffers en de nabestaanden van Horion? Vooral, hoe legt u dat uit aan alle slachtoffers in dit land die opnieuw met de neus op de feiten worden gedrukt dat een straf in België nooit, maar dan ook nooit, effectief wordt uitgevoerd?
Annelies Verlinden:
Collega’s, de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank in de zaak-Horion riep de voorbije dagen bijzonder sterke emoties op, in het bijzonder bij de nabestaanden van de slachtoffers. Met het grootst mogelijke respect en met veel nederigheid wil ik zeggen dat ik dat heel goed begrijp. Ik sprak hen eerder ook al over dit dossier. Wanneer mensen dierbaren verliezen door dergelijke uitzonderlijk gewelddadige feiten gaat dat verdriet nooit meer weg.
Toen Horion deze week na 47 jaar de gevangenis mocht verlaten, heeft dat onvermijdelijk oude wonden opengereten. We moeten er alles aan doen om die emoties een plaats te geven in de manier waarop we als overheid en Justitie met dergelijke dossiers omgaan.
Zelfs al zou ik als mens allerlei zaken willen vinden over deze of gene uitspraak, zoals de uitspraak waarnaar collega Bouchez verwees, ik kan en mag binnen onze rechtsstaat dergelijke rechterlijke beslissingen over de toekenning en de uitvoering van straffen echter niet becommentariëren. De vele rechterlijke beslissingen, ook in deze dossiers, worden genomen door onafhankelijke rechters op basis van een kader dat door dit Parlement wordt vastgelegd. Dat principe geldt voor elk strafrechtelijk dossier, ongeacht de aard van de feiten.
Ik sta uiteraard open voor elk debat in deze Kamer om te delibereren over hoe we op een zo rechtvaardig mogelijke manier met ons strafrechtbeleid kunnen omgaan. Collega Ducarme kondigde twee weken geleden aan dat hij vorige week met een nieuw wetsvoorstel zou komen om het over deze problematiek te hebben.
Je tiens toutefois à souligner que la décision dans le dossier Horion n'est pas complètement inattendue. Elle est l'aboutissement d'un long parcours judiciaire, au cours duquel différentes instances se sont prononcées.
En novembre 2023, la cour d'appel d'Anvers a décidé que M. Horion devait être admis en résidence dans un établissement spécialisé hors de la prison, en vue d'une préparation progressive à un éventuel retour dans la société. Cette décision a été assortie d'astreintes.
Par la suite, un parcours d'accompagnement intensif a été mis en place pendant plusieurs années avec la participation du service psychosocial de la prison de l'établissement concerné, de l'intéressé lui-même et de son avocat. Le tribunal d'application des peines a rendu sa décision sur la base des résultats de ce parcours et des critères légaux, malgré l'avis rendu par le ministère public.
En fin de compte, pour moi, ce dossier touche à un principe fondamental, à savoir la manière dont nous organisons notre société en tant qu' É tat de droit, lequel signifie que les règles qui régissent notre société résultent d'un processus démocratique et parlementaire et que les juges peuvent prendre des décisions sur la base de ces règles et des faits qui leur sont soumis, à l'abri de pressions politiques, d'influence de l'opinion publique ou d'indignation sociale.
Over die regels kunnen en mogen we een debat voeren. Dat debat is legitiem en, zoals ook aangetoond in het maatschappelijk debat van de laatste dagen naar aanleiding van het dossier-Horion, wat mij betreft zelfs noodzakelijk.
De plaats bij uitstek daarvoor is dit Parlement, waar wetten worden gemaakt en gewijzigd, niet door middel van kritiek op individuele rechters die binnen het bestaande wettelijk kader beslissingen nemen. Dat onderscheid bewaken, is voor mij essentieel, niet alleen voor deze zaak, maar voor het vertrouwen in onze rechtsstaat als geheel.
Ik ben meer dan wie ook ter jullie beschikking om dit debat verder te zetten en bijvoorbeeld te discussiëren over het wetsvoorstel van de heer Ducarme, zodra mij dat wordt bezorgd.
