Overzicht
Bekijk alles over de fractie PVDA-PTB. Bekijk leden en activiteit in de plenaire vergaderingen.
Leden
De fractie [object Object] bestaat uit 15 actieve leden. Hieronder ziet u een oplijsting van deze leden. U kan doorklikken op een persoon, om meer details over deze persoon te krijgen.
Kemal Bilmez (32)
Vlaams-Brabant
Nabil Boukili (41)
Brussel-Hoofdstad
Greet Daems (45)
Antwerpen
Roberto D'Amico (59)
Henegouwen
Kim De Witte (48)
Limburg
Natalie Eggermont (37)
West-Vlaanderen
Raoul Hedebouw (49)
Luik
Farah Jacquet (41)
Namen
Sofie Merckx (51)
Henegouwen
Peter Mertens (56)
Antwerpen
Nadia Moscufo (62)
Luik
Julien Ribaudo (39)
Brussel-Hoofdstad
Robin Tonniau (41)
Oost-Vlaanderen
Annik Van den Bosch (55)
Brussel-Hoofdstad
Ayse Yigit (53)
Henegouwen
Activiteit (plenaire vergaderingen)
Het parlementair werk van een fractie bestaat deels uit mondelinge vragen die de leden stellen tijdens de plenaire vergaderingen, en ook uit voorstellen die leden van de fractie indienen.
Bekijk al het parlementair werk van de fractie PVDA-PTB rond een specifiek onderwerp.
Vragen gesteld door PVDA-PTB in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Vraag: Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
Vraag: De flexi-jobs
Vraag: De woede van de horeca
Vraag: De evaluatie van de flexi-jobregeling
Vraag: Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
horecaDe uitspraken van minister Van Peteghem en minister Jambon over de flexi-jobs
Het 'on/off'-beleid van de regering inzake flexi-jobs
De flexi-jobs
De woede van de horeca
De evaluatie van de flexi-jobregeling
Het omzeilen van het socialebijdragestelsel bij flexi-jobs
Flexi-jobs: beleid, evaluatie en impact op horeca en sociale bijdragen summaryExplanationGesteld door
VB Kurt Moons
Anders. Steven Coenegrachts
cd&v Nathalie Muylle
PS Patrick Prévot
PVDA-PTB Nadia Moscufo
DéFI François De Smet
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister David Clarinval verdedigt de uitbreiding van flexi-jobs als een noodzakelijke flexibilisering van de arbeidsmarkt, met steun van cijfers die aantonen dat het vooral voltijdse werknemers en gepensioneerden aanvullend inkomen biedt, maar kritiek van collega’s Vincent Van Peteghem en Jan Jambon noopt tot twijfel over de budgettaire houdbaarheid en mogelijke vervanging van vaste jobs. Oppositieleiders zoals Kurt Moons en Patrick Prévot beweren dat de regering-De Wever ondoordacht handelde zonder impactanalyse, terwijl sectoren zoals horeca waarschuwen voor faillissementen door stijgende kosten en dalende consumptie, met name door de verhoogde BTW en onzekerheid rond flexi-jobs. Nathalie Muylle en Nadia Moscufo benadrukken dat flexi-jobs symptomen maskeren van structurele problemen zoals te lage lonen, ontoereikende pensioenen en een te dure arbeidsmarkt, waarbij Muylle pleit voor lastenverlaging en gelijk speelveld voor bijverdienen. François De Smet en Steven Coenegrachts wijzen op interne regeringstegenstrijdigheden en eisen focus op economische groei in plaats van ad-hocmaatregelen, met Coenegrachts die hoopt op een "zinnige" stem bij begrotingsonderhandelingen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, deze vraag was oorspronkelijk gericht aan de eerste minister, maar naar goede gewoonte schuift hij moeilijke vragen over heibel binnen zijn regering op een laffe manier door naar een van zijn acolieten. Goed nieuws over Volvo Car Gent, dat ging nog net. We komen dus bij u terecht, mijnheer de minister.
Nog maar twee weken geleden werden de flexi-jobs uitgebreid naar alle sectoren. Sinds maandag staat de regering echter weer onder hoogspanning. Uw collega, minister van Begroting Van Peteghem, op zoek naar vele miljarden, verklaarde doodgemoedereerd dat flexi-jobs de sociale zekerheid en de welvaartsstaat doen ontsporen. Zijn eigen partij, cd&v, keurde die uitbreiding enkele weken eerder nochtans nog volmondig goed. Dat wordt daar precies een gewoonte: we zijn er eigenlijk tegen, maar stemmen toch voor.
De antwoorden van andere ministers lieten niet lang op zich wachten. Minister Jambon liet weten open te staan om flexi-jobs alleen nog toe te laten voor voltijds werkende werknemers, terwijl zijn fractieleider, de heer Ronse, voordien had gezegd dat er geen enkele reden was om het systeem te herbekijken. Hij slikte die woorden trouwens 24 uur later weer in.
U was wel duidelijk. Op Instagram verklaarde u letterlijk: " Hors question de remettre en cause le système ," maar intussen weet niemand nog hoe het verder moet, de regering-De Wever blijkbaar ook niet.
Mijnheer de minister, graag verneem ik van u het volgende. Wordt er binnen de regering al onderhandeld over een aanpassing van het systeem? Zo ja, in welke richting? Deelt u de visie van minister Van Peteghem dat de fiscaal gunstige regeling van de flexi-jobs moet worden teruggeschroefd vanwege de begrotingsdoelstellingen? Is het eerlijk tegenover mensen die al in het nieuwe systeem zijn gestapt om nu de spelregels te wijzigen? Waarom werd vooraf geen regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd alvorens een uitzonderingsregeling zo drastisch te veralgemenen?
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, al jaren verschijnen rapporten waarin staat dat de Belgische arbeidsmarkt dringend flexibeler moet worden. De voorbije jaren hebben we daarvoor een zeer succesvolle maatregel uitgewerkt, namelijk de flexi-jobs. Vandaag oefenen 260.000 mensen een flexi-job uit. Het overgrote deel werkt voltijds en doet daar dus nog een extra job bij.
Ondernemingen hebben eindelijk een manier gevonden om hun piekmomenten op te vangen, ten voordele van een betere dienstverlening aan de klant. Ik denk dat iedereen die de voorbije zonnige dagen op een terras heeft gezeten, de voordelen daarvan heeft kunnen vaststellen.
Kortom, iedereen is dus enthousiast over die flexi-jobs, zelfs zo enthousiast dat we hier enkele weken geleden de veralgemeende invoering van de flexi-jobs hebben goedgekeurd.
Vandaag lijkt het alsof iedereen, inclusief de N-VA, daartegen is, of er minstens reserves bij heeft. Van minister Van Peteghem, van de tsjeven, kan men nog verwachten dat ze op drie weken van mening veranderen, of op drie dagen zelfs, want nog maar drie dagen geleden kwam mevrouw Muylle in de commissie pleiten om ook de organist in de kerk als flexi-jobber aan de slag te laten gaan. Het gaat dus allemaal bijzonder snel.
Collega's, mensen die werken, zijn nooit het probleem. Mensen die werken, zijn altijd de oplossing.
De echte problemen in ons land zijn de 140.000 openstaande vacatures, de energieprijzen die door het dak gaan, een half miljoen langdurig zieken. Weet u wat de oplossing van minister Van Peteghem daarvoor is? Niemand weet dat. Hij ook niet, want hij heeft daar niet over nagedacht. Het is veel gemakkelijker om mensen die werken extra te belasten.
Mijnheer de minister, mogen we nog op u rekenen? Mogen die flexi-jobbers nog op u rekenen? Zult u garant staan voor de flexi-jobs?
Nathalie Muylle:
Voorzitter, collega's, Jan heeft studerende kinderen die op kot gaan en hij wil bijklussen. Hij wil dat doen in de horeca. 300 uur per jaar, goed voor 5.000 euro.
Doet hij dat vandaag als flexi-jobber, dan verdient hij 5.000 euro bruto, wat ook netto is. Zijn werkgever betaalt 6.400 euro en hij bouwt pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag via vrijwillige overuren, dan krijgt hij eveneens 5.000 euro. Zijn werkgever betaalt iets minder, maar hij bouwt geen pensioenrechten op. Doet hij dat vandaag met een vast contract – we hebben dat hier een paar weken geleden goedgekeurd, voor zes uur per week – dan betaalt zijn werkgever ongeveer evenveel als bij een flexi-job. Zelf houdt hij netto 2.173 euro over, minder dan de helft van wat hij via overuren of een flexi-job zou verdienen.
Ik kan nog andere voorbeelden geven van flexibele vormen van arbeid, zoals studentenarbeid. Studenten betalen vandaag een beperkte sociale bijdrage, maar bouwen geen sociale rechten op. Kijk ook naar het verenigingswerk. Daar betaalt men 10 à 20 % bijdragen, maar ook daar worden geen rechten opgebouwd. Zo kan ik nog even verdergaan.
Collega's, wij hebben in dit Parlement elke vorm van flexibel werken gesteund en we zullen dat ook blijven doen, omdat we ervan overtuigd zijn dat een moderne arbeidsmarkt die flexibiliteit nodig heeft. Pieken in onze economie moeten kunnen worden opgevangen. Mensen willen die flexibiliteit ook.
In elk debat heb ik echter, en dat blijkt ook uit het verslag, telkens gezegd dat er voor ons een gelijk speelveld moet komen tussen alle vormen van bijklussen. De excessen moeten eruit. Wie vandaag ziek of werkloos is, kan geen flexi-job uitoefenen.
Eigenlijk is dit echter een debat in de marge. De kern van de zaak is dat arbeid in ons land gewoon veel te duur is. De lasten op arbeid moeten omlaag. De eerste stap die we vandaag met deze fiscale hervorming hebben gezet, moet worden uitgevoerd. Wat ons betreft, mag die niet worden vertraagd. We willen bovendien verder gaan.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u daarnaar? Bent u bereid ook een verdere lastenverlaging op arbeid te steunen?
Dank u.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, le secteur de l'horeca tire la langue et ne veut plus de fausses promesses. Il vous demande simplement d'arrêter de lui compliquer la vie. J'en prends pour preuve le président de l'horeca bruxellois, qui vient de vous adresser une lettre accablante. Son constat est sans appel: le contrat de confiance avec l'Arizona est rompu.
Pendant ce temps-là, les faillites s'accumulent. Vous êtes devenu le gouvernement des faillites. Chaque semaine, des cafés, des restaurants et des hôtels baissent le rideau. Derrière chaque fermeture, il y a des femmes et des hommes qui travaillent 12, 13 ou 14 heures par jour sans même savoir s'ils pourront encore ouvrir demain.
Aujourd'hui, ils voient également leurs clients disparaître. Pourquoi, me direz-vous? Parce que vous tapez dans les poches des travailleurs et que vos mesures grèvent les finances des ménages. Quand les Belges doivent compter chaque euro, ils renoncent d'abord à aller au restaurant, à prendre un verre avec des amis ou à partir quelques jours en vacances. Ce sont les familles qui se privent, et c'est l'horeca qui trinque.
Quelle est votre réponse à tout cela? Vous répondez par une hausse de la TVA sur les hôtels, par des menaces sur d'autres taux de TVA et par une généralisation des flexi-jobs que le secteur lui-même vous demande de revoir. Bref, vous ne soutenez pas l'Horeca; vous vous contentez seulement de lui présenter l'addition.
Monsieur le ministre, combien de faillites faudra-t-il encore attendre avant que vous ne changiez enfin de cap? Allez-vous continuer à affaiblir le pouvoir d'achat des ménages qui affecte tous les secteurs, dont celui de l'horeca? Enfin, allez-vous redonner de l'oxygène à celles et ceux qui créent de l'emploi, de l'activité et de la convivialité partout en Belgique?
Nadia Moscufo:
Monsieur le ministre, vous avez dit lors d'une interview vidéo que les flexi-jobs étaient l'huile dans le moteur économique. Je suis tout à fait d'accord avec vous. Toutefois, vous vous en servez surtout pour frotter les pompes des grands patrons, en leur offrant de la main-d'œuvre bon marché et hyper flexible.
Pourquoi les gens travaillent-ils en flexi-job? D'une part, il y a ceux qui n'ont pas assez, non pour vivre, mais pour survivre. Pourquoi n'ont-ils pas assez? Parce que vous leur avez bloqué les salaires depuis des années. D'autre part, il y a les retraités. Vous avez déclaré entendre de nombreux de retraités se plaindre du fait qu'ils manquaient de contacts sociaux, de liens sociaux. Je ne sais pas quels pensionnés vous fréquentez. Pour ma part, monsieur le ministre, je représente les millions de retraités qui se plaignent de ne pas avoir assez de pension. Savez-vous quelle est la pension moyenne des salariés dans ce pays? je vais vous le dire: 1565 euros net! Et c'est sans compter le malus, avec lequel ce sera encore pire. Alors non, monsieur le ministre, les gens ne travaillent pas en flexi-job parce qu'ils s'ennuient le samedi et le dimanche.
Votre ministre du Budget parle d'un dérapage dans le budget de la sécurité sociale. Je me suis demandé si ce dérapage dans le budget de la sécurité sociale n'était pas, en réalité, votre but véritable. Entretemps, nous avons pris connaissance d'une étude qui indique clairement que, désormais, les flexi-jobs remplaçaient les contrats classiques. Quelle est la position du gouvernement par rapport à cette étude?
François De Smet:
Monsieur le ministre, 13 jours à peine après l'entrée en vigueur de votre réforme sur la généralisation des flexi-jobs, votre collègue le ministre du Budget, monsieur Van Peteghem, déclare que le système est en train de déraper et que notre État-providence ne restera pas soutenable. Mieux encore, hier, le ministre des Finances, monsieur Jambon, lui a emboîté le pas, disant vouloir examiner si le système nuit à l'emploi régulier. Cela fait quand même deux vice-premiers de votre coalition!
Je reste fasciné par la capacité de ce gouvernement à réfléchir après avoir pris les mesures. Plus que jamais, dans l'Arizona, on tire d'abord, on réfléchit ensuite! Vous avez balayé ces critiques, vous allez sûrement le refaire dans une minute. Pourtant, la concurrence des flexi-jobs sur l'emploi classique est une vraie question, et je vous invite à regarder quelques indicateurs.
Une entreprise sur huit ayant recours aux flexi-jobs n'emploie plus aucun travailleur fixe. Le commerce concentre 34 % des emplois directs en flexi-jobs contre 17 % en 2021, tandis que l'horeca, lui, plafonne à 40 %, preuve que la croissance se fait en dehors du secteur d'origine. Les syndicats chiffrent le manque à gagner en cotisations et impôts à plus de 500 millions par an après la généralisation.
Alors, soyons clairs, les flexi-jobs, c'est génial dans certains secteurs, notamment l'horeca, qui serait en très grande difficulté sans cela. Mais leur généralisation est un danger et, quand l'horeca lui-même attire l'attention là-dessus, il faut l'écouter. Le danger d'une substitution massive par petit volume existe, le tout dans un régime où le travailleur ouvre des droits à la pension, mais ne verse pas de cotisations personnelles.
Monsieur le ministre, quel est l'impact net, selon vous, sur le financement de la sécurité sociale, manque à gagner, substitution et droits dérivés compris? Pouvez-vous vraiment nier tout effet de substitution? Il n'y a pas de honte à se remettre en question, monsieur le ministre, surtout si la moitié du gouvernement doute déjà.
Je vous remercie.
David Clarinval:
Chers collègues, je vous remercie de m'interroger sur ce dossier des flexi-jobs, car il va me permettre de remettre un peu de rationalité dans le débat.
Permettez-moi de commencer par quelques chiffres particulièrement pertinents. Le premier est que les flexi-jobbers pensionnés de 65 ans et plus représentent aujourd'hui 28,7 % du volume total de travail en flexi-jobs, soit près d'un tiers de ce volume. Parmi les flexi-jobbers non pensionnés, 83 % travaillent à temps plein. Ce n'est que 17 % des flexi-jobbers non pensionnés qui ont un taux d'emploi de base compris entre 80 % et 95 %.
Il est exact que 7 % des employeurs recourent exclusivement à des flexi-jobbers, mais cela est tout à fait normal, car il s'agit principalement de microentreprises, d'indépendants travaillant seuls qui débutent leur activité et sont en pleine phase de croissance. Il y a très peu de flexi-jobs dans les grandes entreprises et, a fortiori , dans les multinationales. Les flexi-jobs sont conçus comme un revenu d'appoint venant compléter une activité principale. Les flexi-jobbers qui ne sont pas pensionnés travaillent en moyenne 190 heures par an et gagnent un peu moins de 3 000 euros par an grâce à leur flexi-job.
Il est dès lors illogique de vouloir réduire volontairement les revenus issus de cette activité principale en passant d'un emploi à temps plein à un quatre cinquièmes dans le seul but de compenser ensuite cette perte par un flexi-job. Une telle démarche est en effet peu intéressante sur le plan financier. Une réduction du temps de travail a des conséquences non seulement sur le salaire, mais également sur la prime de fin d'année, le pécule de vacances, le nombre de jours de congé, les bonus et les autres avantages liés à l'emploi principal.
Enfin, afin d'éviter tout usage abusif de ce dispositif, une période d'attente anti-abus de six mois est déjà prévue pour les travailleurs qui réduisent leur temps de travail avant de pouvoir exercer un flexi-job. Il serait donc complètement irrationnel de quitter un cinq cinquièmes fixe avec tous les avantages qui y sont liés pour s'engager dans quelques heures de flexi-job non structurel au terme de cette période d'attente de six mois.
S'agissant du prétendu effet de substitution, l'avis du CNT s'appuie principalement sur l'évaluation du secteur horeca. Celle-ci montre que l'éventuelle substitution entre les flexi-jobs et l'emploi régulier est limitée et temporaire et qu'elle ne se ferait qu'au détriment d'autres formes flexibles de travail, en particulier le travail intérimaire ou le travail occasionnel. En ce qui concerne l'éventuel impact sur le budget, rappelons qu'il existe une cotisation patronale spéciale de 28 %. Les flexi-jobbers contribuent pleinement au financement de la sécurité sociale, notamment par le biais de leur activité principale.
Les flexi-jobs permettent aux entreprises d'absorber plus facilement les pics d'activité. Cette flexibilité leur offre la possibilité de répondre à une demande accrue, de transformer une activité ponctuelle en croissance structurelle et, à terme, de créer davantage d'emplois.
Les flexi-jobs contribuent ainsi au financement de la sécurité sociale. Les revenus complémentaires générés par les flexi-jobs créent évidemment de l'activité économique. Pour les pensionnés, les flexi-jobs représentent en effet plus qu'un simple complément de revenus: ils constituent aussi une source de contacts sociaux.
Wat de analyse van de NAR betreft, die hebben we gisteren ontvangen. De analyse zelf bevat uiteindelijk weinig nieuwe elementen. De analyses van het Federaal Planbureau hebben hoofdzakelijk betrekking op de horecasector. De NAR roept er overigens toe op voorzichtig te zijn alvorens deze resultaten te extrapoleren naar de andere sectoren. Het advies bevat inderdaad de vraag om de evaluatiewerkzaamheden voort te zetten. Dat is nu net wat de nieuwe wet al voorziet. Er zijn twee evaluaties gepland. De eerste zal worden uitgevoerd door de sectoren zelf en zal betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden, de veiligheid en arbeidsongevallen. Een tweede evaluatie zal de gevolgen van de hervorming voor alle sectoren analyseren.
Ik wens tevens opnieuw het engagement van minister Vandenbroucke en mijzelf te benadrukken om elk misbruik van de flexi-jobs te bestrijden. Het is met name onverantwoord dat personen zich arbeidsongeschikt verklaren tegenover hun werkgever, terwijl zij tegelijkertijd een flexi-job uitoefenen bij een andere werkgever. Een dergelijke situatie is strijdig met de geest van het systeem en kan niet worden getolereerd.
Tot slot wil ik met klem benadrukken dat met de uitbreiding van de flexi-jobs uitvoering wordt gegeven aan het regeerakkoord. Die uitbreiding werd overigens niet willekeurig beslist. Ze komt tegemoet aan een duidelijke vraag vanuit het terrein. Zowel werkgevers als werknemers vragen al jaren dat dit systeem wordt uitgebreid naar andere sectoren. Laten we deze hervorming de tijd geven om haar effecten op het terrein te tonen en de evaluatie op basis van de feiten te laten plaatsvinden, zodat we eventueel kunnen bijsturen op basis van objectieve elementen en niet op druk (…)
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.
Ik stel vast dat de onenigheid, en dus de onzekerheid binnen de regering, blijft. We merken ook een duidelijk patroon bij deze regering-De Wever. U lanceert ondoordacht wetsontwerpen, zonder enige voorafgaande impactanalyse. U luistert ook nooit naar rationele argumenten van de oppositie. Het Vlaams Belang wees immers al maanden op de risico’s, namelijk kannibalisatie van reguliere jobs, zware kosten voor de schatkist, fiscale ongelijkheid en fraudegevoeligheid. We werden niet gehoord;
Als deze regering de spelregels nu al zou veranderen, is dat een listige truc. Ze verleidt mensen naar een voordeliger statuut en verhoogt daarna de fiscaliteit ter zake. Daarenboven zijn het overwegend Vlamingen die dit systeem gebruiken. Zij zullen dus ook weer de factuur betalen.
Mijnheer de minister, deze regering-De Wever hangt met haken en ogen aaneen. Dit land is onbestuurbaar. Het loopt op de financiële klippen. En de Vlaming is het beu altijd opnieuw op te draaien voor de rekeningen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw felle verdediging van de flexi-jobs. Ze verdienen het. U stelt me toch een beetje gerust dat er één zinnige mens aan tafel zit als er over de begroting gesproken zal worden.
Mijnheer de minister, al noemen sommigen dit een discussie in de marge, weliswaar een discussie in de marge die de eigen vicepremier op de voorpagina’s van kranten gaat voeren, ik ben het er eigenlijk mee eens dat dit een discussie in de marge zou moeten zijn. Waar het vandaag echt over moet gaan, is de economische groei. Hoe doen we onze economie groeien, zodat onze welvaartstaat ondersteund wordt, zodat onze gezondheidszorg betaalbaar blijft. Dat is waar een minister van doordrongen moet zijn, of hij economie in zijn portefeuille heeft, of sociale zaken, maar zeker als hij begroting in zijn portefeuille heeft.
Dat is waar deze regering wakker van moet liggen. Ik hoop, samen met iedereen hierbuiten, dat u daar na de zomer eindelijk eens werk van maakt.
Nathalie Muylle:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
U hebt de flexi-jobs heel sterk verdedigd. Veel van uw argumenten volgen we ook volledig. Het is ook goed dat u een opening laat om de excessen uit het systeem te halen, zoals mensen die arbeidsongeschikt zijn en flexi-jobben. Ik kan er nog meer noemen. Arbeidsongeschikten kunnen vandaag perfect zelfstandige worden, 23.000 euro verdienen en geen eurocent van hun uitkering verliezen. Er liggen heel wat voorstellen in het Parlement. U hoeft in uw oefening dus eigenlijk niet zo ver te gaan.
Collega Coenegrachts, de kern van de zaak is dat economische groei ongelooflijk belangrijk is. We zouden ons daarvoor hier met alle 150 moeten inzetten. Voor ons is een cruciaal onderdeel daarvan ook de lastenverlaging. Daarover heb ik jammer genoeg niets gehoord. Voor ons is het echter heel duidelijk. De excessen moeten eruit en er moet een gelijk speelveld komen voor alle vormen van bijverdienen. Die lastenverlaging moet er ook komen. Die agenda moet worden uitgevoerd en mag niet worden vertraagd.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, votre réponse confirme exactement ce que les secteurs dénoncent: vous n'écoutez plus celles et ceux qui créent de l'emploi. Concernant les flexi-jobs, c'est inédit. L'opposition vous a mis en garde, tout comme les partenaires sociaux et même votre propre collègue, Vincent Van Peteghem, auquel le ministre Jambon emboîte maintenant le pas. Désormais, c'est l'horeca lui-même qui vous dit que cette réforme est une erreur, mais vous, vous continuez à faire la sourde oreille.
Votre gouvernement a augmenté la TVA sur les hôtels à 12 %, alors que ce secteur représente plus de 35 000 emplois et fait vivre toute notre économie touristique. À l'approche d'un nouveau conclave budgétaire, le secteur craint qu'une fois de plus, vous ne remettiez le couvert. Vous prétendez soutenir l'économie, mais vos décisions freinent la consommation. Et quand la consommation recule, ce sont toujours les indépendants qui paient l'addition!
L'horeca, monsieur le ministre, ne demande pas de privilèges. Le secteur vous demande d'arrêter de lui envoyer la facture de vos choix budgétaires. Donc, monsieur le ministre, écoutez enfin celles et ceux qui travaillent!
Nadia Moscufo:
Vous me faites toujours rire, monsieur le ministre, parce que vous venez toujours avec toute votre conviction et avec des chiffres pour défendre votre projet. Or vos chiffres confirment notre thèse. Vous dites que 83 % du volume total des flexi-jobs sont occupés par des gens qui travaillent à temps plein. Vous en êtes satisfait, car c'est votre modèle du travail.
Notre modèle du travail suppose que les gens qui travaillent à temps plein ne doivent pas avoir besoin d'un job supplémentaire pour pouvoir non seulement boucler ses fins de mois, mais même aller en vacances. Vous allez partir en vacances, n'est-ce pas, monsieur le ministre? Quelqu'un qui travaille dans ce pays a aussi le droit de partir en vacances. Il est inacceptable que quelqu'un doive prendre un flexi-job pour aller en vacances ou pour offrir un cadeau à ses enfants.
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. J’y entends beaucoup de conviction et assez peu de place au doute. Cela me conforte dans l’idée que l’Arizona est une gigantesque opération d’expérimentation sociale. Je vous invite à regarder l’ensemble du paysage. Avec votre réforme du chômage, on compte deux fois plus d’exclus du chômage en Wallonie et à Bruxelles que d’emplois disponibles. Vous avez aussi libéralisé le travail étudiant. Nous enregistrons un nombre record de faillites et de précarité. C’est dans ce contexte-là et dans ce paysage-là que deux de vos vice-premiers ministres vous adressent des mises en garde qui, à mon avis, devraient être davantage prises au sérieux. Je vous remercie.
-
Vraag: De ramp op een bouwwerf in Brussel
De ramp op een bouwwerf in Brussel
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Peter Mertens betuigt medeleven met de families van de zeven slachtoffers—waaronder Stijn, Koen, Jille, Johan en Mohamed—die omkwamen bij een brand in het OXY-gebouw op 1,2 km van het parlement, en vraagt naar concrete opvanginitiatieven voor nabestaanden en collega’s op lange termijn. David Clarinval bevestigt dat een gerechtelijk onderzoek loopt onder leiding van het arbeidsauditoraat en benadrukt dat details omwille van het onderzoeksgheim niet kunnen worden vrijgegeven, maar herhaalt zijn steun aan slachtoffers en hulpdiensten. Mertens wijst op de structurele risico’s in de bouwsector, die volgens vakbonden zevenmaal meer dodelijke ongevallen kent dan andere sectoren, en dringt aan op zowel psychologische als preventieve maatregelen. Beide benadrukken de nood aan veiligheid, terwijl Clarinval de onafhankelijkheid van het onderzoek verdedigt en Mertens kritiseert dat bouwvakkers enkel zichtbaar worden na rampen.
Peter Mertens:
Het is een onwaarschijnlijke tragedie dat men 's morgens opstaat om te gaan werken en niet meer thuiskomt. Stijn, Koen, Jille, Johan en Mohamed worden genoemd in de pers, net als een Roemeens slachtoffer en nog twee anderen die vechten voor hun leven. Het gaat om zonen, echtgenoten, maar ook om collega's, om vaklui die fier zijn op hun stiel. Het gaat om mensen met families, mensen met dromen, mensen met nog een toekomst voor zich. Het is niet te vatten.
Ik wil dan ook eerst mijn medeleven betuigen aan de families en aan alle collega's. Ik wil ook mijn dank uitspreken aan alle hulpverleners die het beste van zichzelf hebben gegeven om het inferno te bedwingen en mensen te helpen.
Die ramp heeft zich eigenlijk niet ver van hier voorgedaan, op amper 1,2 kilometer van dit gebouw, op het Brouckèreplein, in het vroegere Muntcentrum, nu het OXY-centrum. Zes mensen zijn in een lift gestapt en zijn nooit meer thuisgekomen. Ze hebben het leven gelaten terwijl ze liftdeuren aan het installeren waren. Ze gingen kabelrol halen om stopcontacten en schakelaars te installeren, verdieping per verdieping.
Er is een erg ongemakkelijke tegenstelling. Wanneer alles goed gaat, mijnheer de minister, dan hebben de mensen die onze scholen, ziekenhuizen en kantoren bouwen geen naam, dan zijn ze naamloos. Wanneer er een ongeval gebeurt, worden ze als slachtoffers op de voorpagina's genoemd.
Ik begrijp heel goed dat het onderzoek nog volop bezig is. Toch had ik graag een antwoord gekregen op één vraag. Welke initiatieven hebben de verschillende overheden op dit moment genomen om de opvang van de families, maar ook van de collega's, te verzekeren, niet alleen de komende drie dagen, maar ook in de komende maanden?
David Clarinval:
Geachte Kamerleden, vooreerst wil ik mijn diepe medeleven betuigen naar aanleiding van de brand in het OXY-gebouw in Brussel. Achter dat drama schuilen menselijke verhalen van verlies en verdriet. Ik betuig mijn oprechte deelneming aan de families en naasten van de slachtoffers en wens mijn solidariteit uit te spreken met de gewonden en allen die rechtstreeks of onrechtstreeks door die tragische gebeurtenis zijn getroffen.
Daarnaast wens ik hulde te brengen aan de hulpdiensten, de brandweer, de politiediensten, de medische teams en alle personen die werden gemobiliseerd. Dankzij hun professionaliteit, moed en inzet kon in bijzonder moeilijke omstandigheden snel en doeltreffend worden opgetreden.
De precieze omstandigheden van die brand maken momenteel het voorwerp uit van een gerechtelijk onderzoek onder leiding van het arbeidsauditoraat. De regionale directie Brussel-Hoofdstad van de Arbeidsinspectie, Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk, werd door de arbeidsauditeur van Brussel gevorderd om overeenkomstig artikel 28 ter , § 3, van het Wetboek van strafvordering een onderzoek te voeren naar dat dodelijke arbeidsongeval. Gelet op het geheim van het lopende gerechtelijk onderzoek kan de Arbeidsinspectie daarover geen nadere informatie verstrekken.
Ik begrijp dat het ontbreken van bijkomende informatie vragen en ongeduld kan oproepen. Het is evenwel van essentieel belang dat de feiten met de nodige onafhankelijkheid en zorgvuldigheid volledig kunnen worden onderzocht.
Peter Mertens:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is toch goed om eraan te blijven denken, telkens wij een lift binnenstappen, telkens wij een zwembad of een school binnenstappen en telkens wij een gebouw binnenstappen, dat alles gebouwd is met mensenhanden en dat daaraan vaak heel veel risico’s zijn verbonden. Dat is voor een aantal mensen misschien te evident geworden. De bouwsector blijkt uit elk onderzoek opnieuw een van de gevaarlijkste sectoren in ons land te zijn. Volgens de socialistische en de christelijke vakbond tonen de cijfers van Fedris aan dat tewerkstelling in de bouwsector zeven keer meer kans oplevert op een dodelijk ongeval dan in gelijk welke andere sector. We hopen dus dat de overheden niet alleen hun uiterste best zullen doen om de mensen en collega's op te vangen, maar ook om onveilige omstandigheden op alle bouwwerven in ons land weg te werken.
-
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorg
Vraag: De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
Vraag: De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
Vraag: De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
Vraag: De besparingen in de gezondheidszorg
gezondheid en welzijnDe besparingen op de gezondheidszorg
De nieuwe ideeën over de RIZIV-begroting
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
De besparingen op de gezondheidszorgbegroting
De besparingsvoorstellen inzake gezondheidszorg
De besparingen in de gezondheidszorg
Financiële hervormingen en besparingen in de gezondheidszorg summaryExplanationGesteld door
VB Dominiek Sneppe
Anders. Alexia Bertrand
PVDA-PTB Sofie Merckx
PS Caroline Désir
MR Daniel Bacquelaine
Vooruit Jan Bertels
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 16 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Frank Vandenbroucke verwerpt categorisch een franchise van 500 euro voor kankerpatiënten en benadrukt dat de begrotingskloof niet op de rug van zieken mag worden gedicht, terwijl hij hervormingen zoals een rechtvaardigere verhoogde tegemoetkoming en ziekenhuisfinanciering voorstelt. Kritische oppositiepartijen, waaronder Dominiek Sneppe en Alexia Bertrand, beweren dat de regering-De Wever met maatregelen zoals hogere remgelden, groeinormverlaging en langere betalingstermijnen voor werkgevers vooral de middenklasse, chronisch zieken en werkenden wil laten opdraaien, zonder structurele verspilling of fraude aan te pakken. Sofie Merckx en Caroline Désir wijzen op eerdere besparingen in de gezondheidszorg (zoals hogere medicijnprijzen en 125 miljoen euro extra remgeld) en vrezen dat patiënten opnieuw de rekening zullen betalen, ondanks Vandenbrouckes belofte dat de zorg betaalbaar blijft. Daniel Bacquelaine en Sarah Schlitz pleiten voor diepgaande hervormingen, zoals aanpassing van de BIM-toegang, mutuelle-kosten en preventieve gezondheidsinvesteringen, maar verschillen van mening over de methode: Bacquelaine wil taboes doorbreken, terwijl Schlitz meer focus vraagt op preventie en eerste lijnszorg.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, gisteren bleek uit het gelekte rapport van het RIZIV dat de regering-De Wever kankerpatiënten tot 500 euro voor hun medische kosten zelf wil laten betalen. N-VA-minister Weyts zou opwerpen dat het maar 500 euro is. Intussen blijkt dat er nog veel meer op tafel ligt: de verdubbeling van het remgeld bij huisartsen, het verder terugschroeven van de groeinorm en het langer laten betalen voor zieke werknemers door werkgevers zou samen 6 miljard euro moeten opleveren.
Mijnheer de minister, komaan zeg, dat is geen gezondheidsbeleid meer. Dat is een zoektocht naar wie nog kan betalen, naar wie nog meer kan worden gepluimd. De patiënt betaalt meer, de chronisch zieke betaalt meer, de werknemer betaalt meer en de werkgever betaalt meer. Over de echte problemen horen we echter niets. Over de moddervette overheid horen we niets. Over verspilling en fraude, over overbodige structuren, over de gratis toegang tot onze sociale zekerheid voor tienduizenden gelukszoekers, over een log en versnipperd Belgisch gezondheidsmodel, dat handenvol geld kost en door de regering alleen maar verder wordt uitgebreid, daarover horen we niets.
De regering zegt wel dat ze de gezondheidszorg wil hervormen, maar telkens opnieuw betekent hervormen blijkbaar dat de rekening naar onze mensen gaat. Ondertussen is de regering hopeloos verdeeld. Voor Vooruit luidt het: franchise, over mijn lijk, cd&v sluit zich daarbij aan, maar weet het nog niet helemaal goed en de N-VA stelt geen enkel voorstel te willen uitsluiten. Mijnheer de minister, wie spreekt hier nu eigenlijk nog namens de regering?
Welke van de opgesomde maatregelen liggen vandaag echt op tafel en zijn dus bespreekbaar? Garandeert u dat chronisch zieken, mensen met een laag inkomen en gewone werkende gezinnen niet opnieuw de rekening van de begroting zullen moeten betalen?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, het RIZIV kwam gisteren met een opmerkelijk verslag. De opvallendste maatregel kennen we ondertussen allemaal: een franchise van 500 euro, die door de patiënt zelf zalmoeten worden betaald. De socialisten van Vooruit zeggen alvast: niet met ons. Laat het duidelijk zijn: ook niet met ons, mijnheer de minister. Wie betaalt alweer het gelag? Dat is de middenklasse, zoals al veel te vaak met de regering-De Wever is gebeurd.
Eigenlijk gaat het hier om een valse discussie. Als u het rapport goed hebt gelezen – u kennende, meester Frank, hebt u dat zeker gedaan –, dan hebt u ook een andere passage goed gelezen. Ik citeer het rapport: "Het RIZIV is zich bewust van de noodzaak om de verhoogde tegemoetkoming te hervormen." Dat systeem is compleet ontspoord. Vandaag krijgen namelijk 2,5 miljoen mensen – een jaar geleden waren ze nog met 2,2 miljoen – voordeel na voordeel, de ene korting na de andere. Ook bij de dokter betalen ze slechts 1 euro.
Wat hebt u daaraan gedaan, mijnheer de minister? Niets. Nee, dat is niet helemaal waar. U hebt dat systeem zelfs uitgebreid. Ik hoor in de wandelgangen dat u op zoek bent naar nieuwe voordelen onder andere op het vlak van energie voor de betrokkenen. U zoekt dus naar manieren om het systeem verder uit te breiden.
U bent tegen de franchise en dat is goed – wij ook –, maar waar bent u dan voor? Onze voorstellen zijn duidelijk. Pak de overconsumptie aan. Zet de groeinorm op nul, zodat u 2,6 miljard euro bespaart, en vooral zet het mes in de verhoogde tegemoetkoming. Wanneer zult u dat eindelijk doen?
Sofie Merckx:
Année après année, exercice budgétaire après exercice budgétaire, l'Arizona va toujours chercher l'argent dans la poche des gens, mais aussi dans les soins de santé. En effet, vous avez déjà augmenté le prix des médicaments, des hôpitaux doivent fermer, la norme de croissance n'est pas à la hauteur des besoins et, pour trouver 125 millions d'euros, vous avez déjà un accord de principe visant à augmenter les tickets modérateurs.
Hier, une proposition choc est arrivée: celle d'une franchise de 500 euros en assurance maladie, un peu sur le modèle d'une assurance automobile. En pratique, si vous tombez malade, les premiers 500 euros seraient à votre charge et ce n'est qu'au-delà de ce montant que vous seriez remboursé. Vous imaginez bien que j'ai reçu de nombreux témoignages et beaucoup de réactions inquiètes.
Il serait extrêmement grave d'instaurer une telle taxe sur les malades. Cela reviendrait à augmenter le montant du ticket modérateur, et de manière générale, la part des frais de santé supportée par les patients. C'est une mauvaise idée pour la santé publique. En effet, lorsque l'on demande aux patients de contribuer de plus en plus, ils reportent parfois des soins et finissent par développer des problèmes de santé plus graves, comme dans le cas du diabète. Au final, cela coûte davantage à la sécurité sociale.
Mais nous savons aussi, monsieur le ministre, comment se déroulent les négociations budgétaires. On commence par mettre sur la table une proposition choc, une proposition particulièrement grave, pour ensuite nous dire: "Ah oui, mais nous n'avons finalement pas fait cela. Il faudra quand même que les patients contribuent. On augmentera quand même peut-être le ticket modérateur chez le médecin généralistes ou chez le spécialiste. On touchera peut-être au statut BIM, etc."
Monsieur le ministre, vous avez déjà indiqué que vous étiez opposé à cette franchise. Mais êtes-vous également opposé à une augmentation de la part des frais de santé à charge des patients? Cette piste est-elle aujourd'hui sur la table des négociations?
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, 6 milliards d'euros: c'est le montant hallucinant de la liste des économies que l'INAMI a compilées dans un rapport qui est aujourd'hui sur la table du gouvernement – un catalogue des horreurs et une attaque d'une violence jamais vue contre notre modèle des soins de santé.
On apprend dans le même temps, monsieur le ministre, que vous auriez finalisé la lettre de mission que le gouvernement doit adresser aux partenaires de l'INAMI en vue de l'élaboration de leur proposition de budget des soins de santé pour 2027.
Selon les informations publiées, cette lettre de mission prévoirait un montant de 638 millions d'euros d'économies, conformément à la trajectoire budgétaire fixée par l'Arizona. Cette trajectoire vise, pour rappel, plus de 2 milliards d'euros d'économies dans ce secteur. Je me permets de vous le redire, cette trajectoire est difficilement conciliable, vous en conviendrez, avec votre promesse d'une norme de croissance de 3 %.
Monsieur le ministre, je souhaiterais donc vous poser les questions suivantes. Premièrement, à ce stade, quel est le montant exact des économies que le secteur des soins de santé devra effectivement assumer? Pouvez-vous nous dire si la lettre de mission que vous avez rédigée sera approuvée ou non par le gouvernement?
Deuxièmement, pouvez-vous garantir que dans le cadre de l'effort d'austérité de 10 milliards d'euros annoncé par l'Arizona, le secteur de la santé sera préservé et que la facture des patients, que vous avez déjà considérablement augmentée, restera stable?
Enfin, monsieur le ministre, qui a commandé ce rapport? Vous avez déclaré dans la presse que l'INAMI avait réalisé cet exercice à la demande des autres partis. S'agit-il là d'une procédure habituelle? Autrement dit, l'INAMI répond-il à une autre autorité que la vôtre, monsieur le ministre? Je vous remercie.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, nous n'avons jamais autant joué avec les milliards. D'une part, dans votre lettre de mission, vous évoquez un effort budgétaire de 638 millions d'euros à l'horizon 2029. D'autre part, l'INAMI avance des pistes visant à réaliser jusqu'à 6 milliards d'euros d'économies. Cette différence appelle des éclaircissements. En effet, ce "jeu" n'est guère porteur de rationalité ni de rigueur. Une clarification s'impose donc.
Monsieur le ministre, je ne vous interrogerai pas sur la franchise, car je connais votre position à ce sujet. Du reste, je considère moi-même que cette mesure est peu pertinente, voire source de surconsommation.
En revanche, j'aimerais vous entendre au sujet de plusieurs pistes évoquées par l'INAMI. Où en est la réforme absolument indispensable du statut BIM, qui concerne près de 2,5 millions de personnes? Comment pouvons-nous réformer ce système, notamment la procédure d'accès à ce statut?
Où en est également la réforme du paysage hospitalier, qui aura un impact direct sur le budget de l'INAMI? Qu'en est-il de l'adaptation des tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis plus de 20 ans? Où en sont les réformes que vous préconisez et qui auront un impact direct sur le budget de l'INAMI?
Je pense en effet que ce budget de l'INAMI mérite une analyse sérieuse ainsi que la mise en œuvre des réformes nécessaires afin que chaque euro soit utilisé le plus efficacement possible, dans l'intérêt du patient et de la qualité des soins.
Jan Bertels:
Collega’s, in Amerika kan een bevalling tot 100.000 dollar kosten. Een operatie voor een by-pass kan van 44.000 dollar tot 445.000 dollar kosten. Een levensnoodzakelijke kankerbehandeling is onbetaalbaar. Ze kost meer dan 500.000 dollar. Amerikanen moeten zich in de schulden werken als zij zorg nodig hebben of, erger nog, stellen die zorg uit schrik voor de factuur uit.
Laat het heel duidelijk zijn, wij, socialisten, passen voor zo’n systeem. Het voorstel met betrekking tot een franchise van 500 euro per patiënt, dat hier op tafel ligt, gaat voor ons meteen de vuilnisbak in. De beste en betaalbare zorg voor iedereen is voor ons socialisten immers essentieel. Ze is gegrond op een principe dat voor ons heilig is, namelijk solidariteit, vormgegeven door Achille Van Acker.
Collega's, ik kom uit een eenvoudig arbeidersgezin van vier kinderen met één arbeidsinkomen. Volgens het bewuste voorstel zouden mijn ouders eerst zelf 3.000 euro hebben moeten ophoesten voor noodzakelijke zorg. Dat zou voor hen de financiële hel zijn geweest. Een heel gezin zou uitgesloten zijn geweest van degelijke gezondheidszorg vanwege de factuur. Ik kan dan ook niet anders dan herhalen: niet met mij, niet met ons, niet met Vooruit.
Ook vandaag zullen wij socialisten onze sociale zekerheid en onze sterke zorg blijven beschermen, want niemand kiest ervoor om ziek te worden of een operatie te ondergaan of een kankerbehandeling te volgen. Daar zijn wij het toch over eens?
Mijnheer de minister, mijn vraag is eenvoudig. Kunt u bevestigen dat het onzinnige voorstel voor een franchise van tafel gaat?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, pour boucler votre budget, vous et votre gouvernement êtes à la recherche de 10 milliards d'euros. Or il apparaît de plus en plus clairement que vous puiserez de l'argent dans les soins de santé. Certes, ce ne sera clairement pas via cette mesure loufoque visant à mettre en place une franchise de 500 euros – nous savons très bien que ce n'est pas cela qui décidé –, mais via des économies, comme vous en avez déjà prévu: à savoir un montant de 638 millions d'euros d'ici 2029, qui sera déjà difficile à atteindre. Ces économies ont non seulement été acceptées par des partis comme Les Engagés, qui avaient pourtant promis d'augmenter le budget de la santé, soit dit en passant, mais vous en préparez d'autres, alors qu'il faudrait faire exactement le contraire. Nous vivons en effet dans un pays où une personne sur deux reporte des soins, faute de moyens, alors que nous connaissons la nécessité de se soigner rapidement pour éviter des surcoûts ultérieurs, dans un pays où il faut attendre six mois pour obtenir un rendez-vous chez l'ophtalmologue, dans un pays où 60 % des infirmières ne travaillent pas en tant qu'infirmières, dans un pays où les services d'urgence débordaient voici à peine deux semaines en raison de la vague de chaleur.
Vous l'aurez compris, monsieur le ministre, je ne veux pas savoir si vous allez instaurer une franchise de 500 euros. En revanche, je souhaite savoir quel montant vous comptez récupérer dans le secteur des soins de santé. Quelle facture arrivera, in fine , sur la table des patients? Comptez-vous également plafonner le salaire des soignants, dégrader leur qualité de vie ou augmenter leur temps de travail? Bref, dites-nous ce qui est sur la table en matière d'économies dans les soins de santé.
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, laat ik meteen bijzonder duidelijk zijn, we zullen het gat in de begroting nooit dichten op de rug van zieke mensen. Met mij in de federale regering zal dat niet gebeuren. Het is gemakkelijk en laf te zeggen dat met de idee van zo’n franchise we mensen die ziek worden en voor elk ziek kind en voor elke zieke partner meteen laten betalen om zo enkele miljarden te verzamelen. Dat is zo laf, zo brutaal, zo onrechtvaardig. Nooit.
Collega's, wellicht zijn er andere partijen die daar anders over denken, want anders was de instructie niet gegeven aan het RIZIV om dat te berekenen. Men heeft gevraagd waar dat vandaan komt. Wel, de eerste minister en de minister van Begroting hebben voorstellen ingezameld van de partijen. De partijen hebben voorstellen ingediend en blijkbaar waren daar ook deze voorstellen bij. Het RIZIV heeft instructie gekregen om dit te berekenen. Dat is dus ook geen rapport van het RIZIV. Als u dat leest, zult u inderdaad zien dat ook bij de medewerkers van het RIZIV zonder veel twijfel vragen rezen over wat hier nu eigenlijk werd voorgesteld.
