Commissie economie, consumentenbescherming en digitalisering
BronAlles over deze commissievergadering.
Mondelinge vragen
De vragen die gesteld werden tijdens deze vergadering.
-
Vraag: Het onderzoek naar de verspreiding van asbest in speelzand (Q56013306C)
Vraag: De communicatiestrategie over asbest in speelzand (Q56013308C)
Vraag: De mogelijke aanwezigheid van asbest in speelzand (Q56013328C)
Vraag: De mogelijke aanwezigheid van asbest in speelzand (Q56013333C)
Vraag: De vermoedelijke aanwezigheid van asbest in speelzand (Q56013378C)
Vraag: Asbest in zand (Q56013391C)
onderwijs, cultuur en religieHet onderzoek naar de verspreiding van asbest in speelzand
De communicatiestrategie over asbest in speelzand
De mogelijke aanwezigheid van asbest in speelzand
De mogelijke aanwezigheid van asbest in speelzand
De vermoedelijke aanwezigheid van asbest in speelzand
Asbest in zand
Asbestproblematiek in speelzand summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Jeroen Van Lysebettens
Ecolo-Groen Jeroen Van Lysebettens
Anders. Irina De Knop
N-VA Lieve Truyman
PS Patrick Prévot
Anders. Steven Coenegrachts
Beantwoord door
Vooruit Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
Annik Van den Bosch
Anne Pirson
Nawal Farih
Jeroen Soete
Medewerkster van de minister
Frieda Gijbels
op 11 februari 2026
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om asbest in speelzand en de trage, reactieve aanpak van de Belgische overheid, ondanks vroege signalen uit Australië (november 2025). Minister Beenders (Economie) verdedigt het voorzorgsprincipe (sinds 5 februari 2026, na Nederlandse media-onthullingen), maar bekritiseert het Europese Safety Gatesysteem als traag en onvoldoende, terwijl oppositieleden (o.a. N-VA, Groen, PVDA) hem verwijten te laat te handelen, geen proactieve testen uit te voeren en communicatief falen (tegenstrijdige richtlijnen, gebrek aan coördinatie met gewesten). België is eerste EU-land met voorzorgsmaatregelen, maar laboresultaten (verwacht binnen 24-48u) en een zwartelijst met risicoproducten moeten nog duidelijkheid brengen. Kritiekpunten: geen structurele labocapaciteit, afhankelijkheid van externe testen, en gebrek aan Europese samenwerking (bv. Nederland reageerde traag). Actiepunten: betere grenscontroles (e-commerce), uitbreiding Safety Gate, en strengere sancties voor niet-conforme producten.
Lieve Truyman:
Mevrouw de voorzitter, is het mogelijk dat u de N-VA niet hebt vermeld?
De voorzitster : U komt sowieso al aan bod in de vraagstelling. Als u daarna nog vragen hebt, zult u na cd&v het woord krijgen.
Irina De Knop:
Mevrouw de voorzitter, ter verduidelijking, de vragen die we hadden ingediend bij het commissiesecretariaat worden onmiddellijk door de minister beantwoord? Het is niet de bedoeling dat we die opnieuw stellen?
De voorzitster : Als u vindt dat uw vraag niet is beantwoord, mag u die zeker mondeling formuleren.
Rob Beenders:
Mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour votre invitation à donner aujourd'hui une explication et à échanger avec vous au sujet du dossier de l'amiante dans le sable de jeu.
Il s'agit d'un sujet préoccupant, à juste titre, car il touche à la santé et à la sécurité des enfants, des parents et des communautés locales. Je souhaite profiter de cette occasion pour faire le point sur la situation, présenter les informations disponibles, mettre en évidence les points d'attention et surtout pour examiner avec vous quelles étapes sont nécessaires pour évaluer correctement les risques et intervenir de manière appropriée lorsque cela s'avère nécessaire. La transparence, la rigueur et la collaboration entre tous les acteurs concernés sont essentielles à cet égard.
Tout d'abord, je souhaite préciser que, dans cet échange de vues, nous devons nous limiter à la procédure dans le cadre de la sécurité des produits. De nombreuses questions se posent, à juste titre, concernant les risques pour la santé des enfants ayant été en contact avec du sable de jeu contenant de l'amiante. Je me pose moi-même ces questions et j'en ai déjà discuté à plusieurs reprises avec les collègues concernés.
On m'indique toutefois qu'il faut encore faire preuve d'un peu de patience, les analyses nécessaires à ce sujet étant en cours. À l'heure actuelle, on ne sait pas encore à partir de quand il existe un risque pour la santé des enfants, des parents ou des accompagnants qui ont été en contact avec du sable de jeu contenant de l'amiante. Les risques pour la santé dépendent de la quantité et de la composition de l'amiante présente dans le produit, et surtout de la durée d'exposition aux fibres d'amiante. Nous savons que les personnes ayant été exposées à l'amiante durant une brève période, comme les enfants ayant joué avec du sable de jeu potentiellement contaminé, courent un risque beaucoup plus faible que les personnes qui ont été exposées aux fibres d'amiante pendant une longue période. Cela doit néanmoins être clarifié par des recherches supplémentaires. Dès qu'il aura reçu les rapports de test du laboratoire, le Risk Assessment Group (RAG) pourra effectuer les analyses nécessaires et émettre un avis à ce sujet. À ce stade, les principales recommandations sanitaires sont de ne pas utiliser le sable de jeu pour l'instant et de le stocker dans des sacs hermétiques, conformément aux conseils donnés.
Omdat er de afgelopen dagen werd verwezen naar meldingen over speelzand met asbest uit Australië en het feit dat de Belgische administratie hiervan op de hoogte zou zijn, start ik graag met een tijdlijn.
Op 17 november 2025 ontving de FOD Economie een persvraag over een specifieke productterugroeping in Australië. De Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid heeft daarop onmiddellijk een dossier geopend en heeft nagegaan of er meerdere meldingen waren binnen de EU, of het product op de Belgische markt aanwezig was en of er aanwijzingen waren voor een veiligheidsrisico. Op dat moment waren er geen meldingen in andere EU-lidstaten en werd het product ook niet aangetroffen op de Belgische markt.
Op 18 november 2025 heeft België de andere Europese lidstaten bevraagd. Alle lidstaten die reageerden, bevestigden dat zij geen bewijs hadden dat het betrokken product op hun markt aanwezig was. Geen enkele lidstaat meldde bijkomende incidenten of enige aanleiding voor een Belgische controlecampagne.
Op 21 november 2025 ontving mijn kabinet hierover een persvraag. Hierop werd meteen contact opgenomen met de FOD Economie. De Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid schetste ons het verloop van haar onderzoek en deelde mee dat er geen enkele indicatie was dat het betreffende speelzand hier te verkrijgen was, dus noch in België, noch in een andere Europese lidstaat.
De Australische autoriteiten hebben in november zelf de Europese instanties geïnformeerd, waarna Europa op 28 november 2025 de Australische informatie heeft verstuurd via het Wikiplatform van de Safety Gate contact points en lidstaten verzocht om meldingen te doen in het Safety Gatesysteem wanneer het bewuste Australische speelzand op hun lokale markt aanwezig zou zijn en als er dan maatregelen zouden zijn genomen. Het Safety Gatesysteem waar ik naar verwijs, is het Europese waarschuwingsnetwerk waarmee alle Europese landen snel onveilige non-foodproducten van de markt kunnen halen. De conclusie van mijn administratie eind november was dan ook dat er geen aanleiding was om voorzorgs- of andere maatregelen te nemen.
Geen enkele EU-lidstaat heeft tot vandaag voorzorgsmaatregelen genomen zoals België heeft gedaan. Eén lidstaat is wel overgegaan tot staalnames, namelijk Finland. De resultaten daarvan zijn informeel bekend en uit dat onderzoek blijkt dat er in 1 van de 14 geteste producten asbest werd aangetroffen. We hadden contact met de Finse autoriteiten. Zij zullen hun conclusies binnenkort officieel bekendmaken.
Ook in Nederland is de overheid intussen bezig met staalnames. De eerdere staalnames die in Nederland werden gepubliceerd, gebeurden op het initiatief van een krant. Vanuit België blijven we die situatie in andere Europese landen maximaal opvolgen.
Tussen eind november en vandaag – dit is niet onbelangrijk – is er nog geen enkele officiële melding gebeurd in het Europese Safety Gatesysteem over speelgoed met speelzand waarin asbest zit. Over de producten waarover de VRT gisteren berichtte, is evenmin informatie in het officiële Europese meldsysteem gedeeld.
Ik verwacht van mijn administratie dat ze alle officiële kanalen en procedures volgt die dienen om producten van de markt te halen. Ik kan van mijn administratie echter niet verwachten dat ze de websites van elk land ter wereld doorzoekt naar informatie over recalls, of dat ze elk individueel initiatief van een burger die beslist om naar een lab te gaan, vertaalt naar een controleactie.
Mijn administratie ontving vorig jaar 5.580 meldingen over gevaarlijke producten. Daarvan kwamen er 4.000 via Safety Gate. Men komt pas in dat Safety Gatesysteem terecht als er maatregelen in het land zijn genomen om dat product van de markt te halen of om mensen te waarschuwen. Dat betekent dat er op dat moment maatregelen voor bepaalde producten zijn genomen, waardoor ze specifieke aandacht vereisen, ook in België. Van de 5.580 meldingen kwamen er dus 4.000 via Safety Gate. Alle andere meldingen waren klachten.
Vandaag bestaat er geen wereldwijde centrale databank voor recalls of waarschuwingen over non-foodartikelen die een risico voor de volksgezondheid kunnen vormen. Mijn administratie of mezelf confronteren over recalls buiten Europa die niet in het Europese Safety Gatesysteem geregistreerd staan, is intellectueel niet correct.
Als Australië of India producten terugroepen, worden die niet in het Europese systeem opgeladen. Ik vind dat een probleem, zowel voor autoriteiten als voor consumenten.
Kijken we naar de situatie vandaag, dan lopen er wereldwijd op dit moment onderzoeken over de mogelijke aanwezigheid van asbest in speelzand, omdat we ondertussen weten dat het op een natuurlijke manier in het speelgoed terechtkomt.
Als consument kunt u vandaag echter nergens een overzicht vinden van alle producten die zijn teruggeroepen. Ik stel daarom als mogelijke oplossing voor om het Europese Safety Gatesysteem te laten uitbreiden met landen die gelijkaardige productnormeringen hebben als Europa. Bovendien moet dat systeem gebruiksvriendelijker worden voor consumenten, zodat zij met één klik op de website kunnen zien welke producten niet veilig zijn.
Ondertussen is het belangrijk dat België dit dossier maximaal opvolgt en dat de Belgen maximaal worden geïnformeerd over producten die op dit moment getest zijn op asbest, zeker als dat in Europa is en de kans reëel is dat ze via online aankopen bij Belgische gezinnen terechtgekomen zijn.
Ik heb mijn administratie dan ook gevraagd om alle informatie samen te vatten over speelgoed dat besmet is met asbest en een zwarte lijst op te stellen die gemakkelijk kan worden geraadpleegd via de website van de FOD Economie. Mijn administratie zal alles doen om die informatie te verzamelen, zodat consumenten maximale bescherming en dito transparantie krijgen.
Ik heb ook overleg gevraagd met Europees Commissaris McGrath om te bespreken hoe hij het Safety Gatesysteem nog kan verbeteren. Ook moet de controle van de miljoenen pakjes, voornamelijk uit China, worden verbeterd. Europa heeft een van de strengste regelingen inzake consumentenbescherming, maar rekent sterk op nationale handhaving en verwacht van bedrijven wereldwijd, ook in China, dat ze automatisch de Europese regels naleven.
De cijfers van de douane tonen echter dat elke dag ongeveer 2,5 miljoen pakjes van buiten Europa naar België worden verzonden, waarvan de meeste uit China komen. In 2026 komen wij uit op ongeveer 1 miljard pakjes, wat dubbel zoveel is als in 2025. Slechts 0,005 % van die pakjes kan worden gecontroleerd en wij weten dat een op de drie producten van sommige Chinese platformen niet voldoet aan de Europese normen. Ik pleit voor meer en strengere controles, maar België kan dat onmogelijk alleen. Ook de andere EU-lidstaten vragen gezamenlijke acties wanneer het gaat over het controleren van producten die hun land binnenkomen.
Omdat België na Nederland het tweede grootste importland van Europa is op het vlak van e-commercepakketjes, heb ik op maandag 9 februari 2026 overleg gehad met de Nederlandse staatssecretaris Judith Tielen om een gemeenschappelijke aanpak richting Europa te bespreken. Zij heeft daar positief op gereageerd.
Dat brengt ons bij de Nederlandse studie die vorige week werd gepubliceerd in het Algemeen Dagblad . Op donderdag 5 februari 2026 werd mijn kabinet in de voormiddag gecontacteerd, opnieuw na een persvraag over een Nederlands onderzoek waaruit zou blijken dat in zes soorten speelgoed met speelzand asbest werd aangetroffen.
De onderzoeksredactie van het Algemeen Dagblad had 12 producten met speelzand laten analyseren in een geaccrediteerd laboratorium. In zes van die producten werd asbest gevonden. Ze waren gekocht bij Top1Toys, Bol, Amazon, AliExpress en bij de groothandel Koppen Speelgoed. Het ging om zandtafels, speelgoed voor zandkunst en schilderijtjes. Gelijkaardige producten worden ook door andere winkels verkocht.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit liet weten dat ze zelf een onderzoek voert naar asbest in speelzand en dat de informatie in de media daarbij hielp. Tegelijk gaf de toezichthouder aan dat hij niet kan optreden op basis van onderzoeksresultaten van derden. Dat dossier verschilde echter van het dossier in Australië. We bevonden ons namelijk in een situatie waarin een buurland signalen gaf en onderzoeksresultaten publiceerde over speelgoed waarvan de kans zeer groot was dat het ook in België was aangekocht. Op basis van al die beschikbare informatie hebben we collega Vandenbroucke en collega Clarinval gecontacteerd.
Aangezien het onderzoek in Nederland werd gepubliceerd, was het niet ondenkbaar dat die producten ook op de Belgische markt werden verkocht. Ik heb zelf op het internet naar de producten gezocht en vond snel winkels en websites in België waar dezelfde producten werden aangeboden.
Met die informatie hebben we beslist het voorzorgsprincipe toe te passen. Het voorzorgsprincipe is bij asbest absoluut noodzakelijk. Dat betekent dat zodra er ook maar de minste aanwijzing is dat er een kans bestaat op een asbestbesmetting, hoe klein ook, we altijd moeten kiezen voor voorzorgsmaatregelen. Aangezien het in dit geval ging om speelgoed voor kinderen en er een mogelijke asbestbesmetting was, gingen alle alarmbellen af en hebben we resoluut voor het voorzorgsprincipe gekozen, omdat we met die aanpak beter kunnen voorkomen dan genezen.
