Commissie binnenlandse zaken, veiligheid, migratie en bestuurszaken
BronAlles over deze commissievergadering.
Mondelinge vragen
De vragen die gesteld werden tijdens deze vergadering.
-
Vraag: De mogelijke overname door de Belgische Staat van de nucleaire activiteiten van ENGIE en Electrabel (Q56015694C)
Vraag: De nodige due diligence in verband met de ENGIE-deal (Q56015802C)
Vraag: De Phoenix Deal (Q56016315C)
Vraag: De mogelijke overname door de Belgische Staat van de nucleaire activiteiten van ENGIE en Electrabel (Q56016352C)
Vraag: De evaluatie van het Belgische nucleaire productiepark (Q56017367C)
De mogelijke overname door de Belgische Staat van de nucleaire activiteiten van ENGIE en Electrabel
De nodige due diligence in verband met de ENGIE-deal
De Phoenix Deal
De mogelijke overname door de Belgische Staat van de nucleaire activiteiten van ENGIE en Electrabel
De evaluatie van het Belgische nucleaire productiepark
De overname en evaluatie van het Belgische nucleaire productiepark summaryExplanationGesteld door
VB Kurt Ravyts
Ecolo-Groen Jeroen Van Lysebettens
Anders. Steven Coenegrachts
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
DéFI François De Smet
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de plannen voor overname van het Belgische nucleaire park door de overheid (ENGIE-deal), met kritische vragen over transparantie, kosten en strategie. De Smet, Hedebouw en Van Lysebettens bekritiseren het gebrek aan onafhankelijke waardering (ENGIE’s belangenconflict, afhankelijkheid van hun data) en de haastige timing (deadline oktober 2026), terwijl Ravyts benadrukt dat de deal nieuwe centrales en SMR’s moet omvatten, niet enkel verlenging. De Wever verdedigt de deal als noodzakelijk voor energieonafhankelijkheid, erkent zwakke onderhandelingspositie (door eerdere "Phoenix-deal"), maar belooft externe consultants (Rothschild, KPMG) en parlementaire controle—zonder concrete financiële of technische garanties. Kritiekpunten: risico’s voor de belastingbetaler (ontmantelingskosten, afhankelijkheid van ENGIE’s cijfers), draaideurpolitiek (ex-ENGIE-medewerkers in adviesraad) en ontbrekende langetermijnstrategie (geen duidelijkheid over nieuwe centrales of SMR’s). Hedebouw noemt het "privatiseren van winsten, socialiseren van verliezen".
Kurt Ravyts:
Mijnheer de eerste minister, op 29 april hebt u met de regering een intentieverklaring ondertekend met ENGIE Electrabel over een mogelijke overname van het nucleaire park in België. De bedoeling is om tegen 1 oktober een head of terms overeen te komen.
Vorige vrijdag hebt u een technisch-economische adviesraad opgericht, die uw onderhandelingsteam zal begeleiden en advies over juridische, financiële, fiscale, technische en strategische vraagstukken zal geven. De adviesraad zal ook de duediligenceonderzoeken begeleiden. Kunt u daarbij wat meer toelichting geven? Wie heeft er allemaal zitting in die adviesraad?
We zijn voorzichtig positief over uw intenties voor de overname, maar we zijn ook bekommerd over een aantal aspecten. Zo is er de kwestie van de 8,7 miljard euro aan ontmantelingsprovisies van Synatom. We eisen onverminderd dat die middelen aan de overheid toekomen en dat ENGIE het passief dat bij een geslaagde overname zou ontstaan, financiert. Ik hoop dat u op dat punt geen toegevingen zult doen, want anders zal onze houding tegenover een mogelijk akkoord wel wijzigen.
We zijn ons ervan bewust dat er ook een ander industrieel scenario voor de ontmanteling kan ontstaan. Misschien zal de overheid de ontmanteling op een goedkopere manier kunnen uitvoeren, maar dat zal de toekomst moeten uitwijzen.
Mijnheer de eerste minister, ik had graag een concrete stand van zaken in de onderhandelingen. Wat zijn in het bijzonder uw inhoudelijke doelstellingen? Waar liggen voor de regering de rode lijnen?
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de premier, de context werd door collega Ravyts al geschetst. Op 30 april hebt u in de plenaire vergadering op mijn vraag geantwoord dat de ENGIE-deal twee consequenties heeft, namelijk het stopzetten van de ontmantelingswerken en het opstarten van de due diligence . Over dat laatste element heb ik een aantal vragen. Ik heb die ook gesteld aan minister Bihet, maar hij heeft mij weinig antwoorden gegeven. Ik hoop dat ik van u wel een aantal antwoorden krijg.
De eerste vraag is natuurlijk wie die due diligence zal uitvoeren. We hebben vrijdag vernomen dat er een technisch-economische raad wordt opgericht, maar het is onduidelijk wie daarin zal zetelen. Worden via een aanbestedingsprocedure partners aangetrokken? Zullen daar ook externe bedrijven bij betrokken worden? Wordt het een combinatie van beide? Zal bijvoorbeeld Tractebel, de dochtermaatschappij van ENGIE, daarbij betrokken zijn?
Ten tweede, wat is de beoogde timing van de studie? U mikt, als ik het goed heb begrepen, op een deal in oktober. Ik ga er evenwel van uit dat u al vroeger informatie wilt verkrijgen om po basis daarvan over die deal te kunnen onderhandelen. Wordt de studie gefaseerd uitgevoerd? Worden tussentijdse rapporten verwacht? Hoe wordt voorkomen dat tijdsdruk de kwaliteit van het onderzoek beïnvloedt?
Ten derde, wat is de geraamde kostprijs van de studie? Ik heb het dus niet over de deal zelf, maar over de due diligence -studie. Uit welke begrotingspost wordt die gefinancierd? Worden de kosten gedragen door de federale begroting of zullen ze uiteindelijk ook in de deal of de transactieprijs worden verrekend?
Wat zijn de specifieke onderzoeksvragen van de due diligence ? Op welke vragen moet de studie een antwoord bieden? Welke opdracht wordt meegegeven aan de technisch-economische raad?
Tot slot, hoe wordt het Parlement betrokken bij de evaluatie van de studie? Zal het volledige rapport, bijvoorbeeld, worden gepresenteerd en besproken?
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, nous avons pris connaissance de l'intention de l'État belge de nationaliser le secteur de l'énergie nucléaire en Belgique. Et nous nous étonnons un peu du manque de transparence, de ce climat un peu secret autour de ces négociations. On ne sait rien; il semble y avoir un consensus pour que tout se passe en coulisse. Le public, le peuple, n'a pas le droit de savoir ce qui se négocie. Pourtant, il est ici question de milliards d'euros, de l'argent du contribuable. Aujourd'hui, monsieur le premier ministre, je vous demande de la transparence.
Wat is er nu bezig? Nationalisatie, daar zijn wij natuurlijk voor. Al tientallen jaren zegt rechts dat nationalisatie niet kan en dat dat alleen maar slogans van de PVDA zijn, maar nu wilt u het zelf doen. Dat vind ik op zich positief, zowel ideologisch als economisch, maar de vraag is hoe en waarom. Daar heb ik toch een aantal vragen bij, mijnheer de eerste minister.
U hebt afgelopen vrijdag voorgesteld een technische en economische raad op poten te zetten. Wie bepaalt de samenstelling daarvan en wie zal daarin zetelen? Dat is immers een groot probleem op economisch vlak in ons land. De experts inzake nucleaire energie zijn vaak mensen die vroeger voor ENGIE Electrabel hebben gewerkt. Dat is precies het probleem van de draaideurpolitiek tussen de multinationals en de Staat. De multinationals winnen daarbij altijd op het vlak van expertise.
U weet dat de specialist die onze F-35-contracten heeft onderhandeld, vandaag voor Lockheed Martin werkt. Zo gaat dat. Daarom wil ik weten welke contacten er zijn met al die experts die in het verleden voor ENGIE Electrabel hebben gewerkt.
Nous avons le droit d’obtenir toute la transparence nécessaire à ce sujet, monsieur le premier ministre. Le but ne peut pas être, une nouvelle fois, de privatiser les bénéfices et de collectiviser les risques et les pertes.
Si le démantèlement devait, in fine, être assumé par bibiche, par les contribuables et par l’ensemble des citoyens, cela ne saurait constituer un projet acceptable aujourd’hui.
Dès lors, monsieur le premier ministre, pouvez-vous nous garantir que la composition du conseil que vous vous apprêtez à mettre en place sera entièrement indépendante de toute forme de prise d’intérêt liée à Engie Electrabel?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, je l'ai déjà dit: reprendre la main sur notre nucléaire et reconquérir notre souveraineté énergétique, on ne peut qu'y souscrire. Le problème n'est pas le principe, mais le prix, et une question que personne à ce jour n'a tranchée: qui va finalement évaluer le prix du parc de manière indépendante?
D'autant que les faits invitent à la prudence. Le jour de l'annonce de la due diligence , l'action d'ENGIE bondissait de près de 5 %, c'est-à-dire 3 milliards de capitalisation supplémentaire, ce que le marché a salué comme une bonne affaire pour le vendeur.
Plusieurs experts jugent ces actifs vieillissants cessibles pour 0 euro. Les passifs, eux, sont colossaux et contestés. La Commission des provisions nucléaires réclame 2,9 milliards qu'ENGIE refuse. La mise aux normes dépassera 2 milliards pour les seules unités récentes.
Or la chaîne d'évaluation pose un problème structurel. L'État est à la fois acheteur, futur exploitant, régulateur de sûreté et partie aux litiges sur les provisions. Une due diligence menée par l'acquéreur n'est pas une évaluation indépendante. La CREG, ELIA et le Bureau du Plan n'ont produit aucune étude. La seule analyse disponible émane d'une fédération d'industriels.
Monsieur le premier ministre, voici mes questions. Qui va établir la valorisation: vos services ou un tiers évaluateur indépendant des parties? Vous engagez-vous à une valorisation contradictoire et indépendante, distincte de la due diligence , avant tout engagement de l'État? La Cour des comptes sera-t-elle saisie en amont, et les hypothèses financières publiées avant le protocole du 1 er octobre? Enfin, garantissez-vous un mécanisme contraignant d'investissement additionnel d'ENGIE en cas d'insuffisance des provisions? Je pense qu'en effet, il nous faut à ce stade un petit peu plus de transparence. Je vous remercie.
Bart De Wever:
Op 30 april 2026 heb ik samen met de minister van Energie een letter of intent getekend tussen de federale overheid en ENGIE Electrabel met het oog op een volledige overname van het Belgische nucleaire park door de Belgische overheid. U kunt dat een nationalisering noemen, maar ik vind dat altijd een beetje bizar, want de Belgische overheid heeft het verkocht aan de Franse overheid. In mijn ogen is het dus nooit gedenationaliseerd, het is altijd in handen van een overheid geweest. Dan is het beter dat het je eigen overheid is. Wat er daarna inzake exploitatie mee moet gebeuren, zullen we dan nog wel zien.
Ik ben altijd tegen de verkoop van de Belgische elektriciteitssector geweest. Het is een van de enige dingen waarvoor ik in mijn leven ooit heb gemanifesteerd. Ik weet dat u dat graag doet, mijnheer Hedebouw, op straat protesteren. Ik heb dat zeer weinig gedaan, maar tegen de verkoop van Tractebel met name heb ik ooit wel betoogd. Ik zal dat nooit vergeten, want ik stond aan de deur van het verkeerde bedrijf te betogen. De rijkswacht heeft mij toen naar het juiste bedrijf gebracht, zeggend dat ik daar moest gaan betogen. Dat was niet mijn beste moment.
De intentieverklaring heeft voorlopig slechts twee gevolgen in de realiteit. Het eerste gevolg is dat de ontmantelingsactiviteiten onmiddellijk worden stopgezet. Dat is uiteraard heel belangrijk. Er gebeuren dus geen onherroepelijke dingen en we houden alle mogelijkheden in handen voor de toekomst.
Het tweede gevolg is dat we grondige voorbereidende studies opzetten die ons als overheid objectieve informatie moeten verschaffen over de staat van alle kernreactoren in ons land. Dat is de zogenaamde due diligence, die niet alleen op technisch, maar ook op juridisch en financieel vlak moet worden gevoerd om tot een beslissing te kunnen komen.
Het is uiteraard belangrijk dat we die informatie geobjectiveerd krijgen. U stelt veel interessante vragen waarop nog geen antwoorden mogelijk zijn, omdat we die objectieve basis niet hebben. De informatie waarover we, voor een groot deel van de vraagstukken, beschikken en die ik u zonet heb geschetst, hebben we gekregen van de uitbater. Die uitbater heeft sinds de jammerlijke wet op de kernuitstap van begin deze eeuw een businessmodel uitgebouwd met het oog op een nucleaire exit. ENGIE Electrabel doet niets meer in het nucleaire. In Frankrijk baat EDF het nucleaire park uit. De Belgische kerncentrales zijn de laatste kerncentrales die ENGIE Electrabel nog beheert. Het is heel duidelijk dat dat niet meer in hun businessmodel past en dat ze daar dus van af willen. Ze zullen er ook niet meer op terugkomen, en dat is niet onlogisch.
Degene die u die informatie kan verstrekken, is dus iemand die ervan af wil. Daar moet je natuurlijk vragen bij durven te stellen. Dat is geen verwijt aan ENGIE. Dat bedrijf is uiteraard twee volle decennia in een bepaald perspectief geplaatst door die wet goed te keuren. Vanuit een bepaalde politieke hoek is er bovendien voortdurend twijfel gezaaid over de toekomst van kernenergie in het algemeen en in ons land in het bijzonder.
Dat is buitengewoon dom, wat mij betreft, maar het is allemaal wel gebeurd. Die afhankelijkheid van Engie voor informatie heeft in het verleden tot foutieve inschattingen geleid vanwege voorgaande regeringen. Herinner u de fameuze quote die kerncentrales wegzette als lijken die niet meer konden worden gereanimeerd, waarna men toch de levensduur van de recentste centrales heeft kunnen verlengen. De centrales van dat type dateren van begin jaren 1980, van 1983, als ik mij niet vergis. Hun levensduur wordt in de Verenigde Staten tot 80 jaar verlengd en men spreekt al van 100 jaar.
Dat heeft ons allemaal in een bijzonder nadelige positie gebracht bij de uitvoering van de regeringsstrategie om volop in te zetten op kernenergie als een betrouwbare aanvulling op hernieuwbare energiebronnen voor de elektriciteitstoevoer. De energiemix van nucleaire en hernieuwbare energie lijkt mij de enige denkbare vanuit Europees perspectief en ook vanuit strategische overwegingen. Het is volgens mij de enige, met een minimum aan gezond verstand bekeken, juiste keuze. Voor al de rest zijn we hopeloos afhankelijk van toevoer vanuit delen van de wereld die misschien niet altijd even aangenaam zijn en die dat in dit tijdvak zouden durven inzetten als geopolitieke en geo-economische wapens tegen ons, wat volop gebeurt.
