Overzicht
Bekijk alles over de fractie cd&v. Bekijk leden en activiteit in de plenaire vergaderingen.
Leden
De fractie [object Object] bestaat uit 11 actieve leden. Hieronder ziet u een oplijsting van deze leden. U kan doorklikken op een persoon, om meer details over deze persoon te krijgen.
Franky Demon (50)
West-Vlaanderen
Nawal Farih (38)
Limburg
Tine Gielis (58)
Antwerpen
Leentje Grillaert (45)
Oost-Vlaanderen
Nahima Lanjri (58)
Antwerpen
Sammy Mahdi (37)
Vlaams-Brabant
Steven Matheï (49)
Limburg
Nathalie Muylle (57)
West-Vlaanderen
Koen Van den Heuvel (61)
Antwerpen
Els Van Hoof (57)
Vlaams-Brabant
Phaedra Van Keymolen (50)
Oost-Vlaanderen
Vincent Van Peteghem (45)
Oost-Vlaanderen
Annelies Verlinden (47)
Antwerpen
Activiteit (plenaire vergaderingen)
Het parlementair werk van een fractie bestaat deels uit mondelinge vragen die de leden stellen tijdens de plenaire vergaderingen, en ook uit voorstellen die leden van de fractie indienen.
Bekijk al het parlementair werk van de fractie cd&v rond een specifiek onderwerp.
Vragen gesteld door cd&v in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Vraag: Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
Vraag: De flexi-jobs
Vraag: De woede van de horeca
Vraag: De evaluatie van de flexi-jobregeling
Vraag: Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
horecaDe uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
De flexi-jobs
De woede van de horeca
De evaluatie van de flexi-jobregeling
Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
Flexi-jobs: beleid, evaluatie en impact op horeca en sociale bijdragen summaryExplanationGesteld door
VB Kurt Moons
Anders. Steven Coenegrachts
cd&v Nathalie Muylle
PS Patrick Prévot
PVDA-PTB Nadia Moscufo
DéFI François De Smet
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister David Clarinval verdedigt de uitbreiding van flexi-jobs als een noodzakelijke flexibilisering van de arbeidsmarkt, met steun van cijfers die aantonen dat het vooral voltijdse werknemers en gepensioneerden aanvullend inkomen biedt, maar kritiek van collega’s Vincent Van Peteghem en Jan Jambon noopt tot twijfel over de budgettaire houdbaarheid en mogelijke vervanging van vaste jobs. Oppositieleiders zoals Kurt Moons en Patrick Prévot beweren dat de regering-De Wever ondoordacht handelde zonder impactanalyse, terwijl sectoren zoals horeca waarschuwen voor faillissementen door stijgende kosten en dalende consumptie, met name door de verhoogde BTW en onzekerheid rond flexi-jobs. Nathalie Muylle en Nadia Moscufo benadrukken dat flexi-jobs symptomen maskeren van structurele problemen zoals te lage lonen, ontoereikende pensioenen en een te dure arbeidsmarkt, waarbij Muylle pleit voor lastenverlaging en gelijk speelveld voor bijverdienen. François De Smet en Steven Coenegrachts wijzen op interne regeringstegenstrijdigheden en eisen focus op economische groei in plaats van ad-hocmaatregelen, met Coenegrachts die hoopt op een "zinnige" stem bij begrotingsonderhandelingen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, deze vraag was oorspronkelijk gericht aan de eerste minister, maar naar goede gewoonte schuift hij moeilijke vragen over heibel binnen zijn regering op een laffe manier door naar een van zijn acolieten. Goed nieuws over Volvo Car Gent, dat ging nog net. We komen dus bij u terecht, mijnheer de minister.
Nog maar twee weken geleden werden de flexi-jobs uitgebreid naar alle sectoren. Sinds maandag staat de regering echter weer onder hoogspanning. Uw collega, minister van Begroting Van Peteghem, op zoek naar vele miljarden, verklaarde doodgemoedereerd dat flexi-jobs de sociale zekerheid en de welvaartsstaat doen ontsporen. Zijn eigen partij, cd&v, keurde die uitbreiding enkele weken eerder nochtans nog volmondig goed. Dat wordt daar precies een gewoonte: we zijn er eigenlijk tegen, maar stemmen toch voor.
De antwoorden van andere ministers lieten niet lang op zich wachten. Minister Jambon liet weten open te staan om flexi-jobs alleen nog toe te laten voor voltijds werkende werknemers, terwijl zijn fractieleider, de heer Ronse, voordien had gezegd dat er geen enkele reden was om het systeem te herbekijken. Hij slikte die woorden trouwens 24 uur later weer in.
U was wel duidelijk. Op Instagram verklaarde u letterlijk: " Hors question de remettre en cause le système ," maar intussen weet niemand nog hoe het verder moet, de regering-De Wever blijkbaar ook niet.
Mijnheer de minister, graag verneem ik van u het volgende. Wordt er binnen de regering al onderhandeld over een aanpassing van het systeem? Zo ja, in welke richting? Deelt u de visie van minister Van Peteghem dat de fiscaal gunstige regeling van de flexi-jobs moet worden teruggeschroefd vanwege de begrotingsdoelstellingen? Is het eerlijk tegenover mensen die al in het nieuwe systeem zijn gestapt om nu de spelregels te wijzigen? Waarom werd vooraf geen regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd alvorens een uitzonderingsregeling zo drastisch te veralgemenen?
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, al jaren verschijnen rapporten waarin staat dat de Belgische arbeidsmarkt dringend flexibeler moet worden. De voorbije jaren hebben we daarvoor een zeer succesvolle maatregel uitgewerkt, namelijk de flexi-jobs. Vandaag oefenen 260.000 mensen een flexi-job uit. Het overgrote deel werkt voltijds en doet daar dus nog een extra job bij.
Ondernemingen hebben eindelijk een manier gevonden om hun piekmomenten op te vangen, ten voordele van een betere dienstverlening aan de klant. Ik denk dat iedereen die de voorbije zonnige dagen op een terras heeft gezeten, de voordelen daarvan heeft kunnen vaststellen.
Kortom, iedereen is dus enthousiast over die flexi-jobs, zelfs zo enthousiast dat we hier enkele weken geleden de veralgemeende invoering van de flexi-jobs hebben goedgekeurd.
Vandaag lijkt het alsof iedereen, inclusief de N-VA, daartegen is, of er minstens reserves bij heeft. Van minister Van Peteghem, van de tsjeven, kan men nog verwachten dat ze op drie weken van mening veranderen, of op drie dagen zelfs, want nog maar drie dagen geleden kwam mevrouw Muylle in de commissie pleiten om ook de organist in de kerk als flexi-jobber aan de slag te laten gaan. Het gaat dus allemaal bijzonder snel.
Collega's, mensen die werken, zijn nooit het probleem. Mensen die werken, zijn altijd de oplossing.
De echte problemen in ons land zijn de 140.000 openstaande vacatures, de energieprijzen die door het dak gaan, een half miljoen langdurig zieken. Weet u wat de oplossing van minister Van Peteghem daarvoor is? Niemand weet dat. Hij ook niet, want hij heeft daar niet over nagedacht. Het is veel gemakkelijker om mensen die werken extra te belasten.
Mijnheer de minister, mogen we nog op u rekenen? Mogen die flexi-jobbers nog op u rekenen? Zult u garant staan voor de flexi-jobs?
Nathalie Muylle:
Voorzitter, collega's, Jan heeft studerende kinderen die op kot gaan en hij wil bijklussen. Hij wil dat doen in de horeca. 300 uur per jaar, goed voor 5.000 euro.
Doet hij dat vandaag als flexi-jobber, dan verdient hij 5.000 euro bruto, wat ook netto is. Zijn werkgever betaalt 6.400 euro en hij bouwt pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag via vrijwillige overuren, dan krijgt hij eveneens 5.000 euro. Zijn werkgever betaalt iets minder, maar hij bouwt geen pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag met een vast contract – we hebben dat hier een paar weken geleden goedgekeurd, voor zes uur per week – dan betaalt zijn werkgever ongeveer evenveel als bij een flexi-job. Zelf houdt hij netto 2.173 euro over, minder dan de helft van wat hij via overuren of een flexi-job zou verdienen.
Ik kan nog andere voorbeelden geven van flexibele vormen van arbeid, zoals studentenarbeid. Studenten betalen vandaag een beperkte sociale bijdrage, maar bouwen geen sociale rechten op. Kijk ook naar het verenigingswerk. Daar betaalt men 10 à 20 % bijdragen, maar ook daar worden geen rechten opgebouwd. Zo kan ik nog even verdergaan.
Collega's, wij hebben in dit Parlement elke vorm van flexibel werken gesteund en we zullen dat ook blijven doen, omdat we ervan overtuigd zijn dat een moderne arbeidsmarkt die flexibiliteit nodig heeft. Pieken in onze economie moeten kunnen worden opgevangen. Mensen willen die flexibiliteit ook.
In elk debat heb ik echter, en dat blijkt ook uit het verslag, telkens gezegd dat er voor ons een gelijk speelveld moet komen tussen alle vormen van bijklussen. De excessen moeten eruit. Wie vandaag ziek of werkloos is, kan geen flexi-job uitoefenen.
Eigenlijk is dit echter een debat in de marge. De kern van de zaak is dat arbeid in ons land gewoon veel te duur is. De lasten op arbeid moeten omlaag. De eerste stap die we vandaag met deze fiscale hervorming hebben gezet, moet worden uitgevoerd. Wat ons betreft, mag die niet worden vertraagd. We willen bovendien verder gaan.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u daarnaar? Bent u bereid ook een verdere lastenverlaging op arbeid te steunen?
Dank u.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, le secteur de l'horeca tire la langue et ne veut plus de fausses promesses. Il vous demande simplement d'arrêter de lui compliquer la vie. J'en prends pour preuve le président de l'horeca bruxellois, qui vient de vous adresser une lettre accablante. Son constat est sans appel: le contrat de confiance avec l'Arizona est rompu.
Pendant ce temps-là, les faillites s'accumulent. Vous êtes devenu le gouvernement des faillites. Chaque semaine, des cafés, des restaurants et des hôtels baissent le rideau. Derrière chaque fermeture, il y a des femmes et des hommes qui travaillent 12, 13 ou 14 heures par jour sans même savoir s'ils pourront encore ouvrir demain.
Aujourd'hui, ils voient également leurs clients disparaître. Pourquoi, me direz-vous? Parce que vous tapez dans les poches des travailleurs et que vos mesures grèvent les finances des ménages. Quand les Belges doivent compter chaque euro, ils renoncent d'abord à aller au restaurant, à prendre un verre avec des amis ou à partir quelques jours en vacances. Ce sont les familles qui se privent, et c'est l'horeca qui trinque.
Quelle est votre réponse à tout cela? Vous répondez par une hausse de la TVA sur les hôtels, par des menaces sur d'autres taux de TVA et par une généralisation des flexi-jobs que le secteur lui-même vous demande de revoir. Bref, vous ne soutenez pas l'Horeca; vous vous contentez seulement de lui présenter l'addition.
Monsieur le ministre, combien de faillites faudra-t-il encore attendre avant que vous ne changiez enfin de cap? Allez-vous continuer à affaiblir le pouvoir d'achat des ménages qui affecte tous les secteurs, dont celui de l'horeca? Enfin, allez-vous redonner de l'oxygène à celles et ceux qui créent de l'emploi, de l'activité et de la convivialité partout en Belgique?
Nadia Moscufo:
Monsieur le ministre, vous avez dit lors d'une interview vidéo que les flexi-jobs étaient l'huile dans le moteur économique. Je suis tout à fait d'accord avec vous. Toutefois, vous vous en servez surtout pour frotter les pompes des grands patrons, en leur offrant de la main-d'œuvre bon marché et hyper flexible.
Pourquoi les gens travaillent-ils en flexi-job? D'une part, il y a ceux qui n'ont pas assez, non pour vivre, mais pour survivre. Pourquoi n'ont-ils pas assez? Parce que vous leur avez bloqué les salaires depuis des années. D'autre part, il y a les retraités. Vous avez déclaré entendre de nombreux de retraités se plaindre du fait qu'ils manquaient de contacts sociaux, de liens sociaux. Je ne sais pas quels pensionnés vous fréquentez. Pour ma part, monsieur le ministre, je représente les millions de retraités qui se plaignent de ne pas avoir assez de pension. Savez-vous quelle est la pension moyenne des salariés dans ce pays? je vais vous le dire: 1565 euros net! Et c'est sans compter le malus, avec lequel ce sera encore pire. Alors non, monsieur le ministre, les gens ne travaillent pas en flexi-job parce qu'ils s'ennuient le samedi et le dimanche.
Votre ministre du Budget parle d'un dérapage dans le budget de la sécurité sociale. Je me suis demandé si ce dérapage dans le budget de la sécurité sociale n'était pas, en réalité, votre but véritable. Entretemps, nous avons pris connaissance d'une étude qui indique clairement que, désormais, les flexi-jobs remplaçaient les contrats classiques. Quelle est la position du gouvernement par rapport à cette étude?
François De Smet:
Monsieur le ministre, 13 jours à peine après l'entrée en vigueur de votre réforme sur la généralisation des flexi-jobs, votre collègue le ministre du Budget, monsieur Van Peteghem, déclare que le système est en train de déraper et que notre État-providence ne restera pas soutenable. Mieux encore, hier, le ministre des Finances, monsieur Jambon, lui a emboîté le pas, disant vouloir examiner si le système nuit à l'emploi régulier. Cela fait quand même deux vice-premiers de votre coalition!
Je reste fasciné par la capacité de ce gouvernement à réfléchir après avoir pris les mesures. Plus que jamais, dans l'Arizona, on tire d'abord, on réfléchit ensuite! Vous avez balayé ces critiques, vous allez sûrement le refaire dans une minute. Pourtant, la concurrence des flexi-jobs sur l'emploi classique est une vraie question, et je vous invite à regarder quelques indicateurs.
Une entreprise sur huit ayant recours aux flexi-jobs n'emploie plus aucun travailleur fixe. Le commerce concentre 34 % des emplois directs en flexi-jobs contre 17 % en 2021, tandis que l'horeca, lui, plafonne à 40 %, preuve que la croissance se fait en dehors du secteur d'origine. Les syndicats chiffrent le manque à gagner en cotisations et impôts à plus de 500 millions par an après la généralisation.
Alors, soyons clairs, les flexi-jobs, c'est génial dans certains secteurs, notamment l'horeca, qui serait en très grande difficulté sans cela. Mais leur généralisation est un danger et, quand l'horeca lui-même attire l'attention là-dessus, il faut l'écouter. Le danger d'une substitution massive par petit volume existe, le tout dans un régime où le travailleur ouvre des droits à la pension, mais ne verse pas de cotisations personnelles.
Monsieur le ministre, quel est l'impact net, selon vous, sur le financement de la sécurité sociale, manque à gagner, substitution et droits dérivés compris? Pouvez-vous vraiment nier tout effet de substitution? Il n'y a pas de honte à se remettre en question, monsieur le ministre, surtout si la moitié du gouvernement doute déjà.
Je vous remercie.
David Clarinval:
Chers collègues, je vous remercie de m'interroger sur ce dossier des flexi-jobs, car il va me permettre de remettre un peu de rationalité dans le débat.
Permettez-moi de commencer par quelques chiffres particulièrement pertinents. Le premier est que les flexi-jobbers pensionnés de 65 ans et plus représentent aujourd'hui 28,7 % du volume total de travail en flexi-jobs, soit près d'un tiers de ce volume. Parmi les flexi-jobbers non pensionnés, 83 % travaillent à temps plein. Ce n'est que 17 % des flexi-jobbers non pensionnés qui ont un taux d'emploi de base compris entre 80 % et 95 %.
Il est exact que 7 % des employeurs recourent exclusivement à des flexi-jobbers, mais cela est tout à fait normal, car il s'agit principalement de microentreprises, d'indépendants travaillant seuls qui débutent leur activité et sont en pleine phase de croissance. Il y a très peu de flexi-jobs dans les grandes entreprises et, a fortiori , dans les multinationales. Les flexi-jobs sont conçus comme un revenu d'appoint venant compléter une activité principale. Les flexi-jobbers qui ne sont pas pensionnés travaillent en moyenne 190 heures par an et gagnent un peu moins de 3 000 euros par an grâce à leur flexi-job.
Il est dès lors illogique de vouloir réduire volontairement les revenus issus de cette activité principale en passant d'un emploi à temps plein à un quatre cinquièmes dans le seul but de compenser ensuite cette perte par un flexi-job. Une telle démarche est en effet peu intéressante sur le plan financier. Une réduction du temps de travail a des conséquences non seulement sur le salaire, mais également sur la prime de fin d'année, le pécule de vacances, le nombre de jours de congé, les bonus et les autres avantages liés à l'emploi principal.
Enfin, afin d'éviter tout usage abusif de ce dispositif, une période d'attente anti-abus de six mois est déjà prévue pour les travailleurs qui réduisent leur temps de travail avant de pouvoir exercer un flexi-job. Il serait donc complètement irrationnel de quitter un cinq cinquièmes fixe avec tous les avantages qui y sont liés pour s'engager dans quelques heures de flexi-job non structurel au terme de cette période d'attente de six mois.
S'agissant du prétendu effet de substitution, l'avis du CNT s'appuie principalement sur l'évaluation du secteur horeca. Celle-ci montre que l'éventuelle substitution entre les flexi-jobs et l'emploi régulier est limitée et temporaire et qu'elle ne se ferait qu'au détriment d'autres formes flexibles de travail, en particulier le travail intérimaire ou le travail occasionnel. En ce qui concerne l'éventuel impact sur le budget, rappelons qu'il existe une cotisation patronale spéciale de 28 %. Les flexi-jobbers contribuent pleinement au financement de la sécurité sociale, notamment par le biais de leur activité principale.
Les flexi-jobs permettent aux entreprises d'absorber plus facilement les pics d'activité. Cette flexibilité leur offre la possibilité de répondre à une demande accrue, de transformer une activité ponctuelle en croissance structurelle et, à terme, de créer davantage d'emplois.
Les flexi-jobs contribuent ainsi au financement de la sécurité sociale. Les revenus complémentaires générés par les flexi-jobs créent évidemment de l'activité économique. Pour les pensionnés, les flexi-jobs représentent en effet plus qu'un simple complément de revenus: ils constituent aussi une source de contacts sociaux.
Wat de analyse van de NAR betreft, die hebben we gisteren ontvangen. De analyse zelf bevat uiteindelijk weinig nieuwe elementen. De analyses van het Federaal Planbureau hebben hoofdzakelijk betrekking op de horecasector. De NAR roept er overigens toe op voorzichtig te zijn alvorens deze resultaten te extrapoleren naar de andere sectoren. Het advies bevat inderdaad de vraag om de evaluatiewerkzaamheden voort te zetten. Dat is nu net wat de nieuwe wet al voorziet. Er zijn twee evaluaties gepland. De eerste zal worden uitgevoerd door de sectoren zelf en zal betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden, de veiligheid en arbeidsongevallen. Een tweede evaluatie zal de gevolgen van de hervorming voor alle sectoren analyseren.
Ik wens tevens opnieuw het engagement van minister Vandenbroucke en mijzelf te benadrukken om elk misbruik van de flexi-jobs te bestrijden. Het is met name onverantwoord dat personen zich arbeidsongeschikt verklaren tegenover hun werkgever, terwijl zij tegelijkertijd een flexi-job uitoefenen bij een andere werkgever. Een dergelijke situatie is strijdig met de geest van het systeem en kan niet worden getolereerd.
Tot slot wil ik met klem benadrukken dat met de uitbreiding van de flexi-jobs uitvoering wordt gegeven aan het regeerakkoord. Die uitbreiding werd overigens niet willekeurig beslist. Ze komt tegemoet aan een duidelijke vraag vanuit het terrein. Zowel werkgevers als werknemers vragen al jaren dat dit systeem wordt uitgebreid naar andere sectoren. Laten we deze hervorming de tijd geven om haar effecten op het terrein te tonen en de evaluatie op basis van de feiten te laten plaatsvinden, zodat we eventueel kunnen bijsturen op basis van objectieve elementen en niet op druk (…)
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik stel vast dat de onenigheid, en dus de onzekerheid binnen de regering, blijft. We merken ook een duidelijk patroon bij deze regering-De Wever. U lanceert ondoordacht wetsontwerpen, zonder enige voorafgaande impactanalyse. U luistert ook nooit naar rationele argumenten van de oppositie. Het Vlaams Belang wees immers al maanden op de risico’s, namelijk kannibalisatie van reguliere jobs, zware kosten voor de schatkist, fiscale ongelijkheid en fraudegevoeligheid. We werden niet gehoord;
Als deze regering de spelregels nu al zou veranderen, is dat een listige truc. Ze verleidt mensen naar een voordeliger statuut en verhoogt daarna de fiscaliteit ter zake. Daarenboven zijn het overwegend Vlamingen die dit systeem gebruiken. Zij zullen dus ook weer de factuur betalen.
Mijnheer de minister, deze regering-De Wever hangt met haken en ogen aaneen. Dit land is onbestuurbaar. Het loopt op de financiële klippen. En de Vlaming is het beu altijd opnieuw op te draaien voor de rekeningen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw felle verdediging van de flexi-jobs. Ze verdienen het. U stelt me toch een beetje gerust dat er één zinnige mens aan tafel zit als er over de begroting gesproken zal worden.
Mijnheer de minister, al noemen sommigen dit een discussie in de marge, weliswaar een discussie in de marge die de eigen vicepremier op de voorpagina’s van kranten gaat voeren, ik ben het er eigenlijk mee eens dat dit een discussie in de marge zou moeten zijn. Waar het vandaag echt over moet gaan, is de economische groei. Hoe doen we onze economie groeien, zodat onze welvaartstaat ondersteund wordt, zodat onze gezondheidszorg betaalbaar blijft. Dat is waar een minister van doordrongen moet zijn, of hij economie in zijn portefeuille heeft, of sociale zaken, maar zeker als hij begroting in zijn portefeuille heeft.
Dat is waar deze regering wakker van moet liggen. Ik hoop, samen met iedereen hierbuiten, dat u daar na de zomer eindelijk eens werk van maakt.
Nathalie Muylle:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
U hebt de flexi-jobs heel sterk verdedigd. Veel van uw argumenten volgen we ook volledig. Het is ook goed dat u een opening laat om de excessen uit het systeem te halen, zoals mensen die arbeidsongeschikt zijn en flexi-jobben. Ik kan er nog meer noemen. Arbeidsongeschikten kunnen vandaag perfect zelfstandige worden, 23.000 euro verdienen en geen eurocent van hun uitkering verliezen. Er liggen heel wat voorstellen in het Parlement. U hoeft in uw oefening dus eigenlijk niet zo ver te gaan.
Collega Coenegrachts, de kern van de zaak is dat economische groei ongelooflijk belangrijk is. We zouden ons daarvoor hier met alle 150 moeten inzetten. Voor ons is een cruciaal onderdeel daarvan ook de lastenverlaging. Daarover heb ik jammer genoeg niets gehoord. Voor ons is het echter heel duidelijk. De excessen moeten eruit en er moet een gelijk speelveld komen voor alle vormen van bijverdienen. Die lastenverlaging moet er ook komen. Die agenda moet worden uitgevoerd en mag niet worden vertraagd.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, votre réponse confirme exactement ce que les secteurs dénoncent: vous n'écoutez plus celles et ceux qui créent de l'emploi. Concernant les flexi-jobs, c'est inédit. L'opposition vous a mis en garde, tout comme les partenaires sociaux et même votre propre collègue, Vincent Van Peteghem, auquel le ministre Jambon emboîte maintenant le pas. Désormais, c'est l'horeca lui-même qui vous dit que cette réforme est une erreur, mais vous, vous continuez à faire la sourde oreille.
Votre gouvernement a augmenté la TVA sur les hôtels à 12 %, alors que ce secteur représente plus de 35 000 emplois et fait vivre toute notre économie touristique. À l'approche d'un nouveau conclave budgétaire, le secteur craint qu'une fois de plus, vous ne remettiez le couvert. Vous prétendez soutenir l'économie, mais vos décisions freinent la consommation. Et quand la consommation recule, ce sont toujours les indépendants qui paient l'addition!
L'horeca, monsieur le ministre, ne demande pas de privilèges. Le secteur vous demande d'arrêter de lui envoyer la facture de vos choix budgétaires. Donc, monsieur le ministre, écoutez enfin celles et ceux qui travaillent!
Nadia Moscufo:
Vous me faites toujours rire, monsieur le ministre, parce que vous venez toujours avec toute votre conviction et avec des chiffres pour défendre votre projet. Or vos chiffres confirment notre thèse. Vous dites que 83 % du volume total des flexi-jobs sont occupés par des gens qui travaillent à temps plein. Vous en êtes satisfait, car c'est votre modèle du travail.
Notre modèle du travail suppose que les gens qui travaillent à temps plein ne doivent pas avoir besoin d'un job supplémentaire pour pouvoir non seulement boucler ses fins de mois, mais même aller en vacances. Vous allez partir en vacances, n'est-ce pas, monsieur le ministre? Quelqu'un qui travaille dans ce pays a aussi le droit de partir en vacances. Il est inacceptable que quelqu'un doive prendre un flexi-job pour aller en vacances ou pour offrir un cadeau à ses enfants.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. J’y entends beaucoup de conviction et assez peu de place au doute. Cela me conforte dans l’idée que l’Arizona est une gigantesque opération d’expérimentation sociale. Je vous invite à regarder l’ensemble du paysage. Avec votre réforme du chômage, on compte deux fois plus d’exclus du chômage en Wallonie et à Bruxelles que d’emplois disponibles. Vous avez aussi libéralisé le travail étudiant. Nous enregistrons un nombre record de faillites et de précarité. C’est dans ce contexte-là et dans ce paysage-là que deux de vos vice-premiers ministres vous adressent des mises en garde qui, à mon avis, devraient être davantage prises au sérieux. Je vous remercie.
-
Vraag: Het familiekrediet
Het familiekrediet
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Nahima Lanjri bekritiseert dat de beloofde extra week geboorteverlof voor ouders van baby’s geboren na 1 januari 2026 nog niet is ingevoerd en dringt aan op snelle actie, vooral voor gezinnen die nu al op die regeling rekenen. David Clarinval bevestigt dat de regering de afspraak nakomt en dat de wetgevende voorbereidingen voor die extra week – flexibel opneembaar binnen het jaar na de geboorte – morgen op de ministerraad liggen, met als doel harmonisatie tussen werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Lanjri herhaalt haar ongeduld en eist concrete stappen zonder vertraging, met de boodschap de maatregel onmiddellijk goed te keuren. De voorzitter sluit af met een opmerking over Lanjri’s vakantiebehoefte.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, ik hoef u niet te vertellen dat het niet evident is om een baby te combineren met een job. Beeld u eens in, een jong koppel krijgt een kindje. Ze hebben allebei een voltijdse baan, en ze willen dat goed doen, zowel op het werk als hun zorg voor het kindje. De mama wil een goede mama zijn. Ze wil zich hechten aan dat kind. De papa wil de mama ondersteunen, want hij ziet dat de mama het niet gebolwerkt krijgt. Hij wil ook de eerste stappen van hun kindje niet missen. Terecht, want de eerste weken van een kindje zijn van onschatbare waarde voor de ontwikkeling van het kind, en ook voor de hechting, de band met de ouders. Die eerste dagen met zijn kind krijgt men ook nooit meer terug.
Als gezinspartij willen wij zulke gezinnen ondersteunen met alles wat nodig is. Met cd&v hebben we dan ook de ambitie om van ons land, van België, het meest gezinsvriendelijke land van Europa te maken. Daarom hebben wij het familiekrediet gelanceerd, met 24 maanden verlof per kind, te beginnen met één week extra geboorteverlof voor elk kind dat geboren is vanaf 1 januari van dit jaar.
Het is intussen 16 juli. Sommige baby’s, geboren na 1 januari 2026, kruipen al rond. Nochtans is er nog niets beslist over die extra week geboorteverlof. Wat moeten de ouders daar nu van denken? Waarom duurt het altijd zo lang? Waarom kunnen ze niet rekenen op wat hen beloofd is, namelijk die extra week geboorteverlof? De rest neemt wat meer tijd in beslag, alle begrip daarvoor, maar die extra week had er al moeten zijn. Die is belangrijk, zeker in vakantieperiodes, wanneer gezinnen bijvoorbeeld nog andere peuters hebben die al naar school gaan en een lange periode moeten overbruggen.
Ik heb dan ook maar één vraag, mijnheer de minister. Zult u zich houden aan uw woord en zorgen voor die ene week extra geboorteverlof?
David Clarinval:
Geachte Kamerleden, de regering komt haar beloften na. Wij boeken concrete vooruitgang op het gebied van het familiekrediet.
Het doel is duidelijk. Wij willen ouders in staat stellen om hun werk- en gezinsleven beter op elkaar af te stemmen en tegelijkertijd de samenhang versterken tussen de verschillende regelingen die gelden voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.
Het regeerakkoord voorziet in de invoering van een rugzakje met verlofrechten die aan elk kind zijn gekoppeld. Vandaag zetten we de eerste stap in de verwezenlijking van die ambitie met de invoering van een extra week van vijf dagen per kind boven op de bestaande verlofdagen. Die dagen kunnen flexibel worden opgenomen in het jaar na de geboorte. Bij een meerlinggeboorte geldt het recht voor elk kind afzonderlijk.
Het nieuwe recht zal gelden voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Het is de bedoeling om toe te werken naar een meer geharmoniseerd systeem waarin ouders een vergelijkbaar recht genieten, ongeacht hun beroepsstatuut.
Het wetgevend werk is momenteel aan de gang. Dat gebeurt in overleg met de betrokken overheidsdiensten, met name de FOD Werk, de FOD BOSA, het RIZIV en het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, om een coherente uitvoering in de verschillende stelsels te waarborgen.
Het dossier zal morgen op de ministerraad worden besproken. De volgende stappen in de procedure zullen het mogelijk maken om de nodige adviezen in te winnen en de concrete modaliteiten van de regeling af te ronden.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, we zitten op één lijn wat het familiekrediet betreft. Dat is helemaal wat cd&v voor de verkiezingen heeft gevraagd, tijdens de regeringsonderhandelingen en wat in het regeerakkoord staat, namelijk voor werknemers, voor zelfstandigen en voor ambtenaren een rugzakje van 24 maanden. Dat is helemaal oké.
Bij cd&v hadden we wel verwacht dat het iets sneller zou gaan. Ik weet dat sommige zaken tijd vragen, maar hoe moeilijk kan het zijn om iets wat we al zo lang weten, uit te voeren? Wanneer blablabla uit de mond van een kindje komt, is dat oké, want een baby mag dat zeggen. Van politici verwachten we echter geen blablabla, maar boem, boem, boem. Doe iets! Zorg ervoor dat dit geregeld wordt en dat er resultaten zijn, mijnheer de minister.
Ik heb dus maar één boodschap. Keur dat morgen goed en zorg ervoor dat die ouders op hun twee oren kunnen slapen.
Voorzitter:
Ik dank collega Lanjri, die ook duidelijk aan vakantie toe is, zo heb ik begrepen.
-
Vraag: Het gebrek aan inspanningen van bedrijven om een collectief re-integratiebeleid uit te werken
Vraag: De re-integratie van langdurig zieken
gezondheid en welzijnHet gebrek aan inspanningen van bedrijven om een collectief re-integratiebeleid uit te werken
De re-integratie van langdurig zieken
Bedrijfsmatige tekortkomingen in collectieve re-integratie van langdurig zieken summaryExplanationGesteld door
Vooruit Anja Vanrobaeys
cd&v Nahima Lanjri
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Anja Vanrobaeys en Nahima Lanjri bekritiseren dat slechts 12% van de bedrijven een verplicht collectief re-integratiebeleid uitvoert, waardoor langdurig zieke werknemers zoals kankerpatiënten vaak zonder ondersteuning vallen, wat hun herstel en werkhervatting bemoeilijkt. Zij pleiten voor een menselijkere, op maat gemaakte aanpak met minder administratie en meer flexibiliteit, waarbij werkgevers actiever betrokken worden en preventie centraal staat, met kritiek op standaardprocedures die te star en inefficiënt zouden zijn. David Clarinval bevestigt dat de naleving van de verplichting toeneemt en kondigt strengere handhaving, versnelde re-integratietrajecten vanaf dag één (in plaats van na drie maanden) en uitgebreide ondersteuning aan, zoals hervormingen in het welzijnsbeleid, verplichte evaluaties na acht weken ziekte en sancties voor werkgevers die nalaten een traject op te starten. Hij benadrukt ook de rol van arbeidsartsen en het Terug-naar-werkfonds, dat vanaf 2026 breder inzetbaar wordt. Vanrobaeys dringt aan op versnelling en mentaliteitsverandering bij werkgevers, met hervorming van preventiediensten om het huidige tempo – dat volgens haar pas in 2055 tot volledige naleving zou leiden – drastisch te verhogen. Lanjri voegt daaraan toe dat preventie en maatwerk essentieel zijn, met voorstellen zoals flexibelere preventieonderzoeken en verlengde re-integratietermijnen waar nodig, om herhalende uitval te voorkomen.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, iets minder dan de helft van de bedrijven kan werknemers geen aangepast werk aanbieden. Iemand met kanker die na een slepende of langdurige behandeling, of als deel van het herstel, weer aan het werk wil, botst op het werk op muren: geen ondersteuning, geen flexibiliteit en geen aangepast werk. Dat is ongelooflijk schrijnend.
Een sterk re-integratiebeleid is dan ook echt belangrijk. Er zijn bedrijven die aantonen dat het wel kan. In een artikel in de krant vanmorgen ging het over Dirk die bij Remondis in Reet werkt. Hij kon na zijn kankerdiagnose stap voor stap weer aan de slag. Eerst werkte hij 20 %. Vandaag werkt hij halftijds, met aangepaste taken en de mogelijkheid tot thuiswerk. Dat gaat niet vanzelf. De werkgever heeft een plan, luistert naar de werknemer en neemt ook de collega's mee aan boord. Zo gaan ze samen op zoek naar oplossingen voor wat nog wel kan. Dirk getuigde vanmorgen in de krant dat dat tot zijn herstel heeft bijgedragen.
Mijnheer de minister, Dirk is niet alleen. Daarom zijn bedrijven ook al vier jaar verplicht om een collectief re-integratieplan op te stellen. Toch voldoet vandaag maar 12 % van de ondernemingen aan die verplichting.
Mijnheer de minister, mijn vraag is vrij eenvoudig. Hoe gaat u ervoor zorgen dat veel meer ondernemingen het voorbeeld van Remondis volgen, zodat succesvolle re-integratie niet de uitzondering blijft, maar de regel wordt?
Nahima Lanjri:
Collega's, mijnheer de minister, langdurig zieken zijn niet alleen cijfers. We hebben het in de eerste plaats over mensen. Mensen die zodra ze genezen zijn opnieuw aan de slag willen gaan, het liefst ook bij hun eigen werkgever, omdat ze weten wat ze kunnen en wat ze waard zijn.
Alleen loopt dat in de praktijk niet altijd zo. Zo ken ik Linda uit Leuven, die acht maanden ziek is geweest. Toen ze opnieuw aan de slag wilde gaan bij haar werkgever, een grote bank, bleek dat niemand haar in die acht maanden had gecontacteerd en dat ze aan haar lot was overgelaten. Hoe wilt u dat iemand zoals Linda zich dan vlot re-integreert?
Werkgevers zijn verplicht een collectief re-integratiebeleid uit te werken dat erop gericht is uitval te vermijden en te zorgen voor kwalitatief en werkbaar werk. Alleen schiet die preventie in de praktijk vaak tekort.
Soms worden mensen ziek en vallen ze uit. Als dat gebeurt, moeten we er alles aan doen om hun opnieuw de kans te geven aan het werk te gaan, met een traject op maat. Dat vraagt tijd, moeite en menselijkheid; geen standaardprocedures of checklists die moeten worden afgevinkt, maar maatwerk.
Vandaag is dat veel te complex en te administratief. Slechts 12 % van de bedrijven slaagt erin zo'n plan voor te leggen. Vier op de tien zeggen dat het niet lukt. Dat is niet altijd onterecht. Een bakker met maar één medewerker kan natuurlijk geen aangepaste uren of ander werk aanbieden.
Daarom roep ik u op, mijnheer de minister, om voor een menselijke aanpak te zorgen. Denk niet vanuit uniforme kokers. Zorg ervoor dat werknemers en werkgevers samen die re-integratie echt kunnen doen slagen.
Daarom is mijn vraag aan u: wat wilt u nog doen om preventie een centrale plaats te geven op de werkvloer en ervoor te zorgen dat re-integratie echt lukt door sneller en vooral menselijker te re-integreren?
David Clarinval:
Mevrouw Vanrobaeys, mevrouw Lanjri, het klopt inderdaad dat het aantal werkgevers dat formeel een collectief re-integratiebeleid heeft, momenteel beperkt is. We zien echter jaar na jaar een stijging van het aantal bedrijven dat die aanpak hanteert. Via de inspectiediensten zal ik de verplichting voor de werkgever om een collectief re-integratiebeleid te voeren, beter laten handhaven.
Zoals u bovendien weet, vormt het beleid rond langdurig arbeidsongeschikten een belangrijke werf van deze regering. Samen met minister Vandenbroucke werk ik een heel pakket maatregelen uit om een betere terugkeer naar werk van langdurig zieken mogelijk te maken. Binnen die grote werf ben ik meer bepaald verantwoordelijk voor het preventieve luik, met name de begeleiding binnen de bedrijven. Ik kan u al meegeven dat de aanpassingen van de codex over het welzijn op het werk het sinds 1 januari 2026 mogelijk maken om de re-integratietrajecten te optimaliseren. Daarbij geven we de werkgevers bijkomende tools.
De arbeidsarts moet actie ondernemen voor elke werknemer die minstens één maand afwezig is wegens ziekte om de re-integratie op het werk te bevorderen. Na acht weken zal de werkgever het arbeidspotentieel moeten laten evalueren door de externe preventiedienst, om zo snel mogelijk een re-integratietraject op te starten.
Daarnaast is een snellere reactie door de werkgever mogelijk. In plaats van de huidige verplichte wachttijd van drie maanden zullen werkgevers de mogelijkheid hebben om formeel of informeel een re-integratietraject op te starten vanaf de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid, mits de werknemer daarmee akkoord gaat. In het kader van de vierde golf gaan we daarin verder en zetten we sterk in op preventie binnen bedrijven, om afwezigheden te vermijden.
Specifiek binnen mijn bevoegdheidsdomein kan ik de volgende maatregelen onderstrepen. We wensen een efficiëntere en kwaliteitsvollere opvolging van de werknemers te verzekeren, dankzij een hervorming van het preventieve gezondheidstoezicht en van de rol van de arbeidsarts en de preventiediensten. We steunen werkgevers bij de uitvoering van de risicoanalyse, zodat zij de nodige actie kunnen ondernemen. OiRA, het online risicoanalyse-instrument, zal nog worden uitgebreid.
De werking van het Terug-naar-werkfonds zal in 2026 ook worden geëvalueerd. We breiden de doelgroep uit tot iedereen die minstens zes maanden als arbeidsongeschikte is erkend. We indexeren ook het bedrag van de voucher voor de betaling van de dienstverlener.
We streven er ook naar dat de voucher via de werkgever kan worden opgevraagd. Op die wijze kan gerichte ondersteuning binnen het bedrijf worden gefaciliteerd.
