Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Nathalie Muylle in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Vraag: Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
Vraag: De flexi-jobs
Vraag: De woede van de horeca
Vraag: De evaluatie van de flexi-jobregeling
Vraag: Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
De uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
De flexi-jobs
De woede van de horeca
De evaluatie van de flexi-jobregeling
Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
Flexi-jobs: beleid, evaluatie en impact op horeca en sociale bijdragen summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister David Clarinval verdedigt de uitbreiding van flexi-jobs als een noodzakelijke flexibilisering van de arbeidsmarkt, met steun van cijfers die aantonen dat het vooral voltijdse werknemers en gepensioneerden aanvullend inkomen biedt, maar kritiek van collega’s Vincent Van Peteghem en Jan Jambon noopt tot twijfel over de budgettaire houdbaarheid en mogelijke vervanging van vaste jobs. Oppositieleiders zoals Kurt Moons en Patrick Prévot beweren dat de regering-De Wever ondoordacht handelde zonder impactanalyse, terwijl sectoren zoals horeca waarschuwen voor faillissementen door stijgende kosten en dalende consumptie, met name door de verhoogde BTW en onzekerheid rond flexi-jobs. Nathalie Muylle en Nadia Moscufo benadrukken dat flexi-jobs symptomen maskeren van structurele problemen zoals te lage lonen, ontoereikende pensioenen en een te dure arbeidsmarkt, waarbij Muylle pleit voor lastenverlaging en gelijk speelveld voor bijverdienen. François De Smet en Steven Coenegrachts wijzen op interne regeringstegenstrijdigheden en eisen focus op economische groei in plaats van ad-hocmaatregelen, met Coenegrachts die hoopt op een "zinnige" stem bij begrotingsonderhandelingen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, deze vraag was oorspronkelijk gericht aan de eerste minister, maar naar goede gewoonte schuift hij moeilijke vragen over heibel binnen zijn regering op een laffe manier door naar een van zijn acolieten. Goed nieuws over Volvo Car Gent, dat ging nog net. We komen dus bij u terecht, mijnheer de minister.
Nog maar twee weken geleden werden de flexi-jobs uitgebreid naar alle sectoren. Sinds maandag staat de regering echter weer onder hoogspanning. Uw collega, minister van Begroting Van Peteghem, op zoek naar vele miljarden, verklaarde doodgemoedereerd dat flexi-jobs de sociale zekerheid en de welvaartsstaat doen ontsporen. Zijn eigen partij, cd&v, keurde die uitbreiding enkele weken eerder nochtans nog volmondig goed. Dat wordt daar precies een gewoonte: we zijn er eigenlijk tegen, maar stemmen toch voor.
De antwoorden van andere ministers lieten niet lang op zich wachten. Minister Jambon liet weten open te staan om flexi-jobs alleen nog toe te laten voor voltijds werkende werknemers, terwijl zijn fractieleider, de heer Ronse, voordien had gezegd dat er geen enkele reden was om het systeem te herbekijken. Hij slikte die woorden trouwens 24 uur later weer in.
U was wel duidelijk. Op Instagram verklaarde u letterlijk: " Hors question de remettre en cause le système ," maar intussen weet niemand nog hoe het verder moet, de regering-De Wever blijkbaar ook niet.
Mijnheer de minister, graag verneem ik van u het volgende. Wordt er binnen de regering al onderhandeld over een aanpassing van het systeem? Zo ja, in welke richting? Deelt u de visie van minister Van Peteghem dat de fiscaal gunstige regeling van de flexi-jobs moet worden teruggeschroefd vanwege de begrotingsdoelstellingen? Is het eerlijk tegenover mensen die al in het nieuwe systeem zijn gestapt om nu de spelregels te wijzigen? Waarom werd vooraf geen regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd alvorens een uitzonderingsregeling zo drastisch te veralgemenen?
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, al jaren verschijnen rapporten waarin staat dat de Belgische arbeidsmarkt dringend flexibeler moet worden. De voorbije jaren hebben we daarvoor een zeer succesvolle maatregel uitgewerkt, namelijk de flexi-jobs. Vandaag oefenen 260.000 mensen een flexi-job uit. Het overgrote deel werkt voltijds en doet daar dus nog een extra job bij.
Ondernemingen hebben eindelijk een manier gevonden om hun piekmomenten op te vangen, ten voordele van een betere dienstverlening aan de klant. Ik denk dat iedereen die de voorbije zonnige dagen op een terras heeft gezeten, de voordelen daarvan heeft kunnen vaststellen.
Kortom, iedereen is dus enthousiast over die flexi-jobs, zelfs zo enthousiast dat we hier enkele weken geleden de veralgemeende invoering van de flexi-jobs hebben goedgekeurd.
Vandaag lijkt het alsof iedereen, inclusief de N-VA, daartegen is, of er minstens reserves bij heeft. Van minister Van Peteghem, van de tsjeven, kan men nog verwachten dat ze op drie weken van mening veranderen, of op drie dagen zelfs, want nog maar drie dagen geleden kwam mevrouw Muylle in de commissie pleiten om ook de organist in de kerk als flexi-jobber aan de slag te laten gaan. Het gaat dus allemaal bijzonder snel.
Collega's, mensen die werken, zijn nooit het probleem. Mensen die werken, zijn altijd de oplossing.
De echte problemen in ons land zijn de 140.000 openstaande vacatures, de energieprijzen die door het dak gaan, een half miljoen langdurig zieken. Weet u wat de oplossing van minister Van Peteghem daarvoor is? Niemand weet dat. Hij ook niet, want hij heeft daar niet over nagedacht. Het is veel gemakkelijker om mensen die werken extra te belasten.
Mijnheer de minister, mogen we nog op u rekenen? Mogen die flexi-jobbers nog op u rekenen? Zult u garant staan voor de flexi-jobs?
Nathalie Muylle:
Voorzitter, collega's, Jan heeft studerende kinderen die op kot gaan en hij wil bijklussen. Hij wil dat doen in de horeca. 300 uur per jaar, goed voor 5.000 euro.
Doet hij dat vandaag als flexi-jobber, dan verdient hij 5.000 euro bruto, wat ook netto is. Zijn werkgever betaalt 6.400 euro en hij bouwt pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag via vrijwillige overuren, dan krijgt hij eveneens 5.000 euro. Zijn werkgever betaalt iets minder, maar hij bouwt geen pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag met een vast contract – we hebben dat hier een paar weken geleden goedgekeurd, voor zes uur per week – dan betaalt zijn werkgever ongeveer evenveel als bij een flexi-job. Zelf houdt hij netto 2.173 euro over, minder dan de helft van wat hij via overuren of een flexi-job zou verdienen.
Ik kan nog andere voorbeelden geven van flexibele vormen van arbeid, zoals studentenarbeid. Studenten betalen vandaag een beperkte sociale bijdrage, maar bouwen geen sociale rechten op. Kijk ook naar het verenigingswerk. Daar betaalt men 10 à 20 % bijdragen, maar ook daar worden geen rechten opgebouwd. Zo kan ik nog even verdergaan.
Collega's, wij hebben in dit Parlement elke vorm van flexibel werken gesteund en we zullen dat ook blijven doen, omdat we ervan overtuigd zijn dat een moderne arbeidsmarkt die flexibiliteit nodig heeft. Pieken in onze economie moeten kunnen worden opgevangen. Mensen willen die flexibiliteit ook.
In elk debat heb ik echter, en dat blijkt ook uit het verslag, telkens gezegd dat er voor ons een gelijk speelveld moet komen tussen alle vormen van bijklussen. De excessen moeten eruit. Wie vandaag ziek of werkloos is, kan geen flexi-job uitoefenen.
Eigenlijk is dit echter een debat in de marge. De kern van de zaak is dat arbeid in ons land gewoon veel te duur is. De lasten op arbeid moeten omlaag. De eerste stap die we vandaag met deze fiscale hervorming hebben gezet, moet worden uitgevoerd. Wat ons betreft, mag die niet worden vertraagd. We willen bovendien verder gaan.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u daarnaar? Bent u bereid ook een verdere lastenverlaging op arbeid te steunen?
Dank u.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, le secteur de l'horeca tire la langue et ne veut plus de fausses promesses. Il vous demande simplement d'arrêter de lui compliquer la vie. J'en prends pour preuve le président de l'horeca bruxellois, qui vient de vous adresser une lettre accablante. Son constat est sans appel: le contrat de confiance avec l'Arizona est rompu.
Pendant ce temps-là, les faillites s'accumulent. Vous êtes devenu le gouvernement des faillites. Chaque semaine, des cafés, des restaurants et des hôtels baissent le rideau. Derrière chaque fermeture, il y a des femmes et des hommes qui travaillent 12, 13 ou 14 heures par jour sans même savoir s'ils pourront encore ouvrir demain.
Aujourd'hui, ils voient également leurs clients disparaître. Pourquoi, me direz-vous? Parce que vous tapez dans les poches des travailleurs et que vos mesures grèvent les finances des ménages. Quand les Belges doivent compter chaque euro, ils renoncent d'abord à aller au restaurant, à prendre un verre avec des amis ou à partir quelques jours en vacances. Ce sont les familles qui se privent, et c'est l'horeca qui trinque.
Quelle est votre réponse à tout cela? Vous répondez par une hausse de la TVA sur les hôtels, par des menaces sur d'autres taux de TVA et par une généralisation des flexi-jobs que le secteur lui-même vous demande de revoir. Bref, vous ne soutenez pas l'Horeca; vous vous contentez seulement de lui présenter l'addition.
Monsieur le ministre, combien de faillites faudra-t-il encore attendre avant que vous ne changiez enfin de cap? Allez-vous continuer à affaiblir le pouvoir d'achat des ménages qui affecte tous les secteurs, dont celui de l'horeca? Enfin, allez-vous redonner de l'oxygène à celles et ceux qui créent de l'emploi, de l'activité et de la convivialité partout en Belgique?
Nadia Moscufo:
Monsieur le ministre, vous avez dit lors d'une interview vidéo que les flexi-jobs étaient l'huile dans le moteur économique. Je suis tout à fait d'accord avec vous. Toutefois, vous vous en servez surtout pour frotter les pompes des grands patrons, en leur offrant de la main-d'œuvre bon marché et hyper flexible.
Pourquoi les gens travaillent-ils en flexi-job? D'une part, il y a ceux qui n'ont pas assez, non pour vivre, mais pour survivre. Pourquoi n'ont-ils pas assez? Parce que vous leur avez bloqué les salaires depuis des années. D'autre part, il y a les retraités. Vous avez déclaré entendre de nombreux de retraités se plaindre du fait qu'ils manquaient de contacts sociaux, de liens sociaux. Je ne sais pas quels pensionnés vous fréquentez. Pour ma part, monsieur le ministre, je représente les millions de retraités qui se plaignent de ne pas avoir assez de pension. Savez-vous quelle est la pension moyenne des salariés dans ce pays? je vais vous le dire: 1565 euros net! Et c'est sans compter le malus, avec lequel ce sera encore pire. Alors non, monsieur le ministre, les gens ne travaillent pas en flexi-job parce qu'ils s'ennuient le samedi et le dimanche.
Votre ministre du Budget parle d'un dérapage dans le budget de la sécurité sociale. Je me suis demandé si ce dérapage dans le budget de la sécurité sociale n'était pas, en réalité, votre but véritable. Entretemps, nous avons pris connaissance d'une étude qui indique clairement que, désormais, les flexi-jobs remplaçaient les contrats classiques. Quelle est la position du gouvernement par rapport à cette étude?
François De Smet:
Monsieur le ministre, 13 jours à peine après l'entrée en vigueur de votre réforme sur la généralisation des flexi-jobs, votre collègue le ministre du Budget, monsieur Van Peteghem, déclare que le système est en train de déraper et que notre État-providence ne restera pas soutenable. Mieux encore, hier, le ministre des Finances, monsieur Jambon, lui a emboîté le pas, disant vouloir examiner si le système nuit à l'emploi régulier. Cela fait quand même deux vice-premiers de votre coalition!
Je reste fasciné par la capacité de ce gouvernement à réfléchir après avoir pris les mesures. Plus que jamais, dans l'Arizona, on tire d'abord, on réfléchit ensuite! Vous avez balayé ces critiques, vous allez sûrement le refaire dans une minute. Pourtant, la concurrence des flexi-jobs sur l'emploi classique est une vraie question, et je vous invite à regarder quelques indicateurs.
Une entreprise sur huit ayant recours aux flexi-jobs n'emploie plus aucun travailleur fixe. Le commerce concentre 34 % des emplois directs en flexi-jobs contre 17 % en 2021, tandis que l'horeca, lui, plafonne à 40 %, preuve que la croissance se fait en dehors du secteur d'origine. Les syndicats chiffrent le manque à gagner en cotisations et impôts à plus de 500 millions par an après la généralisation.
Alors, soyons clairs, les flexi-jobs, c'est génial dans certains secteurs, notamment l'horeca, qui serait en très grande difficulté sans cela. Mais leur généralisation est un danger et, quand l'horeca lui-même attire l'attention là-dessus, il faut l'écouter. Le danger d'une substitution massive par petit volume existe, le tout dans un régime où le travailleur ouvre des droits à la pension, mais ne verse pas de cotisations personnelles.
Monsieur le ministre, quel est l'impact net, selon vous, sur le financement de la sécurité sociale, manque à gagner, substitution et droits dérivés compris? Pouvez-vous vraiment nier tout effet de substitution? Il n'y a pas de honte à se remettre en question, monsieur le ministre, surtout si la moitié du gouvernement doute déjà.
Je vous remercie.
David Clarinval:
Chers collègues, je vous remercie de m'interroger sur ce dossier des flexi-jobs, car il va me permettre de remettre un peu de rationalité dans le débat.
Permettez-moi de commencer par quelques chiffres particulièrement pertinents. Le premier est que les flexi-jobbers pensionnés de 65 ans et plus représentent aujourd'hui 28,7 % du volume total de travail en flexi-jobs, soit près d'un tiers de ce volume. Parmi les flexi-jobbers non pensionnés, 83 % travaillent à temps plein. Ce n'est que 17 % des flexi-jobbers non pensionnés qui ont un taux d'emploi de base compris entre 80 % et 95 %.
Il est exact que 7 % des employeurs recourent exclusivement à des flexi-jobbers, mais cela est tout à fait normal, car il s'agit principalement de microentreprises, d'indépendants travaillant seuls qui débutent leur activité et sont en pleine phase de croissance. Il y a très peu de flexi-jobs dans les grandes entreprises et, a fortiori , dans les multinationales. Les flexi-jobs sont conçus comme un revenu d'appoint venant compléter une activité principale. Les flexi-jobbers qui ne sont pas pensionnés travaillent en moyenne 190 heures par an et gagnent un peu moins de 3 000 euros par an grâce à leur flexi-job.
Il est dès lors illogique de vouloir réduire volontairement les revenus issus de cette activité principale en passant d'un emploi à temps plein à un quatre cinquièmes dans le seul but de compenser ensuite cette perte par un flexi-job. Une telle démarche est en effet peu intéressante sur le plan financier. Une réduction du temps de travail a des conséquences non seulement sur le salaire, mais également sur la prime de fin d'année, le pécule de vacances, le nombre de jours de congé, les bonus et les autres avantages liés à l'emploi principal.
Enfin, afin d'éviter tout usage abusif de ce dispositif, une période d'attente anti-abus de six mois est déjà prévue pour les travailleurs qui réduisent leur temps de travail avant de pouvoir exercer un flexi-job. Il serait donc complètement irrationnel de quitter un cinq cinquièmes fixe avec tous les avantages qui y sont liés pour s'engager dans quelques heures de flexi-job non structurel au terme de cette période d'attente de six mois.
S'agissant du prétendu effet de substitution, l'avis du CNT s'appuie principalement sur l'évaluation du secteur horeca. Celle-ci montre que l'éventuelle substitution entre les flexi-jobs et l'emploi régulier est limitée et temporaire et qu'elle ne se ferait qu'au détriment d'autres formes flexibles de travail, en particulier le travail intérimaire ou le travail occasionnel. En ce qui concerne l'éventuel impact sur le budget, rappelons qu'il existe une cotisation patronale spéciale de 28 %. Les flexi-jobbers contribuent pleinement au financement de la sécurité sociale, notamment par le biais de leur activité principale.
Les flexi-jobs permettent aux entreprises d'absorber plus facilement les pics d'activité. Cette flexibilité leur offre la possibilité de répondre à une demande accrue, de transformer une activité ponctuelle en croissance structurelle et, à terme, de créer davantage d'emplois.
Les flexi-jobs contribuent ainsi au financement de la sécurité sociale. Les revenus complémentaires générés par les flexi-jobs créent évidemment de l'activité économique. Pour les pensionnés, les flexi-jobs représentent en effet plus qu'un simple complément de revenus: ils constituent aussi une source de contacts sociaux.
Wat de analyse van de NAR betreft, die hebben we gisteren ontvangen. De analyse zelf bevat uiteindelijk weinig nieuwe elementen. De analyses van het Federaal Planbureau hebben hoofdzakelijk betrekking op de horecasector. De NAR roept er overigens toe op voorzichtig te zijn alvorens deze resultaten te extrapoleren naar de andere sectoren. Het advies bevat inderdaad de vraag om de evaluatiewerkzaamheden voort te zetten. Dat is nu net wat de nieuwe wet al voorziet. Er zijn twee evaluaties gepland. De eerste zal worden uitgevoerd door de sectoren zelf en zal betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden, de veiligheid en arbeidsongevallen. Een tweede evaluatie zal de gevolgen van de hervorming voor alle sectoren analyseren.
Ik wens tevens opnieuw het engagement van minister Vandenbroucke en mijzelf te benadrukken om elk misbruik van de flexi-jobs te bestrijden. Het is met name onverantwoord dat personen zich arbeidsongeschikt verklaren tegenover hun werkgever, terwijl zij tegelijkertijd een flexi-job uitoefenen bij een andere werkgever. Een dergelijke situatie is strijdig met de geest van het systeem en kan niet worden getolereerd.
Tot slot wil ik met klem benadrukken dat met de uitbreiding van de flexi-jobs uitvoering wordt gegeven aan het regeerakkoord. Die uitbreiding werd overigens niet willekeurig beslist. Ze komt tegemoet aan een duidelijke vraag vanuit het terrein. Zowel werkgevers als werknemers vragen al jaren dat dit systeem wordt uitgebreid naar andere sectoren. Laten we deze hervorming de tijd geven om haar effecten op het terrein te tonen en de evaluatie op basis van de feiten te laten plaatsvinden, zodat we eventueel kunnen bijsturen op basis van objectieve elementen en niet op druk (…)
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik stel vast dat de onenigheid, en dus de onzekerheid binnen de regering, blijft. We merken ook een duidelijk patroon bij deze regering-De Wever. U lanceert ondoordacht wetsontwerpen, zonder enige voorafgaande impactanalyse. U luistert ook nooit naar rationele argumenten van de oppositie. Het Vlaams Belang wees immers al maanden op de risico’s, namelijk kannibalisatie van reguliere jobs, zware kosten voor de schatkist, fiscale ongelijkheid en fraudegevoeligheid. We werden niet gehoord;
Als deze regering de spelregels nu al zou veranderen, is dat een listige truc. Ze verleidt mensen naar een voordeliger statuut en verhoogt daarna de fiscaliteit ter zake. Daarenboven zijn het overwegend Vlamingen die dit systeem gebruiken. Zij zullen dus ook weer de factuur betalen.
