Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Vincent Van Quickenborne in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De door Les Engagés voorgestelde rijkentaks en het risico op kapitaalvlucht
Vraag: De door Les Engagés voorgestelde taks op de activa van bedrijven
Vraag: De suggesties aan de inkomstenzijde om de bloedrode begroting recht te trekken
Vraag: De zoektocht naar nieuwe fiscale ontvangsten
Vraag: De inspanningen van de rijkste 5 %: sociale rechtvaardigheid, evenwicht en voorstellen
economie en werkDe door Les Engagés voorgestelde rijkentaks en het risico op kapitaalvlucht
De door Les Engagés voorgestelde taks op de activa van bedrijven
De suggesties aan de inkomstenzijde om de bloedrode begroting recht te trekken
De zoektocht naar nieuwe fiscale ontvangsten
De inspanningen van de rijkste 5 %: sociale rechtvaardigheid, evenwicht en voorstellen
Fiscale hervormingen en sociale rechtvaardigheid in België summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne (Open Vld) bekritiseert fel het voorstel van Les Engagés voor een rijkentaks op vermogens boven 500.000 euro, dat volgens hem zelfstandigen en ondernemers oneerlijk treft en welvaartcreatie ondermijnt, terwijl François De Smet (MR) het idee principieel verdedigt mits onderscheid tussen "werkend kapitaal" (ondernemers) en "slapend kapitaal" (renteniers). Sofie Merckx (PTB) juicht de maatregel toe als langverwachte "justice fiscale" en pleit voor een drempel van 5 miljoen euro, terwijl N-VA (Verkeyn) en Open Vld elke vermogensbelasting afwijzen als schadelijk voor investeringen en economische groei. Minister Van Peteghem (CD&V) belooft objectieve analyse van alle voorstellen, maar neemt geen standpunt in, terwijl Les Engagés (Nuino) benadrukt dat alleen de "breedste schouders" moeten bijdragen, zonder ondernemers te straffen. De discussie draait uiteindelijk om de spanningsveld tussen fiscale rechtvaardigheid, economische groei en de vraag wie de begrotingslasten moet dragen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de zelfstandigen en de ondernemers zijn het beu. Ze worden langs alle kanten gepluimd. Eerst was er de afschaffing van de federale woonaftrek, dan heeft men de effectentaks verdubbeld en de roerende voorheffing op kleine vennootschappen (VVPRbis) met 30 % verhoogd. Daarna kwam de meerwaardetaks en toen ik dacht dat het plafond bereikt was, kwam daar plots de rijkentaks. Ik vroeg me af of dat van de PVDA, van de communisten kwam, maar dat was niet het geval. Ik vroeg me af of dat dan misschien van de neocommunisten van Vooruit kwam, maar neen, het kwam ook niet van hen. De rijkentaks kwam van de centristen, van Les Engagés, Ecolo in de peau van een mouton .
Het voorstel van Les Engagés is waanzin. Iedereen die 500.000 euro vermogen of aandelen heeft, moet een rijkentaks betalen. Een zelfstandige die heel zijn leven spaart om een pensioen te hebben op het niveau van een ambtenaar, moet de rijkentaks betalen. Iemand met een vennootschap, een bakker, een beenhouwer, een architect, een aannemer, noem maar op, moet de rijkentaks betalen. Vous êtes devenu fou ? Bent u gek geworden bij Les Engagés? Denkt u nu werkelijk dat als u al die mensen die welvaart creëren in ons land, al die zelfstandigen en ondernemers, samen met hun team, attaqueert, u daarmee alles oplost?
Het onderwijs, uw Franstalig onderwijs, de ambtenaren, de wegen, wie betaalt dat? De zelfstandigen, de ondernemers en hun team. Mijnheer de minister, de zelfstandigen zijn dat beu, niet alleen in Vlaanderen, maar zeker in Wallonië. De heer Fabien Pinckaers van Odoo zegt " ça suffit ", maar zo zijn er honderdduizenden zelfstandigen die zeggen " ça suffit" .
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag voor u. Bent u voor of tegen de rijkentaks van uw zusterpartij, van die andere tjeven? Ik vraag u om mij geen tjevenantwoord te geven.
François De Smet:
Monsieur le ministre, il faut avouer qu’avec l’Arizona, nous ne nous ennuyons jamais. En effet, à cause de votre quête perpétuelle d'assainissements budgétaires, le débat fiscal est devenu permanent. Heureusement pour l’opposition, aucun président de parti ne respecte la consigne du premier ministre de s’abstenir de lancer des idées.
J’en viens donc à cette proposition des Engagés de taxer les patrimoines de plus de 500 000 euros. Pour moi, c’est l’exemple type d’une intention louable qui débouche sur une mauvaise idée. Pourquoi est-ce une intention louable? Parce qu’il est vrai qu’aujourd’hui, le capital produit davantage de richesses que le travail. Et donc, taxer moins les revenus du travail pour taxer davantage les revenus du capital, cela va dans le bon sens. En revanche, il faut s’entendre sur ce que l’on appelle le capital.
L’erreur des Engagés, c’est de confondre les entrepreneurs et les rentiers. C’est d'ailleurs exactement la même erreur que l’Arizona avait commise avec la taxe sur les plus ‑ values. L ’ entrepreneur qui poss è de des actifs immobilis é s, qui lui permettent d ’ avoir un effet de levier et de cr é er de la richesse, ne dispose pas n é cessairement de liquidit é s. Taxer ce capital ‑ l à revient dont à se tirer une balle dans le pied, car ce capital produit des richesses, cr é e des emplois et g é n è re des taxes et des cotisations sociales.
Je sais que le débat fiscal est explosif, parce qu’il cristallise toutes les tensions d’une société. Qu’appelle ‑ t ‑ on le m é rite? Qu ’ appelle ‑ t ‑ on l ’ effort? Qu ’ appelle ‑ t ‑ on ê tre riche? Pour moi, la cl é est de diff é rencier clairement les entrepreneurs et les rentiers.
S’il y a vraiment dans ce pays plus de 500 000 euros qui dorment sur un compte bancaire sans créer la moindre activité, alors oui, il y a une justification pour que ces sommes contribuent par principe, pour que les épaules les plus larges participent, mais aussi comme levier pour pousser à ce que ces sommes soient investies dans notre économie. Par contre, si ce patrimoine est un actif financier qui sert à créer de la richesse, alors cela n’a aucun sens, chers collègues. Les seuls à qui l’on peut demander un effort supplémentaire aujourd’hui, ce sont les rentiers. Dans notre pays, nous ne pouvons taxer davantage ni les travailleurs ni les entrepreneurs.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, collega’s, ik begin met een bekentenis. Ik sta hier vandaag voor u met enorm veel hoofdpijn. De reden is niet de warme temperatuur maar de takshysterie, die al een hele week bezig is. Plots voelt iedereen hier in ons midden de drang om zijn briljante licht te laten schijnen op het genereren van inkomsten om de dramatische begroting te redden. Welnu, een vraag van algemeen nut, kunnen we daar alstublieft mee ophouden, collega's?
Dat briljante licht doet immers niet alleen pijn aan mijn eigen hoofd, maar ook aan onze welvaart. Alleen al het lanceren van bepaalde boodschappen jaagt investeerders weg. Kameraden van de communisten, u zit hier te applaudisseren, maar vanochtend nog hoorde ik een topondernemer, die zijn eigen centen in zijn bedrijf steekt. Hij geeft honderden mensen werk, honderden gezinnen die aan het einde van de maand brood op de plank willen. Hij spendeert daar zijn eigen geld aan. Is dat hetgeen wij willen? Voor de N-VA mag werken voor welvaart lonen. Dat is ons standpunt van gisteren, dat is ons standpunt van vandaag en dat zal morgen ook ons standpunt zijn.
Vorige week gingen zelfs stemmen op om de lastenverlaging op arbeid van 4 miljard te schrappen, in een land waar de lasten op arbeid de hoogste zijn. Wij begrijpen het niet meer, collega's. Ik heb één simpele vraag voor onze minister. Mijnheer de minister, u kent ons standpunt. Wat is uw standpunt?
Sofie Merckx:
Étant donné que nous sommes dans les confidences, je vous ferai une également: je suis de bonne humeur. En effet, Les Engagés ont rejoint le front pour la justice fiscale.
Taxer les riches, taxer les millionnaires, c'est ce que demande le PTB depuis 2009. Au début, nous étions bien seuls. Depuis, toute la gauche nous a rejoints et, aujourd'hui, Les Engagés. Bienvenue à vous.
Il est bien normal que cette idée prenne aujourd'hui une telle ampleur: trois Belges sur quatre veulent une taxe sur les millionnaires. Il y a deux raisons à cela.
La première est le problème budgétaire. Aujourd'hui, on demande des efforts aux pensionnés, aux travailleurs, aux enseignants, aux enfants, mais pas aux ultra-riches. Eux, ils échappent à tout.
La deuxième est la justice fiscale. La Belgique est aujourd'hui un enfer fiscal pour les travailleurs et un paradis fiscal pour les ultra-riches. Ceux qui travaillent paient vite 40 voire 50 % d'impôts. Mais certains sont assis sur 5 milliards d'euros et se plaignent en disant qu'ils ne veulent pas payer 0,6 %. Mais, mon Dieu, c'est scandaleux. Comment osent-ils dire une chose pareille?
Ils menacent de s'exiler. Mais, monsieur le ministre, vous conviendrez – même Vooruit l'a dit et toutes les études le montrent – qu'en réalité, l'exil fiscal est limité dans le cadre de l'impôt sur les fortunes et que des mesures peuvent être prises à cet encontre.
Monsieur le ministre, le débat est désormais ouvert. Que ferons-nous? Quelle forme prendra ce genre de taxe? Il est en effet important de viser vraiment les ultra-riches, ce fameux 1 %. C'est ce que nous proposons: taxer à partir de 5 millions d'euros.
Voilà, monsieur le ministre, nous attendons votre réponse.
Ismaël Nuino:
Monsieur le ministre, nous connaissons la situation budgétaire de la Belgique, il n'est pas nécessaire que je vous la rappelle. Le défi est gigantesque et nous ne voulons pas laisser cette dette aux suivants. Pour y arriver, ce gouvernement s'est déjà engagé à réaliser 30 milliards d'euros d'économies, pour rendre l'État plus efficace et pour dépenser moins.
Malheureusement, ce n'est pas suffisant. Dans les prochaines semaines, nous allons devoir trouver plusieurs milliards d'euros supplémentaires afin de protéger les suivants.
Chers collègues, nous devons être honnêtes: nous ne pouvons pas faire croire que nous pourrons fournir des efforts budgétaires supplémentaires sans encore toucher aux gens. C'est faux.
Nous allons devoir nous poser cette question collectivement et avec responsabilité: à qui allons-nous demander de consentir cet effort? D’autant que beaucoup ont déjà largement contribué. Chez Les Engagés, nous pensons que les plus nantis doivent eux aussi prendre leur part de cet effort historique. Non pas pour les stigmatiser, mais simplement parce que c’est une question de justice.
J'entends énormément de caricatures et de quolibets dans l'Assemblée. De quoi parle-t-on concrètement? Je connais personnellement quelqu’un qui a un million d'euro en sa possession, et je ne parle pas d'immobilier ou de ce qu'il a économisé pour acheter sa maison. Il a un million d'euro qu'il a investi. Sur ces trois dernières années, le rendement moyen par an est de 10 %, il a donc gagné 100 000 euros par année sans rien faire.
Monsieur le ministre, est-ce injuste de lui demander de donner 750 euros sur ces 100 000 euros? Je ne crois pas. Est-ce injuste étant donné que l'on a demandé à tout le monde de faire des efforts? Est-ce injuste alors que nous avons demandé aux fonctionnaires de fournir des efforts, que nous avons demandé aux travailleurs de voir leur salaire moins indexé, que nous avons demandé aux demandeurs d'emploi ainsi qu'aux professeurs de faire des efforts?
Monsieur le ministre, je ne crois pas que cela soit injuste. L'effort qui vient sera compliqué, mais nous avons ici une proposition améliorable et modifiable. Je pense qu'elle est juste.
Vincent Van Peteghem:
Collega’s, ik moet ook iets bekennen. Ik had nog geen hoofdpijn voor ik naar de Kamer kwam. Dat is enigszins veranderd.
Als u zoals ik weet voor welke enorme begrotingsuitdaging wij staan, dan is het logisch dat zowel de uitgaven- als de inkomstenzijde onder de loep moet worden genomen. Dat bevestigen de analyses van verschillende nationale en internationale instellingen. Het huidige debat maakt duidelijk dat iedereen daarbij uiteraard vrij is om voorstellen te doen. Dat is eigen aan het democratische debat.
De oefening waarvoor wij vandaag staan om ons land morgen, maar ook overmorgen opnieuw weerbaar te maken en onze welvaart te verzekeren, is bijzonder omvangrijk.
À cet égard, le gouvernement doit être attentif à notre protection sociale, mais tout autant à la productivité, aux investissements et à la compétitivité. Des finances publiques saines et une économie forte se renforcent mutuellement. Ce n’est qu’en conciliant les deux que nous pourrons garantir notre prospérité à long terme.
Het is dan ook onze verantwoordelijkheid om elk voorstel dat op tafel ligt van nabij te bekijken en uiteraard ook te bespreken binnen de regering. Voor verschillende van die voorstellen maakt het Federaal Planbureau momenteel trouwens berekeningen, zodat het debat kan worden gevoerd op basis van objectieve analyses, rekening houdend met de budgettaire impact.
U kunt er dus op rekenen dat de regering die verantwoordelijkheid zal opnemen. We zullen de nodige keuzes maken op een zorgvuldige, evenwichtige en onderbouwde manier, met respect voor zowel de houdbaarheid van onze financiën, als de koopkracht van onze burgers en de toekomst van onze economie.
Vincent Van Quickenborne:
Eerst mevrouw Verkeyn, u zegt dat u hoofdpijn krijgt van al die ballonnetjes van uw coalitiepartners. Weet u waar al die ondernemers en zelfstandigen hoofdpijn van krijgen? Van al die belastingen en taksen die u invoert.
Collega's, deze regering heeft trouwens twee exittaksen ingevoerd voor ondernemers die naar het buitenland verhuizen. U hebt dat ingevoerd, dat is uw verantwoordelijkheid.
Mijnheer de minister, u bent een echte tjeef. U hebt opnieuw een tjevenantwoord gegeven. U sluit niet uit dat de rijkentaks van Les Engagés er komt. Ik zie de heer Mahdi in de zaal zitten en zie hem ook ja knikken. Collega's, wat is het probleem? Deze regering wordt opgejaagd door de socialisten, die zeggen dat al die ondernemers luiaards zijn, profiteurs aan hun zwembad, met de Porsche voor de deur. Collega's, in plaats van alsmaar taksen op te leggen, moet men besparen, zoals wij hebben voorgesteld in ons besparingsplan, 17 miljard euro. Mijnheer de minister, u en ik kunnen naar de dokter gaan voor 5 euro. Als we daarvan 10 euro maken, halen we 2 miljard euro op. Dat is besparen, in plaats van de welvaart te taxeren. Dat moeten we doen.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre. J'aurai quand même vécu assez vieux pour vivre cet instant baroque d'un axe Anders. -- N-VA, d'un côté – pourquoi pas? –, et un axe PTB-Les Engagés, de l'autre. C'est assez rare pour être souligné. Le problème, monsieur Nuino, c'est qu'à mon avis cet axe ne va pas frapper réellement les riches, mais uniquement ceux qui veulent le devenir. Je comprends votre intention, mais j'y insiste: taxer le capital qui dort – là, je pourrais vous suivre –, ce n'est pas la même chose que taxer le capital qui travaille.
Concernant le capital qui dort, on pourrait légitimement dire que, de la même manière que, quand la force de travail n'est pas utilisée, on force les gens à trouver un moyen de travailler et on met fin aux allocations de chômage, le capital qui dort doit aussi contribuer. C'est très clair.
