Mijnheer Ravyts, ik had inderdaad de eer om namens België van 8 tot 10 juni deel te nemen aan de derde VN-Oceaanconferentie in Nice. Die conferentie werd nadien nog enkele dagen voortgezet, maar ik ben teruggekeerd om mijn verplichtingen hier na te komen.
Tijdens die internationale bijeenkomst heeft België zich opnieuw resoluut opgesteld als voortrekker op het vlak van mondiale oceaanbescherming en duurzame mariene ontwikkeling. In mijn toespraak tijdens de conferentie heb ik vier centrale prioriteiten naar voren gebracht: de bescherming van mariene gebieden buiten nationale jurisdictie, het belang van de samenhang tussen oceaan, klimaat en biodiversiteit, het potentieel van de oceaan als motor voor de energietransitie, en het belang van wetenschap als fundament voor een goed bestuurlijk beleid.
Een belangrijke mijlpaal was, zoals u vermeldde, de ratificatie van het historische verdrag inzake de bescherming van de mariene biodiversiteit in gebieden buiten nationale rechtsmacht, het zogeheten BBNJ -verdrag, dat de biodiversiteit op volle zee, de zogeheten high seas , beschermt. Tijdens de conferentie heb ik dat verdrag officieel geratificeerd namens België en ook hebben we onze oproep herhaald voor een snelle en doeltreffende inwerkingtreding ervan.
De ondertekening betekent een cruciale stap vooruit, maar tegelijk beseffen we dat de implementatie van het verdrag de volgende grote uitdaging vormt. Intussen hebben al wat meer landen dan het door u vermelde aantal het verdrag geratificeerd, maar dat zijn er nog niet voldoende om het daadwerkelijk in werking te laten treden.
De Belgische kandidatuur om het secretariaat van het BBNJ -verdrag te huisvesten, kreeg een prominente plaats in al mijn contacten. België stelt zich kandidaat om het verdrag mee vorm te geven vanuit Brussel. Met ons sterk uitgebouwd wetenschappelijk ecosysteem, onze jarenlange ervaring in multilaterale samenwerking en onze internationale positie als diplomatiek knooppunt zijn we immers uitstekend geplaatst om die verantwoordelijkheid op te nemen. Ik heb onderstreept dat België het verdrag niet alleen juridisch, maar ook institutioneel en diplomatiek actief wil ondersteunen. We willen er ook over waken dat het verdrag inclusieve principes hanteert, met specifieke aandacht voor kustgemeenschappen, kleine eilandstaten en inheemse volkeren.
Verder hebben we in Nice actief gepleit voor meer synergie tussen oceaanbeleid, klimaatdoelstellingen en bescherming van de biodiversiteit. In dat kader heb ik het belang benadrukt van emissiereductie in de scheepvaart, de uitfasering van fossiele brandstoffen en de verdere ontwikkeling van hernieuwbare maritieme energie, zoals offshore wind.
Tot slot heb ik ook het belang van wetenschappelijk onderbouwd beleid in de verf gezet. België telt 144 mariene onderzoeksgroepen die wereldwijd samenwerken en zo bijdragen aan kennisgedreven en toekomstgericht oceaanbeheer. Wetenschap moet en zal de leidraad blijven voor ons beleid.
Tijdens de Oceaanconferentie kreeg het thema diepzeemijnbouw terecht veel aandacht. In mijn betoog en contacten heb ik het Belgisch standpunt daarover duidelijk herhaald. Diepzeemijnbouw buiten het kader van het VN-Zeerechtverdrag en de Internationale Zeebodemautoriteit is strijdig met het internationaal recht.
In Nice hebben wij ons standpunt ondubbelzinnig bevestigd, namelijk dat diepzeemijnbouw voor ons niet kan plaatsvinden zonder dat aan drie fundamentele voorwaarden is voldaan. Ten eerste, er moet voldoende wetenschappelijk onderzoek zijn uitgevoerd over de thematiek, zodat het voorzorgsprincipe kan worden gerespecteerd. Ten tweede, er moet duidelijke vooruitgang zijn geboekt richting de 30 by 30 -doelstelling, de bescherming van minstens 30 % van de oceaan tegen 2030. Ten derde, de Internationale Zeebodemautoriteit moet de Mining Code hebben aangenomen.
België zal binnen alle relevante internationale fora blijven ijveren voor een verantwoorde, wetenschappelijk onderbouwde en juridisch correcte benadering van diepzeemijnbouw en dat met de grootste aandacht voor onze oceanen en de biodiversiteit die daar aanwezig is.