Mijnheer de minister, deze regering-De Wever hangt met haken en ogen aaneen. Dit land is onbestuurbaar. Het loopt op de financiële klippen. En de Vlaming is het beu altijd opnieuw op te draaien voor de rekeningen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw felle verdediging van de flexi-jobs. Ze verdienen het. U stelt me toch een beetje gerust dat er één zinnige mens aan tafel zit als er over de begroting gesproken zal worden.
Mijnheer de minister, al noemen sommigen dit een discussie in de marge, weliswaar een discussie in de marge die de eigen vicepremier op de voorpagina’s van kranten gaat voeren, ik ben het er eigenlijk mee eens dat dit een discussie in de marge zou moeten zijn. Waar het vandaag echt over moet gaan, is de economische groei. Hoe doen we onze economie groeien, zodat onze welvaartstaat ondersteund wordt, zodat onze gezondheidszorg betaalbaar blijft. Dat is waar een minister van doordrongen moet zijn, of hij economie in zijn portefeuille heeft, of sociale zaken, maar zeker als hij begroting in zijn portefeuille heeft.
Dat is waar deze regering wakker van moet liggen. Ik hoop, samen met iedereen hierbuiten, dat u daar na de zomer eindelijk eens werk van maakt.
Nathalie Muylle:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
U hebt de flexi-jobs heel sterk verdedigd. Veel van uw argumenten volgen we ook volledig. Het is ook goed dat u een opening laat om de excessen uit het systeem te halen, zoals mensen die arbeidsongeschikt zijn en flexi-jobben. Ik kan er nog meer noemen. Arbeidsongeschikten kunnen vandaag perfect zelfstandige worden, 23.000 euro verdienen en geen eurocent van hun uitkering verliezen. Er liggen heel wat voorstellen in het Parlement. U hoeft in uw oefening dus eigenlijk niet zo ver te gaan.
Collega Coenegrachts, de kern van de zaak is dat economische groei ongelooflijk belangrijk is. We zouden ons daarvoor hier met alle 150 moeten inzetten. Voor ons is een cruciaal onderdeel daarvan ook de lastenverlaging. Daarover heb ik jammer genoeg niets gehoord. Voor ons is het echter heel duidelijk. De excessen moeten eruit en er moet een gelijk speelveld komen voor alle vormen van bijverdienen. Die lastenverlaging moet er ook komen. Die agenda moet worden uitgevoerd en mag niet worden vertraagd.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, votre réponse confirme exactement ce que les secteurs dénoncent: vous n'écoutez plus celles et ceux qui créent de l'emploi. Concernant les flexi-jobs, c'est inédit. L'opposition vous a mis en garde, tout comme les partenaires sociaux et même votre propre collègue, Vincent Van Peteghem, auquel le ministre Jambon emboîte maintenant le pas. Désormais, c'est l'horeca lui-même qui vous dit que cette réforme est une erreur, mais vous, vous continuez à faire la sourde oreille.
Votre gouvernement a augmenté la TVA sur les hôtels à 12 %, alors que ce secteur représente plus de 35 000 emplois et fait vivre toute notre économie touristique. À l'approche d'un nouveau conclave budgétaire, le secteur craint qu'une fois de plus, vous ne remettiez le couvert. Vous prétendez soutenir l'économie, mais vos décisions freinent la consommation. Et quand la consommation recule, ce sont toujours les indépendants qui paient l'addition!
L'horeca, monsieur le ministre, ne demande pas de privilèges. Le secteur vous demande d'arrêter de lui envoyer la facture de vos choix budgétaires. Donc, monsieur le ministre, écoutez enfin celles et ceux qui travaillent!
Nadia Moscufo:
Vous me faites toujours rire, monsieur le ministre, parce que vous venez toujours avec toute votre conviction et avec des chiffres pour défendre votre projet. Or vos chiffres confirment notre thèse. Vous dites que 83 % du volume total des flexi-jobs sont occupés par des gens qui travaillent à temps plein. Vous en êtes satisfait, car c'est votre modèle du travail.
Notre modèle du travail suppose que les gens qui travaillent à temps plein ne doivent pas avoir besoin d'un job supplémentaire pour pouvoir non seulement boucler ses fins de mois, mais même aller en vacances. Vous allez partir en vacances, n'est-ce pas, monsieur le ministre? Quelqu'un qui travaille dans ce pays a aussi le droit de partir en vacances. Il est inacceptable que quelqu'un doive prendre un flexi-job pour aller en vacances ou pour offrir un cadeau à ses enfants.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. J’y entends beaucoup de conviction et assez peu de place au doute. Cela me conforte dans l’idée que l’Arizona est une gigantesque opération d’expérimentation sociale. Je vous invite à regarder l’ensemble du paysage. Avec votre réforme du chômage, on compte deux fois plus d’exclus du chômage en Wallonie et à Bruxelles que d’emplois disponibles. Vous avez aussi libéralisé le travail étudiant. Nous enregistrons un nombre record de faillites et de précarité. C’est dans ce contexte-là et dans ce paysage-là que deux de vos vice-premiers ministres vous adressent des mises en garde qui, à mon avis, devraient être davantage prises au sérieux. Je vous remercie.
-
Vraag: Het CRB-rapport over de loonmarge in ons land
Vraag: De loonnorm
Vraag: De loonnorm
Vraag: Het tussentijdse verslag van de CRB over de loonmarge
Het CRB-rapport over de loonmarge in ons land
De loonnorm
De loonnorm
Het tussentijdse verslag van de CRB over de loonmarge
Loonmarge, loonnorm en CRB-rapporten in België summaryExplanationBeantwoord door
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
Sarah Schlitz
op 26 februari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Anja Vanrobaeys (Vooruit) stelt op basis van een CRB-rapport dat Belgische werknemers minder loonsopslag kregen dan buurlanden en dat bedrijven historisch hoge winsten maken, terwijl de loonkostenhandicap volgens haar een mythe is; ze eist bruto loonsverhogingen nu. Axel Ronse (N-VA) bekritiseert dit en wijst op hogere Belgische loonkosten (48€/uur vs. 43,5€ in Frankrijk/Nederland), wat bedrijfsvertrek dreigt te veroorzaken, en pleit voor lagere belastingen en een "ontvette overheid". Minister Clarinval (MR) benadrukt dat België zijn loonkostencompetitiviteit herstelt maar nog steeds 10% duurder is dan buurlanden, en dat beslissingen over loonmarges voor 2027-2028 pas in februari 2027 genomen worden op basis van het definitieve CRB-rapport. Nathalie Muylle (CD&V) verdedigt de loonnormwet als succesvol en wil eventuele marge uitsluitend voor structurele loonsverhogingen, terwijl Robin Tonniau (PVDA) de loonblokkering als onrechtvaardig bestempelt en eist dat winsten naar werknemers vloeien in plaats van aandeelhouders. Sarah Schlitz (Ecolo) bekritiseert de regeringspartijen voor tegenstrijdige interpretaties van hetzelfde rapport en het ontbreken van een eenduidig beleid over winstherverdeling.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, collega’s, bijna wekelijks zeggen verschillende fracties hier dat werken meer moet lonen en we zorgen daar ook voor, maar toch hebben we vandaag de kans om die woorden in daden om te zetten. Er is immers gebleken dat de Belgische loonkosten helemaal niet hoger zijn dan die van de buurlanden. Dat blijkt uit een rapport van de CRB. De situatie is zelfs omgekeerd, want in België kregen werknemers minder opslag dan werknemers in Frankrijk, Duitsland en Nederland. Werkgevers zwaaien met wel een loonkostenhandicap, maar die blijkt vooral in hun voordeel te zijn.
De raming van de CRB was eigenlijk zelfs voorzichtig, want als de bedrijfssubsidies en lastenverminderingen ook in rekening worden genomen, blijkt de marge nog groter. Tegelijkertijd stelt de Nationale Bank vast dat bepaalde bedrijven het historisch bijzonder goed doen.
Met andere woorden, terwijl werknemers jarenlang moesten inboeten op hun loon in naam van de concurrentiekracht, houdt die concurrentiekracht stand en zijn de winstmarges groter dan ooit tevoren. Collega’s, als bedrijven het bijzonder goed doen, dan mag die winst niet alleen naar de aandeelhouders gaan, maar moet er ook een eerlijk deel terugvloeien naar hen die daarvoor elke dag keihard hun best doen, namelijk de werknemers.
Mijnheer de minister, erkent u dat er op basis van die cijfers meer ruimte is voor loonstijgingen? Hoe zult u ervoor zorgen dat de werknemers effectief een eerlijk deel van de koek krijgen?
Voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Ronse.
(Rumoer)
Collega’s, dat u reageert op de woorden van de heer Ronse begrijp ik, maar dat u al reageert op zijn verschijning is misschien overdreven. Ik stel voor dat we hem minstens iets laten zeggen.
Axel Ronse:
Dank u voor al die fijne reacties op mijn verschijning, collega’s van de communistische partij. Ik zie u ook graag.
Ik houd een quiz. Ik zie dat mevrouw Schlitz haar gsm in de hand heeft. Ik wil haar vragen om iets op te zoeken. Hoeveel kost één uur werk gemiddeld in België?
Dat is 48 euro. Wat zijn de loonkosten voor een uur werk in Frankrijk? Dat is 43,5 euro en in Nederland is dat ook 43,5 euro.
Wat zien we vandaag gebeuren? Bedrijven uit de chemische sector met duizenden werknemers in de regio Antwerpen, waarvan we dachten dat ze hier altijd zouden blijven, vertrekken, omdat ze moeten concurreren met bedrijven elders in de wereld, waar de energie veel goedkoper is en waar de loonkosten ook veel goedkoper zijn.
Als wij, in vergelijking met buurlanden zoals Frankrijk, Nederland en Duitsland die ook hoge loonkosten hebben, nog altijd vier euro per uur duurder zijn, dan moeten we in de spiegel durven te kijken, want dan denk ik dat er vandaag weinig hoeraberichten te brengen zijn.
Eerlijk gezegd zouden we hier allemaal, van links tot rechts, met een ei in onze broek moeten zitten over onze welvaart. Bedrijven zijn hier werkelijk aan het vertrekken.
Vindt u het grappig dat bedrijven vertrekken? Mevrouw Eggermont, we wonen allebei in Kortrijk, dat is vlakbij Roubaix. Welnu, in Roubaix verkopen ze op dit moment mooie herenhuizen aan één euro, omdat de bedrijven er allemaal zijn vertrokken.
Mijnheer de minister, mijn vraag aan u is vrij eenvoudig. Wat gaat u doen aan de loonkosten, zodat we nog competitief (…)
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, in 1996 riep ene Jean-Luc Dehaene de zogenaamde loonnormwet van 1996 in het leven "om de stijging van de loonkosten structureel te beperken en het concurrentievermogen van onze bedrijven te beschermen ten aanzien van onze rechtstreekse buurlanden". In 2017 werd die wet bindend en imperatief gemaakt, omdat toen bleek dat, vooral door vrije loononderhandelingen, de loonhandicap ten opzichte van onze buurlanden intussen opnieuw tot meer dan 5 % was gestegen. Ik breng dat stuk geschiedenis in herinnering omdat iets voor mijn partij heel duidelijk is. Voor ons staat vast dat de Siamese tweeling van automatische loonindexering en loonmatiging werkt. Cd&v houdt daar dan ook aan vast.
Dat het werkt, blijkt nogmaals uit het tussentijds rapport van de CRB. Dat rapport stelt dat na moeilijke jaren, met covid en de energiecrisis – en we weten allemaal dat we nog niet uit de gevarenzone zijn – de loonhandicap voor een stuk is weggewerkt en dat er misschien voorzichtig marge zou kunnen zijn in 2027. Dat toont aan dat die combinatie werkt.
Voor ons is het dus heel belangrijk dat de marge – als die er is – naar loonsverhogingen gaat en niet naar koopkrachtpremies of Deborahpremies. Voor ons moet die marge naar extra loonsverhoging gaan, die de koopkracht van de mensen ondersteunt. Het is aan de sociale partners om, als die marge er volgend jaar is, de contouren te bepalen.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar het tussentijds rapport van de CRB?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, er klopt iets niet in België. In het laatste verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven lees ik dat de bruto winstmarges van de bedrijven historisch hoog zijn. Tegelijk lees ik dat de lonen van de werknemers in België 1,1 % minder snel stijgen dan in onze buurlanden. Met andere woorden, de zogenaamde loonkostenhandicap bestaat niet. Vandaag hebben we een loonkostenvoordeel.
Hoe komt dat, mijnheer de minister? Al jarenlang blokkeert u onze lonen via de loonblokkeringswet. Dat betekent dat werknemers in bedrijven en sectoren die het zeer goed doen, zelf geen loononderhandelingen mogen opstarten. Ze hebben geen recht op collectieve loonsverhogingen. Hoe gek is dat? We hebben een regering die via een wet de lonen blokkeert van de mensen die werken. Ondertussen loopt de teller van de loonsubsidies en de kortingen op de sociale zekerheid voor de bedrijven in België wel op tot 16 miljard euro per jaar. Voor de werkende klasse is er een streng dieet, voor de aandeelhouders is er een all-you-can-eatbuffet op kosten van onze sociale zekerheid.
Het is duidelijk, mijnheer de minister, er is marge genoeg voor bruto loonsverhogingen, niet voor eenmalige premietjes. Wij willen boter bij de vis: bruto loonsverhogingen. Dat is goed voor onze koopkracht, goed voor onze pensioenen, goed voor onze interne economie en goed voor onze sociale zekerheid.
Mijnheer de minister, wat is uw reactie op het feit dat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zegt dat er in België marge is voor bruto loonsverhogingen?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega's, laat mij eerst in herinnering brengen dat het recente verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven een tussentijds technisch verslag is dat de evolutie van de loonkostenhandicap en de macro-economische situatie analyseert. Het bepaalt de loonnorm absoluut niet. De loonmarge voor 2027-2028 zal worden besproken op basis van het definitief verslag van de CRB dat in februari 2027 wordt verwacht. Het is dan ook essentieel dat het tussentijds document niet op een oneigenlijke manier wordt gebruikt.
Wat de inhoud betreft, kunnen we echter duidelijk verheugd zijn. België herstelt geleidelijk zijn loonkostencompetitiviteit. Dat is een positieve evolutie voor onze ondernemingen en alle werknemers in ons land. De CRB herinnert er in hetzelfde verslag evenwel aan dat er nog steeds een historische structurele handicap blijft bestaan. Onze uurloonkosten liggen nog steeds ongeveer 10 % hoger dan die van Duitsland, Frankrijk en Nederland. Die realiteit kan niet worden genegeerd als we ons willen vergelijken met onze buurlanden.
De publicatie van het verslag heeft tal van commentaren en analyses uitgelokt, vaak uiteenlopend en zelfs tegenstrijdig. De loonstijgingen voor 2025-2026 zijn al vastgelegd in het laatste IPA. Het debat over de marge 2027-2028 zal in februari 2027 van start gaan, op basis van het definitief verslag van de CRB, waarin ook andere parameters geanalyseerd zullen worden, in overeenstemming met de wet van 1996.
Daarnaast heeft de regering de sociale partners een duidelijke opdracht gegeven, namelijk het mechanisme van de automatische indexering en de werking van de wet van 1996 evalueren. De resultaten van die werkzaamheden worden tegen het einde van 2026 verwacht. Het is binnen dat gestructureerd kader en op basis van volledige analyses dat toekomstige beslissingen moeten worden genomen.
Wat mij betreft, blijf ik als minister van Werk en van Economie zeer aandachtig toezien op de evolutie van de beheersing van onze loonkosten, die de competitiviteit van onze ondernemingen en daarmee het behoud van de werkgelegenheid, waarborgt. Daarom moeten onze hervormingen – inderdaad, mijnheer Ronse – verder versterkt worden: meer activering, verlaging van de sociale bijdragen en meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt.
Onze lijn blijft duidelijk en consequent, namelijk een evenwicht tussen koopkracht en competitiviteit, met respect voor het wettelijke kader. Zo waarborgen we zowel de welvaart van onze ondernemingen en de stevigheid van de werkgelegenheid als de duurzame bescherming van de werknemers.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik vond uw antwoord heel helder. De beschikbare loonmarge ligt vast voor 2027 en 2028.
De manier waarop de loonnorm wordt berekend, vind ik wel een beetje een rommeltje. U spreekt over de historische loonhandicap. Ik zeg dat de subsidies en de lastenverlagingen ook meegerekend moeten worden. Dan komt men tot andere resultaten.
U kunt niet ontkennen dat er bedrijven zijn die enorme winsten maken. Wij vinden dus dat die marge gebruikt moet worden voor bruto loonsverhogingen.
Tegen cd&v wil ik wel zeggen dat die winsten er vandaag al zijn. Vandaar dat wij van Vooruit zeggen dat degenen die elke dag keihard werken, die mee bakken aan de koek, geen kruimels verdienen. Ze verdienen, ook vandaag, een eerlijk deel. Vandaar dat ik een wetsvoorstel zal indienen voor een koopkrachtpremie in 2026, zodat die werknemers – en daarvoor vecht Vooruit elke dag– (…)
Axel Ronse:
Collega’s, ik meende dat ik hier al veel onzin had horen vertellen, maar ik heb hier net een communist horen stellen dat onze lonen goedkoper zijn dan in onze buurlanden.
Mijnheer Tonniau, onze lonen kosten gemiddeld 48 euro per uur na aftrek van subsidies en dies meer. Doe de factcheck. Als wij hier vooral jobs willen vernietigen en niks meer willen overhouden, moeten we aan die loonkosten vooral niks doen.
Wat juist is, is dat onze overheid veel te gulzig is. We leven in een land met een dikke, vette, vieze overheid die veel te veel geld afroomt van mensen die werken. Wat moet gebeuren, is het tegenovergestelde van wat sinds Verhofstadt is gedaan. We moeten de overheid ontvetten, ervoor zorgen dat mensen netto meer verdienen, de belastingvrije som optrekken en de werkbonus versterken. Dat is wat we zullen doen. Op die manier zullen we onze toekomst creëren.
Nathalie Muylle:
Collega’s, we moeten een beetje serieus zijn.
Mijnheer de minister, u spreekt over respect voor het wettelijke kader. U kunt niet een beetje voor het ene zijn en niet voor het andere. We hebben jarenlang loonmatiging toegepast omdat onze bedrijven dat nodig hadden. We hadden immers een loonhandicap weg te werken en we hebben die ook weggewerkt. Waarmee we bezig zijn, is evenwel nog heel precair.
Daartegenover vinden wij duidelijk dat, als er marge is, die ook gegeven moet worden. Voor ons moet die marge ook naar naar hogere lonen gaan, die ervoor zorgen dat mensen later ook een hoger pensioen hebben en onze sociale zekerheid wordt beschermd. Het werkt in twee richtingen.
Collega’s, laten we, niet in 2026, maar voor 2027 en 2028 bekijken welke marge er is. Laten we ook aan de sociale partners vragen dat zij daarin hun verantwoordelijkheid nemen (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de loonkosten worden niet berekend door twee uurlonen met elkaar te vergelijken. Met moet daarbij ook rekening houden met loonsubsidies en bijvoorbeeld productiviteitswinst. Daarover spreekt men nooit. Men heeft het wel telkens over de kosten van arbeiders, terwijl net zij de rijkdom en alles wat we in dit land hebben produceren.