Mais, en vous attaquant au capital que des entrepreneurs misent, alors qu'ils n'ont pas de liquidités, pour créer, développer de l'emploi et pour que toute la collectivité s'enrichisse, vous frappez à côté de la cible. À mon avis, c'est très contreproductif, mais on se doute que cette idée ne sera pas totalement suivie par le gouvernement.
Charlotte Verkeyn:
Dank u, collega Van Quickenborne, maar ik heb goed nieuws, mijn hoofdpijn is al verbeterd. Dankzij kameraad Merckx is het voor mij toch een geruststelling dat ik niet bij de partij van de armoede zit. Dat is immers wat u doet. Door tal van dergelijke voorstellen is uw slogan ‘iedereen arm’. Dat zal nooit de slogan van onze partij worden. Ons standpunt is dat wie werkt voor welvaart daar ook mag voor worden beloond.
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U onderschrijft de standpunten van uw regering. We kunnen maar gezond worden wanneer er ook gekeken wordt naar de moeilijke beslissingen die er nog aan zullen komen. Dit omhelst ook de taksen als we de sociale hervormingen volhouden. Er mag ook eens worden gekeken naar hoe we kunnen besparen op ons eigen staatsapparaat.
Voorzitter:
Collega Van Quickenborne oefent het medische beroep onrechtmatig uit. Ik vrees dat u zich achter uw parlementaire onschendbaarheid zult moeten verschuilen om deze wetsovertreding goed te praten. Maar mevrouw Merckx mag dat wel doen.
Sofie Merckx:
Madame Verkeyn, rendez-vous compte, il s'agit ici de quelqu'un qui possède une entreprise valant 10 milliards d'euros, et qui détient 5 milliards. Chaque année, la richesse croit de 4 à 5 % chez la plupart des millionnaires. Et vous affirmez ici que, si on les taxe à hauteur de 2 %, ils vont devenir pauvres. Ce n'est pas du tout le cas! D'ailleurs, les études prouvent que les 1 % les plus riches paient en moyenne 23 % d'impôts sur leurs revenus, alors que les travailleurs en paient 43 %. Est-ce là votre vision de la justice fiscale, vous qui réduisez le pouvoir d'achat des travailleurs dès que leur salaire atteint 4 000 euros bruts? Il est évidemment grand temps de faire payer les riches: Tax the rich now!
Ismaël Nuino:
Chers collègues, il faut éviter les caricatures. Personne ne veut pénaliser l'effort, personne ne veut pénaliser l'entrepreneuriat. Oui, l'entrepreneuriat est synonyme de création d'emplois et de création de richesses. Mais, par ailleurs, si l'on veut préserver notre modèle social, celui-ci nécessite aussi de la justice fiscale. Alors, vous connaissez Les Engagés. Notre proposons une solution, mais nous ne sommes pas dogmatiques. Si nous pouvons l'améliorer et faire en sorte qu'elle vise plus juste et qu'elle évite de pénaliser ceux qui créent de la richesse tous les jours, nous devons pouvoir en débattre et, si nous le pouvons, faire contribuer ceux qui ont les épaules les plus larges. À ceux qui sont étonnés de me voir tenir de tels propos aujourd'hui, je réponds que c'est cela être "engagé". Dans des temps historiquement si difficiles, nous devons être capables de voir loin, de parler vrai et, surtout, d'agir juste!
-
Vraag: Het akkoord van de Groep van Tien over een volwaardig alternatief voor de centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De weigering om het alternatief voor de centenindex van de Groep van Tien in overweging te nemen
Vraag: De centenindex en het sociaal overleg
Vraag: De centenindex
Het akkoord van de Groep van Tien over een volwaardig alternatief voor de centenindex
De centenindex
De weigering om het alternatief voor de centenindex van de Groep van Tien in overweging te nemen
De centenindex en het sociaal overleg
De centenindex
Het akkoord, de centenindex en het sociaal overleg binnen de Groep van Tien summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne (Open Vld) en andere oppositieleden bekritiseren de centenindex als een "belastingverhoging" voor werknemers, gepensioneerden en ondernemers, die volgens hen door Frank Vandenbroucke (Vooruit) wordt opgelegd en economisch schadelijk is, terwijl de sociale partners een beter alternatief voorstellen. Premier De Wever (N-VA) houdt vast aan het omstreden plan, ondanks kritiek uit eigen coalitie (cd&v, MR, Les Engagés) en experten, met als argumenten budgettaire risico’s, juridische bezwaren en koopkrachtbescherming voor lage inkomens, maar zijn standpunt wankelt door gebrek aan steun. Cd&v (Farih) belooft het alternatief van de sociale partners alsnog te verdedigen tijdens begrotingsonderhandelingen, maar wordt door oppositie beschuldigd van hypocrisie omdat ze de centenindex waarschijnlijk toch zullen goedkeuren. De discussie toont een diepe kloof tussen de regering en zowel vakbonden als werkgevers, met als kernvraag waarom het sociaal overleg genegeerd wordt ten gunste van een maatregel die zelfs binnen de meerderheid weinig draagvlak heeft.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik heb u al veel vragen gesteld over de centenindex, maar één vraag werd nog niet beantwoord. Waarom laat u zich gijzelen door de socialisten? Waarom laat u de wet dicteren door Frank Vandenbroucke? Ik heb erover nagedacht en ik denk dat het antwoord duidelijk is. De centenindex is gewoon een gigantische belastingverhoging op kap van de werknemers en de ondernemers. Het is vintage socialisten.
Het is belastingverhoging voor de werknemers, omdat iedereen die een loon heeft dat hoger is dan het gemiddelde, meer belastingen betaalt, een inflatietaks. Het is ook een belastingverhoging voor gepensioneerden, want mensen met een pensioen van meer dan 1.700 euro netto krijgen boven dat bedrag geen index meer. Het is ook een belastingverhoging voor ondernemers, want het is een loonkostenverhoging van een half miljard euro.
Ik denk dat de socialisten intussen al een volgende social klaar hebben staan om de ondernemers nog eens te bashen. Ik heb een suggestie voor de socialisten: centenindex, minder loon voor de werknemers en meer kosten voor de werkgevers, met de groetjes van Vooruit.
Mijnheer de eerste minister, hoe langer het dossier aansleept, hoe absurder het wordt. Vanochtend las ik in de krant dat de overheid als werkgever niet klaar is om het systeem in te voeren en om uitstel vraagt, terwijl dezelfde overheid het vanavond zal invoeren. Ik ben veel surrealisme gewoon, maar dat is niet één, maar meerdere bruggen te ver. Ik begrijp dat niet.
Mijnheer de eerste minister, vorige week antwoordde u dat er drie bezwaren zijn tegen het indexvoorstel dat werd voorgesteld door de sociale partners van werkgevers en werknemers. De sociale partners hebben begin deze week die bezwaren vakkundig, een voor een, weerlegd. Ze hebben zelfs aangetoond dat hun voorstel de Schatkist gemiddeld 100 miljoen euro extra oplevert.
Mijnheer de eerste minister, dat Frank Vandenbroucke graag de belastingen verhoogt, weten we, maar u bent niet verplicht die man te volgen. Waarom houdt u die man niet tegen?
Kurt Moons:
Mijnheer de eerste minister, vorige week verdedigde u hier de centenindex met drie argumenten. Volgens u voldeed het alternatief van de groep van Tien immers niet aan de doelstellingen van de regering. Ten eerste, de koopkracht van de meest kwetsbaren zou onvoldoende worden beschermd. Ten tweede, de competitiviteit van onze ondernemingen zou niet verbeteren. Ten derde, het budgettaire doel zou niet worden gehaald.
Intussen hebben diverse experten die argumenten compleet onderuitgehaald. Een correctere verwerking van de energiekosten in de index is niet sociaal onrechtvaardig. Integendeel, op langere termijn komt dat iedereen ten goede. Een stabielere indexering zonder pieken geeft werkgevers meer voorspelbaarheid over de loonkosten en vermijdt bovendien bijkomende belastingen op niet-uitbetaald loon.
Eergisteren stelde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bovendien dat het alternatief jaarlijks 100 tot 133 miljoen euro meer kan opleveren voor de schatkist. Ook de juridische bezwaren werden door grondwetspecialisten van tafel geveegd. Tegelijkertijd wordt een enorme administratieve rompslomp vermeden.
Mijnheer de premier, het is dus duidelijk dat geen van uw oorspronkelijke argumenten nog standhoudt. Ook in uw regering staan de neuzen niet langer in dezelfde richting. Sommigen lijken zelfs de neus op te trekken voor een volgende stinkende kameel, om in uw eigen terminologie te blijven. Waarom houdt u dan vast aan een systeem waarvan ondertussen zowat iedereen stelt dat het slechter is? De programmawet ligt vandaag voor, maar fouten toegeven is nooit te laat.
Mijn vraag is dus eenvoudig. Behoudt u de centenindex, ondanks dat uw argumenten zijn weerlegd of schrapt u de centenindex en vervangt u hem door het voorstel van de groep van Tien? Krijgen wij misschien opnieuw compromiswerk à la belge , met name een knip- en plakoperatie waaruit niemand nog wijs geraakt?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, notre pays s'est toujours distingué par une démocratie sociale assez active et stable, fondée sur un dialogue permanent entre patrons, syndicats, bref entre partenaires sociaux. On peut la critiquer lorsqu'un blocage se manifeste. Au demeurant, en de tels cas, le gouvernement intervient. Or, en l'occurrence, c'est en ce moment le contraire: lorsque les partenaires sociaux aboutissent à un accord de réforme qui, de plus, est équilibré, c'est le gouvernement qui bloque. C'est quand même paradoxal! D'un côté, nous avons des employeurs et des syndicats qui semblent constituer une force de réforme dans ce pays. De l'autre, nous avons un gouvernement qui incarne la force de blocage.
Tout le monde le sait, votre double saut d'index ou double plafonnement d'index est un nouveau "chameau qui pue", pour reprendre votre propre expression. Sammy Mahdi a recouru, me semble-t-il, à l'expression d'un "poulet qu'il fallait noyer dans la soupe" – c'est une expression néerlandophone que je ne connaissais pas. Il est amusant de constater que ce sont surtout les partenaires de l'Arizona qui trouvent toujours les meilleures métaphores animalières pour qualifier les mesures de l'Arizona.
La contre-proposition du Groupe des 10 était pourtant raisonnable: un lissage de douze mois sur les prix de l'énergie dans le calcul de l'index, le maintien du principe de l'index automatique, une simplification administrative évidente par rapport à votre propre mécanisme, un impact budgétaire équivalent à celui de la réforme Arizona – voire meilleur que le sien.
Alors que les partenaires sociaux démontrent leur capacité à élaborer des compromis équilibrés, pourquoi l'Arizona n'y parvient-elle pas? Pourquoi ne suivez-vous pas cette réforme? Pourquoi continuer à refuser une proposition raisonnable que même les employeurs, parce que ce sera inapplicable en effet, vous supplient de suivre?
Monsieur le premier ministre, pourquoi refusez-vous à ce point de vous simplifier vous-même la vie?
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, de index staat al lang ter discussie in de regering en ook in het huis hier. Het zijn al moeilijke onderhandelingen geweest. Telkens er een indexsprong op tafel lag, hebben wij met cd&v steeds een rode lijn getrokken: er zou geen indexsprong komen. Wij hebben altijd één principe aan tafel verdedigd, met name het inkomen van de werkende middenklasse moet worden gevrijwaard en beschermd. Dat resulteerde in – eerlijk is eerlijk – een compromis.
Vandaag doet het sociaal overleg wat het al jaren geleden had moeten doen, een akkoord tot stand brengen waarin zowel werkgevers en werknemers zich kunnen vinden, een alternatief dat blijkbaar beter zou zijn voor de competitiviteit van onze werkgevers en de koopkracht van onze werknemers en dat ook voor onze begroting positiever blijkt te zijn, mijnheer de premier.
Het sociaal overleg is voor cd&v geen kiezel in onze schoen. Het sociaal overleg is de brug tussen het middenveld en de politiek. Het sociaal overleg is voor ons de brug tussen de huishoudens en ons huis hier, tussen de beslissingen die wij hier maken, en de directe impact daarvan op het leven.
Ik heb slechts een oproep voor u, mijnheer de premier. Geef het alternatief van de groep van Tien een eerlijke kans in de aanloop naar de begrotingsonderhandelingen. (Applaus van de cd&v-fractie en de oppositie)
Voorzitter:
Mijnheer Tonniau, de applauslat ligt hoog, maar u mag toch proberen.
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier, het verzet tegen de centenindex groeit met de dag. We weten al lang dat de bevolking tegen is en beetje bij beetje begint dat door te sijpelen in de politieke bubbel.
We hebben de heer Mahdi, voorzitter van cd&v, afgelopen zondag goed gehoord op VTM Nieuws . Hij noemde de centenindex een soepkieken, dat men best zo snel mogelijk in de soep zou verdrinken. Dat is straffe taal, mijnheer de premier, maar wat mij vooral choqueert, is de manier waarop u omgaat met de lonen van de mensen. U speelt met de lonen van de mensen alsof het de uwe zijn. Eerst sluit de regering een akkoord over de centenindex, zonder te overleggen met de werkgevers- en de werknemersfederaties. Vervolgens komen die sociale partners met een alternatief voorstel en u schiet dat meteen af, zonder het ook maar ernstig te bestuderen. En wat zien we nu? De MR, Les Engagés en cd&v trekken hun steun voor die centenindex in, maar Vooruit en de N-VA doen koppig voort.
Hand in hand met minister Vandenbroucke kiest u ervoor om het sociaal overleg naast u neer te leggen. Het gaat zelfs zover dat minister Vandenbroucke de vakbonden aanvalt in plaats van ze te verdedigen. Hoe zijn we hier in godsnaam in beland? Vooruit hand in hand met de N-VA tegen de vakbonden.
Mijn vraag is eenvoudig. Mijnheer de premier, waarom vraagt de regering eigenlijk advies aan de sociale partners om er daarna toch geen rekening mee te houden? Voor de PVDA is het duidelijk: blijf met uw handen af van de index, respecteer het sociaal overleg en laat dat soepkieken in godsnaam verdrinken.
Bart De Wever:
Monsieur le président, je ne pense pas que j'aurai besoin de cinq minutes pour répondre.
Je remercie tous les collègues pour les questions. J'ai déjà largement répondu, la semaine dernière, à toutes les imprécisions qui circulent autour de ce thème. En outre, monsieur Van Quickenborne, il existe également des solutions en ce qui concerne d'éventuels freins techniques liés au déploiement de l'index plafonné; il n'y a donc pas d'obstacle non plus à cet égard. Je pense que rien n'a changé depuis la semaine dernière dans la position du gouvernement. Je résume encore brièvement.
Wat het alternatief van de sociale partners betreft, is het me niet duidelijk, mijnheer Tonniau, of u dat steunt. Misschien moet u dat in uw replieken verduidelijken. We hebben dat alternatief goed bekeken. We hebben dat welwillend bekeken. We zijn blij dat het sociaal overleg functioneert. We botsen echter op drie problemen die overeind blijven.
Ten eerste blijven onafhankelijke berekeningen op basis van realistische parameters - dat zijn twee belangrijke voorwaarden - wijzen op een groot budgettair risico.
Ten tweede is er een negatief juridisch advies van zowel de FOD Sociale Zekerheid als de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dat vormt toch een groot struikelblok. In het voorstel van de sociale partners is de indexmaatregel niet meer algemeen van karakter. Dan zal men dus een onderscheid moeten maken tussen de private en de publieke sector. De vraag is dan of men dat wil doen. Voor de publieke sector is dat dan dubbelop. Stel dat men het zou willen doen. Kan dat dan wettelijk? Dat kan. Dan moet men echter alle regionale en lokale overheden, naast de federale overheid, afzonderlijk voor hun personeel vragen om die centenindex in te voeren. Ik weet niet of dat realistisch is, tenzij de collega's van Anders. mij nu bijvoorbeeld zouden bevestigen dat ze dat in de coalitie met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregeld zouden krijgen met de collega's van de PS en zich nu engageren om het alternatief van de sociale partners, als Anders. samen met de PS in Brussel, door te voeren, en tenzij de heer Magnette, die de krant leest, zich engageert om dat in alle steden en gemeenten te doen waar de PS bestuurt. Ik heb daar mijn twijfels bij. Diegenen die het voorstel van de sociale partners verdedigen, moeten consequent zijn en moeten zeggen dat ze dat alternatief zullen toepassen, juridisch correct, en zich ertoe engageren om dat overal waar zij besturen aan het personeel op te leggen. Ik denk dat dat moeilijk is.