Werkgevers spelen natuurlijk eveneens een cruciale rol om de kansen op werkhervatting te verhogen. Het is mijns inziens ook in het belang van de werkgever om in te zetten op preventie en re-integratie.
Naast de uitbreiding van de ondersteuning voor werkgevers nemen we dan ook responsabiliserende maatregelen. Ik verwijs naar de solidariteitsbijdrage voor werkgevers met arbeidsongeschikte werknemers, de sanctie voor werkgevers met twintig of meer werknemers die geen re-integratietraject hebben opgestart na zes maanden arbeidsongeschiktheid en de verplichting om in het arbeidsreglement een afspraak rond het afwezigheidsbeleid op te nemen, zodat werkgevers contact houden met zieke werknemers.
De re-integratie van langdurig zieken op de werkvloer is een doelstelling die alleen kan worden bereikt als alle actoren zich ten volle daarvoor inzetten.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik ben het met u eens. Een re-integratiebeleid moet werkbaar zijn, maar ook menselijk en op maat. Werkgevers spelen daarin een cruciale rol, want de gemakkelijkste weg is langdurig zieke werknemers aan hun lot overlaten. Daarom moet de overheid hen beschermen, wat nu gebeurt met het verplichte collectieve re-integratiebeleid.
Aan dit tempo duurt het echter nog tot 2055 voor alle bedrijven daarmee klaar zijn. Mijnheer de minister, pak dat aan, zit samen met de werkgevers, zet in op een mentaliteitsverandering, hervorm het gezondheidstoezicht en moderniseer de externe preventiediensten. Dat is bijzonder belangrijk. Mensen die langdurig ziek zijn geweest, hebben alle kansen en perspectief op werk nodig. Dat helpt echt bij hun herstel.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, u zult het met mij eens zijn dat voorkomen altijd beter is dan genezen. Dat geldt ook hier. Preventie staat centraal, zowel voor de werkgever als voor de werknemer. De werkgever speelt daarin een centrale rol door te zorgen voor werkbaar en kwalitatief werk. Een andere belangrijke suggestie is om af te stappen van de klassieke preventieve onderzoeken die de preventiediensten jaarlijks moeten uitvoeren. Niet iedereen heeft een half uur nodig. Bij de ene zal dat vijf minuten duren, bij de andere misschien een uur. Sommige mensen kunnen onmiddellijk worden doorverwezen naar bijvoorbeeld een ergonoom. Dat zal veel meer opleveren dan bij iedereen gewoon een lijst af te vinken en vast te stellen dat die persoon gezond is. Zorg ook voor meer maatwerk bij re-integratie. Ik heb vanmorgen toevallig nog samengezeten met een externe preventiedienst. Daar zei men dat het informele traject van zes maanden soms net iets te kort is. Zorg dus voor uitzonderingen. Pak de oorzaken van de uitval aan, zodat u vermijdt dat mensen opnieuw uitvallen.
-
Vraag: De erkenning van Palestina
Vraag: De erkenning van de Palestijnse Staat
Vraag: De erkenning van Palestina
Vraag: De erkenning van Palestina en het invoerverbod
Vraag: De erkenning van Palestina door de Belgische regering
Vraag: Het importverbod voor producten uit de door Israël bezette gebieden
economie en werkDe erkenning van Palestina
De erkenning van de Palestijnse Staat
De erkenning van Palestina
De erkenning van Palestina en het invoerverbod
De erkenning van Palestina door de Belgische regering
Het importverbod voor producten uit de door Israël bezette gebieden
Erkenning van Palestina en importverbod uit bezette gebieden summaryExplanationGesteld door
ONAFH Jean-Marie Dedecker
Vooruit Achraf El Yakhloufi
cd&v Els Van Hoof
PVDA-PTB Sofie Merckx
PS Christophe Lacroix
Ecolo-Groen Meyrem Almaci
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 9 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie en een deel van de meerderheid dringen erop aan dat België Palestina onmiddellijk erkent nu volgens hen beide voorwaarden uit het regeringsakkoord van september 2023 vervuld zijn: de vrijlating van Israëlische gijzelaars en het aftreden van Hamas in Gaza, wat Maxime Prévot bevestigde maar nog wil verifiëren via diplomatieke kanalen. Kritiek spitst zich toe op de vertragingstactieken, met name de koppeling van het importverbod op nederzettingsproducten aan ongerelateerde dossiers zoals flexi-jobs, wat Jean-Marie Dedecker en Achraf El Yakhloufi als "schandalig" en "degoutant" bestempelen, terwijl Sofie Merckx de regering beschuldigt van "compliciteit met genocide" door uitstel. Els Van Hoof en Meyrem Almaci benadrukken dat 156 landen Palestina al erkennen en eisen dat België het koninklijk besluit voor het reces uitvaardigt, terwijl Prévot belooft "op korte termijn" te handelen mits bevestiging van Hamas’ daadwerkelijke terugtrekking, maar de oppositie zijn "effectieve daden" betwijfelt. De discussie ontaardt in felle beschuldigingen over moreel falen, met name gericht aan N-VA en MR, die volgens critici de erkenning bewust saboteren ondanks de humanitaire noodsituatie in Gaza en de Westelijke Jordaanoever.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, het is precies één jaar geleden dat we uit het reces werden teruggeroepen wegens een minicrisis. U zult zich dat nog herinneren. De heer Mahdi was uit vakantie teruggekeerd omdat wij Palestina als staat zouden erkennen, nadat Frankrijk dat had gedaan. De eerste minister werd opgeroepen uit Zuid-Afrika terug te komen, maar is wijselijk niet gekomen.
Wat is er toen gebeurd? We hebben toen, midden augustus, een commissievergadering gehouden. U hebt daar een toespraak van anderhalf à twee uur gehouden, waarin u zich uitsprak voor de tweestatenoplossing. Als men een tweestatenoplossing wil, heeft men echter twee staten nodig. Momenteel is er maar één staat, namelijk de staat Israël, een zionistische apartheidsstaat, geleid door een roedel fascisten, om de heren Ben-Gvir, Smotrich en zelfs Benjamin Netanyahu maar niet te noemen.
Nu doet zich de kans voor om een tweede staat te erkennen, namelijk Palestina. Dat hebben we in principe al gedaan in 1988. Daarna zijn de Oslo-akkoorden gekomen en is alles blijven stilstaan. Nu doet die kans zich opnieuw voor. U hebt toen vergaderd en begin september heeft de ministerraad beslist dat België Palestina zou erkennen onder twee voorwaarden. Ten eerste moest Hamas uit het bestuursorgaan van Gaza treden. Ten tweede moesten alle Israëlische gijzelaars vrijkomen. Ondertussen is dat gebeurd. Dat is nu gebeurd.
Als we willen dat er een einde komt aan het uitmoorden van de Palestijnse bevolking – sinds 1 januari van dit jaar zijn immers opnieuw 74 kinderen in Gaza en 53 in de Palestijnse gebieden op de Westelijke Jordaanoever vermoord – dan is dit het moment om als regering te handelen. Aan de twee voorwaarden die toen werden gesteld, is immers voldaan. Zal de regering zich houden aan het woord dat ze in september vorig jaar heeft gegeven en zal ze nu eindelijk overgaan tot de erkenning van Palestina?
Achraf El Yakhloufi:
Mohamed al-Wahidi, het is een naam die waarschijnlijk niemand kent. Hij plaatste een gigantisch scherm boven op het puin in Gaza om de wedstrijd Argentinië-Egypte te bekijken. Egypte toonde na de overwinning duidelijk de Palestijnse vlag, maar Mohamed heeft die wedstrijd niet gezien, want hij werd enkele minuten voordat de match begon door Israëlische luchtaanvallen vermoord.
Sinds dat zogenaamde staakt-het-vuren, collega's, zijn meer dan duizend mensen vermoord. Zeventig procent van Gaza wordt bezet door Israël. Ik zwijg dan nog over Zuid-Libanon, waar Israël exact hetzelfde doet.
Het vredesplan zit muurvast. Er staat een neutraal nieuw bestuur klaar voor Gaza, volgens de letter van het vredesakkoord, maar Israël laat hen niet binnen. Israël zegt: "Wij willen geen vrede." Netanyahu wil geen vrede. Netanyahu wil geen akkoord. Netanyahu wil zeker geen vredesakkoord met een tweestatenoplossing en een erkend Palestina.
De wereld kijkt weg. Europa doet niets. België doet veel te weinig. Nochtans kunnen we meer doen. Een jaar geleden sloten we een duidelijk akkoord, mijnheer de minister, met twee duidelijke voorwaarden. Eén, alle gijzelaars moeten vrijgelaten worden. Twee, Hamas moet uit het bestuur gezet worden. Welnu, collega's, dat is gebeurd. Dus geen excuses meer, geen smoesjes meer, zoals sommigen hier in het verleden altijd hadden, want alle voorwaarden zijn nu vervuld.
Mijnheer de minister, u kondigde begin deze week aan dat u daar eindelijk werk van wilt maken. Mijn oprechte dank daarvoor. Ik hoop dat het niet bij woorden blijft, mijnheer de minister. Wanneer mogen we het koninklijk besluit verwachten? Wanneer mag België (...)
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, volgende week begint het bouwverlof, het traditionele moment waarop aannemers hun werven afronden. Bij ons is er één regeringswerf die al een tijdje aansleept, de uitvoering van het Gaza-akkoord. U kent het zeer goed, dit akkoord bevat een duidelijke belofte, namelijk dat Palestina formeel zal worden erkend op twee voorwaarden: alle gijzelaars vrij, done , en Hamas weg uit het bestuur van Gaza. Maandag ontbond Hamas zijn bestuursorgaan. Also done .
Daarom, mijnheer de minister, vragen we u om de daad bij het woord te voegen, het woord dat u deze week bekendgemaakt hebt. Pleiten voor een tweestatenoplossing en de ene staat onvoorwaardelijk erkennen, maar de andere staat hoge morele standaarden opleggen, is gewoon hypocriet. Het Palestijnse volk verdient dezelfde toekomst als het Israëlische volk, in vrede en gelijkheid, in veiligheid. We moeten de daad bij het woord voegen. Want ondertussen leven de Gazanen als haringen in een rotte ton, worden kinderen afgeschoten als in een schietkraam en zien we dat de West Bank etnisch gezuiverd wordt, en gewelddadig bezet.
Luister beter eens naar Alexander De Croo. Hij is daar deze week geweest en hij zei dat hij nog nooit zoiets ergs had gezien in zijn leven. Dat wil al veel zeggen voor die man, die heel wat landen bezocht heeft. Voeg de daad bij het woord! Voer het akkoord uit dat we vorig jaar afgesloten hebben!
Mijn vragen zijn heel eenvoudig. Wanneer wordt de Palestijnse staat formeel erkend? Wanneer wordt de importban voor producten uit de illegale nederzettingen formeel ingevoerd? Wat ons betreft, moet deze werf klaar zijn voor ons reces.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, nous avons franchi un cap sinistre ce week-end: 1 000 jours de génocide, 73 000 Palestiniens assassinés et, depuis la rupture de la trêve, plus de 1 000 personnes supplémentaires ont perdu la vie.
Le dernier rapport de la commission d'enquête des Nations Unies est sans appel: le génocide se poursuit et les enfants sont particulièrement ciblés. Vingt mille enfants ont été tués.
L'année dernière, sous la forte pression du mouvement de solidarité avec la Palestine, le gouvernement s'est vu contraint d'annoncer qu'il reconnaîtrait l'État de Palestine, en posant deux conditions inédites en droit international: la libération du dernier otage détenu par le Hamas et le retrait du Hamas de la gouvernance de Gaza.
Aujourd'hui, ces deux conditions sont remplies. Pourtant, qu'entends-je encore ce matin? Vous hésitez.
Nous savons pourquoi vous hésitez. Au sein de ce gouvernement, le MR et la N-VA apportent un soutien inconditionnel à Israël. L'année passée, vous avez aussi dit que vous alliez interdire l'importation des produits issus des colonies, ce qui n'a toujours pas été mis en place, toujours à cause du blocage du MR et de la N-VA.
Monsieur le ministre, vous avez dit à la radio ce matin que la Belgique est à la pointe en ce qui concerne la reconnaissance de la Palestine. C'est faux! À ce jour, 150 pays reconnaissent l'État de Palestine et la Belgique n'en fait toujours pas partie. Il y a deux semaines, vous avez même dit à la VRT qu'Israël est un État partenaire. Comment osez-vous dire cela d'un État génocidaire?
Monsieur le ministre, quand allez-vous mettre en œuvre l'engagement que vous avez pris l'année dernière en reconnaissant l'État de Palestine?
Christophe Lacroix:
Je souhaitais interroger le premier ministre pour entendre la position du gouvernement, mais il s'est une fois de plus débiné. Peut-être que si je parlais de la Catalogne, s'il y avait eu un mort en Catalogne, peut-être serait-il là aujourd'hui pour me répondre, que cela l'aurait intéressé. Quand c'est la Palestine, il se débine.
Monsieur le ministre, vous avez annoncé il y a deux jours avoir demandé à votre administration de préparer la reconnaissance de la Palestine puisque le Hamas a annoncé quitter le pouvoir à Gaza. Et, là, je me suis dit: "Voilà, on se prépare à reconnaître la Palestine. Enfin!" Et puis, rien! Car, comme d'habitude, le soufflé est retombé. Et les réactions du MR et de la N-VA m'ont complètement refroidi.
Nous, les socialistes, étions pour une reconnaissance sans condition de la Palestine. L'été dernier, vous avez affirmé avoir franchi un grand pas vers la reconnaissance, mais il y avait derrière ces belles déclarations des conditions, comme dans les contrats d'assurances, en bas de page. Ces conditions dont le MR et la N-VA disaient qu'elles étaient peu susceptibles d'être satisfaites. Et, aujourd'hui, nous y sommes. Le doute sur les réelles intentions de la Belgique est permis car ces mêmes partis n'ont pas du tout l'air d'être prêts à reconnaître la Palestine, alors que ces conditions sont remplies! C'est pour cela que je voulais entendre le premier ministre. Car on en a un peu marre des effets d'annonces et de tout ce blabla.
Alors, monsieur le ministre, quand la Belgique va-t-elle reconnaître formellement et définitivement la Palestine? Et où en est concrètement votre gouvernement dans le suivi des décisions du kern du 2 septembre 2025, notamment s'agissant de l'interdiction des produits des colonies israéliennes?
Meyrem Almaci:
Collega's, alle voorwaarden zijn vervuld. Het is stilaan de laatste kans van de regering om Palestina te erkennen, voordat er van het Palestijnse volk geen sprake meer is. Al een jaar wachten wij op de langverwachte uitvoering van het akkoord in de regering. Dat is een jaar waarin Israël nieuwe vormen van gruwel heeft uitgevonden en op ongelooflijk snel tempo verder koloniseert om de Palestijnse staat onmogelijk te maken.
Gewone Palestijnen proberen ondertussen in die waanzin, tussen het bloed van hun geliefden, een vorm van normaliteit te vinden. Het genocidaire regime van Israël is echter vastbesloten elke toekomst en elke vorm van leven onmogelijk te maken. Er is de dood van Mohamed al-Wahidi. Er is ook het VN-rapport over het doelbewust vermoorden van kinderen en baby's. Er is ook het bericht van afgelopen week dat de Palestijnse kinderarts Hussam Abu Safia na maandenlange folteringen op dit moment misschien zijn laatste adem uitblaast. De genocide duurt voort en helaas ook de lafheid van onze leiders.
Collega's van de MR en de N-VA, ik weet dat u niet harteloos bent. Ik weiger dat te denken. Uw aller stilzwijgen, uw mist spuien, ook nu weer, uw gesleep met de voeten en uw sabotage vallen echter niet meer uit te leggen. Uw weigering om gewelddadige kolonisten aan te pakken en uw bevriezing van de evacuaties uit Gaza zijn allang niet meer te verdedigen. Ook nu opnieuw durft u niet na te komen wat u zelf hebt beslist.
Mijn vragen zijn dan ook eenvoudig. Blijft de regering wegkijken van de gruwel? Blijft ze saboteren? Wat is eigenlijk het effectieve regeringsstandpunt? Zal de regering Palestina erkennen? Zal ze het importverbod van toepassing maken? Zal ze de rest van het akkoord uitvoeren dat ze een jaar geleden heeft afgesproken, hoewel het toen al te laat was?
Voorzitter:
Dat geeft de minister maximaal vijf minuten spreektijd om te reageren.
Maxime Prévot:
Mesdames et messieurs les parlementaires, l’accord que j’ai forcé au sein du gouvernement en septembre dernier prévoit une approche en trois temps.
D’abord, la reconnaissance politique et diplomatique de l’État de Palestine, au moyen d’un message clair et sans équivoque prononcé à la tribune des Nations Unies. Ce message a été porté par notre premier ministre, urbi et orbi , à New York en septembre dernier. Il a été bien entendu. Je ne compte d’ailleurs plus les fois où mes homologues étrangers nous en félicitent.
Aux yeux du monde, y compris des autorités palestiniennes, cette reconnaissance par la Belgique est acquise. Sa légitimité a été affirmée et assumée. Elle ne fait pas débat sur la scène internationale. La question de l’arrêté royal constitue en effet essentiellement un débat interne.
Vervolgens voorziet het akkoord in een tweede fase in een meer technische en juridische stap, de formalisering van de erkenning in het nationaal recht via een koninklijk besluit. Het akkoord van september legt daarvoor twee voorwaarden vast, zijnde de vrijlating van alle gijzelaars en de uitsluiting van terroristische organisaties zoals Hamas uit het bestuur van Palestina. In de praktijk gaat het om de uitsluiting van Hamas uit het bestuur van Gaza, aangezien de Westelijke Jordaanoever reeds wordt bestuurd door de Palestijnse Autoriteit. Meer nog, het betreft het deel van Gaza dat niet onder Israëlische controle staat.
La libération de tous les otages vivants et décédés est confirmée depuis janvier, tandis que les autorités du Hamas, après 20 ans au pouvoir, viennent d'annoncer, ce 6 juillet, leur renonciation à administrer la bande de Gaza, la dissolution de l'organe en charge de cette administration et, enfin, la démission de son responsable; et ce, afin de laisser pleinement la gestion de Gaza au Comité national pour l'administration de Gaza, validé par le Conseil de sécurité des Nations Unies, composé d'experts technocrates et apolitiques.
Quelle que soit la sensibilité de chacun sur ce dossier, l'honnêteté impose désormais de reconnaître que cette annonce conduit a priori à cocher la deuxième condition. C'est pour cette raison que j'ai demandé à mon administration de préparer un dossier en vue de l'adoption de l'arrêté royal – et ce dossier est prêt.
Je ne peux cependant raisonnablement pas considérer que l'expression de responsables du Hamas uniquement lors d'une conférence de presse suffise à garantir son retrait effectif. C'est pourquoi je vais charger nos postes diplomatiques de faire un examen rapide de la situation effective sur place, afin de s'assurer que les paroles sont bien suivies d'actes concrets, afin que personne ne puisse en douter et en utiliser l'argument. Auquel cas, je pourrais proposer l'arrêté royal avec conviction et à brève échéance. Et j'entends à ce moment que chaque partie de la majorité respecte avec honneur les termes de notre accord politique.
Ten slotte, ter herinnering, de normalisering van onze betrekkingen, bijvoorbeeld door de opening van een ambassade, zal pas in een derde fase plaatsvinden, naarmate de demilitarisering van Hamas vordert. Die demilitarisering staat overigens los van de tweede fase, zoals duidelijk is bepaald in het akkoord van september.
Wat het verbod op de invoer uit de Israëlische nederzettingen betreft, verwijs ik u voor de inhoudelijke aspecten graag naar mijn collega’s Jambon en Clarinval. Het dossier lijkt in beginsel rijp voor politieke goedkeuring door de ministerraad, maar het is een publiek geheim dat het momenteel politiek wordt gekoppeld aan een ander dossier en dat betreur ik.
Jean-Marie Dedecker:
Ik bedank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Ik noteer vooral uw laatste zinnetje. Waar zijn we eigenlijk mee bezig? Hier wordt vlakaf in de plenaire vergadering gezegd dat het dossier over de invoer van goederen uit de bezette gebieden wordt gekoppeld aan het dossier over de flexi-jobs. Welke schaamte moet de regeringsleden overvallen om die dossiers aan elkaar te koppelen?
We praten hier over de erkenning van een staat voor een volk dat in 1948 met de Nakba werd aangevallen en waarvan 750.000 mensen van hun land werden verdreven, en discussiëren we nog altijd over de erkenning van het recht op hun eigen land, dat zij terug moeten krijgen.
Waar zijn we mee bezig? Ondertussen zijn er niet 73.000, maar honderdduizenden mensen vermoord, zijn er opgesloten (…)
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat alle voorwaarden vervuld zijn. Het is nu echt tijd om Palestina te erkennen. We zullen daarbij uw partner zijn. Ik roep ook mijn coalitiepartners – jammer genoeg is de heer Bouchez al vertrokken – op om de afspraken, die we hebben gemaakt, correct en loyaal uit te voeren. De tijd van excuses is al lang voorbij.
Mijnheer de minister, ook het importverbod, dat op tafel ligt, is van cruciaal belang. Ik geef dan ook twee meerderheidspartijen de volgende boodschap mee. Het is schandalig dat er spelletjes worden gespeeld en dat aangelegenheden die hier niets mee te maken hebben, eraan worden gelinkt. Elke dag sterven er mensen in Palestina. Elke dag. In het licht van de normen en waarden waar we in het vrije Westen voor staan, is het degoutant dat men hier nog steeds een politiek spelletje speelt. Er moet nu iets gebeuren, mijnheer de minister.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, het is onethisch om de importban te koppelen aan de annualisering van de arbeidstijd. Cd&v spreekt daarover ook duidelijke taal.
Read the lips of Hamas. Hamasvertegenwoordigers hebben hun ontslag ingediend. Er mag een overgangsbestuur komen. Dat is heel belangrijk. Ik zie u knikken. Het is dan ook belangrijk dat we niet opnieuw allerlei mitsen en maren toevoegen, onder andere een bezoek op het terrein zelf. Alle andere landen, Canada, Australië, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Luxemburg hadden dat niet nodig. De situatie op het terrein is immers verschrikkelijk.
We geven een rode kaart aan Netanyahu en Trump. Het moet gedaan zijn. Voer het akkoord uit! Geef de Palestijnen waarop ze recht hebben. Voer het internationaal recht uit. Doe wat we ook vorig jaar in september hebben gezegd. Doe het nu, vóór het reces.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, je pense que la véritable question s’adresse à Vooruit, aux Engagés, au cd&v. Les paroles que vous avez prononcées aujourd'hui sont-elles sérieuses? Ê tes-vous sérieux lorsque vous dites au peuple palestinien que vous voulez reconnaître son É tat? Cette déclaration sera-t-elle suivie d'actes? Les Palestiniens n'ont besoin ni de vos lamentations ni de vos déclarations à la tribune de l'ONU. Ils ont besoin d'actes concrets!
Aujourd'hui, ils ont besoin que l'on mette fin au génocide et que la Belgique cesse toute forme de complicité. C'est à ce sujet qu'ils attendent des actes. Il est possible de prendre des initiatives, par exemple en reconnaissant l’État de Palestine.
Maxime Prévot:
(…)
Sofie Merckx:
Que dites-vous? Cela ne va rien changer? Non, mais vous avez tenté de nous faire croire que cette reconnaissance était déjà acquise. Il faut signer cet arrêté royal pour reconnaître l' É tat de Palestine! (…)
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous ai écouté attentivement, mais votre réponse illustre précisément le problème: encore des intentions, encore des délais et, oserais-je dire, encore un formulaire à signer par le Hamas pour bien expliciter clairement qu'il se retire du pouvoir en Palestine. Chaque jour qui passe rend plus difficile l'existence même de l' É tat palestinien que vous dites vouloir reconnaître.
Au fond, ce gouvernement donne l'impression d'avoir perdu sa boussole. Je veux parler de la boussole du droit international, qui ne devrait pas varier en fonction des rapports de force politiques du moment, et de la boussole morale qui devrait nous permettre de distinguer clairement l'urgence humanitaire des calculs diplomatiques. Et enfin, et peut-être même surtout, je veux parler de la boussole politique qui devrait permettre à la Belgique d'agir quand il en est encore temps. Vous réclamez de l'honneur! Mais, monsieur le ministre, c'est plutôt au déshonneur et à l'horreur de marchandages politiques sur le sang des dizaines de milliers de Palestiniens à terre que nous assistons aujourd'hui!
Meyrem Almaci:
Collega's, hoe pijnlijk kan het worden? Een minister moet in de plenaire vergadering oproepen om het door de regering gesloten akkoord na te komen en sommige regeringspartijen staan hier bijna te smeken. De beslissingen van deze regering zijn fata morgana’s. Haar morele lat ligt al lang ver onder nul. Telkens komen dezelfde discussies terug en uiteindelijk doet de N-VA gewoon haar zin. Zo fors als die partij destijds was over de Catalanen en het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren, zo laf is ze nu wanneer een soeverein volk het bestaan onmogelijk wordt gemaakt. De excuses zijn op, de woorden zijn op, het moorden gaat door en Arizona staat erbij en kijkt ernaar. Zelfs de stinkende kameel is ondertussen bezweken aan het geweld. Voer uw eigen akkoord uit, onder uw eigen voorwaarden. Dat moet u doen. Inmiddels hebben 156 landen Palestina al erkend. Stop met die ordinaire tapijtenmarkt. Moraal vormt het ethische fundament van de politiek. (…)
-
Vraag: De vakantie, de relance en de begroting
Vraag: De competitiviteit en de groei van de farmasector
gezondheid en welzijnDe vakantie, de relance en de begroting
De competitiviteit en de groei van de farmasector
De vakantie, relance, begroting, farmaceutische competitiviteit en groei summaryExplanationGesteld door
Anders. Kjell Vander Elst
cd&v Koen Van den Heuvel
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Kjell Vander Elst (N-VA) bekritiseert de regering-Arizona scherp voor het recordaantal faillissementen, de vertraging in de begrotingsvorming en het ontbreken van een relanceplan, en stelt dat de overheid ondernemers "verstikt" met belastingen in plaats van de economie te stimuleren. Bart De Wever (N-VA) benadrukt dat hervormingen het begrotingstekort al met 50 miljard verminderd hebben maar waarschuwt voor aanhoudende budgettaire risico’s door geopolitieke schokken, terwijl hij groeibeleid via arbeidsmarkt en Europese vereenvoudiging verdedigt. Koen Van den Heuvel (CD&V) hamert op slimme bezuinigingen met focus op innovatie, vooral voor de cruciale farmasector, en pleit voor een hogere werkzaamheidsgraad en fiscale hervormingen om groei te bevorderen. Vander Elst blijft ontevreden over het uitblijven van concrete actie en een volwaardige begroting, die hij noemt als "een schuld voor toekomstige generaties".
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, onze ondernemers en zelfstandigen zien af. Na het verbreken van het stakingsrecord, het recordaantal belastingen dat we in dit land hebben en het grootste begrotingstekort van de eurozone, hebben we een nieuw record: 6.267 faillissementen in de eerste helft van dit jaar. Dat is opnieuw een record, opnieuw een triest dieptepunt.
Voor de socialisten van Vooruit is dat allemaal zo erg niet. We moeten niet te veel compassie hebben met die zelfstandigen en ondernemers. Ze hebben geld genoeg en zitten toch maar slapend rijk te worden aan hun zwembad.
De realiteit, mijnheer de premier, is echter anders. Achter dat recordaantal faillissementen schuilen persoonlijke drama's. Mensen steken bloed, zweet en tranen in hun zaak. Stuk voor stuk zorgen zij voor welvaart en jobs.
Premier, ik heb drie trefwoorden voor u, maar een daarvan past niet in het rijtje: begroting, relance en stilstand. Ik heb het over dat laatste, stilstand. Dat is wat u aan het creëren bent. Binnen minder dan drie weken is 21 juli voorbij en gaan de boeken toe, akkoord of geen akkoord. Het is toch allemaal niet zo dringend. We zullen wel zien wanneer de begroting komt. De deadline is wanneer we klaar zijn. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van uw minister van Begroting.
Van een relanceplan voor onze economie en industrie is zelfs geen sprake meer. Wat doet Arizona vandaag wel? Taks, taks, taks! Les Engagés heeft net een voorstel neergelegd voor een rijkentaks voor mensen die 500.000 euro bij elkaar gespaard hebben. Zelfs de communisten zijn jaloers op dat voorstel.
Premier, dat geeft onze economie geen zuurstof. Integendeel, u verstikt en perst haar uit. Daarom heb ik één concrete vraag: wanneer begint u eraan? Wanneer komt u met een volwaardige begroting naar dit Parlement?
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, vorige week mochten we u nog ontvangen in het mooie Puurs om 60 jaar Novartis in ons land te vieren. Die viering onderstreepte nogmaals de onschatbare waarde van die sector voor ons land. De farma-industrie is immers een belangrijke levensader van onze economie. Ze zorgt voor duizenden kwalitatieve jobs in ons land, dicht bij huis. Ze is een van de krachtigste motoren van onze economie, want sinds 2000 groeit de farmasector vijf keer sneller, collega's, dan de Belgische economie gemiddeld. Intussen is de farmasector tweemaal zo groot als de chemische sector, een andere sector die ons in groot-Antwerpen na aan het hart ligt. Het is dus heel duidelijk dat we die motor van onze economie niet mogen laten sputteren.
Er zijn duidelijk drie uitdagingen als we de farmasector in ons land en in Europa willen houden en niet willen zien vertrekken naar Amerika of China. We moeten blijven inzetten op digitaal klinisch onderzoek, werk maken van een snelle terugbetaling van innovatieve geneesmiddelen en blijven inzetten op de ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling. Dat brengt mij, mijnheer de premier, bij de uitdaging waarvoor deze regering de volgende weken staat: de begrotingsopmaak. Die oefening is niet eenvoudig, maar het is cruciaal om daarbij voldoende oog te hebben voor groeistimulerende maatregelen. Voor cd&v is het heel duidelijk: wij staan voor een verstandige en slimme aanpak van die oefening. Dat wil zeggen dat we voldoende oog moeten hebben voor maatregelen die de innovatiekracht en de productiviteit van onze economie stimuleren en onze economie op een duurzame manier laten groeien. Dat is onze bekommernis en we hopen dat u die de volgende weken en maanden in het achterhoofd houdt.
Bart De Wever:
Collega's, vorige week vrijdag heeft de regering een toelichting gekregen van het IMF en de Nationale Bank over de stand van zaken van onze economische en budgettaire toestand. Die analyse luidde niet anders dan de vorige publieke rapporten ter zake.
Ten eerste, de al doorgevoerde hervormingen van de regering verbeteren de tekortprognoses voor de komende jaren significant ten opzichte van de prognoses waarmee we van start zijn gegaan. Volgens het IMF hebben de hervormingen onze schuldopbouw tegen 2031 al met 50 miljard euro verminderd, uitgedrukt in euro's van vandaag. Dat is dus een aanzienlijke inspanning. Dat gebeurt niet door een stijging van de inkomsten, maar wel door een forse daling van de uitgaven. De cijfers van de Nationale Bank tonen dat zeer helder aan.
Ten tweede, de verbetering van het saldo had forser kunnen zijn, ware het niet dat we worden geconfronteerd met een opeenstapeling van geopolitieke schokken. Het IMF spreekt in zijn presentatie letterlijk van een unforgiving environment . De kans bestaat, en is eigenlijk zelfs heel reëel, dat we daardoor nog extra tegenvallers zullen moeten incasseren.
Ten derde, en dat volgt uit de vorige twee vaststellingen, we zijn absoluut niet uit de budgettaire gevarenzone. Integendeel, er zal een serieuze inspanning moeten gebeuren. Het rapport van het Monitoringcomité, dat volgende week wordt verwacht, zal ons wijzer maken over de precieze omvang van die inspanning. Het laat zich echter voorspellen, het zal niet min zijn.
Met die vaststellingen gaat de regering aan de slag, om zo snel mogelijk een pakket maatregelen uit te werken om ons land weg te houden van gevaarlijke scenario's. Het gevaarlijkste scenario is uiteraard de beruchte rentesneeuwbal. Als die begint te rollen, verloopt dat niet incrementeel, maar exponentieel. Dat is dus echt gevaarlijk en vormt een reëel gevaar.
Tot het pakket binnen de regering is afgerond, kan ik daar uiteraard niet op ingaan. Dat zult u wel begrijpen.
Het spreekt voor zich dat onze budgettaire doeleinden onmogelijk te realiseren zijn zonder economische groei. Ons arbeidsmarktbeleid is dan ook niet toevallig gericht op het versterken van die groei, net zoals de ondernemersvriendelijke en productiviteitsverhogende maatregelen die we gerealiseerd hebben en waarvoor we uitdrukkelijk heel veel lof krijgen van het IMF. Verder blijven we maatregelen bespreken en nastreven binnen het MAKE 2025-2030 platform, waar we afstemmen met alle relevante sectoren en met de deelstaten.
Uiteraard is de farmasector daarbij heel sterk vertegenwoordigd, want de farma-industrie is een van de steunpilaren van onze economie. Zoals ik daarover vorige week in de commissie heel uitgebreid met u heb kunnen spreken, maar het is niet erg om dat in de plenaire vergadering nog eens over te doen, kan die sector rekenen op onze bijzondere aandacht. Er vindt een heel regelmatige afstemming plaats met de sector en met de belangrijkste bedrijven. Zoals u hebt aangegeven, ga ik in Groot-Antwerpen ook weleens hier en daar en ook daarbuiten op bezoek.
Zoals geweten, zie ik ook op Europees niveau nog grote potentiële winsten op het vlak van economische groei, met name de uitrol van het One Market Project . Zeker de farma zou daar wel bij varen. Samen met de collega's uit Duitsland en Italië neem ik namens ons land een voortrekkersrol op om competitiviteit structureel helemaal boven de agenda van de Europese Raad te houden. Dat zorgde al voor resultaten, zoals de goedkeuring van vijf omnibuspakketten inzake administratieve vereenvoudiging. Er zitten er nog vijf in de pijplijn en we pleiten ervoor om er nog nieuwe te lanceren. Bijvoorbeeld inzake permitting denk ik dat er nog veel fruit te plukken valt.
De tijd is op, maar ik beloof het vuur brandend te houden om verdere economische groeimaatregelen te realiseren. Ik kan mij vinden in de uitgangspunten die u hebt geschetst, Koen. We moeten dat doen in ons land en in Europa.
Kjell Vander Elst:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de premier. U maakt opnieuw een analyse, een grotendeels juiste analyse, maar onze ondernemers blijven niet wachten op analyses. Ondertussen bent u het opnieuw die ons geen uitsluitsel kan geven over een volwaardige begroting tegen 21 juli. U bent het die maanden hebt met voorlopige twaalfden bestuurd. U bent het die op dit moment met de slechtste begroting van de eurozone zit. Wat krijgen wij ondertussen? Belastingen, industrie die wegvlucht, zelfstandigen die failliet gaan en een begroting die mijn generatie en de komende generaties zullen moeten betalen.
Mijnheer de premier, dit is het moment van rapporten en deliberaties. Mijn vader zit hier in de zaal. Mocht ik met uw tussentijds rapport na twee jaar Arizona thuiskomen, dan zou dat niet mijn beste dag geweest zijn. Premier, maak er werk van. Geef zuurstof aan onze zelfstandigen en ondernemers en trek onze economie uit het slop.
Jean-Marie Dedecker:
(…)
Voorzitter:
Collega's, buiten is het warm, maar ik stel toch voor om de basisbeleefdheid aan de dag te leggen om collega Van den Heuvel zijn volle minuut te gunnen.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, dank u wel voor uw antwoord. De uitdaging is om de volgende weken de begroting op orde te krijgen en duurzaam te saneren. Dat wil voor cd&v niet zeggen blind snoeien, maar wel op een slimme en verstandige manier snoeien, met voldoende oog voor innovatie. We moeten onderzoek en ontwikkeling in ons land blijven stimuleren. Dat is heel belangrijk voor de farmaceutische sector. We moeten inzetten op productiviteit, op duurzame groei en absoluut ook op groei van de werkzaamheid. We moeten naar een werkzaamheidsgraad van 80 %. Dat is absoluut nodig voor onze begroting. Het is voor cd&v heel belangrijk om de fiscale hervorming, waardoor werken meer moet opbrengen, onverkort uit te voeren.
-
Vraag: De werking van de noodcentrale 112
Vraag: De noodcentrale 112
Vraag: De wachttijd bij 112
veiligheid, justitie en defensieDe werking van de noodcentrale 112
De noodcentrale 112
De wachttijd bij 112
Noodoproepen en hulpverlening via 112 summaryExplanationGesteld door
Vooruit Jan Bertels
cd&v Phaedra Van Keymolen
Les Engagés Jean-François Gatelier
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens de recente hittegolf en storm leidden overbelaste noodcentrales tot wachttijden van soms 10 minuten voor 112-oproepen, wat parlementsleden als “onaanvaardbaar” bestempelden, vooral in acute noodsituaties zoals hartaanvallen of blikseminslagen. Minister Quintin erkende de piekbelasting (tot 19.300 oproepen/dag, normaal ~6.000) maar benadrukte dat 76% binnen 60 seconden werd beantwoord en dat 10 minuten uitzonderlijk was; hij wees op lopende wervingscampagnes (16 nieuwe medewerkers in opleiding) en structurele plannen zoals een gescheiden werkingsmodel voor urgente (112) en niet-urgente (1733) oproepen, maar gaf toe dat acute tekorten blijven bestaan. Kritiekpunten waren de trage uitvoering van aanbevelingen uit het Witboek na de overstromingen van 2021 (Gatelier) en het ontbreken van concrete korte-termijnmaatregelen voor de aankomende hittegolf, ondanks beloftes over extra middelen en snellere rekrutering (Van Keymolen, Bertels). Bertels en Gatelier drongen aan op betere federale coördinatie en een structurele hervorming van de triage en noodnummers, terwijl de minister de verantwoordelijkheid deels bij lokale overheden legde en benadrukte dat samenwerking tussen alle bestuursniveaus cruciaal is voor toekomstige crisissen.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, in de afgelopen week werd heel Europa overspoeld door een hittegolf, ook ons land. In de Kempen ging de temperatuur tot 40 graden. Na de hitte kwam er code oranje voor een storm die over ons land raasde. Die storm had heel wat gevolgen, zoals onbewoonbare woningen door blikseminslagen, extra nood aan zorg voor bijvoorbeeld oudere mensen met uitdrogingsverschijnselen, evacuatie van festivalgangers.
We wisten dat die hittegolf eraan kwam. We wisten dat er onweer zou komen. Gelet op de ervaringen uit het verleden konden we vermoeden dat er meer oproepen naar onze noodcentrales zouden komen. Toch stonden mensen vorig weekend op een bepaald, gelukkig uitzonderlijk, moment soms tien minuten in de wacht als ze 112 belden om noodhulp. Tien minuten is lang als de bliksem inslaat. Dat is lang als je bejaarde vader, een hartpatiënt, onwel geworden is door de hitte. Dat is lang als je kampvuur onder water staat.
Net op zulke momenten rekenen mensen op een sterke overheid die hen helpt, die hen ondersteunt en die klaarstaat wanneer het echt nodig is. We zijn het erover eens, meen ik, op zulke momenten kan men gewoonweg niet wachten. Dan duurt elke seconde ellenlang.
