Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Kurt Moons in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Vraag: Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
Vraag: De flexi-jobs
Vraag: De woede van de horeca
Vraag: De evaluatie van de flexi-jobregeling
Vraag: Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
De uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
De flexi-jobs
De woede van de horeca
De evaluatie van de flexi-jobregeling
Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
Flexi-jobs: beleid, evaluatie en impact op horeca en sociale bijdragen summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister David Clarinval verdedigt de uitbreiding van flexi-jobs als een noodzakelijke flexibilisering van de arbeidsmarkt, met steun van cijfers die aantonen dat het vooral voltijdse werknemers en gepensioneerden aanvullend inkomen biedt, maar kritiek van collega’s Vincent Van Peteghem en Jan Jambon noopt tot twijfel over de budgettaire houdbaarheid en mogelijke vervanging van vaste jobs. Oppositieleiders zoals Kurt Moons en Patrick Prévot beweren dat de regering-De Wever ondoordacht handelde zonder impactanalyse, terwijl sectoren zoals horeca waarschuwen voor faillissementen door stijgende kosten en dalende consumptie, met name door de verhoogde BTW en onzekerheid rond flexi-jobs. Nathalie Muylle en Nadia Moscufo benadrukken dat flexi-jobs symptomen maskeren van structurele problemen zoals te lage lonen, ontoereikende pensioenen en een te dure arbeidsmarkt, waarbij Muylle pleit voor lastenverlaging en gelijk speelveld voor bijverdienen. François De Smet en Steven Coenegrachts wijzen op interne regeringstegenstrijdigheden en eisen focus op economische groei in plaats van ad-hocmaatregelen, met Coenegrachts die hoopt op een "zinnige" stem bij begrotingsonderhandelingen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, deze vraag was oorspronkelijk gericht aan de eerste minister, maar naar goede gewoonte schuift hij moeilijke vragen over heibel binnen zijn regering op een laffe manier door naar een van zijn acolieten. Goed nieuws over Volvo Car Gent, dat ging nog net. We komen dus bij u terecht, mijnheer de minister.
Nog maar twee weken geleden werden de flexi-jobs uitgebreid naar alle sectoren. Sinds maandag staat de regering echter weer onder hoogspanning. Uw collega, minister van Begroting Van Peteghem, op zoek naar vele miljarden, verklaarde doodgemoedereerd dat flexi-jobs de sociale zekerheid en de welvaartsstaat doen ontsporen. Zijn eigen partij, cd&v, keurde die uitbreiding enkele weken eerder nochtans nog volmondig goed. Dat wordt daar precies een gewoonte: we zijn er eigenlijk tegen, maar stemmen toch voor.
De antwoorden van andere ministers lieten niet lang op zich wachten. Minister Jambon liet weten open te staan om flexi-jobs alleen nog toe te laten voor voltijds werkende werknemers, terwijl zijn fractieleider, de heer Ronse, voordien had gezegd dat er geen enkele reden was om het systeem te herbekijken. Hij slikte die woorden trouwens 24 uur later weer in.
U was wel duidelijk. Op Instagram verklaarde u letterlijk: " Hors question de remettre en cause le système ," maar intussen weet niemand nog hoe het verder moet, de regering-De Wever blijkbaar ook niet.
Mijnheer de minister, graag verneem ik van u het volgende. Wordt er binnen de regering al onderhandeld over een aanpassing van het systeem? Zo ja, in welke richting? Deelt u de visie van minister Van Peteghem dat de fiscaal gunstige regeling van de flexi-jobs moet worden teruggeschroefd vanwege de begrotingsdoelstellingen? Is het eerlijk tegenover mensen die al in het nieuwe systeem zijn gestapt om nu de spelregels te wijzigen? Waarom werd vooraf geen regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd alvorens een uitzonderingsregeling zo drastisch te veralgemenen?
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, al jaren verschijnen rapporten waarin staat dat de Belgische arbeidsmarkt dringend flexibeler moet worden. De voorbije jaren hebben we daarvoor een zeer succesvolle maatregel uitgewerkt, namelijk de flexi-jobs. Vandaag oefenen 260.000 mensen een flexi-job uit. Het overgrote deel werkt voltijds en doet daar dus nog een extra job bij.
Ondernemingen hebben eindelijk een manier gevonden om hun piekmomenten op te vangen, ten voordele van een betere dienstverlening aan de klant. Ik denk dat iedereen die de voorbije zonnige dagen op een terras heeft gezeten, de voordelen daarvan heeft kunnen vaststellen.
Kortom, iedereen is dus enthousiast over die flexi-jobs, zelfs zo enthousiast dat we hier enkele weken geleden de veralgemeende invoering van de flexi-jobs hebben goedgekeurd.
Vandaag lijkt het alsof iedereen, inclusief de N-VA, daartegen is, of er minstens reserves bij heeft. Van minister Van Peteghem, van de tsjeven, kan men nog verwachten dat ze op drie weken van mening veranderen, of op drie dagen zelfs, want nog maar drie dagen geleden kwam mevrouw Muylle in de commissie pleiten om ook de organist in de kerk als flexi-jobber aan de slag te laten gaan. Het gaat dus allemaal bijzonder snel.
Collega's, mensen die werken, zijn nooit het probleem. Mensen die werken, zijn altijd de oplossing.
De echte problemen in ons land zijn de 140.000 openstaande vacatures, de energieprijzen die door het dak gaan, een half miljoen langdurig zieken. Weet u wat de oplossing van minister Van Peteghem daarvoor is? Niemand weet dat. Hij ook niet, want hij heeft daar niet over nagedacht. Het is veel gemakkelijker om mensen die werken extra te belasten.
Mijnheer de minister, mogen we nog op u rekenen? Mogen die flexi-jobbers nog op u rekenen? Zult u garant staan voor de flexi-jobs?
Nathalie Muylle:
Voorzitter, collega's, Jan heeft studerende kinderen die op kot gaan en hij wil bijklussen. Hij wil dat doen in de horeca. 300 uur per jaar, goed voor 5.000 euro.
Doet hij dat vandaag als flexi-jobber, dan verdient hij 5.000 euro bruto, wat ook netto is. Zijn werkgever betaalt 6.400 euro en hij bouwt pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag via vrijwillige overuren, dan krijgt hij eveneens 5.000 euro. Zijn werkgever betaalt iets minder, maar hij bouwt geen pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag met een vast contract – we hebben dat hier een paar weken geleden goedgekeurd, voor zes uur per week – dan betaalt zijn werkgever ongeveer evenveel als bij een flexi-job. Zelf houdt hij netto 2.173 euro over, minder dan de helft van wat hij via overuren of een flexi-job zou verdienen.
Ik kan nog andere voorbeelden geven van flexibele vormen van arbeid, zoals studentenarbeid. Studenten betalen vandaag een beperkte sociale bijdrage, maar bouwen geen sociale rechten op. Kijk ook naar het verenigingswerk. Daar betaalt men 10 à 20 % bijdragen, maar ook daar worden geen rechten opgebouwd. Zo kan ik nog even verdergaan.
Collega's, wij hebben in dit Parlement elke vorm van flexibel werken gesteund en we zullen dat ook blijven doen, omdat we ervan overtuigd zijn dat een moderne arbeidsmarkt die flexibiliteit nodig heeft. Pieken in onze economie moeten kunnen worden opgevangen. Mensen willen die flexibiliteit ook.
In elk debat heb ik echter, en dat blijkt ook uit het verslag, telkens gezegd dat er voor ons een gelijk speelveld moet komen tussen alle vormen van bijklussen. De excessen moeten eruit. Wie vandaag ziek of werkloos is, kan geen flexi-job uitoefenen.
Eigenlijk is dit echter een debat in de marge. De kern van de zaak is dat arbeid in ons land gewoon veel te duur is. De lasten op arbeid moeten omlaag. De eerste stap die we vandaag met deze fiscale hervorming hebben gezet, moet worden uitgevoerd. Wat ons betreft, mag die niet worden vertraagd. We willen bovendien verder gaan.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u daarnaar? Bent u bereid ook een verdere lastenverlaging op arbeid te steunen?
Dank u.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, le secteur de l'horeca tire la langue et ne veut plus de fausses promesses. Il vous demande simplement d'arrêter de lui compliquer la vie. J'en prends pour preuve le président de l'horeca bruxellois, qui vient de vous adresser une lettre accablante. Son constat est sans appel: le contrat de confiance avec l'Arizona est rompu.
Pendant ce temps-là, les faillites s'accumulent. Vous êtes devenu le gouvernement des faillites. Chaque semaine, des cafés, des restaurants et des hôtels baissent le rideau. Derrière chaque fermeture, il y a des femmes et des hommes qui travaillent 12, 13 ou 14 heures par jour sans même savoir s'ils pourront encore ouvrir demain.
Aujourd'hui, ils voient également leurs clients disparaître. Pourquoi, me direz-vous? Parce que vous tapez dans les poches des travailleurs et que vos mesures grèvent les finances des ménages. Quand les Belges doivent compter chaque euro, ils renoncent d'abord à aller au restaurant, à prendre un verre avec des amis ou à partir quelques jours en vacances. Ce sont les familles qui se privent, et c'est l'horeca qui trinque.
Quelle est votre réponse à tout cela? Vous répondez par une hausse de la TVA sur les hôtels, par des menaces sur d'autres taux de TVA et par une généralisation des flexi-jobs que le secteur lui-même vous demande de revoir. Bref, vous ne soutenez pas l'Horeca; vous vous contentez seulement de lui présenter l'addition.
Monsieur le ministre, combien de faillites faudra-t-il encore attendre avant que vous ne changiez enfin de cap? Allez-vous continuer à affaiblir le pouvoir d'achat des ménages qui affecte tous les secteurs, dont celui de l'horeca? Enfin, allez-vous redonner de l'oxygène à celles et ceux qui créent de l'emploi, de l'activité et de la convivialité partout en Belgique?
Nadia Moscufo:
Monsieur le ministre, vous avez dit lors d'une interview vidéo que les flexi-jobs étaient l'huile dans le moteur économique. Je suis tout à fait d'accord avec vous. Toutefois, vous vous en servez surtout pour frotter les pompes des grands patrons, en leur offrant de la main-d'œuvre bon marché et hyper flexible.
Pourquoi les gens travaillent-ils en flexi-job? D'une part, il y a ceux qui n'ont pas assez, non pour vivre, mais pour survivre. Pourquoi n'ont-ils pas assez? Parce que vous leur avez bloqué les salaires depuis des années. D'autre part, il y a les retraités. Vous avez déclaré entendre de nombreux de retraités se plaindre du fait qu'ils manquaient de contacts sociaux, de liens sociaux. Je ne sais pas quels pensionnés vous fréquentez. Pour ma part, monsieur le ministre, je représente les millions de retraités qui se plaignent de ne pas avoir assez de pension. Savez-vous quelle est la pension moyenne des salariés dans ce pays? je vais vous le dire: 1565 euros net! Et c'est sans compter le malus, avec lequel ce sera encore pire. Alors non, monsieur le ministre, les gens ne travaillent pas en flexi-job parce qu'ils s'ennuient le samedi et le dimanche.
Votre ministre du Budget parle d'un dérapage dans le budget de la sécurité sociale. Je me suis demandé si ce dérapage dans le budget de la sécurité sociale n'était pas, en réalité, votre but véritable. Entretemps, nous avons pris connaissance d'une étude qui indique clairement que, désormais, les flexi-jobs remplaçaient les contrats classiques. Quelle est la position du gouvernement par rapport à cette étude?
François De Smet:
Monsieur le ministre, 13 jours à peine après l'entrée en vigueur de votre réforme sur la généralisation des flexi-jobs, votre collègue le ministre du Budget, monsieur Van Peteghem, déclare que le système est en train de déraper et que notre État-providence ne restera pas soutenable. Mieux encore, hier, le ministre des Finances, monsieur Jambon, lui a emboîté le pas, disant vouloir examiner si le système nuit à l'emploi régulier. Cela fait quand même deux vice-premiers de votre coalition!
Je reste fasciné par la capacité de ce gouvernement à réfléchir après avoir pris les mesures. Plus que jamais, dans l'Arizona, on tire d'abord, on réfléchit ensuite! Vous avez balayé ces critiques, vous allez sûrement le refaire dans une minute. Pourtant, la concurrence des flexi-jobs sur l'emploi classique est une vraie question, et je vous invite à regarder quelques indicateurs.
Une entreprise sur huit ayant recours aux flexi-jobs n'emploie plus aucun travailleur fixe. Le commerce concentre 34 % des emplois directs en flexi-jobs contre 17 % en 2021, tandis que l'horeca, lui, plafonne à 40 %, preuve que la croissance se fait en dehors du secteur d'origine. Les syndicats chiffrent le manque à gagner en cotisations et impôts à plus de 500 millions par an après la généralisation.
Alors, soyons clairs, les flexi-jobs, c'est génial dans certains secteurs, notamment l'horeca, qui serait en très grande difficulté sans cela. Mais leur généralisation est un danger et, quand l'horeca lui-même attire l'attention là-dessus, il faut l'écouter. Le danger d'une substitution massive par petit volume existe, le tout dans un régime où le travailleur ouvre des droits à la pension, mais ne verse pas de cotisations personnelles.
Monsieur le ministre, quel est l'impact net, selon vous, sur le financement de la sécurité sociale, manque à gagner, substitution et droits dérivés compris? Pouvez-vous vraiment nier tout effet de substitution? Il n'y a pas de honte à se remettre en question, monsieur le ministre, surtout si la moitié du gouvernement doute déjà.
Je vous remercie.
David Clarinval:
Chers collègues, je vous remercie de m'interroger sur ce dossier des flexi-jobs, car il va me permettre de remettre un peu de rationalité dans le débat.
Permettez-moi de commencer par quelques chiffres particulièrement pertinents. Le premier est que les flexi-jobbers pensionnés de 65 ans et plus représentent aujourd'hui 28,7 % du volume total de travail en flexi-jobs, soit près d'un tiers de ce volume. Parmi les flexi-jobbers non pensionnés, 83 % travaillent à temps plein. Ce n'est que 17 % des flexi-jobbers non pensionnés qui ont un taux d'emploi de base compris entre 80 % et 95 %.
Il est exact que 7 % des employeurs recourent exclusivement à des flexi-jobbers, mais cela est tout à fait normal, car il s'agit principalement de microentreprises, d'indépendants travaillant seuls qui débutent leur activité et sont en pleine phase de croissance. Il y a très peu de flexi-jobs dans les grandes entreprises et, a fortiori , dans les multinationales. Les flexi-jobs sont conçus comme un revenu d'appoint venant compléter une activité principale. Les flexi-jobbers qui ne sont pas pensionnés travaillent en moyenne 190 heures par an et gagnent un peu moins de 3 000 euros par an grâce à leur flexi-job.
Il est dès lors illogique de vouloir réduire volontairement les revenus issus de cette activité principale en passant d'un emploi à temps plein à un quatre cinquièmes dans le seul but de compenser ensuite cette perte par un flexi-job. Une telle démarche est en effet peu intéressante sur le plan financier. Une réduction du temps de travail a des conséquences non seulement sur le salaire, mais également sur la prime de fin d'année, le pécule de vacances, le nombre de jours de congé, les bonus et les autres avantages liés à l'emploi principal.
Enfin, afin d'éviter tout usage abusif de ce dispositif, une période d'attente anti-abus de six mois est déjà prévue pour les travailleurs qui réduisent leur temps de travail avant de pouvoir exercer un flexi-job. Il serait donc complètement irrationnel de quitter un cinq cinquièmes fixe avec tous les avantages qui y sont liés pour s'engager dans quelques heures de flexi-job non structurel au terme de cette période d'attente de six mois.
S'agissant du prétendu effet de substitution, l'avis du CNT s'appuie principalement sur l'évaluation du secteur horeca. Celle-ci montre que l'éventuelle substitution entre les flexi-jobs et l'emploi régulier est limitée et temporaire et qu'elle ne se ferait qu'au détriment d'autres formes flexibles de travail, en particulier le travail intérimaire ou le travail occasionnel. En ce qui concerne l'éventuel impact sur le budget, rappelons qu'il existe une cotisation patronale spéciale de 28 %. Les flexi-jobbers contribuent pleinement au financement de la sécurité sociale, notamment par le biais de leur activité principale.
Les flexi-jobs permettent aux entreprises d'absorber plus facilement les pics d'activité. Cette flexibilité leur offre la possibilité de répondre à une demande accrue, de transformer une activité ponctuelle en croissance structurelle et, à terme, de créer davantage d'emplois.
Les flexi-jobs contribuent ainsi au financement de la sécurité sociale. Les revenus complémentaires générés par les flexi-jobs créent évidemment de l'activité économique. Pour les pensionnés, les flexi-jobs représentent en effet plus qu'un simple complément de revenus: ils constituent aussi une source de contacts sociaux.
Wat de analyse van de NAR betreft, die hebben we gisteren ontvangen. De analyse zelf bevat uiteindelijk weinig nieuwe elementen. De analyses van het Federaal Planbureau hebben hoofdzakelijk betrekking op de horecasector. De NAR roept er overigens toe op voorzichtig te zijn alvorens deze resultaten te extrapoleren naar de andere sectoren. Het advies bevat inderdaad de vraag om de evaluatiewerkzaamheden voort te zetten. Dat is nu net wat de nieuwe wet al voorziet. Er zijn twee evaluaties gepland. De eerste zal worden uitgevoerd door de sectoren zelf en zal betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden, de veiligheid en arbeidsongevallen. Een tweede evaluatie zal de gevolgen van de hervorming voor alle sectoren analyseren.
Ik wens tevens opnieuw het engagement van minister Vandenbroucke en mijzelf te benadrukken om elk misbruik van de flexi-jobs te bestrijden. Het is met name onverantwoord dat personen zich arbeidsongeschikt verklaren tegenover hun werkgever, terwijl zij tegelijkertijd een flexi-job uitoefenen bij een andere werkgever. Een dergelijke situatie is strijdig met de geest van het systeem en kan niet worden getolereerd.
Tot slot wil ik met klem benadrukken dat met de uitbreiding van de flexi-jobs uitvoering wordt gegeven aan het regeerakkoord. Die uitbreiding werd overigens niet willekeurig beslist. Ze komt tegemoet aan een duidelijke vraag vanuit het terrein. Zowel werkgevers als werknemers vragen al jaren dat dit systeem wordt uitgebreid naar andere sectoren. Laten we deze hervorming de tijd geven om haar effecten op het terrein te tonen en de evaluatie op basis van de feiten te laten plaatsvinden, zodat we eventueel kunnen bijsturen op basis van objectieve elementen en niet op druk (…)
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik stel vast dat de onenigheid, en dus de onzekerheid binnen de regering, blijft. We merken ook een duidelijk patroon bij deze regering-De Wever. U lanceert ondoordacht wetsontwerpen, zonder enige voorafgaande impactanalyse. U luistert ook nooit naar rationele argumenten van de oppositie. Het Vlaams Belang wees immers al maanden op de risico’s, namelijk kannibalisatie van reguliere jobs, zware kosten voor de schatkist, fiscale ongelijkheid en fraudegevoeligheid. We werden niet gehoord;
Als deze regering de spelregels nu al zou veranderen, is dat een listige truc. Ze verleidt mensen naar een voordeliger statuut en verhoogt daarna de fiscaliteit ter zake. Daarenboven zijn het overwegend Vlamingen die dit systeem gebruiken. Zij zullen dus ook weer de factuur betalen.
Mijnheer de minister, deze regering-De Wever hangt met haken en ogen aaneen. Dit land is onbestuurbaar. Het loopt op de financiële klippen. En de Vlaming is het beu altijd opnieuw op te draaien voor de rekeningen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw felle verdediging van de flexi-jobs. Ze verdienen het. U stelt me toch een beetje gerust dat er één zinnige mens aan tafel zit als er over de begroting gesproken zal worden.
Mijnheer de minister, al noemen sommigen dit een discussie in de marge, weliswaar een discussie in de marge die de eigen vicepremier op de voorpagina’s van kranten gaat voeren, ik ben het er eigenlijk mee eens dat dit een discussie in de marge zou moeten zijn. Waar het vandaag echt over moet gaan, is de economische groei. Hoe doen we onze economie groeien, zodat onze welvaartstaat ondersteund wordt, zodat onze gezondheidszorg betaalbaar blijft. Dat is waar een minister van doordrongen moet zijn, of hij economie in zijn portefeuille heeft, of sociale zaken, maar zeker als hij begroting in zijn portefeuille heeft.
Dat is waar deze regering wakker van moet liggen. Ik hoop, samen met iedereen hierbuiten, dat u daar na de zomer eindelijk eens werk van maakt.
Nathalie Muylle:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
U hebt de flexi-jobs heel sterk verdedigd. Veel van uw argumenten volgen we ook volledig. Het is ook goed dat u een opening laat om de excessen uit het systeem te halen, zoals mensen die arbeidsongeschikt zijn en flexi-jobben. Ik kan er nog meer noemen. Arbeidsongeschikten kunnen vandaag perfect zelfstandige worden, 23.000 euro verdienen en geen eurocent van hun uitkering verliezen. Er liggen heel wat voorstellen in het Parlement. U hoeft in uw oefening dus eigenlijk niet zo ver te gaan.
Collega Coenegrachts, de kern van de zaak is dat economische groei ongelooflijk belangrijk is. We zouden ons daarvoor hier met alle 150 moeten inzetten. Voor ons is een cruciaal onderdeel daarvan ook de lastenverlaging. Daarover heb ik jammer genoeg niets gehoord. Voor ons is het echter heel duidelijk. De excessen moeten eruit en er moet een gelijk speelveld komen voor alle vormen van bijverdienen. Die lastenverlaging moet er ook komen. Die agenda moet worden uitgevoerd en mag niet worden vertraagd.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, votre réponse confirme exactement ce que les secteurs dénoncent: vous n'écoutez plus celles et ceux qui créent de l'emploi. Concernant les flexi-jobs, c'est inédit. L'opposition vous a mis en garde, tout comme les partenaires sociaux et même votre propre collègue, Vincent Van Peteghem, auquel le ministre Jambon emboîte maintenant le pas. Désormais, c'est l'horeca lui-même qui vous dit que cette réforme est une erreur, mais vous, vous continuez à faire la sourde oreille.
Votre gouvernement a augmenté la TVA sur les hôtels à 12 %, alors que ce secteur représente plus de 35 000 emplois et fait vivre toute notre économie touristique. À l'approche d'un nouveau conclave budgétaire, le secteur craint qu'une fois de plus, vous ne remettiez le couvert. Vous prétendez soutenir l'économie, mais vos décisions freinent la consommation. Et quand la consommation recule, ce sont toujours les indépendants qui paient l'addition!
L'horeca, monsieur le ministre, ne demande pas de privilèges. Le secteur vous demande d'arrêter de lui envoyer la facture de vos choix budgétaires. Donc, monsieur le ministre, écoutez enfin celles et ceux qui travaillent!
