De vergadering van de Europese Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken was heel interessant en ik zal een vrij uitgebreid antwoord geven op uw vragen. Er werden daar heel belangrijke discussiepunten aangekaart en volgende conclusies vloeiden eruit voort.
Aangaande het grensbeheer en Schengen governance werden monitoring en aanpak van verschuivende migratiedruk, weerbaarheid tegen onrustwekkende hybride dreigingen en de verhoogde waakzaamheid ten opzichte van conflicten in het Midden-Oosten als belangrijkste prioriteiten benoemd.
Lidstaten legden hun focus bovendien sterk op verbetering van terugkeer in afwachting van het nieuwe terugkeervoorstel, dat ondertussen op 11 maart door de Europese Commissie werd gepubliceerd.
Aangaande het Entry/Exit System, Eurodac en algemene interoperabiliteit werd de geleidelijke en gecoördineerde implementatie doorgesproken en ook goedgekeurd
Wat de externe dimensie betreft, spitste de discussie zich toe op Syrië, waarbij de opties van go and see visits , waarover hier al vragen zijn gesteld, vrijwillige terugkeer en gedwongen terugkeer in het kader van openbare orde werden verkend.
We kunnen concluderen dat het nog te vroeg is voor grootschalige terugkeer, maar dat er wel een grote bereidheid is onder de lidstaten om terugkeer te faciliteren en dat ze nog van mening verschillen over de richting van de gecoördineerde Europese aanpak.
De Commissie en de internationale agentschappen werken samen om zo snel mogelijk pistes op tafel te leggen, op basis waarvan dan de discussie concreter gevoerd kan worden.
In de marge van de raadsvergadering heb ik bilaterale gesprekken aangeknoopt met enkele collega-ministers, namelijk van Luxemburg, Frankrijk, Nederland, Zweden en Denemarken. Ik heb ook informeel kennisgemaakt met Europees commissaris Brunner.
Intussen zijn we door verschillende collega's uitgenodigd het beleid verder bilateraal af te stemmen, waar we natuurlijk met veel plezier op zullen ingaan. De inhoud van de gesprekken ligt nog niet vast, laat staan de mogelijke samenwerkingen die eruit voort kunnen vloeien. Maar laat het duidelijk zijn, België steunt de gecoördineerde Europese initiatieven inzake de vrijwillige en de gedwongen terugkeer naar Syrië en Afghanistan.
Een zeer concrete stap was de publicatie op 11 maart van het voorstel tot herziening van de terugkeerrichtlijn van 2008. Om het Europese terugkeerbeleid te hervormen, deed de Commissie nu een voorstel tot terugkeerverordening, wat absoluut noodzakelijk is. België is al lange tijd voorstel van die hervorming, zeker omdat terugkeer de grote ontbrekende component was in het Europese Asiel- en Migratiepact. Het doel is te komen tot een snellere en efficiëntere terugkeer.
De meerderheid van de lidstaten heeft ondertussen zijn nationaal implementatieplan overgezonden naar de Commissie.
Collega De Vreese, u vroeg naar de stappen die ondertussen gedaan zijn met het oog op het Europese Asiel- en Migratiepact. België zal, zoals overeengekomen werd met de Commissie, zeer binnenkort een nieuwe versie van zijn nationaal implementatieplan sturen, waarin de nieuwe politieke richting zal worden weerspiegeld, en waarin duiding zal worden gegeven over het financiële aspect.
Ondertussen werken de lidstaten, inclusief België, aan hun nationaal noodplan inzake opvang en asiel, dat op 12 april aan de Europese Commissie overgezonden moet worden. Dat noodplan heeft als doel een weerbaarder opvang- en asielsysteem te creëren.
Tot slot starten de lidstaten met de uitwerking van hun nationale asiel- en migratiebeheerstrategie. Die strategie moet een omvattend en whole-of-governementbeleid inzake asiel en migratie beschrijven voor de komende vijf jaar.
De Commissie en de lidstaten zijn het eens over het belang van Eurodac voor een volledige en tijdige implementatie van het gehele pact. De Commissie roept de lidstaten dan ook op om nauw samen te werken met eu-LISA, het European Union Agency for the Operational Management of Large-Scale IT Systems in the Area of Freedom, Security and Justice.