Georges-Louis Bouchez:
Merci, madame la ministre. Vous avez parlé de l’État de droit. Je pense qu’il faut tout de même rappeler dans cet hémicycle que l’État de droit, c’est aussi protéger les personnes innocentes. L’État de droit, c’est permettre aux victimes d’obtenir réparation. L’État de droit, c’est permettre à la société de se prémunir contre des personnes qui, manifestement, ne sont pas faites pour vivre en son sein. Vous avez évoqué les deux propositions déposées par le député Denis Ducarme: l’une visant à porter les peines incompressibles à trois cinquièmes de la peine, l’autre visant à permettre au parquet, au ministère public, d’introduire des recours contre les décisions du tribunal d’application des peines concernant leurs aménagements.
Néanmoins, madame la ministre, je voudrais vous dire que toutes ces mesures figurent déjà dans l’accord de gouvernement. Vous ne devez pas consacrer tout votre temps à chercher comment faire sortir des personnes de prison. Votre mission consiste à appliquer l’accord de gouvernement, y compris en ce qui concerne l’expulsion des détenus étrangers.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, we moeten ons echt eens afvragen waarom we in dit land überhaupt nog gevangenisstraffen uitspreken. Waarom veroordelen we nog seriemoordenaars, verkrachters en pedofielen tot gevangenisstraffen van x aantal jaar of levenslang, als die straffen toch nooit worden uitgevoerd? Dat debat moeten wij voeren, want een land waar een seriemoordenaar die een heel gezin heeft uitgemoord en kinderen heeft vermoord, na enkele jaren vrijkomt, terwijl het openbaar ministerie zegt dat hij een tikkende tijdbom is, is een land dat ziek is. Mijnheer Bouchez, ik hoor u heel graag zeggen dat het tijd is om te stoppen met strafkortingen. Frankrijk doet het, wij kunnen het ook doen. U hebt dat voorstel echter al gedaan in de plenaire vergadering. Wie houdt u tegen? Ik vermoed dat u daarvoor geen steun van de hele regering zult krijgen. Onze steun hebt u. Wij reiken u daarvoor de hand. Als iemand u tegenhoudt, laat dan alstublieft weten wie dat is. Is het Vooruit, is het cd&v of is het de minister zelf? Het wordt tijd om dat effectief aan te passen.
-
Vraag: De initiatieven van de eerste minister om een rentesneeuwbal te voorkomen
Vraag: De peiling van de VRT en De Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Vraag: Het gebrek aan draagvlak voor de indexsprongen
Vraag: De peiling van de VRT en de Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Vraag: De onenigheid over de centenindex
economie en werkDe initiatieven van de eerste minister om een rentesneeuwbal te voorkomen
De peiling van de VRT en De Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
Het gebrek aan draagvlak voor de indexsprongen
De peiling van de VRT en de Standaard naar het draagvlak voor de regeringsmaatregelen
De onenigheid over de centenindex
Peilingen en maatregelen rond economisch beleid en draagvlak summaryExplanationGesteld door
Anders. Arthur Orlians
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Ecolo-Groen Jeroen Van Lysebettens
Anders. Kjell Vander Elst
VB Barbara Pas
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie bekritiseert premier De Wever scherp voor zijn onpopulaire begrotingsmaatregelen—met name de centenindex, die volgens peilingen door 70% van de bevolking, sociale partners, werkgevers en zelfs coalitiepartners wordt afgewezen, maar desondanks wordt doorgedrukt. Critici (Hedebouw, Van Lysebettens, Pas) beweren dat de regering democratisch gezag mist (maatregelen stonden niet in verkiezingsprogramma’s), koopkracht aantast (dubbele indexsprong: centenindex plus stiekem voorbereide "afgevlakte index") en economische groei ondermijnt door extra belastingen op bedrijven en burgers, terwijl alternatieven van sociale partners genegeerd worden. De Wever erkent de ernst van het begrotingstekort (5,8% in 2029, schuld 122%) en de dreigende rentesneeuwbal, maar wijst op positieve signalen van ratingbureaus voor zijn langetermijnbeleid en roept op tot snelle, pijnlijke saneringen—zelfs als die onpopulair zijn—om de welvaartsstaat te redden. Hij ontwijkt concrete antwoorden over de rente- en groeistrategie, benadrukt geheimhouding tijdens onderhandelingen en verdedigt de maatregelen als "algemeen belang", terwijl oppositie en coalitiepartners hem hypocrisie en koppigheid verwijten.
