Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Brent Meuleman in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
Vraag: De onderwijsprotesten en het geweld
Vraag: Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
Vraag: De rellen in Brussel
Vraag: De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De uit de hand gelopen betoging in Brussel
Vraag: De rellen in Brussel
veiligheid, justitie en defensieDe manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
De onderwijsprotesten en het geweld
Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
De rellen in Brussel
De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De uit de hand gelopen betoging in Brussel
De rellen in Brussel
Geweld en protesten tegen besparingen in Franstalig onderwijs en politieoptreden in Brussel summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Raoul Hedebouw
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait rond de escalerende rellen tijdens onderwijsprotesten in Brussel, waarbij zowel politiegeweld als vandalisme door relschoppers centraal staan. Linkse partijen zoals PS en Ecolo bekritiseren disproportioneel politieoptreden tegen vreedzame betogers, waaronder minderjarigen, en eisen transparantie over klachten over excessief geweld, terwijl ze de onderliggende woede over onderwijshervormingen benadrukken. Rechts en Vlaams-nationalistisch (Vlaams Belang, N-VA) wijzen de schuld aan "allochtone relschoppers" en extreemlinks, pleiten voor hardere strafmaatregelen zoals casseur-payeur en bootcamps, en beschuldigen PVDA van betrokkenheid bij het geweld. Minister Quintin (MR) verdedigt de politie, belooft onderzoek naar beide kanten maar benadrukt dat "wie kapotmaakt, betaalt", terwijl hij de democratische legitimiteit van de hervormingen verdedigt en oproept tot respect voor politiebevelen, ondanks kritiek op gebrek aan de-escalatie en kinderbescherming.
Voorzitter:
Gelet op het aantal vragen heeft de minister gevraagd of hij 7,5 minuten antwoordtijd krijgt. Naar goede gewoonte wordt de repliektijd ook met het helft verhoogd.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le ministre, dans une démocratie comme la nôtre, manifester est un droit et défendre son école ne doit pas être un crime. Ce n'est pas un crime!
Depuis des semaines, des milliers d'enseignants, de parents et de jeunes, profondément choqués par la situation de l'enseignement en Fédération Wallonie-Bruxelles, descendent dans la rue pour défendre, pacifiquement et souvent avec beaucoup de créativité et d'originalité, l'avenir de l'école francophone.
Pourquoi? Parce qu'ils refusent le démantèlement progressif de leur enseignement; parce qu'ils refusent que l'on sacrifie la qualité de l'école, les conditions de travail des enseignantes et des enseignants, ou que l'on durcisse les conditions d'accès à l'enseignement supérieur ou universitaire; parce qu'ils ont le sentiment aussi de ne jamais être entendus, de faire face à une absence de concertation, à un manque de considération et, surtout, à beaucoup de mépris.
Alors, soyons clairs: ceux qui cassent, qui incendient, qui agressent, doivent être poursuivis et sanctionnés. Mais soyons tout aussi clairs: quelques casseurs ne feront jamais taire des milliers de manifestants pacifiques.
Rappelons-le: nos policières et nos policiers effectuent un travail essentiel pour la cohésion sociale et la vie en société; et la très grande majorité l'accomplit avec sérieux et respect.
Mais les vidéos qui circulent depuis une semaine nous ont aussi montré une violence inouïe dans le chef de certains policiers. Quand des mamans sont plaquées au sol, quand des gamins de 14 ans sont gazés, menottés et humiliés, quand des insultes racistes, sexistes, transphobes ou homophobes sont prononcées, il s'agit bien plus que d'une simple accumulation de faits isolés.
Des enquêtes ont rapidement été ouvertes et doivent faire toute la transparence. C'est nécessaire, mais ce n'est pas suffisant. Monsieur le ministre, ma question est claire et elle est simple. Qu'allez-vous tirer comme leçons des événements de ces dernières semaines en ce qui concerne le maintien de l'ordre public? Qu'allez-vous faire? Quels actes allez-vous poser pour faire en sorte qu'il n'y ait pas d'impunité (…)
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik hoop dat u goed op uw stoel zit. Ik hoop ook dat de collega’s de adem even inhouden, want ik heb hier een symbool mee dat volgens extreemlinks de opmars van het rechtsextremisme moet aantonen binnen de politie: een kruisje. Ongelooflijk. Dat is de wereld op zijn kop. Want wat hebben we in de afgelopen dagen meegemaakt, hier in Brussel? Brandstichting, vandalisme, blind geweld, plundering van winkels, vernielingen, tot en met het aanvallen van onze brandweerdiensten.
Neen, niet de politie moet geviseerd worden, het allochtoon crapuul moet geviseerd worden. Ik ben dus blij dat sommige individuele politici de ogen openen. De heer Rousseau heeft het Vlaams Belangvoorstel overgenomen om bootcamps in te richten. De heer Francken heeft een goed voorstel van het Vlaams Belang overgenomen om die allochtone relschoppers te doen betalen voor de schade die ze aangericht hebben. Dat zijn goede gezondverstandvoorstellen, die ook in daden moeten worden omgezet.
Ik houd echter mijn hart vast, want slechts 23 van deze relschoppers zijn ter beschikking gesteld van het parket. Ze worden dus nog niet vervolgd, ze zijn gewoon ter beschikking gesteld.
Ik vraag me dus af, mijnheer de minister, waar de zogenaamde taskforce is, die zo goed recht en orde zou brengen in Brussel? Waar is de premier eigenlijk? Ik heb de premier, Bart De Wever, zelfs nog niet gehoord over deze rellen.
Ik vraag u dus, mijnheer de minister, wanneer zal deze regering erkennen dat allochtonen in samenwerking met extreemlinks de oorzaak zijn van de systematische rellen? Wanneer zal deze regering de grote middelen inzetten om hier paal en perk aan te stellen?
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Depoortere.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, cela fait maintenant des mois que des enseignants, des directeurs d'école, des parents et des jeunes se mobilisent pour défendre un enseignement de qualité. Ils se mobilisent parce que le MR – votre parti – et Les Engagés veulent faire travailler davantage les enseignants gratuitement, réduire les moyens consacrés à l'enseignement et augmenter le minerval à 1 200 euros. Ils se mobilisent parce qu'ils refusent un enseignement à deux vitesses et qu'ils veulent préserver un enseignement accessible à tous. Le gouvernement sait qu'il n'a pas de soutien pour sa politique, c'est pourquoi il a forcé le vote illégalement.
C'est dans ce contexte que se sont déroulés les événements de jeudi et du week-end. Et je vais être très clair pour éviter tout malentendu: je me distancie totalement de ceux qui sont venus pour agresser des pompiers ou brûler des trottinettes et des abribus. Mais vous conviendrez comme moi, monsieur le ministre, que les agissements d'une minorité ne peuvent servir à justifier ce qui a suivi: des parents qui racontent avoir sorti une enfant de 13 ans d'un nuage de gaz, les yeux rouges et gonflés, au bord du malaise. Nous avons entendu des témoignages de jeunes filles traitées de "sales putes" par des policiers. Des enseignants frappés alors qu'ils encadraient leurs élèves. Des directeurs d'école qui disent simplement: "Nous avions peur, nous ne comprenions même pas ce qui nous arrivait." Le Comité P constate lui-même une hausse des plaintes pour usage disproportionné de la force et d'agressivité de certains policiers. Il rappelle aussi qu'avec des mineurs, le réflexe de protection de l'enfant doit être appliqué systématiquement.
La grande majorité des personnes présentes étaient là parce qu'elles avaient analysé la réforme et qu'elles en voient les conséquences. Elles se sont mobilisées pour défendre l'avenir de notre société.
Monsieur le ministre, j'ai deux questions. Quelles mesures allez-vous prendre pour faire toute la lumière sur les interventions policières visant des jeunes et des enseignants lors de ces mobilisations? Estimez-vous ces interventions proportionnées? Êtes-vous préoccupé par l'effet dissuasif que de telles pratiques peuvent avoir sur le droit de manifester et, en particulier, sur des mineurs?
François De Smet:
Monsieur le ministre, arrêtons de dire que ce qui s'est produit jeudi dernier, ce sont des émeutes. Les mots ont un sens. Ce que Bruxelles mais aussi Namur ou d'autres endroits ont connu, ce sont d'abord des manifestations d'enseignants, d'élèves mais aussi de parents, près de 3 000 personnes qui ont protesté contre des mesures qu'ils ressentent comme profondément injustes, prises par une majorité MR-Engagés, majorité Azur ou plutôt has been , en Fédération Wallonie-Bruxelles.
C'est aussi une colère contre une méthode, un passage en force au mépris du règlement démocratique de l'institution parlementaire de la Fédération. Mais l'écrasante majorité de ces jeunes, de ces profs, a manifesté pacifiquement. On a même vu des enseignantes former des chaînes humaines, parfois pour protéger leurs élèves, mais aussi pour faire barrage aux casseurs. Cela aussi, c'est la réalité de cette manifestation. Oui, il faut le dire, des casseurs s'y sont invités et infiltrés, le plus souvent étrangers au mouvement, convoqués par les réseaux sociaux avec des cocktails Molotov prêts à l'emploi. Et soyons clairs, monsieur le ministre, chacun d'eux doit être identifié, poursuivi et doit payer pour les dégâts. Là-dessus, aucune complaisance: sur le principe du casseur-payeur, nous vous soutiendrons.
Mais il y a l'autre versant. Et là encore, comme pour les profs, comme pour les jeunes, ne jetons pas le bébé avec l'eau du bain! La majorité des policiers font bien leur travail, qui est difficile. Mais oui, hélas, il y a aussi eu un usage interpellant de gaz et de matraques face à des cortèges remplis d'adolescents. Il y a eu un recours à la technique de la nasse, pourtant jugée illégale. Il y a eu des insultes inqualifiables proférées par quelques policiers pour lesquels des plaintes ont été déposées au Comité P.
Monsieur le ministre, estimez-vous qu'il y a eu, oui ou non, juste proportion des moyens utilisés? Condamnez-vous l'usage de la nasse et les propos tenus par certains agents? Votre circulaire "réflexe mineur" que vous avez prise en mai dernier a-t-elle été respectée et comment comptez-vous l'évaluer? Il est temps, monsieur le ministre, pour vous, mais aussi pour nous, de réconcilier l'ordre et la concorde..
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, wat was dat met die betogingen vorige week? Een paar tientallen relschoppers, die immers niet kwamen om te betogen, zijn erin geslaagd een vredevol protest te kapen met vernielzucht en brutaliteit. Fietsen en steps gingen de brandstapel op. Winkelruiten en bushokjes werden volledig gesloopt. Voorbijgangers werden bekogeld met kasseien. U zult er als brave betoger maar tussenlopen.
De politie trad op. Dat was nodig. Ik heb er alle respect voor want dat zal wel niet evident zijn. Er waren echter ook meldingen van disproportioneel optreden van de politie.
Collega’s, dat kan ook niet. Vooruit rekent er dan ook op dat elke klacht ernstig wordt genomen en grondig wordt onderzocht. Of iemand nu op straat komt omdat hij of zij bezorgd is om het onderwijs, de koopkracht of het klimaat, wie op straat komt om zijn stem te laten horen, moet dat altijd en overal veilig kunnen doen.
Laat mij duidelijk zijn. Jonge gasten die op straat komen om hun stem te laten horen, is fantastisch. Ik heb dat zelf ook nog gedaan toen ik op de middelbare school zat. Mijn eerste betoging was hier in Brussel tegen de oorlogspolitiek van Bush. Dat was fantastisch. Ik heb daarvoor zelfs gespijbeld. Ik verontschuldig mij daarvoor. Ik was een jaar of zestien.
(…) : (…).
Brent Meuleman:
Ik geef het toe. Ik was een jaar of zestien. Echter, hier in Brussel liep deze week een mannetje van dertien jaar met een bus benzine tussen relschoppers op een betoging.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u zich nog kunt herinneren wat u deed toen u dertien jaar was. Toen ik dertien jaar was, was ik, als ik niet op school of thuis was, aan het voetballen op het pleintje of zat ik in de jeugdbeweging. Ik wil hier niet veralgemenen. Het gaat om uitzonderingen. Die rotte appels zijn enkelingen. Ik heb echter twee vragen voor u.
Wat zult u doen tegen die relschoppers die keer op keer vreedzame protesten om zeep helpen? Zal er een onderzoek komen naar de meldingen van disproportioneel politiegeweld?
Voorzitter:
Mijnheer Meuleman, zo ziet u maar wat er van iemand komt die spijbelt. Dan belandt hij hier.
Victoria Vandeberg:
Monsieur le ministre, dans une démocratie, manifester est effectivement un droit fondamental mais, par contre, casser ne l'est pas, et cela devient une fâcheuse habitude. À chaque manifestation, des dégradations de biens publics sont à constater, du fait de casseurs ou de manifestants qui viennent exercer leur droit fondamental. Ici, une étape supplémentaire a été franchie: plusieurs jeunes, étrangers à l'objet de la manifestation, ont pénétré par effraction dans une enceinte démocratique. Ces personnes ne défendaient pas la cause mais ne faisaient que l'abîmer.
Si le maintien de l'ordre suppose évidemment de la fermeté, il suppose aussi de la proportionnalité, et c'est cette double exigence qui fonde la confiance dans l'État de droit. Mais justement, parce que nous sommes dans un État de droit, chacun doit aussi en respecter les règles, et celles et ceux qui sur le terrain représentent cet État de droit, ce sont les policiers, qui ont également le monopole de l'usage légal de la contrainte.
Dans ce débat, monsieur le ministre, il ne faut donc pas les oublier. Lors de ces débordements, des policiers sont aussi blessés physiquement, parfois psychologiquement. En première ligne, ils sont pris pour cibles, insultés et confrontés à des moments de tensions extrêmes.
Valoriser le métier de policier, c'est aussi rappeler que, derrière l'uniforme, il y a des femmes et des hommes qui exercent une mission difficile mais essentielle au maintien de l'ordre public et à celui de nos libertés. Dans ce contexte, plusieurs outils peuvent être mis en œuvre pour mieux documenter les faits, identifier les fauteurs de troubles, agir plus rapidement.
Quel bilan, monsieur le ministre, tirez-vous de ces manifestations? Connaissez-vous le nombre de policiers qui ont été blessés lors de celles-ci? Quel rôle les bodycams pourraient jouer pour davantage objectiver les interventions et protéger à la fois les citoyens et les policiers? Qu'attendez-vous concrètement des prochaines semaines pour identifier et responsabiliser les fauteurs de troubles?
Claire Hugon Lecharlier:
"Je suis un des plus grands défenseurs du droit de manifester". Monsieur le ministre, ces mots, c'est vous qui les avez prononcés il y a quelques jours. L'affirmer, c'est bien, mais encore faut-il que les actes suivent. Pour l'instant, j'avoue que je les cherche encore.
La liberté de manifester est sous pression. Jeudi, des professeurs et leurs élèves qui venaient rejoindre la manifestation ont fait demi-tour en voyant l'important dispositif policier déployé. Ils ont donc été dissuadés d'exercer leur droit. Jeudi et les jours qui ont suivi, des centaines de manifestants pacifiques ont été confrontés à des réponses disproportionnées de la part de la police. Nasses, gaz lacrymogènes, coups de matraque, contrôles, arrestations, chiens non muselés, interventions de policiers qui, pour beaucoup d'entre eux, ne portaient ni nominettes ni matricules.
Je ne doute pas que vous allez faire la liste des dégradations et des infractions commises en marge des manifestations. Bien entendu, les auteurs de ces actes doivent faire l'objet de réponses adéquates de la part des autorités, de réponses ciblées, individualisées et proportionnées. Pour l'instant, ce n'est pourtant pas ce que nous avons vu. Nous avons vu des actions collectives, des interventions indiscriminées et disproportionnées. Cela justifie que l'on parle de violences policières. La deuxième chose qui m'inquiète, c'est le développement d'un récit qui prive les enfants et les jeunes du droit d'exprimer leur opinion. On conteste leur légitimité à avoir un avis sur des réformes qui les concernent directement. "Ils n'avaient qu'à être devant leurs cahiers." "S'ils sont ici, ce ne sont pas des enfants, mais des criminels."
Où va-t-on avec de tels propos? Le droit de manifester bénéficie aux mineurs au même titre qu'aux adultes. Ils doivent même bénéficier de protections particulières lorsqu'ils exercent leurs droits. Nous savons, par exemple, que les gaz lacrymogènes peuvent être plus dangereux pour les enfants.
Monsieur le ministre, je voudrais donc vous demander quel bilan vous tirez de la gestion des dernières manifestations par la police. Quelle a été l'articulation entre vous et le bourgmestre de Bruxelles dans cette gestion? La gestion négociée de l'espace public demeure-t-elle la doctrine privilégiée? Que comptez-vous mettre en place pour que nos concitoyens n'aient pas peur de venir exprimer leur opinion dans la rue? Le Comité P demande un "réflexe enfant" dans les interactions avec la police. Quelle suite comptez-vous donner à cette recommandation?
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, wat we in Brussel hebben gezien, was opnieuw onaanvaardbaar. We moeten zeggen opnieuw, want we schrikken er zelfs niet meer van. Deze keer is de onderwijshervorming de aanleiding, de volgende keer zal het iets anders zijn.
Wat zien we telkens na die rellen? We zien telkens dat sommigen de rellen proberen goed te praten of de relschoppers zeker niet kordaat veroordelen. Anderen kiezen ervoor stoere verklaringen af te leggen in de pers en nieuwe ideeën te lanceren. De relschoppers zouden naar het leger moeten gaan of naar bootcamps. U vraagt in de krant om een nieuwe wet casseurs-payeurs , zodat relschoppers de schade zouden moeten betalen. Elk goed wetsontwerp dat daarvoor voorligt, zullen wij vanuit onze fractie steunen.
We mogen echter niet vergeten dat de huidige wetgeving al heel wat mogelijkheden biedt. U kunt relschoppers nu al de schade laten betalen. Er is geen nieuwe wet nodig om gemaskerde personen uit betogingen te halen. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende probleemfiguren preventief een plaatsverbod op te leggen. Er is geen nieuwe wet nodig om bepaalde groeperingen verantwoordelijk te stellen voor het systematische geweld tijdens hun betogingen. Er is geen nieuwe wet nodig om bijkomende gevangenisplaatsen te creëren. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende groeperingen beter op te volgen. Er is geen nieuwe wet nodig om hoge boetes uit te schrijven. Er is geen nieuwe wet nodig om gewelddadige betogers collectief te vervolgen in plaats van individueel. Er is geen nieuwe wet nodig om snelrecht toe te passen.
Mijnheer de minister, mijn vraag over de rellen is dan ook heel duidelijk. Hoeveel mensen zijn er sindsdien aangehouden? Welke gevolgen hebben de feiten tot nu toe voor hen gehad? Hoe zult u de straffeloosheid aanpakken? Niet met nieuwe ideeën en nieuwe wetsontwerpen, maar op basis van de bestaande wetten, die we vooral veel meer en veel beter moeten handhaven. Ik dank u.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, we zien nu al enkele maanden dat elk protest in dit land gekaapt wordt door extreemlinkse bendes die vandalisme plegen en, nog frappanter, door extreemlinkse bendes die gesteund worden door de PVDA. Ik geef een overzicht. Het is zeer lang, maar het is nodig.
Een van de organisatoren van Mars Attacks, betrokken bij de recente rellen in Brussel, is Pauline Forges, voormalig kandidaat van de PVDA. Op VRT NWS verklaarde ze onomwonden dat het goed is dat de revolutie bezig is en dat geweld daarbij hoort. Progress Lawyers Network, het advocatennetwerk van de PVDA, vertegenwoordigt al die relschoppers en gaat zelfs in toga mee betogen. Dat is hallucinant.
