Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Irina De Knop in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De mismatch tussen de RIZIV-nummers en het toegangsexamen voor geneeskunde
Vraag: Het teveel aan afstuderende geneeskundestudenten
gezondheid en welzijnDe mismatch tussen de RIZIV-nummers en het toegangsexamen voor geneeskunde
Het teveel aan afstuderende geneeskundestudenten
Overaanbod geneeskundestudenten en RIZIV-toelatingsproblematiek summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens een debat bekritiseerden Irina De Knop en Natalie Eggermont minister Vandenbroucke omdat zijn planningsbeleid voor artsenquota (maximaal 1.427 RIZIV-nummers vanaf 2034) het zorgtekort verergert, ondanks de recordinstroom van 1.900 geneeskundestudenten in Vlaanderen, en ze vragen hoe hij 7.000 examenkandidaten kan uitleggen dat ze na hun studie mogelijk geen job krijgen in een sector met schreeuwende noden zoals gesloten bevallingsafdelingen en patiëntenstops bij huisartsen. Vandenbroucke verdedigde de quota als objectief gebaseerd op demografische projecties en waarschuwde voor risico’s van overaanbod, benadrukkend dat de deelstaten verantwoordelijk zijn voor specialisatieverdeling en geografische spreiding, terwijl hij pleitte voor betere afstemming tussen federale en regionale beleidsniveaus en efficiënter zorgorganisatie via praktijkondersteuning en multidisciplinariteit. De Knop noemde zijn "inhaalbeweging" schijnheilig en wees op de realiteit van overbelaste artsen, wachtlijsten en een zorgsysteem op instorten, terwijl Eggermont de Planningscommissie als onrealistisch bestempelde en een structurele oplossing eiste, zoals één bevoegd gezondheidsminister in plaats van acht om de beleidsverlamming te doorbreken.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, vandaag leggen 7.000 studenten het toelatingsexamen voor de opleiding geneeskunde af. Ze willen allemaal in de toekomst een loopbaan uitbouwen in de zorg. Dat is goed nieuws, want de bevolking veroudert en de zorgvraag neemt almaar toe. Een derde van de huisartsen is vandaag al ouder dan 60 jaar. Alle studies bevestigen dan ook dat we afstevenen op een zorginfarct.
Het resultaat is vandaag al pijnlijk zichtbaar. Steeds meer Belgen vinden geen huisarts meer. Huisartsenpraktijken nemen geen nieuwe patiënten meer aan. De wachtlijsten worden telkens langer. Vlaanderen laat dit jaar bijna 1.900 studenten starten aan de opleiding geneeskunde, net omdat we meer artsen nodig hebben. De vraag is zelfs of dat aantal zal volstaan.
U, mijnheer de minister, werkt echter tegen. U werkt het huisartsentekort en de tsunami die op ons afkomt nog verder in de hand. Samen met de federale Planningscommissie houdt u vast aan maximaal 1.427 RIZIV-nummers vanaf 2034. Dat is onbegrijpelijk en heel moeilijk uit te leggen, in de eerste plaats aan de 7.000 studenten die vandaag hun kans wagen, maar zeker ook aan de patiënten die geen arts vinden.
Mijnheer de minister, de uitdagingen zijn immens. Hoe kunt u nu verwachten dat het artsentekort wordt aangepakt, de wachtlijsten worden weggewerkt en de toegang tot de zorg wordt verzekerd als u blijft vasthouden aan een systeem dat de broodnodige instroom van artsen beperkt?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, terwijl wij hier zitten, zijn 7.000 studenten bezig aan hun ingangsexamen geneeskunde, op de Heizel, met pen en papier, muisstil. Ik wens hun heel veel succes toe. Het is een prachtige opleiding.
Twee weken geleden moesten die studenten in de krant lezen dat het niet zeker is dat als ze slagen voor het ingangsexamen en daarna hun hele opleiding met succes afmaken, effectief aan de slag zullen kunnen gaan als arts.
Jullie laten meer mensen toe om aan de studie te beginnen dan er aan het einde van de rit RIZIV-nummers zijn. Na zes jaar blokken, stages, wachtdiensten en een masterproef kunnen zij te horen krijgen: sorry, zes jaar in de vuilnisbak, u mag er niet aan beginnen, want de Planningscommissie heeft berekend dat er te veel dokters zouden zijn.
Ik weet niet op welke planeet jullie leven, maar leg dat eens uit aan de mensen die geen huisarts vinden, of aan de mensen die maanden moeten wachten op een afspraak met een specialist, of aan de dokters die de poten vanonder hun lijf lopen maar de tijd niet hebben om goed hun werk te doen en voor hun patiënten te zorgen.
Eén op twee huisartsenpraktijken heeft vandaag al een patiëntenstop of beperkt het aantal patiënten. In het AZ West in Veurne zijn ze met bevallingen gestopt omdat ze geen gynaecologen meer hebben. Ga maar naar Oostende!
Als het over zorgpersoneel gaat, mijnheer de minister, is er geen teveel, maar een tekort. Het probleem is dat de Planningscommissie uitgaat van een systeem dat nu al tekorten heeft. Als men van tekorten vertrekt, zal men natuurlijk tekorten blijven produceren.
We moeten heel die logica omkeren, en vertrekken van wat de patiënten effectief nodig hebben, inclusief de noden die vandaag onvervuld blijven. Daar horen dan ook voldoende middelen bij voor universiteiten en ziekenhuizen, om die artsen op te leiden.
Mijnheer de minister, wat zegt u vandaag tegen al die studenten die alles geven om dokter te worden, maar die na zes jaar studeren misschien te horen zullen krijgen dat er geen plaats is voor hen, in een sector die hen keihard nodig heeft?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u beschikt over vier minuten antwoordtijd.
Frank Vandenbroucke:
Collega's, de federale regering heeft de artsenquota voor de jaren 2032-2033 en de tandartsenquota voor de hele periode van 2031 tot en met 2036 zeer zorgvuldig vastgelegd. Daarbij is uitgegaan van de adviezen van de Federale Planningscommissie aan de hand van objectieve gegevens over de zorgnoden van de bevolking, waarbij rekening wordt gehouden met de demografie, de veroudering, de instroom en uitstroom van de zorgverleners, de activiteitsgraad van de zorgverleners, de wijzigende werkpatronen en de noden per discipline. Dat is een zeer objectief onderzoek en daarvan zijn we vertrokken.
Het uitgangspunt is inderdaad dat er voldoende artsen en tandartsen voorhanden zijn om de zorg te garanderen. Men moet natuurlijk ook vermijden dat men op termijn een overaanbod krijgt. Zowel een onderaanbod als een overaanbod is slecht voor de kwaliteit van de opleiding, de kwaliteit van de zorg en de doelmatigheid van de gezondheidszorg.
Ik onderstreep dat de artsenquota ten opzichte van vorig jaar opnieuw worden verhoogd. Met name voor Vlaanderen wordt, net zoals de voorbije jaren en op basis van de adviezen, een belangrijke inhaalbeweging doorgezet. Die was de voorbije jaren al aanzienlijk. De federale artsenquota stegen van 1.848 in het startjaar 2022 naar 2.516 in het startjaar 2026.
Ik merk op dat alle experten die zich in het publieke debat hebben gemanifesteerd, waaronder de heer Jan De Maeseneer – en niemand zal zijn inzet voor de toegankelijkheid, de sociale geneeskunde en de huisartsgeneeskunde in twijfel trekken – ervoor hebben gewaarschuwd dat de quota misschien te groot aan het worden zijn en dat we misschien een overaanbod zullen krijgen. Hoe dan ook hebben we de Federale Planningscommissie gevolgd.
Daar voeg ik, ten eerste, aan toe dat de quota van vandaag pas over 9 jaar extra aanbod opleveren. Dat is dus geen onmiddellijke oplossing, maar wel belangrijk voor de planning op termijn.
Ten tweede, het is uiterst belangrijk, zelfs essentieel dat de deelstaten binnen hun bevoegdheden, als we te weinig huisartsen hebben, zorgen voor een goede verdeling tussen de specialismen. Dat is de bevoegdheid van de deelstaten. Dat geldt ook voor een goede spreiding over het grondgebied, waarover de deelstaten echt mee moeten waken en waarvoor zij belangrijke hefbomen hebben, als zij dat willen.
Ten slotte, meer in het algemeen – daarin hebben wij met de federale ziekteverzekering ook een verantwoordelijkheid –, moeten wij ervoor zorgen dat we met de beschikbare mensen het aanbod zo sterk mogelijk maken. We moeten hen helpen zich zo goed mogelijk te organiseren, met praktijkondersteuning, de bevordering van multidisciplinariteit in de eerste lijn en de terbeschikkingstelling van klinisch psychologen bij huisartsen.
Het aantal studenten dat in Vlaanderen aan de opleiding mag beginnen, is een verantwoordelijkheid van de Vlaamse regering. U weet dat ik al jaren ervoor pleit dat we daarover zorgvuldig met elkaar overleggen, zodat het ene op het andere goed is afgestemd.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u spreekt over een inhaalbeweging. Wat de Rode Duivels gisteren gepresteerd hebben door na een 0-2 achterstand alsnog te winnen, dat is een inhaalbeweging! Als u echter met uw inhaalbeweging ervoor zorgt dat het op het einde van de match nog steeds 0-2 is, is dat geen inhaalbeweging.
Wat u dus vertelt, mijnheer de minister, is de theorie. In de praktijk verloopt het anders. Ons zorgvuldig uitgebouwde zorgsysteem staat op springen. Er zijn te weinig artsen en de artsen, die er zijn, worden overspoeld met werk, lange wachtlijsten, administratieve ballast en een slechte organisatie van de eerste lijn. De spoeddiensten kreunen onder een toevloed van patiënten.
Mijnheer de minister, u bent de olifant in de Kamer. U bent al zo lang bevoegd voor Volksgezondheid en de tekorten nemen jaar na jaar toe. Het kleinste kind kan zien dat het systeem dat u hanteert met de Planningscommissie… (…)
Voorzitter:
Mevrouw De Knop, uw tijd is om.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, de Planningscommissie is objectief, zegt u, maar er wordt met heel veel onvervulde noden in de maatschappij geen rekening gehouden. Er wordt bijvoorbeeld ook gezegd dat artsen veel dingen doen die ze ook al zouden kunnen delegeren. Op zichzelf is dat waar, maar het is niet dat er een overvloed aan verpleegkundigen rondloopt aan wie men kan delegeren. Dat is geen objectief uitgangspunt, dat is uitgangspunt in sprookjesland. Uiteindelijk hebt u ook niet geantwoord op mijn vraag wat u doet met de studenten die vandaag van uw collega's aan Vlaamse zijde mogen starten, maar die aan het einde van de rit van u niet aan de slag zullen mogen gaan. U zei gewoon dat Vlaanderen dat beslist en dat we misschien wat beter moeten overleggen. Dat is inderdaad zo. Ons land heeft acht ministers van Volksgezondheid en we raken er niet uit. Ik stel dus voor dat we naar één minister van Gezondheid gaan. Dan worden dergelijke problemen meteen opgelost en kunnen we al het geld dat we daarmee besparen, investeren in de opleiding en de omkadering van ons zorgpersoneel, mijnheer de minister.
-
Vraag: Euthanasie voor wilsonbekwamen
Euthanasie voor wilsonbekwamen
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 26 maart 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Irina De Knop dringt aan op een spoedige aanpassing van de euthanasiewet voor dementiepatiënten, zodat zij later in hun ziekte kunnen kiezen, en bekritiseert minister Vandenbroucke en CD&V voor vertraging en "loze woorden". Vandenbroucke erkent het probleem (geïllustreerd door Lode’s hartverscheurende keuze) en bevestigt dat het regeerakkoord een aanpassing voorziet, maar wijst de verantwoordelijkheid toe aan minister Verlinden (CD&V) voor concrete stappen. De Knop betwist de oprechtheid van deze toezeggingen, stelt dat CD&V en Verlinden het dossier blokkeren, en eist dat het parlement direct over haar klaarliggende wetsvoorstel stemt. Beide partijen benadrukken de nood aan menswaardige oplossingen, maar verschillen over wie de vertraging veroorzaakt.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik was deze week bijzonder onder de indruk van de getuigenis van Lode en ik ben ervan overtuigd dat u dat ook was. Zijn verhaal in het VRT-programma Restaurant Misverstand toont perfect aan waarom de euthanasiewet eindelijk moet worden aangepast. Lode en vele andere mensen met dementie die willen kiezen voor euthanasie, moeten daartoe vandaag immers in een veel te vroeg stadium van hun ziekte beslissen. Ze moeten dat doen op een moment waarop ze nog voldoende levenskwaliteit hebben. Dat is onmenselijk hard. Dat is hard voor mensen zoals Lode en heel erg hard voor de mensen in hun omgeving.
U weet dat dit eigenlijk niet nodig is. Ons wetsvoorstel werd uitvoerig besproken in de Kamer. We hebben adviezen gevraagd van alle mogelijke experts. We hebben hoorzittingen georganiseerd. Die wet is klaar om goedgekeurd te worden.
Mijnheer de minister, u mag zich dus niet langer laten vertragen door de mensen van de cd&v en door minister Verlinden, die dit dossier op de lange baan willen schuiven. Daarvoor is het te belangrijk dat we mensen zoals Lode kunnen helpen. Ons wetsvoorstel maakt het mogelijk dat ze ook in een verder stadium van hun ziekte kunnen beslissen.
Mijnheer de minister, wanneer zult u eindelijk de verantwoordelijkheid binnen de regering nemen en eens hard op tafel slaan? Beter nog, wanneer zult u eindelijk dit wetsontwerp voorleggen aan het Parlement, zodat we daarover in eer en geweten kunnen beslissen?
Frank Vandenbroucke:
Collega, de getuigenis van Lode en de keuze die hij heeft moeten maken, hebben ook mij echt geraakt. Ik citeer hem: “Te snel afscheid nemen of het risico lopen om jarenlang weg te kwijnen terwijl mijn brein verder afsterft.” Dat moet hartverscheurend geweest zijn. Lode vergeleek het tussen kiezen tussen pest en cholera. Hij zei: “Met pest of cholera was ik beter af geweest en had ik langer over mijn eigen lot kunnen beslissen dan met jongdementie.”
Daar worden we inderdaad allemaal stil van. We moeten er dus alles aan doen om er in de toekomst voor te zorgen dat mensen met dementie, jong of oud, een dergelijke hartverscheurende keuze niet meer moeten maken.
Zoals u weet, is dit opgenomen in het regeerakkoord. Het is nu een verantwoordelijkheid van de regering. Ik meen dat dit een stap vooruit is in vergelijking met de vorige regeerperiode. Het is nu echter aan minister Verlinden, die hierin de lead heeft, om snel met afgewerkte ontwerpteksten naar de regering te komen.
De studies en de adviezen daarvoor zijn er en naar ik meen is er ook heel veel maatschappelijk draagvlak. Voor mezelf en voor mijn partij, Vooruit, is het in elk geval duidelijk: iedereen heeft recht op een waardig levenseinde, ook mensen met dementie. Mensen die een voorafgaande wilsverklaring opstellen voor euthanasie bij dementie moeten we inderdaad de zekerheid bieden, de menselijkheid, dat ze een keuze als die van Lode nooit nog moeten maken. Dat zijn we Lode en alle mensen die hiermee in het verleden geconfronteerd zijn meer dan verschuldigd.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, met alle respect, het zijn loze woorden. U draait een beetje rond de pot. Hoeveel mensen als Lode zijn er nog nodig voor men de euthanasiewet eindelijk aanpast?
Dat is oprecht een vraag die ik me stel. U weet evengoed als ik dat het niet zal gebeuren onder de arizonaregering. U laat zich opnieuw in slaap wiegen door cd&v en door minister Verlinden. U bent er zelfs niet in geslaagd een datum te noemen.
