Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Tine Gielis in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De nationale coördinatie inzake hitte en de samenwerking met andere overheden
Vraag: De hittegolf, de apathie van de regering en het uitblijven van federale coördinatie
Vraag: Het overleg met de gewesten over het klimaatplan
Vraag: Het standpunt van de regering over het hitteplan en de hoge energieprijzen
Vraag: De nationale coördinatie inzake hitte
Vraag: Het hitteplan
Vraag: De coördinatie van het hitteplan
Vraag: De strategie van België en de EU ten aanzien van de impact van de klimaatverandering
Vraag: Het gebrek aan coördinatie in het kader van het hitteplan
De nationale coördinatie inzake hitte en de samenwerking met andere overheden
De hittegolf, de apathie van de regering en het uitblijven van federale coördinatie
Het overleg met de gewesten over het klimaatplan
Het standpunt van de regering over het hitteplan en de hoge energieprijzen
De nationale coördinatie inzake hitte
Het hitteplan
De coördinatie van het hitteplan
De strategie van België en de EU ten aanzien van de impact van de klimaatverandering
Het gebrek aan coördinatie in het kader van het hitteplan
Klimaatbeleid, hitteplannen en coördinatie tussen overheden en EU summaryExplanationBeantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 25 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de acute onvoorbereidheid van België op de extreme hittegolf, die ziekenhuizen, openbaar vervoer, scholen en kwetsbare groepen zwaar treft, terwijl de regering volgens critici enkel oppervlakkige adviezen zoals "drink water" geeft en structurele oplossingen ontbreken. Klimaatminister Crucke (Les Engagés) stelt 12 concrete actiepunten voor en pleit voor interfederaal overleg, maar zijn initiatief wordt door de N-VA geblokkeerd met het argument dat klimaatbeleid regionaal moet blijven, wat door oppositiepartijen als partijpolitieke obstructie wordt bekritiseerd. Theo Francken (N-VA) wordt fel aangevallen voor zijn bagatelliserende opmerking dat burgers "moeten stoppen met klagen en een pintje aan het zwembad moeten drinken", terwijl anderen wijzen op energiecrisissen (dure gascentrales, gesloten kerncentrales) en slechte infrastructuur (oververhitte treinen, gebouwen zonder koeling). Oppositie en groene partijen eisen korte-termijnmaatregelen (gratis toegang tot koelplekken, aanpassing arbeidsregels) en langetermijnplannen (isolatie, klimaatadaptatie), maar de regering wordt verweten geen urgentie te tonen en de crisis communautair te politiseren in plaats van samen op te lossen.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, we beleven een ongeziene hittegolf. Iedereen heeft het warm, maar voor veel mensen is het totaal onleefbaar. Denk aan mensen die wonen in een klein appartement zonder terras, zonder zonnewering. Denk aan mensen in huizen die niet geïsoleerd zijn en aan mensen die zware fysieke arbeid verrichten, elke dag opnieuw in de bouw, als afvalophaler of als wegenwerker. Denk ook aan mensen die ervoor zorgen dat oververhitte gebouwen worden gepoetst. Denk aan ouderen in een woonzorgcentrum die de hele dag achter de gordijnen zitten, hopend op een koelere nacht. Blijkbaar heeft ook Bart De Wever veel last van de hitte en kan hij vandaag niet komen werken.
Wat is het antwoord van de regering? Drink voldoende water en zorg voor elkaar. Dat doen we elke dag van het jaar, maar blijkbaar is dat ook het antwoord van de regering op een acute en uitzonderlijke crisis. Wat moeten we denken, collega's, van het advies van minister Francken? Drink een pint aan uw zwembad, leef en stop met zagen. Leef!
Vanmorgen vernamen we dat er ziekenhuizen zijn waar operaties moeten worden stilgelegd en niet kunnen doorgaan. In het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en het Sint-Lucas Ziekenhuis in Gent heeft deze hitte een grote impact. Operaties worden uitgesteld, spoeddiensten draaien overuren, schoolgebouwen zijn ovens en sluiten vroeger, en ook crèches ondervinden hinder. Treinen worden geschrapt omdat er geen airconditioning is. De hitte heeft een grote impact op de hele samenleving en maakt één ding duidelijk: ons land is niet klaar om dat soort extreem weer goed te managen.
Als er dan een minister is die wil samenzitten met de collega's en 21 uitnodigingen verstuurt, wordt hij wandelen gestuurd door de N-VA en uitgelachen. Voor Arizona is het blijkbaar veel gemakkelijker om de taliban aan tafel te krijgen dan samen te zitten met de regionale ministers om klimaatbeleid te voeren. Dat is de realiteit.
Mijnheer de minister, hoe zult u die crisis aanpakken? Hoe zult u samenwerken (…)
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, cette semaine, la Belgique étouffe. Des personnes âgées restent enfermées chez elles, les services de secours sont sous pression et, dans nos immeubles en béton, la chaleur s’installe, s’accumule et ne redescend plus. Quant à nos villes, elles suffoquent.
Que fait votre gouvernement face à cela? Le Centre de crise conseille aux Belges de boire de l’eau et de porter des vêtements légers. Nous vous remercions pour ce conseil, car, sans vous, nous aurions sûrement opté pour le bonnet et la doudoune. Cependant, monsieur le ministre, les Belges n’ont pas besoin d’un mode d’emploi pour survivre à l’été, mais attendent des actes.
Sur le climat, votre gouvernement n’a aucune vision. Vous échangez des courriers, vous tentez d’élaborer un plan, et vous attendez que les régions vous répondent, alors même que vous dirigez ces mêmes régions. Cherchez l’erreur!
Pourtant, les 11 millions de Belges n’attendent qu’une chose: que quelqu’un prenne enfin ses responsabilités. Pendant ce temps, votre collègue Théo Francken conseille de profiter du beau temps avec une bière et les pieds dans une piscine. Avez-vous avez une piscine, vous? Moi, non. Pour la plupart des Belges, la réalité n’est pas une piscine, mais bien un appartement ou une maison transformé en four.
Monsieur le ministre, force est de constater que, depuis l’arrivée de l’Arizona le défi climatique s’évapore. Pendant que certains ironisent sur le réchauffement climatique, les Belges, eux, tirent la langue. Ils s’inquiètent pour leurs grands ‑ parents, pour leurs enfants dans les cr è ches, pour leurs trajets quand les transports en commun s ’ arr ê tent, et pour tenir au travail quand il fait 35 ° C dans une classe, un bureau ou un atelier.
Monsieur le ministre, vous répondez aujourd’hui au nom du gouvernement. Dites ‑ nous donc o ù est votre plan chaleur? Quelles mesures concr è tes prenez ‑ vous pour prot é ger la population? Et surtout, o ù est la strat é gie climatique permettant de faire face à la multiplication d ’é v é nements extr ê mes qui, eux, ne nous laissent aucun r é pit.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de minister, er lijken verkiezingen op komst te zijn. Les Engagés vertoeven blijkbaar in campagnemodus. Daarin passen ook de uitlatingen van uw collega, partijgenoot en klimaatminister, Jean-Luc Crucke. Hij vindt dat er onvoldoende interfederale coördinatie is inzake de extreme weersomstandigheden. De heer Crucke wil blijkbaar 21 ministers samenbrengen.
Mijnheer de minister, Vlaanderen wil, heel terecht, zijn klimaatbeleid voeren vanuit zijn eigen bevoegdheden. Er is geen nood aan een Belgicistisch interfederaal hitteplan, dat vooral veel complexiteit dreigt toe te voegen zonder de besluitvorming te versterken. Alleen is het wel merkwaardig dat de heer Crucke binnen een regering waarin de N-VA de grootste meerderheidspartij is, ter zake zomaar eigengereid kan optreden en voorstellen voor meer interfederalisme de ether in kan sturen, die dan vervolgens door de door de N-VA geleide Vlaamse regering worden afgeschoten.
Tegelijkertijd stellen we vast dat ook ons energiebeleid niet voorbereid is op de extreme weersomstandigheden. Het elektriciteitsverbruik piekt. Wanneer de zon ondergaat, draaien de airco’s, heel begrijpelijk, verder. Het is windstil. Het aanbod aan hernieuwbare energie is er dan niet langer. Ook de import van elektriciteit uit kernenergie botst op zij grenzen. Daardoor komen we terecht bij dure piekcentrales. Dat zijn gascentrales. Eergisteren kwam 52 % van onze elektriciteit uit een gascentrale, met alle gevolgen voor de stroomprijs. Ondertussen ligt het nucleaire park in België, dat voor stabiele productie en minder prijsfluctuatie kan zorgen, drie zomers lang volledig stil.
Mijnheer de minister, wat zult u doen als zich in de volgende weken of maanden nog hittegolven aandienen?
Zal binnen de regering de heer Crucke aangaande zijn interfederale wensdromen worden teruggefloten?
Erkent u dat de piekende elektriciteitsprijzen wel degelijk ook te maken hebben met (…)
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, ik zal het niet hebben over de hitte. Ik nodig iedereen uit in de mooiste gemeente aan de kust. Daar is er een fantastisch briesje en een Middellandse Zeeklimaat.
Ik zal het hebben over de catastrofe die zich vandaag in de energiesector voltrekt. In de winter is er soms sprake van een dunkelflaute. Dat betekent dat onze energiesector zo kwetsbaar is geworden dat als de hernieuwbare energie in de winter uitvalt, we allemaal in de kou zitten. Nu valt de energie ook uit in de zomer: er is sprake van een Hitzeflaute , een fantastisch woord. De Duitsers noemen dat een Kühlkraftkrise . Dat betekent dat de koelkast in crisis is en ook de airco in crisis verkeert.
Zelf heb ik last van een appelflauwte, mijnheer de minister. Dat komt door de hoge energieprijzen, door u allemaal.
(Tumult)
Nee, u niet; dat is juist.
Door de sluiting van de kerncentrales zijn we vandaag afhankelijk geworden van gascentrales. Wat gebeurt er dan? We hebben een back-up nodig. Anders krijgen we situaties zoals in Spanje, waar de elektriciteit op 28 april 2025 uitviel. We moeten dat compenseren, want ons elektriciteitsnet moet voortdurend in evenwicht zijn. Daartoe verstoken we gas. In Flémalle hebben we een centrale gebouwd waarvoor 900 miljoen euro subsidie werd toegekend. Toch is dat niet genoeg, mijnheer de minister. De vorige regering heeft zelfs acht straalmotoren moeten inschakelen. U hoort het goed, acht straalmotoren die elk voor 7.000 euro kerosine per uur verbruiken, opdat we genoeg energie zouden hebben en het licht 's avonds niet zou uitgaan. Hoe belachelijk kan het vandaag worden?
Mijnheer de minister, wat zult u daaraan doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, het WK voetbal lijken we niet te zullen winnen, maar voor de wereldtitel van warmste treinwagon zijn we voorlopig wel nog in de running, want wie vandaag de trein neemt, voelt zich als een sardientje in een heel warm blik. Ik pendel zelf van de Kempen naar Brussel en zie elke dag welke problemen dat geeft: geschrapte treinen, overvolle rijtuigen en wagons die aanvoelen als sauna's.
Nu zelfs Groen fan van airco's blijkt te zijn, kan ons openbaar vervoer niet achterblijven. Hittegolven zullen vaker terugkeren. Ons land blijkt onvoldoende uitgerust voor dit extreme weer. Ook in de winter zien we immers dat, als er enkele sneeuwvlokjes neerdwarrelen, een halve dienstverlening ontregeld dreigt te worden.
Volgens cd&v moet en kan dat beter. Het gaat immers om meer dan alleen de NMBS. Het gaat over investeringen in treinen en stations, maar ook in scholen, ziekenhuizen, woonzorgcentra en publieke gebouwen.
Mijnheer de minister, de vraag is dus niet of er vandaag een hitteplan bestaat. De vraag is of België voldoende robuust is voor de zomers van morgen. Een land dat klaar wil zijn voor de toekomst, mag niet smelten bij de eerste hittegolf.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, we beleven een van de ergste hittegolven van de afgelopen jaren. Mensen moeten werken in temperaturen tot 35 graden op de werkplekken.
En wat horen we als tip van regeringslid Theo Francken, minister van Defensie? Cool! Doe normaal en stop met klagen. We moeten allemaal doen zoals de minister van Defensie en à l’aise aan het zwembad gaan liggen in de tuin met een pintje.
Monsieur le ministre, vous rendez-vous compte que nous sommes en plein cœur de l'une des pires vagues de chaleur de ces dernières années et que les gens doivent travailler sous 35 °? Dans ces conditions, que nous dit notre ministre de la Défense? "Que les gens arrêtent de se plaindre, faites comme moi. Qu'on s'installe dans son jardin, près de sa piscine, et qu'on boive une petite bière tranquille."
Dans quel monde vit-il? C'est facile pour lui de dire cela, il a une piscine! Que pense-t-il, que tout le monde a une piscine à la maison? Que tout le monde a la possibilité de boire un verre tranquillement chez soi? Que les journées sont composées de petites réunions entre ministres avec de l'air conditionné toute la journée? Ce n'est pas la vie des Belges! Comment peut-on vivre dans un monde complètement coupé de la réalité?
Pour les gens, ce n'est pas de la rigolade: pour ceux qui travaillent sur les chantiers, sur les routes, dans les crèches, dans les écoles, pour tous ces gens qui travaillent dans le secteur des soins sous 30 °, il n'y a pas toujours d'air conditionné. Malgré le fait que le ministre dise qu'il suffit de se mettre près de sa piscine dans le jardin, ce n'est pas une blague.
Hier, une réunion de trois heures s'est tenue, avec comme conclusion et comme conseil à la population: "Buvez de l'eau." Vous allez faire comme en France? "Vous ouvrez le robinet, vous fermez le robinet, etc". Mais enfin, vous vous moquez des gens! Vous êtes payés pour trouver un plan canicule, et le conseil que vous donnez aux gens, c'est de boire de l'eau. Tiens, il fait chaud, nous n'avions pas pensé à boire de l'eau! Chers ministres, merci pour vos conseils.
Quel est le plan canicule du gouvernement belge?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, klimaatbeleid is een ernstige aangelegenheid, te ernstig om ermee te lachen op de socials en te ernstig om er een communautaire kwestie van te maken. Wat zijn de gevolgen immers? Wij zien de concrete gevolgen: treinen worden geschrapt, scholen sluiten, mensen hebben geen kinderopvang en zieke mensen zien hun operaties uitgesteld.
Wat verwacht de burger dan van de overheid? Hij verwacht geen duizend regeltjes. Hij verwacht geen betutteling. Hij verwacht oplossingen. Hij verwacht uiteraard dat de overheid aan die oplossingen begint. Wat moeten wij doen? Wij moeten samenwerken en oplossingen zoeken voor de toekomst.
Mijnheer de minister, de kerntaken van de overheid komen in het gedrang. Er is inderdaad geen magische oplossing. Wij zullen het probleem niet in een-twee-drie oplossen. Wij moeten er wel aan beginnen. Wij moeten de infrastructuur aanpassen, wij moeten innoveren, wij moeten inzetten op klimaatadaptatie.
De heer Crucke komt met een plan. Wij kunnen daarover spreken. Hij steekt dus de hand uit. Doch het antwoord luidt dan: u wilt samenzitten, maar dat zullen wij zeker niet doen; u wilt samenwerken, maar dat zullen we niet doen, want dat is niet nodig. Mijnheer de minister, mijn vraag is dus heel eenvoudig. Wat vindt u van een Vlaams-nationalist die het probleem verdrinkt in communautaire spelletjes door te weigeren met een federale collega te spreken?
Marc Lejeune:
Monsieur le vice-premier ministre, cher collègue, je ne vais pas vous apprendre que le réchauffement climatique existe. Je ne vais sûrement pas vous dire que les vagues de chaleur sont uniquement l'occasion de sortir le barbecue et une petite bière pour en profiter. Les gens étouffent et ne sont pas suffisamment préparés. Nous devons nous en inquiéter. Avec 38 degrés annoncés, les écoles et les commerces ferment. Les hôpitaux s'encombrent. La vague de chaleur que nous connaissons aujourd'hui n'est pas un simple épisode météorologique. Elle met sous pression nos services d'urgence et nos hôpitaux. Elle touche encore plus les personnes âgées, les malades, les travailleurs exposés et les personnes détenues. Elle a aussi un impact direct sur la productivité de notre économie et sur notre cohésion sociale.
Le réchauffement climatique est un enjeu environnemental qui touche aussi à la santé et, carrément, aux droits humains. Plus inquiétant encore, les scientifiques nous rappellent que cet été sera sans doute le plus frais de notre vie. Soyons clairs: notre pays s'est davantage adapté au froid qu'aux fortes chaleurs, et les citoyens en paient le prix fort ces derniers jours. Face à cette réalité, la Belgique ne peut évidemment pas agir seule. Le réchauffement climatique ne connaît pas de frontières.
J'ai donc quelques questions, monsieur le ministre. Comment la Belgique compte-t-elle renforcer la coopération, je l'ai entendu tantôt, entre les régions, les communautés et nos partenaires européens pour faire face aux vagues de chaleur de manière plus structurelle, être mieux préparée, se parler, disposer d'un plan concerté et d'une stratégie globale? Comment notre pays défend-il, aux plans européen et international, les politiques d'adaptation aux chaleurs extrêmes? Enfin, la Belgique soutient-elle une approche qui considère les vagues de chaleur non seulement comme un défi environnemental, mais aussi comme un enjeu de santé publique et de compétitivité?
Je voudrais également répondre à quelques-uns des intervenants précédents. Je voudrais vous rappeler et vous confirmer que le ministre Crucke travaille sérieusement, avec application, et consacre toute son énergie à la transition pour décarboner nos usages et diminuer notre production de CO ₂ . Pas par dogmatisme, mais par réalisme et par nécessité stratégique. Je vous remercie.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre des Affaires étrangères, quand même, quel spectacle! On savait déjà que votre gouvernement n'avait pas placé le climat dans son top 5 des priorités, voire peut-être pas dans le top 100. Certes. Mais maintenant que nous sommes confrontés à cette vague de chaleur qui frappe de plein fouet la population, il n’y a plus personne.
Le premier ministre ne veut pas répondre aux questions ici au Parlement. Il se cache. Il renvoie vers le ministre du Climat, qu’il sait absent. C'est donc vous qui êtes envoyé au feu pour venir répondre aux questions des parlementaires et assumer.
Que lisons-nous? "J'ai envoyé des courriers, mais personne ne m'a répondu. Que voulez-vous que je fasse? J'aimerais bien, mais je ne peux point."
Pourtant, monsieur le ministre, vous avez des leviers concrets ici, rien qu'au niveau fédéral. Que nous proposez-vous – enfin plutôt, que proposez-vous à la population? Des actes individuels – ou plutôt une culpabilité individuelle. "Buvez de l'eau, n'oubliez pas d'appeler votre grand-mère pour savoir si elle va bien."
Mais les populations qui, aujourd'hui, vivent dans des bouilloires thermiques, qui sont dans des appartements sur lesquels personne n'a pensé à mettre des pare-soleils, qui attendent le bus place Saint-Lambert – où, hier, a été mesurée une température au sol de 73°C, sans un arbre autour pour leur faire de l'ombre –, ces populations-là en attendent davantage que d'entendre simplement qu'il faut mettre une casquette.
Monsieur le ministre, pourquoi votre gouvernement ne met-il pas sur la table aujourd'hui, par exemple, un plan avec la Régie foncière? Vous avez des bâtiments à disposition. Ils peuvent constituer un point fraîcheur pour des populations qui habitent aux alentours. C'est possible.
Quid des navetteurs? Des personnes se retrouvent dans des gares, parfois pendant des heures en raison de trains annulés. Il faut mettre en place des points d'eau et s'assurer qu'il y ait un point refuge fraîcheur.
Les musées fédéraux également peuvent être rendus gratuits, comme certaines villes l'ont fait, pour (...)
Maxime Prévot:
Beste collega’s, ons land wordt al enkele dagen geconfronteerd met een hittegolf van uitzonderlijke intensiteit. Laat ik het duidelijk zeggen: het gaat niet om een gewoon weersverschijnsel. Het is niet louter een zomer die iets warmer is dan andere. Wat we vandaag meemaken, is een concreet gevolg van de klimaatverandering.
Te lang is klimaatverandering voorgesteld als een toekomstig risico. Vandaag is het een dagelijkse realiteit. Ze heeft nu al gevolgen voor de gezondheid van onze medeburgers, voor onze infrastructuur, voor onze openbare diensten en voor onze economie.