Mijnheer de minister, de zomervakantie is gestart. Volgende week, weten we nu al, zal de temperatuur opnieuw stijgen en dus heb ik, voor de bescherming van onze inwoners, onze patiënten, onze zorg en onze hulpverleners, de volgende vraag voor u. Kan de bemanning van de noodcentrales versterkt worden wanneer dat nodig is, zodat mensen die bellen om hulp, die ook meteen kunnen krijgen? Hoe kunnen we de capaciteit van onze noodcentrales optimaal krijgen?
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de minister, de temperaturen piekten vorige week. Dat leidde ook tot een piek in de oproepen bij de noodcentrales. Jammer genoeg had dat ook tot gevolg dat mensen tijdens de hittegolf soms tot tien minuten moesten wachten voor hun oproep werd beantwoord. Dat is onaanvaardbaar, want wie de 112 belt, doet dat niet zomaar, maar belt voor iemand in acute nood. Dat zijn situaties waarin elke seconde telt en waarin tien minuten een eeuwigheid zijn.
Met de nieuwe hittegolf die volgende week al in aantocht is, moeten we er alles aan doen om die wachttijden te vermijden. Met cd&v waarderen we het dat deze regering het probleem ernstig neemt. Ik verwijs naar het masterplan NCU. Er zijn extra middelen vrijgemaakt en er wordt sneller gerekruteerd. Dat zijn goede stappen. De realiteit toont echter aan dat dat vandaag nog niet volstaat. Zeker ook in mijn eigen provincie Oost-Vlaanderen blijft de situatie problematisch.
U kondigde eerder aan te zullen laten onderzoeken of er een nieuw werkingsmodel moet komen, met een eengemaakte calltaking, een scheiding tussen echte noodoproepen en planbare interventies en een reductie van het aantal noodnummers. Uw collega, de minister van Volksgezondheid, heeft het voorstel geopperd om personeel in uitzonderlijke omstandigheden op te vorderen. Er liggen dus heel wat interessante ideeën op tafel. Er moeten echter ook concrete acties volgen, zodat onze burgers sneller kunnen worden geholpen.
Mijnheer de minister, welke maatregelen neemt u op korte termijn om ervoor te zorgen dat mensen tijdens de volgende hittegolf niet meer zo lang moeten wachten? Wat is de stand van zaken van het nieuwe werkingsmodel voor de noodcentrales? Wanneer mogen we daarover meer duidelijkheid verwachten?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, notre pays vient de traverser une vague de chaleur exceptionnelle. Cette situation a fortement sollicité les médecins généralistes, les services d'urgence, les hôpitaux, mais aussi la centrale d'urgence 112.
Hier, en commission de la Santé, le ministre nous a communiqué un chiffre particulièrement préoccupant. Lors du dernier week-end de juin, en pleine canicule, il fallait, en moyenne, dix minutes pour obtenir un opérateur du 112, alors qu'en temps normal, ce délai est inférieur à une minute. Dix minutes d'attente lorsqu'une personne appelle pour un infarctus, un AVC, un accident grave ou un incendie, c'est tout simplement inacceptable! D'autant plus que cette vague de chaleur était annoncée depuis plusieurs jours.
Cette situation rappelle, malheureusement, les conclusions du Livre blanc rédigé après les inondations de juillet 2021. Ce rapport identifiait déjà les centrales 112 comme l'un des maillons les plus fragiles de notre sécurité civile et recommandait un renforcement structurel des effectifs, afin de garantir une prise en charge rapide des appels d'urgence. Quatre ans plus, tard, force est de constater que ces recommandations ne semblent pas avoir produit les effets attendus.
Monsieur le ministre, comment expliquez-vous que les effectifs des centrales 112 n'aient pas été renforcés de manière suffisante malgré ces recommandations? Quel est, aujourd'hui, le déficit réel de personnel dans les centrales d'urgence? Quelles mesures structurelles comptez-vous prendre pour y remédier, notamment sur le plan budgétaire?
Enfin, nous ne sommes qu'au début de l'été. Si une nouvelle vague de chaleur survient dans les prochaines semaines, quelles mesures immédiates allez-vous prendre pour éviter que nos concitoyens ne doivent, à nouveau, attendre dix minutes avant qu'un opérateur du 112 ne puisse répondre à un appel d'urgence?
Bernard Quintin:
Dames en heren volksvertegenwoordigers, op 22 juni 2026 heeft de Risk Management Group van Volksgezondheid vastgesteld dat aan de voorwaarden was voldaan om het waarschuwingsniveau van het Nationaal Ozon- en Hitteplan te activeren. Overeenkomstig de bestaande procedures werd het Nationaal Crisiscentrum daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht door de FOD Volksgezondheid.
Reeds de volgende ochtend organiseerde het Nationaal Crisiscentrum een eerste coördinatievergadering met alle betrokken federale en deelstatelijke partners, in het bijzonder met de diensten van de FOD Volksgezondheid. Het doel was om een duidelijk en gecoördineerd beeld van de situatie te verkrijgen.
Die coördinatie werd de hele week voortgezet, zodat de situatie van uur tot uur nauwgezet kon worden opgevolgd en waar nodig snel kon worden bijgestuurd.
Ces réunions n'ont pas conduit à l'identification de la nécessité de déclencher une phase fédérale. Les mesures nécessaires ont été prises, en effet, par les niveaux de pouvoir compétents, à savoir les bourgmestres et les gouverneurs de provinces. L'approche choisie était proportionnée, ciblée et conforme aux mécanismes existants, en fonction des réalités locales, qui étaient différentes partout dans le pays. Le Centre de crise national a très bien joué son rôle de sensibilisation et a diffusé largement une série de recommandations auprès de nos concitoyens, tout comme les différents départements de la Santé publique l'ont fait.
Wat betreft uw vragen over de 112-noodcentrales, ik wil in de eerste plaats alle operatoren bedanken die zich de voorbije dagen hebben ingezet om onze burgers te helpen. Tijdens het voorbije weekend kregen de noodcentrales te maken met een uitzonderlijk hoog aantal oproepen. Op nationaal niveau ontvingen de 112-noodcentrales op vrijdag en zaterdag telkens ongeveer 12.000 oproepen. Op zondag liep dat aantal op tot bijna 19.300 oproepen, terwijl het gemiddelde rond 6.000 oproepen per dag ligt.
Face à une telle quantité d'appels – il est question d'un pic d'environ 4 000 appels en 60 minutes – certains citoyens ont dû attendre plus longtemps que d'habitude.
De manière globale, parce qu'il faut quand même remettre les chiffres en place, au cours de ce week-end et selon les chiffres m'ayant été communiqués, 47 % des appels ont été pris en charge endéans les 20 secondes et 76 % endéans les 60 secondes. Le temps d'attente moyen sur l'ensemble du week-end s'est élevé à 61 secondes.
Les 10 minutes évoquées – je n'ai malheureusement pas eu l'occasion d'écouter mon collègue Vandenbroucke en commission –, certes trop longues, sont donc l'exception. Uitzonderlijk, zoals gezegd, je pense qu'il est non seulement faux, mais aussi dangereux de prétendre que le temps de prise en charge moyen des appels est de 10 minutes.
Concernant la question du staffing de nos centrales d'appel, des campagnes de recrutement sont régulièrement menées et se poursuivront bien évidemment. Seize personnes ont été engagées et ont commencé leur formation. Ce nombre reste toutefois insuffisant, j'en conviens avec vous, mais je lance un appel solennel: si vous avez des solutions miracles pour recruter plus de personnes, je vous en prie. Cela fait des années que ce problème existe, et je le prends à bras-le-corps. Cependant, je n'ai pas d'imprimante 3D pour faire apparaître des calltakers .
Des investissements sont également engagés dans le renforcement des technologies. Il s'agit d'un travail qui prend du temps. Ce sont des gens qui doivent être formés. En effet, le travail de calltaker ne s'improvise pas: il faut donc non seulement trouver des personnes qui puissent l'accomplir, mais il faut également prendre le temps de les former convenablement afin d'offrir le service nécessaire à la population.
Concernant la question relative au numéro 1733, pour lequel j'ai pu lire qu'il y avait un délai de réponse supplémentaire, j'aimerais en profiter pour souligner la différence entre le numéro d'urgence, destiné à répondre aux urgences médicales – vous avez notamment évoqué les crises cardiaques –, et les numéros de non-urgence. Il me paraît quand même assez normal que, lors d'une période d'urgence pendant laquelle le nombre d'appels double, voire triple, la priorité soit réservée aux appels les plus urgents. Les numéros 1733 et 1722 sont actuellement pris en charge par les mêmes opérateurs que le 112.
Je poursuis la réflexion avec mon collègue ministre de la Santé pour revoir le système 1733 afin qu'il soit intégralement pris en charge par le SPF Santé publique, de sorte que le 112 et les centrales d'urgence puissent se consacrer pleinement aux appels d'urgence, qu'ils concernent la police, les pompiers ou les services ambulanciers.
Pour le reste, il est évident que nous devons nous préparer – ce que nous faisons avec toutes les autorités publiques – pour apporter aux inévitables futures canicules – proches ou lointaines – des réponses qui devront être collectives, de l'autorité fédérales aux entités fédérées, en passant par les autorités locales. Chacune et chacun devra assumer ses responsabilités. Je vous remercie de votre attention. Ik dank u voor uw aandacht.
Jan Bertels:
De coördinatie door het Nationaal Crisiscentrum, op basis van de vragen en aanbevelingen van de RMG, was er. De RMG zal vandaag ook aanbevelingen formuleren om de coördinatie in de toekomst te verbeteren. Er ligt ook al een vraag voor van de Federale Raad voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening om sneller de alarmfases en de rampenfases af te kondigen, zodat de nationale overheid of de gouverneurs als dat nodig is mensen kunnen opvorderen.
Mijnheer de minister, we moeten onze hulpverleners en zorgverleners de nodige middelen geven om hun werk goed te doen. Een goede triage van de hulp- en zorgvragen is daarbij essentieel. Die triage en de werking van 1733, waarnaar u in uw antwoord hebt verwezen, zijn al jaren namelijk niet optimaal, en dat is zacht uitgedrukt. Dat moet gewoon beter. We moeten daarvoor een structureel systeem uitwerken, zodat het geld dat van Volksgezondheid naar Binnenlandse Zaken gaat goed wordt besteed.
Phaedra Van Keymolen:
Dank u voor uw antwoord en ook voor uw engagement in dit dossier. Ik hoor dat u de problemen ernstig neemt en dat er inspanningen worden geleverd. Dat is goed.
Ik wil nog één punt benadrukken. Voor de burger telt uiteindelijk maar één cijfer: hoe snel de telefoon wordt opgenomen wanneer er zich een crisis- of noodsituatie voordoet.
Ik ben er, samen met u, absoluut van overtuigd, mijnheer de minister, dat de operatoren en de mensen die daar werken hun uiterste best hebben gedaan en op dat moment alles hebben gegeven. De zomer is echter nog lang. De volgende hitteperiode kondigt zich alweer aan. Ik reken er dan ook op dat de maatregelen er liefst nog voor die nieuwe piek komen. Cd&v zal u daarin alleszins steunen, want wie naar de noodcentrale belt, verdient geen wachtmuziekje, maar snelle hulp. Dank u wel.
Jean-François Gatelier:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre. Je suis moi-même bourgmestre et médecin, et sachez, comme vous l'avez dit, que les pouvoirs locaux, les bourgmestres et les gouverneurs ont pris en charge correctement cette canicule. En revanche, il est dommage que le message ne soit pas le même partout. C'est pour cette raison qu'une coordination fédérale me paraît fondamentale. Elle l'est d'autant plus que vous nous avez rassurés, puisque vos chiffres semblent loin de ceux qui m'ont été annoncés hier en commission de la Santé. Cela montre donc vraiment bien qu'au sein du gouvernement fédéral, vous n'avez déjà ni la même communication ni les mêmes chiffres. Ce constat renforce d'autant plus mon propos selon lequel cette coordination fédérale est essentielle. Il faut savoir qui gère finalement la boutique dans cette histoire. Merci, monsieur le ministre.
-
Vraag: De hervormingen bij de brandweer
Vraag: Het statuut van de brandweerlieden
Vraag: De gemeenschappelijke aankoopcentrale van de brandweer
veiligheid, justitie en defensieDe hervormingen bij de brandweer
Het statuut van de brandweerlieden
De gemeenschappelijke aankoopcentrale van de brandweer
Brandweerhervormingen, statuut en aankoopcentralisatie summaryExplanationGesteld door
cd&v Franky Demon
PS Éric Thiébaut
N-VA Jeroen Bergers
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De brandweervakbonden kondigden een staking aan wegens onvrede over de hervormingsplannen, met name het statuut en pensioenen, terwijl minister Quintin benadrukt dat hij herhaaldelijk overleg uitnodigde maar de bonden weigerden constructief mee te werken. Cd&V (Demon) en MR/N-VA (Bergers) steunen de moderniseringsplannen zoals Vrijwilliger 2.0, een aankoopcentrale voor goedkoper materiaal en fiscale voordelen voor overuren, maar kritiseren het gebrek aan draagvlak door onvoldoende betrokkenheid van vakbonden in het nationaal brandweerorgaan. Éric Thiébaut (oppositie) bekritiseert de hervormingen als "antisociaal" en noemt de budgetverhogingen ontoereikend voor klimaatgerelateerde rampen, terwijl Bergers de minister aanmoedigt door te zetten en parlementsleden oproept de bestaande wetsvoorstellen voor fiscale verbeteringen snel goed te keuren. Quintin wijst op structurele budgetverhogingen, lopend sociaal overleg in Comité C en concrete stappen zoals de aankoopcentrale, maar betreurt dat vakbonden ondanks uitnodigingen niet deelnemen aan klankbordmomenten.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, naar aanleiding van de geplande hervormingen hebben de brandweervakbonden gisteren een staking van onbepaalde duur aangekondigd. Ons land telt meer dan 16.900 brandweerlieden, vrouwen en mannen die elke dag het beste van zichzelf geven. Ongeveer drie vierde van hen zijn vrijwilligers. Zonder hen kunnen onze brandweerkorpsen niet werken.
Toch zien we het aantal vrijwillige brandweerlieden jaar na jaar stelselmatig dalen. Dat is volgens ons een probleem. Cd&v steunt de ambitie van de regering om het personeelsbeleid te moderniseren met Vrijwilliger 2.0, het nieuwe statuut van de hulpverlener, meer autonomie voor de zones bij aanwervingen en een betere eindeloopbaan voor onze brandweerlieden. Dat zijn stuk voor stuk goede maatregelen, mijnheer de minister.
Een goed plan zonder draagvlak blijft echter dode letter. Daar zit vandaag duidelijk een probleem. De vakbonden voelen zich te weinig en te laat betrokken bij de voorstellen. Ook het feit dat zij niet vertegenwoordigd zijn in het nationaal brandweerorgaan speelt daarin mee.
Voor cd&v speelt het middenveld een absolute sleutelrol. Zonder sociaal overleg is er geen goed beleid. Het is aan u om alle betrokkenen samen te brengen en gehoor te geven aan de brandweerlieden en vrijwilligers die zich elke dag opnieuw inzetten voor onze veiligheid.
Ik heb dan ook maar twee vragen voor u. Welke initiatieven zult u nemen om het sociaal overleg opnieuw vlot te trekken? Hoe schat u de impact in van de aangekondigde staking op de operationele werking?
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, avant toute chose, je crois qu'il faut saluer l'engagement remarquable de nos pompiers durant cette période caniculaire. Ils sont à la disposition des citoyens jour et nuit et travaillent dans des conditions particulièrement difficiles.
Malheureusement, le nombre de pompiers diminue dans ce pays depuis des années. Beaucoup de zones de secours connaissent de grosses difficultés de recrutement, en particulier – je le sais en tant que président de zone – pour recruter des pompiers volontaires, qui sont pourtant vraiment nécessaires au fonctionnement des services de secours. Voilà des années que je plaide dans ce Parlement pour améliorer le statut des pompiers et l'attractivité du métier. J'ai même fait approuver une résolution à l'unanimité de ce Parlement, qui va dans ce sens.
Aujourd'hui, vous le savez, les pompiers ont déposé un préavis de grève nationale. En vérité, le problème est que les discussions qu'ils ont avec vous portent essentiellement sur une remise en question de leur statut et de leur pension. Évidemment, c'est inacceptable pour eux. Monsieur le ministre, comment réagissez-vous à ce préavis de grève? Quand allez-vous répondre aux attentes de nos pompiers? Avez-vous déjà fixé un agenda pour une nouvelle concertation avec les acteurs de terrain?
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onze brandweerlieden tonen enorme moed daar waar er problemen zijn. Als andere mensen vluchten en zich in veiligheid brengen, gaan zij het gevaar tegemoet, in het belang van de veiligheid van onze bevolking.
Er zitten heel veel hervormingen in de pijplijn om het brandweerberoep aantrekkelijker te maken. De vraag is hoe we dat gaan betalen. Op dat vlak hebt u een zeer goed initiatief genomen, dat u onlangs ook hebt aangekondigd op de Nationale Brandweerconferentie, namelijk de oprichting van een gemeenschappelijke aankoopcentrale, om via groepsaankopen de kostprijs van het materiaal voor onze brandweerlieden te doen dalen. Het is immers al lang een doorn in het oog van onze overheid, van onze fractie, maar ook van de brandweerzones, dat zij tot 30 % meer betalen voor hetzelfde materiaal dan in Frankrijk.
U wilt ook het statuut aantrekkelijker maken en verbeteren voor de brandweer. Op dat vlak is het cruciaal dat zowel beroepsbrandweerlieden als vrijwillige brandweerlieden dezelfde fiscale vrijstellingen krijgen voor overuren als bij flexi-jobs. Er ligt al een wetsvoorstel klaar, zowel van de MR-fractie als van de N-VA-fractie, om dat te realiseren. Dat gaat dus de goede kant op.
U doet ook zeer veel voorstellen om de opleiding flexibeler te maken en om meer respect voor onze brandweer te tonen. Onze vraag aan u is dan ook wat u concreet in de komende periode op dat vlak wilt realiseren. Hoe wilt u bijvoorbeeld die aankoopcentrale financieren?
Ik wil vooral ook een oproep doen aan de vakbonden, want ik vind niet dat men u kan verwijten dat u niet in overleg wilt gaan. We hadden die Nationale Brandweerconferentie, u organiseert vandaag opnieuw een groot overlegmoment. Mijn oproep aan de vakbonden is dan ook om in overleg te gaan in plaats van te staken.
Bernard Quintin:
Messieurs les députés, si quelqu'un reconnaît l'engagement exceptionnel dont font preuve nos pompiers, c'est bien moi. Ils le font au quotidien. Et je sais aussi combien leur métier est dangereux, pour l'avoir vu au quotidien, parfois dans des conditions absolument dramatiques.
L'objectif de ce gouvernement est clair: renforcer nos services d'incendie et leurs moyens humains et matériels pour protéger au mieux notre population, et aussi prendre des mesures pour protéger nos pompiers qui, en effet, font trop souvent l'objet d'agressions. C'est entre autres l'intérêt de les doter de bodycams.
Mais ce renforcement passe par un financement renforcé. Les moyens fédéraux alloués aux pompiers ont été augmentés de 17,5 millions d'euros par an, de manière structurelle. Et les dotations de l'ensemble des zones de secours seront indexées à partir du 1 er janvier 2027 de manière automatique. Cela a été fait, et contrairement à ce que j'ai pu entendre ici parfois, c'est bien structurel.
Cela passera également par du personnel, volontaire ou professionnel, disponible et toujours mieux formé.
In uitvoering van het regeerakkoord heb ik het BB-SPB, dat bij koninklijk besluit belast is met de officiële vertegenwoordiging van de brandweer op federaal niveau, gevraagd samen met het werkveld en met alle betrokken partners de doelstellingen van het regeerakkoord concreet voor te bereiden met het oog op de politieke besluitvorming.
Dit resulteerde eind 2025 in een conceptnota, opgesteld via verschillende thematische werkgroepen. Gedurende het volledige traject werden alle stakeholders uitgenodigd op diverse klankbordsessies, waar de voortgang werd toegelicht en feedback verzameld werd. Ook de syndicale organisaties werden daarvoor uitgenodigd. De opmerkingen van verschillende deelnemers werden telkens zorgvuldig afgewogen en waar mogelijk verwerkt in de opeenvolgende versies van de nota.
Depuis la remise du rapport fin 2025, mon cabinet a mené des analyses supplémentaires sur le plan social, financier et juridique. Sur cette base, je chargerai prochainement l’administration d’élaborer plus en détail les propositions qui recueillent le plus large soutien afin d’aboutir à une réglementation concrète, qui fera ensuite l’objet d’une concertation formelle telle que prévue par les textes.
Gisteren organiseerde ik bovendien het brandweerconclaaf. De vier workshops hebben bijkomende inzichten opgeleverd over de loopbaan van zowel vrijwilligers als beroepsbrandweerlieden en over de samenwerking tussen de vrijwilliger, de hulpverleningszone en de hoofdwerkgever. Ik stel evenwel vast dat de vakorganisaties ervoor hebben gekozen niet constructief deel te nemen aan dat traject en ik betreur dat. Nochtans heb ik hen herhaaldelijk uitgenodigd voor overleg, meest recent nog vorige week. Ik heb hen ook persoonlijk ontvangen. Het nationaal bureau van de brandweervrijwilligers heeft daarentegen actief meegewerkt aan zowel een conceptnota als het conclaaf.
Je regrette donc que les syndicats aient une nouvelle fois renoncé hier à participer aux travaux qui avaient précisément pour but d'associer au maximum tous les acteurs de terrain à l'élaboration des politiques à venir pour leur secteur. Je peux inviter des gens, nous sommes encore dans un État de droit libéral. Je ne peux pas les obliger de venir ni les obliger à participer constructivement aux discussions.
De plus – et il convient de le souligner face à ce que j’entends parfois sur la concertation sociale –, le dialogue social formel se poursuit activement, y compris au sein du Comité C. Plusieurs réunions se sont déjà tenues cette année et une prochaine est prévue le 10 juillet. Je me réjouis donc de poursuivre ce dialogue constructif. Nous continuerons à travailler avec les acteurs de terrain, pour le terrain, aux côtés de toutes celles et tous ceux qui souhaitent travailler avec nous.
Mijnheer Bergers, met betrekking tot uw vraag over de aankoopcentrale kan ik u meedelen dat ik gisteren op het conclaaf met de brandweer nogmaals mijn wens – om het diplomatisch uit te drukken – heb gedeeld om de verdere uitbouw van de aankoopcentrale te verwezenlijken. Ik heb mijn administratie opgedragen – dat is minder diplomatisch – dit verder uit te werken om het zo spoedig mogelijk te kunnen implementeren en misschien zo naar de 21 e eeuw te evolueren.
En Belgique, une autopompe de pompiers coûte environ 30 % plus cher qu’en France. Pourquoi? Parce que, dans chaque zone de secours, chacun pense pouvoir faire mieux que son voisin et disposer d’un matériel plus performant. Pourtant, lorsqu’il s’agit de matériel de base, la logique est implacable: définir un standard commun de qualité et centraliser les achats permettrait de réaliser des économies, qui sont actuellement plus que nécessaire.
Franky Demon:
Dank u voor de antwoorden, mijnheer de minister.
De brandweerlieden staan mijns inziens voor een hete zomer. Waarschijnlijk zullen er wel wat hevige branden zijn.
Overstromingen kunnen er komen. En ook op festivals zullen de brandweerlieden nodig zijn.
Mijnheer de minister, iedereen is het er dan ook over eens dat deze hervormingen nodig zijn om van de brandweer een aantrekkelijkere werkgever te maken. Ook het aantal vrijwilligers moeten we op peil houden. Wij steunen u daarin volmondig.
Ik herhaal echter mijn oproep om in goed overleg te gaan met de vakbonden. We hebben in de vorige legislatuur het nationaal brandweerorgaan opgericht. De bonden waren vanaf het begin ongerust over het feit dat ze er niet in vertegenwoordigd waren. Ik denk alvast dat u dat opnieuw moet evalueren. In de tussentijd moeten we proberen om waar mogelijk antwoorden te bieden op hun bezorgdheden. Ik denk dat we samen met hen van die hervormingen een succes kunnen maken. Dank u wel.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, après les militaires, après les policiers, ce sont maintenant les pompiers qui dénoncent les mesures antisociales de votre gouvernement.
Les augmentations de budget pour nos services de secours ne sont pas suffisantes – clairement; et je pense que c’est irresponsable, dans la mesure où l’on sait que nos services vont devoir faire face de plus en plus souvent à des catastrophes naturelles résultant du dérèglement climatique.
Monsieur le ministre, j'espère que vous allez changer votre fusil d’épaule et que vous allez entendre les revendications de nos pompiers, qui garantissent chaque jour la sécurité de nos citoyens.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onze brandweerlieden tonen uitzonderlijke moed en staan ook voor uitzonderlijke tijden. U neemt maatregelen en investeert in onze brandweer. U hebt ervoor gezorgd dat de werkingsmiddelen van onze hulpverleningszones verankerd worden en geïndexeerd. U zorgt er met de aankoopcentrale voor dat eindelijk het prijsverschil tussen materiaal bij ons en in Frankrijk daalt. Doe dus voort, mijnheer de minister. Werk verder, mijnheer de minister en collega's. Er ligt een wetsvoorstel van collega Verkeyn voor, er ligt een wetsvoorstel van collega Piedboeuf voor, om ervoor te zorgen dat onze beroepsbrandweerlieden en onze vrijwillige brandweerlieden een flexibeler fiscaal regime krijgen, dat hun extra uren worden gelijkgesteld met flexi-jobs. Dat zijn goede wetsvoorstellen. Laten we niet alleen naar de minister kijken, maar ook onze eigen verantwoordelijkheid nemen en die wetsvoorstellen goedkeuren.
-
Vraag: De nationale coördinatie inzake hitte en de samenwerking met andere overheden
Vraag: De hittegolf, de apathie van de regering en het uitblijven van federale coördinatie
Vraag: Het overleg met de gewesten over het klimaatplan
Vraag: Het standpunt van de regering over het hitteplan en de hoge energieprijzen
Vraag: De nationale coördinatie inzake hitte
Vraag: Het hitteplan
Vraag: De coördinatie van het hitteplan
Vraag: De strategie van België en de EU ten aanzien van de impact van de klimaatverandering
Vraag: Het gebrek aan coördinatie in het kader van het hitteplan
gezondheid en welzijnDe nationale coördinatie inzake hitte en de samenwerking met andere overheden
De hittegolf, de apathie van de regering en het uitblijven van federale coördinatie
Het overleg met de gewesten over het klimaatplan
Het standpunt van de regering over het hitteplan en de hoge energieprijzen
De nationale coördinatie inzake hitte
Het hitteplan
De coördinatie van het hitteplan
De strategie van België en de EU ten aanzien van de impact van de klimaatverandering
Het gebrek aan coördinatie in het kader van het hitteplan
Klimaatbeleid, hitteplannen en coördinatie tussen overheden en EU summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Stefaan Van Hecke
PS Patrick Prévot
VB Kurt Ravyts
ONAFH Jean-Marie Dedecker
cd&v Tine Gielis
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Anders. Alexia Bertrand
Les Engagés Marc Lejeune
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 25 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de acute onvoorbereidheid van België op de extreme hittegolf, die ziekenhuizen, openbaar vervoer, scholen en kwetsbare groepen zwaar treft, terwijl de regering volgens critici enkel oppervlakkige adviezen zoals "drink water" geeft en structurele oplossingen ontbreken. Klimaatminister Crucke (Les Engagés) stelt 12 concrete actiepunten voor en pleit voor interfederaal overleg, maar zijn initiatief wordt door de N-VA geblokkeerd met het argument dat klimaatbeleid regionaal moet blijven, wat door oppositiepartijen als partijpolitieke obstructie wordt bekritiseerd. Theo Francken (N-VA) wordt fel aangevallen voor zijn bagatelliserende opmerking dat burgers "moeten stoppen met klagen en een pintje aan het zwembad moeten drinken", terwijl anderen wijzen op energiecrisissen (dure gascentrales, gesloten kerncentrales) en slechte infrastructuur (oververhitte treinen, gebouwen zonder koeling). Oppositie en groene partijen eisen korte-termijnmaatregelen (gratis toegang tot koelplekken, aanpassing arbeidsregels) en langetermijnplannen (isolatie, klimaatadaptatie), maar de regering wordt verweten geen urgentie te tonen en de crisis communautair te politiseren in plaats van samen op te lossen.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, we beleven een ongeziene hittegolf. Iedereen heeft het warm, maar voor veel mensen is het totaal onleefbaar. Denk aan mensen die wonen in een klein appartement zonder terras, zonder zonnewering. Denk aan mensen in huizen die niet geïsoleerd zijn en aan mensen die zware fysieke arbeid verrichten, elke dag opnieuw in de bouw, als afvalophaler of als wegenwerker. Denk ook aan mensen die ervoor zorgen dat oververhitte gebouwen worden gepoetst. Denk aan ouderen in een woonzorgcentrum die de hele dag achter de gordijnen zitten, hopend op een koelere nacht. Blijkbaar heeft ook Bart De Wever veel last van de hitte en kan hij vandaag niet komen werken.
Wat is het antwoord van de regering? Drink voldoende water en zorg voor elkaar. Dat doen we elke dag van het jaar, maar blijkbaar is dat ook het antwoord van de regering op een acute en uitzonderlijke crisis. Wat moeten we denken, collega's, van het advies van minister Francken? Drink een pint aan uw zwembad, leef en stop met zagen. Leef!
Vanmorgen vernamen we dat er ziekenhuizen zijn waar operaties moeten worden stilgelegd en niet kunnen doorgaan. In het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en het Sint-Lucas Ziekenhuis in Gent heeft deze hitte een grote impact. Operaties worden uitgesteld, spoeddiensten draaien overuren, schoolgebouwen zijn ovens en sluiten vroeger, en ook crèches ondervinden hinder. Treinen worden geschrapt omdat er geen airconditioning is. De hitte heeft een grote impact op de hele samenleving en maakt één ding duidelijk: ons land is niet klaar om dat soort extreem weer goed te managen.
Als er dan een minister is die wil samenzitten met de collega's en 21 uitnodigingen verstuurt, wordt hij wandelen gestuurd door de N-VA en uitgelachen. Voor Arizona is het blijkbaar veel gemakkelijker om de taliban aan tafel te krijgen dan samen te zitten met de regionale ministers om klimaatbeleid te voeren. Dat is de realiteit.
Mijnheer de minister, hoe zult u die crisis aanpakken? Hoe zult u samenwerken (…)
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, cette semaine, la Belgique étouffe. Des personnes âgées restent enfermées chez elles, les services de secours sont sous pression et, dans nos immeubles en béton, la chaleur s’installe, s’accumule et ne redescend plus. Quant à nos villes, elles suffoquent.
Que fait votre gouvernement face à cela? Le Centre de crise conseille aux Belges de boire de l’eau et de porter des vêtements légers. Nous vous remercions pour ce conseil, car, sans vous, nous aurions sûrement opté pour le bonnet et la doudoune. Cependant, monsieur le ministre, les Belges n’ont pas besoin d’un mode d’emploi pour survivre à l’été, mais attendent des actes.
Sur le climat, votre gouvernement n’a aucune vision. Vous échangez des courriers, vous tentez d’élaborer un plan, et vous attendez que les régions vous répondent, alors même que vous dirigez ces mêmes régions. Cherchez l’erreur!
Pourtant, les 11 millions de Belges n’attendent qu’une chose: que quelqu’un prenne enfin ses responsabilités. Pendant ce temps, votre collègue Théo Francken conseille de profiter du beau temps avec une bière et les pieds dans une piscine. Avez-vous avez une piscine, vous? Moi, non. Pour la plupart des Belges, la réalité n’est pas une piscine, mais bien un appartement ou une maison transformé en four.
Monsieur le ministre, force est de constater que, depuis l’arrivée de l’Arizona le défi climatique s’évapore. Pendant que certains ironisent sur le réchauffement climatique, les Belges, eux, tirent la langue. Ils s’inquiètent pour leurs grands ‑ parents, pour leurs enfants dans les cr è ches, pour leurs trajets quand les transports en commun s ’ arr ê tent, et pour tenir au travail quand il fait 35 ° C dans une classe, un bureau ou un atelier.
Monsieur le ministre, vous répondez aujourd’hui au nom du gouvernement. Dites ‑ nous donc o ù est votre plan chaleur? Quelles mesures concr è tes prenez ‑ vous pour prot é ger la population? Et surtout, o ù est la strat é gie climatique permettant de faire face à la multiplication d ’é v é nements extr ê mes qui, eux, ne nous laissent aucun r é pit.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, er lijken verkiezingen op komst te zijn. Les Engagés vertoeven blijkbaar in campagnemodus. Daarin passen ook de uitlatingen van uw collega, partijgenoot en klimaatminister, Jean-Luc Crucke. Hij vindt dat er onvoldoende interfederale coördinatie is inzake de extreme weersomstandigheden. De heer Crucke wil blijkbaar 21 ministers samenbrengen.
Mijnheer de minister, Vlaanderen wil, heel terecht, zijn klimaatbeleid voeren vanuit zijn eigen bevoegdheden. Er is geen nood aan een Belgicistisch interfederaal hitteplan, dat vooral veel complexiteit dreigt toe te voegen zonder de besluitvorming te versterken. Alleen is het wel merkwaardig dat de heer Crucke binnen een regering waarin de N-VA de grootste meerderheidspartij is, ter zake zomaar eigengereid kan optreden en voorstellen voor meer interfederalisme de ether in kan sturen, die dan vervolgens door de door de N-VA geleide Vlaamse regering worden afgeschoten.
Tegelijkertijd stellen we vast dat ook ons energiebeleid niet voorbereid is op de extreme weersomstandigheden. Het elektriciteitsverbruik piekt. Wanneer de zon ondergaat, draaien de airco’s, heel begrijpelijk, verder. Het is windstil. Het aanbod aan hernieuwbare energie is er dan niet langer. Ook de import van elektriciteit uit kernenergie botst op zij grenzen. Daardoor komen we terecht bij dure piekcentrales. Dat zijn gascentrales. Eergisteren kwam 52 % van onze elektriciteit uit een gascentrale, met alle gevolgen voor de stroomprijs. Ondertussen ligt het nucleaire park in België, dat voor stabiele productie en minder prijsfluctuatie kan zorgen, drie zomers lang volledig stil.
Mijnheer de minister, wat zult u doen als zich in de volgende weken of maanden nog hittegolven aandienen?
Zal binnen de regering de heer Crucke aangaande zijn interfederale wensdromen worden teruggefloten?
Erkent u dat de piekende elektriciteitsprijzen wel degelijk ook te maken hebben met (…)
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, ik zal het niet hebben over de hitte. Ik nodig iedereen uit in de mooiste gemeente aan de kust. Daar is er een fantastisch briesje en een Middellandse Zeeklimaat.
Ik zal het hebben over de catastrofe die zich vandaag in de energiesector voltrekt. In de winter is er soms sprake van een dunkelflaute. Dat betekent dat onze energiesector zo kwetsbaar is geworden dat als de hernieuwbare energie in de winter uitvalt, we allemaal in de kou zitten. Nu valt de energie ook uit in de zomer: er is sprake van een Hitzeflaute , een fantastisch woord. De Duitsers noemen dat een Kühlkraftkrise . Dat betekent dat de koelkast in crisis is en ook de airco in crisis verkeert.
Zelf heb ik last van een appelflauwte, mijnheer de minister. Dat komt door de hoge energieprijzen, door u allemaal.
(Tumult)
Nee, u niet; dat is juist.
Door de sluiting van de kerncentrales zijn we vandaag afhankelijk geworden van gascentrales. Wat gebeurt er dan? We hebben een back-up nodig. Anders krijgen we situaties zoals in Spanje, waar de elektriciteit op 28 april 2025 uitviel. We moeten dat compenseren, want ons elektriciteitsnet moet voortdurend in evenwicht zijn. Daartoe verstoken we gas. In Flémalle hebben we een centrale gebouwd waarvoor 900 miljoen euro subsidie werd toegekend. Toch is dat niet genoeg, mijnheer de minister. De vorige regering heeft zelfs acht straalmotoren moeten inschakelen. U hoort het goed, acht straalmotoren die elk voor 7.000 euro kerosine per uur verbruiken, opdat we genoeg energie zouden hebben en het licht 's avonds niet zou uitgaan. Hoe belachelijk kan het vandaag worden?
Mijnheer de minister, wat zult u daaraan doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, het WK voetbal lijken we niet te zullen winnen, maar voor de wereldtitel van warmste treinwagon zijn we voorlopig wel nog in de running, want wie vandaag de trein neemt, voelt zich als een sardientje in een heel warm blik. Ik pendel zelf van de Kempen naar Brussel en zie elke dag welke problemen dat geeft: geschrapte treinen, overvolle rijtuigen en wagons die aanvoelen als sauna's.
Nu zelfs Groen fan van airco's blijkt te zijn, kan ons openbaar vervoer niet achterblijven. Hittegolven zullen vaker terugkeren. Ons land blijkt onvoldoende uitgerust voor dit extreme weer. Ook in de winter zien we immers dat, als er enkele sneeuwvlokjes neerdwarrelen, een halve dienstverlening ontregeld dreigt te worden.
Volgens cd&v moet en kan dat beter. Het gaat immers om meer dan alleen de NMBS. Het gaat over investeringen in treinen en stations, maar ook in scholen, ziekenhuizen, woonzorgcentra en publieke gebouwen.
Mijnheer de minister, de vraag is dus niet of er vandaag een hitteplan bestaat. De vraag is of België voldoende robuust is voor de zomers van morgen. Een land dat klaar wil zijn voor de toekomst, mag niet smelten bij de eerste hittegolf.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, we beleven een van de ergste hittegolven van de afgelopen jaren. Mensen moeten werken in temperaturen tot 35 graden op de werkplekken.
En wat horen we als tip van regeringslid Theo Francken, minister van Defensie? Cool! Doe normaal en stop met klagen. We moeten allemaal doen zoals de minister van Defensie en à l’aise aan het zwembad gaan liggen in de tuin met een pintje.
Monsieur le ministre, vous rendez-vous compte que nous sommes en plein cœur de l'une des pires vagues de chaleur de ces dernières années et que les gens doivent travailler sous 35 °? Dans ces conditions, que nous dit notre ministre de la Défense? "Que les gens arrêtent de se plaindre, faites comme moi. Qu'on s'installe dans son jardin, près de sa piscine, et qu'on boive une petite bière tranquille."
Dans quel monde vit-il? C'est facile pour lui de dire cela, il a une piscine! Que pense-t-il, que tout le monde a une piscine à la maison? Que tout le monde a la possibilité de boire un verre tranquillement chez soi? Que les journées sont composées de petites réunions entre ministres avec de l'air conditionné toute la journée? Ce n'est pas la vie des Belges! Comment peut-on vivre dans un monde complètement coupé de la réalité?
Pour les gens, ce n'est pas de la rigolade: pour ceux qui travaillent sur les chantiers, sur les routes, dans les crèches, dans les écoles, pour tous ces gens qui travaillent dans le secteur des soins sous 30 °, il n'y a pas toujours d'air conditionné. Malgré le fait que le ministre dise qu'il suffit de se mettre près de sa piscine dans le jardin, ce n'est pas une blague.
