Mondelinge vragen
Wetsvoorstellen
Stemdeelname
-
Hoe wordt stemdeelname berekend?
De Kamer publiceert geen aanwezigheden. Aanwezigheid wordt benaderd via stemdeelname: het aandeel stemdagen (of stemmingen) waaraan een lid sinds zijn/haar startdatum heeft deelgenomen. Er kunnen legitieme redenen zijn voor afwezigheid, zoals ziekte, zwangerschap, ouderschapsverlof of officiële verplichtingen.
De stemdeelname per dag laat elke stemdag evenveel meetellen. De stemdeelname per stemming neemt elke individuele stemming in rekening: afwezigheid op een drukke dag telt zo harder door.
Mondelinge vragen
De 10 meest recente vragen gesteld door Natalie Eggermont in de plenaire vergaderingen.
-
Vraag: De mismatch tussen de RIZIV-nummers en het toegangsexamen voor geneeskunde
Vraag: Het teveel aan afstuderende geneeskundestudenten
onderwijs, cultuur en religieDe mismatch tussen de RIZIV-nummers en het toegangsexamen voor geneeskunde
Het teveel aan afstuderende geneeskundestudenten
Overaanbod geneeskundestudenten en RIZIV-toelatingsproblematiek summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 2 juli 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens een debat bekritiseerden Irina De Knop en Natalie Eggermont minister Vandenbroucke omdat zijn planningsbeleid voor artsenquota (maximaal 1.427 RIZIV-nummers vanaf 2034) het zorgtekort verergert, ondanks de recordinstroom van 1.900 geneeskundestudenten in Vlaanderen, en ze vragen hoe hij 7.000 examenkandidaten kan uitleggen dat ze na hun studie mogelijk geen job krijgen in een sector met schreeuwende noden zoals gesloten bevallingsafdelingen en patiëntenstops bij huisartsen. Vandenbroucke verdedigde de quota als objectief gebaseerd op demografische projecties en waarschuwde voor risico’s van overaanbod, benadrukkend dat de deelstaten verantwoordelijk zijn voor specialisatieverdeling en geografische spreiding, terwijl hij pleitte voor betere afstemming tussen federale en regionale beleidsniveaus en efficiënter zorgorganisatie via praktijkondersteuning en multidisciplinariteit. De Knop noemde zijn "inhaalbeweging" schijnheilig en wees op de realiteit van overbelaste artsen, wachtlijsten en een zorgsysteem op instorten, terwijl Eggermont de Planningscommissie als onrealistisch bestempelde en een structurele oplossing eiste, zoals één bevoegd gezondheidsminister in plaats van acht om de beleidsverlamming te doorbreken.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, vandaag leggen 7.000 studenten het toelatingsexamen voor de opleiding geneeskunde af. Ze willen allemaal in de toekomst een loopbaan uitbouwen in de zorg. Dat is goed nieuws, want de bevolking veroudert en de zorgvraag neemt almaar toe. Een derde van de huisartsen is vandaag al ouder dan 60 jaar. Alle studies bevestigen dan ook dat we afstevenen op een zorginfarct.
Het resultaat is vandaag al pijnlijk zichtbaar. Steeds meer Belgen vinden geen huisarts meer. Huisartsenpraktijken nemen geen nieuwe patiënten meer aan. De wachtlijsten worden telkens langer. Vlaanderen laat dit jaar bijna 1.900 studenten starten aan de opleiding geneeskunde, net omdat we meer artsen nodig hebben. De vraag is zelfs of dat aantal zal volstaan.
U, mijnheer de minister, werkt echter tegen. U werkt het huisartsentekort en de tsunami die op ons afkomt nog verder in de hand. Samen met de federale Planningscommissie houdt u vast aan maximaal 1.427 RIZIV-nummers vanaf 2034. Dat is onbegrijpelijk en heel moeilijk uit te leggen, in de eerste plaats aan de 7.000 studenten die vandaag hun kans wagen, maar zeker ook aan de patiënten die geen arts vinden.
Mijnheer de minister, de uitdagingen zijn immens. Hoe kunt u nu verwachten dat het artsentekort wordt aangepakt, de wachtlijsten worden weggewerkt en de toegang tot de zorg wordt verzekerd als u blijft vasthouden aan een systeem dat de broodnodige instroom van artsen beperkt?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, terwijl wij hier zitten, zijn 7.000 studenten bezig aan hun ingangsexamen geneeskunde, op de Heizel, met pen en papier, muisstil. Ik wens hun heel veel succes toe. Het is een prachtige opleiding.
Twee weken geleden moesten die studenten in de krant lezen dat het niet zeker is dat als ze slagen voor het ingangsexamen en daarna hun hele opleiding met succes afmaken, effectief aan de slag zullen kunnen gaan als arts.
Jullie laten meer mensen toe om aan de studie te beginnen dan er aan het einde van de rit RIZIV-nummers zijn. Na zes jaar blokken, stages, wachtdiensten en een masterproef kunnen zij te horen krijgen: sorry, zes jaar in de vuilnisbak, u mag er niet aan beginnen, want de Planningscommissie heeft berekend dat er te veel dokters zouden zijn.
Ik weet niet op welke planeet jullie leven, maar leg dat eens uit aan de mensen die geen huisarts vinden, of aan de mensen die maanden moeten wachten op een afspraak met een specialist, of aan de dokters die de poten vanonder hun lijf lopen maar de tijd niet hebben om goed hun werk te doen en voor hun patiënten te zorgen.
Eén op twee huisartsenpraktijken heeft vandaag al een patiëntenstop of beperkt het aantal patiënten. In het AZ West in Veurne zijn ze met bevallingen gestopt omdat ze geen gynaecologen meer hebben. Ga maar naar Oostende!
Als het over zorgpersoneel gaat, mijnheer de minister, is er geen teveel, maar een tekort. Het probleem is dat de Planningscommissie uitgaat van een systeem dat nu al tekorten heeft. Als men van tekorten vertrekt, zal men natuurlijk tekorten blijven produceren.
We moeten heel die logica omkeren, en vertrekken van wat de patiënten effectief nodig hebben, inclusief de noden die vandaag onvervuld blijven. Daar horen dan ook voldoende middelen bij voor universiteiten en ziekenhuizen, om die artsen op te leiden.
Mijnheer de minister, wat zegt u vandaag tegen al die studenten die alles geven om dokter te worden, maar die na zes jaar studeren misschien te horen zullen krijgen dat er geen plaats is voor hen, in een sector die hen keihard nodig heeft?
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u beschikt over vier minuten antwoordtijd.
Frank Vandenbroucke:
Collega's, de federale regering heeft de artsenquota voor de jaren 2032-2033 en de tandartsenquota voor de hele periode van 2031 tot en met 2036 zeer zorgvuldig vastgelegd. Daarbij is uitgegaan van de adviezen van de Federale Planningscommissie aan de hand van objectieve gegevens over de zorgnoden van de bevolking, waarbij rekening wordt gehouden met de demografie, de veroudering, de instroom en uitstroom van de zorgverleners, de activiteitsgraad van de zorgverleners, de wijzigende werkpatronen en de noden per discipline. Dat is een zeer objectief onderzoek en daarvan zijn we vertrokken.
Het uitgangspunt is inderdaad dat er voldoende artsen en tandartsen voorhanden zijn om de zorg te garanderen. Men moet natuurlijk ook vermijden dat men op termijn een overaanbod krijgt. Zowel een onderaanbod als een overaanbod is slecht voor de kwaliteit van de opleiding, de kwaliteit van de zorg en de doelmatigheid van de gezondheidszorg.
Ik onderstreep dat de artsenquota ten opzichte van vorig jaar opnieuw worden verhoogd. Met name voor Vlaanderen wordt, net zoals de voorbije jaren en op basis van de adviezen, een belangrijke inhaalbeweging doorgezet. Die was de voorbije jaren al aanzienlijk. De federale artsenquota stegen van 1.848 in het startjaar 2022 naar 2.516 in het startjaar 2026.
Ik merk op dat alle experten die zich in het publieke debat hebben gemanifesteerd, waaronder de heer Jan De Maeseneer – en niemand zal zijn inzet voor de toegankelijkheid, de sociale geneeskunde en de huisartsgeneeskunde in twijfel trekken – ervoor hebben gewaarschuwd dat de quota misschien te groot aan het worden zijn en dat we misschien een overaanbod zullen krijgen. Hoe dan ook hebben we de Federale Planningscommissie gevolgd.
Daar voeg ik, ten eerste, aan toe dat de quota van vandaag pas over 9 jaar extra aanbod opleveren. Dat is dus geen onmiddellijke oplossing, maar wel belangrijk voor de planning op termijn.
Ten tweede, het is uiterst belangrijk, zelfs essentieel dat de deelstaten binnen hun bevoegdheden, als we te weinig huisartsen hebben, zorgen voor een goede verdeling tussen de specialismen. Dat is de bevoegdheid van de deelstaten. Dat geldt ook voor een goede spreiding over het grondgebied, waarover de deelstaten echt mee moeten waken en waarvoor zij belangrijke hefbomen hebben, als zij dat willen.
Ten slotte, meer in het algemeen – daarin hebben wij met de federale ziekteverzekering ook een verantwoordelijkheid –, moeten wij ervoor zorgen dat we met de beschikbare mensen het aanbod zo sterk mogelijk maken. We moeten hen helpen zich zo goed mogelijk te organiseren, met praktijkondersteuning, de bevordering van multidisciplinariteit in de eerste lijn en de terbeschikkingstelling van klinisch psychologen bij huisartsen.
Het aantal studenten dat in Vlaanderen aan de opleiding mag beginnen, is een verantwoordelijkheid van de Vlaamse regering. U weet dat ik al jaren ervoor pleit dat we daarover zorgvuldig met elkaar overleggen, zodat het ene op het andere goed is afgestemd.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u spreekt over een inhaalbeweging. Wat de Rode Duivels gisteren gepresteerd hebben door na een 0-2 achterstand alsnog te winnen, dat is een inhaalbeweging! Als u echter met uw inhaalbeweging ervoor zorgt dat het op het einde van de match nog steeds 0-2 is, is dat geen inhaalbeweging.
Wat u dus vertelt, mijnheer de minister, is de theorie. In de praktijk verloopt het anders. Ons zorgvuldig uitgebouwde zorgsysteem staat op springen. Er zijn te weinig artsen en de artsen, die er zijn, worden overspoeld met werk, lange wachtlijsten, administratieve ballast en een slechte organisatie van de eerste lijn. De spoeddiensten kreunen onder een toevloed van patiënten.
Mijnheer de minister, u bent de olifant in de Kamer. U bent al zo lang bevoegd voor Volksgezondheid en de tekorten nemen jaar na jaar toe. Het kleinste kind kan zien dat het systeem dat u hanteert met de Planningscommissie… (…)
Voorzitter:
Mevrouw De Knop, uw tijd is om.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, de Planningscommissie is objectief, zegt u, maar er wordt met heel veel onvervulde noden in de maatschappij geen rekening gehouden. Er wordt bijvoorbeeld ook gezegd dat artsen veel dingen doen die ze ook al zouden kunnen delegeren. Op zichzelf is dat waar, maar het is niet dat er een overvloed aan verpleegkundigen rondloopt aan wie men kan delegeren. Dat is geen objectief uitgangspunt, dat is uitgangspunt in sprookjesland. Uiteindelijk hebt u ook niet geantwoord op mijn vraag wat u doet met de studenten die vandaag van uw collega's aan Vlaamse zijde mogen starten, maar die aan het einde van de rit van u niet aan de slag zullen mogen gaan. U zei gewoon dat Vlaanderen dat beslist en dat we misschien wat beter moeten overleggen. Dat is inderdaad zo. Ons land heeft acht ministers van Volksgezondheid en we raken er niet uit. Ik stel dus voor dat we naar één minister van Gezondheid gaan. Dan worden dergelijke problemen meteen opgelost en kunnen we al het geld dat we daarmee besparen, investeren in de opleiding en de omkadering van ons zorgpersoneel, mijnheer de minister.
-
Vraag: Het loon van artsen-specialisten en de vergoeding voor de tijd die zij aan hun patiënten besteden
Vraag: De artsenlonen
gezondheid en welzijnHet loon van artsen-specialisten en de vergoeding voor de tijd die zij aan hun patiënten besteden
De artsenlonen
Artsensalarissen en patiëntgebonden vergoedingen summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 11 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister Vandenbroucke erkent de onevenredige inkomensverschillen tussen medische specialismen – bevestigd door De Morgen – en belooft een hervorming van de nomenclatuur die meer waarde hecht aan tijd voor patiënten, klinische expertise en zorgcoördinatie in plaats van technische handelingen, gekoppeld aan een herziening van de ziekenhuisfinanciering om prestatiedruk te verminderen. Gatelier benadrukt dat specialisten zoals kinderartsen, psychiaters en huisartsen die preventie en luistertijd bieden nu structureel ondergewaardeerd worden, en pleit voor een brede erkenning van ook paramedisch personeel, terwijl Eggermont de hervormingsplannen als onvoldoende bekritiseert omdat ze het prestatiegerichte beloningssysteem niet afschaffen maar enkel "zuiveren"; zij eist een radicaal alternatief met vaste lonen en variabele bonussen gebaseerd op kwaliteitscriteria, gestut door een opinieartikel van artsen die de prestatiegeneeskunde afwijzen. De minister wijst haar voorstel af als te simplistisch en houdt vast aan geleidelijke, overlegde veranderingen, maar Eggermont beschuldigt hem ervan het fundamentele debat over het afschaffen van prestatiebeloning te ontlopen.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, vous avez lu, comme moi, l'article du journal De Morgen sur les revenus des médecins spécialistes. Cet article a suscité beaucoup de réactions. Je ne souhaite pas aujourd'hui ouvrir un débat sur le niveau de rémunération des spécialistes. Ce sont des professions exigeantes qui impliquent de longues années d'études, de lourdes responsabilités et une disponibilité souvent hors normes.
En revanche, je constate une fois de plus les écarts considérables entre les spécialités médicales. La nomenclature valorise davantage certains actes techniques et l'utilisation d'équipements coûteux que le temps consacré aux patients, à l'écoute, à l'analyse clinique ou à la coordination des soins. Les pédiatres, les gynécologues, les dermatologues, les psychiatres jouent un rôle tout aussi essentiel dans notre système de santé.
Monsieur le ministre, ma question est simple. Quand valorisera-t-on enfin la qualité de la relation de soins et l'expertise clinique? Les patients ont besoin de temps pour parler, pour échanger avec leurs médecins. Cette question est d'autant plus importante que l'accord de gouvernement prévoit trois réformes majeures et indissociables: la réforme de la nomenclature, la réforme du financement hospitalier et l'encadrement des suppléments d'honoraires.
Dès lors, monsieur le ministre, confirmez-vous que les chiffres publiés par De Morgen mettent en évidence des écarts de revenus importants entre spécialisés et considérez-vous que ceux-ci reflètent au moins en partie des déséquilibres de la nomenclature actuelle? Confirmez-vous que la réforme de la nomenclature visera effectivement à mieux valoriser les prestations intellectuelles, l'expertise clinique et le temps consacré à la communication avec les patients? Enfin, garantissez-vous que la réforme de la nomenclature, celle du financement hospitalier et l'encadrement des suppléments d'honoraires seront menées de manière cohérente et simultanée, conformément à l'accord de gouvernement, afin d'éviter qu'une réforme isolée ne produise des effets (…)
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, een indrukwekkend onderzoek van de krant De Morgen over de artsenlonen brengt grote verschillen tussen de verschillende artsen en excessen aan het licht. Daar kwamen heel veel reacties op, maar de grote afwezige in het debat tot nu was u. Ik ben dus heel benieuwd hoe u naar die belangrijke kwestie kijkt.
Volgens ons vormt de manier waarop artsen betaald worden, de kern van het probleem. Vandaag worden artsen namelijk verloond per prestatie, per onderzoek, per ingreep, per consultatie, terwijl de ziekenhuizen in het rood staan. Dat zorgt voor een constante druk op de artsen om te presteren. Ik heb dat zelf ervaren toen ik als spoedarts in het ziekenhuis werkte. Ik werd op de vingers getikt door de directie, omdat ik te weinig CT-scans aanvroeg, en werd aangemoedigd om toch zeker de monitor aan te leggen voor patiënten met een verstuikte vinger.
Artsen die zich kritisch beraden over de vraag of een onderzoek wel nodig is, worden ontmoedigd. Erger nog, ze worden gestraft, als ze hun patiënten gezond willen houden. Zo getuigden kinderartsen in de reeks in De Morgen dat ze een vaccinatiecampagne tegen het RSV-virus hadden opgezet, met succes, want er waren minder zieke kinderen en minder ziekenhuisopnames, maar dat ze financieel in hun vel sneden. Het is toch de wereld op zijn kop dat men gestraft wordt voor goede geneeskunde?
Uw regering wil de nomenclatuur herzien, zult u ongetwijfeld straks opwerpen. Het blijft echter beperkt tot een update van het prestatiesysteem. Daarmee gaat u niet naar de kern van het probleem. Nochtans is er een alternatief mogelijk, een alternatief dat zelfs al van toepassing is. In de universitaire ziekenhuizen worden de artsen namelijk niet betaald per prestatie, maar hebben ze een vast loon, een fatsoenlijk loon, want artsen doen belangrijk maatschappelijk werk.
Waarom maken we van die uitzondering niet de regel? Artsen krijgen dan een loon samengesteld uit een vast deel en een variabel deel op basis van nog vast te leggen criteria. Zo verlossen we de artsen van de prestatiedruk. Dan kunnen ze bezig zijn met wat echt telt, zorgen voor de patiënten.
