Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Jeroen Bergers in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De hervormingen bij de brandweer
Vraag: Het statuut van de brandweerlieden
Vraag: De gemeenschappelijke aankoopcentrale van de brandweer
veiligheid, justitie en defensieDe hervormingen bij de brandweer
Het statuut van de brandweerlieden
De gemeenschappelijke aankoopcentrale van de brandweer
Brandweerhervormingen, statuut en aankoopcentralisatie summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De brandweervakbonden kondigden een staking aan wegens onvrede over de hervormingsplannen, met name het statuut en pensioenen, terwijl minister Quintin benadrukt dat hij herhaaldelijk overleg uitnodigde maar de bonden weigerden constructief mee te werken. Cd&V (Demon) en MR/N-VA (Bergers) steunen de moderniseringsplannen zoals Vrijwilliger 2.0, een aankoopcentrale voor goedkoper materiaal en fiscale voordelen voor overuren, maar kritiseren het gebrek aan draagvlak door onvoldoende betrokkenheid van vakbonden in het nationaal brandweerorgaan. Éric Thiébaut (oppositie) bekritiseert de hervormingen als "antisociaal" en noemt de budgetverhogingen ontoereikend voor klimaatgerelateerde rampen, terwijl Bergers de minister aanmoedigt door te zetten en parlementsleden oproept de bestaande wetsvoorstellen voor fiscale verbeteringen snel goed te keuren. Quintin wijst op structurele budgetverhogingen, lopend sociaal overleg in Comité C en concrete stappen zoals de aankoopcentrale, maar betreurt dat vakbonden ondanks uitnodigingen niet deelnemen aan klankbordmomenten.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, naar aanleiding van de geplande hervormingen hebben de brandweervakbonden gisteren een staking van onbepaalde duur aangekondigd. Ons land telt meer dan 16.900 brandweerlieden, vrouwen en mannen die elke dag het beste van zichzelf geven. Ongeveer drie vierde van hen zijn vrijwilligers. Zonder hen kunnen onze brandweerkorpsen niet werken.
Toch zien we het aantal vrijwillige brandweerlieden jaar na jaar stelselmatig dalen. Dat is volgens ons een probleem. Cd&v steunt de ambitie van de regering om het personeelsbeleid te moderniseren met Vrijwilliger 2.0, het nieuwe statuut van de hulpverlener, meer autonomie voor de zones bij aanwervingen en een betere eindeloopbaan voor onze brandweerlieden. Dat zijn stuk voor stuk goede maatregelen, mijnheer de minister.
Een goed plan zonder draagvlak blijft echter dode letter. Daar zit vandaag duidelijk een probleem. De vakbonden voelen zich te weinig en te laat betrokken bij de voorstellen. Ook het feit dat zij niet vertegenwoordigd zijn in het nationaal brandweerorgaan speelt daarin mee.
Voor cd&v speelt het middenveld een absolute sleutelrol. Zonder sociaal overleg is er geen goed beleid. Het is aan u om alle betrokkenen samen te brengen en gehoor te geven aan de brandweerlieden en vrijwilligers die zich elke dag opnieuw inzetten voor onze veiligheid.
Ik heb dan ook maar twee vragen voor u. Welke initiatieven zult u nemen om het sociaal overleg opnieuw vlot te trekken? Hoe schat u de impact in van de aangekondigde staking op de operationele werking?
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, avant toute chose, je crois qu'il faut saluer l'engagement remarquable de nos pompiers durant cette période caniculaire. Ils sont à la disposition des citoyens jour et nuit et travaillent dans des conditions particulièrement difficiles.
Malheureusement, le nombre de pompiers diminue dans ce pays depuis des années. Beaucoup de zones de secours connaissent de grosses difficultés de recrutement, en particulier – je le sais en tant que président de zone – pour recruter des pompiers volontaires, qui sont pourtant vraiment nécessaires au fonctionnement des services de secours. Voilà des années que je plaide dans ce Parlement pour améliorer le statut des pompiers et l'attractivité du métier. J'ai même fait approuver une résolution à l'unanimité de ce Parlement, qui va dans ce sens.
Aujourd'hui, vous le savez, les pompiers ont déposé un préavis de grève nationale. En vérité, le problème est que les discussions qu'ils ont avec vous portent essentiellement sur une remise en question de leur statut et de leur pension. Évidemment, c'est inacceptable pour eux. Monsieur le ministre, comment réagissez-vous à ce préavis de grève? Quand allez-vous répondre aux attentes de nos pompiers? Avez-vous déjà fixé un agenda pour une nouvelle concertation avec les acteurs de terrain?
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onze brandweerlieden tonen enorme moed daar waar er problemen zijn. Als andere mensen vluchten en zich in veiligheid brengen, gaan zij het gevaar tegemoet, in het belang van de veiligheid van onze bevolking.
Er zitten heel veel hervormingen in de pijplijn om het brandweerberoep aantrekkelijker te maken. De vraag is hoe we dat gaan betalen. Op dat vlak hebt u een zeer goed initiatief genomen, dat u onlangs ook hebt aangekondigd op de Nationale Brandweerconferentie, namelijk de oprichting van een gemeenschappelijke aankoopcentrale, om via groepsaankopen de kostprijs van het materiaal voor onze brandweerlieden te doen dalen. Het is immers al lang een doorn in het oog van onze overheid, van onze fractie, maar ook van de brandweerzones, dat zij tot 30 % meer betalen voor hetzelfde materiaal dan in Frankrijk.
U wilt ook het statuut aantrekkelijker maken en verbeteren voor de brandweer. Op dat vlak is het cruciaal dat zowel beroepsbrandweerlieden als vrijwillige brandweerlieden dezelfde fiscale vrijstellingen krijgen voor overuren als bij flexi-jobs. Er ligt al een wetsvoorstel klaar, zowel van de MR-fractie als van de N-VA-fractie, om dat te realiseren. Dat gaat dus de goede kant op.
U doet ook zeer veel voorstellen om de opleiding flexibeler te maken en om meer respect voor onze brandweer te tonen. Onze vraag aan u is dan ook wat u concreet in de komende periode op dat vlak wilt realiseren. Hoe wilt u bijvoorbeeld die aankoopcentrale financieren?
Ik wil vooral ook een oproep doen aan de vakbonden, want ik vind niet dat men u kan verwijten dat u niet in overleg wilt gaan. We hadden die Nationale Brandweerconferentie, u organiseert vandaag opnieuw een groot overlegmoment. Mijn oproep aan de vakbonden is dan ook om in overleg te gaan in plaats van te staken.
Bernard Quintin:
Messieurs les députés, si quelqu'un reconnaît l'engagement exceptionnel dont font preuve nos pompiers, c'est bien moi. Ils le font au quotidien. Et je sais aussi combien leur métier est dangereux, pour l'avoir vu au quotidien, parfois dans des conditions absolument dramatiques.
L'objectif de ce gouvernement est clair: renforcer nos services d'incendie et leurs moyens humains et matériels pour protéger au mieux notre population, et aussi prendre des mesures pour protéger nos pompiers qui, en effet, font trop souvent l'objet d'agressions. C'est entre autres l'intérêt de les doter de bodycams.
Mais ce renforcement passe par un financement renforcé. Les moyens fédéraux alloués aux pompiers ont été augmentés de 17,5 millions d'euros par an, de manière structurelle. Et les dotations de l'ensemble des zones de secours seront indexées à partir du 1 er janvier 2027 de manière automatique. Cela a été fait, et contrairement à ce que j'ai pu entendre ici parfois, c'est bien structurel.
Cela passera également par du personnel, volontaire ou professionnel, disponible et toujours mieux formé.
In uitvoering van het regeerakkoord heb ik het BB-SPB, dat bij koninklijk besluit belast is met de officiële vertegenwoordiging van de brandweer op federaal niveau, gevraagd samen met het werkveld en met alle betrokken partners de doelstellingen van het regeerakkoord concreet voor te bereiden met het oog op de politieke besluitvorming.
Dit resulteerde eind 2025 in een conceptnota, opgesteld via verschillende thematische werkgroepen. Gedurende het volledige traject werden alle stakeholders uitgenodigd op diverse klankbordsessies, waar de voortgang werd toegelicht en feedback verzameld werd. Ook de syndicale organisaties werden daarvoor uitgenodigd. De opmerkingen van verschillende deelnemers werden telkens zorgvuldig afgewogen en waar mogelijk verwerkt in de opeenvolgende versies van de nota.
Depuis la remise du rapport fin 2025, mon cabinet a mené des analyses supplémentaires sur le plan social, financier et juridique. Sur cette base, je chargerai prochainement l’administration d’élaborer plus en détail les propositions qui recueillent le plus large soutien afin d’aboutir à une réglementation concrète, qui fera ensuite l’objet d’une concertation formelle telle que prévue par les textes.
Gisteren organiseerde ik bovendien het brandweerconclaaf. De vier workshops hebben bijkomende inzichten opgeleverd over de loopbaan van zowel vrijwilligers als beroepsbrandweerlieden en over de samenwerking tussen de vrijwilliger, de hulpverleningszone en de hoofdwerkgever. Ik stel evenwel vast dat de vakorganisaties ervoor hebben gekozen niet constructief deel te nemen aan dat traject en ik betreur dat. Nochtans heb ik hen herhaaldelijk uitgenodigd voor overleg, meest recent nog vorige week. Ik heb hen ook persoonlijk ontvangen. Het nationaal bureau van de brandweervrijwilligers heeft daarentegen actief meegewerkt aan zowel een conceptnota als het conclaaf.
Je regrette donc que les syndicats aient une nouvelle fois renoncé hier à participer aux travaux qui avaient précisément pour but d'associer au maximum tous les acteurs de terrain à l'élaboration des politiques à venir pour leur secteur. Je peux inviter des gens, nous sommes encore dans un État de droit libéral. Je ne peux pas les obliger de venir ni les obliger à participer constructivement aux discussions.
De plus – et il convient de le souligner face à ce que j’entends parfois sur la concertation sociale –, le dialogue social formel se poursuit activement, y compris au sein du Comité C. Plusieurs réunions se sont déjà tenues cette année et une prochaine est prévue le 10 juillet. Je me réjouis donc de poursuivre ce dialogue constructif. Nous continuerons à travailler avec les acteurs de terrain, pour le terrain, aux côtés de toutes celles et tous ceux qui souhaitent travailler avec nous.
Mijnheer Bergers, met betrekking tot uw vraag over de aankoopcentrale kan ik u meedelen dat ik gisteren op het conclaaf met de brandweer nogmaals mijn wens – om het diplomatisch uit te drukken – heb gedeeld om de verdere uitbouw van de aankoopcentrale te verwezenlijken. Ik heb mijn administratie opgedragen – dat is minder diplomatisch – dit verder uit te werken om het zo spoedig mogelijk te kunnen implementeren en misschien zo naar de 21 e eeuw te evolueren.
En Belgique, une autopompe de pompiers coûte environ 30 % plus cher qu’en France. Pourquoi? Parce que, dans chaque zone de secours, chacun pense pouvoir faire mieux que son voisin et disposer d’un matériel plus performant. Pourtant, lorsqu’il s’agit de matériel de base, la logique est implacable: définir un standard commun de qualité et centraliser les achats permettrait de réaliser des économies, qui sont actuellement plus que nécessaire.
Franky Demon:
Dank u voor de antwoorden, mijnheer de minister.
De brandweerlieden staan mijns inziens voor een hete zomer. Waarschijnlijk zullen er wel wat hevige branden zijn.
Overstromingen kunnen er komen. En ook op festivals zullen de brandweerlieden nodig zijn.
Mijnheer de minister, iedereen is het er dan ook over eens dat deze hervormingen nodig zijn om van de brandweer een aantrekkelijkere werkgever te maken. Ook het aantal vrijwilligers moeten we op peil houden. Wij steunen u daarin volmondig.
Ik herhaal echter mijn oproep om in goed overleg te gaan met de vakbonden. We hebben in de vorige legislatuur het nationaal brandweerorgaan opgericht. De bonden waren vanaf het begin ongerust over het feit dat ze er niet in vertegenwoordigd waren. Ik denk alvast dat u dat opnieuw moet evalueren. In de tussentijd moeten we proberen om waar mogelijk antwoorden te bieden op hun bezorgdheden. Ik denk dat we samen met hen van die hervormingen een succes kunnen maken. Dank u wel.
Éric Thiébaut:
Monsieur le ministre, après les militaires, après les policiers, ce sont maintenant les pompiers qui dénoncent les mesures antisociales de votre gouvernement.
Les augmentations de budget pour nos services de secours ne sont pas suffisantes – clairement; et je pense que c’est irresponsable, dans la mesure où l’on sait que nos services vont devoir faire face de plus en plus souvent à des catastrophes naturelles résultant du dérèglement climatique.
Monsieur le ministre, j'espère que vous allez changer votre fusil d’épaule et que vous allez entendre les revendications de nos pompiers, qui garantissent chaque jour la sécurité de nos citoyens.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onze brandweerlieden tonen uitzonderlijke moed en staan ook voor uitzonderlijke tijden. U neemt maatregelen en investeert in onze brandweer. U hebt ervoor gezorgd dat de werkingsmiddelen van onze hulpverleningszones verankerd worden en geïndexeerd. U zorgt er met de aankoopcentrale voor dat eindelijk het prijsverschil tussen materiaal bij ons en in Frankrijk daalt. Doe dus voort, mijnheer de minister. Werk verder, mijnheer de minister en collega's. Er ligt een wetsvoorstel van collega Verkeyn voor, er ligt een wetsvoorstel van collega Piedboeuf voor, om ervoor te zorgen dat onze beroepsbrandweerlieden en onze vrijwillige brandweerlieden een flexibeler fiscaal regime krijgen, dat hun extra uren worden gelijkgesteld met flexi-jobs. Dat zijn goede wetsvoorstellen. Laten we niet alleen naar de minister kijken, maar ook onze eigen verantwoordelijkheid nemen en die wetsvoorstellen goedkeuren.
-
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
Vraag: De onderwijsprotesten en het geweld
Vraag: Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
Vraag: De rellen in Brussel
Vraag: De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
Vraag: De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
Vraag: De uit de hand gelopen betoging in Brussel
Vraag: De rellen in Brussel
veiligheid, justitie en defensieDe manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De rellen tijdens de betoging van het Franstalig onderwijs
De onderwijsprotesten en het geweld
Het geweld tijdens de manifestaties van leerlingen
De rellen in Brussel
De relschoppers en het geweld tijdens de voorbije demonstraties
De manifestaties tegen de besparingen in het Franstalig onderwijs en het politiegeweld
De uit de hand gelopen betoging in Brussel
De rellen in Brussel
Geweld en protesten tegen besparingen in Franstalig onderwijs en politieoptreden in Brussel summaryExplanationBeantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Raoul Hedebouw
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait rond de escalerende rellen tijdens onderwijsprotesten in Brussel, waarbij zowel politiegeweld als vandalisme door relschoppers centraal staan. Linkse partijen zoals PS en Ecolo bekritiseren disproportioneel politieoptreden tegen vreedzame betogers, waaronder minderjarigen, en eisen transparantie over klachten over excessief geweld, terwijl ze de onderliggende woede over onderwijshervormingen benadrukken. Rechts en Vlaams-nationalistisch (Vlaams Belang, N-VA) wijzen de schuld aan "allochtone relschoppers" en extreemlinks, pleiten voor hardere strafmaatregelen zoals casseur-payeur en bootcamps, en beschuldigen PVDA van betrokkenheid bij het geweld. Minister Quintin (MR) verdedigt de politie, belooft onderzoek naar beide kanten maar benadrukt dat "wie kapotmaakt, betaalt", terwijl hij de democratische legitimiteit van de hervormingen verdedigt en oproept tot respect voor politiebevelen, ondanks kritiek op gebrek aan de-escalatie en kinderbescherming.
Voorzitter:
Gelet op het aantal vragen heeft de minister gevraagd of hij 7,5 minuten antwoordtijd krijgt. Naar goede gewoonte wordt de repliektijd ook met het helft verhoogd.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le ministre, dans une démocratie comme la nôtre, manifester est un droit et défendre son école ne doit pas être un crime. Ce n'est pas un crime!
Depuis des semaines, des milliers d'enseignants, de parents et de jeunes, profondément choqués par la situation de l'enseignement en Fédération Wallonie-Bruxelles, descendent dans la rue pour défendre, pacifiquement et souvent avec beaucoup de créativité et d'originalité, l'avenir de l'école francophone.
Pourquoi? Parce qu'ils refusent le démantèlement progressif de leur enseignement; parce qu'ils refusent que l'on sacrifie la qualité de l'école, les conditions de travail des enseignantes et des enseignants, ou que l'on durcisse les conditions d'accès à l'enseignement supérieur ou universitaire; parce qu'ils ont le sentiment aussi de ne jamais être entendus, de faire face à une absence de concertation, à un manque de considération et, surtout, à beaucoup de mépris.
Alors, soyons clairs: ceux qui cassent, qui incendient, qui agressent, doivent être poursuivis et sanctionnés. Mais soyons tout aussi clairs: quelques casseurs ne feront jamais taire des milliers de manifestants pacifiques.
Rappelons-le: nos policières et nos policiers effectuent un travail essentiel pour la cohésion sociale et la vie en société; et la très grande majorité l'accomplit avec sérieux et respect.
Mais les vidéos qui circulent depuis une semaine nous ont aussi montré une violence inouïe dans le chef de certains policiers. Quand des mamans sont plaquées au sol, quand des gamins de 14 ans sont gazés, menottés et humiliés, quand des insultes racistes, sexistes, transphobes ou homophobes sont prononcées, il s'agit bien plus que d'une simple accumulation de faits isolés.