Hier, une réunion de trois heures s'est tenue, avec comme conclusion et comme conseil à la population: "Buvez de l'eau." Vous allez faire comme en France? "Vous ouvrez le robinet, vous fermez le robinet, etc". Mais enfin, vous vous moquez des gens! Vous êtes payés pour trouver un plan canicule, et le conseil que vous donnez aux gens, c'est de boire de l'eau. Tiens, il fait chaud, nous n'avions pas pensé à boire de l'eau! Chers ministres, merci pour vos conseils.
Quel est le plan canicule du gouvernement belge?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, klimaatbeleid is een ernstige aangelegenheid, te ernstig om ermee te lachen op de socials en te ernstig om er een communautaire kwestie van te maken. Wat zijn de gevolgen immers? Wij zien de concrete gevolgen: treinen worden geschrapt, scholen sluiten, mensen hebben geen kinderopvang en zieke mensen zien hun operaties uitgesteld.
Wat verwacht de burger dan van de overheid? Hij verwacht geen duizend regeltjes. Hij verwacht geen betutteling. Hij verwacht oplossingen. Hij verwacht uiteraard dat de overheid aan die oplossingen begint. Wat moeten wij doen? Wij moeten samenwerken en oplossingen zoeken voor de toekomst.
Mijnheer de minister, de kerntaken van de overheid komen in het gedrang. Er is inderdaad geen magische oplossing. Wij zullen het probleem niet in een-twee-drie oplossen. Wij moeten er wel aan beginnen. Wij moeten de infrastructuur aanpassen, wij moeten innoveren, wij moeten inzetten op klimaatadaptatie.
De heer Crucke komt met een plan. Wij kunnen daarover spreken. Hij steekt dus de hand uit. Doch het antwoord luidt dan: u wilt samenzitten, maar dat zullen wij zeker niet doen; u wilt samenwerken, maar dat zullen we niet doen, want dat is niet nodig. Mijnheer de minister, mijn vraag is dus heel eenvoudig. Wat vindt u van een Vlaams-nationalist die het probleem verdrinkt in communautaire spelletjes door te weigeren met een federale collega te spreken?
Marc Lejeune:
Monsieur le vice-premier ministre, cher collègue, je ne vais pas vous apprendre que le réchauffement climatique existe. Je ne vais sûrement pas vous dire que les vagues de chaleur sont uniquement l'occasion de sortir le barbecue et une petite bière pour en profiter. Les gens étouffent et ne sont pas suffisamment préparés. Nous devons nous en inquiéter. Avec 38 degrés annoncés, les écoles et les commerces ferment. Les hôpitaux s'encombrent. La vague de chaleur que nous connaissons aujourd'hui n'est pas un simple épisode météorologique. Elle met sous pression nos services d'urgence et nos hôpitaux. Elle touche encore plus les personnes âgées, les malades, les travailleurs exposés et les personnes détenues. Elle a aussi un impact direct sur la productivité de notre économie et sur notre cohésion sociale.
Le réchauffement climatique est un enjeu environnemental qui touche aussi à la santé et, carrément, aux droits humains. Plus inquiétant encore, les scientifiques nous rappellent que cet été sera sans doute le plus frais de notre vie. Soyons clairs: notre pays s'est davantage adapté au froid qu'aux fortes chaleurs, et les citoyens en paient le prix fort ces derniers jours. Face à cette réalité, la Belgique ne peut évidemment pas agir seule. Le réchauffement climatique ne connaît pas de frontières.
J'ai donc quelques questions, monsieur le ministre. Comment la Belgique compte-t-elle renforcer la coopération, je l'ai entendu tantôt, entre les régions, les communautés et nos partenaires européens pour faire face aux vagues de chaleur de manière plus structurelle, être mieux préparée, se parler, disposer d'un plan concerté et d'une stratégie globale? Comment notre pays défend-il, aux plans européen et international, les politiques d'adaptation aux chaleurs extrêmes? Enfin, la Belgique soutient-elle une approche qui considère les vagues de chaleur non seulement comme un défi environnemental, mais aussi comme un enjeu de santé publique et de compétitivité?
Je voudrais également répondre à quelques-uns des intervenants précédents. Je voudrais vous rappeler et vous confirmer que le ministre Crucke travaille sérieusement, avec application, et consacre toute son énergie à la transition pour décarboner nos usages et diminuer notre production de CO ₂ . Pas par dogmatisme, mais par réalisme et par nécessité stratégique. Je vous remercie.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre des Affaires étrangères, quand même, quel spectacle! On savait déjà que votre gouvernement n'avait pas placé le climat dans son top 5 des priorités, voire peut-être pas dans le top 100. Certes. Mais maintenant que nous sommes confrontés à cette vague de chaleur qui frappe de plein fouet la population, il n’y a plus personne.
Le premier ministre ne veut pas répondre aux questions ici au Parlement. Il se cache. Il renvoie vers le ministre du Climat, qu’il sait absent. C'est donc vous qui êtes envoyé au feu pour venir répondre aux questions des parlementaires et assumer.
Que lisons-nous? "J'ai envoyé des courriers, mais personne ne m'a répondu. Que voulez-vous que je fasse? J'aimerais bien, mais je ne peux point."
Pourtant, monsieur le ministre, vous avez des leviers concrets ici, rien qu'au niveau fédéral. Que nous proposez-vous – enfin plutôt, que proposez-vous à la population? Des actes individuels – ou plutôt une culpabilité individuelle. "Buvez de l'eau, n'oubliez pas d'appeler votre grand-mère pour savoir si elle va bien."
Mais les populations qui, aujourd'hui, vivent dans des bouilloires thermiques, qui sont dans des appartements sur lesquels personne n'a pensé à mettre des pare-soleils, qui attendent le bus place Saint-Lambert – où, hier, a été mesurée une température au sol de 73°C, sans un arbre autour pour leur faire de l'ombre –, ces populations-là en attendent davantage que d'entendre simplement qu'il faut mettre une casquette.
Monsieur le ministre, pourquoi votre gouvernement ne met-il pas sur la table aujourd'hui, par exemple, un plan avec la Régie foncière? Vous avez des bâtiments à disposition. Ils peuvent constituer un point fraîcheur pour des populations qui habitent aux alentours. C'est possible.
Quid des navetteurs? Des personnes se retrouvent dans des gares, parfois pendant des heures en raison de trains annulés. Il faut mettre en place des points d'eau et s'assurer qu'il y ait un point refuge fraîcheur.
Les musées fédéraux également peuvent être rendus gratuits, comme certaines villes l'ont fait, pour (...)
Maxime Prévot:
Beste collega’s, ons land wordt al enkele dagen geconfronteerd met een hittegolf van uitzonderlijke intensiteit. Laat ik het duidelijk zeggen: het gaat niet om een gewoon weersverschijnsel. Het is niet louter een zomer die iets warmer is dan andere. Wat we vandaag meemaken, is een concreet gevolg van de klimaatverandering.
Te lang is klimaatverandering voorgesteld als een toekomstig risico. Vandaag is het een dagelijkse realiteit. Ze heeft nu al gevolgen voor de gezondheid van onze medeburgers, voor onze infrastructuur, voor onze openbare diensten en voor onze economie.
Wat we vandaag zien, is waarschijnlijk slechts een voorproefje van wat ons morgen te wachten staat. De vraag is dus niet langer of we ons moeten aanpassen. De vraag is of we bereid zijn op te treden op een manier die recht doet aan de uitdagingen, die voor ons liggen.
Experten waarschuwen ons al jaren. Het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (Cerac) heeft ons gewaarschuwd. Het Federaal Planbureau heeft ons gewaarschuwd. Gezondheidsdeskundigen waarschuwen ons. De veiligheidsdiensten waarschuwen ons. De signalen zijn overal. Daarom is niets doen geen optie meer.
L'absence de coordination ne peut plus être une excuse. C'est précisément pour cette raison que mon collègue Jean-Luc Crucke a pris l'initiative, voici plus d'un an déjà, de tenter de réunir l'ensemble des autorités concernées afin de préparer notre pays aux conséquences des phénomènes météorologiques extrêmes. Il a effectivement adressé des courriers aux différents niveaux de pouvoir. Il a proposé un dialogue, une méthode, un plan de travail. Il a tendu la main. Malheureusement, cette main – l'honnêteté m'impose de le dire – n'a pas toujours été saisie. Certaines autorités ont estimé qu'une telle coordination n'était pas nécessaire. D'autres ont considéré qu'il ne fallait pas ouvrir ce chantier. Certains ont même explicitement refusé de participer à l'élaboration d'un plan interfédéral sur les phénomènes météorologiques extrêmes.
Ik respecteer uiteraard iedereens bevoegdheden, maar we kunnen niet om de feiten heen. Een hittegolf stopt niet aan de grenzen tussen gewesten. Droogte houdt geen rekening met de verdeling van bevoegdheden. Een bosbrand vraagt niet of het betreffende perceel onder de bevoegdheid van de federale overheid, het gewest of een gemeente valt. Het klimaat kent geen administratieve grenzen noch regeringsmeerderheden.
Als we met een gemeenschappelijke dreiging worden geconfronteerd, moet het antwoord collectief zijn. Daarom heeft minister Crucke opnieuw zijn verantwoordelijkheid genomen. Op 1 juli vindt een interfederale vergadering plaats. Ik heb één eenvoudige wens: ik hoop dat iedereen aanwezig zal zijn. Onze medeburgers verwachten immers geen institutionele debatten van ons. Ze willen niet weten wie waarvoor bevoegd is. Ze zitten niet te wachten op bevoegdheidsconflicten. Ze verwachten dat wij hen beschermen. Ze verwachten dat wij anticiperen. Ze verwachten dat wij samenwerken. De vergadering moet tot concrete resultaten leiden.
Minister Crucke heeft twaalf voorstellen op tafel gelegd, twaalf pragmatische maatregelen, twaalf actiepunten waarmee we onmiddellijk aan de slag kunnen, want we moeten de zaken nu onder ogen zien. Voorts zijn de ministers Vandenbroucke en Quintin sinds maandag ook bezig met de coördinatie van acties via het Nationaal Crisiscentrum. Het Nationaal Crisiscentrum neemt in nauw overleg met de FOD Volksgezondheid de nodige initiatieven en volgt de situatie op.
À ceux qui appellent au déclenchement d'une phase fédérale, je rappelle que la phase d'alerte a déjà été proclamée lundi par le Risk Management Group. Ceci n'implique pas pour autant un plan national avec de nouvelles mesures mais, au contraire, une phase mettant surtout l'accent sur la sensibilisation et les recommandations.
Aanpassing aan de klimaatverandering is geen ondergeschikt onderwerp meer.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, ik hoor mooie, duidelijke woorden over de ernst van de situatie, maar ik zie geen daden. Meer nog, u bevestigt dat coördinatie en overleg worden geweigerd, terwijl veel mensen vandaag nood hebben aan concrete oplossingen.
Heel veel burgers hebben vandaag nood aan koele plekken en alle overheden weten dat. Ze beschikken over veel gebouwen waar het koel is, zoals musea, bibliotheken en andere publieke gebouwen. Stel die open, ook ’s nachts, voor wie thuis niet weet waar te kruipen, en dat zijn veel mensen. Niet iedereen heeft een zwembad zoals Theo Francken om even af te koelen. Regel het dus vandaag, niet morgen.
De regering gaat ervan uit dat de crisis over drie dagen voorbij is, dat de kous daarmee af is en dan tot de orde van de dag overgaat. Zij vergist zich. Er is nood aan niet alleen crisismaatregelen, maar ook aan structureel beleid om de klimaatcrisis af te remmen. Vandaag is het extreem warm, maar laat het niet de koelste zomer van de rest van ons leven worden.
Patrick Prévot:
C'est donc au ministre qui a la plus grosse empreinte carbone du gouvernement que revient l'honneur de répondre à cette question sur la canicule que nous sommes en train de vivre! Soyons de bon compte, je n'ai pas entendu chez vous l'envie ou le besoin d'évoquer une pause dans la politique climatique – je pense qu'il faudrait pour cela être aveugle ou climatosceptique. C'est pourtant ce qu'avait fait votre ministre Clarinval, il y a moins d'un an.
On constate qu'avec le gouvernement Arizona, le climat a disparu des priorités. Au niveau de l'Europe, on ralentit. En Wallonie on détricote et, au fédéral, on réduit le climat à une ligne dans un tableau Excel: les contraintes pour les entreprises. Et pourtant, les conséquences pour les gens sont bien présentes: des maisons et des appartements qui ressemblent à des fours.
Vous avez annoncé une réunion interfédérale climat le 1 er juillet prochain. Permettez-moi de vous donner un petit conseil pour cette réunion: enfermez les ministres, coupez la climatisation et peut-être que même les plus climatosceptiques autour de la table viendront enfin avec de vraies solutions.
Kurt Ravyts:
Het raadsel is opgelost waarom premier De Wever niet kwam antwoorden. Kan hij zich akkoord verklaren met de tekst die minister Prévot zonet gebracht heeft? Kan de N-VA, als grootste meerderheidspartij, zich er akkoord mee verklaren? Ik denk van niet.
De federale bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de federale regering. De Vlaamse bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de Vlaamse regering, en de Waalse door de Waalse regering. We hebben geen nood aan partijpolitieke profilering inzake deze klimaattoestand. We hebben wel nood aan een beleid dat de meest kwetsbaren onder ons helpt bij deze weersomstandigheden.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, er bestaat zoiets als klimaatadaptatie. Ik heb een goede raad voordat de acht straalmotoren in Noordschote, Zelzate en zelfs Deux-Acren stilvallen en voor de kerosine op is: open de kerncentrales. Met alle nu geplande hernieuwbare energie komt men in 2037 immers amper aan 37 %. Open de kerncentrales dus nu.
Ik heb ook een boodschap voor de heer Hedebouw. Adaptatie, mijnheer Hedebouw! U weet dat uw Chinese vrienden na de dood van Mao drie airco’s hadden in China. Drie! Die stonden bij de communistische partij in Zhongnanhai. In 2023 stonden er 863 miljoen, en het energieagentschap verwacht tegen 2050 dat er 4,5 miljard airco’s zullen zijn in het communistische gebied.
Groene deugneuzen, luister, en investeer in klimaatadaptatie. Iedereen een airco! (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat minister Crucke aan de slag zal gaan met twaalf actiepunten. Ik ga ervan uit dat eentje daarvan het openbaar vervoer is, met name de NMBS. Over de hydration breaks in het voetbal zijn de meningen erg verdeeld, maar op onze treinen denkt iedereen vandaag hetzelfde: afkoeling, nú. Vooral voor onze ouderen, kinderen en mensen met gezondheidsproblemen moeten we alles op alles blijven zetten om ons land hittebestendiger te maken en vooral ons openbaar vervoer. Daarvoor rekenen we op u.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le ministre, j’aurais voulu vous voir arriver avec des solutions. Or ce n’est pas le cas. Le PTB vous a pourtant apporté des pistes, parmi lesquelles des solutions à court, moyen et long terme.
À court terme, il faut adapter les règlements de travail. Lorsque la chaleur devient excessive, les travailleurs devraient pouvoir interrompre la journée ou prendre congé. C’est intenable autrement. À court terme également, il faut rendre gratuites les piscines et l’accès aux musées pour permettre à chacun de se rafraîchir. En cas de fermeture des écoles, les parents devraient pouvoir bénéficier de congés pour accueillir leurs enfants. Voilà des mesures à court terme. Il faut aussi un plan de climatisation pour les crèches, les écoles et les hôpitaux. Tout cela est à faire à court terme.
À moyen terme, il nous faut un véritable plan d’isolation des bâtiments et de verdurisation de nos villes.
À long terme, il faudra enfin s’attaquer à la racine du problème climatique: arrêter de laisser les multinationales extraire des millions de tonnes de pétrole et rejeter ensuite le CO ₂ dans l ’ atmosph è re, contribuant ainsi à la destruction de notre plan è te. Voil à les solutions.
Monsieur le ministre, je ne sais pas si vous allez y arriver avec 21 ministres, mais en tout cas (…)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, dank voor uw woorden. Dergelijke hitte wordt het nieuwe normaal. Ik denk niet dat Bart De Wever dezelfde woorden had kunnen uitspreken. Dus dank voor de realitycheck. De waarheid is dat we niet klaar zijn voor de nieuwe realiteit. Om onze kritieke infrastructuur aan te passen, hebben we samenwerking nodig. De burger ligt niet wakker van wie iets beslist, maar wel van de hitte. Dus bedankt voor de bevestiging.
Het wordt puur communautair gespeeld, ten koste van de belangen van de burgers. Ik dacht dat de communautaire demonen weg waren, maar ik zie dat ze, ondanks spiegelregeringen in alle gewesten, helemaal terug zijn.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, sortons un peu des slogans. Cette vague de chaleur nous rappelle que la lutte contre les températures extrêmes est un véritable enjeu de société, qui attend une réponse collective; une réponse collective pour nous adapter, aussi. On ne peut plus considérer les vagues de chaleur comme un simple phénomène météorologique passager. Il faut au contraire les traiter comme un véritable enjeu géopolitique européen.
On l'a dit ici, nous sommes tous touchés, mais pas tous égaux face aux températures infernales. Combien de personnes sont encore mal logées, vivent sous les toits, sans moyen de se rafraîchir? Ces phénomènes extrêmes vont revenir comme un boomerang. Vous l'avez dit, nous ne sommes plus dans les probabilités, c'est aujourd'hui notre réalité et on n'est qu'au début.
Monsieur le ministre, nos concitoyens ont besoin d'une réponse collective, hors conflits de compétences, comme le rappelle sans cesse le ministre du Climat, qui y travaille. J'exhorte donc, monsieur le ministre, votre gouvernement à avoir une politique climatique volontariste, soutenue par l'ensemble des partenaires. Et je compte sur eux.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous nous parlez ici d'une réunion le 1 er juillet. Aux personnes qui sont en train de suffoquer dans des appartements surchauffés, avec des enfants dont les écoles sont fermées et un boulot à gérer, vous dites que vous allez vous réunir dans six jours pour discuter. On n'est pas du tout à la hauteur de la situation! Ce qu'il se passe actuellement est la conséquence de choix politiques, ou plutôt d'inaction politique coupable. La bonne nouvelle, c'est qu'il y a des leviers concrets qui doivent être activés par le politique. Pour cette raison, nous avons rédigé avec Ecolo un plan "fraîcheur", qui reprend des actions qui se déclinent au niveau fédéral, au niveau régional et au niveau communal. Il y a 69 bourgmestres Les Engagés; au niveau régional et communautaire, vous avez des ministres des Bâtiments scolaires, de la Santé, de l'Accueil de la petite enfance. Vous avez le pouvoir d'agir. Utilisez les leviers qui sont à votre disposition, monsieur le ministre!
-
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
economie en werkDe pensioensplit
De pensioensplit
De pensioensplit
De pensioensplit
Pensioensplitsing summaryExplanationGesteld door
cd&v Nahima Lanjri
Vooruit Anja Vanrobaeys
PVDA-PTB Robin Tonniau
N-VA Eva Demesmaeker
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Nahima Lanjri (cd&v) en Anja Vanrobaeys (Vooruit) pleiten voor een automatische pensioensplit om de pensioenkloof bij scheiding te dichten, omdat vrouwen die zorgtaken opnemen nu vaak met een armoedepensioen achterblijven, terwijl het regeerakkoord slechts een vrijblijvende oplossing voorziet. Robin Tonniau (PTB) bekritiseert de split als een "brute besparing" die ongelijkheid herverdeelt en vrouwen onder de armoedegrens duwt, vooral door afschaffing van het echtscheidingspensioen, en wijt de problematiek aan eerdere "vrouwonvriendelijke" N-VA-hervormingen. Minister Jan Jambon bevestigt dat de split pas in 2026 komt, na aanpak van gemengde loopbanen, en benadrukt dat het om een aanmoediging via huwelijkscontracten gaat, terwijl oppositie en regeringspartijen als cd&v een verplichte, automatische regeling eisen om alle vrouwen te beschermen. Critici zoals Tonniau vragen om transparantie over de besparingsimpact, terwijl Eva Demesmaeker (N-VA) de focus legt op eigen verantwoordelijkheid binnen gezinnen en bescherming enkel bij scheiding.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, in heel veel gezinnen gaat een van de twee partners, zodra er kinderen zijn, minder werken om voor de kinderen te zorgen. Meestal is dat nog steeds de vrouw. Ook al gaat het om een keuze van het koppel in het belang van de kinderen, de gevolgen ervan draagt men niet samen: wie zorgt en minder uren uit gaat werken, krijgt later natuurlijk minder pensioen, doorgaans een kwart minder. Dat is pijnlijk, maar het wordt nog pijnlijker, als er dan een echtscheiding komt en de vrouw er tegen haar pensioen alleen voor staat. Dan krijgt zij een pensioen van twee keer niets. Dat is onrechtvaardig. Waarom zou de zorg die een vrouw heeft gegeven, waardoor zij minder buitenshuis kon werken, minder waard zijn dan het werk van de man die voltijds is blijven werken? Waarom kan ook die vrouw niet genieten van een deftig pensioen?
Daarom hebben we als cd&v altijd gepleit voor een pensioensplit. Het principe is heel eenvoudig. De pensioenrechten die de partners gedurende de jaren dat ze samenwonen, opbouwen, worden gesplitst, zowel voor het wettelijk als voor het aanvullend pensioen, of men nu samenblijft, dan wel scheidt. In landen zoals Canada doet men dat al jaren. In het regeerakkoord voorzien we alleen een vrijblijvende split. Dat is absoluut onvoldoende. Erop vertrouwen dat men daarover maar afspraken bij de notaris laat vastleggen, is niet genoeg. Wat met de vrouwen die geen huwelijkscontract hebben? De meerderheid heeft geen huwelijkscontract of samenlevingscontract. Wat met vrouwen die met hun echtgenoot samenblijven en te horen krijgen dat ze, als ze geld uitgeven, dat doen op kosten van de man, omdat ze afhankelijk zijn van zijn pensioen? Veel vrouwen ervaren dat als onrechtvaardig.
Wanneer komt u met de pensioensplit naar het Parlement? Zult u ervoor zorgen dat die echt werkt?
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, thuis zorgen voor de kinderen terwijl de partner carrière maakt, dat is van de school naar de hobby's crossen, eten maken, de was en de plas doen, kortom alle ballen tegelijk in de lucht houden voor het gezin.
Natuurlijk maakt men die keuze met twee, met dien verstande dat vooral vrouwen de zorgtaken in het gezin op zich nemen, maar wat als de relatie op de klippen loopt? Dan betaalt de vrouw daarvoor de prijs in haar pensioen. Doordat zij de boel thuis draaiend houdt, bouwt zij immers minder pensioen op, terwijl haar man meestal carrière maakt, dankzij het werk dat zijn vrouw thuis doet en daardoor een goed pensioen kan opbouwen.
Vooruit vindt dat onaanvaardbaar. Voor ons kan het niet dat een vrouw die jarenlang thuis de boel draaiend houdt, na een scheiding wordt afgestraft in haar pensioen. Daarom hebben we tijdens de regeringsonderhandelingen keihard gestreden om de pensioensplit in het regeerakkoord in te schrijven. Dat berust op een helder principe: als men de taken in het gezin op een bepaalde manier verdeelt, moet dat later ook in het pensioen tot uiting komen, zodat vrouwen die zorgtaken opnemen, ook na een relatiebreuk beschermd zijn.
Mijnheer de minister, het regeerakkoord voorziet in de pensioensplit. Tegen wanneer mogen we een eerste voorstel verwachten? Zal de pensioensplit automatisch worden uitgevoerd?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, we moeten eens praten over uw pensioensplit, het laatste idee om te besparen op de pensioenen. De mensen thuis denken misschien dat u uw pensioen zult splitsen, dat u uw pensioenbonus in tweeën zult hakken en dat u de helft aan de mensen zult geven. Dat is het echter niet: u wilt de pensioenen van de werkende mensen splitsen.
De regering heeft nog maar pas de meest vrouwonvriendelijke pensioenhervorming ooit doorgevoerd. De N-VA krijgt daardoor klappen in de peilingen en wil nu haar imago wat oppoetsen door te doen alsof ze de pensioenen van vrouwen zal redden.
Wat betekent de pensioensplit concreet? Jef krijgt een pensioen van 1.700 euro netto. Maria moet het stellen met ocharme 1.300 euro per maand. Na uw split krijgen zij elk 1.500 euro. Daarmee zitten ze allebei onder de armoededrempel in België. U zult de ongelijkheid niet wegwerken, u zult die gewoon herverdelen. De pensioensplit is een brute besparing, want om die in te voeren, moet u natuurlijk ook het echtscheidingspensioen afschaffen. Dat echtscheidingspensioen zorgt ervoor dat het pensioen van zowel Jef als van Maria bij een scheiding vandaag boven de armoededrempel uitkomt, alletwee.
Het is eigenlijk heel simpel. U duwt vrouwen die deeltijds hebben gewerkt, met de pensioenmalus de armoede in en u zegt aan de man dat het zijn fout is. Het is echter niet de schuld van de man dat het pensioen van zijn vrouw te laag is. Dat is uw schuld, dat is uw verantwoordelijkheid, mijnheer Jambon.
Hoeveel zult u besparen door de afschaffing van het echtscheidingspensioen en de invoering van de pensioensplit?
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, we hebben zware debatten, tot zelfs in de nacht, over de pensioenhervorming achter de rug. Daarin hadden we het af en toe over de houdbaarheid van het systeem, maar nog veel vaker over de genderkloof. Ondanks dat we herhaaldelijk uitlegden en aantoonden dat vrouwen voortaan veel hogere pensioenrechten opbouwen dan in het verleden, blijft het pensioen van vrouwen iets lager dan dat van mannen.
Dat komt niet door de hervorming, maar vooral door de keuzes die in het gezin gemaakt worden. Natuurlijk is het in eerste instantie onze bedoeling dat die keuzes niet gemaakt moeten worden, dat vrouwen niet hoeven te kiezen om thuis te blijven, dat we de arbeidsmarkt flexibel genoeg maken en dat er voldoende kinderopvang is, zodat werk en gezin volledig gecombineerd kunnen worden.
Als er dan toch voor gekozen wordt om thuis te blijven om de kinderen naar school te brengen en af te halen of om zorgtaken op zich te nemen, dan vinden wij het maar fair dat die keuzes later ook gedragen worden door datzelfde gezin. Immers, in onze ogen is er geen probleem wanneer partners gelukkig samenblijven – dan worden de liefde en het geld gedeeld –, maar natuurlijk wordt het pas echt problematisch wanneer er een scheiding volgt, want dan is degene die zich heeft opgeofferd om thuis te blijven voor de kinderen in het nadeel, aangezien die pensioenrechten mist.
Daarom is het fair dat daarvoor een oplossing komt. Wij hebben de pensioensplit ook in het regeerakkoord opgenomen.
Mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Wij hebben de pensioenhervorming nu achter de rug. Wanneer komt de pensioensplit eraan?
Jan Jambon:
Wij hebben in het regeerakkoord inderdaad afgesproken dat ik in de loop van 2026 – daarmee beantwoord ik meteen de vraag naar de timing – met een voorstel kom. Drie van de vier vraagstellers zijn heel actieve leden van de commissie voor Pensioenen en zullen zich mijn toelichting in commissie herinneren dat wij eerst de gemengde loopbanen met de minimumpensioenen aanpakken. Vervolgens zal ik – 2026 zal nog niet voorbij zijn – samen met de minister van Justitie en de minister van Middenstand, Zelfstandigen en Kmo’s met maatregelen komen om de pensioensplit aan te moedigen door in het huwelijkscontract of het wettelijk samenlevingscontract een regeling op te nemen voor de verdeling van pensioenen in geval van een echtscheiding.
Net zoals bij andere afspraken engageer ik mij ertoe de afspraken uit het regeerakkoord uit te voeren.
Ik stel vast dat men van alle zijden, ook van regeringspartijen, nog andere voorstellen bepleit. Dat kan; dat is gewettigd. Die voorstellen moeten op de tafel van de regering komen. Daarna zullen wij bekijken over welke voorstellen wij een consensus kunnen vinden en zal ik met maatregelen naar het Parlement komen.
Op de vraag wanneer wij dat zullen doen, antwoord ik dus dat wij eerst het probleem van de gemengde loopbanen oplossen. Daarna komen wij met de pensioensplit.
Nahima Lanjri:
Dank u wel, mijnheer de minister. In het regeerakkoord staat inzake de pensioensplit, waar cd&v ook voor gepleit heeft, dat we die gaan aanmoedigen. Dat is juist het probleem. Dat is onvoldoende. Daarin stond cd&v echter alleen. Intussen zijn de geesten wel gerijpt. Dat is goed.
We hebben in de commissie van de experts, onder meer Devolder en Hendricks, gehoord dat de vrijwilligheid niets zal opleveren. Dat zeggen wij ook al heel lang. Dat wordt ook bewezen door het voorbeeld van Canada. Wij willen dat elke vrouw erop vooruitgaat en dus moet elke vrouw een fatsoenlijk pensioen krijgen. En nee, mijnheer Tonniau, het is niet de bedoeling mensen onder de armoedegrens te duwen. Dat gaan we niet doen, dat zullen we niet tolereren.
Het moet meer zijn dan enkel een huwelijkscontract afsluiten bij de notaris. Volgens de cijfers heeft immers maar 31 % van de gehuwden een huwelijkscontract en van de samenwonenden 0,6 %. Daarmee zullen we het dus niet redden. Dan lossen we het alleen maar op voor de (…)
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kijk uiteraard uit naar het resultaat.
Maar, beste collega’s van de N-VA, voor ons verdient eerlijk gezegd iedereen die zorgtaken opneemt een eerlijk deel van het pensioen. Dat mag niet afhangen van het feit of men een sterke advocaat kan betalen om de kleine lettertjes van een huwelijkscontract in te vullen of van het feit of men een rechtszaak kan betalen. Dat eerlijke deel van het pensioen moet automatisch toegekend worden aan iedereen die zorgtaken verleent.
Zo’n wetsvoorstel heb ik al voor Vivaldi ingediend. Het kan vandaag al. De overheid heeft al die gegevens. Het is perfect mogelijk. Waarom zouden we dan in godsnaam mensen op kosten jagen?
Voor Vooruit is het glashelder: wie zorgt voor het gezin, meestal de vrouwen, moet automatisch beschermd worden, zonder ingewikkelde procedures, zonder (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, u hebt geantwoord over het tijdspad en op de vragen van mijn collega's, maar u hebt niet geantwoord op mijn vraag hoeveel de invoering van de pensioensplit kost. Het staat in de begroting. De invoering van de pensioensplit is een besparing, want u schaft natuurlijk ook het echtscheidingspensioen af. Daarover zegt u niets. Komaan, N-VA!
Het echtscheidingspensioen bestaat voor mensen die scheiden. Het dient om het pensioen van het slachtoffer van de scheiding met het laagste pensioen op te trekken. U verwijst naar de verantwoordelijkheid en de keuzes die gemaakt worden binnen een gezin. Veel gezinnen hebben vandaag evenwel geen keuze. Als kinderopvang te duur is, heeft een gezin geen keuze. Als de Vlaamse overheid bespaart op het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs en die bus gewoon afschaft, dan heeft een gezin geen keuze, dan moet er iemand thuisblijven om voor de kinderen te zorgen.
U flexibiliseert de arbeidsmarkt. U bespaart op alle mogelijke openbare diensten, Vlaams en federaal, het kan niet op. En dan het lef hebben om te zeggen dat de schuld bij de mensen ligt (…)
Eva Demesmaeker:
Dank u wel voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik heb inderdaad wel wat variaties gehoord en dat mag ook, denk ik. We komen er samen wel uit. Misschien is er ook wel een verschil in visie. Ik hoor sommige collega's ervoor pleiten dat de maatschappij het gat vult. Die visie deel ik helemaal niet. En als het de bedoeling is om in een huwelijk in te breken in goed gemaakte afspraken, dan deel ik die visie ook niet. Wat wel absoluut belangrijk is, is dat wanneer binnen een gezin bepaalde keuzes zijn gemaakt en het daarna fout loopt, de partner absoluut beschermd wordt. Die bescherming moet de norm worden, zowel voor wettelijk samenwonenden als voor gehuwden. Daar zijn we het volgens mij over eens. Het zullen nog boeiende commissievergaderingen worden. Ik kijk ernaar uit om er samen werk van te maken.
-
Vraag: De veiligheid in de stations
Vraag: De veiligheid in de stations
Vraag: De veiligheid in de stations
mobiliteit en transportDe veiligheid in de stations
De veiligheid in de stations
De veiligheid in de stations
Veiligheid op en rond stations summaryExplanationGesteld door
N-VA Maaike De Vreese
VB Frank Troosters
cd&v Franky Demon
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Maaike De Vreese (N-VA) en Frank Troosters (Vlaams Belang) bekritiseren het gebrek aan reactie van oppositiepartijen zoals PS, Ecolo-Groen en PTB/PVDA op extreemlinkse doodsbedreigingen en geweld tegen Securail-personeel, terwijl ze nultolerantie en meer middelen eisen voor de onderbemande spoorwegpolitie. Minister Bernard Quintin bevestigt drie klachten over bedreigingen, kondigt gerichte maatregelen aan zoals bodycams, wapenstokken en betere samenwerking tussen Securail en politie, maar benadrukt dat justitie en structurele wetgeving nog nodig zijn om radicale groepen aan te pakken. Troosters blijft kritisch en stelt dat de regering te veel beloftes maakt zonder concrete resultaten, zoals het ontbreken van spoorwegpolitie in Antwerpen-Centraal tijdens recente incidenten. Franky Demon (CD&V) en De Vreese steunen de plannen van de minister, maar dringen aan op snelle uitvoering van een geïntegreerd veiligheidsplan voor alle stations, met nadruk op samenwerking en financiering.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, collega's, onze veiligheidsdiensten, Securail en onze politie staan voor een loodzware taak, namelijk instaan voor de veiligheid in onze stations. Die mensen doen dat met hart en ziel, maar zij willen 's avonds ook gewoon veilig thuiskomen. Zij vragen zich af wie voor hun veiligheid zal zorgen.
Vorige week waren er heel wat geweldsincidenten tegen het personeel van Securail. Daarbij zien we nu zelfs doodsbedreigingen uit extreemlinkse hoek. Uit die hoek horen we zeggen: een goede Securailmedewerker is een dode Securailmedewerker, en we zullen niet langer wachten om jullie neer te steken. Zo ver gaat het geweld van extreemlinks.
Collega's, ik kan hier niet anders dan zeggen dat het ongelooflijk stil is bij sommige oppositiepartijen. Men is nochtans soms bijzonder luid als men denkt dat er door onze veiligheidsdiensten geweld zou zijn gepleegd, maar als het gaat over extreemlinkse doodsbedreigingen, blijft het oorverdovend stil. Daarvoor kijk ik naar de PS, Ecolo-Groen en dan spreek ik nog niet over de PTB/PVDA. Het blijft oorverdovend stil. U zou veel luider moeten klinken, want dat zijn geen geïsoleerde incidenten. We zagen tijdens de voorbije betogingen al wat onze politiediensten moeten doorstaan.
Mijnheer de minister, we kunnen dit niet tolereren. Er moet nultolerantie zijn voor geweld tegen onze diensten.
Ondertussen is onze spoorwegpolitie op het terrein onderbemand. Securail heeft niet de middelen en noch de bevoegdheden om het nodige werk uit te voeren.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om de mensen die dagelijks instaan voor onze veiligheid te ondersteunen en te versterken?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, de agenten van Securail spannen zich dagelijks in om de veiligheid binnen het spoorgebeuren te garanderen. Ze doen dat in de stations, op de perrons en in de treinen. Daar worden ze geconfronteerd met verbale en soms seksuele intimidatie, concrete bedreigingen, zelfs vanuit extreemlinkse antifahoek, en met agressie en geweld, waarvan ze steeds vaker zelf het slachtoffer worden.
De voorbije week hebben zich in de Brusselse stations verschillende incidenten voorgedaan. Bij een van die incidenten werd een agent van Securail in de arm gebeten, met een zware bijtwonde tot gevolg. Er was ook een incident in het station Antwerpen-Centraal, een van de grote stations van ons land. Daar deelden twee Securailagenten in de klappen. Ze raakten gewond, met arbeidsongeschiktheid tot gevolg. De dader kon ontkomen, omdat er geen spoorwegpolitie aanwezig was in Antwerpen-Centraal. Hij werd gelukkig later buiten het station gearresteerd door de lokale politie, opnieuw met een gewonde politieagent tot gevolg, maar er was dus geen spoorwegpolitie aanwezig in een van de grootste stations van ons land.
Het Vlaams Belang heeft daar in het verleden al veel vragen over gesteld. Ik heb u ook al ondervraagd, net als uw voorgangers, over het feit dat de voorziene personeelskaders bij de spoorwegpolitie maar niet ingevuld raken. Afgelopen week hadden we in de commissie voor Mobiliteit een hoorzitting over de veiligheid binnen het spoor met de nieuwe leidinggevende van Securail en enkele leidinggevenden van de NMBS. Zij gaven spontaan aan dat ze te weinig ondersteuning krijgen van de spoorwegpolitie, dat er te weinig mankracht is en dat hun agenten soms onvoldoende worden ondersteund.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om de personeelskaders bij de spoorwegpolitie volledig in te vullen? Hoe zult u voldoende steun geven aan de agenten van Securail? Hoe zult u de veiligheid in de stations garanderen?
Franky Demon:
Mijnheer de minister, onze stationsbuurten blijven een plek van onveiligheid. Dat tonen de verschillende incidenten van de voorbije weken opnieuw aan. Crapuul valt agenten, inwoners en personeel fysiek aan.
We moeten onmiddellijk verdere actie ondernemen. Cd&v pleit al langer voor een alomvattend veiligheidskader voor alle stations. Dat is allang geen probleem meer van enkele grootsteden. Wie de trein neemt, moet dat ons inziens zonder schrik kunnen doen. Dat is toch maar heel normaal. Er zijn intussen positieve stappen gezet. De politie kan nu camerabeelden van de NMBS inkijken. Treinbegeleiders en Securailagenten zullen binnenkort bodycams kunnen gebruiken. We moeten echter verder gaan.
Mijnheer de minister, proficiat, u wordt bevoegd voor Securail. Grijp dat aan om te komen tot een geïntegreerd veiligheidsbeleid. Versterk de samenwerking tussen Securail en de spoorwegpolitie. Zorg ervoor dat ze als één team samenwerken. Versterk de onderbezette spoorwegpolitie en zorg ervoor dat lokale politiezones niet telkens de problemen moeten opvangen die eigenlijk federaal moeten worden aangepakt.
Deze regering heeft van veiligheid terecht een prioriteit gemaakt. Laten wij samen doen wat nodig is en de veiligheid in en rond de stations verbeteren, want dat verdienen onze pendelaars.
Welke initiatieven zult u op korte termijn nemen om te komen tot een duidelijk en werkbaar veiligheidsplan voor alle stations in ons land?
Bernard Quintin:
Mevrouw De Vreese, mijnheer Demon, mijnheer Troosters, net als de meesten onder u ben ook ik geschokt door de beelden uit het station Antwerpen-Centraal, waarbij een agente van Securail werd aangepakt. Geweld tegen agenten die instaan voor de veiligheid van treinreizigers in een station is absoluut onaanvaardbaar. Ik veroordeel dit geweld dan ook met de grootste klem. De daders moeten geïdentificeerd en zwaar gestraft worden. Daarvoor reken ik op een kordaat optreden van Justitie.
Met betrekking tot de doodsbedreigingen aan het adres van de NMBS en Securailagenten kan ik bevestigen dat de spoorwegpolitie recent drie klachten heeft ontvangen. Twee klachten werden op 10 juni 2026 ingediend en een derde klacht werd eergisteren, op 16 juni 2026, doorgegeven door een verantwoordelijke van de NMBS.
