Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Paul Van Tigchelt in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: Het Strafwetboek, de grondslapers en de militairen op straat
Vraag: De justitiedeal
Vraag: De justitiedeal
Vraag: De justitiedeal
Vraag: De oplossing voor de overbevolking van de gevangenissen
Vraag: Het akkoord over de justitie
Vraag: Het akkoord over met name de overbevolking van de gevangenissen en de militairen op straat
Vraag: De justitiedeal
Vraag: De justitiedeal
veiligheid, justitie en defensieHet Strafwetboek, de grondslapers en de militairen op straat
De justitiedeal
De justitiedeal
De justitiedeal
De oplossing voor de overbevolking van de gevangenissen
Het akkoord over de justitie
Het akkoord over met name de overbevolking van de gevangenissen en de militairen op straat
De justitiedeal
De justitiedeal
Justitiehervorming en gevangenisoverbevolking summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister Annelies Verlinden presenteert na maanden onderhandelingen een principeakkoord om de gevangenisoverbevolking (644 grondslapers, 2.600 overtollige gedetineerden) en straffeloosheid aan te pakken, met maatregelen zoals elektronisch toezicht (enkelbanden voor straffen <18 maanden en laatste 18 maanden van langere straffen, exclusief zeden/terrorisme), versnelde uitzetting van illegale gedetineerden (250 transferten op korte termijn, o.a. naar Marokko) en beperking van vervroegde invrijheidstelling (enkel nog voor straffen <3 jaar ipv <10 jaar). Critici – waaronder Van Tigchelt (cd&v), Merckx (Vooruit) en Aouasti (Ecolo) – noemen het akkoord onvoldoende, opgedrongen door N-VA/MR en vrezen meer grondslapers door gebrek aan capaciteit bij gemeenschappen (uitvoering enkelbanden) en trage procedures. Verlinden belooft “enkele honderden” grondslapers minder en 600 miljoen euro extra investeringen in gevangeniscapaciteit, maar erkent dat structurele oplossingen tijd vragen; vakbonden en oppositie betwijfelen de haalbaarheid. Nevenpunt: het uitstel van het nieuwe Strafwetboek (tot 1 september) wordt breed onthaald als noodzakelijk, maar Merckx (Vooruit) en Van Hecke (Groen) hekelen de politieke koehandel en het ontbreken van een integrale visie op justitiehervorming.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, proficiat. Na zes maanden hebt u – misschien – een deal. Ik zal u niet vragen of u persoonlijk tevreden bent. Waar het om gaat, is dat onze veiligheidsdiensten op het terrein verder kunnen werken en voor onze veiligheid kunnen zorgen.
In dat kader heb ik drie concrete vragen naar aanleiding van wat in de pers over de deal is verschenen.
Ten eerste, wat betreft de militairen op straat zou u juridisch laten onderzoeken of de soloslim van uw collega’s wel wettelijk was. Door wie hebt u dat laten onderzoeken? Hebt u dat juridisch onderzoek al afgerond en blijkt daaruit dat uw collega’s het artikel in de wet op de geïntegreerde politie hebben misbruikt om u bewust buitenspel te zetten?
Mijn tweede vraag betreft het uitstel van de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek. Iedereen – magistraten, politie, advocaten, burgemeesters, parlementsleden, zowel van de oppositie als van de meerderheid, en zelfs ministers van andere regeringen – riep dat u te laat was met de invoering van het nieuwe Strafwetboek en vroeg om uitstel om chaos en onzekerheid te vermijden, maar u bleef, helemaal geïsoleerd, volhouden dat alles in orde zou komen. Nu komt er toch uitstel. Hoe is dat verlopen? Hebt u dat beslist of heeft de regering dat voor u beslist?
Mijn derde vraag betreft de grondslapers. Ik weet dat er een deal is, mevrouw de minister, maar er is nog geen oplossing. Mijn vraag is heel concreet – u hebt dat zeker berekend – hoeveel grondslapers er minder zullen zijn en vanaf wanneer. Die berekeningen moeten bestaan. Daarnaast hebt u verklaard dat u desnoods de laatste zult zijn om voor dit dossier te vechten. Mag ik daaruit afleiden dat we hier binnen drie maanden opnieuw zullen staan met hetzelfde probleem?
Ik dank u voor uw antwoorden.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, gisteren is er een akkoord bereikt over het uitstel van de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek. Laten we eerlijk zijn, ik denk dat er ook in dit halfrond een zucht van opluchting hoorbaar was. Het is vooral goed dat men heeft geluisterd naar de vraag op het terrein om dit wat meer tijd te geven. Het is belangrijk dat die tijd nu ook nuttig wordt besteed door iedereen.
Gisteren is er ook een akkoord bereikt over de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen. Mevrouw de minister, laten we ook daarover eerlijk zijn, dat is een zware erfenis die u van uw voorgangers hebt gekregen. In de vorige legislatuur heeft men de korte straffen willen uitvoeren, een goede zaak, maar daarvoor is uiteraard capaciteit nodig en die was er onvoldoende. Dat was men uit het oog verloren. Dat heeft geleid tot wachtlijsten, waarbij men dan stiekem zei: voor straffen tot vijf jaar moet u zich niet aanmelden.
Die overbevolking proberen we met dit akkoord tegemoet te komen. We pakken de wachtlijsten aan. Nu gebeurt daar niets mee. Mensen zijn veroordeeld, maar er gebeurt niets. U wilt hen nu onder elektronisch toezicht zetten, zodat er tenminste controle is. Dat is goed.
Niet alleen de instroom, maar ook de uitstroom wordt aangepakt. De laatste maanden straf van langgestraften zou in elektronisch toezicht kunnen worden omgezet. Dat is ook controle. Dit geldt uiteraard niet voor zedenfeiten, terrorisme of drugs. Iedereen zal het erover eens zijn dat dit beter is dan de 12 maanden kwijtschelding van straf, die vandaag onder meer door de vakbonden wordt gevraagd. De instroom en uitstroom worden dus aangepakt, mevrouw de minister.
Ondertussen gaat Anneleen Van Bossuyt verder met de turbo op de uitwijzing van gedetineerde illegalen. Dat is een stijging met een kwart tegenover de vorige regering. Dat is goed, maar daarmee is het werk nog niet af, mevrouw de minister. Die eerlijkheid moeten we ook hebben.
Collega Geens zei in de vorige legislatuur: bouwen, bouwen, bouwen, want we hebben nog extra capaciteit nodig. Mevrouw de minister, wat zijn uw plannen op korte, middellange en lange termijn om voor extra capaciteit te zorgen?
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, voilà plus d'un an qu'on vous demande de trouver une solution à différents problèmes. Tout d'abord, pour des détenus entassés, dont plusieurs centaines dorment encore à même le sol. Ensuite pour des agents pénitentiaires qui sont débordés et fatigués, dont les conditions de travail les mettent même en danger vital, comme samedi dernier à la prison de Leuze-en-Hainaut.
Il y a un an, vous avez fait voter avec votre majorité une loi d'urgence dont le résultat n'est rien d'autre qu'un échec. Depuis quatre mois, à la suite d'une dizaine de kern et d'un désaveu public sur les militaires en rue, on nous dit qu'un grand accord sur la justice serait tombé hier soir.
Mise dos au mur, vous avez été amenée à tout concéder. La présence de militaires en rue vous a été imposée sans que vous ne soyez consultée. Le report de l'entrée en vigueur du Code pénal – vous n'en vouliez pas –, semble désormais acquis. Et quelle est votre solution face à la surpopulation? C'est sous-traiter aux entités fédérées par le biais des bracelets électroniques alors que les communautés n'ont ni les moyens humains ni les moyens financiers pour exécuter ces peines.
Madame la ministre, qui était autour de la table de ce fameux accord puisqu'il semble désormais que dans ce gouvernement, les deals se font en dehors du kern? Les Engagés ont-ils été associés à l'idée de commuer les peines d'emprisonnement de moins de 18 mois en surveillance par bracelet électronique? Quels sont les budgets que vous allez débloquer pour permettre à la Fédération Wallonie-Bruxelles et à la Communauté flamande de prendre ce nouveau transfert de charges? Vooruit était-il autour de la table quand il a été décidé que ce dossier était soudain lié et couplé au retour de la loi "casseurs" une semaine après une manifestation nationale ayant amené dans les rues plus de 100 000 personnes? Pouvez-vous nous garantir que le délai de six mois que vous avez concédé ne permettra pas à vos partenaires conservateurs de la majorité de détricoter le Code pénal et ses avancées progressistes? Quelles précisions pouvez-vous nous donner? Combien de détenus seront concernés?
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, na een bewogen week is het goed dat er een akkoord is over de overbevolking van de gevangenissen. Die was uitgegroeid tot een maatschappelijk probleem, omdat het gaat over veilige buurten en straten. Dat belangt ons allemaal aan. Het was ook een probleem dat al lang aansleept en absoluut een oplossing nodig had. Het gaat immers over veiligheid, zowel voor de cipiers als voor de gevangenen zelf. Wat we zeker niet willen, is dat gevangenissen recidivefabrieken worden. Tot slot pakt dat akkoord ook de straffeloosheid aan. Als we samen niet in staat zijn om zware criminelen vast te zetten en te houden, dan lopen we allemaal gevaar.
Wat nu op tafel ligt, is niet een of andere one-shot , maar zijn recurrente maatregelen die de instroom beperken en de uitstroom versnellen, met één belangrijk kernpunt: de straffen worden uitgevoerd. Dat staat, collega Van Tigchelt, in tegenstelling tot het beleid van u en uw voorganger. Wij voeren de straffen uit.
We moeten echter ook naar de toekomst kijken. Capaciteit is daarbij een belangrijk onderwerp. Er zal gebouwd worden. Er zal gewerkt worden om de geïnterneerden van de gevangenissen naar gespecialiseerde instellingen te krijgen. Tot slot moeten gevangenen zonder papieren zo snel mogelijk naar hun land van herkomst.
De overbevolking is een maatschappelijk probleem dat doordacht en collectief door de hele regering moet worden aangepakt. Als cd&v zullen we daarop ook de komende maanden toezien.
Mevrouw de minister, welke stappen zult u nog zetten om dat akkoord uit te voeren?
Alain Yzermans:
Collega's, mevrouw de minister, ik sta hier met een lach en een traan, blij en droevig tegelijkertijd. België behaalde een nieuw triestig record, met 644 grondslapers in onze Belgische gevangenissen. Mevrouw de minister, uw objectief is om dat getal te herleiden naar nul. 644 mensen slapen op een enge matras. 644 mensen zitten gepropt tussen overvolle stapelbedden en stinkende wc’s. 644 mensen zitten met veel te veel anderen in krappe cellen gepropt. Dat is inhumaan en mensonterend.
Dat is niet nieuw. Die overbevolking kennen we. Het is een neverending story. Maar dat neemt de gevolgen, die dramatisch zijn, niet weg. Die overbevolking is, zoals ik al hoorde, in de eerste plaats een probleem van de levensomstandigheden en het welzijn in de gevangenissen. Ze is schrijnend en een rechtsstaat onwaardig.
Maar er is vooral een probleem van veiligheid, in de eerste plaats de veiligheid van onze cipiers en van het andere gevangenispersoneel, die in ultramoeilijke omstandigheden keihard werken. Ze doen dat onder druk van personeelstekorten, een toename van drugs, een geweldspiraal, enzovoort. Dat is een groot probleem, dat we een halt moeten toeroepen. Nu worden onze Belgische gevangenissen een goed geolied misdaadinstituut, en dat moeten we vermijden.
Morgen ligt er een akkoord op tafel. Er zijn bedenkingen bij van de vakbonden, die duidelijk zeggen dat het een maat voor niets is, omdat de overbevolking nog zal toenemen.
Mevrouw de minister, kunt u dat akkoord meer in detail toelichten? Zal dat akkoord op korte termijn leiden tot minder grondslapers?
Sofie Merckx:
Mevrouw de minister, collega's, we kregen gisteren het nieuws dat er een deal was rond justitie. Het schijnt dat de premier het helemaal terug ziet zitten. Het is terug allemaal peace and love in de regering, alles is weggemasseerd.
Laten we echter duidelijk zijn, die deal gaat meer over de profileringsdrang van de ene of de andere dan over een echte oplossing voor veiligheid op straat en de overbevolking van onze gevangenissen, want daarover gaat het. Zes maanden lang is dat dossier geblokkeerd gebleven. Meer dan 600 mensen slapen in de gevangenissen op de grond. Er is geen veiligheid op straat. De omstandigheden voor onze cipiers zijn onwerkbaar.
Mevrouw de minister, ik heb verschillende vragen over die deal.
Ten eerste, kunt u mij zeggen hoeveel grondslapers er zullen verdwijnen? U was vanochtend op de radio heel vaag daarover, maar u moet dat toch berekend hebben. Komt er een oplossing?
Ten tweede, zult u dat plan kunnen uitvoeren? Zijn er genoeg middelen voorzien om dat plan uit te voeren, bijvoorbeeld voor de elektronische enkelbanden, en om de achterstand van het justitieapparaat weg te werken?
Ten derde, wat zeggen de vakbonden over de militairen op straat? Werd bekeken of er geen capaciteit is bij de DAB, die bekwaam is voor de bewaking van kritieke sites in ons land?
Ten vierde, blijkbaar geldt er ook een betogingsverbod. Is het betogingsverbod uit de vorige legislatuur terug uit de kast gehaald en opnieuw op tafel gelegd?
Ten vijfde, is dat een akkoord van de hele regering of van slechts drie personen?
Catherine Delcourt:
Madame la ministre, nous nous réjouissons de ce préaccord tripartite qui reporte au 1 er septembre l’entrée en vigueur du nouveau Code pénal. Cette demande émanait du terrain. Cela permettra le déploiement des militaires en rue et allègera la surpopulation carcérale.
À ce sujet, l’accord prône davantage de surveillance électronique pour éviter l’impunité, une extension du bracelet électronique pour les peines de moins de 18 mois, pour les personnes condamnées et en attente d’une place en prison, ainsi que pour les détenus en fin de peine pour des condamnations comprises entre 18 mois et 10 ans. Pour le MR, cette décision doit absolument être prise par un juge. D’autre part, nous insistons pour que les peines infligées aux personnes condamnées pour les faits les plus graves, comme le terrorisme ou les violences sexuelles, soient exclues de ce dispositif.
Deuxièmement, vous avez également évoqué le transfèrement rapide des détenus vers l’étranger. La presse parle de 250 détenus à transférer à court terme. Le Maroc aurait déjà accepté.
Ce préaccord prévoit aussi la limitation drastique des libérations anticipées. Une peine prononcée doit être une peine exécutée, comme l’a toujours défendu le MR. Cette mesure s’appliquera uniquement aux peines de moins de trois ans, et non plus à celles de moins de 10 ans, comme c’était le cas auparavant.
Madame la ministre, quel sera l’impact concret de ces mesures sur la surpopulation carcérale? Combien de détenus sont concernés? Quels pays sont visés pour le transfèrement des 250 détenus à l’étranger? Quelles mesures permettront d’obtenir des transfèrements plus nombreux et plus rapides? Existe-t-il encore des freins pour conclure des accords avec d’autres pays?
Enfin, concernant la surveillance électronique, quels accords avez-vous conclus avec les communautés pour la mise à disposition des bracelets électroniques? Quand les communautés seront-elles prêtes à mettre en œuvre ces mesures? Pouvez-vous indiquer quand le préfinancement sera garanti aux communautés?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, het resultaat van de koehandel in de regering rond de overbevolking is de zoveelste stinkende kameel. Er komt een celkorting van 18 maanden die wordt omgezet in het gunstregime van de enkelband, wat het inderdaad is. Dat is geen kordate uitvoering van straffen. Dat is geen aanpak van de straffeloosheid.
Mevrouw de minister, bent u er echt van overtuigd dat die maatregel voor een oplossing zal zorgen? Naar ik heb gelezen, rekent u op enkele honderden grondslapers minder. Vandaag is er echter een overbevolking van meer dan 2.000 gedetineerden en wachten meer dan 2.500 veroordeelden nog om hun straf uit te zitten. De grondslapers zullen niet verdwijnen met het akkoord.
De kritiek van de cipiers, die op het terrein werken en met kennis van zaken spreken, is duidelijk. Zij vrezen zelfs voor meer grondslapers, want wie een enkelband krijgt en zijn voorwaarden schendt, heeft opnieuw een bed in de cel nodig.
Mevrouw de minister, wat vinden de gemeenschappen van het akkoord? Zij moeten het immers uitvoeren. Zij moeten instaan voor de enkelbanden en de naleving van de voorwaarden opvolgen. In het verleden was Vlaams minister Demir duidelijk. Ik citeer: “Ik ga niet besparen op diensten die wij hier in Vlaanderen doen om de knoeiboel die op federaal niveau is georganiseerd, te betalen.”
Mijn vraag is dan ook duidelijk. Is er ook met de gemeenschappen een akkoord? Zullen zij meewerken aan de uitvoering ervan? Indien dat niet het geval is, hebt u immers enkel een akkoord op papier in de federale regering, een akkoord dat niet tot een oplossing zal leiden, integendeel.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, het was niet echt uw weekje. De manier waarop ministers Quintin en Francken, met medeweten van de premier, achter uw rug hebben beslist om militairen op straat te laten patrouilleren, is nooit gezien. U werd volledig opzijgezet; u werd volledig genegeerd. Dan kwam er gisteren plots toch een deal, na maanden van ruziemaken en blokkeringen in de regering, maar het is duidelijk dat die deal u werd opgedrongen door de MR en de N-VA.
Het is een slechte deal, die het probleem van de 644 grondslapers vandaag helemaal niet zal oplossen. Het elektronisch toezicht voor straffen onder de 18 maanden zal vandaag en morgen immers geen impact hebben op het aantal grondslapers. Wat de straffen tussen 18 maanden en 10 jaar betreft, de gedetineerden kunnen de laatste 18 maanden doorbrengen onder elektronisch toezicht, maar dat zal via de strafuitvoeringsrechtbank moeten gebeuren. Die hele procedure biedt geen garantie of automatisme en dus op korte termijn geen oplossing. De strafkorting van zes maanden voor wie een straf tot 10 jaar uitzit, wordt flink verstrengd en zou enkel nog gelden voor straffen tot 3 jaar. Het toepassingsgebied wordt fors beperkt, waardoor een pak minder gedetineerden in aanmerking komt. De uitstroom uit de gevangenis zal hierdoor niet afnemen, integendeel.
Mevrouw de minister, het is nu al duidelijk dat het akkoord het probleem van de grondslapers en de hoge overbevolking niet zal oplossen. Eigenlijk gaf u dat vanochtend al toe op de radio. Het biedt geen oplossing, het akkoord is wel een nederlaag voor u.
De enige vraag die ik heb, werd ook al door de collega's gesteld. Hoeveel grondslapers zullen er minder zijn door het akkoord? Hoe zal dat een impact hebben op de overbevolking?
Annelies Verlinden:
Na maanden onderhandelen over de overbevolking in onze gevangenissen ben ik tevreden dat er vandaag een principeakkoord voorligt. Is dat het akkoord-Verlinden? Nee, want zo werkt dat niet in een coalitie. Ik heb daarvoor gestreden en in een coalitie komt men samen tot wat haalbaar is, met respect voor ieders positie. Het principeakkoord kan ervoor zorgen dat er minder grondslapers zullen zijn, als het later ook door het Parlement wordt goedgekeurd. Volgens de berekeningen, die we inderdaad hebben gemaakt, zou het goed zijn voor enkele honderden.
Met het akkoord zullen gedetineerden zonder wettig verblijf ook sneller terugkeren naar landen van herkomst. Welke dat zijn, wordt bepaald in samenspraak met mijn collega bevoegd voor asiel en migratie. Voorts moet het akkoord ook resulteren in een snellere doorstroom van geïnterneerden.
Anderzijds kan het principeakkoord er ook toe bijdragen dat de werkomstandigheden voor het personeel in de gevangenissen verbeteren, dat de wachtlijst van veroordeelden, die dateert uit de vorige legislatuur, wordt afgebouwd en dat er meer ruimte wordt gecreëerd voor re-integratie.
Het principeakkoord met recurrente maatregelen staat uiteraard niet op zichzelf. In juli vorig jaar heeft de regering al een plan van aanpak goedgekeurd met maatregelen voor extra capaciteit, de uitstroom van geïnterneerden en een versnelde terugkeer voor gedetineerden zonder wettig verblijf. Bij de begrotingsbesprekingen werden bovendien bijkomende middelen vrijgemaakt om die werven effectief uit te voeren.
Zo lossen we de problemen op die tijdens de vorige legislatuur lichtzinnig werden opgestapeld. Beslissingen werden verborgen gehouden voor de toenmalige coalitiepartners, waardoor de ernst van de overbevolking werd gemaskeerd. De arizonaregering trof niet alleen overvolle gevangenissen aan, maar ook een stock van duizenden veroordeelden voor wie geen plaats was in de gevangenis.
Collega’s, na maanden onderhandelen ligt er nu een principeakkoord op tafel dat de situatie in onze gevangenissen structureel en op korte termijn kan verbeteren, na goedkeuring van de afspraken door het Parlement.
Nous mettons donc aujourd'hui un terme à l'impunité. Tout condamné sera tenu d'exécuter sa peine. Pour certains détenus, cette exécution prendra la forme d'une surveillance électronique assortie de conditions strictes. Ce dispositif nous permet de surveiller les condamnés – ce qui constitue une avancée considérable par rapport à l'impunité que nous avons constatée. Il nous permet également de libérer des places dans les prisons afin que les criminels les plus dangereux puissent y être maintenus. Nous opérons ainsi une distinction entre les différentes catégories de condamnés. Il est évident que ceux qui représentent un danger pour la société doivent purger leur peine en prison. Nous avons pris cette décision dans l'intérêt de la sécurité des victimes et de la société dans son ensemble.
Après négociation, cette approche s'inscrit dans la durée et offre, par conséquent, une perspective au système pénitentiaire. Elle reposera sur une base légale. En outre, nous conservons un instrument indispensable pour réguler la situation dans les prisons en attendant, notamment, les extensions structurelles des capacités.
Collega’s, een probleem dat al 20 jaar aansleept, los je niet op met een toverstokje. We volgen de impact van die nieuwe maatregelen nauwgezet op, wat het effect op de gevangenispopulatie betreft. U weet intussen dat ik niet loslaat. Als minister van Justitie blijf ik zoeken naar oplossingen voor een probleem dat ons allemaal raakt, in het belang van veiligheid en rechtvaardigheid.
Collega De Wit, we zullen inderdaad ook extra capaciteit bouwen. Enkele weken geleden hebben we op de ministerraad een afspraak gemaakt over de verdeling van die 600 miljoen euro extra die zal worden geïnvesteerd in capaciteit. Dat gaat over detentiehuizen, over extra capaciteit in gevangenissen en over modulaire units. We werken daarvoor samen met de Regie der Gebouwen, want we moeten die extra capaciteit absoluut realiseren.
Het werk is nog niet af. Binnen Justitie staan nog veel werven op stapel en mijn engagement is totaal. Half werk is geen optie, want daarvoor is Justitie te belangrijk. Ik blijf werken aan een Justitie waar alle inwoners van dit land recht op hebben, want onze samenleving verdient niets minder.