We zijn dus overgegaan tot de schrapping van de wet op de kernuitstap. Het heeft veel te lang geduurd om daarvoor een meerderheid te vinden in dit Huis, maar het is uiteindelijk toch gelukt. Ik dank het Parlement daarvoor, want daarmee hebt u een weliswaar veel te late maar toch broodnodige stap gezet om dit te kunnen doen. Die mentaliteitswijziging had zich bij de bevolking, volgens alle peilingen die ik ooit heb gezien, allang voltrokken en werd daarmee in dit Parlement bezegeld. Dat heeft de keuze pro kernenergie mogelijk gemaakt.
Hopelijk luidt dit een nieuwe fase in, een fase van nucleaire renaissance, die ondertussen in grote delen van Europa wordt afgekondigd en in de rest van de wereld nooit nodig is geweest, omdat men daar altijd is blijven uitbreiden. De nucleaire capaciteit is buiten Europa steeds toegenomen. In China gebeurde dat op spectaculaire wijze, met honderden procenten, maar ook in de Verenigde Staten gebeurde dat. Vele landen in Europa zijn zo dom geweest, als enigen, om die nucleaire uitstap te beslissen en door te voeren.
U weet dat er een top was in Parijs, waar alle nucleaire landen in Europa en de wereld zich hebben verenigd. Mevrouw von der Leyen heeft daar een zeer markante toespraak gehouden, waarin zij dit als een grote vergissing heeft weggezet. Dat is voor iemand met de Duitse nationaliteit niet min. Zij heeft daarmee eigenlijk de nucleaire renaissance aangekondigd als iets wat absoluut wenselijk is voor Europa. Dat is allemaal mooi, maar bij ons is het natuurlijk laat.
We zijn lang in de verkeerde richting gefietst en de vraagtekens zijn dus gewettigd. Kan het nog met de huidige centrales? Wat betekent het? Vandaar dat het belangrijk is te zeggen dat de regering zich nog tot niets heeft geëngageerd. Dat is belangrijk. De ontmanteling wordt gestopt in de studies die lopen. We moeten weten hoe het zit met die reactoren, wat er nog mogelijk is en uiteraard wat het zou kosten om ze opnieuw in gebruik te nemen en hoe lang we ze nog zouden kunnen gebruiken.
Die technische aspecten zijn belangrijk om tot een financieel plaatje te komen. U stelt die vraag, maar ik kan u daar uiteraard nog niet op antwoorden. Men moet immers het hele financiële plaatje kennen en ook weten waar we precies staan op juridisch vlak, wat er binnen de huidige nationale en internationale wetgeving mogelijk is. Als dat positief is, dan zullen we een raming van het nucleaire park maken, rekening houdend met alle risico's en kosten. Dat zijn kosten op heel lange termijn, we spreken over decennia. We zullen kijken wat er mogelijk is.
Niemand heeft daarnaar verwezen, maar het is belangrijk aan te stippen dat er al heel veel geld geprovisioneerd is, enerzijds in het Hederafonds voor de opslag van het afval en anderzijds in het Synatomfonds voor de eventuele ontmanteling. Wat de ontmantelingskosten zijn, is linea recta afhankelijk van wat men met die centrales doet. Als men die morgen sluit, dan zijn de ontmantelingskosten voor nu meteen, maar als men beslist om ze nog decennialang in operatie te houden, dan is dat een totaal ander plaatje. Het is dus heel moeilijk om te zeggen, maar op dit moment is er voor die beide doeleinden 25 miljard geprovisioneerd. Dat is toch niet niks.
Er zullen dus zeker bijkomende kosten zijn en die moeten door die studies worden geïdentificeerd en vervolgens, le cas échéant , in een globaal akkoord worden opgenomen. Belangrijk is dat op korte termijn een eventuele nucleaire heropstart absoluut niet noodzakelijk zal zorgen voor een structurele last van de begroting, misschien wel integendeel, zeker niet als men rekening gaat houden met de kosten van energieafhankelijkheid. Die moet men immers ook verrekenen. Wat kost het ons om dit niet te doen en dus nog meer afhankelijk te worden van de import van fossiele brandstoffen? We zijn op twee heel kleine landen na, Malta en Cyprus, het meest afhankelijk van de import van fossiele brandstoffen in heel Europa. Momenteel is 87 % van onze energiebevoorrading import, dus we zitten in een verschrikkelijke situatie. Ook dat moet men verrekenen. Dat is natuurlijk nooit zeker en ook op lange termijn is dat moeilijk in te schatten, maar niemand zal nog tegenspreken dat het niet goed is om in die situatie te verkeren.
Dat plaatje moet dus gelegd worden. In het geval van een definitief akkoord zullen we, na decennia onder Franse nationale vleugels, onder eigen nationale vleugels proberen te vliegen. We willen de kerncentrales zo veel als mogelijk openhouden en zelf beslissen over hun toekomst. Dan kunnen we overwegen – mijnheer Hedebouw, nu komt het – om met privépartners samen te werken.
De vreugde kan van korte duur zijn. Er is natuurlijk een Europees energiegrid, en de Europese energiemarkt zou er eigenlijk wel eens moeten komen. Dan moet men uiteraard de energiepositie van België in het grote geheel zien. Hopelijk kunnen we connecteren met het Engelse net, meer dan vandaag, en uiteraard moeten we ook op het Franse nucleaire park kunnen rekenen. Frankrijk heeft de juiste beslissing genomen. Dat ziet men ook aan de prijs op dit moment in Frankrijk. Als men die vergelijkt met die in Duitsland of in sommige andere landen, ziet men dat men daar een goede beslissing genomen.
De connectie en de Europese energiemarkt zijn dus zeer belangrijk. Als u zegt dat nationalisatie uw droom is, dan moet ik dat al onmiddellijk doorprikken. Mijns inziens – het is allemaal heel voorwaardelijk – zal het daar niet bij blijven.
Goed, misschien nog een aantal punctuele antwoorden, als ik mag.
U vroeg naar de studie die uitgevoerd zal worden, waarover u van alles wil weten. Ik zal uw nieuwsgierigheid niet langer op de proef stellen. We hebben via de geijkte procedures partijen aangesteld om ons bij te staan. Dat zijn externe consultants uiteraard. Dat betekent dat de hele strategische transactie strategisch wordt begeleid door Rothschild & Co, strategisch en commercieel door Arthur D. Little, financieel door KPMG, juridisch door Eubelius, waar we al heel lang mee samenwerken en dat ook de Fenixdeal begeleid heeft. Technisch zijn we aan het kijken welke partijen de nodige competenties hebben. Daar worden we natuurlijk geconfronteerd met het evidente Tractebel, maar dat kan niet omdat Tractebel conflicterende belangen heeft en er dus niet rechtstreeks bij betrokken kan worden.
Wat is de beoogde timing? Dat zal ik in het Frans uitleggen.
Les études sont en cours et doivent nous permettre de répondre à ces questions le plus rapidement possible, afin que nous puissions conclure les négociations pour octobre. La pression du temps est bel et bien réelle, c'est pourquoi nous faisons également appel à des équipes de consultants fiables, capables de travailler dans ces conditions.
Vous m'interrogez sur le coût estimé des études et sa ligne budgétaire. Le gouvernement doit encore déterminer la répartition budgétaire spécifique; comme il s'agit d'un projet sans précédent, nous n'avons pas encore d'estimation exacte.
Vous me demandez également quelles sont les questions spécifiques auxquelles l'étude doit apporter une réponse. Certaines questions concernent la stratégie générale. Que devons-nous prendre en charge pour que l'entreprise soit opérationnelle après la reprise? Qu'impliquent exactement les prolongations et les nouvelles constructions sur le marché actuel?
Concernant l'aspect technique, les questions sont les suivantes. Quel est l'état actuel par unité? Est-ce que les centrales nucléaires sont prolongeables? Que doit-on faire? Quel en est le coût? Combien de temps devraient durer les travaux?
Concernant l'aspect financier, il a été demandé si les comptes d'Engie sont en ordre et quels sont les montants de l'actif et du passif.
Concernant l'aspect juridique, les questions sont les suivantes. Quelle structure juridique allons-nous donner à l'entreprise? Quelles obligations allons-nous reprendre? De quelles garanties avons-nous besoin? Quels sont les risques? Quelles sont les obligations à l'égard du personnel?
Ik ben er mij van bewust dat dat veel vragen zijn, die u ook hebt gesteld. U zult dus wel begrijpen dat u net als ik zult moeten wachten op de antwoorden om nader op de zaak in te gaan. Wij zullen elkaar daarover in het beste geval terugzien in oktober 2026.
Comment le Parlement sera-t-il associé à l'évaluation de cette étude? Comme toujours, le Parlement aura la possibilité de poser des questions et de contrôler l'action du gouvernement – comme vous le faites en ce moment.
Dan is er nog het verhaal van de Phoenix Deal en de kritiek daarop. Het fundamentele probleem van de Phoenix Deal was dat in essentie een langetermijnprobleem van Engie is opgelost zonder tegelijk een voldoende robuuste langetermijnstrategie van de Belgische Staat voor onze energievoorziening uit te bouwen.
Ik blijf erbij. Als u mij ooit harde woorden wilt horen uitspreken als eerste minister, wat ik probeer te vermijden, dan zouden ze zijn gericht aan de ministers die daarvoor verantwoordelijk zijn geweest. Ik zal ze niet bij naam noemen; wij houden het gezellig.
De verplichtingen voor de behandeling van het nucleair afval hebben wij grotendeels overgenomen om twee centrales tien jaar open te houden. Ik ga er niet meer woorden aan wijden. Na tien jaar ontstaat dus hetzelfde probleem, namelijk bevoorradingszekerheid onder druk van een toenemende afhankelijkheid van gas, uitgerekend ten opzichte van gascentrales die massaal zijn gesubsidieerd. Dat kan men, achteraf bekeken, eigenlijk niet verzinnen maar de toenmalige regering heeft dat gedaan.
De onderhandelingen met Engie verliepen door de Phoenix Deal erg moeizaam, omdat de overheid haar strategische hefboom in mijn ogen gewoon heeft weggegeven. Dat is wat wij nu erven. Ik loop dus al vooruit op alle mogelijke kritiek die u kunt geven op een deal die wij kunnen maken. Wij bevinden ons niet bepaald in de beste omstandigheden om te onderhandelen. De overheid heeft een huis met structurele funderingsproblemen en met grote scheuren tijdelijk dichtgemaakt in de hoop dat het tien jaar zou blijven staan. Ik kan het niet beter samenvatten.
De overeenkomst van Phoenix was ontworpen vanuit het perspectief van een gecontroleerde uitstap van Engie uit nucleair België, dus een geleidelijk einde van de nucleaire energie in België, terwijl de geopolitieke en energetische realiteit van toen al en zeker van vandaag erop wijst dat dat totaal onrealistisch was en zeker niet in het strategisch belang was van een stabiele binnenlandse productiecapaciteit.
De logica van de deal bleef in essentie gericht op het einde van de nucleaire sector. Ik ben van mening dat dat het enige is wat de verantwoordelijke minister heeft nagestreefd. Het moest enkel gedaan zijn met nucleaire energie. Al de rest waren zorgen voor morgen en morgen is vandaag.
Wij stellen, ten slotte, vast dat de internationale context sinds de onderhandelingen fundamenteel is veranderd en niet verbeterd. De energiecrisis, geopolitieke spanningen en toenemende elektrificatie, die toen ook perfect voorspelbaar en zelfs gewenst was, zelfs door die betrokken minister, tonen dat aan. De delta’s aan tekorten die wij nu doormaken, blijken uit talloze studies. U hoeft mij niet te geloven, maar open die studies en lees ze. Het is angstwekkend wat in het dossier is aangericht.
De koolstofarme productiecapaciteit van elektriciteit, dus kernenergie bij uitstek, was toen al onwaarschijnlijk pertinent en is dat vandaag nog meer. Ik kan alleen maar hopen dat wij nu eindelijk tot een langetermijnbenadering kunnen komen en dat niemand na ons ooit nog zo krankzinnig is om daarop terug te komen.
De rest wordt vervolgd zodra ik u er meer over kan vertellen. Dat zal wellicht voor oktober 2026 zijn.
Kurt Ravyts:
Dank u voor uw toelichting, mijnheer de eerste minister. Er zijn zeer goede redenen om te slagen in uw opzet. U hebt het zelf genoemd in het laatste deel van uw betoog, namelijk de Phoenix-deal. De Phoenix-deal kan u de komende jaren effectief honderden miljoenen euro’s kosten, mocht u niet slagen in de overname.
Voor ons is er echter meer. Wij willen meer. Wij kijken terug naar het begin van uw regering, toen uw jonge Franstalige liberale minister, Atomic Boy Bihet, zei dat de regering voor 4 plus 4 gigawatt zou gaan. Dat betekent ook nieuwe centrales. Dat betekent niet alleen de mogelijke verlenging van een of twee bijkomende centrales, maar ook de bouw van nieuwe centrales. Ik heb een beetje de indruk dat dat volledig in de verdrukking dreigt te komen. Als u wilt dat er op het einde van het volgende decennium een volwaardig nucleair park draait in België, dan zullen de contracten met industriële investeerders nu, tijdens deze legislatuur, moeten worden gesloten.
Hetzelfde geldt voor de SMR's. Ik hoop dat de regering niet alleen kiest voor het SMR-project van het SCK CEN, dat loodgekoeld is, maar bijvoorbeeld ook kijkt naar watergekoelde reactoren, zoals die de komende jaren in Frankrijk zullen worden geïnstalleerd.
Jeroen Van Lysebettens:
Mijnheer de premier, u hebt een lang antwoord gegeven. Ik kan jammer genoeg niet op alles ingaan wat u hebt gezegd. Tussen de lange klaagzang door gaf u toch feitelijke antwoorden op de vragen. Dat is alvast beter dan wat minister Bihet kon zeggen.
Ik begrijp dat er nog geen technische partner is voor de due diligence en dat die nog wordt gezocht. U hebt de andere partners immers nominatief benoemd, maar de technische partner niet. Wat mij ook niet helemaal duidelijk is, is of die partners zetelen in de technisch-economische raad die vrijdag is opgericht, dan wel of dat nog een ander orgaan is. Daarover zou misschien meer duidelijkheid moeten komen. Mijnheer de premier, u spreekt over de nucleaire renaissance en zegt dat het een geluk is dat we die kunnen realiseren. Er is volgens u een draagvlak, maar ik denk dat dat draagvlak heel snel zal wegsmelten, niet alleen door de hitte, maar ook als de transparantie te wensen overlaat en de kosten de pan uit swingen. Ik ben ook redelijk ongerust wanneer u zegt dat de impact van die due diligence op de begroting nog niet is gekend. Dat is alvast geen goed voorteken voor het geval die deal er komt, of niet komt.
Ik heb nog een aantal punctuele opmerkingen. U zegt dat de kerncentrales waarvan de openingsduur wordt verlengd, niet moeten worden ontmanteld, wat een impact heeft op de kosten. Dat klopt, maar die kerncentrales zullen uiteindelijk hoe dan ook ooit ontmanteld moeten worden. De kosten daarvan zullen groter zijn dan vandaag. Kosten in de toekomst hebben een grotere impact dan kosten vandaag.