De klachten gaan over bedreigingen die werden geuit via het elektronisch loket van de klantendienst van de NMBS. De processen-verbaal werden voor nader onderzoek bezorgd aan de politiezone Brussel-Zuid. Er werd ook een referentiemagistraat bij het parket van Brussel aangeduid. Het is nu aan Justitie om daaraan verder te werken en te communiceren.
U weet dat de SPC Antwerpen kampt met dezelfde problemen om te rekruteren als alle federale diensten in Antwerpen. Misschien zijn er een paar vragen die daarbij belangrijk zijn.
Om de veiligheid in en rond het station nog te versterken, bekijk ik samen met mijn collega van Mobiliteit op welke manier wij Securail beter kunnen inpassen in ons veiligheidsbeleid, zoals voorzien in het regeerakkoord. Er liggen nog verschillende pistes op tafel maar het moet gaan om gerichte maatregelen, zoals specifieke actieplannen, een versterkte aanwezigheid op hotspots en gezamenlijke patrouilles van Securail met de federale of lokale politie.
Op een ander vlak wordt naast het gebruik van bodycams ook bekeken op welke manier de uitrusting van Securailagenten kan worden versterkt. Persoonlijk denk ik daarbij onder meer aan de mogelijkheid om het gebruik van een wapenstok toe te laten, misschien in het kader van een aanpassing van de wet op de private veiligheid indien nodig en afhankelijk van de politieke en structurele beslissingen die wij zullen nemen.
Het doel is duidelijk, namelijk de veiligheid van reizigers en personeel beter te garanderen. Ik hoop dat wij daartoe snel knopen kunnen doorhakken. Qua budgetten ben ik er zeker van dat alle partijen mij zullen steunen. Op het niveau van de regering ben ik heel blij.
Met betrekking tot de bedreiging in naam van Antifa kan ik bevestigen dat België momenteel niet over een afzonderlijke terrorismedienst beschikt. Terrorismeonderzoeken vallen onder de bevoegdheid van Justitie. In de Joint Decision Centers wordt informatie van alle veiligheidsdiensten samengebracht, waarna de gerechtelijke autoriteiten hun verantwoordelijkheid opnemen.
Wat wel bestaat, is de gemeenschappelijke gegevensbank Terrorisme, Extremisme en Radicaliseringsproces of GGB T.E.R. Daarin kunnen personen of groepen worden opgenomen als ze voldoen aan de wettelijk bepaalde criteria. Het zijn de veiligheidsdiensten die evalueren of die criteria al dan niet vervuld zijn.
Inzake Antifa geeft het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse of OCAD, het orgaan dat de dreiging in ons land analyseert, aan dat het niet gaat om één samenhangende of homogene organisatie maar om een geheel van bewegingen, groepen en individuen. De term Antifa is dus vooral een label of een communicatiemiddel, en Antifa is geen gestructureerde groep op zich. Dit past in de strategie waarbij men verantwoordelijkheid probeert te verhullen, wat opsporing bemoeilijkt. Dit neemt niet weg dat sommige groepen die zich op dat label beroepen duidelijk potentieel gevaarlijke links-extremistische kenmerken vertonen.
Het is dus belangrijk om niet te focussen op een vaag label, maar op de concrete feiten: gewelddadige groepen en personen die een reële dreiging vormen voor onze samenleving en onze burgers. Net daarom blijven onze diensten waakzaam.
Wat de maatregelen betreft, verwijs ik naar de bestaande Strategie T.E.R., de coördinatie door het NCCN en de instrumenten voor de handhaving van de openbare orde. Daarnaast werk ik verder aan een voorontwerp van wet die een kader moet creëren om gevaarlijk radicale organisaties te kunnen verbieden. Het werk is aan de gang op het niveau van de regering.
Onze lijn, mijn lijn, is heel duidelijk. Wie bedreigt, intimideert of geweld gebruikt tegen treinpersoneel, Securail of onze politie zal worden opgevolgd en aangepakt.
Maaike De Vreese:
Minister, het is duidelijk, Arizona en u maken een topprioriteit van veiligheid. Dat is wel degelijk nodig. Het gebeurde niet enkel en alleen in Antwerpen, ook in Aalst is er een incident geweest waarbij twee politiemensen gewond zijn geraakt. Daar is de lokale politie onmiddellijk te hulp geschoten.
Ik meen dat het zeer belangrijk is dat zowel de lokale politie als de federale politie samen met Securail de zaken aanpakken. U bent bevoegd, maar ook de ministers van Mobiliteit en van Justitie en in vele gevallen ook de minister van Asiel en Migratie zijn bevoegd. Het zal een kwestie zijn van de krachten te bundelen om deze thematiek aan te pakken. Daarvoor hebt u zeker en vast onze steun, want wij staan als één blok achter de mensen op het terrein en achter ons veiligheidspersoneel.
Ik vind het zeer goed dat u ons veiligheidsbeleid naar de 21 ste eeuw wilt brengen, met bodycams, met camera’s en met beelden die uitgewisseld worden.
Mijnheer de minister, van ons krijgt u absoluut alle steun voor wat u vandaag op het terrein moet en zult verwezenlijken.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Securailagenten, het andere spoorpersoneel en de treinreizigers willen in alle veiligheid gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. Zij willen zich veilig voelen in de stations en hun werk op een veilige manier kunnen doen. Daarvoor hebben ze voldoende ondersteuning nodig. Die ondersteuning moet komen van de spoorwegpolitie en die valt onder uw verantwoordelijkheid. Ik heb het gevoel dat de regering-De Wever een beetje aan dezelfde kwaal lijdt als de vorige regering van Alexander De Croo: veel grote woorden, veel aankondigingen, maar geen concrete resultaten.
Er was geen spoorwegpolitie aanwezig in een groot station als Antwerpen-Centraal. Daarom vragen wij u werk te maken van een echt veiligheidsplan voor het spoor, de capaciteit binnen de spoorwegpolitie aanzienlijk te verhogen, te zorgen voor een keiharde aanpak en bestraffing van geweldplegers en voldoende ondersteuning te bieden aan het spoorpersoneel. Securailagenten en treinreizigers zijn geen boksballen of bijtworsten.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoorden. De uitdagingen op het vlak van veiligheid zijn absoluut niet min. De veiligheid in de stationsomgevingen blijft een bezorgdheid voor vele pendelaars en lokale besturen, en dat niet alleen in onze grote steden. Laten we daarom echt werk maken van een geïntegreerde veiligheidsaanpak voor alle stations, met een sterke rol voor Securail en de politie. Als we straks de financiering van de lokale politie hervormen en de KUL-norm aanpassen, lijkt het mij van cruciaal belang dat stations en pendelaars daarin ook meewegen. U hebt al heel wat inspanningen geleverd en ik zie aan uw mimiek dat u zin hebt om de kar te blijven trekken voor veiligere stations. Ga zo verder. Op de steun van cd&v kunt u alvast rekenen.
-
Vraag: Abortus en het expertenrapport van de Belgische universiteiten
Vraag: De onenigheid in uw regering over de ethische dossiers
Vraag: Vrijwillige zwangerschapsafbreking
Vraag: De hervorming van de abortuswet
Vraag: De zwangerschapsafbreking
gezondheid en welzijnAbortus en het expertenrapport van de Belgische universiteiten
De onenigheid in uw regering over de ethische dossiers
Vrijwillige zwangerschapsafbreking
De hervorming van de abortuswet
De zwangerschapsafbreking
Abortus, ethische debatten en wettelijke hervormingen in België summaryExplanationGesteld door
PS Caroline Désir
Anders. Katja Gabriëls
cd&v Nawal Farih
PVDA-PTB Sofie Merckx
Ecolo-Groen Stefaan Van Hecke
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Caroline Désir (PS) en Katja Gabriëls (Open Vld) bekritiseren dat de regering het wetenschappelijk consensusrapport van 35 experts negeert, dat een abortuslimiet van 18 weken en afschaffing van het verplichte bedenktijd aanbeveelt, terwijl het CD&V-voorstel vastzit op 14 weken (met uitzondering voor verkrachting) en de bedenktijd behoudt. Nawal Farih (CD&V) verdedigt de 14-wekengens als "ethische grens" en benadrukt de fysieke en morele impact van late abortussen, terwijl Sofie Merckx (Ecolo) en Stefaan Van Hecke (Groen) de hypocrisie aanklagen van een regering die wetenschap en parlementsmeerderheid (voor 18 weken) buitenspel zet door CD&V’s ideologisch veto. Premier De Wever (N-VA) ontkent dat er al regeringsovereleg was over het voorstel van minister Verlinden (CD&V) en wijst naar een uitgesteld debat, maar vermijdt duidelijke standpunten, terwijl oppositiepartijen eisen dat het Parlement vrij mag stemmen over de wetenschappelijk onderbouwde voorstellen. Critici beschuldigen Vooruit, MR en Les Engagés ervan hun beloftes te breken door toe te geven aan CD&V’s conservatieve lijn, ondanks eerdere toezeggingen om de wetenschap te volgen.
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, brader les droits des femmes, piétiner le consensus scientifique, voilà ce que fait le CD&V par la voix de Mme Verlinden, encore une fois au nom du sacrosaint compromis entre les progressistes et les conservateurs de ce gouvernement. Bien qu'ici, en réalité, le CD&V ne fasse qu'un compromis avec lui-même.
Mais vous, chers collègues de Vooruit, du MR, des Engagés, vous qui affirmiez que, cette fois-ci, vous respecteriez le consensus scientifique, que faites-vous aujourd'hui? Vous vous laissez à nouveau prendre en otage. Vous pliez, vous reculez.
Il y a trois ans, 35 experts ont remis leur rapport d'évaluation sur l'IVG. Des recommandations adoptées dans un consensus total. Et, aujourd'hui, ce gouvernement décide de jeter ce rapport à la poubelle. On parle d'experts et d'expertes francophones, néerlandophones, de médecins, de juristes, psychologues, philosophes, éthiciens, issus de toutes les universités du pays, y compris de la KUL et de l'UCL. Ces experts recommandent un allongement du délai légal à au moins 18 semaines. Et que prévoit ce gouvernement? Un allongement à 14 semaines! Le CD&V a uniquement retenu le chiffre de 18 semaines pour les femmes violées.
Le rapport recommande également la suppression du délai de réflexion obligatoire. Que prévoit le gouvernement? Son maintien. Ces experts demandent enfin que l'IVG soit traitée comme un véritable soin de santé. Et que fait ce gouvernement? Il continue à l'enfermer dans des marchandages politiques malsains. Pas d'avancées sur l'IVG sans avancées sur la contraception, nous dit le CD&V.
Monsieur le premier ministre, reconnaissez-vous aujourd'hui que, sur l'IVG, ce n'est pas la science qui a guidé le gouvernement, mais bien le veto idéologique du CD&V?
Katja Gabriëls:
Collega's, 20.000 vrouwen kiezen jaarlijks voor een abortus in dit land. Laten we dat taboe nu ook maar eens doorbreken. Vijfhonderd van hen hebben jaarlijks meer tijd nodig om die keuze te maken. Wij helpen hen niet, we sturen hen weg, terwijl de zorg hier optimaal is.
Al jaren worden er allerlei procedurespelletjes gespeeld door cd&v en de N-VA, om toch maar niet te moeten stemmen. Op de dag dat het wetenschappelijk rapport klaar was, met een unaniem advies voor 18 weken, zaten 6 partijen rond de tafel. Waar zat cd&v? Mevrouw van Hoof zat toen al in de studio van Terzake te verklaren dat voor hen de grens op 14 weken lag. Diezelfde dag al, van een tapijtenmarkt gesproken.
Vandaag doen ze het nog eens over. Eerst een persbericht sturen met een veto, zogezegd niet besproken met de coalitie, maar dat weet ik niet. Ik heb vandaag zelfs geen vraag, want het antwoord van cd&v ligt al drie jaar in de schuif. Minister Verlinden verklaarde dit weekend dat haar grens ligt op 14 weken. Het gaat er niet om waar de grens van mevrouw Verlinden ligt en ook niet waar mijn grens ligt. Het gaat er om waar de grens ligt van al die vrouwen, die nooit lichtzinnig beslissen. Ook zij hebben een ethisch kompas én de steun van de wetenschap.
Ik heb maar één oproep. Ik heb respect voor iedereen die een andere keuze zal maken en neen zal stemmen in dit Parlement. Wanneer is er respect van cd&v en de N-VA voor de ja-stem, voor die 500 vrouwen die we jaarlijks wegsturen in alle miserie en eenzaamheid? Mijnheer de premier, laat de 150 vertegenwoordigers van het volk nu eens zelf op de knop duwen. Ons voorstel ligt klaar, volgende week in commissie en deze maand nog in de Kamer.
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, in dit Huis gaat het niet over partijen die voor of tegen abortus zijn. In dit Huis gaat het ook niet over partijen die voor of tegen de keuzevrijheid van vrouwen zijn. De realiteit is dat de verschillende fracties elk hun eigen ethische grens hebben. Bij sommigen ligt die grens op 12 tot 14 weken en bij anderen op 18 tot 21 weken.
Collega's, als we spreken over vrijwillige zwangerschapsafbreking, dan moeten we ook de rauwe waarheid durven te delen. Een foetus van 18 weken is 20 centimeter groot. Die heeft volledig ontwikkelde armen en beentjes, draait, schopt en heeft volledig ontwikkelde gezichtskenmerken. Als wij met cd&v een ethische grens trekken, hoeven we ons daarvoor niet te schamen.
Ik zal nog een rauwe waarheid delen. Abortusmedicatie en curettages zijn een aanslag op het vrouwelijk lichaam. Hoe later die plaatsvinden in de zwangerschap, hoe zwaarder ze zijn. Dat is de waarheid die vaak onbesproken blijft en die vaak onder de mat wordt geschoven. Die realiteit moeten we in het debat meenemen.
Als vrouw word ik ook moe van het feit dat er altijd naar de standaard in Nederland wordt verwezen, waar de grens 21 weken is. In alle andere Europese landen ligt het gemiddelde tussen 10 en 14 weken. Dus neen, wij schamen ons niet voor de grens die we hebben getrokken.
Ik heb één vraag voor u, mijnheer de premier. Zult u het akkoord dat we hebben gemaakt respecteren?
Sofie Merckx:
Monsieur le premier ministre, cela fait des années que les centres de planning familial, la société civile et les mouvements féministes demandent que l'on change la loi sur l'IVG. En 2019, nous avions une majorité parlementaire. Le texte fut voté deux fois en commission, avant que n'interviennent les manœuvres de blocage avec les renvois successifs au Conseil d'État.
Par la suite, le gouvernement Vivaldi a demandé à des experts scientifiques d'établir un rapport. Ce rapport est sorti en 2023 et a étayé d'un consensus scientifique la demande de la société civile. Oui, un consensus scientifique! Tous les experts se sont prononcés en faveur d'un délai de 18 semaines sans délai d'attente ni sanction pour les femmes.
C'est donc la science même que la proposition du CD&V rejette, piétinant le droit des femmes à disposer de leur corps et ignorant aussi la réalité des 400 femmes qui, chaque année, doivent traverser la frontière pour subir une intervention médicale à laquelle elles n'ont pas droit ici, en rassemblant jusqu'à 1 500 euros, pour la pratiquer comme des voleuses. Non, nous ne pouvons plus accepter cette hypocrisie. Il faut que les choses changent!
Monsieur le premier ministre, confirmez-vous l'affirmation de Mme Farih selon laquelle le gouvernement s'est mis d'accord sur 14 semaines? Ne pensez-vous pas qu'il est temps d'écouter la science? N'est-il pas temps de laisser les femmes décider librement de leur corps?
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, nog altijd gaan elk jaar 400 vrouwen naar Nederland voor een abortus en dus voor levensbepalende zorg waarop zij recht hebben. Dat is de realiteit voor heel veel vrouwen vandaag.
Nog altijd worden vrouwen betutteld. Vrouwen die toekomen in een abortuscentrum, krijgen vandaag te horen dat zij zes dagen later nog eens moeten terugkeren.
Geen enkele vrouw neemt lichtzinnig de beslissing om een abortus te laten uitvoeren. Nog altijd kan een abortus in ons land slechts tot 12 weken. Er is nochtans een brede wetenschappelijke consensus om die termijn uit te breiden naar minstens 18 weken. Heel veel vrouwen ontdekken te laat dat zij zwanger zijn, met alle gevolgen van dien. Ook dat is een realiteit.
In geval van een zwangerschap door verkrachting, bepaalt het voorstel van cd&v dat een abortus plots wel toegelaten is tot 18 weken. Waarom is er dat onderscheid? Zo lijkt het alsof tot abortus beslissen verschilt in moeilijkheidsgraad wanneer een vrouw in een noodsituatie of in een moeilijke familiale situatie zit of wanneer een vrouw verkracht werd. Wie moet vaststellen of aan de voorwaarde van verkrachting is voldaan? Komt die beslissing de arts toe die de abortus zal uitvoeren? Dat kan uiteraard niet, want dat is werk voor justitie.
Mijnheer de premier, in het regeerakkoord staat dat een voorstel zou worden uitgewerkt in consensus en op basis van het wetenschappelijk rapport. Uw minister van Justitie trekt zich daar echter niets van aan. Zij komt met een conservatief cd&v-voorstel. Alle vrouwen die vandaag nood hebben aan hulp en zorg en die in de kou staan, blijven in de kou staan. Laat ze maar voort naar Nederland te rijden. Dat is de boodschap van cd&v.
Mevrouw de cd&v-fractieleider, u kondigde op 8 oktober in de commissie voor Justitie aan dat de minister vóór het reces naar het Parlement zou komen met een tekst.
Mijnheer de premier, mijn vragen zijn eenvoudig. Steunt u het voorstel van minister Verlinden? Wat is het standpunt van de regering? Zal er een tekst zijn? Welk akkoord hebt u gemaakt?
Voorzitter:
Gezien het aantal vragen heeft de premier maximaal vijf minuten om te reageren.
Bart De Wever:
Chers collègues, merci pour vos questions. Dans l’accord de gouvernement, plus précisément à la p. 130, vous pouvez retrouver la volonté du gouvernement d’apporter des modifications ciblées à la législation relative à ce que nous avons pris l’habitude d’appeler, en politique, "les thèmes éthiques". Plusieurs sujets sont abordés dans ce même chapitre.
Au sein du gouvernement, la ministre de la Justice a la responsabilité d’élaborer des propositions à cet égard. Celles-ci seront ensuite examinées au sein du gouvernement. Nous souhaitons dégager un consensus le plus large possible autour de ces propositions au sein de ce Parlement.
Tout comme vous, j’ai lu dans la presse que la ministre avait préparé une proposition concernant l’interruption volontaire de grossesse.
Dat voorstel is, voor alle duidelijkheid, dus nog niet op de regeringstafel gelegd. Er heeft in de regering nog geen enkel overleg over plaatsgevonden. Als eerste minister kan ik hier alleen het standpunt van de regering vertolken. Dat standpunt kan ik u bijgevolg niet meedelen, wat u ongetwijfeld zult begrijpen.
Het is geen geheim dat de zogeheten ethische thema’s maatschappelijk zeer gevoelig liggen en dat de standpunten daarover in het Parlement soms heel ver uit elkaar liggen. Persoonlijk ben ik er een groot voorstander van om discussies over die thema’s met de grootst mogelijke sereniteit met elkaar te proberen voeren. Het gaat hier letterlijk over zaken van leven en dood. Volgens mij lenen die zich niet tot politieke profilering. Verbale knokpartijen met stemverheffingen, applaus en tegenapplaus over dergelijke delicate onderwerpen vind ik persoonlijk te vermijden, maar dat is uiteraard een persoonlijk standpunt.
Er is mij meegedeeld dat er begin deze week in de Conferentie van voorzitters, waarin alle fracties vertegenwoordigd zijn, een consensus was om mondelinge vragen over het onderwerp uit te stellen tot volgende week, zodat de bevoegde minister, die vandaag in het buitenland is, zelf toelichting zou kunnen geven over de status van de voorstellen die zij aan het uitwerken is. Mijn antwoord hebt u bij dezen gekregen. Ik laat het aan uw wijsheid over om de bevoegde minister volgende week alsnog om meer uitleg te verzoeken.
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, le problème n'est en effet pas le CD&V. Celui-ci défend aujourd'hui exactement ce qu'il défendait hier. De ce parti, nous n'attendons plus rien: il ne veut pas faire avancer le droit des femmes, il ne respecte pas la liberté des femmes et il ne fait pas confiance aux experts scientifiques. Le problème se trouve aujourd'hui chez ses partenaires de gouvernement: chez Vooruit, chez Les Engagés et au MR, chez celles et ceux qui disaient qu'ils respecteraient le consensus scientifique et qu'ils garantiraient la liberté de vote à leurs membres.
Alors, ce que je vous demande aujourd'hui, chers collègues de Vooruit, des Engagés et du MR, c'est de respecter, pour une fois, votre parole. Ne cédez pas à ce chantage, n'acceptez pas cette prise d'otages, refusez cette proposition du CD&V, n'acceptez pas cet accord au rabais. Sinon, ce sera un enterrement de première classe pour cet important dossier éthique.
Je vous remercie.
Katja Gabriëls:
In alle rust, ik heb alle respect getoond voor de andere mening, maar ik heb weinig respect gehoord van de andere kant.
Collega’s van Vooruit, jarenlang stond u op de barricaden, samen met de liberalen. Grootse verklaringen en straffe verkiezingsbeloften, daar bent u goed in. Intussen schreef u in een Atomaschriftje dat 14 weken ook wel oké is, zolang Arizona maar kon starten. Alle principes overboord, de ethische thema’s zijn geen prioriteit meer voor Vooruit. Dat is duidelijk. Ondertussen blijft u communiceren, gisteren nog bij monde van mevrouw Gennez. Waar bent u nu in het federaal Parlement? Wat een hypocrisie.
Mijnheer de eerste minister, er is zelfs nog geen overleg geweest over dit dossier. Kom niet af met de frase dat er over alles een akkoord moet zijn. Wat betekent dat eigenlijk? Is dat het koppelen van ethische thema’s? Van een koehandel gesproken. U moest beschaamd zijn.
Wij liberalen blijven onze principes trouw. Beslissingen over leven en dood zet men niet in een Atomaschriftje. Dat verdient een sereen debat en een vrije stemming.
Nawal Farih:
Mijnheer de eerste minister, ik heb hier heel veel over wetenschap horen spreken, maar het is niet de wetenschap die het politiek beleid zal bepalen. Het is aan ons om ons af te vragen in welke samenleving we willen leven. Dat cd&v de bescherming van het ongeboren kind niet als randfactor ziet, daar ben ik fier op, omdat dit leven ook verdient beschermd te worden na een bepaalde termijn.
Ik heb daarnet ook al verteld over abortusmedicatie en curettages. Hoe later in de zwangerschap, hoe groter de aanslag op het lichaam van de vrouw. Zouden wij hier niet in de eerste plaats moeten spreken over hoe we zo min mogelijk ongewenste zwangerschappen hebben in ons land?
Premier, u weet wat de afspraken zijn en wij hopen dat u die respecteert.
Sofie Merckx:
Mijnheer de eerste minister, het is duidelijk dat mevrouw Farih voor haar beurt spreekt, en alleen voor haar partij, en dat er geen akkoord is binnen de regering over dit dossier.
U roept op tot sereniteit. Ik hoop dat mevrouw Farih uw oproep gehoord heeft.
Mevrouw Farih, het komt u niet toe om te bepalen wanneer een vrouw wel of niet een abortus wil laten uitvoeren. Stop alstublieft met hier wetenschappelijke onzin te verkopen. Alstublieft!
Nawal Farih:
(…)
Sofie Merckx:
Jullie weten het beter dan de wetenschappelijke experts en dan alle gynaecologen in dit land? U weet het beter? Echt?
U hoort de sereniteit, mijnheer De Wever. Wij reiken u de hand, want er is een meerderheid in het Parlement, maar cd&v zult u niet overtuigd krijgen. Neem dus onze handreiking aan en laat het Parlement beslissen.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, u hebt het voorstel van uw minister dus ook gelezen in de media. Het is goed dat u de media volgt. Klopt het evenwel wat mevrouw Farih daarnet twee keer tegen u zei? Ze roept u op om u te houden aan de afspraak. Welke afspraak hebt u dan gemaakt met mevrouw Farih of binnen de regering? Daar antwoordt u niet op. Is er een afspraak om het bij 14 weken te houden en dus af te wijken van het Wetenschappelijk Comité? U vraagt sereniteit. Mijnheer de premier, misschien moet u die vragen aan mevrouw Verlinden, want zij heeft, door haar voorstel te lanceren, heel het debat losgelaten. Collega's, er is een grote meerderheid in het Parlement om de abortustermijn van 12 naar 18 weken te verlengen, en andere wijzigingen door te voeren. Ik heb één boodschap, na al die debatten: laat eindelijk het Parlement beslissen. De voorstellen liggen er. Laat de 150 parlementsleden in eer en geweten beslissen. Dat is wat democratie inhoudt.
-
Vraag: De loonlastenverlaging en de begroting
economie en werkDe loonlastenverlaging en de begroting
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Steven Matheï (cd&v) benadrukt dat de hervorming van de personenbelasting cruciaal is om het nettoloon te verhogen, België’s hoge belastingdruk op arbeid te verminderen en de middenklasse te ontzien, en bekritiseert dat een meerderheidspartij de lastenverlaging enkel tot lagere lonen wil beperken. Minister Jan Jambon bevestigt dat de reeds in consensus goedgekeurde wettekst alleen gewijzigd kan worden als de regering het eens wordt, maar gaat niet in op concrete bezorgdheden. Matheï herhaalt dat cd&v de geplande belastingverlaging voor de middenklasse onverkort wil behouden, omdat hogere nettolonen volgens hem noodzakelijk zijn voor meer tewerkstelling en minder bijklussen of vennootschapsconstructies.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, meer nettoloon op het einde van de maand op de rekening van de werkende mens, dat zal het resultaat zijn van de hervorming van de personenbelasting die we momenteel in de commissie bespreken. Dat past perfect in de hervormingstrein, met telkens drie doelen: de budgetten op orde brengen, ervoor zorgen dat meer mensen aan het werk gaan en de economie aanzwengelen. De hervorming van de personenbelasting is voor ons geen detail in de marge. Dat is een essentieel onderdeel van die hervormingstrein van de regering.
Collega's, België is wereldkampioen in het belasten van inkomsten uit arbeid. Van het inkomen van een alleenstaande die uit werken gaat, wordt 52,5 % wegbelast. Alvast die trofee willen wij snel doorgeven. De hervorming van de personenbelasting zal daarvoor zorgen.
Wij vinden het met cd&v dan ook onbegrijpelijk dat er in de meerderheid een partij dat nu ter discussie stelt en de lastenverlaging tot de lagere lonen wil beperken. Als we dat scenario volgen, zullen er heel wat werkende mensen uit de boot vallen, zeker wekenden met enige anciënniteit, van verpleegkundigen, cipiers, politiemensen tot zelfstandigen. Dat zullen we niet laten gebeuren. Met cd&v blijven we de middenklasse beschermen, want ook zij heeft recht op meer nettoloon.
Mijnheer de minister, blijft u ook achter de belangrijke belastingverlaging die we momenteel in de commissie bespreken, staan?
Jan Jambon:
Mijnheer Matheï, de wettekst, die in consensus in de regering tot stand kwam, hebben we al een eerste keer in commissie besproken en aangenomen. Hopelijk kunnen we die volgende week in tweede lezing behandelen en vervolgens snel in de plenaire vergadering agenderen en goedkeuren.
We staan nu wel voor een budgettaire oefening en er worden allerlei ballonnetjes opgelaten. Het is eigenlijk eenvoudig: elk voorstel dat op tafel komt, zal bij consensus in de regering moeten worden beslist. Als de wettekst moet worden gewijzigd, zal dat dus eveneens bij consensus in de regering gebeuren. Meer heb ik daar op dit moment eigenlijk niet over te zeggen.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Laten we duidelijk stellen dat de nettobelastingverlaging voor de middenklasse essentieel is voor ons. We kunnen absoluut niet begrijpen dat men daaraan zou raken, terwijl iedereen volhoudt dat de lasten op arbeid te hoog zijn en dringend moeten dalen opdat meer mensen aan het werk zouden gaan, opdat men niet overal moet bijklussen om toch maar een fatsoenlijk loon te krijgen, en opdat niet iedereen naar een vennootschap moet overstappen. Voor cd&v is het heel duidelijk: blijf met de handen af van de geplande nettobelastingverlaging. We zullen de middenklasse blijven beschermen.
-
Vraag: Het hoge aantal burn-outs en de invoering van een extra week geboorteverlof
gezondheid en welzijnHet hoge aantal burn-outs en de invoering van een extra week geboorteverlof
Gesteld door
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 4 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Nahima Lanjri (cd&v) bekritiseert dat moeders door onevenwichtige zorgtaken en dubbele werkdruk twee keer meer risico lopen op burn-outs, en eist versnelde invoering van het beloofde extra geboorteverlof (sinds januari uitgesteld) en het cd&v-familiekrediet om zorgtaken gelijker te verdelen. Frank Vandenbroucke beaamt de scheve verdeling en mentaal belastende sectoren voor vrouwen, belooft het geboorteverlof voor het zomerreces in te dienen en benadrukt nood aan mentaliteitsverandering, maar Lanjri wijst op dadenloosheid ondanks "enthousiasme": cijfers en oplossingen liggen al een jaar klaar, maar concrete stappen ontbreken. Beide benadrukken dringende behoefte aan structurele maatregelen, maar Lanjri stelt dat beloften zonder uitvoering ouders niet helpen.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, moeders lopen twee keer meer kans op een burn-out en depressies dan vaders. Die ernstige vaststelling mag ons vooral niet verbazen. Vandaag zijn het nog steeds de moeders, die de kinderen klaarmaken om naar school te gaan, de boterhammen smeren, de kinderopvang regelen, tussendoor verlof nemen om voor een ziek kind te zorgen en ook instaan voor de was en de plas, waardoor ze vaker deeltijds werken. Tegelijk proberen ze ook op het werk goed te presteren, tegemoetkomend aan de verwachting dat ze ook op het werk alles perfect doen. Het is verre van evident om al die ballen in de lucht te houden.
Dat kan zo echt niet blijven duren. We moeten het mogelijk maken dat iedereen die werk en gezin wil combineren, dat ook kan. Dat kan door flexibel zorgverlof en door een betere verdeling van de zorgtaken tussen beide partners. Met het voorstel van cd&v voor een familiekrediet krijgen ouders meer vrijheid om de zorgtaken onderling beter te verdelen en kunnen vaders vanaf de geboorte betrokken zijn bij de opvoeding van hun kinderen. Dat is goed voor de kinderen, voor de gezinnen en voor de mentale gezondheid van beide ouders.
Eind vorig jaar hebben we afgesproken om in het kader van dat familiekrediet alvast werk te maken van een week extra geboorteverlof. In januari pleitte ik er nog voor om die uitbreiding retroactief in werking te laten treden en van toepassing te maken op alle kinderen die vanaf 1 januari geboren zijn. Vandaag zijn we zes maanden verder en is er nog altijd geen geboorteverlof.
Mijn vragen zijn dan ook eenvoudig. Waarom is het geboorteverlof nog altijd niet geregeld? Hoe moeilijk kan het zijn? Het is onaanvaardbaar dat ouders daar zes maanden op moeten wachten. Hoe ver staat u met het familiekrediet? Ons voorstel ligt klaar. Werk het uit, want we moeten vaart maken.
Frank Vandenbroucke:
Vele vrouwen zijn buitenshuis aan het werk, vaak voltijds, en vele vrouwen hebben ook thuis heel wat taken, terwijl die jammer genoeg slecht verdeeld zijn. Ik stel dat tot mijn spijt zelfs bij jongere generaties vast. Bovendien zijn vrouwen vaker aan de slag in sectoren die mentaal heel veel vragen en waar men veel van zichzelf geeft, zoals het: onderwijs en de zorg. We begrijpen dus goed waarom zoveel vrouwen het zo moeilijk hebben. Dat is dan ook de reden waarom we ons moeten inzetten – we doen dat samen met andere bevoegde ministers –, opdat ouders en met name vrouwen in staat zijn hun werk en privéleven beter te combineren.
Ik kan er nu niet dieper op doorgaan, mevrouw Lanjri, maar in ons beleid inzake mentaal welzijn moeten we daar inderdaad bijzondere aandacht aan geven, net zoals in ons terug-naar-werkbeleid voor werknemers die uitgevallen zijn door een burn-out. We zoomen op die kwestie ook in in het Federale Plan Mentale Gezondheid en Werk, dat we binnenkort aan de regering zullen voorleggen. Overigens is het belangrijk dat de deelstaten werk maken van goede kinderopvang.
Hoe dan ook is er een echte mentaliteitsverandering nodig. Dat betekent dat men de zorgtaken anders moet verdelen, terwijl de overheid daar voldoende ruimte voor moet maken. Dat is de reden waarom ik er heel enthousiast voor ben een extra week geboorteverlof toe te kennen. Ik wil dat nog voor zomerreces aan de ministerraad voorleggen. Ik vind het heel belangrijk dat ook vaders op die manier aangemoedigd worden bij de geboorte zorgtaken op te nemen.
Er ligt nog heel veel werk op de plank, mevrouw Lanjri en wij zijn in het aangehaalde dossier absoluut bondgenoten.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de minister, de analyse is bekend, al heel lang. De analyse is er, de cijfers zijn er, u kent ze. Vrouwen werken ongeveer dubbel zoveel uren thuis als mannen, zowel voor de zorg van de kinderen als in het huishouden. 70 % van de werknemers die langdurig thuiszit met een burn-out of een depressie, is vrouw. De oplossing ligt er ook al een heel jaar. Al vorig jaar deze periode had cd&v een volledig uitgewerkt plan klaar voor het familiekrediet. We hebben afgesproken, mijnheer de minister,– en ik hoop dat u zich eraan houdt – dat we alvast één week geboorteverlof zouden toekennen. Op 22 januari vroeg ik al ongeduldig waar het geboorteverlof blijft. Het is ondertussen begin juni en het is er nog altijd niet. Ja, ik weet dat u eraan werkt, maar met enthousiasme en communicatie alleen zullen de ouders niet geholpen worden.
-
Vraag: De terugval van de opbrengsten in de strijd tegen zware fiscale fraude
Vraag: De dalende inkomsten van de strijd tegen fiscale fraude
economie en werkDe terugval van de opbrengsten in de strijd tegen zware fiscale fraude
De dalende inkomsten van de strijd tegen fiscale fraude
Afnemende effectiviteit in de aanpak van fiscale fraude summaryExplanationGesteld door
Vooruit Niels Tas
cd&v Koen Van den Heuvel
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tas en Van den Heuvel bekritiseren dat België met de slechtste begroting van Europa en dalende fraudebestrijdingsresultaten (laagste in 10 jaar) onvoldoende actie onderneemt, terwijl fraudeurs volgens hen straffeloos geld onttrekken aan eerlijke belastingbetalers—met de middenklasse als slachtoffer. Jambon verdedigt zijn aanpak, wijzend op concrete maatregelen (o.a. antimisbruikwetten, FIOD-oprichting, digitale tools en extra aanwervingen) en benadrukt dat procedurele vertragingen (rechtzaken) en compliance (minder conflictmodel) de cijfers vertekenen, maar belooft hard op te treden tegen georganiseerde fraude. Tas (Vooruit) blijft sceptisch en eist extra maatregelen, verwijzend naar succesvollere sociale fraudebestrijding onder Beenders, terwijl Van den Heuvel (CD&V) hamert op structurele inkomstenverhoging zonder nieuwe belastingen en waarschuwt voor politiek gemakzucht ("Griekse geschenken"). De minister houdt vol dat zijn loyale uitvoering van afspraken voldoende is, maar kritiek op gebrek aan resultaten blijft.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, steeds meer mensen maken zich zorgen over hun eigen portefeuille, maar ook over die van de overheid. Dat is terecht, want België heeft nu officieel de slechtste begroting in Europa. Deze regering staat dus voor een historische keuze. Schuiven we, net als vorige generaties politici, de rekening en de problemen door naar onze kinderen en kleinkinderen, of pakken we deze uitdaging met beide handen aan?
De cijfers over de aanpak van fiscale fraude in dit land schetsen voorlopig geen fraai beeld. Terwijl gewone mensen elke dag keihard werken en hun eerlijk deel bijdragen, is er een kleine groep valsspelers, fraudeurs en criminelen die er alles aan doen om aan hun eerlijk deel te ontsnappen. Het strafste van al is dat het hen nog lukt ook. Zij nemen geld af van wie wel eerlijk bijdraagt.
Daarom hebben we samen bij het begin van deze regering afgesproken om niet één, maar drie versnellingen hoger te schakelen, met een verstrengde aanpak en extra digitale tools, met extra inspecteurs en met de oprichting van een nationaal fiscaal parket.
De resultaten blijven echter uit, want voor het tweede jaar op rij heeft de BBI, de fiscus, veel te weinig binnengehaald. Voor het tweede jaar op rij gaat het om het laagste cijfer en het absolute dieptepunt in meer dan tien jaar fraudebestrijding.
Mijnheer de minister, onze strijd is nog lang niet gestreden. Zult ook u mee een voortrekker zijn en bijkomende maatregelen naar voren schuiven, of zult u de geschiedenisboeken ingaan als de minister die valsspelers hun gang heeft laten gaan?
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, zoals u weet is de budgettaire toestand in ons land alarmerend. Om het Europese uitgaventraject te respecteren, moet er minstens 7 miljard worden gevonden. Het Rekenhof spreekt van een inspanning van 15 à 20 miljard als we het tekort duurzaam willen terugdringen tot ongeveer 3 % van het bbp.
Collega’s, het is veelzeggend dat de schuldratio van Griekenland, een land dat 15 jaar geleden nog op de rand van het faillissement stond, in 2029 onder de schuldratio van ons land zal duiken. Hoeveel alarmbellen moeten er nog afgaan? Om de begroting duurzaam op orde te krijgen, mag het geen of-ofverhaal worden, maar moeten het een en-enverhaal worden. De uitgaven zullen moeten worden beheerst en ook de inkomsten zullen op peil moeten blijven.
Om de inkomsten op peil te houden, is de strijd tegen de fiscale fraude een absolute prioriteit. Zo rekenen we op 600 miljoen extra inkomsten in 2029 door de strijd tegen de fiscale fraude. Het Rekenhof zegt ons in het jongste rapport evenwel dat er nog enige onduidelijkheid bestaat over de concrete uitvoering van dat actieplan.
Collega's, in plaats van steeds opnieuw nieuwe belastingen uit te vinden, moeten we eerst en vooral ervoor zorgen dat fraudeurs worden aangepakt en dat inkomsten niet langer wegvloeien via allerlei achterpoortjes en koterijen. Elke euro belastinggeld die niet binnenkomt, zal immers door de middenklasse moeten worden opgehoest. Dat is voor cd&v onaanvaardbaar.
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot het actieplan tegen fraudebestrijding?
Jan Jambon:
Collega's, ik kan u geruststellen, want fraudebestrijding blijft ook voor mij een absolute prioriteit.
Ik wil u wel vragen om naar álle cijfers te kijken, want de resultaten worden soms sterk beïnvloed door uitzonderlijke dossiers of door betwistingen voor hoven en rechtbanken.
