Mijnheer Coenegrachts, ten eerste, de regering en ikzelf zijn ons ten volle bewust van de moeilijke situatie waarin de Belgische industrie en ruimer de Europese industrie zich bevinden.
Het belang van de industrie voor onze economie mag niet worden onderschat. Ze vertegenwoordigt 20 % van het Belgische bbp, genereert 75 % van de totale export en levert directe en indirecte jobs aan meer dan een miljoen Belgen. Zij is de ruggengraat van een stabiele economie die duurzame welvaart creëert. De nadruk moet dus opnieuw worden gelegd op de versterking van de lokale industrieën, met gerichte maatregelen. Dat zal ook een effect hebben op andere belangrijke economische sectoren, zoals de dienstensector en de non-profitsector.
Wij zien erop toe dat een aantrekkelijk ondernemerschapsklimaat wordt verzekerd door de administratieve rompslomp te verminderen. Bovendien stimuleren wij de economische groei door de concurrentie te versterken en daarbij de sociale bescherming te respecteren. Daarom verbinden wij ons ertoe om, conform het regeerakkoord, de competitiviteit van onze industriële bedrijven te versterken via het MAKE 2030-initiatief. Het federaal niveau ontwikkelt initiatieven die binnen zijn bevoegdheden vallen en ondersteunt actief regionale initiatieven, zoals het industrieparkforum. Wij zullen de stakeholders op regelmatige basis samenbrengen onder de agenda MAKE 2030, in nauwe samenwerking met de sectorfederaties.
Onze prioriteit is de heropbouw van de industrie en de verdere ontwikkeling van de circulaire economie in ons land door het wegwerken van de barrières die onze industrie belemmeren. Het federaal beleid focust specifiek op veelbelovende industriële sectoren die ons helpen in ons streven naar open strategische autonomie. Hiervoor zal worden samengewerkt met de gewesten, om hun specifieke behoeften volledig te integreren in het federale en Europese industriebeleid.
Ten tweede, 2025 kondigt zich aan als een moeilijk jaar voor de Europese industriële bedrijven, temeer daar de huidige uitdagingen, zoals hoge energiekosten, onvoldoende innovatie en groeimarkten, groter dreigen te worden als gevolg van de huidige geopolitieke context.
Ten derde, de regering ondersteunt het Europees programma waarin sterk wordt ingezet op administratieve en regelgevende vereenvoudiging en op betaalbare energie. Ik verwijs hierbij naar de maatregelen uit het European Competitiveness Compass, de Clean Industrial Deal en het Action Plan on Affordable Energy.
Ten vierde, samen met de minister van Energie, de voltallige regering en de gewestelijke overheden zal België maximaal de opportuniteiten benutten die geboden worden door het Europees Affordable Energy Action Plan. Het doel is om een echte energie-unie te creëren voor concurrentievermogen, betaalbaarheid, veiligheid en duurzaamheid.
Om de energieprijshandicap efficiënt aan te pakken is een multidisciplinaire aanpak essentieel. Dit vereist het verlagen van de strategische afhankelijkheden, zowel voor de energievoorziening als voor de kritieke grondstoffen die nodig zijn voor de koolstofarme transitie. Circulariteit zal ook een sleutelrol spelen. Dat is een domein waarin België als industrieel land over grote troeven beschikt.
Verder zal België zich ook engageren voor de Europese sectorale initiatieven die erop gericht zijn het concurrentievermogen van de energie-intensieve Europese ondernemingen te verbeteren. Deze omvatten met name de Europese plannen voor de chemische, de staal- en de automobielsector. Ik zal sterk pleiten voor Europese financiering, om een te sterke afhankelijkheid van nationale staatssteun te verminderen, wat de concurrentie binnen de Europese interne markt zou kunnen verstoren.
Desalniettemin zal ik ook een optimale intrabelgische coördinatie waarborgen wat betreft de Belgische deelname aan de Important Projects of Common European Interest. Daarmee willen we de financieringsopportuniteiten voor onze bedrijven binnen Europese samenwerkingsverbanden maximaliseren.
Ik onderschrijf ook ten volle de analyse in het verslag-Draghi die benadrukt dat de administratieve en regelgevende lasten belangrijke hinderpalen zijn voor het concurrentievermogen van de Europese ondernemingen. Ik schaar me dan ook met overtuiging achter het Europees programma om deze drastisch te verminderen.
Ten vijfde, met betrekking tot uw vraag over de diplomatieke maatregelen verwijs ik u naar mijn collega Prévot.
Ten zesde, het vermogen om te differentiëren, diversifiëren en afhankelijkheden te verminderen hangt af van effectieve partnerschappen. Het netwerk van EU-vrijhandelsovereenkomsten bestrijkt 76 landen, die goed zijn voor bijna de helft van de handel van de EU. Om onze toeleveringsketens te blijven diversifiëren en versterken stelt de Europese Commissie een nieuwe reeks Clean Trade and Investment Partnerships voor om de levering van grondstoffen, schone energie, duurzaam transport, brandstoffen en schone technologie van over de hele wereld veilig te stellen.
Op Belgisch niveau steunen we die aanpak.
Vervolgens uw zevende vraag. De opvolging van de concurrentiekracht en de implementatie van de begeleidingsmaatregelen om die aan te wakkeren zullen tot de prioriteiten van de regering behoren. Uit de analyse komen als sterke punten onze hoge productiviteit, onze hoge scholingsgraad en onze innovatiekracht naar voren. Toch staan we nog voor uitdagingen, zoals de loon- en energiekosten en nog onvoldoende ondernemingsdynamiek. Het identificeren van de beste internationale praktijken, zoals in het regeerakkoord is voorzien, zal ons helpen om die uitdagingen aan te gaan.