Ik ben ook zeer ongerust wanneer u zegt dat er geen last zal zijn voor de begroting, maar dat men wel alles in rekening zal moeten brengen. Voor zover ik weet, is in de begroting vandaag onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen niet in rekening gebracht. Als men voor die nucleaire deal een apart rekenmechanisme zal uitvinden, stemt mij dat zeker niet gerust.
Tot slot, wil ik nog iets zeggen over de aansluiting op het Europese net. Ik vind dat zeer belangrijk. Dat is des te meer een reden om vooruitgang te boeken met het Prinses Elisabetheiland.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, waarom is er altijd zoveel geheimzinnigheid als het gaat over onderhandelingen tussen de overheid en multinationals als ENGIE? Er is zoveel mist. Dat gebeurt allemaal achter gesloten deuren.
Ik heb een precieze vraag gesteld. U hebt een taskforce opgericht die de overheid moet adviseren bij de onderhandelingen met ENGIE. Ik heb u gevraagd of er relaties zijn tussen de bedrijven die de expertise hebben, en ENGIE? Het is een wereldje waar ons kent ons. Dat was al geval met het kabinet van mevrouw Marghem, waarin ENGIE-boys waren opgenomen. Ik stel u daar gewoon vragen over, maar ik krijg daar geen antwoorden op. Daar kunt u toch op antwoorden? We hebben echt transparantie nodig. We weten hoe het eraan toegaat in België. Dat is punt een.
Ten tweede, wat nationalisatie betreft, ik breng u een beetje geschiedenis in herinnering, mijnheer de eerste minister. Tractebel was een privébedrijf in België. Dat was geen overheidsbedrijf. Het gaat historisch gezien dus wel om een nationalisatie. Voor hoeveel procent is Suez nog van de Franse Staat? 23 %. Daar zijn de Macronboys dus al aan het privatiseren. Als het om winsten gaat, worden bedrijven allemaal geprivatiseerd.
Kortom, mijnheer de eerste minister, het gaat waarschijnlijk wel om een nationalisatie, maar die is maar tijdelijk, voegt u eraan toe. Eigenlijk komt dat erop neer dat de risico’s voor de overheid zijn en dat het bedrijf, eens het opnieuw winstgevend wordt, opnieuw aan de privésector wordt verkocht. Dat rechtse partijen zulke cadeaus geven aan multinationals – u geeft dat nu al toe –, is gewoon incredible .
Tot slot, over de strategische onafhankelijkheid, waar komt het uranium vandaan? Niet uit onze hof, maar uit Kazachstan en uit Niger. En wat Niger betreft, ook al heeft Frankrijk daar een hoop militairen, de Franse multinational Orano wordt er buitengesjot. Onafhankelijkheid bestaat helemaal niet!
We zouden beter meer nadenken. China heeft volle bak geïnvesteerd in groene energie en heeft nu goedkope energie en onafhankelijkheid, terwijl wij hier in Europa verder afhankelijk zullen blijven. We gaan gewoon de afgrond in! Laten we strategisch investeren in groene energie, zoals de Chinezen nu aan het doen zijn, net als vele landen in het zuiden.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, vous avez rappelé pourquoi nous nous trouvons aujourd’hui dans une position de faiblesse. Il faut le reconnaître avec vous: au fil des années, nous nous sommes placés dans une situation de dépendance dont il est difficile de sortir rapidement. Soit.
Toutefois, vous avez consacré beaucoup de temps à retracer un historique que nous connaissons déjà et relativement peu à répondre à nos questions techniques, même si vous avez tout de même fourni certaines informations. Vous avez cité une série de consultants externes mandatés pour les aspects juridiques et financiers. J’ai notamment relevé les noms de KPMG et de Rothschild.
Je suis toutefois un peu plus préoccupé par le fait que la réflexion semble encore se concentrer essentiellement sur les aspects techniques. Vous nous dites que le scénario de Tractebel n’est pas possible, je l’entends. Mais je suis inquiet qu’après deux mois et après la phase de due diligence , vous en soyez toujours à rechercher un partenaire technique. J’avoue qu’à la vue de l’ampleur des questions qui restent à trancher, je me demande comment nous pourrons trouver un accord avec ENGIE avant le 1 er octobre. Je vous remercie.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, met mijn excuses voor de vertraging, dank ik u voor uw antwoord, dat ik wel heb kunnen volgen.
Ik begrijp natuurlijk dat u zegt dat de vorige regering de troefkaart heeft uitgespeeld en dat u die niet meer had toen u de onderhandelingen met ENGIE begon; daarvoor heb ik alle begrip. De vorige regering heeft die troefkaart wel uitgespeeld om de levensduur van twee kerncentrales te kunnen verlengen. Anders waren die vandaag ook gesloten. Die kaart is dus niet gratis weggegeven.
Ten tweede sluit ik mij aan bij collega Ravyts wanneer hij zegt dat die hele onderhandeling met ENGIE, waar ik voor alle duidelijkheid achter sta, die ik steun en waarin ik hoop dat u slaagt, niets zegt over de nucleaire strategie van deze regering in het algemeen. Die ligt er vandaag nog altijd niet. We weten niet wat er zal gebeuren met de kerncentrales die we zullen overnemen; dat zullen we wel horen. Ook over de ambitie om nieuwe kerncentrales te bouwen of SMR's te bouwen, bestaat nog geen duidelijkheid, terwijl de gewesten ons daarin voorbijsteken. Vlaanderen heeft meer initiatieven genomen om te onderzoeken waar SMR's kunnen worden gebouwd dan de federale overheid. Laat staan dat we weten wat de federale overheid waar precies wil en welke capaciteit zij voor ogen heeft. Daarover weten we vandaag nog altijd niets.
Daarom wil ik twee suggesties doen. Ten eerste: maak die strategie. Ten tweede: kijk ook naar onze buurlanden. Kijk naar wat er bijvoorbeeld gebeurt in Nederland, op een boogscheut van onze grens, en onderzoek of daar geen samenwerkingsmogelijkheden bestaan.
Dit is immers bij uitstek een dossier waarbij we, wanneer u spreekt over Benelux-samenwerking, beter gezamenlijk optreden dan elk afzonderlijk aan weerszijden van de grens een nieuwe centrale te bouwen.
Voorzitter:
Wenst een lid nog aan te sluiten in dit actuadebat? ( Neen )
-
Vraag: De hack bij Basic-Fit (Q56015214C)
De hack bij Basic-Fit
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Patrick Prévot vraagt aan premier Bart De Wever om opheldering over de datalek bij Basic-Fit (1 miljoen klanten, waaronder Belgen), waarbij gevoelige gegevens zoals bankdetails en persoonsinformatie werden buitgemaakt. De Wever bevestigt dat het Centrum voor Cyberveiligheid België (CCB) proactief contact zocht met Basic-Fit en de Nederlandse toezichthouder, maar geen concrete cijfers over Belgische slachtoffers heeft; hij wijst voor verdere details naar de Gegevensbeschermingsautoriteit. Volgens De Wever ligt de verantwoordelijkheid bij Basic-Fit (geen NIS2-toezicht) en benadrukt hij preventieve maatregelen voor bedrijven (via safeonweb.be) en waarschuwingen voor phishing-risico’s bij burgers. Prévot kritiseert impliciet het gebrek aan concrete actie en dringt aan op structurele aandacht voor cybersécurité, die hij ziet als een groeiende, onvoldoende aangepakte dreiging.
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, c'est par renvoi de compétences que je me trouve aujourd'hui face à vous, puisque la question avait été initialement adressée à Vanessa Matz, qui l'a renvoyée au ministre Quintin, et comme ni l'un ni l'autre n'avaient de réponse, visiblement, c'est vous qui héritez de cette question. J'aurais très bien pu la déposer en question écrite, mais comme j'étais dans les bâtiments et que je ne voulais pas vous enlever le plaisir d'être parmi nous au sein de cette commission, je me permets donc de vous la poser.
Monsieur le premier ministre, comme vous le savez, Basic-Fit compte 1 650 salles de sport en Europe, dont 231 en Belgique, et le 13 avril, nous apprenions la fuite de données d'un million de ses abonnés. Il n'y aurait rien de grave, il s'agirait de données exclusivement sportives: fréquences cardiaques, taux d'oxygène, dénivelé. Or, on apprenait par la suite que les hackers avaient pu amasser les noms, les adresses postales, les adresses e-mail, les dates de naissance, ainsi que les coordonnées bancaires de ce million d'abonnés.
La Belgique représente environ 14 % du réseau total de Basic-Fit, avec 4,5 millions de personnes abonnées. Je ne connais pas la ventilation entre les trois régions du pays, mais lorsque j'ai rédigé cette question, on apprenait que les pirates étaient parvenus à s'introduire dans le système qui gère les entrées et les sorties des abonnés dans les clubs, et c'est par cette brèche que ces pirates ont récolté des données sensibles qui pourraient être vendues sur le Darknet ou être l'objet d'éventuelles usurpations d'identité. On parle donc de cybersécurité.
Monsieur le premier ministre, pourrions-nous avoir votre retour sur ce piratage de données? Dans quelle mesure la Belgique a-t-elle été impactée au regard du pourcentage de Belges représentés dans le réseau de la société de fitness? A-t-on connaissance du nombre de membres dont les données ont été piratées? Enfin, les premiers éléments montrent-ils que Basic-Fit a fait suffisamment preuve de proactivité pour protéger les données de sa clientèle? Je vous remercie d'avance pour vos réponses.
Bart De Wever:
Monsieur Prévot, j'imagine que ni Mme Matz ni M. Quintin ne sont membres de Basic-Fit, et c'est normal qu'on vous ait renvoyés vers moi, deux grands sportifs! On va en parler.
Le Centre pour la Cybersécurité Belgique (CCB) est au courant de l'incident concernant Basic-Fit et a pris, de manière proactive, contact avec l'entreprise concernée, ainsi qu'avec l'autorité cyber compétente aux Pays-Bas, où se trouve le siège de Basic-Fit. À ce stade, le CCB ne dispose pas d'informations concrètes sur le nombre de personnes concernées par cet incident. Il convient de souligner que le CCB n'a pas de compétence de contrôle dans le cadre de la loi du 26 avril 2024, NIS2, à l'égard de Basic-Fit.
Cet incident semble aussi constituer une violation de données à caractère personnel. À ce titre, l'autorité compétente en Belgique est l'Autorité de protection des données. Les questions relatives à la notification de la fuite de données, à son impact et son suivi, devraient ainsi lui être adressées.
De manière générale, le CCB recommande aux entreprises de se renforcer préventivement, notamment en s'enregistrant sur atwork.safeonweb.be et en appliquant les mesures de base du cadre des Cyber Fundamentals. Le portail atwork.safeonweb.be met à disposition des entreprises des services pratiques, tels que des alertes ciblées sur les menaces, des analyses de vulnérabilité, et aussi des modèles de bonnes pratiques.
Ces dispositifs sont complétés par des mécanismes d'alerte proactive, comme le Early Warning System et le projet Spear Warning, visant à informer directement les organisations exposées à des risques élevés. Le cadre des Cyber Fundamentals, quant à lui, propose des mesures pragmatiques, proportionnées et accessibles, alignées sur les principaux standards internationaux, permettant aux organisations de renforcer leur cybersécurité et, à terme, de démontrer leur niveau de maturité via des évaluations de conformité réalisées par des organismes reconnus.
Pour les citoyens, ce type de fuite augmente le risque de phishing ou d'escroquerie personnalisée. Les cybercriminels exploitent souvent les informations obtenues lors d'un incident de ce type pour mener des campagnes de phishing plus crédibles et ciblées. Le CCB recommande donc d'être particulièrement vigilant, de ne jamais communiquer ses mots de passe ou données bancaires, de vérifier l'authenticité des sites avant tout paiement et de ne jamais donner accès à ses appareils à des inconnus. Les citoyens peuvent aussi vérifier si leur adresse e-mail apparaît dans une fuite connue via haveibeenpwned.com.
Les personnes concernées par ces fuites de données doivent être particulièrement attentives aux e-mails, SMS ou appels téléphoniques inattendus prétendant provenir d'une banque, d'une administration, d'un proche ou d'un service technique. D'autres formes d'escroqueries, telles que les fraudes au faux support informatique, la sextorsion , les demandes d'aide urgente usurpant l'identité d'un proche ou encore les appels frauduleux du type Wangiri, peuvent également être facilitées par la divulgation de données personnelles.
Pour conclure, le CCB recommande à chacun de renforcer la sécurité des comptes en ligne. Cela passe notamment par l'activation de l'authentification à deux facteurs, l'utilisation de mots de passe uniques pour chaque service, et le recours à un gestionnaire de mots de passe.
Plus généralement, les utilisateurs doivent rester attentifs à toute activité inhabituelle sur leur compte et adopter de bonnes pratiques de cybersécurité afin de limiter les risques d'usurpation d'identité ou d'accès non autorisé.
Patrick Prévot:
Monsieur le premier ministre, je vous remercie. À l'avenir, je retiendrai que le sportif de l'équipe, c'est vous. Dès lors, plutôt que de perdre du temps avec mes collègues, je viendrai directement vers vous lorsque j'aurai des questions relatives au sport. Plus sérieusement, je pense que votre réponse longue et argumentée montre que vous êtes conscient de la difficulté, puisque vous avez confirmé cette violation de données à caractère personnel. Dans votre réponse, j'entends que le centre de cybersécurité a pris contact de manière proactive avec le SPF, mais que nous n'avons pas encore d'informations concrètes sur le nombre de personnes touchées. Je ne reviendrai pas sur toutes les bonnes pratiques que vous avez rappelées. Plus généralement, je pense que ce nouveau problème montre à quel point la cybersécurité est et sera un défi dans les jours, les mois et les années à venir. Il faudrait prendre ce dossier à bras le corps. Au regard de cette question, j'espère que les mesures sont prises et que le gouvernement est pleinement conscient qu'il faut se prémunir contre ces attaques.