Wat we vandaag zien, is waarschijnlijk slechts een voorproefje van wat ons morgen te wachten staat. De vraag is dus niet langer of we ons moeten aanpassen. De vraag is of we bereid zijn op te treden op een manier die recht doet aan de uitdagingen, die voor ons liggen.
Experten waarschuwen ons al jaren. Het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (Cerac) heeft ons gewaarschuwd. Het Federaal Planbureau heeft ons gewaarschuwd. Gezondheidsdeskundigen waarschuwen ons. De veiligheidsdiensten waarschuwen ons. De signalen zijn overal. Daarom is niets doen geen optie meer.
L'absence de coordination ne peut plus être une excuse. C'est précisément pour cette raison que mon collègue Jean-Luc Crucke a pris l'initiative, voici plus d'un an déjà, de tenter de réunir l'ensemble des autorités concernées afin de préparer notre pays aux conséquences des phénomènes météorologiques extrêmes. Il a effectivement adressé des courriers aux différents niveaux de pouvoir. Il a proposé un dialogue, une méthode, un plan de travail. Il a tendu la main. Malheureusement, cette main – l'honnêteté m'impose de le dire – n'a pas toujours été saisie. Certaines autorités ont estimé qu'une telle coordination n'était pas nécessaire. D'autres ont considéré qu'il ne fallait pas ouvrir ce chantier. Certains ont même explicitement refusé de participer à l'élaboration d'un plan interfédéral sur les phénomènes météorologiques extrêmes.
Ik respecteer uiteraard iedereens bevoegdheden, maar we kunnen niet om de feiten heen. Een hittegolf stopt niet aan de grenzen tussen gewesten. Droogte houdt geen rekening met de verdeling van bevoegdheden. Een bosbrand vraagt niet of het betreffende perceel onder de bevoegdheid van de federale overheid, het gewest of een gemeente valt. Het klimaat kent geen administratieve grenzen noch regeringsmeerderheden.
Als we met een gemeenschappelijke dreiging worden geconfronteerd, moet het antwoord collectief zijn. Daarom heeft minister Crucke opnieuw zijn verantwoordelijkheid genomen. Op 1 juli vindt een interfederale vergadering plaats. Ik heb één eenvoudige wens: ik hoop dat iedereen aanwezig zal zijn. Onze medeburgers verwachten immers geen institutionele debatten van ons. Ze willen niet weten wie waarvoor bevoegd is. Ze zitten niet te wachten op bevoegdheidsconflicten. Ze verwachten dat wij hen beschermen. Ze verwachten dat wij anticiperen. Ze verwachten dat wij samenwerken. De vergadering moet tot concrete resultaten leiden.
Minister Crucke heeft twaalf voorstellen op tafel gelegd, twaalf pragmatische maatregelen, twaalf actiepunten waarmee we onmiddellijk aan de slag kunnen, want we moeten de zaken nu onder ogen zien. Voorts zijn de ministers Vandenbroucke en Quintin sinds maandag ook bezig met de coördinatie van acties via het Nationaal Crisiscentrum. Het Nationaal Crisiscentrum neemt in nauw overleg met de FOD Volksgezondheid de nodige initiatieven en volgt de situatie op.
À ceux qui appellent au déclenchement d'une phase fédérale, je rappelle que la phase d'alerte a déjà été proclamée lundi par le Risk Management Group. Ceci n'implique pas pour autant un plan national avec de nouvelles mesures mais, au contraire, une phase mettant surtout l'accent sur la sensibilisation et les recommandations.
Aanpassing aan de klimaatverandering is geen ondergeschikt onderwerp meer.
Stefaan Van Hecke:
Mijnheer de minister, ik hoor mooie, duidelijke woorden over de ernst van de situatie, maar ik zie geen daden. Meer nog, u bevestigt dat coördinatie en overleg worden geweigerd, terwijl veel mensen vandaag nood hebben aan concrete oplossingen.
Heel veel burgers hebben vandaag nood aan koele plekken en alle overheden weten dat. Ze beschikken over veel gebouwen waar het koel is, zoals musea, bibliotheken en andere publieke gebouwen. Stel die open, ook ’s nachts, voor wie thuis niet weet waar te kruipen, en dat zijn veel mensen. Niet iedereen heeft een zwembad zoals Theo Francken om even af te koelen. Regel het dus vandaag, niet morgen.
De regering gaat ervan uit dat de crisis over drie dagen voorbij is, dat de kous daarmee af is en dan tot de orde van de dag overgaat. Zij vergist zich. Er is nood aan niet alleen crisismaatregelen, maar ook aan structureel beleid om de klimaatcrisis af te remmen. Vandaag is het extreem warm, maar laat het niet de koelste zomer van de rest van ons leven worden.
Patrick Prévot:
C'est donc au ministre qui a la plus grosse empreinte carbone du gouvernement que revient l'honneur de répondre à cette question sur la canicule que nous sommes en train de vivre! Soyons de bon compte, je n'ai pas entendu chez vous l'envie ou le besoin d'évoquer une pause dans la politique climatique – je pense qu'il faudrait pour cela être aveugle ou climatosceptique. C'est pourtant ce qu'avait fait votre ministre Clarinval, il y a moins d'un an.
On constate qu'avec le gouvernement Arizona, le climat a disparu des priorités. Au niveau de l'Europe, on ralentit. En Wallonie on détricote et, au fédéral, on réduit le climat à une ligne dans un tableau Excel: les contraintes pour les entreprises. Et pourtant, les conséquences pour les gens sont bien présentes: des maisons et des appartements qui ressemblent à des fours.
Vous avez annoncé une réunion interfédérale climat le 1 er juillet prochain. Permettez-moi de vous donner un petit conseil pour cette réunion: enfermez les ministres, coupez la climatisation et peut-être que même les plus climatosceptiques autour de la table viendront enfin avec de vraies solutions.
Kurt Ravyts:
Het raadsel is opgelost waarom premier De Wever niet kwam antwoorden. Kan hij zich akkoord verklaren met de tekst die minister Prévot zonet gebracht heeft? Kan de N-VA, als grootste meerderheidspartij, zich er akkoord mee verklaren? Ik denk van niet.
De federale bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de federale regering. De Vlaamse bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de Vlaamse regering, en de Waalse door de Waalse regering. We hebben geen nood aan partijpolitieke profilering inzake deze klimaattoestand. We hebben wel nood aan een beleid dat de meest kwetsbaren onder ons helpt bij deze weersomstandigheden.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, er bestaat zoiets als klimaatadaptatie. Ik heb een goede raad voordat de acht straalmotoren in Noordschote, Zelzate en zelfs Deux-Acren stilvallen en voor de kerosine op is: open de kerncentrales. Met alle nu geplande hernieuwbare energie komt men in 2037 immers amper aan 37 %. Open de kerncentrales dus nu.
Ik heb ook een boodschap voor de heer Hedebouw. Adaptatie, mijnheer Hedebouw! U weet dat uw Chinese vrienden na de dood van Mao drie airco’s hadden in China. Drie! Die stonden bij de communistische partij in Zhongnanhai. In 2023 stonden er 863 miljoen, en het energieagentschap verwacht tegen 2050 dat er 4,5 miljard airco’s zullen zijn in het communistische gebied.
Groene deugneuzen, luister, en investeer in klimaatadaptatie. Iedereen een airco! (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat minister Crucke aan de slag zal gaan met twaalf actiepunten. Ik ga ervan uit dat eentje daarvan het openbaar vervoer is, met name de NMBS. Over de hydration breaks in het voetbal zijn de meningen erg verdeeld, maar op onze treinen denkt iedereen vandaag hetzelfde: afkoeling, nú. Vooral voor onze ouderen, kinderen en mensen met gezondheidsproblemen moeten we alles op alles blijven zetten om ons land hittebestendiger te maken en vooral ons openbaar vervoer. Daarvoor rekenen we op u.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le ministre, j’aurais voulu vous voir arriver avec des solutions. Or ce n’est pas le cas. Le PTB vous a pourtant apporté des pistes, parmi lesquelles des solutions à court, moyen et long terme.
À court terme, il faut adapter les règlements de travail. Lorsque la chaleur devient excessive, les travailleurs devraient pouvoir interrompre la journée ou prendre congé. C’est intenable autrement. À court terme également, il faut rendre gratuites les piscines et l’accès aux musées pour permettre à chacun de se rafraîchir. En cas de fermeture des écoles, les parents devraient pouvoir bénéficier de congés pour accueillir leurs enfants. Voilà des mesures à court terme. Il faut aussi un plan de climatisation pour les crèches, les écoles et les hôpitaux. Tout cela est à faire à court terme.
À moyen terme, il nous faut un véritable plan d’isolation des bâtiments et de verdurisation de nos villes.
À long terme, il faudra enfin s’attaquer à la racine du problème climatique: arrêter de laisser les multinationales extraire des millions de tonnes de pétrole et rejeter ensuite le CO ₂ dans l ’ atmosph è re, contribuant ainsi à la destruction de notre plan è te. Voil à les solutions.
Monsieur le ministre, je ne sais pas si vous allez y arriver avec 21 ministres, mais en tout cas (…)
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, dank voor uw woorden. Dergelijke hitte wordt het nieuwe normaal. Ik denk niet dat Bart De Wever dezelfde woorden had kunnen uitspreken. Dus dank voor de realitycheck. De waarheid is dat we niet klaar zijn voor de nieuwe realiteit. Om onze kritieke infrastructuur aan te passen, hebben we samenwerking nodig. De burger ligt niet wakker van wie iets beslist, maar wel van de hitte. Dus bedankt voor de bevestiging.
Het wordt puur communautair gespeeld, ten koste van de belangen van de burgers. Ik dacht dat de communautaire demonen weg waren, maar ik zie dat ze, ondanks spiegelregeringen in alle gewesten, helemaal terug zijn.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, sortons un peu des slogans. Cette vague de chaleur nous rappelle que la lutte contre les températures extrêmes est un véritable enjeu de société, qui attend une réponse collective; une réponse collective pour nous adapter, aussi. On ne peut plus considérer les vagues de chaleur comme un simple phénomène météorologique passager. Il faut au contraire les traiter comme un véritable enjeu géopolitique européen.
On l'a dit ici, nous sommes tous touchés, mais pas tous égaux face aux températures infernales. Combien de personnes sont encore mal logées, vivent sous les toits, sans moyen de se rafraîchir? Ces phénomènes extrêmes vont revenir comme un boomerang. Vous l'avez dit, nous ne sommes plus dans les probabilités, c'est aujourd'hui notre réalité et on n'est qu'au début.
Monsieur le ministre, nos concitoyens ont besoin d'une réponse collective, hors conflits de compétences, comme le rappelle sans cesse le ministre du Climat, qui y travaille. J'exhorte donc, monsieur le ministre, votre gouvernement à avoir une politique climatique volontariste, soutenue par l'ensemble des partenaires. Et je compte sur eux.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous nous parlez ici d'une réunion le 1 er juillet. Aux personnes qui sont en train de suffoquer dans des appartements surchauffés, avec des enfants dont les écoles sont fermées et un boulot à gérer, vous dites que vous allez vous réunir dans six jours pour discuter. On n'est pas du tout à la hauteur de la situation! Ce qu'il se passe actuellement est la conséquence de choix politiques, ou plutôt d'inaction politique coupable. La bonne nouvelle, c'est qu'il y a des leviers concrets qui doivent être activés par le politique. Pour cette raison, nous avons rédigé avec Ecolo un plan "fraîcheur", qui reprend des actions qui se déclinent au niveau fédéral, au niveau régional et au niveau communal. Il y a 69 bourgmestres Les Engagés; au niveau régional et communautaire, vous avez des ministres des Bâtiments scolaires, de la Santé, de l'Accueil de la petite enfance. Vous avez le pouvoir d'agir. Utilisez les leviers qui sont à votre disposition, monsieur le ministre!
-
Vraag: De vertraagde leveringen en de schade voor de economie en de gezondheid door de staking van bpost
gezondheid en welzijnDe vertraagde leveringen en de schade voor de economie en de gezondheid door de staking van bpost
Beantwoord door
Les Engagés Vanessa Matz (Minister van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 13 mei 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tine Gielis (cd&v) bekritiseert dat de bpost-staking 5.500 darmkankerscreeningstalen onbruikbaar maakte en pleit voor een minimale basisdienstverlening voor medische en gevoelige zendingen, wijzend op de maatschappelijke schade zoals vertraagde rouwbrieven en dierensterfte. Minister Vanessa Matz benadrukt dat het regeerakkoord geen minimumdienst voorziet en stelt de sociale dialoog voorop, met bemiddelaars om het conflict op te lossen, maar erkent de klachten over vertragingen. Gielis dringt aan op uitbreiding van de bestaande beperkte dienst (zoals nummerplaten) naar medisch materiaal, terwijl Matz herhaalt dat bpost zelf de oplossingen moet bepalen en toekomstige stakingen wil voorkomen.
Tine Gielis:
Mevrouw de minister, in België krijgt ongeveer 1 op 20 personen ooit darmkanker. Als de ziekte vroegtijdig wordt opgespoord, is ze ook een van de best behandelbare vormen van kanker en is er meer dan 90 % kans op genezing.
De bestaande stoelgangtesten redden dus letterlijk levens, tenminste als die testen tijdig bij het labo geraken. Dat is de voorbije weken bij maar liefst 5.500 mensen mislukt door de staking bij bpost. Door de staking zijn duizenden stalen voor darmkankerscreening te laat aangekomen in de labo's, waardoor ze onbruikbaar werden en mensen opnieuw een staal moeten afnemen. Dat is bijzonder pijnlijk, zeker omdat de voorbije jaren heel veel inspanningen zijn geleverd om mensen warm te maken voor preventieve screening.
Dat is niet alles. Wij hebben de voorbije weken ook berichten gezien over problemen met rouwbrieven, aangetekende zendingen van lokale besturen of zelfs levende dieren zoals koninginnenbijen die tijdens het transport sterven. De maatschappelijke impact van dergelijke langdurige acties is dus bijzonder groot.
Voor cd&v lijkt het dan ook niet meer dan logisch dat een goed functionerend overheidsbedrijf als bpost ook in tijden van onrust een basisdienstverlening kan garanderen voor alle gezinnen die rekenen op die zendingen en voor wie een correcte levering echt een verschil maakt.
Ik heb één vraag voor u. Bent u bereid om samen met bpost na te denken over een vorm van minimale basisdienstverlening voor bepaalde prioritaire categorieën, meer bepaald om medische zendingen zoals screeningstalen altijd te laten plaatsvinden?
Vanessa Matz:
Mevrouw Gielis, ik ben het ermee eens dat de lange staking bij bpost voor veel hinder bij de klanten heeft gezorgd. Ik betreur dat net als u, maar bpost moet de relatie met zijn klanten beheren en passende acties bepalen. Bpost zal de vertragingen zo snel mogelijk wegwerken.
Zoals u weet ontstond de staking van de medewerkers van bpost door mogelijke aanpassingen van de arbeidsvoorwaarden. Ik heb er van bij het begin van dit conflict, en trouwens ook sinds het begin van mijn mandaat, op toegezien dat de sociale dialoog tussen de directie en de vakbonden werd aangemoedigd en verzekerd. Ik heb ook gezorgd voor de aanstelling van twee sociale bemiddelaars om het conflict op te lossen.
Het regeerakkoord voorziet niet in de invoering van een minimumdienst. Dat stemt ook niet overeen met mijn intentie, omdat ik van sociale dialoog altijd, ook in de toekomst, een prioriteit zal maken in alle overheidsbedrijven.
Een langdurige staking is voor niemand goed, niet voor de onderneming, niet voor het personeel en zeker niet voor de klanten. Als minister van Overheidsbedrijven zal ik alles in het werk stellen om te vermijden dat een dergelijke langdurige staking zich in de toekomst opnieuw voordoet.
Tine Gielis:
Dank u wel voor uw antwoorden, mevrouw de minister. Ik onthoud vooral dat u inzet op sociale dialoog, dat u die zult aanmoedigen en verzekeren en dat u twee sociale bemiddelaars hebt aangesteld om tot een akkoord te komen. Dat stemt me al enigszins tevreden, maar ik heb u enkele weken geleden in dit Huis aan een collega horen antwoorden dat er op dit moment al een beperkte dienstverlening bij bpost wordt georganiseerd, bijvoorbeeld voor het bezorgen van nummerplaten. Met cd&v willen we dat graag uitbreiden naar gevoelige zendingen en meer in het bijzonder naar medisch materiaal, dat volgens cd&v altijd op tijd op de bestemming moet geraken. Ik vraag u hier concreet om dat door bpost mee in overweging te laten nemen.
-
Vraag: Het jobverlies in onze maakindustrie
Vraag: De 1 meivieringen en de aanvallen van de arizonacoalitie op de werknemers
Vraag: De taskforce voor Volvo Car Gent
Vraag: De toekomst van de maakindustrie en de taskforce voor Volvo Car Gent
Vraag: De Belgische maakindustrie
Vraag: De modernisering van de arbeid, met de uitbuiting van de werknemers
Vraag: De 1 meivieringen en het jobverlies in de maakindustrie
economie en werkHet jobverlies in onze maakindustrie
De 1 meivieringen en de aanvallen van de arizonacoalitie op de werknemers
De taskforce voor Volvo Car Gent
De toekomst van de maakindustrie en de taskforce voor Volvo Car Gent
De Belgische maakindustrie
De modernisering van de arbeid, met de uitbuiting van de werknemers
De 1 meivieringen en het jobverlies in de maakindustrie
De toekomst van de Belgische maakindustrie, arbeidsmodernisering en werknemersrechten summaryExplanationBeantwoord door
N-VA Bart De Wever (Eerste minister)
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 30 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de toekomst van de Belgische industrie en arbeidsmarkt, met Volvo Gent en Nike Laakdal als pijnpunten waar duizenden jobs op de helling staan. Critici (o.a. PS, Vooruit, PVDA) bekritiseren de regering-De Wever voor verzwakte arbeidsrechten (uitbreiding nachtwerk, flexibele contracten, lagere werkloosheidsuitkeringen) en verlies aan koopkracht, terwijl ze bedrijven bevoordelen met belastingverlagingen en subsidies—zonder garantie op jobbehoud. De regering (N-VA, MR) verdedigt haar competitiviteitsplan (loonkostenverlaging, energiekortingen, taskforces voor Volvo/Nike) als noodzakelijk om industrie te behouden, maar ontkent dat sociale afbouw de oplossing is; De Wever benadrukt discrete bedrijfsdialogen en langetermijninvesteringen (bv. e-mobiliteit), terwijl Clarinval wijst op 1 miljard euro loonkostenverlaging en hervormingen zoals flexi-jobs. Kernconflict: Welvaartcreatie vs. sociale bescherming—moet België concurreren via lagere lasten (regering) of sociale normen versterken (oppositie) om jobs en koopkracht te redden?
Lieve Truyman:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, sinds jaren vormt de industrie in ons land een fundament voor onze welvaart en werkgelegenheid. Geopolitiek zitten wij echter in woelig water. Dat vertaalt zich jammer genoeg in een onstabiele economie, die steeds grotere uitdagingen met zich brengt, met name veel te dure energie, torenhoge loonlasten en een gigantische regeldruk. Investeringen blijven uit en ons concurrentievermogen daalt. Ons fundament dreigt te barsten. Dat horen wij in het hele economische landschap, van de auto-industrie tot de chemie- en farmasector.
De industrie ligt u na aan het hart, maar de erfenis is niet min. De arizonaregering pakt het anders aan. Mijnheer de premier, in februari 2026 bracht u in Antwerpen en in Alden Biesen de Europese leiders samen om de competitiviteit van onze industrie te bespreken. U gaat geen moeilijke uitdagingen uit de weg. U gaat in gesprek met Engie om het nucleaire park opnieuw over te nemen. Er is ook een taskforce opgericht rond Volvo Cars Gent om de toekomst van de site en de jobs van meer dan 6.000 werknemers te verzekeren. U en uw regering kijken dus niet de kat uit de boom.
De arizonaregering gaat proactief te werk en biedt opnieuw opportuniteiten. Wij zijn het erover eens dat onze productiviteit omhoog moet. Alleen op die manier kunnen wij werkzekerheid bieden en jobs behouden. Daarop moet de focus liggen op de Dag van de Arbeid.
Ik heb slechts één vraag. Welvaart is de ruggengraat van onze samenleving. Hoe krijgen wij onze welvaartcreatie opnieuw op kruissnelheid?
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre à la veille du 1 er mai, que le MR s'apprête à fêter à Blegny-Mine, je vous ai préparé un petit briefing. Il sera peut-être utile aussi pour M. le premier ministre, qui y fera peut-être une apparition surprise.
