Geachte Kamerleden, ik zeg niets verrassends, wanneer ik stel dat de feiten met betrekking tot de verkrachtingszaak niemand onberoerd laten. Ik heb dan ook het grootste begrip voor de maatschappelijke beroering naar aanleiding van de zedenzaak in Leuven en alle andere zedenzaken en gendergerelateerd geweld. Elk slachtoffer van seksueel geweld is er een te veel. Alle slachtoffers van seksueel geweld, of ze al dan niet onmiddellijk aangifte doen, moeten gezien, gehoord en bijgestaan worden.
De strijd tegen seksueel geweld is een absolute prioriteit voor mij en daarom werken we aan concrete maatregelen met aandacht voor zowel slachtoffers, die in het hele justitieapparaat centraal moeten staan, als voor de begeleiding van daders, precies om recidive te voorkomen. Zo zullen we in het hele land zorgcentra na seksueel geweld uitrollen en nagaan hoe we hun werking nog kunnen versterken.
Samen met de gefedereerde entiteiten verbeteren we de behandeling van seksuele delinquenten om het risico op herval te verminderen. We ondersteunen slachtoffers in hun aangiftebereidheid, ook bij seksueel geweld online, met respect voor de rechten van verdediging. Daarnaast bereiden we gespecialiseerde kamers voor, specifiek voor dossiers inzake intrafamiliaal en seksueel geweld, naar het voorbeeld van de drugbehandelingskamers.
In ons beleid de komende jaren zullen we de noden en behoeften van de slachtoffers centraal stellen, zodat we hun een zo goed mogelijke juridische en psychologische begeleiding kunnen geven. Ook zullen we de gerechtsgebouwen inrichten op hun maat.
Slachtoffers herkennen en goed omkaderen zijn belangrijke opdrachten voor Justitie, waar we sterk op inzetten. Gisteren nog had ik hierover een gesprek met professor Seksueel strafrecht Liesbet Stevens.
Daarnaast is er in de opleiding tot magistraat de afgelopen jaren op dat vlak heel wat vooruitgang geboekt. Sinds de wet van 31 juli 2020 worden alle magistraten verplicht opgeleid omtrent intrafamiliaal en seksueel geweld. Die opleidingen worden door het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (IGO) georganiseerd en zijn er voornamelijk op gericht om rechters en parketmagistraten hieromtrent beter inzicht te geven.
Preventie blijft overigens onontbeerlijk in de strijd tegen seksueel geweld. We moeten blijven inzetten op preventie-initiatieven, die kunnen vermijden dat mensen slachtoffer worden, zoals de Ask for Angelacampagne of We Need to Talkinitiatieven op festivals.
Collega's, als minister kan en mag ik me niet uitspreken over de inhoud van een specifieke rechterlijke uitspraak, die in casu overigens ook nog niet definitief is, aangezien het parket hoger beroep zal instellen. In onze rechtsstaat is het essentieel dat rechters hun werk in alle onafhankelijkheid kunnen doen. Rechters wikken en wegen in alle onafhankelijkheid de concrete feiten en stukken in een dossier en de toepassing van het juridische kader op dat concrete dossier. Ik roep collega-politici daarom ook op tot dezelfde terughoudendheid. De rechtsstaat is een kostbaar goed en het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om die goed te beschermen.
Onlineheksenjachten en ongenuanceerde clickbaitberichtgeving in de media en op sociale media dragen evenmin bij aan een gezond maatschappelijk debat. Integendeel, ze ondergraven het vertrouwen en polariseren precies waar meer duiding en dialoog nodig zijn. In vele gevallen zijn het de slachtoffers zelf, die oproepen tot kalmte en sereniteit. Laten we uit respect voor hen die oproep uitermate ernstig nemen.