Des enquêtes ont rapidement été ouvertes et doivent faire toute la transparence. C'est nécessaire, mais ce n'est pas suffisant. Monsieur le ministre, ma question est claire et elle est simple. Qu'allez-vous tirer comme leçons des événements de ces dernières semaines en ce qui concerne le maintien de l'ordre public? Qu'allez-vous faire? Quels actes allez-vous poser pour faire en sorte qu'il n'y ait pas d'impunité (…)
Ortwin Depoortere:
Mijnheer de minister, ik hoop dat u goed op uw stoel zit. Ik hoop ook dat de collega’s de adem even inhouden, want ik heb hier een symbool mee dat volgens extreemlinks de opmars van het rechtsextremisme moet aantonen binnen de politie: een kruisje. Ongelooflijk. Dat is de wereld op zijn kop. Want wat hebben we in de afgelopen dagen meegemaakt, hier in Brussel? Brandstichting, vandalisme, blind geweld, plundering van winkels, vernielingen, tot en met het aanvallen van onze brandweerdiensten.
Neen, niet de politie moet geviseerd worden, het allochtoon crapuul moet geviseerd worden. Ik ben dus blij dat sommige individuele politici de ogen openen. De heer Rousseau heeft het Vlaams Belangvoorstel overgenomen om bootcamps in te richten. De heer Francken heeft een goed voorstel van het Vlaams Belang overgenomen om die allochtone relschoppers te doen betalen voor de schade die ze aangericht hebben. Dat zijn goede gezondverstandvoorstellen, die ook in daden moeten worden omgezet.
Ik houd echter mijn hart vast, want slechts 23 van deze relschoppers zijn ter beschikking gesteld van het parket. Ze worden dus nog niet vervolgd, ze zijn gewoon ter beschikking gesteld.
Ik vraag me dus af, mijnheer de minister, waar de zogenaamde taskforce is, die zo goed recht en orde zou brengen in Brussel? Waar is de premier eigenlijk? Ik heb de premier, Bart De Wever, zelfs nog niet gehoord over deze rellen.
Ik vraag u dus, mijnheer de minister, wanneer zal deze regering erkennen dat allochtonen in samenwerking met extreemlinks de oorzaak zijn van de systematische rellen? Wanneer zal deze regering de grote middelen inzetten om hier paal en perk aan te stellen?
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Depoortere.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, cela fait maintenant des mois que des enseignants, des directeurs d'école, des parents et des jeunes se mobilisent pour défendre un enseignement de qualité. Ils se mobilisent parce que le MR – votre parti – et Les Engagés veulent faire travailler davantage les enseignants gratuitement, réduire les moyens consacrés à l'enseignement et augmenter le minerval à 1 200 euros. Ils se mobilisent parce qu'ils refusent un enseignement à deux vitesses et qu'ils veulent préserver un enseignement accessible à tous. Le gouvernement sait qu'il n'a pas de soutien pour sa politique, c'est pourquoi il a forcé le vote illégalement.
C'est dans ce contexte que se sont déroulés les événements de jeudi et du week-end. Et je vais être très clair pour éviter tout malentendu: je me distancie totalement de ceux qui sont venus pour agresser des pompiers ou brûler des trottinettes et des abribus. Mais vous conviendrez comme moi, monsieur le ministre, que les agissements d'une minorité ne peuvent servir à justifier ce qui a suivi: des parents qui racontent avoir sorti une enfant de 13 ans d'un nuage de gaz, les yeux rouges et gonflés, au bord du malaise. Nous avons entendu des témoignages de jeunes filles traitées de "sales putes" par des policiers. Des enseignants frappés alors qu'ils encadraient leurs élèves. Des directeurs d'école qui disent simplement: "Nous avions peur, nous ne comprenions même pas ce qui nous arrivait." Le Comité P constate lui-même une hausse des plaintes pour usage disproportionné de la force et d'agressivité de certains policiers. Il rappelle aussi qu'avec des mineurs, le réflexe de protection de l'enfant doit être appliqué systématiquement.
La grande majorité des personnes présentes étaient là parce qu'elles avaient analysé la réforme et qu'elles en voient les conséquences. Elles se sont mobilisées pour défendre l'avenir de notre société.
Monsieur le ministre, j'ai deux questions. Quelles mesures allez-vous prendre pour faire toute la lumière sur les interventions policières visant des jeunes et des enseignants lors de ces mobilisations? Estimez-vous ces interventions proportionnées? Êtes-vous préoccupé par l'effet dissuasif que de telles pratiques peuvent avoir sur le droit de manifester et, en particulier, sur des mineurs?
François De Smet:
Monsieur le ministre, arrêtons de dire que ce qui s'est produit jeudi dernier, ce sont des émeutes. Les mots ont un sens. Ce que Bruxelles mais aussi Namur ou d'autres endroits ont connu, ce sont d'abord des manifestations d'enseignants, d'élèves mais aussi de parents, près de 3 000 personnes qui ont protesté contre des mesures qu'ils ressentent comme profondément injustes, prises par une majorité MR-Engagés, majorité Azur ou plutôt has been , en Fédération Wallonie-Bruxelles.
C'est aussi une colère contre une méthode, un passage en force au mépris du règlement démocratique de l'institution parlementaire de la Fédération. Mais l'écrasante majorité de ces jeunes, de ces profs, a manifesté pacifiquement. On a même vu des enseignantes former des chaînes humaines, parfois pour protéger leurs élèves, mais aussi pour faire barrage aux casseurs. Cela aussi, c'est la réalité de cette manifestation. Oui, il faut le dire, des casseurs s'y sont invités et infiltrés, le plus souvent étrangers au mouvement, convoqués par les réseaux sociaux avec des cocktails Molotov prêts à l'emploi. Et soyons clairs, monsieur le ministre, chacun d'eux doit être identifié, poursuivi et doit payer pour les dégâts. Là-dessus, aucune complaisance: sur le principe du casseur-payeur, nous vous soutiendrons.
Mais il y a l'autre versant. Et là encore, comme pour les profs, comme pour les jeunes, ne jetons pas le bébé avec l'eau du bain! La majorité des policiers font bien leur travail, qui est difficile. Mais oui, hélas, il y a aussi eu un usage interpellant de gaz et de matraques face à des cortèges remplis d'adolescents. Il y a eu un recours à la technique de la nasse, pourtant jugée illégale. Il y a eu des insultes inqualifiables proférées par quelques policiers pour lesquels des plaintes ont été déposées au Comité P.
Monsieur le ministre, estimez-vous qu'il y a eu, oui ou non, juste proportion des moyens utilisés? Condamnez-vous l'usage de la nasse et les propos tenus par certains agents? Votre circulaire "réflexe mineur" que vous avez prise en mai dernier a-t-elle été respectée et comment comptez-vous l'évaluer? Il est temps, monsieur le ministre, pour vous, mais aussi pour nous, de réconcilier l'ordre et la concorde..
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, wat was dat met die betogingen vorige week? Een paar tientallen relschoppers, die immers niet kwamen om te betogen, zijn erin geslaagd een vredevol protest te kapen met vernielzucht en brutaliteit. Fietsen en steps gingen de brandstapel op. Winkelruiten en bushokjes werden volledig gesloopt. Voorbijgangers werden bekogeld met kasseien. U zult er als brave betoger maar tussenlopen.
De politie trad op. Dat was nodig. Ik heb er alle respect voor want dat zal wel niet evident zijn. Er waren echter ook meldingen van disproportioneel optreden van de politie.
Collega’s, dat kan ook niet. Vooruit rekent er dan ook op dat elke klacht ernstig wordt genomen en grondig wordt onderzocht. Of iemand nu op straat komt omdat hij of zij bezorgd is om het onderwijs, de koopkracht of het klimaat, wie op straat komt om zijn stem te laten horen, moet dat altijd en overal veilig kunnen doen.
Laat mij duidelijk zijn. Jonge gasten die op straat komen om hun stem te laten horen, is fantastisch. Ik heb dat zelf ook nog gedaan toen ik op de middelbare school zat. Mijn eerste betoging was hier in Brussel tegen de oorlogspolitiek van Bush. Dat was fantastisch. Ik heb daarvoor zelfs gespijbeld. Ik verontschuldig mij daarvoor. Ik was een jaar of zestien.
(…) : (…).
Brent Meuleman:
Ik geef het toe. Ik was een jaar of zestien. Echter, hier in Brussel liep deze week een mannetje van dertien jaar met een bus benzine tussen relschoppers op een betoging.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u zich nog kunt herinneren wat u deed toen u dertien jaar was. Toen ik dertien jaar was, was ik, als ik niet op school of thuis was, aan het voetballen op het pleintje of zat ik in de jeugdbeweging. Ik wil hier niet veralgemenen. Het gaat om uitzonderingen. Die rotte appels zijn enkelingen. Ik heb echter twee vragen voor u.
Wat zult u doen tegen die relschoppers die keer op keer vreedzame protesten om zeep helpen? Zal er een onderzoek komen naar de meldingen van disproportioneel politiegeweld?
Voorzitter:
Mijnheer Meuleman, zo ziet u maar wat er van iemand komt die spijbelt. Dan belandt hij hier.
Victoria Vandeberg:
Monsieur le ministre, dans une démocratie, manifester est effectivement un droit fondamental mais, par contre, casser ne l'est pas, et cela devient une fâcheuse habitude. À chaque manifestation, des dégradations de biens publics sont à constater, du fait de casseurs ou de manifestants qui viennent exercer leur droit fondamental. Ici, une étape supplémentaire a été franchie: plusieurs jeunes, étrangers à l'objet de la manifestation, ont pénétré par effraction dans une enceinte démocratique. Ces personnes ne défendaient pas la cause mais ne faisaient que l'abîmer.
Si le maintien de l'ordre suppose évidemment de la fermeté, il suppose aussi de la proportionnalité, et c'est cette double exigence qui fonde la confiance dans l'État de droit. Mais justement, parce que nous sommes dans un État de droit, chacun doit aussi en respecter les règles, et celles et ceux qui sur le terrain représentent cet État de droit, ce sont les policiers, qui ont également le monopole de l'usage légal de la contrainte.
Dans ce débat, monsieur le ministre, il ne faut donc pas les oublier. Lors de ces débordements, des policiers sont aussi blessés physiquement, parfois psychologiquement. En première ligne, ils sont pris pour cibles, insultés et confrontés à des moments de tensions extrêmes.
Valoriser le métier de policier, c'est aussi rappeler que, derrière l'uniforme, il y a des femmes et des hommes qui exercent une mission difficile mais essentielle au maintien de l'ordre public et à celui de nos libertés. Dans ce contexte, plusieurs outils peuvent être mis en œuvre pour mieux documenter les faits, identifier les fauteurs de troubles, agir plus rapidement.
Quel bilan, monsieur le ministre, tirez-vous de ces manifestations? Connaissez-vous le nombre de policiers qui ont été blessés lors de celles-ci? Quel rôle les bodycams pourraient jouer pour davantage objectiver les interventions et protéger à la fois les citoyens et les policiers? Qu'attendez-vous concrètement des prochaines semaines pour identifier et responsabiliser les fauteurs de troubles?
Claire Hugon Lecharlier:
"Je suis un des plus grands défenseurs du droit de manifester". Monsieur le ministre, ces mots, c'est vous qui les avez prononcés il y a quelques jours. L'affirmer, c'est bien, mais encore faut-il que les actes suivent. Pour l'instant, j'avoue que je les cherche encore.
La liberté de manifester est sous pression. Jeudi, des professeurs et leurs élèves qui venaient rejoindre la manifestation ont fait demi-tour en voyant l'important dispositif policier déployé. Ils ont donc été dissuadés d'exercer leur droit. Jeudi et les jours qui ont suivi, des centaines de manifestants pacifiques ont été confrontés à des réponses disproportionnées de la part de la police. Nasses, gaz lacrymogènes, coups de matraque, contrôles, arrestations, chiens non muselés, interventions de policiers qui, pour beaucoup d'entre eux, ne portaient ni nominettes ni matricules.
Je ne doute pas que vous allez faire la liste des dégradations et des infractions commises en marge des manifestations. Bien entendu, les auteurs de ces actes doivent faire l'objet de réponses adéquates de la part des autorités, de réponses ciblées, individualisées et proportionnées. Pour l'instant, ce n'est pourtant pas ce que nous avons vu. Nous avons vu des actions collectives, des interventions indiscriminées et disproportionnées. Cela justifie que l'on parle de violences policières. La deuxième chose qui m'inquiète, c'est le développement d'un récit qui prive les enfants et les jeunes du droit d'exprimer leur opinion. On conteste leur légitimité à avoir un avis sur des réformes qui les concernent directement. "Ils n'avaient qu'à être devant leurs cahiers." "S'ils sont ici, ce ne sont pas des enfants, mais des criminels."
Où va-t-on avec de tels propos? Le droit de manifester bénéficie aux mineurs au même titre qu'aux adultes. Ils doivent même bénéficier de protections particulières lorsqu'ils exercent leurs droits. Nous savons, par exemple, que les gaz lacrymogènes peuvent être plus dangereux pour les enfants.
Monsieur le ministre, je voudrais donc vous demander quel bilan vous tirez de la gestion des dernières manifestations par la police. Quelle a été l'articulation entre vous et le bourgmestre de Bruxelles dans cette gestion? La gestion négociée de l'espace public demeure-t-elle la doctrine privilégiée? Que comptez-vous mettre en place pour que nos concitoyens n'aient pas peur de venir exprimer leur opinion dans la rue? Le Comité P demande un "réflexe enfant" dans les interactions avec la police. Quelle suite comptez-vous donner à cette recommandation?
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, wat we in Brussel hebben gezien, was opnieuw onaanvaardbaar. We moeten zeggen opnieuw, want we schrikken er zelfs niet meer van. Deze keer is de onderwijshervorming de aanleiding, de volgende keer zal het iets anders zijn.
Wat zien we telkens na die rellen? We zien telkens dat sommigen de rellen proberen goed te praten of de relschoppers zeker niet kordaat veroordelen. Anderen kiezen ervoor stoere verklaringen af te leggen in de pers en nieuwe ideeën te lanceren. De relschoppers zouden naar het leger moeten gaan of naar bootcamps. U vraagt in de krant om een nieuwe wet casseurs-payeurs , zodat relschoppers de schade zouden moeten betalen. Elk goed wetsontwerp dat daarvoor voorligt, zullen wij vanuit onze fractie steunen.
We mogen echter niet vergeten dat de huidige wetgeving al heel wat mogelijkheden biedt. U kunt relschoppers nu al de schade laten betalen. Er is geen nieuwe wet nodig om gemaskerde personen uit betogingen te halen. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende probleemfiguren preventief een plaatsverbod op te leggen. Er is geen nieuwe wet nodig om bepaalde groeperingen verantwoordelijk te stellen voor het systematische geweld tijdens hun betogingen. Er is geen nieuwe wet nodig om bijkomende gevangenisplaatsen te creëren. Er is geen nieuwe wet nodig om gekende groeperingen beter op te volgen. Er is geen nieuwe wet nodig om hoge boetes uit te schrijven. Er is geen nieuwe wet nodig om gewelddadige betogers collectief te vervolgen in plaats van individueel. Er is geen nieuwe wet nodig om snelrecht toe te passen.
Mijnheer de minister, mijn vraag over de rellen is dan ook heel duidelijk. Hoeveel mensen zijn er sindsdien aangehouden? Welke gevolgen hebben de feiten tot nu toe voor hen gehad? Hoe zult u de straffeloosheid aanpakken? Niet met nieuwe ideeën en nieuwe wetsontwerpen, maar op basis van de bestaande wetten, die we vooral veel meer en veel beter moeten handhaven. Ik dank u.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, we zien nu al enkele maanden dat elk protest in dit land gekaapt wordt door extreemlinkse bendes die vandalisme plegen en, nog frappanter, door extreemlinkse bendes die gesteund worden door de PVDA. Ik geef een overzicht. Het is zeer lang, maar het is nodig.
Een van de organisatoren van Mars Attacks, betrokken bij de recente rellen in Brussel, is Pauline Forges, voormalig kandidaat van de PVDA. Op VRT NWS verklaarde ze onomwonden dat het goed is dat de revolutie bezig is en dat geweld daarbij hoort. Progress Lawyers Network, het advocatennetwerk van de PVDA, vertegenwoordigt al die relschoppers en gaat zelfs in toga mee betogen. Dat is hallucinant.
Er is ook het vandalisme dat we aan de UGent zagen. Woordvoerder Youlian Burnham is lid van de PVDA. Basile Peeters, een andere vandaal, is ook lid van de PVDA. De woordvoerder van die vandalen aan de UGent is bovendien dezelfde woordvoerder als die van Code Rood, dat al verschillende bedrijven in dit land heeft gevandaliseerd. Daardoor kon de EU-commissaris voor Defensie afgelopen week zelfs geen bedrijf in Herstal bezoeken, omdat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Dat is een absolute blamage voor dit land.
Er is ook goed nieuws, mijnheer de minister. U ziet dat de heer Hedebouw hier met de peut zit. Deze week zijn immers een aantal kameraden, collega's van hem, geconfronteerd met een huiszoeking en worden ze eindelijk vervolgd. Dat is historisch en goed nieuws. Dank u dat de federale politie eindelijk capaciteit vrijmaakt om de strijd tegen extreemlinks geweld te voeren, mijnheer de minister.
Hoe zult u die strijd nog versterken? Zult u ook onderzoek voeren naar de financiële stromen achter dat geweld? We moeten onze veiligheid immers kunnen garanderen tegenover dat extreemlinks geweld van de PVDA.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u hebt 7,5 minuten om te antwoorden op de diverse opmerkingen.