Le charbonnage a été ouvert en 1779. On y travaillait 12 heures par jour, même la nuit, sauf le dimanche et les jours fériés. Évidemment, ces jours n'étaient pas rémunérés, ni les jours de non-travail ni les jours de maladie. Les enfants descendaient à la base dans la mine dès huit ans. Puis l'âge minimum a été progressivement relevé à 10 ans, puis à 12 ans, puis à 15 ans, puis à 18 ans seulement en 1983. C'est récent.
Le travail de nuit dans la mine a été interdit pour les jeunes dès 1889, puis dans tous les secteurs dans les années 70.
Les travailleurs se sont organisés, ils se sont battus pour défendre leurs droits, pour avoir le droit de grève, pour la journée de huit heures, pour des congés payés, pour des primes de nuit; bref, pour pouvoir protéger leurs droits et dégager du temps pour eux. Dans ce Parlement, des générations de ministres, de parlementaires, se sont succédé pour faire ce travail de synthèse entre les besoins et les intérêts de différents groupes présents dans la société, et trouver un équilibre.
Mais aujourd'hui, force est de constater qu'il n'y a qu'un certain patronat qui obtienne voix au chapitre dans votre travail. Le travail de nuit est réintroduit dans tous les secteurs, le travail du dimanche revient, l'assurance chômage est également réduite, l'augmentation du temps de travail est généralisé, et on assiste à la multiplication de différentes formes de travail précaires.
À la veille du 1 er mai, alors qu'une manifestation nationale d'ampleur se prépare, que les mouvements sociaux se déclenchent chez Aldi, chez bpost, chez les pilotes d'avions, dans les écoles, réalisez-vous que les travailleurs et les travailleuses n'ont pas voté pour ce programme? (…)
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, Joran woont net zoals ik in Aalst en werkt bij Volvo. De voorbije week stond hij om vier uur ’s ochtends op, klaar voor de werkdag, net zoals zijn collega’s. Op de radio hoorde hij zijn baas vertellen dat er een probleem is met Volvo Gent. Alle alarmbellen gingen af. Volvo is immers meer dan een autofabriek. Het is de levenslijn voor Joran, voor zijn 6.500 collega’s en voor de duizenden gezinnen bij de toeleveranciers, die afhankelijk zijn van wat daar van de band rolt. Als die band stopt met draaien, weten we wat er gebeurt. We hebben dat gezien bij Renault Vilvoorde, Opel Antwerpen, Ford Genk en Audi Brussel. Dat zijn sociale drama’s, levenslange littekens.
Vandaag gaat het om meer dan een bedrijfsbeslissing. Onze industrie staat onder druk door een internationale handelsoorlog, importtarieven, de oorlog in Iran en stijgende energieprijzen. Dat sijpelt door naar de werkvloer in Gent. Onze werknemers dreigen opnieuw de prijs te betalen voor de waanzin van Trump. Volvo Gent is net wat België nodig heeft: vakmanschap, kennis en innovatie. We moeten er alles aan doen om de laatste autofabriek in België te behouden.
Hoe zult u ervoor zorgen dat vandaag niet het einde van een tijdperk wordt, maar het begin van een sterk en innovatief industriebeleid, zodat de industrie in België blijft, met goede jobs?
Robin Tonniau:
Mijnheer De Wever, morgen zal ik 1 mei vieren in Gent, aan de Zuid en onder de schaapstal. Ik zal daar naar strijdbare speeches luisteren en de Internationale zingen met kameraden, maar ik zal daar ook een pintje drinken met mijn oud-collega’s van Volvo en met syndicalisten van Volvo en de toeleveringsbedrijven.
Ik heb daar zelf zeven jaar gewerkt, bodies gekapt, vloeren gelast, kofferrubbers gemonteerd en pedalen gestoken, allemaal werk dat ik met mijn twee handen heb uitgevoerd. Ik heb vroege en late shifts en de vaste nacht gedaan. Vorig jaar hebben ze bij Volvo Cars Gent alleen al 212.000 auto’s gebouwd. Kunt u zich dat voorstellen? Die werknemers bekopen dat met hun gezondheid. Dat is hard werk, zowel fysiek als mentaal, en die arbeiders verdienen niet te veel. Ze hebben al loon ingeleverd, ze werken al langer en hun pauzes zijn al ingekort.
Mijnheer De Wever, u moet eens opzoeken hoeveel winst Volvo Cars Gent de jongste jaren heeft geboekt dankzij het werk van die arbeiders en hoe weinig van die winst terugvloeit naar de arbeiders zelf. Wat heeft Volvo immers gedaan? Het heeft al die winsten vanuit Gent gebruikt om een nieuwe fabriek te bouwen in Slovakije. Nu die fabriek in Slovakije bijna klaar is, zegt Volvo dat het met een groot probleem van overproductie zit.
Mijnheer De Wever, iedereen had dat hier zien aankomen. Die winsten uit Gent hadden in Gent geïnvesteerd moeten worden, in nieuwe technologie, zoals die megacasting.
Mijnheer de premier, wat is uw visie op onze maakindustrie? Hoe zult u de tewerkstelling bij Volvo Cars Gent veiligstellen?
Tine Gielis:
Heren ministers, gisteren ging een schokgolf door Laakdal en de Kempen toen Nike aankondigde dat 325 jobs op de helling staan, boven op de 411 jobs waarvan eerder al werd aangegeven dat ze bedreigd zijn. Nike is met een tewerkstelling van bijna 5.000 mensen een enorm belangrijke werkgever in onze streek. Die aankondiging betekent helaas dat er vanmorgen in honderden gezinnen stiltes zijn gevallen aan de ontbijttafel en dat vele honderden werknemers een slapeloze nacht achter de rug hebben en zich bijzonder onzeker voelen over wat de toekomst voor hen zal betekenen.
Als burgemeester van Laakdal raakt die situatie me persoonlijk erg en heb ik tal van bezorgde berichten ontvangen. Ik ben zelf in gesprek met de directie en hoor zowel van hen als van de vakbonden dat ze alle kansen willen geven aan het sociaal overleg. Het is bijzonder belangrijk dat ieders stem wordt gehoord en dat er samen wordt nagedacht over de toekomst van dat mooie bedrijf. Ik hoop dan ook dat er snel duidelijkheid komt voor alle betrokkenen.
Dat nieuws komt echter in een periode van grote economische onzekerheid in verschillende sectoren. De voorbije weken hebben we het al gehad over de chemiesector en ook de toekomst van Volvo Gent staat vandaag hoog op de politieke agenda.
Heren ministers, voor cd&v is het duidelijk: we mogen de maakindustrie en de logistieke sector in dit land niet loslaten. We moeten blijven inzetten op maximaal jobbehoud. Mijn vraag aan u beiden is dan ook of u bereid bent om dat dossier van zeer nabij op te volgen. Dank u wel.
Sophie Thémont:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, demain, ce sera le 1 er mai. Les travailleurs vont littéralement crouler sous le poids des cadeaux gouvernementaux. Nous ne savons, du reste, par où commencer parce que nous n'avons que l'embarras du choix.
Vous promettez un double saut d'index, alors que les prix explosent et qu'on annonce une inflation de 4 %. Cadeau! Vous généralisez le travail de nuit et vous supprimez les primes entre 20 et 23 h pour tous les secteurs de la distribution, entraînant des pertes jusqu'à 500 euros par mois. Cadeau! Vous réintroduisez la période d'essai et vous limitez le préavis afin qu'on puisse licencier encore plus facilement. Encore un cadeau! Vous réduisez la durée minimum du contrat de travail, trois heures par semaine, de sorte que les travailleurs n'auront plus qu'à cumuler les petits contrats et s'épuiser sans aucune sécurité de revenu. Cadeau! Vous encouragez les heures supplémentaires sans sursalaire ni cotisations sociales. Cadeau! Vous autorisez l'ouverture des commerces sept jours sur sept, si bien que les travailleurs n'auront plus de vie. Encore une cadeau! Vous instaurez un malus pension et vous durcissez les conditions de carrière: travailler plus longtemps pour gagner moins. Cadeau! Vous ne prenez plus en compte la pénibilité des métiers pour la pension. Et je rappelle quand même que nous serons encore le seul pays d'Europe dans ce cas. Donc, se tuer au travail et travailler plus longtemps, c'est encore un cadeau!
Messieurs les ministres, c'est donc cela, votre modernisation du travail, vos récompenses accordées aux travailleurs. Ma question est très simple: qu'allez-vous encore leur offrir dans les prochains mois?
Kurt Moons:
Heren ministers, morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid, een dag die het Vlaams Belang vanuit de traditie van ons volksnationalisme al jaar en dag viert, met aandacht voor de koopkracht, de waardigheid en de zelfontplooiing van de werkende Vlaming. We zien echter telkens opnieuw hetzelfde. Degenen die zich het luidst opwerpen als verdedigers van de werkende mens, vergeten diezelfde werkende mens zodra ze aan de beleidsknoppen zitten.
Ook de regering-De Wever heeft voor de werkende mens vooral één boodschap: u mag werken, u mag betalen en u mag vooral niet te veel terugverwachten. Met de programmawet haalt u via de centenindex en een reeks nieuwe belastingen opnieuw geld uit de zakken van de vijf miljoen werkenden in dit land, die vorige week trouwens al werden afgescheept met een bijzonder beperkte energiesteun. Tegelijk kreunen onze bedrijven onder torenhoge loon- en energiekosten. Volvo Gent, waar 6.500 jobs op de helling staan, is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Intussen zitten we met de grootste faillissementsgolf in jaren.
Ik vraag mij af wat een Volvo taskforce vol ministers baat, als u aan de basis niets anders doet dan extra belastingen verzinnen. Wat baat het om nachtarbeid extra te belasten, terwijl net die bedrijven nachtarbeid nodig hebben om competitief te blijven? Wat baat het om de indexering van werknemers via de centenindex af te romen en naar extra sociale bijdragen door te sluizen?
Mijnheer de minister, een welvarende bevolking bestaat slechts dankzij sterke, productieve bedrijven die jobs creëren, investeren en hun personeel degelijk kunnen vergoeden. Ik heb hierover twee vragen. Wanneer maakt u eindelijk werk van een ernstig, regionaal aangepast arbeidsmarktbeleid dat de koopkracht van de burger echt kan beschermen? Wanneer gaat u eindelijk snoeien in de overheidsuitgaven, in plaats van telkens opnieuw te graaien in de portefeuille van de hardwerkende burger?
Bart De Wever:
Chers collègues, je vous remercie pour vos questions. Le ministre de l’Économie et de l’Emploi, mon ami David, y répondra dans un instant de manière plus détaillée et approfondie.
Je me limiterai aux questions concernant la task force et aux considérations générales. Je peux confirmer qu’au début de cette année, une task force a été créée sous ma direction afin d’engager un dialogue stratégique et structurel avec Volvo Cars.
Avec son usine de Gand, Volvo est l’un des plus grands employeurs industriels de notre pays et également le dernier constructeur automobile. La création de cette task force n’a pas été motivée par un danger immédiat, mais vise plutôt à anticiper des préoccupations plus larges concernant l’avenir de l’industrie en Europe, en particulier l’industrie automobile.
Gelet op de bekende uitdagingen van onze industrie leek het me verstandig om met zo’n cruciale speler een open dialoog permanent gaande te houden met het oog op de lange termijn, eerder dan pas te beginnen spreken als het te laat is, zoals dat in het verleden vaak gebeurd is. We voeren ook gesprekken over maatregelen op de korte termijn, voor alle duidelijkheid. Die stellen ons in staat de problemen op de lange termijn beter in te schatten en de problemen op korte termijn goed op de radar te krijgen.
We willen vooral ook – het is eigenlijk een positief verhaal – het economische klimaat op de best mogelijke manier faciliteren, toekomstige investeringen aanmoedigen en werk maken van een breder ecosysteem voor de elektrischewagensector. Daar hebben we wel wat troeven voor. We hebben een strategische ligging. We hebben een ontsluiting via de haven van Gent. Er is onze logistieke kennis ter zake en de kunde van onze arbeidskrachten. Dit zijn daartoe gigantische hefbomen.
We moeten echter toegeven dat we ook zwakheden hebben. Het zou interessant zijn om daar heel diep op in te gaan, specifiek voor de betrokken fabriek en de betrokken sector, maar dat kan nu niet. Zo’n dialoog voert men in vertrouwen en dat vertrouwen is gebaseerd op discretie.
Ik ontvang heel veel bedrijven. Voor mij had dit niet in de openbaarheid moeten komen. Er lopen heel veel permanente dialogen met bedrijven in de Wetstraat nr. 16. Men kan er dus op rekenen dat de discretie in nr. 16 altijd gegarandeerd is en gerespecteerd wordt. Dit is nu naar buiten gekomen, maar ik zou hier niet graag verantwoording afleggen over alle bedrijven en alle dialogen die we voeren. Ik begrijp de vragen, maar u moet ook mijn positie begrijpen.
Wat de opmerking over Nike in Laakdal betreft, de onderhandelingen tussen de vakbonden en de directie zijn lopende. Dat hebt u aangehaald. Het is logisch dat we afwachten of ze resultaat opleveren, maar weet wel dat mijn deur openstaat. Ik heb de directie van Nike al ontvangen, enkele maanden geleden. Ik voelde eerlijk gezegd de bui toen al een beetje hangen. Ik heb toen ook gezegd dat mijn deur voor hen openstaat, om problemen te helpen opvolgen. Die deur blijft openstaan, voor alle duidelijkheid.
Ik wil afsluiten met een antwoord op de algemene beschouwingen, of op het betoog dat sommigen hier hebben gevoerd. Het lijstje horrormaatregelen waarmee de regering volgens de PS bezig is, klopt niet. Ik meen dat we in feite, los van de leugenachtige dingen die verteld zijn, bezig zijn aan een lijst hervormingen die werken meer logisch en lonend maken. Dan is het aan de andere kant natuurlijk ook belangrijk om ervoor te willen zorgen dat er voldoende werkgelegenheid is die welwillende mensen in staat stelt een goede job te vinden. In die zin vind ik de verwijten uit de extreemlinkse hoek toch wel enigszins ironisch, zeker als 1 mei daarbij wordt betrokken, met allerlei slogans die oproepen tot massale stakingen.
Sommigen menen blijkbaar nog altijd dat dit land aantrekkelijk wordt voor industriële en andere werkgevers als wij ons tot de stakingskampioen van Europa blijven kronen, wat wij zijn. De economische realiteit is volgens mij anders.
Dans l’intérêt des travailleurs, ce gouvernement s’efforce de mener une politique qui maintient le moteur de l’emploi en marche, tout en incitant chacun à continuer à le faire tourner. Cet équilibre n’est pas toujours évident, mais avec cette large coalition, je suis convaincu qu’avec de la bonne volonté, nous pouvons continuer à trouver le juste équilibre.
David Clarinval:
Chers collègues, la situation de Volvo Car Gent – et plus généralement celle de toute l’industrie européenne – est au cœur de l’action du gouvernement. Elle nous interpelle également car elle touche à l’emploi, à notre tissu économique et à notre capacité à produire en Europe.
La task force mise en place autour de Volvo Car Gent illustre l’engagement du gouvernement à préserver l’avenir du secteur automobile en recherchant, avec les acteurs concernés, des solutions pour renforcer sa compétitivité dans un contexte international exigeant. Cette démarche s’inscrit dans une stratégie plus large visant à soutenir durablement l’industrie en agissant à la fois sur les coûts, l’innovation, la formation et l’adaptation du marché du travail.
Face à ces défis, le gouvernement agit avec détermination. Plusieurs mesures importantes ont déjà été engagées. Nous avons décidé de réduire d’un milliard d’euros les coûts salariaux afin de redonner de l’oxygène à nos entreprises et de renforcer leur capacité à investir et à créer de l’emploi.
Wij hebben ook een energienorm ingevoerd die is aangepast aan elektro-intensieve industrieën om een competitief kader te garanderen ten aanzien van onze Europese buren. Gelijklopend wordt de arbeidsmarkt hervormd om die flexibeler, aantrekkelijker en beter aangepast te maken aan de huidige economische realiteit, iets waarover wij gisteren nog hebben gedebatteerd.
Madame Thémont, à la longue liste que vous avez citée, vous pouvez ajouter le fait que nous avons décidé, ce matin, de transmettre au Parlement la réforme ambitieuse des flexi-jobs. Elle pourra ainsi être votée rapidement car elle est attendue.
Met het competitiviteitsplan 2025-2030 geven we de industriële heropleving duidelijk een centrale plaats in onze economische strategie. Het werk moet doorgaan. De uitdagingen zijn talrijk en vergen standvastigheid, dialoog en ambitie.
Al die werven moeten samen één doelstelling verwezenlijken: de competitiviteit van onze industrie duurzaam herstellen en onze arbeidsmarkt verbeteren. In aanloop naar 1 mei, het Feest van de Arbeid, is het essentieel eraan te herinneren dat het beleid van de regering erop gericht is de werkgelegenheid te beschermen en te versterken, onze werknemers te ondersteunen en een solide industriële toekomst voor ons land te garanderen. In die geest zullen we blijven handelen, met verantwoordelijkheid en vastberadenheid.
Lieve Truyman:
De houding en de daadkrachtige acties van de arizonaregering tonen aan dat u de urgentie voelt. ( Rumoer op de banken van de Vlaams Belangfractie ) Collega’s van het Vlaams Belang, de werknemers van Volvo lachen niet met uw houding.
Onze troeven zijn bekend. We hebben in ons land de kennis en de innovatiekracht. Met onze havens beschikken we ook over een geografisch toegankelijke ligging, een belangrijke poort naar Europa en de wereld. Voor duizenden gezinnen en werknemers is de bezorgdheid over werkzekerheid en over een toekomstperspectief niet theoretisch, maar concreet. Ik heb er alle vertrouwen in. Blijf die belangen met overtuiging verdedigen, voor onze jobs en voor onze welvaart.
Sarah Schlitz:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Premièrement, aujourd’hui, c'est un leurre de continuer à prétendre que le travail coûte trop cher, car, d’une part nous avons résorbé notre handicap salarial et, d’autre part, la fiscalité élevée est compensée par des milliards de subsides versés aux plus grandes entreprises.
Deuxièmement, dans un marché néolibéral globalisé tel qu’il fonctionne aujourd’hui, nous ne pouvons pas gagner au jeu de l’affaiblissement des normes sociales et des conditions de travail. Nous devons au contraire assumer notre responsabilité de pays occidental en relevant les standards. Nous devons faire en sorte que nous ne nous retrouvions plus – comme c’est le cas aujourd’hui – avec des enfants de neuf ans travaillant dans des ateliers qui fabriquent des jeans pour Shein, pour 80 centimes par jour. Là, nous disposons de leviers pour agir. Nous ne gagnerons pas, nous ne créerons pas d’emplois en jouant ce jeu du nivellement par le bas. Ce n’est souhaitable pour personne, ni ici, ni ailleurs.
Anja Vanrobaeys:
Heren ministers, bedankt voor uw antwoord. De kwestie gaat inderdaad ruimer dan Volvo Car Gent. Eigenlijk luidt de fundamentele vraag of we in België nog zelf dingen zullen maken dan wel enkel nog zullen invoeren, en worden we afhankelijk van wereldleiders die elke dag van koers veranderen. Het Vlaams Belang toetert hier wel veel, maar is wel al jaren bevriend met Trump, die onze welvaart bedreigt. Waarover gaat het hier in de eerste plaats? Het gaat over zovele mannen en vrouwen die in vroege en late ploegendienst werken en onze band laten draaien. Zij zijn de motor van onze economie.
Morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid. Voor Vooruit is het duidelijk. Een sterk industriebeleid is een sociaal beleid. Investeren in onze fabrieken beschermt onze gezinnen, onze koopkracht en onze toekomst. Daarvoor neemt Vooruit zijn verantwoordelijkheid. Daarvoor zal Vooruit altijd strijden, niet alleen morgen op 1 mei, maar elke dag opnieuw.
Robin Tonniau:
Vooreerst herinner ik de heer Moens van het Vlaams Belang eraan dat 1 mei geen feestdag is van de Vlaamse nationalisten. Het is een feestdag van de arbeiders. Op 1 mei zingen we de Internationale. Op 1 mei zingen we antifascistische liederen. Het is onze feestdag. Het is de feestdag van de socialisten, een strijddag. Het is een strijddag voor tijd, voor loon en voor goede werkomstandigheden, voor alle arbeiders wereldwijd.