Derde probleem, last but not least, zoals ik vorige week aanstipte, was voor de regering de sociale correctie, de sociale component, essentieel. We willen met die maatregel niet raken aan mensen die gaan werken voor een laag tot een mediaan loon. We willen met die maatregel niet raken aan de koopkracht van mensen die moeten leven met een bescheiden pensioen. Hoe men het ook draait of keert, het alternatief zou dat op korte termijn wel degelijk doen, en dat wensen wij niet.
Gezien die drie problemen moeten wij helaas vaststellen dat het voorstel van de sociale partners geen geldig alternatief is voor wat wij hebben beslist en dus blijven we bij het originele akkoord.
Ik geef een kleine historische parenthese mee, want ik heb toch nog tijd. Onze inspiratie hebben we trouwens gehaald bij wat de regeringen onder Martens in de jaren 1980 hebben gedaan. Daar zaten geen socialisten in. Dat was u, mijnheer Van Quickenborne, samen met de christendemocraten, in 1984, 1985 en 1986. Toen voerde u drie keer een indexsprong door waarvan het voordeel voor de bedrijven voor 100 % is afgeroomd door de overheid. Dat was voor 100 % taks, taks en nog eens taks. Wij laten de helft van het voordeel bij de bedrijven, die daar uiteraard globaal competitiviteitswinst aan overhouden. Dat is het verschil. Als ons voorstel vintage socialisme is, dan moet u in de repliek maar eens uitleggen wat u destijds zelf hebt gedaan, niet eens gehinderd door de aanwezigheid van socialisten in de regering. (Gelach) Ik bedoel in zijn optiek, collega’s; niet muggenziften alstublieft.
Permettez-moi enfin d'ajouter qu'à la suite de la précédente crise énergétique, Eurostat a recommandé, en 2024 déjà, à tous les États membres d'adapter la méthodologie relative l'intégration des prix de l'énergie dans l'indice harmonisé des prix à la consommation. La Commission de l'indice de Statbel se penche d'ailleurs sur cette question depuis un certain temps déjà. Ce dernier élément est peut-être important à relever.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, bij de indexsprong van de jaren ’80 was er geen centenindex. Daar was geen centenindex. Absoluut niet. Die vergelijking slaat nergens op.
Mijnheer de eerste minister, u zei dat er geen nieuwe feiten zijn. Er zijn wel nieuwe feiten. Ten eerste, de sociale partners hebben een voorstel op tafel gelegd dat budgettair beter is dan uw voorstel. Ten tweede, uw eigen coalitiepartner, cd&v, heeft gezegd dat ze daar niet meer aan mee doen.
Mevrouw Farih, wat ik moedig vind van u is dat u intervenieert. Maar ik begrijp niet goed wat u zegt. U zegt dat het een soepkip is. Dat is juist. Inderdaad, het is een soepkip. Goed beschreven. Uw voorzitter, die u goed kent, heeft het goed geformuleerd. Maar u zult die soepkip hier straks wel opdienen. U zult voor stemmen. Die soepkip wordt opgediend.
Er is ook uw dreigementje om daar bij de begroting op terug te komen. Hoe absurd is dat? Eerst gaat u die centenindex invoeren. Die kost miljoenen aan de ondernemers. Kafka tot en met. En dan, over twee maanden gaat u zeggen dat het maar om te lachen was. Allez, neem uzelf toch een beetje ernstig. Mevrouw Farih, cd&v, recht uw rug en toon dat het u menens is.
Kurt Moons:
Mijnheer de eerste minister, dank u voor uw antwoorden, maar het is duidelijk dat er nergens nog enig draagvlak bestaat voor uw dubbele indexsprong. Blijkbaar ook niet binnen uw eigen regering. De heer en mevrouw Mahdi vallen u openlijk af. Les Engagés en de MR zwijgen, maar hun enthousiasme is ver te zoeken. Enkel minister Vandenbroucke, uw enige overblijvende compagnon de route, blijft herkenbaar koppig volhouden. Uiteindelijk staat u daar alleen met de socialisten. Het kan verkeren.
Maar wat wrang blijft, is dat deze maatregel opnieuw onevenredig hard de Vlaming treft, de werkende Vlaming, de ondernemende Vlaming en de gepensioneerde Vlaming. Dat weet u. Ik raad u dan ook aan toch voor één keer uw vermeende politieke behendigheid te gebruiken, maar dan eindelijk eens voor de Vlaming. Want het ironische is dat zonder Vooruit meer dan 90 % van de Belgen gewonnen is voor het alternatief.
Kortom, mijnheer de eerste minister, profiteer ervan dat heel België het voor één keer eens is met de maatregel die de Vlaming beter beschermt.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour votre réponse.
C'est intéressant: à la fin de votre intervention, vous avez comparé votre mesure aux trois sauts d’index des gouvernements Martens. C’est intéressant parce, jusqu’il y a cinq minutes, toute la communication de l’Arizona était de nous dire que cette mesure n'a rien à voir avec un saut d'index. Merci pour cet aveu.
Ensuite, sur le fond, je crois que c’est une occasion manquée pour la concertation sociale et aussi pour les employeurs. Pourquoi M. Timmermans et la Fédération des Entreprises de Belgique (FEB) se battent-ils contre cette mesure? Parce que, nous expliquent-ils, la cotisation de modération salariale va coûter plus d’un milliard aux entreprises. C’est donc aussi une mauvaise nouvelle pour la compétitivité. Et donc, à tous niveaux, ceci est une occasion manquée!
Nawal Farih:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
Obstakels in de politiek zijn er om te overwinnen. Dat is onze opdracht, zeker wanneer wij merken dat wij op die manier de middenklasse kunnen beschermen. Dat is trouwens een hoofdlijn die cd&v altijd opnieuw op tafel zal leggen.
Dat ik hier sta, is trouwens omdat ik mijn rug recht. Wij zullen straks inderdaad tot de stemming overgaan. Wij hebben echter wel duidelijk aangegeven dat wij het dossier opnieuw op tafel zullen leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. Wij zullen het opnieuw op tafel leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. (Tumult) Collega’s, mag ik nog een boodschap meegeven?
Voorzitter:
Collega's, mevrouw Farih heeft het woord. Mag mevrouw Farih haar betoog afronden?
Nawal Farih:
Graag kreeg ik nog twintig seconden spreektijd want ik zie de heer Vandenbroucke naar mij grimassen.
Mijnheer Vandenbroucke, ik meende en hoopte dat u ook in het sociaal overleg zou geloven. Helaas zijn wij vandaag de enige partij in de regering die daar wel voor vecht. Daarom zit cd&v in de huidige regering.
Robin Tonniau:
Mijnheer De Wever, u hebt geantwoord dat er niets is veranderd in de regering. Ik weet niet of u net hebt opgelet maar de laatste twee minuten is er heel veel gebeurd. U hebt geen steun voor de centenindex die op tafel ligt. U hebt geen steun van de MR, geen steun van Les Engagés en geen steun van cd&v. Mevrouw Farih, het is wel superhypocriet om in de media te verkondigen dat uw partij tegen de centenindex is, maar de maatregel straks wel mee goedkeuren. U moet juist niets in de regering. Er staat niets in het regeerakkoord over de centenindex. U hoeft niets te veranderen aan de automatische loonindexering die vandaag bestaat. Er is niets wat u verplicht om straks hier in de Kamer daarover te stemmen. Dus ga straks gerust een soepkieken eten hier in de buurt. Cd&v hoeft hier niet te zijn. Duw niet op het stemknopje en er verandert juist niets voor de bevolking.
-
Vraag: De onenigheid over de centenindex
Vraag: De staking van 12 mei
Vraag: De staking van 12 mei
De onenigheid over de centenindex
De staking van 12 mei
De staking van 12 mei
Loonconflicten en arbeidsacties in België summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne bekritiseert de centenindex als onuitvoerbaar en schadelijk voor competitiviteit, terwijl hij het alternatief van de sociale partners verdedigt, dat volgens het Planbureau budgettair voordeliger en haalbaarder is, maar premier De Wever houdt vast aan de originele plannen omwille van budgettaire, juridische en koopkrachtredenen. Natalie Eggermont en Ludivine Dedonder beschuldigen de regering van een discriminerende pensioenhervorming die vrouwen onevenredig hard treft, gestut door kritiek van de Raad van State, het Planbureau en de Raad voor Gelijke Kansen, maar krijgen geen direct antwoord op hun eis om de pensioenmalus af te schaffen. De Wever benadrukt dat budgettaire discipline en sociale correcties vooropstaan, maar wijst alternatieven af wegens juridische risico’s en tekorten, terwijl oppositie en vakbonden de hervormingen als onrechtvaardig en neoliberaal bestempelen en eisen ze in te trekken. De discussie draait om twee centrale conflicten: de haalbaarheid van de centenindex versus het sociaal alternatief, en de weerstand tegen pensioenaanpassingen die volgens critici armoede verergeren en vrouwen benadelen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, is er eigenlijk – behalve schaduwpremier Frank Vandenbroucke en uzelf – nog iemand die voor de centenindex is? De sociale partners zijn tegen, de werkgevers zijn tegen, UNIZO is tegen, Voka, het VBO, alle bedrijven zijn tegen en zelfs de sociale secretariaten, die daar geld aan verdienen, zijn ook tegen. De oppositie is tegen – dat is niets nieuws –, maar zelfs binnen de meerderheid zijn partijen tegen. De MR, mijnheer Bouchez, is zelf geen voorstander van die centenindex. De heer Clarinval evenmin. Cd&v, bij monde van de heer Mahdi, zegt letterlijk vandaag in de krant: "We zijn tegen, want het stoort ons mateloos dat uw partijen, N-VA en Vooruit, blijven vasthouden aan die centenindex. U zit in een ivoren toren." Hij heeft gelijk, dat dossier is ontworpen door theoretici en is op de werkvloer onuitvoerbaar.
De sociale partners hebben de moed gehad om te zeggen dat dat slecht is, maar ze hebben vooral een alternatief voorstel geformuleerd om de pieken uit te vlakken, te zorgen voor meer competitiviteit. Alle economen, mijnheer de eerste minister, zeggen dat dat een goed voorstel is. Voor het eerst wordt werk gemaakt van een hervorming van de index. Het Planbureau heeft daarover een definitieve beslissing genomen. Die is u doorgestuurd, mijnheer de eerste minister, met de cijfers erbij. Wat blijkt? Het voorstel van de sociale partners is voor de globale overheid budgettair zelfs iets beter dan de centenindex in 2030. Met dat verschil dat de centenindex complete Kafka is, onuitvoerbaar en de loonkosten voor de werkgevers, mijnheer Bouchez, met 800 miljoen euro verhoogt.
Mijnheer de eerste minister, er is een alternatief. Vraag aan de sociale partners, en vooral aan de vakbonden, om die stakingen – die ons land veel geld kosten – te stoppen, in ruil voor die hervormde index. Dan zorgt u voor sociale vrede en voor stabiliteit.
Ik heb maar één vraag. Wat houdt u tegen om op dat voorstel in te gaan? Dank u.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de premier, gisteren kwamen 75.000 mensen op straat tegen uw pensioendiefstal en indexdiefstal. Ik was op de betoging en ik heb gesproken met An, een nachtverpleegster, met Roxanne, havenarbeidster, en met Annelies, lasser in een metaalbedrijf. Allemaal zeiden ze me dat het onmogelijk is om tot 67 jaar te werken, dat ze dat niet willen en gewoon niet kunnen. Gisteren was de vijftiende nationale actiedag. Dat is ongezien. Al achttien maanden lang komen mensen in beweging en met resultaat. Dankzij de druk heeft de regering al moeten terugkrabbelen. Zo wordt ziekte nu niet meer afgestraft en is er nog altijd niets gestemd.
Ondanks alle aanpassingen, mijnheer de premier, is de pensioenhervorming nog altijd fundamenteel onrechtvaardig. Bovendien is ze discriminerend voor vrouwen. Bijna vier op de tien vrouwen die niet tot 67 kunnen werken, riskeren een malus, drie keer meer dan mannen. Daardoor riskeren ze tot een kwart van hun pensioen te verliezen. Weet u, mijnheer de premier, dat vandaag al een op de drie vrouwen die met pensioen gaan een pensioen onder de armoedegrens heeft? Daar wilt u nu nog eens extra op inhakken. Zo worden mensen die heel hun leven gewerkt hebben de armoede ingeduwd.
Neen, de oplossing is niet dat vrouwen zich moeten aanpassen. De oplossing is dat u uw beleid aanpast. Dat zeggen niet alleen de vakbonden en de PVDA, dat zeggen verschillende officiële adviesorganen. Er was kritiek van de Raad van State, van het Planbureau en nu ook van de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen, die bevestigt dat de pensioenhervorming discriminerend is voor vrouwen. Die laatste heeft een heel duidelijk advies: "De Raad dringt aan op de afschaffing van de malus."
Mijnheer de premier, mijn vraag is heel duidelijk. Erkent u dat de pensioenhervorming discriminerend is voor vrouwen en hen harder treft? Zult u luisteren naar het advies en de pensioenmalus afschaffen?
Ludivine Dedonder:
Hier, dans les rues de Bruxelles, encore une fois, comme à chaque grève, les travailleurs et les travailleuses ont crié leur colère à propos de vos réformes, toutes plus violentes les unes que les autres.
Dans la manifestation, il y avait évidemment beaucoup de femmes, des infirmières, des aides ménagères, des aides familiales, des accueillantes d'enfants, des enseignantes, des cheminotes, des chercheuses, des jeunes, des moins jeunes. Et elles étaient toutes remontées contre votre casse sociale.
Double saut d'index, destruction du monde du travail, mise à sac de nos pensions! Avec vous, tout augmente, sauf les salaires et les pensions!
Et sur les pensions, justement, les femmes sont particulièrement révoltées, parce qu'elles savent qu'elles vont se prendre votre réforme en pleine figure, comme si elles ne subissaient pas déjà assez de violence, comme si les inégalités qu'elles affrontent déjà tout au long de leur carrière ne suffisaient pas.
Un nouvel avis du Centre pour l'égalité des chances est d'ailleurs venu s'ajouter à l'avis du Conseil d'État et à celui du Bureau du Plan. Comme les autres, il confirme la profonde injustice de votre réforme des pensions. Il confirme que vos mesures – malus, durcissement des carrières, limitation des périodes assimilées, suppression de la prise en compte de la pénibilité – vont aggraver l'écart de pension entre les femmes et les hommes. Il confirme ce que je vous répète depuis des mois: votre réforme, votre double saut d'index et votre réforme du travail sont des impasses sociales.
Pour tous ces travailleurs, pour toutes ces femmes qui s'adaptent chaque jour de leur vie, je vous demande du respect, je vous demande de la reconnaissance. Cela s'entend par le retrait de votre réforme des pensions et de votre double saut d'index.
Bart De Wever:
Chers collègues, merci pour vos questions.
En ce qui concerne la réforme des pensions, je renvoie au débat qui est en cours en séance plénière et qui reprendra dans deux semaines. Le ministre Jambon répondra, comme toujours, de manière approfondie à toutes vos questions.
Dans le temps limité qui m'est imparti, je vais d'abord répondre plus particulièrement à la question relative au plafonnement de l'index. Celle-ci a déjà été largement débattue. Le ministre Vandenbroucke y a répondu hier au cours du débat sur la loi-programme. Toutefois, bien volontiers, je vais résumer une nouvelle fois la position du gouvernement.