Laat het Parlement gewoon zijn werk doen, mijnheer de minister. Laten we het wetsvoorstel naar de Kamer brengen en laat alle Parlementsleden daar dan in eer en geweten over beslissen. U hebt zich nu lang genoeg de les laten spellen door cd&v en door minister Verlinden.
Het is niet kiezen tussen (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mevrouw De Knop.
-
Vraag: De spoorstaking
Vraag: De zoveelste treinstaking
Vraag: De spoorstaking
mobiliteit en transportDe spoorstaking
De zoveelste treinstaking
De spoorstaking
Treinstakingen en spoorprotesten summaryExplanationBeantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens een felle discussie over de herhaalde stakingen bij de NMBS bekritiseren Dorien Cuylaerts en Irina De Knop de vakbonden omdat hun acties reizigers treffen en de NMBS naar de "afgrond" drijven, terwijl ze pleiten voor dringende hervormingen om de spoorsector klaar te stomen voor de liberalisering in 2032 en een minimale dienstverlening af te dwingen. Minister Jean-Luc Crucke verdedigt de geplande afschaffing van het statutair statuut voor nieuw personeel als onvermijdelijk om de NMBS concurrerend en budgettair houdbaar te maken, wijst verdere onderhandelingen af na twee afgewezen akkoorden met de vakbonden en benadrukt dat privatisering niet aan de orde is, maar wel modernisering nodig is om de Europese deadline te halen. Dimitri Legasse (vakbondszijde) beschuldigt de minister ervan de arbeidsrechten te ontmantelen, het spoorpersoneel te demoniseren en stiekem te privatiseren, met het Britse falende model als waarschuwing, terwijl hij eist dat de sociale dialoog hersteld wordt. Crucke houdt vast aan het hervormingspad, met steun van Cuylaerts die de vakbonden oproept hun "speeltijd" te beëindigen, terwijl De Knop een wettelijk kader voor minimale treindiensten voorstelt, desnoods met gedwongen inzet van personeel.
Dorien Cuylaerts:
Goedemiddag, mijnheer de minister.
De treinreiziger wordt opnieuw gepest. Na 30 dagen staking op een jaar vraag ik me af wat de vakbonden nog willen bereiken. Draagvlak en begrip lijken hun doel, maar telkens is het de reiziger die de prijs moet betalen. Laat me duidelijk zijn, de overgrote meerderheid van het spoorpersoneel werkt vandaag en zij verdienen respect en grote dank. Het is echter die kleine minderheid die het land telkens blokkeert.
Deze keer gaat de staking over het statuut van het spoorpersoneel, met de vaste benoeming, een statuut dat al meer dan 100 jaar oud is. Wie statutair is, is quasi levenslang zeker van werk, met een aantrekkelijk loon. Statutairen moeten al best wat op hun kerfstok hebben om ontslagen te kunnen worden. We zijn een van de weinige landen waar nieuw personeel nog wordt aangeworven volgens dat statuut uit de vorige eeuw. Laten we eerlijk zijn, dat heeft zijn tijd gehad.
Hervormingen zijn broodnodig en het is hoog tijd dat de vakbonden dat gaan inzien en beginnen te beseffen. Tegen 2032 moet ons spoor immers klaar zijn voor de vrije spoormarkt. We moeten daarvoor vandaag beginnen met te hervormen. Doen we dat niet, dan zal de NMBS niet klaar zijn en zal de concurrentie de NMBS verpletteren. In 2032 zullen er dan helaas geen NMBS-treinen meer rondrijden. Is dat wat de vakbonden willen?
Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister. Hoe moet het nu verder en hoe zult u de broodnodige hervormingen doorvoeren? De reiziger rekent op u. Dank u wel.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, wij zitten midden in de zoveelste stakingsweek van de spoorbonden, de 32ste treinstaking in minder dan een jaar. De nieuwe actie is al aangekondigd. In februari staan er opnieuw drie stakingsdagen gepland. Ik verneem dat de directie er alles aan doet om dat te voorkomen.
Vandaag kreeg de CEO het eindelijk over haar lippen dat die nieuwe staking disproportioneel is. Wij zeggen dat al maanden. Men leidt de NMBS immers naar de afgrond, met reputatieschade, met reizigers die definitief afhaken en met een bedrijf dat voortdurend in crisismodus zit. Sommige bonden spreken over een definitieve vertrouwensbreuk.
Mijnheer de minister, terwijl hier in Brussel ruzie wordt gemaakt tussen uzelf, de directie en de bonden, staat de reiziger stil. De reiziger is absoluut de dupe van wat hier gebeurt. Ik wil u een verhaal vertellen over een pendelaar, Lars, een student die ik heel goed ken. Vandaag kwam hij te laat. Hij moest een trein nemen die een uur later reed. Die trein zat eivol, de reizigers zaten als sardientjes in een blik. Tot in de toiletten toe stonden er mensen, om toch maar met die ene trein op hun bestemming te geraken.
Het is goed dat u een vuist maakt tegen de vakbonden, mijnheer de minister. We hebben gehoord dat u dat doet, maar dat is niet genoeg. U moet in actie schieten. U moet stoppen met het overdreven geloof in de sociale dialoog. U moet de personeelsleden echt enthousiasmeren voor een toekomstvisie. We hebben nood aan een inspirerende leider die de liberalisering van het spoor waarmaakt.
Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister. Hoe gaat u de reiziger opnieuw centraal stellen?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, cette semaine, tous les syndicats du rail – absolument tous – ont fait grève, et pas de gaieté de cœur, contrairement à ce que d'aucuns semblent croire, mais parce que les cheminots n'ont jamais été aussi durement attaqués par un gouvernement.
Monsieur le ministre, ouvrez les yeux. Vous rendez-vous vraiment compte de ce qu'est le métier de cheminot? Devoir se lever tôt le matin, revenir tard le soir, réparer les voies, travailler de nuit et par tous les temps, accompagner les usagers, avoir la responsabilité de conduire quelque 2 000 voyageurs, devoir subir 2 000 agressions par an, affronter un management toxique qui épuise les agents.
La situation est grave. Vous nous le disiez encore lors de la dernière commission et lors des précédentes. Vous nous le rappelez d'ailleurs à chaque commission, en parlant tantôt de Securail, tantôt d'HR Rail.
Mais que décidez-vous finalement pour les 28 000 travailleurs des chemins de fer? Vous décidez de casser le droit des travailleurs, de détruire la démocratie sociale. Vous décidez de préparer la fameuse privatisation souhaitée par vos alliés, qui viennent encore de s'exprimer. En outre, vous décidez de faire 700 millions d'euros d'économies dans le rail.
Derrière tout cela, c'est toujours la même chose. Toujours la même chose. Ces gouvernements, c’est pareil. Les services publics sont attaqués de toutes parts, ne sont pas respectés et les syndicats sont même méprisés.
Pas moins de respect pour les travailleurs que pour les navetteurs. Monsieur le ministre, arrêtez de faire semblant de prendre la défense des navetteurs et de les opposer aux cheminots! Sans cheminots, pas de trains. Avec vos réformes contre les travailleurs et vos économies sur le rail, absolument tout le monde sera perdant.
Monsieur le ministre, allez-vous enfin renouer le dialogue avec les syndicats? Allez-vous enfin développer des contre-propositions?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, permettez-moi de commencer par rappeler l’essentiel.
Oui, les voyageurs sont les premiers touchés par cette nouvelle semaine de perturbations. Je veux leur dire que je regrette profondément les désagréments subis. Une grève de cinq jours, dans le contexte actuel, est déraisonnable. Heureusement, deux trains IC sur trois roulent et seuls 15 % des agents participent aux arrêts de travail.
Il y a un temps pour tout, et le temps de la renégociation est désormais dépassé. Depuis près d’un an, nous avons mené un dialogue intensif. À deux reprises, nous avons signé des accords avec des organisations syndicales. Ces accords ont été librement négociés, librement signés. À deux reprises, la base a choisi de les rejeter. C’est son droit, mais c’est aussi le rôle du gouvernement de dire qu'il prend ses responsabilités et avance.
Cela ne signifie pas la fin du dialogue social pour d’autres chantiers – notamment en ce qui concerne le recrutement, l'attractivité des emplois et la prévention des risques psychosociaux –, mais cela signifie clairement qu’il n’y aura pas de renégociation sur ces points. Je veux être explicite: la modernisation de la gestion du personnel et la contractualisation pour les nouveaux engagements ne seront plus renégociées. Nous avons négocié pendant des mois et conclu deux accords dûment signés par les représentants syndicaux.
Vous me demandez d’ouvrir les yeux. Ouvrez-les! Ces accords ont été signés par les syndicats. En avril, en octobre et dans une première version signée, ils acceptaient de mettre fin complètement aux recrutements statutaires à partir du 1 er janvier. La seconde fois, cela ne concernait plus que certaines professions. Et cela a également été refusé.
Moi, quand je signe un accord, je représente le gouvernement. Je prends mes responsabilités, et je les prendrai jusqu’au bout. Vous l’avez bien compris.
Ik wil de vele werknemers bedanken die ondanks de spanningen de openbare dienstverlening blijven verzekeren en te maken hebben met de onzekerheid en de druk die de situatie meebrengt.
Het is onze plicht om de toekomst van het Belgische spoor te verzekeren. Die toekomst is duidelijk: in 2032 moet de markt voor personenvervoer per spoor anders worden georganiseerd. Het monopolie van de NMBS zal dan niet meer mogelijk zijn. Dit is geen Belgisch initiatief, maar een verplichting die voortvloeit uit een Europese verordening uit 2007, waarvan België alle mogelijkheden tot uitstel benut heeft. Deze deadline is niet theoretisch. Hij bepaalt vandaag al de strategische keuzes die nodig zijn om de continuïteit te verzekeren en de openbare dienst te versterken binnen het Europese wetgevingskader dat ons wordt opgelegd.
Je confirme que la réforme suivra le calendrier prévu: fin des engagements statutaires pour les nouveaux entrants selon les modalités arrêtées, sans impact pour le personnel statutaire actuellement statutaire. Nous ne reviendrons pas sur ce cap qui conditionne la capacité des chemins de fer à tenir sa place en 2032.
Het dossier ligt bij de Raad van State, die eind februari zijn advies zal uitbrengen. Daarna zullen de teksten opnieuw aan de regering worden voorgelegd, alvorens terug te keren naar het Parlement voor de inwerkingtreding, zoals gepland. Ik wil niet dat spoorwegmedewerkers morgen hun job verliezen omdat ons systeem nog niet flexibel of innovatief genoeg is, omdat we niet hebben geanticipeerd op de komst van concurrentie. Concurrentie komt er niet alleen van private exploitanten, maar ook van buitenlandse openbare exploitanten, zoals de SNCF of Deutsche Bahn. Het is onze plicht ervoor te zorgen dat de NMBS zowel klanten als overheden kan overtuigen om gebruik te maken van haar diensten in België, maar ook om morgen concurrerend te zijn op buitenlandse markten. Ik wil u er ook aan herinneren dat andere historische publieke Belgische operatoren dezelfde evolutie hebben doorgemaakt toen hun sector werd opengesteld voor concurrentie. Ik denk aan bpost en Proximus, die zich hebben aangepast.
Vandaag zijn er drie prioriteiten: een betrouwbare openbare dienstverlening garanderen, de budgettaire houdbaarheid verzekeren en ons onmiddellijk voorbereiden op de deadline van 2032. We zullen de liberalisering niet ondergaan en we spreken niet over privatisering. We zullen ons voorbereiden door de veiligheid, de kwaliteit van de dienstverlening en de volledige naleving van de verworven rechten te garanderen. Ik herhaal het, want het is belangrijk dat de spoorwegen voor 100 % in publieke handen blijven. Ik zal dit tot het einde doen, stakingen of niet.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik deel uw analyse. Voor mij is het heel duidelijk en die boodschap moet ook duidelijk zijn voor de reiziger: er gaat te veel belastinggeld naar het spoor en de belastingbetaler mag dan ook verwachten dat die treinen rijden, vandaag, morgen, maar zeker ook in 2032. Ik wil de vakbonden dan ook oproepen om eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen, om mee na te denken over die toekomst en die mee voor te bereiden, in het belang van de NMBS, maar ook van het personeel en van de reiziger.
Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Het debat is gevoerd. De kaarten liggen op tafel. Het is tijd om de NMBS nu opnieuw op de rails te krijgen, met respect voor wie werkt, maar ook met duidelijke keuzes voor de toekomst. Beste vakbonden, de speeltijd is voorbij.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil eerst en vooral het personeel van de NMBS dat wel werkt proficiat wensen. Ik heb begrepen dat dat de grote meerderheid is en het is belangrijk om dat ook te vermelden.
Mijnheer de minister, we twijfelen niet aan uw goede intenties, maar u moet verder gaan dan enkel de juiste analyse maken. Het is belangrijk dat u de reiziger opnieuw centraal stelt.
Het is voor ons heel duidelijk dat de gegarandeerde dienstverlening niet volstaat. Vandaar dat wij een wetsvoorstel hebben ingediend om een echte minimale dienstverlening mogelijk te maken, waarbij 50 % van de treinen altijd rijdt. Op die manier hoeven de mensen niet meer als sardientjes in een blik te reizen, maar kunnen ze op een menswaardige en degelijke manier op hun werk geraken. Als dat nodig zou blijken, dan moet dat maar met opvordering van personeel. Zover willen wij ook gaan. Het is genoeg geweest, het is tijd om de reiziger opnieuw centraal te stellen. Het moet echt anders.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, vous ne préparez pas à l'avenir. Permettez-moi de vous le dire, vous cassez la machine, vous cassez les travailleurs, et maintenant vous vous attaquez même au droit de grève. Sans travailleurs et avec toutes ces économies, les chemins de fer n'arriveront pas à l'heure en 2032. Détrompez-vous! Cessez de dire qu'il ne s'agit pas d'une privatisation, car c'en est une! Les exemples étrangers nous montrent à quel point cela ne fonctionne pas. Regardez le Royaume-Uni! Monsieur le ministre, vous parlez de budget réaliste et, dans le même temps, vous parlez de 700 millions d'économies. On savait que ce gouvernement n'avait absolument aucune ambition pour le climat, on sait maintenant que les chemins de fer ne sont pas non plus une priorité. Je ne vous remercie pas.
-
Vraag: De alarmsignalen met betrekking tot de erkenning van buitenlandse artsen
gezondheid en welzijnDe alarmsignalen met betrekking tot de erkenning van buitenlandse artsen
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 18 december 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister Vandenbroucke verdedigt het huidige systeem voor buitenlandse artsen (diploma-, zeden- en tuchtchecks), maar erkent dat 8.000 jaarlijkse EU-waarschuwingen over geschorste artsen niet actief worden gecontroleerd, ondanks dat 20+ landen dat wel doen. De Knop kaart scherp aan dat dit patiënten in gevaar brengt en wijst op structurele nalatigheid, terwijl de minister belooft het IMI-systeem te verbeteren en de Toezichtscommissie te versterken. Kernpunt: België negeert kritieke alerts, terwijl andere landen ze wel gebruiken.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, het jaar is bijna ten einde. Het eindigt zoals het was begonnen, namelijk met een nieuw schandaal in uw departement. Wij lezen iedere week in een ander artikel over misbruiken in de sector, gaande van het donorschandaal tot het schandaal over het feit dat zeventien auto's op kosten van het RIZIV werden gekocht. Vandaag gaat het over het feit dat in het buitenland geschorste artsen hier zonder problemen voort kunnen werken.
