Collega's, het is de eerste keer dat ik mondelinge vragen kom beantwoorden in het nieuw samengestelde Parlement. Ik wil u eerst en vooral dus allemaal welkom heten in deze commissie. Er zijn enkele bekende gezichten uit de vorige legislatuur, zowel onder de Parlementsleden als onder hun medewerkers, en er zijn zelfs medewerkers die Parlementslid geworden zijn. Proficiat. Ik ben blij u hier te ontmoeten.
Wij hebben in de vorige legislatuur altijd zeer boeiende debatten gehouden over het thema migratie. Ik ben ervan overtuigd dat wij die ook zullen kunnen houden in deze legislatuur. In de periode waarin ik hier nog ben als staatssecretaris in lopende zaken zal ik alvast mijn uiterste best doen om uw vragen te antwoorden.
Ik kom meteen bij de eerste vraag. De huidige situatie in Palestina is zeer complex. Zij zorgt voor verschillende vragen over uiteenlopende thema's. Ik zal mijn best doen om op alle vragen te antwoorden, al waren het er heel wat. Ik verontschuldig mij alvast omdat ik heel wat tijd nodig zal hebben om alle vragen te beantwoorden.
Mijnheer Van Rooy, wij stellen inderdaad vast dat er proportioneel gezien meer Palestijnse asielzoekers naar België komen dan naar andere Europese lidstaten. Het is altijd moeilijk om exact vast te stellen wat precies de beweegredenen zijn van individuen om asiel aan te vragen in een bepaalde lidstaat. Het kan zeker meespelen dat er in België al een aanzienlijke Palestijnse gemeenschap aanwezig is. Als mensen kunnen steunen op een reeds aanwezig netwerk, op vrienden of familie bijvoorbeeld, merken wij dat zij vaker kiezen voor een land waar zo'n netwerk reeds aanwezig is.
Het klopt ook dat de beschermingsgraad van Palestijnse asielzoekers gestegen is in de afgelopen jaren. Een van de redenen hiervoor is juridisch-technisch. Voor 2021-2022 kregen Palestijnse verzoekers vaak geen asiel omdat zij al onder de bescherming van UNRWA vielen, de organisatie van de VN voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten. Omdat zij al bescherming genoten van deze organisatie, moest België hen niet erkennen en bleven zij uitgesloten van de vluchtelingenstatus. In de voorbije jaren werd door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen echter vastgesteld dat UNRWA niet altijd daadwerkelijk bescherming kon bieden aan Palestijnse vluchtelingen. Door toedoen van de rechtspraak kon het CGVS de uitsluitingsclausule ten aanzien van Palestijnen dan ook niet langer toepassen. Hierdoor steeg de beschermingsgraad voor Palestijnen dan ook aanzienlijk. Ook de huidige dramatische situatie in de Palestijnse gebieden zorgt er uiteraard voor dat het CGVS nog vaker oordeelt dat een terugkeer, zeker naar Gaza, niet veilig is.
Een ander fenomeen dat we vaststellen, is de stijging van het aantal Palestijnen dat in België asiel aanvraagt nadat ze al eerder asiel hadden gekregen in een andere lidstaat, meestal in Griekenland. Dat zijn de zogenaamde M-statussen. Ik vind dat echt problematisch. Ik organiseerde daarover al vaak overleg met mijn diensten en ook met Europese collega's om na te gaan hoe we dit kunnen tegengaan. Ik vind het immers niet rechtvaardig dat deze mensen soms ook een plaats in de opvang innemen, terwijl ze eigenlijk al bescherming in een andere Europese lidstaat genieten.
Ik besef zeker dat de situatie in Griekenland niet altijd evident is, maar ik kan u zeggen dat die bij ons ook niet evident is. Ons land wil zeker solidair zijn met oorlogsvluchtelingen – dat zijn Palestijnen vandaag –, maar het is niet normaal en ook niet houdbaar dat wij consequent de helft of meer dan de helft van alle asielaanvragen van Palestijnen in de hele EU ontvangen. Elk land moet zijn deel daarin doen.