Nadia Moscufo:
Vous me faites toujours rire, monsieur le ministre, parce que vous venez toujours avec toute votre conviction et avec des chiffres pour défendre votre projet. Or vos chiffres confirment notre thèse. Vous dites que 83 % du volume total des flexi-jobs sont occupés par des gens qui travaillent à temps plein. Vous en êtes satisfait, car c'est votre modèle du travail.
Notre modèle du travail suppose que les gens qui travaillent à temps plein ne doivent pas avoir besoin d'un job supplémentaire pour pouvoir non seulement boucler ses fins de mois, mais même aller en vacances. Vous allez partir en vacances, n'est-ce pas, monsieur le ministre? Quelqu'un qui travaille dans ce pays a aussi le droit de partir en vacances. Il est inacceptable que quelqu'un doive prendre un flexi-job pour aller en vacances ou pour offrir un cadeau à ses enfants.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. J’y entends beaucoup de conviction et assez peu de place au doute. Cela me conforte dans l’idée que l’Arizona est une gigantesque opération d’expérimentation sociale. Je vous invite à regarder l’ensemble du paysage. Avec votre réforme du chômage, on compte deux fois plus d’exclus du chômage en Wallonie et à Bruxelles que d’emplois disponibles. Vous avez aussi libéralisé le travail étudiant. Nous enregistrons un nombre record de faillites et de précarité. C’est dans ce contexte-là et dans ce paysage-là que deux de vos vice-premiers ministres vous adressent des mises en garde qui, à mon avis, devraient être davantage prises au sérieux. Je vous remercie.
-
Vraag: Het akkoord van de Groep van Tien over een volwaardig alternatief voor de centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De weigering om het alternatief voor de centenindex van de Groep van Tien in overweging te nemen
Vraag: De centenindex en het sociaal overleg
Vraag: De centenindex
Het akkoord van de Groep van Tien over een volwaardig alternatief voor de centenindex
De centenindex
De weigering om het alternatief voor de centenindex van de Groep van Tien in overweging te nemen
De centenindex en het sociaal overleg
De centenindex
Het akkoord, de centenindex en het sociaal overleg binnen de Groep van Tien summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne (Open Vld) en andere oppositieleden bekritiseren de centenindex als een "belastingverhoging" voor werknemers, gepensioneerden en ondernemers, die volgens hen door Frank Vandenbroucke (Vooruit) wordt opgelegd en economisch schadelijk is, terwijl de sociale partners een beter alternatief voorstellen. Premier De Wever (N-VA) houdt vast aan het omstreden plan, ondanks kritiek uit eigen coalitie (cd&v, MR, Les Engagés) en experten, met als argumenten budgettaire risico’s, juridische bezwaren en koopkrachtbescherming voor lage inkomens, maar zijn standpunt wankelt door gebrek aan steun. Cd&v (Farih) belooft het alternatief van de sociale partners alsnog te verdedigen tijdens begrotingsonderhandelingen, maar wordt door oppositie beschuldigd van hypocrisie omdat ze de centenindex waarschijnlijk toch zullen goedkeuren. De discussie toont een diepe kloof tussen de regering en zowel vakbonden als werkgevers, met als kernvraag waarom het sociaal overleg genegeerd wordt ten gunste van een maatregel die zelfs binnen de meerderheid weinig draagvlak heeft.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik heb u al veel vragen gesteld over de centenindex, maar één vraag werd nog niet beantwoord. Waarom laat u zich gijzelen door de socialisten? Waarom laat u de wet dicteren door Frank Vandenbroucke? Ik heb erover nagedacht en ik denk dat het antwoord duidelijk is. De centenindex is gewoon een gigantische belastingverhoging op kap van de werknemers en de ondernemers. Het is vintage socialisten.
Het is belastingverhoging voor de werknemers, omdat iedereen die een loon heeft dat hoger is dan het gemiddelde, meer belastingen betaalt, een inflatietaks. Het is ook een belastingverhoging voor gepensioneerden, want mensen met een pensioen van meer dan 1.700 euro netto krijgen boven dat bedrag geen index meer. Het is ook een belastingverhoging voor ondernemers, want het is een loonkostenverhoging van een half miljard euro.
Ik denk dat de socialisten intussen al een volgende social klaar hebben staan om de ondernemers nog eens te bashen. Ik heb een suggestie voor de socialisten: centenindex, minder loon voor de werknemers en meer kosten voor de werkgevers, met de groetjes van Vooruit.
Mijnheer de eerste minister, hoe langer het dossier aansleept, hoe absurder het wordt. Vanochtend las ik in de krant dat de overheid als werkgever niet klaar is om het systeem in te voeren en om uitstel vraagt, terwijl dezelfde overheid het vanavond zal invoeren. Ik ben veel surrealisme gewoon, maar dat is niet één, maar meerdere bruggen te ver. Ik begrijp dat niet.
Mijnheer de eerste minister, vorige week antwoordde u dat er drie bezwaren zijn tegen het indexvoorstel dat werd voorgesteld door de sociale partners van werkgevers en werknemers. De sociale partners hebben begin deze week die bezwaren vakkundig, een voor een, weerlegd. Ze hebben zelfs aangetoond dat hun voorstel de Schatkist gemiddeld 100 miljoen euro extra oplevert.
Mijnheer de eerste minister, dat Frank Vandenbroucke graag de belastingen verhoogt, weten we, maar u bent niet verplicht die man te volgen. Waarom houdt u die man niet tegen?
Kurt Moons:
Mijnheer de eerste minister, vorige week verdedigde u hier de centenindex met drie argumenten. Volgens u voldeed het alternatief van de groep van Tien immers niet aan de doelstellingen van de regering. Ten eerste, de koopkracht van de meest kwetsbaren zou onvoldoende worden beschermd. Ten tweede, de competitiviteit van onze ondernemingen zou niet verbeteren. Ten derde, het budgettaire doel zou niet worden gehaald.
Intussen hebben diverse experten die argumenten compleet onderuitgehaald. Een correctere verwerking van de energiekosten in de index is niet sociaal onrechtvaardig. Integendeel, op langere termijn komt dat iedereen ten goede. Een stabielere indexering zonder pieken geeft werkgevers meer voorspelbaarheid over de loonkosten en vermijdt bovendien bijkomende belastingen op niet-uitbetaald loon.
Eergisteren stelde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bovendien dat het alternatief jaarlijks 100 tot 133 miljoen euro meer kan opleveren voor de schatkist. Ook de juridische bezwaren werden door grondwetspecialisten van tafel geveegd. Tegelijkertijd wordt een enorme administratieve rompslomp vermeden.
Mijnheer de premier, het is dus duidelijk dat geen van uw oorspronkelijke argumenten nog standhoudt. Ook in uw regering staan de neuzen niet langer in dezelfde richting. Sommigen lijken zelfs de neus op te trekken voor een volgende stinkende kameel, om in uw eigen terminologie te blijven. Waarom houdt u dan vast aan een systeem waarvan ondertussen zowat iedereen stelt dat het slechter is? De programmawet ligt vandaag voor, maar fouten toegeven is nooit te laat.
Mijn vraag is dus eenvoudig. Behoudt u de centenindex, ondanks dat uw argumenten zijn weerlegd of schrapt u de centenindex en vervangt u hem door het voorstel van de groep van Tien? Krijgen wij misschien opnieuw compromiswerk à la belge , met name een knip- en plakoperatie waaruit niemand nog wijs geraakt?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, notre pays s'est toujours distingué par une démocratie sociale assez active et stable, fondée sur un dialogue permanent entre patrons, syndicats, bref entre partenaires sociaux. On peut la critiquer lorsqu'un blocage se manifeste. Au demeurant, en de tels cas, le gouvernement intervient. Or, en l'occurrence, c'est en ce moment le contraire: lorsque les partenaires sociaux aboutissent à un accord de réforme qui, de plus, est équilibré, c'est le gouvernement qui bloque. C'est quand même paradoxal! D'un côté, nous avons des employeurs et des syndicats qui semblent constituer une force de réforme dans ce pays. De l'autre, nous avons un gouvernement qui incarne la force de blocage.
Tout le monde le sait, votre double saut d'index ou double plafonnement d'index est un nouveau "chameau qui pue", pour reprendre votre propre expression. Sammy Mahdi a recouru, me semble-t-il, à l'expression d'un "poulet qu'il fallait noyer dans la soupe" – c'est une expression néerlandophone que je ne connaissais pas. Il est amusant de constater que ce sont surtout les partenaires de l'Arizona qui trouvent toujours les meilleures métaphores animalières pour qualifier les mesures de l'Arizona.
La contre-proposition du Groupe des 10 était pourtant raisonnable: un lissage de douze mois sur les prix de l'énergie dans le calcul de l'index, le maintien du principe de l'index automatique, une simplification administrative évidente par rapport à votre propre mécanisme, un impact budgétaire équivalent à celui de la réforme Arizona – voire meilleur que le sien.
Alors que les partenaires sociaux démontrent leur capacité à élaborer des compromis équilibrés, pourquoi l'Arizona n'y parvient-elle pas? Pourquoi ne suivez-vous pas cette réforme? Pourquoi continuer à refuser une proposition raisonnable que même les employeurs, parce que ce sera inapplicable en effet, vous supplient de suivre?
Monsieur le premier ministre, pourquoi refusez-vous à ce point de vous simplifier vous-même la vie?
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, de index staat al lang ter discussie in de regering en ook in het huis hier. Het zijn al moeilijke onderhandelingen geweest. Telkens er een indexsprong op tafel lag, hebben wij met cd&v steeds een rode lijn getrokken: er zou geen indexsprong komen. Wij hebben altijd één principe aan tafel verdedigd, met name het inkomen van de werkende middenklasse moet worden gevrijwaard en beschermd. Dat resulteerde in – eerlijk is eerlijk – een compromis.
Vandaag doet het sociaal overleg wat het al jaren geleden had moeten doen, een akkoord tot stand brengen waarin zowel werkgevers en werknemers zich kunnen vinden, een alternatief dat blijkbaar beter zou zijn voor de competitiviteit van onze werkgevers en de koopkracht van onze werknemers en dat ook voor onze begroting positiever blijkt te zijn, mijnheer de premier.
Het sociaal overleg is voor cd&v geen kiezel in onze schoen. Het sociaal overleg is de brug tussen het middenveld en de politiek. Het sociaal overleg is voor ons de brug tussen de huishoudens en ons huis hier, tussen de beslissingen die wij hier maken, en de directe impact daarvan op het leven.
Ik heb slechts een oproep voor u, mijnheer de premier. Geef het alternatief van de groep van Tien een eerlijke kans in de aanloop naar de begrotingsonderhandelingen. (Applaus van de cd&v-fractie en de oppositie)
Voorzitter:
Mijnheer Tonniau, de applauslat ligt hoog, maar u mag toch proberen.
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier, het verzet tegen de centenindex groeit met de dag. We weten al lang dat de bevolking tegen is en beetje bij beetje begint dat door te sijpelen in de politieke bubbel.
We hebben de heer Mahdi, voorzitter van cd&v, afgelopen zondag goed gehoord op VTM Nieuws . Hij noemde de centenindex een soepkieken, dat men best zo snel mogelijk in de soep zou verdrinken. Dat is straffe taal, mijnheer de premier, maar wat mij vooral choqueert, is de manier waarop u omgaat met de lonen van de mensen. U speelt met de lonen van de mensen alsof het de uwe zijn. Eerst sluit de regering een akkoord over de centenindex, zonder te overleggen met de werkgevers- en de werknemersfederaties. Vervolgens komen die sociale partners met een alternatief voorstel en u schiet dat meteen af, zonder het ook maar ernstig te bestuderen. En wat zien we nu? De MR, Les Engagés en cd&v trekken hun steun voor die centenindex in, maar Vooruit en de N-VA doen koppig voort.
Hand in hand met minister Vandenbroucke kiest u ervoor om het sociaal overleg naast u neer te leggen. Het gaat zelfs zover dat minister Vandenbroucke de vakbonden aanvalt in plaats van ze te verdedigen. Hoe zijn we hier in godsnaam in beland? Vooruit hand in hand met de N-VA tegen de vakbonden.
Mijn vraag is eenvoudig. Mijnheer de premier, waarom vraagt de regering eigenlijk advies aan de sociale partners om er daarna toch geen rekening mee te houden? Voor de PVDA is het duidelijk: blijf met uw handen af van de index, respecteer het sociaal overleg en laat dat soepkieken in godsnaam verdrinken.
Bart De Wever:
Monsieur le président, je ne pense pas que j'aurai besoin de cinq minutes pour répondre.
Je remercie tous les collègues pour les questions. J'ai déjà largement répondu, la semaine dernière, à toutes les imprécisions qui circulent autour de ce thème. En outre, monsieur Van Quickenborne, il existe également des solutions en ce qui concerne d'éventuels freins techniques liés au déploiement de l'index plafonné; il n'y a donc pas d'obstacle non plus à cet égard. Je pense que rien n'a changé depuis la semaine dernière dans la position du gouvernement. Je résume encore brièvement.
Wat het alternatief van de sociale partners betreft, is het me niet duidelijk, mijnheer Tonniau, of u dat steunt. Misschien moet u dat in uw replieken verduidelijken. We hebben dat alternatief goed bekeken. We hebben dat welwillend bekeken. We zijn blij dat het sociaal overleg functioneert. We botsen echter op drie problemen die overeind blijven.
Ten eerste blijven onafhankelijke berekeningen op basis van realistische parameters - dat zijn twee belangrijke voorwaarden - wijzen op een groot budgettair risico.
Ten tweede is er een negatief juridisch advies van zowel de FOD Sociale Zekerheid als de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dat vormt toch een groot struikelblok. In het voorstel van de sociale partners is de indexmaatregel niet meer algemeen van karakter. Dan zal men dus een onderscheid moeten maken tussen de private en de publieke sector. De vraag is dan of men dat wil doen. Voor de publieke sector is dat dan dubbelop. Stel dat men het zou willen doen. Kan dat dan wettelijk? Dat kan. Dan moet men echter alle regionale en lokale overheden, naast de federale overheid, afzonderlijk voor hun personeel vragen om die centenindex in te voeren. Ik weet niet of dat realistisch is, tenzij de collega's van Anders. mij nu bijvoorbeeld zouden bevestigen dat ze dat in de coalitie met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregeld zouden krijgen met de collega's van de PS en zich nu engageren om het alternatief van de sociale partners, als Anders. samen met de PS in Brussel, door te voeren, en tenzij de heer Magnette, die de krant leest, zich engageert om dat in alle steden en gemeenten te doen waar de PS bestuurt. Ik heb daar mijn twijfels bij. Diegenen die het voorstel van de sociale partners verdedigen, moeten consequent zijn en moeten zeggen dat ze dat alternatief zullen toepassen, juridisch correct, en zich ertoe engageren om dat overal waar zij besturen aan het personeel op te leggen. Ik denk dat dat moeilijk is.
Derde probleem, last but not least, zoals ik vorige week aanstipte, was voor de regering de sociale correctie, de sociale component, essentieel. We willen met die maatregel niet raken aan mensen die gaan werken voor een laag tot een mediaan loon. We willen met die maatregel niet raken aan de koopkracht van mensen die moeten leven met een bescheiden pensioen. Hoe men het ook draait of keert, het alternatief zou dat op korte termijn wel degelijk doen, en dat wensen wij niet.
Gezien die drie problemen moeten wij helaas vaststellen dat het voorstel van de sociale partners geen geldig alternatief is voor wat wij hebben beslist en dus blijven we bij het originele akkoord.
Ik geef een kleine historische parenthese mee, want ik heb toch nog tijd. Onze inspiratie hebben we trouwens gehaald bij wat de regeringen onder Martens in de jaren 1980 hebben gedaan. Daar zaten geen socialisten in. Dat was u, mijnheer Van Quickenborne, samen met de christendemocraten, in 1984, 1985 en 1986. Toen voerde u drie keer een indexsprong door waarvan het voordeel voor de bedrijven voor 100 % is afgeroomd door de overheid. Dat was voor 100 % taks, taks en nog eens taks. Wij laten de helft van het voordeel bij de bedrijven, die daar uiteraard globaal competitiviteitswinst aan overhouden. Dat is het verschil. Als ons voorstel vintage socialisme is, dan moet u in de repliek maar eens uitleggen wat u destijds zelf hebt gedaan, niet eens gehinderd door de aanwezigheid van socialisten in de regering. (Gelach) Ik bedoel in zijn optiek, collega’s; niet muggenziften alstublieft.
Permettez-moi enfin d'ajouter qu'à la suite de la précédente crise énergétique, Eurostat a recommandé, en 2024 déjà, à tous les États membres d'adapter la méthodologie relative l'intégration des prix de l'énergie dans l'indice harmonisé des prix à la consommation. La Commission de l'indice de Statbel se penche d'ailleurs sur cette question depuis un certain temps déjà. Ce dernier élément est peut-être important à relever.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, bij de indexsprong van de jaren ’80 was er geen centenindex. Daar was geen centenindex. Absoluut niet. Die vergelijking slaat nergens op.
Mijnheer de eerste minister, u zei dat er geen nieuwe feiten zijn. Er zijn wel nieuwe feiten. Ten eerste, de sociale partners hebben een voorstel op tafel gelegd dat budgettair beter is dan uw voorstel. Ten tweede, uw eigen coalitiepartner, cd&v, heeft gezegd dat ze daar niet meer aan mee doen.
Mevrouw Farih, wat ik moedig vind van u is dat u intervenieert. Maar ik begrijp niet goed wat u zegt. U zegt dat het een soepkip is. Dat is juist. Inderdaad, het is een soepkip. Goed beschreven. Uw voorzitter, die u goed kent, heeft het goed geformuleerd. Maar u zult die soepkip hier straks wel opdienen. U zult voor stemmen. Die soepkip wordt opgediend.
Er is ook uw dreigementje om daar bij de begroting op terug te komen. Hoe absurd is dat? Eerst gaat u die centenindex invoeren. Die kost miljoenen aan de ondernemers. Kafka tot en met. En dan, over twee maanden gaat u zeggen dat het maar om te lachen was. Allez, neem uzelf toch een beetje ernstig. Mevrouw Farih, cd&v, recht uw rug en toon dat het u menens is.
Kurt Moons:
Mijnheer de eerste minister, dank u voor uw antwoorden, maar het is duidelijk dat er nergens nog enig draagvlak bestaat voor uw dubbele indexsprong. Blijkbaar ook niet binnen uw eigen regering. De heer en mevrouw Mahdi vallen u openlijk af. Les Engagés en de MR zwijgen, maar hun enthousiasme is ver te zoeken. Enkel minister Vandenbroucke, uw enige overblijvende compagnon de route, blijft herkenbaar koppig volhouden. Uiteindelijk staat u daar alleen met de socialisten. Het kan verkeren.
Maar wat wrang blijft, is dat deze maatregel opnieuw onevenredig hard de Vlaming treft, de werkende Vlaming, de ondernemende Vlaming en de gepensioneerde Vlaming. Dat weet u. Ik raad u dan ook aan toch voor één keer uw vermeende politieke behendigheid te gebruiken, maar dan eindelijk eens voor de Vlaming. Want het ironische is dat zonder Vooruit meer dan 90 % van de Belgen gewonnen is voor het alternatief.
Kortom, mijnheer de eerste minister, profiteer ervan dat heel België het voor één keer eens is met de maatregel die de Vlaming beter beschermt.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour votre réponse.
C'est intéressant: à la fin de votre intervention, vous avez comparé votre mesure aux trois sauts d’index des gouvernements Martens. C’est intéressant parce, jusqu’il y a cinq minutes, toute la communication de l’Arizona était de nous dire que cette mesure n'a rien à voir avec un saut d'index. Merci pour cet aveu.
Ensuite, sur le fond, je crois que c’est une occasion manquée pour la concertation sociale et aussi pour les employeurs. Pourquoi M. Timmermans et la Fédération des Entreprises de Belgique (FEB) se battent-ils contre cette mesure? Parce que, nous expliquent-ils, la cotisation de modération salariale va coûter plus d’un milliard aux entreprises. C’est donc aussi une mauvaise nouvelle pour la compétitivité. Et donc, à tous niveaux, ceci est une occasion manquée!
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
Obstakels in de politiek zijn er om te overwinnen. Dat is onze opdracht, zeker wanneer wij merken dat wij op die manier de middenklasse kunnen beschermen. Dat is trouwens een hoofdlijn die cd&v altijd opnieuw op tafel zal leggen.
Dat ik hier sta, is trouwens omdat ik mijn rug recht. Wij zullen straks inderdaad tot de stemming overgaan. Wij hebben echter wel duidelijk aangegeven dat wij het dossier opnieuw op tafel zullen leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. Wij zullen het opnieuw op tafel leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. (Tumult) Collega’s, mag ik nog een boodschap meegeven?
Voorzitter:
Collega's, mevrouw Farih heeft het woord. Mag mevrouw Farih haar betoog afronden?
Nawal Farih:
Graag kreeg ik nog twintig seconden spreektijd want ik zie de heer Vandenbroucke naar mij grimassen.
Mijnheer Vandenbroucke, ik meende en hoopte dat u ook in het sociaal overleg zou geloven. Helaas zijn wij vandaag de enige partij in de regering die daar wel voor vecht. Daarom zit cd&v in de huidige regering.
Robin Tonniau:
Mijnheer De Wever, u hebt geantwoord dat er niets is veranderd in de regering. Ik weet niet of u net hebt opgelet maar de laatste twee minuten is er heel veel gebeurd. U hebt geen steun voor de centenindex die op tafel ligt. U hebt geen steun van de MR, geen steun van Les Engagés en geen steun van cd&v. Mevrouw Farih, het is wel superhypocriet om in de media te verkondigen dat uw partij tegen de centenindex is, maar de maatregel straks wel mee goedkeuren. U moet juist niets in de regering. Er staat niets in het regeerakkoord over de centenindex. U hoeft niets te veranderen aan de automatische loonindexering die vandaag bestaat. Er is niets wat u verplicht om straks hier in de Kamer daarover te stemmen. Dus ga straks gerust een soepkieken eten hier in de buurt. Cd&v hoeft hier niet te zijn. Duw niet op het stemknopje en er verandert juist niets voor de bevolking.