We hebben meerdere acties ondernomen in de strijd tegen fraude. Ik som ze even op. De programmawet van vorig jaar bevatte antimisbruikbepalingen voor de effectentaks. We hebben daarmee de aanbevelingen van het Rekenhof uit 2024 omgezet in wet. We hebben datamining op het CAP mogelijk gemaakt. Velen onder u zullen zich de debatten daarover nog herinneren. Er is al een operationeel actieplan voor fiscale en sociale fraudebestrijding in uitvoering, een vruchtbare samenwerking met collega Beenders. Het actieplan tegen witwassen, het zogenaamde GAFI-actieplan zal ik nog voor deze zomer naar de ministerraad brengen. Eerder al, namelijk volgende week, staat het wetsontwerp over de oprichting van de FIOD, de Financiële Opsporingsdienst, ook op de agenda van de ministerraad. Ook daarvoor zullen bijkomende aanwervingen plaatsvinden. Daarnaast zetten we stappen om de verschillende colleges en comités voor fraudebestrijding samen te voegen en zo efficiënter informatie te delen. Zoals u weet, versterken we ook de BBI en de controleurs van de douane in hun strijd. Om die controlecapaciteit op peil te houden, stellen we volgende maandag al een hele reeks nieuwe vacatures open.
Met andere woorden, er is al veel werk verzet en er staat nog veel werk in de steigers. Ik voer steeds en loyaal de gemaakte afspraken uit en ik zal dat blijven doen. Zelfs de PS toonde zich in de commissie tevreden over onze antifraudeplannen, al had ik daar niet op gerekend.
Naast fraudebestrijding bestaat er natuurlijk zoiets als compliance, want niet elke belastingplichtige is een verdachte. We moeten af van het conflictmodel. We moeten willen inzetten op verdere digitalisering, zoals we bijvoorbeeld gedaan hebben met de uitrol van e-facturatie, de verdere uitbreiding van PEPPOL, maar ook meer samenwerking en meer horizontaal toezicht. Wie alles correct doet, verdient immers ons vertrouwen.
Verder moeten we er rekening mee houden dat steeds meer zaken worden aangevochten voor de rechtbank. Dat doet zich ook inzake fraudebestrijding voor, wat het verschil verklaart tussen inkohieringen en effectieve inningen. Daarom blijft het belangrijk dat we bijvoorbeeld blijven werken aan procedurele verbeteringen om het aantal geschillen naar beneden te krijgen.
Kortom, alles zal in het werk gesteld worden om de keten van georganiseerde fiscale criminaliteit te kraken, want tegen diegenen die er bewust voor kiezen om te frauderen, zullen we hard optreden. Dat is de collectieve opdracht van deze regering en ik zal die loyaal uitvoeren.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Onder druk van Vooruit heeft deze regering al tal van maatregelen genomen, waarnaar u ook hebt verwezen, maar de cijfers spreken boekdelen. Er zullen nog bijkomende maatregelen nodig zijn om de in de begroting voorziene opbrengsten in de strijd tegen fiscale fraude ook te behalen.
U kunt een voorbeeld nemen aan minister Beenders, die ervoor zorgt dat we in de strijd tegen sociale fraude voorliggen op de begrotingscijfers en tegen 2030 zelfs 300 miljoen euro extra zullen ophalen. We nemen met Vooruit onze verantwoordelijkheid in deze regering, maar wel op één voorwaarde, namelijk dat de inspanningen eerlijk en rechtvaardig verdeeld worden. Valsspelers moeten eruit, want wie wel netjes bijdraagt, verdient bescherming.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw heldere antwoord. Ik was alleen lichtjes verontrust toen u zei dat de PS u hiervoor bloemetjes toewerpt, want als de Grieken met geschenken komen, wees dan op uw hoede, luidt de klassieke waarschuwing. Dat geldt in dit dossier misschien ook. Alle gekheid op een stokje, het is een absolute prioriteit om daar werk van te maken. Een duurzame sanering van onze begroting is alleen mogelijk als de uitgavenkant onder controle blijft en tevens de ontvangsten op peil blijven. Daarom is fraudebestrijding voor ons een absolute prioriteit. Het kan niet langer dat belastinggeld wegstroomt via allerlei achterpoortjes en koterijen, want de middenklasse is daarvan het grootste slachtoffer en dat is voor ons onaanvaardbaar. Ik wens u veel moed en daadkracht in de strijd tegen de fiscale fraude.
-
Vraag: De problemen met rellende 'jongeren' bij de opening van het zomerseizoen
Vraag: Het geweld aan de Vlaamse kust
Vraag: Het geweld aan de kust
Vraag: De ongeregeldheden en het geweld aan de Belgische kust
veiligheid, justitie en defensieDe problemen met rellende 'jongeren' bij de opening van het zomerseizoen
Het geweld aan de Vlaamse kust
Het geweld aan de kust
De ongeregeldheden en het geweld aan de Belgische kust
Geweld en ongeregeldheden aan de Belgische kust tijdens het zomerseizoen summaryExplanationGesteld door
VB Ortwin Depoortere
N-VA Maaike De Vreese
cd&v Franky Demon
MR Victoria Vandeberg
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Parlementsleden bekritiseren herhaaldelijk zomergeweld door voornamelijk allochtone relschoppers (o.a. in kustgebieden, openbaar vervoer en recreatiedomeinen) en eisen strengere repressie, waaronder nultolerantie, harde straffen, huisarrest en nationale toegangsverboden. Depoortere (VB) en De Vreese (N-VA) wijten de problemen aan gebrek aan integratie, lakse handhaving en "linkse PS-politiek", terwijl Demon (CD&V) dringt op snelle invoering van zijn wetsvoorstel voor domeinverboden. Minister Quintin kondigt bodycams voor vervoerspersoneel, versterkte politie-inzet en justitiële vervolging aan (vier verdachten al opgepakt na tramincident in De Haan), maar kritiek blijft dat maatregelen te laat en fragmentarisch zijn. Vandeberg (MR) benadrukt respect voor openbare orde en versterkte samenwerking tussen politie en De Lijn.
Ortwin Depoortere:
Op het gevaar af door een activistische rechter te worden veroordeeld, zal ik vandaag toch even de zaken benoemen zoals ze zijn.
Mijnheer de minister, u kunt er gif op innemen dat bij de eerste zomerse temperaturen de meestal allochtone relschoppers naar Vlaanderen afzakken om het bont te maken aan de kust, op het openbaar vervoer en in onze recreatiedomeinen. Ik geef u een kleine, zeker niet volledige opsomming, minister: de trein tussen Melle en Aalst, recreatiedomein De Ster in Sint-Niklaas, het Zilvermeer in Mol, het strand van Knokke, het zwembad in Hasselt en de vechtpartij op een tram in De Haan.
Het enige antwoord van u en van N-VA-minister De Ridder deze week was de aankondiging van de invoering van bodycams voor het personeel van het openbaar vervoer, misschien tegen het einde van het jaar. Dat is te laat en te weinig, mijnheer de minister. Er circuleren trouwens al genoeg gevechtsfilmpjes op sociale media om dit te kunnen achterhalen.
Mijnheer de minister, gezien de systematiek van de terugkerende gevechten en rellen, gezien telkens dezelfde daders van meestal allochtone afkomst in het vizier komen en gezien de toenemende onveiligheid voor Vlaamse gezinnen, vraag ik u wanneer de regering de ernst van de situatie wil inzien en met een totaalaanpak zal komen om deze allochtone relschoppers te stoppen.
Maaike De Vreese:
Collega’s, elke zomer is het opnieuw hetzelfde liedje. Brusselse jongeren, heel vaak van allochtone afkomst, zakken af naar onze kust. Dat gebeurt inderdaad ieder jaar opnieuw. Het is geen nieuw fenomeen want wij zien het ook in onze recreatiedomeinen, op het openbaar vervoer, aan De Ster in Sint-Niklaas, aan de Blaarmeersen. Er zijn massale vechtpartijen. Ook op oudejaar zien wij hier in Brussel elk jaar opnieuw dezelfde jongeren en dezelfde amokmakers.
Tegen dergelijke geweldplegers moeten wij hard en heel kordaat optreden via nultolerantie, harde straffen en huisarrest. Komende zomer zijn zij absoluut niet welkom aan onze kust.
Het is een groot probleem, dat ook dieper ligt. Het gaat om een probleem van gebrek aan integratie, gebrek aan ouderlijke verantwoordelijkheid en gebrek aan respect voor gezag, voor onze diensten, voor onze politie en voor de mensen van De Lijn.
Mijnheer de minister, onze lokale politiezones staan komende zomer voor een heel grote uitdaging. Dat weet u ook. Collega's, weten jullie hoeveel dagjestoeristen er tijdens de twee zomermaanden afzakken naar onze kust? Dat zijn er 6 miljoen. Er komen 6 miljoen dagjestoeristen naar onze kust. Ondertussen moet onze politie bezig zijn met grote georganiseerde criminaliteit, mensensmokkel en transmigratie. Daar bovenop komen dan nog eens die relschoppers, die jongeren die vanuit Brussel afzakken naar onze kust. Onze politie heeft echt wel iets anders te doen.
Ik heb u al gevraagd naar een zomeractieplan en naar een plan van aanpak voor onze kustgemeenten. Welke extra steun zult u inzetten aan onze kust? Hoe zult u ervoor zorgen dat die relschoppers wel degelijk gestraft worden?
Franky Demon:
Mijnheer de minister, de beelden van het geweld op de kusttram in De Haan afgelopen weekend zijn hallucinant. Zeven gewonden, reizigers die zich onveilig voelden en de politie die zelfs opnieuw moest tussenkomen bij compleet ontspoord gedrag.
Dergelijke incidenten beperken zich niet tot de kust. Ook vanuit recreatiedomeinen komen er signalen. Overlast, agressie en intimidatie nemen toe zodra het mooi weer wordt. Gezinnen moeten naar de kust of naar een recreatiedomein kunnen trekken, zoals de Gavers, het Klein Strand en de Blaarmeersen, zonder schrik te hebben voor amokmakers. Als ouder zou men toch niet steeds bang moeten zijn voor eventuele vechtpartijen terwijl zijn kind aan het spelen is? Voor cd&v moet wie het een goed idee vindt om gezinnen te intimideren daarvan ook de gevolgen dragen. Aan wie de boel op stelten zet in recreatiedomeinen, moet verboden worden om daar ooit nog één voet binnen te zetten. Dat geldt voor alle domeinen en alle amokmakers.
In het regeerakkoord hebben we afgesproken dat we werk zouden maken van nationale toegangsverboden. Mijn wetsvoorstel ligt al lang klaar. Die wetgeving is nodig. Iedere zomer vallen er immers slachtoffers en vinden er incidenten plaats. Deze zomer worden er 6 tot 8 miljoen toeristen verwacht aan de kust en ook in onze recreatiedomeinen mogen we recordaantallen verwachten.
Mijnheer de minister, laat ons ervoor zorgen dat iedereen kan genieten van een veilige vakantie in eigen land. Kan mijn wetsvoorstel voor een toegangsverbod voor recreatiedomeinen wat u betreft volgende week ter stemming worden voorgelegd? Welke bijkomende maatregelen zult u zelf nog nemen?
Voorzitter:
Ik heb de heer Demon te lang aan het woord gelaten.
Victoria Vandeberg:
"Sur la plage abandonnée, coquillages et crustacés", monsieur le ministre, je vous laisse mettre ces quelques paroles en musique. Pour revenir au récit de ce week-end, on aurait pu rediffuser la bande-son de Brigitte Bardot – malheureusement, de manière beaucoup moins romantique. Lors de leurs interventions, des agents De Lijn ont été agressés et blessés, tout comme des agents de la police locale. Une multitude d'autres incidents survenus à la Côte ont émaillé ce week-end: bagarres en tout genre, incivilités de masse, dégradations, des lieux publics comme les plages laissés dans un état lamentable après le départ de certains visiteurs. Notre Côte belge mérite mieux qu'un concert d'incivilités à ciel ouvert chaque fois qu'un rayon de soleil pointe le bout de son nez.
Cette mauvaise comédie estivale pose finalement une question: celle du respect de l'espace public, de l'autorité, de la sécurité, mais également celle de la tranquillité des riverains et de l'image donnée par notre littoral. Cette mélodie d'été se transforme tout doucement en cacophonie qui se répète chaque week-end, à l'approche de l'été. Cela ne peut plus continuer.
Monsieur le ministre, savez-vous si les zones de police qui incluent des lieux de haute affluence tels que ceux de la Côte ont élaboré des plans d'intervention spécifiques qu'elles peuvent appliquer pour anticiper de tels débordements lors de ces week-ends?
Ensuite, vous avez annoncé l'arrivée de bodycams . Pensez-vous qu'elles auraient pu servir à ces agents lors du week-end dernier? Ne jugez-vous pas indispensable de renforcer les sanctions lorsque des violences sont perpétrées contre des agents publics, mais également de durcir le principe du casseur-payeur?
Enfin, il nous paraît logique que Securail puisse renforcer sa présence lors des grands week-ends d'affluence. Je sais que cela relève de votre collègue. Mais avez-vous des informations sur les raisons pour lesquelles cela n'a pas été mis en œuvre?
Voorzitter:
Monsieur le ministre, vous avez cinq minutes pour répondre.
Bernard Quintin:
Mevrouw De Vreese, mevrouw Vandeberg, mijnheer Depoortere, mijnheer Demon, laat mij beginnen met die vreselijke feiten aan de kust en op andere plaatsen in België krachtig te veroordelen. Een tramchauffeur en meerdere controleurs van De Lijn werden zwaar toegetakeld na een controle op vervoersbewijzen. Zeven mensen raakten gewond, vijf medewerkers van De Lijn en twee politieagenten. Dat is totaal onaanvaardbaar.
Handen af van onze buschauffeurs, controleurs en politie. Zij doen elke dag hun werk om onze samenleving draaiende te houden. Zij zorgen ervoor dat mensen veilig en comfortabel op hun bestemming geraken. Wie geweld gebruikt tegen mensen die de maatschappij dienen, moet dat voelen.
Concernant l'enquête policière, je peux vous communiquer les informations suivantes. Un quatrième suspect s'est présenté hier à la police. Il s'agit d'un homme de 19 ans, arrêté sur place et conduit au commissariat de la zone de police de Bredene. Aujourd'hui, 28 mai, il est interrogé par la police. Lundi, un deuxième et un troisième suspects avaient été interpellés, le premier ayant été arrêté directement lors des faits. Les quatre suspects comparaîtront demain devant le juge d'instruction de Bruges.
Volgens de politie zijn alle verdachten van de feiten op de tram dus intussen opgepakt. Zij worden morgen voorgeleid voor de onderzoeksrechter.
Je compte désormais sur la justice pour mener une enquête approfondie et prononcer les peines appropriées. De tels faits sont scandaleux et ne peuvent rester impunis.
Het gaat immers niet alleen over één incident op één tram. Wie buschauffeurs, lijncontroleurs, hulpverleners of politiemensen aanvalt, tast het gezag van de overheid aan en ondermijnt het vertrouwen in de samenleving. Dat kunnen we nooit aanvaarden.
Helaas staat het incident niet op zichzelf. Agressie tegen personeel op het openbaar vervoer is een terugkerend probleem. In 2023 hebben de Vlaamse en federale regering samen een actieplan tegen agressie op bussen en trams uitgewerkt. Dat plan kiest voor een geïntegreerde aanpak, met preventie, handhaving en vervolging. Concreet wordt vooropgesteld dat de samenwerking tussen De Lijn en de politie wordt versterkt. Ook de uitwisseling van camerabeelden moet worden verbeterd en sneller en digitaal aangifte doen moet mogelijk worden gemaakt. Het busverbod voor amokmakers bestaat al en moet, waar nodig, meer worden toegepast.
L'un des axes d'action consistait également à permettre l'usage de bodycams . Ce point s'est entretemps concrétisé. Vendredi dernier, le Conseil des ministres a donné son feu vert à mon projet de loi sur l'utilisation de ces bodycams . Nous permettons ainsi notamment au personnel de De Lijn, de la SNCB, de la STIB et de la TEC, mais également par exemple aux pompiers – eux aussi trop souvent victimes de violences – d'utiliser des bodycams . Le message est clair: ceux qui nous protègent et servent la société doivent eux-mêmes être protégés.
Bodycams zijn geen wondermiddel, maar wel een belangrijk instrument. Ik spreek tegen dat de maatregel te weinig en te laat zou zijn Bodycams vormen een goed instrument op het gepaste moment. Ze kunnen helpen om incidenten te de-escaleren, feiten objectief vast te stellen en geweld beter te bewijzen. We zien immers nog te vaak dat dossiers vastlopen omdat het woord van het slachtoffer tegenover dat van de dader staat. Camerabeelden kunnen daarin een cruciale rol spelen. Wie geweld pleegt tegen buschauffeurs, lijncontroleurs, treinbegeleiders, hulpverleners en politiemensen, moet weten dat daaraan zware gevolgen verbonden zijn.
Repressie alleen volstaat echter niet. We moeten ook opnieuw duidelijk maken dat respect voor mensen die onze samenleving draaiende houden, een evidentie moet zijn. Niemand mag bang zijn om zijn werk te doen, niet op een tram, niet op een bus en niet op straat. Daarom wil ik mijn steun uitspreken aan alle medewerkers van De Lijn, de hulpdiensten en de politie die zondagavond tussenbeide zijn gekomen. Zij verdienen respect, bescherming en steun, geen geweld.
In de zomer trekken 6 à 8 miljoen mensen naar de Belgische kust. Er staan maatregelen op stapel voor te kleine politiezones aan de kust en op andere plaatsen in ons koninkrijk. Ik zeg het, ik herhaal het, het zal veranderen. Er is steun van de federale politie. Er zijn plannen gemaakt voor deze zomer.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, het gaat niet alleen over incidenten op de tram, trein en bus, maar ook over herhaalde incidenten, bijna overal in ons land. U zegt dat repressie alleen niet volstaat, maar er is zelfs nog geen begin van repressie. Het Vlaams Belang heeft 117 voorstellen gebundeld in een veiligheidsbrochure. Ik som er enkele op. Eerst en vooral moet men het probleem benoemen. Het zijn geen jongeren, maar hoofdzakelijk allochtone relschoppers. Zeg dat dan ook. Geef hun een lik-op-stukbeleid met een VIP-behandeling: very irritating policing . Maak ook werk van een nationale zwarte lijst, opdat we die relschoppers kunnen weren van plaatsen waar ze niet moeten zijn. Bestraf vooral dat allochtone crapuul. Vandaag is er meer kans om veroordeeld te worden voor een mening dan voor het in elkaar slaan van onschuldige burgers. Daar gaat het over, mijnheer de minister. De multiculturele samenleving is een nachtmerrie geworden. Het is tijd om de voorstellen van het Vlaams Belang in te voeren.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, respect voor mensen start inderdaad bij de opvoeding. Het resultaat van een gebrekkige opvoeding van Brusselse jongeren en ouders die niet optreden tegen het wangedrag van hun kroost wordt nu in het ganse land zeer duidelijk. Mocht mijn zoon zulke feiten plegen, dan kreeg hij twee maanden huisarrest. Het jarenlange linkse en lakse PS-beleid heeft hier ook een aandeel in. Er werd altijd gezegd dat integratie en inburgering niet nodig waren en niet verplicht moesten worden. Men laat hen maar doen en in het geval van incidenten wordt er niet gehandhaafd. Die burgemeesters laten maar betijen.
Mijnheer de minister, de gevolgen daarvan zijn te zien in de rest van het land, waaronder in Vlaanderen aan de kust. Gelet op de uitdaging waarvoor onze kustburgemeesters vandaag staan, vraag ik u volop ondersteuning van de federale politie te voorzien in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en om deze relschoppers hard aan te pakken.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, mensen willen gewoon op een veilige manier genieten van een dag aan zee of in een recreatiedomein. Laten we daar samen voor zorgen. Lokale besturen trekken vandaag aan de alarmbel. De gouverneur van West-Vlaanderen, Carl Decaluwé gaf in de commissie tijdens de hoorzitting over transmigratie duidelijk aan dat extra politiemensen nodig zullen zijn deze zomer.
Voor alle problemen aan de kust zijn er nu slechts 28 federale politiemensen. Die moeten als het ware van Oostende tot Blankenberge opereren. Ik begrijp het, 28 is een inspanning, maar deel die door alle kustgemeenten en u zult snel zien wat dit maar opbrengt. We hebben meer hulp nodig.
Daarnaast moeten we eindelijk ook doen wat afgesproken is in het regeerakkoord. Wie zware overlast veroorzaakt in een recreatiedomein moet ook elders geweerd kunnen worden. Mijn wetsvoorstel ligt klaar. Ik reken graag op uw steun.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses, que j’ai bien entendues. J’espère que les autres collègues pourront également les entendre, notamment en ce qui concerne le renfort que vous avez annoncé pour cet été, ainsi que les autres mesures évoquées. Je pense en particulier aux bodycams qui contribueront à renforcer la sécurité, au soutien dont nous avons parlé et à la collaboration renforcée entre De Lijn et la police. Tout cela doit évidemment participer à une responsabilisation qui fait partie de la réponse, et en est même au cœur. Nous avons également évoqué l’éducation. C'est une bonne chose, mais au-delà de la prévention, cela ne suffit plus, comme vous l'avez rappelé. Pour le MR, il n’y a aucune ambiguïté: agresser des agents et dégrader l’espace public n’est plus acceptable. Le littoral ne peut pas devenir une zone de non-respect, mais doit rester un endroit o ù il fait bon vivre et se balader. Je vous remercie pour vos réponses et pour les actions que vous entreprenez.
-
Vraag: Het akkoord van de Groep van Tien over een volwaardig alternatief voor de centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De weigering om het alternatief voor de centenindex van de Groep van Tien in overweging te nemen
Vraag: De centenindex en het sociaal overleg
Vraag: De centenindex
Het akkoord van de Groep van Tien over een volwaardig alternatief voor de centenindex
De centenindex
De weigering om het alternatief voor de centenindex van de Groep van Tien in overweging te nemen
De centenindex en het sociaal overleg
De centenindex
Het akkoord, de centenindex en het sociaal overleg binnen de Groep van Tien summaryExplanationGesteld door
Anders. Vincent Van Quickenborne
VB Kurt Moons
DéFI François De Smet
cd&v Nawal Farih
PVDA-PTB Robin Tonniau
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne (Open Vld) en andere oppositieleden bekritiseren de centenindex als een "belastingverhoging" voor werknemers, gepensioneerden en ondernemers, die volgens hen door Frank Vandenbroucke (Vooruit) wordt opgelegd en economisch schadelijk is, terwijl de sociale partners een beter alternatief voorstellen. Premier De Wever (N-VA) houdt vast aan het omstreden plan, ondanks kritiek uit eigen coalitie (cd&v, MR, Les Engagés) en experten, met als argumenten budgettaire risico’s, juridische bezwaren en koopkrachtbescherming voor lage inkomens, maar zijn standpunt wankelt door gebrek aan steun. Cd&v (Farih) belooft het alternatief van de sociale partners alsnog te verdedigen tijdens begrotingsonderhandelingen, maar wordt door oppositie beschuldigd van hypocrisie omdat ze de centenindex waarschijnlijk toch zullen goedkeuren. De discussie toont een diepe kloof tussen de regering en zowel vakbonden als werkgevers, met als kernvraag waarom het sociaal overleg genegeerd wordt ten gunste van een maatregel die zelfs binnen de meerderheid weinig draagvlak heeft.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik heb u al veel vragen gesteld over de centenindex, maar één vraag werd nog niet beantwoord. Waarom laat u zich gijzelen door de socialisten? Waarom laat u de wet dicteren door Frank Vandenbroucke? Ik heb erover nagedacht en ik denk dat het antwoord duidelijk is. De centenindex is gewoon een gigantische belastingverhoging op kap van de werknemers en de ondernemers. Het is vintage socialisten.
Het is belastingverhoging voor de werknemers, omdat iedereen die een loon heeft dat hoger is dan het gemiddelde, meer belastingen betaalt, een inflatietaks. Het is ook een belastingverhoging voor gepensioneerden, want mensen met een pensioen van meer dan 1.700 euro netto krijgen boven dat bedrag geen index meer. Het is ook een belastingverhoging voor ondernemers, want het is een loonkostenverhoging van een half miljard euro.
Ik denk dat de socialisten intussen al een volgende social klaar hebben staan om de ondernemers nog eens te bashen. Ik heb een suggestie voor de socialisten: centenindex, minder loon voor de werknemers en meer kosten voor de werkgevers, met de groetjes van Vooruit.
Mijnheer de eerste minister, hoe langer het dossier aansleept, hoe absurder het wordt. Vanochtend las ik in de krant dat de overheid als werkgever niet klaar is om het systeem in te voeren en om uitstel vraagt, terwijl dezelfde overheid het vanavond zal invoeren. Ik ben veel surrealisme gewoon, maar dat is niet één, maar meerdere bruggen te ver. Ik begrijp dat niet.
Mijnheer de eerste minister, vorige week antwoordde u dat er drie bezwaren zijn tegen het indexvoorstel dat werd voorgesteld door de sociale partners van werkgevers en werknemers. De sociale partners hebben begin deze week die bezwaren vakkundig, een voor een, weerlegd. Ze hebben zelfs aangetoond dat hun voorstel de Schatkist gemiddeld 100 miljoen euro extra oplevert.
Mijnheer de eerste minister, dat Frank Vandenbroucke graag de belastingen verhoogt, weten we, maar u bent niet verplicht die man te volgen. Waarom houdt u die man niet tegen?
Kurt Moons:
Mijnheer de eerste minister, vorige week verdedigde u hier de centenindex met drie argumenten. Volgens u voldeed het alternatief van de groep van Tien immers niet aan de doelstellingen van de regering. Ten eerste, de koopkracht van de meest kwetsbaren zou onvoldoende worden beschermd. Ten tweede, de competitiviteit van onze ondernemingen zou niet verbeteren. Ten derde, het budgettaire doel zou niet worden gehaald.
Intussen hebben diverse experten die argumenten compleet onderuitgehaald. Een correctere verwerking van de energiekosten in de index is niet sociaal onrechtvaardig. Integendeel, op langere termijn komt dat iedereen ten goede. Een stabielere indexering zonder pieken geeft werkgevers meer voorspelbaarheid over de loonkosten en vermijdt bovendien bijkomende belastingen op niet-uitbetaald loon.
Eergisteren stelde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bovendien dat het alternatief jaarlijks 100 tot 133 miljoen euro meer kan opleveren voor de schatkist. Ook de juridische bezwaren werden door grondwetspecialisten van tafel geveegd. Tegelijkertijd wordt een enorme administratieve rompslomp vermeden.
Mijnheer de premier, het is dus duidelijk dat geen van uw oorspronkelijke argumenten nog standhoudt. Ook in uw regering staan de neuzen niet langer in dezelfde richting. Sommigen lijken zelfs de neus op te trekken voor een volgende stinkende kameel, om in uw eigen terminologie te blijven. Waarom houdt u dan vast aan een systeem waarvan ondertussen zowat iedereen stelt dat het slechter is? De programmawet ligt vandaag voor, maar fouten toegeven is nooit te laat.
Mijn vraag is dus eenvoudig. Behoudt u de centenindex, ondanks dat uw argumenten zijn weerlegd of schrapt u de centenindex en vervangt u hem door het voorstel van de groep van Tien? Krijgen wij misschien opnieuw compromiswerk à la belge , met name een knip- en plakoperatie waaruit niemand nog wijs geraakt?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, notre pays s'est toujours distingué par une démocratie sociale assez active et stable, fondée sur un dialogue permanent entre patrons, syndicats, bref entre partenaires sociaux. On peut la critiquer lorsqu'un blocage se manifeste. Au demeurant, en de tels cas, le gouvernement intervient. Or, en l'occurrence, c'est en ce moment le contraire: lorsque les partenaires sociaux aboutissent à un accord de réforme qui, de plus, est équilibré, c'est le gouvernement qui bloque. C'est quand même paradoxal! D'un côté, nous avons des employeurs et des syndicats qui semblent constituer une force de réforme dans ce pays. De l'autre, nous avons un gouvernement qui incarne la force de blocage.
Tout le monde le sait, votre double saut d'index ou double plafonnement d'index est un nouveau "chameau qui pue", pour reprendre votre propre expression. Sammy Mahdi a recouru, me semble-t-il, à l'expression d'un "poulet qu'il fallait noyer dans la soupe" – c'est une expression néerlandophone que je ne connaissais pas. Il est amusant de constater que ce sont surtout les partenaires de l'Arizona qui trouvent toujours les meilleures métaphores animalières pour qualifier les mesures de l'Arizona.
La contre-proposition du Groupe des 10 était pourtant raisonnable: un lissage de douze mois sur les prix de l'énergie dans le calcul de l'index, le maintien du principe de l'index automatique, une simplification administrative évidente par rapport à votre propre mécanisme, un impact budgétaire équivalent à celui de la réforme Arizona – voire meilleur que le sien.
Alors que les partenaires sociaux démontrent leur capacité à élaborer des compromis équilibrés, pourquoi l'Arizona n'y parvient-elle pas? Pourquoi ne suivez-vous pas cette réforme? Pourquoi continuer à refuser une proposition raisonnable que même les employeurs, parce que ce sera inapplicable en effet, vous supplient de suivre?
Monsieur le premier ministre, pourquoi refusez-vous à ce point de vous simplifier vous-même la vie?
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, de index staat al lang ter discussie in de regering en ook in het huis hier. Het zijn al moeilijke onderhandelingen geweest. Telkens er een indexsprong op tafel lag, hebben wij met cd&v steeds een rode lijn getrokken: er zou geen indexsprong komen. Wij hebben altijd één principe aan tafel verdedigd, met name het inkomen van de werkende middenklasse moet worden gevrijwaard en beschermd. Dat resulteerde in – eerlijk is eerlijk – een compromis.
Vandaag doet het sociaal overleg wat het al jaren geleden had moeten doen, een akkoord tot stand brengen waarin zowel werkgevers en werknemers zich kunnen vinden, een alternatief dat blijkbaar beter zou zijn voor de competitiviteit van onze werkgevers en de koopkracht van onze werknemers en dat ook voor onze begroting positiever blijkt te zijn, mijnheer de premier.
Het sociaal overleg is voor cd&v geen kiezel in onze schoen. Het sociaal overleg is de brug tussen het middenveld en de politiek. Het sociaal overleg is voor ons de brug tussen de huishoudens en ons huis hier, tussen de beslissingen die wij hier maken, en de directe impact daarvan op het leven.
Ik heb slechts een oproep voor u, mijnheer de premier. Geef het alternatief van de groep van Tien een eerlijke kans in de aanloop naar de begrotingsonderhandelingen. (Applaus van de cd&v-fractie en de oppositie)
Voorzitter:
Mijnheer Tonniau, de applauslat ligt hoog, maar u mag toch proberen.
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier, het verzet tegen de centenindex groeit met de dag. We weten al lang dat de bevolking tegen is en beetje bij beetje begint dat door te sijpelen in de politieke bubbel.
We hebben de heer Mahdi, voorzitter van cd&v, afgelopen zondag goed gehoord op VTM Nieuws . Hij noemde de centenindex een soepkieken, dat men best zo snel mogelijk in de soep zou verdrinken. Dat is straffe taal, mijnheer de premier, maar wat mij vooral choqueert, is de manier waarop u omgaat met de lonen van de mensen. U speelt met de lonen van de mensen alsof het de uwe zijn. Eerst sluit de regering een akkoord over de centenindex, zonder te overleggen met de werkgevers- en de werknemersfederaties. Vervolgens komen die sociale partners met een alternatief voorstel en u schiet dat meteen af, zonder het ook maar ernstig te bestuderen. En wat zien we nu? De MR, Les Engagés en cd&v trekken hun steun voor die centenindex in, maar Vooruit en de N-VA doen koppig voort.
Hand in hand met minister Vandenbroucke kiest u ervoor om het sociaal overleg naast u neer te leggen. Het gaat zelfs zover dat minister Vandenbroucke de vakbonden aanvalt in plaats van ze te verdedigen. Hoe zijn we hier in godsnaam in beland? Vooruit hand in hand met de N-VA tegen de vakbonden.
Mijn vraag is eenvoudig. Mijnheer de premier, waarom vraagt de regering eigenlijk advies aan de sociale partners om er daarna toch geen rekening mee te houden? Voor de PVDA is het duidelijk: blijf met uw handen af van de index, respecteer het sociaal overleg en laat dat soepkieken in godsnaam verdrinken.
Bart De Wever:
Monsieur le président, je ne pense pas que j'aurai besoin de cinq minutes pour répondre.
Je remercie tous les collègues pour les questions. J'ai déjà largement répondu, la semaine dernière, à toutes les imprécisions qui circulent autour de ce thème. En outre, monsieur Van Quickenborne, il existe également des solutions en ce qui concerne d'éventuels freins techniques liés au déploiement de l'index plafonné; il n'y a donc pas d'obstacle non plus à cet égard. Je pense que rien n'a changé depuis la semaine dernière dans la position du gouvernement. Je résume encore brièvement.
Wat het alternatief van de sociale partners betreft, is het me niet duidelijk, mijnheer Tonniau, of u dat steunt. Misschien moet u dat in uw replieken verduidelijken. We hebben dat alternatief goed bekeken. We hebben dat welwillend bekeken. We zijn blij dat het sociaal overleg functioneert. We botsen echter op drie problemen die overeind blijven.
Ten eerste blijven onafhankelijke berekeningen op basis van realistische parameters - dat zijn twee belangrijke voorwaarden - wijzen op een groot budgettair risico.
Ten tweede is er een negatief juridisch advies van zowel de FOD Sociale Zekerheid als de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dat vormt toch een groot struikelblok. In het voorstel van de sociale partners is de indexmaatregel niet meer algemeen van karakter. Dan zal men dus een onderscheid moeten maken tussen de private en de publieke sector. De vraag is dan of men dat wil doen. Voor de publieke sector is dat dan dubbelop. Stel dat men het zou willen doen. Kan dat dan wettelijk? Dat kan. Dan moet men echter alle regionale en lokale overheden, naast de federale overheid, afzonderlijk voor hun personeel vragen om die centenindex in te voeren. Ik weet niet of dat realistisch is, tenzij de collega's van Anders. mij nu bijvoorbeeld zouden bevestigen dat ze dat in de coalitie met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregeld zouden krijgen met de collega's van de PS en zich nu engageren om het alternatief van de sociale partners, als Anders. samen met de PS in Brussel, door te voeren, en tenzij de heer Magnette, die de krant leest, zich engageert om dat in alle steden en gemeenten te doen waar de PS bestuurt. Ik heb daar mijn twijfels bij. Diegenen die het voorstel van de sociale partners verdedigen, moeten consequent zijn en moeten zeggen dat ze dat alternatief zullen toepassen, juridisch correct, en zich ertoe engageren om dat overal waar zij besturen aan het personeel op te leggen. Ik denk dat dat moeilijk is.
Derde probleem, last but not least, zoals ik vorige week aanstipte, was voor de regering de sociale correctie, de sociale component, essentieel. We willen met die maatregel niet raken aan mensen die gaan werken voor een laag tot een mediaan loon. We willen met die maatregel niet raken aan de koopkracht van mensen die moeten leven met een bescheiden pensioen. Hoe men het ook draait of keert, het alternatief zou dat op korte termijn wel degelijk doen, en dat wensen wij niet.
Gezien die drie problemen moeten wij helaas vaststellen dat het voorstel van de sociale partners geen geldig alternatief is voor wat wij hebben beslist en dus blijven we bij het originele akkoord.
Ik geef een kleine historische parenthese mee, want ik heb toch nog tijd. Onze inspiratie hebben we trouwens gehaald bij wat de regeringen onder Martens in de jaren 1980 hebben gedaan. Daar zaten geen socialisten in. Dat was u, mijnheer Van Quickenborne, samen met de christendemocraten, in 1984, 1985 en 1986. Toen voerde u drie keer een indexsprong door waarvan het voordeel voor de bedrijven voor 100 % is afgeroomd door de overheid. Dat was voor 100 % taks, taks en nog eens taks. Wij laten de helft van het voordeel bij de bedrijven, die daar uiteraard globaal competitiviteitswinst aan overhouden. Dat is het verschil. Als ons voorstel vintage socialisme is, dan moet u in de repliek maar eens uitleggen wat u destijds zelf hebt gedaan, niet eens gehinderd door de aanwezigheid van socialisten in de regering. (Gelach) Ik bedoel in zijn optiek, collega’s; niet muggenziften alstublieft.
Permettez-moi enfin d'ajouter qu'à la suite de la précédente crise énergétique, Eurostat a recommandé, en 2024 déjà, à tous les États membres d'adapter la méthodologie relative l'intégration des prix de l'énergie dans l'indice harmonisé des prix à la consommation. La Commission de l'indice de Statbel se penche d'ailleurs sur cette question depuis un certain temps déjà. Ce dernier élément est peut-être important à relever.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, bij de indexsprong van de jaren ’80 was er geen centenindex. Daar was geen centenindex. Absoluut niet. Die vergelijking slaat nergens op.
Mijnheer de eerste minister, u zei dat er geen nieuwe feiten zijn. Er zijn wel nieuwe feiten. Ten eerste, de sociale partners hebben een voorstel op tafel gelegd dat budgettair beter is dan uw voorstel. Ten tweede, uw eigen coalitiepartner, cd&v, heeft gezegd dat ze daar niet meer aan mee doen.
Mevrouw Farih, wat ik moedig vind van u is dat u intervenieert. Maar ik begrijp niet goed wat u zegt. U zegt dat het een soepkip is. Dat is juist. Inderdaad, het is een soepkip. Goed beschreven. Uw voorzitter, die u goed kent, heeft het goed geformuleerd. Maar u zult die soepkip hier straks wel opdienen. U zult voor stemmen. Die soepkip wordt opgediend.
Er is ook uw dreigementje om daar bij de begroting op terug te komen. Hoe absurd is dat? Eerst gaat u die centenindex invoeren. Die kost miljoenen aan de ondernemers. Kafka tot en met. En dan, over twee maanden gaat u zeggen dat het maar om te lachen was. Allez, neem uzelf toch een beetje ernstig. Mevrouw Farih, cd&v, recht uw rug en toon dat het u menens is.
Kurt Moons:
Mijnheer de eerste minister, dank u voor uw antwoorden, maar het is duidelijk dat er nergens nog enig draagvlak bestaat voor uw dubbele indexsprong. Blijkbaar ook niet binnen uw eigen regering. De heer en mevrouw Mahdi vallen u openlijk af. Les Engagés en de MR zwijgen, maar hun enthousiasme is ver te zoeken. Enkel minister Vandenbroucke, uw enige overblijvende compagnon de route, blijft herkenbaar koppig volhouden. Uiteindelijk staat u daar alleen met de socialisten. Het kan verkeren.
Maar wat wrang blijft, is dat deze maatregel opnieuw onevenredig hard de Vlaming treft, de werkende Vlaming, de ondernemende Vlaming en de gepensioneerde Vlaming. Dat weet u. Ik raad u dan ook aan toch voor één keer uw vermeende politieke behendigheid te gebruiken, maar dan eindelijk eens voor de Vlaming. Want het ironische is dat zonder Vooruit meer dan 90 % van de Belgen gewonnen is voor het alternatief.
Kortom, mijnheer de eerste minister, profiteer ervan dat heel België het voor één keer eens is met de maatregel die de Vlaming beter beschermt.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour votre réponse.