Arthur Orlians:
Beste premier, u bent naar eigen zeggen premier van dit land geworden om de begroting te redden en om het rotten te stoppen. De waarheid is echter dat de begroting elke dag slechter en slechter wordt. Uit het Rapport van het Rekenhof leren we dat we nu de slechtste begroting hebben van heel de eurozone, dat het begrotingstekort en de schuldgraad de komende jaren nog zullen oplopen tot 5,8 % respectievelijk 122 % en dat een rentesneeuwbal gevaarlijk dichtbij komt.
De rente op onze schuld dreigt sneller te stijgen dan onze economische groei of de inflatie. Daarom zijn mijn vragen heel duidelijk.
Ten eerste, welke begrotingsinspanningen zijn er volgens u nog nodig om een rentesneeuwbal te vermijden? Is het bedrag van 7 miljard, waarnaar u op zoek zou zijn, genoeg? Veel experts waarschuwen dat de uitdaging eigenlijk veel groter is.
Ten tweede, hoe zult u de economische groei versterken? Dat is minstens even belangrijk als begrotingsmaatregelen ter waarde van 7 miljard, waarbij het ongetwijfeld alleen maar gaat om nieuwe taksen, taksen op bedrijven en nieuwe regels, om de rentesneeuwbal te voorkomen.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, veel smelt vandaag weg door het warme weer. Ook het draagvlak voor uw beleid smelt weg. Uit de peiling van de vrt en De Standaard in verband met de maatregelen die u hebt genomen, blijkt dat er voor de centenindex, de aanval op de koopkracht van wie meer dan 4.000 euro bruto verdient, 30 % steun is in België. Twee derde van de ondervraagden is tegen de centenindex en toch wilt u die hier vandaag goedkeuren. Een btw-verhoging krijgt 20 % steun en acht op de tien Belgen zijn er dus tegen, maar toch wilt u de goedkeuring forceren.
Beste collega's, interessant in die peiling is de evolutie in één jaar tijd. Zo is het draagvlak voor de malus op pensioenen, die vandaag ter stemming ligt, in één jaar tijd met 10 à 12 % afgekalfd.
Specialisten veronderstellen dat, nu de inhoud van de hervormingen het voorbije jaar duidelijk is geworden, de steun onder de burgers afneemt. Met andere woorden, hoe meer de mensen begrijpen wat uw beleid inhoudt, hoe meer informatie daarover in de gemeenschap circuleert, hoe meer de mensen beseffen dat ze daar niet achter kunnen staan.
Men heeft ook gepeild naar de houding van de ondervraagden ten opzichte van het sociaal protest. In Vlaanderen bijvoorbeeld steunde vorig jaar 59 % het sociaal protest, vandaag is dat 67 %. Mijnheer de eerst minister, het sociaal protest is vandaag inderdaad de locomotief van onze samenleving.
Mijnheer de premier, u hebt de strijd om de publieke opinie verloren. Ik vraag u om daaruit conclusies trekken bij de stemming die u vandaag wilt forceren.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega's, mijnheer de premier, niemand steunt de centenindex, de werkgevers niet, de werknemers niet, de mensen niet. Uit een bevraging van De Standaard en de VRT blijkt dat 70 % van de mensen niet achter dat voorstel staat, maar de regering volhardt in de boosheid. Flashback naar vorige week: de afgevlakte index van de sociale partners is in uw ogen, premier, en in die van minister Vandenbroucke onrechtvaardig. Die index treft sommigen zelfs dubbel: de kleine pensioenen, de kleine lonen enzovoort. Daarom houdt Arizona vast aan de centenindex, dixit minister Vandenbroucke en de premier. Gisteren kreeg minister Vandenbroucke een eenvoudige vraag. Kan hij garanderen dat er tijdens de komende begrotingsonderhandelingen geen aanpassingen aan de index komen? Geen antwoord, alleen de mantra dat de regering vasthoudt aan de centenindex.