-
Vraag: Het communautaire aspect van de problematiek van de langdurig zieken
gezondheid en welzijnHet communautaire aspect van de problematiek van de langdurig zieken
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 13 mei 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Kurt Moons (Vlaams Belang) bekritiseert minister Vandenbroucke voor het negeren van de verdubbeling van langdurig zieken (576.000) en het verborgen houden van een RIZIV-rapport uit 2020 dat sprak over mogelijk 60% onterechte uitkeringen, terwijl hij wijst op regionale verschillen (Vlaanderen 7,3% vs. Wallonië 10%) en een structureel belangenconflict bij ziekenfondsen die zelf controleren en betalen met belastinggeld. Vandenbroucke erkent systeemfalen, kondigt strengere controles aan (herbeoordeling na 12 maanden, audits sinds 2024) en belooft een grondige hervorming van de definitie van arbeidsongeschiktheid, maar geeft toe dat regionale verschillen duiden op diepere problemen. Moons werpt Vandenbroucke voor de voeten dat hij na zes jaar als minister óf geen grip had op zijn administratie óf bewust wegkeek, wat volgens hem leidt tot 250 miljoen euro maandelijkse verspilling ten koste van echte patiënten, en pleit voor een onafhankelijke Vlaamse zorgkas zonder mutualiteiten.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, vandaag wil ik het hebben over de explosie van het aantal langdurig zieken. Meer dan 576.000 mensen in dit land zitten ondertussen langdurig thuis. Dat is een verdubbeling op amper tien jaar tijd, een evolutie die u blijkbaar is ontgaan.
Nu blijkt uit een derde opeenvolgende rapport van het RIZIV dat een op vier mensen met een ziekte-uitkering mogelijk niet arbeidsongeschikt is. Eén op vier, dat zijn 150.000 mensen, mijnheer de minister. Alsof dat nog niet volstaat, blijkt nu ook dat een rapport uit 2020, waarin zelfs sprake was van mogelijk 60 % onterechte uitbetalingen, jarenlang door de mutualiteiten en de top van het RIZIV verborgen bleef. Intussen bleef men gewoon doorgaan.
Vandaag lezen we bovendien in De Tijd dat er in Wallonië veel sneller langdurige zieken bijkomen dan in Vlaanderen. In Vlaanderen is 7,3 % van de ziekenfondsleden langdurig ziek. In Wallonië is dat ondertussen al 10 %. Dat wijst toch op een structureel probleem.
Dan botsen we telkens opnieuw op hetzelfde pijnpunt, namelijk de ziekenfondsen. De ziekenfondsen controleren, beheren en betalen uit tegelijk. Ze ontvangen daarvoor meer dan 1 miljard euro belastinggeld per jaar. Wie moet controleren, heeft er dus belang bij dat het systeem blijft groeien. Dat is een structureel belangenconflict. Als zelfs maar een deel van die 25 % onterecht wordt uitbetaald, spreken we over honderden miljoenen euro per maand. Dat is geld van de belastingbetaler dat niet meer kan worden toegekend aan mensen die werkelijk ziek zijn.
Mijnheer de minister, erkent u dat het huidige systeem van ziekenfondsen leidt tot een ernstig en structureel belangenconflict? Wat is uw alternatief?
Komt er eindelijk een grondige audit van de controles en beoordelingen van langdurig zieken door de ziekenfondsen?
Hoe verklaart u de enorme regionale verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië? Wat gaat u daaraan doen?
Frank Vandenbroucke:
Geachte Kamerleden, ik heb hier al vaak gezegd dat het feit dat zoveel mensen thuiszitten, en na een periode van ziekte blijven thuiszitten, een enorm gezondheidsvraagstuk is. Mensen kansen bieden om opnieuw aan het werk te gaan, is belangrijk voor die mensen zelf. Het is voor vele mensen trouwens een deel van het herstel. Ik vind dat we dat dus zeer grondig moeten aanpakken. Wat hervormd moet worden, moet hervormd worden, en dat is zeer veel.
In heel dat bestel staat zeer veel fout. Men heeft jarenlang niet omgekeken naar die mensen. Men heeft die mensen gewoon laten thuiszitten. Die mensen waren papieren dossiers.
In eerste instantie hebben we aan de ziekenfondsen gevraagd om veel regelmatiger mensen op te roepen, na vier maanden, na zeven maanden, na elf maanden. Dat is sinds begin 2024 de realiteit. Heel belangrijk is dat hier binnenkort wetgeving zal voorliggen waardoor men, tenzij in zeer uitzonderlijke situaties van bepaalde ziektes, nooit meer langer dan twaalf maanden in invaliditeit zal kunnen zijn zonder dat men opnieuw een aanvraag moet indienen, die verloopt via een behandelend arts, adviserend arts en controle.
De vraag is natuurlijk hoe we dat organiseren. U vraagt of ik geen audit voor ogen heb. Ik heb hier al uitgelegd dat ik sinds 2024 inderdaad audits georganiseerd heb over hoe de ziekenfondsen dat aanpakken. De conclusies zijn niet goed. De conclusies tonen aan dat daar een zeer belangrijk tandje bijgestoken moet worden, en dat we ten gronde moeten nadenken over wat arbeidsongeschiktheid eigenlijk betekent. Ik wil ook daarvan in de komende periode echt werk maken.
Tot slot, de verschillen tussen de regio’s zijn er. We zien dat vaak in ons land. Als er iets scheef zit in een systeem, als een systeem slecht werkt, ziet men dat ook altijd in grote regionale en sub-regionale variaties. Dat geldt ook hiervoor, natuurlijk. (…)
Voorzitter:
Het spijt me, mijnheer de minister, ik moet u opnieuw op 120 seconden afklokken.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Het biedt eindelijk toch enig inzicht in de ernst van de situatie. Drie rapporten op rij waarschuwen voor massale fouten en mogelijk misbruik. Een vernietigend rapport uit 2020 werd door de top van de mutualiteiten en het RIZIV verborgen gehouden. En toch gebeurde er niets. U bent ondertussen zes jaar bevoegd minister. Ofwel had u dus geen controle over uw administratie, ofwel hebt u bewust weggekeken. In beide gevallen draagt u de politieke verantwoordelijkheid. Terwijl u talmt, houdt u het profitariaat in stand en blijft de burger de rekening betalen, mogelijk 250 miljoen euro per maand aan uitkeringen voor mensen die niet arbeidsongeschikt zijn. De mensen die echt ziek zijn, zijn daar het slachtoffer van. Het Vlaams Belang pleit voor een neutrale, ontzuilde en onafhankelijke Vlaamse zorgkas, zonder politieke sturing, zonder belangenconflicten en dus zonder mutualiteiten.
-
Vraag: Het jobverlies in onze maakindustrie
Vraag: De 1 meivieringen en de aanvallen van de arizonacoalitie op de werknemers
Vraag: De taskforce voor Volvo Car Gent
Vraag: De toekomst van de maakindustrie en de taskforce voor Volvo Car Gent
Vraag: De Belgische maakindustrie
Vraag: De modernisering van de arbeid, met de uitbuiting van de werknemers
Vraag: De 1 meivieringen en het jobverlies in de maakindustrie
economie en werkHet jobverlies in onze maakindustrie
De 1 meivieringen en de aanvallen van de arizonacoalitie op de werknemers
De taskforce voor Volvo Car Gent
De toekomst van de maakindustrie en de taskforce voor Volvo Car Gent
De Belgische maakindustrie
De modernisering van de arbeid, met de uitbuiting van de werknemers
De 1 meivieringen en het jobverlies in de maakindustrie
De toekomst van de Belgische maakindustrie, arbeidsmodernisering en werknemersrechten summaryExplanationBeantwoord door
N-VA Bart De Wever (Eerste minister)
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 30 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de toekomst van de Belgische industrie en arbeidsmarkt, met Volvo Gent en Nike Laakdal als pijnpunten waar duizenden jobs op de helling staan. Critici (o.a. PS, Vooruit, PVDA) bekritiseren de regering-De Wever voor verzwakte arbeidsrechten (uitbreiding nachtwerk, flexibele contracten, lagere werkloosheidsuitkeringen) en verlies aan koopkracht, terwijl ze bedrijven bevoordelen met belastingverlagingen en subsidies—zonder garantie op jobbehoud. De regering (N-VA, MR) verdedigt haar competitiviteitsplan (loonkostenverlaging, energiekortingen, taskforces voor Volvo/Nike) als noodzakelijk om industrie te behouden, maar ontkent dat sociale afbouw de oplossing is; De Wever benadrukt discrete bedrijfsdialogen en langetermijninvesteringen (bv. e-mobiliteit), terwijl Clarinval wijst op 1 miljard euro loonkostenverlaging en hervormingen zoals flexi-jobs. Kernconflict: Welvaartcreatie vs. sociale bescherming—moet België concurreren via lagere lasten (regering) of sociale normen versterken (oppositie) om jobs en koopkracht te redden?
Lieve Truyman:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, sinds jaren vormt de industrie in ons land een fundament voor onze welvaart en werkgelegenheid. Geopolitiek zitten wij echter in woelig water. Dat vertaalt zich jammer genoeg in een onstabiele economie, die steeds grotere uitdagingen met zich brengt, met name veel te dure energie, torenhoge loonlasten en een gigantische regeldruk. Investeringen blijven uit en ons concurrentievermogen daalt. Ons fundament dreigt te barsten. Dat horen wij in het hele economische landschap, van de auto-industrie tot de chemie- en farmasector.
De industrie ligt u na aan het hart, maar de erfenis is niet min. De arizonaregering pakt het anders aan. Mijnheer de premier, in februari 2026 bracht u in Antwerpen en in Alden Biesen de Europese leiders samen om de competitiviteit van onze industrie te bespreken. U gaat geen moeilijke uitdagingen uit de weg. U gaat in gesprek met Engie om het nucleaire park opnieuw over te nemen. Er is ook een taskforce opgericht rond Volvo Cars Gent om de toekomst van de site en de jobs van meer dan 6.000 werknemers te verzekeren. U en uw regering kijken dus niet de kat uit de boom.
De arizonaregering gaat proactief te werk en biedt opnieuw opportuniteiten. Wij zijn het erover eens dat onze productiviteit omhoog moet. Alleen op die manier kunnen wij werkzekerheid bieden en jobs behouden. Daarop moet de focus liggen op de Dag van de Arbeid.
Ik heb slechts één vraag. Welvaart is de ruggengraat van onze samenleving. Hoe krijgen wij onze welvaartcreatie opnieuw op kruissnelheid?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre à la veille du 1 er mai, que le MR s'apprête à fêter à Blegny-Mine, je vous ai préparé un petit briefing. Il sera peut-être utile aussi pour M. le premier ministre, qui y fera peut-être une apparition surprise.
Le charbonnage a été ouvert en 1779. On y travaillait 12 heures par jour, même la nuit, sauf le dimanche et les jours fériés. Évidemment, ces jours n'étaient pas rémunérés, ni les jours de non-travail ni les jours de maladie. Les enfants descendaient à la base dans la mine dès huit ans. Puis l'âge minimum a été progressivement relevé à 10 ans, puis à 12 ans, puis à 15 ans, puis à 18 ans seulement en 1983. C'est récent.
Le travail de nuit dans la mine a été interdit pour les jeunes dès 1889, puis dans tous les secteurs dans les années 70.
Les travailleurs se sont organisés, ils se sont battus pour défendre leurs droits, pour avoir le droit de grève, pour la journée de huit heures, pour des congés payés, pour des primes de nuit; bref, pour pouvoir protéger leurs droits et dégager du temps pour eux. Dans ce Parlement, des générations de ministres, de parlementaires, se sont succédé pour faire ce travail de synthèse entre les besoins et les intérêts de différents groupes présents dans la société, et trouver un équilibre.
Mais aujourd'hui, force est de constater qu'il n'y a qu'un certain patronat qui obtienne voix au chapitre dans votre travail. Le travail de nuit est réintroduit dans tous les secteurs, le travail du dimanche revient, l'assurance chômage est également réduite, l'augmentation du temps de travail est généralisé, et on assiste à la multiplication de différentes formes de travail précaires.
À la veille du 1 er mai, alors qu'une manifestation nationale d'ampleur se prépare, que les mouvements sociaux se déclenchent chez Aldi, chez bpost, chez les pilotes d'avions, dans les écoles, réalisez-vous que les travailleurs et les travailleuses n'ont pas voté pour ce programme? (…)
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, Joran woont net zoals ik in Aalst en werkt bij Volvo. De voorbije week stond hij om vier uur ’s ochtends op, klaar voor de werkdag, net zoals zijn collega’s. Op de radio hoorde hij zijn baas vertellen dat er een probleem is met Volvo Gent. Alle alarmbellen gingen af. Volvo is immers meer dan een autofabriek. Het is de levenslijn voor Joran, voor zijn 6.500 collega’s en voor de duizenden gezinnen bij de toeleveranciers, die afhankelijk zijn van wat daar van de band rolt. Als die band stopt met draaien, weten we wat er gebeurt. We hebben dat gezien bij Renault Vilvoorde, Opel Antwerpen, Ford Genk en Audi Brussel. Dat zijn sociale drama’s, levenslange littekens.
Vandaag gaat het om meer dan een bedrijfsbeslissing. Onze industrie staat onder druk door een internationale handelsoorlog, importtarieven, de oorlog in Iran en stijgende energieprijzen. Dat sijpelt door naar de werkvloer in Gent. Onze werknemers dreigen opnieuw de prijs te betalen voor de waanzin van Trump. Volvo Gent is net wat België nodig heeft: vakmanschap, kennis en innovatie. We moeten er alles aan doen om de laatste autofabriek in België te behouden.
Hoe zult u ervoor zorgen dat vandaag niet het einde van een tijdperk wordt, maar het begin van een sterk en innovatief industriebeleid, zodat de industrie in België blijft, met goede jobs?
Robin Tonniau:
Mijnheer De Wever, morgen zal ik 1 mei vieren in Gent, aan de Zuid en onder de schaapstal. Ik zal daar naar strijdbare speeches luisteren en de Internationale zingen met kameraden, maar ik zal daar ook een pintje drinken met mijn oud-collega’s van Volvo en met syndicalisten van Volvo en de toeleveringsbedrijven.
Ik heb daar zelf zeven jaar gewerkt, bodies gekapt, vloeren gelast, kofferrubbers gemonteerd en pedalen gestoken, allemaal werk dat ik met mijn twee handen heb uitgevoerd. Ik heb vroege en late shifts en de vaste nacht gedaan. Vorig jaar hebben ze bij Volvo Cars Gent alleen al 212.000 auto’s gebouwd. Kunt u zich dat voorstellen? Die werknemers bekopen dat met hun gezondheid. Dat is hard werk, zowel fysiek als mentaal, en die arbeiders verdienen niet te veel. Ze hebben al loon ingeleverd, ze werken al langer en hun pauzes zijn al ingekort.
Mijnheer De Wever, u moet eens opzoeken hoeveel winst Volvo Cars Gent de jongste jaren heeft geboekt dankzij het werk van die arbeiders en hoe weinig van die winst terugvloeit naar de arbeiders zelf. Wat heeft Volvo immers gedaan? Het heeft al die winsten vanuit Gent gebruikt om een nieuwe fabriek te bouwen in Slovakije. Nu die fabriek in Slovakije bijna klaar is, zegt Volvo dat het met een groot probleem van overproductie zit.
Mijnheer De Wever, iedereen had dat hier zien aankomen. Die winsten uit Gent hadden in Gent geïnvesteerd moeten worden, in nieuwe technologie, zoals die megacasting.
Mijnheer de premier, wat is uw visie op onze maakindustrie? Hoe zult u de tewerkstelling bij Volvo Cars Gent veiligstellen?
Tine Gielis:
Heren ministers, gisteren ging een schokgolf door Laakdal en de Kempen toen Nike aankondigde dat 325 jobs op de helling staan, boven op de 411 jobs waarvan eerder al werd aangegeven dat ze bedreigd zijn. Nike is met een tewerkstelling van bijna 5.000 mensen een enorm belangrijke werkgever in onze streek. Die aankondiging betekent helaas dat er vanmorgen in honderden gezinnen stiltes zijn gevallen aan de ontbijttafel en dat vele honderden werknemers een slapeloze nacht achter de rug hebben en zich bijzonder onzeker voelen over wat de toekomst voor hen zal betekenen.
Als burgemeester van Laakdal raakt die situatie me persoonlijk erg en heb ik tal van bezorgde berichten ontvangen. Ik ben zelf in gesprek met de directie en hoor zowel van hen als van de vakbonden dat ze alle kansen willen geven aan het sociaal overleg. Het is bijzonder belangrijk dat ieders stem wordt gehoord en dat er samen wordt nagedacht over de toekomst van dat mooie bedrijf. Ik hoop dan ook dat er snel duidelijkheid komt voor alle betrokkenen.
Dat nieuws komt echter in een periode van grote economische onzekerheid in verschillende sectoren. De voorbije weken hebben we het al gehad over de chemiesector en ook de toekomst van Volvo Gent staat vandaag hoog op de politieke agenda.
Heren ministers, voor cd&v is het duidelijk: we mogen de maakindustrie en de logistieke sector in dit land niet loslaten. We moeten blijven inzetten op maximaal jobbehoud. Mijn vraag aan u beiden is dan ook of u bereid bent om dat dossier van zeer nabij op te volgen. Dank u wel.
Sophie Thémont:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, demain, ce sera le 1 er mai. Les travailleurs vont littéralement crouler sous le poids des cadeaux gouvernementaux. Nous ne savons, du reste, par où commencer parce que nous n'avons que l'embarras du choix.
Vous promettez un double saut d'index, alors que les prix explosent et qu'on annonce une inflation de 4 %. Cadeau! Vous généralisez le travail de nuit et vous supprimez les primes entre 20 et 23 h pour tous les secteurs de la distribution, entraînant des pertes jusqu'à 500 euros par mois. Cadeau! Vous réintroduisez la période d'essai et vous limitez le préavis afin qu'on puisse licencier encore plus facilement. Encore un cadeau! Vous réduisez la durée minimum du contrat de travail, trois heures par semaine, de sorte que les travailleurs n'auront plus qu'à cumuler les petits contrats et s'épuiser sans aucune sécurité de revenu. Cadeau! Vous encouragez les heures supplémentaires sans sursalaire ni cotisations sociales. Cadeau! Vous autorisez l'ouverture des commerces sept jours sur sept, si bien que les travailleurs n'auront plus de vie. Encore une cadeau! Vous instaurez un malus pension et vous durcissez les conditions de carrière: travailler plus longtemps pour gagner moins. Cadeau! Vous ne prenez plus en compte la pénibilité des métiers pour la pension. Et je rappelle quand même que nous serons encore le seul pays d'Europe dans ce cas. Donc, se tuer au travail et travailler plus longtemps, c'est encore un cadeau!
Messieurs les ministres, c'est donc cela, votre modernisation du travail, vos récompenses accordées aux travailleurs. Ma question est très simple: qu'allez-vous encore leur offrir dans les prochains mois?
Kurt Moons:
Heren ministers, morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid, een dag die het Vlaams Belang vanuit de traditie van ons volksnationalisme al jaar en dag viert, met aandacht voor de koopkracht, de waardigheid en de zelfontplooiing van de werkende Vlaming. We zien echter telkens opnieuw hetzelfde. Degenen die zich het luidst opwerpen als verdedigers van de werkende mens, vergeten diezelfde werkende mens zodra ze aan de beleidsknoppen zitten.
Ook de regering-De Wever heeft voor de werkende mens vooral één boodschap: u mag werken, u mag betalen en u mag vooral niet te veel terugverwachten. Met de programmawet haalt u via de centenindex en een reeks nieuwe belastingen opnieuw geld uit de zakken van de vijf miljoen werkenden in dit land, die vorige week trouwens al werden afgescheept met een bijzonder beperkte energiesteun. Tegelijk kreunen onze bedrijven onder torenhoge loon- en energiekosten. Volvo Gent, waar 6.500 jobs op de helling staan, is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Intussen zitten we met de grootste faillissementsgolf in jaren.
Ik vraag mij af wat een Volvo taskforce vol ministers baat, als u aan de basis niets anders doet dan extra belastingen verzinnen. Wat baat het om nachtarbeid extra te belasten, terwijl net die bedrijven nachtarbeid nodig hebben om competitief te blijven? Wat baat het om de indexering van werknemers via de centenindex af te romen en naar extra sociale bijdragen door te sluizen?
Mijnheer de minister, een welvarende bevolking bestaat slechts dankzij sterke, productieve bedrijven die jobs creëren, investeren en hun personeel degelijk kunnen vergoeden. Ik heb hierover twee vragen. Wanneer maakt u eindelijk werk van een ernstig, regionaal aangepast arbeidsmarktbeleid dat de koopkracht van de burger echt kan beschermen? Wanneer gaat u eindelijk snoeien in de overheidsuitgaven, in plaats van telkens opnieuw te graaien in de portefeuille van de hardwerkende burger?
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour vos questions. Le ministre de l’Économie et de l’Emploi, mon ami David, y répondra dans un instant de manière plus détaillée et approfondie.
Je me limiterai aux questions concernant la task force et aux considérations générales. Je peux confirmer qu’au début de cette année, une task force a été créée sous ma direction afin d’engager un dialogue stratégique et structurel avec Volvo Cars.
Avec son usine de Gand, Volvo est l’un des plus grands employeurs industriels de notre pays et également le dernier constructeur automobile. La création de cette task force n’a pas été motivée par un danger immédiat, mais vise plutôt à anticiper des préoccupations plus larges concernant l’avenir de l’industrie en Europe, en particulier l’industrie automobile.
Gelet op de bekende uitdagingen van onze industrie leek het me verstandig om met zo’n cruciale speler een open dialoog permanent gaande te houden met het oog op de lange termijn, eerder dan pas te beginnen spreken als het te laat is, zoals dat in het verleden vaak gebeurd is. We voeren ook gesprekken over maatregelen op de korte termijn, voor alle duidelijkheid. Die stellen ons in staat de problemen op de lange termijn beter in te schatten en de problemen op korte termijn goed op de radar te krijgen.
We willen vooral ook – het is eigenlijk een positief verhaal – het economische klimaat op de best mogelijke manier faciliteren, toekomstige investeringen aanmoedigen en werk maken van een breder ecosysteem voor de elektrischewagensector. Daar hebben we wel wat troeven voor. We hebben een strategische ligging. We hebben een ontsluiting via de haven van Gent. Er is onze logistieke kennis ter zake en de kunde van onze arbeidskrachten. Dit zijn daartoe gigantische hefbomen.
We moeten echter toegeven dat we ook zwakheden hebben. Het zou interessant zijn om daar heel diep op in te gaan, specifiek voor de betrokken fabriek en de betrokken sector, maar dat kan nu niet. Zo’n dialoog voert men in vertrouwen en dat vertrouwen is gebaseerd op discretie.
Ik ontvang heel veel bedrijven. Voor mij had dit niet in de openbaarheid moeten komen. Er lopen heel veel permanente dialogen met bedrijven in de Wetstraat nr. 16. Men kan er dus op rekenen dat de discretie in nr. 16 altijd gegarandeerd is en gerespecteerd wordt. Dit is nu naar buiten gekomen, maar ik zou hier niet graag verantwoording afleggen over alle bedrijven en alle dialogen die we voeren. Ik begrijp de vragen, maar u moet ook mijn positie begrijpen.