Zult u het debat daarover in alle openheid aangaan met de (…)
Frank Vandenbroucke:
Chers collègues, l'étude publiée par De Morgen est selon moi fort intéressante. Elle est basée sur un grand nombre de données objectivées, et je pense d'ailleurs que les commentaires et analyses des journalistes sont très nuancés sur cette question.
L'étude met en évidence un écart extrêmement important dans la discipline, qui est difficile à justifier. Je pense que nous sommes d'accord sur ce point. C'est l'une des raisons pour lesquelles il est nécessaire de moderniser, d'adapter et de revoir la nomenclature des prestations médicales, ce que nous allons faire.
Nous préparons actuellement cette réforme en concertation avec les représentants du corps médical afin de revoir cette nomenclature. L'objectif est de mieux faire correspondre les remboursements aux efforts réels fournis par les médecins, au temps consacré aux patients, à la complexité des prises en charge et aux besoins de la société en matière de santé.
Monsieur Gatelier, comme vous l'avez rappelé, ce chantier est intrinsèquement lié à celui de la réforme du financement des hôpitaux ainsi qu'au débat sur les excès en termes de suppléments d'honoraires, pour lesquels nous avons invité le corps médical et les mutualités à négocier entre eux une régulation – et non pas une disparition.
Mevrouw Eggermont, de hervorming van de ziekenhuisfinanciering zal rechtstreeks ingrijpen op een deel van het prestatiegerichte systeem. Ik meen dat u in een universitair ziekenhuis hebt gewerkt. Het lijkt mij toch enigszins tegenstrijdig dat u begon met te zeggen dat u onder druk werd gezet en dat dat zo verschrikkelijk was, om dat een minuut later erop te wijzen dat alleen universitaire ziekenhuizen dat systeem niet hanteren en dat u daar loontrekkende was. Ten gronde gaat het er inderdaad om dat de financiering van ziekenhuizen te veel afhangt van prestaties, die vermenigvuldigd worden. De hervorming van de nomenclatuur hangt dan ook samen met een hervorming van de ziekenhuisfinanciering, waarbij we de volledige kosten van onder andere medische interventies wat de uitrusting betreft, zoals een CT-scan, zullen baseren op de noden van de patiënten die daar verblijven en niet langer op de vermenigvuldiging van prestaties. Tot zover mijn antwoord op wat u hebt vastgesteld en aan den lijve ondervonden.
Mijns inziens is de kernvraag niet of een arts loontrekkend dan wel zelfstandig is – u was immers verloond en voelde toch druk –, maar hoe we ziekenhuizen financieren. Dat moet inderdaad absoluut anders. In de hervorming van de nomenclatuur gaat het over een eerlijke vergoeding voor artsen, in verhouding tot de tijd die ze investeren in de patiënt, de complexiteit van die patiënt, de moeilijkheidsgraad van het verrichte werk en het risico dat ze nemen, maar niet over de kosten van de uitrusting. Die moeten op een andere manier worden gefinancierd.
Tegelijkertijd zullen we in de hervorming ook nadenken over een goed zorgmodel. Dat betekent bijvoorbeeld dat een arts die in een ziekenhuis werkt en ook de last draagt van nachtwerk, wachtdiensten en supervisie, daarvoor voldoende moet worden vergoed. Dat aspect speelt mee. Het gaat dus ook over een visie op de zorg. In die zin denk ik dat het een belangrijke hervorming is die tegemoet zal komen aan een aantal van de punten die u hebt gesignaleerd.
We doen dat bovendien samen met het artsenkorps, in onderling overleg. Ik wil de hervorming van de ziekenhuisfinanciering, van de nomenclatuur en van het ziekenhuislandschap zelf, alsook de afspraken rond supplementen in zeer goed overleg met de hele sector uitvoeren, opdat ons systeem tegemoetkomt aan de noden van de samenleving en van de patiënten van morgen.
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Il est vraiment urgent et important que les soignants qui passent du temps à écouter les patients, à les examiner, à être à leur chevet soient aussi bien rémunérés que les soignants qui prestent des actes techniques.
On a cité certaines spécialités. J’en ai oublié, on peut aussi parler des urgentistes, des gériatres qui sont assez oubliés dans ce système de nomenclature; mais il y a aussi les médecins généralistes, qui prennent le temps de faire de la santé mentale, qui prennent le temps de faire de la prévention. On sait que c’est très important également.
On a beaucoup parlé des médecins, mais je souhaite aussi, monsieur le ministre, vous rappeler qu’il n’y a pas que les médecins. Il y a aussi tout le paramédical. Ces professionnels prennent beaucoup de temps pour écouter, pour soigner leurs patients. Que ce soient les kinés, les psychologues, les logopèdes, les sages-femmes, les infirmières, leur temps médical est fort consacré à leurs patients.
J'espère donc que la réforme de la nomenclature va tenir compte de ces remarques.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister. U kent mijn traject niet helemaal. Ik heb mijn opleiding uiteraard in een universitair ziekenhuis gedaan, maar daarna heb ik ook in privéziekenhuizen gewerkt. Het is daar dat men de druk van de prestatiegeneeskunde over zich heen krijgt. Ik wist wat u zou antwoorden. Mijnheer de minister, uw antwoord blijft in ieder geval beperkt. Ik onderstreep dat wij achter de hervorming van de basisfinanciering van de ziekenhuizen staan, in de zin dat er meer middelen aan de ziekenhuizen moeten toekomen. Wat de artsenlonen betreft, u wilt de nomenclatuur zuiverder maken. Met een zuivering van de nomenclatuur behoudt u nog altijd de prestatiegeneeskunde, want hoe meer onderzoeken en ingrepen een arts doet, hoe meer hij wordt beloond. Artsen die willen investeren in preventie, die tijd willen nemen, die kritisch willen nadenken over wat nodig is, worden daardoor afgeremd. Daar zit geen enkele logica in. Het is jammer dat u dat debat uit de weg gaat. We hebben vandaag, samen met een hele reeks artsen, een opinie in De Morgen gepubliceerd, waarin we zelf vragen om ons alstublieft van die prestatiegeneeskunde te verlossen, maar u loopt gewoon weg van het debat, mijnheer de minister.
-
Vraag: De acties van de non-profitsector
economie en werkDe acties van de non-profitsector
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 4 juni 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Natalie Eggermont bekritiseert minister Vandenbroucke dat het overbelaste zorgpersoneel onmiddellijke actie eist, terwijl de regering besparingen doorvoert en investeringen uitstelt, ondanks acute onderbezetting, lage lonen en administratieve overlast – ze beschuldigt de regering van prioriteitsverkeerde keuzes (bv. defensie vs. zorg) en gebrek aan urgentiebesef. Vandenbroucke belooft een sociaal akkoord (met honderden miljoenen vanaf 2028) en noemt lopende taskforces voor administratieve lastenverlichting en burn-outpreventie, maar Eggermont wijst dit af als te laat en onvoldoende, benadrukkend dat de zorgcrisis nu moet worden opgelost en dat het maatschappelijke verzet tegen de regeringskoers groeit.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, ik kom net van de zorgbetoging en ik heb daar met heel veel mensen gesproken. De rode draad is duidelijk: het zorgpersoneel is op. Er zijn te weinig handen, er is te weinig tijd, er zijn te weinig middelen. Er zijn vandaag meer mensen die vertrekken dan er bijkomen en voor degenen die overblijven, is wat hen rechthoudt hun passie, namelijk zorgen voor anderen.
Op een gegeven moment is het vat echter wel af. Al twee jaar lang komt de zorgsector op straat en telkens antwoordt u dat ze moeten wachten. Ondertussen moeten de mensen wel langer werken voor minder pensioen, moeten ze flexibeler zijn en moeten ze meer betalen aan de pomp, maar investeren, dat kan wachten. Mijnheer de minister, kom uit uw ivoren toren. U denkt altijd dat u het zo goed weet, maar wanneer hebt u voor het laatst een ochtendshift gedaan met een zorgkundige, die moet wassen, plassen, medicatie klaarleggen, of een dag in de crèche gestaan, niet wetend waar u moet beginnen, of een nacht met een verpleegkundige, helemaal alleen op een afdeling? Dat geldt ook voor iedereen die geapplaudisseerd heeft voor de helden in de zorg. Ga een dag meedoen, want blijkbaar is de ernst van de situatie toch nog niet helemaal duidelijk.
Deze regering wil nu nog 7 miljard extra besparen en verschillende partijen vinden dat er in de zorg nog wel wat geraapt kan worden. Mijnheer de minister, uw partij doet zich voor als dé partij van de zorg, maar u staat op de eerste rij om de ziekenfondsen aan te vallen, om ziekenhuizen te sluiten en om de patiënten meer te laten betalen voor medicatie en een doktersbezoek. U laat het zorgpersoneel en de patiënten in de steek.
Mijn vraag is heel duidelijk: zult u opnieuw zeggen dat het zorgpersoneel moet wachten of komt er nu een sociaal akkoord, niet binnen twee jaar? Zult u in het kader van de besparingsronde toelaten dat er aan het budget van de zorg wordt geraakt of niet?
Frank Vandenbroucke:
Collega's, als wij een goede gezondheidszorg willen voor de mensen, moeten wij zorgen voor het personeel dat er werkt en investeren in dat personeel. Wij zullen dat ook doen. Ik zit maandelijks samen met de vertegenwoordigers van de hele federale non-profit om het daarover te hebben. Wij bereiden een goed sociaal akkoord voor. Wij hebben daar ook geld voor uitgetrokken voor de laatste jaren van de legislatuur. Dat is inderdaad niet voor morgen, maar wij hebben voor de jaren 2028 en 2029 een heel belangrijke enveloppe opzijgezet waaruit wij honderden miljoenen euro’s kunnen putten voor een goed sociaal akkoord. Wij willen immers meer handen aan het bed en het werk aantrekkelijker maken.
Er is meer dan dat. Wij hebben een taskforce opgericht met de sociale partners en met de vertegenwoordigers van het personeel en de werkgevers om heel concreet en zonder vage verklaringen maar met tastbare maatregelen de lasten van registratieverplichtingen en administratieve verplichtingen te verminderen. Wij hebben ook een taskforce opgericht met de mensen op het terrein rond agressie. Wij werken aan burn-out, zoals ik daarnet ook heb aangegeven, wat belangrijk is wegens de emotionele last die weegt op de zorgsector.
Er wordt dus op alle fronten gewerkt en geïnvesteerd. Dat is voor mij een absolute prioriteit voor de rest van de legislatuur. Ik wil dat wij dat alles goed voorbereid kunnen aanpakken, omdat de middelen die door de regering opzij zijn gezet – dat gaat over honderden miljoenen euro’s – zo goed mogelijk moeten worden gebruikt voor ons zorgpersoneel. Daar gaan wij echt voor.
Natalie Eggermont:
U hebt meteen gezegd dat er investeringen komen maar dat ze er morgen niet zullen zijn. Dat is echter net wat het zorgpersoneel aangeeft: het moet nu gebeuren, want het vat is af en de ernst dringt nog altijd niet door. U zegt dat er nu geen geld is maar dat klopt niet. Er is wel geld. Als minister Francken 50 miljoen euro nodig heeft om antidronematerieel aan te kopen, dan ligt dat geld er met een vingerknip. Het personeel van de zorgsector moet echter nog wat wachten. Daarvoor worden dan allerlei taskforces opgericht. De regering vindt dus miljarden euro’s voor oorlog maar de zorgsector moet wachten. Weet u wat ik vandaag heb gehoord van iemand? Een samenleving kan zonder F-35's, maar een samenleving kan niet zonder mensen die zorgen. Jullie lijken de enigen te zijn die dat niet beseffen. De mensen zijn het niet eens met uw keuzes. De zorgsector komt op straat in een ongeziene sociale golf. Er is geen draagvlak voor de keuzes die u maakt. Het sociaal verzet groeit en de regering staat aan de verkeerde kant van de geschiedenis.
-
Vraag: De onenigheid over de centenindex
Vraag: De staking van 12 mei
Vraag: De staking van 12 mei
economie en werkDe onenigheid over de centenindex
De staking van 12 mei
De staking van 12 mei
Loonconflicten en arbeidsacties in België summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Vincent Van Quickenborne bekritiseert de centenindex als onuitvoerbaar en schadelijk voor competitiviteit, terwijl hij het alternatief van de sociale partners verdedigt, dat volgens het Planbureau budgettair voordeliger en haalbaarder is, maar premier De Wever houdt vast aan de originele plannen omwille van budgettaire, juridische en koopkrachtredenen. Natalie Eggermont en Ludivine Dedonder beschuldigen de regering van een discriminerende pensioenhervorming die vrouwen onevenredig hard treft, gestut door kritiek van de Raad van State, het Planbureau en de Raad voor Gelijke Kansen, maar krijgen geen direct antwoord op hun eis om de pensioenmalus af te schaffen. De Wever benadrukt dat budgettaire discipline en sociale correcties vooropstaan, maar wijst alternatieven af wegens juridische risico’s en tekorten, terwijl oppositie en vakbonden de hervormingen als onrechtvaardig en neoliberaal bestempelen en eisen ze in te trekken. De discussie draait om twee centrale conflicten: de haalbaarheid van de centenindex versus het sociaal alternatief, en de weerstand tegen pensioenaanpassingen die volgens critici armoede verergeren en vrouwen benadelen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, is er eigenlijk – behalve schaduwpremier Frank Vandenbroucke en uzelf – nog iemand die voor de centenindex is? De sociale partners zijn tegen, de werkgevers zijn tegen, UNIZO is tegen, Voka, het VBO, alle bedrijven zijn tegen en zelfs de sociale secretariaten, die daar geld aan verdienen, zijn ook tegen. De oppositie is tegen – dat is niets nieuws –, maar zelfs binnen de meerderheid zijn partijen tegen. De MR, mijnheer Bouchez, is zelf geen voorstander van die centenindex. De heer Clarinval evenmin. Cd&v, bij monde van de heer Mahdi, zegt letterlijk vandaag in de krant: "We zijn tegen, want het stoort ons mateloos dat uw partijen, N-VA en Vooruit, blijven vasthouden aan die centenindex. U zit in een ivoren toren." Hij heeft gelijk, dat dossier is ontworpen door theoretici en is op de werkvloer onuitvoerbaar.
De sociale partners hebben de moed gehad om te zeggen dat dat slecht is, maar ze hebben vooral een alternatief voorstel geformuleerd om de pieken uit te vlakken, te zorgen voor meer competitiviteit. Alle economen, mijnheer de eerste minister, zeggen dat dat een goed voorstel is. Voor het eerst wordt werk gemaakt van een hervorming van de index. Het Planbureau heeft daarover een definitieve beslissing genomen. Die is u doorgestuurd, mijnheer de eerste minister, met de cijfers erbij. Wat blijkt? Het voorstel van de sociale partners is voor de globale overheid budgettair zelfs iets beter dan de centenindex in 2030. Met dat verschil dat de centenindex complete Kafka is, onuitvoerbaar en de loonkosten voor de werkgevers, mijnheer Bouchez, met 800 miljoen euro verhoogt.
Mijnheer de eerste minister, er is een alternatief. Vraag aan de sociale partners, en vooral aan de vakbonden, om die stakingen – die ons land veel geld kosten – te stoppen, in ruil voor die hervormde index. Dan zorgt u voor sociale vrede en voor stabiliteit.
Ik heb maar één vraag. Wat houdt u tegen om op dat voorstel in te gaan? Dank u.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de premier, gisteren kwamen 75.000 mensen op straat tegen uw pensioendiefstal en indexdiefstal. Ik was op de betoging en ik heb gesproken met An, een nachtverpleegster, met Roxanne, havenarbeidster, en met Annelies, lasser in een metaalbedrijf. Allemaal zeiden ze me dat het onmogelijk is om tot 67 jaar te werken, dat ze dat niet willen en gewoon niet kunnen. Gisteren was de vijftiende nationale actiedag. Dat is ongezien. Al achttien maanden lang komen mensen in beweging en met resultaat. Dankzij de druk heeft de regering al moeten terugkrabbelen. Zo wordt ziekte nu niet meer afgestraft en is er nog altijd niets gestemd.
Ondanks alle aanpassingen, mijnheer de premier, is de pensioenhervorming nog altijd fundamenteel onrechtvaardig. Bovendien is ze discriminerend voor vrouwen. Bijna vier op de tien vrouwen die niet tot 67 kunnen werken, riskeren een malus, drie keer meer dan mannen. Daardoor riskeren ze tot een kwart van hun pensioen te verliezen. Weet u, mijnheer de premier, dat vandaag al een op de drie vrouwen die met pensioen gaan een pensioen onder de armoedegrens heeft? Daar wilt u nu nog eens extra op inhakken. Zo worden mensen die heel hun leven gewerkt hebben de armoede ingeduwd.
Neen, de oplossing is niet dat vrouwen zich moeten aanpassen. De oplossing is dat u uw beleid aanpast. Dat zeggen niet alleen de vakbonden en de PVDA, dat zeggen verschillende officiële adviesorganen. Er was kritiek van de Raad van State, van het Planbureau en nu ook van de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen, die bevestigt dat de pensioenhervorming discriminerend is voor vrouwen. Die laatste heeft een heel duidelijk advies: "De Raad dringt aan op de afschaffing van de malus."
Mijnheer de premier, mijn vraag is heel duidelijk. Erkent u dat de pensioenhervorming discriminerend is voor vrouwen en hen harder treft? Zult u luisteren naar het advies en de pensioenmalus afschaffen?