Bernard Quintin:
Mesdames et Messieurs les députés, je vous remercie pour vos différentes questions. Les débordements auxquels nous avons assisté en marge des protestations des derniers jours étaient évidemment inacceptables. Notre capitale a une nouvelle fois été saccagée, d'autres villes ont également été abîmées, et ce n'est malheureusement plus un cas isolé – j'y reviendrai.
Alleen al in Brussel is de materiële schade aanzienlijk: minstens acht politievoertuigen werden beschadigd, een ruit van een MIVB-bus werd ingegooid en aan het station Brussel-Centraal werden tientallen elektrische fietsen en deelsteppen in brand gestoken. Ook publieke infrastructuur, privaatvoertuigen en een grootwarenhuis liepen schade op.
Afgelopen donderdag en vrijdag alleen al werden in Brussel, volgens informatie die mij werd bezorgd, 36 gerechtelijke arrestaties verricht, waarvan 29 minderjarigen betroffen. Er waren ook 106 administratieve arrestaties, waarvan 99 minderjarigen betroffen.
Je souhaite être très clair d'emblée: nos concitoyens n'ont pas à payer pour les méfaits de groupes d'agités. Conformément aux engagements pris au sein de la majorité, le principe du "casseur-payeur" doit pleinement et rapidement être appliqué. Le coût des dégradations doit être récupéré auprès de celles et ceux qui sont responsables des violences et des dommages qu'ils ont causés. C'est très simple: qui casse paye. Punt. Basta. Pas besoin d'en parler plus longuement.
We stellen vast dat de relschoppers zich alsmaar vaker mengen onder vreedzame betogers, niet om hun stem te laten horen, maar om geweld te plegen, schade aan te richten en de stad kort en klein te slagen. Ook in het verleden zagen we dat hardleerse amokmakers naar Brussel afzakten om betogingen te kapen en vandalisme en geweld te plegen. Voor de hardliners en recidivisten moeten we een manifestatieverbod afkondigen.
Mesdames et messieurs les députés, le 4 juin, un fait m'a particulièrement marqué. Dans un contexte tendu depuis le début de la journée, des délinquants se sont introduits dans un parlement par effraction. Chacun de nous doit prendre la mesure de ce que cela signifie: une institution élue démocratiquement par le peuple a été attaquée par la force, alors même, ironie du sort, que les manifestants étaient harangués depuis les fenêtres de cette même assemblée.
C'est une attaque contre notre démocratie, c'est un fait politique grave, c'est tout simplement inadmissible – ici comme de l'autre côté de l'Atlantique, d'ailleurs – et cela doit tous nous indigner. Depuis plusieurs mois, à chaque manifestation, des faits de violence doivent malheureusement être déplorés. Ces faits ne peuvent jamais, au grand jamais, être justifiés ni cautionnés. Il est aussi de la responsabilité de l'ensemble de la classe politique d'appeler au calme.
Je peux tout à fait entendre que les mesures adoptées – à un autre niveau de pouvoir, par ailleurs – puissent ne pas susciter l'adhésion au sein d'une partie de la population. Mais il faut également pouvoir reconnaître que les différents gouvernements de ce pays disposent d'une majorité dans les assemblées pour voir notre pays se réformer. C'est là aussi un principe fondamental de la démocratie, et cela doit valoir que l'on soit dans la majorité ou dans l'opposition.
Mesdames et messieurs les députés, je constate depuis plusieurs jours des déferlantes de haine envers nos corps de police. Comme je le répète à chaque fois, je veux une police respectable et respectueuse. Comme à chaque fois, la police est contrôlée par les organes internes et par ceux de votre Parlement. Mais surtout, elle est soumise aux réseaux sociaux et à leurs regards souvent biaisés. Comme chaque fois, des enquêtes ont été lancées par la zone de police de Bruxelles chargée du dispositif d'ordre sur son territoire. Oui, elles seront menées avec le plus grand sérieux et, comme chaque fois, les conclusions seront tirées par les autorités. Nous prenons nos responsabilités à cet égard. Manifestement, nous n'avons pas la même lecture des chiffres du Comité P pour ce qui concerne ces faits. Toutefois, je le répète encore une fois, je veux une police respectée.
Sommigen hier zouden zich de moeten stellen welk signaal we geven wanneer een volledig korps van 10.000 mannen en vrouwen publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? Dezelfde mannen en vrouwen zijn bij manifestaties geregeld het doelwit zijn van geweld, maar trekken elke dag opnieuw hun uniform aan om ons te beschermen, soms met gevaar voor eigen leven.
Nous les soutenons. Nous les soutenons quand ils agissent. Nous les soutenons quand ils sont attaqués et blessés, que ce soit sur le plan juridique ou le plan psychologique. Et oui, les bodycams doivent aussi aider à protéger nos policiers et, en effet, à livrer une image de ce qu’il se passe réellement sur le terrain sans que cela soit biaisé.
Mesdames et messieurs les députés, oui, la majorité des manifestants sont venus exercer calmement leur droit légitime à contester, tout comme l’immense majorité des policiers ont exercé leur métier avec une totale probité et un grand professionnalisme.
Mais permettez-moi de rappeler ici un principe somme toute assez simple. Quand la police donne un ordre, il faut le respecter. C’est aussi simple que cela.
(Applaudissements.)
Comme je l’ai déjà répété à de multiples reprises: oui, en tant que libéral et ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, je serai toujours défenseur des libertés fondamentales, de la liberté d’expression et du droit de manifester. Mais vous me trouverez pareillement toujours, comme l’ensemble de ce gouvernement, sur le chemin de ceux qui, par la multiplication des débordements, semblent vouloir faire de la société un champ de ruines, parfois par bêtise, mais de plus en plus souvent par une option politique de chaos.
Ja, we voeren de strijd tegen de extremen verder, ook op het terrein van de financiële geldstromen.
Nous ne laisserons jamais le diktat de la violence s'imposer.
Je vous remercie. Ik dank u.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse. Comme je l'ai dit tout à l'heure, au Parti socialiste, les choses sont claires: aucune violence ne sera jamais acceptée, ni dans la rue, ni de la part de policiers ou de policières, ni au sein d'enceintes parlementaires telles que notre Parlement et cette séance plénière. La violence peut aussi, monsieur le ministre, chers collègues, résider dans les décisions politiques qui sont prises et dans la manière dont elles sont communiquées à une partie de la population.
Monsieur le ministre, j'ai entendu que des enquêtes sont en cours, qu'elles devront être menées à leur terme et que des sanctions devront être prises. Il y va, je pense, de l'image, du crédit, mais aussi du respect dû aux forces de l'ordre. En effet, dans une démocratie, dans un État de droit, comment combattre la violence et l'insécurité lorsque celles et ceux qui doivent protéger sont perçus, ou peuvent être perçus, comme une menace par une partie pacifique de la population?
On ne peut pas rester aveugle face aux images qui circulent depuis une semaine. On ne peut pas rester sourd aux témoignages de parents, d'enseignants, d'avocates et d'avocats, de professeurs d'université qui ont analysé les faits et les images et qui nous ont dit clairement qu'il y avait eu un problème de proportionnalité et de technique dans la manière dont le maintien de l'ordre a été assuré ces dernières semaines. Je vous remercie de votre attention.
Ortwin Depoortere:
Collega's, valt het u ook op? De minister niet, de linkse partijen al zeker niet, maar zelfs de N-VA heeft het er niet over. Er is één taboe in dit Parlement, namelijk wat de oorzaak van die rellen is. Wat is de systematiek van die rellen? Hoofdzakelijk allochtone relschoppers zijn keer op keer verantwoordelijk voor de vernielingen, het vandalisme, het geweld. Dat is het failliet van de multiculturele samenleving. We zien dat in alle West-Europese steden. Dat is het rechtstreekse gevolg van de ongebreidelde massa-immigratie, waar deze en de voorgaande regeringen schuldig aan is en waren.
Ironisch genoeg stemmen we vandaag over het omvolkingspact, dat nog meer massa-immigratie in de hand zal werken, een omvolkingspact dat het volk niet wil. De meer dan 50.000 ondertekenaars van de petitie tegen het omvolkingspact bewijzen dat. Het volk wil geen nieuwe immigratie, het volk wil remigratie en het kan daarvoor rekenen op het Vlaams Belang.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, vous avez parlé pendant sept minutes et demie. Vous avez dit qu'un fait vous avait particulièrement marqué. Moi j'ai pensé que c'était le fait que des mineurs de 14 ans se sont retrouvés dans la rue. Non, pas du tout, pas un mot. Vous n'avez même pas pris le temps de parler de tous ces mineurs.
Vous avez parlé des vidéos qui seraient des regards biaisés. Elles ne sont pas biaisées, monsieur le ministre. Elles montrent les dysfonctionnements.
Et puis, vous avez parlé des casseurs payeurs. Voilà votre réponse. Est-ce vraiment votre réponse à celles et ceux qui se mobilisent pour l'enseignement? Est-ce votre réponse aux directeurs d'école qui ont eu peur pour leurs élèves et leur établissement? Aux enseignants – je suis un fils de prof – qui demandent simplement les moyens d'instruire correctement? Et aux jeunes à qui on dit tous les jours qu'ils ont le droit à la parole et qui, quand ils l'exercent, se font gazer?
Et je le dis clairement, ce débat concerne également la police. Je suis en contact, comme vous, monsieur le ministre, avec de nombreux policiers qui font leur travail correctement, professionnellement, et qui ne se reconnaissent pas dans les images, dans les témoignages qu'on a vus ces derniers jours.
Ce qu'on attend de votre part, monsieur le ministre, ce n'est pas une défense aveugle ni un déni, mais de la clarté, de la transparence et des règles respectées. Parce que ce n'est pas un débat police versus jeunes, c'est un débat de la confiance démocratique. Et on ne va pas restaurer la confiance avec des camps de redressement militaire, ça ne marche pas. Si vous avez de l'argent, mettez-le dans l'enseignement. Votre solution, c'est toujours plus de répression; et, ça, ça montre votre faiblesse.
François De Smet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Concernant les casseurs: qui casse paye, on est d'accord, n'ergotons pas là-dessus.
J'aurais préféré, par contre, entendre de vous une plus grande distanciation par rapport à la petite musique qu'on entend dans votre majorité depuis quelques jours. Quand on entend parler à ce point d'émeutes, de racailles ou de camps de rééducation, c'est qu'on rate, à mon avis, une partie du diagnostic.
Vous avez rappelé que, quand la police donne un ordre, il faut évidemment le respecter. Bien sûr, et on a besoin d'une police qui soit davantage respectée. Mais, si on a demain une police dont les citoyens – et je parle des honnêtes citoyens – ont de plus en plus peur, nous aurons vraiment perdu quelque chose. J'attire votre attention là-dessus parce que, d'après les témoignages que j'entends de plus en plus, il existe dans ce pays une jeunesse qui ne casse pas et qui pourtant a davantage peur de la police aujourd'hui qu'hier. Il ne faut pas que ça continue parce que ça, c'est un échec collectif, et nous devons y travailler.
Brent Meuleman:
Mijnheer de minister, geweld, in welke vorm ook, en van welke kant ook, mogen we gewoon nooit normaal vinden, al zeker niet bij mensen op zo’n jonge leeftijd. Als burgemeester heb ik in de afgelopen jaren heel veel geleerd, maar zeker één ding, namelijk dat men zulke gasten niet mag loslaten. Men moet aan de slag gaan met die gasten, in een intensief traject naar herstel. Punt.
Wie erop uit is de boel te verzieken en om zeep te helpen, moet daarvoor bestraft worden. Punt. Maar als blijkt dat er bij de politie mensen zijn die hun macht misbruiken en die disproportioneel te werk gaan, moeten die ook verantwoordelijk gesteld worden. Punt.
Laat het duidelijk zijn, voor Vooruit mogen we geweld – of het politiek is of niet, of het van links of van rechts komt, van boven of van onder – nooit normaal vinden. Punt.
Victoria Vandeberg:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour toutes ces précisions. J'entends quelques protestations sur les bancs de la gauche et de l'extrême gauche, qui réduisent ce débat à la seule question des violences policières. Lorsque de telles accusations sont formulées, elles doivent évidemment être examinées. Il faut toutefois aussi refuser cette ritournelle qui consiste à attiser les tensions, à ne pas respecter les injonctions des forces de l'ordre, à filmer l'ensemble des interventions, puis à en extraire quelques images sorties de leur contexte pour les instrumentaliser.
À gauche, les réactions sont d'ailleurs diverses. Une partie semble considérer que les enfants ont davantage leur place dans la rue que sur les bancs de l'école. C'est une certaine vision du monde et une belle vision de l’éducation qui nous ne partageons pas. D'autres tiennent un discours différent. Malheureusement, nous ne l'avons pas entendu aujourd'hui, mais un député socialiste a évoqué la possibilité d'empêcher les fauteurs de troubles d'arriver sur les lieux des manifestations. Le sujet n'est pourtant pas de les empêcher d'y arriver, mais bien de les empêcher de casser et de faire en sorte qu'ils répondent concrètement de leurs actes, selon le principe du casseur payeur.
Dans une démocratie, nous avons le droit de manifester, de contester et de nous opposer. La vie en société implique toutefois aussi des devoirs: le respect des biens publics, des institutions, de la liberté d'expression de chacun, mais aussi, et surtout, le respect des forces de l'ordre.
Claire Hugon Lecharlier:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je constate toutefois qu'elles n'ont apporté que peu d'éléments aux questions que j'avais posées. À vous entendre, rien ne semble devoir être reproché à la police. Elle aurait permis à chacun de manifester en sécurité et assuré la protection des manifestants. Je ne vous ai pourtant pas entendu évoquer l'absence de désescalade ni exprimer le moindre mot de solidarité à l'égard des victimes – enfants, jeunes, enseignants, parents, journalistes et même avocats – qui dénoncent un usage excessif de la force. Pour ma part, je n'ai pas vécu cette manifestation depuis la fenêtre de mon bureau, mais sur le terrain. On ne peut pas prétendre défendre le droit de manifester tout en laissant se produire ce qui s'est passé ni en relativisant des images qui ont pourtant été vérifiées.
Nous avons bien compris que certains élus du MR considèrent que ces violences relèvent du fantasme et qu'il n'y a pas lieu d'éprouver de l'empathie pour les victimes, même lorsqu'elles sont mineures. Je trouve particulièrement choquant de constater que de plus en plus d'élus considèrent que les manifestants l'ont bien cherché, qu'ils n'avaient qu'à rester chez eux et que toute personne qui manifeste doit assumer les risques qui en découlent. Une démocratie en bonne santé ne devrait pas craindre la contestation pacifique.
Je trouve également très choquant qu'un élu de cette Assemblée, membre de la majorité, puisse me qualifier de "petite verte crapuleuse qui a eu ce qu'elle méritait", et qu'il puisse se réjouir publiquement du fait que j'aie été personnellement attaquée et blessée par un policier. Je ne sais pas quelle vision de la démocratie cela traduit, ou plutôt, je le sais trop bien.
Arthur Orlians:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Desalniettemin heb ik soms het gevoel dat we ons er te gemakkelijk van afmaken door nieuwe wetsvoorstellen en nieuwe ideeën te lanceren. Vandaag bestaan er al heel wat wetten waarmee u aan de slag kunt gaan om de straffeloosheid aan te pakken. Er is de ouderlijke verantwoordelijkheid, maar een politieke verantwoordelijkheid om met de bestaande wetten aan de slag te gaan.
In mijn thuishaven Mechelen gebeurt er ook wel eens een rel of wordt er in sociale woonwijken op oudejaarsavond ook wel eens met vuurwerk naar de politie gegooid, weliswaar niet zo vaak en niet zo hevig als in Brussel of Antwerpen, en dan proberen we daar zo kordaat mogelijk tegen op te treden. We starten dan zelfs een procedure om de dader uit zijn sociale woning te zetten. Vandaag bestaan er dus al heel veel mogelijkheden. De grootste slachtoffers van die relschoppers zijn immers de kwetsbaarste buurtbewoners. Het is dus nodig om hard op te treden en we kunnen ons er niet van afmaken met wetsvoorstellen en ideeën voor de toekomst. Nu is er immers al zeer veel mogelijk. Men moet daarmee aan de slag gaan, want anders creëert men een gevoel van straffeloosheid en zullen we hier volgende week tijdens het WK voetbal opnieuw dezelfde vragen moeten stellen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank voor uw zeer duidelijke en correcte antwoord. We steunen u daar volledig in. In de commissie voor Justitie liggen al een aantal wetsvoorstellen van collega De Wit die uw visie mee zullen helpen realiseren. Uiteraard moet zwaar machtsmisbruik eveneens worden aangepakt.
Welke prioriteiten schuift de linkse oppositie hier naar voren, zoals ook altijd in de commissie voor Binnenlandse Zaken? Al dagen wordt onze hoofdstad Brussel gevandaliseerd en u vindt het blijkbaar belangrijker om al onze politiemensen aan te vallen dan te zeggen dat die relschoppers moeten worden aangepakt!
Collega Hugon Lecharlier, als u zegt dat de politie geen traangas meer mag gebruiken, dan vind ik dat hallucinant. Op een moment dat onze hoofdstad al dagen wordt gevandaliseerd, dat een zone ontruimd is en dat de politie het waterkanon inzet, vindt u het nog nodig om u tussen die relschoppers te mengen en opruiende taal te verkopen. Dat is uw zaak, maar wij steunen volledig dat de politie op een dergelijk moment traangas mag gebruiken. We staan achter onze politie en we veroordelen de (woord geschrapt op verzoek van de voorzitter) mensen in dit Parlement die zich tussen relschoppers mengen.