Wat de opmerking over Nike in Laakdal betreft, de onderhandelingen tussen de vakbonden en de directie zijn lopende. Dat hebt u aangehaald. Het is logisch dat we afwachten of ze resultaat opleveren, maar weet wel dat mijn deur openstaat. Ik heb de directie van Nike al ontvangen, enkele maanden geleden. Ik voelde eerlijk gezegd de bui toen al een beetje hangen. Ik heb toen ook gezegd dat mijn deur voor hen openstaat, om problemen te helpen opvolgen. Die deur blijft openstaan, voor alle duidelijkheid.
Ik wil afsluiten met een antwoord op de algemene beschouwingen, of op het betoog dat sommigen hier hebben gevoerd. Het lijstje horrormaatregelen waarmee de regering volgens de PS bezig is, klopt niet. Ik meen dat we in feite, los van de leugenachtige dingen die verteld zijn, bezig zijn aan een lijst hervormingen die werken meer logisch en lonend maken. Dan is het aan de andere kant natuurlijk ook belangrijk om ervoor te willen zorgen dat er voldoende werkgelegenheid is die welwillende mensen in staat stelt een goede job te vinden. In die zin vind ik de verwijten uit de extreemlinkse hoek toch wel enigszins ironisch, zeker als 1 mei daarbij wordt betrokken, met allerlei slogans die oproepen tot massale stakingen.
Sommigen menen blijkbaar nog altijd dat dit land aantrekkelijk wordt voor industriële en andere werkgevers als wij ons tot de stakingskampioen van Europa blijven kronen, wat wij zijn. De economische realiteit is volgens mij anders.
Dans l’intérêt des travailleurs, ce gouvernement s’efforce de mener une politique qui maintient le moteur de l’emploi en marche, tout en incitant chacun à continuer à le faire tourner. Cet équilibre n’est pas toujours évident, mais avec cette large coalition, je suis convaincu qu’avec de la bonne volonté, nous pouvons continuer à trouver le juste équilibre.
David Clarinval:
Chers collègues, la situation de Volvo Car Gent – et plus généralement celle de toute l’industrie européenne – est au cœur de l’action du gouvernement. Elle nous interpelle également car elle touche à l’emploi, à notre tissu économique et à notre capacité à produire en Europe.
La task force mise en place autour de Volvo Car Gent illustre l’engagement du gouvernement à préserver l’avenir du secteur automobile en recherchant, avec les acteurs concernés, des solutions pour renforcer sa compétitivité dans un contexte international exigeant. Cette démarche s’inscrit dans une stratégie plus large visant à soutenir durablement l’industrie en agissant à la fois sur les coûts, l’innovation, la formation et l’adaptation du marché du travail.
Face à ces défis, le gouvernement agit avec détermination. Plusieurs mesures importantes ont déjà été engagées. Nous avons décidé de réduire d’un milliard d’euros les coûts salariaux afin de redonner de l’oxygène à nos entreprises et de renforcer leur capacité à investir et à créer de l’emploi.
Wij hebben ook een energienorm ingevoerd die is aangepast aan elektro-intensieve industrieën om een competitief kader te garanderen ten aanzien van onze Europese buren. Gelijklopend wordt de arbeidsmarkt hervormd om die flexibeler, aantrekkelijker en beter aangepast te maken aan de huidige economische realiteit, iets waarover wij gisteren nog hebben gedebatteerd.
Madame Thémont, à la longue liste que vous avez citée, vous pouvez ajouter le fait que nous avons décidé, ce matin, de transmettre au Parlement la réforme ambitieuse des flexi-jobs. Elle pourra ainsi être votée rapidement car elle est attendue.
Met het competitiviteitsplan 2025-2030 geven we de industriële heropleving duidelijk een centrale plaats in onze economische strategie. Het werk moet doorgaan. De uitdagingen zijn talrijk en vergen standvastigheid, dialoog en ambitie.
Al die werven moeten samen één doelstelling verwezenlijken: de competitiviteit van onze industrie duurzaam herstellen en onze arbeidsmarkt verbeteren. In aanloop naar 1 mei, het Feest van de Arbeid, is het essentieel eraan te herinneren dat het beleid van de regering erop gericht is de werkgelegenheid te beschermen en te versterken, onze werknemers te ondersteunen en een solide industriële toekomst voor ons land te garanderen. In die geest zullen we blijven handelen, met verantwoordelijkheid en vastberadenheid.
Lieve Truyman:
De houding en de daadkrachtige acties van de arizonaregering tonen aan dat u de urgentie voelt. ( Rumoer op de banken van de Vlaams Belangfractie ) Collega’s van het Vlaams Belang, de werknemers van Volvo lachen niet met uw houding.
Onze troeven zijn bekend. We hebben in ons land de kennis en de innovatiekracht. Met onze havens beschikken we ook over een geografisch toegankelijke ligging, een belangrijke poort naar Europa en de wereld. Voor duizenden gezinnen en werknemers is de bezorgdheid over werkzekerheid en over een toekomstperspectief niet theoretisch, maar concreet. Ik heb er alle vertrouwen in. Blijf die belangen met overtuiging verdedigen, voor onze jobs en voor onze welvaart.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Premièrement, aujourd’hui, c'est un leurre de continuer à prétendre que le travail coûte trop cher, car, d’une part nous avons résorbé notre handicap salarial et, d’autre part, la fiscalité élevée est compensée par des milliards de subsides versés aux plus grandes entreprises.
Deuxièmement, dans un marché néolibéral globalisé tel qu’il fonctionne aujourd’hui, nous ne pouvons pas gagner au jeu de l’affaiblissement des normes sociales et des conditions de travail. Nous devons au contraire assumer notre responsabilité de pays occidental en relevant les standards. Nous devons faire en sorte que nous ne nous retrouvions plus – comme c’est le cas aujourd’hui – avec des enfants de neuf ans travaillant dans des ateliers qui fabriquent des jeans pour Shein, pour 80 centimes par jour. Là, nous disposons de leviers pour agir. Nous ne gagnerons pas, nous ne créerons pas d’emplois en jouant ce jeu du nivellement par le bas. Ce n’est souhaitable pour personne, ni ici, ni ailleurs.
Anja Vanrobaeys:
Heren ministers, bedankt voor uw antwoord. De kwestie gaat inderdaad ruimer dan Volvo Car Gent. Eigenlijk luidt de fundamentele vraag of we in België nog zelf dingen zullen maken dan wel enkel nog zullen invoeren, en worden we afhankelijk van wereldleiders die elke dag van koers veranderen. Het Vlaams Belang toetert hier wel veel, maar is wel al jaren bevriend met Trump, die onze welvaart bedreigt. Waarover gaat het hier in de eerste plaats? Het gaat over zovele mannen en vrouwen die in vroege en late ploegendienst werken en onze band laten draaien. Zij zijn de motor van onze economie.
Morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid. Voor Vooruit is het duidelijk. Een sterk industriebeleid is een sociaal beleid. Investeren in onze fabrieken beschermt onze gezinnen, onze koopkracht en onze toekomst. Daarvoor neemt Vooruit zijn verantwoordelijkheid. Daarvoor zal Vooruit altijd strijden, niet alleen morgen op 1 mei, maar elke dag opnieuw.
Robin Tonniau:
Vooreerst herinner ik de heer Moens van het Vlaams Belang eraan dat 1 mei geen feestdag is van de Vlaamse nationalisten. Het is een feestdag van de arbeiders. Op 1 mei zingen we de Internationale. Op 1 mei zingen we antifascistische liederen. Het is onze feestdag. Het is de feestdag van de socialisten, een strijddag. Het is een strijddag voor tijd, voor loon en voor goede werkomstandigheden, voor alle arbeiders wereldwijd.
Mijnheer De Wever, wat Volvo Car Gent betreft, als we willen dat elektrificatie werkt, als we willen dat er een afzet is voor die wagens in ons land, moeten we dat plannen. Waar is het plan? Waar zijn de laadpalen? Waar is de infrastructuur? Bovendien zijn de wagens die verkocht worden, veel te duur. We moeten dat eigenlijk (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, ik onthoud dus vooral dat uw deur openstaat, ook voor Nike. Dat stemt mij alleszins tevreden, want het is en blijft onze rol en opdracht als overheid en beleidsmakers om de juiste omstandigheden te creëren waarin bedrijven, in welke sector dan ook, kunnen groeien en bloeien. Daar worden we inderdaad allemaal beter van.
Het thema van dit debat is weerom een eyeopener. We moeten elkaar hierin kennen en net daarom is sociaal overleg zo belangrijk. Overheid, werkgevers en werknemers hebben een gedeeld belang. We moeten zorgen voor bloeiende bedrijven die kwalitatieve jobs in onze regio opleveren. Laten we daar samen voor blijven gaan.
Sophie Thémont:
Je trouve, monsieur Clarinval, votre humour déplacé. Vous m'avez en effet rappelé que j'avais oublié la flexibilité dans ma liste. Vous connaissez le nombre de faillites, qui atteint un record actuellement: 3 048 entreprises ont déposé le bilan au premier trimestre 2026, et 34 238 emplois ont été perdus en 2025!
Toutes vos réformes de modernisation du travail, comme vous dites, c'est un chèque en blanc pour l'exploitation sans limite des travailleurs. La démolition pure et dure des acquis sociaux. Et, en plus, vous êtes incapable de préserver l'emploi. On vient de parler de Volvo, mais je peux aussi vous parler des fonderies liégeoises, où 140 emplois ont été perdus chez Marichal Ketin. Alors, oui, nous continuerons ici à nous battre et à défendre les travailleurs et les travailleuses!
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, een echt regionaal arbeidsmarktbeleid, met financiële verantwoordelijkheid voor de gewesten, dat zou pas verandering brengen voor de hardwerkende burgers in dit land. Dat staat echter niet in het regeerakkoord en werd ook niet geëist door de N-VA. Wat wel in dat akkoord staat, is duidelijk, namelijk extra accijnzen, extra belastingen en speciaal voor Volvo en Nike een verhoging van de lasten op ploegenarbeid en nachtwerk. Daarbovenop komt nog de centenindex.
De regering-De Wever is geen hervormingsregering, maar een belastingregering. Ze beweert dat het geld op is maar er zit nog genoeg vet op de soep. Denk aan de migratiefactuur, aan het leefloon voor niet-Belgen en aan het uitblijven van een aparte sociale zekerheid voor migranten, zoals die in Denemarken werd gerealiseerd, met socialisten trouwens. De Vlamingen zijn de meest gepluimde kippen van Europa. Zij zijn het beu te moeten opdraaien voor een asociaal beleid dat werkenden belast en profiteurs ontziet.
Wanneer komt eindelijk de hoogstnodige ommezwaai?
Voorzitter:
Ik bevrijd de premier van zijn opdracht hier in de plenaire vergadering. De heer Clarinval moet echter nog even blijven.
-
Vraag: De volgende kameel, de centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De dubbele indexsprong
De volgende kameel, de centenindex
De centenindex
De centenindex
De dubbele indexsprong
Prijsontwikkeling en indexering van lonen en uitkeringen summaryExplanationBeantwoord door
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
Axel Ronse
op 23 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie (Open Vld, Vlaams Belang, PVDA, PS) en sociale partners (vakbonden en werkgevers) bekritiseren unaniem de centenindex als te complex, koopkrachtondermijnend en realiteitsvreemd, en eisen afschaffing. Minister Clarinval (MR) bevestigt dat de regering het alternatiefvoorstel van de sociale partners (12-maandsgemiddelde energieprijzen, schrapping centenindex) onderzoekt, maar stelt budgettaire haalbaarheid en concurrentiekracht als voorwaarde—zonder concrete toezegging. Van Quickenborne (Open Vld) en Moons (Vlaams Belang) wijten de impasse aan regeringschaos (o.a. conflict Vooruit-MR, stijgende overheidsuitgaven) en negeren van adviezen, terwijl Tonniau (PVDA) en Dermagne (PS) de oppositieclaimen dat hun druk de sociale dialoog herstelde. Ronse (N-VA) ontkent debatmijding, maar Van Quickenborne blijft hem beschuldigen van vluchten voor kritische vragen over economisch beleid.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, kent u Erik van Looy van het programma De Slimste Mens ter Wereld ? Zijn bekendste uitspraak is: "’T is gebeurd." Collega’s, ‘t is gebeurd. Er is namelijk iets unieks gebeurd want de sociale partners, de vakbonden en de werkgevers vormen nu één front. Ze zijn eensgezind. Weet u hoe dat komt, mijnheer de minister? De arizonaregering doet maar één ding, namelijk aan de lopende band stinkende kamelen produceren. Er was de btw-brol en het meerwaardemonster. Zelfs het energieakkoord, collega’s, is zo complex dat niemand er nog iets van begrijpt en zelfs de fractieleider van de N-VA durft het debat met mij in Villa Politica niet aan te gaan.
Mijnheer de minister, nu gaat het over de centenindex. Die is zo complex dat voor elke werknemer die meer dan 4.000 euro bruto verdient, moet worden uitgerekend wat hij of zij zal verdienen. Hij is zo duur dat er een nieuwe werkgeversbijdrage komt, de loonmatigingsbijdrage, die alle werkgevers zullen moeten betalen. We zeggen al weken, mijnheer de minister, dat die centenindex een stinkende kameel is en dat u hem beter afvoert. Nu zeggen de sociale partners precies hetzelfde. Ook de socialistische vakbond vraagt om dat af te voeren. Waarom? Omdat het zo complex is.
Mijnheer de minister, het probleem is dat deze regering aan de lopende band gedrochten produceert die elke voeling met de realiteit missen. U blijft doorgaan, terwijl de sociale partners zich afvragen waarmee u bezig bent. Ik heb pagina 10 van het regeerakkoord meegebracht en lees kort voor wat daar staat: "De kennis en de inzichten van de sociale partners zijn cruciaal om hervormingen te laten aansluiten op de realiteit van de werkvloer." Collega’s, die centenindex staat mijlenver van de realiteit van de werkvloer.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Zult u het advies van de sociale partners respecteren?
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, de centenindex van de regering-De Wever is in werkelijkheid niet alleen een dubbele indexsprong die mensen hard in hun portemonnee treft, maar ook een bijzonder complex en administratief gedrocht. Intussen is dat een patroon dat wij kennen. De regering komt steeds met ingewikkelde en onvolledige maatregelen die niemand nog begrijpt. Denk aan de btw-hervorming, de meerwaardebelasting, de pensioenhervorming en deze week nog de energiemaatregelen.
Op onze vraag in de commissie hebt u zelf geantwoord dat dat allemaal zo ingewikkeld niet is en dat de impact op de RSZ en de sociale secretariaten beperkt blijft. Daarop heeft uw collega-minister Frank Vandenbroucke u tegengesproken en voor één keer de waarheid verteld, namelijk dat de complexiteit nu eenmaal het gevolg is van compromissen.
Wat blijkt nu? Na het vernietigende advies van de Nationale Arbeidsraad komen de sociale partners in de Groep van Tien, dus zowel vakbonden als werkgevers, met een gezamenlijk alternatief voorstel en vragen zij de regering om de centenindex te schrappen. Het voorstel houdt in dat de stijgende energieprijzen in de berekening van de index worden afgevlakt via een gemiddelde over twaalf maanden en dat ook de bestaande vaak goedkopere energiecontracten worden meegeteld. Dat voorstel lijkt ons redelijker en alleszins eenvoudiger dan de centenindex.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Zal de regering dat voorstel grondig onderzoeken en alsnog de centenindex afvoeren?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de PVDA zegt al maanden dat de centenindex van Vooruit een slecht idee is, omdat het de koopkracht van ongeveer de helft van de werkende mensen ondermijnt. Het is een slecht idee, omdat het ook de koopkracht van ongeveer de helft van de gepensioneerden ondermijnt. Het is een slecht idee, omdat het ook een precedent schept. U maakt het mogelijk voor elke volgende regering om onze index elk jaar opnieuw te blokkeren. Het is ook een slecht idee, omdat het te complex is en werkgevers het risico lopen fouten in hun loonberekening te maken.
Met de PVDA voeren we hier al maanden oppositie tegen, op straat samen met de vakbonden, maar ook hier in het Parlement. We hebben u in de commissie gedurende dertig uur uitgelegd hoe onze index werkt. We hebben u uitgelegd wat de geschiedenis van onze index is en hoe die via sociale strijd tot stand is gekomen. We hebben amendementen ingediend om de centenindex uit de programmawet te halen. We hebben samen met andere oppositiepartijen de programmawet geblokkeerd, zodat de centenindex vandaag nog altijd niet goedgekeurd is. Gelukkig maar, want na de bevolking en de vakbonden zijn nu zelfs de werkgevers tegen de centenindex van Vooruit. Zelfs de werkgevers steunen nu de sociale strijd die de PVDA tegen de centenindex voert. De centenindex moet gewoon weg.
Mijnheer de minister, wat denkt u daarover? Wat zult u met dat advies doen? Bent u nog altijd voorstander van de centenindex? Wat zal de meerderheid volgende week woensdag doen, wanneer de programmawet ter stemming voorligt? Zult u dat nog altijd steunen, mijnheer de minister?
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le vice-premier ministre, lors de l'installation de votre gouvernement, vous aviez fait deux grandes promesses. La première: redresser les finances publiques de ce pays. La deuxième: enfin revaloriser le travail. Depuis lors, vous avez fait chaque semaine le contraire.
Le déficit aura été doublé en quelques mois seulement et, depuis lors, on ne compte plus les attaques quotidiennes envers le pouvoir d'achat des travailleuses et des travailleurs de ce pays: réduction des primes de nuit, augmentation de la TVA sur toute une série de produits ou encore volonté d'aller chercher de l'argent dans la poche d'un travailleur sur deux et d'un pensionné sur deux dans ce pays avec votre double saut d'index partiel.
Depuis le début de l'installation de ce gouvernement, nous vous avons dit, avec le Parti Socialiste, que nous ferions tout pour vous empêcher, vous et votre majorité, de prendre ces mesures à la fois injustes socialement et inefficaces économiquement.
Ce travail d'opposition a porté ses fruits. Nous vous avons fait reculer sur l'augmentation des accises sur l'énergie – pas encore totalement, nous verrons dans les prochains jours si le report ou la suspension deviendra un abandon de cette augmentation. Le travail d'opposition a également permis aux partenaires sociaux de retrouver un espace de dialogue. Il a permis à la concertation sociale d'aboutir à une proposition consensuelle.
Monsieur le ministre, ce travail d'opposition, nous allons continuer à le mener. Sur chaque mesure injuste, sur chaque mesure inhumaine, sur chaque mesure inefficace, vous trouverez sur votre route le Parti Socialiste et ses troupes pour s'y opposer. Ce travail, comme je le disais, a porté ses fruits aujourd'hui.
Monsieur le ministre, la question est claire: allez-vous enfin entendre le message de la société civile, le message de la rue, le message des représentants des travailleurs et des employeurs en revenant sur toutes vos mesures injustes, insociales et économiquement inefficaces?
David Clarinval:
Collega’s, ik heb gisterochtend kennis genomen van het akkoord van de sociale partners. Als minister van Werk vind ik het altijd positief dat de sociale partners kunnen dialogeren en onderling akkoorden sluiten. De regering heeft akte genomen van dit akkoord, dat beoogt het indexeringsmechanisme aan te passen, zodat het de werkelijke evolutie van de energieprijzen beter weerspiegelt en de geloofwaardigheid ervan versterkt in een context van grote volatiliteit.
Dit akkoord voorziet met name in een verbetering van de manier waarop de gas- en elektriciteitsprijzen in de gezondheidsindex worden opgenomen, in een annualisering over 12 maanden om schokeffecten te dempen en in de afschaffing van de centenindex in de privésector, die als te complex wordt beschouwd.
Les propositions issues de cet accord ont été transmises par le premier ministre et par moi-même au Bureau fédéral du Plan, à l’ONSS et au SPF Sécurité sociale, afin que ces instances évaluent leurs impacts économiques, budgétaires et sociaux. Dès réception de ces avis, le gouvernement sera amené à se prononcer sur les suites à réserver à ce dossier.
Je souhaiterais toutefois, avant de conclure, souligner que cette évaluation devra s’inscrire dans un cadre clair de responsabilité budgétaire et se fonder sur une triple exigence: tout d’abord, préserver le pouvoir d’achat des travailleurs; ensuite, garantir l’assainissement durable des finances publiques et, enfin, renforcer la compétitivité des entreprises.
Je rappelle que l’accord de gouvernement prévoit que nous refuserons que le coût des accords sociaux se répercute automatiquement sur les contribuables.
Cela étant dit, je pense que ma réponse est claire.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, u geeft aan positief te zijn over die maatregel en dat moet u eigenlijk ook zijn. Ten eerste zorgt die voor een economische winst, want door de vertraagde index wordt de competitiviteit beter gerespecteerd. Ten tweede gaat ook de overheid erop vooruit. Een volledige indexering is altijd beter dan een centenindex. Dit voorstel heeft alleen winnaars.
Wat is het probleem? Deze minister is positief, maar Vooruit blokkeert dat omdat het voortdurend zijn wil oplegt aan deze regering, met de meerwaardetaks. Straks gebeurt dat ook met de overwinsttaks en nu opnieuw met de centenindex. Mijnheer de minister, doe wat uw partijvoorzitter voortdurend zegt en snij in de overheidsuitgaven. Die stijgen naar 57 % op het einde van de legislatuur. Snij in de overheidsuitgaven. Dat moet u doen, in plaats van de belastingen te verhogen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, deze regering-De Wever heeft het grootste begrotingstekort van de eurozone. Zij krijgt de ene kredietverlaging na de andere, belast arbeid het zwaarst ter wereld en blijft belasting na belasting opstapelen. Steeds opnieuw voelt de hardwerkende burger dat in de portemonnee. Toch wilt u nog meer centen afpakken van de Vlaming die elke dag zijn best doet om dit land economisch vooruit te helpen.
Na vele jaren inertie komen werkgevers en werknemers eindelijk opnieuw tot een akkoord en doen zij een constructief voorstel als alternatief voor de centenindex. Een grotere blamage kan een regering zich moeilijk indenken. Dat gebeurt echter wanneer men niet luistert naar constructieve kritiek van de oppositie en volhardt in het eigen gelijk. Het doet mij wel plezier dat nu blijkbaar ook het sociale middenveld alle bezorgdheden ter zake van het Vlaams Belang deelt en ermee aan de slag gaat, en hopelijk – en blijkbaar – u ook.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, u geeft dus toe dat de index tot stand is gekomen door afspraken tussen werkgeversfederaties en vakbonden. Dat klopt. Zij hebben nu samen beslist dat die centenindex van tafel moet. Het is goed dat u zegt dat we dat dossier zullen bespreken. Ik neem daar akte van. We zullen hun voorstellen bekijken, becijferen en een beslissing nemen. Dat wil wel zeggen dat wij hier volgende week woensdag niet over kunnen stemmen, mijnheer de minister. U kunt niet verwachten dat we dat hier op vier werkdagen even door het Parlement jagen. Het betreft ernstige maatregelen die heel ingrijpend zullen zijn voor de koopkracht van iedereen die werkt, van alle gepensioneerden, niet alleen vandaag en morgen, maar levenslang, net v óó r we voor een economische crisis staan.
