Ongeacht hoe het Parlement zich organiseert, hoop ik dat we over dit thema zo breed mogelijk kunnen discussiëren. Het is heel raar om dat in het Parlement te zeggen, maar voor mij staat dat zelfs los van enige politieke discussie, omdat we hier echt wel voor een werf staan waarin we nog een hele grote inhaalbeweging moeten maken. Dat bewijzen de feiten. Daarvoor hebben we gewoon alle hulp nodig. Wij kunnen vanuit het beleid de wetgeving aanpakken, maar er is natuurlijk ook nog een grote werf van inclusie, waarbij we op het terrein werkgevers, organisaties en de gewone man in de straat ook in dit proces moeten meenemen, om ervoor te zorgen dat personen met een handicap ook gewoon collega's kunnen hebben, net zoals mensen zonder een beperking. Ik moet niet zeggen wat jullie moeten doen, maar hoe meer we over dit thema kunnen praten en hoe meer we deze tanker in de juiste richting kunnen krijgen, hoe beter.
Ik zal nu de individuele vragen beantwoorden. De hervorming van de wet uit 1987 lijkt eenvoudig. Er is gelukkig al veel werk gebeurd, maar het is ook cruciaal om het veld en de mensen waarover het gaat mee te krijgen en daar ook voldoende tijd in te steken, om er zeker van te zijn dat de richting die we nemen in die hervorming ook de juiste richting is. Dat is op dit moment misschien wel ons grootste werk, ervoor zorgen dat we de mensen mee hebben en hen over dit project laten meedenken.
Daarnaast is het ook belangrijk om alles, zeker op vlak van cumul, vervangingsinkomens, vrijstellingsgrenzen, goed op elkaar af te stemmen. Als mensen kiezen voor betaald werk, moet dat zo goed mogelijk verlopen. Die voorspelbaarheid is belangrijk, zodat mensen niet gestraft worden wanneer ze voor betaald werk kiezen en ze eventueel een terugvalpositie met een uitkering moeten hebben.
Het is de ambitie om in 2026 met de administratie en de volledige sector van personen met een handicap het kader met de concrete elementen van de hervorming van de wet van 1987 uit te werken, ook de nieuwe cumulregeling. Een 100 % voorspelbaarheid is de ambitie. Ik ben daar echter realistisch in, dat zullen we volgens mij nooit kunnen garanderen. We moeten het systeem wel veel voorspelbaarder maken dan dat het vandaag is.
Het is echt mijn overtuiging - die wordt ook gedeeld door de rest van de regering - dat werken altijd moet lonen. Wanneer men kan en wil werken en als men een beperking of een handicap heeft, dan moet het de evidentie zijn dat dit loont.
Tegelijkertijd moet het ook evident zijn dat we de sociale bescherming blijven garanderen voor degenen die ze nodig hebben. Het is dat evenwicht dat we moeten vinden in de hervorming van de wet van 1987.
Als de administratieve lasten voor werkgevers, met name inzake de aanvragen voor tussenkomsten in de kosten van redelijke aanpassingen – ik ga ervan uit dat het daarover gaat – een issue zijn, wil ik dat graag ter sprake brengen, ook bij de gewesten, aangezien de financiering daar gebeurt. Als we de werkgevers willen meekrijgen, moeten we er echter voor zorgen dat dat zo eenvoudig mogelijk gebeurt. Dat zal ik dus zeker meenemen. Hoewel dat al in de gesprekken aan bod komt, mogen we het zeker niet vergeten, aangezien u het hier ook opwerpt.
Binnen de DG Personen met een handicap, op federaal niveau, proberen we de administratieve last zoveel mogelijk te verminderen door automatisering in te zetten waar mogelijk. We hebben daarvoor zogenaamde fluxen en intake- en herzieningsprocedures, die we zo eenvoudig mogelijk willen maken en zoveel mogelijk willen automatiseren.
De komende weken staan nog heel wat gesprekken gepland om de werking zoveel mogelijk te laten vertrekken vanuit de persoon voor wie het gebeurt, vertrekkende van de nog altijd aanwezige drempels. Die ambitie blijft overeind.
De stimuli voor werkgevers om het eventuele rendementsverlies van werknemers met een handicap op te vangen, zitten bij de regio's. De belangrijkste hefboom die ik heb om de tewerkstellingskansen van personen met een handicap structureel te verbeteren, is het wegwerken van inactiviteitsvallen in het stelsel van tegemoetkomingen.
Zoals ik daarnet en in mijn beleidsverklaring heb toegelicht, is dat een van de belangrijkste werven van deze legislatuur. Het gaat om vereenvoudiging, voorspelbaarheid en het combineren van tegemoetkomingen met inkomen uit arbeid, zodat de persoon met een beperking kan groeien in plaats van in onzekerheid terecht te komen.
Over de streefcijfers voor de privésector is er ook een vraag gesteld. Voor de federale overheidsdiensten geldt sinds 2010 een norm van 3 %. Omdat die norm niet altijd wordt gehaald, heeft de regering onlangs beslist hier actiever op in te zetten, zelfs met een sanctioneringsbeleid als overheidsdiensten de norm niet halen. Voor de privésector is het onze ambitie om eerst een voorbeeldfunctie te vervullen binnen de overheid. Tegelijk wil ik hier deze legislatuur over nadenken en bekijken hoe onze buurlanden hiermee omgaan.
Ik ben zelf voorstander van positieve maatregelen, omdat alleen het opleggen van een quotum mogelijk niet voldoende zal zijn, gezien de grote onwetendheid en andere drempels die uit de weg moeten worden geruimd. Het zal een combinatie van vele maatregelen zijn, maar persoonlijk ben ik niet tegen een quotum voor de privésector.
Wat betreft de tewerkstelling van personen met een handicap, is het moeilijk om een cijfer te geven omdat er heel veel factoren meespelen en omdat werkgevers ook cruciaal zijn in dit debat. We kunnen dat morgen administratief perfect in orde brengen, zodat iedereen kan gaan werken en daar financieel ook beter van wordt, maar als een werkgever angst heeft om die mensen aan te werven of niet weet hoe hij daarmee moet omgaan, dan blijft die kloof bestaan.
We zullen daar dus op veel fronten aan moeten werken, maar er zijn heel veel zaken gepland om al die stakeholders mee te krijgen. Ik wil in deze legislatuur echt een trendbreuk realiseren. We moeten kunnen tonen dat er een trendbreuk is en dat we nu verder moeten bouwen.
Wat betreft het nieuw Federaal Actieplan Handicap, dat wordt op dit moment voorbereid en moet begin 2026 voor goedkeuring worden voorgelegd aan de ministerraad. Ik zal dat uiteraard ook voorleggen aan de Kamer. Er werd nog niet gestart met de mapping van mogelijke arbeidsdrempels. De opmaak van het Federaal Actieplan Handicap en de herstart van de IMC Handicap kregen dit jaar immers prioriteit. Ik zal met mijn collega-minister bekijken wanneer ik die arbeidsdrempels kan inplannen in de volgende periode.