Dat neemt niet weg dat ik begrip heb voor en mijn medewerking geef aan de oproep voor een transparante en duidelijke communicatie vanuit Justitie. Vonnissen zijn het resultaat van een onafhankelijke en zorgvuldige beoordeling van feiten en wetgeving. Die context is voor het brede publiek niet altijd zichtbaar. Om aan de terechte vraag naar transparantie tegemoet te komen, bouwen we verder aan een databank met gepseudonimiseerde rechterlijke uitspraken, conform het regeerakkoord.
Tegelijk moeten we voorzichtig blijven, zeker in zedenzaken. Dergelijke vonnissen bevatten vaak uiterst intieme details, zowel in het feitenrelaas als in de motivering van de rechter. Het volledig openbaar maken online kan slachtoffers misschien ongewild bijkomend schaden en leiden tot secundaire victimisatie. Dat moeten we absoluut vermijden.
We moeten daarom overwegen in welke mate we elementen van identificatie of niet-relevante details bij de communicatie kunnen weglaten, zodat de impact voor de slachtoffers zo beperkt mogelijk blijft. In de betreffende zaak beschikten journalisten reeds snel over het geanonimiseerde vonnis. Toch bleek dat niet te volstaan voor sommigen om bij te dragen aan een sereen publiek debat. Absolute transparantie alleen is dus niet genoeg.
In dossiers die de samenleving diep raken, is ook heldere, inhoudelijke duiding nodig. Juridische taal vraagt in delicate zaken om een vertaling naar begrijpelijke en maatschappelijke termen. Hoewel de storm van de afgelopen week dat opnieuw op scherp stelt, leeft het besef bij Justitie al langer dat professionele duiding essentieel is, niet om uitspraken te verantwoorden, maar wel om ze beter te kaderen en het vertrouwen in Justitie te versterken.
De voorbije jaren zijn al belangrijke stappen gezet in de professionalisering van de communicatie van het parket en van onze hoven en rechtbanken. Op elk parket is een professionele woordvoerder actief en tal van persmagistraten zetten zich boven op hun reguliere taken vrijwillig in voor communicatie. Daarnaast zijn er sinds kort in onze hoven en rechtbanken ook vijf communicatiemedewerkers actief. Hun inzet maakt vandaag al een verschil, maar zal nog meer zichtbaar worden.
Bovendien moeten we inderdaad nadenken over het gedeeld beroepsgeheim met het oog op een snellere communicatie. Zodra een vonnis bij een advocaat zit, kan de verdere publieke bekendmaking daarvan starten. Ik ben er daarom ook van overtuigd dat we aan een overkoepelend communicatiebeleid bij Justitie moeten werken en roep alle betrokken actoren ook op om daar werk van te maken. Vanuit mijn positie als minister van Justitie zal ik hen daarbij ondersteunen en stimuleren. Zo zullen we onderzoeken of er nood is aan de aanpassing van het wettelijk kader voor persmagistraten en bekijken hoe we het netwerk van woordvoerders nog kunnen versterken. Een duidelijk handelingskader voor Justitie in maatschappijgevoelige dossiers is mijns inziens aangewezen.
Sociale media maken vandaag integraal deel uit van elk communicatiebeleid. Het OM communiceert vandaag al uitgebreid via sociale media, maar ook onze hoven en rechtbanken erkennen de nood om naast de traditionele communicatiekanalen ook op sociale media actief te zijn Ik kan u hier vandaag meedelen dat er al concrete plannen zijn om op korte termijn in samenwerking met het IGO onze hoven en rechtbanken beter te vormen omtrent het gebruik van sociale media op basis onder meer van goede praktijken uit het buitenland.
Collega's, ik wil graag mijn oproep in het kader van de bespreking van de beleidsverklaring herhalen. Onze rechtsstaat staat onder druk en daarom moeten we hem samen blijven beschermen. Magistraten, politici, journalisten, burgers, elk daarin kan zijn verantwoordelijkheid nemen. Elk doet dat vanuit de eigen rol, maar wel allemaal samen als ambassadeurs van de rechtsstaat.