Er is ook het vandalisme dat we aan de UGent zagen. Woordvoerder Youlian Burnham is lid van de PVDA. Basile Peeters, een andere vandaal, is ook lid van de PVDA. De woordvoerder van die vandalen aan de UGent is bovendien dezelfde woordvoerder als die van Code Rood, dat al verschillende bedrijven in dit land heeft gevandaliseerd. Daardoor kon de EU-commissaris voor Defensie afgelopen week zelfs geen bedrijf in Herstal bezoeken, omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Dat is een absolute blamage voor dit land.
Er is ook goed nieuws, mijnheer de minister. U ziet dat de heer Hedebouw hier met de peut zit. Deze week zijn immers een aantal kameraden, collega's van hem, geconfronteerd met een huiszoeking en worden ze eindelijk vervolgd. Dat is historisch en goed nieuws. Dank u dat de federale politie eindelijk capaciteit vrijmaakt om de strijd tegen extreemlinks geweld te voeren, mijnheer de minister.
Hoe zult u die strijd nog versterken? Zult u ook onderzoek voeren naar de financiële stromen achter dat geweld? We moeten onze veiligheid immers kunnen garanderen tegenover dat extreemlinks geweld van de PVDA.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt 7,5 minuten om te antwoorden op de diverse opmerkingen.
Bernard Quintin:
Mesdames et Messieurs les députés, je vous remercie pour vos différentes questions. Les débordements auxquels nous avons assisté en marge des protestations des derniers jours étaient évidemment inacceptables. Notre capitale a une nouvelle fois été saccagée, d'autres villes ont également été abîmées, et ce n'est malheureusement plus un cas isolé – j'y reviendrai.
Alleen al in Brussel is de materiële schade aanzienlijk: minstens acht politievoertuigen werden beschadigd, een ruit van een MIVB-bus werd ingegooid en aan het station Brussel-Centraal werden tientallen elektrische fietsen en deelsteppen in brand gestoken. Ook publieke infrastructuur, privaatvoertuigen en een grootwarenhuis liepen schade op.
Afgelopen donderdag en vrijdag alleen al werden in Brussel, volgens informatie die mij werd bezorgd, 36 gerechtelijke arrestaties verricht, waarvan 29 minderjarigen betroffen. Er waren ook 106 administratieve arrestaties, waarvan 99 minderjarigen betroffen.
Je souhaite être très clair d'emblée: nos concitoyens n'ont pas à payer pour les méfaits de groupes d'agités. Conformément aux engagements pris au sein de la majorité, le principe du "casseur-payeur" doit pleinement et rapidement être appliqué. Le coût des dégradations doit être récupéré auprès de celles et ceux qui sont responsables des violences et des dommages qu'ils ont causés. C'est très simple: qui casse paye. Punt. Basta. Pas besoin d'en parler plus longuement.
We stellen vast dat de relschoppers zich alsmaar vaker mengen onder vreedzame betogers, niet om hun stem te laten horen, maar om geweld te plegen, schade aan te richten en de stad kort en klein te slagen. Ook in het verleden zagen we dat hardleerse amokmakers naar Brussel afzakten om betogingen te kapen en vandalisme en geweld te plegen. Voor de hardliners en recidivisten moeten we een manifestatieverbod afkondigen.
Mesdames et messieurs les députés, le 4 juin, un fait m'a particulièrement marqué. Dans un contexte tendu depuis le début de la journée, des délinquants se sont introduits dans un parlement par effraction. Chacun de nous doit prendre la mesure de ce que cela signifie: une institution élue démocratiquement par le peuple a été attaquée par la force, alors même, ironie du sort, que les manifestants étaient harangués depuis les fenêtres de cette même assemblée.
C'est une attaque contre notre démocratie, c'est un fait politique grave, c'est tout simplement inadmissible – ici comme de l'autre côté de l'Atlantique, d'ailleurs – et cela doit tous nous indigner. Depuis plusieurs mois, à chaque manifestation, des faits de violence doivent malheureusement être déplorés. Ces faits ne peuvent jamais, au grand jamais, être justifiés ni cautionnés. Il est aussi de la responsabilité de l'ensemble de la classe politique d'appeler au calme.
Je peux tout à fait entendre que les mesures adoptées – à un autre niveau de pouvoir, par ailleurs – puissent ne pas susciter l'adhésion au sein d'une partie de la population. Mais il faut également pouvoir reconnaître que les différents gouvernements de ce pays disposent d'une majorité dans les assemblées pour voir notre pays se réformer. C'est là aussi un principe fondamental de la démocratie, et cela doit valoir que l'on soit dans la majorité ou dans l'opposition.
Mesdames et messieurs les députés, je constate depuis plusieurs jours des déferlantes de haine envers nos corps de police. Comme je le répète à chaque fois, je veux une police respectable et respectueuse. Comme à chaque fois, la police est contrôlée par les organes internes et par ceux de votre Parlement. Mais surtout, elle est soumise aux réseaux sociaux et à leurs regards souvent biaisés. Comme chaque fois, des enquêtes ont été lancées par la zone de police de Bruxelles chargée du dispositif d'ordre sur son territoire. Oui, elles seront menées avec le plus grand sérieux et, comme chaque fois, les conclusions seront tirées par les autorités. Nous prenons nos responsabilités à cet égard. Manifestement, nous n'avons pas la même lecture des chiffres du Comité P pour ce qui concerne ces faits. Toutefois, je le répète encore une fois, je veux une police respectée.
Sommigen hier zouden zich de moeten stellen welk signaal we geven wanneer een volledig korps van 10.000 mannen en vrouwen publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? Dezelfde mannen en vrouwen zijn bij manifestaties geregeld het doelwit zijn van geweld, maar trekken elke dag opnieuw hun uniform aan om ons te beschermen, soms met gevaar voor eigen leven.
Nous les soutenons. Nous les soutenons quand ils agissent. Nous les soutenons quand ils sont attaqués et blessés, que ce soit sur le plan juridique ou le plan psychologique. Et oui, les bodycams doivent aussi aider à protéger nos policiers et, en effet, à livrer une image de ce qu’il se passe réellement sur le terrain sans que cela soit biaisé.
Mesdames et messieurs les députés, oui, la majorité des manifestants sont venus exercer calmement leur droit légitime à contester, tout comme l’immense majorité des policiers ont exercé leur métier avec une totale probité et un grand professionnalisme.
Mais permettez-moi de rappeler ici un principe somme toute assez simple. Quand la police donne un ordre, il faut le respecter. C’est aussi simple que cela.
(Applaudissements.)
Comme je l’ai déjà répété à de multiples reprises: oui, en tant que libéral et ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, je serai toujours défenseur des libertés fondamentales, de la liberté d’expression et du droit de manifester. Mais vous me trouverez pareillement toujours, comme l’ensemble de ce gouvernement, sur le chemin de ceux qui, par la multiplication des débordements, semblent vouloir faire de la société un champ de ruines, parfois par bêtise, mais de plus en plus souvent par une option politique de chaos.
Ja, we voeren de strijd tegen de extremen verder, ook op het terrein van de financiële geldstromen.
Nous ne laisserons jamais le diktat de la violence s'imposer.
Je vous remercie. Ik dank u.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse. Comme je l'ai dit tout à l'heure, au Parti socialiste, les choses sont claires: aucune violence ne sera jamais acceptée, ni dans la rue, ni de la part de policiers ou de policières, ni au sein d'enceintes parlementaires telles que notre Parlement et cette séance plénière. La violence peut aussi, monsieur le ministre, chers collègues, résider dans les décisions politiques qui sont prises et dans la manière dont elles sont communiquées à une partie de la population.
Monsieur le ministre, j'ai entendu que des enquêtes sont en cours, qu'elles devront être menées à leur terme et que des sanctions devront être prises. Il y va, je pense, de l'image, du crédit, mais aussi du respect dû aux forces de l'ordre. En effet, dans une démocratie, dans un État de droit, comment combattre la violence et l'insécurité lorsque celles et ceux qui doivent protéger sont perçus, ou peuvent être perçus, comme une menace par une partie pacifique de la population?
On ne peut pas rester aveugle face aux images qui circulent depuis une semaine. On ne peut pas rester sourd aux témoignages de parents, d'enseignants, d'avocates et d'avocats, de professeurs d'université qui ont analysé les faits et les images et qui nous ont dit clairement qu'il y avait eu un problème de proportionnalité et de technique dans la manière dont le maintien de l'ordre a été assuré ces dernières semaines. Je vous remercie de votre attention.
Ortwin Depoortere:
Collega's, valt het u ook op? De minister niet, de linkse partijen al zeker niet, maar zelfs de N-VA heeft het er niet over. Er is één taboe in dit Parlement, namelijk wat de oorzaak van die rellen is. Wat is de systematiek van die rellen? Hoofdzakelijk allochtone relschoppers zijn keer op keer verantwoordelijk voor de vernielingen, het vandalisme, het geweld. Dat is het failliet van de multiculturele samenleving. We zien dat in alle West-Europese steden. Dat is het rechtstreekse gevolg van de ongebreidelde massa-immigratie, waar deze en de voorgaande regeringen schuldig aan is en waren.
Ironisch genoeg stemmen we vandaag over het omvolkingspact, dat nog meer massa-immigratie in de hand zal werken, een omvolkingspact dat het volk niet wil. De meer dan 50.000 ondertekenaars van de petitie tegen het omvolkingspact bewijzen dat. Het volk wil geen nieuwe immigratie, het volk wil remigratie en het kan daarvoor rekenen op het Vlaams Belang.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous avez parlé pendant sept minutes et demie. Vous avez dit qu'un fait vous avait particulièrement marqué. Moi j'ai pensé que c'était le fait que des mineurs de 14 ans se sont retrouvés dans la rue. Non, pas du tout, pas un mot. Vous n'avez même pas pris le temps de parler de tous ces mineurs.
Vous avez parlé des vidéos qui seraient des regards biaisés. Elles ne sont pas biaisées, monsieur le ministre. Elles montrent les dysfonctionnements.
Et puis, vous avez parlé des casseurs payeurs. Voilà votre réponse. Est-ce vraiment votre réponse à celles et ceux qui se mobilisent pour l'enseignement? Est-ce votre réponse aux directeurs d'école qui ont eu peur pour leurs élèves et leur établissement? Aux enseignants – je suis un fils de prof – qui demandent simplement les moyens d'instruire correctement? Et aux jeunes à qui on dit tous les jours qu'ils ont le droit à la parole et qui, quand ils l'exercent, se font gazer?
Et je le dis clairement, ce débat concerne également la police. Je suis en contact, comme vous, monsieur le ministre, avec de nombreux policiers qui font leur travail correctement, professionnellement, et qui ne se reconnaissent pas dans les images, dans les témoignages qu'on a vus ces derniers jours.
Ce qu'on attend de votre part, monsieur le ministre, ce n'est pas une défense aveugle ni un déni, mais de la clarté, de la transparence et des règles respectées. Parce que ce n'est pas un débat police versus jeunes, c'est un débat de la confiance démocratique. Et on ne va pas restaurer la confiance avec des camps de redressement militaire, ça ne marche pas. Si vous avez de l'argent, mettez-le dans l'enseignement. Votre solution, c'est toujours plus de répression; et, ça, ça montre votre faiblesse.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Concernant les casseurs: qui casse paye, on est d'accord, n'ergotons pas là-dessus.
J'aurais préféré, par contre, entendre de vous une plus grande distanciation par rapport à la petite musique qu'on entend dans votre majorité depuis quelques jours. Quand on entend parler à ce point d'émeutes, de racailles ou de camps de rééducation, c'est qu'on rate, à mon avis, une partie du diagnostic.
Vous avez rappelé que, quand la police donne un ordre, il faut évidemment le respecter. Bien sûr, et on a besoin d'une police qui soit davantage respectée. Mais, si on a demain une police dont les citoyens – et je parle des honnêtes citoyens – ont de plus en plus peur, nous aurons vraiment perdu quelque chose. J'attire votre attention là-dessus parce que, d'après les témoignages que j'entends de plus en plus, il existe dans ce pays une jeunesse qui ne casse pas et qui pourtant a davantage peur de la police aujourd'hui qu'hier. Il ne faut pas que ça continue parce que ça, c'est un échec collectif, et nous devons y travailler.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, geweld, in welke vorm ook, en van welke kant ook, mogen we gewoon nooit normaal vinden, al zeker niet bij mensen op zo’n jonge leeftijd. Als burgemeester heb ik in de afgelopen jaren heel veel geleerd, maar zeker één ding, namelijk dat men zulke gasten niet mag loslaten. Men moet aan de slag gaan met die gasten, in een intensief traject naar herstel. Punt.
Wie erop uit is de boel te verzieken en om zeep te helpen, moet daarvoor bestraft worden. Punt. Maar als blijkt dat er bij de politie mensen zijn die hun macht misbruiken en die disproportioneel te werk gaan, moeten die ook verantwoordelijk gesteld worden. Punt.
Laat het duidelijk zijn, voor Vooruit mogen we geweld – of het politiek is of niet, of het van links of van rechts komt, van boven of van onder – nooit normaal vinden. Punt.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour toutes ces précisions. J'entends quelques protestations sur les bancs de la gauche et de l'extrême gauche, qui réduisent ce débat à la seule question des violences policières. Lorsque de telles accusations sont formulées, elles doivent évidemment être examinées. Il faut toutefois aussi refuser cette ritournelle qui consiste à attiser les tensions, à ne pas respecter les injonctions des forces de l'ordre, à filmer l'ensemble des interventions, puis à en extraire quelques images sorties de leur contexte pour les instrumentaliser.
À gauche, les réactions sont d'ailleurs diverses. Une partie semble considérer que les enfants ont davantage leur place dans la rue que sur les bancs de l'école. C'est une certaine vision du monde et une belle vision de l’éducation qui nous ne partageons pas. D'autres tiennent un discours différent. Malheureusement, nous ne l'avons pas entendu aujourd'hui, mais un député socialiste a évoqué la possibilité d'empêcher les fauteurs de troubles d'arriver sur les lieux des manifestations. Le sujet n'est pourtant pas de les empêcher d'y arriver, mais bien de les empêcher de casser et de faire en sorte qu'ils répondent concrètement de leurs actes, selon le principe du casseur payeur.
Dans une démocratie, nous avons le droit de manifester, de contester et de nous opposer. La vie en société implique toutefois aussi des devoirs: le respect des biens publics, des institutions, de la liberté d'expression de chacun, mais aussi, et surtout, le respect des forces de l'ordre.
Claire Hugon Lecharlier:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je constate toutefois qu'elles n'ont apporté que peu d'éléments aux questions que j'avais posées. À vous entendre, rien ne semble devoir être reproché à la police. Elle aurait permis à chacun de manifester en sécurité et assuré la protection des manifestants. Je ne vous ai pourtant pas entendu évoquer l'absence de désescalade ni exprimer le moindre mot de solidarité à l'égard des victimes – enfants, jeunes, enseignants, parents, journalistes et même avocats – qui dénoncent un usage excessif de la force. Pour ma part, je n'ai pas vécu cette manifestation depuis la fenêtre de mon bureau, mais sur le terrain. On ne peut pas prétendre défendre le droit de manifester tout en laissant se produire ce qui s'est passé ni en relativisant des images qui ont pourtant été vérifiées.
Nous avons bien compris que certains élus du MR considèrent que ces violences relèvent du fantasme et qu'il n'y a pas lieu d'éprouver de l'empathie pour les victimes, même lorsqu'elles sont mineures. Je trouve particulièrement choquant de constater que de plus en plus d'élus considèrent que les manifestants l'ont bien cherché, qu'ils n'avaient qu'à rester chez eux et que toute personne qui manifeste doit assumer les risques qui en découlent. Une démocratie en bonne santé ne devrait pas craindre la contestation pacifique.
Je trouve également très choquant qu'un élu de cette Assemblée, membre de la majorité, puisse me qualifier de "petite verte crapuleuse qui a eu ce qu'elle méritait", et qu'il puisse se réjouir publiquement du fait que j'aie été personnellement attaquée et blessée par un policier. Je ne sais pas quelle vision de la démocratie cela traduit, ou plutôt, je le sais trop bien.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Desalniettemin heb ik soms het gevoel dat we ons er te gemakkelijk van afmaken door nieuwe wetsvoorstellen en nieuwe ideeën te lanceren. Vandaag bestaan er al heel wat wetten waarmee u aan de slag kunt gaan om de straffeloosheid aan te pakken. Er is de ouderlijke verantwoordelijkheid, maar een politieke verantwoordelijkheid om met de bestaande wetten aan de slag te gaan.
In mijn thuishaven Mechelen gebeurt er ook wel eens een rel of wordt er in sociale woonwijken op oudejaarsavond ook wel eens met vuurwerk naar de politie gegooid, weliswaar niet zo vaak en niet zo hevig als in Brussel of Antwerpen, en dan proberen we daar zo kordaat mogelijk tegen op te treden. We starten dan zelfs een procedure om de dader uit zijn sociale woning te zetten. Vandaag bestaan er dus al heel veel mogelijkheden. De grootste slachtoffers van die relschoppers zijn immers de kwetsbaarste buurtbewoners. Het is dus nodig om hard op te treden en we kunnen ons er niet van afmaken met wetsvoorstellen en ideeën voor de toekomst. Nu is er immers al zeer veel mogelijk. Men moet daarmee aan de slag gaan, want anders creëert men een gevoel van straffeloosheid en zullen we hier volgende week tijdens het WK voetbal opnieuw dezelfde vragen moeten stellen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank voor uw zeer duidelijke en correcte antwoord. We steunen u daar volledig in. In de commissie voor Justitie liggen al een aantal wetsvoorstellen van collega De Wit die uw visie mee zullen helpen realiseren. Uiteraard moet zwaar machtsmisbruik eveneens worden aangepakt.
Welke prioriteiten schuift de linkse oppositie hier naar voren, zoals ook altijd in de commissie voor Binnenlandse Zaken? Al dagen wordt onze hoofdstad Brussel gevandaliseerd en u vindt het blijkbaar belangrijker om al onze politiemensen aan te vallen dan te zeggen dat die relschoppers moeten worden aangepakt!
Collega Hugon Lecharlier, als u zegt dat de politie geen traangas meer mag gebruiken, dan vind ik dat hallucinant. Op een moment dat onze hoofdstad al dagen wordt gevandaliseerd, dat een zone ontruimd is en dat de politie het waterkanon inzet, vindt u het nog nodig om u tussen die relschoppers te mengen en opruiende taal te verkopen. Dat is uw zaak, maar wij steunen volledig dat de politie op een dergelijk moment traangas mag gebruiken. We staan achter onze politie en we veroordelen de (woord geschrapt op verzoek van de voorzitter) mensen in dit Parlement die zich tussen relschoppers mengen.
( Rumoer in de zaal )
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, in uw geval was er geen sprake van een persoonlijk feit. In het geval van mevrouw Hugon Lecharlier wel.
Collega's, het noemen van een naam volstaat niet om van een persoonlijk feit te spreken. Aan mevrouw Hugon Lecharlier werden intenties toegedicht en zij heeft het recht daarop te reageren.
( Rumoer in de zaal )
Mijnheer Hedebouw, uw naam werd één keer genoemd, nee, uw fractie werd genoemd. Dat is geen persoonlijk feit. Uw naam werd één keer genoemd op een manier die niet denigrerend was.
Ik stel voor dat uw mevrouw Hugon Lecharlier haar recht op een persoonlijk feit laat uitoefenen.
Mevrouw Hugon heeft 2 min 30. Madame Hugon, vous avez la parole.
Fait personnel
Persoonlijk feit
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je vous remercie de me permettre de répondre (mots supprimés à la demande du président) .
(Brouhaha)
Voorzitter:
Collega's! Nee, u hebt niet het woord, mijnheer Ronse!