Hoe kunt u als liberaal voorstander zijn van een loonblokkeringswet, dus tegen vrije loononderhandelingen? Daarmee fnuikt u een verhoging van de koopkracht van de werkende mensen, die u zogezegd wilt belonen. U blijft hun lonen blokkeren. Het is altijd hetzelfde: de werkende klasse doen dokken, via lagere lonen, via hogere btw, door de indexdiefstal en door een lager pensioen. De werkende klasse (…)
Persoonlijk feit
Fait personnel
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, nous avons constaté, en début de séance, que le premier ministre était trop souvent absent. Maintenant, il n’y a même plus de majorité. En effet, en comparant la manière dont les différentes personnes lisent un même rapport, nous avons l’impression qu’elles ont lu des documents différents, avec des objectifs totalement divergents. Cela rappelle à quel point nous avons besoin de la présence du premier ministre pour parler d’une seule voix, au nom de son gouvernement, de l’usage que nous faisons des bénéfices records engrangés par les entreprises et de la manière dont les promesses de campagne relatives à l’augmentation des salaires sont tenues.
Aujourd’hui, on prétend nous expliquer dans une novlangue qu'en raison de la compétitivité et d’autres notions complexes, on va continuer à plafonner et à niveler par le bas les salaires, alors même que des bénéfices records sont engrangés.
Il est indispensable d'avoir la présence du premier ministre dans ces murs.
Axel Ronse:
Ik dacht dat mijn kennis van het Frans goed was, maar blijkbaar is het toch niet goed genoeg. Ik had mevrouw Schlitz gevraagd naar het gemiddelde uurloon van iemand die hier werkt, na aftrek van subsidies enzovoort. Ik heb goed naar haar antwoord proberen te luisteren, maar ik denk niet dat ze daarop heeft geantwoord.
Mevrouw Schlitz, mijn vraag aan u is eenvoudig: hoeveel verdient een gemiddelde Belg meer, na aftrek van subsidies, dan een Fransman of een Nederlander?
Voorzitter:
Ik ga daarop niet meer laten antwoorden. Ik geef wel meteen het woord aan mevrouw Schlitz voor de volgende vraag.
-
Vraag: De bescherming van slachtoffers van familiaal geweld
Vraag: De drievoudige moord in Roeselare
Vraag: De drievoudige moord in Roeselare
veiligheid, justitie en defensieDe bescherming van slachtoffers van familiaal geweld
De drievoudige moord in Roeselare
De drievoudige moord in Roeselare
Maatschappelijke impact, preventie en juridische aanpak van familiaal geweld en extreme gevallen zoals Roeselare summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Een Afghaanse man, eerder veroordeeld voor familiaal geweld maar met een lichte straf (1 jaar, half voorwaardelijk) en zonder effectief toezicht, pleegde een drievoudige moord in Roeselare, ondanks een lopend contactverbod. Sophie De Wit dringt aan op snelle goedkeuring van haar wetsvoorstel voor gps-tracking van daders en slachtoffers (slachtofferapplicatie) om herhaling te voorkomen, terwijl Alexander Van Hoecke de te lage straffen, gebrek aan uitzetting van criminelen en taalbarrières (geen begeleiding door onvoldoende Nederlands) hekelt als systeemfalen. Minister Annelies Verlinden belooft strafverzwaringen, gespecialiseerde rechtbanken, betere slachtofferbescherming (mobiel alarm, gps) en verbeterde communicatie tussen justitie en lokale besturen, maar erkent dat onmiddellijke aanhouding bij voorwaardelijke straffen niet mogelijk was. De discussie draait om systeemtekorten in preventie, strafuitvoering en migratiabeleid, met urgente oproepen tot concrete maatregelen.
Voorzitter:
Collega's, gelieve respect op te brengen voor degene die het woord heeft. Dat is nu mevrouw De Wit.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, collega’s, een Afghaanse man werd vorige week veroordeeld wegens familiaal geweld tot een gevangenisstraf van één jaar, waarvan de helft met uitstel. Er gold een contactverbod gedurende de beroepstermijn, die nog liep, maar het heeft niet mogen baten. Afgelopen zondag is hij aan een dodelijke raid begonnen. Uiteindelijk heeft hij zijn partner, een kennis en de buurman om het leven gebracht.
Uiteraard roept dat opnieuw heel wat vragen op, ook over de werking van Justitie. Uiteraard zijn we dan verontwaardigd, ik ook. Het zal maar uw moeder, uw vriend, uw broer, uw zus of uw vader zijn. Die verontwaardiging is terecht, alweer, want dit is helaas niet de eerste keer.
Verontwaardiging volstaat echter niet. Daarvoor zijn wij hier, collega’s: als politici moeten we proberen het verschil te maken. Dat is wat ik probeer te doen. In het regeerakkoord hebben we een uitgebreid luik geschreven over een betere bescherming van slachtoffers. Daarin staan heel wat maatregelen en een daarvan is de slachtofferapplicatie. Bij een contact- of plaatsverbod kan er een gps-systeem gekoppeld worden aan zowel het slachtoffer als aan de dader. Wanneer iemand dat plaatsverbod schendt of te dicht in de buurt komt, wordt een signaal verstuurd en kunnen de instanties ingrijpen. Op die manier weet men dat, en de dader weet dat hij gevolgd wordt.
Mevrouw de minister, collega’s, naast de verontwaardiging die er vandaag opnieuw is, ligt er ook een wetsvoorstel op tafel. We hebben dat in januari al ingediend en de adviezen zijn al gevraagd. Wat ik u hier vandaag eigenlijk alleen maar wil vragen – aan u allen – is uw steun. Kunnen we dat wetsvoorstel, dat de wettelijke basis biedt voor wat vandaag al een proefproject is, alstublieft snel goedkeuren? Zo hoeven er niet nog meer drama’s te gebeuren. Ik dank u.
Alexander Van Hoecke:
Drie verschillende moorden door een reeds veroordeelde Afghaan binnen enkele uren tijd. Mohamed K. is een man die sinds 2015 in ons land verblijft, geen woord Nederlands spreekt en al veroordeeld werd voor brutaal intrafamiliaal geweld. Vorige zomer moest de politie ter plaatse komen nadat zijn eigen dertienjarige zoon in paniek bij de buren had aangebeld. Ter plaatse constateerde de politie dat zijn vrouw verwondingen had aan handen, armen en hoofd. De vier kinderen waren in het gezicht geslagen met een broeksriem, een gsm-oplader of een plastic kabel.
Welke straf kreeg Mohamed K. daarvoor? Eén jaar cel, waarvan de helft met uitstel. We weten allemaal wat dat betekent, want deze regering kiest er heel duidelijk voor om celstraffen van zes maanden of minder niet uit te voeren.
Nog frappanter was dat aan die geheel voorwaardelijke straf geen voorwaarden waren gekoppeld, want Mohamed K. sprak onvoldoende Nederlands. Volgens de rechter zou dat niet werkbaar zijn. Donderdag werd die straf, of het complete gebrek aan straf, uitgesproken. Zondag vermoordde Mohamed K. drie mensen in koelen bloede in Roeselare.
Mevrouw de minister, ik weet eerlijk gezegd niet waar ik moet beginnen met mijn vragen hierover. Ik heb twee essentiële vragen voor u vandaag.
Ten eerste, wat gaat u onmiddellijk ondernemen om ervoor te zorgen dat veroordeelde criminelen niet vrij kunnen rondlopen en effectief een straf krijgen?
Ten tweede, wellicht de belangrijkste vraag, wat deed die Afghaan in godsnaam nog in ons land?
Nathalie Muylle:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mij aan mijn tekst houden. Dat is niet mijn gewoonte, maar de omstandigheden zijn dan ook buitengewoon.
Onze stad werd zondag getroffen door dramatische gebeurtenissen. Een man van Afghaanse origine heeft achtereenvolgens zijn ex-partner, een kennis en een vroegere buur neergestoken. Onze eerste gedachten gaan uit naar de slachtoffers, hun familie en vrienden. Onze Roeselaarse gemeenschap blijft verweesd achter. Hoe is dat kunnen gebeuren? Dergelijk geweld hoort niet thuis in onze stad.
Onze inwoners vragen zich terecht af hoe iemand die nauwelijks een week geleden is veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar voor ernstige feiten van intrafamiliaal geweld zomaar vrij kan rondlopen. In het vonnis werd geen voorwaarde van begeleiding opgelegd, omdat de man geen Nederlands spreekt. Ook van elektronisch toezicht was geen sprake.
Mevrouw de minister, hoe kunnen wij dergelijke situaties aanpakken en voorkomen? Moet de wetgeving niet worden aangepast om ervoor te zorgen dat bij intrafamiliaal geweld in de mogelijkheid wordt voorzien om iemand aan te houden bij veroordelingen van kortere duur, zoals dat vandaag kan bij seksuele delicten?
Als waarnemend burgemeester heb ik dit weekend vanuit de eerste lijn moeten vaststellen dat de pushberichten van de kranten veel sneller en veel gedetailleerder kwamen dan de informatie waarover wij als lokaal bestuur beschikten.
Uiteraard is er begrip voor een correct wettelijk kader. Uiteraard is er ook respect voor het geheim van het onderzoek. Ik hoop echter dat u begrijpt dat de bevolking zich in een beangstigende situatie richt tot de burgemeester en het lokale bestuur voor informatie. Er moet een betere doorstroming komen tussen de onderzoeksrechter die het onderzoek leidt, het parket en het lokale bestuur.
Dat zijn de twee vragen die onze burgemeester u maandag na de gemeenteraad ook per brief heeft gesteld. Ik kijk uit naar uw antwoord.
Annelies Verlinden:
Collega's, laat me beginnen met het betuigen van mijn diepste meeleven met de familie en de vrienden, en zeker ook de kinderen van de slachtoffers, net als met de hele gemeenschap. Wat in Roeselare is gebeurd, is een tragedie die niemand onberoerd laat.
Levens zijn verwoest, de lokale gemeenschap is ontredderd en bovendien situeren de feiten zich in een context van intrafamiliaal geweld. Het gaat om geweld op een plek die voor iedereen als de meest veilige plek zou moeten aanvoelen. Daarom moeten zowel onze boodschappen als ons optreden kordaat en resoluut zijn.
We moeten alles doen wat binnen onze controle is om dergelijke drama's te vermijden. Het gerechtelijk onderzoek naar de feiten loopt en ik zal dat uiteraard op de voet volgen, want het is ook voor mij van belang om precies te weten waarom en hoe die feiten zijn kunnen gebeuren. De lokale en federale politie, het parket en de onderzoeksrechter hebben alles op alles gezet om de verdachte zo snel mogelijk te lokaliseren.
Ik wil hen danken voor hun daadkracht en ik wil ook de waarnemend burgemeester en de burgemeester van Roeselare danken voor hun waardig optreden de afgelopen dagen. Wat ik verder kan duiden over de feiten, is dat de verdachte op 29 juli door de raadkamer werd vrijgelaten onder voorwaarden, waaronder een contactverbod. In tegenstelling tot wat in sommige media werd gesuggereerd, is dat contactverbod nog altijd van kracht.
Op 18 september sprak de correctionele rechtbank van West-Vlaanderen zich vervolgens uit over eerdere feiten, maar dat vonnis was nog niet definitief op het ogenblik van de feiten, omdat de beroepstermijn van 30 dagen nog loopt. Daardoor bleven weliswaar de voorwaarden van de voorlopige invrijheidsstelling van 29 juli, met name ook het contactverbod, van toepassing. De op 18 september opgelegde straf voor de eerdere feiten bedraagt een jaar, waarvan de helft met uitstel en een geldboete.
Ik begrijp dat daarbij ook rekening werd gehouden met het blanco strafregister en met de huidige context van de verdachte. De maximale strafmaat werd toegepast door de rechtbank, het contactverbod liep nog, het vonnis was nog niet definitief en een onmiddellijke aanhouding is inderdaad in dat geval niet voorzien.
Collega's, niemand kan helemaal uitsluiten dat zulke feiten ooit nog zullen gebeuren, maar mijn vastberadenheid daarentegen is bijzonder groot. De daders van intrafamiliaal en van zwaar geweld moeten kordaat worden gestraft, ook en precies omdat we het leed aan en het onrecht van de slachtoffers zeer ernstig moeten nemen. Daarnaast moet ook de omkadering bij seksueel en intrafamiliaal geweld door onze partners toereikend worden gemaakt, ook op het vlak van integratie en verplichte begeleiding in justitiehuizen en andere. Net zoals in de vorige legislatuur maken we van de strijd tegen intrafamiliaal geweld en seksueel geweld een prioriteit.
Daarom voorziet het nieuwe Strafwetboek in strafverzwaringen en in nieuwe strafbaarstellingen. We zorgen ook, mevrouw De Wit, voor een brede uitrol van het mobiel stalkingalarm en de gps-toepassingen in overleg met de gemeenschappen die ook een bevoegdheid hebben in dezen. We kunnen uw wetsvoorstel daarbij zeker in aanmerking nemen.
Daarnaast investeren we in parketcriminologen om de werking van de veilige huizen te versterken vanuit het budget van Justitie. We richten ook gespecialiseerde kamers op bij de rechtbanken voor intrafamiliaal geweld en voor seksueel geweld. Daarnaast willen we de verplichte inschakeling van de DAVO bij intrafamiliaal geweld bekijken om zo ook economisch geweld tegen te gaan, wat vaak samengaat met intrafamiliaal geweld.
Ik wil graag nog even terugkomen op de terechte bezorgdheden vanuit Roeselare omtrent de communicatie vanwege Justitie in de eerste uren. De zoektocht naar het juiste evenwicht tussen enerzijds het verlenen van transparantie omtrent de beschikbare informatie met het oog op het scheppen van vertrouwen en het geruststellen van de bevolking en anderzijds de bescherming van het onderzoek en het veilige optreden van de veiligheidsdiensten waardoor enige terughoudendheid geboden kan zijn, is wezenlijk. Vorige week nog had ik overleg met de woordvoerders van de zetel en het openbaar ministerie om het gepaste handelingskader voor dat soort gevallen verder uit te diepen. Deze casus toont aan hoezeer dat nodig is.
We moeten ook allemaal een vuist maken tegen lekken vanuit de bevoegde diensten naar de pers, die de communicatie vanuit lokale en bovenlokale besturen kunnen doorkruisen. Geweld, van welke aard ook, verplicht ons samen te werken en samen te blijven investeren in Justitie en in een passende omkadering voor slachtoffers, zoals met het mobiel stalkingalarm en de gps-toepassing, en zo ook onze binnenlandse veiligheid te dienen. We moeten dat doen voor de slachtoffers, voor de nabestaanden en uiteindelijk ook voor onze hele samenleving. Ik maak er alvast werk van.
Sophie De Wit:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.
Samen maken we er werk van. Ons wetsvoorstel werd in januari ingediend. We hebben inmiddels ook de adviezen ontvangen van de Vlaamse Gemeenschap. Ik kijk dus naar de voorzitter van de commissie voor Justitie. Laten we er gewoon aan beginnen, want die controle en die dwangmaatregelen zijn wel degelijk nodig. Alleen een voorwaarde opleggen, is niet voldoende. Er zijn immers te veel incidenten. U zegt terecht dat we niet alles kunnen vermijden. Dat klopt. We kunnen evenwel proberen de gaten in het net op zoveel mogelijk plaatsen te dichten. De slachtofferapplicatie is daartoe een middel.
Collega's, ik ga ervan uit dat u dat allemaal heel snel zult steunen. Ik dank u.
Alexander Van Hoecke:
Drie verschillende moorden in een paar uur tijd hadden voorkomen kunnen worden. Drie mensenlevens en de levens van tientallen nabestaanden hadden niet verwoest moeten worden. Wat deed die Afghaan, die in 2015 naar hier werd gehaald onder Theo Francken en die zijn vrouw en kinderen mishandelde, in hemelsnaam nog in ons land?
Buitenlandse criminelen uitzetten in plaats van ze fopstrafjes geven, dat is geen onmogelijkheid, dat is een beleidskeuze. Criminelen tout court niet vrijlaten na een veroordeling, maar ze effectief bestraffen, dat is een beleidskeuze. Dat zijn de beleidskeuzes die u maakt en die jammer genoeg op deze manier nog veel slachtoffers zullen eisen.
Mevrouw de minister, u draagt hier een loodzware verantwoordelijkheid.
Nathalie Muylle:
Mevrouw de minister, er zijn in dit dossier heel veel mitsen en maren . Hadden we maar… Was dit maar gebeurd... Deze keer ging het om een vrouw die de moed had om weg te gaan van haar partner, een buur die zijn burgerplicht heeft gedaan en een kennis die het verschrikkelijk vond en afstand nam, omdat iemand zijn gezin sloeg. U hebt terecht een aantal goede maatregelen opgenoemd en ik hoop dat u die ook kunt realiseren. Er komt een cruciale periode aan, namelijk de begroting. U vraagt bijkomende middelen en ik hoop dat u die zult krijgen, want elk slachtoffer van intrafamiliaal geweld is er een te veel.
-
Vraag: De werkloosheidsuitkering voor mensen die een opleiding tot een knelpuntberoep volgen
Vraag: De werkloosheid en de knelpuntberoepen
Vraag: De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en de knelpuntberoepen
Vraag: De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
Vraag: De modaliteiten van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
Vraag: De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
Vraag: De knelpuntberoepen en de werkloosheidsuitkeringen
economie en werkDe werkloosheidsuitkering voor mensen die een opleiding tot een knelpuntberoep volgen
De werkloosheid en de knelpuntberoepen
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en de knelpuntberoepen
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De modaliteiten van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De knelpuntberoepen en de werkloosheidsuitkeringen
Werkloosheidsuitkeringen, Knelpuntberoepen, Tijdsbeperkingen summaryExplanationBeantwoord door
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
Pierre-Yves Dermagne
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister Clarinval (Open Vld) verdedigt zijn plan om werkloosheidsuitkeringen na twee jaar te beperken, met als doel 100.000 langdurig werklozen naar 170.000 vacatures te leiden, maar kritiek komt van alle kanten: oppositiepartijen Vooruit, PS en cd&v benadrukken dat de maatregel opleidingen voor knelpuntberoepen (zorg, onderwijs) onmogelijk maakt, aangezien deze vaak langer dan twee jaar duren, en noemen het "straffen van gemotiveerden" in plaats van activering. Clarinval belooft overleg met de regio’s en uitzonderingen voor opleidingen, maar N-VA en MR steunen zijn harde lijn en wijzen op "rechtvaardigheid" en "mentale verschuiving" rond werk, terwijl cd&v en Vooruit concrete aanpassingen eisen om opleidingstrajecten te beschermen. De discussie onthult een diepe kloof: waar de minister en rechts sprekers over "hangmatters" en "magische oplossingen" beschuldigen, hamert links op realistische vormingspaden en waarschuwt voor verergerde tekorten in cruciale sectoren.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, collega's, vacatures voor zorgpersoneel en leerkrachten raken niet ingevuld, maar gelukkig volgen heel wat mensen een opleiding voor die knelpuntberoepen. Dat is positief, want ze zijn broodnodig. Nochtans trekt u een streep door hun rekening, mijnheer de minister. Door namelijk de werkloosheidsteun in de tijd te beperken, overigens zonder enig overleg met de regio's, zorgt u ervoor dat werkzoekenden die in een opleiding zitten, die niet kunnen afmaken.