Mijn administratie heeft vervolgens contact opgenomen met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Donderdagnamiddag 5 februari heb ik, na overleg met collega Vandenbroucke, een crisiscel samengeroepen. In die cel zetelen vertegenwoordigers van de kabinetten van collega Vandenbroucke voor Volksgezondheid, collega Clarinval, collega Jambon en collega Crucke, evenals administraties van de FOD Economie, met name de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid en het bureau van de voorzitter, de FOD Volksgezondheid – de Algemene Directie Leefmilieu, de Risk Management Group en het bureau van de voorzitter –, de FOD Financiën, voor de Douane en Sciensano. Die crisiscel is samengekomen op donderdag 5 februari om 17.00 uur. Daar werd opnieuw beslist te communiceren volgens het voorzorgsprincipe.
Op dat moment was er concreet nog geen asbest aangetroffen in speelzand op de Belgische markt en was het ook niet duidelijk of er effectief een gezondheidsrisico bestond. Daarom werd een aantal voorzorgsmaatregelen genomen. Er werd opgeroepen om voorlopig geen kinderspeelzand meer te gebruiken en de verkoop zowel fysiek als online on hold te zetten tot er meer precieze informatie beschikbaar zou zijn.
Ik hoop dat u zich kunt inbeelden dat, zodra een crisiscel beslist dergelijke voorzorgsmaatregelen uit te vaardigen en die ook te communiceren, er weinig manieren zijn om dat te doen zonder ongerustheid te veroorzaken. Wanneer het gaat over asbest, kinderen en speelgoed, is er slechts één correcte aanpak, namelijk eerlijk communiceren en duidelijk maken dat het aangewezen is het voorzorgsprincipe toe te passen.
Er werd dan ook geadviseerd om speelzand dat mensen thuis hebben luchtdicht te verpakken in twee zakken. Losliggend speelzand dient te worden gereinigd met natte doeken en niet met een stofzuiger. Die maatregelen passen volledig binnen het voorzorgsprincipe. De overheid wil het risico zo klein mogelijk houden en kinderen maximaal beschermen.
In de tussentijd werd de Risk Management Group gevraagd de Risk Assessment Group opdracht te geven een risicoanalyse voor de volksgezondheid uit te voeren. De Risk Assessment Group brengt een expertengroep rond de asbestrisico’s samen en analyseert de beschikbare informatie. Ze zal de komende dagen beschikken over de resultaten van de staalanalyses, zodat een onderbouwde risicoanalyse inzake volksgezondheid kan worden opgesteld, voor het geval in die staalnames effectief asbest wordt aangetroffen, wat op dit moment nog geen zekerheid is.
Aangezien dit dossier ook een impact heeft op de regio’s, heeft de FOD Economie de procedure gevolgd en het Nationaal Crisiscentrum ingelicht. Dat nam vervolgens de nodige maatregelen om de regio’s en alle relevante instanties te informeren over de te volgen acties. België was op dat ogenblik het eerste land in Europa dat voorzorgsmaatregelen nam op basis van de in de media gepubliceerde studie in Nederland.
Op vrijdag 6 februari om 13.00 uur vond een tweede crisisoverleg plaats. Tijdens dat overleg werden de afgelopen 24 uur geëvalueerd en werd beslist een nieuwe communicatie uit te sturen namens de FOD Economie, met de focus op de start van het onderzoek van de stalen – waarvan de resultaten binnen ongeveer twee weken werden verwacht – en op het feit dat er op dat moment na onderzoek geen indicatie was dat lokaal aangekocht zand mogelijk asbest bevatte. Tijdens dit tweede crisisoverleg was ook het Nationaal Crisiscentrum aanwezig. Er werd beslist een pagina met frequently asked questions toe te voegen aan de website van de FOD Economie.
Diezelfde dag werd om 14.10 uur een eerste crisisoverleg georganiseerd met vertegenwoordigers van gewestelijke administraties, om ook hen op de hoogte te brengen van de beslissingen na het crisisoverleg tussen de betrokken federale administraties en de kabinetten.
Ik kom nu tot de huidige stand van zaken. Op dit moment is er nog geen officiële bevestiging dat ook in ons land asbest aanwezig is in speelzand. België is ook niet officieel op de hoogte gesteld door de WHO of via het Early Warning and Response System voor grensoverschrijdende gezondheidsproblemen.
Het Safety Gatesysteem, het enige Europese meldsysteem waar producten met asbest worden aangemeld, heeft tot op vandaag nog geen melding gemaakt van de aanwezigheid van asbest in speelgoed. Dat verklaart waarom ik daarstraks zei dat de werking van dit systeem toch eens goed moet worden besproken met de commissaris. We weten namelijk dat in sommige landen onderzoeken zijn gebeurd. Het duurt dan natuurlijk heel lang voor dat gemeld wordt. Het feit dat die producten uit Australië daar niet op staan, komt omdat ze er nooit op zullen komen als in Europa geen product wordt gevonden en geen maatregelen worden genomen. Men voelt dat daar nog beterschap mogelijk is, om de mensen sneller en beter te informeren.
Ik acht het evenwel zeer waarschijnlijk dat enkele van de producten die na het Nederlandse onderzoek geflagd zijn en die via internationale platformen zoals Amazon worden verkocht, wel degelijk bij mensen thuis aanwezig zijn. Daarmee moet echt rekening worden gehouden.
Ondertussen verneem ik, net als u, dat er steeds meer testrapporten circuleren waaruit blijkt dat er asbest aanwezig is in producten die op de Belgische markt worden aangeboden. Daarover kan ik u zeggen dat elke informatie die daaromtrent in ons bezit komt, door de FOD Economie zeer nauwgezet wordt opgevolgd en dat we die zwarte lijst zullen blijven aanvullen met producten waarvan inmiddels is vernomen dat er asbest in werd aangetroffen. Er staan ongeveer acht producten op die lijst. Dat was gisteren de stand van zaken. Vandaag of de komende dagen zullen daar nog producten aan worden toegevoegd. Omdat niet alle testen uitgevoerd zijn door geaccrediteerde labo’s, zullen we werken met verschillende categorieën, om zo transparant mogelijk te communiceren.
Ondertussen loopt ons controleonderzoek verder. Ik betreur dat wordt gecommuniceerd alsof het allemaal veel te traag gaat. We zijn vandaag woensdag. Donderdagavond hebben we in de crisiscel beslissingen genomen. We hebben de aanbesteding gedaan om een labo te vinden. In het beste geval zullen we de eerste resultaten binnen 24 tot 48 uur krijgen. We zullen daarover onmiddellijk communiceren.
In het begin hebben we over een periode van twee weken gecommuniceerd, om duidelijk een timeframe mee te geven aan de bevolking.
Dat wil niet zeggen dat de stalen meteen in het laboratorium binnengaan. U weet beter dan wie ook dat wanneer een overheid een opdracht wil geven, ze allerlei administratieve regels moet volgen. Het zou eigenaardig zijn als dat niet hoefde. Ik meen dat, als we in het beste geval, de resultaten binnen de 24 of de 48 uur hebben, we binnen de termijn van één week ongelooflijk snel geschakeld hebben en dat we als overheid getoond hebben dat we het probleem meteen hebben aangepakt. Intussen volgt de Crisiscel, met medewerking van de FOD Economie, de situatie uiteraard verder op.
Ondertussen is het ook duidelijk dat Europa zijn prioriteiten inzake consumentenbescherming zal moeten bijstellen. Ik plan een dringend overleg met de Europese commissaris voor Consumentenbescherming, Michael McGrath, en ik zal hem vijf zaken vragen.
Het Europese Safety Gatesysteem moet worden uitgebreid met landen buiten de EU die gelijkaardige productnormeringen hebben, zodat er nog sneller kan worden gecommuniceerd aan Europa wanneer er buiten Europa producten worden aangetroffen die niet voldoen aan de regels.
De Europese lidstaten die via een geaccrediteerd laboratorium in kennis worden gesteld van inbreuken tegen de consumentenbescherming, moeten dat ook melden via het Europese Safety Gatesysteem.
Europa moet erop toezien dat de lidstaten strenger optreden tegen bedrijven die zich niet houden aan de strengere productreglementering. Een bedrijf dat zich bijvoorbeeld niet houdt aan de privacyregels krijgt miljoenenboetes. Bedrijven die zich niet houden aan de regels inzake volksgezondheid worden nu echter te laks gestraft. Dat kan niet.
Er is ook een performante samenwerking en een goede gegevensuitwisseling tussen de lidstaten nodig. De Customs Data Hub, het informatieplatform waartoe alle controlediensten toegang hebben, moet daarom volledig operationeel worden.
Het Europese Digital Product Passport kan de nodige informatie leveren inzake de traceerbaarheid van producten en kan ook helpen om de niet-conforme producten uit de roulatie te nemen. Daarnaast vind ik dat de Digital Services Act en de Digital Markets Act strikt nageleefd moeten worden.
Collega’s, ik hoop u met deze analyse en tijdslijn aan te tonen dat België zijn verantwoordelijkheid heeft genomen als het gaat om consumentenbescherming en zeker als het gaat over de gezondheid van kinderen. Ik meen oprecht dat we onze inzet vertaald hebben naar een echt daadkrachtige aanpak. Ik kan u garanderen dat mijn administratie het Europese Safety Gatesysteem nauwgezet zal blijven opvolgen en altijd zal handelen volgens de juiste procedure, bij elke melding.
Ik vind ook dat mijn administratie meteen gehandeld heeft bij de eerste melding van mogelijk asbest in speelzand, in november. Onze regering heeft als eerste land in Europa voorzorgsmaatregelen genomen, op het moment dat de kans bestond dat er ook in België speelgoed met asbest in omloop zou zijn, ook al is die kans klein. Mijn administratie heeft direct de procedure opgestart om een labo aan te duiden en stalen te verzamelen. Die zijn vanmorgen verzegeld naar het labo gebracht.
Mijn administratie houdt vandaag ook een zwarte lijst bij van producten die besmet zijn met asbest, zodat de consument op een eenvoudige manier die informatie kan raadplegen.
België is het eerste land in Europa om dat te doen, terwijl momenteel in bijna alle landen in het nieuws komt dat producten met asbest besmet kunnen zijn, maar het voor een consument onmogelijk is om te weten over welke producten het gaat.
Ik heb ondertussen al overleg gehad met de Nederlandse staatssecretaris om verder samen te werken op het vlak van consumentenbescherming. Op korte termijn zal ik ook een gesprek voeren met de eurocommissaris om al onze Europese vragen te bespreken. Binnen mijn administratie zal ik bekijken op welke manier we opvolgingscampagnes kunnen organiseren om asbest in speelgoed proactief op te sporen. We moeten daaromtrent eerlijk erkennen dat het om natuurlijk asbest gaat. Dankzij de experts weten we inmiddels op welke manier dat in het speelgoed is beland. We zullen dus moeten blijven werken en proactief handelen om ervoor te zorgen dat de producten die op de Europese markt komen veilig zijn voor kinderen en voldoen aan de Europese regels.
Tot daar mijn overzicht. Bijkomende vragen beantwoord ik met plezier.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, het getuigt van een goede parlementaire hygiëne dat u hier in de commissie zo snel mogelijk duiding komt geven. Om nog een ander positief punt te benadrukken, ik denk dat het goed is dat het voorzorgsprincipe werd toegepast. Dat betwist ik absoluut niet.
Naast mijn ingediende vragen heb ik nog bijkomende vragen, omdat uw toelichting misschien niet helemaal duidelijk was. Ik wil mijn vragen opsplitsen in twee delen. Het eerste deel gaat over het communicatieve luik, namelijk hoe is men vanaf donderdag in real time omgegaan met die acute kwestie? Het tweede deel gaat meer over de onderliggende problematiek, namelijk hoe komt asbest in producten op de Belgische markt?
U hebt het communicatieve luik even geduid. Het is mij echter nog niet duidelijk wanneer de gewesten en de regionale overheden geïnformeerd werden en welke informatie ze hebben ontvangen. In een mail van het Vlaamse departement Onderwijs van donderdag om 21.15 uur staat dat het uitsluitend om kinetisch speelzand gaat. Dat was op dat moment in tegenspraak met uw verklaring in de pers eerder die dag, waarin u zei dat het ook om zandbakzand gaat. Op vrijdagochtend herhaalde u grosso modo uw boodschap van donderdagavond. Ik denk dus dat het belangrijk is te weten welke informatie de regionale overheden gekregen hebben.
Evalueert u de communicatie naar de scholen, dat het enkel om kinetisch speelzand gaat, als een adequate vertaling van de instructies die u vanuit de crisiscel hebt doorgestuurd?
Diezelfde vraag stel ik voor de lokale besturen. U hebt de situatie voor de gewesten geduid, maar over de lokale besturen heb ik in uw betoog weinig gehoord. Ik werd gecontacteerd door lokale mandatarissen met de vraag of zij hun buitenspeeltuinen, waar ook speelzand ligt, moesten afsluiten. Op basis van uw informatie en het voorzorgsprincipe ging ik ervan uit dat dat het geval was. De communicatie op vrijdagnamiddag, waarin u specificeerde dat lokaal geproduceerd zand niet geïmpacteerd was, heeft voor velen een geruststelling betekend. Voor veel lokale besturen blijft het evenwel niet eenvoudig om de herkomst van zand te achterhalen.
U hebt ook via de media gecommuniceerd. Ik begrijp dat dat een van de kanalen is, als men snel mensen wil informeren. Vindt u dat die informatie in de media correct weergegeven werd? Uit berichten van verschillende verontruste ouders heb ik namelijk uiteenlopende interpretaties kunnen destilleren. Sommigen dachten dat het enkel om kinetisch speelzand ging, anderen dat het alleen zand aan zandtafels betrof. Nog anderen gingen zo ver dat ze ook zand dat voor wegenwerken wordt gebruikt in vraag stelden. Vindt u dat u in de media goed geciteerd werd? Dat zijn mijn vragen over de crisiscommunicatie.
Voorzitster: Lieve Truyman.
Présidente: Lieve Truyman.
Wat de problematiek zelf betreft, hebt u een aantal zaken helder geschetst. Ik heb evenwel nog een aantal opvolgvragen. Wat de blacklist betreft die uw diensten gepubliceerd hebben, begrijp ik uit uw betoog dat die minimaal en niet exhaustief is. De lijst wordt aangevuld naarmate er bijkomende elementen opduiken. Het gaat dus om een minimale ondergrens waarvan we met redelijke zekerheid vermoeden dat er mogelijk asbest aanwezig is. Dat betekent evenwel niet dat een product dat niet op de lijst staat niet geïmpacteerd is.