Ludivine Dedonder:
Hier, dans les rues de Bruxelles, encore une fois, comme à chaque grève, les travailleurs et les travailleuses ont crié leur colère à propos de vos réformes, toutes plus violentes les unes que les autres.
Dans la manifestation, il y avait évidemment beaucoup de femmes, des infirmières, des aides ménagères, des aides familiales, des accueillantes d'enfants, des enseignantes, des cheminotes, des chercheuses, des jeunes, des moins jeunes. Et elles étaient toutes remontées contre votre casse sociale.
Double saut d'index, destruction du monde du travail, mise à sac de nos pensions! Avec vous, tout augmente, sauf les salaires et les pensions!
Et sur les pensions, justement, les femmes sont particulièrement révoltées, parce qu'elles savent qu'elles vont se prendre votre réforme en pleine figure, comme si elles ne subissaient pas déjà assez de violence, comme si les inégalités qu'elles affrontent déjà tout au long de leur carrière ne suffisaient pas.
Un nouvel avis du Centre pour l'égalité des chances est d'ailleurs venu s'ajouter à l'avis du Conseil d'État et à celui du Bureau du Plan. Comme les autres, il confirme la profonde injustice de votre réforme des pensions. Il confirme que vos mesures – malus, durcissement des carrières, limitation des périodes assimilées, suppression de la prise en compte de la pénibilité – vont aggraver l'écart de pension entre les femmes et les hommes. Il confirme ce que je vous répète depuis des mois: votre réforme, votre double saut d'index et votre réforme du travail sont des impasses sociales.
Pour tous ces travailleurs, pour toutes ces femmes qui s'adaptent chaque jour de leur vie, je vous demande du respect, je vous demande de la reconnaissance. Cela s'entend par le retrait de votre réforme des pensions et de votre double saut d'index.
Bart De Wever:
Chers collègues, merci pour vos questions.
En ce qui concerne la réforme des pensions, je renvoie au débat qui est en cours en séance plénière et qui reprendra dans deux semaines. Le ministre Jambon répondra, comme toujours, de manière approfondie à toutes vos questions.
Dans le temps limité qui m'est imparti, je vais d'abord répondre plus particulièrement à la question relative au plafonnement de l'index. Celle-ci a déjà été largement débattue. Le ministre Vandenbroucke y a répondu hier au cours du débat sur la loi-programme. Toutefois, bien volontiers, je vais résumer une nouvelle fois la position du gouvernement.
De doelstelling van de maatregel van de centenindex was drieledig. Ten eerste moet die het saldo van de begroting verbeteren met een vooropgesteld bedrag. Ten tweede moet die de competitiviteit van de ondernemingen versterken. Ten derde moet die maximaal de koopkracht van de meest kwetsbaren beschermen. Als we de maatregel, zoals we die hebben uitgewerkt, willen vervangen door een alternatief, dan zullen we dat alternatief afmeten aan die drie voorwaarden.
De sociale partners hebben potentieel een alternatief opgesteld, waarvoor mijn oprechte hulde en dank. Dat voorstel werd door de regering welwillend bekeken en objectief uitgebreid doorgelicht door het Federaal Planbureau, de FOD Sociale Zekerheid en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Die doorlichtingen hebben drie problemen met het alternatieve voorstel aan het licht gebracht.
Ten eerste is er een probleem met de impact op de lage en middellonen en op de lage en middenpensioenen. In tegenstelling tot het ontwerp van de regering zou de koopkracht in dat alternatief wel geraakt worden.
Ten tweede is er een juridisch probleem. Op basis van precedenten stelt het juridische advies van de RSZ en de FOD Sociale Zekerheid dat het onderscheid in het voorstel van de Groep van Tien tussen de publieke en de private sector wellicht niet zal standhouden voor het Grondwettelijk Hof. Dat maakt het voorstel juridisch wankel. Bovendien – en dit is belangrijk – blijft in het voorstel van de Groep van Tien de centenindex voor de publieke sector en de gepensioneerden behouden en komt die maatregel voor die groep er nog bovenop. Laat dat heel duidelijk zijn, want daarover zijn andere verklaringen afgelegd die niet met de werkelijkheid overeenstemmen.
Ten derde is er ook een budgettair probleem. Het Federaal Planbureau heeft berekend dat het alternatieve voorstel een structureel gat in de begroting zou slaan van honderden miljoenen euro. Er zijn veel verschillende berekeningen gemaakt op basis van optimistische en minder optimistische parameters, maar het resultaat is altijd hetzelfde. Het alternatieve voorstel voldoet niet aan de budgettaire doelstelling die door de regering is vooropgesteld, zelfs niet in de meest optimistische prognose waarmee sommigen hier graag komen zwaaien. In tijden waarin ratingbureaus ons berispen voor de toestand van onze begroting en we dus nog een miljardenberg te beklimmen hebben, is het geen goed idee om extra gaten te slaan in de al zeer broze begrotingstoestand van ons land.
Om al die redenen blijft de regering bij de gemaakte afspraak en de drie besliste uitgangspunten: budget, competitiviteit en last but not least sociale correctie.
Permettez-moi cependant encore d'apporter quelques précisions, qui répondront d'ailleurs aux questions sur les manifestations d'hier. Le gouvernement examinera toujours avec bienveillance les propositions alternatives des partenaires sociaux. Dans la mise en œuvre de notre politique, nous avons déjà tenu compte, à plusieurs reprises, des remarques issues de la société civile. Des corrections sociales sont toujours possibles, mais elles doivent, dans ce cas, être compensées ailleurs. J'appelle donc l'ensemble des partenaires sociaux, lorsqu'ils formulent des propositions, à toujours tenir compte du cadre budgétaire global, car un déficit budgétaire hors de contrôle est un fardeau que nous portons tous ensemble, employeurs comme travailleurs. Il est donc dans l'intérêt général de réduire le déficit. Le gouvernement continuera à faire primer cet intérêt général.
Je vous remercie.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, u zegt dat er drie criteria zijn: de verbetering van het budgettair saldo, de competitiviteit en de koopkracht.
Ten eerste, over de verbetering van het saldo zegt het Federaal Planbureau in zijn definitief besluit dat het voorstel van de sociale partners voor de globale overheid beter is, in 2030, dan de centenindex. Ik zie dat de heer Bouchez ja knikt. Het is juist.
Ten tweede, de competitiviteit. Uw voorstel inzake de centenindex verhoogt de loonkosten met 800 miljoen euro. Het voorstel van de sociale partners doet dat niet. Uw voorstel is slecht voor de competitiviteit.
Ten derde, de koopkracht. Uw voorstel inzake de centenindex maakt boven 1.700 euro netto pensioen een indexsprong. Tegen mensen met een pensioen van 1.700 euro netto zegt u dat zij geen index meer krijgen. Toch spreekt u hier over koopkrachtbescherming, over behoud van de koopkracht?
Doe wat onder meer de heer Bouchez zegt, wat minister Clarinval zegt, wat alle economen zeggen, en kies voor het voorstel van de sociale partners. Kies voor sociale vrede, en laat die stakingen stoppen.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de premier, mijn vraag was gericht aan minister Jambon. U hebt gezegd dat u mijn vraag wilt beantwoorden, en uw antwoord is: minister Jambon zal antwoorden. Komaan!
Uw stilte hierover is echt wel veelzeggend. U weet dat deze hervorming discriminerend is voor vrouwen. Het probleem is dat u daar geen antwoord op hebt. U zwijgt, in de hoop dat het wel zal overwaaien. Ik kan u echter verzekeren dat het niet zal overwaaien. De woede van de mensen zal niet wegebben. Integendeel, ze neemt alsmaar toe. De sociale beweging staat enorm sterk en heeft de regering al verschillende keren doen terugkrabbelen. Dat zal zo blijven.
U hebt geen democratische legitimiteit voor wat u aan het doen bent. Negen op tien mensen geven aan dat ze niet willen werken tot 67 jaar. Peiling na peiling toont dat aan.
Dat u daarover zwijgt, verbaast me niet, maar zullen Vooruit, cd&v, en Les Engagés zwijgen, of zullen ze het advies van de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen vastnemen en de pensioenmalus afschaffen?
Ludivine Dedonder:
Je vous avais demandé du respect. Je vous avais demandé de la reconnaissance pour les travailleuses et les travailleurs. La réponse que vous m'apportez… En fait, il n'y en a pas. Vous ne daignez même pas répondre à la question sur la réforme des pensions. Vous êtes mal à l'aise? Ça, je peux le comprendre! La seule chose que vous nous dites, c'est en quelque sorte: "On n'a pas le choix, il faut réduire le déficit." Les options que vous proposez, c'est le double saut d'index et c'est de vous attaquer aux pensionnés. Je vous dis que oui, c'est un choix politique. Votre choix politique, c'est de prendre dans la poche des pensionnés, des travailleurs et des malades. Les pensions, c'est 1,8 % du PIB. Vous achetez pour 34 milliards d'armes. Vous achetez des missiles américains pour 4 milliards. Eh bien, 4 milliards, c'est ce que vous prenez dans la poche des pensionnés pour ajuster votre budget!
-
Vraag: De industrietop
Vraag: De herindustrialisering en het concurrentievermogen
Vraag: De industrietop
Vraag: De industrietop
Vraag: De achteruitgang van de chemische industrie
economie en werkDe industrietop
De herindustrialisering en het concurrentievermogen
De industrietop
De industrietop
De achteruitgang van de chemische industrie
De toekomst en uitdagingen van de industrie summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Tijdens een debat over de Europese industrietop in Alden Biesen en Antwerpen waarschuwen politici als Jeroen Soete (N-VA) en Koen Van den Heuvel (CD&V) dat de Europese industrie—met name chemie en staal—onderuit dreigt te gaan door hoge energiekosten, Chinese dumping en Amerikaanse subsidies, terwijl ze pleiten voor een sterker Europa met lagere energie- en CO₂-kosten, een versterkte interne markt en strengere handelssancties zoals CBAM. Minister Clarinval (MR) bevestigt de urgentie en somt nationale maatregelen op (zoals loonkostenverlaging en het MAKE 2025-2030-plan), maar benadrukt dat Europese actie cruciaal is voor concurrentievermogen, met focus op energieprijzen, deregulering en Buy Europe-beleid. Natalie Eggermont (PVDA) bekritiseert het debat als een "shockdoctrine": volgens haar wordt de crisis misbruikt om deregulering, sociale afbraak en belastinggeld voor multinationals door te drukken zonder democratisch debat, terwijl grote bedrijven als BASF recordwinsten maken maar niet herinvesteren in Europa. Reccino Van Lommel (Vlaams Belang) valt de regering en Europa aan voor te veel regels, koolstoftaksen en trage besluitvorming, en eist onmiddellijke opstand tegen EU-beleid en fiscale hervormingen om bedrijven te behouden.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, vandaag vindt in Alden Biesen de Europese industrietop plaats. Onze industrie verkeert in een overlevingsmodus, ze wordt bedreigd en trekt terecht aan de alarmbel. Onze chemiesector en onze staalindustrie staan al jaren onder gigantische druk. Dat is ook niet verwonderlijk gezien de tijden waarin we leven. Poetin doet onze energiefactuur en energiekosten massaal stijgen. Trump bedreigt onze economie met handelstarieven. De Chinezen overspoelen onze markt met producten aan onrendabele dumpingprijzen.
Tijdens mijn bezoek voorbije zomer aan enkele chemische bedrijven in Oostende klaagden zij over de hoge energiekosten en vertelden zij mij over hun ongelijke strijd met Chinese producenten, die hun producten hier massaal komen dumpen tegen van de pot gerukte prijzen, waardoor onze industrie wordt weggevaagd. Niet alleen China, maar ook de Verenigde Staten spelen al jaren volgens andere spelregels, met aanzienlijke staatssteun en subsidies, overproductie en een duidelijke keuze voor de eigen industrie. Dat baart niet alleen de captains of industry zorgen, maar ook onze werknemers, die vrezen voor hun job en zien dat er banen verdwijnen. De noodkreet van onze industrie en van onze werknemers is duidelijk. We moeten onze welvaart en onze jobs beschermen.
Wie denkt dat het een oplossing is om ons te spiegelen aan het Chinese model en om met Chinese lonen te werken, dwaalt. We zullen onze industrie niet redden door onze burgers aan koopkracht te laten inboeten.
Mijnheer de minister, met die koopkracht hebben we een enorm wapen. We beschikken over een Europese markt met 450 miljoen consumenten. Veel wetenschappers en economen zeggen dat we die markt moeten gebruiken en meer de kaart ‘buy Europe’ moeten trekken.
Christophe Bombled:
Monsieur le vice-premier ministre , la rencontre informelle des 27 chefs d’État européens qui se déroule aujourd’hui à Alden Biesen met en lumière la pertinence de notre politique européenne, l’intérêt du monde économique pour la poursuite des réformes en matière de compétitivité, la nécessité d’accélérer la mise en œuvre des mesures discutées depuis 18 mois et la publication des rapports Draghi et Letta.
Les mesures européennes doivent se traduire par des mesures fédérales, que vous pilotez. La croissance européenne permet de réduire nos déficits budgétaires, d’augmenter notre taux d’emploi et d’améliorer la situation socio-économique de nos concitoyens.
Mais cette croissance est créée par les entreprises, qui ont besoin de mesures rapides et fortes pour réduire les charges réglementaires. Un besoin de tirer pleinement profit des opportunités du marché unique, un besoin de bénéficier d’une énergie à prix correct et le besoin d’une épargne mobilisée dans l’investissement productif à travers une véritable union de l’épargne et des investissements.
Monsieur le vice-premier ministre, nos entreprises de toutes tailles – je pense surtout à nos PME – se heurtent à une réglementation complexe et de plus en plus volumineuse. Comment concevoir des législations, certes nécessaires, en tenant dès le départ compte des besoins des PME? Sur le plan climatique, comment booster notre secteur énergétique afin de rendre nos entreprises plus compétitives, tant sur le plan des prix que de la dépendance vis-à-vis de pays tiers? Quelles sont les mesures à prendre contre les fuites de carbone et les solutions efficaces d’exportation CBAM (carbon border adjustment mechanism) ? Comment construire des chaînes d’approvisionnement résilientes pour les matières premières? Comment mieux nous protéger de concurrents mondiaux qui pratiquent des politiques économiques et commerciales déloyales? Est-ce qu’on mobilise suffisamment nos instruments de protection économique? Enfin, êtes-vous favorable à l’établissement d’une préférence européenne, notamment pour les marchés publics?
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, gisteren kwamen in Antwerpen honderden Europese bedrijfsleiders en toppolitici, waaronder u, samen om te overleggen over een grote, gedeelde bezorgdheid: Europa verliest terrein. Als Europa zijn competitiviteit vandaag niet herstelt, dreigt het economisch kopje-onder te gaan en op wereldvlak niet meer mee te tellen. De analyses zijn gemaakt en de intenties zijn uitgesproken. Daar ligt ook de uitdaging: intenties volstaan niet langer; daden moeten volgen. Onze bedrijven wensen dat we daadkrachtiger optreden en een beleid voeren dat resultaten boekt.
Voor cd&v is het duidelijk, enkel een sterker Europa kan de economische neergang van Europa stoppen en zowel onze strategische autonomie als onze competitiviteit herstellen.
Ik zie drie werven.
Ten eerste, de kosten voor energie en voor CO 2 -uitstoot moeten naar beneden.
Ten tweede, de Europese interne markt moet versterkt worden, door te werken aan een Europese kapitaalmarkt. Nationale regeltjes moeten worden afgebouwd. De interne barrières tussen onze Europese lidstaten moeten worden afgebouwd. De Belgische export alleen al zal zo voor ongeveer 10 miljard euro kunnen groeien en de productiviteit zal met 20 % stijgen, goed voor onze economische groei.
Ten derde, we moeten kordater optreden tegen oneerlijke handelspraktijken. Het moet gedaan zijn met Chinese dumpingpraktijken.
Beste minister, voor ons is het duidelijk. België moet absoluut in de cockpit zitten met de landen die pleiten voor een sterker Europa, voor meer Europa, desnoods een Europa met twee snelheden.
Mijnheer de minister, wij verwachten dat onze regering mee de lead neemt.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, gisteren in Antwerpen en vandaag in Alden Biesen discussiëren de Europese leiders en de captains of industry samen over de toekomst van de industrie om het concurrentievermogen te redden. Het is belangrijk even een stap achteruit te zetten en te kijken wat er aan het gebeuren is. Achter alle ronkende verklaringen, ook hier, zit opnieuw een plan, een strategie. Men gebruikt de industriële crisis om een reeks plannen, die al langer klaarliggen, in sneltreinvaart door te duwen: deregulering, blanco cheques voor multinationals, sociale afbraak, milieuwetten op de schop. Dat is oude wijn in nieuwe zakken, die bij elke crisis wordt toegepast. Dat is de bekende shockdoctrine van Naomi Klein: men trekt zo hard mogelijk aan de alarmbel en gebruikt vervolgens de chaos en ontreddering om maatregelen door te duwen zonder enig parlementair democratisch debat.
Bart De Wever spreekt over een kapitaalunie met als doel slapend geld te activeren, ons spaar- en belastinggeld te gebruiken en te dereguleren via de omnibusrichtlijnen, met steun van extreemrechts. Hij trekt nu zelfs de klimaatdoelstellingen, de Green Deal, in twijfel. Met welk mandaat doet hij dat? Is dat zijn standpunt? Is dat het standpunt van de regering? Waar is dat besproken? Is iedereen het daarmee eens? Gaat iedereen ermee akkoord dat ons pensioen- en spaargeld op de kapitaalmarkt wordt gebruikt? Bent u het er allemaal mee eens dat de klimaatnormen best wat mogen worden verminderd voor het concurrentievermogen? Vindt u het goed dat er verder moet worden gedereguleerd en geprivatiseerd? Is dat besproken in de regering? Met welke legitimiteit onderhandelt Bart De Wever daarover? Met welk mandaat doet hij dat? Is dat een officieel regeringsstandpunt?