Nochtans waren er eerder al alarmsignalen. Wij hebben de problematiek immers al besproken in de commissievergadering van 21 oktober 2025. Nieuw zijn de cijfers. Vanuit het buitenland ontvangt u via een Europese databank maar liefst 8.000 meldingen per jaar. Bij elke waarschuwing zou er een alarm moeten afgaan. Dat zou ik ten minste verwachten. Die alarmen worden echter niet bekeken, zelfs geen enkele keer. De informatie komt niet van mij maar van uw woordvoerder van de FOD Volksgezondheid. Met 98 % van alle waarschuwingen over artsen die mogelijk misbruik hebben gepleegd of mogelijk zijn geschorst, doen wij dus helemaal niets.
Ik probeer mij dan voor te stellen hoe een en ander in de praktijk verloopt. Ik beeld mij een noodcentrale in met overal rode lichtjes maar niemand kijkt naar het scherm. Andere landen daarentegen, zoals Nederland, Zweden en Spanje, lezen alle berichten en gaan daar wel mee aan de slag.
Dat is niet goed. Het is niet goed voor de geloofwaardigheid van artsen. Het is niet goed voor u. Het is ook ronduit gevaarlijk voor de patiënten. Nochtans hebt u altijd de mond vol van de kwaliteit van de zorg. Kunt u mij toelichten wat u nu echt in dat dossier voor de patiënt doet?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw De Knop, wie in ons land als arts wil starten, moet bewijzen dat hij of zij over de juiste diploma's beschikt en een bewijs van goed gedrag en zeden voorleggen en er mogen geen tuchtmaatregelen zijn. Sinds kort is ook een taalcertificaat nodig. Dat wordt gecheckt, ook bij wie uit het buitenland komt.
De attesten worden afgeleverd door de bevoegde instanties van het land van herkomst, in veel gevallen equivalent aan onze administratie. Het is juist dat we daarvoor niet altijd het IMI-systeem gebruiken. U kon in De Tijd ook lezen dat lang niet alle lidstaten van de Europese Unie dat systeem gebruiken of correct gebruiken. Dat heeft inderdaad te maken met de structuur van het systeem. Het is geen eenvoudig dashboard met alarmlichtjes.
Tot 2024 waren het de deelstaten die dat controleerden. Zoals u ook kon lezen in De Tijd , bleek bij nazicht een positief attest aanwezig dat dateert van na het inbrengen van de alert. Het lijkt er dus op dat de Franse Gemeenschap geen reden had om aan de echtheid daarvan te twijfelen. Ik lees, net als u, ook in De Tijd dat de Zweedse administratie naar eigen zeggen aan de betrokkene nooit een dergelijk attest heeft afgeleverd. Mijn administratie doet nu opnieuw navraag bij de Zweedse collega's hoe nu echt de vork in de steel zit.
Meer in het algemeen wil ik zeggen dat elk vermoeden van inbreuk moet gemeld worden bij de Toezichtscommissie en dat we die moeten versterken. Ik pleit bij de bevoegde Europese directeur-generaal, mevrouw Gallina, om het IMI-systeem beter en beter hanteerbaar te maken, zodat de alerts gemakkelijker te raadplegen zijn. Tegelijkertijd moeten we in eigen boezem kijken en ons afvragen hoe we parallel en op een efficiëntere manier kunnen proberen hiervan een echte databank te maken.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u antwoordt naast de kwestie door in te gaan op één casus. U weet heel goed dat het hier gaat over veel meer dan één casus. Het gaat over 8.000 waarschuwingen per jaar over artsen die in het buitenland geschorst worden. Uw diensten krijgen daarvan proactief een melding. Het minste wat u zou kunnen doen, vooraleer artsen een visum krijgen, is nagaan in de IMI-databank of zij geschorst zijn. Dat lijkt mij simple comme bonjour . Men moet het gewoon willen doen. U zegt dat niet alle landen daarmee werken. Meer dan 20 Europese landen, en niet van de minste, werken daar wel mee. Dus u kunt daar al mee beginnen.
U, mijnheer de minister, die zo gefocust bent op het controleren en het inperken van vrijheden van artsen en zorgverleners, laat echte fraudeurs ongemoeid. Op die manier ondergraaft u de verantwoordelijkheid van artsen en stelt u de patiënten bloot aan enorme risico's. (Rumoer)
Voorzitter:
U ziet dat er ook nog een leven is naast de micro.
-
Vraag: Het wantrouwen van de regering in de burgers
Het wantrouwen van de regering in de burgers
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Samenvatting: Irina De Knop valt de *"Arizonaregering"* aan voor overdreven controlemaatregelen (bankrekeningen scannen via *Money Control*, centrale doktersdatabank) die alle burgers als verdachten behandelen en privacy schenden. Bart De Wever verdedigt de plannen als noodzakelijke fraudebestrijding met "respect voor privacy", maar ontwijkt concrete antwoorden. Van Quickenborne noemt *Money Control* disproportioneel (vergelijkbaar met camera’s in elke woning) en eist een standpunt, waarna De Wever persoonlijke aanvallen maakt in plaats van inhoudelijk te reageren. Kernconflict: vertrouwen vs. alomtegenwoordige overheidscontrole.
Irina De Knop:
Mijnheer de eerste minister, wantrouwen is wat uw regering bindt en nog samenhoudt. Het is duidelijk dat de arizonaregering haar greep op de burgers wil vergroten. Ze kijkt naar bedrijven, naar ondernemers en naar verenigingen. De huidige regering moeit zich zowat met alles en iedereen. Voor de arizonaregering is iedereen verdacht tot het tegendeel is bewezen.
Money Control bewijst dat. U wilt kijken in de bankrekening van elf miljoen Belgen, ongeacht of er al dan niet een vermoeden van fraude is. Ouders die een centje aan hun kinderen willen geven, kunnen dus maar beter opletten. Zij zullen immers nog meer controle krijgen.
Dat socialisten met de heer Vandenbroucke voorop dat willen doen, begrijpen wij. Wij begrijpen echter niet dat u daarin meegaat.
Money Control is nog niet goedgekeurd en de volgende controleoperatie ligt al klaar. Uw minister van Volksgezondheid bereidt in het geheim al een nieuw project voor. Deze keer gaat het om dokterscontrole. Alle voorschriften van alle Belgen en van alle dokters moeten in één databank; nog meer sancties en nog meer verboden.
Arizona moeit zich dus met zowat alles. De overheid leest uw berichten mee, kijkt naar uw bankrekening en controleert uw ziektebriefjes.
Mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Wat zal het volgende zijn?
Bart De Wever:
Mevrouw De Knop, bedankt voor uw vraag. We kunnen lang spreken over het onderwerp, maar ik heb de tijd noch de gember om dat vol te houden. Ik denk ook dat het debat over het CAP in de commissie wordt gevoerd en nog verder zal worden gevoerd, maar ik kan me vergissen. Het laatste woord is daarover nog niet gevallen. U kunt de minister van Financiën daarover zeker ondervragen.
Wat de intenties van de minister van Volksgezondheid betreft – hij is in de zaal –, ik zou nooit over hem in de derde persoon durven spreken, toch niet in zijn aanwezigheid, maar ik weet dat hij wordt gedreven door het verlangen dat wij in het halfrond hier allemaal zouden moeten delen, namelijk de strijd tegen fraude.
Ik hoef u geen feiten uit de actualiteit aan te halen om te bewijzen dat er enige marge voor verbetering bestaat op het vlak van de strijd tegen fraude in de ziekteverzekering, maar de minister zal dat zelf wel toelichten. ( Protest van de heer Van Quickenborne )
Mijnheer Van Quickenborne, de frustratie is ingegeven doordat er in uw zes jaar onvoldoende is gebeurd. Daarin hebt u zeer gelijk. ( Protest van de heer Van Quickenborne )
Maar mijnheer Van Quickenborne, u ziet in alle uitspraken reden voor een persoonlijk feit. Ik denk eerlijk gezegd dat u ook een persoonlijk probleem hebt. ( Hilariteit ) Het ontbreekt mij zeker aan de tijd en nog meer aan de gember om daarop in te gaan.
Mevrouw De Knop, de strijd tegen fraude vinden wij in ieder geval belangrijk. Ik kan u geruststellen in algemene termen; uw vraag was ook in algemene termen gesteld. Wij handelen steeds met respect voor de privacy en dat bij alle beleidsvoorstellen, ongeacht van welk niveau die mogen komen, of ze nu van het federale niveau komen waar we zelf beslissen, dan wel van Europa. Bij het nemen van beslissingen staat het algemeen belang voorop en in dat algemeen belang moeten de rechten van het individu altijd ten volle worden gerespecteerd. Voor mij is dat de evidentie zelve.
Irina De Knop:
Mijnheer de eerste minister, het ontbreekt u aan gember, maar blijkbaar ook aan inspiratie om te antwoorden op de grond van mijn vraag. Tax, tax, tax was het eerst, en nu is het control, control, control . Dat is het enige wat we zien. Overal zien we controle, overal wantrouwen. Heb nu toch eens vertrouwen in de mensen. Heb vertrouwen in burgers, in bedrijven, in dokters.
Natuurlijk is de strijd tegen fraude belangrijk, maar hij mag niet het doel op zich zijn. Het volstaat, mijnheer de eerste minister, om uw minister van Volksgezondheid tot de orde te roepen en te vragen dat hij die fraude aanpakt, als die zich voordoet. Het is volledig verkeerd om iedereen weg te zetten als fraudeur en dat is exact wat Arizona doet. Wij zullen blijven strijden voor vrijheid en vertrouwen.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik vraag het woord voor een persoonlijk feit.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u kunt bij het woord gember geen persoonlijk feit inroepen. Ik denk niet dat de eerste minister daarnet uw naam heeft genoemd.
Vincent Van Quickenborne:
Hij heeft mijn naam wel genoemd in de tweede repliek.
Voorzitter:
Een persoonlijk feit betekent dat de heer Van Quickenborne kan reageren en dat de premier daar dan op kan repliceren. Mijnheer Van Quickenborne, ik geef u het woord voor een persoonlijk feit.
Vincent Van Quickenborne:
Vooreerst dank ik u, mijnheer de eerste minister, dat u teruggekomen bent naar de Kamer. Ik apprecieer dat u niet bent weggelopen.
Mijnheer de eerste minister, ik heb geen persoonlijk probleem. Ik vind die insinuatie beneden alle peil. Ik heb wel een probleem met het feit dat u en uw regering de bankrekening van 11 miljoen Belgen permanent willen controleren.
Dat is het probleem en dat is de reden waarom ik gisteren en eergisteren veertig uren lang het woord heb gevoerd, zodat de burgers van ons land dat voorstel kennen en zodat de burgers van ons land weten dat u dat voorstel steunt. Ik heb dat gedaan met de diepste overtuiging dat fraude natuurlijk moet worden aangepakt, elke vorm van fraude, sociale fraude, fiscale fraude en ook fraude zoals die van een thuisverpleegster. Dat is evident. Doch, alles moet proportioneel zijn.
We hebben in de zaal hier allemaal een probleem met huiselijk geweld, evident, en we strijden daartegen. Dat is evenwel geen reden om in elk huis en in elke kamer een camera te plaatsen om ertegen te strijden.
Mijnheer de eerste minister, daarnet heeft collega De Knop u een vraag gesteld: wat vindt u van money control . U hebt er zelfs niet op geantwoord.
De burgers van ons land weten intussen wat er op het spel staat. De burgers van ons land weten dat dat een grove schending van hun privacy is. De burgers van ons land weten dat het principe van onschuld van tafel gegooid wordt.
Mijnheer de minister, ik zie dat u wilt antwoorden. Ik zie dat u aan het kijken bent. Wat vindt u van money control ? Bent u daarvoor of bent u daartegen? Vindt u het gelegitimeerd dat de overheid zonder beperking de bankrekening van 11 miljoen Belgen permanent controleert? Vindt u dat gepermitteerd?
Bart De Wever:
Ik verwijs de collega naar het antwoord dat ik heb gegeven. Ik heb daar niets aan toe te voegen. Als ik het heb over een persoonlijk probleem, betreft het vooral een gedragsprobleem. Ik probeer mijn kinderen goed op te voeden. Mijnheer Van Quickenborne, wanneer ik u hier in de Kamer observeer, zie ik dat u zich in een permanente staat van grote opwinding bevindt met gesticulaties en grote uithalen. Dat is voor mij geen volwassen gedrag. Ik gedraag mij zo niet. Een normaal volwassen persoon gedraagt zich niet op die manier. Ik vind dat een persoonlijk probleem. Dat is mijn inschatting. Als u zich beledigd voelt, verontschuldig ik mij daarvoor. Dan trek ik die woorden graag terug.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt een persoonlijk feit ingeroepen, geen politiek feit.
-
Vraag: De 'recente vaststellingen' van de minister in de groep van de langdurig zieken
Vraag: De strijd tegen 'valse' langdurig zieken
Vraag: De langdurig zieken
Vraag: Het recordaantal langdurig zieken
gezondheid en welzijnDe 'recente vaststellingen' van de minister in de groep van de langdurig zieken
De strijd tegen 'valse' langdurig zieken
De langdurig zieken
Het recordaantal langdurig zieken
Beleid, uitdagingen en trends rond langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
Vincent Van Quickenborne
Paul Magnette
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om het schandalig hoge aantal langdurig zieken in België (500.000, vergelijkbaar met Duitsland maar met 8x minder inwoners), waaruit massale fraude en misbruik blijkt: steekproeven tonen dat 80% van de tot-pensioen-zieken onterecht is verklaard, met miljardenverspilling (€15-16 mjd/jaar) als gevolg. Minister Vandenbroucke erkent het probleem en kondigt strengere controles, begeleiding naar werk en financiële sancties voor ziekenfondsen aan, maar krijgt kritiek: de oppositie (o.a. PTB) beschuldigt hem ervan 5 miljard te willen besparen op kwetsbaren (zoals poetshulpen met €1.300/mnd) in plaats van rijken te belasten, terwijl rechts (o.a. MR) hem laxiteit en vertraging verwijten. Kernpunt: systeemfaal door gebrek aan controles en werkbare arbeidsomstandigheden, met polarisatie tussen "fraude bestrijden" (regering/rechts) en "sociale rechtvaardigheid" (links).
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, in ons land zijn er evenveel langdurig zieken als in Duitsland, terwijl er acht keer zoveel Duitsers zijn. Er zit dus fundamenteel iets verkeerd; dat is heel duidelijk. Van de half miljoen langdurig zieke werknemers blijken er maar liefst 300.000 thuis ziek te zitten tot aan hun pensioen.
Afgelopen week raakte het resultaat van de steekproef van het RIZIV bekend. Bij een derde van alle gecontroleerden werd het regime van arbeidsongeschiktheid onmiddellijk stopgezet. Van de werknemers die tot aan hun pensioen thuis ziek zijn gezet, blijkt, met uitzondering van wie echt ongeneeslijk ziek is, dat meer dan acht op de tien gevallen onterecht zijn. Bovendien kreeg 55 % daarbovenop nog eens een inkorting van de invaliditeit.
Mijnheer de minister, dat is meer dan een symptoom van een falend beleid. Dat gaat over misbruik. Onder uw beleid als socialist is het aantal langdurig zieken enorm toegenomen en swingen de kosten de pan uit. We spreken dit jaar, dames en heren, over 15 miljard euro. Ik heb de tabel bij mij en het is overduidelijk: het gaat om maar liefst drie keer het budget voor de werkloosheid. Dit is uw bilan: na vijf jaar als minister van Volksgezondheid is het aantal langdurig zieken van 440.000 gestegen naar een half miljoen! U kunt niet zeggen dat u dat niet wist.
Op een ogenblik dat onze regering uitblinkt in het uitvinden van nieuwe belastingen en taksen, is het bijzonder wrang dat daarvoor miljarden de deur blijven uitvliegen. Mijn vraag is duidelijk. (…)
Florence Reuter:
Monsieur le ministre, cela fait de nombreuses, trop nombreuses années que l'on dit vouloir s'attaquer au problème des malades de longue durée. En réalité, ces dix dernières années, le nombre de malades de longue durée a doublé. On est à plus de 500 000 personnes, ce qui représente 10 % de la population active. Ce nombre est supérieur au nombre de chômeurs dans notre pays.