( Rumoer in de zaal )
Voorzitter:
Mijnheer Hedebouw, in uw geval was er geen sprake van een persoonlijk feit. In het geval van mevrouw Hugon Lecharlier wel.
Collega's, het noemen van een naam volstaat niet om van een persoonlijk feit te spreken. Aan mevrouw Hugon Lecharlier werden intenties toegedicht en zij heeft het recht daarop te reageren.
( Rumoer in de zaal )
Mijnheer Hedebouw, uw naam werd één keer genoemd, nee, uw fractie werd genoemd. Dat is geen persoonlijk feit. Uw naam werd één keer genoemd op een manier die niet denigrerend was.
Ik stel voor dat uw mevrouw Hugon Lecharlier haar recht op een persoonlijk feit laat uitoefenen.
Mevrouw Hugon heeft 2 min 30. Madame Hugon, vous avez la parole.
Fait personnel
Persoonlijk feit
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je vous remercie de me permettre de répondre (mots supprimés à la demande du président) .
(Brouhaha)
Voorzitter:
Collega's! Nee, u hebt niet het woord, mijnheer Ronse!
(Rumoer in de zaal)
Collega’s, straks zal de heer Bergers, zoals dat gebruikelijk is bij een persoonlijk feit, een repliek kunnen geven. De sfeer is echter duidelijk opgewonden. Ik vraag aan iedereen, dus ook aan collega’s Hugon Lecharlier en Bergers, om zich op een parlementaire manier te gedragen. Dat geldt voor iedereen, hoewel ik persoonlijke animositeiten begrijp.
Claire Hugon Lecharlier:
Monsieur le président, je voudrais préciser, comme je l'ai déjà fait publiquement, que la raison de ma présence vendredi n’était pas que j'étais parmi les manifestants, mais que je suis arrivée sur les lieux et que j’ai vu le risque d’escalade.
J’ai souhaité rester, dans le cadre ce que je considère être mon mandat démocratique de vigilance et de contrôle de l’exécutif, non seulement ici, mais aussi sur le terrain, pour documenter ce qu’il se passait. Je voyais très bien que, derrière certains policiers, une nasse était en cours. Or il s'agit d'une technique illégale.
Je n’accepte pas que des collègues viennent ici se réjouir publiquement et m’insultent à propos d’actions menées dans le cadre de mon mandat démocratique. Cela fait partie de notre mission que de veiller à ce que tout se passe bien et à documenter comment les choses se passent.
Je suis à la fois scandalisée de ce qu’il peut se dire ici, dans les rangs de la majorité, et du peu du désolidarisation que je remarque à l'endroit de ces propos qui sont complètement scandaleux. J’en perds mes mots, sérieusement.
J’aurais aimé, monsieur le président, que vous puissiez condamner, en tant que président d’assemblée, les insultes qui peuvent être prononcées à mon égard, alors que j'étais dans le cadre de mon mandat démocratique.
Jeroen Bergers:
Mevrouw Hugon Lecharlier (woorden geschrapt op verzoek van de voorzitter) . Elk voorstel om relschoppers aan te pakken, is volgens uw partij en volgens de andere linkse oppositiepartijen fascisme. Ik denk daar het mijne van.
U zei op sociale media heel duidelijk dat u niet van plan was om naar die betoging te gaan, maar u was er dan. U bent gedurende drie uur gebleven. Op een gegeven moment heeft de politie een bepaalde zone vanwege vandalisme en de ontstane rellen ontruimd. Het waterkanon werd ingezet en zelfs terwijl het waterkanon werd ingezet, bleef u nog agressief doen tegen de politie. Dat er dan iets gebeurt, lijkt mij nogal redelijk normaal.
Voorzitter:
Collega’s, ik richt mij tot u allen, en ik herhaal het ook ten aanzien van collega Bergers. In de vragenronde is het de bedoeling om vragen te stellen en zich tot de minister te richten. Daarbij kunnen scherpe politieke standpunten worden ingenomen. Ik denk dat dat niet alleen toegestaan is, maar dat het af en toe zelfs de bedoeling is, ter profilering. Daarbij moet men toch in acht nemen om collega’s niet te viseren.
Wanneer ik mij niet vergis, maar ik heb een zeer slecht geheugen, is er in het geval van collega Hedebouw een scherpe aanval geweest op zijn partij of zijn fractie, maar dat valt niet onder het gegeven van een persoonlijk feit.
(Protest in de zaal)
Als beweerd wordt dat u schrik hebt en u zegt dat u helemaal geen schrik hebt, dan zal ik dat als een persoonlijk feit beschouwen. Mijnheer Hedebouw, u hebt het woord.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de voorzitter, ik zou niet hebben gereageerd wegens een persoonlijk feit als ik niet had geweten dat behalve de heer Bergers ook de minister van Defensie, de heer Francken, exact dezelfde argumenten gebruikt tegen de PVDA.
De heer Francken heeft op televisie verklaard dat er een link is tussen de PVDA en de gewelddadige acties die plaatsvinden. Daarvoor is geen enkel bewijs. Op zich is het al erg dat een minister dat vandaag stelt. Hij beweert zelfs dat het OCAD vaststelt dat er een link is, hoewel dat niet het geval is.
Collega’s, de bedoeling van de N-VA, van de heer Francken en van de heer Bergers, is gewoon de oppositie criminaliseren. Dat is er aan de gang.
De heer Francken voelt heel goed dat het draagvlak voor de genocide tegen de Palestijnse bevolking wegsmelt, dat het draagvlak voor de miljardeninvesteringen in oorlog in Vlaanderen wegsmelt en dat ook het draagvlak voor de ondersteuning van de Amerikaanse bombardementen in Iran wegsmelt. Zelfs de sympathie voor het Amerikaanse imperialisme smelt weg.
In die context weten de heer Francken en de heer Bergers natuurlijk dat de PVDA een actieve rol speelt in de samenleving. Ik vind het dan ook heel erg dat er vandaag aantijgingen zijn als zou de PVDA achter dat geweld staat, hoewel dat helemaal niet het geval is en er geen bewijzen zijn. Ik heb dat allemaal al verduidelijkt. Alsof er advocaten van de PVDA betrokken zijn, en dergelijke, al die voorbeelden die vernoemd zijn, een kartel dat we in 2012 hadden gevormd. Zijn jullie nu verantwoordelijk voor alles wat cd&v tegenwoordig doet? Helemaal niet. U weet allemaal dat er geen bewijzen zijn.
Nogmaals, als een parlementslid dat zou opperen, dan zou ik dat nog kunnen plaatsen onder een politiek debat. Dat een minister echter op televisie dergelijke aantijgingen zonder bewijs naar voren schuift, is democratisch gevaarlijk. Ik vertel dat tegen iedereen. De bedoeling is om de oppositie te criminaliseren. Dat is democratisch echt gevaarlijk.
Laten we daar niet aan meedoen, beste collega's. Dat stellen we duidelijk.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik dank u om mij het woord te verlenen.
Laat mij duidelijk zijn, ik heb geen enkel probleem met vreedzaam protest. Integendeel, dat is een goede zaak. Vreedzaam protest moet altijd mogelijk zijn. Waarmee ik wel een probleem heb, is wanneer protest niet vreedzaam verloopt, maar wanneer gekozen wordt voor geweld.
Mijnheer Hedebouw, u stelt dat u zich niet wilt verantwoorden voor mensen die in 2012 op uw lijst stonden. Laat mij het dan eenvoudiger stellen. Youlian Burnham heeft de UGent gevandaliseerd. Basile Peeters heeft de UGent gevandaliseerd. Zijn dat leden van uw partij, ja of neen? Het zijn leden van uw partij.
Wanneer in een normale democratische partij geweld wordt gepleegd tijdens betogingen of wanneer leden relschoppen, wordt een tuchtprocedure opgestart tegen die geweld plegende leden. Ik kan alleen maar vaststellen dat dat in de PVDA niet gebeurt; dat wordt gesteund. Kijk naar het aantal mensen van Progress Lawyers Network die nu ook de relschoppers verdedigen. Kijk hoeveel van hen op uw lijst hebben gestaan. Dat is ongelooflijk. De bewijzen zijn er dus wel degelijk naar.
Als u zegt dat u niet geconfronteerd wilt worden met het relschopgedrag van uw eigen partijleden, zet hen dan uit uw partij.
(Tumult)
Voorzitter:
Collega's, ik zal het verslag van deze vergadering nalezen en eventuele aantijgingen en beledigende formuleringen eruit verwijderen. Daarvan zal ik u volgende week in kennis stellen.
-
Vraag: De toegang tot zorg in de eigen taal
Vraag: Het uitblijven van een regeling i.v.m. dringende medische hulp voor patiënten uit de Vlaamse Rand
gezondheid en welzijnDe toegang tot zorg in de eigen taal
Het uitblijven van een regeling i.v.m. dringende medische hulp voor patiënten uit de Vlaamse Rand
Taalbarrières en medische zorg voor Vlaamse Rand-patiënten summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 16 april 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister Vandenbroucke bevestigt dat hij de omstreden twaalfminutenregel – die Nederlandstaligen in Vlaams-Brabant toelaat een Nederlandstalig ziekenhuis te kiezen bij spoedzorg – via een nieuwe ministeriële beslissing heringevoerd heeft, maar wacht nog op advies van de Raad van State om juridische tegenstand van Brusselse ziekenhuizen te omzeilen. Hij erkent dat de naleving van taalwetten in Brusselse ziekenhuizen onvoldoende is en belooft structurele oplossingen, maar concrete maatregelen zoals koppelen van financiering aan taalgaranties ontbreken nog. Jeroen Bergers (Vlaams Belang) en Barbara Pas (Vlaams Belang) bekritiseren scherp dat de regering ondanks beloftes te weinig doet tegen het "systematisch negeren van taalrechten" door Brusselse ziekenhuizen en eisen dwingende sancties, zoals financieringskoppeling. Pas roept op tot politieke actie, waaronder steun voor haar motie over taalhandhaving, terwijl Bergers de regering hypocrisie verweet en wijst op eerdere weigeringen om taalwetten te versterken.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, ik zal u nu geen hand geven, maar misschien wel zondag op de betoging van de Vlaamse Volksbeweging bij het Sint-Pietersziekenhuis in Brussel, waar ik aanwezig zal zijn en u hopelijk ook.
Het is hallucinant dat het anno 2026 in onze hoofdstad Brussel niet mogelijk is voor Vlamingen, voor Nederlandstaligen, om zorg, spoedhulp en bijstand in het Nederlands te krijgen. De problematiek bestaat al lang, maar er worden te weinig maatregelen genomen. Specifiek in de Brusselse ziekenhuizen gaat het van kwaad naar erger. Die starten zelfs juridische procedures op om patiënten te verplichten daarheen te gaan, in plaats van dat ze hun wettelijke verplichtingen nakomen om zorg in het Nederlands te voorzien. Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat de Brusselse ziekenhuizen hun patiënten in het Nederlands helpen?
Vroeger konden inwoners in heel Vlaanderen de twaalfminutenregel inroepen, waarbij zij ervoor konden kiezen om niet naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan, maar naar een ziekenhuis waar Nederlands werd gesproken, op voorwaarde dat dat minder dan twaalf minuten vertraging opleverde. Die regeling was zeer goed. In 2024 alleen al hebben 2.000 inwoners van Vlaanderen daarvan gebruikgemaakt om betere zorg in het Nederlands te krijgen. Die regel bestaat nu niet meer, omdat u die regeling niet hebt bevestigd.
Mijnheer de minister, u hebt een aantal maanden geleden gezegd dat u ervoor zou zorgen dat die regel heringevoerd zou worden. Wat is de stand van zaken? Wanneer zult u ervoor zorgen dat die regel eindelijk weer van toepassing wordt, zodat Nederlandstaligen in België in 2026 spoedhulp in het Nederlands kunnen krijgen?
Barbara Pas:
Mijnheer de minister, gisteren nog ondervroeg ik de eerste minister over de taalwetgeving in dit land. Uit zijn antwoord bleek overduidelijk dat de regering-De Wever helemaal niets zal doen tegen het massaal overtreden van de taalwetten door de Brusselse besturen. De eerste minister wist wel te zeggen dat de naleving van de taalwetten inzake het garanderen van zorg in de eigen taal voor hem en zijn regering, en dus ook voor u, de hoogste prioriteit heeft.
Dat staat alvast in schril contrast met wat we tot hiertoe hebben gezien. Nog geen twee maanden geleden werd in de provincieraad van Vlaams-Brabant een motie ingediend om de inspanningen voor tweetalige spoeddiensten te ondersteunen en om u aan te zetten op te treden tegen de Brusselse ziekenhuizen die de taalwetgeving aan hun laars lappen, maar die motie mocht niet eens ter stemming komen.
De Raad van State vernietigde intussen de twaalfminutenregel, waardoor patiënten uit de Rand bij dringende hulp niet langer expliciet naar een Nederlandstalig ziekenhuis gebracht mogen worden als het iets langer rijden is. U beloofde nochtans begin februari dat u ter zake maatregelen zou nemen.
In maart vroeg het Toekomstforum Halle-Vilvoorde wanneer die ministeriële beslissing dan zou komen. We zijn nu weer een maand verder. Wanneer komt u, mijnheer de minister, met uw beslissing die garandeert dat inwoners van de Vlaamse Rand daadwerkelijk Nederlandstalige zorg krijgen? Wanneer komt u met een wetgevend initiatief dat de taalcomponent in de dringende geneeskundige hulpverlening formeel verankerd?
Wat zult u ondernemen om de massale overtredingen van de taalwetgeving in de zorg in Brussel tegen te gaan? Bent u bereid, zoals vele groepen ter zake vragen, de ziekenhuisfinanciering te koppelen aan de naleving van de taalwetten? Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer Bergers, het schudden van een hand behoort volgens mij niet tot de parlementaire procedure; u zult alleszins kunnen vaststellen dat we inhoudelijk wel degelijk twee handen op één buik zijn.
Goede zorg betekent inderdaad dat mensen elkaar begrijpen, dat de zorgverlener de patiënt begrijpt en dat de patiënt de zorgverlener begrijpt. Taal is daarin essentieel, zeker in dringende zorg. Dat is de reden waarom ik het in 2023, via de zogeheten twaalfminutenregel, mogelijk heb gemaakt dat inwoners van Vlaams-Brabant kunnen aangeven dat ze door een ambulance naar een Nederlandstalig ziekenhuis willen worden gevoerd in plaats van naar een Franstalig ziekenhuis, zelfs als dat laatste misschien iets dichterbij ligt, uiteraard onder voorwaarden, zonder gevaar voor de patiënt zelf of zonder dat de hulp aan andere patiënten in de uitgekozen spoeddienst in het gedrang zou komen.
Ik ben dus heel blij met uw erkenning dat de twaalfminutenregel een uitstekende regeling is, want de auteur daarvan ben ik. Die regel is niet formeel bekrachtigd. Een aantal Brusselse ziekenhuizen heeft de twaalfminutenregel bij de Raad van State gecontesteerd, wat ik, net als u, ten zeerste betreur, en de Raad van State heeft hen gevolgd. Daarom heb ik vervolgens aan de Provinciale Commissie voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening van Vlaams-Brabant gevraagd om opnieuw een dergelijk twaalfminutenprotocol vast te leggen. Dat hernieuwde protocol heb ik inmiddels via een ministerieel besluit wel formeel bekrachtigd.
Op die manier kom ik tegemoet aan de opmerking van de Raad van State, die oordeelde dat de regeling niet formeel was bekrachtigd. Dat ontwerp van ministerieel besluit ligt nu voor advies bij de afdeling Wetgeving van de Raad van State. Ik neem dus al mijn voorzorgen, wetende dat sommige ziekenhuizen helaas alle mogelijke juridische procedures aanwenden om hun gelijk te halen. Ik hoop zo snel mogelijk een advies te ontvangen en vervolgens dat besluit effectief te kunnen nemen. Dan keren we terug naar de toepassing van de fameuze twaalfminutenregel.
In dezelfde beweging heb ik mijn administratie echter ook gevraagd om te onderzoeken of er meer structurele oplossingen mogelijk zijn om de taalkeuze van patiënten te waarborgen in geval van dringende geneeskundige hulpverlening, niet alleen in Vlaams-Brabant, maar ook in andere taalgrensregio’s.
Dat is immers essentieel. Mensen moeten elkaar begrijpen en dus elkaars taal spreken. Elke inwoner van ons land heeft daarop recht. We moeten daarvoor een structurele en robuuste oplossing uitwerken. Die kanttekening zult u ongetwijfeld ondersteunen.
De kwestie die door de twaalfminutenregel ondertussen pragmatisch is opgelost en die ik zo snel mogelijk opnieuw, juridisch robuust in de plaats wil stellen, raakt aan een groter probleem dat ik als inwoner van Vlaams-Brabant maar al te goed ken. De kennis van het Nederlands in Brusselse ziekenhuizen is onvoldoende en dat geldt niet alleen voor de spoeddiensten. Vlamingen moeten zich verzekerd weten er terecht te kunnen in hun moedertaal. Die garantie is er vandaag helaas niet, ondanks inspanningen van sommige ziekenhuizen. Dat moet absoluut beter.
We moeten dat probleem met alle bevoegde beleidsniveaus opnemen. Het ligt ook voor in het regeerakkoord en moet dus worden aangepakt.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, ik hoop dat u er even nauwgezet op zult toezien dat de taalwet in de Brusselse ziekenhuizen wordt nageleefd, als u toeziet op de naleving van het protocol van de Kamer. Als dat gebeurt, zitten we goed.