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de minister, in de politiek is gelijk hebben helaas niet hetzelfde als gelijk krijgen. Hoeveel jaren zeg ik al dat onze industrie – en zeker niet alleen de chemische industrie – tot een economische ruïne aan het afbrokkelen is? Hoe pijnlijk is het dat al die partijen die altijd hebben gezegd dat meer Europa voor een sterkere industrie zou zorgen, vandaag moeten vaststellen dat het Europese beleid alleen maar tot meer regels heeft geleid, die onze industrie verder kapotmaken.
Niet alleen de Europese excellenties doen vanuit hun ivoren toren aan zelfvernietiging, ook onze nationale politici doen dat. Denk aan het in gevaar brengen van onze bevoorradingszekerheid qua energie en de betaalbaarheid ervan, de door de strot geramde koolstoftaksen die jullie als eenden hebben geslikt en nog lekker vonden ook, maar ook aan de bezorgdheden van de talrijke industriële spelers die al jaren van jullie afglijden als water van een eend.
Het ontbreken van een fiscale hervorming vanaf een wit blad is daar ook een voorbeeld van. Ondertussen hebben al heel wat bedrijven besloten om hun activiteiten te sluiten, af te bouwen of te verplaatsen. Wie kan hun ongelijk geven? Geloof me, mijnheer de minister, wat we tot hiertoe hebben gezien, is slechts het topje van de ijsberg, zeker als u er met de Titanic tegen zult varen.
Gisteren en vandaag zagen we niet meer dan een grote Bart De Wever-show die een bepaalde perceptie en staatsmanschap moet creëren. Als we naar de praktijk van zijn broddelwerk kijken, zien we iets helemaal anders, mijnheer de minister. Waar zijn de daden, of zijn het alleen maar woorden?
David Clarinval:
Monsieur le président, chers collègues, hier j'ai participé au sommet européen de l'industrie à Anvers, aux côtés du premier ministre, de la présidente de la Commission européenne, de plusieurs dirigeants européens, dont le président Macron et le chancelier Merz, ainsi que de plusieurs centaines de dirigeants d'industrie issus de 25 secteurs différents, donc pas seulement de la chimie. Le message était très clair: la compétitivité est aujourd'hui un enjeu de souveraineté. Le monde a basculé vers davantage de protectionnisme, de subventions massives, de dumping.
Dans ce contexte, l'Europe ne peut plus se permettre la naïveté économique. Depuis des années, je plaide pour un sursaut en matière de compétitivité. Trop longtemps, en Belgique, comme en Europe, la compétitivité et, singulièrement celle de l'industrie, a été reléguée au second plan. Dans mon livre Fiasco énergétique , que j'ai écrit il y a 12 ans, je tirais déjà la sonnette d'alarme et j'annonçais que la chimie allait être en danger si on ne faisait rien. Nous y sommes malheureusement aujourd'hui.
Les faits sont là. Sans compétitivité, il n'y a pas d'industrie. Et, sans industrie, il n'y a ni souveraineté, ni création de valeurs, ni emplois durables. L'industrie est en recul depuis plusieurs années. La part de l'industrie dans la valeur ajoutée en Belgique est passée de près de 20 % en l'an 2000, à moins de 13 % aujourd'hui.
Les demandes qui ont été relayées hier sont très claires. Un, baisser les coûts de l'énergie. Deux, baisser les coûts du carbone. Trois, une concurrence mondiale équitable. Quatre, un meilleur accès au financement. Et, cinq, mieux valoriser le made in Europe .
Mijnheer Van Lommel, u stelt mij een vraag specifiek over de chemische industrie. De chemiesector illustreert perfect de Europese industriële uitdagingen. Ze is een basisindustrie die in het hart zit van veel Europese waardeketens. Zonder een sterke en competitieve chemiesector is er geen industriële soliditeit in de sectoren energie, gezondheid, bouw, automobiel, landbouw of schone technologieën.
Dames en heren, de antwoorden moeten worden geformuleerd op Europees én op nationaal niveau. Op Europees niveau zouden meerdere hefbomen moeten worden overwogen om de competitiviteit te herstellen.
Tout d'abord, il importe d'approfondir le marché intérieur, qui est encore beaucoup trop fragmenté. Ensuite, il faut réduire durablement le coût de l'énergie, mais aussi adapter l'ETS et revoir la réduction des quotas gratuits afin de préserver la capacité d'investissement de l'industrie, rendre le CBAM véritablement protecteur, renforcer notre défense commerciale et simplifier notre cadre réglementaire pour restaurer la confiance des investisseurs.
Le message délivré hier est qu'il est urgent de prendre des mesures. À l'échelle nationale, le gouvernement a déjà pris plusieurs initiatives importantes: réduire d'un milliard d'euros les coûts salariaux d'ici 2029, imposer une norme énergétique aux industries électro-intensives, entreprendre des réformes du marché du travail, développer un plan de compétitivité MAKE 2025-2030 pour placer la relance industrielle au cœur de notre stratégie. Le travail doit se poursuivre. Tous ces chantiers doivent converger vers un objectif unique: restaurer la compétitivité de nos industries.
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, la compétitivité n'est pas un slogan; c'est le fondement de notre prospérité, la clef d'emplois durables et la condition essentielle pour assurer l'avenir économique de l'Europe et de notre pays.
Jeroen Soete:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
We moeten onze welvaart, onze jobs en onze koopkracht inderdaad beschermen, maar die Europese markt, met 450 miljoen consumenten, is een troef die we veel meer moeten uitspelen.
Ons voorstel ter zake ligt klaar. Als we bedrijfswagens dan toch jaarlijks met miljarden euro's moeten subsidiëren, waarom koppelen we daar dan geen maatschappelijke return aan en vragen we dat die wagens effectief in Europa worden geproduceerd om onze eigen Europese producenten te helpen? Het is toch al te gek dat we de verkoop van gesubsidieerde Chinese auto's ondersteunen, terwijl onze eigen Europese auto-industrie zwaar onder druk staat. Buy in Europa, made in Europe om Europese jobs en Europese technologie te beschermen en om de jobs te beschermen die onze gezinnen koopkracht en zekerheid bieden. We rekenen daarvoor absoluut ook op uw steun.
Christophe Bombled:
Monsieur le ministre, je veux saluer votre travail dans le cadre du plan interfédéral MAKE 2025-2030 et la validation des premiers plans d ’ action visant à renforcer la comp é titivit é de notre industrie. Avec ce plan, nous compl é tons des r é formes structurelles majeures d é j à engag é es au niveau f é d é ral, comme la r é duction des co û ts salariaux, la r é forme du march é du travail ou l ’ am é lioration du cadre en faveur de l ’ investissement.
C’est dans ce cadre politique que ces mesures fédérales, ainsi que celles qui seront prises lors du prochain Conseil européen, doivent contribuer à rétablir notre compétitivité, gage de croissance, d’emploi et d’une souveraineté européenne réaffirmée dans un climat international incertain.
Par ailleurs, sur une compétence connexe aux vôtres, il me paraît urgent d’attirer l’attention des différents niveaux de pouvoir sur la qualité de la formation, l’importance de la recherche, sans oublier la mise en œuvre de l’intelligence artificielle dans notre processus productif.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord. We kunnen absoluut achter dat antwoord staan. U geeft de juiste prioriteiten weer.
We moeten inderdaad werk maken van een sterker Europa. Wie hier daarnet nog kwam pleiten voor een afbouw van Europa, dwaalt. Dat is heel erg duidelijk. We moeten dus de lead nemen in de cockpit voor een sterkere Europese Unie.
We moeten echter ook ons eigen huishouden op orde hebben. Dat betekent werk maken van de energienorm. Er zijn evenwel ook nog andere maatregelen nodig. Daarom dient collega Gielis een resolutie in om onze basisindustrie te versterken.
We moeten bovendien werk maken van ons vergunningenbeleid. We zijn heel blij dat minister Jo Brouns op Vlaams niveau op dat vlak initiatieven neemt om de zaken in orde te brengen.
Ik verzoek u en de premier om daarvan werk te maken en de lead te nemen in Europa om de kapitaalmarkt en de interne markt uit te bouwen.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, ik dank u, in de eerste plaats om niet te antwoorden op mijn vraag. Mijn vraag was wat de democratische legitimiteit van Bart De Wever is om dat alles te doen. Blijkbaar hoeft die parlementaire vraag zelfs niet beantwoord te worden. U doet zelfs de moeite niet om te doen alsof dit Huis iets van betekenis heeft.
Het is belangrijk om enige nuance aan te brengen in het hele debat. Door alle drama lijkt het alsof er een gigantische crisis is, maar er is crisis en tegelijkertijd geen crisis. De grote industriële spelers hebben immers nog nooit zulke recordwinsten geboekt. Die winsten worden steeds meer geconcentreerd in de handen van enkele spelers en grotendeels uitbetaald aan de aandeelhouders. Voor een aantal spelers was het weer nog nooit zo goed en voor een aantal spelers is het momenteel slecht weer.
Wat doet de regering echter? Zij deelt aan iedereen blanco cheques uit. Dat zijn dezelfde recepten als in het verleden.
Er is hier veel gesproken over de chemie. BASF bijvoorbeeld heeft 10 miljard euro winst geboekt en die winst niet opnieuw geïnvesteerd in Antwerpen, maar in China. Met blanco cheques zonder garantie op tewerkstelling (…)
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de minister, Bart De Wever kan dan op zijn industrietop wel staan blinken, wij willen actie zien. Boter bij de vis, minister. De Europese besluitvorming is als een moloch en laat jaren op zich wachten. Mijn boodschap is dan ook duidelijk: zet alle aankomende Europese wetgeving die onze industrie verder kapotmaakt on hold. Wees ongehoorzaam aan Ursula von der Leyen, die denkt als moeder-overste te waken over Europa en komt zeggen wat onze bedrijven moeten doen en laten. Doe alles om die schandalige koolstoftaksen aan te pakken. Zorg dat er grondstoffen zijn. Zorg voor de productie van eigen, betaalbare energie. Zorg ervoor dat bedrijven die zich hier willen vestigen, sneller operationeel kunnen zijn. Maak eindelijk werk van een echte fiscale hervorming, zodat wie onderneemt, werkt en spaart in ons land, wordt beloond. Leve de herindustrialisering van Vlaanderen!
-
Vraag: Het MORSE (Monitoring of Reimbursement Significant Expenses)-rapport van het RIZIV
gezondheid en welzijnHet MORSE (Monitoring of Reimbursement Significant Expenses)-rapport van het RIZIV
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Natalie Eggermont (Vooruit) bekritiseert minister Vandenbroucke voor de verhoogde medicijnprijzen sinds 1 januari, die volgens haar oneerlijk gewone patiënten treffen terwijl het echte probleem de exorbitante winsten van big pharma zijn, met 15 dure medicijnengroepen verantwoordelijk voor 68% van het budget. Ze beschuldigt hem ervan de farmasector te beschermen via geheime deals met winstmarges tot 90%, in plaats van transparantie en prijscontrole af te dwingen. Vandenbroucke verdedigt zijn beleid door te stellen dat hij big pharma voor het eerst 900 miljoen euro laat bijdragen en wijst op de noodzaak van dure innovatieve medicijnen zoals RSV-vaccins en muco-behandelingen, die hij via onderhandelingen toegankelijk houdt; hij noemt Eggermonts principiële houding onrealistisch en stelt dat haar aanpak patiënten de toegang zou ontzeggen. Eggermont kaatst terug dat de minister met zijn "solidariteitsretoriek" patiënten tegen elkaar uitspeelt en de farmaindustrie blijft faciliëren door geheime afspraken, waarbij miljarden sociale-zekerheidsgelden naar aandeelhouders vloeien in plaats van naar betaalbare zorg.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, vandaag betaalt men bij de apotheek een pak meer voor medicatie , want sinds 1 januari hebt u de prijs verhoogd. Volgens u is dat nodig omdat de uitgaven voor medicatie te veel stijgen. Vooruit vindt dat mensen smossen met pillen, pillen nemen als snoepjes. U maakt dus alles dus duurder – minstens 2 euro voor een doosje, de prijs van cholesterolverlagers verdubbelt, die van maagzuurremmers verdriedubbelt –, en dan zullen de mensen wel twee keer nadenken. Een kleine bijdrage noemt u dat.
Mijnheer de minister, mensen kiezen er niet voor om ziek te zijn. Ze nemen geen pillen voor hun plezier. En het is wél veel geld: 2 euro hier, 6 euro daar, dat loopt op. Ik zag gisteren een buschauffeur die een diabetespatiënt is. Voor hem loopt het op tot 300 euro per jaar. Voor u als minister, die 10.000 euro per maand verdient, is dat misschien niet veel, maar voor gewone mensen is dat een serieuze factuur.
Bovendien wijst u naar de patiënt, mijnheer de minister, maar zij zijn niet het probleem. Het probleem is de winsthonger van big pharma. Wij zeggen u dat al maanden. Nu is er een nieuw rapport van het RIZIV over de geneesmiddelenprijzen, waarin exact hetzelfde staat. Een handvol peperdure medicatie is verantwoordelijk voor de ontsporing van het budget. Er zijn 164 medicijnengroepen. Vijftien daarvan zijn verantwoordelijk voor 68 % van het budget. Daar zit natuurlijk het probleem. De farmasector vraagt torenhoge prijzen voor die medicatie, zonder enige transparantie.
Over de cholesterolverlagers, waarover we al veel hebben gediscussieerd, staat in het rapport: "De recente toename van de uitgaven wordt vooral verklaard door de introductie van duurdere, nieuwe geneesmiddelen". Het ligt dus niet aan het feit dat mensen die geneesmiddelen nemen als snoepjes.
Mijnheer de minister, u luistert niet naar mij, u luistert niet naar de cardiologen, maar misschien hebben we nu een instelling gevonden waar u wel naar luistert. Ik ben benieuwd. Zult u zich focussen het echte probleem, met name de peperdure geneesmiddelen?
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, gezondheid gaat voor alles. We investeren dus enorm in geneesmiddelen. Er komen alsmaar meer goede geneesmiddelen, die inderdaad duur zijn, op de markt en dus wordt vanuit de sociale zekerheid een grote inspanning gevraagd. Die leveren we ook.
We vragen ook voor de eerste keer een grote inspanning aan big pharma zelf. De farmaceutische industrie zal tegen het einde van deze regeerperiode naar schatting 900 miljoen euro moeten bijdragen aan de financiering van de budgetten. Het is de eerste keer dat dat gebeurt. Big phama passeert nu langs de kassa, en voor veel meer dan het bedrag van de enkele aanpassingen aan het remgeld die we doen. We willen de mensen wel een kleine inspanning vragen, precies omdat we nieuwe en goede geneesmiddelen nog sneller ter beschikking willen brengen.
Mevrouw Eggermont, u met al u grote principes, get real ! Geneesmiddelen voor mucopatiëntjes zijn duur. We onderhandelen over kortingen, die we niet bekendmaken maar die zeer fors zijn, net zoals in zovele andere landen gebeurt. Zult u aan die mucopatiëntjes zeggen dat de medicijnen, o, uw heilige principes, veel te duur zijn, dat u uw handen niet vuilmaakt aan geheime onderhandelingen over kortingen, zoals overal in de wereld en dat ze dus hun medicijnen niet krijgen? Of denk aan de vaccins tegen RSV, waar zovele baby’s nu mee geholpen worden en uit het ziekenhuis gehouden worden. Die zijn duur, inderdaad. Zult u zeggen dat u uw handen daar niet aan vuilmaakt, o grote principes, en dat u het in België op een andere manier zult doen? Weet dan wel dat u de vaccins tegen RSV of de geneesmiddelen tegen muco niet zult krijgen. Dus get real ! Doe zoals wij, neem uw verantwoordelijkheid op. Wij doen big pharma betalen en wij vragen (…)
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, met uw verhaaltje van solidariteit onder de patiënten zet u de gewone patiënten tegen elkaar op en blijft u het geheime dealmodel van de farma verdedigen. De sector blaast zijn vraagprijs op, totaal losgekoppeld van de productieprijs, en creëert zo gigantische winstmarges. Studies tonen aan dat er op die dure medicatie winstmarges tot 90 % zitten. Wie maakt dat mogelijk? U doet dat. U sluit voor al die medicamenten geheime deals af met de farma, achter gesloten deuren. U trekt uw broek af voor de farma-industrie en de patiënten mogen het betalen. Het probleem is niet het medicijnenkastje van de patiënten, het probleem is uw vriendenboekje. Vooruit was altijd tegen de geheime deals, maar sinds u minister bent, nemen ze alleen maar toe. Het gaat om miljarden euro’s van de sociale zekerheid, die in de zakken van de aandeelhouders van big pharma verdwijnen. Dus, mijnheer de minister, wie is er eigenlijk aan het smossen?