U zegt de controles op asbest te zullen verscherpen, inzonderheid wat sommige producten betreft. Op welke asbestsoorten wordt er gecontroleerd? De lijst van verboden asbestsoorten in Europa is substantieel uitgebreider dan in andere landen. In Indië bijvoorbeeld is witte asbest toegestaan. Er bereiken mij verontrustende signalen dat het handelsakkoord met Indië het mogelijk zou maken dat dergelijke producten gemakkelijker op de Belgische markt komen. Op welke asbestsoorten wordt momenteel gecontroleerd? Hoe gaat u om met de verschillende normeringen in de wereldhandel?
U hebt gezegd dat u een aanbesteding voor testen hebt uitgeschreven en dat, zodra die afgerond is, de tests zullen worden uitgevoerd. Begrijp ik het goed dat onze diensten zelf geen capaciteit hebben om die controles uit te voeren en dat we dus altijd van externe labo’s afhankelijk zijn? Als we structureel asbesttesten willen uitvoeren, moeten we dan ook kijken naar een uitbreiding van de capaciteit?
Voorzitster: Annik Van den Bosch.
Présidente: Annik Van den Bosch.
In uw betoog vandaag had u het over speelzand, terwijl u het vorige donderdag en vrijdag had over zandbakzand. Een van de reporters heeft u daarover expliciet ondervraagd. Begrijp ik uit uw uiteenzetting vandaag dat we al een categorie kunnen uitsluiten en dat er een verschil is? Of was de door u gebruikte term niet doelbewust en moeten we zandbakzand toch in het oog houden?
Op sociale media heb ik heel wat uitspraken van bezorgde ouders zien circuleren. Dat is begrijpelijk. Ik denk dat u dat ook begrijpt. Een aantal zaken moet u misschien wel uitklaren en de mythe onderscheiden van de waarheid. Zo doet online de boodschap de ronde dat zand dat niet uit China komt veilig is. Dat lijkt mij niet correct. Het is goed dat we zulke beweringen hier ontkrachten.
Nog een stelling die ik online zie circuleren, is dat een product veilig is als het een CE-certificering heeft. Ik vind het moeilijker om te beoordelen of dat juist is of niet. Graag verneem ik uw mening daarover.
Dat zijn voorlopig mijn vragen. Mogelijk hebben collega’s bijkomende inspiratie.
Irina De Knop:
Dank u wel voor uw antwoorden, mijnheer de minister. Die zijn gedeeltelijk verhelderend.
De vragen die collega Van Lysebettens heeft gesteld over de categorieën van speelzand, zandbakzand en ander zand waarover het nu gaat, maken duidelijk dat het van groot belang is dat we over correcte informatie beschikken. Ook al hebt u een groot deel van mijn vragen beantwoord, ik heb er nog een paar.
De FOD Economie heeft kennelijk meerdere labo’s geselecteerd voor tests, maar het is niet duidelijk binnen welke termijn we de onderzoeksresultaten zullen ontvangen. Die zijn alvast heel belangrijk om daarover goed te kunnen communiceren.
Daarnaast is het essentieel te weten welk speelgoed aan onderzoek zal worden onderworpen. Gaat het over alle mogelijke types speelgoed en speelzand die op de Belgische markt worden aangeboden of zult u steekproefsgewijs werken, dan wel op basis van aanwijzingen uit de media of informatie uit Nederland? U moet de commissie verduidelijken welke producten daadwerkelijk zullen worden onderzocht.
Ik begrijp dat er al her en der contacten waren met Nederland, maar graag verneem ik hoe u de informatie-uitwisseling met de Nederlandse autoriteiten structureert. Hoe is de informatie-uitwisseling de voorbije dagen verlopen en hoe zal die in de komende weken worden georganiseerd?
Ten slotte blijft een vraag op mijn lippen branden. U hebt expliciet verwezen naar voorzorgsmaatregelen ten aanzien van gebruikers. Hoe zult u garanderen dat winkels en verkooppunten de betrokken producten effectief uit de rekken halen en dat het gebruik van speelzand wordt vermeden?
De collega wees erop dat scholen op de hoogte zouden zijn gebracht. Ik ben zelf actief in een lokaal bestuur en heb geen weet van proactieve communicatie naar de lokale besturen. Dat lijkt me nochtans gepast, gelet op de aanwezigheid van speelzand bij kinderopvanginitiatieven, in scholen en op openbare pleinen. Ook voor die instanties is gestructureerde communicatie en informatie aangewezen. Nu probeert elk bestuur immers op eigen kracht en naar eigen inzicht en vermogen te handelen.
U hebt opgemerkt dat er mogelijk een structureel probleem is in Europa met betrekking tot het Safety Gatesysteem en de procedures. Dat gaat misschien verder dan de aangekaarte case, maar het is zeker een werf voor de commissie voor Economie om daarover verder na te denken en uit te tekenen hoe in samenwerking met Europa kan worden toegezien op de veiligheid van producten die op onze Belgische markt komen, vooral wanneer ze bestemd zijn voor kinderen, die vaak dingen in hun mond steken.
Lieve Truyman:
Dank u wel, mijnheer de minister, om de tijdlijnen met ons te delen. Die leren ons dat er wel degelijk gereageerd werd vanaf de eerste communicatie over het gevaar.
Toch plaats ik vraagtekens bij de redenering waarbij men eerst contact opneemt met andere EU-lidstaten, waar het product niet aanwezig was. Het is een beetje zoals het verhaal van de kip of het ei. Als men een melding niet onderzoekt, weet men niet of er hier geen gevaar is. Als men signalen binnenkrijgt, dan lijkt het mij aangewezen om proactief de bevoegde administratie bij de FOD Economie in te schakelen en zelf op zoek te gaan naar websites waar het product wordt verkocht.
Er wordt vandaag handelgedreven in een sterk geglobaliseerde wereld, vaak online. Producten die in Australië worden verkocht, kunnen via diverse landen ook op de Europese markt terechtkomen.
We moeten daar inderdaad op een andere manier naar kijken en beredeneren op welke manier we die e-commerceproducten zullen controleren. Dit voorbeeld toont aan dat we moeten schakelen. Ikzelf zou al in november de nodige testen hebben opgestart. We leiden daaruit af dat dat nog niet gebeurt, maar ook dat het Safety Gatesysteem geen sluitend systeem is, dat het helemaal niet waterdicht is. Men kijkt vaak naar wat er ergens gebeurt en concludeert dat als er daar niets is, het er ook niet in Europa zal zijn. Ik denk dat het hier wel degelijk is.
Dankzij de collega's uit Nederland kennen we ondertussen al een deel van de producten die op de zwarte lijst staan. Wat stellen we echter vast? Mijn collega, mevrouw Gijbels, heeft het nagekeken en gezien dat men zelfs vandaag via Amazon nog kinetisch speelzand kan aankopen dat op de zwarte lijst staat. Ook daarnaar zullen we moeten kijken. Als die producten op online sites staan, dan moet de FOD Economie of een andere instantie ze eraf kunnen laten halen. Als effectief is aangetoond dat die producten giftige stoffen bevatten, maar dat men ze toch blijft verkopen, dan moeten we sancties opleggen. Het gaat hier immers om een heel ernstige zaak. Asbest is niet om mee te lachen. Zoals collega De Knop daarnet al zei, stoppen kinderen alles in hun mond, of het nu speelgoed, gras of zand is. We moeten daar de nodige aandacht aan besteden.
Ondertussen worden de labs gecontacteerd die de nodige testen kunnen doen, wat positief is. Zodra die resultaten bekend zijn, zullen we die ook krijgen, maar ik heb daar toch vragen bij. De WHO heeft niets opgemerkt. Dat begrijp ik niet. Ofwel ving men de signalen niet op, ofwel deed men dat wel, maar legde men die naast zich neer. Heel veel instanties zijn daar niet mee aan de slag gegaan. Waarom?
Het is goed dat er hierover al een paar keer crisisoverleg is geweest en dat we de koe bij de horens vatten, maar ook op Europees en op wereldniveau moet men de zaken toch wat ernstiger nemen. Het is heel gemakkelijk om online producten te bestellen, maar het is ook belangrijk dat die producten worden gecontroleerd. Op dat vlak moeten we ons ook organiseren, zeker nu e-commerce almaar toeneemt.
Collega Van Lysebettens sprak daarnet over de CE-certificaten. Worden die CE-certificaten ook hier in België gecontroleerd? Hebben de producten die op de zwarte lijst staan, die we nu al kennen, een CE-certificaat? Hoe kan het dat die een CE-certificaat gekregen hebben?
Ik veronderstel dat er ondertussen al klachten van bezorgde ouders en leerkrachten binnengekomen zijn bij de consumentenombudsdienst. Over hoeveel klachten gaat het? Welk antwoord krijgen die mensen?
We zullen dit zeer zeker van dichtbij opvolgen.
De voorzitster : De heer Prévot is niet aanwezig.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw komst en voor het feit dat u zelf hebt aangeboden om te komen.
Collega Van Lysebettens zei het ook al, we moeten hier niet alleen onze rol kunnen spelen, we moeten ook het hele verloop kennen. Dieper en uitgebreid ingaan op die problematiek kan helpen om transparantie te creëren voor mensen op het terrein, voor de consument zelf en voor ongeruste ouders. Dat is belangrijk.
U sprak over systeemfouten en u kijkt naar het Europese systeem. U hebt volgens mij groot gelijk. Als ik u goed heb begrepen, is het zo dat wanneer ergens in Europa een melding wordt ontvangen of wanneer men denkt te weten dat er iets gevaarlijks is aan een product, men eerst in het systeem kijkt of het elders ook is gemeld. Als men vaststelt dat dit niet zo is, stelt men dat er wel niets aan de hand zal zijn. Vervolgens doet iedereen niets. Totdat een Nederlandse krant besliste om stalen te laten nemen, deed men niets. De overheden namen zelf geen stalen.
U stelt dat u niet te lang hebt gewacht. Ik snap dat dat een discussiepunt kan zijn. Het feit blijft echter dat wij zelf geen stalen nemen en ze ook niet laten onderzoeken.
In Australië zegt men iets gevonden te hebben dat mogelijk gevaarlijk is. Wij antwoorden dat dat op onze markt niet te vinden is, maar dat is tegenwoordig een gevaarlijke uitspraak, omdat mensen met drie klikken toch aan alles geraken. Met een pakje komt dat hier gewoon binnen. Er komen 2,5 miljoen pakjes per dag aan, zoals u zelf hebt gezegd. Dat een product niet op onze markt ter beschikking is, kan men tegenwoordig niet meer zomaar kan garanderen. Als de rest van Europa zegt daar niet veel van te weten, dan stellen wij dat we niets hoeven te doen. Wij schieten pas in actie wanneer het Algemeen Dagblad in Nederland beslist er dieper op in te gaan, naar een lab te stappen en na te gaan of er niets ernstigers aan de hand is. Als dan daaruit blijkt dat er asbest in speelgoed zit, beslissen wij om heel veel maatregelen te nemen en te schakelen. Het Algemeen Dagblad heeft immers een test gedaan.
Was het dan niet beter geweest of bestaan er geen mogelijkheden om als overheid zelf tot staalnames over te gaan bij dergelijke meldingen? Kunnen wij die verantwoordelijkheid niet zelf opnemen, in plaats van te wachten tot journalisten of kranten dat doen? Daar zit namelijk een vertraging op.
Sinds november 2025, toen de eerste meldingen kwamen, en vorige week donderdag 5 februari 2026, de dag van de eerste bewarende maatregelen, zijn er bijna drie maanden verloren gegaan. Dat was een periode van drie maanden stilzitten en wachten en van Europese landen die naar elkaar kijken en elkaar vragen of zij iets weten. Zij weten ook niets en dus zal het wel in orde zijn. U hebt gelijk dat het systeem niet klopt, maar u kunt dat systeem natuurlijk doorbreken door als lidstaat zelf verantwoordelijkheid te nemen en te beslissen actief stalen te nemen, actief naar labs te stappen en de producten te laten testen.
Wat de gebeurtenissen van vorige week betreft, is het minstens vervelend dat daarna nog moest worden nagedacht, zoals ik gisteren heb begrepen, over de manier waarop wij de producten zouden testen. Gisteren hoorde ik op de VRT dat na contact met uw kabinet – u kunt dit indien nodig zelf corrigeren – bleek dat er tot nu toe geen enkel staal naar het lab is vertrokken.
Dat zou twee redenen hebben.
De eerste reden was dat er daarvoor een aanbesteding nodig is. Dat vind ik vreemd, want u had toch al in oktober signalen ontvangen? Waarom heeft de overheid geen raamcontract met labo’s om regelmatig stalen te onderzoeken? Waarom moet ze eerst gevat worden door een Nederlands dossier om vervolgens een aanbesteding uit te schrijven, die te publiceren, een offerteaanvraag te doen en dan pas een week later stalen op te sturen? Dat is toch geen professionele manier van werken?
De tweede reden die op de VRT werd aangehaald, is dat wetenschappers eerst zouden moeten discussiëren over de manier waarop en met welk meetsysteem dat gemeten moest worden. Daardoor is er sinds november tijd verloren gegaan. Niemand heeft nagedacht welke stappen genomen moeten worden zodra zo'n melding binnenkomt. Kan dat gemeten worden? Moeten we daarvoor een beroep doen op labo's of niet? Niemand heeft zich die vraag gesteld in november. Men heeft de website van het Europese systeem geconsulteerd, gezien dat er geen melding van werd gemaakt en vervolgens geconcludeerd dat het waarschijnlijk wel in orde was. De administratie heeft daar de kans gemist om proactief te handelen. Ik denk dat de overheid sneller kan ingrijpen.
Wat de oplossingen betreft, wil ik met u nadenken over betere systemen om dit soort zaken aan te pakken. Volgens mij blijven we vandaag hangen in de bestaande problemen. U zegt dat er veel meldingen binnenkomen, dat die ernstig worden genomen en goed worden opgevolgd. Als ik u goed begrijp, betekent goed opvolgen dat men het Europese systeem consulteert om te controleren of iemand anders al een melding heeft gemaakt, om vervolgens te concluderen dat er niets moet gebeuren omdat de rest geen melding heeft gemaakt. Dan blijft het systeem toch bestaan? Wie doorbreekt die logica? Dat moeten we in België doen. Blijkbaar behoort dat nu tot ons takenpakket. We kunnen die logica van het Europese systeem nationaal doorbreken door zelf te meten en zelf stalen af te nemen.
Wat ik geen goede oplossing vind, is mensen zeggen dat ze geen brol meer mogen kopen. Mensen hebben te weinig kennis om te weten wat brol is en wat niet. Dat lost men ook niet op met een taks van 2 euro op pakjes. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om ervoor te zorgen dat producten die hier verboden zijn onze grenzen niet binnenkomen. Dat kunnen we beter doen. We zullen dit vandaag niet oplossen, maar we zullen ook moeten kijken naar de manier waarop de douane met risicoanalyses omgaat, hoe risicodetectie op pakjes gebeurt en hoe we daarin beter kunnen worden.