Mijnheer De Wever, wat Volvo Car Gent betreft, als we willen dat elektrificatie werkt, als we willen dat er een afzet is voor die wagens in ons land, moeten we dat plannen. Waar is het plan? Waar zijn de laadpalen? Waar is de infrastructuur? Bovendien zijn de wagens die verkocht worden, veel te duur. We moeten dat eigenlijk (…)
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, ik onthoud dus vooral dat uw deur openstaat, ook voor Nike. Dat stemt mij alleszins tevreden, want het is en blijft onze rol en opdracht als overheid en beleidsmakers om de juiste omstandigheden te creëren waarin bedrijven, in welke sector dan ook, kunnen groeien en bloeien. Daar worden we inderdaad allemaal beter van.
Het thema van dit debat is weerom een eyeopener. We moeten elkaar hierin kennen en net daarom is sociaal overleg zo belangrijk. Overheid, werkgevers en werknemers hebben een gedeeld belang. We moeten zorgen voor bloeiende bedrijven die kwalitatieve jobs in onze regio opleveren. Laten we daar samen voor blijven gaan.
Sophie Thémont:
Je trouve, monsieur Clarinval, votre humour déplacé. Vous m'avez en effet rappelé que j'avais oublié la flexibilité dans ma liste. Vous connaissez le nombre de faillites, qui atteint un record actuellement: 3 048 entreprises ont déposé le bilan au premier trimestre 2026, et 34 238 emplois ont été perdus en 2025!
Toutes vos réformes de modernisation du travail, comme vous dites, c'est un chèque en blanc pour l'exploitation sans limite des travailleurs. La démolition pure et dure des acquis sociaux. Et, en plus, vous êtes incapable de préserver l'emploi. On vient de parler de Volvo, mais je peux aussi vous parler des fonderies liégeoises, où 140 emplois ont été perdus chez Marichal Ketin. Alors, oui, nous continuerons ici à nous battre et à défendre les travailleurs et les travailleuses!
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, een echt regionaal arbeidsmarktbeleid, met financiële verantwoordelijkheid voor de gewesten, dat zou pas verandering brengen voor de hardwerkende burgers in dit land. Dat staat echter niet in het regeerakkoord en werd ook niet geëist door de N-VA. Wat wel in dat akkoord staat, is duidelijk, namelijk extra accijnzen, extra belastingen en speciaal voor Volvo en Nike een verhoging van de lasten op ploegenarbeid en nachtwerk. Daarbovenop komt nog de centenindex.
De regering-De Wever is geen hervormingsregering, maar een belastingregering. Ze beweert dat het geld op is maar er zit nog genoeg vet op de soep. Denk aan de migratiefactuur, aan het leefloon voor niet-Belgen en aan het uitblijven van een aparte sociale zekerheid voor migranten, zoals die in Denemarken werd gerealiseerd, met socialisten trouwens. De Vlamingen zijn de meest gepluimde kippen van Europa. Zij zijn het beu te moeten opdraaien voor een asociaal beleid dat werkenden belast en profiteurs ontziet.
Wanneer komt eindelijk de hoogstnodige ommezwaai?
Voorzitter:
Ik bevrijd de premier van zijn opdracht hier in de plenaire vergadering. De heer Clarinval moet echter nog even blijven.
-
Vraag: Het grootste jobverlies in de Belgische chemiesector sinds de financiële crisis
Vraag: De crisis in de chemiesector
economie en werkHet grootste jobverlies in de Belgische chemiesector sinds de financiële crisis
De crisis in de chemiesector
De grootste crisis in de Belgische chemiesector sinds 2008 summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tine Gielis (N-VA) en Annik Van den Bosch (PVV) waarschuwen voor een acute crisis in de chemiesector (1.600–2.700 banenverlies, exportdaling, wegvloeiende investeringen) door hoge energieprijzen, oneerlijke concurrentie en gebrek aan overheidssteun, terwijl de sector volgens hen cruciaal is voor de Belgische economie. Van den Bosch bekritiseert het regeringsbeleid als "bla-bla zonder daadkracht", eist sture economische planning, massale investeringen in groene energie en bindende voorwaarden aan subsidies om jobverlies en winstafvoer tegen te gaan. Minister Clarinval (MR) erkent de urgentie en wijst op bestaande maatregelen (MAKE 2025-2030, loonkostenverlaging, energienormen, ETS/CBAM-herziening), gericht op competitiviteit, jobbehoud en duurzame groei, maar Gielis (N-VA) en Van den Bosch (PVV) blijven sceptisch over de snelheid en effectiviteit, met Gielis’ oproep tot kamerbrede steun voor een resolutie en Van den Boschs herhaalde eis voor radicale staatsingrepen.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, een verlies van zo'n 1.600 jobs, een exportdaling van bijna 5 % en amper perspectieven op nieuwe investeringen: het is duidelijk dat de chemie zich vandaag op een cruciaal kantelpunt bevindt. Dat zeg ik niet, maar dat stelt essenscia, de beroepsfederatie van de chemie, in haar jaarrapport.
De uitdagingen waarmee de sector momenteel wordt geconfronteerd, zijn zeer groot: de sterk gestegen energieprijzen, de doelstelling om versneld te vergroenen, en dat onder druk van sterke internationale en vaak ook oneerlijke concurrentie. Nochtans is de sector een kroonjuweel van onze economie, creëert hij veel jobs, onder meer in Antwerpen en in de Kempen en is hij nog altijd goed voor bijna een derde van de totale Belgische export.
De situatie is kritiek, mijnheer de minister. De studie van essenscia bevat evenwel ook positieve elementen. Hoewel het in Europa vaak moeilijk gaat, blijft onze Antwerpse chemiecluster met voorsprong de sterkste van Europa.
Het is absoluut tijd om de strijd aan te gaan en die ook te winnen. Er zitten een aantal maatregelen in de pijplijn op het federale niveau, zoals de aangekondigde korting op de transmissienettarieven. Ik verwacht van u, mijnheer de minister, dat u uw collega’s aanspoort om op te komen voor mijn oud-collega’s uit de chemiesector en dat u vecht voor de sector. Bent u daartoe bereid?
Annik Van den Bosch:
Mijnheer de minister, wij maken ons grote zorgen over onze industrie. Ik kom zelf uit Antwerpen. In Antwerpen leven duizenden gezinnen, van de chemie en de haven. Volgens recente cijfers gingen de voorbije twee jaar al meer dan 2.700 jobs verloren bij onder andere BASF, Envalior, Total, Exxon, Agfa-Gevaert, de lijst is eindeloos. Daarmee gaat enorm veel knowhow verloren, terwijl die jobs enorm belangrijk zijn voor ons land. Ze betalen namelijk de school van onze kinderen en de winkelkarren en stutten onze economie. Ik heb veel vrienden in die sector. Zij moeten zich constant aanpassen aan de herstructureringen van hun bedrijf, terwijl jobverlies als een zwaard van Damocles hun boven het hoofd blijft hangen.
De maakindustrie, het kloppende hart van onze welvaart, bloedt leeg en het is door de torenhoge energieprijzen nog niet gedaan. De eerste crisis was al een slag van de hamer en vandaag volgt er alweer een mokerslag. De voorbije jaren wordt nog amper geïnvesteerd in onze industrie. De door de werknemers gecreëerde winsten worden met miljarden versluisd naar het buitenland in plaats van hier opnieuw te worden geïnvesteerd. Er wordt met miljarden gestrooid voor defensie maar voor onze industrie is er geen geld.
Wat doet de regering? Er is veel blabla en weinig boem boem. Zij laat alles over aan de markt. Dat werkt niet. Onze industrie gaat daaraan kapot. Er is nood aan economische planning en massale investeringen in energie en in onze industrie.
Mijnheer de minister, heeft de industrie voor u nog wel een toekomst in België?
Zult u ingrijpen en zelf massaal investeren in goedkope en groene energie en bedrijven (…)
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, als minister van Werk en Economie neem ik het signaal van essenscia zeer ernstig. Het banenverlies, de terugval van de export en de daling van de investeringen vormen een duidelijk signaal. Onze competitiviteit staat onder druk en het risico op industriële achteruitgang is reëel, als wij niet handelen.
Dat gezegd zijnde, de regering heeft al talrijke maatregelen genomen om de tendens om te buigen en te werken aan duurzame groei. In eerste instantie verwijs ik naar het initiatief MAKE 2025-2030, dat de industriële heropleving centraal in onze economische strategie plaatst. De doelstelling is duidelijk, namelijk de belemmeringen voor investeringen wegnemen en de competitiviteit van onze industrie duurzaam versterken.
Bovendien zijn belangrijke hervormingen aan de gang om onze arbeidsmarkt te moderniseren. De regering voorziet in een vermindering van de loonkosten met 1 miljard euro tegen 2029 om de werkgelegenheid te ondersteunen en de competitiviteit van de ondernemingen te versterken. Die maatregelen strekken ertoe de ondernemingen de nodige flexibiliteit te bieden, terwijl een adequate bescherming van de werknemers behouden blijft.
De regering heeft zich tot doel gesteld de werkzaamheidsgraad op 80% te brengen. Wij bereiken dat peil door bestaande jobs in ons land te verankeren en de nodige voorwaarden voor nieuwe kansen op een job te creëren. Daartoe stimuleren wij de economische groei, trekken wij buitenlandse investeringen aan en pakken wij onze competitiviteitshandicap gericht aan.
Ik deel ook verschillende verzuchtingen van de sector, namelijk dat de energiekosten moeten worden beperkt en dat de Europese instrumenten, met name ETS en CBAM, moeten worden aangepast om de competitiviteit te vrijwaren en om onze handelsbescherming tegenover oneerlijke praktijken te versterken. De invoering van een energienorm vormt alvast een essentiële hefboom om de competitiviteit van onze industrie te versterken. Door de energiekosten te beheersen en voorspelbaarder te maken, creëren wij de nodige voorwaarden om investeringen te ondersteunen en de werkgelegenheid te vrijwaren. Kortom, wij nemen concrete maatregelen omwille van een aantrekkelijk investeringsklimaat en slagkrachtige competitiviteit van onze ondernemingen. Mijn doel is duidelijk: onze industriële basis behouden, investeringen ondersteunen en jobs beschermen, met name in sleutelsectoren zoals de chemie.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik hoop dat uw actieplan met focus op de chemie snel in werking treedt; het is broodnodig.
Ik ben zelf 36 jaar lang werkzaam geweest als communicatieverantwoordelijke bij het chemisch bedrijf INEOS Aromatics te Geel, in de Kempen. Ik begeleidde er bedrijfsbezoeken en we hebben daar heel veel studenten warmgemaakt voor de chemie. Er was toen één rode draad: denk chemie weg uit het dagelijkse leven en het zou er heel anders kunnen uitzien. Daarmee bedoelden we dat chemie aan de basis ligt van heel wat producten die we allemaal dagelijks gebruiken of dragen. Vandaag krijgt dat echter een heel andere betekenis. Als de huidige trend voortgezet wordt, dan zien we heel wat chemische bedrijven wegtrekken en daarmee verdwijnen ook de hoogwaardige jobs en onze welvaart.
Cd&v diende een voorstel van resolutie in waarin we erop aandringen om hierin een kentering te brengen. We hopen op kamerbrede steun hiervoor.
Annik Van den Bosch:
Mijnheer de minister, ik hoor weer heel veel blabla. U weigert in te grijpen op de energiemarkt. U blijft weigeren voorwaarden aan subsidies te stellen, die blijven zonder garanties rond jobs en verankering. U blijft geloven in de vrije markt, terwijl het bewijs dat die methode niet werkt, u rond de oren slaat. De alternatieven liggen al 25 jaar op tafel. Hoe zei een délégué uit de sector het ook alweer – ik citeer -: “Steun koppelen aan investeringen, aan verankering, aan opleiding, aan echte activiteit. Geen geld meer voor bedrijven die enkel komen halen en niks geven. Een massale investering in groene, goedkope energie.” Hoog tijd voor boem boem, mijnheer de minister.
-
Vraag: De nieuwe spoorstaking
Vraag: De andermaal aangekondigde spoorstaking
mobiliteit en transportDe nieuwe spoorstaking
De andermaal aangekondigde spoorstaking
Opnieuw aangekondigde spoorstakingen summaryExplanationBeantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 26 februari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Dorien Cuylaerts en Tine Gielis bekritiseren de herhaalde stakingen van socialistische vakbonden bij de NMBS, die volgens hen het vertrouwen in het spoor ondermijnen en hardwerkend personeel onterecht treffen, terwijl minister Crucke bevestigt dat de geplande stakingen van 9-11 maart ideologisch gemotiveerd zijn en de impact beperkt blijft doordat niet alle bonden meedoen. Crucke kondigt een wetsontwerp midden maart 2026 aan om hervormingen door te voeren, roept op tot constructief overleg over nieuwe arbeidsvoorwaarden en wijst verzoening af als dat de regeringsbeslissing ondermijnt. Cuylaerts steunt de minister en noemt de vakbondseisen egoïstisch, terwijl Gielis hoopt op een doorbraak via gesloten deuren, benadrukkend dat ideologie niet boven dienstverlening aan reizigers mag staan. De focus ligt op het doorbreken van het vakbondsvetorecht en het herstellen van betrouwbaarheid voor treingebruikers.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, als het aan de socialistische vakbond ligt, ligt het spoor opnieuw plat op 9, 10 en 11 maart, alweer. Dat is intussen geen uitzondering meer, het wordt een gegarandeerd onderdeel van de dienstregeling. De afkorting NMBS staat tegenwoordig voor Nationale Maatschappij van Belgische Stakers.
Dat is bijzonder jammer, niet alleen voor de reizigers, maar ook voor het personeel. Het overgrote deel van het personeel werkt immers wel zoals het hoort, wil werken en wil hard werken. Heel vaak hoor ik van treinbegeleiders, loketmedewerkers en techniekers dat ze hun job met veel overtuiging willen doen, maar dat ze zich schamen om te zeggen dat ze bij de NMBS werken. Is dat niet jammer? Hardwerkende medewerkers worden in conflicten meegezogen en dat creëert natuurlijk spanningen op de werkvloer.
Mijnheer de minister, daar wringt het schoentje. Het gaat niet langer over die ene staking of dat ene conflict. Het spoor is vandaag het laatste grote overheidsbedrijf waar de vakbonden een vetorecht hebben op hervormingen. Dat is het afgelopen jaar erg pijnlijk duidelijk geworden. Tot tweemaal toe had u immers een voorakkoord met de vakbonden, maar helaas werd dat tot tweemaal toe afgewezen door de achterban.
U hebt het overleg opgeschort en dat vind ik terecht. U zet door en dat is zeker ook terecht, want de reizigers en bij uitbreiding een groot deel van de bevolking staan achter u. Ik heb hier al vaak gestaan om te zeggen dat het genoeg is geweest. Daarover zijn we het eens.
Mijnheer de minister, u hebt een oplossing via een wetsontwerp. De reizigers, het personeel en ikzelf roepen u op om dat zo snel mogelijk ter stemming voor te leggen in het Parlement. Wanneer zal dat gebeuren, zodat de vakbonden misschien beslissen om hun stakingen te staken?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, u herinnert zich misschien nog wel dat ik hier exact een jaar geleden stond met een grote kalender waarop ik alle stakingsdagen had aangeduid. Geloof mij, het waren er toen heel veel. Vandaag sta ik hier opnieuw, dag op dag een jaar later, eigenlijk met hetzelfde verhaal. Ik geef toe dat dat mij ontmoedigt. We zijn het echt beu.
Zoals u ongetwijfeld weet, ben ik niet de enige die het beu is. Dee stakingen treffen immers bijna 1 miljoen reizigers die dagelijks met de trein naar het werk, naar school, naar familie of naar het ziekenhuis moeten. Zeker vanuit de Kempen ondervinden mensen daar grote hinder van. In hun naam wil ik vandaag spreken, want zij zijn alweer de dupe, voor de zoveelste keer. Hoe kunnen we verwachten dat reizigers het vertrouwen behouden in het spoor wanneer ze om de haverklap worden geconfronteerd met stakingen?
Het is duidelijk dat het draagvlak voor die stakingen er niet meer is. Zelfs tussen de spoorbonden is er verdeeldheid, want de ene staakt wel, de andere niet, en de ene is al wat redelijker dan de andere. Dat moet dringend worden aangepakt, bij voorkeur via sociaal overleg. Ik hoor u graag zeggen dat het sociaal overleg voor u hier stopt, maar voor bijna een miljoen reizigers stopt het hier niet. Zij moeten wel op hun werk, op school of bij hun gezin geraken.
Cd&v roept de sociale partners op om terug aan de onderhandelingstafel te gaan zitten, in plaats van zichzelf buitenspel te zetten door te staken. We vragen hun gewoon om hun job te doen.
Mijnheer de minister, ik vraag u uitdrukkelijk om mee aan tafel te gaan zitten. Wat zult u concreet ondernemen om de geplande stakingen in maart alsnog proberen te vermijden?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Cuylaerts, mevrouw Gielis, een maand februari zonder staking was te mooi of te verstandig voor enkelen. Zoals u heb ik kennisgenomen van de zoveelste stakingsaanzegging van de socialistische vakbonden voor 9, 10 en 11 maart. Het betreft ook ditmaal een politiek-ideologisch gekleurde staking, gericht tegen de regeringsbeslissing van 23 december 2025.
Het verheugt mij dat ACV Transcom en de liberale vakbond ditmaal niet meedoen. Het betreft dus niet langer een actie van het gemeenschappelijk vakbondsfront. In tegenstelling tot de socialistische vakbond, die een stakingsaanzegging heeft ingediend voor het gehele net en voor alle werkzetels van de NMBS, Infrabel en HR Rail, heeft de christelijke vakbond weliswaar opgeroepen tot deelname aan de nationale actie van 12 maart, maar alleen voor de niet-essentiële functies. Ik vertrouw er dus op dat de impact op de reizigers ditmaal beperkt zal blijven en dat de NMBS geen alternatieve dienstregeling zal moeten uitwerken.
Conform de procedure is naar aanleiding van de stakingsaanzegging morgennamiddag een verzoeningsvergadering samengeroepen. De bedoeling van die vergadering kan uiteraard niet zijn om terug te komen op de regeringsbeslissing, die wij sowieso niet zullen herroepen.
Ik roep alle sociale partners binnen de spoorwegen op om de ontkenningsfase achter zich te laten. De ene zit in dat proces duidelijk al verder dan de andere. In het kader van de sociale overlegstructuur roep ik hen op constructief mee te denken over de maatregelen die nodig zijn om de genomen beslissing uit te voeren. Als alleen nog contractuelen mogen worden aangeworven, welke loon- en arbeidsvoorwaarden zullen dan aan die medewerkers worden aangeboden? Als de mensen langer moeten werken, hoe zorgen we er dan voor dat zij op een zinvolle manier langer kunnen werken? Over zulke vragen gaat het. Dat lijkt mij een veel positievere aanpak dan de steriele staking, waarvan het enige effect is dat de reiziger de dupe is.
Het wetsontwerp waarnaar werd gevraagd, zal ik midden maart 2026 in tweede lezing indienen bij de regering.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor dat heuglijke antwoord.
Aanstaande zondag is het complimentendag en vanop deze plek wil ik het spoorpersoneel dat niet deelneemt aan de stakingen nu al een bloemetje sturen. Het verzet van de vakbonden tegen rechtvaardige en noodzakelijke hervormingen druist in tegen alle redelijkheid. De acties steunen niet op solidariteit, maar eerder op egoïsme. Zoals u zelf ook zei, zijn de reizigers en de overgrote meerderheid van het personeel daarvan het slachtoffer. We kunnen het niet maken dat bepaalde privileges in een bepaalde sector in stand worden gehouden als we van alle burgers solidariteit vragen. De onredelijke houding van de vakbonden maakt ons net standvastiger. De beslissing wordt niet herroepen. Mijnheer de minister, zet snel door. Onze steun hebt u alvast.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, een wijs iemand heeft mij ooit gezegd dat, als mensen het ergens oneens over zijn, men hen dan in een kamer moet zetten, de deur op slot moet doen en hen enkel mag buitenlaten als er een consensus is. Dat advies wil ik u meegeven. Ik hoop dat u slaagt in uw verzoeningspoging. Het is belangrijk om de eigen ideologie trouw te blijven, maar ook om vanuit respect voor elkaar een gemeenschappelijke basis te blijven verdedigen. Ik hoop dat uw verzoeningspoging binnenkort een positief resultaat oplevert en dat we met uw wetsontwerp aan de slag kunnen gaan, zodat de basis sterker is en zodat iedereen zijn rol daarin kent, maar ook verantwoordelijkheid neemt, zodat de een miljoen reizigers elke dag op hun werk of bij hun familie geraken.