(Rumoer in de zaal)
Collega’s, straks zal de heer Bergers, zoals dat gebruikelijk is bij een persoonlijk feit, een repliek kunnen geven. De sfeer is echter duidelijk opgewonden. Ik vraag aan iedereen, dus ook aan collega’s Hugon Lecharlier en Bergers, om zich op een parlementaire manier te gedragen. Dat geldt voor iedereen, hoewel ik persoonlijke animositeiten begrijp.
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je voudrais préciser, comme je l'ai déjà fait publiquement, que la raison de ma présence vendredi n’était pas que j'étais parmi les manifestants, mais que je suis arrivée sur les lieux et que j’ai vu le risque d’escalade.
J’ai souhaité rester, dans le cadre ce que je considère être mon mandat démocratique de vigilance et de contrôle de l’exécutif, non seulement ici, mais aussi sur le terrain, pour documenter ce qu’il se passait. Je voyais très bien que, derrière certains policiers, une nasse était en cours. Or il s'agit d'une technique illégale.
Je n’accepte pas que des collègues viennent ici se réjouir publiquement et m’insultent à propos d’actions menées dans le cadre de mon mandat démocratique. Cela fait partie de notre mission que de veiller à ce que tout se passe bien et à documenter comment les choses se passent.
Je suis à la fois scandalisée de ce qu’il peut se dire ici, dans les rangs de la majorité, et du peu du désolidarisation que je remarque à l'endroit de ces propos qui sont complètement scandaleux. J’en perds mes mots, sérieusement.
J’aurais aimé, monsieur le président, que vous puissiez condamner, en tant que président d’assemblée, les insultes qui peuvent être prononcées à mon égard, alors que j'étais dans le cadre de mon mandat démocratique.
Jeroen Bergers:
Mevrouw Hugon Lecharlier (woorden geschrapt op verzoek van de voorzitter) . Elk voorstel om relschoppers aan te pakken, is volgens uw partij en volgens de andere linkse oppositiepartijen fascisme. Ik denk daar het mijne van.
U zei op sociale media heel duidelijk dat u niet van plan was om naar die betoging te gaan, maar u was er dan. U bent gedurende drie uur gebleven. Op een gegeven moment heeft de politie een bepaalde zone vanwege vandalisme en de ontstane rellen ontruimd. Het waterkanon werd ingezet en zelfs terwijl het waterkanon werd ingezet, bleef u nog agressief doen tegen de politie. Dat er dan iets gebeurt, lijkt mij nogal redelijk normaal.
Voorzitter:
Collega’s, ik richt mij tot u allen, en ik herhaal het ook ten aanzien van collega Bergers. In de vragenronde is het de bedoeling om vragen te stellen en zich tot de minister te richten. Daarbij kunnen scherpe politieke standpunten worden ingenomen. Ik denk dat dat niet alleen toegestaan is, maar dat het af en toe zelfs de bedoeling is, ter profilering. Daarbij moet men toch in acht nemen om collega’s niet te viseren.
Wanneer ik mij niet vergis, maar ik heb een zeer slecht geheugen, is er in het geval van collega Hedebouw een scherpe aanval geweest op zijn partij of zijn fractie, maar dat valt niet onder het gegeven van een persoonlijk feit.
(Protest in de zaal)
Als beweerd wordt dat u schrik hebt en u zegt dat u helemaal geen schrik hebt, dan zal ik dat als een persoonlijk feit beschouwen. Mijnheer Hedebouw, u hebt het woord.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de voorzitter, ik zou niet hebben gereageerd wegens een persoonlijk feit als ik niet had geweten dat behalve de heer Bergers ook de minister van Defensie, de heer Francken, exact dezelfde argumenten gebruikt tegen de PVDA.
De heer Francken heeft op televisie verklaard dat er een link is tussen de PVDA en de gewelddadige acties die plaatsvinden. Daarvoor is geen enkel bewijs. Op zich is het al erg dat een minister dat vandaag stelt. Hij beweert zelfs dat het OCAD vaststelt dat er een link is, hoewel dat niet het geval is.
Collega’s, de bedoeling van de N-VA, van de heer Francken en van de heer Bergers, is gewoon de oppositie criminaliseren. Dat is er aan de gang.
De heer Francken voelt heel goed dat het draagvlak voor de genocide tegen de Palestijnse bevolking wegsmelt, dat het draagvlak voor de miljardeninvesteringen in oorlog in Vlaanderen wegsmelt en dat ook het draagvlak voor de ondersteuning van de Amerikaanse bombardementen in Iran wegsmelt. Zelfs de sympathie voor het Amerikaanse imperialisme smelt weg.
In die context weten de heer Francken en de heer Bergers natuurlijk dat de PVDA een actieve rol speelt in de samenleving. Ik vind het dan ook heel erg dat er vandaag aantijgingen zijn als zou de PVDA achter dat geweld staat, hoewel dat helemaal niet het geval is en er geen bewijzen zijn. Ik heb dat allemaal al verduidelijkt. Alsof er advocaten van de PVDA betrokken zijn, en dergelijke, al die voorbeelden die vernoemd zijn, een kartel dat we in 2012 hadden gevormd. Zijn jullie nu verantwoordelijk voor alles wat cd&v tegenwoordig doet? Helemaal niet. U weet allemaal dat er geen bewijzen zijn.
Nogmaals, als een parlementslid dat zou opperen, dan zou ik dat nog kunnen plaatsen onder een politiek debat. Dat een minister echter op televisie dergelijke aantijgingen zonder bewijs naar voren schuift, is democratisch gevaarlijk. Ik vertel dat tegen iedereen. De bedoeling is om de oppositie te criminaliseren. Dat is democratisch echt gevaarlijk.
Laten we daar niet aan meedoen, beste collega's. Dat stellen we duidelijk.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u om mij het woord te verlenen.
Laat mij duidelijk zijn, ik heb geen enkel probleem met vreedzaam protest. Integendeel, dat is een goede zaak. Vreedzaam protest moet altijd mogelijk zijn. Waarmee ik wel een probleem heb, is wanneer protest niet vreedzaam verloopt, maar wanneer gekozen wordt voor geweld.
Mijnheer Hedebouw, u stelt dat u zich niet wilt verantwoorden voor mensen die in 2012 op uw lijst stonden. Laat mij het dan eenvoudiger stellen. Youlian Burnham heeft de UGent gevandaliseerd. Basile Peeters heeft de UGent gevandaliseerd. Zijn dat leden van uw partij, ja of neen? Het zijn leden van uw partij.
Wanneer in een normale democratische partij geweld wordt gepleegd tijdens betogingen of wanneer leden relschoppen, wordt een tuchtprocedure opgestart tegen die geweld plegende leden. Ik kan alleen maar vaststellen dat dat in de PVDA niet gebeurt; dat wordt gesteund. Kijk naar het aantal mensen van Progress Lawyers Network die nu ook de relschoppers verdedigen. Kijk hoeveel van hen op uw lijst hebben gestaan. Dat is ongelooflijk. De bewijzen zijn er dus wel degelijk naar.
Als u zegt dat u niet geconfronteerd wilt worden met het relschopgedrag van uw eigen partijleden, zet hen dan uit uw partij.
(Tumult)
Voorzitter:
Collega's, ik zal het verslag van deze vergadering nalezen en eventuele aantijgingen en beledigende formuleringen eruit verwijderen. Daarvan zal ik u volgende week in kennis stellen.
-
Vraag: De aanrijding van een kind door een politievoertuig in Antwerpen
veiligheid, justitie en defensieDe aanrijding van een kind door een politievoertuig in Antwerpen
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Brent Meuleman bekritiseert dat politieagenten enkel theorie en geen praktijklessen krijgen voor prioritair rijden, ondanks herhaalde ongevallen en dringende vragen uit het korps, en dringt aan op snelle hervormingen. Minister Bernard Quintin bevestigt dat er sinds mei 2024 nieuwe richtlijnen gelden die achtervolgingen moeten beperken en veiligheid verbeteren, en belooft een hervorming van de politieopleiding, maar geeft geen concrete timing. Meuleman noemt dit onvoldoende en wijst op zijn wetsvoorstel voor verplichte praktijkopleidingen, dat brede politieke steun geniet. Quintin erkent de noodzaak maar blijft vaag over directe actie, terwijl Meuleman urgentie benadrukt.
Brent Meuleman:
"Jongen van zes zwaar gewond na aanrijding door politievoertuig tijdens klasuitstap in Antwerpen."
Mijnheer de minister, als u als ouder zo’n bericht ziet binnenkomen, staat uw hart even stil. Dat is een drama voor iedereen die daarbij betrokken is: voor dat kleine ventje, voor de juffen, voor de schoolkinderen, maar uiteraard ook voor de betrokken agenten. Ik ga hier vandaag geen grote uitspraken doen over het ongeval zelf en over de vraag of het al dan niet kon worden vermeden. Er wordt een onderzoek gevoerd en ik denk dat het belangrijk is dat dat in alle sereniteit kan gebeuren. Dat niemand dit heeft gewild, mag duidelijk zijn. Helaas, mijnheer de minister, is dit het zoveelste ernstige ongeval met een prioritair voertuig.
Wat dat eigenlijk nog erger maakt, is dat we kunnen zeggen dat het niet eens verrassend is. Tot op vandaag krijgen agenten in hun opleiding geen praktijklessen prioritair rijden of achtervolgen. Ze krijgen daarover alleen theorielessen. Dat is toch absurd, collega’s? Agenten moeten dagelijks snelle interventies uitvoeren en iedereen verwacht dat ze snel ter plaatse zijn. Daarom vraagt ook de politie zelf al jarenlang om die praktijklessen in de opleiding op te nemen. Dat is gewoon de logica zelf.
Mijnheer de minister, dit is het zoveelste ongeval met een prioritair voertuig. Dat zijn gevaarlijke en schrijnende situaties voor alle betrokkenen. Hoeveel ongevallen moeten er nog gebeuren vooraleer er wordt ingegrepen?
Ik heb daarom maar één eenvoudige vraag voor u. Wanneer zullen onze politieagenten eindelijk ook praktijklessen krijgen voor achtervolgingen, zoals ze zelf al jarenlang vragen?
Ik dank u.
Bernard Quintin:
Beste mijnheer Meuleman, vooreerst wil ik het slachtoffer dat gewond raakte bij een dramatisch ongeval met een politievoertuig deze week veel beterschap wensen. Ook aan de familie wil ik mijn steun betuigen.
Zonder in te gaan op alle details en de specifieke omstandigheden deel ik uw bekommernis dat elk verkeersongeval waarbij een prioritair voertuig betrokken is, maximaal vermeden dient te worden. Vanuit die bekommernis heb ik midden 2025 al aan het Coördinatiecomité van de Geïntegreerde Politie de opdracht gegeven om nationale richtlijnen uit te werken. Er werd meteen een werkgroep opgericht met experten en ervaringsdeskundigen van de lokale en federale politie. De bestaande richtlijnen, good practices en instructiefiches werden samen met het juridisch kader gestructureerd en getoetst aan de hedendaagse toepasbaarheid en de risico’s die verbonden zijn aan dit soort politieprocedures.
Het resultaat van de vele overlegmomenten werd geformaliseerd in een nieuwe omzendbrief, die op 8 mei door de Raad van Burgemeesters zeer positief werd onthaald, in tegenstelling tot de eerdere negatieve adviezen van de syndicale partners. Mijn ambitie is evenwel om te komen tot een duidelijk kader dat gedragen wordt door zowel de politieleiding als de syndicale organisaties, een kader dat de veiligheid van alle weggebruikers beschermt, inclusief voetgangers en de eventuele vluchter, maar tegelijk ook voldoende bescherming biedt aan onze politieagenten. Daarom legt de omzendbrief nog meer nadruk op alternatieve manieren om vluchters te identificeren en op interceptie in de diepte. Zo kunnen achtervolgingen op een zo veilig mogelijke manier verlopen en waar mogelijk in duur worden beperkt. Dat staat ook centraal in de aanpassing van de politievorming die ik aan het voorbereiden ben. Het is heel belangrijk dat onze politiemensen de gepaste vorming krijgen. Dat wordt ook meegenomen in een herstructurering van de politieacademie, maar ik ben daarmee bezig.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het ongeval in Antwerpen toont nog maar eens de urgentie aan van de hervormingen waarover u het hebt. Ik blijf echter op mijn honger zitten. U hebt het over omzendbrieven, instructiefiches en andere, maar ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat er maar een weg vooruit is en dat is de opleiding hervormen en zorgen voor praktijkopleidingen. Dat is wat de politieagenten zelf al heel lang vragen. De urgentie bestaat, maar ik zie ze hier precies niet. Gelukkig is Vooruit niet blijven stilzitten. Ik heb een wetsvoorstel ingediend om prioritair rijden in te kantelen in de opleiding. Ik heb daarvoor Kamerbrede steun gekregen van al mijn collega’s en ik zie ze hier allemaal knikken. Ik stel voor dat we er werk van maken en die wet zo snel mogelijk goedkeuren.
-
Vraag: De onveiligheid in treinstations
Vraag: De agressie in treinen en treinstations
Vraag: De veiligheid in de stations Brussel-Zuid en Brussel-Noord
mobiliteit en transportDe onveiligheid in treinstations
De agressie in treinen en treinstations
De veiligheid in de stations Brussel-Zuid en Brussel-Noord
Veiligheid en agressie in Belgische treinstations en treinen summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie (Vooruit, N-VA en Vlaams Belang) bekritiseert de verslechterde veiligheid in Belgische stations, met dagelijks twee agressie-incidenten en een stijging van 30% geweld sinds corona, vooral in Brussel en Vlaamse steden zoals Gent en Aalst. Volgens hen falen eerdere beleidskeuzes, zoals de afbouw van de spoorwegpolitie onder N-VA (2015-2018), en ontbreekt het aan capaciteit, transparantie (Securail-cijfers worden niet gedeeld) en concrete actie, ondanks herhaalde noodkreten van veiligheidspersoneel. Ministers Quintin (Binnenlandse Zaken) en Crucke (Mobiliteit) beloven een "nationaal actieplan" met directe maatregelen: 20 extra spoorwegpolitie-agenten in Brussel, gemengde politie-militair patrouilles, bodycams voor Securail, betere cameratoegang voor politie en proefprojecten met toegangspoortjes in risicostations. Ze benadrukken samenwerking tussen Securail, politie en lokale overheden, maar erkennen dat structurele oplossingen (zoals snellere sancties en zwartrijderscontroles) nog moeten worden uitgewerkt. De oppositie blijft sceptisch en eist een brede, niet alleen Brusselse aanpak, met meer bevoegdheden voor Securail en snellere implementatie, terwijl Vlaams Belang 117 concrete voorstellen (o.a. registratie dadersafkomst, zwarte lijsten) aanreikt. De ministers benadrukken dat veiligheid "absolute prioriteit" is, maar concrete resultaten en cijfertransparantie blijven punt van discussie.
Brent Meuleman:
Heren ministers, in de krant van vandaag lezen we dat bijna alle Belgische stations de afgelopen tien jaar onveiliger zijn geworden. Gemiddeld worden elke dag twee mensen aangevallen in een trein of een station. Er zijn steeds meer slachtoffers van toenemende agressie en zinloos geweld. Dat is onaanvaardbaar en ronduit gevaarlijk, want elke dag nemen duizenden mensen de trein, waaronder kinderen op weg naar school, mensen op weg naar hun werk, senioren voor hun daguitstap.
Het gaat om de veiligheid van ons allen en ook om de veiligheid van het treinpersoneel. Drie maanden geleden hebben meer dan honderd Securailagenten de alarmbel geluid. De onveiligheid in onze stations dreigt te ontsporen, zeiden ze toen. Vandaag staan we hier en slaan de Securailagenten opnieuw een noodkreet. Voor hen is toenemende agressie vanwege een paar rotte appels de dagelijkse realiteit.
Met Vooruit stellen we heel duidelijk dat een veilige samenleving de eerste zorg is van een sterke overheid.
Mijnheer de minister, u beloofde met een sterk actieplan te komen om de veiligheid in onze stations te waarborgen, maar op het terrein zien we daar nog niet veel van.
Wat zult u ondernemen om de veiligheid in onze stations te verbeteren voor alle treinreizigers, voor de Securailagenten en voor de treinbegeleiders?
Dorien Cuylaerts:
Heren ministers, dat u met tweeën klaarzit, wijst op het belang van het thema. De situatie is zonet goed geschetst door mijn collega. Er zijn opnieuw bijzonder verontrustende cijfers over geweld op het spoor. Elke dag worden gemiddeld twee mensen het slachtoffer in een station of op een trein. Dat zijn geen statistieken, dat zijn mensen. Mensen zoals Tim en Bart, die maanden later nog altijd moeten leven met de gevolgen. Laten we eerlijk zijn, het is niet langer een gevoel van onveiligheid, het is vandaag gewoonweg onveilig. Sinds corona is het geweld alleen nog fors gestegen, in Vlaanderen zelfs met bijna 30 %. In Brussel is het probleem al langer gekend. Het is daar al lang duidelijk. Als voorbeeld noem ik Brussel-Zuid. Alleen al in dat station vindt een op de vijf interventies plaats. Daar blijft het niet bij. Ook Aalst, Gent, Lier en zelfs Kalmthout moeten eraan geloven. Dat is een heuse kettingreactie van onveiligheid.
Securail voert meer dan honderd interventies per dag uit. Dat is het gevolg van een beleid dat te lang te laks is geweest op het vlak van veiligheid en migratie.
Heren ministers, de signalen zijn niet nieuw. U weet dat. Op het terrein horen we telkens opnieuw dat er een tekort is aan capaciteit, aan slagkracht en aan duidelijkheid. Zulke incidenten laten sporen na bij de slachtoffers, mogelijk voor de rest van hun leven. We willen meer mensen op de trein krijgen, maar zonder veiligheid lukt dat niet.
Daarom heb ik de volgende vragen. Erkent u dat de veiligheid op het spoor onder druk staat?
Hoe kunnen we het vertrouwen bij de reizigers opnieuw opkrikken?
Wanneer zal het veiligheidspersoneel eindelijk kunnen gebruikmaken van bodycams?
Wat is de stand van zaken van het proefproject met toegangspoortjes in een aantal stations?
Frank Troosters:
Heren ministers, de krant Het Laatste Nieuws heeft vandaag een artikel gebracht dat duidelijk maakt dat de onveiligheid in bijna alle stations in de voorbije tien jaar toegenomen is. Het Vlaams Belang is daar niet door verrast. Het artikel deelt eigenlijk onze vaststellingen en de analyses die wij al lang brengen: de verhoging van het aantal feiten, die niet beperkt is tot het station van Brussel-Zuid, de toenemende drugsproblematiek en het toenemende wapengebruik.
De problemen zijn bekend. Vooral over het gebrek aan mankracht bij Securail en bij de spoorwegpolitie heb ik meermaals vragen gesteld aan toenmalig minister De Crem, aan minister Verlinden, en ook al aan u.
We kennen het probleem, want jaar na jaar blijkt dat de personeelskaders niet volledig worden ingevuld. Een tekort aan mankracht wordt vastgesteld. Die problemen zijn in het verleden ontstaan, na de afbouw van de spoorwegpolitie. Ik heb de cijfers meegebracht. Het klopt volledig. In 2015, onder de Zweedse regering, met NV-A minister Jan Jambon, waren er 724 agenten bij de spoorwegpolitie. Eind 2018 waren daar nog 465 agenten. De problemen die we na die afbouw vandaag kennen, hebben we dus te danken aan het toenmalige beleid van de N-VA.