Voor Vooruit is het helder. Uiteraard moeten er meer mensen aan het werk. We moeten meer mensen aan het werk helpen. Net daarom zijn duidelijke afspraken over de hervorming van de werkloosheid zo belangrijk, want het gaat om een groep die net op weg is naar werk. Het gaat om een groep die enorme inspanningen levert. Het gaat om een groep die achteraf een bijdrage aan onze welvaartstaat zal leveren.
Vanmorgen las ik in de krant dat u alle reacties op uw beslissing relativeert: u beweert dat het wel goed zal komen en argumenteert dat men maar 's avonds een opleiding moet volgen; kortom dat men zijn plan moet trekken. Maar wie zal er een opleiding van vier jaar volgen, als u hen na twee jaar zonder inkomen zet? Wie is daarmee geholpen? Dat zijn alvast niet onze kinderen, niet onze senioren en al zeker niet degenen die midden in zo'n opleiding zitten.
Gisteren hoorde ik dat de Vlaamse minister van Werk not amused is. Zij kent de gevolgen voor onze scholen en ziekenhuizen en beseft zeer goed wat de gevolgen zijn voor degenen die midden in zo'n opleiding zitten. Daarom heeft ze dringend overleg met u gevraagd, terecht.
Mijnheer de minister, ik heb maar een eenvoudige vraag voor u. Wat zult u doen (…)
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, Thomas, 34 ans, deux enfants, a perdu son emploi il y a quelques années et, depuis lors, il est au chômage. Pas facile de joindre les deux bouts, mais il a décidé de reprendre une formation très rapidement en soins infirmiers. C'est vrai, cela prend du temps, mais il était certain de trouver du travail vu la pénurie de personnel dans ce secteur. Aujourd'hui, monsieur le ministre, avec votre mesure d'exclusion des chômeurs de longue durée, il ne sait plus s'il risque de se faire exclure sans finir sa formation. N'avez-vous pas vu que la limitation des allocations de chômage dans le temps pourrait pénaliser aussi les métiers en pénurie? Elle pourrait pénaliser des femmes et des hommes qui ont repris des formations parce qu'on leur a dit qu'elles répondaient à des métiers en pénurie.
Cela ne va pas, monsieur le ministre! Limiter les allocations de chômage dans le temps, c'est mettre en péril le retour à l'emploi. Il faut vraiment rectifier. Et d'ailleurs, je vois que nos collègues de Vooruit et du cd&v veulent revoir votre copie, ainsi que la Flandre. Il ne faut pas de mesures aveugles, monsieur le ministre, pas de slogan et surtout pas d'obstination.
Soutenir les chômeurs pour se former à un métier en pénurie, c'est aussi un incitant à retrouver le chemin du travail et aider des secteurs essentiels. Des milliers de personnes, aujourd'hui, en bénéficient chaque année. Beaucoup de formations sont plus longues qu'une ou deux années: infirmiers, enseignants, menuisiers. Et là, M. Clarinval arrive: plus d'incitants! Quand on est parent, on ne peut pas du jour au lendemain se retrouver aux études sans aucun revenu. Fini la formation et retour à la case départ, et ce n'est pas comme au Monopoly, on ne touche pas 200 euros!
Monsieur le ministre, qu'allez-vous répondre à Thomas et à vos partenaires de majorité qui nous rejoignent pour demander une révision de vos mesures?
François De Smet:
Monsieur le ministre, 100 000, c'est le nombre de personnes bénéficiant d'allocations de chômage qui risquent théoriquement de les perdre après deux ans, une fois que votre réforme sera en place. À côté de cela, il y a 175 000 offres d'emploi, dont de nombreuses concernent des métiers en pénurie.
Dans le monde un peu binaire de l'Arizona, les choses sont évidemment simples. D'un côté, il suffit de couper le robinet et de l'autre, toutes ces personnes vont se transformer comme par magie en enseignants, en soignants, en chauffeurs de bus, en aides-boulangers, en guides touristiques, en assembleurs, en électriciens, en mécaniciens et soudeurs. Je ne vous cite que quelques-uns des métiers en pénurie.
Dans le vrai monde, cela ne se passe évidemment pas ainsi. Sur ces 100 000 personnes, il y a évidemment des fraudeurs mais il y a aussi des personnes qui cherchent un emploi et d'autres qui cherchent à se former. C'est là que le bât blesse dans votre projet.
Pour ma part, je pense qu'une certaine forme de contrainte est nécessaire pour inciter les gens à travailler, mais le couperet pur et simple ne fonctionne pas. L'exclusion n'est pas une politique en soi. L'angle mort de votre politique a un nom: la formation. Nous savons que vous n'aimez pas ce mot, il suffit de voir la jubilation que vous avez à l'idée de mettre fin au Federal Learning Account. C'est bien dommage.
Nous avions proposé de conditionner le bénéfice d'allocation à une obligation de formation. Deux de vos partenaires, le cd&v et Vooruit, proposent une exception à votre limitation du chômage dans le temps pour les personnes qui choisissent de se former dans un métier en pénurie. C'est une bonne idée, précisément parce que nous manquons d'enseignants, de soignants, de gens dans le secteur du care , d'ouvriers dans les métiers techniques, pour lesquels une formation prend souvent un peu plus de deux ans.
Monsieur le ministre, allez-vous convoquer rapidement une Conférence interministérielle sur l'emploi avec les régions pour entamer la phase d'activation?
Allez-vous réfléchir à cette exception afin que votre limitation de chômage dans le temps ne soit pas le couperet qu'elle est pour l'instant mais puisse devenir une vraie mesure d'activation?
Axel Ronse:
Goede kameraden, mes chers camarades , wat een fantastisch mooie dag is het. De zon schijnt, iedereen straalt en ik heb eenmeivibes. Het voelt alsof het vandaag de Dag van de Arbeid is, la Fête du Travail .
Collega's, ik heb dat gevoel dankzij deze minister, David Clarinval. Wat de N-VA-fractie betreft is het vandaag echter David Piëdestal. Deze minister zorgt er immers voor, collega's, dat er maar liefst 100.000 nieuwe werknemers bijkomen, 100.000! Dat zijn 100.000 mensen die al langer dan twee jaar een werkloosheidsuitkering krijgen en jonger zijn dan 55, terwijl er zoveel openstaande vacatures zijn. Deze minister zorgt ervoor dat we niet meer het enige land ter wereld zijn waar men onbeperkt een werkloosheidsuitkering krijgt. Deze minister pakt door! Merci beaucoup , David Piëdestal.
Collega's, eigenlijk zou het elke donderdag 1 mei moeten zijn. Elke donderdag moet het hier feest zijn, la grande fête , omdat we maatregelen nemen die werknemers ten goede komen, des mesures pour les travailleurs . Dit is er zo eentje. Er zijn echter nog van die mooie maatregelen: meer langdurig zieken aan de slag krijgen, meer mensen de kans geven om overuren te doen en de uitbreiding van de flexi-jobs. Er zit namelijk ongelooflijk veel lekkers in dit regeerakkoord voor de werknemers. Collega Hedebouw, dat geeft ons de kans om hier vijf jaar lang de Dag van de Arbeid te vieren. Elke donderdag is het 1 mei in het Parlement.
Minister, mijn vraag is eigenlijk heel eenvoudig: welke mooie zaken komen er de volgende donderdagen aan? Maak ons gelukkig.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, normaal stel ik eerst mijn vraag, maar vandaag begin ik met uw antwoord: modaliteiten.
Modaliteiten zijn de baseline van deze regering geworden. Telkens een aantal partijen niet op dezelfde lijn zitten, meestal over die slechte maatregel, de De Wevertaks, komt men daar immers op terug. Vandaag is het weer van dattum, maar ditmaal over een goede maatregel in het regeerakkoord, namelijk de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.
Bekende proffen twijfelen eraan of die maatregel veel volk aan de slag zal doen gaan. Collega's, deze maatregel gaat echter over rechtvaardigheid. De mensen die dit systeem bekostigen, die de solidariteit betalen, die met overtuiging bijdragen om anderen niet in de armoede te duwen of zonder inkomen te zetten, willen er zeker van zijn dat anderen niet oneindig van die solidariteit gebruikmaken en in de hangmat liggen, terend op het zweet van zij die wel werken.
Mijnheer de minister, de sociale zekerheid moet een vangnet zijn en net daarom is die maatregel broodnodig. Het leek alsof u en uw N-VA-collega Vooruit overtuigd hadden. Het leek alsof cd&v voortschrijdend inzicht had gekregen. Laten we immers eerlijk zijn, onder Kris Peeters was het anders. Wat blijkt nu? Ze gaan die maatregel uithollen. Er zullen zeker nuttige uitzonderingen zijn en misschien zijn opleidingen een nuttige uitzondering, maar deze maatregel moet sterk genoeg zijn om al die hangmatters uit het systeem te krijgen.
Wat zult u doen om dat te verzekeren?
Florence Reuter:
Monsieur le vice-premier, on le savait. On savait qu'il y aurait des grèves. On savait qu'il y aurait des mensonges, des injures. On savait que le Parti Socialiste ferait pleurer dans les chaumières. On savait tout cela! Mais rien n'était caché. Ce n'était pas une surprise; c'était un point fort de notre programme. La limitation des allocations de chômage dans le temps, c'était une priorité. On n'a rien caché à personne.
Aujourd'hui, il y a des manifestations. Il y a des gr è ves et é norm é ment de cris. Mais on nous a choisis pour mener des réformes. Nous sommes le seul pays européen à permettre d'être au chômage tout au long d'une vie. Pourtant, le chômage, c'est une assurance. Ce n'est pas une allocation à vie mais bien une assurance en cas de coup dur. C'est une assurance qui doit nous permettre de rebondir.
Évidemment, les chiffres font peur et inquiètent la population, surtout en Wallonie d'ailleurs. Et donc forcément l'opposition va jouer là-dessus.
Alors, vous devez rassurer, monsieur le ministre. Vous êtes le premier ministre libéral de l'Emploi depuis un siècle, et nous avons un ministre libéral en Région wallonne. Et ce n'est une surprise pour personne, les chiffres les plus alarmants concernent la Belgique francophone. La moitié des demandeurs d'emploi de plus de deux ans sont en Wallonie.
Monsieur le ministre, avant de vous poser mes questions, qui sont assez simples, je vous invite bien évidemment à poursuivre votre programme, à regarder devant et à redresser ce pays. Confirmez-vous ces chiffres? Confirmez-vous que la situation est effectivement plus inquiétante en Belgique francophone? Et, si ces chiffres sont corrects, j'imagine que vous allez travailler et que vous avez déjà commencé à travailler avec votre homologue en Région wallonne. Quel est l'agenda? Pouvons-nous espérer cette réforme avant l'été?
Nathalie Muylle:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, met cd&v vinden wij dat mensen die keihard hun best doen, beloond moeten worden. Dat is ook de reden waarom we in de regering zijn gestapt. Ik was dan ook verwonderd, toen ik uw woordvoerder in de pers hoorde zeggen dat wie in het derde jaar opleiding start, geen uitkering meer zou moeten krijgen, mijnheer de minister. Is dat belonen? U wilt toch niet dat mensen hun opleiding stopzetten? Nadien hebt u wel gesust dat u de problemen zou oplossen en dat u niemand wilt achterlaten.
In Vlaanderen zijn meer dan 4.000 werklozen gestart met een opleiding die langer dan twee jaar duurt, 4.000 personen die willen werken en op de arbeidsmarkt aan de slag willen en die vacatures voor broodnodige jobs willen invullen. Dat zijn geen hangmatwerklozen, maar mensen die slagen voor een opleiding. Wij moeten hun rechtszekerheid bieden.
Tegelijk onderstreep ik dat wij natuurlijk voorstander zijn van de beperking van de werkloosheidssteun in de tijd. Die maatregel is nodig ter activering: werkzoekenden moeten zo snel mogelijk weer op de arbeidsmarkt aan de slag. Daarom moeten we werkzoekenden aanmoedigen om te kiezen voor opleidingen in knelpuntberoepen en onderzoeken hoe we hen zo snel mogelijk dergelijke vacatures kunnen laten invullen.
Willen wij werkzoekenden snel laten proeven van de arbeidsmarkt, dan is het cruciaal dat kandidaten studeren en werken kunnen combineren. Daar zijn nu al goede voorbeelden van. Wie vandaag kiest voor een opleiding in de zorg, kan na één jaar al aan de slag als zorgkundige op de arbeidsvloer. Men kan vervolgens als zorgkundige verder studeren en zich in de zorg vervolmaken. Een ander voorbeeld is dat van de kandidaat-leerkracht. Het is nu al mogelijk om voor een klas te staan en tegelijk de opleiding tot leraar te volgen. Het komt de deelstaten toe dergelijke systemen te organiseren.
Mijnheer de minister, in dat opzicht is overleg belangrijk en ik heb begrepen dat u dat de komende week aangaat. Met welk plan zult u het overleg met de deelstaten aanvatten?
David Clarinval:
Mesdames et messieurs les députés, je vous confirme ce chiffre de 100 102 chômeurs de moins de 55 ans ayant plus de deux ans de chômage en Belgique. Il m'a été transmis par l'ONEM. Mais il me semble que vous oubliez de parler d'un autre chiffre interpellant, celui des 170 000 emplois vacants, disponibles dès aujourd'hui dans notre pays. Ces 170 000 places n'attendent qu'une seule chose, que les 100 000 personnes concernées viennent les occuper immédiatement. Nous devons en finir avec le paradoxe du chômage illimité dans le temps.
Pour nous, le chômage n'est pas un plan de carrière. Donc, madame Thémont, je trouve votre vision un peu trop fataliste. La nôtre est réaliste et optimiste. Je conteste également le fait que l'exclusion du chômage soit synonyme automatiquement de RIS. Non, il faut remettre les gens à l'emploi. Les Régions devront d'ailleurs faire leur part du travail.
Les Régions doivent prendre leurs responsabilités en matière d'activation et d'accompagnement. J'ajoute qu'une période de transition est prévue. Ses modalités seront discutées au sein du gouvernement afin que toutes les personnes concernées soient prévenues suffisamment tôt.
Il y a quelques années, nos entreprises ne pouvaient pas embaucher, faute de moyens. Aujourd'hui, elles le peuvent, mais elles ne trouvent personne. Cela ne peut plus durer.
De oplossing is de activering van allen die naar de arbeidsmarkt kunnen en moeten terugkeren. Een maatschappij waarin te veel talenten aan de zijlijn blijven staan, berooft zich immers van haar eigen rijkdom. Niemand zal aan zijn lot worden overgelaten, maar iedereen zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Langdurige inactiviteit is niet onvermijdelijk, te veel werkzoekenden blijven ver van de arbeidsmarkt, terwijl er tegelijkertijd vacatures blijven openstaan.
Onze hervorming is duidelijk: iedereen die kan, moet worden begeleid naar een beroepsactiviteit, zelfs op een geleidelijke manier. Het gaat niet om straffen maar om het geven van kansen en wij verwachten van iedereen dat ze die grijpen. Een job is meer dan een inkomen, een job geeft ook waardigheid en is een hefboom voor sociale emancipatie.
Cependant, nous sommes conscients que ces 100 000 chômeurs de longue durée ne pourront pas tous retrouver un emploi, car certains d'entre eux sont en effet très éloignés de l'emploi. Nous en sommes conscients. C'est la raison pour laquelle nous allons prévoir un financement pour les CPAS, afin qu'ils accompagnent ces personnes de façon individualisée, au travers d'un plan d'insertion professionnelle. C'est aussi une manière de prendre ces personnes en considération et de leur offrir un meilleur accompagnement individualisé.
Notre réforme n'est pas punitive. Elle est nécessaire. Elle ne retire rien à ceux qui sont dans le besoin. Elle leur donne les moyens d'en sortir. Elle ne stigmatise personne. Elle responsabilise. C'est ainsi que nous renforcerons notre modèle social, en le rendant plus juste, plus efficace et plus durable.
Concernant vos demandes de prendre en considération les personnes en formation dans un métier en pénurie, madame Vanrobaeys, madame Muylle, monsieur De Smet, j'ai pris acte des demandes de prolongation de chômage qui ont été formulées.
Les projets de textes en cours de rédaction traduisent intégralement l'accord de gouvernement. Les premiers groupes de travail techniques se réuniront dès la semaine prochaine. Le débat devra ensuite être mené au sein du gouvernement, et ensuite au Parlement. Nous ne manquerons évidemment pas d'évoquer vos demandes à cette occasion.
Par ailleurs, j'ai pris l’initiative de rencontrer mes homologues régionaux. J'ai déjà eu l'occasion d'échanger de manière très constructive avec les ministres Jeholet et Clerfayt sur les réformes nécessaires pour répondre aux besoins et aux dynamiques spécifiques des différents territoires du pays. La semaine prochaine, je rencontrerai également à ce sujet – c'était prévu de longue date – la ministre Zuhal Demir. Il est nécessaire d'avoir une politique concertée afin de réformer de manière cohérente des compétences étroitement liées et imbriquées.
Comme je l'ai déjà dit, nous devons tout mettre en œuvre pour réformer le marché de l'emploi et remettre au travail des chômeurs qui ont parfois plus de 20 ans d'inactivité. Cela doit être et cela devra tous nous mobiliser.
Je vous remercie pour votre attention.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Eerlijk gezegd, het standpunt van Open Vld … Hoe durft u mensen die een opleiding voor een knelpuntberoep volgen, hangmatters te noemen, mijnheer Coenegrachts? Zij doen elke dag keihard hun best.
Voor Vooruit zijn de principes helder. We moeten omkijken naar de mensen die werkloos zijn. We moeten hen vastpakken en begeleiden en zeker niet de mensen die elke dag keihard hun best doen bestraffen. Er moeten inderdaad meer mensen aan de slag, want we hebben ze nodig. Daarom kunnen we ook de principes van het regeerakkoord verdedigen.
Ik ben ook blij, mijnheer de minister, dat u ingaat op de vragen voor overleg, want de zij-instromers hebben zekerheid nodig, niet alleen vandaag maar ook morgen. Vooruit laat hen niet los. We hebben hen broodnodig op de arbeidsmarkt, in ons onderwijs en in de zorg.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne suis pas fataliste, mais réaliste, et je n'ai certainement pas besoin de vos conseils.
Ici, c'est le retour de la pensée magique et des slogans de M. Clarinval! D'un côté, 100 000 chômeurs et, de l'autre, 170 000 emplois disponibles et, hop, on y va, un petit coup de baguette magique et ce sont les vases communicants. Et, si ça ne suffit pas, un nouveau coup de baguette magique: les CPAS vont trouver des emplois, là où les organismes spécialisés n'en trouvaient pas.
Je pense qu'il faut soutenir les demandeurs d'emploi qui suivent des formations. C'était l'objet de ma question, mais vous faites encore des amalgames, monsieur le ministre. De toute façon, votre réforme du marché du travail va rendre les gens malades! Votre réforme des pensions va décourager les jeunes à devenir profs ou policiers, et vous allez aggraver la pénurie de main-d'œuvre! Vous êtes vraiment le ministre, non du Travail et de l'Économie, mais le ministre des économies!