We moeten daarin beter worden om ervoor te zorgen dat we onze markt, waarvoor we in Europa hoge producttechnische specificaties opleggen, zoals u terecht hebt aangehaald, beschermen. Die normen liggen in Europa bijzonder hoog. We moeten dan wel kunnen afdwingen dat de concurrentie met perfect geproduceerde producten eerlijk verloopt en dat producten niet zomaar aan verschrikkelijke of veel lagere prijzen onze markt binnenkomen. Anders heeft het hele systeem van productnormering geen zin. Daar moeten we actie in ondernemen. Dat is ook van belang in andere sectoren waar illegale producten binnenkomen, zoals tabak, vuurwerk en tal van andere goederen. We moeten onze grenzen voor geïmporteerde producten veel beter controleren op productnormering. Daar is nog veel werk aan de winkel.
Ik ben in principe niet gerustgesteld wanneer u zegt dat u van november tot februari alles hebt gedaan wat u kon. Ik denk dat niet. Ik denk dat u, in plaats van te wachten op een bericht in het Algemeen Dagblad , zelf staalnames had kunnen doen en die naar een labo sturen. Ik geef toe dat de rest van Europa dat ook niet heeft gedaan, maar het feit dat anderen tekortschieten, betekent niet dat wij dat ook moeten doen. We hadden beter kunnen handelen. Ik hoop dat hier lessen uit worden getrokken en dat we op een andere manier zullen omgaan met risico’s die vanuit het buitenland worden gesignaleerd. Het gaat om landen zoals Australië, die we kunnen vertrouwen. U hebt gelijk dat het in het Europese systeem mogelijk tot een oplossing had kunnen komen, maar we kunnen zulke meldingen veel ernstiger nemen, zelf actie ondernemen en Europa wakker schudden. Daarvoor dient dat systeem. We hebben drie maanden verloren. Dat was beter niet gebeurd. Nu moeten we schakelen in het belang van de volksgezondheid en van de gezondheid van onze kinderen.
Annik Van den Bosch:
Mijn vader was paswerker. Hij zaagde Eternitplaten. Hij heeft daardoor veel asbestvezels in zijn longen gekregen. Die hebben dertig jaar in zijn lichaam gezeten. Hij kreeg de diagnose longvlieskanker en drie maanden later is hij overleden. Hij was nog niet toe aan zijn pensioen en is veel te jong gestorven.
Mijn vader is overleden in 2000. In 2005 is de Europese wetgeving ingevoerd die het op de markt brengen en gebruiken van asbestvezels en asbesthoudende producten volledig verbiedt. Gelukkig maar, want ik wil iedereen besparen wat mijn vader is overkomen. Longvlieskanker is echt geen aangename ziekte.
Als ik nu, 25 jaar later, lees dat het in speelgoed zit, dat het zomaar op de markt kan komen, dat kleine kinderen daarmee spelen en het risico lopen om later ook longvlieskanker te ontwikkelen, net zoals mijn vader, dan vind ik dat ongelooflijk. Ik vind dat te zot voor woorden.
Ik zit dan ook met heel veel vragen, want hoe is het in godsnaam mogelijk? Ondertussen wordt in België al enkele jaren veel speelzand via het internet gekocht. E-commerce is niet meer weg te denken. Hoeveel risicovol speelzand werd er in totaal in België gekocht? Weten we wie dat zand heeft gekocht?
Mensen worden nu geadviseerd om dat zand met natte doeken op te vangen en naar het containerpark te brengen. Natte doeken, in godsnaam. Wat onderneemt u verder om die mensen concreet te helpen? Zal de gezondheid van deze consumenten op lange termijn worden opgevolgd? Als ze asbestose ontwikkelen, op welke financiële ondersteuning zullen ze dan kunnen rekenen, bijvoorbeeld via het Asbestfonds?
Mijnheer de minister, u hebt in november aan Het Nieuwsblad gezegd dat er al een onderzoek loopt, maar dat er voorlopig nog geen bewijs was dat het om hetzelfde speelzand gaat. U kunt zich voorstellen dat ik van mijn stoel viel toen ik gisteren las dat de VRT zei dat er nog geen testen waren uitgevoerd. De N-VA noemde het wraakroepend dat er nog niet getest is. Voor één keer moet ik hen daarin bijtreden.
Welk onderzoek hebt u in november dan eigenlijk besteld? Ik hoor dat u nu wel een test hebt besteld, via een aanbesteding. Dat duurt allemaal redelijk lang. Drie maanden later zijn we nog geen stap verder, zoals de heer Coenegrachts zei. We zijn eigenlijk al jaren te laat.
Hoe komt het dat de FOD Economie niet onmiddellijk toegang heeft tot labo’s voor dergelijke onderzoeken? Zouden publieke labo’s geen prioriteit moeten zijn, zodat we die snel kunnen inschakelen als dergelijke problemen zich voordoen of dreigen op te duiken?
Anne Pirson:
Merci, monsieur le ministre, d’être venu nous informer aussi rapidement sur cette situation.
De nombreuses questions ayant déjà été posées par mes collègues, je tiens à souligner l’importance d’une communication transparente dans ce type de dossier. Il ne faut pas céder à la panique et, à ce stade, aucune confirmation officielle ne concerne spécifiquement la Belgique, mais le principe de précaution doit évidemment rester notre boussole.
Ce débat nous amène néanmoins à une problématique plus large et récurrente: le contrôle des très nombreux colis en provenance de Chine. Cette réalité logistique pose un défi majeur en termes de contrôle et de sécurité des produits mis sur le marché. On le sait, la Belgique ne peut pas relever seule ce défi. Les flux sont massifs, fragmentés, souvent liés au commerce en ligne et aux plateformes internationales. Un contrôle efficace nécessite une coordination européenne beaucoup plus poussée, tant au niveau des douanes que de la surveillance du marché. Mes collègues interrogent d’ailleurs régulièrement le ministre Clarinval à ce sujet. Nous attendons une collaboration efficace et structurée entre vous, le ministre Vandenbroucke et le ministre Clarinval.
Je rejoins mes collègues sur le fait qu’il est nécessaire de disposer d’une véritable stratégie européenne de protection des consommateurs. Nous devons garantir leur sécurité, en particulier celle des enfants, tout en travaillant à des solutions structurelles européennes à ce problème récurrent. Nous serons attentifs à la venue, dans cette commission, du ministre de la Santé, M. Vandenbroucke.
Nous vous demandons de nous tenir étroitement au courant de l’évolution des informations relatives à cette problématique.
Nawal Farih:
Mijnheer de minister, dank voor de inleiding en de toelichting.
Ik heb nog enkele vragen om meer duidelijkheid te krijgen over de zaak.
Er zijn verschillende facetten aan de problematiek. Het systeem is al aangeraakt. De Europese Safety Gate heeft inderdaad niet voldoende gewerkt. Het is wel opvallend dat Finland en Nederland aan de slag zijn gegaan met het testen van die producten. Ik ga ervan uit dat ze zich gebaseerd hebben op informatie die ze wereldwijd gesignaleerd hebben gekregen. Hoe komt het dan dat ons land veel terughoudender is geweest?
Over het CE-keurmerk bestaat veel onduidelijkheid. Veel mensen denken dat een product automatisch voldoet aan kwaliteitsvolle Europese reglementering wanneer het een CE-keurmerk draagt. Dat is helaas niet de realiteit. Een producent kan zelf een CE-keurmerk aanbrengen op een product. Pas bij controles kan worden vastgesteld of de Europese reglementering al dan niet werd nageleefd. We moeten bekijken hoe we dat kunnen verstrengen of minstens de bevolking beter kunnen informeren.
Wat de communicatie betreft, heb ik eerlijk gezegd erg het gevoel dat die stroef is verlopen, zeker de communicatie ten aanzien van de gemeenschappen. U hebt op donderdag gezegd dat iedereen naar het containerpark mocht gaan. OVAM is in Vlaanderen verantwoordelijk voor de inzameling van asbest, maar ik moet helaas vaststellen dat OVAM geen instructies had gekregen van u en zelfs niet op de hoogte was van die mededeling vanuit de politiek. Voor een organisatie is dat uiteraard ingrijpend, aangezien men zich zo goed mogelijk wil voorbereiden.
Vlaams minister Brouns heeft uw meldingen gezien en vanuit de Vlaamse Gemeenschap actie ondernomen met de crisiscel. Ik vraag me echter af hoe de doorstroming van informatie de voorbije dagen is verlopen. Het departement Onderwijs, aangezien in kleuterklassen heel wat speelzand aanwezig is, het welzijnsdepartement, waarbij ik denk aan de kinderopvang, en de containerparken die instaan voor de veilige vernietiging van die producten, hebben in het donker getast. We moeten daarin als federale overheid beter doen.
Net als de heer Coenegrachts was ik ook geschrokken toen ik vernam dat we geen vast raamcontract hebben met labo's als er dergelijke zaken worden vastgesteld. Ik heb mijn oor te luisteren gelegd bij Defensie en men zei mij dat ze perfect uitgerust zijn en over alle tools beschikken om dergelijke testen uit te voeren, maar dat er geen beroep op hen werd gedaan.
Ik begrijp dat het niet altijd evident is, maar ik vind wel dat we als federale overheid vaste partners moeten hebben en niet pas een aanbesteding moeten lanceren als er zich een probleem voordoet. U zegt dat er snel wordt gereageerd, maar eigenlijk moet dat zo snel mogelijk zijn en dat is niet pas na het doorlopen van een administratieve procedure en het zoeken en vinden van de juiste partners, zeker niet als het gaat over de gezondheid van mensen en van kinderen, die sowieso al kwetsbaar zijn.
Zoals al werd gezegd, kinderen stoppen vaak iets in hun mond en kruipen overal rond. Als bijvoorbeeld een Stretcherz, het product dat door Action wordt verkocht, kapotgaat, dan ligt er zand in de hele living en ik vrees dat heel wat mama's en papa's de stofzuiger erbij nemen en niet de voor dat product aangewezen instructies volgen.
Wat die instructies betreft, moet ik helaas vaststellen dat de instructies op de overheidswebsites niet eenduidig zijn. Op de website van de FOD Economie staat de instructie die u zonet hebt meegegeven, namelijk om het zand in een dubbele zak te stoppen en in een hermetisch afgesloten ruimte te plaatsen. Als ik op de FOD Werkgelegenheid en Sociaal Overleg de zoektermen speelzand en asbest intik, dan wordt gemeld dat men een P3-masker en handschoenen moet dragen en alles zo snel mogelijk naar een veilige plek dient te brengen voor vernietiging. Op het vlak van communicatie is er dus wat werk aan de winkel om gelijkluidende informatie te verschaffen. Ik zou iedereen toch aanraden om een mondmasker en handschoenen te gebruiken als het gaat over asbest.
Mijn zus heeft een heel ander leven dan ik. Zij heeft vijf kleine kinderen, tussen 0 en 6 jaar oud. De sinterklaas- en kerstperiode zijn voorbij en ik heb haar helaas met grote ongerustheid moeten bellen omdat ik, als tante, ook een Stretcherz voor de kinderen had gekocht. We komen allemaal wel eens in de Action en zien daar iets leuks in de kinderrekken. Men neemt dat dan mee om aan de kleine kinderen te geven tijdens het familiebezoek. Die Stretcherz is helaas bij haar thuis ontploft en al het zand is op de grond terechtgekomen. In de veronderstelling dat het gewoon om zand ging, heeft ze de stofzuiger genomen, om zo snel mogelijk de ruimte te clearen . Ik hoop oprecht dat we goed nieuws krijgen van de laboresultaten, maar mocht dat niet het geval zijn, dan zullen heel veel gezinnen ongerust blijven tot er misschien ooit een diagnose wordt gesteld.
Mijnheer de minister, kunnen we nadenken over een soort van aanmeldlijst voor mensen die in contact zijn gekomen met de producten of met de producten die door de FOD Economie worden opgesomd? Als er later een medische diagnose wordt vastgesteld, kan er dan ook een link worden gelegd met een mogelijke oorzaak.
Ik stel die vraag expliciet omdat we een Asbestfonds hebben waarop slachtoffers een beroep kunnen doen. Bij mensen die hebben gewerkt in fabrieken met bepaalde materialen, valt de link gemakkelijk te leggen en te bewijzen. Bij kinderen die vandaag met bepaald speelgoed hebben gespeeld en die op 30, 40, 50 of 60 jaar plots een bepaalde diagnose krijgen, zal dat zeer moeilijk te bewijzen zijn.
Daarom wil ik vragen om na te denken over een aanmeldlijst voor mama’s, papa’s en grootouders die ongerust zijn omdat ze de voorbije maanden mogelijk in contact zijn gekomen met dat product.
Mijn laatste vraag gaat over de labotesting. Bepaalde lidstaten zijn zelf in actie geschoten met privélabo’s. Ook particulieren laten soms zelf producten testen. Hebben labo’s die voor bepaalde producten een negatief resultaat vaststellen een meldingsplicht bij de overheid? Zo niet, kunnen we dat dan wel voorzien? Het zou immers zonde zijn mochten bepaalde producten als ongezond voor de bevolking worden bestempeld, zonder dat die informatie doorstroomt naar onze overheden. Zo kunnen we op nationaal vlak ook actie ondernemen, uw werk vergemakkelijken en onze bevolking beschermen.
Jeroen Soete:
In Nederland heeft het artikel in het Algemeen Dagblad alles in gang gezet, waarna de testen zijn gebeurd. De Tweede Kamer heeft gisteren verwezen naar de Belgische aanpak en heeft de Nederlandse minister opgeroepen die te volgen en proactief het voorzorgsprincipe te hanteren door de producten uit de handel te halen. Dat lijkt mij in het geheel van het dossier de acuutste en belangrijkste reactie en een duidelijke les.
Het Europese systeem zou inderdaad beter moeten werken. Er is terecht gewezen op het gebrek aan controles op de talrijke webshops. Ook op dat vlak zal Europa bijkomende stappen moeten zetten. De minister zal de kwestie hoger op de agenda moeten plaatsen. Ik heb vernomen dat er ondertussen al contact werd opgenomen met de Nederlandse ambtsgenoten om beter samen te werken, evenals met de Europese commissaris voor Consumentenbescherming. Spelers als Bol.com vragen nu aan aanbieders en verkopers op hun platform om via testen aan te tonen dat hun product, bijvoorbeeld bij speelzand, veilig is. Dat toont het absurde van de situatie aan. We zijn bezig met de Digital Services Act en die platformen fungeren als digitale winkels. Men zou verwachten dat zij al langer van de verkopers op hun platform eisen dat die bewijzen voorleggen dat hun producten veilig zijn voor de consument. Op het vlak van consumentenbescherming en de naleving daarvan op grote platformen, waar toch het gros van de bestellingen vandaan komt, zullen we op Europees niveau een tandje moeten bijsteken en veel dwingender en proactiever optreden.