Certes, les personnes qui sont malades et ne peuvent plus travailler doivent se soigner et prendre le temps de le faire; cela s'appelle la solidarité. Mais pour qu'il y ait cette solidarité et qu'elle soit finançable, il faut que les contrôles soient stricts, que les personnes qui sont capables de travailler puissent retourner au travail et qu'on lutte également contre les abus.
Or, les résultats de l'analyse menée par l'INAMI sur un échantillon analysé sont accablants, puisque sur les 768 000 personnes considérées comme invalides jusqu'à leur retraite, seuls 16 % sont réellement complètement invalides et répondent aux critères. Plus de 25 % ont perdu leur invalidité; elles peuvent retourner purement et simplement travailler. Je le redis, ce sont des chiffres accablants.
L'accord de gouvernement précise qu'il faut s'attaquer au problème en prenant des mesures pour lutter notamment contre ces abus, mais également en accompagnant les personnes afin qu'elles puissent retourner travailler selon leurs capacités, bien évidemment.
Monsieur le ministre, quelles mesures supplémentaires envisagez-vous pour prendre ce problème à bras-le-corps?
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, le gouvernement cherche de l'argent. Cela fait 40 ans qu'on fait des économies. Cette semaine, l'idée suivante a surgi. Au lieu de toujours chercher l'argent chez les mêmes, on pourrait pour une fois le puiser là où il y en a: chez les ultra-riches. Taxer les riches! C'est une idée que le PTB défend depuis des années. Elle a atterri sur la table du gouvernement. Magnifique! Cependant, c'était sans compter sur le veto immédiat du MR, les libéraux. Pas question de toucher à leurs amis, les ultra-riches! Ils sont donc venus avec une contre-proposition qui consiste en une économie de 5 milliards d'euros sur les malades de longue durée. C'est la moitié de ce que coûtent aujourd'hui les malades qui sont chez eux depuis plus d'un an. Voilà ce que vous proposez. Cela signifie que vous voulez retirer l'allocation à la moitié des gens qui sont indemnisés par la mutuelle.
Donc, pour vous, les libéraux, pas question de demander 0,6 % à vos amis les multimillionnaires – parce que c'est bien la proposition qui figure sur la table –, mais vous voulez aller chercher 5 milliards chez les malades de longue durée. Savez-vous combien de revenus perçoit un malade de longue durée? Tout à l'heure, j'ai encore téléphoné à une dame qui est à la maison depuis plus d'un an et qui travaille dans les titres-services; elle a 1 300 euros par mois. Comment osez-vous?
Monsieur le ministre, ma question est donc très claire: irez-vous chercher 5 milliards d'euros chez les malades de longue durée?
Axel Ronse:
In de voorbije vijf jaar heb ik af en toe naar Villa Politica gekeken, naar een vergadering van de Kamer. Ik vroeg me af of ik, als ik minister Vandenbroucke in het echt tegenkwam, hem dan wel leuk zou vinden.
Ik vond dat u nooit lachte, mijnheer de minister. Ik meende dat u een strenge kwade man was. Maar sinds ik hier ben, zie ik een verloste Frank Vandenbroucke, iemand die kan lachen, iemand die opnieuw werkvreugde heeft, iemand die verlost is van de PS en van Open Vld, iemand die eindelijk kan doen wat gedaan moet worden.
Mijnheer de minister, u hebt vastgesteld dat in dit land verdorie 260.000 mensen tot hun pensioen zijn ingeschreven als zieken. U wist in de voorbije vijf jaar al: daar zit iets niet goed, daar stinkt iets. Maar u mocht het niet controleren. Van Quickenborne zei: doe dat niet; blijf daar af. Magnette zei: non, lache ça, monsieur Vandenbroucke . De Croo zei: non, je suis le premier ministre, laisse tout à l' aise, monsieur Vandenbroucke .
Maar nu bent u lid van Arizona: Vandenbroucke, go, go! En inderdaad, Vandenbroucke checkt een en ander.
1.800 mensen die tot hun pensioen ziek verklaard waren, werden gecontroleerd. Raad eens hoeveel er onterecht ziek verklaard waren? Meer dan de helft! Mevrouw Gabriëls, ik ben geen zeveraar. Lees de studie. Meer dan de helft werd onterecht ziek verklaard tot zijn pensioen. Van een vierde van die mensen is de uitkering onmiddellijk ingetrokken.
Plegen de ziekenfondsen fraude? Is het totale incompetentie? Ik weet het niet. Maar het Parlement heeft recht op de waarheid, want er wordt geld weggesmeten van mensen die werken, van arbeiders die dag en nacht hun kas afdraaien.
Mijnheer de minister, wat is volgens u (…)?
Frank Vandenbroucke:
Dat zoveel mensen uitvallen door ziekte en zo lang afwezig blijven van het werk, is een gezondheidsprobleem bij uitstek en wat mij betreft het belangrijkste gezondheidsprobleem van deze tijd. We moeten dat aanpakken en we pakken dat ook aan.
Ik wil toch even teruggaan in de tijd. Een eerste golf van maatregelen, die ik in de vorige regering heb genomen, bestond erin het contact met werknemers die in het stelsel van ziekte en invaliditeit instroomden, mogelijk te maken, vanuit de bekommernis dat er misschien ook moet worden uitgekeken naar hun mogelijkheden om weer aan het werk te gaan. Dat is immers soms voor de gezondheid en het herstel van de betrokkene zeer belangrijk. Daarom heb ik, achter de blinde muur van de ziekenfondsen, een kleine groep van terug-naar-werkcoördinatoren die dat contact zijn beginnen te organiseren, geïnstalleerd. Dit was de allereerste stap: opnieuw contact leggen met mensen die we uitsluiten uit de samenleving.
De tweede stap had te maken met mijn vaststelling vrij snel dat de vorige minister van Volksgezondheid een situatie had gecreëerd waarbij mensen zonder enige vorm van controle tot aan hun pensioen op arbeidsongeschiktheid konden blijven. Ik heb dat vastgesteld. Ik zeg daar verder niets over; ik heb daar nooit veel over gezegd. ( Protest )
Mevrouw De Knop, in het vivaldiregeerakkoord stond daar niets over, maar ik heb aan de ziekenfondsen gezegd dat ze vanaf dat moment in de vierde maand, in de zevende maand, in de elfde maand persoonlijk contact moesten opnemen en dat zij in principe nooit meer een erkenning van arbeidsongeschiktheid tot aan het pensioen zouden verlenen. Zij zouden nog een erkenning van één jaar, twee jaar of vijf jaar verlenen en uitzonderlijk nog iemand tot aan het pensioen als arbeidsongeschikt kunnen erkennen. Wij moesten die deur dus sluiten. Het regeerakkoord had dat niet gevraagd; niemand had mij dat gevraagd, maar ik vond het rechtvaardig en goed om dat zo te doen.
Nu volgt er een derde golf maatregelen, door de arizonaregering beslist, waarbij we iedereen, bedrijfsartsen, werkgevers en behandelend artsen, mee in het bad trekken om het contact en de ondersteuning te organiseren en de nodige perspectieven te bieden, zodat die werknemers weer aan het werk kunnen gaan.
Er is een vierde golf van maatregelen nodig. Niemand heeft mij dat gevraagd, ook mijn arizonacollega’s niet, want dat staat niet in het regeerakkoord van Arizona. Ik heb gemeend dat het nuttig is om te onderzoeken hoe het zit met de lopende erkenningen tot aan het pensioen en inderdaad, dat zit niet goed. Dat verschilt ook van ziekenfonds tot ziekenfonds. Daarom zullen we de ziekenfondsen daarop ook financieel aanspreken. Wanneer men zijn werk niet goed doet - dat blijkt ook uit de steekproeven die ik heb laten uitvoeren en die verder lopen -, dan zal men dat voelen. Iedereen zal mee in het bad gaan.
De vierde golf van maatregelen, die ik nodig vind, houdt in dat werknemers niet langer dan één jaar in invaliditeit kunnen zijn zonder garantie op begeleiding, ondersteuning en hulp. Dat betekent inderdaad ook dat er een grondig gesprek moet komen over de vraag of iemand eventueel nog aan het werk kan en wat die arbeidsongeschiktheid concreet betekent.
Laten we trouwens niet defaitistisch zijn. Van het fameuze half miljoen mensen zijn er ondertussen, ook dankzij het beleid, waarvoor mevrouw De Block overigens ook verdienste toekomt, al honderdduizend deeltijds weer aan het werk.
Er werd verwezen naar Duitsland. Dat is een zeer interessant voorbeeld. Daar is men strenger dan hier. Dat mag. Ik ben voor streng en rechtvaardig, maar wel voor iedereen, ook voor de werkgevers. Zij betalen daar al heel lang zes weken zelf. Zij hebben al heel wat verplichtingen die werkgevers hier nu beginnen te krijgen en waarover men klaagt en zaagt.
Ik ben dus voor streng en rechtvaardig, maar wel voor iedereen. En iedereen moet mee in bad om werknemers die een gezondheidsprobleem hebben, nieuwe kansen te geven. Daarover gaat het.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u bent ondertussen meer dan vijf jaar bevoegd, bijna zes jaar zelfs.
Mijnheer Ronse, uw collega naast u heeft vijf jaar lang het ontslag gevraagd van collega Vandenbroucke en nu komt u hier een bloemlezing houden? Ook in de politiek moeten we nog een beetje correct en coherent blijven. Kom mij nu dus niet vertellen dat het de vorige premier is die ervoor gezorgd heeft dat het aantal zieken zo exponentieel is gestegen! We hebben evenveel langdurig zieken als in Duitsland. Duitsland telt echter acht keer zoveel inwoners als België. Dat is dus dramatisch. We hebben meer mensen nodig die werken.
Ik hoor van uw regeringspartijen dat u dit mag en moet aanpakken, mijnheer de minister. Mensen in een vergeetput steken, dat is immers pas asociaal. We moeten die mensen activeren, begeleiden en helpen…
Florence Reuter:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Vous avez évoqué l'Allemagne. Il est vrai qu'elle compte huit fois plus d'habitants que chez nous mais le même nombre de malades de longue durée. Il y a donc un problème.
Nous avons parlé de solidarité, mais en parlant de solidarité, il faut aussi parler de responsabilité. L'un ne va pas sans l'autre.
Je vous sens enthousiaste, motivé, déterminé sur la question. Aujourd'hui, nous ne sommes plus dans la Vivaldi, nous avons un gouvernement volontariste. C'est sans doute cette orientation-là qu'il faut prendre. Je voudrais d’ailleurs rappeler que le budget consacré aux maladies, qu’elles soient de courte ou de longue durée, par l’INAMI s’élève aujourd’hui à 16 milliards d’euros. Si rien n’est fait, nous allons droit dans le mur. Ce sera, à l’horizon 2030, 19 milliards d’euros au minimum.
Il est donc effectivement temps de prendre le problème à bras-le-corps. Vous pourrez nous avoir avec vous, évidemment, pour le régler.
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, u hebt niet op mijn vraag geantwoord, of u denkt dat u 5 miljard euro kunt vinden door op de langdurig ziekten te besparen. Ik heb u ook in de media horen zeggen dat er bij de MR enige rekenkundige fouten waren gemaakt.
Met betrekking tot het aantal langdurig zieken wordt er veel te weinig gesproken over hoe men ervoor kan zorgen dat het werk werkbaar is. Kijk bijvoorbeeld naar de sector van de poetshulpen, waar 11 % van de mensen langdurig ziek is. Dat is 8 % meer dan in andere sectoren. Toen de sociale inspectie naging of de wet op het welzijn op het werk daar werd gerespecteerd, bleek dat 9 bedrijven op 10 niet in orde waren. Hoe wilt u dat mensen niet ziek worden, als zelfs de wet op het welzijn op het werk niet wordt gerespecteerd?
Axel Ronse:
Mijnheer de minister, ik wil u een hart onder de riem steken. Ik zie op de websites en de sociale media van de communisten zeer lelijke zaken over u verschijnen: Vandenbroucke perst langdurig zieken uit, hij is geen socialist. Dat is niet waar.
Stel u voor dat de heer Magnette arbeider is, dat hij ’s nachts zijn kas afdraait, dat de heer Bouchez zich onterecht ziek laat verklaren en dat de heer Magnette een derde van zijn loon aan de heer Bouchez moet afstaan, die onterecht ziek is. Dat is niet sociaal. Dat is asociaal. Dat is niet wat een socialist zou willen. Geen enkele socialist die het goed voorheeft met de sociale zekerheid kan dat willen.
Als wij onze sociale zekerheid willen opbouwen en versterken en willen dat mensen er opnieuw in geloven, dan moet u doen wat u nu doet. Ik vind dat u alle steun van het hele Parlement verdient. Ook de communisten zouden voor u mogen applaudisseren, want u verdient dat. Dank u wel, minister.
Persoonlijke feiten
Faits personnels
Voorzitter:
De heer Ronse is uitgebreid in het citeren van collega’s. In zijn repliek heb ik niets onheus teruggevonden. In zijn vraag heeft hij echter twee collega’s een bepaald verwijt gemaakt of een bepaalde bedoeling in de schoenen geschoven en zij wilden daarop reageren.
Ik geef het woord aan de heer Van Quickenborne voor een persoonlijk feit.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u om u de regels te respecteren. Ik apprecieer dat.
Mijnheer Ronse gedraagt zich als Comical Ronse en neemt een loopje met de waarheid. Wat is de waarheid? Minister Vandenbroucke is al zes jaar bevoegd en verantwoordelijk voor dit departement. In die zes jaar is het aantal langdurig zieken met 55 % toegenomen, een record in Europa. Zoals veel mensen stel ik mij de vraag waarom u daar in die zes jaar niets aan hebt gedaan. Waarom hebt u laten betijen? Waarom hebt u die mensen niet gecontroleerd? Was het om de ziekenfondsen te beschermen of hebt u iets anders (…)
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik heb hier geen reactie op de woorden van de heer Ronse gehoord. Dit is niet de toepassing van het Reglement met betrekking tot het persoonlijk feit. U hebt zich tot de minister gericht. Ik geef de heer Ronse het woord, zodat hij u kan antwoorden. Mijnheer Van Quickenborne, ik pas het Reglement toe. De veroorzaker van het persoonlijk feit heeft de ruimte om te reageren.
Axel Ronse:
Mijnheer Van Quickenborne, u zegt dat u een groot deel van die zes jaar vicepremier was en dat u in de ministerraad en het kernkabinet op uw tong hebt moeten bijten toen het regeerakkoord werd opgesteld, omdat u vond dat minister Vandenbroucke zo slecht bezig was. U hebt zes jaar lang de vreselijkste tijd van uw leven beleefd.
Ik begrijp dat u in die periode weinig kon lachen, maar ik zal u de waarheid vertellen. U hebt toen een regering gevormd en uw ziel verkocht aan de PS om op het vlak van hervormingen helemaal niets te doen. Als er één iemand was die toen wel iets wilde doen, dan was het wel minister Vandenbroucke. Hij heeft toen immers stappen gezet met betrekking tot de langdurig zieken die effectief verder gingen dan het regeerakkoord. Nu is hij bevrijd en kan hij all the way gaan. Ik verzeker u dat wij ervoor zullen zorgen dat er geen eurocent meer naar het profitariaat gaat. Dat dient een sociaal doel: het versterken van onze sociale zekerheid. Arizona, here we are .