In het Europees Asiel- en Migratiepact worden een aantal mechanismen ingebouwd om een betere verdeling en solidariteit tussen de lidstaten te bekomen. Hierdoor kan in de toekomst worden vermeden dat de instroom van een bepaalde nationaliteit te zwaar zou wegen op het asielsysteem van een lidstaat. Het is dan ook cruciaal voor mij om ervoor te zorgen dat we deze nieuwe Europese regels zo snel mogelijk in elke Europese lidstaat uitrollen.
U zei dat het zeer moeilijk is om Gaza te verlaten, mijnheer Van Rooy, mevrouw Safai. Dat is daadwerkelijk zo. De grenzen van Gaza zijn sinds het conflict grotendeels gesloten, zowel aan Israëlische zijde als aan Egyptische zijde. Dat betekent dat Palestijnen die nu in Europa of in ons land aankomen vaak al eerder Gaza hadden verlaten.
Mijnheer Van Rooy, u had een vraag over de denkbeelden van Palestijnen. Ik kan u alleen zeggen dat het CGVS als onafhankelijke instantie elke asielaanvraag individueel beoordeelt, op grond van Europese en nationale wetgeving.
Personen die een veiligheidsrisico zouden vormen – mevrouw Safai, u had daarover ook vragen – worden grondig gescreend door onze diensten. Bij de registratie van een verzoeker om internationale bescherming door de DVZ worden veiligheidsscreenings in de verschillende databanken gedaan. De screening wordt ook uitgevoerd door de Veiligheid van de Staat, de ADIV en de politie. De verzoeker wordt gecontroleerd in het Schengeninformatiesysteem om na te gaan of hij geseind staat met het oog op weigering van toegang tot het grondgebied. In het geval van een eerdere aanvraag wordt ook de ANG van de politie geconsulteerd.
Wij nemen dus elke potentiële bedreiging bijzonder ernstig. Asielzoekers die een ernstig gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormen, kunnen dan ook van de beschermingsstatus worden uitgesloten. Hetzelfde geldt voor personen die actief militair waren in een terroristische groepering zoals Hamas. Ook zij kunnen van de vluchtelingenstatus worden uitgesloten.
Die initiële screening is niet definitief. De DVZ kan zijn partners op ieder ogenblik opnieuw contacteren om ze op de hoogte te brengen van een problematisch profiel, zodat een grondig onderzoek kan gebeuren. Dat kan bijvoorbeeld na verklaringen van de verzoeker bij zijn interview bij de DVZ of op basis van informatie die wij krijgen van de gemeentelijke administratie, de politie en dies meer.
Mevrouw Safai, het feit dat er sprake is van een hoge beschermingsgraad van Palestijnen betekent niet dat er sprake is van groepserkenning. Het CGVS is een onafhankelijke instantie en elk dossier wordt individueel beoordeeld op grond van internationale en Europese normen. Het is niet omdat er veel Palestijnen erkend worden dat dit op groepsbasis gebeurt. Elk dossier wordt individueel beoordeeld. Als het CGVS vervolgens van oordeel is dat een persoon uit Gaza bescherming nodig heeft omdat hij zich in Gaza in een levensbedreigende situatie zou bevinden, dan heb ik niet de intentie om beroep aan te tekenen tegen die beslissing. Ik heb daarbij het volste vertrouwen in de grondige en onafhankelijke beoordeling van het CGVS. Wetend hoe de situatie in Gaza vandaag is, vind ik de hoge erkenningsgraad ook niet zo opmerkelijk.
Mijnheer Van Rooy, wat uw vragen over de zes individuele personen betreft, moet ik u meedelen dat ik niet bevoegd ben om deze te beantwoorden. Aangezien u nieuw bent in deze commissie, heb ik daar alle begrip voor. Ik denk dat u ook wel weet dat ik niet op al die vragen een antwoord kan geven. U peilt bijvoorbeeld naar informatie die de veiligheidsdiensten verzamelen en verwerken. Ik verwijs u daarvoor naar de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. Andere vragen hebben betrekking op details uit individuele dossiers, waarover ik u evenmin informatie kan geven in deze commissie.
