Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Ortwin Depoortere in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De opening van een open terugkeercentrum in Nazareth-De Pinte
De opening van een open terugkeercentrum in Nazareth-De Pinte
Beantwoord door
N-VA Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 9 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Ortwin Depoortere bekritiseert dat minister Anneleen Van Bossuyt ondanks eerdere beloftes om hotelopvang af te bouwen nu een Van der Valk-hotel omvormt tot een open terugkeercentrum voor 300 asielzoekers, wat volgens hem de lokale bevolking in De Pinte-Nazareth en Deinze extra belast en vragen oproept over veiligheid, transport (zoals geruchten over aparte buslijnen) en de effectiviteit van terugkeer naar andere EU-landen. Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat het centrum secundaire migratie moet ontmoedigen en de terugkeer versnellen (gemiddeld 41 dagen verblijf), zonder extra opvangcapaciteit toe te voegen, en ontkent speciale buslijnen, terwijl ze claimt dat 1.254 opvangplaatsen al zijn afgebouwd conform het regeerakkoord. Depoortere noemt het beleid van de regering onder Bart De Wever hypocriet, stelt dat beloftes over streng asielbeleid niet zijn nagekomen en eist een migratiestop in plaats van nieuwe opvanginitiatieven. Van Bossuyt wijst erop dat het Vlaams Belang eerder om zo’n centrum vroeg, maar Depoortere repliceert dat inwoners "eerlijkheid en minder asielzoekers" verdienen.
Ortwin Depoortere:
Mevrouw de minister, om meteen alle onduidelijkheid weg te nemen, is het Vlaams Belang tegen terugkeercentra om asielzoekers die hier niet thuishoren terug te sturen? Uiteraard niet. Met de opening dit najaar van het zogenaamde Dublincentrum belast u echter de lokale bevolking wel voor de zoveelste keer. Bij uw aantreden beloofde u plechtig dat het gedaan zou zijn met de hotelopvang in dit land. Hotel Belgica zou de deuren sluiten. Maar na vakantieparken-Van Bossuyt helpt u nu een hoteleigenaar in slechte financiële papieren door een hotel van Van der Valk om te vormen tot een open asielcentrum, een open centrum voor 300 asielzoekers die via een ander EU-land België zijn binnengekomen.
Dat roept uiteraard vragen op, mevrouw de minister, zowel wat de locatie als wat de exacte modaliteiten betreft, vragen die ook leven in De Pinte-Nazareth, waar het hotel zich bevindt, alsook in andere gemeenten, bijvoorbeeld Deinze. Het hotel is namelijk niet alleen via de E17 bereikbaar, maar ook via achterwegen, zowel letterlijk als figuurlijk.
Mevrouw de minister, hoeveel van de volgens de pers 300 bewoners verwacht u effectief te kunnen overdragen aan een ander EU-land? Want dat moet toch de bedoeling zijn.
Binnen welke termijn zal dat gebeuren?
Waarom verspreidde u uw communicatie zo rijkelijk laat bij de lokale besturen?
Klopt het gerucht, mevrouw de minister, dat er aparte buslijnen zullen worden ingericht voor die asielzoekers, terwijl De Lijn buslijnen aan het afschaffen is voor de eigen bevolking? Dat is toch wraakroepend.
Hoe garandeert u de veiligheid (…)
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Depoortere, het nieuwe Europese terugkeercentrum ontraadt secundaire migratie en verhoogt de terugkeer naar de betrokken lidstaat. Die doelstellingen deelt u met ons. Ik veronderstel dat dat de reden is waarom uw partijgenote, mevrouw Van Belleghem, mij in de commissie voor Binnenlandse Zaken, die u zeer gedegen voorzit, al meerdere keren gevraagd heeft wanneer er zo'n bijkomend centrum zou komen.
De inrichting van het Europese terugkeercentrum betekent niet dat er opvangcapaciteit bij komt, in tegenstelling tot het bijzonder nieuws dat u en uw partij daarover op sociale media verspreiden. Sinds begin dit jaar werden al 1.254 plaatsen afgebouwd en we zullen dat de volgende maanden en jaren blijven doen.
Conform het regeerakkoord zochten Fedasil en de DVZ een locatie voor het terugkeercentrum. Het gebouw dat door Van der Valk werd aangeboden, komt tegemoet aan die doelstelling. De hotelfunctie wordt stopgezet, de inrichting wordt sober, bedden worden vervangen door stapelbedden en de nodige veiligheidsmaatregelen en een omheining worden voorzien. We werken snel en prijsbewust.
De gemiddelde verblijfsduur in zo'n terugkeercentrum bedraagt amper 41 dagen. Alles staat in het teken van een snelle terugkeer. We zullen daarvoor geen speciale buslijnen inzetten. We bekijken nu de verdere uitwerking van het Europese terugkeercentrum met het oog op een opstart in het najaar en staan daarvoor in nauw contact met zowel het lokaal bestuur als Van der Valk.
Ortwin Depoortere:
Mevrouw de minister, de N-VA-regering onder leiding van Bart De Wever beloofde het strengste asielbeleid ooit. Wat een klucht! Ze is zowat de meest lakse regering op het vlak van asiel en migratie. Werkelijk niets krijgt u voor elkaar: niet de woonstbetredingen om alle illegalen op te pakken, niet de uitwijzing van criminele vreemdelingen en niet de migratiestop voor alle gelukszoekers in de wereld. Vandaag wordt onder de regering-De Wever een hotel omgebouwd tot een open asielcentrum. De inwoners van Nazareth-De Pinte en Deinze verdienen eerlijkheid. Ze verdienen beter. Ze verdienen vooral een beleid dat niet meer opvang organiseert, maar minder asielzoekers toelaat. Daarvoor kunnen ze alleen rekenen op het Vlaams Belang.
-
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
Vraag: De onderwijsprotesten en het geweld
Vraag: Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
Vraag: De rellen in Brussel
Vraag: De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De uit de hand gelopen betoging in Brussel
Vraag: De rellen in Brussel
veiligheid, justitie en defensieDe manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
De onderwijsprotesten en het geweld
Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
De rellen in Brussel
De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De uit de hand gelopen betoging in Brussel
De rellen in Brussel
Geweld en protesten tegen besparingen in Franstalig onderwijs en politieoptreden in Brussel summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Raoul Hedebouw
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait rond de escalerende rellen tijdens onderwijsprotesten in Brussel, waarbij zowel politiegeweld als vandalisme door relschoppers centraal staan. Linkse partijen zoals PS en Ecolo bekritiseren disproportioneel politieoptreden tegen vreedzame betogers, waaronder minderjarigen, en eisen transparantie over klachten over excessief geweld, terwijl ze de onderliggende woede over onderwijshervormingen benadrukken. Rechts en Vlaams-nationalistisch (Vlaams Belang, N-VA) wijzen de schuld aan "allochtone relschoppers" en extreemlinks, pleiten voor hardere strafmaatregelen zoals casseur-payeur en bootcamps, en beschuldigen PVDA van betrokkenheid bij het geweld. Minister Quintin (MR) verdedigt de politie, belooft onderzoek naar beide kanten maar benadrukt dat "wie kapotmaakt, betaalt", terwijl hij de democratische legitimiteit van de hervormingen verdedigt en oproept tot respect voor politiebevelen, ondanks kritiek op gebrek aan de-escalatie en kinderbescherming.
Voorzitter:
Gelet op het aantal vragen heeft de minister gevraagd of hij 7,5 minuten antwoordtijd krijgt. Naar goede gewoonte wordt de repliektijd ook met het helft verhoogd.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le ministre, dans une démocratie comme la nôtre, manifester est un droit et défendre son école ne doit pas être un crime. Ce n'est pas un crime!
Depuis des semaines, des milliers d'enseignants, de parents et de jeunes, profondément choqués par la situation de l'enseignement en Fédération Wallonie-Bruxelles, descendent dans la rue pour défendre, pacifiquement et souvent avec beaucoup de créativité et d'originalité, l'avenir de l'école francophone.
Pourquoi? Parce qu'ils refusent le démantèlement progressif de leur enseignement; parce qu'ils refusent que l'on sacrifie la qualité de l'école, les conditions de travail des enseignantes et des enseignants, ou que l'on durcisse les conditions d'accès à l'enseignement supérieur ou universitaire; parce qu'ils ont le sentiment aussi de ne jamais être entendus, de faire face à une absence de concertation, à un manque de considération et, surtout, à beaucoup de mépris.
Alors, soyons clairs: ceux qui cassent, qui incendient, qui agressent, doivent être poursuivis et sanctionnés. Mais soyons tout aussi clairs: quelques casseurs ne feront jamais taire des milliers de manifestants pacifiques.
Rappelons-le: nos policières et nos policiers effectuent un travail essentiel pour la cohésion sociale et la vie en société; et la très grande majorité l'accomplit avec sérieux et respect.
Mais les vidéos qui circulent depuis une semaine nous ont aussi montré une violence inouïe dans le chef de certains policiers. Quand des mamans sont plaquées au sol, quand des gamins de 14 ans sont gazés, menottés et humiliés, quand des insultes racistes, sexistes, transphobes ou homophobes sont prononcées, il s'agit bien plus que d'une simple accumulation de faits isolés.
Des enquêtes ont rapidement été ouvertes et doivent faire toute la transparence. C'est nécessaire, mais ce n'est pas suffisant. Monsieur le ministre, ma question est claire et elle est simple. Qu'allez-vous tirer comme leçons des événements de ces dernières semaines en ce qui concerne le maintien de l'ordre public? Qu'allez-vous faire? Quels actes allez-vous poser pour faire en sorte qu'il n'y ait pas d'impunité (…)
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik hoop dat u goed op uw stoel zit. Ik hoop ook dat de collega’s de adem even inhouden, want ik heb hier een symbool mee dat volgens extreemlinks de opmars van het rechtsextremisme moet aantonen binnen de politie: een kruisje. Ongelooflijk. Dat is de wereld op zijn kop. Want wat hebben we in de afgelopen dagen meegemaakt, hier in Brussel? Brandstichting, vandalisme, blind geweld, plundering van winkels, vernielingen, tot en met het aanvallen van onze brandweerdiensten.
Neen, niet de politie moet geviseerd worden, het allochtoon crapuul moet geviseerd worden. Ik ben dus blij dat sommige individuele politici de ogen openen. De heer Rousseau heeft het Vlaams Belangvoorstel overgenomen om bootcamps in te richten. De heer Francken heeft een goed voorstel van het Vlaams Belang overgenomen om die allochtone relschoppers te doen betalen voor de schade die ze aangericht hebben. Dat zijn goede gezondverstandvoorstellen, die ook in daden moeten worden omgezet.
Ik houd echter mijn hart vast, want slechts 23 van deze relschoppers zijn ter beschikking gesteld van het parket. Ze worden dus nog niet vervolgd, ze zijn gewoon ter beschikking gesteld.
Ik vraag me dus af, mijnheer de minister, waar de zogenaamde taskforce is, die zo goed recht en orde zou brengen in Brussel? Waar is de premier eigenlijk? Ik heb de premier, Bart De Wever, zelfs nog niet gehoord over deze rellen.
Ik vraag u dus, mijnheer de minister, wanneer zal deze regering erkennen dat allochtonen in samenwerking met extreemlinks de oorzaak zijn van de systematische rellen? Wanneer zal deze regering de grote middelen inzetten om hier paal en perk aan te stellen?
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Depoortere.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, cela fait maintenant des mois que des enseignants, des directeurs d'école, des parents et des jeunes se mobilisent pour défendre un enseignement de qualité. Ils se mobilisent parce que le MR – votre parti – et Les Engagés veulent faire travailler davantage les enseignants gratuitement, réduire les moyens consacrés à l'enseignement et augmenter le minerval à 1 200 euros. Ils se mobilisent parce qu'ils refusent un enseignement à deux vitesses et qu'ils veulent préserver un enseignement accessible à tous. Le gouvernement sait qu'il n'a pas de soutien pour sa politique, c'est pourquoi il a forcé le vote illégalement.
C'est dans ce contexte que se sont déroulés les événements de jeudi et du week-end. Et je vais être très clair pour éviter tout malentendu: je me distancie totalement de ceux qui sont venus pour agresser des pompiers ou brûler des trottinettes et des abribus. Mais vous conviendrez comme moi, monsieur le ministre, que les agissements d'une minorité ne peuvent servir à justifier ce qui a suivi: des parents qui racontent avoir sorti une enfant de 13 ans d'un nuage de gaz, les yeux rouges et gonflés, au bord du malaise. Nous avons entendu des témoignages de jeunes filles traitées de "sales putes" par des policiers. Des enseignants frappés alors qu'ils encadraient leurs élèves. Des directeurs d'école qui disent simplement: "Nous avions peur, nous ne comprenions même pas ce qui nous arrivait." Le Comité P constate lui-même une hausse des plaintes pour usage disproportionné de la force et d'agressivité de certains policiers. Il rappelle aussi qu'avec des mineurs, le réflexe de protection de l'enfant doit être appliqué systématiquement.
La grande majorité des personnes présentes étaient là parce qu'elles avaient analysé la réforme et qu'elles en voient les conséquences. Elles se sont mobilisées pour défendre l'avenir de notre société.
Monsieur le ministre, j'ai deux questions. Quelles mesures allez-vous prendre pour faire toute la lumière sur les interventions policières visant des jeunes et des enseignants lors de ces mobilisations? Estimez-vous ces interventions proportionnées? Êtes-vous préoccupé par l'effet dissuasif que de telles pratiques peuvent avoir sur le droit de manifester et, en particulier, sur des mineurs?
François De Smet:
Monsieur le ministre, arrêtons de dire que ce qui s'est produit jeudi dernier, ce sont des émeutes. Les mots ont un sens. Ce que Bruxelles mais aussi Namur ou d'autres endroits ont connu, ce sont d'abord des manifestations d'enseignants, d'élèves mais aussi de parents, près de 3 000 personnes qui ont protesté contre des mesures qu'ils ressentent comme profondément injustes, prises par une majorité MR-Engagés, majorité Azur ou plutôt has been , en Fédération Wallonie-Bruxelles.
C'est aussi une colère contre une méthode, un passage en force au mépris du règlement démocratique de l'institution parlementaire de la Fédération. Mais l'écrasante majorité de ces jeunes, de ces profs, a manifesté pacifiquement. On a même vu des enseignantes former des chaînes humaines, parfois pour protéger leurs élèves, mais aussi pour faire barrage aux casseurs. Cela aussi, c'est la réalité de cette manifestation. Oui, il faut le dire, des casseurs s'y sont invités et infiltrés, le plus souvent étrangers au mouvement, convoqués par les réseaux sociaux avec des cocktails Molotov prêts à l'emploi. Et soyons clairs, monsieur le ministre, chacun d'eux doit être identifié, poursuivi et doit payer pour les dégâts. Là-dessus, aucune complaisance: sur le principe du casseur-payeur, nous vous soutiendrons.
Mais il y a l'autre versant. Et là encore, comme pour les profs, comme pour les jeunes, ne jetons pas le bébé avec l'eau du bain! La majorité des policiers font bien leur travail, qui est difficile. Mais oui, hélas, il y a aussi eu un usage interpellant de gaz et de matraques face à des cortèges remplis d'adolescents. Il y a eu un recours à la technique de la nasse, pourtant jugée illégale. Il y a eu des insultes inqualifiables proférées par quelques policiers pour lesquels des plaintes ont été déposées au Comité P.
Monsieur le ministre, estimez-vous qu'il y a eu, oui ou non, juste proportion des moyens utilisés? Condamnez-vous l'usage de la nasse et les propos tenus par certains agents? Votre circulaire "réflexe mineur" que vous avez prise en mai dernier a-t-elle été respectée et comment comptez-vous l'évaluer? Il est temps, monsieur le ministre, pour vous, mais aussi pour nous, de réconcilier l'ordre et la concorde..
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, wat was dat met die betogingen vorige week? Een paar tientallen relschoppers, die immers niet kwamen om te betogen, zijn erin geslaagd een vredevol protest te kapen met vernielzucht en brutaliteit. Fietsen en steps gingen de brandstapel op. Winkelruiten en bushokjes werden volledig gesloopt. Voorbijgangers werden bekogeld met kasseien. U zult er als brave betoger maar tussenlopen.
De politie trad op. Dat was nodig. Ik heb er alle respect voor want dat zal wel niet evident zijn. Er waren echter ook meldingen van disproportioneel optreden van de politie.
Collega’s, dat kan ook niet. Vooruit rekent er dan ook op dat elke klacht ernstig wordt genomen en grondig wordt onderzocht. Of iemand nu op straat komt omdat hij of zij bezorgd is om het onderwijs, de koopkracht of het klimaat, wie op straat komt om zijn stem te laten horen, moet dat altijd en overal veilig kunnen doen.
Laat mij duidelijk zijn. Jonge gasten die op straat komen om hun stem te laten horen, is fantastisch. Ik heb dat zelf ook nog gedaan toen ik op de middelbare school zat. Mijn eerste betoging was hier in Brussel tegen de oorlogspolitiek van Bush. Dat was fantastisch. Ik heb daarvoor zelfs gespijbeld. Ik verontschuldig mij daarvoor. Ik was een jaar of zestien.
(…) : (…).
Brent Meuleman:
Ik geef het toe. Ik was een jaar of zestien. Echter, hier in Brussel liep deze week een mannetje van dertien jaar met een bus benzine tussen relschoppers op een betoging.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u zich nog kunt herinneren wat u deed toen u dertien jaar was. Toen ik dertien jaar was, was ik, als ik niet op school of thuis was, aan het voetballen op het pleintje of zat ik in de jeugdbeweging. Ik wil hier niet veralgemenen. Het gaat om uitzonderingen. Die rotte appels zijn enkelingen. Ik heb echter twee vragen voor u.
Wat zult u doen tegen die relschoppers die keer op keer vreedzame protesten om zeep helpen? Zal er een onderzoek komen naar de meldingen van disproportioneel politiegeweld?
Voorzitter:
Mijnheer Meuleman, zo ziet u maar wat er van iemand komt die spijbelt. Dan belandt hij hier.
Victoria Vandeberg:
Monsieur le ministre, dans une démocratie, manifester est effectivement un droit fondamental mais, par contre, casser ne l'est pas, et cela devient une fâcheuse habitude. À chaque manifestation, des dégradations de biens publics sont à constater, du fait de casseurs ou de manifestants qui viennent exercer leur droit fondamental. Ici, une étape supplémentaire a été franchie: plusieurs jeunes, étrangers à l'objet de la manifestation, ont pénétré par effraction dans une enceinte démocratique. Ces personnes ne défendaient pas la cause mais ne faisaient que l'abîmer.
Si le maintien de l'ordre suppose évidemment de la fermeté, il suppose aussi de la proportionnalité, et c'est cette double exigence qui fonde la confiance dans l'État de droit. Mais justement, parce que nous sommes dans un État de droit, chacun doit aussi en respecter les règles, et celles et ceux qui sur le terrain représentent cet État de droit, ce sont les policiers, qui ont également le monopole de l'usage légal de la contrainte.
Dans ce débat, monsieur le ministre, il ne faut donc pas les oublier. Lors de ces débordements, des policiers sont aussi blessés physiquement, parfois psychologiquement. En première ligne, ils sont pris pour cibles, insultés et confrontés à des moments de tensions extrêmes.
Valoriser le métier de policier, c'est aussi rappeler que, derrière l'uniforme, il y a des femmes et des hommes qui exercent une mission difficile mais essentielle au maintien de l'ordre public et à celui de nos libertés. Dans ce contexte, plusieurs outils peuvent être mis en œuvre pour mieux documenter les faits, identifier les fauteurs de troubles, agir plus rapidement.
Quel bilan, monsieur le ministre, tirez-vous de ces manifestations? Connaissez-vous le nombre de policiers qui ont été blessés lors de celles-ci? Quel rôle les bodycams pourraient jouer pour davantage objectiver les interventions et protéger à la fois les citoyens et les policiers? Qu'attendez-vous concrètement des prochaines semaines pour identifier et responsabiliser les fauteurs de troubles?
Claire Hugon Lecharlier:
"Je suis un des plus grands défenseurs du droit de manifester". Monsieur le ministre, ces mots, c'est vous qui les avez prononcés il y a quelques jours. L'affirmer, c'est bien, mais encore faut-il que les actes suivent. Pour l'instant, j'avoue que je les cherche encore.
La liberté de manifester est sous pression. Jeudi, des professeurs et leurs élèves qui venaient rejoindre la manifestation ont fait demi-tour en voyant l'important dispositif policier déployé. Ils ont donc été dissuadés d'exercer leur droit. Jeudi et les jours qui ont suivi, des centaines de manifestants pacifiques ont été confrontés à des réponses disproportionnées de la part de la police. Nasses, gaz lacrymogènes, coups de matraque, contrôles, arrestations, chiens non muselés, interventions de policiers qui, pour beaucoup d'entre eux, ne portaient ni nominettes ni matricules.
Je ne doute pas que vous allez faire la liste des dégradations et des infractions commises en marge des manifestations. Bien entendu, les auteurs de ces actes doivent faire l'objet de réponses adéquates de la part des autorités, de réponses ciblées, individualisées et proportionnées. Pour l'instant, ce n'est pourtant pas ce que nous avons vu. Nous avons vu des actions collectives, des interventions indiscriminées et disproportionnées. Cela justifie que l'on parle de violences policières. La deuxième chose qui m'inquiète, c'est le développement d'un récit qui prive les enfants et les jeunes du droit d'exprimer leur opinion. On conteste leur légitimité à avoir un avis sur des réformes qui les concernent directement. "Ils n'avaient qu'à être devant leurs cahiers." "S'ils sont ici, ce ne sont pas des enfants, mais des criminels."
Où va-t-on avec de tels propos? Le droit de manifester bénéficie aux mineurs au même titre qu'aux adultes. Ils doivent même bénéficier de protections particulières lorsqu'ils exercent leurs droits. Nous savons, par exemple, que les gaz lacrymogènes peuvent être plus dangereux pour les enfants.
Monsieur le ministre, je voudrais donc vous demander quel bilan vous tirez de la gestion des dernières manifestations par la police. Quelle a été l'articulation entre vous et le bourgmestre de Bruxelles dans cette gestion? La gestion négociée de l'espace public demeure-t-elle la doctrine privilégiée? Que comptez-vous mettre en place pour que nos concitoyens n'aient pas peur de venir exprimer leur opinion dans la rue? Le Comité P demande un "réflexe enfant" dans les interactions avec la police. Quelle suite comptez-vous donner à cette recommandation?
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, wat we in Brussel hebben gezien, was opnieuw onaanvaardbaar. We moeten zeggen opnieuw, want we schrikken er zelfs niet meer van. Deze keer is de onderwijshervorming de aanleiding, de volgende keer zal het iets anders zijn.
Wat zien we telkens na die rellen? We zien telkens dat sommigen de rellen proberen goed te praten of de relschoppers zeker niet kordaat veroordelen. Anderen kiezen ervoor stoere verklaringen af te leggen in de pers en nieuwe ideeën te lanceren. De relschoppers zouden naar het leger moeten gaan of naar bootcamps. U vraagt in de krant om een nieuwe wet casseurs-payeurs , zodat relschoppers de schade zouden moeten betalen. Elk goed wetsontwerp dat daarvoor voorligt, zullen wij vanuit onze fractie steunen.
We mogen echter niet vergeten dat de huidige wetgeving al heel wat mogelijkheden biedt. U kunt relschoppers nu al de schade laten betalen. Er is geen nieuwe wet nodig om gemaskerde personen uit betogingen te halen. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende probleemfiguren preventief een plaatsverbod op te leggen. Er is geen nieuwe wet nodig om bepaalde groeperingen verantwoordelijk te stellen voor het systematische geweld tijdens hun betogingen. Er is geen nieuwe wet nodig om bijkomende gevangenisplaatsen te creëren. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende groeperingen beter op te volgen. Er is geen nieuwe wet nodig om hoge boetes uit te schrijven. Er is geen nieuwe wet nodig om gewelddadige betogers collectief te vervolgen in plaats van individueel. Er is geen nieuwe wet nodig om snelrecht toe te passen.
Mijnheer de minister, mijn vraag over de rellen is dan ook heel duidelijk. Hoeveel mensen zijn er sindsdien aangehouden? Welke gevolgen hebben de feiten tot nu toe voor hen gehad? Hoe zult u de straffeloosheid aanpakken? Niet met nieuwe ideeën en nieuwe wetsontwerpen, maar op basis van de bestaande wetten, die we vooral veel meer en veel beter moeten handhaven. Ik dank u.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, we zien nu al enkele maanden dat elk protest in dit land gekaapt wordt door extreemlinkse bendes die vandalisme plegen en, nog frappanter, door extreemlinkse bendes die gesteund worden door de PVDA. Ik geef een overzicht. Het is zeer lang, maar het is nodig.
Een van de organisatoren van Mars Attacks, betrokken bij de recente rellen in Brussel, is Pauline Forges, voormalig kandidaat van de PVDA. Op VRT NWS verklaarde ze onomwonden dat het goed is dat de revolutie bezig is en dat geweld daarbij hoort. Progress Lawyers Network, het advocatennetwerk van de PVDA, vertegenwoordigt al die relschoppers en gaat zelfs in toga mee betogen. Dat is hallucinant.
Er is ook het vandalisme dat we aan de UGent zagen. Woordvoerder Youlian Burnham is lid van de PVDA. Basile Peeters, een andere vandaal, is ook lid van de PVDA. De woordvoerder van die vandalen aan de UGent is bovendien dezelfde woordvoerder als die van Code Rood, dat al verschillende bedrijven in dit land heeft gevandaliseerd. Daardoor kon de EU-commissaris voor Defensie afgelopen week zelfs geen bedrijf in Herstal bezoeken, omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Dat is een absolute blamage voor dit land.
Er is ook goed nieuws, mijnheer de minister. U ziet dat de heer Hedebouw hier met de peut zit. Deze week zijn immers een aantal kameraden, collega's van hem, geconfronteerd met een huiszoeking en worden ze eindelijk vervolgd. Dat is historisch en goed nieuws. Dank u dat de federale politie eindelijk capaciteit vrijmaakt om de strijd tegen extreemlinks geweld te voeren, mijnheer de minister.
Hoe zult u die strijd nog versterken? Zult u ook onderzoek voeren naar de financiële stromen achter dat geweld? We moeten onze veiligheid immers kunnen garanderen tegenover dat extreemlinks geweld van de PVDA.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt 7,5 minuten om te antwoorden op de diverse opmerkingen.