S’agissant du nouveau Code pénal, il est également positif que nous soyons parvenus à un accord, certes tardif mais résolu, sur le report de son entrée en vigueur au 1 er septembre de cette année. J’ai déjà indiqué à plusieurs reprises dans cet hémicycle que, vu les préoccupations des magistrats, un report pouvait se justifier. La persévérance paie, chers collègues. Après quatre cycles de discussions au sein du gouvernement et compte tenu des enseignements tirés, nous allons reporter cette date.
De debatten van de voorbije weken zijn in die zin ook een oproep aan mijn federale en deelstatelijke collega's om alles tijdig aan te passen. Collega's, u ziet dat wij werken tot het werkt, ook en misschien vooral als de tegenwind sterk is.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, ik heb bij uw antwoorden geen déjà-vu-, maar toch een déjà-entendugevoel. Ik heb de voorbije maanden hier al veel gehoord. Het recordaantal grondslapers is geen probleem van de voorbije jaren, maar van de voorbije maanden. Ik denk dat ik het impliciet goed heb gehoord, want u blijft het antwoord op een aantal concrete vragen schuldig. Ik denk dat we hier over enkele maanden opnieuw zullen staan met hetzelfde probleem. Ik heb de voorbije maanden veel gehoord over moonshots , over plannen. Het Rekenhof stelde dat er geen plan is. Maak inderdaad werk van extra capaciteit. Als u dat zou doen, zou u volgens mij sneller dingen gedaan krijgen van uw collega's in de meerderheid.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ten eerste noteer ik dat Groen liever iedereen vrij laat en geen straffen uitvoert. Ten tweede, mijnheer Van Tigchelt, u zegt dat het een probleem van de laatste maanden is. Ik recapituleer even.
Van Quickenborne kondigde 720 detentieplaatsen aan om korte straffen te kunnen uitvoeren. Daarvan werden er nog geen 100 gerealiseerd. Daar zitten de grondslapers, alleen daar al. Welke gevangenis hebt u zelf in de steigers gezet, los van die die door vorige regeringen werden gerealiseerd? Komaan, u moet wel eerlijk blijven. Ik ga ook eerlijk blijven.
We zijn er inderdaad nog niet, mevrouw de minister. Ik ben heel blij om te horen dat er voor extra capaciteit wordt gezorgd, want dat is nodig. Ook de N-VA-fractie vindt het belangrijk dat straffen worden uitgevoerd. We zijn daarin niet van gedacht veranderd.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, j'ai une vraie question. Vos partenaires vous prennent-ils au sérieux? Quand j'entends Mme Delcourt oser déclarer à la tribune que c'est un accord tripartite, c'est-à-dire un accord MR-N-VA que vous devez assumer et vendre aux partenaires de la majorité qui étaient absents de la table, je me le demande.
Machiavel disait: "Gouverner, c'est faire croire". Faire croire, dans votre accord, c'est considérer qu'alors même que les peines de moins de trois ans ne sont pas exécutées actuellement, on va réduire la surpopulation carcérale en mettant un bracelet électronique aux condamnés à moins de 18 mois. Faire croire, c'est dire à vos collègues de la majorité qu'il y a de l'argent là où vous n'en avez pas, puisque vous cherchez 110 millions ne fût-ce que pour vos mesures de pension, et que vous en cherchez pour la magistrature. Vous n'avez pas d'argent pour rénover les palais de justice ni les prisons. Faire croire, c'est aussi considérer que les collègues qui, demain, s'assiéront auront un accord tripartite blanc, et leur demander (…)
Steven Matheï:
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is inderdaad goed om de inwerkingtreding van het Strafwetboek uit te stellen en de overbevolking aan te pakken. Dat zal inderdaad gemonitord moeten worden, maar we hebben de zekerheid dat u dat verder zult opvolgen.
Wij pakken de straffeloosheid aan. Mijnheer Van Tigchelt, hoe hebt u de overbevolking aangepakt? U hebt plaats willen maken in de gevangenissen door gevangenen op verlof te sturen, zonder enige wettelijke basis. Wat hebben wij aangetroffen? Vijfduizend niet-uitgevoerde straffen. Ondertussen heeft minister Verlinden daar al meer dan de helft van opgelost. U hebt met Anders. de straffeloosheid georganiseerd. Met cd&v lossen wij dat op.
Alain Yzermans:
Mevrouw de minister, ik hoop dat de gordiaanse knoop wordt ontward. Het is een lang verhaal. Ik hoop vooral voor de mensen op het terrein, voor ons gevangenispersoneel, dat dit akkoord, naast het oplossen van de straffeloosheid, ook een oplossing biedt voor het wegwerken van de overbevolking. Wij zullen dat in elk geval opvolgen en mee bewaken.
Voor ons is humane detentie essentieel, waarbij mensen de juiste straf krijgen en alle straffen worden uitgevoerd en waarbij gevangenissen geen Champions League voor misdaad en recidive zijn. Wij pleiten voor een gevangenisbeleid waarin een en-enoplossing op termijn een totaaloplossing kan bieden voor meer integratie, meer kleinschalige detentie en meer menselijkheid.
Ik hoop oprecht dat u daarin slaagt en dat deze oplossing, waarop mensen al zo lang wachten, ook tot een definitieve oplossing leidt.
Sofie Merckx:
À vous écouter, madame la ministre, on n'a pas seulement un mauvais accord, il n'y a en fait pas d'accord, parce que ce n'est pas encore passé au gouvernement. C'est apparemment un accord tripartite.
Madame la ministre, je vais vous dire ce que je pense. Notre justice est dans un état lamentable. Le taux de récidive dans notre pays est extrêmement haut. Les prisons sont surpeuplées. Les conditions de travail des agents pénitentiaires sont anormales. Et vous, que faites-vous ici? Vous vous envoyez des noms d'oiseaux, vous vous chamaillez. Franchement, les gens n'attendent pas cela. Ils veulent une justice qui fonctionne et que vous vous occupiez des problèmes, s'il vous plaît.
Catherine Delcourt:
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. La sécurité des citoyens est au cœur de cet accord qui sera finalisé en kern: renforcer la présence des militaires en rue, c'est la situation qui l'exige, exécuter réellement les peines avec ou sans bracelet électronique et limiter les libérations anticipées. Ce sont là des marqueurs libéraux que nous sommes fiers de défendre et surtout de voir aboutir.
Ces premières mesures diminueront la pression dans les prisons. C'est une bouffée d'oxygène pour les détenus et pour l'ensemble du personnel pénitentiaire. Il faudra continuer à avancer et nous vous soutiendrons. Aujourd'hui, 43 % des détenus sont étrangers, souvent sans titre de séjour. Les solutions existent et notre priorité est claire en la matière. Les accords existants doivent être renforcés, des accords bilatéraux avec d'autres pays doivent être trouvés et les négociations pour obtenir de la capacité carcérale à l'étranger doivent continuer.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, ik heb aandachtig naar uw antwoord geluisterd, maar ik heb geen antwoord gekregen op de cruciale vraag die vandaag gesteld werd, namelijk die over het standpunt van de gemeenschappen. Zonder medewerking van de gemeenschappen zal er op het terrein namelijk niets gebeuren, want zij en zij alleen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de straffen met enkelbanden.
Nogmaals, dit akkoord zal geen oplossing bieden voor de overbevolking en de grondslapers. Onze fractie betreurt het bijzonder dat er niet kordater wordt ingezet op de meer dan 4.000 illegalen en buitenlandse gedetineerden in de gevangenissen. Nochtans had de eerste minister hier twee vliegen in één klap kunnen slaan. Door hen terug te sturen, kon hij zowel de overbevolking kordaat aanpakken als eindelijk werk maken van het zogenaamd strengste asielbeleid ooit, waarop we heden, collega’s van de N-VA, nog steeds wachten.
Stefaan Van Hecke:
Mevrouw de minister, uw antwoorden overtuigen niet en u gelooft er zelf ook niet in, denk ik. Wees eerlijk. Uw deal is geen oplossing voor het probleem. U spreekt over enkele honderden personen minder die op de grond moeten slapen, maar de overbevolking bedraagt vandaag 2.600 mensen. De vakbonden vrezen zelfs dat het aantal grondslapers nog zal oplopen en dat het probleem alleen maar groter zal worden. U hebt het gevecht in de regering verloren. U hebt zich moeten neerleggen bij een akkoord dat u is opgedrongen. Het is duidelijk, mevrouw de minister, dat de N-VA en de MR de baas zijn. Zij dicteren wat kan en wat niet, niet u. U moet het gewoon ondergaan. Deze deal zal niets oplossen. Mevrouw De Wit, wat de 720 plaatsen in detentiehuizen betreft, weet u zeer goed dat de vorige regering er alles aan heeft gedaan om die te realiseren. Als dat niet is gelukt, is dat te wijten aan het verzet van de lokale besturen. Dat weet u zeer goed.
-
Vraag: Het project i-Police en de top van de federale politie
Vraag: Het project i-Police
Vraag: Het project i-Police
Vraag: De transparantie in het i-Police-dossier
Het project i-Police en de top van de federale politie
Het project i-Police
Het project i-Police
De transparantie in het i-Police-dossier
Het i-Police-project en transparantie binnen de federale politie summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 26 februari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Parlementsleden bekritiseren unaniem het i-Police-debacle, waarbij 75,8 miljoen euro belastinggeld verloren ging zonder resultaat, en beschuldigen de top van de federale politie van actieve sabotage tegen parlementsonderzoek, waaronder geheime afstemming met aannemer Sopra Steria en weigering om mee te werken aan hoorzittingen. Minister Quintin bevestigt de stopzetting van het contract, belooft maximale transparantie en juridische stappen om geld te recupereren, maar ontwijkt een direct antwoord over vertrouwen in commissaris-generaal Snoeck, wat Matti Vandemaele (oppositie) interpreteert als een impliciet wantrouwen, vooral na leugens in officiële communicatie over afstemming met Sopra Steria. Ortwin Depoortere (oppositie) eist een parlementaire onderzoekscommissie in plaats van louter hoorzittingen om verantwoordelijken aan te wijzen, terwijl meerderheidspartijen zoals Van Tigchelt en De Vreese transparantie en lessen voor toekomstige politie-IT projecten benadrukken, met steun voor een nieuw plan om digitale tools alsnog te leveren.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, het is de hoogste tijd om te kiezen en kleur te bekennen. Staat u aan de kant van de foefelaars en van de federale politie, die er alles aan doet om de i-Police-doofpot gesloten te houden? Staat u aan de kant van de leidinggevenden die hun personeel afdreigen met tuchtmaatregelen en met het missen van promotiekansen als zij hier in het Parlement verkeerde zaken zouden verklaren? Of staat u aan de kant van de deontologie, de transparantie, de belastingbetaler en de duizenden mensen bij de federale politie die elke dag opnieuw het beste van zichzelf geven?
Dit grapje heeft ons 80 miljoen euro gekost. Iedereen hier wil weten hoe dat is kunnen gebeuren, wie daarvoor verantwoordelijk is en hoe we ervoor kunnen zorgen dat het niet meer gebeurt. Net dat probeert de top van de federale politie elke dag opnieuw te verhinderen. Ze beletten dat wij ons werk kunnen doen. We krijgen nauwelijks informatie. Sommigen opperen zelfs dat we maar halve informatie krijgen, net om ons te misleiden. De top van de federale politie doet er alles aan om de hoorzittingen te torpederen door ondertussen samen met Sopra Steria te gaan eten om hun verhalen op elkaar af te stemmen, wat dat verhaal ook moge zijn. Ze doen er alles aan om hun schuld af te schuiven en geen verantwoordelijkheid te nemen.
Ik heb drie vragen voor u.
Ten eerste, klopt het dat u de toestemming hebt gegeven aan de federale politie om geheime gesprekken te voeren met Sopra Steria na het stopzetten van het contract? Klopt dat of niet?
Ten tweede, bent u het ermee eens dat de federale politie het Parlement voortdurend saboteert? Is dat volgens u een verdedigbare werkwijze?
Ten derde, steunt u commissaris-generaal Snoeck nog? Is het voor u nog aanvaardbaar dat de top van de federale politie vandaag is zoals hij is? Aan welke kant staat u?
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, 80 miljoen euro belastinggeld is in rook opgegaan. Dat is het gevolg van de totale mislukking van i-Police, waarvoor de Belgische overheid een contract heeft aangegaan met de Franse firma Sopra Steria en na vier jaar geen enkel resultaat kan worden voorgelegd.
Het is daarom terecht, mijnheer de minister, dat u er de stekker hebt uitgetrokken. Dat dossier moet echter tot op het bot worden onderzocht. Het is niet voor niets dat zelfs het gerecht een onderzoek is gestart naar belangenvermenging en financiële verduistering. Het is niet voor niets dat de overheid een burgerlijke procedure heeft aangespannen tegen Sopra Steria om te redden wat er nog te redden valt. Het is ook niet voor niets dat het Parlement dat tot op het bot wil onderzoeken.
Meerderheid en oppositie hebben unaniem besloten om daartoe hoorzittingen te organiseren in de commissie voor Binnenlandse Zaken, maar sommigen binnen de top van de federale politie houden liever de potjes gedekt. Eerst wilden ze zelfs niet naar de hoorzittingen komen. Daarnaast hebben ze Sopra Steria een officiële brief gestuurd waarin het bedrijf wordt aangemaand om evenmin naar de hoorzittingen te komen.
Mijnheer de minister, dat is ontoelaatbaar. De federale politie is een federale overheidsdienst, net zoals de andere. U bent daarvoor politiek verantwoordelijk. Ik verwacht van u, mijnheer de minister, dat u de top van de federale politie terugfluit en dat u ons kunt verzekeren dat alle medewerking wordt verleend om het dossier transparant en tot op het bot te onderzoeken.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, we hebben in de commissie ook al aangegeven dat u uw verantwoordelijkheid hebt genomen toen u eind vorig jaar de stekker uit het contract met i-Police hebt getrokken. Ik weet niet meer welke bewoordingen u precies hanteerde in de commissie voor Binnenlandse Zaken, maar het was iets in de trant van een lijk dat niet meer te reanimeren viel.
Het contract met i-Police heeft geen enkel resultaat opgeleverd. U hebt de eerste stap gezet en nu is het aan het Parlement. We hebben in de commissie voor Binnenlandse Zaken afspraken gemaakt over het organiseren van hoorzittingen. Er zijn heel veel vragen en het is aan het Parlement om de onderste steen boven te halen. Het gaat over transparantie en verantwoording voor de besteding van dat belastinggeld. Het gaat over uw en mijn belastinggeld.
Collega Depoortere heeft het over 75,8 miljoen euro aan facturen die al werden betaald. Ik weet dat er nog een veelheid aan facturen openstaat. De rekening kan dus nog oplopen. Ik wil ook graag weten hoeveel de adviezen van de advocaten de voorbije maanden al hebben gekost. Ik wil transparantie omtrent de besteding van het belastinggeld.
Dit gaat ook over veiligheid. Sinds 2016 hebben we tien jaar verloren op het vlak van digitalisering van de politie. Er zijn veel vragen en het is aan ons om de onderste steen boven te halen en het is aan u om mee te waken over de maximale medewerking van elke betrokken partij. Ik heb in de commissie al een vraag gesteld over Niche, het casemanagementsysteem waarvoor gekozen werd. Men heeft die keuze mordicus volgehouden ondanks de interne analyse van de federale politie dat dat een slecht project was. Kunt u daarover vandaag al iets zeggen?
Ik dank u alleszins omdat u uw verantwoordelijkheid hebt genomen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, i-Police, het ICT-project van de politie, is volledig uit de hand gelopen. Een inschatting van 90 miljoen werd plots 299 miljoen, dat is meer dan het dubbele. Qua resultaten heeft het niets opgeleverd. De evaluaties waren dan ook desastreus en voor ons was meteen duidelijk dat het project moest worden stopgezet. Dat hebt u dan ook gedaan, mijnheer de minister.
Het idee achter dat project, de tool erachter, was natuurlijk zeer goed. Na de aanslagen wilde men de politie een platform geven waardoor men onmiddellijk over alle informatie kan beschikken. De uitvoering is echter volledig verkeerd gelopen. We moeten dus ramen en deuren opensmijten en transparantie krijgen over wat daar precies is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is.
De sleutelfiguren kunnen zich niet wegsteken achter een juridisch advies. Wat openbaar besproken kan worden in de commissie, moet openbaar gebeuren. Wat achter gesloten deuren moet blijven om bepaalde juridische procedures niet te doorkruisen, moet achter gesloten deuren worden behandeld.
Het project werd gefinancierd met belastinggeld. De burger heeft recht op transparantie. De politiemensen op het terrein, die dagelijks hun werk doen, moeten in de toekomst over die tools kunnen beschikken om hun werk op een goede manier te kunnen doen.
Mijnheer de minister, we willen absoluut weten wat daar is gebeurd. Zult u ons toegang geven tot alle documenten die we daarvoor nodig hebben? Tot nu toe hebben we ze nog niet allemaal ontvangen. Zult u ook uw volle gewicht in de schaal leggen om de sleutelfiguren tot bij ons in de hoorzittingen te krijgen?
Bernard Quintin:
Dank u voor uw vragen, beste volksvertegenwoordigers.
Ik heb op 24 december beslist om het contract tussen de firma Sopra Steria en de federale politie eenzijdig te beëindigen. De beslissing werd genomen na een grondige evaluatie van het project, zoals bepaald in het regeerakkoord. Uit die evaluatie bleek dat de uitvoering van de overheidsopdracht moeizaam verliep en dat de verwachte resultaten na vijf jaar uitbleven, ondanks dat al aanzienlijke middelen waren ingezet. Van het totale budget van 299 miljoen euro werd tot op heden 75,8 miljoen euro aan de firma uitbetaald. We spreken hier over 75,8 miljoen euro belastinggeld. Dat is veel geld en dat moet altijd verantwoord worden besteed. Ik heb dus mijn verantwoordelijkheid genomen en beslist om het contract te beëindigen om die financiële ontsporing stop te zetten. Mijnheer Vandemaele, ik sta aan de kant van goed bestuur.
De contractbreuk blijft uiteraard niet zonder gevolgen. We zullen de vermelde bedragen volledig proberen te recupereren, met de steun van ons advocatenkantoor. Dat kost inderdaad ook geld, maar het is een investering om meer geld terug te krijgen.
Er werd ook beslist om hoorzittingen in het Parlement te organiseren om volledige duidelijkheid te krijgen over de manier waarop het project in een fiasco kon eindigen. Ik gebruik dat woord bewust. Ik deel en respecteer uw wens om dat nader te onderzoeken. We zijn de bevolking volledige transparantie verschuldigd. Daarom heb ik beslist om aan het Parlement alle documenten te bezorgen die mij werden gevraagd, onder controle van de voorzitter.
Transparantie is voor mij geen slogan. Het vormt de leidraad van mijn handelen als minister. Iedereen die vanaf morgen voor de commissie voor Binnenlandse Zaken verschijnt, zal dat in dezelfde geest moeten doen.
Dames en heren, de voorbije dagen hebben verschillende krantenartikelen reacties uitgelokt. Er was ook mijn reactie. Ik wil hier heel duidelijk zijn. Als minister bepaal ik niet met wie iemand gaat eten of naar wie brieven worden gestuurd. Ik ben minister. Het is niet omdat iets juridisch conform is, dat het noodzakelijkerwijs moet worden uitgevoerd. Dat is voor mij eveneens zeer duidelijk. Het gezond boerenverstand, het GBV, moet altijd voorrang krijgen. Als voormalig ambtenaar en vandaag als minister kan ik u zeggen dat het belang van de Staat altijd, maar dan ook altijd, voorop moet staan. Elke vertegenwoordiger van de Staat, ongeacht zijn of haar functie of positie, heeft verantwoordelijkheden op te nemen, maar vooral ook te dragen, op elk moment en op elke plaats, en steeds met onberispelijk voorbeeldgedrag. Dat geldt voor alle actoren, zowel politici als ambtenaren en anderen die bij het betreffende dossier betrokken waren.
Vertrouwen, mijnheer Vandemaele, moet men verdienen en daar moet men dagelijks aan bouwen. Het gaat minder om de vraag of ik al dan niet vertrouwen heb, dan om het feit dat ieder op zijn of haar niveau zijn of haar verantwoordelijkheid opneemt. Nogmaals, ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen door i-Police stop te zetten, omdat het niet meer recht te trekken was. Ik hoop dat de hoorzittingen die u de komende dagen en weken zult organiseren, zullen toelaten om de vele onopgehelderde zaken in het dossier te verduidelijken, zodat iedereen daaruit de nodige conclusies kan trekken.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijke antwoord.
Het klopt, de stopzetting was een goede zaak. U hebt daar goed gehandeld. Ik heb u echter gevraagd naar de sabotage die actief gepleegd wordt door de politietop, waarmee het Parlement nu geconfronteerd wordt. Wat zult u daaraan doen? Zult u de top van de federale politie aanspreken en zeggen dat het genoeg geweest is, dat men moet meewerken met het Parlement?
Het volgende element is voor mij ook superbelangrijk. Ik heb u opnieuw gevraagd of u vertrouwen hebt in de commissaris-generaal. Het is de derde keer dat ik u dat gevraagd heb. Het is de derde keer dat u geen ja over uw lippen krijgt. Dat lijkt me duidelijk en ik begrijp dat ook, want in de communicatie van de federale politie heeft men gewoon gelogen. Toen een journalist vroeg of het etentje en het onlinecontact met Sopra Steria gedekt waren, antwoordde de federale politie dat dit goedgekeurd was door de hiërarchische lijn en door de minister. Dat werd letterlijk zo gecommuniceerd. Grijp in, mijnheer de minister.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik ben verkozen als vertegenwoordiger van het volk. Als ik dan geconfronteerd wordt met het feit dat honderden miljoenen aan belastinggeld in rook zijn opgegaan, wens ik daarover transparantie en duidelijkheid. Dan wens ik een onderzoek dat alles tot op het bot onderzoekt, dat alles steen per steen omdraait. Dan wil ik dat de overheid dat geld tegenover de belastingbetaler kan verantwoorden.
Dan moet men ook verantwoordelijken aanduiden. Wie is er verantwoordelijk voor dit debacle? Wie is er verantwoordelijk bij de federale politie? Wie is er verantwoordelijk bij de politici, bij het beleid? Dergelijke stenen moeten worden omgedraaid. In mijn ogen – de heer Vandemaele zal me geen ongelijk geven – kan dat niet met hoorzittingen. Het spijt me zeer, maar dat kan alleen met een parlementaire onderzoekscommissie. Het voorstel ligt ter stemming. Ik hoop dat de geesten stilaan rijp genoeg zijn om (…)
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, u sprak over gezond verstand en dan voel ik mij als Kempenaar uiteraard aangesproken, want in de Kempen heeft men een overschot aan gezond verstand. Dat zal ook nodig zijn voor ons als parlementsleden, dames en heren. Als controleur van de uitvoerende macht is het immers onze taak om de onderste steen naar boven te halen in dit dossier. Er zijn vele vragen over de politieke en operationele verantwoordelijkheid die beantwoord moeten worden. We laten dit niet los. We moeten hieruit lessen trekken voor de toekomst en we zullen dat doen. U kunt daarvoor op mij rekenen, mijnheer de minister.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, dit dossier is één groot fiasco. Er is zoveel geld van de belastingbetaler verbrast. Ondertussen staan de mensen op het terrein geen stap verder. We moeten tot op het bot uitzoeken wat hier verkeerd is gelopen. Daarbij moeten alle ramen en deuren open. Er moet volledige transparantie worden geleverd. We moeten als parlementsleden onze verantwoordelijkheid opnemen en de nodige hoorzittingen houden. Mijnheer de minister, we moeten ook lessen trekken voor de toekomst. Dat is vanaf nu ook uw verantwoordelijkheid. U moet een plan maken om onze politiemensen de nodige tools te geven op het terrein om informatie met elkaar uit te wisselen. De uitdagingen zijn immers nog even groot als na die aanslagen. Daarvoor hebt u onze volledige steun.