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u bent een kenner van het Reglement. Dan zou u toch moeten weten dat een persoonlijk feit aanleiding geeft tot een tussenkomst van 5 minuten voor beide sprekers samen. Mijnheer Ronse en u zijn heel terughoudend geweest. U kunt het Reglement erop nalezen, want het verbaast mij dat u nu verbaasd kijkt.
Voorzitter:
J’ai aussi une demande de fait personnel de M. Magnette.
Paul Magnette:
Monsieur le président, on connaît les caricatures de la droite.
Monsieur Ronse, quand on vous entend, on a l’impression que tous les malades sont des tire-au-flanc, des fainéants, des tricheurs. Il y a une question que vous ne vous posez jamais: pourquoi sont-ils malades?
Vous ne vous posez jamais cette question, parce que vous n’avez jamais travaillé durement comme eux. Vous n’avez jamais nettoyé deux, trois maisons par jour en prenant le bus entre chaque maison. Vous n’avez jamais fait une garde de nuit avec 30 patients. Vous n’avez jamais déchargé des bagages ou des colis en pleine nuit. Vous n’avez jamais travaillé dans la pluie et le vent sur un chantier. Vous ne savez pas ce que c’est, ce travail si dur. C’est cela qui, malheureusement, rend les gens malades.
Et vous, que faites-vous? Au lieu de les aider, vous aggravez les choses. Vous venez avec des heures supplémentaires, de la flexibilité, des flexi-jobs, de la concurrence entre les salariés et les étudiants. Faire travailler tout le monde jusqu’à 67 ans, quelles que soient les conditions de travail! C’est vous qui allez créer des dizaines de milliers de malades de longue durée en plus.
Alors, monsieur, à la place de votre mépris, ce que ces travailleuses et travailleurs méritent, c’est notre respect et notre gratitude!
Axel Ronse:
Mijnheer Magnette, dit Parlement is uitgerust met tolken, goede tolken. Ik raad u aan toch naar de tolken te luisteren. Dan zou u begrepen hebben wat ik zei. Ik raad u ook aan de studies te lezen die het RIZIV heeft gemaakt. Wat ik gezegd heb, is dat er een studie geweest is over een steekproef bij 1.800 mensen die tot hun pensioen als ziek ingeschreven zijn en dat daaruit ondubbelzinnig bleek dat één vierde onterecht ziek verklaard is. Eén vierde. En meer dan de helft ervan was onterecht ziek verklaard tot zijn pensioen. U vindt dat normaal? U vindt dat oké? U vindt dat normaal voor een arbeider? Trouvez-vous normal que quelqu'un qui travaille sur un chantier dans la pluie ou à l'usine la nuit doive payer pour quelqu'un qui n'est pas vraiment malade, jusqu'à sa pension? Non! Nee, zo kijken wij niet naar onze sociale zekerheid. Wij willen dat er meer middelen gaan naar de mensen die werkelijk ziek zijn. Wij willen dat er meer geld gaat naar de sociale zekerheid, naar een arbeider van wie de dochter zelfmoordneigingen heeft en aan wie gezegd wordt dat er een lange wachtlijst is. Wat moet die persoon wel niet denken als hij hoort dat meer dan de helft van de 1.800 gecontroleerde mensen onterecht als ziek werd ingeschreven? Is dat socialisme? Is dat solidariteit? Ik zou diep beschaamd zijn in uw plaats, mijnheer Magnette.
-
Vraag: Een eerlijke bijdrage van de farma-industrie
Vraag: De teloorgang van de farma-industrie
Vraag: De begrotingsgesprekken en de volksgezondheid
economie en werkEen eerlijke bijdrage van de farma-industrie
De teloorgang van de farma-industrie
De begrotingsgesprekken en de volksgezondheid
Financiële verantwoordelijkheid, uitdagingen en budgettaire impact van de farmaceutische sector op volksgezondheid summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de eerlijke bijdrage van de farmaceutische industrie aan de betaalbaarheid van de gezondheidszorg, waarbij Vooruit (Bertels) pleit voor een verplichte winstafdracht (80 miljoen euro besparing) om explosieve geneesmiddelenkosten te beteugelen en solidariteit te waarborgen. Oppositie (De Knop, N-VA) waarschuwt dat lineaire bezuinigingen innovatie en patiëntentoegang bedreigen en de sector—een economische troef—ondermijnen, terwijl coalitiepartner Depoorter (Open Vld) dialoog en afgewogen maatregelen eist, met kritiek op het ontbreken van overleg bij de ministeriële aankondiging. Minister Vandenbroucke verdedigt de noodzaak van ingrijpen (prijsverlagingen, remgeldhervorming, voorschrijfbeleid) om verspilling tegen te gaan en prioriteiten zoals tandzorg en zorgpersoneel te financieren, met een ultieme heffing op de industrie bij budgetoverschrijding, maar benadrukt dat creatieve sectorvoorstellen nog steeds mogelijk zijn.
Jan Bertels:
Collega’s, iedereen weet dat we voor moeilijke budgettaire jaren staan. We moeten hervormen om de rekeningen van ons land op orde te brengen, om zo de koopkracht van onze bevolking te beschermen, onze sociale zekerheid veilig te stellen voor de toekomst en onze gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Dat vraagt een inspanning van iedereen. Mensen begrijpen dat en zijn bereid hun steentje bij te dragen. Ik hoor op straat wel steeds dat zij dat willen doen op voorwaarde dat iedereen een inspanning levert. Die mensen hebben gelijk. Voor Vooruit is het de normaalste zaak van de wereld dat ook de sterkste schouders eerlijk bijdragen. Elk zijn deel is niks te veel.
Wij willen de facturen in onze gezondheidszorg voor iedereen betaalbaar houden. Daarom is het van groot belang dat ook de grote farmaceutische industrie haar duit in het zakje doet. Die industrie verricht goed werk, vaak letterlijk van levensbelang. Maar waar eindigen de macht en de winst van sommige farmaceutische bedrijven? Wat vinden wij nog aanvaardbaar? Verhalen zoals dat van baby Pia liggen nog vers in het geheugen. De stabiele hoge winstcijfers tonen aan dat de sector de voorbije jaren goed geboerd heeft. Van die industrie mogen we dan ook een eerlijke bijdrage verwachten om onze gezondheidszorg voor iedereen betaalbaar te houden. De industrie weet dat zelf ook.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat die industrie een eerlijke bijdrage levert aan onze gezondheidszorg?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, welkom terug, een nieuw parlementair jaar en een nieuwe aanval van Vooruit. Ditmaal zijn het de farmaceutische bedrijven die het gelag moeten betalen. We zijn dat van Vooruit gewoon. Mensen die ondernemen, die het land zuurstof geven, die investeren in gezondheid en economie, het zijn jullie natuurlijke vijanden.
Mijnheer de minister, zoals we dat enigszins van u gewend zijn, u gaat eenzijdig en zonder overleg 80 miljoen euro aan inkomsten weghalen bij die sector. Ik heb goed geluisterd naar wat u zei over hervormen, maar dit is niet hervormen. Dit lijkt eerder op het uitroeien van een sector. Laat ons daarover eens nadenken, mijnheer de minister. Wat levert de strategie die u voert economisch gezien op? Wat levert de strategie die u voert ons op het vlak van de gezondheidsdoelstellingen op?
We zijn zeer ongerust en ik heb begrepen dat premier De Wever even ongerust is als wij. Dit betreft immers een sector waar ons land vandaag internationaal koploper is. Hier worden geneesmiddelen ontwikkeld. Hier worden klinische studies uitgevoerd. Dat alles leidt ertoe – of moet ik zeggen leidde ertoe - dat patiënten in België snel toegang kregen tot nieuwe geneesmiddelen. Door de acties die u onderneemt en door het pleidooi dat u voert, mijnheer Bertels, zorgt u er echter voor dat de sector echt op de helling komt te staan met het beleid dat de minister voert.
Weet u dat slechts in 50 % van de gevallen waarin innovatieve geneesmiddelen worden aangeboden, dit ook effectief leidt tot terugbetaling? Dat is slecht voor de innovatie, dat is slecht voor de bedrijven, maar vooral slecht voor de patiënten die daar nood aan hebben en geen toegang krijgen tot innovatieve geneesmiddelen. Wat is daarvoor uw remedie, mijnheer de minister?
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de farmaceutische industrie is hoogwetenschappelijk, levensreddend en zeer belangrijk voor de welvaart van ons land.
Deze ochtend las ik in de krant een brief waarin bezorgdheid wordt geuit over een door u aangekondigde besparingsmaatregel van 80 miljoen euro. Dat die besparing er zou komen, was bekend. De sector werd ook gevraagd om voorstellen in te dienen. Die voorstellen zijn ingediend en vervolgens geanalyseerd, onder meer door het RIZIV en het Verzekeringscomité. De voorstellen blijken niet toereikend te zijn.
Mijnheer de minister, de brief kwam dan toch als een verrassing, want het betrof een lineaire maatregel, een besparing zonder meer. Wij hebben samen al een lange weg afgelegd en zijn het niet altijd volledig eens met elkaar, maar wij maken wel deel uit van dezelfde coalitie. Het is dus onze taak om samen zowel de kwaliteit van de gezondheidszorg als het gezondheidsbudget te bewaken.
Ik stel mij de vraag, gelet op het feit dat de begrotingsconclaven en -gesprekken nog moeten beginnen, of u niet enigszins voorbarig bent geweest. Hoe is die brief tot stand gekomen en verstuurd? Ik had graag van u vernomen welke voorstellen niet weerhouden zijn door het RIZIV en door uw diensten. Hebt u deze voorstellen besproken met uw collega’s in het kernkabinet? Met andere woorden, gaat het hier om een aankondiging van een besparing die door de regering is beslist of niet? Ten slotte, mijnheer de minister, in het regeerakkoord is opgenomen dat wij alle maatregelen in dialoog met de farmaceutische sector zouden nemen. Is er opnieuw plaats voor dialoog om die maatregelen af te kloppen? Dank u wel.
Frank Vandenbroucke:
Geachte leden, we investeren zeer belangrijke sommen geld in de gezondheidszorg: volgend jaar 1,5 miljard euro extra. Het is belangrijk dat die investeringen goed terechtkomen, daar waar de noden echt zijn. Ze mogen zeker niet opgaan aan verspilling.
Als we het kraantje gewoon laten openstaan, loopt het water weg in de verkeerde richting. We moeten dus ingrijpen. Een zeer belangrijk probleem is dat we voor een echte explosie van de uitgaven voor geneesmiddelen staan. Dat mogen we niet laten gebeuren. Anders gaat een groot deel van het extra geld daarnaartoe en komt het niet terecht bij tandzorg of geestelijke gezondheidszorg. We zullen het dan ook niet kunnen aanwenden om te investeren in het zorgpersoneel.
We hebben in februari in de regering de afspraak gemaakt – die staat ook op papier – dat we een belangrijke inspanning zouden vragen aan de farmaceutische industrie. In de regering is afgesproken dat we onder meer aan de farmaceutische industrie zouden vragen om met voorstellen te komen om op een verstandige manier te besparen in dat budget, ten belope van 80 miljoen euro. Als er geen goede voorstellen komen, zullen we op een lineaire manier de prijzen die wij vanuit de sociale zekerheid aan de farmaceutische industrie betalen, verminderen. Dat is afgesproken in de regering.
Er is voortdurend uitvoerig overleg met de farmaceutische industrie. Die heeft voorstellen ingediend en de administratie van het RIZIV heeft het resultaat van het onderzoek daarvan meegedeeld aan het Verzekeringscomité. De voorstellen zijn echter ofwel absoluut niet wenselijk, omdat ze ertoe zullen leiden dat bepaalde geneesmiddelen van de markt zullen verdwijnen, ofwel niet uitvoerbaar op korte termijn. Daarom val ik terug op de afspraak die we samen gemaakt hebben. We kiezen daarmee voor een eenvoudige maatregel: de prijzen die we aan de farmaceutische industrie betalen, zullen overal een klein beetje verlaagd worden.
Dat is in verhouding tot een budget van 6,8 miljard euro volgend jaar. Dat is precies geen bijzonder grote inspanning.
Inderdaad, we moeten wel verder durven denken. We moeten af van een bepaald soort pillenverslaving. We zijn kampioenen in het gebruik van cholesterolremmers. Die worden veel te veel gebruikt. We zijn ook kampioenen in het gebruik van maagzuurremmers. Die worden ook veel te veel gebruikt. Al het geld dat wij betalen voor maagzuurremmers gaat niet naar de geestelijke gezondheidszorg, niet naar tandzorg en zal niet geïnvesteerd worden in het zorgpersoneel. Daar moet dus worden ingegrepen. Dat is de reden waarom we enerzijds tegen de artsen zeggen dat er meer moet worden gesproken over het voorschrijfgedrag. Anderzijds willen we ook een signaal geven aan de burger dat dat geld kost aan de samenleving. Om die reden herzien we ook categorieën van het remgeld. Ik heb daarbij geen taboes. Het is zoals de premier daarnet zei, ik kan dat letterlijk herhalen: ʺ Dit is een beleid zonder dogma’s en zonder taboes ʺ .
Bovendien is het belangrijk, vermits we inderdaad heel wat maatregelen moeten nemen en het gros van die maatregelen gericht zal zijn op het tegengaan van een explosie in het geneesmiddelenbudget, dat we de garantie hebben dat we daarin zullen slagen. Er is in de regering dus ook afgesproken dat de farmaceutische industrie in haar geheel een spijkerharde garantie moet geven. Als de maatregelen onvoldoende zijn en het afgesproken budget van 6,8 miljard euro overschreden wordt, dan zal de industrie dat tekort zelf helpen dekken met een heffing op haar omzet. Dat is inderdaad een inspanning, maar een inspanning die vermeden kan worden als de farmaceutische bedrijven zelf met creatieve en geloofwaardige voorstellen komen. Die hebben we tot nu toe nog niet gezien. Daarom zal ik het regeerakkoord en de afspraken in de regering stipt uitvoeren.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, overleg is nodig, maar overleg moet ook tot resultaten leiden.
Mevrouw De Knop, natuurlijk steunen wij onze farmaceutische industrie. In België krijgen patiënten goede zorgen, zelfs de beste zorgen, en daar draagt de farmaceutische sector toe bij. Het budget voor de terugbetaalde geneesmiddelen is de voorbije jaren met 2 miljard euro gestegen. Natuurlijk dragen wij daartoe bij. Om nader in te gaan op wat eerder is opgemerkt, wij geven ook innovatieondersteuning, heel veel zelfs, aan de farmaceutische industrie. Het gaat om honderden miljoenen euro voor innovatie.
Mevrouw De Knop, er is echter één groot verschil en ik ben blij dat dat hier duidelijk gemaakt is. Wij willen dat van de grote winsten een deel terugvloeit naar de bevolking om te investeren in de gezondheidszorg. Dat is solidariteit en de farmaceutische industrie weet dat ook. Zij is het daarmee eens. Daarover verschillen wij van mening. Wij zijn solidair, u bent dat niet.
Voorzitter:
Wellicht is het toeval, of niet, maar mevrouw De Knop heeft nu het woord.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De conclusie is duidelijk en is iedere keer dezelfde. Deze week is de farmaceutische sector de boeman; de vorige weken waren het de artsen. Het is heel duidelijk, het model van uw partij is een model van afgunst.
U blijft de actoren in de gezondheidszorg beschouwen als vijanden in plaats van ze te zien als partners. Wij kunnen u dat evenwel niet kwalijk nemen, want dat is hoe u en uw partij naar de wereld kijken, namelijk de ondernemer aan zijn zwembad en de arts die fraudeert.
Eén zaak is duidelijk, namelijk dat de patiënt daar niet beter van wordt. In plaats van u te richten op politieke profilering, zou u beter een beleid voeren dat inzet op innovatie, dat ervoor zorgt dat de medicijnen beschikbaar blijven en dat België aan de top blijft op het vlak van klinische onderzoeken.