Laten we wel beseffen dat we voor een buitengewoon moeilijke begrotingsopdracht staan. Ik denk dat we duidelijk moeten zijn over de doelstelling en over de methode. De doelstelling is de welvaartsstaat een toekomst te geven en ervoor te zorgen dat die overeind blijft, niet om hem kapot te maken. De doelstelling is ook om in de toekomst te kunnen blijven investeren in gezondheidszorg, in betere tandzorg, in betere geestelijke gezondheidszorg, in nieuwe, noodzakelijke en vaak dure geneesmiddelen, en in het zorgpersoneel. We moeten ruimte houden om die noodzakelijke investeringen te doen. Daarvoor moet men hervormen. Daarvoor moet men ook het budget op orde hebben. Dat is de doelstelling, geen andere.
Collega's, over de methode wil ik het volgende zeggen. We zullen er niet geraken als we meteen allerlei taboes opwerpen of zeggen wat niet kan. Laat ons dus eerlijk en duidelijk zijn.
We zullen op een rechtvaardige manier bijkomende inkomsten moeten zoeken en nadenken over de uitgaven. Alle ministers zullen met voorstellen moeten komen, of het nu gaat over Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, Openbaar Ambt, Sociale Zaken of Gezondheidszorg. Iedereen zal voorstellen moeten doen. Ik ben daar zelf ook volop mee bezig en bereid me daarop voor.
Ik heb wel één taboe. Het moet namelijk rechtvaardig zijn. De doelstelling is de gezondheidszorg overeind te houden. Dus iedereen op een brutale manier laten voorschieten voor gezondheidszorg, is totaal onrechtvaardig.
Dat is inderdaad ons taboe.
Donc, que les choses soient claires: jamais nous ne comblerons le déficit budgétaire sur le dos des personnes malades. Cela n'arrivera pas, tant que je ferai partie du gouvernement fédéral. Comme je viens de le dire, une tâche difficile nous attend. Il faudra agir dans tous les secteurs, partout, sans aucun doute, mais la justice sociale, l'équité dans l'effort est pour nous un tabou essentiel.
Ik kom tot een paar vragen die gesteld zijn.
Mijnheer Bacquelaine, we hebben met de ministers van Volksgezondheid krachtlijnen vastgelegd voor een belangrijke verbetering van het ziekenhuislandschap. We bespreken die ook in de verschillende regeringen. Ik denk niet dat we daar, noch in de federale regering, noch in de deelregeringen, vóór het zomerreces uit zullen raken, maar die besprekingen schieten goed op. Ik hoop dat we daar in september rond mee zullen zijn. We zijn bezig met belangrijke besprekingen over de hervorming van de ziekenhuisfinanciering en de nomenclatuur.
Mevrouw Bertrand, ik heb in de regering inderdaad ook een hervorming voorgelegd met betrekking tot de verhoogde tegemoetkoming, maar wel met de bedoeling dat systeem eerlijker en rechtvaardiger te maken, niet met de bedoeling het leven nog moeilijker te maken voor mensen die het moeilijk hebben en zwak staan. Dat is niet de doelstelling. Als er mensen zijn die een verhoogde tegemoetkoming genieten, maar over een zeer belangrijk vermogen beschikken of een belangrijke participatie in een vennootschap hebben, dan moet men dat veranderen. Dat voorstel ligt al weken bij de regering.
Ik hoop dat we dat soort voorstellen bij de opmaak van de begroting zullen kunnen bespreken, om te hervormen wat moet worden hervormd, om recht te zetten wat moet worden rechtgezet en vooral om te zorgen voor meer sociale rechtvaardigheid, nu en in de toekomst.
Voorzitter:
Dank u, mijnheer de minister. Ik ben buitensporig tolerant geweest. Laten we zeggen dat dat een eindejaarsgeschenk is.
Dominiek Sneppe:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Nooit met Vooruit, waarvan akte uiteraard. Mijnheer de minister, ik hoorde u ook zeggen dat het maar een berekening is en dat er nog niets is beslist. Zo begint het natuurlijk wel altijd. Eerst is het een technische oefening, dan is het een denkpiste, vervolgens wordt het – zoals u zelf zegt – een buitengewoon moeilijke, maar noodzakelijke maatregel. Uiteindelijk krijgt de burger de factuur. U zegt wel dat de zorg betaalbaar moet blijven. Daarin volg ik u, de patiënt mag niet meer betalen.
U zegt ook dat we inkomsten en besparingen moeten zoeken. Dat is inderdaad waar. Pak dan de verspilling aan, pak de fraude aan, schaf structuren af die niets opleveren, maak eindelijk werk van een eenvoudiger, efficiënter en dus Vlaams zorgmodel en scherm onze sociale zekerheid af voor wie geen cent heeft bijgedragen. Stop met telkens opnieuw te kijken naar de patiënt, de werknemer, de werkgever en de werkende mens. Wie ziek is, heeft zorg nodig en geen extra factuur.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, zoals mijn collega Irina De Knop hier gisteren heeft gezegd, is die franchise een bliksemafleider. U hebt zelf gezegd dat dat laf zou zijn, dat het een gemakskeuze zou zijn. Dat is niet de echte discussie. Even laf is het om de mensen die de welvaart creëren in dit land weg te zetten als profiteurs en fraudeurs. Die mensen zijn de melkkoe van onze Staat. Dat zijn de flexi-jobbers, de mensen die werken, sparen en ondernemen. Dat zijn de mensen die via een managementvennootschap risico nemen. Dat zijn de ondernemers die aan hun zwembad liggen. Als de doelstelling is - zoals u zegt – om de welvaartsstaat overeind te houden, dan zal dat zo niet lukken, mijnheer de minister.
Wat moet u dan wel doen? Hervorm de verhoogde tegemoetkoming. Ik sta hier al een jaar op de bühne met mijn partij om te zeggen dat dat systeem totaal ontploft is. Wat hebt u gedaan? U maakt het probleem nog groter. Dat moet u aanpakken. Dat zou een moedige hervorming zijn.
Sofie Merckx:
Ten eerste, mijnheer de minister, u zei dat het rechtvaardig moet zijn, maar het is niet rechtvaardig wat de arizonaregering vandaag doet. Het is compleet niet rechtvaardig. Jullie gaan het geld halen bij de gewone mensen, in de pensioenen en nu ook in de gezondheidszorg.
De enige minister in deze regering die niet moet besparen, die geld mag uitgeven zoals hij wil, is de heer Theo Francken. Alle andere ministers moeten besparen. U hebt trouwens al beslist om 2,6 miljard te besparen op de langdurig zieken. U hebt ook de prijs van medicatie al verhoogd. U hebt al een akkoord over 125 miljoen aan remgeldverhogingen.
Ik heb vandaag wel gehoord dat u niet voor de franchise bent, maar ik heb geen rode lijn gehoord inzake de verhoging van de remgelden. De Belgen geven nochtans al keiveel geld uit aan gezondheidszorg. Het gaat om 20 %. Dat is meer dan in Duitsland, dat is meer dan in Frankrijk. De mensen betalen dat uit eigen zak, en dat bedrag moet verminderen.
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Merckx.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, vous êtes clair concernant votre refus sur la franchise de 500 euros, et c'est tant mieux. Pour le reste, je ne suis pas du tout rassurée par votre réponse. En effet, vous savez parfaitement qu'il sera très difficile, pour ne pas dire impossible, d'épargner durablement les soins de santé si on ne recherche pas en même temps de nouvelles recettes pour absorber le déficit massif que votre gouvernement est en train de creuser. Vous pouvez bien multiplier les déclarations d'intention mais les chiffres, eux, sont têtus.
Quand on annonce des économies à grande échelle et qu'on serre la vis budgétaire dans tous les secteurs, il est évident que la santé ne pourra pas être préservée par de simples incantations. À un moment donné, ce sont les patients, les soignants et les assurés sociaux qui payent l'addition.
Monsieur le ministre, votre parti, comme Les Engagés, vous avez présenté la santé comme une priorité devant les électeurs. Ce qu'on voit aujourd'hui pourtant, c'est que vous êtes dans un gouvernement qui a comme marque de fabrique les économies, la pression sur les soins et l'augmentation de la facture pour les patients.
Daniel Bacquelaine:
Effectivement, il faudra être équitable. Mais être équitable, c'est aussi être responsable. Je pense qu'aujourd'hui, nous avons un devoir de responsabilité, car chaque euro en matière de santé doit être utilisé en faveur de la qualité des soins et des patients. Nous devons donc avoir le courage de laisser tomber les tabous et les dogmes. Une norme de croissance ne concerne en rien la qualité des soins. Une norme de croissance ne concerne en rien la rigueur que l'on met dans l'utilisation des budgets des soins de santé.
Nous devons sortir de cela et avoir le courage de vraies réformes, lesquelles doivent notamment porter sur l'automaticité de l'accès au BIM, tout à fait scandaleuse aujourd'hui – les fraudes sont connues –, sur une révision du rôle des mutuelles qui, comme on l'a dit plusieurs fois, coûtent très cher aujourd'hui – plus d'un milliard par an pour les frais administratifs des mutuelles –, sur une adaptation de nos tickets modérateurs, qui n'ont plus été indexés depuis 20 ans et, enfin, sur une réforme du paysage hospitalier.
Jan Bertels:
Dank u voor uw duidelijke antwoord, mijnheer de minister.
Voor Vooruit en voor u is het heel duidelijk: geen gezondheidszorg op basis van de dikte van je portemonnee. Collega's, deze discussie toont duidelijk aan waarom Vooruit in deze regering nodig is: om toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg te blijven beschermen.
Het verbaasde mij dat andere partijen gisteren een groot drama maakten van de zelf besliste 80 miljoen euro voor de farmasector. Tegelijkertijd verklaarde dezelfde partij dat ze 7,1 miljard wil besparen op de kap van zieke patiënten. Dat is dezelfde partij, Anders. Dat zal Vooruit nooit aanvaarden. We zullen blijven doen wat we al hebben gedaan en dat is blijven investeren in ons systeem van gezondheidszorg en durven te hervormen. Daarin geef ik de heer Bacquelaine gelijk. We moeten durven te hervormen. Dat zullen we doen en dat zullen we blijven doen, voor de beste en betaalbare zorg voor iedereen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Savez-vous ce qui rapporte gros? Une population en bonne santé et bien soignée. Avec ce gouvernement, vous devez effectuer un travail de pédagogie pour investir davantage dans la prévention. Car ce gouvernement continue à donner des dérogations qui exposent nos citoyens à des pesticides et des substances néfastes, alors qu'on peut protéger leur santé. Vous pouvez par exemple interdire la publicité pour la malbouffe, il y a des tas de choses qu'on peut faire dans ce genre. Ensuite, vous pouvez faire en sorte qu'il y ait davantage de spécialistes, et réduire les délais d'attente. C'est essentiel pour soigner assez tôt les pathologies. Troisièmement, vous pouvez soutenir les dispositifs de première ligne, comme les maisons médicales qui, le rapport du KCE le prouve, font faire des économies au secteur des soins de santé. Ou encore agir pour le bien-être au travail plutôt que d'en demander toujours plus aux travailleurs et aux travailleuses. Voilà un plan de bataille efficace et utile sur le long terme!
-
Vraag: De zoektocht van de regering naar 10 miljard euro voor de begroting tegen oktober
Vraag: De zoektocht van de regering naar 10 miljard euro
Vraag: De tiramisu van 10 miljard voor de begroting tegen oktober
Vraag: De begrotingsvooruitzichten
Vraag: De begroting 2027
Vraag: ?Het volgende rapport van het Monitoringcomité
Vraag: De begroting
economie en werkDe zoektocht van de regering naar 10 miljard euro voor de begroting tegen oktober
De zoektocht van de regering naar 10 miljard euro
De tiramisu van 10 miljard voor de begroting tegen oktober
De begrotingsvooruitzichten
De begroting 2027
?Het volgende rapport van het Monitoringcomité
De begroting
Overheidsfinanciën en begrotingsplanning 2024-2027 summaryExplanationGesteld door
PS Paul Magnette
VB Barbara Pas
DéFI François De Smet
MR Georges-Louis Bouchez
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Anders. Kjell Vander Elst
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Paul Magnette en Raoul Hedebouw bekritiseren dat premier Bart De Wever vasthoudt aan bezuinigingsbeleid dat het koopkrachtverlies verergert en het tekort verdubbelt, terwijl alternatieven zoals belasting op grootvermogens, fraudebestrijding en defensiebesparingen 20 miljard zouden opleveren zonder de burger te raken. Barbara Pas en Georges-Louis Bouchez wijten het falend budgetbeleid aan structurele problemen zoals de vergrijzing, te hoge sociale uitgaven en gebrek aan fiscale autonomie, en eisen ingrijpende hervormingen zoals splitsing van de sociale zekerheid. François De Smet en Sarah Schlitz benadrukken respectievelijk het belang van efficiëntere belastinginning en klimaatinvesteringen, terwijl De Wever verdedigt dat zijn regering ondanks een "meedogenloos" internationaal klimaat de schuldgroei beperkt en denkt op lange termijn, maar erkent dat acute maatregelen nodig zijn om de Europese normen te halen. Kritiek op uitstelgedrag en gebrek aan concrete plannen blijft centraal.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, la question que tous les Belges se posent est la suivante: à quel moment allez-vous enfin reconnaître que vous vous êtes trompé? On vous l'a dit dès le début de votre gouvernement, votre politique ne va pas fonctionner. Vous allez droit dans le mur. Vous allez tuer l'économie et vous allez doubler le déficit.
Aujourd'hui, tous les rapports officiels nous montrent que, malheureusement, nous avons eu raison. Vous allez doubler le déficit et céder 40 milliards à ceux qui vont vous suivre. L'économie est en berne, pas de croissance, pas de création d'emplois. Il n'y a que les prix qui augmentent!
Et pendant ce temps-là, vous continuez en martelant que la seule solution, c'est de continuer à faire la même chose. Ou bien que c'est la faute du contexte international. Mais il a bon dos le contexte international! Toute l'Europe est confrontée au même contexte international. Alors, pourquoi votre gouvernement est-il le pire élève de la classe européenne? À un moment donné, c'est peut-être aussi votre responsabilité. Et c'est logique, avec les mesures de votre gouvernement, neuf Belges sur 10 ont vu leur pouvoir d'achat diminuer.
Et que font les gens quand ils ont moins d'argent? Ils dépensent moins. Et comme ils dépensent moins, l'économie tourne au ralenti, les créations d'emplois se raréfient, les recettes de l' É tat diminuent, les déficits se creusent et c'est la spirale infernale.
Vous nous répétez qu'il n'y a pas d'alternative. Et pourtant, on ne cesse de vous en proposer: taxer enfin les grosses fortunes rapporterait six milliards; augmenter les salaires de 1 % par an rapporterait quatre milliards; ralentir les dépenses en matière d'armement rapporterait trois milliards; faire contribuer les banques, le secteur de l'énergie rapporterait deux milliards; lutter enfin efficacement contre la grande fraude fiscale rapporterait trois milliards, mettre de l'ordre dans les aides aux entreprises rapporterait deux milliards. Vous voyez, on peut trouver 20 milliards sans prendre un euro dans la poche des travailleurs et des pensionnés! Alors il est plus que temps de s'y mettre!
Monsieur le premier ministre, il n'y a pas de honte à reconnaître qu'on s'est trompé. Mais il est temps, il est plus que temps!
Barbara Pas:
Mijnheer de eerste minister, u zei ooit dat u de Belgische Titanic niet kunt repareren. Dat blijkt nu ook uit het nieuwe rapport van het Monitoringcomité deze week. Uw regering, die zichzelf als budgettaire reddingsploeg profileerde, mislukt daar volledig in. Het rotten is niet gestopt. Uw aangekondigde maatregelen, uw taksen en centenindexen op kap van de Vlamingen voldoen allemaal niet. De begroting ontspoort gewoon verder en de Belgische schuldgraad stijgt. Uw Titanic, kapitein De Wever, stevent recht op een ijsberg af.
Volgens het Monitoringcomité is er minstens 7,7 miljard euro nodig om aan de Europese uitgavennorm te voldoen. Volgens u is een tiramisu van 10 miljard perfect haalbaar zonder de economische groei onderuit te halen. Welke economische groei? De recentste cijfers van de Nationale Bank tonen aan dat die economische groei vrijwel onbestaand is en die 10 miljard is ook onvoldoende. Onder andere het Rekenhof heeft eerder al gezegd dat er voor een echte sanering 15 tot 20 miljard aan structurele inspanningen nodig zijn.
Is het uw ambitie nog om echt te saneren? Dat was de bestaansreden van uw regering. U hebt daarvoor al uw communautaire beloftes overboord gekieperd. Mijn vraag is dus of u daar nog in gelooft. Gelooft u dat u budgettaire orde op zaken kunt stellen in dit land zonder fiscale autonomie en zonder een splitsing van de sociale zekerheid? Zo ja, hoe gaat u die Belgische Titanic dan precies repareren? Zo neen, waarom maakt u de mensen dat dan in godsnaam wijs?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, dans cet hémicycle, à gauche, il y a ceux qui vous disent: "Levons de nouvelles taxes, créons de nouveaux impôts", dans ce pays qui est déjà le plus taxé du monde. Et, à droite, il y a ceux qui vont vous dire: "Non, coupons encore dans les dépenses sociales, rabotons encore la sécurité sociale et les soins de santé", dans ce pays qui est déjà plombé par la précarité. Et puis, au milieu du gué, il y a vous, coincé entre ces deux pressions et qui voyez inexorablement l'eau de la dette et du déficit monter.
Heureusement, il existe une troisième voie, entre ceux qui veulent toujours plus d'impôts et ceux qui veulent moins d'État, il y a un chemin, une voie qui ne consiste ni à matraquer le contribuable ni à sacrifier nos retraités et nos soins de santé. Une voie qui consiste simplement à être plus efficaces, à mieux percevoir les recettes normales et à aller chercher l'argent là où il se trouve.
Je remobilise ici Paul De Grauwe, qui n'est pas exactement le dernier des bolchéviques, selon lequel le problème, depuis 2013, dans notre pays, ce n'est pas le niveau de dépenses, c'est l'érosion des recettes: 21 milliards d'euros disparaissent chaque année, non pas parce que nos taux seraient trop bas, mais parce que l'assiette fuit de toute part. À force de multiplier les régimes dérogatoires, les niches fiscales, les hauts revenus qui basculent en sociétés de management, les recettes ont fondu et, dans cette jungle de dérogations, ce sont les plus modestes et la classe moyenne, celle qui ne peut pas échapper à cette captation de l'impôt, qui payent l'addition. Voilà l'anomalie.
Des solutions sont à portée de main: le resserrement réel des régimes des revenus définitivement taxés (RDT) et des montages de holdings, le recouvrement effectif de la TVA existante, plutôt que la hausse d'un point ou deux, un parquet national financier doté de moyens suffisants pour fonctionner; et pas le parquet national de papier qui est pour l'instant celui de l'Arizona. Voilà où se trouve l'argent. Rien qu'avec ces leviers-là, vous pourriez trouver plusieurs milliards.
Monsieur le premier ministre, voici la seule question qui compte encore aujourd'hui. Entre les hauts cris de bonne guerre de gauche et ceux de droite, vous et vos partenaires aurez-vous le courage de faire primer la raison sur l'idéologie, aurez-vous le courage d'être simplement efficaces?
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, on a l'impression que, selon certains, le déficit est né hier dans notre pays. On nous explique que c'est à cause des décisions en termes de défense, par exemple, oubliant que, quand nos concitoyens donnent 100 euros à l'État, 22 euros sont utilisés pour les retraites, 17 euros pour la politique sociale, 11 euros pour l'enseignement et seulement 3,5 euros pour la défense.
La réalité est que notre pays a une structure de coûts qui ne fonctionne pas, parce qu'il y a 40 ans, on a fait des mauvais choix. On a fait deux grands mauvais choix. Le premier, c'est de choisir un système de retraites par répartition et pas par capitalisation, comme l'ont fait les Pays-Bas. Le deuxième, c'est d'avoir fait en sorte que les prestations sociales soient déconnectées des prestations de travail.
Enfin, sous le gouvernement Vivaldi, avec des cadeaux supplémentaires voulus par la gauche, nous en sommes arrivés au modèle que nous connaissons. Regardez ce graphique – parce que beaucoup ont du mal à voir la réalité. Regardez, monsieur Magnette. Vous voyez, à l'époque de M. Michel, les dépenses correspondaient quasiment aux recettes. Et puis, que s’est-il passé? Là, on a le Tourmalet, ou la cour Magnette. Vous voyez une explosion des dépenses. Je me suis suffisamment opposé au sein de ce gouvernement pour ne pas devoir l'assumer.
Pour le reste, prenons les chiffres. Ils sont très clairs, par rapport à ceux qui veulent fiscaliser encore plus. Les dépenses ont augmenté de 66 % en 10 ans. Nos recettes ont augmenté de 50 % alors que le PIB a progressé d'à peine 20 %.
Monsieur le premier ministre, c'est très clair. Aujourd'hui, nous devons réduire les dépenses et (…)
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, alors que votre gouvernement avait promis de remettre le budget sur les rails, le déficit, tel un train hors de contrôle, fonce vers les 38 milliards d'euros d'ici 2029, soit près du double du bilan de la Vivaldi. Alors, oui, c'est un échec cuisant pour un gouvernement dont le seul objectif avoué est l'équilibre budgétaire. Pourtant, des alternatives existent, mais votre gouvernement refuse obstinément de les prendre en compte.
Monsieur le premier ministre, l'angle mort de vos politiques budgétaires, c'est le climat. En ce 9 juillet, la troisième canicule vient de débuter. Et la seule façon de vous entendre sur le climat, c'est de vous parler de gros sous.
Alors, me voilà, monsieur le premier ministre! Opposer investissement dans l'adaptation climatique et équilibre budgétaire constitue une erreur monumentale. Refuser d'investir aujourd'hui, c'est envoyer une facture cinq fois plus élevée aux générations futures, qui devront faire face à des destructions d'infrastructures, des dépenses qui exploseront dans la santé et dans la dégradation de notre économie. Parce que, oui, monsieur le premier ministre, et je vais vous le redire dans un langage qui vous touche, une journée à 32 degrés, c'est l'équivalent pour l'économie d'une demi-journée de grève nationale.
Mais le plus grave est que cette inaction a un coût en termes de vies. Près de 1 800 décès sont survenus durant la canicule de juin. Je trouve terrible de devoir vous rappeler aujourd'hui que votre job en tant que premier ministre est de protéger la population. En l'espèce, je suis désolée de vous dire que vous n'avez pas été à la hauteur. Pas un mot de votre part! Pas un mot, alors qu'on fait face à une crise sanitaire digne de celle du covid.
Monsieur le premier ministre, le climat figurera-t-il à la table des négociations budgétaires?
Kjell Vander Elst:
Premier, u geeft niet vaak interviews, maar gisteren was het nog eens zover. Iedereen was in blijde verwachting, want misschien was er vóór de zomer toch nog een plan om het land op orde te zetten, een van uw grote beloftes, voor de vorming van de regering. Wat was echter uw boodschap? U leeft op hoop, hoop –hou u vast, collega's –dat u morgen een kalender kunt vastleggen en de komende zomerperiode het voorbereidende werk voor de begroting kunt doen. Dat is heel vreemd, want drie dagen geleden heeft uw onzichtbare vice-eersteminister van Begroting gezegd dat er al heel veel werk is gebeurd, dat het voorbereidende werk klaarligt en dat u aan de slag kunt.
Wat is het nu eigenlijk, premier? Wat hebt u de voorbije maanden gedaan? 2025 was een verloren begrotingsjaar. Maandenlang hebt u bestuurd met voorlopige kredieten. De ene na de andere lelijke kameel werd geproduceerd, de ene na de andere taks werd voorgesteld en ingevoerd. Nu dreigen opnieuw maanden van stilstand, opnieuw een verloren begrotingsjaar, want uw regering en u vertrekken op vakantie. Intussen geeft u de boodschap dat u er tijdens de vakantie aan zult denken en dat u op hoop leeft.
Is dat uw boodschap aan alle zelfstandigen en ondernemers? Is dat uw boodschap aan de hardwerkende Vlaming en Belg? Terwijl u voortdurend op de rem staat en temporiseert, slaagt u erin te zeggen: nee, 7,7 miljard, niets van, ik heb een tiramisu van 10 miljard klaarstaan.
Als alles klaarstaat, premier, waarom ligt hier dan niets? Waarom moet u uw begroting over de zomer tillen? Mijnheer de premier, de tijd van analyses maken is voorbij. U staat niet meer aan de zijlijn, u bent aan het besturen. U moet niet meer goochelen met cijfers, u moet beslissen.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, le Comité de monitoring est assez clair, vous nous aviez promis un budget en ordre. La droite allait montrer qu'elle sait gérer le budget, mais c'est le record: 38,3 milliards de déficit en 2029! Franchement, vous avez promis un gouvernement d'ingénieurs, mais je dois dire que vous cassez la baraque, monsieur le premier ministre!
C'est incroyable. Et le pire, c'est que vous en déduisez comme conclusion qu'il faut reprendre les mêmes mesures. "Il n'y a pas d'alternative, there is no alternative ". Vous servez à quoi, alors, s'il n'y a pas d'alternative? Mettez un ordinateur à la place! Sérieusement, pourquoi paie-t-on les ministres? On paie les ministres pour trouver des alternatives. " There is no alternative ". On va augmenter la TVA, on va augmenter les taxes, on va toucher à l'index, aux salaires. "Il n'y a pas d'alternative". Bien sûr qu'il y a des alternatives.
Le Bureau du Plan vous a donné 160 alternatives, et vous n'écoutez pas. Ce qui est intéressant, monsieur le premier ministre, c'est qu'il y a plein d'alternatives. Vous pouvez diminuer les dépenses militaires. Vous pouvez revenir sur tous les cadeaux que vous avez faits au moyen du tax shift . Des milliards de cadeaux qui n'ont même pas créé d'emplois de qualité. Vous pourriez le faire.
Et même plus, vous pouvez aller chercher chez les super-riches. Et ça, c'est intéressant, monsieur le premier ministre. Ce n’était que le PTB qui le réclamait à l'origine. On était seuls, il y a 20 ans, avec la taxe des millionnaires. Et, petit à petit, ça pousse. C'est vrai que le PS l'avait dans son programme. Après, chaque fois qu'il négocie un gouvernement, il la met à la poubelle. Mais ça, c'est une autre affaire qu’on réglera au niveau de la gauche. Mais j'entends que M. Prévot, M. Verougstraete, Les Engagés sont maintenant pour la taxe des millionnaires.
Mais c'est magnifique!
Collega’s van Vooruit, uw voorzitter had een breekpunt van de miljonairstaks gemaakt! Weet u dat nog, daar in dat kasteel?
Mijnheer de eerste minister, tussen ons gezegd en gezwegen, wat is uw gevoel bij de miljonairstaks? Hebt u het gevoel dat dat allemaal wat voor de show is?
Est-ce pour faire avaler la pilule, comme l'a fait comprendre M. Prévot ? Est-ce pour que tout le monde avale l'austérité? Ou alors aurons-nous réellement une taxe des millionnaires?
Bart De Wever:
Je vous remercie, chers collègues, pour vos questions.
Le Comité de monitoring a présenté lundi l’actualisation de ses prévisions budgétaires. Les chiffres s’inscrivent dans la marge attendue par le gouvernement, ce dont nous tenons déjà compte depuis un certain temps. À l’horizon 2029, un effort supplémentaire de 7,7 milliards d’euros sera nécessaire pour respecter la norme européenne en matière de dépenses. À l’horizon 2031, cet effort s’élèvera à 9,8 milliards d’euros.
Tout cela s’ajoute aux efforts budgétaires déjà réalisés par le gouvernement, des efforts substantiels, que vous n’appréciez pas, monsieur Magnette, mais qui sont salués par chaque institution chargée du suivi de notre pays sur le plan socio-économique.
Il est possible que le FMI se trompe, comme vous pensez que je me trompe, mais je ne le crois pas. Nos efforts permettront, au cours des prochaines années, de réduire de plusieurs dizaines de milliards d’euros l’augmentation de notre dette par rapport à la situation dont ce gouvernement a hérité. Tous les rapports le confirment.
Et nous y parvenons malgré l’augmentation des dépenses de défense, qui est inévitable dans le contexte mondial actuel, malgré une importante réduction des charges sur le travail, dont il est déjà tenu compte, et malgré un contexte géopolitique exceptionnellement défavorable que le FMI qualifie d’ unforgiving environment – un environnement impitoyable.
Bovendien bevestigde de Vergrijzingscommissie nogmaals hoe de maatregelen van de regering, zeker op de lange termijn, een bijzonder positieve impact op de begroting zullen hebben. Voor het eerst sinds lang denkt de regering niet louter in termen van volgend jaar – dan is het gemakkelijk om op vakantie te vertrekken –, maar in termen van decennia.
Op de korte termijn – dit kan niemand ontkennen – zitten we in zeer grote moeilijkheden. Ik heb hier horen zeggen dat de Titanic op de ijsberg afstevent, maar de Titanic heeft in dit land de ijsberg al lang geleden geraakt. In die situatie moeten we trachten het schip opnieuw zeewaardig te maken. Dat is zeer moeilijk. Dat zal niemand ontkennen.
Partijen, zoals die van de eerste spreker, die nu moord en brand roepen van op de oppositiebanken, zouden zich toch moeten beraden over hoe ze het in de afgelopen decennia zover hebben laten komen. De cijfers liegen er niet om: als men met zo’n hoge schuld zit en de rente stijgt, valt de hamer die zij hebben klaargelegd en lag te wachten.
Daarom zeg ik dat de regering de nieuwe uitdaging inzake de begroting niet langer uit de weg mag gaan. Er is al heel wat technisch werk geleverd, dat klopt, en we zullen in de komende tijd dat werk voortzetten en op zoek gaan naar een consensus over een verstandig pakket aan maatregelen in de coalitie.
Ik roep op tot realisme en voluntarisme bij alle coalitiepartners om van die opdracht, die niet aangenaam is en waarvan de uitkomst niet prettig zal zijn, toch een succes te maken. Ik besef dat het geen eenvoudige opdracht wordt, maar als de angst om het probleem op te lossen, ons verlamt, zullen we genadeloos worden afgerekend op onze onverantwoordelijkheid.
Paul Magnette:
Monsieur le premier ministre, avant de vous répondre, je voudrais féliciter M. Bouchez pour sa prestation, parce que nous expliquer que tout vient du gouvernement précédent, quand vous présidez un parti qui est au gouvernement depuis 27 ans et qui, plus qu'aucun autre, a détenu les départements des Finances et du Budget, franchement, il fallait oser! Et vous avez osé!
Pour le reste, monsieur le premier ministre, depuis le début j'ai un doute, parce que vous êtes un nationaliste, ce qui est votre droit le plus strict. Vous voulez la fin de la solidarité entre tous les Belges. Et, finalement, quand ça va mal, ça vous arrange! Dans trois ans, vous direz que vous avez essayé mais que cela n'a pas marché, que la Belgique est en faillite et qu'il faut scinder la sécurité sociale, car c'est la seule solution. Ceux qui n'ont pas encore compris ça, c'est le MR et Les Engagés, qui vous regardent avec un grand sourire, les bras en l'air, comme le ravi de la crèche. Mais nous, nous ne sommes pas dupes, et nous ne vous laisserons pas faire.
Barbara Pas:
Overmorgen is het 11 juli, de Vlaamse feestdag. Dat is geen betaalde feestdag, zoals de regering nochtans had beloofd. Bovendien hebben de Vlamingen niets te vieren, mijnheer de eerste minister.
Met uw regering blijft de Vlaming nog altijd de melkkoe van het Belgische systeem. In Vlaanderen bedraagt de werkzaamheidsgraad bijna 80 %. Waarom moeten de Vlamingen van u dan nog meer bijdragen om de Waalse en Brusselse putten te vullen? Het is niet de Vlaming die te weinig betaalt, maar de overheid die te veel uitgeeft. Het geld is niet op, België is op.
Als u zegt dat de Belgische Titanic aan het zinken is, dan moet u overstappen op een ander schip. U moet werk maken van fiscale autonomie en van een splitsing van de sociale zekerheid. U hebt dat zelf vóór de verkiezingen aan al uw kiezers beloofd, maar u hebt er niets mee gedaan. Doe dat in plaats van te morrelen in de marge op de kap van de Vlamingen, zoals u nu al een jaar bezig bent.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie de votre réponse.
Je retiens votre vibrant appel à ce que vos partenaires de majorité cessent d'être paralysés par la peur. C'est tout l'enjeu, quand même, pour vos partenaires de coalition. Vont-ils réussir à se dépasser? Vont-ils arriver à penser parfois même contre leurs propres intérêts ou ceux de ce qu'ils pensent être leur électorat? Par exemple, le MR, dont chacun aura noté qu'il est le seul parti de gouvernement à vous avoir interrogé, et dont on aura aussi remarqué que M. Bouchez ne vous a pas spécialement applaudi, va-t-il être capable de parvenir à des compromis et d'oublier qu'on ne gouverne pas pour faire campagne, mais qu'on fait campagne pour gouverner?
Il y a un philosophe, Jean-Paul Sartre, qui disait que le plus difficile en philosophie est de parvenir à penser contre soi-même. Eh bien, je crois que, pour parvenir à diriger la Belgique, singulièrement quand il faut opérer des choix extrêmement difficiles, et la nature des choix, personne ne la conteste, c'est un moment extrêmement difficile, il faut arriver à pouvoir gouverner contre soi-même. C'est tout le mal que je vous souhaite.
Georges-Louis Bouchez:
Vous savez, je crois que, dans la vie, il faut parfois accepter de se laisser insulter par les tricheurs pour ne pas faire partie de l'un d'eux. En tout cas, je trouve toujours assez drôle de recevoir des leçons de gestion de quelqu'un qui a mis Charleroi en faillite et qui préside un parti qui a conduit la Wallonie et Bruxelles à être les régions avec les plus faibles taux d'emploi, les plus hauts niveaux de déficit et de pauvreté, et de venir nous expliquer qu'il détient maintenant toutes les solutions, depuis qu'il a quitté le pouvoir voici quelques mois.
Plus sérieusement, monsieur le premier ministre, nous avons un accroissement de nos dépenses de sécurité sociale de 88 % en 10 ans, soit le triple de l'inflation. Cela représente 66 % du budget de l'État, soit le double de l'inflation, pour une croissance de moins de 20 %. Notre problème, mesdames et messieurs, n'est pas idéologique; il est mathématique: nous avons une structure de coûts qui est devenue intenable.
Nous devons relancer la croissance, faire en sorte que les Belges fassent leurs courses en Belgique. À cette fin, nous devons baisser les impôts et les (…)
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, la ficelle est un peu grosse! Dans le cadre de votre projet, votre budget ne tient pas la route, en raison de vos choix politiques. Même les observateurs les plus frileux ont bien dû l'admettre: on ne peut pas imputer ce déficit budgétaire à la guerre en Iran.
Pourtant, vous allez une nouvelle fois nous expliquer qu'il faut encore réduire les dépenses et mettre l'État au régime. Mais en quoi cela consiste-t-il? Diminuer les dépenses du fédéral et réduire les mécanismes de solidarité. Bingo, cela correspond exactement à votre projet nationaliste flamand!
Eh bien, monsieur le premier ministre, je dois avouer que j'aurais préféré vous voir, dans la nuit de lundi à mardi, célébrer la victoire avec nos Diables rouges. Mais après tout, personne ne peut vous y contraindre.
En revanche, rester silencieux face aux victimes de la crise climatique et ne pas anticiper la menace qui pèse sur la population, eh bien c'est (…)
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de premier, uw verwijzing naar de geopolitieke situatie is te gemakkelijk. U doet alsof de vorige regering een heel goede en gemakkelijke geopolitieke situatie had geërfd. Die verwijzing is heel goedkoop.
Uw tijdlijn klopt ook niet. Terwijl u continu op de rem staat, hebben wij te maken met een recordaantal faillissementen in ons land. Terwijl u deadline na deadline mist en uw ploeg rustig op vakantie gaat, stapelen we de tekorten op en blijft u achter met het grootste begrotingstekort van de eurozone. Uw antwoord daarop is dat u tijdens uw vakantie aan ons zult denken.
Er is uitstel na uitstel na uitstel. U lijdt aan uitstelgedrag en dat is in de huidige tijden onverantwoord. Onze economie bloedt en onze zelfstandigen en ondernemers zien af. Stop met temporiseren en kom met een begroting naar het Parlement. Mijn generatie en de toekomstige generaties zullen immers al die tekorten, schulden en belastingen moeten afbetalen.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de premier, de vraag is toch duidelijk? Vanwaar moet het geld komen? Het geld kan van de werkende klasse komen. In dat geval zult u het geld nogmaals halen bij de gepensioneerden, bij een btw-verhoging, bij gemorrel aan de index of bij de openbare diensten. Dat is de consensus, namelijk "there is no alternative" . Dat is uw programma. Het geld kan echter ook bij de sterkste schouders worden gehaald. Het geld moet ergens vandaan komen. De PVDA stelt een positief aspect vast, namelijk dat er eindelijk ook door andere partijen over wordt nagedacht om de rijken echt te doen betalen. De vraag is of het opnieuw om symboolpolitiek gaat en wij opnieuw de mensen zullen doen betalen. "Sire, taxons les pauvres: ils sont plus nombreux." Cela fait des années que l'on mène cette politique-là, car c'est la plus simple. En revanche, pour oser aller chercher l'argent chez les plus riches, il n'y a personne au balcon. Dat is de keuze. Economisch gezien gaan wij kapot omdat wij niet meer kunnen investeren in onze economie, omdat u het geld niet durft te gaan halen waar het zit. (…)
-
Vraag: De erkenning van Palestina
Vraag: De erkenning van de Palestijnse Staat
Vraag: De erkenning van Palestina
Vraag: De erkenning van Palestina en het invoerverbod
Vraag: De erkenning van Palestina door de Belgische regering
Vraag: Het importverbod voor producten uit de door Israël bezette gebieden
economie en werkDe erkenning van Palestina
De erkenning van de Palestijnse Staat
De erkenning van Palestina
De erkenning van Palestina en het invoerverbod
De erkenning van Palestina door de Belgische regering
Het importverbod voor producten uit de door Israël bezette gebieden
Erkenning van Palestina en importverbod uit bezette gebieden summaryExplanationGesteld door
ONAFH Jean-Marie Dedecker
Vooruit Achraf El Yakhloufi
cd&v Els Van Hoof
PVDA-PTB Sofie Merckx
PS Christophe Lacroix
Ecolo-Groen Meyrem Almaci
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 9 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie en een deel van de meerderheid dringen erop aan dat België Palestina onmiddellijk erkent nu volgens hen beide voorwaarden uit het regeringsakkoord van september 2023 vervuld zijn: de vrijlating van Israëlische gijzelaars en het aftreden van Hamas in Gaza, wat Maxime Prévot bevestigde maar nog wil verifiëren via diplomatieke kanalen. Kritiek spitst zich toe op de vertragingstactieken, met name de koppeling van het importverbod op nederzettingsproducten aan ongerelateerde dossiers zoals flexi-jobs, wat Jean-Marie Dedecker en Achraf El Yakhloufi als "schandalig" en "degoutant" bestempelen, terwijl Sofie Merckx de regering beschuldigt van "compliciteit met genocide" door uitstel. Els Van Hoof en Meyrem Almaci benadrukken dat 156 landen Palestina al erkennen en eisen dat België het koninklijk besluit voor het reces uitvaardigt, terwijl Prévot belooft "op korte termijn" te handelen mits bevestiging van Hamas’ daadwerkelijke terugtrekking, maar de oppositie zijn "effectieve daden" betwijfelt. De discussie ontaardt in felle beschuldigingen over moreel falen, met name gericht aan N-VA en MR, die volgens critici de erkenning bewust saboteren ondanks de humanitaire noodsituatie in Gaza en de Westelijke Jordaanoever.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter, het is precies één jaar geleden dat we uit het reces werden teruggeroepen wegens een minicrisis. U zult zich dat nog herinneren. De heer Mahdi was uit vakantie teruggekeerd omdat wij Palestina als staat zouden erkennen, nadat Frankrijk dat had gedaan. De eerste minister werd opgeroepen uit Zuid-Afrika terug te komen, maar is wijselijk niet gekomen.
Wat is er toen gebeurd? We hebben toen, midden augustus, een commissievergadering gehouden. U hebt daar een toespraak van anderhalf à twee uur gehouden, waarin u zich uitsprak voor de tweestatenoplossing. Als men een tweestatenoplossing wil, heeft men echter twee staten nodig. Momenteel is er maar één staat, namelijk de staat Israël, een zionistische apartheidsstaat, geleid door een roedel fascisten, om de heren Ben-Gvir, Smotrich en zelfs Benjamin Netanyahu maar niet te noemen.
Nu doet zich de kans voor om een tweede staat te erkennen, namelijk Palestina. Dat hebben we in principe al gedaan in 1988. Daarna zijn de Oslo-akkoorden gekomen en is alles blijven stilstaan. Nu doet die kans zich opnieuw voor. U hebt toen vergaderd en begin september heeft de ministerraad beslist dat België Palestina zou erkennen onder twee voorwaarden. Ten eerste moest Hamas uit het bestuursorgaan van Gaza treden. Ten tweede moesten alle Israëlische gijzelaars vrijkomen. Ondertussen is dat gebeurd. Dat is nu gebeurd.
Als we willen dat er een einde komt aan het uitmoorden van de Palestijnse bevolking – sinds 1 januari van dit jaar zijn immers opnieuw 74 kinderen in Gaza en 53 in de Palestijnse gebieden op de Westelijke Jordaanoever vermoord – dan is dit het moment om als regering te handelen. Aan de twee voorwaarden die toen werden gesteld, is immers voldaan. Zal de regering zich houden aan het woord dat ze in september vorig jaar heeft gegeven en zal ze nu eindelijk overgaan tot de erkenning van Palestina?
Achraf El Yakhloufi:
Mohamed al-Wahidi, het is een naam die waarschijnlijk niemand kent. Hij plaatste een gigantisch scherm boven op het puin in Gaza om de wedstrijd Argentinië-Egypte te bekijken. Egypte toonde na de overwinning duidelijk de Palestijnse vlag, maar Mohamed heeft die wedstrijd niet gezien, want hij werd enkele minuten voordat de match begon door Israëlische luchtaanvallen vermoord.
Sinds dat zogenaamde staakt-het-vuren, collega's, zijn meer dan duizend mensen vermoord. Zeventig procent van Gaza wordt bezet door Israël. Ik zwijg dan nog over Zuid-Libanon, waar Israël exact hetzelfde doet.
Het vredesplan zit muurvast. Er staat een neutraal nieuw bestuur klaar voor Gaza, volgens de letter van het vredesakkoord, maar Israël laat hen niet binnen. Israël zegt: "Wij willen geen vrede." Netanyahu wil geen vrede. Netanyahu wil geen akkoord. Netanyahu wil zeker geen vredesakkoord met een tweestatenoplossing en een erkend Palestina.
De wereld kijkt weg. Europa doet niets. België doet veel te weinig. Nochtans kunnen we meer doen. Een jaar geleden sloten we een duidelijk akkoord, mijnheer de minister, met twee duidelijke voorwaarden. Eén, alle gijzelaars moeten vrijgelaten worden. Twee, Hamas moet uit het bestuur gezet worden. Welnu, collega's, dat is gebeurd. Dus geen excuses meer, geen smoesjes meer, zoals sommigen hier in het verleden altijd hadden, want alle voorwaarden zijn nu vervuld.
Mijnheer de minister, u kondigde begin deze week aan dat u daar eindelijk werk van wilt maken. Mijn oprechte dank daarvoor. Ik hoop dat het niet bij woorden blijft, mijnheer de minister. Wanneer mogen we het koninklijk besluit verwachten? Wanneer mag België (...)
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, volgende week begint het bouwverlof, het traditionele moment waarop aannemers hun werven afronden. Bij ons is er één regeringswerf die al een tijdje aansleept, de uitvoering van het Gaza-akkoord. U kent het zeer goed, dit akkoord bevat een duidelijke belofte, namelijk dat Palestina formeel zal worden erkend op twee voorwaarden: alle gijzelaars vrij, done , en Hamas weg uit het bestuur van Gaza. Maandag ontbond Hamas zijn bestuursorgaan. Also done .
Daarom, mijnheer de minister, vragen we u om de daad bij het woord te voegen, het woord dat u deze week bekendgemaakt hebt. Pleiten voor een tweestatenoplossing en de ene staat onvoorwaardelijk erkennen, maar de andere staat hoge morele standaarden opleggen, is gewoon hypocriet. Het Palestijnse volk verdient dezelfde toekomst als het Israëlische volk, in vrede en gelijkheid, in veiligheid. We moeten de daad bij het woord voegen. Want ondertussen leven de Gazanen als haringen in een rotte ton, worden kinderen afgeschoten als in een schietkraam en zien we dat de West Bank etnisch gezuiverd wordt, en gewelddadig bezet.
Luister beter eens naar Alexander De Croo. Hij is daar deze week geweest en hij zei dat hij nog nooit zoiets ergs had gezien in zijn leven. Dat wil al veel zeggen voor die man, die heel wat landen bezocht heeft. Voeg de daad bij het woord! Voer het akkoord uit dat we vorig jaar afgesloten hebben!
Mijn vragen zijn heel eenvoudig. Wanneer wordt de Palestijnse staat formeel erkend? Wanneer wordt de importban voor producten uit de illegale nederzettingen formeel ingevoerd? Wat ons betreft, moet deze werf klaar zijn voor ons reces.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, nous avons franchi un cap sinistre ce week-end: 1 000 jours de génocide, 73 000 Palestiniens assassinés et, depuis la rupture de la trêve, plus de 1 000 personnes supplémentaires ont perdu la vie.
Le dernier rapport de la commission d'enquête des Nations Unies est sans appel: le génocide se poursuit et les enfants sont particulièrement ciblés. Vingt mille enfants ont été tués.
L'année dernière, sous la forte pression du mouvement de solidarité avec la Palestine, le gouvernement s'est vu contraint d'annoncer qu'il reconnaîtrait l'État de Palestine, en posant deux conditions inédites en droit international: la libération du dernier otage détenu par le Hamas et le retrait du Hamas de la gouvernance de Gaza.
Aujourd'hui, ces deux conditions sont remplies. Pourtant, qu'entends-je encore ce matin? Vous hésitez.
Nous savons pourquoi vous hésitez. Au sein de ce gouvernement, le MR et la N-VA apportent un soutien inconditionnel à Israël. L'année passée, vous avez aussi dit que vous alliez interdire l'importation des produits issus des colonies, ce qui n'a toujours pas été mis en place, toujours à cause du blocage du MR et de la N-VA.
Monsieur le ministre, vous avez dit à la radio ce matin que la Belgique est à la pointe en ce qui concerne la reconnaissance de la Palestine. C'est faux! À ce jour, 150 pays reconnaissent l'État de Palestine et la Belgique n'en fait toujours pas partie. Il y a deux semaines, vous avez même dit à la VRT qu'Israël est un État partenaire. Comment osez-vous dire cela d'un État génocidaire?
Monsieur le ministre, quand allez-vous mettre en œuvre l'engagement que vous avez pris l'année dernière en reconnaissant l'État de Palestine?
Christophe Lacroix:
Je souhaitais interroger le premier ministre pour entendre la position du gouvernement, mais il s'est une fois de plus débiné. Peut-être que si je parlais de la Catalogne, s'il y avait eu un mort en Catalogne, peut-être serait-il là aujourd'hui pour me répondre, que cela l'aurait intéressé. Quand c'est la Palestine, il se débine.