De doelstelling van de maatregel van de centenindex was drieledig. Ten eerste moet die het saldo van de begroting verbeteren met een vooropgesteld bedrag. Ten tweede moet die de competitiviteit van de ondernemingen versterken. Ten derde moet die maximaal de koopkracht van de meest kwetsbaren beschermen. Als we de maatregel, zoals we die hebben uitgewerkt, willen vervangen door een alternatief, dan zullen we dat alternatief afmeten aan die drie voorwaarden.
De sociale partners hebben potentieel een alternatief opgesteld, waarvoor mijn oprechte hulde en dank. Dat voorstel werd door de regering welwillend bekeken en objectief uitgebreid doorgelicht door het Federaal Planbureau, de FOD Sociale Zekerheid en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Die doorlichtingen hebben drie problemen met het alternatieve voorstel aan het licht gebracht.
Ten eerste is er een probleem met de impact op de lage en middellonen en op de lage en middenpensioenen. In tegenstelling tot het ontwerp van de regering zou de koopkracht in dat alternatief wel geraakt worden.
Ten tweede is er een juridisch probleem. Op basis van precedenten stelt het juridische advies van de RSZ en de FOD Sociale Zekerheid dat het onderscheid in het voorstel van de Groep van Tien tussen de publieke en de private sector wellicht niet zal standhouden voor het Grondwettelijk Hof. Dat maakt het voorstel juridisch wankel. Bovendien – en dit is belangrijk – blijft in het voorstel van de Groep van Tien de centenindex voor de publieke sector en de gepensioneerden behouden en komt die maatregel voor die groep er nog bovenop. Laat dat heel duidelijk zijn, want daarover zijn andere verklaringen afgelegd die niet met de werkelijkheid overeenstemmen.
Ten derde is er ook een budgettair probleem. Het Federaal Planbureau heeft berekend dat het alternatieve voorstel een structureel gat in de begroting zou slaan van honderden miljoenen euro. Er zijn veel verschillende berekeningen gemaakt op basis van optimistische en minder optimistische parameters, maar het resultaat is altijd hetzelfde. Het alternatieve voorstel voldoet niet aan de budgettaire doelstelling die door de regering is vooropgesteld, zelfs niet in de meest optimistische prognose waarmee sommigen hier graag komen zwaaien. In tijden waarin ratingbureaus ons berispen voor de toestand van onze begroting en we dus nog een miljardenberg te beklimmen hebben, is het geen goed idee om extra gaten te slaan in de al zeer broze begrotingstoestand van ons land.
Om al die redenen blijft de regering bij de gemaakte afspraak en de drie besliste uitgangspunten: budget, competitiviteit en last but not least sociale correctie.
Permettez-moi cependant encore d'apporter quelques précisions, qui répondront d'ailleurs aux questions sur les manifestations d'hier. Le gouvernement examinera toujours avec bienveillance les propositions alternatives des partenaires sociaux. Dans la mise en œuvre de notre politique, nous avons déjà tenu compte, à plusieurs reprises, des remarques issues de la société civile. Des corrections sociales sont toujours possibles, mais elles doivent, dans ce cas, être compensées ailleurs. J'appelle donc l'ensemble des partenaires sociaux, lorsqu'ils formulent des propositions, à toujours tenir compte du cadre budgétaire global, car un déficit budgétaire hors de contrôle est un fardeau que nous portons tous ensemble, employeurs comme travailleurs. Il est donc dans l'intérêt général de réduire le déficit. Le gouvernement continuera à faire primer cet intérêt général.
Je vous remercie.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, u zegt dat er drie criteria zijn: de verbetering van het budgettair saldo, de competitiviteit en de koopkracht.
Ten eerste, over de verbetering van het saldo zegt het Federaal Planbureau in zijn definitief besluit dat het voorstel van de sociale partners voor de globale overheid beter is, in 2030, dan de centenindex. Ik zie dat de heer Bouchez ja knikt. Het is juist.
Ten tweede, de competitiviteit. Uw voorstel inzake de centenindex verhoogt de loonkosten met 800 miljoen euro. Het voorstel van de sociale partners doet dat niet. Uw voorstel is slecht voor de competitiviteit.
Ten derde, de koopkracht. Uw voorstel inzake de centenindex maakt boven 1.700 euro netto pensioen een indexsprong. Tegen mensen met een pensioen van 1.700 euro netto zegt u dat zij geen index meer krijgen. Toch spreekt u hier over koopkrachtbescherming, over behoud van de koopkracht?
Doe wat onder meer de heer Bouchez zegt, wat minister Clarinval zegt, wat alle economen zeggen, en kies voor het voorstel van de sociale partners. Kies voor sociale vrede, en laat die stakingen stoppen.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de premier, mijn vraag was gericht aan minister Jambon. U hebt gezegd dat u mijn vraag wilt beantwoorden, en uw antwoord is: minister Jambon zal antwoorden. Komaan!
Uw stilte hierover is echt wel veelzeggend. U weet dat deze hervorming discriminerend is voor vrouwen. Het probleem is dat u daar geen antwoord op hebt. U zwijgt, in de hoop dat het wel zal overwaaien. Ik kan u echter verzekeren dat het niet zal overwaaien. De woede van de mensen zal niet wegebben. Integendeel, ze neemt alsmaar toe. De sociale beweging staat enorm sterk en heeft de regering al verschillende keren doen terugkrabbelen. Dat zal zo blijven.
U hebt geen democratische legitimiteit voor wat u aan het doen bent. Negen op tien mensen geven aan dat ze niet willen werken tot 67 jaar. Peiling na peiling toont dat aan.
Dat u daarover zwijgt, verbaast me niet, maar zullen Vooruit, cd&v, en Les Engagés zwijgen, of zullen ze het advies van de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen vastnemen en de pensioenmalus afschaffen?
Ludivine Dedonder:
Je vous avais demandé du respect. Je vous avais demandé de la reconnaissance pour les travailleuses et les travailleurs. La réponse que vous m'apportez… En fait, il n'y en a pas. Vous ne daignez même pas répondre à la question sur la réforme des pensions. Vous êtes mal à l'aise? Ça, je peux le comprendre! La seule chose que vous nous dites, c'est en quelque sorte: "On n'a pas le choix, il faut réduire le déficit." Les options que vous proposez, c'est le double saut d'index et c'est de vous attaquer aux pensionnés. Je vous dis que oui, c'est un choix politique. Votre choix politique, c'est de prendre dans la poche des pensionnés, des travailleurs et des malades. Les pensions, c'est 1,8 % du PIB. Vous achetez pour 34 milliards d'armes. Vous achetez des missiles américains pour 4 milliards. Eh bien, 4 milliards, c'est ce que vous prenez dans la poche des pensionnés pour ajuster votre budget!
-
Vraag: De volgende kameel, de centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De centenindex
Vraag: De dubbele indexsprong
De volgende kameel, de centenindex
De centenindex
De centenindex
De dubbele indexsprong
Prijsontwikkeling en indexering van lonen en uitkeringen summaryExplanationBeantwoord door
MR David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
Axel Ronse
op 23 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De oppositie (Open Vld, Vlaams Belang, PVDA, PS) en sociale partners (vakbonden en werkgevers) bekritiseren unaniem de centenindex als te complex, koopkrachtondermijnend en realiteitsvreemd, en eisen afschaffing. Minister Clarinval (MR) bevestigt dat de regering het alternatiefvoorstel van de sociale partners (12-maandsgemiddelde energieprijzen, schrapping centenindex) onderzoekt, maar stelt budgettaire haalbaarheid en concurrentiekracht als voorwaarde—zonder concrete toezegging. Van Quickenborne (Open Vld) en Moons (Vlaams Belang) wijten de impasse aan regeringschaos (o.a. conflict Vooruit-MR, stijgende overheidsuitgaven) en negeren van adviezen, terwijl Tonniau (PVDA) en Dermagne (PS) de oppositieclaimen dat hun druk de sociale dialoog herstelde. Ronse (N-VA) ontkent debatmijding, maar Van Quickenborne blijft hem beschuldigen van vluchten voor kritische vragen over economisch beleid.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, kent u Erik van Looy van het programma De Slimste Mens ter Wereld ? Zijn bekendste uitspraak is: "’T is gebeurd." Collega’s, ‘t is gebeurd. Er is namelijk iets unieks gebeurd want de sociale partners, de vakbonden en de werkgevers vormen nu één front. Ze zijn eensgezind. Weet u hoe dat komt, mijnheer de minister? De arizonaregering doet maar één ding, namelijk aan de lopende band stinkende kamelen produceren. Er was de btw-brol en het meerwaardemonster. Zelfs het energieakkoord, collega’s, is zo complex dat niemand er nog iets van begrijpt en zelfs de fractieleider van de N-VA durft het debat met mij in Villa Politica niet aan te gaan.
Mijnheer de minister, nu gaat het over de centenindex. Die is zo complex dat voor elke werknemer die meer dan 4.000 euro bruto verdient, moet worden uitgerekend wat hij of zij zal verdienen. Hij is zo duur dat er een nieuwe werkgeversbijdrage komt, de loonmatigingsbijdrage, die alle werkgevers zullen moeten betalen. We zeggen al weken, mijnheer de minister, dat die centenindex een stinkende kameel is en dat u hem beter afvoert. Nu zeggen de sociale partners precies hetzelfde. Ook de socialistische vakbond vraagt om dat af te voeren. Waarom? Omdat het zo complex is.
Mijnheer de minister, het probleem is dat deze regering aan de lopende band gedrochten produceert die elke voeling met de realiteit missen. U blijft doorgaan, terwijl de sociale partners zich afvragen waarmee u bezig bent. Ik heb pagina 10 van het regeerakkoord meegebracht en lees kort voor wat daar staat: "De kennis en de inzichten van de sociale partners zijn cruciaal om hervormingen te laten aansluiten op de realiteit van de werkvloer." Collega’s, die centenindex staat mijlenver van de realiteit van de werkvloer.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Zult u het advies van de sociale partners respecteren?
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, de centenindex van de regering-De Wever is in werkelijkheid niet alleen een dubbele indexsprong die mensen hard in hun portemonnee treft, maar ook een bijzonder complex en administratief gedrocht. Intussen is dat een patroon dat wij kennen. De regering komt steeds met ingewikkelde en onvolledige maatregelen die niemand nog begrijpt. Denk aan de btw-hervorming, de meerwaardebelasting, de pensioenhervorming en deze week nog de energiemaatregelen.
Op onze vraag in de commissie hebt u zelf geantwoord dat dat allemaal zo ingewikkeld niet is en dat de impact op de RSZ en de sociale secretariaten beperkt blijft. Daarop heeft uw collega-minister Frank Vandenbroucke u tegengesproken en voor één keer de waarheid verteld, namelijk dat de complexiteit nu eenmaal het gevolg is van compromissen.
Wat blijkt nu? Na het vernietigende advies van de Nationale Arbeidsraad komen de sociale partners in de Groep van Tien, dus zowel vakbonden als werkgevers, met een gezamenlijk alternatief voorstel en vragen zij de regering om de centenindex te schrappen. Het voorstel houdt in dat de stijgende energieprijzen in de berekening van de index worden afgevlakt via een gemiddelde over twaalf maanden en dat ook de bestaande vaak goedkopere energiecontracten worden meegeteld. Dat voorstel lijkt ons redelijker en alleszins eenvoudiger dan de centenindex.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Zal de regering dat voorstel grondig onderzoeken en alsnog de centenindex afvoeren?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de PVDA zegt al maanden dat de centenindex van Vooruit een slecht idee is, omdat het de koopkracht van ongeveer de helft van de werkende mensen ondermijnt. Het is een slecht idee, omdat het ook de koopkracht van ongeveer de helft van de gepensioneerden ondermijnt. Het is een slecht idee, omdat het ook een precedent schept. U maakt het mogelijk voor elke volgende regering om onze index elk jaar opnieuw te blokkeren. Het is ook een slecht idee, omdat het te complex is en werkgevers het risico lopen fouten in hun loonberekening te maken.
Met de PVDA voeren we hier al maanden oppositie tegen, op straat samen met de vakbonden, maar ook hier in het Parlement. We hebben u in de commissie gedurende dertig uur uitgelegd hoe onze index werkt. We hebben u uitgelegd wat de geschiedenis van onze index is en hoe die via sociale strijd tot stand is gekomen. We hebben amendementen ingediend om de centenindex uit de programmawet te halen. We hebben samen met andere oppositiepartijen de programmawet geblokkeerd, zodat de centenindex vandaag nog altijd niet goedgekeurd is. Gelukkig maar, want na de bevolking en de vakbonden zijn nu zelfs de werkgevers tegen de centenindex van Vooruit. Zelfs de werkgevers steunen nu de sociale strijd die de PVDA tegen de centenindex voert. De centenindex moet gewoon weg.
Mijnheer de minister, wat denkt u daarover? Wat zult u met dat advies doen? Bent u nog altijd voorstander van de centenindex? Wat zal de meerderheid volgende week woensdag doen, wanneer de programmawet ter stemming voorligt? Zult u dat nog altijd steunen, mijnheer de minister?
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le vice-premier ministre, lors de l'installation de votre gouvernement, vous aviez fait deux grandes promesses. La première: redresser les finances publiques de ce pays. La deuxième: enfin revaloriser le travail. Depuis lors, vous avez fait chaque semaine le contraire.
Le déficit aura été doublé en quelques mois seulement et, depuis lors, on ne compte plus les attaques quotidiennes envers le pouvoir d'achat des travailleuses et des travailleurs de ce pays: réduction des primes de nuit, augmentation de la TVA sur toute une série de produits ou encore volonté d'aller chercher de l'argent dans la poche d'un travailleur sur deux et d'un pensionné sur deux dans ce pays avec votre double saut d'index partiel.
Depuis le début de l'installation de ce gouvernement, nous vous avons dit, avec le Parti Socialiste, que nous ferions tout pour vous empêcher, vous et votre majorité, de prendre ces mesures à la fois injustes socialement et inefficaces économiquement.
Ce travail d'opposition a porté ses fruits. Nous vous avons fait reculer sur l'augmentation des accises sur l'énergie – pas encore totalement, nous verrons dans les prochains jours si le report ou la suspension deviendra un abandon de cette augmentation. Le travail d'opposition a également permis aux partenaires sociaux de retrouver un espace de dialogue. Il a permis à la concertation sociale d'aboutir à une proposition consensuelle.
Monsieur le ministre, ce travail d'opposition, nous allons continuer à le mener. Sur chaque mesure injuste, sur chaque mesure inhumaine, sur chaque mesure inefficace, vous trouverez sur votre route le Parti Socialiste et ses troupes pour s'y opposer. Ce travail, comme je le disais, a porté ses fruits aujourd'hui.
Monsieur le ministre, la question est claire: allez-vous enfin entendre le message de la société civile, le message de la rue, le message des représentants des travailleurs et des employeurs en revenant sur toutes vos mesures injustes, insociales et économiquement inefficaces?
David Clarinval:
Collega’s, ik heb gisterochtend kennis genomen van het akkoord van de sociale partners. Als minister van Werk vind ik het altijd positief dat de sociale partners kunnen dialogeren en onderling akkoorden sluiten. De regering heeft akte genomen van dit akkoord, dat beoogt het indexeringsmechanisme aan te passen, zodat het de werkelijke evolutie van de energieprijzen beter weerspiegelt en de geloofwaardigheid ervan versterkt in een context van grote volatiliteit.
Dit akkoord voorziet met name in een verbetering van de manier waarop de gas- en elektriciteitsprijzen in de gezondheidsindex worden opgenomen, in een annualisering over 12 maanden om schokeffecten te dempen en in de afschaffing van de centenindex in de privésector, die als te complex wordt beschouwd.
Les propositions issues de cet accord ont été transmises par le premier ministre et par moi-même au Bureau fédéral du Plan, à l’ONSS et au SPF Sécurité sociale, afin que ces instances évaluent leurs impacts économiques, budgétaires et sociaux. Dès réception de ces avis, le gouvernement sera amené à se prononcer sur les suites à réserver à ce dossier.
Je souhaiterais toutefois, avant de conclure, souligner que cette évaluation devra s’inscrire dans un cadre clair de responsabilité budgétaire et se fonder sur une triple exigence: tout d’abord, préserver le pouvoir d’achat des travailleurs; ensuite, garantir l’assainissement durable des finances publiques et, enfin, renforcer la compétitivité des entreprises.