-
Vraag: De taskforce rond Volvo Car Gent (Q56015744C)
Vraag: De taskforce Volvo Car Gent (Q56016351C)
De taskforce rond Volvo Car Gent
De taskforce Volvo Car Gent
Automotive taskforce Volvo Car Gent summaryExplanationGesteld door
VB Kurt Ravyts
PVDA-PTB Robin Tonniau
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
De discussie draait om de toekomst van Volvo Gent, de laatste autofabriek in België, waar 6.500 jobs en een brede toeleveringsketen op het spel staan. Kritiekpunten: PVDA (Tonniau) bekritiseert dat Volvo met investeringen in Slovakije eigen overcapaciteit creëert, wijst op structurele energiekosten en Trumps importtarieven als hoofdproblemen (niet de lonen, die volgens vakbonden slechts 6-7% van de kosten uitmaken), en eist een strategisch industrieel beleid in plaats van ad-hoc-taskforces. De Wever (premier) bevestigt de bezorgdheid maar ontwijkt concrete antwoorden, benadrukt de geheimhouding om de taskforce (opgericht in 2026) niet te ondermijnen, en stelt dat er geen acute dreiging is, maar wel risico’s door trage EV-verkoop en technologische achterstand (bv. ontbrekende megacasting in Gent). Ravyts (N-VA) hamert op energiekostendaling via transmissietarieven, terwijl Tonniau creatieve destructie-theorieën (De Grauwe) afwijst en pleit voor behoud van de fabriek omwille van de werkgelegenheid en kwaliteitsproductie.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de eerste minister, in een interview waarschuwde econoom De Grauwe dat men Volvo subsidies bij de vleet mag geven, maar dat dat allemaal tevergeefs zal zijn. Dat pessimisme deel ik niet. Dat u evenwel proactief met een taskforce werkt, toont wel aan dat er iets aan de hand moet zijn. Uiteraard zijn er de hoge loon- en energiekosten in dit land. Daarnaast is het technologisch platform niet hier, maar wel in Slovakije aanwezig. Nieuwe investeringen zijn dus noodzakelijk, alsook de productie van extra modellen, want de productie van de EX30 volstaat blijkbaar niet.
Met Volvo Gent hebben we wel een aantal troeven. Er is een goed ecosysteem met logistieke en innovatieve kwaliteiten, er is productiviteit en een goed industrieel beleid in Vlaanderen.
Het is goed dat u proactief werkt met een taskforce, maar die taskforce bestaat nu al enkele maanden. De minister van Buitenlandse Zaken, de heer Prévot, is ongetwijfeld ook al langs geweest bij het hoofdkwartier Geely in China. Wat zijn intussen de resultaten van de taskforce?
Robin Tonniau:
Mijnheer de eerste minister, Volvo Car Gent is als laatste automobielfabriek in België the last one standing . Het is geen kleintje, want er werken elke dag 6.500 arbeiders en bedienden. Als men de volledige toeleveringsketen en het transport meetelt, komen daar nog enkele duizenden werknemers bij. Vorig jaar werden er meer dan 212.000 wagens gebouwd. De fabriek produceert vijf modellen, zowel met verbrandingsmotoren als elektrische motoren.
In de automobielsector is er altijd veel ongerustheid. Werknemers zijn altijd bezorgd om hun job en hun inkomen. Ik kan dat weten, want ik heb zelf 11 jaar in de automobielsector gewerkt. Om de drie à vier jaar zijn nieuwe modellen nodig en het is telkens vechten om die modellen binnen te halen. Zodra men een model heeft, moet men het natuurlijk ook nog goed verkopen. Vandaag is er in Gent opnieuw veel ongerustheid. We staan met de PVDA aan de zijde van de arbeiders. We willen een toekomst voor de fabriek en voor de jobs daar.
De werknemers mogen vooral niet het slachtoffer worden van een crisis die zij niet veroorzaakt hebben. Volvo heeft immers beslist om de winsten die in Gent zijn gerealiseerd, te investeren in een nieuwe fabriek in Slovakije. Daarmee creëren ze eigenlijk zelf een overcapaciteit. Als men alles optelt, zullen ze bijna dubbel zoveel capaciteit hebben als ze in Europa verkopen. Het is logisch dat de vakbonden dan aan de alarmbel trekken.
Ik heb daarom zes vragen over de taskforce die u leidt. Ten eerste, terwijl men de mond vol heeft van de hoge loonkosten, komen wij bij de analyse van de jaarrekeningen van Volvo Car Belgium uit op loonkosten ten belope van 7 % en de vakbond spreekt zelfs van 6 %. Kunt u dat bevestigen, mijnheer De Wever?
Ten tweede, er is sprake van hoge energiekosten. Kunt u dat kaderen? Kunt u daar meer uitleg over geven? Klopt dat en wat zal de regering daaraan doen?
Ten derde, de verkoop van het elektrische model EX30 verloopt niet goed. De importtarieven waarmee Trump voortdurend dreigt, zorgen ervoor dat de verkoop sterk terugvalt. Volvo zou misschien zelfs niet langer naar de Verenigde Staten exporteren. Wat is daarvan de impact op onze fabriek in Gent?
Ten vierde, hebt u al meer nieuws over de modellen die eventueel van Gent naar Slovakije zouden verhuizen? Zo ja, wat zijn daarvan de gevolgen?
Ten vijfde, de twee andere Volvofabrieken in Europa, namelijk Göteborg en Košice, al met megacasting , hanteren een nieuwe technologie waarmee de carrosserie van een wagen in één stuk kan worden gegoten. Dat levert enorme productievoordelen op. In Gent beschikken we daar niet over. Hoe komt dat? Werkt u in de taskforce aan het binnenhalen van die technologie in Gent, zodat de fabriek mee in de technologische wedloop in de automobielsector kan?
Tot slot, de voorzitter van Geely verklaarde vorige maand dat hij wil inzetten op de productie van andere Chinese merken in de Geelygroep en die productie bijvoorbeeld naar Gent wil halen. Lopen er daarover gesprekken?
Voorzitter:
Mijnheer Tonniau, ik ben blijkbaar wat te soepel geweest in de toekenning van spreektijd.
Bart De Wever:
Mijnheer Ravyts, ik lees al jaren geen interviews of teksten van Paul De Grauwe; ik heb in de coalitie al genoeg mensen die mijn mentale gezondheid op de proef stellen, dus daar heb ik voor alle duidelijkheid geen behoefte aan.
Mijnheer Tonniau, u hebt heel veel vragen gesteld, maar de meeste daarvan gaan over bedrijfsgegevens van Volvo en beslissingen die in de Geelygroep al dan niet kunnen of zullen worden genomen. Uiteraard kan ik op geen enkele van die vragen antwoorden. Zelfs als ik dat zou kunnen, omdat men mij daarover informatie heeft verstrekt, dan zult u hopelijk begrijpen dat ik die absoluut niet publiek kan meedelen. Dat zou het einde betekenen van iedere samenwerking met het bedrijf, alsook het einde van de taskforce. Eventuele beslissingen die nog moeten worden genomen, zou ik daarmee bepaald niet positief beïnvloeden.
Ik moet het dus in algemene termen houden. Ik zal niet veel toevoegen aan wat ik daarover in de plenaire vergadering al heb gezegd, namelijk dat we een taskforce begin 2026 hebben opgezet. Dat is het gevolg van een van de contacten die ik met dat bedrijf had. Zoiets is absoluut niet uniek. Bedrijfsbezoeken en contacten met bedrijven vinden meerdere keren per week plaats. In anderhalf jaar tijd zijn het er al honderden geweest. Daaruit vloeien vaak initiatieven voort om zaken op te volgen met het oog op het behoud van de werkgelegenheid en het aantrekken van investeringen. Dat zult u begrijpen. Meestal komt dat niet naar buiten en dat heb ik ook het liefst. In dit geval is dat wel gebeurd. Daardoor spreken we er vandaag over, wat in mijn ogen niet altijd even verstandig is.
Wat we allemaal met elkaar delen, los van onze ideologische insteek in het dossier, is dat we zeer graag willen dat die fabriek daar blijft en dat de werkgelegenheid er behouden blijft. Het is de laatste autoproducent die we nog hebben.
Toen ik jong was – dat is een hele tijd geleden, in de twintigste eeuw –, waren wij de grootste autoproducent per capita ter wereld. Waar ik ben opgegroeid, in Kontich – ik ben eigenlijk geen echte Antwerpenaar, maar dat houden we onder ons – werden toen nog BMW’s gemaakt, tot 1976, als ik me niet vergis. Wie weet dat nog? Daar blijft niets van over. Alleen Volvo is er nog, een groot bedrijf, als laatste.
Dat men met enige bezorgdheid naar die industrie kijkt, lijkt mij vanzelfsprekend. Dat er redenen zijn om bezorgd te zijn over de automobielindustrie in Europa, is een open deur intrappen. In ons land specifiek, gezien het parcours van de afgelopen decennia, is het evenmin eigenaardig dat we ons daar proactief zorgen over maken.
Het is misschien niet onverstandig om niet te wachten tot men u komt lastigvallen met een buitengewoon slechte beslissing die men van plan is te nemen.
Voor alle duidelijkheid, we hebben geen enkel voorteken dat een dergelijk scenario zich zou ontvouwen. Dat is ook de reden waarom ik dergelijke werkgroepen niet graag publiek bekendmaak, omdat dat onmiddellijk de indruk wekt dat er iets heel ergs op komst is. Vooralsnog zijn er geen redenen om daarvan uit te gaan. Zo'n werkgroep dient ervoor om te voorkomen dat die redenen er zouden komen. Laat dat heel duidelijk zijn.
Als er eventuele problemen zijn en we iets kunnen betekenen om die aan te pakken, dan doen we dat. Dat is een zeer breed veld. Allerlei zaken komen daarin ter sprake, in de hoop dat de beslissingen waarnaar u hebt gevraagd, mijnheer Tonniau, allemaal gunstig voor ons uitvallen.
Het gaat dan onder meer over de energiecomponent. Daarvoor moet u eventueel de minister van Energie bevragen. Er zijn ook veel gewestelijke aspecten. Vandaar dat de Vlaamse regering betrokken is bij het ecosysteem daar. Het gaat ook over de connectiviteit, het logistieke netwerk en de geografische positionering. Uiteraard gaat het ook over de kostenstructuur van zo'n bedrijf per geproduceerde eenheid, over de overcapaciteit en over het feit dat de markt voor elektrische voertuigen zich trager ontwikkelt dan verwacht. Er is ook de beslissing om in Slovakije te produceren, waar eveneens arbeiders zijn die hun brood moeten verdienen. Ik neem aan dat u die evenzeer verdedigt als de arbeiders in Gent. Anders moet u dat maar zeggen.
Dat er effectief overcapaciteit is, vormt een bedreiging. Het gaat over beslissingen binnen de Geely Group. Is het verstandig om eventueel ook andere brands van de Geely Group naar Gent te halen? Kan het louter een Volvo-verhaal blijven? Zijn we dan verzekerd van de nodige beslissingen over modellen? Dat zijn allemaal de juiste vragen.
U zult begrijpen – en zelfs als u het niet begrijpt, zult u het moeten begrijpen – dat het echt onmogelijk is om daarop in te gaan. Zelfs als ik dat zou kunnen, zou het bijzonder onverstandig zijn om dat hier in een publiek forum te doen.
Kurt Ravyts:
Mijnheer de premier, de reden waarom ik die vraag stel, is niet Paul De Grauwe, maar omdat ik lid ben van de commissie voor Energie en minister Bihet blijkbaar ook deel uitmaakt van die taskforce. U verwees kort naar de energiecomponent. Het is natuurlijk heel belangrijk dat de korting op de transmissienettarieven dit jaar eindelijk effectief wordt ingevoerd.
Robin Tonniau:
Mijnheer de premier, Volvo Car Gent heeft wel degelijk een kostenprobleem. Dat betreft niet de loonkosten, maar in de eerste plaats de structurele energiekosten en ten tweede de tariefheffingen waar president Trump over beslist. Dat zijn de twee grote kostenproblemen waarmee het bedrijf kampt.
We richten liever geen taskforces op, maar zijn er wel toe verplicht omdat er in Europa geen goed strategisch industrieel beleid is. Daardoor moeten we ad hoc, bij elke crisis en bij elk bedrijf, plotseling taskforces oprichten. Als we een echt strategisch industrieel beleid hadden, waren al die taskforces niet nodig.
Tot slot verwijs ik graag naar het interview met de heer De Grauwe dat ik heb gelezen, waarin hij het heeft over creatieve destructie. De heer De Grauwe meent de theorie van de creatieve destructie te moeten toepassen op Volvo Car Gent, maar hij is volledig fout.
Mijnheer De Grauwe, creatieve destructie vond plaats bij de overgang van Kodak naar digitale fotografie, van cd's naar streaming. Creatieve destructie was de verdwijning van videotheken, omdat we allemaal Netflixabonnementen nemen. Dat is creatieve destructie, dat is technologische vooruitgang.
Volvo Car Gent produceert elektrische wagens en doet dat goed. De voertuigen zijn van goede kwaliteit. Ze zijn wat duur, dat geef ik toe, maar het zijn zeer goede wagens. Ze passen de technologische vooruitgang toe zoals Europa die oplegt. Dat heeft niets te maken met creatieve destructie.
Die fabriek heeft haar plaats. Die fabriek is belangrijk. Ik heb meer dan 6.500 redenen om daar voluit voor te gaan. Dat zijn al die mensen die daar hun boterham verdienen. Ik hoop dus dat u zich daar ook voor inzet.
Bart De Wever:
Ik zal heel kort zijn, want soms moet men eensgezindheid koesteren. Dit is geen creatieve destructie maar destructie. Ik hoop wel dat uw fractie dan ook een kritische houding aanneemt tegen de economische mogendheid die deze destructie op dit moment op Europa loslaat. Die mis ik namelijk wel.
Robin Tonniau:
Dank voor de extra tijd, mijnheer de voorzitter.
Als we over destructie spreken, zij organiseren hun eigen overcapaciteit. Volvo organiseert zijn eigen overcapaciteit, waardoor verschillende fabrieken tegen elkaar worden uitgespeeld. U hebt het nu over China, maar ik heb dat ook meegemaakt bij de Volkswagengroep.
Toen ik in Volkswagen Vorst werkte, waren er vijf fabrieken die de Golf 5 produceerden. Telkens werden we tegen elkaar uitgespeeld. Dan werd gezegd, de Mexicanen verdienen een euro minder dan u, dus u zult toch loon moeten inleveren.
Bij Volvo heeft men ook loon ingeleverd. Men is vijf jaar geleden langer beginnen werken en de pauzes werden ingekort. Men heeft dus al toegevingen gedaan met de belofte dat hun jobs veilig waren. Vandaag zijn de mensen echter opnieuw ongerust. Ik ook, maar ik wil niet opgeven. Ik zie immers ook veel mogelijkheden in die fabriek.
Voorzitter:
Vraag nr. 56015816C van de heer Bergers is zonder voorwerp wegens afwezigheid van de vraagsteller.
-
Vraag: De toespraak over antisemitisme tijdens de Dag van de Overwinning voor de Democratie (Q56015845C)
De toespraak over antisemitisme tijdens de Dag van de Overwinning voor de Democratie
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Sam Van Rooy bekritiseert dat antisemitisme in België – zowel online (o.a. VRT-prenten vergeleken met nazi-propaganda) als offline (fysiek geweld, discriminatie) – ongestraft escaleert, en vraagt premier Bart De Wever om concreet regeringsbeleid, niet enkel persoonlijke betrokkenheid. De Wever benadrukt zijn individuele inzet als aanspreekpunt voor de joodse gemeenschap (in lijn met zijn Antwerpse burgemeestersverleden) en noemt bestrijding "topprioriteit", maar erkent geen formele regeringsbeslissing yet. Van Rooy werpt tegen dat woorden onvoldoende zijn: hij citeert open brieven (o.a. van Maarten Boudry) over joden die Antwerpen ontvluchten door toenemend geweld en haat, en stelt dat de overheid falend beleid voert terwijl dreigingen (moordoproepen) straffeloos blijven.
