Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Robin Tonniau in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: Toegangspoortjes en controles op de perrons
Vraag: De boetes voor treinreizigers zonder geldig vervoerbewijs
Vraag: Het tariefbeleid van de NMBS en de verkoop van tickets op de trein
Vraag: Boetes voor personen zonder vervoerbewijs op het perron
mobiliteit en transportToegangspoortjes en controles op de perrons
De boetes voor treinreizigers zonder geldig vervoerbewijs
Het tariefbeleid van de NMBS en de verkoop van tickets op de trein
Boetes voor personen zonder vervoerbewijs op het perron
Controle, tarieven en boetes voor treinreizigers zonder geldig ticket summaryExplanationBeantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De NMBS schaft de ticketverkoop aan boord af om fraude (70-80 miljoen euro jaarlijks) en agressie tegen personeel te bestrijden, maar kritiek groeit omdat reizigers met technische problemen of tijdsdruk nu automatische boetes van 90 euro riskeren, wat volgens oppositiepartijen als discriminerend en onrechtvaardig wordt ervaren. Minister Crucke belooft een pragmatische aanpak en evaluatie tegen eind 2024, maar erkent dat de maatregel zonder overleg met personeel of reizigersorganisaties werd ingevoerd, wat extra weerstand uitlokt bij parlementsleden zoals Tonniau en Legasse, die het beleid als "strafgericht" en "klantonvriendelijk" afschilderen. Ondanks negatief advies van het Raadgevend Comité blijft een proefproject met toegangspoortjes in vijf grote stations op tafel, met name om veiligheid en fraude te controleren, hoewel vakbonden en mobiliteitsdeskundigen de haalbaarheid en toegankelijkheid betwijfelen. Voorstanders zoals Cuylaerts (N-VA) en Troosters (Vlaams Belang) benadrukken dat poortjes in probleemstations agressie kunnen verminderen, terwijl tegenstanders vrezen voor extra hindernissen voor kwetsbare groepen en drukke reizigers. De minister stelt dat een evenwicht tussen fraudebestrijding, veiligheid en toegankelijkheid centraal staat, maar parlementsleden zoals Legasse (PS) en Tonniau (Ecolo-Groen) beschuldigen de regering ervan de NMBS-besparingen op de rug van reizigers en personeel af te wentelen, met een "neem de trein niet"-boodschap als resultaat. De definitieve beslissing over poortjes hangt af van een kosten-batenanalyse in september, maar de spanning tussen veiligheidsbelangen en dienstverlening blijft onopgelost.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, sinds gisteren verkoopt de NMBS geen tickets meer aan boord van de treinen. Dat betekent dat reizigers vóór het instappen al over een geldig vervoersbewijs moeten beschikken en dat de NMBS controles zal uitvoeren in de stations en op de perrons. Daardoor maakt de toegang tot de trein nu meer dan vroeger deel uit van de controle en de aanpak van zwartrijden en overlast.
Onze fractie pleit al langer voor een ernstige evaluatie van toegangspoortjes in de grote stations, niet als wondermiddel, maar wel als ondersteunende maatregel om de controles te vergemakkelijken en discussies op de treinen tegen te gaan. Die piste is ook letterlijk opgenomen in het regeerakkoord. Daarin staat dat de regering inzet op ticketcontrole binnen de stations en daarbij ook de mogelijkheid van toegangspoortjes zal bekijken.
U kondigde eerder aan dat een proefproject zou starten in de vijf grote stations. Intussen bracht het Raadgevend Comité van de Treinreizigers echter een negatief advies uit. Het Comité wijst terecht op onder meer de toegankelijkheid, de doorstroming en de publieke functies van de stations. Dat zijn allemaal terechte aandachtspunten, maar wie niet halsstarrig ergens van proeft, weet ook nooit of iets goed of slecht is. Net daarom blijft het proefproject voor ons broodnodig, niet om de poortjes meteen overal uit te rollen, maar wel om gericht te bekijken onder welke voorwaarden dat werkt of net niet werkt.
Zult u de piste van de toegangspoortjes in de grote stations, zoals opgenomen in het regeerakkoord, nu effectief nader uitwerken?
Hoe neemt u de bezorgdheden van het Raadgevend Comité van de Treinreizigers mee zonder de toegangspoortjes vooraf al af te voeren?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, stel dat de batterij van je gsm plat is, dat je geen internet hebt, dat de app van de NMBS crasht, dat de ticketautomaat defect is of dat er tien mensen staan aan te schuiven terwijl je trein gaat vertrekken. Vroeger kon men dan gewoon opstappen en een ticket kopen bij de treinbegeleider. Als men dat vandaag doet, riskeert men een boete van 90 euro, die zelfs kan oplopen tot 500 euro. Met andere woorden, de NMBS behandelt klanten die te goeder trouw zijn, op dezelfde manier als zwartrijders. Dat is geen betere dienstverlening, maar vooral een beleid van wantrouwen en bestraffing tegenover de klanten.
De NMBS beweert dat deze maatregel nodig is om de agressie tegenover treinbegeleiders te verminderen. Die treinbegeleiders zeggen echter net het tegenovergestelde. Zij zullen namelijk veel meer in conflict komen met reizigers die zich onrechtvaardig behandeld voelen. Vroeger gingen de discussies over de toeslag van 9 euro op de trein. Vandaag zullen die discussies gaan over een boete van 90 euro. Denkt u dat men daarmee meer veiligheid creëert op de trein?
Deze beslissing is trouwens genomen zonder ernstig overleg met de werknemers en zonder overleg met de reizigersorganisaties. Er is niet eens een impactstudie gemaakt over de gevolgen van de maatregel voor het treinpersoneel. Waarom bent u niet in overleg gegaan met het treinpersoneel, met de mensen op het terrein? Waarom werd er geen impactstudie opgemaakt?
Bent u bereid die beslissing terug te draaien? Is de NMBS daartoe bereid, zodat reizigers die te goeder trouw zijn niet langer automatisch als fraudeurs worden behandeld?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, depuis le 1 er juillet, chaque voyageur doit avoir acheté son ticket de transport avant de monter dans le train. Vous allez me dire que c'est normal, mais ce n'est pas si simple.
Si vous êtes légèrement en retard, que l'appareil est en rade ou s'il n'y a tout simplement pas d'automate – car une quinzaine de gares n'en ont pas –, vous vous retrouvez dans la situation où vous montez dans le train sans ticket. Alors qu'il y avait moyen d'acheter un ticket à bord, c'est fini! Certes, un supplément de 9 euros était compté, mais maintenant c'est une amende de 90 euros, pour laquelle on reçoit un QR code. Si on ne paye pas dans les 15 jours, l'amende passe à 250 euros, voire davantage! On ne parle plus d'amendes, mais carrément de sévices: d'autres que moi ont dit que la SNCB n'était plus là pour servir, mais pour sévir.
Vous rendez-vous compte, monsieur le ministre, qu'on dit aux gens qui n'ont pas d'abonnement, ne maîtrisent pas l'utilisation du smartphone ou n'en ont pas, de ne plus prendre le train? Voilà votre message! Vous avez des messages particuliers en cas de canicule, et des messages particuliers pour les utilisateurs du train, convenons-en.
Navetteurs.be parle d'une faute morale. Le mot est peut-être faible à vos yeux, mais il me semble assez fort. L'entreprise publique discrimine les voyageurs de bonne foi et les assimile à des fraudeurs. Monsieur le ministre, ma question n'est pas de savoir si vous comptez retirer le dispositif, mais quand vous allez supprimer cette mesure complètement discriminatoire.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, het Raadgevend Comité voor de treinreizigers heeft op eigen initiatief een advies uitgebracht over het eventueel plaatsen van toegangspoortjes in de Belgische treinstations. Dat advies was zeer negatief. Het comité gaf daarvoor een achttal redenen aan. Zo zou het te duur, te moeilijk en te complex zijn. Het zou ook hinderlijk zijn voor mensen die met de fiets reizen en voor personen met een beperkte mobiliteit. Bovenal kwam het tot de vreemde conclusie dat het plaatsen van toegangspoortjes in de stations wellicht slechts in beperkte mate zou leiden tot een vermindering van het zwartrijden.
Het Vlaams Belang durft dat echter te betwijfelen. Het gaat immers niet alleen over zwartrijden, wat uiteraard een ernstig probleem is. We weten ook dat heel wat incidenten met spoorpersoneel, zowel verbale als fysieke agressie, ontstaan uit discussies over het al dan niet beschikken over een geldig vervoersbewijs. Voor ons gaat het dus ook over veiligheid. Veiligheid is belangrijk. We hebben daar al heel vaak vragen over gesteld en voorstellen gedaan, onder meer om de personeelsbezetting van Securail te verhogen en de uitrusting ervan te verbeteren, de procedures te versoepelen, de samenwerking te versterken en de verweermiddelen uit te breiden. We hebben in het verleden ook al voorgesteld om toegangspoortjes in treinstations te plaatsen. De NMBS was daar aanvankelijk niet echt enthousiast over. Ze heeft zelf een studie uitgevoerd en geconcludeerd dat de kosten te hoog zijn en dat ze dat niet zou doen.
Voor alle duidelijkheid, we pleiten er niet voor om in alle stations toegangspoortjes te plaatsen. Dat is natuurlijk weinig zinvol in een station zoals pakweg Bokrijk of Langdorp. In bepaalde clusters van met elkaar verbonden stations, waar we weten dat er problemen zijn met zwartrijden, criminaliteit en agressie, zou dat echter wel een deel van de oplossing kunnen zijn. We zijn u daarover blijven bevragen. Daarna hebt u aangegeven dat het misschien toch zinvol zou zijn om een proefproject op te zetten in een vijftal stations. Mijn vragen zijn dan ook de volgende.
Zult u dat proefproject effectief uitvoeren? Zult u rekening houden met het advies? Zo ja, waar zult u dat proefproject doen en wanneer?
Jean-Luc Crucke:
Geachte Kamerleden, allereerst wil ik eraan herinneren dat ik al meerdere keren zowel mondeling als schriftelijk heb gereageerd op vragen over de afschaffing van de ticketverkoop op de trein. Dat besluit van de NMBS heeft een tweeledig doel, met name de veiligheid van het treinpersoneel versterken en de strijd tegen fraude intensifiëren, waarvan de kosten voor de NMBS voor de afgelopen drie jaar worden geschat op 70 tot 80 miljoen euro per jaar, vanwege mensen die niet te goeder trouw zijn. Het zou inconsequent zijn om van de NMBS besparingen te eisen en tegelijkertijd af te zien van de bestrijding van fraude die zwaar op haar financiën drukt.
Le point le plus sensible reste la majoration de 90 euros imputée en l’absence d’un titre de transport valable. Si cette mesure peut avoir un effet dissuasif, elle ne peut pas pénaliser les voyageurs de bonne foi confrontés à un automate défectueux, à un problème technique, à un automate inexistant. J’attends donc de la SNCB qu’elle fasse preuve, comme elle s’y est engagée, de pragmatisme et de discernement dans le traitement des contestations.
Une première évaluation est prévue d’ici la fin de l’année. Je serai attentif à trois questions. La fraude a-t-elle diminué? Les voyageurs de bonne foi sont-ils traités équitablement? Les agressions à l’égard du personnel ont-elles reculé?
Naast die hervormingen blijft het ons doel om de veiligheid in de stations en op de treinen te versterken. Bijna de helft van de interventies van Securail houdt verband met het ontbreken van een geldig vervoersbewijs en die situaties leiden maar al te vaak tot incidenten of agressie. Door fraude terug te dringen, kan ook de operationele capaciteit van Securail worden versterkt, wat ten goede komt aan alle reizigers. Met dat doel voor ogen analyseert de NMBS momenteel verschillende opties om de toegang tot het netwerk beter te controleren, waaronder de installatie – niet de eventuele installatie – van poortjes in bepaalde grote stations. Eind september zullen de conclusies van de studies over de kosten en baten van een dergelijke maatregel aan de raad van bestuur worden voorgelegd, zowel wat betreft de veiligheid en fraudebestrijding als wat betreft de reizigerservaring, de doorstroming van het verkeer en de toegankelijkheid, met name voor personen met beperkte mobiliteit en reizigers die moeten overstappen.
Parallèlement à l'annonce de la fin de la vente des tickets à bord, la SNCB a indiqué vouloir renforcer les contrôles sur les quais et au niveau des accès aux quais, en application de la réglementation existante qui n'avait jamais été réellement opérationnalisée. Cette décision n'a pas été prise en concertation avec notre cabinet et a été portée à notre connaissance par voie de presse.
Ceci dit, les modalités pratiques de ces contrôles n'ont pas encore été définies. J'ai donc invité la SNCB à me les transmettre, ainsi qu'au conseil d'administration, avant de les appliquer. Je ne manquerai pas de m'assurer que l'humanité et le pragmatisme nécessaires à leur mise en application soient assurés. La mise en œuvre de la mesure sera donc progressive et ne débutera que sous condition du respect de ce que j'ai précédemment indiqué.
L'enjeu est de trouver le juste équilibre entre la lutte contre la fraude, le renforcement de la sécurité et le maintien d'un service public ferroviaire accessible à tous. C'est bien dans cet esprit que je suivrai ce dossier et que j'attendrai les conclusions des études en cours avant toute décision complémentaire.
Dorien Cuylaerts:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Die fraude wordt terecht aangepakt. Wij steunen dat volledig.
Ik ben ook blij om te horen dat de installatie van poortjes daadwerkelijk op de agenda staat. In heel veel Westerse landen zijn die al jaar en dag ingeburgerd, ook in de Brusselse metro. Bij De Lijn in Antwerpen staan ze ook voor de premetro. Wij zijn blij dat die toegangspoortjes in onze treinstations geen taboe meer blijken te zijn.
Enkele maanden geleden heb ik hier nog gezegd dat ik het gevoel had dat de grootste weerstand vanuit de vakbonden kwam, omdat zij strijden tegen alles wat volgens hen de werkgelegenheid zou kunnen ondermijnen. Die toegangspoortjes in de treinstations zijn natuurlijk een syndicale windmolen. Ik ben dan ook heel om blij te horen dat dit van de baan is. Het gaat ook nog maar om een proefproject, niemand hoeft daar bang voor te zijn. (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, wil de NMBS daarmee eigenlijk meer reizigers aantrekken of gewoon meer inkomsten genereren? Dat laatste is immers het gevoel dat ik bij zulke maatregelen krijg.
Voor ons is het duidelijk. We hebben nood aan meer personeel op het terrein, in de treinen en in de stations, aan een betere dienstverlening, maar ook aan wat meer vertrouwen in de reizigers. We hebben geen nood aan een beleid dat reizigers en spoorwegpersoneel tegen elkaar opzet.
Mijnheer de minister, chèr Jean-Luc, we nemen al eens dezelfde trein in het mooie Ronse. U ziet toch ook elke dag, wanneer u de trein neemt, de lange rijen aan de ticketautomaat? U ziet toch ook de vele mensen die nog roepen dat ze hun trein willen halen en aan de conducteur vragen wat ze moeten doen. U ziet toch ook de discussies die op de trein ontstaan. Die conducteurs willen de treinreizigers helpen, niet bestraffen. (…)
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, c'est incroyable. En fait, ce n'est jamais vous. Ce n'est jamais de votre faute. Cette décision n'est pas vraiment la vôtre. Pendant ce temps, les utilisateurs de train passeront à la caisse et compenseront les économies massives que votre gouvernement impose à la SNCB. Vous n'arrêtez pas de rendre la vie plus difficile aux voyageurs, l'accès aux trains plus compliqué et vous validez par ailleurs les économies massives dont nous venons de parler.
Vous attaquez le personnel avec des réformes importantes et, maintenant, vous acceptez de faire payer les voyageurs 90 euros de plus, ou même davantage, en disant ouvertement: "Ne prenez plus le train, débrouillez-vous"! C'est votre message. Vous prétendiez le contraire, et je vous croyais sincère, mais là, clairement, c'est le contraire que vous faites. Où est votre politique en faveur du chemin de fer? On ne veut pas sauver le climat avec des réunions de communication ou des réunions ministérielles, et on ne veut pas aider la SNCB à rendre le train plus accessible. C'est désolant.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik wil u vragen om naar de echte experts te luisteren. De echte experts zijn, voor alle duidelijkheid, niet de mensen die veilig achter hun bureau verscholen zitten. Het zijn de mensen die dagelijks in de frontlinie staan, op de perrons en in de treinen. Zij moeten soms heel moeilijke discussies voeren over het al dan niet beschikken over een geldig vervoerbewijs. Dat mondt soms zelfs uit in verbale of fysieke agressie tegen hen. Ik heb het over het treinpersoneel, in het bijzonder de Securailagenten en de treinbegeleiders. Hun veiligheid is essentieel. Als die niet is gegarandeerd, geldt dat ook voor de veiligheid van de treinreizigers. Maak daarom alstublieft heel snel werk van het proefproject met de toegangspoortjes in de stations. Laat u niet vertragen of ompraten of beïnvloeden. Het is essentieel dat de veiligheid van het spoorpersoneel wordt gegarandeerd. Die veiligheid is onbetaalbaar. Daar staat geen prijs op.
-
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
economie en werkDe pensioensplit
De pensioensplit
De pensioensplit
De pensioensplit
Pensioensplitsing summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Nahima Lanjri (cd&v) en Anja Vanrobaeys (Vooruit) pleiten voor een automatische pensioensplit om de pensioenkloof bij scheiding te dichten, omdat vrouwen die zorgtaken opnemen nu vaak met een armoedepensioen achterblijven, terwijl het regeerakkoord slechts een vrijblijvende oplossing voorziet. Robin Tonniau (PTB) bekritiseert de split als een "brute besparing" die ongelijkheid herverdeelt en vrouwen onder de armoedegrens duwt, vooral door afschaffing van het echtscheidingspensioen, en wijt de problematiek aan eerdere "vrouwonvriendelijke" N-VA-hervormingen. Minister Jan Jambon bevestigt dat de split pas in 2026 komt, na aanpak van gemengde loopbanen, en benadrukt dat het om een aanmoediging via huwelijkscontracten gaat, terwijl oppositie en regeringspartijen als cd&v een verplichte, automatische regeling eisen om alle vrouwen te beschermen. Critici zoals Tonniau vragen om transparantie over de besparingsimpact, terwijl Eva Demesmaeker (N-VA) de focus legt op eigen verantwoordelijkheid binnen gezinnen en bescherming enkel bij scheiding.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, in heel veel gezinnen gaat een van de twee partners, zodra er kinderen zijn, minder werken om voor de kinderen te zorgen. Meestal is dat nog steeds de vrouw. Ook al gaat het om een keuze van het koppel in het belang van de kinderen, de gevolgen ervan draagt men niet samen: wie zorgt en minder uren uit gaat werken, krijgt later natuurlijk minder pensioen, doorgaans een kwart minder. Dat is pijnlijk, maar het wordt nog pijnlijker, als er dan een echtscheiding komt en de vrouw er tegen haar pensioen alleen voor staat. Dan krijgt zij een pensioen van twee keer niets. Dat is onrechtvaardig. Waarom zou de zorg die een vrouw heeft gegeven, waardoor zij minder buitenshuis kon werken, minder waard zijn dan het werk van de man die voltijds is blijven werken? Waarom kan ook die vrouw niet genieten van een deftig pensioen?
Daarom hebben we als cd&v altijd gepleit voor een pensioensplit. Het principe is heel eenvoudig. De pensioenrechten die de partners gedurende de jaren dat ze samenwonen, opbouwen, worden gesplitst, zowel voor het wettelijk als voor het aanvullend pensioen, of men nu samenblijft, dan wel scheidt. In landen zoals Canada doet men dat al jaren. In het regeerakkoord voorzien we alleen een vrijblijvende split. Dat is absoluut onvoldoende. Erop vertrouwen dat men daarover maar afspraken bij de notaris laat vastleggen, is niet genoeg. Wat met de vrouwen die geen huwelijkscontract hebben? De meerderheid heeft geen huwelijkscontract of samenlevingscontract. Wat met vrouwen die met hun echtgenoot samenblijven en te horen krijgen dat ze, als ze geld uitgeven, dat doen op kosten van de man, omdat ze afhankelijk zijn van zijn pensioen? Veel vrouwen ervaren dat als onrechtvaardig.
Wanneer komt u met de pensioensplit naar het Parlement? Zult u ervoor zorgen dat die echt werkt?
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, thuis zorgen voor de kinderen terwijl de partner carrière maakt, dat is van de school naar de hobby's crossen, eten maken, de was en de plas doen, kortom alle ballen tegelijk in de lucht houden voor het gezin.
Natuurlijk maakt men die keuze met twee, met dien verstande dat vooral vrouwen de zorgtaken in het gezin op zich nemen, maar wat als de relatie op de klippen loopt? Dan betaalt de vrouw daarvoor de prijs in haar pensioen. Doordat zij de boel thuis draaiend houdt, bouwt zij immers minder pensioen op, terwijl haar man meestal carrière maakt, dankzij het werk dat zijn vrouw thuis doet en daardoor een goed pensioen kan opbouwen.
Vooruit vindt dat onaanvaardbaar. Voor ons kan het niet dat een vrouw die jarenlang thuis de boel draaiend houdt, na een scheiding wordt afgestraft in haar pensioen. Daarom hebben we tijdens de regeringsonderhandelingen keihard gestreden om de pensioensplit in het regeerakkoord in te schrijven. Dat berust op een helder principe: als men de taken in het gezin op een bepaalde manier verdeelt, moet dat later ook in het pensioen tot uiting komen, zodat vrouwen die zorgtaken opnemen, ook na een relatiebreuk beschermd zijn.
Mijnheer de minister, het regeerakkoord voorziet in de pensioensplit. Tegen wanneer mogen we een eerste voorstel verwachten? Zal de pensioensplit automatisch worden uitgevoerd?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, we moeten eens praten over uw pensioensplit, het laatste idee om te besparen op de pensioenen. De mensen thuis denken misschien dat u uw pensioen zult splitsen, dat u uw pensioenbonus in tweeën zult hakken en dat u de helft aan de mensen zult geven. Dat is het echter niet: u wilt de pensioenen van de werkende mensen splitsen.
De regering heeft nog maar pas de meest vrouwonvriendelijke pensioenhervorming ooit doorgevoerd. De N-VA krijgt daardoor klappen in de peilingen en wil nu haar imago wat oppoetsen door te doen alsof ze de pensioenen van vrouwen zal redden.
Wat betekent de pensioensplit concreet? Jef krijgt een pensioen van 1.700 euro netto. Maria moet het stellen met ocharme 1.300 euro per maand. Na uw split krijgen zij elk 1.500 euro. Daarmee zitten ze allebei onder de armoededrempel in België. U zult de ongelijkheid niet wegwerken, u zult die gewoon herverdelen. De pensioensplit is een brute besparing, want om die in te voeren, moet u natuurlijk ook het echtscheidingspensioen afschaffen. Dat echtscheidingspensioen zorgt ervoor dat het pensioen van zowel Jef als van Maria bij een scheiding vandaag boven de armoededrempel uitkomt, alletwee.
Het is eigenlijk heel simpel. U duwt vrouwen die deeltijds hebben gewerkt, met de pensioenmalus de armoede in en u zegt aan de man dat het zijn fout is. Het is echter niet de schuld van de man dat het pensioen van zijn vrouw te laag is. Dat is uw schuld, dat is uw verantwoordelijkheid, mijnheer Jambon.
Hoeveel zult u besparen door de afschaffing van het echtscheidingspensioen en de invoering van de pensioensplit?
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, we hebben zware debatten, tot zelfs in de nacht, over de pensioenhervorming achter de rug. Daarin hadden we het af en toe over de houdbaarheid van het systeem, maar nog veel vaker over de genderkloof. Ondanks dat we herhaaldelijk uitlegden en aantoonden dat vrouwen voortaan veel hogere pensioenrechten opbouwen dan in het verleden, blijft het pensioen van vrouwen iets lager dan dat van mannen.