-
Vraag: Het banenverlies in de Antwerpse chemiesector
Vraag: De impact van het grote aantal collectieve ontslagen op de industriesector
Vraag: De wake-upcall voor de eurocraten inzake onze industriële toekomst
Vraag: De malaise in de industrie
Vraag: De verslechterende economische situatie en de dalende koopkracht
economie en werkHet banenverlies in de Antwerpse chemiesector
De impact van het grote aantal collectieve ontslagen op de industriesector
De wake-upcall voor de eurocraten inzake onze industriële toekomst
De malaise in de industrie
De verslechterende economische situatie en de dalende koopkracht
De crisis in de Europese industrie, banenverlies, economische neergang en dalende koopkracht summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de crisis in de Belgische industrie, met name de 600 ontslagen bij BASF Antwerpen, symbool voor structurele achteruitgang door hoge energiekosten, loonkosten, Europese regeldrift en gebrek aan competitiviteit. Critici (N-VA, cd&v, PVV, PTB) hekelen de passiviteit van minister Clarinval (MR)—geen concrete maatregelen, te trage hervormingen, afhankelijkheid van dure energie-importen—terwijl hij arbeidskostenverlaging, energienormen en het "Make 2025-2030"-plan als oplossingen naar voren schuift, maar zonder tastbaar resultaat. Europa’s bureaucratie en het ontbreken van een Belgisch industriebeleid verergeren de neergang, met oproepen tot deregulering, publieke energinievesteringen en snellere hervormingen. De oppositie eist directe actie en verantwoordelijkheid, terwijl de regering blokkeert op budgettaire twisten en gebrek aan urgentie.
Steven Coenegrachts:
De regering staat stil, de eerste slachtoffers vallen: 600 jobs weg bij BASF. 600 persoonlijke en familiale drama’s. En het zullen niet de laatste zijn.
Ik weet dat na mij collega’s van de N-VA en cd&v komen, die zullen zeggen: Europa moet meer doen. Maar, minister, de vraag is wat u al hebt gedaan. Wat heeft Arizona al gedaan? Op één iets na is het antwoord heel gemakkelijk, namelijk niets. Niets voor de bedrijven, niets voor de industrie, niets voor onze jobs en onze welvaart. Veel geblaat, maar heel weinig wol.
Nochtans, minister, wist u vanaf dag één wat het grote struikelblok van onze energie-intensieve bedrijven, van onze industrie, is: de hoge energiefactuur. Vanaf dag één wist u ook wat de oplossing daarvoor is: een korting op de energiefactuur. Dat lag allemaal klaar. Alles was voorbereid. Maar u deed daar niets mee. Het is schuldig verzuim.
Ondertussen wachten we in dit Parlement op flexibelere nachtarbeid, op meer overuren, op de pensioenhervorming. Ik zal het hier zelfs niet hebben over de begroting. Mijnheer de minister, uw regering staat stil, de slachtoffers vallen. Wat zult u doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, met meer dan 36 jaar ervaring in de chemiesector heb ik zelf gezien hoe een toonaangevende werkgever in de Kempen, ooit een bron van welvaart voor honderden gezinnen, vandaag vecht om te overleven. Een bedrijf dat niet alleen directe, maar ook talloze indirecte jobs mogelijk maakte. Een bedrijf waar we als Belgen trots op mogen, maar vooral ook moeten zijn.
Vandaag verdwijnen er bij BASF 600 banen, niet door een gebrek aan expertise, maar door een nieuwe realiteit die de sector treft. De hele industrie gaat gebukt onder hoge energiekosten, trage procedures en een torenhoge loonkost. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor zijn van onze welvaart stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese ondernemingen groeien en bloeien en dat ten koste van onze eigen bedrijven. Niet met cd&v.
Besturen is voor cd&v meer dan bijsturen, maar wel investeren in onze mensen en bedrijven en investeren in economische groei, zodat iedereen er beter van wordt, zodat we onze jobs hier kunnen houden en opnieuw kunnen meespelen met de grote spelers. Daarom hebben we nood aan een fundamentele omzwaai voor onze industrie. Op een economisch kerkhof kan men geen sociaal of duurzaam beleid voeren.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat België zijn concurrentiekracht herwint en dat onze industriële werkgevers opnieuw vertrouwen krijgen om in ons land te investeren?
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, het weerbericht van vandaag luidt code geel voor het binnenland en code oranje voor de kust, maar voor onze economie luidt het code rood.
Transportbedrijven moeten aantonen dat elke liter brandstof mensenrechtenproof is. Onze eigen chocoladeproducenten riskeren boetes als hun cacaoleveranciers in Ghana niet voldoen aan Europese klimaatnormen. Ik denk aan de dopjes op de flesjes en aan de regels – tot voor kort – over hoe krom bananen mochten zijn. Dat zijn slechts enkele voorbeelden van de regeldrift van Europa.
Europa is elke voeling met de realiteit kwijt. Het is dan ook logisch dat de Verenigde Staten en Qatar dreigen de gaskraan dicht te draaien en dat BASF 600 jobs schrapt en dat allemaal door richtlijnen bedacht door eurocraten zonder voeling met de werkvloer. De eigen regulering duwt de Europese industrie in zwaar weer: geen energiezekerheid, torenhoge energie- en loonkosten en daarbovenop een administratieve nachtmerrie.
We moeten niet denken dat we als Europese Unie de wereld kunnen reguleren. It is time to wake up from this European-centrist illusion . Onze concurrenten investeren in groei, terwijl wij investeren in idealisme zonder realiteitszin.
Mijnheer de minister, zult u binnen de Europese Raad op tafel slaan en pleiten voor meer economisch realisme, voor deregulering en voor minder rapportverstikking? Geef onze industrie zuurstof en vertrouwen. Dank u.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, 600 jobs verdwijnen bij BASF in Antwerpen. Opnieuw een groot industrieel bedrijf in België dat afdankt. En ik, ik weet wat dat is om afgedankt te worden. Na jarenlang hard werken in de fabriek, plotseling aan de deur te worden gezet, dat snijdt diep. We hebben Arlanxeo gehad, we hebben Agfa gehad, ExxonMobil, Total, Evonik, Covestro, Ineos. De maakindustrie, het kloppende hart van onze welvaart, dat bloedt dood.
Rechts komt hier al jaren toeteren dat de loonkost het probleem is. Mijnheer de minister, mijnheer Ronse, wat zegt het Federaal Planbureau? De energiekost is te hoog. Wat zegt chemiefederatie Essenscia? De energiekost, dat is het probleem. Als we uit de crisis willen geraken, dan zullen we die energietransitie wel zelf in eigen handen moeten nemen. Dan moeten we stoppen met die vuile deals te sluiten met Trump om het duurste en meest schadelijke schaliegas te importeren vanuit de VS. Dan moeten we afstappen van het versleten, liberale model waar ENGIE Electrabel zowel de productie als de prijs bepaalt. Wij hebben echt nood aan een grootschalig publiek investeringsplan voor hernieuwbare energie en om ons elektriciteitsnetwerk te moderniseren. Dat is de toekomst voor onze industrie.
Ik heb één duidelijke vraag voor u, mijnheer de minister. Heeft onze industrie eigenlijk volgens u nog een toekomst in België? Zo ja, bent u bereid af te stappen van het liberale energiemodel en te gaan voor echte publieke investeringen?
Sophie Thémont:
Monsieur le vice-premier ministre, aujourd'hui, c'est la crise, mais c'est aussi la crise pour les travailleurs, pour les familles, pour les pensionnés et pour les étudiants. Par quoi répondez-vous? Par une crise au sein du gouvernement. Savez-vous ce qui se passe? Au MR, vous êtes tétanisés parce que vous vous rendez compte que vous ne savez pas tenir vos promesses de campagne. On croyait qu'on allait avoir affaire à des ingénieurs. Aujourd'hui, on a des amateurs sans cœur. Qui supporte les efforts budgétaires aujourd'hui? Les pensionnés, les familles et la classe moyenne.
Vous avez été incapables de vous mettre d'accord sur un chiffre pour le budget; incapables de produire ici une déclaration politique il y a dix jours; incapables de doter le pays d'un cap; incapables d'augmenter le revenu de 500 euros; incapables d'offrir des perspectives d'emploi et de reprise aux entreprises; incapables de relancer l'industrie. Vous l'avez vu à Anvers aujourd'hui, l'entreprise BASF va supprimer 600 emplois d'ici 2028.
Après sept mois, vous avez raboté les pensions, bidouillé l'index, augmenté les soins de santé, augmenté le minerval, augmenté le prix de l'immobilier, supprimé les primes de nuit et tout va devenir plus cher. Vous avez trahi la classe moyenne et les pensionnés.
J'ai quand même une petite chose à vous dire. Ce n'est pas moi qui le dit, mais la presse, et quelqu'un de chez vous sous le couvert de l'anonymat. Votre paralysie au MR vient du fait que vous avez un peu les chocottes, monsieur Clarinval, que la classe moyenne se venge aujourd'hui. J'ai une simple question pour vous, à titre personnel. À combien estimez-vous l'effort que doit faire ce gouvernement?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, de intentie van BASF om tegen 2028 600 jobs te schrappen, bijna één job op vijf op de site in Antwerpen, is een duidelijk signaal: het gaat steeds slechter met onze industrie. Volgens de informatie waarover ik beschik, zullen er geen gedwongen economische ontslagen plaatsvinden, conform de akkoorden die met de sociale partners over de werkzekerheid zijn gesloten. BASF wijst erop dat de onderneming er alles aan zal doen om de transitie naar een andere job te bevorderen. Ik moedig uiteraard directie en vakbonden aan om een serene sociale dialoog te blijven voeren met oog voor oplossingen voor de betrokken werknemers.
BASF is helaas geen alleenstaand geval. Wat er vandaag gebeurt, toont een structurele verzwakking van de industriële competitiviteit van ons land aan. Volgens het Federaal Planbureau blijft het aandeel van de industrie in onze economie dalen. Het aandeel van de maakindustrie in de toegevoegde waarde van België is gedaald van 20 % in 1995 naar 12 % in 2023, een daling met bijna de helft. Het aantal jobs is afgenomen van 680.000 in 1995 tot 510.000 in 2023, ofwel 170.000 jobs minder. Die evolutie is niet houdbaar als we onze productieve basis, onze jobs en ons vermogen om waarde te creëren, willen behouden.
Ik heb het al herhaaldelijk gezegd. Competitiviteit is mijn prioriteit, zij is geen optie, zij is een voorwaarde voor onze welvaart. Zonder competitiviteit zijn er geen investeringen, geen innovatie en geen duurzame werkgelegenheid.
De regering heeft al concrete maatregelen genomen. Ten eerste verlagen wij de arbeidskosten met bijna 1 miljard euro tegen 2029. Ten tweede, samen met minister Bihet maak ik werk van de energienorm om de energiekosten te beheersen. Die kosten wegen immers zwaar op onze industriële sectoren, waaronder de chemie- en metaalindustrie.
Ten derde zullen mijn verschillende hervormingen van de arbeidsmarkt het bovendien mogelijk maken om de beschikbare talenten te mobiliseren en onze regels aan de economische en sociale realiteit aan te passen.
Onze beslissingen gaan in de goede richting, maar ze volstaan niet. We moeten verder en sneller gaan om de competitiviteit van onze economie te herstellen. Dat is de bedoeling van het plan Make 2025-2030. Dat plan wil onze industrie duurzaam versterken dankzij een nauwe samenwerking tussen de overheid en de economische partners. We moeten ook structurele hervormingen nastreven, met name op fiscaal vlak. Het doel is duidelijk. We willen snelle, meetbare en nuttige resultaten bereiken voor onze ondernemingen.
De competitiviteit wordt echter niet alleen in België bepaald, maar ook op Europees niveau. Daar gaat het echter niet snel genoeg. Mario Draghi zei ook al dat als Europa niet sneller wordt, het een risico loopt op slow agony , een trage verslechtering van zijn globale economische positie.
Aujourd'hui, un an après la remise du rapport Draghi, ce sont à peine 11 % des propositions dudit rapport qui sont mises en œuvre. Nous sommes trop lents, trop fragmentés, trop contraints par notre propre bureaucratie. On l'a encore vu hier avec le vote sur le CSRD et CS3D. C'est un échec regrettable.
La Belgique dispose d'atouts pour redevenir un acteur industriel fort en Europe. Ce travail exige de la cohérence et des mesures fortes. La compétitivité se construit pas à pas, réforme après réforme. C'est cette direction que le gouvernement fédéral doit poursuivre avec pragmatisme, avec constance et avec la conviction qu'une économie forte reste la meilleure garantie d'un modèle économique social solide.
L'annonce de BASF nous rappelle que chaque jour compte. C'était d'ailleurs tout le message qui avait été donné lors de la déclaration d'Anvers pour un pacte industriel européen. Et ce message doit évidemment aussi se traduire dans les discussions budgétaires que nous menons actuellement.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, wij horen nu al maanden aan een stuk dezelfde beloften en voorstellen, maar de vraag is wat u al hebt uitgevoerd. Wat hebt u al concreet gemaakt? Wat hebt u al veranderd? Welke wetteksten hebt u hier al ingediend? Over welke wetsontwerpen mogen wij stemmen? Wij staan klaar om die met onze fractie te steunen, maar hier ligt niets voor.
Collega’s, ik hoorde de voorbije uren in de wandelgangen heel wat speculatie over de val van de regering, maar waarover zou u vallen? U hebt nog niets beslist. Er is niets om over te vallen. Terwijl alle alarmbellen afgaan, doet u niets. Het is code rood, zei mevrouw Van Riet, maar wat doet u? U staat stil. U speelt verstoppertje achter de rug van Europa, dat het maar moet oplossen, mijnheer de minister. Kies voor actie.
Tine Gielis:
Dank u wel, mijnheer de minister. U geeft aan dat u een pact voor ogen hebt, waarmee u aan de slag zult gaan. Dat stelt mij al enigszins gerust, want we hebben in de media een duidelijk signaal gekregen.
We verwachten van u als minister dat u een katalysator voor een reset van de Belgische industrie zult zijn met het oog op het opkrikken van de concurrentiekracht. Dat is ook wat de bedrijven, de werknemers en de gezinnen van u verwachten. U zult daarvoor in cd&v zeker een bondgenoot vinden.
Wij kijken uit naar uw plan van aanpak waarmee we aan de slag kunnen, een plan dat onze industrie opnieuw vertrouwen en rechtszekerheid moet geven.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, we mogen niet langer de bureaucratische klucht van de Europese Commissie over ons heen laten komen. Onze motor van productiviteit en innovatie sputtert. Het beetje flexibiliteit dat we momenteel nog hebben op onze arbeidsmarkt, volstaat niet meer.
Ik ben blij dat u het Europees dogmatisch idealisme erkent en het wil vervangen door economisch pragmatisme, voor we een koffietafel voor onze industrie moeten organiseren.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, “Het gaat steeds slechter met onze industrie”, dat zijn uw woorden en u hebt gelijk. Dat staat toch in schril contrast met wat de heer Bouchez daarnet is komen verkondigen.
Het gaat slecht met onze industrie. Maar wat zult u eraan doen? U hebt geen enkel plan. U hebt daar geen enkel antwoord op gegeven. We blijven afhankelijk van gas uit de VS, we blijven afhankelijk van het liberale beleid. Elke job die vanaf vandaag verloren gaat door de hoge energiekosten, is uw verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van de regering. U staat ernaar te kijken en doet gewoon niet.
Het is duidelijk: u moet investeren; u moet de energiemarkt in eigen handen nemen. Dit zien we immers in het buitenland: waar men de energiemarkt in eigen handen neemt, presteert de economie veel beter.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne vais pas vous remercier pour vos réponses puisque vous n’avez répondu à rien. Je vous avais pourtant posé une seule question. Le premier ministre est absent, et vous, vous êtes complètement silencieux. Vous dites vouloir relancer l’économie. Je voudrais quand même vous rappeler que la Belgique, aujourd'hui, bat à nouveau un record de faillites. En septembre, il y a eu 1 219 faillites. C’est du jamais vu depuis 2013. C’est une augmentation de 2 % par rapport à 2024, et cela représente 2 542 emplois perdus. Vous qui venez avec toutes vos mesures, vous qui voulez augmenter le taux d’emploi à 80 %, vous ne répondez même pas aujourd'hui aux travailleurs et aux travailleuses de BASF qui vont se retrouver sur le carreau sans perspective. Laissez-moi quand même avoir une pensée pour eux. On le voit, vous êtes complètement perdu. Ce gouvernement est sans cohésion et sans boussole. Je vous l’ai déjà dit et je vous le redis: vous n’êtes absolument pas le ministre du travail.
-
Vraag: De vele ongevallen met e-steps
De vele ongevallen met e-steps
Beantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de toenemende ongevallen met e-steps (stijging van 450% sinds 2020) en dringende maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Minister Crucke stelt voor: nummerplaten, een helmplicht (2026), en strengere Europese regels voor conforme steps, terwijl cd&v (Gielis) de helmplicht te ver vindt en pleit voor snelheidsbeperking (20 km/u) en preventie in plaats van enkel schadebeperking. Beide partijen willen straffeloosheid aanpakken en zoeken verdere afstemming in commissie.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, wij mochten elkaar gisteren nog ontmoeten. Ik mocht u als burgemeester verwelkomen in de gemeente Laakdal, gelegen in de provincie Antwerpen.
Ik ben blij dat we nu hier, in dit halfrond, met elkaar in overleg kunnen gaan over een heel actueel thema, namelijk de e-steps. We stellen vast dat er dagelijks vijf ongevallen mee gebeuren en dat aantal blijft stijgen. Vijf keer per dag is veel te veel. Ook artsen, rechters en experts roepen om maatregelen en zijn vragende partij om daarmee aan de slag te gaan.
Wij vanuit cd&v delen die bezorgdheid. Daarom hebben we deze zomer een aanzet gegeven tot een wetsvoorstel. We zijn blij dat u deze problematiek eveneens ernstig neemt en ermee aan de slag gaat. Het is hoog tijd dat we de cowboys terug aan banden leggen en hen kunnen aanpakken.
Concreet zijn wij vragende partij om, enerzijds, de maximumsnelheid voor e-steps te beperken tot twintig kilometer per uur. Minder snelheid betekent immers minder brokken. Anderzijds willen wij de e-steps een nummerplaat geven. Wie de regels overtreedt, moet daarvoor gestraft worden.
Voorzitter: Peter De Roover, voorzitter.
Président: Peter De Roover, président.
Samengevat, mijnheer de minister, willen wij meer verkeersveiligheid, minder ongevallen en een einde aan de straffeloosheid waarmee onverantwoorde stepgebruikers door de straten rijden. Dat is wat wij beogen en in een wetsvoorstel hebben gegoten. Onze vraag aan u is eenvoudig: bent u bereid dit voorstel in overweging te nemen?
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Gielis, net als u maak ik mij zorgen over het aantal ongevallen, maar ook over de ernst van de verwondingen bij gebruikers van elektrische steps. Ik baseer mij op de officiële Statbel-gegevens tussen 2020 en 2024. Het aantal vastgestelde letselongevallen is in die periode toegenomen met maar liefst 450 %, van 372 letselongevallen in 2020 naar 1.673 in 2024.
Voor het lopende jaar beschikken we momenteel alleen over de gegevens van het eerste trimester. Die schetsen zeker geen rooskleurig beeld. We zien een stijging van 61 % ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Om dat te counteren, wil ik initiatieven nemen om ongevallen te voorkomen en om de gevolgen ervan te beperken. Ik verzeker mij van de steun van de meerderheid, maar ook van de oppositie, om daar werk van te maken. Samen met de collega's van Economie en Consumentenbescherming wil ik ervoor zorgen dat alleen veilige en conforme toestellen op de markt aangeboden kunnen worden.
Daarom heb ik de Europese commissaris bevoegd voor Industrie, KMO’s en Interne Markt al gevraagd om te werken aan een geharmoniseerd regelgevingskader op Europees niveau dat de invoer van niet-conforme elektrische steps verbiedt. Ik zal de non-paper van Nederland over dit onderwerp zeker steunen. Verder wil ik de helmplicht invoeren om de gevolgen van ongevallen te beperken. Hiervoor zal ik artikel 36 van de wegcode wijzigen, zodat die begin 2026 in werking kan treden. Uw voorstel is voor mij zeker een basis om verder op te werken. Ook stel ik voor e-steps te voorzien van een nummerplaat, zodat we enerzijds beter de veiligheid kunnen handhaven en anderzijds kunnen waken over het feit dat alleen conforme steps in het verkeer gebracht worden.
