Mevrouw de minister, ik knoop graag aan bij de antwoorden die ik op 25 februari kreeg. Ik begrijp uiteraard dat u niet kunt ingaan op concrete dossiers. Toch is het van belang dat we de problematiek samen blijven opvolgen.
Internationale onderzoeksinstellingen en gespecialiseerde media publiceren geregeld analyses over buitenlandse religieuze of ideologische leiders die gelinkt worden aan de moslimbroederschap. Daarbij worden vaak uitspraken aangehaald die verband houden met extremisme of met die beweging. Sommigen van die personen kregen in het verleden maatregelen opgelegd, zoals een toegangsweigering tot westerse landen of administratieve sancties in hun thuisland. Ook België heeft eerder buitenlandse sprekers die aan de moslimbroederschap worden gelinkt de toegang geweigerd op basis van risicoanalyses door onze veiligheidsdiensten.
Bent u op de hoogte van recente internationale berichtgeving over uitspraken en activiteiten van buitenlandse religieuze of ideologische leiders die gelinkt worden aan de moslimbroederschap?
Worden die systematisch meegenomen in de risicoanalyse door de Veiligheid van de Staat (VSSE)?
Is er sinds 2021 nieuwe informatie binnengekomen bij het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD), de VSSE of de federale politie over buitenlandse predikers of ideologische leiders die eerder als risicovol werden beoordeeld in verband met de moslimbroederschap?
Zijn dossiers van dergelijke personen sinds hun weigering tot het grondgebied opnieuw geëvalueerd? Zo ja, welke algemene conclusie kunnen we daaruit trekken?
Zijn eerdere toegangsweigeringen voor buitenlandse predikers die gelinkt worden aan de moslimbroederschap vandaag nog steeds van kracht?
Worden personen die in het verleden als risicovol werden beschouwd wegens mogelijke banden met de moslimbroederschap momenteel nog opgevolgd binnen de relevante categorieën van de Belgische veiligheidsdiensten?
Wordt de Belgische beoordeling herzien wanneer een land buiten de EU maatregelen neemt tegen een buitenlandse prediker die gelinkt wordt aan de moslimbroederschap, zoals een toegangsweigering of de koppeling van die persoon aan extremistische activiteiten?
Heeft België recent informatie ontvangen van buitenlandse partners over buitenlandse predikers of ideologische leiders die in verband worden gebracht met de moslimbroederschap?
Wanneer een land beslist de nationaliteit van een dergelijke persoon in te trekken, wordt dat dan meegenomen in de Belgische veiligheidsbeoordeling?
Hoe past de opvolging van buitenlandse predikers of ideologische leiders die gelinkt worden aan de moslimbroederschap binnen de bredere Belgische analyse van die beweging en haar mogelijke netwerken of invloed in België?