Bernard Quintin:
Mesdames et Messieurs les députés, je vous remercie pour vos différentes questions. Les débordements auxquels nous avons assisté en marge des protestations des derniers jours étaient évidemment inacceptables. Notre capitale a une nouvelle fois été saccagée, d'autres villes ont également été abîmées, et ce n'est malheureusement plus un cas isolé – j'y reviendrai.
Alleen al in Brussel is de materiële schade aanzienlijk: minstens acht politievoertuigen werden beschadigd, een ruit van een MIVB-bus werd ingegooid en aan het station Brussel-Centraal werden tientallen elektrische fietsen en deelsteppen in brand gestoken. Ook publieke infrastructuur, privaatvoertuigen en een grootwarenhuis liepen schade op.
Afgelopen donderdag en vrijdag alleen al werden in Brussel, volgens informatie die mij werd bezorgd, 36 gerechtelijke arrestaties verricht, waarvan 29 minderjarigen betroffen. Er waren ook 106 administratieve arrestaties, waarvan 99 minderjarigen betroffen.
Je souhaite être très clair d'emblée: nos concitoyens n'ont pas à payer pour les méfaits de groupes d'agités. Conformément aux engagements pris au sein de la majorité, le principe du "casseur-payeur" doit pleinement et rapidement être appliqué. Le coût des dégradations doit être récupéré auprès de celles et ceux qui sont responsables des violences et des dommages qu'ils ont causés. C'est très simple: qui casse paye. Punt. Basta. Pas besoin d'en parler plus longuement.
We stellen vast dat de relschoppers zich alsmaar vaker mengen onder vreedzame betogers, niet om hun stem te laten horen, maar om geweld te plegen, schade aan te richten en de stad kort en klein te slagen. Ook in het verleden zagen we dat hardleerse amokmakers naar Brussel afzakten om betogingen te kapen en vandalisme en geweld te plegen. Voor de hardliners en recidivisten moeten we een manifestatieverbod afkondigen.
Mesdames et messieurs les députés, le 4 juin, un fait m'a particulièrement marqué. Dans un contexte tendu depuis le début de la journée, des délinquants se sont introduits dans un parlement par effraction. Chacun de nous doit prendre la mesure de ce que cela signifie: une institution élue démocratiquement par le peuple a été attaquée par la force, alors même, ironie du sort, que les manifestants étaient harangués depuis les fenêtres de cette même assemblée.
C'est une attaque contre notre démocratie, c'est un fait politique grave, c'est tout simplement inadmissible – ici comme de l'autre côté de l'Atlantique, d'ailleurs – et cela doit tous nous indigner. Depuis plusieurs mois, à chaque manifestation, des faits de violence doivent malheureusement être déplorés. Ces faits ne peuvent jamais, au grand jamais, être justifiés ni cautionnés. Il est aussi de la responsabilité de l'ensemble de la classe politique d'appeler au calme.
Je peux tout à fait entendre que les mesures adoptées – à un autre niveau de pouvoir, par ailleurs – puissent ne pas susciter l'adhésion au sein d'une partie de la population. Mais il faut également pouvoir reconnaître que les différents gouvernements de ce pays disposent d'une majorité dans les assemblées pour voir notre pays se réformer. C'est là aussi un principe fondamental de la démocratie, et cela doit valoir que l'on soit dans la majorité ou dans l'opposition.
Mesdames et messieurs les députés, je constate depuis plusieurs jours des déferlantes de haine envers nos corps de police. Comme je le répète à chaque fois, je veux une police respectable et respectueuse. Comme à chaque fois, la police est contrôlée par les organes internes et par ceux de votre Parlement. Mais surtout, elle est soumise aux réseaux sociaux et à leurs regards souvent biaisés. Comme chaque fois, des enquêtes ont été lancées par la zone de police de Bruxelles chargée du dispositif d'ordre sur son territoire. Oui, elles seront menées avec le plus grand sérieux et, comme chaque fois, les conclusions seront tirées par les autorités. Nous prenons nos responsabilités à cet égard. Manifestement, nous n'avons pas la même lecture des chiffres du Comité P pour ce qui concerne ces faits. Toutefois, je le répète encore une fois, je veux une police respectée.
Sommigen hier zouden zich de moeten stellen welk signaal we geven wanneer een volledig korps van 10.000 mannen en vrouwen publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? Dezelfde mannen en vrouwen zijn bij manifestaties geregeld het doelwit zijn van geweld, maar trekken elke dag opnieuw hun uniform aan om ons te beschermen, soms met gevaar voor eigen leven.
Nous les soutenons. Nous les soutenons quand ils agissent. Nous les soutenons quand ils sont attaqués et blessés, que ce soit sur le plan juridique ou le plan psychologique. Et oui, les bodycams doivent aussi aider à protéger nos policiers et, en effet, à livrer une image de ce qu’il se passe réellement sur le terrain sans que cela soit biaisé.
Mesdames et messieurs les députés, oui, la majorité des manifestants sont venus exercer calmement leur droit légitime à contester, tout comme l’immense majorité des policiers ont exercé leur métier avec une totale probité et un grand professionnalisme.
Mais permettez-moi de rappeler ici un principe somme toute assez simple. Quand la police donne un ordre, il faut le respecter. C’est aussi simple que cela.
(Applaudissements.)
Comme je l’ai déjà répété à de multiples reprises: oui, en tant que libéral et ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, je serai toujours défenseur des libertés fondamentales, de la liberté d’expression et du droit de manifester. Mais vous me trouverez pareillement toujours, comme l’ensemble de ce gouvernement, sur le chemin de ceux qui, par la multiplication des débordements, semblent vouloir faire de la société un champ de ruines, parfois par bêtise, mais de plus en plus souvent par une option politique de chaos.
Ja, we voeren de strijd tegen de extremen verder, ook op het terrein van de financiële geldstromen.
Nous ne laisserons jamais le diktat de la violence s'imposer.
Je vous remercie. Ik dank u.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse. Comme je l'ai dit tout à l'heure, au Parti socialiste, les choses sont claires: aucune violence ne sera jamais acceptée, ni dans la rue, ni de la part de policiers ou de policières, ni au sein d'enceintes parlementaires telles que notre Parlement et cette séance plénière. La violence peut aussi, monsieur le ministre, chers collègues, résider dans les décisions politiques qui sont prises et dans la manière dont elles sont communiquées à une partie de la population.
Monsieur le ministre, j'ai entendu que des enquêtes sont en cours, qu'elles devront être menées à leur terme et que des sanctions devront être prises. Il y va, je pense, de l'image, du crédit, mais aussi du respect dû aux forces de l'ordre. En effet, dans une démocratie, dans un État de droit, comment combattre la violence et l'insécurité lorsque celles et ceux qui doivent protéger sont perçus, ou peuvent être perçus, comme une menace par une partie pacifique de la population?
On ne peut pas rester aveugle face aux images qui circulent depuis une semaine. On ne peut pas rester sourd aux témoignages de parents, d'enseignants, d'avocates et d'avocats, de professeurs d'université qui ont analysé les faits et les images et qui nous ont dit clairement qu'il y avait eu un problème de proportionnalité et de technique dans la manière dont le maintien de l'ordre a été assuré ces dernières semaines. Je vous remercie de votre attention.
Ortwin Depoortere:
Collega's, valt het u ook op? De minister niet, de linkse partijen al zeker niet, maar zelfs de N-VA heeft het er niet over. Er is één taboe in dit Parlement, namelijk wat de oorzaak van die rellen is. Wat is de systematiek van die rellen? Hoofdzakelijk allochtone relschoppers zijn keer op keer verantwoordelijk voor de vernielingen, het vandalisme, het geweld. Dat is het failliet van de multiculturele samenleving. We zien dat in alle West-Europese steden. Dat is het rechtstreekse gevolg van de ongebreidelde massa-immigratie, waar deze en de voorgaande regeringen schuldig aan is en waren.
Ironisch genoeg stemmen we vandaag over het omvolkingspact, dat nog meer massa-immigratie in de hand zal werken, een omvolkingspact dat het volk niet wil. De meer dan 50.000 ondertekenaars van de petitie tegen het omvolkingspact bewijzen dat. Het volk wil geen nieuwe immigratie, het volk wil remigratie en het kan daarvoor rekenen op het Vlaams Belang.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous avez parlé pendant sept minutes et demie. Vous avez dit qu'un fait vous avait particulièrement marqué. Moi j'ai pensé que c'était le fait que des mineurs de 14 ans se sont retrouvés dans la rue. Non, pas du tout, pas un mot. Vous n'avez même pas pris le temps de parler de tous ces mineurs.
Vous avez parlé des vidéos qui seraient des regards biaisés. Elles ne sont pas biaisées, monsieur le ministre. Elles montrent les dysfonctionnements.
Et puis, vous avez parlé des casseurs payeurs. Voilà votre réponse. Est-ce vraiment votre réponse à celles et ceux qui se mobilisent pour l'enseignement? Est-ce votre réponse aux directeurs d'école qui ont eu peur pour leurs élèves et leur établissement? Aux enseignants – je suis un fils de prof – qui demandent simplement les moyens d'instruire correctement? Et aux jeunes à qui on dit tous les jours qu'ils ont le droit à la parole et qui, quand ils l'exercent, se font gazer?
Et je le dis clairement, ce débat concerne également la police. Je suis en contact, comme vous, monsieur le ministre, avec de nombreux policiers qui font leur travail correctement, professionnellement, et qui ne se reconnaissent pas dans les images, dans les témoignages qu'on a vus ces derniers jours.
Ce qu'on attend de votre part, monsieur le ministre, ce n'est pas une défense aveugle ni un déni, mais de la clarté, de la transparence et des règles respectées. Parce que ce n'est pas un débat police versus jeunes, c'est un débat de la confiance démocratique. Et on ne va pas restaurer la confiance avec des camps de redressement militaire, ça ne marche pas. Si vous avez de l'argent, mettez-le dans l'enseignement. Votre solution, c'est toujours plus de répression; et, ça, ça montre votre faiblesse.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Concernant les casseurs: qui casse paye, on est d'accord, n'ergotons pas là-dessus.
J'aurais préféré, par contre, entendre de vous une plus grande distanciation par rapport à la petite musique qu'on entend dans votre majorité depuis quelques jours. Quand on entend parler à ce point d'émeutes, de racailles ou de camps de rééducation, c'est qu'on rate, à mon avis, une partie du diagnostic.
Vous avez rappelé que, quand la police donne un ordre, il faut évidemment le respecter. Bien sûr, et on a besoin d'une police qui soit davantage respectée. Mais, si on a demain une police dont les citoyens – et je parle des honnêtes citoyens – ont de plus en plus peur, nous aurons vraiment perdu quelque chose. J'attire votre attention là-dessus parce que, d'après les témoignages que j'entends de plus en plus, il existe dans ce pays une jeunesse qui ne casse pas et qui pourtant a davantage peur de la police aujourd'hui qu'hier. Il ne faut pas que ça continue parce que ça, c'est un échec collectif, et nous devons y travailler.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, geweld, in welke vorm ook, en van welke kant ook, mogen we gewoon nooit normaal vinden, al zeker niet bij mensen op zo’n jonge leeftijd. Als burgemeester heb ik in de afgelopen jaren heel veel geleerd, maar zeker één ding, namelijk dat men zulke gasten niet mag loslaten. Men moet aan de slag gaan met die gasten, in een intensief traject naar herstel. Punt.
Wie erop uit is de boel te verzieken en om zeep te helpen, moet daarvoor bestraft worden. Punt. Maar als blijkt dat er bij de politie mensen zijn die hun macht misbruiken en die disproportioneel te werk gaan, moeten die ook verantwoordelijk gesteld worden. Punt.
Laat het duidelijk zijn, voor Vooruit mogen we geweld – of het politiek is of niet, of het van links of van rechts komt, van boven of van onder – nooit normaal vinden. Punt.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour toutes ces précisions. J'entends quelques protestations sur les bancs de la gauche et de l'extrême gauche, qui réduisent ce débat à la seule question des violences policières. Lorsque de telles accusations sont formulées, elles doivent évidemment être examinées. Il faut toutefois aussi refuser cette ritournelle qui consiste à attiser les tensions, à ne pas respecter les injonctions des forces de l'ordre, à filmer l'ensemble des interventions, puis à en extraire quelques images sorties de leur contexte pour les instrumentaliser.
À gauche, les réactions sont d'ailleurs diverses. Une partie semble considérer que les enfants ont davantage leur place dans la rue que sur les bancs de l'école. C'est une certaine vision du monde et une belle vision de l’éducation qui nous ne partageons pas. D'autres tiennent un discours différent. Malheureusement, nous ne l'avons pas entendu aujourd'hui, mais un député socialiste a évoqué la possibilité d'empêcher les fauteurs de troubles d'arriver sur les lieux des manifestations. Le sujet n'est pourtant pas de les empêcher d'y arriver, mais bien de les empêcher de casser et de faire en sorte qu'ils répondent concrètement de leurs actes, selon le principe du casseur payeur.
Dans une démocratie, nous avons le droit de manifester, de contester et de nous opposer. La vie en société implique toutefois aussi des devoirs: le respect des biens publics, des institutions, de la liberté d'expression de chacun, mais aussi, et surtout, le respect des forces de l'ordre.
Claire Hugon Lecharlier:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je constate toutefois qu'elles n'ont apporté que peu d'éléments aux questions que j'avais posées. À vous entendre, rien ne semble devoir être reproché à la police. Elle aurait permis à chacun de manifester en sécurité et assuré la protection des manifestants. Je ne vous ai pourtant pas entendu évoquer l'absence de désescalade ni exprimer le moindre mot de solidarité à l'égard des victimes – enfants, jeunes, enseignants, parents, journalistes et même avocats – qui dénoncent un usage excessif de la force. Pour ma part, je n'ai pas vécu cette manifestation depuis la fenêtre de mon bureau, mais sur le terrain. On ne peut pas prétendre défendre le droit de manifester tout en laissant se produire ce qui s'est passé ni en relativisant des images qui ont pourtant été vérifiées.
Nous avons bien compris que certains élus du MR considèrent que ces violences relèvent du fantasme et qu'il n'y a pas lieu d'éprouver de l'empathie pour les victimes, même lorsqu'elles sont mineures. Je trouve particulièrement choquant de constater que de plus en plus d'élus considèrent que les manifestants l'ont bien cherché, qu'ils n'avaient qu'à rester chez eux et que toute personne qui manifeste doit assumer les risques qui en découlent. Une démocratie en bonne santé ne devrait pas craindre la contestation pacifique.
Je trouve également très choquant qu'un élu de cette Assemblée, membre de la majorité, puisse me qualifier de "petite verte crapuleuse qui a eu ce qu'elle méritait", et qu'il puisse se réjouir publiquement du fait que j'aie été personnellement attaquée et blessée par un policier. Je ne sais pas quelle vision de la démocratie cela traduit, ou plutôt, je le sais trop bien.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Desalniettemin heb ik soms het gevoel dat we ons er te gemakkelijk van afmaken door nieuwe wetsvoorstellen en nieuwe ideeën te lanceren. Vandaag bestaan er al heel wat wetten waarmee u aan de slag kunt gaan om de straffeloosheid aan te pakken. Er is de ouderlijke verantwoordelijkheid, maar een politieke verantwoordelijkheid om met de bestaande wetten aan de slag te gaan.
In mijn thuishaven Mechelen gebeurt er ook wel eens een rel of wordt er in sociale woonwijken op oudejaarsavond ook wel eens met vuurwerk naar de politie gegooid, weliswaar niet zo vaak en niet zo hevig als in Brussel of Antwerpen, en dan proberen we daar zo kordaat mogelijk tegen op te treden. We starten dan zelfs een procedure om de dader uit zijn sociale woning te zetten. Vandaag bestaan er dus al heel veel mogelijkheden. De grootste slachtoffers van die relschoppers zijn immers de kwetsbaarste buurtbewoners. Het is dus nodig om hard op te treden en we kunnen ons er niet van afmaken met wetsvoorstellen en ideeën voor de toekomst. Nu is er immers al zeer veel mogelijk. Men moet daarmee aan de slag gaan, want anders creëert men een gevoel van straffeloosheid en zullen we hier volgende week tijdens het WK voetbal opnieuw dezelfde vragen moeten stellen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank voor uw zeer duidelijke en correcte antwoord. We steunen u daar volledig in. In de commissie voor Justitie liggen al een aantal wetsvoorstellen van collega De Wit die uw visie mee zullen helpen realiseren. Uiteraard moet zwaar machtsmisbruik eveneens worden aangepakt.
Welke prioriteiten schuift de linkse oppositie hier naar voren, zoals ook altijd in de commissie voor Binnenlandse Zaken? Al dagen wordt onze hoofdstad Brussel gevandaliseerd en u vindt het blijkbaar belangrijker om al onze politiemensen aan te vallen dan te zeggen dat die relschoppers moeten worden aangepakt!
Collega Hugon Lecharlier, als u zegt dat de politie geen traangas meer mag gebruiken, dan vind ik dat hallucinant. Op een moment dat onze hoofdstad al dagen wordt gevandaliseerd, dat een zone ontruimd is en dat de politie het waterkanon inzet, vindt u het nog nodig om u tussen die relschoppers te mengen en opruiende taal te verkopen. Dat is uw zaak, maar wij steunen volledig dat de politie op een dergelijk moment traangas mag gebruiken. We staan achter onze politie en we veroordelen de (woord geschrapt op verzoek van de voorzitter) mensen in dit Parlement die zich tussen relschoppers mengen.
( Rumoer in de zaal )
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, in uw geval was er geen sprake van een persoonlijk feit. In het geval van mevrouw Hugon Lecharlier wel.
Collega's, het noemen van een naam volstaat niet om van een persoonlijk feit te spreken. Aan mevrouw Hugon Lecharlier werden intenties toegedicht en zij heeft het recht daarop te reageren.
( Rumoer in de zaal )
Mijnheer Hedebouw, uw naam werd één keer genoemd, nee, uw fractie werd genoemd. Dat is geen persoonlijk feit. Uw naam werd één keer genoemd op een manier die niet denigrerend was.
Ik stel voor dat uw mevrouw Hugon Lecharlier haar recht op een persoonlijk feit laat uitoefenen.
Mevrouw Hugon heeft 2 min 30. Madame Hugon, vous avez la parole.
Fait personnel
Persoonlijk feit
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je vous remercie de me permettre de répondre (mots supprimés à la demande du président) .
(Brouhaha)
Voorzitter:
Collega's! Nee, u hebt niet het woord, mijnheer Ronse!
(Rumoer in de zaal)
Collega’s, straks zal de heer Bergers, zoals dat gebruikelijk is bij een persoonlijk feit, een repliek kunnen geven. De sfeer is echter duidelijk opgewonden. Ik vraag aan iedereen, dus ook aan collega’s Hugon Lecharlier en Bergers, om zich op een parlementaire manier te gedragen. Dat geldt voor iedereen, hoewel ik persoonlijke animositeiten begrijp.
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je voudrais préciser, comme je l'ai déjà fait publiquement, que la raison de ma présence vendredi n’était pas que j'étais parmi les manifestants, mais que je suis arrivée sur les lieux et que j’ai vu le risque d’escalade.
J’ai souhaité rester, dans le cadre ce que je considère être mon mandat démocratique de vigilance et de contrôle de l’exécutif, non seulement ici, mais aussi sur le terrain, pour documenter ce qu’il se passait. Je voyais très bien que, derrière certains policiers, une nasse était en cours. Or il s'agit d'une technique illégale.
Je n’accepte pas que des collègues viennent ici se réjouir publiquement et m’insultent à propos d’actions menées dans le cadre de mon mandat démocratique. Cela fait partie de notre mission que de veiller à ce que tout se passe bien et à documenter comment les choses se passent.
Je suis à la fois scandalisée de ce qu’il peut se dire ici, dans les rangs de la majorité, et du peu du désolidarisation que je remarque à l'endroit de ces propos qui sont complètement scandaleux. J’en perds mes mots, sérieusement.
J’aurais aimé, monsieur le président, que vous puissiez condamner, en tant que président d’assemblée, les insultes qui peuvent être prononcées à mon égard, alors que j'étais dans le cadre de mon mandat démocratique.
Jeroen Bergers:
Mevrouw Hugon Lecharlier (woorden geschrapt op verzoek van de voorzitter) . Elk voorstel om relschoppers aan te pakken, is volgens uw partij en volgens de andere linkse oppositiepartijen fascisme. Ik denk daar het mijne van.
U zei op sociale media heel duidelijk dat u niet van plan was om naar die betoging te gaan, maar u was er dan. U bent gedurende drie uur gebleven. Op een gegeven moment heeft de politie een bepaalde zone vanwege vandalisme en de ontstane rellen ontruimd. Het waterkanon werd ingezet en zelfs terwijl het waterkanon werd ingezet, bleef u nog agressief doen tegen de politie. Dat er dan iets gebeurt, lijkt mij nogal redelijk normaal.
Voorzitter:
Collega’s, ik richt mij tot u allen, en ik herhaal het ook ten aanzien van collega Bergers. In de vragenronde is het de bedoeling om vragen te stellen en zich tot de minister te richten. Daarbij kunnen scherpe politieke standpunten worden ingenomen. Ik denk dat dat niet alleen toegestaan is, maar dat het af en toe zelfs de bedoeling is, ter profilering. Daarbij moet men toch in acht nemen om collega’s niet te viseren.
Wanneer ik mij niet vergis, maar ik heb een zeer slecht geheugen, is er in het geval van collega Hedebouw een scherpe aanval geweest op zijn partij of zijn fractie, maar dat valt niet onder het gegeven van een persoonlijk feit.
(Protest in de zaal)
Als beweerd wordt dat u schrik hebt en u zegt dat u helemaal geen schrik hebt, dan zal ik dat als een persoonlijk feit beschouwen. Mijnheer Hedebouw, u hebt het woord.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de voorzitter, ik zou niet hebben gereageerd wegens een persoonlijk feit als ik niet had geweten dat behalve de heer Bergers ook de minister van Defensie, de heer Francken, exact dezelfde argumenten gebruikt tegen de PVDA.
De heer Francken heeft op televisie verklaard dat er een link is tussen de PVDA en de gewelddadige acties die plaatsvinden. Daarvoor is geen enkel bewijs. Op zich is het al erg dat een minister dat vandaag stelt. Hij beweert zelfs dat het OCAD vaststelt dat er een link is, hoewel dat niet het geval is.
Collega’s, de bedoeling van de N-VA, van de heer Francken en van de heer Bergers, is gewoon de oppositie criminaliseren. Dat is er aan de gang.
De heer Francken voelt heel goed dat het draagvlak voor de genocide tegen de Palestijnse bevolking wegsmelt, dat het draagvlak voor de miljardeninvesteringen in oorlog in Vlaanderen wegsmelt en dat ook het draagvlak voor de ondersteuning van de Amerikaanse bombardementen in Iran wegsmelt. Zelfs de sympathie voor het Amerikaanse imperialisme smelt weg.
In die context weten de heer Francken en de heer Bergers natuurlijk dat de PVDA een actieve rol speelt in de samenleving. Ik vind het dan ook heel erg dat er vandaag aantijgingen zijn als zou de PVDA achter dat geweld staat, hoewel dat helemaal niet het geval is en er geen bewijzen zijn. Ik heb dat allemaal al verduidelijkt. Alsof er advocaten van de PVDA betrokken zijn, en dergelijke, al die voorbeelden die vernoemd zijn, een kartel dat we in 2012 hadden gevormd. Zijn jullie nu verantwoordelijk voor alles wat cd&v tegenwoordig doet? Helemaal niet. U weet allemaal dat er geen bewijzen zijn.
Nogmaals, als een parlementslid dat zou opperen, dan zou ik dat nog kunnen plaatsen onder een politiek debat. Dat een minister echter op televisie dergelijke aantijgingen zonder bewijs naar voren schuift, is democratisch gevaarlijk. Ik vertel dat tegen iedereen. De bedoeling is om de oppositie te criminaliseren. Dat is democratisch echt gevaarlijk.
Laten we daar niet aan meedoen, beste collega's. Dat stellen we duidelijk.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u om mij het woord te verlenen.
Laat mij duidelijk zijn, ik heb geen enkel probleem met vreedzaam protest. Integendeel, dat is een goede zaak. Vreedzaam protest moet altijd mogelijk zijn. Waarmee ik wel een probleem heb, is wanneer protest niet vreedzaam verloopt, maar wanneer gekozen wordt voor geweld.
Mijnheer Hedebouw, u stelt dat u zich niet wilt verantwoorden voor mensen die in 2012 op uw lijst stonden. Laat mij het dan eenvoudiger stellen. Youlian Burnham heeft de UGent gevandaliseerd. Basile Peeters heeft de UGent gevandaliseerd. Zijn dat leden van uw partij, ja of neen? Het zijn leden van uw partij.
Wanneer in een normale democratische partij geweld wordt gepleegd tijdens betogingen of wanneer leden relschoppen, wordt een tuchtprocedure opgestart tegen die geweld plegende leden. Ik kan alleen maar vaststellen dat dat in de PVDA niet gebeurt; dat wordt gesteund. Kijk naar het aantal mensen van Progress Lawyers Network die nu ook de relschoppers verdedigen. Kijk hoeveel van hen op uw lijst hebben gestaan. Dat is ongelooflijk. De bewijzen zijn er dus wel degelijk naar.
Als u zegt dat u niet geconfronteerd wilt worden met het relschopgedrag van uw eigen partijleden, zet hen dan uit uw partij.
(Tumult)
Voorzitter:
Collega's, ik zal het verslag van deze vergadering nalezen en eventuele aantijgingen en beledigende formuleringen eruit verwijderen. Daarvan zal ik u volgende week in kennis stellen.