Mevrouw de volksvertegenwoordigster, u mag er zeker van zijn dat ik daarbij handel in het algemeen belang.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik ben blij te horen dat u inderdaad heel wat concrete maatregelen zult nemen om die problematiek aan te pakken. Het is niet alleen belangrijk voor de veiligheid van de stepgebruiker, maar zeker ook voor de andere weggebruikers die daarmee geconfronteerd kunnen worden. Wij gaan vanuit cd&v akkoord met alle maatregelen die u voorstelt, behalve wat de helmplicht betreft. Wij zijn daar niet tegen. Een helm is inderdaad heel belangrijk om zichzelf te beschermen. Wij zijn er alleen van overtuigd dat een verplichting misschien een brug te ver is. In die zin pleiten wij eerder voor maatregelen die ongevallen kunnen voorkomen dan voor louter harm reduction . Misschien moeten we daarover nog in dialoog gaan in de commissie. Dank u wel, mijnheer de minister.
-
Vraag: De hittegolf en het klimaatplan dat op zich laat wachten
Vraag: Het Belgische klimaatplan
Vraag: Het treinverkeer in extreme weersomstandigheden
Vraag: De hittegolf en de klimaatambities van België en Europa
Vraag: De klimaatdoelstellingen 2040 en het Belgische klimaatplan
Vraag: De tijdens de hittegolf afgeschafte P-treinen
mobiliteit en transportDe hittegolf en het klimaatplan dat op zich laat wachten
Het Belgische klimaatplan
Het treinverkeer in extreme weersomstandigheden
De hittegolf en de klimaatambities van België en Europa
De klimaatdoelstellingen 2040 en het Belgische klimaatplan
De tijdens de hittegolf afgeschafte P-treinen
Klimaatplannen, hittegolven, treinverkeer, klimaatambities, klimaatdoelstellingen. summaryExplanationBeantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De klimaaturgentie staat centraal in een felle kritiek op minister Crucke (Klimaat), die volgens oppositiepartijen het dossier verwaarloost door prioriteiten zoals koopkracht en defensie voorop te stellen—terwijl België achterloopt met het Nationaal Energie-Klimaatplan (PNEC) (deadline juni 2024 gemist) en hittegolven dodelijke gevolgen hebben voor kwetsbare groepen. Critici hekelen symbolische maatregelen (bv. CO₂-taks voor gezinnen) en uitgestelde investeringen (windenergie, spoorinfrastructuur), terwijl de NMBS faalt met verouderd materieel en gecancelde treinen tijdens extreme hitte, wat pendelaars naar de auto drijft. Crucke verdedigt zich door te wijzen op Europese flexibiliteit (90% reductiedoel 2040 met koolstofcompensatie) en coördinatieproblemen tussen gewesten, maar belooft het PNEC voor september 2024 in te dienen—zonder concrete oplossingen voor sociale ongelijkheid (hitte-arme huishoudens) of systeemverandering (publieke investeringen vs. marktafhankelijkheid). Kernpunt: klimaatbeleid ontbeert urgentie en rechtvaardigheid, terwijl de crisis levens kost.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, "le climat n'est plus une priorité": c’est ce que je vous ai entendu dire cette semaine sur La Première. Vous regrettez peut-être, mais vous l’avez dit!
Franchement, nous savions déjà que les partis de l’Arizona abandonnaient l’ensemble de leurs promesses et de leurs priorités de campagne. Je ne reviendrai pas sur les 500 euros supplémentaires de pouvoir d’achat. Le climat était aussi dans votre programme, monsieur Crucke. Le climat, monsieur le ministre du Climat!
J’ai donc été consternée par vos propos, d’autant plus qu’au même moment, les Belges étaient littéralement en train de mourir de chaud. On a vu, partout dans le pays, des températures record, des personnes cloîtrées chez elles, des personnes en souffrance, de nombreux trains supprimés et des orages violents.
Comme nous le savons, ces pics de chaleur sont clairement liés aux émissions de carbone. Ce que nous attendons d’un ministre du Climat, c’est qu’il se batte et qu’il obtienne des avancées. Or, avec le retour des droites au pouvoir, les enjeux climatiques – qui sont aussi des enjeux sociaux – sont aujourd’hui totalement sacrifiés. Ceux qui en paient le prix sont les ménages à revenus modestes, les locataires et les pensionnés les plus sensibles aux hausses de température.
Nous le constatons en Wallonie avec votre réforme brutale des primes à l’isolation, pour laquelle les familles vous remercient ! Nous le voyons également à l’échelle européenne, où la Commission a revu à la baisse son objectif de réduction des émissions pour 2040, et où les États membres pourront désormais acheter des crédits carbone dans les pays du Sud au lieu de faire eux-mêmes les efforts nécessaires.
Maintenant, c’est au niveau fédéral que tous les plans semblent malheureusement bloqués. Je songe notamment au Plan national Énergie-Climat, pour lequel la Belgique a été mise en demeure le 12 mars dernier. Où en est-on, monsieur le ministre? Avez-vous soumis le Plan social pour le climat à la Commission européenne? Avez-vous pris connaissance d'une étude qui dit que les Wallons seront les plus touchés par le système des quotas carbone? Que faites-vous pour les protéger? Vous augmentez aussi la TVA sur les chaudières au gaz et au mazout et ce sont encore les Wallons qui vont payer.
Monsieur le ministre, il fait peut-être un peu moins chaud aujourd’hui, mais l’urgence climatique est bien là. Quelles sont les solutions de ce gouvernement face aux enjeux climatiques?
Natalie Eggermont:
Collega's, het was ongezien deze warm deze week. Maandagochtend kreeg ik het eerste berichtje op mijn telefoon van iemand die in een maatwerkbedrijf werkt. Er was een collega flauwgevallen en afgevoerd, maar extra pauzes werden geweigerd.
Wij hadden geluk want we hebben airco in het Parlement, maar heel veel mensen hebben hard gewerkt in de hitte, in de fabrieken, met veiligheidsvest, helm, schoenen, alles erop en eraan, of buiten in de volle zon, in de bouw. Al mijn respect voor die mensen. Zij zijn de eerste slachtoffers van de klimaatverandering. Ze zijn het ook beu om telkens het belerende vingertje van de politiek te zien.
Een metallo vertelde mij: “Wij moeten doorwerken in de hitte, en ondertussen komt men ons zeggen dat we met de elektrische fiets naar het werk moeten gaan of dat we onder de douche moeten plassen voor het klimaat. Intussen huurt Jeff Bezos Venetië af voor een bruiloft en laat hij 200 van zijn vrienden overkomen met de privéjet. Wij moeten wel met de fiets naar het werk om het klimaat te redden."
De huidige hittegolf is geen uitzondering meer. Dit is het nieuwe normaal, collega's. Voor veel jongeren is dat de toekomstvisie die ze van de politici vandaag meekrijgen. Wat doet de politiek dan? Ik heb een collage gemaakt. Men gaat afwachten.
Er is nog altijd geen Belgisch klimaatplan. De deadline is opnieuw gemist. Weten jullie wanneer die deadline was? Dat was 30 juni 2024, een jaar geleden. De ambities gaan dus achteruit. Gisteren, midden in de hittegolf, versoepelde de Europese Commissie haar klimaatdoelstellingen. Daar hadden ze blijkbaar ook last van de hitte. Deze week werd ook beslist dat investeringen in een nieuw windmolenpark op zee tot minstens 2032 worden uitgesteld.
Wat lukt er dan wel? De invoering van een Europese koolstoftaks voor Belgische gezinnen, die kan oplopen tot 650 euro per gezin per jaar. Voor dergelijke maatregelen zijn de traditionele partijen altijd te vinden, om in de zakken van de mensen te zitten. Dat is geen klimaatbeleid, dat is asociaal pestbeleid.
Mijnheer de minister, wat gaat u doen om verantwoordelijkheid te nemen voor het klimaat, zonder in de zakken van de mensen te zitten?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de voorbije dagen was het puffen. Het was snikheet, dat hebben we allemaal gevoeld. Temperaturen liepen op tot 38 graden. Het was de warmste 1 juli ooit. Historisch dus eigenlijk. Wie met de trein moest reizen, heeft het geweten. Ik gooi het enigszins over een andere boeg, want mijn vragen gaan uiteraard over de treinen.
De treinen die vandaag rijden, zijn te oud, te onbetrouwbaar en te krap. Het resultaat daarvan is treinen zonder airco, veel afgeschafte treinen en haltes die zomaar worden overgeslagen, dat alles zonder duidelijke communicatie. Erger nog, de reizigers zitten opeengepakt als sardienen in een blik. Bij de huidige hitte is dat niet alleen oncomfortabel, maar ronduit gevaarlijk.
Wat creëert de NMBS daarmee? Wel, mensen die afhaken. Wanneer men letterlijk zit weg te smelten in de trein, dan begint men natuurlijk naar de auto te kijken en dan neemt men die gewoon weer. Dat terwijl in het openbaredienstcontract staat dat we 30 % meer reizigers op de trein moeten krijgen tegen 2032. Hoe valt die situatie nog uit te leggen?
Het is trouwens bijzonder toepasselijk, want vorige week lag de aanbesteding voor de nieuwe treinstellen op tafel bij de NMBS. De raad van bestuur besliste het dossier on hold te zetten. De voorkeur ging opnieuw uit naar het Spaanse bedrijf CAF, ondanks eerdere kritiek en het arrest van de Raad van State. Daardoor dreigt Alstom, met vestigingen in Brugge en Charleroi, opnieuw uit beeld te verdwijnen. Net nu is de nood aan nieuwe treinstellen nochtans bijzonder groot.
Mijnheer de minister, hittegolven kunnen we niet stoppen. Wat we wél kunnen doen, is zorgen voor modern en betrouwbaar materieel en niet pas binnen tien jaar. Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig: kunt u toelichten wat de stand van zaken is in het aanbestedingsdossier?
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, les températures s'affolent. L'été est suffoquant. On vient encore de l'entendre, le seuil symbolique de 1,5°C a été dépassé. Nous souffrons tous de la chaleur et les scientifiques parlent aussi d'un dépassement de 3°C dans les scénarios les plus pessimistes.
Les risques sur la santé des plus vulnérables, l'impact de la sécheresse sur l'agriculture, nos forêts qui se dégradent, l'impact sur la biodiversité et même sur notre mobilité, la liste des impacts du réchauffement climatique sur notre vie est longue. L'épisode de chaleur que nous vivons cette semaine est un rappel supplémentaire, un énième rappel à l'urgence d'actions concrètes. Si certains veulent oublier le climat, lui, il ne vous oublie pas, comme vous le rappelez souvent.
Alors, comment avancer pour répondre à tous ces enjeux? Il faut plus que jamais développer une politique durable dans tous les domaines de façon transversale. Durable sur le plan budgétaire, le gouvernement y travaille. Durable sur le plan économique, l'appel des entreprises wallonnes pour un objectif clair montre que la demande des entreprises est bien réelle. Durable sur le plan des émissions carbone, vos efforts pour enfin aboutir à un plan climat vont dans ce sens.
Mais il ne suffit pas d'être volontariste. Il faut agir finement pour que la transition prenne en compte nos réalités territoriales et financières.
Monsieur le ministre, j'ai trois questions dans cette optique de répondre au réchauffement climatique et de nous faire avancer dans le bon sens. Que pensez-vous des objectifs de réduction de gaz à effet de serre que la Commission européenne a présentés hier? N'y a-t-il pas un risque finalement que ces objectifs s'enlisent à force de compromis et de flexibilité? Comment avance le Plan national Énergie-Climat dont on vient de parler? Le précédent gouvernement, je le rappelle, n'avait pas su aboutir et la Belgique traîne toujours ce dossier depuis trop longtemps. Enfin, quels sont vos objectifs pour faire de la transition un levier social qui diminue les inégalités plutôt que de les renforcer?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, hier encore Bruxelles étouffait: 38 degrés sur la Grand-Place. La science l'affirme: sans actions fortes, ces températures extrêmes seront la norme. Quand il y a le feu, on ne demande pas aux pompiers de faire une pause. Or, face à l'urgence, votre gouvernement temporise et regarde les flammes monter.
Malheureusement, le dérèglement climatique tue. Chaque été, ce sont des dizaines de milliers de personnes qui meurent à cause des vagues de chaleur. Et ce sont toujours les mêmes qui en payent le prix: les ouvriers sur les chantiers, des livreurs à vélo, des aînés coincés dans des logements surchauffés, les travailleurs d'usine. Les précaires crèvent en silence pendant que le gouvernement perd du temps.
La Commission européenne vient d'annoncer d'ailleurs un objectif de moins 90 % d'émissions nettes d'ici à 2040. Alors, je suis d'accord, sur le papier, ça claque! Mais dans les faits, c'est rempli de passe-droits – crédits carbone à l'étranger, transfert d'efforts entre secteurs –, avec une trajectoire molle jusqu'en 2035. Résultat: on annonce l'ambition, mais on organise l'inaction. Mettre du vert sur des politiques qui foncent droit dans le mur, ce n'est pas du progrès, c'est du sabotage.
Monsieur le ministre Crucke, vous avez qualifié ce texte d'équilibré. Moi, j'y vois une ambition au rabais, et je suis sûre que Jean-Luc sera d'accord avec moi. Pendant ce temps, en pleine canicule, la Belgique souffle sa première bougie de retard pour son Plan national é nergie-Climat (PNEC) – retardé par la Flandre, dois-je le rappeler? Nous sommes derniers de la classe avec la Pologne, et je trouve ça un peu honteux. Je pense que vous pouvez être d'accord avec moi.
Monsieur le ministre, je vous pose des questions simples. La Belgique soutiendra-t-elle, oui ou non, enfin un vrai objectif climatique ambitieux, à savoir une réduction de 90 % des émissions ici, sans tricher avec des crédits carbone à l'autre bout du monde? Quand et comment le gouvernement arrêtera-t-il officiellement sa position sur l'objectif 2040 et sur l'objectif intermédiaire de 2035? Quelle est votre feuille de route concrète – date, état, arbitrages interrégionaux – pour déposer enfin un PNEC crédible et compatible avec l'accord de Paris?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, dames en heren, als trouwe pendelaar heb ik deze week een nieuwe term geleerd: de saunatrein. Een saunatrein is een oudere trein zonder airconditioning die tweemaal per dag uitrijdt en tussendoor geparkeerd staat onder de volle zon. Voor het comfort van de reizigers en het personeel laat de NMBS die trein uitzonderlijk niet rijden bij extreme weersomstandigheden.
De NMBS verwijst dus naar het comfort, maar dat moeten we met een grote korrel zout nemen. Onze pendelaars hebben deze week immers extra hard gezweet, meer dan wie ook. Naast hittestress moesten ze ook afrekenen met treinstress. Ze zagen namelijk de ene trein na de andere geschrapt worden, waardoor van comfort helemaal geen sprake meer was. Wie was de pineut? Onze hardwerkende middenklasse, die elke dag pendelt naar het werk, want die middenklassers krijgen helaas geen hitteverlof van hun baas.
Mijnheer de minister, ik hou mijn hart alvast vast voor de winter die voor de deur staat. Dan leer ik wellicht een nieuwe term kennen: de iglotrein. Die term kan alvast ingeroepen worden als het te koud wordt.
Pendelaars in de kou laten staan – of in dit geval in de hitte – is voor cd&v helemaal niet oké. Ik pleit hier al langer voor een stipte dienstverlening van het openbaar vervoer. Dat zou een topprioriteit moeten zijn. Het moet het speerpunt vormen van uw beleid. Of het nu te koud of te warm is, probeer dat maar eens uit te leggen aan Jan Modaal die gewoon op zijn werk moet raken. Er is nood aan een beleid dat werkt bij elke weersomstandigheid.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, chers collègues, je me permettrai de commencer, car sinon je manquerais à toute civilité et à toute amitié, par souhaiter à Mme Maouane un merveilleux anniversaire, malgré les chaleurs que l'on connaît.
(Applaudissements)
(Applaus)
Madame Meunier, je suis certain que vous m'avez lu rapidement. Peut-être avez-vous cru, en prenant un mot, traduire une pensée qui n'est pas la mienne. Ce que j'ai dit, et je le maintiens, c'est qu'aujourd'hui, pour un certain nombre de personnes, peut-être, malheureusement majoritaires, la fin du mois et la dérégulation de notre géostratégie sont devenues à ce point des priorités qu'effectivement, parfois, elles ne mettent plus en premier lieu le climat. Ce n'est pas parce que je constate que c'est ainsi que je partage cette idée et que je considère qu'il n'y a pas lieu d'adopter encore une vitesse surdimensionnée en la matière. Mais être aveugle face à cela, c'est ne pas pouvoir objectiver une réponse.
On m'a posé des questions sur la planification, le Plan national é nergie-Climat. Comme je l'ai dit, et je le répète, ma collègue Melissa Depraetere dans le gouvernement flamand fait un travail qui n'avait pas été fait précédemment. Elle s'est engagée à le terminer pour fin juin, début juillet. Je n'ai aucune raison de penser qu'elle n'y arrivera pas et je la soutiens complètement.
En ce qui concerne le fédéral, nous pourrons décider également avant le 21 juillet. Je rappelle quand même que ce qui est en rade, c'est le précédent PNEC, qui a été recalé par l'Europe. C'est bien pour cela qu'on a dû s'y atteler. Je me suis engagé vis-à-vis du commissaire européen à déposer personnellement les quatre études ou projets avant le 21 juillet, et je le ferai. Il faudra ensuite faire ce qu'on appelle le réguler, ce qui sera fait par l'administration. Au mois de septembre, tout sera déposé. Rien n'est changé dans le timing.
S'agissant du Plan social Climat, vous avez raison, nous sommes en retard. Mais 26 des 27 pays européens sont en retard. Seule la Suède l'a remis. Les mesures sont connues tant par les Régions que par le fédéral. Nous devons encore nous coordonner, nous concerter, et arbitrer le pourcentage, la division des recettes entre les uns et les autres. J'ai reçu mandat du gouvernement pour qu'au nom du fédéral, je puisse négocier une fourchette de 10 à 20 % pour le fédéral. Cela me semble important parce que certaines compétences, tant au niveau économique, par rapport aux micro-entreprises, sur un plan fiscal, que vis-à-vis des citoyens, sur les aides sociales directes, ne relèvent que du fédéral. Je crois donc que les Régions pourront comprendre cela aussi.
Gisteren heeft de Europese Commissie, weliswaar met enige vertraging, ambitieus haar voorstel voor de klimaatdoelstellingen voor 2040 voorgesteld. Er wordt gestreefd naar een vermindering van de netto-uitstoot met 90 %, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese wetenschappelijke raad voor het klimaat. Dat voorstel voorziet ook in drie flexibiliteitsmechanismen: een beperkte openstelling voor internationale kredieten, erkenning van permanente binnenlandse opslag en intersectorale flexibiliteit. Die doelstelling voor 2040 zal duidelijkheid en zichtbaarheid bieden aan onze burgers en bedrijven, die langetermijninvesteringen moeten kunnen plannen. Ik denk dus dat ons land die voorstellen kan volgen.
De gevolgen van de hittegolf beperken zich echter niet tot de gezondheid. Ook onze infrastructuur heeft eronder geleden. U hebt het zelf gemerkt en ik ook. Ik heb maandagavond namelijk meer dan drie uur nodig gehad om thuis te geraken.
Sinds 15 mei is het plan voor hittegolven en ozonpieken op nationaal niveau van kracht. Ondanks de inspanningen waren de verstoringen aanzienlijk. Ik heb de NMBS en Infrabel gevraagd om snel een gedetailleerd verslag en gestructureerd actieplan voor te leggen om dat soort van storingen te voorkomen.
Les perturbations observées sur notre réseau ferroviaire ne sont ni isolées ni propres à la SNCB. Elles s'inscrivent dans des tendances plus larges. En Belgique, plusieurs incidents ont été constatés. Lundi soir, un train est resté bloqué à Wuustwezel, en province d'Anvers. Il s'agissait d'un train néerlandais opérant sur notre réseau. Mardi, un train de marchandises est tombé en panne à Haecht. Des dommages ont également été constatés à la caténaire à Neerpelt et à Mol. Ces incidents sont qualifiés de mineurs. Pour ma part, ils ne le sont pas.
In Frankrijk heeft de hittegolf geleid tot vertragingen en afgelastingen in de treindienst. In heel Europa laten spoorweginfrastructuren beperkingen zien bij extreme weersomstandigheden.
Tout cela signifie qu'effectivement, plus que jamais, la Belgique – mais pas seulement elle – doit considérer que ces événements ne sont pas dus au hasard, mais qu'ils sont dus au réchauffement climatique. C'est donc avec confiance, mais détermination (…)
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, j'entends vos explications, mais je ne peux pas admettre qu'un ministre du Climat se résigne à déplorer que le climat ne soit plus une priorité. Ce n'est pas compréhensible, ni par moi ni par personne, à part peut-être par Trump ou d'autres climatosceptiques. Surtout quand on vit un épisode comme celui de cette semaine, où les températures étaient record. Cela semble être votre devoir, en tant que ministre du Climat, de ramener ce débat au premier plan.