Monsieur le ministre, vous avez annoncé il y a deux jours avoir demandé à votre administration de préparer la reconnaissance de la Palestine puisque le Hamas a annoncé quitter le pouvoir à Gaza. Et, là, je me suis dit: "Voilà, on se prépare à reconnaître la Palestine. Enfin!" Et puis, rien! Car, comme d'habitude, le soufflé est retombé. Et les réactions du MR et de la N-VA m'ont complètement refroidi.
Nous, les socialistes, étions pour une reconnaissance sans condition de la Palestine. L'été dernier, vous avez affirmé avoir franchi un grand pas vers la reconnaissance, mais il y avait derrière ces belles déclarations des conditions, comme dans les contrats d'assurances, en bas de page. Ces conditions dont le MR et la N-VA disaient qu'elles étaient peu susceptibles d'être satisfaites. Et, aujourd'hui, nous y sommes. Le doute sur les réelles intentions de la Belgique est permis car ces mêmes partis n'ont pas du tout l'air d'être prêts à reconnaître la Palestine, alors que ces conditions sont remplies! C'est pour cela que je voulais entendre le premier ministre. Car on en a un peu marre des effets d'annonces et de tout ce blabla.
Alors, monsieur le ministre, quand la Belgique va-t-elle reconnaître formellement et définitivement la Palestine? Et où en est concrètement votre gouvernement dans le suivi des décisions du kern du 2 septembre 2025, notamment s'agissant de l'interdiction des produits des colonies israéliennes?
Meyrem Almaci:
Collega's, alle voorwaarden zijn vervuld. Het is stilaan de laatste kans van de regering om Palestina te erkennen, voordat er van het Palestijnse volk geen sprake meer is. Al een jaar wachten wij op de langverwachte uitvoering van het akkoord in de regering. Dat is een jaar waarin Israël nieuwe vormen van gruwel heeft uitgevonden en op ongelooflijk snel tempo verder koloniseert om de Palestijnse staat onmogelijk te maken.
Gewone Palestijnen proberen ondertussen in die waanzin, tussen het bloed van hun geliefden, een vorm van normaliteit te vinden. Het genocidaire regime van Israël is echter vastbesloten elke toekomst en elke vorm van leven onmogelijk te maken. Er is de dood van Mohamed al-Wahidi. Er is ook het VN-rapport over het doelbewust vermoorden van kinderen en baby's. Er is ook het bericht van afgelopen week dat de Palestijnse kinderarts Hussam Abu Safia na maandenlange folteringen op dit moment misschien zijn laatste adem uitblaast. De genocide duurt voort en helaas ook de lafheid van onze leiders.
Collega's van de MR en de N-VA, ik weet dat u niet harteloos bent. Ik weiger dat te denken. Uw aller stilzwijgen, uw mist spuien, ook nu weer, uw gesleep met de voeten en uw sabotage vallen echter niet meer uit te leggen. Uw weigering om gewelddadige kolonisten aan te pakken en uw bevriezing van de evacuaties uit Gaza zijn allang niet meer te verdedigen. Ook nu opnieuw durft u niet na te komen wat u zelf hebt beslist.
Mijn vragen zijn dan ook eenvoudig. Blijft de regering wegkijken van de gruwel? Blijft ze saboteren? Wat is eigenlijk het effectieve regeringsstandpunt? Zal de regering Palestina erkennen? Zal ze het importverbod van toepassing maken? Zal ze de rest van het akkoord uitvoeren dat ze een jaar geleden heeft afgesproken, hoewel het toen al te laat was?
Voorzitter:
Dat geeft de minister maximaal vijf minuten spreektijd om te reageren.
Maxime Prévot:
Mesdames et messieurs les parlementaires, l’accord que j’ai forcé au sein du gouvernement en septembre dernier prévoit une approche en trois temps.
D’abord, la reconnaissance politique et diplomatique de l’État de Palestine, au moyen d’un message clair et sans équivoque prononcé à la tribune des Nations Unies. Ce message a été porté par notre premier ministre, urbi et orbi , à New York en septembre dernier. Il a été bien entendu. Je ne compte d’ailleurs plus les fois où mes homologues étrangers nous en félicitent.
Aux yeux du monde, y compris des autorités palestiniennes, cette reconnaissance par la Belgique est acquise. Sa légitimité a été affirmée et assumée. Elle ne fait pas débat sur la scène internationale. La question de l’arrêté royal constitue en effet essentiellement un débat interne.
Vervolgens voorziet het akkoord in een tweede fase in een meer technische en juridische stap, de formalisering van de erkenning in het nationaal recht via een koninklijk besluit. Het akkoord van september legt daarvoor twee voorwaarden vast, zijnde de vrijlating van alle gijzelaars en de uitsluiting van terroristische organisaties zoals Hamas uit het bestuur van Palestina. In de praktijk gaat het om de uitsluiting van Hamas uit het bestuur van Gaza, aangezien de Westelijke Jordaanoever reeds wordt bestuurd door de Palestijnse Autoriteit. Meer nog, het betreft het deel van Gaza dat niet onder Israëlische controle staat.
La libération de tous les otages vivants et décédés est confirmée depuis janvier, tandis que les autorités du Hamas, après 20 ans au pouvoir, viennent d'annoncer, ce 6 juillet, leur renonciation à administrer la bande de Gaza, la dissolution de l'organe en charge de cette administration et, enfin, la démission de son responsable; et ce, afin de laisser pleinement la gestion de Gaza au Comité national pour l'administration de Gaza, validé par le Conseil de sécurité des Nations Unies, composé d'experts technocrates et apolitiques.
Quelle que soit la sensibilité de chacun sur ce dossier, l'honnêteté impose désormais de reconnaître que cette annonce conduit a priori à cocher la deuxième condition. C'est pour cette raison que j'ai demandé à mon administration de préparer un dossier en vue de l'adoption de l'arrêté royal – et ce dossier est prêt.
Je ne peux cependant raisonnablement pas considérer que l'expression de responsables du Hamas uniquement lors d'une conférence de presse suffise à garantir son retrait effectif. C'est pourquoi je vais charger nos postes diplomatiques de faire un examen rapide de la situation effective sur place, afin de s'assurer que les paroles sont bien suivies d'actes concrets, afin que personne ne puisse en douter et en utiliser l'argument. Auquel cas, je pourrais proposer l'arrêté royal avec conviction et à brève échéance. Et j'entends à ce moment que chaque partie de la majorité respecte avec honneur les termes de notre accord politique.
Ten slotte, ter herinnering, de normalisering van onze betrekkingen, bijvoorbeeld door de opening van een ambassade, zal pas in een derde fase plaatsvinden, naarmate de demilitarisering van Hamas vordert. Die demilitarisering staat overigens los van de tweede fase, zoals duidelijk is bepaald in het akkoord van september.
Wat het verbod op de invoer uit de Israëlische nederzettingen betreft, verwijs ik u voor de inhoudelijke aspecten graag naar mijn collega’s Jambon en Clarinval. Het dossier lijkt in beginsel rijp voor politieke goedkeuring door de ministerraad, maar het is een publiek geheim dat het momenteel politiek wordt gekoppeld aan een ander dossier en dat betreur ik.
Jean-Marie Dedecker:
Ik bedank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Ik noteer vooral uw laatste zinnetje. Waar zijn we eigenlijk mee bezig? Hier wordt vlakaf in de plenaire vergadering gezegd dat het dossier over de invoer van goederen uit de bezette gebieden wordt gekoppeld aan het dossier over de flexi-jobs. Welke schaamte moet de regeringsleden overvallen om die dossiers aan elkaar te koppelen?
We praten hier over de erkenning van een staat voor een volk dat in 1948 met de Nakba werd aangevallen en waarvan 750.000 mensen van hun land werden verdreven, en discussiëren we nog altijd over de erkenning van het recht op hun eigen land, dat zij terug moeten krijgen.
Waar zijn we mee bezig? Ondertussen zijn er niet 73.000, maar honderdduizenden mensen vermoord, zijn er opgesloten (…)
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat alle voorwaarden vervuld zijn. Het is nu echt tijd om Palestina te erkennen. We zullen daarbij uw partner zijn. Ik roep ook mijn coalitiepartners – jammer genoeg is de heer Bouchez al vertrokken – op om de afspraken, die we hebben gemaakt, correct en loyaal uit te voeren. De tijd van excuses is al lang voorbij.
Mijnheer de minister, ook het importverbod, dat op tafel ligt, is van cruciaal belang. Ik geef dan ook twee meerderheidspartijen de volgende boodschap mee. Het is schandalig dat er spelletjes worden gespeeld en dat aangelegenheden die hier niets mee te maken hebben, eraan worden gelinkt. Elke dag sterven er mensen in Palestina. Elke dag. In het licht van de normen en waarden waar we in het vrije Westen voor staan, is het degoutant dat men hier nog steeds een politiek spelletje speelt. Er moet nu iets gebeuren, mijnheer de minister.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, het is onethisch om de importban te koppelen aan de annualisering van de arbeidstijd. Cd&v spreekt daarover ook duidelijke taal.
Read the lips of Hamas. Hamasvertegenwoordigers hebben hun ontslag ingediend. Er mag een overgangsbestuur komen. Dat is heel belangrijk. Ik zie u knikken. Het is dan ook belangrijk dat we niet opnieuw allerlei mitsen en maren toevoegen, onder andere een bezoek op het terrein zelf. Alle andere landen, Canada, Australië, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Luxemburg hadden dat niet nodig. De situatie op het terrein is immers verschrikkelijk.
We geven een rode kaart aan Netanyahu en Trump. Het moet gedaan zijn. Voer het akkoord uit! Geef de Palestijnen waarop ze recht hebben. Voer het internationaal recht uit. Doe wat we ook vorig jaar in september hebben gezegd. Doe het nu, vóór het reces.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, je pense que la véritable question s’adresse à Vooruit, aux Engagés, au cd&v. Les paroles que vous avez prononcées aujourd'hui sont-elles sérieuses? Ê tes-vous sérieux lorsque vous dites au peuple palestinien que vous voulez reconnaître son É tat? Cette déclaration sera-t-elle suivie d'actes? Les Palestiniens n'ont besoin ni de vos lamentations ni de vos déclarations à la tribune de l'ONU. Ils ont besoin d'actes concrets!
Aujourd'hui, ils ont besoin que l'on mette fin au génocide et que la Belgique cesse toute forme de complicité. C'est à ce sujet qu'ils attendent des actes. Il est possible de prendre des initiatives, par exemple en reconnaissant l’État de Palestine.
Maxime Prévot:
(…)
Sofie Merckx:
Que dites-vous? Cela ne va rien changer? Non, mais vous avez tenté de nous faire croire que cette reconnaissance était déjà acquise. Il faut signer cet arrêté royal pour reconnaître l' É tat de Palestine! (…)
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous ai écouté attentivement, mais votre réponse illustre précisément le problème: encore des intentions, encore des délais et, oserais-je dire, encore un formulaire à signer par le Hamas pour bien expliciter clairement qu'il se retire du pouvoir en Palestine. Chaque jour qui passe rend plus difficile l'existence même de l' É tat palestinien que vous dites vouloir reconnaître.
Au fond, ce gouvernement donne l'impression d'avoir perdu sa boussole. Je veux parler de la boussole du droit international, qui ne devrait pas varier en fonction des rapports de force politiques du moment, et de la boussole morale qui devrait nous permettre de distinguer clairement l'urgence humanitaire des calculs diplomatiques. Et enfin, et peut-être même surtout, je veux parler de la boussole politique qui devrait permettre à la Belgique d'agir quand il en est encore temps. Vous réclamez de l'honneur! Mais, monsieur le ministre, c'est plutôt au déshonneur et à l'horreur de marchandages politiques sur le sang des dizaines de milliers de Palestiniens à terre que nous assistons aujourd'hui!
Meyrem Almaci:
Collega's, hoe pijnlijk kan het worden? Een minister moet in de plenaire vergadering oproepen om het door de regering gesloten akkoord na te komen en sommige regeringspartijen staan hier bijna te smeken. De beslissingen van deze regering zijn fata morgana’s. Haar morele lat ligt al lang ver onder nul. Telkens komen dezelfde discussies terug en uiteindelijk doet de N-VA gewoon haar zin. Zo fors als die partij destijds was over de Catalanen en het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren, zo laf is ze nu wanneer een soeverein volk het bestaan onmogelijk wordt gemaakt. De excuses zijn op, de woorden zijn op, het moorden gaat door en Arizona staat erbij en kijkt ernaar. Zelfs de stinkende kameel is ondertussen bezweken aan het geweld. Voer uw eigen akkoord uit, onder uw eigen voorwaarden. Dat moet u doen. Inmiddels hebben 156 landen Palestina al erkend. Stop met die ordinaire tapijtenmarkt. Moraal vormt het ethische fundament van de politiek. (…)
-
Vraag: De NAVO-top
Vraag: De uitspraak van de eerste minister over de NAVO-top
Vraag: De resultaten van de NAVO-top
Vraag: De NAVO-top in Ankara
De NAVO-top
De uitspraak van de eerste minister over de NAVO-top
De resultaten van de NAVO-top
De NAVO-top in Ankara
De NAVO-top, uitspraken en resultaten summaryExplanationGesteld door
Anders. Kjell Vander Elst
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Les Engagés Benoît Lutgen
N-VA Darya Safai
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens de NAVO-top in Ankara benadrukten politici de herbevestigde steun aan Oekraïne en de 2%-defensienorm, maar het Monitoringcomité waarschuwde dat België met 1,93% onder die norm dreigt te zakken, wat Theo Francken erkende als een "non-negotiable" minimum, hoewel hij creativiteit in de begroting toegeven. Raoul Hedebouw bekritiseerde de NAVO als een Amerikaans machtsinstrument en noemde recente bombardementen op Iran door de VS en Israël – zonder NAVO-mandaat – als bewijs van imperialistische agressie, terwijl Benoît Lutgen pleitte voor een versterkte Europese strategische autonomie binnen de alliantie. Darya Safai prees de regeringsinvesteringen in defensie als essentieel voor vrede en afschrikking, maar Kjell Vander Elst waarschuwde dat boekhoudkundige trucs om de 2%-norm te halen op termijn tot gênante tekortkomingen zullen leiden. Francken bevestigde Europese defensiesamenwerking via aankopen zoals NASAMS, maar wees op groeiende druk van buurlanden die naar 3,5% streven.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, de NAVO-top in Ankara is net gepasseerd en er heerst een kumbayasfeer. Iedereen is tevreden; er is algemene tevredenheid en iedereen staat mooi op de foto met Trump. Misschien was dat voor u iets moeilijker na de overwinning met 4-1 van de Rode Duivels. Dat zal wat gevoeliger hebben gelegen.
Over één zaak ben ik ook heel tevreden. Dat is de steun aan Oekraïne. Wij hebben die steun aan Oekraïne herbevestigd en opnieuw uitgesproken. Ook de Verenigde Staten zullen de steun aan Oekraïne hoog houden. Dat is nodig in de strijd tegen Poetin en in de strijd tegen Rusland, want dat is onze oorlog en dat is onze vijand, de vijand van Europa. Dat was het goede nieuws.
Het moet echter ongetwijfeld ook over de centen gegaan zijn. Wij kennen allemaal de discussie over de NAVO-norm, zijnde 2 %, 3,5 % of 5 %. Die cijfers en percentages kennen wij allemaal. Eén zaak is zeker, de NAVO zal niemand toelaten onder die 2 % te duiken, terecht. Dat is logisch. Niemand doet dat. In de huidige fase van de strijd gaat niemand onder die 2 %. Zelfs de meest kritische, de meest defensiekritische en de meest linkse regeringen van de NAVO doen dat niet.
Toen kwam het Monitoringcomité deze week met een rapport. Uit dat rapport blijkt dat wij die 2 % op dit moment niet halen. Wij zitten aan 1,93 %. De prognoses zijn dat wij als wij op deze manier blijven uitgeven, nog lager zullen eindigen. Ik heb u daarvoor gewaarschuwd. U doet kunst- en vliegwerk met de begroting. Er zijn zaken die niet structureel worden uitgegeven en u doet aan creatieve boekhouding. U gaat shoppen bij andere departementen om dat geld in te schrijven op de defensiefactuur.
Ten eerste, weet de NAVO dat? Ten tweede, wat zult u daaraan doen?
Voorzitter:
Collega's, ik wil tussendoor even iets meegeven. Er zijn nog niet zo heel veel leden aanwezig of er zijn nog een aantal leden die kunnen stemmen in zaal 3 over de zaken die daarstraks zijn aangekondigd. Gelieve u daarheen te begeven als u dat nog niet zou hebben gedaan.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister van Defensie, u bent net terug van de NAVO-top in Ankara. Blijkbaar heerste daar een goede sfeer. Als we de eerste minister mogen geloven, was er enthousiasme. Er was geen valse noot te bespeuren en er was een grote eensgezindheid. De heer Trump zei zelf dat er veel liefde in de zaal aanwezig was. Love is in the air .
Dat is fantastisch, mijnheer de minister, maar dan begrijp ik niet waarom de heer Trump tijdens de top een EU-lidstaat, Spanje, begon te bedreigen met handelssancties.
Mijnheer Francken, het is wel belangrijk wat ik hier zeg.
Tijdens de top zegt de heer Trump dat hij Groenland wil inpalmen, maar wat zegt u? Er was grote eensgezindheid. Er was geen valse noot. Tijdens de top besliste de heer Trump om Iran opnieuw te bombarderen. Het staakt-het-vuren wordt gewoon in de vuilbak gegooid. De prijzen zullen hier opnieuw de pan uit rijzen. Wat zegt de minister van Defensie? Wat zegt de heer De Wever? Eensgezindheid, geen valse noot. Waar zijn we mee bezig, mijnheer de minister?
De heer Rutte zei dat de bombardementen noodzakelijk zijn. De NAVO steunt de bombardementen in Iran. Met welk mandaat zegt de heer Rutte dat? Hebt u dat mandaat gegeven? Dat is toch een belangrijke vraag. We zijn lid van de NAVO en de NAVO zegt dat die bombardementen noodzakelijk zijn. De heer Rutte zegt zelf dat er vanuit Europese basissen 5.000 bombardementen op Iran zijn uitgevoerd. Is dat onze buitenlandse politiek, mijnheer de minister?
Mijn vraag is dus duidelijk. Was daar grote eensgezindheid? Was er volgens u geen valse noot te bespeuren? Leg dat eens uit.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, vous l'avez vu ces derniers jours: il suffit d'un coup de téléphone de M. Trump, et l'on supprime un carton rouge. On arrive au Sommet de l'OTAN et on remet en cause l'article 5, ce qui n'est pas rien puisqu'il consacre la solidarité entre les pays, la confiance au sein de l'OTAN, qui est essentielle, par-delà la force militaire d'engagement. Ce qu'il se passe dans le football doit nous interpeller, parce que cela se retrouve aussi dans le droit international. M. Trump est finalement très prévisible, beaucoup plus qu'on ne le dit. C'est chaque fois la même histoire: la loi, c'est moi, point barre!
Dans ce contexte, l'autonomie stratégique européenne est plus qu'essentielle, et c'est un ami des Américains qui vous parle. Pour renforcer cette autonomie stratégique, je voudrais savoir quels sont les contacts que vous avez eus durant ce Sommet de l'OTAN, afin de voir avec nos amis européens comment renforcer cette force militaire au sein de l'Union européenne.
Vous avez procédé à différents achats – ce qui est une très bonne chose. Ce sont des achats historiques, comme vous l'avez dit. J'aurais voulu savoir, dans ce contexte, si vous êtes aussi bon vendeur qu'acheteur: vendez-vous aussi bien la réalité de la production et de l'industrie militaires wallonnes?
Concernant le cloud de combat, avez-vous pris des contacts avec nos partenaires européens afin de vous assurer que le stockage des données militaires garantisse l'autonomie européenne? Il est essentiel de garantir en la matière l'autonomie stratégique de l'Union européenne.
Plus globalement, quelles avancées ont-elles été actées lors de ce Sommet de l'OTAN? Vous connaissez l'adage des Chasseurs ardennais: "Résiste et mords!". Je pense que, par rapport à des gens qui enfreignent sans cesse des lois, il faut résister et mordre.
Darya Safai:
Mijnheer de minister, na jaren van slechte rapporten en evaluaties van ons land die vooral met een rode pen werden geschreven, kon u deze week met opgeheven hoofd naar de jaarlijkse hoogmis van het trans-Atlantische bondgenootschap trekken. Eindelijk een pluim die deze regering op haar hoed mag steken.
Meer dan tien jaar na de oorspronkelijke toezegging maakt deze federale regering een oude belofte waar: we investeren 2 % van ons bbp in Defensie. Daarmee betalen we opnieuw ons lidgeld voor de internationale club die onze veiligheid al decennialang verzekert.
Die extra investeringen vertalen zich nu in belangrijke aankopen. Het beste en meest recente voorbeeld daarvan is de aanschaf van luchtafweer. Bovendien is die aankoop een mooi voorbeeld van Europese defensiesamenwerking, in dit geval met Noorwegen en Nederland. Velen praten erover, maar wij doen het.
Beste collega's, deze top was natuurlijk een top van de uitvoering en van de herbevestiging van de eenheid binnen het bondgenootschap, in een wereld waarin de dreigingen talrijker en concreter worden.
Gouverner, c'est prévoir . Daarom luidt mijn vraag, mijnheer de minister: welke boodschappen neemt u mee naar de regeringstafel naar aanleiding van uw deelname aan deze NAVO-top?
Theo Francken:
Mijn excuses, collega’s dat ik iets later was. Ik was met Jan in de koffiekamer aan het praten.
Résiste et mords , het zou bijna een slogan van de PTB kunnen zijn, mijnheer Hedebouw. Het is echter de slagzin van de Chasseurs Ardennais. Ik vind het een prachtige slagzin. Ze betekent dat men moet durven protesteren, durven bijten en durven weerstaan. Laat dat net de boodschap zijn van de NAVO. We leven in geopolitiek moeilijke tijden. We moeten ons durven verzetten en weerstand bieden aan die dreiging. Dat is onze taak. Dat is onze hoofdopdracht.
Wij zijn een defensieve alliantie. Collectieve verdediging is opnieuw onze basisopdracht geworden. Na vele expeditionaire zendingen naar Afrika en andere continenten is het nu in de eerste plaats onze opdracht om Europa en het NAVO-grondgebied zelf te verdedigen.
Dat is ook net wat we doen en dat is ook de conclusie van die NAVO-top. Iedereen verhoogt het defensiebudget, koopt goede wapensystemen aan en is bezig met innovatie en technologie.
Le slogan "Résiste et mords!" des Chasseurs ardennais est véritablement en train de s'implanter dans la pratique au sein de l’OTAN.
De vraag werd gesteld, als de 2 %-norm niet wordt gehaald, hoe het dan zit met het budgettaire traject. Ik heb het rapport van het Monitoringcomité ook gelezen en denk niet dat het over 2026 gaat. Voor dit jaar zal de besteding van 2 % van het bbp aan defensie geen probleem zijn. Wel heeft het Monitoringcomité in het kader van de interne normering voor de komende jaren een terechte opmerking gemaakt. Ik meen dat u en anderen in de commissie tijdens de begrotingsbesprekingen over het meerjarentraject die opmerking eveneens hebben gemaakt.
De begrotingsbesprekingen vinden plaats in het najaar en dat zullen we daar dus ook verder aankaarten. Die norm van 2 % is immers non-negotiable . Dat is het absolute minimum. We kunnen het ons niet veroorloven om daar onder te gaan en zouden ons enorm veel ellende op de hals halen indien we dat wel zouden doen. Dat is ook aangenomen binnen de regering. Daarover hebben we de laatste weken nog intens gesproken. Natuurlijk moet het begrotingstraject nog worden afgeklopt, maar onder de 2 %-norm gaan zou op dit moment echt onverantwoord zijn.
Het is op zich al problematisch dat we geen verder groeitraject hebben voor de komende jaren. Er wordt naar een concreet pad gevraagd. Dat hebben we voorlopig nog niet. Ik hoop dat we dat in de komende maanden kunnen uitstippelen. Dat zal nodig zijn, zeker voor de volgende NAVO-top, waar de druk zal worden verhoogd. Die druk zal niet alleen van de Amerikanen komen, maar vooral van de andere Europese partners, die meer doen. Al onze buurlanden geven meer uit aan defensie, want zij hebben een traject dat uitmondt op 3,5 %, waardoor ze ons zullen bevragen. De druk zal dus niet zozeer van Amerika komen, maar vooral van de Europese bondgenoten die vinden dat België solidair moet zijn, omdat arbeiders in Frankrijk, Duitsland of Litouwen ook inspanningen leveren en tegen besparingen aankijken om die norm van 3,5 % te halen. We mogen ons daarvan dus niet desolidariseren. Het is een moeilijk debat, dat al vaak is gevoerd, en dat we zullen blijven voeren.
Over Iran werd er eveneens gepraat. In de conclusie van de NAVO-top staan er één of twee zinnen over Iran. We zijn er allen van overtuigd dat Iran geen nucleair wapen mag hebben, want de dreiging die daarvan uitgaat zou nefast zijn voor de wereldvrede, voor de situatie in het Midden-Oosten en voor de veiligheidssituatie in Europa, gelet op het feit dat Iran over ballistische langeafstandsraketten beschikt die duizenden kilometers ver reiken en potentieel ook onze hoofdsteden hier kunnen treffen. Voor het overige staat er niets in heel dat verhaal.
Er is geen NAVO-mandaat. Het is immers geen NAVO-operatie. Epic Fury is een operatie van de Verenigde Staten en Israël. Het is geen operatie waarbij de NAVO betrokken is of over geconsulteerd werd.
Quant au renforcement du pilier européen au sein de l’OTAN, c’est précisément ce que nous avons entrepris. J’ai signé 10 contrats avec des partenaires européens. Qu’il s’agisse du MRTT, de l’A400M, des NASAMS, le système de défense aérienne, nous avons concrètement renforcé notre coopération européenne.
Et je peux vous l'affirmer, monsieur Lutgen, je vais continuer dans cette direction.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik ben voor een stuk tevreden met uw antwoord. U erkent dat er terechte opmerkingen zijn van het Monitoringcomité, overigens niet de minste opmerkingen, aangezien het Monitoringcomité letterlijk zegt dat we onder de 2 % zullen duiken. U klopt zichzelf steeds op de borst en zegt dat u die 2 % zult halen. Ik ben de eerste vanuit de oppositie om te zeggen dat we ons lidgeld moeten betalen. U moet echter nu al boekhoudkundige trucs toepassen om aan die 2 % te komen. Het Monitoringcomité toont aan dat we er niet zullen geraken.
Mijnheer de minister, zorg ervoor dat uw kunst- en vliegwerk en uw boekhoudkundige fictie kloppen en dat alles NAVO-aanrekenbaar is. Zorg ervoor dat het geld ook naar defensie en ons defensiepersoneel gaat. Anders zult u op de volgende NAVO-top in affronten vallen, want van dit budgettaire werk wordt echt niemand beter.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, de NAVO is een platform dat de Verenigde Staten toelaat om hun macht wereldwijd te projecteren. Dat is juist wat de heer Rutte, secretaris-generaal van de NAVO, heeft gezegd. De NAVO is helemaal geen defensiealliantie, maar wel een platform om de VS hun kracht wereldwijd te projecteren. Dat is precies wat de Verenigde Staten in Libië, Syrië en Afghanistan hebben gedaan en nu in Iran doen.
U wilt hetzelfde model uitbouwen in België. U wilt veel middelen, want Spanje en Groenland worden bedreigd, maar wat doet u? U kijkt de andere kant op en koopt Amerikaanse wapens, met het idee om onze eigen kracht te projecteren in Afrika, waar we onze eigen imperialistische belangen zullen garanderen. Dat is dezelfde logica als in Amerika en het Europees imperialisme. Dat zal ons naar een volgende wereldoorlog brengen. Het globale zuiden, twee derde van de mensheid, gaat niet meer akkoord met die wereldorde. Stop daarmee, mijnheer Francken.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, je voudrais vous remercier, parce que votre conclusion est rassurante dans cette direction pour appuyer l’autonomie stratégique européenne. Cela va totalement dans le bon sens.
L’engagement au sein de l’OTAN est bien sûr budgétaire, avec la fameuse règle des 2 %; mais l’engagement dans l’OTAN n’est pas que budgétaire. L’engagement dans l’OTAN, c’est d’être solidaires. L’engagement dans l’OTAN, c’est de ne pas menacer l’Espagne. L’engagement dans l’OTAN, c’est de ne pas avoir des velléités à l’égard du Groenland.
L’engagement dans l’OTAN, c’est autre chose qu’uniquement un engagement budgétaire. C’est la solidarité. C’est la coopération. C’est la défense. C’est la protection de l’ensemble des 33 États qui en font partie. C’est cela qu’il faut pouvoir rappeler aussi. Personne ne peut enfreindre cette règle ou mettre à mal cet état d’esprit protecteur.
C’est cela que je vous demande. Je connais votre force. Vous avez redonné de la force à la Belgique au sein de l’OTAN. Je ne peux que vous en remercier, ainsi que l’ensemble du gouvernement.
Darya Safai:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, een sterke defensie is een cruciale voorwaarde om zaken te beschermen die we allemaal belangrijk vinden, zoals individuele vrijheid, economische groei en een uitgebreid sociaal vangnet. Een sterke defensie is geen keuze voor oorlog, maar een investering in vrede. Een geloofwaardige defensie werkt als afschrikmiddel en voorkomt conflicten, voordat ze uitbreken. Juist om de vrede te bewaren, moeten we blijven investeren in onze veiligheid. Aan degenen die de militaire investeringen afdoen als geldverspilling, stel ik één vraag: hoeveel meer zullen we moeten betalen als we onze defensie verwaarlozen en uiteindelijk in een oorlog terechtkomen. De vrede bewaren is altijd goedkoper dan oorlog voeren. Mijnheer de minister, ik dank u. Doe vooral zo voort.
-
Vraag: De mismatch tussen de RIZIV-nummers en het toegangsexamen voor geneeskunde
Vraag: Het teveel aan afstuderende geneeskundestudenten
gezondheid en welzijnDe mismatch tussen de RIZIV-nummers en het toegangsexamen voor geneeskunde
Het teveel aan afstuderende geneeskundestudenten
Overaanbod geneeskundestudenten en RIZIV-toelatingsproblematiek summaryExplanationGesteld door
Anders. Irina De Knop
PVDA-PTB Natalie Eggermont
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens een debat bekritiseerden Irina De Knop en Natalie Eggermont minister Vandenbroucke omdat zijn planningsbeleid voor artsenquota (maximaal 1.427 RIZIV-nummers vanaf 2034) het zorgtekort verergert, ondanks de recordinstroom van 1.900 geneeskundestudenten in Vlaanderen, en ze vragen hoe hij 7.000 examenkandidaten kan uitleggen dat ze na hun studie mogelijk geen job krijgen in een sector met schreeuwende noden zoals gesloten bevallingsafdelingen en patiëntenstops bij huisartsen. Vandenbroucke verdedigde de quota als objectief gebaseerd op demografische projecties en waarschuwde voor risico’s van overaanbod, benadrukkend dat de deelstaten verantwoordelijk zijn voor specialisatieverdeling en geografische spreiding, terwijl hij pleitte voor betere afstemming tussen federale en regionale beleidsniveaus en efficiënter zorgorganisatie via praktijkondersteuning en multidisciplinariteit. De Knop noemde zijn "inhaalbeweging" schijnheilig en wees op de realiteit van overbelaste artsen, wachtlijsten en een zorgsysteem op instorten, terwijl Eggermont de Planningscommissie als onrealistisch bestempelde en een structurele oplossing eiste, zoals één bevoegd gezondheidsminister in plaats van acht om de beleidsverlamming te doorbreken.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, vandaag leggen 7.000 studenten het toelatingsexamen voor de opleiding geneeskunde af. Ze willen allemaal in de toekomst een loopbaan uitbouwen in de zorg. Dat is goed nieuws, want de bevolking veroudert en de zorgvraag neemt almaar toe. Een derde van de huisartsen is vandaag al ouder dan 60 jaar. Alle studies bevestigen dan ook dat we afstevenen op een zorginfarct.
Het resultaat is vandaag al pijnlijk zichtbaar. Steeds meer Belgen vinden geen huisarts meer. Huisartsenpraktijken nemen geen nieuwe patiënten meer aan. De wachtlijsten worden telkens langer. Vlaanderen laat dit jaar bijna 1.900 studenten starten aan de opleiding geneeskunde, net omdat we meer artsen nodig hebben. De vraag is zelfs of dat aantal zal volstaan.
U, mijnheer de minister, werkt echter tegen. U werkt het huisartsentekort en de tsunami die op ons afkomt nog verder in de hand. Samen met de federale Planningscommissie houdt u vast aan maximaal 1.427 RIZIV-nummers vanaf 2034. Dat is onbegrijpelijk en heel moeilijk uit te leggen, in de eerste plaats aan de 7.000 studenten die vandaag hun kans wagen, maar zeker ook aan de patiënten die geen arts vinden.
Mijnheer de minister, de uitdagingen zijn immens. Hoe kunt u nu verwachten dat het artsentekort wordt aangepakt, de wachtlijsten worden weggewerkt en de toegang tot de zorg wordt verzekerd als u blijft vasthouden aan een systeem dat de broodnodige instroom van artsen beperkt?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, terwijl wij hier zitten, zijn 7.000 studenten bezig aan hun ingangsexamen geneeskunde, op de Heizel, met pen en papier, muisstil. Ik wens hun heel veel succes toe. Het is een prachtige opleiding.
Twee weken geleden moesten die studenten in de krant lezen dat het niet zeker is dat als ze slagen voor het ingangsexamen en daarna hun hele opleiding met succes afmaken, effectief aan de slag zullen kunnen gaan als arts.
Jullie laten meer mensen toe om aan de studie te beginnen dan er aan het einde van de rit RIZIV-nummers zijn. Na zes jaar blokken, stages, wachtdiensten en een masterproef kunnen zij te horen krijgen: sorry, zes jaar in de vuilnisbak, u mag er niet aan beginnen, want de Planningscommissie heeft berekend dat er te veel dokters zouden zijn.
Ik weet niet op welke planeet jullie leven, maar leg dat eens uit aan de mensen die geen huisarts vinden, of aan de mensen die maanden moeten wachten op een afspraak met een specialist, of aan de dokters die de poten vanonder hun lijf lopen maar de tijd niet hebben om goed hun werk te doen en voor hun patiënten te zorgen.
Eén op twee huisartsenpraktijken heeft vandaag al een patiëntenstop of beperkt het aantal patiënten. In het AZ West in Veurne zijn ze met bevallingen gestopt omdat ze geen gynaecologen meer hebben. Ga maar naar Oostende!
Als het over zorgpersoneel gaat, mijnheer de minister, is er geen teveel, maar een tekort. Het probleem is dat de Planningscommissie uitgaat van een systeem dat nu al tekorten heeft. Als men van tekorten vertrekt, zal men natuurlijk tekorten blijven produceren.
We moeten heel die logica omkeren, en vertrekken van wat de patiënten effectief nodig hebben, inclusief de noden die vandaag onvervuld blijven. Daar horen dan ook voldoende middelen bij voor universiteiten en ziekenhuizen, om die artsen op te leiden.
Mijnheer de minister, wat zegt u vandaag tegen al die studenten die alles geven om dokter te worden, maar die na zes jaar studeren misschien te horen zullen krijgen dat er geen plaats is voor hen, in een sector die hen keihard nodig heeft?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u beschikt over vier minuten antwoordtijd.
Frank Vandenbroucke:
Collega's, de federale regering heeft de artsenquota voor de jaren 2032-2033 en de tandartsenquota voor de hele periode van 2031 tot en met 2036 zeer zorgvuldig vastgelegd. Daarbij is uitgegaan van de adviezen van de Federale Planningscommissie aan de hand van objectieve gegevens over de zorgnoden van de bevolking, waarbij rekening wordt gehouden met de demografie, de veroudering, de instroom en uitstroom van de zorgverleners, de activiteitsgraad van de zorgverleners, de wijzigende werkpatronen en de noden per discipline. Dat is een zeer objectief onderzoek en daarvan zijn we vertrokken.
Het uitgangspunt is inderdaad dat er voldoende artsen en tandartsen voorhanden zijn om de zorg te garanderen. Men moet natuurlijk ook vermijden dat men op termijn een overaanbod krijgt. Zowel een onderaanbod als een overaanbod is slecht voor de kwaliteit van de opleiding, de kwaliteit van de zorg en de doelmatigheid van de gezondheidszorg.
Ik onderstreep dat de artsenquota ten opzichte van vorig jaar opnieuw worden verhoogd. Met name voor Vlaanderen wordt, net zoals de voorbije jaren en op basis van de adviezen, een belangrijke inhaalbeweging doorgezet. Die was de voorbije jaren al aanzienlijk. De federale artsenquota stegen van 1.848 in het startjaar 2022 naar 2.516 in het startjaar 2026.
Ik merk op dat alle experten die zich in het publieke debat hebben gemanifesteerd, waaronder de heer Jan De Maeseneer – en niemand zal zijn inzet voor de toegankelijkheid, de sociale geneeskunde en de huisartsgeneeskunde in twijfel trekken – ervoor hebben gewaarschuwd dat de quota misschien te groot aan het worden zijn en dat we misschien een overaanbod zullen krijgen. Hoe dan ook hebben we de Federale Planningscommissie gevolgd.
Daar voeg ik, ten eerste, aan toe dat de quota van vandaag pas over 9 jaar extra aanbod opleveren. Dat is dus geen onmiddellijke oplossing, maar wel belangrijk voor de planning op termijn.
Ten tweede, het is uiterst belangrijk, zelfs essentieel dat de deelstaten binnen hun bevoegdheden, als we te weinig huisartsen hebben, zorgen voor een goede verdeling tussen de specialismen. Dat is de bevoegdheid van de deelstaten. Dat geldt ook voor een goede spreiding over het grondgebied, waarover de deelstaten echt mee moeten waken en waarvoor zij belangrijke hefbomen hebben, als zij dat willen.
Ten slotte, meer in het algemeen – daarin hebben wij met de federale ziekteverzekering ook een verantwoordelijkheid –, moeten wij ervoor zorgen dat we met de beschikbare mensen het aanbod zo sterk mogelijk maken. We moeten hen helpen zich zo goed mogelijk te organiseren, met praktijkondersteuning, de bevordering van multidisciplinariteit in de eerste lijn en de terbeschikkingstelling van klinisch psychologen bij huisartsen.
Het aantal studenten dat in Vlaanderen aan de opleiding mag beginnen, is een verantwoordelijkheid van de Vlaamse regering. U weet dat ik al jaren ervoor pleit dat we daarover zorgvuldig met elkaar overleggen, zodat het ene op het andere goed is afgestemd.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u spreekt over een inhaalbeweging. Wat de Rode Duivels gisteren gepresteerd hebben door na een 0-2 achterstand alsnog te winnen, dat is een inhaalbeweging! Als u echter met uw inhaalbeweging ervoor zorgt dat het op het einde van de match nog steeds 0-2 is, is dat geen inhaalbeweging.
Wat u dus vertelt, mijnheer de minister, is de theorie. In de praktijk verloopt het anders. Ons zorgvuldig uitgebouwde zorgsysteem staat op springen. Er zijn te weinig artsen en de artsen, die er zijn, worden overspoeld met werk, lange wachtlijsten, administratieve ballast en een slechte organisatie van de eerste lijn. De spoeddiensten kreunen onder een toevloed van patiënten.
Mijnheer de minister, u bent de olifant in de Kamer. U bent al zo lang bevoegd voor Volksgezondheid en de tekorten nemen jaar na jaar toe. Het kleinste kind kan zien dat het systeem dat u hanteert met de Planningscommissie… (…)
Voorzitter:
Mevrouw De Knop, uw tijd is om.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, de Planningscommissie is objectief, zegt u, maar er wordt met heel veel onvervulde noden in de maatschappij geen rekening gehouden. Er wordt bijvoorbeeld ook gezegd dat artsen veel dingen doen die ze ook al zouden kunnen delegeren. Op zichzelf is dat waar, maar het is niet dat er een overvloed aan verpleegkundigen rondloopt aan wie men kan delegeren. Dat is geen objectief uitgangspunt, dat is uitgangspunt in sprookjesland. Uiteindelijk hebt u ook niet geantwoord op mijn vraag wat u doet met de studenten die vandaag van uw collega's aan Vlaamse zijde mogen starten, maar die aan het einde van de rit van u niet aan de slag zullen mogen gaan. U zei gewoon dat Vlaanderen dat beslist en dat we misschien wat beter moeten overleggen. Dat is inderdaad zo. Ons land heeft acht ministers van Volksgezondheid en we raken er niet uit. Ik stel dus voor dat we naar één minister van Gezondheid gaan. Dan worden dergelijke problemen meteen opgelost en kunnen we al het geld dat we daarmee besparen, investeren in de opleiding en de omkadering van ons zorgpersoneel, mijnheer de minister.
-
Vraag: Het politieoptreden in Antwerpen
Vraag: Het politiegeweld in Antwerpen
Vraag: Het politieoptreden in Antwerpen
veiligheid, justitie en defensieHet politieoptreden in Antwerpen
Het politiegeweld in Antwerpen
Het politieoptreden in Antwerpen
Politieoptreden en -geweld in Antwerpen summaryExplanationGesteld door
PVDA-PTB Peter Mertens
Ecolo-Groen Meyrem Almaci
VB Sam Van Rooy
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Peter Mertens en Meyrem Almaci bekritiseren het hardhandig optreden van de Antwerpse politie tegen vreedzame pro-Palestijnse betogers, waaronder het gebruik van nekklemmen en geweld tegen zwangere vrouwen, en beschuldigen minister Quintin en burgemeester De Wever (N-VA) van het systematisch onderdrukken van protestrechten, met steun op rapporten van Amnesty en de VN over mensenrechtenschendingen. Mertens stelt dat Antwerpen een testcase wordt voor het inperken van demonstratierechten en wijst op een politieke alliantie tussen MR, N-VA en Vlaams Belang om Israël te steunen via repressie, terwijl Almaci Quintin verwijten maakt dat hij de politie als instrument tegen kritische stemmen inzet en eist dat hij de nekklem als illegitiem veroordeelt. Sam Van Rooy (Vlaams Belang) daartegen beargumenteert dat pro-Palestijnse betogers—gelinkt aan "islamocommunisten" en jihadistische oproepen—systematisch geweld plegen tegen politie en joden, en eist "nultolerantie" en manu militari-optreden, waarbij hij de islamisering van Antwerpen als oorzakelijke dreiging voor de westerse samenleving afschildert. Minister Quintin benadrukt dat protestrecht fundamenteel is maar vreedzaam moet blijven, verdedigt het politieoptreden als proportioneel wegens verstoring van de openbare orde, en stelt dat instructies moeten worden opgevolgd, zonder expliciet de nekklem of het beleid van De Wever te veroordelen.
Peter Mertens:
Mijnheer de minister, normaal zouden we dit debat niet hoeven te voeren, want normaal zouden we al alle banden met Israël moeten verbreken. Normaal zou een vlag van de genocide niet aan een stadhuis mogen wapperen. Normaal zou de N-VA het niet op een akkoordje mogen gooien met extreemrechts, om die vlag toch per se te laten wapperen. Normaal zou het recht om daartegen te protesteren, een grondrecht moeten zijn en geen gunst van een burgemeester. Normaal zou de politie zich bezig moeten houden met de bescherming van de burgers in plaats van opgetrommeld te worden om een genocidaire vlag te beschermen.
Wat er maandag in Antwerpen gebeurde, was echter niet normaal. Zwangere vrouwen werden door de politie geslagen. Mensen werden met nekklemmen uit de betoging gehaald. Er waren gemaskerde politieagenten aanwezig die, in Metallica-T-shirts, vreedzame betogers uit de betoging hebben gehaald.
Hoe kijkt u als minister van Binnenlandse Zaken naar het feit dat men tegenwoordig, weken aan een stuk, de nekklem als arrestatiemiddel gebruikt, zoals in de Verenigde Staten? Zit dat in de opleiding van politieagenten? Dat zou ik graag willen weten.
Ik zou ook graag weten hoe u kijkt naar het rapport van Amnesty International en de Liga voor Mensenrechten, waarin staat dat een overheid niet alleen het recht op protest moet respecteren, maar ook moet beschermen en faciliteren.
U zou hier straks als minister van Binnenlandse Zaken moeten opstaan om het recht op protest te verdedigen. Ik hoop dus dat u uw democratische plicht als minister zult vervullen en zult zeggen dat het recht op protest in ons land onder de regering-De Wever zal worden gevrijwaard en dat u zult bekijken hoe we dat recht kunnen beschermen in plaats van in te perken, mijnheer de minister.
Meyrem Almaci:
We need to talk about Antwerp. In 2017 zei iemand: "Als je zwijgt op een moment dat politici in de gevangenis worden gegooid omdat ze gewoon een punt maken, omdat ze een opinie hebben, en als er geweld tegen burgers wordt gepleegd, dan is dat gewoon schuldig verzuim." Die iemand was toen burgemeester van Antwerpen en is vandaag eerste minister.
Men mag nooit zwijgen als fundamentele rechten worden aangetast. Het recht op protest is een fundamenteel recht. Dat recht staat ernstig onder druk in onze koekenstad. Door de hitte geldt code rood, maar voor de democratie in onze stad geldt dat evenzeer. Ik heb dat al meermaals persoonlijk aan den lijve ondervonden. Elk protest in onze stad krijgt dezelfde hardhandige behandeling. Of het nu gaat over een bomenkap, de verlieslatende luchthaven van Deurne of het beleid tegenover een land dat een genocide uitvoert en kinderen gewoon, terwijl ze borstvoeding krijgen, door het hoofd schiet – lees het bloedstollende rapport van de Verenigde Naties van vorige week maar –, elke keer worden burgers geconfronteerd met een massale politieovermacht, van tientallen combi's en oproerpolitie tot waterkanonnen, alsof ze losgeslagen hooligans zijn, van onherkenbare gemaskerde speciale agenten tot spotters die proactief de nekklem gebruiken tegen vreedzame betogers, alsof het routine is. Dat zijn Amerikaanse toestanden. Alleen mag men voor het Witte Huis wel maandenlang in een wit tentje protesteren en zelfs kamperen om zijn protest te laten horen. Op de Grote Markt van Antwerpen kan en mag er echter niets.
Hebt u de beelden gezien, mijnheer de minister? Vindt u dat allemaal nog normaal? Vindt u dat een proportionele inzet van de politie? Als de wet voorschrijft dat de politie het recht op protest moet faciliteren, hoe kadert u dan het gebruik van de nekklem in die manier van werken? Hoe beoordeelt u het eenzijdig en willekeurig uitroepen van de Grote Markt tot zogenaamd neutraal terrein? Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat de politie geen instrument wordt tegen betogers in plaats van (…)
Sam Van Rooy:
Wat er nu in Antwerpen gebeurt, illustreert typisch het gezegde zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Jarenlang laat de Antwerpse N-VA-burgemeester toe dat jihadistisch en antisemitisch tuig oproept tot een intifada, oftewel dodelijk jihadistisch terrorisme. Onlangs nog werd zelfs een bord omhooggehouden met de tekst: "Steun het gewapend verzet van Hamas en Hezbollah." Dat is een symptoom van een dieperliggend existentieel probleem, namelijk de islamisering en dus ook de palestinisering van onze samenleving. Het gevolg is steeds meer haat tegen joden, tegen de politie en in feite tegen de hele westerse vrije samenleving.