Sam Van Rooy:
Mijnheer De Wever, op 6 mei, het is ondertussen al even geleden, hield u in Antwerpen een bevlogen toespraak tegen antisemitisme, op de 81ste herdenking van de Dag van de Overwinning van de Democratie. U benadrukte daarin terecht dat de joodse gemeenschap altijd een plaats moet hebben in onze samenleving. In het licht daarvan stelde u dat u in de regering het aanspreekpunt bent voor antisemitisme.
Dat moet helaas een voltijdse betrekking zijn, want het antisemitisme in dit snel islamiserende land loopt online en offline de spuigaten uit. Zo werd in de Brusselse metro een joodse man in elkaar geslagen omdat hij joods is. Zijn ketting met een davidster werd afgerukt en hij werd uitgescholden voor vuile jood. De daders waren drie jongeren, zogenaamde jongeren. We weten allemaal wie dat zijn. In Antwerpen werden onlangs nog twee joodse vrouwen uit een schoenwinkel op de Meir gezet, ook omdat ze joods zijn.
De prenten die we vandaag kunnen bewonderen onder een zoveelste anti-Israëlbericht van de VRT komen rechtstreeks uit nazi-Duitsland in de jaren 30. Ik toon u om wat voor soort prenten het gaat, voor wie ze nog niet gezien heeft ( de heer Van Rooy toont beelden op tablet) Het is werkelijk te walgelijk voor woorden. Of daarop moderatie gebeurt, weet ik niet. Alleszins gebeurt dat veel te traag. Ze blijven daar zeer lang staan.
Mijnheer De Wever, u zei dat u het aanspreekpunt bent voor antisemitisme. Graag krijg ik een toelichting over wat dat concreet inhoudt. Hoe zult u die rol precies invullen met betrekking tot het beleid ter bestrijding van antisemitisme?
Werd dat besproken binnen de regering en is dat geofficialiseerd? Zo ja, hoe is dat precies gegaan, en wanneer?
Hoe worden uw collega-ministers, die vanwege hun bevoegdheden mee antisemitisme zouden moeten bestrijden, daarbij betrokken? Ik denk aan Justitie, Veiligheid en Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen.
Ten slotte, beschouwt de regering de bestrijding van antisemitisme als een topprioriteit? Zo ja, hoe vertaalt zich dat dan in het beleid?
Bart De Wever:
Mijnheer Van Rooy, u weet perfect wat ik in die toespraak heb gezegd, want u zat in de zaal, als ik het mij goed herinner. Dat was de traditionele herdenking van de Shoah, waar we natuurlijk zijn ingegaan op het leed van de joodse gemeenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog, van waaruit we de lijn trekken naar het heden en daarover een aantal bespiegelingen geven.
Daarbij heb ik inderdaad gezegd dat ik ten aanzien van de joodse gemeenschap als regeringsleider mijn verantwoordelijkheid wil opnemen om hun belangen te verdedigen.
Dat is eigenlijk in continuïteit met wat ik in mijn vorige functie, als burgemeester van Antwerpen, altijd heb gedaan. Zij weten perfect wat dat betekent. Dat betekent dat ze met hun grieven en zorgen en met incidenten bij mij terechtkunnen. Ik had trouwens de dag ervoor nog een vergadering gehad in het bekende restaurant Hoffy's, waar ik vele uren heb gezeten en de ene groep na de andere heb ontvangen om te luisteren en te noteren.
Ik ga daarmee aan de slag, dus dat is een persoonlijk engagement dat u hebt gehoord en geen regeringsbeslissing. Ik ben uiteraard aanspreekbaar voor alle burgers in dit land, maar daar heb ik historisch een heel nauwe band opgebouwd. U vraagt of dat een fulltime job is. U moest eens weten, ik heb vele fulltime jobs, maar dat is er eentje van, want het gaat in Europa inderdaad niet goed met al dat antisemitisme. Er is een enorme polarisering, een enorme visering van de joodse gemeenschap en van joodse burgers, vanwege de problematieken in het Midden-Oosten die politiek worden geïnstrumentaliseerd door sommige groepen die daarin heel ver gaan.
De geweldsdrempel wordt daarbij overschreden door opgehitste jongeren of door anderen. Het zijn heus niet altijd jongeren, het kunnen ook anderen zijn. Er bestaat dus grote ongerustheid. Wat ik aan die gemeenschap vooral heb willen zeggen, is dat ze op mij kunnen rekenen om naar hen te luisteren, die klachten ernstig te nemen en daarmee aan de slag te gaan. Ik probeer dat ook binnen de regering te doen. Ik geef daar alleszins topprioriteit aan. U mag daarop rekenen, de joodse gemeenschap mag daarop rekenen, vandaag, morgen en wat mij betreft voor zo lang ik hier maatschappelijke verantwoordelijkheid draag.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoor veel persoonlijke betrokkenheid en dat is goed en die deel ik ook, maar u bent de premier van dit land en u moet beleid voeren tegen antisemitisme. De jaren 30 komen niet alleen letterlijk, maar ook maatschappelijk snel weer dichterbij. Ik weet niet of u het gezien hebt, maar filosoof Maarten Boudry richtte een open brief aan de Antwerpse burgemeester en ook aan u, met hartverscheurende getuigenissen van een joodse professor en zijn zoon, die niet alleen de Universiteit Antwerpen, maar ook de stad Antwerpen verlaten vanwege het toenemend antisemitisme. Het is vijf na twaalf, mijnheer De Wever. Uw persoonlijke betrokkenheid doet niets af aan het feit dat men in dit land ongestraft kan schrijven dat men elke jood een mes door de strot wil rammen en ongestraft kan oproepen tot het verbranden van joden. Dat zijn feiten en daar verandert u, voorlopig althans, niets aan. Ik mag hopen dat daaraan iets zal gebeuren. Maarten Boudry, die u die brief schreef, concludeert het volgende. Ik citeer: "85 jaar na de nazi-bezetting wordt Antwerpen opnieuw een onveilige plek voor joden. Als er niets verandert, zullen joden de stad verlaten en daarmee hun kennis, wijsheid en culturele bijdragen meenemen. Neem alsjeblieft actie." Mijnheer De Wever, ik ondervraag u daar regelmatig over. Ik heb dat in het verleden ook regelmatig gedaan. Helaas zie ik die actie niet en wordt het antisemitisme zowel online als offline alleen maar erger in dit land.
-
Vraag: De opstart van het R&D Bioplatform (Q56016245C)
De opstart van het R&D Bioplatform
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Samenvatting: Irina De Knop (CD&V) bekritiseert de structurele achteruitgang van de Belgische farmasector (dalende jobs, export, octrooien, investeringen) en wijt dit aan trage terugbetalingen van geneesmiddelen (50% vs. EU-gemiddelde), lange erkenningstermijnen (552 dagen) en Europese overregulering, terwijl China en de VS terrein winnen. Ze eist een onmiddellijke herlancering van het R&D Bioplatform en een Belgische Life Sciences-strategie (niet enkel EU-afhankelijk), met dringende betrokkenheid van gewesten/gemeenschappen. Premier De Wever (N-VA) erkent het structurele probleem en belooft een strategie in het najaar met interfederale samenwerking (via MAKE 2030-model), maar ontkent een acute crisis en benadrukt het sterke Belgische ecosysteem. Hij pleit voor EU-hervormingen (minder regels, betere markttoegang via One Market-project) en belooft lobbyen voor competitiviteit, maar stelt geen concrete termijnen voor terugbetalingsversnelling. De Knop beschuldigt minister Vandenbroucke (sp.a) ervan de sector "de keel dicht te knijpen" door terughoudende terugbetalingen en eist dat De Wever druk uitoefent op dit dossier, om België’s leidende positie in Europa te behouden. Ze vindt het EU-vertrouwen van De Wever onvoldoende en dringt aan op snellere nationale actie.
Irina De Knop:
Geachte premier, onze farmaceutische industrie staat ernstig onder druk. Dat bleek ook gisteren bij de viering van Novartis, waar de CEO opriep om nu te handelen. Dat hoorde ik vorige week ook, toen ik een bezoek bracht aan AmCham en ik hoor het ook bij pharma.be in het algemeen. Telkens opnieuw hoor ik de noodkreet om dringend werk te maken van de heropstart van het R&D Bioplatform.
Dat is meer dan terecht, want alle KPI's staan in het rood en dat lijkt ook een structureel gegeven te zijn. Na jaren van stijgende werkgelegenheid in deze sector daalt nu het aantal directe jobs. Er is een terugval van 2 % bij onderzoekers. De export verzwakt met minstens 7 %. Het aantal octrooiaanvragen daalt met niet minder dan 15 %. De industriële productie daalt met bijna 6 %. Ook de investeringen dalen, nadat al dalingen waren genoteerd in 2023 en 2024. Dat is dan nog zonder het effect van de invoertaksen vanuit de Verenigde Staten. Daarbij komt bovendien ook het programma Most-Favored-Nation Framework van de VS op ons af.
Kortom, we verliezen in Europa en in België terrein op het vlak van innovatie. We verliezen dat aan de VS en aan China, zoals u gisteren in uw speech terecht zei. Nu al gebeuren 30 % van de klinische studies in China. We missen dus compleet de groei die zich binnen die sector afspeelt.
We verliezen in België ook terrein aan andere Europese landen, omdat we in België slechts 50 % van de geneesmiddelen die door het Europees Geneesmiddelenbureau EMA worden goedgekeurd terugbetalen. Bovendien zijn onze termijnen voor terugbetaling veel langer dan in andere Europese landen, wat ons een structureel competitief nadeel oplevert.
U trekt in Europa de kaart van de herindustrialisering. Met de farmaceutische sector hebben we een heel belangrijke innovatieve industrie in ons land, goed voor meer dan 140.000 directe jobs. Dat is niet onbelangrijk in een land zonder grondstoffen, waar het economisch niet schitterend gaat, zoals u zelf ook terecht zegt.
Kunt u ons vertellen of u opnieuw het initiatief zult nemen om het R&D Bioplatform op te starten? We hebben dat nodig om de concurrentiepositie van de farmaceutische bedrijven in ons land te versterken. Wanneer zult u dat platform opnieuw opstarten? Wat is de stand van zaken van de Life Sciences Strategy? Worden in die strategie ook de gemeenschappen en gewesten betrokken, aangezien die bepaalde bevoegdheden hebben op het vlak van onderzoek en ontwikkeling?
We kunnen niet anders dan vaststellen dat Europa de farmaceutische industrie heel wat voorwaarden oplegt, ten nadele van onze sector. Daardoor verliezen we terrein tegenover China en de VS. IJvert u in Europa voor een beter investeringsklimaat en minder regels? Daar hebben we dringend behoefte aan.
Bart De Wever:
Dank u wel voor de vraag. Ik zal u de cijfers besparen, want u hebt de meeste kengetallen over tewerkstelling, toegevoegde waarde, export enzovoort al aangehaald. U hebt ook aangegeven dat het een heel sterke sector is, zeker in ons land. Er zijn volgens mij weinig landen waar de farmaceutische industrie pro rata zo sterk staat als in ons land. Dat is historisch opgebouwd. We hebben nog altijd een ongelooflijk sterk ecosysteem.
De toestand is echter niet zo dramatisch als in sommige andere industriële sectoren, die onder druk staan door onder meer de oversubsidiëring in China, dumping, de onderwaardering van de Chinese munt en de afscherming van de eigen markt. Toch doet dat probleem zich ook hier voor. De cijfers vertonen duidelijk een neerwaartse knik. Dat zijn geen conjunctuurgegevens, het zijn structurele gegevens, of ze dreigen dat te worden. Het is dus inderdaad het moment om een tandje bij te steken.
Het regeerakkoord vermeldt dat we het R&D Bioplatform willen voortzetten en uitbouwen. We bevinden ons in een voorbereidende fase en overleggen met de stakeholders om te bepalen hoe we dat zo effectief mogelijk kunnen doen. Het is absoluut onze ambitie om niet te verzanden in een praatbarak, zoals in het verleden weleens is gebeurd, zonder concrete resultaten te kunnen voorleggen.
We willen een volwaardige Life Sciences Strategy uitwerken. U hoeft echter niet ongerust te zijn, het is niet zo dat de bedrijven intussen de weg naar de Wetstraat 16 zijn kwijtgeraakt. Veel van die bedrijven zijn de afgelopen anderhalf jaar langsgekomen, zowel via de sectorfederatie als individueel. Ik denk niet dat ik één bedrijf kan noemen dat ik niet heb gezien. De meeste heb ik ondertussen ook in situ bezocht.
Daarmee wil ik aangeven dat we hier ongelooflijk veel belang aan hechten.
Ik wil ten laatste in het najaar van start kunnen gaan. Gezien de overlappende bevoegdheden zoals onderzoek, ontwikkeling en innovatie, moeten we ervoor zorgen dat ook de deelstaten hierbij aan boord zijn. Daarom zullen we de interfederale logica van het MAKE 2030-platform ook hier toepassen.
We moeten een beter investeringsklimaat creëren. Het investeringsklimaat voor de farmaceutische industrie in ons land is niet dramatisch, maar het kan beter. We moeten naar de regelgeving kijken, in ons land, maar zeker ook in Europa.
Wat de markttoegang betreft, zijn er op Europees niveau heel wat problemen. Europa zou daar een kwantumsprong vooruit kunnen maken die deze industrie geweldig zou helpen. In het One Marketproject zou de farmaceutische industrie bij uitstek een grote winnaar kunnen zijn.
We moeten ons in ons land met onze fundamentals bezighouden, maar voor deze industrie is er absoluut ook een noodzakelijke Europese component. Ik zal daarom bij elke Europese Raad opnieuw blijven pleiten om ons in de eerste plaats met competitiviteit bezig te houden binnen het One Marketproject, in al zijn vormen en gedaanten, eerder dan met alle zaken die het afgelopen decennium soms de agenda hebben overheerst, maar ons niet bepaald hebben geholpen om sterker te staan op de wereldmarkt.