-
Vraag: De problemen met rellende 'jongeren' bij de opening van het zomerseizoen
Vraag: Het geweld aan de Vlaamse kust
Vraag: Het geweld aan de kust
Vraag: De ongeregeldheden en het geweld aan de Belgische kust
veiligheid, justitie en defensieDe problemen met rellende 'jongeren' bij de opening van het zomerseizoen
Het geweld aan de Vlaamse kust
Het geweld aan de kust
De ongeregeldheden en het geweld aan de Belgische kust
Geweld en ongeregeldheden aan de Belgische kust tijdens het zomerseizoen summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Parlementsleden bekritiseren herhaaldelijk zomergeweld door voornamelijk allochtone relschoppers (o.a. in kustgebieden, openbaar vervoer en recreatiedomeinen) en eisen strengere repressie, waaronder nultolerantie, harde straffen, huisarrest en nationale toegangsverboden. Depoortere (VB) en De Vreese (N-VA) wijten de problemen aan gebrek aan integratie, lakse handhaving en "linkse PS-politiek", terwijl Demon (CD&V) dringt op snelle invoering van zijn wetsvoorstel voor domeinverboden. Minister Quintin kondigt bodycams voor vervoerspersoneel, versterkte politie-inzet en justitiële vervolging aan (vier verdachten al opgepakt na tramincident in De Haan), maar kritiek blijft dat maatregelen te laat en fragmentarisch zijn. Vandeberg (MR) benadrukt respect voor openbare orde en versterkte samenwerking tussen politie en De Lijn.
Ortwin Depoortere:
Op het gevaar af door een activistische rechter te worden veroordeeld, zal ik vandaag toch even de zaken benoemen zoals ze zijn.
Mijnheer de minister, u kunt er gif op innemen dat bij de eerste zomerse temperaturen de meestal allochtone relschoppers naar Vlaanderen afzakken om het bont te maken aan de kust, op het openbaar vervoer en in onze recreatiedomeinen. Ik geef u een kleine, zeker niet volledige opsomming, minister: de trein tussen Melle en Aalst, recreatiedomein De Ster in Sint-Niklaas, het Zilvermeer in Mol, het strand van Knokke, het zwembad in Hasselt en de vechtpartij op een tram in De Haan.
Het enige antwoord van u en van N-VA-minister De Ridder deze week was de aankondiging van de invoering van bodycams voor het personeel van het openbaar vervoer, misschien tegen het einde van het jaar. Dat is te laat en te weinig, mijnheer de minister. Er circuleren trouwens al genoeg gevechtsfilmpjes op sociale media om dit te kunnen achterhalen.
Mijnheer de minister, gezien de systematiek van de terugkerende gevechten en rellen, gezien telkens dezelfde daders van meestal allochtone afkomst in het vizier komen en gezien de toenemende onveiligheid voor Vlaamse gezinnen, vraag ik u wanneer de regering de ernst van de situatie wil inzien en met een totaalaanpak zal komen om deze allochtone relschoppers te stoppen.
Maaike De Vreese:
Collega’s, elke zomer is het opnieuw hetzelfde liedje. Brusselse jongeren, heel vaak van allochtone afkomst, zakken af naar onze kust. Dat gebeurt inderdaad ieder jaar opnieuw. Het is geen nieuw fenomeen want wij zien het ook in onze recreatiedomeinen, op het openbaar vervoer, aan De Ster in Sint-Niklaas, aan de Blaarmeersen. Er zijn massale vechtpartijen. Ook op oudejaar zien wij hier in Brussel elk jaar opnieuw dezelfde jongeren en dezelfde amokmakers.
Tegen dergelijke geweldplegers moeten wij hard en heel kordaat optreden via nultolerantie, harde straffen en huisarrest. Komende zomer zijn zij absoluut niet welkom aan onze kust.
Het is een groot probleem, dat ook dieper ligt. Het gaat om een probleem van gebrek aan integratie, gebrek aan ouderlijke verantwoordelijkheid en gebrek aan respect voor gezag, voor onze diensten, voor onze politie en voor de mensen van De Lijn.
Mijnheer de minister, onze lokale politiezones staan komende zomer voor een heel grote uitdaging. Dat weet u ook. Collega's, weten jullie hoeveel dagjestoeristen er tijdens de twee zomermaanden afzakken naar onze kust? Dat zijn er 6 miljoen. Er komen 6 miljoen dagjestoeristen naar onze kust. Ondertussen moet onze politie bezig zijn met grote georganiseerde criminaliteit, mensensmokkel en transmigratie. Daar bovenop komen dan nog eens die relschoppers, die jongeren die vanuit Brussel afzakken naar onze kust. Onze politie heeft echt wel iets anders te doen.
Ik heb u al gevraagd naar een zomeractieplan en naar een plan van aanpak voor onze kustgemeenten. Welke extra steun zult u inzetten aan onze kust? Hoe zult u ervoor zorgen dat die relschoppers wel degelijk gestraft worden?
Franky Demon:
Mijnheer de minister, de beelden van het geweld op de kusttram in De Haan afgelopen weekend zijn hallucinant. Zeven gewonden, reizigers die zich onveilig voelden en de politie die zelfs opnieuw moest tussenkomen bij compleet ontspoord gedrag.
Dergelijke incidenten beperken zich niet tot de kust. Ook vanuit recreatiedomeinen komen er signalen. Overlast, agressie en intimidatie nemen toe zodra het mooi weer wordt. Gezinnen moeten naar de kust of naar een recreatiedomein kunnen trekken, zoals de Gavers, het Klein Strand en de Blaarmeersen, zonder schrik te hebben voor amokmakers. Als ouder zou men toch niet steeds bang moeten zijn voor eventuele vechtpartijen terwijl zijn kind aan het spelen is? Voor cd&v moet wie het een goed idee vindt om gezinnen te intimideren daarvan ook de gevolgen dragen. Aan wie de boel op stelten zet in recreatiedomeinen, moet verboden worden om daar ooit nog één voet binnen te zetten. Dat geldt voor alle domeinen en alle amokmakers.
In het regeerakkoord hebben we afgesproken dat we werk zouden maken van nationale toegangsverboden. Mijn wetsvoorstel ligt al lang klaar. Die wetgeving is nodig. Iedere zomer vallen er immers slachtoffers en vinden er incidenten plaats. Deze zomer worden er 6 tot 8 miljoen toeristen verwacht aan de kust en ook in onze recreatiedomeinen mogen we recordaantallen verwachten.
Mijnheer de minister, laat ons ervoor zorgen dat iedereen kan genieten van een veilige vakantie in eigen land. Kan mijn wetsvoorstel voor een toegangsverbod voor recreatiedomeinen wat u betreft volgende week ter stemming worden voorgelegd? Welke bijkomende maatregelen zult u zelf nog nemen?
Voorzitter:
Ik heb de heer Demon te lang aan het woord gelaten.
Victoria Vandeberg:
"Sur la plage abandonnée, coquillages et crustacés", monsieur le ministre, je vous laisse mettre ces quelques paroles en musique. Pour revenir au récit de ce week-end, on aurait pu rediffuser la bande-son de Brigitte Bardot – malheureusement, de manière beaucoup moins romantique. Lors de leurs interventions, des agents De Lijn ont été agressés et blessés, tout comme des agents de la police locale. Une multitude d'autres incidents survenus à la Côte ont émaillé ce week-end: bagarres en tout genre, incivilités de masse, dégradations, des lieux publics comme les plages laissés dans un état lamentable après le départ de certains visiteurs. Notre Côte belge mérite mieux qu'un concert d'incivilités à ciel ouvert chaque fois qu'un rayon de soleil pointe le bout de son nez.
Cette mauvaise comédie estivale pose finalement une question: celle du respect de l'espace public, de l'autorité, de la sécurité, mais également celle de la tranquillité des riverains et de l'image donnée par notre littoral. Cette mélodie d'été se transforme tout doucement en cacophonie qui se répète chaque week-end, à l'approche de l'été. Cela ne peut plus continuer.
Monsieur le ministre, savez-vous si les zones de police qui incluent des lieux de haute affluence tels que ceux de la Côte ont élaboré des plans d'intervention spécifiques qu'elles peuvent appliquer pour anticiper de tels débordements lors de ces week-ends?
Ensuite, vous avez annoncé l'arrivée de bodycams . Pensez-vous qu'elles auraient pu servir à ces agents lors du week-end dernier? Ne jugez-vous pas indispensable de renforcer les sanctions lorsque des violences sont perpétrées contre des agents publics, mais également de durcir le principe du casseur-payeur?
Enfin, il nous paraît logique que Securail puisse renforcer sa présence lors des grands week-ends d'affluence. Je sais que cela relève de votre collègue. Mais avez-vous des informations sur les raisons pour lesquelles cela n'a pas été mis en œuvre?
Voorzitter:
Monsieur le ministre, vous avez cinq minutes pour répondre.
Bernard Quintin:
Mevrouw De Vreese, mevrouw Vandeberg, mijnheer Depoortere, mijnheer Demon, laat mij beginnen met die vreselijke feiten aan de kust en op andere plaatsen in België krachtig te veroordelen. Een tramchauffeur en meerdere controleurs van De Lijn werden zwaar toegetakeld na een controle op vervoersbewijzen. Zeven mensen raakten gewond, vijf medewerkers van De Lijn en twee politieagenten. Dat is totaal onaanvaardbaar.
Handen af van onze buschauffeurs, controleurs en politie. Zij doen elke dag hun werk om onze samenleving draaiende te houden. Zij zorgen ervoor dat mensen veilig en comfortabel op hun bestemming geraken. Wie geweld gebruikt tegen mensen die de maatschappij dienen, moet dat voelen.
Concernant l'enquête policière, je peux vous communiquer les informations suivantes. Un quatrième suspect s'est présenté hier à la police. Il s'agit d'un homme de 19 ans, arrêté sur place et conduit au commissariat de la zone de police de Bredene. Aujourd'hui, 28 mai, il est interrogé par la police. Lundi, un deuxième et un troisième suspects avaient été interpellés, le premier ayant été arrêté directement lors des faits. Les quatre suspects comparaîtront demain devant le juge d'instruction de Bruges.
Volgens de politie zijn alle verdachten van de feiten op de tram dus intussen opgepakt. Zij worden morgen voorgeleid voor de onderzoeksrechter.
Je compte désormais sur la justice pour mener une enquête approfondie et prononcer les peines appropriées. De tels faits sont scandaleux et ne peuvent rester impunis.
Het gaat immers niet alleen over één incident op één tram. Wie buschauffeurs, lijncontroleurs, hulpverleners of politiemensen aanvalt, tast het gezag van de overheid aan en ondermijnt het vertrouwen in de samenleving. Dat kunnen we nooit aanvaarden.
Helaas staat het incident niet op zichzelf. Agressie tegen personeel op het openbaar vervoer is een terugkerend probleem. In 2023 hebben de Vlaamse en federale regering samen een actieplan tegen agressie op bussen en trams uitgewerkt. Dat plan kiest voor een geïntegreerde aanpak, met preventie, handhaving en vervolging. Concreet wordt vooropgesteld dat de samenwerking tussen De Lijn en de politie wordt versterkt. Ook de uitwisseling van camerabeelden moet worden verbeterd en sneller en digitaal aangifte doen moet mogelijk worden gemaakt. Het busverbod voor amokmakers bestaat al en moet, waar nodig, meer worden toegepast.
L'un des axes d'action consistait également à permettre l'usage de bodycams . Ce point s'est entretemps concrétisé. Vendredi dernier, le Conseil des ministres a donné son feu vert à mon projet de loi sur l'utilisation de ces bodycams . Nous permettons ainsi notamment au personnel de De Lijn, de la SNCB, de la STIB et de la TEC, mais également par exemple aux pompiers – eux aussi trop souvent victimes de violences – d'utiliser des bodycams . Le message est clair: ceux qui nous protègent et servent la société doivent eux-mêmes être protégés.
Bodycams zijn geen wondermiddel, maar wel een belangrijk instrument. Ik spreek tegen dat de maatregel te weinig en te laat zou zijn Bodycams vormen een goed instrument op het gepaste moment. Ze kunnen helpen om incidenten te de-escaleren, feiten objectief vast te stellen en geweld beter te bewijzen. We zien immers nog te vaak dat dossiers vastlopen omdat het woord van het slachtoffer tegenover dat van de dader staat. Camerabeelden kunnen daarin een cruciale rol spelen. Wie geweld pleegt tegen buschauffeurs, lijncontroleurs, treinbegeleiders, hulpverleners en politiemensen, moet weten dat daaraan zware gevolgen verbonden zijn.
Repressie alleen volstaat echter niet. We moeten ook opnieuw duidelijk maken dat respect voor mensen die onze samenleving draaiende houden, een evidentie moet zijn. Niemand mag bang zijn om zijn werk te doen, niet op een tram, niet op een bus en niet op straat. Daarom wil ik mijn steun uitspreken aan alle medewerkers van De Lijn, de hulpdiensten en de politie die zondagavond tussenbeide zijn gekomen. Zij verdienen respect, bescherming en steun, geen geweld.
In de zomer trekken 6 à 8 miljoen mensen naar de Belgische kust. Er staan maatregelen op stapel voor te kleine politiezones aan de kust en op andere plaatsen in ons koninkrijk. Ik zeg het, ik herhaal het, het zal veranderen. Er is steun van de federale politie. Er zijn plannen gemaakt voor deze zomer.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, het gaat niet alleen over incidenten op de tram, trein en bus, maar ook over herhaalde incidenten, bijna overal in ons land. U zegt dat repressie alleen niet volstaat, maar er is zelfs nog geen begin van repressie. Het Vlaams Belang heeft 117 voorstellen gebundeld in een veiligheidsbrochure. Ik som er enkele op. Eerst en vooral moet men het probleem benoemen. Het zijn geen jongeren, maar hoofdzakelijk allochtone relschoppers. Zeg dat dan ook. Geef hun een lik-op-stukbeleid met een VIP-behandeling: very irritating policing . Maak ook werk van een nationale zwarte lijst, opdat we die relschoppers kunnen weren van plaatsen waar ze niet moeten zijn. Bestraf vooral dat allochtone crapuul. Vandaag is er meer kans om veroordeeld te worden voor een mening dan voor het in elkaar slaan van onschuldige burgers. Daar gaat het over, mijnheer de minister. De multiculturele samenleving is een nachtmerrie geworden. Het is tijd om de voorstellen van het Vlaams Belang in te voeren.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, respect voor mensen start inderdaad bij de opvoeding. Het resultaat van een gebrekkige opvoeding van Brusselse jongeren en ouders die niet optreden tegen het wangedrag van hun kroost wordt nu in het ganse land zeer duidelijk. Mocht mijn zoon zulke feiten plegen, dan kreeg hij twee maanden huisarrest. Het jarenlange linkse en lakse PS-beleid heeft hier ook een aandeel in. Er werd altijd gezegd dat integratie en inburgering niet nodig waren en niet verplicht moesten worden. Men laat hen maar doen en in het geval van incidenten wordt er niet gehandhaafd. Die burgemeesters laten maar betijen.
Mijnheer de minister, de gevolgen daarvan zijn te zien in de rest van het land, waaronder in Vlaanderen aan de kust. Gelet op de uitdaging waarvoor onze kustburgemeesters vandaag staan, vraag ik u volop ondersteuning van de federale politie te voorzien in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en om deze relschoppers hard aan te pakken.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, mensen willen gewoon op een veilige manier genieten van een dag aan zee of in een recreatiedomein. Laten we daar samen voor zorgen. Lokale besturen trekken vandaag aan de alarmbel. De gouverneur van West-Vlaanderen, Carl Decaluwé gaf in de commissie tijdens de hoorzitting over transmigratie duidelijk aan dat extra politiemensen nodig zullen zijn deze zomer.
Voor alle problemen aan de kust zijn er nu slechts 28 federale politiemensen. Die moeten als het ware van Oostende tot Blankenberge opereren. Ik begrijp het, 28 is een inspanning, maar deel die door alle kustgemeenten en u zult snel zien wat dit maar opbrengt. We hebben meer hulp nodig.
Daarnaast moeten we eindelijk ook doen wat afgesproken is in het regeerakkoord. Wie zware overlast veroorzaakt in een recreatiedomein moet ook elders geweerd kunnen worden. Mijn wetsvoorstel ligt klaar. Ik reken graag op uw steun.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses, que j’ai bien entendues. J’espère que les autres collègues pourront également les entendre, notamment en ce qui concerne le renfort que vous avez annoncé pour cet été, ainsi que les autres mesures évoquées. Je pense en particulier aux bodycams qui contribueront à renforcer la sécurité, au soutien dont nous avons parlé et à la collaboration renforcée entre De Lijn et la police. Tout cela doit évidemment participer à une responsabilisation qui fait partie de la réponse, et en est même au cœur. Nous avons également évoqué l’éducation. C'est une bonne chose, mais au-delà de la prévention, cela ne suffit plus, comme vous l'avez rappelé. Pour le MR, il n’y a aucune ambiguïté: agresser des agents et dégrader l’espace public n’est plus acceptable. Le littoral ne peut pas devenir une zone de non-respect, mais doit rester un endroit o ù il fait bon vivre et se balader. Je vous remercie pour vos réponses et pour les actions que vous entreprenez.
-
Vraag: Het project i-Police en de top van de federale politie
Vraag: Het project i-Police
Vraag: Het project i-Police
Vraag: De transparantie in het i-Police-dossier
Het project i-Police en de top van de federale politie
Het project i-Police
Het project i-Police
De transparantie in het i-Police-dossier
Het i-Police-project en transparantie binnen de federale politie summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 26 februari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Parlementsleden bekritiseren unaniem het i-Police-debacle, waarbij 75,8 miljoen euro belastinggeld verloren ging zonder resultaat, en beschuldigen de top van de federale politie van actieve sabotage tegen parlementsonderzoek, waaronder geheime afstemming met aannemer Sopra Steria en weigering om mee te werken aan hoorzittingen. Minister Quintin bevestigt de stopzetting van het contract, belooft maximale transparantie en juridische stappen om geld te recupereren, maar ontwijkt een direct antwoord over vertrouwen in commissaris-generaal Snoeck, wat Matti Vandemaele (oppositie) interpreteert als een impliciet wantrouwen, vooral na leugens in officiële communicatie over afstemming met Sopra Steria. Ortwin Depoortere (oppositie) eist een parlementaire onderzoekscommissie in plaats van louter hoorzittingen om verantwoordelijken aan te wijzen, terwijl meerderheidspartijen zoals Van Tigchelt en De Vreese transparantie en lessen voor toekomstige politie-IT projecten benadrukken, met steun voor een nieuw plan om digitale tools alsnog te leveren.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, het is de hoogste tijd om te kiezen en kleur te bekennen. Staat u aan de kant van de foefelaars en van de federale politie, die er alles aan doet om de i-Police-doofpot gesloten te houden? Staat u aan de kant van de leidinggevenden die hun personeel afdreigen met tuchtmaatregelen en met het missen van promotiekansen als zij hier in het Parlement verkeerde zaken zouden verklaren? Of staat u aan de kant van de deontologie, de transparantie, de belastingbetaler en de duizenden mensen bij de federale politie die elke dag opnieuw het beste van zichzelf geven?
Dit grapje heeft ons 80 miljoen euro gekost. Iedereen hier wil weten hoe dat is kunnen gebeuren, wie daarvoor verantwoordelijk is en hoe we ervoor kunnen zorgen dat het niet meer gebeurt. Net dat probeert de top van de federale politie elke dag opnieuw te verhinderen. Ze beletten dat wij ons werk kunnen doen. We krijgen nauwelijks informatie. Sommigen opperen zelfs dat we maar halve informatie krijgen, net om ons te misleiden. De top van de federale politie doet er alles aan om de hoorzittingen te torpederen door ondertussen samen met Sopra Steria te gaan eten om hun verhalen op elkaar af te stemmen, wat dat verhaal ook moge zijn. Ze doen er alles aan om hun schuld af te schuiven en geen verantwoordelijkheid te nemen.
Ik heb drie vragen voor u.
Ten eerste, klopt het dat u de toestemming hebt gegeven aan de federale politie om geheime gesprekken te voeren met Sopra Steria na het stopzetten van het contract? Klopt dat of niet?
Ten tweede, bent u het ermee eens dat de federale politie het Parlement voortdurend saboteert? Is dat volgens u een verdedigbare werkwijze?
Ten derde, steunt u commissaris-generaal Snoeck nog? Is het voor u nog aanvaardbaar dat de top van de federale politie vandaag is zoals hij is? Aan welke kant staat u?
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, 80 miljoen euro belastinggeld is in rook opgegaan. Dat is het gevolg van de totale mislukking van i-Police, waarvoor de Belgische overheid een contract heeft aangegaan met de Franse firma Sopra Steria en na vier jaar geen enkel resultaat kan worden voorgelegd.
Het is daarom terecht, mijnheer de minister, dat u er de stekker hebt uitgetrokken. Dat dossier moet echter tot op het bot worden onderzocht. Het is niet voor niets dat zelfs het gerecht een onderzoek is gestart naar belangenvermenging en financiële verduistering. Het is niet voor niets dat de overheid een burgerlijke procedure heeft aangespannen tegen Sopra Steria om te redden wat er nog te redden valt. Het is ook niet voor niets dat het Parlement dat tot op het bot wil onderzoeken.
Meerderheid en oppositie hebben unaniem besloten om daartoe hoorzittingen te organiseren in de commissie voor Binnenlandse Zaken, maar sommigen binnen de top van de federale politie houden liever de potjes gedekt. Eerst wilden ze zelfs niet naar de hoorzittingen komen. Daarnaast hebben ze Sopra Steria een officiële brief gestuurd waarin het bedrijf wordt aangemaand om evenmin naar de hoorzittingen te komen.
Mijnheer de minister, dat is ontoelaatbaar. De federale politie is een federale overheidsdienst, net zoals de andere. U bent daarvoor politiek verantwoordelijk. Ik verwacht van u, mijnheer de minister, dat u de top van de federale politie terugfluit en dat u ons kunt verzekeren dat alle medewerking wordt verleend om het dossier transparant en tot op het bot te onderzoeken.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, we hebben in de commissie ook al aangegeven dat u uw verantwoordelijkheid hebt genomen toen u eind vorig jaar de stekker uit het contract met i-Police hebt getrokken. Ik weet niet meer welke bewoordingen u precies hanteerde in de commissie voor Binnenlandse Zaken, maar het was iets in de trant van een lijk dat niet meer te reanimeren viel.
Het contract met i-Police heeft geen enkel resultaat opgeleverd. U hebt de eerste stap gezet en nu is het aan het Parlement. We hebben in de commissie voor Binnenlandse Zaken afspraken gemaakt over het organiseren van hoorzittingen. Er zijn heel veel vragen en het is aan het Parlement om de onderste steen boven te halen. Het gaat over transparantie en verantwoording voor de besteding van dat belastinggeld. Het gaat over uw en mijn belastinggeld.
Collega Depoortere heeft het over 75,8 miljoen euro aan facturen die al werden betaald. Ik weet dat er nog een veelheid aan facturen openstaat. De rekening kan dus nog oplopen. Ik wil ook graag weten hoeveel de adviezen van de advocaten de voorbije maanden al hebben gekost. Ik wil transparantie omtrent de besteding van het belastinggeld.
Dit gaat ook over veiligheid. Sinds 2016 hebben we tien jaar verloren op het vlak van digitalisering van de politie. Er zijn veel vragen en het is aan ons om de onderste steen boven te halen en het is aan u om mee te waken over de maximale medewerking van elke betrokken partij. Ik heb in de commissie al een vraag gesteld over Niche, het casemanagementsysteem waarvoor gekozen werd. Men heeft die keuze mordicus volgehouden ondanks de interne analyse van de federale politie dat dat een slecht project was. Kunt u daarover vandaag al iets zeggen?
Ik dank u alleszins omdat u uw verantwoordelijkheid hebt genomen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, i-Police, het ICT-project van de politie, is volledig uit de hand gelopen. Een inschatting van 90 miljoen werd plots 299 miljoen, dat is meer dan het dubbele. Qua resultaten heeft het niets opgeleverd. De evaluaties waren dan ook desastreus en voor ons was meteen duidelijk dat het project moest worden stopgezet. Dat hebt u dan ook gedaan, mijnheer de minister.
Het idee achter dat project, de tool erachter, was natuurlijk zeer goed. Na de aanslagen wilde men de politie een platform geven waardoor men onmiddellijk over alle informatie kan beschikken. De uitvoering is echter volledig verkeerd gelopen. We moeten dus ramen en deuren opensmijten en transparantie krijgen over wat daar precies is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is.
De sleutelfiguren kunnen zich niet wegsteken achter een juridisch advies. Wat openbaar besproken kan worden in de commissie, moet openbaar gebeuren. Wat achter gesloten deuren moet blijven om bepaalde juridische procedures niet te doorkruisen, moet achter gesloten deuren worden behandeld.
Het project werd gefinancierd met belastinggeld. De burger heeft recht op transparantie. De politiemensen op het terrein, die dagelijks hun werk doen, moeten in de toekomst over die tools kunnen beschikken om hun werk op een goede manier te kunnen doen.
Mijnheer de minister, we willen absoluut weten wat daar is gebeurd. Zult u ons toegang geven tot alle documenten die we daarvoor nodig hebben? Tot nu toe hebben we ze nog niet allemaal ontvangen. Zult u ook uw volle gewicht in de schaal leggen om de sleutelfiguren tot bij ons in de hoorzittingen te krijgen?
Bernard Quintin:
Dank u voor uw vragen, beste volksvertegenwoordigers.
Ik heb op 24 december beslist om het contract tussen de firma Sopra Steria en de federale politie eenzijdig te beëindigen. De beslissing werd genomen na een grondige evaluatie van het project, zoals bepaald in het regeerakkoord. Uit die evaluatie bleek dat de uitvoering van de overheidsopdracht moeizaam verliep en dat de verwachte resultaten na vijf jaar uitbleven, ondanks dat al aanzienlijke middelen waren ingezet. Van het totale budget van 299 miljoen euro werd tot op heden 75,8 miljoen euro aan de firma uitbetaald. We spreken hier over 75,8 miljoen euro belastinggeld. Dat is veel geld en dat moet altijd verantwoord worden besteed. Ik heb dus mijn verantwoordelijkheid genomen en beslist om het contract te beëindigen om die financiële ontsporing stop te zetten. Mijnheer Vandemaele, ik sta aan de kant van goed bestuur.
De contractbreuk blijft uiteraard niet zonder gevolgen. We zullen de vermelde bedragen volledig proberen te recupereren, met de steun van ons advocatenkantoor. Dat kost inderdaad ook geld, maar het is een investering om meer geld terug te krijgen.
Er werd ook beslist om hoorzittingen in het Parlement te organiseren om volledige duidelijkheid te krijgen over de manier waarop het project in een fiasco kon eindigen. Ik gebruik dat woord bewust. Ik deel en respecteer uw wens om dat nader te onderzoeken. We zijn de bevolking volledige transparantie verschuldigd. Daarom heb ik beslist om aan het Parlement alle documenten te bezorgen die mij werden gevraagd, onder controle van de voorzitter.