Jarenlang al laat de Antwerpse burgemeester toe dat jihadistisch en antisemitisch tuig zich niet aan afspraken houdt. Ze mogen uiteraard demonstreren, alleen niet op de Grote Markt. Daardoor gedragen die zogenaamd pro-Palestijnse demonstranten, aangevuurd door islamocommunisten en door gif-Groen, zich steeds agressiever en gewelddadiger. Nogmaals, zachte heelmeesters maken stinkende wonden.
Normale burgers en hardwerkende horecamensen zijn het spuugzat, en al zeker onze politieagenten. Zij worden door pro-Palestijnse demonstranten ongevraagd gefilmd, geïntimideerd en telkens opnieuw als pispaal gebruikt. Ik citeer een politieagent: "Met pro-Palestijnse activisten valt simpelweg niet te praten."
Mijnheer de minister, wie telkens opnieuw agressief is tegen de politie, zich steeds opnieuw niet aan de gemaakte afspraken houdt en oproept tot dodelijk jihadistisch terrorisme, moet keihard worden aangepakt. Genoeg is (…)
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Almaci, mijnheer Mertens, mijnheer Van Rooy, sta mij toe te beginnen met één zaak klaar en duidelijk te stellen. Het recht op vrije meningsuiting en het recht om te betogen zijn fundamentele pijlers van onze democratie. Iedereen moet de vrijheid hebben om zijn of haar mening te uiten en op straat te komen. Dat recht staat niet ter discussie, maar het moet altijd op een vreedzame en respectvolle manier worden uitgeoefend. Dat is de beste manier om dat recht te beschermen.
Het zijn de lokale autoriteiten en meer bepaald de burgemeesters die toestemming verlenen voor het organiseren en houden van een manifestatie in een stad of gemeente. In het concrete geval werd volgens informatie van de lokale politie van Antwerpen voorbije dinsdag 30 juni 2026 toestemming gegeven om samen te komen op het Steenplein en vervolgens af te zakken richting de Suikerrui om daar te demonstreren. Dat is de inschatting en de verantwoordelijkheid van het lokaal bestuur.
De lokale politie zette preventief de Grote Markt en de Suikerrui af. Rond 19.00 uur kwamen ongeveer 200 mensen samen op het kruispunt van de Kaasrui en de Torfbrug. Volgens de politie verstoorden de manifestanten de openbare orde en veiligheid en blokkeerden ze een belangrijke doorgangsweg naar het historische stadscentrum. Daarom werd eerst via bemiddeling gevraagd om zich naar de Groenplaats te begeven, waar de betoging in veilige omstandigheden kon worden voortgezet. Na twintig minuten bemiddeling zou duidelijk zijn geworden dat de manifestanten niet bereid waren om mee te werken. Daarop werden zij teruggeleid richting de Groenplaats. Twaalf personen werden administratief aangehouden wegens verstoring van de openbare orde.
De politie werkt elke dag om iedereen te dienen en iedereen te beschermen. Ik steun haar in haar werk en ook in haar vorming. Laat mij echter ook één punt herhalen. Als de politie een instructie of bevel geeft, moet iedereen dat opvolgen, punt. Dat geldt voor iedereen, voor parlementsleden en ook voor partijvoorzitters.
Peter Mertens:
Il est en train de se former quelque chose ici avec le MR, la N-VA et le Vlaams Belang pour défendre ensemble l'État génocidaire d'Israël. Puisqu'après trois ans de génocide, on n'arrive plus à faire passer ce soutien par la voie démocratique, on va utiliser la matraque. Vous, monsieur le ministre, vous ne condamnez pas cela!
Ce qui doit nous inquiéter, c'est qu'Anvers est en train de devenir un terrain d'expérimentation pour votre proposition de loi visant à limiter le droit de manifester. Cela doit nous inquiéter ici, en effet, parce que vous allez recevoir à nouveau le soutien de la N-VA et du Vlaams Belang. Mais je vais déjà vous dire que cela ne marchera pas, ni à Anvers ni ailleurs!
Meyrem Almaci:
Bent u de woordvoerder van de burgemeester van Antwerpen of bent u minister? Ik was daar aanwezig. De politie heeft terecht het monopolie op geweld, maar dat mag geen vrijgeleide worden om haar in te zetten tegen elk protest dat u niet zint. Op dat vlak meet de N-VA met twee maten en twee gewichten. Destijds over de Catalanen mocht het wel, maar als het over Gaza gaat, is het plots iets helemaal anders.
Mijnheer de minister, waar is uw moed? Uw voorgangster, mevrouw Verlinden, heeft hier in 2022 gezegd dat de techniek van de nekklem sterk wordt afgeraden, maar dat in bepaalde extreme gevallen van wettige zelfverdediging, wanneer de veiligheid van de politieagent of van een andere persoon in gevaar is, het inzetten ervan legitiem kan zijn. Er was geen enkele politieagent in gevaar. Er was geen enkele agressie. Iedereen kan die beelden bekijken. Die nekklem is illegitiem gebruikt. U moet dat durven zeggen en u moet durven ingrijpen ten aanzien van een burgemeester die haar korps tegen haar burgers inzet. Dat is wat u moet doen als minister van Binnenlandse Zaken.
Sam Van Rooy:
Zopas werd bekend dat al in de helft van de Antwerpse districten autochtone Vlamingen een minderheid zijn geworden in eigen stad en dat al bijna een derde van de bevolking in Antwerpen moslim is. Dat is wat ook de rest van dit land te wachten staat. Terwijl de beleidspartijen dit lieten en laten gebeuren, proberen de groene en linkse partijen meer dan ooit de islamitische kiezer te paaien. Wat is het gevolg daarvan? Meer agressie en meer geweld, zeker tegen hulpverleners en onze politie. Mijnheer de minister, de overheid moet niet alleen pal achter onze politie staan, ze moet agenten ook de opdracht geven tot nultolerantie, namelijk manu militari optreden tegen pro-Palestijnse activisten die relschoppen, de politie intimideren of oproepen tot jihadistische terreur. Want wie niet horen wil, moet voelen.
-
Vraag: Toegangspoortjes en controles op de perrons
Vraag: De boetes voor treinreizigers zonder geldig vervoerbewijs
Vraag: Het tariefbeleid van de NMBS en de verkoop van tickets op de trein
Vraag: Boetes voor personen zonder vervoerbewijs op het perron
mobiliteit en transportToegangspoortjes en controles op de perrons
De boetes voor treinreizigers zonder geldig vervoerbewijs
Het tariefbeleid van de NMBS en de verkoop van tickets op de trein
Boetes voor personen zonder vervoerbewijs op het perron
Controle, tarieven en boetes voor treinreizigers zonder geldig ticket summaryExplanationGesteld door
N-VA Dorien Cuylaerts
PVDA-PTB Robin Tonniau
PS Dimitri Legasse
VB Frank Troosters
Beantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De NMBS schaft de ticketverkoop aan boord af om fraude (70-80 miljoen euro jaarlijks) en agressie tegen personeel te bestrijden, maar kritiek groeit omdat reizigers met technische problemen of tijdsdruk nu automatische boetes van 90 euro riskeren, wat volgens oppositiepartijen als discriminerend en onrechtvaardig wordt ervaren. Minister Crucke belooft een pragmatische aanpak en evaluatie tegen eind 2024, maar erkent dat de maatregel zonder overleg met personeel of reizigersorganisaties werd ingevoerd, wat extra weerstand uitlokt bij parlementsleden zoals Tonniau en Legasse, die het beleid als "strafgericht" en "klantonvriendelijk" afschilderen. Ondanks negatief advies van het Raadgevend Comité blijft een proefproject met toegangspoortjes in vijf grote stations op tafel, met name om veiligheid en fraude te controleren, hoewel vakbonden en mobiliteitsdeskundigen de haalbaarheid en toegankelijkheid betwijfelen. Voorstanders zoals Cuylaerts (N-VA) en Troosters (Vlaams Belang) benadrukken dat poortjes in probleemstations agressie kunnen verminderen, terwijl tegenstanders vrezen voor extra hindernissen voor kwetsbare groepen en drukke reizigers. De minister stelt dat een evenwicht tussen fraudebestrijding, veiligheid en toegankelijkheid centraal staat, maar parlementsleden zoals Legasse (PS) en Tonniau (Ecolo-Groen) beschuldigen de regering ervan de NMBS-besparingen op de rug van reizigers en personeel af te wentelen, met een "neem de trein niet"-boodschap als resultaat. De definitieve beslissing over poortjes hangt af van een kosten-batenanalyse in september, maar de spanning tussen veiligheidsbelangen en dienstverlening blijft onopgelost.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, sinds gisteren verkoopt de NMBS geen tickets meer aan boord van de treinen. Dat betekent dat reizigers vóór het instappen al over een geldig vervoersbewijs moeten beschikken en dat de NMBS controles zal uitvoeren in de stations en op de perrons. Daardoor maakt de toegang tot de trein nu meer dan vroeger deel uit van de controle en de aanpak van zwartrijden en overlast.
Onze fractie pleit al langer voor een ernstige evaluatie van toegangspoortjes in de grote stations, niet als wondermiddel, maar wel als ondersteunende maatregel om de controles te vergemakkelijken en discussies op de treinen tegen te gaan. Die piste is ook letterlijk opgenomen in het regeerakkoord. Daarin staat dat de regering inzet op ticketcontrole binnen de stations en daarbij ook de mogelijkheid van toegangspoortjes zal bekijken.
U kondigde eerder aan dat een proefproject zou starten in de vijf grote stations. Intussen bracht het Raadgevend Comité van de Treinreizigers echter een negatief advies uit. Het Comité wijst terecht op onder meer de toegankelijkheid, de doorstroming en de publieke functies van de stations. Dat zijn allemaal terechte aandachtspunten, maar wie niet halsstarrig ergens van proeft, weet ook nooit of iets goed of slecht is. Net daarom blijft het proefproject voor ons broodnodig, niet om de poortjes meteen overal uit te rollen, maar wel om gericht te bekijken onder welke voorwaarden dat werkt of net niet werkt.
Zult u de piste van de toegangspoortjes in de grote stations, zoals opgenomen in het regeerakkoord, nu effectief nader uitwerken?
Hoe neemt u de bezorgdheden van het Raadgevend Comité van de Treinreizigers mee zonder de toegangspoortjes vooraf al af te voeren?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, stel dat de batterij van je gsm plat is, dat je geen internet hebt, dat de app van de NMBS crasht, dat de ticketautomaat defect is of dat er tien mensen staan aan te schuiven terwijl je trein gaat vertrekken. Vroeger kon men dan gewoon opstappen en een ticket kopen bij de treinbegeleider. Als men dat vandaag doet, riskeert men een boete van 90 euro, die zelfs kan oplopen tot 500 euro. Met andere woorden, de NMBS behandelt klanten die te goeder trouw zijn, op dezelfde manier als zwartrijders. Dat is geen betere dienstverlening, maar vooral een beleid van wantrouwen en bestraffing tegenover de klanten.
De NMBS beweert dat deze maatregel nodig is om de agressie tegenover treinbegeleiders te verminderen. Die treinbegeleiders zeggen echter net het tegenovergestelde. Zij zullen namelijk veel meer in conflict komen met reizigers die zich onrechtvaardig behandeld voelen. Vroeger gingen de discussies over de toeslag van 9 euro op de trein. Vandaag zullen die discussies gaan over een boete van 90 euro. Denkt u dat men daarmee meer veiligheid creëert op de trein?
Deze beslissing is trouwens genomen zonder ernstig overleg met de werknemers en zonder overleg met de reizigersorganisaties. Er is niet eens een impactstudie gemaakt over de gevolgen van de maatregel voor het treinpersoneel. Waarom bent u niet in overleg gegaan met het treinpersoneel, met de mensen op het terrein? Waarom werd er geen impactstudie opgemaakt?
Bent u bereid die beslissing terug te draaien? Is de NMBS daartoe bereid, zodat reizigers die te goeder trouw zijn niet langer automatisch als fraudeurs worden behandeld?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, depuis le 1 er juillet, chaque voyageur doit avoir acheté son ticket de transport avant de monter dans le train. Vous allez me dire que c'est normal, mais ce n'est pas si simple.
Si vous êtes légèrement en retard, que l'appareil est en rade ou s'il n'y a tout simplement pas d'automate – car une quinzaine de gares n'en ont pas –, vous vous retrouvez dans la situation où vous montez dans le train sans ticket. Alors qu'il y avait moyen d'acheter un ticket à bord, c'est fini! Certes, un supplément de 9 euros était compté, mais maintenant c'est une amende de 90 euros, pour laquelle on reçoit un QR code. Si on ne paye pas dans les 15 jours, l'amende passe à 250 euros, voire davantage! On ne parle plus d'amendes, mais carrément de sévices: d'autres que moi ont dit que la SNCB n'était plus là pour servir, mais pour sévir.
Vous rendez-vous compte, monsieur le ministre, qu'on dit aux gens qui n'ont pas d'abonnement, ne maîtrisent pas l'utilisation du smartphone ou n'en ont pas, de ne plus prendre le train? Voilà votre message! Vous avez des messages particuliers en cas de canicule, et des messages particuliers pour les utilisateurs du train, convenons-en.
Navetteurs.be parle d'une faute morale. Le mot est peut-être faible à vos yeux, mais il me semble assez fort. L'entreprise publique discrimine les voyageurs de bonne foi et les assimile à des fraudeurs. Monsieur le ministre, ma question n'est pas de savoir si vous comptez retirer le dispositif, mais quand vous allez supprimer cette mesure complètement discriminatoire.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, het Raadgevend Comité voor de treinreizigers heeft op eigen initiatief een advies uitgebracht over het eventueel plaatsen van toegangspoortjes in de Belgische treinstations. Dat advies was zeer negatief. Het comité gaf daarvoor een achttal redenen aan. Zo zou het te duur, te moeilijk en te complex zijn. Het zou ook hinderlijk zijn voor mensen die met de fiets reizen en voor personen met een beperkte mobiliteit. Bovenal kwam het tot de vreemde conclusie dat het plaatsen van toegangspoortjes in de stations wellicht slechts in beperkte mate zou leiden tot een vermindering van het zwartrijden.
Het Vlaams Belang durft dat echter te betwijfelen. Het gaat immers niet alleen over zwartrijden, wat uiteraard een ernstig probleem is. We weten ook dat heel wat incidenten met spoorpersoneel, zowel verbale als fysieke agressie, ontstaan uit discussies over het al dan niet beschikken over een geldig vervoersbewijs. Voor ons gaat het dus ook over veiligheid. Veiligheid is belangrijk. We hebben daar al heel vaak vragen over gesteld en voorstellen gedaan, onder meer om de personeelsbezetting van Securail te verhogen en de uitrusting ervan te verbeteren, de procedures te versoepelen, de samenwerking te versterken en de verweermiddelen uit te breiden. We hebben in het verleden ook al voorgesteld om toegangspoortjes in treinstations te plaatsen. De NMBS was daar aanvankelijk niet echt enthousiast over. Ze heeft zelf een studie uitgevoerd en geconcludeerd dat de kosten te hoog zijn en dat ze dat niet zou doen.
Voor alle duidelijkheid, we pleiten er niet voor om in alle stations toegangspoortjes te plaatsen. Dat is natuurlijk weinig zinvol in een station zoals pakweg Bokrijk of Langdorp. In bepaalde clusters van met elkaar verbonden stations, waar we weten dat er problemen zijn met zwartrijden, criminaliteit en agressie, zou dat echter wel een deel van de oplossing kunnen zijn. We zijn u daarover blijven bevragen. Daarna hebt u aangegeven dat het misschien toch zinvol zou zijn om een proefproject op te zetten in een vijftal stations. Mijn vragen zijn dan ook de volgende.
Zult u dat proefproject effectief uitvoeren? Zult u rekening houden met het advies? Zo ja, waar zult u dat proefproject doen en wanneer?
Jean-Luc Crucke:
Geachte Kamerleden, allereerst wil ik eraan herinneren dat ik al meerdere keren zowel mondeling als schriftelijk heb gereageerd op vragen over de afschaffing van de ticketverkoop op de trein. Dat besluit van de NMBS heeft een tweeledig doel, met name de veiligheid van het treinpersoneel versterken en de strijd tegen fraude intensifiëren, waarvan de kosten voor de NMBS voor de afgelopen drie jaar worden geschat op 70 tot 80 miljoen euro per jaar, vanwege mensen die niet te goeder trouw zijn. Het zou inconsequent zijn om van de NMBS besparingen te eisen en tegelijkertijd af te zien van de bestrijding van fraude die zwaar op haar financiën drukt.
Le point le plus sensible reste la majoration de 90 euros imputée en l’absence d’un titre de transport valable. Si cette mesure peut avoir un effet dissuasif, elle ne peut pas pénaliser les voyageurs de bonne foi confrontés à un automate défectueux, à un problème technique, à un automate inexistant. J’attends donc de la SNCB qu’elle fasse preuve, comme elle s’y est engagée, de pragmatisme et de discernement dans le traitement des contestations.
Une première évaluation est prévue d’ici la fin de l’année. Je serai attentif à trois questions. La fraude a-t-elle diminué? Les voyageurs de bonne foi sont-ils traités équitablement? Les agressions à l’égard du personnel ont-elles reculé?
Naast die hervormingen blijft het ons doel om de veiligheid in de stations en op de treinen te versterken. Bijna de helft van de interventies van Securail houdt verband met het ontbreken van een geldig vervoersbewijs en die situaties leiden maar al te vaak tot incidenten of agressie. Door fraude terug te dringen, kan ook de operationele capaciteit van Securail worden versterkt, wat ten goede komt aan alle reizigers. Met dat doel voor ogen analyseert de NMBS momenteel verschillende opties om de toegang tot het netwerk beter te controleren, waaronder de installatie – niet de eventuele installatie – van poortjes in bepaalde grote stations. Eind september zullen de conclusies van de studies over de kosten en baten van een dergelijke maatregel aan de raad van bestuur worden voorgelegd, zowel wat betreft de veiligheid en fraudebestrijding als wat betreft de reizigerservaring, de doorstroming van het verkeer en de toegankelijkheid, met name voor personen met beperkte mobiliteit en reizigers die moeten overstappen.
Parallèlement à l'annonce de la fin de la vente des tickets à bord, la SNCB a indiqué vouloir renforcer les contrôles sur les quais et au niveau des accès aux quais, en application de la réglementation existante qui n'avait jamais été réellement opérationnalisée. Cette décision n'a pas été prise en concertation avec notre cabinet et a été portée à notre connaissance par voie de presse.
Ceci dit, les modalités pratiques de ces contrôles n'ont pas encore été définies. J'ai donc invité la SNCB à me les transmettre, ainsi qu'au conseil d'administration, avant de les appliquer. Je ne manquerai pas de m'assurer que l'humanité et le pragmatisme nécessaires à leur mise en application soient assurés. La mise en œuvre de la mesure sera donc progressive et ne débutera que sous condition du respect de ce que j'ai précédemment indiqué.
L'enjeu est de trouver le juste équilibre entre la lutte contre la fraude, le renforcement de la sécurité et le maintien d'un service public ferroviaire accessible à tous. C'est bien dans cet esprit que je suivrai ce dossier et que j'attendrai les conclusions des études en cours avant toute décision complémentaire.
Dorien Cuylaerts:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Die fraude wordt terecht aangepakt. Wij steunen dat volledig.
Ik ben ook blij om te horen dat de installatie van poortjes daadwerkelijk op de agenda staat. In heel veel Westerse landen zijn die al jaar en dag ingeburgerd, ook in de Brusselse metro. Bij De Lijn in Antwerpen staan ze ook voor de premetro. Wij zijn blij dat die toegangspoortjes in onze treinstations geen taboe meer blijken te zijn.
Enkele maanden geleden heb ik hier nog gezegd dat ik het gevoel had dat de grootste weerstand vanuit de vakbonden kwam, omdat zij strijden tegen alles wat volgens hen de werkgelegenheid zou kunnen ondermijnen. Die toegangspoortjes in de treinstations zijn natuurlijk een syndicale windmolen. Ik ben dan ook heel om blij te horen dat dit van de baan is. Het gaat ook nog maar om een proefproject, niemand hoeft daar bang voor te zijn. (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, wil de NMBS daarmee eigenlijk meer reizigers aantrekken of gewoon meer inkomsten genereren? Dat laatste is immers het gevoel dat ik bij zulke maatregelen krijg.
Voor ons is het duidelijk. We hebben nood aan meer personeel op het terrein, in de treinen en in de stations, aan een betere dienstverlening, maar ook aan wat meer vertrouwen in de reizigers. We hebben geen nood aan een beleid dat reizigers en spoorwegpersoneel tegen elkaar opzet.
Mijnheer de minister, chèr Jean-Luc, we nemen al eens dezelfde trein in het mooie Ronse. U ziet toch ook elke dag, wanneer u de trein neemt, de lange rijen aan de ticketautomaat? U ziet toch ook de vele mensen die nog roepen dat ze hun trein willen halen en aan de conducteur vragen wat ze moeten doen. U ziet toch ook de discussies die op de trein ontstaan. Die conducteurs willen de treinreizigers helpen, niet bestraffen. (…)
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, c'est incroyable. En fait, ce n'est jamais vous. Ce n'est jamais de votre faute. Cette décision n'est pas vraiment la vôtre. Pendant ce temps, les utilisateurs de train passeront à la caisse et compenseront les économies massives que votre gouvernement impose à la SNCB. Vous n'arrêtez pas de rendre la vie plus difficile aux voyageurs, l'accès aux trains plus compliqué et vous validez par ailleurs les économies massives dont nous venons de parler.
Vous attaquez le personnel avec des réformes importantes et, maintenant, vous acceptez de faire payer les voyageurs 90 euros de plus, ou même davantage, en disant ouvertement: "Ne prenez plus le train, débrouillez-vous"! C'est votre message. Vous prétendiez le contraire, et je vous croyais sincère, mais là, clairement, c'est le contraire que vous faites. Où est votre politique en faveur du chemin de fer? On ne veut pas sauver le climat avec des réunions de communication ou des réunions ministérielles, et on ne veut pas aider la SNCB à rendre le train plus accessible. C'est désolant.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik wil u vragen om naar de echte experts te luisteren. De echte experts zijn, voor alle duidelijkheid, niet de mensen die veilig achter hun bureau verscholen zitten. Het zijn de mensen die dagelijks in de frontlinie staan, op de perrons en in de treinen. Zij moeten soms heel moeilijke discussies voeren over het al dan niet beschikken over een geldig vervoerbewijs. Dat mondt soms zelfs uit in verbale of fysieke agressie tegen hen. Ik heb het over het treinpersoneel, in het bijzonder de Securailagenten en de treinbegeleiders. Hun veiligheid is essentieel. Als die niet is gegarandeerd, geldt dat ook voor de veiligheid van de treinreizigers. Maak daarom alstublieft heel snel werk van het proefproject met de toegangspoortjes in de stations. Laat u niet vertragen of ompraten of beïnvloeden. Het is essentieel dat de veiligheid van het spoorpersoneel wordt gegarandeerd. Die veiligheid is onbetaalbaar. Daar staat geen prijs op.
-
Vraag: De rol van de eerste minister bij het crisisbeheer in het kader van de hittegolf
Vraag: Het crisisbeheer naar aanleiding van de hittegolf
Vraag: De rol van de eerste minister bij de aanpak van de hittegolf
Vraag: De aanpak van hittegolven
Vraag: De interfederale coördinatie in geval van een hittegolf
gezondheid en welzijnDe rol van de eerste minister bij het crisisbeheer in het kader van de hittegolf
Het crisisbeheer naar aanleiding van de hittegolf
De rol van de eerste minister bij de aanpak van de hittegolf
De aanpak van hittegolven
De interfederale coördinatie in geval van een hittegolf
Coördinatie en aanpak van hittegolven door de eerste minister en interfederale instanties summaryExplanationGesteld door
PS Patrick Prévot
DéFI François De Smet
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
MR Christophe Bombled
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Beantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens een felle discussie over de klimaatinactie in België bekritiseerden oppositiepartijen als Patrick Prévot (PS) en Raoul Hedebouw (PTB) de regering scherp voor haar gebrek aan coördinatie en concrete maatregelen tijdens de recente hittegolf, waarbij ze de premier en MR-ministers beschuldigen van verantwoordelijkheidsontwijking en climatoscepticisme. François De Smet (Ecolo) en Sarah Schlitz (Ecolo) benadrukten dat het Belgische federalisme de klimaataanpak ondermijnt door versnipperde bevoegdheden, terwijl ze minister Jean-Luc Crucke (Les Engagés) verweten leeg activisme te bedrijven met symbolische vergaderingen in plaats van dwingende actie, zoals betere arbeidsomstandigheden bij extreme hitte. Crucke verdedigde zijn interfederale overleg (met 19 van de 21 uitgenodigde kabinetten) en aankondigde concrete stappen zoals een herziening van het hitteplan, betere waarschuwingen via BE-Alert, inzet van Defensie, en een nationaal netwerk van koelplekken, maar kritiek bleef dat dit te laat en te beperkt is. Christophe Bombled (MR) daartegen weersprak de "alarmistische toon" en benadrukte pragmatische oplossingen zoals kernenergie, terwijl Hedebouw pleitte voor een herfederalisering van klimaatbeleid om de versnippering tegen te gaan.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, une nouvelle fois, le premier ministre se dérobe face aux enjeux climatiques. Nous attendions de lui qu'il soit un acteur central; il a choisi un autre rôle: celui de déserteur. Il faut être clair. On ne traverse pas une tempête climatique sans capitaine et on ne dirige pas un pays confronté à des crises à répétition, en quittant le pont dès que la mer se lève. Quand le sommet de l'État se dérobe, tout se dérègle, avec pour résultat, des ministres climato-sceptiques qui s'expriment à tort et à travers, version café du commerce, d'autres ministres qui détournent le regard et une inaction politique coupable, voire dangereuse.
Monsieur le ministre, notre pays vient de connaître un épisode caniculaire de 12 jours. Quelle a été la réponse du gouvernement? Rien! Pas de pilotage fédéral digne de ce nom. Nos hôpitaux ont été sous tension. Là encore, il n'y a eu aucun plan d'urgence à la hauteur de l'enjeu. De plus, quand on parle d'urgence climatique, les différents niveaux de pouvoir se renvoient à la balle.
Dans ce désordre, chacun agit seul. Vous, vous écrivez aux régions pour tenter d'élaborer une réponse commune. Elles ne vous répondent pas. Pire, elles crachent dans la main que vous leur tendez. Et, en définitive, il n'y a aucune coordination; seulement de l'attente.
Pourtant, en Wallonie, on a entendu votre collègue des Engagés, Yves Coppieters, qui a alerté, lui également, sur les blocages du gouvernement wallon et, singulièrement, sur ceux de son ministre-président libéral, Adrien Dolimont.
Mais soyons de bon compte et soyons clairs, monsieur le ministre: je n'attends plus rien, depuis bien longtemps, de la part du Mouvement Réformateur. Vous, Les Engagés, vous êtes au cœur du dispositif. Vous pouvez activer des leviers, mais vous ne le faites pas. En effet, entre les alertes, les constats et les courriers, les actes, eux, ne suivent toujours pas.
Monsieur le ministre, où est le plan d'action du gouvernement? Et surtout, Les Engagés vont-ils, une nouvelle fois, courber l'échine ou prendre enfin leurs responsabilités?
François De Smet:
Monsieur le ministre, la Belgique a vécu pendant 10 jours une vague de chaleur exceptionnelle, et c'est d'abord le système hospitalier qui a souffert. On ne compte plus les appels au 112 et les hospitalisations. Le ministre de la Santé nous a dit hier qu'il s'attendait à une surmortalité significative.
Nous savons que nous allons vivre des temps de plus en plus difficiles et qu'il faudra à la fois freiner le choc du changement climatique et s'adapter. Mais ce qui est plus pénible, c'est ce sentiment, partagé par de nombreux citoyens, qu'il n'y a aucune gouvernance climatique dans ce pays. Nous avons un premier ministre qui se fiche royalement du sujet. La preuve: son absence à ces questions. Nous avons un ministre de la Défense qui conseille à chacun de se ressourcer dans sa piscine avec une bière.
Et puis, il y a vous, le ministre du Climat, qui avez fait une chose incroyable: vous avez organisé une réunion. Une réunion à laquelle personne n'est venu, ce qui est assez triste – encore plus triste qu'un goûter d'anniversaire auquel personne ne vient. Il ne manquerait plus que vous appeliez ça une task-force. Ce serait la déprime complète. Blague à part, je regrette que les entités fédérées aient réagi à vos invitations avec autant de désinvolture. C'est le cas du gouvernement flamand, mais aussi, hélas – il faut le dire –, du gouvernement wallon.
Cela nous conduit à une question sérieuse que j'aimerais vous poser à vous, qui êtes plutôt régionaliste. Le fédéralisme belge est-il encore adapté au changement climatique? S'il y a bien un domaine où l'on ne peut pas rester sur son pré carré, c'est le climat et ses conséquences. S'il y a bien un domaine qui montre le ridicule du repli sur soi, des petits jeux confédéralistes et communautaires, c'est bien le climat.
Or que voit-on? Vous ne disposez aujourd'hui d'aucun levier réel. Vous avez un accord de gouvernement qui parle du climat comme on parlerait d'un bulletin météo. Vous avez des partenaires qui, de toute évidence, ne comprennent pas l'ampleur du problème que nous vivons.
J'ai une seule question: quelle gouvernance climatique proposez-vous alors que cette première crise majeure démontre que vous n'avez apparemment aucun moyen d'agir?
Monsieur le ministre, j'ai de la sympathie pour vous – et vous le savez. Seulement, vous êtes coincé entre des climatosceptiques et des confédéralistes; mais c'est vous qui avez choisi de gouverner avec ces partenaires. C'est donc à vous de trouver la clé.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, partout dans la presse ce week-end et encore ce matin, nous avons vu Les Engagés dérouler leur discours. M. Coppieters, M. Verougstraete, vous nous contez votre impuissance dans les coalitions dont vous faites partie. "J'voudrais bien, mais j'peux point" nous chantez-vous à l'unisson.
Monsieur le ministre, ne trouvez-vous pas toutefois la ficelle un peu grosse? Ces coalitions, c'est vous, Les Engagés, qui les rendez possibles. C'est vous qui avez négocié ces accords, qui sont en effet totalement en deçà de ce qu'il faudrait faire. Et je ne vous parle pas de sauver la planète dans 50 ans, mais de faire en sorte de protéger les Belges dès maintenant.
C'est vrai que vous avez une responsabilité écrasante, mais celle-ci va aussi de pair avec un pouvoir d'agir. Cela signifie que vous pouvez soit débrancher les prises, soit activer des leviers politiques.
À côté de ça, le MR joue lui aussi sa partition et, pour flatter un certain électorat, explique qu'il n'est pas nécessaire d'en faire des tonnes pour le climat, qu'il n'est pas nécessaire de se coordonner. M. Quintin – j'en suis hallucinée – nous expliquait à l'instant que tout s'était magnifiquement bien passé ce week-end. Rien à signaler! Selon lui, il est formidable que chacun prenne ses décisions selon les réalités locales. La canicule dont nous parlons traverse toute l'Europe, mais lui trouve cela super que chacun y aille de sa petite consigne: boire de l'eau, porter une casquette ou un chapeau, selon qu'on habite à Uccle ou à Saint-Nicolas. Et finalement, ils vous accusent d'opportunisme, vous singez l'indignation et au final, tout le monde y gagne, n'est-ce pas? Mais tout le monde n'y gagne pas, pas les Belges en tout cas, ni les personnes âgées dans les homes surchauffés, ni les travailleurs en extérieur, en cuisine ou en usine, ni tous ceux qui vivent dans des logements qui sont comme des fours.
Ce matin, vous avez avancé quelques propositions, dont certaines étaient intéressantes, sans doute issues du Plan fraîcheur mais celui-ci est open source , donc n'hésitez pas à vous servir. Vous en avez également avancé d'autres un peu moins bonnes, telles que la mobilisation des militaires, qui ne demandent rien et ne sont pas formés à la chose. Passons.
Monsieur le ministre, quelles actions concrètes allez-vous mettre en place dès demain? Je vous remercie.
Christophe Bombled:
Monsieur le ministre, notre pays a fait – et fera – face à une vague de chaleur exceptionnelle, avec des températures dépassant les 35 degrés dans plusieurs régions et un impact déjà mesurable sur la santé publique, notamment chez les personnes les plus vulnérables. Ces épisodes climatiques extrêmes exigent sang-froid, efficacité et résultats concrets. Ce dont nous avons besoin aujourd'hui, ce n'est pas la polémique, ce n'est pas la mise en cause d'autres niveaux de pouvoir. En effet, attiser les braises par ces fortes chaleurs serait, vous en conviendrez, fort peu opportun.
Le Mouvement Réformateur défend une approche pragmatique: investir dans des solutions efficaces, préserver la compétitivité économique, éviter toute forme d'écologie punitive et garantir des mesures qui produisent des effets mesurables pour les citoyens comme pour les entreprises.
Par ailleurs, au-delà des effets d'annonces et des réunions organisées dans l'urgence médiatique, la question centrale demeure celle des résultats. Monsieur le ministre, pouvez-vous détailler de manière précise et vérifiable les résultats concrets, chiffrés et mesurables des politiques climatiques que vous avez mises en œuvre depuis le début de votre mandat? Comment comptez-vous rétablir une coopération efficace entre les différents niveaux de pouvoir, dans le respect des compétences de chacun, sans recourir à la stigmatisation publique ni à des initiatives qui pourraient être perçues comme opportunistes? Je vous remercie d'avance pour vos réponses.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le ministre du Climat, nous venons de traverser dix jours de canicule, avec son lot de surmortalité, particulièrement le week ‑ end dernier. Les t é moignages se sont multipli é s: des travailleurs contraints de continuer à bosser dans des conditions intenables. J ’ entendais encore au Brico: 36, 37, 38°. Comment peut ‑ on travailler dans un magasin à ces temp é ratures? Dans les fonderies, on flirtait avec les 40°.
La semaine dernière, on a abandonné ces travailleurs. On les a laissé continuer à travailler comme si de rien n’était. Et, face à cette crise, nous attendions une réaction politique.
Et là, vous arrivez avec une initiative assez extraordinaire. Pendant le covid, nous étions déjà la risée du monde en convoquant neuf ministres de la Santé. Record mondial du nombre de ministres convoqués! Et cette fois, vous convoquez… vingt-et-un ministres! Vingt - et-un ministres pour une r é union! Pourquoi? Parce qu ’ en Belgique, les comp é tences sont tellement subdivisées entre Wallonie, f é d é ral, Flandre, Bruxelles qu ’ on ne s ’ y retrouve plus. Vingt ‑ et ‑ un ministres: on savait d é j à que cette affaire allait faire du vent! Et que d é couvrons-nous? Certains ne se sont m ê me pas pr é sent é s!
Au MR, à la N ‑ VA, les repr é sentants sont pay é s pour travailler, mais ils d é cident de ne pas venir! "Oh non, nous, nous ne venons pas!" Et pourquoi? Parce que celui qui a convoqu é la r é union serait un "gros opportuniste". En l'occurrence, c ’ est de vous qu'ils parlent, monsieur le ministre. Je ne sais pas si vous aviez saisi: c ’ est vous qu ’ ils traitent d ’ opportuniste. "C’est de la com' ", disent ‑ ils. Premi è re question: n ’ est-ce que de la com'? Mais surtout, ils refusent de venir parce qu’ils veulent maintenir la division des compétences.
Enfin, s’il y a bien une compétence qui doit être refédéralisée, avec un ministre, c’est bien le climat! Les masses d’air chaud ne s’arrêtent pas à la frontière linguistique. Elles ne se disent pas: "Oh, je suis en Flandre, je fais demi ‑ tour."
Les rayons du soleil traversent la Wallonie, la Flandre, Bruxelles. Cette division des compétences, c'est du grand n'importe quoi!
Ma question est donc très simple, monsieur le ministre. Ne pensez ‑ vous pas qu ’ il serait temps de rassembler au niveau f é d é ral les comp é tences relatives au climat et à ses cons é quences?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, je vous remercie.
La semaine dernière, j'ai en effet convoqué les autorités belges à une réunion interfédérale consacrée à la chaleur extrême. Comme vous êtes bons lecteurs, vous aurez remarqué que je n'ai pas convoqué les ministres, mais bien leurs cabinets. Je reconnais que, sur les 21 cabinets, même si tous ne sont pas venus, il y en avait tout de même 19. Vous reconnaîtrez vous-mêmes la performance en la matière. En vérité, il ne s'agit pas de savoir si nous devons nous adapter aux conséquences du changement climatique, mais si nous sommes capables de le faire de manière coordonnée et efficace.
Cette réunion a donc eu lieu. Je souhaite souligner un fait important: tous les niveaux de pouvoir y étaient représentés. Le fédéral, les régions, les communautés, dont la communauté germanophone, ont participé à l’échange. Même si certains ne sont pas venus à la réunion – sans les stigmatiser, nous sommes en démocratie, et chacun peut avoir son opinion – le fait essentiel est que les phénomènes climatiques extrêmes ne connaissent ni frontières administratives ou nationales, ni répartition des compétences. L'Union européenne est en train se coordonner. Il serait donc malheureux que, sur le plan belge, nous ne puissions pas le faire.
Je remercie tous les participants pour leur venue. Selon le procès-verbal, leur participation a été constructive. Surtout, cette réunion n'était pas un simple exercice de concertation: elle devait déboucher sur des mesures que j'espère concrètes. Il me semble que cela a été fait.
Premièrement, nous avons décidé d'engager l'évaluation et la révision du plan fortes chaleurs et pics d'ozone. Nous disposons de systèmes de gestion de crise et de santé publique solides, mais les épisodes récents, comme l'a rappelé le ministre Vandenbroucke, nous montrent que nous devons adapter nos outils aux réalités climatiques à venir. En qualité de président de la Conférence interministérielle Environnement-Santé (CIMES), j'inscrirai ce point à l'ordre du jour de la prochaine CIMES, qui aura lieu le 14 juillet.
Deuxièmement, nous avons décidé de poursuivre le renforcement de la communication vers les citoyens, notamment via BE-Alert – comme cela a précédemment été évoqué par le ministre Quintin – afin d’améliorer la qualité et la rapidité des alertes, avec une attention particulière réservée aux personnes les plus vulnérables.
Troisièmement, nous avons confirmé la nécessité d'accélérer la mobilisation des moyens de la Défense lors de catastrophes climatiques majeures. Je m'entretiendrai incessamment sur le sujet avec mon collègue de la Défense. Les travaux se poursuivront afin de permettre un soutien plus rapide aux autorités civiles lorsque les circonstances l'exigent.
Quatrièmement, la protection des travailleurs constitue un enjeu majeur. Un engagement a été pris afin de renforcer la sensibilisation, notamment à travers une campagne annuelle destinée aux employeurs, aux travailleurs et aux indépendants concernant les risques liés aux fortes chaleurs et les règles de prévention applicables.
En Espagne, sous 40°, on travaille. Il y a donc de bonnes pratiques, comme on dit, à l'extérieur et qui peuvent être appliquées chez nous.
Enfin, nous examinerons avec les régions et les autorités locales la création d'un réseau national des lieux de fraîcheur reposant sur une cartographie commune des espaces accessibles à la population lors des épisodes de chaleur extrême. Dans ce cadre, la ministre Matz a posé un premier jalon, avec l'ouverture des musées fédéraux au public durant cette période.
La réunion ne s'est pas limitée aux mesures immédiates. Nous avons également travaillé sur le moyen et le long termes. C'est pourquoi je proposerai la création d'un comité scientifique et académique national chargé d'identifier les priorités d'adaptations sur la base des connaissances scientifiques les plus récentes. Son rapport servira de référence commune à l'ensemble des gouvernements du pays.
Chers collègues, soyons clairs. Des investissements massifs seront nécessaires pour renforcer la résilience climatique de notre pays. C'est pourquoi nous devons ouvrir le débat à l'échelle européenne, sur une meilleure prise en compte des investissements et adaptations dans les rails budgétaires de l'Union.
La semaine dernière, le ministre Prévot indiquait que nos concitoyens n'attendaient pas de nous des débats institutionnels, mais des résultats. Je crois pouvoir dire qu'hier nous avons franchi une première étape importante dans cette direction. Le défi reste immense, mais nous avons désormais, dans le respect des compétences de toutes les entités, une méthode: travailler ensemble, anticiper plutôt que subir et construire progressivement une Belgique plus résiliente face aux conséquences du changement climatique.
Enfin, s'il est une chose que personne ne m'a demandée, c'est de me taire. Je n'ai pas été élu pour me taire. Il y a plus de 15 ans que je dis la même chose et je suis convaincu de ce que je dis. Le climat n'a pas besoin de polémiques; il a besoin que nous soyons conscients que ce que nous vivons aujourd'hui est sans doute l'été le plus frais des 10 années à venir. Et cela, je le dis depuis 15 ans, même à l'égard du gouvernement précédent.
(Applaudissements)
(Applaus)
Patrick Prévot:
Qu'ont-ils fait de vous, monsieur le ministre? Je vous ai connu beaucoup plus combatif, un peu va-t-en-guerre, surtout quand vous estimiez que les combats étaient légitimes.
Aujourd'hui, vous venez vers nous et vous tentez de calmer le jeu. Les collègues libéraux vous ont certainement demandé de mettre le pied sur le frein. Mais pendant ce temps-là, les ministres libéraux – Adrien Dolimont à la région, David Clarinval au fédéral – continuent de traiter l'urgence climatique comme un dossier secondaire, comme si on pouvait encore attendre.
Mais vous le savez, monsieur le ministre, on ne peut plus attendre. Les canicules, les hôpitaux sous tension, les inondations, les décès – ce n'est plus théorique, c'est la réalité. Les 11 millions de Belges ne demandent pas à savoir qui est compétent. Ils demandent que cela fonctionne.
Face à cela, nous nous avons déposé 40 mesures. N'hésitez pas à vous en inspirer. Maintenant, la réponse doit être simple: protéger, adapter, agir. Pas écrire, pas renvoyer: agir.
Surtout, ne nous trompons pas de combat. Le climat n'est ni wallon, ni flamand, ni bruxellois – il est belge; et l'inaction touche tout le monde.
François De Smet:
Dont acte, monsieur le ministre, même si je ressens quand même une nette différence entre votre enthousiasme et les discours que nous entendons de la part des représentants des entités fédérées.
Je vous ai fait un petit inventaire à la Prévert. En Belgique, une éolienne relève du fédéral si elle tourne en mer, mais d'une région si elle tourne sur terre. L'électricité qu'elle produit change d'autorité selon qu'elle circule sur une grande ou une petite ligne. Le mur qu'on isole dépend d'une région, mais l'isolant dépend d'une norme fédérale. Et quand la canicule frappe, la prévention est communautaire, l'hôpital est régional et son financement est fédéral. Ce qui fait qu'au bout du compte, personne n'est responsable du climat parce que tout le monde l'est un peu.
Je ne remets pas en cause votre bonne volonté et tout ce que vous essayez de faire. Mais quand on regarde l'éparpillement du paysage, et quand on entend le discours d'un certain nombre de responsables des entités fédérées, mais aussi de votre gouvernement fédéral, on peut raisonnablement craindre que ce ne seront que des rustines. Mais nous verrons à l'usage. Nous nous rejoignons sur le fait que nous n'avons de toute façon pas le choix. Je crois que la réalité va rattraper ceux qui refusent de la voir. Merci.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, permettez-moi de vous dire que vous n'êtes pas un lanceur d'alerte. D'autres assument déjà cette mission d'alerter le monde politique, et vous ne siégez pas non plus dans l'opposition. Ce que nous attendons de vous, ce sont des actions concrètes. Ce que nous vous demandons, ce n'est pas de devenir une sorte d'agence de communication qui assomme les citoyens de SMS contenant des consignes qui, par ailleurs, ne sont pas vraiment pertinentes. Excusez-moi, mais je pense que chacun a bien compris que, s'il a soif, il doit boire de l'eau. Il faut aller beaucoup plus loin.
Lorsque vous annoncez une réflexion sur une campagne à plus long terme, franchement, cela m'inquiète. Aujourd'hui, nous avons besoin de mesures à court, moyen et long terme, notamment pour protéger les travailleurs. Vous citez l'exemple de l'Espagne où l'on travaille sous 40 degrés. Mais qu'a-t-on fait pour les travailleurs qui ont dû garder leurs enfants à la maison en raison de la fermeture des écoles, et dont on a considéré qu'ils n'avaient qu'à s'en occuper tout en travaillant? Cela ne va pas; il y a un problème de coordination globale auquel il faut s'attaquer, en plus du concret.
Christophe Bombled:
Monsieur le ministre, les citoyens attendent des résultats tangibles. Aujourd'hui, l'important ne réside pas dans des réunions supplémentaires ou des déclarations, mais dans des mesures efficaces, évaluables et assumées dans le cadre de vos compétences propres.
En toute modestie, permettez-moi de rappeler que le Mouvement Réformateur a pris des décisions structurantes pour le climat, notamment en défendant la prolongation du nucléaire, qui constitue une source d'énergie bas carbone essentielle. Cela illustre une réalité simple: en matière climatique également, les actes comptent davantage que les déclarations.
Puisque vous affectionnez les proverbes chinois, monsieur le ministre, je vous invite à méditer celui-ci: "Avant de regarder la lune, assure-toi que le doigt ne te crève pas l'œil."
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, u antwoordt onvoldoende op de vragen. De hittegolf van vorige week was bijzonder zwaar voor de werkende klasse. Mensen hebben afgezien en moesten bij temperaturen tot 38 graden werken. Dat kan gewoon niet. Wat antwoordt u? U antwoordt dat u een vergadering hebt samengeroepen. Het record van een dergelijke vergadering was die met negen ministers van Gezondheid tijdens de COVID-19-crisis. Nu zult u een vergadering met 21 ministers samenroepen, of hun kabinetten, dat maakt niet uit. Bepaalde ministers zeggen zelfs dat ze niet zullen komen. We blijven records breken wat het aantal ministers betreft. Wat zegt de N-VA? Wat zegt het Vlaams Belang? Nog meer splitsen. Het klimaatbeleid verder opsplitsen, in Vlaanderen, in Brussel en in Wallonië. Als er één bevoegdheid is die u niet verder moet splitsen, dan is het wel het klimaatbeleid. Die warme lucht stopt niet aan de grens. Hebt u dat bij de nationalisten al begrepen? Denkt u dat de zonnestralen aan de gewestgrenzen stoppen? Dat is n'importe quoi, n'importe quoi . Ik stel dus voor, mijnheer de minister, dat we al die ministers opnieuw terugbrengen tot één minister van Klimaat.