Dat komt niet door de hervorming, maar vooral door de keuzes die in het gezin gemaakt worden. Natuurlijk is het in eerste instantie onze bedoeling dat die keuzes niet gemaakt moeten worden, dat vrouwen niet hoeven te kiezen om thuis te blijven, dat we de arbeidsmarkt flexibel genoeg maken en dat er voldoende kinderopvang is, zodat werk en gezin volledig gecombineerd kunnen worden.
Als er dan toch voor gekozen wordt om thuis te blijven om de kinderen naar school te brengen en af te halen of om zorgtaken op zich te nemen, dan vinden wij het maar fair dat die keuzes later ook gedragen worden door datzelfde gezin. Immers, in onze ogen is er geen probleem wanneer partners gelukkig samenblijven – dan worden de liefde en het geld gedeeld –, maar natuurlijk wordt het pas echt problematisch wanneer er een scheiding volgt, want dan is degene die zich heeft opgeofferd om thuis te blijven voor de kinderen in het nadeel, aangezien die pensioenrechten mist.
Daarom is het fair dat daarvoor een oplossing komt. Wij hebben de pensioensplit ook in het regeerakkoord opgenomen.
Mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Wij hebben de pensioenhervorming nu achter de rug. Wanneer komt de pensioensplit eraan?
Jan Jambon:
Wij hebben in het regeerakkoord inderdaad afgesproken dat ik in de loop van 2026 – daarmee beantwoord ik meteen de vraag naar de timing – met een voorstel kom. Drie van de vier vraagstellers zijn heel actieve leden van de commissie voor Pensioenen en zullen zich mijn toelichting in commissie herinneren dat wij eerst de gemengde loopbanen met de minimumpensioenen aanpakken. Vervolgens zal ik – 2026 zal nog niet voorbij zijn – samen met de minister van Justitie en de minister van Middenstand, Zelfstandigen en Kmo’s met maatregelen komen om de pensioensplit aan te moedigen door in het huwelijkscontract of het wettelijk samenlevingscontract een regeling op te nemen voor de verdeling van pensioenen in geval van een echtscheiding.
Net zoals bij andere afspraken engageer ik mij ertoe de afspraken uit het regeerakkoord uit te voeren.
Ik stel vast dat men van alle zijden, ook van regeringspartijen, nog andere voorstellen bepleit. Dat kan; dat is gewettigd. Die voorstellen moeten op de tafel van de regering komen. Daarna zullen wij bekijken over welke voorstellen wij een consensus kunnen vinden en zal ik met maatregelen naar het Parlement komen.
Op de vraag wanneer wij dat zullen doen, antwoord ik dus dat wij eerst het probleem van de gemengde loopbanen oplossen. Daarna komen wij met de pensioensplit.
Nahima Lanjri:
Dank u wel, mijnheer de minister. In het regeerakkoord staat inzake de pensioensplit, waar cd&v ook voor gepleit heeft, dat we die gaan aanmoedigen. Dat is juist het probleem. Dat is onvoldoende. Daarin stond cd&v echter alleen. Intussen zijn de geesten wel gerijpt. Dat is goed.
We hebben in de commissie van de experts, onder meer Devolder en Hendricks, gehoord dat de vrijwilligheid niets zal opleveren. Dat zeggen wij ook al heel lang. Dat wordt ook bewezen door het voorbeeld van Canada. Wij willen dat elke vrouw erop vooruitgaat en dus moet elke vrouw een fatsoenlijk pensioen krijgen. En nee, mijnheer Tonniau, het is niet de bedoeling mensen onder de armoedegrens te duwen. Dat gaan we niet doen, dat zullen we niet tolereren.
Het moet meer zijn dan enkel een huwelijkscontract afsluiten bij de notaris. Volgens de cijfers heeft immers maar 31 % van de gehuwden een huwelijkscontract en van de samenwonenden 0,6 %. Daarmee zullen we het dus niet redden. Dan lossen we het alleen maar op voor de (…)
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kijk uiteraard uit naar het resultaat.
Maar, beste collega’s van de N-VA, voor ons verdient eerlijk gezegd iedereen die zorgtaken opneemt een eerlijk deel van het pensioen. Dat mag niet afhangen van het feit of men een sterke advocaat kan betalen om de kleine lettertjes van een huwelijkscontract in te vullen of van het feit of men een rechtszaak kan betalen. Dat eerlijke deel van het pensioen moet automatisch toegekend worden aan iedereen die zorgtaken verleent.
Zo’n wetsvoorstel heb ik al voor Vivaldi ingediend. Het kan vandaag al. De overheid heeft al die gegevens. Het is perfect mogelijk. Waarom zouden we dan in godsnaam mensen op kosten jagen?
Voor Vooruit is het glashelder: wie zorgt voor het gezin, meestal de vrouwen, moet automatisch beschermd worden, zonder ingewikkelde procedures, zonder (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, u hebt geantwoord over het tijdspad en op de vragen van mijn collega's, maar u hebt niet geantwoord op mijn vraag hoeveel de invoering van de pensioensplit kost. Het staat in de begroting. De invoering van de pensioensplit is een besparing, want u schaft natuurlijk ook het echtscheidingspensioen af. Daarover zegt u niets. Komaan, N-VA!
Het echtscheidingspensioen bestaat voor mensen die scheiden. Het dient om het pensioen van het slachtoffer van de scheiding met het laagste pensioen op te trekken. U verwijst naar de verantwoordelijkheid en de keuzes die gemaakt worden binnen een gezin. Veel gezinnen hebben vandaag evenwel geen keuze. Als kinderopvang te duur is, heeft een gezin geen keuze. Als de Vlaamse overheid bespaart op het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs en die bus gewoon afschaft, dan heeft een gezin geen keuze, dan moet er iemand thuisblijven om voor de kinderen te zorgen.
U flexibiliseert de arbeidsmarkt. U bespaart op alle mogelijke openbare diensten, Vlaams en federaal, het kan niet op. En dan het lef hebben om te zeggen dat de schuld bij de mensen ligt (…)
Eva Demesmaeker:
Dank u wel voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik heb inderdaad wel wat variaties gehoord en dat mag ook, denk ik. We komen er samen wel uit. Misschien is er ook wel een verschil in visie. Ik hoor sommige collega's ervoor pleiten dat de maatschappij het gat vult. Die visie deel ik helemaal niet. En als het de bedoeling is om in een huwelijk in te breken in goed gemaakte afspraken, dan deel ik die visie ook niet. Wat wel absoluut belangrijk is, is dat wanneer binnen een gezin bepaalde keuzes zijn gemaakt en het daarna fout loopt, de partner absoluut beschermd wordt. Die bescherming moet de norm worden, zowel voor wettelijk samenwonenden als voor gehuwden. Daar zijn we het volgens mij over eens. Het zullen nog boeiende commissievergaderingen worden. Ik kijk ernaar uit om er samen werk van te maken.
-
Vraag: Het akkoord van de Groep van Tien over een volwaardig alternatief voor de centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De weigering om het alternatief voor de centenindex van de Groep van Tien in overweging te nemen
Vraag: De centenindex en het sociaal overleg
Vraag: De centenindex
Het akkoord van de Groep van Tien over een volwaardig alternatief voor de centenindex
De centenindex
De weigering om het alternatief voor de centenindex van de Groep van Tien in overweging te nemen
De centenindex en het sociaal overleg
De centenindex
Het akkoord, de centenindex en het sociaal overleg binnen de Groep van Tien summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne (Open Vld) en andere oppositieleden bekritiseren de centenindex als een "belastingverhoging" voor werknemers, gepensioneerden en ondernemers, die volgens hen door Frank Vandenbroucke (Vooruit) wordt opgelegd en economisch schadelijk is, terwijl de sociale partners een beter alternatief voorstellen. Premier De Wever (N-VA) houdt vast aan het omstreden plan, ondanks kritiek uit eigen coalitie (cd&v, MR, Les Engagés) en experten, met als argumenten budgettaire risico’s, juridische bezwaren en koopkrachtbescherming voor lage inkomens, maar zijn standpunt wankelt door gebrek aan steun. Cd&v (Farih) belooft het alternatief van de sociale partners alsnog te verdedigen tijdens begrotingsonderhandelingen, maar wordt door oppositie beschuldigd van hypocrisie omdat ze de centenindex waarschijnlijk toch zullen goedkeuren. De discussie toont een diepe kloof tussen de regering en zowel vakbonden als werkgevers, met als kernvraag waarom het sociaal overleg genegeerd wordt ten gunste van een maatregel die zelfs binnen de meerderheid weinig draagvlak heeft.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik heb u al veel vragen gesteld over de centenindex, maar één vraag werd nog niet beantwoord. Waarom laat u zich gijzelen door de socialisten? Waarom laat u de wet dicteren door Frank Vandenbroucke? Ik heb erover nagedacht en ik denk dat het antwoord duidelijk is. De centenindex is gewoon een gigantische belastingverhoging op kap van de werknemers en de ondernemers. Het is vintage socialisten.
Het is belastingverhoging voor de werknemers, omdat iedereen die een loon heeft dat hoger is dan het gemiddelde, meer belastingen betaalt, een inflatietaks. Het is ook een belastingverhoging voor gepensioneerden, want mensen met een pensioen van meer dan 1.700 euro netto krijgen boven dat bedrag geen index meer. Het is ook een belastingverhoging voor ondernemers, want het is een loonkostenverhoging van een half miljard euro.
Ik denk dat de socialisten intussen al een volgende social klaar hebben staan om de ondernemers nog eens te bashen. Ik heb een suggestie voor de socialisten: centenindex, minder loon voor de werknemers en meer kosten voor de werkgevers, met de groetjes van Vooruit.
Mijnheer de eerste minister, hoe langer het dossier aansleept, hoe absurder het wordt. Vanochtend las ik in de krant dat de overheid als werkgever niet klaar is om het systeem in te voeren en om uitstel vraagt, terwijl dezelfde overheid het vanavond zal invoeren. Ik ben veel surrealisme gewoon, maar dat is niet één, maar meerdere bruggen te ver. Ik begrijp dat niet.
Mijnheer de eerste minister, vorige week antwoordde u dat er drie bezwaren zijn tegen het indexvoorstel dat werd voorgesteld door de sociale partners van werkgevers en werknemers. De sociale partners hebben begin deze week die bezwaren vakkundig, een voor een, weerlegd. Ze hebben zelfs aangetoond dat hun voorstel de Schatkist gemiddeld 100 miljoen euro extra oplevert.
Mijnheer de eerste minister, dat Frank Vandenbroucke graag de belastingen verhoogt, weten we, maar u bent niet verplicht die man te volgen. Waarom houdt u die man niet tegen?
Kurt Moons:
Mijnheer de eerste minister, vorige week verdedigde u hier de centenindex met drie argumenten. Volgens u voldeed het alternatief van de groep van Tien immers niet aan de doelstellingen van de regering. Ten eerste, de koopkracht van de meest kwetsbaren zou onvoldoende worden beschermd. Ten tweede, de competitiviteit van onze ondernemingen zou niet verbeteren. Ten derde, het budgettaire doel zou niet worden gehaald.
Intussen hebben diverse experten die argumenten compleet onderuitgehaald. Een correctere verwerking van de energiekosten in de index is niet sociaal onrechtvaardig. Integendeel, op langere termijn komt dat iedereen ten goede. Een stabielere indexering zonder pieken geeft werkgevers meer voorspelbaarheid over de loonkosten en vermijdt bovendien bijkomende belastingen op niet-uitbetaald loon.
Eergisteren stelde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bovendien dat het alternatief jaarlijks 100 tot 133 miljoen euro meer kan opleveren voor de schatkist. Ook de juridische bezwaren werden door grondwetspecialisten van tafel geveegd. Tegelijkertijd wordt een enorme administratieve rompslomp vermeden.
Mijnheer de premier, het is dus duidelijk dat geen van uw oorspronkelijke argumenten nog standhoudt. Ook in uw regering staan de neuzen niet langer in dezelfde richting. Sommigen lijken zelfs de neus op te trekken voor een volgende stinkende kameel, om in uw eigen terminologie te blijven. Waarom houdt u dan vast aan een systeem waarvan ondertussen zowat iedereen stelt dat het slechter is? De programmawet ligt vandaag voor, maar fouten toegeven is nooit te laat.
Mijn vraag is dus eenvoudig. Behoudt u de centenindex, ondanks dat uw argumenten zijn weerlegd of schrapt u de centenindex en vervangt u hem door het voorstel van de groep van Tien? Krijgen wij misschien opnieuw compromiswerk à la belge , met name een knip- en plakoperatie waaruit niemand nog wijs geraakt?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, notre pays s'est toujours distingué par une démocratie sociale assez active et stable, fondée sur un dialogue permanent entre patrons, syndicats, bref entre partenaires sociaux. On peut la critiquer lorsqu'un blocage se manifeste. Au demeurant, en de tels cas, le gouvernement intervient. Or, en l'occurrence, c'est en ce moment le contraire: lorsque les partenaires sociaux aboutissent à un accord de réforme qui, de plus, est équilibré, c'est le gouvernement qui bloque. C'est quand même paradoxal! D'un côté, nous avons des employeurs et des syndicats qui semblent constituer une force de réforme dans ce pays. De l'autre, nous avons un gouvernement qui incarne la force de blocage.
Tout le monde le sait, votre double saut d'index ou double plafonnement d'index est un nouveau "chameau qui pue", pour reprendre votre propre expression. Sammy Mahdi a recouru, me semble-t-il, à l'expression d'un "poulet qu'il fallait noyer dans la soupe" – c'est une expression néerlandophone que je ne connaissais pas. Il est amusant de constater que ce sont surtout les partenaires de l'Arizona qui trouvent toujours les meilleures métaphores animalières pour qualifier les mesures de l'Arizona.
La contre-proposition du Groupe des 10 était pourtant raisonnable: un lissage de douze mois sur les prix de l'énergie dans le calcul de l'index, le maintien du principe de l'index automatique, une simplification administrative évidente par rapport à votre propre mécanisme, un impact budgétaire équivalent à celui de la réforme Arizona – voire meilleur que le sien.
Alors que les partenaires sociaux démontrent leur capacité à élaborer des compromis équilibrés, pourquoi l'Arizona n'y parvient-elle pas? Pourquoi ne suivez-vous pas cette réforme? Pourquoi continuer à refuser une proposition raisonnable que même les employeurs, parce que ce sera inapplicable en effet, vous supplient de suivre?
Monsieur le premier ministre, pourquoi refusez-vous à ce point de vous simplifier vous-même la vie?
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, de index staat al lang ter discussie in de regering en ook in het huis hier. Het zijn al moeilijke onderhandelingen geweest. Telkens er een indexsprong op tafel lag, hebben wij met cd&v steeds een rode lijn getrokken: er zou geen indexsprong komen. Wij hebben altijd één principe aan tafel verdedigd, met name het inkomen van de werkende middenklasse moet worden gevrijwaard en beschermd. Dat resulteerde in – eerlijk is eerlijk – een compromis.
Vandaag doet het sociaal overleg wat het al jaren geleden had moeten doen, een akkoord tot stand brengen waarin zowel werkgevers en werknemers zich kunnen vinden, een alternatief dat blijkbaar beter zou zijn voor de competitiviteit van onze werkgevers en de koopkracht van onze werknemers en dat ook voor onze begroting positiever blijkt te zijn, mijnheer de premier.
Het sociaal overleg is voor cd&v geen kiezel in onze schoen. Het sociaal overleg is de brug tussen het middenveld en de politiek. Het sociaal overleg is voor ons de brug tussen de huishoudens en ons huis hier, tussen de beslissingen die wij hier maken, en de directe impact daarvan op het leven.
Ik heb slechts een oproep voor u, mijnheer de premier. Geef het alternatief van de groep van Tien een eerlijke kans in de aanloop naar de begrotingsonderhandelingen. (Applaus van de cd&v-fractie en de oppositie)
Voorzitter:
Mijnheer Tonniau, de applauslat ligt hoog, maar u mag toch proberen.
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier, het verzet tegen de centenindex groeit met de dag. We weten al lang dat de bevolking tegen is en beetje bij beetje begint dat door te sijpelen in de politieke bubbel.
We hebben de heer Mahdi, voorzitter van cd&v, afgelopen zondag goed gehoord op VTM Nieuws . Hij noemde de centenindex een soepkieken, dat men best zo snel mogelijk in de soep zou verdrinken. Dat is straffe taal, mijnheer de premier, maar wat mij vooral choqueert, is de manier waarop u omgaat met de lonen van de mensen. U speelt met de lonen van de mensen alsof het de uwe zijn. Eerst sluit de regering een akkoord over de centenindex, zonder te overleggen met de werkgevers- en de werknemersfederaties. Vervolgens komen die sociale partners met een alternatief voorstel en u schiet dat meteen af, zonder het ook maar ernstig te bestuderen. En wat zien we nu? De MR, Les Engagés en cd&v trekken hun steun voor die centenindex in, maar Vooruit en de N-VA doen koppig voort.
Hand in hand met minister Vandenbroucke kiest u ervoor om het sociaal overleg naast u neer te leggen. Het gaat zelfs zover dat minister Vandenbroucke de vakbonden aanvalt in plaats van ze te verdedigen. Hoe zijn we hier in godsnaam in beland? Vooruit hand in hand met de N-VA tegen de vakbonden.
Mijn vraag is eenvoudig. Mijnheer de premier, waarom vraagt de regering eigenlijk advies aan de sociale partners om er daarna toch geen rekening mee te houden? Voor de PVDA is het duidelijk: blijf met uw handen af van de index, respecteer het sociaal overleg en laat dat soepkieken in godsnaam verdrinken.
Bart De Wever:
Monsieur le président, je ne pense pas que j'aurai besoin de cinq minutes pour répondre.
Je remercie tous les collègues pour les questions. J'ai déjà largement répondu, la semaine dernière, à toutes les imprécisions qui circulent autour de ce thème. En outre, monsieur Van Quickenborne, il existe également des solutions en ce qui concerne d'éventuels freins techniques liés au déploiement de l'index plafonné; il n'y a donc pas d'obstacle non plus à cet égard. Je pense que rien n'a changé depuis la semaine dernière dans la position du gouvernement. Je résume encore brièvement.
Wat het alternatief van de sociale partners betreft, is het me niet duidelijk, mijnheer Tonniau, of u dat steunt. Misschien moet u dat in uw replieken verduidelijken. We hebben dat alternatief goed bekeken. We hebben dat welwillend bekeken. We zijn blij dat het sociaal overleg functioneert. We botsen echter op drie problemen die overeind blijven.
Ten eerste blijven onafhankelijke berekeningen op basis van realistische parameters - dat zijn twee belangrijke voorwaarden - wijzen op een groot budgettair risico.
Ten tweede is er een negatief juridisch advies van zowel de FOD Sociale Zekerheid als de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dat vormt toch een groot struikelblok. In het voorstel van de sociale partners is de indexmaatregel niet meer algemeen van karakter. Dan zal men dus een onderscheid moeten maken tussen de private en de publieke sector. De vraag is dan of men dat wil doen. Voor de publieke sector is dat dan dubbelop. Stel dat men het zou willen doen. Kan dat dan wettelijk? Dat kan. Dan moet men echter alle regionale en lokale overheden, naast de federale overheid, afzonderlijk voor hun personeel vragen om die centenindex in te voeren. Ik weet niet of dat realistisch is, tenzij de collega's van Anders. mij nu bijvoorbeeld zouden bevestigen dat ze dat in de coalitie met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregeld zouden krijgen met de collega's van de PS en zich nu engageren om het alternatief van de sociale partners, als Anders. samen met de PS in Brussel, door te voeren, en tenzij de heer Magnette, die de krant leest, zich engageert om dat in alle steden en gemeenten te doen waar de PS bestuurt. Ik heb daar mijn twijfels bij. Diegenen die het voorstel van de sociale partners verdedigen, moeten consequent zijn en moeten zeggen dat ze dat alternatief zullen toepassen, juridisch correct, en zich ertoe engageren om dat overal waar zij besturen aan het personeel op te leggen. Ik denk dat dat moeilijk is.
Derde probleem, last but not least, zoals ik vorige week aanstipte, was voor de regering de sociale correctie, de sociale component, essentieel. We willen met die maatregel niet raken aan mensen die gaan werken voor een laag tot een mediaan loon. We willen met die maatregel niet raken aan de koopkracht van mensen die moeten leven met een bescheiden pensioen. Hoe men het ook draait of keert, het alternatief zou dat op korte termijn wel degelijk doen, en dat wensen wij niet.
Gezien die drie problemen moeten wij helaas vaststellen dat het voorstel van de sociale partners geen geldig alternatief is voor wat wij hebben beslist en dus blijven we bij het originele akkoord.
Ik geef een kleine historische parenthese mee, want ik heb toch nog tijd. Onze inspiratie hebben we trouwens gehaald bij wat de regeringen onder Martens in de jaren 1980 hebben gedaan. Daar zaten geen socialisten in. Dat was u, mijnheer Van Quickenborne, samen met de christendemocraten, in 1984, 1985 en 1986. Toen voerde u drie keer een indexsprong door waarvan het voordeel voor de bedrijven voor 100 % is afgeroomd door de overheid. Dat was voor 100 % taks, taks en nog eens taks. Wij laten de helft van het voordeel bij de bedrijven, die daar uiteraard globaal competitiviteitswinst aan overhouden. Dat is het verschil. Als ons voorstel vintage socialisme is, dan moet u in de repliek maar eens uitleggen wat u destijds zelf hebt gedaan, niet eens gehinderd door de aanwezigheid van socialisten in de regering. (Gelach) Ik bedoel in zijn optiek, collega’s; niet muggenziften alstublieft.
Permettez-moi enfin d'ajouter qu'à la suite de la précédente crise énergétique, Eurostat a recommandé, en 2024 déjà, à tous les États membres d'adapter la méthodologie relative l'intégration des prix de l'énergie dans l'indice harmonisé des prix à la consommation. La Commission de l'indice de Statbel se penche d'ailleurs sur cette question depuis un certain temps déjà. Ce dernier élément est peut-être important à relever.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, bij de indexsprong van de jaren ’80 was er geen centenindex. Daar was geen centenindex. Absoluut niet. Die vergelijking slaat nergens op.
Mijnheer de eerste minister, u zei dat er geen nieuwe feiten zijn. Er zijn wel nieuwe feiten. Ten eerste, de sociale partners hebben een voorstel op tafel gelegd dat budgettair beter is dan uw voorstel. Ten tweede, uw eigen coalitiepartner, cd&v, heeft gezegd dat ze daar niet meer aan mee doen.
Mevrouw Farih, wat ik moedig vind van u is dat u intervenieert. Maar ik begrijp niet goed wat u zegt. U zegt dat het een soepkip is. Dat is juist. Inderdaad, het is een soepkip. Goed beschreven. Uw voorzitter, die u goed kent, heeft het goed geformuleerd. Maar u zult die soepkip hier straks wel opdienen. U zult voor stemmen. Die soepkip wordt opgediend.
Er is ook uw dreigementje om daar bij de begroting op terug te komen. Hoe absurd is dat? Eerst gaat u die centenindex invoeren. Die kost miljoenen aan de ondernemers. Kafka tot en met. En dan, over twee maanden gaat u zeggen dat het maar om te lachen was. Allez, neem uzelf toch een beetje ernstig. Mevrouw Farih, cd&v, recht uw rug en toon dat het u menens is.
Kurt Moons:
Mijnheer de eerste minister, dank u voor uw antwoorden, maar het is duidelijk dat er nergens nog enig draagvlak bestaat voor uw dubbele indexsprong. Blijkbaar ook niet binnen uw eigen regering. De heer en mevrouw Mahdi vallen u openlijk af. Les Engagés en de MR zwijgen, maar hun enthousiasme is ver te zoeken. Enkel minister Vandenbroucke, uw enige overblijvende compagnon de route, blijft herkenbaar koppig volhouden. Uiteindelijk staat u daar alleen met de socialisten. Het kan verkeren.
Maar wat wrang blijft, is dat deze maatregel opnieuw onevenredig hard de Vlaming treft, de werkende Vlaming, de ondernemende Vlaming en de gepensioneerde Vlaming. Dat weet u. Ik raad u dan ook aan toch voor één keer uw vermeende politieke behendigheid te gebruiken, maar dan eindelijk eens voor de Vlaming. Want het ironische is dat zonder Vooruit meer dan 90 % van de Belgen gewonnen is voor het alternatief.