Irina De Knop:
Dank u wel, mijnheer de premier. Ik hoor u graag zeggen dat er inderdaad een structureel probleem is. Ik hoor u ook zeggen dat het investeringsklimaat voor de farmaceutische industrie niet slecht is. Ik weet dat u dat niet graag zegt, maar misschien is dat toch wel een verdienste van de vorige regeringen, want daar is in het verleden altijd sterk op ingezet. Als we die competitiviteit en dat investeringsklimaat niet willen verliezen, dan moeten we nu echt handelen, zoals ook gisteren werd gezegd. Ik hoor u zeggen dat u een strategie voorbereidt en dat die er in het najaar zou komen. Dat is goed, maar eigenlijk behoorlijk laat. Men is immers zeer ongerust in deze sector. Ik hoor dat ze u allemaal hebben bezocht. Dan zullen ze u dat ook allemaal hebben gezegd. De urgentie is enorm groot. Het is al bijna een noodkreet. Daarom werd er gisteren ook bij Novartis gezegd: " We need to act now. " We hebben sowieso nood aan een Belgische strategie, niet alleen aan een Europese strategie. Het is belangrijk dat België in de cockpit blijft zitten van dat Europese verhaal, zodat we ons blijvend kunnen positioneren als een leider en niet alleen als een follower . Als ik naar u luister over het Europese verhaal, dan heb ik het gevoel dat u het wat wilt overlaten aan het welslagen van de Life Sciences Strategy in Europa. Wat mij betreft is dat absoluut niet wat we kunnen doen. Tot slot wil ik u nog zeggen dat we echt hopen dat u al uw gewicht in de schaal wilt leggen en collega Vandenbroucke duidelijk wilt maken dat het cruciaal is dat we de termijnen voor de erkenning van geneesmiddelen inkorten. Die bedragen vandaag 552 dagen. Ten tweede moeten we er absoluut in slagen dat meer dan 50 % van alle innovaties in ons land worden terugbetaald. Dat zijn twee hefbomen die België zeker in handen heeft. Vandaag moeten we echter vaststellen dat uw socialistische collega op dat vlak de farmaceutische industrie de keel dichtknijpt. We rekenen er dan ook op dat u daar uw gewicht in de schaal zult werpen voor het behoud van onze farmaceutische industrie en van ons unieke ecosysteem. Dat hebben we nodig voor onze economie, voor onze jobs en voor de door u erg geliefde welvaart.
-
Vraag: De pistes voor de begroting 2027 (Q56016693C)
Vraag: De begroting en de nationale economische groei (Q56016988C)
Vraag: De begroting (Q56017329C)
economie en werkDe pistes voor de begroting 2027
De begroting en de nationale economische groei
De begroting
De begroting 2027 en economische groei summaryExplanationGesteld door
Ecolo-Groen Sarah Schlitz
Ecolo-Groen Dieter Vanbesien
PVDA-PTB Raoul Hedebouw
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Sarah Schlitz en Raoul Hedebouw bekritiseren dat premier De Wever de budgettaire inspanningen (14 mjd euro tegen 2029) vooral laat betalen door burgers, middenklasse en sociale zekerheid, terwijl hij belasting op grootvermogens, kapitaal en fossiele subsidies (zoals oliewinstbelasting) systematisch vermijdt – ondanks steun voor een miljonairstaks van coalitiepartners Les Engagés en Vooruit. De Wever ontwijkt concrete antwoorden, benadrukt de "financiële overleefbaarheid" van het land en noemt vermogensbelasting impliciet "gek", terwijl hij onderhandelingen achter gesloten deuren voorrang geeft boven publiek debat, met als doel Europese begrotingsnormen te halen. Schlitz beschuldigt de regering van klimaatontkenning en sociale onrechtvaardigheid, Hedebouw eist dat de rijkste 1-5% (niet de werkende klasse) de last draagt, maar De Wever blokkeert dit als "rode lijn" en wijst op stijgende rentelasten en economische onzekerheid als rechtvaardiging voor verdere bezuinigingen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, votre gouvernement prépare actuellement le budget 2027 et la trajectoire budgétaire jusqu'en 2029. Ces préparatifs étaient à l'agenda du kern de ce week-end, mais vous avez préféré vous disputer et atterrir sur un blocage des lois concernant l'IVG et l'importation des produits des colonies illégales.
Selon les dernières informations de la Banque nationale, un effort supplémentaire de 7 milliards d'euros devra être réalisé en 2027, suivi d'un effort identique en 2028, soit 14 milliards d'euros d'ici la fin de la législature – en plus de toutes les mesures déjà extrêmement dures que vous avez mises en place et qui impactent fortement l'ensemble de la population.
À votre demande, le Bureau du Plan a remis un catalogue de plus de 260 mesures envisageables pour assainir les finances publiques. Parmi celles-ci figurent des pistes qui touchent à une minorité plus aisée: la suppression de certaines niches fiscales et une taxation accrue du capital, des très hauts revenus et des établissements bancaires. Ce week-end d'ailleurs, vos partenaires de majorité Les Engagés se sont même prononcés pour une contribution supplémentaire des hauts patrimoines. Comptez-vous avancer sur cette piste?
Le Bureau du Plan suggère également d'autres mesures qui impactent à nouveau la majorité de la population: un ralentissement de la croissance des dépenses de santé, des économies dans la fonction publique, un gel des salaires des fonctionnaires, des modifications de l'index et des restrictions supplémentaires pour les malades de longue durée.
Certains experts ont également suggéré la suppression des subsides aux énergies fossiles. Cette idée est évoquée depuis de nombreuses années. Monsieur le premier ministre, en pleine canicule – le deuxième épisode de l'année alors que l'été a commencé il y a à peine quatre jours – aurez-vous le courage de poser les choix nécessaires pour le futur de nos concitoyens et d'économiser sur les milliards de subsides fossiles octroyés par votre gouvernement? La taxation des surprofits réalisés par les compagnies pétrolières à la suite de la guerre en Iran sera-t-elle seulement sur la table ou la question est-elle toujours taboue pour votre gouvernement?
Le catalogue du Bureau du Plan met en lumière un choix fondamental: qui paiera l'effort budgétaire? Depuis le début de la législature, votre gouvernement affirme vouloir protéger le pouvoir d'achat des travailleurs tout en poursuivant un assainissement budgétaire d'une ampleur inédite. Dans le même temps, vous refusez systématiquement les propositions visant à davantage faire contribuer les grandes fortunes et le revenu du capital. La Banque nationale elle-même observe pourtant un décrochage entre la croissance du PIB et les recettes. Sur la période 2024-2028, les recettes se sont érodées à hauteur de 1,2 % du PIB et le gouverneur indique expressément qu'on n'y arrivera pas sans avoir parallèlement un débat sur les recettes.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous m'indiquer clairement quelles pistes sont aujourd'hui étudiées par le gouvernement? Pouvez-vous garantir que le prochain budget ne sera pas financé par un ralentissement des dépenses de santé, par une remise en cause des droits sociaux ou par de nouvelles restrictions imposées aux malades de longue durée?
À l'inverse, êtes-vous prêt à envisager des mesures qui feraient davantage contribuer les hauts patrimoines, le revenu du capital ou les secteurs qui ont réalisé des profits exceptionnels ces dernières années?
Autrement dit, l ’ effort budg é taire sera ‑ t ‑ il support é principalement par les travailleurs, les usagers des services publics et les b é n é ficiaires de la s é curit é sociale, par ceux qui disposent aujourd ’ hui des plus grandes capacit é s contributives, par ceux qui font tourner notre soci é t é ou par ceux qui brûlent notre planète pour réaliser des bénéfices?
Raoul Hedebouw:
Mijnheer De Wever, ten eerste, u zou de begroting op orde zetten. De rechtse partijen zouden de cijfers doen kloppen. Heel de campagne was daarop gebaseerd. Maar hoe groot zijn de inspanningen nu?
U had het in het begin van het jaar over 3 of 4 miljard aan inspanningen. Vervolgens berekende het Monitoringcomité dat het hoger moest, 5 miljard. In de pers kwam u met het cijfer 7 miljard aan inspanningen, alweer hoger, hoger.
Nu wordt er gesproken over 10 miljard aan inspanningen en de Nationale Bank rekent op 14 miljard aan inspanningen. Hoeveel inspanningen zullen we moeten doen?
Waarom gaat het bedrag aan inspanningen altijd maar omhoog? Het zijn altijd meer inspanningen, inspanningen.
Deuxièmement, j'ai constaté avec beaucoup de joie que, ce week-end, un de vos partenaires de la majorité, M. Verougstraete du parti Les Engagés, a repris l’idée bien connue du PTB d'une taxe des millionnaires. C’est génial! Enfin faire payer le grand capital! Rappelez-vous, quand nous avons lancé il y a 15 ans l’idée de la taxe des millionnaires, nous étions seuls dans ce combat. Petit à petit, l’idée a été reprise par les partis de la gauche traditionnelle, et maintenant, même Les Engagés reprennent cette proposition.
Trouwens, ook aan Vlaamse zijde denkt men in die richting. Niet alleen Les Engagés komt met een voorstel voor een miljonairstaks, maar ook Vooruit, dat het instrument heel lang naar achteren geschoven had, zet nu weer in op een miljonairstaks. De heer Rousseau neemt zelfs ons ordewoord miljonairstaks gewoon over en lanceert er een petitie over. Fantastisch. Wat een mobilisatie van de samenleving.
Mijnheer de eerste minister, laten we dus zoals alsmaar meer meerderheidspartijen bepleiten, de sterkste schouders, het grootkapitaal doen bijdragen. In België betaalt de rijkste 1 % van de bevolking ongeveer 23 % belastingen en de werkende klasse 43 %. Het zou er dus nog aan mankeren dat we nu niet aan de sterkste schouders zouden vragen mee de begroting op orde te krijgen.
Mijn vraag is dus heel duidelijk, mijnheer de eerste minister. Wat vindt u van het voorstel van een miljonairstaks? Is dat effectief ter bespreking in de regering of zijn uitspraken daarrond opnieuw voor de show en wordt daar niet meer over gediscussieerd?
Ma question est très claire, monsieur le premier ministre. Le point d'une taxe sur les grandes fortunes est-il l’objet de discussions? Avez-vous votre avis à vous sur le sujet? Vous semble-t-il réaliste qu'avant le 21 juillet, nous voyions enfin un accord politique en Belgique pour une taxe des millionnaires? Taxe que nous soutiendrons évidemment de manière constructive, monsieur le premier ministre.
Bart De Wever:
Merci, chers collègues, pour les questions. Ces derniers mois, toutes sortes de chiffres circulent concernant l'ampleur de l'effort budgétaire que le gouvernement doit fournir. Je ne vais pas me cantonner à un seul chiffre, mais je peux affirmer que le col que nous devons gravir, qui était déjà considérable au départ, semble devenir de plus en plus raide au fil du temps.
Soms heb ik de indruk dat ik zoals de figuur Sisyphfus ben: in de huidige geopolitieke en geo-economische toestand duw ik het balletje omhoog, waarna het weer naar beneden rolt.
Les variables qui déterminent le montant à assainir évoluent constamment et, malheureusement, pas dans le bon sens. La Banque nationale constate que la situation géopolitique reste incertaine et que la croissance économique sera, dans le meilleur des cas, modérée. Comme le Fonds monétaire international (FMI) et les agences de notation, le gouverneur de la Banque nationale reconnaît en outre que le gouvernement a déjà fourni un bon travail en réduisant les dépenses. Il constate que la hausse des charges d'intérêt, entre autres, annihile en partie cet effort. C'est une analyse correcte. Nous avons déjà abattu un travail colossal, mais il en faut davantage pour sortir ce pays de l'ornière financière.
Intussen zijn wij achter de schermen bezig de saneringsoefening te conceptualiseren. Het Monitoringcomité zal op 6 juli 2026 een nieuwe raming van het richtcijfer verschaffen.
Ik stel samen met u vast dat ook op de bühne van alles beweegt en dat veel verklaringen worden afgelegd. Ik lees die vlak nadat ik het interview van Paul De Grauwe heb gelezen, als u begrijpt wat ik bedoel. Niet dus.
Los van alle mogelijke verklaringen waarnaar u graag verwijst en waarover u uiteraard mijn opinie vraagt, die ik u echter niet zal geven, is de richting duidelijk. Het zal moeilijk zijn. Er zullen ettelijke miljarden euro op tafel moeten komen om dit land financieel levensvatbaar te houden. Het gaat inderdaad om de financiële levensvatbaarheid van dit land.
Als u vraagt naar de inspanning minimaal, dan is die dewelke nodig is om te voldoen aan de Europese uitgavennorm. Om eerlijk te zijn, zijn grotere inspanningen noodzakelijk dan alleen dat. Dat is maar de eerste etappe. Ook de Nationale Bank van België haalt dat aan. Etappe per etappe hopen wij echter de ark te bereiken.
De invulling van het pakket zal het onderwerp zijn van een bespreking in de regering. Dat begrijpt u wel. Ik snap de aandrang dat u dat nu allemaal uitgediscussieerd wilt hebben en dat u ook fantastische voorstellen hebt. Ik apprecieer dat en ik noteer dat. U weet heel goed dat dat pakket geen onderwerp zal zijn van een publiek debat, toch niet tussen u en mij. Ik kan de woorden van gouverneur Wunsch alleen maar beamen wanneer hij stelt dat het goed zou zijn niet te veel rode lijnen te trekken bij een oefening van een dergelijke omvang.
Ik zou daar misschien te persoonlijke titel en à bon entendeur* aan willen toevoegen dat het ook goed is niet te veel gekke voorstellen op de bühne te doen. Over het algemeen helpt dat niet bepaald om tot een resultaat te komen. Ik kan mij vergissen.
Dat de oproep van Wunsch en mijn oproep die ik zopas heb gedaan, indruk zullen maken op de partijvoorzitters van de coalitie, betwijfel ik. Dat ze op u enige indruk zullen maken, daarvan ben ik zeker van niet. Het is echter niet mijn taak om hier een vurig debat met u te voeren. Het is mijn taak om in de regering tot een gedragen begrotingsakkoord te komen in buitengewoon moeilijke omstandigheden. Ik zal daar dus geen bijkomende publieke uitspraken over doen. Ik ga niet in op uw suggesties. Ik ga evenmin in op suggesties van partijvoorzitters uit de oppositie of de meerderheid.
Wij zullen de komende tijd kennisnemen van de cijfers van het Monitoringcomité en vanaf dan hopelijk een bespreking voeren in de regering. Die bespreking zal pas eindigen wanneer er voor mij een afdoend resultaat is om in Europa een goede beurt te maken.
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, c'est toujours la même rengaine. Vous nous dites que l'effort sera difficile, que la situation est terrible et que nous devons atteindre des objectifs budgétaires. Pourtant, monsieur le premier ministre, vous savez très bien qu'un budget est un projet de société destiné aussi à réaliser des objectifs politiques. On n'atteint pas un budget pour un budget, pas plus qu'on n'atteint un équilibre budgétaire pour un équilibre budgétaire. Quand on est premier ministre, contrairement peut-être à un chef d'entreprise, on résout les problèmes et les difficultés, et on fait face à des enjeux adressés aux politiques à travers des choix politiques budgétaires. C'est précisément là que vous tentez de modifier le cadrage du débat, alors que ce sont les vrais enjeux que vous devez mettre sur la table.
La crise climatique, qui frappe aujourd'hui notre population de plein fouet et qui fera des morts, nous le savons, doit figurer parmi les projets que vous mettez sur la table et qui orientent vos choix politiques. Agir autrement relève de l'irresponsabilité. Voilà pour mon premier point.
Mon second point concerne le train de réformes extrêmement dures que vous imposez à la population depuis un an et demi, au motif qu'il s'agit d'efforts nécessaires. Quel est le constat aujourd'hui? Vous êtes en échec. Ces mesures n'ont pas porté leurs fruits et vous devez absolument revoir votre logiciel. Par ailleurs, ces mesures lourdes que vous mettez en place au niveau fédéral sont renforcées par des mesures régionales qui impactent les finances communales et pèsent, elles aussi, sur la population.