Transparantie is voor mij geen slogan. Het vormt de leidraad van mijn handelen als minister. Iedereen die vanaf morgen voor de commissie voor Binnenlandse Zaken verschijnt, zal dat in dezelfde geest moeten doen.
Dames en heren, de voorbije dagen hebben verschillende krantenartikelen reacties uitgelokt. Er was ook mijn reactie. Ik wil hier heel duidelijk zijn. Als minister bepaal ik niet met wie iemand gaat eten of naar wie brieven worden gestuurd. Ik ben minister. Het is niet omdat iets juridisch conform is, dat het noodzakelijkerwijs moet worden uitgevoerd. Dat is voor mij eveneens zeer duidelijk. Het gezond boerenverstand, het GBV, moet altijd voorrang krijgen. Als voormalig ambtenaar en vandaag als minister kan ik u zeggen dat het belang van de Staat altijd, maar dan ook altijd, voorop moet staan. Elke vertegenwoordiger van de Staat, ongeacht zijn of haar functie of positie, heeft verantwoordelijkheden op te nemen, maar vooral ook te dragen, op elk moment en op elke plaats, en steeds met onberispelijk voorbeeldgedrag. Dat geldt voor alle actoren, zowel politici als ambtenaren en anderen die bij het betreffende dossier betrokken waren.
Vertrouwen, mijnheer Vandemaele, moet men verdienen en daar moet men dagelijks aan bouwen. Het gaat minder om de vraag of ik al dan niet vertrouwen heb, dan om het feit dat ieder op zijn of haar niveau zijn of haar verantwoordelijkheid opneemt. Nogmaals, ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen door i-Police stop te zetten, omdat het niet meer recht te trekken was. Ik hoop dat de hoorzittingen die u de komende dagen en weken zult organiseren, zullen toelaten om de vele onopgehelderde zaken in het dossier te verduidelijken, zodat iedereen daaruit de nodige conclusies kan trekken.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijke antwoord.
Het klopt, de stopzetting was een goede zaak. U hebt daar goed gehandeld. Ik heb u echter gevraagd naar de sabotage die actief gepleegd wordt door de politietop, waarmee het Parlement nu geconfronteerd wordt. Wat zult u daaraan doen? Zult u de top van de federale politie aanspreken en zeggen dat het genoeg geweest is, dat men moet meewerken met het Parlement?
Het volgende element is voor mij ook superbelangrijk. Ik heb u opnieuw gevraagd of u vertrouwen hebt in de commissaris-generaal. Het is de derde keer dat ik u dat gevraagd heb. Het is de derde keer dat u geen ja over uw lippen krijgt. Dat lijkt me duidelijk en ik begrijp dat ook, want in de communicatie van de federale politie heeft men gewoon gelogen. Toen een journalist vroeg of het etentje en het onlinecontact met Sopra Steria gedekt waren, antwoordde de federale politie dat dit goedgekeurd was door de hiërarchische lijn en door de minister. Dat werd letterlijk zo gecommuniceerd. Grijp in, mijnheer de minister.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik ben verkozen als vertegenwoordiger van het volk. Als ik dan geconfronteerd wordt met het feit dat honderden miljoenen aan belastinggeld in rook zijn opgegaan, wens ik daarover transparantie en duidelijkheid. Dan wens ik een onderzoek dat alles tot op het bot onderzoekt, dat alles steen per steen omdraait. Dan wil ik dat de overheid dat geld tegenover de belastingbetaler kan verantwoorden.
Dan moet men ook verantwoordelijken aanduiden. Wie is er verantwoordelijk voor dit debacle? Wie is er verantwoordelijk bij de federale politie? Wie is er verantwoordelijk bij de politici, bij het beleid? Dergelijke stenen moeten worden omgedraaid. In mijn ogen – de heer Vandemaele zal me geen ongelijk geven – kan dat niet met hoorzittingen. Het spijt me zeer, maar dat kan alleen met een parlementaire onderzoekscommissie. Het voorstel ligt ter stemming. Ik hoop dat de geesten stilaan rijp genoeg zijn om (…)
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, u sprak over gezond verstand en dan voel ik mij als Kempenaar uiteraard aangesproken, want in de Kempen heeft men een overschot aan gezond verstand. Dat zal ook nodig zijn voor ons als parlementsleden, dames en heren. Als controleur van de uitvoerende macht is het immers onze taak om de onderste steen naar boven te halen in dit dossier. Er zijn vele vragen over de politieke en operationele verantwoordelijkheid die beantwoord moeten worden. We laten dit niet los. We moeten hieruit lessen trekken voor de toekomst en we zullen dat doen. U kunt daarvoor op mij rekenen, mijnheer de minister.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, dit dossier is één groot fiasco. Er is zoveel geld van de belastingbetaler verbrast. Ondertussen staan de mensen op het terrein geen stap verder. We moeten tot op het bot uitzoeken wat hier verkeerd is gelopen. Daarbij moeten alle ramen en deuren open. Er moet volledige transparantie worden geleverd. We moeten als parlementsleden onze verantwoordelijkheid opnemen en de nodige hoorzittingen houden. Mijnheer de minister, we moeten ook lessen trekken voor de toekomst. Dat is vanaf nu ook uw verantwoordelijkheid. U moet een plan maken om onze politiemensen de nodige tools te geven op het terrein om informatie met elkaar uit te wisselen. De uitdagingen zijn immers nog even groot als na die aanslagen. Daarvoor hebt u onze volledige steun.
-
Vraag: Het verbieden van de antifabeweging
Vraag: Het verbieden van de antifabeweging
Vraag: Het verbieden van antifa
Vraag: Het geweld van extreemlinks
Het verbieden van de antifabeweging
Het verbieden van de antifabeweging
Het verbieden van antifa
Het geweld van extreemlinks
Maatschappelijke en politieke discussies over verbod en geweld van extreemlinkse antifa-bewegingen summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Axel Ronse
Vincent Van Quickenborne
Sarah Schlitz
Raoul Hedebouw
Jean-Marie Dedecker
op 25 september 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om geweld door Antifa-groepen tijdens een herdenking van Jean Gol en het omstreden regeringsvoorstel om verenigingen zonder rechterlijke tussenkomst te verbieden. Critici (Van Tigchelt, Ribaudo) waarschuwen voor autoritaire afglijding en benadrukken dat ideologieën niet verboden kunnen worden, terwijl voorstanders (Depoortere, Bouchez) Antifa als gewelddadige terreurbeweging willen aanpakken via de antiterreurlijst. Minister Quintin bevestigt hard optreden tegen geweld maar verdedigt zijn wetsontwerp als nodig voor openbare orde, zonder de rechtsstaat te ondermijnen. De spanning spitst zich toe op vrijheid vs. veiligheid, met beschuldigingen van politieke censuur (PVDA) en selectieve verontwaardiging.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, vorige week werd wijlen Jean Gol herdacht. Wat er toen is gebeurd, is ronduit schandalig: zijn graf werd besmeurd, leden van niet de minste politieke partij werden belaagd en politieambtenaren werden fysiek aangevallen. Dat is onaanvaardbaar. De daders moeten worden gevolgd via de OCAD-lijst, worden vervolgd en bestraft.
Ik begrijp dat men naar aanleiding van zo'n incident emotioneel reageert, maar dat men het incident aangrijpt om de Grondwet en uw en mijn vrijheid van vereniging in de vuilnisbak te gooien, gaat voor mij als liberaal niet een brug, maar drie bruggen te ver. Men wil Antifa immers verbieden op basis van een door de ministerraad goedgekeurd wetsontwerp dat de regering de mogelijkheid geeft een vereniging te verbieden.
Op grond van dat wetsontwerp zal de regering, de uitvoerende macht, met een duim omhoog of omlaag een vereniging kunnen toelaten of verbieden. Zo'n wet hoort niet thuis in onze rechtsstaat. Dat is iets voor een autoritaire staat. In een rechtsstaat pakt een rechter verenigingen aan. Ik ben de eerste om verder mee na te denken over wetgeving ter zake. Trouwens, we gaan hierbij ook nog voorbij aan het feit dat Antifa geen vereniging is, maar wel een ideologie. Een ideologie kan niet worden verboden, hoe weinig sympathie we daar ook voor hebben. Men heeft het recht om die mening te verkondigen. Mijn vraag is dus (…)
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre du MR, j'ai entendu votre président de parti réclamer l'interdiction de toutes les organisations antifascistes de Belgique. J'ai entendu le plan du gouvernement pour interdire des organisations pour la Palestine, des organisations qui défendent le climat. Et M. Bouchez a même relayé un tweet qui appelle à dissoudre le parti Ecolo. On est où ici? On est où?
Dans votre projet de loi, vous donnez le pouvoir au gouvernement d'interdire des organisations de manière arbitraire, monsieur le ministre, sans même devoir passer par un juge, sur simple besoin d'un rapport administratif, parce qu'elles seraient jugées soi-disant radicales.
Vous voulez en fait vous accorder à vous-même, monsieur le ministre, ce pouvoir en tant que ministre de l'Intérieur. Et dans quel cadre faites-vous cela? Forcer les gens à travailler toujours plus longtemps pour moins de pension, attaquer le pouvoir d'achat des travailleurs, plonger des centaines de milliers de familles dans la misère, attaquer les malades et détruire nos services publics. Dans ce cadre-là, vous vous donnez un tel pouvoir et, moi, je n'appelle pas cela de la démocratie, monsieur le ministre. Vous voulez pouvoir faire taire celles et ceux qui contestent vos politiques.
Votre projet de loi, c'est une attaque frontale contre nos droits démocratiques, contre le droit d'organisation, contre la liberté d'expression, contre le droit de protester. Alors, ma demande est simple, monsieur le ministre. Au vu des critiques de l'ensemble des organisations en charge de la protection des droits humains, au vu des critiques des observateurs et des acteurs de terrain qui se sont déjà exprimés sur les dangers de votre projet de loi, allez-vous, oui ou non, renoncer à votre projet?
Ortwin Depoortere:
Collega Van Tigchelt, partijen en parlementsleden die vandaag menen dat ze Antifa de hand boven het hoofd moeten houden, vergissen zich. Ik zal u uitleggen waarom. We zien steeds weer dezelfde beelden, mijnheer Van Tigchelt, niet enkel in ons land, maar in heel Europa, beelden van systematiek geweld, vernielingen, aanvallen tegen de politie en vooral van aanvallen tegen politieke tegenstanders, waar de MR vorige week ook het slachtoffer van geworden is en waar het Vlaams Belang al jaren het slachtoffer van is. Ik kan u aan de hand van een lijst aantonen, beste collega's van de PVDA, welk spoor van geweld Antifa de jongste jaren heeft achtergelaten. In 2020 mondde een BLM-mars uit in massale brandstichting met 150 arrestaties. In 2024 werd een conservatieve conferentie in Brussel, NatCon, bedreigd door Antifa. In mei 2025 gooiden bendes met stenen en flessen naar de politie en naar gebouwen en liepen combi's schade op. U raadt het Antifa. Ook voor politieke intimidatie deinst Antifa niet terug. In de afgelopen jaren is het Vlaams Belangsecretariaat meermaals gewelddadig aangevallen, met poging tot brandstichting, waarbij er nog mensen in het gebouw waren. Dat, dames en heren, kan niet door de beugel.
Het is daarom, mijnheer de minister, dat ik durf te vragen Antifa effectief op de antiterreurlijst te plaatsen, goed in de gaten te houden en desnoods te ontbinden.
Georges-Louis Bouchez:
Ce qui est assez extraordinaire dans cette Assemblée, c'est qu'on arrive à voir l'extrême droite et l'extrême gauche défendre les libertés fondamentales. Quand on connaît l'histoire de vos deux idéologies, franchement, c'est le camembert qui dit au Maroilles qu'il pue.
Plus sérieusement, jeudi dernier, nous avions décidé d'un rassemblement en hommage d'une grande personnalité politique, Jean Gol. En face, se tenait un rassemblement organisé par les Jeunes Écologistes, Jeunes CSC, Jeunes FGTB, le Comac, les RedFox. Toutes ces organisations de jeunesse subsidiées, financées avec votre argent, se sont rendues sur cette place. Et ce rassemblement a dégénéré avec des bagarres, des insultes, des jets d'objets, qui ont eu pour conséquence d'envoyer douze policiers à l'hôpital, dont un souffre d'une commotion cérébrale. Au-delà, il y a également eu des militants qui ont été frappés, insultés. Les policiers ont dû batailler avec eux jusqu'à 22 h, en ayant commencé à 17 h.
Alors je pense, monsieur Van Tigchelt, que l'erreur de jugement, c'est qu'on ne souhaite certainement pas interdire la liberté d'expression. Au contraire! Mais, si vous voulez préserver la liberté d'expression, vous devez interdire la violence. Vous devez lutter contre la violence. Et il n'y a aucun compromis à avoir à l'égard des organisations violentes, qu'elles soient d'extrême gauche ou d'extrême droite.
C'est la raison pour laquelle des pays parfaitement démocratiques, à commencer par les Pays-Bas, l'Allemagne et la France, ont pris des dispositions contre les Antifa, car ils ne militent pas pour des droits sociaux. Ils militent pour une révolte. Ils militent pour la désobéissance. Ils militent contre l'ordre public. Et donc, à ce titre-là, monsieur le ministre, je voudrais savoir comment vous comptez intervenir. Vous pouvez déjà agir maintenant, avec la loi de 2024 et la banque de données commune (BDC), mais également avec la loi que vous projetez pour dissoudre les structures violentes.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, à Liège, en effet, le 18 septembre 2025, la violence, la haine et même l'antisémitisme se sont exprimés en plein jour. À ciel ouvert. La tombe de Jean Gol a été profanée en début de journée. Des personnes âgées, entre autres, ont été visées par des jets de projectiles en début de soirée. Certains participants, à l'hommage à Jean Gol, se sont vu taguer leur veste par d'infâmes croix gammées.
Je l'ai dit le soir même et je le répète ici: ce qui s'est déroulé aux abords de l'Université de Liège ce jour-là était une véritable insulte à la démocratie.
Dat was inderdaad schandalig en onaanvaardbaar, mijnheer Van Tigchelt.
Pour que tout le monde prenne la mesure des événements, je rappelle que des croix gammées ont été taguées par de prétendus "antifascistes" sur des vestes. Quel était le tort des personnes agressées? Être membre d'un parti démocratique et se rendre tranquillement à l'hommage prévu à un ministre d' État, un homme dont les valeurs de tolérance, de surcroît, ont toujours été saluées par ses pairs politiques, tous bords confondus.
Face à la gravité de ce qui s'est joué place du Vingt-Août, j'aurais aimé, comme d'autres sans doute, que l'ensemble des forces politiques condamnent avec autant de vigueur que j'en ai entendu aujourd'hui ces débordements. Bien trop nombreux sont celles et ceux qui se sont tus. Certains, voire certaines, semblent même s'être réjouis de ce piétinement de la démocratie. Eh bien, je dois le vous le dire: je trouve cela totalement indigne.
De onderzoeken zijn lopende. Ik heb er alle vertrouwen in dat justitie en de lokale politie van Luik, gesteund door de federale politie, er alles aan zullen doen om de verantwoordelijken te identificeren en de relschoppers te straffen.
Une chose est sûre: les fauteurs de troubles identifiés devront être punis avec sévérité, et certainement pour les coups portés aux civils et aux policiers, dont je rappelle que 12 ont été blessés. Ma politique de tolérance zéro à l'égard de la violence contre les policiers devra trouver à s'appliquer ici aussi.
Dames en heren Kamerleden, met betrekking tot het verbod op de antifabeweging heb ik in de ministerraad een voorontwerp van wet ingediend dat voorziet in de invoering van een specifiek en aangepast wettelijk kader. Dat kader biedt de mogelijkheid, op voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken, om de activiteiten van organisaties en personen die door hun daden en gestructureerde werking een ernstige en actuele bedreiging voor de openbare orde en veiligheid in ons land vormen, na overleg en met de mogelijkheid om naar een rechter te stappen, stop te zetten.
Ce texte va poursuivre son cours et mon intention est de le présenter au Parlement le plus rapidement possible. Je ne vais donc pas ici préempter l'application future de ce texte, mais sachez que quiconque répand la haine dans notre société devra répondre de ses actes.
Et en effet, monsieur Bouchez, la banque de données commune peut aujourd'hui lister tant des personnes que des groupes et associations, à ma demande, en début de mandat. Nous devrons voir dans quelle mesure les Antifa, pour ce qu'ils sont, devraient y être inscrits.
Cela étant dit, et parce que je pense qu'il faut être très clair sur le sujet – et j'ai l'intention de l'être –, en tant que ministre de la Sécurité de l'Intérieur, je ferai tout pour protéger la liberté de pensée, la liberté d'expression, la liberté d'association, la liberté de réunion et la liberté de manifestation. Ce sont des piliers de notre démocratie libérale – j'ose ces mots, monsieur Ribaudo. Protéger ces droits fondamentaux, c'est l'objet même de la loi, avec un grand L. Toutes ces libertés doivent trouver à s'exprimer dans le cadre de la loi, et je mettrai toute mon énergie à la faire respecter.
Je suis, comme ministre de l'Intérieur, responsable de l'ordre et de la tranquillité publics. Il n'y aura, à mes yeux, jamais aucune place dans notre société, ni pour la violence, ni pour celles et ceux qui la sèment, et peu m'importe d'ailleurs que cela émane de gauche, de droite, d'en haut ou d'en bas. La loi, c'est la loi. De wet is de wet .
Paul Van Tigchelt:
Ik dank u, mijnheer de minister. Geweld moet worden aangepakt. Zo eenvoudig is het. Het maakt niet uit of het van links, van rechts of uit jihadistische hoek komt. Geweld is onaanvaardbaar. Dat is niet de kwestie. De kwestie is dat we geweld moeten aanpakken binnen de marges van onze rechtsstaat. Met uw wetsontwerp bevinden we ons op een hellend vlak: vandaag treft het Antifa, morgen kan het de PVDA of het Vlaams Belang zijn. U kunt de grootste tegenstander zijn van hun ideeën, maar we leven in een land waarin zij welkom zijn en in het Parlement hun mening mogen uiten. Dat is de essentie.
Je ne suis pas d'accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu'à la mort pour que vous ayez le droit de le dire . Daarover gaat het: de vrijheid van meningsuiting. Beste vrienden van de MR, fier d'être libéral , toon dat ook.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous parlez de violence, mais la principale violence, c'est celle de vos politiques antisociales. C'est forcer les gens d'aller toujours plus longtemps pour moins de pension, c'est attaquer le pouvoir d'achat des travailleurs et plonger des centaines de familles dans la misère, et attaquer les malades!
Vous parlez de danger, de violence, mais il existe déjà des lois pour poursuivre ceux et celles qui seraient coupables de tels actes.
Les mesures que vous voulez prendre, monsieur le ministre, n'ont pas ce but-là. Elles ont pour but de museler la contestation, comme Trump le fait aux États-Unis, en attaquant les contre-pouvoirs. Vous savez que vos mesures antisociales et antidémocratiques ne passent pas! Vous savez que les gens vont se révolter et vous voulez les bâillonner! C'est cela, ce que vous voulez faire: vous voulez protéger la liberté, mais uniquement quand elle est de votre côté.
Cela ne marchera pas et j'appelle les gens à sortir dans la rue le 14 octobre contre les politiques de votre gouvernement et contre vos mesures antisociales! (…)
Voorzitter:
Merci, monsieur Ribaudo.
Vooraleer ik het woord geef aan de heer Depoortere, wijs ik erop dat u van op de bank of van waar ook wel aan uw buurman of -vrouw licht ongenoegen kunt laten blijken, maar dat u daarmee de spreker niet mag verhinderen zijn of haar betoog af te ronden. Gelieve daar rekening mee te houden.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, er is inderdaad een verschil tussen de vrije meningsuiting, waar we allemaal achter staan - geloof mij vrij; ik behoor tot een partij die ooit voor de rechtbank werd gedaagd wegens een opinie –, en het geweld van Antifa.
Dat geweld is wat we nu bijna dagelijks meemaken: politieke intimidatie, vandalisme tegen ordediensten en tegen politieke tegenstanders. Antifa is georganiseerd als een terreurbeweging. Behandel Antifa dan ook zo. Zet het op de antiterreurlijst.
Georges-Louis Bouchez:
Quel spectacle lamentable. Normalement, dans cette institution, il aurait dû y avoir une unanimité pour sanctionner ces actes de violence, et pour les condamner. Et qu'a-t-on pu voir? Une députée qui se reconnaîtra, que j'appellerai Mme Fenêtre pour la circonstance, se réjouir des événements. On n'a surtout pas pu voir une série de présidents de partis condamner ces événements alors qu'ils auraient pu se grandir en agissant de la sorte. Et nous avons vu, à cette tribune, il y a quelques instants, un député du PTB qui incitait à la révolte sociale. La manière dont il parle, les mots qu'il utilise ne sont pas des mots en faveur d'un rassemblement pacifiste, mais sont destinés à faire monter la colère sociale. En effet, vous êtes les tenants du désordre, et vous avez la conviction que la révolte passera par la rue et pas par le Parlement. Vous l'avez dit à de multiples reprises! Donc, vous êtes aussi les responsables de ces violences, et s'il arrive quelque chose de grave, vous devrez vous regarder (…)
Voorzitter:
Merci, monsieur Bouchez.
(Applaudissements sur les bancs du MR, de la N-VA et du VB)
Mijnheer Ronse?
Axel Ronse:
Collega's, wat hier net werd gezegd, is totaal ongehoord. Een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger van de PVDA heeft hier nu net de bevolking opgeroepen om zich met geweld te verzetten tegen hervormingen die deze regering voorstelt en die dit Parlement zal goedkeuren (…)
Voorzitter:
Mijnheer Ronse, ik dank u voor uw tussenkomst.
Ik zal het verslag erop nalezen om vast te stellen wat er precies werd gezegd. Ik vel nu geen oordeel, maar indien het inderdaad om een oproep tot geweld ging, dan zal dat uit het verslag worden geschrapt. Ik zeg niet dat het per definitie wordt geschrapt, maar ik zal dat consequent nakijken. Ook het parlementaire debat moet open en vrij worden gevoerd, maar het spreekt voor zich dat dit binnen de regels van de wet moet gebeuren.
Mijnheer Van Quickenborne, ik geef u een minuut spreektijd en daarna is het aan mevrouw Schlitz en de heer Hedebouw.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik wil alleen mijn verbijstering uitdrukken over het feit dat u de heer Ronse het woord verleende. Gaan we nu alle parlementsleden vragen om hun mening te komen verkondigen over wat er net werd gezegd? Gaan wij nu alle parlementsleden de mogelijkheid geven om te zeggen wat goed, minder goed en slecht was? Dat gaat zo niet. U hoort de voorzitter van het hele Parlement te zijn en niet enkel van de N-VA-fractie. Dat is niet gepast.
Voorzitter:
Als ik voorzitter van de N-VA-fractie was geweest, dan had ik u nu niet het woord verleend. Ik heb u het woord verleend omdat mij werd gemeld dat er niet-parlementaire taal zou zijn gebruikt. Als u ooit op een bepaald ogenblik ook die mening bent toegedaan, dan zal ik u ook het woord verlenen.
Sarah Schlitz:
Je ne vais pas me laisser entraîner dans le caniveau dans lequel certains ici essayent de m'emmener. J'aimerais par contre clarifier certains éléments totalement abjects qui ont été dits à mon propos ici. J'ai condamné fermement et à chaque occasion la profanation de la tombe de Jean Gol. C'est un acte antisémite ignoble. Et en tant que secrétaire d'État, j'ai toujours agi contre le racisme et l'antisémitisme. Et ceux qui ont travaillé avec moi ici le savent pertinemment bien.
En revanche, monsieur le ministre, je suis un peu choquée d'entendre que, dans votre rétroacte, vous omettez de mentionner les éléments qui ont été révélés cette semaine par la rectrice de l'ULiège qui nous dit que, lors des premières concertations avec les forces de l'ordre, il est apparu que des risques élevés de perturbations étaient à prendre en compte. Les organisateurs ont décidé d'ignorer ces analyses de risque et refusé les pistes de délocalisation qui auraient permis à l'université ainsi qu'aux forces de l'ordre de mieux gérer la sécurité de l'événement (…)
Voorzitter:
Mevrouw Schlitz, mag ik u en ook de volgende spreker vragen om u enkel op het incident te richten? U hebt dat niet gedaan, maar een nieuwe tussenkomst gehouden. Uw minuut spreektijd was trouwens ook verstreken. Er zijn nog enkele sprekers. Ik zal hun microfoon uitschakelen als het niet over het incident gaat. Voor alle duidelijkheid, het gaat dus over het mogelijke gebruik van niet-parlementaire taal.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le président, pour ce qui est de l'incident, je m'étonne que vous donniez la parole à un député. En effet, si on commence tous à pouvoir intervenir sur toutes les question time , cela ne s'arrêtera pas. Il y a ici un appel d'un député à une manifestation. Il parle de la violence des mesures antisociales prises. Il manquerait plus que ça qu'on ne puisse pas parler de la violence sociale qui est décidée ici par l'exclusion. Ce serait moins grave… Mais je trouve très intéressant d'appuyer la doctrine suivant laquelle l'appel à dénonciation de la violence politique et sociale qui est vécue par les gens aujourd'hui et l'appel à une manifestation soient mis sur pied d'égalité. Cela montre très bien la pente glissante, chers collègues.
Monsieur le président, vous avez donné la parole mais on ne peut pas continuer comme cela. Comprenez-vous ce que je veux dire? On a le droit d'exprimer une prise de position politique ici au Parlement – c'est la moindre des choses – et d'appeler aussi une action. Je rappelle quand même que l'action politique… Nous avons évidemment condamné les violences. Nous l'avons évidemment fait! Ce n'est pas un souci car nous n'étions pas à la manœuvre. Et, comme nous n'étions pas à la manœuvre, nous sommes tranquilles là-dessus (…)
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, ik zal het heel kort houden. Er bestaat zoiets als parlementaire onschendbaarheid. Ik was ontzettend verwonderd toen hier werd geopperd om iemands woorden te laten schrappen uit het Verslag. Elkeen heeft recht op zijn mening, ook de idioot.