Kortom, mijnheer de eerste minister, profiteer ervan dat heel België het voor één keer eens is met de maatregel die de Vlaming beter beschermt.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour votre réponse.
C'est intéressant: à la fin de votre intervention, vous avez comparé votre mesure aux trois sauts d’index des gouvernements Martens. C’est intéressant parce, jusqu’il y a cinq minutes, toute la communication de l’Arizona était de nous dire que cette mesure n'a rien à voir avec un saut d'index. Merci pour cet aveu.
Ensuite, sur le fond, je crois que c’est une occasion manquée pour la concertation sociale et aussi pour les employeurs. Pourquoi M. Timmermans et la Fédération des Entreprises de Belgique (FEB) se battent-ils contre cette mesure? Parce que, nous expliquent-ils, la cotisation de modération salariale va coûter plus d’un milliard aux entreprises. C’est donc aussi une mauvaise nouvelle pour la compétitivité. Et donc, à tous niveaux, ceci est une occasion manquée!
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
Obstakels in de politiek zijn er om te overwinnen. Dat is onze opdracht, zeker wanneer wij merken dat wij op die manier de middenklasse kunnen beschermen. Dat is trouwens een hoofdlijn die cd&v altijd opnieuw op tafel zal leggen.
Dat ik hier sta, is trouwens omdat ik mijn rug recht. Wij zullen straks inderdaad tot de stemming overgaan. Wij hebben echter wel duidelijk aangegeven dat wij het dossier opnieuw op tafel zullen leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. Wij zullen het opnieuw op tafel leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. (Tumult) Collega’s, mag ik nog een boodschap meegeven?
Voorzitter:
Collega's, mevrouw Farih heeft het woord. Mag mevrouw Farih haar betoog afronden?
Nawal Farih:
Graag kreeg ik nog twintig seconden spreektijd want ik zie de heer Vandenbroucke naar mij grimassen.
Mijnheer Vandenbroucke, ik meende en hoopte dat u ook in het sociaal overleg zou geloven. Helaas zijn wij vandaag de enige partij in de regering die daar wel voor vecht. Daarom zit cd&v in de huidige regering.
Robin Tonniau:
Mijnheer De Wever, u hebt geantwoord dat er niets is veranderd in de regering. Ik weet niet of u net hebt opgelet maar de laatste twee minuten is er heel veel gebeurd. U hebt geen steun voor de centenindex die op tafel ligt. U hebt geen steun van de MR, geen steun van Les Engagés en geen steun van cd&v. Mevrouw Farih, het is wel superhypocriet om in de media te verkondigen dat uw partij tegen de centenindex is, maar de maatregel straks wel mee goedkeuren. U moet juist niets in de regering. Er staat niets in het regeerakkoord over de centenindex. U hoeft niets te veranderen aan de automatische loonindexering die vandaag bestaat. Er is niets wat u verplicht om straks hier in de Kamer daarover te stemmen. Dus ga straks gerust een soepkieken eten hier in de buurt. Cd&v hoeft hier niet te zijn. Duw niet op het stemknopje en er verandert juist niets voor de bevolking.
-
Vraag: Het jobverlies in onze maakindustrie
Vraag: De 1 meivieringen en de aanvallen van de arizonacoalitie op de werknemers
Vraag: De taskforce voor Volvo Car Gent
Vraag: De toekomst van de maakindustrie en de taskforce voor Volvo Car Gent
Vraag: De Belgische maakindustrie
Vraag: De modernisering van de arbeid, met de uitbuiting van de werknemers
Vraag: De 1 meivieringen en het jobverlies in de maakindustrie
economie en werkHet jobverlies in onze maakindustrie
De 1 meivieringen en de aanvallen van de arizonacoalitie op de werknemers
De taskforce voor Volvo Car Gent
De toekomst van de maakindustrie en de taskforce voor Volvo Car Gent
De Belgische maakindustrie
De modernisering van de arbeid, met de uitbuiting van de werknemers
De 1 meivieringen en het jobverlies in de maakindustrie
De toekomst van de Belgische maakindustrie, arbeidsmodernisering en werknemersrechten summaryExplanationBeantwoord door
N-VA Bart De Wever (Eerste minister)
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 30 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de toekomst van de Belgische industrie en arbeidsmarkt, met Volvo Gent en Nike Laakdal als pijnpunten waar duizenden jobs op de helling staan. Critici (o.a. PS, Vooruit, PVDA) bekritiseren de regering-De Wever voor verzwakte arbeidsrechten (uitbreiding nachtwerk, flexibele contracten, lagere werkloosheidsuitkeringen) en verlies aan koopkracht, terwijl ze bedrijven bevoordelen met belastingverlagingen en subsidies—zonder garantie op jobbehoud. De regering (N-VA, MR) verdedigt haar competitiviteitsplan (loonkostenverlaging, energiekortingen, taskforces voor Volvo/Nike) als noodzakelijk om industrie te behouden, maar ontkent dat sociale afbouw de oplossing is; De Wever benadrukt discrete bedrijfsdialogen en langetermijninvesteringen (bv. e-mobiliteit), terwijl Clarinval wijst op 1 miljard euro loonkostenverlaging en hervormingen zoals flexi-jobs. Kernconflict: Welvaartcreatie vs. sociale bescherming—moet België concurreren via lagere lasten (regering) of sociale normen versterken (oppositie) om jobs en koopkracht te redden?
Lieve Truyman:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, sinds jaren vormt de industrie in ons land een fundament voor onze welvaart en werkgelegenheid. Geopolitiek zitten wij echter in woelig water. Dat vertaalt zich jammer genoeg in een onstabiele economie, die steeds grotere uitdagingen met zich brengt, met name veel te dure energie, torenhoge loonlasten en een gigantische regeldruk. Investeringen blijven uit en ons concurrentievermogen daalt. Ons fundament dreigt te barsten. Dat horen wij in het hele economische landschap, van de auto-industrie tot de chemie- en farmasector.
De industrie ligt u na aan het hart, maar de erfenis is niet min. De arizonaregering pakt het anders aan. Mijnheer de premier, in februari 2026 bracht u in Antwerpen en in Alden Biesen de Europese leiders samen om de competitiviteit van onze industrie te bespreken. U gaat geen moeilijke uitdagingen uit de weg. U gaat in gesprek met Engie om het nucleaire park opnieuw over te nemen. Er is ook een taskforce opgericht rond Volvo Cars Gent om de toekomst van de site en de jobs van meer dan 6.000 werknemers te verzekeren. U en uw regering kijken dus niet de kat uit de boom.
De arizonaregering gaat proactief te werk en biedt opnieuw opportuniteiten. Wij zijn het erover eens dat onze productiviteit omhoog moet. Alleen op die manier kunnen wij werkzekerheid bieden en jobs behouden. Daarop moet de focus liggen op de Dag van de Arbeid.
Ik heb slechts één vraag. Welvaart is de ruggengraat van onze samenleving. Hoe krijgen wij onze welvaartcreatie opnieuw op kruissnelheid?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre à la veille du 1 er mai, que le MR s'apprête à fêter à Blegny-Mine, je vous ai préparé un petit briefing. Il sera peut-être utile aussi pour M. le premier ministre, qui y fera peut-être une apparition surprise.
Le charbonnage a été ouvert en 1779. On y travaillait 12 heures par jour, même la nuit, sauf le dimanche et les jours fériés. Évidemment, ces jours n'étaient pas rémunérés, ni les jours de non-travail ni les jours de maladie. Les enfants descendaient à la base dans la mine dès huit ans. Puis l'âge minimum a été progressivement relevé à 10 ans, puis à 12 ans, puis à 15 ans, puis à 18 ans seulement en 1983. C'est récent.
Le travail de nuit dans la mine a été interdit pour les jeunes dès 1889, puis dans tous les secteurs dans les années 70.
Les travailleurs se sont organisés, ils se sont battus pour défendre leurs droits, pour avoir le droit de grève, pour la journée de huit heures, pour des congés payés, pour des primes de nuit; bref, pour pouvoir protéger leurs droits et dégager du temps pour eux. Dans ce Parlement, des générations de ministres, de parlementaires, se sont succédé pour faire ce travail de synthèse entre les besoins et les intérêts de différents groupes présents dans la société, et trouver un équilibre.
Mais aujourd'hui, force est de constater qu'il n'y a qu'un certain patronat qui obtienne voix au chapitre dans votre travail. Le travail de nuit est réintroduit dans tous les secteurs, le travail du dimanche revient, l'assurance chômage est également réduite, l'augmentation du temps de travail est généralisé, et on assiste à la multiplication de différentes formes de travail précaires.
À la veille du 1 er mai, alors qu'une manifestation nationale d'ampleur se prépare, que les mouvements sociaux se déclenchent chez Aldi, chez bpost, chez les pilotes d'avions, dans les écoles, réalisez-vous que les travailleurs et les travailleuses n'ont pas voté pour ce programme? (…)
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, Joran woont net zoals ik in Aalst en werkt bij Volvo. De voorbije week stond hij om vier uur ’s ochtends op, klaar voor de werkdag, net zoals zijn collega’s. Op de radio hoorde hij zijn baas vertellen dat er een probleem is met Volvo Gent. Alle alarmbellen gingen af. Volvo is immers meer dan een autofabriek. Het is de levenslijn voor Joran, voor zijn 6.500 collega’s en voor de duizenden gezinnen bij de toeleveranciers, die afhankelijk zijn van wat daar van de band rolt. Als die band stopt met draaien, weten we wat er gebeurt. We hebben dat gezien bij Renault Vilvoorde, Opel Antwerpen, Ford Genk en Audi Brussel. Dat zijn sociale drama’s, levenslange littekens.
Vandaag gaat het om meer dan een bedrijfsbeslissing. Onze industrie staat onder druk door een internationale handelsoorlog, importtarieven, de oorlog in Iran en stijgende energieprijzen. Dat sijpelt door naar de werkvloer in Gent. Onze werknemers dreigen opnieuw de prijs te betalen voor de waanzin van Trump. Volvo Gent is net wat België nodig heeft: vakmanschap, kennis en innovatie. We moeten er alles aan doen om de laatste autofabriek in België te behouden.
Hoe zult u ervoor zorgen dat vandaag niet het einde van een tijdperk wordt, maar het begin van een sterk en innovatief industriebeleid, zodat de industrie in België blijft, met goede jobs?
Robin Tonniau:
Mijnheer De Wever, morgen zal ik 1 mei vieren in Gent, aan de Zuid en onder de schaapstal. Ik zal daar naar strijdbare speeches luisteren en de Internationale zingen met kameraden, maar ik zal daar ook een pintje drinken met mijn oud-collega’s van Volvo en met syndicalisten van Volvo en de toeleveringsbedrijven.
Ik heb daar zelf zeven jaar gewerkt, bodies gekapt, vloeren gelast, kofferrubbers gemonteerd en pedalen gestoken, allemaal werk dat ik met mijn twee handen heb uitgevoerd. Ik heb vroege en late shifts en de vaste nacht gedaan. Vorig jaar hebben ze bij Volvo Cars Gent alleen al 212.000 auto’s gebouwd. Kunt u zich dat voorstellen? Die werknemers bekopen dat met hun gezondheid. Dat is hard werk, zowel fysiek als mentaal, en die arbeiders verdienen niet te veel. Ze hebben al loon ingeleverd, ze werken al langer en hun pauzes zijn al ingekort.
Mijnheer De Wever, u moet eens opzoeken hoeveel winst Volvo Cars Gent de jongste jaren heeft geboekt dankzij het werk van die arbeiders en hoe weinig van die winst terugvloeit naar de arbeiders zelf. Wat heeft Volvo immers gedaan? Het heeft al die winsten vanuit Gent gebruikt om een nieuwe fabriek te bouwen in Slovakije. Nu die fabriek in Slovakije bijna klaar is, zegt Volvo dat het met een groot probleem van overproductie zit.
Mijnheer De Wever, iedereen had dat hier zien aankomen. Die winsten uit Gent hadden in Gent geïnvesteerd moeten worden, in nieuwe technologie, zoals die megacasting.
Mijnheer de premier, wat is uw visie op onze maakindustrie? Hoe zult u de tewerkstelling bij Volvo Cars Gent veiligstellen?
Tine Gielis:
Heren ministers, gisteren ging een schokgolf door Laakdal en de Kempen toen Nike aankondigde dat 325 jobs op de helling staan, boven op de 411 jobs waarvan eerder al werd aangegeven dat ze bedreigd zijn. Nike is met een tewerkstelling van bijna 5.000 mensen een enorm belangrijke werkgever in onze streek. Die aankondiging betekent helaas dat er vanmorgen in honderden gezinnen stiltes zijn gevallen aan de ontbijttafel en dat vele honderden werknemers een slapeloze nacht achter de rug hebben en zich bijzonder onzeker voelen over wat de toekomst voor hen zal betekenen.
Als burgemeester van Laakdal raakt die situatie me persoonlijk erg en heb ik tal van bezorgde berichten ontvangen. Ik ben zelf in gesprek met de directie en hoor zowel van hen als van de vakbonden dat ze alle kansen willen geven aan het sociaal overleg. Het is bijzonder belangrijk dat ieders stem wordt gehoord en dat er samen wordt nagedacht over de toekomst van dat mooie bedrijf. Ik hoop dan ook dat er snel duidelijkheid komt voor alle betrokkenen.
Dat nieuws komt echter in een periode van grote economische onzekerheid in verschillende sectoren. De voorbije weken hebben we het al gehad over de chemiesector en ook de toekomst van Volvo Gent staat vandaag hoog op de politieke agenda.
Heren ministers, voor cd&v is het duidelijk: we mogen de maakindustrie en de logistieke sector in dit land niet loslaten. We moeten blijven inzetten op maximaal jobbehoud. Mijn vraag aan u beiden is dan ook of u bereid bent om dat dossier van zeer nabij op te volgen. Dank u wel.
Sophie Thémont:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, demain, ce sera le 1 er mai. Les travailleurs vont littéralement crouler sous le poids des cadeaux gouvernementaux. Nous ne savons, du reste, par où commencer parce que nous n'avons que l'embarras du choix.
Vous promettez un double saut d'index, alors que les prix explosent et qu'on annonce une inflation de 4 %. Cadeau! Vous généralisez le travail de nuit et vous supprimez les primes entre 20 et 23 h pour tous les secteurs de la distribution, entraînant des pertes jusqu'à 500 euros par mois. Cadeau! Vous réintroduisez la période d'essai et vous limitez le préavis afin qu'on puisse licencier encore plus facilement. Encore un cadeau! Vous réduisez la durée minimum du contrat de travail, trois heures par semaine, de sorte que les travailleurs n'auront plus qu'à cumuler les petits contrats et s'épuiser sans aucune sécurité de revenu. Cadeau! Vous encouragez les heures supplémentaires sans sursalaire ni cotisations sociales. Cadeau! Vous autorisez l'ouverture des commerces sept jours sur sept, si bien que les travailleurs n'auront plus de vie. Encore une cadeau! Vous instaurez un malus pension et vous durcissez les conditions de carrière: travailler plus longtemps pour gagner moins. Cadeau! Vous ne prenez plus en compte la pénibilité des métiers pour la pension. Et je rappelle quand même que nous serons encore le seul pays d'Europe dans ce cas. Donc, se tuer au travail et travailler plus longtemps, c'est encore un cadeau!
Messieurs les ministres, c'est donc cela, votre modernisation du travail, vos récompenses accordées aux travailleurs. Ma question est très simple: qu'allez-vous encore leur offrir dans les prochains mois?
Kurt Moons:
Heren ministers, morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid, een dag die het Vlaams Belang vanuit de traditie van ons volksnationalisme al jaar en dag viert, met aandacht voor de koopkracht, de waardigheid en de zelfontplooiing van de werkende Vlaming. We zien echter telkens opnieuw hetzelfde. Degenen die zich het luidst opwerpen als verdedigers van de werkende mens, vergeten diezelfde werkende mens zodra ze aan de beleidsknoppen zitten.
Ook de regering-De Wever heeft voor de werkende mens vooral één boodschap: u mag werken, u mag betalen en u mag vooral niet te veel terugverwachten. Met de programmawet haalt u via de centenindex en een reeks nieuwe belastingen opnieuw geld uit de zakken van de vijf miljoen werkenden in dit land, die vorige week trouwens al werden afgescheept met een bijzonder beperkte energiesteun. Tegelijk kreunen onze bedrijven onder torenhoge loon- en energiekosten. Volvo Gent, waar 6.500 jobs op de helling staan, is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Intussen zitten we met de grootste faillissementsgolf in jaren.
Ik vraag mij af wat een Volvo taskforce vol ministers baat, als u aan de basis niets anders doet dan extra belastingen verzinnen. Wat baat het om nachtarbeid extra te belasten, terwijl net die bedrijven nachtarbeid nodig hebben om competitief te blijven? Wat baat het om de indexering van werknemers via de centenindex af te romen en naar extra sociale bijdragen door te sluizen?
Mijnheer de minister, een welvarende bevolking bestaat slechts dankzij sterke, productieve bedrijven die jobs creëren, investeren en hun personeel degelijk kunnen vergoeden. Ik heb hierover twee vragen. Wanneer maakt u eindelijk werk van een ernstig, regionaal aangepast arbeidsmarktbeleid dat de koopkracht van de burger echt kan beschermen? Wanneer gaat u eindelijk snoeien in de overheidsuitgaven, in plaats van telkens opnieuw te graaien in de portefeuille van de hardwerkende burger?
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour vos questions. Le ministre de l’Économie et de l’Emploi, mon ami David, y répondra dans un instant de manière plus détaillée et approfondie.
Je me limiterai aux questions concernant la task force et aux considérations générales. Je peux confirmer qu’au début de cette année, une task force a été créée sous ma direction afin d’engager un dialogue stratégique et structurel avec Volvo Cars.
Avec son usine de Gand, Volvo est l’un des plus grands employeurs industriels de notre pays et également le dernier constructeur automobile. La création de cette task force n’a pas été motivée par un danger immédiat, mais vise plutôt à anticiper des préoccupations plus larges concernant l’avenir de l’industrie en Europe, en particulier l’industrie automobile.
Gelet op de bekende uitdagingen van onze industrie leek het me verstandig om met zo’n cruciale speler een open dialoog permanent gaande te houden met het oog op de lange termijn, eerder dan pas te beginnen spreken als het te laat is, zoals dat in het verleden vaak gebeurd is. We voeren ook gesprekken over maatregelen op de korte termijn, voor alle duidelijkheid. Die stellen ons in staat de problemen op de lange termijn beter in te schatten en de problemen op korte termijn goed op de radar te krijgen.
We willen vooral ook – het is eigenlijk een positief verhaal – het economische klimaat op de best mogelijke manier faciliteren, toekomstige investeringen aanmoedigen en werk maken van een breder ecosysteem voor de elektrischewagensector. Daar hebben we wel wat troeven voor. We hebben een strategische ligging. We hebben een ontsluiting via de haven van Gent. Er is onze logistieke kennis ter zake en de kunde van onze arbeidskrachten. Dit zijn daartoe gigantische hefbomen.
We moeten echter toegeven dat we ook zwakheden hebben. Het zou interessant zijn om daar heel diep op in te gaan, specifiek voor de betrokken fabriek en de betrokken sector, maar dat kan nu niet. Zo’n dialoog voert men in vertrouwen en dat vertrouwen is gebaseerd op discretie.
Ik ontvang heel veel bedrijven. Voor mij had dit niet in de openbaarheid moeten komen. Er lopen heel veel permanente dialogen met bedrijven in de Wetstraat nr. 16. Men kan er dus op rekenen dat de discretie in nr. 16 altijd gegarandeerd is en gerespecteerd wordt. Dit is nu naar buiten gekomen, maar ik zou hier niet graag verantwoording afleggen over alle bedrijven en alle dialogen die we voeren. Ik begrijp de vragen, maar u moet ook mijn positie begrijpen.
Wat de opmerking over Nike in Laakdal betreft, de onderhandelingen tussen de vakbonden en de directie zijn lopende. Dat hebt u aangehaald. Het is logisch dat we afwachten of ze resultaat opleveren, maar weet wel dat mijn deur openstaat. Ik heb de directie van Nike al ontvangen, enkele maanden geleden. Ik voelde eerlijk gezegd de bui toen al een beetje hangen. Ik heb toen ook gezegd dat mijn deur voor hen openstaat, om problemen te helpen opvolgen. Die deur blijft openstaan, voor alle duidelijkheid.
Ik wil afsluiten met een antwoord op de algemene beschouwingen, of op het betoog dat sommigen hier hebben gevoerd. Het lijstje horrormaatregelen waarmee de regering volgens de PS bezig is, klopt niet. Ik meen dat we in feite, los van de leugenachtige dingen die verteld zijn, bezig zijn aan een lijst hervormingen die werken meer logisch en lonend maken. Dan is het aan de andere kant natuurlijk ook belangrijk om ervoor te willen zorgen dat er voldoende werkgelegenheid is die welwillende mensen in staat stelt een goede job te vinden. In die zin vind ik de verwijten uit de extreemlinkse hoek toch wel enigszins ironisch, zeker als 1 mei daarbij wordt betrokken, met allerlei slogans die oproepen tot massale stakingen.
Sommigen menen blijkbaar nog altijd dat dit land aantrekkelijk wordt voor industriële en andere werkgevers als wij ons tot de stakingskampioen van Europa blijven kronen, wat wij zijn. De economische realiteit is volgens mij anders.
Dans l’intérêt des travailleurs, ce gouvernement s’efforce de mener une politique qui maintient le moteur de l’emploi en marche, tout en incitant chacun à continuer à le faire tourner. Cet équilibre n’est pas toujours évident, mais avec cette large coalition, je suis convaincu qu’avec de la bonne volonté, nous pouvons continuer à trouver le juste équilibre.
David Clarinval:
Chers collègues, la situation de Volvo Car Gent – et plus généralement celle de toute l’industrie européenne – est au cœur de l’action du gouvernement. Elle nous interpelle également car elle touche à l’emploi, à notre tissu économique et à notre capacité à produire en Europe.
La task force mise en place autour de Volvo Car Gent illustre l’engagement du gouvernement à préserver l’avenir du secteur automobile en recherchant, avec les acteurs concernés, des solutions pour renforcer sa compétitivité dans un contexte international exigeant. Cette démarche s’inscrit dans une stratégie plus large visant à soutenir durablement l’industrie en agissant à la fois sur les coûts, l’innovation, la formation et l’adaptation du marché du travail.
Face à ces défis, le gouvernement agit avec détermination. Plusieurs mesures importantes ont déjà été engagées. Nous avons décidé de réduire d’un milliard d’euros les coûts salariaux afin de redonner de l’oxygène à nos entreprises et de renforcer leur capacité à investir et à créer de l’emploi.
Wij hebben ook een energienorm ingevoerd die is aangepast aan elektro-intensieve industrieën om een competitief kader te garanderen ten aanzien van onze Europese buren. Gelijklopend wordt de arbeidsmarkt hervormd om die flexibeler, aantrekkelijker en beter aangepast te maken aan de huidige economische realiteit, iets waarover wij gisteren nog hebben gedebatteerd.
Madame Thémont, à la longue liste que vous avez citée, vous pouvez ajouter le fait que nous avons décidé, ce matin, de transmettre au Parlement la réforme ambitieuse des flexi-jobs. Elle pourra ainsi être votée rapidement car elle est attendue.
Met het competitiviteitsplan 2025-2030 geven we de industriële heropleving duidelijk een centrale plaats in onze economische strategie. Het werk moet doorgaan. De uitdagingen zijn talrijk en vergen standvastigheid, dialoog en ambitie.
Al die werven moeten samen één doelstelling verwezenlijken: de competitiviteit van onze industrie duurzaam herstellen en onze arbeidsmarkt verbeteren. In aanloop naar 1 mei, het Feest van de Arbeid, is het essentieel eraan te herinneren dat het beleid van de regering erop gericht is de werkgelegenheid te beschermen en te versterken, onze werknemers te ondersteunen en een solide industriële toekomst voor ons land te garanderen. In die geest zullen we blijven handelen, met verantwoordelijkheid en vastberadenheid.