Ik reken erop dat u de stok achter de deur effectief harder zult gebruiken om de Brusselse ziekenhuizen te dwingen eindelijk de taalwetgeving te respecteren. Dat geldt inderdaad niet alleen voor Brusselse ziekenhuizen. De uitzonderingsregeling in Vlaams-Brabant zou eigenlijk in heel Vlaanderen moeten gelden, want er zijn aan de taalgrens meer problemen dan alleen in de Rand, waar ze het prangendst zijn.
Mevrouw Pas, ik weet dat u graag lessen geeft aan de regering. Ik ben blij dat u na weken van cheerleaden voor Viktor Orbán de weg terug naar Vlaanderen hebt gevonden. We hebben in ieder geval geen lessen nodig over het Nederlands van een partij die enkele weken geleden nog een wettekst heeft weggestemd waardoor rechters van het Grondwettelijk Hof Nederlands zouden moeten leren.
Barbara Pas:
Mijnheer de minister, het is hoog tijd dat u de regeringsprioriteit op papier inruilt voor een taalgarantie in de praktijk. Komende zondag zullen militanten van de Vlaamse Volksbeweging, van het Taal Aktie Komitee en ook van mijn partij samenkomen aan het Sint-Pietersziekenhuis in Brussel om te manifesteren, omdat Nederlandstalige zorg een basisrecht is. Blijkbaar zullen er ook parlementsleden van de meerderheid aanwezig zijn. Dat is prima, maar hun eerste taak is om de naleving van de taalwet hier in het halfrond af te dwingen. Wanneer alle partijen die zeggen dat ze voor de naleving van de taalwetgeving zijn de daad bij het woord voegen, dan is er daarvoor een grote meerderheid. Ik roep hen dus op om volgende week de politieke moed aan de dag te leggen en mijn motie ter zake goed te keuren in de plenaire vergadering. Mijnheer de minister, wie zorg in eigen taal belooft, moet ook de politieke moed hebben om de ziekenhuisfinanciering te koppelen aan de naleving van de taalwetgeving.
-
Vraag: De zorgwekkende nieuwe informatie over de Iraanse sleeper cell
gezondheid en welzijnDe zorgwekkende nieuwe informatie over de Iraanse sleeper cell
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Jeroen Bergers (N-VA) wijst op een golf van terreur in Europa, gelinkt aan Iraanse proxygroepen die joodse en Amerikaanse doelen aanvallen, en dringt aan op een nieuwe dreigingsanalyse door OCAD, een herziening van het dreigingsniveau (nu niveau 3) en expliciete veroordeling van antisemitisme, met kritiek op trage politieke actie. Minister Quintin bevestigt verhoogde waakzaamheid, noemt Iran een "crimineel regime" dat terreur exporteert, en kondigt extra beveiliging (inclusief militaire inzet in Antwerpen) aan, maar bekritiseert tegelijk "politieke spelletjes" die de inzet van militairen vertragen. Bergers reageert verontwaardigd op die vertraging, stelt dat wetgevend werk voor militaire steun klaar is, en noemt het "fundamenteel onverantwoord" om veiligheid te politiseren tijdens een acute terreurdreiging. Quintin benadrukt dat niveau 3 voldoende is voor versterkte maatregelen, maar erkent de nood aan snelle actie.
Jeroen Bergers:
Europa werd afgelopen weekend opgeschrikt door een golf van terreur. Er werd een aanslag gepleegd op de Amerikaanse ambassade in Oslo en er was een antisemitische aanslag op een synagoge in Luik, gisterennacht opgeëist door Harakat Ashab al-Yamin al-Islamiyyah. Die lange naam staat in feite voor een Iraanse proxy. Dat die Iraanse proxy’s nu in heel Europa aanslagen plegen, is het rechtstreekse gevolg van het feit dat het Iraanse regime heeft opgeroepen om specifiek aanslagen en terreur te plegen gericht tegen de joodse en de Amerikaanse gemeenschappen. Mijnheer de minister, we delen de overtuiging dat we antisemitisme in onze samenleving nooit kunnen aanvaarden. We kunnen nooit aanvaarden dat er terreur plaatsvindt in onze samenleving, en al zeker niet wanneer die gericht is tegen specifieke gemeenschappen.
Mijnheer de minister, ik denk dat het tijd is om een nieuwe dreigingsanalyse te maken. Degenen die de aanslag in Luik hebben gepleegd, zijn nog niet gevat. Ze zijn er zelfs heel trots op dat ze die aanslag hebben gepleegd en zullen wellicht nog nieuwe aanslagen plegen. Onze fractie roept daarom alle mensen hier in het Parlement – dat is soms moeilijk – op om, ten eerste antisemitisme te veroordelen. Ten tweede vragen we dat het OCAD een nieuwe dreigingsanalyse maakt. Ten derde moeten we de niveaus waarop het OCAD de dreiging inschat, herbekijken. Sinds oktober 2023 zit ons land al op niveau drie. Het spreekt echter voor zich dat we nu in een andere situatie zitten dan enkele maanden geleden. Het spreekt ook voor zich dat bepaalde gemeenschappen en bepaalde locaties zwaarder worden geviseerd dan andere.
Mijnheer de minister, wat is uw analyse van die feiten en wat zult u doen om de veiligheid van onze bevolking te waarborgen?
Bernard Quintin:
Mijnheer Bergers, nooit, nooit zal onze regering toestaan dat terreur zegeviert. Ik bevestig u ook dat onze veiligheidsdiensten sinds het begin van de oorlog in Iran in een verhoogde staat van waakzaamheid verkeren en nog meer na de antisemitische aanslag die in het hart van Luik werd gepleegd.
Het Iraanse regime is een crimineel regime dat zijn eigen volk onderdrukt en vermoordt. Het heeft ook nooit geaarzeld zijn netwerk te gebruiken om terroristische acties in derde landen te laten uitvoeren. Dat alles wordt dagelijks gevolgd door onze diensten, die de gisteren verspreide beelden verder analyseren. Volgens de informatie waarover ik vandaag beschik, was de groep die de aanslag zou hebben opgeëist, niet eerder bekend. Het onderzoek wordt voortgezet.
Ons systeem omvat vier dreigingsniveaus. Ik kan u verzekeren dat het huidige dreigingsniveau drie voldoende ruimte biedt om de beveiliging rond een aantal potentieel geviseerde locaties aanzienlijk te versterken, wat wij ook hebben gedaan. Ik hoop dat ik in de komende dagen tientallen militairen in Antwerpen kan inzetten om de joodse sites te beveiligen. Die beveiliging wordt vandaag verzekerd door de lokale en de federale politie. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Ik neem de mijne en stel de veiligheid van de ene niet tegenover die van de andere. Laten we wel duidelijk zijn. Ik weet dat men hier soms graag woorden in iemands mond legt. Het is uiterst betreurenswaardig dat er geen militairen op straat zijn ter ondersteuning van de politie. De politie stelt in ieder geval alles in het werk om een maximale veiligheid voor iedereen te garanderen, ondanks de politieke spelletjes.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, het is alvast een goede zaak is dat het OCAD opnieuw een dreigingsanalyse zal maken. Dat is ook nodig, aangezien het Iraanse regime zijn nieuwe, slapende terreurcellen aanstuurt. U pleit ook voor militairen op straat. Dat horen we al langer. Al het wetgevend werk daarrond is eigenlijk klaar om die maatregel ook effectief uit te voeren. Ik begrijp dat men in de politiek soms water bij de wijn moet doen en dat iedereen over de brug moet komen. Wat ik als nieuw en jong parlementslid niet begrijp, is dat op het moment dat onze collectieve veiligheid door een verhoogde terreurdreiging in het gedrang is en dat er concrete aanwijzingen zijn dat er een dreiging is ten opzichte van de maatschappij, er politieke spelletjes worden gespeeld in verband met onze veiligheid en in verband met onze militairen. Dat kan niet gebeuren. Dat is fundamenteel onverantwoord.
-
Vraag: De toegang tot noodhulp in de eigen taal
Vraag: De toegang tot noodhulp in de eigen taal
De toegang tot noodhulp in de eigen taal
De toegang tot noodhulp in de eigen taal
Toegang tot noodhulp in meertalige ondersteuning summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 5 februari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Jeroen Bergers (N-VA) en Kurt Moons bekritiseren dat Nederlandstalige patiënten in de Vlaamse Rand door een arrest van de Raad van State niet langer naar Nederlandstalige ziekenhuizen mogen worden gebracht, zelfs bij medisch verantwoorde omwegen, wat volgens hen levensgevaarlijke gevolgen heeft door taalbarrières in Brusselse ziekenhuizen. Minister Vandenbroucke erkent het probleem en verdedigt zijn eerdere twaalfminutenregeling (2023), die door Brusselse ziekenhuizen werd aangevochten, maar stelt dat een juridisch robuustere oplossing nodig is dan enkel een ministerieel besluit, zonder concrete termijn te geven. Bergers wijst erop dat de N-VA een klaarliggend wetsvoorstel aanbiedt en bekritiseert dat Brusselse ziekenhuizen liever procederen dan in Nederlandstalige zorg te investeren, terwijl Moons dit een "historische vernedering" noemt en eist dat de minister onmiddellijk bindende sancties oplegt om mensenrechten te waarborgen. Vandenbroucke belooft actie maar benadrukt dat een structurele aanpak tijd vraagt, zonder verantwoordelijkheid te nemen voor de eerdere juridische tekortkomingen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, zorg in eigen taal is betere zorg. Patiënten hebben het recht om te weten wat er aan de hand is. Ook voor artsen is het belangrijk dat ze hun patiënten kunnen verstaan om te weten welke symptomen ze vertonen en om de juiste zorgen te kunnen verstrekken. Wat dat betreft, stelt zich in de Brusselse ziekenhuizen al jarenlang een probleem. Heel wat ziekenhuizen kunnen totaal geen geneeskundige zorg verzekeren in het Nederlands.
Tot voor kort bestond er een uitzonderingsmogelijkheid voor inwoners van de Vlaamse Rand. Zolang dat geen onredelijke vertraging met zich meebracht, konden zij vragen om naar een ziekenhuis te worden gebracht waar wel Nederlands wordt gesproken, in plaats van naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Over die uitzonderingsmogelijkheid heeft de Raad van State vier maanden geleden geoordeeld dat ze niet kan blijven bestaan, omdat ze niet werd bekrachtigd door een ministerieel besluit. Dat is een ernstig probleem. Inwoners van de Vlaamse Rand, Nederlandstaligen, verdienen ook kwalitatieve zorg in het Nederlands.
Mijn vraag aan u, mijnheer de minister, is dan ook zeer duidelijk. Is dat arrest van de Raad van State volgens u correct en kunt u de situatie verhelpen met een ministerieel besluit, of is er meer nodig? Als er meer nodig is, willen wij u alvast helpen. De N-VA vindt het cruciaal dat zorg in het Nederlands mogelijk is voor Nederlandstaligen. Wij hebben daarom een wetsvoorstel opgesteld. Ik zal het u overhandigen om dat te garanderen.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, ik woon zelf reeds meer dan 35 jaar in de Vlaamse Rand. In die vele jaren heb ik het onderwijs achteruit zien gaan, woningprijzen zien stijgen en het Vlaamse gemeenschapsleven bijna zien wegkwijnen onder invloed van de Franstalige inwijking. Wat zich vandaag afspeelt in de Vlaamse Rand is allerminst een juridisch randverschijnsel, maar het is een gevaarlijke situatie op leven en dood. Nederlandstalige patiënten kunnen bij dringend ziekenvervoer niet langer afdwingen dat zij naar een Nederlandstalig ziekenhuis worden gebracht, zelfs wanneer dat binnen een omweg van twaalf minuten perfect mogelijk is en medisch verantwoord is. In momenten van angst en verwarring worden zij opnieuw overgeleverd aan Nederlandse taalanalfabeten.
De Raad van State vernietigde die befaamde twaalfminutenregeling, een regeling die sinds 2023 een beperkte maar hoogst noodzakelijke correctie bood op een structureel probleem in de Vlaamse Rand. Deze vernietiging gebeurde niet omdat de regeling fout was, maar omdat ze juridisch slordig was uitgewerkt. De betreffende protocollen werden blijkbaar nooit formeel goedgekeurd door u, mijnheer de minister. Er is echter meer, het beroep kwam er na een klacht van de Franstalige Brusselse ziekenhuizen, die weigeren te investeren in Nederlandstalige zorg, maar wel verwachten dat Vlaamse patiënten zich aanpassen, zelfs in noodsituaties, en dit heeft mogelijk desastreuze gevolgen. Franstalige zorgverleners die complexe diagnoses moeten stellen, vinden het niet noodzakelijk de taal van hun patiënten te begrijpen. Dat is totaal onbegrijpelijk en medisch gevaarlijk.
Mijnheer de minister, hoe verantwoordt u dat de Vlaamse patiënten vandaag opnieuw in een noodsituatie terechtkomen die hun veiligheid ondermijnt? Neemt u persoonlijk de verantwoordelijkheid voor het feit dat deze regeling in 2023 juridisch onduidelijk werd uitgewerkt? Hoe snel zult u welke stappen ondernemen om deze levensgevaarlijke beslissing van de Raad van State ongedaan te maken?
Frank Vandenbroucke:
Goede gezondheidszorg is gezondheidszorg die wordt gegeven in een taal die mensen begrijpen. Voor Vlamingen betekent dat het Nederlands, of ze nu in Brussel wonen, in de Rand of elders. Dat is absoluut essentieel.
Precies daarom heb ik het in 2023, met de enthousiaste steun van de gouverneur van de provincie en de burgemeesters uit de regio, mogelijk gemaakt dat een ambulance een uitzonderlijke procedure kan volgen en, op aangeven van de patiënt, kan rijden naar een ziekenhuis waar die patiënt verzekerd is van dienstverlening in het Nederlands, ook al ligt dat ziekenhuis iets verder weg. Uiteraard gebeurde dat onder voorwaarden: de veiligheid van de patiënt moet gegarandeerd blijven en het ziekenhuis mocht niet overbelast zijn. Iedereen was daar zeer gelukkig mee en men ziet het gunstige effect daarvan ook in de cijfers. Ik was dan ook bijzonder teleurgesteld dat enkele Brusselse ziekenhuizen daartegen een klacht hebben ingediend, naar de Raad van State zijn gestapt en daar gelijk hebben gekregen.
Ik denk echter niet dat het volstaat dat ik hier eenvoudigweg mijn handtekening zou onder zetten. Het is iets moeilijker dan dat. Het zou naïef zijn te denken dat dit probleem kan worden opgelost door louter te stellen dat we er een handtekening onder zetten en het een koninklijk besluit noemen. We hebben dat grondig bekeken en zijn van oordeel dat we dit fundamenteler moeten aanpakken.
Het doel blijft hetzelfde: mensen moeten naar een ziekenhuis in de Rand kunnen gaan waar ze zich goed voelen wat betreft de taal waarin ze worden geholpen. Dat zal echter moeten gebeuren via een regeling die juridisch stevig en robuust is. Enkel mijn handtekening onder een tekst plaatsen zal dus niet volstaan. We zijn dat aan het bekijken.
Ik vind het echter absoluut noodzakelijk dat een dergelijke regeling opnieuw wordt ingevoerd. Dat is voor mij essentieel en ik zal alles doen om dat mogelijk te maken. Dat zal nog enige analyse, studie en overleg vergen, maar ik vind dat absoluut nodig.
Overigens hebt u gelijk dat hier ook een meer fundamentele uitdaging speelt met betrekking tot het taalgebruik en de taalverplichtingen in de Brusselse ziekenhuizen. Hoewel ik daarvoor geen rechtstreekse bevoegdheid heb, heb ik een aantal ziekenhuizen daarover al een aantal keer op de vingers getikt. Ik ben van oordeel dat we dat ook in de toekomst verder moeten blijven opvolgen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben ervan overtuigd dat u het probleem wilt oplossen. Het arrest van de Raad van State was op zich vrij duidelijk. Ook de oplossing werd vrij duidelijk geschetst.
In ieder geval ligt voor u een tekst die de zaak juridisch robuust kan oplossen. Of u dat op die manier doet of op een andere manier, interesseert mij niet zoveel. Wat mij en naar ik hoor ook u interesseert, is dat er een oplossing komt en dat Nederlandstaligen in het Nederlands zorg kunnen krijgen.