Je rappelle que l’accord de gouvernement prévoit que nous refuserons que le coût des accords sociaux se répercute automatiquement sur les contribuables.
Cela étant dit, je pense que ma réponse est claire.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, u geeft aan positief te zijn over die maatregel en dat moet u eigenlijk ook zijn. Ten eerste zorgt die voor een economische winst, want door de vertraagde index wordt de competitiviteit beter gerespecteerd. Ten tweede gaat ook de overheid erop vooruit. Een volledige indexering is altijd beter dan een centenindex. Dit voorstel heeft alleen winnaars.
Wat is het probleem? Deze minister is positief, maar Vooruit blokkeert dat omdat het voortdurend zijn wil oplegt aan deze regering, met de meerwaardetaks. Straks gebeurt dat ook met de overwinsttaks en nu opnieuw met de centenindex. Mijnheer de minister, doe wat uw partijvoorzitter voortdurend zegt en snij in de overheidsuitgaven. Die stijgen naar 57 % op het einde van de legislatuur. Snij in de overheidsuitgaven. Dat moet u doen, in plaats van de belastingen te verhogen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, deze regering-De Wever heeft het grootste begrotingstekort van de eurozone. Zij krijgt de ene kredietverlaging na de andere, belast arbeid het zwaarst ter wereld en blijft belasting na belasting opstapelen. Steeds opnieuw voelt de hardwerkende burger dat in de portemonnee. Toch wilt u nog meer centen afpakken van de Vlaming die elke dag zijn best doet om dit land economisch vooruit te helpen.
Na vele jaren inertie komen werkgevers en werknemers eindelijk opnieuw tot een akkoord en doen zij een constructief voorstel als alternatief voor de centenindex. Een grotere blamage kan een regering zich moeilijk indenken. Dat gebeurt echter wanneer men niet luistert naar constructieve kritiek van de oppositie en volhardt in het eigen gelijk. Het doet mij wel plezier dat nu blijkbaar ook het sociale middenveld alle bezorgdheden ter zake van het Vlaams Belang deelt en ermee aan de slag gaat, en hopelijk – en blijkbaar – u ook.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, u geeft dus toe dat de index tot stand is gekomen door afspraken tussen werkgeversfederaties en vakbonden. Dat klopt. Zij hebben nu samen beslist dat die centenindex van tafel moet. Het is goed dat u zegt dat we dat dossier zullen bespreken. Ik neem daar akte van. We zullen hun voorstellen bekijken, becijferen en een beslissing nemen. Dat wil wel zeggen dat wij hier volgende week woensdag niet over kunnen stemmen, mijnheer de minister. U kunt niet verwachten dat we dat hier op vier werkdagen even door het Parlement jagen. Het betreft ernstige maatregelen die heel ingrijpend zullen zijn voor de koopkracht van iedereen die werkt, van alle gepensioneerden, niet alleen vandaag en morgen, maar levenslang, net v óó r we voor een economische crisis staan.
Mijnheer de minister, houd gewoon woord. Doe wat u belooft, namelijk dat u rekening houdt met die adviezen, en stel die stemming over die centenindex alvast uit.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le ministre, il est effectivement positif que les interlocuteurs sociaux puissent se retrouver autour d'une table, discuter, débattre et tendre vers des compromis. Pour cela, encore faut-il les consulter.
Je vous rappelle que vous aviez oublié de solliciter l'avis des partenaires sociaux sur ce double saut d'index partiel. Un monument dans l'histoire politique récente de la Belgique! Un double saut d'index pour lequel on n'interroge pas les partenaires sociaux, c'est du jamais vu!
C'est le travail de l'opposition qui a permis que ces partenaires sociaux soient interrogés, et c'est le travail de l'opposition qui leur a donné le temps de parvenir à un accord.
Monsieur le ministre, l'avis des partenaires sociaux est important. Il est important aussi de leur laisser du temps pour pouvoir débattre et tendre vers un compromis, comme ils y sont arrivés ces derniers jours.
Si vous voulez continuer à avancer avec la loi-programme, la semaine prochaine, mercredi et jeudi, il est absolument essentiel que l'avis de ces partenaires sociaux soit intervenu et que nous puissions en débattre en toute connaissance de cause.
Voorzitter:
Mijnheer Ronse vindt dat hij onterecht geciteerd is, meen ik. (Tumult)
Nee, nee. Er is maar één fractieleider van de N-VA, maar ik heb ook goed nieuws, mijnheer Van Quickenborne, want u kunt ook weer repliceren.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Axel Ronse:
Mijnheer de voorzitter, het is wel straf dat de heer Van Quickenborne zegt dat ik niet met hem in debat durf te gaan, maar als ik dan het woord vraag, probeert hij ervoor te zorgen dat de voorzitter mij het woord niet kan geven.
Mijnheer Van Quickenborne, als ik aan mijn mama mag vragen wat ik voor mijn verjaardag wil, dan zeg ik altijd: een debat met Van Quickenborne! Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u alle overheidsgebouwen voor een appel en een ei hebt verkocht om ze daarna tegen een hoge prijs te huren. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u het initiatief hebt geblokkeerd om asbestbedrijven die mensen ziek hebben gemaakt aansprakelijk te stellen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u het overheidsbeslag al die jaren hebt laten stijgen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u niets hebt gedaan aan de overbevolking in de gevangenissen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u boetes hebt ingevoerd voor bedrijven waar mensen bovengemiddeld langdurig ziek zijn. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u de FLA mee hebt ingevoerd, die wij weer hebben afgevoerd. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u mee de rentesneeuwbal hebt gecreëerd.
Mijnheer Van Quickenborne, ik kan nog tientallen thema’s opsommen waarover ik graag met u in debat wil gaan. Ik vind het jammer dat u de zeer integere redactie van Villa Politica in diskrediet brengt. Zij hebben mij inderdaad gevraagd voor een debat met u over de energiemaatregelen. Ik heb hen eerlijk gezegd dat het beter is dat het Parlement debatteert over hoe we geld kunnen besparen, in plaats van over al het geld dat wordt uitgegeven. Vervolgens hebben ze mij gezegd dat ik dat straks op Villa Politica kan komen uitleggen. Ik raad de vele honderdduizenden, miljoenen kijkers dan ook aan om naar Villa Politica te kijken, want daar leg ik haarfijn uit hoe we veel geld kunnen besparen zonder mensen pijn te doen. Dank u wel, en ik hoop dat u ingaat op al mijn verzoeken tot debat.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer Ronse, hebt u aan uw mama al gevraagd waarom u eigenlijk niet durft in te gaan op een debat met mij? Dat is de essentiële vraag: waarom loopt u weg van het debat?
Collega’s, waarom loopt de heer Ronse weg van het debat? Omdat hij de energiemaatregelen niet durft te verdedigen, omdat het een zoveelste stinkende kameel is, omdat hij niet durft in te gaan op het feit dat de sociale partners eensgezind zeggen dat er een ander indexsysteem nodig is, met een vertraagde index, en dat de regering daarover hopeloos verdeeld is. Als een journalist aan de heer Ronse vraagt hoe dat zit, kan hij daar niet op antwoorden. Hij kan ook niet antwoorden op vragen over het feit dat ratingagentschap Moody’s heeft beslist om de rating van ons land te verlagen. Dat gaat niet over het verleden, maar over de vraag of de regering nog in staat is om nog inspanningen te leveren. Hij kan ook niet antwoorden op de vraag van de heer Van Craeynest van Voka, die vandaag post dat de overheidsuitgaven in ons land van 54 naar 57 % stijgen tegen het einde van deze legislatuur.
Dat zijn allemaal heel moeilijke vragen, maar de heer Ronse zegt dat de grond hem te heet onder de voeten wordt en durft dus niet in debat te gaan met Van Quickenborne. Ik vind dat jammer.
Wie ik wel een pluim wil geven, is mevrouw Farih, de fractievoorzitter van cd&v. Zij zal straks wel in debat gaan met mij. Zij is iemand die in het Parlement geen debat uit de weg gaat, die zegt waar het op aankomt en die ook haar mening heeft over de centenindex.
Dat is het verschil met u, mijnheer Ronse. Ook al bent u nochtans de fractievoorzitter van de grootste partij, u loopt weg. Dat doet mij denken aan iemand die persoonlijk wordt wanneer de grond hem te heet onder de voeten wordt. Ik heb datzelfde ervaren met uw eerste minister. Herinnert u de discussie over money control ? Ik vroeg aan de eerste minister toen om zijn mening over money control en toen antwoordde hij me dat mijn persoonlijk gedrag op niets trekt, en daartoe beperkte hij zich. Mijnheer Ronse, ik apprecieer u. U bent een interessante debater en leest geen debatfiches voor, in tegenstelling tot andere collega’s, wat u siert. Wat ik echter jammer vind, is dat u geen debat met mij durft aan te gaan. Wat hebt u te vrezen? Laten we debatteren voor Villa Politica . Waar hebt u schrik voor? Ik zal u niet opeten, ik bijt niet. Ga in debat, mijnheer Ronse.
Er resten vijf seconden spreektijd, die ik doorgeef aan mevrouw Farih.
Voorzitter:
Collega's, ik wil u erop attenderen dat het Reglement niet toelaat om mekaar op te eten, figuurlijk misschien wel, maar niet letterlijk.
-
Vraag: De centenindex en de dreigende toename van de loonkosten voor onze bedrijven
De centenindex en de dreigende toename van de loonkosten voor onze bedrijven
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne (Open Vld) bekritiseert de centenindex als een onnodig complex systeem dat volgens hem de loonkosten voor werkgevers structureel verhoogt vanaf 2030, ondanks de belofte van competitiviteitswinst, en wijt dit aan de invloed van socialisten en N-VA. Minister David Clarinval (MR) verdedigt de maatregel als een evenwichtig compromis tussen koopkrachtbehoud voor lonen onder €4.000 en budgettaire verantwoordelijkheid, maar bevestigt dat de langetermijneffecten op competitiviteit nog niet definitief zijn vastgelegd en aanpasbaar blijven bij negatieve impact. Van Quickenborne hamert op vereenvoudiging en lastenverlaging (zoals in Zweden) en beschuldigt de regering van een opeenstapeling van complexe belastingen die bedrijven extra belasten, waaronder bevroren fiscale voordelen en nieuwe heffingen zoals de responsabiliseringsbijdrage voor ziekte. Hij dringt er bij Clarinval op aan om in de aanstaande programmawet de loonkostenverhoging voor bedrijven te blokkeren.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de Europese industrie zit in zwaar weer. Daarom werd er gisteren een top georganiseerd in Antwerpen en vandaag een in Alden Biesen. Dat is een goede zaak, want de regeringsleiders ontmoeten daar de top van de industrie. Zo hoort dat ook en wij steunen dat.
De opdracht voor Europa is duidelijk: minder regels, minder taksen en meer groei. Die toppen kunnen echter geen excuus zijn voor België om niets of iets verkeerd te doen. Ik denk daarbij in de eerste plaats aan de energienorm, nietwaar mijnheer Coenegrachts, die nog niet is goedgekeurd in dit Parlement.
Ik wil het ook hebben over de centenindex die zal worden ingevoerd voor wie een brutoloon heeft van meer dan 4.000 euro, zowat 50 % van de werknemers. Die indexering zal voortaan niet meer in procenten, maar wel in centen gebeuren. Wat is de realiteit van die centenindex? Het is zo complex – in het Frans noemt men dat une usine à gaz – dat de werkgevers met de handen in het haar zitten en er niet uit geraken en dat de overheid honderden ambtenaren moet aanstellen om dat allemaal gecontroleerd te krijgen.
Dat werd in het herfstakkoord aangekondigd als een competitiviteitsmaatregel, maar nu blijkt eerder dat Frank Vandenbroucke en de socialisten ervoor gezorgd hebben dat het omgekeerde zal gebeuren en dat het de werkgevers meer zal kosten in plaats van minder. De N-VA laat dat allemaal gebeuren. Ik weet dat het een complex dossier is, maar ik zal u zeggen hoe dat komt. De centenindex stopt in 2028, maar de loonmatigingsbijdrage – de belastingverhoging voor de werkgevers – blijft tot in de oneindigheid duren. Dat betekent een loonkostenverhoging van honderden miljoenen euro's vanaf 2030.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag voor u. Als er binnenkort een tweede lezing van de programmawet komt – ik hoop dat dat morgen zal zijn, want anders geraakt dat niet meer gestemd in het Parlement – zult u dan luisteren naar de bezorgdheden van de werkgevers? Zult u ervoor zorgen dat die loonkostenverhoging voor de bedrijven en de zelfstandigen er niet komt? Wij rekenen op u.
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Quickenborne, de centenindex is een noodzakelijke maatregel die wij hebben genomen in een budgettair bijzonder moeilijke context. De regering heeft ervoor gekozen een klassieke indexering toe te passen op lonen tot 4.000 euro om aldus de koopkracht van de betrokken werknemers volledig te vrijwaren. Voor het deel van de lonen dat die drempel overschrijdt, wordt de indexering geplafonneerd. De maatregel zal op korte termijn dus zorgen voor een verbetering van de competitiviteit van onze ondernemingen.
In het kader van de centenindex wordt dat voordeel gedeeld met de overheid. De helft vloeit terug naar de begroting en de andere helft blijft bij de onderneming. Het gaat dus om een evenwichtsmechanisme dat budgettaire verantwoordelijkheid combineert met het beschermen van de koopkracht en het ondersteunen van de economische activiteit.
Over de mogelijke structurele impact van de maatregel op de competitiviteit van de ondernemingen moet nog worden beslist. Er werd binnen de regering nog geen akkoord gevonden. Daarom blijft de concrete uitwerking van dat onderdeel van de centenindex vandaag nog open. Er is nog geen definitieve beslissing genomen over de modaliteiten, de voorwaarden of een eventuele formule om een optimaal evenwicht te garanderen tussen budgettaire verantwoordelijkheid en competitiviteit.
Er is trouwens een notificatie uitgewerkt door de regering die voorziet in een vrijwaringsclausule. Indien de analyses zouden aantonen dat er een negatieve impact op de competitiviteit is, zal de regering het systeem aanpassen. Daarna zal de mogelijke impact van de maatregel op de competitiviteit nauwgezet worden opgevolgd bij de vastlegging van de loonnorm in december 2026 en december 2028. De sociale partners zullen volledig worden geïnformeerd over de uitgevoerde analyses.
Vincent Van Quickenborne:
Er is dus geen akkoord. Het is wel belangrijk, collega’s, dat de eerste minister vorig weekend heeft vastgesteld dat hij met de btw-chaos een kameel heeft gecreëerd. Met de complexe centenindex is opnieuw een kameel gecreëerd. We hebben nu al een kudde kamelen, dat wordt een zeer gezellige kern, mijnheer de minister. De essentie is dat het allemaal zo complex wordt en dat er telkens opnieuw taksen bijkomen, ook in de sociale zekerheid. Denk bijvoorbeeld aan de responsabiliseringsbijdrage voor langdurig zieken. De werkgevers zijn die verschuldigd in de tweede, derde, vierde en vijfde ziektemaand. De belastingverlaging voor onderzoek en ontwikkeling en voor nachtarbeid wordt bevroren. Dat is een belastingverhoging voor de werkgevers. Dit systeem kan, als we niet goed opletten en als u zich laat leiden door de socialisten en de N-VA, ook uitmonden in een belastingverhoging. Mijnheer de minister, het kan ook anders. In de Zweedse regering hebben we de werkgeversbijdragen verlaagd van 33 % naar 25 %. Dat is de koers die u moet volgen. Meer eenvoud en minder taksen. Op die manier beschermt u echt de industrie. Zo doen we in België wat moet gebeuren.