-
Vraag: De conclusies van de Nationale Veiligheidsraad inzake de dronedreiging
Vraag: De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
Vraag: De schending van ons luchtruim door drones en de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad
Vraag: De Nationale Veiligheidsraad
Vraag: De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
Vraag: De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
Vraag: De hybride aanvallen tegen België
Vraag: De Nationale Veiligheidsraad
Vraag: De Nationale Veiligheidsraad
veiligheid, justitie en defensieDe conclusies van de Nationale Veiligheidsraad inzake de dronedreiging
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De schending van ons luchtruim door drones en de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad
De Nationale Veiligheidsraad
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad naar aanleiding van de gespotte drones
De hybride aanvallen tegen België
De Nationale Veiligheidsraad
De Nationale Veiligheidsraad
Beslissingen en bijeenkomsten van de Nationale Veiligheidsraad over dronedreiging, luchtruimschendingen en hybride aanvallen in België summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 6 november 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Parlementsleden bekritiseren de trage en onvoldoende reactie van de regering op de gerichte drone-aanvallen boven militaire bases, luchthavens en kritieke infrastructuur, die volgens velen deel uitmaken van een Russische hybride oorlogsvoering om België te intimideren vanwege zijn steun aan Oekraïne, NAVO-lidmaatschap en huisvesting van Euroclear. Minister Quintin kondigt een drieledige strategie (detectie, identificatie, neutralisatie) aan, met versterkte samenwerking tussen Defensie, politie en inlichtingendiensten, een modernisering van het National Air Security Center tegen 2026 en een verplichte drone-registratie, maar critici zoals Huybrechts (N-VA) en Lacroix (MR) noemen de maatregelen "te laat, onvoldoende gefinancierd" (slechts 50 miljoen voor militaire sites) en wijzen op jarenlange onderinvestering in luchtruimbeveiliging. Terwijl sommigen zoals Ducarme (MR) en De Vreese (Open Vld) pleiten voor een gecentraliseerd antidrone-agentschap en betere Europese coördinatie, waarschuwt Boukili (PTB) voor overhaaste beslissingen zonder harde bewijzen over de daders, terwijl Lasseaux (Ecolo) en Weydts (Vooruit) benadrukken dat eenheid en vertrouwen in de diensten cruciaal zijn om de democratie te verdedigen.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, drones, drones, drones! Meer nog dan de stilstand van de regering waren zij de voorbije dagen hét gespreksonderwerp.
Er is economische schade, er heerst ongerustheid, angst en verwarring. Dat is uiteraard precies de bedoeling van degenen die drones op ons afsturen. Het betreft geen spionage, zoals ik de minister van Defensie enkele dagen geleden hoorde zeggen. Het zou namelijk bijzonder slechte spionage zijn uit een goedkope B-film. Het is pure provocatie, intimidatie en angstzaaierij, en dat lijkt me typerend voor de agressieve houding van de Russen de voorbije maanden, mijnheer de minister.
Het is daarom goed, zeer goed zelfs, dat u de premier hebt gevraagd om de Nationale Veiligheidsraad samen te roepen. Het is bizar dat u dat zelf moest vragen. Even bizar is het dat de premier tot begin september heeft gewacht om de Nationale Veiligheidsraad, het hoogste veiligheidsorgaan van ons land, voor de eerste keer samen te roepen, terwijl de dreigingen zich blijven opstapelen. Nu zijn dan inderdaad de provocaties in de lucht begonnen.
De bevolking, mijnheer de minister, heeft recht op antwoorden en ik hoop dat u die hier zult geven. Dat is belangrijk.
Ten eerste, wat hebben de inlichtingen- en veiligheidsdiensten u meegedeeld, voor zover u dat hier kunt delen? Hebben zij een verklaring gegeven voor de acuut toegenomen aanvallen? Hebben zij verwezen naar iets als Euroclear of naar uitspraken van bepaalde leden van de regering?
Ten tweede, hebben onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten advies gegeven over onze houding en communicatie ten opzichte van Rusland? Zijn daarover afspraken gemaakt?
Ten derde, zijn er afspraken gemaakt tussen politie en Defensie over de detectie, identificatie en neutralisatie, mijnheer de minister? Belangrijker nog dan de aankoop van het juiste materieel is eenheid van commando; dat is de essentie. Zeg het ons, mijnheer de minister.
Maaike De Vreese:
Om heel evidente redenen, met name de aanwezigheid van de Europese instellingen, de NAVO en Euroclear, zijn wij een aantrekkelijk doelwit. Als er iemand klaar moet zijn om zich tegen drones te wapenen, dan zijn wij het. Het is dan ook positief dat de Nationale Veiligheidsraad samenkwam. We moeten voorbereid zijn en een plan van aanpak hebben.
Collega's, tot nu toe was er geen plan. Onder de vivaldiregering hebben we veel kostbare tijd verloren. Cruciaal is wie welke taken opneemt en op welke manier men zal samenwerken. Defensie heeft een federaal antidroneplan uitgewerkt voor militaire domeinen, maar het burgergebied, de kritieke infrastructuur en onze luchthavens ressorteren tot uw bevoegdheid. Er is een politionele aanpak nodig. Onze lokale politiediensten worden momenteel overstelpt met meldingen en zij moeten ondersteund worden. We moeten zo snel mogelijk het luchtbewakingscentrum, waar alle betrokken diensten samenkomen, volledig operationeel krijgen. Dat werkt. We doen dat al in Zeebrugge met het Maritiem Informatiekruispunt. Wat voor de zee kan, kan ook voor de lucht.
De incidenten tonen een duidelijke nood aan een gecoördineerde aanpak aan, niet alleen nationaal maar ook grensoverschrijdend. Bovendien is juridische duidelijkheid nodig. Of de politie een drone uit de lucht mag halen, mag geen vraagstuk zijn. In deze tijden moet dat een evidentie zijn.
Minister, hoever staat u met uw plannen?
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, nous sommes évidemment frappés par ces attaques inédites de drones sur notre territoire. Depuis maintenant 10 jours, des bases militaires et des aéroports ont été survolés. D'autres infrastructures suivront, parce que cela ne va sans doute pas s'arrêter.
Les Belges doivent-ils être impressionnés par ces attaques vraisemblablement russes? Non, mais il faut les prendre au sérieux. C'est ce que vous avez fait en mobilisant le Conseil national de sécurité (CNS). Ce dernier est le bras armé protecteur au sommet de l'État. Pour rappel, il s'est réuni dans le cadre des attentats, du covid ou de la crise énergétique liée à la guerre en Ukraine. C'est donc vraiment l'organe adapté à la réponse. Il réunit le kern, l'ensemble des ministres régaliens et les services de renseignement. Dès lors, je vous remercie de l'avoir mobilisé.
Vous allez nous donner des informations relatives aux diagnostics mais aussi au traitement envisagé face à cette menace: identification, détection, destruction.
Je tiens à souligner que nous venons de loin en la matière, même si nous ne partons pas de zéro. Comme vous, j'ai observé l'expertise dans un certain nombre de pays européens, en France en particulier. Elle a eu de très bons résultats s'agissant de la protection de son espace aérien durant les Jeux olympiques.
Au-delà des décisions du CNS, allez-vous rencontrer un certain nombre de vos homologues étrangers?
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, er is nog steeds geen begroting, maar deze keer heeft de regering geluk. De drones die boven ons land vliegen, vormen een ernstige bedreiging voor onze veiligheid, en voor de regering komt die bliksemafleider op het juiste moment. Plots gaat het immers niet meer over haar totale falen of over de gaten in de begroting, maar wel over de gaten in ons luchtruim.
En dan komt het veiligheidstheater, waar niemand nog de regie in handen heeft. In de Strategische Visie van minister Francken komt het woord drone amper voor, en als het er al in staat, dan is het voor 2032. Bovendien is de detectie gebaseerd op radiofrequentie, een techniek die vandaag al duidelijk achterhaald is. En heel stoer verklaart minister Francken dat hij Moskou wel zal aanpakken, maar ons eigen luchtruim blijft onbeveiligd.
De waarheid is simpel: het probleem vandaag is niet alleen de overvliegende drones, het probleem is dat de regering onvoldoende heeft geïnvesteerd in ons luchtruim en in onze veiligheid, noch in detectie, noch in neutralisatie. Alles wat nu komt, is achterhaald en veel te laat. De regering-De Wever bespaart liever op onze mensen, maar voor politieke showtjes, zoals de Theo Francken F-35-show, is er wel altijd geld.
Mijnheer de minister, wie zit hierachter? Welke bewijzen hebt u daarvan? De conclusie van minister Francken na de Nationale Veiligheidsraad was dat we het luchtruim wel vanaf januari zullen versterken. Waarom gebeurt dat pas vanaf januari? Wat met de komende maanden? Zijn onze mensen nog wel echt veilig?
Franky Demon:
Sinds 30 oktober is het duidelijk dat onze veiligheid wordt bedreigd door drones boven kazernes en luchthavens. Er zijn cyberaanvallen op onze systemen en fake news zaait verwarring bij onze burgers. Dit is geen toeval meer, dit is georganiseerd. Daarom moeten wij ons ook beter gaan organiseren. Voor cd&v kan ons antwoord zich niet beperken tot het militaire aspect. Veiligheid is veiligheid. Wat we investeren in defensie moet ook onze binnenlandse veiligheid versterken. De dreiging stopt niet aan de kazernepoort, zoveel is duidelijk. Het kan niet zijn dat wanneer een drone over een militaire basis vliegt Defensie daarvoor bevoegd is, maar zodra die drone zich daarbuiten bevindt, hij onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester valt.
Defensie, politie, inlichtingsdiensten en lokale besturen moeten als één team werken, met dezelfde informatie en dezelfde strategie. We moeten voorbereid zijn. Daarom is een duidelijk plan van aanpak, met afspraken tussen Defensie, binnenlandse besturen en lokale besturen, meer dan ooit nodig. Dat plan moet waterdicht zijn. Het defensiebudget is er. Zorg ervoor dat die middelen ook de politie en de civiele veiligheid versterken, want veiligheid is overal noodzakelijk. De Russen houden ook geen rekening met het verschil tussen Kleine-Brogel, Brussels Airport of Oostende.
Welke afspraken heeft de Nationale Veiligheidsraad gemaakt om met een zo breed mogelijk plan een zo breed mogelijke aanpak te realiseren, zodat alle locaties in ons land beschermd blijven?
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, ons land is deze week het slachtoffer van een aanval in de hybride oorlog, zoveel is duidelijk. Er zijn drones boven onze militaire domeinen, drones boven onze luchtmachtbasissen en drones boven onze nationale luchthaven in Zaventem. Daarnaast zijn er al een hele week cyberaanvallen en is er al een hele week beïnvloeding op sociale media.
Beste collega's, dit is niet onschuldig. De cyberaanvallen schaden onze koopkracht en onze zorginstellingen. Een stilgelegde luchthaven kost onze economie handenvol geld. De combinatie van drones en vliegtuigen is ronduit gevaarlijk. Dit kan leiden tot ongelukken.
Het is heel duidelijk – ik herhaal het –, iemand is ons hier aan het testen en pesten. Het is ook duidelijk dat we ons niet mogen laten intimideren, dat we het hoofd koel moeten houden, kalm moeten blijven en dit vooral gecoördineerd moeten aanpakken. Daarom ben ik heel blij dat de Nationale Veiligheidsraad vandaag is samengekomen.
Mijnheer de minister, ik heb slechts één heel eenvoudige vraag voor u. Kunt u toelichten wat daar werd beslist om de veiligheid van ons allen te verbeteren?
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, ces derniers jours, notre pays a connu des survols de nos aéroports et de nos installations militaires par des drones, des cyberattaques et des opérations de désinformation.
Soyons clairs, la Belgique subit actuellement une série d'attaques hybrides coordonnées, venant probablement d'une puissance étrangère. Pourquoi? Parce que nous soutenons l'Ukraine, parce que nous hébergeons l'OTAN et l'Union européenne, parce que nous sommes des fervents défenseurs de la démocratie et de la liberté.
L'objectif de ces actions: nous intimider, nous obliger à changer de politique. Quelle prétention, quelle hubris! Du duc d'Albe à Joseph II, de Napoléon à Guillaume d'Orange, du Kaiser à Adolf Hitler, beaucoup ont cru pouvoir faire plier définitivement le peuple belge. Non, nous n'avons pas plié. De tout cela résulte notre devise: l'union fait la force.
En ces temps de trouble, ces mots doivent résonner. Nous devons reconnaître que nous avons été dépourvus face à l'intrusion des drones. C'est clair. Nous payons trop d'années de négligence de la mission fondamentale de l'État: assurer la sécurité de la population face aux menaces internes et externes.
Sans défense active, pas de paix. Notre État va faire face, avec ses alliés de l'OTAN et de l'Union européenne. Nous développons un plan stratégique d'ampleur et nous procurons les moyens qui permettront de protéger nos infrastructures essentielles et militaires et de faire face à ce nouveau type de menace. Préparer et assurer face aux attaques hybrides sera un des enjeux essentiels des prochaines années.
Monsieur le ministre, nos citoyens sont inquiets. Un Conseil national de sécurité s'est réuni en urgence ce matin. Il a pris des mesures positives pour faire face à la situation. Néanmoins, la protection de notre espace aérien et des infrastructures critiques face à la menace de drones demande des mesures structurelles à moyen terme. Quelles mesures sont-elles envisagées pour assurer la protection de toutes nos infrastructures critiques – j'insiste sur le mot "toutes" – et dans quel délai?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, il est évident que les événements que nous connaissons depuis quelque temps – à savoir des drones qui survolent des zones sensibles – constituent un danger, notamment pour nos aéroports. Du reste, en 2024, 31 000 drones avaient déjà été signalés au-dessus de zones sensibles. Donc, le problème n'est pas récent.
Nous nous heurtons à un véritable problème de réglementation, puisque 200 000 drones ont déjà été vendus dans le Benelux et que seuls 37 000 pilotes ont été enregistrés. J'aimerais dès lors savoir ce qui est prévu à cet égard.
À votre sortie du Conseil national de sécurité, monsieur le ministre, vous avez appelé au calme. Je ne peux que vous rejoindre sur ce point: nous devons en effet garder la tête froide. Il ne serait d'aucune utilité de céder à la panique, et il faut éviter de prendre rapidement des décisions malencontreuses ou qui rateraient leur cible. Entre-temps, nous devons attendre les résultats de l'enquête. Ce dont nous avons besoin avant tout est de connaître la vérité. S'agit-il de simples signalements? Concernent-ils uniquement des drones? M. Francken avait en effet indiqué que certains signalements visaient des avions qui volaient à basse altitude.
Par conséquent, des éclaircissements sont nécessaires. Quels drones étaient impliqués? Qui les pilotait? Et dans quel but? La seule chose dont nous soyons certains, pour l'instant, monsieur le ministre, est que nous ne savons pas grand-chose. Nous devons examiner la situation avant de tirer des conclusions.
Monsieur le ministre, vu qu'une enquête est en cours, disposez-vous déjà d'éléments susceptibles d'éclaircir aujourd'hui la situation?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, y a-t-il encore un pilote dans l'avion Belgique? Y a-t-il encore un ministre fédéral de l'Intérieur dans ce pays? Votre gouvernement est incapable d'adopter un budget mais aussi d'assurer la sécurité des Belges sur terre et dans les airs. Les trafiquants de drogue prennent le pays en otage. Quel est votre réponse en tant que chef de la police? Des policiers en plus? Non. Des moyens en plus pour la Justice? Non. Mais vous téléphonez à Theo Francken et vous lui dites: "Refile-moi tes jeunes recrues du service volontaire pour les mettre dans la rue dès 2027". Il faut arrêter ces improvisations ou ces formes de sparadraps. Vous êtes ministre, nous avons besoin d'action, monsieur le ministre.
Face aux drones qui survolent nos infrastructures critiques – aéroports, casernes, camps militaires, centrales nucléaires, etc. –, c'est rebelotte! Pendant que des drones prennent le ciel belge à l'assaut, on ne vous voit pas. Ce sont des camionnettes de la police locale, mes petits policiers locaux – je suis également bourgmestre – qui ont dû littéralement courser ces drones alors qu'ils s'évanouissaient dans la nature. C'est quand même un comble. C'est le pays de Magritte. Je n'arrête pas de le répéter.
La fermeture de nos aéroports bruxellois et liégeois cette semaine a créé un chaos sécuritaire une fois de plus. Éviter de tels survols relève de votre responsabilité et de celle du ministre Crucke également. Cela fait des semaines que ces incidents se multiplient et il aura fallu en arriver là pour qu'enfin, eindelijk , le premier ministre convoque ce matin un Conseil national de sécurité.
Je n'ai qu'une question à vous poser, parce qu'au-delà de la question de savoir qui se cache derrière ces drones, il faut évidemment faire toute la lumière et surtout garantir la sécurité de nos concitoyens et de nos sites critiques. Monsieur le ministre, qu'a-t-il enfin été décidé au Conseil national de sécurité pour assurer la sécurité des Belges et de nos infrastructures civiles?
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos très nombreuses questions sur ce sujet.
Mardi soir, plusieurs vols de drones ont été constatés au-dessus de plusieurs aéroports, celui de Zaventem – qui n'est pas seulement un aéroport civil, mais aussi militaire avec celui de Melsbroek – ainsi que ceux de Liège et Anvers. Des vols de drones ont également été constatés au-dessus de plusieurs bases militaires et installations critiques et sensibles. Il s'agissait d'une action organisée, concertée par ce qu'on appelle en langage diplomatique "des acteurs inamicaux".
Naar aanleiding van deze gebeurtenissen heb ik de eerste minister gevraagd de Nationale Veiligheidsraad samen te roepen. Die vergadering heeft vanochtend plaatsgevonden. Ze gaf ons allereerst de kans de rapporten van de veiligheidsdiensten te analyseren. Ik wil hier graag hun uitstekende werk en hun goede samenwerking benadrukken.
Je n'entrerai évidemment pas dans les détails pour des raisons de sécurité évidentes. Ce Conseil national de sécurité a permis de continuer et de faire aboutir une bonne partie du travail déjà entamé depuis plusieurs mois entre administrations et cabinets responsables, contrairement à ce que j'ai pu entendre.
À la suite du CNS de ce matin, je vous confirme notre stratégie en trois axes: détecter, identifier et neutraliser. Au niveau de la détection, face à une menace qui évolue de jour en jour, nos installations doivent être modernisées et renforcées pour être toujours plus performantes.
Dit valt onder de verantwoordelijkheid van Defensie, maar ook die van skeyes, die allebei over zeer specifieke expertise, financiële middelen en toestellen beschikken.
Mijn collega van Defensie heeft ons vanmorgen een voorstel gepresenteerd om de middelen van het leger op dit vlak te versterken. Die middelen zullen uiteraard ook voor de beveiliging van onze kritieke en gevoelige sites kunnen worden ingezet, zowel op civiel als op militair vlak, zoals in het regeerakkoord werd bepaald.
C'est ce que nous appelons, dans le langage convenu, le dual use de ces moyens.
Je vous confirme par ailleurs que le Conseil national de sécurité a décidé d'adapter, en fonction du plan stratégique de la Défense, le Centre national de sécurité de l'espace aérien (NASC), situé à Beauvechain, d'ici le 1 er janvier 2026. Lorsqu'un drone est détecté, il faut pouvoir l'identifier. Nous avons donc décidé la mise en place d'un système d'enregistrement de drones et de leurs opérateurs plus large et plus performant que le système actuel, et ce, sous la houlette du ministre de la Mobilité. Cela doit nous permettre d'opérer beaucoup plus rapidement la distinction entre une utilisation agréée et une utilisation potentiellement malveillante, ainsi que de faciliter l'identification des opérateurs de drones.
Une fois détecté et identifié, et s'il est avéré que le drone représente un danger, il faut pouvoir le neutraliser. Sans préjudice des obligations des acteurs privés, les drones suspects sur l'ensemble du territoire national peuvent, lorsque cela est jugé nécessaire pour des raisons de sécurité, d'intégrité territoriale et de souveraineté ou pour la protection du droit à la vie, être neutralisés, selon le cas, par une intervention policière ou militaire, en veillant à prévenir et à limiter autant que possible les dommages collatéraux.
Pour ce qui concerne le reste de l'espace public, la police a un rôle central à jouer, qu'elle soit fédérale ou locale. Il n'y a pas de petite police, monsieur Lacroix. J'ai demandé d'adapter et de renforcer le cadre de contrôle et d'intervention de la police à ce phénomène. Celui-ci permettra à nos forces de l'ordre d'intervenir justement dans un cadre solide et clair, implémenté tant au niveau de la police fédérale que locale ainsi que par le Centre de crise national.
Nous évaluerons les moyens matériels et humains nécessaires pour la lutte contre les drones en nous appuyant également sur les moyens renforcés de l'armée.
Dit moet het mogelijk maken om sneller het onderscheid te maken tussen recreatief gebruik en potentieel vijandig gebruik en om de identificatie van droneoperatoren te vergemakkelijken.
Met betrekking tot de kritieke en gevoelige infrastructuur en de militaire sites zullen de expertise en de bijkomende middelen van het leger ons in staat stellen om ons arsenaal aanzienlijk te versterken.
Tegelijkertijd zullen we deze kwestie ook op Europees niveau aankaarten. Ik ben in gesprek met landen die recent met dezelfde problematiek werden geconfronteerd, met name Denemarken, Duitsland en Nederland, en met de Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken, de heer Brunner. Mijn diensten hebben ook contact gehad met Polen, Duitsland, Denemarken en Litouwen.
Enfin, je peux vous annoncer que le sujet sera à l'agenda du Conseil Justice et Affaires intérieures des 8 et 9 décembre prochains à Bruxelles.
J'aimerais ici terminer par un message clair. Nous comprenons évidemment l'inquiétude que ce phénomène peut représenter et certainement dans le contexte international. Ce gouvernement et l'ensemble des services de l'État prennent les choses en main avec calme et détermination et dans le cadre d'une communication maîtrisée. Nous pourrons pour cela nous appuyer sur une stratégie coordonnée et une volonté sans faille. Je vous remercie.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw gedetailleerd antwoord. Ik heb drie opmerkingen.
Ten eerste, we hebben nood aan één baas in het luchtruim. Boven de kazerne is Defensie bevoegd, maar eenmaal het kazerneterrein verlaten, moet het werk door de combi of helikopter worden uitgevoerd. Dat is onwerkbaar.
Ten tweede, u hebt terecht verwezen naar de internationale aanpak. Het is heel goed dat u die initiatieven neemt. Er werd verwezen naar het Maritiem Informatiekruispunt, maar ik kan u meer vertellen, collega De Vreese. De vorige regering heeft geïnvesteerd in het North Sea Platform. Dat is een platform om op een beveiligde manier informatie in realtime uit te wisselen.