Lieve Truyman:
De houding en de daadkrachtige acties van de arizonaregering tonen aan dat u de urgentie voelt. ( Rumoer op de banken van de Vlaams Belangfractie ) Collega’s van het Vlaams Belang, de werknemers van Volvo lachen niet met uw houding.
Onze troeven zijn bekend. We hebben in ons land de kennis en de innovatiekracht. Met onze havens beschikken we ook over een geografisch toegankelijke ligging, een belangrijke poort naar Europa en de wereld. Voor duizenden gezinnen en werknemers is de bezorgdheid over werkzekerheid en over een toekomstperspectief niet theoretisch, maar concreet. Ik heb er alle vertrouwen in. Blijf die belangen met overtuiging verdedigen, voor onze jobs en voor onze welvaart.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Premièrement, aujourd’hui, c'est un leurre de continuer à prétendre que le travail coûte trop cher, car, d’une part nous avons résorbé notre handicap salarial et, d’autre part, la fiscalité élevée est compensée par des milliards de subsides versés aux plus grandes entreprises.
Deuxièmement, dans un marché néolibéral globalisé tel qu’il fonctionne aujourd’hui, nous ne pouvons pas gagner au jeu de l’affaiblissement des normes sociales et des conditions de travail. Nous devons au contraire assumer notre responsabilité de pays occidental en relevant les standards. Nous devons faire en sorte que nous ne nous retrouvions plus – comme c’est le cas aujourd’hui – avec des enfants de neuf ans travaillant dans des ateliers qui fabriquent des jeans pour Shein, pour 80 centimes par jour. Là, nous disposons de leviers pour agir. Nous ne gagnerons pas, nous ne créerons pas d’emplois en jouant ce jeu du nivellement par le bas. Ce n’est souhaitable pour personne, ni ici, ni ailleurs.
Anja Vanrobaeys:
Heren ministers, bedankt voor uw antwoord. De kwestie gaat inderdaad ruimer dan Volvo Car Gent. Eigenlijk luidt de fundamentele vraag of we in België nog zelf dingen zullen maken dan wel enkel nog zullen invoeren, en worden we afhankelijk van wereldleiders die elke dag van koers veranderen. Het Vlaams Belang toetert hier wel veel, maar is wel al jaren bevriend met Trump, die onze welvaart bedreigt. Waarover gaat het hier in de eerste plaats? Het gaat over zovele mannen en vrouwen die in vroege en late ploegendienst werken en onze band laten draaien. Zij zijn de motor van onze economie.
Morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid. Voor Vooruit is het duidelijk. Een sterk industriebeleid is een sociaal beleid. Investeren in onze fabrieken beschermt onze gezinnen, onze koopkracht en onze toekomst. Daarvoor neemt Vooruit zijn verantwoordelijkheid. Daarvoor zal Vooruit altijd strijden, niet alleen morgen op 1 mei, maar elke dag opnieuw.
Robin Tonniau:
Vooreerst herinner ik de heer Moens van het Vlaams Belang eraan dat 1 mei geen feestdag is van de Vlaamse nationalisten. Het is een feestdag van de arbeiders. Op 1 mei zingen we de Internationale. Op 1 mei zingen we antifascistische liederen. Het is onze feestdag. Het is de feestdag van de socialisten, een strijddag. Het is een strijddag voor tijd, voor loon en voor goede werkomstandigheden, voor alle arbeiders wereldwijd.
Mijnheer De Wever, wat Volvo Car Gent betreft, als we willen dat elektrificatie werkt, als we willen dat er een afzet is voor die wagens in ons land, moeten we dat plannen. Waar is het plan? Waar zijn de laadpalen? Waar is de infrastructuur? Bovendien zijn de wagens die verkocht worden, veel te duur. We moeten dat eigenlijk (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, ik onthoud dus vooral dat uw deur openstaat, ook voor Nike. Dat stemt mij alleszins tevreden, want het is en blijft onze rol en opdracht als overheid en beleidsmakers om de juiste omstandigheden te creëren waarin bedrijven, in welke sector dan ook, kunnen groeien en bloeien. Daar worden we inderdaad allemaal beter van.
Het thema van dit debat is weerom een eyeopener. We moeten elkaar hierin kennen en net daarom is sociaal overleg zo belangrijk. Overheid, werkgevers en werknemers hebben een gedeeld belang. We moeten zorgen voor bloeiende bedrijven die kwalitatieve jobs in onze regio opleveren. Laten we daar samen voor blijven gaan.
Sophie Thémont:
Je trouve, monsieur Clarinval, votre humour déplacé. Vous m'avez en effet rappelé que j'avais oublié la flexibilité dans ma liste. Vous connaissez le nombre de faillites, qui atteint un record actuellement: 3 048 entreprises ont déposé le bilan au premier trimestre 2026, et 34 238 emplois ont été perdus en 2025!
Toutes vos réformes de modernisation du travail, comme vous dites, c'est un chèque en blanc pour l'exploitation sans limite des travailleurs. La démolition pure et dure des acquis sociaux. Et, en plus, vous êtes incapable de préserver l'emploi. On vient de parler de Volvo, mais je peux aussi vous parler des fonderies liégeoises, où 140 emplois ont été perdus chez Marichal Ketin. Alors, oui, nous continuerons ici à nous battre et à défendre les travailleurs et les travailleuses!
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, een echt regionaal arbeidsmarktbeleid, met financiële verantwoordelijkheid voor de gewesten, dat zou pas verandering brengen voor de hardwerkende burgers in dit land. Dat staat echter niet in het regeerakkoord en werd ook niet geëist door de N-VA. Wat wel in dat akkoord staat, is duidelijk, namelijk extra accijnzen, extra belastingen en speciaal voor Volvo en Nike een verhoging van de lasten op ploegenarbeid en nachtwerk. Daarbovenop komt nog de centenindex.
De regering-De Wever is geen hervormingsregering, maar een belastingregering. Ze beweert dat het geld op is maar er zit nog genoeg vet op de soep. Denk aan de migratiefactuur, aan het leefloon voor niet-Belgen en aan het uitblijven van een aparte sociale zekerheid voor migranten, zoals die in Denemarken werd gerealiseerd, met socialisten trouwens. De Vlamingen zijn de meest gepluimde kippen van Europa. Zij zijn het beu te moeten opdraaien voor een asociaal beleid dat werkenden belast en profiteurs ontziet.
Wanneer komt eindelijk de hoogstnodige ommezwaai?
Voorzitter:
Ik bevrijd de premier van zijn opdracht hier in de plenaire vergadering. De heer Clarinval moet echter nog even blijven.
-
Vraag: De volgende kameel, de centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De dubbele indexsprong
De volgende kameel, de centenindex
De centenindex
De centenindex
De dubbele indexsprong
Prijsontwikkeling en indexering van lonen en uitkeringen summaryExplanationBeantwoord door
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
Axel Ronse
op 23 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie (Open Vld, Vlaams Belang, PVDA, PS) en sociale partners (vakbonden en werkgevers) bekritiseren unaniem de centenindex als te complex, koopkrachtondermijnend en realiteitsvreemd, en eisen afschaffing. Minister Clarinval (MR) bevestigt dat de regering het alternatiefvoorstel van de sociale partners (12-maandsgemiddelde energieprijzen, schrapping centenindex) onderzoekt, maar stelt budgettaire haalbaarheid en concurrentiekracht als voorwaarde—zonder concrete toezegging. Van Quickenborne (Open Vld) en Moons (Vlaams Belang) wijten de impasse aan regeringschaos (o.a. conflict Vooruit-MR, stijgende overheidsuitgaven) en negeren van adviezen, terwijl Tonniau (PVDA) en Dermagne (PS) de oppositieclaimen dat hun druk de sociale dialoog herstelde. Ronse (N-VA) ontkent debatmijding, maar Van Quickenborne blijft hem beschuldigen van vluchten voor kritische vragen over economisch beleid.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, kent u Erik van Looy van het programma De Slimste Mens ter Wereld ? Zijn bekendste uitspraak is: "’T is gebeurd." Collega’s, ‘t is gebeurd. Er is namelijk iets unieks gebeurd want de sociale partners, de vakbonden en de werkgevers vormen nu één front. Ze zijn eensgezind. Weet u hoe dat komt, mijnheer de minister? De arizonaregering doet maar één ding, namelijk aan de lopende band stinkende kamelen produceren. Er was de btw-brol en het meerwaardemonster. Zelfs het energieakkoord, collega’s, is zo complex dat niemand er nog iets van begrijpt en zelfs de fractieleider van de N-VA durft het debat met mij in Villa Politica niet aan te gaan.
Mijnheer de minister, nu gaat het over de centenindex. Die is zo complex dat voor elke werknemer die meer dan 4.000 euro bruto verdient, moet worden uitgerekend wat hij of zij zal verdienen. Hij is zo duur dat er een nieuwe werkgeversbijdrage komt, de loonmatigingsbijdrage, die alle werkgevers zullen moeten betalen. We zeggen al weken, mijnheer de minister, dat die centenindex een stinkende kameel is en dat u hem beter afvoert. Nu zeggen de sociale partners precies hetzelfde. Ook de socialistische vakbond vraagt om dat af te voeren. Waarom? Omdat het zo complex is.
Mijnheer de minister, het probleem is dat deze regering aan de lopende band gedrochten produceert die elke voeling met de realiteit missen. U blijft doorgaan, terwijl de sociale partners zich afvragen waarmee u bezig bent. Ik heb pagina 10 van het regeerakkoord meegebracht en lees kort voor wat daar staat: "De kennis en de inzichten van de sociale partners zijn cruciaal om hervormingen te laten aansluiten op de realiteit van de werkvloer." Collega’s, die centenindex staat mijlenver van de realiteit van de werkvloer.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Zult u het advies van de sociale partners respecteren?
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, de centenindex van de regering-De Wever is in werkelijkheid niet alleen een dubbele indexsprong die mensen hard in hun portemonnee treft, maar ook een bijzonder complex en administratief gedrocht. Intussen is dat een patroon dat wij kennen. De regering komt steeds met ingewikkelde en onvolledige maatregelen die niemand nog begrijpt. Denk aan de btw-hervorming, de meerwaardebelasting, de pensioenhervorming en deze week nog de energiemaatregelen.
Op onze vraag in de commissie hebt u zelf geantwoord dat dat allemaal zo ingewikkeld niet is en dat de impact op de RSZ en de sociale secretariaten beperkt blijft. Daarop heeft uw collega-minister Frank Vandenbroucke u tegengesproken en voor één keer de waarheid verteld, namelijk dat de complexiteit nu eenmaal het gevolg is van compromissen.
Wat blijkt nu? Na het vernietigende advies van de Nationale Arbeidsraad komen de sociale partners in de Groep van Tien, dus zowel vakbonden als werkgevers, met een gezamenlijk alternatief voorstel en vragen zij de regering om de centenindex te schrappen. Het voorstel houdt in dat de stijgende energieprijzen in de berekening van de index worden afgevlakt via een gemiddelde over twaalf maanden en dat ook de bestaande vaak goedkopere energiecontracten worden meegeteld. Dat voorstel lijkt ons redelijker en alleszins eenvoudiger dan de centenindex.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Zal de regering dat voorstel grondig onderzoeken en alsnog de centenindex afvoeren?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de PVDA zegt al maanden dat de centenindex van Vooruit een slecht idee is, omdat het de koopkracht van ongeveer de helft van de werkende mensen ondermijnt. Het is een slecht idee, omdat het ook de koopkracht van ongeveer de helft van de gepensioneerden ondermijnt. Het is een slecht idee, omdat het ook een precedent schept. U maakt het mogelijk voor elke volgende regering om onze index elk jaar opnieuw te blokkeren. Het is ook een slecht idee, omdat het te complex is en werkgevers het risico lopen fouten in hun loonberekening te maken.
Met de PVDA voeren we hier al maanden oppositie tegen, op straat samen met de vakbonden, maar ook hier in het Parlement. We hebben u in de commissie gedurende dertig uur uitgelegd hoe onze index werkt. We hebben u uitgelegd wat de geschiedenis van onze index is en hoe die via sociale strijd tot stand is gekomen. We hebben amendementen ingediend om de centenindex uit de programmawet te halen. We hebben samen met andere oppositiepartijen de programmawet geblokkeerd, zodat de centenindex vandaag nog altijd niet goedgekeurd is. Gelukkig maar, want na de bevolking en de vakbonden zijn nu zelfs de werkgevers tegen de centenindex van Vooruit. Zelfs de werkgevers steunen nu de sociale strijd die de PVDA tegen de centenindex voert. De centenindex moet gewoon weg.
Mijnheer de minister, wat denkt u daarover? Wat zult u met dat advies doen? Bent u nog altijd voorstander van de centenindex? Wat zal de meerderheid volgende week woensdag doen, wanneer de programmawet ter stemming voorligt? Zult u dat nog altijd steunen, mijnheer de minister?
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le vice-premier ministre, lors de l'installation de votre gouvernement, vous aviez fait deux grandes promesses. La première: redresser les finances publiques de ce pays. La deuxième: enfin revaloriser le travail. Depuis lors, vous avez fait chaque semaine le contraire.
Le déficit aura été doublé en quelques mois seulement et, depuis lors, on ne compte plus les attaques quotidiennes envers le pouvoir d'achat des travailleuses et des travailleurs de ce pays: réduction des primes de nuit, augmentation de la TVA sur toute une série de produits ou encore volonté d'aller chercher de l'argent dans la poche d'un travailleur sur deux et d'un pensionné sur deux dans ce pays avec votre double saut d'index partiel.
Depuis le début de l'installation de ce gouvernement, nous vous avons dit, avec le Parti Socialiste, que nous ferions tout pour vous empêcher, vous et votre majorité, de prendre ces mesures à la fois injustes socialement et inefficaces économiquement.
Ce travail d'opposition a porté ses fruits. Nous vous avons fait reculer sur l'augmentation des accises sur l'énergie – pas encore totalement, nous verrons dans les prochains jours si le report ou la suspension deviendra un abandon de cette augmentation. Le travail d'opposition a également permis aux partenaires sociaux de retrouver un espace de dialogue. Il a permis à la concertation sociale d'aboutir à une proposition consensuelle.
Monsieur le ministre, ce travail d'opposition, nous allons continuer à le mener. Sur chaque mesure injuste, sur chaque mesure inhumaine, sur chaque mesure inefficace, vous trouverez sur votre route le Parti Socialiste et ses troupes pour s'y opposer. Ce travail, comme je le disais, a porté ses fruits aujourd'hui.
Monsieur le ministre, la question est claire: allez-vous enfin entendre le message de la société civile, le message de la rue, le message des représentants des travailleurs et des employeurs en revenant sur toutes vos mesures injustes, insociales et économiquement inefficaces?
David Clarinval:
Collega’s, ik heb gisterochtend kennis genomen van het akkoord van de sociale partners. Als minister van Werk vind ik het altijd positief dat de sociale partners kunnen dialogeren en onderling akkoorden sluiten. De regering heeft akte genomen van dit akkoord, dat beoogt het indexeringsmechanisme aan te passen, zodat het de werkelijke evolutie van de energieprijzen beter weerspiegelt en de geloofwaardigheid ervan versterkt in een context van grote volatiliteit.
Dit akkoord voorziet met name in een verbetering van de manier waarop de gas- en elektriciteitsprijzen in de gezondheidsindex worden opgenomen, in een annualisering over 12 maanden om schokeffecten te dempen en in de afschaffing van de centenindex in de privésector, die als te complex wordt beschouwd.
Les propositions issues de cet accord ont été transmises par le premier ministre et par moi-même au Bureau fédéral du Plan, à l’ONSS et au SPF Sécurité sociale, afin que ces instances évaluent leurs impacts économiques, budgétaires et sociaux. Dès réception de ces avis, le gouvernement sera amené à se prononcer sur les suites à réserver à ce dossier.
Je souhaiterais toutefois, avant de conclure, souligner que cette évaluation devra s’inscrire dans un cadre clair de responsabilité budgétaire et se fonder sur une triple exigence: tout d’abord, préserver le pouvoir d’achat des travailleurs; ensuite, garantir l’assainissement durable des finances publiques et, enfin, renforcer la compétitivité des entreprises.
Je rappelle que l’accord de gouvernement prévoit que nous refuserons que le coût des accords sociaux se répercute automatiquement sur les contribuables.
Cela étant dit, je pense que ma réponse est claire.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, u geeft aan positief te zijn over die maatregel en dat moet u eigenlijk ook zijn. Ten eerste zorgt die voor een economische winst, want door de vertraagde index wordt de competitiviteit beter gerespecteerd. Ten tweede gaat ook de overheid erop vooruit. Een volledige indexering is altijd beter dan een centenindex. Dit voorstel heeft alleen winnaars.
Wat is het probleem? Deze minister is positief, maar Vooruit blokkeert dat omdat het voortdurend zijn wil oplegt aan deze regering, met de meerwaardetaks. Straks gebeurt dat ook met de overwinsttaks en nu opnieuw met de centenindex. Mijnheer de minister, doe wat uw partijvoorzitter voortdurend zegt en snij in de overheidsuitgaven. Die stijgen naar 57 % op het einde van de legislatuur. Snij in de overheidsuitgaven. Dat moet u doen, in plaats van de belastingen te verhogen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, deze regering-De Wever heeft het grootste begrotingstekort van de eurozone. Zij krijgt de ene kredietverlaging na de andere, belast arbeid het zwaarst ter wereld en blijft belasting na belasting opstapelen. Steeds opnieuw voelt de hardwerkende burger dat in de portemonnee. Toch wilt u nog meer centen afpakken van de Vlaming die elke dag zijn best doet om dit land economisch vooruit te helpen.
Na vele jaren inertie komen werkgevers en werknemers eindelijk opnieuw tot een akkoord en doen zij een constructief voorstel als alternatief voor de centenindex. Een grotere blamage kan een regering zich moeilijk indenken. Dat gebeurt echter wanneer men niet luistert naar constructieve kritiek van de oppositie en volhardt in het eigen gelijk. Het doet mij wel plezier dat nu blijkbaar ook het sociale middenveld alle bezorgdheden ter zake van het Vlaams Belang deelt en ermee aan de slag gaat, en hopelijk – en blijkbaar – u ook.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, u geeft dus toe dat de index tot stand is gekomen door afspraken tussen werkgeversfederaties en vakbonden. Dat klopt. Zij hebben nu samen beslist dat die centenindex van tafel moet. Het is goed dat u zegt dat we dat dossier zullen bespreken. Ik neem daar akte van. We zullen hun voorstellen bekijken, becijferen en een beslissing nemen. Dat wil wel zeggen dat wij hier volgende week woensdag niet over kunnen stemmen, mijnheer de minister. U kunt niet verwachten dat we dat hier op vier werkdagen even door het Parlement jagen. Het betreft ernstige maatregelen die heel ingrijpend zullen zijn voor de koopkracht van iedereen die werkt, van alle gepensioneerden, niet alleen vandaag en morgen, maar levenslang, net v óó r we voor een economische crisis staan.
Mijnheer de minister, houd gewoon woord. Doe wat u belooft, namelijk dat u rekening houdt met die adviezen, en stel die stemming over die centenindex alvast uit.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le ministre, il est effectivement positif que les interlocuteurs sociaux puissent se retrouver autour d'une table, discuter, débattre et tendre vers des compromis. Pour cela, encore faut-il les consulter.
Je vous rappelle que vous aviez oublié de solliciter l'avis des partenaires sociaux sur ce double saut d'index partiel. Un monument dans l'histoire politique récente de la Belgique! Un double saut d'index pour lequel on n'interroge pas les partenaires sociaux, c'est du jamais vu!
C'est le travail de l'opposition qui a permis que ces partenaires sociaux soient interrogés, et c'est le travail de l'opposition qui leur a donné le temps de parvenir à un accord.
Monsieur le ministre, l'avis des partenaires sociaux est important. Il est important aussi de leur laisser du temps pour pouvoir débattre et tendre vers un compromis, comme ils y sont arrivés ces derniers jours.
Si vous voulez continuer à avancer avec la loi-programme, la semaine prochaine, mercredi et jeudi, il est absolument essentiel que l'avis de ces partenaires sociaux soit intervenu et que nous puissions en débattre en toute connaissance de cause.
Voorzitter:
Mijnheer Ronse vindt dat hij onterecht geciteerd is, meen ik. (Tumult)
Nee, nee. Er is maar één fractieleider van de N-VA, maar ik heb ook goed nieuws, mijnheer Van Quickenborne, want u kunt ook weer repliceren.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, het is wel straf dat de heer Van Quickenborne zegt dat ik niet met hem in debat durf te gaan, maar als ik dan het woord vraag, probeert hij ervoor te zorgen dat de voorzitter mij het woord niet kan geven.
Mijnheer Van Quickenborne, als ik aan mijn mama mag vragen wat ik voor mijn verjaardag wil, dan zeg ik altijd: een debat met Van Quickenborne! Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u alle overheidsgebouwen voor een appel en een ei hebt verkocht om ze daarna tegen een hoge prijs te huren. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u het initiatief hebt geblokkeerd om asbestbedrijven die mensen ziek hebben gemaakt aansprakelijk te stellen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u het overheidsbeslag al die jaren hebt laten stijgen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u niets hebt gedaan aan de overbevolking in de gevangenissen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u boetes hebt ingevoerd voor bedrijven waar mensen bovengemiddeld langdurig ziek zijn. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u de FLA mee hebt ingevoerd, die wij weer hebben afgevoerd. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u mee de rentesneeuwbal hebt gecreëerd.
Mijnheer Van Quickenborne, ik kan nog tientallen thema’s opsommen waarover ik graag met u in debat wil gaan. Ik vind het jammer dat u de zeer integere redactie van Villa Politica in diskrediet brengt. Zij hebben mij inderdaad gevraagd voor een debat met u over de energiemaatregelen. Ik heb hen eerlijk gezegd dat het beter is dat het Parlement debatteert over hoe we geld kunnen besparen, in plaats van over al het geld dat wordt uitgegeven. Vervolgens hebben ze mij gezegd dat ik dat straks op Villa Politica kan komen uitleggen. Ik raad de vele honderdduizenden, miljoenen kijkers dan ook aan om naar Villa Politica te kijken, want daar leg ik haarfijn uit hoe we veel geld kunnen besparen zonder mensen pijn te doen. Dank u wel, en ik hoop dat u ingaat op al mijn verzoeken tot debat.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer Ronse, hebt u aan uw mama al gevraagd waarom u eigenlijk niet durft in te gaan op een debat met mij? Dat is de essentiële vraag: waarom loopt u weg van het debat?
Collega’s, waarom loopt de heer Ronse weg van het debat? Omdat hij de energiemaatregelen niet durft te verdedigen, omdat het een zoveelste stinkende kameel is, omdat hij niet durft in te gaan op het feit dat de sociale partners eensgezind zeggen dat er een ander indexsysteem nodig is, met een vertraagde index, en dat de regering daarover hopeloos verdeeld is. Als een journalist aan de heer Ronse vraagt hoe dat zit, kan hij daar niet op antwoorden. Hij kan ook niet antwoorden op vragen over het feit dat ratingagentschap Moody’s heeft beslist om de rating van ons land te verlagen. Dat gaat niet over het verleden, maar over de vraag of de regering nog in staat is om nog inspanningen te leveren. Hij kan ook niet antwoorden op de vraag van de heer Van Craeynest van Voka, die vandaag post dat de overheidsuitgaven in ons land van 54 naar 57 % stijgen tegen het einde van deze legislatuur.
Dat zijn allemaal heel moeilijke vragen, maar de heer Ronse zegt dat de grond hem te heet onder de voeten wordt en durft dus niet in debat te gaan met Van Quickenborne. Ik vind dat jammer.
Wie ik wel een pluim wil geven, is mevrouw Farih, de fractievoorzitter van cd&v. Zij zal straks wel in debat gaan met mij. Zij is iemand die in het Parlement geen debat uit de weg gaat, die zegt waar het op aankomt en die ook haar mening heeft over de centenindex.