Ik heb een andere, vreemde vaststelling. Toen we met het Vlaams Belang de cijfers per station opvroegen, kregen we van de minister van Binnenlandse Zaken netjes een antwoord: per station het aantal feiten voor de lokale politie en het aantal feiten voor de spoorwegpolitie. Als ik het plaatje echter volledig wil hebben en ik aan de NMBS de cijfers van Securail vraag, krijg ik die niet. Ik krijg als antwoord gewoon een algemene, nietszeggende, uitleg. Ik vind dat zeer vreemd. Ik moet immers lezen dat de journalist van Het Laatste Nieuws blijkbaar nooit eerder gepubliceerde cijfers, tot tien jaar terug, kon inkijken.
Mijnheer de minister, wat vindt u ervan dat die blijkbaar nooit eerder gepubliceerde cijfers niet ter beschikking van de parlementsleden zijn?
Heren ministers, wat zullen jullie doen om de veiligheid in al de stations te verbeteren?
Bernard Quintin:
Mijnheer Meuleman, mevrouw Cuylaerts, mijnheer Troosters, voor deze regering is de veiligheid in en rond het openbaar vervoer een absolute prioriteit. Iedereen moet zich in ons land op elk moment van de dag veilig kunnen verplaatsen. Elke vorm van agressie of geweld in of rond stations is er een te veel. Laat daar geen enkele twijfel over bestaan. Wij treden daar kordaat tegen op.
Bij de spoorwegpolitie heb ik een historisch capaciteitstekort geërfd, maar sinds het begin van mijn mandaat heb ik concrete maatregelen genomen om dat aan te pakken. Zo heb ik in december de capaciteit in de hoofdstad al versterkt met 20 extra agenten. Wij investeren ook in technologieën. De 8.000 camera’s van de NMBS zijn vandaag toegankelijk voor alle politiediensten, zowel federaal als lokaal. Vroeger was dat onmogelijk. Dankzij die camera’s kunnen we sneller ingrijpen, beter identificeren en efficiënter vervolgen.
We gaan verder en sluiten nu ook een akkoord met Infrabel, zodat ook hun 4.500 camera’s kunnen worden ingezet in de strijd tegen geweld en criminaliteit.
Daarnaast hebben we ook Securail, de veiligheidsdienst van de NBMS. Die staat in voor de veiligheid van reizigers en personeel in de stations, op de treinen en in de NMBS-gebouwen.
Samen met mijn collega, de minister van Mobiliteit, Jean-Luc Crucke, heb ik afgesproken om de samenwerking tussen de spoorwegpolitie en Securail te versterken. Zoals voorzien in het regeerakkoord zal de operationele capaciteit van Securail onder mijn bevoegdheid worden gebracht, wat onze slagkracht op het terrein aanzienlijk zal vergroten. Voor mij is dat een cruciale maatregel om de versnippering van de veiligheid in en rond de stations aan te pakken. Dat staat hoog op de agenda van de vergadering die ik morgen zal hebben met collega Crucke.
Zoals u weet, werk ik ook aan een wettelijk kader om het gebruik van bodycams door treinbegeleiders en Securailagenten mogelijk te maken. Bij de politie hebben die camera’s hun meerwaarde al bewezen. Ze werken ontradend bij agressie en geweld en zorgen tegelijk voor een sterkere bewijslast wanneer zich incidenten voordoen. Onze aanpak is duidelijk en wie denkt dat stations vrijplaatsen zijn voor geweld, drugs of intimidatie, vergist zich.
Tot slot, maar zeker niet onbelangrijk, vanaf morgen zetten we in Brussel ook gemengde patrouilles in van politie en militairen. Agenten van de spoorwegpolitie en militairen zullen samen patrouilleren in en rond de trein- en metrostations in Brussel. De veiligheid van onze burgers stopt niet aan de ingang van de stations en/of op de trein.
Burgers moeten zich veilig voelen in de stationsomgeving, in het station, op het perron, langs de sporen en op de trein. Dat veiligheidscontinuüm is voor mij onontbeerlijk en dat is een gedeelde verantwoordelijkheid van Securail, de spoorwegpolitie en de lokale politie.
Wie overlast veroorzaakt of wie geweld pleegt, zal worden aangepakt. Dat is onze boodschap. Wie de regels niet respecteert, zal de gevolgen dragen. We kiezen resoluut voor veilige stations en voor een veilige reiziger. Ik dank u.
Jean-Luc Crucke:
Geachte leden, geweld in onze treinen en stations is geen perceptie – u hebt helemaal gelijk – maar een realiteit en die realiteit is onaanvaardbaar. We tellen vandaag gemiddeld twee agressies per dag op het spoorwegnet. Zo komt de hele belofte van openbare dienstverlening in het gedrang. Veiligheid is geen bijkomstig onderwerp. Het is de basisvoorwaarde om het vertrouwen van de burgers in de trein te behouden.
We hebben nauw samengewerkt met minister Quintin. Concreet zullen we morgen al samenkomen met de CEO van de NMBS. Het doel is duidelijk, namelijk een echt nationaal actieplan uitwerken voor de veiligheid in de stations en de treinen. Dat plan zal steunen op concrete maatregelen die al worden uitgerold of in voorbereiding zijn.
Om te beginnen versterken we de menselijke aanwezigheid op het terrein. Dat betekent meer politie in de stations, zichtbare patrouilles en een betere coördinatie met Securail. In dat kader heeft collega Quintin van de minister van Defensie bekomen dat het aantal militairen in de stations en metrostations in Brussel wordt verhoogd. Veiligheid moet zichtbaar zijn om afschrikkend te werken.
Vervolgens willen we de toegang en de doorstroming in de grote stations beter controleren. Er zullen proefprojecten worden opgestart om te voorkomen dat bepaalde stations no-gozones worden, onder meer via toegangscontroles zoals het installeren van toegangspoortjes in gevoelige stations. Ik wacht nog op de studie van de NMBS voordat we dit jaar met die proefprojecten kunnen beginnen.
Tegelijkertijd versnellen we de uitrol van technologische middelen, het delen van cameragegevens van de NMBS en Infrabel met de politiediensten en de invoering van bodycams voor het personeel. Het doel is voorkomen, sneller ingrijpen en doeltreffender sanctioneren.
Naast die middelen is veiligheid vooral een kwestie van organisatie. We willen een veel coherentere veiligheidsketen met een versterkte coördinatie tussen de federale politie, de lokale zones en Securail, onder meer via een gedeeltelijke aansturing van Securail door Binnenlandse Zaken.
Voor de grote stations, in het bijzonder in Brussel, willen we verdergaan met een globale aanpak. Veiligheid stopt niet op de perrons. Ze heeft ook betrekking op de omgeving, op fenomenen van marginaliteit en op de stedelijke realiteit. Daarom zullen we het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de hand reiken om samen antwoorden uit te werken op die uitdaging.
Publieke cijfers moeten gekend zijn en gepubliceerd worden. Daarover mag geen enkele twijfel bestaan. Alle cijfers waarover ik beschik, zullen worden gepubliceerd wanneer daarom wordt gevraagd.
Wat de toegangspoortjes betreft, wachten we zoals gezegd op de studie van de NMBS om die proefprojecten te kunnen opstarten.
Brent Meuleman:
Heren ministers, uw antwoord boezemt mij vertrouwen in. Deze regering heeft aangegeven het probleem aan te pakken en ik merk dat er al heel wat initiatieven zijn genomen. Ik wil toch een belangrijk aandachtspunt meegeven. Er wordt vaak over Brussel gesproken. We hebben het over de 20 extra veiligheidsagenten, over camera’s en over militairen. We mogen echter niet vergeten dat er ook op andere plaatsen in ons land noden zijn op het vlak van veiligheid in de stations. Als ik naar mijn eigen provincie kijk, denk ik aan Aalst en Dendermonde. Ik las vanmorgen in de krant de cijfers over Gent-Sint-Pieters. Ook daar is werk aan de winkel. Overal in ons land moeten mensen veilig de trein kunnen nemen en zich veilig in de stations kunnen verplaatsen. Onze Securailagenten slaken vandaag een noodkreet en u moet daarmee aan de slag. Zij doen er alles aan om ervoor te zorgen dat kinderen veilig naar school kunnen gaan en dat mensen veilig op hun werk geraken, maar dan moet een sterke overheid er wel voor zorgen dat zij hun werk veilig kunnen doen.
Dorien Cuylaerts:
Heren ministers, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben blij te horen dat veiligheid echt de hoogste prioriteit heeft voor iedereen hier in het halfrond en dat het van belang is dat mensen zich veilig kunnen voelen.
U haalde terecht aan dat er vanaf morgen in de Brusselse stations militairen zullen patrouilleren. We mogen ons echter niet beperken tot symptoombestrijding. We moeten het probleem ook bij de wortel aanpakken. Daar moet zeker werk van worden gemaakt. Ik heb uit uw antwoord begrepen dat dat zeker wordt opgenomen.
Het is immers van belang dat personen die rondhangen in de stations, sneller en kordater worden aangesproken. Er moet ticketcontrole zijn en de aanpak van zwartrijders moet worden opgedreven. De Securailagenten zouden meer interventiemogelijkheden moeten krijgen binnen een heel duidelijk kader.
Welke weerstand er ook is van de NMBS-directie, de vakbonden of andere departementen, laat u niet tegenhouden en garandeer een snelle uitrol van maatregelen die rechtstreeks ingrijpen op het terrein.
Frank Troosters:
Heren ministers, ik dank u voor uw antwoord.
Het Vlaams Belang vraagt al heel lang een structurele veiligheidsaanpak voor alle stations. Met de partij willen wij u daarbij ook helpen. Zondag hebben wij in Brussel een grote veiligheidsmeeting gehouden, waarop wij onze nieuwe veiligheidsbrochure hebben voorgesteld. Daarin staan 117 concrete voorstellen om de veiligheid te verhogen. Het gaat onder meer om het verhogen van de mankracht bij spoorwegpolitie Securail, het gebruik van bodycams, het uitbreiden van de bevoegdheden van veiligheidsagenten en een betere uitrusting, betere verweermiddelen, het versoepelen van omslachtige procedures, het registreren van de afkomst van daders en werk maken van een controleerbare zwarte lijst van stations en treinverboden. Er staan heel veel voorstellen in.
De voorzitter van de veiligheidsmeeting en mijn dappere en strijdvaardige vriend en collega Ortwin Depoortere heeft speciaal voor u een exemplaar gesigneerd. Ik mag het u van hem overhandigen. Hopelijk kunt u daar inspiratie uit halen.
(De heer Troosters overhandigt een brochure.)
Voorzitter:
Het betreft ongetwijfeld een collector’s item, maar nu is het de vraag wie van beiden het kleinood in ontvangst mag nemen.
-
Vraag: De Europese 112-dag
Vraag: Het personeelstekort bij de 112-noodcentrales
internationale politiek en migratieDe Europese 112-dag
Het personeelstekort bij de 112-noodcentrales
Noodhulpdiensten en uitdagingen bij 112-centrales summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 12 februari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Brent Meuleman en Matti Vandemaele benadrukken het acute personeelstekort en overwerk in noodcentrales, waar levensbedreigende oproepen minutenlang in de wacht staan door onderbezetting (soms 1 medewerker voor 1 miljoen inwoners) en karige lonen, terwijl het werk psychologisch zwaar is. Volgens hen falen de beloften van de regering en eisen medewerkers directe oplossingen: meer collega’s, betere verloning en een aantrekkelijker statuut in plaats van symbolische gebaren. Minister Bernard Quintin erkent het probleem en somt kortetermijnmaatregelen op zoals tijdelijke detacheringen (46 nieuwe calltakers in 2024), versnelde selecties en een masterplan voor modernisering, welzijn en vereenvoudigde noodnummers (112 + één tweede nummer). Hij wijst op structurele uitdagingen zoals lange opleidingstijden (10-12 maanden) en afwezige medewerkers, maar belooft verbeteringen. Meuleman en Vandemaele bekritiseren dat de maatregelen onvoldoende zijn: ze eisen concrete actie in plaats van "stressballen" of procedurele aanpassingen, en wijzen op verslechterde arbeidsvoorwaarden onder deze regering, wat de aantrekkingskracht van de job verder ondermijnt. Volgens hen blijft de kernvraag onbeantwoord: hoe en wanneer komt er genoeg gekwalificeerd personeel om levens te redden.
Brent Meuleman:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, u komt thuis en uw partner ligt op de grond, of uw zus wordt bedreigd door haar agressieve ex-partner, of uw kind, de persoon die u het liefst ziet, verkeert in een acute, levensbedreigende situatie. U bent in paniek en pakt uw telefoon. U belt naar de noodcentrale en drukt 112, want er is geen tijd te verliezen, maar u komt in de wachtrij en met u nog vele anderen. Seconden worden minuten. U wacht en u wacht en u wacht. Aan de andere kant van de lijn zit een medewerker van de noodcentrale, overwerkt. Hij moest eigenlijk een shift doen met vijf collega's, maar hij staat er weer alleen voor. Personeelstekort zeggen ze dan. Die medewerkers zijn enorm toegewijd; hun missie bestaat erin andere mensen te helpen en levens te redden, maar ze voelen zich machteloos. Ze zijn moe en overwerkt, want de wachtrijen blijven maar oplopen. De telefoon staat roodgloeiend. Er is geen tijd om pauzes te nemen.
Mijnheer de minister, dat zijn geen denkbeeldige situaties; dat is de realiteit in onze noodcentrales, ook in mijn provincie. In Oost-Vlaanderen heeft vorige zomer een kwart van de bellers naar de noodcentrale geen gehoor gekregen. In die wachtrij wilt u niet staan. In die wachtrij zou niemand mogen staan, want het betekent waarschijnlijk dat levensnoodzakelijke hulp te laat komt en dus is het tijd voor actie.
Ik heb dan ook maar één duidelijke vraag voor u: wat zult u doen om het chronisch personeelstekort bij de noodcentrales op te lossen en wat onderneemt u voor het welzijn van al die onzichtbare helden van de noodcentrales?
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, we hebben allemaal verhalen gehoord. Een moeder die belt voor haar dochter die wordt bedreigd, moet vijf minuten wachten op een antwoord van de noodcentrale. Iemand komt thuis, vindt zijn partner die niet meer ademt op de grond en moet twee minuten wachten. Er rijdt iemand met de auto het kanaal in en wie de nooddienst alarmeert, moet wachten. Dat zijn reële situaties. We verzinnen ze niet. Ze komen uit getuigenissen van de noodcentrales 101 en 112.
De medewerkers van de noodcentrales leveren elke dag opnieuw fenomenale inspanningen. Zij draaien heel zware en psychologisch heel erg belastende shifts in heel moeilijke omstandigheden. Zij doen dat bovendien voor een erg karig loon.
Het personeelsprobleem dat ten grondslag ligt van de wachttijden, is geen nieuw probleem en het wordt alsmaar erger. Ik geef een aantal cijfers. Naar verluidt zit er één persoon die de telefoon kan opnemen in de meldkamer voor de hele provincie Antwerpen met 1 miljoen inwoners. In Oost-Vlaanderen zijn er voor één shift slechts twee personen aanwezig in plaats van zes. Voor de provincie Antwerpen bestaat het kader uit 50 vte’s om de permanentie te verzekeren. Vandaag zijn daar 25 medewerkers aan de slag. Aan de slag is niet helemaal de juiste term, want 5 mensen zijn nog in opleiding. Mijnheer de minister, de betrokken personeelsleden zijn de beloftes beu. Zij willen oplossingen en zij willen ze nu.
Mijn vragen zijn heel eenvoudig.
Wat zult u op korte termijn doen, zodat levens worden gered in plaats van verloren?
Wat zult u doen aan de heel erg karige verloning? Bij de laatste ronde waren er bijna geen Nederlandstalige sollicitanten meer, omdat de job gewoonweg niet aantrekkelijk genoeg is.
Wat zult u doen om de mensen in die stressvolle omgeving langer aan boord te houden en beter te laten werken?
Bernard Quintin:
Dank u voor uw vragen, mijnheer Meuleman en mijnheer Vandemaele.
Mijn administratie en ikzelf zijn ons ten volle bewust van de uitdagingen waarmee de noodcentrales worden geconfronteerd. Ik wil daarbij benadrukken dat burgers die in een noodsituatie een noodnummer bellen, zo snel mogelijk een operator aan de lijn moeten krijgen. In noodsituaties telt elke minuut.
Vandaag kunnen burgers in een noodsituatie meerdere noodnummers contacteren: 112 voor brandweer en dringende medische hulp, 101 voor politie, 1722 voor storm- en waterschade en 1733 voor niet-dringende medische hulp. Daarnaast zijn er in verschillende politiezones ook lokale hulplijnen. Dat maakt het voor burgers niet altijd eenvoudig om snel het juiste nummer te kiezen.
Het klopt dat verschillende noodcentrales momenteel met personeelstekorten kampen. De voorbije maanden hebben we dan ook gerichte inspanningen geleverd om die historische situatie te verbeteren en de bezetting te versterken. In november werden zes medewerkers van de federale politie tijdelijk ingezet ter ondersteuning van de calltakers in Oost-Vlaanderen. Daarnaast werd bij de geïntegreerde politie een oproep gelanceerd voor een tijdelijke detachering van één jaar naar de noodcentrale van Oost-Vlaanderen, om in bijkomende capaciteit te voorzien. Tussen 1 februari en 1 april starten in totaal 46 nieuwe calltakers bij de 101-centrales. Daarnaast werden via interne en externe procedures bijkomende versterkingen gezocht. Voor de 112-centrales in Antwerpen en Oost-Vlaanderen leverde de selectieprocedure respectievelijk zeven en acht laureaten op, na een uitgebreide selectie met 391 inschrijvingen.
Het klopt dus niet dat we niets hebben ondernomen, integendeel. Misschien gaat het ook over het statuut van de calltakers. Het selectieproces wordt continu geoptimaliseerd om de doorlooptijd te verkorten, onder meer door testen en interviews op één dag te plannen, selecties periodiek te organiseren en ze beter af te stemmen op de start van de opleiding.
Het is belangrijk te beklemtonen dat het volledige traject van selectie en opleiding tot het volledig zelfstandig functioneren gemiddeld tien tot twaalf maanden in beslag neemt. Dat duurt inderdaad te lang, maar ik neem de zaak inderdaad in handen om dat op te lossen.
Vacatures ontstaan niet alleen door het vertrek van medewerkers, maar ook door langdurige afwezigheid, onder meer wegens ziekte, verminderde prestaties of loopbaanonderbreking. In sommige gevallen blijven de loonkosten van het afwezige personeelslid gedeeltelijk ten laste van het budget, terwijl tegelijk een vervanger moet worden betaald.
Om tot een duurzame oplossing te komen, rolt mijn administratie het masterplan inzake noodcentrales verder uit. Het plan beoogt een grondige modernisering en versterking van de noodcentrales. We optimaliseren de samenwerking tussen brandweer, politie en medische hulpverlening, verbeteren de werkorganisatie en nemen gerichte hr-maatregelen, zoals snellere selecties en aangepaste opleidingen. Zoals gezegd moeten we ook een aantal voorwaarden lichter maken.
Daarnaast investeren we in moderne technologie, versterken we het welzijn van het personeel – wat voor mij zeer belangrijk is – en zorgen we voor een betere communicatie en een duurzame financiering.
Ten slotte heb ik beslist het aantal noodnummers te herleiden tot twee, namelijk 112 voor dringende hulp en een nog te bepalen tweede nummer voor niet-dringende hulp. Zo creëren we meer duidelijkheid voor de burgers en verlichten we hopelijk ook de werklast van de noodcentrales, die vandaag nog te vaak niet-dringende oproepen ontvangen.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, een nieuw telefoonnummer of de verplaatsing van een telefoontoestel van hier naar daar zal het probleem natuurlijk niet oplossen. Er is nood aan meer handen. Ik ken mensen die bij de noodcentrale werken. Die mensen zijn er kapot van dat keuzes moeten worden gemaakt. Ze beseffen dat niet iedereen kan worden geholpen. U moet hen ondersteunen, niet met een stressbal of een cursus stressmanagement, maar met extra personeel. Daarover moet het gaan. Er staan vandaag inderdaad gemotiveerde mensen klaar om bij de noodcentrale aan de slag te gaan, maar ook zij botsen op lange, logge en trage procedures. Ook die vormen een wachtrij.