Ten derde, we weten allemaal dat het gemakkelijker gezegd dan gedaan is om een dergelijk toestel te neutraliseren. We beschikken echter over een groot voordeel. Onze privésector, dus onze bedrijfswereld, is klaar om met ons te experimenteren. Wij hebben DronePort in Sint-Truiden. Ga daarmee alstublieft aan de slag. Dat is een opportuniteit voor onze veiligheid.
Maaike De Vreese:
Collega’s, nog niet zo lang geleden associeerden we drones met iets dat we onder de kerstboom legden als cadeautje, als speelgoed voor onze kinderen. Nu bevinden we ons in een volledig andere situatie, waarbij we moeten wensen dat onder de kerstboom voor onze veiligheid en voor onze inlichtingendiensten antidronecapaciteit klaarligt.
Mijnheer de minister, daarvoor moeten we de krachten bundelen. Dat hoeft inderdaad niet allemaal vanuit de overheid te komen. We hebben heel wat mooie technologiebedrijven die klaarstaan om samen te werken, niet alleen met onze politiediensten, maar ook met Defensie.
De tijd is rijp om die krachten te bundelen, want de uitdagingen op dat vlak zijn heel erg groot.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, nous ne devons donc pas avoir peur. Nous devons prendre cela au sérieux.
Nous aurions sans doute pu être un peu mieux protégés, monsieur Lacroix. Si, en matière de lutte contre les drones, au niveau du département de la Défense, sous la précédente législature, davantage d’initiatives avaient été prises, peut-être serions-nous mieux protégés. Votre intervention est un peu fort de café, monsieur Lacroix; je pense, en effet, que votre parti a une grosse responsabilité en la matière.
Pour terminer, monsieur le ministre, j’appelle tout de même de mes vœux – au-delà de ce que vous avez provoqué aujourd'hui, c'est-à-dire la coordination des moyens de réaction – la mise en place dans notre pays d'un seul département anti-drones. C’est ainsi que cela fonctionne dans les autres pays. Selon moi, c’est ainsi que nous devrons fonctionner. Par ailleurs, pour faire la transparence également pour les Belges, je demanderai au Comité R un rapport sur l’origine de la menace.
Britt Huybrechts:
Minister, van geen zakenkabinet en geen orde op zaken gaan jullie naar meer taksen voor de Vlaming, naar een peperduur migratiebeleid met gaten, naar gaten in ons luchtruim en in onze veiligheid.
Eigenlijk is er maar één ding dat u en uw collega-minister Francken nu nog kunnen doen: neem de verantwoordelijkheid op voor jullie falend beleid, de gemiste investeringen en achterhaalde beslissingen, en neem ontslag.
Maar kijk, de goede vriend van Bart De Wever, de Koning, gelooft misschien nog in jullie. De bevolking echter allang niet meer.
Als ik deze foto zie, meen ik dat u er zelf niet meer in gelooft. De drones vliegen in het rond, maar de regering blijft hangen.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, u gaf het vanmorgen zelf al aan, en u herhaalde het op het einde van uw antwoord: de kalmte bewaren is belangrijk.
Naast kalmte is er ook nood aan voorzichtigheid. We dienen onze woorden zorgvuldig te wikken en te wegen. We hoeven niet alle kaarten op tafel te leggen wanneer we weten dat we in het oog gehouden worden. We moeten beseffen dat elke uitspraak, van mij, van u en van uw collega’s, tegen ons gebruikt kan worden. Laten we vooral dus geen olie op het vuur gooien. Laten we samenwerken aan een gemeenschappelijke nationale strategie om ons te wapenen tegen die nieuwe hybride dreiging.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik wil mijn repliek beginnen met een vraag aan de collega’s van zowel de N-VA als de MR. Stop alstublieft met naar het verleden te verwijzen, stop alstublieft met naar Vivaldi te verwijzen. Dit gaat over onze veiligheid. Dit overstijgt regeringen. Dit overstijgt partijbelangen. Het NASC is opgericht onder minister Dedonder, onder de vivaldiregering. Dus, alstublieft, de situatie is veel te ernstig om er politieke spelletjes van te maken.
Mijnheer de minister, we moeten dat nauwgezet blijven opvolgen, gecoördineerd en gedisciplineerd. Ik en mijn fractie hebben althans alle vertrouwen in onze diensten, alle vertrouwen in ons defensiepersoneel, alle vertrouwen in ons politiepersoneel. We weten immers wat we hier verdedigen: we verdedigen onze welvaartsstaat, we verdedigen onze democratische waarden, we verdedigen onze solidariteit.
Stéphane Lasseaux:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je voudrais ici témoigner de toute la confiance qu'on peut porter à l'ensemble de nos forces armées, soit à notre Défense, qui fait face aux ennemis extérieurs; confiance en notre sécurité intérieure et interne telle qu'elle est sainement sollicitée; confiance en nos services de renseignement qui, chaque jour, sont sur la brèche; confiance en notre diplomatie qui travaille sans relâche au renforcement de nos alliances; aussi et certainement confiance en nos citoyens qui soutiennent cette assemblée et, par elle, l'action du gouvernement.
Tous ensemble, nous devons faire en sorte que, toutes et tous, nous puissions protéger une démocratie que nous défendons et certainement aussi nos libertés.
Je voudrais dire à tous: restons vigilants , keep calm and carry on. C'est ce qu'on disait lors du dernier conflit mondial, mais c'est ainsi que nos adversaires connaîtront la défaite. Nous ne plierons pas, l'union fait la force, rassemblons-nous tous, ici, ensemble, pour pouvoir défendre notre Belgique.
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, j'attendais une réponse sur l'avancée de l'enquête et s'il y avait des éléments déjà disponibles pour pouvoir dissiper un peu le flou dans lequel on est aujourd'hui.
Avant de prendre des décisions et avant d'agir, il faut d'abord établir la vérité et savoir ce qui se passe concrètement pour ne pas prendre des mauvaises décisions, pour ne pas faire de mauvais investissements et ne pas céder à la panique. Parce que la panique peut être instrumentalisée par ceux qui ont d'autres intérêts, par les marchands d'armes qui veulent vendre tous azimuts leurs armes, par les défenseurs de la course à l'armement, qui vont utiliser cet épisode pour renforcer leur idée d'achats militaires. Donc, nous devons rester calmes, garder la tête froide et ne pas agir dans la précipitation, mais agir seulement quand on est sûr des informations que nous avons.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, le collègue Weydts demandait au collègue Ducarme d'être fair-play. C'est attendre l'impossible, c'est comme attendre un budget pour l'Arizona. Cela étant dit, monsieur le ministre, c'est magnifique, uitstekend, proficiat! Bonne nouvelle, bonne nouvelle! On va enfin interdire les drones illégaux, c'est magnifique! Et on a obtenu 50 millions d'euros, mais qui ne concernent que les sites militaires. Rien pour le civil, rien pour la police fédérale, pas un euro pour l'Intérieur. En tant que petit bourgmestre d'une petite commune avec une petite police qui n'est pas équipée pour lutter contre les drones, je dis que ma petite police locale, que je chéris, va devoir être en état d'alerte devant la centrale nucléaire de Tihange si un survol des drones se manifeste. Vous trouvez ça normal? Moi, pas. C'est le job de la police fédérale, c'est votre travail, agissez!
-
Vraag: Het verbieden van de antifabeweging
Vraag: Het verbieden van de antifabeweging
Vraag: Het verbieden van antifa
Vraag: Het geweld van extreemlinks
Het verbieden van de antifabeweging
Het verbieden van de antifabeweging
Het verbieden van antifa
Het geweld van extreemlinks
Maatschappelijke en politieke discussies over verbod en geweld van extreemlinkse antifa-bewegingen summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Axel Ronse
Vincent Van Quickenborne
Sarah Schlitz
Raoul Hedebouw
Jean-Marie Dedecker
op 25 september 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om geweld door Antifa-groepen tijdens een herdenking van Jean Gol en het omstreden regeringsvoorstel om verenigingen zonder rechterlijke tussenkomst te verbieden. Critici (Van Tigchelt, Ribaudo) waarschuwen voor autoritaire afglijding en benadrukken dat ideologieën niet verboden kunnen worden, terwijl voorstanders (Depoortere, Bouchez) Antifa als gewelddadige terreurbeweging willen aanpakken via de antiterreurlijst. Minister Quintin bevestigt hard optreden tegen geweld maar verdedigt zijn wetsontwerp als nodig voor openbare orde, zonder de rechtsstaat te ondermijnen. De spanning spitst zich toe op vrijheid vs. veiligheid, met beschuldigingen van politieke censuur (PVDA) en selectieve verontwaardiging.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, vorige week werd wijlen Jean Gol herdacht. Wat er toen is gebeurd, is ronduit schandalig: zijn graf werd besmeurd, leden van niet de minste politieke partij werden belaagd en politieambtenaren werden fysiek aangevallen. Dat is onaanvaardbaar. De daders moeten worden gevolgd via de OCAD-lijst, worden vervolgd en bestraft.
Ik begrijp dat men naar aanleiding van zo'n incident emotioneel reageert, maar dat men het incident aangrijpt om de Grondwet en uw en mijn vrijheid van vereniging in de vuilnisbak te gooien, gaat voor mij als liberaal niet een brug, maar drie bruggen te ver. Men wil Antifa immers verbieden op basis van een door de ministerraad goedgekeurd wetsontwerp dat de regering de mogelijkheid geeft een vereniging te verbieden.
Op grond van dat wetsontwerp zal de regering, de uitvoerende macht, met een duim omhoog of omlaag een vereniging kunnen toelaten of verbieden. Zo'n wet hoort niet thuis in onze rechtsstaat. Dat is iets voor een autoritaire staat. In een rechtsstaat pakt een rechter verenigingen aan. Ik ben de eerste om verder mee na te denken over wetgeving ter zake. Trouwens, we gaan hierbij ook nog voorbij aan het feit dat Antifa geen vereniging is, maar wel een ideologie. Een ideologie kan niet worden verboden, hoe weinig sympathie we daar ook voor hebben. Men heeft het recht om die mening te verkondigen. Mijn vraag is dus (…)
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre du MR, j'ai entendu votre président de parti réclamer l'interdiction de toutes les organisations antifascistes de Belgique. J'ai entendu le plan du gouvernement pour interdire des organisations pour la Palestine, des organisations qui défendent le climat. Et M. Bouchez a même relayé un tweet qui appelle à dissoudre le parti Ecolo. On est où ici? On est où?
Dans votre projet de loi, vous donnez le pouvoir au gouvernement d'interdire des organisations de manière arbitraire, monsieur le ministre, sans même devoir passer par un juge, sur simple besoin d'un rapport administratif, parce qu'elles seraient jugées soi-disant radicales.
Vous voulez en fait vous accorder à vous-même, monsieur le ministre, ce pouvoir en tant que ministre de l'Intérieur. Et dans quel cadre faites-vous cela? Forcer les gens à travailler toujours plus longtemps pour moins de pension, attaquer le pouvoir d'achat des travailleurs, plonger des centaines de milliers de familles dans la misère, attaquer les malades et détruire nos services publics. Dans ce cadre-là, vous vous donnez un tel pouvoir et, moi, je n'appelle pas cela de la démocratie, monsieur le ministre. Vous voulez pouvoir faire taire celles et ceux qui contestent vos politiques.
Votre projet de loi, c'est une attaque frontale contre nos droits démocratiques, contre le droit d'organisation, contre la liberté d'expression, contre le droit de protester. Alors, ma demande est simple, monsieur le ministre. Au vu des critiques de l'ensemble des organisations en charge de la protection des droits humains, au vu des critiques des observateurs et des acteurs de terrain qui se sont déjà exprimés sur les dangers de votre projet de loi, allez-vous, oui ou non, renoncer à votre projet?
Ortwin Depoortere:
Collega Van Tigchelt, partijen en parlementsleden die vandaag menen dat ze Antifa de hand boven het hoofd moeten houden, vergissen zich. Ik zal u uitleggen waarom. We zien steeds weer dezelfde beelden, mijnheer Van Tigchelt, niet enkel in ons land, maar in heel Europa, beelden van systematiek geweld, vernielingen, aanvallen tegen de politie en vooral van aanvallen tegen politieke tegenstanders, waar de MR vorige week ook het slachtoffer van geworden is en waar het Vlaams Belang al jaren het slachtoffer van is. Ik kan u aan de hand van een lijst aantonen, beste collega's van de PVDA, welk spoor van geweld Antifa de jongste jaren heeft achtergelaten. In 2020 mondde een BLM-mars uit in massale brandstichting met 150 arrestaties. In 2024 werd een conservatieve conferentie in Brussel, NatCon, bedreigd door Antifa. In mei 2025 gooiden bendes met stenen en flessen naar de politie en naar gebouwen en liepen combi's schade op. U raadt het Antifa. Ook voor politieke intimidatie deinst Antifa niet terug. In de afgelopen jaren is het Vlaams Belangsecretariaat meermaals gewelddadig aangevallen, met poging tot brandstichting, waarbij er nog mensen in het gebouw waren. Dat, dames en heren, kan niet door de beugel.
Het is daarom, mijnheer de minister, dat ik durf te vragen Antifa effectief op de antiterreurlijst te plaatsen, goed in de gaten te houden en desnoods te ontbinden.
Georges-Louis Bouchez:
Ce qui est assez extraordinaire dans cette Assemblée, c'est qu'on arrive à voir l'extrême droite et l'extrême gauche défendre les libertés fondamentales. Quand on connaît l'histoire de vos deux idéologies, franchement, c'est le camembert qui dit au Maroilles qu'il pue.
Plus sérieusement, jeudi dernier, nous avions décidé d'un rassemblement en hommage d'une grande personnalité politique, Jean Gol. En face, se tenait un rassemblement organisé par les Jeunes Écologistes, Jeunes CSC, Jeunes FGTB, le Comac, les RedFox. Toutes ces organisations de jeunesse subsidiées, financées avec votre argent, se sont rendues sur cette place. Et ce rassemblement a dégénéré avec des bagarres, des insultes, des jets d'objets, qui ont eu pour conséquence d'envoyer douze policiers à l'hôpital, dont un souffre d'une commotion cérébrale. Au-delà, il y a également eu des militants qui ont été frappés, insultés. Les policiers ont dû batailler avec eux jusqu'à 22 h, en ayant commencé à 17 h.
Alors je pense, monsieur Van Tigchelt, que l'erreur de jugement, c'est qu'on ne souhaite certainement pas interdire la liberté d'expression. Au contraire! Mais, si vous voulez préserver la liberté d'expression, vous devez interdire la violence. Vous devez lutter contre la violence. Et il n'y a aucun compromis à avoir à l'égard des organisations violentes, qu'elles soient d'extrême gauche ou d'extrême droite.
C'est la raison pour laquelle des pays parfaitement démocratiques, à commencer par les Pays-Bas, l'Allemagne et la France, ont pris des dispositions contre les Antifa, car ils ne militent pas pour des droits sociaux. Ils militent pour une révolte. Ils militent pour la désobéissance. Ils militent contre l'ordre public. Et donc, à ce titre-là, monsieur le ministre, je voudrais savoir comment vous comptez intervenir. Vous pouvez déjà agir maintenant, avec la loi de 2024 et la banque de données commune (BDC), mais également avec la loi que vous projetez pour dissoudre les structures violentes.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, à Liège, en effet, le 18 septembre 2025, la violence, la haine et même l'antisémitisme se sont exprimés en plein jour. À ciel ouvert. La tombe de Jean Gol a été profanée en début de journée. Des personnes âgées, entre autres, ont été visées par des jets de projectiles en début de soirée. Certains participants, à l'hommage à Jean Gol, se sont vu taguer leur veste par d'infâmes croix gammées.
Je l'ai dit le soir même et je le répète ici: ce qui s'est déroulé aux abords de l'Université de Liège ce jour-là était une véritable insulte à la démocratie.
Dat was inderdaad schandalig en onaanvaardbaar, mijnheer Van Tigchelt.
Pour que tout le monde prenne la mesure des événements, je rappelle que des croix gammées ont été taguées par de prétendus "antifascistes" sur des vestes. Quel était le tort des personnes agressées? Être membre d'un parti démocratique et se rendre tranquillement à l'hommage prévu à un ministre d' État, un homme dont les valeurs de tolérance, de surcroît, ont toujours été saluées par ses pairs politiques, tous bords confondus.
Face à la gravité de ce qui s'est joué place du Vingt-Août, j'aurais aimé, comme d'autres sans doute, que l'ensemble des forces politiques condamnent avec autant de vigueur que j'en ai entendu aujourd'hui ces débordements. Bien trop nombreux sont celles et ceux qui se sont tus. Certains, voire certaines, semblent même s'être réjouis de ce piétinement de la démocratie. Eh bien, je dois le vous le dire: je trouve cela totalement indigne.
De onderzoeken zijn lopende. Ik heb er alle vertrouwen in dat justitie en de lokale politie van Luik, gesteund door de federale politie, er alles aan zullen doen om de verantwoordelijken te identificeren en de relschoppers te straffen.
Une chose est sûre: les fauteurs de troubles identifiés devront être punis avec sévérité, et certainement pour les coups portés aux civils et aux policiers, dont je rappelle que 12 ont été blessés. Ma politique de tolérance zéro à l'égard de la violence contre les policiers devra trouver à s'appliquer ici aussi.
Dames en heren Kamerleden, met betrekking tot het verbod op de antifabeweging heb ik in de ministerraad een voorontwerp van wet ingediend dat voorziet in de invoering van een specifiek en aangepast wettelijk kader. Dat kader biedt de mogelijkheid, op voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken, om de activiteiten van organisaties en personen die door hun daden en gestructureerde werking een ernstige en actuele bedreiging voor de openbare orde en veiligheid in ons land vormen, na overleg en met de mogelijkheid om naar een rechter te stappen, stop te zetten.
Ce texte va poursuivre son cours et mon intention est de le présenter au Parlement le plus rapidement possible. Je ne vais donc pas ici préempter l'application future de ce texte, mais sachez que quiconque répand la haine dans notre société devra répondre de ses actes.
Et en effet, monsieur Bouchez, la banque de données commune peut aujourd'hui lister tant des personnes que des groupes et associations, à ma demande, en début de mandat. Nous devrons voir dans quelle mesure les Antifa, pour ce qu'ils sont, devraient y être inscrits.
Cela étant dit, et parce que je pense qu'il faut être très clair sur le sujet – et j'ai l'intention de l'être –, en tant que ministre de la Sécurité de l'Intérieur, je ferai tout pour protéger la liberté de pensée, la liberté d'expression, la liberté d'association, la liberté de réunion et la liberté de manifestation. Ce sont des piliers de notre démocratie libérale – j'ose ces mots, monsieur Ribaudo. Protéger ces droits fondamentaux, c'est l'objet même de la loi, avec un grand L. Toutes ces libertés doivent trouver à s'exprimer dans le cadre de la loi, et je mettrai toute mon énergie à la faire respecter.
Je suis, comme ministre de l'Intérieur, responsable de l'ordre et de la tranquillité publics. Il n'y aura, à mes yeux, jamais aucune place dans notre société, ni pour la violence, ni pour celles et ceux qui la sèment, et peu m'importe d'ailleurs que cela émane de gauche, de droite, d'en haut ou d'en bas. La loi, c'est la loi. De wet is de wet .
Paul Van Tigchelt:
Ik dank u, mijnheer de minister. Geweld moet worden aangepakt. Zo eenvoudig is het. Het maakt niet uit of het van links, van rechts of uit jihadistische hoek komt. Geweld is onaanvaardbaar. Dat is niet de kwestie. De kwestie is dat we geweld moeten aanpakken binnen de marges van onze rechtsstaat. Met uw wetsontwerp bevinden we ons op een hellend vlak: vandaag treft het Antifa, morgen kan het de PVDA of het Vlaams Belang zijn. U kunt de grootste tegenstander zijn van hun ideeën, maar we leven in een land waarin zij welkom zijn en in het Parlement hun mening mogen uiten. Dat is de essentie.
Je ne suis pas d'accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu'à la mort pour que vous ayez le droit de le dire . Daarover gaat het: de vrijheid van meningsuiting. Beste vrienden van de MR, fier d'être libéral , toon dat ook.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous parlez de violence, mais la principale violence, c'est celle de vos politiques antisociales. C'est forcer les gens d'aller toujours plus longtemps pour moins de pension, c'est attaquer le pouvoir d'achat des travailleurs et plonger des centaines de familles dans la misère, et attaquer les malades!
Vous parlez de danger, de violence, mais il existe déjà des lois pour poursuivre ceux et celles qui seraient coupables de tels actes.
Les mesures que vous voulez prendre, monsieur le ministre, n'ont pas ce but-là. Elles ont pour but de museler la contestation, comme Trump le fait aux États-Unis, en attaquant les contre-pouvoirs. Vous savez que vos mesures antisociales et antidémocratiques ne passent pas! Vous savez que les gens vont se révolter et vous voulez les bâillonner! C'est cela, ce que vous voulez faire: vous voulez protéger la liberté, mais uniquement quand elle est de votre côté.
Cela ne marchera pas et j'appelle les gens à sortir dans la rue le 14 octobre contre les politiques de votre gouvernement et contre vos mesures antisociales! (…)
Voorzitter:
Merci, monsieur Ribaudo.
Vooraleer ik het woord geef aan de heer Depoortere, wijs ik erop dat u van op de bank of van waar ook wel aan uw buurman of -vrouw licht ongenoegen kunt laten blijken, maar dat u daarmee de spreker niet mag verhinderen zijn of haar betoog af te ronden. Gelieve daar rekening mee te houden.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, er is inderdaad een verschil tussen de vrije meningsuiting, waar we allemaal achter staan - geloof mij vrij; ik behoor tot een partij die ooit voor de rechtbank werd gedaagd wegens een opinie –, en het geweld van Antifa.
Dat geweld is wat we nu bijna dagelijks meemaken: politieke intimidatie, vandalisme tegen ordediensten en tegen politieke tegenstanders. Antifa is georganiseerd als een terreurbeweging. Behandel Antifa dan ook zo. Zet het op de antiterreurlijst.
Georges-Louis Bouchez:
Quel spectacle lamentable. Normalement, dans cette institution, il aurait dû y avoir une unanimité pour sanctionner ces actes de violence, et pour les condamner. Et qu'a-t-on pu voir? Une députée qui se reconnaîtra, que j'appellerai Mme Fenêtre pour la circonstance, se réjouir des événements. On n'a surtout pas pu voir une série de présidents de partis condamner ces événements alors qu'ils auraient pu se grandir en agissant de la sorte. Et nous avons vu, à cette tribune, il y a quelques instants, un député du PTB qui incitait à la révolte sociale. La manière dont il parle, les mots qu'il utilise ne sont pas des mots en faveur d'un rassemblement pacifiste, mais sont destinés à faire monter la colère sociale. En effet, vous êtes les tenants du désordre, et vous avez la conviction que la révolte passera par la rue et pas par le Parlement. Vous l'avez dit à de multiples reprises! Donc, vous êtes aussi les responsables de ces violences, et s'il arrive quelque chose de grave, vous devrez vous regarder (…)
Voorzitter:
Merci, monsieur Bouchez.
(Applaudissements sur les bancs du MR, de la N-VA et du VB)
Mijnheer Ronse?
