Aangezien mevrouw Vanrobaeys en de heer Ronse ook een vraag over het SWT indienden, zal ik ze alle drie beantwoorden.
De hervorming van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, beter bekend als het brugpensioen, is een gevoelige kwestie die veel werknemers direct raakt, vooral werknemers in sectoren die worden geherstructureerd. De ambitie van de regering bestaat erin de werkstellingsgraad tegen 2029 op 80 % te brengen. In het licht daarvan vormen stelsels die werknemers ertoe aanmoedigen om de arbeidsmarkt te verlaten, een echte aberratie.
Meerdere regeringen hebben de toegangsvoorwaarden voor het SWT al strenger gemaakt. Daarnaast moeten bepaalde SWT'ers voortaan voor de arbeidsmarkt beschikbaar blijven. Studies tonen aan dat de werkhervatting van SWT'ers zeer beperkt is. De inkomstenkloof tussen werken en niet werken is immers over het algemeen te klein om de werknemers ertoe aan te zetten om opnieuw aan de slag te gaan.
Het regeerakkoord heeft voor het SWT, het vroegere brugpensioen, bepaald dat er geen nieuwe instromers meer vanaf de datum van het regeerakkoord, behalve voor het medisch SWT, worden aanvaard. Concreet is dat dus vanaf 31 januari 2025. Er zijn echter enkele uitzonderingen. Zo wordt het medisch SWT niet beoogd. Ook werknemers die werden ontslagen, omdat de onderneming waar ze tewerkgesteld waren, in herstructurering is of in moeilijkheden, kunnen nog van het SWT genieten, op voorwaarde dat de onderneming als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden werd erkend vóór 31 januari 2025. Ten slotte geldt het SWT ook nog voor werknemers van wie het verlof voor 31 januari 2025 werd gemeld, maar die nog niet in SWT waren op die datum. We zullen niet raken aan de verworven rechten van de mensen die van het stelsel genieten, maar wij zullen ons focussen op activering naar een nieuwe job.
Wat de gevolgen voor de begroting en de financiële prognose met betrekking tot de geleidelijke afschaffing van het SWT betreft, zullen de verwachte besparingen in 2040 als gevolg van de beperking van het SWT volgens schattingen van de RVA 72,3 miljoen euro bedragen. Het is echter moeilijk om precies in te schatten hoeveel werknemers nog van de regeling zullen kunnen genieten. De geleidelijke afschaffing van de regeling tussen 2025 en 2030 zal een gecontroleerde verlaging van de kosten mogelijk maken en tegelijkertijd een passende ondersteuning van de betrokken werknemers garanderen. De Groep van Tien heeft ons trouwens op 12 maart jongstleden op de hoogte gebracht van een akkoord over onder andere het behoud van het SWT tot 30 juni 2025 om de voorwaarden te respecteren van de cao's die in 2023 werden gesloten.
We erkennen het belang van de sociale dialoog en bekijken momenteel hoe we op die vraag kunnen antwoorden. We moeten pragmatisch en verantwoordelijk te werk gaan en zorgen voor een evenwichtige transitie die werknemers beschermt en tegelijkertijd de levensvatbaarheid van onze sociale stelsels waarborgt.