-
Vraag: De nationale coördinatie inzake hitte en de samenwerking met andere overheden
Vraag: De hittegolf, de apathie van de regering en het uitblijven van federale coördinatie
Vraag: Het overleg met de gewesten over het klimaatplan
Vraag: Het standpunt van de regering over het hitteplan en de hoge energieprijzen
Vraag: De nationale coördinatie inzake hitte
Vraag: Het hitteplan
Vraag: De coördinatie van het hitteplan
Vraag: De strategie van België en de EU ten aanzien van de impact van de klimaatverandering
Vraag: Het gebrek aan coördinatie in het kader van het hitteplan
gezondheid en welzijnDe nationale coördinatie inzake hitte en de samenwerking met andere overheden
De hittegolf, de apathie van de regering en het uitblijven van federale coördinatie
Het overleg met de gewesten over het klimaatplan
Het standpunt van de regering over het hitteplan en de hoge energieprijzen
De nationale coördinatie inzake hitte
Het hitteplan
De coördinatie van het hitteplan
De strategie van België en de EU ten aanzien van de impact van de klimaatverandering
Het gebrek aan coördinatie in het kader van het hitteplan
Klimaatbeleid, hitteplannen en coördinatie tussen overheden en EU summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Stefaan Van Hecke
PS Patrick Prévot
VB Kurt Ravyts
ONAFH Jean-Marie Dedecker
cd&v Tine Gielis
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Anders. Alexia Bertrand
Les Engagés Marc Lejeune
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 25 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de acute onvoorbereidheid van België op de extreme hittegolf, die ziekenhuizen, openbaar vervoer, scholen en kwetsbare groepen zwaar treft, terwijl de regering volgens critici enkel oppervlakkige adviezen zoals "drink water" geeft en structurele oplossingen ontbreken. Klimaatminister Crucke (Les Engagés) stelt 12 concrete actiepunten voor en pleit voor interfederaal overleg, maar zijn initiatief wordt door de N-VA geblokkeerd met het argument dat klimaatbeleid regionaal moet blijven, wat door oppositiepartijen als partijpolitieke obstructie wordt bekritiseerd. Theo Francken (N-VA) wordt fel aangevallen voor zijn bagatelliserende opmerking dat burgers "moeten stoppen met klagen en een pintje aan het zwembad moeten drinken", terwijl anderen wijzen op energiecrisissen (dure gascentrales, gesloten kerncentrales) en slechte infrastructuur (oververhitte treinen, gebouwen zonder koeling). Oppositie en groene partijen eisen korte-termijnmaatregelen (gratis toegang tot koelplekken, aanpassing arbeidsregels) en langetermijnplannen (isolatie, klimaatadaptatie), maar de regering wordt verweten geen urgentie te tonen en de crisis communautair te politiseren in plaats van samen op te lossen.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, we beleven een ongeziene hittegolf. Iedereen heeft het warm, maar voor veel mensen is het totaal onleefbaar. Denk aan mensen die wonen in een klein appartement zonder terras, zonder zonnewering. Denk aan mensen in huizen die niet geïsoleerd zijn en aan mensen die zware fysieke arbeid verrichten, elke dag opnieuw in de bouw, als afvalophaler of als wegenwerker. Denk ook aan mensen die ervoor zorgen dat oververhitte gebouwen worden gepoetst. Denk aan ouderen in een woonzorgcentrum die de hele dag achter de gordijnen zitten, hopend op een koelere nacht. Blijkbaar heeft ook Bart De Wever veel last van de hitte en kan hij vandaag niet komen werken.
Wat is het antwoord van de regering? Drink voldoende water en zorg voor elkaar. Dat doen we elke dag van het jaar, maar blijkbaar is dat ook het antwoord van de regering op een acute en uitzonderlijke crisis. Wat moeten we denken, collega's, van het advies van minister Francken? Drink een pint aan uw zwembad, leef en stop met zagen. Leef!
Vanmorgen vernamen we dat er ziekenhuizen zijn waar operaties moeten worden stilgelegd en niet kunnen doorgaan. In het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en het Sint-Lucas Ziekenhuis in Gent heeft deze hitte een grote impact. Operaties worden uitgesteld, spoeddiensten draaien overuren, schoolgebouwen zijn ovens en sluiten vroeger, en ook crèches ondervinden hinder. Treinen worden geschrapt omdat er geen airconditioning is. De hitte heeft een grote impact op de hele samenleving en maakt één ding duidelijk: ons land is niet klaar om dat soort extreem weer goed te managen.
Als er dan een minister is die wil samenzitten met de collega's en 21 uitnodigingen verstuurt, wordt hij wandelen gestuurd door de N-VA en uitgelachen. Voor Arizona is het blijkbaar veel gemakkelijker om de taliban aan tafel te krijgen dan samen te zitten met de regionale ministers om klimaatbeleid te voeren. Dat is de realiteit.
Mijnheer de minister, hoe zult u die crisis aanpakken? Hoe zult u samenwerken (…)
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, cette semaine, la Belgique étouffe. Des personnes âgées restent enfermées chez elles, les services de secours sont sous pression et, dans nos immeubles en béton, la chaleur s’installe, s’accumule et ne redescend plus. Quant à nos villes, elles suffoquent.
Que fait votre gouvernement face à cela? Le Centre de crise conseille aux Belges de boire de l’eau et de porter des vêtements légers. Nous vous remercions pour ce conseil, car, sans vous, nous aurions sûrement opté pour le bonnet et la doudoune. Cependant, monsieur le ministre, les Belges n’ont pas besoin d’un mode d’emploi pour survivre à l’été, mais attendent des actes.
Sur le climat, votre gouvernement n’a aucune vision. Vous échangez des courriers, vous tentez d’élaborer un plan, et vous attendez que les régions vous répondent, alors même que vous dirigez ces mêmes régions. Cherchez l’erreur!
Pourtant, les 11 millions de Belges n’attendent qu’une chose: que quelqu’un prenne enfin ses responsabilités. Pendant ce temps, votre collègue Théo Francken conseille de profiter du beau temps avec une bière et les pieds dans une piscine. Avez-vous avez une piscine, vous? Moi, non. Pour la plupart des Belges, la réalité n’est pas une piscine, mais bien un appartement ou une maison transformé en four.
Monsieur le ministre, force est de constater que, depuis l’arrivée de l’Arizona le défi climatique s’évapore. Pendant que certains ironisent sur le réchauffement climatique, les Belges, eux, tirent la langue. Ils s’inquiètent pour leurs grands ‑ parents, pour leurs enfants dans les cr è ches, pour leurs trajets quand les transports en commun s ’ arr ê tent, et pour tenir au travail quand il fait 35 ° C dans une classe, un bureau ou un atelier.
Monsieur le ministre, vous répondez aujourd’hui au nom du gouvernement. Dites ‑ nous donc o ù est votre plan chaleur? Quelles mesures concr è tes prenez ‑ vous pour prot é ger la population? Et surtout, o ù est la strat é gie climatique permettant de faire face à la multiplication d ’é v é nements extr ê mes qui, eux, ne nous laissent aucun r é pit.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, er lijken verkiezingen op komst te zijn. Les Engagés vertoeven blijkbaar in campagnemodus. Daarin passen ook de uitlatingen van uw collega, partijgenoot en klimaatminister, Jean-Luc Crucke. Hij vindt dat er onvoldoende interfederale coördinatie is inzake de extreme weersomstandigheden. De heer Crucke wil blijkbaar 21 ministers samenbrengen.
Mijnheer de minister, Vlaanderen wil, heel terecht, zijn klimaatbeleid voeren vanuit zijn eigen bevoegdheden. Er is geen nood aan een Belgicistisch interfederaal hitteplan, dat vooral veel complexiteit dreigt toe te voegen zonder de besluitvorming te versterken. Alleen is het wel merkwaardig dat de heer Crucke binnen een regering waarin de N-VA de grootste meerderheidspartij is, ter zake zomaar eigengereid kan optreden en voorstellen voor meer interfederalisme de ether in kan sturen, die dan vervolgens door de door de N-VA geleide Vlaamse regering worden afgeschoten.
Tegelijkertijd stellen we vast dat ook ons energiebeleid niet voorbereid is op de extreme weersomstandigheden. Het elektriciteitsverbruik piekt. Wanneer de zon ondergaat, draaien de airco’s, heel begrijpelijk, verder. Het is windstil. Het aanbod aan hernieuwbare energie is er dan niet langer. Ook de import van elektriciteit uit kernenergie botst op zij grenzen. Daardoor komen we terecht bij dure piekcentrales. Dat zijn gascentrales. Eergisteren kwam 52 % van onze elektriciteit uit een gascentrale, met alle gevolgen voor de stroomprijs. Ondertussen ligt het nucleaire park in België, dat voor stabiele productie en minder prijsfluctuatie kan zorgen, drie zomers lang volledig stil.
Mijnheer de minister, wat zult u doen als zich in de volgende weken of maanden nog hittegolven aandienen?
Zal binnen de regering de heer Crucke aangaande zijn interfederale wensdromen worden teruggefloten?
Erkent u dat de piekende elektriciteitsprijzen wel degelijk ook te maken hebben met (…)
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, ik zal het niet hebben over de hitte. Ik nodig iedereen uit in de mooiste gemeente aan de kust. Daar is er een fantastisch briesje en een Middellandse Zeeklimaat.
Ik zal het hebben over de catastrofe die zich vandaag in de energiesector voltrekt. In de winter is er soms sprake van een dunkelflaute. Dat betekent dat onze energiesector zo kwetsbaar is geworden dat als de hernieuwbare energie in de winter uitvalt, we allemaal in de kou zitten. Nu valt de energie ook uit in de zomer: er is sprake van een Hitzeflaute , een fantastisch woord. De Duitsers noemen dat een Kühlkraftkrise . Dat betekent dat de koelkast in crisis is en ook de airco in crisis verkeert.
Zelf heb ik last van een appelflauwte, mijnheer de minister. Dat komt door de hoge energieprijzen, door u allemaal.
(Tumult)
Nee, u niet; dat is juist.
Door de sluiting van de kerncentrales zijn we vandaag afhankelijk geworden van gascentrales. Wat gebeurt er dan? We hebben een back-up nodig. Anders krijgen we situaties zoals in Spanje, waar de elektriciteit op 28 april 2025 uitviel. We moeten dat compenseren, want ons elektriciteitsnet moet voortdurend in evenwicht zijn. Daartoe verstoken we gas. In Flémalle hebben we een centrale gebouwd waarvoor 900 miljoen euro subsidie werd toegekend. Toch is dat niet genoeg, mijnheer de minister. De vorige regering heeft zelfs acht straalmotoren moeten inschakelen. U hoort het goed, acht straalmotoren die elk voor 7.000 euro kerosine per uur verbruiken, opdat we genoeg energie zouden hebben en het licht 's avonds niet zou uitgaan. Hoe belachelijk kan het vandaag worden?
Mijnheer de minister, wat zult u daaraan doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, het WK voetbal lijken we niet te zullen winnen, maar voor de wereldtitel van warmste treinwagon zijn we voorlopig wel nog in de running, want wie vandaag de trein neemt, voelt zich als een sardientje in een heel warm blik. Ik pendel zelf van de Kempen naar Brussel en zie elke dag welke problemen dat geeft: geschrapte treinen, overvolle rijtuigen en wagons die aanvoelen als sauna's.
Nu zelfs Groen fan van airco's blijkt te zijn, kan ons openbaar vervoer niet achterblijven. Hittegolven zullen vaker terugkeren. Ons land blijkt onvoldoende uitgerust voor dit extreme weer. Ook in de winter zien we immers dat, als er enkele sneeuwvlokjes neerdwarrelen, een halve dienstverlening ontregeld dreigt te worden.
Volgens cd&v moet en kan dat beter. Het gaat immers om meer dan alleen de NMBS. Het gaat over investeringen in treinen en stations, maar ook in scholen, ziekenhuizen, woonzorgcentra en publieke gebouwen.
Mijnheer de minister, de vraag is dus niet of er vandaag een hitteplan bestaat. De vraag is of België voldoende robuust is voor de zomers van morgen. Een land dat klaar wil zijn voor de toekomst, mag niet smelten bij de eerste hittegolf.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, we beleven een van de ergste hittegolven van de afgelopen jaren. Mensen moeten werken in temperaturen tot 35 graden op de werkplekken.
En wat horen we als tip van regeringslid Theo Francken, minister van Defensie? Cool! Doe normaal en stop met klagen. We moeten allemaal doen zoals de minister van Defensie en à l’aise aan het zwembad gaan liggen in de tuin met een pintje.
Monsieur le ministre, vous rendez-vous compte que nous sommes en plein cœur de l'une des pires vagues de chaleur de ces dernières années et que les gens doivent travailler sous 35 °? Dans ces conditions, que nous dit notre ministre de la Défense? "Que les gens arrêtent de se plaindre, faites comme moi. Qu'on s'installe dans son jardin, près de sa piscine, et qu'on boive une petite bière tranquille."
Dans quel monde vit-il? C'est facile pour lui de dire cela, il a une piscine! Que pense-t-il, que tout le monde a une piscine à la maison? Que tout le monde a la possibilité de boire un verre tranquillement chez soi? Que les journées sont composées de petites réunions entre ministres avec de l'air conditionné toute la journée? Ce n'est pas la vie des Belges! Comment peut-on vivre dans un monde complètement coupé de la réalité?
Pour les gens, ce n'est pas de la rigolade: pour ceux qui travaillent sur les chantiers, sur les routes, dans les crèches, dans les écoles, pour tous ces gens qui travaillent dans le secteur des soins sous 30 °, il n'y a pas toujours d'air conditionné. Malgré le fait que le ministre dise qu'il suffit de se mettre près de sa piscine dans le jardin, ce n'est pas une blague.
Hier, une réunion de trois heures s'est tenue, avec comme conclusion et comme conseil à la population: "Buvez de l'eau." Vous allez faire comme en France? "Vous ouvrez le robinet, vous fermez le robinet, etc". Mais enfin, vous vous moquez des gens! Vous êtes payés pour trouver un plan canicule, et le conseil que vous donnez aux gens, c'est de boire de l'eau. Tiens, il fait chaud, nous n'avions pas pensé à boire de l'eau! Chers ministres, merci pour vos conseils.
Quel est le plan canicule du gouvernement belge?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, klimaatbeleid is een ernstige aangelegenheid, te ernstig om ermee te lachen op de socials en te ernstig om er een communautaire kwestie van te maken. Wat zijn de gevolgen immers? Wij zien de concrete gevolgen: treinen worden geschrapt, scholen sluiten, mensen hebben geen kinderopvang en zieke mensen zien hun operaties uitgesteld.
Wat verwacht de burger dan van de overheid? Hij verwacht geen duizend regeltjes. Hij verwacht geen betutteling. Hij verwacht oplossingen. Hij verwacht uiteraard dat de overheid aan die oplossingen begint. Wat moeten wij doen? Wij moeten samenwerken en oplossingen zoeken voor de toekomst.
Mijnheer de minister, de kerntaken van de overheid komen in het gedrang. Er is inderdaad geen magische oplossing. Wij zullen het probleem niet in een-twee-drie oplossen. Wij moeten er wel aan beginnen. Wij moeten de infrastructuur aanpassen, wij moeten innoveren, wij moeten inzetten op klimaatadaptatie.
De heer Crucke komt met een plan. Wij kunnen daarover spreken. Hij steekt dus de hand uit. Doch het antwoord luidt dan: u wilt samenzitten, maar dat zullen wij zeker niet doen; u wilt samenwerken, maar dat zullen we niet doen, want dat is niet nodig. Mijnheer de minister, mijn vraag is dus heel eenvoudig. Wat vindt u van een Vlaams-nationalist die het probleem verdrinkt in communautaire spelletjes door te weigeren met een federale collega te spreken?
Marc Lejeune:
Monsieur le vice-premier ministre, cher collègue, je ne vais pas vous apprendre que le réchauffement climatique existe. Je ne vais sûrement pas vous dire que les vagues de chaleur sont uniquement l'occasion de sortir le barbecue et une petite bière pour en profiter. Les gens étouffent et ne sont pas suffisamment préparés. Nous devons nous en inquiéter. Avec 38 degrés annoncés, les écoles et les commerces ferment. Les hôpitaux s'encombrent. La vague de chaleur que nous connaissons aujourd'hui n'est pas un simple épisode météorologique. Elle met sous pression nos services d'urgence et nos hôpitaux. Elle touche encore plus les personnes âgées, les malades, les travailleurs exposés et les personnes détenues. Elle a aussi un impact direct sur la productivité de notre économie et sur notre cohésion sociale.
Le réchauffement climatique est un enjeu environnemental qui touche aussi à la santé et, carrément, aux droits humains. Plus inquiétant encore, les scientifiques nous rappellent que cet été sera sans doute le plus frais de notre vie. Soyons clairs: notre pays s'est davantage adapté au froid qu'aux fortes chaleurs, et les citoyens en paient le prix fort ces derniers jours. Face à cette réalité, la Belgique ne peut évidemment pas agir seule. Le réchauffement climatique ne connaît pas de frontières.
J'ai donc quelques questions, monsieur le ministre. Comment la Belgique compte-t-elle renforcer la coopération, je l'ai entendu tantôt, entre les régions, les communautés et nos partenaires européens pour faire face aux vagues de chaleur de manière plus structurelle, être mieux préparée, se parler, disposer d'un plan concerté et d'une stratégie globale? Comment notre pays défend-il, aux plans européen et international, les politiques d'adaptation aux chaleurs extrêmes? Enfin, la Belgique soutient-elle une approche qui considère les vagues de chaleur non seulement comme un défi environnemental, mais aussi comme un enjeu de santé publique et de compétitivité?
Je voudrais également répondre à quelques-uns des intervenants précédents. Je voudrais vous rappeler et vous confirmer que le ministre Crucke travaille sérieusement, avec application, et consacre toute son énergie à la transition pour décarboner nos usages et diminuer notre production de CO ₂ . Pas par dogmatisme, mais par réalisme et par nécessité stratégique. Je vous remercie.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre des Affaires étrangères, quand même, quel spectacle! On savait déjà que votre gouvernement n'avait pas placé le climat dans son top 5 des priorités, voire peut-être pas dans le top 100. Certes. Mais maintenant que nous sommes confrontés à cette vague de chaleur qui frappe de plein fouet la population, il n’y a plus personne.
Le premier ministre ne veut pas répondre aux questions ici au Parlement. Il se cache. Il renvoie vers le ministre du Climat, qu’il sait absent. C'est donc vous qui êtes envoyé au feu pour venir répondre aux questions des parlementaires et assumer.
Que lisons-nous? "J'ai envoyé des courriers, mais personne ne m'a répondu. Que voulez-vous que je fasse? J'aimerais bien, mais je ne peux point."
Pourtant, monsieur le ministre, vous avez des leviers concrets ici, rien qu'au niveau fédéral. Que nous proposez-vous – enfin plutôt, que proposez-vous à la population? Des actes individuels – ou plutôt une culpabilité individuelle. "Buvez de l'eau, n'oubliez pas d'appeler votre grand-mère pour savoir si elle va bien."
Mais les populations qui, aujourd'hui, vivent dans des bouilloires thermiques, qui sont dans des appartements sur lesquels personne n'a pensé à mettre des pare-soleils, qui attendent le bus place Saint-Lambert – où, hier, a été mesurée une température au sol de 73°C, sans un arbre autour pour leur faire de l'ombre –, ces populations-là en attendent davantage que d'entendre simplement qu'il faut mettre une casquette.
Monsieur le ministre, pourquoi votre gouvernement ne met-il pas sur la table aujourd'hui, par exemple, un plan avec la Régie foncière? Vous avez des bâtiments à disposition. Ils peuvent constituer un point fraîcheur pour des populations qui habitent aux alentours. C'est possible.
Quid des navetteurs? Des personnes se retrouvent dans des gares, parfois pendant des heures en raison de trains annulés. Il faut mettre en place des points d'eau et s'assurer qu'il y ait un point refuge fraîcheur.
Les musées fédéraux également peuvent être rendus gratuits, comme certaines villes l'ont fait, pour (...)
Maxime Prévot:
Beste collega’s, ons land wordt al enkele dagen geconfronteerd met een hittegolf van uitzonderlijke intensiteit. Laat ik het duidelijk zeggen: het gaat niet om een gewoon weersverschijnsel. Het is niet louter een zomer die iets warmer is dan andere. Wat we vandaag meemaken, is een concreet gevolg van de klimaatverandering.
Te lang is klimaatverandering voorgesteld als een toekomstig risico. Vandaag is het een dagelijkse realiteit. Ze heeft nu al gevolgen voor de gezondheid van onze medeburgers, voor onze infrastructuur, voor onze openbare diensten en voor onze economie.
Wat we vandaag zien, is waarschijnlijk slechts een voorproefje van wat ons morgen te wachten staat. De vraag is dus niet langer of we ons moeten aanpassen. De vraag is of we bereid zijn op te treden op een manier die recht doet aan de uitdagingen, die voor ons liggen.
Experten waarschuwen ons al jaren. Het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (Cerac) heeft ons gewaarschuwd. Het Federaal Planbureau heeft ons gewaarschuwd. Gezondheidsdeskundigen waarschuwen ons. De veiligheidsdiensten waarschuwen ons. De signalen zijn overal. Daarom is niets doen geen optie meer.
L'absence de coordination ne peut plus être une excuse. C'est précisément pour cette raison que mon collègue Jean-Luc Crucke a pris l'initiative, voici plus d'un an déjà, de tenter de réunir l'ensemble des autorités concernées afin de préparer notre pays aux conséquences des phénomènes météorologiques extrêmes. Il a effectivement adressé des courriers aux différents niveaux de pouvoir. Il a proposé un dialogue, une méthode, un plan de travail. Il a tendu la main. Malheureusement, cette main – l'honnêteté m'impose de le dire – n'a pas toujours été saisie. Certaines autorités ont estimé qu'une telle coordination n'était pas nécessaire. D'autres ont considéré qu'il ne fallait pas ouvrir ce chantier. Certains ont même explicitement refusé de participer à l'élaboration d'un plan interfédéral sur les phénomènes météorologiques extrêmes.
Ik respecteer uiteraard iedereens bevoegdheden, maar we kunnen niet om de feiten heen. Een hittegolf stopt niet aan de grenzen tussen gewesten. Droogte houdt geen rekening met de verdeling van bevoegdheden. Een bosbrand vraagt niet of het betreffende perceel onder de bevoegdheid van de federale overheid, het gewest of een gemeente valt. Het klimaat kent geen administratieve grenzen noch regeringsmeerderheden.
Als we met een gemeenschappelijke dreiging worden geconfronteerd, moet het antwoord collectief zijn. Daarom heeft minister Crucke opnieuw zijn verantwoordelijkheid genomen. Op 1 juli vindt een interfederale vergadering plaats. Ik heb één eenvoudige wens: ik hoop dat iedereen aanwezig zal zijn. Onze medeburgers verwachten immers geen institutionele debatten van ons. Ze willen niet weten wie waarvoor bevoegd is. Ze zitten niet te wachten op bevoegdheidsconflicten. Ze verwachten dat wij hen beschermen. Ze verwachten dat wij anticiperen. Ze verwachten dat wij samenwerken. De vergadering moet tot concrete resultaten leiden.
Minister Crucke heeft twaalf voorstellen op tafel gelegd, twaalf pragmatische maatregelen, twaalf actiepunten waarmee we onmiddellijk aan de slag kunnen, want we moeten de zaken nu onder ogen zien. Voorts zijn de ministers Vandenbroucke en Quintin sinds maandag ook bezig met de coördinatie van acties via het Nationaal Crisiscentrum. Het Nationaal Crisiscentrum neemt in nauw overleg met de FOD Volksgezondheid de nodige initiatieven en volgt de situatie op.
À ceux qui appellent au déclenchement d'une phase fédérale, je rappelle que la phase d'alerte a déjà été proclamée lundi par le Risk Management Group. Ceci n'implique pas pour autant un plan national avec de nouvelles mesures mais, au contraire, une phase mettant surtout l'accent sur la sensibilisation et les recommandations.
Aanpassing aan de klimaatverandering is geen ondergeschikt onderwerp meer.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, ik hoor mooie, duidelijke woorden over de ernst van de situatie, maar ik zie geen daden. Meer nog, u bevestigt dat coördinatie en overleg worden geweigerd, terwijl veel mensen vandaag nood hebben aan concrete oplossingen.
Heel veel burgers hebben vandaag nood aan koele plekken en alle overheden weten dat. Ze beschikken over veel gebouwen waar het koel is, zoals musea, bibliotheken en andere publieke gebouwen. Stel die open, ook ’s nachts, voor wie thuis niet weet waar te kruipen, en dat zijn veel mensen. Niet iedereen heeft een zwembad zoals Theo Francken om even af te koelen. Regel het dus vandaag, niet morgen.
De regering gaat ervan uit dat de crisis over drie dagen voorbij is, dat de kous daarmee af is en dan tot de orde van de dag overgaat. Zij vergist zich. Er is nood aan niet alleen crisismaatregelen, maar ook aan structureel beleid om de klimaatcrisis af te remmen. Vandaag is het extreem warm, maar laat het niet de koelste zomer van de rest van ons leven worden.
Patrick Prévot:
C'est donc au ministre qui a la plus grosse empreinte carbone du gouvernement que revient l'honneur de répondre à cette question sur la canicule que nous sommes en train de vivre! Soyons de bon compte, je n'ai pas entendu chez vous l'envie ou le besoin d'évoquer une pause dans la politique climatique – je pense qu'il faudrait pour cela être aveugle ou climatosceptique. C'est pourtant ce qu'avait fait votre ministre Clarinval, il y a moins d'un an.
On constate qu'avec le gouvernement Arizona, le climat a disparu des priorités. Au niveau de l'Europe, on ralentit. En Wallonie on détricote et, au fédéral, on réduit le climat à une ligne dans un tableau Excel: les contraintes pour les entreprises. Et pourtant, les conséquences pour les gens sont bien présentes: des maisons et des appartements qui ressemblent à des fours.
Vous avez annoncé une réunion interfédérale climat le 1 er juillet prochain. Permettez-moi de vous donner un petit conseil pour cette réunion: enfermez les ministres, coupez la climatisation et peut-être que même les plus climatosceptiques autour de la table viendront enfin avec de vraies solutions.
Kurt Ravyts:
Het raadsel is opgelost waarom premier De Wever niet kwam antwoorden. Kan hij zich akkoord verklaren met de tekst die minister Prévot zonet gebracht heeft? Kan de N-VA, als grootste meerderheidspartij, zich er akkoord mee verklaren? Ik denk van niet.
De federale bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de federale regering. De Vlaamse bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de Vlaamse regering, en de Waalse door de Waalse regering. We hebben geen nood aan partijpolitieke profilering inzake deze klimaattoestand. We hebben wel nood aan een beleid dat de meest kwetsbaren onder ons helpt bij deze weersomstandigheden.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, er bestaat zoiets als klimaatadaptatie. Ik heb een goede raad voordat de acht straalmotoren in Noordschote, Zelzate en zelfs Deux-Acren stilvallen en voor de kerosine op is: open de kerncentrales. Met alle nu geplande hernieuwbare energie komt men in 2037 immers amper aan 37 %. Open de kerncentrales dus nu.
Ik heb ook een boodschap voor de heer Hedebouw. Adaptatie, mijnheer Hedebouw! U weet dat uw Chinese vrienden na de dood van Mao drie airco’s hadden in China. Drie! Die stonden bij de communistische partij in Zhongnanhai. In 2023 stonden er 863 miljoen, en het energieagentschap verwacht tegen 2050 dat er 4,5 miljard airco’s zullen zijn in het communistische gebied.
Groene deugneuzen, luister, en investeer in klimaatadaptatie. Iedereen een airco! (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat minister Crucke aan de slag zal gaan met twaalf actiepunten. Ik ga ervan uit dat eentje daarvan het openbaar vervoer is, met name de NMBS. Over de hydration breaks in het voetbal zijn de meningen erg verdeeld, maar op onze treinen denkt iedereen vandaag hetzelfde: afkoeling, nú. Vooral voor onze ouderen, kinderen en mensen met gezondheidsproblemen moeten we alles op alles blijven zetten om ons land hittebestendiger te maken en vooral ons openbaar vervoer. Daarvoor rekenen we op u.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le ministre, j’aurais voulu vous voir arriver avec des solutions. Or ce n’est pas le cas. Le PTB vous a pourtant apporté des pistes, parmi lesquelles des solutions à court, moyen et long terme.
À court terme, il faut adapter les règlements de travail. Lorsque la chaleur devient excessive, les travailleurs devraient pouvoir interrompre la journée ou prendre congé. C’est intenable autrement. À court terme également, il faut rendre gratuites les piscines et l’accès aux musées pour permettre à chacun de se rafraîchir. En cas de fermeture des écoles, les parents devraient pouvoir bénéficier de congés pour accueillir leurs enfants. Voilà des mesures à court terme. Il faut aussi un plan de climatisation pour les crèches, les écoles et les hôpitaux. Tout cela est à faire à court terme.
À moyen terme, il nous faut un véritable plan d’isolation des bâtiments et de verdurisation de nos villes.
À long terme, il faudra enfin s’attaquer à la racine du problème climatique: arrêter de laisser les multinationales extraire des millions de tonnes de pétrole et rejeter ensuite le CO ₂ dans l ’ atmosph è re, contribuant ainsi à la destruction de notre plan è te. Voil à les solutions.
Monsieur le ministre, je ne sais pas si vous allez y arriver avec 21 ministres, mais en tout cas (…)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, dank voor uw woorden. Dergelijke hitte wordt het nieuwe normaal. Ik denk niet dat Bart De Wever dezelfde woorden had kunnen uitspreken. Dus dank voor de realitycheck. De waarheid is dat we niet klaar zijn voor de nieuwe realiteit. Om onze kritieke infrastructuur aan te passen, hebben we samenwerking nodig. De burger ligt niet wakker van wie iets beslist, maar wel van de hitte. Dus bedankt voor de bevestiging.
Het wordt puur communautair gespeeld, ten koste van de belangen van de burgers. Ik dacht dat de communautaire demonen weg waren, maar ik zie dat ze, ondanks spiegelregeringen in alle gewesten, helemaal terug zijn.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, sortons un peu des slogans. Cette vague de chaleur nous rappelle que la lutte contre les températures extrêmes est un véritable enjeu de société, qui attend une réponse collective; une réponse collective pour nous adapter, aussi. On ne peut plus considérer les vagues de chaleur comme un simple phénomène météorologique passager. Il faut au contraire les traiter comme un véritable enjeu géopolitique européen.
On l'a dit ici, nous sommes tous touchés, mais pas tous égaux face aux températures infernales. Combien de personnes sont encore mal logées, vivent sous les toits, sans moyen de se rafraîchir? Ces phénomènes extrêmes vont revenir comme un boomerang. Vous l'avez dit, nous ne sommes plus dans les probabilités, c'est aujourd'hui notre réalité et on n'est qu'au début.
Monsieur le ministre, nos concitoyens ont besoin d'une réponse collective, hors conflits de compétences, comme le rappelle sans cesse le ministre du Climat, qui y travaille. J'exhorte donc, monsieur le ministre, votre gouvernement à avoir une politique climatique volontariste, soutenue par l'ensemble des partenaires. Et je compte sur eux.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous nous parlez ici d'une réunion le 1 er juillet. Aux personnes qui sont en train de suffoquer dans des appartements surchauffés, avec des enfants dont les écoles sont fermées et un boulot à gérer, vous dites que vous allez vous réunir dans six jours pour discuter. On n'est pas du tout à la hauteur de la situation! Ce qu'il se passe actuellement est la conséquence de choix politiques, ou plutôt d'inaction politique coupable. La bonne nouvelle, c'est qu'il y a des leviers concrets qui doivent être activés par le politique. Pour cette raison, nous avons rédigé avec Ecolo un plan "fraîcheur", qui reprend des actions qui se déclinent au niveau fédéral, au niveau régional et au niveau communal. Il y a 69 bourgmestres Les Engagés; au niveau régional et communautaire, vous avez des ministres des Bâtiments scolaires, de la Santé, de l'Accueil de la petite enfance. Vous avez le pouvoir d'agir. Utilisez les leviers qui sont à votre disposition, monsieur le ministre!
-
Vraag: De door Les Engagés voorgestelde rijkentaks en het risico op kapitaalvlucht
Vraag: De door Les Engagés voorgestelde taks op de activa van bedrijven
Vraag: De suggesties aan de inkomstenzijde om de bloedrode begroting recht te trekken
Vraag: De zoektocht naar nieuwe fiscale ontvangsten
Vraag: De inspanningen van de rijkste 5 %: sociale rechtvaardigheid, evenwicht en voorstellen
economie en werkDe door Les Engagés voorgestelde rijkentaks en het risico op kapitaalvlucht
De door Les Engagés voorgestelde taks op de activa van bedrijven
De suggesties aan de inkomstenzijde om de bloedrode begroting recht te trekken
De zoektocht naar nieuwe fiscale ontvangsten
De inspanningen van de rijkste 5 %: sociale rechtvaardigheid, evenwicht en voorstellen
Fiscale hervormingen en sociale rechtvaardigheid in België summaryExplanationGesteld door
Anders. Vincent Van Quickenborne
DéFI François De Smet
N-VA Charlotte Verkeyn
PVDA-PTB Sofie Merckx
Les Engagés Ismaël Nuino
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne (Open Vld) bekritiseert fel het voorstel van Les Engagés voor een rijkentaks op vermogens boven 500.000 euro, dat volgens hem zelfstandigen en ondernemers oneerlijk treft en welvaartcreatie ondermijnt, terwijl François De Smet (MR) het idee principieel verdedigt mits onderscheid tussen "werkend kapitaal" (ondernemers) en "slapend kapitaal" (renteniers). Sofie Merckx (PTB) juicht de maatregel toe als langverwachte "justice fiscale" en pleit voor een drempel van 5 miljoen euro, terwijl N-VA (Verkeyn) en Open Vld elke vermogensbelasting afwijzen als schadelijk voor investeringen en economische groei. Minister Van Peteghem (CD&V) belooft objectieve analyse van alle voorstellen, maar neemt geen standpunt in, terwijl Les Engagés (Nuino) benadrukt dat alleen de "breedste schouders" moeten bijdragen, zonder ondernemers te straffen. De discussie draait uiteindelijk om de spanningsveld tussen fiscale rechtvaardigheid, economische groei en de vraag wie de begrotingslasten moet dragen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de zelfstandigen en de ondernemers zijn het beu. Ze worden langs alle kanten gepluimd. Eerst was er de afschaffing van de federale woonaftrek, dan heeft men de effectentaks verdubbeld en de roerende voorheffing op kleine vennootschappen (VVPRbis) met 30 % verhoogd. Daarna kwam de meerwaardetaks en toen ik dacht dat het plafond bereikt was, kwam daar plots de rijkentaks. Ik vroeg me af of dat van de PVDA, van de communisten kwam, maar dat was niet het geval. Ik vroeg me af of dat dan misschien van de neocommunisten van Vooruit kwam, maar neen, het kwam ook niet van hen. De rijkentaks kwam van de centristen, van Les Engagés, Ecolo in de peau van een mouton .
Het voorstel van Les Engagés is waanzin. Iedereen die 500.000 euro vermogen of aandelen heeft, moet een rijkentaks betalen. Een zelfstandige die heel zijn leven spaart om een pensioen te hebben op het niveau van een ambtenaar, moet de rijkentaks betalen. Iemand met een vennootschap, een bakker, een beenhouwer, een architect, een aannemer, noem maar op, moet de rijkentaks betalen. Vous êtes devenu fou ? Bent u gek geworden bij Les Engagés? Denkt u nu werkelijk dat als u al die mensen die welvaart creëren in ons land, al die zelfstandigen en ondernemers, samen met hun team, attaqueert, u daarmee alles oplost?
Het onderwijs, uw Franstalig onderwijs, de ambtenaren, de wegen, wie betaalt dat? De zelfstandigen, de ondernemers en hun team. Mijnheer de minister, de zelfstandigen zijn dat beu, niet alleen in Vlaanderen, maar zeker in Wallonië. De heer Fabien Pinckaers van Odoo zegt " ça suffit ", maar zo zijn er honderdduizenden zelfstandigen die zeggen " ça suffit" .
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag voor u. Bent u voor of tegen de rijkentaks van uw zusterpartij, van die andere tjeven? Ik vraag u om mij geen tjevenantwoord te geven.
François De Smet:
Monsieur le ministre, il faut avouer qu’avec l’Arizona, nous ne nous ennuyons jamais. En effet, à cause de votre quête perpétuelle d'assainissements budgétaires, le débat fiscal est devenu permanent. Heureusement pour l’opposition, aucun président de parti ne respecte la consigne du premier ministre de s’abstenir de lancer des idées.
J’en viens donc à cette proposition des Engagés de taxer les patrimoines de plus de 500 000 euros. Pour moi, c’est l’exemple type d’une intention louable qui débouche sur une mauvaise idée. Pourquoi est-ce une intention louable? Parce qu’il est vrai qu’aujourd’hui, le capital produit davantage de richesses que le travail. Et donc, taxer moins les revenus du travail pour taxer davantage les revenus du capital, cela va dans le bon sens. En revanche, il faut s’entendre sur ce que l’on appelle le capital.
L’erreur des Engagés, c’est de confondre les entrepreneurs et les rentiers. C’est d'ailleurs exactement la même erreur que l’Arizona avait commise avec la taxe sur les plus ‑ values. L ’ entrepreneur qui poss è de des actifs immobilis é s, qui lui permettent d ’ avoir un effet de levier et de cr é er de la richesse, ne dispose pas n é cessairement de liquidit é s. Taxer ce capital ‑ l à revient dont à se tirer une balle dans le pied, car ce capital produit des richesses, cr é e des emplois et g é n è re des taxes et des cotisations sociales.
Je sais que le débat fiscal est explosif, parce qu’il cristallise toutes les tensions d’une société. Qu’appelle ‑ t ‑ on le m é rite? Qu ’ appelle ‑ t ‑ on l ’ effort? Qu ’ appelle ‑ t ‑ on ê tre riche? Pour moi, la cl é est de diff é rencier clairement les entrepreneurs et les rentiers.
S’il y a vraiment dans ce pays plus de 500 000 euros qui dorment sur un compte bancaire sans créer la moindre activité, alors oui, il y a une justification pour que ces sommes contribuent par principe, pour que les épaules les plus larges participent, mais aussi comme levier pour pousser à ce que ces sommes soient investies dans notre économie. Par contre, si ce patrimoine est un actif financier qui sert à créer de la richesse, alors cela n’a aucun sens, chers collègues. Les seuls à qui l’on peut demander un effort supplémentaire aujourd’hui, ce sont les rentiers. Dans notre pays, nous ne pouvons taxer davantage ni les travailleurs ni les entrepreneurs.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, collega’s, ik begin met een bekentenis. Ik sta hier vandaag voor u met enorm veel hoofdpijn. De reden is niet de warme temperatuur maar de takshysterie, die al een hele week bezig is. Plots voelt iedereen hier in ons midden de drang om zijn briljante licht te laten schijnen op het genereren van inkomsten om de dramatische begroting te redden. Welnu, een vraag van algemeen nut, kunnen we daar alstublieft mee ophouden, collega's?
Dat briljante licht doet immers niet alleen pijn aan mijn eigen hoofd, maar ook aan onze welvaart. Alleen al het lanceren van bepaalde boodschappen jaagt investeerders weg. Kameraden van de communisten, u zit hier te applaudisseren, maar vanochtend nog hoorde ik een topondernemer, die zijn eigen centen in zijn bedrijf steekt. Hij geeft honderden mensen werk, honderden gezinnen die aan het einde van de maand brood op de plank willen. Hij spendeert daar zijn eigen geld aan. Is dat hetgeen wij willen? Voor de N-VA mag werken voor welvaart lonen. Dat is ons standpunt van gisteren, dat is ons standpunt van vandaag en dat zal morgen ook ons standpunt zijn.
Vorige week gingen zelfs stemmen op om de lastenverlaging op arbeid van 4 miljard te schrappen, in een land waar de lasten op arbeid de hoogste zijn. Wij begrijpen het niet meer, collega's. Ik heb één simpele vraag voor onze minister. Mijnheer de minister, u kent ons standpunt. Wat is uw standpunt?
Sofie Merckx:
Étant donné que nous sommes dans les confidences, je vous ferai une également: je suis de bonne humeur. En effet, Les Engagés ont rejoint le front pour la justice fiscale.
Taxer les riches, taxer les millionnaires, c'est ce que demande le PTB depuis 2009. Au début, nous étions bien seuls. Depuis, toute la gauche nous a rejoints et, aujourd'hui, Les Engagés. Bienvenue à vous.
Il est bien normal que cette idée prenne aujourd'hui une telle ampleur: trois Belges sur quatre veulent une taxe sur les millionnaires. Il y a deux raisons à cela.
La première est le problème budgétaire. Aujourd'hui, on demande des efforts aux pensionnés, aux travailleurs, aux enseignants, aux enfants, mais pas aux ultra-riches. Eux, ils échappent à tout.
La deuxième est la justice fiscale. La Belgique est aujourd'hui un enfer fiscal pour les travailleurs et un paradis fiscal pour les ultra-riches. Ceux qui travaillent paient vite 40 voire 50 % d'impôts. Mais certains sont assis sur 5 milliards d'euros et se plaignent en disant qu'ils ne veulent pas payer 0,6 %. Mais, mon Dieu, c'est scandaleux. Comment osent-ils dire une chose pareille?
Ils menacent de s'exiler. Mais, monsieur le ministre, vous conviendrez – même Vooruit l'a dit et toutes les études le montrent – qu'en réalité, l'exil fiscal est limité dans le cadre de l'impôt sur les fortunes et que des mesures peuvent être prises à cet encontre.
Monsieur le ministre, le débat est désormais ouvert. Que ferons-nous? Quelle forme prendra ce genre de taxe? Il est en effet important de viser vraiment les ultra-riches, ce fameux 1 %. C'est ce que nous proposons: taxer à partir de 5 millions d'euros.
Voilà, monsieur le ministre, nous attendons votre réponse.
Ismaël Nuino:
Monsieur le ministre, nous connaissons la situation budgétaire de la Belgique, il n'est pas nécessaire que je vous la rappelle. Le défi est gigantesque et nous ne voulons pas laisser cette dette aux suivants. Pour y arriver, ce gouvernement s'est déjà engagé à réaliser 30 milliards d'euros d'économies, pour rendre l'État plus efficace et pour dépenser moins.
Malheureusement, ce n'est pas suffisant. Dans les prochaines semaines, nous allons devoir trouver plusieurs milliards d'euros supplémentaires afin de protéger les suivants.
Chers collègues, nous devons être honnêtes: nous ne pouvons pas faire croire que nous pourrons fournir des efforts budgétaires supplémentaires sans encore toucher aux gens. C'est faux.
Nous allons devoir nous poser cette question collectivement et avec responsabilité: à qui allons-nous demander de consentir cet effort? D’autant que beaucoup ont déjà largement contribué. Chez Les Engagés, nous pensons que les plus nantis doivent eux aussi prendre leur part de cet effort historique. Non pas pour les stigmatiser, mais simplement parce que c’est une question de justice.
J'entends énormément de caricatures et de quolibets dans l'Assemblée. De quoi parle-t-on concrètement? Je connais personnellement quelqu’un qui a un million d'euro en sa possession, et je ne parle pas d'immobilier ou de ce qu'il a économisé pour acheter sa maison. Il a un million d'euro qu'il a investi. Sur ces trois dernières années, le rendement moyen par an est de 10 %, il a donc gagné 100 000 euros par année sans rien faire.
Monsieur le ministre, est-ce injuste de lui demander de donner 750 euros sur ces 100 000 euros? Je ne crois pas. Est-ce injuste étant donné que l'on a demandé à tout le monde de faire des efforts? Est-ce injuste alors que nous avons demandé aux fonctionnaires de fournir des efforts, que nous avons demandé aux travailleurs de voir leur salaire moins indexé, que nous avons demandé aux demandeurs d'emploi ainsi qu'aux professeurs de faire des efforts?
Monsieur le ministre, je ne crois pas que cela soit injuste. L'effort qui vient sera compliqué, mais nous avons ici une proposition améliorable et modifiable. Je pense qu'elle est juste.
Vincent Van Peteghem:
Collega’s, ik moet ook iets bekennen. Ik had nog geen hoofdpijn voor ik naar de Kamer kwam. Dat is enigszins veranderd.
Als u zoals ik weet voor welke enorme begrotingsuitdaging wij staan, dan is het logisch dat zowel de uitgaven- als de inkomstenzijde onder de loep moet worden genomen. Dat bevestigen de analyses van verschillende nationale en internationale instellingen. Het huidige debat maakt duidelijk dat iedereen daarbij uiteraard vrij is om voorstellen te doen. Dat is eigen aan het democratische debat.
De oefening waarvoor wij vandaag staan om ons land morgen, maar ook overmorgen opnieuw weerbaar te maken en onze welvaart te verzekeren, is bijzonder omvangrijk.
À cet égard, le gouvernement doit être attentif à notre protection sociale, mais tout autant à la productivité, aux investissements et à la compétitivité. Des finances publiques saines et une économie forte se renforcent mutuellement. Ce n’est qu’en conciliant les deux que nous pourrons garantir notre prospérité à long terme.
Het is dan ook onze verantwoordelijkheid om elk voorstel dat op tafel ligt van nabij te bekijken en uiteraard ook te bespreken binnen de regering. Voor verschillende van die voorstellen maakt het Federaal Planbureau momenteel trouwens berekeningen, zodat het debat kan worden gevoerd op basis van objectieve analyses, rekening houdend met de budgettaire impact.
U kunt er dus op rekenen dat de regering die verantwoordelijkheid zal opnemen. We zullen de nodige keuzes maken op een zorgvuldige, evenwichtige en onderbouwde manier, met respect voor zowel de houdbaarheid van onze financiën, als de koopkracht van onze burgers en de toekomst van onze economie.
Vincent Van Quickenborne:
Eerst mevrouw Verkeyn, u zegt dat u hoofdpijn krijgt van al die ballonnetjes van uw coalitiepartners. Weet u waar al die ondernemers en zelfstandigen hoofdpijn van krijgen? Van al die belastingen en taksen die u invoert.
Collega's, deze regering heeft trouwens twee exittaksen ingevoerd voor ondernemers die naar het buitenland verhuizen. U hebt dat ingevoerd, dat is uw verantwoordelijkheid.
Mijnheer de minister, u bent een echte tjeef. U hebt opnieuw een tjevenantwoord gegeven. U sluit niet uit dat de rijkentaks van Les Engagés er komt. Ik zie de heer Mahdi in de zaal zitten en zie hem ook ja knikken. Collega's, wat is het probleem? Deze regering wordt opgejaagd door de socialisten, die zeggen dat al die ondernemers luiaards zijn, profiteurs aan hun zwembad, met de Porsche voor de deur. Collega's, in plaats van alsmaar taksen op te leggen, moet men besparen, zoals wij hebben voorgesteld in ons besparingsplan, 17 miljard euro. Mijnheer de minister, u en ik kunnen naar de dokter gaan voor 5 euro. Als we daarvan 10 euro maken, halen we 2 miljard euro op. Dat is besparen, in plaats van de welvaart te taxeren. Dat moeten we doen.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre. J'aurai quand même vécu assez vieux pour vivre cet instant baroque d'un axe Anders. -- N-VA, d'un côté – pourquoi pas? –, et un axe PTB-Les Engagés, de l'autre. C'est assez rare pour être souligné. Le problème, monsieur Nuino, c'est qu'à mon avis cet axe ne va pas frapper réellement les riches, mais uniquement ceux qui veulent le devenir. Je comprends votre intention, mais j'y insiste: taxer le capital qui dort – là, je pourrais vous suivre –, ce n'est pas la même chose que taxer le capital qui travaille.
Concernant le capital qui dort, on pourrait légitimement dire que, de la même manière que, quand la force de travail n'est pas utilisée, on force les gens à trouver un moyen de travailler et on met fin aux allocations de chômage, le capital qui dort doit aussi contribuer. C'est très clair.