Axel Ronse:
Collega's, wat hier net werd gezegd, is totaal ongehoord. Een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger van de PVDA heeft hier nu net de bevolking opgeroepen om zich met geweld te verzetten tegen hervormingen die deze regering voorstelt en die dit Parlement zal goedkeuren (…)
Voorzitter:
Mijnheer Ronse, ik dank u voor uw tussenkomst.
Ik zal het verslag erop nalezen om vast te stellen wat er precies werd gezegd. Ik vel nu geen oordeel, maar indien het inderdaad om een oproep tot geweld ging, dan zal dat uit het verslag worden geschrapt. Ik zeg niet dat het per definitie wordt geschrapt, maar ik zal dat consequent nakijken. Ook het parlementaire debat moet open en vrij worden gevoerd, maar het spreekt voor zich dat dit binnen de regels van de wet moet gebeuren.
Mijnheer Van Quickenborne, ik geef u een minuut spreektijd en daarna is het aan mevrouw Schlitz en de heer Hedebouw.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik wil alleen mijn verbijstering uitdrukken over het feit dat u de heer Ronse het woord verleende. Gaan we nu alle parlementsleden vragen om hun mening te komen verkondigen over wat er net werd gezegd? Gaan wij nu alle parlementsleden de mogelijkheid geven om te zeggen wat goed, minder goed en slecht was? Dat gaat zo niet. U hoort de voorzitter van het hele Parlement te zijn en niet enkel van de N-VA-fractie. Dat is niet gepast.
Voorzitter:
Als ik voorzitter van de N-VA-fractie was geweest, dan had ik u nu niet het woord verleend. Ik heb u het woord verleend omdat mij werd gemeld dat er niet-parlementaire taal zou zijn gebruikt. Als u ooit op een bepaald ogenblik ook die mening bent toegedaan, dan zal ik u ook het woord verlenen.
Sarah Schlitz:
Je ne vais pas me laisser entraîner dans le caniveau dans lequel certains ici essayent de m'emmener. J'aimerais par contre clarifier certains éléments totalement abjects qui ont été dits à mon propos ici. J'ai condamné fermement et à chaque occasion la profanation de la tombe de Jean Gol. C'est un acte antisémite ignoble. Et en tant que secrétaire d'État, j'ai toujours agi contre le racisme et l'antisémitisme. Et ceux qui ont travaillé avec moi ici le savent pertinemment bien.
En revanche, monsieur le ministre, je suis un peu choquée d'entendre que, dans votre rétroacte, vous omettez de mentionner les éléments qui ont été révélés cette semaine par la rectrice de l'ULiège qui nous dit que, lors des premières concertations avec les forces de l'ordre, il est apparu que des risques élevés de perturbations étaient à prendre en compte. Les organisateurs ont décidé d'ignorer ces analyses de risque et refusé les pistes de délocalisation qui auraient permis à l'université ainsi qu'aux forces de l'ordre de mieux gérer la sécurité de l'événement (…)
Voorzitter:
Mevrouw Schlitz, mag ik u en ook de volgende spreker vragen om u enkel op het incident te richten? U hebt dat niet gedaan, maar een nieuwe tussenkomst gehouden. Uw minuut spreektijd was trouwens ook verstreken. Er zijn nog enkele sprekers. Ik zal hun microfoon uitschakelen als het niet over het incident gaat. Voor alle duidelijkheid, het gaat dus over het mogelijke gebruik van niet-parlementaire taal.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le président, pour ce qui est de l'incident, je m'étonne que vous donniez la parole à un député. En effet, si on commence tous à pouvoir intervenir sur toutes les question time , cela ne s'arrêtera pas. Il y a ici un appel d'un député à une manifestation. Il parle de la violence des mesures antisociales prises. Il manquerait plus que ça qu'on ne puisse pas parler de la violence sociale qui est décidée ici par l'exclusion. Ce serait moins grave… Mais je trouve très intéressant d'appuyer la doctrine suivant laquelle l'appel à dénonciation de la violence politique et sociale qui est vécue par les gens aujourd'hui et l'appel à une manifestation soient mis sur pied d'égalité. Cela montre très bien la pente glissante, chers collègues.
Monsieur le président, vous avez donné la parole mais on ne peut pas continuer comme cela. Comprenez-vous ce que je veux dire? On a le droit d'exprimer une prise de position politique ici au Parlement – c'est la moindre des choses – et d'appeler aussi une action. Je rappelle quand même que l'action politique… Nous avons évidemment condamné les violences. Nous l'avons évidemment fait! Ce n'est pas un souci car nous n'étions pas à la manœuvre. Et, comme nous n'étions pas à la manœuvre, nous sommes tranquilles là-dessus (…)
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, ik zal het heel kort houden. Er bestaat zoiets als parlementaire onschendbaarheid. Ik was ontzettend verwonderd toen hier werd geopperd om iemands woorden te laten schrappen uit het Verslag. Elkeen heeft recht op zijn mening, ook de idioot.
De laatste plaats waar die mening ongeschonden mag worden gegeven, is het Parlement. Ik heb hier mensen op de preekstoel weten staan die anderen beschuldigden van diefstal en andere zaken. Men is hier parlementair onschendbaar. Men is verantwoordelijk voor wat men zegt. Wij hebben het over de vrijheid van meningsuiting. Het enige wat hier echter wordt gedaan, is beginnen met elkaar te beteugelen.
Mijnheer de voorzitter, een lid zegt en doet hier wat hij of zij wil, maar is verantwoordelijk voor zijn of haar daden en woorden. Schrappen is echter aan mij niet besteed.
Voorzitter:
Mijnheer Dedecker, ik verwijs naar artikel 66 van het Reglement. Ik heb niet verklaard dat ik schrap, wel dat ik de uiteenzetting zal bekijken.
Uiteraard is ieder lid parlementair onschendbaar, maar dat is heel wat anders dan desgevallend het niet toepassen van artikel 66.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le président, au même titre que vous, je rappelle un point du Règlement: à savoir que la séance de questions sert à obtenir des réponses de la part du gouvernement. Or, dans chacune des interventions du PTB, il y a cet appel à des mouvements de grève, accompagné de propos qui incitent à l'agitation. Pourquoi les membres du PTB agissent-ils ainsi? Parce que cette séance de questions ne vous sert pas à obtenir des réponses du gouvernement, mais bien à filmer vos vidéos Facebook à partir desquelles vous essayez d'agiter la société (…)
Voorzitter:
Merci, monsieur Bouchez. Voor alle duidelijkheid, er is vanzelfsprekend geen enkel verbod op het oproepen tot sociaal verzet. Ik kan u geruststellen dat ik die grens nauwlettend zal bewaken.
-
Vraag: De aanpak van de schietpartijen en de geldstromen in het kader van de war on drugs
Vraag: Het drugsgeweld in Brussel
Vraag: Het drugsgeweld, de straffeloosheid en de draaideurcriminaliteit in Brussel
Vraag: De inzet van gemengde patrouilles van militairen en politieagenten in Brussel
Vraag: Het ‘Plan Grote Steden’
De aanpak van de schietpartijen en de geldstromen in het kader van de war on drugs
Het drugsgeweld in Brussel
Het drugsgeweld, de straffeloosheid en de draaideurcriminaliteit in Brussel
De inzet van gemengde patrouilles van militairen en politieagenten in Brussel
Het ‘Plan Grote Steden’
Maatschappelijke en veiligheidsmaatregelen tegen drugsgerelateerd geweld, straffeloosheid en criminaliteit in Brussel summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De recordaantal schietincidenten en druggerelateerd geweld in Brussel en Antwerpen domineert de discussie, met kritiek op het falend federale beleid dat te eenzijdig inzet op zichtbare repressie (meer politie/militairen) zonder de financiële en logistieke kern van de drugscriminaliteit aan te pakken. Minister Quintin verdedigt zijn Plan Grote Steden (extra onderzoekers, camera’s, ANPR-koppeling, BELFI-acties) en belooft snelle inzet van militairen in hotspots, maar oppositie en magistratuur wijzen op gebrek aan concrete resultaten, coördinatiechaos (ontbrekende taskforce, trage justitiehervormingen) en structurele tekorten (vacatures, gebrek aan gespecialiseerde eenheden). De roep om een integrale aanpak—van witwassen en drugsgeld tot gevangenisnetwerken—blijft onbeantwoord, terwijl de symbolische inzet van militairen als zwaktebod wordt afgedaan.
François De Smet:
Monsieur le ministre, cet été fut sans doute le pire été de fusillades de notre histoire récente; avec des victimes, des quartiers dans la peur, des balles perdues qui, un jour ou l'autre, vont aussi toucher des innocents.
À tel point que Julien Moinil, notre procureur du Roi de Bruxelles, a convoqué en urgence une conférence de presse pour réveiller et fustiger le monde politique, tous niveaux confondus – soyons honnêtes – mais en pointant d'abord du doigt le fédéral, et en soulignant à quel point le fédéral ne lui donne pas assez de moyens pour agir.
Le message de ce gouvernement en la matière est connu. Il est exclusivement et surtout sécuritaire, karcher, binaire, un peu MR. Il consiste surtout à essayer de mettre du bleu ou du kaki dans les rues.
Faisons pourtant le constat ensemble, un constat que j'invite à faire: oui, on arrête de plus en plus de personnes. On a arrêté plus de 7 000 personnes dans les rues récemment. Pourtant, les fusillades continuent. Pourquoi? Parce que les petits dealers que nous arrêtons sont de la chair à canon. Parfois nous n'avons pas la place pour les contenir et nous devons les relâcher; parfois nous les gardons. Dans tous les cas, ils sont remplacés extrêmement rapidement, parce que la machine qui se trouve derrière eux a une puissance financière et corruptive extraordinaire et les remplace du jour au lendemain.
Tant que vous ne frapperez pas les têtes, tant qu'on ne frappera pas les portefeuilles, nous allons remplir simplement le tonneau des Danaïdes. Je n'ai aucun plaisir à le dire. Vous avez de l'ambition pour nettoyer les rues, mais je ne vois pas l'ambition dans votre gouvernement pour s'attaquer réellement à la criminalité financière et au blanchiment d'argent.
Nous avons proposé un parquet national financier. On nous a dit non, alors qu'en France cela marche et ça rapporte des milliards. Nous avons proposé un secrétariat d'État à la lutte contre la criminalité financière. Cela marche ailleurs, mais on nous a dit non également.
Je ne dis pas que vous ne faites rien, mais nous ne gagnerons pas cette guerre avec juste du bleu ou du kaki dans les rues. Nous la gagnerons quand les gains de la cocaïne seront anéantis, et là-dessus nous ne voyons rien. Je vous remercie.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, 63 schietpartijen, 7 doden en 28 gewonden. Brussel staat momenteel in de top drie van hoofdsteden met de meeste schietincidenten. Dan heb ik het nog niet over de granaten in Antwerpen.
Het gaat echter over wijken waar mensen wonen, pleinen waar zelfstandigen winkels uitbaten en parken waar kinderen spelen. Het gaat over straten waar mensen wonen, leven en werken. Het lijkt alsof we het geweld in onze hoofdstad en in Antwerpen allemaal normaal zijn beginnen te vinden.
Mijnheer de minister, ik stel vast dat u regelmatig op het terrein gaat en dat is uiteraard goed. Ik hoor en zie evenwel vooral veel aankondigingen van u, van uw collega's Francken en Verlinden en ook van de premier. Dagelijks lees ik nieuwe aankondigingen in de pers. Tezelfdertijd zegt de procureur van Brussel echter dat er naar hem geluisterd wordt, maar dat hij niets krijgt. Dat vind ik hemeltergend.
Daarom vraag ik u vandaag geen nieuwe aankondigingen. Ik vraag u vandaag alleen een engagement en een concrete timing. Wanneer zult u uitvoeren wat u hebt beloofd? Wanneer komen de extra handen en ogen er? Wanneer wordt het camerasysteem in Brussel op punt gesteld? Wanneer zult u samen met uw collega Verlinden actie ondernemen, zodat drugsnetwerken niet langer vanuit de gevangenis aangestuurd worden? Wanneer komen de drugsbehandelingskamers er? Er wordt ook veel gesproken over samenwerking, maar wanneer komt die taskforce er? De premier heeft met veel bombarie aangekondigd dat er een taskforce zou komen die alles zou oplossen, maar sindsdien heb ik niets meer van die taskforce gehoord. Kortom, wanneer krijgen de mensen hun straten, pleinen en parken terug? Dank u wel.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de uitlatingen van de korpschef van de zone Brussel HOOFDSTAD Elsene, Michel Goovaerts, die bij u goed bekend is en die aan de alarmbel heeft getrokken omwille van de situatie in Brussel: een toenemende drugsplaag, gepaard met drugsgeweld. Ik citeer hem, mijnheer de minister: "Een dosis coke vind je al voor vijf euro. Vijf euro, dan is het geen product meer voor de happy few. Dat is de Colruytmethode: massaal en goedkoop". Een volgend citaat: "Het is vandaag veel makkelijker om via sociale media een wapen te kopen. Vroeger moest je iemand kennen in het milieu. Nu volstaat een berichtje."
Het zijn citaten, mijnheer de minister, die wij niet zomaar naast ons neer kunnen leggen. We moeten vaststellen dat steeds meer jongeren, soms al van 12, 13 jaar oud, in de criminaliteit belanden. Ook de feiten van geweld spreken voor zich. Op 12 augustus stond de teller al op 57 schietincidenten in 2025, waarvan meer dan 60 % gelinkt is aan de criminaliteit. Illegalen die misdrijven plegen, komen steevast vrij. Die groep maakt een steeds groter deel uit van de gevangenispopulatie. Op die manier is het dweilen met de kraan open voor onze politiediensten.
Mijnheer de minister, hoe zit het met die taskforce van de premier? Waar zijn de resultaten? Waar zijn de oplossingen? Is deze regering eigenlijk nog geïnteresseerd in de binnenlandse veiligheid, in plaats van nu al maandenlang te palaveren over buitenlandse veiligheid?
Maaike De Vreese:
Minister, het is geen goed teken als men militairen moet inzetten op straat. Het doet mij terugdenken aan de periode na de verschrikkelijke aanslagen. Het wil zeggen dat de situatie ernstig is, dat ze niet onder controle is. Men doet dit immers niet voor zijn plezier, omdat men het leuk vindt, maar wel omdat de noodzaak er is in een zeer kritieke situatie.
De rampzalige veiligheidssituatie in Brussel is het gevolg van jarenlang malgoverno door de PS. Die burgemeesters steken nu nog altijd de kop in het zand. De sense of urgency om een Brusselse regering te vormen is er nog altijd niet. We need to take back control. Daarvoor zijn hervormingen zeer belangrijk, waaronder vooreerst de eenmaking van de Brusselse politiezones, extra cameranetwerken, de activering van het Kanaalplan en uw Plan Grote Steden en de inzet van specifieke politieteams. De federale politie moet hervormen. Blauw moet meer op straat.
Defensie staat klaar met een juridisch kader dat ervoor zorgt dat militairen op straat effectief kunnen optreden. Wat veel te vaak ontbreekt – ik wil dat nogmaals aanhalen – is de verantwoordelijkheid van de drugsgebruiker. Aan elk lijntje en aan elke pil kleeft bloed. Er zijn al veel te veel doden gevallen. Minister, ik hoop dat u blijft wijzen op die verantwoordelijkheid. U hebt onze volledige steun in de strijd tegen de drugscriminaliteit.
Hoever staat u met de uitwerking van uw grote plan?
Paul Van Tigchelt:
De problemen zijn u bekend, mijnheer de minister, want u gaat regelmatig op het terrein en dat siert u. U toont zo uw betrokkenheid. U weet ook dat het geen gemakkelijke strijd is. Een mirakeloplossing bestaat niet. Ik weet wel en u weet ook dat we een overheid nodig hebben die kort op de bal speelt. De drugsmaffia past zich aan, de overheid moet zich ook constant aanpassen. Op dat vlak is het inderdaad zo, mijnheer de minister, dat we wachten op concrete maatregelen. Daarvan is hier al melding gemaakt.
Ik kan u geruststellen, collega Vandemaele, de taskforce georganiseerde criminaliteit bestaat en komt samen, maar heeft nog geen resultaten, geen concrete maatregelen opgeleverd. Ik zeg dat niet, maar de procureur van Brussel en andere actoren op het terrein.
Een tweede voorbeeld. In het regeerakkoord is er sprake van een structurele versterking op korte termijn van de federale gerechtelijke politie van Brussel en Antwerpen. Ik heb daar de voorbije maanden regelmatig vragen over gesteld, maar daar is geen sprake meer van.
Een derde voorbeeld. De minister van Justitie – want u staat er niet alleen voor, mijnheer de minister – heeft deze zomer tweemaal verklaringen afgelegd in de pers. De eerste verklaring was dat zij een taskforce strafuitvoering heeft opgericht, die met aanbevelingen zal komen in 2028. Dat was de eerste aankondiging. De tweede aankondiging van de minister was dat zij 1 miljard euro extra nodig heeft.
Er zijn dus geen concrete hervormingen, geen concrete maatregelen. Daar wachten we nog op. Misschien moet u ook eens spreken met de premier. Hij was de burgemeester van Antwerpen. In Antwerpen zijn snelleresponsteams, quick response forces , opgericht. Dat zijn teams van hypergespecialiseerde politieagenten. Die agenten zijn zinvoller dan militairen, want die militairen zijn volgens mij een zwaktebod, een teken van onmacht, los van de discussie wanneer en met welk mandaat ze zouden worden ingezet.
Welke concrete maatregelen zult u nemen? Wat is er afgesproken binnen de Nationale Veiligheidsraad?
Bernard Quintin:
Mesdames et messieurs les députés, l'été à Bruxelles, mais pas seulement à Bruxelles, a été difficile. Plus de 20 fusillades ont été à déplorer, dont certaines en plein jour, ce qui est une évolution remarquable, au sens premier du terme. J'ai tenu à me rendre auprès des habitants des quartiers concernés, pour les écouter, d'abord; pour leur garantir le plein soutien et l'engagement de ce gouvernement aussi. Car oui, ce gouvernement agit – we werken – pour les Bruxellois, les Bruxelloises et pour l'ensemble des Belges.
C'est la raison pour laquelle j'ai, depuis sept mois, déployé un large arsenal de mesures destinées à lutter contre le narcotrafic dans notre pays. Je pense tout d'abord au renforcement constant de la police judiciaire fédérale (PJF), singulièrement à Bruxelles, qui se poursuit en deux temps. Au travers d'abord d'un renforcement temporaire direct de 31 enquêteurs pour parer à l'urgence de la situation et répondre directement aux demandes légitimes du procureur du Roi, auquel on fait dire beaucoup de choses, mais avec lequel je suis en contact permanent. Mais aussi via un renforcement structurel, puisqu'aux 720 membres du personnel actuel de la PJF Bruxelles s'ajouteront 40 nouveaux enquêteurs d'ici fin novembre.
Il y a actuellement encore 30 postes vacants. Le recrutement des forces de police n'est pas une difficulté qu'à Bruxelles. Celle-ci se pose dans tout le pays et, non, ça n'est pas une question de moyens financiers, c'est une question de choix politiques. Et je pense avoir démontré ces sept derniers mois que mes choix politiques en la matière sont clairs. Comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire, j'aimerais bien avoir une imprimante 3D et, chaque fois qu'on me demande des policiers, appuyer pour en avoir 50 par-ci, 100 par-là, 60 par-là. Si quelqu'un a cette machine, de grâce, prêtez-la moi!
Mais, en attendant qu'elle soit créée, nous devons renforcer l'attractivité du métier. C'est la raison pour laquelle je tiendrai un conclave dédié à la question en novembre, qui débouchera sur des décisions à court, moyen et long termes pour pouvoir recruter plus rapidement.
Mijnheer Vandemaele, mijnheer Depoortere, ik maak ook 20 miljoen euro vrij voor de installatie van camera's. Hiermee zullen we de lokale en de gerechtelijke overheden ondersteunen om nieuwe camera's te plaatsen op alle plekken waar dat nodig is.
Zoals u weet, zijn we al gestart met de koppeling van alle ANPR-camera's in het hele land aan één enkel systeem, zelfs in West-Vlaanderen. We hebben ook de 8.000 camera's van de NMBS toegankelijk gemaakt voor alle ordediensten, federaal en lokaal.
Ik denk ook aan de grootschalige controleacties die door de federale overheid worden uitgevoerd in samenwerking met de lokale politie, de zogenaamde FIPA-acties, en tot slot aan de zogenaamde BELFI-acties in de strijd tegen louche handelszaken die dienen als dekmantel voor witwaspraktijken, le blanchissement .
Met deze maatregelen van mijn Plan Grote Steden willen we de strijd tegen drugscriminelen en georganiseerde criminaliteit in onze steden opvoeren. Het zijn geen ballonnetjes, zoals gezegd wordt, maar concrete maatregelen waar we met de verschillende niveaus samen aan zullen werken. Dat is de enige manier om de oorlog tegen de drugshandel te winnen, du producteur au consommateur .
Mevrouw De Vreese, mijnheer Van Tigchelt, jullie vragen me naar de inzet van militairen in onze straten. Samen met de minister van Defensie werken we aan de inzet van politie en militairen samen in bepaalde hotspotzones van Brussel en elders in het land indien dat nodig zou zijn. Mijn bedoeling is dat dit zo snel mogelijk kan gebeuren, want de situatie in onze hoofdstad laat geen uitstel toe.
Ik heb gisteren nog overlegd met collega Francken om de modaliteiten van deze gemengde patrouilles vast te leggen.
Enfin, monsieur De Smet, d'abord vous ne m’aurez jamais entendu prononcer le nom d'une quelconque marque de machine à eau sous pression, mais vous m'interrogez sur la lutte contre le blanchiment d'argent et la nécessité d'attaquer les trafiquants au niveau du portefeuille.
L'intention du gouvernement est claire. À travers l'approche Follow the Value , nous voulons réinvestir les produits financiers captés dans la lutte contre le trafic de drogue au service de la sécurité de nos concitoyens. Ce travail avance à un rythme soutenu, en étroite collaboration avec le Commissariat national "drogues". Nous aurons donc l'occasion d'évoquer cela à nouveau en commission dans les prochaines semaines.
Il existe deux éléments supplémentaires. Concernant le parquet financier, je voudrais quand même signaler qu'il n'y a pas d'unanimité au sein du pouvoir judiciaire, entre autres chez les procureurs généraux, pour penser que c'est une bonne idée. Je ne dis pas qu'il ne faut pas renforcer la lutte contre cela, mais il ne faut pas non plus faire dire aux magistrats ce qu'ils ne disent pas forcément.
Et le deuxième élément dont je voulais parler, je pense que je l'ai oublié, mais je profite des dix dernières secondes pour dire que chaque mesure se trouve dans un ensemble. Je dis souvent qu'on prend une mesure, on la sort du contexte et on l’analyse pour dire que ce n'est pas suffisant. Je peux faire la même chose, mais moi je travaille à l'ensemble des mesures pour lutter contre le crime organisé.
Voorzitter:
Wie witwast, wast wit. Het is inderdaad geen evidentie.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.
Vous annoncez beaucoup de mesures, même si toutes ne dépendent pas de vous. Plusieurs collègues vous ont interrogé au sujet de la fameuse task force annoncée par le premier ministre. Vous n’avez rien dit à ce sujet. Pour éviter que des efforts ne soient gaspillés de part et d'autre, il serait judicieux que le gouvernement agisse en ce domaine.