Vandaag echter kunnen we lezen dat de federale regering via Statbel al twee jaar werkt aan die zogenaamde afgevlakte index in het kader van de Europese harmonisering. Dus terwijl men het voorstel van de sociale partners in de media afbrandt, wordt in het geniep in de achterkamers hetzelfde voorbereid, niet zoals de sociale partners om de middenklasse beter te beschermen, maar wel om een dubbele besparing op kap van de mensen door te voeren, eerst via de centenindex en daarbovenop via de afgevlakte index. Dat is precies het voorstel dat u hebt weggezet als asociaal en onverantwoord. Collega's, die hypocrisie is toch hallucinant?
Mijnheer de premier, wat is nu echt het plan van de regering, de middenklasse twee keer laten betalen, eerst via de centenindex en dan nog eens via de afgevlakte index?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, u weet ongetwijfeld wat er vandaag op het menu staat van het Parlement. Dat is het soepkieken van de cd&v, de zoveelste trofee van Vooruit, de centenindex. Uw coalitiepartners zijn tegen, vakbonden en werkgevers zijn tegen, zelfstandigen, ondernemers, mensen en bedrijven die dat allemaal moeten implementeren zijn tegen, alle economen zijn tegen. Uit de bevraging van de VRT blijkt nu dat ook de bevolking tegen die maatregelen is. De mensen hebben hun buik vol van al dat broddelwerk, van al die lelijke kamelen, van de btw-brol tot het gedrocht van die centenindex.
Iedereen zegt: doe dat niet. Dat complexe gedrocht zal de mensen geld kosten en de loonkosten ook doen stijgen. Het is onwerkbaar en het is eerlijk gezegd een simpele, platte belastingverhoging.
Het ergste van al, mijnheer de premier, is dat er een alternatief van de sociale partners op tafel ligt, een alternatief dat eenvoudiger, eerlijker en beter voor de begroting is. Een akkoord tussen vakbonden en werkgevers, dat is historisch in dit land, maar u en uw partij, samen met de socialisten, aan het handje van meester Frank, doen koppig voort met dat complex gedrocht, tegen beter weten in.
Dat moet er allemaal door. We hebben nog een paar dagen, want 1 juni staat voor de deur. Een heel belangrijke sector in dit land zegt nu al dat ze dat niet gerealiseerd, niet geïmplementeerd krijgt. De energiesector, FEBEG, krijgt dat niet geïmplementeerd. Klopt het, mijnheer de premier, dat een van de belangrijkste sectoren in dit land dat niet geïmplementeerd zal krijgen?
Mijnheer de premier, u hebt nog een laatste kans. De stemming heeft nog niet plaatsgevonden, het is nog niet te laat. Zult u koppig blijven doorduwen en dat soepkieken uitvoeren, of zult u over uw eigen schaduw heen stappen en rond de tafel gaan zitten met de sociale partners?
Barbara Pas:
België is het enige land ter wereld waar meer dan de helft van het loon naar de Staat gaat. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de burgers graag minder belastingen willen. Dat werd hun onder andere door u beloofd voor de verkiezingen, maar vandaag krijgen ze van u en uw regering btw-verhogingen, extra taksen, extra accijnzen, een centenindex en een meerwaardetaks die zelfs de PS niet durfde invoeren.
Mijnheer de premier, niet alleen het Vlaams Belang kan uw maatregelen niet smaken, zoals uit de resultaten van De Stemming blijkt, brokkelt ook de maatschappelijke steun massaal af. Een overgrote meerderheid kant zich tegen de centenindex. Dat is uiteraard niet te verwonderen. Dat gemorrel aan de index zorgt voor extra kosten voor de werkgever en treft ongeveer de helft van de werkende bevolking, vooral Vlamingen.
De bevraging van de VRT weerspiegelt zich ook in het gebrek aan draagvlak ervoor binnen uw eigen regering. Naast uzelf en Frank Vandenbroucke is er blijkbaar niemand die uw dubbele indexsprong nog steunt: twee derde van de bevolking niet, de sociale partners niet, maar ook uw eigen coalitiepartners niet. Enerzijds is het een soepkieken dat zo snel mogelijk verdronken moet worden, maar anderzijds gaat cd&v straks wel op het groene knopje drukken om het goed te keuren. Tjeven blijven tjeven.