Mijnheer de minister, houd gewoon woord. Doe wat u belooft, namelijk dat u rekening houdt met die adviezen, en stel die stemming over die centenindex alvast uit.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le ministre, il est effectivement positif que les interlocuteurs sociaux puissent se retrouver autour d'une table, discuter, débattre et tendre vers des compromis. Pour cela, encore faut-il les consulter.
Je vous rappelle que vous aviez oublié de solliciter l'avis des partenaires sociaux sur ce double saut d'index partiel. Un monument dans l'histoire politique récente de la Belgique! Un double saut d'index pour lequel on n'interroge pas les partenaires sociaux, c'est du jamais vu!
C'est le travail de l'opposition qui a permis que ces partenaires sociaux soient interrogés, et c'est le travail de l'opposition qui leur a donné le temps de parvenir à un accord.
Monsieur le ministre, l'avis des partenaires sociaux est important. Il est important aussi de leur laisser du temps pour pouvoir débattre et tendre vers un compromis, comme ils y sont arrivés ces derniers jours.
Si vous voulez continuer à avancer avec la loi-programme, la semaine prochaine, mercredi et jeudi, il est absolument essentiel que l'avis de ces partenaires sociaux soit intervenu et que nous puissions en débattre en toute connaissance de cause.
Voorzitter:
Mijnheer Ronse vindt dat hij onterecht geciteerd is, meen ik. (Tumult)
Nee, nee. Er is maar één fractieleider van de N-VA, maar ik heb ook goed nieuws, mijnheer Van Quickenborne, want u kunt ook weer repliceren.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, het is wel straf dat de heer Van Quickenborne zegt dat ik niet met hem in debat durf te gaan, maar als ik dan het woord vraag, probeert hij ervoor te zorgen dat de voorzitter mij het woord niet kan geven.
Mijnheer Van Quickenborne, als ik aan mijn mama mag vragen wat ik voor mijn verjaardag wil, dan zeg ik altijd: een debat met Van Quickenborne! Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u alle overheidsgebouwen voor een appel en een ei hebt verkocht om ze daarna tegen een hoge prijs te huren. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u het initiatief hebt geblokkeerd om asbestbedrijven die mensen ziek hebben gemaakt aansprakelijk te stellen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u het overheidsbeslag al die jaren hebt laten stijgen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u niets hebt gedaan aan de overbevolking in de gevangenissen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u boetes hebt ingevoerd voor bedrijven waar mensen bovengemiddeld langdurig ziek zijn. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u de FLA mee hebt ingevoerd, die wij weer hebben afgevoerd. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u mee de rentesneeuwbal hebt gecreëerd.
Mijnheer Van Quickenborne, ik kan nog tientallen thema’s opsommen waarover ik graag met u in debat wil gaan. Ik vind het jammer dat u de zeer integere redactie van Villa Politica in diskrediet brengt. Zij hebben mij inderdaad gevraagd voor een debat met u over de energiemaatregelen. Ik heb hen eerlijk gezegd dat het beter is dat het Parlement debatteert over hoe we geld kunnen besparen, in plaats van over al het geld dat wordt uitgegeven. Vervolgens hebben ze mij gezegd dat ik dat straks op Villa Politica kan komen uitleggen. Ik raad de vele honderdduizenden, miljoenen kijkers dan ook aan om naar Villa Politica te kijken, want daar leg ik haarfijn uit hoe we veel geld kunnen besparen zonder mensen pijn te doen. Dank u wel, en ik hoop dat u ingaat op al mijn verzoeken tot debat.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer Ronse, hebt u aan uw mama al gevraagd waarom u eigenlijk niet durft in te gaan op een debat met mij? Dat is de essentiële vraag: waarom loopt u weg van het debat?
Collega’s, waarom loopt de heer Ronse weg van het debat? Omdat hij de energiemaatregelen niet durft te verdedigen, omdat het een zoveelste stinkende kameel is, omdat hij niet durft in te gaan op het feit dat de sociale partners eensgezind zeggen dat er een ander indexsysteem nodig is, met een vertraagde index, en dat de regering daarover hopeloos verdeeld is. Als een journalist aan de heer Ronse vraagt hoe dat zit, kan hij daar niet op antwoorden. Hij kan ook niet antwoorden op vragen over het feit dat ratingagentschap Moody’s heeft beslist om de rating van ons land te verlagen. Dat gaat niet over het verleden, maar over de vraag of de regering nog in staat is om nog inspanningen te leveren. Hij kan ook niet antwoorden op de vraag van de heer Van Craeynest van Voka, die vandaag post dat de overheidsuitgaven in ons land van 54 naar 57 % stijgen tegen het einde van deze legislatuur.
Dat zijn allemaal heel moeilijke vragen, maar de heer Ronse zegt dat de grond hem te heet onder de voeten wordt en durft dus niet in debat te gaan met Van Quickenborne. Ik vind dat jammer.
Wie ik wel een pluim wil geven, is mevrouw Farih, de fractievoorzitter van cd&v. Zij zal straks wel in debat gaan met mij. Zij is iemand die in het Parlement geen debat uit de weg gaat, die zegt waar het op aankomt en die ook haar mening heeft over de centenindex.
Dat is het verschil met u, mijnheer Ronse. Ook al bent u nochtans de fractievoorzitter van de grootste partij, u loopt weg. Dat doet mij denken aan iemand die persoonlijk wordt wanneer de grond hem te heet onder de voeten wordt. Ik heb datzelfde ervaren met uw eerste minister. Herinnert u de discussie over money control ? Ik vroeg aan de eerste minister toen om zijn mening over money control en toen antwoordde hij me dat mijn persoonlijk gedrag op niets trekt, en daartoe beperkte hij zich. Mijnheer Ronse, ik apprecieer u. U bent een interessante debater en leest geen debatfiches voor, in tegenstelling tot andere collega’s, wat u siert. Wat ik echter jammer vind, is dat u geen debat met mij durft aan te gaan. Wat hebt u te vrezen? Laten we debatteren voor Villa Politica . Waar hebt u schrik voor? Ik zal u niet opeten, ik bijt niet. Ga in debat, mijnheer Ronse.
Er resten vijf seconden spreektijd, die ik doorgeef aan mevrouw Farih.
Voorzitter:
Collega's, ik wil u erop attenderen dat het Reglement niet toelaat om mekaar op te eten, figuurlijk misschien wel, maar niet letterlijk.
-
Vraag: Het statuut van de mantelzorgers
Vraag: De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering vanaf 1 maart
Vraag: De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering
Vraag: De mantelzorgers
Vraag: De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering vanaf 1 maart
Vraag: De bescherming van mantelzorgers in België en hun statuut
Vraag: De mantelzorgers
gezondheid en welzijnHet statuut van de mantelzorgers
De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering vanaf 1 maart
De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering
De mantelzorgers
De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering vanaf 1 maart
De bescherming van mantelzorgers in België en hun statuut
De mantelzorgers
Rechten en uitsluitingen van mantelzorgers in België summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie bekritiseert scherp dat de regering een jaar lang de waarschuwingen over de impact van de beperkte werkloosheidsuitkering op mantelzorgers negeerde, waardoor duizenden vanaf 1 maart zonder inkomen dreigen te vallen, ondanks herhaalde signalen en concrete voorstellen zoals die van Vlaams Belang en PVDA. Minister Clarinval (MR) erkent de urgentie en belooft een "snelle, evenwichtige oplossing" via intercabinetsoverleg, waaronder een tijdelijke verlenging van uitkeringen en een verhoging van de maximaal 390 euro voor mantelzorgers, maar oppositiepartijen zoals Ecolo en DéFI wijzen op het ontbreken van concrete maatregelen met nog 17 dagen tot de deadline, terwijl ze eerdere wetsvoorstellen van de oppositie afwezen. Les Engagés (Pirson) benadrukt dat de partij al tijdens de onderhandelingen over de hervorming pleitte voor uitzonderingen voor mantelzorgers en nu "constructief" meewerkt aan een structurele oplossing, maar kritiek van linkse partijen noemt ze hypocriet omdat ook zij destijds geen actie ondernamen. De minister stelt dat mantelzorg geen kerntaak is van de werkloosheidsverzekering en roept regionale overheden op hun verantwoordelijkheid te nemen, wat oppositieleider Tonniau (PVDA) afdoet als "schuldafschuiven" terwijl mantelzorgers nu direct dreigen verarmen. De kern van de kritiek is dat de regering pas onder druk van media en verenigingen in actie komt, terwijl de oppositie al maanden een bevriezing van de hervorming voor mantelzorgers eist tot een volwaardig statuut gereed is.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, de regering heeft beslist om de werkloosheidsuitkering in de tijd te beperken. Daarbij werd één fundamentele sociale correctie een jaar lang over het hoofd gezien, namelijk de impact op de mantelzorgers. Het Vlaams Belang heeft daarvoor herhaaldelijk gewaarschuwd en toch bleef het oorverdovend stil. Pas toen mantelzorgverenigingen, betrokken burgers en de media het dossier oppikten, werden vorige week plots ballonnetjes door de MR en Vooruit opgelaten.
Pas afgelopen vrijdag werd in de kern van de regering-De Wever beslist om de situatie van werkloze mantelzorgers te bekijken en tijdelijk een oplossing aan te reiken, zodat zij hun uitkering niet zouden verliezen. U engageert zich nu pas om een structurele oplossing uit te werken. De eerste minister heeft trouwens gezegd dat iemand met een heel zwaar medisch geval in de familie niet ter beschikking is van de arbeidsmarkt en op solidariteit moet kunnen rekenen. Dat is natuurlijk terecht, maar ruimschoots te laat. Intussen is de beperking al sinds januari 2026 in werking en de financiële onzekerheid van de mantelzorgers is geen theoretisch probleem, maar nijpend en reëel.
Mijnheer de minister, waarom moest het een jaar duren om dat in te zien? Waarom heeft de regering alle eerdere waarschuwingen van onze partij systematisch naast zich neergelegd? Wanneer komt er een concreet wetgevend initiatief om mantelzorgers tijdelijk van inkomensverlies te vrijwaren? Hoe zal de beloofde structurele oplossing eruitzien? Binnen welke termijn mogen mantelzorgers duidelijkheid verwachten? Zult u het statuut van de mantelzorgers in zijn geheel herbekijken? Hebt u inmiddels een brief naar uw collega’s van de regio’s gestuurd?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, Marie élève seule une enfant autiste. Elle enchaîne les rendez-vous entre l’école spécialisée, la logopède et les rendez-vous chez le médecin. Elle est au chômage, mais elle arrive à travailler deux jours par semaine en moyenne. Lorsqu’elle sera exclue du chômage pour aller vers le CPAS, elle ne pourra plus travailler que deux jours par mois, et elle ne pourra gagner qu’un maximum de 2 086 euros par mois. Rachida s’occupe de son fils de 12 ans, Rayan, lourdement handicapé. Elle aussi va perdre son revenu le 1 er mars. Elle touche un taux cohabitant de 745 euros actuellement, mais vu que son mari travaille – il gagne 2 000 euros –, elle n’aura pas accès au CPAS, une perte d’à peu près 1/3 du revenu pour cette famille. Françoise a deux enfants, elle est aidant proche, et elle sera exclue du chômage le 1 er mars. Elle, elle est recevable au CPAS. En revanche, son revenu d’intégration sociale (RIS) sera raboté de 250 euros par mois parce qu’elle est propriétaire de sa maison.
Monsieur le ministre, tous ces cas-là, nous les connaissons. Nous savons depuis le début que cela allait se passer. La réforme a été votée le 17 juillet, vous avez eu 210 jours pour trouver une solution pour ces cas et aujourd’hui, vous vous retrouvez au pied du mur. Il ne vous reste plus que 17 jours pour trouver une solution pour ces personnes.
On a pu lire dans la presse ce week-end les larmes de crocodile: "on va trouver une solution, personne ne sera laissé au bord du chemin." Or, dans les faits, que constatons-nous? C’est qu’à ce stade, aucune solution n’a été trouvée, ni pour Marie, ni pour Rachida, ni pour Françoise, ni pour toutes les autres qui vont être exclues au 1 er mars.
Monsieur le ministre, ma question est simple, mais je vous la pose depuis des semaines: allez-vous faire en sorte qu’aucun aidant proche ne soit exclu du chômage au 1 er mars ?
François De Smet:
Monsieur le ministre, interrogé sur la question des aidants proches le week-end passé, le premier ministre a dit exactement ceci: "Ce groupe devient visible, c'est un effet de notre gestion." Quel extraordinaire aveu du fait que vous n'aviez rien anticipé du tout et que, dans l'Arizona, décidément, gouverner, c'est tout sauf prévoir! Mais il a dit aussi qu'on allait trouver une solution pour les aidants proches qui sont au chômage, qu'on ne permettrait pas qu'un aidant proche qui est au chômage aujourd'hui ne reçoive plus son allocation dans un mois ou deux.
Qu'a fait l'Arizona depuis? Hier, on a exhumé et voté une proposition de loi pour améliorer le statut des aidants proches qui travaillent. C'est très bien. On a aussi déposé une résolution en urgence des Engagés, pleine de bonnes intentions, mais en demandant des avis qui vont être rendus dans plusieurs semaines, ce qui n'a absolument aucun sens.
Et vous, vous proposez d'activer la dispense de l'ONEM. Mais cette mesure, monsieur le ministre, est très restrictive. Les aidants proches d'un parent en situation de handicap ne peuvent pas activer la dispense. Les aidants proches de conjoints à handicap lourd, non plus. Les aidants proches d'un enfant ayant dépassé 21 ans, non plus. Les aidants proches de leurs frères ou sœurs qui vivent à la maison, non plus. Les aidants proches qui ont déjà épuisé leur dispense par le passé, non plus. En outre, activer cette dispense ne permet que de donner 12 mois de sursis supplémentaires, alors que nous n'avons aucune certitude qu'une solution structurelle sera trouvée dans ce délai.
Il faut se rendre à l'évidence, monsieur le ministre, il n'est pas possible de fabriquer un statut d'aidant proche satisfaisant et équitable en 15 jours. Il n'y a donc qu'une seule chose à faire: suspendre les effets de votre réforme pour tous les aidants proches, qui, comme vous l'avez dit vous-même au Parlement, assument des charges de soins lourds; et pas juste pendant quelques mois, mais jusqu'à ce qu'on soit en mesure de proposer un vrai statut.
Allez-vous respecter l'engagement pris par le premier ministre? Pouvez-vous garantir qu'aucune maman, aucun papa d'enfant handicapé au chômage, mais aussi aucun aidant proche de son parent, conjoint, frère ou sœur en situation de handicap, ne se retrouvera sans aucun revenu propre au 1 er mars?
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, vous le savez, pour Les Engagés les aidants proches ne sont pas une forme d'opportunité. Depuis des années, nous leur portons un engagement constant au sein de ce Parlement et maintenant au sein de cette majorité, contrairement à d’autres qui semblent découvrir la thématique au rythme des polémiques. Au sein de ce gouvernement, nous nous battons ardemment sur ce dossier depuis le début des négociations initiales de la réforme du chômage.
Les Engagés n’ont cessé d’alerter sur la situation spécifique des aidants proches. Le chômage est un régime assurantiel fondé sur la disponibilité pour le marché du travail. Or, certains aidants proches, au vu de la charge lourde et constante qu’ils assument, ne sont pas disponibles sur le marché du travail. Les traiter comme des demandeurs d’emploi classiques serait tout simplement injuste.
À court terme, les maintenir dans le régime du chômage est peut ‑ ê tre une solution, mais ce n ’ est en tout cas pas une solution durable. C’est pourquoi, au sein de cette majorité, nous avons insisté pour que la réalité des aidants proches soit explicitement prise en compte. Vendredi dernier, après l’insistance de plusieurs partenaires de la majorité, dont Les Engagés, le kern a décidé l’ouverture de réunions urgentes en intercabinets afin de dégager des mesures immédiates.
Aujourd'hui, j’entends que certains souhaitent réduire le débat à une querelle de procédures ou à des dépôts de textes. La responsabilité politique, ce n’est pas courir après l’urgence médiatique, mais bien sécuriser des solutions solides.
Monsieur le ministre, pouvez ‑ vous faire é tat devant la Chambre de l ’ avancement pr é cis de ces r é unions? Quelles pistes concr è tes sont actuellement à l ’é tude? Dans quel d é lai des mesures op é rationnelles pourront ê tre pr é sent é es?
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, J-17: le 1 er mars, c’est dans 17 jours, autant dire demain, et toujours aucune solution concrète. Qu'allez-vous encore pouvoir dire à ces aidants proches qui seront exclus le 1 er mars? Que vous êtes très préoccupé, que vous avez des pistes, qu’il existe un groupe de travail. Il reste 17 jours, monsieur le ministre.
Aujourd’hui, c’est moi qui vous pose des questions, mais ce n’est pas à moi que vous devez répondre. Vous devez répondre à ces aidants proches, à ces hommes et à ces femmes qui travaillent. Avez-vous récemment parlé à des mamans qui s’occupent de leur enfant autiste, qui travaillent un jour sur deux, qui courent de leur emploi aux écoles spécialisées, puis chez le médecin, chez le kiné, et enchaînent les rendez-vous médicaux? Elles aimeraient elles aussi travailler davantage, avoir une vie normale, mais c’est impossible.
Aujourd’hui, elles vivent dans l’angoisse de perdre jusqu’à 700 euros par mois du fait de leur exclusion. Vous rendez-vous compte de l’état dans lequel elles se trouvent? La question qui les hante est la suivante: comment vais-je pouvoir m’en sortir?
Je ne compte plus le nombre de fois où nous vous avons interrogé sur ce sujet. Nous sommes à 17 jours de leur exclusion. Dites-nous, monsieur le ministre: allez-vous geler cette exclusion, oui ou non? Pouvez-vous garantir à ces aidants proches que, le 1 er mars, ils ne perdront pas un euro?
Hier, la majorité a rejeté ma proposition au motif que vous aviez une solution. Donnez-nous enfin des éléments concrets qui puissent nous permettre de vous croire! Apportez cette réponse claire que tout le monde attend, non pas à moi, monsieur le ministre, mais aux aidants proches qui la réclament depuis des mois!
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, mantelzorgers zijn geen profiteurs, maar helden. Zij kiezen er bewust voor om hun eigen leven op pauze te zetten om voor een geliefde met een ziekte of een beperking te zorgen. Dat zijn vaders die ’s nachts moeten opstaan voor hun zoon met een epileptische aanval; dat zijn moeders die 24 uur op 24 uur een partner met dementie moeten bijstaan.
De uitkering van die mensen is nu in gevaar door de regering. Door de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd dreigen zij nu zonder inkomen te vallen. Dat is een brutale besparing, die heel veel zegt over u en over de regering.
U hebt altijd verklaard dat u de mantelzorgers zou helpen. U zou, samen met minister Beenders en minister Vandenbroucke een statuut uitwerken. Dat statuut is er vandaag nog altijd niet. U sluit dus mensen uit zonder een alternatief te bieden. U gooit ze in het water om vervolgens te zeggen dat er later wel een reddingsbootje zal langskomen om hen op te pikken.
Mijnheer de minister, met de PVDA hebben we ons altijd heel constructief opgesteld. Ik zie u lachen, maar vorige zomer nog hebben we amendementen ingediend om de uitkering van die mensen te beschermen. Had u die goedgekeurd, dan bevond u zich nu niet in de situatie die we nu zien. Gisteren hebben we in de commissie opnieuw een tekst voorgelegd om de uitkering van de mantelzorgers te beschermen, maar u hebt die weggestemd. De MR, uw partij, heeft tegengestemd. Erger nog, ook Vooruit van de heer Rousseau, cd&v van de heer Mahdi, Les Engagés en de N-VA hebben de tekst verworpen.
Mijnheer de minister, wanneer zult u eindelijk een echt statuut voor mantelzorgers uitwerken, iets beters dan wat er vandaag bestaat? Ik weet niet of u het doorhebt, maar het is dringend.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, werk en gezin combineren is al alle ballen in de lucht houden. Wanneer daar nog de zorg bij komt voor een partner met dementie, een ouder met kanker of een kind met een handicap, is dat allesbehalve evident.
Al jaren pleit Vooruit voor ondersteuning van mantelzorgers. Gisteren hebben we in de commissie een stap vooruit gezet voor mensen die mantelzorgen en werken. We hebben het uitgebreider en flexibeler gemaakt en dat is goed. Als zij zorg dragen voor anderen, moeten we ook zorg dragen voor hen. Er is echter nog altijd een groep mantelzorgers die uw aandacht verdient. Bij de hervorming van de werkloosheid hebben we van bij het begin gezegd dat we de doelstelling om meer mensen aan het werk te helpen, kunnen steunen. We hebben er tegelijk op gewezen dat dit niet voor iedereen vanzelf zal gaan en voor sommigen misschien niet haalbaar is. Daarvoor moeten uitzonderingen worden voorzien.
Een aantal uitzonderingen hebben we binnengehaald, maar niet voor de mantelzorgers. Hoe komt dat? Partijen stonden op de rem. Gelukkig zijn de geesten de voorbije weken wat gerijpt. Intussen wordt het wel dringend en is het hoog tijd dat er een oplossing komt. U hebt dat vorige week samen met onze ministers aangekondigd en dat is een goede zaak. Mantelzorgers die soms 24 op 24 zorgen, wachten nu met een bang hart af wat er vanaf 1 maart zal gebeuren. Ze dragen zorg voor hun familie en rekenen op een sterke overheid die hen beschermt.
Mijnheer de minister, zal er tegen 1 maart een oplossing zijn, zodat werkloze mantelzorgers niet bang moeten afwachten, maar wel degelijk kunnen rekenen op ondersteuning?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, bijna iedereen wordt tijdens zijn leven geconfronteerd met de diepmenselijke plicht om voor een naaste te zorgen: een ouder wiens gezondheid achteruitgaat, een kind met een handicap, een partner die ziek wordt.
Ook werkzoekenden kunnen geconfronteerd worden met zware zorglasten. Sinds 2015 bestaat er bij de RVA een specifieke vrijstelling voor mantelzorgers. Die maakt het mogelijk het recht op een uitkering te behouden, hoewel de persoon als mantelzorger tijdelijk niet in staat is werk te zoeken.
In het overgangsregime van de hervorming van de werkloosheid is voor die mantelzorgers in een verlenging van het recht op werkloosheidsuitkeringen voorzien tot maximaal 1 jaar. Die mogelijkheid kan ook vandaag nog benut worden door werklozen van wie het recht op werkloosheidsuitkeringen normaal ten einde zou lopen op 1 maart of later.