Dat komt de patiënt ten goede en daarom ben ík wel solidair.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, de uitdagingen zijn groot. Dat we de overconsumptie van medicijnen moeten aanpakken, daar zijn we het absoluut over eens. Dat we het budget in balans moeten proberen te houden, daarover zijn we het ook eens. Het is inderdaad de patiënt om wie het draait. Het gaat om die therapie, die toegang tot therapie, die toegang tot innovatie, maar ook die toegang tot generische geneesmiddelen die nu vaak ontbreken. We moeten ervoor zorgen dat de farmaceutische sector overeind blijft. Ook dat hebt u aangehaald. Als er dan voorstellen komen vanuit de sector, vind ik het essentieel dat we die gezamenlijk bekijken. Samen weten we altijd een beetje meer dan alleen. Als we daarover samen kunnen debatteren, kunnen we ook beslissingen nemen die er daadwerkelijk voor zorgen dat die toegankelijkheid behouden blijft en de betaalbaarheid voor de ganse maatschappij gegarandeerd is.
-
Vraag: De staking van de zorgverstrekkers
Vraag: De artsenstaking
Vraag: De artsenstaking
Vraag: De stakingsaanzegging van BVAS
economie en werkDe staking van de zorgverstrekkers
De artsenstaking
De artsenstaking
De stakingsaanzegging van BVAS
Stakingen in de zorgsector summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De zorgsector protesteert massaal (staking op 7 juli) tegen minister Vandenbrouckes plannen om supplementen te plafonneren en fraude harder aan te pakken, zonder duidelijke hervorming van de nomenclatuur (terugbetalingstarieven) of voldoende overleg. De minister benadrukt dat hij al 7x overlegde, een lijst met aanpassingen voorstelde (o.a. behoud conventiepartieel) en een half miljard extra in tandzorg investeerde, maar artsen voelen zich niet gehoord, vrezen tweedeling in zorg en eisen meer vertrouwen, transparantie en autonomie. De kern van het conflict: tariefzekerheid voor patiënten vs. vrijheid en financiële leefbaarheid voor zorgverleners, met als dieptepunt gebroken vertrouwen door geforceerde maatregelen zonder draagvlak. De staking is een radicale waarschuwing dat de sector geen eenzijdige oplossingen accepteert.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, ik ben ooit in de politiek gestapt omdat ik het wilde opnemen voor mijn patiënten. Ik wilde ijveren voor een betere terugbetaling van hun behandelingen. Ik ben parodontoloog, een van die medische disciplines waarvoor er bijzonder lage terugbetalingstarieven voorzien zijn. Ik heb het altijd heel oneerlijk gevonden dat mijn patiënten zoveel moesten betalen voor de behandeling van een tandvleesontsteking, om te voorkomen dat ze hun tanden zouden verliezen.
Een hervorming van de nomenclatuur of een herijking van die tarieven is dan ook dringend nodig. Zonder zo’n hervorming zijn sommige disciplines genoodzaakt supplementen te vragen om hun praktijk draaiende te houden. Over die nood aan hervorming zijn we het dan ook volledig eens.
We zijn het echter niet eens, mijnheer de minister, met het feit dat u die supplementen wettelijk wil plafonneren, terwijl er nog geen duidelijkheid is over hoe de hervorming van de nomenclatuur er in de toekomst zal uitzien en of de nieuwe tarieven dan wel toereikend zullen zijn. Dat er ongerustheid bestaat over die kaderwet, is voor de N-VA dan ook zeer begrijpelijk.
Dit was overigens niet wat wij voor ogen hadden toen we onze handtekening zetten onder het regeerakkoord. Het vrije beroep is niet iets wat we moeten bestrijden. Hervormingen zijn nodig om onze zorg kwaliteitsvol, betaalbaar en duurzaam te houden. Dat moeten we wel samen doen, samen met de zorgverstrekkers, want zij zijn het best geplaatst om in te schatten wat de gevolgen van die hervormingen op het terrein kunnen zijn.
Mijnheer de minister, zijn er gesprekken lopende met de zorgverstrekkers en wat is het verdere verloop daarvan? U hebt aangegeven dat u openstaat voor aanpassingen aan het ontwerp van kaderwet. Zijn er al aanpassingen gebeurd en kunt u daar nu al iets over meedelen?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, ce 7 juillet, les médecins et les dentistes, ainsi que d'autres soignants par solidarité, mèneront une grève générale, un fait rarissime, du jamais vu depuis 60 ans. En tant que médecin et député pour Les Engagés, je comprends pleinement les craintes et la colère qui montent dans le corps médical.
L'enquête menée par plusieurs journaux spécialisés est sans appel: huit médecins sur dix rejettent l'avant-projet de loi. Notre mouvement partage la volonté de moderniser notre système de santé, d'y apporter de la transparence et de l'efficacité. Nous avons tous connaissance de situations qui vont trop loin, qui ne sont pas soutenables et auxquelles il faut remédier. Il ne s'agit toutefois pas de faire à n'importe quel prix, ni contre ceux qui le font vivre au quotidien. Nous plaidons pour une réforme équilibrée, qui donne un cap politique sans dévoyer la démocratie sanitaire.
L'accord de gouvernement donne une orientation qui devra se matérialiser. Il s'agit cependant de placer le curseur au bon endroit pour les mesures qui y sont prévues. Votre réforme impose, sans concertation suffisante, un plafonnement des suppléments d'honoraires. Cette mesure, dite de justice sociale, frappera de manière inéquitable nos hôpitaux, et dans l'absence d'une réforme préalable du financement hospitalier, affaiblira les établissements, menacera la pérennité de l'offre de soins et désorganisera profondément les pratiques. Oui à des règles claires, non à la suppression de toute souplesse, comme le conventionnement partiel. Oui à la responsabilisation, non au retrait du numéro INAMI sans garantie procédurale solide.
Réformer, c'est dialoguer, écouter, construire avec les soignants. Si ce projet reste figé, il fracturera durablement la relation entre l' É tat et les médecins. Les Engagés défendront toujours une santé publique co-construite, humaine et respectueuse du terrain.
Monsieur le ministre, je n'ai qu'une question: que répondez-vous aux médecins qui exprimeront leurs craintes ce 7 juillet?
Julie Taton:
Monsieur le ministre, nous serons d'accord sur un point, à savoir que nous ne sommes pas prêts d'oublier cette date du 7 juillet 2025. Cela fait plus de 20 ans, comme l'a rappelé mon collègue qui a même parlé de plus de 60 ans, que le secteur médical ne s'était plus mobilisé pour manifester sa colère, mais aussi ses inquiétudes et son incompréhension.
Nous en connaissons les raisons, qui ont déjà été développées à plusieurs reprises dans cet hémicycle. Mes collègues viennent également de relever les points qui fâchent. Les réformes doivent être entreprises, mais le problème est qu'elles font peur, parce qu'elles menacent l'équilibre, l'avenir du secteur et la qualité des soins. Comment comptez-vous garantir l'autonomie des praticiens, la valorisation de leur métier, le financement sain de nos hôpitaux? Comment éviter cette médecine à deux vitesses, qui est déjà en train de s'installer petit à petit? Nous pouvons parler aussi du choix, de la liberté et de la vie des patients et des soignants.
Monsieur le ministre, vous avez aussi prévu quelque chose d'assez sympathique sur le papier en souhaitant un système beaucoup plus lisible, juste et transparent. Le problème est que la confiance a été rompue. Cette grève du 7 juillet en apporte la preuve éclatante.
Pouvez-vous nous expliquer concrètement comment vous allez vous y prendre pour rétablir un dialogue constructif et apaisé avec l'ensemble des représentants du monde médical? Quelles garanties pouvez-vous nous apporter pour que la réforme soit entreprise dans l'intérêt commun, en préservant la qualité, la liberté, mais aussi l'accès de tous aux soins?
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, maandag is het zover: voor het eerst in 25 jaar staken onze artsen, niet omdat ze dat willen, maar omdat ze moeten. Als er één beroepsgroep is voor wie staken niet in het DNA zit, dan zijn het wel onze artsen.
Zij kunnen niet anders. U mag dan wel verklaren dat u vier, vijf of zes keer met hen hebt gesproken en naar hen hebt geluisterd, maar uw methode werkt niet. Zo eenvoudig is het. U kunt tien keer overleggen, maar het probleem is niet dat u het niet hoort, maar dat u niet luistert.
Ondertussen zien wij dat de stakingsoproep alsmaar meer gehoor vindt. Iedere dag opnieuw sluiten nieuwe zorgverleners zich aan bij de stakerslijst: radiologen, orthopedisten, dermatologen, oncologen en noem maar op. Zelfs het universitair ziekenhuis van de UGent en heel wat huisartsen en tandartsen hebben zich intussen bij hen aangesloten.
Niettemin weigert u bij te sturen. Ik heb u hier vorige week via een motie gevraagd uw kaderwet zo diep mogelijk in een lade te leggen en van methode te veranderen. Wat zien wij echter? U gaat koppig door.
Ik heb voor u drie concrete vragen. Meent u dat alle zorgverstrekkers die komende maandag staken, dat ook zouden doen, mochten zij een alternatief zien?
Welke initiatieven hebt u de voorbije weken genomen om de gemoederen te bedaren en echt te luisteren? Wat heeft dat opgeleverd?
Ten slotte, zult u iets wijzigen aan uw methode en uw kaderwet bijsturen?
Frank Vandenbroucke:
Chers collègues, nous investissons dans les soins de santé pour assurer des soins de qualité, des soins abordables, pour une rémunération correcte de tous les prestataires, pour un financement adéquat et suffisant pour les hôpitaux, pour la sécurité tarifaire. En même temps, vous m'avez demandé de renforcer la lutte contre les fraudes, même si elles sont marginales dans le système. Un premier avant-projet de loi est en discussion.
Concernant la concertation, tout d'abord, ce soir je verrai pour la septième fois les syndicats des médecins, qui incluent les syndicats des dentistes. J'ai déposé hier une longue liste de changements dans le texte en question. Une longue liste d'amendements significatifs, comme je l'avais annoncé, entre autres concernant le conventionnement partiel. J'ai dit que s'il y avait une autre solution pour accroître la lisibilité et la transparence pour les patients en maintenant ce système de conventionnement partiel, ce serait bon pour moi. J'ai donc fait circuler une longue liste d'amendements, dont nous discuterons ce soir. La concertation est réelle, elle s'organise.
Je serais évidemment ravi si mes collègues organisaient la concertation de la même façon sur les pensions avec les syndicats des ouvriers et sur la flexibilité du marché du travail. J'imagine que ce sera le cas.
Donc, ce soir, pour la septième fois, une longue liste d'amendements, portant sur des questions assez importantes, sera discutée. Je comprends aussi tous les soucis.
Collega's, laat ik duidelijk zijn, de gezondheidszorg staat onder druk, in een vergrijzende samenleving. Huisartsen staan onder druk en hebben meer steun nodig. Kinderartsen en psychiaters zouden beter vergoed moeten worden. Spoeddiensten worden overspoeld. We hebben de voorbije jaren een half miljard meer geïnvesteerd in de tandzorg. Ik wil echter wel dat de verantwoordelijken in de sector dat geld ook gebruiken voor de grootste noden. Dat wil ik ook. En wij zullen nog investeren in tandzorg.
De sector staat dus onder grote druk. Hervormingen zijn absoluut nodig. Ik begrijp dat er vandaag onrust is. Eerlijk gezegd, er zijn ook heel veel misverstanden en sommige zaken begrijp ik ook niet, collega's. Ik begrijp niet dat een vakbond een staking organiseert en zegt dat patiënten zullen worden geweigerd, omdat het onaanvaardbaar is dat wij frauduleuze facturen willen tegenhouden van jammer genoeg soms ook fraudeurs en oplichters in het systeem. Omdat we die facturen niet meer willen betalen, organiseert men een staking tegen patiënten. Dat is toch moeilijk te begrijpen. Omdat wij binnen de drie jaar echte excessen en overdrijvingen in supplementen, die boven op facturen komen, willen beperken, een staking organiseren tegen patiënten, is moeilijk te begrijpen. Ik begrijp dat alvast niet.
Daarover gaat het dus. Het gaat over tariefzekerheid voor patiënten. Het gaat over een correcte vergoeding voor artsen en voor tandartsen. Absoluut.
Mevrouw Gijbels, vorige legislatuur - u zat toen in de oppositie - hebben wij de terugbetaling voor tandartsen verhoogd van 950 miljoen euro naar 1,5 miljard, een toename van een half miljard euro. Ik wil het mogelijk maken dat men niet alleen nog meer kan investeren, maar ook – dit is om uw probleem op te lossen – dat men flexibelere tarieven kan werken. Daarover zegt niemand iets. Dat wil ik mogelijk maken. Dat zijn oplossingen, voor u en voor uw patiënten. Laten we daarover het overleg organiseren.
Organiseer toch geen staking, omdat men frauduleuze facturen niet langer wil betalen. Ik heb gelezen dat dat een rode lijn is voor een vakbond. Dat kan toch niet. Organiseer geen staking, omdat men binnen de drie jaar een limiet wil stellen aan absolute excessen, waardoor een bevalling in het ene ziekenhuis drie keer duurder is dan in het andere. Daar bent u het toch mee eens? U hebt dat immers in het regeerakkoord laten opnemen. Meer zelfs, ik moet dat probleem onmiddellijk aanpakken; ik doe het met vertraging. Dus (…)
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, voor alle duidelijkheid, als wij ijveren voor betere terugbetalingen, dan gaat het niet over betere terugbetalingen voor de artsen of de tandartsen, maar wel voor de patiënten. Ik wil de puntjes op de i zetten. Wij zijn het er volledig mee eens dat er hervormingen nodig zijn en dat er moet worden gestreden tegen fraude.
Daarvoor hebben we echter iedereen nodig. Ik hoop dat er geluisterd wordt. Het is essentieel dat het wederzijds vertrouwen opnieuw wordt opgebouwd. Ik denk ook dat we daar nog niet zijn. Ik hoop dat er constructief voort wordt gewerkt en dat we binnen de contouren van het regeerakkoord blijven.
Wat het staken betreft, komende maandag zal er actie worden gevoerd. Staken is niet natuurlijk voor een zorgverstrekker. Het is gelukkig ook heel uitzonderlijk. Het wijst op een grote bezorgdheid. Ik hoop dat patiënten er niet te veel last van zullen hebben en dat mijn collega-zorgverstrekkers er alles aan zullen doen om de uitgestelde zorg zo snel mogelijk in te halen.
Jean-François Gatelier:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Nous partageons au moins un point commun: je suis tout à fait d'accord avec vous sur le fait qu'il faut réformer nos soins de santé. Cela coûte de plus en plus cher. Je suis heureux de vous entendre dire que vous avez procédé à des concertations sept fois. Je vous en ai parlé de manière personnelle en vous disant quand même qu'un syndicat n'avait pas été informé avant le 3 juin. Dommage que la communication n'ait pas été suffisante, en tout cas pour tous. Enfin, passons sur cela. Nous allons essayer d'améliorer les choses.
Vous parlez de concertation. Je suis d'accord avec vous. Il faut de la concertation pour les pensions. Je renvoie aussi la balle: il faudrait également se concerter dans le secteur de l'emploi.
Continuons à réformer parce que, effectivement, il y a des abus, mais il ne faut pas faire payer à toute une profession les quelques abus qui restent finalement très rares. C'est comme les suppléments d'honoraires ultra excessifs; ils restent extrêmement rares, et la profession a vraiment le sentiment d'être stigmatisée.
En médecine, Hippocrate nous a légué un principe simple: primum non nocere . Premièrement, ne pas nuire. Et votre réforme, en l'état actuel, risque de nuire.
Julie Taton:
Merci beaucoup, monsieur le ministre, pour vos réponses.