Ce retrait des politiques climatiques nous paraît être une erreur pour les entreprises, parce que si on veut remettre l'Europe sur la carte, il faut au contraire miser sur la transition. Et c'est une erreur pour les citoyens, en particulier les plus fragiles, parce que ce sont eux, dans les quartiers denses, dans les passoires énergétiques, qui souffrent le plus des pics de chaleur.
Ensuite, je dois vous dire que les marchés internationaux du carbone nous inquiètent. J'attends, de ce point de vue, une position ferme de la Belgique sur l'objectif 2040. Je ne manquerai pas de revenir sur ce sujet en commission.
Natalie Eggermont:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Ik meen dat we tot de kern van het probleem moeten gaan. We kunnen het klimaatprobleem niet oplossen met de recepten die we tot hiertoe hebben toegepast, namelijk verder vertrouwen op de markt en op de investeringen van de privébedrijven. Maar dat recept blijft u wel herhalen.
Hoe komt dat? Privé-investeringen gaan natuurlijk naar waar winst te halen is en de fossielebrandstofindrustrie windt er ook helemaal geen doekjes om dat ze zullen blijven investeren in fossiele brandstoffen. British Petrol, één van de grote spelers heeft het dit jaar nog gezegd. Ze schroeven de ambities voor hernieuwbare energie terug en gaan terug naar olie en gas.
Superveel winsten hebben de energiebedrijven gemaakt door de crisis in Oekraïne. Die winst is gegaan naar nieuwe investeringen in olie en gas en naar de aandeelhouders. Dus nee, de markt zal het probleem niet oplossen. We hebben grootschalige publieke investeringen nodig, investeringen in isolatie en openbaar vervoer, in hernieuwbare energie. Die komen er niet. Jullie vinden ineens miljarden, maar ze gaan niet naar het klimaat, ze gaan naar oorlog.
Een goede raad die nu circuleert op de sociale media is de volgende: stay cool, stay hydrated, and fight capitalism!
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik zou u willen danken voor uw antwoord, maar ik heb op mijn vraag helaas geen antwoord gekregen.
De realiteit duldt geen uitstel. Treinstellen van meer dan 50 jaar oud laten rijden zonder airco op dagen met 38°C, dat is niet meer verantwoord. We moeten dringend investeren in modern materiaal dat bestand is tegen de uitdagingen, ook tegen extreme hitte.
Maar het gaat niet alleen over goede treinen. Het gaat ook over een goed beleid. Wanneer we voor zo'n grote investering staan, moeten we kansen creëren voor jobs in eigen land. In Brugge en in Charleroi werken vandaag duizenden mensen in de spoorindustrie.
Zoals collega Maaike De Vreese al een aantal keren heeft aangekaart, is de tewerkstelling in Brugge van groot belang, zowel voor de regio als voor de toekomst van onze industrie. Nu is het moment om te kiezen voor goede treinen en voor maximale werkgelegenheid in eigen land.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour l'annonce des progrès que vous avez accomplis dans le Plan Énergie-Climat et qui prouvent que le climat se situe bien au centre de vos priorités.
Vous avez aussi rappelé la nécessité de réconcilier économie et écologie. Ce n'est pas toujours simple, mais je sais que vous y travaillez. De même, vous avez indiqué la difficulté de faire avancer l'agenda environnemental face aux conflits et aux populismes. J'estime qu'il en va de notre responsabilité collective. Chez Les Engagés, nous voulons avancer. Il faudra le faire avec nos entreprises et nos concitoyens, comme vous venez de le dire, au moyen d'une planification coordonnée et responsable.
Les politiques climatiques et environnementales qui punissent et attaquent la qualité de vie de nos concitoyens n'ont fait qu'encourager une levée de boucliers contre les politiques climatiques ambitieuses. Aujourd'hui, nous devons tous être unis, au lieu de nous diviser, dans le combat climatique. Vous y travaillez énormément, afin que nous gagnions ce combat.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, chers collègues, merci pour vos bons vœux! Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.
Je ne vous apprends rien, mais 95 % des décès dus aux événements climatiques extrêmes sont causés par la chaleur. Avant-hier, une femme est morte à la plage, tandis qu'un homme est décédé voici quelques jours sur un chantier. Ce sont chaque fois des publics très vulnérables qui sont touchés.
Monsieur Crucke, j'étais triste de vous entendre dire à la radio, même si c'était pour le regretter, que le climat n'était pas une priorité. Ce n'est pas ce que pensent une majorité de Belges puisque, selon un sondage, 80 % d'entre eux estiment que le climat doit constituer une priorité. Les milliards accordés à la Défense devraient plutôt servir à la transition juste.
Monsieur le ministre, j'ai une suggestion à vous soumettre. Avoir quitté le MR vous a fait du bien. Avoir rejoint Les Engagés était ambitieux, mais peut-être pas assez. Alors, j'invite Jean-Luc à rejoindre les verts, le parti pour lequel la fin du monde et les fins de mois forment le même combat.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik heb vooral goed naar u geluisterd en stel vast dat u vanuit verschillende invalshoeken werk wilt maken van een robuuste dienstverlening op het spoor. We zullen u daarin alle vertrouwen moeten geven en in overleg moeten treden met verschillende actoren en stakeholders, zodat we samen kunnen werken aan een fundamentele aanpak. Het gaat daarbij om een goede infrastructuur, kwalitatief personeel en duidelijke communicatie met de reizigers. Ook de spelregels verdienen aandacht, want die moeten we misschien aanpassen om de capaciteit van het spoornet optimaal te benutten. In dat verband zal ik binnenkort een resolutie indienen. U zult daar in de commissie nog meer over horen. Voor cd&v is het belangrijk: te koud of te warm mag geen spelregel zijn voor Jan Modaal, die moet kunnen rekenen op een stipte en betrouwbare spoorwegdienstverlening. We geven u dan ook alle vertrouwen om daar de komende maanden werk van te maken. Dank u wel.
-
Vraag: De verlaging van de maximumsnelheid op de autosnelwegen
Vraag: De maximumsnelheid op de autosnelwegen
Vraag: Het behoud van de maximumsnelheid op de autosnelwegen
De verlaging van de maximumsnelheid op de autosnelwegen
De maximumsnelheid op de autosnelwegen
Het behoud van de maximumsnelheid op de autosnelwegen
Snelheidsbeleid op autosnelwegen summaryExplanationBeantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 28 mei 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om het voorstel van Vooruit om de maximumsnelheid op autosnelwegen te verlagen van 120 km/u naar 100 km/u, dat door oppositie (Vlaams Belang, CD&V, N-VA) wordt afgewezen als symbolische, betuttelende "pestmaatregel" die automobilisten oneerlijk treft en nauwelijks klimaatwinst oplevert. Critici benadrukken dat handhaving van bestaande regels en aanpak van wegpiraten effectiever zijn dan algemene verlaging, terwijl ze pleiten voor flexibele verhoging naar 130 km/u ’s nachts voor betere doorstroming. Minister Crucke (bevoegd voor Mobiliteit) stelt dat snelheidsbeleid regionaal is, maar wijst op mogelijke klimaat- en veiligheidsvoordelen mits wetenschappelijke impactanalyse, zonder concrete steun voor het voorstel. De meerderheidspartijen (N-VA, CD&V) herhalen hun focus op strengere handhaving in plaats van nieuwe beperkingen.
Frank Troosters:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de minister, ik zal beginnen met een quizvraagje voor u. Veel mensen die uitgaan, beperken zich tot het drinken van één glas vooraleer zij eventueel achter het stuur van hun wagen kruipen. Nu is er één partij die de grote groep mensen die zich aan de regelgeving houdt, dat ene glas wil afnemen door het invoeren van nultolerantie. Diezelfde partij wil ook een rijbewijs met punten invoeren. Ze wil meer camera’s, hogere boetes en lagere tolerantiemarges. Ze wil zelfs gaan binnenkijken in wagens om de gedragingen van de bestuurder van de wagen te zien.
Over welke partij heb ik het? Ik zie in uw ogen dat u het antwoord niet durft uit te spreken, maar wat u denkt, is juist. Het gaat inderdaad om de automobilisten pestende socialisten van Vooruit.
Nu hebben zij een minister die een voorstel heeft, hoewel zij daar helemaal niet bevoegd voor is. Zij wil de maximumsnelheid op de autostrades verlagen van 120 km per uur naar 100 km per uur, naar analogie van de huidige regelgeving in Nederland. Nederland bekijkt trouwens het terugdraaien van die regelgeving. In nog een aantal andere landen is de maximumsnelheid op de autostrades zelfs 130 km per uur. Hier in Vlaanderen, de kampioen in stilstaan en de recordhouder filevorming, willen de socialisten dat wij op de rem gaan staan wanneer wij dan eens kunnen rijden.
Waarom willen zij dat? De socialisten willen het mondiale klimaatprobleem oplossen door in het een speldenkop grote Vlaanderen op bepaalde tijden bepaalde bestuurders te verplichten om trager te rijden. Het Vlaams Belang staat voor iets heel anders. Wij willen een verhoging van de maximumsnelheid op de autostrades tot 130 km per uur op de uren en momenten waarop dat kan, zoals bijvoorbeeld van 23 u tot 6 u. Bent u bereid om dat voorstel in overweging te nemen in uw beleid?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, net als de vorige collega moest ik vanmorgen toch twee keren knipperen met mijn ogen toen ik de krant de volgende titel las. Ik zal hem even citeren: een maximumsnelheid van 100 km per uur voor iedereen die ervoor kiest om op de snelweg te rijden. Volgens cd&v gaat het daar om regeltjes, betutteling en pesterijen. Is dat de manier waarop we menen het klimaat te moeten redden?
Mijnheer de minister, u weet het ongetwijfeld ook, er zijn veel Vlamingen die geen andere keuze hebben. Ze moeten 's morgens de snelweg op, op weg naar hun werk of op weg naar de school van hun kinderen. Willen we als overheid die mensen viseren? Ik denk het niet. Die mensen rijden naar het werk met een snelheid van 120 km per uur, een normale snelheid volgens ons. In onze buurlanden ligt ze zelfs nog hoger.
Er is een bepaalde groep mensen die deze snelheidsgrens niet respecteert. We stellen ons de vraag wat dat zal geven bij maximaal 100 km per uur.
Mijnheer de minister, laten we vooral de wegpiraten aanpakken in plaats van een algemene pestmaatregel in te voeren. Men kan ons niet wijsmaken dat wie 's avonds laat vertrekt met een snelheid van 100 km per uur vroeger thuis zou zijn. Dat lijkt ons niet logisch.
Men kan ons ook niet wijsmaken dat men aan koopkracht zou winnen door trager te rijden. Het klopt inderdaad dat men minder verbruikt als men 100 km per uur rijdt. Dat geldt ook voor 30 km per uur. Dat verkopen als een koopkrachtmaatregel kan men ons echter niet wijsmaken.
Er zijn andere maatregelen nodig om het klimaat te redden. Wij denken dan aan investeren in innovatie, een combinatie van kern- en hernieuwbare energie, mensen ondersteunen bij de renovatie van hun woning, elektrische wagens enzovoort. Op die manier alleen, mijnheer de minister, menen wij dat we aan draagvlak en resultaat kunnen werken.
Mijn vraag aan u is of u de vraag naar het verlagen van de maximumsnelheid tot 100 km per uur steunt?
Wouter Raskin:
Vanmorgen werden we wakker met het ballonnetje opgelaten door uw gewestelijke collega, mevrouw Depraetere, die pleitte voor het beperken van de maximumsnelheid op de autosnelwegen tot 100 km per uur. Dat deed me toch even uit bed tuimelen, aangezien het vastleggen van de snelheidslimieten op de autosnelwegen vooral een federale bevoegdheid is.
Ik moest ook onmiddellijk denken aan het arizonaregeerakkoord dat we niet zo lang geleden samen hebben gesloten, waarin we hebben afgesproken om in te zetten op meer en betere handhaving van de bestaande regels en limieten. We zouden inzetten op gedragsverandering bij recidivisten en op een stevige aanpak van hardleerse verkeerscriminelen. Dat was ons plan. We gingen toch niet inzetten op het koeioneren van Jan Modaal, die zich netjes aan de limiet van 120 km per uur houdt. Dat was niet de afspraak, mijnheer de minister.
Wat betreft de handhaving van snelheid en verkeersveiligheid, verwijs ik graag naar de toch wel massale uitrol van trajectcontroles in de afgelopen jaren. Ik heb daar weinig kritiek op. Snelheid moet gehandhaafd worden. De tolerantiemarges worden afgeschaft, net als de quota. We hebben dus al grote stappen gezet en zullen dat blijven doen, want het handhaven inzake overdreven snelheid blijft belangrijk.
Wat deze specifieke maatregel betreft, moeten we echter ook kijken naar het buitenland, om Nederland niet bij naam te noemen. Daar komt men stilaan terug op die keuze. Ik verneem bovendien dat Vias niet echt vragende partij is.
Mijnheer de minister, deelt u mijn analyse? Wat zijn voor u persoonlijk de grote werven op het vlak van verkeersveiligheid?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik dank u voor de verschillende vragen over de mogelijkheid om de maximumsnelheid op de autosnelwegen te verlagen, met name met het oog op verkeersveiligheid, vermindering van uitstoot en territoriale samenhang.
In de eerste plaats wil ik eraan herinneren dat de kwestie van de maximumsnelheid op de wegen grotendeels onder de bevoegdheid van de gewesten valt, overeenkomstig de gewijzigde bijzondere wet op de institutionele hervorming van 1980. Zo is het vaststellen van snelheidsbeperkingen op het wegennet, met inbegrip van snelwegen, een bevoegdheid van het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Gewest, die elk op hun grondgebied verschillende maximumsnelheden kunnen vastleggen. Er zijn uitzonderingen voor bepaalde wegen in zones van federaal belang, zoals in havengebieden, op militaire toegangswegen enzovoort. Dat verklaart trouwens waarom dit thema niet is opgenomen in het regeerakkoord.
Momenteel zijn er geen federale initiatieven om een algemene verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen op te leggen. Dat gezegd zijnde, het is mijn verantwoordelijkheid als minister van Mobiliteit en Klimaat om aandacht te hebben voor mogelijke synergiën tussen het vervoersbeleid en onze klimaatverbintenissen. Verschillende studies wijzen erop dat een snelheidsverlaging onder bepaalde omstandigheden kan bijdragen tot een vermindering van de CO ₂ -uitstoot, een afname van luchtverontreiniging en lawaai en een verbetering van de verkeersveiligheid.
Alvorens echter een besluit te nemen over dergelijke maatregel, moet er een volledige, transparante en objectieve analyse van de impact worden uitgevoerd. Die moet de gevolgen onderzoeken op het vlak van uitstoot, verkeersveiligheid, reistijd en verkeersdoorstroming, de maatschappelijke aanvaardbaarheid en de economische impact, met name voor de vervoers- en logistieke sector.
Uiteraard sta ik steeds open voor dialoog met mijn regionale collega's en met andere betrokken leden van de federale regering, om indien nodig de voorwaarden te onderzoeken waaronder dergelijke maatregel zou kunnen worden overwogen, binnen een coherent, wetenschappelijk onderbouwd en gecoördineerd kader. Ik heb echter daarstraks gelezen dat mijn Vlaamse collega Annick De Ridder stelt dat dit niet zal gebeuren.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Wie met de socialisten regeert, kan van een aantal zaken zeker zijn: dwaze subsidies, absurde verplichtingen en onnodige belemmeringen en verboden. Eentje daarvan is dus het verlagen van de maximumsnelheid op de autosnelwegen van 120 km per uur naar 100 km per uur. Dat is een symbolische maatregel die de mondiale klimaatproblematiek helemaal niet zal oplossen, maar die de automobilisten alweer eens viseert.
Wij vragen om werk te maken van een rationeel verkeersbeleid dat gericht is op verkeersveiligheid en op een vlotte doorstroming. Daarom pleiten wij dus voor een verhoging van de maximumsnelheid naar 130 km per uur op de autosnelwegen tussen 23.00 uur en 06.00 uur. Maak daar werk van, daarmee zult u de automobilisten plezier doen, maar niet met de kneuterige maatregelen van Vooruit.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik ben blij dat u in dialoog gaat met mevrouw Depraetere, maar ik adviseer u om ook de wetenschappelijke studies erbij te nemen en de resultaten daarvan zeker te raadplegen voor uw analyse. Daaruit blijkt immers dat de winst op het vlak van klimaat te behalen valt door het bestrijden van wegpiraten die de maximumsnelheid van 120 km per uur niet respecteren, eerder dan via het verlagen ervan tot 100 km per uur.
Wij zijn benieuwd naar de uitkomst van het gesprek dat u zult voeren, maar cd&v is absoluut geen voorstander van een pestmaatregel die de burger zal impacteren.
Wouter Raskin:
Mijnheer de minister, u hebt duidelijk geantwoord. Ik verwijs iedereen nogmaals naar het regeerakkoord van de arizonacoalitie. Wij zullen daarmee de verkeersveiligheid verbeteren ten opzichte van het verleden door middel van een betere handhaving van de bestaande limieten, de strijd tegen recidive en de aanpak van hardleerse verkeerscriminelen. Dat zal een wezenlijk verschil maken en het zal aardig wat energie kosten. Ik heb begrepen dat u ook bereid bent om daar uw energie in te steken en dat u die niet zult verdoen aan een ballonnetje dat vanochtend werd opgelaten.
-
Vraag: Een oproep tot responsabilisering van de vakbonden naar aanleiding van de treinstaking
Vraag: De treinstakingen
Vraag: Het syndicaal overleg met betrekking tot de spoorstakingen
Vraag: De aanhoudende spoorstakingen
Vraag: De spoorstakingen
Vraag: De spoorstakingen
mobiliteit en transportEen oproep tot responsabilisering van de vakbonden naar aanleiding van de treinstaking
De treinstakingen
Het syndicaal overleg met betrekking tot de spoorstakingen
De aanhoudende spoorstakingen
De spoorstakingen
De spoorstakingen
Stakingen in spoorsector summaryExplanationBeantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De herhaalde, gecoördineerde stakingen bij de NMBS (65+ dagen aangekondigd) leggen het spoorvervoer plat, met overvolle treinen, geannuleerde ritten en gegijzelde reizigers als gevolg, terwijl vakbonden protesteren tegen regeringsplannen (pensioenhervorming 55→67 jaar, opheffing HR Rail, besparingen). Minister Crucke benadrukt constructieve gesprekken met drie matige vakbonden en dreigt juridische stappen tegen misbruik van stakingsrecht, maar concrete oplossingen (zoals automatische opening eerste klasse of compensatie zoals een *Sorrypas*) blijven uit, ondanks oproepen tot uitgebreidere minimale dienstverlening en herstel van vertrouwen. Kritiek richt zich op het falend overlegklimaat en het ontbreken van tastbare resultaten, terwijl reizigers en oppositie eisen dat de regering verantwoordelijkheid neemt voor de chaos die voortvloeit uit haar eigen beleid.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, reconnaissons que depuis quelques semaines, le tableau de la SNCB n'est pas très réjouissant: trains supprimés, trains retardés, trains bondés, horaires limités, réseau perturbé, service dégradé, collaborateurs non-grévistes débordés et navetteurs fatigués. Prendre le train est devenu un véritable parcours du combattant. En tant que navetteur presque quotidien, vous en savez quelque chose!
Bien sûr, défendre ses droits est légitime, mais assumer ses devoirs l'est tout autant, surtout lorsqu'il s'agit d'assurer un rôle de service public de qualité. Ces grèves à répétition non coordonnées donnent une impression de surenchère, une surenchère inutile qui ne tient pas compte de la concertation sociale qui vous est chère, qui nous est chère et que vous avez souhaité initier dès le début de votre mandat de ministre.
Monsieur le ministre, quel est l'état d'avancement du dialogue social que vous menez? Je suis d'ailleurs persuadé que vous le menez avec soin. Avez-vous pu rencontrer l'ensemble des organisations sociales concernées?
Il me revient que lors des grèves, la première classe n'est pas systématiquement ouverte à toutes et à tous pour améliorer le confort dans les trains. Pouvez-vous garantir qu'à l'avenir, cette première classe sera ouverte à l'ensemble des voyageurs pour leur confort au quotidien dans nos trains?