Dat is het verschil met u, mijnheer Ronse. Ook al bent u nochtans de fractievoorzitter van de grootste partij, u loopt weg. Dat doet mij denken aan iemand die persoonlijk wordt wanneer de grond hem te heet onder de voeten wordt. Ik heb datzelfde ervaren met uw eerste minister. Herinnert u de discussie over money control ? Ik vroeg aan de eerste minister toen om zijn mening over money control en toen antwoordde hij me dat mijn persoonlijk gedrag op niets trekt, en daartoe beperkte hij zich. Mijnheer Ronse, ik apprecieer u. U bent een interessante debater en leest geen debatfiches voor, in tegenstelling tot andere collega’s, wat u siert. Wat ik echter jammer vind, is dat u geen debat met mij durft aan te gaan. Wat hebt u te vrezen? Laten we debatteren voor Villa Politica . Waar hebt u schrik voor? Ik zal u niet opeten, ik bijt niet. Ga in debat, mijnheer Ronse.
Er resten vijf seconden spreektijd, die ik doorgeef aan mevrouw Farih.
Voorzitter:
Collega's, ik wil u erop attenderen dat het Reglement niet toelaat om mekaar op te eten, figuurlijk misschien wel, maar niet letterlijk.
-
Vraag: De exploderende energieprijzen, het uitblijven van concrete maatregelen en de strategische reserve
Vraag: De stijgende energieprijzen en accijnzen
Vraag: De gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor onze energievoorziening en -prijzen
Vraag: De energieonafhankelijkheid in het licht van de internationale spanningen
Vraag: De energieprijzen, de accijnzen en de urgente maatregelen tegen de explosie van de facturen
Vraag: Het omgekeerde cliquetsysteem en de accijnzen op brandstof in het licht van de energieprijzen
Vraag: De energieprijzen, de accijnzen en de urgente maatregelen tegen de explosie van de facturen
Vraag: De accijnzen
klimaat, energie en landbouwDe exploderende energieprijzen, het uitblijven van concrete maatregelen en de strategische reserve
De stijgende energieprijzen en accijnzen
De gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor onze energievoorziening en -prijzen
De energieonafhankelijkheid in het licht van de internationale spanningen
De energieprijzen, de accijnzen en de urgente maatregelen tegen de explosie van de facturen
Het omgekeerde cliquetsysteem en de accijnzen op brandstof in het licht van de energieprijzen
De energieprijzen, de accijnzen en de urgente maatregelen tegen de explosie van de facturen
De accijnzen
Energieprijzen, accijnzen en maatregelen in tijden van internationale spanningen summaryExplanationBeantwoord door
N-VA Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
MR Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 12 maart 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Oppositiepartijen bekritiseren de regering scherp voor haar passiviteit bij de exploderende energieprijzen (diesel > €2/liter, mazout +1000€/tank) door de oorlog in het Midden-Oosten, terwijl de regering accijnsverhogingen op gas (tot +6%) en geen directe prijsplafonds doorvoert. Thiébaut (PS), Vereeck (CD&V) en PTB eisen onmiddellijke maatregelen: blokkering energieprijzen (PTB stelt €1,60/liter voor), schrapping accijnsverhoging, uitbreiding sociaal tarief en belasting op oliebedrijven, terwijl Jambon (N-VA) en Bihet volhouden dat ze de situatie "monitoren" en wijzen op bestaande beschermingsmechanismen (sociaal tarief, loonindexering) en de "factor K" (automatische prijsdemping aan de pomp). Kritiek op langetermijnstrategie: Oppositie (o.a. Lejeune, Les Engagés) dringt aan op Europese samenwerking en versnelling duurzame energie (wind op zee, kernenergie) om afhankelijkheid te verminderen, terwijl Vereeck (CD&V) de regering beschuldigt van "kleptocratie" door belastingverhogingen mid-crisis. Verkeyn (Vlaams Belang) verdedigt juist het huidige afwachtende beleid en waarschuwt voor "paniekvoetbal" en begrotingsrisico’s, maar PTB en Tonniau (PVDA) noemen dit "onverantwoord" en eisen directe actie. Conclusie: Oppositie vs. regering botst over urgentie (prijsplafonds vs. afwachten) en financiering (belasten van oliebedrijven vs. begrotingsdiscipline), met geen concrete toezeggingen op accijnsverlaging of prijsblokkering.
Éric Thiébaut:
Messieurs les ministres, la semaine dernière, je vous ai interrogé sur l'explosion des prix de l'énergie. Depuis lors, qu'avons-nous pu constater? Les prix continuent d'augmenter. Aujourd'hui, pour un litre de diesel à la pompe, il faut plus de 2 euros. Pour de nombreux ménages, il faudra désormais plus de 1 000 euros pour remplir la cuve à mazout. Pendant ce temps, qu'a donc fait votre gouvernement? Rien. Les Belges, eux, n'ont pas le choix, ils doivent continuer à se déplacer et à se chauffer, parce que l'été n'est pas encore là et que les factures de chauffage continuent à tomber.
Pourtant, des solutions existent. Premièrement, bloquer les prix de l'énergie, tout en compensant. Même votre partenaire Les Engagés est demandeur d'une telle mesure. Deuxièmement, annuler la hausse des accises parce que, franchement, c'est surréaliste: nous sommes sans doute le seul pays au monde qui augmente les taxes énergétiques au moment où les prix explosent. Enfin, étendre le tarif social, parce que cela fut la mesure la plus efficace à avoir été prise au cours des précédentes crises. Alors, ne me dites pas non plus que cela va coûter trop cher, puisque votre gouvernement vient encore de dépenser 2 milliards d'euros pour acheter des avions F-35.
Messieurs les ministres, quand allez-vous bouger? Quand allez-vous prendre des mesures pour aider les ménages à payer leurs factures qui explosent? Quand allez-vous enfin bloquer le prix de l'énergie?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister Jambon, door de oorlog in het Midden-Oosten is de gasprijs fors gestegen. Dat is al erg genoeg voor wie verwarmt met gas, maar u maakt het nog een stuk erger, met uw eigen Belgische Green Deal. In de nieuwe programmawet worden de accijnzen op gas immers verhoogd, waardoor de gasfactuur met 6 % zal stijgen. Daar komt nog een Europese koolstoftaks bij, een Europees verplichte btw-verhoging en een Vlaamse taxshift op gas, alles bij elkaar bijna 500 euro aan extra taksen op de gasfactuur. “Het pakket maatregelen dreigt zowel de concurrentiepositie van onze Vlaamse bedrijven als de koopkracht van de Vlaamse gezinnen aan te tasten.” U herkent het citaat wellicht, het is van uw eigen Europese N-VA-fractie.
Er leven grote zorgen bij wie met gas of stookolie verwarmt, dat is 80 % van de bevolking. Ik weet wat u zult antwoorden, namelijk dat mensen zich maar moeten aanpassen. De meeste mensen hebben echter geen geld klaar liggen voor een warmtepomp en vandaag zitten zij in de val, in de accijnsval.
Afgelopen vrijdag nam het kernkabinet de principiële beslissing om desgevallend in te grijpen, maar concrete afspraken werden niet gemaakt. U wilt liever de kat uit de boom kijken. Ik begrijp dat, want u wordt natuurlijk slapend rijk door de stijgende btw-opbrengsten. Welnu, uw kat kan de boom in voor cd&v en MR, die de accijnsverhoging willen uitstellen. Collega Matheï was daarover heel duidelijk. Ik citeer: “We hebben meegestemd, maar we hopen dat de regering zich intussen bezint.”
Mijnheer de minister, bent u bereid om, zolang de oorlog in het Midden-Oosten woedt, de verhoging van de accijnzen uit te stellen? Welke andere maatregelen overweegt uw regering? Komt er bijvoorbeeld een plafondprijs aan de pomp? Is daarover eigenlijk wel eensgezindheid in de meerderheid?
Ten slotte, zal de federale regering het voorbeeld van de Vlaamse regering volgen en een extra korting geven op elektriciteit voor mensen die met gas verwarmen?
Oskar Seuntjens:
Twee weken geleden startte Trump een oorlog in Iran. Het gevolg heeft iedereen gezien: Iran heeft de Straat van Hormuz, waar olie- en gastankers passeren, afgesloten. Het antwoord van Trump was eigenlijk heel simpel. Ik weet niet of u het gezien hebt op zijn sociale media. Hij zei tegen de schepen die energie moeten leveren: show some guts . Lever gewoon energie, ga maar door, er is geen gevaar. Het resultaat hebben we ook gezien: meerdere schepen zijn aangevallen. Het signaal van Iran is heel duidelijk dat daar geen liter olie meer passeert.
Het gevolg is dat wij in België na Rusland nu ook het Midden-Oosten kwijt zijn voor onze energiebevoorrading. De mensen voelen dat. Voor het eerst sinds lang zijn de prijzen aan de pomp boven 2 euro per liter. Mensen zijn bang. Ze staan met het zweet op het hoofd te tanken. De regering heeft beloofd de koopkracht van de mensen daartegen te beschermen. Mijn eerste vraag aan u, mijnheer de minister, is dus hoe u dat concreet zult doen. Hoe zult u mensen beschermen tegen een oorlog waarvoor wij niet hebben gekozen?
Daarnaast stijgen ook de gasprijzen en dat op een moment dat onze reserves in Europa zeer laag staan. Er is zelfs beslist om strategische reserves aan te wenden, dat is echt the last resort . Ook wij hebben in België een dergelijke strategische noodreserve. Als ik het goed begrepen heb, zouden we daar ongeveer 90 dagen verder mee kunnen. Het is goed dat we die reserve nog hebben. Nog beter zou zijn dat we zelf meer energie produceren, propere energie, duurzame energie en betaalbare energie. Op lange termijn weet u, mijnheer de minister, dat kernenergie voor ons geen taboe is. Op korte termijn moet er echter meer gebeuren. We moeten meer windmolens bouwen op zee. Elke windmolen die we bouwen, maakt ons sterker. We zouden van de Noordzee eigenlijk een grote strategische motor van onze onafhankelijkheid moeten maken. Daarom heb ik eigenlijk maar één vraag voor u, mijnheer de minister: kunt u garanderen dat de Prinses Elisabethzone, met de windmolens op zee, zo snel mogelijk, asap, wordt gebouwd?
Marc Lejeune:
Messieurs les ministres, vous le savez, depuis plusieurs semaines, les prix de l'énergie augmentent et l'inquiétude grandit chez nos entreprises et nos concitoyens. On ne parle que de cela. Les marchés énergétiques sont à nouveau extrêmement volatiles. Aujourd'hui, le litre de carburant avoisine les deux euros, c'est énorme!
Mais, outre l'augmentation des prix, ce qui fait le plus de mal à notre économie et nos foyers, ce sont les chocs de prix brutaux et imprévisibles. Nos entreprises, nos artisans ont avant tout besoin de stabilité pour travailler et investir. Dans ce contexte incertain, une chose est sûre, nous devons penser notre politique énergétique dans la durée, parce qu'anticiper une crise énergétique coûte moins cher que la subir.
Au-delà des slogans faciles qu'on entend ces derniers jours, la Belgique a besoin d'une stratégie énergétique qui doit reposer, comme nous le répétons souvent, sur un mix décarboné car c'est la seule énergie qu'on ne doit pas importer et qui peut assurer notre indépendance.
Messieurs les ministres, à peine quatre ans après avoir subi une première crise énergétique de grande ampleur, nous le voyons, une seconde est déjà à nos portes. Les Engagés ont insisté ces derniers jours sur la nécessité de renforcer le mécanisme d'amortissement des prix qui nous semble indispensable au niveau national pour protéger toute la population. On sait que ce système a été mis en place sous la Vivaldi, mais sans concerner toutes les énergies, ce qui n'était pas assez efficace.
On s'étonne par ailleurs que certains groupes, hier dans la majorité, aujourd'hui dans l'opposition, réclament un système de blocage de prix qu'ils n'ont eux-mêmes pas mis en œuvre lors de la précédente crise.
Cependant, outre le niveau national, si nous souhaitons vraiment protéger nos entreprises et nos concitoyens, les leviers se situent surtout au niveau européen.
Dès lors, messieurs les ministres, quelles initiatives allez-vous prendre pour que l'Europe soit au rendez-vous? Quelle est votre stratégie pour renforcer la coopération européenne afin d'avancer pour une énergie décarbonée et des mécanismes d'aide financière?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de oorlog van de VS en Israël tegen Iran heeft dramatische gevolgen. In de eerste plaats natuurlijk voor de bevolking daar, die de prijs betaalt met haar leven en met de verwoesting van haar land. Ook hier voelen mensen de gevolgen van die oorlog. De energieprijzen gaan door het dak. Benzine, diesel en gas worden elke dag duurder en duurder. Opnieuw dreigen de werkende mensen, de gezinnen, maar ook onze industrie hier de rekening te betalen. De absolute prioriteit van deze regering moet dan ook zijn om enerzijds die oorlog te stoppen, maar anderzijds ook de mensen hier, onze werkende klasse, de gezinnen en de bedrijven te beschermen.
Wat doet deze regering? Op het moment dat de prijzen zo hoog zijn, beslist deze regering om de accijns op gas te verhogen. Op 2 maart is daarover gestemd in de commissie voor Financiën. Alle regeringspartijen hebben voorgestemd om de belastingen op gas te verhogen. Iedereen herinnert zich nog de energiecrisis: de chauffage lager zetten, onder een dekentje in de zetel gaan liggen en kou lijden, besparen op een warm bad voor de kinderen. Dat willen we toch niet meer? Gas is geen luxeproduct. We gebruiken het om onze woningen te verwarmen en om te koken. We gebruiken het ook in onze productie.
Mijnheer de minister, laten we duidelijk zijn, de accijns op gas moet niet omhoog, maar omlaag. Zijn we het daarover eens? De bevolking eist dat u de geplande accijnsverhoging op gas intrekt. U moet zich aanpassen aan de wil van de bevolking en niet omgekeerd. Mijn vraag is zeer eenvoudig (…)
Christophe Bombled:
Messieurs les ministres, depuis quelques jours les prix de l'énergie connaissent une nouvelle flambée. Le diesel a franchi la barre symbolique des 2 euros le litre tandis que les prix du mazout de chauffage, du gaz et de l'électricité repartent à la hausse. Cette situation pèse directement sur le pouvoir d’achat des ménages et sur la compétitivité de nos entreprises. Dans un contexte international instable, marqué par les tensions persistantes au Moyen ‑ Orient, le gouvernement ne peut pas se contenter d ’ observer passivement l ’é volution des march é s.
Je rappelle é galement qu ’ avec l ’ entr é e en vigueur des directives européennes ETS2 et RED III en 2028, le signal est clair: si nous ne faisons rien de plus, les prix de l ’é nergie que les Belges paient aujourd ’ hui deviendront la norme de demain.
Nous devons dès lors défendre des mesures ciblées, temporaires et efficaces, capables de stabiliser la situation sans compromettre l’équilibre budgétaire. Bien entendu, il ne s’agit pas de dépenser sans compter, mais de protéger celles et ceux qui travaillent et investissent.
Le mécanisme du cliquet inversé, qui permet d’ajuster les accises lorsque les prix s’envolent, constitue un outil reconnu pour amortir les chocs sans créer de subventions structurelles sur les énergies fossiles. Notre ministre de l’Énergie l’a répété, la Belgique doit agir avec discernement et responsabilité, en préservant ses marges de manœuvre pour les cas de pénurie tout en soutenant la stabilité économique.
Monsieur le ministre des Finances, comptez ‑ vous activer ou recalibrer le cliquet invers é afin qu ’ il joue pleinement son r ô le de protection automatique du pouvoir d ’ achat face à cette nouvelle flamb é e? Et surtout, dans quelle mesure le gouvernement entend ‑ il anticiper une aggravation de la crise plut ô t que de rester dans l ’ attentisme, au risque de devoir r é agir dans l ’ urgence si les tensions internationales se prolongent?
Roberto D'Amico:
Messieurs les ministres, à la suite de l'agression des États-Unis et d'Israël contre l'Iran, les prix du gaz et du carburant ont explosé. En premier, ce gouvernement doit tout faire pour arrêter la guerre. Ce n'est pas à la classe travailleuse de payer cette guerre! Aujourd'hui, le diesel a dépassé la barre symbolique des 2 euros par litre. Hier, je suis allé faire le plein et j'en ai eu pour 90 euros! Les travailleurs doivent payer toujours plus cher pour aller travailler, pour aller faire leurs courses, pour conduire les enfants à l'école. En soutenant la guerre des Américains et des Israéliens, vous nous faites payer cette crise.
Messieurs les ministres, il faut maintenant bloquer les prix à la pompe. Avec le PTB, nous exigeons de bloquer les prix à 1,60 euro du litre, ce qui était le prix juste avant le début de la guerre en Iran. Pour financer cette mesure, faites payer les profiteurs de guerre, les multinationales du pétrole, comme Total, Shell, Exxon, qui s'enrichissent avec cette guerre.
La semaine dernière, vous avez dit que vous regarderiez l'évolution des prix. Avez-vous regardé? Vous avez vu qu'ils ont augmenté. Eh bien, agissez maintenant! Messieurs les ministres, vous pouvez décider aujourd'hui de baisser les prix à la pompe. Allez-vous, oui ou non, le faire? Allez-vous baisser les accises sur le carburant, pour bloquer les prix et empêcher qu'ils continuent de s'envoler?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, paniekvoetbal spelen is geen beleid. Ja, de energieprijzen zijn wispelturig. Ook al draaien en keren ze op dit ogenblik nog zoals de wind, toch vindt iedereen het opnieuw nodig om, onder het mom dat men de energiefactuur voor de burger wil bewaken, aan opbodpolitiek te doen. Voor de ene moeten er boven op het bestaande beschermingsmechanisme subsidies komen, terwijl anderen dromen van een plafond of van een blokkering.
Een dergelijke opbodpolitiek is alleen maar goed voor de gazetten, maar niet per se voor de burger. Als er één iets is dat we uit de vorige energiecrisis hebben geleerd, dan is het wel dat. Zelfs een voormalig regeringslid – het is jammer dat ze nu afwezig is – heeft ooit letterlijk gezegd dat ze dat ze nooit met maatregelen goed voor miljarden, gestrooid zou hebben, want de factuur – zo ook de Blankenbergse – wordt naar de volgende generaties, te beginnen met de onze, doorgeschoven. We hebben vandaag een bloedrode begroting; Een verwittigd man en zeker een verwittigde vrouw is er twee waard.
Mijnheer de minister, u hebt aangegeven doordacht te werk te willen gaan en hebt uw administratie de opdracht gegeven om de evolutie van de energieprijzen nauwgezet te monitoren en het bestaande beschermingsmechanisme eventueel te versterken. Kunt u ons bevestigen dat u achter die aanpak blijft staan? Kunt u ons daarover al iets meer vertellen?
Jan Jambon:
Collega's, het is primordiaal dat we het hoofd koel houden en monitoren hoe de situatie evolueert. De energieprijzen reageren momenteel heel sterk op de geopolitieke gebeurtenissen. De prijzen schieten omhoog of omlaag, telkens wanneer president Trump iets zegt of doet. Collega's, paniek is zelden een goede raadgever.
Chers collègues, la panique est rarement bonne conseillère. Comme je l’ai déjà indiqué la semaine dernière, le gouvernement suit la situation de très près. C’était d’ailleurs l’une des conclusions du Conseil national de sécurité (CNS) de jeudi dernier. Nous surveillons en permanence les conséquences pour notre sécurité d’approvisionnement – mon collègue Bihet y reviendra dans un instant – ainsi que l’évolution des prix de l’énergie.
Tegelijkertijd bestaan er vandaag al verschillende mechanismen die de meest kwetsbaren beschermen, zoals het sociaal tarief voor de gezinnen met de laagste inkomens, automatische loonindexering bij sterke inflatie en het prijsbeschermingsmechanisme. Over dat prijsbeschermingsmechanisme, ingevoerd door de vorige regering, heb ik vorige week al geantwoord dat op dit moment wordt onderzocht hoe we dit systeem kunnen verbeteren.
Beste collega’s, we moeten absoluut vermijden overhaast maatregelen te nemen die weinig effect hebben. Maar, zoals ik vorige week ook gezegd heb, de energieprijzen pieken nu, en als die prijsstijging structureel blijkt, kan de regering dat uiteraard niet zomaar naast zich neerleggen.
Mathieu Bihet:
Chers collègues, permettez-moi d’abord d’apporter quelques éléments de clarification face aux inquiétudes exprimées.
Premièrement, garantir la sécurité d’approvisionnement énergétique du pays est la priorité absolue de ce gouvernement. À ce stade, je le répète, il n’y a pas de difficulté d’approvisionnement en Belgique. Pour cela, nous assurons un monitoring permanent de la situation sur les marchés de l’énergie, en lien étroit avec les acteurs du secteur et nos partenaires européens, afin d’évaluer les impacts potentiels et, surtout, d’anticiper différents scénarios si la situation internationale devait évoluer négativement.
Deze crisis herinnert ons eraan hoe belangrijk het is om onze energieonafhankelijkheid geleidelijk te versterken.
Mijnheer Seuntjens, ik ben het met u eens. Dit betekent dat we onze energiebronnen moeten diversifiëren, de productiecapaciteit in Europa moeten ontwikkelen en de Europese samenwerking moeten versterken om onze afhankelijkheid van geopolitieke spanningen te verminderen.
Deuxièmement, la Belgique dispose actuellement de stocks stratégiques de pétrole supérieurs à 90 jours, conformément aux obligations européennes. Ces réserves ne sont pas un instrument destiné à réguler les prix mais un mécanisme de sécurité prévu pour faire face à une interruption physique de l'approvisionnement. L'Agence internationale de l'énergie a effectivement lancé un appel sur base volontaire en vue d'une action collective. À ce stade, la libération de stocks par la Belgique n'est pas envisagée car la situation de notre approvisionnement ne le nécessite pas.
Troisièmement, s'agissant des prix de l'énergie et des différentes mesures, les tensions au Moyen-Orient provoquent naturellement une forte nervosité sur les marchés énergétiques mondiaux. Nous observons une hausse des prix du pétrole mais également du gaz. Dans ce contexte, j'ai veillé à ce que le contrat-programme sur les carburants joue pleinement son rôle d'amortisseur, notamment via le désormais très célèbre facteur k, qui permet de modérer la volatilité des prix à la pompe pour le consommateur et donc de diminuer les prix.
Par ailleurs – et comme indiqué jeudi dernier –, j'ai réuni l'administration de l'énergie et la C ommission de Régulation de l'Électricité et du Gaz (CREG) afin d'analyser et d'actualiser les différentes mesures qui ont été appliquées par le passé en évaluant leur pertinence, leur efficacité et surtout leur impact budgétaire et le fonctionnement du marché général de l'énergie.
Chaque jour, nous évaluons la situation en concertation avec les acteurs du secteur énergétique afin d'en mesurer les impacts potentiels et d'anticiper les différents scénarios. Il ne s'agit pas d'agir dans la précipitation, chaque mesure éventuelle doit être analysée en fonction de son impact pour les citoyens à court mais surtout à long terme.
La Belgique reste en concertation étroite avec ses partenaires européens car, face à une situation internationale incertaine comme nous la connaissons, la réponse doit être coordonnée avec l'Union européenne et l'Agence internationale de l'énergie.
Notre ligne est claire: vigilance, responsabilité et protection des consommateurs.
Je vous remercie.
Éric Thiébaut:
Messieurs les ministres, la semaine dernière, vous nous annonciez que vous alliez observer l’évolution des coûts et l'évolution de la situation. Aujourd’hui, vous nous annoncez qu’il faut être prudent et que vous allez observer l’évolution des prix de l’énergie. C’est surréaliste, honnêtement! En effet, la situation est aujourd’hui claire. Il faut des mesures maintenant, car la guerre en Iran risque de durer beaucoup plus longtemps que certains ne l’espèrent. Les Belges attendent donc des mesures concrètes pour les aider à payer leurs factures énergétiques, qui sont en train d’exploser.