De laatste plaats waar die mening ongeschonden mag worden gegeven, is het Parlement. Ik heb hier mensen op de preekstoel weten staan die anderen beschuldigden van diefstal en andere zaken. Men is hier parlementair onschendbaar. Men is verantwoordelijk voor wat men zegt. Wij hebben het over de vrijheid van meningsuiting. Het enige wat hier echter wordt gedaan, is beginnen met elkaar te beteugelen.
Mijnheer de voorzitter, een lid zegt en doet hier wat hij of zij wil, maar is verantwoordelijk voor zijn of haar daden en woorden. Schrappen is echter aan mij niet besteed.
Voorzitter:
Mijnheer Dedecker, ik verwijs naar artikel 66 van het Reglement. Ik heb niet verklaard dat ik schrap, wel dat ik de uiteenzetting zal bekijken.
Uiteraard is ieder lid parlementair onschendbaar, maar dat is heel wat anders dan desgevallend het niet toepassen van artikel 66.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le président, au même titre que vous, je rappelle un point du Règlement: à savoir que la séance de questions sert à obtenir des réponses de la part du gouvernement. Or, dans chacune des interventions du PTB, il y a cet appel à des mouvements de grève, accompagné de propos qui incitent à l'agitation. Pourquoi les membres du PTB agissent-ils ainsi? Parce que cette séance de questions ne vous sert pas à obtenir des réponses du gouvernement, mais bien à filmer vos vidéos Facebook à partir desquelles vous essayez d'agiter la société (…)
Voorzitter:
Merci, monsieur Bouchez. Voor alle duidelijkheid, er is vanzelfsprekend geen enkel verbod op het oproepen tot sociaal verzet. Ik kan u geruststellen dat ik die grens nauwlettend zal bewaken.
-
Vraag: De aanpak van de schietpartijen en de geldstromen in het kader van de war on drugs
Vraag: Het drugsgeweld in Brussel
Vraag: Het drugsgeweld, de straffeloosheid en de draaideurcriminaliteit in Brussel
Vraag: De inzet van gemengde patrouilles van militairen en politieagenten in Brussel
Vraag: Het ‘Plan Grote Steden’
gezondheid en welzijnDe aanpak van de schietpartijen en de geldstromen in het kader van de war on drugs
Het drugsgeweld in Brussel
Het drugsgeweld, de straffeloosheid en de draaideurcriminaliteit in Brussel
De inzet van gemengde patrouilles van militairen en politieagenten in Brussel
Het ‘Plan Grote Steden’
Maatschappelijke en veiligheidsmaatregelen tegen drugsgerelateerd geweld, straffeloosheid en criminaliteit in Brussel summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De recordaantal schietincidenten en druggerelateerd geweld in Brussel en Antwerpen domineert de discussie, met kritiek op het falend federale beleid dat te eenzijdig inzet op zichtbare repressie (meer politie/militairen) zonder de financiële en logistieke kern van de drugscriminaliteit aan te pakken. Minister Quintin verdedigt zijn Plan Grote Steden (extra onderzoekers, camera’s, ANPR-koppeling, BELFI-acties) en belooft snelle inzet van militairen in hotspots, maar oppositie en magistratuur wijzen op gebrek aan concrete resultaten, coördinatiechaos (ontbrekende taskforce, trage justitiehervormingen) en structurele tekorten (vacatures, gebrek aan gespecialiseerde eenheden). De roep om een integrale aanpak—van witwassen en drugsgeld tot gevangenisnetwerken—blijft onbeantwoord, terwijl de symbolische inzet van militairen als zwaktebod wordt afgedaan.
François De Smet:
Monsieur le ministre, cet été fut sans doute le pire été de fusillades de notre histoire récente; avec des victimes, des quartiers dans la peur, des balles perdues qui, un jour ou l'autre, vont aussi toucher des innocents.
À tel point que Julien Moinil, notre procureur du Roi de Bruxelles, a convoqué en urgence une conférence de presse pour réveiller et fustiger le monde politique, tous niveaux confondus – soyons honnêtes – mais en pointant d'abord du doigt le fédéral, et en soulignant à quel point le fédéral ne lui donne pas assez de moyens pour agir.
Le message de ce gouvernement en la matière est connu. Il est exclusivement et surtout sécuritaire, karcher, binaire, un peu MR. Il consiste surtout à essayer de mettre du bleu ou du kaki dans les rues.
Faisons pourtant le constat ensemble, un constat que j'invite à faire: oui, on arrête de plus en plus de personnes. On a arrêté plus de 7 000 personnes dans les rues récemment. Pourtant, les fusillades continuent. Pourquoi? Parce que les petits dealers que nous arrêtons sont de la chair à canon. Parfois nous n'avons pas la place pour les contenir et nous devons les relâcher; parfois nous les gardons. Dans tous les cas, ils sont remplacés extrêmement rapidement, parce que la machine qui se trouve derrière eux a une puissance financière et corruptive extraordinaire et les remplace du jour au lendemain.
Tant que vous ne frapperez pas les têtes, tant qu'on ne frappera pas les portefeuilles, nous allons remplir simplement le tonneau des Danaïdes. Je n'ai aucun plaisir à le dire. Vous avez de l'ambition pour nettoyer les rues, mais je ne vois pas l'ambition dans votre gouvernement pour s'attaquer réellement à la criminalité financière et au blanchiment d'argent.
Nous avons proposé un parquet national financier. On nous a dit non, alors qu'en France cela marche et ça rapporte des milliards. Nous avons proposé un secrétariat d'État à la lutte contre la criminalité financière. Cela marche ailleurs, mais on nous a dit non également.
Je ne dis pas que vous ne faites rien, mais nous ne gagnerons pas cette guerre avec juste du bleu ou du kaki dans les rues. Nous la gagnerons quand les gains de la cocaïne seront anéantis, et là-dessus nous ne voyons rien. Je vous remercie.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, 63 schietpartijen, 7 doden en 28 gewonden. Brussel staat momenteel in de top drie van hoofdsteden met de meeste schietincidenten. Dan heb ik het nog niet over de granaten in Antwerpen.
Het gaat echter over wijken waar mensen wonen, pleinen waar zelfstandigen winkels uitbaten en parken waar kinderen spelen. Het gaat over straten waar mensen wonen, leven en werken. Het lijkt alsof we het geweld in onze hoofdstad en in Antwerpen allemaal normaal zijn beginnen te vinden.
Mijnheer de minister, ik stel vast dat u regelmatig op het terrein gaat en dat is uiteraard goed. Ik hoor en zie evenwel vooral veel aankondigingen van u, van uw collega's Francken en Verlinden en ook van de premier. Dagelijks lees ik nieuwe aankondigingen in de pers. Tezelfdertijd zegt de procureur van Brussel echter dat er naar hem geluisterd wordt, maar dat hij niets krijgt. Dat vind ik hemeltergend.
Daarom vraag ik u vandaag geen nieuwe aankondigingen. Ik vraag u vandaag alleen een engagement en een concrete timing. Wanneer zult u uitvoeren wat u hebt beloofd? Wanneer komen de extra handen en ogen er? Wanneer wordt het camerasysteem in Brussel op punt gesteld? Wanneer zult u samen met uw collega Verlinden actie ondernemen, zodat drugsnetwerken niet langer vanuit de gevangenis aangestuurd worden? Wanneer komen de drugsbehandelingskamers er? Er wordt ook veel gesproken over samenwerking, maar wanneer komt die taskforce er? De premier heeft met veel bombarie aangekondigd dat er een taskforce zou komen die alles zou oplossen, maar sindsdien heb ik niets meer van die taskforce gehoord. Kortom, wanneer krijgen de mensen hun straten, pleinen en parken terug? Dank u wel.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de uitlatingen van de korpschef van de zone Brussel HOOFDSTAD Elsene, Michel Goovaerts, die bij u goed bekend is en die aan de alarmbel heeft getrokken omwille van de situatie in Brussel: een toenemende drugsplaag, gepaard met drugsgeweld. Ik citeer hem, mijnheer de minister: "Een dosis coke vind je al voor vijf euro. Vijf euro, dan is het geen product meer voor de happy few. Dat is de Colruytmethode: massaal en goedkoop". Een volgend citaat: "Het is vandaag veel makkelijker om via sociale media een wapen te kopen. Vroeger moest je iemand kennen in het milieu. Nu volstaat een berichtje."
Het zijn citaten, mijnheer de minister, die wij niet zomaar naast ons neer kunnen leggen. We moeten vaststellen dat steeds meer jongeren, soms al van 12, 13 jaar oud, in de criminaliteit belanden. Ook de feiten van geweld spreken voor zich. Op 12 augustus stond de teller al op 57 schietincidenten in 2025, waarvan meer dan 60 % gelinkt is aan de criminaliteit. Illegalen die misdrijven plegen, komen steevast vrij. Die groep maakt een steeds groter deel uit van de gevangenispopulatie. Op die manier is het dweilen met de kraan open voor onze politiediensten.
Mijnheer de minister, hoe zit het met die taskforce van de premier? Waar zijn de resultaten? Waar zijn de oplossingen? Is deze regering eigenlijk nog geïnteresseerd in de binnenlandse veiligheid, in plaats van nu al maandenlang te palaveren over buitenlandse veiligheid?
Maaike De Vreese:
Minister, het is geen goed teken als men militairen moet inzetten op straat. Het doet mij terugdenken aan de periode na de verschrikkelijke aanslagen. Het wil zeggen dat de situatie ernstig is, dat ze niet onder controle is. Men doet dit immers niet voor zijn plezier, omdat men het leuk vindt, maar wel omdat de noodzaak er is in een zeer kritieke situatie.
De rampzalige veiligheidssituatie in Brussel is het gevolg van jarenlang malgoverno door de PS. Die burgemeesters steken nu nog altijd de kop in het zand. De sense of urgency om een Brusselse regering te vormen is er nog altijd niet. We need to take back control. Daarvoor zijn hervormingen zeer belangrijk, waaronder vooreerst de eenmaking van de Brusselse politiezones, extra cameranetwerken, de activering van het Kanaalplan en uw Plan Grote Steden en de inzet van specifieke politieteams. De federale politie moet hervormen. Blauw moet meer op straat.
Defensie staat klaar met een juridisch kader dat ervoor zorgt dat militairen op straat effectief kunnen optreden. Wat veel te vaak ontbreekt – ik wil dat nogmaals aanhalen – is de verantwoordelijkheid van de drugsgebruiker. Aan elk lijntje en aan elke pil kleeft bloed. Er zijn al veel te veel doden gevallen. Minister, ik hoop dat u blijft wijzen op die verantwoordelijkheid. U hebt onze volledige steun in de strijd tegen de drugscriminaliteit.
Hoever staat u met de uitwerking van uw grote plan?
Paul Van Tigchelt:
De problemen zijn u bekend, mijnheer de minister, want u gaat regelmatig op het terrein en dat siert u. U toont zo uw betrokkenheid. U weet ook dat het geen gemakkelijke strijd is. Een mirakeloplossing bestaat niet. Ik weet wel en u weet ook dat we een overheid nodig hebben die kort op de bal speelt. De drugsmaffia past zich aan, de overheid moet zich ook constant aanpassen. Op dat vlak is het inderdaad zo, mijnheer de minister, dat we wachten op concrete maatregelen. Daarvan is hier al melding gemaakt.
Ik kan u geruststellen, collega Vandemaele, de taskforce georganiseerde criminaliteit bestaat en komt samen, maar heeft nog geen resultaten, geen concrete maatregelen opgeleverd. Ik zeg dat niet, maar de procureur van Brussel en andere actoren op het terrein.
Een tweede voorbeeld. In het regeerakkoord is er sprake van een structurele versterking op korte termijn van de federale gerechtelijke politie van Brussel en Antwerpen. Ik heb daar de voorbije maanden regelmatig vragen over gesteld, maar daar is geen sprake meer van.
Een derde voorbeeld. De minister van Justitie – want u staat er niet alleen voor, mijnheer de minister – heeft deze zomer tweemaal verklaringen afgelegd in de pers. De eerste verklaring was dat zij een taskforce strafuitvoering heeft opgericht, die met aanbevelingen zal komen in 2028. Dat was de eerste aankondiging. De tweede aankondiging van de minister was dat zij 1 miljard euro extra nodig heeft.
Er zijn dus geen concrete hervormingen, geen concrete maatregelen. Daar wachten we nog op. Misschien moet u ook eens spreken met de premier. Hij was de burgemeester van Antwerpen. In Antwerpen zijn snelleresponsteams, quick response forces , opgericht. Dat zijn teams van hypergespecialiseerde politieagenten. Die agenten zijn zinvoller dan militairen, want die militairen zijn volgens mij een zwaktebod, een teken van onmacht, los van de discussie wanneer en met welk mandaat ze zouden worden ingezet.
Welke concrete maatregelen zult u nemen? Wat is er afgesproken binnen de Nationale Veiligheidsraad?
Bernard Quintin:
Mesdames et messieurs les députés, l'été à Bruxelles, mais pas seulement à Bruxelles, a été difficile. Plus de 20 fusillades ont été à déplorer, dont certaines en plein jour, ce qui est une évolution remarquable, au sens premier du terme. J'ai tenu à me rendre auprès des habitants des quartiers concernés, pour les écouter, d'abord; pour leur garantir le plein soutien et l'engagement de ce gouvernement aussi. Car oui, ce gouvernement agit – we werken – pour les Bruxellois, les Bruxelloises et pour l'ensemble des Belges.
C'est la raison pour laquelle j'ai, depuis sept mois, déployé un large arsenal de mesures destinées à lutter contre le narcotrafic dans notre pays. Je pense tout d'abord au renforcement constant de la police judiciaire fédérale (PJF), singulièrement à Bruxelles, qui se poursuit en deux temps. Au travers d'abord d'un renforcement temporaire direct de 31 enquêteurs pour parer à l'urgence de la situation et répondre directement aux demandes légitimes du procureur du Roi, auquel on fait dire beaucoup de choses, mais avec lequel je suis en contact permanent. Mais aussi via un renforcement structurel, puisqu'aux 720 membres du personnel actuel de la PJF Bruxelles s'ajouteront 40 nouveaux enquêteurs d'ici fin novembre.
Il y a actuellement encore 30 postes vacants. Le recrutement des forces de police n'est pas une difficulté qu'à Bruxelles. Celle-ci se pose dans tout le pays et, non, ça n'est pas une question de moyens financiers, c'est une question de choix politiques. Et je pense avoir démontré ces sept derniers mois que mes choix politiques en la matière sont clairs. Comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire, j'aimerais bien avoir une imprimante 3D et, chaque fois qu'on me demande des policiers, appuyer pour en avoir 50 par-ci, 100 par-là, 60 par-là. Si quelqu'un a cette machine, de grâce, prêtez-la moi!
Mais, en attendant qu'elle soit créée, nous devons renforcer l'attractivité du métier. C'est la raison pour laquelle je tiendrai un conclave dédié à la question en novembre, qui débouchera sur des décisions à court, moyen et long termes pour pouvoir recruter plus rapidement.
Mijnheer Vandemaele, mijnheer Depoortere, ik maak ook 20 miljoen euro vrij voor de installatie van camera's. Hiermee zullen we de lokale en de gerechtelijke overheden ondersteunen om nieuwe camera's te plaatsen op alle plekken waar dat nodig is.
Zoals u weet, zijn we al gestart met de koppeling van alle ANPR-camera's in het hele land aan één enkel systeem, zelfs in West-Vlaanderen. We hebben ook de 8.000 camera's van de NMBS toegankelijk gemaakt voor alle ordediensten, federaal en lokaal.
Ik denk ook aan de grootschalige controleacties die door de federale overheid worden uitgevoerd in samenwerking met de lokale politie, de zogenaamde FIPA-acties, en tot slot aan de zogenaamde BELFI-acties in de strijd tegen louche handelszaken die dienen als dekmantel voor witwaspraktijken, le blanchissement .
Met deze maatregelen van mijn Plan Grote Steden willen we de strijd tegen drugscriminelen en georganiseerde criminaliteit in onze steden opvoeren. Het zijn geen ballonnetjes, zoals gezegd wordt, maar concrete maatregelen waar we met de verschillende niveaus samen aan zullen werken. Dat is de enige manier om de oorlog tegen de drugshandel te winnen, du producteur au consommateur .
Mevrouw De Vreese, mijnheer Van Tigchelt, jullie vragen me naar de inzet van militairen in onze straten. Samen met de minister van Defensie werken we aan de inzet van politie en militairen samen in bepaalde hotspotzones van Brussel en elders in het land indien dat nodig zou zijn. Mijn bedoeling is dat dit zo snel mogelijk kan gebeuren, want de situatie in onze hoofdstad laat geen uitstel toe.
Ik heb gisteren nog overlegd met collega Francken om de modaliteiten van deze gemengde patrouilles vast te leggen.
Enfin, monsieur De Smet, d'abord vous ne m’aurez jamais entendu prononcer le nom d'une quelconque marque de machine à eau sous pression, mais vous m'interrogez sur la lutte contre le blanchiment d'argent et la nécessité d'attaquer les trafiquants au niveau du portefeuille.
L'intention du gouvernement est claire. À travers l'approche Follow the Value , nous voulons réinvestir les produits financiers captés dans la lutte contre le trafic de drogue au service de la sécurité de nos concitoyens. Ce travail avance à un rythme soutenu, en étroite collaboration avec le Commissariat national "drogues". Nous aurons donc l'occasion d'évoquer cela à nouveau en commission dans les prochaines semaines.
Il existe deux éléments supplémentaires. Concernant le parquet financier, je voudrais quand même signaler qu'il n'y a pas d'unanimité au sein du pouvoir judiciaire, entre autres chez les procureurs généraux, pour penser que c'est une bonne idée. Je ne dis pas qu'il ne faut pas renforcer la lutte contre cela, mais il ne faut pas non plus faire dire aux magistrats ce qu'ils ne disent pas forcément.
Et le deuxième élément dont je voulais parler, je pense que je l'ai oublié, mais je profite des dix dernières secondes pour dire que chaque mesure se trouve dans un ensemble. Je dis souvent qu'on prend une mesure, on la sort du contexte et on l’analyse pour dire que ce n'est pas suffisant. Je peux faire la même chose, mais moi je travaille à l'ensemble des mesures pour lutter contre le crime organisé.
Voorzitter:
Wie witwast, wast wit. Het is inderdaad geen evidentie.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.
Vous annoncez beaucoup de mesures, même si toutes ne dépendent pas de vous. Plusieurs collègues vous ont interrogé au sujet de la fameuse task force annoncée par le premier ministre. Vous n’avez rien dit à ce sujet. Pour éviter que des efforts ne soient gaspillés de part et d'autre, il serait judicieux que le gouvernement agisse en ce domaine.
Je me réjouis de l'annonce relative aux 31 enquêteurs, mais vous savez comme moi que cela ne suffira pas à remplir le cadre. C'est pourquoi M. Moinil s'en émeut. En tout cas, c'est un début. J'insiste pour que ces policiers soient spécialisés.
À défaut de parquet financier, j'insiste aussi sur la nécessité de renforcer des services qui se trouvent déjà à votre disposition. Je pense ainsi à l'Office central de lutte contre la délinquance économique et financière (OCDEFO), qui réclame notamment de l'aide dans son expertise numérique afin de suivre l'argent là où il se trouve.
Enfin, s'agissant de l'armée dans les rues, nous voyons bien que cela relève d'une communication en mode "football panique". Vous allez déployer du kaki, alors que ces gens vont être obligés d'appeler la police. Cette disposition vise à rassurer la population et à produire de la communication, mais ce n'est pas cela qui empêchera certains de se tirer dessus à coup de Kalachnikov.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U bent gaan luisteren, ook in de buurten. Dat wordt erg geapprecieerd. Dat was een belangrijk signaal van uw kant.
U merkt zelf op dat bij de maatregelen alles aan elkaar vasthangt. Wij mogen er niet één maatregel uithalen. Dat klopt.
Onze minister van Justitie zal echt wel een tandje moeten bijsteken om samen met u tot oplossingen te komen. Ik had gehoopt dat de taskforce dé plaats zou zijn waar de premier dergelijke zaken zou coördineren. Daarover heb ik in uw antwoord echter weinig gehoord.
Ik haal een aantal elementen uit uw antwoord, onder meer de inzet van militairen. Als de minister van Binnenlandse Zaken militairen op straat inzet, betekent dat het failliet van uw beleid. Er bestaat geen mooier signaal om duidelijk te maken dat u het opgeeft.
Binnenlandse veiligheid behoort altijd te worden verzekerd door politiemensen. Daarom moeten wij vermijden dat onopgeleide personen zonder kader op straat worden ingezet. Zij hebben daar trouwens ook niet voor gekozen. Dat is de foute weg.
Geef de straten en pleinen terug aan de Brusselaars en aan de Antwerpenaren.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, collega's, gelooft nog iemand de huidige regering?
Ik zal u een aantal maatregelen van het Vlaams Belang meegeven waardoor de regering wat geloofwaardigheid kan winnen. Ten eerste, richt gespecialiseerde eenheden op binnen de politie en richt een drugsagentschap op. Ten tweede, benut het crimineel drugsgeld en herinvesteer dat in handhaving. Richt daarvoor een drugsfonds op. Ten derde, voer de razzia's tegen drugsbendes op. Jaag die bendes op en maak hen het dealen onmogelijk. Ten vierde, zet de criminele illegalen uit ons land. De enige draaideur die zij zouden moeten kennen, is de draaideur op de luchthaven van Zaventem.
Mijnheer de minister, met andere woorden, het is tijd om recht en orde te herstellen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, dit zal inderdaad met een algemeen plan moeten gebeuren, met mensen die ter plaatse actief zijn om de drugsproblematiek aan te pakken. Ik bedoel voornamelijk meer blauw op straat en u weet dat u daarvoor ook heel wat capaciteit moet vrijmaken. Ik weet dat dit enorme inspanningen vergt van de federale politie, maar zij moeten daar zelf toe in staat zijn. Als we militairen inzetten op het terrein en als zij een meerwaarde moeten betekenen, moeten zij ook een juridisch kader hebben waarbinnen zij kunnen optreden. We zeggen van de politie dat zij geen sitting ducks mogen zijn, maar dat geldt zeker ook voor onze militairen.
Mijnheer de minister, u komt vaak op het terrein. U verwees even naar West-Vlaanderen alsof het de Far West was. Ook daar kampen we echter met drugscriminaliteit. Ik nodig u uit om op bezoek te komen. Ik ben er zeker van dat onze sheriff, gouverneur Decaluwé, u met veel plezier zal ontvangen.
Voorzitter: Eric Thiébaut.
Président: Eric Thiébaut.
Paul Van Tigchelt:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw concrete antwoorden. De vraag die hier vandaag rijst, is of we genoeg doen. Kan het beter, kan er meer? Ja, dat kan. We moeten een tandje bijsteken. We kunnen beter. Ik wil u alleen nog waarschuwen: wees voorzichtig met het uitbesteden van veiligheid. Veiligheid is immers een kerntaak van de overheid. Besteed die niet uit aan het leger en ook zeker niet aan de vrouwen zelf. Collega Beenders, ik heb uw voorstel gehoord om vrouwen uit te rusten met pepperspray. Het is echter de overheid die zorgt voor de veiligheid. Pas tot slot ook alstublieft op met uw wetsontwerp waarmee u het mogelijk wil maken dat de regering groeperingen buiten de wet stelt. Ik vraag u dat als liberalen onder elkaar. Gooi de Grondwet niet in de vuilbak. Artikel 27 van de Grondwet, de vrijheid van vereniging, is heilig. Het is niet aan de regering om zulke maatregelen te nemen. Alstublieft, stop daarmee en trek dat wetsontwerp in.
-
Vraag: Het personeelstekort bij de federale politie
Vraag: De reorganisatie van de federale politie
veiligheid, justitie en defensieHet personeelstekort bij de federale politie
De reorganisatie van de federale politie
Herstructurering en personeelsuitdagingen bij federale politie summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de verslechterde veiligheid in België door drugscriminaliteit, onderbemanning (5.500 tekort bij federale politie) en structurele tekorten, terwijl het governement Arizona hervormingen aankondigt (zoals fusie van Brusselse politiezones en inzet van militairen bij kerncentrales) zonder concrete budgetverhogingen. Minister Quintin benadrukt dat analyses lopen en belooft transparantie, maar stelt dat het probleem attractiviteit (niet middelen) is, terwijl oppositie (Thiébaut, Depoortere) directe budgetverhogingen en duidelijkheid eist om vertrouwen en slagkracht te herstellen. De spanning situeert zich tussen beloften over prioriteiten en het ontbreken van tastbare actie, met vrees voor chaos door gebrek aan overleg en onzekerheid bij politiepersoneel.
Éric Thiébaut:
Monsieur le président, monsieur le ministre, la sécurité n'est ni de gauche ni de droite. C'est un droit élémentaire pour chaque citoyen, qu'il habite dans n'importe quelle région ou ville du pays. Malheureusement, aujourd'hui, ce droit n'est plus respecté, n'est plus assuré dans certaines parties de notre pays.
Les faits sont là. Vous avez de la violence et des crimes liés à la montée du trafic de drogue dans les grandes villes. Vous avez des prisons insalubres qui débordent. Vous avez des magistrats qui dénoncent un manque de moyens, qui n'arrivent plus, nous disent-ils, à poursuivre les criminels, et ils ne sont pas entendus par le gouvernement fédéral.
Telle est la situation sur le terrain.
Et, pendant ce temps-là, que fait le gouvernement Arizona? Il propose de réformer des structures. Il propose de fusionner les zones de police à Bruxelles. Il propose de remplacer nos policiers par des militaires pour surveiller les centrales nucléaires. Et, surtout, il fait peser toute la charge de la gestion de la sécurité sur les zones de police et donc sur les villes et communes.
Monsieur le ministre, nos policiers n'ont pas besoin de nouvelles réformes. Ils ont besoin de moyens supplémentaires. Aujourd'hui, il manque 5 500 policiers à la police fédérale, dont 800 enquêteurs spécialisés. C'est énorme! Alors, monsieur le ministre, augmenterez-vous clairement le budget de la police fédérale? Augmenterez-vous les dotations aux zones de police? Quels sont vos engagements pour rétablir la sécurité dans les rues de notre pays?