À tous les étages – puisque ce sont les mêmes partis qui dirigent au gouvernement wallon, à la Fédération Wallonie-Bruxelles et au fédéral du côté francophone –, vous nous affirmez, le MR et Les Engagés à vos côtés, que, quand tout le monde doit faire des efforts, les services publics doivent participer à l'effort collectif. C'est un mensonge! Faire des économies dans les services publics revient inévitablement à en diminuer la qualité. Finalement, on demande aux citoyens une contribution plus importante à l'État tout en réduisant leur pouvoir d'achat. Et le service rendu en contrepartie, principe même des service publics, est dégradé ou son coût augmente et devient moins accessible.
Je voudrais donc que l'on cesse de prendre les citoyens pour des imbéciles et que l'on s'attaque véritablement à l'injustice fiscale qui frappe notre pays. Allons enfin chercher l'argent là où il se trouve: dans les poches des grands patrimoines, des grosses fortunes et des entreprises qui réalisent des surprofits, notamment dans le secteur de l'énergie.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord.
U geeft weer een antwoord à la Bart De Wever. U zegt dat alle partijen hun rode lijnen moeten opgeven en dat u geen commentaar zult geven op alle gekke voorstellen van het afgelopen weekend. Wat waren alle gekke voorstellen van afgelopen weekend? Een vermogensbelasting.
Bart De Wever:
De róde lijnen.
Raoul Hedebouw:
Ja, ze zijn echt wel rood die lijnen, maar dat is het probleem. U noemt het gekke voorstellen en schiet ze gewoon af. Wie ben ik? Ben ik de heer Verougstraete of de heer Rousseau? Noemt u een vermogensbelasting een gek voorstel? Dat kunt u toch niet zeggen? Het Rekenhof is heel duidelijk, het probleem ligt niet zozeer bij de uitgaven of zelfs bij de militaire uitgaven ten belope van 34 miljard, maar bij de inkomsten. De discussie gaat over de vraag waar de inkomsten vandaan moeten komen. Ofwel van de btw – dan zult u weer met uw kamelen afkomen –, dus consumptie en het is weer de modale werkende klasse, die zal betalen, ofwel van een belasting die alleen maar terechtkomt bij de sterkste schouders. Meerwaardebelastingen treffen ook de hogere middenklasse. Een belasting voor de 1% rijksten – ik hoor dat de heer Verougstraete de 5 % rijksten wil doen betalen, terwijl de PVDA het bij de 1 % houdt –, lijkt mij een goed en waardig voorstel. Ik zou dat geen gek voorstel noemen, mijnheer de eerste minister. Ik kan de meerderheidspartijen alleen maar aanmoedigen om dat ernstig te bestuderen. Ik wil tegen de Rousseaus, de Verougstraetes en misschien zelfs de Sammy Mahdis zeggen dat ze zich niet door de N-VA en de MR moeten laten doen, die weer zullen zeggen dat de sterkste schouders niet zullen bijdragen. Mijnheer de eerste minister, we zullen het rapport van het Monitoringcomité van 6 juli goed opvolgen, want het cijfer van de inspanningen stijgt alleen maar. Ik hoop dat er werk wordt gemaakt van een echte miljonairstaks – we kunnen nog discussiëren over de precieze modaliteiten – die in elk geval miljarden moet opbrengen, zodat u weer geen geld bij de gepensioneerden en bij de gewone werknemers moet gaan halen.
-
Vraag: De ontvangst van Trafigura (Q56016316C)
De ontvangst van Trafigura
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Steven Coenegrachts bekritiseert dat premier Bart De Wever Trafigura/Nyrstar—een omstreden bedrijf met wereldwijde corruptieveroordeelingen en een lopend Belgisch strafonderzoek naar fraude en vermogensmisbruik—onkritisch bejubelde op LinkedIn en ontving, terwijl het volgens hem Nyrstar "leegzoog" en minderheidsaandeelhouders benadeelde. De Wever verdedigt het gesprek als noodzakelijk voor strategische autonomie (1.750 jobs, €471 miljoen economische impact) en investeringsplannen, maar weigert details te geven, kwalificeert Coenegrachts' eis tot openbaar schandaal als "eigenaardig" en benadrukt de economische relevantie van het bedrijf. Coenegrachts houdt vol dat De Wever selectief communiceert (alleen positieve PR voor Trafigura) en tekortschiet in kritische houding tegenover bedrijven met schadelijke praktijken (vgl. 3M/PFAS), terwijl hij beweert dat Nyrstar's lokale verankering door Trafigura is uitgehold—ondanks de strategische sector. De Wever's meegaandheid tegenover dergelijke spelers noemt hij opmerkelijk.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, we kennen allemaal Nyrstar, ooit een van de kroonjuwelen van onze industrie, dat werd overgenomen door Trafigura. Dat was trouwens een zeer gecontesteerde overname, die hier al vaak aan bod is gekomen, onder meer ter sprake gebracht door collega Freilich, een partijgenoot van u, die terecht bedenkingen heeft bij de technieken en tactieken van Trafigura, de manier waarop Nyrstar is leeggezogen, de minderheidsaandeelhouders haast bestolen zijn en de manier waarop Trafigura wereldwijd opereert. Het bedrijf heeft al verschillende veroordelingen opgelopen in Zwitserland, de Verenigde Staten en Brazilië wegens corruptie, omkoping enzovoort.
Het is opgevallen dat de verantwoordelijken van dat bedrijf blijkbaar het oor hebben van onze eerste minister, want ze werden met nogal veel egards ontvangen in de Wetstraat 16. U hebt op uw LinkedIn-pagina in de vierde landstaal, het Engels, laten weten dat het gaat om strategically important and highly relevant leading players in the global commodity sector . Dat zijn allemaal mooie en vriendelijke woorden voor een bedrijf met een bedenkelijke reputatie, dat ondertussen ook het voorwerp uitmaakt van een strafrechtelijk onderzoek in België naar onder meer valsheid in geschrifte, het gebruik van valse jaarrekeningen en misbruik van vennootschapsgoederen.
Mijnheer de eerste minister, zijn dat nu echt de bedrijfsleiders die ontvangen moeten worden door onze premier, die het oor hebben van onze eerste minister en met wie gesprekken worden gevoerd? Waarover gaan die gesprekken eigenlijk? Dat is de vraag. Hebt u het daarbij ook gehad over hun wereldwijde veroordelingen, over hun houding tegenover de minderheidsaandeelhouders, over het lopende strafrechtelijk onderzoek en over de bezorgdheden die al eerder in het Parlement zijn geuit door uw partijgenoot Freilich? Zijn dat ook onderwerpen die aan bod zijn gekomen tijdens dat gesprek? Ik kijk uit naar een antwoord van Bart De Wever op zijn Bart De Wevers.
Bart De Wever:
Mijnheer Coenegrachts, een ander antwoord zou ik u echt niet kunnen geven. Wat daar binnenskamers besproken is, weet u niet en dat zal ik u ook niet vertellen. Ik noteer wel zeer graag dat u zegt dat zo’n bedrijf eigenlijk niet ontvangen zou mogen worden en dat men het, als men het toch ontvangt, nadien publiek aan de schandpaal moet nagelen. Zo zou u het aanpakken. Het is de eerste keer dat ik de naam Anders begrijp, maar anders is in dit geval echt niet beter.
Ik heb het management van Nyrstar ontvangen. Er was ook één iemand van Trafigura aanwezig, dat is juist, maar ik heb het management van Nyrstar ontvangen. Het gaat om een bedrijf dat sinds 1888 actief is in ons land, jaarlijks 471 miljoen euro genereert voor onze economie en 1.750 directe en indirecte jobs ondersteunt. Ik noteer echter dat u vindt dat ik dat bedrijf beter niet had ontvangen. Als ik dat toch deed, had ik hen volgens u achteraf te schande moeten maken en had ik alles openbaar moeten maken wat tijdens dat gesprek op mijn kabinet is gezegd. Dat is inderdaad heel anders, een andere aanpak. Ik had die eerder van een andere fractie verwacht. Ik vind dat heel eigenaardig.
Bovendien is het een bedrijf dat actief is in een zeer gevoelige sector voor onze economie. Het produceert industriële en kritieke mineralen. Vanuit het oogpunt van de strategische autonomie van België en zelfs van Europa is het dus een enorm belangrijk bedrijf.
Ik zal u niet vertellen waarover wij precies hebben gesproken, behalve in algemene termen. Het ging over de investeringsplannen van Nyrstar in België, over de verdere ontwikkeling van onze industrie, over het verankeren van zijn activiteiten in ons land en over het versterken van onze strategische autonomie. Zelfs op Europees niveau dienen zich daar, indien alles goedkomt, unieke opportuniteiten aan.
Zoals ik dat meerdere keren per week doe, heb ik dus gesproken met een grote werkgever in een cruciale sector die belangrijke investeringen in ons land zou willen doen. Als u mij in uw repliek kunt uitleggen wat daar verkeerd aan is, dan luister ik met aandacht, want ik heb het gemist.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de eerste minister, als u grote spelers ontvangt, wat u uiteraard doet, dan worden ze natuurlijk niet allemaal op uw LinkedIn-pagina bejubeld. Dat specifieke bedrijf had nu toevallig niet bejubeld mogen worden op uw LinkedIn-pagina. U hoefde het evenmin aan de schandpaal te nagelen, maar u bent niet verplicht om te communiceren over iedereen die in uw bureau passeert. Zeker niet – want u hebt gelijk dat dit een zeer strategische sector is, die we moeten verankeren in ons land – in dit geval, aangezien Trafigura het Belgische Nyrstar gewoon heeft leeggezogen ten voordele van de moederholding, waardoor we nog zeer weinig lokale verankering overhouden. Bovendien gaat het om een zwaar gecontesteerd bedrijf. Er lopen al onderzoeken door onderzoeksrechters en het parket. Ik begrijp dat u met iedereen wilt spreken. Ik neem aan dat u binnenkort ook 3M zult ontvangen en dan zult zeggen dat het een belangrijke speler is voor de duurzaamheid van dit land, zonder iets kritisch te zeggen over de PFAS-vervuiling. U mag, mijnheer de eerste minister, ook tegenover grote spelers in dit land kritisch zijn wanneer ze uit de bocht gaan. U bent echter blijkbaar zeer meegaand, zelfs wanneer het gaat over bedrijven die onze strategische sectoren gewoon komen leegzuigen. Dat zal ik vooral onthouden, mijnheer de eerste minister.
-
Vraag: De bescherming van onze industrie en industriële werkgelegenheid na Alden Biesen (Q56016358C)
economie en werkDe bescherming van onze industrie en industriële werkgelegenheid na Alden Biesen
Gesteld door
Bekijk antwoord
Samenvatting summaryExplanation
Samenvatting: Raoul Hedebouw (PTB) bekritiseert dat Europa’s industriebeleid faalt door gebrek aan planning, onderinvestering in groene energie en technologische achterstand, terwijl 800 miljard euro naar militaire uitgaven (zoals ReArm Europe) gaat in plaats van naar strategische autonomie. Hij stelt dat deregulering en marktgeloof Europa’s de-industrialisering versnellen en pleit voor democratische economische planning, zoals in de VS en China. Bart De Wever (N-VA) verdedigt het Europese beleid, wijzend op concrete stappen (ETS-hervorming, Industrial Accelerator Act, vermindering administratieve lasten) en beschuldigt China van oneerlijke handelspraktijken (dumping, gesloten markt) die Europa’s industrie ondermijnen; hij verwerpt Hedebouws pleidooi voor planning als "ideologische blindheid" en benadrukt de one market-strategie als oplossing. Hedebouw tegenwerpt dat deregulering Europa afhankelijk maakt van Amerikaanse/Chinese techreusen (Google, TikTok) en eist een democratisch debat over strategische staatsinvesteringen, terwijl De Wever insisteert dat Europa’s democratische waarden en open markt juist haar kracht zijn—mits betere bescherming tegen "stupide protectionisme" van anderen. Beide eisen een diepgaand parlementair debat over Europa’s economische toekomst.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, op 12 februari organiseerde u de informele Europese top in Alden Biesen over de toekomst van de Europese industrie, uiteraard een zeer belangrijk en strategisch thema voor Europa. De dag daarvoor was u ook aanwezig op de European Industry Summit in Antwerpen. Daar werd veel gesproken over de moeilijkheden van onze industrie, zoals de hoge energieprijzen, het gebrek aan strategische autonomie en de technologische achterstand. U beloofde toen maatregelen voor onze industrie, waaronder lagere energiekosten voor bedrijven. We moeten echter vaststellen dat daar momenteel weinig van terechtkomt.
Mijnheer de minister, u neemt ook deel aan die Europese toppen. Alle miljarden die oorspronkelijk naar groene energie en industrie zouden gaan, zijn nu geheroriënteerd naar militaire uitgaven. Zo ging er 800 miljard euro naar ReArm Europe. We weten bovendien dat de return van militaire investeringen relatief laag is. Voor elke euro investering bedraagt de return ongeveer 50 cent, terwijl andere sectoren veel meer economische groei genereren.
Mijnheer de eerste minister, wordt er met de Europese beleidsmakers een discussie gevoerd over die tegenstelling en over de vraag waarin we die miljarden moeten investeren? Die 800 miljard euro kan uiteraard maar één keer worden uitgegeven. Ik heb het gevoel dat er op het vlak van het industriebeleid, het energiebeleid, de technologie en de innovatie relatief weinig vooruitgang wordt geboekt, ook na Alden Biesen. Dit is dus een echte informatievraag. We zullen dit punt uiteraard blijven opvolgen en er regelmatig op terugkomen.
Er wordt wel een strategische discussie gevoerd sinds Alden Biesen, maar wij hebben de indruk dat er weinig terechtkomt van een echt industrieel beleid in Europa. Voor mij draait dat in de eerste plaats om energie. We weten dat 1.800 bedrijven in Vlaanderen nog altijd niet aangesloten zijn op het distributienet, omdat er onvoldoende in dat net wordt geïnvesteerd.
Wat is vandaag de strategie? Gaat alles naar investeringen in de militaire industrie, zoals Rheinmetall, of blijft er ook aandacht voor investeringen in onze eigen wetenschap, technologische vooruitgang en energie? Wordt die discussie na Alden Biesen nog gevoerd, of is dat dossier enigszins on hold gezet, mijnheer de eerste minister?
Bart De Wever:
Neen, het is zeker niet on hold gezet. Dat Europa nu niet bepaald een hogesnelheidstrein is, is een open deur intrappen. U hebt misschien meer voorkeur voor landen die wat centralistischer geleid zijn en waarover ik u - ondanks herhaalde uitnodigingen - vandaag geen kritische analyses heb kunnen ontlokken. Europa heeft uiteraard wel het voordeel dat het democratisch is, de rule of law respecteert en nog steeds hoopt dat we een eerlijke en open wereldeconomie kunnen aanhouden. Wij hanteren geen protectionistische, laat staan imperialistische doctrines, in tegenstelling tot andere handelsblokken in de wereld die meer en meer in die richting opschuiven.