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Il n'y a pas 36 solutions. Si vous voulez faire correspondre vos 100 000 chômeurs, d'un côté, et vos 175 000 offres d'emploi – dont un bon tiers relatives à des métiers en pénurie –, de l'autre, vous avez besoin de formations.
J'ai bien écouté les interventions de vos partenaires, et il me semble que les planètes, doucement, s'alignent. Le cd&v vous le demande, Vooruit aussi. La N-VA, on ne sait pas, car M. Ronse a décidé de vous faire un poème, mais Mme Demir, hier, n'avait pas l'air contre non plus.
(…) : (…)
François De Smet:
Si, si, c'était un poème à la gloire du ministre, et c'est très bien.
Pour ce qui est des Engagés, on ne sait pas encore, mais ils finissent en général par rallier le point de vue majoritaire, donc ça devrait aller. Vous allez donc très vite vous retrouver isolé, si vous n'allez pas de l'avant. Dès lors, je vous en prie, prenez cette direction. C'est une question de bon sens. Il est normal de permettre aux gens qui se forment d'avoir un peu plus que deux ans. C'est la direction du progrès, et je vous souhaite de la trouver.
Axel Ronse:
Vooreerst hartelijk dank aan de collega’s van Vooruit en cd&v. Het is fantastisch dat u zo open voor uw mening uitkomt en dat we alles steeds in openheid tegen elkaar kunnen zeggen. Ik weet dat u van uw woord bent en dat u het regeerakkoord tot op de letter zult uitvoeren. Een knelpuntopleiding volgen zal niet langer dan twee jaar combineerbaar zijn met de werkloosheidsuitkering. Die uitkering dient daar ook niet voor.
Het komt vanzelfsprekend de regio’s toe om na te denken over hoe mensen naar knelpuntopleidingen van langer dan twee jaar kunnen worden geleid. Zuhal Demir heeft net die bezorgdheid geuit en gaat daarmee aan de slag. Ze heeft echter op geen enkele manier gevraagd of ge ï nsinueerd dat werkloosheid langer dan twee jaar gecombineerd moet kunnen worden met een opleiding.
Collega Coenegrachts, het is schattig dat u hier kritiek komt geven, terwijl u 26 jaar aan de knoppen hebt gezeten. Men kon de werkloosheidsuitkering in die periode met Open Vld niet beperken in de tijd. Nu zit iemand anders aan de stuurknoppen (…)
Steven Coenegrachts:
Collega Ronse, maak u geen zorgen, ik voel er me even ongemakkelijk bij als u dat ik uw regering complimenten moet geven. Wat de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd betreft, moet ik dat effectief doen.
U omarmt hier de opendebatcultuur en zegt dat men in alle fracties alles mag doen of zeggen wat men wil. Ik vraag me echter af wat u de voorbije acht maanden aan al die tafels hebt besproken. Waarover hebt u het wel gehad? U hebt geen enkele discussie ten gronde gevoerd, niet over de meerwaardebelasting, niet over de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.
Er worden modaliteiten gevraagd aan de linkerkant, er worden modaliteiten gevraagd aan de rechterkant, er worden modaliteiten gevraagd door de gewesten en door de regeringen. Mijnheer de minister, u moet alles doen om ervoor te zorgen dat die modaliteiten alleszins beperkt blijven.
Florence Reuter:
Merci, monsieur le vice-premier ministre.
Laissez les loups crier, ils vont continuer à crier encore pendant quelques années, ce n'est pas grave. Vous l'avez dit, il y a 170 000 emplois vacants. Ce sont ces emplois qu'il faut remplir.
Monsieur le ministre Dermagne, quand vous aviez l'Emploi dans vos compétences, vous étiez le premier à citer le Danemark en exemple. Le chômage y est également limité dans le temps.
Bien évidemment, nous allons accompagner les demandeurs d'emploi. Bien évidemment, nous avancerons avec les entités fédérées pour activer les demandeurs d'emploi. Il faut remettre la valeur "travail" au premier plan. Travailler, ce n'est pas une punition, c'est avoir une place dans la société. C'est aussi sur les mentalités qu'il faut agir.
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, degenen die een opleiding volgen, zijn ongerust en willen duidelijkheid. Ze hebben een contract gesloten met de overheid over een traject naar werk en willen dat dat gehonoreerd wordt.
Voor ons is het duidelijk. Er zijn vandaag ontzettend veel vacatures in ons land. Alleen al in de zorg geraken meer dan 140.000 vacatures niet ingevuld. Het is dan ook de opdracht van de regering om werklozen zo snel mogelijk naar een job toe te leiden. We zullen hen daarbij moeten helpen en we zullen dat samen met de deelstaten moeten doen. Mijnheer de minister, op ons kunt u rekenen.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
U weet allen dat wanneer een naam valt, de betrokkene dan geneigd is om een persoonlijk feit in te roepen. Ik probeer dat op een objectieve manier te bekijken. Er was de wens dat de heer Hedebouw bij voortduring 1 mei zou kunnen vieren. Ik kan dat bezwaarlijk een belediging of een negatieve kwalificatie noemen.
Er is een oordeel geveld over het beleid van de heer Dermagne en ik denk dat dat wel een persoonlijk feit is. (Protest op de banken)
Collega's, het komt de voorzitter toe om te oordelen over het persoonlijk feit of niet en ik denk dat ik daarbij geen onderscheid maak. Mijnheer Hedebouw, u kunt het vermelden van uw naam bezwaarlijk een belediging noemen.
Ik wil iedereen nogmaals op het hart drukken dat ze best geen namen noemen. Collega Ronse, ik vermoed dat de heer Hedebouw heel blij is dat u zijn naam hebt genoemd, want dat geeft hem nu de kans om de indruk te wekken dat er een persoonlijk feit is. Ik heb mijn oordeel geveld en de heer Dermagne krijgt het woord.
Pierre-Yves Dermagne:
Je vous remercie, monsieur le président.
Madame Reuter, vous avez une vision simpliste de la vie et de la société. Je ne vais pas crier ici, je vais simplement vous rappeler quelle est la réalité. Il y a effectivement un peu plus de 100 000 demandeurs d'emploi de longue durée. Parmi eux, près des deux tiers ont travaillé les deux années précédentes.
Pas suffisamment pour pouvoir sortir des chiffres du chômage, mais nous ne sommes pas avec des bénéficiaires ravis de recevoir une allocation de chômage. Nous sommes avec des gens qui essayent de retrouver le chemin du travail. Et parmi les 170 000 emplois en pénurie, il y a des emplois d'infirmier et d'infirmière, des emplois d'enseignant et d'enseignantes, de technicien et de technicienne, des emplois qui nécessitent une formation, qui nécessitent un diplôme.
Si vous pensez que, demain, on va former des infirmiers et infirmières ou des enseignants et enseignantes en un an, ce n'est pas le modèle de société que nous, au Parti Socialiste, nous voulons. Nous voulons de l'emploi de qualité, de l'emploi qui rémunère de manière digne celles et ceux qui travaillent, et des emplois qui émancipent, comme M. Clarinval l'a évoqué tout à l'heure, mais en parlant de choses qu'il ne connaît pas.
Florence Reuter:
Vous, vous savez sûrement comment on vit! Mais pour qui vous prenez-vous en donnant des leçons? Pour qui vous prenez-vous? Je n'ai cité aucun nom, monsieur le président.
Pour les socialistes, qui ont enfin perdu les élections et qui enfin se retrouvent dans l'opposition après des années et des décennies d'assistanat, il est peut-être temps de regarder les choses en face. Alors moi, je ne suis sûrement pas fataliste, je suis justement réaliste, mais je suis surtout optimiste. Et je n'ai cité aucun nom.
Voorzitter:
U had wel degelijk de heer Dermagne bij naam genoemd, mevrouw Reuter.
Pierre-Yves Dermagne:
Madame Reuter et vos collègues du MR, dites-moi comment on va former demain une infirmière ou un infirmier en un an!
Florence Reuter:
(…)!
Voorzitter:
Collega's, ik denk dat de diverse standpunten vrij duidelijk zijn gemaakt.
-
Vraag: De zorgwekkende stijging van het middellange en langdurige ziekteverzuim bij jonge werknemers
Vraag: De stijging van het aantal langdurig zieken
Vraag: Het recordaantal langdurig zieken
Vraag: Het recordaantal langdurig zieken
Vraag: De stijging van het aantal langdurig zieken
Vraag: De langdurig zieken
gezondheid en welzijnDe zorgwekkende stijging van het middellange en langdurige ziekteverzuim bij jonge werknemers
De stijging van het aantal langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
De stijging van het aantal langdurig zieken
De langdurig zieken
Stijging langdurig ziekteverzuim onder werknemers summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 14 november 2024
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de alarmerende stijging (tot 42%) van langdurig ziekteverzuim bij jonge werknemers (25-34 jaar) en arbeiders, veroorzaakt door sedentariteit, digitale vermoeidheid, burn-outs, werkdruk en precaire contracten, met een maatschappelijke kost van 13 miljard euro per jaar. Minister Vandenbroucke erkent gedeeltelijk succes (bv. 16% deeltijdse herintegraties) maar benadrukt dat preventie (werkbaarheid, re-integratie, psychologische zorg) en sectorale actieplannen ontbreken, terwijl werkgevers te weinig verantwoordelijkheid nemen. Kritiek punt is dat beleid te laat en fragmentarisch is: werkdruk, flexibele contracten en kinderopvang blijven onopgelost, met regionale verschillen (Wallonië loopt sterk achter). Strengere sancties, snellere re-integratie en een holistische aanpak (fysiek/mentaal welzijn, thuiswerkregels) worden geëist. Conclusie: structurele hervormingen zijn nodig, met focus op preventie, werkgeversplichten en generatiegerichte oplossingen, maar de huidige maatregelen volstaan niet.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, la digitalisation constante et croissante du travail et la sédentarisation qui y est liée, suscitent une série d’inquiétudes au sujet de la santé physique et mentale des travailleurs, et principalement celle des jeunes adultes.
De récentes analyses effectuées par Securex indiquent une augmentation de l’absentéisme de moyenne et de longue durée. Celui-ci a même atteint des records au premier semestre de cette année en Belgique, avec, chez les jeunes de 25 à 34 ans, une augmentation de 26 % pour les absences de moyenne durée et de 42 % pour les absences de longue durée, par rapport à 2022.
Cette tendance serait liée au mode de vie plus sédentaire de ces jeunes, marquée par une utilisation importante des technologies numériques, une mobilité réduite et une augmentation des symptômes liés au burn-out. Les experts préconisent la mise en place d’une approche différenciée, prenant en compte les spécificités et les besoins de chaque groupe d’âge, afin d’obtenir un environnement de travail plus propice à la santé et à l’engagement.
Mijnheer de minister, bent u verrast door die cijfers? Bevestigen uw diensten deze bevindingen in uw statistieken?
Welke maatregelen hebt u tijdens uw zittingsperiode genomen voor deze specifieke groep? Wat stelt u voor om negatieve gevolgen van sedentarisatie en digitale vermoeidheid voor de gezondheid van jonge werknemers te bestrijden? Welk preventie- of ondersteuningsbeleid moeten we inzetten om bedrijven te helpen om meer evenwichtige werkomgevingen te creëren die de fysieke en mentale gezondheid en het welzijn van hun werknemers bevorderen en om praktijken aan te passen aan de realiteit van elke generatie werknemers?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, het aandeel langdurig zieken blijft toenemen. We zien dat al langer en dat blijkt vandaag opnieuw uit een studie die Securex gepubliceerd heeft.
Het feit dat het aandeel jongeren zo sterk toeneemt, moet voor ons absoluut een wake-upcall zijn. We merken dat de langdurige afwezigheid bij hen met 42 % is toegenomen op twee jaar tijd. We mogen deze jonge mensen niet aan hun lot overlaten. We willen hen niet in een vergeetput laten van uitkeringen en inactiviteit. Dat is namelijk in de eerste plaats dramatisch voor die mensen zelf, want door langdurig afwezig te zijn op het werk raken ze steeds verder geïsoleerd en komen ze steeds meer in de problemen.
Het is echter ook een enorm maatschappelijk probleem, met een kostprijs van 8,2 miljard euro. Ook dat kunnen we ons niet veroorloven. Er zijn maatregelen genomen door de regering, maar het is heel duidelijk dat die niet volstaan. We moeten bovendien ook vaststellen dat in Vlaanderen de dienstencheques en de kinderopvang duurder worden. Dat zal absoluut niet helpen om de combinatie van werk en gezin beter te maken en zal er ook niet voor zorgen dat we die jonge mensen kunnen helpen.
Het bilan na vier jaar is eigenlijk te mager. Iedereen doet van alles, ook de werkgevers, maar de resultaten blijven uit. We zullen de komende jaren uit een heel ander vaatje moeten tappen voor de mensen in kwestie, maar ook voor de werkgevers. (…)
Kim De Witte:
Mijnheer de minister, het aantal langdurig zieken explodeert. We zitten aan meer dan 500.000 zieken. Dat is meer dan één werkende op de tien in ons land.
Mijnheer de minister, u zei dat u het probleem zou aanpakken. Dat zei u vier jaar geleden. U zou een stroomstoot geven aan het aantal gere-integreerden. Wat zien we vier jaar later echter? Het probleem is gewoon erger geworden. Het is erger geworden.
Collega’s, ik hoor de rechtse partijen al luidop dromen van meer sanctioneren en meer responsabiliseren. Gaan we het probleem daarmee echter oplossen?
Ik wil u één reactie voorlezen van een zorgwerkster, die ik vandaag las in Het Laatste Nieuws . U weet nog dat vorige week 30.000 zorgwerkers op straat zijn gekomen. De dame schrijft het volgende: “Heb je de werkdruk in de zorg al eens gevoeld? Iedereen bij ons sukkelt met fysieke klachten. De werkdruk is waanzinnig hoog. Meer doen met minder mensen is de algemene trend hier en in vele andere sectoren.” Mijnheer de minister, in wat die dame schrijft, herkennen heel veel mensen zich. De experts bevestigen dat ook.
Wat zijn de belangrijke problemen van de langdurig zieke? Dat zijn ten eerste spier- en gewrichtsziekten, vooral bij arbeiders: kapotte ruggen, kapotte knieën, kapotte armen. Het gaat om mensen die op gewerkt zijn. Ten tweede gaat het over werkstress en burn-out, vooral bij jongeren. De trend is stijgend bij jongeren. De oorzaak is de hyperflexibiliteit, met nulurencontracten, blijvende interimcontracten en flexi-jobs. Ten derde gaat het over langer werken en het verdwijnen van de mogelijkheid van rustpauzes. Dat is absurd. Wij moeten altijd langer werken maar jullie schrappen het tijdskrediet, de loopbaanonderbreking en dus de systemen die langer werken mogelijk maken.
Collega’s, het is heel straf dat in de nota voor de volgende regering dezelfde recepten op tafel liggen.
Mijnheer de minister, (…)
Kristien Verbelen:
Geachte minister, de sterke stijging in de laatste jaren van het aantal werknemers die omwille van gezondheidsproblemen in langdurige ziekte terechtkomen, is en blijft zorgwekkend. De teller staat ondertussen op een half miljoen. Vooral het aantal werknemers dat langer dan een jaar afwezig is, is bijzonder onrustwekkend.
Dat is geen cijfer om licht op te vatten. Dat wil zeggen dat we hier met een samenleving zitten die er niet in slaagt om mensen gezond en werkbaar aan het werk te houden. Het Vlaams Belang waarschuwt er al jaren voor dat als het beleid niet wordt aangepast, dit aantal tegen 2035 tot 600.000 kan oplopen.
De oorzaken zijn divers. Psychosociale problemen zoals een burn-out spelen zeker een grote rol, maar ook de kwestie van de zware beroepen blijft onopgelost. Niemand kan zwaar werk waarvan men letterlijk en figuurlijk kromgebogen is, uitoefenen tot zijn of haar 67 jaar. Wat extra zorgwekkend is, ook jongeren zijn steeds vaker langdurig afwezig wegens medische redenen.
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot de begeleidingstrajecten en de rol van de terug-naar-werkcoördinatoren? Hoe wordt deze problematiek in lopende zaken opgevolgd? Vond er al overleg met de collega's van de deelstaten plaats om te komen tot een gecoördineerde aanpak?
Nathalie Muylle:
We hebben in de cijfers inderdaad gezien dat de stijging nog nooit zo sterk is geweest. Twee groepen springen daarbij in het oog. Enerzijds zijn er de arbeiders, bij wie de jobonzekerheid steeds meer begint door te wegen, en anderzijds zijn er de jonge mensen, die veel thuis zijn, wat zorgt voor mentale en fysieke klachten. Burn-out verdient zeker onze aandacht.
Anderzijds heb ik hier de positieve impact bij de groep van 55-plussers nog niet horen vermelden. De maatregelen die we samen hebben genomen voor het terug-naar-werkproject, met meer controle, meer inzetten op re-integratie en een veel snellere heroriëntering, hebben gewerkt. Dat is voor ons de juiste weg.
Ik kom terug op de jonge mensen. We moeten vaststellen dat voor hen veel minder makkelijk oplossingen worden gevonden. Onze maatschappij is sterk veranderd, maar toch zijn bepaalde oude structuren nog intact. Ik neem het voorbeeld van mijn dochter. Zij heeft drie kleine kinderen die om 15 uur aan de school opgehaald moeten worden. Een ziek kind kan niet naar de kinderopvang. Grootouders, zoals ik, zijn nog heel actief op de arbeidsmarkt, waardoor voor de jonge ouders een sociaal netwerk wegvalt. De sociale media leggen grote druk op de jonge gezinnen. Ze moeten hobby’s hebben, zich ontspannen, sporten.
Wij, politici, moeten ervoor zorgen dat we de jonge mensen veerkrachtig maken en dat we hun kansen geven. Dat gaat over de combinatie van een job met een gezin, dat gaat over eerstelijnspsychologische zorg, over welzijn, over recht op deconnectie. Daar ligt voor ons ook een taak weggelegd.
Hoe kijkt u naar die recente cijfers van Securex?
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ben eventjes in de cijfers gedoken voor de voorbije tien jaar en heb gekeken naar het aantal mensen dat langer dan één jaar ziek is. In Vlaanderen is het aantal gestegen van 180.000 naar 224.000. Dat is veel, dat is een stijging met 44.000. In Brussel is het aantal gestegen van 24.000 naar 44.000. Dat is bijna een verdubbeling. In Wallonië – houdt u vast, collega's – is het aantal gestegen van 100.000 naar 196.000. Dat is een stijging met 96.000. Dat is een stijging van bijna 100 %. Om u een idee te geven, ik heb een bescheiden Waalse stad opgezocht met 96.000 inwoners. Mons heeft 96.000 inwoners. Dat is dus heel de populatie van Mons in tien jaar tijd. Weet u wat dat ons kost, meer dan 500.000 mensen die een jaar of langer ziek thuiszitten? Dat kost ons 13 miljard euro per jaar!
Collega's, als we het hier hebben over het budget en het zoeken van oplossingen: het is dáár dat we ze moeten vinden. Ik heb een aantal oplossingen die u misschien rechts zult noemen, maar ik heb ook een aantal oplossingen die links noch rechts zijn. Het gaat dan over aangepaste contracten. Laat iemand die een jaar lang ziek is bij zijn werkgever testen voor een geschiktheidsattest, zonder opzegvergoeding, zonder sociaal passief en met behoud van zijn uitkering. In plaats van dat een dokter zegt hoelang men niet kan gaan werken, stelt hij wat men nog wél kan doen.