Mijnheer de minister, pak het alstublieft vast en maak er werk van.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, de medewerkers van de noodcentrales willen inderdaad geen stressbal. Zij willen niet dat parlementsleden langskomen met een taartje of een cadeautje. Zij willen oplossingen. Zij willen nieuwe collega’s. Zij willen een degelijk loon. Zij willen respect van de regering. En daar wringt het schoentje. U zegt dat u inspanningen levert. Ik kan alleen maar vaststellen dat het statuut onder de regering-De Wever minder aantrekkelijk wordt. U morrelt aan het statuut. U morrelt aan de pensioenen van die medewerkers. Dat statuut wordt niet beter, maar slechter. Daar wringt uiteraard het schoentje. Zolang er geen degelijk statuut is voor de calltakers, blijft het een onvoldoende aantrekkelijke job en dan zullen er nooit genoeg medewerkers zijn. Mijnheer de minister, pak het vast, niet alleen in woorden, maar ook in daden. De burgers van ons land hebben het recht om iemand aan de lijn te krijgen, als zij in een noodsituatie verkeren.
-
Vraag: Het gebrek aan medewerking van de federale politie aan de Europese fraudeaanpak
veiligheid, justitie en defensieHet gebrek aan medewerking van de federale politie aan de Europese fraudeaanpak
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
België’s personeelstekort bij de federale gerechtelijke politie ondermijnt de bestrijding van Europese fraude (zoals btw-dossiers en corruptie), wat het vertrouwen in de rechtsstaat en België’s geloofwaardigheid als EU-hart schaadt. Minister Quintin bevestigt 35 speurders voor financiële criminaliteit (waarvan de helft voor het Europees parket) en belooft extra investeringen, een rondetafel over werving en betere Europese samenwerking, maar benadrukt realistische middelen. Meuleman (Vooruit) eist concrete stappen om fraude hard aan te pakken—ter bescherming van eerlijke burgers en bedrijven—en herhaalt de nood aan structurele versterking van de politie, met steun voor het Europees parket. De kritiek richt zich impliciet op Vlaams Belang, dat volgens hem fraudeonderzoeken zou saboteren.
Brent Meuleman:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, of het nu gaat om het Europees gesjoemel van Vlaams Belang of om douane- en btw-fraude voor miljoenen euro's op de luchthaven van Luik, voor Europese fraudedossiers is Europa afhankelijk van de speurders bij de federale gerechtelijke politie.
Europa noemt de situatie echter a joke. Dat is natuurlijk een scherpe uitspraak, maar ze komt ergens vandaan. Laat ik duidelijk zijn, onze politie levert schitterend werk op het terrein, maar er is een enorm personeelstekort en de werkdruk is bijzonder groot. Daardoor blijven fraudedossiers soms maanden liggen. Als dat dan het werk van het Europees parket lamlegt, dan overstijgt de kwestie het Belgische niveau. Dan riskeren we niet alleen dat miljoenen aan Europese fraude ongestraft blijven, maar zetten we ook onze geloofwaardigheid als hart van Europa op het spel.
Mijnheer de minister, voldoende personeel is cruciaal voor een efficiënte fraudebestrijding. Vooruit zal nooit aanvaarden dat sommigen valsspelen en daar blijkbaar ook nog mee wegkomen. Alle hardwerkende mensen en bedrijven die wel correct bijdragen en het spel eerlijk spelen, zijn immers de dupe van die straffeloosheid.
Collega's, elke euro die we investeren in de bestrijding van georganiseerde fraude, komt dubbel en dik terug, niet alleen in euro's, maar ook in vertrouwen in onze rechtsstaat. De regering, met Vooruit, zal investeren in onze gerechtelijke politie en hervormen.
Mijnheer de minister, ik heb het u een paar dagen geleden al gezegd in de commissie, u zult daarvoor in ons een trouwe partner en bondgenoot hebben. Vandaag is mijn vraag aan u de volgende. Welke stappen zult u concreet zetten om het vertrouwen van Europa te herwinnen?
Bernard Quintin:
Mijnheer Meuleman, ik ben niet bevoegd voor de onderzoeken van het parket, noch op Belgisch, noch op Europees niveau. Desalniettemin zal ik uit beleefdheid toch antwoorden.
De strijd tegen corruptie en fraude is voor mij en de regering een absolute prioriteit. Het raakt immers aan het vertrouwen in de rechtsstaat, in de instellingen van de Europese Unie en in de correcte besteding van publieke middelen. De centrale dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële criminaliteit bij de federale gerechtelijke politie telt vandaag 35 speurders. Ongeveer de helft van de capaciteit wordt ingezet voor dossiers die onder leiding staan van het Europees openbaar ministerie. Ook de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie, waar 64 speurders werken, voert opdrachten uit in samenwerking met het Europees parket. De regering blijft investeren in de versterking van de federale gerechtelijke politie. Daarnaast organiseer ik voor het einde van dit jaar een rondetafel om het politieambt aantrekkelijker te maken en de instroom te verhogen. We hebben meer en gespecialiseerde mensen nodig.
Georganiseerde fraude stopt niet aan de landsgrenzen. Samenwerking en afstemming op Europees niveau zijn daarom essentieel, zeker in een land als België, waar veel Europese en internationale instellingen gevestigd zijn. De samenwerking met het Europees parket is belangrijk. België neemt zijn verantwoordelijkheid, maar dat moet gebeuren in samenwerking en pragmatisch, met respect voor justitie en de beschikbare middelen.
Brent Meuleman:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik meen mij te herinneren dat wij in de commissie voor Binnenlandse Zaken al vaak over de federale gerechtelijke politie hebben gesproken. Daarom meende ik u die vraag vandaag zeker te moeten stellen. U neemt de noodkreet van het Europees parket duidelijk ernstig en dat stemt mij tevreden. Elke euro die verdwijnt in de verkeerde zakken, beste collega’s, is immers een euro minder voor onze welvaartsstaat. Vooruit trekt een duidelijke lijn: fraude moet worden bestraft, vooral uit respect voor de mensen en bedrijven die zich wél aan de spelregels houden en eerlijk bijdragen. Daarom is het zo belangrijk dat wij het Europees parket goed ondersteunen en dat we actief meewerken aan onderzoeken naar fraude en gesjoemel met Europese middelen. Ik begrijp echter dat men dat vandaag bij het Vlaams Belang niet graag hoort. We zullen dus blijven investeren en hervormen, mijnheer de minister, om onze politie te versterken, want alleen zo, leden van het Vlaams Belang, bouwen we aan een samenleving waarin iedereen eerlijk bijdraagt.
-
Vraag: De bijeenroeping van de Nationale Veiligheidsraad n.a.v. het drugsgeweld in Brussel
Vraag: Het regeringsbeleid in het licht van de onveiligheid en de drugshandel in Brussel
Vraag: De schrijnende situatie in Brussel
Vraag: De nood aan een gecoördineerde actie tegen het toenemende drugsgeweld in Anderlecht
Vraag: De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Vraag: Het toenemende drugsgeweld in Brussel
Vraag: De impasse in Brussel
Vraag: De war on drugs
Vraag: Het toenemende drugsgeweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Vraag: De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
gezondheid en welzijnDe bijeenroeping van de Nationale Veiligheidsraad n.a.v. het drugsgeweld in Brussel
Het regeringsbeleid in het licht van de onveiligheid en de drugshandel in Brussel
De schrijnende situatie in Brussel
De nood aan een gecoördineerde actie tegen het toenemende drugsgeweld in Anderlecht
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Het toenemende drugsgeweld in Brussel
De impasse in Brussel
De war on drugs
Het toenemende drugsgeweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Brusselse drugsgeweld en onveiligheid summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De dramatische drugsoorlog in Brussel, met meerdere dodelijke schietpartijen in twee weken, domineert het debat, waarbij structurele onderfinanciering van politie en justitie (100 ontbrekende onderzoekers, verouderd materieel) en gebrek aan coördinatie tussen lokale, federale en Europese niveaus centraal staan. Premier De Wever belooft een integrale aanpak (van productie tot straatdealers, geldstromen en wapenhandel) via bestaande regeerakkoordplannen (o.a. fusie Brusselse politiezones, Kanaalplan, Stroomplan 2.0), maar critici – waaronder procureurs, politievakbonden en oppositie – wijzen op jarenlange bezuinigingen (MR/N-VA) en eisen concrete middelen nu (meer gespecialiseerde eenheden, betere loon- en werkomstandigheden, sociale preventie). Polarisatie heerst: repressieve partijen (N-VA, Vlaams Belang) pleiten voor hard optreden (legerinzet, razzia’s, strengere straffen), terwijl linkse stemmen (PTB, Vooruit) sociaaleconomische oplossingen (jeugdwerk, armoedebestrijding, alternatieven voor dealers) en langetermijninvesteringen in justitie/politie benadrukken. Brusselse politieke verantwoordelijken (o.a. PS) worden mede schuldig bevonden door nalatigheid (openbare drugspanden, gebrek aan lokale samenwerking), maar federale regeringspartijen ontlopen hun eigen verantwoordelijkheid voor chronisch onderbeleid niet. Uiteindelijk blijft de vraag: wie voert de regie? – met oproepen tot eenheid (Arizona-coalitie) die botsen op wederzijds wantrouwen en partijpolitieke schuldvragen.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de premier, de toestand in Brussel is dramatisch. Ik heb het dan niet enkel over de politieke impasse, maar vooral over de drugsoorlog die volledig uit de hand aan het lopen is. Criminelen lopen rond met oorlogswapens en drugsdealers promoten hun koopwaar publiek.
Voor het geval dat u het nieuws misschien niet zou hebben gevolgd de afgelopen weken, geef ik u even een lijstje mee. Op 5 februari waren er schietpartijen in de Weidestraat en aan metrostation Clemenceau. Op 6 februari was er opnieuw een schietpartij aan Clemenceau met een gewonde. Op 7 februari was er een nieuwe schietpartij in de Peterboswijk met een dodelijk slachtoffer. Op 15 februari was er weer een schietpartij aan metrostation Clemenceau met opnieuw een dodelijk slachtoffer. Op 16 februari was er een schietpartij aan metrostation Sint-Guido en op 18 februari was er een bij een transportbedrijf in Anderlecht. Op 19 februari werden er nog meer aanslagen en schietpartijen aangekondigd via Snapchat.
Ik voeg daar de reacties aan toe van de mensen op het terrein, die moeten instaan voor onze veiligheid. De reacties komen zowel van mensen van Justitie als van de politie. Ik citeer de procureur des Konings, Julien Moinil: "Het is rampzalig. Het is tijd om wakker te worden. De lokale politiezone Zuid moet nu het onderzoek doen met beperkte middelen terwijl er oorlogswapens worden gebruikt." Ik citeer nu de politievakbonden: "De politie is de afgelopen jaren veel te veel verwaarloosd." De korpschef van Brussel-Zuid, Jurgen De Landsheer, voegt eraan toe: "De oplossing kan niet enkel bij de politie liggen."
De hamvraag vandaag is: waar blijft deze regering? Ik kwam niet verder dan wat wollige uitspraken van de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Ik citeer: "We zullen de maatregelen die reeds zijn voege zijn herbekijken, om te zien welke maatregelen eventueel moeten worden versterkt." Mijnheer de premier, waar bent u? Waarom ziet u de ernst van de situatie niet in? Waarom hebt u (…)
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, les Bruxelloises et les Bruxellois sont inquiets, très inquiets! Et moi aussi. On tire dans la rue, on tire à proximité des stations de métro, on tire sur des maisons, et la réponse de votre gouvernement, c'est plus de police. Or vos solutions ne fonctionnent pas. Les fusillades continuent, alors que la police est omniprésente. Nos enfants restent en danger parce que vous ne vous attaquez pas aux réels problèmes, aux véritables causes, et cette situation ne peut plus durer.
Comment en sommes-nous arrivés là, monsieur le premier ministre? J'ai une devinette pour vous. Qui a dit: "ll n'y a pas assez d'enquêteurs, pas assez de policiers de proximité, pas assez de ressources pour la justice, et il y en a marre des effets d'annonce"? Ce n'est pas moi, ce n'est pas un gauchiste, mais il s'agit du procureur du Roi de Bruxelles. Et, comme lui, j'en ai marre des effets d'annonce de la droite.
Encore aujourd'hui, nous payons les conséquences des coupes du gouvernement MR-N-VA dans la justice et dans la police. Rien qu'à Bruxelles, il manque au moins 100 enquêteurs pour la police judiciaire. La police locale, qui connaît le quartier, qui a la confiance du quartier, manque aussi de soutien. Vous avez aussi affaibli les douanes: Anvers, Zaventem, Bierset n'ont plus les moyens humains ou les moyens techniques pour faire face à l'afflux de marchandises illégales.
À Bruxelles, nous subissons les conséquences directes de ce trafic. La précarité alimente la criminalité, en laissant le terrain libre aux narcotrafiquants. Sans perspectives, certains jeunes tombent dans ces réseaux par défaut. Il faut leur offrir des opportunités, il faut leur offrir des perspectives pour lutter contre la misère, le décrochage et l'abandon. La sécurité de toutes et tous est nécessaire et elle exige une réponse forte, une réponse durable; et non des opérations éphémères ou des effets d'annonce.
Alors, monsieur le premier ministre, quelle est votre stratégie à long terme? Allez-vous renforcer la prévention, soutenir les associations, investir dans la santé mentale et les services sociaux pour couper l'herbe sous le pied aux trafiquants?
Allez-vous donner à la police et à la justice plus de moyens pour agir sur le long terme?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, ik moet er geen tekening bij maken, u hebt de beelden gezien. We hebben allemaal de beelden gezien en die zijn schrijnend. We zagen een man met een kalasjnikov in het Brusselse metrostation Clemenceau.
De voorbije jaren trok u terecht hard aan de alarmbel in Antwerpen. U weet als geen ander wat de impact is van drugsgeweld op wijken, op een stad en op de bewoners. Toen Antwerpen in brand stond, naar aanleiding van één dode, heeft de vorige federale regering onmiddellijk overleg gepleegd met u. Ze heeft alles op alles gezet. Er was onmiddellijk overleg. Wat is er gebeurd? De Nationale Veiligheidsraad kwam samen. De federale politie in Antwerpen werd versterkt met 100 agenten. De scheepvaartpolitie ging van 90 naar 215 agenten. Het parket en de correctionele rechtbank in Antwerpen werden versterkt. We hebben de haven extra beveiligd, met meer controles en meer boots on the ground. Er is een nationale drugscommissaris aangesteld, naar aanleiding van één dode. Dat was ook het juiste om te doen.
Nu zien we zeven schietpartijen en twee dodelijke slachtoffers. Als burgemeester – u weet hoe nauw Antwerpen mij aan het hart ligt – had u gelijk. U verwachtte snelle en kordate actie. Brussel en de rand verwachten dat van u vandaag, als premier. Dat geweld is immers een olievlek. Mijnheer de premier, we hebben u echter niet gezien, we hebben u niet gehoord.
U verwees twee jaar geleden naar het contrast tussen de middelen voor Antwerpen en voor Brussel. U vroeg meer middelen omdat Antwerpen met een crisissituatie kampte. Gaat u vandaag dezelfde logica toepassen voor Brussel? Wat gaat u concreet doen? Er waren zeven schietpartijen, met twee doden, mijnheer de premier.
Brent Meuleman:
Het ene moment loop je rustig naar je vaste metrohalte, kind aan de hand, klaar om aan de dag te beginnen, het volgende moment ben je terechtgekomen in een oorlogszone. Gelach wordt gegil. Dat is niet ver van ons gebeurd, niet lang geleden, hier vlakbij in Brussel.
Mijnheer de eerste minister, het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. In het afgelopen jaar hebben er meer dan 80 schietincidenten plaatsgevonden. Het drugsgeweld word almaar driester, almaar bloediger. Executies op straat, kalasjnikovs die kogels afschieten.
Dat kan niet meer, mijnheer de eerste minister! De mensen verwachten van ons dat er opgetreden wordt. Als het zo fout gaat, stellen we ons de vraag wat we hieraan gaan doen. Gaan we de lokale besturen met de vinger wijzen, zoals minister Verlinden gedaan heeft in de afgelopen week, of gaan we de verantwoordelijkheid opnemen die we kunnen opnemen?
Laat het duidelijk zijn, de lokale besturen spelen een cruciale rol wanneer het gaat over veiligheid. Dat hoeft men mij en alle burgemeesters in het land niet te komen vertellen. Wij weten dat. De verantwoordelijkheid afschuiven en doorverwijzen naar de lokale besturen, dat helpt echter niemand vooruit.
Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Wie veel geld heeft, koopt zijn veiligheid, met hoge poorten, dure alarmsystemen, veel camera's en noem maar op. Wie echter een normale job heeft en in een normale wijk woont, zoals in Anderlecht, die rekent voor zijn veiligheid en voor de veiligheid van zijn kinderen op een sterke overheid. We moeten dus doen wat moet. Ook nu moet de federale gerechtelijke politie ingrijpen. Ook nu moet de justitie drugscriminelen snel opvolgen. Ook nu moeten we haast maken met het samenvoegen van de politiezones in Brussel.
De mensen in Anderlecht vragen (…)
Julien Ribaudo:
Monsieur le premier ministre, sept fusillades en deux semaines! Je voudrais d'abord prendre du temps pour apporter mon soutien aux victimes et à leurs proches, mais aussi aux habitants d'Anderlecht et de Bruxelles qui vivent dans l'angoisse. Il y a un an, jour pour jour, une fusillade éclatait à dix mètres de l'école de mes filles.
Monsieur le premier ministre, la sécurité est un droit, et même un droit fondamental, mais vous échouez à le garantir. Les gros trafiquants de drogue s'enrichissent et se sentent en totale impunité. La priorité doit aller à la lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue. Il faut les arrêter. Pour ce faire, il importe de les toucher là où cela leur fait le plus mal: leur portefeuille. Voilà la priorité. Dans ce but, nos services publics doivent pouvoir accomplir leur travail. "Comment voulez-vous que j'arrête des auteurs si je n'ai pas d'enquêteurs spécialisés?" C'est ce qu'a déclaré à la presse le procureur du Roi de Bruxelles, en ajoutant qu'il en avait marre des effets d'annonce. Car, aujourd'hui, oui, vous faites des annonces à propos de moyens supplémentaires. Or ceux-ci sont trop faibles au regard des coupes que vos partis, le MR et la N-VA, ont opérées sous le gouvernement Michel.
Et puis, monsieur le premier ministre, j'ai aussi lu dans l'accord de gouvernement que les renforts seraient surtout destinés à Anvers, mais c'est partout qu'ils sont nécessaires! Cela m'incite à dire que vos moyens sont déjà insuffisants.
Il est essentiel de s'attaquer aux barons de la drogue, mais ces gens vivent de la misère d'autrui. Et vous, vous voulez mettre notre pays au régime pendant dix ans! Comment voulez-vous éradiquer ce fléau si vous ne parlez que d'austérité? Ce n'est pas d'austérité que nous avons besoin, mais d'investissements: dans la jeunesse, dans le travail social, dans la santé et l'enseignement. Il faut donc donner aux travailleurs les moyens de ne pas laisser la jeunesse dans les mains de ces trafiquants.