Lode Vereeck:
Dit is een compleet nietszeggend antwoord. Het is duidelijk gemakkelijker om een boekje over welvaart te schrijven dan om voor welvaart te zorgen. Welvaart voor wie? Voor vrouwen die plots minder pensioen krijgen? Voor huismannen en huisvrouwen wier gezinsinkomen zal dalen? Voor gescheiden mensen die meer belastingen op hun alimentatiegeld betalen? Voor mensen die met gas en mazout verwarmen?
Collega’s, premier De Wever is geen hystericus, maar een klepticus . Hij steelt meer en meer geld van de hardwerkende Vlamingen en dan nog slaagt hij er niet in om de begroting op orde te krijgen.
De verhoging van de accijnzen op energie kan voor ons niet. Energie is een basisrecht, dat betaalbaar moet blijven. Als u per se wilt doorgaan met uw Belgische Green Deal , maak elektriciteit dan goedkoper en gas niet duurder.
Ik eindig met een bekend citaat van een Brabantse bard: “Wijle zijn de mannen die de gas doen branden, de klinken repareren en de vrouwen ambeteren.” De vrouwen ambeteren is al gelukt, nu de gas nog laten branden.
Oskar Seuntjens:
Dank u wel voor uw antwoorden, heren ministers. Minister Bihet, uw collega, de minister van Energie in Qatar, was heel erg duidelijk. Al stopt de oorlog vandaag of morgen, de gevolgen dreigen wij sowieso nog dagen, weken en misschien zelfs maanden te voelen. Dat maakt mensen ongerust. Ze hebben nog altijd flashbacks naar de energiecrisis, toen Poetin Oekraïne binnenviel.
De vraag is dus wat we juist moeten doen. Ik kan u alvast aanraden om niet te luisteren naar de oplossingen van het Vlaams Belang. U hebt dat hier niet durven te vertellen, maar uw voorzitter was vorige week op tv wel heel duidelijk. Hij zei toen: gas uit Rusland moeten we terug bekijken, misschien is dat een optie. Het Vlaams Belang wil de oorlogsmachine van Poetin, die een oorlog tegen Europa is gestart, dus nog altijd financieren.
Mijnheer de minister, ik raad u om aan te luisteren naar deze duidelijke oproep: maak werk van eigen, betaalbare, zekere en propere energie. Dat is de enige oplossing, niet de nepoplossingen van het Vlaams Belang.
Marc Lejeune:
Messieurs les ministres, je vous remercie pour vos réponses.
Vous l’avez dit, l’attentisme n’est pas permis. La précipitation et la panique sont mauvaises conseillères.
Nous vous rappelons que, pour notre groupe, il faut une solution de plafonnement en cas d’aggravation de la crise, qu’il faut préparer dès aujourd'hui pour éviter, comme sous la Vivaldi, que le délai soit trop long si nous devions l’activer. Il nous faut une solution pérenne, pour que nous n’ayons plus, à chaque crise, à nous demander comment protéger notre population et nos entreprises. Nous savons que cette mesure n’est pas simple à renforcer, mais elle est indispensable et, surtout, réaliste. Les Engagés déposeront d'ailleurs prochainement une proposition de résolution sur la protection des prix à prévoir en cas d’aggravation de la crise.
Une stratégie à long terme, avec un mix énergétique vertueux et propre est également notre seule possibilité afin de ne plus dépendre de puissances comme la Russie, notamment, qui nous insulte en faisant des propositions dès qu’une crise survient alors que nous la sanctionnons en même temps.
Messieurs les ministres, aujourd'hui nos entreprises et nos concitoyens attendent tout simplement que nous soyons prêts.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, zal de regering nu de accijnzen op gas verhogen of verlagen? Zal het hoger of lager zijn? U hebt daar niet op geantwoord. Dat geeft mij een beetje hoop, want daarover is ook nog altijd niet gestemd. Er komt nog een tweede lezing in de commissie.
Ik doe dus een oproep aan alle regeringspartijen. Luister naar de mensen die vandaag op straat zijn gekomen en stop met die waanzin om in deze tijd van exploderende gasprijzen het gas nog duurder te maken door de belastingen te verhogen.
Mijnheer Jambon, u bent minister, maar veel mensen hierbuiten zijn dat niet. Zij hebben dus ook geen ministerloon. Die mensen zijn in paniek, want ze herinneren zich de vorige energiecrisis nog. Sommige mensen betalen vandaag nog altijd schulden af die ze toen hebben gemaakt. Aan die mensen vraagt u om niet te panikeren. Tegelijk krijgen zij wel een belastingverhoging te slikken.
Christophe Bombled:
Monsieur le ministre des Finances, pendant que les prix du diesel, du gaz et de l'électricité s'envolent, les ménages et les entreprises n'ont pas besoin d'un gouvernement spectateur, mais d'un gouvernement qui agisse. Bien sûr, nous refusons autant la dépense aveugle que l'attente passive. Bien entendu, nous demandons de la cohérence, de la méthode et du courage. Mais il est temps d'utiliser un outil tel que le mécanisme du cliquet inversé, qui va permettre une diminution des accises, afin de protéger le pouvoir d'achat sans compromettre les finances publiques. En effet, gouverner, c'est prendre ses responsabilités. Gouverner, ce n'est pas espérer que la crise passe; c'est y faire face.
Roberto D'Amico:
Messieurs les ministres, ma question était simple: oui ou non, allez-vous abaisser les accises? Vous ne m'avez pas répondu, alors qu'elle était toute simple.
Monsieur le ministre, comme je vous l'ai déjà dit, pas plus tard qu'hier, j'ai mis de l'essence dans ma voiture. Bien que ce fût moi qui tenais le pistolet à la pompe, c'est moi qui me suis fait braquer par votre gouvernement. Sur 2 euros du prix du diesel, 72 cents partent en taxes: 60 en accises et 12 en TVA. Ce qui est comique avec vous, le MR, c'est que vous dites que, grâce à vous, il n'y aura plus de nouvelles taxes. Non! Avec le MR, il y en a plus! À mon avis, vous aviez oublié le "s"…
Monsieur Jambon, vous m'avez fait rire en affirmant qu'il ne fallait pas paniquer. Bien évidemment, avec 11 000 euros, on ne panique pas. Or la classe travailleuse, qui ne reçoit pas 11 000 euros, elle panique! Toutes les semaines, elle doit mettre de l'essence dans sa voiture et (…)
Charlotte Verkeyn:
Er is onze minister vandaag en de voorbije dagen al veel verweten. Daarnet werd hij nog een kamelendrijver genoemd. Ik ben alvast blij dat hem niet kan verweten worden dat hij op een tapijtenmarkt staat. Alle vorige sprekers pleiten voor het uitdelen van cadeautjes. Het stemt mij tevreden dat de minister kiest voor een doordacht beleid waarbij men het bestaande beschermingsmechanisme onder de loep neemt. Tijdens de vorige energiecrisis werden immers miljarden door de ramen gegooid. We hadden hier evengoed de verwarming helemaal open kunnen zetten met alle ramen open. Toen kreeg iedereen een beetje zijn zin; iedereen kreeg een cadeautje en wie betaalt de prijs? Dat zijn mijn generatie en de volgende generaties. De begroting is bloedrood; erger nog, op die manier gaat ze dood.
-
Vraag: Het CRB-rapport over de loonmarge in ons land
Vraag: De loonnorm
Vraag: De loonnorm
Vraag: Het tussentijdse verslag van de CRB over de loonmarge
Het CRB-rapport over de loonmarge in ons land
De loonnorm
De loonnorm
Het tussentijdse verslag van de CRB over de loonmarge
Loonmarge, loonnorm en CRB-rapporten in België summaryExplanationBeantwoord door
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
Sarah Schlitz
op 26 februari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Anja Vanrobaeys (Vooruit) stelt op basis van een CRB-rapport dat Belgische werknemers minder loonsopslag kregen dan buurlanden en dat bedrijven historisch hoge winsten maken, terwijl de loonkostenhandicap volgens haar een mythe is; ze eist bruto loonsverhogingen nu. Axel Ronse (N-VA) bekritiseert dit en wijst op hogere Belgische loonkosten (48€/uur vs. 43,5€ in Frankrijk/Nederland), wat bedrijfsvertrek dreigt te veroorzaken, en pleit voor lagere belastingen en een "ontvette overheid". Minister Clarinval (MR) benadrukt dat België zijn loonkostencompetitiviteit herstelt maar nog steeds 10% duurder is dan buurlanden, en dat beslissingen over loonmarges voor 2027-2028 pas in februari 2027 genomen worden op basis van het definitieve CRB-rapport. Nathalie Muylle (CD&V) verdedigt de loonnormwet als succesvol en wil eventuele marge uitsluitend voor structurele loonsverhogingen, terwijl Robin Tonniau (PVDA) de loonblokkering als onrechtvaardig bestempelt en eist dat winsten naar werknemers vloeien in plaats van aandeelhouders. Sarah Schlitz (Ecolo) bekritiseert de regeringspartijen voor tegenstrijdige interpretaties van hetzelfde rapport en het ontbreken van een eenduidig beleid over winstherverdeling.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, collega’s, bijna wekelijks zeggen verschillende fracties hier dat werken meer moet lonen en we zorgen daar ook voor, maar toch hebben we vandaag de kans om die woorden in daden om te zetten. Er is immers gebleken dat de Belgische loonkosten helemaal niet hoger zijn dan die van de buurlanden. Dat blijkt uit een rapport van de CRB. De situatie is zelfs omgekeerd, want in België kregen werknemers minder opslag dan werknemers in Frankrijk, Duitsland en Nederland. Werkgevers zwaaien met wel een loonkostenhandicap, maar die blijkt vooral in hun voordeel te zijn.
De raming van de CRB was eigenlijk zelfs voorzichtig, want als de bedrijfssubsidies en lastenverminderingen ook in rekening worden genomen, blijkt de marge nog groter. Tegelijkertijd stelt de Nationale Bank vast dat bepaalde bedrijven het historisch bijzonder goed doen.
Met andere woorden, terwijl werknemers jarenlang moesten inboeten op hun loon in naam van de concurrentiekracht, houdt die concurrentiekracht stand en zijn de winstmarges groter dan ooit tevoren. Collega’s, als bedrijven het bijzonder goed doen, dan mag die winst niet alleen naar de aandeelhouders gaan, maar moet er ook een eerlijk deel terugvloeien naar hen die daarvoor elke dag keihard hun best doen, namelijk de werknemers.
Mijnheer de minister, erkent u dat er op basis van die cijfers meer ruimte is voor loonstijgingen? Hoe zult u ervoor zorgen dat de werknemers effectief een eerlijk deel van de koek krijgen?
Voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Ronse.
(Rumoer)
Collega’s, dat u reageert op de woorden van de heer Ronse begrijp ik, maar dat u al reageert op zijn verschijning is misschien overdreven. Ik stel voor dat we hem minstens iets laten zeggen.
Axel Ronse:
Dank u voor al die fijne reacties op mijn verschijning, collega’s van de communistische partij. Ik zie u ook graag.
Ik houd een quiz. Ik zie dat mevrouw Schlitz haar gsm in de hand heeft. Ik wil haar vragen om iets op te zoeken. Hoeveel kost één uur werk gemiddeld in België?
Dat is 48 euro. Wat zijn de loonkosten voor een uur werk in Frankrijk? Dat is 43,5 euro en in Nederland is dat ook 43,5 euro.
Wat zien we vandaag gebeuren? Bedrijven uit de chemische sector met duizenden werknemers in de regio Antwerpen, waarvan we dachten dat ze hier altijd zouden blijven, vertrekken, omdat ze moeten concurreren met bedrijven elders in de wereld, waar de energie veel goedkoper is en waar de loonkosten ook veel goedkoper zijn.
Als wij, in vergelijking met buurlanden zoals Frankrijk, Nederland en Duitsland die ook hoge loonkosten hebben, nog altijd vier euro per uur duurder zijn, dan moeten we in de spiegel durven te kijken, want dan denk ik dat er vandaag weinig hoeraberichten te brengen zijn.
Eerlijk gezegd zouden we hier allemaal, van links tot rechts, met een ei in onze broek moeten zitten over onze welvaart. Bedrijven zijn hier werkelijk aan het vertrekken.
Vindt u het grappig dat bedrijven vertrekken? Mevrouw Eggermont, we wonen allebei in Kortrijk, dat is vlakbij Roubaix. Welnu, in Roubaix verkopen ze op dit moment mooie herenhuizen aan één euro, omdat de bedrijven er allemaal zijn vertrokken.
Mijnheer de minister, mijn vraag aan u is vrij eenvoudig. Wat gaat u doen aan de loonkosten, zodat we nog competitief (…)
Nathalie Muylle:
Mijnheer de minister, in 1996 riep ene Jean-Luc Dehaene de zogenaamde loonnormwet van 1996 in het leven "om de stijging van de loonkosten structureel te beperken en het concurrentievermogen van onze bedrijven te beschermen ten aanzien van onze rechtstreekse buurlanden". In 2017 werd die wet bindend en imperatief gemaakt, omdat toen bleek dat, vooral door vrije loononderhandelingen, de loonhandicap ten opzichte van onze buurlanden intussen opnieuw tot meer dan 5 % was gestegen. Ik breng dat stuk geschiedenis in herinnering omdat iets voor mijn partij heel duidelijk is. Voor ons staat vast dat de Siamese tweeling van automatische loonindexering en loonmatiging werkt. Cd&v houdt daar dan ook aan vast.
Dat het werkt, blijkt nogmaals uit het tussentijds rapport van de CRB. Dat rapport stelt dat na moeilijke jaren, met covid en de energiecrisis – en we weten allemaal dat we nog niet uit de gevarenzone zijn – de loonhandicap voor een stuk is weggewerkt en dat er misschien voorzichtig marge zou kunnen zijn in 2027. Dat toont aan dat die combinatie werkt.
Voor ons is het dus heel belangrijk dat de marge – als die er is – naar loonsverhogingen gaat en niet naar koopkrachtpremies of Deborahpremies. Voor ons moet die marge naar extra loonsverhoging gaan, die de koopkracht van de mensen ondersteunt. Het is aan de sociale partners om, als die marge er volgend jaar is, de contouren te bepalen.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar het tussentijds rapport van de CRB?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, er klopt iets niet in België. In het laatste verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven lees ik dat de bruto winstmarges van de bedrijven historisch hoog zijn. Tegelijk lees ik dat de lonen van de werknemers in België 1,1 % minder snel stijgen dan in onze buurlanden. Met andere woorden, de zogenaamde loonkostenhandicap bestaat niet. Vandaag hebben we een loonkostenvoordeel.
Hoe komt dat, mijnheer de minister? Al jarenlang blokkeert u onze lonen via de loonblokkeringswet. Dat betekent dat werknemers in bedrijven en sectoren die het zeer goed doen, zelf geen loononderhandelingen mogen opstarten. Ze hebben geen recht op collectieve loonsverhogingen. Hoe gek is dat? We hebben een regering die via een wet de lonen blokkeert van de mensen die werken. Ondertussen loopt de teller van de loonsubsidies en de kortingen op de sociale zekerheid voor de bedrijven in België wel op tot 16 miljard euro per jaar. Voor de werkende klasse is er een streng dieet, voor de aandeelhouders is er een all-you-can-eatbuffet op kosten van onze sociale zekerheid.
Het is duidelijk, mijnheer de minister, er is marge genoeg voor bruto loonsverhogingen, niet voor eenmalige premietjes. Wij willen boter bij de vis: bruto loonsverhogingen. Dat is goed voor onze koopkracht, goed voor onze pensioenen, goed voor onze interne economie en goed voor onze sociale zekerheid.
Mijnheer de minister, wat is uw reactie op het feit dat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zegt dat er in België marge is voor bruto loonsverhogingen?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega's, laat mij eerst in herinnering brengen dat het recente verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven een tussentijds technisch verslag is dat de evolutie van de loonkostenhandicap en de macro-economische situatie analyseert. Het bepaalt de loonnorm absoluut niet. De loonmarge voor 2027-2028 zal worden besproken op basis van het definitief verslag van de CRB dat in februari 2027 wordt verwacht. Het is dan ook essentieel dat het tussentijds document niet op een oneigenlijke manier wordt gebruikt.
Wat de inhoud betreft, kunnen we echter duidelijk verheugd zijn. België herstelt geleidelijk zijn loonkostencompetitiviteit. Dat is een positieve evolutie voor onze ondernemingen en alle werknemers in ons land. De CRB herinnert er in hetzelfde verslag evenwel aan dat er nog steeds een historische structurele handicap blijft bestaan. Onze uurloonkosten liggen nog steeds ongeveer 10 % hoger dan die van Duitsland, Frankrijk en Nederland. Die realiteit kan niet worden genegeerd als we ons willen vergelijken met onze buurlanden.
De publicatie van het verslag heeft tal van commentaren en analyses uitgelokt, vaak uiteenlopend en zelfs tegenstrijdig. De loonstijgingen voor 2025-2026 zijn al vastgelegd in het laatste IPA. Het debat over de marge 2027-2028 zal in februari 2027 van start gaan, op basis van het definitief verslag van de CRB, waarin ook andere parameters geanalyseerd zullen worden, in overeenstemming met de wet van 1996.
Daarnaast heeft de regering de sociale partners een duidelijke opdracht gegeven, namelijk het mechanisme van de automatische indexering en de werking van de wet van 1996 evalueren. De resultaten van die werkzaamheden worden tegen het einde van 2026 verwacht. Het is binnen dat gestructureerd kader en op basis van volledige analyses dat toekomstige beslissingen moeten worden genomen.
Wat mij betreft, blijf ik als minister van Werk en van Economie zeer aandachtig toezien op de evolutie van de beheersing van onze loonkosten, die de competitiviteit van onze ondernemingen en daarmee het behoud van de werkgelegenheid, waarborgt. Daarom moeten onze hervormingen – inderdaad, mijnheer Ronse – verder versterkt worden: meer activering, verlaging van de sociale bijdragen en meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt.
Onze lijn blijft duidelijk en consequent, namelijk een evenwicht tussen koopkracht en competitiviteit, met respect voor het wettelijke kader. Zo waarborgen we zowel de welvaart van onze ondernemingen en de stevigheid van de werkgelegenheid als de duurzame bescherming van de werknemers.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, ik vond uw antwoord heel helder. De beschikbare loonmarge ligt vast voor 2027 en 2028.
De manier waarop de loonnorm wordt berekend, vind ik wel een beetje een rommeltje. U spreekt over de historische loonhandicap. Ik zeg dat de subsidies en de lastenverlagingen ook meegerekend moeten worden. Dan komt men tot andere resultaten.
U kunt niet ontkennen dat er bedrijven zijn die enorme winsten maken. Wij vinden dus dat die marge gebruikt moet worden voor bruto loonsverhogingen.
Tegen cd&v wil ik wel zeggen dat die winsten er vandaag al zijn. Vandaar dat wij van Vooruit zeggen dat degenen die elke dag keihard werken, die mee bakken aan de koek, geen kruimels verdienen. Ze verdienen, ook vandaag, een eerlijk deel. Vandaar dat ik een wetsvoorstel zal indienen voor een koopkrachtpremie in 2026, zodat die werknemers – en daarvoor vecht Vooruit elke dag– (…)
Axel Ronse:
Collega’s, ik meende dat ik hier al veel onzin had horen vertellen, maar ik heb hier net een communist horen stellen dat onze lonen goedkoper zijn dan in onze buurlanden.
Mijnheer Tonniau, onze lonen kosten gemiddeld 48 euro per uur na aftrek van subsidies en dies meer. Doe de factcheck. Als wij hier vooral jobs willen vernietigen en niks meer willen overhouden, moeten we aan die loonkosten vooral niks doen.
Wat juist is, is dat onze overheid veel te gulzig is. We leven in een land met een dikke, vette, vieze overheid die veel te veel geld afroomt van mensen die werken. Wat moet gebeuren, is het tegenovergestelde van wat sinds Verhofstadt is gedaan. We moeten de overheid ontvetten, ervoor zorgen dat mensen netto meer verdienen, de belastingvrije som optrekken en de werkbonus versterken. Dat is wat we zullen doen. Op die manier zullen we onze toekomst creëren.
Nathalie Muylle:
Collega’s, we moeten een beetje serieus zijn.
Mijnheer de minister, u spreekt over respect voor het wettelijke kader. U kunt niet een beetje voor het ene zijn en niet voor het andere. We hebben jarenlang loonmatiging toegepast omdat onze bedrijven dat nodig hadden. We hadden immers een loonhandicap weg te werken en we hebben die ook weggewerkt. Waarmee we bezig zijn, is evenwel nog heel precair.
Daartegenover vinden wij duidelijk dat, als er marge is, die ook gegeven moet worden. Voor ons moet die marge ook naar naar hogere lonen gaan, die ervoor zorgen dat mensen later ook een hoger pensioen hebben en onze sociale zekerheid wordt beschermd. Het werkt in twee richtingen.
Collega’s, laten we, niet in 2026, maar voor 2027 en 2028 bekijken welke marge er is. Laten we ook aan de sociale partners vragen dat zij daarin hun verantwoordelijkheid nemen (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de loonkosten worden niet berekend door twee uurlonen met elkaar te vergelijken. Met moet daarbij ook rekening houden met loonsubsidies en bijvoorbeeld productiviteitswinst. Daarover spreekt men nooit. Men heeft het wel telkens over de kosten van arbeiders, terwijl net zij de rijkdom en alles wat we in dit land hebben produceren.
Hoe kunt u als liberaal voorstander zijn van een loonblokkeringswet, dus tegen vrije loononderhandelingen? Daarmee fnuikt u een verhoging van de koopkracht van de werkende mensen, die u zogezegd wilt belonen. U blijft hun lonen blokkeren. Het is altijd hetzelfde: de werkende klasse doen dokken, via lagere lonen, via hogere btw, door de indexdiefstal en door een lager pensioen. De werkende klasse (…)
Persoonlijk feit
Fait personnel
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, nous avons constaté, en début de séance, que le premier ministre était trop souvent absent. Maintenant, il n’y a même plus de majorité. En effet, en comparant la manière dont les différentes personnes lisent un même rapport, nous avons l’impression qu’elles ont lu des documents différents, avec des objectifs totalement divergents. Cela rappelle à quel point nous avons besoin de la présence du premier ministre pour parler d’une seule voix, au nom de son gouvernement, de l’usage que nous faisons des bénéfices records engrangés par les entreprises et de la manière dont les promesses de campagne relatives à l’augmentation des salaires sont tenues.
Aujourd’hui, on prétend nous expliquer dans une novlangue qu'en raison de la compétitivité et d’autres notions complexes, on va continuer à plafonner et à niveler par le bas les salaires, alors même que des bénéfices records sont engrangés.
Il est indispensable d'avoir la présence du premier ministre dans ces murs.
Axel Ronse:
Ik dacht dat mijn kennis van het Frans goed was, maar blijkbaar is het toch niet goed genoeg. Ik had mevrouw Schlitz gevraagd naar het gemiddelde uurloon van iemand die hier werkt, na aftrek van subsidies enzovoort. Ik heb goed naar haar antwoord proberen te luisteren, maar ik denk niet dat ze daarop heeft geantwoord.
Mevrouw Schlitz, mijn vraag aan u is eenvoudig: hoeveel verdient een gemiddelde Belg meer, na aftrek van subsidies, dan een Fransman of een Nederlander?
Voorzitter:
Ik ga daarop niet meer laten antwoorden. Ik geef wel meteen het woord aan mevrouw Schlitz voor de volgende vraag.