Als dit de voorbije jaren was ingevoerd, hadden we veel meer geld overgehad om mensen te helpen die het echt nodig hebben. Ik vind het ongelooflijk jammer dat het zo is. Maar goed, wij kijken vooruit. Wij bouwen aan een nieuwe regering.
Mijnheer de minister, ik heb niet de gewoonte om in lopende zaken fundamentele vragen te stellen. Kunt u echter verklaren waarom de cijfers in Wallonië en Vlaanderen zo ontzettend hard van elkaar verschillen?
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, mensen die door ziekte getroffen zijn, moeten zo goed als mogelijk worden geholpen om te genezen. Mensen die door ziekte getroffen worden, moeten ook alle kansen krijgen om ondanks die ziekte weer aan het werk te kunnen gaan in een passende job wanneer dat mogelijk is. Dat is een essentieel recht van mensen en het is vaak een kwestie van gezondheid.
De cijfers van Securex zijn interessant omdat ze aantonen dat een deel van ons beleid, dat problemen van mensen die op wat oudere leeftijd langdurig ziek zijn achteraf aanpakt, succesvol blijkt, maar het is helaas niet voldoende. Op dat vlak verbeteren de cijfers. Langs de andere kant stellen we vast dat er bij die jonge groep mensen in de samenleving van alles gebeurt waardoor de uitval door ziekte toeneemt.
We moeten dus vechten om de kansen van de mensen die slachtoffer van ziekte zijn geworden te verbeteren. We moeten echter ook voorkomen dat mensen lang uitvallen.
Collega’s, we boeken enige successen. Op dit ogenblik is 16 % van de groep langdurig zieken deeltijds weer aan het werk. Op één dag zijn er meer dan 100.000 van die fameuze groep van 500.000 weer voor een stuk aan het werk. Daar zit beweging in. Op één jaar zijn dat 140.000 mensen van wie er steeds meer doorstromen naar volledige tewerkstelling. Is dat voldoende? Nee, maar het is wel goed.
Mijnheer Ronse, ik kan u hier geen gedetailleerde analyse geven over de reden waarom de cijfers in Wallonië nog slechter geëvolueerd zijn dan in Vlaanderen. Ongetwijfeld heeft dat alles te maken met de sociaal-economische context in Wallonië. Het is wel belangrijk te vermelden dat de barometer van ons beleid aantoont dat het aantal doorverwijzingen van langdurig zieken naar Forem, de Waalse arbeidsbemiddelingsdienst, spectaculair toeneemt. Bij wijze van uitzondering mogen Vlamingen ook eens iets goeds zeggen over Wallonië, want Forem is volledig on target wat betreft de afspraken tussen het RIZIV en Forem. De groep die wordt doorverwezen groeit snel, zelfs spectaculair. Dat is weliswaar een inhaalbeweging.
De VDAB komt met de allerlaatste cijfers nu ook on target . Het feit dat dit tijd heeft gevraagd, ligt niet alleen aan de VDAB, maar ook aan het RIZIV en aan het hele beleid. Nu – en dat staat nog niet op onze barometer – worden er eindelijk 1.000 mensen per maand doorverwezen door het RIZIV naar de VDAB. We zijn daar dus on target .
U hoort me niet zeggen dat dit voldoende is. Binnen de batterij aan maatregelen die we ontwikkeld hebben, is er meer actie nodig op het terrein. Ik geef één voorbeeld. We geven nu een kleine financiële sanctie aan bedrijven die heel veel mensen dumpen in langdurige ziekte. We verzamelen daarmee een aantal miljoen euro. Het is de uitdrukkelijke vraag aan werkgevers en werknemers om binnen hun sectoren afspraken te maken om dat geld te gebruiken om ervoor te zorgen dat mensen minder uitvallen. Er is echter nog geen enkele cao gesloten en dat stelt mij zeer teleur. Ik roep dus werkgevers en werknemers in de sectoren op om dat geld te gebruiken. Dat ligt daar, want het komt binnen door de penalisering. Ze moeten dat gebruiken om actie te ondernemen. Er is dus meer actie nodig binnen de bestaande maatregelen die we hebben genomen. De maatregelen moeten ook absoluut versterkt worden op alle fronten tijdens de volgende regeerperiode.
Je crois que vous avez absolument raison, madame. Il est vrai qu'il faut aussi réfléchir à ce débat de société: la qualité du travail, l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée, la condition des jeunes travailleurs (hommes et femmes) et la difficulté de concilier les responsabilités d'un ménage avec le travail.
Nous avons pris des mesures importantes pendant la législature dans le cadre du deal pour l'emploi. Nous avons également amélioré le congé parental.
Ik ben het eens met mevrouw Muylle dat kinderopvang essentieel is, maar dat debat moeten we natuurlijk in de regionale parlementen voeren. Ik ben alleszins blij dat de Vlaamse regering zwaar inzet op kinderopvang en ga ook akkoord met de andere zaken die u hebt genoemd, mevrouw Muylle.
Wat we doen in de eerstelijnspsychologische zorg, voorkomt dat mensen langdurig uitvallen. We hebben daar het bewijs van in de cijfers. (…)
Voorzitter:
U moet stoppen, mijnheer de minister, want ik heb de micro uitgezet.
Aurore Tourneur:
Je vous remercie pour vos réponses, monsieur le ministre. Comme on dit, er is nog veel werk aan de winkel . Pour tout ce qui touche à la technologie et à la jeunesse, il serait souhaitable d'avoir un cadre de prévention adapté, une modification des pratiques managériales et aussi des conditions de travail qui doivent évoluer en même temps que ces technologies.
Einstein disait: "Il est hélas devenu évident aujourd'hui que notre technologie a dépassé notre humanité".
We kunnen niet toestaan dat de technologie een tempo dicteert dat de menselijke gezondheid niet kan bijhouden.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, dit is een debat waard en dat moet zeker voortgezet worden. U wijst erop dat er al veel beleid is gevoerd, maar tegelijk zegt u dat het onvoldoende is. Daar ben ik het absoluut mee eens. U hebt echter wel vier jaar de tijd gehad om beleid te voeren. In die zin ontgoochelt het antwoord mij een klein beetje.
Volgens ons is zeker een grondige analyse van het gevoerde beleid nodig, op wetenschappelijke basis, zodat we echt de oorzaken aan de basis van de langdurige ziekten kunnen aanpakken. Misschien is het nodig om restrictiever te zijn ten aanzien van werkgevers, ziekenfondsen en huisartsen, maar mogelijk betekent het ook dat we als overheid veel meer preventieve maatregelen moeten nemen, zoals gesuggereerd in de studie van Securex, inzake thuiswerk, sedentair gedrag en (…)
Kim De Witte:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat we de maatregelen op alle fronten moeten versterken, maar waar is het debat over de werkdruk? Waar zijn de maatregelen om de werkdruk die te hoog is – er moet altijd meer worden gedaan met minder mensen – in te perken? We kunnen geen debat voeren over langdurig zieken als we het debat over de werkdruk niet voeren. Waar is het debat over altijd maar langer werken? De vorige regering zei dat alle bruggepensioneerden zouden worden geschrapt en al die oudere werknemers zijn erbij gekomen in de ziekteverzekering. We hebben niks opgelost, niks. Die bruggepensioneerden kostten ons zelfs minder dan de zieken.
Waar is het debat over de plichten van de werkgevers? Negen werkgevers op de tien hebben zelfs geen actieplan over langdurig zieken. Ik hoor daarover geen discussie of strenge sancties. Wel, mijnheer de minister, als u niet wilt dat wij hier over een maand of een jaar opnieuw staan om nog eens te spreken over (…)
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, helaas moet ik vaststellen dat de huidige aanpak van de vivaldiregering tekortschiet. De maatregelen die u aanhaalt, zijn onvoldoende en inefficiënt om het aantal langdurig zieken effectief terug te dringen. Het Vlaams Belang pleit voor een positieve aanpak waarin vooral wordt gekeken naar wat mensen wel nog kunnen, in plaats van hen langdurig aan de zijlijn te laten staan.
Daarom pleiten wij ook voor een splitsing van de sociale zekerheid. Wij willen komaf maken met de onkunde van het Belgische beleid. Wij willen klemtonen leggen waar wij vinden dat het nodig is en eigen middelen in eigen mensen steken.
Voorzitter:
Dank u wel, collega Verbelen, voor uw eerste tussenkomst in de plenaire vergadering. (Applaus)
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, ik ga helemaal akkoord, we moeten zorgen voor meer beleid. De recepten daarvoor liggen vandaag op tafel. We moeten echt meer middelen inzetten inzake controleartsen en arbeidsartsen, ook voor de attractiviteit van dat beroep. De re-integratie moet wat ons betreft sneller gebeuren. We moeten geen drie maanden wachten, maar moeten sneller inzetten op re-integratie. We moeten ook aan de responsabilisering werken, zowel van werknemers als van werkgevers. Het cruciaalste is misschien nog dat we ervoor moeten zorgen dat mensen niet uitvallen. We hebben samen ook de arbeidsparticipatietoeslag ingevoerd, om mensen te begeleiden, zodat ze niet kunnen uitvallen, door hen veel sneller te heroriënteren en ervoor te zorgen dat het werk werkbaar is. Daar zijn heel veel oplossingen voor.
Er is dus heel wat werk. Ik heb de indruk dat dit niet het laatste debat hierover zal zijn, maar voor ons zijn de recepten duidelijk. We moeten ervoor zorgen dat mensen langer op de werkvloer blijven.
Voorzitter:
Er was daarnet enige opwinding op de banken van de PVDA. De heer De Witte heeft effectief zijn eerste interventie gehouden in dit halfrond. (Applaus) Maar hij had zijn talenten natuurlijk al vertoond in het Vlaams Parlement. Vandaar dat ik zijn maidenspeech hier zo niet genoemd heb.
Mijnheer De Witte, toch welkom in deze plenaire vergadering
Axel Ronse:
Mijnheer de minister, ik heb nooit het genoegen gehad hier met hem te debatteren, maar u deed me denken aan de heer Verhofstadt in zijn meest optimistische dagen. U zei dat de maatregelen van de regering goed gewerkt hebben, maar er zijn 160.000 langdurig zieken bij gekomen. Daar kunnen we toch niet tevreden over zijn? U zei dat in Wallonië on target is, maar er is daar een verdubbeling van het aantal langdurig zieken, namelijk 96.000. Het equivalent van de bevolking van Mons is erbij gekomen. U zei dat het aan de sociaaleconomische toestand ligt, maar het ligt daar niet aan, het ligt aan de complete laksheid van de ziekenfondsen daar, aan het voorschrijfgedrag en aan het complete gebrek aan verantwoordelijkheid voor publieke middelen en financiën. Als wij daar hier in het Parlement iets aan willen doen, dan is het vijf voor twaalf. Ik zeg het nogmaals, laten we alstublieft zo snel mogelijk de supernota in praktijk omzetten. Anders sta ik hier volgende week met een batterij aan wetsvoorstellen om het aantal langdurig zieken te verminderen.
-
Vraag: De Panoreportage over ziekenhuisinfecties
gezondheid en welzijnDe Panoreportage over ziekenhuisinfecties
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 17 oktober 2024
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
België kampt met 157.000 jaarlijkse ziekenhuisinfecties (waarvan 30.000 door resistente bacteriën), vaak veroorzaakt door slechte hygiëne (o.a. besmette wasbakken op intensieve zorg), met dodelijke gevolgen voor kwetsbare patiënten. Hoewel er federale initiatieven lopen (bv. HOST-project, handhygiënecampagnes), vraagt Muylle om strengere nationale richtlijnen (zoals bij sepsis) en financiële druk via ziekenhuisfinanciering, gezien de grote verschillen in hygiënebeleid tussen ziekenhuizen. Vandenbroucke benadrukt samenwerking met deelstaten (via IMC) en een grondige evaluatie van bestaande maatregelen, maar wijst op de complexiteit door bevoegdheidsverdeling en antibiotica-resistentie. Kernpunt: levensreddende hygiënemaatregelen vereisen dwingendere afspraken en betere coördinatie, zonder bevoegdheidsconflicten.
Nathalie Muylle:
Collega's, 157.000 mensen lopen in ons land jaarlijks een ziekenhuisinfectie op. Een grootschalig Europees onderzoek, waaraan ook 49 Belgische ziekenhuizen deelnamen, toonde dat aan. Dat is heel veel, namelijk acht op de tien patiënten. We zitten op dat gebied wat achteraan het peloton en we weten dat ook. Een op de vijf van die patiënten, zo'n 30.000 onder hen, heeft te maken met resistente bacteriën. Dat zijn vooral fel verzwakte patiënten. Hen behandelen is ook heel moeilijk.
Er was deze week een reportage van Pano over dit onderwerp. Daarin werd toegelicht dat sanitaire voorzieningen in ziekenhuizen een bron kunnen zijn van heel veel miserie. Wastafels op bijvoorbeeld intensieve zorgen en neonatologie, waar heel wat kwetsbare patiënten liggen, zorgen soms voor heel zware infecties die leiden tot heel wat zorg, revalidatie en soms zelfs een overlijden.
We zien ook dat sommige ziekenhuizen daarmee heel goed aan de slag gaan. Ze schakelen hun zorgorganisatie dan om. Er waren ook een aantal getuigenissen in de reportage van ziekenhuizen die meldden dat ze niet au sérieux genomen worden. U hebt vandaag ook een bezoek gebracht aan een van die ziekenhuizen. Er moeten dus heel wat maatregelen genomen worden.
Ik weet dat ik mij hiermee op glad ijs begeef. Veel bevoegdheden rond kwaliteit en zorginspectie liggen namelijk bij de deelstaten. U hebt echter ook al heel wat initiatieven genomen rond handhygiëne en katheters. Ik wil u dus vragen of u hierover samen met uw collega's van de IMC wilt spreken. Men vraagt immers een nationale richtlijn op te stellen, zoals bij sepsis. Wilt u hiervoor het initiatief nemen?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Muylle, u hebt in het verleden terecht al op dit probleem gewezen en het is goed dat u daar nog eens op terugkomt. De Pano -uitzending toont inderdaad dat zeer elementaire hygiëne belangrijk is. Het gaat over handhygiëne, maar ook over wat men al dan niet in een lavabo vindt. Er zijn richtlijnen rond de afstand tussen de lavabo en het medisch materiaal. De naleving van die richtlijnen is zeer belangrijk en we ondersteunen die ook.
Sinds 2021 is er bijvoorbeeld een zeer groot project, het Hospital Outbreak Support Team (HOST), waarin de federale regering 13 miljoen euro investeert. We nemen ook andere initiatieven, maar de vraag is inderdaad of dit al voldoende oplevert. De jury is nog aan het wachten en we moeten ons de vraag stellen hoe we die inspanningen moeten evalueren. De evaluatie wordt al deels gemaakt, maar die zal grondig moeten worden uitgevoerd.
U hebt gelijk dat dit onderwerp met de deelstaten besproken zou moeten worden. De inspectie op de hygiëne is immers een bevoegdheid van de deelstaten. We moeten elkaar echter niet met de vinger wijzen. Zoals u hebt gesuggereerd, is het belangrijker om op het niveau van de interministeriële conferentie samen na te denken over hoe we enerzijds de ziekenhuizen kunnen helpen en ondersteunen, ook financieel, en anderzijds alle neuzen in de goede richting kunnen krijgen.
U hebt hier vroeger sterk gepleit voor een nationaal sepsisplan. Dat wordt momenteel ontwikkeld en daar verwacht ik wel wat van. Laatst maar niet het minst, op de achtergrond speelt ook de resistentie tegen antibiotica bij bepaalde bacteriën en dat is het verschil tussen de lavabo thuis en de lavabo in het ziekenhuis. De resistentie ten aanzien van antibiotica blijft ook een cruciaal iets waar we samen aan moeten werken.
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. U hebt gelijk, er zijn al heel wat initiatieven genomen. Maar het viel mij toch op hoe bepaalde ziekenhuizen hiermee aan de slag gaan, samen met de ziekenhuishygiënist, terwijl andere ziekenhuizen dat vandaag veel minder doen. Het gaat hier echt om levens. Het gaat ook om de immense kosten die het gevolg kunnen zijn van een slecht hygiënebeleid. De vraag is of we op federaal niveau, gelet op het pay-for-performancebeleid, niet een stuk strenger moeten zijn op de ziekenhuisfinanciering. Moeten we in de teksten waarover nu samen aan tafel zitten geen verdere initiatieven nemen? Het gaat hier echt om levens. U zegt dat u de minister bent van de patiënt. Wel, hier gaat het om patiënten. Hier moeten we echt wel een oplossing voor vinden.
-
Vraag: De sociale gevolgen van de herstructurering bij Audi
Vraag: Audi Vorst
Vraag: Audi
Vraag: De toekomstperspectieven na de sluiting van de Audifabriek te Brussel
Vraag: Audi
Vraag: De herstructurering bij Audi Brussels en de sociale impact op de werknemers en de onderaannemers
Vraag: Audi Vorst
Vraag: Audi
Vraag: De Belgische autosector
Vraag: De malaise bij Audi Brussels
economie en werkDe sociale gevolgen van de herstructurering bij Audi
Audi Vorst
Audi
De toekomstperspectieven na de sluiting van de Audifabriek te Brussel
Audi
De herstructurering bij Audi Brussels en de sociale impact op de werknemers en de onderaannemers
Audi Vorst
Audi
De Belgische autosector
De malaise bij Audi Brussels
De impact van Audi's herstructurering op werknemers, onderaannemers en de Belgische autosector summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Parlementsleden bekritiseren unaniem de plotselinge sluiting van de Audi-fabriek in Vorst – een winstgevende, hypermoderne en CO₂-neutrale site – en de cynische aanpak van de directie, die werknemers en parlementariërs bewust in onzekerheid hield terwijl ze onderhandelde met een mogelijke Chinese overnemer. Vanrobaeys (Vooruit) en Almaci (Groen) eisen een sociaal plan met respect voor toeleveranciers, een versnelde aanpassing van de wet-Renault (om transparantie af te dwingen) en een actief zoektocht naar een overnemer, terwijl Ronse (N-VA) en Van Lommel (Vlaams Belang) de hoge loonkosten en Europese groene beleidsfouten (o.a. geforceerde elektrificatie) als hoofdreden voor het vertrek naar Mexico aanwijzen – een stelling die Almaci ontkent (Duitse lonen zijn hoger). Minister Dermagne (PS) verdedigt zijn rol in lopende zaken, wijst op bemiddelingspogingen en een taskforce met gewesten/EU (o.a. via Net-Zero Industry Act), maar krijgt scherp kritiek van Nuino (MR) en Muylle (CD&V) voor gebrek aan concrete actie en vier jaar blokkade van wet-Renault-hervormingen. PVDA pleit voor een moratorium op sluiting, terwijl Handichi (PS) en Aouasti (PTB) de directie oproepen voor het parlement en steun voor onderaannemers eisen. De Smet (DéFI) hekelt het politieke vacuüm (geen federaal, Vlaams of Brussels gouvernement) dat de crisis verergert.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, "Wat hebben wij toch een fantastische fabriek, met goed opgeleid, flexibel en betrokken personeel", zei de directie van Audi gisteren tegen ons tijdens een rondleiding op de werkvloer. Maar de fabriek moet sluiten, vernamen we twee uur later. Achter gesloten deuren, zonder dat het personeel het kon horen.