-
Vraag: Het meerwaardemonster
Het meerwaardemonster
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Van Quickenborne bekritiseert de meerwaardetaks als een ondoorzichtig "meerwaardemonster" met negen tarieven in plaats van het beloofde uniforme tarief van 10%, dat volgens hem niet enkel miljardairs maar ook spaarders, jongeren en familiebedrijven treft en investeringen ontmoedigt. Hij stelt dat de maatregel de economie schaadt en pleit voor een eenvoudig systeem zoals in Estland, met één tarief zonder uitzonderingen, alsook voor beleggingsstimulansen zoals de Einsteinrekening. Minister Jambon reageert laconiek ("Ja"), waarna Van Quickenborne hem beschuldigt van onwetendheid, respectloosheid en het creëren van een onwerkbaar belastingcircus, verwijzend naar kritiek van ondernemers en burgers op sociale media. Van Quickenborne eist vereenvoudiging en noemt de huidige aanpak schandalig complex.
Voorzitter:
We hebben de heer Van Quickenborne nog niet zo heel veel gehoord, dus geef ik hem graag de gelegenheid om dat nu recht te trekken.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, dag na dag, uur na uur wordt het dossier van de meerwaardetaks complexer.
Collega’s, in het begin zei de minister dat het om één tarief ging, heel simpel, namelijk 10 %. Wanneer men echter die 272 bladzijden bekijkt, blijkt het te gaan om negen tarieven: 0 %, 1,25 %, 2,5 %, 5 %, 10 %, 16,5 %, 33 %, 33 % vermeerderd met gemeentetaks en zelfs 50 %.
Iedereen zegt dat het de miljardairs zijn die zullen betalen, maar dat klopt niet. De ouders die sparen en beleggen voor hun kinderen zullen de meerwaardetaks moeten betalen. Mensen die beleggen om later een pensioen te hebben op het niveau van een ambtenarenpensioen, zullen de taks moeten betalen, mijnheer de minister. Jongeren die zeggen dat ze niet meer geloven in het spaarboekje omdat het geen rendement oplevert, zullen die taks moeten betalen, aangezien ze investeren in crypto en in ETF’s. Zij zullen allemaal de meerwaardetaks moeten betalen.
Het probleem is het volgende. Vandaag staat in de krant dat familiebedrijven in hun voortbestaan worden bedreigd door de meerwaardetaks. Dat komt doordat een bakker die aan zijn kinderen een overdracht doet zonder dat daar ook maar één euro cash tegenover staat, toch de meerwaardetaks zal moeten betalen. Intussen blijft de regering echter doofstom, omdat Vooruit natuurlijk zijn symbool moet hebben, zijn trofee.
De realiteit is dat intussen, koste wat het kost, de economie enorm veel schade oploopt. In plaats van mensen aan te zetten tot investeringen in beleggingen, worden ze weggejaagd naar spaarboekjes.
De meerwaardetaks zet een rem op investeringen en op groei, mijnheer de minister. Deze meerwaardetaks is slecht voor onze economie. U zou beter iets anders doen, bijvoorbeeld de Einsteinrekening: elke maand 100 euro beleggen. Als men dat systematisch doet, van bij de geboorte tot de leeftijd van 65 jaar, bouwt men een kapitaal op van 1,4 miljoen euro. Dat is wat we zouden moeten aanmoedigen, maar u jaagt de mensen weg van beleggingen.
Mijnheer de minister, collega’s, wie de meerwaardetaks grondig bekijkt en bestudeert – sommigen doen dat –, ziet dat ze een meerwaardemonster is geworden. Daarom heb ik maar één vraag voor u, mijnheer de minister, met betrekking tot die 272 bladzijden: begrijpt u het zelf nog?
Voorzitter:
Voilà, dat is een duidelijke vraag, mijnheer de minister.
Jan Jambon:
Ja.
Voorzitter:
Duidelijke vragen verdienen duidelijke antwoorden.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, uw antwoord zegt veel over het respect dat u toont voor de mensen. Wat u hier duidelijk maakt, is dat u het niet begrijpt. Als u het wel zou begrijpen, dan begrijp ik niet waarom familiebedrijven vandaag in de krant om hulp vragen. Als u het zou begrijpen, dan begrijp ik niet waarom mensen met interne meerwaarden geconfronteerd worden met tarieven van 33 %. Als u het zou begrijpen, dan begrijp ik niet waarom er op X zoveel mensen zijn met vragen die onbeantwoord blijven. Op den duur ben ik het callcenter van deze regering geworden om op al die vragen te antwoorden. U zou zich eigenlijk moeten schamen, mijnheer de minister. Dat is de realiteit. De meerwaardetaks is zo complex, en dat in combinatie met uw btw-circus, dat trouwens nog altijd bezig is. Kijk naar het filmpje van Marc Coucke op Instagram. Dat is het resultaat van één jaar Arizona op het vlak van belastingen: complexer, complexer, complexer. Mijnheer de minister, maak het eenvoudig. Doe zoals in Estland: één tarief voor alles. Geen koterijen, geen uitzonderingen. Dat is wat wij voorstellen.
-
Vraag: De niet-toeleidbaren en de beperking van de werkloosheid in de tijd
Vraag: De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
economie en werkDe niet-toeleidbaren en de beperking van de werkloosheid in de tijd
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
Duur van werkloosheid en uitkeringsbeperkingen summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Jeroen Van Lysebettens bekritiseert minister Clarinval omdat diens hervorming 10.000 chronisch zieken en kwetsbaren zonder uitkering laat vallen, terwijl ze willen werken maar door het systeem in de steek gelaten worden—hij eist een directe uitbreiding van het statuut voor niet-toeleidbaren. Clarinval verdedigt de hervorming door te stellen dat niet-toeleidbaren tijdelijk via leefloon en OCMW-steun opgevangen worden en belooft een alternatief systeem pas in 2028, wat Van Lysebettens "broddelwerk" noemt. Van Quickenborne (Open Vld) steunt de tijdsbeperking op werkloosheidsuitkeringen maar hamert op ontvetting: hij wil vakbonden en ziekenfondsen digitaliseren om miljarden te besparen, aangezien hun huidige financiering (o.a. 200 miljoen/jaar voor uitkeringsadministratie) inefficiënt is. Clarinval bevestigt dat de administratiekosten slechts 10% dalen (20-27 miljoen) ondanks 33% minder werklozen, maar belooft verdere evaluatie—terwijl Van Quickenborne dit onvoldoende vindt en pleit voor radicale bezuinigingen op "oude structuren".
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, vandaag lezen we op de voorpagina van De Standaard het verhaal van mevrouw Doucy. Zij is meer dan 20 jaar werkloos en zal door uw beleid haar uitkering verliezen. Nochtans wou ze werken, volop zelfs. Ze werkte jarenlang, elke dag, tot ze thuis kwam en volledig uitgeput was. Ze werkte deeltijds, maar de vermoeidheid bleef. Na een jaar van medische tests en onderzoeken luidde de conclusie dat ze volgens de VDAB te ziek is om te werken, maar volgens het RIZIV niet ziek genoeg is.
Er bereiken ons talrijke getuigenissen van mensen die hard hebben gewerkt tot ze niet meer konden. Het gaat om mensen met chronische aandoeningen, mensen met autisme, die daardoor geen plek vonden op de arbeidsmarkt en vaak zelfs niet zelfstandig kunnen wonen. De verhalen verschillen, maar de conclusie is dezelfde: die mensen willen werken, maar zijn slachtoffer van een systeem dat niet werkt. Alleen al in Vlaanderen verkeren er zowat 10.000 mensen in die situatie. Een groot deel van hen zal binnenkort zonder uitkering vallen, zonder perspectief en zonder hoop.
Nochtans kunt u dat oplossen door de uitzondering voor niet-toeleidbare jongeren uit te breiden naar die personen. Dat is een concrete oplossing voor een concreet probleem. U weet dat die oplossingen bestaan; uw coalitiepartners hebben u daar bovendien op gewezen. Vorige week heb ik zelf een wetsvoorstel ingediend.
U onderneemt echter geen actie. Over twee weken zullen die mensen, die door chronische ziekten of andere beperkingen niet kunnen werken, hun uitkering verliezen. Ze verdwijnen niet, maar zullen door de arizonaregering in bittere armoede belanden. Is dat het plan achter uw beleid: Arizona als armoedemotor van België?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, wij zijn de enige oppositiepartij die uw beperking van de werkloosheid in de tijd steunt. We zijn dus constructief, vooral omdat die beperking werklozen activeert en arbeidstekorten worden ingevuld. Dat is een goede zaak.
Mijnheer de minister, we hebben wel altijd gezegd dat, als u die hervorming wil laten lukken, de beperking in de tijd aan een ontvettingsoperatie gekoppeld moet worden. Vandaag betalen de vakbonden de werkloosheidsuitkeringen uit. Dat gebeurt in geen enkel land. Dat kost de belastingbetaler meer dan 200 miljoen euro per jaar. De logica is dus dat hoe meer werklozen er zijn, hoe meer dotaties er volgen. Dat is het businessmodel van onze vakbonden.
Mijnheer de minister, er is daarvoor een simpele oplossing. Doe zoals in alle Europese landen en digitaliseer het systeem. Dan kunt u de vakbonden afschaffen, want dan zijn ze niet meer nodig.
Dat is voor de arizonaregering echter misschien iets te hoog gegrepen. J’ai donc une deuxième suggestion . Puisque le nombre de chômeurs diminuera d’un tiers , maak ik mij de volgende bedenking. Een derde minder werklozen betekent ook een derde minder dossiers en dus een derde minder dotaties aan de vakbonden. Dat denk ik dan toch.
Daarom heb ik drie eenvoudige vragen.
Ten eerste, mijnheer de minister, goede minister van Arbeid en de eerste liberale minister op het departement Werk sinds 1924, wat is de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd op het aantal dossiers?
Ten tweede, wat is de impact daarvan op de dotaties aan de vakbonden?
Ten derde, ook als er inderdaad een derde minder dossiers te behandelen zijn, zouden de dotaties naar verluidt toch niet met een derde afnemen. Klopt dat of niet? Ik hoor graag wat u daar eventueel aan wilt doen.
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, de bevoegde regionale arbeidsbemiddelingsdienst erkent al wie geconfronteerd wordt met duurzame psychomedische en sociale problemen die elke inschakeling in de reguliere of aangepaste arbeidsmarkt onmogelijk maken, als niet-toeleidbare werkzoekende. Dat statuut, dat in 2019 werd ingevoerd, legt een paradox bloot. Personen van wie is vastgesteld dat zij niet in staat zijn om te werken, worden langdurig in de werkloosheidsverzekering gehouden, terwijl die verzekering net is bedoeld als een activerend systeem naar werk. Met oog voor die menselijke en sociale realiteit heeft de regering beslist het systeem van de beschermingsuitkeringen voorlopig te behouden, zodat ik samen met mijn collega Beenders een alternatieve oplossing kan uitwerken die het mogelijk maakt het stelsel vanaf 2028 te vervangen.
Ik beklemtoon dat wij niemand aan zijn lot overlaten. Personen die hun recht op werkloosheidsuitkeringen verliezen en niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken, zullen een beroep kunnen doen op het leefloon met begeleiding door de OCMW’s. Daarom voorziet de regering ook in een substantiële compensatie voor de OCMW’s en zal zij jaarlijks 50 miljoen euro investeren in een groeipad voor de sociale economie. Op die manier wordt ook meer perspectief geboden op werk voor wie geen toegang heeft tot de reguliere arbeidsmarkt.
Mijnheer Van Quickenborne, mijn administratie verwacht een daling van het aantal fysieke eenheden met 108.295 fysieke eenheden in 2026 en met 143.660 fysieke eenheden in 2027 ten opzichte van een situatie zonder werkloosheidshervorming. Het valt ook op te merken dat de hervorming gepaard gaat met een aanzienlijke vereenvoudiging van de regelgeving en dat ze anticipeert op de efficiëntiewinsten als gevolg van de implementatie van eGov 3.0.
De RVA kent een vergoeding toe voor de administratiekosten van de uitbetalingsinstellingen. De vaststelling van die vergoeding en de verdeling over de uitbetalingsinstellingen is gebaseerd op het koninklijk besluit van 16 september 1990 tot vaststelling van de vergoeding van de administratiekosten van de uitbetalingsinstellingen belast met de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen.
Op basis daarvan schat de administratie dat de administratiekosten in 2026 en 2027 zullen dalen met respectievelijk 20 en 27 miljoen. Het verschil tussen de aanzienlijke daling van het aantal vergoede werklozen en de relatief beperkte afname van de administratiekosten vloeit voort uit de huidige berekeningsmethodiek, waarbij volumeschommelingen slechts in beperkte mate doorwerken in de vaststelling van de vergoeding.
De financiering en de werking van de uitbetalingsinstellingen blijven een aandachtspunt. In dat kader zal ik de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd dan ook zorgvuldig opvolgen en, indien nodig, nagaan of bijsturingen aangewezen zijn, op basis van objectieve evaluaties.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, dit is exemplarisch voor het broddelwerk van Arizona. Men voert iets in, men dompelt de mensen onder in onzekerheid en in 2028 zal men eens kijken wat de gevolgen zijn. Dat is toch niet te doen?
Bijkomend ziet u het OCMW als oplossing voor alles wat er dan misloopt. Iedereen die nergens terechtkan moet in de bijstand. Dat is geen oplossing voor deze mensen. De OCMW's zelf vragen om specifieke oplossingen voor specifieke problemen. U voorziet inderdaad extra financiering, maar die zal ook broodnodig zijn, want de vloedgolf die op ons afkomt, is niet te onderschatten.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, eigenlijk zegt u dat er in 2026 een daling met 20 miljoen zal zijn en in 2027 een met 27 miljoen. Op de totale massa is dat een daling van ongeveer 10 %, terwijl het aantal werklozen daalt met 33 %. Het is een stap, maar het is een te kleine stap.
Je sais que mon collègue M. Bouchez dit toujours: "Au nom de ma formation politique, il n'y aura pas de nouvelles taxes".
Mag ik u een tip geven voor de volgende begrotingsrondes, die er ongetwijfeld aankomen? Luister ook naar wat het IMF zegt. Bespaar op de oude structuren. De ziekenfondsen in ons land krijgen jaarlijks 1,4 miljard euro om een job te doen die een app in 3 seconden kan doen.
Exact hetzelfde geldt voor de vakbonden.
Collega's, in de plaats van taks, taks, taks, zou ik zeggen: ontvet, ontvet, ontvet. Dat moeten we doen. Dank u.
Voorzitter:
Dank u wel, collega Van Quickenborne. Ook bedankt voor de gezondheidstip die u ons meegegeven heeft. Met het oog op de eindejaarsfeesten is dat niet fout.
-
Vraag: De berekening door de minister van Financiën van de extra btw-ontvangsten uit meeneemmaaltijden
Vraag: De verhoging van de btw en van de accijnzen op bepaalde producten
economie en werkDe berekening door de minister van Financiën van de extra btw-ontvangsten uit meeneemmaaltijden
De verhoging van de btw en van de accijnzen op bepaalde producten
Btw- en accijnswijzigingen en financiële berekeningen door de minister van Financiën summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Van Quickenborne en Hedebouw kritiseren de absurde btw-verhoging op meeneemmaaltijden (12% vs. 6% voor supermarktproducten), zoals verse pizza’s, broodjes en kerstbûches, die ze onlogisch, onuitvoerbaar en belastingtechnisch chaotisch noemen—met name voor bakkers en horeca. Jambon bevestigt dat de maatregel (uitgesteld tot 1 maart) 222 miljoen moet opbrengen (gebaseerd op FOD-ramingen), maar benadrukt dat de details nog in overleg zijn, terwijl hij een FAQ belooft voor "klaarheid". Critici hameren op het gebrek aan visie (snelle, slecht doordachte belastingverhoging op werkenden) en het politieke amateurisme, terwijl Jambon vasthoudt aan de plannen—zonder concrete oplossingen voor de praktische absurditeiten.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, leg eens uit aan een bakker dat er ’s ochtends 6 % btw moet worden betaald wanneer men een pistolet komt halen, terwijl op diezelfde pistolet, wanneer die ’s middags met beleg wordt verkocht, 12 % btw van toepassing is. Leg ook eens uit dat een pizzabakker die zelf een pizza bereidt en die laat afhalen daarop 12 % btw moet aanrekenen, terwijl diezelfde pizza, wanneer die diepgevroren in de supermarkt wordt verkocht, onder het tarief van 6 % btw valt.