-
Vraag: Het statuut van de mantelzorgers
Vraag: De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering vanaf 1 maart
Vraag: De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering
Vraag: De mantelzorgers
Vraag: De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering vanaf 1 maart
Vraag: De bescherming van mantelzorgers in België en hun statuut
Vraag: De mantelzorgers
gezondheid en welzijnHet statuut van de mantelzorgers
De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering vanaf 1 maart
De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering
De mantelzorgers
De uitsluiting van mantelzorgers van het recht op een werkloosheidsuitkering vanaf 1 maart
De bescherming van mantelzorgers in België en hun statuut
De mantelzorgers
Rechten en uitsluitingen van mantelzorgers in België summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie bekritiseert scherp dat de regering een jaar lang de waarschuwingen over de impact van de beperkte werkloosheidsuitkering op mantelzorgers negeerde, waardoor duizenden vanaf 1 maart zonder inkomen dreigen te vallen, ondanks herhaalde signalen en concrete voorstellen zoals die van Vlaams Belang en PVDA. Minister Clarinval (MR) erkent de urgentie en belooft een "snelle, evenwichtige oplossing" via intercabinetsoverleg, waaronder een tijdelijke verlenging van uitkeringen en een verhoging van de maximaal 390 euro voor mantelzorgers, maar oppositiepartijen zoals Ecolo en DéFI wijzen op het ontbreken van concrete maatregelen met nog 17 dagen tot de deadline, terwijl ze eerdere wetsvoorstellen van de oppositie afwezen. Les Engagés (Pirson) benadrukt dat de partij al tijdens de onderhandelingen over de hervorming pleitte voor uitzonderingen voor mantelzorgers en nu "constructief" meewerkt aan een structurele oplossing, maar kritiek van linkse partijen noemt ze hypocriet omdat ook zij destijds geen actie ondernamen. De minister stelt dat mantelzorg geen kerntaak is van de werkloosheidsverzekering en roept regionale overheden op hun verantwoordelijkheid te nemen, wat oppositieleider Tonniau (PVDA) afdoet als "schuldafschuiven" terwijl mantelzorgers nu direct dreigen verarmen. De kern van de kritiek is dat de regering pas onder druk van media en verenigingen in actie komt, terwijl de oppositie al maanden een bevriezing van de hervorming voor mantelzorgers eist tot een volwaardig statuut gereed is.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, de regering heeft beslist om de werkloosheidsuitkering in de tijd te beperken. Daarbij werd één fundamentele sociale correctie een jaar lang over het hoofd gezien, namelijk de impact op de mantelzorgers. Het Vlaams Belang heeft daarvoor herhaaldelijk gewaarschuwd en toch bleef het oorverdovend stil. Pas toen mantelzorgverenigingen, betrokken burgers en de media het dossier oppikten, werden vorige week plots ballonnetjes door de MR en Vooruit opgelaten.
Pas afgelopen vrijdag werd in de kern van de regering-De Wever beslist om de situatie van werkloze mantelzorgers te bekijken en tijdelijk een oplossing aan te reiken, zodat zij hun uitkering niet zouden verliezen. U engageert zich nu pas om een structurele oplossing uit te werken. De eerste minister heeft trouwens gezegd dat iemand met een heel zwaar medisch geval in de familie niet ter beschikking is van de arbeidsmarkt en op solidariteit moet kunnen rekenen. Dat is natuurlijk terecht, maar ruimschoots te laat. Intussen is de beperking al sinds januari 2026 in werking en de financiële onzekerheid van de mantelzorgers is geen theoretisch probleem, maar nijpend en reëel.
Mijnheer de minister, waarom moest het een jaar duren om dat in te zien? Waarom heeft de regering alle eerdere waarschuwingen van onze partij systematisch naast zich neergelegd? Wanneer komt er een concreet wetgevend initiatief om mantelzorgers tijdelijk van inkomensverlies te vrijwaren? Hoe zal de beloofde structurele oplossing eruitzien? Binnen welke termijn mogen mantelzorgers duidelijkheid verwachten? Zult u het statuut van de mantelzorgers in zijn geheel herbekijken? Hebt u inmiddels een brief naar uw collega’s van de regio’s gestuurd?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, Marie élève seule une enfant autiste. Elle enchaîne les rendez-vous entre l’école spécialisée, la logopède et les rendez-vous chez le médecin. Elle est au chômage, mais elle arrive à travailler deux jours par semaine en moyenne. Lorsqu’elle sera exclue du chômage pour aller vers le CPAS, elle ne pourra plus travailler que deux jours par mois, et elle ne pourra gagner qu’un maximum de 2 086 euros par mois. Rachida s’occupe de son fils de 12 ans, Rayan, lourdement handicapé. Elle aussi va perdre son revenu le 1 er mars. Elle touche un taux cohabitant de 745 euros actuellement, mais vu que son mari travaille – il gagne 2 000 euros –, elle n’aura pas accès au CPAS, une perte d’à peu près 1/3 du revenu pour cette famille. Françoise a deux enfants, elle est aidant proche, et elle sera exclue du chômage le 1 er mars. Elle, elle est recevable au CPAS. En revanche, son revenu d’intégration sociale (RIS) sera raboté de 250 euros par mois parce qu’elle est propriétaire de sa maison.
Monsieur le ministre, tous ces cas-là, nous les connaissons. Nous savons depuis le début que cela allait se passer. La réforme a été votée le 17 juillet, vous avez eu 210 jours pour trouver une solution pour ces cas et aujourd’hui, vous vous retrouvez au pied du mur. Il ne vous reste plus que 17 jours pour trouver une solution pour ces personnes.
On a pu lire dans la presse ce week-end les larmes de crocodile: "on va trouver une solution, personne ne sera laissé au bord du chemin." Or, dans les faits, que constatons-nous? C’est qu’à ce stade, aucune solution n’a été trouvée, ni pour Marie, ni pour Rachida, ni pour Françoise, ni pour toutes les autres qui vont être exclues au 1 er mars.
Monsieur le ministre, ma question est simple, mais je vous la pose depuis des semaines: allez-vous faire en sorte qu’aucun aidant proche ne soit exclu du chômage au 1 er mars ?
François De Smet:
Monsieur le ministre, interrogé sur la question des aidants proches le week-end passé, le premier ministre a dit exactement ceci: "Ce groupe devient visible, c'est un effet de notre gestion." Quel extraordinaire aveu du fait que vous n'aviez rien anticipé du tout et que, dans l'Arizona, décidément, gouverner, c'est tout sauf prévoir! Mais il a dit aussi qu'on allait trouver une solution pour les aidants proches qui sont au chômage, qu'on ne permettrait pas qu'un aidant proche qui est au chômage aujourd'hui ne reçoive plus son allocation dans un mois ou deux.
Qu'a fait l'Arizona depuis? Hier, on a exhumé et voté une proposition de loi pour améliorer le statut des aidants proches qui travaillent. C'est très bien. On a aussi déposé une résolution en urgence des Engagés, pleine de bonnes intentions, mais en demandant des avis qui vont être rendus dans plusieurs semaines, ce qui n'a absolument aucun sens.
Et vous, vous proposez d'activer la dispense de l'ONEM. Mais cette mesure, monsieur le ministre, est très restrictive. Les aidants proches d'un parent en situation de handicap ne peuvent pas activer la dispense. Les aidants proches de conjoints à handicap lourd, non plus. Les aidants proches d'un enfant ayant dépassé 21 ans, non plus. Les aidants proches de leurs frères ou sœurs qui vivent à la maison, non plus. Les aidants proches qui ont déjà épuisé leur dispense par le passé, non plus. En outre, activer cette dispense ne permet que de donner 12 mois de sursis supplémentaires, alors que nous n'avons aucune certitude qu'une solution structurelle sera trouvée dans ce délai.
Il faut se rendre à l'évidence, monsieur le ministre, il n'est pas possible de fabriquer un statut d'aidant proche satisfaisant et équitable en 15 jours. Il n'y a donc qu'une seule chose à faire: suspendre les effets de votre réforme pour tous les aidants proches, qui, comme vous l'avez dit vous-même au Parlement, assument des charges de soins lourds; et pas juste pendant quelques mois, mais jusqu'à ce qu'on soit en mesure de proposer un vrai statut.
Allez-vous respecter l'engagement pris par le premier ministre? Pouvez-vous garantir qu'aucune maman, aucun papa d'enfant handicapé au chômage, mais aussi aucun aidant proche de son parent, conjoint, frère ou sœur en situation de handicap, ne se retrouvera sans aucun revenu propre au 1 er mars?
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, vous le savez, pour Les Engagés les aidants proches ne sont pas une forme d'opportunité. Depuis des années, nous leur portons un engagement constant au sein de ce Parlement et maintenant au sein de cette majorité, contrairement à d’autres qui semblent découvrir la thématique au rythme des polémiques. Au sein de ce gouvernement, nous nous battons ardemment sur ce dossier depuis le début des négociations initiales de la réforme du chômage.
Les Engagés n’ont cessé d’alerter sur la situation spécifique des aidants proches. Le chômage est un régime assurantiel fondé sur la disponibilité pour le marché du travail. Or, certains aidants proches, au vu de la charge lourde et constante qu’ils assument, ne sont pas disponibles sur le marché du travail. Les traiter comme des demandeurs d’emploi classiques serait tout simplement injuste.
À court terme, les maintenir dans le régime du chômage est peut ‑ ê tre une solution, mais ce n ’ est en tout cas pas une solution durable. C’est pourquoi, au sein de cette majorité, nous avons insisté pour que la réalité des aidants proches soit explicitement prise en compte. Vendredi dernier, après l’insistance de plusieurs partenaires de la majorité, dont Les Engagés, le kern a décidé l’ouverture de réunions urgentes en intercabinets afin de dégager des mesures immédiates.
Aujourd'hui, j’entends que certains souhaitent réduire le débat à une querelle de procédures ou à des dépôts de textes. La responsabilité politique, ce n’est pas courir après l’urgence médiatique, mais bien sécuriser des solutions solides.
Monsieur le ministre, pouvez ‑ vous faire é tat devant la Chambre de l ’ avancement pr é cis de ces r é unions? Quelles pistes concr è tes sont actuellement à l ’é tude? Dans quel d é lai des mesures op é rationnelles pourront ê tre pr é sent é es?
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, J-17: le 1 er mars, c’est dans 17 jours, autant dire demain, et toujours aucune solution concrète. Qu'allez-vous encore pouvoir dire à ces aidants proches qui seront exclus le 1 er mars? Que vous êtes très préoccupé, que vous avez des pistes, qu’il existe un groupe de travail. Il reste 17 jours, monsieur le ministre.
Aujourd’hui, c’est moi qui vous pose des questions, mais ce n’est pas à moi que vous devez répondre. Vous devez répondre à ces aidants proches, à ces hommes et à ces femmes qui travaillent. Avez-vous récemment parlé à des mamans qui s’occupent de leur enfant autiste, qui travaillent un jour sur deux, qui courent de leur emploi aux écoles spécialisées, puis chez le médecin, chez le kiné, et enchaînent les rendez-vous médicaux? Elles aimeraient elles aussi travailler davantage, avoir une vie normale, mais c’est impossible.
Aujourd’hui, elles vivent dans l’angoisse de perdre jusqu’à 700 euros par mois du fait de leur exclusion. Vous rendez-vous compte de l’état dans lequel elles se trouvent? La question qui les hante est la suivante: comment vais-je pouvoir m’en sortir?
Je ne compte plus le nombre de fois où nous vous avons interrogé sur ce sujet. Nous sommes à 17 jours de leur exclusion. Dites-nous, monsieur le ministre: allez-vous geler cette exclusion, oui ou non? Pouvez-vous garantir à ces aidants proches que, le 1 er mars, ils ne perdront pas un euro?
Hier, la majorité a rejeté ma proposition au motif que vous aviez une solution. Donnez-nous enfin des éléments concrets qui puissent nous permettre de vous croire! Apportez cette réponse claire que tout le monde attend, non pas à moi, monsieur le ministre, mais aux aidants proches qui la réclament depuis des mois!
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, mantelzorgers zijn geen profiteurs, maar helden. Zij kiezen er bewust voor om hun eigen leven op pauze te zetten om voor een geliefde met een ziekte of een beperking te zorgen. Dat zijn vaders die ’s nachts moeten opstaan voor hun zoon met een epileptische aanval; dat zijn moeders die 24 uur op 24 uur een partner met dementie moeten bijstaan.
De uitkering van die mensen is nu in gevaar door de regering. Door de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd dreigen zij nu zonder inkomen te vallen. Dat is een brutale besparing, die heel veel zegt over u en over de regering.
U hebt altijd verklaard dat u de mantelzorgers zou helpen. U zou, samen met minister Beenders en minister Vandenbroucke een statuut uitwerken. Dat statuut is er vandaag nog altijd niet. U sluit dus mensen uit zonder een alternatief te bieden. U gooit ze in het water om vervolgens te zeggen dat er later wel een reddingsbootje zal langskomen om hen op te pikken.
Mijnheer de minister, met de PVDA hebben we ons altijd heel constructief opgesteld. Ik zie u lachen, maar vorige zomer nog hebben we amendementen ingediend om de uitkering van die mensen te beschermen. Had u die goedgekeurd, dan bevond u zich nu niet in de situatie die we nu zien. Gisteren hebben we in de commissie opnieuw een tekst voorgelegd om de uitkering van de mantelzorgers te beschermen, maar u hebt die weggestemd. De MR, uw partij, heeft tegengestemd. Erger nog, ook Vooruit van de heer Rousseau, cd&v van de heer Mahdi, Les Engagés en de N-VA hebben de tekst verworpen.
Mijnheer de minister, wanneer zult u eindelijk een echt statuut voor mantelzorgers uitwerken, iets beters dan wat er vandaag bestaat? Ik weet niet of u het doorhebt, maar het is dringend.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, werk en gezin combineren is al alle ballen in de lucht houden. Wanneer daar nog de zorg bij komt voor een partner met dementie, een ouder met kanker of een kind met een handicap, is dat allesbehalve evident.
Al jaren pleit Vooruit voor ondersteuning van mantelzorgers. Gisteren hebben we in de commissie een stap vooruit gezet voor mensen die mantelzorgen en werken. We hebben het uitgebreider en flexibeler gemaakt en dat is goed. Als zij zorg dragen voor anderen, moeten we ook zorg dragen voor hen. Er is echter nog altijd een groep mantelzorgers die uw aandacht verdient. Bij de hervorming van de werkloosheid hebben we van bij het begin gezegd dat we de doelstelling om meer mensen aan het werk te helpen, kunnen steunen. We hebben er tegelijk op gewezen dat dit niet voor iedereen vanzelf zal gaan en voor sommigen misschien niet haalbaar is. Daarvoor moeten uitzonderingen worden voorzien.
Een aantal uitzonderingen hebben we binnengehaald, maar niet voor de mantelzorgers. Hoe komt dat? Partijen stonden op de rem. Gelukkig zijn de geesten de voorbije weken wat gerijpt. Intussen wordt het wel dringend en is het hoog tijd dat er een oplossing komt. U hebt dat vorige week samen met onze ministers aangekondigd en dat is een goede zaak. Mantelzorgers die soms 24 op 24 zorgen, wachten nu met een bang hart af wat er vanaf 1 maart zal gebeuren. Ze dragen zorg voor hun familie en rekenen op een sterke overheid die hen beschermt.
Mijnheer de minister, zal er tegen 1 maart een oplossing zijn, zodat werkloze mantelzorgers niet bang moeten afwachten, maar wel degelijk kunnen rekenen op ondersteuning?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, bijna iedereen wordt tijdens zijn leven geconfronteerd met de diepmenselijke plicht om voor een naaste te zorgen: een ouder wiens gezondheid achteruitgaat, een kind met een handicap, een partner die ziek wordt.
Ook werkzoekenden kunnen geconfronteerd worden met zware zorglasten. Sinds 2015 bestaat er bij de RVA een specifieke vrijstelling voor mantelzorgers. Die maakt het mogelijk het recht op een uitkering te behouden, hoewel de persoon als mantelzorger tijdelijk niet in staat is werk te zoeken.
In het overgangsregime van de hervorming van de werkloosheid is voor die mantelzorgers in een verlenging van het recht op werkloosheidsuitkeringen voorzien tot maximaal 1 jaar. Die mogelijkheid kan ook vandaag nog benut worden door werklozen van wie het recht op werkloosheidsuitkeringen normaal ten einde zou lopen op 1 maart of later.
Cette possibilité semble d'ailleurs être utilisée par le public cible. En décembre 2025, on comptait 22 % de paiements en plus à des bénéficiaires de la dispense pour aidants proches qu'en décembre 2024. Il n'est donc pas correct d'affirmer que leur réalité n'a pas été prise en compte dans le cadre de la réforme du chômage.
Le montant de l'allocation liée à cette dispense ne s'élève toutefois au maximum qu'à 390 euros par mois. Il s'agit d'un montant que nous héritons du passé. Mesdames et messieurs les députés, je plaide donc pour une augmentation substantielle de ce montant et j'ai bon espoir d'être entendu dans cette demande.
En outre, la majorité a apporté hier son soutien à une proposition parlementaire visant à améliorer le statut des aidants proches qui travaillent. Nous voulons ainsi faciliter la conciliation entre travail et soins, avec davantage de clarté et une meilleure protection pour celles et ceux qui prennent soin au quotidien d'un proche.
Par ailleurs, pour les aidants proches qui se trouvent actuellement au chômage et qui risquent de perdre prochainement leurs droits, nous prévoyons de mettre en place, dans les meilleurs délais, une solution adaptée. À ce sujet, un accord existe au sein du gouvernement. Les échanges sont constructifs et se poursuivent activement. Vendredi dernier, au sein du gouvernement, nous avons décidé d'aboutir rapidement à une solution équilibrée, à court comme à long terme, soutenue par tous.
Avec tout le respect dû aux situations humaines difficiles, il convient également de rappeler que le chômage est avant tout une assurance pour les travailleurs qui cotisent afin de se protéger contre un risque précis: la perte temporaire d'un emploi.
Il ne s'agit pas d'un système conçu ni adapté pour prendre en charge des situations de soins lourds et de longue durée. Ces réalités appellent des réponses spécifiques qui doivent être recherchées dans un système cohérent de soins et de protection sociale, qui dépasse le seul domaine de la compétence du ministre fédéral de l'Emploi.
Une politique efficace à l'égard des aidants proches ne peut reposer sur un seul pilier. Elle suppose une mobilisation cohérente et complémentaire des instruments fédéraux et régionaux. C'est pour cela que j'ai en effet écrit aux différents ministres régionaux compétents pour qu'ils puissent aussi, à leur niveau, prendre leurs responsabilités.
Je reste pleinement engagé à faire progresser ce dossier avec détermination et je resterai, avec conviction, un allié de toutes les initiatives qui visent à renforcer de manière concrète et ciblée le soutien aux aidants proches.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, berouw komt na de zonde, maar zou het niet beter zijn om niet telkens weer eerst een zonde te begaan? In een normale democratie luistert een regering naar de oppositie, zeker wanneer men sociale leemtes probeert te dichten. Het Vlaams Belang heeft tientallen keren gewaarschuwd voor de gevolgen voor de mantelzorgers, in de commissie en in plenum, met uitgewerkte voorstellen. Een jaar lang werd dat genegeerd, niet weerlegd, maar gewoon weggewuifd, omdat het cordon voor de regering-De Wever blijkbaar belangrijker is dan sociale rechtvaardigheid.
Nu mag u uw eigen knoeiwerk herstellen. Doe het alstublieft snel. Mantelzorgers verdienen zekerheid, geen experimenten.
Mijnheer de minister, een regering die pas luistert nadat ze heeft gefaald, bewijst niet haar kracht, maar haar onvermogen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je dois vous confier que nous débattons régulièrement en interne pour déterminer si vous agissez par incompétence ou par malveillance. Franchement, aidez-nous à trancher! Quelle indécence! Vous avez eu 210 jours pour apporter une solution à ces personnes qui seront exclues au 1 er mars. Vous n'avez pas avancé d'un iota sur la question. Vous vous trouvez au pied du mur. Vous avez 17 jours pour aboutir. Pendant ce temps, vous continuez à nous sortir des banalités et à tourner autour du pot sans apporter de solution concrète.
Vous nous dites être ouvert à toute proposition. Hier, une proposition de loi figurait à l'agenda et a été rejetée par votre gouvernement. Nous avions aussi déposé des amendements, qui ont également été balayés par l'Arizona. Alors, franchement, qu'attendez-vous pour apporter de vraies solutions en faveur des aidants proches? Il vous reste 17 jours!
François De Smet:
Monsieur le ministre, il n'y a rien de rassurant dans votre réponse. Votre réforme ne sera donc pas suspendue en faveur des aidants proches. Vous annoncez une solution dont on ne voit rien venir dans les meilleurs délais; ce qui engage à peu de chose. Heureusement, chers collègues, Les Engagés ont obtenu qu'on organise des réunions! Non, collègue Pirson, monsieur le ministre, nous n'avons plus le temps d'organiser des réunions et de solliciter des avis. Il est temps de passer à l'action.
Je le regrette, mais tous les partis de cette majorité sont responsables du manque d'anticipation. Il est un peu facile de cracher dans la soupe et d'essayer de s'en tirer en disant: "Regardez! Nous, nous avions prévenu." Non! Nous nous trouvons dans cette situation parce qu'aucun des cinq partis n'a vu venir ce problème. Et c'est à vous tous de le régler.
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses constructives. Il est effectivement beaucoup plus facile de ne rien faire et de tout laisser comme ça que de réformer.
Contrairement à ce qui a été dit, nous avons pris nos responsabilités dès le début des négociations dans le cadre de la réforme du chômage et nous continuerons à le faire jusqu'à l'atterrissage complet des mesures attendues, à court terme, sans doute, dans le cadre du chômage, et puis, à long terme, dans le cadre de mesures structurelles.
Les aidants proches n'ont pas besoin d'effets de tribune. Ce dont ils ont besoin, c'est de réponses claires, juridiquement sécurisées et rapidement applicables. Et nous serons au rendez-vous pour qu'elles soient prises, comme nous l'avons été dans le cadre de la compensation pour les CPAS. Nous voulons assurer la justice dans les réformes, celles en cours et celles à venir.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne vais pas vous dire merci pour votre réponse. Vous dites avoir une solution. Cela fait des semaines que tout le monde discute et on ne voit rien. En fait, c'est vous qui avez mis tout le monde dans le même panier, sans réfléchir, en venant avec cette réforme qui est complètement idéologique. C'est vous qui avez créé ce problème pour les aidants proches, parce que rien n'avait été réfléchi avant.
Hier, je suis venue en commission pour voter un texte qui suspend les exclusions des aidants proches avant le 1 er mars 2026. C'était simple, clair et surtout efficace. Mais, non, la majorité s'est dit qu'on avait le temps: "17 jours, c'est demain. On va encore réfléchir." On a même été jusqu'à dire que ma proposition était préjudiciable. Il faut quand même pouvoir se l'entendre dire. C'est complètement hallucinant! Qui est préjudiciable dans cette histoire? Je vais vous le dire: c'est vous qui êtes préjudiciable. C'est vous qui avez voté l'exclusion des aidants proches. C'est vous qui avez fait la sourde oreille face aux alertes que l'on vous fait depuis des mois.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, ik vat uw antwoord kort samen: u steekt de mensen in de shit en u laat hen stikken.
Mevrouw Pirson, die situatie is niet uit de lucht komen vallen. De oppositie waarschuwt daarvoor al sinds vorige zomer. Amendementen werden echter weggestemd door Les Engagés, teksten werden tot gisteren weggestemd door Les Engagés. Hoezo komt u hier nu hypocriet doen alsof alles is opgelost en alsof het onze schuld is dat die mantelzorgers in de shit blijven zitten? Ik begrijp dat niet. U moet toch wel de culot hebben om dat te doen.
Mijnheer de minister, u zegt dat er een oplossing komt, maar over welke oplossing hebt u het eigenlijk? Wij hebben een oplossing: zet de beperking van de werkloosheid in de tijd even op pauze, neem de tijd om te vergaderen, werk een degelijk statuut uit samen met de ministers Vandenbroucke en Beenders, zoals beloofd, en kom dan terug naar het Parlement. Dan kunnen we daar opnieuw over spreken.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, u zegt dat het aantal aanvragen toeneemt en dat toont voor mij aan hoe hoog de nood is. Ik kijk dan ook uit naar de oplossing die u morgen zult afkloppen. Ze moet morgen worden afgeklopt, want de mantelzorgers willen tegen 1 maart zekerheid hebben. Uiteraard betekenen hogere uitkeringen een betere ondersteuning. Ondertussen zal onze minister ook werken aan administratieve vereenvoudiging en aan minder paperassen. Mantelzorgers hebben immers hun hoofd al vol met zorgen voor hun gezinsleden en familieleden. Ze moeten daar geen extra paperassen bij krijgen. Het moet zo eenvoudig en zo snel mogelijk worden geregeld door de werkloosheid voor hen vanaf 1 maart niet meer te beperken in de tijd, maar te verlengen.