Ons bedrijfsbezoek aan Audi gisteren was hallucinant. Er werd voor de parlementsleden een feelgoodshow opgevoerd die eindigde met een koude douche. De fabriek in Vorst moet dicht.
Voor het personeel is dit geen nieuws. Wat een zomer zonder zorgen had moeten zijn, werd een nachtmerrie die maar niet stopte. Voor die mensen is werken voor Audi meer dan een job. Het is hun leven. Dit doet mij denken aan Delhaize, een jaar geleden. Mensen die zich hun leven lang keihard hebben ingezet voor hun bedrijf worden nu aan de kant gezet als een cijfer na de komma.
Wat kan de politiek doen? Voor Vooruit kan die twee dingen doen.
Ten eerste, we moeten het personeel van Audi en dat van de toeleveranciers steunen. Sympathie is goed, maar zeker niet genoeg. Die mensen willen duidelijkheid en respect. Daarvoor kan een sociaal bemiddelaar zorgen.
Ten tweede, we moeten werken aan een plan voor de toekomst. Want wat zien wij nu? Wij zien dat het schoentje daar knelt. Die fabriek verdwijnt niet, zij wordt gewoon verplaatst naar Mexico. De auto van de toekomst wordt gebouwd, maar de Europese politiek volgt niet. Als het gaat over auto's met of zonder verbrandingsmotor zien wij dat conservatieve krachten tegenwerken. Als het gaat over laadpalen zien wij dat Europa achteroploopt.
Vandaar mijn vraag, mijnheer de minister. Het personeel heeft (…)
Ismaël Nuino:
Monsieur le ministre, depuis deux mois maintenant, la probable fermeture de l'usine Audi Bruxelles est au cœur de l'actualité. Elle est au cœur de nos préoccupations mais aussi et surtout au cœur des préoccupations des plus 4 000 familles qui risquent de perdre directement leur source de revenus. Il s'agit là d'une réelle urgence sociale. Je n'ai pas besoin de vous rappeler l'histoire. Une annonce attendue pour novembre a été anticipée. Un lock-out brutal pour les travailleurs a eu lieu. L'annonce officielle est toujours attendue aujourd'hui. Pendant ce temps, on apprend ce matin dans la presse qu'un potentiel repreneur chinois aurait visité l'usine alors même que les travailleurs ne demandent qu'une seule chose: continuer à travailler dans cette usine qui, comme nous l'avons vu, est flambant neuve.
Cette histoire nous rappelle malheureusement de tristes souvenirs en Belgique. Par exemple, celui de Caterpillar qui, près de huit ans après l'annonce de sa fermeture, n'a toujours pas d'alternative de reprise pour de nouveaux projets. On ne peut pas se permettre la même chose avec le site d'Audi Bruxelles à Forest.
Monsieur le ministre, depuis les annonces d'Audi, qu'avez-vous fait? Quelles initiatives en matière de diplomatie économique avez-vous prises? Avez-vous rencontré la direction d'Audi en Allemagne?
Plus fondamentalement, considérez-vous que vous êtes toujours responsable du dossier? En effet, j'entends dire que la responsabilité dépendrait aujourd'hui d'une potentielle future coalition de majorité fédérale. Mais c'est aujourd'hui au ministre de l'Économie en charge des affaires courantes, et donc des affaires urgentes, que je pose la question. Êtes-vous en charge? Si oui, qu'allez-vous faire? Sinon, qu'en tirez-vous comme conclusions?
Voorzitter:
J'ai vu que vous connaissez parfaitement le Règlement car vous avez parlé sans papier. C'est exemplaire.
(Applaus)
(Applaudissements)
Collega Ronse, de lat ligt hoog! Hij heeft al meteen zijn papier weggesmeten. (Gelach)
Axel Ronse:
Mijnheer de minister, we waren gisteren bij Audi en we waren verbaasd over de veerkracht van de werknemers. Nog geen zes jaar geleden – en zes jaar in een mensenleven is niets, collega's – investeerde Audi 1 miljard euro in de plant in Vorst. Hij werd omgetoverd van een brandstofwagenfabriek naar een fabriek voor elektrische wagens en batterijen. Dat is ongezien. De medewerkers van Audi Vorst hebben zich zeer weerbaar getoond en hebben zich van carrossier tot batterijfabrikant omgeschoold.
We waren er dus gisteren en hadden de kans om met de directie te spreken na de rondleiding. Ik denk dat ik namens alle collega's spreek als ik zeg dat dit geen aangenaam gesprek was. De directie was zeer karig met commentaar. Dat heeft echter ook met de wet-Renault te maken die hun niet toelaat nu al bepaalde zaken te zeggen. In die zin is de wet-Renault dus ook contraproductief voor veel werknemers.
(Rumoer op de banken van PVDA-PTB)
Wat ik vooral heb vastgesteld, collega's van de PVDA, is dat u slechts 15 minuten de tijd hebt genomen om de directie aan de tand te voelen over het lot van de werknemers. Alle andere collega's, behalve de PS, hebben de directie tweeënhalf uur gematrakkeerd totdat we antwoorden kregen. Dat is het verschil met uw partij! Ik zou dus wat stiller zijn.
Wat wij nu moeten doen, collega's, is klaar en duidelijk. De Volkswagengroep ziet geen toekomst meer in de site. Ze hebben in tegenstelling tot u, mijnheer de minister, wel degelijk aangegeven dat ook de loonkosten te maken hebben met hun verhuis naar Mexico.
Pierre-Yves Dermagne:
Nee, nee …
Axel Ronse:
U was er niet en uw collega's zijn na 15 minuten weggegaan! Ze hebben dat wél gezegd. De loonkosten zijn een probleem.
Collega's, we moeten dus twee dingen doen. Ten eerste moeten we over de grenzen van meerderheid en oppositie heen zo snel mogelijk een andere autofabrikant aantrekken om de site over te nemen en de gemotiveerde medewerkers perspectief te geven. Daarnaast moeten we een hervormingstrein opstarten die arbeid hier mogelijk maakt.
Youssef Handichi:
Monsieur le ministre, le dossier Audi concerne quasiment 5 000 travailleurs directs et indirects, plus précisément 3 000 travailleurs directs et 1 500 sous-traitants. Autant de travailleurs qui se trouvent aujourd’hui sans réponse de la part de la direction, comme nous avons pu le constater hier, mais aussi sans réponse de votre part.
Effectivement, le Parlement a fait son travail. Nous avons reçu en commission les délégués syndicaux, qui sont venus nous exposer le dossier. En outre, avec la commission de l'Économie et celle des Affaires sociales, nous pourrons peut-être accueillir la direction qui, nous l’espérons, apportera des réponses aux questions que nous avons posées hier.
Dès lors, monsieur le ministre, le Parlement a fait son job mais force est de constater que vous êtes absent depuis le début. Vous êtes à l’initiative d’une lettre d’information avec le gouvernement. Qu’en est-il? Quelles sont les réponses? Avez-vous eu des contacts avec d’autres repreneurs? Où en est ce dossier?
L’usine Audi occupe 50 hectares, soit 10 % de la superficie de la commune de Forest. Il s’agit donc véritablement d’une urgence sociale et d’un dossier prioritaire. Même si votre gouvernement est en affaires courantes, monsieur le ministre, cela ne vous empêche pas de travailler et d’apporter des réponses aux travailleurs et au Parlement.
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, het laatste jaar werd de procedure-Renault 83 keer opgestart, voor een verlies van in totaal 7.600 jobs. Dit jaar zijn al 16.000 jobs verloren gegaan, waarvan heel veel in de industriële sector. De redenen daarvoor zijn de hoge loonlasten, de hoge regeldruk en de krapte op de arbeidsmarkt. Ook bij Audi staan 3.000 jobs op de tocht en bij de toeleveranciers 1.200. Men heeft het werk hervat bij Audi en het overleg is, na bemiddeling, opnieuw opgestart. Wij hadden trouwens al in juli gevraagd om die bemiddeling op te starten, helaas zonder reactie.
Mijnheer de minister, uw voorzitter Paul Magnette, hier aanwezig, zei maandag het volgende op de betoging – ik heb wél een tekst bij me omdat ik hem correct wil citeren: "Hier bij Audi zijn duidelijk niet de juiste industriële keuzes gemaakt. Heel snel is een aanpassing van de wet-Renault mogelijk." Voor de rest schoof hij alles in de schoenen van de onderhandelende arizonapartijen.
Mijnheer de minister, waar zat u echter de laatste vier jaar als minister van Werk en Economie? Welke initiatieven hebt u genomen, samen met de regio's en met het Europese niveau? Wat hebt u gedaan voor de aanpassing van de wet-Renault? De collega's van Ecolo en ikzelf hebben voorstellen ingediend in het Parlement, die gingen over de toeleveranciers, over een sociaal plan dat verplicht werd en over meer bemiddeling mogelijk maken. U gaf echter telkens een negatief advies en verwees naar de sociale partners, maar die sociale partners hadden in 2019 al een evaluatie gemaakt van de wet-Renault.
De komende weken zijn cruciaal voor die 4.200 gezinnen. Wat zult u doen? Ook in lopende zaken kunt u immers veel doen.
Voorzitter:
Als ik mij niet vergis, voorziet het Reglement dat voor citaten en statistieken een papieren hulpmiddel toegelaten is. Collega, u hebt de regels dus gerespecteerd.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de voorzitter, ik heb wel een tekst bij me, om binnen twee minuten te kunnn blijven.
Gisteren zijn we inderdaad bij Audi op bezoek geweest. Mijnheer Ronse, ik kan dat bezoek in twee woorden samenvatten: misplaatst en totaal bevreemdend. De directie liet ons een geregisseerd bezoek brengen aan een werkvloer met net terug gestarte mensen die rouwen om hun fabriek, in totale onzekerheid over hun toekomst.
We hebben drogredeneringen gehoord – inderdaad, mijnheer Ronse – over onder andere de loonkosten, die in Duitsland nochtans hoger liggen dan in ons land. Ik weet dat Arizona zich dicht bij de grens van Mexico bevindt, maar wij willen geen Mexicaanse toestanden voor de werknemers in dit land.
Wij hebben geen antwoorden gekregen. Die directie heeft ons uitgenodigd – ze is niet naar de commissie willen komen – om achter gesloten deuren totaal geen duidelijkheid te verschaffen. Niet over de letter of intent en het verschil van interpretatie van de engagementen die men is aangegaan ten aanzien van de regering, niet over de al dan niet gedeeltelijke overname – we lazen meer in de krant een halfuur na ons vertrek –, niet over het al dan niet betrekken van de onderaannemers en niet over de strategie. Men komt niet naar de commissie en zelfs achter gesloten deuren geeft men geen antwoorden. Dat is naast beledigend ook gewoon ronduit grof ten aanzien van iedereen, niet alleen in dit Parlement, want het gaat niet om ons, maar ten aanzien van iedereen die met dit dossier bezig is.
De vraag is niet hoe we onze loonvoorwaarden kunnen verslechteren om dat soort bedrijfsleiding tegemoet te komen, maar wel wat we zelf kunnen doen. Collega Muylle heeft het al gezegd, we hebben inderdaad voorstellen ingediend. De wet-Renault moet worden aangepast en uitgebreid. Wat is de stand van zaken daaromtrent? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de gesprekken met de directie? Waar staan we? Welk perspectief, welke duidelijkheid kunnen wij die werknemers bieden? Welk industrieel beleid willen wij voor de toekomst? Welke stappen zijn er gezet, mijnheer de minister?
Khalil Aouasti:
Monsieur le vice-premier ministre, chers collègues, en 2006, il y a eu VW, en 2010, Ford, en 2014, Opel, en 2024, Van Hool et, aujourd'hui, Audi, sans citer Makro, Mestdagh et Delhaize qui a beaucoup fait travailler ce Parlement. Monsieur le ministre, quand cessera-t-on de sacrifier celles et ceux qui, par leur travail, créent le capital et nourrissent des actionnaires toujours plus voraces? Qui est responsable de ces choix autant cyniques que désastreux? Ce sont toujours les mêmes: les directions. Et, pourtant, qui en paie lourdement l'addition? Ce sont aussi toujours les mêmes: les travailleuses et les travailleurs.
Monsieur le ministre, avec des collègues, nous avons visité hier l'usine d'Audi Forest et je vous avoue être un peu scandalisé. On nous a présenté un site industriel modèle, une usine neutre en carbone, une entreprise bénéficiaire, un bijou de technologie avec du personnel formé de manière optimale, tout cela notamment grâce à des investissements publics conséquents.
La visite s'est pourtant poursuivie par un exposé où la direction ne semblait envisager d'autres hypothèses qu'une fermeture laissant sur le carreau plus de 4 000 travailleuses et travailleurs plongeant avec eux plus de 4 000 familles dans la précarité.
Lundi, nous étions dans la rue à leurs côtés pour exiger que tout soit fait pour maintenir une activité sur le site et pour que toutes et tous gardent un travail, tant les travailleurs d'Audi que des sous-traitants. Aujourd'hui, la direction d'Audi doit les entendre. Elle doit aussi inclure ces travailleurs-là dans la procédure Renault. C'est ce que recommande le Conseil National du Travail (CNT) et c'est l'objet de la proposition de loi de notre collègue socialiste, Caroline Désir, que le cd&v et les Engagés, pour les avoir entendus, voteront certainement avec nous, la main sur le cœur.
Quant à la direction, elle n'est pas venue au Parlement, alors qu'on l'y a invitée. Elle a tenté d'imposer les modalités d'un débat à huis clos hier.
Monsieur le ministre, que faut-il penser de cette attitude scandaleuse? Quel avenir pour le site et ses travailleurs?
François De Smet:
Monsieur le ministre, chers collègues, moi aussi j'ai participé à cette visite. Avec les collègues, nous avons en effet vu une usine au top de la technologie et de l'innovation ainsi que des travailleurs au top de la qualification, dans les deux cas d'ailleurs, grâce à des subsides fédéraux, mais également régionaux. La Région bruxelloise a investi, à elle seule, depuis dix ans, 18 millions d'euros dans l'innovation et la formation des travailleurs. Nous avons ensuite eu une discussion laborieuse avec une direction qui est restée floue sur ses intentions, notamment sur la reprise.
Il y a deux volets. Tout d'abord, il y a bien sûr ce qu'il faut faire maintenant de cette usine et de ses travailleurs afin de les secourir. Je ne vais pas répéter mes questions qui sont les mêmes que celles de mes collègues. J'insiste néanmoins sur l'une d'entre elles: quels sont vos contacts avec un éventuel repreneur, avec ou non la direction actuelle du groupe Audi?
Ensuite vient une question plus large: comment avons-nous tous pu rater depuis tant d'années le virage industriel? À une certaine époque, la Belgique comptait treize usines automobiles. Si Audi ferme demain, il n'en restera plus qu'une. Comment en est-on arrivé là? Si on passe de treize à une, la faute ne peut pas être uniquement imputée aux autres, ni à une mondialisation débridée mais bien à une stratégie industrielle des groupes concernés et des autorités publiques. Par exemple, fabriquer des SUV électriques de trois tonnes dans l'usine de Forest, alors que tout indique que le marché – les Chinois l'ont bien compris – va plutôt favoriser des petites citadines électriques, était-ce la stratégie du siècle pour le groupe et pour nous?
Le rapport qu'a remis Mario Draghi dernièrement auprès de la Commission va dans ce sens: soit l'Europe décide de devenir une grande consommatrice des industries des autres, soit nous prenons la décision de nous réindustrialiser massivement. Parmi les dix chantiers préconisés par Mario Draghi, il y a notamment l'industrie automobile.
Que ceci, quelles que soient les solutions que nous devons trouver ensemble pour les travailleurs, ne soit pas juste la fin, mais le début d'un réveil! En tant qu'Européens, devons-nous être consommateurs ou aussi, à nouveau, acteurs?
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, "Elektrificatie is de werkgever van de toekomst." Dat was het mantra van deze regering. In 2021 nog werd in dit halfrond door de linkse partijen gezegd dat de toekomst van Audi Vorst gegarandeerd was, omdat ons land pionier wilde zijn in de vergroening van het wagenpark.
Die doorgeslagen politiek, hier en in Europa, heeft ervoor gezorgd dat de markt voor elektrische voertuigen in elkaar is gestuikt en de automobielindustrie in uiterst onzekere tijden leeft. Audi geeft het zelf aan: "We voelen de hete adem van de Chinezen in onze nek, waardoor de productie van de uiterst luxueuze elektrische Q8 in Brussel eerder wordt afgebouwd dan voorzien." Mijnheer de minister, ik word hiervan niet blij. Slachtoffer zijn die 3.000 mensen die op straat zullen staan. Wat na het vertrek van Audi verder met de site zal gebeuren, blijft een groot vraagteken.
We kunnen elkaar hier vandaag allemaal schaapachtig aanstaren en verontwaardigd doen, maar wat hebt u evenwel gedaan, mijnheer de minister, om de auto-industrie in ons land te houden? Herhaaldelijk heb ik er bij u op gehamerd dat we onze maakindustrie moeten versterken en koesteren, omdat men geen toekomst kan bouwen op een economisch kerkhof. Mijn woorden zijn nog niet koud en Audi pakt zijn biezen. Collega's, het zal hierbij niet stoppen. Ik zie dit als een voorbode voor de verdere verschraling van onze industrie.
Mijnheer de minister, wat zult u doen voor die 3.000 werknemers van Audi? Welke contacten zijn er verder geweest met de directie? Wat hebt u ondernomen om de auto-industrie en bij (…)
Voorzitter:
Ik dank u voor het citaat. Heel even dacht ik dat u zou zeggen dat communisme sovjetmacht en elektrificatie is, zoals Lenin op de achtste zitting van de Communistische Partij, maar u hebt er een andere draai aan gegeven. Zo kom ik echter naadloos bij collega Tonniau.
Robin Tonniau:
Bedankt, mijnheer de voorzitter, maar ik citeer liever mijzelf.
Mijnheer de minister, wat hebt u eigenlijk al gedaan voor mijn ex-collega's van Audi Brussel en de toeleveringsbedrijven? De PVDA heeft alvast een moratorium ingediend om de sluiting van de Audivestiging in Vorst te voorkomen. Die ultramoderne fabriek, vol technologie en knowhow, wordt namelijk met sluiting bedreigd, terwijl er nochtans verschillende industriële projecten op tafel liggen. Audi verkoopt liever heel de site om er dure appartementen op te zetten dan te zoeken naar nieuwe, alternatieve projecten of naar een overnemer. De autofabrikant vernietigt zo bewust onze jobs van de toekomst en vult zijn eigen zakken.
Audi heeft recordwinsten geboekt, vorig jaar 6,3 miljard euro. Misschien moet u aan de staatssecretaris voor Begroting eens vragen hoeveel dat eigenlijk is. Vorig jaar heeft de Volkswagengroep 12 miljard euro dividend uitgekeerd aan zijn aandeelhouders. Wanneer zal het eindelijk genoeg zijn voor die aandeelhouders? De politiek moet vandaag een lijn trekken: tot hier en niet verder.