Mijnheer de premier, uw regeringsleden blijven elkaar tot vandaag nog altijd tegenspreken over de vraag of de centenindex opnieuw op tafel zal komen te liggen of niet. Kunt u daar eindelijk duidelijkheid over geven? Waarom blijft u in godsnaam vasthouden aan zo’n slecht idee waar totaal geen draagvlak voor is?
Voorzitter:
Voilà, mijnheer de premier, daarmee hebben we vijf vragen. Dat geeft u ook vijf minuten om erop te reageren.
Bart De Wever:
Mijnheer Orlians, proficiat met uw eerste tussenkomst in dit vragenuurtje. Ik dank u ook om mij te herinneren aan wat mijn voorganger heeft nagelaten. De toestand is inderdaad niet goed. De macro-economische omstandigheden waarin wij moeten werken, zijn tamelijk dramatisch en zullen op korte termijn spijtig genoeg niet verbeteren.
Ik begrijp dat u mij veel vragen stelt over hoe we dat gaan aanpakken, al gingen de meeste vragen eigenlijk over de programmawet. Ik denk echter dat u daar toch al grondig over gediscussieerd hebt en dat we daar straks over zullen stemmen. Laten we naar de toekomst kijken. U zult wel begrijpen dat ik daarover nu nog niet in detail kan treden. Ik kan alleen toejuichen dat de ernst van het begrotingsprobleem nu echt wel bij iedereen lijkt door te dringen, ook bij de partijen die jarenlang, om niet te zeggen decennialang, in ontkenning hebben geleefd over het probleem en de wonden hebben laten etteren tot de bijzonder ernstige toestand van vandaag.
Ik mag hopen dat diezelfde partijen geïnspireerd worden om de uitrol van sanerende maatregelen niet langer nodeloos te vertragen. Dat zou geweldig helpen. De rapporten van de ratingbureaus – ik beveel u allen de lectuur daarvan aan – duiden het trage parlementaire doorloopproces immers als een zwak punt aan. Het kan erg amusant zijn om hier te filibusteren, maar dat is niet bepaald in het algemeen belang. Wel in het algemeen belang zijn de maatregelen die deze regering het voorbije anderhalf jaar heeft genomen. Die maatregelen worden door de ratingbureaus wel bejubeld als zeer positief, in het bijzonder op de lange termijn. Lees het rapport van Fitch daarover eens. Dat rapport is eigenlijk zeer inzichtelijk over wat ze goed vinden – met name ons beleid – en waar ze de risico’s zien. De waarheid heeft echter haar rechten. De geopolitieke en macro-economische toestand is dermate problematisch, dat wat wij tot heden gedaan hebben onvoldoende is om op korte termijn, met 2029 als perspectief, uit de problemen te komen.
Daarom zijn wij begonnen met de voorbereidingswerken van een nieuwe begrotingsoefening voor het budget van volgend jaar en het meerjarenbudget, met als doelstelling het begrotingstekort opnieuw structureel met meerdere miljarden te reduceren. Ik heb uiteraard persoonlijk ideeën over hoe we dat zouden kunnen doen en waar we die miljarden kunnen vinden, maar als eerste minister kan ik hier enkel spreken namens de regering. Binnen de regering en de meerderheid moet daarover eerst nog een akkoord worden gevonden. Dat oogt – dat hebt u uitgebreid toegelicht met citaten en verwijzingen – uiteraard bijzonder moeilijk. Het tegendeel zou wel zeer eigenaardig zijn, gezien de toestand.
Als we dat akkoord bereiken, zullen we zoals altijd naar dit Huis komen om daar in alle transparantie over te debatteren. Tot zolang beroep ik mijzelf alleszins op de discretie van de lopende onderhandelingen. Ik roep iedereen aan de kant van de meerderheid op om die maximaal te helpen respecteren. We zullen zien. Ik denk alleszins dat het helpt om de slaagkansen te behouden.