J'ai envie de relever un point par rapport à tout ce qui vient d'être dit. Vous avez dit que la question était aussi d'avoir une rémunération correcte. Mais qu'entendez-vous par là? Cela reste quelque peu subjectif par rapport au travail de ces professionnels. Je pense que s'ils prennent le temps de faire un jour de grève, compte tenu de leurs responsabilités, c'est qu'il y a un vrai souci.
Nous sommes ravis d'entendre que vous allez encore prendre le temps, pour une septième fois, de communiquer et d'échanger avec eux. La concertation est clairement la clé. Nous avons vraiment besoin de ce secteur.
Irina De Knop:
"Wat nu op tafel ligt, laten wij niet passeren. Nonkel Frank is dingen aan het doen die niet afgesproken waren. Ik snap dat de artsen dit niet pikken." Vooraleer u boos wordt op mij, mijnheer de minister, dat zijn niet mijn uitspraken, maar die van uw coalitiepartner, de N-VA. Tussen haakjes, die had in plaats van zo te brullen in de media en te piepen in het Parlement, perfect mijn motie vorige week kunnen goedkeuren. Daarin staat – ik lees het nog eens voor -: "We vragen het ontwerp van kaderwet in te trekken."
Mijnheer de minister, ik verneem dat u punten en komma's in de kaderwet wijzigt en die telkens opnieuw blijft voorleggen. Dat is het beste bewijs dat u eigenlijk niet luistert.
Het is niet zomaar een staking, mijnheer de minister. Het is een waarschuwing.
Voorzitter:
Ik heb goed nieuws, collega’s. De mogelijkheid om deel te nemen aan de geheime stemmingen wordt met een half uur verlengd. Sommigen hebben niet de mogelijkheid gehad om te stemmen, dus die mogelijkheid wordt hen nu geboden. U zult daar ongetwijfeld gebruik van maken.
-
Vraag: De kaderwet waarmee de deur opengezet wordt naar staatsgeneeskunde
Vraag: De noodzaak van overleg in het kader van de hervorming van de gezondheidszorg
Vraag: De ereloonsupplementen
Vraag: Het risico voor de medische vrije beroepen in het kader van het voorontwerp van kaderwet
Vraag: De ongerustheid bij de artsen
Vraag: Het voorontwerp van kaderwet
De kaderwet waarmee de deur opengezet wordt naar staatsgeneeskunde
De noodzaak van overleg in het kader van de hervorming van de gezondheidszorg
De ereloonsupplementen
Het risico voor de medische vrije beroepen in het kader van het voorontwerp van kaderwet
De ongerustheid bij de artsen
Het voorontwerp van kaderwet
Hervorming Gezondheidszorg en Medische Beroepen. summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister Vandenbroucke ontkent dat zijn hervorming van de gezondheidszorg leidt tot staatsgeneeskunde en benadrukt dat de therapeutische vrijheid en conventiekeuze behouden blijven, maar de oppositie en coalitiepartners beschuldigen hem van top-down beleid, gebrek aan overleg en een autoritaire aanpak die artsen demotiveert en patiënten in gevaar brengt. De kern van het conflict draait om ereloonsupplementen (symptoom) versus structurele hervormingen (nomenclatuur, ziekenhuisfinanciering, eerlijke vergoedingen), waarbij de minister belooft eerst de tarieven te herzien (2026-2028) alvorens supplementen aan te pakken—maar artsen voelen zich niet gehoord en vrezen voor wachtlijsten, bureaucratie en kwaliteitsverlies. De sfeer is grimmig, met dreigende stakingen en een diep wantrouwen tussen sector en overheid, terwijl alle partijen claimen dezelfde doelen (betaalbare, kwaliteitsvolle zorg) na te streven. De concertatiekloof en haastige communicatie verergeren de polarisatie, met als inzet wie de regie over de zorg behoudt: de politiek of de beroepsgroep.
Irina De Knop:
"Ik sta perplex van uw vraag. U ziet echt spoken," zo luidde uw antwoord tijdens een vragenuurtje, eind maart, mijnheer de minister. U deed er zelfs een beetje lacherig over. Maar voor mij en ook voor heel veel mensen in de sector was het toen al bittere ernst. Ook toen al was duidelijk dat het pad naar staatsgeneeskunde ingeslagen was. U was formeel: daar was niets van aan. Meer dan 25.000 artsen hadden het absoluut bij het verkeerde eind. Ze zagen spoken. Mijnheer de minister, u gaat met een hele sector in conflict om uw model, dat van socialistische staatsgeneeskunde, door te duwen.
Het is ook schandalig hoe u artsen aanvalt. U focust nu in al uw interventies op de ereloonsupplementen. Dat doet het goed bij uw achterban. Maar u weet zeer goed, mijnheer de minister – u bent intelligent - dat die slechts een symptoom zijn. De echte uitdaging is een hervorming van het ziekenhuislandschap, de financiering en de nomenclatuur. Maar daar begint u niet mee. Daar hebt u het bijna niet over. Volgens collega Bertels is het trouwens allemaal in kannen en kruiken.
Mijnheer de minister, u hebt vandaag een hele sector tegen u. Zou het kunnen dat er echt iets grondig fout is met uw beleid? Of zien we opnieuw spoken?
Kiest u nu echt voor ruzie met een beroepsgroep die niet ruziemaken, maar mensen helpen in zijn DNA heeft? Drijft u het zover dat het tot een staking komt, mijnheer de minister?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, je m'exprime aujourd'hui en tant que médecin généraliste mais aussi au nom de nombreux soignants interpellés, comme moi, par votre avant-projet de loi-programme. Ce texte, qui touche au cœur de notre système de santé, suscite autant de questions sur le fond que sur la méthode employée.
Vous le savez, les soins de santé sont une priorité pour les Engagés. Nous avons défendu et obtenu le refinancement, même dans un contexte budgétaire extrêmement tendu, parce que nous croyons qu'une médecine de qualité, accessible à tous est un pilier essentiel de justice sociale.
Oui, nous soutenons le renforcement du conventionnement, la limitation des suppléments, le recours au tiers payant. Oui, nous partageons le besoin de simplification et de meilleure coordination, pour des médecins devant les patients, pas devant leurs écrans.
Mais toute réforme, aussi légitime soit-elle, ne peut être menée sans concertation. Et aujourd'hui, plusieurs organisations représentatives du secteur disent n'avoir pas été consultées avant la communication publique de votre projet. C'est là que le bât blesse.
Si la réforme est nécessaire, elle doit être coconstruite. La politique responsable, c'est écouter ceux qui vivent les réalités du terrain et non décider en huis clos, toutes écoutilles fermées. La politique, ce n'est pas faire la leçon, c'est tirer des leçons.
Monsieur le ministre, nos médecins, nos soignants sont déjà sous tension. Ils veulent être entendus, pas mis devant le fait accompli. Leur implication est une condition sine qua non à la réussite de toute réforme. Sans eux, rien ne tiendra.
Mes questions sont donc simples et essentielles. Allez-vous renforcer la concertation avec les acteurs de terrain afin de garantir une réforme qui réponde à la fois aux besoins des patients et aux réalités quotidiennes du monde médical?
Comment vous engagez-vous à éviter toute dérive vers une uniformisation rigide et une déconnexion des réalités du terrain, que les Engagés refuseront catégoriquement? Nous voulons une réforme juste, construite avec les soignants.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, de ereloonsupplementen waren de voorbije dagen een belangrijk thema. De afbouw ervan staat ook in het regeerakkoord. Er is echter een belangrijke maar. Het is belangrijk dat men, wanneer men een doelwit heeft, onderweg eerst de obstakels wegwerkt. Mijnheer de minister, u kent die obstakels. Het gaat om de manier waarop artsen vandaag worden vergoed, die vaak niet in overeenstemming is met de realiteit, en om de ziekenhuisfinanciering, die helaas niet duurzaam is en zelfs de kwaliteit in het gedrang kan brengen. Voor cd&v is het uiteraard belangrijk dat de betaalbaarheid voor elke patiënt wordt gegarandeerd. Het kan voor ons niet dat een patiënt die honderden euro’s extra kan betalen, voorrang voor een consultatie op een patiënt die dat niet kan, krijgt.
We moeten wel beginnen bij het begin. De dominoblokjes moeten in de juiste volgorde vallen. Er zijn nog heel wat hervormingen waarop de sector en de patiënten wachten. Het is dan ook niet aanvaardbaar dat vandaag een conflict escaleert ten koste van zeer kwetsbare patiënten. Het is niet aanvaardbaar dat patiënten de krant vandaag openslaan en lezen over een mogelijke staking, terwijl ze zich in een van de meest kwetsbare periodes van hun leven bevinden.
Daarom wil ik hier toch beklemtonen, mijnheer de minister, dat het belangrijk is om met respect voor de sector het overleg aan te gaan. Er moet respect zijn voor alle actoren aan tafel: de ziekenhuizen, de zorgverstrekkers en de patiënten, die niet het slachtoffer mogen worden. Ik roep u dan ook op tot overleg en hoop dat u snel tot een akkoord kunt komen. Mijn vraag is dan ook helder: wat heeft het overleg van vanochtend met de artsenorganisaties opgebracht?
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, nous avons souvent mis en avant la performance de notre système de soins. Il est fondé sur l'autonomie professionnelle, la liberté de choix et la responsabilisation de tous les acteurs.
Depuis la publication de votre avant-projet, nous percevons des inquiétudes très fortes quant au sens des réformes proposées et quant à leur compatibilité avec l'accord de gouvernement. Rarement les prestataires de soins ont ressenti un tel sentiment, un tel climat de déconsidération. Vous avez déjà réagi en affirmant que sans réforme, il ne sera pas possible de maintenir des soins de qualité accessibles à tous. Sans doute avez-vous raison, mais encore faut-il alors que ces réformes aillent dans le bon sens.
Ce n'est pas le cas de la suppression du conventionnement partiel, qui aboutirait à réduire le nombre de conventionnés et allongerait les délais pour obtenir un rendez-vous, suite à la suppression de nombreuses consultations. Ce n'est pas le cas non plus de la suppression et de la limitation des primes INAMI aux seuls conventionnés qui transforme ces incitants à la qualité et à l'innovation en vulgaires outils de pression. Ce n'est pas le cas non plus du plafonnement extrême du supplément d'honoraires, qui ne peut s'envisager sans la réforme de la nomenclature, sans la réforme du financement des hôpitaux, à moins de provoquer des difficultés financières majeures pour un très grand nombre d'entre eux. Ce n'est pas le cas non plus d'une mesure visant à lier le financement des organisations professionnelles au nombre de membres conventionnés, mesure qui bafoue l'indépendance des syndicats et qui pousse un libéral à rappeler l'importance du droit syndical à un ministre socialiste. Ce n'est pas non plus le cas lorsqu'on utilise l'indexation des prestations comme moyen de pression.
Les prestataires de soins ont le sentiment d'assister à une dérive autoritaire de la gestion du système de santé et à une difficulté d'établir une réelle concertation.
Monsieur le ministre, comment comptez-vous rétablir un climat de confiance avec les prestataires de soins? Quand allez-vous présenter les réformes indispensables reprises dans l'accord de gouvernement?
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, steeds meer mensen zijn ongerust omdat ze moeilijk een dokter vinden. We horen regelmatig dat men het gevoel heeft dat er hogere prijzen worden gevraagd of dat er minder wordt terugbetaald. Ook de dokters zijn vandaag ongerust, omdat ze vrezen dat de voorstellen die in het voorontwerp van kaderwet staan de leefbaarheid van hun beroep in gevaar zullen brengen en dus ook de zorg voor hun patiënten.
De uitdagingen zijn vandaag inderdaad niet min. We moeten de juiste recepten vinden om onze zorg betaalbaar te houden en daarover moeten we met alle belanghebbenden samen nadenken. Dit voorontwerp van kaderwet zorgt voor veel onrust, ook omdat een aantal maatregelen niet in het regeerakkoord staan. Ik denk bijvoorbeeld aan het beperken van de supplementen voor ambulante zorgen voor wie niet geconventioneerd is. Voor sommige disciplines kan dat grote problemen opleveren, omdat de officiële tarieven niet zijn aangepast aan de werkelijke kosten van de behandelingen. Ook dat is niet ten bate van de patiënten. Ook een aantal andere voorgestelde maatregelen kunnen voor ongewensten effecten zorgen, zoals het verdwijnen van de partiële conventie. We moeten erover waken dat er daardoor geen vlucht van artsen uit de ziekenhuizen ontstaat.
Mijnheer de minister, de ongerustheid bij de artsen is bijzonder groot. Er is zelfs sprake van stakingsbereidheid. Dat is iets wat ik in mijn carrière als zorgverstrekker nog nooit heb meegemaakt. Ik denk echter dat we dezelfde doelstellingen hebben. We willen namelijk een kwaliteitsvolle en duurzame gezondheidszorg. De patiënt is degene waarrond het moet draaien. Ook dokters en andere zorgverstrekkers hebben diezelfde doelstelling, daar ben ik voor 100 % van overtuigd.
Bent u bereid om te luisteren naar hun bezorgdheden? Zult u de constructieve voorstellen die worden geformuleerd door de zorgverleners meenemen?
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, uw zogenaamde hervormingswet zet de medische wereld in rep en roer. U belooft een modernisering van de gezondheidszorg, maar in de praktijk krijgen we iets totaal anders. Het gaat om een door en door centralistisch model waarin u, als hoofdrolspeler, de tarieven, de afspraken en het ritme van de zorgverlening bepaalt, zonder ruimte te laten voor een echte dialoog en zonder regionale autonomie.
Een golf van terechte onrust trekt momenteel door de zorgsector. Het regent open brieven en opiniestukken van bezorgde zorgverleners. Men voelt zich niet gehoord. Men verliest het vertrouwen. Uw hervorming staat voor een afbraak van onze kwaliteitsvolle zorg. Uw hervorming is een machtsgreep. In die zin gaat het inderdaad om een hervorming, maar ze houdt geen verbetering in.
Zorgverleners worden verplicht zich te conformeren aan centrale regels, met sancties als ze daarvan afwijken. Het overlegmodel wordt uitgehold. De vrijheid van conventie wordt gerelativeerd. U kunt bovendien binnenkort het RIZIV-nummer van tegendraadse zorgverleners afnemen. Dat zagen we reeds tijdens de coronacrisis. Wie het overheidsnarratief durfde te betwisten, werd kaltgestellt, gebroodroofd. Hallucinant en vooral dictatoriaal. U doet dat onder het mom van efficiëntie en toegankelijkheid.
We weten evenwel waar dat toe leidt: ellenlange wachtlijsten, burn-outs bij artsen, een bureaucratisch monster dat zorg op maat onmogelijk maakt. Dat zijn geen doembeelden, mijnheer de minister, dat is de realiteit in landen die die weg reeds zijn opgegaan, zoals het Verenigd Koninkrijk, zoals Nederland.
Twee vragen, mijnheer de minister. Wie wordt er beter van deze hervorming? De patiënt op de wachtlijst, de overwerkte zorgverlener of uzelf en uw kabinet, de technocraat in Brussel? Een tweede vraag, die misschien al half is beantwoord, is of dat alles eigenlijk wel doorgesproken is met alle coalitiepartners.
Frank Vandenbroucke:
Collega's, deze regering moet belangrijke hervormingen doorvoeren op het vlak van werkloosheid, pensioenen, arbeidsmarkt en gezondheidszorg. Die laatste is een sector waarin we ook zeer sterk investeren. Het betreft hervormingen die van iedereen inspanningen vragen. Zoals steeds bij ingrijpende hervormingen ontstaat er veel onrust en zijn er veel vragen. Daarom is zeer goed overleg nodig. Dat zal deze regering moeten organiseren, zowel wat betreft de arbeidsmarkt en de pensioenen als zeker ook de gezondheidszorg.