Mais, en vous attaquant au capital que des entrepreneurs misent, alors qu'ils n'ont pas de liquidités, pour créer, développer de l'emploi et pour que toute la collectivité s'enrichisse, vous frappez à côté de la cible. À mon avis, c'est très contreproductif, mais on se doute que cette idée ne sera pas totalement suivie par le gouvernement.
Charlotte Verkeyn:
Dank u, collega Van Quickenborne, maar ik heb goed nieuws, mijn hoofdpijn is al verbeterd. Dankzij kameraad Merckx is het voor mij toch een geruststelling dat ik niet bij de partij van de armoede zit. Dat is immers wat u doet. Door tal van dergelijke voorstellen is uw slogan ‘iedereen arm’. Dat zal nooit de slogan van onze partij worden. Ons standpunt is dat wie werkt voor welvaart daar ook mag voor worden beloond.
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U onderschrijft de standpunten van uw regering. We kunnen maar gezond worden wanneer er ook gekeken wordt naar de moeilijke beslissingen die er nog aan zullen komen. Dit omhelst ook de taksen als we de sociale hervormingen volhouden. Er mag ook eens worden gekeken naar hoe we kunnen besparen op ons eigen staatsapparaat.
Voorzitter:
Collega Van Quickenborne oefent het medische beroep onrechtmatig uit. Ik vrees dat u zich achter uw parlementaire onschendbaarheid zult moeten verschuilen om deze wetsovertreding goed te praten. Maar mevrouw Merckx mag dat wel doen.
Sofie Merckx:
Madame Verkeyn, rendez-vous compte, il s'agit ici de quelqu'un qui possède une entreprise valant 10 milliards d'euros, et qui détient 5 milliards. Chaque année, la richesse croit de 4 à 5 % chez la plupart des millionnaires. Et vous affirmez ici que, si on les taxe à hauteur de 2 %, ils vont devenir pauvres. Ce n'est pas du tout le cas! D'ailleurs, les études prouvent que les 1 % les plus riches paient en moyenne 23 % d'impôts sur leurs revenus, alors que les travailleurs en paient 43 %. Est-ce là votre vision de la justice fiscale, vous qui réduisez le pouvoir d'achat des travailleurs dès que leur salaire atteint 4 000 euros bruts? Il est évidemment grand temps de faire payer les riches: Tax the rich now!
Ismaël Nuino:
Chers collègues, il faut éviter les caricatures. Personne ne veut pénaliser l'effort, personne ne veut pénaliser l'entrepreneuriat. Oui, l'entrepreneuriat est synonyme de création d'emplois et de création de richesses. Mais, par ailleurs, si l'on veut préserver notre modèle social, celui-ci nécessite aussi de la justice fiscale. Alors, vous connaissez Les Engagés. Notre proposons une solution, mais nous ne sommes pas dogmatiques. Si nous pouvons l'améliorer et faire en sorte qu'elle vise plus juste et qu'elle évite de pénaliser ceux qui créent de la richesse tous les jours, nous devons pouvoir en débattre et, si nous le pouvons, faire contribuer ceux qui ont les épaules les plus larges. À ceux qui sont étonnés de me voir tenir de tels propos aujourd'hui, je réponds que c'est cela être "engagé". Dans des temps historiquement si difficiles, nous devons être capables de voir loin, de parler vrai et, surtout, d'agir juste!
-
Vraag: De studie van de CM over de ongelijkheid in de toegang tot zorg
gezondheid en welzijnDe studie van de CM over de ongelijkheid in de toegang tot zorg
Gesteld door
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 18 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Sofie Merckx (huisarts bij Geneeskunde voor het Volk) benadrukt dat wijkgezondheidscentra met gratis toegang en zonder remgeld gezondheidsongelijkheid verminderen, zoals blijkt uit een studie van de Christelijke Mutualiteit, en bekritiseert regeringsplannen om remgelden te verhogen als contraproductief. Minister Frank Vandenbroucke bevestigt zijn steun voor wijkgezondheidscentra en stelt dat hij geen remgelden daar zal invoeren, maar wijst op maatregelen zoals het verbod op ereloonsupplementen voor kwetsbare patiënten en verbeteringen aan de maximumfactuur om gelijke zorgtoegang te waarborgen. Merckx herhaalt haar kritiek op de plannen voor hogere remgelden en het afbouwen van het BIM-statut, die volgens haar de toegankelijkheid van zorg in gevaar brengen. Beide spreken de noodzaak uit om gezondheidsongelijkheid actief te bestrijden, maar verschillen van mening over de concrete beleidskeuzes.
Sofie Merckx:
Gratis naar de huisarts gaan. Dat was, mijnheer de minister, de ambitie van de pioniers van de wijkgezondheidscentra. Het is dan ook een aanmoediging om te zien dat dit vandaag een model is dat werkt.
Ik werk al 25 jaar als huisarts bij Geneeskunde voor het Volk. Vandaag zien we 500.000 patiënten in 280 wijkgezondheidscentra. De patiënten zijn daar echt blij mee. Zonder kopzorgen kunnen ze naar de dokter gaan en het zorgpersoneel kan echt werken aan kwaliteit en preventie.
Deze week hebben we ook gezien dat de studie van de Christelijke Mutualiteit aantoont dat de wijkgezondheidscentra op het terrein echt het verschil maken. Die studie toont immers dat gezondheid in ons land afhangt van de dikte van iemands portemonnee. Hoe dunner de portemonnee, hoe zieker men is en hoe sneller men sterft. Bovendien heeft men minder toegang tot gezondheidszorg en moet men meer betalen om gezond te kunnen blijven. Net daar maken de wijkgezondheidscentra op het terrein concreet het verschil. Dat toont die studie aan.
Mijn vraag aan u, mijnheer de minister, is dan ook heel duidelijk. We weten dat er plannen van de regering op tafel liggen om het remgeld te verhogen. Nochtans is net dat de basis van de wijkgezondheidscentra en van de eerste lijn: er is geen remgeld, er is geen rem. Niemand zit namelijk voor zijn plezier in een wachtzaal.
Een tweede conclusie van die studie is dat men het remgeld niet mag verhogen en ervoor moet zorgen dat er meer wijkgezondheidscentra komen in ons land. Wat zult u doen met de resultaten van die studie?
Frank Vandenbroucke:
Gelijke toegang tot gezondheid en zorg is een absolute topprioriteit. De studie van de Christelijke Mutualiteit is daarin zeer nuttig. Het is een goede studie en de Christelijke Mutualiteit vervult daarin ook haar rol.
Wijkgezondheidscentra zijn inderdaad een heel belangrijke schakel in de eerste lijn. Ze hebben mijn volle steun en ook de verdere ontwikkeling ervan heeft mijn volle steun.
Wat de remgelden betreft, weet u dat na vele jaren de vraag is gesteld of bepaalde remgelden niet aangepast kunnen worden. Er is echter ook een belangrijk rapport van de Commissie Gezondheidszorgprioriteiten dat zegt dat niet te doen in de eerste lijn. Dat vind ik een belangrijk advies.
Wat de wijkgezondheidscentra betreft, ben ik dus niet van plan daar plots remgelden te beginnen organiseren.
We moeten veel meer doen in de strijd tegen gezondheidsongelijkheid. We moeten supplementen verder beteugelen. U weet dat vanaf 1 juli voor eender welke prestatie van artsen, tandartsen, kinesitherapeuten of andere zorgverleners nooit nog een ereloonsupplement zal kunnen worden gevraagd aan een financieel kwetsbare patiënt die recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming.
U weet dat we de derde-betalersregeling verder uitrollen. We investeren voor jonge mensen in gratis psychologische steun in de eerstelijnszorg. We zorgen voor gratis dieetadvies voor kinderen met ernstig overgewicht. We investeren in tandzorg.
Met betrekking tot remgelden wijst de CM er terecht op dat de maximumfactuur een heel belangrijke bescherming is, die we misschien moeten verbeteren. We zetten ook op dat vlak stappen. Als u hooikoorts hebt, hebt u het geluk dat medicatie tegen hooikoorts nu ook in de remgeldteller is opgenomen. Zo moeten we nog stappen zetten.
Ik verwelkom elke goede suggestie om de maximumfactuur te versterken en de strijd voor gelijke toegang tot gezondheid en zorg verder te voeren, want dat is wat we moeten doen.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, je pense que l'étude de la Mutualité chrétienne est claire. Elle dit que si vous avez un petit portefeuille, vous serez plus souvent malade, vous allez peut-être mourir plus tôt et vous aurez moins accès aux soins de santé. Aujourd'hui, il y a 500 000 patients, il y a 280 maisons médicales qui font la différence sur le terrain. Il faut les encourager. Mais il faut aussi se dire que ce qui caractérise les maisons médicales, à part la qualité et le travail multidisciplinaire, c'est le fait que les gens peuvent aller sans argent chez le médecin. C'est vraiment quelque chose de très important. Quand je vois les plans du gouvernement qui prévoient d'augmenter le ticket modérateur et de remettre en cause l'existence du statut BIM, je dis non, monsieur le ministre. Ce n'est vraiment pas la direction à prendre. Il faut faire en sorte que la médecine reste accessible, c'est très important.
-
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
Vraag: De pensioensplit
economie en werkDe pensioensplit
De pensioensplit
De pensioensplit
De pensioensplit
Pensioensplitsing summaryExplanationGesteld door
cd&v Nahima Lanjri
Vooruit Anja Vanrobaeys
PVDA-PTB Robin Tonniau
N-VA Eva Demesmaeker
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Nahima Lanjri (cd&v) en Anja Vanrobaeys (Vooruit) pleiten voor een automatische pensioensplit om de pensioenkloof bij scheiding te dichten, omdat vrouwen die zorgtaken opnemen nu vaak met een armoedepensioen achterblijven, terwijl het regeerakkoord slechts een vrijblijvende oplossing voorziet. Robin Tonniau (PTB) bekritiseert de split als een "brute besparing" die ongelijkheid herverdeelt en vrouwen onder de armoedegrens duwt, vooral door afschaffing van het echtscheidingspensioen, en wijt de problematiek aan eerdere "vrouwonvriendelijke" N-VA-hervormingen. Minister Jan Jambon bevestigt dat de split pas in 2026 komt, na aanpak van gemengde loopbanen, en benadrukt dat het om een aanmoediging via huwelijkscontracten gaat, terwijl oppositie en regeringspartijen als cd&v een verplichte, automatische regeling eisen om alle vrouwen te beschermen. Critici zoals Tonniau vragen om transparantie over de besparingsimpact, terwijl Eva Demesmaeker (N-VA) de focus legt op eigen verantwoordelijkheid binnen gezinnen en bescherming enkel bij scheiding.
Nahima Lanjri:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, in heel veel gezinnen gaat een van de twee partners, zodra er kinderen zijn, minder werken om voor de kinderen te zorgen. Meestal is dat nog steeds de vrouw. Ook al gaat het om een keuze van het koppel in het belang van de kinderen, de gevolgen ervan draagt men niet samen: wie zorgt en minder uren uit gaat werken, krijgt later natuurlijk minder pensioen, doorgaans een kwart minder. Dat is pijnlijk, maar het wordt nog pijnlijker, als er dan een echtscheiding komt en de vrouw er tegen haar pensioen alleen voor staat. Dan krijgt zij een pensioen van twee keer niets. Dat is onrechtvaardig. Waarom zou de zorg die een vrouw heeft gegeven, waardoor zij minder buitenshuis kon werken, minder waard zijn dan het werk van de man die voltijds is blijven werken? Waarom kan ook die vrouw niet genieten van een deftig pensioen?
Daarom hebben we als cd&v altijd gepleit voor een pensioensplit. Het principe is heel eenvoudig. De pensioenrechten die de partners gedurende de jaren dat ze samenwonen, opbouwen, worden gesplitst, zowel voor het wettelijk als voor het aanvullend pensioen, of men nu samenblijft, dan wel scheidt. In landen zoals Canada doet men dat al jaren. In het regeerakkoord voorzien we alleen een vrijblijvende split. Dat is absoluut onvoldoende. Erop vertrouwen dat men daarover maar afspraken bij de notaris laat vastleggen, is niet genoeg. Wat met de vrouwen die geen huwelijkscontract hebben? De meerderheid heeft geen huwelijkscontract of samenlevingscontract. Wat met vrouwen die met hun echtgenoot samenblijven en te horen krijgen dat ze, als ze geld uitgeven, dat doen op kosten van de man, omdat ze afhankelijk zijn van zijn pensioen? Veel vrouwen ervaren dat als onrechtvaardig.
Wanneer komt u met de pensioensplit naar het Parlement? Zult u ervoor zorgen dat die echt werkt?
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, thuis zorgen voor de kinderen terwijl de partner carrière maakt, dat is van de school naar de hobby's crossen, eten maken, de was en de plas doen, kortom alle ballen tegelijk in de lucht houden voor het gezin.
Natuurlijk maakt men die keuze met twee, met dien verstande dat vooral vrouwen de zorgtaken in het gezin op zich nemen, maar wat als de relatie op de klippen loopt? Dan betaalt de vrouw daarvoor de prijs in haar pensioen. Doordat zij de boel thuis draaiend houdt, bouwt zij immers minder pensioen op, terwijl haar man meestal carrière maakt, dankzij het werk dat zijn vrouw thuis doet en daardoor een goed pensioen kan opbouwen.
Vooruit vindt dat onaanvaardbaar. Voor ons kan het niet dat een vrouw die jarenlang thuis de boel draaiend houdt, na een scheiding wordt afgestraft in haar pensioen. Daarom hebben we tijdens de regeringsonderhandelingen keihard gestreden om de pensioensplit in het regeerakkoord in te schrijven. Dat berust op een helder principe: als men de taken in het gezin op een bepaalde manier verdeelt, moet dat later ook in het pensioen tot uiting komen, zodat vrouwen die zorgtaken opnemen, ook na een relatiebreuk beschermd zijn.
Mijnheer de minister, het regeerakkoord voorziet in de pensioensplit. Tegen wanneer mogen we een eerste voorstel verwachten? Zal de pensioensplit automatisch worden uitgevoerd?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, we moeten eens praten over uw pensioensplit, het laatste idee om te besparen op de pensioenen. De mensen thuis denken misschien dat u uw pensioen zult splitsen, dat u uw pensioenbonus in tweeën zult hakken en dat u de helft aan de mensen zult geven. Dat is het echter niet: u wilt de pensioenen van de werkende mensen splitsen.
De regering heeft nog maar pas de meest vrouwonvriendelijke pensioenhervorming ooit doorgevoerd. De N-VA krijgt daardoor klappen in de peilingen en wil nu haar imago wat oppoetsen door te doen alsof ze de pensioenen van vrouwen zal redden.
Wat betekent de pensioensplit concreet? Jef krijgt een pensioen van 1.700 euro netto. Maria moet het stellen met ocharme 1.300 euro per maand. Na uw split krijgen zij elk 1.500 euro. Daarmee zitten ze allebei onder de armoededrempel in België. U zult de ongelijkheid niet wegwerken, u zult die gewoon herverdelen. De pensioensplit is een brute besparing, want om die in te voeren, moet u natuurlijk ook het echtscheidingspensioen afschaffen. Dat echtscheidingspensioen zorgt ervoor dat het pensioen van zowel Jef als van Maria bij een scheiding vandaag boven de armoededrempel uitkomt, alletwee.
Het is eigenlijk heel simpel. U duwt vrouwen die deeltijds hebben gewerkt, met de pensioenmalus de armoede in en u zegt aan de man dat het zijn fout is. Het is echter niet de schuld van de man dat het pensioen van zijn vrouw te laag is. Dat is uw schuld, dat is uw verantwoordelijkheid, mijnheer Jambon.
Hoeveel zult u besparen door de afschaffing van het echtscheidingspensioen en de invoering van de pensioensplit?
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, we hebben zware debatten, tot zelfs in de nacht, over de pensioenhervorming achter de rug. Daarin hadden we het af en toe over de houdbaarheid van het systeem, maar nog veel vaker over de genderkloof. Ondanks dat we herhaaldelijk uitlegden en aantoonden dat vrouwen voortaan veel hogere pensioenrechten opbouwen dan in het verleden, blijft het pensioen van vrouwen iets lager dan dat van mannen.
Dat komt niet door de hervorming, maar vooral door de keuzes die in het gezin gemaakt worden. Natuurlijk is het in eerste instantie onze bedoeling dat die keuzes niet gemaakt moeten worden, dat vrouwen niet hoeven te kiezen om thuis te blijven, dat we de arbeidsmarkt flexibel genoeg maken en dat er voldoende kinderopvang is, zodat werk en gezin volledig gecombineerd kunnen worden.
Als er dan toch voor gekozen wordt om thuis te blijven om de kinderen naar school te brengen en af te halen of om zorgtaken op zich te nemen, dan vinden wij het maar fair dat die keuzes later ook gedragen worden door datzelfde gezin. Immers, in onze ogen is er geen probleem wanneer partners gelukkig samenblijven – dan worden de liefde en het geld gedeeld –, maar natuurlijk wordt het pas echt problematisch wanneer er een scheiding volgt, want dan is degene die zich heeft opgeofferd om thuis te blijven voor de kinderen in het nadeel, aangezien die pensioenrechten mist.
Daarom is het fair dat daarvoor een oplossing komt. Wij hebben de pensioensplit ook in het regeerakkoord opgenomen.
Mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Wij hebben de pensioenhervorming nu achter de rug. Wanneer komt de pensioensplit eraan?
Jan Jambon:
Wij hebben in het regeerakkoord inderdaad afgesproken dat ik in de loop van 2026 – daarmee beantwoord ik meteen de vraag naar de timing – met een voorstel kom. Drie van de vier vraagstellers zijn heel actieve leden van de commissie voor Pensioenen en zullen zich mijn toelichting in commissie herinneren dat wij eerst de gemengde loopbanen met de minimumpensioenen aanpakken. Vervolgens zal ik – 2026 zal nog niet voorbij zijn – samen met de minister van Justitie en de minister van Middenstand, Zelfstandigen en Kmo’s met maatregelen komen om de pensioensplit aan te moedigen door in het huwelijkscontract of het wettelijk samenlevingscontract een regeling op te nemen voor de verdeling van pensioenen in geval van een echtscheiding.
Net zoals bij andere afspraken engageer ik mij ertoe de afspraken uit het regeerakkoord uit te voeren.
Ik stel vast dat men van alle zijden, ook van regeringspartijen, nog andere voorstellen bepleit. Dat kan; dat is gewettigd. Die voorstellen moeten op de tafel van de regering komen. Daarna zullen wij bekijken over welke voorstellen wij een consensus kunnen vinden en zal ik met maatregelen naar het Parlement komen.
Op de vraag wanneer wij dat zullen doen, antwoord ik dus dat wij eerst het probleem van de gemengde loopbanen oplossen. Daarna komen wij met de pensioensplit.
Nahima Lanjri:
Dank u wel, mijnheer de minister. In het regeerakkoord staat inzake de pensioensplit, waar cd&v ook voor gepleit heeft, dat we die gaan aanmoedigen. Dat is juist het probleem. Dat is onvoldoende. Daarin stond cd&v echter alleen. Intussen zijn de geesten wel gerijpt. Dat is goed.
We hebben in de commissie van de experts, onder meer Devolder en Hendricks, gehoord dat de vrijwilligheid niets zal opleveren. Dat zeggen wij ook al heel lang. Dat wordt ook bewezen door het voorbeeld van Canada. Wij willen dat elke vrouw erop vooruitgaat en dus moet elke vrouw een fatsoenlijk pensioen krijgen. En nee, mijnheer Tonniau, het is niet de bedoeling mensen onder de armoedegrens te duwen. Dat gaan we niet doen, dat zullen we niet tolereren.
Het moet meer zijn dan enkel een huwelijkscontract afsluiten bij de notaris. Volgens de cijfers heeft immers maar 31 % van de gehuwden een huwelijkscontract en van de samenwonenden 0,6 %. Daarmee zullen we het dus niet redden. Dan lossen we het alleen maar op voor de (…)
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kijk uiteraard uit naar het resultaat.
Maar, beste collega’s van de N-VA, voor ons verdient eerlijk gezegd iedereen die zorgtaken opneemt een eerlijk deel van het pensioen. Dat mag niet afhangen van het feit of men een sterke advocaat kan betalen om de kleine lettertjes van een huwelijkscontract in te vullen of van het feit of men een rechtszaak kan betalen. Dat eerlijke deel van het pensioen moet automatisch toegekend worden aan iedereen die zorgtaken verleent.
Zo’n wetsvoorstel heb ik al voor Vivaldi ingediend. Het kan vandaag al. De overheid heeft al die gegevens. Het is perfect mogelijk. Waarom zouden we dan in godsnaam mensen op kosten jagen?
Voor Vooruit is het glashelder: wie zorgt voor het gezin, meestal de vrouwen, moet automatisch beschermd worden, zonder ingewikkelde procedures, zonder (…)
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, u hebt geantwoord over het tijdspad en op de vragen van mijn collega's, maar u hebt niet geantwoord op mijn vraag hoeveel de invoering van de pensioensplit kost. Het staat in de begroting. De invoering van de pensioensplit is een besparing, want u schaft natuurlijk ook het echtscheidingspensioen af. Daarover zegt u niets. Komaan, N-VA!
Het echtscheidingspensioen bestaat voor mensen die scheiden. Het dient om het pensioen van het slachtoffer van de scheiding met het laagste pensioen op te trekken. U verwijst naar de verantwoordelijkheid en de keuzes die gemaakt worden binnen een gezin. Veel gezinnen hebben vandaag evenwel geen keuze. Als kinderopvang te duur is, heeft een gezin geen keuze. Als de Vlaamse overheid bespaart op het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs en die bus gewoon afschaft, dan heeft een gezin geen keuze, dan moet er iemand thuisblijven om voor de kinderen te zorgen.
U flexibiliseert de arbeidsmarkt. U bespaart op alle mogelijke openbare diensten, Vlaams en federaal, het kan niet op. En dan het lef hebben om te zeggen dat de schuld bij de mensen ligt (…)
Eva Demesmaeker:
Dank u wel voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik heb inderdaad wel wat variaties gehoord en dat mag ook, denk ik. We komen er samen wel uit. Misschien is er ook wel een verschil in visie. Ik hoor sommige collega's ervoor pleiten dat de maatschappij het gat vult. Die visie deel ik helemaal niet. En als het de bedoeling is om in een huwelijk in te breken in goed gemaakte afspraken, dan deel ik die visie ook niet. Wat wel absoluut belangrijk is, is dat wanneer binnen een gezin bepaalde keuzes zijn gemaakt en het daarna fout loopt, de partner absoluut beschermd wordt. Die bescherming moet de norm worden, zowel voor wettelijk samenwonenden als voor gehuwden. Daar zijn we het volgens mij over eens. Het zullen nog boeiende commissievergaderingen worden. Ik kijk ernaar uit om er samen werk van te maken.
-
Vraag: Abortus en het expertenrapport van de Belgische universiteiten
Vraag: De onenigheid in uw regering over de ethische dossiers
Vraag: Vrijwillige zwangerschapsafbreking
Vraag: De hervorming van de abortuswet
Vraag: De zwangerschapsafbreking
gezondheid en welzijnAbortus en het expertenrapport van de Belgische universiteiten
De onenigheid in uw regering over de ethische dossiers
Vrijwillige zwangerschapsafbreking
De hervorming van de abortuswet
De zwangerschapsafbreking
Abortus, ethische debatten en wettelijke hervormingen in België summaryExplanationGesteld door
PS Caroline Désir
Anders. Katja Gabriëls
cd&v Nawal Farih
PVDA-PTB Sofie Merckx
Ecolo-Groen Stefaan Van Hecke
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Caroline Désir (PS) en Katja Gabriëls (Open Vld) bekritiseren dat de regering het wetenschappelijk consensusrapport van 35 experts negeert, dat een abortuslimiet van 18 weken en afschaffing van het verplichte bedenktijd aanbeveelt, terwijl het CD&V-voorstel vastzit op 14 weken (met uitzondering voor verkrachting) en de bedenktijd behoudt. Nawal Farih (CD&V) verdedigt de 14-wekengens als "ethische grens" en benadrukt de fysieke en morele impact van late abortussen, terwijl Sofie Merckx (Ecolo) en Stefaan Van Hecke (Groen) de hypocrisie aanklagen van een regering die wetenschap en parlementsmeerderheid (voor 18 weken) buitenspel zet door CD&V’s ideologisch veto. Premier De Wever (N-VA) ontkent dat er al regeringsovereleg was over het voorstel van minister Verlinden (CD&V) en wijst naar een uitgesteld debat, maar vermijdt duidelijke standpunten, terwijl oppositiepartijen eisen dat het Parlement vrij mag stemmen over de wetenschappelijk onderbouwde voorstellen. Critici beschuldigen Vooruit, MR en Les Engagés ervan hun beloftes te breken door toe te geven aan CD&V’s conservatieve lijn, ondanks eerdere toezeggingen om de wetenschap te volgen.
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, brader les droits des femmes, piétiner le consensus scientifique, voilà ce que fait le CD&V par la voix de Mme Verlinden, encore une fois au nom du sacrosaint compromis entre les progressistes et les conservateurs de ce gouvernement. Bien qu'ici, en réalité, le CD&V ne fasse qu'un compromis avec lui-même.
Mais vous, chers collègues de Vooruit, du MR, des Engagés, vous qui affirmiez que, cette fois-ci, vous respecteriez le consensus scientifique, que faites-vous aujourd'hui? Vous vous laissez à nouveau prendre en otage. Vous pliez, vous reculez.
Il y a trois ans, 35 experts ont remis leur rapport d'évaluation sur l'IVG. Des recommandations adoptées dans un consensus total. Et, aujourd'hui, ce gouvernement décide de jeter ce rapport à la poubelle. On parle d'experts et d'expertes francophones, néerlandophones, de médecins, de juristes, psychologues, philosophes, éthiciens, issus de toutes les universités du pays, y compris de la KUL et de l'UCL. Ces experts recommandent un allongement du délai légal à au moins 18 semaines. Et que prévoit ce gouvernement? Un allongement à 14 semaines! Le CD&V a uniquement retenu le chiffre de 18 semaines pour les femmes violées.
Le rapport recommande également la suppression du délai de réflexion obligatoire. Que prévoit le gouvernement? Son maintien. Ces experts demandent enfin que l'IVG soit traitée comme un véritable soin de santé. Et que fait ce gouvernement? Il continue à l'enfermer dans des marchandages politiques malsains. Pas d'avancées sur l'IVG sans avancées sur la contraception, nous dit le CD&V.
Monsieur le premier ministre, reconnaissez-vous aujourd'hui que, sur l'IVG, ce n'est pas la science qui a guidé le gouvernement, mais bien le veto idéologique du CD&V?
Katja Gabriëls:
Collega's, 20.000 vrouwen kiezen jaarlijks voor een abortus in dit land. Laten we dat taboe nu ook maar eens doorbreken. Vijfhonderd van hen hebben jaarlijks meer tijd nodig om die keuze te maken. Wij helpen hen niet, we sturen hen weg, terwijl de zorg hier optimaal is.
Al jaren worden er allerlei procedurespelletjes gespeeld door cd&v en de N-VA, om toch maar niet te moeten stemmen. Op de dag dat het wetenschappelijk rapport klaar was, met een unaniem advies voor 18 weken, zaten 6 partijen rond de tafel. Waar zat cd&v? Mevrouw van Hoof zat toen al in de studio van Terzake te verklaren dat voor hen de grens op 14 weken lag. Diezelfde dag al, van een tapijtenmarkt gesproken.
Vandaag doen ze het nog eens over. Eerst een persbericht sturen met een veto, zogezegd niet besproken met de coalitie, maar dat weet ik niet. Ik heb vandaag zelfs geen vraag, want het antwoord van cd&v ligt al drie jaar in de schuif. Minister Verlinden verklaarde dit weekend dat haar grens ligt op 14 weken. Het gaat er niet om waar de grens van mevrouw Verlinden ligt en ook niet waar mijn grens ligt. Het gaat er om waar de grens ligt van al die vrouwen, die nooit lichtzinnig beslissen. Ook zij hebben een ethisch kompas én de steun van de wetenschap.
Ik heb maar één oproep. Ik heb respect voor iedereen die een andere keuze zal maken en neen zal stemmen in dit Parlement. Wanneer is er respect van cd&v en de N-VA voor de ja-stem, voor die 500 vrouwen die we jaarlijks wegsturen in alle miserie en eenzaamheid? Mijnheer de premier, laat de 150 vertegenwoordigers van het volk nu eens zelf op de knop duwen. Ons voorstel ligt klaar, volgende week in commissie en deze maand nog in de Kamer.
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, in dit Huis gaat het niet over partijen die voor of tegen abortus zijn. In dit Huis gaat het ook niet over partijen die voor of tegen de keuzevrijheid van vrouwen zijn. De realiteit is dat de verschillende fracties elk hun eigen ethische grens hebben. Bij sommigen ligt die grens op 12 tot 14 weken en bij anderen op 18 tot 21 weken.
Collega's, als we spreken over vrijwillige zwangerschapsafbreking, dan moeten we ook de rauwe waarheid durven te delen. Een foetus van 18 weken is 20 centimeter groot. Die heeft volledig ontwikkelde armen en beentjes, draait, schopt en heeft volledig ontwikkelde gezichtskenmerken. Als wij met cd&v een ethische grens trekken, hoeven we ons daarvoor niet te schamen.
Ik zal nog een rauwe waarheid delen. Abortusmedicatie en curettages zijn een aanslag op het vrouwelijk lichaam. Hoe later die plaatsvinden in de zwangerschap, hoe zwaarder ze zijn. Dat is de waarheid die vaak onbesproken blijft en die vaak onder de mat wordt geschoven. Die realiteit moeten we in het debat meenemen.
Als vrouw word ik ook moe van het feit dat er altijd naar de standaard in Nederland wordt verwezen, waar de grens 21 weken is. In alle andere Europese landen ligt het gemiddelde tussen 10 en 14 weken. Dus neen, wij schamen ons niet voor de grens die we hebben getrokken.
Ik heb één vraag voor u, mijnheer de premier. Zult u het akkoord dat we hebben gemaakt respecteren?
Sofie Merckx:
Monsieur le premier ministre, cela fait des années que les centres de planning familial, la société civile et les mouvements féministes demandent que l'on change la loi sur l'IVG. En 2019, nous avions une majorité parlementaire. Le texte fut voté deux fois en commission, avant que n'interviennent les manœuvres de blocage avec les renvois successifs au Conseil d'État.
Par la suite, le gouvernement Vivaldi a demandé à des experts scientifiques d'établir un rapport. Ce rapport est sorti en 2023 et a étayé d'un consensus scientifique la demande de la société civile. Oui, un consensus scientifique! Tous les experts se sont prononcés en faveur d'un délai de 18 semaines sans délai d'attente ni sanction pour les femmes.
C'est donc la science même que la proposition du CD&V rejette, piétinant le droit des femmes à disposer de leur corps et ignorant aussi la réalité des 400 femmes qui, chaque année, doivent traverser la frontière pour subir une intervention médicale à laquelle elles n'ont pas droit ici, en rassemblant jusqu'à 1 500 euros, pour la pratiquer comme des voleuses. Non, nous ne pouvons plus accepter cette hypocrisie. Il faut que les choses changent!
Monsieur le premier ministre, confirmez-vous l'affirmation de Mme Farih selon laquelle le gouvernement s'est mis d'accord sur 14 semaines? Ne pensez-vous pas qu'il est temps d'écouter la science? N'est-il pas temps de laisser les femmes décider librement de leur corps?
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, nog altijd gaan elk jaar 400 vrouwen naar Nederland voor een abortus en dus voor levensbepalende zorg waarop zij recht hebben. Dat is de realiteit voor heel veel vrouwen vandaag.
Nog altijd worden vrouwen betutteld. Vrouwen die toekomen in een abortuscentrum, krijgen vandaag te horen dat zij zes dagen later nog eens moeten terugkeren.
Geen enkele vrouw neemt lichtzinnig de beslissing om een abortus te laten uitvoeren. Nog altijd kan een abortus in ons land slechts tot 12 weken. Er is nochtans een brede wetenschappelijke consensus om die termijn uit te breiden naar minstens 18 weken. Heel veel vrouwen ontdekken te laat dat zij zwanger zijn, met alle gevolgen van dien. Ook dat is een realiteit.
In geval van een zwangerschap door verkrachting, bepaalt het voorstel van cd&v dat een abortus plots wel toegelaten is tot 18 weken. Waarom is er dat onderscheid? Zo lijkt het alsof tot abortus beslissen verschilt in moeilijkheidsgraad wanneer een vrouw in een noodsituatie of in een moeilijke familiale situatie zit of wanneer een vrouw verkracht werd. Wie moet vaststellen of aan de voorwaarde van verkrachting is voldaan? Komt die beslissing de arts toe die de abortus zal uitvoeren? Dat kan uiteraard niet, want dat is werk voor justitie.
Mijnheer de premier, in het regeerakkoord staat dat een voorstel zou worden uitgewerkt in consensus en op basis van het wetenschappelijk rapport. Uw minister van Justitie trekt zich daar echter niets van aan. Zij komt met een conservatief cd&v-voorstel. Alle vrouwen die vandaag nood hebben aan hulp en zorg en die in de kou staan, blijven in de kou staan. Laat ze maar voort naar Nederland te rijden. Dat is de boodschap van cd&v.
Mevrouw de cd&v-fractieleider, u kondigde op 8 oktober in de commissie voor Justitie aan dat de minister vóór het reces naar het Parlement zou komen met een tekst.
Mijnheer de premier, mijn vragen zijn eenvoudig. Steunt u het voorstel van minister Verlinden? Wat is het standpunt van de regering? Zal er een tekst zijn? Welk akkoord hebt u gemaakt?
Voorzitter:
Gezien het aantal vragen heeft de premier maximaal vijf minuten om te reageren.
Bart De Wever:
Chers collègues, merci pour vos questions. Dans l’accord de gouvernement, plus précisément à la p. 130, vous pouvez retrouver la volonté du gouvernement d’apporter des modifications ciblées à la législation relative à ce que nous avons pris l’habitude d’appeler, en politique, "les thèmes éthiques". Plusieurs sujets sont abordés dans ce même chapitre.
Au sein du gouvernement, la ministre de la Justice a la responsabilité d’élaborer des propositions à cet égard. Celles-ci seront ensuite examinées au sein du gouvernement. Nous souhaitons dégager un consensus le plus large possible autour de ces propositions au sein de ce Parlement.
Tout comme vous, j’ai lu dans la presse que la ministre avait préparé une proposition concernant l’interruption volontaire de grossesse.
Dat voorstel is, voor alle duidelijkheid, dus nog niet op de regeringstafel gelegd. Er heeft in de regering nog geen enkel overleg over plaatsgevonden. Als eerste minister kan ik hier alleen het standpunt van de regering vertolken. Dat standpunt kan ik u bijgevolg niet meedelen, wat u ongetwijfeld zult begrijpen.
Het is geen geheim dat de zogeheten ethische thema’s maatschappelijk zeer gevoelig liggen en dat de standpunten daarover in het Parlement soms heel ver uit elkaar liggen. Persoonlijk ben ik er een groot voorstander van om discussies over die thema’s met de grootst mogelijke sereniteit met elkaar te proberen voeren. Het gaat hier letterlijk over zaken van leven en dood. Volgens mij lenen die zich niet tot politieke profilering. Verbale knokpartijen met stemverheffingen, applaus en tegenapplaus over dergelijke delicate onderwerpen vind ik persoonlijk te vermijden, maar dat is uiteraard een persoonlijk standpunt.
Er is mij meegedeeld dat er begin deze week in de Conferentie van voorzitters, waarin alle fracties vertegenwoordigd zijn, een consensus was om mondelinge vragen over het onderwerp uit te stellen tot volgende week, zodat de bevoegde minister, die vandaag in het buitenland is, zelf toelichting zou kunnen geven over de status van de voorstellen die zij aan het uitwerken is. Mijn antwoord hebt u bij dezen gekregen. Ik laat het aan uw wijsheid over om de bevoegde minister volgende week alsnog om meer uitleg te verzoeken.
Caroline Désir:
Monsieur le premier ministre, le problème n'est en effet pas le CD&V. Celui-ci défend aujourd'hui exactement ce qu'il défendait hier. De ce parti, nous n'attendons plus rien: il ne veut pas faire avancer le droit des femmes, il ne respecte pas la liberté des femmes et il ne fait pas confiance aux experts scientifiques. Le problème se trouve aujourd'hui chez ses partenaires de gouvernement: chez Vooruit, chez Les Engagés et au MR, chez celles et ceux qui disaient qu'ils respecteraient le consensus scientifique et qu'ils garantiraient la liberté de vote à leurs membres.
Alors, ce que je vous demande aujourd'hui, chers collègues de Vooruit, des Engagés et du MR, c'est de respecter, pour une fois, votre parole. Ne cédez pas à ce chantage, n'acceptez pas cette prise d'otages, refusez cette proposition du CD&V, n'acceptez pas cet accord au rabais. Sinon, ce sera un enterrement de première classe pour cet important dossier éthique.
Je vous remercie.
Katja Gabriëls:
In alle rust, ik heb alle respect getoond voor de andere mening, maar ik heb weinig respect gehoord van de andere kant.
Collega’s van Vooruit, jarenlang stond u op de barricaden, samen met de liberalen. Grootse verklaringen en straffe verkiezingsbeloften, daar bent u goed in. Intussen schreef u in een Atomaschriftje dat 14 weken ook wel oké is, zolang Arizona maar kon starten. Alle principes overboord, de ethische thema’s zijn geen prioriteit meer voor Vooruit. Dat is duidelijk. Ondertussen blijft u communiceren, gisteren nog bij monde van mevrouw Gennez. Waar bent u nu in het federaal Parlement? Wat een hypocrisie.
Mijnheer de eerste minister, er is zelfs nog geen overleg geweest over dit dossier. Kom niet af met de frase dat er over alles een akkoord moet zijn. Wat betekent dat eigenlijk? Is dat het koppelen van ethische thema’s? Van een koehandel gesproken. U moest beschaamd zijn.
Wij liberalen blijven onze principes trouw. Beslissingen over leven en dood zet men niet in een Atomaschriftje. Dat verdient een sereen debat en een vrije stemming.
Nawal Farih:
Mijnheer de eerste minister, ik heb hier heel veel over wetenschap horen spreken, maar het is niet de wetenschap die het politiek beleid zal bepalen. Het is aan ons om ons af te vragen in welke samenleving we willen leven. Dat cd&v de bescherming van het ongeboren kind niet als randfactor ziet, daar ben ik fier op, omdat dit leven ook verdient beschermd te worden na een bepaalde termijn.
Ik heb daarnet ook al verteld over abortusmedicatie en curettages. Hoe later in de zwangerschap, hoe groter de aanslag op het lichaam van de vrouw. Zouden wij hier niet in de eerste plaats moeten spreken over hoe we zo min mogelijk ongewenste zwangerschappen hebben in ons land?
Premier, u weet wat de afspraken zijn en wij hopen dat u die respecteert.
Sofie Merckx:
Mijnheer de eerste minister, het is duidelijk dat mevrouw Farih voor haar beurt spreekt, en alleen voor haar partij, en dat er geen akkoord is binnen de regering over dit dossier.
U roept op tot sereniteit. Ik hoop dat mevrouw Farih uw oproep gehoord heeft.
Mevrouw Farih, het komt u niet toe om te bepalen wanneer een vrouw wel of niet een abortus wil laten uitvoeren. Stop alstublieft met hier wetenschappelijke onzin te verkopen. Alstublieft!
Nawal Farih:
(…)
Sofie Merckx:
Jullie weten het beter dan de wetenschappelijke experts en dan alle gynaecologen in dit land? U weet het beter? Echt?
U hoort de sereniteit, mijnheer De Wever. Wij reiken u de hand, want er is een meerderheid in het Parlement, maar cd&v zult u niet overtuigd krijgen. Neem dus onze handreiking aan en laat het Parlement beslissen.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de premier, u hebt het voorstel van uw minister dus ook gelezen in de media. Het is goed dat u de media volgt. Klopt het evenwel wat mevrouw Farih daarnet twee keer tegen u zei? Ze roept u op om u te houden aan de afspraak. Welke afspraak hebt u dan gemaakt met mevrouw Farih of binnen de regering? Daar antwoordt u niet op. Is er een afspraak om het bij 14 weken te houden en dus af te wijken van het Wetenschappelijk Comité? U vraagt sereniteit. Mijnheer de premier, misschien moet u die vragen aan mevrouw Verlinden, want zij heeft, door haar voorstel te lanceren, heel het debat losgelaten. Collega's, er is een grote meerderheid in het Parlement om de abortustermijn van 12 naar 18 weken te verlengen, en andere wijzigingen door te voeren. Ik heb één boodschap, na al die debatten: laat eindelijk het Parlement beslissen. De voorstellen liggen er. Laat de 150 parlementsleden in eer en geweten beslissen. Dat is wat democratie inhoudt.
-
Vraag: Het loon van artsen-specialisten en de vergoeding voor de tijd die zij aan hun patiënten besteden
Vraag: De artsenlonen
gezondheid en welzijnHet loon van artsen-specialisten en de vergoeding voor de tijd die zij aan hun patiënten besteden
De artsenlonen
Artsensalarissen en patiëntgebonden vergoedingen summaryExplanationGesteld door
Les Engagés Jean-François Gatelier
PVDA-PTB Natalie Eggermont
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister Vandenbroucke erkent de onevenredige inkomensverschillen tussen medische specialismen – bevestigd door De Morgen – en belooft een hervorming van de nomenclatuur die meer waarde hecht aan tijd voor patiënten, klinische expertise en zorgcoördinatie in plaats van technische handelingen, gekoppeld aan een herziening van de ziekenhuisfinanciering om prestatiedruk te verminderen. Gatelier benadrukt dat specialisten zoals kinderartsen, psychiaters en huisartsen die preventie en luistertijd bieden nu structureel ondergewaardeerd worden, en pleit voor een brede erkenning van ook paramedisch personeel, terwijl Eggermont de hervormingsplannen als onvoldoende bekritiseert omdat ze het prestatiegerichte beloningssysteem niet afschaffen maar enkel "zuiveren"; zij eist een radicaal alternatief met vaste lonen en variabele bonussen gebaseerd op kwaliteitscriteria, gestut door een opinieartikel van artsen die de prestatiegeneeskunde afwijzen. De minister wijst haar voorstel af als te simplistisch en houdt vast aan geleidelijke, overlegde veranderingen, maar Eggermont beschuldigt hem ervan het fundamentele debat over het afschaffen van prestatiebeloning te ontlopen.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, vous avez lu, comme moi, l'article du journal De Morgen sur les revenus des médecins spécialistes. Cet article a suscité beaucoup de réactions. Je ne souhaite pas aujourd'hui ouvrir un débat sur le niveau de rémunération des spécialistes. Ce sont des professions exigeantes qui impliquent de longues années d'études, de lourdes responsabilités et une disponibilité souvent hors normes.
En revanche, je constate une fois de plus les écarts considérables entre les spécialités médicales. La nomenclature valorise davantage certains actes techniques et l'utilisation d'équipements coûteux que le temps consacré aux patients, à l'écoute, à l'analyse clinique ou à la coordination des soins. Les pédiatres, les gynécologues, les dermatologues, les psychiatres jouent un rôle tout aussi essentiel dans notre système de santé.
Monsieur le ministre, ma question est simple. Quand valorisera-t-on enfin la qualité de la relation de soins et l'expertise clinique? Les patients ont besoin de temps pour parler, pour échanger avec leurs médecins. Cette question est d'autant plus importante que l'accord de gouvernement prévoit trois réformes majeures et indissociables: la réforme de la nomenclature, la réforme du financement hospitalier et l'encadrement des suppléments d'honoraires.
Dès lors, monsieur le ministre, confirmez-vous que les chiffres publiés par De Morgen mettent en évidence des écarts de revenus importants entre spécialisés et considérez-vous que ceux-ci reflètent au moins en partie des déséquilibres de la nomenclature actuelle? Confirmez-vous que la réforme de la nomenclature visera effectivement à mieux valoriser les prestations intellectuelles, l'expertise clinique et le temps consacré à la communication avec les patients? Enfin, garantissez-vous que la réforme de la nomenclature, celle du financement hospitalier et l'encadrement des suppléments d'honoraires seront menées de manière cohérente et simultanée, conformément à l'accord de gouvernement, afin d'éviter qu'une réforme isolée ne produise des effets (…)
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, een indrukwekkend onderzoek van de krant De Morgen over de artsenlonen brengt grote verschillen tussen de verschillende artsen en excessen aan het licht. Daar kwamen heel veel reacties op, maar de grote afwezige in het debat tot nu was u. Ik ben dus heel benieuwd hoe u naar die belangrijke kwestie kijkt.
Volgens ons vormt de manier waarop artsen betaald worden, de kern van het probleem. Vandaag worden artsen namelijk verloond per prestatie, per onderzoek, per ingreep, per consultatie, terwijl de ziekenhuizen in het rood staan. Dat zorgt voor een constante druk op de artsen om te presteren. Ik heb dat zelf ervaren toen ik als spoedarts in het ziekenhuis werkte. Ik werd op de vingers getikt door de directie, omdat ik te weinig CT-scans aanvroeg, en werd aangemoedigd om toch zeker de monitor aan te leggen voor patiënten met een verstuikte vinger.
Artsen die zich kritisch beraden over de vraag of een onderzoek wel nodig is, worden ontmoedigd. Erger nog, ze worden gestraft, als ze hun patiënten gezond willen houden. Zo getuigden kinderartsen in de reeks in De Morgen dat ze een vaccinatiecampagne tegen het RSV-virus hadden opgezet, met succes, want er waren minder zieke kinderen en minder ziekenhuisopnames, maar dat ze financieel in hun vel sneden. Het is toch de wereld op zijn kop dat men gestraft wordt voor goede geneeskunde?
Uw regering wil de nomenclatuur herzien, zult u ongetwijfeld straks opwerpen. Het blijft echter beperkt tot een update van het prestatiesysteem. Daarmee gaat u niet naar de kern van het probleem. Nochtans is er een alternatief mogelijk, een alternatief dat zelfs al van toepassing is. In de universitaire ziekenhuizen worden de artsen namelijk niet betaald per prestatie, maar hebben ze een vast loon, een fatsoenlijk loon, want artsen doen belangrijk maatschappelijk werk.
Waarom maken we van die uitzondering niet de regel? Artsen krijgen dan een loon samengesteld uit een vast deel en een variabel deel op basis van nog vast te leggen criteria. Zo verlossen we de artsen van de prestatiedruk. Dan kunnen ze bezig zijn met wat echt telt, zorgen voor de patiënten.
Zult u het debat daarover in alle openheid aangaan met de (…)
Frank Vandenbroucke:
Chers collègues, l'étude publiée par De Morgen est selon moi fort intéressante. Elle est basée sur un grand nombre de données objectivées, et je pense d'ailleurs que les commentaires et analyses des journalistes sont très nuancés sur cette question.
L'étude met en évidence un écart extrêmement important dans la discipline, qui est difficile à justifier. Je pense que nous sommes d'accord sur ce point. C'est l'une des raisons pour lesquelles il est nécessaire de moderniser, d'adapter et de revoir la nomenclature des prestations médicales, ce que nous allons faire.
Nous préparons actuellement cette réforme en concertation avec les représentants du corps médical afin de revoir cette nomenclature. L'objectif est de mieux faire correspondre les remboursements aux efforts réels fournis par les médecins, au temps consacré aux patients, à la complexité des prises en charge et aux besoins de la société en matière de santé.