Je me réjouis de l'annonce relative aux 31 enquêteurs, mais vous savez comme moi que cela ne suffira pas à remplir le cadre. C'est pourquoi M. Moinil s'en émeut. En tout cas, c'est un début. J'insiste pour que ces policiers soient spécialisés.
À défaut de parquet financier, j'insiste aussi sur la nécessité de renforcer des services qui se trouvent déjà à votre disposition. Je pense ainsi à l'Office central de lutte contre la délinquance économique et financière (OCDEFO), qui réclame notamment de l'aide dans son expertise numérique afin de suivre l'argent là où il se trouve.
Enfin, s'agissant de l'armée dans les rues, nous voyons bien que cela relève d'une communication en mode "football panique". Vous allez déployer du kaki, alors que ces gens vont être obligés d'appeler la police. Cette disposition vise à rassurer la population et à produire de la communication, mais ce n'est pas cela qui empêchera certains de se tirer dessus à coup de Kalachnikov.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U bent gaan luisteren, ook in de buurten. Dat wordt erg geapprecieerd. Dat was een belangrijk signaal van uw kant.
U merkt zelf op dat bij de maatregelen alles aan elkaar vasthangt. Wij mogen er niet één maatregel uithalen. Dat klopt.
Onze minister van Justitie zal echt wel een tandje moeten bijsteken om samen met u tot oplossingen te komen. Ik had gehoopt dat de taskforce dé plaats zou zijn waar de premier dergelijke zaken zou coördineren. Daarover heb ik in uw antwoord echter weinig gehoord.
Ik haal een aantal elementen uit uw antwoord, onder meer de inzet van militairen. Als de minister van Binnenlandse Zaken militairen op straat inzet, betekent dat het failliet van uw beleid. Er bestaat geen mooier signaal om duidelijk te maken dat u het opgeeft.
Binnenlandse veiligheid behoort altijd te worden verzekerd door politiemensen. Daarom moeten wij vermijden dat onopgeleide personen zonder kader op straat worden ingezet. Zij hebben daar trouwens ook niet voor gekozen. Dat is de foute weg.
Geef de straten en pleinen terug aan de Brusselaars en aan de Antwerpenaren.
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, collega's, gelooft nog iemand de huidige regering?
Ik zal u een aantal maatregelen van het Vlaams Belang meegeven waardoor de regering wat geloofwaardigheid kan winnen. Ten eerste, richt gespecialiseerde eenheden op binnen de politie en richt een drugsagentschap op. Ten tweede, benut het crimineel drugsgeld en herinvesteer dat in handhaving. Richt daarvoor een drugsfonds op. Ten derde, voer de razzia's tegen drugsbendes op. Jaag die bendes op en maak hen het dealen onmogelijk. Ten vierde, zet de criminele illegalen uit ons land. De enige draaideur die zij zouden moeten kennen, is de draaideur op de luchthaven van Zaventem.
Mijnheer de minister, met andere woorden, het is tijd om recht en orde te herstellen.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, dit zal inderdaad met een algemeen plan moeten gebeuren, met mensen die ter plaatse actief zijn om de drugsproblematiek aan te pakken. Ik bedoel voornamelijk meer blauw op straat en u weet dat u daarvoor ook heel wat capaciteit moet vrijmaken. Ik weet dat dit enorme inspanningen vergt van de federale politie, maar zij moeten daar zelf toe in staat zijn. Als we militairen inzetten op het terrein en als zij een meerwaarde moeten betekenen, moeten zij ook een juridisch kader hebben waarbinnen zij kunnen optreden. We zeggen van de politie dat zij geen sitting ducks mogen zijn, maar dat geldt zeker ook voor onze militairen.
Mijnheer de minister, u komt vaak op het terrein. U verwees even naar West-Vlaanderen alsof het de Far West was. Ook daar kampen we echter met drugscriminaliteit. Ik nodig u uit om op bezoek te komen. Ik ben er zeker van dat onze sheriff, gouverneur Decaluwé, u met veel plezier zal ontvangen.
Voorzitter: Eric Thiébaut.
Président: Eric Thiébaut.
Paul Van Tigchelt:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw concrete antwoorden. De vraag die hier vandaag rijst, is of we genoeg doen. Kan het beter, kan er meer? Ja, dat kan. We moeten een tandje bijsteken. We kunnen beter. Ik wil u alleen nog waarschuwen: wees voorzichtig met het uitbesteden van veiligheid. Veiligheid is immers een kerntaak van de overheid. Besteed die niet uit aan het leger en ook zeker niet aan de vrouwen zelf. Collega Beenders, ik heb uw voorstel gehoord om vrouwen uit te rusten met pepperspray. Het is echter de overheid die zorgt voor de veiligheid. Pas tot slot ook alstublieft op met uw wetsontwerp waarmee u het mogelijk wil maken dat de regering groeperingen buiten de wet stelt. Ik vraag u dat als liberalen onder elkaar. Gooi de Grondwet niet in de vuilbak. Artikel 27 van de Grondwet, de vrijheid van vereniging, is heilig. Het is niet aan de regering om zulke maatregelen te nemen. Alstublieft, stop daarmee en trek dat wetsontwerp in.
-
Vraag: De mate waarin het vroegere kabinet van de minister op de hoogte was van de situatie in Aalter
Vraag: De vraag naar algehele transparantie over de situatie in Aalter
De mate waarin het vroegere kabinet van de minister op de hoogte was van de situatie in Aalter
De vraag naar algehele transparantie over de situatie in Aalter
Kennis en transparantie over Aalter bij vorige kabinet summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie beschuldigt minister Annelies Verlinden (cd&v) en haar kabinet van verborgen houden van systematische discriminatie in Aalter, waar burgemeester De Crem (cd&v) mensen met vreemde namen jarenlang onrechtmatig liet wachten op een adres—toegespitst op racisme en doofpotpolitiek. Ondanks bewijs dat haar adjunct-kabinetschef en topambtenaren op de hoogte waren, ontkent Verlinden kennis te hebben gehad, wijst ze verantwoordelijkheid af (bevoegdheid lag bij lokale overheden/FOD) en blokkeert ze hoorzittingen, wat de oppositie ziet als verregaande onwil tot transparantie. De kern: cd&v weigert openheid over betrokkenheid bij structurele discriminatie, terwijl de oppositie eist dat Verlinden verantwoordelijkheid neemt—ofwel voor actieve verdoezeling, ofwel voor grove nalatigheid in haar eigen kabinet.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, hier staan we weer. Het is intussen de vierde keer en het verhaal is genoegzaam bekend. Als u een vreemde familienaam hebt in Aalter, laat cd&v-burgemeester De Crem u tot negen keer langer wachten alvorens hij u een adres toekent.
Gisteren ontvingen we documenten waaruit blijkt dat uw kabinet minstens vier keer op de hoogte werd gebracht van het probleem. Eerder had u het in de plenaire vergadering over een klein administratief dossier dat aan het onthaal was blijven liggen of iets dergelijks, maar dat is niet wat wij lezen in die mails. Ik lees dat uw administratie spreekt over een toevloed aan dossiers. Er is sprake van een urgentie van de situatie en van systematische weigeringen. In die mails wordt gesproken over een liability , wat wil zeggen dat u verantwoordelijk bent, mevrouw de minister, en dat soort mails blijft niet liggen aan het onthaal. Dat soort mails wordt altijd onmiddellijk geëscaleerd naar de minister.
We weten ondertussen ook dat de mails zijn toegekomen bij uw adjunct-kabinetschef. U zei dat ze ergens in de lage regionen waren beland, maar dat klopt niet. Ze zijn toegekomen bij uw adjunct-kabinetschef en bij de kabinetschef van uw collega de Moor. Tot op het hoogste niveau binnen uw kabinet was men dus op de hoogte.
Gisteren ontvingen we documenten, niet van u, niet van uw kabinet, maar van de administratie Binnenlandse Zaken. Blijkbaar wil cd&v ons de informatie waar we om vragen, niet geven.
Mevrouw de minister, daarom vraag ik u nogmaals of u bereid bent om mee te gaan en een hoorzitting toe te staan. Uw partij, cd&v, weigert dat immers op dit moment. U maakt het ons onmogelijk om ons werk te doen. Wij willen een hoorzitting. Wij willen dat u eindelijk openheid schept over de situatie. Daarom vraag ik het u nogmaals, voor de vierde keer, en u kunt antwoorden met ja of nee. Wist u het? Wist u het? Heeft uw adjunct-kabinetschef het u gezegd en bent u bereid om ons de informatie te geven (…)
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, ik sta hier echt niet graag, maar u laat mij weinig keuze. U hebt parlementsleden, waaronder mezelf, verweten een intentieproces te voeren tegen u. Ik vind dat een heel straffe bewering, want het volstaat om te kijken naar de feiten in het dossier, zoals we enkele weken geleden ook al hebben gedaan tijdens de interpellatie.
U zei hier dat de omvang van het dossier voor uw kabinet niet duidelijk was en dat de voorzitster van de FOD u daarover niet heeft aangesproken and that's it.
Mevrouw de minister, ik kan u verzekeren dat dit geen intentieproces tegen u is. Ik vraag u welk normaal denkend mens tot een andere conclusie zou komen dan dat er ofwel sprake is van een doofpotoperatie ofwel van verregaand amateurisme op uw kabinet en van een kabinetscultuur van 'wat niet weet, niet deert'. Ik wil een rondvraag organiseren in het Parlement, misschien best anoniem, want anders zouden de leden van de meerderheid zich wat geremd voelen. Ik weet zeker dat het merendeel het eens zal zijn met die redenering.
Die hoorzittingen worden wellicht ook geweigerd omdat men weet dat die u in verlegenheid kunnen brengen. U krijgt de gelegenheid om voor transparantie te zorgen via die hoorzittingen, maar die worden geweigerd onder het valse voorwendsel van de forensische audit in Vlaanderen.
Daarom kunnen wij niet anders dan u vandaag opnieuw vragen te stellen en geven wij u vandaag opnieuw de kans om te antwoorden.
Mevrouw de minister, ik heb een heel punctuele vraag. Hebt u, zoals ik veronderstel, ondertussen gesproken met uw voormalige adjunct-kabinetschef? Wat heeft hij wel en wat niet gedaan? Was uw kabinetschef op de hoogte? Met wie werd er over dat dossier gesproken? Vooral, wat vindt u van het feit dat de adjunct-kabinetschef het dossier in een kast gelegd blijkt te hebben?
Annelies Verlinden:
(…) me opnieuw over Aalter naar aanleiding van de brief van de Kamervoorzitter van 5 juni 2025 aan minister Quintin en mezelf. Omdat ik zelf geen minister van Binnenlandse Zaken meer ben, nam ik contact op met minister Quintin om de administratie te verzoeken alle beschikbare informatie te bezorgen. Ik kan als minister immers geen instructie geven aan een administratie die niet langer onder mijn bevoegdheid valt. Bovendien garandeert die aanpak de objectiviteit van de informatiegaring. Onmiddellijk na de ontvangst van de informatie hebben minister Quintin en ikzelf, samen met de gezamenlijke brief, alle beschikbare informatie meegedeeld.
De insinuaties over een gebrek aan transparantie zijn dus ongegrond, mijnheer Vandemaele. Alle informatie die de FOD Binnenlandse Zaken beschikbaar heeft gesteld, werd immers op een digitale drager aan het Parlement bezorgd.
Uit die informatie blijkt dat er niets is veranderd ten opzichte van mijn antwoord drie weken geleden: niet mijn waardekader, niet mijn wereldbeeld, niet mijn intenties om verantwoordelijkheid te nemen, niet mijn medewerking aan het Parlement, niet de informatie die mij bekend was en waarover ik herhaaldelijk het Parlement heb ingelicht en niet de transparantie die ik heb geboden van bij aanvang over mijn rol in dat dossier.
Ik veroordeel nog steeds ten zeerste elke vorm van racisme en discriminatie. Eenieder die zich daaraan schuldig maakt, moet terechtgewezen worden. Dat is precies wat gebeurt met de audit door het Vlaams Agentschap Binnenlands Bestuur en met het strafrechtelijk onderzoek door het parket in Oost-Vlaanderen. Het is voor mij als minister van Justitie wezenlijk dat de voogdij en gerechtelijke diensten op een adequate en onafhankelijke wijze hun rol kunnen spelen. Ik heb daarin het volste vertrouwen – u ook, veronderstel ik.
Daarnaast herhaal ik dat beslissingen over de toekenning van een hoofdverblijfplaats toekomen aan de lokale overheden en dat de federale administraties enkel de opdracht hebben om de beroepen te behandelen tegen individuele beslissingen. Op geen enkel moment is daarin de interventie van een kabinet of van een minister voorzien.
Overigens stelt de FOD Binnenlandse Zaken in een schrijven van 8 april 2025 aan de Vlaamse administratie dat als ze zou vaststellen dat een gemeente de regels discriminatoir toepast, de FOD Binnenlandse Zaken het dossier aan de Vlaamse administratie zou kunnen overmaken.
Welnu, dat is in dezen niet gebeurd. In die omstandigheden is het dan ook logisch dat de e-mails alleen tussen medewerkers circuleerden en dat er geen verdere berichten werden verstuurd van de FOD Binnenlandse Zaken aan het kabinet.
Het is evenmin onlogisch dat ik, aangezien ook de voorzitter van de FOD pas na de Pano -reportage werd ingelicht, evenmin op de hoogte was. De omvang, zoals voorgesteld in die reportage, is nooit op dezelfde manier meegedeeld.
Collega Vandemaele, ik heb u gehoord, ook vanochtend, en u vindt het klaarblijkelijk betamelijk om de strafste bewoordingen te gebruiken ten aanzien van mijn persoon.
Collega Van Tigchelt, u leek mij tijdens een vorige vergadering van het Parlement te beschuldigen van een misdrijf. Ik ga daar niet licht over.
Gezien de uitdagingen bij Justitie kan ik mij echter niet veroorloven om mij te laten afleiden door theatrale uiteenzettingen. Ik doe aan politiek vanuit een oprechte overtuiging. Ik doe aan politiek met respect voor elke mens, ongeacht afkomst of overtuiging, en met respect voor de afspraken die we in de samenleving en het Parlement hebben gemaakt, zonder ook maar enige toegeving te doen aan onze fundamentele waarden. Dat is mijn opdracht, dat is de verantwoordelijkheid die ik draag, en daarin zal ik op geen enkel ogenblik enige toegeving doen.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, met alle respect, uw antwoord is echt hallucinant. Wij hebben informatie gevraagd aan Binnenlandse Zaken en aan uw kabinet. Van de eerste hebben wij de informatie gekregen, van de tweede niet.
Voor de cd&v is het allerbelangrijkste dat de zaak de doofpot ingaat. Mocht de cd&v discriminatie belangrijk vinden, zou ze handelen. Pieter De Crem mag echter op zijn burgemeestersstoel blijven zitten van jullie. Jullie willen geen hoorzitting en wij mogen geen informatie krijgen. Jullie doen alles om de doofpot dicht te houden.
Met alle respect, dat is gewoon niet ernstig. Uw adjunct-kabinetschef wist het. Het bestaat niet dat u het niet wist. Mevrouw de minister, niemand hier in de zaal gelooft u. Het kan niet wat u hier verklaart.
Ik vraag het u dus nogmaals. Indien u absoluut overtuigd bent van uw eigen gelijk, wat mag – ik ben ook overtuigd van mijn eigen gelijk –, laat ons dan een hoorzitting organiseren (…)
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, het is aan collega Quintin om de documenten van de administratie over te maken en het is aan u om intern mailverkeer van uw kabinet over te maken. Ofwel wist u het en dan hebt u gelogen en dan hebt u een groot probleem. Ofwel wist u het niet en dan heeft het hoogste niveau op uw kabinet deze informatie voor u achtergehouden. Bovendien blijkt dan ook dat u niet spreekt met uw voormalige collega van Asiel en Migratie, want die was wel op de hoogte. Ook dan hebt u dus een groot probleem. De essentie is dat als u het echt meent dat u structureel racisme nooit onder de mat zou vegen, u geen hoorzittingen zou weigeren. Dan nodigt u zichzelf immers uit voor die hoorzittingen. Als u het echt meent met de bewering dat u geen structureel racisme accepteert, neemt u de verantwoordelijkheid voor wat uw kabinet heeft gedaan – of in dit geval niet heeft gedaan. Dit dossier gaat niet over u. Dit dossier gaat niet over mij. Dit dossier gaat over tientallen mensen van wie de rechten systematisch zijn geschonden. En daar moeten we iets aan doen.
-
Vraag: De reactie van België op de maatregelen van president Macron tegen de moslimbroederschap
Vraag: De moslimbroederschap en de islamisering in België
Vraag: Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de toestand in België
Vraag: Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de gevolgen voor België
internationale politiek en migratieDe reactie van België op de maatregelen van president Macron tegen de moslimbroederschap
De moslimbroederschap en de islamisering in België
Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de toestand in België
Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de gevolgen voor België
Belgische reacties op Franse maatregelen tegen Moslimbroederschap, islamisering summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de dreiging van de moslimbroederschap en islamistisch extremisme in België, met name hun infiltratie in instellingen en de zwakke reactie van de overheid. Van Tigchelt en Ducarme benadrukken dat België een Europees knooppunt is voor de moslimbroeders en dringen aan op snelle wetgeving om extremistische groepen te verbieden, terwijl Van Rooy een hardere lijn eist, inclusief migratiebeperking. Minister Quintin bevestigt dat er gewerkt wordt aan juridische tools om radicale organisaties (zoals Samidoun) te ontbinden, maar waarschuwt voor juridische hordes, terwijl De Smet pleit voor een eigen Belgisch rapport en balans tussen veiligheid en grondrechten. Critici (o.a. Van Tigchelt) vragen om activering van de Nationale Veiligheidsraad en een duidelijker onderscheid tussen moslims en islamisten.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de voorzitter, ik had mijn vraag eigenlijk aan de premier willen stellen, maar om de een of andere reden krijg ik hem niet te pakken als het gaat over de veiligheid van het land. Ik hoop dat de premier intussen begrepen heeft dat België groter is dan Antwerpen. Dat zeg ik uiteraard met alle sympathie voor u, minister Quintin.
Mijnheer de minister, de moslimbroederschap is een van de fabrieken van het islamisme. Volgens onze veiligheidsdiensten is het een politieke stroming die onze democratie wil vernietigen om hier de sharia te installeren. Ik heb het Franse rapport gelezen. Ik hoop dat u het ook gelezen hebt. Het is verontrustend. De moslimbroeders zijn hun mars door onze instellingen begonnen. Er wordt tientallen keren naar ons land verwezen.
Ik kan u zeggen dat we in de voorbije jaren al maatregelen hebben genomen tegen die zogenaamde fabrieken van het islamisme. We hebben de Moslimexecutieve ontbonden. We hebben een imam die in het Franse rapport genoemd wordt het land uitgewezen, meer dan twee jaar geleden. Zijn naam staat op pagina 18 van het rapport, collega Van Rooy.
We hebben een strategie tegen terrorisme, extremisme en radicalisering uitgerold, een strategie om radicalisering in de kiem te smoren. De premier zei enkele weken geleden nog dat ze goed functioneert, toch in Antwerpen. Dat kan ik beamen, ze functioneert goed in Antwerpen, maar helaas is België groter dan Antwerpen.
In Frankrijk heeft president Macron de hand aan de ploeg geslagen en zijn Nationale Veiligheidsraad bijeengeroepen. Daarom mijn vragen aan deze regering. Hebben onze diensten kennisgenomen van dit rapport? Is er overleg met Frankrijk? En vooral, bestaat de Nationale Veiligheidsraad nog in dit land? Deze regering zit nu meer dan 100 dagen in het zadel en de Nationale Veiligheidsraad is nog steeds niet samengekomen. Is veiligheid een issue voor deze regering?
Sam Van Rooy:
Mijnheer de voorzitter, dames en heren, het islamisme, zoals u het noemt, mijnheer Van Tigchelt, de politieke islam, is een flagrant pleonasme, omdat de islam in de eerste plaats politiek is. Dat zeg niet ik, maar wel de Algerijnse auteur Hamid Zanaz. En hij kan het weten.
De islamitische jihad wordt door jihadisten, oftewel beroepsmoslims, op diverse manieren gevoerd. Dat gebeurt op illegale wijze, namelijk met geweld en terreur, en op legale wijze, namelijk via immigratie, via het onderwijs en via de culturele, academische, juridische en politieke weg. Het gaat om vrome moslims wier loyaliteit niet bij ons, bij onze samenleving ligt, maar wel bij het Turkse Diyanet of bij jihadistische terreurorganisaties zoals Hezbollah, Islamitische Staat en Hamas, of bij de Iraanse ayatollahs of salafistische of islamfundamentalistische organisaties zoals inderdaad de moslimbroederschap, waaruit nota bene ook de genocidale jihadisten van Hamas zijn voortgekomen.
Hun doel is om onze samenleving te islamiseren en alles en iedereen te onderwerpen aan de regels en wetten van de islam. Het motto van de moslimbroederschap luidt: Allah is ons doel, de profeet Mohammed is onze leider, de koran is onze wetgeving, jihad is ons pad, sterven voor Allah is onze allergrootste hoop.
Dankzij een zorgwekkend rapport is de Franse president Macron eindelijk wakker geschoten. Hij kondigt nu voorstellen aan tegen de infiltratie van beroepsmoslims en dus tegen de islamisering van Frankrijk.
Mijnheer de minister, aangezien deze regering Macron blijkbaar graag volgt, welke voorstellen legt u op tafel tegen jihadistische infiltratie van onder andere de moslimbroederschap en tegen de islamisering van onze (…)
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre de la Sécurité, j'ai été membre de la commission Attentats terroristes. C'est une mission qui vous change un homme à vie. Nous avions eu du courage. Nous avons pris des recommandations en matière de sécurité, contre le terrorisme et également contre le radicalisme. Mais il aura fallu attendre ce gouvernement de réformes pour qu'enfin des dispositions soient prises pour nous permettre en Belgique de dissoudre des groupes radicaux extrémistes. Cela me fait donc vous parler des Frères musulmans. Ceux-ci jouent sur les mots: ils ne sont pas musulmans; ils sont islamistes. Et nous devons lutter contre cette menace qui est une vraie mine sous notre socle commun des valeurs, sous notre vivre ensemble et qui remet en question la cohésion de notre société.
Au niveau du MR, nous n'avons pas attendu pour demander un rapport à nos propres services de renseignement. Je l'avais fait avec mon collègue Dallemagne en 2022. À l'époque, ce rapport sur les Frères musulmans était déjà alarmant. Aujourd'hui, le rapport français est accablant. Et les Français ont raison: nous sommes un carrefour du frérisme en Europe.
Je vous demande, monsieur le ministre, en tant que ministre de la Sécurité, de mettre tout en œuvre pour nous doter des outils qui permettent de protéger notre société, toute notre société, en ce compris nos amis musulmans, de la menace islamiste. J'espère donc que vous pourrez très rapidement venir avec ce projet qui nous permettra de réagir et d'être enfin à la hauteur face à une menace telle que celle des Frères musulmans.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je voudrais tenter de concilier vigilance et nuance dans ce débat.
D'abord, il faut en effet absolument distinguer l'islam de l'islamisme. Il faut rappeler que l'écrasante majorité des concitoyens musulmans de ce pays vivent leur foi de manière tout à fait paisible et sans opposition avec la société.