Ik kan u wel meedelen dat van de zes personen die u vermeldt er vier een vluchtelingenstatus hebben. Voor drie van hen vroeg de Dienst Vreemdelingenzaken de intrekking van hun statuut. In twee gevallen werd dit verzoek niet ingewilligd door het CGVS, dat onafhankelijk oordeelt. Een derde vraag tot intrekking is nog in behandeling. Een vijfde persoon verblijft onwettig op het grondgebied en zit nu in de gevangenis. Een zesde persoon bevindt zich niet in België.
Zoals daarnet al uitgelegd, gebeurt er altijd een screening wanneer iemand in België asiel aanvraagt en kan de screening op ieder ogenblik opnieuw gebeuren.
De federale vreemdelingenwet en het internationale vluchtelingenverdrag bepalen dat een aanvrager wordt uitgesloten van internationale bescherming als hij of zij verantwoordelijk is voor daden die zo ernstig zijn dat men geen internationale bescherming verdient. Bovendien mogen de bepalingen met betrekking tot internationale bescherming ook niet toestaan dat criminelen in hun eigen land aan berechting ontsnappen. Wanneer het CGVS dus tot uitsluiting besluit, dient het ook advies over een eventuele verwijdering uit te brengen.
Wat Palestijnen betreft, is het CGVS bijzonder aandachtig voor aanwijzingen die de toepassing van de uitsluitingsclausule rechtvaardigen. Indien er vermoedens zijn dat een uitsluiting nodig is, worden die dossiers aan gespecialiseerde protection officers toegewezen. Zij volgen deze dossiers dan op met de nodige expertise, zorg en aandacht.
In overeenstemming met de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie is het louter behoren tot een groep die op een lijst van terroristische organisaties staat op zich niet voldoende om iemand uit te sluiten van het vluchtelingenstatuut. Het CGVS moet altijd kijken naar individuele en concrete handelingen van de betrokkenen. Het CGVS onderzoekt deze grondig. Bepaalde activiteiten van de personen die betrokken zijn bij deze terroristische groepering kunnen uiteraard aanleiding geven tot de toepassing van de uitsluitingsclausules. Zo heeft het CGVS onlangs bijvoorbeeld verschillende aanvragers van internationale bescherming uitgesloten die deelnamen aan de bouw van het tunnelnetwerk van de Al Qassambrigades – de gewapende vleugel van Hamas – dat cruciaal is voor het vermogen van de groep om militaire operaties uit te voeren.
U polst ook naar het geval waarin bepaalde informatie pas in een latere fase, dus na de toekenning van de vluchtelingenstatus, bekend wordt. Dat is een vraag naar de gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling voor het verblijfsstatuut en de verwijdering. Die gevolgen hangen af van het precieze verblijfsstatuut dat de betrokkene heeft en de aard van de veroordeling. Zo is het bijvoorbeeld onmogelijk om meteen de verblijfstitel van een erkend vluchteling in te trekken. Het is wel mogelijk om de intrekking van het statuut te vragen aan het CGVS, waarna ook het verblijfstatuut kan worden ingetrokken.
Als het vluchtelingenstatuut wordt ingetrokken door het CGVS, dan zal worden bekeken of het verblijf kan worden ingetrokken door de DVZ. Het is immers pas wanneer de betrokkene geen verblijfsrecht meer heeft dat een verwijdering kan worden onderzocht. Dat is ook afhankelijk van de bestemming waarnaar de betrokkene kan worden verwijderd. Indien de betrokkene bijvoorbeeld vandaag afkomstig is uit Gaza of van de Westelijke Jordaanoever, dan is het in de huidige omstandigheden niet mogelijk om een verwijdering naar die regio te organiseren. Als de persoon echter over verblijfsrecht beschikt of zou kunnen beschikken in een ander land dan België, dan kunnen de nodige stappen worden gezet om daarvoor reisdocumenten te verkrijgen.
Monsieur Aouasti, vous m’avez demandé des détails sur des dossiers individuels de certaines personnes qui ont été renvoyées en Égypte. Comme vous le savez, je ne peux pas donner ce genre de détails sur des dossiers individuels, mais je peux vous expliquer la procédure suivie, dans le respect, bien sûr, des droits des personnes concernées.