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, u zult het wellicht druk hebben met de fusie van de Brusselse politiezones. Ik wens u daar veel succes bij. Ik hoor positieve signalen van politieagenten op het terrein die wel voorstander zijn van de eenmaking van de Brusselse politiezones.
Vergeet echter ook het grotere plaatje niet. Daarmee kom ik bij de reorganisatie van de federale politie. U weet hoe dat gaat: het is bijna een wetmatigheid dat plannen lekken. Ook deze keer is dat het geval. Er is een plan en een aantal elementen daaruit veroorzaakt grote ongerustheid binnen de politie.
Ik noem er een aantal op. De directeurs-coördinator, die instaan voor de coördinatie binnen de provincies en een interventiekorps onder zich hebben, zouden in de toekomst verdwijnen. Het interventiekorps zou worden overgeheveld naar de algemene reserve in Brussel. De toekomst van de arrondissementele informatiekruispunten is onzeker. Dat zorgt voor ongerustheid bij het personeel, dat geen zekerheid heeft over wat hen te wachten staat. Wat worden hun nieuwe werkomgeving en werkomstandigheden? Er is ook ongerustheid, zoals collega Thiébaut het schetste, bij de lokale politiezones, want ook zij steunen voor een groot stuk voor hun lokale veiligheid op de inzet van de federale politie.
Kunt u hierover duidelijkheid scheppen, mijnheer de minister, niet enkel budgettair, maar ook wat de plannen van de reorganisatie betreft? Zo zullen de mensen op het terrein, zowel de politieagent als de burger, weten waar we voor staan.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, honorables députés, je vous remercie pour vos questions qui témoignent, si quelqu'un en doutait encore, que la sécurité de tous nos concitoyens est autant la priorité du gouvernement Arizona, et la mienne, que celle des parlementaires. Je ne peux à cet égard que saluer votre assiduité sur le sujet.
Zoals bepaald in het regeerakkoord en zoals ik heb bevestigd in mijn beleidsverklaring is het mijn intentie, samen met de minister van Justitie, om de werking van de federale politie te optimaliseren. Via een grote analyse willen we vooral nagaan hoe we de slagkracht en de inzetbaarheid van de operationele diensten structureel en effectief kunnen verhogen.
Op dit moment is het belangrijk om te benadrukken dat er nog geen definitieve beslissingen zijn genomen. We bevinden ons nog in de fase van analyse en overleg. Dat lijkt mij redelijk te zijn na drie maanden in het ambt. Om die reden is het op dit moment nog te vroeg om in detail in te gaan op de concrete invulling of de gevolgen van eventuele hervormingen, dus ook op de impact op het personeel of de rol van de directeurs-coördinatoren.
Ik begrijp de vragen en bezorgheden hierover volkomen. Ik engageer mij dan ook om het Parlement tijdig en op transparante wijze te informeren, zodra er verdere stappen worden gezet of concrete voorstellen worden uitgewerkt.
Comme vous le soulignez, la situation sécuritaire à Bruxelles est l'élément qui justifie cette question d'actualité. Comme le procureur du Roi de Bruxelles l'a mentionné encore cette semaine, 30 enquêteurs ont rejoint, et rejoindront dans les deux semaines, la police judiciaire fédérale de Bruxelles afin de contribuer à la lutte contre le trafic de drogue. Ces mêmes enquêteurs ont d'ailleurs permis des arrestations et des saisies.
Je l'ai déjà dit et je l'ai répété: ma priorité pour Bruxelles et pour toutes les autres villes du pays est que nos villes soient sûres pour leurs habitants, pour celles et ceux qui y travaillent et pour celles et ceux qui les visitent. C'est ce qui guide l'esprit de la fusion des zones de police, qui n'est pas une réforme. C'est une fusion des zones de police qui, certes, demande une réforme de la loi. J’aurai l'occasion d'exposer plus avant, devant ce Parlement, les éléments pratiques que je mets sur la table et qui répondent, entre autres, à des soucis de financement. Il s'agit de la réforme de la fameuse norme KUL à laquelle nous travaillons également.
Les défis se posent partout, tout comme le nécessaire recrutement. À cet égard, je vous confirme que les procédures sont ouvertes, que ce soit à Bruxelles ou dans le reste du pays. Ce n'est pas un problème de moyens. C'est d'abord un problème d'attractivité. Le monde du travail a changé, les attentes du personnel aussi. C'est un élément dont nous devons tenir compte.
C'est un chantier prioritaire de cette législature, que je mènerai avec la détermination nécessaire et en concertation avec les acteurs et les partenaires sociaux, pour tendre partout en Belgique à remplir les cadres policiers existants et à garantir à la population un nombre suffisant d'agents, tant au niveau de la police locale que de la police fédérale. Il ne s'agit pas uniquement d'une question de cadre. Le cadre est suffisant. L'augmentation des moyens humains comme des moyens financiers est une priorité pour ce gouvernement et pour ma propre politique.
Par ailleurs, je tiens à rappeler que le fait de recourir à des militaires pour la surveillance des centrales nucléaires est prévu par l'accord de gouvernement. Cela se faisait jusqu'il y a quelques années encore. En outre, ce n'est en aucun cas une mesure d'économie, car tout se paie à un moment ou à un autre. Pour moi, c'est une mesure de bonne gouvernance, qui me permet de récupérer du personnel, singulièrement de la DAB qui est affectée à ces centrales nucléaires, pour faire le travail d'accompagnement et le travail normal de la DAB. Cela me permet de récupérer des inspecteurs de police, qui peuvent faire d'autres choses que la DAB, pour faire ce travail.
Éric Thiébaut:
Merci, monsieur le ministre. J'ai vu que vous vous êtes souvent rendu sur le terrain depuis votre nomination. Après quatre mois maintenant, vous devez donc être vraiment au fait de la situation, des difficultés, des attentes du monde de la police ainsi que des magistrats. Il est donc aujourd'hui temps d'agir, d'être concret. Or, pour l'instant, vous êtes toujours dans les intentions. Vous parlez d'une priorité du gouvernement. On sait bien que la sécurité est votre priorité, sauf que jusqu'à présent, nous n'avons pas encore vu un seul euro supplémentaire inscrit dans le budget pour notre police fédérale et pour les zones de police. Qu'attendez-vous pour nous dire clairement si, oui ou non, vous allez augmenter le budget?
C'est déjà la troisième fois que je vous pose la question. Vous dites toujours que cela va arriver mais que pour l'instant, vous n'êtes pas en mesure de nous fournir la réponse. Je suis réellement impatient de vous entendre à ce sujet, parce que, comme vous le savez, il y a d'énormes attentes pour garantir notre sécurité.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, veiligheid is een basisrecht. In ons land is het de politie die daarvoor moet instaan. Ik wil u één raad geven. Vermijd de fout die de vivaldiregering gemaakt heeft, waardoor het vertrouwen tussen de regering en de politie volledig zoek was. Dat kwam door een gebrek aan overleg. Zorg dus voor dat overleg. Zorg ervoor dat de politieman en de politievrouw weten waar ze staan, en waar uw plannen voor staan. Een politie die overhoop ligt, kan immers onmogelijk de strijd tegen deze criminelen winnen. Stop dus de chaos en schaf duidelijkheid over uw veiligheidsbeleid. Schep duidelijkheid over uw reorganisatie, zowel voor de politieman als voor de burger.
-
Vraag: De bijeenroeping van de Nationale Veiligheidsraad n.a.v. het drugsgeweld in Brussel
Vraag: Het regeringsbeleid in het licht van de onveiligheid en de drugshandel in Brussel
Vraag: De schrijnende situatie in Brussel
Vraag: De nood aan een gecoördineerde actie tegen het toenemende drugsgeweld in Anderlecht
Vraag: De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Vraag: Het toenemende drugsgeweld in Brussel
Vraag: De impasse in Brussel
Vraag: De war on drugs
Vraag: Het toenemende drugsgeweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Vraag: De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
gezondheid en welzijnDe bijeenroeping van de Nationale Veiligheidsraad n.a.v. het drugsgeweld in Brussel
Het regeringsbeleid in het licht van de onveiligheid en de drugshandel in Brussel
De schrijnende situatie in Brussel
De nood aan een gecoördineerde actie tegen het toenemende drugsgeweld in Anderlecht
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Het toenemende drugsgeweld in Brussel
De impasse in Brussel
De war on drugs
Het toenemende drugsgeweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
De schietpartijen en de onveiligheid in Brussel
Brusselse drugsgeweld en onveiligheid summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De dramatische drugsoorlog in Brussel, met meerdere dodelijke schietpartijen in twee weken, domineert het debat, waarbij structurele onderfinanciering van politie en justitie (100 ontbrekende onderzoekers, verouderd materieel) en gebrek aan coördinatie tussen lokale, federale en Europese niveaus centraal staan. Premier De Wever belooft een integrale aanpak (van productie tot straatdealers, geldstromen en wapenhandel) via bestaande regeerakkoordplannen (o.a. fusie Brusselse politiezones, Kanaalplan, Stroomplan 2.0), maar critici – waaronder procureurs, politievakbonden en oppositie – wijzen op jarenlange bezuinigingen (MR/N-VA) en eisen concrete middelen nu (meer gespecialiseerde eenheden, betere loon- en werkomstandigheden, sociale preventie). Polarisatie heerst: repressieve partijen (N-VA, Vlaams Belang) pleiten voor hard optreden (legerinzet, razzia’s, strengere straffen), terwijl linkse stemmen (PTB, Vooruit) sociaaleconomische oplossingen (jeugdwerk, armoedebestrijding, alternatieven voor dealers) en langetermijninvesteringen in justitie/politie benadrukken. Brusselse politieke verantwoordelijken (o.a. PS) worden mede schuldig bevonden door nalatigheid (openbare drugspanden, gebrek aan lokale samenwerking), maar federale regeringspartijen ontlopen hun eigen verantwoordelijkheid voor chronisch onderbeleid niet. Uiteindelijk blijft de vraag: wie voert de regie? – met oproepen tot eenheid (Arizona-coalitie) die botsen op wederzijds wantrouwen en partijpolitieke schuldvragen.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de premier, de toestand in Brussel is dramatisch. Ik heb het dan niet enkel over de politieke impasse, maar vooral over de drugsoorlog die volledig uit de hand aan het lopen is. Criminelen lopen rond met oorlogswapens en drugsdealers promoten hun koopwaar publiek.
Voor het geval dat u het nieuws misschien niet zou hebben gevolgd de afgelopen weken, geef ik u even een lijstje mee. Op 5 februari waren er schietpartijen in de Weidestraat en aan metrostation Clemenceau. Op 6 februari was er opnieuw een schietpartij aan Clemenceau met een gewonde. Op 7 februari was er een nieuwe schietpartij in de Peterboswijk met een dodelijk slachtoffer. Op 15 februari was er weer een schietpartij aan metrostation Clemenceau met opnieuw een dodelijk slachtoffer. Op 16 februari was er een schietpartij aan metrostation Sint-Guido en op 18 februari was er een bij een transportbedrijf in Anderlecht. Op 19 februari werden er nog meer aanslagen en schietpartijen aangekondigd via Snapchat.
Ik voeg daar de reacties aan toe van de mensen op het terrein, die moeten instaan voor onze veiligheid. De reacties komen zowel van mensen van Justitie als van de politie. Ik citeer de procureur des Konings, Julien Moinil: "Het is rampzalig. Het is tijd om wakker te worden. De lokale politiezone Zuid moet nu het onderzoek doen met beperkte middelen terwijl er oorlogswapens worden gebruikt." Ik citeer nu de politievakbonden: "De politie is de afgelopen jaren veel te veel verwaarloosd." De korpschef van Brussel-Zuid, Jurgen De Landsheer, voegt eraan toe: "De oplossing kan niet enkel bij de politie liggen."
De hamvraag vandaag is: waar blijft deze regering? Ik kwam niet verder dan wat wollige uitspraken van de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Ik citeer: "We zullen de maatregelen die reeds zijn voege zijn herbekijken, om te zien welke maatregelen eventueel moeten worden versterkt." Mijnheer de premier, waar bent u? Waarom ziet u de ernst van de situatie niet in? Waarom hebt u (…)
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, les Bruxelloises et les Bruxellois sont inquiets, très inquiets! Et moi aussi. On tire dans la rue, on tire à proximité des stations de métro, on tire sur des maisons, et la réponse de votre gouvernement, c'est plus de police. Or vos solutions ne fonctionnent pas. Les fusillades continuent, alors que la police est omniprésente. Nos enfants restent en danger parce que vous ne vous attaquez pas aux réels problèmes, aux véritables causes, et cette situation ne peut plus durer.
Comment en sommes-nous arrivés là, monsieur le premier ministre? J'ai une devinette pour vous. Qui a dit: "ll n'y a pas assez d'enquêteurs, pas assez de policiers de proximité, pas assez de ressources pour la justice, et il y en a marre des effets d'annonce"? Ce n'est pas moi, ce n'est pas un gauchiste, mais il s'agit du procureur du Roi de Bruxelles. Et, comme lui, j'en ai marre des effets d'annonce de la droite.
Encore aujourd'hui, nous payons les conséquences des coupes du gouvernement MR-N-VA dans la justice et dans la police. Rien qu'à Bruxelles, il manque au moins 100 enquêteurs pour la police judiciaire. La police locale, qui connaît le quartier, qui a la confiance du quartier, manque aussi de soutien. Vous avez aussi affaibli les douanes: Anvers, Zaventem, Bierset n'ont plus les moyens humains ou les moyens techniques pour faire face à l'afflux de marchandises illégales.
À Bruxelles, nous subissons les conséquences directes de ce trafic. La précarité alimente la criminalité, en laissant le terrain libre aux narcotrafiquants. Sans perspectives, certains jeunes tombent dans ces réseaux par défaut. Il faut leur offrir des opportunités, il faut leur offrir des perspectives pour lutter contre la misère, le décrochage et l'abandon. La sécurité de toutes et tous est nécessaire et elle exige une réponse forte, une réponse durable; et non des opérations éphémères ou des effets d'annonce.
Alors, monsieur le premier ministre, quelle est votre stratégie à long terme? Allez-vous renforcer la prévention, soutenir les associations, investir dans la santé mentale et les services sociaux pour couper l'herbe sous le pied aux trafiquants?
Allez-vous donner à la police et à la justice plus de moyens pour agir sur le long terme?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, ik moet er geen tekening bij maken, u hebt de beelden gezien. We hebben allemaal de beelden gezien en die zijn schrijnend. We zagen een man met een kalasjnikov in het Brusselse metrostation Clemenceau.
De voorbije jaren trok u terecht hard aan de alarmbel in Antwerpen. U weet als geen ander wat de impact is van drugsgeweld op wijken, op een stad en op de bewoners. Toen Antwerpen in brand stond, naar aanleiding van één dode, heeft de vorige federale regering onmiddellijk overleg gepleegd met u. Ze heeft alles op alles gezet. Er was onmiddellijk overleg. Wat is er gebeurd? De Nationale Veiligheidsraad kwam samen. De federale politie in Antwerpen werd versterkt met 100 agenten. De scheepvaartpolitie ging van 90 naar 215 agenten. Het parket en de correctionele rechtbank in Antwerpen werden versterkt. We hebben de haven extra beveiligd, met meer controles en meer boots on the ground. Er is een nationale drugscommissaris aangesteld, naar aanleiding van één dode. Dat was ook het juiste om te doen.
Nu zien we zeven schietpartijen en twee dodelijke slachtoffers. Als burgemeester – u weet hoe nauw Antwerpen mij aan het hart ligt – had u gelijk. U verwachtte snelle en kordate actie. Brussel en de rand verwachten dat van u vandaag, als premier. Dat geweld is immers een olievlek. Mijnheer de premier, we hebben u echter niet gezien, we hebben u niet gehoord.
U verwees twee jaar geleden naar het contrast tussen de middelen voor Antwerpen en voor Brussel. U vroeg meer middelen omdat Antwerpen met een crisissituatie kampte. Gaat u vandaag dezelfde logica toepassen voor Brussel? Wat gaat u concreet doen? Er waren zeven schietpartijen, met twee doden, mijnheer de premier.
Brent Meuleman:
Het ene moment loop je rustig naar je vaste metrohalte, kind aan de hand, klaar om aan de dag te beginnen, het volgende moment ben je terechtgekomen in een oorlogszone. Gelach wordt gegil. Dat is niet ver van ons gebeurd, niet lang geleden, hier vlakbij in Brussel.
Mijnheer de eerste minister, het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. In het afgelopen jaar hebben er meer dan 80 schietincidenten plaatsgevonden. Het drugsgeweld word almaar driester, almaar bloediger. Executies op straat, kalasjnikovs die kogels afschieten.
Dat kan niet meer, mijnheer de eerste minister! De mensen verwachten van ons dat er opgetreden wordt. Als het zo fout gaat, stellen we ons de vraag wat we hieraan gaan doen. Gaan we de lokale besturen met de vinger wijzen, zoals minister Verlinden gedaan heeft in de afgelopen week, of gaan we de verantwoordelijkheid opnemen die we kunnen opnemen?
Laat het duidelijk zijn, de lokale besturen spelen een cruciale rol wanneer het gaat over veiligheid. Dat hoeft men mij en alle burgemeesters in het land niet te komen vertellen. Wij weten dat. De verantwoordelijkheid afschuiven en doorverwijzen naar de lokale besturen, dat helpt echter niemand vooruit.
Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Wie veel geld heeft, koopt zijn veiligheid, met hoge poorten, dure alarmsystemen, veel camera's en noem maar op. Wie echter een normale job heeft en in een normale wijk woont, zoals in Anderlecht, die rekent voor zijn veiligheid en voor de veiligheid van zijn kinderen op een sterke overheid. We moeten dus doen wat moet. Ook nu moet de federale gerechtelijke politie ingrijpen. Ook nu moet de justitie drugscriminelen snel opvolgen. Ook nu moeten we haast maken met het samenvoegen van de politiezones in Brussel.
De mensen in Anderlecht vragen (…)
Julien Ribaudo:
Monsieur le premier ministre, sept fusillades en deux semaines! Je voudrais d'abord prendre du temps pour apporter mon soutien aux victimes et à leurs proches, mais aussi aux habitants d'Anderlecht et de Bruxelles qui vivent dans l'angoisse. Il y a un an, jour pour jour, une fusillade éclatait à dix mètres de l'école de mes filles.
Monsieur le premier ministre, la sécurité est un droit, et même un droit fondamental, mais vous échouez à le garantir. Les gros trafiquants de drogue s'enrichissent et se sentent en totale impunité. La priorité doit aller à la lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue. Il faut les arrêter. Pour ce faire, il importe de les toucher là où cela leur fait le plus mal: leur portefeuille. Voilà la priorité. Dans ce but, nos services publics doivent pouvoir accomplir leur travail. "Comment voulez-vous que j'arrête des auteurs si je n'ai pas d'enquêteurs spécialisés?" C'est ce qu'a déclaré à la presse le procureur du Roi de Bruxelles, en ajoutant qu'il en avait marre des effets d'annonce. Car, aujourd'hui, oui, vous faites des annonces à propos de moyens supplémentaires. Or ceux-ci sont trop faibles au regard des coupes que vos partis, le MR et la N-VA, ont opérées sous le gouvernement Michel.
Et puis, monsieur le premier ministre, j'ai aussi lu dans l'accord de gouvernement que les renforts seraient surtout destinés à Anvers, mais c'est partout qu'ils sont nécessaires! Cela m'incite à dire que vos moyens sont déjà insuffisants.
Il est essentiel de s'attaquer aux barons de la drogue, mais ces gens vivent de la misère d'autrui. Et vous, vous voulez mettre notre pays au régime pendant dix ans! Comment voulez-vous éradiquer ce fléau si vous ne parlez que d'austérité? Ce n'est pas d'austérité que nous avons besoin, mais d'investissements: dans la jeunesse, dans le travail social, dans la santé et l'enseignement. Il faut donc donner aux travailleurs les moyens de ne pas laisser la jeunesse dans les mains de ces trafiquants.
Monsieur le premier ministre, je reprendrai la question du procureur du Roi: combien d'enquêteurs la police judiciaire fédérale (PJF) va-t-elle recevoir?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de eerste minister, in de eerste plaats wil ik u bedanken voor de extra politie, die het de minister van Binnenlandse Zaken meteen mogelijk heeft gemaakt om kordaat op het terrein op te treden. Wij weten allemaal dat er geen magische oplossing bestaat. Er bestaat niet één maatregel die alles oplost, iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen, en dus ook de burgemeesters, de PS-burgemeesters die vandaag in Brussel vzw's hun ding laten doen, die vandaag nalaten pizzeria's waar geen pizza's worden verkocht maar drugs worden verhandeld, te sluiten. Zij moeten optreden en ervoor zorgen dat daaraan iets wordt gedaan.
Als we ervoor willen zorgen dat iedereen zijn deel doet, dan spreekt dat misschien toch in het voordeel van de Nationale Veiligheidsraad, waarbij we niet alleen kijken naar het federale niveau, maar ook naar de regio's. To take back control. Wij moeten weer controle krijgen over onze straten. Er moet een versterking komen van de federale politie en van de federale gerechtelijke politie. Dat zijn allemaal zaken die we federaal kunnen doen
Tegelijkertijd moeten ook de andere politieke niveaus worden geresponsabiliseerd. Kijk naar Brussel momenteel. Hoe kunnen we de strijd tegen drugs voeren, als er gebruikersruimtes zijn, waarvan de Brusselse regering vindt dat het normaal is dat die er zijn? Dat krijg je mij niet uitgelegd.
Er is geen magische oplossing, behalve misschien de volgende: geen gebruiker betekent geen dealer; geen dealer betekent geen schietpartij. Het normaliseren van drugs in onze samenleving moet een halt toegeroepen worden. In films, Netflixseries en ook Vlaamse series wordt drugs overal beschouwd als iets positiefs. Dat moet gestopt worden. En wij moeten op het federale niveau de strijd tegen drugs voeren.
Mijnheer de eerste minister, welke maatregelen zullen wij nemen to take back control over onze straten?
Maaike De Vreese:
Mijnheer de eerste minister, collega's, elk nadeel heb zijn voordeel, zei ooit een groot filosoof. Met de arizonaregering stellen wij orde op zaken, met de neuzen in dezelfde richting, met een minister die onmiddellijk op het terrein was om actie te ondernemen, met een minister van Justitie die onmiddellijk daar was om mee het spoedoverleg in gang te steken.
Brussel is inderdaad al twee weken lang het strijdtoneel van drugsbendes, maar als we dat willen aanpakken, zullen we dat op de verschillende niveaus, van het lokaal niveau tot het internationaal niveau, moeten aanpakken. Dat is wat hier in de discussie ontbreekt.
Kijk naar het arizonaregeerakkoord. Alle maatregelen staan daar al in; we waren ons daarvan al bewust we moeten inderdaad de gerechtelijke politie versterken; we moeten inderdaad de politiezones in het Brusselse fusioneren; we moeten inderdaad de criminelen heel hard straffen en aanpakken; we moeten de focus leggen bij de drugsgebruikers. Zonder drugsgebruikers, geen afzetmarkt. Daar moeten we die criminelen treffen; in the pocket . We moeten hen treffen waar het geld zit. Ook op dat vlak zijn heel wat maatregelen gepland, die in deze legislatuur zullen worden uitgevoerd.
Mijnheer de eerste minister, we kunnen hier inderdaad met de vinger naar iedereen wijze, al degenen die de voorbije decennia volledig in het debat afwezig waren, maar dat mogen we vandaag net niet doen. Vandaag moeten alle neuzen in dezelfde richting.
Mijnheer de eerste minister, hoe zult u die eenstemmigheid tot stand brengen? Hoe zult u het lokaal niveau en het gewest meekrijgen? Hoe zult u de kwestie ook internationaal op de kaart zetten?
Ridouane Chahid:
Monsieur le premier ministre, je vous plains, parce que vous avez des partenaires de majorité qui sont amnésiques. Vous avez un président de parti qui vient nous expliquer ici que ce sont les bourgmestres socialistes qui sont responsables d'une compétence de Justice et d'Intérieur. Un président de parti qui a eu la compétence de la Justice sous l'Arizona; de l'Intérieur sous la Vivaldi, et de la Justice sous la Suédoise.
Qu'avez-vous donc fait pour régler les problèmes en matière de Justice et d'Intérieur? Ça, c'est la vraie question. Aujourd'hui, M. Mahdi, nous avons un procureur du roi qui vous rappelle qu'il manque 100 enquêteurs spécialisés pour résoudre des problèmes de fond. Ça, c'est la vérité mais évidemment le socio-démocrate que vous êtes ne se retrousse pas les manches. Vous rejetez la faute sur les autres. Alors, M. le premier ministre, les prisons débordent, la Justice ne sait plus où donner du pied tellement elle manque de moyens. Aujourd'hui, à la police fédérale, allez y faire un tour, M. Mahdi, il y a des voitures qui ne démarrent pas. Elles ne savent pas démarrer parce qu'elles sont en panne. Elles ne savent pas démarrer parce que vous n'avez pas mis les moyens nécessaires. Cela, c'est la vérité! Mais où étiez-vous quand on a commencé à désinvestir dans la police et la justice pendant quatre ans d'affilée. Ça, c'est la réalité. Aujourd'hui, le cancer de nos quartiers, vous n'y avez pas trouvé de solution. (Vives protestations de MM. Bouchez et Mahdi) Ça c'est la réalité, M. Mahdi, alors ne venez pas rejeter la responsabilité sur les autres! Et ne vous excitez pas, M. Bouchez, votre tour viendra!
Alors, monsieur le premier ministre: Quelle réponse allez-vous donner à la police judiciaire, à la justice? Et surtout, étant donné que l'on sait tous que le problème des narcotrafiquants est un problème européen, allez-vous initier une réunion du Conseil européen sur la matière pour faire en sorte que la lutte contre le trafic de drogue soit une question (...)
(Clameurs échangées hors micro entre M. Bouchez et les bancs du PS)
Voorzitter:
Mijnheer Bouchez en anderen, ik wil er nogmaals op wijzen dat wij ons hier niet op de jaarmarkt van een of andere Waalse gemeente bevinden. Ik heb immers de indruk dat die sfeer stilaan in het Parlement begint door te dringen. Dat kan trouwens ook op Vlaamse jaarmarkten weleens het geval zijn.