Cette possibilité semble d'ailleurs être utilisée par le public cible. En décembre 2025, on comptait 22 % de paiements en plus à des bénéficiaires de la dispense pour aidants proches qu'en décembre 2024. Il n'est donc pas correct d'affirmer que leur réalité n'a pas été prise en compte dans le cadre de la réforme du chômage.
Le montant de l'allocation liée à cette dispense ne s'élève toutefois au maximum qu'à 390 euros par mois. Il s'agit d'un montant que nous héritons du passé. Mesdames et messieurs les députés, je plaide donc pour une augmentation substantielle de ce montant et j'ai bon espoir d'être entendu dans cette demande.
En outre, la majorité a apporté hier son soutien à une proposition parlementaire visant à améliorer le statut des aidants proches qui travaillent. Nous voulons ainsi faciliter la conciliation entre travail et soins, avec davantage de clarté et une meilleure protection pour celles et ceux qui prennent soin au quotidien d'un proche.
Par ailleurs, pour les aidants proches qui se trouvent actuellement au chômage et qui risquent de perdre prochainement leurs droits, nous prévoyons de mettre en place, dans les meilleurs délais, une solution adaptée. À ce sujet, un accord existe au sein du gouvernement. Les échanges sont constructifs et se poursuivent activement. Vendredi dernier, au sein du gouvernement, nous avons décidé d'aboutir rapidement à une solution équilibrée, à court comme à long terme, soutenue par tous.
Avec tout le respect dû aux situations humaines difficiles, il convient également de rappeler que le chômage est avant tout une assurance pour les travailleurs qui cotisent afin de se protéger contre un risque précis: la perte temporaire d'un emploi.
Il ne s'agit pas d'un système conçu ni adapté pour prendre en charge des situations de soins lourds et de longue durée. Ces réalités appellent des réponses spécifiques qui doivent être recherchées dans un système cohérent de soins et de protection sociale, qui dépasse le seul domaine de la compétence du ministre fédéral de l'Emploi.
Une politique efficace à l'égard des aidants proches ne peut reposer sur un seul pilier. Elle suppose une mobilisation cohérente et complémentaire des instruments fédéraux et régionaux. C'est pour cela que j'ai en effet écrit aux différents ministres régionaux compétents pour qu'ils puissent aussi, à leur niveau, prendre leurs responsabilités.
Je reste pleinement engagé à faire progresser ce dossier avec détermination et je resterai, avec conviction, un allié de toutes les initiatives qui visent à renforcer de manière concrète et ciblée le soutien aux aidants proches.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, berouw komt na de zonde, maar zou het niet beter zijn om niet telkens weer eerst een zonde te begaan? In een normale democratie luistert een regering naar de oppositie, zeker wanneer men sociale leemtes probeert te dichten. Het Vlaams Belang heeft tientallen keren gewaarschuwd voor de gevolgen voor de mantelzorgers, in de commissie en in plenum, met uitgewerkte voorstellen. Een jaar lang werd dat genegeerd, niet weerlegd, maar gewoon weggewuifd, omdat het cordon voor de regering-De Wever blijkbaar belangrijker is dan sociale rechtvaardigheid.
Nu mag u uw eigen knoeiwerk herstellen. Doe het alstublieft snel. Mantelzorgers verdienen zekerheid, geen experimenten.
Mijnheer de minister, een regering die pas luistert nadat ze heeft gefaald, bewijst niet haar kracht, maar haar onvermogen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je dois vous confier que nous débattons régulièrement en interne pour déterminer si vous agissez par incompétence ou par malveillance. Franchement, aidez-nous à trancher! Quelle indécence! Vous avez eu 210 jours pour apporter une solution à ces personnes qui seront exclues au 1 er mars. Vous n'avez pas avancé d'un iota sur la question. Vous vous trouvez au pied du mur. Vous avez 17 jours pour aboutir. Pendant ce temps, vous continuez à nous sortir des banalités et à tourner autour du pot sans apporter de solution concrète.
Vous nous dites être ouvert à toute proposition. Hier, une proposition de loi figurait à l'agenda et a été rejetée par votre gouvernement. Nous avions aussi déposé des amendements, qui ont également été balayés par l'Arizona. Alors, franchement, qu'attendez-vous pour apporter de vraies solutions en faveur des aidants proches? Il vous reste 17 jours!
François De Smet:
Monsieur le ministre, il n'y a rien de rassurant dans votre réponse. Votre réforme ne sera donc pas suspendue en faveur des aidants proches. Vous annoncez une solution dont on ne voit rien venir dans les meilleurs délais; ce qui engage à peu de chose. Heureusement, chers collègues, Les Engagés ont obtenu qu'on organise des réunions! Non, collègue Pirson, monsieur le ministre, nous n'avons plus le temps d'organiser des réunions et de solliciter des avis. Il est temps de passer à l'action.
Je le regrette, mais tous les partis de cette majorité sont responsables du manque d'anticipation. Il est un peu facile de cracher dans la soupe et d'essayer de s'en tirer en disant: "Regardez! Nous, nous avions prévenu." Non! Nous nous trouvons dans cette situation parce qu'aucun des cinq partis n'a vu venir ce problème. Et c'est à vous tous de le régler.
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses constructives. Il est effectivement beaucoup plus facile de ne rien faire et de tout laisser comme ça que de réformer.
Contrairement à ce qui a été dit, nous avons pris nos responsabilités dès le début des négociations dans le cadre de la réforme du chômage et nous continuerons à le faire jusqu'à l'atterrissage complet des mesures attendues, à court terme, sans doute, dans le cadre du chômage, et puis, à long terme, dans le cadre de mesures structurelles.
Les aidants proches n'ont pas besoin d'effets de tribune. Ce dont ils ont besoin, c'est de réponses claires, juridiquement sécurisées et rapidement applicables. Et nous serons au rendez-vous pour qu'elles soient prises, comme nous l'avons été dans le cadre de la compensation pour les CPAS. Nous voulons assurer la justice dans les réformes, celles en cours et celles à venir.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne vais pas vous dire merci pour votre réponse. Vous dites avoir une solution. Cela fait des semaines que tout le monde discute et on ne voit rien. En fait, c'est vous qui avez mis tout le monde dans le même panier, sans réfléchir, en venant avec cette réforme qui est complètement idéologique. C'est vous qui avez créé ce problème pour les aidants proches, parce que rien n'avait été réfléchi avant.
Hier, je suis venue en commission pour voter un texte qui suspend les exclusions des aidants proches avant le 1 er mars 2026. C'était simple, clair et surtout efficace. Mais, non, la majorité s'est dit qu'on avait le temps: "17 jours, c'est demain. On va encore réfléchir." On a même été jusqu'à dire que ma proposition était préjudiciable. Il faut quand même pouvoir se l'entendre dire. C'est complètement hallucinant! Qui est préjudiciable dans cette histoire? Je vais vous le dire: c'est vous qui êtes préjudiciable. C'est vous qui avez voté l'exclusion des aidants proches. C'est vous qui avez fait la sourde oreille face aux alertes que l'on vous fait depuis des mois.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, ik vat uw antwoord kort samen: u steekt de mensen in de shit en u laat hen stikken.
Mevrouw Pirson, die situatie is niet uit de lucht komen vallen. De oppositie waarschuwt daarvoor al sinds vorige zomer. Amendementen werden echter weggestemd door Les Engagés, teksten werden tot gisteren weggestemd door Les Engagés. Hoezo komt u hier nu hypocriet doen alsof alles is opgelost en alsof het onze schuld is dat die mantelzorgers in de shit blijven zitten? Ik begrijp dat niet. U moet toch wel de culot hebben om dat te doen.
Mijnheer de minister, u zegt dat er een oplossing komt, maar over welke oplossing hebt u het eigenlijk? Wij hebben een oplossing: zet de beperking van de werkloosheid in de tijd even op pauze, neem de tijd om te vergaderen, werk een degelijk statuut uit samen met de ministers Vandenbroucke en Beenders, zoals beloofd, en kom dan terug naar het Parlement. Dan kunnen we daar opnieuw over spreken.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, u zegt dat het aantal aanvragen toeneemt en dat toont voor mij aan hoe hoog de nood is. Ik kijk dan ook uit naar de oplossing die u morgen zult afkloppen. Ze moet morgen worden afgeklopt, want de mantelzorgers willen tegen 1 maart zekerheid hebben. Uiteraard betekenen hogere uitkeringen een betere ondersteuning. Ondertussen zal onze minister ook werken aan administratieve vereenvoudiging en aan minder paperassen. Mantelzorgers hebben immers hun hoofd al vol met zorgen voor hun gezinsleden en familieleden. Ze moeten daar geen extra paperassen bij krijgen. Het moet zo eenvoudig en zo snel mogelijk worden geregeld door de werkloosheid voor hen vanaf 1 maart niet meer te beperken in de tijd, maar te verlengen.
-
Vraag: De toegang tot noodhulp in de eigen taal
Vraag: De toegang tot noodhulp in de eigen taal
De toegang tot noodhulp in de eigen taal
De toegang tot noodhulp in de eigen taal
Toegang tot noodhulp in meertalige ondersteuning summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 5 februari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Jeroen Bergers (N-VA) en Kurt Moons bekritiseren dat Nederlandstalige patiënten in de Vlaamse Rand door een arrest van de Raad van State niet langer naar Nederlandstalige ziekenhuizen mogen worden gebracht, zelfs bij medisch verantwoorde omwegen, wat volgens hen levensgevaarlijke gevolgen heeft door taalbarrières in Brusselse ziekenhuizen. Minister Vandenbroucke erkent het probleem en verdedigt zijn eerdere twaalfminutenregeling (2023), die door Brusselse ziekenhuizen werd aangevochten, maar stelt dat een juridisch robuustere oplossing nodig is dan enkel een ministerieel besluit, zonder concrete termijn te geven. Bergers wijst erop dat de N-VA een klaarliggend wetsvoorstel aanbiedt en bekritiseert dat Brusselse ziekenhuizen liever procederen dan in Nederlandstalige zorg te investeren, terwijl Moons dit een "historische vernedering" noemt en eist dat de minister onmiddellijk bindende sancties oplegt om mensenrechten te waarborgen. Vandenbroucke belooft actie maar benadrukt dat een structurele aanpak tijd vraagt, zonder verantwoordelijkheid te nemen voor de eerdere juridische tekortkomingen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, zorg in eigen taal is betere zorg. Patiënten hebben het recht om te weten wat er aan de hand is. Ook voor artsen is het belangrijk dat ze hun patiënten kunnen verstaan om te weten welke symptomen ze vertonen en om de juiste zorgen te kunnen verstrekken. Wat dat betreft, stelt zich in de Brusselse ziekenhuizen al jarenlang een probleem. Heel wat ziekenhuizen kunnen totaal geen geneeskundige zorg verzekeren in het Nederlands.
Tot voor kort bestond er een uitzonderingsmogelijkheid voor inwoners van de Vlaamse Rand. Zolang dat geen onredelijke vertraging met zich meebracht, konden zij vragen om naar een ziekenhuis te worden gebracht waar wel Nederlands wordt gesproken, in plaats van naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Over die uitzonderingsmogelijkheid heeft de Raad van State vier maanden geleden geoordeeld dat ze niet kan blijven bestaan, omdat ze niet werd bekrachtigd door een ministerieel besluit. Dat is een ernstig probleem. Inwoners van de Vlaamse Rand, Nederlandstaligen, verdienen ook kwalitatieve zorg in het Nederlands.
Mijn vraag aan u, mijnheer de minister, is dan ook zeer duidelijk. Is dat arrest van de Raad van State volgens u correct en kunt u de situatie verhelpen met een ministerieel besluit, of is er meer nodig? Als er meer nodig is, willen wij u alvast helpen. De N-VA vindt het cruciaal dat zorg in het Nederlands mogelijk is voor Nederlandstaligen. Wij hebben daarom een wetsvoorstel opgesteld. Ik zal het u overhandigen om dat te garanderen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, ik woon zelf reeds meer dan 35 jaar in de Vlaamse Rand. In die vele jaren heb ik het onderwijs achteruit zien gaan, woningprijzen zien stijgen en het Vlaamse gemeenschapsleven bijna zien wegkwijnen onder invloed van de Franstalige inwijking. Wat zich vandaag afspeelt in de Vlaamse Rand is allerminst een juridisch randverschijnsel, maar het is een gevaarlijke situatie op leven en dood. Nederlandstalige patiënten kunnen bij dringend ziekenvervoer niet langer afdwingen dat zij naar een Nederlandstalig ziekenhuis worden gebracht, zelfs wanneer dat binnen een omweg van twaalf minuten perfect mogelijk is en medisch verantwoord is. In momenten van angst en verwarring worden zij opnieuw overgeleverd aan Nederlandse taalanalfabeten.
De Raad van State vernietigde die befaamde twaalfminutenregeling, een regeling die sinds 2023 een beperkte maar hoogst noodzakelijke correctie bood op een structureel probleem in de Vlaamse Rand. Deze vernietiging gebeurde niet omdat de regeling fout was, maar omdat ze juridisch slordig was uitgewerkt. De betreffende protocollen werden blijkbaar nooit formeel goedgekeurd door u, mijnheer de minister. Er is echter meer, het beroep kwam er na een klacht van de Franstalige Brusselse ziekenhuizen, die weigeren te investeren in Nederlandstalige zorg, maar wel verwachten dat Vlaamse patiënten zich aanpassen, zelfs in noodsituaties, en dit heeft mogelijk desastreuze gevolgen. Franstalige zorgverleners die complexe diagnoses moeten stellen, vinden het niet noodzakelijk de taal van hun patiënten te begrijpen. Dat is totaal onbegrijpelijk en medisch gevaarlijk.
Mijnheer de minister, hoe verantwoordt u dat de Vlaamse patiënten vandaag opnieuw in een noodsituatie terechtkomen die hun veiligheid ondermijnt? Neemt u persoonlijk de verantwoordelijkheid voor het feit dat deze regeling in 2023 juridisch onduidelijk werd uitgewerkt? Hoe snel zult u welke stappen ondernemen om deze levensgevaarlijke beslissing van de Raad van State ongedaan te maken?
Frank Vandenbroucke:
Goede gezondheidszorg is gezondheidszorg die wordt gegeven in een taal die mensen begrijpen. Voor Vlamingen betekent dat het Nederlands, of ze nu in Brussel wonen, in de Rand of elders. Dat is absoluut essentieel.
Precies daarom heb ik het in 2023, met de enthousiaste steun van de gouverneur van de provincie en de burgemeesters uit de regio, mogelijk gemaakt dat een ambulance een uitzonderlijke procedure kan volgen en, op aangeven van de patiënt, kan rijden naar een ziekenhuis waar die patiënt verzekerd is van dienstverlening in het Nederlands, ook al ligt dat ziekenhuis iets verder weg. Uiteraard gebeurde dat onder voorwaarden: de veiligheid van de patiënt moet gegarandeerd blijven en het ziekenhuis mocht niet overbelast zijn. Iedereen was daar zeer gelukkig mee en men ziet het gunstige effect daarvan ook in de cijfers. Ik was dan ook bijzonder teleurgesteld dat enkele Brusselse ziekenhuizen daartegen een klacht hebben ingediend, naar de Raad van State zijn gestapt en daar gelijk hebben gekregen.
Ik denk echter niet dat het volstaat dat ik hier eenvoudigweg mijn handtekening zou onder zetten. Het is iets moeilijker dan dat. Het zou naïef zijn te denken dat dit probleem kan worden opgelost door louter te stellen dat we er een handtekening onder zetten en het een koninklijk besluit noemen. We hebben dat grondig bekeken en zijn van oordeel dat we dit fundamenteler moeten aanpakken.
Het doel blijft hetzelfde: mensen moeten naar een ziekenhuis in de Rand kunnen gaan waar ze zich goed voelen wat betreft de taal waarin ze worden geholpen. Dat zal echter moeten gebeuren via een regeling die juridisch stevig en robuust is. Enkel mijn handtekening onder een tekst plaatsen zal dus niet volstaan. We zijn dat aan het bekijken.
Ik vind het echter absoluut noodzakelijk dat een dergelijke regeling opnieuw wordt ingevoerd. Dat is voor mij essentieel en ik zal alles doen om dat mogelijk te maken. Dat zal nog enige analyse, studie en overleg vergen, maar ik vind dat absoluut nodig.
Overigens hebt u gelijk dat hier ook een meer fundamentele uitdaging speelt met betrekking tot het taalgebruik en de taalverplichtingen in de Brusselse ziekenhuizen. Hoewel ik daarvoor geen rechtstreekse bevoegdheid heb, heb ik een aantal ziekenhuizen daarover al een aantal keer op de vingers getikt. Ik ben van oordeel dat we dat ook in de toekomst verder moeten blijven opvolgen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben ervan overtuigd dat u het probleem wilt oplossen. Het arrest van de Raad van State was op zich vrij duidelijk. Ook de oplossing werd vrij duidelijk geschetst.
In ieder geval ligt voor u een tekst die de zaak juridisch robuust kan oplossen. Of u dat op die manier doet of op een andere manier, interesseert mij niet zoveel. Wat mij en naar ik hoor ook u interesseert, is dat er een oplossing komt en dat Nederlandstaligen in het Nederlands zorg kunnen krijgen.
Collega’s, het is immers hallucinant dat de Brusselse ziekenhuizen, die al jarenlang in overtreding zijn met de basisrechten van patiënten, meer tijd en meer middelen investeren in juridische procedures om patiënten te dwingen naar hun ziekenhuizen te komen dan die tijd en die middelen te investeren in het leren van Nederlands aan hun personeel en in het voorzien van basisrechten in hun ziekenhuizen, met name Nederlandstalige zorg voor Vlamingen in onze hoofdstad.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. In de eigen taal geholpen worden in het eigen taalgebied is natuurlijk een communautaire eis, maar is in feite een basisvoorwaarde voor veilige zorg. Het is een mensenrecht. Het gaat hier niet over taalgevoeligheden of over symptomen, maar over diagnoses die verkeerd kunnen worden begrepen, met mogelijke schadelijke gevolgen voor de patiënt. Dat Vlamingen in 2026 opnieuw moeten vrezen dat zij in een noodzakelijke situatie niet worden begrepen, is een zoveelste historische vernedering. Dat dat alles gebeurt omdat de minister in 2023 half werk heeft geleverd, is des te schrijnender. De situatie vraagt geen begripvolle woorden, maar snelle daadkracht, zelfs als een en ander fundamenteel moet worden herbekeken. Wie mensenrechten ernstig neemt, corrigeert dit onmiddellijk met bindende sancties voor ziekenhuizen die structureel weigeren de taalwetgeving te respecteren. Alles minder dan dat aanvaarden, betekent dat Vlaamse patiënten risico lopen wegens hun taal. (…)
-
Vraag: De rol van de RIZIV-inspectiediensten en de ziekenfondsen in het voorkomen van sociale fraude
Vraag: De controles door het RIZIV
Vraag: De controles door het RIZIV en de sociale fraude
Vraag: Het plafond op verstrekkingen van thuisverpleegkundigen en de vrijwaring van het vrij beroep
Vraag: De controles door het RIZIV
Vraag: De controles door het RIZIV
Vraag: De controles door het RIZIV
gezondheid en welzijnDe rol van de RIZIV-inspectiediensten en de ziekenfondsen in het voorkomen van sociale fraude
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV en de sociale fraude
Het plafond op verstrekkingen van thuisverpleegkundigen en de vrijwaring van het vrij beroep
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
De controles door het RIZIV
Toezicht en fraudebestrijding door RIZIV en ziekenfondsen, controles en regelgeving thuisverpleging summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
Dominiek Sneppe
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Een thuisverpleegkundige fraudeerde acht jaar lang voor 3,5 miljoen euro (90+ gefactureerde consulten/dag, luxeleven met 17 Porsches), terwijl waarschuwingen sinds 2017 (RIZIV, mutualiteiten) werden genegeerd en pas na mediadruk actie kwam—te laat en te zwak. Minister Vandenbroucke verdedigt zich met "nieuwe maatregelen" (omgekeerde bewijslast, plafonds, RIZIV-nummers intrekken), maar oppositie en sector wijzen op structureel falen: controles bestonden al, werden niet toegepast, en eerlijke verpleegkundigen lijden reputatieschade terwijl fraudeurs ongestraft bleven. Kern: systeemfaal door laks toezicht, politieke vertraging en gebrek aan daadkracht, ondanks herhaalde signalen.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, elke dag zetten duizenden thuisverpleegkundigen zich met hart en ziel voor hun patiënten in. De job van die mensen werd deze week door een extreme fraudeur besmeurd. Aan al die mensen die hun job goed en eerlijk doen, zijn we het verplicht om duidelijkheid te scheppen.
Dat die fraude kon gebeuren, dat het jarenlang aan de gang was, dat het geweten was, is hallucinant, onaanvaardbaar en moet worden aangepakt. We kunnen alleen maar vaststellen dat u na de feiten, opnieuw, zeer reactief reageert. In een schijnbare opwelling kondigt u plots een breed pakket aan. Dat u actie onderneemt, is goed, doe dat gericht en zorgvuldig, maar opnieuw loopt u achter de feiten aan en treedt u pas op wanneer er een schandaal in de pers komt.
In die case stonden alle knipperlichten aan. Het was pijnlijk duidelijk. Meer dan 90 verplegingen per dag, dag in, dag uit, week na week, jaar na jaar, dat is gewoonweg fysiek niet mogelijk en moet er zo snel mogelijk worden uitgehaald, zeker als er plots zeventien Porsches voor de deur staan.
Hoe kon dat gebeuren, mijnheer de minister? De mutualiteiten trokken bij het RIZIV al in 2017 aan de alarmbel. Vandaag wordt er ingegrepen. In 2020 sprak het RIZIV al over meer dan een miljoen euro fraude. U schreef er deze zomer een brief over aan de artsen, maar u grijpt niet in op het terrein.
Uw huidige maatregelen verscherpen opnieuw de controle, terwijl dat niet het probleem was. Er is niets gebeurd met wat er uit de controle kwam. Waarom niet?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, ik ken veel zelfstandig thuisverpleegkundigen en u wellicht ook. Ik ken er weliswaar geen die met een Ferrari rijdt, laat staan 17 Ferrari’s. Ze laten zich evenmin rondvliegen in een helikopter of gaan op een jacht op reis. Neen, het zijn mensen die om 05.00 uur opstaan, dan hun eerste patiënten zien en die men om 22.00 uur nog eens tegenkomt, omdat ze dat laatste spuitje of dat laatste pilletje toch nog zijn gaan toedienen. Het zijn ondernemers. Het zijn zelfstandigen.
De bom in de sector was dan ook bijzonder groot toen het nieuws over die frauduleuze verpleegster aan het licht kwam. Het is crimineel. Er is ook sprake van afpersing van patiënten. Dat kunnen we niet tolereren, dat moeten we aanpakken. Daarover zijn we het absoluut eens.