Monsieur le premier ministre, je reprendrai la question du procureur du Roi: combien d'enquêteurs la police judiciaire fédérale (PJF) va-t-elle recevoir?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de eerste minister, in de eerste plaats wil ik u bedanken voor de extra politie, die het de minister van Binnenlandse Zaken meteen mogelijk heeft gemaakt om kordaat op het terrein op te treden. Wij weten allemaal dat er geen magische oplossing bestaat. Er bestaat niet één maatregel die alles oplost, iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen, en dus ook de burgemeesters, de PS-burgemeesters die vandaag in Brussel vzw's hun ding laten doen, die vandaag nalaten pizzeria's waar geen pizza's worden verkocht maar drugs worden verhandeld, te sluiten. Zij moeten optreden en ervoor zorgen dat daaraan iets wordt gedaan.
Als we ervoor willen zorgen dat iedereen zijn deel doet, dan spreekt dat misschien toch in het voordeel van de Nationale Veiligheidsraad, waarbij we niet alleen kijken naar het federale niveau, maar ook naar de regio's. To take back control. Wij moeten weer controle krijgen over onze straten. Er moet een versterking komen van de federale politie en van de federale gerechtelijke politie. Dat zijn allemaal zaken die we federaal kunnen doen
Tegelijkertijd moeten ook de andere politieke niveaus worden geresponsabiliseerd. Kijk naar Brussel momenteel. Hoe kunnen we de strijd tegen drugs voeren, als er gebruikersruimtes zijn, waarvan de Brusselse regering vindt dat het normaal is dat die er zijn? Dat krijg je mij niet uitgelegd.
Er is geen magische oplossing, behalve misschien de volgende: geen gebruiker betekent geen dealer; geen dealer betekent geen schietpartij. Het normaliseren van drugs in onze samenleving moet een halt toegeroepen worden. In films, Netflixseries en ook Vlaamse series wordt drugs overal beschouwd als iets positiefs. Dat moet gestopt worden. En wij moeten op het federale niveau de strijd tegen drugs voeren.
Mijnheer de eerste minister, welke maatregelen zullen wij nemen to take back control over onze straten?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de eerste minister, collega's, elk nadeel heb zijn voordeel, zei ooit een groot filosoof. Met de arizonaregering stellen wij orde op zaken, met de neuzen in dezelfde richting, met een minister die onmiddellijk op het terrein was om actie te ondernemen, met een minister van Justitie die onmiddellijk daar was om mee het spoedoverleg in gang te steken.
Brussel is inderdaad al twee weken lang het strijdtoneel van drugsbendes, maar als we dat willen aanpakken, zullen we dat op de verschillende niveaus, van het lokaal niveau tot het internationaal niveau, moeten aanpakken. Dat is wat hier in de discussie ontbreekt.
Kijk naar het arizonaregeerakkoord. Alle maatregelen staan daar al in; we waren ons daarvan al bewust we moeten inderdaad de gerechtelijke politie versterken; we moeten inderdaad de politiezones in het Brusselse fusioneren; we moeten inderdaad de criminelen heel hard straffen en aanpakken; we moeten de focus leggen bij de drugsgebruikers. Zonder drugsgebruikers, geen afzetmarkt. Daar moeten we die criminelen treffen; in the pocket . We moeten hen treffen waar het geld zit. Ook op dat vlak zijn heel wat maatregelen gepland, die in deze legislatuur zullen worden uitgevoerd.
Mijnheer de eerste minister, we kunnen hier inderdaad met de vinger naar iedereen wijze, al degenen die de voorbije decennia volledig in het debat afwezig waren, maar dat mogen we vandaag net niet doen. Vandaag moeten alle neuzen in dezelfde richting.
Mijnheer de eerste minister, hoe zult u die eenstemmigheid tot stand brengen? Hoe zult u het lokaal niveau en het gewest meekrijgen? Hoe zult u de kwestie ook internationaal op de kaart zetten?
Ridouane Chahid:
Monsieur le premier ministre, je vous plains, parce que vous avez des partenaires de majorité qui sont amnésiques. Vous avez un président de parti qui vient nous expliquer ici que ce sont les bourgmestres socialistes qui sont responsables d'une compétence de Justice et d'Intérieur. Un président de parti qui a eu la compétence de la Justice sous l'Arizona; de l'Intérieur sous la Vivaldi, et de la Justice sous la Suédoise.
Qu'avez-vous donc fait pour régler les problèmes en matière de Justice et d'Intérieur? Ça, c'est la vraie question. Aujourd'hui, M. Mahdi, nous avons un procureur du roi qui vous rappelle qu'il manque 100 enquêteurs spécialisés pour résoudre des problèmes de fond. Ça, c'est la vérité mais évidemment le socio-démocrate que vous êtes ne se retrousse pas les manches. Vous rejetez la faute sur les autres. Alors, M. le premier ministre, les prisons débordent, la Justice ne sait plus où donner du pied tellement elle manque de moyens. Aujourd'hui, à la police fédérale, allez y faire un tour, M. Mahdi, il y a des voitures qui ne démarrent pas. Elles ne savent pas démarrer parce qu'elles sont en panne. Elles ne savent pas démarrer parce que vous n'avez pas mis les moyens nécessaires. Cela, c'est la vérité! Mais où étiez-vous quand on a commencé à désinvestir dans la police et la justice pendant quatre ans d'affilée. Ça, c'est la réalité. Aujourd'hui, le cancer de nos quartiers, vous n'y avez pas trouvé de solution. (Vives protestations de MM. Bouchez et Mahdi) Ça c'est la réalité, M. Mahdi, alors ne venez pas rejeter la responsabilité sur les autres! Et ne vous excitez pas, M. Bouchez, votre tour viendra!
Alors, monsieur le premier ministre: Quelle réponse allez-vous donner à la police judiciaire, à la justice? Et surtout, étant donné que l'on sait tous que le problème des narcotrafiquants est un problème européen, allez-vous initier une réunion du Conseil européen sur la matière pour faire en sorte que la lutte contre le trafic de drogue soit une question (...)
(Clameurs échangées hors micro entre M. Bouchez et les bancs du PS)
Voorzitter:
Mijnheer Bouchez en anderen, ik wil er nogmaals op wijzen dat wij ons hier niet op de jaarmarkt van een of andere Waalse gemeente bevinden. Ik heb immers de indruk dat die sfeer stilaan in het Parlement begint door te dringen. Dat kan trouwens ook op Vlaamse jaarmarkten weleens het geval zijn.
Er is hier een bepaalde manier van werken. Die bepaalde manier van werken stelt dat wie zich opgeeft om de vraag te stellen aan de eerste minister, zich op de sprekerslijst laat plaatsen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de heer De Smet, die nu zijn twee minuten spreektijd krijgt.
Ik verzoek u hem gedurende die tijd ook te laten uitspreken.
François De Smet:
Merci, monsieur le président.
Monsieur le premier ministre, nous devons tous être un peu plus humbles dans ce débat. Il en va de même pour vous, monsieur Mahdi! Franchement, si j'étais le président du parti qui a géré la sécurité de ce pays au cours des cinq dernières années, je serais un peu plus humble sur ce sujet. En effet, les fusillades actuelles à Bruxelles résultent principalement de l'échec des deux gouvernements précédents, à savoir la Vivaldi et la Suédoise.
Nous sommes dix à intervenir sur ce sujet aujourd'hui, c'est très bien. Pour ma part, je suis intervenu tout au long de la dernière législature pour tenter d'alerter sur le fait que notre pays devenait un narco-État. Les autorités judiciaires ont fait de même, mais nous n'avons pas été écoutés.
Rappelons les faits. Les problèmes de drogue et de grand banditisme sont d'abord du ressort de la police judiciaire fédérale. Comme les polices judiciaires à Anvers et à Bruxelles n'ont pas assez d'enquêteurs, les polices locales bruxelloises se retrouvent face à des kalachnikovs. Voici la vérité!
Même si vous arrêtez cinq fois, dix fois, vingt fois ces dealers qui se tirent dessus pour un bout de trottoir et pour un territoire, nous savons tous qu'ils seront remplacés du jour au lendemain. Ce phénomène ne pourra pas être endigué si vous ne frappez pas les têtes, si vous ne frappez pas les portefeuilles, si vous ne confisquez pas l'argent, si vous ne confisquez pas les voitures de luxe et si vous ne démantelez pas les réseaux de trafic d'armes, de corruption et de blanchiment d'argent.
Il faut plus de bleus dans les rues, mais il en faut surtout plus derrière les écrans. Je reconnais que cela peut sembler contre-intuitif. Une vision simpliste et populiste du dossier consiste à dire: "Il suffit d'arrêter les gens et il suffit d'avoir des solutions simplistes, comme par exemple la fusion forcée de zones de police." Cela ne marchera pas! Si vous voulez aider les zones de police locale, revoyez la norme de financement – cela tombe bien, c'est prévu dans votre accord – et faites-le vite! Pour le reste, laissez-les tranquilles et aidez plutôt le procureur du Roi de Bruxelles en lui donnant les moyens qu'il demande! Continuez également à apporter votre aide au procureur du Roi d'Anvers! Mais surtout, il est grand temps d'aider les riverains de Bruxelles, fatigués de ce genre d'effets d'annonce, qui veulent être secourus maintenant!
Youssef Handichi:
Monsieur le premier ministre, je suis le dernier à vous poser la question. Je suis le dernier, mais je ne serai pas le premier à faire un jeu de devinettes. Je ne vais pas faire la liste des tirs. La situation est beaucoup trop dramatique. Les gens et les travailleurs dans ces quartiers, monsieur Chahid – je pense que nous venons du même quartier, ou pas très loin –, à Anderlecht, veulent vivre en paix. Ils veulent prendre les transports en commun en sécurité. À 2 h ou à 7 h du matin, ils veulent vivre en paix. Les premières actions qui ont été menées sur le terrain vont dans ce sens-là. Il s'agissait d'apporter une réponse forte.
Monsieur le premier ministre, vous avez une majorité qui vous soutient dans vos actions. Nous soutenons notre ministre de la Sécurité et de l'Intérieur dans les premières actions qui ont été menées. Sont-elles suffisantes? Nous sommes tous d'accord pour dire, non, elles ne le sont pas. C'est la question principale que j'ai à vous poser, monsieur le premier ministre: quelle est la suite de ces actions?
Effectivement, les Bruxellois, les Anderlechtois vous regardent, les trafiquants vous regardent. À un moment donné, on devra cesser cette politique visant à demander qui a fait quoi, et on devra mener des actions concrètes. Il faut taper fort. Tolérance zéro vis-à-vis de ces crapules. Monsieur le premier ministre, nous sommes vraiment impatients de comprendre, de savoir et d'aller chercher ces crapules pour les mettre en prison et assurer la paix à tous les Bruxellois.
Bart De Wever:
Chers collègues, je vais commencer par donner raison à M. De Smet. Face à la criminalité organisée, je pense que tout le monde devrait être humble et serein. Il s'agit d'un fléau mondial et il n'y a pas de réponse facile. C'est la vérité. Comme vous le savez, notre niveau de menace est actuellement au niveau 3 sur une échelle de 4. Les services se trouvent donc déjà dans un état de vigilance renforcée.
Le Conseil national de sécurité est un organe de coordination des politiques et non une entité opérationnelle. Le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur ainsi que la ministre de la Justice sont en contact étroit avec les différents services et le parquet. Ils me tiennent régulièrement informés. Demain, ils feront un nouveau point de la situation lors du Conseil des ministres où, comme vous le savez, siègent également tous les membres permanents du Conseil national de sécurité. Si à un moment donné, nous constatons qu'il est nécessaire de convoquer un Conseil national de sécurité pour une coordination supplémentaire, je ne manquerai évidemment pas de le faire.
Wat we de afgelopen weken hebben gezien aan Clemenceau is helaas geen onbekend tafereel. Het gaat hier over een bendeoorlog, waarbij bendes op straat met elkaar in de clinch gaan en daarbij grof geweld gebruiken. Dat is een tafereel dat helaas in heel wat Europese steden een trieste realiteit is geworden. We zien ook wat er in Nederland gebeurt, namelijk dat het drugsgeweld zich niet meer beperkt tot de steden, maar zich verder verspreidt. Dat is waarvoor ik in mijn vorige bevoegdheid inderdaad altijd heb gewaarschuwd.
Het goede nieuws is dat er deze keer wel een plan klaarligt. Als u zegt dat de Nationale Veiligheidsraad moet bijeenkomen om een plan te maken, dan antwoord ik u van niet, want de bestrijding van de georganiseerde misdaad komt heel uitgebreid aan bod in dit regeerakkoord. Er is een plan en de middelen van de veiligheidsdepartementen zullen ook worden opgedreven.
Het is mijn uitdrukkelijke ambitie om een integrale aanpak uit te rollen ten aanzien van de georganiseerde misdaad en in het bijzonder van de drugscriminelen. U zult begrijpen dat dit mij heel na aan het hart ligt. Het gaat over bronland of productiesite, logistiek, invoerhavens of luchthavens, geldstromen, ondermijning, bendevorming tot en met straatdealers en uiteraard ook over het geweld dat daarmee gepaard gaat. Dat moet allemaal aangepakt worden.
Daarin past het heropnemen van zowel het Kanaalplan als het Stroomplan 2.0 en ook de fusie van de Brusselse politiezones zal bijdragen aan een efficiëntere bestrijding van de georganiseerde misdaad in onze hoofdstad. Ik hoop dus op de medewerking van alle burgemeesters. De lokale politie kan heel veel betekenen, zeker als het gaat over straatbendes en ondermijning. Ik denk dat ik heel goed geplaatst ben om u dat te vertellen. Het is dus zaak om het regeerakkoord resoluut uit te voeren.
Deze problematiek vereist een structurele aanpak. Het geweld dat men vandaag in Brussel ziet, is niet het begin, maar wel het eindresultaat, het trieste gevolg van een lange criminele pijplijn. We moeten de droevige waarheid onder ogen zien, namelijk dat niemand kan beloven dat men dit op korte termijn structureel kan doen stoppen. Sereniteit is in deze echt wel geboden. Als we het structureel willen stoppen, dan zal iedereen moeten meewerken. Elke overheid zal moeten samenwerken.
Ik ben daarvoor – letterlijk – al de wereld rond geweest. Ik heb met havens, overheden, anti-corruptiediensten en Justitie in diverse landen gesproken en de havens verenigd. Er is al zoveel voorbereidend werk verricht en er ligt zoveel klaar. Ik heb altijd goed en nauw samengewerkt met de vorige ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie. Er is al enorm veel voorbereid, nationaal en internationaal, waarvan ik nu hoop dat wij de vruchten zullen kunnen plukken. Ik heb tijdens mijn eerste meeting met de heer Costa al gezegd dat dit ook een Europese prioriteit moet worden, anders duwen wij het probleem alleen maar naar elkaar toe. Dat is echter helaas helemaal nog niet het geval. Wij hebben daarvoor iedere overheid nodig.
C’est pourquoi je déplore également qu’il n’y ait toujours pas de gouvernement de plein exercice à Bruxelles pour mettre en œuvre des réformes structurelles de manière décisive avec nous. J’appelle encore une fois chacun à arrêter les jeux politiques et à assumer ses responsabilités pour la sécurité de nos citoyens. Merci.
Ortwin Depoortere:
Wie dacht dat met de N-VA in de regering veiligheid prioriteit nummer 1 zou worden, is eraan voor de moeite. Terwijl Antwerps premier Bart De Wever enkele jaren geleden zelf opriep om het leger in te zetten, blijft het nu oorverdovend stil. Hij gaat liever naar een patserfilm en zegt dat de drugsproblematiek is wat ze is.
Mijnheer de premier, als het u menens is met de veiligheid van onze burgers, dan moet u de oplossingen van het Vlaams Belang in de praktijk omzetten, structureel en op korte termijn. Wij stellen een totaalaanpak voor met inzet van alle veiligheidsdiensten, desnoods ook met het leger, en een versterking van de gespecialiseerde politie-eenheden om de jarenlange onderfinanciering tegen te gaan. Houd desnoods grootschalige razzia's in die wijken, ga van deur tot deur, pak die criminelen op. Zet criminelen die hier illegaal zijn het land uit. Zorg opnieuw voor veilige straten voor onze bevolking!
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses.
J'ai été un peu frustrée parce que j'aurais aimé entendre que ce dont on a besoin, ce sont des services publics qui tiennent debout. J'aurais aimé entendre qu'on a besoin d'une police bien formée et présente au quotidien dans les quartiers, d'une justice qui a les moyens d'enquêter et d'un véritable travail de prévention. J'aurais aimé entendre qu'il faut protéger les quartiers, que les quartiers populaires aussi ont droit à la sécurité et que la réponse ne peut pas être seulement répressive.
Malheureusement, votre gouvernement Arizona détricote le statut des policiers et diminue aussi la capacité à recruter des agents et des agentes.
Le procureur du Roi n'a pas demandé plus de police et plus de chefs de police. Il a demandé davantage d'inspecteurs à la police fédérale. Il n'y en avait pas qui étaient disponibles. C'est un vrai problème.
Et, quand j'entends certains partis qui sont au pouvoir depuis 25 ou 30 ans sans discontinuer, je continue à être inquiète et je me demande comment on va faire pour la suite. Parce qu'en fait, la sécurité ne se construit pas à travers des effets d'annonce; elle ne se construit pas à travers des opérations coup de poing, mais à travers de la répression, de la prévention et un travail main dans la main (...)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, u hebt veel plannen. Wij willen echter concrete actie. Wij hebben u geholpen met concrete actie in Antwerpen. Welke middelen hebt u opgenomen in uw begrotingstabellen voor 2025 voor de politie? Dat is 26 miljoen euro. Dat staat in schril contrast met de 100 miljoen euro voor 2024, die wij hebben ingeschreven. Mijnheer de eerste minister, wij hebben u geholpen in Antwerpen. In Brussel zien of horen wij u niet. Wij hebben vier keer zoveel middelen uitgetrokken in 2024 dan u voor 2025 inschrijft.
Brent Meuleman:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord en voor uw oproep tot sereniteit. Het Vlaams Belang kan daarvan nog wat leren.
Collega’s, laten we alle theater achterwege laten, want dat komt ten koste van de veiligheid van de mensen. Laat het duidelijk zijn: iedereen moet zijn steentje bijdragen.
Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Hoe brengen mensen hun kinderen in godsnaam naar school, als zij elk moment in een schietpartij terecht kunnen komen? De inwoners van de betrokken wijken voelen zich niet veilig. Net om die reden hebben de regeringspartijen afgesproken dat meer centen en meer middelen naar Justitie en naar politie zullen gaan.
Immers, collega’s, alleen door nu samen op te treden, zullen wij het geweld een halt kunnen toeroepen en ervoor kunnen zorgen dat de mensen opnieuw in leefbare wijken wonen en er veilig kunnen opgroeien.
Julien Ribaudo:
Monsieur le premier ministre, vous avez parlé de sérénité. Alors, moi, je m'amuse de voir la droite s'exciter comme ça sur les bancs, bien que vous ayez eu les dix derniers ministres de l'Intérieur.
Monsieur le premier ministre, vous avez dit avoir un plan. Mais nous vous avons posé des questions concrètes et votre réponse était vague, très vague.
Avez-vous écouté le procureur du Roi hier, quand il a parlé de donner plus de moyens? Les chiffres parlent d'eux-mêmes: à Bruxelles, il manque 137 policiers à la police judiciaire fédérale, sur 722; à Anvers, il en manque 95 sur 508. Et même la police locale, qui doit se charger de la police de proximité, est en sous-effectif. Comment voulez-vous lutter contre le narcotrafic si vous démantelez les services publics et si vous détériorez les conditions de travail de la police?
Monsieur le premier ministre, vous ne pourrez pas lutter efficacement contre le crime organisé, ni garantir la sécurité des citoyens, si vous poursuivez dans cette direction.
Sammy Mahdi:
Dank u, mijnheer de eerste minister. U hebt terecht gezegd dat we verder kordaat moeten optreden.
Mijn laatste boodschap geef ik in het Frans.