Het doel is duidelijk, namelijk betaalbare gezondheidszorg en een eerlijke, correcte vergoeding voor zorgverleners, met name artsen. We zijn al bijna drie jaar bezig met de voorbereiding van een fundamentele hervorming en verbetering van de artsenvergoedingen. We gaan de erelonen volledig herbekijken en in evenwicht brengen. Het kan niet dat kinderartsen, jeugdpsychiaters of geriaters systematisch minder goed worden bedeeld dan bijvoorbeeld radiologen of nefrologen.
We treffen daarvoor al drie jaar lang voorbereidingen. We hebben focusgroepen opgericht met talloze artsen en specialisten die daarover aan tafel zitten. Dat proces is lopende. Ik zal ook heel 2026 besteden aan overleg en onderhandelingen over een beter en eerlijk systeem van erelonen.
Collega's, natuurlijk is er iets dat daarmee samenhangt. Als de erelonen, de officiële tarieven, echt het anker en de spil van het systeem moeten zijn, dan moet men het natuurlijk ook eens zijn over de mate waarin daarvan kan worden afgeweken en over de manier waarop daarover wordt onderhandeld. Dat brengt ons bij de vraag naar het conventiemodel en de visie op ereloonsupplementen.
Alles wat het regeerakkoord daarover voorstelt en wat ik hier probeer in uitvoering te brengen, moet volgens het regeerakkoord tegen eind 2025 als wetgeving klaar liggen. Dat proberen we te realiseren. Tegelijkertijd heb ik aan de betrokken artsen gezegd dat de hervorming van het conventiemodel en de ereloonsupplementen iets is dat pas vanaf 2028 van kracht zal worden.
We moeten inderdaad eerst heel veel tijd en energie steken in eerlijke en correcte erelonen, echter op voorwaarde dat we het er op voorhand over eens zijn dat dit het anker van het systeem is. Als men het daar op voorhand niet over eens is, dan weet men eigenlijk niet waarover men overlegt en onderhandelt.
Mevrouw De Knop, u ziet dus inderdaad spoken. Er verandert echt niets aan het zelfstandige karakter van de meeste artsen, niets aan de therapeutische vrijheid, niets aan het besluitvormingsmodel in de Medicomut. Wat daarover verteld wordt, is gewoon onjuist, want daar verandert niets aan. Integendeel, de vrije keuze voor de conventie blijft behouden. Integendeel, ik stel voor dat de geconventioneerde arts meer flexibiliteit en vrijheid krijgt in zijn tarieven en niemand vermeldt dat. Dat is nochtans wat ik voorstel. Daar verandert dus niets aan.
Van staatsgeneeskunde is geen sprake en ik ben daar alleszins hartgrondig tegen, net zoals mevrouw Sneppe. Ik zou meteen een petitie ondertekenen waarin werd vastgesteld dat een minister eigenhandig artsen van de rol kan schrappen. Dat is totaal van de pot gerukt, want dat staat nergens. Ik denk wel dat als een arts bijvoorbeeld ernstig verslaafd is – wat soms gebeurt, net zoals bij andere mensen in de samenleving – en een gevaar vormt voor zijn patiënten, men moet kunnen zeggen dat die arts niet langer mag factureren. Anders blijven patiënten denken dat die arts nog steeds actief is.
Collega's, de overdrijvingen of excessen inzake supplementen bij een kleine minderheid moeten eruit. Men krijgt het niet uitgelegd dat een bevalling in het ene ziekenhuis 700 euro aan ereloonsupplementen betekent en in een ander ziekenhuis 2.200 euro. Men kan evenmin uitleggen dat een appendicitis in het ene ziekenhuis 450 euro aan ereloonsupplementen kost en in een ander ziekenhuis 2.500 of 3.500 euro. Daar moeten we afspraken over maken, met de bedoeling goede en betaalbare zorg te garanderen.
Par ailleurs, la concertation est organisée. Je l’ai initiée de manière informelle en avril. L’architecture de cette proposition, certes sans les détails et les chiffres, a été présentée à tous les acteurs à ce moment-là.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. We hebben afgesproken dat we de spreektijden vandaag strikt respecteren.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, volgens u zie ik spoken. Welnu, ik meen dat u liegt. Als u verklaart dat de vrijheid van artsen niet aan banden wordt gelegd met uw nieuwe kaderwet, dan liegt u.
U hervormt niet; u zoekt ruzie. U bouwt geen bruggen; u blaast ze op. U luistert niet; u duwt uw visie gewoon door. En dan zouden wij, in de oppositie, spoken zien? Uw collega's van de arizonapartijen zien in dat geval ook spoken. Ik heb namelijk heel goed geluisterd naar wat zij u hier hebben gevraagd.
Het is inderdaad juist dat dringend werk moet worden gemaakt van een correcte vergoeding. Begin daar dan mee! Daar wachten we net op. We wachten op een hervorming van de lonen, niet op wat hier nu gebeurt.
Dat de N-VA meewerkt aan die staatsgeneeskunde die wij nu (…)
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos explications, même si elles ont été écourtées.
Je ne reviendrai pas sur le fond de votre avant-projet, parce qu'il me faudrait au moins 30 ou 40 minutes et que M. le président n'est pas prêt à me les accorder. Cela dit, je tiens absolument à insister sur la forme. Les acteurs de terrain demandent à être consultés. J'ai entendu que vous parliez du mois d'avril. En tout cas, il m'est revenu que certains syndicats n'avaient pas été informés avant le 3 juin. Cela met quelque peu le feu aux poudres. Il faut absolument consulter le secteur, car cette réforme l'inquiète véritablement.
Ce qui est en jeu, monsieur le ministre, ce n'est pas simplement une réforme budgétaire ou administrative, mais une nouvelle vision de la médecine – sur laquelle je suis prêt à travailler avec vous, parce qu'il est vrai qu'il faut voir les choses différemment. Oui, cette réforme est nécessaire, mais elle ne doit pas être pragmatique; elle doit être respectueuse et tenir compte des acteurs du terrain.
Monsieur le ministre, vous pouvez compter sur moi et Les Engagés, mais les médecins et les soignants le peuvent également pour que nous servions de relais déterminé s'ils sont mis de côté.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, afgaande op uw antwoord lijkt het enigszins op een gecreëerd conflict. Daarnet, tijdens mijn vraagstelling, heb ik gezegd dat het belangrijk is om de dominostenen op de juiste manier te laten vallen. In uw antwoord hoor ik nu dat dat inderdaad de wijze is waarop u te werk wilt gaan.
Het is dan wel zonde en jammer dat er in de pers werd geschreeuwd, geroepen en getierd dat de ereloonsupplementen zouden worden beperkt, zonder te spreken over de broodnodige hervormingen die daaraan moeten voorafgaan. Het is zonde dat de zorgsector vandaag in chaos verkeert. Het is zonde dat patiënten vandaag met heel wat angst zitten.
Mijnheer de minister, ik hoop oprecht dat u dat rechtzet en dat u het afgesproken tempo aanhoudt: eerst de duurzame hervormingen, daarna verdergaan.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, (…) pas contre tout ce qui est repris dans l'accord de l'Arizona. Mais ce n'est pas exactement ce qui se trouve dans votre projet. Et cela, pour nous, n'est pas acceptable. Démolir le conventionnement partiel serait une grave erreur pour l'organisation des soins. Limiter les suppléments à des taux que vous fixez dès maintenant, en dehors de la réforme de la nomenclature, en dehors de la réforme du financement des hôpitaux, ne repose sur aucun fondement! Voilà ce que nous regrettons.
Nous assistons aujourd'hui à un découragement et à un désengagement des professions de santé, à un moment où on doit augmenter l'attractivité de ces professions. Et c'est un grave problème. Il faut absolument que l'on rétablisse une collaboration correcte avec le corps médical et que l'on évite des dérives bureaucratiques et coercitives.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, het is niet goed als er een tweespalt tussen burgers en zorgverstrekkers ontstaat. Er moet vertrouwen zijn, ook ten aanzien van de regering. We willen geen staking. U wilt geen staking, ik wil geen staking; patiënten willen geen staking en eigenlijk willen de zorgverstrekkers dat zelf ook niet. We kunnen er alleen samen uitkomen en dat is echt in het belang van onze patiënten.
Mijnheer de minister, natuurlijk moet misbruik eruit, moet verspilling eruit, maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien. Ik ben ervan overtuigd dat u ook de zorg op een juiste manier op de rails wilt zetten, waarbij we behouden wat vandaag bewezen heeft goed te werken, zoals de vrijheid van het beroep van de zorgverstrekker.
Er zal nog heel wat overleg nodig zijn over de gevolgen van de hervorming op het terrein. Ik wil ook aandringen om dat in de juiste volgorde af te werken. Ik vraag u om intensief overleg met de zorgsector te voeren. De N-VA zal haar werk doen in het overleg tussen de kabinetten. We hopen van harte dat dit op een heel constructieve (…)
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, ze liegen, geen staatsgeneeskunde, het zijn misverstanden, angsten, ingegeven door desinformatie. Wat roept u nog meer in? Met alle respect, het wantrouwen komt niet van een of andere obscure groep op sociale media, maar komt van het terrein zelf, van artsen, verpleegkundigen, specialisten, patiëntenverenigingen. Zij voelen wat u blijkbaar niet ziet of niet wilt zien: de patiënt wordt van die hervormingen de dupe. De patiënt verdient een zorgverlener die tijd mag nemen, die mag nadenken, die vrij mag handelen om zorg op maat te bieden. De zorgverlener verdient vertrouwen van de patiënt, maar zeker ook van u, van de overheid. Deze regering maakt van artsen bureaucraten en van patiënten nummers. Onze patiënten verliezen. Onze zorgverleners verliezen. Vlaanderen betaalt. Stop deze waanzin.
-
Vraag: De stijgende onrust bij de artsen
gezondheid en welzijnDe stijgende onrust bij de artsen
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister Vandenbroucke (Volksgezondheid) botst met artsensyndicaten die hem monoloog, wantrouwen en salamitechniek verwijten, met klachten over gedwongen beleidsvolging, afhankelijke financiering en demonisering (bv. meldpunt ziektebriefjes). Hij benadrukt noodzakelijke hervormingen en dialoog, maar de sector ziet geen structurele oplossingen (bv. uitgestelde nomenclatuurhervorming) en vreest een duurzaam tekort van €500 miljoen in 2026. De kern: conflict tussen topdown-beleid en sectorweerstand, met risico op verder vertrouwenverlies en zorgondermijning.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u bent 100 dagen ver in uw tweede termijn als minister van Volksgezondheid. U hebt dus al vijf jaar de tijd gehad om aan een vertrouwensband met onze zorgverstrekkers te bouwen. Althans, ik zou denken dat zij ondertussen uw natuurlijke partners zijn.
Jammer genoeg moeten we vaststellen dat dat niet zo is, mijnheer de minister. De artsen voelen zich niet gehoord. Dat lazen we gisteren nog eens in een persbericht van de artsensyndicaten. Het was niet het eerste persbericht; het zal wellicht ook niet het laatste zijn. Het klinkt ondertussen echt wel als een noodkreet.
Ik citeer uit hun bericht: "Waar een dialoog zou moeten plaatsvinden, wordt gebotst op een monoloog." Ik denk dat het over u gaat, mijnheer de minister.
Voor ons is het heel duidelijk. Het fundamentele probleem waar de artsen tegen aanbotsen, is uw model van conflict en wantrouwen. Ik begrijp niet dat u niet kiest voor een model van samenwerking. U had al ruzie met de huisartsen. U holt hun functie uit. U zorgt ervoor dat de teleconsultaties worden afgeschaft.
Nu verplaatst het zich naar de artsensyndicaten. Niet voor niets hebben zij hun krachten gebundeld en hebben zij een persbericht uitgestuurd waarin ze vijf rode lijnen trekken ten opzichte van het beleid dat u voert. Als u het mij vraagt, is dat redelijk harde taal voor een doorgaans zachte sector.
Mijnheer de minister, mijn vraag is duidelijk. Zult u het conflict blijven opzoeken, vanuit uw eigen grote gelijk? Of zult u eindelijk stoppen met preken en spreken?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw De Knop, we moeten investeren in onze gezondheidszorg, maar we moeten ook hervormen, en grondig hervormen. Als we de dingen op hun beloop laten, zal het geld niet terechtkomen waar de grootste noden zich bevinden. Als we ruimte willen creëren om aan nieuwe noden tegemoet te komen, is hervorming echt noodzakelijk. Daarover spreek ik.
Sinds het aantreden van de nieuwe regering heb ik al verschillende keren op het hoogste niveau samengezeten met vertegenwoordigers van alle artsenorganisaties. Ik heb hun overigens al maanden geleden gevraagd om met voorstellen te komen en ik heb geluisterd naar die voorstellen. Voor zover er voorstellen zijn, zal ik daarop voortbouwen. Ik zal die dialoog ook voortzetten, want die is absoluut noodzakelijk.
Ik denk overigens dat ook de achterban van de artsenorganisaties die mening deelt. We moeten samen investeren in de gezondheidszorg en samen hervormen. Niemand kan zich daaraan onttrekken, de politiek niet, maar ook de artsenorganisaties niet. De uitnodiging om met voorstellen te komen, om daar samen werk van te maken en erover te overleggen, blijft dus gelden. We zullen op dat pad verdergaan.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, de sector zegt nee tegen uw salamitechniek. U wilt duidelijk een voorafname doen door het conventiemodel gewoon door te duwen, zonder de nomenclatuur en de ziekenhuissector te hervormen. De artsensyndicaten verwijten u trumpiaans gedrag, omdat u hun financiering afhankelijk wilt maken van de mate waarin ze uw beleid volgen. Niet ik zeg dat, zij zeggen dat, mijnheer de minister. U wilt een meldpunt voor foutieve ziektebriefjes, u demoniseert de artsen, u holt een functie uit die nochtans cruciaal is in onze gezondheidszorg. Inderdaad, het tekort voor 2026 loopt inmiddels op tot een half miljard euro; dat lazen we vandaag nog in de kranten. Op die manier zal het gezondheidsbeleid niet op een duurzame manier hervormd kunnen worden. Of wilt u misschien een gezondheidszorg zonder artsen, mijnheer de minister?
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Irina De Knop als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Voorstel van resolutie over de veroordeling van de invoering van de doodstraf in Israël (1492/2)
Voorstel van resolutie over de veroordeling van de invoering van de doodstraf in Israël (1492/2)
Bekijk dossier 1492
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot opheffing van de tewerkstellingsbeperkingen voor studentenjobs (369/5)
Wetsvoorstel tot opheffing van de tewerkstellingsbeperkingen voor studentenjobs (369/5)
Bekijk dossier 369
-
Voorstel: Voorstel van resolutie met betrekking tot de atherosclerotische hart- en vaatziekten (ASCVD's) (145/7)
Voorstel van resolutie met betrekking tot de atherosclerotische hart- en vaatziekten (ASCVD's) (145/7)
Bekijk dossier 145
Stemmingen
Recente stemmingen van Irina De Knop in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Stemming over amendement nr. 9 van Steven Coenegrachts cs op artikel 7. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 10 van Steven Coenegrachts cs op artikel 11. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 11 van Steven Coenegrachts cs op artikel 12. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 12 van Steven Coenegrachts cs op artikel 13. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 7 van Patrick Prévot cs op artikel 19. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 8 van Patrick Prévot cs tot invoeging van een artikel 20(n). details → | nee |
| Geheel van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties details → | ja |
| Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten details → | ja |
| Wetsontwerp tot wijziging van de programmawet (I) van 24 december 2002 details → | ja |
| Voorstel van resolutie betreffende de invoering van teletreinwerken details → | nee |
Commissies
Irina De Knop is lid van de volgende commissies.