-
Vraag: De boerenbetoging
Vraag: Het boerenprotest en de voedselsoevereiniteit van België
Vraag: Het boerenprotest tegen het Mercosur-akkoord
Vraag: De boerenbetoging
Vraag: De boerenbetoging
Vraag: Het boerenprotest
klimaat, energie en landbouwDe boerenbetoging
Het boerenprotest en de voedselsoevereiniteit van België
Het boerenprotest tegen het Mercosur-akkoord
De boerenbetoging
De boerenbetoging
Het boerenprotest
Boerenprotesten en voedselsoevereiniteit in België summaryExplanationBekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Boerenprotesten in Brussel richten zich tegen het Mercosur-akkoord en strengere EU-regels (Green Deal, stikstof, PAC-bezuinigingen), die volgens hen oneerlijke concurrentie en financiële ondergang veroorzaken door goedkope import met lagere normen en dalende subsidies. Minister Clarinval (Landbouw) benadrukt weliswaar beperkte beschermingsmaatregelen in het akkoord (zoals snelle invoerbeperkingen bij prijsdalingen), maar kritiek blijft dat België zich onthoudt in plaats van actief tegenstemt—wat partijen als VB, CD&V en MR een verraad noemen, terwijl anderen (o.a. Open VLD) kansen in handel zien mits strenge controles. Kernpunt: de sector eist eerlijke handel, minder regeldruk en behoud van voedselautonomie, maar voelt zich genegeerd door zowel EU-beleid als de Belgische onthouding, ondanks ministeriële "garanties". Polarisatie tussen handelsvoorstanders (met voorwaarden) en fel tegenstanders (vrezend dumping en sectorineenstorting) domineert.
Dieter Keuten:
Collega’s, we hebben de betogers allemaal gehoord en gezien. Het Vlaams Belang is tussen hen gaan staan. Opnieuw zijn er tienduizenden radeloze landbouwers uit heel Europa hier in Brussel. Opnieuw. Vorig jaar waren er twee grote boerenprotesten. Toen al was de maat meer dan vol. Dat was echter voor de verkiezingen en dus werden er toen beloftes gemaakt. Vandaag moeten we vaststellen dat die beloftes niet zijn waargemaakt. Onze boeren worden nog steeds verder gewurgd, onder andere door uw regels, mijnheer de minister van Landbouw.
Er zijn de Green Deal, de natuurherstelwetten, de stikstofwetten, de mestbeperkingen en de verplichte labels. En nu wordt ook nog eens de deur opengezet voor goedkope import uit Zuid-Amerika, want de EU wil in allerijl de Mercosurdeal afsluiten, waardoor landbouwproducten geproduceerd volgens normen die ver onder onze standaarden liggen, massaal op onze markt zullen terechtkomen.
Voor de Vlaamse boer is de impact het zwaarst, want rundvee, gevogelte en suiker zijn voor ons zeer belangrijke sectoren, met hoge kosten en lage marges. Het is dan ook onmogelijk om te concurreren tegen import uit landen zonder vergelijkbare normen. De Vlaamse boer betaalt de prijs. Dat staat letterlijk in alle sectoradviezen.
Mijnheer de minister, u zei eerder dat België zich zal onthouden. Een onthouding beschermt echter niemand. Een onthouding betekent dat we niet voor onze boeren kiezen. Mijn vraag is dan ook hoe de regering dit akkoord zelfs maar kan overwegen, terwijl de risico’s voor onze landbouw zo duidelijk en zo groot zijn.
Laat u België aansluiten bij landen die het wel opnemen voor hun boeren, zoals Frankrijk en Polen? Of blijft u vasthouden aan een onthouding waarmee u onze landbouwers in de steek laat?
Benoît Lutgen:
Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, les manifestants réclament, ce jour, deux éléments. Il y a bien sûr l'enjeu du Mercosur mais également la réforme de la politique agricole commune (PAC) prévue par la Commission européenne, avec une réduction drastique des moyens, notamment en subsides et en soutien à l'agriculture; il s'agirait en l'occurrence d'une réduction de 30 %.
La conjonction de ces deux éléments-là, combinée à toute une série d'autres décisions qui ont été prises au niveau européen, qu'elles soient liées à des enjeux du Green Deal ou à des enjeux plus globaux, notamment au travers d'autres traités de libre-échange ces dernières années, montre une chose. D'un côté, on contrôle et surréglemente l'agriculture européenne et, de l'autre, nous ouvrons nos frontières sans possibilité de réel contrôle, avec en outre un sous-financement qui serait prévu au niveau de l'agriculture. Tout ceci aura bien sûr des conséquences dramatiques pour les exploitations agricoles de notre pays, mais également pour la sécurité alimentaire et la souveraineté alimentaire européenne.
J'attire votre attention sur le fait que c'est un enjeu essentiel. On a l'impression qu'on va pouvoir vivre en Europe en ayant de la nourriture européenne jusqu'à la nuit des temps. Les projections montrent très bien que nous risquons d'être dépendants demain. La force de l'agriculture européenne, c'est aussi d'avoir des liens particuliers avec notamment une partie de l'Afrique.
Compte tenu de tous les enjeux liés à la situation en Ukraine et en Russie, compte tenu du risque que 40 % de la production des céréales appartiennent à la Russie demain, monsieur le ministre, quelle est votre mobilisation? Comment avez-vous, ces dernières semaines, mobilisé vos collègues ministres régionaux pour avoir une stratégie au niveau belge afin, d'une part, de limiter au maximum tout ce qui traverse nos frontières européennes et, d'autre part, de défendre notre modèle agricole dans le cadre de la PAC?
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, de boeren hebben zich vandaag luid en duidelijk laten horen. We konden ze horen tot binnen de muren van het Parlement en ze hebben gelijk. Boeren zijn essentieel. Ze zorgen voor het eten op ons bord. Ze verdienen respect. Ze verdienen ook dat ze hun boterham verdienen met hun werk. Ze werken keihard tot 60, 70 of 80 uur in de week. Ze komen echter vaak niet rond, want ze krijgen geen eerlijke prijs voor hun producten. U betaalt 2,6 euro voor uw pakje friet, maar weet u hoeveel de boer daarvoor krijgt? Hij krijgt 1 eurocent.
De productiekosten voor de boeren zijn de laatste jaren alleen maar gestegen, onder andere door de vele regels die worden opgelegd. De prijzen aan de kassa zijn ook gestegen. Het zijn echter niet de boeren die rijk worden. Dat geld gaat naar de grote spelers van de agro-industrie en de supermarkten, die de prijzen betalen en woekerwinsten maken op de kap van de consumenten en de boeren. Dat is allemaal dankzij het beleid van de politiek.
Daarbij komt nu, de druppel die de emmer deed overlopen, het Mercosurakkoord. De EU gaat een vrijhandelsakkoord aan met Latijns-Amerikaanse landen, allemaal op vraag ook van de agrobusiness, want in die landen zijn de regels minder streng. Men werkt er met goedkope arbeidskrachten. Men kan er allerlei pesticiden en hormonen gebruiken die bij ons verboden zijn.
Die bedrijven gaan daar dus produceren, goedkoper, met verboden producten en dan brengen zij die producten hier terug op de markt. Onze boeren, die aan allerlei regels moeten voldoen, kunnen daarmee niet concurreren, terwijl het water hen nu al aan hun lippen staat.
Begrijp me niet verkeerd. De boeren zijn niet tegen handel, maar ze willen wel dat het eerlijk is. Dat is het Mercosurakkoord niet. Dat akkoord is gemaakt op maat van de agro-industrie en de multinationals. Het wurgt de kleine boeren, zowel hier als in Latijns-Amerika, want ook daar zijn er protesten. De boeren vragen om te stoppen met te rijden voor het grote geld.
Mijn vraag is eenvoudig: zult u luisteren naar de boeren of blijft u de handpop van de agro-industrie?
Leentje Grillaert:
Mijnheer de minister, wij hebben hen allemaal gehoord. Onze landbouwers zijn boos en dat is terecht. De discussies rond Mercosur zijn bekend. De lat voor de Europese boeren wordt steeds hoger gelegd, terwijl de EU producten, die onvoldoende aan onze normen voldoen, toegang wil geven tot onze markt. De consument verwacht hoge kwaliteitsnormen voor elk product, maar die worden met dit akkoord onvoldoende gegarandeerd. Bovendien stelt de Europese Commissie een begroting voor van 2.000 miljard euro, waarvan 22 % wordt beknibbeld op het landbouwbudget. Wanneer we dat allemaal samenvoegen, collega’s, mijnheer de minister, hebben we landbouwers die minder steun krijgen, meer administratie moeten verwerken en daarbovenop nog eens concurrentie krijgen van buiten Europa.
Voor cd&v is dat onaanvaardbaar. Onze landbouwers hebben onze steun nodig, want op deze manier ondergraven we onze voedselzekerheid en onze strategische autonomie. Laten we duidelijk zijn, wij zijn niet tegen handel, absoluut niet, maar handel moet eerlijk zijn. Vrijhandel zonder gelijk speelveld is geen vrijhandel. Er is grote nood aan Europees beleid dat ruimte maakt in plaats van ze dicht te zetten, beleid dat investeringen en initiatief weer mogelijk maakt. Onze jonge boeren vragen rechtszekerheid, maar zij haken massaal af. Wij moeten hun alle kansen geven.
Ik heb daarom een aantal vragen, mijnheer de minister.
Hoe zult u tegemoetkomen aan de bezorgdheden van de landbouwers, zodat we een positief signaal kunnen geven aan de volgende generatie landbouwers? Hoe zult u zich verzetten tegen de afbraak van het landbouwbudget om de competitiviteit van de sector te waarborgen? Zonder boeren is er immers geen voedsel en zonder voedsel is er geen strategische autonomie.
Dank u wel voor uw antwoord.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, jaar na jaar stijgen onze sociale uitgaven. De productiviteit stagneert, de bevolking veroudert en de economie kent een zwakke groei. Er is welvaart nodig. Vrije handel met andere markten die nog niet aangeboord worden, kan wel degelijk welvaart brengen. Zo kunnen we ook ontsnappen aan de toenemende druk van landen zoals China. Vrije handel kan kansen bieden, niet alleen voor onze industrie, maar ook voor zuivelproducten, varkens, aardappelen, groenten, appels en peren.
Wederkerige garanties zijn in dat vrijhandelsakkoord wel degelijk ingebouwd, maar toch willen sommigen die kansen niet grijpen. Dat is in deze uitdagende geopolitieke tijden een gemiste kans. Een nieuw vrijhandelsakkoord staat los van de terechte bezorgdheden van de boeren. De echte druppel die de emmer doet overlopen, zijn de moeilijke en voortdurend veranderende regels, de rechtsonzekerheid en de administratieve overlast.
Men zal de minister en mezelf niet kunnen betichten daar geen oor naar te hebben. We hebben zelf samen gestreden om landbouw- en visserijproducten te redden, zoals de Ardense worst en de garnalen van onze Oostendse vissers.
We zijn zelf geconfronteerd met de kafkaiaanse regels. Op dat vlak moeten stappen worden gezet en is perspectief nodig.
Andere Europese landen hebben dat, samen met pro-boerenbewegingen, begrepen. Zij hebben niet in verspreide slagorde gehandeld, maar hebben voor zichzelf vrijstellingen verkregen op andere regels. Zij zien dat vrije handel ook kansen biedt.
Mijnheer de minister, bent u het met ons eens dat we, net zoals die andere landen, de vrije handel niet kunnen negeren en niet kunnen blijven voortploegen onder onze eigen kerktoren?
Youssef Handichi:
Monsieur le ministre, aujourd’hui plusieurs milliers d’agriculteurs, avec des centaines de tracteurs, sont dans les rues de Bruxelles pour mettre la pression sur l’Europe. Ils viennent exprimer leur colère mais surtout leurs craintes. Leur inquiétude est double: la signature possible dès cette semaine du traité de libre-échange avec le Mercosur et la baisse annoncée du budget de la PAC après 2027.
En ce qui concerne le Mercosur, vous le savez, nous sommes pour le libre-échange. Nous ne voulons pas refermer nos frontières, bien au contraire. Nos entreprises, y compris agricoles, ont besoin de marchés à l’exportation. Elles en sont conscientes et nous le disent. Cependant, le libre-échange ne peut pas signifier ouvrir grand les portes, notamment à la viande bovine produite dans des conditions qui ne sont pas comparables aux nôtres, avec des normes sanitaires, sociales et environnementales bien inférieures.
Nos éleveurs font des efforts au quotidien. Ils respectent des règles strictes. Ils investissent dans la qualité. Ils ne comprennent pas pourquoi ils sont mis en concurrence avec des éleveurs qui ne jouent pas dans la même catégorie. En deux mots, ils craignent une concurrence déloyale. Et cela, je pense que dans ce Parlement, nous en sommes conscients.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous rappeler quels sont les instruments que la Belgique peut activer au sein de l’accord UE-Mercosur pour défendre réellement nos agriculteurs, notamment les éleveurs bovins? Pouvez-vous confirmer que vous soutiendrez une approche exigeante sur le dossier Mercosur afin de protéger nos agriculteurs de tout dumping social, sanitaire et environnemental?
David Clarinval:
Monsieur le président, chers collègues, la manifestation des agriculteurs européens traduit d'une manière générale un malaise profond et structurel. Ce malaise se focalise aujourd'hui plus spécifiquement sur deux sujets: d'une part, le vote relatif à l'accord de libre-échange Mercosur et, d'autre part, la future enveloppe budgétaire prévue par la Commission pour la PAC.
La décision concernant l'accord Mercosur au sein du Conseil européen devrait être prise à la majorité qualifiée. Ce vote devrait intervenir ce vendredi après-midi. Vu les positions différentes adoptées par les différentes entités en Belgique, celle-ci s'abstiendra lors du vote sur cet accord.
J'ai personnellement demandé une analyse approfondie de l'accord Mercosur au SPF é conomie. À la lecture de cette étude, il faut en effet constater qu'au sein de cet accord, il y a des éléments favorables et défavorables. En termes d'éléments favorables, je retiens que sur le plan économique, l'accord Mercosur présente des opportunités pour plusieurs secteurs industriels comme le secteur des plastiques, des machines, du textile ainsi que pour certaines filières agricoles comme les produits laitiers ou les pommes de terre. Toutefois, nous sommes conscients que cet accord comporte des éléments défavorables. En effet, d'autres secteurs comme le sucre ou la viande bovine pourraient ressentir des effets négatifs.
Pour répondre aux inquiétudes persistantes du secteur agricole, la Commission a transmis le 3 septembre aux é tats membres ses propositions officielles relatives à l'accord qui inclut un mécanisme de sauvegarde. Elle a ensuite présenté le 8 octobre une proposition de règlement visant à renforcer la protection des agriculteurs en introduisant de nouvelles mesures permettant de réagir rapidement en cas d'augmentation soudaine des importations en provenance des pays du Mercosur ou de forte baisse des prix.
Die nieuwe procedures zijn er dus op gericht de snelle en doeltreffende uitvoering van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor landbouwproducten te garanderen en omvatten eveneens specifieke bepalingen voor bepaalde gevoelige producten zoals rundvlees, pluimvee, rijst, honing, eieren, look, ethanol en suiker.
Voor mij is het belangrijk te beschikken over een wereldmarkt met eerlijke concurrentie voor al onze economische actoren. De naleving van de fytosanitaire regels is daarbij essentieel. Ik heb daar altijd voor geijverd.
Onze producten voldoen aan strikte eisen op het vlak van onder andere kwaliteit, productiemethodes en dierenwelzijn. Het is onaanvaardbaar dat onze markt zou worden overspoeld door producten die niet aan dezelfde strikte eisen zijn onderworpen en die dus goedkoper of onder oneerlijke sanitaire voorwaarden kunnen worden geproduceerd.
Bovendien veroorzaakt de door de Europese Commissie beoogde hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in het kader van het volgend meerjarig financieel kader 2028-2034 ongerustheid. Behalve de mogelijkheid dat de regelingen nog complexer zouden worden, zou het voorstel kunnen leiden tot een aanzienlijke verlaging van het budget dat aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt toegekend, momenteel geraamd op meer dan 20 %. Dat perspectief treedt naar voren op een moment waarop landbouwers worden geconfronteerd met een toenemende prijsvolatiliteit, een steeds sterkere internationale concurrentie en alsmaar strengere milieu- en gezondheidsvereisten.
In die context deel ik de ongerustheid van de landbouwwereld volledig en bevestig ik opnieuw mijn engagement voor een sterk, ambitieus en duidelijk afzonderlijk gemeenschappelijk landbouwbeleid binnen het volgend meerjarig financieel kader. De situatie in de landbouw is immers moeilijk, maar als minister van Landbouw blijf ik mij volledig inzetten om samen met de landbouwers duurzame oplossingen voor hun sector uit te werken.
Dieter Keuten:
Mijnheer de minister, wat ik vanmiddag gezien heb, was geen betoging of geen manifestatie. Het leek meer op een dodenmars, een stille wake voor de teloorgang van onze primaire economische sector. De sector is niet overtuigd van de garanties die u opnoemt, van de engagementen die u zegt te willen opnemen. De boeren zijn niet overtuigd. Anders waren ze hier niet, vanmiddag, in Brussel, en ook vanmorgen al.
Zelfs partijen uit uw meerderheid zijn niet overtuigd. Bizar, toch? Ik vraag me echt af hoe cd&v die onthouding uitlegt aan de Boerenbond, aan het Algemeen Boerensyndicaat.
Mevrouw Verkeyn heeft heel terecht vermeld dat andere landen vrijstellingen bekomen hebben. Andere landen hebben met de vuist op de tafel geklopt, maar België niet. België zal zich onthouden.