Monsieur Gatelier, comme vous l'avez rappelé, ce chantier est intrinsèquement lié à celui de la réforme du financement des hôpitaux ainsi qu'au débat sur les excès en termes de suppléments d'honoraires, pour lesquels nous avons invité le corps médical et les mutualités à négocier entre eux une régulation – et non pas une disparition.
Mevrouw Eggermont, de hervorming van de ziekenhuisfinanciering zal rechtstreeks ingrijpen op een deel van het prestatiegerichte systeem. Ik meen dat u in een universitair ziekenhuis hebt gewerkt. Het lijkt mij toch enigszins tegenstrijdig dat u begon met te zeggen dat u onder druk werd gezet en dat dat zo verschrikkelijk was, om dat een minuut later erop te wijzen dat alleen universitaire ziekenhuizen dat systeem niet hanteren en dat u daar loontrekkende was. Ten gronde gaat het er inderdaad om dat de financiering van ziekenhuizen te veel afhangt van prestaties, die vermenigvuldigd worden. De hervorming van de nomenclatuur hangt dan ook samen met een hervorming van de ziekenhuisfinanciering, waarbij we de volledige kosten van onder andere medische interventies wat de uitrusting betreft, zoals een CT-scan, zullen baseren op de noden van de patiënten die daar verblijven en niet langer op de vermenigvuldiging van prestaties. Tot zover mijn antwoord op wat u hebt vastgesteld en aan den lijve ondervonden.
Mijns inziens is de kernvraag niet of een arts loontrekkend dan wel zelfstandig is – u was immers verloond en voelde toch druk –, maar hoe we ziekenhuizen financieren. Dat moet inderdaad absoluut anders. In de hervorming van de nomenclatuur gaat het over een eerlijke vergoeding voor artsen, in verhouding tot de tijd die ze investeren in de patiënt, de complexiteit van die patiënt, de moeilijkheidsgraad van het verrichte werk en het risico dat ze nemen, maar niet over de kosten van de uitrusting. Die moeten op een andere manier worden gefinancierd.
Tegelijkertijd zullen we in de hervorming ook nadenken over een goed zorgmodel. Dat betekent bijvoorbeeld dat een arts die in een ziekenhuis werkt en ook de last draagt van nachtwerk, wachtdiensten en supervisie, daarvoor voldoende moet worden vergoed. Dat aspect speelt mee. Het gaat dus ook over een visie op de zorg. In die zin denk ik dat het een belangrijke hervorming is die tegemoet zal komen aan een aantal van de punten die u hebt gesignaleerd.
We doen dat bovendien samen met het artsenkorps, in onderling overleg. Ik wil de hervorming van de ziekenhuisfinanciering, van de nomenclatuur en van het ziekenhuislandschap zelf, alsook de afspraken rond supplementen in zeer goed overleg met de hele sector uitvoeren, opdat ons systeem tegemoetkomt aan de noden van de samenleving en van de patiënten van morgen.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Il est vraiment urgent et important que les soignants qui passent du temps à écouter les patients, à les examiner, à être à leur chevet soient aussi bien rémunérés que les soignants qui prestent des actes techniques.
On a cité certaines spécialités. J’en ai oublié, on peut aussi parler des urgentistes, des gériatres qui sont assez oubliés dans ce système de nomenclature; mais il y a aussi les médecins généralistes, qui prennent le temps de faire de la santé mentale, qui prennent le temps de faire de la prévention. On sait que c’est très important également.
On a beaucoup parlé des médecins, mais je souhaite aussi, monsieur le ministre, vous rappeler qu’il n’y a pas que les médecins. Il y a aussi tout le paramédical. Ces professionnels prennent beaucoup de temps pour écouter, pour soigner leurs patients. Que ce soient les kinés, les psychologues, les logopèdes, les sages-femmes, les infirmières, leur temps médical est fort consacré à leurs patients.
J'espère donc que la réforme de la nomenclature va tenir compte de ces remarques.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister. U kent mijn traject niet helemaal. Ik heb mijn opleiding uiteraard in een universitair ziekenhuis gedaan, maar daarna heb ik ook in privéziekenhuizen gewerkt. Het is daar dat men de druk van de prestatiegeneeskunde over zich heen krijgt. Ik wist wat u zou antwoorden. Mijnheer de minister, uw antwoord blijft in ieder geval beperkt. Ik onderstreep dat wij achter de hervorming van de basisfinanciering van de ziekenhuizen staan, in de zin dat er meer middelen aan de ziekenhuizen moeten toekomen. Wat de artsenlonen betreft, u wilt de nomenclatuur zuiverder maken. Met een zuivering van de nomenclatuur behoudt u nog altijd de prestatiegeneeskunde, want hoe meer onderzoeken en ingrepen een arts doet, hoe meer hij wordt beloond. Artsen die willen investeren in preventie, die tijd willen nemen, die kritisch willen nadenken over wat nodig is, worden daardoor afgeremd. Daar zit geen enkele logica in. Het is jammer dat u dat debat uit de weg gaat. We hebben vandaag, samen met een hele reeks artsen, een opinie in De Morgen gepubliceerd, waarin we zelf vragen om ons alstublieft van die prestatiegeneeskunde te verlossen, maar u loopt gewoon weg van het debat, mijnheer de minister.
-
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
Vraag: De onderwijsprotesten en het geweld
Vraag: Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
Vraag: De rellen in Brussel
Vraag: De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De uit de hand gelopen betoging in Brussel
Vraag: De rellen in Brussel
veiligheid, justitie en defensieDe manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
De onderwijsprotesten en het geweld
Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
De rellen in Brussel
De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De uit de hand gelopen betoging in Brussel
De rellen in Brussel
Geweld en protesten tegen besparingen in Franstalig onderwijs en politieoptreden in Brussel summaryExplanationGesteld door
PS Pierre-Yves Dermagne
VB Ortwin Depoortere
PVDA-PTB Julien Ribaudo
DéFI François De Smet
Vooruit Brent Meuleman
MR Victoria Vandeberg
Ecolo-Groen Claire Hugon Lecharlier
Anders. Arthur Orlians
N-VA Jeroen Bergers
Beantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Raoul Hedebouw
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait rond de escalerende rellen tijdens onderwijsprotesten in Brussel, waarbij zowel politiegeweld als vandalisme door relschoppers centraal staan. Linkse partijen zoals PS en Ecolo bekritiseren disproportioneel politieoptreden tegen vreedzame betogers, waaronder minderjarigen, en eisen transparantie over klachten over excessief geweld, terwijl ze de onderliggende woede over onderwijshervormingen benadrukken. Rechts en Vlaams-nationalistisch (Vlaams Belang, N-VA) wijzen de schuld aan "allochtone relschoppers" en extreemlinks, pleiten voor hardere strafmaatregelen zoals casseur-payeur en bootcamps, en beschuldigen PVDA van betrokkenheid bij het geweld. Minister Quintin (MR) verdedigt de politie, belooft onderzoek naar beide kanten maar benadrukt dat "wie kapotmaakt, betaalt", terwijl hij de democratische legitimiteit van de hervormingen verdedigt en oproept tot respect voor politiebevelen, ondanks kritiek op gebrek aan de-escalatie en kinderbescherming.
Voorzitter:
Gelet op het aantal vragen heeft de minister gevraagd of hij 7,5 minuten antwoordtijd krijgt. Naar goede gewoonte wordt de repliektijd ook met het helft verhoogd.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le ministre, dans une démocratie comme la nôtre, manifester est un droit et défendre son école ne doit pas être un crime. Ce n'est pas un crime!
Depuis des semaines, des milliers d'enseignants, de parents et de jeunes, profondément choqués par la situation de l'enseignement en Fédération Wallonie-Bruxelles, descendent dans la rue pour défendre, pacifiquement et souvent avec beaucoup de créativité et d'originalité, l'avenir de l'école francophone.
Pourquoi? Parce qu'ils refusent le démantèlement progressif de leur enseignement; parce qu'ils refusent que l'on sacrifie la qualité de l'école, les conditions de travail des enseignantes et des enseignants, ou que l'on durcisse les conditions d'accès à l'enseignement supérieur ou universitaire; parce qu'ils ont le sentiment aussi de ne jamais être entendus, de faire face à une absence de concertation, à un manque de considération et, surtout, à beaucoup de mépris.
Alors, soyons clairs: ceux qui cassent, qui incendient, qui agressent, doivent être poursuivis et sanctionnés. Mais soyons tout aussi clairs: quelques casseurs ne feront jamais taire des milliers de manifestants pacifiques.
Rappelons-le: nos policières et nos policiers effectuent un travail essentiel pour la cohésion sociale et la vie en société; et la très grande majorité l'accomplit avec sérieux et respect.
Mais les vidéos qui circulent depuis une semaine nous ont aussi montré une violence inouïe dans le chef de certains policiers. Quand des mamans sont plaquées au sol, quand des gamins de 14 ans sont gazés, menottés et humiliés, quand des insultes racistes, sexistes, transphobes ou homophobes sont prononcées, il s'agit bien plus que d'une simple accumulation de faits isolés.
Des enquêtes ont rapidement été ouvertes et doivent faire toute la transparence. C'est nécessaire, mais ce n'est pas suffisant. Monsieur le ministre, ma question est claire et elle est simple. Qu'allez-vous tirer comme leçons des événements de ces dernières semaines en ce qui concerne le maintien de l'ordre public? Qu'allez-vous faire? Quels actes allez-vous poser pour faire en sorte qu'il n'y ait pas d'impunité (…)
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik hoop dat u goed op uw stoel zit. Ik hoop ook dat de collega’s de adem even inhouden, want ik heb hier een symbool mee dat volgens extreemlinks de opmars van het rechtsextremisme moet aantonen binnen de politie: een kruisje. Ongelooflijk. Dat is de wereld op zijn kop. Want wat hebben we in de afgelopen dagen meegemaakt, hier in Brussel? Brandstichting, vandalisme, blind geweld, plundering van winkels, vernielingen, tot en met het aanvallen van onze brandweerdiensten.
Neen, niet de politie moet geviseerd worden, het allochtoon crapuul moet geviseerd worden. Ik ben dus blij dat sommige individuele politici de ogen openen. De heer Rousseau heeft het Vlaams Belangvoorstel overgenomen om bootcamps in te richten. De heer Francken heeft een goed voorstel van het Vlaams Belang overgenomen om die allochtone relschoppers te doen betalen voor de schade die ze aangericht hebben. Dat zijn goede gezondverstandvoorstellen, die ook in daden moeten worden omgezet.
Ik houd echter mijn hart vast, want slechts 23 van deze relschoppers zijn ter beschikking gesteld van het parket. Ze worden dus nog niet vervolgd, ze zijn gewoon ter beschikking gesteld.
Ik vraag me dus af, mijnheer de minister, waar de zogenaamde taskforce is, die zo goed recht en orde zou brengen in Brussel? Waar is de premier eigenlijk? Ik heb de premier, Bart De Wever, zelfs nog niet gehoord over deze rellen.
Ik vraag u dus, mijnheer de minister, wanneer zal deze regering erkennen dat allochtonen in samenwerking met extreemlinks de oorzaak zijn van de systematische rellen? Wanneer zal deze regering de grote middelen inzetten om hier paal en perk aan te stellen?
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Depoortere.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, cela fait maintenant des mois que des enseignants, des directeurs d'école, des parents et des jeunes se mobilisent pour défendre un enseignement de qualité. Ils se mobilisent parce que le MR – votre parti – et Les Engagés veulent faire travailler davantage les enseignants gratuitement, réduire les moyens consacrés à l'enseignement et augmenter le minerval à 1 200 euros. Ils se mobilisent parce qu'ils refusent un enseignement à deux vitesses et qu'ils veulent préserver un enseignement accessible à tous. Le gouvernement sait qu'il n'a pas de soutien pour sa politique, c'est pourquoi il a forcé le vote illégalement.
C'est dans ce contexte que se sont déroulés les événements de jeudi et du week-end. Et je vais être très clair pour éviter tout malentendu: je me distancie totalement de ceux qui sont venus pour agresser des pompiers ou brûler des trottinettes et des abribus. Mais vous conviendrez comme moi, monsieur le ministre, que les agissements d'une minorité ne peuvent servir à justifier ce qui a suivi: des parents qui racontent avoir sorti une enfant de 13 ans d'un nuage de gaz, les yeux rouges et gonflés, au bord du malaise. Nous avons entendu des témoignages de jeunes filles traitées de "sales putes" par des policiers. Des enseignants frappés alors qu'ils encadraient leurs élèves. Des directeurs d'école qui disent simplement: "Nous avions peur, nous ne comprenions même pas ce qui nous arrivait." Le Comité P constate lui-même une hausse des plaintes pour usage disproportionné de la force et d'agressivité de certains policiers. Il rappelle aussi qu'avec des mineurs, le réflexe de protection de l'enfant doit être appliqué systématiquement.
La grande majorité des personnes présentes étaient là parce qu'elles avaient analysé la réforme et qu'elles en voient les conséquences. Elles se sont mobilisées pour défendre l'avenir de notre société.
Monsieur le ministre, j'ai deux questions. Quelles mesures allez-vous prendre pour faire toute la lumière sur les interventions policières visant des jeunes et des enseignants lors de ces mobilisations? Estimez-vous ces interventions proportionnées? Êtes-vous préoccupé par l'effet dissuasif que de telles pratiques peuvent avoir sur le droit de manifester et, en particulier, sur des mineurs?
François De Smet:
Monsieur le ministre, arrêtons de dire que ce qui s'est produit jeudi dernier, ce sont des émeutes. Les mots ont un sens. Ce que Bruxelles mais aussi Namur ou d'autres endroits ont connu, ce sont d'abord des manifestations d'enseignants, d'élèves mais aussi de parents, près de 3 000 personnes qui ont protesté contre des mesures qu'ils ressentent comme profondément injustes, prises par une majorité MR-Engagés, majorité Azur ou plutôt has been , en Fédération Wallonie-Bruxelles.
C'est aussi une colère contre une méthode, un passage en force au mépris du règlement démocratique de l'institution parlementaire de la Fédération. Mais l'écrasante majorité de ces jeunes, de ces profs, a manifesté pacifiquement. On a même vu des enseignantes former des chaînes humaines, parfois pour protéger leurs élèves, mais aussi pour faire barrage aux casseurs. Cela aussi, c'est la réalité de cette manifestation. Oui, il faut le dire, des casseurs s'y sont invités et infiltrés, le plus souvent étrangers au mouvement, convoqués par les réseaux sociaux avec des cocktails Molotov prêts à l'emploi. Et soyons clairs, monsieur le ministre, chacun d'eux doit être identifié, poursuivi et doit payer pour les dégâts. Là-dessus, aucune complaisance: sur le principe du casseur-payeur, nous vous soutiendrons.
Mais il y a l'autre versant. Et là encore, comme pour les profs, comme pour les jeunes, ne jetons pas le bébé avec l'eau du bain! La majorité des policiers font bien leur travail, qui est difficile. Mais oui, hélas, il y a aussi eu un usage interpellant de gaz et de matraques face à des cortèges remplis d'adolescents. Il y a eu un recours à la technique de la nasse, pourtant jugée illégale. Il y a eu des insultes inqualifiables proférées par quelques policiers pour lesquels des plaintes ont été déposées au Comité P.
Monsieur le ministre, estimez-vous qu'il y a eu, oui ou non, juste proportion des moyens utilisés? Condamnez-vous l'usage de la nasse et les propos tenus par certains agents? Votre circulaire "réflexe mineur" que vous avez prise en mai dernier a-t-elle été respectée et comment comptez-vous l'évaluer? Il est temps, monsieur le ministre, pour vous, mais aussi pour nous, de réconcilier l'ordre et la concorde..
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, wat was dat met die betogingen vorige week? Een paar tientallen relschoppers, die immers niet kwamen om te betogen, zijn erin geslaagd een vredevol protest te kapen met vernielzucht en brutaliteit. Fietsen en steps gingen de brandstapel op. Winkelruiten en bushokjes werden volledig gesloopt. Voorbijgangers werden bekogeld met kasseien. U zult er als brave betoger maar tussenlopen.
De politie trad op. Dat was nodig. Ik heb er alle respect voor want dat zal wel niet evident zijn. Er waren echter ook meldingen van disproportioneel optreden van de politie.
Collega’s, dat kan ook niet. Vooruit rekent er dan ook op dat elke klacht ernstig wordt genomen en grondig wordt onderzocht. Of iemand nu op straat komt omdat hij of zij bezorgd is om het onderwijs, de koopkracht of het klimaat, wie op straat komt om zijn stem te laten horen, moet dat altijd en overal veilig kunnen doen.
Laat mij duidelijk zijn. Jonge gasten die op straat komen om hun stem te laten horen, is fantastisch. Ik heb dat zelf ook nog gedaan toen ik op de middelbare school zat. Mijn eerste betoging was hier in Brussel tegen de oorlogspolitiek van Bush. Dat was fantastisch. Ik heb daarvoor zelfs gespijbeld. Ik verontschuldig mij daarvoor. Ik was een jaar of zestien.
(…) : (…).
Brent Meuleman:
Ik geef het toe. Ik was een jaar of zestien. Echter, hier in Brussel liep deze week een mannetje van dertien jaar met een bus benzine tussen relschoppers op een betoging.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u zich nog kunt herinneren wat u deed toen u dertien jaar was. Toen ik dertien jaar was, was ik, als ik niet op school of thuis was, aan het voetballen op het pleintje of zat ik in de jeugdbeweging. Ik wil hier niet veralgemenen. Het gaat om uitzonderingen. Die rotte appels zijn enkelingen. Ik heb echter twee vragen voor u.
Wat zult u doen tegen die relschoppers die keer op keer vreedzame protesten om zeep helpen? Zal er een onderzoek komen naar de meldingen van disproportioneel politiegeweld?
Voorzitter:
Mijnheer Meuleman, zo ziet u maar wat er van iemand komt die spijbelt. Dan belandt hij hier.
Victoria Vandeberg:
Monsieur le ministre, dans une démocratie, manifester est effectivement un droit fondamental mais, par contre, casser ne l'est pas, et cela devient une fâcheuse habitude. À chaque manifestation, des dégradations de biens publics sont à constater, du fait de casseurs ou de manifestants qui viennent exercer leur droit fondamental. Ici, une étape supplémentaire a été franchie: plusieurs jeunes, étrangers à l'objet de la manifestation, ont pénétré par effraction dans une enceinte démocratique. Ces personnes ne défendaient pas la cause mais ne faisaient que l'abîmer.
Si le maintien de l'ordre suppose évidemment de la fermeté, il suppose aussi de la proportionnalité, et c'est cette double exigence qui fonde la confiance dans l'État de droit. Mais justement, parce que nous sommes dans un État de droit, chacun doit aussi en respecter les règles, et celles et ceux qui sur le terrain représentent cet État de droit, ce sont les policiers, qui ont également le monopole de l'usage légal de la contrainte.
Dans ce débat, monsieur le ministre, il ne faut donc pas les oublier. Lors de ces débordements, des policiers sont aussi blessés physiquement, parfois psychologiquement. En première ligne, ils sont pris pour cibles, insultés et confrontés à des moments de tensions extrêmes.
Valoriser le métier de policier, c'est aussi rappeler que, derrière l'uniforme, il y a des femmes et des hommes qui exercent une mission difficile mais essentielle au maintien de l'ordre public et à celui de nos libertés. Dans ce contexte, plusieurs outils peuvent être mis en œuvre pour mieux documenter les faits, identifier les fauteurs de troubles, agir plus rapidement.
Quel bilan, monsieur le ministre, tirez-vous de ces manifestations? Connaissez-vous le nombre de policiers qui ont été blessés lors de celles-ci? Quel rôle les bodycams pourraient jouer pour davantage objectiver les interventions et protéger à la fois les citoyens et les policiers? Qu'attendez-vous concrètement des prochaines semaines pour identifier et responsabiliser les fauteurs de troubles?
Claire Hugon Lecharlier:
"Je suis un des plus grands défenseurs du droit de manifester". Monsieur le ministre, ces mots, c'est vous qui les avez prononcés il y a quelques jours. L'affirmer, c'est bien, mais encore faut-il que les actes suivent. Pour l'instant, j'avoue que je les cherche encore.
La liberté de manifester est sous pression. Jeudi, des professeurs et leurs élèves qui venaient rejoindre la manifestation ont fait demi-tour en voyant l'important dispositif policier déployé. Ils ont donc été dissuadés d'exercer leur droit. Jeudi et les jours qui ont suivi, des centaines de manifestants pacifiques ont été confrontés à des réponses disproportionnées de la part de la police. Nasses, gaz lacrymogènes, coups de matraque, contrôles, arrestations, chiens non muselés, interventions de policiers qui, pour beaucoup d'entre eux, ne portaient ni nominettes ni matricules.
Je ne doute pas que vous allez faire la liste des dégradations et des infractions commises en marge des manifestations. Bien entendu, les auteurs de ces actes doivent faire l'objet de réponses adéquates de la part des autorités, de réponses ciblées, individualisées et proportionnées. Pour l'instant, ce n'est pourtant pas ce que nous avons vu. Nous avons vu des actions collectives, des interventions indiscriminées et disproportionnées. Cela justifie que l'on parle de violences policières. La deuxième chose qui m'inquiète, c'est le développement d'un récit qui prive les enfants et les jeunes du droit d'exprimer leur opinion. On conteste leur légitimité à avoir un avis sur des réformes qui les concernent directement. "Ils n'avaient qu'à être devant leurs cahiers." "S'ils sont ici, ce ne sont pas des enfants, mais des criminels."
Où va-t-on avec de tels propos? Le droit de manifester bénéficie aux mineurs au même titre qu'aux adultes. Ils doivent même bénéficier de protections particulières lorsqu'ils exercent leurs droits. Nous savons, par exemple, que les gaz lacrymogènes peuvent être plus dangereux pour les enfants.
Monsieur le ministre, je voudrais donc vous demander quel bilan vous tirez de la gestion des dernières manifestations par la police. Quelle a été l'articulation entre vous et le bourgmestre de Bruxelles dans cette gestion? La gestion négociée de l'espace public demeure-t-elle la doctrine privilégiée? Que comptez-vous mettre en place pour que nos concitoyens n'aient pas peur de venir exprimer leur opinion dans la rue? Le Comité P demande un "réflexe enfant" dans les interactions avec la police. Quelle suite comptez-vous donner à cette recommandation?
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, wat we in Brussel hebben gezien, was opnieuw onaanvaardbaar. We moeten zeggen opnieuw, want we schrikken er zelfs niet meer van. Deze keer is de onderwijshervorming de aanleiding, de volgende keer zal het iets anders zijn.
Wat zien we telkens na die rellen? We zien telkens dat sommigen de rellen proberen goed te praten of de relschoppers zeker niet kordaat veroordelen. Anderen kiezen ervoor stoere verklaringen af te leggen in de pers en nieuwe ideeën te lanceren. De relschoppers zouden naar het leger moeten gaan of naar bootcamps. U vraagt in de krant om een nieuwe wet casseurs-payeurs , zodat relschoppers de schade zouden moeten betalen. Elk goed wetsontwerp dat daarvoor voorligt, zullen wij vanuit onze fractie steunen.
We mogen echter niet vergeten dat de huidige wetgeving al heel wat mogelijkheden biedt. U kunt relschoppers nu al de schade laten betalen. Er is geen nieuwe wet nodig om gemaskerde personen uit betogingen te halen. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende probleemfiguren preventief een plaatsverbod op te leggen. Er is geen nieuwe wet nodig om bepaalde groeperingen verantwoordelijk te stellen voor het systematische geweld tijdens hun betogingen. Er is geen nieuwe wet nodig om bijkomende gevangenisplaatsen te creëren. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende groeperingen beter op te volgen. Er is geen nieuwe wet nodig om hoge boetes uit te schrijven. Er is geen nieuwe wet nodig om gewelddadige betogers collectief te vervolgen in plaats van individueel. Er is geen nieuwe wet nodig om snelrecht toe te passen.
Mijnheer de minister, mijn vraag over de rellen is dan ook heel duidelijk. Hoeveel mensen zijn er sindsdien aangehouden? Welke gevolgen hebben de feiten tot nu toe voor hen gehad? Hoe zult u de straffeloosheid aanpakken? Niet met nieuwe ideeën en nieuwe wetsontwerpen, maar op basis van de bestaande wetten, die we vooral veel meer en veel beter moeten handhaven. Ik dank u.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, we zien nu al enkele maanden dat elk protest in dit land gekaapt wordt door extreemlinkse bendes die vandalisme plegen en, nog frappanter, door extreemlinkse bendes die gesteund worden door de PVDA. Ik geef een overzicht. Het is zeer lang, maar het is nodig.
Een van de organisatoren van Mars Attacks, betrokken bij de recente rellen in Brussel, is Pauline Forges, voormalig kandidaat van de PVDA. Op VRT NWS verklaarde ze onomwonden dat het goed is dat de revolutie bezig is en dat geweld daarbij hoort. Progress Lawyers Network, het advocatennetwerk van de PVDA, vertegenwoordigt al die relschoppers en gaat zelfs in toga mee betogen. Dat is hallucinant.
Er is ook het vandalisme dat we aan de UGent zagen. Woordvoerder Youlian Burnham is lid van de PVDA. Basile Peeters, een andere vandaal, is ook lid van de PVDA. De woordvoerder van die vandalen aan de UGent is bovendien dezelfde woordvoerder als die van Code Rood, dat al verschillende bedrijven in dit land heeft gevandaliseerd. Daardoor kon de EU-commissaris voor Defensie afgelopen week zelfs geen bedrijf in Herstal bezoeken, omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Dat is een absolute blamage voor dit land.
Er is ook goed nieuws, mijnheer de minister. U ziet dat de heer Hedebouw hier met de peut zit. Deze week zijn immers een aantal kameraden, collega's van hem, geconfronteerd met een huiszoeking en worden ze eindelijk vervolgd. Dat is historisch en goed nieuws. Dank u dat de federale politie eindelijk capaciteit vrijmaakt om de strijd tegen extreemlinks geweld te voeren, mijnheer de minister.
Hoe zult u die strijd nog versterken? Zult u ook onderzoek voeren naar de financiële stromen achter dat geweld? We moeten onze veiligheid immers kunnen garanderen tegenover dat extreemlinks geweld van de PVDA.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt 7,5 minuten om te antwoorden op de diverse opmerkingen.
Bernard Quintin:
Mesdames et Messieurs les députés, je vous remercie pour vos différentes questions. Les débordements auxquels nous avons assisté en marge des protestations des derniers jours étaient évidemment inacceptables. Notre capitale a une nouvelle fois été saccagée, d'autres villes ont également été abîmées, et ce n'est malheureusement plus un cas isolé – j'y reviendrai.
Alleen al in Brussel is de materiële schade aanzienlijk: minstens acht politievoertuigen werden beschadigd, een ruit van een MIVB-bus werd ingegooid en aan het station Brussel-Centraal werden tientallen elektrische fietsen en deelsteppen in brand gestoken. Ook publieke infrastructuur, privaatvoertuigen en een grootwarenhuis liepen schade op.
Afgelopen donderdag en vrijdag alleen al werden in Brussel, volgens informatie die mij werd bezorgd, 36 gerechtelijke arrestaties verricht, waarvan 29 minderjarigen betroffen. Er waren ook 106 administratieve arrestaties, waarvan 99 minderjarigen betroffen.
Je souhaite être très clair d'emblée: nos concitoyens n'ont pas à payer pour les méfaits de groupes d'agités. Conformément aux engagements pris au sein de la majorité, le principe du "casseur-payeur" doit pleinement et rapidement être appliqué. Le coût des dégradations doit être récupéré auprès de celles et ceux qui sont responsables des violences et des dommages qu'ils ont causés. C'est très simple: qui casse paye. Punt. Basta. Pas besoin d'en parler plus longuement.
We stellen vast dat de relschoppers zich alsmaar vaker mengen onder vreedzame betogers, niet om hun stem te laten horen, maar om geweld te plegen, schade aan te richten en de stad kort en klein te slagen. Ook in het verleden zagen we dat hardleerse amokmakers naar Brussel afzakten om betogingen te kapen en vandalisme en geweld te plegen. Voor de hardliners en recidivisten moeten we een manifestatieverbod afkondigen.
Mesdames et messieurs les députés, le 4 juin, un fait m'a particulièrement marqué. Dans un contexte tendu depuis le début de la journée, des délinquants se sont introduits dans un parlement par effraction. Chacun de nous doit prendre la mesure de ce que cela signifie: une institution élue démocratiquement par le peuple a été attaquée par la force, alors même, ironie du sort, que les manifestants étaient harangués depuis les fenêtres de cette même assemblée.
C'est une attaque contre notre démocratie, c'est un fait politique grave, c'est tout simplement inadmissible – ici comme de l'autre côté de l'Atlantique, d'ailleurs – et cela doit tous nous indigner. Depuis plusieurs mois, à chaque manifestation, des faits de violence doivent malheureusement être déplorés. Ces faits ne peuvent jamais, au grand jamais, être justifiés ni cautionnés. Il est aussi de la responsabilité de l'ensemble de la classe politique d'appeler au calme.
Je peux tout à fait entendre que les mesures adoptées – à un autre niveau de pouvoir, par ailleurs – puissent ne pas susciter l'adhésion au sein d'une partie de la population. Mais il faut également pouvoir reconnaître que les différents gouvernements de ce pays disposent d'une majorité dans les assemblées pour voir notre pays se réformer. C'est là aussi un principe fondamental de la démocratie, et cela doit valoir que l'on soit dans la majorité ou dans l'opposition.
Mesdames et messieurs les députés, je constate depuis plusieurs jours des déferlantes de haine envers nos corps de police. Comme je le répète à chaque fois, je veux une police respectable et respectueuse. Comme à chaque fois, la police est contrôlée par les organes internes et par ceux de votre Parlement. Mais surtout, elle est soumise aux réseaux sociaux et à leurs regards souvent biaisés. Comme chaque fois, des enquêtes ont été lancées par la zone de police de Bruxelles chargée du dispositif d'ordre sur son territoire. Oui, elles seront menées avec le plus grand sérieux et, comme chaque fois, les conclusions seront tirées par les autorités. Nous prenons nos responsabilités à cet égard. Manifestement, nous n'avons pas la même lecture des chiffres du Comité P pour ce qui concerne ces faits. Toutefois, je le répète encore une fois, je veux une police respectée.
Sommigen hier zouden zich de moeten stellen welk signaal we geven wanneer een volledig korps van 10.000 mannen en vrouwen publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? Dezelfde mannen en vrouwen zijn bij manifestaties geregeld het doelwit zijn van geweld, maar trekken elke dag opnieuw hun uniform aan om ons te beschermen, soms met gevaar voor eigen leven.
Nous les soutenons. Nous les soutenons quand ils agissent. Nous les soutenons quand ils sont attaqués et blessés, que ce soit sur le plan juridique ou le plan psychologique. Et oui, les bodycams doivent aussi aider à protéger nos policiers et, en effet, à livrer une image de ce qu’il se passe réellement sur le terrain sans que cela soit biaisé.
Mesdames et messieurs les députés, oui, la majorité des manifestants sont venus exercer calmement leur droit légitime à contester, tout comme l’immense majorité des policiers ont exercé leur métier avec une totale probité et un grand professionnalisme.
Mais permettez-moi de rappeler ici un principe somme toute assez simple. Quand la police donne un ordre, il faut le respecter. C’est aussi simple que cela.
(Applaudissements.)
Comme je l’ai déjà répété à de multiples reprises: oui, en tant que libéral et ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, je serai toujours défenseur des libertés fondamentales, de la liberté d’expression et du droit de manifester. Mais vous me trouverez pareillement toujours, comme l’ensemble de ce gouvernement, sur le chemin de ceux qui, par la multiplication des débordements, semblent vouloir faire de la société un champ de ruines, parfois par bêtise, mais de plus en plus souvent par une option politique de chaos.
Ja, we voeren de strijd tegen de extremen verder, ook op het terrein van de financiële geldstromen.
Nous ne laisserons jamais le diktat de la violence s'imposer.
Je vous remercie. Ik dank u.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse. Comme je l'ai dit tout à l'heure, au Parti socialiste, les choses sont claires: aucune violence ne sera jamais acceptée, ni dans la rue, ni de la part de policiers ou de policières, ni au sein d'enceintes parlementaires telles que notre Parlement et cette séance plénière. La violence peut aussi, monsieur le ministre, chers collègues, résider dans les décisions politiques qui sont prises et dans la manière dont elles sont communiquées à une partie de la population.
Monsieur le ministre, j'ai entendu que des enquêtes sont en cours, qu'elles devront être menées à leur terme et que des sanctions devront être prises. Il y va, je pense, de l'image, du crédit, mais aussi du respect dû aux forces de l'ordre. En effet, dans une démocratie, dans un État de droit, comment combattre la violence et l'insécurité lorsque celles et ceux qui doivent protéger sont perçus, ou peuvent être perçus, comme une menace par une partie pacifique de la population?
On ne peut pas rester aveugle face aux images qui circulent depuis une semaine. On ne peut pas rester sourd aux témoignages de parents, d'enseignants, d'avocates et d'avocats, de professeurs d'université qui ont analysé les faits et les images et qui nous ont dit clairement qu'il y avait eu un problème de proportionnalité et de technique dans la manière dont le maintien de l'ordre a été assuré ces dernières semaines. Je vous remercie de votre attention.
Ortwin Depoortere:
Collega's, valt het u ook op? De minister niet, de linkse partijen al zeker niet, maar zelfs de N-VA heeft het er niet over. Er is één taboe in dit Parlement, namelijk wat de oorzaak van die rellen is. Wat is de systematiek van die rellen? Hoofdzakelijk allochtone relschoppers zijn keer op keer verantwoordelijk voor de vernielingen, het vandalisme, het geweld. Dat is het failliet van de multiculturele samenleving. We zien dat in alle West-Europese steden. Dat is het rechtstreekse gevolg van de ongebreidelde massa-immigratie, waar deze en de voorgaande regeringen schuldig aan is en waren.
Ironisch genoeg stemmen we vandaag over het omvolkingspact, dat nog meer massa-immigratie in de hand zal werken, een omvolkingspact dat het volk niet wil. De meer dan 50.000 ondertekenaars van de petitie tegen het omvolkingspact bewijzen dat. Het volk wil geen nieuwe immigratie, het volk wil remigratie en het kan daarvoor rekenen op het Vlaams Belang.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous avez parlé pendant sept minutes et demie. Vous avez dit qu'un fait vous avait particulièrement marqué. Moi j'ai pensé que c'était le fait que des mineurs de 14 ans se sont retrouvés dans la rue. Non, pas du tout, pas un mot. Vous n'avez même pas pris le temps de parler de tous ces mineurs.
Vous avez parlé des vidéos qui seraient des regards biaisés. Elles ne sont pas biaisées, monsieur le ministre. Elles montrent les dysfonctionnements.
Et puis, vous avez parlé des casseurs payeurs. Voilà votre réponse. Est-ce vraiment votre réponse à celles et ceux qui se mobilisent pour l'enseignement? Est-ce votre réponse aux directeurs d'école qui ont eu peur pour leurs élèves et leur établissement? Aux enseignants – je suis un fils de prof – qui demandent simplement les moyens d'instruire correctement? Et aux jeunes à qui on dit tous les jours qu'ils ont le droit à la parole et qui, quand ils l'exercent, se font gazer?
Et je le dis clairement, ce débat concerne également la police. Je suis en contact, comme vous, monsieur le ministre, avec de nombreux policiers qui font leur travail correctement, professionnellement, et qui ne se reconnaissent pas dans les images, dans les témoignages qu'on a vus ces derniers jours.
Ce qu'on attend de votre part, monsieur le ministre, ce n'est pas une défense aveugle ni un déni, mais de la clarté, de la transparence et des règles respectées. Parce que ce n'est pas un débat police versus jeunes, c'est un débat de la confiance démocratique. Et on ne va pas restaurer la confiance avec des camps de redressement militaire, ça ne marche pas. Si vous avez de l'argent, mettez-le dans l'enseignement. Votre solution, c'est toujours plus de répression; et, ça, ça montre votre faiblesse.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Concernant les casseurs: qui casse paye, on est d'accord, n'ergotons pas là-dessus.
J'aurais préféré, par contre, entendre de vous une plus grande distanciation par rapport à la petite musique qu'on entend dans votre majorité depuis quelques jours. Quand on entend parler à ce point d'émeutes, de racailles ou de camps de rééducation, c'est qu'on rate, à mon avis, une partie du diagnostic.
Vous avez rappelé que, quand la police donne un ordre, il faut évidemment le respecter. Bien sûr, et on a besoin d'une police qui soit davantage respectée. Mais, si on a demain une police dont les citoyens – et je parle des honnêtes citoyens – ont de plus en plus peur, nous aurons vraiment perdu quelque chose. J'attire votre attention là-dessus parce que, d'après les témoignages que j'entends de plus en plus, il existe dans ce pays une jeunesse qui ne casse pas et qui pourtant a davantage peur de la police aujourd'hui qu'hier. Il ne faut pas que ça continue parce que ça, c'est un échec collectif, et nous devons y travailler.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, geweld, in welke vorm ook, en van welke kant ook, mogen we gewoon nooit normaal vinden, al zeker niet bij mensen op zo’n jonge leeftijd. Als burgemeester heb ik in de afgelopen jaren heel veel geleerd, maar zeker één ding, namelijk dat men zulke gasten niet mag loslaten. Men moet aan de slag gaan met die gasten, in een intensief traject naar herstel. Punt.
Wie erop uit is de boel te verzieken en om zeep te helpen, moet daarvoor bestraft worden. Punt. Maar als blijkt dat er bij de politie mensen zijn die hun macht misbruiken en die disproportioneel te werk gaan, moeten die ook verantwoordelijk gesteld worden. Punt.
Laat het duidelijk zijn, voor Vooruit mogen we geweld – of het politiek is of niet, of het van links of van rechts komt, van boven of van onder – nooit normaal vinden. Punt.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour toutes ces précisions. J'entends quelques protestations sur les bancs de la gauche et de l'extrême gauche, qui réduisent ce débat à la seule question des violences policières. Lorsque de telles accusations sont formulées, elles doivent évidemment être examinées. Il faut toutefois aussi refuser cette ritournelle qui consiste à attiser les tensions, à ne pas respecter les injonctions des forces de l'ordre, à filmer l'ensemble des interventions, puis à en extraire quelques images sorties de leur contexte pour les instrumentaliser.
À gauche, les réactions sont d'ailleurs diverses. Une partie semble considérer que les enfants ont davantage leur place dans la rue que sur les bancs de l'école. C'est une certaine vision du monde et une belle vision de l’éducation qui nous ne partageons pas. D'autres tiennent un discours différent. Malheureusement, nous ne l'avons pas entendu aujourd'hui, mais un député socialiste a évoqué la possibilité d'empêcher les fauteurs de troubles d'arriver sur les lieux des manifestations. Le sujet n'est pourtant pas de les empêcher d'y arriver, mais bien de les empêcher de casser et de faire en sorte qu'ils répondent concrètement de leurs actes, selon le principe du casseur payeur.
Dans une démocratie, nous avons le droit de manifester, de contester et de nous opposer. La vie en société implique toutefois aussi des devoirs: le respect des biens publics, des institutions, de la liberté d'expression de chacun, mais aussi, et surtout, le respect des forces de l'ordre.
Claire Hugon Lecharlier:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je constate toutefois qu'elles n'ont apporté que peu d'éléments aux questions que j'avais posées. À vous entendre, rien ne semble devoir être reproché à la police. Elle aurait permis à chacun de manifester en sécurité et assuré la protection des manifestants. Je ne vous ai pourtant pas entendu évoquer l'absence de désescalade ni exprimer le moindre mot de solidarité à l'égard des victimes – enfants, jeunes, enseignants, parents, journalistes et même avocats – qui dénoncent un usage excessif de la force. Pour ma part, je n'ai pas vécu cette manifestation depuis la fenêtre de mon bureau, mais sur le terrain. On ne peut pas prétendre défendre le droit de manifester tout en laissant se produire ce qui s'est passé ni en relativisant des images qui ont pourtant été vérifiées.
Nous avons bien compris que certains élus du MR considèrent que ces violences relèvent du fantasme et qu'il n'y a pas lieu d'éprouver de l'empathie pour les victimes, même lorsqu'elles sont mineures. Je trouve particulièrement choquant de constater que de plus en plus d'élus considèrent que les manifestants l'ont bien cherché, qu'ils n'avaient qu'à rester chez eux et que toute personne qui manifeste doit assumer les risques qui en découlent. Une démocratie en bonne santé ne devrait pas craindre la contestation pacifique.
Je trouve également très choquant qu'un élu de cette Assemblée, membre de la majorité, puisse me qualifier de "petite verte crapuleuse qui a eu ce qu'elle méritait", et qu'il puisse se réjouir publiquement du fait que j'aie été personnellement attaquée et blessée par un policier. Je ne sais pas quelle vision de la démocratie cela traduit, ou plutôt, je le sais trop bien.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Desalniettemin heb ik soms het gevoel dat we ons er te gemakkelijk van afmaken door nieuwe wetsvoorstellen en nieuwe ideeën te lanceren. Vandaag bestaan er al heel wat wetten waarmee u aan de slag kunt gaan om de straffeloosheid aan te pakken. Er is de ouderlijke verantwoordelijkheid, maar een politieke verantwoordelijkheid om met de bestaande wetten aan de slag te gaan.
In mijn thuishaven Mechelen gebeurt er ook wel eens een rel of wordt er in sociale woonwijken op oudejaarsavond ook wel eens met vuurwerk naar de politie gegooid, weliswaar niet zo vaak en niet zo hevig als in Brussel of Antwerpen, en dan proberen we daar zo kordaat mogelijk tegen op te treden. We starten dan zelfs een procedure om de dader uit zijn sociale woning te zetten. Vandaag bestaan er dus al heel veel mogelijkheden. De grootste slachtoffers van die relschoppers zijn immers de kwetsbaarste buurtbewoners. Het is dus nodig om hard op te treden en we kunnen ons er niet van afmaken met wetsvoorstellen en ideeën voor de toekomst. Nu is er immers al zeer veel mogelijk. Men moet daarmee aan de slag gaan, want anders creëert men een gevoel van straffeloosheid en zullen we hier volgende week tijdens het WK voetbal opnieuw dezelfde vragen moeten stellen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank voor uw zeer duidelijke en correcte antwoord. We steunen u daar volledig in. In de commissie voor Justitie liggen al een aantal wetsvoorstellen van collega De Wit die uw visie mee zullen helpen realiseren. Uiteraard moet zwaar machtsmisbruik eveneens worden aangepakt.
Welke prioriteiten schuift de linkse oppositie hier naar voren, zoals ook altijd in de commissie voor Binnenlandse Zaken? Al dagen wordt onze hoofdstad Brussel gevandaliseerd en u vindt het blijkbaar belangrijker om al onze politiemensen aan te vallen dan te zeggen dat die relschoppers moeten worden aangepakt!
Collega Hugon Lecharlier, als u zegt dat de politie geen traangas meer mag gebruiken, dan vind ik dat hallucinant. Op een moment dat onze hoofdstad al dagen wordt gevandaliseerd, dat een zone ontruimd is en dat de politie het waterkanon inzet, vindt u het nog nodig om u tussen die relschoppers te mengen en opruiende taal te verkopen. Dat is uw zaak, maar wij steunen volledig dat de politie op een dergelijk moment traangas mag gebruiken. We staan achter onze politie en we veroordelen de (woord geschrapt op verzoek van de voorzitter) mensen in dit Parlement die zich tussen relschoppers mengen.
( Rumoer in de zaal )
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, in uw geval was er geen sprake van een persoonlijk feit. In het geval van mevrouw Hugon Lecharlier wel.
Collega's, het noemen van een naam volstaat niet om van een persoonlijk feit te spreken. Aan mevrouw Hugon Lecharlier werden intenties toegedicht en zij heeft het recht daarop te reageren.
( Rumoer in de zaal )
Mijnheer Hedebouw, uw naam werd één keer genoemd, nee, uw fractie werd genoemd. Dat is geen persoonlijk feit. Uw naam werd één keer genoemd op een manier die niet denigrerend was.
Ik stel voor dat uw mevrouw Hugon Lecharlier haar recht op een persoonlijk feit laat uitoefenen.
Mevrouw Hugon heeft 2 min 30. Madame Hugon, vous avez la parole.
Fait personnel
Persoonlijk feit
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je vous remercie de me permettre de répondre (mots supprimés à la demande du président) .
(Brouhaha)
Voorzitter:
Collega's! Nee, u hebt niet het woord, mijnheer Ronse!
(Rumoer in de zaal)
Collega’s, straks zal de heer Bergers, zoals dat gebruikelijk is bij een persoonlijk feit, een repliek kunnen geven. De sfeer is echter duidelijk opgewonden. Ik vraag aan iedereen, dus ook aan collega’s Hugon Lecharlier en Bergers, om zich op een parlementaire manier te gedragen. Dat geldt voor iedereen, hoewel ik persoonlijke animositeiten begrijp.
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je voudrais préciser, comme je l'ai déjà fait publiquement, que la raison de ma présence vendredi n’était pas que j'étais parmi les manifestants, mais que je suis arrivée sur les lieux et que j’ai vu le risque d’escalade.
J’ai souhaité rester, dans le cadre ce que je considère être mon mandat démocratique de vigilance et de contrôle de l’exécutif, non seulement ici, mais aussi sur le terrain, pour documenter ce qu’il se passait. Je voyais très bien que, derrière certains policiers, une nasse était en cours. Or il s'agit d'une technique illégale.
Je n’accepte pas que des collègues viennent ici se réjouir publiquement et m’insultent à propos d’actions menées dans le cadre de mon mandat démocratique. Cela fait partie de notre mission que de veiller à ce que tout se passe bien et à documenter comment les choses se passent.
Je suis à la fois scandalisée de ce qu’il peut se dire ici, dans les rangs de la majorité, et du peu du désolidarisation que je remarque à l'endroit de ces propos qui sont complètement scandaleux. J’en perds mes mots, sérieusement.
J’aurais aimé, monsieur le président, que vous puissiez condamner, en tant que président d’assemblée, les insultes qui peuvent être prononcées à mon égard, alors que j'étais dans le cadre de mon mandat démocratique.
Jeroen Bergers:
Mevrouw Hugon Lecharlier (woorden geschrapt op verzoek van de voorzitter) . Elk voorstel om relschoppers aan te pakken, is volgens uw partij en volgens de andere linkse oppositiepartijen fascisme. Ik denk daar het mijne van.
U zei op sociale media heel duidelijk dat u niet van plan was om naar die betoging te gaan, maar u was er dan. U bent gedurende drie uur gebleven. Op een gegeven moment heeft de politie een bepaalde zone vanwege vandalisme en de ontstane rellen ontruimd. Het waterkanon werd ingezet en zelfs terwijl het waterkanon werd ingezet, bleef u nog agressief doen tegen de politie. Dat er dan iets gebeurt, lijkt mij nogal redelijk normaal.
Voorzitter:
Collega’s, ik richt mij tot u allen, en ik herhaal het ook ten aanzien van collega Bergers. In de vragenronde is het de bedoeling om vragen te stellen en zich tot de minister te richten. Daarbij kunnen scherpe politieke standpunten worden ingenomen. Ik denk dat dat niet alleen toegestaan is, maar dat het af en toe zelfs de bedoeling is, ter profilering. Daarbij moet men toch in acht nemen om collega’s niet te viseren.