Ook de CE-markering verdient aandacht. Blijkbaar wordt zelfs vanuit China een gelijkaardig logo gebruikt. Mensen denken dan dat het product beantwoordt aan de Europese normen, terwijl het om een iets kleiner logo gaat dat uit China komt en geen garantie biedt dat het product veilig is.
De grote platformen moeten Europese conformiteit expliciet eisen vooraleer producten op hun platformen te verkopen. Als dat niet gebeurt, zullen wij hen met veel strengere sancties om de oren moeten slaan.
Voor de kleinhandel is dat een moeilijker verhaal. Kleinhandelaars importeren bijvoorbeeld producten uit China. Misschien kan er in samenwerking met de sectorfederaties een groene lijst worden opgesteld van producten die getest zijn.
In die zin kunnen wij zeker lessen trekken. Wij zullen zowel op Belgisch als op Europees niveau moeten bekijken hoe wij ons in de toekomst beter kunnen wapenen tegen dergelijke calamiteiten.
Rob Beenders:
Dank u wel, collega’s, voor het constructieve debat.
Ik apprecieer dat zeer, omdat ik denk dat u de complexiteit van het probleem begrijpt. Mochten we vandaag weten dat er volgende donderdag een crisis uitbreekt en van een wit blad kunnen vertrekken om de aanpak ervan te plannen, dan zouden we dat uiteraard doen op de manier zoals hier wordt aangehaald en zoals het hoort. Begrijp me goed: dat moet natuurlijk de ambitie zijn. In ieder geval, mocht een crisis kunnen worden gepland, dan zou alles veel eenvoudiger zijn.
Het grote probleem waarmee we vorige week donderdag werden geconfronteerd, was dat we ongelooflijk werden opgejaagd door de media. De Nederlandse pers escaleerde dat nieuws. Het verspreidde zich als een lopend vuurtje, waardoor de druk op ons toenam om te reageren, anders zouden de onderzoeken uit Nederland gewoon in de algemene pers worden gecommuniceerd, zonder dat wij daar een antwoord op gaven. Die tijdsdruk was vorige week donderdag wellicht het meest complexe element waar we mee zaten. Dat mocht ons er echter niet van weerhouden om een goede crisisafhandeling te verzekeren, al zaten we wel in die spagaat. We deden alles wat we konden om te vermijden dat het nieuws uit Nederland op zichzelf in de Belgische media zou verschijnen, want dan zou de ongerustheid en paniek immens zijn. Ons doel was onze processen zo maximaal mogelijk in gang te zetten om een antwoord te bieden op de ongerustheid, die er hoe dan ook zou komen. Niemand dacht op het moment dat we met dat proces bezig waren, dat alle burgers voor de informatie zouden bedanken en gewoon overgaan tot de orde van de dag. U kunt zich ongetwijfeld inbeelden dat alle stoppen doorslaan bij een ouder die op het nieuws hoort dat het zand waar zijn kind al veel mee heeft gespeeld, asbest bevat. Vorige week donderdag hebben wij het verplichte proces gevolgd waarbij eerst het Nationaal Crisiscentrum en vervolgens de regio’s met onder andere het Vlaams Crisiscentrum in gang schieten. Daarbij heb ik ook vastgesteld dat bepaalde zaken beter moeten. Daar ben ik het mee eens.
Ik heb zelfs collega Brouns gebeld, omdat ik me afvroeg of hij het wel wist. Hij is immers een cruciale partner in het dossier, onder meer wat asbest en containerparken betreft. Ik wilde hem dus sowieso bellen, ook al maakte dat geen deel uit van het proces. Ik vond het belangrijk hem te informeren, wetende dat we achteraf een evaluatie zullen moeten uitvoeren om waar nodig bij te sturen.
Ik meen oprecht dat alle administraties hun best hebben gedaan om zo goed mogelijk te communiceren. Ik heb ook vastgesteld dat sommige instanties en administraties voorzichtiger hebben gecommuniceerd dan het Federaal Crisiscentrum. Dat hebben we niet gevraagd, maar het is wel gebeurd. Tegelijk heb ik gezien dat er op sociale media allerlei berichten verschenen. Dat heeft te maken met het feit dat we niet precies konden specificeren over welk product het ging.
Als bijvoorbeeld de remschijven van een Fiat 500 uit 1983 na 200.000 kilometer het begeven, dan is de communicatie eenvoudig. Wie dat voertuig niet heeft, hoeft zich niet aangesproken te voelen. Wie het wel heeft en 199.999 kilometer heeft gereden, weet dat hij moet opletten. In het aangekaarte dossier vertrokken we in november echter van een specifiek product, waarna het via onderzoeksjournalistiek een volledige productgroep is geworden.
Collega Coenegrachts, u hebt gelijk wanneer u, met de kennis van vandaag, vraagt waarom er geen controleacties zijn uitgevoerd. Ik heb echter openlijk gecommuniceerd over de manier waarop we zijn omgegaan met de meldingen uit Australië. Dat werd in alle media toegelicht. Niemand – dit is geen verwijt aan wie dan ook – heeft mij toen echter gevraagd waarom er niet proactiever werd gecommuniceerd of waarom we niet ingrepen. Ik heb duidelijk uiteengezet wat we wel en niet zouden doen.
Dat is geen verwijt, maar het toont aan dat de realiteit sinds donderdag anders is dan voordien. Ik wil daar ook heel bewust mee omgaan. Ik zou niets liever willen dan voor elke melding die binnenkomt een controlecampagne organiseren. Een Mickey Mouse waarvan de oogjes uitvallen waardoor een kind kan stikken, vind ik even ernstig als dit, maar gaan we dan alle beertjes en poppen controleren? Vergeet het, dat gaan we niet doen. Hetzelfde geldt voor het melkpoeder, dat helaas eveneens een problematiek vormt. We kunnen toch niet plots alle kindervoeding beginnen te controleren? In een ideale wereld zouden we dat misschien allemaal moeten doen, maar dat is gewoon niet realistisch.
Als we via het Europese platform 5.000 meldingen ontvangen, dan gaat het om dossiers die op Europees niveau al onderzocht zijn en waarvoor maatregelen zijn genomen. Daarmee gaan we onmiddellijk aan de slag. Als we echter een eerste risicoanalyse uitvoeren en vaststellen dat de problematiek rond bepaalde specifieke producten in Australië een laag risico inhoudt, dan zullen we geen controleactie opstarten. We zeggen nooit dat het risico onbestaande is, maar wel dat de risicoanalyse laag uitvalt. Dat heb ik ook in november gecommuniceerd. Ik ben daar toen niet op aangesproken. Dat is geen verwijt – versta me niet verkeerd – maar ik geef wel mee dat ik ook toen heel transparant heb gecommuniceerd wat ik wel en niet heb gedaan en wat de administratie wel en niet heeft gedaan.
Mijnheer Coenegrachts, ik zou graag willen dat we geen onderzoeksjournalisten meer nodig hebben. Het is immers nooit leuk als zij met nieuwe informatie naar buiten komen en de overheid vervolgens moet schakelen, maar we moeten realistisch zijn. Dat zal altijd zo blijven. Het is ook niet de ambitie van een minister om ervoor te zorgen dat onderzoeksjournalisten niets meer kunnen vinden. Laat hen hun werk vooral doen en laat hen ons helpen.
De reactie van de overheid op onderzoeksjournalistiek is veel belangrijker. Ik meen dat we hebben aangetoond dat we hebben gedaan wat nodig was, namelijk het voorzorgsprincipe toepassen. Het is evenwel belangrijk de context te schetsen, want het is heel gemakkelijk om achteraf allerlei verklaringen te doen. In een ideale wereld zou het anders zijn, maar we zullen hieruit leren. Versta me niet verkeerd, ik denk dat we al heel snel acties ondernemen, maar men mag de context nooit vergeten. Het is geen zwart-witverhaal. Ik wilde dat graag even meegeven gelet op de vragen die gesteld zijn.
Dan zal ik nu uw vragen chronologisch beantwoorden.
Aan de collega van Groen, over de informatie aan de gewesten stel ik hetzelfde vast. De collega van cd&v heeft ook gelijk: het loopt niet perfect. Ik heb dat ook gezien. Het loopt niet zoals het moet. Men ziet dat er in Vlaanderen en in de andere regio’s allerlei informatie vertrekt vanuit Onderwijs, de kinderopvang, en ook vanuit OVAM, in Vlaanderen dan.
De informatie die om 7.15 uur vertrokken is vanuit het Nationaal Crisiscentrum naar de Vlaamse overheid, naar de Brusselse overheid en naar de Waalse overheid, was duidelijk. Ik zie echter dat de vertaling daarvan naar de mensen die het op het terrein moeten doen hier en daar toch wat beter kan. Ik moet wel zeggen dat het over het algemeen heel goed gegaan is, maar ik meen dat we een goede evaluatie moeten plannen. We moeten vooral leren van de procedure die gevolgd is. Over het algemeen meen ik wel dat het maximaal goed verlopen is.
Vond ik de boodschap die in de media kwam goed? Ik kan daar veel over zeggen, maar ik heb die communicatie natuurlijk niet in de hand. Ik ben het met u eens dat we donderdag een brede scope hadden, omdat het Crisiscentrum dat beslist had. We wisten namelijk niet exact hoe groot het probleem was. Als men over zand spreekt, waar stopt het dan?
Dat was het moeilijke in deze communicatie. Ging het alleen om gekleurd zand? De kleur had niets te maken met het asbest. Het probleem was dat het om natuurlijk asbest ging dat via winning uit mijnen in de ene doos wel kon zitten en in de andere niet. Dit verhaal is dus veel complexer dan gewoon het gaat om dit merk, om dit product of om die kleur.
Ik ben het dus met u eens. Ik meen dat de communicatie donderdag moeilijk was, maar ik meen wel dat de Belgen begrepen hebben wat we bedoelden. Ik heb de reacties gezien van heel wat gemeentebesturen. Ik begrijp dat ze nog voorzichtiger waren en bijvoorbeeld zandbakken gingen sluiten. Toen we dat zagen, op vrijdagochtend, hebben we dus aan het Crisiscentrum gevraagd of we dat niet wat konden bijsturen. We hebben toen gezegd dat er voor lokaal aangekocht zand op dit moment geen indicatie is dat het geïmpacteerd is door asbest. Die communicatie hebben we op vrijdag verspreid en ik heb de indruk dat het evenwicht nu gevonden is.
Ik blijf er wel bij dat de stalen die nu worden genomen veel meer uitsluitsel zullen geven, waardoor we zullen kunnen kijken welke richting dit uitgaat. De zwarte lijst helpt ook om mensen in een bepaalde richting van producten en merken te duwen. Ik ben het met u eens, het was geen gemakkelijke communicatie, net omdat de scope zo breed was.
Ik heb het zelf kunnen vaststellen, de experts hebben zeer goed werk geleverd in de media. Ze werden zeer snel gecontacteerd door de media en hebben het verhaal op een juiste manier gekaderd. Ik heb van bijna iedereen gehoord dat het voorzorgsprincipe het goede idee was, maar we moeten inderdaad blijven communiceren en zo snel mogelijk bijkomende informatie aan de bevolking geven over wat ze wanneer kunnen doen. Dat wil ik absoluut doen vanaf het moment dat de staalnames binnen zijn.
Ik heb ook heel wat gehoord over het ontbreken van een algemeen contract en waarom alles zo lang moet duren. Ik zou graag hebben dat één lab alle testen met betrekking tot consumentenbescherming kan uitvoeren. Er zijn 5.000 meldingen binnengekomen. Of het nu gaat om de controle van de inkt van een pen, mogelijk asbest in zand of de kleur van de oogjes van een pop, men moet dan echt op zoek gaan naar een gespecialiseerd lab. Voor asbest is dat al helemaal het geval. Er bestaan immers verschillende types asbest en er zijn verschillende methodes om asbest op te sporen. Het protocol in dezen was cruciaal. De administratie heeft samen met de FOD Volksgezondheid zeer snel werk geleverd.
We kunnen het niet eenvoudigweg oplossen door een eigen lab te nemen of met een contract op jaarbasis te werken. Ik vrees dat we dan niet alle testen die we willen ook kunnen doen. Hier is op zeer korte tijd het juiste lab gevonden. We zijn nog geen week verder en de staalnames worden getest. Het protocol is afgecheckt.
Hoe gebeurt de controle en wat wordt er gecontroleerd? Daarover wil ik pas verder spreken wanneer de resultaten binnen zijn. Binnen de administratie is afgesproken om daarover dan transparant te communiceren.
Die blacklist is niet exhaustief. Een product dat niet op die lijst staat, kan dus wel geïmpacteerd zijn. De lijst zal nooit exhaustief zijn. Telkens het zeer aannemelijk is dat een product een risico inhoudt, zal het op die lijst geplaatst worden met de vermelding op basis waarvan men tot dat oordeel is gekomen. Op die manier wordt maximale transparantie geboden, niet alleen ten aanzien van de consumenten, maar ook ten aanzien van de verkopers. Deze namiddag, op dit moment, wordt die lijst nog geüpdatet met nieuwe producten.
Welke asbestsoorten worden gecontroleerd? Alle stalen zijn verzekerd naar het labo gebracht. Ik verwacht binnen enkele dagen resultaten. In het begin hebben we een termijn van twee weken gecommuniceerd om voldoende marge te voorzien om het protocol, de aanbesteding en alle andere zaken te regelen. Als de resultaten voor het weekend beschikbaar zijn, is men erin geslaagd binnen de week te schakelen. Daarover zijn we altijd zeer transparant geweest. Welk type zand wordt onderzocht, zullen we ook communiceren zodra de resultaten binnen zijn.
Het is niet onbelangrijk te melden dat er vandaag nog geen enkele officiële bevestiging is dat er in België speelgoed met zand is gevonden. Daarom heeft de crisiscel op basis van de door ons uitgebrachte adviezen geoordeeld om niet meteen te communiceren dat men pakken, maskers of wat dan ook moet halen, omdat dat een gradatie hoger is. In het voorzorgsprincipe gelden andere afspraken. Vanaf het moment dat effectief wordt vastgesteld dat een product op de Belgische markt asbest bevat, zal uiteraard een andere procedure worden gevolgd.
Ik kom tot het handelsakkoord met India. Europa hanteert zeer duidelijk een totaalverbod op asbest. De oproep tot meer controles en betere procedures wordt daardoor alleen maar relevanter.