Wij vragen u luid en duidelijk: onthoud u niet. Doe iets. Stuur Mercosur terug naar de onderhandelingstafel.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, j'ai peu entendu l'essentiel: la stratégie pour préserver notre autonomie alimentaire. Dans votre engagement, il me semble important de jouer ce rôle fédérateur, de rassembler les ministres régionaux, d'élaborer une stratégie pour la PAC, de défendre un modèle de soutien aux exploitations agricoles de plus petite taille, de défendre notre diversification, de tailler à la hache dans les réglementations et les contrôles qui étouffent le monde agricole et de faire en sorte que, demain, le modèle wallon et belge puisse s'étendre sur la scène européenne et d'améliorer largement les contrôles à nos frontières. Quand on voit qu'on contrôle 0,086 % de colis chinois à l'échelle européenne, poursuivre ces exercices de libre-échange sans contrôle strict à nos frontières n'a strictement aucun sens.
Je vous remercie.
Natalie Eggermont:
Collega's, de tijd is rijp om ons een aantal fundamentele vragen te stellen. Landbouw is vandaag een mondiale business geworden, waarbij een handvol multinationals de plak zwaait en zich verrijkt op kap van de boeren en de consumenten. Dit is geen strijd van onze boeren tegen de boeren in Latijns-Amerika, maar het is een gezamenlijke strijd van iedereen die eerlijke, duurzame handel wil, die kleinschalige landbouw wil verdedigen tegen de macht van de agrobusiness. Ook in Latijns-Amerika komen de boeren immers op straat en verzetten zij zich, want de ravage daar is enorm. Bossen worden gekapt, mensen worden uit hun huis verdreven, huizen worden in brand gestoken en landbouwpercelen worden overgenomen en vervangen door grote sojaplantages.
Het is tijd om fundamenteel van koers te wijzigen, om te kiezen voor samenwerking en eerlijke handel, met respect voor de boeren aan beide kanten.
Mijnheer de minister, dat betekent niet u gewoon onthouden, maar tegenstemmen voor een echte koerswijziging.
Leentje Grillaert:
Collega's, en vooral collega Verkeyn, er moet mij toch iets van het hart. U bent een gewaardeerd collega, zoals u weet. Twee weken geleden hield u hier een vurig pleidooi voor de landbouw. Ik geloof oprecht in uw goede intenties, maar ik stel toch voor dat u de straat oversteekt en naar het Vlaams Parlement gaat, want daar kan mijn partij wel wat meer steun van de andere partijen gebruiken om de landbouwsector echt te steunen.
Voor het overige hoor ik hier veel enerzijds en anderzijds. Ik ben duidelijk: cd&v is tegen Mercosur! (Applaus op verschillende banken)
Mijnheer de minister, ik geloof ook in uw goede intenties, maar het is tijd om de hand aan de ploeg te slaan en te tonen dat u die goede intenties ook echt in de praktijk wil omzetten. Wij rekenen op u, maar vooral de sector rekent op u.
Voorzitter:
Mevrouw Grillaert werd onderbroken door applaus. Mocht dat applaus enkel van haar eigen fractie zijn, dan zou ik dat meerekenen in haar spreektijd, want de fractie kiest wat er gebeurt met de toegekende minuten, maar applaus van andere fracties kan ik haar moeilijk ten kwade duiden.
Charlotte Verkeyn:
Toen ik daarnet naar beneden kwam, echt vlak voor ik moest beginnen, ontving ik een e-mail. Daarin werd mij gevraagd of ik als lokaal bestuurder mijn lokale boeren wilde verwittigen dat er tegen 31 december opnieuw nieuwe Europese regels van kracht zullen zijn waaraan zij moeten voldoen.
Al die regels zijn het probleem. We reguleren ons kapot. Een vrijhandelsakkoord dat gericht is op welvaart vormt niet de kern van het probleem.
Mevrouw Grillaert, ik heb hier zes partijen gehoord die in wezen dezelfde mening delen. Laat dat de enige positieve boodschap zijn die we aan de boeren kunnen meegeven: boeren, u wordt eindelijk gehoord door de politiek.
Youssef Handichi:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement, il y a du positif, et nous allons le soutenir. Il y a quelques points qui sont à améliorer dans les secteurs du sucre et de la viande bovine. Je sais que vous y êtes attentif. Améliorer ce qui doit l'être, vous l'avez dit, c'est réagir rapidement. Nous vous connaissons et savons que vous êtes au boulot. Nous vous faisons donc confiance pour réagir rapidement.
-
Vraag: Duurdere medicatie voor de patiënt
gezondheid en welzijnDuurdere medicatie voor de patiënt
Beantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 23 oktober 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Minister Vandenbroucke verhoogt de prijs van cholesterolverlagers ondanks eerdere beloftes dat hoogrisicopatiënten gespaard zouden blijven, wat volgens Eggermont (PVDA) leidt tot gevaarlijke ontmoediging van essentiële medicatie en meer hart- en vaatziekten—onderbouwd door cardiologen en wetenschappelijke consensus. Vandenbroucke verdedigt de maatregel met een beroep op het BCFI (onnodig overgebruik in primaire preventie) en beschuldigt Eggermont van lobbyen voor big pharma, terwijl hij wijst op dure nieuwe medicatie (€4.000/jaar vs. €100 voor klassieke statines) en prioriteit geeft aan terugbetaling voor andere kritieke zorg. Eggermont kaatst terug: de prijsstijging komt door geheime deals met farmabedrijven voor dure nieuwe middelen, niet door overconsumptie, en de maatregel ondermijnt de volksgezondheid.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, ik sta hier opnieuw omdat u de prijs verhoogt van cholesterolverlagers en omdat wat u tot hier toe hebt gezegd niet blijkt te kloppen. U zegt dat er gesmost wordt met de medicatie, maar u hebt mij ook altijd gelijk gegeven wanneer ik zeg dat er heel wat mensen zijn die deze medicatie nodig hebben, omdat bewezen is dat voor hen het risico op hart- en vaatziekten afneemt wanneer ze deze nemen. U hebt altijd gezegd dat er voor die mensen geen verhoging van het remgeld zou zijn, maar wat werd er nu maandag beslist? Een platte prijsverhoging voor alle patiënten. Kunt u vandaag bevestigen dat wat u de afgelopen weken hebt gezegd niet klopt?
Beseft u de ernst van de hele zaak? Uw maatregelen dienen om mensen die cholesterolverlagers nemen te ontraden om die te nemen. Er zijn heel veel mensen die ze nodig hebben. Samen met kanker zijn hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak in België. Elke dag opnieuw vecht de medische wereld om dergelijke sterfgevallen te voorkomen. Tachtig procent daarvan kan worden voorkomen door preventie en er bestaat een brede wetenschappelijke consensus dat samen met een levensstijlaanpassing cholesterolverlagers een essentieel element van die preventie vormen.
U gaat nu de mensen die deze medicatie nodig hebben ontraden om ze correct in te nemen. Ik word overspoeld met getuigenissen van patiënten die zich zorgen maken. Niet enkel de patiënten maken zich zorgen, u hebt een open brief gekregen van de Belgische Cardiologische Liga die zich ook heel veel zorgen maakt. Ik citeer uit die brief: "We betreuren dat uw maatregelen het risico inhouden dat patiënten die wel cholesterolverlagers nodig hebben hun medicatie zullen stopzetten. Dat zal leiden tot vermijdbare cardiovasculaire evenementen, met alle menselijke en economische gevolgen van dien."
Mijnheer de minister, nu blijkt dat uw belofte dat de mensen die deze medicatie echt nodig hebben niet zullen worden geraakt niet nagekomen wordt, gaat u die maatregel terugschroeven?
Frank Vandenbroucke:
Collega’s, we investeren in gezondheidszorg om de bestaande noden beter te beantwoorden, bijvoorbeeld die in de geestelijke gezondheidszorg. We investeren vandaag in de gezondheidszorg om nieuwe en belangrijke medicatie terug te kunnen betalen, niet om het gebruik van geneesmiddelen met weinig meerwaarde te blijven terugbetalen. Gespecialiseerde organisaties zeggen één ding, maar u moet ook eens andere richtlijnen daarover lezen. Ik zal niet citeren wat huisartsen daarover zeggen. Ik zal het onafhankelijk Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI) citeren. Dat stelt letterlijk dat het aantal gebruikers van statines in primaire preventie ongetwijfeld sterk kan worden verminderd, zonder gezondheidsrisico’s. Dat is gewoon waar. Dat is dus het signaal dat we geven.
Weet u waarin we moeten investeren? We moeten investeren in een betere bescherming van mensen die echt hoge kosten hebben. Met deze begroting voor de gezondheidszorg verbeteren we bijvoorbeeld de terugbetaling voor mensen die antiallergische middelen moeten nemen. Mevrouw Eggermont, ik vind het onbegrijpelijk dat de PVDA zich zo voor de kar van de big pharma laat spannen, terwijl die geld met bakken binnenrijven door geneesmiddelen te laten voorschrijven die niet nodig zijn of zelfs verslavend werken, zoals maagzuurremmers. De raad van bestuur van Teva zou vandaag voor u applaudisseren. De raad van bestuur van Sandoz zal zeggen: “Zeer goed PVDA, vertel dat maar voort.” De raad van bestuur van Takeda zal zeggen: “Uitstekend wat u hier vertelt.” De raad van bestuur van EG zal zeggen: “Mevrouw Eggermont, doe zo voort. Maak de mensen wijs dat al die geneesmiddelen nodig zijn.” Wij doen dat niet.
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, ik vraag u wanneer cholesterolverlagers bewezen zijn, bij primaire preventie met hoog risico en bij secundaire preventie. U fiets daar echter in een boog omheen en begint over maagzuurremmers, primaire preventie met laag risico en over nog allerlei andere zaken, omdat u weet dat wat u zegt niet klopt.
Ik zei u dat als u mensen ontraadt om geneesmiddelen te nemen terwijl het nut daarvan bewezen is, er meer hartinfarcten en beroertes zullen optreden als gevolg van dat beleid. Daarop hebt u niet geantwoord. Wat u doet, houdt een risico in voor de volksgezondheid.
Ik rijd niet voor de farmaceutische industrie. Wij hebben een studie gepubliceerd. U zegt altijd dat mensen te veel cholesterolpillen nemen, maar de stijging van het budget in de voorbije jaren komt niet doordat er meer pillen worden gebruikt – want dat aantal blijft gelijk – maar doordat er in de voorbije twee jaar een nieuw geneesmiddel op de markt is gekomen, waarvoor u een geheim contract hebt afgesloten. Een gewone cholesterolbehandeling kost 100 euro per jaar per patiënt, terwijl het nieuwe geneesmiddel 4.000 euro kost! U rijdt voor de farmaceutische industrie! Het zijn niet de patiënten …
Voorzitter:
Bedankt, mevrouw Eggermont.
-
Vraag: De ongeziene situatie bij het Verzekeringscomité door het uitblijven van een akkoord
Vraag: De RIZIV-begroting
Vraag: De RIZIV-begroting en het voorstel van het Verzekeringscomité
gezondheid en welzijnDe ongeziene situatie bij het Verzekeringscomité door het uitblijven van een akkoord
De RIZIV-begroting
De RIZIV-begroting en het voorstel van het Verzekeringscomité
Financiële en bestuurlijke uitdagingen binnen RIZIV en Verzekeringscomité door gebrek aan akkoorden summaryExplanationBeantwoord door
Vooruit Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 9 oktober 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De Belgische regering plant 907 miljoen euro te besparen in de gezondheidszorg tegen 2026, ondanks massale protesten van ziekenhuizen, zorgverleners, mutualiteiten en patiëntenorganisaties, die waarschuwen voor overbelaste staf, gesloten afdelingen, langere wachttijden en hogere eigen bijdragen—met name voor kwetsbare groepen. Minister Vandenbroucke benadrukt "gerichte investeringen" (1,5 miljard extra, inclusief indexering en betere terugbetalingen), maar critici ontmaskeren dit als schijninvesteringen: 469 miljoen van de beloofde 756 miljoen ontbreekt in de begroting, terwijl de echte besparingen neerkomen op bezuinigingen op personeel, medicijnen en consultaties, wat de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg verder uitholt. Het historische vertrouwensverlies in het overlegmodel (RIZIV) is compleet: de sector weigert de opgelegde, niet-onderhandelbare besparingsdoelen, beschuldigt de regering van topdown-beleid zonder draagvlak en ziet dit als een "doodsteek voor de solidariteit" in de zorg. De oppositie eist meer transparantie, echte investeringen in personeel en geestelijke gezondheidszorg—en niet "besparen op Excel-cijfers ten koste van patiënten"—maar Vandenbroucke houdt vast aan "meer gezondheid voor ons geld", zonder concrete oplossingen voor de acute crisis in ziekenhuizen en eerste lijn.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, votre gouvernement prévoit d'économiser deux milliards d'euros sur nos soins de santé d'ici 2029 et près d'un milliard rien que pour 2026. Je ne sais pas pourquoi d'ailleurs, mais je sens que ce sera pire que ce que vous annoncez.
Depuis des mois, pourtant, nous vous mettons en garde. Les économies que vous imposez auront des conséquences dramatiques sur les hôpitaux, sur les soignants et sur les patients. Aujourd'hui, tous les acteurs du secteur tirent la sonnette d'alarme: hôpitaux, mutualités, médecins, syndicats, associations de patients, absolument tous. Et pour la première fois depuis 20 ans, le Comité de l'assurance, qui réunit mutualités, hôpitaux et prestataires de soins, n'a pas réussi à trouver un consensus sur le budget santé 2026. Un blocage historique, donc, mais aussi un message qui est clair: le malaise est profond. En effet, les économies que vous exigez sont à la fois irréalistes et socialement inacceptables. Pourquoi? Parce qu'aujourd'hui déjà, les soignants sont épuisés, les hôpitaux sont à la corde et les délais d'attente chez les spécialistes ne cessent de s'allonger.
Je voudrais d'ailleurs ajouter que, en cette semaine de la santé mentale, les services pédopsychiatriques sont saturés, laissant des centaines d'enfants et de jeunes seuls avec leur détresse. Je vous le demande donc solennellement, monsieur le ministre, après avoir décidé d'augmenter le prix des médicaments, allez-vous vraiment oser augmenter le prix des consultations chez le médecin? Allez-vous vraiment oser augmenter les tickets modérateurs? Il est encore temps de changer de cap, d'arrêter cela, parce que vous le savez comme moi, chaque euro de plus, c'est un frein de plus pour ceux qui ont besoin de soins, c'est une inégalité de plus entre ceux qui peuvent payer et ceux qui doivent renoncer – et on le sait, ils sont nombreux. Aujourd'hui, c'est vous et votre gouvernement qui détenez les cartes pour élaborer le budget des soins de santé 2026. Et je vous le dis sans détour, cela ne nous rassure pas du tout. Par conséquent, quelles horreurs allez-vous imposer demain au secteur de la santé alors qu'elle a besoin (...)
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister Vandenbroucke, u wilt een ongeziene besparingsoperatie doorvoeren in de zorg. De grote arizonashow van investeren in de zorg loopt helemaal ten einde. U wilt in 2026 907 miljoen euro besparen op de kap van het zorgpersoneel en de patiënten.
U beweert dat u respect hebt voor de helden van de zorg. U hebt meegedaan met het goedkope applaus. Hoe vertaalt dat respect zich echter in daden? U wilt besparen op de ziekenhuizen. Dat betekent dat afdelingen worden gesloten en personeel wordt afdankt. Voor de zorgkundigen die overblijven, stijgt de werkdruk nog meer, hoewel die nu al ondraaglijk is.
U beweert dat u respect hebt, maar het zorgpersoneel moet langer werken voor een lager pensioen en altijd maar flexibeler worden. U blokkeert de lonen en valt de nachtpremies aan. Wanneer het zorgpersoneel op het einde van de rit uitvalt en zelf ziek wordt, kreunend onder uw beleid en uw besparingen, wilt u die mensen nog eens opjagen en sanctioneren. U hebt geen enkel respect voor de helden van de zorg.
Voor de patiënten betekenen de besparingen nog langere wachttijden, hogere ereloonsupplementen, een hoger remgeld bij de artsen en een hoger remgeld voor medicatie. Alle zorg die u niet meer financiert, moeten de mensen immers uit eigen zak betalen. Zij die het geluk hebben om een privéverzekering te hebben, zoals ieder van u hier, ondervinden geen probleem. Alle anderen zullen moeten beginnen sparen en hopen dat ze niet ziek worden.
U wilt 907 miljoen euro besparen en u hebt de opdracht gegeven aan de sector, maar die sector heeft de opdracht maandag terecht geweigerd. Wat u wilt doen, is volgens de mutualiteiten, de ziekenhuizen en de artsen een doodsteek voor de zorg. Zij hebben gesteld dat zij hun waardigheid willen behouden en die besparingen niet zullen doen. Als u dat wilt doen, moet u het voor hen maar zelf doen en zelf de volle verantwoordelijkheid dragen.
Mijn vraag is eenvoudig. De bal ligt nu opnieuw in uw kamp. U hebt het mes in handen. Zult u, zoals wij ondertussen van u gewend zijn, (...)
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, hetgeen afgelopen week in het Verzekeringscomité gebeurde, is symptomatisch voor de manier waarop u omgaat met overleg en verantwoordelijkheid in de gezondheidszorg. Een besparingsplan van 900 miljoen euro is niet min en het betreft keuzes die rechtstreekse gevolgen hebben voor de zorgcontinuïteit, de aantrekkelijkheid van het beroep en uiteindelijk ook de patiënt. Zulke beslissingen vragen overleg, draagvlak en transparantie.