Wanneer ik mij niet vergis, maar ik heb een zeer slecht geheugen, is er in het geval van collega Hedebouw een scherpe aanval geweest op zijn partij of zijn fractie, maar dat valt niet onder het gegeven van een persoonlijk feit.
(Protest in de zaal)
Als beweerd wordt dat u schrik hebt en u zegt dat u helemaal geen schrik hebt, dan zal ik dat als een persoonlijk feit beschouwen. Mijnheer Hedebouw, u hebt het woord.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de voorzitter, ik zou niet hebben gereageerd wegens een persoonlijk feit als ik niet had geweten dat behalve de heer Bergers ook de minister van Defensie, de heer Francken, exact dezelfde argumenten gebruikt tegen de PVDA.
De heer Francken heeft op televisie verklaard dat er een link is tussen de PVDA en de gewelddadige acties die plaatsvinden. Daarvoor is geen enkel bewijs. Op zich is het al erg dat een minister dat vandaag stelt. Hij beweert zelfs dat het OCAD vaststelt dat er een link is, hoewel dat niet het geval is.
Collega’s, de bedoeling van de N-VA, van de heer Francken en van de heer Bergers, is gewoon de oppositie criminaliseren. Dat is er aan de gang.
De heer Francken voelt heel goed dat het draagvlak voor de genocide tegen de Palestijnse bevolking wegsmelt, dat het draagvlak voor de miljardeninvesteringen in oorlog in Vlaanderen wegsmelt en dat ook het draagvlak voor de ondersteuning van de Amerikaanse bombardementen in Iran wegsmelt. Zelfs de sympathie voor het Amerikaanse imperialisme smelt weg.
In die context weten de heer Francken en de heer Bergers natuurlijk dat de PVDA een actieve rol speelt in de samenleving. Ik vind het dan ook heel erg dat er vandaag aantijgingen zijn als zou de PVDA achter dat geweld staat, hoewel dat helemaal niet het geval is en er geen bewijzen zijn. Ik heb dat allemaal al verduidelijkt. Alsof er advocaten van de PVDA betrokken zijn, en dergelijke, al die voorbeelden die vernoemd zijn, een kartel dat we in 2012 hadden gevormd. Zijn jullie nu verantwoordelijk voor alles wat cd&v tegenwoordig doet? Helemaal niet. U weet allemaal dat er geen bewijzen zijn.
Nogmaals, als een parlementslid dat zou opperen, dan zou ik dat nog kunnen plaatsen onder een politiek debat. Dat een minister echter op televisie dergelijke aantijgingen zonder bewijs naar voren schuift, is democratisch gevaarlijk. Ik vertel dat tegen iedereen. De bedoeling is om de oppositie te criminaliseren. Dat is democratisch echt gevaarlijk.
Laten we daar niet aan meedoen, beste collega's. Dat stellen we duidelijk.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u om mij het woord te verlenen.
Laat mij duidelijk zijn, ik heb geen enkel probleem met vreedzaam protest. Integendeel, dat is een goede zaak. Vreedzaam protest moet altijd mogelijk zijn. Waarmee ik wel een probleem heb, is wanneer protest niet vreedzaam verloopt, maar wanneer gekozen wordt voor geweld.
Mijnheer Hedebouw, u stelt dat u zich niet wilt verantwoorden voor mensen die in 2012 op uw lijst stonden. Laat mij het dan eenvoudiger stellen. Youlian Burnham heeft de UGent gevandaliseerd. Basile Peeters heeft de UGent gevandaliseerd. Zijn dat leden van uw partij, ja of neen? Het zijn leden van uw partij.
Wanneer in een normale democratische partij geweld wordt gepleegd tijdens betogingen of wanneer leden relschoppen, wordt een tuchtprocedure opgestart tegen die geweld plegende leden. Ik kan alleen maar vaststellen dat dat in de PVDA niet gebeurt; dat wordt gesteund. Kijk naar het aantal mensen van Progress Lawyers Network die nu ook de relschoppers verdedigen. Kijk hoeveel van hen op uw lijst hebben gestaan. Dat is ongelooflijk. De bewijzen zijn er dus wel degelijk naar.
Als u zegt dat u niet geconfronteerd wilt worden met het relschopgedrag van uw eigen partijleden, zet hen dan uit uw partij.
(Tumult)
Voorzitter:
Collega's, ik zal het verslag van deze vergadering nalezen en eventuele aantijgingen en beledigende formuleringen eruit verwijderen. Daarvan zal ik u volgende week in kennis stellen.
-
Vraag: De acties van de non-profitsector
economie en werkDe acties van de non-profitsector
Gesteld door
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 4 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Natalie Eggermont bekritiseert minister Vandenbroucke dat het overbelaste zorgpersoneel onmiddellijke actie eist, terwijl de regering besparingen doorvoert en investeringen uitstelt, ondanks acute onderbezetting, lage lonen en administratieve overlast – ze beschuldigt de regering van prioriteitsverkeerde keuzes (bv. defensie vs. zorg) en gebrek aan urgentiebesef. Vandenbroucke belooft een sociaal akkoord (met honderden miljoenen vanaf 2028) en noemt lopende taskforces voor administratieve lastenverlichting en burn-outpreventie, maar Eggermont wijst dit af als te laat en onvoldoende, benadrukkend dat de zorgcrisis nu moet worden opgelost en dat het maatschappelijke verzet tegen de regeringskoers groeit.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, ik kom net van de zorgbetoging en ik heb daar met heel veel mensen gesproken. De rode draad is duidelijk: het zorgpersoneel is op. Er zijn te weinig handen, er is te weinig tijd, er zijn te weinig middelen. Er zijn vandaag meer mensen die vertrekken dan er bijkomen en voor degenen die overblijven, is wat hen rechthoudt hun passie, namelijk zorgen voor anderen.
Op een gegeven moment is het vat echter wel af. Al twee jaar lang komt de zorgsector op straat en telkens antwoordt u dat ze moeten wachten. Ondertussen moeten de mensen wel langer werken voor minder pensioen, moeten ze flexibeler zijn en moeten ze meer betalen aan de pomp, maar investeren, dat kan wachten. Mijnheer de minister, kom uit uw ivoren toren. U denkt altijd dat u het zo goed weet, maar wanneer hebt u voor het laatst een ochtendshift gedaan met een zorgkundige, die moet wassen, plassen, medicatie klaarleggen, of een dag in de crèche gestaan, niet wetend waar u moet beginnen, of een nacht met een verpleegkundige, helemaal alleen op een afdeling? Dat geldt ook voor iedereen die geapplaudisseerd heeft voor de helden in de zorg. Ga een dag meedoen, want blijkbaar is de ernst van de situatie toch nog niet helemaal duidelijk.
Deze regering wil nu nog 7 miljard extra besparen en verschillende partijen vinden dat er in de zorg nog wel wat geraapt kan worden. Mijnheer de minister, uw partij doet zich voor als dé partij van de zorg, maar u staat op de eerste rij om de ziekenfondsen aan te vallen, om ziekenhuizen te sluiten en om de patiënten meer te laten betalen voor medicatie en een doktersbezoek. U laat het zorgpersoneel en de patiënten in de steek.
Mijn vraag is heel duidelijk: zult u opnieuw zeggen dat het zorgpersoneel moet wachten of komt er nu een sociaal akkoord, niet binnen twee jaar? Zult u in het kader van de besparingsronde toelaten dat er aan het budget van de zorg wordt geraakt of niet?
Frank Vandenbroucke:
Collega's, als wij een goede gezondheidszorg willen voor de mensen, moeten wij zorgen voor het personeel dat er werkt en investeren in dat personeel. Wij zullen dat ook doen. Ik zit maandelijks samen met de vertegenwoordigers van de hele federale non-profit om het daarover te hebben. Wij bereiden een goed sociaal akkoord voor. Wij hebben daar ook geld voor uitgetrokken voor de laatste jaren van de legislatuur. Dat is inderdaad niet voor morgen, maar wij hebben voor de jaren 2028 en 2029 een heel belangrijke enveloppe opzijgezet waaruit wij honderden miljoenen euro’s kunnen putten voor een goed sociaal akkoord. Wij willen immers meer handen aan het bed en het werk aantrekkelijker maken.
Er is meer dan dat. Wij hebben een taskforce opgericht met de sociale partners en met de vertegenwoordigers van het personeel en de werkgevers om heel concreet en zonder vage verklaringen maar met tastbare maatregelen de lasten van registratieverplichtingen en administratieve verplichtingen te verminderen. Wij hebben ook een taskforce opgericht met de mensen op het terrein rond agressie. Wij werken aan burn-out, zoals ik daarnet ook heb aangegeven, wat belangrijk is wegens de emotionele last die weegt op de zorgsector.
Er wordt dus op alle fronten gewerkt en geïnvesteerd. Dat is voor mij een absolute prioriteit voor de rest van de legislatuur. Ik wil dat wij dat alles goed voorbereid kunnen aanpakken, omdat de middelen die door de regering opzij zijn gezet – dat gaat over honderden miljoenen euro’s – zo goed mogelijk moeten worden gebruikt voor ons zorgpersoneel. Daar gaan wij echt voor.
Natalie Eggermont:
U hebt meteen gezegd dat er investeringen komen maar dat ze er morgen niet zullen zijn. Dat is echter net wat het zorgpersoneel aangeeft: het moet nu gebeuren, want het vat is af en de ernst dringt nog altijd niet door. U zegt dat er nu geen geld is maar dat klopt niet. Er is wel geld. Als minister Francken 50 miljoen euro nodig heeft om antidronematerieel aan te kopen, dan ligt dat geld er met een vingerknip. Het personeel van de zorgsector moet echter nog wat wachten. Daarvoor worden dan allerlei taskforces opgericht. De regering vindt dus miljarden euro’s voor oorlog maar de zorgsector moet wachten. Weet u wat ik vandaag heb gehoord van iemand? Een samenleving kan zonder F-35's, maar een samenleving kan niet zonder mensen die zorgen. Jullie lijken de enigen te zijn die dat niet beseffen. De mensen zijn het niet eens met uw keuzes. De zorgsector komt op straat in een ongeziene sociale golf. Er is geen draagvlak voor de keuzes die u maakt. Het sociaal verzet groeit en de regering staat aan de verkeerde kant van de geschiedenis.
-
Vraag: De 264 begrotingsmaatregelen van het Federaal Planbureau
Vraag: De 264 door het Federaal Planbureau voorgestelde begrotingsmaatregelen
Vraag: De waarschuwing van het Federaal Planbureau
Vraag: Het advies van onafhankelijke experts voor de begrotingsopmaak
economie en werkDe 264 begrotingsmaatregelen van het Federaal Planbureau
De 264 door het Federaal Planbureau voorgestelde begrotingsmaatregelen
De waarschuwing van het Federaal Planbureau
Het advies van onafhankelijke experts voor de begrotingsopmaak
Federaal Planbureau: begrotingsmaatregelen, adviezen en waarschuwingen summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Dieter Vanbesien
PVDA-PTB Sofie Merckx
PS Frédéric Daerden
VB Wouter Vermeersch
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie bekritiseert dat de regering-De Wever vasthoudt aan het "TINA-principe" (there is no alternative) en eenzijdig bespaart op gezondheidszorg, onderwijs en sociale uitkeringen, terwijl het Planbureau 264 alternatieven aandraagt, zoals het sluiten van fiscale niches, belasten van miljoenairs en afbouwen van fossiele subsidies. Volgens critici zoals Merckx (PTB) en Daerden (PS) zijn de stijgende defensie-uitgaven een hoofdreden voor de begrotingscrisis, terwijl Vermeersch (Vlaams Belang) pleit voor besparingen op migratie en een Vlaamse herverdeling van belastinggeld. Minister Van Peteghem (Vooruit) verdedigt de aanpak door te benadrukken dat het Planbureau transparantie en expertise brengt, maar stelt dat de politieke keuzes bij de regering liggen, zonder concrete maatregelen te beloven. Oppositiepartijen eisen dat de regering de sterkste schouders (multinationals, vermogenden) belast in plaats van burgers en werknemers, maar Vanbesien (Groen) en Merckx wijzen op de interne regeringsverdeeldheid, die effectieve actie blokkeert.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, beste collega's, kennen jullie Tina nog? Tina is de goede vriendin van onze eerste minister. Ze zijn onafscheidelijk. Tina staat voor there is no alternative .
Volgens De Wever zijn er maar vier mogelijke maatregelen om de begroting op orde te zetten, namelijk een btw-verhoging, een indexsprong, besparen op langdurig zieken en besparen op gezondheidszorg. Dat is zijn klavertje vier en er zijn volgens hem geen alternatieven mogelijk.
Mijnheer de minister, u en ik weten dat dat onzin is. U komt zelf regelmatig met alternatieven naar voren. Onze fractie legt regelmatig alternatieven op tafel. Maar ja, als Vanbesien dat zegt, maakt dat niet veel indruk. Als Van Peteghem dat zegt, maakt dat al wat meer indruk, maar nog niet voldoende.
De vraag is dus hoe we Tina wegkrijgen uit de Wetstraat 16 zonder op de tenen van de eerste minister te trappen. U hebt daar een oplossing voor gevonden. U hebt het Planbureau ingeschakeld, een onafhankelijk en ernstig instituut dat de regering helpt met het cijferwerk. Via het Planbureau hebt u ideeën gevraagd aan een hoop experts, aan academici, economen en fiscalisten. U hebt nu een rapport ontvangen met 264 alternatieven, 264 ideeën om de begroting op orde te krijgen.
Daarbovenop krijgt u nog de hulp van Europa, dat gisteren ook een aantal aanbevelingen gaf, onder andere een afbouw van subsidies op fossiele brandstoffen en een beperking van het gebruik van bedrijfswagens. Opnieuw, als Europa dat zegt, maakt dat toch alweer wat meer indruk dan wanneer Vanbesien dat zegt.
Mijnheer de minister, wat zult u doen met die 264 ideeën? Wanneer mogen we een begroting verwachten die gebruikmaakt van ten minste een deel van die 264 alternatieven? Ik kijk uit naar uw antwoord.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, cette semaine, nous avons appris deux choses. D’un côté, le budget n’est pas du tout en ordre. Le gouvernement allait mettre les comptes en ordre, mais la situation est de pire en pire.
De l’autre côté, vous dites – et M. De Wever le dit très souvent – qu’il n'y a pas d'alternative à votre politique d'austérité et de recherche d'argent dans la poche des gens et des pensionnés. Cette semaine, nous avons appris qu’en fait, ce n'est pas vrai.
Le gouvernement lui-même a demandé l'avis au Bureau du Plan et aux experts. Le Bureau du Plan a publié une liste de 264 propositions. Il est clair qu'il y a des alternatives.
J'en donne quelques-unes, un peu différentes de celles de mon collègue Vanbesien: fermer les niches fiscales, réduire les subsides accordés aux grandes entreprises et taxer les millionnaires, bien sûr. C'est aussi dans la liste. Il est donc tout à fait possible de faire autrement.
Mais le Bureau du Plan dit aussi autre chose, monsieur le ministre. Le Bureau du Plan nous dit clairement que la hausse des dépenses s'explique très largement par la hausse des dépenses en défense.
Tout le monde le remarque. Aujourd'hui, les enseignants, le non-marchand étaient encore dans les rues; et ils le voient. D'un côté, il n'y a pas d'argent pour l'enseignement. Il n'y a pas d'argent pour nos étudiants. Des hôpitaux craignent la fermeture. Les pompiers n'ont même pas de moyens. Les pompiers, vous l'avez entendu, ont dit qu'ils n'avaient même pas les moyens de faire face aux inondations. Mais de l'autre côté, pour M. Francken, pour les F-35, c'est open bar. Il y a de l'argent.
Ma question est claire. Allez-vous revoir les dépenses militaires?
Frédéric Daerden:
Monsieur le vice-premier, plus le temps passe, plus la situation budgétaire de notre pays se dégrade. La semaine dernière, la Cour des comptes rappelait que la Belgique figurera parmi les plus mauvais élèves de la zone euro. Les messages du Bureau du Plan sont clairs. D'une part, votre gouvernement d'ingénieurs travaille comme des amateurs. Consulter à la va-vite des experts, car vous êtes en manque d'idées, ce n'est pas une méthode de travail sérieuse. D'autre part, votre politique ne fonctionne pas.
Prenons les chiffres. Le déficit atteignait 17 milliards d'euros en 2024, avant l'Arizona; il sera de 38 milliards en 2030. Le déficit a plus que doublé: 16 milliards d'écart entre votre accord de gouvernement, estimé à 22 milliards, et le déficit réel. Face à cela, vous cherchez un responsable: les taux d'intérêt, la défense, l'Iran, la situation internationale, les mutualités. Mais un écart de 16 milliards d'euros entre vos promesses et la réalité, ce n'est plus de la malchance. C'est simplement l'échec de votre politique.
Et qui paie la facture? Ce sont les travailleurs, les pensionnés, les services publics, les soins de santé; jamais les ultra-riches, jamais les multinationales, jamais ceux qui ont les épaules les plus larges!
Dès lors, j'aimerais vous poser deux questions simples, monsieur le ministre. Allez-vous enfin être efficace et chercher l'argent là où il est? Comptez-vous déposer certaines mesures du Bureau du Plan qui vont dans ce sens, notamment en matière de taxation des revenus du patrimoine et du capital?
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, het Planbureau heeft uw huiswerk teruggegeven. Het rapport zegt wat iedereen al wist, namelijk dat de Belgische begroting in brand staat, de rentelasten exploderen en deze regering niet langer mag treuzelen.
U probeert experts voor uw regeringskar te spannen, met meer dan 250 maatregelen als resultaat. Het is een menukaart zo dik als een telefoonboek, maar zonder prijzen, zonder rangorde en zonder politieke keuzes. Met andere woorden, de experts mochten koken, maar de regering durft nog altijd niet te bestellen.
Intussen spreken de cijfers voor zich. Minstens 7 miljard euro moet gevonden worden om Europa tevreden te houden. Volgens het Rekenhof is zelfs 15 tot 20 miljard euro nodig om de begroting nog enigszins recht te trekken. De rentelasten stijgen naar 17 miljard euro tegen het einde van de legislatuur. Dat is geen col buiten categorie meer oprijden, maar recht het ravijn in rijden.
Wat ligt er op tafel? Hogere btw, belastingen op huurinkomsten, het schrappen van fiscale voordelen, verder morrelen aan de index, duurdere doktersbezoeken en belastingen op kinderbijslag. De gewone Vlaming mag weer eens opdraaien voor het Belgische wanbeheer. Uw regering beloofde de zwaarste sanering uit de moderne geschiedenis, zonder stijging van de belastingdruk. Dat staat letterlijk in uw regeerakkoord. Vandaag zien we echter vooral werkgroepen, politieke koehandel en uitstelgedrag.
Mijnheer de minister, wanneer zal deze regering eindelijk zelf politieke keuzes maken? Garandeert u hier dat de begrotingsoefening niet opnieuw zal gebeuren via hogere belastingen voor de hardwerkende en sparende Vlamingen?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Vanbesien, mevrouw Merckx, mijnheer Dardenne en mijnheer Vermeersch, dank voor uw vragen.
Ik denk inderdaad dat de boodschap van het Planbureau duidelijk is: there is no time to waste . Met het rapport van het Planbureau doen we exact wat velen al jarenlang bepleiten. We maken ons begrotingsproces grondiger, transparanter en professioneler. Dat hebben we trouwens al gedaan door verder te kijken dan één begrotingsjaar en door de samenwerking met de deelstaten te versterken. Ook nu betrekken we systematisch expertise.
De voorstellen van het Planbureau leggen natuurlijk geen kant-en-klaar begrotingsakkoord op tafel. Dat was trouwens ook niet de opdracht. Het Planbureau brengt pistes, budgettaire hefbomen en uitdagingen in kaart. Het bevestigt inderdaad een realiteit die niemand nog kan ontkennen, namelijk dat de uitdaging groot is en dat er weinig tijd is om in te grijpen.
Ce rapport réserve-t-il de grandes surprises? Non! Cela démontre précisément qu’un consensus existe quant aux défis auxquels nous sommes confrontés, ainsi que sur les leviers dont nous disposons, tant en matière de dépenses que de recettes. La nouveauté ne réside donc pas dans une proposition en particulier, mais dans la méthode.
Voor het eerst wordt expertise ingeroepen uit de academische wereld en bij onafhankelijke instellingen zoals het Federaal Planbureau, de Nationale Bank van België en de administraties, om op een gestructureerde manier de begrotingsopmaak te ondersteunen.
Cela garantit une plus grande transparence, des choix plus clairs et une préparation mieux structurée. Mais qu'il n'y ait aucun malentendu: les experts émettent des avis; c'est le gouvernement qui décide.
We zijn de werkgroepen binnen de regering inderdaad al gestart om na te gaan hoe we de uitdaging met betrekking tot de hier al opgesomde onderwerpen zullen aangaan. Het Federaal Planbureau heeft zijn werk gedaan en zal op vraag van de regering nog een aantal voorstellen becijferen. Het is aan de regering om haar verantwoordelijkheid te nemen en de noodzakelijke keuzes te maken.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, we weten allebei dat het probleem niet schuilt in een gebrek aan ideeën. Uw coalitiepartners lachen u ten onrechte uit met uw plan om inspiratie op te doen bij de experten. Luisteren naar experten is altijd een goed idee. Het probleem ligt echter in de tegenstellingen binnen uw regering. Die 264 voorstellen die u hebt gekregen, vormen een buffet waaruit men kan kiezen. Wat voor de socialisten een lekker hapje is, is voor de N-VA onverteerbaar en omgekeerd. Niemand durft echter uit zijn schaduw te treden.
Mijnheer de minister, neem het heft in handen. Stop met geld te halen bij de gewone mensen. Zij hebben al genoeg gegeven, hun zakken zijn leeg. Richt uw aandacht op de sterkste schouders, zijnde de grote techgiganten die hier geen euro bijdragen, de grote vervuilers en de overwinsten van de oliebedrijven. Ga het eindelijk eens in de juiste zakken zoeken.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, je tiens tout de même à vous remercier. L’idée que vous avez eue de demander l’avis des experts et du Bureau fédéral du Plan montre clairement qu’il existe des alternatives. C’est aussi pour cette raison que je souhaitais aujourd’hui entendre la réponse du premier ministre, M. De Wever, car la question est de savoir quel choix le gouvernement va faire. Une chose est claire, aujourd’hui, les enseignants, les travailleurs du non-marchand et les élèves sont dans la rue. Ils demandent des moyens pour nos écoles et nos soins de santé, et non pour la guerre. Le Bureau fédéral du Plan le dit également, les dépenses militaires sont trop importantes.
Au sein même du gouvernement, cette question suscite des divergences, notamment chez Vooruit et au cd&v. Vous l’avez dit vous-même. Il faut le reconnaître et en tirer les conséquences. Pour notre part, nous serons dans la rue le 14 juin pour demander l’arrêt de la militarisation de notre société.
Frédéric Daerden:
Monsieur le ministre, j’entends votre réponse. Il est donc temps de prendre vos responsabilités. Pour le Bureau fédéral du Plan, tout est une question de choix politiques. Or quels sont vos choix? Rester spectateurs, imposer des sauts d’index et bloquer les salaires, réduire les pensions, notamment celles des femmes, épargner les ultra-riches, fragiliser les enseignants et compromettre l’avenir de nos jeunes. Ceux-ci sont aujourd’hui mobilisés et c’est aussi à ce gouvernement qu’ils s’adressent. La Belgique figure parmi les plus mauvais élèves de la zone euro. Monsieur le ministre, à force de protéger les privilégiés et de faire payer les travailleurs, vous n’avez réussi qu’une seule chose, affaiblir notre économie et dégrader nos finances publiques.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, u mag bij wijze van spreken nog 100 experten voorstellen laten formuleren. Politiek is keuzes maken. Als er keuzes moeten worden gemaakt om de financiële puinhopen van de regering-De Wever en de voorgaande Belgische regeringen op te ruimen, dan moeten de taboes nu eindelijk op tafel. Bespaar op asielzoekers en niet op onze mensen. Bespaar op het politieke systeem en niet op de hardwerkende Vlaming. Maak een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers en behoud de rechten van de Vlamingen die jarenlang hebben gewerkt en bijgedragen. Zelfs de experten raden u aan om te besparen op het politieke systeem en op asiel en migratie. Laatst maar niet in het minst, iedere expert zal u vertellen dat u de boekhouding van dit land niet op orde kunt krijgen zonder te kijken naar de structuur van dit onwerkbare land. Vlaams belastinggeld moet in Vlaamse handen blijven.
-
Vraag: Het vertrek van de directeur van de gevangenis van Haren
Vraag: De kritiek van de IF op de geplande maatregelen tegen de overbevolking van de gevangenissen
Vraag: De overbevolking van de gevangenis van Haren
Vraag: De overbevolking van de gevangenissen
Vraag: De directiewissel in de gevangenis van Haren
veiligheid, justitie en defensieHet vertrek van de directeur van de gevangenis van Haren
De kritiek van de IF op de geplande maatregelen tegen de overbevolking van de gevangenissen
De overbevolking van de gevangenis van Haren
De overbevolking van de gevangenissen
De directiewissel in de gevangenis van Haren
Gevangenisproblematiek in Haren en bredere penitentiaire uitdagingen summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Claire Hugon Lecharlier
VB Marijke Dillen
DéFI François De Smet
PS Khalil Aouasti
PVDA-PTB Julien Ribaudo
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de catastrofale overbevolking en mensonwaardige omstandigheden in Belgische gevangenissen, met Haren als symbool van structureel falend beleid. Kritici zoals Claire Hugon Lecharlier, Khalil Aouasti en François De Smet benadrukken dat de prison van Haren – ooit geprezen als "toekomstmodel" – nu een "sardineblik" is, met 740 grondslapers landelijk, geweld tegen personeel, gebrek aan medische zorg en recidivecijfers van 70%. Zij beschuldigen de regering van dure, ineffectieve noodmaatregelen (zoals enkelbanden) die de crisis verergeren, terwijl de Inspectie van Financiën de plannen "illusoir" noemt en waarschuwt voor meer overbevolking. Minister Annelies Verlinden erkent de crisis maar verdedigt het compromisakkoord van maart 2024 als "kunst van het mogelijke", met focus op versnelde uitzetting van illegale gedetineerden, elektronisch toezicht voor laagrisicogevangenen en extra investeringen. Critici zoals Marijke Dillen (N-VA) eisen harder optreden (snellere uitzetting, stopzetting ontwikkelingshulp aan weigerlanden) en wijzen straffeloosheid door enkelbanden af, terwijl linkse opposanten radicale systeemverandering eisen in plaats van "privatisering en meer cellen". De woede onder personeel en gevangenen is tastbaar: het ontslag van de Haren-directeur, die de omstandigheden "schofterig" noemt, en waarschuwingen voor dodelijke incidenten onderstrepen de urgentie, maar de minister blijft vasthouden aan geleidelijke, gefragmenteerde oplossingen zonder structurele doorbraak.
Claire Hugon Lecharlier:
Madame la ministre, le directeur de la prison de Haren vient de démissionner. En quittant ses fonctions, il a déclaré: "On m'a demandé d'ouvrir ici une prison aussi humaine que possible, où il y avait une réelle possibilité de travailler à la réinsertion des détenus, or je me retrouve à diriger une boîte à sardines". Mais au fond, qui peut encore être surpris? Qui pouvait sincèrement croire que ce mastodonte, de 1 100 détenus, construit en partenariat peu transparent avec le privé, pensé selon une logique industrielle de gestion de la détention, ouvert avant d'être pourvu en personnel en suffisance, serait la prison humaine du futur? L'échec était écrit d'avance et même ses plus fervents défenseurs devraient se rendre à l'évidence. Les chiffres sont accablants: plus de 1 500 personnes incarcérées aujourd'hui dans cette prison de 1 100 places.
La prison de Saint-Gilles n'a toujours pas été fermée. Il serait même question de rouvrir d'autres ailes. Près de 250 personnes dorment aujourd'hui sur des matelas par terre à Haren. Au niveau belge, c'est plus de 740 personnes.
À Haren, rien ne va. Conditions de détention, conditions de travail du personnel pénitentiaire, manque de matériel, dysfonctionnements technologiques, équipe médicale surchargée; mener des politiques de formation et de réinsertion dans de telles conditions est évidemment impossible.
Mais Haren n'est qu'une illustration, certes emblématique, du dysfonctionnement systémique du système carcéral en Belgique. Cela fait des dizaines d'années qu'on prétend vouloir endiguer la surpopulation tout en prenant des décisions politiques qui produisent de façon entièrement prévisible l'effet inverse.
Je veux faire un lien avec la manifestation dont je reviens, qui est en cours devant le Parlement de la Communauté française pour protester contre les coupes brutales et néfastes dans l'enseignement menées par le MR et Les Engagés.
Victor Hugo disait: "Ouvrir une école, c'est fermer une prison". Qu'est-ce qu'il dirait aujourd'hui en voyant vos gouvernements définancer les écoles et investir toujours plus dans les prisons? Madame la ministre, que répondez-vous au cri d'alerte de M. Van Poecke?
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, uw aanpak van de overbevolking en de grondslapers in onze gevangenissen wil maar niet lukken. Gisteren zaten er 13.731 gedetineerden in de gevangenissen. Dat is een overschrijding van de capaciteit van meer dan een vijfde. Er waren 738 grondslapers.
U werkt nu blijkbaar aan een nieuwe noodwet, die de uitstroom van gedetineerden via elektronisch toezicht moet versnellen. Gelukkig zijn er nog uitzonderingen die niet onder de toepassing van het elektronisch toezicht zullen vallen, gelukkig maar, want anders zou de straffeloosheid helemaal zegevieren.
Volgens perslekken zit de regering duidelijk helemaal niet op één lijn en krijgt u niet van alle partijen de nodige steun. Er is echter meer. Uw plannen kunnen ook op weinig genade rekenen bij de Inspectie van Financiën. Sterker nog, de Inspectie van Financiën maakt werkelijk brandhout van uw plannen. Ik citeer: "Geconfronteerd met de harde realiteit van de cijfers lijkt dit doel onhaalbaar en zelfs illusoir," zo luidt het vernietigende advies. Verder stelt de IF: "Het aantal grondslapers zal zelfs toenemen."
Mevrouw de minister, hoe is het toch mogelijk dat uw plannen steeds gedoemd zijn te mislukken? Wanneer zal de regering eindelijk een echte oplossing voor de overbevolking en de grondslapers bieden? Daarmee bedoel ik uiteraard niet dat de vele gedetineerden die veroordeeld zijn tot een effectieve gevangenisstraf, worden vrijgelaten met een enkelband. Dat is immers absoluut geen kordate aanpak van de criminaliteit. Dat vraagt onze bevolking niet.
François De Smet:
Madame la ministre, "crise humanitaire", "catastrophe humaine": ce ne sont pas mes mots, mais ceux qu'a employés le Conseil central de surveillance pénitentiaire. Il est vrai que nous commençons à manquer de mots pour qualifier l’état de la surpopulation dans nos prisons: 13 000 détenus pour 11 000 places; 750 personnes qui dorment par terre. Parlons aussi des astreintes, qui se chiffrent en dizaines et dizaines de millions d'euros. On parle même de 45 millions d'euros pour la seule prison de Haren.
Haren, parlons-en. Effectivement, le directeur de la prison de Haren vient de démissionner. On lui avait demandé de transformer des cellules individuelles en cellules doubles, en installant des lits superposés. Il démissionne en nous disant qu'il aurait ainsi eu l'impression d'officialiser cette surpopulation.
Madame le ministre, soyons honnêtes. Vous avez répondu par une série de mesures, essentiellement par un plus grand recours au bracelet électronique. Mais là aussi, ça bloque; faute de moyens, semble-t-il, et faute d'un accord avec les communautés. Comme nous sommes en Belgique, rien n'est simple. L'application de la surveillance électronique relève des entités fédérées, mais son financement du fédéral. Or, semble-t-il, vous ne parvenez pas à trouver une solution technique pour que ces bracelets puissent être préfinancés, y compris en Flandre. Qu'en est-il?
Madame la ministre, cette surpopulation est intenable. Elle est intenable, bien sûr, pour les prisonniers concernés parce que, même si ce n'est jamais populaire à dire et à répéter, l'honneur d'un pays se mesure aussi à la manière dont il traite ses détenus. Mais c'est aussi un danger pour toute la société. C'est un danger pour les gardiens pénitentiaires, qui sont une population mal rémunérée, exposée en première ligne et qui devrait au moins pouvoir bénéficier de conditions de travail dignes. Et puis, c'est un danger pour toute la société, parce que nos prisons aujourd'hui sont des machines à récidive. Ce sont des lieux dont les gens ressortent pires que l'état dans lequel ils arrivent.
Quand allez-vous passer la seconde, madame la ministre? Quand allez-vous refaire de ce pays un État de droit, dans lequel les agents pénitentiaires n'ont plus peur d'aller travailler et où les détenus ne dorment plus par terre? Je vous remercie.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, chers collègues, on nous promettait une prison modèle, une prison humaine, une prison qui réinsère ses détenus. Mais, aujourd'hui, j'ouvre les guillemets "Haren n'est qu'une boîte à sardines". Ce ne sont pas mes mots, mais ceux de son désormais ex-directeur qui, pour dénoncer les conditions de vie des détenus et de travail des agents pénitentiaires, a décidé de démissionner de ses fonctions.
Or, à Haren, comme dans toutes les prisons du pays, on entasse les détenus. Malgré 155 nouveaux lits, 254 détenus dorment encore aujourd'hui au sol. À Haren, comme dans toutes les prisons du pays, les détenus n'ont pas accès aux soins, singulièrement aux soins de santé psychiatriques. Certains détenus n'ont pas vu de psychiatre ou d'expert depuis trois mois.
À Haren, comme dans toutes les prisons du pays, les détenus ne mangent pas à leur faim, les quantités sont insuffisantes, la chaîne du froid n'est pas respectée et les prix de la cantine sont exorbitants, de sorte que seuls ceux qui ont les moyens peuvent compléter ces repas déjà indigents.
À Haren, comme dans toutes les prisons du pays, il n'y a pas assez d'agents pénitentiaires, et ceux qui y travaillent ne se sentent pas en sécurité. Aujourd'hui, il manque 100 agents à la prison de Haren. En outre, il y a deux mois, quatre membres du personnel ont encore été violemment agressés.
Alors, madame la ministre, je vais vous le dire, je suis en colère. En colère, mais je ne me résignerai jamais. Je ne me résignerai jamais et je n'abandonnerai jamais les détenus et les agents pénitentiaires à leur sort. Je ne cesserai jamais de venir à cette tribune pour dénoncer la situation dans les prisons, pour vous indiquer que vos lois d'urgence – deux lois d'urgence! – ne fonctionnent pas et que les coups de com' de toute la majorité, à 1 milliard d'euros, ne suffisent pas à endiguer cette gangrène.
Madame la ministre, je n'abdiquerai pas. Je n'aurai de cesse de vous rappeler votre devoir le plus fondamental, celui d'assurer la dignité humaine. Alors, quand allez-vous cesser de détourner le regard et quand allez-vous engager des moyens dans les prisons?
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, lorsqu'on a construit la prison de Haren, on nous a vendu la prison du futur, pas une prison classique, un village pénitentiaire, un lieu pensé pour la réinsertion, un lieu pensé pour préparer le retour dans la société. Quatre années plus tard, le directeur claque la porte. Et ses paroles sont terribles: "Je n'ai pas eu d'autre choix que de créer une autre boîte à sardines. Je dis non! C'est honteux! C'est dégueulasse!" Et c'est un directeur de prison qui croyait en ce projet qui abandonne.
Madame la ministre, il y a trois jours, vous étiez à Haren. Vous avez pu constater vous ‑ m ê me les conditions de d é tention qui y r è gnent. Notre pays compte 13 773 d é tenus pour 11 000 places: cela signifie que 740 personnes dorment litt é ralement à m ê me le sol. À Haren, un seul agent doit parfois g é rer jusqu ’à 70 d é tenus. Vous vous rendez compte!
Chaque jour, il y a des agressions. Hier encore, une agression à Haren. Le week ‑ end dernier, trois agressions dans deux é tablissements p é nitentiaires. Les agents se rendent au travail la boule au ventre. Les détenus, eux, passent parfois jusqu’à 22 heures sur 24 dans une cellule de 9 m ² occup é e par trois personnes. Ce n ’ est plus de la d é tention, ce n ’ est plus de la r é insertion, c ’ est la gestion de la mis è re humaine. Dans notre pays, sept détenus sur dix récidivent. Nous avons touché le fond, et vous prenez votre pelle pour continuer de creuser.
La loi d’urgence, qui était censée atténuer les effets de la crise, a en réalité produit l’effet inverse. En moins d’un an, le nombre de personnes dormant au sol a triplé. Sur le terrain, agents, directions et administration répètent que la situation est devenue dangereuse. Quant à l’Inspection des finances, elle a littéralement démoli votre avant ‑ projet de loi, estimant que ses objectifs sont irr é alisables voire illusoires.
Madame la ministre, pourquoi continuer à défendre des mesures qui ne fonctionnent pas? Allez-vous enfin écouter ceux qui travaillent sur le terrain et changer de cap? Et allez-vous prendre au sérieux la détresse des agents qui tiennent encore le système à bout de bras?
Annelies Verlinden:
Monsieur le président, chers collègues, la surpopulation carcérale est un problème que plus personne ne peut nier. Nous connaissons les chiffres: 692 détenus dorment aujourd'hui à même le sol. Les condamnations pour conditions de détention inhumaines et les plus de 200 millions d'euros d'astreintes qui pèsent sur notre pays si nous restons inactifs sont tout aussi éloquents.
Mais derrière ces chiffres se cache une réalité concrète: la surpopulation met à rude épreuve le personnel et les directions et fragilise le fonctionnement global de nos prisons. Il ne s'agit donc pas uniquement d'une question de capacité mais bien de fonctionnement du système pénitentiaire, d'exécution des peines et, en fin de compte, de sécurité de notre société.
Daarom heb ik vanaf dag één van deze kwestie een prioriteit gemaakt. Ons land en onze strafrechtketen verdienen beter. Ik heb dit dossier op de tafel van de regering gelegd, en samen met de regeringspartners heb ik gewerkt aan oplossingen die een tastbaar verschil kunnen maken voor het personeel en de gedetineerden op het terrein, en die de veiligheid in onze samenleving versterken.
Dat heeft geleid tot een eerste pakket maatregelen, waaronder de noodwet van vorig jaar. Die noodwet heeft geleid tot een oplossing om de aanzienlijke wachtlijst van veroordeelden, aangelegd door mijn voorganger, die niet opgeroepen werden om hun straf uit te zitten, te verkleinen van 5.000 tot 2.300.
Omdat het probleem daardoor, zoals ik steeds zei, niet zou verdwijnen, was meer nodig. In maart bereikte de regering vervolgens een bijkomend akkoord over verdere maatregelen om de overbevolking terug te dringen.
Je tiens à être honnête à ce sujet. Comme je l’ai dit depuis le début, l’accord du 20 mars n’est pas l’accord Verlinden. J’ai toujours défendu des mesures plus ambitieuses, plus importantes et plus durables.
Cet accord est néanmoins le fruit d’un compromis politique au sein d’une coalition. Dans une démocratie, il faut déterminer ensemble ce qui est faisable. Toutes les mesures approuvées en mars sont le résultat de cette responsabilité commune.
J’ai dû m’en tenir à l’idée selon laquelle la politique est l’art du possible. En ce sens, je n’ai donc pas été surprise par l’avis de l’Inspection des Finances. Pour la problématique des détenus dormant à même le sol, il a été décidé de prolonger les mesures d’urgence de 2025 en les combinant avec des sorties supplémentaires sous surveillance électronique pour certaines catégories de condamnés.
Un principe reste toutefois inchangé: les peines doivent être purgées. Certains condamnés seront placés sous surveillance électronique dans des conditions strictes, de manière à libérer des places en prison pour ceux qui représentent un risque plus élevé pour la société et pour ceux dont le maintien en détention reste indispensable.
De premier was over het specifieke onderdeel van het akkoord dat moet inzetten op de vermindering van het aantal grondslapers heel duidelijk in zijn communicatie. The proof of the pudding is in the eating . De effecten van dit onderdeel van het afgesproken maatregelenpakket zullen dan ook heel nauwgezet worden opgevolgd.
Het is belangrijk om te onderstrepen dat het akkoord van maart verder gaat dan de maatregelen uit de hervormde noodwet. Vorig jaar is al een plan goedgekeurd voor bijkomende investeringen door de Regie der Gebouwen, een akkoord over een versnelde uitstroom van geïnterneerden naar aangepaste zorgvoorzieningen en over maatregelen om veroordeelden zonder wettig verblijf sneller te laten terugkeren naar hun land van herkomst. Zonder de inspanningen van mijn collega-ministers bevoegd voor de Regie der Gebouwen, Volksgezondheid en Asiel en Migratie zal het immers niet mogelijk zijn om de overbevolking structureel aan te pakken.
Chers collègues, les conséquences de cette surpopulation se font avant tout ressentir sur le terrain, parmi le personnel et les équipes de direction. Cela vaut bien entendu également pour la prison de Haren. La décision du directeur Van Poecke de se tourner vers de nouveaux horizons au sein des établissements pénitentiaires avait été annoncée il y a déjà plusieurs semaines. Les services concernés en ont été informés en temps utile et les préparatifs nécessaires à cette transition ont dès lors été engagés.
Malheureusement, la situation de surpopulation n’est pas étrangère aux décisions que certaines personnes prennent quant à la poursuite ou non de leur carrière dans certains établissements pénitentiaires. Mardi dernier, je me suis rendue à la prison de Haren, où j’ai pu m’entretenir avec la responsable ad interim de l’établissement ainsi qu’avec les équipes présentes sur le terrain. La direction est actuellement assurée à titre temporaire. Dans le même temps, la procédure visant à pourvoir définitivement ce poste a été lancée et fait l’objet d’un traitement prioritaire.
Ten slotte wil ik mijn waardering uitdrukken voor alle medewerkers van het gevangeniswezen. Zij leveren elke dag belangrijk werk, in moeilijke omstandigheden. Het is onze verantwoordelijkheid om hen daarin maximaal te ondersteunen. Daarom blijven we onverminderd werken aan de aanpak van de overbevolking.
Claire Hugon Lecharlier:
Madame la ministre, je vous remercie. Vous l'avez rappelé, une loi d'urgence l'été dernier, un nouveau plan d'urgence supplémentaire annoncé en mars que l'Inspection des finances vient récemment de qualifier d'irréaliste voire d'illusoire, je dois reconnaître que vous êtes lucide sur le fait que cela ne suffit vraiment pas. On sait bien que la prison est la réponse à la fois la plus coûteuse et la moins efficace contre la récidive. À long terme, cela ne protège donc ni les victimes ni la société, d'autant plus dans les conditions actuelles.
Pourtant, on continue à y engloutir des centaines de millions d'euros. C'est un des seuls domaines de politique publique pour lesquels il y a de l'argent, alors que dans les autres on est à l'os et on ne peut plus rien faire. Je ne parle même pas des astreintes que vous avez également mentionnées.
Ce dont on a besoin, ce n'est pas de plans d'urgence successifs qui échouent les uns après les autres à répondre à la catastrophe humanitaire, sociale, financière du système carcéral. Ce dont on a besoin aujourd'hui, ce n'est pas de nouvelles prisons non plus mais d'un changement radical de logiciel.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de Inspectie van Financiën is duidelijk. U rekent zich rijk. U bent niet in staat om een inschatting te maken van de impact van het nieuwe voorstel. In werkelijkheid zult u het tegenovergestelde bereiken. Er zal een toename komen van de gevangenispopulatie in plaats van een afname.
Erger is nog dat de regering de straffeloosheid niet aanpakt. Een gevangenisstraf moet een gevangenisstraf blijven en moet volledig worden uitgezeten. In het andere geval zal de straffeloosheid alleen maar zegevieren.
Illegale en buitenlandse gedetineerden vormen het grote probleem van de overbevolking. U weet dat net zo goed als ik. Zij moeten versneld worden teruggestuurd naar hun land van herkomst in plaats van, zoals nu gebeurt, bij mondjesmaat. Weigeren die landen? Pak dan hun toelagen voor ontwikkelingssamenwerking af en zet alle handelsakkoorden stop. Maak daarvan versneld werk. Enkel dat is kordaat beleid.
François De Smet:
Merci, madame la ministre, pour votre réponse. Une réponse qu'honnêtement, on a sentie peu empreinte de solidarité gouvernementale. Vous avez rappelé à quel point l'accord de mars n'était pas entièrement satisfaisant pour vous. On a aussi noté l'appel fait à vos collègues, notamment à celle en charge de l'Asile et de la Migration pour pouvoir renvoyer des détenus qui n'ont pas de titre de séjour. Cela confirme quand même une impression que l'on a depuis le début de ce gouvernement, à savoir que la politique pénitentiaire n'est pour l'Arizona qu'une variable d'ajustement.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre, je vous ai entendue et très sincèrement, à ce stade, je n'ai toujours pas de réponse. Le directeur de la prison de Haren démissionne. Le président du tribunal de première instance de Liège démissionne. Deux responsables d'institutions fondamentales dans le monde carcéral et dans le monde de la justice vous indiquent qu'ils démissionnent tous les deux pour les mêmes motifs: l'absence de moyens suffisants pour remplir leurs fonctions et assurer la mission de service public qu'est la mission de justice.
Et que répondez-vous? Vous répondez que l'accord sur la surpopulation n'est pas l'accord Verlinden. Effectivement, cet accord, nous l'avions dénoncé. Vous l'aviez pourtant beaucoup endossé. On vous avait dit qu'il ne réglerait rien et aujourd'hui, on a les chiffres. Vraisemblablement, votre accord permettra de libérer trois personnes sur une population de 13 000 détenus. Dire que l'accord sur la surpopulation n'est pas l'accord Verlinden me renvoie finalement à un proverbe chinois, madame la ministre, qui dit que sans responsabilité, on se sent le corps léger. Avoir le corps léger n'est pas suffisant. Ici, ce qu'il faut, c'est prendre des décisions.
Julien Ribaudo:
Ma question était pourtant simple, madame la ministre. Quand allez-vous arrêter de faire l'autruche et reconnaître que votre politique ne fonctionne pas? Et vous me répondez: "Ce n'est pas moi, ce sont les autres". Vous savez que construire toujours plus de prisons et ouvrir la porte au privé ne réglera rien du tout. Vous savez que la situation est dangereuse et votre administration vous a dit qu'il y aura des morts. À Haren, vous avez expliqué aux travailleurs que le gouvernement ne pourra pas faire plus. Que doivent alors faire les agents? Vous dites qu'il n'y a pas d'argent pour revaloriser les travailleurs, mais il y en a pour faire la guerre. Il y en a pour payer 2 millions par mois pour une prison vide à Anvers. Il y en a pour payer 415 euros par jour pour des détenus qui dorment à même le sol à Haren. C'est de l'argent public qui finit dans les poches du privé. Madame la ministre, vous êtes en train de fabriquer une bombe à retardement pour les détenus, pour les travailleurs et pour la société en général. Et pour reprendre les mots de l'ancien directeur de la prison de Haren, c'est tout simplement honteux et dégueulasse!
PVDA-PTB heeft nog geen voorstellen ingediend als hoofdauteur.