Madame Pirson, monsieur Keuten, en ce qui concerne les services mobiles, l'un des objectifs de l'octroi d'une licence à un quatrième opérateur était précisément de renforcer la dynamique concurrentielle et d'entraîner ainsi une baisse des prix de détail. Il n'est donc pas illogique en soi qu'un nouvel arrivant sur le marché propose des prix inférieurs à la moyenne pour conquérir des parts de marché.
De mobiele prijzen van DIGI zijn in feite vergelijkbaar met die van de B-merken, zeg maar de B-formules van bestaande mobiele operatoren, zoals Scarlet, Mobile Vikings van Proximus of hey! van Orange. Die merken kunnen concurreren met de nieuwe prijzen van DIGI, vooral omdat DIGI op dit moment nog geen 5G aanbiedt. De operator maakt daarvoor gebruik van het 4G-netwerk van Proximus. Dat is och een belangrijk detail, me dunkt. Daartoe is een commerciële overeenkomst met Proximus afgesloten. Proximus haalt daar dus ook inkomsten uit, opnieuw een belangrijk detail.
Het ligt wettelijk vast dat DIGI zal moeten investeren in een eigen 5G-infrastructuur, al heeft de operator wel het voordeel het mobiele spectrum goedkoper te hebben kunnen kopen dan zijn concurrenten. De prijszetting van zijn product met 5G valt dus nog af te wachten. Voorlopig hebben we nog geen idee wat er op de markt zal komen.
Wat het bestaande kader betreft, vergelijkt het BIPT in zijn internationale prijzenstudie elk jaar de prijzen van alle operatoren, waaronder Proximus, met die van alle buitenlandse spelers. Uit die studie blijkt dat de tarieven van Belgische operatoren in het algemeen hoog zijn. Daarover krijg ik dan ook al jaren vragen.
Hoewel de prijzen van DIGI vandaag lager liggen, betekent dat niet a priori dat er sprake zou zijn van dumpingprijzen, en al helemaal niet van verkoop met verlies. Zoals u weet, verbiedt het Wetboek van economisch recht dat een goed met verlies wordt verkocht.
Het BIPT laat me weten dat het geen zicht heeft op controles die al dan niet door de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) zijn of zullen worden uitgevoerd. Uw vraag over de BMA richt u dan ook beter tot mijn collega bevoegd voor Economie, onder wiens bevoegdheid de BMA valt.
Mijnheer Keuten, u vroeg of er verkeerde financiële beslissingen zouden zijn genomen bij Proximus. Daarop is het antwoord eenvoudigweg nee. Bij het bepalen van het tarief voor fiber of glasvezel wordt op basis van de kostenmodellen die het BIPT hanteert, altijd een gemiddelde kostprijs genomen om één prijs voor alle gebieden in België te bepalen.
Proximus bereikt momenteel 30 % van de Belgische huishoudens met zijn glasvezelnetwerk. DIGI heeft fiber aangekondigd voor 10 euro in een dichtbevolkt gebied als Brussel. De uitrolkosten in Brussel kan men onmogelijk vergelijken met die in minder dichtbevolkte of rurale gebieden, waar de kosten voor één aansluiting duizenden euro's kunnen bedragen. Dat is de huidige markt met betrekking tot glasvezel.
Het is de duidelijke doelstelling van de overheid om iedereen toegang te geven tot een snelle internetverbinding, zodat heel België kan worden aangesloten op de digitale samenleving. Op dat vlak is het belangrijk een evenwichtig beleid te voeren dat rekening houdt met maximale connectiviteit, digitale inclusie, respect voor de bestaande wetgeving, tewerkstelling, betaalbare prijzen en consumentenbescherming. Al die zaken zijn belangrijk. Zo proberen wij een gelijk speelveld te creëren op de Belgische telecommarkt.
En tant qu'opérateur de télécommunications, DIGI est évidemment soumis aux obligations auxquelles les opérateurs de télécoms sur le marché belge doivent satisfaire. Il n'y aura aucune exception. Ces règles comprennent notamment des obligations en matière de sécurité des réseaux et des données à caractère personnel. Il s'agit notamment des mesures de sécurité prévues dans la réglementation NIS 2, d'une autorisation ministérielle pour le déploiement d'un réseau 5G, de l'accès aux services d'urgence via les numéros d'urgence et les messages via les systèmes d'alerte du public, des obligations relatives au traitement des données à caractère personnel, de l'identification des utilisateurs finaux et de la conservation de données. Ce sont des obligations pour tous les opérateurs. À l'avenir, l'Institut belge des services postaux et des télécommunications (IBPT) contrôlera le respect des obligations, comme il le fait pour les opérateurs de télécoms déjà actifs, par le biais d'inspections.