À côté de cet islam, il n’y a pas un, mais plusieurs islamismes. Il y a un islamisme violent, djihadiste, qu'on ne connaît que trop bien. Il y a une frange salafiste, non violente, mais qui est plutôt dans la séparation avec la société. Et il y a un entrisme des Frères musulmans, dont le projet n'est pas violent non plus, mais vise culturellement, oserais-je même dire lentement, démocratiquement, à faire en sorte que notre société soit la plus compatible possible avec les préceptes musulmans les plus rigoureux.
Que nous dit ce rapport? Que la Belgique est, en effet, le carrefour européen de la mouvance frériste. Qu'ils y auraient développé un maillage étroit d'associations. Plusieurs associations, une dizaine de mosquées, 200 activistes, cinq écoles, etc.
On y lit surtout que la Belgique est considérée comme fragile pour trois raisons: le morcellement de l'action publique, l'ambivalence supposée de notre neutralité, et le fait que la classe politique y est vue comme relativement légère sur le sujet.
La Sûreté de l'État a déjà parlé des Frères musulmans dans un rapport. Elle n'y voit pas une menace immédiate, mais une menace à long terme. Je fais partie de ceux qui pensent que la Sûreté de l'État devrait davantage investiguer les menaces à très long terme.
Ma demande vise en premier lieu à mieux connaître l'adversaire. Ma demande formelle à vous aujourd'hui, monsieur le ministre, c'est que la Belgique se dote de son propre rapport. Prenons connaissance du rapport français et vérifions-en toutes les allégations. Ce rapport, il ne faut ni s'asseoir dessus, ni le prendre, si j'ose dire, comme parole d'Évangile. Il faut vérifier chacune des allégations et se doter de notre propre expertise, parce que nous avons face à nous un ennemi insidieux, long, et qui nous connaît beaucoup plus que nous ne le connaissons.
Bernard Quintin:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, comme vous j'ai pris connaissance du rapport français concernant l'entrisme des Frères musulmans en France et son chapitre consacré à la Belgique, à savoir le chapitre 2.2 et, surtout, 2.2.2.1.
Nous prenons évidemment le contenu de ce rapport très au sérieux.
Naar aanleiding van de publicatie van het rapport heb ik onmiddellijk mijn diensten bevraagd. De Veiligheid van de Staat en het OCAD volgen zoals altijd de ontwikkelingen op de voet. Zij lieten me gisteren weten dat er geen nieuwe elementen zijn met betrekking tot bijkomende radicalisering in ons land. Dat wil niet zeggen dat het niet zorgwekkend is, maar er is geen nieuw nieuws.
Ik kan u verzekeren dat er binnen het kader van de nationale strategie tegen terrorisme, extremisme en radicalisering voortdurend toezicht wordt gehouden op ideologische stromingen die onze liberale democratie trachten te ondermijnen en die een vruchtbare voedingsbodem vormen voor extremisme.
Je serai ici le plus clair possible: il n'y a pas de place dans notre pays pour l'extrémisme et le radicalisme, qu'ils soient islamistes ou d'une quelconque autre nature. Pas de place pour les prêcheurs de haine qui divisent nos sociétés et menacent notre vivre ensemble, très singulièrement dans nos institutions publiques. Pour qu'il n'y ait aucun doute, je range évidemment les Frères musulmans dans cette catégorie.
Ik herhaal het ook in het Nederlands, voor alle duidelijkheid: er is in ons land geen plaats voor extremisme of radicalisme, of het nu islamistisch is of van welke aard dan ook. Er is geen plaats voor haatpredikers die onze samenleving willen verdelen en het samenleven bedreigen. Dat geldt ook binnen onze democratische instellingen. Voor alle duidelijkheid, ik reken de moslimbroederschap tot deze categorie.
C'est pourquoi je peux d'ores et déjà vous annoncer que mes services, conformément à l'accord de gouvernement, travaillent activement et promptement à la mise en place d'un cadre juridique permettant enfin d'interdire des organisations radicales, dangereuses – à commencer par Samidoun, comme c'est indiqué dans l'accord de gouvernement –, en raison de leur lien avec le djihadisme, le terrorisme ou la propagation de l'antisémitisme ou du racisme dans notre pays.
Mais nous devons être clairs, nous ne devons ni nous tromper ni nous mentir. Par exemple, quand on nous parle des Frères musulmans, on ne parle pas ici d'une association des Frères musulmans, quel que soit son statut, mais bien d'une nébuleuse, d'une stroming , monsieur Van Tigchelt. Nous devons donc établir une législation précise pour qu'elle soit efficace, afin d'éviter que certaines organisations ou associations appartenant entre autres à cette nébuleuse des Frères musulmans passent entre les mailles du filet. Je l'ai dit et je le répète, ce travail est actuellement en cours depuis le début de mon mandat, il y a un peu plus de trois mois.
J'ai pris aujourd'hui contact avec mon homologue français, M. Retailleau, pour échanger sur le sujet et pour le rassurer sur le fait que nous prenons évidemment la situation tout aussi au sérieux que dans l'Hexagone, conscients d'ailleurs des liens dans un sens comme dans l'autre. Les services belges sont évidemment aussi en contact constant avec les autres services de renseignement et de sécurité européens et au-delà.
En conclusion, en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, je peux vous assurer de la pleine et entière vigilance de ce gouvernement. Et j'ai bien entendu votre troisième point, monsieur De Smet. Pas de mollesse, il faut le faire de manière extrêmement résolue. C'est le moment de le faire.
Je peux vous assurer de la volonté ferme et résolue de ce gouvernement d'agir pour la sécurité de tous nos concitoyens, monsieur Ducarme. Nous ne laisserons pas l'extrémisme prendre racine dans notre pays.
Paul Van Tigchelt:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw heldere en duidelijke antwoorden.
Ik verzoek u toch om de premier te vragen om de Nationale Veiligheidsraad eindelijk eens bijeen te roepen.
Ten tweede, de ontbinding van islamistische of extremistische groeperingen. Ik wil u waarschuwen. We proberen dat al 20 jaar in dit Parlement en telkens botsen we daarbij op onze Grondwet, op de grondwettelijke rechten en vrijheden. Daar moeten we omzichtig mee omspringen.
Ten derde, last but not least, over onze Grondwet gesproken, ik ben blij met uw tussenkomst en ook met die van de heren Ducarme en De Smet, want u maakt het onderscheid tussen moslims en islamisten. Er is één persoon die dat niet doet en dat is collega Van Rooy. Van die boer geen eieren, collega Van Rooy. Niet alle moslims zijn extremisten. Ik hoop dat we in dit halfrond afstand kunnen nemen van dat soort ranzige uitspraken.
Sam Van Rooy:
Terwijl de moslimbroederschap zelfs in diverse moslimlanden allang verboden is, kan die hier in Belgistan al decennia vrij opereren, rekruteren en infiltreren. De talrijke bondgenoten en vrienden van Hamas in deze regering en in dit Parlement zijn ook de bondgenoten en vrienden van de moslimbroederschap.
Het is dus geen toeval dat deze regering zogenaamde islamofobie wil bestrijden. Het probleem is bovendien nog veel groter, want ondertussen zijn er zeker al honderd salafistische organisaties en 400.000 moslimfundamentalisten op ons grondgebied. Steeds meer van onze wijken en scholen islamiseren en lijken op Marokko, Turkije, Afghanistan of Somalië.
Mijnheer de minister, verbied niet alleen de moslimbroederschap, maar verbied elke islamiserende organisatie. Stop de massa-immigratie van moslims. Zet alle (…)
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui est à la hauteur des attentes.
Nous avons longtemps été trop lents et trop naïfs par rapport à la menace radicale. Nous avons parfois même été les idiots utiles de l'islamisme dans notre pays.
Beaucoup de démocraties libérales voisines, comme la France ou l'Allemagne, ont mis en place un dispositif de dissolution des groupes extrémistes et radicaux.
Il faut donc agir rapidement. Vous avez compris que, pour le Mouvement Réformateur, il faut agir rapidement face à la menace. La position des libéraux francophones est claire: il faudra dissoudre l'ensemble des organisations liées à la mouvance des Frères musulmans.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui va dans le bon sens. Nous sommes et devons rester une démocratie libérale. Je ne doute pas que, dans les mesures juridiques que vous mettrez en œuvre, vous veillerez évidemment à ne pas entraver la liberté d’association et de conviction. Il faudra faire en sorte que seules les associations dangereuses soient éventuellement dissoutes. Mais, à côté de l'interdiction ou de la dissolution d'associations, un autre volet mérite notre attention. En effet, il convient aussi de promouvoir le vivre ensemble, de lutter contre le prosélytisme, de travailler sur la neutralité, notamment celle des services publics, y compris en matière d’apparence. Cela implique même d’oser un peu plus en portant haut un principe que j’ai parfois l’impression d’être seul à défendre ici: la laïcité.
-
Vraag: De ontsnappingen uit gevangenissen
Vraag: De ontsnappingen uit gevangenissen
veiligheid, justitie en defensieDe ontsnappingen uit gevangenissen
De ontsnappingen uit gevangenissen
Gevangenisontsnappingen summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De recente golf aan gevangenisontsnappingen (Brugge, Gent, Saint-Hubert) en misbruik van enkelbanden (5% doorgeknipt, 700+ schendingen) ondermijnen het vertrouwen in Justitie, zo benadrukken Sophie De Wit (N-VA) en Paul Van Tigchelt. Minister Verlinden belooft strafbaarstelling van ontsnappingen, extra beveiliging (drones, camera’s) en analyse per incident, maar erkent dat capaciteitsuitbreiding (55 miljoen euro) onvoldoende is voor de regeerakkoorddoelen—kritiek op vorige regeringen inbegrepen. De Wit dringt aan op snelle wetgeving ("quick win") en wijst op structurele nalatigheid, terwijl Van Tigchelt concrete plannen eist voor de extra middelen en vreest voor politiek gekibbel. Alle ontsnapte gevangenen zijn inmiddels ingerekend, maar systeemherstel blijft urgent.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, collega's, bij Justitie is er nooit een saaie dag, elke dag gebeurt er wel iets. Bovenop alle andere gekende problemen is het momenteel blijkbaar in om uit de gevangenis te ontsnappen. Vorige week zaterdag liep er in Brugge iemand de deur uit, maandag maakten twee mannen een gat in de muur van hun cel en gisteren zijn er zes gevangenen in de vrije natuur verdwenen in Saint-Hubert. Met een beetje slechte wil, mevrouw de minister, zou men bijna kunnen zeggen dat men tegenwoordig sneller de gevangenis uit kan lopen dan dat men opgesloten wordt. Ik overdrijf natuurlijk, maar u begrijpt wat ik bedoel.
Trouwens, collega's, misschien weet u het niet, maar 5 % van de enkelbanden wordt doorgeknipt. Dat ging vorig jaar alleen al over 245 personen. Daarnaast worden voorwaarden gelinkt aan de enkelband niet nageleefd. Meer dan 700 personen zijn buiten de cirkel gegaan waar ze mochten komen. Ook dat is ontsnappen. Die situatie mogen we eigenlijk niet aanvaarden, mevrouw de minister. Het is niet goed voor het imago van de overheid en van Justitie. De politiediensten moeten opnieuw het werk doen, terwijl die eigenlijk hun handen al vol hebben. Er ontstaat een gevoel van onveiligheid, een gevoel van straffeloosheid. Bovendien kosten die enkelbanden elke keer opnieuw veel geld.
Het is gek, maar ontsnappen op zich is in dit land niet strafbaar. De N-VA-fractie pleit er al jaren voor om ontsnappen wel strafbaar te maken. Dat werd nu ook eindelijk in het regeerakkoord ingeschreven.
Ik heb enkele eenvoudige vragen. Ik zou graag willen weten of iedereen al gevat is.
Zult u onderzoeken hoe die ontsnappingen konden gebeuren, met de bedoeling die te voorkomen? Ze mogen immers niet voor herhaling vatbaar zijn.
Er is heel veel werk aan de winkel binnen Justitie, maar dit is een quick win. Wij hebben teksten, u ook vermoed ik. Mevrouw de minister, kunnen we die alstublieft zo snel mogelijk bespreken in dit Parlement? Ik dank u.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, ontsnappingen uit gevangenissen zijn niet fijn voor een minister van Justitie. Ik veronderstel dat het voor sommigen simpel zal zijn en dat het de schuld is van de vorige regering of de vorige minister van Justitie. Nee, het Parlement verdient beter. We weten dat het niet zo simpel is.
Ik weet wel dat er door bepaalde partijen van de arizonaregering hard is geroepen om een kordate strafuitvoering. Intussen zit deze regering, als ik goed heb geteld, 102 dagen in het zadel en gisteren hebben we tot bijna middernacht de beleidsnota van Justitie mogen bespreken. Mevrouw De Wit was daar ook bij, uiteraard. Wat daarin werd aangekondigd aan extra gevangeniscapaciteit voor 2025 is het detentiehuis in Olen en het transitiehuis in Hamme en voor 2026 de gevangenis van Antwerpen. Dat zijn beslissingen van de vorige regering, dames en heren, en wat de gevangenis in Antwerpen betreft, dat is een beslissing van 2008. Als ik mij niet vergis, was Jo Vandeurzen toen minister van Justitie.
Met het paasakkoord werd een noodwet aangekondigd om de uitstroom te verhogen, maar gisteren in de commissie was er bij mijn weten geen sprake meer van die noodwet, laat staan dat er sprake was van concrete plannen voor bijkomende capaciteit door bijvoorbeeld unitbouw. Er was geen concreet stappenplan, geen ambitie. Met de 55 miljoen euro die u hebt gekregen voor de strafuitvoering kunt u inderdaad niet veel bijkomende capaciteit voorzien. Dat is ook wat u gisteren zei in de commissie voor Justitie. Het is onvoldoende om alle ambities uit het regeerakkoord te realiseren.
Mijn vragen, mevrouw de minister, zijn simpel. Net zoals collega De Wit wil ik graag weten wat u kunt zeggen over de omstandigheden van de ontsnapping. Een serieuze bocht, ik geef het toe.
Gaat deze regering nu extra gevangeniscapaciteit voorzien? Wat is het plan met de 55 miljoen euro extra middelen? We mogen dat stilaan weten.
Voorzitter:
Dank u wel, collega Van Tigchelt. Het onderwerp van uw vraag was ontsnappingen uit de gevangenis. Gelukkig hebt u over dat laatste woord toch wel iets gezegd. Over de ontsnappingen ging het wat minder.
Annelies Verlinden:
Mevrouw De Wit en mijnheer Van Tigchelt, gisteren hadden we het bij de bespreking van mijn beleidsnota gedurende tien uur over hetgeen we met de middelen willen doen. Daarover is het laatste woord zeker nog niet gezegd, maar dat we ambitieus zijn in de creatie van capaciteit, onder meer door het inzetten op terugkeer, door het aandacht besteden aan geïnterneerden en door het voorzien in bijkomende plaatsen, staat als een paal boven water. Het is dus iets te kort door de bocht te beweren dat wij geen ambitie op het vlak van capaciteit aan de dag zouden leggen. Integendeel, we zullen in tegenstelling tot vroeger de daad bij het woord voegen.
Wanneer gevangenen uit de gevangenis ontsnappen, roept dat grote bezorgdheid en frustratie op, ook bij mij. Ik ben mij er terdege van bewust dat elke ontsnapping het vertrouwen in het gevangenissysteem kan aantasten. Gisterenavond, tijdens onze bespreking, kwam het bericht van de ontsnapping van de gevangenen in Saint-Hubert. Het vertrouwen en de verantwoordelijkheid die aan gedetineerden met een laag risicoprofiel in een open instelling als Saint-Hubert met het oog op hun re-integratie wordt gegeven, werd in dit geval door een aantal gedetineerden misbruikt.
Mevrouw De Wit, gelukkig konden alle voortvluchtigen dankzij het snelle en accurate optreden van de penitentiaire beambten, justitie en politie, inmiddels worden ingerekend. Dat was ook het geval bij de recente ontsnappingen uit de gevangenissen van Brugge en Gent. In Gent konden de vluchtende gedetineerden nog binnen de gevangenismuren worden gevat.
Na elke ontsnapping en ook pogingen daartoe wordt een onderzoek naar de oorzaken gevoerd, mevrouw De Wit. Alle mogelijkheden tot verbetering worden na die analyse zo snel mogelijk in de praktijk gebracht om nieuwe incidenten te vermijden. Daarnaast worden de betrokken gedetineerden in veel gevallen naar een andere gevangenis overgebracht of aan een ander regime onderworpen. Eveneens wordt geëvalueerd of het algemene regime in de instelling, in dit geval de open gevangenis in Saint-Hubert, moet worden bijgestuurd. Het waarborgen van veiligheid is immers essentieel, ook van degenen die in de gevangenis werken.
Samen met de regering wil ik een vuist tegen het fenomeen, omdat het afbreuk doet aan het vertrouwen in het gevangenissysteem. We werken daarom aan een wettekst om ontsnappingen uit de gevangenis, sabotage van de enkelband en het overtreden van de voorwaarden strafbaar te stellen. De eerste pennentrekken om dat in een wet te gieten, zijn al gezet en hopelijk kunnen we snel de bespreking in de commissie voeren.
Daarnaast zetten we in op de uitbreiding van het aantal extra beveiligde cellen voor gedetineerden met een hoog of een verhoogd ontvluchtingsrisico. We willen ook technologie inzetten, zoals drones en camera's, om het toezicht en de veiligheid in en rond de gevangenissen te versterken.
Onze ambitie is heel duidelijk. Dat hebben we gisteren heel duidelijk besproken. Terwijl de reclassering en de re-integratie in de samenleving in detentie desgevallend al moet kunnen worden voorbereid, zullen we er tegelijkertijd alles aan doen om ontsnappingen te vermijden en streng optreden tegen ontsnappingen en de sabotage van enkelbanden. Dat is voor mij immers ook een onderdeel van een rechtvaardige justitie.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben eigenlijk van mijn melk door het schaamteloze bochtenwerk dat ik van uw voorganger heb gehoord. Ik kan daar niet van over. De puinhoop die u moet opruimen, is door hem veroorzaakt. Mijnheer Van Tigchelt, u hebt 15 detentiehuizen beloofd en 2 afgeleverd. Hoeveel gevangenissen hebt u in de steigers gezet voor de volgende regering? Geen enkele.
Mevrouw de minister, er ligt nog veel werk op de plank, maar vele handen maken licht werk. Wij willen u helpen. Onze teksten om ontsnappingen strafbaar te stellen, liggen al klaar en wij kunnen daar volgende week mee naar het Parlement komen. Laten we dat gewoon doen. Dat is een quick win en dan kunt u zich focussen op de andere problemen.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. De mirakeloplossing bestaat niet en die verwachten we ook niet. Ik moet het gisteren dan toch niet goed gehoord hebben. Ik weet niet wat er zal gebeuren met de 55 miljoen euro. Gaat die naar extra detentiehuizen? Eén detentiehuis kost 15 miljoen euro. Of gaat die naar de prefinanciering van de enkelbanden, zoals door uw Vlaamse collega Demir wordt gevraagd? Het enige wat wij vragen, is concrete acties die overeenstemmen met de door de arizonacoalitie gedane beloftes. Ik heb daarnet het debat over Gaza gevolgd. Ik heb daar geen ploeg gezien, maar wel politieke partijen die een verschillende taal spreken. Ik hoop dat u dat niet zal overkomen bij Justitie, want dat is niet wat Justitie verdient. Ik wens u veel succes.
-
Vraag: De stakingsacties van magistraten
Vraag: De acties van de magistratuur
Vraag: De actie van de magistraten
Vraag: De gevolgen van de maatregelen van Arizona voor de magistratuur, de rechtsstaat en de veiligheid
Vraag: Het protest van de parketmagistraten
Vraag: De resultaten van het overleg met de magistraten en de open brief van de jonge magistraten
economie en werkDe stakingsacties van magistraten
De acties van de magistratuur
De actie van de magistraten
De gevolgen van de maatregelen van Arizona voor de magistratuur, de rechtsstaat en de veiligheid
Het protest van de parketmagistraten
De resultaten van het overleg met de magistraten en de open brief van de jonge magistraten
Acties en reacties van magistraten op maatregelen en overleg. summaryExplanationBeantwoord door
N-VA Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
cd&v Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De diepe crisis in de rechtsstaat draait om onderfinanciering, pensioenhervormingen en het gebrek aan vertrouwen tussen politiek en magistratuur: magistraten voeren ongekende acties (stakingen, uitgestelde zaken) door chronische onderbezetting, verouderde infrastructuur, onveilige werkomstandigheden en een gevoelde aanval op hun onafhankelijkheid via de geplande pensioenkortingen (tot 30% voor sommigen), die ze zien als een symbolische degradatie van hun statutaire bescherming. De regering (met name ministers Verlinden en Jambon) benadrukt dat extra middelen (o.a. uit het Paasakkoord) en hervormingen onderweg zijn, maar wijst op de erfenis van jarenlange verwaarlozing door vorige regeringen, terwijl ze dialoog blijft eisen ondanks lopende acties – een benadering die oppositie en magistraten te defensief en onvoldoende concreet vinden. Het kernconflict is of de pensioenmaatregel (deels) de druppel was of een afleiding van diepere structurele problemen: overbevolkte gevangenissen, digitale achterstand, onderbetaald personeel en een cultuur van minachting (van beide kanten), waarbij magistraten vrezen voor een exodus en politici de rechtsstaat zien verzwakken door hun acties.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, een rechter die beklaagden naar huis stuurt, is dat een normale rechtsgang of is dat rechtsweigering? Waar is het controlerecht van de wetgevende macht wanneer het openbaar ministerie weigert te antwoorden op parlementaire vragen? Hoe rijmen we een procureur die in financiële zaken enkel nog corruptie wil onderzoeken met artikel 151 van de Grondwet?
De acties van de magistratuur roepen vele vragen op. Ik ben zelf meer dan 20 jaar magistraat geweest en heb zoiets nooit meegemaakt. Magistraten zetten hun rechterlijke macht in om de uitvoerende macht aan te vallen. Maar ook omgekeerd – en ook dat hebben we nooit meegemaakt – zetten politici rechters weg als wereldvreemd, maken ze uitspraken belachelijk, beschimpen ze en hebben ze het over 'werkstrafjes'. Ik denk niet, collega's, dat Montesquieu dat voor ogen had met zijn trias politica.
En de regering zwijgt. Ik hoor de minister van Justitie niet, ik hoor de premier niet en ik hoor u niet. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Af en toe hoor ik iemand natuurlijk wel roepen dat het allemaal de schuld is van de vorige regering, maar u weet dat dat niet klopt. De herfinanciering van Justitie is begonnen en we hebben daar resultaten geboekt. Ik vrees echter dat er de voorbije maanden veel is misgelopen in het overleg en dat de magistraten niet worden gehoord. Ze werden niet gehoord door de onderhandelaars tijdens die zeven maanden onderhandelingen en ze worden blijkbaar ook nu nog niet gehoord. Als ik het namelijk moet geloven, kan er nog steeds geen volledig correcte berekening van de pensioenplannen worden voorgelegd.
Ik heb dus een simpele vraag. Wat zal deze regering doen om het vertrouwen met de rechterlijke macht te herstellen? Dat is immers broodnodig in een rechtsstaat.