C'est intéressant: à la fin de votre intervention, vous avez comparé votre mesure aux trois sauts d’index des gouvernements Martens. C’est intéressant parce, jusqu’il y a cinq minutes, toute la communication de l’Arizona était de nous dire que cette mesure n'a rien à voir avec un saut d'index. Merci pour cet aveu.
Ensuite, sur le fond, je crois que c’est une occasion manquée pour la concertation sociale et aussi pour les employeurs. Pourquoi M. Timmermans et la Fédération des Entreprises de Belgique (FEB) se battent-ils contre cette mesure? Parce que, nous expliquent-ils, la cotisation de modération salariale va coûter plus d’un milliard aux entreprises. C’est donc aussi une mauvaise nouvelle pour la compétitivité. Et donc, à tous niveaux, ceci est une occasion manquée!
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
Obstakels in de politiek zijn er om te overwinnen. Dat is onze opdracht, zeker wanneer wij merken dat wij op die manier de middenklasse kunnen beschermen. Dat is trouwens een hoofdlijn die cd&v altijd opnieuw op tafel zal leggen.
Dat ik hier sta, is trouwens omdat ik mijn rug recht. Wij zullen straks inderdaad tot de stemming overgaan. Wij hebben echter wel duidelijk aangegeven dat wij het dossier opnieuw op tafel zullen leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. Wij zullen het opnieuw op tafel leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. (Tumult) Collega’s, mag ik nog een boodschap meegeven?
Voorzitter:
Collega's, mevrouw Farih heeft het woord. Mag mevrouw Farih haar betoog afronden?
Nawal Farih:
Graag kreeg ik nog twintig seconden spreektijd want ik zie de heer Vandenbroucke naar mij grimassen.
Mijnheer Vandenbroucke, ik meende en hoopte dat u ook in het sociaal overleg zou geloven. Helaas zijn wij vandaag de enige partij in de regering die daar wel voor vecht. Daarom zit cd&v in de huidige regering.
Robin Tonniau:
Mijnheer De Wever, u hebt geantwoord dat er niets is veranderd in de regering. Ik weet niet of u net hebt opgelet maar de laatste twee minuten is er heel veel gebeurd. U hebt geen steun voor de centenindex die op tafel ligt. U hebt geen steun van de MR, geen steun van Les Engagés en geen steun van cd&v. Mevrouw Farih, het is wel superhypocriet om in de media te verkondigen dat uw partij tegen de centenindex is, maar de maatregel straks wel mee goedkeuren. U moet juist niets in de regering. Er staat niets in het regeerakkoord over de centenindex. U hoeft niets te veranderen aan de automatische loonindexering die vandaag bestaat. Er is niets wat u verplicht om straks hier in de Kamer daarover te stemmen. Dus ga straks gerust een soepkieken eten hier in de buurt. Cd&v hoeft hier niet te zijn. Duw niet op het stemknopje en er verandert juist niets voor de bevolking.
-
Vraag: De begroting en het behoud van de lastenverlaging
economie en werkDe begroting en het behoud van de lastenverlaging
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Koen Van den Heuvel (cd&v) bekritiseert de complexe, vertraagde en te optimistische begrotingsaanpak van eerdere regeringen en pleit voor eenvoud, realistische ramingen en tijdige planning, met nadruk op het verlagen van lasten op arbeid om de werkzaamheidsgraad naar 80% te tillen voor duurzame sanering. Minister Vincent Van Peteghem benadrukt dat de huidige regering structureel werkt met langetermijnplanning, experteninbreng en hervormingen zoals lastenverlaging om werk aantrekkelijker te maken, en wijst op brede consensus hierover. Van den Heuvel juicht de fiscale hervormingsplannen toe, omdat die volgens hem zowel de arbeidsparticipatie als de begrotingstucht zullen versterken door het dichten van fiscale ontwijkingsmogelijkheden. Beide spreken hun vertrouwen uit in een tijdige afronding tegen 21 juli via een professionele, transparante aanpak.
Koen Van den Heuvel:
Beste collega’s, we staan opnieuw voor een immense begrotingsuitdaging. Zeven miljard euro vinden, is geen klein bier. Het is bovendien al de derde begrotingsoefening voor deze regering. Ik zou dus zeggen dat het tijd is om lessen te trekken. Voor mij zijn er drie belangrijke lessen.
Ten eerste, geen ingewikkelde constructies meer. Hou het eenvoudig. Geen stinkende kamelen meer.
Ten tweede, werk niet met overschatte terugverdieneffecten of al te optimistische ramingen. Laat dat een kenmerk blijven van de paars-groene regering Verhofstadt.
Ten derde, begin op tijd, zodat we niet opnieuw in tijdsnood terechtkomen en vandaag bijvoorbeeld een programmawet moeten goedkeuren met zes maanden vertraging.
Het is positief, mijnheer de minister, dat u de voorbije dagen die ambitie hebt uitgesproken door te zeggen dat we nu moeten beginnen om tegen 21 juli klaar te zijn. U wilt het ook professioneel aanpakken door experten aan te duiden die verschillende alternatieven op een objectieve en degelijke manier zullen doorrekenen. Dat juichen we toe. Dat is de juiste methode. Een juiste methode is echter een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde. Voor een geslaagde begrotingsoefening komt het er natuurlijk op aan de juiste keuzes te maken. Voor cd&v is dat heel duidelijk.
Als we willen evolueren naar een duurzame sanering van onze overheidsfinanciën, moeten meer mensen aan de slag. De werkzaamheidsgraad moet naar 80 %. Dat betekent dat werken moet lonen en dat de lasten op arbeid moeten dalen. Vandaar onze oproep, mijnheer de minister: blijf erover waken dat de lasten op arbeid tegen het einde van deze legislatuur effectief dalen.
Vincent Van Peteghem:
Het begrotingswerk is voor deze regering inderdaad een grote uitdaging en zal nog stevige inspanningen vragen, waardoor inderdaad een tijdige start noodzakelijk is. De eerste voorbereidingen en gesprekken lopen al. De werkgroep wordt ook opgestart en binnen de regering bestaat er consensus om dit werk tegen 21 juli af te ronden.
Deze regering pakt die begrotingsoefeningen anders aan dan in het verleden. We kijken niet meer alleen naar het jaar dat komt, maar naar de komende periode en de komende jaren. Dat maakt onze oefening niet eenvoudiger of makkelijker, maar het zorgt er wel voor dat problemen niet worden doorgeschoven naar de toekomst, zoals in het verleden al te vaak het geval was. Om die inspanningen zo doordacht mogelijk in te vullen, heeft de regering aan het Federaal Planbureau en experten gevraagd om beleidsaanbevelingen uit te werken. Dat moet uiteraard leiden tot beter onderbouwde keuzes, meer transparantie en een voorspelbaarder begrotingsproces.
Deze regering heeft inderdaad een stevige hervormingsagenda uitgewerkt om onze welvaart te beschermen. Een cruciaal onderdeel van die hervormingsagenda is de fiscale hervorming, met een bijhorende lastenverlaging. Dit Parlement vat daarover volgende week de besprekingen aan. Ik en de regering hebben er vertrouwen in dat dat een goede afloop zal kennen, maar we moeten mensen natuurlijk structureel aan het werk krijgen. We moeten ze structureel aan het werk houden door ervoor te zorgen dat wie werkt en bijdraagt aan onze welvaartsstaat daar ook voldoende aan overhoudt. Ik heb daar altijd voor gestreden en ben blij dat daar vandaag een brede consensus over bestaat.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, dank voor uw duidelijk antwoord en uw engagement. Het is zeer belangrijk te blijven strijden voor die fiscale hervorming die de lasten op arbeid effectief vermindert, zodat werken meer loont, zodat er meer werkenden zullen zijn en zodat ook de sanering van onze overheidsfinanciën op een duurzame manier kan verlopen. Als die fiscale hervorming er komt, zullen mensen minder op zoek moeten gaan naar fiscale achterpoortjes, zodat we die hier ook veel gemakkelijker kunnen sluiten.
-
Vraag: De vertraagde leveringen en de schade voor de economie en de gezondheid door de staking van bpost
gezondheid en welzijnDe vertraagde leveringen en de schade voor de economie en de gezondheid door de staking van bpost
Gesteld door
Beantwoord door
Les Engagés Vanessa Matz (Minister van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 13 mei 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tine Gielis (cd&v) bekritiseert dat de bpost-staking 5.500 darmkankerscreeningstalen onbruikbaar maakte en pleit voor een minimale basisdienstverlening voor medische en gevoelige zendingen, wijzend op de maatschappelijke schade zoals vertraagde rouwbrieven en dierensterfte. Minister Vanessa Matz benadrukt dat het regeerakkoord geen minimumdienst voorziet en stelt de sociale dialoog voorop, met bemiddelaars om het conflict op te lossen, maar erkent de klachten over vertragingen. Gielis dringt aan op uitbreiding van de bestaande beperkte dienst (zoals nummerplaten) naar medisch materiaal, terwijl Matz herhaalt dat bpost zelf de oplossingen moet bepalen en toekomstige stakingen wil voorkomen.
Tine Gielis:
Mevrouw de minister, in België krijgt ongeveer 1 op 20 personen ooit darmkanker. Als de ziekte vroegtijdig wordt opgespoord, is ze ook een van de best behandelbare vormen van kanker en is er meer dan 90 % kans op genezing.
De bestaande stoelgangtesten redden dus letterlijk levens, tenminste als die testen tijdig bij het labo geraken. Dat is de voorbije weken bij maar liefst 5.500 mensen mislukt door de staking bij bpost. Door de staking zijn duizenden stalen voor darmkankerscreening te laat aangekomen in de labo's, waardoor ze onbruikbaar werden en mensen opnieuw een staal moeten afnemen. Dat is bijzonder pijnlijk, zeker omdat de voorbije jaren heel veel inspanningen zijn geleverd om mensen warm te maken voor preventieve screening.
Dat is niet alles. Wij hebben de voorbije weken ook berichten gezien over problemen met rouwbrieven, aangetekende zendingen van lokale besturen of zelfs levende dieren zoals koninginnenbijen die tijdens het transport sterven. De maatschappelijke impact van dergelijke langdurige acties is dus bijzonder groot.
Voor cd&v lijkt het dan ook niet meer dan logisch dat een goed functionerend overheidsbedrijf als bpost ook in tijden van onrust een basisdienstverlening kan garanderen voor alle gezinnen die rekenen op die zendingen en voor wie een correcte levering echt een verschil maakt.
Ik heb één vraag voor u. Bent u bereid om samen met bpost na te denken over een vorm van minimale basisdienstverlening voor bepaalde prioritaire categorieën, meer bepaald om medische zendingen zoals screeningstalen altijd te laten plaatsvinden?
Vanessa Matz:
Mevrouw Gielis, ik ben het ermee eens dat de lange staking bij bpost voor veel hinder bij de klanten heeft gezorgd. Ik betreur dat net als u, maar bpost moet de relatie met zijn klanten beheren en passende acties bepalen. Bpost zal de vertragingen zo snel mogelijk wegwerken.
Zoals u weet ontstond de staking van de medewerkers van bpost door mogelijke aanpassingen van de arbeidsvoorwaarden. Ik heb er van bij het begin van dit conflict, en trouwens ook sinds het begin van mijn mandaat, op toegezien dat de sociale dialoog tussen de directie en de vakbonden werd aangemoedigd en verzekerd. Ik heb ook gezorgd voor de aanstelling van twee sociale bemiddelaars om het conflict op te lossen.
Het regeerakkoord voorziet niet in de invoering van een minimumdienst. Dat stemt ook niet overeen met mijn intentie, omdat ik van sociale dialoog altijd, ook in de toekomst, een prioriteit zal maken in alle overheidsbedrijven.
Een langdurige staking is voor niemand goed, niet voor de onderneming, niet voor het personeel en zeker niet voor de klanten. Als minister van Overheidsbedrijven zal ik alles in het werk stellen om te vermijden dat een dergelijke langdurige staking zich in de toekomst opnieuw voordoet.
Tine Gielis:
Dank u wel voor uw antwoorden, mevrouw de minister. Ik onthoud vooral dat u inzet op sociale dialoog, dat u die zult aanmoedigen en verzekeren en dat u twee sociale bemiddelaars hebt aangesteld om tot een akkoord te komen. Dat stemt me al enigszins tevreden, maar ik heb u enkele weken geleden in dit Huis aan een collega horen antwoorden dat er op dit moment al een beperkte dienstverlening bij bpost wordt georganiseerd, bijvoorbeeld voor het bezorgen van nummerplaten. Met cd&v willen we dat graag uitbreiden naar gevoelige zendingen en meer in het bijzonder naar medisch materiaal, dat volgens cd&v altijd op tijd op de bestemming moet geraken. Ik vraag u hier concreet om dat door bpost mee in overweging te laten nemen.
-
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: De stopzetting van de ontmanteling van de kerncentrales en de nucleaire strategie
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: Het akkoord met ENGIE en het kernenergiepark
Vraag: Het akkoord met ENGIE en het kernenergiepark
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: Het akkoord met ENGIE
Vraag: De ENGIE-deal
klimaat, energie en landbouwHet akkoord met ENGIE
De stopzetting van de ontmanteling van de kerncentrales en de nucleaire strategie
Het akkoord met ENGIE
Het akkoord met ENGIE
Het akkoord met ENGIE
Het akkoord met ENGIE
Het akkoord met ENGIE en het kernenergiepark
Het akkoord met ENGIE en het kernenergiepark
Het akkoord met ENGIE
Het akkoord met ENGIE
De ENGIE-deal
Nucleaire strategie en akkoord met ENGIE summaryExplanationGesteld door
N-VA Bert Wollants
Les Engagés Marc Lejeune
Anders. Steven Coenegrachts
PVDA-PTB Roberto D'Amico
ONAFH Jean-Marie Dedecker
cd&v Phaedra Van Keymolen
MR Christophe Bombled
DéFI François De Smet
Vooruit Oskar Seuntjens
VB Barbara Pas
Ecolo-Groen Jeroen Van Lysebettens
Beantwoord door
N-VA Bart De Wever (Eerste minister)
MR Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 30 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om het principieel akkoord met ENGIE over de mogelijke overname van Belgische kerncentrales om ze langer open te houden, na jaren van ontmanteling en afhankelijkheid van buitenlandse energie. Bart De Wever (N-VA) en Mathieu Bihet (MR) benadrukken dat dit een strategische stap is voor energiezekerheid, lagere prijzen en minder afhankelijkheid, met stopzetting van afbraakwerken en onafhankelijke studies naar haalbaarheid, maar geen definitieve beslissing—kritiek komt van PTB (D’Amico), die vreest voor genationaliseerde verliezen en eist dat ENGIE de ontmantelingskosten draagt, terwijl Groen/links (o.a. Hedebouw) kernenergie afwijzen. Liberalen (Coenegrachts, Bombled) steunen de stap voorzien van strenge financiële voorwaarden en een plan B, terwijl Vlaams Belang (Pas) en Dedecker de vertraagde actie en hoge kosten door vorig beleid hekelen, maar de koerswijziging toejuichen. cd&v (Van Keymolen) en Les Engagés (Lejeune) zien het als historische kans voor soevereiniteit, mits transparantie en focus op nieuwe reactoren (SMR’s) en hernieuwbare energie. Kritische punten blijven de onderhandelingspositie tegenover ENGIE, de kostprijs voor de belastingbetaler en het ontbreken van concrete timing.
Bert Wollants:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, collega’s, al van bij het begin van de regering-De Wever hebben we heel duidelijk aangegeven dat we in het energiebeleid een serieuze bocht wilde maken, waarbij we niet meer enkel inzetten op hernieuwbare energie, maar ook op kernenergie, omdat die leidt tot stabiele prijzen, meer bevoorradingszekerheid en minder afhankelijkheid van het buitenland. Dat is natuurlijk een enorm verschil met de antinucleaire visie bij sommigen, die ons al heel veel geld gekost heeft.
In de vorige en huidige crisissen moeten we vaststellen dat afhankelijkheid een behoorlijke kostprijs heeft, die vandaag betaald wordt door onze gezinnen en onze bedrijven. Dan is het bijna wraakroepend dat de vorige regering nog heeft ingezet op nieuwe gascentrales om het gat dicht te rijden.
Met het nieuws dat er een principieel akkoord gevonden is met ENGIE over het onderzoek naar de overdracht van de kerncentrales om er op die manier voor te zorgen dat de kerncentrales langer open kunnen blijven en dat de aan de gang zijnde afbraakwerken stopgezet worden, nemen we een belangrijke horde om onze energie opnieuw in eigen handen te nemen en daarmee aan de slag te kunnen gaan. ( Protest van de heer Hedebouw )
We weten natuurlijk allemaal dat dat maar een eerste kleine stap is in de bijsturing van ons energiebeleid en dat er nog vele stappen moeten volgen. Hoe dan ook betonen wij met die stap nu de moed en het lef om het verschil te maken.
Mijnheer de eerste minister, op welke manier gaan we hier in de toekomst mee om?
Wat staat er juist in het akkoord? Kunt u dat nader toelichten?
Welke stappen kunnen naar verwachting in de komende maanden gedaan worden om dichter bij ons doel te komen?
Op welke manier zal de hele operatie ervoor zorgen dat we onze welvaart veiliger kunnen stellen?
Marc Lejeune:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, reprendre la main sur nos activités nucléaires, reprendre notre avenir en main, reprendre finalement ce qu'on n'aurait jamais dû abandonner, c'est historique! Il y a des décennies où rien ne se passe, et il y a des semaines où des décennies se produisent!
L'annonce de ce matin de la signature d'une lettre d'intention avec ENGIE marque un tournant historique pour notre pays. Nous pouvons enfin ramener le centre de décision de Paris à Bruxelles et rejoindre le clan des pays qui contrôlent leur énergie, leur autonomie et leur souveraineté. Le nucléaire doit être une composante importante de notre mix énergétique – vous savez que c'est essentiel pour Les Engagés –, une énergie abordable, décarbonée, qui renforce notre autonomie.
Dès 2023, nous envisagions un rachat par l'État belge de nos centrales et, il y a encore deux semaines, je demandais d'arrêter le démantèlement de Tihange 1. Alors, vous comprenez que je me réjouis que Les Engagés aient été entendus. Cette décision apporte enfin un peu d'espoir, enfin un peu d'ambition, mais cette opération reste particulièrement complexe, nous le savons.
La période à venir sera cruciale et rentrera dans les annales de l'histoire énergétique belge. Dès lors, monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, pouvez-vous nous préciser les points suivants?
Comment le gouvernement envisage-t-il et évalue-t-il la faisabilité technique et financière, notamment au regard des passifs liés au démantèlement? Savez-vous déjà vers quel mécanisme on se dirigerait pour retrouver le contrôle, et avec quels exploitants?
Qu'est-ce qui a changé pour qu'on considère aujourd'hui que la relance est possible, alors qu'ENGIE nous affirmait toujours le contraire? Même si c'est un peu rapide, nous pouvons déjà y penser!
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, als liberaal ben ik van nature geen grote voorstander van nationalisaties, zoals u wel zult begrijpen, maar ik denk dat u in dit geval een logische, volgende stap zet. Nadat de vorige regering de levensduur van twee kerncentrales heeft verlengd, werken we nu verder met de onwillige partner die ENGIE Electrabel is en dan moet de volgende logische stap worden gezet. De kritieke infrastructuur moet worden beschermd en in België worden verankerd voor de economie, zodat de bevoorradingszekerheid gegarandeerd blijft en onze afhankelijkheid van het buitenland vermindert. Vandaag hebt u gezegd dat u principieel akkoord gaat met ENGIE Electrabel om onderhandelingen daarover op te starten.
Natuurlijk, the devil is in the details , zeker bij dit soort onderhandelingen. We zijn dan ook benieuwd naar de kostprijs. Zal de overheid zelf kerncentrales uitbaten? Kunnen we dat wel? Beschikken we over de nodige expertise? Wat zal het effect zijn op de energiemarkt? Blijft het bij de twee centrales die vandaag open zijn of overweegt u om er meerdere te heropenen? Er blijft veel onduidelijk en er moet nog veel worden uitgeklaard.
De vraag is dan ook, mijnheer de premier, mijnheer de minister: wat is de timing en wat zijn de volgende stappen? Tegen wanneer kunnen we onze economie en onze burgers de duidelijke en exacte zekerheid bieden dat kernenergie permanent in ons land wordt verankerd? Dank u wel.
Roberto D'Amico:
Messieurs les ministres, depuis le début, nous disons avec le PTB que nous avons besoin d’un secteur public de l’énergie pour garantir une énergie verte et bon marché. C’est une bonne chose d’avoir aujourd’hui un débat sur la propriété de ce secteur essentiel. Mais s’il s’agit uniquement de nationaliser les pertes et de transférer tous les risques vers le contribuable, nous ne sommes pas d’accord car, en réalité, nous avons déjà payé quatre fois ces centrales nucléaires.
Premièrement, dans les années 80 et 90, elles ont été amorties sur le dos des consommateurs, puis vendues à ENGIE. Ensuite, ENGIE en a tiré 15 milliards de profits jusqu’en 2020. Nous avons aussi payé des milliards de surprofits pendant la précédente crise énergétique, en 2022 et en 2023. Enfin, avec l’ENGIE deal, après la crise, nous avons repris la facture des déchets nucléaires, tout en garantissant ces profits pour les deux réacteurs prolongés. Messieurs les ministres, nous n’allons quand même pas payer une cinquième fois pour ces centrales!
Si nous nationalisons le nucléaire, cela doit se faire pour un euro symbolique. La facture du démantèlement doit rester chez ENGIE. Nous subventionnons quasiment tous les moyens de production dans le secteur. L’éolien offshore est subventionné. Les centrales à gaz existantes et les nouvelles sont subventionnées. Les panneaux photovoltaïques sont subventionnés. Les parcs à batteries sont subventionnés. Même la centrale hydroélectrique de Coo est subventionnée.
Si nous subventionnons tout, reprenons l’ensemble du secteur pour que la population profite aussi des avantages et pas seulement des coûts.
Messieurs les ministres, si vous voulez nationaliser le nucléaire, pourquoi ne nationalisez-vous pas l’ensemble du secteur énergétique en Belgique?
Jean-Marie Dedecker:
Beste groene verdwaasde collega’s, weet u, mijnheer de premier, sinds 1 april schijnt de zon en waait de wind voortdurend. Weet u hoeveel elektriciteit we sinds het begin van deze maand hebben moeten invoeren? Dat was 42 % van al onze elektriciteit, op 18 april zelfs 58 %. Waar hebben we die gekocht? In Frankrijk, want daar draaien nog altijd kerncentrales.
Mijnheer Coenegrachts, ik hoor u graag bezig. Paars-groen heeft onze hele energiesector kapot gemaakt. Dat is begonnen toen uw praeses, de heer Verhofstadt, aan de macht was in 2003. U hebt de boel verkocht voor een appel en een ei. Electrabel is verkocht aan de Fransen. Er was nog een terugfluitmogelijkheid voor de bevoorrading in 2014, maar alle partijen hebben dat laten passeren. Iedereen heeft hier boter op het hoofd. In 2023 heb ik hier de grootste verdwazing meegemaakt in de 25 jaar die ik hier zit. Men heeft toen beslist om alle reactoren te sluiten. Gelukkig is er nadien nog een soort deus ex machina opgedoken en is beslist om nog twee kerncentrales open te houden.
Vandaag staan we waar we staan. Destijds heeft het duo Tinne Van der Straeten, die men zou moeten opsluiten voor schuldig verzuim, en de heer De Croo, een wurgcontract getekend met ENGIE van 1.000 pagina’s dik. Elke stap die we vandaag zetten, moeten we betalen aan ENGIE. Ze hebben de zaak al afgekocht: alleen al het ontmantelen van de kerncentrales kost tussen 40 en 60 miljard euro. De Fransen hebben dat afgekocht voor 15 miljard euro. Waar vandaag Tihange 1 staat, moet een gascentrale komen. Groene jongens, een gascentrale stoot 41 keer meer CO ₂ uit dan een kerncentrale, die nul CO ₂ uitstoot. Ik hoop dat de nucleaire verdwazing in uw hoofd eindelijk is verdwenen en (…)
Phaedra Van Keymolen:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, mijnheer de minister, collega’s, nadat ons land jarenlang een knipperlichtrelatie met zijn kerncentrales is het tijd voor een volgende stap. Vanochtend werd het dan ook officieel: de Belgische Staat en ENGIE hebben zich verloofd en zullen nu verder onderhandelen over het huwelijkscontract.
Het is een belangrijk contract, want het gaat over onze strategische autonomie. We zitten momenteel in de tweede energiecrisis in minder dan vier jaar tijd en er volgen ongetwijfeld nog crises. We moeten dus zorgen voor structurele oplossingen. Keer op keer blijkt hoe kwetsbaar we zijn. We moeten minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen en van Moskou, van Riyaad en van Washington. Dat kan alleen, als we onze energiebevoorrading in eigen handen nemen, door zelf te beslissen over de toekomst van onze kerncentrales en door een turbo te zetten op hernieuwbare energie. Dat is de beste garantie om onze gezinnen en onze bedrijven te beschermen tegen toekomstige energiecrisissen. Strategische onafhankelijkheid betekent ook dat we verder moeten inzetten op de volgende generatie reactoren, de SMR’s, waarvoor we hier in België, in de Kempen, de kennis in huis hebben.
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het is goed dat we onze energie in eigen handen nemen en dat we onze mensen beschermen in tijden van crisis. Voor het huwelijksfeest kijken we echter best ook naar de factuur en naar de kleine lettertjes in het huwelijkscontract. Hoe snel weten we of het huwelijk plaats zal vinden of niet en tegen welke prijs?
Christophe Bombled:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre de l'Énergie, je tiens tout d'abord à saluer la décision stratégique du gouvernement d'assumer dans un futur proche la propriété directe de l’ensemble des activités nucléaires d'ENGIE et d'Electrabel, couvrant les sept réacteurs, le personnel, les filiales et l'ensemble des actifs et passifs associés, y compris les obligations de démantèlement et de déclassement. Dans le même mouvement, on va interrompre les opérations de démantèlement qui empêcheraient le redémarrage des réacteurs.
Cette orientation va clairement dans le sens d'un État stratège, soucieux de la sécurité d'approvisionnement, des objectifs climatiques, de la résilience industrielle et de la prospérité socio-économique à long terme de notre pays, ce que notre famille libérale a toujours défendu lorsqu'elle plaidait pour la prolongation du nucléaire et le développement de nouvelles capacités sur notre territoire.
Pouvez-vous préciser au Parlement de quelle manière vous entendez garantir que cette transaction – dont la lettre d'attention encadre désormais des négociations exclusives – permettra de bâtir une activité nucléaire durable, financièrement viable et pleinement cohérente avec nos objectifs climatiques et industriels de long terme, tout en préservant l'équilibre financier global des partenaires privés, comme le prévoit le communiqué?
Par ailleurs, pourriez-vous détailler comment la suspension convenue des travaux de démantèlement et de déclassement, décidée pour maintenir toutes les options ouvertes pour l'État belge, sera mise à profit concrètement pour sécuriser à la fois la continuité de production, la sûreté des installations et l'accompagnement des travailleurs concernés tout au long de ce processus?
François De Smet:
Messieurs les ministres, soyons honnêtes, cette lettre d’intention mérite d’être saluée. Elle le mérite d’abord parce qu’elle a pour effet immédiat d’arrêter le démantèlement des sites existants. Et surtout, la décision stratégique d’assumer la propriété directe des actifs nucléaires constitue un pas dans la bonne direction.
Oui, il faut investir dans notre autonomie énergétique, pour la même raison qu’il faut investir dans notre défense. Ces deux enjeux sont comparables. D’abord, parce qu’il s’agit d’assurer davantage d’autonomie dans un environnement devenu plus hostile et incertain; ensuite, parce qu’il faut rattraper des dizaines d’années d’erreurs et d’inaction; enfin, en raison de l’ampleur gigantesque des enjeux financiers.
En revanche, sur ce dernier point, le communiqué n’est pas tout à fait rassurant. Derrière cet accord de principe se cachent quelques zones d’ombre financières qui pourraient s’avérer vertigineuses pour le contribuable.
D’abord, le texte précise que la transaction ne doit pas avoir "d’impact indu ni négatif ni positif sur la situation financière globale d’ENGIE". On a rarement vu dans une lettre d’intention une clause aussi péremptoire, d’autant qu’aucune précaution comparable relative à la situation financière de l’État belge – qui, comme chacun le sait, se porte très bien – n’apparaît dans le texte. Cela ressemble donc furieusement à un chèque en blanc.
Ensuite, nous avons la question du coût de la remise aux normes. ENGIE affirmait encore récemment que le redémarrage de réacteurs comme Tihange 1 nécessiterait des travaux gigantesques pour répondre aux normes de sécurité.
Enfin, comme tout le monde l'a lu dans votre communiqué, cette lettre d'intention ne constitue pas un engagement ferme. Dès-lors, avez-vous un plan B si jamais, à l’automne prochain, cela ne fonctionne pas?
Je pense qu'il faut investir dans notre autonomie énergétique. Il y a, pour un État, bien davantage de cohérence à être propriétaire d’outils de production énergétique que de banques, par exemple. Cependant, il est essentiel que ce gouvernement nous indique ce que cette acquisition représentera pour le contribuable et la manière dont elle sera financée. À ce stade, nous n’en avons aucune idée. Et j’espère que vous, au moins, vous en avez une.
Oskar Seuntjens:
Op de vooravond van 1 mei mogen wij lezen dat de regering energie opnieuw wil nationaliseren.
Als socialisten kunnen wij, in tegenstelling tot andere partijen, natuurlijk onmogelijk tegen een overheid zijn die haar verantwoordelijkheid wil nemen. Ik las dat Groen vanochtend opnieuw in een kramp schoot omdat het over kernenergie ging.
De waarheid is echter dat wij vandaag geen ruimte hebben voor taboes. De realiteit is wat ze vandaag is. Wij zijn vandaag veel te afhankelijk van anderen en van onbetrouwbare partners als het over onze energie gaat.
De oplossing daarvoor is behoorlijk eenvoudig. Wij moeten onze energie opnieuw in eigen handen krijgen. Vandaag zien we de prijzen immers door het dak gaan en is de onzekerheid bij gezinnen, alleenstaanden en bedrijven veel te groot.
Het is dus goed dat wordt gesproken tussen de overheid en ENGIE om een deal te sluiten, maar die deal moet natuurlijk wel onder voorwaarden worden gesloten. De deal moet ervoor zorgen dat onze energiezekerheid toeneemt, dat de duurzaamheid van onze energie verbetert en dat energie opnieuw betaalbaar wordt.
Het kan niet zijn dat het een deal wordt waarbij de winsten worden geprivatiseerd, maar de risico’s genationaliseerd.
Heren ministers, kunt u uitleg geven over de onderhandelingen tussen ENGIE en de overheid?
Barbara Pas:
Na de sale-and-lease-backconstructie van Guy Verhofstadt hebben we nu de allicht even dure sale-and-buy-backconstructie. Het Vlaams Belang werd jarenlang als linkse partij weggezet omdat we strategische sectoren zoals energie willen nationaliseren. Dat is exact wat u vandaag gaat doen. Ik hoor nu iedereen zeggen hoe belangrijk het is om energie in eigen handen te houden. Aan alle partijen die daar vandaag enthousiast over zijn, wij hebben dat altijd al gezegd. Het is wel bijzonder jammer dat u eerst twee energiecrisissen nodig hebt gehad om het gezond verstand te laten werken.
Waarom nu pas? Er is trouwens nog geen echt akkoord, het is een intentieverklaring zonder verplichting om tot een transactie te komen. De vraag is wat er zal gebeuren met de ontmanteling van die vijf centrales, die ondertussen al is ingezet. Die afbraak herstellen kost misschien wel miljarden en het zal ook jaren duren voor die opnieuw operationeel zullen zijn. De factuur van die ellenlange besluiteloosheid mag niet naar de belastingbetaler gaan. Net zoals bij de vorige onderhandelingen zit u echter in de zwakste onderhandelingspositie. U hebt nood aan capaciteit, terwijl ENGIE in een zetel zit.
Die ontmantelingsactiviteiten van ENGIE worden eindelijk stopgezet. De vraag is of u ook die ontmantelingskosten zult overnemen. ENGIE heeft al die jaren de exploitatiewinsten gehad, het moet dan ook opdraaien voor de afbraakfactuur.
Dat bestaande capaciteit wordt opengehouden, is een goede zaak. Mijn vraag is echter wanneer u werk gaat maken van nieuwe capaciteit. Minister Bihet heeft deze legislatuur nog helemaal niets gedaan. Eigenlijk had u dat onder de Zweedse regering al kunnen doen. Het is meer dan dringend nodig.
Voorzitter:
Dan is het woord aan de jarige collega Van Lysebettens. (Applaus)
Net als collega Frank gisteren mag ook u uw verjaardag te midden van vele vrienden vieren!
Jeroen Van Lysebettens:
Collega’s, heren ministers, het is vandaag mijn verjaardag, maar vanochtend dacht ik dat het de verjaardag van ENGIE was. De regering geeft ENGIE immers een groot cadeau. Niet ENGIE, maar de Belgische Staat zal opdraaien voor de dure sanering van oude kerncentrales, voor de dure renovatie van Tihange 3 en Doel 4 en voor de wensdromen om ook nog andere centrales op te lappen.
De vorige regering onderhandelde nog dat ENGIE zou moeten opdraaien voor de ontmanteling van die oude reactoren, een kost van meer dan 10 miljard euro. Het is duidelijk dat de deal van Bart De Wever een goede deal is voor ENGIE, maar is het ook een goede deal voor de Belgische Staat? De kosten die ENGIE vermijdt, zullen uiteindelijk hoe dan ook moeten worden betaald. Bij een nationalisatie is het de belastingbetaler die ervoor betaalt, wij allemaal, u, iedereen hier. Zo ver zijn we nog niet. België heeft alleen een optie genomen om alle kerncentrales over te nemen. Die piste wordt nu verder onderzocht.
Heren ministers, wat kost deze optie vandaag al aan de Belgische Staat? Ik lees in de krant dat de Belgische Staat tijdens de duur van de optie een vergoeding aan ENGIE betaalt als compensatie voor de kosten die het bedrijf ondertussen al maakt. Hoeveel bedraagt die vergoeding? Klopt het dat alle kerncentrales in de optie zitten, inclusief de scheurtjescentrales? Er wordt nu een grondig onderzoek gedaan naar de boeken van ENGIE. Wie zal dat doen? Wie bouwt de businesscase voor een eventuele overname en hoe gebeurt dat?
Voorzitter:
Dat zijn veel vragen, mijnheer de eerste minister. U hebt vijf minuten om daarop te reageren.
Bart De Wever:
Geachte Kamerleden, het zal onmogelijk zijn om in vijf minuten spreektijd op alle vragen te antwoorden, maar dit zal ook wel niet het laatste debat daarover zijn.
Gisteren heb ik met mijn vriend, strijdmakker, kameraad Mathieu, de minister voor Energie, een letter of intent ondertekend tussen de federale overheid en ENGIE, met als doel een volledige overname van het nucleaire park door de overheid. Die intentieverklaring heeft op dit moment niet meer dan twee reële gevolgen, ten eerste, alle ontmantelingsactiviteiten worden gestopt en, ten tweede, we zullen een grondig en onafhankelijk studiewerk opstarten dat ons als overheid objectieve informatie zal verschaffen over de staat van de kernreactoren in ons land.
Dat laatste is belangrijk, want tot voor kort waren we daarvoor grotendeels afhankelijk van de uitbater. De uitbater had sinds de jammerlijke wet op de kernuitstap een businessmodel gebouwd met het oogpunt van een nucleaire exit. De uitbater wenst niet terug te komen op dat businessmodel, wat begrijpelijk is gezien de onzekerheid over de toekomst van kernenergie die in dit land twee decennia heel bewust vanuit sommige groepen werd gezaaid.
Die afhankelijkheid voor informatie van de uitbater leidde in het verleden tot foutieve inschattingen vanwege de voorgaande regeringen. Kerncentrales werden zelfs weggezet als lijken die niet meer gereanimeerd konden worden, zelfs de centrales waarvan men daarna de openingsduur heeft verlengd.
Bovendien heeft ons dat in een bijzonder nadelige positie gebracht wat betreft de uitvoering van de regeringsstrategie om volop in te zetten op kernenergie. Er was inderdaad een deal van bijna 1.000 bladzijden, maar dat heeft ons niet geholpen.
Met de schrapping van de wet op de kernuitstap heeft dit Parlement een eerste belangrijke stap gezet in de broodnodige mentaliteitsshift die ons land nu doormaakt inzake kernenergie.
Cette déclaration d'intention marque désormais une nouvelle phase. Pour l'instant, le gouvernement ne s'engage encore à rien. Cette première phase se limite à arrêter toutes les activités de démantèlement et à lancer les études nécessaires. Celles-ci ont pour but d'examiner l'état des réacteurs et ce qu'il est encore possible d'en faire, d'évaluer le coût d'une remise en service en essayant de voir combien de temps cela prendrait. Cela concerne uniquement l'aspect technique. Pour le reste, nous analysons également ce que représenterait une éventuelle reprise sur le plan financier et juridique. Il y a donc beaucoup de travail en perspective.
L'accord conclu hier nous permet d'ouvrir une nouvelle ère. C'est pourquoi ce projet se nomme "Aurora". Si les études se montrent positives, une estimation du parc nucléaire suivra, en tenant compte de tous les risques et des coûts prévisibles. Une grande partie des coûts attendus est déjà couverte par le fonds Hedera pour le stockage des déchets et par le fonds Synatom pour un éventuel démantèlement. Un montant de quelque 25 milliards d'euros est déjà réservé à cette fin. Les éventuels coûts supplémentaires seront identifiés par les études à venir et intégrés ensuite dans l'accord final.
Cette reprise ne doit donc pas nécessairement constituer une charge structurelle pour le budget, certainement pas si l'on tient également compte des coûts de la dépendance énergétique. Il s'agit d'un investissement qui rapportera. En cas d'accord définitif, après des décennies dans le giron français, nous reprendrons nous-mêmes le contrôle de nos centrales nucléaires et pourrons décider de leur avenir. À terme, nous pouvons éventuellement envisager une collaboration avec d'autres partenaires.
By the way, degenen die nu spreken over nationalisering – sommigen juichend, anderen smalend – moeten beseffen dat onze kerncentrales de facto al genationaliseerd zijn, maar dan door Frankrijk en niet door ons. Ik heb dat altijd een bijzonder dwaas idee gevonden. Ik heb als student nog betoogd tegen de verkoop van Tractebel en daarna Electrabel, maar Verhofstadt deed maar voort.
In tijden waarin we de geopolitieke context steeds meer lijken te moeten ondergaan, met alle gevolgen van dien voor onze energiebevoorrading en de prijzen, kan een herwinning van de controle over onze stroommix strategisch uiteraard een belangrijk houvast bieden. Daar gaan wij voor. Wij willen immers een zekere, betaalbare en duurzame energievoorziening, waarvoor we zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van anderen. Ik dank u.
Mathieu Bihet:
Monsieur le président, chers collègues, aujourd'hui, la Belgique pose un acte fort; un acte par lequel notre pays décide de reprendre en main son avenir énergétique pour garantir sa sécurité d’approvisionnement.
Pendant trop longtemps, nous avons hésité. Trop longtemps, nous avons été dépendants. Alors que les repères géopolitiques se redessinent profondément, cela n’est plus tenable. L’énergie est une question de puissance. L’énergie est une question de sécurité. Mais l’énergie est aussi une question de prospérité.