Collega’s, het is immers hallucinant dat de Brusselse ziekenhuizen, die al jarenlang in overtreding zijn met de basisrechten van patiënten, meer tijd en meer middelen investeren in juridische procedures om patiënten te dwingen naar hun ziekenhuizen te komen dan die tijd en die middelen te investeren in het leren van Nederlands aan hun personeel en in het voorzien van basisrechten in hun ziekenhuizen, met name Nederlandstalige zorg voor Vlamingen in onze hoofdstad.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. In de eigen taal geholpen worden in het eigen taalgebied is natuurlijk een communautaire eis, maar is in feite een basisvoorwaarde voor veilige zorg. Het is een mensenrecht. Het gaat hier niet over taalgevoeligheden of over symptomen, maar over diagnoses die verkeerd kunnen worden begrepen, met mogelijke schadelijke gevolgen voor de patiënt. Dat Vlamingen in 2026 opnieuw moeten vrezen dat zij in een noodzakelijke situatie niet worden begrepen, is een zoveelste historische vernedering. Dat dat alles gebeurt omdat de minister in 2023 half werk heeft geleverd, is des te schrijnender. De situatie vraagt geen begripvolle woorden, maar snelle daadkracht, zelfs als een en ander fundamenteel moet worden herbekeken. Wie mensenrechten ernstig neemt, corrigeert dit onmiddellijk met bindende sancties voor ziekenhuizen die structureel weigeren de taalwetgeving te respecteren. Alles minder dan dat aanvaarden, betekent dat Vlaamse patiënten risico lopen wegens hun taal. (…)
-
Vraag: De ontsnapping van IS-strijders
veiligheid, justitie en defensieDe ontsnapping van IS-strijders
Beantwoord door
Les Engagés Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Jeroen Bergers waarschuwt dat de instorting van Koerdische controle in Syrië en ontsnapte IS-gevangenen, waaronder geradicaliseerde Belgen zoals Hamsa Nmili, een direct gevaar vormen voor België en dringt aan op absolute blokkering van hun terugkeer, inclusief intrekking van nationaliteit. Minister Prévot bevestigt dat België geen Syriëstrijders repatrieert, benadrukt dat de situatie in Noordoost-Syrië voorlopig stabiel is en wijst op Amerikaanse plannen om gevangenen naar Irak over te brengen, terwijl 19 Belgen nog in kampen zitten. Bergers bekritiseert linkse partijen die pleiten voor repatriëring met als argument betere opvolging in België, maar wijst op het falen daarvan bij gevallen zoals Noura Firoud en eist verscherpte wetgeving om terugkeer definitief onmogelijk te maken. Prévot onderstreept de nauwe samenwerking met veiligheidsdiensten en de internationale coalitie, maar Bergers houdt vol dat de deur voor terroristen "dichtgemetseld" moet worden via zijn eigen wetsvoorstel.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, het is onze plicht om de samenleving tegen nieuwe aanslagen van IS te beschermen. Daarom baart de situatie in Syrië mij heel veel zorgen, want de Koerden bewaakten daar gevangenissen waarin 33.000 mannen en vrouwen van IS voor ons werden bewaakt. De Koerden zijn echter aan het instorten door de aanvallen van het Syrische regime. In die chaos zijn al minstens 120 IS-terroristen ontsnapt.
Tussen de IS-terroristen die in de gevangenissen werden bewaakt, zitten er jammer genoeg ook heel veel die vanuit ons land zijn vertrokken, ook vanuit mijn stad Vilvoorde, onder andere Hamsa Nmili en Caner Cankurtaran. Dat zijn geen doetjes, mijnheer de minister. Dat zijn mensen die hier tientallen jongeren hebben geronseld en hun geesten met hun extremistische ideeën hebben vergiftigd, om daarna zelf voor IS te gaan vechten en zelf aanslagen te plegen. Die tikkende tijdbommen moeten niet terugkomen. Wie onze samenleving verwerpt, wie de wapens tegen onze samenleving opneemt, heeft in onze sociale welvaartsstaat geen plaats meer.
Mijnheer de minister, mijn vraag is heel simpel. Zult u er alles aan doen wat mogelijk is om te vermijden dat die terroristen kunnen terugkomen? Zult u er alles aan doen wat mogelijk is om ervoor te zorgen dat de situatie daar stabiliseert?
Maxime Prévot:
Mijnheer Bergers, de Belgische en Europese steun voor de transitie in Syrië gaat samen met een heel nauwe opvolging van de situatie, die echter zeer problematisch blijft. Dat blijkt vooral uit de hervattingen van de vijandelijkheden in het noordoosten.
Wij veroordelen alle geweld, in het bijzonder tegen de Koerdische minderheid. De transitie in Syrië moet vreedzaam en inclusief zijn en de rechten van alle Syriërs respecteren.
Als gevolg van de gevechten zijn sommige gevangenen ontsnapt. De informatie moet nog worden gecontroleerd, maar een groot deel van hen is al teruggevonden. Het kamp al-Hol en de gevangenis van al-Shaddadi staan al onder controle van Damascus. Het kamp al-Hol blijft in de handen van de Syrian Defence Forces. De situatie is voorlopig stabiel.
Hetzelfde geldt voor de gevangenis van al-Shaddadi. Er zitten nog 19 Belgen in de kampen, waaronder 9 mannen. Het regeerakkoord bepaalt dat in het belang van onze nationale veiligheid, terroristische strijders niet naar ons land kunnen terugkeren.
We volgen de situatie op de voet, in samenwerking met onze veiligheidsdiensten. De VS hebben gisteren aangekondigd dat ze tot 7.000 gevangenen naar veilige detentiecentra in Irak willen overbrengen. We staan in nauw contact met hen in het kader van de internationale coalitie tegen Daesh.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, ik dank u om te bevestigen dat we niet zullen meewerken aan de repatriëring van Syriëstrijders. Het is te hopen dat het in het noordoosten, waar de Koerden nog controle hebben, rustig blijft. Ik wil graag reageren op veel linkse partijen die zeggen dat we hen net wel moeten terughalen omdat ze hier beter worden opgevolgd. Dat riedeltje spoort niet met de realiteit. Noura Firoud, een Vilvoordse Syriëstrijder, werd in het verleden teruggehaald. Zij heeft hier nog geen vijf maanden onder elektronisch toezicht gestaan en wordt hier niet opgevolgd. Volgende week stemmen we hier over een wetsontwerp dat de deur sluit en het mogelijk maakt om de nationaliteit van terroristen af te nemen. Die deur moet echter niet alleen dicht, ze moet dichtgemetseld en gebarricadeerd worden. Daarom heb ik samen met collega Koen Metsu een wetsvoorstel geschreven, dat klaar ligt. Het zou fundamenteel onverantwoord zijn om dat in deze tijden niet goed te keuren.
-
Vraag: Het gebrek aan coördinatie door de premier in het veiligheidsbeleid m.b.t. de drones
Vraag: De dronedreiging
Het gebrek aan coördinatie door de premier in het veiligheidsbeleid m.b.t. de drones
De dronedreiging
Onvoldoende premiercoördinatie en groeiende dronerisico's in nationaal veiligheidsbeleid summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
België kampt met een acute hybride dreiging door drones die kritieke infrastructuur (o.a. Zaventem) en militaire doelen saboteren, terwijl de coördinatie tussen Defensie, Binnenlandse Zaken en de Nationale Veiligheidsraad falen vertoont. Ondanks aankondigingen (droneregister, 50 miljoen euro voor counterdronemiddelen, NASC-centrum tegen 2026) en buitenlandse steun (DU, FR, UK, VS) ontbreekt effectieve samenwerking: verouderde middelen, onbenutte gespecialiseerde teams (die zelfs met ontslag bedreigd worden) en drones blijven ongehinderd vliegen, terwijl politiek gekibbel en vertragingen (o.a. door vorige beleidskeuzes) de crisis verergeren.
Matti Vandemaele:
Ik had deze vraag eigenlijk aan de premier gericht, maar de minister van Defensie zit hier nu voor mij
U zei vorige week in de commissie dat 90 % van de bevoegdheden met betrekking tot de toestanden met de drones niet bij u ligt, maar bij de minister van Binnenlandse Zaken en bij de premier als coördinator van de Nationale Veiligheidsraad. De premier stuurde vandaag echter zijn kat. (Protest bij de N-VA) Ik geef toe, hij is er daarstraks wel even geweest.
De minister van Binnenlandse Zaken komt voorlopig niet verder dan de aankondiging dat er een droneregister zal komen, alsof criminelen en buitenlandse mogendheden met slechte bedoelingen netjes hun drone zullen registreren voordat ze naar hier komen.
Collega’s, het management van de crisis lijkt wel de kolderbrigade. Ik heb foto’s doorgekregen waarop te zien is dat onze diensten werken met verrekijkers uit 1944. Onze jammers werken niet. Het gespecialiseerde counterdroneteam was men zelfs volledig vergeten; u wist niet meer dat het bestond. Ook uw donkerste moment van de nacht wordt intussen tot ver in het buitenland belachelijk gemaakt.
Mijnheer de minister, uw communicatie getuigt van weinig omzichtigheid. U bent een beetje de olifant in de porseleinwinkel. Ik hoor dat u voor die vrijpostige communicatie door uw eigen diensten op de vingers bent getikt. U maakt vooral boel. U maakt ook boel met het counterdroneteam. U zegt dat zij niets kunnen wat uw diensten niet kunnen en dat zij veel te klein zijn. Zij moesten zich maar komen aanbieden. Intussen vernemen wij dat die mensen door hun eigen oversten zelfs met ontslag worden bedreigd omdat zij publiek durfden te spreken.
Mijnheer de minister, wanneer zult u samenwerken? Wanneer zal de premier coördineren? Wanneer zult u het luchtruim en onze bevolking tegen deze gebeurtenissen beschermen?
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, we worden geconfronteerd met een zeer ernstige hybride dreiging van aanvallen op ons land, met cyberaanvallen en ook met veel dreigingen van drones die over militaire doelwitten vliegen, maar vooral ook over civiele doelwitten als luchthavens, met het specifieke doel die luchthavens plat te leggen. Dat is natuurlijk zeer ernstig. Het is een gevaar voor onze kritieke infrastructuur, maar ook voor onze economie. De Vlaamse luchthaven van Zaventem, de op een na grootste economische motor van het land, wordt bewust gesaboteerd. Er moeten dus maatregelen genomen worden om onze kritieke infrastructuur, onze civiele doelen en onze economie te beveiligen.
De huidige wet op de kritieke infrastructuur schetst een duidelijke samenwerking, waarbij in de eerste plaats gekeken wordt naar de uitbater van de kritieke infrastructuur, naar het Crisiscentrum, naar de politie en naar SkeyDrone. If all else fails , wordt er ook gekeken naar Defensie.
Het is belangrijk dat er grondig wordt samengewerkt om die hybride dreiging aan te pakken. Door elkaar met de vinger te wijzen zullen we er immers niet komen. Het is echt in het belang van ons land, van onze economie, dat we die uitdaging aanpakken. We zijn hier in het Parlement bijna unaniem overeengekomen een gemeenschappelijke vergadering van de commissies voor Mobiliteit, Binnenlandse Zaken en Defensie te organiseren teneinde dit probleem te bespreken en voor oplossingen te zorgen.
Mijn oproep aan u, mijn oproep aan de volledige regering is om samen te werken, te zorgen voor oplossingen en maatregelen te nemen.
Theo Francken:
Ik ben altijd blij als ik hier mag zijn. De premier heeft me gevraagd deze vraag van hem over te nemen. Hij heeft zijn kat niet gestuurd, want hij was hier daarnet. De heer Quintin is niet in het land, die is verontschuldigd.
Dames en heren, de recente meldingen van drones boven zowel civiele als militaire installaties tonen aan dat de hybride dreiging tegen ons land reëel en ernstig is. Het gebruik van drones in de buurt van onder meer luchthavens en luchtmachtbasissen vormt niet alleen een veiligheidsrisico, maar raakt ook rechtstreeks aan onze nationale veiligheid en welvaart.
De aanpak van deze dreiging is een gedeelde verantwoordelijkheid. Binnen hun bevoegdheid staan de politiediensten en de diensten van Mobiliteit in voor de detectie, de opvolging en de handhaving. Ze waken over de civiele luchtvaartveiligheid. Defensie werkt nauw met hen samen, onder meer via informatie-uitwisseling, technische ondersteuning en verhoogde paraatheid op onze militaire kwartieren.
Na de drone-incidenten van dinsdag kwam de Nationale Veiligheidsraad op donderdag 6 november samen, onder het voorzitterschap van de eerste minister. Sindsdien volgt het Nationaal Crisiscentrum de situatie versterkt op. In dit centrum zijn alle bevoegde overheden vertegenwoordigd, waaronder de FOD Mobiliteit, de FOD Binnenlandse Zaken en het ministerie van Defensie, via verbindingsofficieren die instaan voor de coördinatie en opvolging tussen de verschillende departementen. Daarnaast staat de Chef Defensie, generaal Vansina, in permanent contact met de commissaris-generaal van de politie, hoofdcommissaris Snoeck. Ook op politiek niveau wordt de situatie opgevolgd via verschillende werkvergaderingen tussen de betrokken kabinetten.
In de Nationale Veiligheidsraad en de ministerraad van vorige week werden bijkomende maatregelen goedgekeurd.
Ten eerste worden counterdroneteams op diverse plaatsen in het land ingezet om de infrastructuur te beveiligen. Het droneteam van de federale politie werd in deze operatie aanvankelijk niet ingeschakeld, aangezien hun capaciteit niet werd aangeboden door de federale politie.
Ten tweede moet tegen 1 januari 2026 het Nationaal Veiligheidscentrum NASC in Bevekom volledig operationeel zijn. Dat centrum, opgericht door de vorige regering, is een zeer goed initiatief, maar het is nog niet volledig operationeel. Er is immers nog wat werk aan en dat zullen we nu voltooien. Dat centrum zal instaan voor een betere bewaking en bescherming van het Belgische luchtruim en ons land voorbereiden op toekomstige uitdagingen inzake luchtveiligheid. Op korte termijn wordt ook voorzien in de aankoop en levering van bijkomende counterdronemiddelen door Defensie. Dat behoort tot het pakket van 50 miljoen euro dat uiteindelijk vrijdagavond laat werd goedgekeurd.
Daarnaast heeft Defensie de steun ingeroepen van counterdroneteams uit onze buurlanden: Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Ik heb de Duitse teams bezocht, gisteren de Britse en ik zal ook de Franse zo snel mogelijk bezoeken. Zij hebben positief gereageerd en zijn momenteel met specifieke middelen actief op Belgisch grondgebied. Zij helpen ons nu dus al zeer goed. Ook de Verenigde Staten hebben intussen hun hulp aangeboden. Momenteel bekijken we samen met hen hoe, waar en wanneer we deze nieuwe capaciteit het best kunnen inzetten.
Parallel hiermee heeft de ministerraad, op voorstel van de minister van Mobiliteit, bijkomende maatregelen genomen in het domein van de mobiliteit. De focus ligt daarbij op het versterken van de nationale detectiecapaciteit, de coördinatie tussen de betrokken actoren en de actualisering van de regelgeving.
Namens de regering wil ik mijn oprechte dank uitspreken aan al onze medewerkers bij skeyes, de politie, Defensie, Luchtvaart en Mobiliteit voor hun grote flexibiliteit en professionaliteit in deze moeilijke omstandigheden. Hun inzet garandeert de veiligheid van ons luchtruim. In tijden van nood leert men zijn vrienden kennen. Ook onze buurlanden – en binnenkort ook de Verenigde Staten – verdienen onze dank voor hun snelle en doeltreffende hulp.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, ik heb een sterk déjà-vugevoel. Ik heb hier uw collega Quintin al verschillende keren ondervraagd over het drugsgeweld in Brussel. We horen dan altijd heel mooie woorden over actieplannen, samenwerkingen en overleg. Op het terrein gebeurt er echter heel weinig. Het maakt heel weinig verschil. Ook vandaag zijn er opnieuw incidenten.
Ik heb het gevoel dat wij bij deze tweede grote binnenlandse veiligheidscrisis dezelfde paden bewandelen. Er wordt veel gecommuniceerd en overlegd, maar ondertussen blijven de drones gewoon over ons vliegen.
Het moet mij toch van het hart. U stelt hier opnieuw dat de federale politie, meer bepaald de speciale counterdrone-eenheid, zich niet heeft aangeboden. Het is toch een probleem dat er in onze veiligheidsarchitectuur een dienst is die precies is opgericht om dergelijk interventies uit te voeren, maar dat bij niemand blijkbaar een belletje rinkelt (…)
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is heel belangrijk dat er maatregelen worden genomen. U hebt die maatregelen ook aangekondigd. Collega's, het verbaast me wel enigszins dat ik hier leden van Groen hoor klagen dat het te lang duurt en dat er te veel vertraging is. Het is immers door de doctrinaire houding van Groen tijdens de vorige legislatuur dat niet werd geïnvesteerd in dronetechnologie. De huidige minister heeft daarvoor toen gewaarschuwd. Het is door de doctrinaire houding van Groen dat onze drones niet bewapend zijn. Dankzij de resolutie van de heer Peter Buysrogge zetten we dat nu recht, maar er is veel tijd verloren gegaan door die groene doctrinaire houding in dat dossier, maar ook in andere dossiers. Mijn boodschap is dan ook heel duidelijk: geen avonturen, laat Bartje en Arizona verder besturen!
-
Vraag: De militie Code Rood
De militie Code Rood
Beantwoord door
MR Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
Raoul Hedebouw
op 23 oktober 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om gewelddadige acties van extreemlinkse groepen zoals Code Rood, die bedrijven vandaliseerden en als "private militie" worden bestempeld, terwijl 81% van Belgische bedrijven vreest voor soortgelijke aanvallen. Minister Quintin belooft betere coördinatie tussen veiligheidsdiensten en strengere toepassing van bestaande wetten, maar wacht nog op juridisch advies voor een verbod op radicale organisaties, terwijl N-VA (Bergers) eist dat geweld harder wordt bestraft en lakse burgemeesters worden gepasseerd via artikel 11. Hedebouw (PVDA) distantieert zich van het geweld maar verdedigt vreedzame betogers, terwijl Bergers hem verwijten blijft maken dat hij extreemlinks geweld onvoldoende afwijst. Kernpunt: polarisatie over straffeloosheid vs. proportionele reactie, met focus op handhavings tekortkomingen en politieke verantwoordelijkheid.
Jeroen Bergers:
Collega’s, iedereen heeft de verschrikkelijke beelden gezien van de gebeurtenissen in Charleroi en Brussel, waar Code Rood en andere extreemlinkse organisaties vandalisme hebben gepleegd en specifiek bedrijven hebben geviseerd. Uit het Global Security Report, dat vandaag in de krant staat, blijkt dat 81 % van de Belgische bedrijven vreest dat extreemlinks het ook op hen gemunt heeft en ook bij hen schade zal aanrichten.