-
Vraag: Het banenverlies in de Antwerpse chemiesector
Vraag: De impact van het grote aantal collectieve ontslagen op de industriesector
Vraag: De wake-upcall voor de eurocraten inzake onze industriële toekomst
Vraag: De malaise in de industrie
Vraag: De verslechterende economische situatie en de dalende koopkracht
economie en werkHet banenverlies in de Antwerpse chemiesector
De impact van het grote aantal collectieve ontslagen op de industriesector
De wake-upcall voor de eurocraten inzake onze industriële toekomst
De malaise in de industrie
De verslechterende economische situatie en de dalende koopkracht
De crisis in de Europese industrie, banenverlies, economische neergang en dalende koopkracht summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de crisis in de Belgische industrie, met name de 600 ontslagen bij BASF Antwerpen, symbool voor structurele achteruitgang door hoge energiekosten, loonkosten, Europese regeldrift en gebrek aan competitiviteit. Critici (N-VA, cd&v, PVV, PTB) hekelen de passiviteit van minister Clarinval (MR)—geen concrete maatregelen, te trage hervormingen, afhankelijkheid van dure energie-importen—terwijl hij arbeidskostenverlaging, energienormen en het "Make 2025-2030"-plan als oplossingen naar voren schuift, maar zonder tastbaar resultaat. Europa’s bureaucratie en het ontbreken van een Belgisch industriebeleid verergeren de neergang, met oproepen tot deregulering, publieke energinievesteringen en snellere hervormingen. De oppositie eist directe actie en verantwoordelijkheid, terwijl de regering blokkeert op budgettaire twisten en gebrek aan urgentie.
Steven Coenegrachts:
De regering staat stil, de eerste slachtoffers vallen: 600 jobs weg bij BASF. 600 persoonlijke en familiale drama’s. En het zullen niet de laatste zijn.
Ik weet dat na mij collega’s van de N-VA en cd&v komen, die zullen zeggen: Europa moet meer doen. Maar, minister, de vraag is wat u al hebt gedaan. Wat heeft Arizona al gedaan? Op één iets na is het antwoord heel gemakkelijk, namelijk niets. Niets voor de bedrijven, niets voor de industrie, niets voor onze jobs en onze welvaart. Veel geblaat, maar heel weinig wol.
Nochtans, minister, wist u vanaf dag één wat het grote struikelblok van onze energie-intensieve bedrijven, van onze industrie, is: de hoge energiefactuur. Vanaf dag één wist u ook wat de oplossing daarvoor is: een korting op de energiefactuur. Dat lag allemaal klaar. Alles was voorbereid. Maar u deed daar niets mee. Het is schuldig verzuim.
Ondertussen wachten we in dit Parlement op flexibelere nachtarbeid, op meer overuren, op de pensioenhervorming. Ik zal het hier zelfs niet hebben over de begroting. Mijnheer de minister, uw regering staat stil, de slachtoffers vallen. Wat zult u doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, met meer dan 36 jaar ervaring in de chemiesector heb ik zelf gezien hoe een toonaangevende werkgever in de Kempen, ooit een bron van welvaart voor honderden gezinnen, vandaag vecht om te overleven. Een bedrijf dat niet alleen directe, maar ook talloze indirecte jobs mogelijk maakte. Een bedrijf waar we als Belgen trots op mogen, maar vooral ook moeten zijn.
Vandaag verdwijnen er bij BASF 600 banen, niet door een gebrek aan expertise, maar door een nieuwe realiteit die de sector treft. De hele industrie gaat gebukt onder hoge energiekosten, trage procedures en een torenhoge loonkost. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor zijn van onze welvaart stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese ondernemingen groeien en bloeien en dat ten koste van onze eigen bedrijven. Niet met cd&v.
Besturen is voor cd&v meer dan bijsturen, maar wel investeren in onze mensen en bedrijven en investeren in economische groei, zodat iedereen er beter van wordt, zodat we onze jobs hier kunnen houden en opnieuw kunnen meespelen met de grote spelers. Daarom hebben we nood aan een fundamentele omzwaai voor onze industrie. Op een economisch kerkhof kan men geen sociaal of duurzaam beleid voeren.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat België zijn concurrentiekracht herwint en dat onze industriële werkgevers opnieuw vertrouwen krijgen om in ons land te investeren?
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, het weerbericht van vandaag luidt code geel voor het binnenland en code oranje voor de kust, maar voor onze economie luidt het code rood.
Transportbedrijven moeten aantonen dat elke liter brandstof mensenrechtenproof is. Onze eigen chocoladeproducenten riskeren boetes als hun cacaoleveranciers in Ghana niet voldoen aan Europese klimaatnormen. Ik denk aan de dopjes op de flesjes en aan de regels – tot voor kort – over hoe krom bananen mochten zijn. Dat zijn slechts enkele voorbeelden van de regeldrift van Europa.
Europa is elke voeling met de realiteit kwijt. Het is dan ook logisch dat de Verenigde Staten en Qatar dreigen de gaskraan dicht te draaien en dat BASF 600 jobs schrapt en dat allemaal door richtlijnen bedacht door eurocraten zonder voeling met de werkvloer. De eigen regulering duwt de Europese industrie in zwaar weer: geen energiezekerheid, torenhoge energie- en loonkosten en daarbovenop een administratieve nachtmerrie.
We moeten niet denken dat we als Europese Unie de wereld kunnen reguleren. It is time to wake up from this European-centrist illusion . Onze concurrenten investeren in groei, terwijl wij investeren in idealisme zonder realiteitszin.
Mijnheer de minister, zult u binnen de Europese Raad op tafel slaan en pleiten voor meer economisch realisme, voor deregulering en voor minder rapportverstikking? Geef onze industrie zuurstof en vertrouwen. Dank u.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, 600 jobs verdwijnen bij BASF in Antwerpen. Opnieuw een groot industrieel bedrijf in België dat afdankt. En ik, ik weet wat dat is om afgedankt te worden. Na jarenlang hard werken in de fabriek, plotseling aan de deur te worden gezet, dat snijdt diep. We hebben Arlanxeo gehad, we hebben Agfa gehad, ExxonMobil, Total, Evonik, Covestro, Ineos. De maakindustrie, het kloppende hart van onze welvaart, dat bloedt dood.
Rechts komt hier al jaren toeteren dat de loonkost het probleem is. Mijnheer de minister, mijnheer Ronse, wat zegt het Federaal Planbureau? De energiekost is te hoog. Wat zegt chemiefederatie Essenscia? De energiekost, dat is het probleem. Als we uit de crisis willen geraken, dan zullen we die energietransitie wel zelf in eigen handen moeten nemen. Dan moeten we stoppen met die vuile deals te sluiten met Trump om het duurste en meest schadelijke schaliegas te importeren vanuit de VS. Dan moeten we afstappen van het versleten, liberale model waar ENGIE Electrabel zowel de productie als de prijs bepaalt. Wij hebben echt nood aan een grootschalig publiek investeringsplan voor hernieuwbare energie en om ons elektriciteitsnetwerk te moderniseren. Dat is de toekomst voor onze industrie.
Ik heb één duidelijke vraag voor u, mijnheer de minister. Heeft onze industrie eigenlijk volgens u nog een toekomst in België? Zo ja, bent u bereid af te stappen van het liberale energiemodel en te gaan voor echte publieke investeringen?
Sophie Thémont:
Monsieur le vice-premier ministre, aujourd'hui, c'est la crise, mais c'est aussi la crise pour les travailleurs, pour les familles, pour les pensionnés et pour les étudiants. Par quoi répondez-vous? Par une crise au sein du gouvernement. Savez-vous ce qui se passe? Au MR, vous êtes tétanisés parce que vous vous rendez compte que vous ne savez pas tenir vos promesses de campagne. On croyait qu'on allait avoir affaire à des ingénieurs. Aujourd'hui, on a des amateurs sans cœur. Qui supporte les efforts budgétaires aujourd'hui? Les pensionnés, les familles et la classe moyenne.
Vous avez été incapables de vous mettre d'accord sur un chiffre pour le budget; incapables de produire ici une déclaration politique il y a dix jours; incapables de doter le pays d'un cap; incapables d'augmenter le revenu de 500 euros; incapables d'offrir des perspectives d'emploi et de reprise aux entreprises; incapables de relancer l'industrie. Vous l'avez vu à Anvers aujourd'hui, l'entreprise BASF va supprimer 600 emplois d'ici 2028.
Après sept mois, vous avez raboté les pensions, bidouillé l'index, augmenté les soins de santé, augmenté le minerval, augmenté le prix de l'immobilier, supprimé les primes de nuit et tout va devenir plus cher. Vous avez trahi la classe moyenne et les pensionnés.
J'ai quand même une petite chose à vous dire. Ce n'est pas moi qui le dit, mais la presse, et quelqu'un de chez vous sous le couvert de l'anonymat. Votre paralysie au MR vient du fait que vous avez un peu les chocottes, monsieur Clarinval, que la classe moyenne se venge aujourd'hui. J'ai une simple question pour vous, à titre personnel. À combien estimez-vous l'effort que doit faire ce gouvernement?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, de intentie van BASF om tegen 2028 600 jobs te schrappen, bijna één job op vijf op de site in Antwerpen, is een duidelijk signaal: het gaat steeds slechter met onze industrie. Volgens de informatie waarover ik beschik, zullen er geen gedwongen economische ontslagen plaatsvinden, conform de akkoorden die met de sociale partners over de werkzekerheid zijn gesloten. BASF wijst erop dat de onderneming er alles aan zal doen om de transitie naar een andere job te bevorderen. Ik moedig uiteraard directie en vakbonden aan om een serene sociale dialoog te blijven voeren met oog voor oplossingen voor de betrokken werknemers.
BASF is helaas geen alleenstaand geval. Wat er vandaag gebeurt, toont een structurele verzwakking van de industriële competitiviteit van ons land aan. Volgens het Federaal Planbureau blijft het aandeel van de industrie in onze economie dalen. Het aandeel van de maakindustrie in de toegevoegde waarde van België is gedaald van 20 % in 1995 naar 12 % in 2023, een daling met bijna de helft. Het aantal jobs is afgenomen van 680.000 in 1995 tot 510.000 in 2023, ofwel 170.000 jobs minder. Die evolutie is niet houdbaar als we onze productieve basis, onze jobs en ons vermogen om waarde te creëren, willen behouden.
Ik heb het al herhaaldelijk gezegd. Competitiviteit is mijn prioriteit, zij is geen optie, zij is een voorwaarde voor onze welvaart. Zonder competitiviteit zijn er geen investeringen, geen innovatie en geen duurzame werkgelegenheid.
De regering heeft al concrete maatregelen genomen. Ten eerste verlagen wij de arbeidskosten met bijna 1 miljard euro tegen 2029. Ten tweede, samen met minister Bihet maak ik werk van de energienorm om de energiekosten te beheersen. Die kosten wegen immers zwaar op onze industriële sectoren, waaronder de chemie- en metaalindustrie.
Ten derde zullen mijn verschillende hervormingen van de arbeidsmarkt het bovendien mogelijk maken om de beschikbare talenten te mobiliseren en onze regels aan de economische en sociale realiteit aan te passen.
Onze beslissingen gaan in de goede richting, maar ze volstaan niet. We moeten verder en sneller gaan om de competitiviteit van onze economie te herstellen. Dat is de bedoeling van het plan Make 2025-2030. Dat plan wil onze industrie duurzaam versterken dankzij een nauwe samenwerking tussen de overheid en de economische partners. We moeten ook structurele hervormingen nastreven, met name op fiscaal vlak. Het doel is duidelijk. We willen snelle, meetbare en nuttige resultaten bereiken voor onze ondernemingen.
De competitiviteit wordt echter niet alleen in België bepaald, maar ook op Europees niveau. Daar gaat het echter niet snel genoeg. Mario Draghi zei ook al dat als Europa niet sneller wordt, het een risico loopt op slow agony , een trage verslechtering van zijn globale economische positie.
Aujourd'hui, un an après la remise du rapport Draghi, ce sont à peine 11 % des propositions dudit rapport qui sont mises en œuvre. Nous sommes trop lents, trop fragmentés, trop contraints par notre propre bureaucratie. On l'a encore vu hier avec le vote sur le CSRD et CS3D. C'est un échec regrettable.
La Belgique dispose d'atouts pour redevenir un acteur industriel fort en Europe. Ce travail exige de la cohérence et des mesures fortes. La compétitivité se construit pas à pas, réforme après réforme. C'est cette direction que le gouvernement fédéral doit poursuivre avec pragmatisme, avec constance et avec la conviction qu'une économie forte reste la meilleure garantie d'un modèle économique social solide.
L'annonce de BASF nous rappelle que chaque jour compte. C'était d'ailleurs tout le message qui avait été donné lors de la déclaration d'Anvers pour un pacte industriel européen. Et ce message doit évidemment aussi se traduire dans les discussions budgétaires que nous menons actuellement.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, wij horen nu al maanden aan een stuk dezelfde beloften en voorstellen, maar de vraag is wat u al hebt uitgevoerd. Wat hebt u al concreet gemaakt? Wat hebt u al veranderd? Welke wetteksten hebt u hier al ingediend? Over welke wetsontwerpen mogen wij stemmen? Wij staan klaar om die met onze fractie te steunen, maar hier ligt niets voor.
Collega’s, ik hoorde de voorbije uren in de wandelgangen heel wat speculatie over de val van de regering, maar waarover zou u vallen? U hebt nog niets beslist. Er is niets om over te vallen. Terwijl alle alarmbellen afgaan, doet u niets. Het is code rood, zei mevrouw Van Riet, maar wat doet u? U staat stil. U speelt verstoppertje achter de rug van Europa, dat het maar moet oplossen, mijnheer de minister. Kies voor actie.
Tine Gielis:
Dank u wel, mijnheer de minister. U geeft aan dat u een pact voor ogen hebt, waarmee u aan de slag zult gaan. Dat stelt mij al enigszins gerust, want we hebben in de media een duidelijk signaal gekregen.
We verwachten van u als minister dat u een katalysator voor een reset van de Belgische industrie zult zijn met het oog op het opkrikken van de concurrentiekracht. Dat is ook wat de bedrijven, de werknemers en de gezinnen van u verwachten. U zult daarvoor in cd&v zeker een bondgenoot vinden.
Wij kijken uit naar uw plan van aanpak waarmee we aan de slag kunnen, een plan dat onze industrie opnieuw vertrouwen en rechtszekerheid moet geven.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, we mogen niet langer de bureaucratische klucht van de Europese Commissie over ons heen laten komen. Onze motor van productiviteit en innovatie sputtert. Het beetje flexibiliteit dat we momenteel nog hebben op onze arbeidsmarkt, volstaat niet meer.
Ik ben blij dat u het Europees dogmatisch idealisme erkent en het wil vervangen door economisch pragmatisme, voor we een koffietafel voor onze industrie moeten organiseren.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, “Het gaat steeds slechter met onze industrie”, dat zijn uw woorden en u hebt gelijk. Dat staat toch in schril contrast met wat de heer Bouchez daarnet is komen verkondigen.
Het gaat slecht met onze industrie. Maar wat zult u eraan doen? U hebt geen enkel plan. U hebt daar geen enkel antwoord op gegeven. We blijven afhankelijk van gas uit de VS, we blijven afhankelijk van het liberale beleid. Elke job die vanaf vandaag verloren gaat door de hoge energiekosten, is uw verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van de regering. U staat ernaar te kijken en doet gewoon niet.
Het is duidelijk: u moet investeren; u moet de energiemarkt in eigen handen nemen. Dit zien we immers in het buitenland: waar men de energiemarkt in eigen handen neemt, presteert de economie veel beter.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne vais pas vous remercier pour vos réponses puisque vous n’avez répondu à rien. Je vous avais pourtant posé une seule question. Le premier ministre est absent, et vous, vous êtes complètement silencieux. Vous dites vouloir relancer l’économie. Je voudrais quand même vous rappeler que la Belgique, aujourd'hui, bat à nouveau un record de faillites. En septembre, il y a eu 1 219 faillites. C’est du jamais vu depuis 2013. C’est une augmentation de 2 % par rapport à 2024, et cela représente 2 542 emplois perdus. Vous qui venez avec toutes vos mesures, vous qui voulez augmenter le taux d’emploi à 80 %, vous ne répondez même pas aujourd'hui aux travailleurs et aux travailleuses de BASF qui vont se retrouver sur le carreau sans perspective. Laissez-moi quand même avoir une pensée pour eux. On le voit, vous êtes complètement perdu. Ce gouvernement est sans cohésion et sans boussole. Je vous l’ai déjà dit et je vous le redis: vous n’êtes absolument pas le ministre du travail.
-
Vraag: De loonnorm 2025-2026 en de vraag of de regering loonsverhogingen voor werknemers opnieuw blokkeert
De loonnorm 2025-2026 en de vraag of de regering loonsverhogingen voor werknemers opnieuw blokkeert
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Robin Tonniau (PVDA) bekritiseert minister Clarinval omdat de regering 0% onderhandelingsmarge toekent voor collectieve loonsopslagen, terwijl bedrijven (o.a. BEL20) miljardenwinsten uitkeren en lonen via koninklijk besluit voor twee jaar worden geblokkeerd, ondanks stijgende productiviteit. Clarinval verdedigt het beleid: lonen stijgen 5,5% door indexering (geen echte opslag), het minimumloon verhoogt met 35 euro bruto (gecompenseerd voor werkgevers), en er komen 888 miljoen aan lastenverlagingen en fiscale hervormingen om nettolonen te verhogen. Tonniau wijst indexering af als *geen echte loonsverhoging* en noemt het beleid "100% minachting voor werknemers", aankondigend dat vakbonden en PVDA op 14 oktober zullen protesteren tegen het "bevriezen van lonen terwijl winsten exploderen". De kern: conflict tussen geblokkeerde reële loongroei (ondanks winststijgingen) en regeringsmaatregelen die indexering en lastenverlaging als compensatie inzetten.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, 0,0 %, zoveel bedraagt de onderhandelingsmarge die de werkende mensen en hun vakbonden van de regering krijgen met betrekking tot collectieve opslag. 0,0 % is niet veel, mijnheer de minister, dat is gewoon niets.
Wij zullen wel werken en zij zullen ze wel verdienen; door ons werk zijn de winsten gestegen. Kijk maar naar de BEL20-bedrijven. De 20 grootste beursgenoteerde ondernemingen in België zijn van plan om dit jaar alleen al 6,4 miljard euro aan hun aandeelhouders uit te keren. Het is niet alleen koekenbak voor de bedrijven in de BEL20. In heel wat sectoren, waar keihard gewerkt wordt, worden hoge winsten geboekt en is er dus ruimte voor loonsverhoging voor degenen die de rijkdom creëren.
Wat gebeurt er echter in ons land? België is het enige land ter wereld waar de lonen worden geblokkeerd, niet door de werkgever, maar door u, mijnheer de minister met uw arizonaregering. Meer nog, dat gebeurt niet na een groot debat in het Parlement. Neen, u doet dat achter de rug van de werknemers. Tijdens hun congé in juli wilt u namelijk een koninklijk besluit ondertekenen, waardoor u met één pennentrek de lonen van de werkende klasse opnieuw voor twee jaar blokkeert.
Mijnheer Clarinval, ik heb voor u, die een echte liberaal is, de volgende vraag: zult u nu echt de onderhandelaars de vrijheid ontnemen om in collectieve loonsonderhandelingen loonsverhogingen in sectoren die winst maken, te vragen?
Ik heb ook een vraag voor de andere vice-eersteministers. Mijnheer Vandenbroucke van Vooruit, mijnheer Van Peteghem van cd&v, zult u het koninklijk besluit mee ondertekenen om onze lonen opnieuw voor twee jaar te blokkeren, ja of neen?
Voorzitter:
U had het, zoals ik voorspeld had, inderdaad over de verhouding wetgevende en uitvoerende macht.
David Clarinval:
De Groep van Tien is er niet in geslaagd om binnen de termijn van drie maanden, zoals bepaald is bij wet, een akkoord over de loonmarges te bereiken, ondanks het evenwichtige voorstel dat ik op tafel had gelegd.
Conform de wet is het nu aan de regering de teugels weer in handen te nemen. Ik herinner eraan dat de lonen zullen stijgen met 5,5 % in de komende twee jaar via het mechanisme van de automatische indexering van de lonen. 5,5 % dus, mijnheer Tonniau, en niet 0,0 %. Tegelijkertijd zal het minimumloon in overeenstemming met het engagement van de regering ter zake vanaf 1 april 2026 met 35 euro bruto verhoogd worden.
Om de kosten van laaggeschoolde arbeid niet te verzwaren, zal de verhoging volledig gecompenseerd worden voor de werkgevers. We steunen dus zowel werknemers als werkgevers. De regering plant verlagingen van de werkgeversbijdragen voor 325 miljoen euro in 2025 en voor 563 miljoen in 2026, of 888 miljoen in totaal. Bovendien staat in het regeerakkoord een verhoging van twee keer 2 euro per maaltijdcheque.
Tot slot zal de structurele fiscale hervorming die we voorbereiden, erop gericht zijn het nettoloon van werknemers te verhogen en tegelijkertijd de arbeidskosten voor de werkgevers te verlagen.
Robin Tonniau:
Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister. De Groep van Tien heeft geen akkoord bereikt. Hoe kan het ook anders? Hij mocht onderhandelen over 0,0 % marge.
De indexering is geen loonopslag. Dat weet u goed genoeg. Dat weet iedereen. De indexering is een aanpassing aan de levensduurte. Dat de groep maar 0,0 % onderhandelingsruimte krijgt, komt neer op 100 % misprijzen voor de werkende klasse. De mensen van de werkende klasse creëren de winsten. Terwijl de winsten in de sectoren toenemen, legt u met uw beslissing het blok erop, want werknemers verdienen 0,0 % opslag. Dat is een feit.
Mijnheer de minister, de vakbonden zijn het niet met u eens, de mensen, die uitgebuit worden en alsmaar harder moeten werken, zijn het niet met u eens. Ze komen op straat, opnieuw, op 14 oktober, om tegen uw beleid en tegen uw besparingsregering actie te voeren. Gelijk hebben ze. Ze hebben voor 100 % mijn steun. Ze hebben voor 100 % de steun van de PVDA.
Voorzitter:
Voor wie de debatten van gisteren zou hebben gemist, is het interessant dat de datum nog eens in herinnering wordt gebracht, zodat de belangstellenden aanwezig kunnen zijn.
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Robin Tonniau als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Voorstel van resolutie betreffende een onafhankelijke audit door het Rekenhof van de spoedaankoop van antidronematerieel (1575/1)
Voorstel van resolutie betreffende een onafhankelijke audit door het Rekenhof van de spoedaankoop van antidronematerieel (1575/1)
Bekijk dossier 1575
-
Voorstel: Voorstel van resolutie over het veiligstellen van het inkomen van ouders van kinderen met een handicap (1330/2)
}Voorstel van resolutie over het veiligstellen van het inkomen van ouders van kinderen met een handicap (1330/2)
Bekijk dossier 1330
Stemmingen
Recente stemmingen van Robin Tonniau in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'Het jaarrapport 2025 van de vicegouverneur van Brussel' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Kjell Vander Elst over 'De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Jeroen Van Lysebettens over 'De consequenties en de kosten van het blijvende uitstel van de PEZ1' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het ontoereikende rendement, de vertraagde investeringsstrategie en de bestuurscrisis bij Hedera' details → | nee |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het aanvullen van onze strategische gasvoorraden' details → | nee |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico's, Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt, Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en houdende diverse bepalingen details → | onthouding |
| Stemming over amendement nr. 3 van Caroline Désir cs op artikel 4. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 4 van François De Smet op artikel 4. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 6 van Nadia Moscufo cs op artikel 4. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz cs op artikel 4. details → | ja |
Commissies
Robin Tonniau is lid van de volgende commissies.