Wat het draagvlak betreft, er is veel discussie geweest over specifieke maatregelen. Als men een sanering van deze omvang moet doen, wellicht de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog in dit land, is het redelijk onvermijdelijk dat als men daar met vijf partijen over onderhandelt in dit zeer complexe land, er maatregelen zullen doorkomen die niet populair zijn bij de ene of de andere zijde van het politieke spectrum.
Ik moest even glimlachen toen iemand zei dat de centenindex de trofee van Vooruit was. Als men lang genoeg leeft, maakt men alles mee. Ik denk niet dat dat echt waar is.
Er zullen dus ook maatregelen bij zijn die niemand heel leuk vindt. Ik schrik er zelf nog van dat 20 % van de bevolking ze steunt, omdat ze gewoon niet aangenaam zijn. Er is een waarheid waar men niet aan ontsnapt. Saneren in dit land is geen walk in the park . Het is geen aangename wandeling. De uitdaging is om het draagvlak te behouden. Het toverwoord is handelen in het algemeen belang.
Ik stel wel vast, mijnheer Hedebouw, dat u zedig zwijgt over de maatregelen waarvoor bij de bevolking wél een enorm draagvlak gemeten is, zoals de aanpak van de werkloosheid en de langdurige ziekte. Daarover hebt u niets vermeld. Daar blijkt een enorme appreciatie voor te bestaan.
Alleszins zal de regering de komende tijd opnieuw werk maken van een zo gebalanceerd en rechtvaardig mogelijk pakket aan maatregelen, telkens met het algemeen belang voor ogen: een gezonde begroting en een economie die onze welvaartsstaat veiligstelt voor onze kinderen en kleinkinderen. Dank u wel.
Arthur Orlians:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
De rentevraag en hoe u daarmee zult omgaan in de toekomst, hebt u niet echt beantwoord. Ik begrijp uiteraard de discretie, maar de beste manier om het renteprobleem aan te pakken, is het begrotingstekort aanpakken. Wij zien dat dat tot nu toe alleen maar gebeurt met extra inkomsten en extra taksen.
Er wordt hier gevraagd en gehoopt dat wij vanuit de oppositie de saneringsvoorstellen mee zullen goedkeuren en niet verder zullen vertragen. Dat zullen wij absoluut doen. Wij vinden de centenindex echter geen sanering. Wij vinden dat een platte belastingverhoging, die geen goed idee is.
Voorzitter:
De heer Orlians laat zijn verschijning hier niet ongemerkt voorbijgaan. Hij heeft gisteren eigenlijk al voor het eerst het woord tot ons gericht, maar stelt nu wel zijn eerste officiële vraag. Het is de eerste van ongetwijfeld vele vragen.
(Applaus.)
De heer Hedebouw is, naar ik meen, geen beginneling.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, c’est fou. Vous êtes en train de dire: "Je sais que je prends plein de mesures dont aucun Belge ne veut, même pas 20 %". Et vous foncez quand même. C’est fou à quel point vous mettez la démocratie de côté.
Ce n’était déjà même pas dans vos programmes. Les gens n’ont pas voté pour augmenter la TVA. Les gens n’ont pas voté pour un malus pension. Ce n’était pas dans vos programmes. Les gens n’ont pas voté pour la taxe sur l’indexation des salaires. Ce n’était pas dans vos programmes, donc il n’y avait pas de légitimité.
Un sondage montre que cela diminue encore; et vous foncez. C’est fou. D’autant plus – et là, vous n’avez pas réagi – que le soutien au mouvement social est passé de 55 ou 60 % à 70 ou 80 %, selon les régions. C'est-à-dire que plus vous attaquiez les manifestations, plus les gens soutenaient. Plus vous pointiez du doigt tout le mouvement social que se mobilisait, plus les gens ont apporté leur soutien. Aucune réponse à cela.