Aujourd'hui, la Belgique a décidé de ne plus être spectatrice. En engageant cette démarche, nous faisons le choix ambitieux de la maîtrise, de la responsabilité, mais surtout – et c’est ce qui manquait – d’une vision à long terme.
Il y a moins d’un an, ce Parlement adoptait la loi qui ouvrait le champ des possibles. L’ouverture des négociations officielles avec ENGIE est possible parce que vous avez permis cette voie.
Aujourd'hui, nous actons une étape importante: la suspension des activités de démantèlement. Elle vise à préserver toutes les options, à protéger la valeur de nos actifs et à donner à la Belgique le temps et les moyens de décider en pleine connaissance de cause.
Pour faire du nucléaire en Belgique, nous devons disposer des outils, des compétences et de l’expertise.
Wij hebben een keuze gemaakt, een keuze voor onze toekomst in kernenergie. We doen dat niet voor onszelf of uit electorale overwegingen. De wet op de kernenergie werd met een heel erg ruime meerderheid goedgekeurd. Ons beleid voeren wij over partijgrenzen heen, over taalgrenzen heen en over politieke grenzen heen. Ons handelen staat in het teken van het algemeen belang en heeft tot doel de welvaart van ons land te versterken, zowel in het noorden als in het zuiden.
Mon équipe et celle du premier ministre, que je remercie chaleureusement ici, ont travaillé et travailleront encore sans relâche.
Chers collègues, nous ouvrons le champ des possibles. Nous voulons une Belgique qui produit davantage d'électricité qu'elle n'en dépend. Nous voulons une production massive d'énergie décarbonée.
Ik wil echter duidelijk zijn: de intentieverklaring is een eerste stap, het begin van een traject dat we voor vele maanden aangaan. De gesprekken zullen veeleisend zijn en er zal een grondige analyse gemaakt worden. Er zal geen definitieve beslissing worden genomen zonder stevige garanties.
Une chose est certaine, aujourd'hui le cap est fixé: une Belgique capable de soutenir son industrie avec une énergie compétitive; une Belgique qui atteint ses objectifs climatiques sans sacrifier sa prospérité; une Belgique qui croit en son savoir-faire, en ses ingénieurs, en son excellence scientifique et technologique. Et ce choix est un choix de confiance dans notre capacité à maîtriser des technologies complexes, de confiance dans notre industrie, de confiance dans nos talents et, surtout, de confiance dans notre avenir.
Et à ceux qui doutaient encore de la place du nucléaire dans notre pays, je le dis sans détour: le débat appartient désormais au passé, le temps est aujourd'hui à l'action. La Belgique ne subira plus son avenir énergétique. À partir d'aujourd'hui, elle le construit.
Bert Wollants:
Dank u wel, mijnheer de eerste minister. Dank u wel, mijnheer de minister. Wat ik hier in de zaal gehoord heb, leert mij dat er een zeer ruim draagvlak is om kernenergie in onze energiemix op te nemen.
Wij zullen alsmaar vaker kernenergie gebruiken; we hebben die energie nodig om onze welvaart veilig te stellen, onze industrie aan te drijven en onze gezinnen met stroom te bevoorraden. Dat wil zeggen dat we het traject moeten starten.
Vandaag starten we een traject dat inderdaad niet makkelijk zal zijn, want onze voorgangers hebben het ons niet makkelijk gemaakt. Met dat traject kijken we naar de toekomst. We hadden dat al jaren geleden moeten opstarten, maar we kunnen niet terug in de tijd. We moeten vooruit. We moeten inderdaad die stap doen.
Voor iedereen hier, op één partij na, is het orderwoord dat we vooruit moeten en dat kernenergie een deel is van onze energiemix. Laten we daar met zijn allen achterstaan en de regering vooruit stuwen in haar betrachting onze energie veilig te maken voor de toekomst.
Marc Lejeune:
Merci monsieur le ministre et monsieur le premier ministre. Dans le nucléaire, il faut déclencher, et surtout maîtriser, une réaction en chaîne. Aujourd'hui, nous pouvons maîtriser notre avenir. Nous avons dans le passé délégué notre souveraineté à une multinationale au sein de laquelle on ne maîtrisait plus rien. Aujourd'hui, nous corrigeons cette erreur.
Cela demande du courage et de l'audace. Mais nous avons, dans notre pays, une histoire forte et des compétences évidentes dans ces matières nucléaires. Aujourd'hui, nous reprenons véritablement notre avenir en main. Cette reprise de nos installations nucléaires entraîne effectivement de grandes responsabilités, mais c'est le propre d'un gouvernement qui prend ses responsabilités et qui s'assume. Nous lui souhaitons plein succès.
Steven Coenegrachts:
Dank u voor de antwoorden, mijnheer de premier, mijnheer de minister. We staan vandaag inderdaad aan het begin van een lang, maar ook zeer onzeker traject. We zijn niet zeker van de uitkomst. We weten niet waar het zal eindigen. We weten niet of het überhaupt mogelijk zal zijn om met ENGIE tot een akkoord te komen.
Ik wil u daarbij alle succes wensen, maar ik vraag u toch ook om over een plan B na te denken. Wat als het niet lukt? Wat als men niet slaagt? Als we er allemaal van uitgaan dat alles al beklonken is, zit ENGIE pas echt in een zetel. U moet op elk moment neen durven te zeggen, omdat het onder de voorgestelde voorwaarden niet kan. Blijf dus voorzichtig en sluit die deal onder de juiste voorwaarden. We zullen dat de volgende weken zeker samen opvolgen.
Roberto D'Amico:
Monsieur le ministre, vous reconnaissez officiellement que laisser les secteurs de l'énergie au privé était une erreur. C'est déjà une victoire en soit. Aujourd'hui, voir des libéraux reconnaître que laisser l'énergie au privé est une erreur, c'est un beau cadeau!
Le secteur de l'énergie est crucial pour les gens, pour l'industrie et pour le climat. On ne peut pas laisser un secteur aussi important au privé. Ce que vous proposez aujourd'hui, ce n'est pas de reprendre le contrôle sur le secteur pour assurer des prix bas et des investissements pour la transition, mais de nationaliser les pertes et les risques, en privatisant les profits. Je vous le redis pour la cinquième fois, ce sont encore les travailleurs qui vont payer. Nous ne sommes pas d'accord avec ça.
Jean-Marie Dedecker:
Premier, na 25 jaar energiebeleid van paars-groen zitten we momenteel met de grootste CO 2 -uitstoot en de duurste energie. Later op de agenda volgen vragen over de verhuizing van de petrochemie. Voor onze gas betalen we vier keer de prijs die de rest van Europa betaalt wegens het hier gevoerde beleid.
Daarom feliciteer ik u, echt waar, met de beslissing om eindelijk opnieuw de overstap te maken naar kernenergie. We hebben de kennis. Laat u niet in de zak zetten door de Fransen. We hebben de kennis. Haal die 450 ingenieurs die nu in Gravelines werken, in Duinkerke, en die vroeger in Doel zaten, terug. Zij kunnen het. Oude kerncentrales die stil lagen, zijn al opnieuw opgestart. Ga maar eens kijken naar Three Mile Island in Amerika. Laat u dus niet in de zak zetten. Ik weet dat het kwaad kersen eten is met de Fransen, aangezien zij, dankzij iedereen die hier voor mij zit, dat contract hebben afgesloten dat ontzettend nefast is voor ons. Ik wens u veel succes.
Phaedra Van Keymolen:
Heren ministers, met cd&v zeggen we vandaag ja. Een ja-woord is echter geen blanco cheque. We verwachten een deal die strategisch sterk en transparant is, want het huwelijk moet ook op lange termijn standhouden. Dat is althans de bedoeling. Maak dus werk van dat akkoord. Ga voor de bijkomende verlengde openingsduur van de jongste centrales. Maak ook werk van die nieuwe generatie reactoren en zet de turbo op hernieuwbare energie in het kader van onze energiemix en onze strategische onafhankelijkheid. Hoe sneller we onafhankelijk worden, hoe beter.
Christophe Bombled:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre de l’Énergie, le groupe MR salue cette étape décisive. En effet, l’État fait le choix de la responsabilité. Oui, le choix de la responsabilité, avec un double objectif à long terme: la sécurité d’approvisionnement et la compétitivité de notre économie.
Nous concrétisons ainsi la vision que nous défendons depuis des années. Quelle est-elle? Eh bien! c’est celle d’un État stratège, qui sécurise une énergie bas carbone, fiable et maitrisée, au service des ménages, des entreprises et du climat.
François De Smet:
Merci pour vos réponses.
Je tiens à relever trois choses. Tout d'abord, vous avez parlé d’une étude approfondie de l’outil à réaliser par des experts indépendants. Je serais assez intéressé de savoir de qui il s’agit. Ce serait précieux.
Ensuite, j’entends l’idée que cela n’aboutira pas nécessairement à une charge en plus pour l’État belge, vu les provisions existantes. Ce serait la moindre des choses, puisque ces réacteurs ont effectivement déjà été amortis plusieurs fois .
Enfin, je suis heureux, monsieur Bihet, que le MR conçoive désormais qu’il est possible de gérer publiquement avec efficacité. Petite devinette. Qui a dit: "L’État est le plus mauvais actionnaire du monde"? C'était M. Bouchez au sujet de Proximus. Je vous remercie pour ce virage prometteur.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, het is goed dat de verschillende pistes worden bekeken. Dat de politiek het niet bij woorden houdt maar ook concrete acties onderneemt, is nog beter. De federale regering gaat nu onderhandelen met ENGIE. De Vlaamse regering heeft een belangrijk akkoord afgesloten over Ventilus, wat nodig is om de elektriciteit van zee aan land te brengen. Natuurlijk moeten we ook verder bouwen aan de Prinses Elisabethzone, de windmolens op zee, zodat we onze burgers en bedrijven kunnen blijven verzekeren dat er ook in de toekomst zekere, duurzame en betaalbare energie zal zijn in dit land.
Barbara Pas:
Eindelijk deelt men het standpunt van het Vlaams Belang dat kernenergie de beste garantie is voor duurzame, betrouwbare en betaalbare energie.
Aan iedereen die hier vandaag zo blij is dat er eindelijk iets gebeurt wat eigenlijk 10 jaar geleden al had moeten gebeuren, het is door uw wanbeleid dat dit vandaag veel meer zal kosten aan de belastingbetaler. Die onnodige afbraak herstellen kost geld. U moet dat trouwens niet op de vorige regering steken, onder Vivaldi was het kalf allang verdronken. De laatste kans om die kernuitstap terug te draaien was onder de Zweedse regering. Toen vond de N-VA dat echter geen breekpunt waard.
Energie in eigen handen houden is een goede zaak, maar het zou nog beter en duurzamer zijn als u dringend werk maakt van nieuwe, moderne Vlaamse kerncentrales. Ik zou daar aan de overkant ook eens werk van maken, premier.
Jeroen Van Lysebettens:
Collega's, ik kan het eigenlijk niet beter zeggen dan minister Bihet: c’est une choix de confiance, vertrouwen dat we deze keer met ENGIE wel een deal kunnen sluiten die goed is voor de begroting, vertrouwen dat de MR-ministers, zoals Bihet en Marghem, deze keer wel extra capaciteit zullen ontwikkelen, vertrouwen dat de overheid kerncentrales kan uitbaten waarvan de privé zegt dat ze niet meer te redden zijn. Collega's, ondertussen krijg ik op mijn eenvoudigste vragen geen antwoord. Hoeveel kost deze tijdelijke deal? Wie zal die onafhankelijke studies doen? Op welke businesscase baseert men zich? Daarover blijft het stil. Dat geeft mij alvast vertrouwen in één ding, het zal ons allemaal heel veel geld kosten. Ondertussen zullen de partijen van de meerderheid de besparingen nog wat verder aandraaien, zodat het de burger zal zijn die hier dubbel voor zal betalen. Als het van ons afhangt, zal dat niet gebeuren.
-
Vraag: Het jobverlies in onze maakindustrie
Vraag: De 1 meivieringen en de aanvallen van de arizonacoalitie op de werknemers
Vraag: De taskforce voor Volvo Car Gent
Vraag: De toekomst van de maakindustrie en de taskforce voor Volvo Car Gent
Vraag: De Belgische maakindustrie
Vraag: De modernisering van de arbeid, met de uitbuiting van de werknemers
Vraag: De 1 meivieringen en het jobverlies in de maakindustrie
economie en werkHet jobverlies in onze maakindustrie
De 1 meivieringen en de aanvallen van de arizonacoalitie op de werknemers
De taskforce voor Volvo Car Gent
De toekomst van de maakindustrie en de taskforce voor Volvo Car Gent
De Belgische maakindustrie
De modernisering van de arbeid, met de uitbuiting van de werknemers
De 1 meivieringen en het jobverlies in de maakindustrie
De toekomst van de Belgische maakindustrie, arbeidsmodernisering en werknemersrechten summaryExplanationGesteld door
N-VA Lieve Truyman
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Vooruit Anja Vanrobaeys
PVDA-PTB Robin Tonniau
cd&v Tine Gielis
PS Sophie Thémont
VB Kurt Moons
Beantwoord door
N-VA Bart De Wever (Eerste minister)
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 30 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de toekomst van de Belgische industrie en arbeidsmarkt, met Volvo Gent en Nike Laakdal als pijnpunten waar duizenden jobs op de helling staan. Critici (o.a. PS, Vooruit, PVDA) bekritiseren de regering-De Wever voor verzwakte arbeidsrechten (uitbreiding nachtwerk, flexibele contracten, lagere werkloosheidsuitkeringen) en verlies aan koopkracht, terwijl ze bedrijven bevoordelen met belastingverlagingen en subsidies—zonder garantie op jobbehoud. De regering (N-VA, MR) verdedigt haar competitiviteitsplan (loonkostenverlaging, energiekortingen, taskforces voor Volvo/Nike) als noodzakelijk om industrie te behouden, maar ontkent dat sociale afbouw de oplossing is; De Wever benadrukt discrete bedrijfsdialogen en langetermijninvesteringen (bv. e-mobiliteit), terwijl Clarinval wijst op 1 miljard euro loonkostenverlaging en hervormingen zoals flexi-jobs. Kernconflict: Welvaartcreatie vs. sociale bescherming—moet België concurreren via lagere lasten (regering) of sociale normen versterken (oppositie) om jobs en koopkracht te redden?
Lieve Truyman:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, sinds jaren vormt de industrie in ons land een fundament voor onze welvaart en werkgelegenheid. Geopolitiek zitten wij echter in woelig water. Dat vertaalt zich jammer genoeg in een onstabiele economie, die steeds grotere uitdagingen met zich brengt, met name veel te dure energie, torenhoge loonlasten en een gigantische regeldruk. Investeringen blijven uit en ons concurrentievermogen daalt. Ons fundament dreigt te barsten. Dat horen wij in het hele economische landschap, van de auto-industrie tot de chemie- en farmasector.
De industrie ligt u na aan het hart, maar de erfenis is niet min. De arizonaregering pakt het anders aan. Mijnheer de premier, in februari 2026 bracht u in Antwerpen en in Alden Biesen de Europese leiders samen om de competitiviteit van onze industrie te bespreken. U gaat geen moeilijke uitdagingen uit de weg. U gaat in gesprek met Engie om het nucleaire park opnieuw over te nemen. Er is ook een taskforce opgericht rond Volvo Cars Gent om de toekomst van de site en de jobs van meer dan 6.000 werknemers te verzekeren. U en uw regering kijken dus niet de kat uit de boom.
De arizonaregering gaat proactief te werk en biedt opnieuw opportuniteiten. Wij zijn het erover eens dat onze productiviteit omhoog moet. Alleen op die manier kunnen wij werkzekerheid bieden en jobs behouden. Daarop moet de focus liggen op de Dag van de Arbeid.
Ik heb slechts één vraag. Welvaart is de ruggengraat van onze samenleving. Hoe krijgen wij onze welvaartcreatie opnieuw op kruissnelheid?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre à la veille du 1 er mai, que le MR s'apprête à fêter à Blegny-Mine, je vous ai préparé un petit briefing. Il sera peut-être utile aussi pour M. le premier ministre, qui y fera peut-être une apparition surprise.
Le charbonnage a été ouvert en 1779. On y travaillait 12 heures par jour, même la nuit, sauf le dimanche et les jours fériés. Évidemment, ces jours n'étaient pas rémunérés, ni les jours de non-travail ni les jours de maladie. Les enfants descendaient à la base dans la mine dès huit ans. Puis l'âge minimum a été progressivement relevé à 10 ans, puis à 12 ans, puis à 15 ans, puis à 18 ans seulement en 1983. C'est récent.
Le travail de nuit dans la mine a été interdit pour les jeunes dès 1889, puis dans tous les secteurs dans les années 70.
Les travailleurs se sont organisés, ils se sont battus pour défendre leurs droits, pour avoir le droit de grève, pour la journée de huit heures, pour des congés payés, pour des primes de nuit; bref, pour pouvoir protéger leurs droits et dégager du temps pour eux. Dans ce Parlement, des générations de ministres, de parlementaires, se sont succédé pour faire ce travail de synthèse entre les besoins et les intérêts de différents groupes présents dans la société, et trouver un équilibre.
Mais aujourd'hui, force est de constater qu'il n'y a qu'un certain patronat qui obtienne voix au chapitre dans votre travail. Le travail de nuit est réintroduit dans tous les secteurs, le travail du dimanche revient, l'assurance chômage est également réduite, l'augmentation du temps de travail est généralisé, et on assiste à la multiplication de différentes formes de travail précaires.
À la veille du 1 er mai, alors qu'une manifestation nationale d'ampleur se prépare, que les mouvements sociaux se déclenchent chez Aldi, chez bpost, chez les pilotes d'avions, dans les écoles, réalisez-vous que les travailleurs et les travailleuses n'ont pas voté pour ce programme? (…)
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, Joran woont net zoals ik in Aalst en werkt bij Volvo. De voorbije week stond hij om vier uur ’s ochtends op, klaar voor de werkdag, net zoals zijn collega’s. Op de radio hoorde hij zijn baas vertellen dat er een probleem is met Volvo Gent. Alle alarmbellen gingen af. Volvo is immers meer dan een autofabriek. Het is de levenslijn voor Joran, voor zijn 6.500 collega’s en voor de duizenden gezinnen bij de toeleveranciers, die afhankelijk zijn van wat daar van de band rolt. Als die band stopt met draaien, weten we wat er gebeurt. We hebben dat gezien bij Renault Vilvoorde, Opel Antwerpen, Ford Genk en Audi Brussel. Dat zijn sociale drama’s, levenslange littekens.
Vandaag gaat het om meer dan een bedrijfsbeslissing. Onze industrie staat onder druk door een internationale handelsoorlog, importtarieven, de oorlog in Iran en stijgende energieprijzen. Dat sijpelt door naar de werkvloer in Gent. Onze werknemers dreigen opnieuw de prijs te betalen voor de waanzin van Trump. Volvo Gent is net wat België nodig heeft: vakmanschap, kennis en innovatie. We moeten er alles aan doen om de laatste autofabriek in België te behouden.
Hoe zult u ervoor zorgen dat vandaag niet het einde van een tijdperk wordt, maar het begin van een sterk en innovatief industriebeleid, zodat de industrie in België blijft, met goede jobs?
Robin Tonniau:
Mijnheer De Wever, morgen zal ik 1 mei vieren in Gent, aan de Zuid en onder de schaapstal. Ik zal daar naar strijdbare speeches luisteren en de Internationale zingen met kameraden, maar ik zal daar ook een pintje drinken met mijn oud-collega’s van Volvo en met syndicalisten van Volvo en de toeleveringsbedrijven.
Ik heb daar zelf zeven jaar gewerkt, bodies gekapt, vloeren gelast, kofferrubbers gemonteerd en pedalen gestoken, allemaal werk dat ik met mijn twee handen heb uitgevoerd. Ik heb vroege en late shifts en de vaste nacht gedaan. Vorig jaar hebben ze bij Volvo Cars Gent alleen al 212.000 auto’s gebouwd. Kunt u zich dat voorstellen? Die werknemers bekopen dat met hun gezondheid. Dat is hard werk, zowel fysiek als mentaal, en die arbeiders verdienen niet te veel. Ze hebben al loon ingeleverd, ze werken al langer en hun pauzes zijn al ingekort.
Mijnheer De Wever, u moet eens opzoeken hoeveel winst Volvo Cars Gent de jongste jaren heeft geboekt dankzij het werk van die arbeiders en hoe weinig van die winst terugvloeit naar de arbeiders zelf. Wat heeft Volvo immers gedaan? Het heeft al die winsten vanuit Gent gebruikt om een nieuwe fabriek te bouwen in Slovakije. Nu die fabriek in Slovakije bijna klaar is, zegt Volvo dat het met een groot probleem van overproductie zit.
Mijnheer De Wever, iedereen had dat hier zien aankomen. Die winsten uit Gent hadden in Gent geïnvesteerd moeten worden, in nieuwe technologie, zoals die megacasting.
Mijnheer de premier, wat is uw visie op onze maakindustrie? Hoe zult u de tewerkstelling bij Volvo Cars Gent veiligstellen?
Tine Gielis:
Heren ministers, gisteren ging een schokgolf door Laakdal en de Kempen toen Nike aankondigde dat 325 jobs op de helling staan, boven op de 411 jobs waarvan eerder al werd aangegeven dat ze bedreigd zijn. Nike is met een tewerkstelling van bijna 5.000 mensen een enorm belangrijke werkgever in onze streek. Die aankondiging betekent helaas dat er vanmorgen in honderden gezinnen stiltes zijn gevallen aan de ontbijttafel en dat vele honderden werknemers een slapeloze nacht achter de rug hebben en zich bijzonder onzeker voelen over wat de toekomst voor hen zal betekenen.
Als burgemeester van Laakdal raakt die situatie me persoonlijk erg en heb ik tal van bezorgde berichten ontvangen. Ik ben zelf in gesprek met de directie en hoor zowel van hen als van de vakbonden dat ze alle kansen willen geven aan het sociaal overleg. Het is bijzonder belangrijk dat ieders stem wordt gehoord en dat er samen wordt nagedacht over de toekomst van dat mooie bedrijf. Ik hoop dan ook dat er snel duidelijkheid komt voor alle betrokkenen.
Dat nieuws komt echter in een periode van grote economische onzekerheid in verschillende sectoren. De voorbije weken hebben we het al gehad over de chemiesector en ook de toekomst van Volvo Gent staat vandaag hoog op de politieke agenda.
Heren ministers, voor cd&v is het duidelijk: we mogen de maakindustrie en de logistieke sector in dit land niet loslaten. We moeten blijven inzetten op maximaal jobbehoud. Mijn vraag aan u beiden is dan ook of u bereid bent om dat dossier van zeer nabij op te volgen. Dank u wel.
Sophie Thémont:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, demain, ce sera le 1 er mai. Les travailleurs vont littéralement crouler sous le poids des cadeaux gouvernementaux. Nous ne savons, du reste, par où commencer parce que nous n'avons que l'embarras du choix.
Vous promettez un double saut d'index, alors que les prix explosent et qu'on annonce une inflation de 4 %. Cadeau! Vous généralisez le travail de nuit et vous supprimez les primes entre 20 et 23 h pour tous les secteurs de la distribution, entraînant des pertes jusqu'à 500 euros par mois. Cadeau! Vous réintroduisez la période d'essai et vous limitez le préavis afin qu'on puisse licencier encore plus facilement. Encore un cadeau! Vous réduisez la durée minimum du contrat de travail, trois heures par semaine, de sorte que les travailleurs n'auront plus qu'à cumuler les petits contrats et s'épuiser sans aucune sécurité de revenu. Cadeau! Vous encouragez les heures supplémentaires sans sursalaire ni cotisations sociales. Cadeau! Vous autorisez l'ouverture des commerces sept jours sur sept, si bien que les travailleurs n'auront plus de vie. Encore une cadeau! Vous instaurez un malus pension et vous durcissez les conditions de carrière: travailler plus longtemps pour gagner moins. Cadeau! Vous ne prenez plus en compte la pénibilité des métiers pour la pension. Et je rappelle quand même que nous serons encore le seul pays d'Europe dans ce cas. Donc, se tuer au travail et travailler plus longtemps, c'est encore un cadeau!
Messieurs les ministres, c'est donc cela, votre modernisation du travail, vos récompenses accordées aux travailleurs. Ma question est très simple: qu'allez-vous encore leur offrir dans les prochains mois?
Kurt Moons:
Heren ministers, morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid, een dag die het Vlaams Belang vanuit de traditie van ons volksnationalisme al jaar en dag viert, met aandacht voor de koopkracht, de waardigheid en de zelfontplooiing van de werkende Vlaming. We zien echter telkens opnieuw hetzelfde. Degenen die zich het luidst opwerpen als verdedigers van de werkende mens, vergeten diezelfde werkende mens zodra ze aan de beleidsknoppen zitten.
Ook de regering-De Wever heeft voor de werkende mens vooral één boodschap: u mag werken, u mag betalen en u mag vooral niet te veel terugverwachten. Met de programmawet haalt u via de centenindex en een reeks nieuwe belastingen opnieuw geld uit de zakken van de vijf miljoen werkenden in dit land, die vorige week trouwens al werden afgescheept met een bijzonder beperkte energiesteun. Tegelijk kreunen onze bedrijven onder torenhoge loon- en energiekosten. Volvo Gent, waar 6.500 jobs op de helling staan, is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Intussen zitten we met de grootste faillissementsgolf in jaren.
Ik vraag mij af wat een Volvo taskforce vol ministers baat, als u aan de basis niets anders doet dan extra belastingen verzinnen. Wat baat het om nachtarbeid extra te belasten, terwijl net die bedrijven nachtarbeid nodig hebben om competitief te blijven? Wat baat het om de indexering van werknemers via de centenindex af te romen en naar extra sociale bijdragen door te sluizen?
Mijnheer de minister, een welvarende bevolking bestaat slechts dankzij sterke, productieve bedrijven die jobs creëren, investeren en hun personeel degelijk kunnen vergoeden. Ik heb hierover twee vragen. Wanneer maakt u eindelijk werk van een ernstig, regionaal aangepast arbeidsmarktbeleid dat de koopkracht van de burger echt kan beschermen? Wanneer gaat u eindelijk snoeien in de overheidsuitgaven, in plaats van telkens opnieuw te graaien in de portefeuille van de hardwerkende burger?
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour vos questions. Le ministre de l’Économie et de l’Emploi, mon ami David, y répondra dans un instant de manière plus détaillée et approfondie.
Je me limiterai aux questions concernant la task force et aux considérations générales. Je peux confirmer qu’au début de cette année, une task force a été créée sous ma direction afin d’engager un dialogue stratégique et structurel avec Volvo Cars.
Avec son usine de Gand, Volvo est l’un des plus grands employeurs industriels de notre pays et également le dernier constructeur automobile. La création de cette task force n’a pas été motivée par un danger immédiat, mais vise plutôt à anticiper des préoccupations plus larges concernant l’avenir de l’industrie en Europe, en particulier l’industrie automobile.
Gelet op de bekende uitdagingen van onze industrie leek het me verstandig om met zo’n cruciale speler een open dialoog permanent gaande te houden met het oog op de lange termijn, eerder dan pas te beginnen spreken als het te laat is, zoals dat in het verleden vaak gebeurd is. We voeren ook gesprekken over maatregelen op de korte termijn, voor alle duidelijkheid. Die stellen ons in staat de problemen op de lange termijn beter in te schatten en de problemen op korte termijn goed op de radar te krijgen.
We willen vooral ook – het is eigenlijk een positief verhaal – het economische klimaat op de best mogelijke manier faciliteren, toekomstige investeringen aanmoedigen en werk maken van een breder ecosysteem voor de elektrischewagensector. Daar hebben we wel wat troeven voor. We hebben een strategische ligging. We hebben een ontsluiting via de haven van Gent. Er is onze logistieke kennis ter zake en de kunde van onze arbeidskrachten. Dit zijn daartoe gigantische hefbomen.
We moeten echter toegeven dat we ook zwakheden hebben. Het zou interessant zijn om daar heel diep op in te gaan, specifiek voor de betrokken fabriek en de betrokken sector, maar dat kan nu niet. Zo’n dialoog voert men in vertrouwen en dat vertrouwen is gebaseerd op discretie.
Ik ontvang heel veel bedrijven. Voor mij had dit niet in de openbaarheid moeten komen. Er lopen heel veel permanente dialogen met bedrijven in de Wetstraat nr. 16. Men kan er dus op rekenen dat de discretie in nr. 16 altijd gegarandeerd is en gerespecteerd wordt. Dit is nu naar buiten gekomen, maar ik zou hier niet graag verantwoording afleggen over alle bedrijven en alle dialogen die we voeren. Ik begrijp de vragen, maar u moet ook mijn positie begrijpen.
Wat de opmerking over Nike in Laakdal betreft, de onderhandelingen tussen de vakbonden en de directie zijn lopende. Dat hebt u aangehaald. Het is logisch dat we afwachten of ze resultaat opleveren, maar weet wel dat mijn deur openstaat. Ik heb de directie van Nike al ontvangen, enkele maanden geleden. Ik voelde eerlijk gezegd de bui toen al een beetje hangen. Ik heb toen ook gezegd dat mijn deur voor hen openstaat, om problemen te helpen opvolgen. Die deur blijft openstaan, voor alle duidelijkheid.
Ik wil afsluiten met een antwoord op de algemene beschouwingen, of op het betoog dat sommigen hier hebben gevoerd. Het lijstje horrormaatregelen waarmee de regering volgens de PS bezig is, klopt niet. Ik meen dat we in feite, los van de leugenachtige dingen die verteld zijn, bezig zijn aan een lijst hervormingen die werken meer logisch en lonend maken. Dan is het aan de andere kant natuurlijk ook belangrijk om ervoor te willen zorgen dat er voldoende werkgelegenheid is die welwillende mensen in staat stelt een goede job te vinden. In die zin vind ik de verwijten uit de extreemlinkse hoek toch wel enigszins ironisch, zeker als 1 mei daarbij wordt betrokken, met allerlei slogans die oproepen tot massale stakingen.
Sommigen menen blijkbaar nog altijd dat dit land aantrekkelijk wordt voor industriële en andere werkgevers als wij ons tot de stakingskampioen van Europa blijven kronen, wat wij zijn. De economische realiteit is volgens mij anders.
Dans l’intérêt des travailleurs, ce gouvernement s’efforce de mener une politique qui maintient le moteur de l’emploi en marche, tout en incitant chacun à continuer à le faire tourner. Cet équilibre n’est pas toujours évident, mais avec cette large coalition, je suis convaincu qu’avec de la bonne volonté, nous pouvons continuer à trouver le juste équilibre.
David Clarinval:
Chers collègues, la situation de Volvo Car Gent – et plus généralement celle de toute l’industrie européenne – est au cœur de l’action du gouvernement. Elle nous interpelle également car elle touche à l’emploi, à notre tissu économique et à notre capacité à produire en Europe.
La task force mise en place autour de Volvo Car Gent illustre l’engagement du gouvernement à préserver l’avenir du secteur automobile en recherchant, avec les acteurs concernés, des solutions pour renforcer sa compétitivité dans un contexte international exigeant. Cette démarche s’inscrit dans une stratégie plus large visant à soutenir durablement l’industrie en agissant à la fois sur les coûts, l’innovation, la formation et l’adaptation du marché du travail.
Face à ces défis, le gouvernement agit avec détermination. Plusieurs mesures importantes ont déjà été engagées. Nous avons décidé de réduire d’un milliard d’euros les coûts salariaux afin de redonner de l’oxygène à nos entreprises et de renforcer leur capacité à investir et à créer de l’emploi.
Wij hebben ook een energienorm ingevoerd die is aangepast aan elektro-intensieve industrieën om een competitief kader te garanderen ten aanzien van onze Europese buren. Gelijklopend wordt de arbeidsmarkt hervormd om die flexibeler, aantrekkelijker en beter aangepast te maken aan de huidige economische realiteit, iets waarover wij gisteren nog hebben gedebatteerd.
Madame Thémont, à la longue liste que vous avez citée, vous pouvez ajouter le fait que nous avons décidé, ce matin, de transmettre au Parlement la réforme ambitieuse des flexi-jobs. Elle pourra ainsi être votée rapidement car elle est attendue.
Met het competitiviteitsplan 2025-2030 geven we de industriële heropleving duidelijk een centrale plaats in onze economische strategie. Het werk moet doorgaan. De uitdagingen zijn talrijk en vergen standvastigheid, dialoog en ambitie.
Al die werven moeten samen één doelstelling verwezenlijken: de competitiviteit van onze industrie duurzaam herstellen en onze arbeidsmarkt verbeteren. In aanloop naar 1 mei, het Feest van de Arbeid, is het essentieel eraan te herinneren dat het beleid van de regering erop gericht is de werkgelegenheid te beschermen en te versterken, onze werknemers te ondersteunen en een solide industriële toekomst voor ons land te garanderen. In die geest zullen we blijven handelen, met verantwoordelijkheid en vastberadenheid.
Lieve Truyman:
De houding en de daadkrachtige acties van de arizonaregering tonen aan dat u de urgentie voelt. ( Rumoer op de banken van de Vlaams Belangfractie ) Collega’s van het Vlaams Belang, de werknemers van Volvo lachen niet met uw houding.
Onze troeven zijn bekend. We hebben in ons land de kennis en de innovatiekracht. Met onze havens beschikken we ook over een geografisch toegankelijke ligging, een belangrijke poort naar Europa en de wereld. Voor duizenden gezinnen en werknemers is de bezorgdheid over werkzekerheid en over een toekomstperspectief niet theoretisch, maar concreet. Ik heb er alle vertrouwen in. Blijf die belangen met overtuiging verdedigen, voor onze jobs en voor onze welvaart.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Premièrement, aujourd’hui, c'est un leurre de continuer à prétendre que le travail coûte trop cher, car, d’une part nous avons résorbé notre handicap salarial et, d’autre part, la fiscalité élevée est compensée par des milliards de subsides versés aux plus grandes entreprises.
Deuxièmement, dans un marché néolibéral globalisé tel qu’il fonctionne aujourd’hui, nous ne pouvons pas gagner au jeu de l’affaiblissement des normes sociales et des conditions de travail. Nous devons au contraire assumer notre responsabilité de pays occidental en relevant les standards. Nous devons faire en sorte que nous ne nous retrouvions plus – comme c’est le cas aujourd’hui – avec des enfants de neuf ans travaillant dans des ateliers qui fabriquent des jeans pour Shein, pour 80 centimes par jour. Là, nous disposons de leviers pour agir. Nous ne gagnerons pas, nous ne créerons pas d’emplois en jouant ce jeu du nivellement par le bas. Ce n’est souhaitable pour personne, ni ici, ni ailleurs.
Anja Vanrobaeys:
Heren ministers, bedankt voor uw antwoord. De kwestie gaat inderdaad ruimer dan Volvo Car Gent. Eigenlijk luidt de fundamentele vraag of we in België nog zelf dingen zullen maken dan wel enkel nog zullen invoeren, en worden we afhankelijk van wereldleiders die elke dag van koers veranderen. Het Vlaams Belang toetert hier wel veel, maar is wel al jaren bevriend met Trump, die onze welvaart bedreigt. Waarover gaat het hier in de eerste plaats? Het gaat over zovele mannen en vrouwen die in vroege en late ploegendienst werken en onze band laten draaien. Zij zijn de motor van onze economie.
Morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid. Voor Vooruit is het duidelijk. Een sterk industriebeleid is een sociaal beleid. Investeren in onze fabrieken beschermt onze gezinnen, onze koopkracht en onze toekomst. Daarvoor neemt Vooruit zijn verantwoordelijkheid. Daarvoor zal Vooruit altijd strijden, niet alleen morgen op 1 mei, maar elke dag opnieuw.
Robin Tonniau:
Vooreerst herinner ik de heer Moens van het Vlaams Belang eraan dat 1 mei geen feestdag is van de Vlaamse nationalisten. Het is een feestdag van de arbeiders. Op 1 mei zingen we de Internationale. Op 1 mei zingen we antifascistische liederen. Het is onze feestdag. Het is de feestdag van de socialisten, een strijddag. Het is een strijddag voor tijd, voor loon en voor goede werkomstandigheden, voor alle arbeiders wereldwijd.
Mijnheer De Wever, wat Volvo Car Gent betreft, als we willen dat elektrificatie werkt, als we willen dat er een afzet is voor die wagens in ons land, moeten we dat plannen. Waar is het plan? Waar zijn de laadpalen? Waar is de infrastructuur? Bovendien zijn de wagens die verkocht worden, veel te duur. We moeten dat eigenlijk (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, ik onthoud dus vooral dat uw deur openstaat, ook voor Nike. Dat stemt mij alleszins tevreden, want het is en blijft onze rol en opdracht als overheid en beleidsmakers om de juiste omstandigheden te creëren waarin bedrijven, in welke sector dan ook, kunnen groeien en bloeien. Daar worden we inderdaad allemaal beter van.
Het thema van dit debat is weerom een eyeopener. We moeten elkaar hierin kennen en net daarom is sociaal overleg zo belangrijk. Overheid, werkgevers en werknemers hebben een gedeeld belang. We moeten zorgen voor bloeiende bedrijven die kwalitatieve jobs in onze regio opleveren. Laten we daar samen voor blijven gaan.
Sophie Thémont:
Je trouve, monsieur Clarinval, votre humour déplacé. Vous m'avez en effet rappelé que j'avais oublié la flexibilité dans ma liste. Vous connaissez le nombre de faillites, qui atteint un record actuellement: 3 048 entreprises ont déposé le bilan au premier trimestre 2026, et 34 238 emplois ont été perdus en 2025!
Toutes vos réformes de modernisation du travail, comme vous dites, c'est un chèque en blanc pour l'exploitation sans limite des travailleurs. La démolition pure et dure des acquis sociaux. Et, en plus, vous êtes incapable de préserver l'emploi. On vient de parler de Volvo, mais je peux aussi vous parler des fonderies liégeoises, où 140 emplois ont été perdus chez Marichal Ketin. Alors, oui, nous continuerons ici à nous battre et à défendre les travailleurs et les travailleuses!
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, een echt regionaal arbeidsmarktbeleid, met financiële verantwoordelijkheid voor de gewesten, dat zou pas verandering brengen voor de hardwerkende burgers in dit land. Dat staat echter niet in het regeerakkoord en werd ook niet geëist door de N-VA. Wat wel in dat akkoord staat, is duidelijk, namelijk extra accijnzen, extra belastingen en speciaal voor Volvo en Nike een verhoging van de lasten op ploegenarbeid en nachtwerk. Daarbovenop komt nog de centenindex.
De regering-De Wever is geen hervormingsregering, maar een belastingregering. Ze beweert dat het geld op is maar er zit nog genoeg vet op de soep. Denk aan de migratiefactuur, aan het leefloon voor niet-Belgen en aan het uitblijven van een aparte sociale zekerheid voor migranten, zoals die in Denemarken werd gerealiseerd, met socialisten trouwens. De Vlamingen zijn de meest gepluimde kippen van Europa. Zij zijn het beu te moeten opdraaien voor een asociaal beleid dat werkenden belast en profiteurs ontziet.
Wanneer komt eindelijk de hoogstnodige ommezwaai?
Voorzitter:
Ik bevrijd de premier van zijn opdracht hier in de plenaire vergadering. De heer Clarinval moet echter nog even blijven.
cd&v heeft nog geen voorstellen ingediend als hoofdauteur.