Wat ik echter niet uitgelegd krijg, is dat een organisatie als het RIZIV, met een budget van 40 miljard euro, met 1.200 medewerkers, van wie 243 bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de alarmsignalen, die er waren, die bekend waren, niet krachtdadig heeft gebruikt, dat het niet onmiddellijk is opgetreden. Ik kan dat niet uitleggen, mijnheer de minister, want ik begrijp het niet.
Er zijn drempelwaarden. We willen het ondernemerschap van de zelfstandigen niet beknotten. Er is een drempelwaarde, er is een V-waarde. Die verpleegster heeft die waarden tientallen keren overschreden, maar toch werd niet tot actie overgegaan, hoewel dat mogelijk was. Ze werd slechts één keer geschorst, de derde-betalersregeling werd geschorst. Pas na zes jaar is men naar de arbeidsauditeur gestapt. Het heeft gewoon veel te lang geduurd. Ondertussen kon die verpleegster blijven frauderen. Ze heeft zich aangesloten bij een groepering, maar ook die kan worden geschorst.
Mijnheer de minister, kunt u mij en al die mensen die te goeder trouw werken, uitleggen hoe dat onder de radar kon blijven?
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, acht jaar lang werd er gefraudeerd binnen onze sociale zekerheid en dat voor een bedrag van 3,5 miljoen euro. Dat geld dient voor de meest kwetsbaren in onze samenleving, voor de zieken, voor de patiënten die extra zorg nodig hadden en voor de oudere mensen die thuis extra hulp nodig hadden.
Ik vind het degoutant en ik ben enorm boos dat dat zo lang heeft kunnen aanslepen. Al die tijd kon die verpleegkundige onze sociale zekerheid bestelen en zichzelf verwennen met luxewagens, luxereisjes en luxehandtassen, terwijl kwetsbare mensen haar vertrouwden voor hun verzorging. Ik hoef u niet te vertellen dat die problematiek vandaag breed uitgesmeerd wordt in de media. Het imago van de zorgsector staat op het spel. Als ik vandaag twee slachtoffers moet benoemen, dan is het ten eerste de zorgsector zelf, terwijl nochtans heel veel zorgverstrekkers dag en nacht op pad zijn om duizenden patiënten te helpen, en ten tweede de patiënt. Oudere mensen durven vandaag hun deur niet meer opendoen omdat ze schrik hebben van de persoon die hen zorg komt bieden. Het vertrouwen is helemaal weg.
Mijnheer de minister, ik heb heel veel vragen die vandaag onbeantwoord blijven. De ziekenfondsen zeggen dat ze hun controlefunctie hebben opgenomen, het RIZIV zegt dat het alle middelen waarover het beschikt heeft ingezet. Zo werd de derde-betalersregeling geschorst en werden er financiële sancties uitgevaardigd. De grote vraag is hoelang het kabinet al op de hoogte was. Wat hebt u gedaan om die diefstal te stoppen?
Julie Taton:
Monsieur le ministre, la fraude sociale est, malheureusement, présente partout. Lorsqu'une faille apparaît dans notre système, l'être humain a tendance à en abuser. Le plus triste dans cette histoire est qu'à force d'en abuser, on finit par le fragiliser, alors que ce système est, au départ, censé nous aider.
Cette fois-ci, il est question d'une infirmière indépendante – ma collègue Nawal me semble en avoir bien parlé à l'instant, car elle a employé les bons mots – qui aurait facturé plus de 90 consultations par jour. Cela lui aurait permis de gagner et détourner beaucoup d'argent. On parle de plusieurs millions d'euros – soit un montant que notre sécurité sociale n'a pas reçu. Ces faits mettent à nouveau tristement en lumière un mauvais fonctionnement du contrôle, étant donné que la limite raisonnable pour pratiquer de bons soins de santé s'élève à une vingtaine de consultations journalières.
En réaction à cette affaire, monsieur le ministre, vous avez annoncé vouloir fixer un plafond du nombre de patients par jour pour un soignant à domicile. Oui, il faut prendre des mesures contre la fraude, et elles doivent être prises rapidement. Pour autant, il nous paraît essentiel de garantir une bonne concertation avec le secteur des infirmiers à domicile, car celui-ci souffre en ce moment et est mis sous pression. Il ne faut surtout pas l'abandonner.
Mes questions, monsieur le ministre, seront très simples. Il semblerait que l'INAMI avait déjà reçu un signalement en 2017 pour des soupçons de fraude. Manifestement, il n'y a pas eu de suivi. Comment pouvez-vous l'expliquer? Comment évaluez-vous ce dispositif de suivi? Combien de dossiers en ce domaine sont-ils ouverts par l'INAMI?
Vous avez annoncé plusieurs mesures relatives au plafonnement des prestations. À ce titre, envisagez-vous vraiment une concertation avec le secteur? Vous dites aussi souhaiter renforcer le contrôle des mutuelles. Or elles sont juge et partie puisque certaines offrent des services de soins à domicile. Tous les infirmiers seront-ils logés à la même enseigne et égaux face à ces contrôles?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, hoeveel hoofdstukken moeten we nog toevoegen aan het blunderboek van het RIZIV? U bent al zes jaar de verantwoordelijke minister. Twee maanden geleden zei collega Ronse hier dat er 12.000 langdurig zieken in het buitenland verblijven, van Pattaya tot Benidorm, die nooit gecontroleerd worden. Een maand geleden spraken we hier ook over het RIZIV: 529.000 langdurig zieken, 150.000 mensen met lage rugpijn – een bevolking zonder ruggengraat blijkbaar – en 195.000 mensen met psychische problemen. Verder zijn 260.000 mensen arbeidsongeschikt tot aan hun pensioen. Vervolgens ging de FOD eens controleren en toen bleek dat 16,7 % terecht arbeidsongeschikt was, 27,2 % onterecht en bij 55,6 % werd de erkenning ingekort.
Een week geleden vernamen naar aanleiding van een televisie-uitzending dat iemand die acht jaar geleden over een hondendrol is uitgegleden sindsdien thuisblijft met een ziekte-uitkering. Wat doet het RIZIV? Niets. Wat horen we nu? Acht jaar lang lichtte de verpleegkundige Stefanie Sander uit het landelijke Houthulst de boel op. Acht jaar! Al sinds het eerste jaar, 2017, zijn er klachten over 14.475 aangerekende prestaties. Er wordt gecontroleerd en er wordt in beroep gegaan. Wat gebeurt er vervolgens? Niks. De vrouw in kwestie moest een bedrag terugbetalen, maar dat deed ze niet. Wat doet het RIZIV daaraan? Niks.
Bent u dan Calimero, mijnheer de minister? U bent al zes jaar verantwoordelijkheid voor het RIZIV en ik zeg u wat er in één à twee maanden in het Parlement al werd aangekaart. Begin uw werk te doen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, ons land werd deze week opgeschrikt door een fraudeschandaal van een thuisverpleegkundige dat zijn gelijke niet kent. Een dame slaagde erin om gedurende acht jaar miljoenen euro’s ten onrechte aan te rekenen aan het RIZIV en de mutualiteiten. Er was sprake van facturatie van niet-geleverde prestaties, tot meer dan een miljoen euro per jaar. Ze zette patiënten ook onder druk en foefelde met identiteitskaarten.
Blijkbaar bestaat die fraude reeds sinds 2017, toen het RIZIV een controleonderzoek instelde en op dat moment reeds fraude vaststelde. Toch kon die persoon haar frauduleuze praktijken verderzetten zonder verdere controle door het RIZIV en kon ze er een zeer luxueus leven op nahouden. Blijkbaar hebben de controlemechanismen van uw diensten helemaal niet gewerkt. Dit betreft echt een structureel falen van het beleid. Het gaat trouwens om een voortzetting van jarenlang falend beleid, ook van uw voorgangers.
Onze partij en ook de sector zelf waarschuwen al vele jaren voor dergelijke misbruiken. Ze vragen betere datagedreven detectie, objectieve monitoring en tijdige interventies. Al die waarschuwingen werden door de zogenoemde beleidspartijen vakkundig straal genegeerd. Integendeel, door uw geplande aanpak stigmatiseert u nu zelfs de vele duizenden hardwerkende thuisverpleegkundigen.
Daarom heb ik een aantal vragen.
Hoe is het mogelijk dat dergelijke fraude gedurende acht jaar onder de radar is gebleven, terwijl er al lang voldoende signalen aanwezig waren? Welke controles zijn uitgevoerd? Welke signalen werden er gemist en door wie? Waarom werd er niets ondernomen door het RIZIV, het ziekenfonds of uw administratie en is het pas op het moment waarop een arbeidsauditeur het dossier naar zich toetrekt dat de bal aan het rollen gaat? Hoe zult u er verder voor zorgen dat de correct werkende thuisverpleegkundigen niet langer reputatieschade ondervinden van dergelijke fraudeurs? Sinds wanneer was u op de hoogte van deze hallucinante praktijken? Wat hebt u gedaan en welke acties hebt u ondernomen?
Voorzitter:
Collega's, mag ik het woord geven aan de heer Bertels? (Rumoer)
Mijnheer Bertels, u hebt recht op twee minuten spreektijd.
Jan Bertels:
Collega's, wat wij de voorbije dagen konden lezen, moet ons allemaal verontwaardigen. Ik ben blij dat u die verontwaardiging deelt. Een thuisverpleegkundige die voor miljoenen fraudeert, dat kunnen wij niet aanvaarden. Het systeem werd en wordt daardoor van binnenuit ondergraven, op verschillende manieren.
Zij zette patiënten onder druk om hun identiteitskaart onder de deurmat of in de brievenbus te leggen. Lag er geen identiteitskaart klaar, dan werd de medicatie stopgezet of werd daarmee gedreigd. Op die manier kon ze tot 90 patiënten per dag zien. Zij factureerde bezoeken en streek zelfs premies op die voor haar patiënten of voor zorgkundigen bedoeld waren. Ze waren niet voor haar bestemd, maar zij streek ze toch op.
Sancties werden omzeild. Het RIZIV trad wel degelijk op, zij het misschien niet hard genoeg. Daarover kunnen wij discussiëren. Het streed echter wel met de middelen die wij, wetgevers, het hebben gegeven. Die wapens volstaan niet. Ik hoop dat wij het daar nu allemaal over eens zijn en blijven.
Ook de wapens die het RIZIV aan het ministerie van Financiën geeft om te innen, volstaan niet. Er wordt niet genoegd gedaan met de verslagen die het RIZIV aan het parket bezorgt. Wij moeten daar eerlijk over zijn. Daar wordt niet genoeg mee gedaan. Ook op dat vlak moeten er prioriteiten worden gesteld met betrekking tot socialefraudebestrijding. Fraude is immers onaanvaardbaar. Alle hardwerkende thuisverpleegkundigen komen daardoor in een slecht daglicht. Daarom moeten wij het systeem hervormen en een handhavingsplan opstellen en uitvoeren.
Voorzitter:
Ik geef het woord aan de vicepremier om te antwoorden. Hij heeft daarvoor vijf minuten spreektijd.
Frank Vandenbroucke:
Geachte Kamerleden, fraude is diefstal, of het nu om fiscale fraude of sociale fraude gaat, het is in feite een vorm van gangsterisme in de ziekteverzekering. Dat is diefstal. Het is intriest voor talloze hardwerkende thuisverpleegkundigen die het beste voor hebben met hun patiënten. Dat is de reden waarom we keihard moeten optreden.
Is de inspectie van het RIZIV opgetreden? Ja, onmiddellijk. Ik zal de gedetailleerde tijdslijn bezorgen aan het secretariaat van de Kamer. Onmiddellijk nadat moedige mensen uit de omgeving van die thuisverpleegkundige in 2017 hadden gemeld dat er iets niet in orde was, is een onderzoek gestart. Dat is een moeizaam onderzoek waarbij men patiënten thuis moet opzoeken om vast te stellen dat er inderdaad is gefraudeerd. Enkele maanden later werd een proces-verbaal opgesteld. Er is een zware boete opgelegd en onterecht verkregen geld werd teruggevorderd, waarvan een deel werd terugbetaald. Men is die zaak blijven opvolgen. Na nieuwe klachten is men opnieuw opgetreden. Al meer dan twee en een half jaar geleden werd, na sterk aandringen, het parket aan zet gebracht. Het RIZIV is dus opgetreden, onmiddellijk en herhaaldelijk, maar met wapens die tegenover dat soort gangsterisme veel te zwak zijn. Dat is toch juist?!
Maar nu wordt het interessant. Wilt u de wapens tegen dat soort diefstal versterken of niet? Dat is de vraag voor u. Wilt u de middelen versterken om dat soort diefstal aan te pakken of niet? Dat is absoluut nodig.
Overigens, mijnheer Van Lysebettens, dat is allemaal reeds beslist en we gaan het uitvoeren. Om te beginnen wordt de bewijslast omgekeerd, zodat men niet talloze patiënten thuis moet opzoeken om te bewijzen dat er is gefraudeerd. Wanneer een zelfstandig thuisverpleegkundige voor meer dan 229.000 euro aan facturen indient, meer dan tweemaal zoveel als het gemiddelde van een hardwerkende voltijds verpleegkundige, dan mag men om uitleg vragen, zodanig dat de betrokkene moet bewijzen dat hij of zij niet fraudeert. Dat is beslist. Die wetgeving, mijnheer Van Lysebettens, is al tot stand gebracht, dat koninklijk besluit is meer dan een jaar geleden gepubliceerd en we zullen het vanaf nu toepassen. Ja, dat is onder Vivaldi beslist, mét u beslist, en is vanaf nu van toepassing.
Ten tweede, collega’s van het Vlaams Belang, u vraagt wanneer ik van het geval op de hoogte was, maar ik heb tegenover mevrouw Sneppe maanden geleden net het voorbeeld van die frauderende zelfstandige gegeven om tegen uw weerstand in de wapens aan te scherpen. U wilde niet dat we het nummer zouden kunnen intrekken. U vond dat vreselijk. (rumoer en protest in de zaal)
Ik heb met handen en voeten uitgelegd dat het nodig is om dat soort draaimolen te stoppen, door het nummer waarop men factureert gewoon in te trekken. Ik heb van op dit spreekgestoelte het voorbeeld gegeven aan mevrouw Sneppe, om haar te overtuigen.
Ten derde, we moeten ook de patiënten wapenen. We zullen er dus systematisch voor zorgen dat vanaf nu de patiënten geïnformeerd worden, ook wanneer men in derde-betaler factureert, ook in de thuisverpleging.
Morgen ligt op de ministerraad een wetsontwerp voor waarbij onder meer de mutualiteiten voor 100 miljoen euro borg zullen moeten staan voor acties tegen fraude. Dat ligt klaar. We hebben dus niet gewacht.
Het punt is dat men de samenleving moet willen wapenen tegen diefstal. De flauwe en leugenachtige verhalen die ik hier bij de voorgaande mondelinge vraag gehoord heb, dat we zogezegd in de rekeningen zouden gaan kijken, dat zijn leugens.
U liegt. U liegt om diefstal mogelijk te laten zijn. Daarmee beschermt u niet de gewone burger, maar wel drugscriminelen die geld witwassen. Wie u beschermt, als u tegen het principe van de plafonds bent, zijn gangsters in de ziekteverzekering.
Geachte Kamerleden, u zult kleur moeten bekennen, u allemaal, in de meerderheid en in de oppositie. Zult u de inspectie de wapens geven op te treden (…)
Jeroen Van Lysebettens:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Over twee zaken zijn we het eens: fraude is diefstal en het RIZIV heeft ten minste een probleem gesignaleerd. Bij andere partijen maken ze van een Porsche Queen een raadslid.
U hebt mij echter op een aantal punten verkeerd begrepen. Mijn punt was niet dat er geen beslissing is genomen, mijn punt is dat beslissingen niet worden uitgevoerd. Het RIZIV heeft sinds 2020 weet van die zaak van miljoenenfraude en toch kan en mag de persoon in kwestie blijven voortdoen. U zegt dat men onmiddellijk ingrijpt, maar we zijn vijf jaar later.
Ik stel vast dat het hier hetzelfde is als met fraude in andere domeinen: u zit met het sleepnet achter de kleine garnalen en de grote vissen zwemmen ongehinderd verder. Dat is hier zo. Dat zal straks ook zo zijn bij de arbeidsmarktfraude die de heer Mertens aankaart (…)
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, iedereen wist het, maar de wapens, die er zijn, zijn gewoon niet gebruikt. De wapens zijn er, maar ze zijn niet voldoende gebruikt. Er is te lang gewacht. Een inspecteur kan na een melding meteen overgaan tot een onderzoek. Dat onderzoek kan leiden tot een schorsing van de derde-betalersregel en vervolgens kan men onmiddellijk naar de arbeidsauditeur stappen. Dat is niet gebeurd, mijnheer de minister. Er zit zes jaar tussen! Zes jaar!
Ik heb weet van fraudedossiers van 50.000 euro – dat is het gemiddelde van de fraudedossiers – en die worden onmiddellijk afgehandeld. Hoe komt het dat het hier om miljoenen euro's gaat en dat men zoveel geduld heeft gehad met die mevrouw? Dat is schandalig.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het was een luid antwoord. Er zat veel passie in. Het gaat hier over het belastinggeld van hardwerkende mensen. Mensen gaan ervan uit dat het belastinggeld goed beheerd wordt en dat het voor de juiste zaken wordt ingezet. In de sociale zekerheid zijn dat de meest kwetsbaren, hulpbehoevende ouderen, die zich vaak niet kunnen verweren.
U zegt dat alle middelen zijn gebruikt. Uw collega, Jan Bertels, zegt dat ze misschien niet hard genoeg zijn ingezet. Wel, ik ben het daar volledig mee eens. Er had veel straffer en veel sneller moeten worden gereageerd.
Als u het hebt over de strijd tegen fraude, dan zult u in cd&v een partner vinden, of het nu gaat over fiscale fraude, fraude met managementvennootschappen, sociale fraude of het aangehaalde type fraude: het moet sneller, harder en u moet (…)
Julie Taton:
À mon tour de vous dire merci pour ces réponses, monsieur le ministre, qui étaient très vivantes. Je suis assez d'accord avec mes collègues. Je voudrais juste ajouter qu'il est très important pour nous de défendre la profession libérale des infirmiers, et de les rassurer. La fraude est là, nous l'avons bien compris. Vous allez la combattre, c'est sûr. Mais il faut aussi rassurer le secteur, il faut l'écouter, échanger avec les infirmiers et leur faire passer le message que nous ne sommes pas contre eux. Nous n'allons pas faire la chasse aux infirmiers, mais nous allons faire la chasse à la fraude. Il y a beaucoup de travail.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, u bent de grootste calimero van dit halfrond. U maakt mevrouw Sneppe hier verwijten – ik heb haar niet te verdedigen - maar zij zit in de oppositie en heeft niets te zeggen. U bent degene die zijn werk niet heeft gedaan. U hoeft het ook niet politiek te spelen, want mevrouw Sanders stond in 2018 op de lijst van de socialisten voor de verkiezingen. Stop daar dus mee.
Waarover gaat het hier? U bent zes jaar minister en nu zegt dat u iets gaat doen, dat u gaat ingrijpen. Gedurende zes jaar hebt u het door de vingers gezien, hebt u gekeken naar de mensen die een pint te veel drinken of een sigaret te veel roken, maar de fraude bij het RIZIV... Hoeveel controleurs heeft het RIZIV trouwens? Ze hebben er 243. Hoeveel controles hebben die uitgevoerd in 2023? Ik zal het u zeggen, het waren er precies 705. Dat zijn drie controles per persoon in een jaar tijd. En u beweert dat u uw werk hebt gedaan. Proficiat.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, u wordt kwaad. Dat is normaal als uw onbekwaamheid op deze manier geëtaleerd wordt. Ik denk dat dat inderdaad normaal is. U reageert nooit vooraf, steeds na de feiten. U spreekt over diefstal, maar de mogelijke maatregelen zijn wel degelijk beschikbaar. Er moet geen verharding plaatsvinden. U hebt tweeënhalf jaar gewacht om de auditeur in te lichten. Hoe is dat mogelijk? Er moet dus geen verharding van de maatregelen komen.
Mijnheer de minister, hoeveel moet er nog gebeuren voordat u zelf uw conclusies trekt? Er was een overfinanciering van het covid-testplatform voor 60 miljoen euro. Daarna was er de vernietiging van miljoenen ongebruikte covidvaccins. Vervolgens de donatie van vervallen geneesmiddelen aan Oekraïne, de Medista-affaire, de artsenstaking, het donorschandaal en nu het fraudedossier van thuisverpleegkundigen. Het zou passend zijn mocht u de eer aan uzelf houden.
Jan Bertels:
Collega's, stop met fraudeurs en bedriegers goed te praten. Ze zit bij jullie. Ik heb begrepen dat we niet moeten rekenen op het Vlaams Belang. Laten we als Parlement ons werk doen. Laten we die fraude aanpakken.
( Rumoer in het halfrond )
Voorzitter:
Ik vraag om de klok even te stoppen. Collega's, de heer Bertels heeft het woord.
Jan Bertels:
Laten we die fraude aanpakken en laten we eindelijk beslissen om het mogelijk te maken een RIZIV-nummer te schorsen wanneer er een vermoeden van fraude is. Late we dat doen. Het Parlement kan dat, dus doe het gewoon.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, ik zal niet roepen zoals u, maar proberen zeer rustig te blijven.
Het eerste persoonlijk feit dat u aanhaalde, was dat u het voorbeeld hebt gegeven van die dame. U hebt inderdaad een voorbeeld gegeven van een frauderende verpleegkundige. Ik ben natuurlijk Madame Blanche niet.
Frank Vandenbroucke:
(…)
Dominiek Sneppe:
Dat hebt u er niet bij gezegd en dat doet overigens niet ter zake. Ik ben geen Madame Blanche, ik kan dat niet weten. U zit aan de knoppen als minister. U zit aan de knoppen van het RIZIV, niet ik. Ik kan toch niet weten dat er ergens in dit land een verpleegkundige aan het frauderen is? Uw voorbeeld gaat dus niet op.
U wist het nochtans en u had dan beter haar naam genoemd, dan hadden we onmiddellijk kunnen optreden. Dat hebt u echter nagelaten. Zeven à acht jaar hebt u nagelaten daar iets aan te doen en nu wijst u in onze richting. Sorry, u bent in de fout gegaan en niemand anders dan u.
Ik kom tot het andere persoonlijk feit. Mijnheer de minister, fraude moet worden aangepakt. Dat klopt, collega Bertels. Als u die grondig aanpakt en zoals het moet, dan zult u in het Vlaams Belang een partner vinden. Wat stellen we echter vast? De bestaande fraudebestrijdingsmiddelen zijn gewoon niet gebruikt. Ze zijn niet ten volle uitgeput. Nu komt u met iets anders op de proppen, iets wat u eigenlijk al heel lang in gedachten hebt. U misbruikt deze problematiek nu om alweer uw gedacht door te drukken. Mijnheer de minister, ik wist al van bij het begin dat het afpakken van die RIZIV-nummers in de kaderwet zou komen, want zo zit u nu eenmaal in elkaar: uw gedacht en dat van niemand anders.