De overlegpartners hebben, zoals verwacht, het voorstel verworpen. Dat is ongezien. Men deed dat niet omdat men niet bereid was tot inspanning, maar wel omdat het zogezegde overleg in feite niet meer was dan een afvinkvergadering. Men kreeg uw vooraf uitgeschreven opdrachtenbrief, met een besparingsbedrag dat al vastlag, zonder ruimte om te onderhandelen of alternatieven aan te reiken. De artsen spreken over een ontsporing van het overlegmodel en stellen dat u en uw kabinet zich de bevoegdheden van het Verzekeringscomité toemeten.
Mijnheer de minister, het RIZIV-overlegmodel was ooit de ruggengraat van onze gezondheidszorg. U breekt die ruggengraat echter wervel voor wervel af, en dat in een periode waarin ziekenhuizen, huisartsen en zelfstandige zorgverleners op hun tandvlees zitten en patiënten geconfronteerd worden met langere wachttijden en hogere kosten.
Waarom laat u het sociaal overleg zijn werk niet doen?
Wat zult u doen om het vertrouwen in het overlegmodel in het Verzekeringscomité te herstellen, zodat de patiënt niet de dupe wordt van de vertrouwensbreuk? Met andere woorden, hoe moet het nu verder, mijnheer de minister?
Frank Vandenbroucke:
Geachte Kamerleden, wij investeren in de gezondheidszorg. Er komt volgend jaar anderhalf miljard euro bij. Dat laat toe om alle vergoedingen volledig te indexeren. Het laat toe om meer mensen te verzorgen. Het laat toe om meer medicamenten terug te betalen. We investeren dus.
Die investeringen moeten we wel zorgvuldig gebruiken. Het kraantje gewoon openzetten en het water laten lopen, is het slechtste wat we kunnen doen. Daarom hebben we, zoals altijd, gevraagd aan de artsenorganisaties, de tandartsenorganisaties, de kinesitherapeuten, de logopedisten en de ziekenfondsen om na te denken over hoe we het bijkomend anderhalf miljard euro zo goed mogelijk kunnen gebruiken voor de gezondheid van de mensen en voor de toegankelijkheid van de gezondheidszorg.
Daar was helaas geen overeenkomst over, en de normale spelregels van het overleg gelden. De regering zal dus een voorstel doen aan de Algemene Raad van het RIZIV, waarin de sociale partners zetelen. Ik hoop dat er daar wel een draagvlak komt voor een ernstige en goede investering in de gezondheidszorg.
Wat mij betreft, is het motto eigenlijk eenvoudig: meer geld voor de gezondheidszorg, maar ook meer gezondheid voor ons geld.
Wat men volgens mij toch moet aanvaarden, is dat een euro maar één keer kan worden uitgeven. We investeren enorm in geestelijke gezondheidszorg. Daar heeft de Christelijke Mutualiteit gisteren nog een interessant rapport over gepubliceerd. Die investering in de geestelijke gezondheidszorg is enorm. We zijn ook aan het investeren in kinderpsychiatrie. Dat vraagt geld. De euro's die we zinloos uitgeven aan maagzuurremmers, zullen we niet kunnen besteden aan geestelijke gezondheidszorg. Het geld dat we uitgeven aan een medicament dat misschien wel een beetje nuttig is, onder het motto 'baat het niet, dan schaadt het niet', kunnen we vandaag beter aan andere medicatie besteden die hard nodig is en die een enorme meerwaarde heeft, maar die nog niet terugbetaald wordt, hoewel patiënten erop zitten te wachten.
Solidariteit is de basis van gezondheidszorg. Daar moeten we zeer zorgvuldig mee omgaan. De doodsteek van de solidariteit is er kwistig mee zijn en het kraantje gewoon openzetten. Daarover gaat het. In moeilijke tijden die solidariteit hooghouden en de juiste prioritaire noden eerst bedienen, dat is de inzet. Dat vraag van iedereen een inspanning.
Si, historiquement, on peut dire que nos soins de santé sont solides, c’est parce qu’ils reposent exactement sur cette solidarité, mais nous devons en faire un usage judicieux. Judicieux signifie utiliser les ressources disponibles. Celles-ci sont croissantes. Il faut utiliser ces ressources à bon escient et de manière ciblée, et ne pas simplement laisser les vannes ouvertes. Au contraire, si nous voulons une marge pour bien investir dans les soins de santé, pour continuer à investir, également dans le personnel soignant, nous devons porter un regard critique sur les dépenses qui ont lieu aujourd'hui. Et cela, il est vrai, c’est un effort conséquent et pas facile que nous demandons à tous les acteurs, à chacun d’entre eux. S’ils ne tombent pas d'accord, c’est à nous d’agir. J’espère donc que lors du Conseil général, il y aura de nouveau un consensus pour un investissements solide, bien ciblé, dans les soins de santé.
Caroline Désir:
Monsieur le ministre, vous nous répétez systématiquement la même chose à cette tribune, mais les investissements sont insuffisants pour répondre aux besoins de la population, et vous le savez très bien. Les économies qui sont demandées aujourd'hui aux acteurs sont déraisonnables, et on en voit le résultat. On se demande vraiment dans quel monde vit le gouvernement. Allez passer une nuit dans un hôpital avec un infirmière qui tient à bout de bras son service toute seule pendant la nuit ! Dans quel monde peut-on imaginer faire porter de tels charges sur le dos des patients, des soignants et des hôpitaux? Comment peut-on imaginer demander autant d’efforts à un secteur dans lequel il faudrait au contraire investir davantage? Dans ce secteur les besoins sont criants, immenses et urgents. Nous ne voulons pas que la santé soit une variable d’ajustement budgétaire. Elle est le pilier de notre cohésion sociale, et le pilier de notre bien-être collectif.
Vous me permettrez, chers collègues des Engagés, de me tourner vers vous, parce que nous ne croyons plus en vos promesses. Vous disiez, et vous avez encore osé le répéter aujourd'hui, que vous ne toucheriez jamais à la santé. Mais regardez ce qui est en train de se passer. On y touche en plein cœur et sans le moindre état d’âme!
Natalie Eggermont:
Mijnheer de minister, u komt altijd met hetzelfde riedeltje dat we investeren, maar u liegt. Die zogezegde grote investeringen bestaan enkel in woorden en op sociale media. Die bestaan alleen in de bubbel waarin u leeft. U zegt dat de groeinorm 2 % bedraagt en dat er 756 miljoen euro bijkomt in 2026. Het rapport van de Commissie voor Begrotingscontrole van het RIZIV van twee weken geleden stelt dat volgend jaar meer dan de helft van dat bedrag niet gefinancierd is. Van de 756 miljoen euro die u belooft, is 469 miljoen euro niet te vinden in de begroting en de budgetten. Dat loopt op tot een half miljard tegen het einde van de legislatuur, waardoor er voor het sociaal akkoord voor het zorgpersoneel geen rotte frank overblijft. Zijn dat dan uw prioriteiten? Die loze woorden betekenen niets. De waarheid staat in de tabellen: er wordt bijna een miljard bespaard en er wordt nog geen 300 miljoen geïnvesteerd. Dat is de waarheid.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, de regering zal een voorstel doen aan de Algemene Raad. Dat is uw overlegmodel: de regering zal beslissen. Als u de spelregels van het overlegmodel herschrijft, hoeft het u niet te verbazen dat niemand nog wil meespelen. Dit gaat over de kern van ons solidariteitsmodel. Zonder vertrouwen van en in de zorg is er geen zorg, enkel frustratie en kwaliteitsverlies. In de gezondheidszorg, mijnheer de minister, bespaart men niet op cijfertjes en Exceltabellen, maar op mensen. Wie bespaart op de dokter, moet durven toegeven dat de patiënt de factuur zal betalen. Het Vlaams Belang is voorstander van overleg, evidencebased beleid en vertrouwen in het systeem. U en uw kabinet doen echter net het omgekeerde: centralisering, wantrouwen, top-downsturing en vooral egobased beleid. Tegenover dit socialistisch beleid stelt het Vlaams Belang een zorgbeleid met gezond verstand: minder kabinet, meer overleg, minder Excel, meer mens.
-
Vraag: De hittegolf en het klimaatplan dat op zich laat wachten
Vraag: Het Belgische klimaatplan
Vraag: Het treinverkeer in extreme weersomstandigheden
Vraag: De hittegolf en de klimaatambities van België en Europa
Vraag: De klimaatdoelstellingen 2040 en het Belgische klimaatplan
Vraag: De tijdens de hittegolf afgeschafte P-treinen
klimaat, energie en landbouwDe hittegolf en het klimaatplan dat op zich laat wachten
Het Belgische klimaatplan
Het treinverkeer in extreme weersomstandigheden
De hittegolf en de klimaatambities van België en Europa
De klimaatdoelstellingen 2040 en het Belgische klimaatplan
De tijdens de hittegolf afgeschafte P-treinen
Klimaatplannen, hittegolven, treinverkeer, klimaatambities, klimaatdoelstellingen. summaryExplanationBeantwoord door
Les Engagés Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De klimaaturgentie staat centraal in een felle kritiek op minister Crucke (Klimaat), die volgens oppositiepartijen het dossier verwaarloost door prioriteiten zoals koopkracht en defensie voorop te stellen—terwijl België achterloopt met het Nationaal Energie-Klimaatplan (PNEC) (deadline juni 2024 gemist) en hittegolven dodelijke gevolgen hebben voor kwetsbare groepen. Critici hekelen symbolische maatregelen (bv. CO₂-taks voor gezinnen) en uitgestelde investeringen (windenergie, spoorinfrastructuur), terwijl de NMBS faalt met verouderd materieel en gecancelde treinen tijdens extreme hitte, wat pendelaars naar de auto drijft. Crucke verdedigt zich door te wijzen op Europese flexibiliteit (90% reductiedoel 2040 met koolstofcompensatie) en coördinatieproblemen tussen gewesten, maar belooft het PNEC voor september 2024 in te dienen—zonder concrete oplossingen voor sociale ongelijkheid (hitte-arme huishoudens) of systeemverandering (publieke investeringen vs. marktafhankelijkheid). Kernpunt: klimaatbeleid ontbeert urgentie en rechtvaardigheid, terwijl de crisis levens kost.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, "le climat n'est plus une priorité": c’est ce que je vous ai entendu dire cette semaine sur La Première. Vous regrettez peut-être, mais vous l’avez dit!
Franchement, nous savions déjà que les partis de l’Arizona abandonnaient l’ensemble de leurs promesses et de leurs priorités de campagne. Je ne reviendrai pas sur les 500 euros supplémentaires de pouvoir d’achat. Le climat était aussi dans votre programme, monsieur Crucke. Le climat, monsieur le ministre du Climat!
J’ai donc été consternée par vos propos, d’autant plus qu’au même moment, les Belges étaient littéralement en train de mourir de chaud. On a vu, partout dans le pays, des températures record, des personnes cloîtrées chez elles, des personnes en souffrance, de nombreux trains supprimés et des orages violents.
Comme nous le savons, ces pics de chaleur sont clairement liés aux émissions de carbone. Ce que nous attendons d’un ministre du Climat, c’est qu’il se batte et qu’il obtienne des avancées. Or, avec le retour des droites au pouvoir, les enjeux climatiques – qui sont aussi des enjeux sociaux – sont aujourd’hui totalement sacrifiés. Ceux qui en paient le prix sont les ménages à revenus modestes, les locataires et les pensionnés les plus sensibles aux hausses de température.
Nous le constatons en Wallonie avec votre réforme brutale des primes à l’isolation, pour laquelle les familles vous remercient ! Nous le voyons également à l’échelle européenne, où la Commission a revu à la baisse son objectif de réduction des émissions pour 2040, et où les États membres pourront désormais acheter des crédits carbone dans les pays du Sud au lieu de faire eux-mêmes les efforts nécessaires.
Maintenant, c’est au niveau fédéral que tous les plans semblent malheureusement bloqués. Je songe notamment au Plan national Énergie-Climat, pour lequel la Belgique a été mise en demeure le 12 mars dernier. Où en est-on, monsieur le ministre? Avez-vous soumis le Plan social pour le climat à la Commission européenne? Avez-vous pris connaissance d'une étude qui dit que les Wallons seront les plus touchés par le système des quotas carbone? Que faites-vous pour les protéger? Vous augmentez aussi la TVA sur les chaudières au gaz et au mazout et ce sont encore les Wallons qui vont payer.
Monsieur le ministre, il fait peut-être un peu moins chaud aujourd’hui, mais l’urgence climatique est bien là. Quelles sont les solutions de ce gouvernement face aux enjeux climatiques?
Natalie Eggermont:
Collega's, het was ongezien deze warm deze week. Maandagochtend kreeg ik het eerste berichtje op mijn telefoon van iemand die in een maatwerkbedrijf werkt. Er was een collega flauwgevallen en afgevoerd, maar extra pauzes werden geweigerd.
Wij hadden geluk want we hebben airco in het Parlement, maar heel veel mensen hebben hard gewerkt in de hitte, in de fabrieken, met veiligheidsvest, helm, schoenen, alles erop en eraan, of buiten in de volle zon, in de bouw. Al mijn respect voor die mensen. Zij zijn de eerste slachtoffers van de klimaatverandering. Ze zijn het ook beu om telkens het belerende vingertje van de politiek te zien.
Een metallo vertelde mij: “Wij moeten doorwerken in de hitte, en ondertussen komt men ons zeggen dat we met de elektrische fiets naar het werk moeten gaan of dat we onder de douche moeten plassen voor het klimaat. Intussen huurt Jeff Bezos Venetië af voor een bruiloft en laat hij 200 van zijn vrienden overkomen met de privéjet. Wij moeten wel met de fiets naar het werk om het klimaat te redden."
De huidige hittegolf is geen uitzondering meer. Dit is het nieuwe normaal, collega's. Voor veel jongeren is dat de toekomstvisie die ze van de politici vandaag meekrijgen. Wat doet de politiek dan? Ik heb een collage gemaakt. Men gaat afwachten.
Er is nog altijd geen Belgisch klimaatplan. De deadline is opnieuw gemist. Weten jullie wanneer die deadline was? Dat was 30 juni 2024, een jaar geleden. De ambities gaan dus achteruit. Gisteren, midden in de hittegolf, versoepelde de Europese Commissie haar klimaatdoelstellingen. Daar hadden ze blijkbaar ook last van de hitte. Deze week werd ook beslist dat investeringen in een nieuw windmolenpark op zee tot minstens 2032 worden uitgesteld.
Wat lukt er dan wel? De invoering van een Europese koolstoftaks voor Belgische gezinnen, die kan oplopen tot 650 euro per gezin per jaar. Voor dergelijke maatregelen zijn de traditionele partijen altijd te vinden, om in de zakken van de mensen te zitten. Dat is geen klimaatbeleid, dat is asociaal pestbeleid.
Mijnheer de minister, wat gaat u doen om verantwoordelijkheid te nemen voor het klimaat, zonder in de zakken van de mensen te zitten?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de voorbije dagen was het puffen. Het was snikheet, dat hebben we allemaal gevoeld. Temperaturen liepen op tot 38 graden. Het was de warmste 1 juli ooit. Historisch dus eigenlijk. Wie met de trein moest reizen, heeft het geweten. Ik gooi het enigszins over een andere boeg, want mijn vragen gaan uiteraard over de treinen.
De treinen die vandaag rijden, zijn te oud, te onbetrouwbaar en te krap. Het resultaat daarvan is treinen zonder airco, veel afgeschafte treinen en haltes die zomaar worden overgeslagen, dat alles zonder duidelijke communicatie. Erger nog, de reizigers zitten opeengepakt als sardienen in een blik. Bij de huidige hitte is dat niet alleen oncomfortabel, maar ronduit gevaarlijk.
Wat creëert de NMBS daarmee? Wel, mensen die afhaken. Wanneer men letterlijk zit weg te smelten in de trein, dan begint men natuurlijk naar de auto te kijken en dan neemt men die gewoon weer. Dat terwijl in het openbaredienstcontract staat dat we 30 % meer reizigers op de trein moeten krijgen tegen 2032. Hoe valt die situatie nog uit te leggen?
Het is trouwens bijzonder toepasselijk, want vorige week lag de aanbesteding voor de nieuwe treinstellen op tafel bij de NMBS. De raad van bestuur besliste het dossier on hold te zetten. De voorkeur ging opnieuw uit naar het Spaanse bedrijf CAF, ondanks eerdere kritiek en het arrest van de Raad van State. Daardoor dreigt Alstom, met vestigingen in Brugge en Charleroi, opnieuw uit beeld te verdwijnen. Net nu is de nood aan nieuwe treinstellen nochtans bijzonder groot.
Mijnheer de minister, hittegolven kunnen we niet stoppen. Wat we wél kunnen doen, is zorgen voor modern en betrouwbaar materieel en niet pas binnen tien jaar. Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig: kunt u toelichten wat de stand van zaken is in het aanbestedingsdossier?
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, les températures s'affolent. L'été est suffoquant. On vient encore de l'entendre, le seuil symbolique de 1,5°C a été dépassé. Nous souffrons tous de la chaleur et les scientifiques parlent aussi d'un dépassement de 3°C dans les scénarios les plus pessimistes.
Les risques sur la santé des plus vulnérables, l'impact de la sécheresse sur l'agriculture, nos forêts qui se dégradent, l'impact sur la biodiversité et même sur notre mobilité, la liste des impacts du réchauffement climatique sur notre vie est longue. L'épisode de chaleur que nous vivons cette semaine est un rappel supplémentaire, un énième rappel à l'urgence d'actions concrètes. Si certains veulent oublier le climat, lui, il ne vous oublie pas, comme vous le rappelez souvent.
Alors, comment avancer pour répondre à tous ces enjeux? Il faut plus que jamais développer une politique durable dans tous les domaines de façon transversale. Durable sur le plan budgétaire, le gouvernement y travaille. Durable sur le plan économique, l'appel des entreprises wallonnes pour un objectif clair montre que la demande des entreprises est bien réelle. Durable sur le plan des émissions carbone, vos efforts pour enfin aboutir à un plan climat vont dans ce sens.