Wij zullen en kunnen niet toestaan dat een winstgevende multinational de industriële toekomst van ons land opoffert. Wat zult u daaraan doen, mijnheer de minister? Ons voorstel is ingediend. Zult u de sluiting van die site blokkeren tot er een alternatief is? Wat zult u doen om de tewerkstelling op de Audisite te garanderen?
Voorzitter:
Collega Tonniau, ook u bedank ik om strikt binnen de spreektijd te blijven.
Mijnheer de minister, u hebt vijf minuten spreektijd voor uw antwoord.
Pierre-Yves Dermagne:
Mesdames et messieurs les parlementaires, je vous remercie pour vos différentes questions relatives à un sujet malheureusement brûlant d'actualité.
Je ne peux que répéter et confirmer à nouveau que je regrette et, surtout, que je condamne l'annonce terrible qui a été faite aux travailleurs de Forest par la direction d'Audi. Toutes mes pensées et tout mon soutien vont évidemment à ces travailleurs, aussi bien à ceux du site forestois qu'à leurs sous-traitants et qu'à leurs familles. Comme vous le savez, des annonces similaires ont également été faites en Allemagne, signe que cette crise qui touche notre industrie ne s'arrête pas à nos frontières, mais qu'elle frappe l'ensemble de l'industrie automobile européenne.
Aujourd'hui mon message est plus clair que jamais: il faut garantir un avenir industriel au site de Forest, à ses travailleurs ainsi qu'à ses sous-traitants.
Des sacrifices importants ont été consentis ces dernières années par le personnel de Volkswagen Forest d'abord et, aujourd'hui, d'Audi Forest. Des investissements considérables, en particulier des pouvoirs publics, ont été engagés pour que ce site ainsi que son personnel puissent devenir – ce qui est le cas aujourd'hui – un modèle européen sur le plan de la production zéro carbone. Il est donc plus urgent que jamais qu'une solution puisse être trouvée, avec ou sans Audi, pour que ce site de production de véhicules électriques ait un avenir et qu'il puisse pleinement jouer son rôle, celui que nous attendons de lui dans la construction de la mobilité de demain.
In de voorbije periode werden verschillende vragen gesteld over het inschakelen van een sociaal bemiddelaar.
Mevrouw Muylle, het is niet omdat wij ter zake niet breeduit communiceren in de pers dat wij niet, samen met de sociaal bemiddelaar van de FOD WASO, de nodige stappen hebben ondernomen om het sociaal overleg opnieuw recht te trekken.
En l'espèce, sans qu'il y eût besoin d'en faire une publicité excessive compte tenu de la sensibilité de la situation, les conciliateurs ont été à pied d'œuvre dès les premières minutes et ont été à la disposition des parties dès le début du conflit, ce qui a permis de trouver une issue de façon discrète et respectueuse de l'ensemble des parties prenantes.
Je vais vous faire une confidence. Je ne suis pas de ceux qui se bercent de l'illusion du consensus permanent. La démocratie et la démocratie sociale connaissent certains moments de tension. Et ils sont malheureusement nécessaires. Ce sont des moments où la frustration, la colère même, celle des travailleurs en l'espèce, peut se manifester. Il était donc normal et bien entendu légitime de la part de ces travailleurs que ce mouvement de frustration et de colère s'exprime, comme ce fut le cas d'ailleurs, il y a quelques mois, avec les agriculteurs de ce pays.
Comme vous le savez, la procédure Renault a débuté.
Momenteel is de informatie- en consultatiefase nog lopende. Ik roep de directie dan ook op om alle alternatieven zeer grondig te bestuderen en een eerlijke kans te geven. Ook bij het zoeken naar eventuele overnemers is het essentieel om prioriteit te geven aan de impact op de werknemers. Deze regering, de vivaldiregering, heeft vanaf de eerste signalen de nodige stappen gezet om proactief te werken aan het behoud van de tewerkstelling bij Audi, en dat in goede samenwerking met de verschillende bevoegde federale en regionale ministers. Een taskforce werd opgericht en een letter of intent werd bezorgd aan Audi. Ook op Europees vlak is er tijdens Vivaldi hard gewerkt aan de ontwikkeling van Europees industrieel beleid.
Comme vous le savez, les principales mesures phares sont le Net-Zero Industry Act, qui vise à accroître la capacité industrielle et les investissements dans les technologies de type Net-Zero, ainsi que les Important Projects of Common European Interest (IPCEI), le mécanisme européen porté par la Commission en vue de favoriser l’innovation dans des domaines industriels stratégiques.
Mais bien entendu, en tout état de cause, ce travail doit être poursuivi et approfondi. Comme vous l’avez dit, monsieur De Smet, l’autonomie stratégique de l’Union européenne est l’un des objectifs fondamentaux de l’Europe de demain, un objectif qui passe incontestablement par la réindustrialisation de notre Vieux Continent.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, ik vrees dat ik uw betoog hier moet afronden, anders krijgen we een golf van sprekers die over de tijdslimiet gaan.
Pierre-Yves Dermagne:
(…)
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, collega's, het gaat hier ook over geld. Het werd daarnet al eens gezegd: Audi maakt gewoon winst. Als Audi aan de andere kant van de wereld een nieuwe fabriek kan bouwen, kan Audi hier ook opdraaien voor een fatsoenlijk sociaal plan. Mijnheer de minister, dat moet ook gelden voor de werknemers van de toeleveranciers. Daarvoor is er een basis, dus we moeten daarop echt inzetten, ook in lopende zaken.
Wat niet werkt, zijn beloftes zoals die van de PVDA, die met een vingerknip de fabriek beloven open te houden. Er is een overnemer, dus de overheid moet alles op alles zetten om de fabriek en de tewerkstelling te redden. Zo maken we het verschil voor de werknemers van Audi en zo gaat iedereen erop vooruit.
Ismaël Nuino:
Monsieur le ministre, c'est certainement parce qu'il s'agit là d'un baptême du feu mais je voudrais dire que je suis déçu de ne pas avoir reçu de réponse à mes questions, ni sur la rencontre avec la direction d'Audi, ni sur ce que vous avez fait depuis l'annonce et sur le fait que vous vous sentiez responsable ou non dans ce dossier.
Monsieur le ministre, je vous ai effectivement entendu dire que vous regrettiez et que vous condamniez. C'est peut-être un peu de naïveté mais je m'attendais à ce qu'un ministre puisse faire un peu plus que regretter ou condamner. Vous êtes en charge des affaires courantes. Il est vrai qu'aucune norme juridique ne prévoit ce que sont les affaires courantes mais je suis allé voir la jurisprudence du Conseil d'État qui prévoit que c'est la gestion des affaires journalières, la gestion des affaires déjà en cours et la gestion des affaires urgentes qui sont celles qui, si leur résolution venait à tarder, créeraient un dommage ou une nuisance importante pour la collectivité. Dès lors, monsieur le ministre, je considère – comme vous, je l'espère – que la non-résolution de ce conflit causerait un vrai dommage pour la collectivité.
Voorzitter:
Collega's, er bestaat een goed gebruik in dit Huis om even aandacht te schenken aan het feit dat iemand voor het eerst een parlementaire toespraak heeft gehouden.
Collega Maouane heeft net voor de eerste maal gesproken, maar aangezien zij elders al enige parlementaire ervaring heeft opgedaan, vonden de diensten een applaus overbodig.
(Applaus)
(Applaudissements)
U ziet, mevrouw Maouane, dat uw collega's zo enthousiast zijn over uw betoog dat zij spontaan toch applaudisseren.
Collega Nuino daarentegen heeft daarnet wel degelijk zijn allereerste vingerafdrukken achtergelaten in de parlementaire geschiedenis. Dat verdient natuurlijk ook een passend applaus.
(Applaus)
(Applaudissements)
Nu krijgt collega Ronse 1 minuut repliektijd. Ook hij laat hier voor het eerst zijn stemgeluid horen.
(Applaus)
(Applaudissements)
Axel Ronse:
Ik heb hier echt waanzin gehoord. Totale waanzin. Sommigen zeggen dat we die 3.000 medewerkers van Audi zullen redden door de fabriek te verbieden te sluiten. Dat zijn de woorden van de tovenaars van de PVDA.
Andere collega's vinden dat de overheid de lonen niet te veel belast en dat we hier eigenlijk goed zitten wat dat betreft. Nochtans zijn de loonkosten hier verdorie bij de hoogste in Europa!
Er zijn ook parlementsleden die voorstellen om aan de wet-Renault te sleutelen. Wel, die wet-Renault zorgt er precies voor dat de werknemers nu geen duidelijkheid hebben. Wie gisteren in Vorst was en wie de moeite deed te blijven, weet dat de Volkswagengroep daar zal vertrekken.
Tot slot zijn er collega's die het hebben over een sociaal bemiddelaar. Ik vind dat een goed idee, maar dat is cosmetica. We weten dat de groep zal weggaan. Wat we nu moeten doen, is op zoek gaan naar een overnemer. In die site zit immers potentieel. Dat zijn we verplicht aan die 3.000 werknemers.
Voorzitter:
Ce sont aussi les premiers mots du collègue Handichi dans cet hémicycle.
(Applaus)
(Applaudissements)
Youssef Handichi:
Merci, monsieur le président.
Monsieur le ministre, nous attendions des réponses, mais nous n'en avons reçu aucune. Je voudrais quand même vous rappeler que vous êtes en charge de ce dossier. Donc, vous devez apporter des réponses. Votre camarade, M. Dermine, est placé sous votre tutelle et doit apporter des réponses sur l'industrialisation de notre pays. Or nous n'en avons pas reçu. Nous sommes certainement obligés de vous convoquer en commission pour pouvoir approfondir ces questions. Comptez sur nous pour vous donner des solutions... de droite, puisque c'est la dernière ligne droite pour cette usine!
Voorzitter:
U zult mij niet horen zeggen dat collega Muylle geen applaus verdient, maar dit is absoluut niet haar eerste betoog.
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, het is spijtig dat ik de afgelopen vier jaar niets heb gezien van uw vurigheid van daarnet over de wet-Renault. Uw fractie heeft immers vier jaar lang elk initiatief in de commissie daarover tegengehouden.
Ik denk dat u uw rol in de komende weken onderschat. In 2019 hebben we tijdens de periode van lopende zaken zeer veel kunnen doen, bijvoorbeeld voor GSK en Brussels Airlines. Men verwacht van u dat u de vinger aan de pols houdt en dat u in overleg met de gewesten onderzoekt of er al dan niet een overnemer komt voor bepaalde onderdelen. Er zal hertewerkstelling nodig zijn en een activering van de tewerkstellingscellen. U kunt de komende weken zoveel verwezenlijken. Alstublieft, doe uw job!
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, we moeten allemaal onze job doen. Zoals ik daarnet zei, zijn lopende zaken geen dode zaken. We moeten een streep in het zand trekken. We moeten als Parlement en als regering collectief werken tot er duidelijkheid is voor al die mensen. Liever gisteren dan vandaag. We moeten dat doen uit solidariteit met die getroffen werknemers, maar ook om perspectief op lange termijn en een investeringsklimaat voor een duurzame industrie te creëren.
We kunnen nu drie zaken doen.
Ten eerste vind ik het essentieel dat de directie luistert naar dit Parlement, luistert naar het volk, en hier duidelijkheid komt verschaffen. Ik vraag dat nogmaals met klem.
Ten tweede, mijnheer Ronse, is de wet-Renault een verduidelijking van vroegere wetten, waarmee de N-VA in de Zweedse regering ook geen komaf heeft gemaakt. Ik mag hopen dat de arizonaregering dat ook niet zal doen, want anders gaan we echt naar Mexicaanse toestanden.
Ten derde moeten we onterechte steun terugvorderen (…)
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, on ne jette des pierres qu'à un arbre qui porte des fruits.
Après avoir baladé les travailleuses et les travailleurs d'Audi pendant des années et leur avoir promis le plein emploi contre une réduction de salaire de 20 %, après avoir baladé le gouvernement et après avoir baladé le Parlement hier pendant un après-midi, il est temps qu'Audi vienne s'expliquer ici et en commission. J'attends de mon collègue Handichi qu'il demande à son président de commission de convaincre la présidence et la direction d'Audi de venir se présenter.
Par ailleurs, dans les négociations pour un plan social, Audi doit tenir compte des sous-traitants. Je rappelle ici que les affaires courantes sont une notion gouvernementale et non pas parlementaire. Notre proposition de loi sur la procédure Renault sera prise en considération aujourd'hui, la demande d'urgence étant actée. Le débat parlementaire aura lieu dès la semaine prochaine. Si vous le souhaitez réellement, vous pourrez voter cette proposition.
Aujourd'hui, le choix est clair: laisser faire les grands patrons ou défendre les travailleurs. Les socialistes seront toujours du...
François De Smet:
Monsieur le ministre, votre réponse était, certes, un peu frustrante mais, d’un autre côté, il est tout de même amusant d’entendre une série d’acteurs vous enguirlander parce que vous êtes ministre en affaires courantes et, généralement, ce sont les mêmes qui n’arrivent pas à former un gouvernement fédéral.
En effet, il faut pouvoir le dire: nous sommes le 19 septembre, chers collègues, et il manque dans ce pays trois gouvernements qui seraient bien utiles dans cette crise: un gouvernement flamand, un gouvernement régional bruxellois et un gouvernement fédéral. Cela va quand même commencer à être compliqué de dire aux 3 000 travailleurs d’Audi qu’ils risquent leur emploi aujourd’hui notamment parce qu’il faut attendre le résultat des élections communales et qu’il semble impossible d’avancer sur la formation de ces trois gouvernements qui, en plein exercice, seraient des acteurs-clés.
À un moment donné – je dis ça au cas où certains partis politiques dans cette salle seraient en train de négocier et ralentiraient de peur d’arriver à un accord avant le 13 octobre –, il faut arrêter de prendre les élections communales comme prétexte et avancer, notamment parce que ce genre de dossier va se multiplier. Je vous remercie.
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de minister, de geschiedenis zal zich hoe dan ook blijven herhalen. Is het nu nog altijd niet duidelijk dat het vijf voor twaalf is voor de maakindustrie in ons land? Ik vind al die aantijgingen van de linkse partijen hier bijzonder hypocriet. Het is u die er vertrouwen in had dat de productie van elektrische wagens in ons land verzekerd was met Audi, terwijl de markt ervan volledig in elkaar is gestuikt door een gebrek aan vertrouwen en onbetaalbare auto's. Het is u die jarenlang de Chinezen vrij spel hebt gegeven om ons Europees continent te overspoelen en afhankelijk te maken. De 3.000 werknemers van Audi zijn daar het slachtoffer van.
Mijnheer de minister, u hebt niets gedaan om onze maakindustrie op te waarderen en hier te houden. De auto-industrie is ten dode opgeschreven en het laatste wat er was hebt u door de vingers laten glippen. Stop dus alstublieft met deze commedia dell'arte en doe uw job!
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de werknemers van Audi en van de onderaannemingen hebben de laatste jaren veel ingeleverd. Na 2006 zijn zij akkoord gegaan met werken op zaterdag zonder bijkomstig loon, ze hebben loon ingeleverd en weken van economische werkloosheid aanvaard. Zij, de arbeiders van Audi en van de toeleveringsbedrijven, hebben de grote winsten voor het concern gemaakt. De overheid heeft Audi onvoorwaardelijk subsidies gegeven, bijna 158 miljoen euro in de laatste zes jaar. Het is eigenlijk onze verantwoordelijkheid om Audi daar niet mee weg te laten komen.
We kunnen en moeten zelf op zoek gaan naar oplossingen voor die site, met maximale tewerkstelling. Dat doen we niet met een toverstaf, maar wel met ons voorstel van resolutie voor een moratorium.
Voorzitter:
Collega Tonniau, het woord werd u zonet even ontnomen doordat uw microfoon uitviel, maar ik heb daartoe geen manipulatieve handelingen georganiseerd. U hebt zich voor de eerste keer tot dit gremium gericht, mijn gelukwensen daarvoor. (Applaus) (Applaudissements)
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Nathalie Muylle als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof voor wat de samenstelling van het Hof en de voorwaarden om benoemd te kunnen worden tot rechter betreft (200/3)
Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof voor wat de samenstelling van het Hof en de voorwaarden om benoemd te kunnen worden tot rechter betreft (200/3)
Bekijk dossier 200
-
Voorstel: Wetsvoorstel betreffende de aanpassing van het statuut van mantelzorger en de flexibele opname van het mantelzorgverlof (300/11)
Wetsvoorstel betreffende de aanpassing van het statuut van mantelzorger en de flexibele opname van het mantelzorgverlof (300/11)
Bekijk dossier 300
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, teneinde tijdens de moederschapsrust de uitoefening van bepaalde activiteiten toe te staan (177/10)
Wetsvoorstel tot wijziging van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, teneinde tijdens de moederschapsrust de uitoefening van bepaalde activiteiten toe te staan (177/10)
Bekijk dossier 177
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector (944/6)
Wetsvoorstel tot verlenging van bepaalde maatregelen voorzien in de wet van 20 november 2022 houdende maatregelen aangaande de personeelsschaarste in de zorgsector (944/6)
Bekijk dossier 944
-
Voorstel: Wetsvoorstel betreffende het tijdelijke uitstel van de registratie in de Federal Learning Account (942/7)
Wetsvoorstel betreffende het tijdelijke uitstel van de registratie in de Federal Learning Account (942/7)
Bekijk dossier 942
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, de wet van 12 mei 2019 tot oprichting van een Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens en de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen, teneinde pensioenrechten toe te kennen (459/6)
Wetsvoorstel tot wijziging van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, de wet van 12 mei 2019 tot oprichting van een Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens en de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen, teneinde pensioenrechten toe te kennen (459/6)
Bekijk dossier 459
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens wat betreft het verwerven en gebruiken van geluiddempers en nachtkijkers (191/11)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens wat betreft het verwerven en gebruiken van geluiddempers en nachtkijkers (191/11)
Bekijk dossier 191
-
Voorstel: Wetsvoorstel houdende het toezicht op aanbieders van financiële berichtendiensten (610/9)
Wetsvoorstel houdende het toezicht op aanbieders van financiële berichtendiensten (610/9)
Bekijk dossier 610
-
Voorstel: Voorstel van resolutie betreffende de hervorming van het sociaal tarief voor energie (195/6)
Voorstel van resolutie betreffende de hervorming van het sociaal tarief voor energie (195/6)
Bekijk dossier 195
-
Voorstel: Wetsvoorstel strekkende tot het verlengen van de 600-urengrens voor studentenarbeid (443/14)
Wetsvoorstel strekkende tot het verlengen van de 600-urengrens voor studentenarbeid (443/14)
Bekijk dossier 443
Stemmingen
Recente stemmingen van Nathalie Muylle in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'Het jaarrapport 2025 van de vicegouverneur van Brussel' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Kjell Vander Elst over 'De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Jeroen Van Lysebettens over 'De consequenties en de kosten van het blijvende uitstel van de PEZ1' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het ontoereikende rendement, de vertraagde investeringsstrategie en de bestuurscrisis bij Hedera' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het aanvullen van onze strategische gasvoorraden' details → | ja |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico's, Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt, Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en houdende diverse bepalingen details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 3 van Caroline Désir cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 4 van François De Smet op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 6 van Nadia Moscufo cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz cs op artikel 4. details → | nee |
Commissies
Nathalie Muylle is lid van de volgende commissies.