Op Belgisch niveau wordt momenteel volop onderzocht hoe de technische en inhoudelijke aspecten van de nieuwe databank zullen worden uitgewerkt. België wordt, net als andere naburige landen, verhoudingsgewijs ten opzichte van het totaal aantal verzoeken om internationale bescherming, bijzonder zwaar getroffen door secundaire migratiestromen. In dat verband zien we de jongste jaren een tendens waarbij verzoekers om internationale bescherming al in een andere lidstaat een beschermingsstatus genieten. De toestroom van die personen, met M-status, die in feite in België geen nood hebben aan bescherming, aangezien zij die in een andere lidstaat genieten, verhoogt de dossierachterstand en draagt bij aan onze actuele opvangcrisis. Die problematiek kwam niet aan bod tijdens de ministerraad, maar werd wel aangekaart in het bilateraal overleg dat ik had met de Franse en Nederlandse ministers, die met gelijkaardige uitdagingen kampen.
Mijnheer Vandemaele, met het terugkeercontract zoals vervat in het regeerakkoord, beklemtonen wij de plichten die de te verwijderen derdelander heeft, vooral wat de samenwerking met de Belgische autoriteiten inzake de terugkeer betreft en verbinden wij sancties aan niet-medewerking. Die aspecten zijn reeds vervat in onze nationale wet betreffende het aanklampend terugkeerbeleid en zijn ook vervat in het wetgevend voorstel van de Europese Commissie.
Voor onze Belgische positie verwijs ik naar het regeerakkoord en naar het feit dat onze eerste minister reeds aan tafel zat met de zogenaamde gelijkgestemde partners, dus de migratierealistische landen. Naast het Europees asiel- en migratiepact zullen we pleiten voor een versterking van de externe dimensie van het migratiebeleid door meer en op verschillende manieren samen te werken met herkomst- en doorreislanden, alsook door andere nuttig geachte pistes te verkennen.
Wat de vrijwillige terugkeer naar Syrië betreft, Fedasil organiseerde dat al in eigen beheer. Sinds 17 maart jongstleden kan terugkeer ook worden georganiseerd via Frontex Application for Return. De terugkeerder ontvangt een re-installatiepremie van 350 euro per volwassene en 125 euro per kind. Momenteel is er geen re-integratiepartner aanwezig waarmee Fedasil samenwerkt, en ontvangt de terugkeerder 1000 euro re-integratiesteun in cash en 500 euro per kind. De samenwerking met een re-integratiepartner in Syrië is in voorbereiding.
Damascus is de enige luchthaven die open is. Indien de terugkerende persoon verder moet reizen in Syrië, is een bijkomende ondersteuning van 50 euro voor onwoard transportation mogelijk.
Voor de terugkeer dient de persoon in kwestie in het bezit te zijn van een geldig reisdocument. Dat kan een Syrisch paspoort zijn of een laissez-passer, uitgereikt door de Syrische vertegenwoordiging in Brussel. Die kan verlopen paspoorten verlengen door middel van een stempel, maar zij kan geen nieuwe paspoorten afleveren. Om een laissez-passer te verkrijgen, is in principe een boeking van een ticket nodig. Voor ieder vertrek worden de reisdocumenten ook doorgestuurd naar Emirates voor een dubbele check. Fedasil onderzoekt dossier per dossier of een vrijwillige terugkeer kan worden georganiseerd. Sinds 1 januari 2025 zijn 61 personen vrijwillig teruggekeerd naar Syrië.
Daarnaast organiseert Fedasil de vrijwillige terugkeer naar Afghanistan in eigen beheer. Sinds september 2021 is er geen vrijwillige terugkeer naar Afghanistan mogelijk via IOM. Dat kan alleen voor personen met een geldig paspoort. Het talibanregime aanvaardt niet langer de reisdocumenten die de ambassade in België verstrekt. Wij onderzoeken momenteel op welke manier wij de vrijwillige terugkeer toch kunnen organiseren.
De terugkerende persoon ontvangt een re-installatiepremie van 350 euro per volwassene en 150 euro per kind. Re-integratie in Afghanistan kan niet worden aangeboden door de twee partners van Fedasil. IOM heeft alle activiteiten met betrekking tot Afghanistan opgeschort. Caritas is niet aanwezig in Afghanistan.
De terugkerende persoon ontvangt 1.000 euro re-integratiesteun in cash en 500 euro per kind. Fedasil blijft de mogelijkheden verkennen om samen te werken met een re-integratiepartner in Afghanistan.
Fedasil onderzoekt dossier per dossier of een vrijwillige terugkeer mogelijk is. Momenteel zijn er niet veel aanvragen om vrijwillig terug te keren naar Afghanistan. Negentien personen keerden vrijwillig terug naar Afghanistan in 2024 met het programma voor vrijwillige terugkeer van Fedasil. Sinds 1 januari 2025 keerden twee personen vrijwillig terug. Er staan nog twee vertrekken gepland.