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Sneppe, voor alle duidelijkheid, ik heb dat voorbeeld gegeven zonder te weten over wie het ging. Dat zegt men niet. Ik wist niet dat het om een vrouwelijke verpleegkundige ging. Ik wist niet over wie het ging. Dit is een anoniem voorbeeld. Ik heb u er zo drie gegeven. Ik wist niet dat die dame nog op de lijst van mijn partij en uw partij had gestaan. Dat heeft inderdaad geen belang. Uw partij heeft daarin zeer correct opgetreden. Daar gaat het niet over. Het punt is onze verantwoordelijkheid. U bent hier voortduren tussengekomen om te zeggen dat het opschorten van die RIZIV-nummers een slecht idee was en u herhaalt dat hier weer. Ik zeg u dat u dit soort draaimolen, met gangsters die altijd opnieuw beginnen met facturen te sturen, niet kan stoppen zonder de wettelijke basis om die betalingen stop te zetten. Degenen in dit halfrond die niet willen dat RIZIV-nummers worden opgeschort bij zo’n grote fraude, die beschermen de dieven. Ze beschermen de dieven! Als u de dieven wilt pakken, dan moet u daarvoor de nodige wapens hebben. Wij zullen daarom die RIZIV-nummers opschorten, werken met plafonds en de bewijslast omkeren. Ik hoor hier allerlei loze argumenten van u en van anderen in de oppositie. Die loze argumenten dienen enkel om de dieven te beschermen. Dat is onze verantwoordelijkheid, ervoor zorgen dat dit niet gebeurt.
-
Vraag: Werkloze 55-plussers die deeltijds hebben gewerkt en toch hun uitkering verliezen
Vraag: De werkloosheidsuitkeringen van de 55-plussers
Vraag: De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
economie en werkWerkloze 55-plussers die deeltijds hebben gewerkt en toch hun uitkering verliezen
De werkloosheidsuitkeringen van de 55-plussers
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
55-plussers verlies werkloosheidsuitkeringen door deeltijd werk, beperkingen summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Stefaan Van Hecke en Kurt Moons bekritiseren de regering omdat de beloofde uitzondering voor 55-plussers met 30 gewerkte jaren in de praktijk slechts 18% van de doelgroep dekt en halftijds werk niet volwaardig meetelt, wat volgens hen in strijd is met het regeerakkoord en "kil, asociaal beleid" vormt. Minister Clarinval verdedigt de hervorming door te benadrukken dat deeltijds werk onder specifieke voorwaarden wel meetelt en wijst op stijgende werkgelegenheid onder 55-plussers, terwijl hij de maatregel koppelt aan "gelijkheid en waardigheid". Eva Demesmaeker (N-VA) noemt de kritiek "fake news" en verdedigt de hervorming als noodzakelijk om de sociale zekerheid te herstellen, terwijl Moons de aanpak afdoet als "prutswerk" zonder impactanalyse dat 50.000 mensen in de problemen brengt. Van Hecke blijft volhouden dat de minister ontwijkend antwoordt en de belofte uit het regeerakkoord niet nakomt.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, vorige week bleek dat acht op de tien 55-plussers die vandaag werkloos zijn, op termijn hun werkloosheidsuitkering zouden verliezen. Zelfs bij de meerderheid was de verrassing heel groot.
Dat cijfer werd ’s nachts rond drie uur in de commissie gedropt als een dief in de nacht. Slechts 18 % zou onder de uitzondering vallen. Tegelijkertijd werd ook gesust: wie dertig jaar had gewerkt, zou zijn werkloosheidsuitkering niet verliezen. Dat leek een heel goede toegift van Arizona. Ook zouden de jaren van halftijds werk meetellen. Wanneer wij de tekst van de programmawet analyseren, wat blijkt? Het halftijds werk zal niet volwaardig meetellen om aan die dertig gewerkte jaren te komen. Dat betekent in een concreet voorbeeld dat wie twintig jaar voltijds en vervolgens tien jaar halftijds heeft gewerkt, niet aan dertig gewerkte jaren, komt, maar slechts aan vijfentwintig jaar.
Mijnheer de minister, dat is in strijd met het regeerakkoord. Daarin is immers heel letterlijk vermeld dat dertig jaar halftijds werken zou volstaan. Zo staat het alvast niet in de programmawet. Daarover is nu heel veel discussie.
Wat is er aan de hand? Kunt u dat toelichten? Zal iemand die dertig jaar halftijds heeft gewerkt, voldoen aan de voorwaarde van dertig gewerkte jaren? Voldoet wie twintig jaar voltijds en tien jaar halftijds heeft gewerkt, aan de vereiste?
Collega’s, 55-plussers liggen echt wakker van de maatregelen die op hen afkomen. Sommigen hebben zevenentwintig, achtentwintig of negenentwintig jaar gewerkt; anderen hebben werk gecombineerd met zorg, met mantelzorg. Vooral vrouwen hebben een zorgtaak opgenomen en komen net niet aan die dertig jaar. Is dat fair? Voor ons is dat niet fair. Dat is kil, koud, asociaal rechts beleid.
Mijnheer de minister, ik wil van u één duidelijk antwoord op de vraag: telt halftijds werk al dan niet volwaardig mee.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, uw sociale correctie op de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, de zogenaamde uitzondering voor 55-plussers met minstens 30 jaar beroepsverleden, blijkt een maat voor niets, 55-plussers, een doelgroep die mij na aan het hart ligt. Volgens de cijfers, die u pas zaterdagmorgen ter beschikking stelde, zou slechts 18 % ervoor in aanmerking komen. 50.000 personen verliezen hun uitkering, belanden bij het OCMW of blijven hangen in een arbeidsmarkt die hen al jaren afwijst.
Raar maar waar, ook uw coalitiepartners waren verbaasd dat maar zo weinig mensen zullen kunnen genieten van die uitzondering. U was dan weer verbaasd over hun verbazing. U voert immers enkel het regeerakkoord uit?
Dat getuigt toch van een ronduit amateuristische aanpak. De maatregel wordt erdoor gejaagd zonder grondige doorrekening, zonder transparantie voor uw coalitiepartners en zonder veel overleg met het terrein. Alle betrokken diensten, de RVA, de VDAB, Actiris, Forem, de OCMW's, slaken alarmkreten. Ze zijn gewoon niet klaar. Geen voorbereiding, geen draaiboek, geen begeleiding, geen structurele financiering. Het belangenconflict dat de GGC in Brussel heeft ingeroepen, bevestigt dat zelfs.
Vooruit en cd&v zeggen intussen dat het allemaal wel zal meevallen. Maar hoe sociaal blind kan men zijn? Duizenden mensen in een precaire situatie verliezen straks hun uitkering. Dat gaat fout.
Ten eerste, sinds wanneer wist u dat slechts 18 % van de 55-plussers onder de uitzondering zouden vallen? Hebt u dat bewust verzwegen?
Ten tweede, waarom is er geen voorafgaande sociale en financiële doorrekening gemaakt?
Ten derde, hoe reageert u op het belangenconflict van de GGC, dat wijst op een gebrek aan voorbereiding en middelen?
Ten vierde en tot slot, komt er misschien een bijsturing van de wet, zoals Voorruit suggereert, als blijkt dat duizenden mensen echt in de problemen komen?
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de beperking van de werkloosheid in de tijd is er bijna door. We zijn er bijna. De spanning neemt toe en in de pers wordt om alsmaar meer uitzonderingen gevraagd. Ik lees in de krant dat heel veel mensen schrikken van het aantal werklozen waarop de maatregel een impact heeft. Ik schrik daar eigenlijk niet van. De cijfers tonen mijns inziens maar één zaak aan, namelijk dat we veel te lang getalmd hebben en veel te laks zijn geweest gedurende een lange periode.
De cijfers vertellen ons dat we zeker veel te laks zijn geweest in Brussel en Wallonië, waar het om nog meer werklozen gaat. Die werklozen zijn daar in de vergeetput geduwd. Wij proberen hen daar nu uit te halen. We zullen hen opnieuw een toekomst geven. Uiteraard zal een groep werklozen zich tot het OCMW richten om een leefloon aan te vragen. Daar zullen zij begeleiding en ondersteuning krijgen.
Wat absoluut belangrijk is, is de reden waarom we op die manier hervormen. De hervorming is absoluut noodzakelijk. Eigenlijk vragen we niet zo veel. Wij vragen dat onze bijdragen dienen om degenen die het meest nodig hebben, te beschermen. Dat is niet abnormaal: gigantisch veel mensen zijn werkloos, maar gigantisch veel mensen hebben ook kans op werk, want de vacatures zijn er, in alle landsdelen, voor verschillende functies en voor verschillende niveaus.
Mijn collega zou de hervorming historisch noemen, maar in het buitenland kijkt men met grote ogen naar ons land dat het werkloosheidsstelsel pas nu wordt hervormd en vraagt men zich af hoe men in dit land zo lang steun kan genieten, zonder te moeten bijdragen.
Mijnheer de minister, ik vraag u dus om door te zetten. Ga verder met de hervorming.
David Clarinval:
Ik heb goed nieuws. Volgens een studie van Statbel van deze week zijn voor het eerst meer dan zes op de tien 55-plussers aan het werk. Dat vertegenwoordigt een toename van 7,6 % sinds 2020. Ter herinnering, in 2000 ging het om slechts één op vier 55-plussers. De werkzaamheidsgraad van mensen tussen 20 en 54 jaar bedraagt voortaan 76,2 %. De oorzaken van het verschil tussen de 55-plussers en de rest van de beroepsbevolking zijn complex. Wel is duidelijk dat als we een werkzaamheidsgraad van 80 % willen bereiken, we zoveel mogelijk van die mensen opnieuw aan de slag moeten krijgen. Binnen de Europese Unie bedraagt het gemiddelde al 65 %. In buurlanden zoals Nederland en Duitsland wordt zelfs 75 % gehaald. Het is dus geen utopie, maar daar al realiteit.
Voor 55-plussers die werkloosheidsuitkeringen ontvangen, eisen wij een loopbaan van 30 jaar om de beperking in de tijd niet toe te passen. Voor de berekening van die loopbaan houden we rekening met gewerkte periodes, maar ook met verschillende gelijkgestelde periodes zonder beperking. Het gaat om ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen, beroepsziekten, moederschaps- en beschermingsverlof, geboorte- en adoptieverlof, pleegouderverlof en pleegzorgverlof, tijdelijke werkloosheid enzovoort.
Werknemers die een voltijdse uitkering aanvragen, moeten dus 30 jaar voltijdse arbeid aantonen, berekend over hun hele loopbaan. Voor werknemers die als deeltijdse werknemer een uitkering aanvragen, zijn er verschillende scenario’s mogelijk. Ofwel heeft de persoon geen gelijkstelling met een voltijdse werknemer aangevraagd om zijn rechten te behouden, waardoor hij een loopbaan van 30 jaar halftijds moet aantonen, of de helft van de normale voorwaarden. Ook daarbij houden we rekening met alle gelijkgestelde periodes die ik daarnet heb vermeld. Ofwel heeft de persoon wél gevraagd te worden gelijkgesteld met een voltijdse werknemer, waardoor ook dan een loopbaan van 30 jaar voltijds moet worden aangetoond. Personen die dat statuut verkrijgen, kunnen dan tijdens hun deeltijdse job een inkomensgarantie-uitkering ontvangen.
Ze kunnen ondanks hun deeltijdse job een werkloosheidsuitkering krijgen zoals een voltijdse werknemer. Ze worden tijden hun deeltijdse job ook als voltijdse werknemer beschouwd voor de opbouw van andere sociale rechten.
In tegenstelling tot wat u zegt, mijnheer Van Hecke, hebben we wel degelijk rekening gehouden met de situatie van de deeltijdse werknemers van 55 jaar en ouder. Onze ambitie is duidelijk: de band versterken tussen sociale bijdragen en sociale rechten. Mijnheer Van Hecke, de pensioenleeftijd ligt niet op 55 jaar. We moeten elke persoon activeren naar een job en dat is vooral een kwestie van gelijkheid, waardigheid en collectieve verantwoordelijkheid.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, ik dank u. Heeft iemand de uitleg van de minister goed begrepen over de 55-plussers die 30 jaar halftijds hebben gewerkt? Voldoen ze nu aan de voorwaarden van 30 jaar gewerkte jaren? Welk bedrag zullen ze dan ontvangen? Het was een zeer warrige uitleg, maar het regeerakkoord is heel duidelijk. De voorwaarde was namelijk 30 jaar halftijdse arbeid om in aanmerking te komen voor 30 jaar gewerkte jaren. Uw antwoord stelt absoluut niet gerust. Ik stelde u een concrete vraag. Zal iemand die 30 jaar halftijds heeft gewerkt, recht hebben op die uitzondering? Is het antwoord ja of neen? Het antwoord is duidelijk neen. Ze zullen er niet aan voldoen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het was inderdaad heel onduidelijk, maar ik ga enkel voort op de 18 % die u zelf hebt aangegeven. Onze partij pleit al jaren voor een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkering, maar dan wel op een sociaal verantwoorde manier, met aandacht voor specifieke doelgroepen met specifieke behoeften, zoals 55-plussers, mantelzorgers en mensen die zich omscholen naar knelpuntberoepen. Deze regering doet echter iets helemaal anders. Deze maatregel wordt ingevoerd zonder veel overleg, zonder voorbereiding, zonder voorafgaande impactanalyse, zonder een realistisch plan van aanpak. Prutswerk of, zoals mijn collega zou zeggen, brol.
Een maatregel die 50.000 mensen zonder uitkering zet omdat ze net geen 30 jaar loopbaan kunnen aantonen is geen sociale correctie, maar wel een blinde besparing, zonder begeleiding, zonder kansen, zonder realiteitszin. Dit is besparingsdrang op kap van de zwaksten. Dit is een feitelijke ramp.
Eva Demesmaeker:
Collega Van Hecke, u verspreidt hier fake news. Mocht u aanwezig geweest zijn in de commissie, dan had u het antwoord gehoord. De collega heeft hier duidelijk op geantwoord: iemand die gedurende 30 jaar minstens 156 dagen per jaar heeft gewerkt, zal een halftijdse werkloosheidsuitkering krijgen. Dat is het antwoord dat u daar zou hebben gekregen. De komende maanden zullen we nog heel veel uitzonderingen horen, nog heel veel casussen die onrechtvaardig blijken te zijn, maar we mogen niet blijven hangen in dat fake news. Wie werkt, draagt bij en verdient onze steun. We zitten met scheefgegroeide financiën. We kennen het verhaal en we moeten die tanker keren. Dat doen we niet door de werkende mensen nog meer uit te persen, maar wel door te hervormen. Die hervormingen liggen nu voor en wat u doet, is fake news verspreiden. U bent een pyromaan en wij moeten de brandjes blussen.
-
Vraag: De malaise in de industriesector
economie en werkDe malaise in de industriesector
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
België kampt met massale jobverliezen (35.000+ in 2024), vooral in industrie en R&D (bv. Umicore, Audi), door globale transitie-uitdagingen en dalende productiviteit, terwijl alleen de overheid nog groeit. Minister Dermagne benadrukt Europese herindustrialisering via innovatie (IPCEI-batterijprojecten), strijd tegen dumping (nieuwe EU-richtlijn) en opleidingsrecht, maar wijst loonverlaging af en ziet productiviteit als sleutel—terwijl zijn beleid door toekomstige regering bedreigd wordt. Moons eist onmiddellijke deregulering, lagere belastingen en meer regionale autonomie om ondernemerschap te stimuleren, verwijt de federale lamheid en pleit voor deelstatelijke actie buiten "onbestuurbaar België". De kernspanning ligt tussen centrale EU/Belgische structuurmaatregelen (Dermagne) en liberale, decentrale nooddrukte (Moons).
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, vandaag vernemen wij alweer onheilspellende berichten: in het bedrijf Umicore staan 260 jobs op de helling, waarvan 100 jobs in België. De ontslagronde is samen met het stilleggen van de bouw van een batterijfabriek in Canada het gevolg van – ik citeer het bedrijf – "de impact in een uitdagende omgeving van de complexe overgang van de auto-industrie naar elektrische mobiliteit". De ontslagen in België zouden vooral de onderzoeks- en ontwikkelingsdivisie van het bedrijf in Olen treffen, net de activiteit waarop Vlaanderen en bij uitbreiding heel België zou moeten inzetten in de globale wedloop naar technologische vernieuwing en productiviteitsefficiëntie.
De malaise in de Belgische industrie blijkt ook uit de ontslagrondes in andere sectoren, zoals bij Ontex, Beaulieu, Janssen Pharmaceutica, Van Hool en Audi Vorst. Het aantal faillissementen en collectieve ontslagen bereikt recordhoogtes. Sinds januari 2024 zijn op die manier reeds meer dan 35.000 banen verloren gegaan. In de industrie, de bouw, de handel, de horeca, de landbouw, de visserij is het aantal banen enorm teruggevallen. Enkel bij de overheid zijn er nog jobs bij gekomen. De werkgelegenheid is volgens de Nationale Bank van België in het tweede kwartaal van 2024 voor het eerst sinds de start van de coronapandemie in 2020 afgenomen. Samen met hun veiligheid is hun portemonnee datgene waarvan de mensen echt wakker liggen. Dat blijkt ook uit de recente verkiezingsoverwinning van Trump in de Verenigde Staten.
Mijnheer de minister, na het afspringen van de arizonacoalitie blijft u wellicht willens nillens nog even minister. Welke maatregelen zult u nemen om de werkgelegenheid minstens op niveau te houden?
Hoe zult u met uw collega’s de industrie opnieuw hoop geven?
Pierre-Yves Dermagne:
Mijnheer Moons, de industrie staat inderdaad in ons land onder druk, net zoals in de rest van Europa. Europa herindustrialiseren is dus cruciaal voor onze welvaart.
Ik ben altijd voorstander geweest van een ambitieuzer Europees industriebeleid, zoals blijkt uit mijn realisaties tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie. Het industriebeleid moet bijdragen aan onze economische ontwikkeling en de lonen verbeteren. De bewering van sommigen dat de lonen verlaagd moeten worden, is dan ook onzinnig en contraproductief. De productiviteit staat centraal in het debat over de industriesector, meer dan het loonniveau.
Om de industrie te kunnen ondersteunen, moeten wij ons beter wapenen tegen sociale dumping en milieudumping en moeten wij ons meer richten op innovatie en opleiding.
Wat innovatie betreft, heeft de Europese Unie belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (IPCEI) opgezet om de innovatie in strategische industriële gebieden aan te moedigen, bijvoorbeeld in de batterijsector. België neemt daar actief aan deel.
Wat sociale dumping en milieudumping betreft, hebben wij tijdens het Belgisch voorzitterschap de zeer belangrijke richtlijn inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen erdoor kunnen drukken. Dat zal helpen om dumping te verminderen door bedrijven verantwoordelijk te maken voor hun toeleveranciersketen.
Tot slot, wat opleiding betreft, hebben wij in België het recht op opleiding voor alle werknemers ingevoerd, ook al wordt dat nu ernstig bedreigd door de toekomstige arizonameerderheid, met de steun van verschillende partijen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, een regering in lopende zaken of een gebrek aan EU-maatregelen is geen excuus om nu geen maatregelen te nemen om de economie aan te zwengelen. De enige manier om de industrie te doen groeien en dus de werkgelegenheid te ondersteunen is volgens ons het inzetten op het vertrouwen en het faciliteren van het ondernemerschap, met minder regels, meer productiviteitsondersteunende maatregelen en minder fiscale druk op bedrijven en burgers. Aangezien dat niet blijkt te lukken binnen het keurslijf van het onbestuurbare België, moeten de deelstaten zelf het heft in handen kunnen nemen.
Voorzitter:
Mijnheer Moons, ik feliciteer u met uw maidenspeech. (Applaus)
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Kurt Moons als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 110 van de Grondwet wat betreft het genaderecht (979/2)
}Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 110 van de Grondwet wat betreft het genaderecht (979/2)
Bekijk dossier 979
-
Voorstel: Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen teneinde de wijze van vorming van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de wijze van aanstelling van de gewestelijke staatssecretarissen te herzien voor het geval dat er tussen de taalgroepen in het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geen overeenstemming kan worden bereikt (851/2)
}Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen teneinde de wijze van vorming van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de wijze van aanstelling van de gewestelijke staatssecretarissen te herzien voor het geval dat er tussen de taalgroepen in het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geen overeenstemming kan worden bereikt (851/2)
Bekijk dossier 851
-
Voorstel: Voorstel van resolutie betreffende de overdraagbaarheid van het ouderschapsverlof op de langstlevende partner (225/2)
}Voorstel van resolutie betreffende de overdraagbaarheid van het ouderschapsverlof op de langstlevende partner (225/2)
Bekijk dossier 225
-
Voorstel: Voorstel van resolutie teneinde het beheerscomité van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen performanter, inclusiever en representatiever te maken (710/2)
}Voorstel van resolutie teneinde het beheerscomité van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen performanter, inclusiever en representatiever te maken (710/2)
Bekijk dossier 710
-
Voorstel: Voorstel tot herziening van de Grondwet met het oog op de invoering van een nieuw stelsel van bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de deelstaten (I) (382/3)
}Voorstel tot herziening van de Grondwet met het oog op de invoering van een nieuw stelsel van bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de deelstaten (I) (382/3)
Bekijk dossier 382
-
Voorstel: Voorstel tot herziening van de Grondwet met het oog op de invoering van een nieuw stelsel van bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de deelstaten (II) (383/2)
}Voorstel tot herziening van de Grondwet met het oog op de invoering van een nieuw stelsel van bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de deelstaten (II) (383/2)
Bekijk dossier 383
-
Voorstel: Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, teneinde asymmetrische bevoegdheidsoverdrachten aan de Gemeenschappen en de Gewesten mogelijk te maken (312/2)
}Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, teneinde asymmetrische bevoegdheidsoverdrachten aan de Gemeenschappen en de Gewesten mogelijk te maken (312/2)
Bekijk dossier 312
Stemmingen
Recente stemmingen van Kurt Moons in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'Het jaarrapport 2025 van de vicegouverneur van Brussel' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Kjell Vander Elst over 'De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Jeroen Van Lysebettens over 'De consequenties en de kosten van het blijvende uitstel van de PEZ1' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het ontoereikende rendement, de vertraagde investeringsstrategie en de bestuurscrisis bij Hedera' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het aanvullen van onze strategische gasvoorraden' details → | nee |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico's, Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt, Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en houdende diverse bepalingen details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 3 van Caroline Désir cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 4 van François De Smet op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 6 van Nadia Moscufo cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz cs op artikel 4. details → | nee |
Commissies
Kurt Moons is lid van de volgende commissies.