Je vous remercie d'avance pour l'ensemble de vos précisions.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, weet u hoeveel stakingen er voor de komende maanden aangekondigd zijn en over hoeveel stakingsdagen het gaat? Omdat ik vermoed dat u het niet weet, heb ik dat even voor u uitgeteld: 65 dagen staking zijn aangekondigd. Enkele weken geleden stond ik hier al om dat opbod aan stakingen aan te kaarten, maar samen stellen we vast dat de situatie alleen maar escaleert. Ik heb voor mezelf even in kaart gebracht hoe de planning er de volgende maanden zou uitzien. Ik heb een stakingsplanner gemaakt, waarop ik in een roze kleur die 65 stakingsdagen heb aangeduid. Ik geef u dat mee als geheugensteuntje, want ik begrijp dat u ook een actief gebruiker bent van het spoor.
De reizigers zijn het kotsbeu. Ze zien hun vakantie in het water vallen, bijvoorbeeld omdat het vliegtuig gewoonweg niet opstijgt, of ze zijn te laat in de les, omdat ze een verbinding hebben gemist, of ze zien hun kinderen niet meer, omdat ze 's avonds gewoonweg niet tijdig thuis geraken.
Mijnheer de minister, ik bezorg u zo dadelijk de stakingsplanner en ik doe ook drie oproepen. Mijn eerste oproep is gericht tot de vakbonden. Ik moedig de vakbonden aan om verstandig om te springen met het stakingsrecht, want zij dreigen door de gecreëerde chaos het draagvlak te verliezen.
Mijn tweede oproep is gericht tot de NMBS, die ik vraag om de dienstverlening te verbeteren en overleg met de bonden te faciliteren.
Mijnheer de minister, u roep ik op om samen met collega-minister Jambon met de vakbonden te overleggen om duidelijkheid te creëren voor de toekomst. Ik hoop dat u dat ter harte neemt.
Voorzitter:
De volgende vier leden stellen hier een vraag die in de commissie hangende was.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik heb een déjà-vugevoel en ik denk u ondertussen ook. Ik sta hier namelijk weer en u zit hier weer.
On pourrait dire que vous le regardez comme les vaches regardent passer le train.
De situatie is echter niet grappig. Ze is heel ernstig, vooral voor de treinreiziger, die elke keer weer het slachtoffer is van de talloze stakingen. Gelukkig is er op initiatief van de liberalen de gegarandeerde dienstverlening, die ervoor zorgt dat er toch enige dienstverlening is, hoewel dat lang niet genoeg is.
We zijn er nog niet van af. We staan nog voor weken van zwaar verstoord spoorverkeer. Het Laatste Nieuws berichtte dat de vakbonden van plan zijn de krachten te bundelen en er nog eens stevig tegenaan te gaan.
Mijnheer de minister, ere wie ere toekomt: u was vorige week echt streng voor de vakbonden en dat was goed. Uw geduld was op en u hebt dat duidelijk getoond. Alle grenzen van de redelijkheid worden dan ook overschreden. Wij kopen daar echter jammer genoeg weinig mee.
Vorige week gaf u aan dat u de juridische mogelijkheden om dat trauma te stoppen laat onderzoeken.
Daarom is mijn vraag ook heel logisch.
Hebt u daar al nieuws over?
Voorbije vrijdag, 21 maart 2025, hebt u meer dan twee uur samengezeten met de vakbonden.
Wat is uit dat overleg gekomen? Dat is een logische vraag.
Hoe evalueert u de gegarandeerde dienstverlening? Wilt u ter zake nog nieuwe initiatieven nemen?
Wij zouden ze toejuichen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de ene staking was nog niet eens afgelopen of de andere schoot al bijna uit de startblokken. Deze week wordt opnieuw gestaakt door een kleine vakbond. Diens actie loopt zondagavond af.
Eindelijk, zouden we denken. Het einde is in zicht, maar helaas is niets minder waar: een nieuwe week, een nieuwe staking en zo gaan we nog een tijdje door, zoals de vorige vraagstelster al is aangehaald. Het stopt niet.
De gevolgen zijn genoegzaam gekend en zijn hier al regelmatig aangehaald. Studenten, werknemers en pendelaars geraken niet tijdig of zelfs niet op hun bestemming.
Ik vraag mij af of de vakbonden ook wel eens denken aan de mensen die niet over een auto beschikken of aan de studenten die niet over een kot beschikken of aan wie die geen familie of kennissen heeft om op terug te vallen. Zij geraken nergens; zij zijn geïsoleerd.
Het spoor is er voor iedere reiziger, maar het lijkt er steeds meer op dat de bonden en hun eigen belang centraal staan en niet langer de treinreiziger.
Wij stellen hier elke week opnieuw vragen.
Mijnheer de minister, u doet uw best. U zit met de vakbonden rond te tafel, maar wat haalt het uit? Er verandert helemaal niets. Ze blijven verder doen, zonder gevolg.
Mijn geduld, het geduld van mijn collega's maar ook van vele pendelaars is op. Bij u is dat net hetzelfde. Wij hebben dat vorige week gehoord. U hebt de spoormaatschappijen opgeroepen om juridisch uit te zoeken op welke manier het misbruik van het stakingsrecht kan worden aangepakt.
Mijn vraag is dan ook heel simpel.
Is die oefening intussen gebeurd? Welke stappen zult u nemen om de treinen weer aan het rijden te krijgen?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik feliciteer u. Ik wil u feliciteren, maar bedoel dat wel sarcastisch. U bent nu al de kampioen. U hebt het record van het aantal spoorstakingen tijdens een ambtstermijn overgenomen van uw voorganger. Bovendien loopt de teller van het aantal stakingsdagen nog op. U loopt dus nog uit en lijkt wel de Eddy Merckx van de spoorstakingen.
Dat record kan nog veel hoger worden. Een collega van mij heeft een telling gemaakt. Indien alle aangekondigde spoorstakingen waren uitgevoerd zoals voorzien, zouden we eind augustus 88 spoorstakingsdagen hebben bereikt. Dat zou hebben betekend dat op dat moment een kwart van het jaar zou zijn gestaakt binnen eenzelfde overheidsbedrijf. Dat is ongezien.
Gelukkig is er ook goed nieuws. Sinds deze ochtend is bekend dat vijf spoorbonden de koppen hebben bijeengestoken. Zij hebben beslist hun acties te coördineren en samen actie te voeren. Dat heeft twee gevolgen, een goed en een slecht gevolg. Het goede is dat het aantal stakingsdagen wat minder zal zijn. Het slechte is dat de impact groter zal zijn wanneer actie wordt gevoerd. De impact zal dan over het hele net worden gevoeld. Vanaf 8 april zullen die bonden elke dinsdag een staking organiseren en om beurt op een bepaalde regio focussen. Op zich is dat dus goed nieuws, maar dat minder zal worden gestaakt, is voor alle duidelijkheid niet uw verdienste.
Mijnheer de minister, die stakingen komen voort uit onvrede bij de spoormensen. We hebben het al gehad over de plannen voor het spoor van de arizonaregering waarvan u deel uitmaakt en over de hervormingen die zij wil doorvoeren. Daarom voeren de bonden actie. Ik benadruk echter dat de acties zich ditmaal niet tegen de NMBS richten maar wel tegen de arizonaregering en tegen u. Daarom worden de treinreizigers gebruikt. Ze worden bijna gegijzeld om bepaalde zaken af te dwingen. Dat kan echt niet langer duren.
Daarom stel ik vandaag opnieuw de vraag die ik al zo vaak heb gesteld.
Hoe zult u het probleem oplossen? Hoe zult u verdere stakingen voorkomen?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega's, vanochtend viel iemand bijna flauw op de trein van Kortrijk naar Brussel, omdat de trein overvol zat. Hij werd letterlijk en figuurlijk rechtgehouden door alerte treinreizigers. Onze collega, de heer Matti Vandemaele, heeft dat vanochtend vastgesteld.
Zelf zat ik ook op een overvolle trein. Ik moest gedurende drie kwartier rechtstaan van Duffel tot Brussel.
Bovendien zijn wij nog de gelukzakken, want heel veel mensen geraakten niet op hun werk en misten belangrijke afspraken. Scholieren die vandaag examens hadden, geraakten niet op school.
De reden zijn de treinstakingen. De treinreiziger is daarvan altijd het grootste slachtoffer. Dat is overduidelijk. De reden van die stakingen is echter de door uw regering gecreëerde onzekerheid bij het personeel over hun statuut. De tweede reden zijn de besparingen en de efficiëntiewinsten die op hen afkomen. Het is nog steeds heel onduidelijk of ze er zullen komen op de kap van het personeel. Wij vermoeden van wel.
De vakbonden reageren daartegen. Ik begrijp dat ze ongerust zijn en reageren. Het is ook goed dat de vakbonden vandaag samenzaten om de acties op elkaar af te stemmen in de hoop dat er dan ook minder hinder is voor de vele treinreizigers. Zij hebben hun portie immers gehad. Het zijn en blijven echter acties tegen de arizonaregering, tegen uw beleid en niet tegen dat van de NMBS.
Voor Groen is de maat vol. Er moet minstens een compensatie worden geboden.
Mijnheer de minister, zult u zorgen voor compensaties?
Wij denken bijvoorbeeld aan een Sorrypas en dus een dag genieten van de trein, om opnieuw het vertrouwen in de trein te herstellen. Het verlengen van de abonnementsduur is ook een optie. Wij verwachten dergelijke zaken van de regering. Er wordt immers gestaakt tegen uw beleid en niet tegen het beleid van de NMBS.
Mijnheer de minister, welke compensaties voor de treinreizigers zult u uitwerken?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, depuis la prise de fonctions de notre gouvernement, le secteur ferroviaire est, comme vous l'avez signalé, secoué par une série de grèves. Ces mouvements perturbent lourdement le réseau et pénalisent des milliers de citoyens, souvent les plus fragiles. Ces grèves trouvent leur origine en toute grande majorité dans des mesures prises sur la base de l'accord de gouvernement, fruit d'une négociation démocratique et reflétant la volonté d'une majorité politique claire.
De vakbondseisen, ongeacht om welke vakbond het gaat, hebben voornamelijk betrekking op de geleidelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd voor spoorwegpersoneel van 55 jaar naar 67 jaar, de hervorming van de berekening van de pensioenen op basis van de gehele loopbaan in de plaats van de laatste paar jaren en het geplande einde van HR Rail als werkgever van het spoorwegpersoneel.
Si certaines préoccupations sont compréhensibles, elles doivent être traitées dans le cadre d'un dialogue social respectueux et constructif. Je tiens à réaffirmer ici mon attachement indéfectible à la concertation sociale, mais avec des partenaires responsables et représentatifs. C'est pourquoi j'ai entamé d'initiative un dialogue avec la CGSP Cheminots, la CSC-Transcom et la CGSLB, qui ont certes privilégié le dialogue plutôt que la confrontation et qui sont les seules à siéger à la commission nationale paritaire.
Onze gesprekken verlopen goed, in een klimaat van wederzijds respect, dialoog en constructiviteit. We hebben al afspraken gemaakt over belangrijke punten, zoals de geleidelijke overgang van de taken van HR Rail aan overheidsbedrijven en het garanderen van een grotere verantwoordingsplicht. Ik geef er echter de voorkeur aan om in dit stadium discreet te blijven over de details, in overeenstemming met onze toezegging om niet te communiceren totdat de onderhandelingen zijn afgerond.
Met betrekking tot de pensioenen steun ik mijn collega die verantwoordelijk is voor dit dossier. Ik ben bereid om hem te steunen bij het faciliteren van de dialoog met de vakbond, zoals ik hem heb gezegd. Ik heb hem vanmorgen opnieuw aan de telefoon gesproken en hij was heel duidelijk. Hij zal het regeerakkoord toepassen, het gehele akkoord, maar niets meer dan het akkoord. Minister Jambon blijft echter openstaan voor overgangsregelingen. Zijn hand is dan ook uitgestoken naar de vakbond.
Sur le plan financier, il est primordial de souligner les conséquences financières dramatiques que ces grèves entraînent pour la SNCB: pertes de recettes, indemnisation des voyageurs, déviations vers d'autres modes de transport. Ce sont autant d'efforts supplémentaires qui s'imposeront au secteur du rail ultérieurement.
Enfin, pour répondre à la question de M. Matagne, sachez que pour l'heure, les accompagnateurs ont la possibilité de déclasser la première classe en fonction de leur ressenti. Toutefois ce déclassement n'est pas automatique, c'est pourquoi je vais demander à la SNCB d'examiner la possibilité d'un déclassement automatique de la première classe en période de grève, pour autant, bien évidemment, que le besoin s'en fasse sentir. Nos citoyens ne doivent en effet pas être les seuls à subir les effets des actions syndicales.
De regering zal standvastig blijven tegenover de blokkades en gijzelingen op ons spoorwegnet. We zullen blijven opkomen voor een verantwoordelijke en evenwichtige visie op de openbare dienstverlening, waarbij dialoog boven confrontatie gaat. Daarom heb ik, zoals ik vorige week al heb aangekondigd, HR Rail, het juridische HR-instrument voor de spoorwegsector, de opdracht gegeven om voor alle nieuwe stakingsaanvragen alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van stakingsaanzeggingen te weigeren met behulp van de juridische instrumenten die het tot zijn beschikking heeft. Als de vakbonden deze uitspraak weigeren, is het aan hen om naar de rechter te stappen en de genomen beslissing aan te vechten.
Les grèves préalablement programmées, donc celles qui sont prévues au moins jusqu'au 31 mars, ne seront pas requalifiées. Mais gare à la suite! Je ne lâcherai rien. Je reste ouvert à la concertation avec ceux qui souhaitent négocier de manière responsable, mais je n'accepterai jamais que la continuité des services stratégiques soit sacrifiée pour des motifs idéologiques. Les trains doivent avancer, pas les égos.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Ces grèves affectent en effet des dizaines de milliers d'usagers chaque jour. Nous appelons les syndicats à agir avec responsabilité en évitant les actions désordonnées. Il en va de la crédibilité du transport ferroviaire. Aussi, dans un contexte économique morose – et vous avez cité des mesures qui font grincer des dents, mais qui sont certainement des mesures nécessaires –, dans un contexte climatique inquiétant, dans un contexte d'immobilité autour des grandes villes, j'espère que vous réussirez à ramener la sérénité au cœur de notre entreprise ferroviaire.
La concertation sociale est lancée. J'entends que les échanges sont constructifs. Vous êtes sur la bonne voie. Je vous remercie, en tout cas, pour votre investissement.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, wij zijn ons ervan bewust dat er een zware taak op uw schouders rust, maar u hebt al zeer kordate taal gesproken. U hebt constructief en in alle sereniteit opgeroepen om daarover te overleggen. Wij kunnen u alleen maar het vertrouwen geven en hopen dat u spoedig enig resultaat kan boeken door in dialoog te blijven gaan met de NMBS, met de vakbonden en met uw collega-ministers om iedereen op dezelfde lijn te brengen en weer naar een goed werkend spoorverkeer te evolueren. Dank u voor uw inzet daarvoor.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord, al vind ik wel dat we er niet zo erg veel mee kunnen. Wat u hebt gezegd, is een beetje meer van hetzelfde. Het is zeer duidelijk dat wat we vandaag zien, eigenlijk de beste reclame is voor een echte liberalisering van het spoor. Week na week krijgen we daarvan de bevestiging. Het is echt tijd dat we de reiziger opnieuw centraal stellen en dat we die niet als een soort van vervelende bijkomstigheid zien.
Daarnaast is het toch wel echt nodig om eens grondig te onderzoeken wat we kunnen doen om de minimale dienstverlening uit te breiden om ervoor te zorgen dat meer treinen rijden, ook in het geval van stakingen. Want inderdaad, de komende weken zal de impact nog groter zijn. Ik raad u dus aan om daarvoor en voor de sociale dialoog echt actie te ondernemen. U moet echt op tempo komen opdat de treinreiziger erop kan rekenen dat zijn trein rijdt en niet overvol zit.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, u verwees in uw antwoord naar een constructieve dialoog en naar wederzijds respect. Ik hoop dat de vakbonden ook respect hebben voor de treinreizigers. Wanneer er bijna meer stakingsdagen dan gewone werkdagen bij het spoor zijn, kunnen we immers niet meer spreken over een recht op staken. Dan gaat het duidelijk om misbruik van het stakingsrecht. De treinreizigers moeten daar steeds de prijs voor betalen. Het is nu tijd om daar iets aan te doen. Het land platleggen omdat men zijn goesting niet krijgt, is totaal onverantwoord. Staken mag, daar gaat het eigenlijk niet over, maar wat hier gebeurt, is allesbehalve normaal.
De reizigers zijn elke keer de dupe zijn en sporen noodgedwongen verder. De vakbonden sporen helaas niet meer. Ik kijk uit naar uw overleg met hen en hoop op een goed resultaat.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb ook een beetje een déjà-vugevoel. Wij vragen al heel lang naar concrete oplossingen en ik stel vast dat uw antwoorden evolueren. In het begin was u vrij laks, daarna was u verontwaardigd, dan werd u boos, een paar weken daarna was uw geduld bijna op – intussen is het volledig op -, een week gelezen zou u bestuderen hoe u aan de stakingen een eind kon maken en nu hoor ik weer nieuwe aankondigingen, maar ik zie geen concrete oplossingen. Dat is nochtans wat de treinreizigers willen. Ze willen niet langer gegijzeld zijn in een dispuut tussen de arizonaregering en het spoorpersoneel.
Treinreizigers willen dat het niet over spoorstakingen, maar over treinbeleid gaat, dat er werk gemaakt wordt van een betrouwbaar openbaar vervoer, betere dienstverlening, minder afgeschafte treinen, grotere stiptheid en meer veiligheid. Dat is ook waar ze recht op hebben. Doe dat alstublieft.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega Matagne sust dat u op de goede weg bent, maar ik betwijfel of de treinreiziger daar dezelfde mening over heeft. Ik vind die opmerking zelfs wat cynisch, aangezien u eigenlijk nu al recordhouder bent in aantal stakingsdagen. Ik snap de mindswitch niet helemaal. Laten we immers niet vergeten – ik blijf het herhalen – dat de stakingen niet gericht zijn tegen de NMBS, maar wel tegen de beslissingen van de arizonaregering, tegen de maatregelen die u zult nemen. Daarom komt het u toe om het vertrouwen te herstellen. Ook al restte u nog twintig seconden spreektijd, u nam niet de moeite om te reageren op mijn vraag welke compensatie u zult voorzien voor de treinreizigers. Met Ecolo-Groen denken we duidelijk aan een sorrypas en een verlenging van de treinabonnementen. Zulke compensaties zijn cruciaal om het vertrouwen van de treinreizigers te herstellen. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de treinreiziger zich niet afkeert, want ik denk dat we er allemaal van overtuigd zijn dat de trein nog altijd een heel fijne manier van reizen is, als de treinen rijden, uiteraard.
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Tine Gielis als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, wat de verbeurdverklaring van het voertuig bij rijden spijts verval betreft (390/4)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, wat de verbeurdverklaring van het voertuig bij rijden spijts verval betreft (390/4)
Bekijk dossier 390
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot verlenging van het verminderingsmechanisme van de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur ten voordele van het goederenvervoer per spoor, zoals vastgesteld in titel 6 van de programmawet van 27 december 2021 (1197/6)
Wetsvoorstel tot verlenging van het verminderingsmechanisme van de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur ten voordele van het goederenvervoer per spoor, zoals vastgesteld in titel 6 van de programmawet van 27 december 2021 (1197/6)
Bekijk dossier 1197
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens wat betreft het verwerven en gebruiken van geluiddempers en nachtkijkers (191/11)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens wat betreft het verwerven en gebruiken van geluiddempers en nachtkijkers (191/11)
Bekijk dossier 191
-
Voorstel: Voorstel van resolutie betreffende de hervorming van het sociaal tarief voor energie (195/6)
Voorstel van resolutie betreffende de hervorming van het sociaal tarief voor energie (195/6)
Bekijk dossier 195
Stemmingen
Recente stemmingen van Tine Gielis in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'Het jaarrapport 2025 van de vicegouverneur van Brussel' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Kjell Vander Elst over 'De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Jeroen Van Lysebettens over 'De consequenties en de kosten van het blijvende uitstel van de PEZ1' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het ontoereikende rendement, de vertraagde investeringsstrategie en de bestuurscrisis bij Hedera' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het aanvullen van onze strategische gasvoorraden' details → | ja |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico's, Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt, Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en houdende diverse bepalingen details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 3 van Caroline Désir cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 4 van François De Smet op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 6 van Nadia Moscufo cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz cs op artikel 4. details → | nee |
Commissies
Tine Gielis is lid van de volgende commissies.