Leentje Grillaert:
Collega's, 11.000 plaatsen voor 13.000 veroordeelden. Zelfs mijn jongste dochter van acht jaar weet dat die rekensom niet klopt. De gevolgen zijn ernstig.
Vanuit cd&v staan we pal achter het principe dat er voor straffeloosheid in onze maatschappij geen plaats is. De gevolgen zijn nefast, niet alleen voor het vertrouwen in Justitie, maar ook voor de veiligheid in de samenleving. Mevrouw de minister, u hebt extra middelen gevraagd en ook gekregen voor dit jaar om een aantal extra werven aan te pakken.
Cd&v wil de straffeloosheid aanpakken op een verstandige manier om werk te maken van de werven die u vooropstelt, mevrouw de minister. Die inspanningen verdienen steun, geen sabotage. Het is echt spijtig dat het gevangeniswezen nog meer onder druk wordt gezet door acties die ervoor kunnen zorgen dat het systeem ontspoort, want ook dat kost de samenleving veel. Het gaat niet noodzakelijk over euro's, maar wel over vertrouwen, veiligheid en stabiliteit.
Begrijp me ook niet verkeerd, collega's. Ik hoor andere collega's van alles vertellen. Ik denk dat hun kortetermijngeheugen en hun langetermijngeheugen hun in de steek laten. We moeten de zorgen van de magistratuur niet zomaar wegwuiven. Hun werkomstandigheden zijn vaak schrijnend, met onderbezetting, bedreigingen en gerechtsgebouwen die onvoldoende beveiligd zijn. Magistraten staan voortdurend onder druk door de grote werklast en de complexiteit van procedures en onderzoeken. Ook zij hebben recht op duidelijkheid over hun pensioenen.
Het doel moet echter zijn samen te bouwen aan een Justitie die werkt, beschermt en vertrouwen geeft. Er is maar een weg daarnaartoe en dat is via dialoog, collega's, tussen de politiek en de magistratuur. Daar moeten we aan werken. Mevrouw de minister, ik weet dat u een hardwerkende minister bent (…)
Ismaël Nuino:
Madame la ministre, monsieur le vice-premier, depuis plusieurs jours, un mouvement sans précédent traverse le monde judiciaire. Des grèves ont été annoncées dans plusieurs parquets.
Ce que les magistrats expriment aujourd'hui, c'est un appel au secours. Nous devons être capable de l'entendre. Défendre la magistrature, ce n'est pas défendre des intérêts particuliers mais bien défendre un pouvoir de notre État de droit. Ce sont les juges, les magistrats, les greffiers et tous les autres qui y travaillent et qui empêchent que nos conflits ne dégénèrent en violence. Ils garantissent aussi, dans une société de plus en plus traversée par des tensions, que le droit continue de faire autorité.
Mais il faut le dire clairement aussi, cette mobilisation n'est pas née des dernières annonces. Elle est nourrie par des conditions de travail qui sont intenables depuis des années, des juridictions à bout de souffle, un manque criant de personnel administratif, un arriéré judiciaire qui ne cesse de s'aggraver et des difficultés à attirer de nouveaux talents.
Madame la ministre, la situation dont vous héritez est complexe. J'ai entendu dire que les magistrats attendaient de la concertation. Ce n'est pas cela qu'ils attendent! Depuis des années, ils attendent des actes! Des actes, l'Arizona en amène avec l'accord de gouvernement, avec les accords de Pâques et les millions qui ont été débloqués. Voilà les actes qui vont arriver. Aujourd'hui, les magistrats attendent ces actes. Nous sommes au gouvernement, et c'est précisément ce que nous sommes en train de réaliser. Les accords conclus aujourd'hui sont les plus importants en termes de réinvestissement dans la Justice.
Ils attendent concrètement, ils attendent des actes et c'est ce que nous allons apporter. Vous avez obtenu des moyens supplémentaires, nous vous avons soutenus pour les obtenir.
Concrètement, comment allez-vous utiliser ces moyens supplémentaires? À quelle vitesse? Comment pouvez-vous rassurer ces juridictions et ces parquets, au-delà des seules prisons, pour qu'ils puissent enfin respirer et fonctionner dignement?
La tâche est immense, mais vous pouvez compter sur nous car pour Les Engagés et pour l'Arizona, la Justice est une priorité.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre de la Justice, je suis désolé. Le constat est là, la Justice est dans un état déplorable.
Depuis cinq législatures, le département de la Justice est géré par la droite. Avec quel bilan? Magistrats débordés, des justiciables excédés par une attente de plusieurs années avant de voir leur dossier traité, des cadres non remplis, des détenus entassés, des agents pénitentiaires agressés, et aujourd'hui une atteinte inédite à l'attractivité de la profession de magistrat pour laquelle vous peinez déjà à recruter.
L'Arizona s'est faite sur la promesse d'un travail mieux payé et mieux valorisé pour toutes et tous. En lieu et place, pour les magistrats, c'est une réduction de près de 30 % de leur pension qui leur est annoncée. Contrairement à ce qu'on essaie de nous faire croire et à ce qu'a dit le premier ministre, ce n'est pas une question de grosses pensions. Quelle insulte pour la magistrature!
Après des critiques à peine voilées contre le gouvernement des juges, après des tentations exprimées de limiter les fonctions de magistrat à des mandats de cinq ans, en s'attaquant aujourd'hui aux pensions des magistrats, c'est le fonctionnement, l'indépendance de la justice, de ce troisième pouvoir constitutionnel que vous attaquez. Et à travers lui, c'est l'État de droit que vous attaquez.
Aujourd'hui, il y a des lettres ouvertes d'associations représentatives, des cartes blanches signées par 800 magistrats, des sorties dans la presse de chefs de corps, des remises de dossiers à plus d'un an. Et on dit quoi? "Ils n'ont rien compris." "Il y a de l'argent, mais ils n'ont rien compris."
Madame la ministre, la justice n'est pas une institution désincarnée. Pour reprendre les termes de votre propre majorité, les magistrats ne sont pas des fonctionnaires.
Pour que la justice soit efficace, pour qu'elle serve nos justiciables, elle doit être composée d'hommes et de femmes qui sont engagés et motivés dans leurs fonctions. Or cette décision suscitera une vague de départs et la mise en difficulté de la magistrature.
Ma question à tous les deux: quel investissement garantissez-vous dans les droits acquis, dans le service aux justiciables et dans le troisième pouvoir qu'est l'institution judiciaire?
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, justitie bevindt zich in bijzonder zwaar weer op dit ogenblik. De problemen die worden aangekaart, zijn niet nieuw en spelen al verschillende legislaturen. Onze fractie heeft die in de voorbije legislaturen ook aangekaart. Er is de overbevolking van de gevangenissen, de digitalisering die nog altijd niet het gewenste resultaat oplevert, maar ook het verouderde patrimonium en de jarenlange structurele onderfinanciering. Al deze jarenlange frustraties komen nu samen tot een kookpunt door de aangekondigde hervorming van de pensioenen van de magistraten.
Die plannen leiden tot ongeziene acties bij de magistratuur. Het begon vorige week met de actie van het Openbaar Ministerie, waarbij duizenden gevangenen opnieuw naar de gevangenis worden gestuurd, ondanks de overbevolking. Gisteren hoorden we een politierechter in Gent die zaken een jaar uitstelt. Ook bij het federaal parket in Brussel worden er acties aangekondigd.
Mevrouw de minister, we hebben uiteraard veel respect voor de magistratuur. Heel veel magistraten doen dag in, dag uit hun best om voor justitie te werken, ondanks de moeilijke omstandigheden. Het is echter wel zo dat zij een bijzondere functie hebben. Zij vormen een van de drie machten van ons land. Zij hebben het voorrecht om samen met de andere machten de rechtsstaat vorm te geven. Ik denk dat zij zich met de acties die de laatste weken zijn ondernomen op bijzonder glad ijs begeven.
Mevrouw de minister, op welke manier zult u de situatie ontmijnen? Hoe lopen de gesprekken? Die zijn er de afgelopen dagen immers wel degelijk geweest.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, de magistraten kunnen en willen - en terecht, mevrouw de minister - de slechte financiële en materiële toestand waarin ze moeten werken niet langer aanvaarden. Heel wat jonge magistraten twijfelen nu zelfs aan hun beroepskeuze, ten gevolge van de aangekondigde hervorming. In hun open brief zijn ze duidelijk: "Hoe lang laten we justitie nog verder afbrokkelen voor we reageren en haar de middelen geven om sterk en doeltreffend te zijn?"
Ze hebben voor het beroep van magistraat gekozen uit overtuiging, gedreven door het maatschappelijk belang. Ze willen niet liever dan hun functie met waardigheid en onafhankelijkheid uitoefenen. Dat is vandaag echter onmogelijk geworden. De aangeklaagde wantoestanden bij justitie zijn niet meer te overzien. De digitalisering is niet of nauwelijks ingezet, zo getuigt het rapport van het Rekenhof. In sommige arrondissementen is het een luxe om over een telefoonlijn of een printer te beschikken. Ze moeten werken in beschimmelde kleine bureaus. Middelen om de gebouwen te renoveren of informaticamaterieel aan te kopen zijn er niet. Er is geen budget voor een koffiemachine, nietjesmachine of zelfs toiletpapier.
Daarenboven worden de werkweken steeds langer door de chronische onderbezetting. Er is een personeelstekort van 40 % bij de magistraten om alles binnen een redelijke termijn af te handelen. De werkdruk wordt dan ook onaanvaardbaar.
Hoe lang moeten de magistraten dit nog aanvaarden? Wanneer zal er eindelijk voldoende budget worden vrijgemaakt om dit alles aan te pakken en eindelijk – ook ten aanzien van collega Van Tigchelt - orde op zaken te stellen bij justitie?
Jan Jambon:
Geachte Kamerleden, ik had meer vragen over de pensioenen van de magistraten verwacht. Daarom zal ik mijn antwoord limiteren en de vloer volledig aan mijn goede collega Verlinden laten.
Ik moet wel zeggen dat ik ten zeerste de individuele en collectieve acties van de magistratuur betreur, aangezien we gisteren nog samengezeten hebben voor overleg. Ook vorige week vond reeds overleg plaats en begin mei staat nog overleg gepland. Gisteren hebben we samen de cijfers doorgenomen. We bevinden ons dus volop in overleg. Ik heb een ander begrip van overleg en actievoeren. Als overleg tot niets leidt, kan men actievoeren, maar actievoeren terwijl het overleg nog volop loopt, vind ik raar.
Er is een pensioenhervorming op til en ik vind dat iedereen in die pensioenhervorming moet participeren, iedereen naar eigen kunnen. Niemand staat boven de wet. Dat geldt voor zelfstandigen, voor werknemers, voor ambtenaren, voor ons als politici maar ook voor de magistraten.
Vaak hebben we horen spreken over de indexsprong.
Nous avons entendu beaucoup de choses sur le saut d'index. Examinons les chiffres. Cela ne concerne que les pensions les plus élevées, soit au-dessus de 5 250 euros. Pour la moitié des juges, la pension s'élève à 7 400 euros. Prenons la somme de 7 000 euros, si nous y appliquons un index de 2 %, cela fait 140 euros. Nous allons réduire ces 140 euros pour arriver à 36 euros. Au lieu d'une augmentation de 140 euros, ils percevront une augmentation de 36 euros. Et ça serait une grande attaque vis-à-vis de leur pension! Je ne suis pas d'accord.
In een grote pensioenhervorming moet iedereen een bijdrage leveren, dus ook de magistratuur. Ik hoop echt dat de onrust en het ongenoegen bij deze hooggeplaatste dienaren van de democratie, die beladen zijn met een grote verantwoordelijkheid, in proportie blijven met de beperkte inspanningen die van hen gevraagd worden.
Annelies Verlinden:
Goeiemiddag, collega’s. Collega Van Tigchelt, ik had vanmiddag van veel mensen vragen verwacht, maar niet van u. De nodige dosis lef kan men u alvast niet ontzeggen.
Ce que je retiens de mes nombreux contacts avec la magistrature, c'est que ces actions traduisent aussi et surtout un mécontentement de longue date concernant le financement de la Justice de manière générale.
De rechtsstaat is ons allemaal dierbaar, of zou dat in elk geval moeten zijn. Het is echter heel duidelijk dat hij onder druk staat. Als we willen dat de rechtsstaat overleeft en versterkt, zijn we verplicht erin te investeren.
Het zal niemand ontgaan zijn dat ik van bij mijn aantreden gepleit heb voor onze binnenlandse veiligheid. Ik heb aan de collega's in de federale regering een overzicht bezorgd van de budgettaire behoeften van Justitie, niet enkel voor dit jaar, maar met een noodzakelijk groeipad voor de hele legislatuur.
En examinant de manière globale les tâches qui incombent à la justice et à nos magistrats, force est de constater que leur charge de travail a explosé. Cette situation s'explique par les évolutions sociales dans le domaine du droit des personnes et de la famille, par le recours accru à la justice, par des demandes toujours plus nombreuses en matière de soins et de soutien psychosocial, par la complexité croissante des enquêtes pénales ou encore par le succès remporté dans la lutte contre la criminalité organisée.
Je rejoins donc pleinement les revendications de la justice pour de meilleures conditions de travail, des moyens supplémentaires et des lieux de travail plus sûrs. Dans l'intérêt de notre démocratie, la Justice doit rester un employeur attractif pour les magistrats et elle doit pouvoir continuer à aider les citoyens à des moments souvent déterminants dans leur vie.
De recente beslissing over de automatische indexering van hun pensioenen was duidelijk de druppel die de emmer deed overlopen. Vele magistraten hebben mij bevestigd dat ze solidair willen zijn met de toekomstige generaties en hun recht op een degelijk pensioen zodat er zeker begrip is voor de noodzakelijke toekomstgerichte hervormingen van deze arizonaregering. Ze geven weliswaar aan dat hun onrust groot is vanwege de onzekerheid over de totale omvang van de hervormingen, wat naar ik vermoed ook geldt voor andere beroepsgroepen. Zoals de minister van Pensioenen echter net al heeft aangegeven, worden en zullen de discussies hierover worden verdergezet.
In mijn opdracht als minister van Justitie voorzie ik de komende jaren bijkomende middelen ter versterking van het openbaar ministerie en de hoven en rechtbanken. Ik heb ook van bij het begin de magistratuur betrokken bij alle werkzaamheden. De magistraten weten dus dat hun bezorgdheden ook de mijne zijn, naast de vele andere uitdagingen, zoals het wegwerken van structurele betaalachterstanden – waarover vorige week ook nog uitvoerig bericht is in de media – maar ook de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen, die ons, als we ze niet oplossen, op termijn bijzonder veel geld zal kosten, maar ook de veiligheid van de medewerkers in de gevangenissen.
Je m'entretiendrai étroitement avec la magistrature afin de déterminer comment nous pourrons, dans les mois à venir, agir le plus efficacement possible pour renforcer l'attractivité et le respect de la carrière, mais aussi pour améliorer les conditions de travail, et ce, dans l'intérêt du rôle fondamental que jouent les magistrats dans notre démocratie. Le réalisme et la crédibilité devront ici être nos fils conducteurs communs, car les conséquences du sous-financement qui perdure depuis des années ne peuvent être gommées d'un coup de baguette.
De verhalen die ons van de andere kant van de oceaan bereiken, leren ons hoe belangrijk het is om allemaal ambassadeurs van de rechtsstaat te zijn. De echo’s van die verhalen zouden voor mij als een duidelijke oproep aan iedereen moeten klinken, zeker aan zij die deel uitmaken van een van de drie machten, om ter zake geen enkel compromis te sluiten.
Ik wil dan ook blijven geloven dat ook de magistraten zelf de rechtsstaat vertrouwenwekkend en met zorg zullen blijven behandelen. Ik blijf alvast met hen overleggen en werk in het belang van onze binnenlandse veiligheid samen met en voor hen aan een weg die ons tot oplossingen kan brengen. Ik hou daarbij een quote van Ruth Bader Ginsburg voor ogen: “ Fight for the things that you care about but do it in a way that will lead others to join you. ” Kom op voor wat je belangrijk vindt, maar doe het op een manier die anderen mee in beweging kan brengen.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer en mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Als een open oorlog plaatsvindt tussen de uitvoerende en rechterlijke macht, heb ik geen lef nodig om hier te spreken, dan is het gewoon mijn plicht als parlementslid om mijn stem te verheffen. Dat heeft niets met meerderheid of oppositie te maken.
Niemand is gebaat bij een oorlog tussen de uitvoerende en rechterlijke macht, zeker niet de magistraten. Het merendeel van de magistraten – ik kan ervan getuigen – levert meer dan voortreffelijk werk in vaak moeilijke omstandigheden. Ik hoop dat het groeipad, dat door de vorige regering ingeslagen is, wordt aangehouden, want uw regeerakkoord belooft op dat vlak niet veel goeds.
Met het paasakkoord zijn enkele financieringen vooruitgeschoven, maar het gaat niet alleen over extra budget, collega Dillen, we moeten ook hervormen, durven hervormen. Op dat vlak is de vervroegde invrijheidsstelling van criminele illegalen, zoals in het paasakkoord staat, geen goed voorbeeld. Sorry dat ik het zeg.
Leentje Grillaert:
Ik sta een beetje perplex door de repliek van mijn collega, die echt wel wat werk heeft met het kortetermijn- en langetermijngeheugen.
Het heeft volgens mij echt geen zin om hier op de bühne te zeggen dat er een open oorlog heerst. Daarnet heb ik gezegd dat dialoog belangrijk is. We moeten zelf, de magistratuur en de politiek samen, aan de slag om die dialoog te voeren. De retoriek die u aanhoudt, collega, vind ik eigenlijk niet oké en ik denk dat ik daarmee de mening van velen vertolk.
( applaus bij de meerderheid )
Bepaalde bezorgdheden vanuit de magistratuur zijn zeker terecht. Daarvoor moeten we oog en oor hebben, maar de ruis op de lijn moet weg. Van mevrouw en mijnheer de minister hoor ik dat de dialoog plaatsvindt, dat ze samen rond de tafel zitten. Dat is de weg die we moeten bewandelen. De noodkreet is aangekomen en ik heb er alle vertrouwen in, mevrouw en mijnheer de minister, dat u constructief met de magistratuur aan tafel gaat zitten en dat we in deze legislatuur (…)
Ismaël Nuino:
Que les choses soient claires: depuis le départ, l'Arizona a en effet annoncé que nous allions devoir fournir des efforts, oui, pour laisser un É tat viable aux prochaines générations. Mais je ne peux pas entendre dire ici que l'Arizona décide de sacrifier la justice. Ce n'est pas vrai! Comme pour la sécurité et la santé, depuis le début, nous avons annoncé qu'aucune économie ne serait réalisée dans la justice. C'est même un réinvestissement qui a été obtenu pour 2025.
Répétons-le: le plus grand problème des magistrats n'est pas leur pension, mais les nombreux et immenses chantiers qui ont été laissés par le précédent gouvernement. De même, plusieurs mesures qui avaient été prises ont complètement fait craquer le système carcéral. En tout cas, soyons de bon compte, ce n'est pas en trois mois que nous allons résoudre tous les problèmes de la justice. Mais les moyens et la volonté sont là. Voilà enfin un gouvernement qui prend ses responsabilités!
Khalil Aouasti:
Madame et monsieur les ministres, merci pour vos réponses parce qu'au moins on voit que, dans l'Arizona, tout est clair.
Le ministre des Pensions nous dit: "Circulez, il n'y a rien à voir! C'est comme cela, et je ne discute plus. Pas de concertation." La ministre de la Justice nous répond que, pour continuer à faire fonctionner la justice, des concertations seront nécessaires pour que, malgré tout, les audiences puissent se tenir. Nous avons ensuite Les Engagés…
Jan Jambon:
(…)
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, vous avez répondu; laissez-moi répliquer!
Jan Jambon:
(…)
Khalil Aouasti:
Ik versta wel Nederlands, mijnheer de minister. Geen probleem.
Et puis, donc, nous avons un membre des Engagés qui, lundi par voie de presse, nous a annoncé publiquement: "Je vais écrire au ministre des Pensions pour faire en sorte que les magistrats sortent de la réforme des pensions." Or ce parti nous dit aujourd'hui que le problème n'est pas la pension des magistrats, mais leurs conditions de travail. Mais alors, personne n'a jamais rien compris ici, en fait! Les travailleurs qui devaient gagner 500 euros de plus n'ont rien compris! Les magistrats qui perdent leur pension, non plus! Le monde de la justice n'a rien compris! Les Belges ne comprennent jamais rien avec l'Arizona!
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Er is inderdaad overleg en we kijken uit naar het verdere verloop daarvan. Zoals de minister van Pensioenen ook zegt, moet deze regering hervormingen doen en iedereen moet een deel ervan op zich nemen, ook de gerechtelijke wereld. Dat is niet meer dan normaal.
Er zijn natuurlijk veel problemen op het vlak van justitie, maar die zijn er niet van vandaag op morgen gekomen, die dateren uit het verleden. Ook de vorige regering heeft daar een aanzienlijke aandeel in.
Ik wens u veel succes met het verdere overleg. Deze regering investeert wel degelijk in justitie. Er komt aanzienlijk wat geld bij, zodat justitie naar behoren kan functioneren in de toekomst. Justitie is immers een kerntaak van de overheid.
Marijke Dillen:
Dank voor uw antwoord. Collega’s, om goed te werken en vertrouwen te verdienen heeft justitie nood aan magistraten die zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen. Dat is vandaag niet het geval en daar moet verandering in komen. De opeenvolgende regeringen hebben decennialang geen aandacht besteed aan justitie, laat staan hiervoor de nodige budgetten vrijgemaakt. Geen van de vorige ministers heeft aangevoeld hoe hoog de frustraties zaten en zitten bij de magistratuur. Deze regering moet eindelijk werk maken van een duurzaam, toekomstgericht beleid bij justitie, gekoppeld aan voldoende middelen. Daarvoor is veel meer nodig, mevrouw de minister, dan de extra’s die vandaag beloofd worden. Als er een miljard euro kan worden vrijgemaakt voor Oekraïne en vier miljard voor Defensie, dan moet dat ook kunnen voor justitie en politie.
Voorstellen
Paul Van Tigchelt heeft nog geen voorstellen ingediend als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
Stemmingen
Recente stemmingen van Paul Van Tigchelt in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - Claire Hugon Lecharlier aan Maxime Prévot details → | nee |
| Geheel van het ontwerp van Kaderwet (I), zoals geamendeerd tijdens de plenaire vergadering van 13 mei 2026 details → | nee |
| Wetsontwerp tot wijziging van artikel 37/2 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wat de opzeggingstermijnen betreft wanneer de werknemer niet meer dan zes maanden anciënniteit telt details → | ja |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht ('strategische rechtszaken tegen publieke participatie') details → | ja |
| Voorstel van resolutie ter promotie van de combinatie fiets en trein details → | ja |
| Wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake geneesmiddelen en gezondheidsproducten details → | onthouding |
| Stemming over amendement nr. 1 van Ellen Samyn cs op considerans I. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 2 van Ellen Samyn cs op considerans V. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 3 van Ellen Samyn cs tot invoeging van een artikel 11/1. details → | nee |
| Geheel van het voorstel van resolutie betreffende de politieke, veiligheids- en humanitaire situatie in Libanon details → | ja |
Commissies
Paul Van Tigchelt is lid van de volgende commissies.