Collega’s, straks is het kerstfeest. Ik wens u allemaal een kerstbuche toe. Wanneer men die kerstbuche binnenkort bij de meesterbakker gaat halen, collega Dedecker, betaalt men 12 % btw. Wordt die in de supermarkt gekocht, dan bedraagt het tarief slechts 6 %.
J'ai entendu notre collègue M. Bouchez parler d'une taxe de 12 % sur le salé et d'une taxe de 6 % sur le sucré!
Dit is Kafka in het kwadraat! Ik weet wat de minister zal zeggen. De minister zal zeggen: mijnheer Van Quickenborne, dat zijn modaliteiten; we zijn daar nog over aan het discussiëren.Maar, mijnheer de minister, het is nu eind december en die belastingverhoging start begin volgend jaar. De bakkers en de beenhouwers vragen duidelijkheid.
U, de heer Bouchez, cd&v en zelfs Vooruit hadden beloofd de winkelkar niet duurder te maken. Maar ze zal duurder worden met dit soort maatregelen.
Mijnheer de minister, er is één modaliteit waarover niet gediscussieerd kan worden, die 222 miljoen euro. Ik heb in de onderwerpregel van mijn vraag expliciet die vraag gesteld.
Voorzitter, u hebt dat gezien, en de minister wist dat die vraag zou komen.
Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk maar één vraag voor u: kunt u ons eens uitleggen, educatief als u bent, hoe u komt tot die 220 miljoen euro opbrengst uit de btw-verhoging voor meeneemmaaltijden? Als ik die vraag stel aan uw collega’s van het kernkabinet, zeggen ze: we weten het niet, en we hebben de indruk dat de heer Jambon het zelf ook niet weet.
Verlos ons van die vraag, mijnheer de minister.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le ministre des Finances, mais quelle créativité en Belgique! Vous faites preuve d'une créativité sans bornes pour aller chercher des taxes chez les travailleurs! Des jours de réunion pour arriver à des solutions splendides. Quelle puissance!
Vous avez discuté au sein du kern et vous avez décidé de faire passer la TVA à 12 % sur tout ce qui est à emporter. Ça veut dire, monsieur le ministre, que dans la même grande surface, si vous achetez une belle pizza fraîche, vous paierez 12 % et si vous achetez la même pizza congelée, vous paierez 6 %. Je ne sais pas comment le fisc va faire! Les contrôleurs regarderont et diront: "Oh, la mozzarella, elle est fondue, là c'est 12 %, monsieur. Là elle n'est pas fondue, c'est bon." C'est incroyable!
Kippetje aan het spit: 12 %. Datzelfde kippetje, toktok, nog niet aan het spit: 6 % btw. Echt waar! Hoe kunt u dat uitleggen?
Les croissants, les amis! Pour le croissant acheté à 8 h 30, le taux de TVA sera à 6 %. Pour le même croissant acheté à midi, elle sera à 12 %. Mais c'est fou ça!
Et qu'est-ce qu'on fait avec le croissant qu'on a acheté le matin et qu'on ne mange qu'à midi? On le paye combien? Ça, c'est le MR. Ça, c'est Les Engagés. Ça, c'est la N-VA.
C'est incroyable! Quand il s'agit de faire payer les travailleurs, vous faites des réunions de travail, et il en résulte des trucs tels que la planète entière va se moquer de nous. C'est incroyable! Il n'y a qu'en Belgique qu'on peut faire ça!
Savez-vous pourquoi vous êtes obligés de prendre des décisions pareilles? Parce qu'il y a une chose que vous refusez de faire. Faire payer les travailleurs pour aller à la salle de sport, on augmente la TVA. Idem pour les accises sur l'essence, le diesel. On fait payer en plus. Pareil pour le gaz, on fait payer en plus. On rend tout plus cher. Mais il y a une petite couche qui ne paye pas plus, les super-millionnaires. C'est ce tabou qui vous fait prendre aujourd'hui des décisions qui font de nous la risée du monde entier.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, als er geen vraag wordt gesteld, wat word ik dan verondersteld te doen? Het was eigenlijk puur show. Er was geen vraag. Dan heb ik mijn tweede blad met het antwoord voor de heer Hedebouw niet nodig, want er is geen vraag.
Het onderwerp dat hier wordt uitgesponnen, met alle mogelijke egards en beelden, is eigenlijk nog ter bespreking binnen de regering. Ik hoop dat we dit morgen kunnen afronden, maar dat zal een beetje van de Europese top afhangen. Anders zal het maandag of dinsdag zijn. Ik ga dus niet vooruitlopen op wat we binnen de meerderheid nog moeten goedkeuren.
De regering heeft inderdaad beseft dat de vooropgestelde btw-hervorming zorgt voor de nodige onzekerheden in heel wat sectoren. Er zijn er hier een paar opgesomd. We hebben dan ook beslist om dit tot 1 maart uit te stellen. Dat is inderdaad nog altijd het begin van het jaar, maar het is toch al niet meer 1 januari. De enveloppe van de bomma is dan al lang neergelegd. We wachten dus nog twee maanden langer.
Voorts bekijkt mijn administratie hoe er zo snel mogelijk een FAQ bij de publicatie van het KB inzake de btw-aanpassing kan worden gepubliceerd. Op die manier kunnen we maximale klaarheid bieden voor vele prangende vragen.
Mijnheer Van Quickenborne, u stelde mij wel een concrete vraag. Voor de budgettaire ontvangsten hebben we ons gebaseerd, zoals altijd, op een raming van de FOD Financiën. De FOD Financiën heeft een fiche opgesteld, waarin staat dat er volgens de huidige ontwerpteksten een extra ontvangst van 361,5 miljoen euro is.
De lijn waar u het over hebt, is eigenlijk de lijn van takeaway en de btw-verlaging voor de niet-alcoholische dranken. De btw-verlaging voor de niet-alcoholische dranken bedraagt volgens dezelfde raming van de FOD Financiën 139,7 miljoen euro, dus 140 miljoen euro. As we die twee getallen samen in rekening brengen, komen we aan 221,8 miljoen euro. Dat bedrag werd dus ingeschreven in de begroting, op basis van berekeningen van de FOD Financiën.
Mijnheer Hedebouw, wat ik voor u had voorbereid, is misschien voor volgend jaar.
Vincent Van Quickenborne:
Collega's, dat is interessant. De minister zegt nu voor de eerste keer dat die netto 222 miljoen euro inderdaad gebaseerd is op het voorstel dat nu op tafel ligt. Dat betekent 12 % voor de verse pizza en 6 % voor de diepvriespizza, 6 % voor de croissants 's morgens en 12 % voor de croissants 's middags.
Mijnheer de minister, als u straks zegt dat het wordt beperkt tot enkel de horeca, dan zal het geen 222 miljoen euro zijn, maar veel minder. Dan zal uw budgettaire tabel een fictie blijken te zijn. Dat is de realiteit. U doet hier aan vogelpik, want de budgettaire tabel klopt niet meer. Die zal niet meer kloppen, tenzij u al die absurditeiten invoert. Dat is de realiteit.
U zegt dat u dat zult oplossen met een FAQ. Ha! Dat wordt de plezantste FAQ die we ooit gelezen hebben. (Gelach)
Nu, de Q is een mooie letter, dat weet ik, maar een FAQ van (…), dat gaat niet. Mijnheer de minister, doe ons een plezier: stop met al die Kafka, stop met al die zever. U zinkt weg in het btw-moeras. Stop ermee!
Raoul Hedebouw:
U gaat dus echt verder met al dat btw-gedoe? Ik had echt gedacht dat u zich na een beetje kritiek zou bedenken. Dat is immers in 24 uur besloten. Met de index was dat ook zo. De regering kon ook niet antwoorden op de vragen daarover. Wat een amateurisme! Waarom dat amateurisme? Omdat u gewoon op die paar dagen snel besloten hebt om 1,3 miljard euro binnen te halen via indirecte belastingen. U wist niet goed hoe of wanneer enzovoort, maar u had wel beslist om dat geld daar te halen. Daarom is er zoveel amateurisme, mijnheer de minister. Dat is het probleem. U gaat met een FAQ komen, maar wat gaat u daarin zetten? Misschien dat er een beetje bijgepast moet worden? Rien n'est clair dans votre réforme. La seule chose qui vous unit tous, c'est d'essayer de faire payer les gens, c'est d'aller chercher l'argent chez ces gens-là. Vous n'êtes pas capables de développer vos réformes. Cela fait des semaines que nous attendons que votre accord soit un peu plus clair. Cela fait des semaines que nous débattons. Vous ne savez pas répondre. Et c'est la raison pour laquelle, dans les semaines à venir, vous allez avoir beaucoup de pression à gérer, monsieur le ministre, et vous allez reculer sur votre réforme.
-
Vraag: Het viseren van mensen die werken en ondernemen
Vraag: De nieuwe belastingen
economie en werkHet viseren van mensen die werken en ondernemen
De nieuwe belastingen
Fiscale maatregelen voor werkenden, ondernemers en belastinghervormingen summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Samenvatting: Van Quickenborne (Open Vld) en Vereeck (VB) kritiseren de plannen voor nieuwe belastingen op managementvennootschappen, vermogen (miljonairstaks) en ondernemers, die ze als een aanval op zelfstandigen en dubbele belasting zien, terwijl N-VA-minister Jambon ontwijkt en de regering besparingen via uitgaven benadrukt. N-VA wordt verweten ondernemers niet te verdedigen, ondanks eerdere beloftes over geen hogere belastingen. Vooruit en cd&v drijven de fiscale verzwaring, met risico op inbreuk op privacy (CAP-databank) en juridische twijfels over dubbele heffing. De begrotingsonderhandelingen blijven onduidelijk, met spanning tussen belastingverhogingen en hervormingsbeloftes.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, we zitten in de laatste rechte lijn naar de begrotingsopmaak en welke voorstellen worden er gedaan? Taks, taks, taks. Bij de heer Van Peteghem zien we een taks op studentenarbeid en een taks op flexi-jobs.
We zien ook dat ondernemers worden geviseerd. De heer Tas heeft dat daarnet weer gedaan. Ik geef het voorbeeld van een jonge starter. Een jonge starter wil een bedrijf overnemen, maar hij heeft geen eigen kapitaal en hij gaat een banklening aan. Om een banklening te krijgen, heeft men echter een vennootschap met een jaarrekening nodig, anders krijgt men geen lening. Er is dus een vennootschap, een managementvennootschap, nodig. Stel dat iemand met veel ervaring zijn diensten op het vlak van management als interim-manager ter beschikking wil stellen. Dat gebeurt steeds meer. Hij krijgt verschillende opdrachten. Hij heeft een managementvennootschap nodig.
Dat zijn allemaal legitieme redenen om vennootschappen, managementvennootschappen, op te richten. Dat weet u, mijnheer de minister. Die mensen kunnen niet rekenen op een vast contract, op een werkloosheidsuitkering of op een ontslagbescherming. Zij moeten dat allemaal zelf bekostigen en zij nemen daar ook zelf de risico’s voor. Die facturen betalen ze uit eigen zak. Dat is de reden waarom zij minder belastingen betalen, mijnheer Tas.
Wat zien we de voorbije dagen, mijnheer de minister? Al die ondernemers worden geviseerd., uiteraard eerst door Vooruit, met die schandalige video over Charles en Henri. Ik wik mijn woorden, maar als Charles en Henri Marokkanen waren geweest, werd u voor racisme aangeklaagd.
Wat we nu zien gebeuren, is dat cd&v exact hetzelfde verhaal begint te brengen. De heer Van Peteghem stelt dat het gebruik van een managementvennootschap een groot probleem is, maar collega’s, de enige Nederlandstalige partij in de regering horen we niet. Minister Jambon, we horen u niet. U komt toch op voor de ondernemers? U steunt hen toch? Ik dacht dat u zou aangeven dat dat de rode lijn is en dat er geen stap verder meer zou mogen worden gedaan. Gisteren stelde ik u daarover een vraag in de commissie en u antwoordde dat u zou verdedigen wat u moet verdedigen.
Mijnheer de minister, ik heb een duidelijke vraag voor u. Wat zult u doen met de aanval op de managementvennootschappen?
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik moet u onderbreken. U hebt twee minuten en vier seconden gesproken. Ik heb u vier seconden te veel gegeven. U zult zelf hebben vastgesteld dat de klok te laat werd gestart. Ik heb dat hier gechronometreerd. Inderdaad, ik heb u te veel tijd gegeven. Dat verwijt neem ik op mij. ( Protest van de heer Van Quickenborne )
Om dat soort discussies tot een minimum te beperken, herinner ik eraan dat de spreektijd twee minuten per vraag bedraagt. Iedereen, ook de heer Van Quickenborne, heeft kunnen vaststellen dat de klok tien seconden te laat werd gestart.
Lode Vereeck:
Collega's, door dat soort discussies heb ik mij alsmaar vaker het gevoel in het Vlaams Parlement te zijn.
Mijnheer de vice-eersteminister, de inkt van uw meerwaardetaks is nog niet droog of daar is de volgende belasting al, namelijk de miljonairstaks. Concreet gaat het om de uitbreiding van de taks op aandelen en effectenrekeningen naar ongeveer alles, van onder andere zichtrekeningen, spaarrekeningen, verzekeringscontracten tot cryptorekeningen en om de drastische verhoging van het belastingtarief, maal twee, maal drie, maal vier.
Om dat mogelijk te maken, moet de fiscus natuurlijk toegang hebben tot alle financiële bezittingen van de mensen. Die zijn opgeslagen in een databank van de Nationale Bank, namelijk het zogenaamde CAP. Uw regering gaat aan de fiscus toelating geven om zonder aanleiding of vermoeden van fraude, achter de rug van de burgers te gaan neuzen in alle rekeningen van alle burgers, ondanks het vernietigende advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Big Tax Brother is watching you. Voorlopig zal dat anoniem gebeuren, maar met de aangekondigde belasting, als die er komt, hoeft zelfs dat niet meer. Mijnheer de vice-eersteminister, u hebt de deur op een kier gezet met uw meerwaardebelasting en met uw CAP. Vooruit trapt ze nu gewoon open.
Mag ik er trouwens aan herinneren dat dubbele belastingen verboden zijn, non bis in idem . Vermogen dat is opgebouwd uit sparen, loon of winst, door te erven of te krijgen, is al eens belast via de personenbelasting, de winstbelasting, de roerende voorheffing en de erfenis- en schenkingsbelasting. Dat is dus eigenlijk niet legaal.
Vice-eersteminister David Clarinval verklaarde onlangs dat nieuwe belastingen no pasaran waren. Vice-eersteminister Van Peteghem leek in een interview bij TerZake wel in te stemmen met hogere belastingen.
Ligt de uitbreiding van de effectentaks zoals voorgesteld door Vooruit, op tafel bij de begrotingsbesprekingen?
Welk standpunt zult u als vice-eersteminister namens de N-VA aan tafel innemen?
Wat is volgens u het effect en de duurzaamheid van dergelijke belastingen?
Erkent u als (…)
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, het was vandaag ook voor mij moeilijk om te volgen. Ik had begrepen dat de twee vragen waren gericht aan de eerste minister en dat ik dus antwoord geef namens de eerste minister. Straks komen er nog een aantal vragen aan bod die aan mij als vice-eersteminister worden gesteld en dan zal ik daarop antwoorden als vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen.
Wat dus de vragen aan de eerste minister betreft, we hebben gisteren hetzelfde thema in de commissie besproken. Ik neem aan dat de commissies ook hun waarde hebben in het Parlement en dat het werk dat daarin wordt verricht, daarna niet opnieuw in de plenaire vergadering moet worden gedaan. Ik zal met veel plezier het antwoord van de premier geven, die ons land in Kopenhagen vertegenwoordigt, op de vragen van de twee gewaardeerde collega's.