Ik heb u op 24 maart al verteld dat er naar Europese normen vrij snel werk is gemaakt van wat in Alden-Biesen en Antwerpen is verteld. Er werden vier topprioriteiten gedefinieerd. Het gaat over het voltooien en versterken van de interne markt, wat zeer belangrijk is. Men kan klagen over wat anderen doen, maar men moet zijn eigen huiswerk doen. Er hangen nog heel veel opportuniteiten in de lucht, die moeten worden benut. Verder zijn er het boosten van private investeringen, het verlagen van administratieve lasten en het beter beschermen van onze markt tegen onveilige handelspraktijken. Voor mij hangen het vierde en het eerste samen, want een markt die niet geïntegreerd is, is ook zeer moeilijk te beschermen. Ze wordt dan zeer snel uit elkaar gespeeld en lidstaten worden dan tegen elkaar uitgespeeld.
Wat betekent dat nu concreet? Wat mag u ervan verwachten? Inzake energieprijzen betekent dit, los van het state aid framework, dat werd verruimd en waarvan we nu ook gebruik zullen maken, dat men zich heeft geëngageerd om tegen juli tot een herziening van het ETS te komen, dus binnenkort. Dat zal uiteraard een herziening zijn, wat mij betreft en ik denk niet dat dit zal worden betwist, die bijvoorbeeld met betrekking tot vrije emissierechten en de benchmarks ertoe zal leiden dat de kostprijs van ETS de komende jaren proportioneel niet zal toenemen. Een hoge nominale prijs en daarbovenop nog een kostendrijver als ETS betekenen immers een overprikkeling van de behoeften van de energietransitie. Als de markt dat al doet, kan ETS het gerust een beetje kalmeren, bij wijze van spreken. Dat is iets heel concreet.
De Industrial Accelerator Act is ook heel concreet. Die speelt in op de competitiviteit en het economisch-geopolitieke klimaat. Er zullen nog andere initiatieven komen. Dat zal continu op de agenda van de Europese Raad staan en blijven staan en, wat mij betreft, telkens als eerste thema. Daar ben ik nog niet, maar ik kom er nog wel toe dat dat standaard het eerste en belangrijkste thema wordt.
De discussie over de one market – na de common market en de single market de kwantumsprong naar de one market, zoals bepleit door Mario Draghi en Enrico Letta – begint eindelijk een structureel karakter te krijgen. Daar ben ik blij om. Het gaat niet langer om een geheel van losse initiatieven, maar om een structurele aanpak waarbij de Europese instellingen sterk betrokken zijn en zich langzaam maar zeker rond duidelijke prioriteiten scharen.
Die focus ligt op de interne markt voor goederen, diensten en kapitaal. Vooral bij diensten en kapitaal valt nog enorm veel winst te boeken als Europa de interne grenzen echt durft af te breken. Ik denk aan de Savings and Investments Union, maar ook aan de dienstenmarkt. Daar bestaan niet-tarifaire barrières die overeenkomen met tarieven van meer dan 100 % op de Europese markt. Dat is geen laaghangend fruit, maar een hele boomgaard die nog kan worden geplukt.
Een tweede prioriteit is – ik zal het woord deregulering niet gebruiken – de vermindering van de administratieve lasten en de regeldruk. Daarvoor dienen de Omnibuspakketten, waarvan er al een aantal op de rails staan en andere nog worden voorbereid. Ook vanuit de Raad worden telkens voorstellen gedaan om bijkomende pakketten te lanceren.
Een voorbeeld is de permitting . We kunnen spreken over industriële projecten en competitiviteit, maar als de vereiste vergunningen niet binnen een redelijke termijn worden afgeleverd, is dat bijzonder problematisch. Ook op dat vlak beweegt er dus iets.
Ik heb u wat zien gnuiven toen ik het woord deregulering uitsprak, maar voor mij is dat echt geen taboe. Sommige regels maken het bijzonder moeilijk om nog een industriële toekomst te hebben. Als Europa op ethisch en duurzaam vlak in alles de beste wil zijn, maar het resultaat is dat fabrieken elders in de wereld worden gebouwd, waar al die normen niet gelden, dan hebben we een probleem. Ook voor mij persoonlijk is deregulering dus absoluut geen taboe.
Een derde prioriteit betreft de energiekosten. Ik heb ETS al vermeld. Een vierde prioriteit omvat alles wat verband houdt met de digitale transitie en de AI-transitie. De discussie over de one market is geen sneltrein, maar ze beweegt wel. De prioriteiten zijn juist gekozen en ik zou telkens graag vooruitgang zien.
Ook het 28e regime begint vorm te krijgen. Het idee van een soort Europees Delaware – ik wil het niet overroepen – waarbij een vennootschap in één keer voor de hele EU conform kan worden verklaard, is niet slecht. Vijf van de tien Omnibuspakketten bevinden zich ondertussen in de eindfase. Het Europees Parlement moet uiteraard ook willen meewerken.
Elk parlement moet dat doen. Bij het Europees Parlement is dat echter vaak een uitdaging, omdat daar geen vaste meerderheden zijn en dossiers soms bizarre wendingen nemen en zeer lang kunnen aanslepen.
Ik heb mijn spreektijd al ruim overschreden. Inzake de marktbescherming houd ik het in algemene termen. We moeten streven naar protection without protectionism , geen blanket protectionism . " Let's not copy another man's stupidity ", zeg ik altijd aan de Europese tafel.
Misschien kunt u nu eens ingaan op de praktijken van China: het kunstmatig depreciëren van de munt, het oversubsidiëren van drie tot negen keer – volgens de OESO – ten opzichte van Europa, het oversubsidiëren van capaciteit, dumpingpraktijken, het niet openen van de eigen markt en het niet creëren van interne vraag in China. Dat zijn zaken die men niet onbeantwoord kan laten. Dat zijn schandalige praktijken. Ik zou u dat graag eens horen bevestigen. We zijn genoopt ons daartegen te verdedigen. Ook dat debat is nu volop begonnen.
De hele interne beleidslijn heb ik al talloze keren toegelicht. Ik laat het even hierbij, want ik heb mijn spreektijd overschreden.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, het is inderdaad frustrerend dat we niet meer tijd hebben. Ik ben vragende partij om eens een lang en strategisch debat te voeren over het industriële beleid in Europa.
Ik ga in op een paar elementen van uw antwoord. Als de hele Europese elite China zal aanduiden als de oorzaak van onze industriële problemen, dan zitten we echt diep in de problemen. Mijnheer de eerste minister, er wordt gewoon niet nagedacht over onze eigen fouten in Europa. Is het de fout van China dat Europa niet genoeg investeert in onderzoek? U bent aan het afzakken en dat is het probleem.
U hebt het woord deregulering naar voren geschoven. Uw oplossing is deregulering: one market , die volledig is gedereguleerd in Europa. Dat is net de oorzaak van onze economische crisis. Het zijn de landen die meer planning toepassen, die het beter doen.
U verwijst naar China. De Amerikanen plannen meer dan Europa. China plant veel, dat is evident, met vijfjarenplannen.
- (…)
Het probleem is dat Europa niet plant. Europa laat alles over aan de markt. De private banken en de private multinationals beslissen, terwijl de staten toekijken.
U wilt dat allemaal in één grote markt brengen, waar deregulering op sociaal vlak een schande zal zijn. Op technologisch vlak, mijnheer de eerste minister, spreekt u over omnibuspakketten.
Wij zullen het dus weer toelaten. Neem nu de verbrandingsmotoren. Wij hebben nu al tien à vijftien jaar vertraging ten opzichte van de andere continenten en wij zullen nu beslissen dat wij nog meer vertraging zullen oplopen.
Artificiële intelligentie, hoge technologie, Europa loopt achter. Waarom is dat? Dat is omdat wij geen planning hebben. U hoopt dat de markt alles zal oplossen. Wie komt er bij ons? Dat zijn zeker en vast de Chinezen en de Amerikanen. U rept daar met geen woord over. Google, Amazon en Facebook komen allemaal onze markt inpalmen. Wat doet u? U kijkt toe. U gelooft dat Europa er met de deregulering van de eengemaakte markt zal geraken. Dat zal niet gebeuren De markt zal het gewoon halen waar op korte termijn winst te behalen valt.
Investeren in een strategische energiesector brengt op korte termijn niets op. Investeren in onze eigen onafhankelijkheid op hoogtechnologisch vlak brengt op korte termijn niets op. Wij gaan gewoon de afgrond in als iedereen begint te denken zoals u doet in Alden Biesen. Wij moeten stoppen met te denken dat de eengemaakte markt onze problemen in Europa zal oplossen. Wij hebben effectief meer planning nodig. Dat is evident. Het zijn de landen in de wereld die meer plannen en die duidelijk beslissen om vanuit de overheid ergens in te investeren, die vandaag economisch winnen. Volgens mij moeten wij dat debat echt aangaan. Al die omnibuspakketten duwen ons gewoon de afgrond in.
Laat ons misschien een groot debat hebben in het Parlement. Laat ons daar een namiddag voor uittrekken. Wat ik met u deel, is dat het centrale vraagstuk voor Europa voor de komende tien jaar is wat ons industriebeleid is. Op dit moment is er geen industriebeleid door ideologische blindheid en omdat wij geloven dat de markt alles zal oplossen. Dat is vandaag, in 2026, gewoon fout.
Bart De Wever:
Mijnheer Hedebouw, het is altijd heel amusant om met u te debatteren. Ik meen dat dat wederzijds is.
U beweert dat ik niets verklaar over de Verenigde Staten. Ik heb letterlijk het volgende meegegeven: " Let's not copy another man's stupidity ." Waarover ging dat volgens u? Dat ging over protectionisme en over tarieven. Er zijn geopolitieke en geo-economische onevenwichten, en die onevenwichten zijn er met de Verenigde Staten. Daar ben ik heel kritisch over.
Zelfs met een gloeiende nijptang krijg ik van u echter geen antwoord op de vraag of China een onderdeel is van onze problematiek. Integendeel, op het einde hebt u zelfs nog een lofzang gehouden op landen die plannen maken. China is inderdaad een land dat plannen maakt. Het maakt echter geen plan om democratie te organiseren, geen plan om interne koopkracht te creëren, geen plan om zijn markt te openen en geen plan om de mensenrechten van de Oeigoeren te respecteren. Daar maakt het geen plannen voor. Wel maakt het plannen om met oversubsidiëring, de depreciatie van hun munt en het sluiten van hun markt – protectionisme dus – onze sectoren te de-industrialiseren. Daar heeft het plannen voor.
Ik stel vast dat u dat toejuicht en stelt dat dat de weg is die wij moeten inslaan. Dat is ongelooflijk duidelijk. Antwoord nu toch eens met ja of nee op de vraag of China een onderdeel is van de problematiek voor Europa, zowel op democratisch als op economisch vlak. Antwoord nu toch eens duidelijk met ja of nee. De mensen moeten toch weten waar u voor staat. Ik meen dat ik het weet. Ik meen dat ik het echt weet.
De multinationals en de Amerikanen hebben het gedaan. Dank u wel, mijnheer Hedebouw, dat is duidelijk.
Raoul Hedebouw:
Ik heb gezegd dat het Chinese model op democratisch vlak niet mijn model is. U zegt dat China een probleem stelt voor onze democratie in Europa, maar wie wil Europa duidelijk kapotmaken? Dat is Trump. Hebt u de nationale veiligheidsnota gelezen, mijnheer de premier? De Amerikaanse ambassadeurs in Frankrijk, in België, in Polen worden gemandateerd om ons politiek stelsel kapot te maken. U kijkt naar het Oosten. Hoe kunt u zo blind zijn? Trump zegt dat hij Europa uiteen wil doen spatten. Dan kan hij handel beginnen drijven met oosterse landen tegen Europa. Ik zeg niet dat we het Chinese model moeten volgen. Zeker niet. China en andere landen doen aan planning van de economie. Europa blinkt uit in l’absence de planning .
C'est cela qui est spécifique à l'Union européenne, c'est que la dérégulation... et je n'ai pas de problèmes à diminuer administrativement quelques petits textes. Mais lorsque vous dites ne plus vouloir de régulation de l’économie...
De omnibuspakketten, ouderwetse technologieën, mogen behouden blijven in Europa. Daarom hinken wij achterop.
Qui possède aujourd’hui toutes les technologies de l’information? Tout le monde parle de TikTok du matin au soir. Et quid de Facebook? Instagram? Twitter? Pour Twitter, c’est carrément Elon Musk, l’homme le plus riche du monde. Mais nous n’avons aucun problème avec ça. Que fait l’Europe? Rien. Aucune souveraineté en la matière. Qu’allons-nous faire? Déréguler davantage le secteur. Qui va y gagner? Les acteurs les plus puissants au monde.
Monsieur le premier ministre, pour moi, la question n’est pas d’importer un modèle venu d’un autre pays. Je dis simplement que, dans le débat économique concret au sein de l’Union européenne, la dérégulation est aujourd’hui en train de nous tuer économiquement, alors que la planification, oui, j’y crois. Elle doit être démocratique, vous avez raison d’ouvrir ce débat. Mais pourquoi la planification ne pourrait-elle pas être démocratique? Pouvez-vous me l’expliquer?
La dérégulation l’est-elle davantage? Prenons la Belgique: c'est ENGIE Electrabel qui décident de tout. Est-ce démocratique? Regardez comment vous êtes obligé de mendier chez eux: " Bonjour, est-ce qu’on pourrait éventuellement prolonger les centrales? " Vous l’avez vous-même expliqué tout à l’heure: vous n’avez pratiquement rien à dire. En quoi est-ce démocratique?
Je pense, monsieur le premier ministre, que nous avons effectivement un problème démocratique majeur dans la définition de notre stratégie économique. Et quand on voit tous les partis jouer les béni oui-oui au même dogme libéral, il est temps d’arrêter.
Dat is het probleem in uw boek over welvaart. Daarover hebt u het niet. Het punt over de welvaart is het zwakke punt van uw boek, mijnheer de eerste minister. Ik had gehoopt dat daar een strategie van de N-VA of van de heer De Wever in stond over hoe we onze welvaart zullen garanderen, maar behalve enkele algemeenheden…. Ik ben vragende partij om daarover een diepgaand debat te voeren. Ik kan dat verzoek misschien doorsturen naar de Kamervoorzitter, want ik denk dat het een strategisch en democratisch belangrijk debat zou zijn.
Bart De Wever:
(…)
Voorzitter:
Ik vind het een goede suggestie om daarover een grondig debat te voeren. We moeten de werkzaamheden evenwel staken omdat de commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing van start gaat om 11.00 uur. De overige vragen worden wegens tijdsgebrek uitgesteld naar de volgende vergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 10.58 uur. La réunion publique de commission est levée à 10 h 58. De antwoorden werden door de eerste minister bezorgd. Les réponses ont été fournies par le premier ministre .
-
Vraag: Het pleidooi van de premier voor een beperktere bijdrage aan het nieuwe MFK (Q56017347C)
Het pleidooi van de premier voor een beperktere bijdrage aan het nieuwe MFK
Gesteld door
Beantwoord door
op 24 juni 2026
Bekijk antwoord