Tout d’abord, je tiens à rappeler que mes services agissent toujours dans un cadre juridique. Les fonctionnaires belges appliquent le droit international et européen en vigueur. Dans les deux dossiers, les actions de mes services ont été soumises à un contrôle judiciaire par le Conseil du Contentieux des é trangers (CCE).
Concernant les faits, les deux cas impliquent des passagers arrivant par vol commercial depuis l’Égypte à la frontière belge. À leur arrivée, l’inspection aux frontières a constaté que ces personnes ne remplissaient ni les conditions d’entrée, ni celles pour un séjour de courte durée. Elles se sont ainsi vu refuser l’accès au territoire.
Dans les deux cas, une demande d’asile a ensuite été déposée à la frontière. Les deux demandes ont été déclarées irrecevables par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA), cette décision ayant été confirmée en appel par le CCE. Les deux instances indépendantes disposaient de toutes les informations nécessaires, y compris le pays d’origine et de départ.
Conformément à la convention de Chicago relative à l’aviation civile internationale, les passagers ont été renvoyés dans leur pays de départ, à savoir l’Égypte, et bien évidemment pas dans le pays de nationalité, soit un pays tiers de leur choix.
Dans le cadre de l’aviation commerciale, le transporteur est responsable de la vérification des documents de voyage avant le départ. La convention de Chicago oblige les États membres, dont l’Égypte, à reprendre les personnes dont l’entrée a été refusée dans le pays de destination.
L’Égypte est signataire de la convention de Genève relative au statut des réfugiés et accueille de nombreux réfugiés et migrants de la région, dont les Palestiniens. L’Égypte était aussi le pays de résidence volontaire de ces deux personnes.
Tot slot, mijnheer Vandemaele, de situatie in Gaza is inderdaad nog steeds verschrikkelijk en verdient onze blijvende aandacht. Myria geeft ook terecht aandacht aan de kwetsbare groep Gazanen die vaak geblokkeerd zit aan de grens. De DVZ overlegt trouwens regelmatig over dit onderwerp met Myria en UNHCR. De laatste keer was dat op 24 september.
Er wordt binnen de grenzen van de wet gezocht naar allerhande manieren om tegemoet te komen aan problemen op het terrein. De modaliteiten voor het indienen van een visumaanvraag, zoals de indiening per mail voor gezinshereniging, zijn al lange tijd beschikbaar op de website van de DVZ en van de twee berokken regionale posten in Jeruzalem en Caïro. De informatie over evacuaties wordt ook gegeven door het crisiscentrum van de FOD Buitenlandse Zaken.
Zoals u weet, zijn de voorwaarden voor een gezinshereniging wettelijk vastgelegd. Die criteria worden vandaag ook toegepast. Er wordt bij deze aanvragen bijzondere aandacht geschonken aan de bewijzen van verwantschap. Het is noodzakelijk om te controleren of iemand al dan niet aan de voorwaarden voldoet.
Een veralgemening van het indienen van een aanvraag voor een humanitair visum per mail is vandaag onwenselijk. Gezinshereniging is een recht dat in de wet wordt verduidelijkt, een humanitair visum is dat niet. Dat is een gunst waarvoor bij wet geen criteria zijn vastgelegd. Een dergelijke uitbreiding zou een enorme stijging van de werklast voor de diplomatieke en consulaire posten met zich meebrengen, ten koste van andere categorieën van aanvragers.
De statistieken van de de DVZ zijn gebaseerd op nationaliteit en niet op woonplaats. Ik kan u dan ook geen specifieke cijfers geven met betrekking tot de personen die afkomstig zijn uit Gaza. De situatie aan de buitengrenzen van Gaza is precair. Zoals ik al zei, is het volgens de DVZ sinds mei 2024 bijna niet meer mogelijk om de grens over te steken in Rafah. De personen die erin geslaagd zijn de Gazastrook te verlaten, hebben dit waarschijnlijk via een andere weg gedaan. Indien u daarover meer informatie wenst, raad ik u aan om te rade te gaan bij de minister van Buitenlandse Zaken.
Monsieur Aouasti, pour ce qui est de votre question concernant le Liban, o ù la situation est évidemment tr è s difficile et précaire, les procédures normales sont d'application aujourd'hui.