Mais il ne suffit pas d'être volontariste. Il faut agir finement pour que la transition prenne en compte nos réalités territoriales et financières.
Monsieur le ministre, j'ai trois questions dans cette optique de répondre au réchauffement climatique et de nous faire avancer dans le bon sens. Que pensez-vous des objectifs de réduction de gaz à effet de serre que la Commission européenne a présentés hier? N'y a-t-il pas un risque finalement que ces objectifs s'enlisent à force de compromis et de flexibilité? Comment avance le Plan national Énergie-Climat dont on vient de parler? Le précédent gouvernement, je le rappelle, n'avait pas su aboutir et la Belgique traîne toujours ce dossier depuis trop longtemps. Enfin, quels sont vos objectifs pour faire de la transition un levier social qui diminue les inégalités plutôt que de les renforcer?
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, hier encore Bruxelles étouffait: 38 degrés sur la Grand-Place. La science l'affirme: sans actions fortes, ces températures extrêmes seront la norme. Quand il y a le feu, on ne demande pas aux pompiers de faire une pause. Or, face à l'urgence, votre gouvernement temporise et regarde les flammes monter.
Malheureusement, le dérèglement climatique tue. Chaque été, ce sont des dizaines de milliers de personnes qui meurent à cause des vagues de chaleur. Et ce sont toujours les mêmes qui en payent le prix: les ouvriers sur les chantiers, des livreurs à vélo, des aînés coincés dans des logements surchauffés, les travailleurs d'usine. Les précaires crèvent en silence pendant que le gouvernement perd du temps.
La Commission européenne vient d'annoncer d'ailleurs un objectif de moins 90 % d'émissions nettes d'ici à 2040. Alors, je suis d'accord, sur le papier, ça claque! Mais dans les faits, c'est rempli de passe-droits – crédits carbone à l'étranger, transfert d'efforts entre secteurs –, avec une trajectoire molle jusqu'en 2035. Résultat: on annonce l'ambition, mais on organise l'inaction. Mettre du vert sur des politiques qui foncent droit dans le mur, ce n'est pas du progrès, c'est du sabotage.
Monsieur le ministre Crucke, vous avez qualifié ce texte d'équilibré. Moi, j'y vois une ambition au rabais, et je suis sûre que Jean-Luc sera d'accord avec moi. Pendant ce temps, en pleine canicule, la Belgique souffle sa première bougie de retard pour son Plan national é nergie-Climat (PNEC) – retardé par la Flandre, dois-je le rappeler? Nous sommes derniers de la classe avec la Pologne, et je trouve ça un peu honteux. Je pense que vous pouvez être d'accord avec moi.
Monsieur le ministre, je vous pose des questions simples. La Belgique soutiendra-t-elle, oui ou non, enfin un vrai objectif climatique ambitieux, à savoir une réduction de 90 % des émissions ici, sans tricher avec des crédits carbone à l'autre bout du monde? Quand et comment le gouvernement arrêtera-t-il officiellement sa position sur l'objectif 2040 et sur l'objectif intermédiaire de 2035? Quelle est votre feuille de route concrète – date, état, arbitrages interrégionaux – pour déposer enfin un PNEC crédible et compatible avec l'accord de Paris?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, dames en heren, als trouwe pendelaar heb ik deze week een nieuwe term geleerd: de saunatrein. Een saunatrein is een oudere trein zonder airconditioning die tweemaal per dag uitrijdt en tussendoor geparkeerd staat onder de volle zon. Voor het comfort van de reizigers en het personeel laat de NMBS die trein uitzonderlijk niet rijden bij extreme weersomstandigheden.
De NMBS verwijst dus naar het comfort, maar dat moeten we met een grote korrel zout nemen. Onze pendelaars hebben deze week immers extra hard gezweet, meer dan wie ook. Naast hittestress moesten ze ook afrekenen met treinstress. Ze zagen namelijk de ene trein na de andere geschrapt worden, waardoor van comfort helemaal geen sprake meer was. Wie was de pineut? Onze hardwerkende middenklasse, die elke dag pendelt naar het werk, want die middenklassers krijgen helaas geen hitteverlof van hun baas.
Mijnheer de minister, ik hou mijn hart alvast vast voor de winter die voor de deur staat. Dan leer ik wellicht een nieuwe term kennen: de iglotrein. Die term kan alvast ingeroepen worden als het te koud wordt.
Pendelaars in de kou laten staan – of in dit geval in de hitte – is voor cd&v helemaal niet oké. Ik pleit hier al langer voor een stipte dienstverlening van het openbaar vervoer. Dat zou een topprioriteit moeten zijn. Het moet het speerpunt vormen van uw beleid. Of het nu te koud of te warm is, probeer dat maar eens uit te leggen aan Jan Modaal die gewoon op zijn werk moet raken. Er is nood aan een beleid dat werkt bij elke weersomstandigheid.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, chers collègues, je me permettrai de commencer, car sinon je manquerais à toute civilité et à toute amitié, par souhaiter à Mme Maouane un merveilleux anniversaire, malgré les chaleurs que l'on connaît.
(Applaudissements)
(Applaus)
Madame Meunier, je suis certain que vous m'avez lu rapidement. Peut-être avez-vous cru, en prenant un mot, traduire une pensée qui n'est pas la mienne. Ce que j'ai dit, et je le maintiens, c'est qu'aujourd'hui, pour un certain nombre de personnes, peut-être, malheureusement majoritaires, la fin du mois et la dérégulation de notre géostratégie sont devenues à ce point des priorités qu'effectivement, parfois, elles ne mettent plus en premier lieu le climat. Ce n'est pas parce que je constate que c'est ainsi que je partage cette idée et que je considère qu'il n'y a pas lieu d'adopter encore une vitesse surdimensionnée en la matière. Mais être aveugle face à cela, c'est ne pas pouvoir objectiver une réponse.
On m'a posé des questions sur la planification, le Plan national é nergie-Climat. Comme je l'ai dit, et je le répète, ma collègue Melissa Depraetere dans le gouvernement flamand fait un travail qui n'avait pas été fait précédemment. Elle s'est engagée à le terminer pour fin juin, début juillet. Je n'ai aucune raison de penser qu'elle n'y arrivera pas et je la soutiens complètement.
En ce qui concerne le fédéral, nous pourrons décider également avant le 21 juillet. Je rappelle quand même que ce qui est en rade, c'est le précédent PNEC, qui a été recalé par l'Europe. C'est bien pour cela qu'on a dû s'y atteler. Je me suis engagé vis-à-vis du commissaire européen à déposer personnellement les quatre études ou projets avant le 21 juillet, et je le ferai. Il faudra ensuite faire ce qu'on appelle le réguler, ce qui sera fait par l'administration. Au mois de septembre, tout sera déposé. Rien n'est changé dans le timing.
S'agissant du Plan social Climat, vous avez raison, nous sommes en retard. Mais 26 des 27 pays européens sont en retard. Seule la Suède l'a remis. Les mesures sont connues tant par les Régions que par le fédéral. Nous devons encore nous coordonner, nous concerter, et arbitrer le pourcentage, la division des recettes entre les uns et les autres. J'ai reçu mandat du gouvernement pour qu'au nom du fédéral, je puisse négocier une fourchette de 10 à 20 % pour le fédéral. Cela me semble important parce que certaines compétences, tant au niveau économique, par rapport aux micro-entreprises, sur un plan fiscal, que vis-à-vis des citoyens, sur les aides sociales directes, ne relèvent que du fédéral. Je crois donc que les Régions pourront comprendre cela aussi.
Gisteren heeft de Europese Commissie, weliswaar met enige vertraging, ambitieus haar voorstel voor de klimaatdoelstellingen voor 2040 voorgesteld. Er wordt gestreefd naar een vermindering van de netto-uitstoot met 90 %, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese wetenschappelijke raad voor het klimaat. Dat voorstel voorziet ook in drie flexibiliteitsmechanismen: een beperkte openstelling voor internationale kredieten, erkenning van permanente binnenlandse opslag en intersectorale flexibiliteit. Die doelstelling voor 2040 zal duidelijkheid en zichtbaarheid bieden aan onze burgers en bedrijven, die langetermijninvesteringen moeten kunnen plannen. Ik denk dus dat ons land die voorstellen kan volgen.
De gevolgen van de hittegolf beperken zich echter niet tot de gezondheid. Ook onze infrastructuur heeft eronder geleden. U hebt het zelf gemerkt en ik ook. Ik heb maandagavond namelijk meer dan drie uur nodig gehad om thuis te geraken.
Sinds 15 mei is het plan voor hittegolven en ozonpieken op nationaal niveau van kracht. Ondanks de inspanningen waren de verstoringen aanzienlijk. Ik heb de NMBS en Infrabel gevraagd om snel een gedetailleerd verslag en gestructureerd actieplan voor te leggen om dat soort van storingen te voorkomen.
Les perturbations observées sur notre réseau ferroviaire ne sont ni isolées ni propres à la SNCB. Elles s'inscrivent dans des tendances plus larges. En Belgique, plusieurs incidents ont été constatés. Lundi soir, un train est resté bloqué à Wuustwezel, en province d'Anvers. Il s'agissait d'un train néerlandais opérant sur notre réseau. Mardi, un train de marchandises est tombé en panne à Haecht. Des dommages ont également été constatés à la caténaire à Neerpelt et à Mol. Ces incidents sont qualifiés de mineurs. Pour ma part, ils ne le sont pas.
In Frankrijk heeft de hittegolf geleid tot vertragingen en afgelastingen in de treindienst. In heel Europa laten spoorweginfrastructuren beperkingen zien bij extreme weersomstandigheden.
Tout cela signifie qu'effectivement, plus que jamais, la Belgique – mais pas seulement elle – doit considérer que ces événements ne sont pas dus au hasard, mais qu'ils sont dus au réchauffement climatique. C'est donc avec confiance, mais détermination (…)
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, j'entends vos explications, mais je ne peux pas admettre qu'un ministre du Climat se résigne à déplorer que le climat ne soit plus une priorité. Ce n'est pas compréhensible, ni par moi ni par personne, à part peut-être par Trump ou d'autres climatosceptiques. Surtout quand on vit un épisode comme celui de cette semaine, où les températures étaient record. Cela semble être votre devoir, en tant que ministre du Climat, de ramener ce débat au premier plan.
Ce retrait des politiques climatiques nous paraît être une erreur pour les entreprises, parce que si on veut remettre l'Europe sur la carte, il faut au contraire miser sur la transition. Et c'est une erreur pour les citoyens, en particulier les plus fragiles, parce que ce sont eux, dans les quartiers denses, dans les passoires énergétiques, qui souffrent le plus des pics de chaleur.
Ensuite, je dois vous dire que les marchés internationaux du carbone nous inquiètent. J'attends, de ce point de vue, une position ferme de la Belgique sur l'objectif 2040. Je ne manquerai pas de revenir sur ce sujet en commission.
Natalie Eggermont:
Dank u wel, mijnheer de minister.
Ik meen dat we tot de kern van het probleem moeten gaan. We kunnen het klimaatprobleem niet oplossen met de recepten die we tot hiertoe hebben toegepast, namelijk verder vertrouwen op de markt en op de investeringen van de privébedrijven. Maar dat recept blijft u wel herhalen.
Hoe komt dat? Privé-investeringen gaan natuurlijk naar waar winst te halen is en de fossielebrandstofindrustrie windt er ook helemaal geen doekjes om dat ze zullen blijven investeren in fossiele brandstoffen. British Petrol, één van de grote spelers heeft het dit jaar nog gezegd. Ze schroeven de ambities voor hernieuwbare energie terug en gaan terug naar olie en gas.
Superveel winsten hebben de energiebedrijven gemaakt door de crisis in Oekraïne. Die winst is gegaan naar nieuwe investeringen in olie en gas en naar de aandeelhouders. Dus nee, de markt zal het probleem niet oplossen. We hebben grootschalige publieke investeringen nodig, investeringen in isolatie en openbaar vervoer, in hernieuwbare energie. Die komen er niet. Jullie vinden ineens miljarden, maar ze gaan niet naar het klimaat, ze gaan naar oorlog.
Een goede raad die nu circuleert op de sociale media is de volgende: stay cool, stay hydrated, and fight capitalism!
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik zou u willen danken voor uw antwoord, maar ik heb op mijn vraag helaas geen antwoord gekregen.
De realiteit duldt geen uitstel. Treinstellen van meer dan 50 jaar oud laten rijden zonder airco op dagen met 38°C, dat is niet meer verantwoord. We moeten dringend investeren in modern materiaal dat bestand is tegen de uitdagingen, ook tegen extreme hitte.
Maar het gaat niet alleen over goede treinen. Het gaat ook over een goed beleid. Wanneer we voor zo'n grote investering staan, moeten we kansen creëren voor jobs in eigen land. In Brugge en in Charleroi werken vandaag duizenden mensen in de spoorindustrie.
Zoals collega Maaike De Vreese al een aantal keren heeft aangekaart, is de tewerkstelling in Brugge van groot belang, zowel voor de regio als voor de toekomst van onze industrie. Nu is het moment om te kiezen voor goede treinen en voor maximale werkgelegenheid in eigen land.
Marc Lejeune:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour l'annonce des progrès que vous avez accomplis dans le Plan Énergie-Climat et qui prouvent que le climat se situe bien au centre de vos priorités.
Vous avez aussi rappelé la nécessité de réconcilier économie et écologie. Ce n'est pas toujours simple, mais je sais que vous y travaillez. De même, vous avez indiqué la difficulté de faire avancer l'agenda environnemental face aux conflits et aux populismes. J'estime qu'il en va de notre responsabilité collective. Chez Les Engagés, nous voulons avancer. Il faudra le faire avec nos entreprises et nos concitoyens, comme vous venez de le dire, au moyen d'une planification coordonnée et responsable.
Les politiques climatiques et environnementales qui punissent et attaquent la qualité de vie de nos concitoyens n'ont fait qu'encourager une levée de boucliers contre les politiques climatiques ambitieuses. Aujourd'hui, nous devons tous être unis, au lieu de nous diviser, dans le combat climatique. Vous y travaillez énormément, afin que nous gagnions ce combat.
Rajae Maouane:
Monsieur le ministre, chers collègues, merci pour vos bons vœux! Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.
Je ne vous apprends rien, mais 95 % des décès dus aux événements climatiques extrêmes sont causés par la chaleur. Avant-hier, une femme est morte à la plage, tandis qu'un homme est décédé voici quelques jours sur un chantier. Ce sont chaque fois des publics très vulnérables qui sont touchés.
Monsieur Crucke, j'étais triste de vous entendre dire à la radio, même si c'était pour le regretter, que le climat n'était pas une priorité. Ce n'est pas ce que pensent une majorité de Belges puisque, selon un sondage, 80 % d'entre eux estiment que le climat doit constituer une priorité. Les milliards accordés à la Défense devraient plutôt servir à la transition juste.
Monsieur le ministre, j'ai une suggestion à vous soumettre. Avoir quitté le MR vous a fait du bien. Avoir rejoint Les Engagés était ambitieux, mais peut-être pas assez. Alors, j'invite Jean-Luc à rejoindre les verts, le parti pour lequel la fin du monde et les fins de mois forment le même combat.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik heb vooral goed naar u geluisterd en stel vast dat u vanuit verschillende invalshoeken werk wilt maken van een robuuste dienstverlening op het spoor. We zullen u daarin alle vertrouwen moeten geven en in overleg moeten treden met verschillende actoren en stakeholders, zodat we samen kunnen werken aan een fundamentele aanpak. Het gaat daarbij om een goede infrastructuur, kwalitatief personeel en duidelijke communicatie met de reizigers. Ook de spelregels verdienen aandacht, want die moeten we misschien aanpassen om de capaciteit van het spoornet optimaal te benutten. In dat verband zal ik binnenkort een resolutie indienen. U zult daar in de commissie nog meer over horen. Voor cd&v is het belangrijk: te koud of te warm mag geen spelregel zijn voor Jan Modaal, die moet kunnen rekenen op een stipte en betrouwbare spoorwegdienstverlening. We geven u dan ook alle vertrouwen om daar de komende maanden werk van te maken. Dank u wel.
Voorstellen
Natalie Eggermont heeft nog geen voorstellen ingediend als hoofdauteur.
Slechts een deel van alle voorstellen wordt getoond. Lopende voorstellen die nog niet zijn gestemd geweest worden niet weergegeven.
Stemmingen
Recente stemmingen van Natalie Eggermont in de plenaire vergadering.
| Onderwerp | Stemming |
|---|---|
| Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1226 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de definitie van strafrechtelijke delicten en van sancties voor de schending van beperkende maatregelen van de Unie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/1673 en andere bepalingen details → | nee |
| Stemming over artikel 1. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 39 van Vincent Van Quickenborne tot weglating van de artikelen 2 en 4. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 41 van Vincent Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 2(n). details → | nee |
| Stemming over artikel 2. details → | ja |
| Stemming over amendement nr. 38 van Vincent Van Quickenborne op artikel 3. details → | nee |
| Stemming over amendement nr. 42 van Vincent Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 4(n). details → | nee |
| Stemming over de artikelen 5 en 6. details → | ja |
| Stemming over de artikelen 7 en 8.Stemming over de artikelen 7 en 8. details → | ja |
| Stemming over artikel 9. (1243/9)Stemming over artikel 9. details → | nee |
Commissies
Natalie Eggermont is lid van de volgende commissies.