Bedankt, collega's. Dit is inderdaad een uitloper van het debat dat we daarstraks al hadden.
Bij de zesde staatshervorming, in 2015, werden de bevoegdheden inzake elektronisch toezicht, dus de enkelbanden, en de justitiehuizen overgeheveld van het federale niveau naar de gemeenschappen. Daarbij werden duidelijke afspraken gemaakt omtrent de financiering die juridisch werden verankerd in de bijzondere financieringswet. Die bijzondere financieringswet voorziet aldus in een federale dotatie aan de deelstaten voor de uitvoering van het elektronisch toezicht. Er werd bepaald dat deze dotatie jaarlijks wordt toegekend en driejaarlijks kan worden herzien op basis van een telling van het aantal ingezette enkelbanden. De bijzondere financieringswet bepaalt bovendien dat deze dotatie enkel kan stijgen en dus niet kan worden verlaagd, zelfs als er sprake zou zijn van een vermindering van het aantal enkelbanden bij die driejaarlijkse telling.
Sinds 2015 is de dotatie op basis van cijfers van het Rekenhof al tweemaal verhoogd. In 2024 bedroeg de dotatie voor Vlaanderen 86,2 miljoen euro.
De laatste jaren was er ingevolge de uitvoering van het aantal straffen tot drie jaar in de gevangenissen een daling van het aantal enkelbanden. In 2024 kregen 5.187 veroordeelden een enkelband aangesloten door het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht, terwijl dat er in 2023 nog meer dan 6.700 waren. Dat is dus, als we snel rekenen, een vermindering met ongeveer 23 % en de dotatie bleef zoals ik al zei ongewijzigd ingevolge de afspraken die gemaakt werden.
Deze regering werkt aan een reeks noodmaatregelen om de acute overbevolking, maar ook mensonwaardige omstandigheden in de gevangenissen aan te pakken. Een van deze noodmaatregelen houdt in dat bepaalde categorieën van veroordeelden tot een gevangenisstraf tot drie jaar vlotter in aanmerking zouden kunnen komen voor strafuitvoeringsmodaliteiten zoals elektronisch toezicht en voorwaardelijk invrijheidstelling.
Op 24 april heeft de Raad van State zijn advies uitgebracht. De Raad stelt dat overeenkomstig artikel 157 van de Grondwet de strafuitvoeringsmodaliteiten enkel door een strafuitvoeringsrechter kunnen worden toegekend. Naar aanleiding van dat advies van de Raad van State werd het voorontwerp aangepast. Die aangepaste teksten liggen momenteel nog ter bespreking voor binnen de regering.
De Vlaamse minister van Justitie heeft aangegeven voor de strafuitvoeringsmodaliteit elektronisch toezicht eerst over prefinanciering te moeten beschikken. De aanpassing van de financiering van de deelstaten vereist, zo stellen de adviezen van de Inspectie van Financiën, een wijzing van de bijzondere financieringswet, die alleen kan geschieden met een bijzondere tweederdemeerderheid in het federaal Parlement. Dat blijkt uit de adviezen van de Inspectie van Financiën, van zowel Vlaamse, Waalse als federale inspecteurs, alsook van grondwetspecialisten.
De vereiste bijzondere meerderheid vormt overigens bewust een waarborg die werd ingebouwd door de wetgever om te vermijden dat aan de financiering van de deelstaten zou kunnen worden geraakt zonder dat daaraan een bijzondere meerderheid in het kader van een staatshervorming voorafgaat.
Ik heb van bij aanvang van deze discussies in de ministerraad gezegd akkoord te kunnen gaan met een verhoging van de financiering voor de deelstaten, zoals mogelijk ook een prefinanciering, voor zover daarvoor een sluitend wettelijk kader kan worden gevonden of opgezet en uiteraard ook voor zover de nodige federale middelen daarvoor worden gevonden.
Handelen binnen een wettelijk kader getuigt eerder van behoorlijk bestuur dan van op de rem te gaan staan. Onze rechtsstaat is ook niet gebaat bij een debat waarbij men zich moet verantwoorden omdat men het wettelijk kader, nochtans de basis van onze rechtsstaat, wil respecteren. Als de wetgevende macht het daarmee niet eens is, zal het wettelijk kader moeten worden veranderd.
Het is dus helemaal geen zaak van slechte wil of talmen. Wij willen een manier vinden om die juridische context voor een toch wel aanzienlijke financiering vanuit de federale overheid ten aanzien van de deelstaten aan te passen. Ik stel ook alleen vast dat niemand vandaag het sluitend wettelijk kader daarvoor heeft aangedragen.
Ik wil nog even meegeven dat de hertelling van het aantal enkelbanden, in het kader van die driejaarlijkse hertelling, in principe in november van dit jaar zal gebeuren, waardoor een aanpassing van de dotatie zou plaatsvinden vanaf januari 2026. Hierdoor spreken we nu nog over een periode van goed zes maanden, afhankelijk van het aantal beslissingen met betrekking tot enkelbanden dat door de strafuitvoeringsrechter zal worden genomen. Dat is de variatie waarover we spreken. In die context moet dat worden bekeken.
Het is bovendien een bevoegdheid van de deelstaten. Ik heb ter zake geen bevoegdheid. Dat is ook voor andere elementen het geval. Er is trouwens in het verleden ook al een verhoging geweest van het aantal enkelbanden in de tussentijd van die driejaarlijkse periode. Ook toen is dat conform de bevoegdheidsallocatie opgenomen door de gemeenschappen, zonder op dat moment een prefinanciering te vragen.
Zoals ik daarnet al gezegd heb, voorziet het regeerakkoord wel in een hervorming van de dotatieregeling door over te schakelen op een jaarlijkse telling van de enkelbanden, zodat de aan de gemeenschappen toegekende federale middelen zo accuraat mogelijk kunnen blijven en de budgetten nauwkeurig kunnen worden afgestemd op de reële noden. Ook voor die hervorming van de dotatieregeling conform het regeerakkoord zal de eerste minister op mijn constructieve steun kunnen rekenen.
Mevrouw Dillen, op basis van de beperkte informatie in uw vraag over Merksplas is het niet mogelijk te bepalen over welk terrein het precies gaat. Er werden in de buurt van de gevangenis van Merksplas verschillende terreinen gescreend voor de bouw van detentiehuizen en voor unitbouw. Daarnaast werd nagegaan of sommige functiewoningen omgebouwd konden worden tot detentiehuizen. De renovatiekost voor de woningen is echter zeer hoog in vergelijking met de beperkte bijkomende capaciteit die er gecreëerd zou kunnen worden. Ook zijn sommige panden en landschappen beschermd, wat een en ander nog complexer maakt. Zoals gezegd, het is echter niet duidelijk over welk terrein de minister het precies had.
Inzake uw vraag inzake geïnterneerden, de opvolgrapporten van de justitieassistenten over geïnterneerde personen in vrijheid op proef en dus onder voorwaarden gedurende de proeftermijn, worden rechtstreeks bezorgd aan de Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank, die daarover dan onafhankelijk en autonoom kan oordelen. Ik kan daarover geen uitspraken doen. Het parket, en bij nieuwe feiten ook de onderzoeksrechter, kan de persoon uiteraard wel voorlopig aanhouden.