Ce message s'adresse à certains jeunes de quartiers.
À toi, petit dealer, qui essaies d'avoir de l'argent facile en trafiquant de la drogue. Toi, le petit dealer, alors que tes grands-parents et tes parents se sont cassé le dos pour travailler dans cette société, aujourd'hui, tu te retournes contre cette société. À toi, petit dealer, qui peut-être écoutes certains partis de gauche qui te disent que tu n'as aucune opportunité dans cette vie, je veux te faire passer un message. C'est qu'il y a deux options. Ou bien tu t'intègres, tu t'investis et tu prends les opportunités qui existent au sein de cette société. Ou bien tu feras face à un pouvoir politique qui ne tolérera pas qu'aujourd'hui, des jeunes menacent la sécurité pour eux-mêmes, pour les autres jeunes de quartiers et pour les parents. Pas avec nous, pas avec ce gouvernement! J'espère que tu l'as bien entendu!
Maaike De Vreese:
Het is fake news, mevrouw Bertrand. U zou beter moeten opletten en even luisteren. U verkoopt hier in het Parlement fake news. Dat weet u. U moet leren optellen. Het gaat om 110 miljoen erbovenop.
Ik kan u één ding zeggen, collega's. De bendes hebben een heel slecht moment uitgekozen. Die criminelen hebben een slecht moment uitgekozen. Want wij zullen er staan. Arizona zal er staan, als één blok. Wij zullen zorgen voor een eenheid van commando. Het is met ons of het is tegen ons. Wie niet horen wil, zal voelen.
We zullen dit allemaal samen doen. Daarom is het zo belangrijk en vraag ik ook die lokale besturen en het gewest om zich achter dat blok te scharen en zich niet weg te steken, maar om de strijd samen met ons aan te gaan.
De voorzitter:
Het zal u bekend zijn, mevrouw Bertrand, dat eventuele tussenkomsten of persoonlijke feiten aan bod komen na afloop van het debat.
Ridouane Chahid:
Monsieur le premier ministre, merci pour les réponses, mais vous n'avez pas répondu à un certain nombre de questions. Au mieux, vous avez lu la déclaration de gouvernement que vous aviez déjà lue il y a quelques jours. Mais la question est la suivante: est-ce vraiment avec 75 millions d'euros que vous allez apporter une réponse face à des narcotrafiquants qui brassent des milliards?
Vous avez parlé de la police locale. Aujourd'hui, les polices locales, les sections locales de recherche se mettent à disposition pour aider la police fédérale, pour faire en sorte de trouver des solutions et de régler des problèmes de fond.
L'appel du procureur du Roi est donc simple. Ce n'est pas une fusion des polices qui va régler le problème, mais c'est engager des enquêteurs. Il manque plus de 100 enquêteurs à la police judiciaire fédérale. C'est ce qu'ils attendent de vous.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour vos réponses. Il y a de bonnes choses. Mais sur la fusion des zones de police, pour rappel, les six zones bruxelloises font déjà partie du top 12 des zones les plus denses. Si vous les fusionnez de force, vous allez déstructurer une police de proximité, qui est une des rares choses qui fonctionnent dans l'ensemble.
Non seulement les 19 bourgmestres, toutes couleurs confondues, sont contre. Le procureur du Roi vous dit que c'est une mauvaise idée. Le procureur général vous dit que c'est une mauvaise idée.
De grâce, arrêtez avec ce qui ressemble de plus en plus à un nouveau BHV, à un totem communautaire absolument irrationnel, qui n'a pas de plus-value. Arrêtez de vous attaquer aux zones de police; attaquez-vous aux narcotrafiquants.
Youssef Handichi:
Tout d'abord, un petit message au PTB: au lieu de se poser la question de qui a eu quoi comme ministères ces 30 dernières années, peut-on être d'accord sur le fait que vous, vous n'avez jamais rien eu dans les mains? C'est un premier point.
Ensuite, je m'adresse aux camarades de la gauche. Il faudrait peut-être faire la liste de vos compétences et voir où se trouve aujourd'hui M. Vervoort. Il est aux abonnés absents. M. Cumps à Anderlecht fait des effets d'annonce, mais où est la police locale?
Effectivement, nous avons renforcé la présence des bleus. C'est une première réponse qui est nécessaire. Pas du tout de la prévention, mais de la répression. Comme je vous l'ai dit, à un moment donné, la peur doit changer de camp, monsieur le premier ministre. Vous avez une majorité qui vous soutient dans ce sens-là. Merci.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Alexia Bertrand:
Het was uiteraard een persoonlijk feit, mijnheer de voorzitter. Wie vertelt hier nu fake nieuws? Ik heb hier de tabellen. Daar staat voor de ministerraad van 23 oktober 2020: plus 100 miljoen euro in 2024 voor de politie. Bij jullie is dat 26 miljoen euro. Dat is vier keer minder, bovenop natuurlijk. Wij zijn het eens, mijnheer Ronse. Het is 100 miljoen euro bovenop de middelen die voorzien waren. Wij hebben dus vier keer meer gedaan dan wat jullie gaan doen in 2025. Dat is een feit.
Voorzitter:
Het woord is aan mevrouw De Vreese. Het Reglement bepaalt dat de aangesprokene repliektijd krijgt. (Protest op de Open Vld-banken)
Collega's, het zou fijn zijn als u allemaal het Reglement even bekijkt. Ik geef dus het woord aan mevrouw De Vreese.
Maaike De Vreese:
Collega Bertrand, u zou als geen ander de begroting moeten kennen. De verhoging van Vivaldi is natuurlijk mee in de begroting opgenomen. Daar doen we dit nog eens bovenop. Het is natuurlijk jammer en pijnlijk voor Open Vld om dit te horen, maar wij doen het er dus nog bovenop, dit in een context waarin uw partij een desastreuze begroting heeft achtergelaten. U gaat ons nu lesjes leren over de manier waarop wij in veiligheid moeten investeren, terwijl u in de voorbije legislatuur een put hebt achtergelaten. Het is een schande dat u op die manier durft tussen te komen.
Voorzitter:
Ik verwijs even naar artikel 55. Het is altijd toegestaan het woord te vragen voor het beantwoorden van een persoonlijk feit. De toelichting van het persoonlijk feit en het eventuele antwoord van een ander lid of een lid van de regering mogen samen niet meer dan vijf minuten van de tijd in beslag nemen.
-
Vraag: Het uitstel van de miljardeninvestering door ArcelorMittal
Vraag: Het industriebeleid en de beslissing van ArcelorMittal
Vraag: ArcelorMittal
economie en werkHet uitstel van de miljardeninvestering door ArcelorMittal
Het industriebeleid en de beslissing van ArcelorMittal
ArcelorMittal
ArcelorMittal's industriebeleid en investeringsuitstel summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De toekomst van ArcelorMittal Gent – met 5.000 directe en 25.000 indirecte jobs – staat op het spel door het uitstel van een 2 miljard euro groene investering, cruciaal voor CO₂-reductie en industriële innovatie. Oneerlijke Chinese concurrentie, onduidelijke EU-regels, hoge energieprijzen en gebrek aan een robuuste Europese industriestrategie dreigen de staalproductie naar buiten Europa te verdrijven, ondanks Vlaamse (600 mln lening) en federale steun (goedkope stroom). Premier De Croo benadrukt dringende EU-actie (o.a. anti-dumpingmaatregelen, gelijk speelveld) en aankondigt een bezoek van EU-commissarissen aan Gent, maar kritiek blijft: energiebeleid en publieke investeringen falen, terwijl de-industrialisatie versnelt. Socialisten en linkse partijen eisen harde bescherming van jobs en klimaatdoelen, N-VA/Vlaams Belang wijzen ze af.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, de afgelopen dagen heb ik gesproken met vele arbeiders van ArcelorMittal in Gent. Die mensen zijn bezorgd om de toekomst van hun bedrijf.
ArcelorMittal is de parel van de Gentse haven met meer dan 5.000 werknemers, maar het bedrijf heeft zonet een belangrijke miljardeninvestering in nieuwe, groenere infrastructuur on hold gezet. De redenen daarvoor lezen als een spiegel voor de politiek: er is te veel valse concurrentie uit China, er is geen duidelijkheid over de nieuwe Europese spelregels en er zijn te veel vraagtekens rond de industriële strategie op ons continent.
Veel mensen bij ons in Zelzate zien wat voor fantastisch werk er op de site wordt geleverd, want ze werken er zelf of ze hebben vrienden of familieleden die er werken. Zij kijken vandaag naar ons, collega’s, en zij stellen zich de vraag of de politiek kan garanderen dat er een toekomst voor de industrie in Vlaanderen is.
Laat het duidelijk zijn, dit uitstel mag absoluut niet leiden tot afstel, want de innovatie in de Gentse haven is te belangrijk en ook de CO 2 -impact van dat bedrijf is vandaag te groot. Sommigen hebben altijd beweerd dat, als we er voldoende subsidies inpompen of op een magische knop drukken, de toekomst van de fabrieken in onze regio verankerd is. Maar kijk, vandaag beslist ArcelorMittal om in heel Europa geen nieuwe investeringen meer te doen als het op verduurzaming aankomt.
Europa kan niet langer toelaten dat China zwaar vervuilend staal dumpt op onze markt. Onze bedrijven en onze jobs moeten beschermd worden en de welvaart van onze mensen, die dag in dag uit hun stinkende best doen, moet beschermd worden.
Mijnheer de eerste minister, u vertolkt ook vandaag nog onze stem in Europa. Zult u erop aandringen om werk te maken van een eerlijk speelveld en zo het harde werk van alle werknemers van ArcelorMittal belonen?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de eerste minister, het hing al even in de lucht en deze week kwam spijtig genoeg ook de bevestiging: ArcelorMittal steekt de cruciale plannen om zijn staalfabriek in Gent te vergroenen in de koelkast. Het gaat om een investering van ruim 2 miljard euro, wat het meteen het grootste klimaatproject van de Belgische bedrijfswereld maakt. Dat dat project nu het zwaard van Damocles boven het hoofd hangt, mogen we absoluut niet negeren.
Die vergroeningsinvesteringen zijn cruciaal, niet alleen om de werkgelegenheid in de regio te beschermen, maar ook omdat door die investeringen de CO 2 -uitstoot in ons land met minstens 3 % zou dalen. Vlaanderen staat klaar met 600 miljoen euro aan leningen en de federale regering staat klaar om de fabriek tien jaar lang van goedkope stroom te voorzien, maar blijkbaar is dat niet voldoende.
Onze fractie kijkt ook naar Europa. Europa moet met de industriële bedrijven naar de tekentafel om een soort green industry deal uit te werken, een deal die ook voor de industrie klopt.
Het gaat trouwens niet alleen over de meer dan 5.000 werknemers van ArcelorMittal in Gent, waarnaar mijn collega al verwees, maar ook over 25.000 werknemers die indirect verbonden zijn met dat bedrijf. Die onzekerheid moet worden weggenomen. Een van de grootste werkgevers uit de regio Gent staat op het punt om dat gigantisch klimaatproject zomaar eventjes in de vuilbak te gooien. Dat kunnen we niet laten gebeuren.
Mijnheer de premier, welke stappen zult u zetten om ArcelorMittal een eventueel beter kader te geven om die broodnodige investeringen veilig te stellen?
Zult u ook aan de Europese Commissie vragen om extra maatregelen te nemen tegen de import van goedkoop staal van buiten de EU en voor een goed investeringsklimaat voor de Europese staalindustrie?
Zult u opnieuw overleggen met de collega's van de Vlaamse (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, zullen wij straks groen staal produceren in Gent of niet? That's the question. Ook de 5.000 werknemers en hun vakbonden bij ArcelorMittal stellen zich deze vraag. Het is een belangrijke vraag voor de toekomst van de hele maakindustrie. ArcelorMittal kondigde namelijk aan zijn groene investeringen in Europa stop te zetten. De staalgigant dreigt ermee om een deel van zijn productieproces te verplaatsen naar buiten Europa. Wij mogen dat niet laten gebeuren.
Op initiatief van de PVDA werd deze week in de Gentse gemeenteraad een motie goedgekeurd om het belang van onze staalindustrie te benadrukken, met de vraag aan de federale, Vlaamse en Europese overheden om in te grijpen, dringend. Deze vraag werd gesteund door alle partijen behalve N-VA en Vlaams Belang. Die partijen staan nooit aan de kant van de werkende klasse.
De hoge energieprijzen zijn het hoofdprobleem in Europa. Die zijn te wijten aan het feit dat wij onze energie in handen hebben gelaten van multinationals als ENGIE, die massaal overwinsten blijven boeken. Het gas dat wij vandaag importeren uit de VS is zo duur dat het wel vloeibaar goud lijkt. Waarmee zijn wij eigenlijk bezig in Europa?
De Gentse motie, die u niet steunde, mevrouw Van Bossuyt, vraagt aan de federale overheid, dus aan u, mijnheer De Croo, en aan Europa om publieke investeringen te doen in hernieuwbare energie. Wij moeten terug controle krijgen over die energie, anders verliezen wij heel onze industrie.
Mijnheer de eerste minister, wat is uw antwoord op die vragen?
Alexander De Croo:
De beslissing van ArcelorMittal om het grootste project inzake industriële reductie van emissie in ons land uit te stellen, is inderdaad zeer verontrustend. Die beslissing is genomen in Gent, maar ook op veel andere plaatsen in Europa. Zo heeft ook het project in Duinkerke zonet hetzelfde nieuws te horen gekregen.
Die situatie leidt tot bijzonder veel bezorgdheid bij de duizenden werknemers en daarnaast nog bij duizenden werknemers van toeleveranciers. Ruimer genomen rijst de vraag of wij in Europa de zware industrie kunnen behouden. Die industrie is de bron van welvaart en de bron van miljoenen jobs. Daarnaast is het via die sector dat we onze groene doelstellingen zullen behalen. We gaan die doelstellingen niet behalen door de industrie in Europa te laten uitsterven, maar wel door die ademruimte te geven om de nodige hervormingen en investeringen te kunnen doorvoeren.
Mijnheer Meuleman, en ik denk ook mevrouw Grillaert, u hebt al aangegeven dat verschillende regeringen de voorbije jaren heel nauw hebben samengewerkt met ArcelorMittal. De Vlaamse regering geeft inderdaad investeringssteun. De federale regering geeft aan dat nucleaire elektriciteitsproductie beschikbaar kan zijn, dat de energienorm klaarligt. Dat alles om ervoor te zorgen dat we binnen Europa een gelijk speelveld zouden hebben, voornamelijk met Duinkerke.
De discussie nu betreft niet een gelijk speelveld binnen Europa, maar wel een gelijk speelveld met de rest van de wereld. Het kan inderdaad niet de bedoeling zijn dat onze industrie die inspanningen levert om te vergroenen, bestraft wordt omdat vuil staal uit andere delen van de wereld hier gedumpt zou kunnen worden. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Dat zou betekenen dat diegenen die het juiste doen uiteindelijk economisch gestraft worden. Dat kunnen we niet aanvaarden.
Dat is ook de reden waarom het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie vorig jaar heel sterk de nadruk heeft gelegd op het behoud van industrie in ons land en ervoor heeft gezorgd dat de regelgeving die we binnen Europa hebben ons in staat stelt om te concurreren met de rest van de wereld.
De samenstelling van de nieuwe Europese Commissie werd gisteren goedgekeurd in het Europees Parlement. De dag voordien heb ik gesproken met een van de vicevoorzitters van de Europese Commissie, Teresa Ribera, over de toekomst van onze industrie en het probleem dat wij hebben in Gent en op vele plaatsen in Europa. Ik heb haar gezegd dat wij haar moeten tonen wat wij aan het doen zijn. Gent is immers een van de productiefste productieplaatsen voor staal in de wereld en heeft het potentieel om een van de groenste productieplaatsen ter wereld te zijn. Het zou waanzin zijn dat Gent bestraft wordt omdat het het juiste aan het doen is.
Ik heb daar vandaag als antwoord op gekregen dat mevrouw Ribera en de heer Stéphane Séjourné, de nieuwe Europese commissaris voor Industriële Strategie, allebei op de uitnodiging zullen ingaan om in de komende dagen een bezoek te brengen aan ArcelorMittal in Gent om met de directie en de werknemers in debat te kunnen gaan. Ik zal daar zelf ook aanwezig zijn. Het lijkt mij dan ook logisch dat de minister-president van de Vlaamse regering, Matthias Diependaele, daar ook aanwezig zal zijn.
Op een moment als dit moeten wij allemaal samen, schouder aan schouder, voor hetzelfde strijden. Dit gaat over de industriële toekomst van Europa in de wereld, over bijzonder veel welvaart van mensen in ons land en over het behalen van onze groene doelstellingen. Dat zal alleen lukken als wij allemaal samenwerken. De sense of urgency is er. Wij moeten er nu eindelijk in slagen om met concrete maatregelen te komen die de zekerheid bieden om die investeringen mogelijk te maken in ons land.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, er is nood aan een premier die voor onze werknemers op de barricaden staat. De innovatie en het harde werk van de mensen bij ArcelorMittal moeten worden beloond. Dat kan alleen met een regering die werk maakt van broodnodige hervormingen, met een regering die pleit voor een transitie waarvan wij allemaal weten dat ze zo essentieel is voor onze toekomst en met een regering die onze industrie beschermt voor valsspelers door die valsspelers keihard aan te pakken.
Dat is de inzet van Vooruit bij deze onderhandelingen. Dat is wat Vooruit de komende vijf jaar zal doen. Het is wat de mensen in heel Vlaanderen en zeker ook in Zelzate van ons verwachten. Op de socialisten kunnen ze rekenen.
Leentje Grillaert:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de eerste minister.
Ik denk dat we allemaal bezorgd zijn dat we deze investeringen mislopen. Dat zou catastrofaal zijn voor de tewerkstelling, voor de welvaart en voor ons klimaatbeleid, zoals u ook zegt. We hebben de plicht als wetgever om de toekomst van de site in de Gentse haven veilig te stellen en om met ons land een leidende rol in de staalindustrie te spelen.
Ik ben blij te horen dat u al actie hebt ondernomen, mijnheer de eerste minister, en dat u binnenkort samen met minister-president Diependaele de site zult bezoeken. Ik heb het genoegen gehad om de site te bezoeken. Ik kan bevestigen dat het een zeer mooi bedrijf is en een toonbeeld voor de industrie. Dat is uiteraard ook te danken aan de vele mensen die daar dag in, dag uit werken
Het is niet de eerste keer dat een dergelijk dossier op ons bord komt en het zal zeker ook niet de laatste keer zijn. Ik steun zeker de sense of urgency.
Robin Tonniau:
Mijnheer De Croo, de weg die we vandaag met Europa volgen is niet de juiste. De de-industrialisatie gaat keihard verder. Alle signalen staan op rood. Hoelang zullen we nog wachten? Hoeveel Van Hools, BelGaNs en Audi Brussels hebben we nog nodig om in te zien dat de politiek uit het verleden vandaag faalt? In zijn communicatie zegt ArcelorMittal duidelijk zelf dat de hoge energieprijs de reden is waarom de klimaatinvesteringen in België, maar ook in Duinkerke en in Asturië in Spanje niet zullen doorgaan zoals voorzien. We moeten dus ingrijpen met publieke investeringen in energie, anders verliezen we al onze industrie. Denk aan de toekomst. Denk aan de toekomst van onze industrie en jobs en neem uw verantwoordelijkheid.