Vous me dites que les mesures tapant sur les plus faibles sont plus succesvol . Évidemment: vous divisez le peuple pour mieux régner. Mais vous n’avez aucune légitimité; et vous avez encore quelques heures pour recoller avec la démocratie.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega’s, ziehier het plan-Arizona. Vandaag stemt u over de centenindex, morgen verspreidt de premier zijn nieuwe besparingsnota met de afgevlakte index, de volgende besparing op de koopkracht. 1 mei is voorbij, Rerum novarum is afgelopen en zo ook de sociale bekommernissen van de premier en zijn bende. Of ze nu tot Vooruit of cd&v behoren, allemaal willen ze de koopkracht van de mensen verder beperken. Collega’s, er is één manier om die evolutie te voorkomen, namelijk door straks die centenindex weg te stemmen en aan de slag te gaan met de sociale partners om de koopkracht te beschermen.
Kjell Vander Elst:
Dank u, premier, voor uw antwoord. U zegt dat u maatregelen nodig hebt om de loonkosten te doen vertragen, maar die centenindex zal die loonkosten doen stijgen. Op de vraag over de invoering van die index op 1 juni in heel belangrijke sectoren die daar niet klaar voor zijn, geeft u geen antwoord. 1 juni is al binnen een aantal dagen. Ik hoop dat u dat beseft. Voor de rest is uw antwoord wel duidelijk. U doet koppig voort en gaat de zoveelste lelijke kameel invoeren. Wie onderneemt, moet bloeden en wie de handen uit de mouwen steekt, zal moeten betalen.
Collega’s, ik begrijp absoluut niet de collega’s van Arizona en specifiek van cd&v. Ik hoor heel veel stoere, ronkende verklaringen, heel veel woorden, maar zie weinig daden. Straks zult u van Arizona allemaal braaf op dat groene knopje duwen. Daar is maar één woord voor, hypocrisie. Gelukkig heeft de bevolking dat door.
Barbara Pas:
Uw taksmaatregelen hebben geen draagvlak. U beloofde in ruil 1.000 euro netto extra loon tegen 2030. Door die extra energietaksen, door die centenindex en door allerhande belastingen zullen onze mensen net niet meer, maar minder overhouden. Het ergste is dat u daarmee helemaal geen gezonde begroting krijgt. U hebt het grootste begrotingstekort van de hele eurozone. Uw plannen om het roer om te gooien, zijn zo ongeloofwaardig dat de kredietratings van België voor het eerst in vijftien jaar werden verlaagd. Doe wat u moet doen, mijnheer de premier. Doe wat u de kiezer beloofde en dat is orde op zaken stellen door institutioneel te hervormen, door fiscale autonomie in plaats van telkens opnieuw in de zakken van de Vlamingen te zitten, terwijl dat nergens voor nodig is.
-
Vraag: De vrije meningsuiting versus de racismewetgeving
veiligheid, justitie en defensieDe vrije meningsuiting versus de racismewetgeving
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Alexander Van Hoecke bekritiseert dat burgers in België strafrechtelijk vervolgd worden voor het leggen van een link tussen massamigratie en criminaliteit, zelfs als ze zich baseren op cijfers en studies, en noemt dit een praktijk die thuishoort in autoritaire regimes. Premier Bart De Wever deelt niet de sympathie voor de betrokkene maar beaamt dat vrije meningsuiting enkel beperkt mag worden bij oproepen tot geweld en stelt voor de antiracismewetgeving te herzien om misbruik te voorkomen. Van Hoecke benadrukt dat zijn partij een wetsvoorstel zal indienen om de vrijheid van meningsuiting te herstellen en roept andere partijen op dit te steunen, verwijzend naar het risico dat iedereen straks voor een mening vervolgd kan worden. De Wever nodigt het parlement uit de wetgeving kritisch te evalueren maar wijst erop dat de beslissing bij de wetgevende macht ligt.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de premier, u bent vandaag eerste minister van een land waar iemand die bepaalde woorden gebruikt of zelfs bepaalde cijfers aanhaalt, in de gevangenis kan vliegen. Afgelopen week werd een burger van dit land strafrechtelijk veroordeeld, omdat hij gebruikmaakte van zijn vrijheid van meningsuiting. Hij riep nochtans niet op tot geweld, maar haalde cijfers en studies aan, op basis waarvan hij zijn mening vormde.