Ik heb daarnet al het gebrek aan capaciteit in de labo’s geduid. Er zijn meer dan 5.000 meldingen, waardoor men niet elke melding kan opvolgen met een proactieve controlecampagne. Dat is even absurd als beloven dat elk pakje dat in Charleroi binnenkomt, gecontroleerd zal worden. Ik zou graag hebben dat dat mogelijk was, maar dat is niet realistisch. De risicoanalyse bepaalt of er al dan niet gecontroleerd wordt.
Nederland doet momenteel ook staalnames. Dat zeggen de Nederlanders al heel lang, maar er zijn nog geen resultaten bekend. België zou zelfs het eerste land in Europa kunnen zijn dat met resultaten komt.
Van Finland waren we ook op de hoogte, maar ook daar zijn er nog geen resultaten gepresenteerd.
Ik vind wel dat de Europese landen elkaar moeten helpen. Hoe meer er nu wordt gecontroleerd, hoe meer informatie er kan worden gedeeld. Op dit moment ziet het ernaar uit dat België het eerste land zal zijn dat met resultaten komt. Heel Europa heeft in november dezelfde informatie gekregen. Daarom vind ik de aanpak die we hebben gevolgd niet zo bizar.
Over welke soort zand gaat het? Kunnen we categorieën uitsluiten? Ik sluit niets uit. Dat zou onzorgvuldig zijn. Ik wil de procedures volgen die we nu volgen. We zeggen wel dat lokaal aangekocht zand op dit moment geen indicaties vertoont dat het geïmpacteerd is.
Op sociale media wordt de vraag gesteld of CE-certificaten veilig zijn. Ik wil het woord geven aan de grote baas van de dienst Kwaliteit van de FOD Economie. Zij heeft de afgelopen week zeer hard gewerkt en is dag in dag uit bezig met dergelijke meldingen. Misschien kunt u nog wat toelichting geven?
Medewerkster van de minister:
Het gaat over een CE-markering en niet over een CE-certificaat. Een CE-markering wordt niet aangebracht op alle producten die op onze markt zijn, maar op bepaalde types producten waarvoor een Europese sectorspecifieke reglementering voorhanden is. Als wij hier rondkijken, draagt bijvoorbeeld de stoel waarop u zit geen CE-markering, maar de telefoon of de laptop waarmee wij werken wel. De CE-markering is een verklaring van de fabrikant dat zijn product voldoet aan de eisen van de specifieke sectorreglementering. Het is dus een verklaring van de fabrikant.
Is dat alles wat de fabrikant moet doen? Neen, dat is niet alles. Om de CE-markering aan te brengen op een product waarvoor een sectorspecifieke reglementering geldt, moet hij een bepaalde conformiteitsprocedure doorlopen en dat ook kunnen aantonen. Dat gebeurt via een technisch dossier. In dat technisch dossier zit de omschrijving van het product en het design ervan, maar ook vaak, wat u misschien interesseert, de testrapporten en soms ook typecertificaten. Een testrapport is niet hetzelfde als een certificaat. Een testrapport wordt afgeleverd door een labo. Een EU-typecertificaat, waarnaar ook soms wordt verwezen, wordt afgeleverd door een aangemelde instantie. Pas wanneer de fabrikant de volledige conformiteitsprocedure heeft doorlopen en alle nodige waarschuwingen en instructies heeft opgemaakt, kan hij zijn CE-markering aanbrengen.
Ik heb hier ook vaak de hiernavolgende vraag gehoord. Als er een CE-markering is, gaan wij er dan van uit dat het product in orde is? In principe verklaart de fabrikant dat zijn product in orde is. Markttoezicht blijft echter nog altijd belangrijk.
Rob Beenders:
Mevrouw De Knop, wat betreft het type speelzand, we zullen daar later deze week zeker over communiceren.
Binnen welke termijn komen de resultaten? Ik meen dat ik die vraag ook al heb beantwoord.
Welk speelgoed zullen we onderzoeken? We kunnen niet al het speelgoed onderzoeken, maar er werd een steekproef gedaan bij wat er op de markt is, 15 fysiek en 5 online. Er werd kinetisch zand, speelzand en ook fijn gekleurd zand bemonsterd.
Wat betreft de samenwerking met Nederland, ik had zelf gevraagd om een overleg met Nederland, met de bevoegde staatssecretaris Judith Tielen. Dat was een heel constructief gesprek en we hebben goede afspraken gemaakt. De samenwerking met de Nederlandse autoriteiten verloopt volgens mij veel moeilijker. We hebben hen onmiddellijk gecontacteerd om meteen op het niveau van de overheden overleg te hebben en om over die studie te kunnen discussiëren. Mijn administratie kreeg als antwoord dat de Nederlandse administratie het te druk had. We hadden expliciet gezegd dat het uitermate dringend was, dus we hebben aangegeven dat een antwoord urgent is, maar de Nederlandse administratie antwoordde dat onze mail zou worden doorgestuurd, omdat het op dat moment te druk was om onze vraag te beantwoorden. Dat zegt volgens mij ook veel. In ieder geval hebben wij het initiatief genomen en zullen we met de overheden blijven overleggen.
Hoe kunnen we verzekeren dat winkels de betrokken producten uit de rekken halen? De administratie voert nacontroles uit, waarbij wordt nagegaan of de winkel de maatregelen heeft opgevolgd. Op dit moment is er nog geen ministerieel besluit genomen over welke specifieke producten uit de handel moeten worden genomen. We zitten nog niet in die fase. Zodra we concreet weten over welke producten het gaat, zullen we uiteraard andere instrumenten inzetten.
We hebben heel veel gecommuniceerd met de sectorfederaties, waaronder Comeos, en we zien dat dat goed wordt opgevolgd, maar nogmaals, het zijn voorzorgsmaatregelen. We hebben met de platformen overleg gehad. We blijven communiceren dat het op dit moment beter is om niet met het zand te spelen, maar het zijn voorzorgsmaatregelen. We vaardigen pas ministeriële besluiten uit als we de concrete producten en merken kennen.
Op de vraag of ik van oordeel ben dat de samenwerking en de reactie van de betrokken diensten in dit dossier adequaat en tijdig is verlopen, heb ik al grotendeels geantwoord.
Ook deze fase moeten we evalueren, verbeteren en bijsturen. Crisiscommunicatie is een van de moeilijkste vormen van communicatie. Crisisafhandeling is dat evenzeer. Niets is zo gemakkelijk als achteraf te zeggen wat er allemaal fout gelopen is. Ik ben mij daarvan terdege bewust en we zullen die evaluatie zeker uitvoeren. De eerste evaluatie die we nu al maken, is dat we op Europees niveau een aantal prioriteiten inzake consumentenbescherming moeten laten bijsturen.
Ik heb u al gewezen op het meldsysteem en op sancties. Het kan niet zo zijn dat België alle websites in Australië zou moeten opvolgen voor non-foodproducten. Ik heb dat gisteren ook via de VRT laten meedelen. Het is uiteraard gemakkelijk wanneer men concreet weet welk product in een bepaald land is teruggetrokken, een printscreen van die recall te nemen en vervolgens te zeggen dat diezelfde pop nog in de Action ligt. Dan lijkt het eenvoudig om te vragen waarom wij dat niet weten. Een en ander veronderstelt echter dat men zeer concreet moet beginnen te zoeken. Dat is wat onderzoeksjournalisten doen. Misschien moeten we er een aantal aanwerven, dat kan helpen. Van de administratie kan ik echter niet verwachten dat ze dat voor elk land doet. Stel dat India morgen in beeld komt met asbestzand, dan focussen we ons plots op India. Tegelijkertijd kan een gelijkaardige situatie zich ook in Rusland voordoen. De huidige procedures moeten dus worden geoptimaliseerd. Er moet een internationaal meldingssysteem komen dat vlotter en efficiënter werkt. Dat lijkt mij de eerste les van de afgelopen week. Daar is dus nog heel wat werk aan de winkel.
Amazon heeft ondertussen aan de administratie bevestigd dat het de bewuste producten zal verwijderen.
Op de vraag over de CE-certificaten werd geantwoord.
Op dit moment zijn we niet op de hoogte van eventuele klachten die binnengekomen zouden zijn. Ik durf zelfs bijna te zeggen dat we op dit moment geen klachten hebben ontvangen.
Mijnheer Coenegrachts, op uw analyse meen ik al te hebben geantwoord. Ik ben het met u eens dat bepaalde zaken nu niet logisch lijken. Laten we daaruit leren, zodat ze logisch worden. Ik zou het liefst niet willen wachten op journalisten, maar ik leef in een realistische wereld. Dat zal zo blijven.
Ik zie het vooral als een helpende hand, want het is wel door vorige week dat we in de huidige situatie zitten. U kunt zeggen dat we het in november al hadden moeten doen. Die discussie kunnen we blijven voeren. Ik heb uitgelegd waarom we dat niet hebben gedaan en om welke redenen we de risicoanalyse hebben uitgevoerd. Vanaf het moment dat het echt concreet werd, hebben we wel heel snel gehandeld. We hebben op dat moment, na het waarschuwingssysteem van november, echt online en offline naar die producten gezocht. Elk land heeft dat gedaan. Het is inderdaad mogelijk dat een burger weet om welk product het gaat en dat toch via Australië in een winkel bestelt. Die risicoanalyse hebben we echter afgewogen. Op de Europese markt, online en offline, was het product gewoon niet te vinden. Zoals ik daarnet zei, als bij een pop van een bepaald merk de oogjes uitvallen, gaan we ook niet direct alle poppen controleren. Dan evolueert het verhaal. We hebben dat ook bij de automobielsector gezien, met de roetfilters. In het begin ging het om één type auto en één merk. Daarna breidde het uit naar meer auto's en moest men zich aanpassen. Corona begon ook in één stad. Wanneer een kip in India doodvalt door een virus, doen we hier mogelijk onderzoek naar dat virus. Als we het niet vinden, gaan we niet alle kippen slachten. Soms evolueert een dossier. Het is belangrijk dat men wel ageert wanneer het evolueert en dichtbij komt. Ik heb uw boodschap begrepen. Ik wil zeker niet zeggen dat die verkeerd was, maar ik wil uitleggen hoe meldingen worden onderzocht.
Is het vervelend dat na het incident donderdag nog moet worden nagedacht over hoe we zouden testen? De VRT meldde gisteren dat er nog geen stalen waren vertrokken. Inderdaad, we hebben nooit gezegd wanneer ze zouden vertrekken. We hebben alleen gezegd dat er binnen twee weken resultaten beschikbaar zouden zijn. We zijn zo proactief mogelijk. Asbesttesten zijn echter complex. Men kan de stof niet zomaar onder een microscoop leggen om het resultaat te kennen. Er is een protocol nodig, specifiek voor die test, met een bepaald labo.
We blijven vaak hangen in de problemen. Wie doorbreekt de logica van het systeem? We moeten dat nationaal doen door zelf te meten. Voor elke melding wordt een analyse gemaakt van de kans dat een product op de Belgische markt aanwezig is. Op basis daarvan wordt actie ondernomen.
Collega van de PVDA, ik vond uw inleiding onwaarschijnlijk pakkend. Ik kan me inbeelden dat het dossier heel moeilijk voor u is en betuig u oprecht mijn medeleven. Ik wil absoluut niet dat de overheid faalt, wanneer het gaat over het risico op asbestkanker. Ik denk dat wat uw papa heeft meegemaakt, vreselijk moet zijn, vooral omdat het vermijdbaar had kunnen zijn. Dat we nu weer discussiëren over een situatie waarbij kinderen het risico lopen op latere leeftijd met ernstige gevolgen te worden geconfronteerd, stemt tot grote bezorgdheid. Laten we vooral hopen dat zij geen gevolgen zullen dragen. Hoe dan ook sterkt mij dat nog meer in de overtuiging dat we inderdaad maatregelen moeten nemen. Ik hoop oprecht dat we u gerust hebben kunnen stellen dat we alles doen wat we kunnen doen en het probleem met alle mogelijke middelen aanpakken.
U hebt een aantal vragen gesteld. Hoeveel risicovol speelzand werd er gekocht? Ik zou daar heel graag op antwoorden, maar dat kan ik niet. We weten dat niet, want dat wordt niet geregistreerd. We weten ook niet wie het heeft gekocht. Vandaag weten we bovendien nog altijd niet in welke producten asbest zou kunnen zitten. Daarom zijn die voorzorgsmaatregelen cruciaal.
We hebben maatregelen genomen. We moeten de mensen maximaal informeren, helpen en geruststellen. De stalen worden nu onderzocht en we zullen daar zeer snel over communiceren. Ik zal blijven zoeken naar manieren om het risico zo laag mogelijk te houden, ook in de toekomst.
U verwees naar het onderzoek waarvan in november sprake was. Dat onderzoek ging over de melding uit Australië. Dat is niet het moment waarop we hebben beslist om stalen te nemen en die te laten onderzoeken. In november werd de melding uit Australië op Europees niveau onderzocht. De beslissing om stalen te nemen, is tijdens het crisisoverleg van vorige week genomen. Op dat moment hebben we beslist om een niveau hoger te schakelen, omdat de risicoanalyse veranderde en de kans reëel werd dat het product waarover in Nederland werd gesproken, ook hier aanwezig was. Dat is de evolutie.
We hebben geen drie maanden naar een labo gezocht. We hebben dat gedaan sinds donderdagavond.
Hoe komt het dat de FOD Economie niet onmiddellijk toegang heeft tot het labo? Moeten er geen publieke labo’s zijn? Ik denk dat ik daarop al heb geantwoord.
Madame Pirson, je n’ai pas entendu de questions spécifiques, mais je suis complètement d’accord avec ce que vous avez dit. Nous avons besoin d’une coordination et d’un contrôle au niveau européen. Je suis déjà en contact avec les ministres M. Clarinval et M. Vandenbroucke, et nous allons continuer à collaborer.
Collega Farih, een aantal van uw denkpistes vind ik heel interessant. Er leven inderdaad wel wat vragen bij de regio’s en wij moeten daaruit leren. Het kan altijd beter. Op dat vlak ben ik absoluut uw bondgenoot.
Er is wel heel veel gebeurd in 48 uur tijd. Vandaag is men toch al enigszins gerustgesteld, ook al is de ongerustheid niet volledig weg. Ik heb alvast de indruk dat we het dossier op redelijk korte termijn zo goed mogelijk onder controle zullen hebben.
Ik zag gisteren het parlementaire debat in Nederland. Daar begint het pas. Daar ontstaat nu pas paniek, ongerustheid en discussie. Ik ben blij dat wij onmiddellijk hebben geschakeld en na een week al verder staan.
Ik sta alleszins open voor uw opmerkingen om hieruit te leren.