De eerste minister begrijpt dat er grote nieuwsgierigheid bestaat bij de betrokken parlementsleden om meer te weten te komen over eventuele nieuwe maatregelen in het kader van de begrotingsbesprekingen. Aangezien de begrotingsbesprekingen en onderhandelingen lopende zijn, heeft het geen enkele zin om dieper in te gaan op uitspraken die in de media verschijnen. Alleszins - daarover is iedereen het eens - zijn de uitdagingen enorm. De regering zal tijdens de komende weken hard werken om oplossingen te formuleren. De doelstelling is daarbij duidelijk: het tekort moet naar beneden. Er is maar één manier om dat te doen, namelijk verder hervormen, verder besparen, met als voornaamste focus de uitgaven, zoals ook is afgesproken in het regeerakkoord. Het resultaat van de oefening zal zoals steeds door de eerste minister in dit Parlement worden toegelicht in de state of the union .
Voorzitter:
Er volgen hierna inderdaad ook vragen die gericht zijn aan de minister van Financiën.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, het antwoord is interessant. Niet alleen minister Jambon, maar ook eerste minister De Wever is niet bereid om ondernemers, managers en managementvennootschappen te verdedigen. Dat is de realiteit. Terwijl de socialisten en cd&v managementvennootschappen aanvallen, laten de heren Jambon en De Wever betijen. Ondernemers kunnen niet meer rekenen op de N-VA. Dat is de realiteit en hoe komt dat? Na de meerwaardetaks is er niet veel meer te verdedigen.
Alle houders van managementvennootschappen zijn boos en ongerust, omdat u laat betijen, mijnheer Jambon. Als u het probleem wil oplossen, schaf dan het tarief van 50 % af. Laat de mensen netto meer overhouden, maak dat verschil kleiner, zorg dat de mensen erop vooruitgaan in plaats van de belastingvrije som te verhogen, waarvan uw eigen kabinet zegt dat het nonsens, verspild geld en niet effectief is. N-VA, kom op voor de ondernemers in plaats van hen af te vallen.
Lode Vereeck:
Soms zegt een non-antwoord natuurlijk ook veel. De premier is duidelijk niet bereid om de miljonairstaks af te schieten. Dus kunnen we ons hart al vasthouden. Voor het Vlaams Belang is het duidelijk. De belastingplichtigen, die in hoofdzaak Vlaamse burgers zijn en voor 80% aan het werk, mogen niet verder worden uitgeperst. In het regeerakkoord staat dat de globale belastingdruk niet mag stijgen. Bovendien zijn het dubbele belastingen, wat volledig uit den boze is. Mijnheer de minister, u bent al eens geplooid voor de socialisten bij de meerwaardebelasting. Probeer u eens aan uw woord te houden. Wij willen graag meewerken aan een grondige fiscale hervorming die de belastingdruk structureel verlaagt, zodat Vlaamse werknemers en bedrijven meer financiële ademruimte krijgen. De beste garantie daarvoor is volledige fiscale en parafiscale autonomie voor Vlaanderen, maar dat lijkt de N-VA ondertussen vergeten te zijn.
-
Vraag: De impact van de belastinghervorming op de gezinnen
Vraag: De impact van de begrotingshervorming op de gezinnen
Vraag: De fiscale hervorming
economie en werkDe impact van de belastinghervorming op de gezinnen
De impact van de begrotingshervorming op de gezinnen
De fiscale hervorming
Fiscale en begrotingshervorming: impact op gezinnen summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De belastinghervorming met verhoging van de belastingvrije som (kost: 3,5 mjd) en fiscale gelijkheid per kind botst op kritiek omdat eerdere plannen grote gezinnen met een gehandicapt kind (tot -5.800 euro/jaar) zouden benadelen—hoewel minister Jambon nu belooft dat gehandicapte kinderen *wel* voor twee tellen. CD&V en Open Vld eisen meer netto-inkomen (via lagere sociale bijdragen, werkbonus) en geen nieuwe taksen, terwijl Jambon bevestigt dat de hervorming budgetneutraal en werkgerelateerd moet zijn, met uitvoering in 2026. De discussie draait om prioriteiten: lastenverlichting *vs.* begrotingsneutraliteit, met verwijten over partijpolitiek blokkeren (Open Vld) en tegenstrijdige beloftes (regering).
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, met het zomerakkoord probeert u ook de belastinghervorming af te ronden, onder meer door de belastingvrije som te verhogen.
Ik wil u toch herinneren aan wat uw kabinetschef daarover eerder heeft gezegd. De heer Wesley De Visscher zei dat het verhogen van de belastingvrije som nonsens is. Waarom? Ten eerste, het heeft nauwelijks een impact op het inkomen van mensen. Ten tweede, het is een zeer dure maatregel, die 3,5 miljard euro zou kosten. Ten derde, als u mensen echt wilt aanzetten tot werken, dan zijn er betere methoden, zoals de afschaffing van belastingtarieven. Dat hebben wij met de vorige regering gedaan, samen met collega Bouchez. We hebben toen drie tarieven afgeschaft. De laatste keer was dat trouwens met de N-VA. Toch volhardt u in de boosheid en gaat u de belastingvrije som verhogen.
Wat blijkt nu echter? Om die belastingvrije som te verhogen en de factuur te betalen, wordt een nieuwe taks ingevoerd. Na twintig arizonataksen komt er een nieuwe taks, meer bepaald op gehandicapte kinderen. Grote gezinnen met een gehandicapt kind zullen de prijs betalen. Vandaag is een gehandicapt kind goed voor een toeslag van twee kinderen. Als dat het derde kind in een groot gezin is, is dat 11.140 euro. Met uw hervorming gaat dat naar een forfait, mijnheer de minister. In dat geval levert het gehandicapte derde kind in een groot gezin nog slechts 5.300 euro op. Dat is een achteruitgang voor die gezinnen.
Het gevolg daarvan is dat de grote gezinnen met een gehandicapt kind meer belastingen zullen betalen. Een alleenstaande ouder met drie kinderen, waarvan het derde kind een handicap heeft, zal duizenden euro’s meer aan belastingen moeten betalen. Mijnheer de minister, ik dacht dat u de belastingen voor de mensen wou verlagen.
Monsieur Bouchez, diminuer les taxes, pas augmenter les taxes.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Waarom wilt u grote gezinnen met een gehandicapt kind meer belastingen laten betalen?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, een kind kan opgroeien bij een gehuwd koppel waarvan beide ouders werken, bij een gehuwd koppel waarvan een van de ouders werkt, bij een alleenstaande of in een nieuw samengesteld gezin. Datzelfde kind wordt in die vier situaties fiscaal ongelijk behandeld. Datzelfde kind zal voor de fiscus namelijk ofwel duurder, ofwel goedkoper zijn. Dat is niet afhankelijk van het kind, maar van hoe de ouders willen samenleven en zich organiseren.
Het regeerakkoord stelt terecht dat we dat moeten herdenken, want anno 2025 is dat niet meer verdedigbaar. Er moet aandacht komen voor fiscale gelijkheid in de gezinsfiscaliteit, voor alleenstaanden, voor kleine gezinnen. Daarnaast moeten werkende ouders, ondernemende ouders, worden beloond.
Er circuleren nu een aantal suggesties en ontwerpen. Ik wil benadrukken dat aan de situatie van kinderen met een beperking, naar wat ik hoor, niet wordt geraakt. Er worden wel suggesties gedaan over allerlei goede zaken, zoals een stevige verhoging van de belastingvrije som, een verlaging van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, een versterking van de werkbonus, een verhoging van de maaltijdcheques en de ondernemersaftrek.
Mijnheer de minister, klopt het dat de plannen en ontwerpen die u in uw hoofd hebt, gericht zijn op een fiscaal gelijkere behandeling van onze kinderen en op het doen lonen van werken?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, wie werkt, moet netto meer overhouden. Punt. Die strijd voert cd&v al jaren, denk maar aan de uitwerking van de fiscale blauwdruk van Vincent Van Peteghem, de meest verregaande fiscale hervorming van de afgelopen decennia. Een aantal belangrijke krachtlijnen daarvan zijn inmiddels opgenomen in het regeerakkoord.
Vandaag is het money time . Het is money time voor de regering om een aantal beslissingen te nemen, maar ook money time voor de hardwerkende mensen, de hardwerkende middenklasse. Tal van hervormingen worden aangebracht en uitgewerkt, waarvan de fiscale hervorming een belangrijke is.
Voor cd&v staan daarbij drie zaken voorop. Ten eerste, meer netto op het einde van de maand, niet alleen voor mensen met een lager inkomen, maar ook voor de hardwerkende middenklasse, uit te voeren door de belastingvrije som op te trekken. Ten tweede, cd&v vindt het essentieel dat gezinnen met kinderen niet benadeeld worden. Ten derde, er moet specifieke aandacht zijn voor singles, in het bijzonder alleenstaande ouders. Zij hebben het financieel moeilijker, omdat ze dezelfde kosten alleen moeten dragen, terwijl ze op fiscaal vlak proportioneel het zwaarst belast worden. Daar moet iets aan veranderen. Dat kan bijvoorbeeld door de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, de zogenaamde crisisbelasting, te verlagen.
Mijnheer de minister, alles ligt op tafel. Het regeerakkoord zegt duidelijk dat er getrancheerd moet worden. We weten dat ons land veel belastingen kent. Als we daaraan iets willen veranderen, dan moeten we dat niet doen door nieuwe belastingen, zoals een defensiebelasting, in het leven te roepen, maar door een echte belastinghervorming uit te werken. Die belastinghervorming ligt nu op tafel.
Mijnheer de minister, zal met die belastinghervorming worden gegarandeerd dat het netto-inkomen van de hardwerkende Vlaming op het einde van de maand toeneemt?
Jan Jambon:
Geachte Kamerleden, enkelen onder u baseren zich verkeerdelijk op interne werkdocumenten en trekken foute conclusies uit wat daarin staat.
Ik voer, zoals steeds, loyaal het regeerakkoord uit. Mijnheer Matheï, het antwoord op uw vraag is daarom eigenlijk zeer simpel: ja, dat is de bedoeling van de hele belastinghervorming. Ik kan daar kort over zijn.
Met deze regering streven wij naar een samenlevingsneutrale fiscaliteit waarin elk kind zo veel mogelijk gelijk wordt behandeld. Ik citeer daarvoor graag het regeerakkoord: "De regering wil elk kind zo veel mogelijk gelijk behandelen. De toeslag op de belastingvrije som zal worden gemoderniseerd en meer in lijn worden gebracht met de hedendaagse sociologische realiteit. In de toekomst zal ieder kind dezelfde toeslag krijgen tot een bepaald plafondbedrag. Deze hervorming is budgetneutraal. Daarnaast wordt de toeslag op de belastingvrije som voor alleenstaande ouders enkel toegekend aan werkelijk alleenstaande ouders."
Wat de precieze hervorming betreft, zolang het werk nog niet is afgerond, geef ik daarover nog geen details. Dat zal in de komende uren en dagen verder uitgewerkt worden. Zodra de regering daarover beslist heeft, komt de tekst naar buiten voor adviezen, daarna volgt een tweede lezing en wordt het wetsontwerp ingediend in het Parlement.
De regering meent het ernstig met het doen lonen van werk. Daar gaat het in essentie over. Daarom voorzien we een stevige verhoging van de belastingvrije som. We voorzien ook een verlaging van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, een versterking van de werkbonus voor de laagste lonen en een verhoging van de maaltijdcheques. Mijnheer Van Quickenborne, het moet u als muziek in de oren klinken dat de ondernemersaftrek voor zelfstandigen zonder vennootschap er komt, boven op het belastingkrediet, dat wordt opgetrokken tot maar liefst 7.500 euro. Daarnaast zal ook de belastingvermeerdering bij onvoldoende voorafbetalingen verdwijnen. Die principes vormen ons kompas.
Ik kan één ding heel duidelijk stellen en ik wil ook dat dat zeer duidelijk genoteerd wordt. Een gehandicapt kind zal voor twee blijven gelden. Daarin is geen wijziging voorzien en daarover is elke partij binnen de meerderheid het eens.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord, ook voor het laatste deel, want daar maakt u een serieuze bocht. In de tekst die tot nu toe voorlag, was het forfait voor een gehandicapt kind 2.650 euro. Dat is de realiteit. Nu maakt deze regering een bocht, goed, inderdaad gelukkig op tijd, om ervoor te zorgen dat er niemand op achteruitgaat. Maar dan moet u er wel op toezien dat effectief niemand erop achteruitgaat, ook niet grote gezinnen met een gehandicapt kind.
Maar wat is dat altijd met die taksen in deze regering? Taks, taks, taks. Daarnet zei de heer Matheï dat er geen defensietaks mag komen, maar minister Van Peteghem zei deze week dat een defensietaks mogelijk is.
Collega's, hervorm. Voor hervormingen vindt u in ons een partner. Hervorm, maar stop met die taksen, die taksen, en die taksen. Stop daarmee!
Charlotte Verkeyn:
Ik vermoed dat sommigen vanmiddag nog niet gegeten hebben, tenzij een broodje aap.
Mijnheer de minister, laat u niet van de wijs brengen. Degenen die hier nu staan te kraaien over een hervorming voor kleine gezinnen, zullen morgen kraaien dat we niet genoeg doen voor de alleenstaanden, en overmorgen dat we niet genoeg doen tegen het begrotingstekort.
Voor zulke personen bestaat een woord, dat zijn windhanen.
Mijnheer de minister, blijf maar mooi op uw rechte stok zitten, en ga ervoor.
Voorzitter:
Mijnheer Matheï, hebt u ook verwijzingen naar het dierenrijk?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Voor ons is de fiscale hervorming een absolute prioriteit. Ik dank u ook voor de aandacht voor de gezinnen met kinderen, ook voor kinderen met een beperking, en natuurlijk ook voor de lastenverlaging. Collega Van Quickenborne, in deze fiscale hervorming zit een lastenverlaging. In de vorige regering, niet zo lang geleden, onder leiding van een liberale premier, lag een doorgedreven fiscale hervorming op tafel, met lastenverlaging, maar die werd tegengehouden. De partijpolitieke stratego ging voor op de centen van de mensen. Nu realiseren we die fiscale hervorming, mét die lastenverlaging, vanaf januari 2026. Dat is het verschil tussen uw partij, Open Vld, en onze partij, cd&v. Wij doen het, jullie blokkeren.
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Vincent Van Quickenborne als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Wetsvoorstel ter bevordering van vrije openingsuren en ter bestrijding van imagoverlagende zaken (813/3)
Wetsvoorstel ter bevordering van vrije openingsuren en ter bestrijding van imagoverlagende zaken (813/3)
Bekijk dossier 813
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot opheffing van de tewerkstellingsbeperkingen voor studentenjobs (369/5)
Wetsvoorstel tot opheffing van de tewerkstellingsbeperkingen voor studentenjobs (369/5)
Bekijk dossier 369
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 mei 2024 houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II voor wat betreft de overheveling van het grondgebied van de voormalige gemeente Meulebeke naar het gerechtelijk kanton Tielt (539/3)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 mei 2024 houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II voor wat betreft de overheveling van het grondgebied van de voormalige gemeente Meulebeke naar het gerechtelijk kanton Tielt (539/3)
Bekijk dossier 539
Stemmingen
Recente stemmingen van Vincent Van Quickenborne in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Wetsontwerp houdende de uitvoering van het hefboomplan I details → | onthouding |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1226 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de definitie van strafrechtelijke delicten en van sancties voor de schending van beperkende maatregelen van de Unie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/1673 en andere bepalingen details → | onthouding |
| Stemming over artikel 1. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 40 van Vincent Van Quickenborne op artikel 2. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 39 van Vincent Van Quickenborne tot weglating van de artikelen 2 en 4. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 41 van Vincent Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 2(n). details → | ja |
| Stemming over artikel 2. details → | onthouding |
| Stemming over amendement nr. 38 van Vincent Van Quickenborne op artikel 3. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 42 van Vincent Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 4(n). details → | ja |
| Stemming over de artikelen 5 en 6. details → | ja |
Commissies
Vincent Van Quickenborne is lid van de volgende commissies.