-
Vraag: De cyberaanvallen tegen Belgische overheidsinstellingen
Vraag: De recente cyberaanvallen
Vraag: De Russische cyberaanval en het crisisbeheer door het Centrum voor Cybersecurity Belgium
Vraag: De recente cyberaanvallen
Vraag: De cyberaanvallen
veiligheid, justitie en defensieDe cyberaanvallen tegen Belgische overheidsinstellingen
De recente cyberaanvallen
De Russische cyberaanval en het crisisbeheer door het Centrum voor Cybersecurity Belgium
De recente cyberaanvallen
De cyberaanvallen
Recente cyberaanvallen op Belgische overheidsinstellingen. summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens een debat over de recente DDoS-aanvallen op Belgische overheidswebsites – toegeschreven aan pro-Russische hackers als vergelding voor steun aan Oekraïne – benadrukken oppositiepartijen dat de cyberveiligheid onvoldoende is, ondanks premier De Croo’s verdediging dat België volgens internationale rankings tot de wereldtop behoort. Critici zoals Meuleman (Vooruit) en Matheï (CD&V) wijzen op kwetsbare lokale besturen, bezuinigingen op budgetten en het ontbreken van concrete uitvoering van de Cybersecuritystrategie 2.0, terwijl Nuino (Les Engagés) vraagt om meer middelen voor het CCB en betere sensibilisering. De Croo stelt dat de aanvallen beperkte schade veroorzaakten en de verkiezingen van zondag veilig zullen verlopen, maar Vandemaele (N-VA) en Delcourt (MR) blijven sceptisch over de link met verkiezingsinterferentie en pleiten voor structurele investeringen om toekomstige dreigingen af te wenden.
Brent Meuleman:
Mijnheer de premier, hoe vaak men ook op refresh duwt, de webpagina die men bezoekt, krijgt men niet te zien. Dat is wat veel mensen meekrijgen van de ddos-aanval die we gisteren en vandaag hebben gezien.
Collega's, wij zijn allen voortdurend verbonden met het internet. Dat helpt ons vooruit, maar maakt ons ook kwetsbaar. Van die kwetsbaarheid maken sommigen maar al te graag gebruik om arme sukkelaars massa's geld af te troggelen via phishingmails, maar bijvoorbeeld ook door hele systemen plat te leggen die mensen in leven houden. Daarover gaat het natuurlijk, collega's. Het gaat niet over die enkele uren dat een website niet beschikbaar of bereikbaar is, het gaat over landen die kijken hoever ze kunnen gaan.
Vandaag zijn het de lokale besturen, maar wat zal het morgen zijn? Zijn we dan in staat om onze zorginstellingen te beschermen, alsook ons vliegverkeer en onze gevangenissen? Voor Vooruit is een sterke overheid een overheid die haar dienstverlening garandeert. Het noodnummer 112 kunnen bellen, is elementair, maar de bescherming van persoonsgegevens is dat ook.
Terwijl Rusland probeert ons onder druk te zetten, is het aan ons om weerwerk te bieden. Sommigen hier in dit halfrond zijn veel te lang naïef geweest als het gaat over de extremen in het buitenland. Deze regering heeft echter wel werk gemaakt van een cybersecuritystrategie.
De vraag is hoever het staat met die cybersecuritystrategie. We hebben kunnen zien dat de aangevallen websites blijkbaar niet voorbereid waren op die aanvallen. Mijn vraag aan de premier: hoe is het gesteld met onze cyberveiligheid?
Steven Matheï:
Mijnheer de eerste minister, sinds gisterenavond worden er websites van provincies, de Kamer van volksvertegenwoordigers en van heel wat steden en gemeenten aangevallen. Nog niet zo heel lang geleden werd zelfs de volledige digitale dienstverlening van een stad als Antwerpen platgelegd. Kortom, cyberaanvallen dreigen schade en datalekken van persoonsgegevens te veroorzaken en de overheid te blokkeren.
Cyberveiligheid is uw enige expliciet genoemde bevoegdheid, mijnheer de eerste minister. In 2021 lanceerde u de Strategie Cyberveiligheid 2.0. Wij stellen vast dat verschillende maatregelen daarvan in uitvoering zijn, wat een goede zaak is, maar van een aantal zaken zien wij op dit moment nog niets. Denk maar aan het Cyber Green House, een initiatief om samen met de privésector onze netwerken te versterken, wat essentieel is. Wij zien ook dat de budgetten de afgelopen jaren een stuk naar beneden zijn bijgesteld. Nochtans is cyberveiligheid vandaag meer dan ooit belangrijk, zeker gelet op de actuele geopolitieke situatie.
Men moet het onverwachte verwachten, zegt men weleens in verband met cyberveiligheid, ook al zijn aanvallen vanuit Rusland niet echt onverwacht. Toch hebben wij de indruk dat de overheid op dat vlak wat achterophinkt. Cd&v vindt het dan ook heel belangrijk dat de Strategie Cyberveiligheid 2.0 verder wordt uitgevoerd, dat de lokale besturen worden ondersteund en goed worden ingelicht, zeker in deze cruciale week, met de lokale verkiezingen in het vooruitzicht, en dat er een beroep kan worden gedaan op specialisten ter zake.
Mijnheer de eerste minister, hoe ver staat het met de uitvoering van de Strategie Cyberveiligheid 2.0? Is er ook aandacht voor de lokale besturen en de aanwerving van medewerkers met de juiste profielen bij onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten?
Ismaël Nuino:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, chers collègues, "protéger, renforcer, préparer": vous serez tous d'accord avec moi: ce sont des mots qui résonnent avec le thème de la cybersécurité, car ils forment le slogan au moyen duquel vous avez donné le signal de départ de votre présidence du Conseil de l'Union européenne. Ces verbes devraient s'appliquer aujourd'hui à la cybersécurité. Malheureusement, nous avons assisté hier et encore aujourd'hui à des attaques apparemment pro-russes contre des sites internet provinciaux, communaux ainsi que contre celui de la Chambre des représentants et bien d'autres. Ce n'est pas un fait isolé. En effet, dans le même laps de temps, en comparaison avec l'année dernière, nous avons observé une augmentation de 31 % des cyberattaques.
La cybersécurité ne concerne pas seulement un site qui ne s'affiche plus quand on en rafraîchit une page, mais également un CPAS qui, du jour au lendemain, ne peut plus exécuter ses paiements automatiques ou encore un indépendant qui ne peut plus accéder à aucune donnée en allumant son PC et doit peut-être alors mettre la clef sous la porte. La cybersécurité implique peut-être que, dimanche soir, quand nous voudrons connaître les résultats des élections communales et provinciales, nous ne pourrons y accéder.
En l'occurrence, une question fondamentale se pose: que faisons-nous pour garantir la cybersécurité de nos concitoyens? En effet, cette question est de l'ordre de la sécurité. Très concrètement, qu'a entrepris le Centre pour la Cybersécurité Belgique (CCB) dans la gestion de cette crise hier et aujourd'hui? A-t-il apporté son soutien aux différentes institutions qui ont été attaquées? En a-t-il eu les moyens? Plus fondamentalement, dispose-t-il des moyens nécessaires pour venir en aide aux institutions qui en ont besoin?
Qu'est-il prévu pour préparer les élections communales et provinciales de dimanche, de manière à s'assurer que, dimanche soir et lundi matin, nos concitoyens puissent accéder aux résultats le plus rapidement possible?
Matti Vandemaele:
Mijnheer de eerste minister, de afgelopen dagen werd ons land het slachtoffer van een reeks cyberaanvallen, waardoor een aantal websites tijdelijk niet bereikbaar was. Op de website van het CCB konden we lezen dat Russische groeperingen hierachter zouden zitten en dat onze pro-Oekraïense en prodemocratische standpunten aan de basis van de aanvallen zouden liggen.
Het is belangrijk dat we ons als land wapenen tegen dat soort aanvallen, want het is duidelijk dat er een grote directe veiligheidsdreiging uitgaat van desinformatie en cyberaanvallen. We zien dat daar steeds dezelfde landen achter zitten, namelijk Rusland en China. We moeten dat goed beseffen en daar waakzaam voor zijn.
Over vijf dagen zijn er lokale verkiezingen en het zijn net de sites waarop mensen informatie zoeken over de verkiezingen, die uit de lucht gaan. Bovendien gaat men in heel wat steden en gemeenten digitaal stemmen. Ik besef wel dat de stemcomputers op zichzelf staan en niet met elkaar of met het internet verbonden zijn, maar in de volgende fase, het verwerken en doorsturen van de resultaten, bestaat er volgens mij wel een groter risico op interferentie.
Mijnheer de eerste minister, ten eerste, wanneer zullen de sites die nu het doelwit zijn, opnieuw up and running zijn?
Ten tweede, zijn er indicaties voor extra cyberaanvallen komende zondag?
Ten derde, zijn we als land voldoende voorbereid, zodat de verkiezingen komende zondag op een ordentelijke manier plaats kunnen vinden? Welke stappen hebt u daarvoor gezet?
Catherine Delcourt:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, hier, de nombreuses institutions et administrations publiques ont, en effet, été la cible de cyberattaques massives, rendant leur site internet partiellement, voire totalement, inopérant. La situation a été rapidement rétablie – il faut le souligner. Néanmoins, de nouvelles attaques ont été perpétrées aujourd'hui à l'encontre, notamment, de ports et d'administrations locales. Le Centre pour la Cybersécurité Belgique a indiqué qu'un collectif de hackers prorusses se trouvait à l'origine de ces attaques et que ces attaques constituaient des représailles à l'encontre de la Belgique pour son engagement de livrer à l'Ukraine une série de canons de production française de type Caesar. On peut certainement regretter, au passage, la communication de la ministre de la Défense qui a devancé le Parlement et le Conseil des ministres qui devaient entériner cette décision. L'avenir nous dira si cette communication était responsable.
Néanmoins, en tant que députée fédérale, ce qui me préoccupe à l'heure actuelle, étant attachée à la démocratie, ce sont les élections et leur bon déroulement au niveau local ce dimanche.
Monsieur le premier ministre, quelle analyse avez-vous mené par rapport à ces cyberattaques et leur impact et avez-vous pris des mesures pour sécuriser davantage les élections qui sont prévues ce dimanche au niveau local?
Alexander De Croo:
Chers collègues, je vous remercie pour ces questions.
En effet, de nombreux sites web en Belgique ont subi des attaques DDoS. Il faut bien faire la différence entre ce type d'attaque et les attaques de type phishing ou vol de données. Cela n'a strictement rien à voir.
Een ddos-aanval is een aanval waarbij men een website overlaadt met communicatie. Dit zorgt ervoor dat die website niet bereikbaar is.
Dit is precies wat wij gisteren en vandaag in ons land gezien hebben. Volgens de analyse van het Centrum voor Cybersecurity zit een Russische groep hackers erachter. Op Telegram heeft die groep trouwens een lijst gepubliceerd van alle websites die geviseerd werden. Het ging om een aantal officiële instanties als de provincies, deze politieke instelling, een aantal gemeenten, maar ook om onze havens.
De analyse die het CCB tot nu toe gemaakt heeft, is dat wij de aanval relatief goed doorstaan hebben. Een aantal websites was wel gedurende een korte tijd niet bereikbaar, en een kleine minderheid is vandaag nog steeds niet bereikbaar, maar sites als die van de havens, en andere, hebben bijna geen last van die aanval gehad.
D'ailleurs, ce n'est pas la première fois que cette organisation perpètre des attaques DDoS dans notre pays. Par exemple, une attaque par cette même organisation a eu lieu lors de la visite du président Zelensky dans notre pays pour tenter d'interrompre le fonctionnement de certains de nos sites web.
Wat is de rol van het Centrum voor Cybersecurity? Ten eerste, detecteren. Ten tweede, communiceren met websites en organisaties waarvan men denkt dat ze in de focus liggen of waarvan ze zien dat ze in de focus liggen en om met hen maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat men kan mitigeren. Dat wil zeggen dat men kan vermijden dat er bepaalde schade zou worden toegebracht.
De analyse van het CCB is dat de overgrote meerderheid van onze websites dat relatief goed hebben kunnen doorstaan.
Parmi vous, certains disent que notre pays n'est pas à la hauteur en matière de cybersécurité.
Dat is absoluut onjuist. Ons land staat op internationale rankings bij de Europese top en de wereldtop op het vlak van bescherming. Op de National Cyber Security Index wordt ons land aangezien als het tweede best beschermde land in Europa. Op de Global Cyber Security Index heeft ons land een score van 96 op 100. Het gemiddelde is 66 op 100. Wij behoren dus absoluut tot de top van de wereld.
Nulrisico bestaat niet. Elke dag zijn er in ons land meer dan duizend cyberaanvallen. Wij worden continu belaagd. Wij zijn ook niet het enige land dat continu belaagd wordt door dergelijke aanvallen.
We zijn daar dus veeleer goed in, dankzij de structuur die het Centrum voor Cybersecurity heeft opgezet. Wij moeten echter bijzonder voorzichtig blijven, vooral op een moment als dit.
Het Centrum voor Cybersecurity, Binnenlandse Zaken en de regionale overheden, die de verkiezingen organiseren, zijn reeds maanden bezig met de voorbereiding van de verkiezingen. De analyse van het CCB vandaag is dat de aanvallen van de voorbije dagen op geen enkele manier een interferentie zouden kunnen zijn ten opzichte van de verkiezingen die komend weekend plaats moeten vinden. Het gaat dan wel over het soort aanvallen als gisteren. Ik heb geen informatie over wat er de komende dagen kan gebeuren; hoe dan ook moeten wij natuurlijk bijzonder voorzichtig blijven.
Wij weten dat men vanuit China, Rusland en misschien ook andere plaatsen probeert om onze democratie te destabiliseren; de ddos-aanval van gisteren heeft relatief beperkte hinder veroorzaakt. Wij moeten wel bijzonder voorzichtig zijn.
Vous avez parlé de phishing . Effectivement, lorsque vous recevez un e-mail d'un genre auquel vous ne vous attendez pas, il faut toujours se montrer extrêmement prudent.
Men probeert via medewerkers van officiële organisaties binnen te raken. Bij verkiezingen zoals nu moeten we bijzonder voorzichtig zijn. De strategie van cyberveiligheid 2.0 is in volle uitrol en is succesvol, zoals we in de verschillende rankings kunnen zien. Wat cyberveiligheid betreft, kunnen we echter nooit op beide oren slapen. We moeten op dat domein elke dag bewijzen dat we alles doen om onze websites en onze burgers te beschermen.
Brent Meuleman:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, wanneer de website van de Kamer wordt aangevallen, zodat die plat wordt gelegd, moeten wij ons als parlementsleden allemaal aangesproken voelen. Rusland kondigt die aanvallen aan en voert ze uit met een reden. We mogen ons niet laten intimideren. Vooruit zal zich nooit laten intimideren. Rusland is niet alleen op zoek naar onze zwakke plekken en onze zwakke systemen, maar ook naar wie de zwakste knieën heeft, naar wie bereid is om te buigen voor intimidatie, naar wie bereid is te luisteren naar dictators uit het buitenland.
Vooruit zal steeds de zijde kiezen van degenen die onderdrukt worden door anderen. We hebben dat gedaan in Gaza, we doen dat in Libanon en ook in Oekraïne. Wij laten ons niet intimideren, wij blijven de onderdrukten steunen. Dat is wat socialisten doen.
Voorzitter:
Ik feliciteer Brent Meuleman met zijn maidenspeech. (Applaus)
Steven Matheï:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, laat het duidelijk zijn dat cyberveiligheid een heel belangrijk topic is en blijft.
Mijnheer de eerste minister, ik heb twee boodschappen aan u en aan iedereen in het halfrond.
Ten eerste, we moeten blijven inzetten op cyberveiligheid, niet met zandzakjes maar met grote middelen, om de dreiging tegen te houden.
De tweede boodschap is gericht aan de vorige spreker, die samen met de communistische partij een coalitie vormt: iedereen moet op het eigen niveau proberen elke Russische invloed tegen te houden. Cd&v zal alleszins blijven inzetten op cyberveiligheid. Wij hebben dan ook een voorstel van resolutie ter zake ingediend.
Ismaël Nuino:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Je constate que nous partageons la même volonté de renforcer la cybersécurité. C’est excessivement important.
J’ai entendu votre explication sur les différences entre les DDoS et le phishing . C'est là une question de cybersécurité. Le rôle du Centre pour la Cybersécurité Belgique ne doit pas se cantonner à la gestion de ce genre d’attaques. Il doit aussi sensibiliser et informer les utilisateurs.
C’est aussi pour cette raison que j’ai posé la question concernant les moyens du CCB. Je n’ai pas obtenu de réponse à ce sujet. Le CCB a-t-il les moyens pour sensibiliser et informer tous les acteurs qui pourraient être malheureusement confrontés à des actions pouvant générer des risques pour notre cybersécurité?
Fondamentalement, la cybersécurité touche chacun d’entre nous. Nous devons absolument en faire une priorité. Pour Les Engagés, la cybersécurité est de la sécurité. Nous devons la renforcer à l'avenir et maintenir les efforts pour rester au top de la cybersécurité et des moyens que nous pouvons donner à tous nos concitoyens.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord.
Ik ben het met u eens dat ons al land al heel grote inspanningen levert en ik hoop dat een volgende regering op die weg doorzet.
Een element van uw antwoord verbaast mij wel. U zegt namelijk dat u geen link ziet met de lokale en provinciale verkiezingen van komende zondag. Dat vind ik vreemd, aangezien in grote mate ook websites van provincies en van lokale besturen geviseerd werden. Ik denk dat er potentieel toch een link kan zijn. Iedereen herinnert zich wellicht nog de fratsen met de verkiezingen van juni, hoe toen een en ander in de soep is gelopen.
Voor de geloofwaardigheid van de politiek en de democratie is het volgens mij heel belangrijk dat wij zondag een goede beurt maken, dat het systeem heel goed functioneert. We moeten dus extra waakzaam zijn zodat onze verkiezingen op een ordentelijke manier kunnen verlopen zonder enige mogelijke interferentie van buitenaf.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse. À l'approche des élections communales et provinciales, il convient de prendre très au sérieux la menace de cyberattaques contre nos institutions. Je suis consciente que de nombreuses personnes œuvrent à réparer les choses dans l'urgence et à sécuriser les systèmes informatiques de nos institutions. Néanmoins, cette vague d'attaques montre encore une fois qu'il convient d'investir de manière très sérieuse dans la cyberdéfense pour rendre nos institutions et nos organisations robustes et qu'elles puissent réagir de manière appropriée à des attaques venant de l'étranger. Je tiens aussi à souligner l'importance d'intégrer dans la communication politique de chacun l'aspect sécurité et d'évaluer celui-ci avant de prendre la parole.
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Brent Meuleman als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Voorstel van resolutie betreffende een uniek portaal voor het gecentraliseerd en uniform registreren en opvolgen van klachten tegen de politie (956/4)
Voorstel van resolutie betreffende een uniek portaal voor het gecentraliseerd en uniform registreren en opvolgen van klachten tegen de politie (956/4)
Bekijk dossier 956
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 2 mei 2019 betreffende de bij de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediende verzoekschriften teneinde een maximumtermijn voor het verzamelen van handtekeningen in te voeren (551/7)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 2 mei 2019 betreffende de bij de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediende verzoekschriften teneinde een maximumtermijn voor het verzamelen van handtekeningen in te voeren (551/7)
Bekijk dossier 551
Stemmingen
Recente stemmingen van Brent Meuleman in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'Het jaarrapport 2025 van de vicegouverneur van Brussel' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Kjell Vander Elst over 'De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Jeroen Van Lysebettens over 'De consequenties en de kosten van het blijvende uitstel van de PEZ1' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het ontoereikende rendement, de vertraagde investeringsstrategie en de bestuurscrisis bij Hedera' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het aanvullen van onze strategische gasvoorraden' details → | ja |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico's, Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt, Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en houdende diverse bepalingen details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 3 van Caroline Désir cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 4 van François De Smet op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 6 van Nadia Moscufo cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz cs op artikel 4. details → | nee |
Commissies
Brent Meuleman is lid van de volgende commissies.