Er is hier een bepaalde manier van werken. Die bepaalde manier van werken stelt dat wie zich opgeeft om de vraag te stellen aan de eerste minister, zich op de sprekerslijst laat plaatsen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de heer De Smet, die nu zijn twee minuten spreektijd krijgt.
Ik verzoek u hem gedurende die tijd ook te laten uitspreken.
François De Smet:
Merci, monsieur le président.
Monsieur le premier ministre, nous devons tous être un peu plus humbles dans ce débat. Il en va de même pour vous, monsieur Mahdi! Franchement, si j'étais le président du parti qui a géré la sécurité de ce pays au cours des cinq dernières années, je serais un peu plus humble sur ce sujet. En effet, les fusillades actuelles à Bruxelles résultent principalement de l'échec des deux gouvernements précédents, à savoir la Vivaldi et la Suédoise.
Nous sommes dix à intervenir sur ce sujet aujourd'hui, c'est très bien. Pour ma part, je suis intervenu tout au long de la dernière législature pour tenter d'alerter sur le fait que notre pays devenait un narco-État. Les autorités judiciaires ont fait de même, mais nous n'avons pas été écoutés.
Rappelons les faits. Les problèmes de drogue et de grand banditisme sont d'abord du ressort de la police judiciaire fédérale. Comme les polices judiciaires à Anvers et à Bruxelles n'ont pas assez d'enquêteurs, les polices locales bruxelloises se retrouvent face à des kalachnikovs. Voici la vérité!
Même si vous arrêtez cinq fois, dix fois, vingt fois ces dealers qui se tirent dessus pour un bout de trottoir et pour un territoire, nous savons tous qu'ils seront remplacés du jour au lendemain. Ce phénomène ne pourra pas être endigué si vous ne frappez pas les têtes, si vous ne frappez pas les portefeuilles, si vous ne confisquez pas l'argent, si vous ne confisquez pas les voitures de luxe et si vous ne démantelez pas les réseaux de trafic d'armes, de corruption et de blanchiment d'argent.
Il faut plus de bleus dans les rues, mais il en faut surtout plus derrière les écrans. Je reconnais que cela peut sembler contre-intuitif. Une vision simpliste et populiste du dossier consiste à dire: "Il suffit d'arrêter les gens et il suffit d'avoir des solutions simplistes, comme par exemple la fusion forcée de zones de police." Cela ne marchera pas! Si vous voulez aider les zones de police locale, revoyez la norme de financement – cela tombe bien, c'est prévu dans votre accord – et faites-le vite! Pour le reste, laissez-les tranquilles et aidez plutôt le procureur du Roi de Bruxelles en lui donnant les moyens qu'il demande! Continuez également à apporter votre aide au procureur du Roi d'Anvers! Mais surtout, il est grand temps d'aider les riverains de Bruxelles, fatigués de ce genre d'effets d'annonce, qui veulent être secourus maintenant!
Youssef Handichi:
Monsieur le premier ministre, je suis le dernier à vous poser la question. Je suis le dernier, mais je ne serai pas le premier à faire un jeu de devinettes. Je ne vais pas faire la liste des tirs. La situation est beaucoup trop dramatique. Les gens et les travailleurs dans ces quartiers, monsieur Chahid – je pense que nous venons du même quartier, ou pas très loin –, à Anderlecht, veulent vivre en paix. Ils veulent prendre les transports en commun en sécurité. À 2 h ou à 7 h du matin, ils veulent vivre en paix. Les premières actions qui ont été menées sur le terrain vont dans ce sens-là. Il s'agissait d'apporter une réponse forte.
Monsieur le premier ministre, vous avez une majorité qui vous soutient dans vos actions. Nous soutenons notre ministre de la Sécurité et de l'Intérieur dans les premières actions qui ont été menées. Sont-elles suffisantes? Nous sommes tous d'accord pour dire, non, elles ne le sont pas. C'est la question principale que j'ai à vous poser, monsieur le premier ministre: quelle est la suite de ces actions?
Effectivement, les Bruxellois, les Anderlechtois vous regardent, les trafiquants vous regardent. À un moment donné, on devra cesser cette politique visant à demander qui a fait quoi, et on devra mener des actions concrètes. Il faut taper fort. Tolérance zéro vis-à-vis de ces crapules. Monsieur le premier ministre, nous sommes vraiment impatients de comprendre, de savoir et d'aller chercher ces crapules pour les mettre en prison et assurer la paix à tous les Bruxellois.
Bart De Wever:
Chers collègues, je vais commencer par donner raison à M. De Smet. Face à la criminalité organisée, je pense que tout le monde devrait être humble et serein. Il s'agit d'un fléau mondial et il n'y a pas de réponse facile. C'est la vérité. Comme vous le savez, notre niveau de menace est actuellement au niveau 3 sur une échelle de 4. Les services se trouvent donc déjà dans un état de vigilance renforcée.
Le Conseil national de sécurité est un organe de coordination des politiques et non une entité opérationnelle. Le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur ainsi que la ministre de la Justice sont en contact étroit avec les différents services et le parquet. Ils me tiennent régulièrement informés. Demain, ils feront un nouveau point de la situation lors du Conseil des ministres où, comme vous le savez, siègent également tous les membres permanents du Conseil national de sécurité. Si à un moment donné, nous constatons qu'il est nécessaire de convoquer un Conseil national de sécurité pour une coordination supplémentaire, je ne manquerai évidemment pas de le faire.
Wat we de afgelopen weken hebben gezien aan Clemenceau is helaas geen onbekend tafereel. Het gaat hier over een bendeoorlog, waarbij bendes op straat met elkaar in de clinch gaan en daarbij grof geweld gebruiken. Dat is een tafereel dat helaas in heel wat Europese steden een trieste realiteit is geworden. We zien ook wat er in Nederland gebeurt, namelijk dat het drugsgeweld zich niet meer beperkt tot de steden, maar zich verder verspreidt. Dat is waarvoor ik in mijn vorige bevoegdheid inderdaad altijd heb gewaarschuwd.
Het goede nieuws is dat er deze keer wel een plan klaarligt. Als u zegt dat de Nationale Veiligheidsraad moet bijeenkomen om een plan te maken, dan antwoord ik u van niet, want de bestrijding van de georganiseerde misdaad komt heel uitgebreid aan bod in dit regeerakkoord. Er is een plan en de middelen van de veiligheidsdepartementen zullen ook worden opgedreven.
Het is mijn uitdrukkelijke ambitie om een integrale aanpak uit te rollen ten aanzien van de georganiseerde misdaad en in het bijzonder van de drugscriminelen. U zult begrijpen dat dit mij heel na aan het hart ligt. Het gaat over bronland of productiesite, logistiek, invoerhavens of luchthavens, geldstromen, ondermijning, bendevorming tot en met straatdealers en uiteraard ook over het geweld dat daarmee gepaard gaat. Dat moet allemaal aangepakt worden.
Daarin past het heropnemen van zowel het Kanaalplan als het Stroomplan 2.0 en ook de fusie van de Brusselse politiezones zal bijdragen aan een efficiëntere bestrijding van de georganiseerde misdaad in onze hoofdstad. Ik hoop dus op de medewerking van alle burgemeesters. De lokale politie kan heel veel betekenen, zeker als het gaat over straatbendes en ondermijning. Ik denk dat ik heel goed geplaatst ben om u dat te vertellen. Het is dus zaak om het regeerakkoord resoluut uit te voeren.
Deze problematiek vereist een structurele aanpak. Het geweld dat men vandaag in Brussel ziet, is niet het begin, maar wel het eindresultaat, het trieste gevolg van een lange criminele pijplijn. We moeten de droevige waarheid onder ogen zien, namelijk dat niemand kan beloven dat men dit op korte termijn structureel kan doen stoppen. Sereniteit is in deze echt wel geboden. Als we het structureel willen stoppen, dan zal iedereen moeten meewerken. Elke overheid zal moeten samenwerken.
Ik ben daarvoor – letterlijk – al de wereld rond geweest. Ik heb met havens, overheden, anti-corruptiediensten en Justitie in diverse landen gesproken en de havens verenigd. Er is al zoveel voorbereidend werk verricht en er ligt zoveel klaar. Ik heb altijd goed en nauw samengewerkt met de vorige ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie. Er is al enorm veel voorbereid, nationaal en internationaal, waarvan ik nu hoop dat wij de vruchten zullen kunnen plukken. Ik heb tijdens mijn eerste meeting met de heer Costa al gezegd dat dit ook een Europese prioriteit moet worden, anders duwen wij het probleem alleen maar naar elkaar toe. Dat is echter helaas helemaal nog niet het geval. Wij hebben daarvoor iedere overheid nodig.
C’est pourquoi je déplore également qu’il n’y ait toujours pas de gouvernement de plein exercice à Bruxelles pour mettre en œuvre des réformes structurelles de manière décisive avec nous. J’appelle encore une fois chacun à arrêter les jeux politiques et à assumer ses responsabilités pour la sécurité de nos citoyens. Merci.
Ortwin Depoortere:
Wie dacht dat met de N-VA in de regering veiligheid prioriteit nummer 1 zou worden, is eraan voor de moeite. Terwijl Antwerps premier Bart De Wever enkele jaren geleden zelf opriep om het leger in te zetten, blijft het nu oorverdovend stil. Hij gaat liever naar een patserfilm en zegt dat de drugsproblematiek is wat ze is.
Mijnheer de premier, als het u menens is met de veiligheid van onze burgers, dan moet u de oplossingen van het Vlaams Belang in de praktijk omzetten, structureel en op korte termijn. Wij stellen een totaalaanpak voor met inzet van alle veiligheidsdiensten, desnoods ook met het leger, en een versterking van de gespecialiseerde politie-eenheden om de jarenlange onderfinanciering tegen te gaan. Houd desnoods grootschalige razzia's in die wijken, ga van deur tot deur, pak die criminelen op. Zet criminelen die hier illegaal zijn het land uit. Zorg opnieuw voor veilige straten voor onze bevolking!
Rajae Maouane:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses.
J'ai été un peu frustrée parce que j'aurais aimé entendre que ce dont on a besoin, ce sont des services publics qui tiennent debout. J'aurais aimé entendre qu'on a besoin d'une police bien formée et présente au quotidien dans les quartiers, d'une justice qui a les moyens d'enquêter et d'un véritable travail de prévention. J'aurais aimé entendre qu'il faut protéger les quartiers, que les quartiers populaires aussi ont droit à la sécurité et que la réponse ne peut pas être seulement répressive.
Malheureusement, votre gouvernement Arizona détricote le statut des policiers et diminue aussi la capacité à recruter des agents et des agentes.
Le procureur du Roi n'a pas demandé plus de police et plus de chefs de police. Il a demandé davantage d'inspecteurs à la police fédérale. Il n'y en avait pas qui étaient disponibles. C'est un vrai problème.
Et, quand j'entends certains partis qui sont au pouvoir depuis 25 ou 30 ans sans discontinuer, je continue à être inquiète et je me demande comment on va faire pour la suite. Parce qu'en fait, la sécurité ne se construit pas à travers des effets d'annonce; elle ne se construit pas à travers des opérations coup de poing, mais à travers de la répression, de la prévention et un travail main dans la main (...)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de eerste minister, u hebt veel plannen. Wij willen echter concrete actie. Wij hebben u geholpen met concrete actie in Antwerpen. Welke middelen hebt u opgenomen in uw begrotingstabellen voor 2025 voor de politie? Dat is 26 miljoen euro. Dat staat in schril contrast met de 100 miljoen euro voor 2024, die wij hebben ingeschreven. Mijnheer de eerste minister, wij hebben u geholpen in Antwerpen. In Brussel zien of horen wij u niet. Wij hebben vier keer zoveel middelen uitgetrokken in 2024 dan u voor 2025 inschrijft.
Brent Meuleman:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord en voor uw oproep tot sereniteit. Het Vlaams Belang kan daarvan nog wat leren.
Collega’s, laten we alle theater achterwege laten, want dat komt ten koste van de veiligheid van de mensen. Laat het duidelijk zijn: iedereen moet zijn steentje bijdragen.
Voor Vooruit is veiligheid een absolute topprioriteit. Hoe brengen mensen hun kinderen in godsnaam naar school, als zij elk moment in een schietpartij terecht kunnen komen? De inwoners van de betrokken wijken voelen zich niet veilig. Net om die reden hebben de regeringspartijen afgesproken dat meer centen en meer middelen naar Justitie en naar politie zullen gaan.
Immers, collega’s, alleen door nu samen op te treden, zullen wij het geweld een halt kunnen toeroepen en ervoor kunnen zorgen dat de mensen opnieuw in leefbare wijken wonen en er veilig kunnen opgroeien.
Julien Ribaudo:
Monsieur le premier ministre, vous avez parlé de sérénité. Alors, moi, je m'amuse de voir la droite s'exciter comme ça sur les bancs, bien que vous ayez eu les dix derniers ministres de l'Intérieur.
Monsieur le premier ministre, vous avez dit avoir un plan. Mais nous vous avons posé des questions concrètes et votre réponse était vague, très vague.
Avez-vous écouté le procureur du Roi hier, quand il a parlé de donner plus de moyens? Les chiffres parlent d'eux-mêmes: à Bruxelles, il manque 137 policiers à la police judiciaire fédérale, sur 722; à Anvers, il en manque 95 sur 508. Et même la police locale, qui doit se charger de la police de proximité, est en sous-effectif. Comment voulez-vous lutter contre le narcotrafic si vous démantelez les services publics et si vous détériorez les conditions de travail de la police?
Monsieur le premier ministre, vous ne pourrez pas lutter efficacement contre le crime organisé, ni garantir la sécurité des citoyens, si vous poursuivez dans cette direction.
Sammy Mahdi:
Dank u, mijnheer de eerste minister. U hebt terecht gezegd dat we verder kordaat moeten optreden.
Mijn laatste boodschap geef ik in het Frans.
Ce message s'adresse à certains jeunes de quartiers.
À toi, petit dealer, qui essaies d'avoir de l'argent facile en trafiquant de la drogue. Toi, le petit dealer, alors que tes grands-parents et tes parents se sont cassé le dos pour travailler dans cette société, aujourd'hui, tu te retournes contre cette société. À toi, petit dealer, qui peut-être écoutes certains partis de gauche qui te disent que tu n'as aucune opportunité dans cette vie, je veux te faire passer un message. C'est qu'il y a deux options. Ou bien tu t'intègres, tu t'investis et tu prends les opportunités qui existent au sein de cette société. Ou bien tu feras face à un pouvoir politique qui ne tolérera pas qu'aujourd'hui, des jeunes menacent la sécurité pour eux-mêmes, pour les autres jeunes de quartiers et pour les parents. Pas avec nous, pas avec ce gouvernement! J'espère que tu l'as bien entendu!
Maaike De Vreese:
Het is fake news, mevrouw Bertrand. U zou beter moeten opletten en even luisteren. U verkoopt hier in het Parlement fake news. Dat weet u. U moet leren optellen. Het gaat om 110 miljoen erbovenop.
Ik kan u één ding zeggen, collega's. De bendes hebben een heel slecht moment uitgekozen. Die criminelen hebben een slecht moment uitgekozen. Want wij zullen er staan. Arizona zal er staan, als één blok. Wij zullen zorgen voor een eenheid van commando. Het is met ons of het is tegen ons. Wie niet horen wil, zal voelen.
We zullen dit allemaal samen doen. Daarom is het zo belangrijk en vraag ik ook die lokale besturen en het gewest om zich achter dat blok te scharen en zich niet weg te steken, maar om de strijd samen met ons aan te gaan.
De voorzitter:
Het zal u bekend zijn, mevrouw Bertrand, dat eventuele tussenkomsten of persoonlijke feiten aan bod komen na afloop van het debat.
Ridouane Chahid:
Monsieur le premier ministre, merci pour les réponses, mais vous n'avez pas répondu à un certain nombre de questions. Au mieux, vous avez lu la déclaration de gouvernement que vous aviez déjà lue il y a quelques jours. Mais la question est la suivante: est-ce vraiment avec 75 millions d'euros que vous allez apporter une réponse face à des narcotrafiquants qui brassent des milliards?
Vous avez parlé de la police locale. Aujourd'hui, les polices locales, les sections locales de recherche se mettent à disposition pour aider la police fédérale, pour faire en sorte de trouver des solutions et de régler des problèmes de fond.
L'appel du procureur du Roi est donc simple. Ce n'est pas une fusion des polices qui va régler le problème, mais c'est engager des enquêteurs. Il manque plus de 100 enquêteurs à la police judiciaire fédérale. C'est ce qu'ils attendent de vous.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour vos réponses. Il y a de bonnes choses. Mais sur la fusion des zones de police, pour rappel, les six zones bruxelloises font déjà partie du top 12 des zones les plus denses. Si vous les fusionnez de force, vous allez déstructurer une police de proximité, qui est une des rares choses qui fonctionnent dans l'ensemble.
Non seulement les 19 bourgmestres, toutes couleurs confondues, sont contre. Le procureur du Roi vous dit que c'est une mauvaise idée. Le procureur général vous dit que c'est une mauvaise idée.
De grâce, arrêtez avec ce qui ressemble de plus en plus à un nouveau BHV, à un totem communautaire absolument irrationnel, qui n'a pas de plus-value. Arrêtez de vous attaquer aux zones de police; attaquez-vous aux narcotrafiquants.
Youssef Handichi:
Tout d'abord, un petit message au PTB: au lieu de se poser la question de qui a eu quoi comme ministères ces 30 dernières années, peut-on être d'accord sur le fait que vous, vous n'avez jamais rien eu dans les mains? C'est un premier point.
Ensuite, je m'adresse aux camarades de la gauche. Il faudrait peut-être faire la liste de vos compétences et voir où se trouve aujourd'hui M. Vervoort. Il est aux abonnés absents. M. Cumps à Anderlecht fait des effets d'annonce, mais où est la police locale?
Effectivement, nous avons renforcé la présence des bleus. C'est une première réponse qui est nécessaire. Pas du tout de la prévention, mais de la répression. Comme je vous l'ai dit, à un moment donné, la peur doit changer de camp, monsieur le premier ministre. Vous avez une majorité qui vous soutient dans ce sens-là. Merci.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Alexia Bertrand:
Het was uiteraard een persoonlijk feit, mijnheer de voorzitter. Wie vertelt hier nu fake nieuws? Ik heb hier de tabellen. Daar staat voor de ministerraad van 23 oktober 2020: plus 100 miljoen euro in 2024 voor de politie. Bij jullie is dat 26 miljoen euro. Dat is vier keer minder, bovenop natuurlijk. Wij zijn het eens, mijnheer Ronse. Het is 100 miljoen euro bovenop de middelen die voorzien waren. Wij hebben dus vier keer meer gedaan dan wat jullie gaan doen in 2025. Dat is een feit.
Voorzitter:
Het woord is aan mevrouw De Vreese. Het Reglement bepaalt dat de aangesprokene repliektijd krijgt. (Protest op de Open Vld-banken)
Collega's, het zou fijn zijn als u allemaal het Reglement even bekijkt. Ik geef dus het woord aan mevrouw De Vreese.
Maaike De Vreese:
Collega Bertrand, u zou als geen ander de begroting moeten kennen. De verhoging van Vivaldi is natuurlijk mee in de begroting opgenomen. Daar doen we dit nog eens bovenop. Het is natuurlijk jammer en pijnlijk voor Open Vld om dit te horen, maar wij doen het er dus nog bovenop, dit in een context waarin uw partij een desastreuze begroting heeft achtergelaten. U gaat ons nu lesjes leren over de manier waarop wij in veiligheid moeten investeren, terwijl u in de voorbije legislatuur een put hebt achtergelaten. Het is een schande dat u op die manier durft tussen te komen.
Voorzitter:
Ik verwijs even naar artikel 55. Het is altijd toegestaan het woord te vragen voor het beantwoorden van een persoonlijk feit. De toelichting van het persoonlijk feit en het eventuele antwoord van een ander lid of een lid van de regering mogen samen niet meer dan vijf minuten van de tijd in beslag nemen.
-
Vraag: De maffiapraktijken in Brussel
Vraag: De maffiapraktijken in Brussel
veiligheid, justitie en defensieDe maffiapraktijken in Brussel
De maffiapraktijken in Brussel
Maffiapraktijken in Brussel summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De escalerende criminaliteit in Brussel—met openlijke drugshandel, geweld, onbestrafte daders en overbelaste politie/Justitie—doet inwoners zelf bewijsmateriaal verzamelen, terwijl ze zich onveilig en in de steek gelaten voelen door lokale (PS-)besturen en een falend beleid. Minister Verlinden benadrukt federale investeringen (500 miljoen euro), intensieve politieacties (hotspots, GAS-boetes, arrestaties) en samenwerking met Justitie, maar wijst op tekortschietend lokaal en gewestelijk optreden, verergerd door de aanslepende regeringsvorming, en waarschuwt tegen eigenrichting door burgers. Oppositieleden Demesmaeker (N-VA) en Depoortere (VB) eisen radicale maatregelen: nultolerantie voor criminele illegalen (opsluiting + uitzetting), een geïntegreerde Brusselse politiezone en concrete plannen in plaats van "halve maatregelen", met de stelling dat de rechtsstaat al is uitgehold en dringend herstel nodig heeft.
Eva Demesmaeker:
Mevrouw de minister, na de recente oudejaarsrellen met de vuurwerkbazooka’s, de afpersingsverhalen in Molenbeek van een filmploeg en de brandbrief bij de financiële instellingen in de Naamsepoort, lezen we nu in de kranten dat buurtbewoners zelf foto’s en filmpjes maken van de drugsdealers, die zij dan via WhatsApp naar de politie doorsturen. De situatie in Brussel loopt uit de hand. Ze is schrijnend. Het gaat niet langer over geïsoleerde elementen. Nochtans gaat het om onze hoofdstad, het uitstalbord van ons land voor de buitenwereld.
Welk beeld schetsen we wanneer criminaliteit de bovenhand krijgt, inwoners zich niet meer veilig voelen, niet in de eigen buurt en evenmin op weg naar het werk, opgepakte criminelen na enkele uren alweer worden vrijgelaten en op vrije voeten staan, de politie zich machteloos voelt en Justitie met werk overstelpt wordt? Dan verliezen we het vertrouwen in onze rechtsstaat.
Daarom wil ik u twee cruciale vragen stellen.
Ten eerste, welke concrete signalen geeft u in verband met het huidige Brusselse beleid? Staat u met de beleidsmensen aldaar in contact? Legt u hun maatregelen op?
Ten tweede, hoe ondersteunt u de lokale politiezones in hun streven om de controle in die buurten te herwinnen?
Ortwin Depoortere:
Mevrouw de minister, de situatie in Sint-Gillis is volledig uit de hand gelopen. Buurtbewoners getuigen over "jongeren" die op klaarlichte dag openbaar in de straten drugs dealen, gewapend met messen. Uiteraard wendt men zich dan tot de eerste contactpersoon. Dat is de PS-baron in Sint-Gillis, maar daar krijgen de buurtbewoners nul op het rekest. Het gevolg is dat ze dan maar zelf het heft in handen nemen. Wie kan ze ongelijk geven?
Het profiel van de jongeren is al even duidelijk. Ik citeer de perswoordvoerder van de Brusselse politiezone Zuid, want anders word ik nog beschuldigd van racisme: "Het gaat meestal om illegalen, om mensen die een bevel hebben om het grondgebied te verlaten. We zien er soms die 37 van die bevelen hebben. Dan contacteren wij de Dienst Vreemdelingenzaken, maar dan is er een volgend probleem: de asielcentra zitten vol. De politie kan niets doen."
Het is maar één symptoom van de Brusselse hellhole , want in 2024 waren er maar liefst 90 schietpartijen in Brussel, soms met dodelijke afloop. De onveiligste stations in ons land situeren zich in Brussel, met name Brussel-Zuid, Brussel-Noord en Brussel-Centraal. Over de rellen op oudejaar hebben wij vorige week en gisteren in de commissie al gedebatteerd.
We moeten dus toch durven toe te geven, mevrouw de minister, dat het beleid wat de strijd tegen de onveiligheid in Brussel betreft faalt en er een tandje moet worden bijgestoken. Als de lokale politie de veiligheid van haar burgers niet meer kan garanderen en als de federale overheid tekortschiet in die taken, dan moet er toch iets gebeuren. Ik hoop dat u vandaag met concrete maatregelen komt om de problemen in Brussel voorgoed op te lossen.
Annelies Verlinden:
Collega's, de straten van Brussel behoren inderdaad toe aan de Brusselaars, de bezoekers en de pendelaars, en niet aan drugscriminelen van uiterst bedenkelijk allooi.
In de strijd tegen de drugshandel en druggerelateerd geweld verdienen de noodkreten van de buurtbewoners van de verschillende geïdentificeerde hotspots absoluut opvolging. Vorig jaar ging ik in gesprek met de vertegenwoordigers van de buurtcomités om samen na te denken over en te werken aan oplossingen om de leefbaarheid in hun wijken te verbeteren. Op federaal niveau namen we vanuit Binnenlandse Zaken onze verantwoordelijkheid door van de strijd tegen de drugshandel een topprioriteit te maken. Daarbij investeerden we maar liefst 500 miljoen euro extra in de federale gerechtelijke politie in Brussel, de scheepvaartpolitie en het drugscommissariaat.
Sta me toe te wijzen op de verantwoordelijkheid van de beleidsmakers in Brussel, zowel de lokale besturen als het gewest. De lokale besturen moeten doortastend optreden. Wat mij betreft, mag dat doortastender zijn dan in het verleden het geval was. Ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft in dat verband een bevoegdheid en zou met een door het federaal Parlement aangenomen wet nog meer verantwoordelijkheid kunnen krijgen. De aanslepende Brusselse regeringsvorming komt volgens mij in elk geval de veiligheid van de buurtbewoners, de buurtcomités en de handelaars niet ten goede.
De politie is alleszins paraat, 24/7. Zo voerde de lokale politie Zuid tijdens een zomeractie maar liefst 661 interventies uit gericht op druggerelateerde fenomenen, met niet minder dan 626 processen-verbaal. Daarbij werden niet minder dan 607 administratieve en 840 gerechtelijke druggerelateerde aanhoudingen uitgevoerd.
Uiteraard stopt het werk niet bij die zomeractie. Voortdurend worden er GAS-boetecampagnes georganiseerd, zijn er horecacontroles, worden er drugs, wapens en cashgeld in beslag genomen en zijn er ook identiteitscontroles en arrestaties.