Het kabinet heeft die namiddag contact gehad met OVAM. De instructies zijn via de crisiscel verspreid. Ik heb bewust ook naar collega Brouns gebeld, net omdat ik absoluut wilde dat hij op de hoogte was. We moeten de procedures laten werken. De federale crisiscel doet zijn werk ten opzichte van de regionale crisiscellen. Als blijkt dat men hier en daar steken heeft laten vallen, dan moeten we daaruit leren. Ik wil OVAM oprecht bedanken. Men heeft ongelooflijk goed geschakeld. Het resultaat is goed, maar het proces erheen is misschien voor evaluatie vatbaar. Laten we dat in alle rust bespreken tijdens een goed evaluatiemoment.
Is de informatie-uitwisseling tussen de departementen wel goed geregeld, gelet op het feit dat sommige in het duister tastten, luidde nog een vraag. In principe zorgt het Nationaal Crisiscentrum voor de coördinatie op het vlak van crisisbeheer. In dit geval heeft de minister van Binnenlandse Zaken geen nationale crisis afgekondigd, omdat we in de fase van toepassing van het voorzorgsprincipe zaten. In dat kader heeft de nationale crisiscel de gouverneurs, die het crisisbeheer op provinciaal niveau verzekeren, en ook de gewestelijke crisiscentra gewaarschuwd. De gouverneurs hebben vervolgens de burgemeesters en de gemeenten op de hoogte gebracht. De FOD Economie is de vragen die hem werden gesteld, blijven beantwoorden en heeft ook dagelijks contact gehad met die crisiscentra.
Afgelopen vrijdag zagen we dat er veel informatie werd verspreid, in sommige gevallen zelfs meer dan wat er gevraagd werd.
Dat was met de beste bedoelingen en vanuit een logische reflex, omdat we nu eenmaal heel moeilijk de precieze productgroep konden omschrijven.
De instructies op de overheidswebsites zijn niet gelijklopend. De FOD Economie spreekt over een hermetische dubbele zak. De FOD WASO spreekt over een FFP3-masker. Ik heb de informatie nu niet voor me, maar volgens mij spreekt de FOD WASO over de procedures wanneer er effectief asbest gevonden is.
Nawal Farih:
Dat weten de mensen niet, want zand is zand voor hen.
Rob Beenders:
Maatregelen die uit voorzorg worden genomen, wanneer de aanwezigheid van asbest nog niet is bevestigd, zijn anders dan maatregelen wanneer er effectief asbest wordt gevonden, maar ik ben het met u eens, dat roept vragen op. Het crisiscentrum heeft geoordeeld om een andere boodschap te geven dan een waarbij men alle zand in een pak met een masker zou moeten verwijderen. Ook dat zullen we evalueren.
Als de labo’s slecht nieuws brengen, zal er opnieuw veel ongerustheid zijn. Overigens getuigden sommige mensen dat ze inderdaad producten van de zwarte lijst hebben. Het slechte nieuws zal dus niet alleen te maken hebben met de resultaten in deze of gene richting van de labo’s.
De suggestie van een aanmeldlijst voor mensen die in contact komen met die producten, wil ik graag meenemen in het verder overleg met het crisiscentrum. Ik vind het een zeer constructief voorstel om die lijst te koppelen aan de werking van het Asbestfonds, maar ik wil dat graag eerst bespreken met het Crisiscentrum.
Hebben de labo’s die asbest vinden een meldingsplicht bij de overheid, wanneer particulieren daar een test aanvragen? Nederland heeft ons daar ook over gecontacteerd, omdat er zowel hier als daar een vertrouwelijkheidsplicht bestaat inzake hun klanten. Nederland worstelt daar nu ook mee. De laboratoria weten dat er in Nederland ondertussen nog meer getest is en dat er daar ook positieve testen zijn. Men mag de resultaten ervan alleen maar communiceren als de klant daarmee akkoord gaat.
Wij hebben onze Belgische labo’s wel gevraagd de resultaten te delen. Ik meen dat we daarmee aan de slag moeten zodra we zo’n melding krijgen en daar hebben we ook gedaan voor de meldingen die nu in onderzoek zijn. We gaan daar wel meteen mee aan de slag.
De voorzitster : Dank u wel, mijnheer de minister. Mijnheer Van Lysebettens, u hebt het woord.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de minister, over de communicatie. Ik heb ondertussen een bericht ontvangen van collega Schauvliege uit het Vlaams Parlement. Wat u zegt, staat op gespannen voet met de verklaringen van minister Brouns in het Vlaams Parlement. U zegt dat u hem gebeld hebt, terwijl minister Brouns in de plenaire vergadering heeft verklaard dat u gehandeld hebt zonder contact op te nemen met het Vlaamse niveau. U zegt dat uw kabinet met OVAM heeft samengewerkt. Minister Brouns zegt echter dat OVAM vragen heeft gericht aan u en uw kabinet waarop geen antwoord is gekomen. Minstens een van u beiden vertelt niet volledig de waarheid.
Daarnaast vind ik het onthutsend dat we geen structurele capaciteit hebben om asbest te controleren. U verwijst altijd naar die 5.000 klachten, maar die hebben betrekking op alle soorten productafwijkingen. Gezien de historiek van Eternit in België, waar de voorzitster ook naar verwees, en het bijzonder schadelijke effect van asbest, lijkt het me voorzichtig om daaromtrent een zekere capaciteit op te bouwen en daar ook steekproefsgewijs mee aan de slag te gaan.
Ik ben het met u eens dat we geen 2,5 miljoen pakketjes per jaar kunnen controleren. Zo ver ben ik, maar ik vind wel dat we steekproefsgewijs moeten kunnen controleren, niet uitsluitend op basis van klachten, en dat we de capaciteit moeten hebben om snel in te grijpen.
Ten slotte wil ik wijzen op enkele verdere stappen. Ik denk dat het goed is dat de communicatie geëvalueerd wordt. Mijn eerste opmerking ging daar ook over. Daarnaast denk ik dat het nodig is om het hele proces te bespreken, inclusief de crisiscel en de andere bevoegde ministers. Ik zou voorzorgsgewijs ook ernstig rekening houden met het feit dat minstens een van de testen positief kan zijn, zodat we voorbereid zijn op zware acties om producten terug te roepen, ouders te informeren en betrokkenen te waarschuwen.
Als er op het moment dat een van die labo’s een positieve test communiceert geen procedure bestaat over hoe ouders, scholen of besturen daarmee moeten omgaan, zal het opnieuw een zeer chaotisch proces worden.
Rob Beenders:
Ik heb minister Brouns niet gebeld om hem een opdracht te geven of officieel te informeren. Ik heb hem gebeld omdat dat getuigt van fatsoen.
De nationale crisiscel heeft gedaan wat ze moest doen. Ze heeft vóór de start van de communicatie de Vlaamse en regionale crisiscellen geïnformeerd, waarna dat proces zijn werk moet doen. Ik wil hier niet laten uitschijnen dat ik minister Brouns op die manier opdrachten zou geven over OVAM of dat we zo moeten communiceren om instructies te geven. Ik vind het niet meer dan logisch dat ik hem informeer. Dat was geen officieel telefoontje, maar een telefoontje om hem in te lichten. Ik verwacht ook niet dat collega Brouns dat als een opdracht beschouwt. Het getuigt van elementair fatsoen om hem te bellen en te informeren. We hebben de processen gevolgd die we moesten volgen. Het Nationaal Crisiscentrum heeft om halfzeven alle regionale crisiscellen geïnformeerd met de richtlijnen en instructies die ze moesten volgen. Vanaf dat moment namen de regio’s dat over. Hoe een regio zich vervolgens intern organiseert, behoort tot haar bevoegdheid, niet tot de mijne. Ik heb de processen gevolgd die ik moest volgen.
Steven Coenegrachts:
Collega’s, misschien moeten we beginnen met het Belgabericht over het Vlaams Parlement. Dat kan veel verklaren en dan hebben we geen rechtstreekse berichtjes of WhatsApp-verslagen nodig.
In dat bericht staat dat volgens de ministers Brouns en Gennez de Vlaamse regering vorige week donderdag werd gecontacteerd door federaal minister Beenders en dat de Vlaamse diensten onmiddellijk in actie zijn geschoten. Mevrouw Schauvliege heeft het verslag blijkbaar niet goed genoteerd.
Mijnheer de minister, ik dank u voor alle uitleg. We agree to disagree over wanneer u moet optreden. Mijn punt blijft het volgende. Dat het eerder een Europees dan een Belgisch probleem is, begrijp ik. Als 27 lidstaten echter op elkaar wachten tot iemand eens een onderzoek doet of, zoals u opmerkt, tot onderzoeksjournalisten een onderzoek doen om het meldingssysteem pas dan te voeden met de boodschap dat er een probleem is, dan zullen wij vaak met dergelijke chaotische situaties geconfronteerd blijven. We zullen daar de komende weken en maanden samen over moeten nadenken, hopelijk op een constructieve manier.
Als de informatie bij labo’s, eventueel geanonimiseerd of op een andere manier, kan worden gebundeld met wat overheden proactief doen, kunnen we sneller optreden. U spreekt over 5.000 meldingen op Europees niveau, verdeeld over 27 lidstaten. Dat zijn ruwweg 187 staalnames per land per jaar. Dat valt nog mee om in de pot te gooien. Ik besef dat ik nu heel kort door de bocht ga.
Als dat verdeeld wordt over 27 lidstaten en samengebracht wordt met wat privéactoren aan testing doen en die informatie gebundeld wordt, dan kunnen problemen veel sneller gedetecteerd worden. Dat moet dan worden gecombineerd met een risicodetectiesysteem aan de grenzen. Wat China trouwens veel beter doet dan Europa, is alle inkomende producten onderwerpen aan risicodetectie. Daarin zijn wij nog niet goed en daarin moeten we beter worden. Dat zou bijvoorbeeld kunnen leiden tot veel betere detectiesystemen, waardoor we ook makkelijker kunnen ingrijpen.
Ik neem aan dat we daaraan de komende weken en maanden nog veel werk zullen hebben.
Ik hoop dat zodra de resultaten beschikbaar zijn, daarover ook transparant wordt gecommuniceerd. U hebt dat ook aangegeven. Duidelijkheid kan rust brengen, ook als het slecht nieuws is. Duidelijkheid kan ook andere acties in gang zetten en we hebben daar zeer dringend behoefte aan.
Ik neem aan dat we elkaar daarover snel terug zullen spreken, maar voor vandaag laat ik het hierbij.
Annik Van den Bosch:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden.
U hebt gepoogd om mij gerust te stellen, maar ik ben nog niet helemaal gerustgesteld. U weet namelijk echt niet hoeveel zand er verkocht is, aan wie het verkocht is en welk zand wel of niet asbest bevat. Asbest werd vroeger ook verkocht als wondermiddel bij uitstek voor bijvoorbeeld de isolatie van een woning. Speelzand wordt nu ook via het internet verkocht. Men kan dat zelfs in Australië bestellen, als magisch speelgoed dat op een of andere kinetische manier uit zichzelf blijft kleven. Ik ben dus niet echt gerustgesteld.
Ik hoop echt dat de resultaten snel beschikbaar zullen zijn en dat ze allemaal negatief zijn. Immers, stel dat ze positief zijn en dat er dan pas een procedure wordt opgestart, dan lopen we weer achter de feiten aan.
Ik herhaal nogmaals dat de overheid toegang moet hebben tot publieke labo's, of op zijn minst een raamcontract moet hebben om snel te kunnen schakelen. Wij behoren tot de top wat onderzoek en labo's betreft. We hebben de knowhow en de mensen. Het is dus eigenlijk niet aanvaardbaar dat het zo lang kan duren om een antwoord te krijgen op de belangrijke vraag of er asbest in ons speelgoed zit.
Nawal Farih:
Minister, bedankt voor uw antwoorden.
Ik heb nog wel vragen over de richtlijnen die zijn uitgestuurd qua communicatie, want u zegt dat uit voorzorgsprincipe niet is gemeld dat er een P3-masker en handschoenen moeten worden gedragen en dat er een duidelijke richtlijn was vanuit uw kabinet. Dan vind ik het des te vreemder dat op verschillende websites andere informatie aan de burger wordt verstrekt. Het gaat hier vooral over twee federale websites waarbij u toch heel dicht betrokken bent. De stroomlijning van communicatie zou daar toch ten minste goed moeten zitten. Ik stel de vraag hier nogmaals en beklemtoon de kwestie nogmaals, omdat mensen graag een uniform antwoord hebben. Als ze zoekende zijn en twee verschillende antwoorden krijgen, kan dat leiden tot wantrouwen. Het laatste wat we willen als beleidsmakers, als politici, is natuurlijk dat onze officiële overheidswebsites niet betrouwbaar overkomen bij de burger. Ik wil echt benadrukken dat daar nog werk van moet worden gemaakt.
Wat betreft de discussie over wie eerst heeft gebeld en wie eerst informatie heeft ontvangen, heb ik begrepen – ik heb de discussie in het Vlaams Parlement ook gevolgd – dat u inderdaad op VTM hebt gecommuniceerd over het laten indienen bij OVAM van producten die mogelijk gevaarlijk zijn, maar dat nadien pas de effectieve telefoongesprekken met de Vlaamse regering hebben plaatsgevonden, waarop de instructie aan de departementen op Vlaams niveau kon worden doorgegeven. OVAM zegt blijkbaar ook dat ze contact heeft geprobeerd op te nemen met de FOD Economie en daar tot op vandaag nog steeds geen antwoord heeft verkregen. Ik zou willen vragen om dat na te kijken, want dat wordt momenteel in het Vlaams Parlement gezegd.
Ik ben wel blij dat u de aanmeldlijst naar de crisiscel wil meebrengen. Ik denk dat het belangrijk is dat ouders daar ook een gerust gevoel bij krijgen.
Ik heb ook nog een vraag. Action is een Nederlandse winkelketen, waar heel wat mensen binnenlopen. Is er contact met Action opgenomen om te weten hoeveel producten er verkocht zijn en in welke regio's, zodat we een inschatting kunnen maken van waar de impact groot kan zijn? Ik snap dat we moeten wachten op de resultaten, maar op dit moment is er al een indicatie, omdat er in Australië al positieve testen geweest zijn. Ik vind dat we ons moeten voorbereiden om op zijn minst een zicht te hebben op de toestand en de mogelijke crisisgolf die op ons zou kunnen afkomen.
Het klopt dat er in een crisissituatie geen perfectie bestaat, maar ik denk dat er altijd zo goed mogelijk moet worden voorbereid. Ik zou graag willen vragen om contact op te nemen met die winkelketen om een zicht te krijgen op de verkoopcijfers van dat product in de verschillende provincies en regio's. En laten we werk maken van zo'n aanmeldlijst.
