Mijnheer de minister, dat is een duidelijk, maar wel heel summier antwoord, want het gaat niet alleen over initiatieven die eraan komen, maar het gaat ook over initiatieven die al voorafgaan aan de DSA.
Toen de DSA nog niet bestond, rond 2015, zijn de eerste initiatieven genomen door de Europese Commissie om toen al instrumenten te hebben om de grote internetplatformen te kunnen opleggen om bepaald materiaal offline te halen. In veel gevallen is het natuurlijk heel nuttig en heel wenselijk om bijvoorbeeld illegale content offline te halen, maar we zien vandaag dat er ook wel aan overremoval van legitieme content gedaan wordt.
Als we de rapporten van TikTok en YouTube, die jaarlijks rapporten publiceren over het aantal publicaties dat zij offline hebben moeten halen, in detail bekijken, dan zien we dat een grote meerderheid van de zaken die ze offline halen, nadien toch gecatalogiseerd kunnen worden als legitieme content. Er wordt dus vanwege het voorzichtigheidsbeginsel content offline gehaald, maar nadien blijkt dat dat in de meerderheid van de gevallen onnodig was.
Er is ook sprake van een gebrek aan rechterlijke toetsing. Ik heb u dat al eens eerder gezegd, denk ik. Als er content van mij of van u offline gehaald wordt, welke rechten hebben wij dan om te kunnen optreden tegen de instanties die dat beslist hebben?
Ten slotte gaat het ook over het vrijwillige karakter. DSA is niet vrijwillig, maar dat EU Internet Forum-handboek en die hatespeechcode zijn wel vrijwillige initiatieven, waaraan de grote platformen niet verplicht moeten deelnemen. Eigenlijk is er natuurlijk wel steeds sprake van inherente druk op die grote platformen.
Het gaat dus toch wel iets verder dan dat. Ik zal u schriftelijk een aantal voorbeelden bezorgen waaruit blijkt dat er toch wel sprake is van overdreven verwijdering of overremoval .