Ik wil het van in het begin heel duidelijk gezegd hebben: het interesseert me vandaag niet wat iemand denkt over de mening van die burger. Daar gaat het hier vandaag niet over. Waar het hier vandaag over gaat, is dat zo goed als iedere burger in dit land die massamigratie linkt aan criminaliteit, vanaf deze week strafrechtelijk vervolgd kan en zal worden. Het maakt niet uit welke cijfers men gebruikt of welke studies men aanhaalt, als men een mening verkondigt die – laten we een kat een kat noemen – bepaalde linkse partijen, figuren of rechters niet aanstaat, kan men daarvoor als een ordinaire crimineel vervolgd worden. Dergelijke praktijken horen thuis in autoritaire regimes, in Rusland, in China, in Cuba, in Iran.
Mijnheer de premier, legt u zich daarbij neer? Aanvaardt u de schande dat u premier bent van een land, waar zoiets gebeurt?
Wat zult u eraan doen? Zult u de wetgeving aanpassen? Hoe zult u ervoor zorgen dat de vrijheid van meningsuiting hersteld wordt en dat de antiracismewetgeving nooit, maar dan ook nooit, meer misbruikt kan worden om mensen het zwijgen op te leggen?
Bart De Wever:
Mijnheer Van Hoecke, als eerste minister zal ik uiteraard geen commentaar geven op individuele vonnissen, maar dat hebt u ook niet gevraagd.
Terwijl ik op geen enkele manier uw sympathie voor het individu in kwestie of voor diens uitspraken deel, ben ik het met u eens dat dat niet relevant is. Mijn persoonlijk standpunt over de vrije meningsuiting – ik kan niet als eerste minister spreken, want er is geen regeringsstandpunt – is genoegzaam bekend. Mijn oordeel is dat die best zo min mogelijk wordt ingeperkt. Het beste wapen tegen een verwerpelijk idee is een beter idee. Zolang men niet oproept tot geweld, moet een woord met een woord worden bestreden en niet met een rechtbank. In die zin strookt mijn persoonlijk standpunt nogal met de reactie van de Kamervoorzitter hierover gisteren aan de pers. Dat laat zich niet in twee minuten vatten, want het is een bijzonder belangrijk debat vol nuances, maar die kans – ik ben het eens met de Kamervoorzitter – mag ik niet laten liggen.
Ik denk dus dat het geen oninteressante oefening zou zijn om de wetgeving inzake opiniedelicten tegen het licht te houden. Dan kan er worden nagegaan of die niet voor een interpretatie vatbaar is die de vrijheid van meningsuiting onwenselijk inperkt. Ik denk dat u wel kunt raden wat ik daarover denk, maar het is uiteraard aan u allen. U bent de wetgevende macht. Als u die oefening wilt doen, dan kan ik u alleen uitnodigen, collega's, om dat met de andere fracties te bespreken, de wetgeving tegen het licht te houden en u daar op een serene manier ten gronde over te buigen. Ik zal u zeker niet tegenhouden.
Alexander Van Hoecke:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik zal het nog een keer zeggen. Het interesseert mij geen bal en het mag niemand een bal interesseren wat die uitspraken juist waren. Wat ertoe doet, is dat iemand veroordeeld is als een crimineel vanwege een mening, vanwege het leggen van een link tussen massamigratie en criminaliteit. Ik wil dat iedereen dat heel goed begrijpt. Vandaag is het Dries Van Langenhove, morgen bent u het. Onze partij is daar al jaren glashelder over: de vrijheid van meningsuiting stopt enkel wanneer men oproept tot geweld. Aan alle andere meningen moet men uiting kunnen geven, of men die nu leuk vindt of niet. Dat komt met de vrijheid van meningsuiting. Ik heb u en andere partijen hier eindelijk hetzelfde horen zeggen, maar tussen woord en daad zit er natuurlijk een groot verschil. Wij zullen de daad bij het woord voeren. We hebben een wetsvoorstel opstellen en zo snel mogelijk indienen. Zoals de premier net zei, reken ik op de steun van alle hier aanwezige fracties. (…)
VB heeft nog geen voorstellen ingediend als hoofdauteur.