Mijnheer de minister, Code Rood gedraagt zich steeds meer als een private militie. Private milities zijn vandaag bij wet verboden. We moeten er dus over waken dat de straffeloosheid van die extreemlinkse activisten niet blijft duren. De N-VA-fractie is dan ook heel blij dat in Antwerpen 28 van die extremisten preventief werden opgepakt en een nacht in de cel hebben moeten doorbrengen toen ze onderweg waren naar Charleroi. Eigenlijk zouden al die actievoerders, al die extremisten, moeten worden gearresteerd en de gevolgen van hun daden dragen.
Mijnheer de minister, u kondigde gisteren op Twitter een pakket maatregelen aan tegen Code Rood en tegen extreemlinks. Welke maatregelen zult u nemen?
Daarnaast wil ik ook een warme oproep doen. De N-VA-fractie steunt onze politiemensen en staat achter hen. Ik roep u op om hetzelfde te doen. Wanneer lakse burgemeesters in Brussel of Charleroi weigeren op te treden, kunt u via artikel 11 van de wet op het politieambt zelf het stuur van de lokale politiezone overnemen, om ervoor te zorgen dat deze extremisten worden gearresteerd en vervolgd.
Bernard Quintin:
Mijnheer Bergers, ik heb inderdaad gisteren een vergadering gehad met enkele diensten en de politie. Ik heb hen gevraagd om de acties van Code Rood grondig te evalueren en deze groep beter op te volgen. U zult begrijpen dat ik niet in detail kan treden over concrete elementen of bijkomende maatregelen. Wel kan ik u meegeven dat ik sterk heb benadrukt dat de informatievergaring en de coördinatie tussen de veiligheidsdiensten – waaronder de federale politie, de lokale politiezones en de inlichtingendiensten – verder moeten worden versterkt, met alle respect voor de verschillende ministeriële bevoegdheden.
Wat de juridische kwalificatie van een private militie betreft, is de wet van 1934 zeer duidelijk. Het gebruik van geweld voor politieke doeleinden volstaat niet. Er moet bovendien sprake zijn van de intentie om de politie of het leger te vervangen in de uitoefening van hun gezagstaken.
Het is ondertussen duidelijk dat Code Rood zich niet langer beperkt tot vreedzame acties. Deze acties brengen de veiligheid van medeburgers in het gedrang en leiden tot materiële schade die niet te verantwoorden is. Het is aan justitie om de wettelijke sancties die nu al voorzien zijn, effectief toe te passen wanneer dat nodig is. Misschien gebeurt dat tot nu toe te weinig.
Wat betreft het reeds meerdere keren genoemde wetsvoorontwerp inzake het verbod op radicale organisaties, zoals u weet, wacht ik op het advies van de Raad van State. Zodra dat advies is ontvangen, zal het wetsvoorontwerp in tweede lezing aan de regering worden voorgelegd en het verdere wetgevingsproces doorlopen. Al deze elementen zijn belangrijk in het kader van het herzieningswerk van het veiligheidskader dat ik samen met alle bevoegde diensten uitvoer en dat meer dan nodig is. Dank u.
Jeroen Bergers:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Wij verwachten in ieder geval dat, wanneer er een volgende keer – en die zal er jammer genoeg komen – opnieuw gewelddadige acties van Code Rood plaatsvinden, er echt concrete maatregelen worden genomen en dat de straffeloosheid niet blijft duren.
Wat ik echter niet begrijp, collega’s, is dat niet iedereen in dit Huis dat geweld kan veroordelen. Collega Hedebouw, na de betoging waren wij met Jong N-VA op stap om de rommel van de vakbonden op te ruimen. Voor de Dienst Vreemdelingenzaken lag het vol met pancarten van de PVDA. Toen u niet één, niet twee, maar vijf keer – vijf keer, collega – in De Zevende Dag de vraag kreeg om dat geweld te veroordelen, kon u het niet.
Mark, de arbeider van ArcelorMittal, van wie de auto is vernield door Code Rood, en Nancy, de poetsvrouw van de Dienst Vreemdelingenzaken, die werd geïntimideerd door antifa: waarom steunt u hen niet? Waarom zit u met de peut om dat geweld te veroordelen, collega Hedebouw? Doe dat eens, collega Hedebouw.
Voorzitter:
Iets zegt mij dat hier een persoonlijk feit werd uitgelokt. Wenst u te reageren, collega Hedebouw?
Persoonlijk feit
Fait personnel
Raoul Hedebouw:
De betoging zelf was niet van Code Rood, toch? Die vond een week later plaats. Dan hebt u blijkbaar niet gevolgd? Code Rood was in Charleroi.
Voor onze betoging heb ik duidelijk gezegd dat we dat totaal hebben veroordeeld. De uitzending was de week voor de betoging, dus ik kon daar niet op reageren. Uiteraard hebben wij het geweld veroordeeld. Wij staan ook niet achter de acties van die betoging. Wij steunen wel de 140.000 mensen die vreedzaam betoogd hebben. Daarover zit u met de peut . Dat kan ik wel begrijpen.
Die 140.000 mensen hebben echter niets te maken met wat er aan het einde van de betoging is gebeurd. Als dat uw bedoeling is, is dat politiek erg laf. Steekt u nu al die mensen uit de werkende klasse die zijn komen betogen, de brandweermannen, de mensen uit de zorgsector, de openbare diensten en de jongeren in dezelfde zak met Code Rode? Zo moet de N-VA niet beginnen.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, ik hoor hier dat collega Hedebouw zegt dat Code Rood niet aanwezig was bij de betoging in Brussel. Ik nodig u uit, collega Hedebouw, om zelf de sociale media van Code Rood te bekijken, waarop zij trots zeggen dat zij tijdens die nationale betoging mee zouden relschoppen in Brussel.
Ik nodig u ook uit om op de hoogte te blijven van de dossiers van het vandalisme dat door extreemlinks, door uw achterban, wordt gepleegd. In De Zevende Dag hebt u vijf keer de vraag gekregen of u extreemlinks geweld kunt veroordelen. U kreeg het daar niet over uw lippen en nu komt het er voorzichtig uit. U zoekt echter een heleboel excuses.
Ik heb het niet gehad over de 80.000 mensen die aan het betogen waren, geen 140.000. Ik had het wel over antifa, de CCC, Code Rood en extreemlinks die een betoging kapen om geweld aan te richten en zei u dat niet kunt veroordelen. Ik vind dat frappant.
Voorzitter:
Bedankt, collega’s.
-
Vraag: Het rapport over gewelddadige extremisten
Vraag: De infiltratie van het CIIB door de moslimbroederschap
Vraag: De toenemende radicalisering
Vraag: De vaststelling dat een deel van de klimaatbeweging steeds extremer en zelfs levensgevaarlijk wordt
veiligheid, justitie en defensieHet rapport over gewelddadige extremisten
De infiltratie van het CIIB door de moslimbroederschap
De toenemende radicalisering
De vaststelling dat een deel van de klimaatbeweging steeds extremer en zelfs levensgevaarlijk wordt
Extremistische infiltratie, radicalisering en geweld summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om radicalisering en geweld bij klimaatactivisten (o.a. Code Rood, Anuna De Wever) en islamistische organisaties (o.a. CIIB/Frères musulmans), waarbij parlementsleden de minister dringen tot hardere maatregelen: verboden op extremistische groepen, stopzetting van overheidsfinanciering, en verscherpte wetgeving tegen radicalisering. De minister bevestigt dat hij werkt aan een juridisch kader om radicale organisaties te ontbinden en een opvolgingsmechanisme (GGB T.E.R.), maar benadrukt dat de rechtsstaat centraal blijft. Kritiek richt zich op laxisme tegenover klimaatgeweld (sabotage, levensgevaar) en subsidies aan extremistische netwerken, met name van Ecolo en N-VA. Dringendheid en partijoverschrijdende steun voor strengere aanpak worden bepleit, maar partijen als Groen/PVDA worden verweten geweld te bagatelliseren.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het OCAD heeft een rapport gepubliceerd dat een toch wel zorgwekkende evolutie van de klimaatbeweging schetst, van een positieve activistische beweging die het beste voor heeft met de planeet naar een links-extremistische beweging die geweld niet schuwt. Klimaatprinses Anuna belichaamt die radicalisering eigenlijk nog het best. Eerst wilde ze gewoon niet naar school; nu wil ze pijpleidingen opblazen. Ik vraag mij alvast af wat de volgende stap is. Ik denk dat we die stap moeten vermijden, we moeten vermijden dat er slachtoffers vallen.
Dit is geen fantasie en dat hebben we eigenlijk al gezien. De voorbije weken werd bij OIP in Doornik voor meer dan 1 miljoen euro aan schade aangericht, bij een privébedrijf. Leveringen voor het Oekraïense leger werden daarbij beschadigd, waardoor er vertraging is en dat vanwege de onwetendheid van deze activisten. Ook in Brussel en in Gent zijn levensbedreigende situaties ontstaan door de roekeloosheid van deze linkse extremisten.
Collega’s, de samenleving moet duidelijk maken dat we geweld nooit accepteren. Activisme en debat zijn prima en goed, maar bij geweld trekken we de lijn, dat accepteren we niet, uit welke hoek het ook komt.
Mijnheer de minister, wij konden uitgebreid lezen over dat rapport in de media, maar parlementsleden hebben het niet ontvangen. Het is belangrijk dat wij dat kunnen inkijken om onze job ernstig te kunnen uitvoeren. Zult u er bij het OCAD op aandringen dat dit rapport openbaar wordt? Welke maatregelen zult u nemen tegen deze radicalisering en tegen dit geweld?
Zult u ook een studie laten uitvoeren naar de financieringsstromen van deze links-extremistische bewegingen? Zeker de financieringsstromen die vanuit de overheid komen, moeten we droogleggen.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, vous le sentez et vous le voyez comme moi, les gens en ont assez. Il ne se passe pas une semaine sans que je doive vous interpeller sur les Frères musulmans, l'islamisme ou le radicalisme qui continuent de prospérer dans notre pays. Les citoyens veulent que ce gouvernement, face aux ennemis de la démocratie, soit un gouvernement d'action.
Hier encore, dans la presse, on lisait que le CIIB – le Collectif pour l'inclusion et contre l'islamophobie en Belgique – sous couvert de lutte contre le racisme, serait en réalité, selon la Sûreté de l'État, un prolongement des Frères musulmans en Belgique. Et pourtant, ce collectif a été grassement subventionné pendant des années par les pouvoirs publics. M. Gilkinet l'a soutenu, probablement parce que certains fondateurs de ce mouvement étaient des proches d'Ecolo. M. Dardenne l'a subventionné, et l'Union européenne également.
Il est temps, monsieur le ministre, de faire en sorte que plus un centime d'argent public ne soit encore versé aux amis des Frères musulmans. Car oui, chez Ecolo, vous avez dans vos rangs des mandataires qui ont cofondé ce qui s'appelait à l'époque le CCIB. Oui, vous êtes donc en partie complices de la composante frériste qui, comme le rappelait déjà un rapport en 2022, fait peser une menace sur notre pays.
Monsieur le ministre, je vous demande de veiller, comme nous y veillons ici à la Chambre – et je remercie les collègues –, à ce que votre département et nos services luttent contre la tendance frériste qui continue de se développer dans notre pays.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, ik maak me grote zorgen, want het OCAD spreekt over dreigingen. Mijnheer de minister, ik voel me liever niet bedreigd en ik zie mijn kinderen liever niet opgroeien tussen dreigingen. Ik meen dat dit voor andere gezinnen ook zo is. Het OCAD waarschuwt nu voor een zorgwekkende radicalisering binnen de klimaatbeweging. De protesten worden steeds gewelddadiger. Bij een recente actie van Code Rood in de Gentse haven werden installaties vernield en ontstond er zelfs ontploffingsgevaar.
De klimaatbetogers brachten levens in gevaar. Dat men een punt wil maken en dat men vreedzaam wil protesteren, tot daar aan toe, maar dat er sprake is van geweld en van het in gevaar brengen van mensenlevens, dat is voor ons een brug te ver. Of het nu gaat over jihadistisch extremisme, radicalisering binnen de klimaatbeweging of rechtsextremisme, voor cd&v zijn geweld en extreem gedrag gewoon geen opties, niet van rechts, niet van links, niet van geitenwollensokken, niet van religieus fanatisme. Onze rechtsstaat moet zich daar absoluut tegen verzetten.
Na de aanslagen van 2016 heeft ons land vele stappen gezet tegen dergelijke dreigingen. Wat ons betreft, versterken we die aanpak. Daarbij zijn evenwichten nodig. Bepaalde gevaarlijke radicale organisaties moeten gewoon verboden worden, mijnheer de minister, zonder het grondwettelijk recht op vereniging uit het oog te verliezen.
Ik heb dan maar ook één vraag voor u. Wat plant u te doen om deze samenleving en onze rechtsstaat te beschermen tegen (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Demon.
Uit de commissie is ook een vraag meegenomen van collega Van Rooy.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, wie ogen in het hoofd heeft of naar het Vlaams Belang luistert, wist het natuurlijk al langer: de klimaathysterische beweging of toch zeker een deel daarvan wordt extremer en gevaarlijker, zelfs levensgevaarlijk. Dat blijkt nu ook uit een rapport van terreurwaakhond OCAD.
In dat rapport worden onder meer Anuna De Wever en extreemlinkse groeperingen zoals Code Rood genoemd. Zij laten zich, niet het minst, inspireren door de gifgroene Greta Thunberg, die tegenwoordig ook steun betuigt aan die andere groene terreurideologie, namelijk die van Hamas en Hezbollah, die eveneens alsmaar meer voet aan de grond krijgt in ons land. Ja, dames en heren, dit land wordt steeds gezelliger.
Het OCAD-rapport wijst ook op de grote schade die klimaatactivisten aanrichten en nog zouden kunnen aanrichten, indien er geen actie wordt ondernomen. Het gaat om vandalisme aan voertuigen, kunstwerken en bedrijfsinfrastructuur, om blokkades en bezettingen van wegen, sportwedstrijden en luchthavens, evenals sabotage met zware maatschappelijke en economische gevolgen. Bij de klimaatbeweging zijn dergelijke acties al lang ingeburgerd, omdat men het klimaattuig in dit land met fluwelen handschoenen aanpakt. Wat zeg ik? Het wordt zelfs gestimuleerd en gesubsidieerd. Het gebruik van geweld en terreur wordt daardoor nu door steeds meer klimaatactivisten als aanvaardbaar beschouwd. Het OCAD waarschuwt de regering dat er zelfs al dodelijke slachtoffers hadden kunnen vallen. Mijnheer de minister, we mogen dus nog van geluk spreken, maar het valt te vrezen dat het niet zal blijven duren.
Welke maatregelen neemt u tegen die klimaatterreur?
Bernard Quintin:
Messieurs les députés, j'ai pris connaissance d'une note émanant de la Sûreté de l'État concernant les liens entre le CIIB et les Frères musulmans. Monsieur Ducarme, vous m'interrogiez déjà il y a deux semaines en séance plénière sur un sujet similaire. Je dirais que cette itération permet à tout le monde de prendre conscience de la menace que représentent ces organisations radicales, quelles que soient leur origine ou leur idéologie d'ailleurs, lorsqu'elles visent fondamentalement à séparer des parties de la population du reste de la société.
Cela me permet de rappeler ici que même si pour certaines organisations ou nébuleuses, le terrorisme n'est pas en soi un outil de leur politique, elles en créent tout de même le terreau favorable et doivent donc à ce titre être combattues. Cette note démontre, pour autant que de besoin, que nos services prennent cette menace au sérieux, et je tiens une nouvelle fois à les en remercier. J'ai également appris que la commission parlementaire de suivi du Comité R avait demandé une actualisation du rapport mené par ce même Comité en 2022, et je soutiens pleinement cette démarche.
Vous l'avez dit, l'ASBL CIIB est le pendant français du CCIF, organisation dissoute en France après l'assassinat du professeur Samuel Paty. J'ai déjà eu l'occasion de m'exprimer très clairement sur le sujet.
Mijnheer Bergers, mijnheer Demon, zoals u weet werk ik momenteel aan een ontwerptekst die een juridisch kader moet bieden om radicale organisaties te verbieden of te ontbinden.
Mijn voorstel bestaat erin om op basis van objectieve criteria de mogelijkheid te voorzien tot een administratief verbod op de ontbinding van rechtspersonen of feitelijke verenigingen. Dat lijkt mij een doeltreffende manier om te reageren op een realiteit die zich steeds nadrukkelijker manifesteert.
Het is vanzelfsprekend, en ik benadruk dat graag opnieuw, dat de fundamentele principes van de rechtstaat centraal blijven staan in die aanpak. Er moet dus steeds ruimte zijn voor tegenspraak alvorens een administratieve beslissing wordt bevestigd. Uiteraard blijven ook de gebruikelijke rechtsmiddelen van kracht.
De voorgelegde tekst wordt momenteel besproken tussen de verschillende kabinetten van deze regering. U zult dus begrijpen dat ik om die redenen nu niet verder kan ingaan op de inhoudelijke details.
Enkele weken geleden heb ik hier overigens al aangekondigd dat radicale organisaties die een gevaar vormen voor onze nationale veiligheid voortaan in de GGB T.E.R. kunnen worden opgenomen. Dat betekent dat elke vereniging die in die databank wordt geregistreerd, wordt opgevolgd binnen het kader van de T.E.R.-strategie door de lokale taskforce, waarin alle veiligheidsdiensten vertegenwoordigd zijn.
Il n'entre pas encore dans les prérogatives du gouvernement – même si j'estime que cela pourrait être le cas – de demander aux services de sécurité, sur base de leur propre rapport, une analyse approfondie sur des organisations précises.