Wat ik zeer interessant vond, is dat in Australië de verantwoordelijkheid bij de winkelketens ligt die de producten hebben verkocht. Vandaag is er een signaal gegeven aan de burgers om naar OVAM, het containerpark, te gaan voor de vernietiging. In Australië mogen burgers de winkels verantwoordelijk stellen, het product terugbrengen en krijgen ze een terugbetaling. De winkel is er zelf verantwoordelijk voor om het product veilig voor vernietiging naar de containerparken te brengen.
Ik vind dat een mooie manier van werken, want het zijn de winkelketens die de producten op onze markt verkopen. Het is niet de consument die met die problematiek moet worden opgezadeld, om naar een containerpark te moeten rijden en daarbij ook de centen niet terugkrijgt voor een product dat mogelijk schadelijk is voor de gezondheid.
Ik ben ook blij met de afspraak met onze labs dat zij positieve testen zullen signaleren.
Voorzitter: Steven Coenegrachts.
Président: Steven Coenegrachts.
Ik denk dat er nog voorbereidingswerk aan de winkel is, uit voorzorg, en dat we ons zo goed mogelijk moeten voorbereiden, ook op communicatief vlak tegenover de burger. Ik hoop dat de websites op het vlak van communicatie kunnen worden gestroomlijnd, want ik wil zeker vermijden dat er wantrouwen heerst.
Rob Beenders:
Ook ik doe niet mee aan welles-nietesspelletjes, maar ik wil het volgende even meegeven. Ik vind het nooit goed als een administratie van een andere regering zegt dat er niet wordt gereageerd vanuit het federale niveau. De FOD Economie heeft geen mails ontvangen van OVAM, maar er is wel telefonisch contact geweest tussen OVAM en de crisiscel. Er is ook communicatie uitgestuurd vóór wij de nationale media hebben ingelicht. Wij hebben dat nagegaan. De crisiscel heeft gecommuniceerd voor we naar de media zijn gestapt. Er is telefonisch contact geweest met OVAM.
Laten we een en ander evalueren en bijsturen, want we willen niemand de zwartepiet toespelen. Ik heb vooral gezien dat OVAM heel snel heeft gecommuniceerd, op vrijdag, dat het de mensen wilde helpen. Ik vind vooral dat heel belangrijk. Over het proces daarnaartoe wil ik het heel graag hebben met de regio's. Wij hebben wel de flow gevolgd die we op dat moment moesten volgen. Ik wilde dat gewoon even meegeven.
Voorzitster: Annik Van den Bosch.
Présidente: Annik Van den Bosch.
Ik vind de suggestie in verband met winkels zeer goed, net zoals de opmerking dat elke website dezelfde informatie moet verstrekken. Ik zal die dus meenemen. Men mag inderdaad niet ongeruster worden wanneer men een andere website raadpleegt.
Frieda Gijbels:
U hebt gezegd dat het op voorhand moeilijk is in te schatten hoe groot het risico is. Achteraf is het uiteraard gemakkelijk om te zeggen wat men had moeten doen. Om een risico correct te kunnen inschatten, is het echter belangrijk om tijdig testen te doen. Er zijn al signalen geweest, onder andere in het Vlaams Parlement, waar mijn collega Andy Pieters in november aan de alarmbel heeft getrokken om deze problematiek aan te kaarten. Donderdag was het plots alle hens aan dek door de druk van de media. Dat had perfect vermeden kunnen worden door eerder te testen, zodat de communicatie goed voorbereid had kunnen worden en het gestructureerder en rustiger had kunnen verlopen.
Met alle sympathie voor u, maar ik heb er moeite mee dat u naar Europa wijst en naar het Safety Gatesysteem. Collega Coenegrachts heeft al aangehaald dat dat systeem alleen functioneert als het gevoed wordt en hiervoor zijn testen nodig. Het is dus geen geldig excuus om rustig af te wachten als er signalen zijn dat er mogelijk een probleem is, ook op de Europese en Belgische markt. Wat de CE-labels betreft, het is de verantwoordelijkheid van de nationale autoriteiten om te controleren of ze voldoen aan de specificaties waaraan ze beweren te voldoen.
Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag over de onlineverkoop. Ik heb net nog een product van de zwarte lijst in mijn onlinewinkelkar kunnen leggen. Is het normaal dat dat nog kan? Het nieuws is op verschillende manieren verspreid, maar is het normaal dat dat vandaag nog lukt?
Ik heb de RMG en de RAG vrij goed leren kennen tijdens de covidcrisis, waarin zij erg actief waren. Ik heb er toen ook op aangedrongen dat die rapporten standaard publiek zouden worden gemaakt. De laatste rapporten over deze specifieke problematiek zijn echter nog niet openbaar. Misschien is het goed om daarnaar te vragen, want het zou voor de burger nuttig zijn om mee te kunnen lezen.
Ik wil het nog even hebben over de medische risico's. Dat is eerder iets voor uw collega Vandenbroucke, maar ik haal het nu aan omdat verschillende collega's verwijzen naar het risico van inslikken van zand. Ik denk echter dat het risico zeker zo groot is door partikels in te ademen, en dat kan men helemaal niet vermijden. Het is net daar dat het risico zit. Daar zit mogelijk het potentiële gevaar als het om zand gaat.
Samengevat, we moeten dit au sérieux nemen. Hopelijk valt het allemaal mee en blijkt het een storm in een glas water te zijn. We hebben echter geen al te goede reputatie in dit land als het gaat om asbest. De getuigenis van de voorzitter was nog maar eens een heel schrijnend en pakkend voorbeeld. We hebben geen goede reputatie, dat zou ons moeten aanmoedigen om extra voorzichtig te zijn en extra ons best te doen.
Mijnheer de minister, ik ben ervan overtuigd dat u dat ook wilt doen. Misschien kunnen we hieruit later lessen trekken, zodat het in de toekomst allemaal vlotter kan verlopen.
Rob Beenders:
Mevrouw Gijbels, ik had het eigenlijk niet willen doen, maar u bent er zelf over begonnen. Ik heb het wel gehad met de witte ridder in het Vlaams Parlement die het allemaal zoveel beter weet. Als het dan toch zo ernstig was in november, waarom heeft hij toen geen voorzorgsmaatregelen gevraagd in het Vlaams Parlement? U hebt de bevoegdheid onderwijs, dus u had perfect kinderen kunnen beschermen in een dossier dat zo ernstig zou zijn.
Ik heb de hele tijdlijn gegeven van wat wij hebben gedaan. Ik heb geen enkel parlementair initiatief gezien, geen enkel. Ik wil hier echt geen politiek spel van maken, maar omdat u erover begon, wil ik zeggen dat ik het er gewoon mee gehad heb. Dit is intellectueel oneerlijk. Als u de Vlaamse kinderen had willen beschermen, had de bevoegde minister voor Onderwijs maatregelen kunnen nemen. Daar hebt u mij niet voor nodig.
(…) : (…)
Rob Beenders:
Nee, ik vrees van niet. U had in dit Parlement ook voorzorgsmaatregelen aan mij kunnen vragen. Van iedereen in uw partij is er niemand geweest die mij één parlementaire vraag heeft gesteld over het verloop van dat dossier van november. Ik heb wel heel veel in de media gelezen, heel veel, maar in het Parlement hebt u mij nooit aangemaand tot enige actie, terwijl ik heel transparant heb gecommuniceerd wat wij in november hebben gedaan. U kunt het daarmee oneens zijn. Dat is iets anders. U kunt het perfect oneens zijn met wat wij in november hebben gedaan. Dat is uw volste recht, maar spreek mij er dan in het Parlement over aan. U hebt dat nooit gedaan en nu verwijt u mij dat ik niet genoeg gedaan heb. Dat is makkelijk als u achteraf alle informatie hebt. U moest dat doen op het moment dat u dat moest doen en dat was in november. Dan hadden we een heel goed debat kunnen hebben. Ik heb het daarmee gehad.
Ten tweede, de rapporten staan online. Die moeten altijd publiek zijn. Ik zal zeker checken of dat het geval is bij mijn collega Vandenbroucke, maar ik wil graag constructief voortwerken. Zeggen dat Europa toch niet de oplossing is, vind ik niet juist. Dat is het wel. Wij zijn een klein land. Als u echt denkt dat wij elk product dat in dit land binnenkomt kunnen controleren of dat elk land in de wereld de productnormen die Europa voorschrijft ook naleeft, dan moet u in Disneyland gaan wonen, want daar is die controle maximaal, maar niet in België. Die is er gewoon niet.
Het Europese meldsysteem moet gewoon beter. Punt. Het is een heel goed systeem dat, met de lessen die we nu trekken, gewoon beter moet worden. Daar geloof ik in, maar we zullen er wel aan moeten werken.
Ik geloof niet in het debat dat via de media wordt gevoerd, waaruit blijkt dat wij onze verantwoordelijkheid niet hebben genomen. Aan dat debat wil ik niet deelnemen. Ik wil hier in het Parlement wel in debat gaan en voortwerken. We kunnen van mening verschillen, maar dan gebeurt dat in dit Parlement.
Frieda Gijbels:
Ik zal mij zeker niet opjagen, maar ik merk dat de minister wel erg opgejaagd is.
Mijnheer de minister, om duidelijk te zijn, ik begrijp dat het altijd moeilijk is om het risico op voorhand correct in te schatten. De enige manier om een cijfer op het risico te kunnen plakken, is door testen te doen. Dat valt onder het federale niveau. Daar gaat het om.
U zegt dat Europa wel de oplossing is. Ik heb niet gezegd dat Europa geen oplossing kan zijn. Ik vind het alleen jammer dat er wordt verwezen naar de gebrekkige systemen in Europa, terwijl de nationale autoriteiten daar een grote verantwoordelijkheid in hebben. Dat wilde ik benadrukken.
U overtuigt mij daarmee niet echt. Het was ook niet mijn bedoeling u in het nauw te drijven. Ik wilde slechts aangeven dat ik hoop dat dit uiteindelijk een storm in een glas water zal blijken te zijn, maar dat we het niet licht mogen opnemen. We moeten alles doen wat binnen onze mogelijkheden ligt om de situatie in het juiste perspectief te plaatsen. Hopelijk blijft het daarbij.
Rob Beenders:
Mevrouw Gijbels, asbest in speelgoed is nooit een storm in een glas water. Het feit dat er nu al producten op de zwarte lijst staan, toont dat de maatregelen noodzakelijk zijn. Het staat trouwens ook een beetje haaks op het narratief van uw Vlaamse collega, die eigenlijk alleen maar zegt dat het extreem ernstig is.
U zegt dat ik testen had moeten doen. Dat is nu net exact wat ik in mijn toelichting heb aangegeven. Ik heb gezegd wat we gingen doen na die melding van Australië. Labotesten zaten daar niet bij. Ook hier heeft niemand labotesten gevraagd, want anders hadden we daarover een debat kunnen voeren. Nu worden die testen wel gevraagd en nu hoor ik dat ik dat allemaal veel eerder had moeten doen. Ik heb in november gezegd, open en bloot, heel transparant, dat we ze niet gingen uitvoeren. Niemand, ook niet van uw partij, heeft toen gevraagd om wel tests uit te voeren. Dat is wat ik bedoel. Kunnen we het debat alstublieft intellectueel eerlijk voeren in het Parlement? Dan kunnen we daarnaar handelen. Misschien hadden we dan een debat gehad waardoor we onze beslissing hadden herzien, maar na onze risicoanalyse, waarover we openlijk hebben gecommuniceerd, heeft er gewoon geen debat meer plaatsgevonden, nergens meer. Nu ineens zegt u dat u ons hebt gewaarschuwd. Dat vind ik gewoon te gemakkelijk. We hebben hier geen debat over gehad. Niemand in het halfrond heeft een debat geopend over de beslissing die we in november hadden genomen. Als het dan toch zo ernstig was, dan hadden we daarover toch een debat kunnen voeren? In een debat had u ons kunnen overtuigen dat we in november de verkeerde beslissing hadden genomen. Niemand heeft dat debat gevoerd, maar nu wordt wel geroepen en getoeterd dat we het niet goed aanpakken. Dat vind ik intellectueel-politiek niet correct. Ik mag dat als mening meegeven. Ik hoop dat u mij dat toelaat.
Ik voel me echt niet in het nauw gedreven, integendeel zelfs, maar ik voer graag de debatten waar ze thuishoren, in het Parlement. Ik kan zelfs geen debat voeren met degene die nu het hardste toetert, wat ik op zich ook al politiek moeilijk vind. Ik voer het debat daarom nu met u en vraag u om de boodschap over te brengen. Ik zou niets liever willen dan dat we in het dossier vooruitgang maken om ervoor te zorgen dat er verdorie geen asbest meer aanwezig is in België. Dat is mijn enige doel.
De voorzitster : Mijnheer Coenegrachts, u wilt daar nog iets aan toevoegen?
Steven Coenegrachts:
Niet aan die discussie, mevrouw de voorzitster.
Mijnheer de minister, in het Vlaams Parlement is men klaar. Dit Huis kan daar iets van leren. Het verslag is daar al integraal beschikbaar. U kunt dus zien wat het antwoord was van Vlaams minister Brouns. Ik meen dat we daar wel lessen uit kunnen leren op het vlak van communicatie. Ik geef het daarom mee.
Als het gaat om gezondheid, kinderen en asbest, weten we allemaal hoe gevoelig het ligt. Elk deel van de informatie moet dan juist zijn. Minister Brouns zegt: ik heb op VTM minister Beenders gezien, die in verband met dat zand zegt dat men moet zorgen dat men ervanaf geraakt, bijvoorbeeld via de recyclageparken. U zou dat gezegd hebben. Ik neem aan dat dat waar is. Minister Brouns zegt dat dat een probleem is, omdat men volgens de VLAREM-wetgeving niet mag rondrijden met niet-hechtgebonden asbesthoudend afval. Men moet dat laten ophalen door gespecialiseerde firma’s. Dan beschrijft minister Brouns hoe snel hij geschakeld heeft met OVAM om het toch mogelijk te maken in de recyclageparken.
Ik weet niet hoe we het beter kunnen doen. Maar als de afvalstoffenmaatschappijen in de regio’s met dergelijke problemen geconfronteerd worden, moet de juiste informatie toch heel snel verzameld kunnen worden, zodat de ene minister niet zegt dat men naar het containerpark moet gaan, terwijl het containerpark zegt dat dergelijke stoffen in het containerpark eigenlijk niet mogen worden aangeboden. We moeten ervoor zorgen dat alle overheden samen altijd dezelfde boodschap proberen te geven, in het belang van de duidelijkheid. Dat wou ik nog even inbrengen.
Rob Beenders:
Ik ben het eens met u. De voorzitster : Zijn er nog vragen of opmerkingen? (Nee) Mijnheer de minister, bedankt voor uw aanwezigheid. Ik sluit de commissievergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.17 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 17.