Collega's, net zoals collega Ravyts dien ik hier de nodige bescheidenheid aan de dag te leggen. Ik ben niet van Zuienkerke, noch van Oostende, maar van Zoersel.
Dit dossier heeft inderdaad een heel lange voorgeschiedenis. Ze werd geschetst in de vragen, dus ik hoef dat hier niet allemaal te herhalen. We zijn het erover eens – dat is belangrijk als beginpunt – dat de Belgische belangen op verschillende niveaus dreigen te worden geschaad met dit dossier. Dat vertrekpunt, dat startpunt, heeft ons geleid in onze acties.
Ik zal beginnen met de actuele stand van het dossier toe te lichten. De publieksconsultatie, waarnaar verwezen werd, is het openbaar onderzoek. Dat werd georganiseerd naar aanleiding van de aanvraag tot het bekomen van een milieuvergunning en van een concessie voor het gebruik van het maritiem openbaar domein. Zowel de federale diensten als de Vlaamse instanties, de kustgemeenten, de haven van Oostende en andere belanghebbenden hebben bezwaren ingediend. Er werd een geconsolideerde versie namens de Belgische Staat ingediend, die werd toegelicht aan de leden van de Commission nationale d'enquête publique in Rijsel. Dat gebeurde, als ik me niet vergis, net voor 9 juni, op 30 mei. Als federale overheid werken wij dus wel degelijk samen met de Vlaamse diensten om de belangen te verdedigen, ook die van de haven van Oostende en de kustbewoners. Zoals ik in het begin zei, dreigen hier immers verschillende belangen te worden geschaad.
In ons bezwaar vragen wij de Commission nationale d'enquête publique bovenal om een negatief advies uit te brengen. Indien die commissie toch een positief advies zou uitbrengen, hebben we in ondergeschikte orde gevraagd om het park 5 kilometer of meer verder in zee te bouwen, een veiligheidsafstand van 2 kilometer van de Frans-Belgische grens te respecteren en een nieuwe studie uit te voeren, die de impact van dit verder gelegen windpark op het Belgische natuurgebied onderzoekt. Wij vroegen eveneens om betrokken te worden bij de opmaak van die studie.
Het advies van die commissie werd uiteindelijk op 22 november met de nodige vertraging gepubliceerd. België werd hierover geïnformeerd via het ESPO-contactpunt. Op dit moment analyseren zowel onze diensten als onze advocaten de stukken van dat advies, dat een encyclopedie dik is. Dat vergt dus enige tijd.
Uit de milieueffectenbeoordeling bleek duidelijk dat de bouw van het park een impact zou hebben op het Natura 2000-gebied en in het bijzonder op een aantal beschermde zeevogels. Dit werd uitgebreid becommentarieerd in het Belgisch standpunt en in de bijdrage van de dienst Marien Milieu. Ook de bezwaren van de organisatie Vent Debout 59 sluiten hierbij aan. We bekijken samen met onze advocaten welke verdere stappen we hier moeten zetten.
We kunnen veel panache aan de dag leggen en forse verklaringen afleggen, maar uiteindelijk moeten we met Frankrijk, een bevriend land, de beste oplossing voor de Belgische belangen vinden. De beste manier om dat te doen is door diplomatie, zolang dat mogelijk is. Indien dat niet kan, zullen we de juridische weg moeten bewandelen.
Op diplomatiek niveau is dat dossier trouwens nooit van de agenda verdwenen, integendeel zelfs. Het dossier wordt bij de diplomatieke gesprekken en ontmoetingen telkens weer op de agenda geplaatst. De laatste keer dat dit gebeurde, was tijdens het bezoek van het vorstenpaar aan het Elysée tijdens het staatsbezoek enkele weken geleden, op 15 oktober. Eigen aan diplomatiek overleg, collega’s, is uiteraard dat het niet gevoerd wordt in de openbaarheid, maar wel zoveel mogelijk in vertrouwen tussen diplomatieke en politieke vertegenwoordigers; met die kanttekening dat dit niet betekent dat hierover niet mag worden gediscussieerd. Er worden ook andere dossiers in rekening gebracht, en dat is precies de reden waarom de ministerraad mijzelf, de minister van Noordzee, met ondersteuning van de minister van Buitenlandse Zaken, belast heeft met dit dossier.
Ik herhaal dat dit dossier, het windmolenpark in Duinkerke, recent werd besproken in de marge van het staatbezoek van ons koningspaar aan Parijs. Ik kan u ook meegeven dat in navolging van dat bezoek een nieuw gesprek is aangevraagd tussen de minister van Noordzee, ikzelf of mijn opvolger, en de Franse bevoegde collega, minister Givernet. We hebben dat overleg aangevraagd maar er is nog geen datum gepland.
De volgende stappen zijn uiteraard belangrijk; daar vraagt u ook naar. Zonder te veel vooruit te lopen op de analyse van het advies, dat door de advocaten wordt behandeld, wil ik benadrukken dat er op dit moment, voor zover we correct zijn geïnformeerd, nog geen uiteindelijke beslissing is gevallen over het al dan niet toekennen van de vergunning. Die beslissingen zullen ten vroegste eind dit jaar of in januari 2025 genomen worden, althans indien onze informatie correct is.
Ook voor de volgende stappen, collega's, zullen wij overleg plegen met de belangrijkste stakeholders, waaronder in eerste instantie de Vlaamse overheid. Zoals steeds zullen wij de oplossingen trachten te zoeken in overleg. Als dat overleg geen resultaat oplevert, rest ons uiteraard juridische stappen te nemen.
Wat zijn de juiste juridische stappen? Een internationale procedure opstarten is volgens ons niet aan de orde. Zowel de experts zeerecht van de FOD Buitenlandse Zaken, als onze administratie, de DG Scheepvaart, schatten de slaagkansen van dergelijke dure en tijdrovende procedure immers zeer laag in.
Als u het hebt over panache, mevrouw Verkeyn, voel ik mij wel aangesproken. We kennen elkaar nog niet, maar in alle bescheidenheid wil ik u zeggen dat ik geen roeper ben maar een doener. Als ik moet roepen, kan ik echter ook roepen. Wat ik wil zeggen is dat we over dit dossier veel kunnen roepen en toeteren, maar we moeten kijken naar wat finaal een oplossing dichterbij brengt.
We doen wat we moeten doen. Dat gold voor mijn voorganger en hopelijk ook voor mezelf. We doen dat ook zonder valse verwachtingen te scheppen. Ik ben immers eveneens jurist, dus ik weet dat met zo'n procedurearbitrage misschien wel verwachtingen worden gecreëerd die nadien niet zullen worden ingelost. Perception management heet dat. Ook dat is iets waarmee we bezig moeten zijn bij het verdedigen van de vele belangen voor ons land die in dat dossier spelen.
Mocht die vergunning toch worden afgeleverd, zullen wij ze inderdaad aanvechten. De meest efficiënte manier om dat te doen is voor de Raad van State in Frankrijk. Dat is immers het bevoegde rechtscollege, dat er dan over zal moeten oordelen.
Panache of niet, u kunt rekenen op mijn engagement ter zake. Ik kan uiteraard niet spreken over het engagement van mijn opvolger.
Volgens de online beschikbare gegevens wenst EDF de bouw van het park van start te laten gaan in 2027. Dat lijkt veraf, maar eigenlijk ligt dat heel dichtbij.
Hopelijk heb ik aldus uw belangrijkste vragen beantwoord.