En définitive, ce seront évidemment ces mêmes services qui prendront toujours la décision finale d'inscription ou non dans la Banque de données commune "Terrorisme, Extrémisme, Processus de Radicalisation" (BDC T.E.R.). C'est la manière dont ce système fonctionne, et je tiens à le préserver ainsi.
Je sais, par contre, que nous partageons toutes et tous un même objectif, qui est que l'autorité publique dispose des outils adéquats et efficaces pour lutter sans détour contre ceux et celles – de quelque extrême ils ou elles se revendiquent d'ailleurs – qui menacent notre sécurité, notre vivre ensemble et donc fondamentalement notre État de droit.
Je sais pouvoir compter sur tous les partenaires pour donner à l'autorité publique les outils efficaces, toujours dans le respect de l' État de droit – et pour le préserver d'ailleurs –, pour lutter sans détour contre celles et ceux qui menacent notre sécurité et notre vivre ensemble.
Il n'y a pas de place pour la haine sur notre sol!
Je vous remercie.
Jeroen Bergers:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Het is zeer goed dat u aan een wetsontwerp werkt om dergelijke organisaties te verbieden. Dat moet wat onze fractie betreft liever vandaag dan morgen worden goedgekeurd. Daarom werken wij ook zelf aan een tekst om organisaties zoals Samidoun, Code Rood en het CCIB te verbieden. Dat is zeer dringend.
Het frappantste aan deze hele situatie – we hebben het daarnet gezien en ook in de commissie voor Binnenlandse Zaken – is dat sommige collega's van de PVDA en van Groen gewelddadig klimaatextremisme het liefst met de mantel der liefde bedekken. Ook in de krant hebben we gelezen dat Mieke Vogels geweld liever met de mantel der liefde bedekt. Dat kan niet, collega's. Wanneer er geweld is, moet dat worden veroordeeld, ook wanneer het uit de eigen rangen komt.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, nous avons pu obtenir grâce au soutien des collègues, tous partis confondus, de la commission de suivi de nos services de renseignement – monsieur le président, vous étiez présent – l'actualisation du rapport sur la menace que font peser sur notre pays les Frères musulmans. J'avais déjà obtenu le rapport de 2022.
Monsieur le ministre, ne donnez plus un euro pour les amis des Frères musulmans dans notre pays. C'est évidemment essentiel. Aujourd'hui, pour notre pays, la plus grande menace est la menace islamiste, même s'il y en a d'autres. Beaucoup d'espoirs reposent sur vos épaules et nous attendons naturellement qu'avec le gouvernement à vos côtés, vous puissiez nous doter des outils essentiels à la lutte contre les radicalismes.
Franky Demon:
Mijnheer de minister, ik heb een groot hart voor de planeet en voor ons klimaat. Iedereen wil dat de toekomstige generaties een schone planeet ter beschikking krijgen. Dat bereikt men echter niet door leidingen te saboteren en ontploffingsgevaar te veroorzaken. Stel u voor dat dat verkeerd was afgelopen.
Ik denk niet dat u hier nog zou staan, mevrouw van Ecolo. U schudt het hoofd. Ja, ik heb het tegen u.
De gevolgen zouden onvoorstelbaar en ongezien zijn. Groen fundamentalisme is ook een vorm van fundamentalisme. Het is voor mij even onaanvaardbaar als alle andere vormen van extremisme.
Blijf dit nauwgezet opvolgen, mijnheer de minister, en zorg er alstublieft voor dat er geen ongelukken gebeuren. Wij wachten alvast uw ontwerp af in de commissie.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, er zijn drie grote problemen die ervoor zorgen dat klimaatactivisten in dit land steeds gevaarlijker worden. Ten eerste, als de daders van klimaatvandalisme of -geweld al worden opgepakt, komen ze er vanaf met een fopstrafje. Ten tweede, de dwaze CO ₂ -hysterie, waar ook deze regering en de facto elke politieke partij, behalve het Vlaams Belang, aan meedoen. Ten derde, de subsidies met belastinggeld die de traditionele partijen vrolijk uitdelen aan klimaattuig zoals Code Rood. Ja, mijnheer Bergers, dat geldt ook voor uw partij, de N-VA, die met de Vlaamse regering klimaatterreur sponsort met minstens 230.000 euro per jaar. Jullie zouden zich moeten schamen.
-
Vraag: De terugkeer van een haatprediker
Vraag: De risico's i.vm. de terugkeer van imam Toujgani en de verkrijging van de Belgische nationaliteit
Vraag: De terugkeer van een islamitische haatprediker naar ons land
De terugkeer van een haatprediker
De risico's i.vm. de terugkeer van imam Toujgani en de verkrijging van de Belgische nationaliteit
De terugkeer van een islamitische haatprediker naar ons land
Terugkeer haatpredikers, risico's en Belgische nationaliteit summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de terugkeer van haatprediker Mohamed Toujgani, die ondanks zijn extremistische uitspraken (o.a. oproepen tot jodenhaat, polygamie, kindhuwelijken) en veiligheidsrisico’s via een rechterlijke beslissing de Belgische nationaliteit verkreeg en terugkeerde naar België. Minister Verlinden bevestigt dat de regering de nationaliteitswetgeving zal verstrengen (o.a. taal- en integratie-eisen) en veiligheidsdiensten hem nauwlettend volgen, maar kan de rechterlijke uitspraak niet ongedaan maken. Oppositieleden (Bergers, Bouchez, Van Hoecke) eisen snellere intrekking van nationaliteit/verblijfsrecht voor extremisten, kritiseren de passiviteit van de regering en waarschuwen voor veiligheidsrisico’s, terwijl ze benadrukken dat Belgische waarden en veiligheid voorop moeten staan.
Jeroen Bergers:
Mevrouw de minister, iedereen kent het spelletje Wie is het? Welnu, raadt u wie ik ben. Ik ben in Marokko geboren en in 1980 naar België gekomen, maar ik spreek nog altijd geen enkele landstaal. Ik ben imam geworden. Mijn standpunt is dat meisjes vanaf negen jaar kinderen moeten baren. Ik ben voorstander van polygamie. Ik vind dat joden verbrand moeten worden. Vanuit de moskee waar ik imam ben, zijn de terroristen die de aanslagen in Parijs en Brussel hebben gepleegd, vertrokken. Over mij heeft de Veiligheid van de Staat een rapport opgesteld waarin staat dat ik wellicht een spion uit Marokko ben en dat ik banden met de Moslimbroederschap heb. Om die reden heeft collega Mahdi, toen hij staatssecretaris was, terecht het verblijfsrecht van die persoon ingetrokken.
Denkt iemand hier in het Parlement dat ik een Belg ben en dat ik recht op de Belgische nationaliteit zou hebben? Ik denk het niet. Toch heeft Mohamed Toujgani, na het oordeel van het Hof van Cassatie, de Belgische nationaliteit gekregen. Hij is afgelopen maandag in het gezelschap van een verkozene van Team Fouad Ahidar - hoe kan het ook anders - teruggekeerd naar ons land. Dat is een probleem voor onze veiligheid, want, laat het duidelijk zijn, die man is geen doetje, hij vormt een gevaar voor de openbare orde.
Mevrouw de minister, wat is uw analyse van het arrest? Wat is er volgens u misgelopen in de communicatie tussen de Veiligheid van de Staat en het gerecht? Welke maatregelen wilt u nemen om onze nationaliteit beter af te schermen en onze veiligheid beter te garanderen, zodat zulke haatpredikers niet naar ons land kunnen terugkeren?
Georges-Louis Bouchez:
Le fameux Mohamed Toujgani s'est rendu coupable d'avoir dit "Détruis-les tous!" en parlant des juifs, en disant également que les juifs étaient une insulte à Dieu. Ce monsieur est un prédicateur de haine et, comme l'a indiqué mon prédécesseur, grâce au travail de Sammy Mahdi, il avait été expulsé du pays en 2021 car un rapport de la Sûreté de l’État disait de lui qu'il était un danger actuel, réel et sérieux pour notre pays.
Par un effet de magie, il a réussi à devenir belge, figurez-vous, en 2025. Il avait introduit sa demande en 2019. Ce monsieur ne parle pas l'une des langues nationales. Alors, madame la ministre, je sais que nous sommes dans une Assemblée où certains, pour des raisons électorales et communautaristes, en sont presque – attendez quelques jours, cela ne va pas tarder – à défendre le régime des mollahs. J'aimerais quand même que tous, collectivement, nous puissions nous dire que notre nationalité a une valeur, que la Belgique représente quelque chose, que nous sommes une communauté de principe, une communauté qui partage des valeurs fondamentales.
C'est la raison pour laquelle, et en vue de protéger notre pays, mes questions seront très simples. Des mesures de sécurité spécifiques vont-elles encadrer M. Toujgani à partir de son retour en Belgique?
Je voudrais ensuite vous indiquer que ma formation politique déposera un changement de règle pour l'obtention de la nationalité belge, pour que celle-ci ne puisse plus être obtenue si l'on n'a pas réussi son parcours d'intégration qui comprend la réussite d'un examen dans l'une de nos trois langues nationales.
Enfin, il faut que cette Assemblée puisse donner la nationalité belge mais aussi la reprendre à celles et ceux qui trahissent nos valeurs. C'est à ce prix qu'on fera respecter la Belgique.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, er is geen superlatief die kan beschrijven hoe gedegouteerd ik was door de beelden van wat er zich afgelopen maandag in de luchthaven van Zaventem afspeelde. De extremistische haatprediker Mohamed Toujgani, die in 2021 zijn verblijfsvergunning kwijtspeelde, landde triomfantelijk in ons land. Hij werd er door een welkomstcomité van radicale moslims en – hoe kon het ook anders – een Brussels gemeenteraadslid van de lokale islamitische partij, Team Fouad Ahidar, onthaald.
Ik onderstreep dat Toujgani zijn verblijfsvergunning kwijtspeelde, omdat hij opriep tot het verbranden van joden. Hij is zijn vergunning kwijt, omdat hij jarenlang haatpreekte in een moskee gefrequenteerd door zo goed als elke jihadist die het land ooit voortbracht.
Collega’s, wie denkt er in hemelsnaam dat een dergelijk individu het recht zou moeten hebben om terug te keren naar ons land? Blijkbaar denken sommige rechters daarover zo. Ik alleszins niet. Mijn vraag gaat evenwel niet over de rechterlijke macht. Mijn vraag gaat over u, mevrouw de minister, en over de regering, kortom over de uitvoerende macht.
Een maand geleden, nog voor de landing in Zaventem van Toujgani, stelde ik, overigens als enige, de vraag wat u zou ondernemen om dat te verhinderen. Het antwoord was duidelijk: niets, nougatbollen. Er was zelfs geen bijkomend rapport van de Veiligheid van de Staat. U zou niets ondernemen. Mijn vraag is bijgevolg heel eenvoudig, want het is dezelfde vraag van toen. Wanneer zult u eindelijk uw verantwoordelijkheid nemen? Wanneer stopt die nalatigheid? De belangrijkste vraag is wanneer we het biljet enkele reis terug naar Marokko van Toujgani mogen verwachten.
Annelies Verlinden:
Chers collègues, il ne m'appartient pas de commenter une décision de justice. Cependant, je tiens à préciser que le procureur général près la cour d'appel de Bruxelles a introduit un recours en cassation contre la décision d'octroi de la nationalité belge prise par la cour d'appel de Bruxelles dans son arrêt du 31 juillet 2024.
Dans son arrêt du 24 avril 2025, la Cour de cassation de Belgique a rejeté le pourvoi en cassation et M. Toujgani a dès lors obtenu la nationalité belge. Un titre d'identité belge lui a donc été délivré et les Affaires étrangères lui ont ainsi délivré un passeport.
Ik heb net als u op maandag 16 juni via de pers vernomen dat de betrokkene met die identiteitsdocumenten teruggekeerd is naar België. Hij heeft immers ten gevolge van die beslissingen de Belgische nationaliteit.
Voorts kan ik u verzekeren, mijnheer Bouchez, dat we specifieke maatregelen hebben besproken, dat de bevoegde inlichtingen- en veiligheidsdiensten en alle platformen die in het kader van de strategie TER extremisme en terrorisme bestrijden, de situatie zullen opvolgen, en dat de nodige veiligheidsmaatregelen genomen zullen worden, indien onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten daar voldoende aanwijzingen voor zien.
Ik ben het ook volkomen met u eens, mijnheer Bouchez, dat onze nationaliteit waardevol is en de toekenning ervan geen vanzelfsprekendheid mag zijn. Daarom zal de regering samen met het Parlement de komende maanden zo snel mogelijk de wetgeving inzake de toekenning van nationaliteit, inclusief de strafprocedure en de sancties, verstrengen, zodat de toekenning van de nationaliteit geen vanzelfsprekendheid is maar wel een toegangsticket tot een rechtsstaat met normen en waarden, die we tot elke prijs moeten verdedigen.
Jeroen Bergers:
Bedankt voor uw antwoord, mevrouw de minister. Voor mij zijn er twee dingen duidelijk. Ten eerste, in Brussel, in onze hoofdstad, willen nog steeds partijen als de PS, de PTB en Ecolo met Team Fouad Ahidar, de bondgenoten van de haatzaaiers, een regering op de been brengen. Arrête ce sketch! Dat is niet in het belang van de Brusselaar.
Ten tweede, ik zal een wetsvoorstel dat het makkelijker moet maken de nationaliteit en het verblijfsrecht af te pakken van wie een gevaar is voor de openbare veiligheid en of veroordeeld is voor terrorisme en dat ik samen met collega Metsu heb voorbereid, indienen en hopelijk kunnen we het snel behandelen.
Ik roep alle collega's op daar werk van te maken, want de burger verwacht van ons actie. Onze Grondwet, onze nationaliteit moeten iets waard zijn. We moeten onze samenleving beveiligen.
Georges-Louis Bouchez:
Madame la ministre, je voulais vous remercier pour votre volontarisme par rapport au changement de règles sur l’adoption de la nationalité. Vous l’avez compris, mon groupe sera moteur dans vos démarches. Nous espérons qu’elles interviendront rapidement.
Je voudrais également signaler un autre élément, c’est que souvent, nous sommes timorés. Nous n’osons pas intervenir sur des questions de radicalisme religieux. Je voudrais inviter les collègues à prendre exemple sur ce qui se fait dans de nombreux pays arabes. Regardez la manière dont les radicaux sont traités dans les Émirats. Regardez la manière dont le Maroc traite l’islamisme radical. Si nous pouvions avoir les mêmes principes, nous aurions un vivre ensemble beaucoup plus agréable.
À ce titre, je voudrais déjà répondre à ceux qui invoqueront systématiquement le racisme, comme l’a fait Catherine Moureaux lorsque Sammy Mahdi a évacué ce prêcheur de haine. Il n’y a pas de racisme à vouloir du vivre ensemble. Il y a au contraire de l’irresponsabilité à laisser les radicaux parler au nom des autres.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, Toujgani is een haatprediker die oproept joden te verbranden. Hij heeft zelf twee vrouwen. Hij stelt dat meisjes op negenjarige leeftijd geslachtsrijp zijn en uitgehuwelijkt mogen worden. Hij vindt dat moslims niet mogen stemmen, want dan zouden ze meewerken aan een regering van ongelovigen. Hij zou zelfs in opdracht van de Marokkaanse overheid hebben gespioneerd in ons land. Voor de verkiezingen klonk het allemaal heel stoer. Collega Bergers speelt graag Wie is het? . Wel, wie ging dit ook alweer op de onderhandelingstafel leggen? Wie ging ervoor zorgen dat Toujgani nooit naar ons land zou terugkeren? Dat was Theo Francken. De realiteit is dat Toujgani maandag triomfantelijk is geland in ons land. U deed niets, mevrouw de minister. Ik heb u een maand geleden, nog voor hij weer in het land was, gevraagd wat u ging doen. Waar bent u in godsnaam mee bezig? Ik heb geen antwoord gekregen op de belangrijkste vraag. Wanneer staat die (…)
Voorstellen
Voorstellen ingediend door Jeroen Bergers als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, voor wat de oprichting van een politiezone Brussel-Hoofdstad betreft (746/2)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, voor wat de oprichting van een politiezone Brussel-Hoofdstad betreft (746/2)
Bekijk dossier 746
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, voor wat de oprichting van een politiezone Brussel-Hoofdstad betreft (746/2)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, voor wat de oprichting van een politiezone Brussel-Hoofdstad betreft (746/2)
Bekijk dossier 746
-
Voorstel: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten, inzake de bevordering in de graad van hoofdcommissaris van politie (1240/4)
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten, inzake de bevordering in de graad van hoofdcommissaris van politie (1240/4)
Bekijk dossier 1240
Stemmingen
Recente stemmingen van Jeroen Bergers in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Barbara Pas over 'Het jaarrapport 2025 van de vicegouverneur van Brussel' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Kjell Vander Elst over 'De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Jeroen Van Lysebettens over 'De consequenties en de kosten van het blijvende uitstel van de PEZ1' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het ontoereikende rendement, de vertraagde investeringsstrategie en de bestuurscrisis bij Hedera' details → | ja |
| Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van: - de heer Steven Coenegrachts over 'Het aanvullen van onze strategische gasvoorraden' details → | ja |
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico's, Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt, Richtlijn (EU) 2024/2994 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties, en houdende diverse bepalingen details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 3 van Caroline Désir cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 4 van François De Smet op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 6 van Nadia Moscufo cs op artikel 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz cs op artikel 4. details → | nee |
Commissies
Jeroen Bergers is lid van de volgende commissies.