Om de drugshandel te bestrijden, werkt de politie met hotspots volgens het principe van de very irritating police . De lokale politie krijgt bijstand van de federale politie en er wordt prioritair in capaciteit en middelen voorzien. Dat de acties en operaties die in het verleden werden ondernomen wel degelijk effect sorteren, blijkt ook uit de impact ervan. Dankzij de informatie die wordt aangeleverd door buurtbewoners of klachten wordt de beeldvorming versterkt en verschuiven hotspots, wat uiteraard tot een wijziging van de aanpak noopt.
Uiteraard werkt de federale gerechtelijke politie samen met Justitie om de bovenstructuren met grote internationale netwerken aan te pakken en voert ze onderzoeken die de drugscriminelen raken in hun verdienmodel. Dat moet absoluut een prioriteit blijven. Ook voor Justitie is dat een prioriteit. Kortom, politie en Justitie werken onvermoeibaar samen.
Ik begrijp echter ook dat buurtbewoners bezorgd zijn om hun wijk en dat zij tastbare oplossingen willen omwille van de leefbaarheid in hun wijken. De lokale besturen moeten daarom te allen tijden bereikbaar en beschikbaar zijn voor die zorgen en hun niet de rug toekeren. Ik kan alvast bevestigen dat heel wat Brusselse politiekorpsen, waaronder het korps van de politiezone Zuid, onmiddellijk aan de slag gaan met de meldingen en informatie die de buurtbewoners met hen delen en op basis daarvan ook hun acties en hun interventies plannen.
Ik sluit me wel graag aan bij de boodschap van de lokale politiezone Zuid, namelijk dat politiewerk aan de politie toekomt. Het wordt ten zeerste verwelkomd dat relevante informatie wordt gedeeld, zodat interventies gericht kunnen worden uitgevoerd, maar in het belang van de veiligheid van de mensen zelf kan het niet de bedoeling zijn om zelf achter verdachten aan te gaan en zichzelf in onveilige situaties te brengen.
Er wordt nog steeds gewerkt – dat zal ook zo blijven – op fenomenen die een invloed hebben op de leefbaarheid van de wijken. De uitdagingen zijn groot, reden te meer dat de strijd tegen drugshandel een prioriteit moet blijven. (…)
Eva Demesmaeker:
Mevrouw de minister, dank voor uw antwoord.
Het klopt inderdaad dat er een grote verantwoordelijkheid ligt bij het lokale beleid, bij de lokale bevoegdheden. Die is verpletterend, daar kunnen we niet omheen. Brussel is echter een tikkende tijdbom. Als we niet ingrijpen, stevenen we af op een onomkeerbare situatie waarin de criminaliteit de bovenhand neemt en de rechtsstaat zal worden uitgehold.
Het is tijd dat er een krachtig, duidelijk plan komt, geen halve maatregelen. De mensen die in die wijk wonen, verdienen geen woorden maar daden, vooraleer ze zelf het heft in eigen handen nemen. Vandaag lijkt het immers zo dat de criminaliteit in Brussel vaak onbestraft blijft. Het is geen vijf voor twaalf wat Brussel betreft, ik denk dat twaalf uur al lang voorbij is.
Ortwin Depoortere:
Mevrouw de minister, het Vlaams Belang heeft hier als veiligheidspartij bij uitstek al jarenlang op gehamerd. We zullen dat blijven doen omdat de situatie aansleept. De situatie verbetert niet, integendeel. We moeten dan ook zorgen voor meer middelen en meer ondersteuning in de strijd tegen onveiligheid en tegen drugs, maar ook in de strijd tegen illegaliteit. Het is tijd voor nultolerantie, echte nultolerantie. Het is tijd om criminele illegalen op te pakken, op te sluiten en het land uit te zetten. Het is tijd ook om de verantwoordelijkheden van de lokale baronieën in Brussel voor het blok te zetten. Het is tijd voor een eengemaakte politiezone in Brussel. Ik weet, mevrouw de minister, dat u daar ook voorstander van bent. Voeg de daad nu eens bij het woord. Het is geen vijf voor twaalf, het is vijf na twaalf.
-
Vraag: De rellen op oudejaarsavond
Vraag: De rellen in Brussel
Vraag: De rellen in Brussel
Vraag: Het geweld in de steden tijdens de oudejaarsnacht 2024
veiligheid, justitie en defensieDe rellen op oudejaarsavond
De rellen in Brussel
De rellen in Brussel
Het geweld in de steden tijdens de oudejaarsnacht 2024
Stedelijke onrust oudejaarsnacht 2024 summaryExplanationBeantwoord door
open vld Alexander De Croo (Eerste minister)
cd&v Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de escalerende oudjaarsrellen in Brussel, gekenmerkt door geweld tegen hulpdiensten, brandstichting en molotovcocktails, vooral door allochtone jongeren, met 70 verbrande auto’s en 1.758 politie-interventies. Critici (o.a. N-VA, Vlaams Belang) wijten het aan falend beleid, gebrek aan repressie, ouderlijk falen en multiculturele mislukking, en eisen strengere straffen, snellere vervolging, politiebewapening en nationaliteitsontneming voor recidivisten. De regering (De Croo, Verlinden) erkent de ernst van de situatie, benadrukt repressie (huisarrest, identificatie daders) én preventie (ouderlijke verantwoordelijkheid, sociale integratie), maar wijst op structurele oorzaken zoals normvervaging, marginalisering en falend opvoedingsklimaat. Ketenaanpak en samenwerking tussen lokale/federale overheden worden essentieel geacht, maar concrete oplossingen blijven vaag.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, collega's, nieuws is vluchtig en de gewenning is groot, ook voor de voorbije rellen, maar toch moeten we het debat daarover voeren. Er zijn daarvoor een aantal redenen. Ten eerste, het is ook dit jaar weer volledig uit de hand gelopen en nochtans waren de voortekenen al duidelijk. Sommige burgemeesters hadden een avondklok ingesteld of een huisarrest opgelegd, maar op sociale media waren er ook openlijke bedreigingen van allochtone relschoppers aan het adres van de politie te lezen. Er was ook de in mijn ogen te vriendelijke vraag via de media om alstublieft geen hulpdiensten aan te vallen.
Ten tweede, het debat vandaag en volgende week in de commissie moet resulteren in doortastende maatregelen, want de rellen zijn aan het escaleren. De ernst kan niet ontkend worden. Ik geef u een aantal cijfers. In Brussel werden 70 auto's in brand gestoken, dubbel zoveel als vorig jaar. Er waren 663 hulpdienstinterventies en 1.758 politie-interventies en er werden molotovcocktails naar brandweer en politie gegooid.
Ten derde, we zien een herhaling van de feiten. De rellen worden gewelddadiger en er is daarbij een rode draad: het gaat steevast over allochtone jongeren. Eigenlijk zou men de vraag kunnen stellen of daar veel recidivisten bij zitten, maar cijfers daarover heb ik nog niet gekregen.
In naam van de politie en op verzoek van de hulpdiensten vraag ik u hoe u escalatie zult vermijden en wat u zult ondernemen om dat soort rellen definitief een halt toe te roepen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, de situatie op oudejaarsnacht was onder controle. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van burgemeester Close op de nieuwjaarsreceptie voor de politiediensten. Zeg dezelfde woorden eens aan al die mensen van wie de auto is uitgebrand. Vraag hun eens of het onder controle was. Ik ben er vast van overtuigd dat het antwoord anders zou klinken en dat is maar goed ook. We mogen dit niet wegrelativeren. We mogen dit niet gewoon worden. Eigenlijk zou er hier vandaag van elke partij iemand moeten staan.
De situatie was hallucinant: molotovcocktails, vuurwerkbommen. Onze politiediensten werden aangevallen en nog triestiger: ook onze brandweermannen en onze hulpdiensten. Wie is daarvan het slachtoffer? De gewone man op de straat. Er gebeurden 160 arrestaties en dan horen we heel voorzichtige cijfers van 7 mensen die zouden worden vervolgd.
Ondanks de voorbereidingen van de politiediensten – ik ben er zeker van dat zij de professionaliteit en de wil hebben om dat aan te pakken – is de situatie volledig uit de hand gelopen. In Brussel zien we de gevolgen van bestuurlijke versnippering en van een jarenlang links, laks beleid. Op federaal vlak is er van snelrecht, van kordaat aanpakken, van effectieve bestraffing geen enkele sprake. Het erge en het frustrerende is dat we dat jaar na jaar kunnen voorspellen. We zien dat aankomen. We zien de ernst daarvan in. We zien het steeds gewelddadiger worden.
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, wat hebt u, wat heeft de vivaldiregering ondernomen om te vermijden dat het dit jaar zou gebeuren? Welke instructies hebt u als minister van Binnenlandse Zaken gegeven? Hoe evalueren jullie deze nacht? Was die nacht volgens jullie onder controle?
Franky Demon:
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, het zal u maar overkomen: politie- of brandweermannen die op oudejaar voor hun inzet worden bedankt met molotovcocktails. Toch is dat op verschillende plekken weer gebeurd, onder andere in onze hoofdstad Brussel. Tijdens de oudejaarsnacht moest dat daar weer gebeuren. Onaanvaardbaar!
Twaalf- tot veertienjarigen staan onder het ouderlijk gezag, punt. Ik ben opgevoed met de gedachte dat de feestdagen gezellige familiemomenten moeten zijn, maar in onze hoofdstad uiten sommige jongeren hun goede voornemens blijkbaar liever door de straat op te trekken en andermans auto in brand te steken of door naar voorbijrijdende trams te schieten met vuurwerkkanonnen.
Als de ouders dat laten gebeuren, mogen we ook niet verbaasd zijn dat bepaalde burgemeesters de verantwoordelijkheid van die ouders gaan overnemen. Het is goed om vast te stellen dat er in Brussel een eengemaakt politiecommando was op oudejaar, want begin vorig jaar nam het Parlement een wet aan waarin de minister-president bij dit soort crisissen de aansturing voor opdrachten van bestuurlijke politie kan overnemen. Door bepaalde vivaldiregeringspartijen konden die uitvoeringsbesluiten echter niet worden omgezet. Het is duidelijk tijd dat dat wel gebeurt. Daarom hoop ik dat de komende arizonaregering ervoor zal zorgen dat we die verantwoordelijkheid kunnen nemen.
Ik heb dan ook maar twee vragen voor u beiden. Hoe kijkt u naar deze problematiek en wat kunnen we doen om (…)
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, madame la ministre, la nuit du Nouvel An, certains individus ont choisi d'adresser leurs vœux à la population en incendiant des véhicules. Ils ont aussi choisi de souhaiter la bonne année aux services de secours et d'intervention en les canardant, notamment à l'aide de feux d'artifice. Le nombre d'interventions policières et des pompiers est tout à fait remarquable pour une nuit qui doit être une nuit de fête. Les pompiers et les ambulanciers qui ont été la cible de ces attaques ont dû, pour certains, interrompre leurs interventions, donc l'aide qu'ils devaient apporter à la population, pour se mettre à l'abri et se protéger dans l'attente du secours de la police. Bien évidemment, cette situation me préoccupe, tant à l'égard des citoyens que des services de secours – qui sont là pour nous protéger, garantir la sécurité et protéger des vies. Cela me semble tout à fait inacceptable.
Les questions que j'ai envie de vous poser sont les suivantes. Quel bilan global tirez-vous de ces faits sur le plan des interventions policières et des services de secours, et pas seulement à Bruxelles, puisque nous savons que d'autres villes ont aussi été la cible de ce genre d'attaques? Par ailleurs, quelles mesures le gouvernement prend-il pour renforcer très efficacement et significativement la protection de ceux qui nous protègent, à savoir les services de secours? Il est essentiel qu'ils puissent travailler en étant sûrs et en étant protégés. Enfin, existe-t-il un dispositif multidisciplinaire permettant aux services de secours, pompiers et ambulanciers, d'alerter en temps réel la police afin qu'elle puisse intervenir immédiatement face à de tels actes?
Alexander De Croo:
Ik zal deze vraag samen met de minister van Binnenlandse Zaken beantwoorden.
Laat me eerst en vooral mijn dank uitspreken aan de ordediensten en de hulpverleners die in zeer moeilijke omstandigheden, in onterecht moeilijke omstandigheden, hun werk gedaan hebben. Die mensen doen hun job. Zij zorgen ervoor dat wij veilig eindejaar kunnen vieren. Ze doen dat ook op een moment dat ze eigenlijk angst voor hun eigen leven moeten hebben, angst voor hun eigen gezondheid moeten hebben. Dat is iets wat we nooit mogen aanvaarden. We mogen nooit aanvaarden dat hulpverleners of ordediensten op die manier geviseerd worden. We mogen nooit aanvaarden dat zij het doelwit worden van relschoppers die elke vorm van normbesef verloren zijn.
De ordediensten hebben doortastend opgetreden. Dat is mede te danken aan de investeringen die in de voorbije jaren plaatsgevonden hebben, bijvoorbeeld de investeringen in de versterking van het parket van Brussel. Die hebben hun vruchten afgeworpen, maar het is duidelijk, wanneer men kijkt naar hoe de zaken vorige week verlopen zijn, dat dit niet voldoende is.
Ja, de identificatie van daders is aan de gang. Ja, personen zullen worden vervolgd. Repressie als deze is nodig. Op momenten als dit, als onze samenleving onder druk staat, als er geweld is ten opzichte van burgers die gewoon samen oudjaar willen vieren, moeten we de mogelijkheid hebben repressief op te treden. Dan is in mijn ogen huisarrest voor minderjarigen die verdacht worden of die recidivedaden gepleegd hebben, een maatregel die mogelijk moet zijn. Dergelijke maatregelen moeten wel zorgvuldig gebruikt worden.
Soyons clairs, la répression seule n'est pas la solution au problème auquel nous sommes confrontés. Si nous avons besoin d'agir, il faut pouvoir agir.
We hebben getoond dat repressie een rol kan spelen, maar repressie alleen zal nooit de oplossing zijn. Iedereen moet zijn rol spelen.
Mijnheer Demon, u sprak over de verantwoordelijkheid van de ouders. Ik ben het volledig eens met wat u daarover zei. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om ervoor te zorgen dat hun kinderen, of andere familieleden, niet zomaar geweld plegen op straat. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders, die avond maar eigenlijk ook de avonden ervoor, om ervoor te zorgen dat die klaarblijkelijke normvervaging niet kan optreden.
Ook de lokale besturen moeten hun rol spelen. In de brede zin moeten de sociale diensten hun rol spelen. Zij moeten ervoor zorgen dat mensen begrijpen dat we een samenleving hebben waarin we respect hebben voor elkaar. We hebben geen samenleving waarin iedereen dezelfde ideeën moet hebben, maar we moeten respect hebben voor elkaar en we moeten ervoor zorgen dat oudjaar op een vredevolle en rustige manier kan worden gevierd. Er mag uitbundig gevierd worden, maar nooit met geweld.
We kunnen inderdaad nooit gewenning ten opzichte van zoiets aanvaarden. Als repressie nodig is, moet repressie beschikbaar zijn en moet die doeltreffend zijn. We moeten er als samenleving echter voor zorgen dat vooral jongeren nooit in een situatie terechtkomen waarin ze zoveel normvervaging hebben dat ze geloven dat wat zij doen, gerechtvaardigd is of iets is waarop ze fier moeten zijn. De samenleving mag zoiets nooit aanvaarden.
Annelies Verlinden:
Collega's, ik sluit me graag aan bij de woorden van dank van onze eerste minister, die u allen ongetwijfeld deelt, voor onze brandweerlieden, hulpverleners en politiemensen, die zich hebben ingezet voor essentieel werk bij de overgang van oud naar nieuw, niet alleen in onze grote steden, maar overal in het land. Uiteraard verdienen zij enkel tomeloze respect voor hun inzet. We mogen als maatschappij nooit aanvaarden dat veiligheidsdiensten en hulpverleners het slachtoffer worden van geweld of agressie en we kunnen evenmin aanvaarden dat straatmeubilair of persoonlijke bezittingen zoals op straat geparkeerde wagens door vandalen en relschoppers worden vernield.
Het geweld en de vernielingen tijdens de nieuwjaarsnacht veroordeel ik in de meest strenge bewoordingen. Ze zijn verwerpelijk en walgelijk en horen onder geen enkel beding thuis in onze samenleving. De criminele relschoppers maken bovendien door hun gedrag een hele groep jongeren die zich wel keurig gedragen, te schande.
Verschillende misdadigers en relschoppers werden de voorbije week dankzij de inzet van onze politiediensten al geïdentificeerd en moeten wat mij betreft nu snel en adequaat worden gestraft door justitie. De politie zal ook alles doen wat in haar macht ligt om nog meer criminelen te identificeren, zodat ook zij gestraft kunnen worden voor hun onaanvaardbare gedrag.
Bij een nieuw jaar horen wensen, geen rellen. Helaas is januari 2025 echter geen uitzondering geworden in de geschiedenis van rellen bij oudjaar. Om dat weerzinwekkende gedrag de wereld uit te helpen, hebben we een ketenaanpak nodig, collega's. Het is daarom goed dat tal van lokale overheden preventief maatregelen hebben genomen. Ook de lokale en federale hulp- en veiligheidsdiensten hebben de aanpak voor oudejaarsnacht grondig voorbereid met concrete actieplannen. Zo werden ook ouders van wie kinderen eerder bij onlusten betrokken waren, aangeschreven.
Waar ouders niet de verantwoordelijkheid namen om hun kinderen weg te houden van crimineel of onaanvaardbaar gedrag, zagen lokale bestuurders zich genoodzaakt om bestuurlijke maatregelen te nemen met een duidelijke signaalfunctie. Het is echter te vroeg om te beoordelen welke precieze impact die maatregelen hadden op het aantal bestuurlijke en gerechtelijke arrestaties en incidenten. We dienen uiteraard ook de finale wettigheidsbeoordeling van de maatregelen bij de Raad van State af te wachten.
Het is onze overtuiging dat we moeten blijven zoeken naar effectieve en proportionele maatregelen om dergelijke rellen te vermijden. Dat maakt voor mij een wezenlijk onderdeel uit van het programma voor veiligheid voor de volgende regering. Het onderwerp komt ook aan bod in de besprekingen van de arizonaformatie.
Alleen politietussenkomsten op het ogenblik van de feiten en de opvolging en bestraffing door justitie zijn onvoldoende om de oorzaken van het probleem aan te pakken. Daarom moeten er het hele jaar inspanningen worden geleverd. De vaststelling is immers dat politie en justitie in actie moeten komen, omdat andere mechanismen geen afdoende resultaat hebben geboekt. Nog te veel jongeren worden niet opgevoed in verantwoordelijkheid, nog te veel jongeren in bepaalde buurten worden niet bereikt met bestaande initiatieven rond jongerennetwerk, buurtwerk op preventie. Nog te veel jongeren leven in marginale omstandigheden en vinden ondanks de onderwijskansen geen aansluiting bij de maatschappij. De noodzakelijke, scherpe, strenge en snelle veroordeling van crimineel gedrag neemt niet weg dat we ons als maatschappij en als politici moeten blijven buigen over de aanpak van de oorzaken van de problematieken.
De rellen op oudejaarsnacht zijn het symptoom van een dieper maatschappelijk probleem. Ik ben er dan ook over verheugd dat, ondanks de simplistische slogans en de gemakkelijke politieke recuperatie af en toe, naast straffen ook dat aspect onder andere in de pers de afgelopen dagen aandacht heeft gekregen. Ik citeer een onderzoeksjournalist: "Hoe zijn we hier als samenleving in beland? In een maatschappij waar een vader en moeder autoriteit hebben over hun zoon of dochter heeft een burgemeester niet naar een huisarrest of avondklok te grijpen."
Comme le dit l'adage, it takes a village to raise a child . Si un certain groupe de jeunes a emprunté une mauvaise voie et semble peu réceptif voire carrément insensible à une politique proactive, nous devons avant tout les sanctionner. Mais nous devons aussi avoir le courage de regarder plus loin, car se contenter d'appliquer des sanctions plus sévères ou d'armer notre police différemment ne constitue pas une solution globale et durable.
Permettez-moi d'insister une nouvelle fois sur la responsabilité des parents. Jurgen De Landsheer, chef de corps de la zone de police de Bruxelles-Midi a expliqué que la mesure préventive prise à Cureghem était "un signal pour les parents". Le vivre ensemble, chers collègues, est une valeur dont l'apprentissage commence à la maison. C'est en effet dans nos foyers que nous transmettons les normes et les valeurs à respecter. Une société peut prendre autant de mesures qu'elle le souhaite, mais si nous ne partageons pas (…)
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de premier, mevrouw de minister, uw antwoorden maken voor mij enkele zaken duidelijk, namelijk vooreerst het failliet van de oude politieke klasse die deze explosieve situatie, waartegen niet met harde hand werd opgetreden, jarenlang heeft laten aanslepen. Uw zachte aanpak leidt tot erger. Daarnaast is er het failliet van de multiculturele samenleving, die door massa-immigratie volledig ontspoord is. Het zijn steeds weer allochtonen die lak hebben aan onze normen en wetten en steeds gewelddadiger tekeer gaan.
We moeten het bijgevolg drastisch anders aanpakken. We moeten onze politie voldoende uitrusten zodat ze met gelijke wapens kunnen optreden. We moeten de daders strenger straffen, want er zijn er nu amper zeven die een vervolging genieten. Vervolgens moeten we de allochtone relschoppers, van wie sommigen de dubbele nationaliteit hebben, hun Belgische nationaliteit afnemen en terugsturen naar hun land van herkomst.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de premier, het beleid heeft gefaald. We moeten de volgende legislatuur kordaat optreden. Er moeten heldere richtlijnen komen van de minister van Binnenlandse Zaken maar ook een effectieve bestraffing en snelrecht door justitie. Een volledig arsenaal van preventieve maar ook repressieve maatregelen moet worden toegepast. We moeten als een blok achter onze politiediensten staan. Die moeten zich kunnen beschermen en kunnen bewapenen, ze mogen geen sitting duck zijn.
Het gaat voor mij veel verder dan enkel die ene nacht. Het gaat ook over de verloederde probleemwijken waar heel wat criminaliteit heerst. We kennen die wijken en we moeten daar lokaal maar ook federaal veel harder ingrijpen. Jongeren moeten effectief naar school gaan en gaan werken. De ouders moeten op hun ouderlijke verantwoordelijkheden gewezen worden.
Franky Demon:
Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
Ik blijf erop hameren: wanneer het om minderjarige daders gaat, ligt een enorme verantwoordelijkheid bij de ouders. Zij moeten ervoor zorgen dat hun pubers de oudejaarsnacht in vrede vieren in plaats van hulpverleners aan te vallen en vernielingen aan te richten. Wanneer de ouders dat niet kunnen, dan moeten de burgemeesters in hun plaats komen.
Mijnheer de eerste minister, u sprak over het maken van een helder kader voor onze burgemeesters. Ik kan het wat dat betreft alleen met u eens zijn. Op dat vlak ligt er een taak voor de volgende regering.
Catherine Delcourt:
Monsieur le premier ministre, madame la ministre, je suis assez déçue par la réponse. J'entends parler d'estompement de la norme alors qu'on est face à une violation de droits évidente. Les auteurs doivent être identifiés, poursuivis, punis. On ne peut pas être laxiste par rapport à une situation comme celle-là. Et, surtout, j'aurais voulu davantage entendre parler des services de secours qui ont été victimes. Moi, je pense à eux pour le moment. Je pense aux policiers, aux pompiers, aux ambulanciers, à tous ceux qui consacrent toute leur énergie à leur vie professionnelle pour protéger les citoyens, pour nous protéger. Il y a encore beaucoup de travail à faire pour leur permettre d'agir en toute sécurité face à des actes qui sont totalement insensés.
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Ortwin Depoortere als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Voorstel van resolutie betreffende de invoering van een verplichte drugstest voor hoge overheidsfunctionarissen en politieke mandatarissen (1011/2)
}Voorstel van resolutie betreffende de invoering van een verplichte drugstest voor hoge overheidsfunctionarissen en politieke mandatarissen (1011/2)
Bekijk dossier 1011
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot oprichting van een politiezone Brussel-Hoofdstad (588/3)
Wetsvoorstel tot oprichting van een politiezone Brussel-Hoofdstad (588/3)
Bekijk dossier 588
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot oprichting van een politiezone Brussel-Hoofdstad (588/3)
Wetsvoorstel tot oprichting van een politiezone Brussel-Hoofdstad (588/3)
Bekijk dossier 588
-
Voorstel: Voorstel tot instelling van een parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar het gefaalde digitaliseringsproject i-Police (1351/2)
}Voorstel tot instelling van een parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar het gefaalde digitaliseringsproject i-Police (1351/2)
Bekijk dossier 1351
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot opheffing de wet van 17 augustus 2013 voor wat betreft de afschaffing van het Federaal Migratiecentrum (MYRIA) (995/2)
}Wetsvoorstel tot opheffing de wet van 17 augustus 2013 voor wat betreft de afschaffing van het Federaal Migratiecentrum (MYRIA) (995/2)
Bekijk dossier 995
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wat de vestiging van vreemdelingen in bepaalde steden en gemeenten betreft (864/2)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wat de vestiging van vreemdelingen in bepaalde steden en gemeenten betreft (864/2)
Bekijk dossier 864
-
Voorstel: Voorstel van resolutie betreffende een opt-out voor de EU-afspraken op het gebied van asiel en migratie (733/2)
}Voorstel van resolutie betreffende een opt-out voor de EU-afspraken op het gebied van asiel en migratie (733/2)
Bekijk dossier 733
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wat het invoeren van een extern asielbeleid betreft (480/2)
}Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wat het invoeren van een extern asielbeleid betreft (480/2)
Bekijk dossier 480
Stemmingen
Recente stemmingen van Ortwin Depoortere in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'Het jaarrapport 2025 van de vicegouverneur van Brussel' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Kjell Vander Elst over 'De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Jeroen Van Lysebettens over 'De consequenties en de kosten van het blijvende uitstel van de PEZ1' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het ontoereikende rendement, de vertraagde investeringsstrategie en de bestuurscrisis bij Hedera' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het aanvullen van onze strategische gasvoorraden' details → | nee |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico's, Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt, Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en houdende diverse bepalingen details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 3 van Caroline Désir cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 4 van François De Smet op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 6 van Nadia Moscufo cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz cs op artikel 4. details → | nee |
Commissies
Ortwin Depoortere is lid van de volgende commissies.